| Raad
voor de Kinderbescherming Een uitnodiging van Jan Hop om over de volgende stelling na te denken. Geld en de waarde welk er aangehecht wordt is een illusie. Besluit men zich anderzijds op te stellen, is het terstond onbruikbaar. Het hele systeem van Nederland en elders staat of valt domweg of er voldoende 'mensen' zijn die meewerken. Is men bewust heeft men de macht. |
Ouders BOYCOT de Raad voor de Kinderbescherming
Een boycot is, in de oorspronkelijke zin, het verbreken van (handels)relaties met een land, een bedrijf of een individu. In de brede zin is het ook een verzaking om iets te doen, bijvoorbeeld een verkiezing boycotten om een statement te maken. De redenen van een boycot kunnen van politieke aard zijn of dienen om een vorm van wraak uit te oefenen of iemand te isoleren. Het woord ontstond in Ierland, waar de hardvochtige Engelse rentmeester Charles Cunningham Boycott (1832–1897) zo door zijn pachters werd gehaat, dat zij hem in 1879 volledig isoleerden.
Bekende (oproepen tot) boycots in de
geschiedenis zijn o.a.
- de oproep van de Indiase leider Mahatma Gandhi om geen Engelse producten te
kopen.
- de Montgomery-busboycot die begon in 1955 en leidde tot het einde van de
rassenscheiding in bussen.
- de olieboycot van OPEC-landen tegen westerse landen die Israël hadden
bijgestaan in de Jom Kippoeroorlog, wat in 1973 leidde tot de oliecrisis,
- en de boycot van Zuid-Afrikaanse producten ten tijde van de
apartheidspolitiek.
- de boycot van joodse winkels in Duitsland en Oostenrijk, tijdens en in de
jaren voor de Tweede Wereldoorlog.
- Olympische Spelen 1956 in Melbourne vanwege de rol van de Sovjet-Unie in de
Hongaarse opstand.
- de boycot van de Raad voor de kinderbescherming in Nederland na het ONDERONSJE
met BARRAU om Leenders/Nienhuis uit het GEZAG te
zetten. (12) (124)
(180) (445)
De Hooymans-van Oerle norm. Een kinderrechter behandelt zelf de zaken van het bestuursorgaan Raad voor de Kinderbescherming waarvan haar echtgenoot de algemeen directeur is
PER FAX EN PER POST
AAN: De Procureur-generaal Hoge Raad der
Nederlanden
Procureur-generaal,
Lange Voorhout 34 / Postbus 20303,
2500 EH 's-Gravenhage
Ermelo, 24 februari 1998.
Faxbericht 070-3617484.
Geachte heer,
Betreft:
Klacht tegen mevrouw R.H.M. Hooymans-Van Oerle
Coördinerend Vice-president Den
Bosch
Rechter-plaatsvervanger Rechtbank Den Haag
Raadsheer-plaatsvervanger Gerechtshof Den Haag
A. Hierbij dien ik een klacht in tegen bovengenoemde Rechterlijke Ambtenaar wegens belangenverstrengeling en/of schijn van belangenverstrengelingin strijd met 6 E.V.R.M. en het Procola Arrest.
B. Mevrouw Hooymans is namelijk kinderrechter en voorzitter van de Familiekamer Rechtbank Den Bosch. In die hoedanigheid behandelt zij zaken waarbij de Raad voor de Kinderbescherming als partij of als adviseur betrokken is.
C. Het probleem bij deze zaken is echter dat mevrouw Hooymans-Van Oerle tevens de echtgenote is van de Algemeen Directeur van het Landelijk Bureau Raad voor de Kinderbescherming meneer Hooymans.
De combinatie B en C is volgens mij in strijd met A, 6 EVRM en het Procola-arrest waarop mijn klacht over belangenverstrengeling en/of schijn van belangenverstrengeling gebaseerd.
Ik verzoek u maatregelen te nemen dat mevrouw R.H.M. Hooymans-Van Oerle niet meer als Rechterlijk Ambtenaar mag optreden in familiezaken of kinderstrafzaken of zaken in de bestuurssectoren waarbij de Raad voor de Kinderbescherming als partij of adviseur betrokken is.
Ik heb de President van de Rechtbank Den Bosch gevraagd maatregelen te nemen omdat er sprake is van belangenverstrengeling en partijdigheid. Natuurlijk niet informeerde de President mij en hij deed verder niets. De innige band tussen deze rechter en de Directeur van de Raad voor de Kinderbescherming acht ik echter klachtwaardig en ik verwijs daarbij naar het verschijnsel collusie.
Als u van mening bent dat er ook geen sprake is van schijn van belangenverstrengeling dan verzoek ik u een onderzoek in te stellen naar alle beschikkingen van mevrouw Hooymans van Oerle over de afgelopen vijf jaar om na te gaan hoe vaak zij in het voordeel van de Raad voor de Kinderbescherming heeft beslist en hoe vaak in het nadeel van de Raad voor de Kinderbescherming.
Als de verhouding systematisch in het voordeel is van de Raad voor de Kinderbescherming lijkt mij dat bij de Rechtbank Den Bosch bij de behandeling van zaken door mevrouw Hooymans van Oerle iets goed mis is.
Hoeveel ouders zullen hun kinderen zijn kwijtgeraakt via mevrouw Hooymans van Oerle als inderdaad conform mijn vermoeden deze rechter systematisch in het voordeel van de Raad voor de Kinderbescherming (heeft) beslist. Ik verzoek u een diepgaand onderzoek in te stellen naar deze belangenverstrengeling in strijd met 6 EVRM en het Procola arrest waarbij ik tevens verwijs naar:
Het IRM Rapport citaat pagina 21 onder 3.4 Samenvatting van paragraaf 3. De wetgever heeft als waarborgen in de wet een aantal artikelen ingebouwd. Daarmee werd beoogd de kwaliteit en openbaarheid van de rechtspraak te garanderen, evenals de onafhankelijkheid en onpartijdigheid van de rechter, kortom een zuivere rechtsgang. In de praktijk blijkt echter dat deze door de wetgever beoogde beveiligingsmechanismen stelselmatig verregaand buiten werking zijn gesteld en in ieder geval niet het beoogde effect sorteren. Wat ermee wel bereikt wordt is verdere versterking van het gesloten gildenkarakter van de rechterlijke macht. Redelijkerwijs kan de volgende conclusie getrokken worden: "ZELF-beheersing binnen het rechterlijk systeem blijkt niet of verregaand onvoldoende te werken".
Daarom heb ik deze klacht nu aan u voorgelegd. Ik verzoek u bij ongegrond of niet-ontvankelijk verklaring van deze klacht aan mij te bevestigen dat in het kader van een vervolgprocedure bij het Europees Hof voor de Rechten van de Mens ik alle mogelijkheden heb benut om deze klacht onder de aandacht van de Staat der Nederlanden te brengen, indien dat niet het geval is mij op een volgende beroepsprocedure te wijzen.
Hoogachtend,
J. Hop
Joubertstraat 24
3851 DM Ermelo
Aan de Heer J. Hop
Joubertstraat 24
3851 DM Ermelo
's-Gravenhage 11 maart 1998
Kenmerk : NO. 98-22/EvV/RK
Geachte heer Hop,
In Uw fax-brief van 24 februari 1998 klaagt U over mevrouw mr. R.H.M. Hooymans-van Oerle, Coördinerend Vice-president bij de Rechtbank te 's-Hertogenbosch wegens belangenverstrengeling en/of schijn van belangenverstrengeling. U schrijft dat mr. Hooijmans-van Oerle kinderrechter en voorzitter van de familiekamer van de Rechtbank is en dat haar echtgenoot Algemeen Directeur is van het Landelijk Bureau Raad voor de Kinderbescherming.
Zoals ik U reeds eerder in antwoord op andere door U ingediende klachten heb geschreven (onder meer bij brief van 13 augustus 1997) kunnen in het kader van de klachtregeling tegen rechters uitsluitend klachten worden ingediend door hen jegens wie de betrokken rechter zich in de uitoefening van zijn functie heeft gedragen. Uit Uw klacht blijkt niet van een gedraging door mr. Hooymans-van Oerle jegens U. Gelet hierop kan ik (ook) de thans door U ingediende klacht niet in behandeling nemen.
Ik zend de President van de Rechtbank te 's-Hertogenbosch ter kennisneming een afschrift van Uw fax-brief van 24 februari 1998 en van mijn brief van heden aan U.
De Procureur-generaal,
Ouders BOYCOT de Raad voor de Kinderbescherming
Een boycot is, in de oorspronkelijke zin, het verbreken van (handels)relaties met een land, een bedrijf of een individu. In de brede zin is het ook een verzaking om iets te doen, bijvoorbeeld een verkiezing boycotten om een statement te maken. De redenen van een boycot kunnen van politieke aard zijn of dienen om een vorm van wraak uit te oefenen of iemand te isoleren. Het woord ontstond in Ierland, waar de hardvochtige Engelse rentmeester Charles Cunningham Boycott (1832–1897) zo door zijn pachters werd gehaat, dat zij hem in 1879 volledig isoleerden.
Bekende (oproepen tot)
boycots in de geschiedenis zijn o.a.
- de oproep van de Indiase leider Mahatma Gandhi om geen Engelse producten te
kopen.
- de Montgomery-busboycot die begon in 1955 en leidde tot het einde van de
rassenscheiding in bussen.
- de olieboycot van OPEC-landen tegen westerse landen die Israël hadden
bijgestaan in de Jom Kippoeroorlog, wat in 1973 leidde tot de oliecrisis,
- en de boycot van Zuid-Afrikaanse producten ten tijde van de
apartheidspolitiek.
- de boycot van joodse winkels in Duitsland en Oostenrijk, tijdens en in de
jaren voor de Tweede Wereldoorlog.
- Olympische Spelen 1956 in Melbourne vanwege de rol van de Sovjet-Unie in de
Hongaarse opstand.
- de boycot van de Raad voor de kinderbescherming in Nederland na het ONDERONSJE
met BARRAU
om Leenders/Nienhuis uit het GEZAG te zetten. (12)
(124) (180)
(445)