CENSUUR EN ORGANISATIECRIMINALITEIT IN NEDERLAND ©

1997-2014+ Diepe minachting voor het structurele probleem in de Nederlandse rechtspraak te weten de weerzinwekkende partijdigheid voor de overheid.

Groep Hop wil de pensioengerechtigde leeftijd verlagen naar 60 jaar. Alle gemeente belastingen afschaffen. Improductieve bureaucratie aanpakken. Kinderbeschermingsmaatregelen na verzonnen verhalen is weerzinwekkende fraude. Ontvangen gelden dienen als heling te worden aangemerkt. Bekijk ons programma? Als u ook genaaid bent/wordt door voor de overheid steeds partijdige rechtspraak, gemeente, jeugdzorg, RvdK of UWV stel u verkiesbaar voor de verkiezingen gemeenteraad 2018. Praktijkvoorbeeld. Het jatten van de recreatiewoning van een 71+ jarige gehandicapte burger die VOOR 1996 zelf zijn recreatiewoning heeft (af)gebouwd en er voor 1996 ook woonde dat wordt door niemand ter discussie gesteld wordt door Hop als organisatiecriminaliteit gemeente Ermelo en zeer ernstige mishandeling van een gepensioneerde burger aangemerkt. Groep Hop is wel TEGEN de discriminatie van Nederlanders tov buitenlanders.

Stem TEGEN organisatiecriminaliteit bij de overheid! Stem VOOR Groep Hop. Dank u wel voor uw aandacht. J. Hop.

 

 

De Betere Krant van Ermelo

Nieuwsberichten uit het Ermelo, lees verder

 

Stichting Bureau Jeugdzorg Noord-Holland

bjz34186307 Stichting Bureau Jeugdzorg Noord-Holland, Kenaupark 30, Postbus 5247,2000 CE Haarlem
bjz34186307 Advies & Meldpunt Kindermishandeling Noord-Holland, Rubenslaan 2, 1816 MK Alkmaar
566 Zicht op de trucjes van "artiesten" in het "circus" Stichting Bureau Jeugdzorg Noord-Holland
OUDERS LET OP! Wat er ook gebeurt blijf altijd rustig en kalm en procedeer systematisch en procedureel.
Ga NIMMER met jeugdzorg in gesprek als u niet eerst over alle stukken beschikt.
Verwijs systematisch naar: Schending 6 EVRM, schending Equality of arms, schending HVRM Mc. Michael door SBJNB.
Bij een of meer van bovengenoemde schendingen van mensenrechten wijs op het artikel "Beesten" in de jeugdzorg.   

 

 

 

 

Telegraaf 251198: "Wie helpt eigenlijk ouders in nood?"

Telegraaf Angelo Vergeer

Verdwaald op de gulden middenweg

De Scheffers wilden anders opvoeden dan hun ouders: BETER

Dit verhaal gaat over beter opvoeden. Of beter gezegd, hoe dat opvoeden ineens vreselijk fout kan gaan. Het overkwam de familie Scheffer. Een normaal gezin met een puberdochter die op een dag van huis wegliep. Zomaar. Eer beide ouders het goed en wel beseften, waren ze al verdwaald in de Jeugdhulpverlening. Dochter is allang weer thuis, maar haar ouders zijn stuk. Vermorzeld tussen Kinderbescherming, Stichting Jeugd en Gezin, de Kinderrechter, noem het rijtje maar op. Zwaar geschonden zijn ze uit die strijd gekomen. Met maar één vraag: Wie helpt eigenlijk ouders in nood?

ALKMAAR - Ze wilden het goed doen: Bert (44) en Karin (41) Scheffer uit Alkmaar. Nu negentien jaar getrouwd en de ouders van de 15-jarige dochter Kim en de 14-jarige zoon Roy. Roy wordt liefkozend Banjer genoemd, Kim "onze kleine draak", de lieveling van haar vader. Een gewoon gezin in een doorsnee huis in een provinciestad. En opvoeden, ja, ze wilden het anders doen dan hun ouders dat gedaan hadden: beter.

"Het is het moeilijkste vak wat er bestaat, opvoeden", zegt Bert, barkeeper bij het ministerie van Defensie. Zijn vrouw Karin zit op de bank en zonder dat ze hun verhaal verteld hebben, kun je in één oogopslag aan hen zien dat ze de afgelopen jaren door een hel zijn gegaan. "We hadden het zo mooi voor elkaar, opvoeden via een bepaald patroon. Wat kan wel, wat kan niet, en dan nog constant zoeken naar de middenweg. Tegen ons mogen ze 'jij' zeggen, maar tegen vreemden 'u'. Als ze overdag ruzie hebben, moeten ze dat met hun moeder regelen; niet dat ik de volle laag geef als ik 's avonds thuiskom van mijn werk. Opvoeden is een beetje van alles in de wetenschap dat je nooit perfecte kinderen krijgt". En als ouders flexibel zijn, dat vooral. "Ik weet nog dat ze voor het eerst naar school gingen. Alles werd anders. De juf had altijd gelijk; wij niet. Nee hoor, ma, je liegt, de juf zegt dat het zo en zo is. En dat laat je maar zo. Want je moet ze niet met teveel dingen tegelijk opzadelen, zeker als het weinig om het lijf heeft. 's Avonds in bed konden Bert en ik wel eens lachen om die halsstarrigheid", zegt moeder Karin. Maar het lachen zou ze snel vergaan. Spanning doemde op in het gezin. Karin liep een whiplash op bij een auto-ongeluk. Toen ze net een nieuwe auto hadden, sloeg Bert ermee over de kop; teveel drank op. Iets waarvan hij enorm veel spijt had. Bovendien kwam Karin's moeder bijna elke dag over de vloer. "Ze bemoeide zich werkelijk overal mee, maar zeg maar eens tegen je moeder dat ze moet opkrassen", zegt Karin. En Kim en Roy stapten hun puberteit binnen. Ze speelden hun ouders uit, "maar ja, dat hoort erbij hè, op die leeftijd". En hoewel Kim en Roy niet buiten elkaar kunnen, vlogen die twee elkaar heel wat keren in de haren.

Voor Bert werd het allemaal te veel van het goede en op een nacht kwam het in huize Scheffer tot een woede-explosie. Karin pakte haar koffers, nam de kinderen mee, en ging terug naar haar ouders in Haarlem. Maar even zo snel was ze met de kinderen weer thuis. Ze koos tegen de uitdrukkelijke zin van haar ouders in toch voor haar huwelijk met Bert. In Alkmaar wachtten bloemen en beloftes. Karin en Bert zouden het helemaal anders gaan doen; een nieuwe start in een nieuw huis. Het werd oktober 1997. En toen liep dochter Kim weg. "Een dag na haar verjaardag. Het was hartstikke gezellig geweest, we hadden gestoeid en veel lol gemaakt", verteld Bert, zijn vingers rollen het zoveelste sjekkie. "Ze had van ons een ringetje gekregen, maar omdat dat iets te klein was, zette ik haar die dag af bij de juwelier en reed naar mijn werk.

Mijn vrouw belde op dat ze niet thuis was gekomen. Ik heb mijn werk in Amsterdam in de steek gelaten en ben als een gek naar Alkmaar gereden. De meest rare dingen haal je dan in je hoofd. Ze is dood, ze is verkracht. De tranen liepen over mijn wangen. Kim is een hartstikke lieve meid. Karin had de politie al gebeld". "Kim bleek naar mijn moeder te zijn gegaan", zegt Karin. "En die zei: 'Jullie krijgen haar nooit meer terug'. Ik was helemaal over mijn toeren, wat krijgen we nu? Ze liet ons niet toe. En toen ik mijn wijfie op het schoolplein wilde aanspreken, nam mijn vader haar razendsnel mee".

"En dan? Daar sta je dan als vader. Wat moesten we doen?" Kim is allang weer terug, maar de radeloosheid trilt nog na in Bert's stem. "De politie verwees ons door naar de Raad voor de Kinderbescherming, en daar hebben we een intakegesprek gehad. Je denkt dat daar mensen zitten die er voor gestudeerd hebben, opkomen voor het gezin. Alles wilden ze van ons weten, maar wij kregen niks van hen te horen. Als we belden, gaven ze niet thuis. En Karin's ouders gooiden constant de hoorn op de haak. Dat kan toch niet! Nachtenlang hebben we gepraat, Karin en ik. Wat hebben we fout gedaan, wat moeten we doen, bestaat er ergens in Nederland een bureau waar ze ons kunnen helpen? Maar niemand, niemand zegt wat je moet doen. Eerst reed ik elke dag door de straat van mijn schoonouders om een glimp van Kim op te vangen. Er gebeurde niets. Gek werd ik ervan. Ik kon niet meer werken, uiteindelijk bleef ik de hele dag thuis. Of ik ging naar de bibliotheek, en dan vroeg ik: 'Heeft u misschien een boek over weggelopen dochters?'.

Je had die mensen achter de balie moeten zien kijken...". Na twee maanden kwam er een advies van de Kinderbescherming op tafel. Het was misschien beter als Kim naar een tehuis zou gaan om uit deze familieverstrengelingen te raken. "Dat moet dan maar, dacht ik. Natuurlijk wilde ik mijn dochter thuis hebben, maar je denkt ook: misschien is het wel beter zo. Bij de Kinderbescherming werken toch kundige mensen. 'Kim moet een eigen ik krijgen', zeiden ze. De kinderrechter besliste echter anders: Kim kreeg Onder Toezicht Stelling (OTS), en mocht bij haar opa en oma blijven. En Roy ook, die er ziek van was, kreeg, tot onze verbazing tot op de dag van vandaag weet ik nog steeds niet waarom, OTS".

Kim komt thuis uit school en fladdert van haar vader naar haar moeder, naar de koelkast, naar haar kamer, ze trekt tot drie keer toe een andere broek aan, kruipt dan dicht tegen haar moeder aan. Vraag haar waarom ze was weggelopen, en ze glimlacht onschuldig. Zomaar. Via de Kindertelefoon kwam ze terecht bij de Kinderrechtswinkel kreeg ze haar eigen advocaat. Vraag haar waarom ze nu weer thuis is, en ze zegt dat ze haar vader en moeder heel erg miste en dat opa en oma hele vervelende dingen over haar ouders vertelden: "En dat vond ik niet leuk".

"We hebben overal aangeklopt, maar kregen overal de deksel op onze neus", vertelt Karin als Kim een spelletje op de computer speelt. "We zijn bij het RIAGG geweest. Niks. De huisdokter. Niks. Het maatschappelijk werk. Daar konden we ons verhaal wel kwijt, maar het loste niets op. Vrienden probeerde ons te helpen. We hebben half Nederland afgebeld. Is er iemand die ouders in nood bijstaat? Niemand. En elk uur dat Kim weg was, was er één te veel. Je maakt je zorgen over haar gezondheid, over school, op een gegeven moment stond hier zelfs Bureau Leerplicht voor de deur, Kim bleek te spijbelen... We wisten van niets".

Bert, en nu komt de stoom uit zijn oren: "Toen kregen we te maken met stichting Jeugd en Gezin. Kunnen we eindelijk een keer met Kim praten, vroegen we. Nee, dat had de Kinderbescherming moeten regelen, was het antwoord, daar gaan wij niet over. Er zou binnen zes weken voor ons een hulpverleningsplan zijn. Nooit meer wat van vernomen. Er zou meteen een screening komen van het pleeggezin, van mijn schoonouders dus. Hebben we maanden op gewacht. Onze gezinsvoogd werkt twee dagen per week. De laatste keer dat we hem gezien hebben, was in augustus. En toen Kim weer voor onze deur stond, was hij een maand op vakantie". Want Kim stond opeens weer voor de deur. Op haar verjaardag, vorige maand. Een paar dagen daarvoor had ze schuw contact gezocht, via de telefoon. "Ze belde op en ze zei: mama, ik wil eigenlijk graag naar huis. Ik zei: moppie, dan kom je toch lekker naar huis", verteld Karin. "Ik heb de hele dag lopen huilen van blijdschap, maar ook bang hè, dat het op het laatste moment toch niet zou doorgaan. Dolgelukkig heb ik stichting Jeugd en Gezin opgebeld en wat zeiden die: ja, maar dan moet ze wel eerst een gesprek hebben met opa en oma. Alsof ik gewurgd werd. Wij, het gezin, hebben van al die instellingen nooit met haar mogen praten!"

Kunnen we eindelijk een keer met Kim praten, vroegen we. Nee, dat had de Kinderbescherming moeten regelen, was het antwoord, daar gaan wij niet over. Er zou binnen zes weken voor ons een hulpverleningsplan zijn. Nooit meer wat van vernomen. Er zou meteen een screening komen van het pleeggezin, van mijn schoonouders dus. Hebben we maanden op gewacht. Onze gezinsvoogd werkt twee dagen per week.c

De laatste keer dat we hem gezien hebben, was in augustus. En toen Kim weer voor onze deur stond, was hij een maand op vakantie". Want Kim stond opeens weer voor de deur. Op haar verjaardag, vorige maand. Een paar dagen daarvoor had ze schuw contact gezocht, via de telefoon. "Ze belde op en ze zei: mama, ik wil eigenlijk graag naar huis. Ik zei: moppie, dan kom je toch lekker naar huis", verteld Karin. "Ik heb de hele dag lopen huilen van blijdschap, maar ook bang hè, dat het op het laatste moment toch niet zou doorgaan. Dolgelukkig heb ik stichting Jeugd en Gezin opgebeld en wat zeiden die: ja, maar dan moet ze wel eerst een gesprek hebben met opa en oma. Alsof ik gewurgd werd. Wij, het gezin, hebben van al die instellingen nooit met haar mogen praten! "Kunnen we eindelijk een keer met Kim praten, vroegen we. Nee, dat had de Kinderbescherming moeten regelen, was het antwoord, daar gaan wij niet over. Er zou binnen zes weken voor ons een hulpverleningsplan zijn. Nooit meer wat van vernomen. Er zou meteen een screening komen van het pleeggezin, van mijn schoonouders dus. Hebben we maanden op gewacht. Onze gezinsvoogd werkt twee dagen per week. De laatste keer dat we hem gezien hebben, was in augustus. En toen Kim weer voor onze deur stond, was hij een maand op vakantie". Want Kim stond opeens weer voor de deur. Op haar verjaardag, vorige maand. Een paar dagen daarvoor had ze schuw contact gezocht, via de telefoon. "Ze belde op en ze zei: mama, ik wil eigenlijk graag naar huis. Ik zei: moppie, dan kom je toch lekker naar huis", verteld Karin. "Ik heb de hele dag lopen huilen van blijdschap, maar ook bang hè, dat het op het laatste moment toch niet zou doorgaan. Dolgelukkig heb ik stichting Jeugd en Gezin opgebeld en wat zeiden die: ja, maar dan moet ze wel eerst een gesprek hebben met opa en oma. Alsof ik gewurgd werd. Wij, het gezin, hebben van al die instellingen nooit met haar mogen praten!"

"En dit is nu het verhaal dat ik graag aan uw lezers wil vertellen", zegt Bert: "Natuurlijk hebben wij fouten gemaakt. Opvoeden is het moeilijkste wat er is, je doet het nooit goed. Maar wat echt aan mij vreet, is dat er in Nederland niet werd gezorgd dat ons kind terug kwam, een meisje van 14, maar dat ze juist van ons werd verwijderd. Ons gezin werd een dossier met nummer zoveel, dat ook nog eens in de onderste la verdween. Dankzij een stukje in de krant van een mevrouw die ongeveer hetzelfde had meegemaakt als wij, kwamen we terecht bij raadsman Hop in Ermelo. En die man is ook voor ons gaan knokken, op basis van een benzinevergoeding. Hij, en een handjevol vrienden van ons". Nee, Kim nemen ze niets kwalijk. "Natuurlijk niet. Het is een prachtmeid! Wat ze ook allemaal aan die hotemetoten heeft verteld, dat hoort bij haar leeftijd. Het is en blijft een kind". Ze hebben besloten om nu met z'n allen in gezinstherapie te gaan. Om te bepraten wat er nog te bepraten valt. Op eigen initiatief.

 

 

 

Ed Oudejans: De Gezinsvoogd het volgende kind van een openstaande rekening?

Ed Oudejans, 10 maart 2005.

De Inspectie. heeft onderzoek gedaan in de zaak van Savana, het driejarige meisje dat vorig jaar dood werd aangetroffen in de kofferbak van de auto van de moeder van Savana en haar vriend. De bevindingen zijn schokkend.
Zo schokkend dat het Ministerie van Justitie heeft besloten te onderzoeken of de gezinsvoogd strafrechtelijk moet worden vervolgd.
De reactie van het ministerie, en overigens ook van anderen, is in het licht van de geschiedenis op zijn minst hypocriet te noemen. Het gaat niet aan de dood van Savana te vergoelijken. Maar over de schuldvraag kan nog wel e.e.a. worden gezegd. Ook overheid, inspectie, beleidsmakers en managers dienen te worden aangesproken op de voorwaarden die zij hebben laten bestaan waaronder dit allemaal kon gebeuren. Zij hadden kunnen weten welke risico’s bij het uitvoeren van jeugdbeschermingsmaatregelen werden gelopen.

Ik ben, tot 2 jaar geleden, 21 jaar directeur geweest van de Stichting Jeugd en Gezin Noord-Holland welke stichting sinds dit jaar deel uitmaakt van het Bureau Jeugdzorg in Noord-Holland. De instelling derhalve waarbinnen zich de dramatische ontwikkelingen rond Savana hebben voorgedaan. In die periode zijn tal van initiatieven genomen om de kwaliteit van het jeugdbeschermingswerk binnen de eigen instelling en elders in het veld te verbeteren. Tot die initiatieven hoorde ook het laten doen van onderzoek naar de wijze waarop ‘het belang van het kind’ door gezinsvoogden werd meegewogen bij het nemen van z.g. verplaatsingsbeslissingen (uit huis plaatsen, terugplaatsen in de thuissituatie en doorplaatsen van de ene alternatieve opvoedingssituatie naar een andere van het kind). Belangrijkste conclusie is wel dat gezinsvoogden in hun dagelijkse praktijk daartoe niet of nauwelijks in staat zijn en dat er geen overeenstemming bestaat tussen gezinsvoogden over maatstaven en criteria die bij het nemen van dergelijke verplaatsingsbeslissingen moeten worden aangelegd.

Het uitvoeren van jeugdbeschermingsmaatregelen zoals de Onder Toezicht Stelling (beter bekend als gezinsvoogdijmaatregel) heeft vaak een dilemmakarakter. Niet zelden moet een keus gemaakt worden tussen de rol van de ouder en het belang van het kind. Blijvend kiezen voor de ouder kan als gevolg hebben dat de rechten van het kind blijvend worden aangetast, kiezen voor het belang van het kind leidt vaak tot uithuisplaatsing van het kind met het risico dat vitale banden (vaak heel sterk ondanks falende opvoeding) worden doorgesneden en de kansen op een enigszins normale ontwikkeling van het kind worden beperkt.
De gezinsvoogd die dergelijke jeugdbeschermingsmaatregelen uitvoert moet leiding en begeleiding geven aan het gezin en dient ook op te treden als beslisser.

Al sedert jaren wordt gediscussieerd over de toerusting van de gezinsvoogd om de betreffende jeugdbeschermingsmaatregelen naar behoren uit te voeren. Ook door de Parlement en door Justitie is toegegeven dat de gezinsvoogd doorgaans over te weinig tijd beschikt en onvoldoende professioneel is toegerust om de complexiteit van de opvoedingssituaties waarop een jeugdbeschermingsmaatregel rust, adequaat het hoofd te bieden. Om dat te verbeteren is, onder verantwoordelijkheid van het Ministerie van Justitie, in de afgelopen twee jaar, middels een z.g. Deltaplan jeugdbescherming, in 4 van de ongeveer 17 instellingen een nieuwe aanpak uitgeprobeerd. Onderzoek heeft aangetoond dat de nieuwe aanpak resultaat oplevert. Implementatie in het gehele veld lijkt echter weer te struikelen over het probleem van de centen (naar goed farizeïsch gebruik). Conclusie de huidige gezinsvoogd is onvoldoende toegerust om goed te kunnen fungeren als leider en begeleider van de betreffende gezinnen.

Ook als beslisser schiet de gezinsvoogd doorgaans tekort. Ingrijpende beslissingen lijken vaak slecht en onvoldoende gemotiveerd.
Het verslag van het onderzoek dat de Stichting Jeugd en Gezin Noord-Holland (SJGNH) heeft laten uitvoeren is als boek verschenen onder de titel ‘Verantwoord beslissen. Besluitvorming binnen de gezinsvoogdij’ (SWP Amsterdam, 2002). Het verzoek aan de onderzoekers was onderzoek te doen naar verplaatsingsbesluitvorming binnen de gezinsvoogdij met als doel een bijdrage te leveren aan verbetering van de praktijk van het nemen van verplaatsingsbeslissingen.
Het onderzoek valt uiteen in twee delen, een literatuuronderzoek en een veldonderzoek onder gezinsvoogden van de SJGNH.

Uit het literatuuronderzoek blijkt dat verplaatsingsbesluiten in het belang va n het kind worden bemoeilijkt door een aantal factoren.
¨ De complexiteit van de problematiek
¨ Onvoldoende formulering van beslissingsproblemen
¨ Het dilemmakarakter van de te nemen besluiten
¨ Inconsistentie en subjectiviteit van de besluitvorming
¨ Onvoldoende explicitering van de besluitvorming
¨ Onvoldoende gebruik van expliciete maatstaven en beslisinstrumenten
Het begrip ‘belang van het kind’ dat te pas en te onpas wordt gebruikt om beslissingen te legitimeren bleek boterzacht. Voor de goede orde zij opgemerkt dat het hier om algemene kenmerken gaat en niet om de kenmerken en hier en daar een individuele gezinsvoogd.

De probleemstelling van het veldonderzoek onder gezinsvoogden werd als volgt geformuleerd: ‘Het nemen van verplaatsingsbeslissingen in het belang van het kind is een subjectieve aangelegenheid (van elke individuele gezinsvoogd – toevoeging EO) en vindt te weinig expliciet plaats.’
De resultaten van het veldonderzoek kunnen als volgt worden samengevat:
¨ Bij verplaatsingsbeslissingen bestaat in de praktijk weinig consensus tussen gezinsvoogden over rol en waarde van verschillende (situatiegebonden, pedagogische en juridische) maatstaven d.w.z. er bestaat een groot verschil van inschatting van het belang van het kind in concrete situaties
¨ Er bestaat geen of onvoldoende consensus over de aard van de te nemen verplaatsingsbeslissing (de een kiest in dezelfde situatie voor uithuisplaatsing de ander tegen)
¨ Er bestaat tussen gezinsvoogden in dezelfde situaties geen consensus over de inhoudelijke lijn van de argumentatie
¨ Maatstaven die tegen een bepaald (subjectief voorgenomen) besluit pleiten worden doorgaans niet expliciet gemaakt. Eventuele tegenargumenten worden doorgaans actief ontkracht. Pro’s en contra’s worden dus niet tegen elkaar afgewogen
¨ Het dilemmakarakter wordt nauwelijks expliciet gemaakt. D.w.z. dat het dilemma doorgaans wordt opgelost door het te ontkennen in een eenzijdige keuze voor een bepaald besluit.

Voor zover het besluit Savana al dan niet bij haar moeder te laten steeds boven de situatie heeft gezweefd, hoeft het op basis van bovenstaande stand van beslisvaardigheid en (ongewenste) subjectiviteit geen verwondering te wekken dat de meest adequate keuze nooit werd gemaakt. Het is niet een individuele gezinsvoogd die heeft gefaald, vastgesteld moet worden dat de gebeurtenissen een uitdrukking zijn van de wijze waarop gezinsvoogden in het algemeen met dergelijke beslissingen moeten omgaan.


Gezinsvoogden zijn niet gek. Ook zijn ze er niet op uit klanten te beschadigen of kinderen in gevaar te brengen. Tijdens het onderzoek is gebleken dat gezinsvoogden makkelijk bewust gemaakt konden worden van de tekorten in hun beslispraktijk. Het zijn, daartoe uitgedaagd door de onderzoekers, ook de gezinsvoogden zelf geweest die een rits maatregelen hebben geformuleerd om in de bestaande praktijk verbetering te brengen.

¨ Ontwikkelen van een checklist voor het nemen van verplaatsingsbeslissingen. Een checklist waarin alle punten die kunen worden meegewogen bij het nemen van een besluit, systematisch zijn weergegeven
¨ Het expliciteren en gebruiken van criteria t.b.v. de argumentatie van een besluit
¨ Formuleren van standaard handelingsmogelijkheden
¨ Vergroten, op peil houden en uitwisselen van inhoudelijke kennis
¨ Structureren van het beslissingsproces (duidelijke beslisstappen onderscheiden)
¨ Vastleggen van informatie én argumentatie
¨ Bespreken van informatie en argumentatie met collega’s in z.g. casuïstiekteams
¨ Rapportage ipv beschrijvend meer argumenterend maken
¨ Training om de vaardigheden van gezinsvoogden te vergroten.

Door de Stichting Jeugd en Gezin Noord-Holland is geïnvesteerd in publicatie en verspreiding van het onderzoek. Meer dan 150 exemplaren zijn over de vele schuttingen in jeugdzorgland gegooid. Het Ministerie van Justitie kreeg exemplaren, de Tweede Kamer kreeg exemplaren, de Inspectie Jeugdhulpverlening en Jeugdbescherming kreeg exemplaren, alle instellingsdirecteuren kregen een exemplaar evenals de MO-groep. Het verslag van het onderzoek werd in boekvorm gepresenteerd tijdens een conferentie in de RAI te Amsterdam naar aanleiding van het verschijnen van een boek over jeugdbeschermingsmethodiek (‘Een reus moet leren bukken’ (SWP Amsterdam, 2002), eveneens uit de stal van de SJGNH), een conferentie waaraan door meer dan 300 betrokkenen werd deelgenomen.

En daarna?
Daarna werd het oorverdovend stil. Van enige reactie van betekenis is geen sprake geweest. Geen enkele beleidsmaker vond het de moeite waard iets met de geleverde informatie te doen. En toch zijn het de beleidsmakers en de gezamenlijke eindverantwoordelijken van de instellingen zoals georganiseerd in MO-verband, die de voorwaarden scheppen waaronder gezinsvoogden hun moeilijke en vaak persoonlijk belastende werk moeten doen.

Dat het belang van het kind voor de jeugdbeschermingswerker (gezinsvoogd) een valkuil vormt is in het aangehaalde boek ‘Een reus moet leren bukken’ als volgt beschreven:

’In het kwaliteitshandboek van het landelijke jeugdbeschermingsforum, Vedivo, staat een imposante lijst van belanghebbenden. Mensen, groepen, instituties, autoriteiten die allemaal een rol spelen bij het uitvoeren van jeugdbeschermingsmaatregelen. Allemaal met een echt of gevoeld belang en allemaal bereid met de jeugdbeschermingswerker mee te ‘sturen’……

Voor de jeugdbeschermingswerker betekent dit dat hij deel uitmaakt van een beroepsmatige en institutionele ‘figuratie’ waarvan de deelnemers op enige wijze aan elkar zijn gekoppeld door de jeugdbeschermingsmaatregel, de daarop van toepassing zijnde regelgeving en de verschillende directe en indirecte rollen die er te verdelen zijn……….
In de situatie dat de jeugdbeschermingswerker niet kan terugvallen op een goed uitgewerkte taak- en functieomschrijving en daarmee verbonden methodiek en er niet in slaagt voor zichzelf uit te maken wie hij nu eigenlijk als zijn klant beschouwt, is het gevaar groot dat de dynamiek van al die betrokkenen belanghebbenden met elkaar, een eigen leven gaat leiden en er steeds dingen gebeuren die de jeugdbeschermingswerker eigenlijk niet wilde of bedoelde.’

Het moge duidelijk zijn. De gezinsvoogd mag verantwoordelijk worden gehouden voor een goede beroepsuitoefening. Het scheppen van voorwaarden daarvoor is echter nog veel meer de verantwoordelijkheid van politiek, minister en overige beleidsmakers. Er worden weer heel wat straatjes schoongeveegd. De gezinsvoogd krijgt de openstaande rekening gepresenteerd. Het gevaar is groot dat de gezinsvoogd nog meer dan in het verleden al het geval was, verwordt tot aangeschoten wild. De voorzitter van de BMJ (beroepsvereniging voor jeugdbeschermers) vreest dat er straks helemaal geen beroepsuitoefenaars te vinden zullen zijn om de maatschappelijke kastanjes uit het jeugdbeschermingsvuur te halen.

E.S.P. (Ed) Oudejans (

66

) (127)
Voormalig directeur Stichting Jeugd en Gezin Noord-Holland
Voorzitter Beroepsvereniging Phorza

 

 

 

Hoeveel (gesubsidieerde) restaurants, scheepswerven en ander onroerend goed bezit Stichting Bureau Jeugdzorg Noord-Holland?

 

Questfin B.V., Ripperdastraat 13 A , 2011KG Haarlem KvK34083257 Advies in projectfinanciering en projectontwikkeling heeft als enig aandeelhouder Stichting Bureau Jeugdzorg Noord-Holland

Wie heeft voor mij meer informatie over de adviezen inzake projectfinanciering en projectontwikkeling van Questfin BV?
Stichting Bureau Jeugdzorg Noord-Holland Haarlem KvK34186307
Concernrelatie 100% Questfin B.V. Haarlem KvK34083257

Uittreksel uit het handelsregister van de Kamer van Koophandel en Fabrieken voor Amsterdam
Rechtspersoon:
Rechtsvorm :Besloten vennootschap
Naam :Questfin B.V.
Dossiernummer: 34083257
Statutaire zetel :Haarlem
Eerste inschrijving in het handelsregister :21-07-1993
Akte van oprichting :15-04-1993
Maatschappelijk kapitaal :EUR 90.756,04
Geplaatst kapitaal :EUR 18.151,21
Gestort kapitaal :EUR 18.151,21
(Kapitaal omgezet in euro ex art. 2:178c B.W.)
Onderneming:
Handelsna(a)m(en) :Questfin B.V.
Adres :Ripperdastraat 13 A, 2011KG Haarlem
Telefoonnummer :023-5326202
Datum vestiging :15-04-1993
Bedrijfsomschrijving:Advies in projectfinanciering en projectontwikkeling
Werkzame personen:0
Enig aandeelhouder:
Naam:Stichting Bureau Jeugdzorg Noord-Holland
Adres:Kenaupark 30, 2011MT Haarlem
Inschrijving handelsregister onder dossiernummer:34186307
Enig aandeelhouder sedert:11-02-2003
Bestuurder(s):
Naam: Stichting Bureau Jeugdzorg Noord-Holland
Adres:Kenaupark 30, 2011MT Haarlem
Inschrijving handelsregister onder dossiernummer:34186307
Infunctietreding:11-02-2003
Bevoegdheid:Alleen/zelfstandig bevoegd

 

 

 

Klopt de onderstaande informatie over Stichting Bureau Jeugdzorg Noord-Holland


De redacteur verzoekt correctie van onjuiste informatie en/of aanvulling van ontbrekende gegevens onverwijld door te geven?

bjz34186307 Stichting Bureau Jeugdzorg Noord-Holland, Kenaupark 30, Postbus 5247,2000 CE Haarlem
bjz34186307 Advies & Meldpunt Kindermishandeling Noord-Holland, Rubenslaan 2, 1816 MK Alkmaar
UITNODIGING U kunt GRATIS meehelpen door uitnodigingen te verspreiden om te beginnen in uw eigen netwerk, in flatgebouwen
met veel brievenbussen, in wachtkamers, voor de ingang van scholen, kinderdagverblijven, rechtbanken of buro jeugdzorg enz.
PERS Persberichten en aandachtsvestigingen! Wilt u meehelpen om aan deze informatie zoveel mogelijk bekendheid te geven?
134 Zorg dat u de omschrijving van een VERDACHTE uit uw hoofd kent en steeds adequaat toepast in communicatie met "jeugdzorg"
566 Zicht op de trucjes van "artiesten" in het "circus" Stichting Bureau Jeugdzorg Noord-Holland
720 Trucje 1 van Poes "de Rat" *, weigering ontvangstbevestiging bij inleveren van procedures/stukken door ouder op kantoor jeugdzorg
720 Trucje 2 van Poes "de Rat" *, weigering inleveren van procedures/stukken door ouder op kantoor jeugdzorg
505 Netwerken achter uithuisplaatsing van kinderen en het ontzetten van hun ouders uit het gezag om kinderen aan toezicht ouders te onttrekken
066 Beroepsverbod voor J. Hop wegens "aanzetten tot klagen over afgifte contactjournaal" zonder hoor en wederhoor met directeur E.S.P. Oudejans
668 Klacht gegrond! Directeur Jeugd en Gezin Noord-Holland ONBEVOEGD Hop te weigeren bij interne klachtencommissie (Vedivo hetze)
678 1. Stasi werkwijze in strijd met negende gebod zonder hoor en wederhoor representatief voor werkwijze interne klachtencommissie SBJNH met dhr.H.R.
Smits (Voorzitter), mw. mr. A.B. Boukema (vice-voorzitter), mw. drs. L. Rooijer (lid), mw. M.A.C. Gouwenberg (Secretaris)
2. Klachten van moeder X met Hop ingediend tegen Stichting Jeugdzorg Noord-Holland GEGROND verklaard tijdens Vedivo hetze
127 1. bjz34186307 Telegraaf 251198: "Wie helpt eigenlijk ouders in nood?"
2. Hoeveel (gesubsidieerde) restaurants, scheepswerven, onroerend goed bezit Stichting Bureau Jeugdzorg Noord-Holland?

top
Censuur in Nederland ©
Stem Groep Hop in 2014