| Citaat: "De heer Hop was als voortrekker bezig het systeem lam te leggen. In eerste instantie werd in dit kader gebruik gemaakt van hinderlijke, maar wel legale middelen als het systematisch klagen en het systematisch om informatie vragen" Bron Regel 21, 22 en 23 Pleitnotities jeugdzorg advocaat X met bijbaantjes bij kerk en school op de hoorzitting van het Hof van Discipline 150304. |
bjz34186307 Stichting Bureau Jeugdzorg Noord-Holland, Kenaupark 30, Postbus 5247,2000 CE Haarlem
Telegraaf Angelo Vergeer Verdwaald op de gulden middenweg De Scheffers wilden anders
opvoeden dan hun ouders: BETER Dit verhaal gaat over beter
opvoeden. Of beter gezegd, hoe dat opvoeden ineens vreselijk fout kan gaan. Het
overkwam de familie Scheffer. Een normaal gezin met een puberdochter die op een
dag van huis wegliep. Zomaar. Eer beide ouders het goed en wel beseften, waren
ze al verdwaald in de Jeugdhulpverlening. Dochter is allang weer thuis, maar
haar ouders zijn stuk. Vermorzeld tussen Kinderbescherming, Stichting Jeugd en
Gezin, de Kinderrechter, noem het rijtje maar op. Zwaar geschonden zijn ze uit
die strijd gekomen. Met maar één vraag: Wie helpt eigenlijk ouders in nood?
ALKMAAR - Ze wilden het goed doen:
Bert (44) en Karin (41) Scheffer uit Alkmaar. Nu negentien jaar getrouwd en de
ouders van de 15-jarige dochter Kim en de 14-jarige zoon Roy. Roy wordt
liefkozend Banjer genoemd, Kim "onze kleine draak", de lieveling van
haar vader. Een gewoon gezin in een doorsnee huis in een provinciestad. En
opvoeden, ja, ze wilden het anders doen dan hun ouders dat gedaan hadden: beter.
"Het is het moeilijkste vak
wat er bestaat, opvoeden", zegt Bert, barkeeper bij het ministerie van
Defensie. Zijn vrouw Karin zit op de bank en zonder dat ze hun verhaal verteld
hebben, kun je in één oogopslag aan hen zien dat ze de afgelopen jaren door
een hel zijn gegaan. "We hadden het zo mooi voor elkaar, opvoeden via een
bepaald patroon. Wat kan wel, wat kan niet, en dan nog constant zoeken naar de
middenweg. Tegen ons mogen ze 'jij' zeggen, maar tegen vreemden 'u'. Als ze
overdag ruzie hebben, moeten ze dat met hun moeder regelen; niet dat ik de volle
laag geef als ik 's avonds thuiskom van mijn werk. Opvoeden is een beetje van
alles in de wetenschap dat je nooit perfecte kinderen krijgt". En als
ouders flexibel zijn, dat vooral. "Ik weet nog dat ze voor het eerst naar
school gingen. Alles werd anders. De juf had altijd gelijk; wij niet. Nee hoor,
ma, je liegt, de juf zegt dat het zo en zo is. En dat laat je maar zo. Want je
moet ze niet met teveel dingen tegelijk opzadelen, zeker als het weinig om het
lijf heeft. 's Avonds in bed konden Bert en ik wel eens lachen om die
halsstarrigheid", zegt moeder Karin. Maar het lachen zou ze snel vergaan.
Spanning doemde op in het gezin. Karin liep een whiplash op bij een
auto-ongeluk. Toen ze net een nieuwe auto hadden, sloeg Bert ermee over de kop;
teveel drank op. Iets waarvan hij enorm veel spijt had. Bovendien kwam Karin's
moeder bijna elke dag over de vloer. "Ze bemoeide zich werkelijk overal
mee, maar zeg maar eens tegen je moeder dat ze moet opkrassen", zegt Karin.
En Kim en Roy stapten hun puberteit binnen. Ze speelden hun ouders uit,
"maar ja, dat hoort erbij hè, op die leeftijd". En hoewel Kim en Roy
niet buiten elkaar kunnen, vlogen die twee elkaar heel wat keren in de haren.
Voor Bert werd het allemaal te
veel van het goede en op een nacht kwam het in huize Scheffer tot een
woede-explosie. Karin pakte haar koffers, nam de kinderen mee, en ging terug
naar haar ouders in Haarlem. Maar even zo snel was ze met de kinderen weer
thuis. Ze koos tegen de uitdrukkelijke zin van haar ouders in toch voor haar
huwelijk met Bert. In Alkmaar wachtten bloemen en beloftes. Karin en Bert zouden
het helemaal anders gaan doen; een nieuwe start in een nieuw huis. Het werd
oktober 1997. En toen liep dochter Kim weg. "Een dag na haar verjaardag.
Het was hartstikke gezellig geweest, we hadden gestoeid en veel lol
gemaakt", verteld Bert, zijn vingers rollen het zoveelste sjekkie. "Ze
had van ons een ringetje gekregen, maar omdat dat iets te klein was, zette ik
haar die dag af bij de juwelier en reed naar mijn werk.
Mijn vrouw belde op dat ze niet
thuis was gekomen. Ik heb mijn werk in Amsterdam in de steek gelaten en ben als
een gek naar Alkmaar gereden. De meest rare dingen haal je dan in je hoofd. Ze
is dood, ze is verkracht. De tranen liepen over mijn wangen. Kim is een
hartstikke lieve meid. Karin had de politie al gebeld". "Kim bleek
naar mijn moeder te zijn gegaan", zegt Karin. "En die zei: 'Jullie
krijgen haar nooit meer terug'. Ik was helemaal over mijn toeren, wat krijgen we
nu? Ze liet ons niet toe. En toen ik mijn wijfie op het schoolplein wilde
aanspreken, nam mijn vader haar razendsnel mee".
"En dan? Daar sta je dan als
vader. Wat moesten we doen?" Kim is allang weer terug, maar de radeloosheid
trilt nog na in Bert's stem. "De politie verwees ons door naar de Raad voor
de Kinderbescherming, en daar hebben we een intakegesprek gehad. Je denkt dat
daar mensen zitten die er voor gestudeerd hebben, opkomen voor het gezin. Alles
wilden ze van ons weten, maar wij kregen niks van hen te horen. Als we belden,
gaven ze niet thuis. En Karin's ouders gooiden constant de hoorn op de haak. Dat
kan toch niet! Nachtenlang hebben we gepraat, Karin en ik. Wat hebben we fout
gedaan, wat moeten we doen, bestaat er ergens in Nederland een bureau waar ze
ons kunnen helpen? Maar niemand, niemand zegt wat je moet doen. Eerst reed ik
elke dag door de straat van mijn schoonouders om een glimp van Kim op te vangen.
Er gebeurde niets. Gek werd ik ervan. Ik kon niet meer werken, uiteindelijk
bleef ik de hele dag thuis. Of ik ging naar de bibliotheek, en dan vroeg ik:
'Heeft u misschien een boek over weggelopen dochters?'.
Je had die mensen achter de balie
moeten zien kijken...". Na twee maanden kwam er een advies van de
Kinderbescherming op tafel. Het was misschien beter als Kim naar een tehuis zou
gaan om uit deze familieverstrengelingen te raken. "Dat moet dan maar,
dacht ik. Natuurlijk wilde ik mijn dochter thuis hebben, maar je denkt ook:
misschien is het wel beter zo. Bij de Kinderbescherming werken toch kundige
mensen. 'Kim moet een eigen ik krijgen', zeiden ze. De kinderrechter besliste
echter anders: Kim kreeg Onder Toezicht Stelling (OTS), en mocht bij haar opa en
oma blijven. En Roy ook, die er ziek van was, kreeg, tot onze verbazing tot op
de dag van vandaag weet ik nog steeds niet waarom, OTS".
Kim komt thuis uit school en
fladdert van haar vader naar haar moeder, naar de koelkast, naar haar kamer, ze
trekt tot drie keer toe een andere broek aan, kruipt dan dicht tegen haar moeder
aan. Vraag haar waarom ze was weggelopen, en ze glimlacht onschuldig. Zomaar.
Via de Kindertelefoon kwam ze terecht bij de Kinderrechtswinkel kreeg ze haar
eigen advocaat. Vraag haar waarom ze nu weer thuis is, en ze zegt dat ze haar
vader en moeder heel erg miste en dat opa en oma hele vervelende dingen over
haar ouders vertelden: "En dat vond ik niet leuk".
"We hebben overal aangeklopt,
maar kregen overal de deksel op onze neus", vertelt Karin als Kim een
spelletje op de computer speelt. "We zijn bij het RIAGG geweest. Niks. De
huisdokter. Niks. Het maatschappelijk werk. Daar konden we ons verhaal wel
kwijt, maar het loste niets op. Vrienden probeerde ons te helpen. We hebben half
Nederland afgebeld. Is er iemand die ouders in nood bijstaat? Niemand. En elk
uur dat Kim weg was, was er één te veel. Je maakt je zorgen over haar
gezondheid, over school, op een gegeven moment stond hier zelfs Bureau
Leerplicht voor de deur, Kim bleek te spijbelen... We wisten van niets".
Bert, en nu komt de stoom uit zijn oren: "Toen kregen we te
maken met stichting Jeugd en Gezin. Kunnen we eindelijk een keer met Kim
praten, vroegen we. Nee, dat had de Kinderbescherming moeten regelen, was het
antwoord, daar gaan wij niet over. Er zou binnen zes weken voor ons een
hulpverleningsplan zijn. Nooit meer wat van vernomen. Er zou meteen een
screening komen van het pleeggezin, van mijn schoonouders dus. Hebben we maanden
op gewacht. Onze gezinsvoogd werkt twee dagen per week. De laatste keer dat we
hem gezien hebben, was in augustus. En toen Kim weer voor onze deur stond, was
hij een maand op vakantie". Want Kim stond opeens weer voor de deur. Op
haar verjaardag, vorige maand. Een paar dagen daarvoor had ze schuw contact
gezocht, via de telefoon. "Ze belde op en ze zei: mama, ik wil eigenlijk
graag naar huis. Ik zei: moppie, dan kom je toch lekker naar huis", verteld
Karin. "Ik heb de hele dag lopen huilen van blijdschap, maar ook bang hè,
dat het op het laatste moment toch niet zou doorgaan. Dolgelukkig heb ik
stichting Jeugd en Gezin opgebeld en wat zeiden die: ja, maar dan moet ze wel
eerst een gesprek hebben met opa en oma. Alsof ik gewurgd werd. Wij, het gezin,
hebben van al die instellingen nooit met haar mogen praten!"
Kunnen we eindelijk een keer met Kim
praten, vroegen we. Nee, dat had de Kinderbescherming moeten regelen, was het
antwoord, daar gaan wij niet over. Er zou binnen zes weken voor ons een
hulpverleningsplan zijn. Nooit meer wat van vernomen. Er zou meteen een
screening komen van het pleeggezin, van mijn schoonouders dus. Hebben we maanden
op gewacht. Onze gezinsvoogd werkt twee dagen per week.c
De laatste keer dat we
hem gezien hebben, was in augustus. En toen Kim weer voor onze deur stond, was
hij een maand op vakantie". Want Kim stond opeens weer voor de deur. Op
haar verjaardag, vorige maand. Een paar dagen daarvoor had ze schuw contact
gezocht, via de telefoon. "Ze belde op en ze zei: mama, ik wil eigenlijk
graag naar huis. Ik zei: moppie, dan kom je toch lekker naar huis", verteld
Karin. "Ik heb de hele dag lopen huilen van blijdschap, maar ook bang hè,
dat het op het laatste moment toch niet zou doorgaan. Dolgelukkig heb ik
stichting Jeugd en Gezin opgebeld en wat zeiden die: ja, maar dan moet ze wel
eerst een gesprek hebben met opa en oma. Alsof ik gewurgd werd. Wij, het gezin,
hebben van al die instellingen nooit met haar mogen praten! "Kunnen we eindelijk een keer met Kim
praten, vroegen we. Nee, dat had de Kinderbescherming moeten regelen, was het
antwoord, daar gaan wij niet over. Er zou binnen zes weken voor ons een
hulpverleningsplan zijn. Nooit meer wat van vernomen. Er zou meteen een
screening komen van het pleeggezin, van mijn schoonouders dus. Hebben we maanden
op gewacht. Onze gezinsvoogd werkt twee dagen per week. De laatste keer dat we
hem gezien hebben, was in augustus. En toen Kim weer voor onze deur stond, was
hij een maand op vakantie". Want Kim stond opeens weer voor de deur. Op
haar verjaardag, vorige maand. Een paar dagen daarvoor had ze schuw contact
gezocht, via de telefoon. "Ze belde op en ze zei: mama, ik wil eigenlijk
graag naar huis. Ik zei: moppie, dan kom je toch lekker naar huis", verteld
Karin. "Ik heb de hele dag lopen huilen van blijdschap, maar ook bang hè,
dat het op het laatste moment toch niet zou doorgaan. Dolgelukkig heb ik
stichting Jeugd en Gezin opgebeld en wat zeiden die: ja, maar dan moet ze wel
eerst een gesprek hebben met opa en oma. Alsof ik gewurgd werd. Wij, het gezin,
hebben van al die instellingen nooit met haar mogen praten!"
"En dit is nu het verhaal dat
ik graag aan uw lezers wil vertellen", zegt Bert: "Natuurlijk hebben
wij fouten gemaakt. Opvoeden is het moeilijkste wat er is, je doet het nooit
goed. Maar wat echt aan mij vreet, is dat er in Nederland niet werd gezorgd dat
ons kind terug kwam, een meisje van 14, maar dat ze juist van ons werd
verwijderd. Ons gezin werd een dossier met nummer zoveel, dat ook nog eens in de
onderste la verdween. Dankzij een stukje in de krant van een mevrouw die
ongeveer hetzelfde had meegemaakt als wij, kwamen we terecht bij raadsman
Hop in Ermelo. En die man is ook voor ons gaan knokken, op basis van een
benzinevergoeding. Hij, en een handjevol vrienden van ons". Nee, Kim nemen
ze niets kwalijk. "Natuurlijk niet. Het is een prachtmeid! Wat ze ook
allemaal aan die hotemetoten heeft verteld, dat hoort bij haar leeftijd. Het is
en blijft een kind". Ze hebben besloten om nu met z'n allen in
gezinstherapie te gaan. Om te bepraten wat er nog te bepraten valt. Op eigen
initiatief.
Ed Oudejans, 10 maart 2005.
De Inspectie. heeft onderzoek
gedaan in de zaak van Savana, het driejarige meisje dat vorig jaar dood werd
aangetroffen in de kofferbak van de auto van de moeder van Savana en haar
vriend. De bevindingen zijn schokkend.
Ik ben, tot 2 jaar geleden, 21
jaar directeur geweest van de Stichting Jeugd en Gezin Noord-Holland welke
stichting sinds dit jaar deel uitmaakt van het Bureau Jeugdzorg in
Noord-Holland. De instelling derhalve waarbinnen zich de dramatische
ontwikkelingen rond Savana hebben voorgedaan. In die periode zijn tal van
initiatieven genomen om de kwaliteit van het jeugdbeschermingswerk binnen de
eigen instelling en elders in het veld te verbeteren. Tot die initiatieven
hoorde ook het laten doen van onderzoek naar de wijze waarop ‘het belang van
het kind’ door gezinsvoogden werd meegewogen bij het nemen van z.g.
verplaatsingsbeslissingen (uit huis plaatsen, terugplaatsen in de thuissituatie
en doorplaatsen van de ene alternatieve opvoedingssituatie naar een andere van
het kind). Belangrijkste conclusie is wel dat gezinsvoogden in hun dagelijkse
praktijk daartoe niet of nauwelijks in staat zijn en dat er geen overeenstemming
bestaat tussen gezinsvoogden over maatstaven en criteria die bij het nemen van
dergelijke verplaatsingsbeslissingen moeten worden aangelegd.
En daarna? Dat het belang van het kind voor
de jeugdbeschermingswerker (gezinsvoogd) een valkuil vormt is in het aangehaalde
boek ‘Een reus moet leren bukken’ als volgt beschreven: Het moge duidelijk zijn. De
gezinsvoogd mag verantwoordelijk worden gehouden voor een goede
beroepsuitoefening. Het scheppen van voorwaarden daarvoor is echter nog veel
meer de verantwoordelijkheid van politiek, minister en overige beleidsmakers. Er
worden weer heel wat straatjes schoongeveegd. De gezinsvoogd krijgt de
openstaande rekening gepresenteerd. Het gevaar is groot dat de gezinsvoogd nog
meer dan in het verleden al het geval was, verwordt tot aangeschoten wild. De
voorzitter van de BMJ (beroepsvereniging voor jeugdbeschermers) vreest dat er
straks helemaal geen beroepsuitoefenaars te vinden zullen zijn om de
maatschappelijke kastanjes uit het jeugdbeschermingsvuur te halen. E.S.P. (Ed) Oudejans ( )
(127)
Hoeveel
(gesubsidieerde) restaurants, scheepswerven en ander onroerend goed bezit
Stichting Bureau Jeugdzorg Noord-Holland? Questfin B.V.,
Ripperdastraat 13 A
, 2011KG Haarlem KvK34083257 Advies in projectfinanciering en
projectontwikkeling heeft als enig aandeelhouder Stichting Bureau
Jeugdzorg Noord-Holland
Wie heeft voor mij
meer informatie over de adviezen inzake projectfinanciering en
projectontwikkeling van Questfin BV?
Uittreksel uit het
handelsregister van de Kamer van Koophandel en Fabrieken voor Amsterdam bjz34186307 Stichting Bureau Jeugdzorg Noord-Holland, Kenaupark 30, Postbus 5247,2000 CE Haarlem
Stichting Bureau Jeugdzorg Noord-Holland
bjz34186307 Advies & Meldpunt Kindermishandeling Noord-Holland, Rubenslaan 2, 1816 MK Alkmaar
566
Zicht op de trucjes van "artiesten" in het "circus" Stichting Bureau Jeugdzorg Noord-Holland
OUDERS LET OP! Wat er ook gebeurt blijf altijd rustig en kalm en procedeer systematisch en procedureel.
Ga NIMMER met jeugdzorg in gesprek als u niet eerst over alle stukken beschikt.
Verwijs systematisch naar: Schending 6 EVRM, schending Equality of arms, schending HVRM Mc. Michael door SBJNB.
Bij een of meer van bovengenoemde schendingen van mensenrechten wijs op het artikel "Beesten" in de jeugdzorg.
Telegraaf 251198: "Wie helpt eigenlijk ouders in nood?"
Ed Oudejans: De Gezinsvoogd het volgende kind van een openstaande rekening?
Zo schokkend dat het Ministerie van Justitie heeft besloten te onderzoeken of de
gezinsvoogd strafrechtelijk moet worden vervolgd.
De reactie van het ministerie, en overigens ook van anderen, is in het licht van
de geschiedenis op zijn minst hypocriet te noemen. Het gaat niet aan de dood van
Savana te vergoelijken. Maar over de schuldvraag kan nog wel e.e.a. worden
gezegd. Ook overheid, inspectie, beleidsmakers en managers dienen te worden
aangesproken op de voorwaarden die zij hebben laten bestaan waaronder dit
allemaal kon gebeuren. Zij hadden kunnen weten welke risico’s bij het
uitvoeren van jeugdbeschermingsmaatregelen werden gelopen.
Het uitvoeren van jeugdbeschermingsmaatregelen zoals de Onder Toezicht Stelling
(beter bekend als gezinsvoogdijmaatregel) heeft vaak een dilemmakarakter. Niet
zelden moet een keus gemaakt worden tussen de rol van de ouder en het belang van
het kind. Blijvend kiezen voor de ouder kan als gevolg hebben dat de rechten van
het kind blijvend worden aangetast, kiezen voor het belang van het kind leidt
vaak tot uithuisplaatsing van het kind met het risico dat vitale banden (vaak
heel sterk ondanks falende opvoeding) worden doorgesneden en de kansen op een
enigszins normale ontwikkeling van het kind worden beperkt.
De gezinsvoogd die dergelijke jeugdbeschermingsmaatregelen uitvoert moet leiding
en begeleiding geven aan het gezin en dient ook op te treden als beslisser.
Al sedert jaren wordt gediscussieerd over de toerusting van de gezinsvoogd om de
betreffende jeugdbeschermingsmaatregelen naar behoren uit te voeren. Ook door de
Parlement en door Justitie is toegegeven dat de gezinsvoogd doorgaans over te
weinig tijd beschikt en onvoldoende professioneel is toegerust om de
complexiteit van de opvoedingssituaties waarop een jeugdbeschermingsmaatregel
rust, adequaat het hoofd te bieden. Om dat te verbeteren is, onder
verantwoordelijkheid van het Ministerie van Justitie, in de afgelopen twee jaar,
middels een z.g. Deltaplan jeugdbescherming, in 4 van de ongeveer 17
instellingen een nieuwe aanpak uitgeprobeerd. Onderzoek heeft aangetoond dat de
nieuwe aanpak resultaat oplevert. Implementatie in het gehele veld lijkt echter
weer te struikelen over het probleem van de centen (naar goed farizeïsch
gebruik). Conclusie de huidige gezinsvoogd is onvoldoende toegerust om goed te
kunnen fungeren als leider en begeleider van de betreffende gezinnen.
Ook als beslisser schiet de gezinsvoogd doorgaans tekort. Ingrijpende
beslissingen lijken vaak slecht en onvoldoende gemotiveerd.
Het verslag van het onderzoek dat de Stichting Jeugd en Gezin Noord-Holland (SJGNH)
heeft laten uitvoeren is als boek verschenen onder de titel ‘Verantwoord
beslissen. Besluitvorming binnen de gezinsvoogdij’ (SWP Amsterdam, 2002). Het
verzoek aan de onderzoekers was onderzoek te doen naar
verplaatsingsbesluitvorming binnen de gezinsvoogdij met als doel een bijdrage te
leveren aan verbetering van de praktijk van het nemen van
verplaatsingsbeslissingen.
Het onderzoek valt uiteen in twee delen, een literatuuronderzoek en een
veldonderzoek onder gezinsvoogden van de SJGNH.
Uit het literatuuronderzoek blijkt dat verplaatsingsbesluiten in het belang va n
het kind worden bemoeilijkt door een aantal factoren.
¨ De complexiteit van de problematiek
¨ Onvoldoende formulering van beslissingsproblemen
¨ Het dilemmakarakter van de te nemen besluiten
¨ Inconsistentie en subjectiviteit van de besluitvorming
¨ Onvoldoende explicitering van de besluitvorming
¨ Onvoldoende gebruik van expliciete maatstaven en beslisinstrumenten
Het begrip ‘belang van het kind’ dat te pas en te onpas wordt gebruikt om
beslissingen te legitimeren bleek boterzacht. Voor de goede orde zij opgemerkt
dat het hier om algemene kenmerken gaat en niet om de kenmerken en hier en daar
een individuele gezinsvoogd.
De probleemstelling van het veldonderzoek onder gezinsvoogden werd als volgt
geformuleerd: ‘Het nemen van verplaatsingsbeslissingen in het belang van het
kind is een subjectieve aangelegenheid (van elke individuele gezinsvoogd –
toevoeging EO) en vindt te weinig expliciet plaats.’
De resultaten van het veldonderzoek kunnen als volgt worden samengevat:
¨ Bij verplaatsingsbeslissingen bestaat in de praktijk weinig consensus tussen
gezinsvoogden over rol en waarde van verschillende (situatiegebonden,
pedagogische en juridische) maatstaven d.w.z. er bestaat een groot verschil van
inschatting van het belang van het kind in concrete situaties
¨ Er bestaat geen of onvoldoende consensus over de aard van de te nemen
verplaatsingsbeslissing (de een kiest in dezelfde situatie voor uithuisplaatsing
de ander tegen)
¨ Er bestaat tussen gezinsvoogden in dezelfde situaties geen consensus over de
inhoudelijke lijn van de argumentatie
¨ Maatstaven die tegen een bepaald (subjectief voorgenomen) besluit pleiten
worden doorgaans niet expliciet gemaakt. Eventuele tegenargumenten worden
doorgaans actief ontkracht. Pro’s en contra’s worden dus niet tegen elkaar
afgewogen
¨ Het dilemmakarakter wordt nauwelijks expliciet gemaakt. D.w.z. dat het
dilemma doorgaans wordt opgelost door het te ontkennen in een eenzijdige keuze
voor een bepaald besluit.
Voor zover het besluit Savana al dan niet bij haar moeder te laten steeds boven
de situatie heeft gezweefd, hoeft het op basis van bovenstaande stand van
beslisvaardigheid en (ongewenste) subjectiviteit geen verwondering te wekken dat
de meest adequate keuze nooit werd gemaakt. Het is niet een individuele
gezinsvoogd die heeft gefaald, vastgesteld moet worden dat de gebeurtenissen een
uitdrukking zijn van de wijze waarop gezinsvoogden in het algemeen met
dergelijke beslissingen moeten omgaan.
Gezinsvoogden zijn niet gek. Ook zijn ze er niet op uit klanten te beschadigen
of kinderen in gevaar te brengen. Tijdens het onderzoek is gebleken dat
gezinsvoogden makkelijk bewust gemaakt konden worden van de tekorten in hun
beslispraktijk. Het zijn, daartoe uitgedaagd door de onderzoekers, ook de
gezinsvoogden zelf geweest die een rits maatregelen hebben geformuleerd om in de
bestaande praktijk verbetering te brengen.
¨ Ontwikkelen van een checklist voor het nemen van verplaatsingsbeslissingen.
Een checklist waarin alle punten die kunen worden meegewogen bij het nemen van
een besluit, systematisch zijn weergegeven
¨ Het expliciteren en gebruiken van criteria t.b.v. de argumentatie van een
besluit
¨ Formuleren van standaard handelingsmogelijkheden
¨ Vergroten, op peil houden en uitwisselen van inhoudelijke kennis
¨ Structureren van het beslissingsproces (duidelijke beslisstappen
onderscheiden)
¨ Vastleggen van informatie én argumentatie
¨ Bespreken van informatie en argumentatie met collega’s in z.g. casuïstiekteams
¨ Rapportage ipv beschrijvend meer argumenterend maken
¨ Training om de vaardigheden van gezinsvoogden te vergroten.
Door de Stichting Jeugd en Gezin Noord-Holland is geïnvesteerd in publicatie en
verspreiding van het onderzoek. Meer dan 150 exemplaren zijn over de vele
schuttingen in jeugdzorgland gegooid. Het Ministerie van Justitie kreeg
exemplaren, de Tweede Kamer kreeg exemplaren, de Inspectie Jeugdhulpverlening en
Jeugdbescherming kreeg exemplaren, alle instellingsdirecteuren kregen een
exemplaar evenals de MO-groep. Het verslag van het onderzoek werd in boekvorm
gepresenteerd tijdens een conferentie in de RAI te Amsterdam naar aanleiding van
het verschijnen van een boek over jeugdbeschermingsmethodiek (‘Een reus moet
leren bukken’ (SWP Amsterdam, 2002), eveneens uit de stal van de SJGNH), een
conferentie waaraan door meer dan 300 betrokkenen werd deelgenomen.
Daarna werd het oorverdovend stil. Van enige reactie van betekenis is geen
sprake geweest. Geen enkele beleidsmaker vond het de moeite waard iets met de
geleverde informatie te doen. En toch zijn het de beleidsmakers en de
gezamenlijke eindverantwoordelijken van de instellingen zoals georganiseerd in
MO-verband, die de voorwaarden scheppen waaronder gezinsvoogden hun moeilijke en
vaak persoonlijk belastende werk moeten doen.
’In het kwaliteitshandboek van het landelijke jeugdbeschermingsforum, Vedivo,
staat een imposante lijst van belanghebbenden. Mensen, groepen, instituties,
autoriteiten die allemaal een rol spelen bij het uitvoeren van
jeugdbeschermingsmaatregelen. Allemaal met een echt of gevoeld belang en
allemaal bereid met de jeugdbeschermingswerker mee te ‘sturen’……
Voor de jeugdbeschermingswerker betekent dit dat hij deel uitmaakt van een
beroepsmatige en institutionele ‘figuratie’ waarvan de deelnemers op enige
wijze aan elkar zijn gekoppeld door de jeugdbeschermingsmaatregel, de daarop van
toepassing zijnde regelgeving en de verschillende directe en indirecte rollen
die er te verdelen zijn……….
In de situatie dat de jeugdbeschermingswerker niet kan terugvallen op een goed
uitgewerkte taak- en functieomschrijving en daarmee verbonden methodiek en er
niet in slaagt voor zichzelf uit te maken wie hij nu eigenlijk als zijn klant
beschouwt, is het gevaar groot dat de dynamiek van al die betrokkenen
belanghebbenden met elkaar, een eigen leven gaat leiden en er steeds dingen
gebeuren die de jeugdbeschermingswerker eigenlijk niet wilde of bedoelde.’
Voormalig directeur Stichting Jeugd en Gezin Noord-Holland
Voorzitter Beroepsvereniging Phorza
Stichting Bureau Jeugdzorg Noord-Holland Haarlem KvK34186307
Concernrelatie 100% Questfin B.V. Haarlem KvK34083257
Rechtspersoon:
Rechtsvorm :Besloten vennootschap
Naam :Questfin B.V.
Dossiernummer: 34083257
Statutaire zetel :Haarlem
Eerste inschrijving in het handelsregister :21-07-1993
Akte van oprichting :15-04-1993
Maatschappelijk kapitaal :EUR 90.756,04
Geplaatst kapitaal :EUR 18.151,21
Gestort kapitaal :EUR 18.151,21
(Kapitaal omgezet in euro ex art. 2:178c B.W.)
Onderneming:
Handelsna(a)m(en) :Questfin B.V.
Adres :Ripperdastraat 13 A, 2011KG Haarlem
Telefoonnummer :023-5326202
Datum vestiging :15-04-1993
Bedrijfsomschrijving:Advies in projectfinanciering en projectontwikkeling
Werkzame personen:0
Enig aandeelhouder:
Naam:Stichting Bureau
Jeugdzorg Noord-Holland
Adres:Kenaupark 30, 2011MT Haarlem
Inschrijving handelsregister onder dossiernummer:34186307
Enig aandeelhouder sedert:11-02-2003
Bestuurder(s):
Naam: Stichting Bureau
Jeugdzorg Noord-Holland
Adres:Kenaupark 30, 2011MT Haarlem
Inschrijving handelsregister onder dossiernummer:34186307
Infunctietreding:11-02-2003
Bevoegdheid:Alleen/zelfstandig bevoegd
Klopt de onderstaande informatie over Stichting Bureau Jeugdzorg Noord-Holland
De redacteur verzoekt correctie van onjuiste informatie en/of aanvulling van ontbrekende gegevens onverwijld door te geven?
bjz34186307 Advies & Meldpunt Kindermishandeling Noord-Holland, Rubenslaan 2, 1816 MK Alkmaar
UITNODIGING
U kunt GRATIS meehelpen door uitnodigingen te verspreiden om te beginnen in uw eigen netwerk, in flatgebouwen
met veel brievenbussen, in wachtkamers, voor de ingang van scholen, kinderdagverblijven, rechtbanken of buro jeugdzorg enz.
PERS
Persberichten en aandachtsvestigingen! Wilt u meehelpen om aan deze informatie zoveel mogelijk bekendheid te geven?
134
Zorg dat u de omschrijving van een VERDACHTE uit uw hoofd kent en steeds adequaat toepast in communicatie met "jeugdzorg"
566
Zicht op de trucjes van "artiesten" in het "circus" Stichting Bureau Jeugdzorg Noord-Holland
720
Trucje 1 van Poes "de Rat" *, weigering ontvangstbevestiging bij inleveren van procedures/stukken door ouder op kantoor jeugdzorg
720
Trucje 2 van Poes "de Rat" *, weigering inleveren van procedures/stukken door ouder op kantoor jeugdzorg
505
Netwerken achter uithuisplaatsing van kinderen en het ontzetten van hun ouders uit het gezag om kinderen aan toezicht ouders te onttrekken
066
Beroepsverbod voor J. Hop wegens "aanzetten tot klagen over afgifte contactjournaal" zonder hoor en wederhoor met directeur E.S.P. Oudejans
668
Klacht gegrond! Directeur Jeugd en Gezin Noord-Holland ONBEVOEGD Hop te weigeren bij interne klachtencommissie (Vedivo hetze)
678
1. Stasi werkwijze in strijd met negende gebod zonder hoor en wederhoor representatief voor werkwijze interne klachtencommissie SBJNH met dhr.H.R.
Smits (Voorzitter), mw. mr. A.B. Boukema (vice-voorzitter), mw. drs. L. Rooijer (lid), mw. M.A.C. Gouwenberg (Secretaris)
2. Klachten van moeder X met Hop ingediend tegen Stichting Jeugdzorg Noord-Holland GEGROND verklaard tijdens Vedivo hetze
127 1. bjz34186307 Telegraaf 251198: "Wie helpt eigenlijk ouders in nood?"
2. Hoeveel (gesubsidieerde) restaurants, scheepswerven, onroerend goed bezit Stichting Bureau Jeugdzorg Noord-Holland?