| Citaat: "De heer Hop was als voortrekker bezig het systeem lam te leggen. In eerste instantie werd in dit kader gebruik gemaakt van hinderlijke, maar wel legale middelen als het systematisch klagen en het systematisch om informatie vragen" Bron Regel 21, 22 en 23 Pleitnotities advocaat X overheid op de hoorzitting van het Hof van Discipline 150304. |
(135) Wetteloze rechtspraak is reguliere praktijk in Nederland anno 1999
(134) Wat is een omschrijving van een VERDACHTE? Bijvoorbeeld bij een valse aanklacht kindermishandeling en/of AMK onderzoek? (602)
(129) Hulpofficier van Justitie NIET BEVOEGD! Wat is het gevolg voor de burger?
(101) Voogd NIET BEVOEGD bij OTS en UHP! Wat is het gevolg voor de burger? Antwoord: (124) (180)?
(201) Beroepschrift Hop tegen ONBEVOEGD KNIPPEN EN PLAKKEN in verkiezingsformulieren ook bij Raad van State ONGEGROND!
(681) Geen vooringenomenheid Awb: " Politieagent mag ZELF beslissen op BEZWAARSCHRIFT van een burger tegen BESLUIT politieagent!"
(095) Wraking ongegrond: "Drie kinderrechters MOGEN ZELF BESLISSEN in zaak tegen J. Hop Ermelo waarin zij zelf belanghebbenden zijn!"
Conclusie: Wetten worden alleen gemaakt om gewone burgers te NAAIEN, al ROTZOOI je met verkiezingsformulieren dan kom je er als VVD-er mee weg!
Veroordeling journalist Undercover in Nederland
Haarlem, 29 april 2010 - De meervoudige strafkamer van de rechtbank Haarlem heeft een journalist op donderdag 29 april 2010 veroordeeld tot boetes van in totaal € 1740,-. Volgens de rechtbank heeft hij zich schuldig gemaakt aan het medeplegen van valsheid in geschrift, het opzettelijk voorhanden hebben van een dergelijk geschrift en het drie maal zich onbevoegd bevinden op andermans grond.
De rechtbank oordeelt allereerst dat journalisten een bijzondere status hebben. Het Openbaar Ministerie mag wel tot vervolging overgaan als journalisten op eigen initiatief strafbare feiten plegen of anderen actief helpen bij het plegen van dergelijke feiten. Waar het in deze strafzaak in het bijzonder om ging was of de journalist strafbaar was. Hij wilde als journalist immers misstanden aantonen en daarom zou hij niet gestraft moeten worden. Derechtbank erkent dat de journalist heeft gehandeld omdat hij misstanden aan de kaak heeft willen stellen en daarom in beginsel een beroep kan doen op de vrijheid van meningsuiting.
De rechtbank komt echter toch tot een veroordeling omdat zij van oordeel is dat de journalist niet proportioneel heeft gehandeld. Als eerste overweegt de rechtbank dat de journalist ernstige strafbare feiten (misdrijven) heeft gepleegd. Voorts heeft de journalist gebruik gemaakt van een medewerker van de KLM die als gevolg hiervan door zijn werkgever is ontslagen en tot slot ging het hier ook niet om een enkele overtreding, maar om het plegen van twee misdrijven en drie overtredingen.
Dat alles maakt dat een beperking is toegelaten op de vrijheid van meningsuiting van de journalist en dat de vervolging en bestraffing van strafbare feiten in dit geval voorrang krijgt.Bron: Rechtbank Haarlem 29 april 2010
LJN: BM2861, Gerechtshof 's-Hertogenbosch , 20-001360-09
Datum uitspraak: 29-04-2010 Rechtsgebied: Straf Soort procedure: Hoger beroep
Inhoudsindicatie: Hof ’s-Hertogenbosch doet uitspraak inzake onbevoegde hulpofficier van justitie.
Het hof ziet geen reden om het openbaar ministerie niet-ontvankelijk te verklaren, zoals door de raadsman is betoogd. Verdachte is
weliswaar door een onbevoegd hulpofficier van justitie in verzekering gesteld en heeft voorafgaand aan zijn (eerste)
verhoor geen toegang gehad tot een raadsman en is ook niet op dat recht gewezen, echter door aldus te handelen heeft het
openbaar ministerie naar het oordeel van het hof niet doelbewust of met grove veronachtzaming van de
belangen van verdachte aan diens recht op een eerlijk behandeling van zijn zaak is tekortgedaan.
Uitspraak Parketnummer : 20-001360-09
Uitspraak : 29 april 2010
TEGENSPRAAK
Arrest van de meervoudige kamer voor
strafzaken van het gerechtshof
's-Hertogenbosch
gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van
de politierechter in de rechtbank 's-Hertogenbosch van
1 april 2009 in de strafzaak met parketnummer
01-845123-09 tegen:
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [1989],
wonende te [woonplaats], [adres].
Hoger beroep
De verdachte heeft tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van
het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek
op de terechtzitting in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de
vordering van de advocaat-generaal en van
hetgeen namens de verdachte naar voren is gebracht.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het beroepen vonnis zal
vernietigen en opnieuw rechtdoende verdachte zal vrijspreken van
het onder 2 primair ten laste gelegde feit en de onder 1 en onder 2
subsidiair ten laste gelegde feiten bewezen zal verklaren en de verdachte
zal veroordelen tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van
zes weken met een proeftijd van twee jaren
en met de bijzondere voorwaarde van
reclasseringstoezicht.
Vonnis waarvan beroep
Het hof kan zich op onderdelen niet met het
beroepen vonnis verenigen. Om redenen van
efficiëntie zal het hof evenwel het gehele vonnis vernietigen.
Tenlastelegging
Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
1.
hij op of omstreeks 14 januari 2009 te 's-Hertogenbosch tezamen en in
vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van
wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een of meer
kledingstuk(ken), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende
aan [bedrijf], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte
en/of zijn mededader(s);
2.
hij op of omstreeks 26 februari 2009 te 's-Hertogenbosch tezamen en in
vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van
wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een of meer
kledingstuk(ken), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende
aan [bedrijf], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte
en/of zijn mededader(s);
Subsidiair althans, indien het vorenstaande niet
tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
hij op of omstreeks 26 februari 2009 te 's-Hertogenbosch ter uitvoering van
het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met
een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van
wederrechtelijke toe-eigening weg te nemen een of meer kledingstuk(ken),
geheel of ten dele toebehorende aan [bedrijf], in elk geval aan een ander
of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), in een tas een of
meer kledingstuk(ken) heeft gestopt, terwijl de uitvoering van
dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn
deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet
geschaad in de verdediging.
Ontvankelijkheid van het openbaar
ministerie in de vervolging.
De raadsman van verdachte heeft ter
terechtzitting in hoger beroep betoogd dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk
dient te worden verklaard in de vervolging. De raadsman heeft daartoe
-zakelijk weergegeven- aangevoerd dat:
A. sprake is geweest van een onrechtmatige
aanhouding, nu verdachte buiten heterdaad is aangehouden door een hulpofficier
van justitie
terwijl uit het dossier niet blijkt dat het
optreden van de officier van
justitie niet
kon worden afgewacht,
B. verdachte door een onbevoegde hulpofficier
van justitie
in verzekering is gesteld, en
C. verdachte voorafgaand aan zijn eerste verhoor bij de politie niet
is gewezen op zijn recht om zich van
rechtsbijstand te voorzien.
De raadsman heeft betoogd dat, hoewel voornoemde verzuimen wellicht niet
afzonderlijk tot niet-ontvankelijkheid van
het openbaar ministerie behoeven te leiden, deze verzuimen tezamen bezien,
gelet op de ernst ervan, wel tot die -principiële- conclusie dienen te
leiden.
Het hof begrijpt het verweer van de
raadsman aldus dat de voornoemde onder A, B en C weergegeven
omstandigheden in ieder geval tezamen bezien een zodanige inbreuk op de
beginselen van een goede procesorde vormen,
dat hierdoor aan verdachtes recht op een eerlijke behandeling van
zijn zaak is tekort gedaan.
Artikel 359a Sv bepaalt dat, indien blijkt dat bij het voorbereidend
onderzoek vormen zijn verzuimd die niet
meer kunnen worden hersteld en de rechtsgevolgen hiervan niet
uit de wet blijken, de rechter daaraan bepaalde in dat artikel genoemde
consequenties kan verbinden.
Vooropgesteld dient te worden dat de toepassing van
art. 359a Sv beperkt is tot vormverzuimen die zijn begaan bij het
voorbereidend onderzoek.
Art. 359a Sv is niet van
toepassing bij vormverzuimen die betrekking hebben op bevelen inzake de
toepassing van vrijheidsbenemende
dwangmiddelen welke kunnen worden voorgelegd aan de rechter-commissaris
die krachtens de wet belast is met het toezicht op de toepassing dan wel
de voortduring van bepaalde tijdens het
voorbereidend onderzoek bevolen vrijheidsbenemende dwangmiddelen en die
aan dergelijke verzuimen rechtsgevolgen kan verbinden ten aanzien van
de voortzetting van de vrijheidsbeneming.
Tegen het oordeel van de
rechter-commissaris dat het verleende bevel tot inverzekeringstelling niet
onrechtmatig is en/of dat er geen gronden zijn het verzoek tot
invrijheidstelling van de verdachte in te
willigen, staat geen hogere voorziening open. Het gesloten stelsel van
rechtsmiddelen in strafzaken zou op onaanvaardbare wijze worden doorkruist
indien bij de behandeling van de zaak ter
terechtzitting opnieuw of alsnog een beroep zou kunnen worden gedaan op
verzuimen bij de inverzekeringstelling die aan de rechter-commissaris zijn
of hadden kunnen worden voorgelegd.
Strafvermindering, in die zin dat de hoogte van
de op te leggen straf in verhouding tot de ernst van
het verzuim wordt verlaagd, komt op grond van
het bovenstaande slechts in aanmerking, indien aannemelijk is dat (a) de
verdachte daadwerkelijk nadeel heeft ondervonden, (b) dit nadeel is
veroorzaakt door het verzuim, (c) het nadeel geschikt is voor compensatie
door middel van strafvermindering, en (d)
strafvermindering ook in het licht van het
belang van het geschonden voorschrift en de
ernst van het verzuim gerechtvaardigd is.
Bewijsuitsluiting kan uitsluitend aan de orde komen indien het
bewijsmateriaal door het verzuim is verkregen, en komt in aanmerking
indien door de onrechtmatige bewijsgaring een belangrijk (strafvorderlijk)
voorschrift of rechtsbeginsel in aanzienlijke mate is geschonden.
Niet-ontvankelijkverklaring van het
openbaar ministerie in de vervolging komt als in art. 359a Sv voorzien
rechtsgevolg slechts in uitzonderlijke gevallen in aanmerking. Daarvoor is
alleen plaats ingeval het vormverzuim daarin bestaat dat met de opsporing
of vervolging belaste ambtenaren ernstig inbreuk hebben gemaakt op
beginselen van een behoorlijke procesorde
waardoor doelbewust of met grove veronachtzaming van
de belangen van de verdachte aan diens
recht op een eerlijke behandeling van zijn
zaak is tekortgedaan (HR 30 maart 2004, NJ 2004, 376).
Ad A.
Uit het dossier leidt het hof – voor zover hier van
belang – het volgende af.
Op 28 februari 2009 is door officier van justitie
een mondeling bevel gegeven voor de aanhouding buiten heterdaad van
verdachte.
Op 24 maart 2009 is uitvoering gegeven aan dit bevel en is verdachte
aangehouden.
Van die aanhouding is de officier van
justitie onverwijld in kennis gesteld.
Gelet op het vorenstaande is de aanhouding gebaseerd op het bepaalde in
artikel 54, eerste lid, Sv en is derhalve sprake van
een door de officier van justitie
zelfstandig genomen beslissing, waarbij hij heeft getoetst of aan de
wettelijke voorwaarden voor aanhouding buiten heterdaad is voldaan.
Blijkens de laatste zinsnede van deze
bepaling kan de officier van justitie
vervolgens anderen bevelen tot uitvoering van
het bevel tot aanhouding buiten heterdaad over te gaan, hetgeen in deze
zaak is gebeurd. Dat pas op 24 maart 2009 daadwerkelijk uitvoering is
gegeven aan dat bevel - waarvan de officier van
justitie overigens onverwijld in kennis is
gesteld - doet hier niet aan af.
De aanhouding van verdachte heeft derhalve niet
in strijd met artikel 54 Sv plaatsgevonden.
Ad B.
In de onderhavige zaak is verdachte op 24 maart 2009 in verzekering
gesteld en in dat kader verhoord. Bij dit verhoor heeft verdachte geen
verklaring afgelegd die tot bewijs in de onderhavige strafzaak zou kunnen
dienen. De officier van justitie
is ten spoedigste van het bevel tot
inverzekeringstelling op de hoogte gesteld. Op 25 maart 2009 is het bevel
tot inverzekeringstelling door de rechter-commissaris getoetst en niet
onrechtmatig bevonden. De rechter-commissaris heeft vervolgens een bevel
tot bewaring verleend en dit bevel geschorst.
Uit het verhandelde ter zitting in hoger beroep is gebleken dat het
ernstig vermoeden is gerezen dat in de onderhavige strafzaak bij het bevel
tot inverzekeringstelling van verdachte en
bij het verhoor voorafgaand aan de inverzekeringstelling een inspecteur van
politie is opgetreden als hulpofficier van
justitie zonder over het daartoe vereiste
certificaat te beschikken.
Gelet op het door de raadsman gevoerde verweer dat in de onderhavige zaak
sprake is van omstandigheden die een
zodanige inbreuk op de beginselen van een
goede procesorde vormen, dat daardoor aan het recht van
verdachte op een eerlijke behandeling van
zijn zaak is tekort gedaan, dient het hof op basis van
de eerst ter zitting in hoger beroep bekend geworden feiten zelfstandig
een oordeel te geven over de vraag of is voldaan aan de in art. 57 Sv
geformuleerde eis dat het bevel tot inverzekeringstelling slechts kan
worden verleend door de officier van justitie
of door de hulpofficier van
justitie en, indien aan die eis niet
is voldaan, of en zo ja, welk rechtsgevolg daaraan dient te worden
verbonden. Het gesloten stelsel van
rechtsmiddelen staat daaraan niet in de weg
omdat het in casu niet gaat om de toetsing van
de beslissing van de rechter-commissaris
met betrekking tot de rechtmatigheid van de
inverzekeringstelling.
Het hof stelt vast dat het bevel tot inverzekeringstelling van
verdachte is gegeven door een opsporingsambtenaar die daartoe niet
bevoegd was. In zoverre is derhalve
gehandeld in strijd met art. 57 Sv. Dit brengt echter nog niet
mee dat daardoor ernstig inbreuk is gemaakt op beginselen van
een behoorlijke procesorde waardoor doelbewust of met grove
veronachtzaming van de belangen van
de verdachte aan diens recht op een eerlijke behandeling van
zijn zaak is tekortgedaan. Het onbevoegd optreden door de politieambtenaar
leidt dan ook niet tot niet-ontvankelijkheid
van het openbaar ministerie in de
vervolging.
Ambtshalve overweegt het hof het navolgende.
Aangezien vrijheidsbeneming tot de meest verstrekkende dwangmiddelen
binnen de strafrechtspleging behoort, moet het in de wet opgenomen
vereiste van betrokkenheid van
ten minste een hulpofficier van
justitie bij de inverzekeringstelling als
een belangrijke waarborg worden beschouwd.
Er zijn uit het verhandelde ter zitting evenwel geen aanwijzingen naar
voren gekomen dat verdachte door het verzuim daadwerkelijk nadeel heeft
ondervonden. Zo zijn er geen aanwijzingen dat de inverzekeringstelling van
verdachte niet zou zijn bevolen indien de
beslissing met betrekking tot de inverzekerinstelling was gegeven door een
bevoegde hulpofficier
van justitie.
Ook zijn door de verdediging geen omstandigheden naar voren gebracht die
er op wijzen dat verdachte daadwerkelijk nadeel heeft ondervonden.
Het hof ziet gelet op hetgeen hiervoor is overwogen dan ook geen
aanleiding aan het verzuim een van de in
art. 359a Sv genoemde rechtsgevolgen te verbinden en volstaat met de
vaststelling dat een onherstelbaar vormverzuim is begaan.
Het hof merkt overigens op dat inmiddels een strafrechtelijk onderzoek is
gestart door de Rijksrecherche, onder leiding van
het Landelijk Parket, en dat bij gebleken onregelmatigheden en/of
onrechtmatigheden arbeidsrechtelijke en/of strafrechtelijke consequenties
voor de betrokken politieambtenaar kunnen volgen.
Ad C.
Een verdachte die door de politie is aangehouden kan aan art. 6 EVRM een
aanspraak op rechtsbijstand ontlenen die inhoudt dat hem de gelegenheid
wordt geboden om voorafgaand aan het verhoor door de politie een advocaat
te raadplegen. Dit brengt mee dat de aangehouden verdachte voor de aanvang
van het eerste verhoor dient te worden
gewezen op zijn recht op raadpleging van
een advocaat en dat hem, behoudens het geval dat hij ondubbelzinnig
afstand heeft gedaan van dat recht, binnen
de grenzen van het redelijke de gelegenheid
moet worden geboden dat recht te verwezenlijken. Indien een aangehouden
verdachte niet dan wel niet
binnen redelijke grenzen de gelegenheid is geboden om voorafgaand aan het
eerste verhoor door de politie een advocaat te raadplegen, levert dat in
beginsel een vormverzuim op als bedoeld in art. 359a Sv.
Op grond van de rechtspraak van
het EHRM moet worden aangenomen dat in gevallen waarvan hier sprake is,
een belangrijk (strafvorderlijk) voorschrift of rechtsbeginsel in
aanzienlijke mate is geschonden. Daarom zal na een daartoe strekkend
verweer het vormverzuim in de regel dienen te leiden tot uitsluiting van
het bewijs van de verklaringen van
de verdachte die zijn afgelegd voordat hij een advocaat kon raadplegen (HR
30 juni 2009, LJN: BH3081).
Verdachte is op 24 maart 2009 aangehouden en op diezelfde dag verhoord.
Met de raadsman heeft het hof geconstateerd dat het dossier geen
aanwijzingen bevat dat verdachte voorafgaand aan zijn eerste verhoor door
de politie is gewezen op zijn recht op raadpleging van
een advocaat en dat hem de gelegenheid is geboden om voorafgaand aan het
eerste verhoor door de politie een advocaat te raadplegen.
Dit levert op een vormverzuim als bedoeld in art. 359a Sv. De
omstandigheid dat verdachte niet is gewezen
op zijn recht op raadpleging van een
advocaat en hem niet de gelegenheid is
geboden om voorafgaand aan het eerste verhoor door de politie een advocaat
te raadplegen, levert echter op zich genomen niet
op een ernstige inbreuk op beginselen van
een behoorlijke procesorde waardoor doelbewust of met grove
veronachtzaming van de belangen van
de verdachte aan diens recht op een eerlijke behandeling van
zijn zaak is tekortgedaan.
Het hof zal echter de verklaringen die verdachte tijdens het verhoor bij
de politie heeft afgelegd, niet voor het
bewijs gebruiken.
Conclusie
Ten aanzien van de aanhouding van
verdachte heeft het hof onder A reeds vastgesteld dat deze niet
in strijd met art. 54 Sv heeft plaatsgevonden.
Ten aanzien van het onder B en C gestelde
is het hof van oordeel dat, hoewel is
vastgesteld dat sprake is geweest van
vormverzuimen, deze verzuimen noch afzonderlijk noch tezamen bezien leiden
tot het oordeel dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk
dient te worden verklaard in de vervolging. Niet
gezegd kan worden dat door aldus te handelen doelbewust of met grove
veronachtzaming van de belangen van
verdachte aan diens recht op een eerlijke behandeling van
zijn zaak is tekortgedaan.
Nu ook overigens geen feiten of omstandigheden zijn aangevoerd of
anderszins aannemelijk zijn geworden die zouden moeten leiden tot
niet-ontvankelijkverklaring van het
openbaar ministerie, is het openbaar ministerie ontvankelijk in de
vervolging.
Vrijspraak
Het hof van oordeel dat bij gebrek aan
voldoende wettige bewijsmiddelen niet kan
worden bewezen dat verdachte het onder 2 primair ten laste gelegde heeft
begaan, zodat hij daarvan wordt vrijgesproken. Uit het verhandelde ter
terechtzitting in hoger beroep is immers onvoldoende komen vast te staan
dat verdachte op 26 februari 2009 de goederen aan de feitelijke
heerschappij van de rechthebbende heeft
onttrokken.
Bewezenverklaring
Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 en
onder 2 subsidiair ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:
1.
hij op 14 januari 2009 te 's-Hertogenbosch tezamen en in vereniging met
anderen, met het oogmerk van
wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen kledingstukken,
toebehorende aan [bedrijf];
2.
hij op 26 februari 2009 te 's-Hertogenbosch ter uitvoering van
het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met
anderen, met het oogmerk van
wederrechtelijke toe-eigening weg te nemen kledingstukken, toebehorende
aan [bedrijf], in een tas kledingstukken heeft gestopt, terwijl de
uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet
is voltooid.
Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte
meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard,
zodat deze daarvan wordt vrijgesproken.
Door het hof gebruikte bewijsmiddelen
Indien tegen dit verkort arrest beroep in cassatie wordt ingesteld, worden
de door het hof gebruikte bewijsmiddelen die redengevend zijn voor de
bewezenverklaring opgenomen in een aanvulling op het verkort arrest. Deze
aanvulling wordt dan aan het verkort arrest gehecht.
Bijzondere overwegingen omtrent het bewijs
De beslissing dat het bewezen verklaarde door de verdachte is begaan
berust op de feiten en omstandigheden als vervat in de hierboven bedoelde
bewijsmiddelen, in onderlinge samenhang beschouwd.
Elk bewijsmiddel wordt – ook in zijn onderdelen – slechts gebruikt tot
bewijs van dat bewezen verklaarde feit, of
die bewezen verklaarde feiten, waarop het, blijkens zijn inhoud,
betrekking heeft.
Strafbaarheid van het bewezen verklaarde
Het bewezen verklaarde onder 1 is voorzien en strafbaar gesteld bij
artikel 311, eerste lid, aanhef en onder 4, van
het Wetboek van Strafrecht in samenhang met
artikel 310 van voornoemd wetboek.
Het bewezen verklaarde onder 2 is voorzien en strafbaar gesteld bij
artikel 311, eerste lid, aanhef en onder 4, van
het Wetboek van Strafrecht juncto artikel
310 en artikel 45 van het Wetboek van
Strafrecht.
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de
strafbaarheid van de feiten uitsluiten.
Het wordt gekwalificeerd zoals hierna in de beslissing wordt vermeld.
Strafbaarheid van de verdachte
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de
strafbaarheid van verdachte uitsluiten.
De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezen verklaarde.
Op te leggen straf of maatregel
Bij de bepaling van de op te leggen straf
is gelet op de aard en de ernst van hetgeen
bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezen
verklaarde is begaan en op de persoon van
de verdachte, zoals een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting naar
voren is gekomen .
Bij de oplegging van de straf heeft het hof
in het bijzonder rekening gehouden met de volgende omstandigheden:
- verdachte is, blijkens een hem betreffend Uittreksel Justitiële
Documentatie d.d. 17 maart 2010, reeds eerder voor vermogensdelicten
veroordeeld;
- verdachte is op 10 februari 2010 door politierechter in de rechtbank
’s-Hertogenbosch, conform het in die zaak opgestelde
reclasseringsadvies, veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf,
met als bijzondere voorwaarde reclasseringstoezicht;
- in het kader van vorenstaande
veroordeling is verdachte door Reclassering Nederland aangemeld voor een
training Cognitieve Vaardigheden (CoVa) met als aanvangsdatum 19 april
2010.
Het hof acht voor de bewezen verklaarde feiten – mede gelet op de
omstandigheid dat verdachte reeds eerder voor vermogensdelicten is
veroordeeld – een onvoorwaardelijke gevangenisstraf in beginsel een
passende bestraffing. Het hof zal echter niet
het ingezette reclasseringstraject door oplegging van
een onvoorwaardelijke gevangenisstraf doorkruisen, en zal derhalve –
conform de vordering van de
advocaat-generaal en het pleidooi van de
raadsman – aan verdachte een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf van
na te melden duur opleggen en tevens de bijzondere voorwaarde van
reclasseringstoezicht.
Met oplegging van een voorwaardelijke
vrijheidsstraf in combinatie met de bijzondere voorwaarde van
reclasseringstoezicht wordt enerzijds de ernst van
het bewezen verklaarde tot uitdrukking gebracht en wordt anderzijds de
strafoplegging dienstbaar gemaakt aan het voorkomen van
nieuwe strafbare feiten.
Toepasselijke wettelijke voorschriften
De beslissing is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 14d, 45, 57, 63,
310 en 311 van het Wetboek van
Strafrecht.
BESLISSING
Het hof:
Vernietigt het vonnis, waarvan beroep, en doet opnieuw recht.
Verklaart niet bewezen, dat verdachte het
onder 2 primair ten laste gelegde heeft begaan en spreekt verdachte
daarvan vrij.
Verklaart, zoals hiervoor overwogen, wettig en overtuigend bewezen, dat
verdachte het onder 1 en onder 2 subsidiair ten laste gelegde heeft
begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte
meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en
spreekt verdachte daarvan vrij.
Verklaart dat het onder 1 en onder 2 subsidiair bewezen verklaarde
oplevert:
1. Diefstal door twee of meer verenigde personen.
2. Poging tot diefstal door twee of meer verenigde personen.
Verklaart verdachte deswege strafbaar.
Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van
6 (zes) weken
Bepaalt, dat de gevangenisstraf niet zal
worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten,
op grond dat verdachte zich vóór het einde van
een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een
strafbaar feit heeft schuldig gemaakt, dan wel de navolgende bijzondere
voorwaarde niet heeft nageleefd.
Stelt als bijzondere voorwaarde dat verdachte gedurende de proeftijd zich
stelt onder het toezicht van Reclassering
Nederland te 's-Hertogenbosch en zich gedraagt naar de voorschriften en
aanwijzingen, door deze instelling te geven in het reclasseringsbelang van
verdachte.
Geeft deze instelling opdracht de verdachte bij de naleving van
de opgelegde voorwaarden hulp en steun te verlenen.
Bepaalt, dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van
deze uitspraak in verzekering doorgebracht, bij de eventuele
tenuitvoerlegging van de opgelegde
gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht.
Aldus gewezen door
mr. M.J.H.J. de Vries-Leemans, voorzitter,
mr. W.E.C.A. Valkenburg en mr. P.H.P.H.M.C. van
Kempen,
in tegenwoordigheid van mr. C.C. Lemmers,
griffier, en op 29 april 2010 ter openbare terechtzitting uitgesproken.
| s41052011 Stichting Lindenhout, Heijenoordseweg 1, 6813GG Arnhem | |
| 003 | Nienhuis/Leenders tegen Stichting Lindenhout geeft zicht op denk- en werkwijze die heerst bij de Stichting Lindenhout |
| 598 | Getuigschrift ouder(s) over medewerkers ZORGVERLENER inzake uitvoering van hulpverleningsdoelen in een HVP ZORGVERLENER |
| HVP | Startpagina HVP ZORGVERLENER |
| 641 | Bezwaarschrift tegen HVP Zorgverlener |
| 499 | Beroepschrift tegen BESLUIT NIET-ONTVANKELIJK bezwaarschrift HVP Zorgverlener |
| 177 | Woonruimte! Na uithuisplaatsing worden kinderen opgeslagen in kamertjes van paar vierkante meter zonder raam (Cel 12) |
| 585 | Woonruimte! Om nieuwe kindertehuizen snel te vullen met de benodigde kinderen wordt toegeschreven naar de conclusie |
| 424 | Woonruimte! Het schetsen van een beeld is een door de overheid aangereikte onorthodoxe methode is om een einde te maken aan de bewoning van recreatiewoningen blijkt als men de notitie onorthodoxe methodes van VROM leest. Het beeld hoeft niet te beantwoorden aan de werkelijkheid, het is al voldoende als men dit beeld uitdraagt. |
| 602 | Woonruimte! Jeugdzorg mag ouders VALS beschuldigen van ernstige kindermishandeling om kindertehuizen met kinderen te vullen |
| NBG | Nevenfuncties bestuurders gemeenten, commissies bezwaarschriften en leden van stembureaus |
| 380 | Het is organen van de overheid niet toegestaan leiding te geven aan verboden gedragingen! |
| 381 | Modelklacht tegen politie bij weigering om uw aangifte op te nemen met een verzoek om rechtsbescherming bij de burgemeester |
| 288 | Geld is Macht! Professor Daud: "De regentenstand speelt elkaar baantjes toe, parlement oefent nauwelijks controle uit |
| 217 | Geld is Macht! Geef mij de controle over de valuta van een natie en het maakt me niet meer uit wie de wetten maakt |
| 365 | De grootste grondtransactie in Nederland! Wie verdient hier het meeste geld aan en wie betaald hiervoor de rekening? |
| 400 | Geld is Macht! Is voedsel opgewarmd in een magnetron gezond? Indien ja, waarom babymelk niet opwarmen in een magnetron? |
| 544 | Geld is Macht! Beslissing op "bedenkingen" Hop tegen nieuwe milieuvergunning voor witvleeskalveren levert meer "bedenkingen" op |
| 375 | Geld is Macht! Welke familie(s) en bedrijven beheersen met hoeveel subsidies de markt rondom vleeskalveren in Nederland? |
| 401 | Geld is Macht! Waarom mogen boeren in Nederland geen gratis melk geven aan arme kinderen en moeten ze boetes betalen? |
| 253 | Geld is Macht! Is gentechnologie gevaarlijk voor kleine winkeliers/bakkers en boeren in arme landen die zelf hun voedsel verbouwen? |
| 181 | Geld is Macht! Ethische ondernemingen met smerige streken, denk eens na over "schone schijn" achter de PR? |
| 047 | Geld is Macht! Waarom deed de Raad voor de Kinderbescherming niets tegen giftig afval in houten speeltoestellen? |
| 282 | Geld is Macht! Systemen moet je altijd van binnenuit aanvallen! Henk Westbroek: "Een kleine druppel voel je niet" |
| 267 | Geld is Macht! CDA Minister Donner: "Iedere kritiek afzonderlijk is NIET gevaarlijk"! |
| 383 | Stemwijzer! Boycot de Raad voor de Kinderbescherming! STEM NIET OP CDA, Christen-Unie, SGP en VVD! Stem WEL op andere partij! |
| 290 | Drukwerk! Boycot de Raad voor de Kinderbescherming! Stuur al uw ongevraagd drukwerk DIRECT geweigerd retour! |
| 290 | Goede doelen! Boycot de Raad voor de Kinderbescherming! Geef geen geld aan collectes, andere (gesubsidieerde) goede doelen! |
| 070 | Boycot de Raad voor de Kinderbescherming! Weiger onderzoek door Raad voor de Kinderbescherming, hou ze buiten de deur! |
| 445 | Boycot de Raad voor de Kinderbescherming! Weiger onderzoek door Raad voor de Kinderbescherming, ga ook niet naar de RvdK! |
| 445 | Boycot de Raad voor de Kinderbescherming! Weiger telefoongesprekken met personeel RvdK! Gooi gelijk de hoorn op de haak! |
| 633 | Boycot de Raad voor de Kinderbescherming! Dien tegen ieder RvdK BESLUIT gelijk een bezwaarschrift in! |
| 459 | Boycot de Raad voor de Kinderbescherming! Annuleer uw abonnement op uw (gesubsidieerde) krant! Plaats ook GEEN advertenties! |
| 445 | Boycot de Raad voor de Kinderbescherming! Publiceer uw praktijkervaringen met personeel van de RvdK ook op internet! |
| 091 | Boycot de Raad voor de Kinderbescherming! Verzoek om gemeentegarantie vingerafdrukken bij nieuw paspoort of identiteitskaart! |
| 445 | Boycot de Raad voor de Kinderbescherming! Doe zelf mee met provinciale verkiezingen 2011 en verkiezingen gemeenteraad 2014! |
| PRO | De Raad voor de Kinderbescherming is een overbodig bestuursorgaan want er zijn nu ook Centra voor Jeugd en Gezin! |
CENSUUR
IN NEDERLAND ©
Groep
Hop
© Boycot RvdK
NBG
BSC
Modelbrief 91
Modelbrief 465
Oorlog op de Veluwe: (340) (425)
(459) (379)
Farizeeërs gesignaleerd!
Het verzet op internet begon op de Veluwe in 1997 (1)
(16) en daar waren ze bij de
rechtbank Zutphen niet zo blij mee. (12)
(95) (710)
(Wraking,
naam en nevenfuncties rechters)