Citaat: "De heer Hop was als voortrekker bezig het systeem lam te leggen. In eerste instantie werd in dit kader gebruik gemaakt van hinderlijke, maar wel legale middelen als het systematisch klagen en het systematisch om informatie vragen" Bron Regel 21, 22 en 23 Pleitnotities advocaat X overheid op de hoorzitting van het Hof van Discipline 150304.

Censuur in Nederland Š

Stockholmsyndroom

To whom it may concern

Project kinderbescherming niet meer bij rechter aan tafel

Project bijbanen rechterlijke macht op internet

Project strijd om afgifte contactjournaal gezinsvoogd

Project bijbanen bestuurders Nederlandse gemeenten op internet

Project bezwaar en beroep tegen besluiten jeugdzorg bij kinderbeschermingsmaatregelen

Project bijbanen raadsgriffier op internet

Project bijbanen gemeentesecretaris op internet

Project namen en nevenfuncties commissie bezwaarschriften op internet

Innovatief en toekomstgericht: Project 31

Project beveiliging redacteur tegen overheid en rechtersleger

 

 

De Bijlmerramp I

De Bijlmerramp II

Niet vergeten de Bijlmerramp

De laatste gesprekken tussen de bemanning van El Al 1862 en de verkeerstoren

 

Time: Source: Content:
18:27:56 CREW: El Al 1862, Mayday, Mayday, we have an emergency.
18:28:00 ATC: El Al 1862, roger. Break, KLM 237, turn left heading 090.
18:28:06 ATC: El Al 1862, do you wish to return to Schiphol?
18:28:09 CREW: Affirmative, Mayday, Mayday, Mayday.
18:28:11 ATC: Turn right heading 260, field eh ... behind you eh ... in your — to the west eh ... distance 18 miles.
18:28:17 CREW: Roger, we have fire on engine number number 3, we have fire on engine number 3.
18:28:22 ATC: Roger, heading 270 for downwind.
18:28:24 CREW: 270 downwind.
18:28:31 ATC: El Al 1862, surface wind 040 at 21 knots.
18:28:35 CREW: Roger.
18:28:45 CREW: El Al 1862, lost number 3 and number 4 engine, number 3 and number 4 engine.
18:28:50 ATC: Roger, 1862.
18:28:54 CREW: What will be the runway in use for me at Amsterdam?
18:28:57 ATC: Runway 6 in use, sir. Surface wind 040 at 21 knots, QNH 1012.
18:29:02 CREW: 1012, we request 27 for landing.
18:29:05 ATC: Roger, can you call Approach now, 121.2 for your line-up?
18:29:08 CREW: 121.2, bye bye.
18:29:08 ATC: Bye.
18:29:25 CREW: Schiphol, El Al 1862, we have an emergency, eh ... we're number t— ... eh ... 3 and 4 engine inoperative [badly readable, probably: "intending" or "returning"] landing.
18:29:32 ATC: El Al 1862, roger, copied about your emergency, contact 118.4 for your line-up.
18:29:39 CREW: 118.4, bye.
18:29:49 CREW: Schiphol, El Al 1862, we have an emergency, number 3 and number 4 engine inoperative, request 27 for landing.
18:29:58 ATC: You request 27, in that case heading 360, 360 the heading, descend to 2,000 feet on 1012, mind, the wind is 050 at 22.
18:30:10 CREW: Roger, can you say again the wind please?
18:30:12 ATC: 050 at 22.
18:30:14 CREW: Roger, what heading for Runway 27?
18:30:16 ATC: Heading 360, heading 360 and [then] give you a right turn on, to cross the localizer first, and you've got only seven miles to go from present position.
18:30:25 CREW: Roger, 36 copied.
18:31:17 ATC: El Al 1862, what is the distance you need to touchdown?
18:31:27 CREW: 12 miles final we need for landing.
18:31:30 ATC: Yeah, how many miles final ... eh correction ... how many miles track miles you need?
18:31:40 CREW: ... Flap one ... we need ... eh ... a 12 miles final for landing.
18:31:43 ATC: Okay, right right heading 100, right right heading 100.
18:31:46 CREW: Heading 100.
18:32:15 ATC: El Al 1862, just to be sure, your engines number 3 and 4 are out?
18:32:20 CREW: Number 3 and 4 are out and we have ... eh ... problems with our flaps.
18:32:25 ATC: Problem with the flaps, roger.
18:32:37 CREW: Heading 100, El Al 1862.
18:32:39 ATC: Thank you, 1862.
18:33:00 CREW: Okay, heading ... eh ... and turning, eh ... maintaining.
18:33:05 ATC: Roger, 1862, your speed is?
18:33:10 CREW: Say again?
18:33:12 ATC: Your speed?
18:33:13 CREW: Our speed is ... eh ... 260.
18:33:15 ATC: Okay, you have around 13 miles to go to touchdown, speed is all yours, you are cleared to land Runway 27.
18:33:21 CREW: Cleared to land 27.
18:33:37 ATC: El Al 1862, a right right turn heading 270 adjust on the localizer, cleared for approach.
18:33:44 CREW: Right, right 270.
18:34:18 ATC: El Al 1862, you're about to cross the localizer due to your speed, continue the right turn heading 290, heading 290, 12 track miles to go, 12 track miles to go.
18:34:28 CREW: Roger, 290.
18:34:48 ATC: El Al 1862, further right, heading 310, heading 310.
18:34:52 CREW: 310.
18:34:58 ATC: El Al 1862, continue descent 1,500 feet, 1,500.
18:35:03 CREW: 1,500, and we have a controlling problem.
18:35:06 ATC: You have a controlling problem as well, roger.
18:35:25 CREW: Going down 1862, going down, going down, copied going down. [Background: "Raise all the flaps, all the flaps raise, lower the gear."]
18:35:47 ATC: Yes, El Al 1862, your heading [The woman says: I't of no use he crashed, I see one big fire above Amsterdam. After this the tower alarms the firemen.]

 

 

 

Censuur in Nederland! Van Bijlmerramp via internetsites naar de vuurwerkramp (309)

Ik ontmoette recent een brandweerman, hij kende mij niet. Hij wist dus niet dat ik de auteur was van de website "Censuur in Nederland". Uit zichzelf begon hij in het gezelschap waar ik was over de Bijlmerramp, de Vuurwerkramp en de brand in Volendam. Hij vertelde dat vijf van de zes bemanningsleden van de eerste brandweerauto op de rampplek inmiddels zijn overleden en de zesde ernstig ziek is? Er een opstand is geweest van brandweerlieden in Amsterdam tegen de doofpot "lading El Al 1862 in relatie tot gezondheidsproblemen" welke opstand door hun Officieren is onderdrukt?

Deze brandweerman vertelde mij ook dat het onmogelijk is dat de vuurwerkramp in Enschede veroorzaakt is door opgeslagen vuurwerk. Volgens hem was er in Enschede in het geheim metaalhoudende munitie opgeslagen. Dit was bij de brandweer niet bekend en toen er met water geblust werd gaf dat de grote klap waarbij ook brandweermensen zijn omgekomen. Er overlijden nu nog steeds (brandweer)mensen ten gevolge van de Bijlmerramp vertelde hij. 

Effe checken dacht ik bij een hulpverlener die ik ken. Hij bevestigde deze verhalen die in het hulpverleningscircuit rond gaan. Ik dacht waarom heb ik daar nooit iets over in de reguliere media gelezen? Hoeveel brandweerlieden en burgers overlijden er in Nederland tijdens of na een brand afgedekt door allerlei overheden en (lokale) politiek?

Zou de grove leugen van de overheid en politiek bij de Bijlmerramp "lading El Al 1862 in relatie tot gezondheidsproblemen" zijn? Met welke normen, werkwijze en methodes worden burgers die getroffen zijn door de Bijlmerramp door de overheid en politiek belazerd.

 

 

Censuur in Nederland! De redacteur van de website heeft een leuk vraagje voor Parlement en media

Welke vorm van communicatie is nooit onderzocht na de Bijlmerramp en een goed bewaard geheim gebleven?

 

 

Censuur in Nederland! De redacteur van de website heeft een leuk vraagje voor Parlement en media

Hoe is het de honden en katten vergaan die na de Bijlmerramp in dit gebied verbleven?

 

 

Censuur in Nederland! De redacteur van de website heeft een leuk vraagje voor Parlement en media

Hoeveel kinderen afkomstig uit het gebied na de Bijlmerramp zijn inmiddels onder toezicht gesteld en uithuis geplaatst? Waarom eigenlijk?

 

 

 

Chronologisch overzicht van activiteiten op basis van gegevens van logboeken gebruikt door de brandweerkorpsen van Amsterdam, Schiphol, Flevoland en Gooi- en Vechtstreek, alsmede van de GG&GD, Rode Kruis en het beleidscentrum in het Stadhuis

 

Zondag 4 oktober 1992.

10.43       511 UIT HULPVERLENING GOVERT FLINCKSTRAAT 176
11.04       511 INGERUKT HULPVERLENING GOVERT FLINCKSTRAAT
11.09       522 UIT HULPVERLENING JOOS BANCKERSWEG 26 
11.28       522 INGERUKT HULPVERLENING JOOS BANCKERSWEG 
11.51       532 UIT BUITENBRAND LAANWEG T/O 52     
12.09       512 UIT HULPVERLENING MAASSLUISSTRAAT 404
12.15       532 INGERUKT BUITENBRAND LAANWEG 
            542 UIT HULPVERLENING DEVELSTEIN NAAST 828
12.20       512 INGERUKT HULPVERLENING MAASSLUISSTRAAT
12.30       542 INGERUKT HULPVERLENING DEVELSTEIN 
12.58       542 544 557 UIT BRAND HAAG EN VELD 520
13.06       542 544 557 INGERUKT KLEINE BRAND HAAG EN VELD
14.45       521 UIT HULPVERLENING BILDERDIJKSTRAAT 33
15.03       521 INGERUKT HULPVERLENING BILDERDIJKSTRAAT
16.29       543 UIT BUITENBRAND COPERNICUSSTRAAT VOOR 40
16.37       522 512 553 UIT BRAND WILLEM ROELOFSSTRAAT
16.42       543 INGERUKT BUITENBRAND COPERNICUSSTRAAT
16.43       522 512 553 INGERUKT NIETS TE DOEN WILLEM ROELOFSSTRAAT
16.52       511 541 551 556 UIT BRAND AMSTELDIJK 67
16.57       543 UIT BUITENBRAND WIBAUTSTRAAT VOOR 184
17.04       511 541 551 556 INGERUKT NIETS TE DOEN AMSTELDIJK
17.06       521 552 UIT HULPVERLENING CONCERTGEBOUWPLEIN 7-9
            543 INGERUKT BUITENBRAND WIBAUTSTRAAT
17.07       543 UIT HULPVERLENING MIDDENWEG VOOR 494
17.13       542 544 UIT BUITENBRAND WETHOUDER IN 'T VELDSTRAAT T/O 100   
17.18       543 INGERUKT HULPVERLENING MIDDENWEG
17.23       534 UIT HULPVERLENING HET BREED 827
17.25       521 552 INGERUKT HULPVERLENING CONCERTGEBOUWPLEIN
            522 UIT BUITENBRAND AZIEHAVENWEG T/O PAAL 2269
17.33       542 544 INGERUKT BUITENBRAND WETHOUDER IN 'T VELDSTRAAT      
17.35       542 UIT HULPVERLENING KEMPERING NAAST 18
17.38       522 INGERUKT BUITENBRAND AZIEHAVENWEG
17.43       542 INGERUKT HULPVERLENING KEMPERING
18.00       511 541 551 UIT BRAND DORA TAMANAPLEIN NAAST 27
18.02       544 UIT HULPVERLENING HOFGEEST NAAST 76
18.12       534 INGERUKT HULPVERLENING HET BREED
18.15       511 541 551 INGERUKT KLEINE BRAND DORA TAMANAPLEIN
18.22       VERTREK VAN DE BOEING-747-258F REG. 4X-AXG VAN EL-AL, VLUCHTNR. LY-1862 
            VANAF BAAN 01L SCHIPHOL 
18.25       544 INGERUKT HULPVERLENING HOFGEEST
18.27       EL-AL VLIEGTUIG MELDT BRAND IN MOTOR 3 EN WIL TERUGKEREN NAAR SCHIPHOL
            INTERN ALARM OP SCHIPHOL BRANDWEER SCHIPHOL POST RIJK MET 1 RIV EN 2 CT NAAR BAAN 06
18.28.11    INTERN GROOT ALARM OP SCHIPHOL
18.28.50    BRANDWEER SCHIPHOL POST SLOTEN MET 1 RIV EN 2 CT NAAR BAAN 27, 
            OOK POST RIJK NAAR BAAN 27
18.29       ALARMMELDING AC HILVERSUM: VANUIT BUSSUM WORDT GEZIEN DAT UIT EEN 
            VLIEGTUIGMOTOR VLAMMEN KWAMEN
18.32       ALARMMELDING AC HILVERSUM: VANUIT DE JACHTHAVEN NAARDEN WORDT GEZIEN DAT ER 
            IETS NEERSTORT 
18.32.00    544 BUITEN DIENST I.V.M. DEFECTE VERSNELLINGSBAK
18.33       ALARMMELDING AC HILVERSUM: MELDING DAT EEN VLIEGTUIGJE BOVEN HET NAARDERBOS 
            IS NEERGESTORT 
18.33.20    MELDING BRANDWEER SCHIPHOL AAN CPA: PARAAT VLIEGTUIG, BOEING-747
18.33.50    920 VERZOEKT TOESTEMMING TE ORIENTEREN
18.34       ALARMMELDING RP AMSTERDAM: VANAF HET BENZINESTATION A-1 IS GEZIEN DAT STUKKEN VAN 
            EEN VLIEGTUIG VALLEN. POLITIE NAARDEN BEVESTIGT AAN AC HILVERSUM DAT EEN ONBEMAND
            VLIEGTUIGJE IS NEERGESTORT IN HET NAARDERBOS
            AC HILVERSUM ALARMEERT BRANDWEER NAARDEN IVM EEN MOGELIJK BRANDENDE BOOT IN DE
            JACHTHAVEN
18.34.08    EL-AL VLIEGTUIG ZET DALING IN BOVEN WEESP
18.34.40    PIKETMONTEUR GEINFORMEERD OVER 544
18.35       AC HILVERSUM STUURT EEN AMBULANCE NAAR DE JACHTHAVEN NAARDEN 
            BRANDWEER ALMERE ZIET TIJDENS EEN BLUSSING OP HET MUIDERZAND ONDERDELEN VAN EEN
            VLIEGTUIG VALLEN 
            POLITIE HUIZEN MELDT AAN AC HILVERSUM DAT EEN GROOT VLIEGTUIG BRAND IN DE STAART HEEFT 
18.35.08    EL-AL VLIEGTUIG HELT BOVEN GAASPERPLAS NAAR RECHTS OVER      
18.35.30    MELDING BRANDWEER SCHIPHOL AAN AC: WE HEBBEN INTERN GROOT ALARM VOOR EEN BOEING 747 
            VAN EL-AL 
18.35.35    EL-AL VLIEGTUIG MELDT 'GOING DOWN, GOING DOWN' EN VERDWIJNT VAN DE RADAR 
18.35.40    EERSTE PORTOFOONMELDING OVER NEERGESTORT VLIEGTUIG IN HET POLITIEDISTRICT 7 (ZUIDOOST)
18.35.50    ALLE POLITIE-EENHEDEN DISTRICT 7 OPGEROEPEN NAAR K-ZONE TE GAAN
18.36       AC HILVERSUM MELDT AAN LUCHTHAVEN SCHIPHOL EEN GEVALLEN MOTOR
            BRANDWEER NAARDEN MET DRIE VOERTUIGEN UIT NAAR DE JACHTHAVEN 
18.36.00    MELDING VAN KAZERNE A AAN AC: HIER VLAKBIJ STORT EEN VLIEGTUIG NEER BIJ EEN FLATGEBOUW
            POLITIE 7-13 MELDT MOBILOFONISCH AAN CMK EEN NEERGESTORTE BOEING-747 IN DE K-ZONE 
18.36.10    ALARMMELDING AC: ER IS EEN VLIEGTUIG NEERGESTORT BIJ KONINGSHOEF/KRAAIENEST ACHTER
            KRUITBERG MELDING VLIEGTUIGCRASH VAN MELDKAMER RP AAN CMK AMSTERDAM VIA HET
            MOBILOFOON-INRAPNET 
18.36.15    OVD (HAC) GEEFT AC OPDRACHT OM DE SCHUIMBLUSCONTAINERS METEEN MEE TE ZENDEN, DE
            COMMANDANT TE WAARSCHUWEN EN DE KORPSEN IN DE REGIO MEDE TE ALARMEREN 
18.36.20    MELDING BRANDWEER SCHIPHOL AAN CPA: INTERN GROOT ALARM VOOR EEN BOEING-747 
            ALARMMELDING AC: ER IS EEN VRESELIJKE ONTPLOFFING HIER BIJ DE METRO AAN DE VERRIJN
            STUARTWEG  
            ALARMMELDING AC: ER IS EEN VLIEGTUIG NEERGESTORT HIER VLAKBIJ IN DIEMEN - NIET TE ZIEN
            WAAR HET IS
18.36.30    1E ALARMMELDING 06-11 AAN CPA VAN EEN NEERGESTORT VLIEGTUIG  
18.36.40    ALARMMELDING AC: EEN GIGANTISCHE ONTPLOFFING VANAF DE BONTVAARTHOFT RICHTING NIJSSELHOF
            EN SNELWEG
            POLITIE 7-12 VERZOEKT ASSISTENTIE UIT DE STAD OM ALLE WEGEN IN DE OMGEVING AF TE
            SLUITEN
18.36.50    591 MET OVD (HAC) UIT - AANRIJROUTE: GOOISEWEG, DAALWIJKDREEF, ELSRIJKDREEF,
            BIJLMERDREEF, 'S-GRAVENDIJKDREEF, KARSPELDREEF, GROESBEEKDREEF 
            ALARMMELDING AC: ER IS EEN HELE GROTE BRAND BIJ GROENEVEEN IN DE BIJLMER    
            CONTACT TUSSEN AC EN CPA: GEEN NADERE LOKATIE BEKEND DAN BIJ DE GAASPERDAMMERWEG IN 
            DE BIJLMERMEER
18.37       AC ALMERE MELDT AAN AC HILVERSUM DAT ER EEN EXPLOSIE IN DE LUCHT IS GEZIEN 
            ALARMMELDING AC HILVERSUM: PERSONEELSLID VAN DE BRANDWEER MELDT EEN LAAGVLIEGEND
            TOESTEL IN WEESP. EERSTE AMBULANCE GG&GD UITGERUKT          
18.37.10    POLITIE-EENHEID MELDT MOBILOFONISCH AAN CMK DAT DE LOKATIE TUSSEN GOOIOORD EN
            KIKKENSTEIN IS
18.37.20    ALARMMELDING AC: IK HEB NET EEN VLIEGTUIG NEER ZIEN STORTEN ACHTER KOORNHORST
            HIERNA VOLGEN 20 ALARMMELDINGEN AAN DE AC VOOR DIVERSE LOKATIES 
18.37.30    ALARMERING KAZERNE A: 542 NAAR VLIEGTUIGONGEVAL VERRIJN STUARTWEG
18.37.40    POLITIE 7-12 KRIJGT VAN CMK IN EERSTE INSTANTIE DE LEIDING   
18.37.45    POLITIE 7-12 MELDT 'TROEP' IN DE LUCHT EN ADEMPROBLEMEN      
18.38.00    990 UIT                                 
            TELEFONISTE 06-11 AAN CPA: VOLGENDE MELDINGEN VAN HET VLIEGTUIGONGEVAL WORDEN NIET 
            MEER DOORGEGEVEN
            ALARMERING ALLE GROEPEN DIEMEN: ALLE VOERTUIGEN NAAR VERRIJN STUARTWEG VOOR EEN
            NEERGESTORT VLIEGTUIGJE
            MELDING CMK POLITIE AAN AC: VLIEGTUIG NEERGESTORT IN DE BIJLMER, MEER KUNNEN WE 
            NOG NIET ZEGGEN
18.38.20    542 UIT - DE AC LICHT TOE DAT ER BIJ DE VERRIJN STUARTWEG EEN VLIEGTUIG NEERGESTORT 
            ZOU ZIJN - BM. KOPER MELDT DAT HIJ HET VLIEGTUIG ZAG NEERSTORTEN VANUIT DE KANTINE 
            VAN DE KAZERNE EN ADVISEERT 'ALLES TE STUREN WAT JE OVER HEBT' 
18.38.30    557 UIT          
18.38.50    TELEFONISTE 06-11 AAN AC: VOLGENDE MELDINGEN VAN HET VLIEGTUIGONGEVAL WORDEN NIET 
            MEER DOORGEGEVEN
            MELDING VAN DE BRANDWEER SCHIPHOL: WE HEBBEN BERICHT DAT HET VLIEGTUIG IN DE REGIO
            GECRASHT IS - WE HEBBEN NOG GEEN NADERE GEGEVENS, MAAR STUREN ZO SNEL MOGELIJK BERICHT 
18.39       MELDING CMK POLITIE AAN CPA: LOKATIE CRASH VERRIJN STUARTWEG 
18.39.30    CDT DIEMEN (HEERE) MELDT ZICH PER PORTOFOON EN KRIJGT HET BERICHT DAT ALLE VOERTUIGEN
            NAAR DE VERRIJN STUARTWEG MOETEN VOOR HET NEERSTORTEN VAN EEN VLIEGTUIG - ER ZIJN NOG 
            GEEN NADERE GEGEVENS
18.39.40    ALARMERING KAZERNES P, M EN H: 920, 567, 564 EN 573 NAAR DE VERRIJN STUARTWEG BIJ
            DIEMEN
18.40       BRANDWEER ALMERE MELDT AAN ZIJN AC DAT ER GEEN ONDERDELEN IN FLEVOLAND TERECHT ZIJN
            GEKOMEN
18.40.20    TELEFONISCH VERZOEK AAN DE AC OM HULP IN VERBAND MET EEN ONDERGELOPEN BOOTJE OP DE
            WESTEINDERPLAS - KAN NIET WORDEN BEHANDELD
18.40.50    564 567 920 UIT         
18.40.55    542 TER PLAATSE
18.41.00    MELDING CPA AAN AC: UITWISSELING GEGEVENS         
            ALARMERING KAZERNES W EN V: 541 EN 543 NAAR DE VERRIJN STUARTWEG
18.41.10    HBO (VERHEUL) MELDT ZICH TELEFONISCH - GEDIRIGEERD NAAR INCIDENT  
18.41.20    KAZERNE R MELDT ZICH - WIL GRAAG MAAR KAN NIET UITRUKKEN     
18.41.30    543 UIT 
18.41.35    573 UIT 
18.41.40    541 UIT 
            VOORLICHTSTER BRANDWEER (SMOLDERS) MELDT ZICH TELEFONISCH - GEDIRIGEERD NAAR INCIDENT
18.41.45    597 UIT 
18.42.00    542 NADERBERICHT BM. KOPER: 'DE VERRIJN STUARTWEG KUN JE VERGETEN. HET IS GEWOON IN DE
            BIJLMERMEER. HET IS IN DE OMGEVING VAN KRUITBERG. HIER BEGINNEN WE MET DE BLUSSING. 
            HIER IN DE OMGEVING BRANDT ZO'N BEETJE ALLES.' DE AC ANTWOORDT: 'JA, WE HEBBEN ZOVEEL
            MOGELIJK GESTUURD EN JIJ ZEGT DIT IS KRUITBERG MAAR IK HEB OOK GROENEVEEN GEHOORD, OVER.'
            542 ANTWOORDT: 'JA DIE FLATS ZIEN ELKAAR. DE HELE FLAT DIE IK NOU ZIE STAAT HELEMAAL 
            IN DE BRAND' COMMANDOWAGEN POLITIE AMSTERDAM UITGERUKT 
18.42.20    ALARMERING POST DRIEMOND 
18.43       BURGEMEESTER INGELICHT DOOR AFD. VOORLICHTING SECRETARIE     
18.43.00    547 UIT       
18.43.13    920 VERZOEKT OPSTELPLAATS - GEDIRIGEERD NAAR KRUITBERG/GROENEVEEN 
18.43.40    ALARMERING KAZERNES L EN M: 513 EN 533 NAAR KRUITBERG
18.43.50    ALARMERING KAZERNE W: 556 NAAR KRUITBERG 
18.44.00    543 VERZOEKT NADERE AANDUIDING - GEDIRIGEERD NAAR GROENEVEEN 
18.44.20    542 VERZOEKT DE VOERTUIGEN VIA DE GROESBEEKDREEF TE STUREN   
18.44.30    BERICHT AAN ALLE VOERTUIGEN: AANRIJDEN VIA DE GROESBEEKDREEF 
18.44.40    556 UIT  
18.44.50    513 UIT
18.45       545 548 588 MET 589 UIT           
            CDT REGIO FLEVOLAND (V.RIEL) EN DIRECTEUR GGD MELDEN ZICH BIJ DE BRANDWEERKAZERNE 
            IN ALMERE
            DOOR CPA ALLE EERSTE-HULPZIEKENHUIZEN INGELICHT IN AMSTERDAM, ZAANSTREEK EN WATERLAND
18.45.10    533 UIT
18.45.20    PCU (TE BOEKHORST) MELDT ZICH TELEFONISCH: KOMT NAAR DE AC
18.45.50    542 VERZOEKT VOERTUIGEN NAAR DE ANDERE KANT VAN DE FLAT TE STUREN EN AF TE LATEN LEGGEN
            OP OPEN WATER
            597 TER PLAATSE: CDT HEERE VERZOEKT VOERTUIGEN VAN DIEMEN VIA DE ANDERE ZIJDE AAN 
            TE RIJDEN
18.46       BRANDWEER NAARDEN MELDT AAN AC HILVERSUM DAT ER ALLEEN BROKSTUKKEN GEVONDEN ZIJN 
            IN NAARDEN
18.46.30    OVD AMSTELVEEN (CDT HEIDEMA) VAN AMSTELVEEN MELDT ZICH PER MOBILOFOON - WORDT NAAR 
            DE TELEFOON VERWEZEN
18.47       AC HILVERSUM ZOEKT CONTACT MET RIJKSPOLITIE SCHIPHOL, DIE MELDING MAAKT VAN DE CRASH 
            IN DE BIJLMER
            HC VAN POLITIE INFORMEERT DE BURGEMEESTER
18.47.00    542 NADERBERICHT BM. KOPER: 'DE AUTOSPUIT ANTON STAAT HIER BIJ KRUITBERG. WE STAAN NOG
            STEEDS ALLEEN EN ZOIETS HEB JE NOG NOOIT VAN JE LEVEN GEZIEN. MAAR STUUR ALSTUBLIEFT 
            NIET N MAAR EEN STUK OF TIEN AUTOSPUITEN.' AC ANTWOORDT: 'ALLES WAT WE 
            HEBBEN RIJDT: AUTOSPUITEN, SCHUIMTREIN, DE HELE MIKMAK IS ONDERWEG.IK NEEM AAN DAT HET 
            ZEER GROTE BRAND IS?, OVER.' 
            542 ANTWOORDT: 'NOU ZO GROOT HEB IK HEM NOG NOOIT GEZIEN.' 
            AC VRAAGT: 'EN NOG EVEN, WAT VOOR EEN VLIEGTUIG IS HET, IS HET EEN BOEING?, OVER'. 
            542 ANTWOORDT: 'DAT IS NIET MEER NA TE GAAN. ER STAAN HIER VEERTIG, VIJFTIG ľ ZESTIG 
            FLATS VOLOP IN DE GLORIE. NOU, ER LIGT HIER ZOIETS ALS EEN VLIEGTUIG, DAT IS HET, OVER.'
            559 583 UIT
18.48       EERSTE AMBULANCE TER PLAATSE BIJLMERDREEF/GROESBEEKDREEF
18.48.10    557 EN 543 TER PLAATSE
18.48.15    COMMANDANT VAN DIENST, HBP (BIJLSMA), MELDT ZICH TELEFONISCH - KOMT NAAR DE AC
18.48.20    990 VERZOEKT DE AC CRASHTRUCKS VAN DE BRANDWEER SCHIPHOL TE LATEN KOMEN
18.48.30    HAC VERZOEKT DE AC OM DE RVHV EN ZOVEEL MOGELIJK OFFICIEREN TE ALARMEREN
18.49       596 MET CVD (HBP) UIT
            TWEEDE AMBULANCE TER PLAATSE
18.49.20    597 NADERBERICHT CDT HEERE: IK BEN TER PLAATSE, HET IS ZEER GROTE BRAND
18.49.40    CDT (ERNST) MELDT ZICH TELEFONISCH - KOMT NAAR AMSTERDAM EN IS PER AUTOTELEFOON
            BEREIKBAAR
18.49.45    ALARMERING ALLE GROEPEN RVHV
18.50       598 (VC-WAGEN) EN 2 MATERIAALAMBULANCES GG&GD UITGERUKT
18.50.20    CDT HEIDEMA MELDT ZICH TELEFONISCH AAN AC - AMSTELVEEN WORDT VERZOCHT STAND-BY 
            TE BLIJVEN 
18.50.48    990 VERZOEKT AC DE POLITIE TE VRAGEN OM DE WEGEN AF TE ZETTEN
18.51       MELDKAMER AVD DRIEBERGEN MELDT AAN AC HILVERSUM DAT DE CRASH IN DE BIJLMER HEEFT
            PLAATSGEVONDEN
18.51.00    591 TER PLAATSE - NADERBERICHT HAC: 'HET BRANDT HIER OP EEN HELEBOEL PLAATSEN IN 
            DE BIJLMER. BEGIN MAAR ZO VEEL MOGELIJK VOERTUIGEN UIT DE REGIO NAAR OPSTELPLAATSEN 
            HIER NAAR TOE TE BRENGEN. BEGIN OOK MAAR ALVAST TE KIJKEN OF HET MOGELIJK IS OM IN 
            IEDER GEVAL UIT DE REGIO'S HIER OMHEEN, OVERAL VIER AUTOSPUITEN TE KRIJGEN'
            967 (BAANEN RVHV) VERZOEKT DE AC DE RVHV OP TE LATEN KOMEN OP DE OCTAANWEG
18.51.10    HR KOLLMERS (ABJZ) MELDT ZICH TELEFONISCH AAN AC: HIJ ZAL DE BURGEMEESTER INFORMEREN 
18.51.20    VERKEERSDIENST POLITIE AMSTERDAM IN ZIJN GEHEEL UITGERUKT
18.51.30    AVD RP IS BEZIG GAASPERDAMMERWEG (A-9) GEHEEL AF TE SLUITEN
18.51.40    HERHALINGSALARMERING RVHV: OPKOMSTPLAATS IS DE OCTAANWEG
18.51.50    551 UIT
18.52       AC HILVERSUM ZENDT 2 AMBULANCES NAAR AMSTERDAM VIA A1-A9
            DERDE AMBULANCE TER PLAATSE FLIERBOSDREEF - GEEFT AAN CPA BERICHT DAT HET 
            EEN VRACHTVLIEGTUIG BETREFT
            EERSTE LEDEN SIGMA-TEAM EN VERBINDINGSDIENST GEARRIVEERD BIJ HET RODE KRUIS-KANTOOR
            RAPENBURG  
            CDT EN HR. KOLLMERS (ABJZ) ADVISEREN DE BURGEMEESTER EEN RAMPVERKLARING AF TE GEVEN 
            DE BURGEMEESTER GEEFT (MONDELING) EEN RAMPVERKLARING AF
            OP HET STADHUIS WORDT HET BELEIDSCENTRUM INGERICHT
18.52.10    POLITIE RICHT COORDINATIEPUNT IN GROESBEEKDREEF/BIJLMERDREEF
18.52.30    POLITIE BUSSUM 1-02 MELDT ZICH TER PLAATSE KRALENBEEK
18.53       VIERDE EN VIJFDE AMBULANCE TER PLAATSE
18.53.00    AC VERZOEKT AAN BRANDWEER SCHIPHOL TWEE CRASHTRUCKS - DEZE ZIJN AL ONDERWEG - DOOR
            BRANDWEER SCHIPHOL WORDT BEVESTIGD DAT HET EEN VRACHTVLIEGTUIG BETREFT  
18.53.10    POLITIE 7-23 MELDT AAN CMK DAT DELEN VAN DE METROLIJN BESCHADIGD ZIJN EN LOS HANGEN
18.53.20    597: CDT HEERE VERZOEKT OM EXTRA VOERTUIGEN AAN DE DIEMENSE ZIJDE VAN DE FLATGEBOUWEN
18.54.00    MELDING BRANDWEER SCHIPHOL: DE CRASHTRUCKS STAAN IN DE LUS VAN DE A-2 NAAR DE A-9 
18.54.30    542: BM. KOPER VRAAGT OF AAN DE ANDERE ZIJDE VAN DE FLAT OOK VOERTUIGEN STAAN - 
            DIT WORDT BEVESTIGD
18.54.40    ALARMERING DIVERSE GROEPEN IN DE REGIO
18.55       AMBULANCE 89 ZVV BROEDER DE VRIES HILVERSUM UIT
            ZESDE AMBULANCE TER PLAATSE 
18.56.10    ALARMERING KORPS LANDELIJK NOORD
18.56.20    CDT OUDER-AMSTEL (PFUNDT) STELT HET GEHELE POTENTIEEL BESCHIKBAAR - WORDT GEDIRIGEERD
            NAAR KAZERNE A
18.56.50    VERZOEK AC AAN DE POLITIE: ZOVEEL MOGELIJK HET GEBIED AFZETTEN
18.57       AMBULANCE 92 ZVV BROEDER DE VRIES HILVERSUM UIT
18.57.00    PIKETCHEF POLITIE (00-02) TER PLAATSE GROESBEEKDREEF
18.57.40    632 UIT - GEDIRIGEERD NAAR KAZERNE A
18.57.55    CDT MELDT ZICH TELEFONISCH, VERZOEKT INFORMATIE EN EEN MOTORAGENT OP A-2
18.58       CRASHTRUCKS BRANDWEER SCHIPHOL TER PLAATSE
18.58.10    535 UIT 
18.59       598 (VC-WAGEN GG&GD) TER PLAATSE
18.59.20    2E OFFICIER VAN DIENST, PTD (STEIN) MELDT ZICH TELEFONISCH
18.59.40    AC VERZOEKT 990 OVER TE GAAN OP MOBILOFOONKANAAL 10
18.59.50    591 NADERBERICHT OVD: HET BRANDT OOK NOG OP EEN AANTAL ANDERE PLAATSEN EN DE 
            VC-WAGEN ZIT VAST 
18.59.55    566 UIT
19.00       587 STAND-BY
            EERSTEN VAN IN TOTAAL 105 MAN RVHV OPGEKOMEN OP DE OCTAANWEG. TWEE REDDINGSPELOTONS
            WORDEN GEVORMD
            IN FLEVOLAND WORDEN EEN BRANDBESTRIJDINGSPELOTON GEFORMEERD EN VIER AMBULANCES
            GEREEDGEHOUDEN
19.00.55    631 MET 669 UIT (TOTAAL AANTAL BLUSEENHEDEN: 11)
19.01.00    683 MET 662 687 692 UIT      
19.02       598 VERZOEKT AAN CPA OM INZET LOTT EN SIGMA-TEAM
            OPDRACHT VAN CPA AAN DE AMBULANCE BIJ KIKKENSTEIN: MAAK EEN GEWONDENNEST
            TWEE GEWONDEN WORDEN AFGEVOERD NAAR OLVG
19.02.00    597: CDT HEERE VERZOEKT POLITIE-ASSISTENTIE BIJ KRUITBERG
19.04.00    632 NAAR KRUITBERG GEDIRIGEERD
19.04.20    MELDING BRANDWEER SCHIPHOL AAN AC: VERIFICATIE GEGEVENS
19.04.40    990 STAAT OPGESTELD EN MELDT ZICH IN
            DOOR GG&GD WORDT AAN DE POLITIE VERZOCHT HET PARK TE ONTRUIMEN EN PAALTJES OP 
            DE PADEN OM TE TRAPPEN
19.04.50    MELDING AVD RIJKSPOLITIE AAN AC: DE A2 EN A9 ZIJN VOOR HET HELE VERKEER AFGESLOTEN
19.05       COMMANDANT SIGMA (GRAS) MELDT SIGMA-TEAM KLAAR VOOR UITRUKKEN
19.05.10    632 TER PLAATSE OP A
19.05.20    631 683 692 TER PLAATSE OP A - RIJDEN DOOR NAAR KRUITBERG
19.06       DIERENAMBULANCE AMSTERDAM BIEDT ZICH AAN BIJ CPA
19.06.40    591 VERZOEKT 991 TE ALARMEREN EN TE DIRIGEREN NAAR KAZERNE A 
            COMMANDOWAGEN POLITIE (B-00) TER PLAATSE
19.07.40    ALARMERING 991 ZWANENBURG
19.08.04    BURGEMEESTER DIEMEN MELDT ZICH TELEFONISCH AAN AC - VERZOEKT INFORMATIE
19.08.30    990 SCHAKELT OVER NAAR MOBILOFOONKANAAL 6
19.09.10    POLITIE B-00 (COMMANDOWAGEN) OPERATIONEEL
19.09.20    MELDING RIJKSLUCHTVAARTDIENST AAN 990: HET TOESTEL HAD NOG BETREKKELIJK VOLLE
            KEROSINETANKS
19.10       MELDKAMER RODE KRUIS AMSTERDAM OP RAPENBURG OPERATIONEEL
            MATERIAALAMBULANCE 1 GG&GD TER PLAATSE
            11 AMBULANCES TER PLAATSE
            BURGEMEESTER ARRIVEERT IN HET BELEIDSCENTRUM (BC)
19.10.20    MELDING BRANDWEER SCHIPHOL: HET TOESTEL HEEFT GEEN GEVAARLIJKE GOEDEREN AAN BOORD
19.10.30    CRASHTRUCKS SCHIPHOL WORDEN OPGESTELD
19.11.00    990 VERZOEKT NOG TWEE AUTOSPUITEN OVER DE KARSPELDREEF
            632 VANAF KAZERNE A VIA DE KARSPELDREEF UIT
19.11.20    POLITIE HEEFT TAXI'S EN GVB-BUSSEN BESCHIKBAAR OP DE GOOISEWEG
19.12.20    991 UIT NAAR KAZERNE A
19.12.40    PAC (JASPERS) MELDT ZICH TELEFONISCH - KOMT NAAR DE AC
19.14       AMBULANCE 87 ZVV BROEDER DE VRIES HILVERSUM UIT
19.14.00    990 MELDT ZICH TELEFONISCH BIJ AC - OPGAVE VAN DE AANWEZIGE VOERTUIGEN
19.14.30    AMC MELDT AAN CPA DAT RAMPENOPVANGPLAN IN WERKING IS
19.15       AZVU MELDT AAN CPA DAT RAMPENOPVANGPLAN IN WERKING IS
            EEN GEWONDE AFGEVOERD NAAR AMC
            MATERIAALAMBULANCE 2 GG&GD TER PLAATSE
            PCU EN HBP GELIJKTIJDIG OP KAZERNE N (IJTUNNEL GEARRIVEERD) - NA OVERLEG WORDT 
            BESLOTEN DAT HBP NAAR HET RAMPTERREIN GAAT EN PCU NAAR HET RCC
19.15.15    CDT FLEVOLAND (VAN RIEL) BIEDT AAN AC EEN BRANDBESTRIJDINGSPELOTON EN AMBULANCES AAN 
            - BLIJFT STAND-BY
            LCC (LANDELIJK COORDINATIECENTRUM) VERZOEKT AC OM INFORMATIE
19.16        598: SITRAP AAN CPA: 747 TEGEN FLAT GEBOTST, ONBEKEND AANTAL SLACHTOFFERS - FLATS 
            STAAN IN BRAND
19.18.30    990 GEEFT NAMENS HAC EERSTE SITRAP AAN AC: SITUATIE ONOVERZICHTELIJK
19.19.40    566 TER PLAATSE OP A
19.20       592 UIT MET PTD (2E OFFICIER VAN DIENST)
            REGIONALE BRANDWEER GOOI EN VECHTSTREEK VORMT EEN OPERATIONEEL TEAM EN START DE
            COMMANDOKAMER OP
            EERSTE AMBULANCEPOOL INGERICHT OP HET RAMPTERREIN
            SIGMA-TEAM ONDERWEG NAAR RAMPTERREIN VANAF RAPENBURG
            CPA VERZOEKT CPA UTRECHT OM BIJSTAND - ER WORDEN 3 AMBULANCES GEZONDEN
19.20.00    BRANDWEER AMSTELVEEN BIEDT ZICH AAN - BLIJFT STAND-BY
            PCU OP AC GEARRIVEERD, RCC WORDT IN GEBRUIK GENOMEN
19.20.40    990 VERZOEKT KOFFIE, BROODJES ENZ.
19.21.10    990 VERZOEKT HULPVERLENINGSCONTAINER 
19.22       598: 2E SITRAP AAN CPA: HOU REKENING MET VEEL SLACHTOFFERS, DE SITUATIE IS NOG 
            ZEER ONOVERZICHTELIJK
            AMBULANCE 85 GGD GOOI EN VECHTSTREEK UIT
19.22.30    632 TER PLAATSE OP HET MAAIVELD - GAAT EERST EHBO VERLENEN AAN BRANDWONDENSLACHTOFFERS
19.23       AC HILVERSUM BIEDT CPA 7 AMBULANCES AAN
            AMBULANCE 88 ZVV BROEDER DE VRIES HILVERSUM UIT
            EERSTE MELDING OP TELEVISIE DOOR AMERIKAANSE ZENDER CNN
19.24.30    PCU AAN CDT: BETREFT CA. 47 FLATS IN DE KNIK VAN KRUITBERG EN GROENEVEEN - VOLGENS 
            DE WONINGBOUWVERENIGING WONEN ER ZO'N 100-150 PERSONEN IN DE GETROFFEN FLATS
            506 UIT NAAR KAZERNE N OM 992 OP TE HALEN
19.25       TWEEDE AMBULANCEPOOL INGERICHT GROESBEEKDREEF
            LOTT-TEAM AZVU UITGERUKT NAAR RAMPTERREIN
            BRANDWONDENCENTRUM BEVERWIJK INGELICHT DOOR CPA
19.25.40    990 VERZOEKT BRANDSTOFCONTAINER
            DE POLITIE VRAAGT HET CBT GEEN TAXI'S MEER TE STUREN
19.26.30    DHR. BAANEN MELDT AAN DE AC DAT HET 1E REDDINGSPELOTON RVHV INZETBAAR IS AAN 
            DE OCTAANWEG
19.27.30    POLITIE SLUIT DE GROESBEEKDREEF GEHEEL AF, BEHALVE VOOR AMBULANCES EN
            BRANDWEERVOERTUIGEN
19.28.30    592 MET PTD (STEIN) TER PLAATSE BIJ 990
19.29.00    ALLE BESCHIKBARE TAXI'S WORDEN OPGESTELD BIJLMERDREEF
19.29.30    HC (NORDHOLT) MELDT AAN DE AC MET BM (VAN THIJN) EN WETHOUDER BAKKER IN HET BC TE 
            ZIJN - HIJ MELDT DAT DE UCK VAN DE POLITIE OPGESTART IS EN VERZOEKT ZOVEEL MOGELIJK 
            EXACTE GEGEVENS - TUSSEN AC EN BC WORDT EEN OPEN LIJN ONDERHOUDEN
19.30       ACTIECENTRUM GG&GD INGERICHT - 15 AMBULANCES TER PLAATSE
            EEN GEWONDE AFGEVOERD NAAR AZVU
            LOTT EN SIGMA-TEAM TER PLAATSE OP RAMPTERREIN
19.31.50    POLITIE 82-18 (HELICOPTER) MELDT ZICH BIJ CMK IN DE LUCHT - GAAT VERLICHTING VERZORGEN
19.32       AMBULANCE 81 GGD GOOI EN VECHTSTREEK UIT
            BELEIDSCENTRUM STADHUIS (BC) OPERATIONEEL
19.32.20    POLITIE-AFZETTING GROENEVEEN IS REDELIJK ONDER CONTROLE - BEGONNEN WORDT AFZETTING
            KRUITBERG
19.33.00    CDT WORDT DOOR PCU VERZOCHT DIRECT NAAR HET BC TE GAAN 
19.34       AMBULANCE 83 GGD GOOI EN VECHTSTREEK UIT
19.34.20    990: SITRAP HAC AAN PCU OP AC: 'ER IS EEN VLIEGTUIG TEGEN EEN FLAT AANGEVLOGEN - 
            DE FLAT IS DOOR MIDDEN GEBOORD - HET BETREFT EEN VRACHTVLIEGTUIG VAN EL-AL EN ER ZIJN 
            GEEN PASSAGIERS - WE ZIJN HARD AAN HET BLUSSEN EN HEBBEN NIETS MEER NODIG'
19.35       AMBULANCE 84 GGD GOOI EN VECHTSTREEK UIT
19.36       20 AMBULANCES TER PLAATSE 
19.36.40    551 INGERUKT
19.39       CPA FLEVOLAND STUURT VIER AMBULANCES 
19.40       CVD (HBP) OP HET RAMPTERREIN GEARRIVEERD 
19.41.10    544 MELDT ZICH GEREPAREERD EN INZETBAAR - BLIJFT STAND-BY
19.41.40    991 TER PLAATSE - WORDT GEDIRIGEERD NAAR KAZERNE A OM DAAR EEN SECTORCOMMANDO IN 
            TE RICHTEN 
19.42       DERDE AMBULANCEPOOL INGERICHT GOOISEWEG (LOODSPOST)
19.43       598 VERZOEKT CPA GEEN AMBULANCES MEER TE STUREN
            LAATSTE 2 BESCHIKBARE AMBULANCES GOOI EN VECHTSTREEK UIT
            AMBULANCE 86 ZVV BROEDER DE VRIES HILVERSUM UIT
19.44.20    992 UIT MET 506 
19.45       591 HILVERSUM (BUS REGIONALE BRANDWEER) MET AMBULANCEPERSONEEL UIT
19.46.50    HSN (HEUKELOM) INGELICHT - WORDT NAAR VC GEDIRIGEERD
19.47.30    PCU (OP AC) LICHT CDT (ONDERWEG) IN - HET STADHUIS IS ONBEREIKBAAR 
19.48.30    CDT GEARRIVEERD BIJ HET STADHUIS
19.48.40    PCU VERZOEKT CMK OM CONTACT OP TE NEMEN MET HET BC EN DIE DE AC TE LATEN BELLEN
19.51.30    990 VERZOEKT BRANDSTOFCONTAINER 
19.52.30    BURGEMEESTER DIEMEN VERZOEKT CONTACT MET CDT HEERE VAN DIEMEN
19.52.50    SITRAP VAN HAC AAN PCU: 'ER ZIJN 5 GEWONDEN AFGEVOERD - DE FLATS BRANDEN AAN TWEE
            KANTEN - ALLE FLATS ZIJN NAGELOPEN - ER ZIJN GOEIE KLAPPEN UITGEDEELD DOOR DE CRASHTRUCKS
            VAN SCHIPHOL - ER ZIJN CA. 3 BREED EN 8 HOOG IS SAMEN 24 APPARTEMENTEN WEGGESLAGEN - NOG
            GEEN IDEE HOEVEEL MENSEN ER BIJ BETROKKEN ZIJN - ER ZIJN WEL VEEL MENSEN OVERSTUUR - DE
            SPORTHAL MOET OPEN VOOR OPVANG' 
            PCU ANTWOORDT DAT ALLE OPVANG EERST OP KAZERNE A PLAATSVINDT 
19.55       PTT TELECOM VERZOEKT OM GEBRUIK VAN HET NATIONALE NOODNET - HET GEWONE TELEFOONVERKEER
            RAAKT OVERBELAST
19.57       AC AAN CPA: ER IS EEN BEHOORLIJK AANTAL SLACHTOFFERS - DE BIJLMERSPORTHAL WORDT
            OPVANGCENTRUM  
19.57.30    ALARMERING KAZERNE H: 521 MET 2 BEVELVOERDERS NAAR KAZERNE A OM EEN SECTORCOMMANDO IN
            TE RICHTEN
19.58.30    521 UIT NAAR A (TOTAAL AANTAL BLUSEENHEDEN: 12)
19.59       HAC MELDT AAN DE POLITIE DAT ER PLUNDERINGEN PLAATSVINDEN
19.59.00    PCU AAN CDT: DE SPORTHAL WORDT INGERICHT ALS OPVANGCENTRUM - ER ZIJN CA. 40
            APPARTEMENTEN GERAAKT
20.00       30 AMBULANCES TER PLAATSE
            682 HILVERSUM (DIENSTBUS) MET AMBULANCEPERSONEEL UIT
20.02       602 UIT
20.04       603 UIT
20.04.00    967 UIT MET LEIDING RVHV TER VERKENNING
20.05.10    SITRAP HAC AAN PCU: 'DE BRAND OP HET MAAIVELD IS UIT - IK HEB HIER NIETS MEER NODIG 
            EN HOOP SNEL 'BRAND MEESTER' TE KUNNEN GEVEN'
20.08       MELDKAMER AVD RP ALARMEERT RAMPEN IDENTIFICATIE TEAM (RIT)
            SHOVEL 2 POLITIE ONDERWEG NAAR HET RAMPTERREIN
20.08.40    990 VERZOEKT GEB TBV GAS EN ELEKTRA
20.10       678 930 UIT
            990 VERZOEKT AFLOSSING VAN DE 542
20.12.10    521 OP A - COORDINATIEPOST WORDT INGERICHT
20.14.00    506 TERUG OP KAZERNE T - GAAT WEER UIT MET 576
20.15       EEN GEWONDE AFGEVOERD NAAR SLV
20.15.10    COORDINATOR RVHV MELDT ZICH BIJ 991 OP KAZERNE A
20.15.50    576 UIT
20.18       CDT MELDT IN BC: 47 FLATS DIRECT BETROKKEN, GRONDVUREN ZIJN GEDOOFD - EERSTE SCHATTING:
            150 BEWONERS
20.20       PROVINCIAAL COORDINATIECENTRUM BEREIKBAAR VIA HET NATIONALE NOODNET
20.21       SPORTHAL GAASPERDAM OPEN VOOR OPVANG
            BUSSEN GVB VERZOCHT TBV HET VERVOER NAAR DE SPORTHAL
20.21.40    ER ZIJN 2 MARINE-HELICOPTERS GEARRIVEERD VOOR GEWONDENVERVOER
20.23       POLITIE VERGROOT DE VERKEERSAFZETTING TOT HEEL ZUID-OOST
20.23.30    991 OP A EN VERZOEKT INSTRUCTIES VAN 990
20.24       598 MELDT AAN CPA DAT TWEE SLACHTOFFERS ZIJN VERVOERD - HET TOTALE AANTAL IS NIET IN 
            TE SCHATTEN 
            OFFICIER BRANDWEER NAAR KAZERNE A TBV RVHV
20.25.40    EXTRA PIKETMONTEUR NAAR KAZERNE A
20.28       RIOLERING EN WATERHUISHOUDING AMSTERDAM INGELICHT
20.29.20    602 EN 603 GAAN DE 542, 541 EN 543 AFLOSSEN VANAF KAZERNE A  
20.30       544 UIT
            HET BRANDBESTRIJDINGSPELOTON FLEVOLAND WORDT ONTBONDEN
            CPA UTRECHT MELDT AAN DE CPA 2 MOBIELE OPERATIEKAMERS STAND-BY TE HEBBEN
            GEZAMENLIJKE VERKENNING VAN HET RAMPTERREIN DOOR BRANDWEER, POLITIE EN GG&GD
20.30.00    SITRAP HBP AAN PCU: DE SITUATIE IS GOED IN DE HAND - ER WORDT GEWERKT IN TWEE SECTOREN:
            HBO EN PTD AAN DE ENE KANT EN DE BRANDWEREN VAN DIEMEN EN OUDER-AMSTEL AAN DE ANDERE - 
            ER ZIJN WAARSCHIJNLIJK CA. 150 MENSEN WEG - ALLE FLATS MOETEN NOG EEN KEER DOORZOCHT 
            WORDEN MAAR BIJ DE UITGEBRANDE FLATS MOETEN WE VOORZICHTIG ZIJN IN VERBAND MET DE
            BOUWKUNDIGE SITUATIE
20.31       TWEEDE SIGMA-TEAM RODE KRUIS TER PLAATSE
20.33.40    CDT VERZOEKT PCU NAAR HET RAMPTERREIN TE GAAN
20.35       HBP VERTREKT NAAR KAZERNE A OM EEN SECTORCOMMANDO OP TE STARTEN
20.35.20    678 EN 930 TER PLAATSE OP KAZERNE A
20.35.40    DIRECTEUR BRANDWEER BIZA (HERKEMIJ) MELDT TELEFONISCH AAN PCU OP DE AC DAT HET LCC 
            IS OPGESTART EN VERZOEKT NADERE GEGEVENS 
20.36       POLITIE ONTRUIMT GROESBEEKDREEF EN KLEIBURG
20.37       BIJ DE CPA IS BEKEND DAT 8 SLACHTOFFERS NAAR HET AMC ZIJN VERVOERD 
20.42       ONGEVALLENDIENST POLITIE VERZOCHT TBV VERLICHTING
20.46       542, 541, 543 AFGELOST, OPVANG DOOR DE BEDRIJFSARTS OP KAZERNE A
            CDT MELDT IN BC: ALLE BRANDWEERPERSONEEL EN -MATERIEEL IN DE REGIO ZIJN GEMOBILISEERD 
20.50       966 MET PERSONEEL RVHV NAAR A OM EEN COMMANDOPOST IN TE RICHTEN  
            990 VERZOEKT HET LEGER DES HEILS TBV DRANK EN BROODJES
            BC BREEKT IN OP ALLE KANALEN VAN HET AMSTERDAMSE KABELNET
20.50.40    LEGER DES HEILS VERZOCHT KOFFIE EN BROODJES TE VERZORGEN
20.50.50    GVB-METRO GEWAARSCHUWD DOOR AC IVM BESCHADIGINGEN AAN METROBAAN
20.51       598 MELDT CPA DAT 11 SLACHTOFFERS ZIJN VERVOERD
20.53.50    990 VERZOEKT 1 REDDINGSPELOTON AAN DE KARSPELDREEF
20.55       559 INGERUKT
20.58       SPONTANE AANBIEDINGEN VAN TOURINGCARS AAN CMK - NOODZAAK WORDT ONDERZOCHT
20.59.10    990 VERZOEKT PERSLUCHT
21.00       70 AMBULANCES TER PLAATSE
            CA-DIENST GEALARMEERD
            DE KABELZENDER SALTO WORDT ALS RAMPENZENDER IN GEBRUIK GENOMEN
            964 UIT VANAF OCTAANWEG MET 1E REDDINGSPELOTON RVHV
21.00.10    BEZETTING 542 TERUG (MET GVB-BUS) TERUG OP DE KAZERNE
21.01.00    990 VERZOEKT HULPVERLENINGSCONTAINER
21.05.10    559 TERUG OP KAZERNE W - GAAT PERSLUCHTVOORRAAD AANVULLEN
21.05.30    990: NADERBERICHT HAC:   B R A N D   M E E S T E R
21.10       584 MET 60 PERSLUCHTFLESSEN NAAR KAZERNE A
21.13       AMC MELDT AAN CPA DAT DAAR IN TOTAAL 26 VOORNAMELIJK LICHT GEWONDE SLACHTOFFERS 
            ZIJN AANGEKOMEN 
21.15       EEN GEWONDE AFGEVOERD NAAR AZVU 
21.18       541 INGERUKT  
            598 MELDT CPA DAT ER GEEN AMBULANCES MEER NODIG ZIJN 
21.24       40 COLONNELEDEN RODE KRUIS VANAF RAPENBURG VERTROKKEN NAAR DE SPORTHAL  
21.26       556 INGERUKT 
21.29       522 UIT 
21.30       577 UIT  
            PCU VANAF AC UITGERUKT NAAR HET RAMPTERREIN
            BRANDWEER MELDT AAN RODE KRUIS: ALLE FLATS ZIJN DOORZOCHT - DE GEWONDEN-OVERNAMEPUNTEN
            ZIJN OPGEHEVEN
            GROOTSTE DEEL SIGMA-TEAMLEDEN NAAR BIJLMERSPORTHAL
            IN HILVERSUM KOMT DE EERSTE AMBULANCE LEEG TERUG
            964 MET 1E REDDINGSPELOTON RVHV TER PLAATSE
21.40       CDT MELDT IN BC: OM 21.07 IS HET SEIN 'BRAND MEESTER' GEGEVEN, 1 REDDINGSPELOTON STAAT
            GEREED - ER ZIJN GEEN GEVAARLIJKE STOFFEN BIJ HET ONGEVAL BETROKKEN
            CPA VERZOEKT POLITIE OM GEEN SPONTANE HULP VAN ARTSEN EN BURGERS MEER TE ACCEPTEREN
            566 INGERUKT
21.45       952 954 UIT
            PCU TER PLAATSE EN HBP TERUG VAN KAZERNE A
21.47       573 INGERUKT
21.48       533 INGERUKT 
21.56       CDT MELDT IN BC: BRANDEN ZIJN ONDER CONTROLE, HET BETREFT CA. 60 FLATS, GEEN
            OVERLEVENDEN VERWACHT 
21.57       594 UIT
21.58       KANTINEDIENST-AUTO 1 POLITIE TER PLAATSE
22.00       AC HILVERSUM ALARMEERT DUIKERS NAARDEN, BLARICUM EN BUSSUM VOOR EEN ZOEKACTIE NAAR 
            DE VLIEGTUIGMOTOR
22.02       513 INGERUKT 
22.04       535 INGERUKT
22.05       CDT VERZOEKT IN BC OM GESTRUCTUREERDE VOORLICHTING
22.09       543 INGERUKT  
22.15       CDT IN HET BC: BRAND IS GROTENDEELS ONDER CONTROLE, DE BOUWKUNDIGE STAAT VAN DE 
            FLATS WORDT BEKEKEN
            SIGMA-TEAM WORDT VERZOCHT IN DE SPORTHAL BIJLMERMEER T.B.V. DE OPVANG VAN DE
            SLACHTOFFERS
22.20       BC MELDT DAT HET MORTUARIUM TOT 24.00 UUR IN HET AMC IS, EN DAARNA IN HANGAR 11 
            OP SCHIPHOL-OOST 
22.30       BURGEMEESTER, CDT EN HC GAAN NAAR HET RAMPTERREIN 
            LOTT VAN HET AZVU INGERUKT
22.40       OPGAVE CPA: 36 GEWONDEN IN TOTAAL, WAARVAN 25 AMC, 7 OLVG, 2 RKZ, 2 AZVU EN 1 SLV 
22.44       547 548 597 INGERUKT (AANTAL BLUSEENHEDEN: 8)
22.45       NA OVERLEG VAN PCU, HBP EN HAC MET WONINGBOUWVERENIGING NIEUW AMSTERDAM, INSPECTEURS
            B&WT EN AANNEMER TIJSTERMAN WORDT BESLOTEN DAT DE BERGING DE VOLGENDE OCHTEND BEGINT 
            EN DAT HET BERGINGSWERK WORDT OPGEDRAGEN AAN DE FA. TIJSTERMAN B.V.
22.54       591 INGERUKT
23.00       957 UIT 
23.05       598 AANGESLOTEN OP HET OPENBAAR LICHTNET
23.06       603 INGERUKT 
23.13       545 INGERUKT
23.24       564 INGERUKT
23.30       AMBULANCEPOOLS WORDEN AFGEBOUWD
            LAATSTE SIGMA-TEAMLEDEN INGERUKT
            BURGEMEESTER, CDT EN HC KEREN TERUG IN HET BC
            CDT MELDT IN BC: WAAR GEZOCHT KON WORDEN IS GEZOCHT, DE BERGING KAN PAS MORGENOCHTEND
            BEGINNEN
23.52       584 INGERUKT
23.55       522 577 INGERUKT (AANTAL BLUSEENHEDEN: 5)
    
    
Maandag 5 oktober 1992.

    
00.01    STERKTE RVHV TERUGGEBRACHT VAN 105 NAAR 82 - HELFT 1E PELOTON MET EEN GVB-BUS TERUG NAAR DE
         OCTAANWEG  - ANDERE HELFT INSTALLEERT TERREINVERLICHTING OP HET RAMPTERREIN
00.05    591 UIT VIA HET COMMANDOCENTRUM GEM. ENERGIEBEDRIJF AAN DE SPAKLERWEG IVM HET STOPPEN VAN
         DE GASTOEVOER
         BM, CDT EN HC GEVEN IN HET STADHUIS EEN PERSCONFERENTIE
00.10    588 MET 589 INGERUKT
00.14    930 678 INGERUKT 
00.17    501 UIT OM 920 OP TE HALEN
         594 INGERUKT 
00.19    557 INGERUKT
00.25    532 UIT
00.30    958 UIT
         602 INGERUKT
00.31    592 INGERUKT 
00.33    544 INGERUKT 
00.43    521 INGERUKT (AANTAL BLUSEENHEDEN: 3)
00.46    501 MET 920 INGERUKT
00.50    583 INGERUKT
00.53    631 MET 669 INGERUKT
00.54    523 UIT 
         683 MET 662 EN 692 INGERUKT
01.00    1E REDDINGSPELOTON RVHV INGERUKT VANAF HET RAMPTERREIN. STERKTE PARATE RVHV TERUGGEBRACHT
         VAN 82 NAAR 34
01.15    CDT MELDT IN BC: ER WORDT GESTUT, BRANDEN ZIJN BIJNA GEBLUST, DE BRANDWEER IS OP 2 
         EENHEDEN NA, INGERUKT
01.25    687 INGERUKT
01.30    534 UIT
         991 INGERUKT
01.31    511 564 UIT 
01.41    541 513 551 UIT BRAND RUYSDAELKADE 275C
01.48    583 UIT BRAND RUYSDAELKADE 275C
01.59    591 INGERUKT
02.00    596 INGERUKT
         CDT MELDT IN BC: ER ZIJN NOG 135 MENSEN TER PLAATSE, OM 21.00 UUR WAREN DAT ER NOG 287
02.02    632 INGERUKT
02.07    541 513 551 583 INGERUKT KLEINE BRAND RUYSDAELKADE
         564 INGERUKT
02.15    POLITIE MELDT IN BC: POLITIESTERKTE BLIJFT VANNACHT OP 200 - CA. 200 PERSONEN GEBRUIKEN 
         DE OPVANG
02.27    583 UIT
03.00    POLITIE VERZOEKT DEFENSIE TE ZORGEN VOOR DE AFVOER VAN DE STOFFELIJKE OVERSCHOTTEN
03.29    531 UIT 
03.40    RVHV-PELOTON VAN 26 MAN INGEZET TBV TERREINVERLICHTING
03.56    1E DODE GEVONDEN: BLIJFT VOORLOPIG LIGGEN
03.58    522 576 UIT BRAND BALBOASTRAAT
         532 INGERUKT
04.00    ACTIECENTRUM GG&GD GESLOTEN
04.06    522 576 INGERUKT NIETS TE DOEN BALBOASTRAAT
04.07    576 INGERUKT
04.13    522 UIT
         544 UIT BUITENBRAND MALDENHOF NAAST 192
04.22    583 INGERUKT
04.35    544 INGERUKT BUITENBRAND MALDENHOF
04.42    523 INGERUKT
04.55    544 UIT (AANTAL BLUSEENHEDEN: 4)
05.00    513 UIT
         STERKTE PARATE RVHV TERUGGEBRACHT VAN 34 NAAR 26
05.21    BRANDWEER VERZOEKT 598 OM DE AFVOER VAN DE 1E DODE
05.30    RVHV-PELOTON VAN 26 MAN INGEZET TBV DE BERGING VAN VLIEGTUIGRESTEN
05.34    534 INGERUKT
05.36    511 INGERUKT
05.48    2E DODE GEBORGEN
05.55    ISRAELISCHE AMBASSADEUR BIEDT REDDINGSTEAMS EN -APPARATUUR AAN - DIT WORDT BELEEFD
         GEWEIGERD
06.00    FA. ICOVA LEVERT 10 A 15 PUINBAKKEN A 40 M3
06.10    CDT MELDT IN BC: BRANDWEER BEGINT NU MET BERGING. HET WERK IS VOORBEREID IN SAMENWERKING
         MET B&WT 
06.15    BC MELDT DAT HET AANTAL AANGEMELDE VERMISTEN 209 BEDRAAGT
06.26    3E DODE GEBORGEN
06.29    OPROEP 2E REDDINGSPELOTON RVHV 
06.30    POLITIE MELDT IN BC: DE IDENTIFICATIE GESCHIEDT VOLGENS DE PROCEDURES DOOR HET RIT OP
         SCHIPHOL-OOST
06.35    IN OPDRACHT VAN DE BURGEMEESTER WORDT MET DE BERGINGSWERKZAAMHEDEN GESTART
06.40    BM, CDT EN HC GEVEN IN HET STADHUIS EEN PERSCONFERENTIE
07.00    4E DODE GEBORGEN
07.06    HERHALINGSOPROEP 2E REDDINGSPELOTON RVHV OPGEROEPEN
07.10    5E DODE GEBORGEN
07.16    BEDRIJFSARTS DR. MELISSEN WEER OPGEROEPEN
07.32    576 NAAR MOBIL OIL OM BRANDSTOF TE LADEN
07.39    596 UIT MET HBP
07.56    542 UIT
08.00    2E REDDINGSPELOTON RVHV MET GVB-BUS VAN DE OCTAANWEG VERTROKKEN NAAR RAMPTERREIN
08.03    534 UIT  
08.07    511 UIT
08.15    990 VERZOEKT EEN SHOVEL, KRAANWAGEN VAN 25 TON EN 4 TOILETUNITS
08.26    591 UIT
08.28    513 INGERUKT
08.37    522 INGERUKT 
08.38    531 INGERUKT 
09.00    2E REDDINGSPELOTON RVHV VAN 41 MAN INGEZET VOOR HET RUIMEN VAN PUIN OP HET MAAIVELD EN 
         HET SCHEIDEN DAARVAN IN VLIEGTUIG- EN FLATRESTEN
         VANUIT HET LCC WORDEN 2 ELECTRONISCHE SETS AFLUISTERAPPARATUUR EN EEN AANTAL LOCASONS
         AANGELEVERD
09.03    950 951 UIT
09.16    DOOR DE AC WORDT BIJ DE FA. DE RUYTER HALFWEG EEN SHOVEL BESTELD
09.34    502 UIT
09.43    567 INGERUKT
10.00    1E REDDINGSPELOTON RVHV VAN 26 MAN INGERUKT - STERKTE NU 41
10.27    541 UIT BRAND DANIEL GOEDKOOPSTRAAT 31
10.30    CDT MELDT IN BC: HET RIT IS COMPLEET EN GESTART, PTT TELECOM MAAKT EEN VASTE CENTRALE 
         OP HET RAMPTERREIN
10.31    DEFENSIE BIEDT HET BC MILITAIRE BIJSTAND AAN - VOORALSNOG ZIJN ER ALLEEN TENTEN NODIG
10.36    542 INGERUKT
10.38    541 INGERUKT NIETS TE DOEN DANIEL GOEDKOOPSTRAAT
10.40    CDT MELDT IN BC: ER GAAN GERUCHTEN OVER EEN FEEST IN DE KELDERS TEN TIJDE VAN DE RAMP 
         - GEEN ZEKERHEID
         BIJ 598 MELDEN ZICH MILITAIREN MET TENTEN EN 5 AMBULANCES
10.56    990 VERZOEKT NOG 8 TOILETCONTAINERS
11.08    532 UIT BUITENBRAND MOSPLEIN T/O 8
11.16    PTT TELECOM LEGT LIJNEN AAN IN DE HELE BIJLMERMEER, SCHIPHOL-OOST EN TUSSEN HET HB EN DE 
         VC POLITIE
11.20    532 INGERUKT BUITENBRAND MOSPLEIN
         CDT MELDT IN BC: MET EEN KRAANWAGEN ZIJN ALLE FLATS NU ONDERZOCHT, DOOR HET
         INSTORTINGSGEVAAR WORDT HET BERGINGSWERK VERTRAAGD 
         TANKWAGEN GEM. WATERLEIDINGEN MET DRINKWATER TER PLAATSE
11.25    6E DODE GEBORGEN
         IN HET BC WORDT BESLOTEN OM HET TESTEN VAN DE SIRENES OM 12.00 UUR ACHTERWEGE TE LATEN
11.30    DE KONINGIN, PREMIER LUBBERS EN MINISTER DALES VERTROKKEN VANAF HET POLITIEBUREAU VAN
         LEIJENBERGHLAAN
         TELEFOONLIJN TUSSEN DE COMMANDOWAGENS BRANDWEER, POLITIE, GG&GD, RVHV EN RIT GEREED
11.40    KOLKENZUIGER VERZOCHT OM KELDERS LEEG TE POMPEN
11.48    557 UIT
11.50    DE KONINGIN C.S. OP HET RAMPTERREIN GEARRIVEERD
11.51    521 531 523 552 554 592 UIT BRAND SPUISTRAAT 46
11.55    OP DE 4E ETAGE ONTSTAAT OPNIEUW BRAND, DIE SNEL WORDT GEBLUST
12.01    521 531 523 552 554 592 INGERUKT NIETS TE DOEN SPUISTRAAT
12.03    573 UIT
12.08    543 UIT
12.09    521 612 UIT
12.26    521 543 INGERUKT (AANTAL BLUSEENHEDEN: 3)
12.27    521 UIT HULPVERLENING KIKKENSTEIN NAAST 96
12.37    521 INGERUKT HULPVERLENING KIKKENSTEIN
12.40    DE KONINGIN C.S. VERLATEN HET RAMPTERREIN
         ER ZIJN NOG ENKELE SMEULBRANDJES. DE FLAT GROENEVEEN WORDT BETREDEN DOOR 8 PLOEGEN RIT 
         EN BRANDWEER
12.52    511 INGERUKT
13.00    ZOEKACTIE IN ALLE WONINGEN, PER ETAGE DOOR TEAMS BESTAANDE UIT 2 MAN BRANDWEER, 2 MAN 
         RVHV EN 2 MAN RIT
13.22    576 UIT
13.34    557 INGERUKT
13.47    543
14.10    GEWONDE BRANDWEERMAN TER PLAATSE BEHANDELD IN AMBULANCE
14.11    521 531 523 552 554 592 UIT BRAND SINGEL 19-21
14.27    521 531 523 552 554 592 INGERUKT NIETS TE DOEN SINGEL
14.28    551 UIT HULPVERLENING TEN KATESTRAAT 188
14.38    DIERENAMBULANCE VERZOCHT IVM IN FLATS GEVONDEN HUIDIEREN - UITGERUKT MET 2 VOERTUIGEN
14.43    513 UIT
         551 INGERUKT HULPVERLENING TEN KATESTRAAT
14.45    544 INGERUKT
14.53    511 UIT HULPVERLENING GERARD DOUPLEIN 48
         6 DODEN ONDER POLITIEBEGELEIDING NAAR HANGAR 11 OP SCHIPHOL OVERGEBRACHT
15.00    541 UIT BRAND VECHTSTRAAT 92
         RVHV-PELOTON VAN 41 AFGELOST DOOR 59 MAN
15.04    990 VERZOEKT VERLICHTINGSMATERIAAL VAN DE BRANDWEER SCHIPHOL
15.05    576 INGERUKT
15.10    541 INGERUKT NIETS TE DOEN VECHTSTRAAT
         BIJ DE POLITIE ZIJN CA. 600 NAMEN VAN VERMISTEN
15.12    542 544 557 UIT BRAND BIJLMERPLEIN T/O 506
15.13    511 INGERUKT HULPVERLENING GERARD DOUPLEIN
15.15    IN DELEN VAN ZUIDOOST EN OOST VALT DE ELECTRICITEIT UIT
15.19    542 544 557 INGERUKT BUITENBRAND BIJLMERPLEIN
15.33    534 INGERUKT
15.37    GEWONDE POLITIEMAN TER PLAATSE BEHANDELD IN AMBULANCE
16.11    572 UIT 
16.12    567 UIT 
16.23    551 UIT HULPVERLENING KEIZERSGRACHT 610
16.30    CDT RVHV (DRAL) VERZOEKT EEN REDDINGSPELOTON AAN DE REGIO FLEVOLAND
16.37    551 INGERUKT HULPVERLENING KEIZERSGRACHT
16.42    502 INGERUKT
16.50    544 UIT BUITENBRAND REEWIJKPLEIN
16.52    511 512 551 UIT BRAND GERRIT VAN DER VEENSTRAAT 153
16.59    544 INGERUKT BUITENBRAND REEWIJKPLEIN
17.00    BM, CDT EN HC GEVEN IN HET STADHUIS EEN PERSCONFERENTIE
17.03    649 UIT
17.16    511 512 551 INGERUKT KLEINE BRAND GERRIT VAN DER VEENSTRAAT
17.21    544 UIT HULPVERLENING DENNENRODE 225
17.23    521 UIT
17.32    556 UIT
17.37    544 INGERUKT HULPVERLENING DENNENRODE
17.56    541 UIT
18.15    543 INGERUKT
18.16    501 UIT
18.28    612 INGERUKT
18.34    556 INGERUKT
18.35    531 UIT BUITENBRAND AMSTELSTRAAT T/O 13
18.39    531 INGERUKT BUITENBRAND AMSTELSTRAAT
18.43    930 UIT
19.00    RVHV-PELOTON TER PLAATSE INGEZET VOOR ZOEKACTIE IN HET TERREIN TUSSEN KRUITBERG EN 
         DE METROBAAN
19.25    513 INGERUKT
19.55    CDT MELDT IN BC: EEN DERDE KRAANWAGEN IS ONDERWEG
20.10    7E DODE GEBORGEN
20.30    592 UIT
         AC MELDT AAN BC DAT DE BRAND IS GEBLUST
20.31    542 UIT HULPVERLENING BIJLMERPLEIN T/O 504
         ALS GEVOLG VAN DE HARDE WIND LAAIT DE BRAND WEER OP
20.42    542 INGERUKT HULPVERLENING BIJLMERPLEIN
20.59    557 UIT
21.00    RVHV-PELOTON VAN 59 AFGELOST DOOR EEN REDDINGSPELOTON VAN DE HAARLEMMERMEER
21.01    511 512 551 UIT BRAND MAROWIJNESTRAAT 13
21.11    591 INGERUKT
21.16    511 512 551 INGERUKT KLEINE BRAND MAROWIJNESTRAAT
21.55    BRANDWEER AMSTELVEEN VERZORGT ZELF DE AFLOSSING VAN DOMPELPOMP-BEMANNING
21.58    990: 2E DOMPELPOMP VERZOCHT
22.00    HET VERZOEK OM EEN REDDINGSPELOTON FLEVOLAND WORDT BEVESTIGD
22.31    502 UIT VOOR 2E DOMPELPOMP
22.34    523 UIT BUITENBRAND NIEUWPOORTSTRAAT 86
22.35    DE RIJPLATEN ZIJN GEARRIVEERD, ZWAAR MATERIEEL KAN NU WORDEN INGEZET 
22.43    8E DODE GEBORGEN
22.44    523 INGERUKT BUITENBRAND NIEUWPOORTSTRAAT
22.51    552 UIT HULPVERLENING FREDERIK HENDRIKSTRAAT 117-119
22.53    502 INGERUKT
22.56    511 UIT BUITENBRAND OLYMPIAPLEIN T/O 32
23.02    531 UIT
23.04    552 INGERUKT HULPVERLENING FREDERIK HENDRIKSTRAAT
         557 INGERUKT
23.05    522 UIT BRAND KIJKDUINSTRAAT 33
23.08    547 UIT
23.10    523 UIT BUITENBRAND SOLEBAYSTRAAT T/O 99
23.12    533 UIT
23.16    511 INGERUKT BUITENBRAND OLYMPIAPLEIN
23.18    522 INGERUKT KLEINE BRAND KIJKDUINSTRAAT
         523 INGERUKT BUITENBRAND SOLEBAYSTRAAT
23.47    541 INGERUKT
23.49    CDT MELDT IN BC: DE POMPEN OM DE VIJVER LEEG TE POMPEN ZIJN GEINSTALLEERD, HET
         POMPWERK DUURT CA. 12 UUR, MOMENTEEL ZIJN 1 REDDINGSPELOTON VAN DE HAARLEMMERMEER 
         EN 3 AUTOSPUITEN INGEZET


Dinsdag 6 oktober 1992.

00.03    649 INGERUKT   
00.06    576 UIT    
00.34    521 INGERUKT 
00.36    9E DODE GEBORGEN 
00.48    10E DODE GEBORGEN
01.00    REDDINGSPELOTON FLEVOLAND WORDT GEFORMEERD TE ALMERE
01.58    576 INGERUKT   
02.08    IN BC WORDT GEMELD DAT DE BRANDWEER MET 74 MENSEN ACTIEF IS
02.12    11E DODE GEBORGEN 
02.31    REDDINGSPELOTON FLEVOLAND GEARRIVEERD OP DE GAASPERDAMMERWEG
02.33    IN BC WORDT GEMELDT DAT DE VIJVER BIJNA LEEG IS EN DAT DE FLAT KRUITBERG IS VRIJGEGEVEN
         DOOR B&WT
02.42    IN BC WORDT GEMELD DAT GROENEVEEN GEHEEL DOORZOCHT IS EN KRUITBERG BIJNA - ER ZIJN DAAR 
         TOT DUSVERRE GEEN SLACHTOFFERS AANGETROFFEN   
03.00    REDDINGSPELOTON HAARLEMMERMEER AFGELOST DOOR FLEVOLAND
03.37    532 603 UIT
03.40    523 UIT (AANTAL BLUSEENHEDEN: 4)
04.08    533 INGERUKT 
04.09    531 INGERUKT 
04.11    512 UIT  
04.27    IN BC WORDT GEMELD DAT OVER EEN HALF UUR 25 EXTRA BRANDWEERLIEDEN ZULLEN WORDEN INGEZET
04.35    547 INGERUKT
06.00    BRIEFING IN BC - BESLOTEN WORDT DAT DE BERGING WORDT VERSNELD EN HOOGUIT VIER DAGEN MAG
         DUREN - DE BRANDWEER - EN NIET LANGER HET RIT - BEPAALT HET TEMPO VAN DE BERGINGSWERKZAAMHEDEN
06.48    576 UIT 
07.55    5 DODEN ONDER POLITIEBEGELEIDING NAAR SCHIPHOL OVERGEBRACHT
08.36    577 UIT  
08.43    513 UIT 
08.44    522 543 UIT
08.49    523 INGERUKT
08.56    512 INGERUKT
09.00    REDDINGSPELOTON FLEVOLAND AFGELOST DOOR RVHV MET 53 MAN
09.19    603 INGERUKT
09.41    544 UIT (AANTAL BLUSEENHEDEN: 5) 
10.00    CDT MELDT AAN BC: BERGINGSWERKZAAMHEDEN ZIJN VERPLAATST NAAR DE ACHTERZIJDE - TERREIN 
         IS 150 X 100 METER
10.52    GEWONDE TER PLAATSE BEHANDELD IN AMBULANCE
11.00    CDT IN BC TERUGGEKEERD VAN HET RAMPTERREIN
11.13    598 ZAKT WEG IN DE GROND - HET VOERTUIG WORDT OPGEKRIKT EN ER WORDT HOUT GEPLAATST
11.15    581 UIT
11.20    GEWONDE TER PLAATSE BEHANDELD IN AMBULANCE 
11.39    GEWONDE TER PLAATSE BEHANDELD IN AMBULANCE 
11.45    CDT MELDT IN BC: DE RUIMING GESCHIEDT IN EEN HOOG TEMPO MET STEEDS ZWAARDER MATERIEEL
12.33    521 UIT  
12.39    534 UIT  
12.41    512 UIT  
12.43    12E DODE GEBORGEN 
12.49    573 INGERUKT 
12.51    531 UIT 
12.54    541 UIT  
12.57    501 INGERUKT 
13.15    IN BC WORDT GEMELD DAT HET AANTAL VERMISTEN 81 BEDRAAGT
13.16    532 INGERUKT 
13.17    576 INGERUKT 
13.18    513 INGERUKT 
13.19    543 INGERUKT 
13.22    GEWONDE TER PLAATSE BEHANDELD IN AMBULANCE
13.25    544 INGERUKT 
13.47    522 INGERUKT 
15.00    RVHV-PELOTON VAN 53 AFGELOST DOOR 36 MAN
15.42    572 INGERUKT
16.05    13E DODE GEBORGEN
16.20    14E DODE GEBORGEN
         CDT MELDT IN BC: MAXIMALE INZET - MEER PERSONEEL EN MATERIEEL GAAT NIET MEER - WERK 
         GAAT VANNACHT DOOR
16.23    990: NAMENS PCU: FA. HOMAN VERZOCHT TBV VERLICHTING
16.25    POLITIE MELDT IN BC DAT ER OP SOMMIGE PLAATSEN ALLEEN MAAR AS OVER KAN ZIJN VAN 
         DE SLACHTOFFERS
16.35    3 DODEN ONDER POLITIEBEGELEIDING NAAR SCHIPHOL OVERGEBRACHT
16.37    990: OPENBARE WERKEN VERZOCHT TBV HET GRAVEN VAN EEN SLEUF
16.45    EERSTE GROEP VAN DE RODE KRUIS COLONNE AMSTERDAM VERLEENT ASSISTENTIE AAN HET RIT 
         OP SCHIPHOL-OOST
17.30    15E DODE GEBORGEN
17.43    523 UIT 
17.46    533 UIT 
17.55    511 UIT 
18.02    545 UIT 
18.03    544 UIT 
18.20    16E DODE GEBORGEN 
18.30    512 INGERUKT 
18.31    534 INGERUKT 
         GEWONDE RVHV'ER TER PLAATSE BEHANDELD IN AMBULANCE
18.37    541 INGERUKT 
18.40    521 INGERUKT 
18.49    690 UIT 
18.54    531 INGERUKT 
19.38    GEWONDE RVHV'STER PER AMBULANCE AFGEVOERD
21.00    RVHV-PELOTON VAN 36 AFGELOST DOOR 24 MAN
21.12    POLITIE MELDT IN BC DAT HET AANTAL VERMISTEN 1100 BEDRAAGT
21.13    568 UIT 
21.32    535 UIT 
22.34    513 UIT 
22.37    532 UIT 
22.48    522 UIT 
23.05    523 568 INGERUKT 
23.11    545 INGERUKT 
23.21    533 INGERUKT 
23.30    544 INGERUKT 
         IN HET BC WORDT GEMELD DAT EEN VAN DE GEWONDEN IN HET AZVU IS OVERLEDEN
23.52    511 INGERUKT
23.54    541 UIT


Woensdag 7 oktober 1992.

    
00.31    17E DODE GEBORGEN 
00.40    GEWONDE POLITIEMAN TER PLAATSE BEHANDELD IN AMBULANCE
01.35    521 UIT 
01.43    547 UIT 
01.44    512 534 UIT 
01.54    531 UIT  
02.10    BRANDWEERMAN MET VUIL IN OOG TER PLAATSE BEHANDELD - HIJ GAAT LATER ZELF NAAR EEN
         ZIEKENHUIS
02.11    541 INGERUKT
02.20    513 INGERUKT
02.21    522 532 INGERUKT 
02.22    BRANDWEER MELDT IN BC: TIEN FLATS ZIJN NOG NIET DOORZOCHT - DAT MOET GEBEUREN VANUIT 
         EEN HOOGWERKER
02.26    535 INGERUKT
02.31    18E EN 19E DODE GEBORGEN
03.00    RVHV-PELOTON VAN 24 AFGELOST DOOR 19 MAN
03.30    20E DODE GEBORGEN
04.40    DE LAATSTE 10 FLATS VAN KRUITBERG ZIJN BEKEKEN - ER ZIJN GEEN SLACHTOFFERS GEZIEN
04.46    523 533 UIT
04.47    544 UIT
04.48    511 UIT
04.49    543 UIT
05.06    534 INGERUKT
05.09    531 INGERUKT
05.22    521 INGERUKT
05.27    512 INGERUKT
05.29    547 INGERUKT
06.50    21E DODE GEBORGEN 
07.31    544 INGERUKT 
07.55    22E DODE GEBORGEN 
07.57    544 UIT 
08.05    23E DODE GEBORGEN
08.10    24E DODE GEBORGEN 
08.14    591 UIT
08.15    25E DODE GEBORGEN 
09.00    26E DODE GEBORGEN 
         RVHV-PELOTON VAN 19 AFGELOST DOOR 23 MAN
09.10    GEWONDE POLITIEVOORLICHTSTER TER PLAATSE BEHANDELD IN AMBULANCE
09.30    27E DODE GEBORGEN
09.38    542 UIT 
         DIERENAMBULANCE VERZOCHT IVM EEN AANTAL HUISDIEREN UIT DE FLATS
09.39    28E DODE GEBORGEN
09.40    592 INGERUKT 
09.50    29E DODE GEBORGEN
10.15    30E DODE GEBORGEN 
10.35    31E DODE GEBORGEN 
10.42    542 INGERUKT
10.43    533 INGERUKT
11.00    32E DODE GEBORGEN 
11.20    ABJZ SECRETARIE ZOEKT TELEFONISCH CONTACT MET DESKUNDIGEN IN LOCKERBIE (SCHOTLAND)
11.25    33E DODE GEBORGEN
12.37    591 INGERUKT
12.38    POLITIE MELDT IN BC: ER ZIJN 14 MANNEN, 6 VROUWEN, 3 KINDEREN EN 7 ONDEFINIEERBARE
         LIJKDELEN GEBORGEN
12.39    513 UIT 
12.40    592 UIT 
12.43    BRANDWEER BESTRIJDT STANKOVERLAST VAN DE PUINHOPEN MET MATERIAAL VAN DE GG&GD
12.49    522 UIT 
12.50    533 UIT 
         544 INGERUKT
12.52    547 UIT 
12.53    POLITIE MELDT IN BC: DE FLIGHTRECORDER IS BESCHADIGD GEVONDEN IN HET STAARTSTUK DAT 
         OP SCHIPHOL-OOST IS
12.58    511 INGERUKT
13.03    576 UIT
13.10    TENT EN BERGINGSPLAATS ONTSMET (STANKBESTRIJDING) DOOR GG&GD
14.05    BRANDWEER REGELT VANUIT BC DE AFVOER VAN DE VERVUILDE GROND - DEZE MOET NAAR DE AVI-NOORD
14.19    FLAUWGEVALLEN PERSOON BIJ ONDERDOORGANG GROENEVEEN - TER PLAATSE BEHANDELD IN AMBULANCE
14.27    543 INGERUKT
14.29    523 INGERUKT (AANTAL BLUSEENHEDEN: 4)
14.37    GEWONDE AGENT AFGEVOERD NAAR VU
15.00    RVHV-PELOTON VAN 23 AFGELOST DOOR 33 MAN
15.20    GEWONDE BRANDWEERMAN TER PLAATSE BEHANDELD IN AMBULANCE
15.55    34E DODE GEBORGEN
16.06    576 INGERUKT
16.07    CDT MELDT IN BC: DE ONDERSTE LAAG VAN DE FLAT IS BEREIKT
16.37    CDT MELDT IN BC: NOG 3 A 4 VERDIEPINGEN MOETEN WORDEN GERUIMD - HET MOREEL IS ZEER HOOG
16.45    POLITIE MELDT IN BC: ER ZIJN 31 APPARTEMENTEN INGESTORT EN 49 TOTAAL UITGEBRAND, ER ZIJN IN
         TOTAAL 80 FLATS BETROKKEN. ER ZIJN 684 VERMISTEN EN 33 DOSSIERS VAN STOFFELIJKE OVERSCHOTTEN
16.50    GEWONDE RVHV'ER TER PLAATSE BEHANDELD IN AMBULANCE
17.16    GEWONDE BRANDWEERMAN TER PLAATSE BEHANDELD IN AMBULANCE
18.15    GEWONDE RVHV'ER TER PLAATSE BEHANDELD IN AMBULANCE
18.17    521 531 UIT
18.18    534 574 UIT
18.27    533 INGERUKT
18.30    522 INGERUKT
18.44    513 INGERUKT
19.00    35E DODE GEBORGEN
         547 INGERUKT (AANTAL BLUSEENHEDEN: 3)
19.25    36E DODE GEBORGEN
20.20    592 INGERUKT 
20.25    37E DODE GEBORGEN
20.30    678 UIT
20.36    576 UIT
21.00    RVHV-PELOTON VAN 33 AFGELOST DOOR 20 MAN
21.49    581 INGERUKT
21.52    597 UIT
21.57    576 INGERUKT
22.45    541 UIT
22.50    532 UIT
22.58    574 INGERUKT
23.15    38E DODE GEBORGEN 
23.18    531 INGERUKT 
23.20    39E DODE GEBORGEN
23.30    521 534 INGERUKT (AANTAL BLUSEENHEDEN: 2)
23.32    597 INGERUKT


Donderdag 8 oktober 1992.

00.15    40E DODE GEBORGEN
01.37    544 UIT 
01.41    592 UIT 
         690 INGERUKT 
01.42    693 UIT
01.43    596 INGERUKT 
01.46    596 694 UIT
01.48    597 UIT 
01.59    548 UIT 
02.13    533 UIT (AANTAL BLUSEENHEDEN: 3)
02.53    532 INGERUKT 
03.00    RVHV-PELOTON VAN 20 INGERUKT 
03.02    597 INGERUKT 
03.18    541 INGERUKT 
04.30    547 UIT
05.00    548 INGERUKT 
05.30    512 UIT 
05.46    544 INGERUKT 
05.54    BRANDWEER MELDT IN BC: HET TERREIN TUSSEN DE FLATS IS PUINVRIJ - INZET GAAT VAN 300 NAAR
         180 MAN PER DAG
06.00    IN BC DISCUSSIE OVER DE VOLLEDIGE VERASSING VAN LIJKEN - DE BURGEMEESTER WIL EEN 'SECOND
         OPINION'
06.05    533 INGERUKT (AANTAL BLUSEENHEDEN: 2)
08.00    534 UIT
08.13    IN HET BC WORDT BESLOTEN DAT VIA HET LCC DESKUNDIGEN OVER RAMPVERBRANDING NAAR AMSTERDAM
         MOETEN KOMEN
08.20    544 UIT
08.25    CDT STELT IN BC VOOR DE UITGEBRANDE FLATS METEEN TE SLOPEN EN VERZOEKT DE VRIJGAVE VAN 
         HET PUIN
08.48    512 INGERUKT
08.53    565 UIT 
09.18    BRANDWEER MELDT IN BC: TWEE BRITSE DESKUNDIGEN MBT LOCKERBIE-RAMP ZIJN NU ONDERWEG
09.45    547 INGERUKT 
09.50    ALARMERING REDDINGSPELOTONS RVHV
10.23    DE TOESTEMMING VAN JUSTITIE VOOR DE AFVOER VAN HET PUIN IS BINNEN - DE AFVOER MOET WACHTEN
         TOT NA DE KOMST VAN DE DESKUNDIGEN
10.29    511 523 UIT 
11.00    RVHV-PELOTON VAN 34 MAN INGEZET 
11.26    BRANDWEER DRINGT IN BC AAN OP EEN BESLISSING VAN DE DEELRAAD OVER DE BESTEMMING VAN HET
         PUIN, OMDAT DE BERGING STAGNEERT
11.37    544 INGERUKT
11.38    534 INGERUKT
         DE TOESTEMMING KOMT OM PUIN NAAR DE STORTPLAATS NAUERNA TE BRENGEN 
11.41    565 INGERUKT
11.50    41E DODE GEBORGEN - BETREFT WAARSCHIJNLIJK DE CO-PILOOT
12.40    567 INGERUKT
13.25    920 HAALT 40 BOUWHELMEN BIJ GUNTERS EN MUESER
13.40    950 951 952 954 INGERUKT
14.00    OP SCHIPHOL ZIJN LIJKDELEN GESCHOUWD DIE DE NUMMERS 42 T/M 46 HEBBEN GEKREGEN
14.10    VLIEGTUIG VAN UKAIR MET DE LOCKERBIE-DESKUNDIGEN IS GELAND OP SCHIPHOL
14.38    LIJKDELEN GEBORGEN - GENUMMERD ALS 47
14.50    930 INGERUKT
14.51    523 INGERUKT
14.52    511 INGERUKT (LAATSTE BLUSEENHEID)
15.00    RVHV-PELOTON INGERUKT NAAR DE OCTAANWEG VOOR SCHOONMAAK- EN ONTSMETTINGSWERKZAAMHEDEN
         ALDAAR
15.30    LOCKERBIE-DESKUNDIGEN GEARRIVEERD OP RAMPTERREIN
16.00    577 INGERUKT
16.06    CDT MELDT IN BC: DE BERGING IS GESTOPT, DE BEGANE GROND IS VRIJ VAN PUIN - 2 EENHEDEN EN 
         DE VC BLIJVEN
16.10    LOCKERBIE-DESKUNDIGE MELDT IN BC: VAN CA. 10% VAN DE VERBRANDE LICHAMEN ZAL NIETS MEER 
         TE VINDEN ZIJN
16.33    693 INGERUKT
18.00    LAATSTE STAND-BY AMBULANCE INGERUKT
20.08    678 INGERUKT 
20.27    BRANDWEER MELDT IN BC: DE SLOOP START VOLGENDE OCHTEND
21.00    RVHV-PELOTON VAN 34 MAN INGERUKT
23.38    596 INGERUKT


Vrijdag 9 oktober 1992.

06.40    BRANDWEER MELDT AAN BC: HET BESLUIT TOT SLOPEN IS GENOMEN
08.17    542 UIT 
08.30    IN BC WORDT BESLOTEN DAT VOOR DE SLOOP DE PERSOONLIJKE EIGENDOMMEN MOETEN ZIJN VERWIJDERD
         UIT DE FLATS
08.59    542 INGERUKT 
09.15    CDT MELDT IN BC: DE SLOOP GESCHIEDT MET DE GROOTSTE ZORGVULDIGHEID VWB DE PERSOONLIJKE
         EIGENDOMMEN
09.38    544 UIT (AANTAL BLUSEENHEDEN: 1) 
10.13    532 UIT (AANTAL BLUSEENHEDEN: 2) 
10.45    EEN AMBULANCE STAND-BY OP HET RAMPTERREIN IVM DE SLOOPWERKZAAMHEDEN 
11.57    ABJZ MELDT AAN DE BRANDWEER DAT DE SLOOP GESTOPT MOET WORDEN 
12.46    CDT MELDT IN BC: 25 APPARTEMENTEN KRUITBERG MOETEN WORDEN GESLOOPT IN VERBAND MET HET
         INSTORTINGSGEVAAR
13.00    BRANDWEER MELDT IN BC: DE ZOEKACTIE NAAR DE DERDE VLIEGTUIGMOTOR ISM DE POLITIE WORDT
         GESTART
13.01    544 INGERUKT
13.10    541 UIT 
13.11    533 UIT 
         IN BC WORDT BESLOTEN DAT 25 APPARTEMENTEN VAN KRUITBERG WORDEN GESLOOPT EN DAT MET DE 
         25 APPARTEMENTEN VAN GROENEVEEN WORDT GEWACHT 
13.43    532 INGERUKT 
13.44    CDT MELDT IN BC: DE SLOOP WORDT TIJDENS DE NACHT GESTOPT EN VANGT OM 05.00 WEER AAN
13.57    556 UIT 
13.58    557 UIT 
14.00    RVHV-PELOTON VAN 79 MAN INGEZET VOOR ZOEKACTIES IN DE OMGEVING
14.12    VERZOEK AAN DE GG&GD OM DE ENORME OVERLAST VAN KAKKERLAKKEN IN DE FLATS TE BESTRIJDEN 
14.19    542 UIT (AANTAL BLUSEENHEDEN: 3)
14.45    OP HET STADHUIS WORDEN 1500 EXEMPLAREN VAN EEN BEDANKBRIEF AAN HET BRANDWEER- EN
         RVHV-PERSONEEL GEDRUKT
15.37    591 UIT 
15.42    597 UIT 
16.03    567 UIT 
17.20    567 INGERUKT 
17.53    533 INGERUKT (AANTAL BLUSEENHEDEN: 2)
18.01    556 INGERUKT  
18.10    541 INGERUKT (AANTAL BLUSEENHEDEN: 1)
19.08    542 INGERUKT (LAATSTE BLUSEENHEID)
19.24    557 INGERUKT 
21.00    RVHV-PELOTON VAN 79 MAN INGERUKT
         957 958 INGERUKT 
21.24    591 592 597 INGERUKT 
23.00    EINDE ASSISTENTIE RODE KRUIS AAN RIT OP SCHIPHOL OOST


Zaterdag 10 oktober 1992.

07.00    OPROEP 1E, 2E EN 3E REDDINGS- EN 2E GENEESKUNDIGE PELOTON RVHV
07.10    HERHALINGSOPROEP PELOTONS RVHV
07.12    554 UIT
07.30    676 UIT
08.00    RVHV-PELOTON VAN 82 MAN INGEZET EEN GROTE ZOEKACTIE TUSSEN DE GAASPERPLAS EN HET
         RAMPTERREIN EN SCHOONMAAK- EN OPRUIMINGSWERKZAAMHEDEN
08.01    557 UIT
08.14    502 UIT
08.17    542 UIT
08.30    GEWONDE BRANDWEERMAN TER PLAATSE BEHANDELD IN AMBULANCE
09.40    GEWONDE BRANDWEERMAN TER PLAATSE BEHANDELD IN AMBULANCE
11.57    LOCKERBIE-DESKUNDIGEN GEVEN HUN RAPPORTEN AAN ABJZ SECRETARIE
15.18    BRANDWEER MELDT IN BC: TIJDENS DE PLECHTIGHEDEN WORDEN DOOR DE BRANDWEER DELEN VAN 
         DE EREHAAG VERZORGD
18.00    RVHV-PELOTON VAN 82 MAN INGERUKT
         VC-WAGENS CA. 50 METER VERPLAATST TBV ROUWPLECHTIGHEID
18.35    542 UIT NAAR BRAND KRUITBERG
18.47    542 INGERUKT VAN LOOS ALARM KRUITBERG
18.51    GEWONDE POLITIEMAN TER PLAATSE BEHANDELD IN AMBULANCE
20.45    CA. 50 PERSONEN LOPEN IN EEN ROUWSTOET ROND DE FLAT
22.44    GEWONDE POLITIEMAN TER PLAATSE BEHANDELD IN AMBULANCE


Zondag 11 oktober 1992.

04.59    542 544 557 UIT NAAR BRAND GROENEVEEM 237, 9E VERDIEPING
05.33    542 544 557 INGERUKT VAN KLEINE BRAND GROENEVEEN 237, WOONKAMER, GEBLUST MET 1 STRAAL MD
08.22    BRANDWEER MELDT IN BC: EREWACHT BIJ DE STILLE TOCHT WORDT GEVORMD DOOR 2 BRANDWEERMENSEN 
         EN 2 RVHV'ERS
08.45    GEWOND PERSONEELSLID OMROEP AFGEVOERD MET AMBULANCE
09.00    RVHV-FORMATIE VAN 4 MAN INGEZET BIJ ROUWPLECHTIGHEDEN
11.00    STILLE TOCHT LANGS HET RAMPTERREIN
14.15    598 EN 2 AMBULANCES VERTROKKEN NAAR DE RAI
15.30    HERDENKINGSPLECHTIGHEID IN RAI
16.00    RVHV-FORMATIE VAN 4 MAN INGERUKT
17.50    598 VERTROKKEN VAN DE RAI NAAR HET RAMPTERREIN
18.05    598 TER PLAATSE OP HET RAMPTERREIN
18.40    990 EN 598 INGERUKT VANAF HET RAMPTERREIN
19.00    598 TERUG IN DE GARAGE GG&GD


Maandag 12 oktober 1992.

08.10    IN BC WORDT BESLOTEN DAT HET TERREIN EN HET PUIN NOGMAALS ZULLEN MOETEN WORDEN DOORZOCHT 


Dinsdag 13 oktober 1992.

02.30    DE VIJVER IS LEEGGEPOMPT - ER IS ALLEEN EEN VLIEGTUIGWIEL GEVONDEN
09.12    BRANDWEER MELDT IN BC: HET TERREIN WORDT AFGEGRAVEN - WEL ONDERDELEN, GEEN MENSELIJKE
         RESTEN GEVONDEN
10.35    BRANDWEER BRENGT VIER BRANDWEERHELMEN NAAR DE SCHOOL 'DE KRUITBERG' TBV DE TRAUMAVERWERKING


Woensdag 14 oktober 1992.

09.31    CDT MELDT IN BC: DE BRANDWEER IS KLAAR MET HET WERK
11.05    BOMMELDING IN HET STADHUIS - HET GEBOUW WORDT ONTRUIMD
12.41    POLITIE MELDT GEEN BOM TE HEBBEN GEVONDEN - HET STADHUIS WORDT WEER VRIJGEGEVEN


Donderdag 22 oktober 1992.

09.30    EVALUATIE-BIJEENKOMST BRANDWEER AMSTERDAM IN MARCANTI
16.00    POLITIE MELDT IN BC: HET AANTAL DODEN IS DEFINITIEF 43


Vrijdag 23 oktober 1992.

09.30    EVALUATIE-BIJEENKOMST BRANDWEER AMSTERDAM IN MARCANTI
13.15    LAATSTE BRIEFING IN BC: HET BC WORDT ONTBONDEN


Zaterdag 24 oktober 1992.

09.30    EVALUATIE-BIJEENKOMST RVHV IN DE KANTINE BELASTINGDIENST, WIBAUTSTRAAT


Dinsdag 27 oktober 1992.

09.0     DE BURGEMEESTER TREKT DE RAMPVERKLARING IN



Toelichting voertuignummers

501 = HAAKARMVOERTUIG P (POELDIJKSTRAAT)
502 = HAAKARMVOERTUIG P (POELDIJKSTRAAT) 
506 = HAAKARMVOERTUIG T (JAN VAN SCHAFFELAARPLANTSOEN) 
511 = AUTOSPUIT D (HONTHORSTSTRAAT)
512 = AUTOSPUIT P (POELDIJKSTRAAT) 
513 = AUTOSPUIT L (VAN LEIJENBERGHLAAN)
521 = AUTOSPUIT H (MARNIXSTRAAT)
522 = AUTOSPUIT T (JAN VAN SCHAFFELAARPLANTSOEN) 
523 = AUTOSPUIT B (HAARLEMMERPLEIN)
531 = AUTOSPUIT N (IJTUNNEL) 
532 = AUTOSPUIT Y (BERBERISSTRAAT)
533 = AUTOSPUIT M (MOLENAARSWEG)
534 = AUTOSPUIT Z (IJDOORNLAAN)
535 = AUTOSPUIT LN (RANSDORP)
541 = AUTOSPUIT W (RINGDIJK)
542 = AUTOSPUIT A (FLIERBOSDREEF) 
543 = AUTOSPUIT V (DAPPERSTRAAT) 
544 = AUTOSPUIT R (REMMERDENPLEIN 
545 = AUTOSPUIT DR (DRIEMOND)
547 = AUTOSPUIT 1 DIEMEN 
548 = AUTOSPUIT 2 DIEMEN
551 = AUTOLADDER D (HONTHORSTSTRAAT)
554 = AUTOLADDER N (IJTUNNEL) 
556 = AUTOLADDER W (RINGDIJK)
557 = AUTOLADDER A (FLIERBOSDREEF)
559 = DUIK/ADEMBESCHERMINGSWAGEN W (RINGDIJK)
564 = SCHUIMBLUSCONTAINER M (MOLENAARSWEG)
565 = AUTO MET DRAAGBARE MOTORSPUIT Z (IJDOORNLAAN)
566 = AUTO MET DRAAGBARE MOTORSPUIT LN (HOLYSLOOT) 
567 = SLANGEN/LICHTSCHUIMCONTAINER P (POELDIJKSTRAAT)
568 = STUTHOUTCONTAINER P (POELDIJKSTRAAT)
572 = SCHUIMTANK/SLANGENCONTAINER P (POELDIJKSTRAAT)
573 = SCHUIMTANK/SLANGENCONTAINER H (MARNIXSTRAAT)
574 = VLOEISTOF-ONGEVALLENCONTAINER 1 H (MARNIXSTRAAT)
576 = DIESELTANKCONTAINER T (VAN SCHAFFELAARPLANTSOEN)
577 = HULPVERLENINGSCONTAINER T (VAN SCHAFFELAARPLS.)
581 = KRAANWAGEN N (IJTUNNEL)
583 = ADEMBESCHERMINGSWAGEN W (RINGDIJK)
584 = ORDONNANCEWAGEN W (RINGDIJK) 
587 = MONTAGEWAGEN TECHNISCHE DIENST (PIKETMONTEUR)
588 = HULPVERLENINGSWAGEN DIEMEN 
589 = POEDERBLUSAANHANGER DIEMEN
591 = COMMANDOWAGEN OFFICIER VAN DIENST 1
592 = COMMANDOWAGEN OFFICIER VAN DIENST 2
594 = MEETWAGEN CHEMISCHE ADVIESDIENST 1 
596 = PERSONENWAGEN COMMANDANT VAN DIENST
597 = COMMANDOWAGEN OFFICIER VAN DIENST DIEMEN 
598 = VERBINDINGS/COMMANDOWAGEN GG&GD AMSTERDAM 
602 = AUTOSPUIT 2 AMSTELVEEN
603 = AUTOSPUIT 3 AMSTELVEEN
612 = AUTOSPUIT 2 AALSMEER
631 = AUTOSPUIT OUDERKERK A/D AMSTEL
632 = AUTOSPUIT DUIVENDRECHT 
649 = AUTOSPUIT RIJSENHOUT
662 = AANHANGMOTORSPUIT OUDERKERK A/D AMSTEL 
669 = POEDERBLUSAANHANGER OUDERKERK A/D AMSTEL 
676 = GEREEDSCHAPSWAGEN AMSTELVEEN 
678 = DIENSTBUS AMSTELVEEN 
683 = HULPVERLENINGSWAGEN OUDERKERK A/D AMSTEL
687 = PERSONEEL/MATERIAALWAGEN DUIVENDRECHT
690 = AUTO OFFICIER VAN DIENST AMSTELVEEN
692 = AUTO OFFICIER VAN DIENST OUDER-AMSTEL
693 = AUTO OFFICIER VAN DIENST HAARLEMMERMEER
694 = AUTO COMMANDANT VAN DIENST HAARLEMMERMEER 
920 = SCHUIMBLUSCONTAINER P (POELDIJKSTRAAT) 
930 = DOMPELPOMP-CONTAINER AMSTELVEEN
950 = CONTAINER REDDINGSDIENST RVHV (OCTAANWEG)
951 = CONTAINER REDDINGSDIENST RVHV (OCTAANWEG)
952 = CONTAINER REDDINGSDIENST RVHV (OCTAANWEG)
954 = CONTAINER REDDINGSDIENST RVHV (DIEMEN)
957 = CONTAINER GENEESKUNDIGE DIENST RVHV (OCTAANWEG)
958 = CONTAINER GENEESKUNDIGE DIENST RVHV (OCTAANWEG)
964 = VRACHTWAGEN RVHV (OCTAANWEG)
966 = DIENSTBUS RVHV (OCTAANWEG)
967 = PIKETAUTO RVHV
990 = VERBINDINGS/COMMANDOWAGEN N (IJTUNNEL) 
991 = VERBINDINGS/COMMANDOWAGEN ZWANENBURG
992 = VERBINDINGS/COMMANDOCONTAINER N (IJTUNNEL)
SPL 6= SNELLE-AANVALSVOERTUIG SCHIPHOL (SLOTEN)
SPL 7= CRASHTRUCK SCHIPHOL (SLOTEN)
SPL 8= CRASHTRUCK SCHIPHOL (SLOTEN)
SPL 20 = MATERIAALCONTAINER SCHIPHOL (HOOFDWACHT)


Toelichting gebruikte afkortingen

A = WACHT FLIERBOSDREEF
ABJZ =AFD. ALGEMENE, BESTUURLIJKE EN JURIDISCHE ZAKEN VAN DE SECRETARIE
AC = ALARMCENTRALE BRANDWEER 
AMC = ACADEMISCH MEDISCH CENTRUM AMSTERDAM 
AVD = ALGEMENE VERKEERSDIENST RIJKSPOLITIE 
AVI = AFVALVERWERKINGSINRICHTING 
AZVU = ACADEMISCH ZIEKENHUIS DER VRIJE UNIVERSITEIT AMSTERDAM
B = POST HAARLEMMERPLEIN
B&WT = BOUW- EN WONINGTOEZICHT AMSTERDAM 
BC = BELEIDSCENTRUM STADHUIS AMSTERDAM 
BM = BURGEMEESTER 
BM. = BRANDMEESTER
CA-DIENST = CHEMISCHE ADVIESDIENST BRANDWEER AMSTERDAM
CBT = CENTRAAL BUREAU TAXIVERVOER AMSTERDAM 
CDT = COMMANDANT BRANDWEER 
CMK = CENTRALE MELDKAMER POLITIE 
CPA = CENTRAALPOST AMBULANCEVERVOER
CVD = COMMANDANT VAN DIENST BRANDWEER
D = HOOFDWACHT HONTHORSTSTRAAT 
DR = (VRIJWILLIGE) POST DRIEMOND 
GEB = GEMEENTE-ENERGIEBEDRIJF AMSTERDAM
GG&GD =GEMEENTELIJKE GENEESKUNDIGE EN GEZONDHEIDSDIENST AMSTERDAM 
GVB = GEMEENTEVERVOERBEDRIJF AMSTERDAM
H = HOOFDWACHT MARNIXSTRAAT 
HAC = HOOFD VERBINDINGSDIENST, H.F.M. VAN ROOIJ 
HAP = HOOFD ONDERAFD. PREPARATIEN, C. KAPPETEIN 
HBO = HOOFD AFD. OPLEIDING EN TRAINING, A. VERHEUL
HBP = HOOFD AFD. PREVENTIE, G. BIJLSMA 
HC = HOOFDCOMMISSARIS VAN POLITIE
HSN = HOOFD 3E SECTIE, J. HEUKELOM 
HSW = HOOFD 4E SECTIE, K.J. PALING 
HTD = HOOFD TECHNISCHE DIENST, G. IDSINGA
L = POST VAN LEIJENBERGHLAAN
LCC = LANDELIJK COORDINATIECENTRUM MINISTERIE VAN BINNENLANDSE ZAKEN
LN = (VRIJWILLIGE) POST LANDELIJK NOORD (RANSDORP)
LOTT = LANDELIJKE ORGANISATIE TRAUMATEAMS 
M = POST MOLENAARSWEG 
N = HOOFDWACHT IJTUNNEL 
OLVG = ONZE LIEVE VROUWEGASTHUIS AMSTERDAM
OVD = OFFICIER VAN DIENST BRANDWEER 
P = WACHT POELDIJKSTRAAT
PAC = PLV. HOOFD VERBINDINGSDIENST, J. JASPERS
PBP = PLV. HOOFD AFD. PREVENTIE, C. BANTING 
PCU = PLV. COMMANDANT, HOOFD UITRUKDIENST, C. TE BOEKHORST 
PTD = PLV. HOOFD TECHNISCHE DIENST, C.J.H. STEIN 
R = POST REMMERDENPLEIN 
RCC = REGIONAAL COORDINATIECENTRUM ALARMCENTRALE AMSTERDAM
RIT = RAMPEN IDENTIFICATIE TEAM RIJKSPOLITIE
RKZ = RODE KRUISZIEKENHUIS BEVERWIJK
RVHV = REGIONALE VRIJWILLIGE HULPVERLENING (V.H. RRO)
RLD = RIJKSLUCHTVAARTDIENST
SIGMA =SNEL INZETBARE GROEP TER MEDISCHE ASSISTENTIE RODE KRUIS AMSTERDAM
SITRAP=SITUATIE-RAPPORT 
SLV = SLOTERVAARTZIEKENHUIS AMSTERDAM
T = WACHT JAN VAN SCHAFFELAARPLANTSOEN
V = POST DAPPERSTRAAT
VC = VERBINDINGS/COMMANDOWAGEN 
W = HOOFDWACHT RINGDIJK
Y = WACHT BERBERISSTRAAT 
Z = POST IJDOORNLAAN
 

 

176 Informatie over mannen in witte pakken bij de Bijlmerramp

 

 

Hoe een parlementaire enquete gebruikt kan worden voor een perfecte doofpot

CDA-kamerleden Theo Rietkerk en Theo Meijer degraderen Parlement tot uitzendburo

Nieuwe feiten over de Bijlmerramp samengebracht in het boek Doemvlucht, geschreven door Piere Heijboer. 

"De medewerkers van de Economische Controledienst die op verzoek van de enquętecommissie in New York onderzoek verrichtten naar ‘de laatste twintig ton van de lading’, hadden het sterke vermoeden dat zij om de tuin werden geleid. Zij hebben commissievoorzitter Theo Meijer (CDA) nadrukkelijk gewaarschuwd ‘voorzichtig om te gaan’ met het resultaat van hun bevindingen, omdat zij daar zelf grote vraagtekens bij zetten. Meijer heeft in feite het omgekeerde gedaan: hij heeft van die laatste twintig ton in de publiciteit een grote toer gemaakt.

"Zestig procent van die bouten vertoonden metaalmoeheid en vervorming Een andere onthulling in ‘Doemvlucht’ betreft de kwaliteit en betrouwbaarheid van de ophanging van de motoren van de Boeing, waarvan er op de rampavond twee afbraken. Van de bouten waarmee de motoren van het El Al-vliegtuig aan de vleugels waren bevestigd was meer dan de helft ondeugdelijk. Dit bleek bij een onderzoek naar alle teruggevonden ophangbouten, dat in opdracht van de Rijksluchtvaartdienst werd uitgevoerd. Zestig procent van die bouten vertoonden duidelijk aantoonbare verschijnselen van metaalmoeheid en vervorming. ‘Ze hadden nooit meer in dat vliegtuig mogen zitten,’ zegt een medewerker aan dat onderzoek."

De werkelijke reden om over bewoond gebied te vliegen. De Nederlandse overheid heeft er in de jaren zeventig willens en wetens voor gekozen de veiligheid van omwonenden van Schiphol ondergeschikt te maken aan de veiligheid van El Al-vliegtuigen. De Bijlmerramp is geen onmiddellijk gevolg van dat besluit, maar heeft er wel direct mee te maken. De vraag ‘Waarom vloog de piloot over de Bijlmer?’ is dan ook geen raadsel. Ingewijden op Schiphol en in Den Haag kennen het antwoord op deze vraag al jaren. Veel van de vragen rond de Bijlmerramp zijn onbeantwoord gebleven omdat zij raken aan veiligheidskwesties en internationale niet-openbare afspraken. Mede om deze reden is het Nederlandse publiek, inclusief de Parlementaire Enquęte Commissie Vliegramp Bijlmermeer, door woordvoerders van Nederlandse en Israëlische (overheids)instanties vele malen belogen en misleid. Dit wordt in ‘Doemvlucht’ niet alleen beweerd – het wordt ook bewezen.

- De vraag ‘Waarom vloog de piloot over de Bijlmer’ hoort thuis in de hierboven genoemde categorie. De wens van gezagvoerder Itzhak Fuks om op baan 27 van Schiphol te landen was onderdeel van een pakket maatregelen, dat op en rond Schiphol was genomen om Israëlische vliegtuigen te beschermen tegen mogelijke raketaanvallen vanaf de grond. Onvoorspelbaar vlieggedrag – niet landen op de baan waarop alle andere toestellen landden – hoorde tot dat pakket. En het was precies datgene wat Fuks deed op de avond van 4 oktober 1992. Er waren mensen op Schiphol die dit meteen begrepen. Dezelfde noodzaak tot onvoorspelbaarheid bracht de Nederlandse overheid ertoe El Al-vliegtuigen toestemming te geven om over bewoond gebied te vliegen – en daarmee het gevaar voor de mensen op de grond te vergroten – op momenten dat dit aan andere vliegtuigen niet was toegestaan.

Bron: Doemvlucht, geschreven door Pierre Heijboer

 

Desertie op klaarlichte dag

Trouw commentaar, donderdag 11 mei 2003.

Koud drie maanden na de kamerverkiezingen kondigen twee vooraanstaande leden van de CDA-fractie, Theo Rietkerk en Theo Meijer hun vertrek al weer aan. De een wordt gedeputeerde in de provincie Overijssel, de ander voorzitter van het Productschap voor akkerbouw. Na de zomer verdwijnen zij uit de Tweede Kamer.

Objectief bezien geeft hun vertrek aan hoe zwak in ons stelsel van evenredige vertegenwoordiging de band is tussen kamerleden en hun kiezers. Rietkerk en Meijer hebben zich er althans niet door laten weerhouden; zo zo min als ze zich verplicht hebben gevoeld tegenover hun partij, die hen hoog, respectievelijk tiende en dertiende, op de kandidatenlijst zette. Ze zijn niet de eersten en ze zullen niet de laatste zijn. Daarom getuigt het misschien wel van realiteitszin grote woorden als verkiezersbedrog achterwege te laten. Dat neemt niet weg dat Rietkerk 4911 kiezers die hun stem op hem uitbrachten beduusd achterlaat en Meijer 8129. Het zijn geen grote aantallen maar laten we niet vergeten dat als er zoveel rechtvaardigen in Sodom en Gomorra hadden gewoond, beide steden gespaard waren gebleven.

In een klein land als het onze kan niet veel heil worden verwacht van een districtenstelsel, maar zo'n systeem zou aan de praktijk van desertie vermoedelijk een einde maken. In elk geval zou een volksvertegenwoordiger die het voor gezien wil houden, dwingen zijn kiezers recht in de ogen kijkend tekst en uitleg te geven. In het bestaande stelsel is het voor veel kandidaten helaas te gemakkelijk om in het spoor van de lijsttrekker een zetel te veroveren en, als het zo uitkomt, ook weer bijna geruisloos achter diens brede rug de benen te nemen.

Alle schuld geven aan het systeem is echter te eenvoudig. het komt toch op de houding aan - die behoort in welk stelsel dan ook te zijn dat je je beschikbaar stelt, je doet dat voor de volle termijn. Wat voor redenen Rietkerk en Meijer ook aanvoeren om hun besluit te rechtvaardigen, met hun vertrek verdwijnt ook weer wat respect voor het parlement, dat toch al niet sterk staat en de ervaring en kennis van iets langer meelopende leden eigenlijk nauwelijks kan missen. Daarin schuilt ook het verloederende van hun daad. Met hun desertie op klaarlichte dag degraderen zij de Kamer tot een uitzendbureau.

 

 

Ernest Briët, lid van de raad van bestuur van het AMC: "De politiek wilde de mensen tevreden houden en heeft daarvoor de geneeskunde misbruikt. Bovendien is het een krakkemikkig onderzoek. Dat blijkt alleen al uit het feit dat ze de controlegroep niet rond konden krijgen

Bron: Medisch contact, jaargang 57 nummer 40, 4 oktober 2002. NieuwsReflex

"Volgens Makdoembaks is er wel degelijk een verband tussen gezondheidsklachten van zijn patiënten en de ramp. ‘Na de ramp is het aantal vroeggeboortes vijf tot zes keer zo hoog, kom ik zeer zeldzame genetische afwijkingen tegen en heb ik onder mijn patiënten veel jonge mensen met kanker. Het is ronduit misdadig dat dit nog steeds niet goed is onderzocht"

Vandaag is het tien jaar geleden dat een Israëlisch vrachtvliegtuig neerstortte op een flatgebouw in de Bijlmer. Duizenden omwonenden en hulpverleners vroegen zich in de jaren daarna af of hun ziektes veroorzaakt werden door een geheime militaire lading in het ramptoestel. Uiteindelijk kwam het in maart 1999 tot het Medisch Onderzoek Vliegtuigramp Bijlmermeer (MOVB). Critici vinden het onderzoek nog steeds onzinnig, óf niet goed uitgevoerd. Het onderzoek bestond aanvankelijk uit een epidemiologisch onderzoek onder omwonenden en hulpverleners en een individueel onderzoek. In juli 2001 werd het epidemiologische onderzoek onder de bewoners stopgezet, omdat de onderzoekers niet genoeg mensen voor de controlegroep konden vinden. Het epidemiologisch onderzoek voor de hulpverleners is bijna klaar: de resultaten worden in maart bekendgemaakt. Het AMC in Amsterdam stond en staat zeer kritisch tegenover dit onderzoek, dat wordt uitgevoerd door KLM Arbo Services BV. Het centrum deed in mei 1998 een inventariserend onderzoek. De conclusie was dat de klachten een normale reactie waren op een abnormale situatie. Joris IJzermans, betrokken bij het AMC-onderzoek: ‘Er waren wel mensen met ernstige lichamelijke klachten, maar deze waren het gevolg van een posttraumatisch stresssyndroom. Somatisch gezien viel er niets van te maken.’ Het AMC weigert een grootschalig onderzoek uit te voeren. Ernest Briët, lid van de raad van bestuur: ‘Na het eerste onderzoek konden we geen hypothese vaststellen. Het zou zoeken naar een speld in de hooiberg worden. Dat is wetenschappelijk gezien onjuist. Daar kwam nog eens bij dat het ook ethisch gezien onverantwoord was. Op het moment dat je een groep mensen gaat onderzoeken, vind je altijd wat. Dat berokkent de patiënt schade en maakt hem onnodig ongerust.’ Dat het onderzoek toch wordt uitgevoerd, is volgens Briët besloten op politieke gronden. ‘De politiek wilde de mensen tevreden houden en heeft daarvoor de geneeskunde misbruikt. Bovendien is het een krakkemikkig onderzoek. Dat blijkt alleen al uit het feit dat ze de controlegroep niet rond konden krijgen.’ David van Eegen, voorlichter van het MOVB, vindt het onderzoek wel noodzakelijk:  ‘Wetenschappers kunnen wel zeggen dat dit onderzoek geen nut heeft, maar het gaat hier om mensen die zich veel zorgen maken over hun gezondheid. Die moeten worden gerustgesteld en het gevoel krijgen dat hun klachten serieus worden genomen.’ Nizaar Makdoembaks, huisarts in de Bijlmer, vindt dat de bewoners ook met dit onderzoek niet serieus genoeg worden genomen. ‘Na veel gesteggel vond er eindelijk een onderzoek plaats. Maar mensen konden op de vragenlijst niet al hun klachten kwijt. Als het MOVB de hulp van de huisartsen in de Bijlmer had ingeschakeld, hadden ze een goede controlegroep kunnen vormen.’ Volgens Makdoembaks is er wel degelijk een verband tussen gezondheidsklachten van zijn patiënten en de ramp. Na de ramp is het aantal vroeggeboortes vijf tot zes keer zo hoog, kom ik zeer zeldzame genetische afwijkingen tegen en heb ik onder mijn patiënten veel jonge mensen met kanker. Het is ronduit misdadig dat dit nog steeds niet goed is onderzocht.

 

Stenografisch verslag van het openbare verhoor van de heer H.F. Aaij, cargo-supervisor van El Al, door de parlementaire enquętecommissie Vliegramp Bijlmermeer op woensdag 17 februari 1999 in de vergaderzaal van de Eerste Kamer der Staten-Generaal te Den Haag

Woensdag 17 februari 1999, Aanvang 09.30 uur, Verhoord wordt de heer H.F. Aaij

Voorzitter: Th.A.M. Meijer

Aanwezig zijn voorts de leden van de commissie: Augusteijn-Esser, Van den Doel, Oedayraj Singh Varma en Oudkerk, alsmede de heer Roovers, griffier, en mevrouw Abbas, lid van de staf van de commissie.

De voorzitter: Aan de orde is het verhoor van de heer H.F. Aaij, geboren op 15 mei 1965 te Hoofddorp.

Mijnheer Aaij, ik verzoek u te gaan staan voor het afleggen van de belofte. De door u af te leggen belofte luidt: Ik beloof dat ik de gehele waarheid en niets dan de waarheid zal zeggen.

De heer Aaij: Dat beloof ik.

De voorzitter: Mijnheer Aaij, de enquętecommissie onderzoekt de toedracht en de gevolgen van de vliegramp op 4 oktober 1992 in de Bijlmermeer te Amsterdam met als doel waarheidsvinding en het trekken van lessen voor de toekomst.

Is het correct dat u ten tijde van de ramp werkzaam was als cargo supervisor bij El Al?

De heer Aaij: Ja.

De voorzitter: Kunt u aangeven wat uw werkzaamheden zijn ingeval van een normale afhandeling van een vrachtvliegtuig?

De heer Aaij: Mijn werkzaamheden behelzen de planning en belading, zowel op economische gronden als vluchtveiligheid, en het volledig klaarmaken van de belading van een vliegtuig.

De voorzitter: Een willekeurig vrachtvliegtuig waarbij u betrokken bent, vertrekt van Schiphol. Alles is in orde. Welke vrachtdocumentatie ligt dan bij u op kantoor?

De heer Aaij: Als het vliegtuig weg is of geprepareerd wordt?

De voorzitter: Een normaal vliegtuig is de lucht in. Wat blijft dan bij u achter?

De heer Aaij: Bij mij blijven achter kopieën van de master airwaybills, zijnde de tickets voor de vracht, kopieën van de douanemanifesten, zoals die door ons gegenereerd worden, kopieën van NOTOC's en kopieën van eventuele consolidatiemanifesten als een airwaybill de omschrijving heeft general cargo of consolidation as per attached manifest.

De voorzitter: Ik moet iets rechtzetten. Ik heb aan het begin van dit verhoor vergeten te zeggen dat u zich laat bijstaan door een raadsman. Wie is deze raadsman?

De heer Aaij: Ik laat mij bijstaan door de heer Van Baren.

De voorzitter: Is hij uw advocaat en niet die van El Al?

De heer Aaij: Dat klopt.

De voorzitter: Wat is normale procedure die gevolgd wordt met betrekking tot deze documentatie? Wat gebeurt ermee?

De heer Aaij: Bedoelt u als een vliegtuig weg is?

De voorzitter: Ja.

De heer Aaij: Er worden diverse sets kopieën achtergehouden. Een aantal daarvan gaan naar de administratie, waar de verrekening plaatsvindt met de luchtvrachtagenten die de vracht aangeleverd hebben. Er bestaan douanekopieën. Dat zijn kopieën die gestempeld zijn door de Nederlandse douane, waarmee aangegeven is dat de spullen gereed zijn voor uitvoer uit de EG. Dat is voor ons de bewijsvoering dat de luchtvrachtagent zijn taak bij de douane heeft gedaan en zijn bescheiden overlegd heeft voor controle door de douane. Er wordt ook nog een set bewaard voor onszelf, puur voor onze file.

De voorzitter: In hoeverre heeft u kennis van en inzicht in de gegevens van gevaarlijke stoffen die op de NOTOC staan?

De heer Aaij: Ik ben indertijd gecertificeerd voor IATA dangerous goods, zowel om te checken als om ervoor te tekenen.

De voorzitter: Kunt u dat uitleggen?

De heer Aaij: Er bestaat een wetgeving voor het vervoer van gevaarlijke stoffen door de lucht. Deze komt voort uit de VN-ICAO. Daarbovenop zit een wetgeving van de IATA. Er worden cursussen gegeven voor een dangerous goods certificaat. Elke anderhalf jaar moet je opnieuw examen doen. Als je daarvoor slaagt, krijg je een certificaat dat aangeeft dat je de bevoegdheid hebt, het vervoer van gevaarlijke stoffen door de lucht te checken.

De voorzitter: Was u in het bezit van dat certificaat ten tijde van de ramp?

De heer Aaij: Dat klopt.

De voorzitter: Op 4 oktober 1992 had u te maken met de afhandeling van een vrachtvliegtuig, de LY 1862. Hoe verliep de afhandeling van dat vliegtuig?

De heer Aaij: Wat bedoelt u?

De voorzitter: Ik doel op uw werk-zaamheden. Was het een normale procedure?

De heer Aaij: Geen bijzonderheden, een normale zondagmiddagvlucht.

De voorzitter: Door wie werd u geassisteerd?

De heer Aaij: Op zondagavond wordt er met een minimumbezetting gewerkt. Er was op dat moment één gedetacheerde medewerker van Aero Ground aanwezig.

De voorzitter: Wie was dat?

De heer Aaij: Michiel Keestra. Correctie. Er was nog een tweede medewerker aanwezig. Die zit weliswaar bij ons op kantoor, maar is volledig medewerker van Aero Ground, namelijk de heer Arie Goudsblom.

De voorzitter: Op een gegeven moment krijgt u te horen dat er iets mis is met het vliegtuig. Wat krijgt u precies te horen?

De heer Aaij: Er werd om pakweg tien over half zeven over het portofoonsysteem geschreeuwd door de dienstdoende operations officer dat de machine neergestort was.

De voorzitter: Van wie kwam dat bericht?

De heer Aaij: Van Jeroen Plettenberg. Mijn eerste reactie op dat moment was: Jeroen, daar maak je geen geintjes over. Daarna begreep ik uit de manier waarop hij het mij vertelde en de stress in zijn stem dat er toch iets aan de hand was. Voor mij persoonlijk kwam op dat moment de bevestiging doordat er opgebeld werd door CNN.

De voorzitter: Als een dergelijk bericht binnenkomt, heeft u dan de beschikking over een soort standaardprocedure, waarin staat beschreven wie u moet inlichten op zo'n moment?

De heer Aaij: Nee.

De voorzitter: Wat heeft u nadat bekend geworden was dat het vliegtuig was neergestort precies gedaan?

De heer Aaij: Ik heb op dat moment twee telefoontjes gepleegd. Het eerste telefoontje was met Freight Control in Tel Aviv, wat in principe mijn overkoepelende autoriteit is. De persoon die daar dienst had, heb ik ingelicht. Deze persoon ken ik ook in de privé sfeer. Hij had op dat moment aan een half woord genoeg en heeft in Tel Aviv verder zijn wegen gevolgd. Het tweede telefoontje heb ik gepleegd met de cargo manager Nederland, de heer Chervin.

De heer Oudkerk: Mijnheer Aaij, klopt het dat er in Amsterdam 72 ton is bijgeladen in het vliegtuig?

De heer Aaij: Ik moet bekennen dat ik niet de exacte gegevens ken, maar het klinkt redelijk in de buurt.

De heer Oudkerk: Klopt het ook dat u verantwoordelijk bent voor de documentatie van die 72 ton?

De heer Aaij: Dat klopt.

De heer Oudkerk: Waren op dat moment alle kopieën van de master airwaybills van die 72 bij u in het kantoor aanwezig?

De heer Aaij: Dat klopt.

De heer Oudkerk: Betekent dat, dat als iemand die avond die kopieën had willen hebben, deze zich tot u had kunnen wenden om, als u daarvoor geautoriseerd was, die kopieën te verkrijgen?

De heer Aaij: Dat klopt.

De heer Oudkerk: Is er die avond iemand bij u geweest om deze master airwaybills op te halen?

De heer Aaij: Niet bij mij.

De heer Oudkerk: Dat suggereert: bij iemand anders.

De heer Aaij: Ik weet het niet.

De heer Oudkerk: Hoe laat bent u weggegaan?

De heer Aaij: Ik ben om ongeveer half negen, negen uur naar huis gestuurd.

De heer Oudkerk: Naar huis gestuurd?

De heer Aaij: Ja.

De heer Oudkerk: Wij proberen vandaag een zo goed mogelijke reconstructie te maken van wat er die avond gebeurd is. Heeft u kort nadat de ramp had plaatsgevonden papieren aan iemand meegegeven?

De heer Aaij: Ik heb aan niemand papieren meegegeven. Ik heb alleen papieren gefaxt.

De heer Oudkerk: Heeft u die papieren gefaxt op eigen initiatief, of kreeg u daartoe een verzoek?

De heer Aaij: Ik heb een verzoek gekregen en ik heb mij het hooft lopen breken over de vraag van wie ik dat verzoek heb gekregen, op wiens autoriteit en naar wiens faxnummer het gegaan is. Ik weet het niet meer. Er is bij mij het dringende verzoek binnengekomen om de NOTOC's, de opgavelijsten van gevaarlijke stoffen die aan de captain ter hand zijn gesteld, te faxen in verband met de brandbestrijding en het plan van aanval voor de brandweer.

De heer Oudkerk: Dus u hebt een telefoontje gekregen met een dringend verzoek. Hoe laat was dat ongeveer?

De heer Aaij: Dat zal in het eerste kwartier zijn geweest nadat mij bekend was dat er iets gebeurd was. Dus dat moet tussen kwart voor zeven en zeven uur geweest zijn.

De heer Oudkerk: U heeft toen kort erna de NOTOC's gefaxt?

De heer Aaij: Dat klopt.

De heer Oudkerk: En u weet niet meer waar naartoe?

De heer Aaij: Helaas niet meer.

De heer Oudkerk: Heeft u behalve dat dringende telefoontje nog een ander telefoontje gekregen met het verzoek om die NOTOC's?

De heer Aaij: Niet dat ik mij kan herinneren.

De heer Oudkerk: Als ik u vertel dat dit telefoontje er wel geweest is en dit van de Luchtverkeersbeveiliging is gekomen, gaat u dan een lichtje op?

De heer Aaij: Nee.

De heer Oudkerk: U kunt het zich niet herinneren?

De heer Aaij: Ik kan het me echt niet herinneren.

De heer Oudkerk: U weet in ieder geval zeker dat u de papieren gefaxt heeft?

De heer Aaij: Ja.

De heer Oudkerk: U kunt zich niet herinneren dat u een telefoongesprek gevoerd heeft met de luchtverkeersbeveiliging en u zegt: ik heb op die avond tijdens het eerste halfuur geen NOTOC's of andere papier meegegeven aan iemand anders?

De heer Aaij: Ik heb niemand bij mij op kantoor gezien die papieren is komen opeisen of iets dergelijks.

De heer Oudkerk: U heeft ook niet aan de heer Goudsblom, die naar de zogenaamde commissie van overleg op Schiphol ging, papieren meegegeven?

De heer Aaij: Nee.

De heer Oudkerk: Heeft u toen u het dringende telefoontje kreeg om de NOTOC te faxen geaarzeld of u dat moest doen?

De heer Aaij: Nee, omdat de vraag voor mij op dat moment een absoluut logische, legitieme vraag was.

De heer Oudkerk: Heeft u ook niet bij derden, bijvoorbeeld bij uw toenmalige baas de heer Chervin, gecheckt of u het mocht faxen?

De heer Aaij: Er was niemand aanwezig. Ik was alleen met de eerder genoemde personen aanwezig.

De heer Oudkerk: Maar u heeft net verteld dat u twee telefoontjes heeft gepleegd kort na de melding om tien over half zeven.

De heer Aaij: Dat heb ik niet met hem overlegd. Het telefoongesprek met de heer Chervin is gegaan in de geest van: ''Er is iets verschrikkelijks gebeurd'' en ''Ik kom naar Schiphol''.

De heer Oudkerk: Ik kom even terug op het telefoontje waarvan wij weten dat het tussen u en de luchtverkeersbeveiliging heeft plaatsgevonden. U kunt zich het telefoontje moeilijk herinneren. Kunt u zich herinneren of u tijdens een van die telefoontjes iets over de lading heeft meegedeeld aan derden?

De heer Aaij: Ik kan het mij niet herinneren.

De heer Oudkerk: Ik wil het met u hebben over de NOTOC en verzoek de griffier u dat stuk te overhandigen. Herkent u deze NOTOC?

De heer Aaij: Dit is een NOTOC van New-York naar Amsterdam, maar dit lijkt mij niet de NOTOC die in Amsterdam gegenereerd is.

De heer Oudkerk: Ook niet als u de eerste bladzijde omslaat? De NOTOC bestaat uit vijf bladzijden.

De heer Aaij: Dit is de NOTOC zoals die geprint kan zijn. Aan de printdatum kan ik zien dat het om vijf uur 's ochtends Israëlische tijd geprint is. Dit lijkt mij de NOTOC die gegenereerd is in New York.

De heer Oudkerk: Geldt dat voor alle bladzijden die u ziet?

De heer Aaij: Nee, de laatste blad-zijde niet.

De heer Oudkerk: Wat is de laatste bladzijde?

De heer Aaij: Dat is de NOTOC van Amsterdam naar Tel Aviv. Er staat ook een andere printcode op en er staat mijn naam onder. Daar heb ik voor getekend. Daar staat mijn handtekening op. Dit is de NOTOC die ter hand gesteld is aan de captain voor het vertrek uit Amsterdam met de opgave van de gevaarlijke stoffen die geladen zijn in Amsterdam.

De heer Oudkerk: Dus de vijfde bladzijde van de vijf bladzijden die ik u heb gegeven, is de notification to the captain, de lijst van gevaarlijke stoffen, in Amsterdam ingeladen en bestemd voor Tel Aviv?

De heer Aaij: De laatste bladzijde?

De heer Oudkerk: Ja.

De heer Aaij: Dat klopt.

De heer Oudkerk: Waar gaan de eerste vier bladzijden over?

De heer Aaij: Bladzijde 1 is de NOTOC New York-Amsterdam, in dit geval dus irrelevant.

De heer Oudkerk: Omdat die stoffen in Amsterdam zijn uitgeladen?

De heer Aaij: Ja.

De heer Oudkerk: Dus de eerste bladzijde is irrelevant.

De heer Aaij: Dat klopt.

De heer Oudkerk: En de bladzijden 2 t/m 4?

De heer Aaij: Dat zijn gevaarlijke stoffen in transit, dus aan boord van het vliegtuig, geladen in New York met als eindbestemming Tel Aviv, met daarbij geschreven palletnummers en posities waar geladen in het vliegtuig.

De heer Oudkerk: Geldt dat ook voor de bladzijden 3 en 4?

De heer Aaij: Dat klopt.

De heer Oudkerk: Als ik het samenvat, heeft u vijf bladzijden van de NOTOC, waarbij u zegt dat de eerste bladzijde irrelevant is voor de vlucht Amsterdam-Tel Aviv, omdat het gaat om spullen die in Amsterdam zijn uitgeladen.

De heer Aaij: Dat klopt.

De heer Oudkerk: Wat op de bladzijden 2 t/m 4 staat, zijn spullen, gevaarlijke stoffen, die in New York zijn ingeladen?

De heer Aaij: Op de bladzijden 2 t/m 5.

De heer Oudkerk: Om verwarring te voorkomen: op de bladzijden 2 t/m 4 staan spullen die in New York zijn ingeladen, die in Amsterdam niet zijn uitgeladen en dus doorgegaan zijn met bestemming Tel Aviv.

De heer Aaij: Dat klopt.

De heer Oudkerk: Bladzijde 5 van de NOTOC betreft een aantal spullen die in Amsterdam zijn ingeladen.

De heer Aaij: Nee, bladzijde 6.

De heer Oudkerk: Neem mij niet kwalijk, bladzijde 6, u heeft gelijk. Nog één keer voor de duidelijkheid: bladzijde 1 is irrelevant, omdat het spullen betreft die weliswaar in New York zijn ingeladen, maar in Amsterdam zijn uitgeladen en dus niet meer in het vliegtuig zaten toen het vliegtuig in Amsterdam opsteeg.

De heer Aaij: Correct.

De heer Oudkerk: De bladzijden 2 t/m 5 betreft spullen die in New York zijn ingeladen, in Amsterdam in het toestel zijn gebleven en dus wel met de vlucht mee zijn gegaan. Bladzijde 6 is apart en betreft spullen die in Amsterdam zijn ingeladen met als eindbestemming Tel Aviv.

De heer Aaij: Correct.

De heer Oudkerk: Dat alles is dus eigenlijk één NOTOC, bestaande uit drie verschillende onderdelen. Begrijp ik dat goed?

De heer Aaij: Ja, maar ik weet niet wat de eerste bladzijde hierbij doet. Ik weet ook niet waar u dit vandaan heeft. Zoals ik al verteld heb, heb ik de NOTOC van de goederen die aan boord waren zelf opnieuw uitgeprint.

De heer Oudkerk: U krijgt op een gegeven moment het dringende verzoek om te faxen.

De heer Aaij: Dat klopt.

De heer Oudkerk: Wat kunt u dan uitprinten?

De heer Aaij: Ik kan alle NOTOC's en manifesten printen die ik wil hebben. Wij hebben een wereldomvattend computerreserveringssysteem. Daaruit kan iedereen die daartoe bevoegd is de gewenste informatie halen. Van hetgeen New York genereert aan papieren, kan ik een kopie maken, geen probleem.

De heer Oudkerk: U heeft, laten wij zeggen een half uur na de ramp, de NOTOC uitgeprint. Kunt u zich herinneren, of u alle zes velletjes heeft uitgeprint of misschien maar een deel daarvan?

De heer Aaij: Zover ik mij kan herinneren, heb ik de NOTOC's New York-Tel Aviv en Amsterdam-Tel Aviv uitgedraaid.

De heer Oudkerk: Dat zou betekenen dat u bladzijde 1 niet geprint heeft?

De heer Aaij: Zover ik mij dat kan herinneren, is dat correct.

De heer Oudkerk: Bent u daar heel zeker van?

De heer Aaij: Ik zeg u: zover ik mij kan herinneren.

De heer Oudkerk: Zou het kunnen zijn dat u, vanwege het feit dat het enorm hectisch was en dat zoiets niet iedere dag gebeurt, de verkeerde opdracht aan de computer heeft gegeven en dat deze zes bladzijden eruit kwamen rollen?

De heer Aaij: Nee. Voor ons computersysteem moet je de volgende variabelen ingeven: het vluchtnummer, de registratie, de datum en de stretch. Met de stretch geef je aan, welke route je wilt generen. Dat zou dus betekenen, dat ik inderdaad fysiek op de computer zou hebben moeten ingeven: New York-Amsterdam. Het kan misschien gebeurd zijn, maar dat lijkt mij absoluut onlogisch.

De heer Oudkerk: U heeft ongetwijfeld de kranten gevolgd de afgelopen weken en gelezen dat iemand – het gaat er nu even niet om wie – de verkeerde NOTOC zou hebben voorgelezen.

De heer Aaij: Klopt.

De heer Oudkerk: Zou u die iemand kunnen zijn?

De heer Aaij: Ik weet het niet. Ik weet het absoluut niet. Als ik mijzelf naga en de manier waarop ik mijn werkzaamheden altijd heb vervuld, zou dat niet sporen met mijn karakter. Zoals gezegd, de avond was zeer hectisch, er was veel stress, er waren constant zes rinkelende lijnen, ratelende telexen, de persbureaus, obscene vragen. Ik wil en mag het niet uitsluiten. Ik weet het niet, maar ik mag het niet uitsluiten.

De heer Oudkerk: Wij komen daarop zo terug, mijnheer Aaij. Wij zijn leken op het gebied van NOTOC's. Kunt u vertellen, wat het essentiële verschil is tussen bladzijde één van de NOTOC, die eigenlijk irrelevant was omdat de daarop vermelde goederen in Amsterdam waren uitgeladen, en de daarop volgende bladzijden?

De heer Aaij: Wat bedoelt u met ''essentieel verschil''?

De heer Oudkerk: Staan er op bladzijde één zaken die niet meer teruggevonden worden op de andere bladzijden? Anders gezegd: wat is er volgens deze NOTOC precies in Amsterdam uitgeladen?

De heer Aaij: In Amsterdam zijn uitgeladen RPB, dat zijn giffen, RXS's, RXG's, dat zijn explosieven, en RCL's, dat zijn bevroren gassen. Die zijn in Amsterdam uitgeladen.

De heer Oudkerk: Explosieven, giffen en bevroren gassen.

De heer Aaij: Dat klopt.

De heer Oudkerk: Bladzijde één toont aan dat die spullen zeker in Amsterdam zijn uitgeladen en dus niet meer aan boord van het vliegtuig waren?

De heer Aaij: Dat is correct.

De heer Oudkerk: Welke stoffen staan er in het algemeen op de bladzijden twee t/m vijf?

De heer Aaij: Er wordt gesproken over brandbare vloeistoffen, brandbare gassen, corrosieve, miscellaneous dangerous goods, dat zijn licht gevaarlijke stoffen. Het merendeel bestaat uit vloeibare, brandbare vloeistoffen: restricted flammable liquids.

De heer Oudkerk: Er staan geen explosieven, giffen en brandbare gassen op bladzijde twee t/m vijf.

De heer Aaij: Dat is correct.

De heer Oudkerk: U heeft in ieder geval de NOTOC gefaxt. Zover u zich kunt herinneren, waren dat de bladzijden twee t/m zes en is bladzijde één niet gefaxt, naar welke bestemming dan ook?

De heer Aaij: Dat is correct.

De heer Oudkerk: Als u een telefoongesprek zou hebben gevoerd, is het dan logisch te veronderstellen dat u in dat telefoongesprek ook bladzijde één niet genoemd hebt?

De heer Aaij: Dat zou logisch zijn, omdat die niet is uitgedraaid.

De heer Oudkerk: Heeft u, nadat u de boel gefaxt had, op enig moment gedacht: heb ik wel het goede gefaxt?

De heer Aaij: Nee. Ik had op dat moment ook geen tijd om daar verder bij stil te staan. De telefoons rinkelden af en aan, af en aan, af en aan.

De heer Oudkerk: Ik heb u gezegd, dat wij beschikken over een bandje dat een gesprek bevat tussen de Luchtverkeersbeveiliging en, naar wij menen, u. Wij willen u dat bandje nu graag laten horen.(Het desbetreffende bandje wordt gedraaid).

Mevrouw Augusteijn-Esser: Mijnheer Aaij, er zat wat ruis op de band, maar volgens mij was het nog goed te verstaan. Was u degene die de informatie gaf op die band?

De heer Aaij: Ik weet het niet. Ik kan het mij niet herinneren.

Mevrouw Augusteijn-Esser: Maar herkende u uw stem?

De heer Aaij: Volgens mij is het mijn stem.

Mevrouw Augusteijn-Esser: Dan kunnen wij nu constateren, dat u een telefoontje hebt gekregen van de Luchtverkeersbeveiliging en dat u de informatie hebt gegeven zoals wij die op de band horen?

De heer Aaij: Ja, als dit daadwerkelijk mijn stem is, ja.

Mevrouw Augusteijn-Esser: Ik ga ervan uit dat u goed hebt kunnen horen, wat u daar opgelezen hebt.

De heer Aaij: Ja.

Mevrouw Augusteijn-Esser: Zou u mij kunnen vertellen, wat u daar precies hebt opgelezen?

De heer Aaij: De eerste bladzijde.

Mevrouw Augusteijn-Esser: Maar u vertelde ons net, dat u die eerste bladzijde niet had uitgeprint.

De heer Aaij: Dat ik mij dat niet kon herinneren.

Mevrouw Augusteijn-Esser: Dat u zich niet kon herinneren die bladzijde te hebben uitgeprint. U zei wat stelliger, dat u hem niet gefaxt hebt.

De heer Aaij: Nee, ik heb gezegd dat ik mij niet kan herinneren dat ik die bladzijde geprint en dus gefaxt heb.

Mevrouw Augusteijn-Esser: U kunt zich noch herinneren dat u hem geprint noch dat u hem gefaxt hebt?

De heer Aaij: Nee.

Mevrouw Augusteijn-Esser: Maar u weet wel, dat u de andere bladzijden in ieder geval geprint en gefaxt hebt.

De heer Aaij: Terugkijkend op, is het absoluut onlogisch. Helaas, is het kennelijk gebeurd door het hectische en de stress van het moment. Anderzijds kan ik mij indenken, dat, als de NOTOC gefaxt is, men bij het lezen daarvan ook ziet dat er dingen voor Amsterdam bij staan. Het had ook door iemand geďnterpreteerd kunnen worden om mijn fout te corrigeren.

Mevrouw Augusteijn-Esser: Ja. Maar nu u weet dat die eerste bladzijde kennelijk wel geprint is, is mijn vraag aan u, of het mogelijk is dat die print ook gefaxt is?

De heer Aaij: Dat zou mogelijk zijn. Dat weet ik niet. Ik weet namelijk niet waarvan ik het opgelezen heb. Ik weet niet of ik het vanaf een hardcopy heb gelezen of vanaf een scherm.

Mevrouw Augusteijn-Esser: Het oplezen vond plaats nadat de fax verstuurd is. Dit telefoongesprek is opgenomen om 19.09 uur en u hebt zojuist verteld dat u gefaxt hebt tussen 18.45 uur en 19.00 uur.

De heer Aaij: Wat ik mij weet te herinneren, ja.

Mevrouw Augusteijn-Esser: Logischerwijs denk je dan, dat hetgeen eerst gefaxt wordt en hetgeen vervolgens wordt opgelezen, met elkaar overeenstemt.

De heer Aaij: Daarvan zou je kunnen uitgaan, ja.

Mevrouw Augusteijn-Esser: Ik vraag u nogmaals: u kunt zich dat telefoongesprek niet herinneren, maar u herkent wel uw stem?

De heer Aaij: Ik meen mijn stem te herkennen.

Mevrouw Augusteijn-Esser: Zojuist hebt u gezegd, dat het bladzijde één is die u volgens de band hebt opgelezen en die betreft de uitgeladen stoffen. De band gaat nog wat verder. Op een gegeven moment is er een vraag van u: maar er worden geen uitspraken gedaan over...? Dat deel is wat onduidelijk.

De heer Aaij: Ik heb het ook niet gehoord.

Mevrouw Augusteijn-Esser: Kan dat slaan op de vracht of op iets anders?

De heer Aaij: Ik denk dat u het moet zien in het licht van hetgeen ik u heb geschetst, namelijk dat ik op dat moment zwaar werd lastiggevallen door de diverse persbureaus en dan is het logisch – het is niet iets geheimzinnigs – dat je zegt: maak niet meer paniek dan nodig is, gebruik deze informatie voor de autoriteiten die het nodig hebben, ga daarmee aan de slag, verspeel geen tijd.

Mevrouw Augusteijn-Esser: Zou u gevraagd kunnen hebben om geen informatie te verspreiden over het aantal slachtoffers? Zou dat logisch zijn? Ik probeer met u na te gaan, wat er gezegd zou kunnen zijn.

De heer Aaij: Hoe bedoelt u: het aantal slachtoffers?

Mevrouw Augusteijn-Esser: Ik weet het niet. Het is slecht te horen en het is slecht te interpreteren. Maar over het aantal slachtoffers hebt u het helemaal niet gehad?

Hebt u enig idee, waarom de man van de Luchtverkeersbeveiliging vervolgens zei: Nee, uiteraard niet, maar dat zullen ze ook niet van ons horen.?

De heer Aaij: Dat is een opmerking voor zijn rekening. Dat weet ik niet.

Mevrouw Augusteijn-Esser: Zouden uw woorden verkeerd geďnterpreteerd kunnen zijn?

De heer Aaij: Ik denk het wel.

Mevrouw Augusteijn-Esser: Zou u gezegd kunnen hebben, dat er geen uitspraken gedaan mogen worden over de vracht?

De heer Aaij: Als er op dat moment sprake is van een volledig ondoorzichtige situatie over wat er daadwerkelijk gebeurd is, is het weinig relevant uitspraken over iets te doen als daarvan geen achtergrond bekend is of aanleiding toe bestaat. Het is ook niet mijn taak daarover uitspraken te doen. Ik ben slechts een radertje in het geheel. Ik denk niet dat ik degene ben die op dat moment als woordvoerder voor El Al moet gaan optreden.

Mevrouw Augusteijn-Esser: U zegt dus hier onder ede, ik zeg het in mijn eigen woorden: ik heb niet gevraagd om bepaalde zaken niet te vermelden?

De heer Aaij: Ik weet het niet, ik kan mij het gesprek absoluut niet herinneren. Ik denk dat u het moet zien in de context van het feit dat ik behoorlijk opgefokt was door een aantal persbureaus en de zeer obscene vragen die werden gesteld. Ik denk dat de reactie meer is geweest van: dit is voor ons, doe er eerst mee wat je ermee moet doen, zorg dat je de informatie beschikbaar krijgt en houd je weg van de pers, want ik word er al niet goed van. Ik denk dat het in die context moet worden gezien en niet met enige achterdocht of iets dergelijks, gewoon puur, eerlijk: houdt op met de pers en ga aan je werk.

Mevrouw Augusteijn-Esser: Wij moeten uit andere transcripten constateren dat in ieder geval bij de Luchtverkeersbeveiliging op een gegeven moment de indruk bestond, dat El AL zou hebben gezegd dat er geen informatie over de vracht mocht worden gegeven, en met name over de gevaarlijke stoffen. Dat komt uit andere transcripten naar voren. Er is u niets bekend van een instructie van El Al om dit soort dingen achter te houden?

De heer Aaij: Nee, absoluut niet.

Mevrouw Augusteijn-Esser: Wij moeten het heel scherp vragen.

De heer Aaij: Nee, absoluut niet. Dat zou ook heel onlogisch zijn. Daar zijn de NOTOC's voor.

Mevrouw Augusteijn-Esser: Nu u dit bandje hebt gehoord en de informatie die u hebt gegeven, wat is dan uw conclusie van dit geheel?

De heer Aaij: Dat er waarschijnlijk een spraakverwarring ontstaan is en een verkeerde vermenging van emoties en gevoelens, maar verder helemaal niets. Mijn achtergrond is de zeevaartschool. Ik heb op de zeevaartschool een opleiding gehad tot brandweerofficier. Op dat moment was het voor mij: jongens, hier heb je de informatie; daar is die voor; gebruik de informatie, ga in godsnaam aan de slag en ga er niet mee lopen leuren en doen op het moment dat je niet precies weet hoe of wat en het nog niet op juistheid geďnterpreteerd is door de autoriteiten die verstand ervan hebben. Terugkijkend: op dat moment is de Luchtverkeersbeveiliging voor mij niet de autoriteit die weet wat hij met de NOTOC moet, maar de brandweer wel.

Mevrouw Augusteijn-Esser: Mijnheer Aaij, het is helder wat u verklaart. De eerste lijst hebt u voorgelezen.

De heer Aaij: Dat blijkt.

Mevrouw Augusteijn-Esser: Dat had u niet moeten doen, want dat was de vracht die was uitgeladen. U hebt niet gevraagd om informatie achter te houden.

De heer Aaij: Absoluut niet bewust, nee, niet met een intentie tot.

Mevrouw Augusteijn-Esser: En u heeft zich niet gerealiseerd dat u de verkeerde lijst hebt voorgelezen.

De heer Aaij: Nee, helaas.

Mevrouw Augusteijn-Esser: Mijnheer Aaij, hebt u een van uw bazen meegedeeld dat u informatie hebt verstrekt over de vracht?

De heer Aaij: Dat weet ik niet meer.

Mevrouw Augusteijn-Esser: Zou het logisch zijn dat u meldt: ik heb dit of dat meegegeven?

De heer Aaij: Ik heb niets meegegeven.

Mevrouw Augusteijn-Esser: U hebt alleen gefaxt? U hebt niets meegegeven?

De heer Aaij: Ik heb alleen gefaxt. Persoonlijk heb ik niets meegegeven.

Mevrouw Augusteijn-Esser: Dat vraag ik nog een keer, omdat u zich dit telefoongesprek ook niet meer kunt herinneren. Achteraf is dit telefoontje van essentieel belang gebleken.

De heer Aaij: Laat ik mijn antwoord herformuleren. Ik kan mij niet herinneren, dat ik iets meegegeven heb aan iemand of aan enige autoriteit, zoals ik u hiervoor al verteld heb. Ik kan het mij niet herinneren.

Mevrouw Augusteijn-Esser: U kunt het zich niet herinneren. Daarom vraag ik u nog een keer: kunt u zich herinneren of u aan een van uw bazen informatie hebt gegeven over uw eigen informatie over de vracht?

De heer Aaij: Ik zal ongetwijfeld een kort gesprek gehad hebben met mijnheer Chervin over: wat is er gebeurd; hoe is het verlopen tijdens het de eerste drie kwartier tot een uur voordat hij op kantoor was; wie heeft er gebeld. Daarover zal ongetwijfeld gesproken zijn. Ook dat weet ik niet meer precies. U vraagt mij dingen over iets dat zes en een half jaar geleden tijdens een stressmoment bij jonge mensen op hun dak is komen vallen.

Mevrouw Augusteijn-Esser: Wij realiseren ons dat echt heel goed, mijnheer Aaij. Het is ook moeilijk, dat geldt voor iedereen. Zes en een half jaar is een lange tijd geleden. Toch staan wij voor de taak om te reconstrueren wat er zes en een half jaar geleden gebeurd is en dat willen wij zo precies mogelijk doen.

Als u met mijnheer Chervin gesproken heeft over hetgeen u aan informatie hebt verstrekt, zou u dan nog eens willen nadenken of u zich kunt herinneren hoe daarop gereageerd is?

De heer Aaij: Daarover heb ik geen flauw idee meer. Toen de mensen op kantoor kwamen, ben ik in een halve shocktoestand de koffiehoek ingetrokken, er zijn armen om mij heengeslagen, er zijn troostende woorden gesproken, wij hebben naar de TV gekeken, ik heb geprobeerd de shock te verwerken. De eerste drie kwartier zijn in een soort waas verlopen, een soort automatische piloot. Daarna is het besef gekomen en is er niets meer.

Mevrouw Augusteijn-Esser: Zou iemand anders vanuit uw organisatie nog contact kunnen hebben gehad met de Luchtverkeersbeveiliging?

De heer Aaij: Dat zou kunnen. Dat zou Jeroen Plettenberg geweest kunnen zijn.

Mevrouw Augusteijn-Esser: Zou die informatie gehad kunnen hebben over de lading?

De heer Aaij: Ja.

Mevrouw Augusteijn-Esser: Zou iemand anders kunnen hebben aangedrongen op geheimhouding?

De heer Aaij: Dat weet ik niet, daarop kan ik u geen antwoord geven.

Mevrouw Augusteijn-Esser: Daarop kunt u geen antwoord geven. Lijkt u dat waarschijnlijk?

De heer Aaij: Ik zie het nut er niet van in, maar dat is een puur persoonlijke opmerking.

Mevrouw Augusteijn-Esser: Maar u weet het niet.

De heer Aaij: Nee.

Mevrouw Augusteijn-Esser: Hoe laat ben u naar huis gegaan?

De heer Aaij: Tussen half negen en negen uur ben ik mee naar huis genomen.

Mevrouw Augusteijn-Esser: Toen heeft men u naar huis gestuurd, zei u net.

De heer Aaij: Ja.

Mevrouw Augusteijn-Esser: Wie stuurde u naar huis?

De heer Aaij: Dat is een combinatie geweest van collega's en mijn vriendin. Ik ben op een gegeven moment het kantoor uitgehaald.

Mevrouw Augusteijn-Esser: Op een zeker moment bent u weer aan het werk gegaan. Hebt u later nog gesproken met collega's over wat er gebeurd is die avond?

De heer Aaij: Ja, dat hoort bij het verwerkingsproces. Alleen met collega's, nooit met iemand anders. Wat mij tot op heden bevreemd heeft.

Mevrouw Augusteijn-Esser: Zijn er procedures ten aanzien van informatie over vrachtgegevens aangepast op uw kantoor naar aanleiding van deze ramp?

De heer Aaij: Niet dat ik weet.

Mevrouw Augusteijn-Esser: Er zijn geen procedures aangepast?

De heer Aaij: Binnen de vrachtafdeling zijn daar geen procedures voor. Wij hebben geen boek op de plank liggen waarin staat: indien er een calamiteit is, moet... enz. In principe is operations de eerstverantwoordelijke voor calamiteitsbeheersing, niet de vrachtafdeling.

Mevrouw Augusteijn-Esser: Er zijn op drie momenten papieren op enigerlei wijze gecommuniceerd, met name de NOTOC. Die zijn gefaxt, kunt u zich herinneren.

De heer Aaij: Ja.

Mevrouw Augusteijn-Esser: Aan wie, kunt u zich niet herinneren.

De heer Aaij: Nee, op wiens autoriteit ook niet.

Mevrouw Augusteijn-Esser: Het voorlezen aan de heer Hendriks van de Luchtverkeersbeveiliging hebben wij net op de band gehoord. Dat heeft wel plaatsgevonden, maar u wist het niet meer.

De heer Aaij: Ik weet het niet meer.

Mevrouw Augusteijn-Esser: Er is net ook niet meer iets bij u bovengekomen?

De heer Aaij: Nee. En geloof me, ik heb het de laatste paar weken absoluut geprobeerd, maar ik weet het niet.

Mevrouw Augusteijn-Esser: U kunt zich ook niet herinneren of u papieren hebt meegegeven?

De heer Aaij: Nee.

Mevrouw Augusteijn-Esser: En welke papieren u dan zou hebben meegegeven?

De heer Aaij: Ik kan mij überhaupt niet herinneren dat ik papieren aan iemand meegegeven heb.

De voorzitter: Ik kom tot een samenvatting. Ik zou graag hebben dat u meedeelt of u die samenvatting correct vindt.

Na de ramp hebt u slechts twee telefoontjes gepleegd, één met Tel Aviv en één met mijnheer Chervin.

De heer Aaij: Correct.

De voorzitter: U weet niet meer wie om de gegevens van de NOTOC telefonisch heeft gevraagd.

De heer Aaij: Correct.

De voorzitter: De NOTOC bestond uit zes bladzijden. Bladzijde 1 betrof New York-Amsterdam, de bladzijden 2 t/m 5 New York-Tel Aviv en bladzijde 6 Amsterdam-Tel Aviv.

De heer Aaij: Correct.

De voorzitter: Bladzijde 1 van de NOTOC gaat over explosieven, giffen en bevroren gassen. Deze zijn in Amsterdam uitgeladen.

De heer Aaij: Correct.

De voorzitter: De NOTOC is voor wat betreft de bladzijden 2 t/m 6 door u gefaxt.

De heer Aaij: Voorzover ik mij weet te herinneren, ja.

De voorzitter: De vrachtdocumentatie voor de ingeladen 72 ton in Amsterdam was volledig bij u op kantoor aanwezig vanaf het moment van de ramp.

De heer Aaij: Correct.

De voorzitter: Die is door niemand bij u opgehaald.

De heer Aaij: Ik kan mij niet herinneren dat ik documenten aan iemand beschikbaar gesteld heb.

De voorzitter: De stem op het bandje dat wij u zo-even hebben laten horen, herkent u als uw stem, maar u kunt zich het telefoongesprek niet meer herinneren.

De heer Aaij: Ik meen mijn stem te herkennen en ik kan mij inderdaad het telefoongesprek niet herinneren.

De voorzitter: De mogelijkheid is aanwezig dat het voorlezen van bladzijde 1 van de NOTOC rechtstreeks van het computerscherm heeft plaatsgevonden.

De heer Aaij: Die mogelijkheid bestaat.

De voorzitter: De aan de LVB voorgelezen NOTOC had met name te maken met de uitgeladen stoffen.

De heer Aaij: Als ik mij kan beroepen op het bandje, wordt daar inderdaad alleen gesproken over de eerste bladzijde.

De voorzitter: U kunt zich het gesprek met de heer Chervin niet meer herinneren.

De heer Aaij: Nee.

De voorzitter: Wij zijn hiermee aan het eind gekomen van dit openbare verhoor.

Ik verzoek de griffier de heer Aaij uitgeleide te doen.

10.17 uur 

Getuige Aaij wil excuses van Bijlmercommissie

? Van onze redactie politiek. AMSTERDAM – Een van de meest spraakmakende getuigen tijdens de parlementaire enquęte naar de Bijlmerramp, de voormalig vrachtmedewerker van El Al, H. Aaij, eist dat commissielid Augusteijn publiekelijk haar excuses aan hem aanbiedt.

De getuige vindt dat de commissie hem tijdens de verhoren heeft afgeschilderd als „een verschrikkelijke crimineel” en hem willens en wetens heeft misbruikt om een misverstand te ontzenuwen.De commissie vroeg Aaij tijdens het verhoor opheldering over het „onder de pet gehouden” telefoontje over de vermeend gevaarlijke lading van het neergestorte vrachtvliegtuig. De medewerker zou aan de luchtverkeersbeveiliging hebben gevraagd die informatie te verzwijgen. Die 'onthulling' van dat gesprek door Augusteijn, 2 weken voor het verhoor van Aaij rechtstreeks uitgezonden op televisie, veroorzaakte enorme opschudding omdat Bijlmerbewoners en hulpverleners vreesden dat zij toch ziek waren geworden door giftige stoffen. Aaij verwijt de commissie dat hij pas 14 dagen later de kans kreeg de zaak toe te lichten. Toen werd duidelijk dat de El Al-medewerker zich bij het voorlezen van de vrachtpapieren had vergist: er was geen gevaarlijke vracht aan boord van het neergestorte toestel. Aaij heeft commissievoorzitter Meijer in een brief laten weten de werkwijze zeer discutabel te vinden. „U gebruikte mijn verhoor om de spectaculaire onthulling van mevrouw Augusteijn over de explosieven en giffen te ontzenuwen en wekte daardoor de indruk als zou ik verantwoordelijk zijn voor de commotie die het gevolg was,” schrijft Aaij. „De commissie wist echter dat de informatie fout was en heeft geen enkele poging ondernomen om dit eerder te corrigeren.”

 

Stenografisch verslag van het openbare verhoor van de heer A. Goudsblom Cargo Operations, door de parlementaire enquętecommissie Vliegramp Bijlmermeer op woensdag 17 februari 1999 in de vergaderzaal van de Eerste Kamer der Staten-Generaal te Den Haag

Woensdag 17 februari 1999, Aanvang 10.24 uur, Verhoord wordt de heer A. Goudsblom

Voorzitter: Th.A.M. Meijer

Aanwezig zijn voorts de leden van de commissie: Augusteijn-Esser, Van den Doel, Oudkerk en Oedayraj Singh Varma, alsmede de heer Roovers, griffier, en mevrouw Abbas, lid van de staf van de commissie.

De voorzitter: Aan de orde is het verhoor van de heer A. Goudsblom, geboren op 9 mei 1967 te Alkmaar.Mijnheer Goudsblom, ik verzoek u te gaan staan voor het afleggen van de belofte. De door u af te leggen belofte luidt: Ik beloof dat ik de gehele waarheid en niets dan de waarheid zal zeggen.

De heer Goudsblom: Dat beloof ik.

De voorzitter: Mijnheer Goudsblom, de enquętecommissie onderzoekt de toedracht en de gevolgen van de vliegramp op 4 oktober 1992 in de Bijlmermeer te Amsterdam met als doel waarheidsvinding en het trekken van lessen voor de toekomst. Zou u de commissie kunnen zeggen wat uw functie was op de avond van 4 oktober 1992?

De heer Goudsblom: Mijn functie is vliegtuigen binnen de door de fabriek toegestane limieten zodanig te beladen dat zij in balans zijn.

De voorzitter: Wij hebben achter u een tekening opgehangen van de binnenkant van een vrachtvliegtuig. Kunt u aan de hand van deze tekening aangeven hoe een belading plaatsvindt en waar u vooral op moet letten als u de belading van een vliegtuig voorbereidt?

De heer Goudsblom: Ik zal het proberen kort en eenvoudig te houden. Bovenaan de tekening staat het bovendek van een Boeing 747 vrachtmachine. Daaronder staat het benedendek. Aan de hand van de ontvangen telexen, in dit geval uit New York, kan ik zien wat er aan boord blijft en wat er in Amsterdam van boord gaat. Op basis van die informatie maak ik mijn offload, zodat de mensen op het platform de machine kunnen lossen. Van El Al cargo krijg ik een lijst met palletnummers en gewichten. Die verwerk ik in mijn beladingsprogramma. Dit wordt gefaxt naar de jongens op het platform en die beladen de machine onder supervisie van El Al operations.

De voorzitter: Uw toelichting is heel duidelijk. Kunt u de commissie iets vertellen over de verdeling van de verantwoordelijkheden op een dergelijk moment tussen u en de heer Aaij?

De heer Goudsblom: Zijn verantwoordelijkheid is het om de lijst met de palletnummers samen te stellen en aan mij te geven. Mijn taak is het om de vracht op zo'n manier in het vliegtuig te plannen dat het vliegtuig in balans is.

De voorzitter: Uw belangrijkste taak is het in balans brengen van de vracht in het toestel?

De heer Goudsblom: Dat is correct.

De voorzitter: Op 4 oktober 1992 worden wij geconfronteerd met een crash. Van wie hoorde u dat er iets aan de hand was met het toestel?

De heer Goudsblom: In eerste instantie hoorde ik dat de machine motorproblemen had. Ik ben dus op kantoor gebleven. Later kreeg ik de informatie over de portofoon van de heer Plettenberg van El Al Operations dat de kist was gecrasht, maar ik wist nog niet waar.

De voorzitter: Wat waren uw eerste gedachten?

De heer Goudsblom: Je denkt: dat kan niet. Maar ook: doe normaal, dit zijn geen geintjes. Even later kreeg ik een telefoontje van mijn collega van Aero Ground operations op Schiphol-Centrum, de heer Ton van Neutegem, met de mededeling dat het vliegtuig was gecrasht.

De voorzitter: Wat het de eerste keer dat u geconfronteerd werd met een dergelijke ramp met een vliegtuig waaraan u had gewerkt?

De heer Goudsblom: Ja.

De voorzitter: Hoe lang werkte u op dat moment voor El Al?

De heer Goudsblom: Ik werkte drie jaar op kantoor in dienst van Aero Ground en sinds 1992 was ik werkzaam bij cargo operations.

De heer Van den Doel: Mijnheer Goudsblom, er zijn naderhand allerlei verhalen verschenen. Een ervan is dat het toestel overbeladen zou zijn. Ook zijn er verhalen dat de vracht die in Amsterdam uitgeladen zou moeten worden niet uitgeladen is. Wij hebben van de heer Aaij gehoord dat in Amsterdam 72 ton ingeladen is.

De heer Goudsblom: Klopt.

De heer Van den Doel: Het betekent dat er ook iets uitgeladen moet zijn. U bent verantwoordelijk voor de balans van zo'n vliegtuig. Is het mogelijk dat er vracht uit New York die er in Amsterdam uit moest gaan toch aan boord is gebleven?

De heer Goudsblom: Dat kan niet.

De heer Van den Doel: Waarom kan dat niet?

De heer Goudsblom: Doelt u op deze vlucht?

De heer Van den Doel: Ja.

De heer Goudsblom: Alle vracht is gelost in Amsterdam. Wij hebben daar de bewijzen van. Als ik bericht krijg van mijn collega's buiten, bijvoorbeeld dat er iets niet klopt met de belading of met palletnummers, dan wordt er ingegrepen. Voor mij was er in dit geval geen aanleiding om aan te nemen dat vracht met de bestemming Amsterdam aan boord zou zijn gebleven. Dat is niet mogelijk.

De heer Van den Doel: Is alle vracht die de bestemming Amsterdam had uitgeladen?

De heer Goudsblom: Ja.

De heer Van den Doel: Had u informatie over de inhoud van die vracht?

De heer Goudsblom: Ik heb niet zoveel te maken met vracht die voor Amsterdam bestemd is. Ik moet alleen aangeven wat eruit moet en wat de posities en palletnummers zijn. Dat geef ik door. Wat erin zit, is niet zo van belang voor mij.

De heer Van den Doel: Kunt u zich herinneren waar die vracht naartoe is gegaan?

De heer Goudsblom: De vracht is gelost en bij AG in de loods terecht-gekomen via de normale procedure.

De heer Van den Doel: Zijn er in die loods speciale vakken voor import of transport? Waar is die vracht terecht-gekomen?

De heer Goudsblom: Ik werk bij operations en niet bij import. Van importzaken heb ik niet zoveel verstand. Mijn werk is het beladen van vliegtuigen.

De heer Van den Doel: U hebt in het voorgesprek gezegd dat die vracht naar de importafdeling gegaan is. Bent u nog steeds die mening toegedaan?

De heer Goudsblom: Ja.

De heer Van den Doel: Na de ramp is proces-verbaal opgemaakt en volgens dat proces-verbaal heeft u verklaard: toen het toestel was geladen, ben ik met de papieren naar het vliegtuig gegaan en heb deze overhandigd aan de captain. Welke papieren waren dat?

De heer Goudsblom: De weight and balance papieren, het load sheet, papieren die aangeven hoe zwaar de machine is en nog wat aanvullende informatie.

De heer Van den Doel: Dus alles wat te maken heeft met de balans van het vliegtuig?

De heer Goudsblom: Ja.

De heer Van den Doel: Zat de NOTOC er ook bij?

De heer Goudsblom: Ja, de NOTOC Amsterdam-Tel Aviv.

De heer Van den Doel: Dus alle papieren die met de balans en het gewicht van het vliegtuig te maken hadden en de NOTOC heeft u overhandigd aan de captain?

De heer Goudsblom: Ja, plus de NOTOC for transit die achter zijn stoel op een clip zit. Ik wijs er dan op wat er aan gevaarlijke stoffen of speciale stoffen bij zit voor transit.

De heer Van den Doel: Dus de NOTOC New York-Tel Aviv was op dat moment in het vliegtuig en was niet ter beschikking in Amsterdam?

De heer Goudsblom: Op dat moment niet, want dat was niet nodig. Die was aan boord van de machine.

De heer Van den Doel: Dat is standaard?

De heer Goudsblom: Ja.

De heer Van den Doel: Wat in Amsterdam op dat moment ter beschikking was, was alleen de NOTOC Amsterdam-Tel Aviv en die is overhandigd aan de captain van het vliegtuig?

De heer Goudsblom: Ja.

De heer Van den Doel: Op een gegeven moment hoorde u dat het toestel gecrasht was. Kunt u kort vertellen wat toen uw acties zijn geweest?

De heer Goudsblom: Mijn eerste actie was al mijn spullen te pakken: mijn eigen file, mijn kopieën van de weight-and-balance-papieren, het loadsheet, de weight and balance chart en alle telexen van de desbetreffende vlucht. Ik ben naar het kantoor van El Al gelopen. Dat zit naast mijn kantoor. Ik kwam binnen met de mededeling: jongens, de kist is gecrasht. Dat was al bekend bij El Al. Ik ben toen na een telefoontje van een collega naar de CvO gegaan met mijn papieren plus de hele file die daar lag, met de kopieën van de vrachtbrieven met de douanestempel erop, een kopie van de NOTOC die nog bij hen was – ik had ook een eigen kopie van de NOTOC – de uplift, de aanverwante telexen, kortom de originele file die normaal gesproken in Amsterdam op het kantoor van El Al achterblijft.

De heer Van den Doel: Daarop komen wij zo terug. U zegt, dat u de hele file die daar lag, meegenomen heeft. U heeft het dan over de vrachtpapieren van de vlucht Amsterdam-Tel Aviv?

De heer Goudsblom: Ja.

De heer Van den Doel: Die file lag kant en klaar op een tafeltje, of heeft u die van de heer Aaij gekregen of van iemand anders?

De heer Goudsblom: Ik zat zojuist hier tijdens uw gesprek met de heer Aaij. Hoe het precies gegaan is, weet ik niet. Ik weet niet, of hij het tegen mij gezegd heeft, of dat ik zelf heb aangeboden om het mee te nemen. Ik weet pertinent zeker dat ik de hele file heb meegenomen. Ik ben in mijn eigen auto gestapt en erheen gereden. Dat weet ik 100% zeker.

De heer Van den Doel: Dan hebben wij het nog steeds over de NOTOC Amsterdam-Tel Aviv, over de vrachtpapieren Amsterdam-Tel Aviv, over wat er in Amsterdam is ingeladen?

De heer Goudsblom: Ja.

De heer Van den Doel: En de gegevens van de transit New York-Tel Aviv?

De heer Goudsblom: U bedoelt die vrachtpapieren?

De heer Van den Doel: De gegevens daarvan.

De heer Goudsblom: Die gegevens heb ik niet. Die vrachtbrieven liggen in het vliegtuig, met kopieën daarvan in New York. Daarmee heeft Amsterdam totaal niets te maken.

De heer Van den Doel: U heeft een telefoontje gekregen van een collega. Kunt u zeggen, wie dat was?

De heer Goudsblom: Dat was Ton Van Neutegem.

De heer Van den Doel: U heeft van de heer Van Neutegem een telefoontje gekregen om naar de Commissie van Overleg op Schiphol te komen? Die CvO komt bij elkaar als er zich calamiteiten voordoen.

Hoe laat was dat ongeveer?

De heer Goudsblom: Ik denk rondom 18.45 uur.

De heer Van den Doel: Dus vrij kort na de crash is de Commissie van Overleg bij elkaar gekomen. U bent daarheen gegaan met alle papieren, inclusief de vrachtpapieren en de NOTOC? Wat is er verder gebeurd met de papieren in de CvO? Wat was uw rol daar?

De heer Goudsblom: Ton die was er al. Er was ook een mijnheer die ongetwijfeld thuishoorde in die CvO. Die vroeg meteen: Wat zit er aan boord aan gevaarlijke stoffen. Er werd expliciet gevraagd, of er radioactieve stoffen, de code RRY, aan boord zaten. Ik zei: Nee, die zitten niet aan boord. Ik heb hier de NOTOC Amsterdam-Tel Aviv, plus een kopie van mijn belading. Daarop staan ook codes van hetgeen in transit aan boord zat. Dat hele setje papieren is achtergebleven en verder is mij niets meer gevraagd.

De heer Van den Doel: De eerste vraag die u werd gesteld, was, of er radioactieve stoffen aan boord waren. U hebt toen gezegd: Nee, die zijn niet aan boord.

De heer Goudsblom: Dat wist ik.

De heer Van den Doel: En wat was de tweede vraag die u kreeg.

De heer Goudsblom: Meer vragen kreeg ik niet.

De heer Van den Doel: Er is niet gevraagd: Zijn er nog andere gevaarlijke stoffen aan boord?

De heer Goudsblom: Nee, ik heb zelf aangegeven wat er aan boord zat. Ik heb dat gedaan aan de hand van een kopie van de NOTOC Amsterdam-Tel Aviv en van een kopie van mijn beladingsschema. Daarop staan de codes van de gevaarlijke stoffen in transit. De NOTOC New York-Tel Aviv heb ik namelijk niet.

De heer Van den Doel: U had het beladingsschema van het vliegtuig. U had inzicht in hetgeen er in transit was. Staat op het beladingsschema van de vracht in transit – ik spreek dan over de vracht New York-Tel Aviv – in codes aangegeven, of het al dan niet gevaarlijke stoffen betreft?

De heer Goudsblom: Ja, dat klopt.

De heer Van den Doel: Om die avond, op dat moment om 18.45 uur volledig inzicht te krijgen in de hoeveelheid gevaarlijke stoffen, moest men zich baseren op de NOTOC Amsterdam-Tel Aviv en op het beladingsschema van de hele vlucht waaruit bleek welke gevaarlijke stoffen in New York waren ingeladen met bestemming Tel Aviv?

De heer Goudsblom: Op dat moment wel ja. Wij praten dan over 18.45 uur, 19.00 uur.

De heer Van den Doel: Dus u had alleen maar inzicht in de codes en in feite geen inzicht in de detail-informatie met betrekking tot de vracht?

De heer Goudsblom: Ik had geen inzicht in de detailinformatie, absoluut niet. Ik had alleen inzicht in de NOTOC Amsterdam-Tel Aviv en die betrof alleen cosmetics.

De heer Van den Doel: Op basis van de codes voor brandbaar of gevaarlijk heeft u in dat CvO een conclusie getrokken?

De heer Goudsblom: Ik heb geen conclusie getrokken. Ik heb gezegd wat er aan boord zat. Het is dan aan de commissie om te beslissen wat er moet gebeuren met de rampbestrijding.

De heer Van den Doel: Kunt u zich herinneren wat u die avond verteld heeft over die stoffen?

De heer Goudsblom: Niks eigenlijk. Ik heb geen verstand van chemicaliën en brandbare stoffen. Ik maak beladingen van vrachtmachines.

De heer Van den Doel: Heeft u de codes vertaald voor de CvO, of heeft u alleen gezegd, als ik de codes bekijk...

De heer Goudsblom: Ik heb geen codes uitgelegd. Ik mag aannemen dat zij dat weten.

De heer Van den Doel: U komt de CvO binnen met een stapel papieren. De eerste vraag die men u stelt, is: Zijn er radioactieve stoffen aan boord. U zegt: Nee. Dat baseert u op de NOTOC en op het beladingsschema?

De heer Goudsblom: Dat klopt.

De heer Van den Doel: Vervolgens heeft u dat hele beladingsschema nog eens bekeken. Welke informatie heeft u toen aan de CvO gegeven?

De heer Goudsblom: Ik heb hen laten zien, wat er aan boord zat. Ik heb gezegd: Dit is de NOTOC Amsterdam-Tel Aviv en dit is wat er geladen is in New York voor Tel Aviv in transit en hier zijn de codes. In die trant moet het gegaan zijn. Ik heb niet expliciet geroepen: Het is dit of het is dat. Die informatie had ik niet.

De heer Van den Doel: Maar u had die codes?

De heer Goudsblom: Ja, voor mijn werk heb ik daar genoeg aan.

De heer Van den Doel: U hebt de codes opgelezen en toen heeft de CvO de conclusie getrokken?

De heer Goudsblom: Men heeft met mij meegekeken, in ieder geval één persoon.

De heer Van den Doel: Wie was dat?

De heer Goudsblom: De naam kan ik mij niet herinneren.

De heer Van den Doel: Was dat wellicht de commandant van de brandweer Schiphol?

De heer Goudsblom: Ik denk van wel.

De heer Van den Doel: Die heeft meegekeken en toen was de conclusie?

De heer Goudsblom: Ik heb geen conclusie gehoord.

De heer Van den Doel: Is er in de CvO een conclusie getrokken?

De heer Goudsblom: Ik mag aannemen, dat zij weten wat zij moeten doen. Ik kan niet zeggen: Je moet nu een brandweerwagen sturen, of iets dergelijks.

De heer Van den Doel: Daar gaat het niet om. U bent naar de CvO geroepen omdat u deskundigheid had over gevaarlijke stoffen.

De heer Goudsblom: Nou deskundigheid. Ik denk dat u het een beetje verdraait. Begrijpt u wat ik bedoel of niet?

De heer Van den Doel: U heeft de codes opgelezen.

De heer Goudsblom: Ik heb de CvO de codes laten zien. Of ik die opgelezen heb, weet ik niet meer. Men heeft de informatie gekregen over wat er aan boord zat van de machine. De vraag was: Radioactief? Mijn antwoord was: Pertinent niet. Ik heb gezegd: Dit zit aan boord. Ik heb het beladingsschema laten zien met de codes van de gevaarlijke stoffen. Ik heb een kopie laten zien van de NOTOC Amsterdam-Tel Aviv en meer kon ik die bewuste avond niet doen.

De heer Van den Doel: Goed, mijnheer Goudsblom, ik herinner u nog even aan het voorgesprek. Daarin zegt u: Men stelde een vraag aan mij. Ik heb gezegd dat er pertinent geen radioactief aan boord was en wat er wel aan boord zat. Ik had een kopie van de NOTOC en van mijn beladingsinstructie waar al die codes op staan. Ik kon gelijk zien geen RRY, maar wel RFL, RFG,... Ik neem aan dat u weet wat RRY is?

De heer Goudsblom: RRY is radioactief.

De heer Van den Doel: Precies! U heeft verstand van die codes en op basis van die codes is er een conclusie getrokken?

De heer Goudsblom: Ik heb die papieren aan hen gegeven en daarmee was de kous eigenlijk af.

Ik heb het nu al vier keer uitgelegd: ik kan niet meer doen dan dat.

De heer Van den Doel: Goed. U heeft al die papieren daar achtergelaten? Aan wie heeft u die papieren overhandigd?

De heer Goudsblom: Aan dezelfde mijnheer die mij de vraag heeft gesteld over RRY.

De heer Van den Doel: En dat was waarschijnlijk de commandant van de brandweer?

De heer Goudsblom: Waarschijnlijk wel. Maar misschien had hij een andere functie, ik weet het niet.

De heer Van den Doel: Hoe laat bent u ongeveer bij de CvO weggegaan, mijnheer Goudsblom?

De heer Goudsblom: Vlak daarna, want ik was daar klaar; ik kon niets meer doen.

De heer Van den Doel: Dat was rond 19.00 uur.

De heer Goudsblom: Rond 19.00 uur, misschien 19.30 uur.

De heer Van den Doel: Waar bent u toen naar toegegaan?

De heer Goudsblom: Naar het kantoor van El Al-operations op Schiphol-centrum.

De heer Van den Doel: Met welk doel?

De heer Goudsblom: Om wat telefoontjes naar huis te plegen.

De heer Van den Doel: Wie heeft u daar ontmoet.

De heer Goudsblom: Ik meen mij te herinneren, dat de heer Plettenberg daar aanwezig was. Dat was de dienstdoende El Al-officer die de vrachtmachine ook geladen heeft. Ik leerde die bewuste avond ook de manager kennen, de heer Menachem Weinstein. Die had ik nog niet eerder ontmoet, want die was net manager op Amsterdam geworden. Die kan ik mij nog heel goed herinneren. Verder heb ik geen flauw idee wie er allemaal in- en uitliepen. Dat kunnen tien mensen geweest zijn of twintig, ik weet het niet meer.

De heer Van den Doel: Tot hoe laat bent u daar ongeveer gebleven?

De heer Goudsblom: Zoals ik ook in het voorgesprek heb gezegd, ik heb geen tijd gehad om op mijn horloge te kijken. Ik herinner mij dat ik een collega en mijn ouders heb gebeld om te zeggen wat er aan de hand was. Wij hebben nog wat zitten napraten en toen kwam mijn toen-malige chef mij ophalen, ook ter ondersteuning. Wij hebben nog wat gepraat en wat kopieën gemaakt van de weight and balance-papieren.

De heer Van den Doel: Kunt u zich herinneren of u om acht uur bent weggegaan of om negen uur?

De heer Goudsblom: Misschien kwart over acht, half negen.

De heer Van den Doel: De enige die u zich kunt herinneren die daar was, was de heer Plettenberg.

De heer Goudsblom: Ja, die kan ik zo voor mij halen en de heer Weinstein.

De voorzitter: Ik heb nog een tweetal vragen voordat ik tot een korte samenvatting kom.

De papieren die u meenam naar de CvO waren dat uw originele papieren, was dat een uitdraai of waren dat kopieën?

De heer Goudsblom: Bij het loadsheet en de weight and balance-papieren werken wij met carbon. Wij pakken drie originelen uit de kast. Daar gaat carbon tussen. Ik schrijf mijn belading erop. Ik maak het hele loadsheet af met alle gegevens en dat drukt door zowel op de tweede als op de derde kopie. Het origineel blijft aan boord, dat is voor de captain. Het tweede vel is voor mij en het derde blijft achter bij El Al-operations.

De voorzitter: Welke kopie heeft u bij de CvO afgegeven?

De heer Goudsblom: Mijn eigen kopie, dus het tweede vel.

De voorzitter: Toen u wegging bij de CvO had u dus zelf geen papieren meer?

De heer Goudsblom: Nee, die heb ik daar achtergelaten.

De voorzitter: Aan de hand van het schema wil ik nog even iets vragen over wat er in Amsterdam is uitgeladen. Weet u nog hoeveel vracht er uitgeladen is in Amsterdam?

De heer Goudsblom: 75 ton.

De voorzitter: Kunt op het schema op het bord de posities aangeven van de vracht die in Amsterdam is uitgeladen?

De heer Goudsblom: Ik heb ook mijn eigen schema bij mij.

De voorzitter: Als u het op het schema op het bord aangeeft, kunnen wij het allemaal zien.

De heer Goudsblom: In Amsterdam is in het upper deck de hele rechterkant afgeladen plus 2 grote en 1 kleine pallet in het lower deck.

De voorzitter: Mijnheer Goudsblom, ik kom tot een samenvatting van enkele punten uit dit openbare verhoor. Ik wil graag dat u reageert naar aanleiding van hetgeen ik u vertel.

U bent uitsluitend verantwoordelijk voor de belading van het toestel en dat heeft met name te maken met de gewichtsverdeling. Is dat correct?

De heer Goudsblom: Ja, dat klopt.

De voorzitter: De vracht die uitgeladen is in Amsterdam, is naar de importafdeling gegaan.

De heer Goudsblom: Ja, bij mijn weten wel.

De voorzitter: De informatie uit de NOTOC Amsterdam-Tel Aviv heeft u meegenomen naar de CvO, inclusief de originele vrachtpapieren.

De heer Goudsblom: Dat klopt.

De voorzitter: In de CvO is niets uitgelegd over de inhoud van de lading, behalve de codes en er is gezegd dat er geen radioactieve lading aan boord was.

De heer Goudsblom: Klopt.

De voorzitter: De papieren zijn achtergebleven bij de CvO.

De heer Goudsblom: Klopt.

De voorzitter: Ik dank u wel.

Daarmee is een einde gekomen aan dit verhoor. Ik verzoek de griffier, de heer Goudsblom uitgeleide te doen.

10.50 uur 

 

Stenografisch verslag van het openbare verhoor van de heer van A.J. van Neutegem, Communicatie via Airo-ground, door de parlementaire enquętecommissie Vliegramp Bijlmermeer op woensdag 17 februari 1999 in de vergaderzaal van de Eerste Kamer der Staten-Generaal te Den Haag

Woensdag 17 februari 1999

Aanvang 10.55 uur

Verhoord wordt de heer A.J. van Neutegem

Aanwezig zijn voorts de leden van de commissie: Augusteijn-Esser, Van den Doel, Oedayraj Singh Varma en Oudkerk, alsmede de heer Roovers, griffier, en mevrouw Abbas, lid van de staf van de commissie.

De voorzitter: Aan de orde is het verhoor van de heer A.J. van Neutegem, geboren op 18 juli 1952 te Rotterdam. Ik verzoek u te gaan staan voor het afleggen van de belofte.

De door u af te leggen belofte luidt: Ik beloof dat ik de gehele waarheid en niets dan de waarheid zal zeggen.

De heer Van Neutegem: Dat beloof ik.

De voorzitter: De enquętecommissie onderzoekt de toedracht en de gevolgen van de vliegramp op 4 oktober 1992 in de Bijlmer te Amsterdam met als doel waarheidsvinding en het trekken van lessen voor de toekomst. Kunt u de commissie zeggen wat uw functie was ten tijde van de ramp op 4 oktober 1992?

De heer Van Neutegem: Mijn functie was operations coördinator/duty officer coördinator.

De voorzitter: Wat hield dat in?

De heer Van Neutegem: De algehele coördinatie voor het bedrijf op het gebied van weight and balance.

De voorzitter: Wat hield dat in de dagelijkse praktijk in?

De heer Van Neutegem: Communicatie tussen afdelingen, als er dingen schortten sprong ik er op in. Communicatie van buiten het bedrijf komt via mij binnen, zoals eventueel gesprekken met de crew van vlieg-tuigen via de korte band als er dingetjes of informatie nodig zijn.

De voorzitter: U kon rechtstreeks met de crew communiceren?

De heer Van Neutegem: Dat klopt.

De voorzitter: Gold dat voor ieder vliegtuig van El Al dat binnenkwam en vertrok?

De heer Van Neutegem: Als men mij oproept en dat is een bepaalde frequentie. Zij hebben natuurlijk ook contact met de Rijksluchtvaartdienst. Als zij iets nodig hebben dat de afhandelaar kan geven, roepen zij mij op. Dan hebben wij contact. Het is geen open band.

De voorzitter: Wanneer hoorde u van de ramp?

De heer Van Neutegem: Ik hoorde van de ramp van de Rijksluchtvaartdienst. Ik hoor dat er een vliegtuig van El Al in moeilijkheden terug zou komen naar de luchthaven. Toen was er nog geen ramp.

De voorzitter: Van wie hoorde u dat?

De heer Van Neutegem: Dat hoorde ik van de Rijksluchtvaartdienst.

De voorzitter: Wie was dat van de Rijksluchtvaartdienst?

De heer Van Neutegem: Correctie: ik heb het gehoord van de CvO, van de duty manager van de luchthaven Schiphol.

De voorzitter: Wie was dat?

De heer Van Neutegem: De heer Diepenbrock, de duty manager van de CvO,

De voorzitter: De heer Diepenbrock, de duty manager van de CvO, heeft u als eerste ervan op de hoogte gebracht dat het vliegtuig gecrasht was?

De heer Van Neutegem: Nog niet gecrasht, er waren problemen met deze vlucht die zou terugkomen naar Amsterdam. Daarbij zou een CvO gehouden worden.

De voorzitter: Wat deed u toen u hoorde dat hij terugkwam naar Amsterdam?

De heer Van Neutegem: De benodigde papieren die aan boord zijn van zo'n vlucht en alle informatie daar omheen worden meegenomen naar de CvO. Op die manier heb je dingen die naar voren kunnen komen direct bij je.

De voorzitter: Nog even ter recapitulatie. U hoorde het eerste telefoontje dat het vliegtuig in de problemen is en u hoorde dat het wellicht zou terugkomen naar Schiphol. Op een gegeven moment kreeg u ook te horen dat het niet meer terugkomt naar Schiphol.

De heer Van Neutegem: Dat klopt.

De voorzitter: Hoeveel tijd zit er tussen het eerste en het tweede telefoontje?

De heer Van Neutegem: Daar zat niet veel tijd tussen. Het tweede telefoontje dat ik kreeg was over een speciale lijn van de LVB met de melding dat het vliegtuig inmiddels gecrasht was. Men wist nog niet precies waar. Het werd gegeven: tussen Weesp en Amsterdam.

De voorzitter: Op dat moment wist u dat – en dat is een automatisme – de CvO bij elkaar komt. U maakt daar deel van uit.

De heer Van Neutegem: Ja.

De voorzitter: En u ging naar de CvO, de commissie van overleg?

De heer Van Neutegem: Ja.

De voorzitter: Men had u verzocht te komen. Hoe laat was dat?

De heer Van Neutegem: Ik ben verzocht te komen. Toen de heer Diepenbrock mij belde, werd ik verzocht naar beneden te komen.

De voorzitter: Hij heeft u verzocht naar de CvO te komen?

De heer Van Neutegem: Dat was voor de crash.

De voorzitter: U kwam bij de CvO. Wie waren er?

De heer Van Neutegem: Normaal gesproken is daar de LVB, waarschijnlijk met meerdere mensen, meestal is er de wachtcommandant brandweer, de duty manager van de luchthaven Schiphol en de mensen die opgeroepen zijn door de duty manager. Ik kan niet precies zeggen wie daar allemaal aanwezig waren.

De voorzitter: Hoe vaak komt dat CvO gemiddeld per jaar bij elkaar?

De heer Van Neutegem: Niet veel, alleen bij calamiteiten.

De voorzitter: Noemt u eens een aantal, gemiddeld per jaar?

De heer Van Neutegem: Dat kan ik niet met name noemen.

De voorzitter: Waar moet ik aan denken? Aan tien keer, vijftig keer of honderd keer?

De heer Van Neutegem: In uiterste noodgevallen is er een CvO, wanneer er een calamiteit is.

De voorzitter: Komen steeds dezelfde mensen in de CvO bij elkaar?

De heer Van Neutegem: Neen.

De voorzitter: Waar is dat van afhankelijk?

De heer Van Neutegem: Wie er dienst hebben.

De voorzitter: Maar dat zijn geen honderden mensen. De meesten zijn bekenden voor elkaar.

De heer Van Neutegem: Het ligt er ook aan wie de duty manager, de inspecteur van de luchthaven, daarvoor oproept en wat de calamiteit is. Als het een calamiteit is die een trein in een NS-tunnel betreft, worden heel andere mensen opgeroepen dan voor een vliegtuig. Het gaat erom welke maatschappij in het geding is. Er zijn meerdere afhandelaren. Bij een KLM-kist, zal de KLM gevraagd worden.

De voorzitter: De samenstelling van de CvO is afhankelijk van de calamiteit die zich voordoet. Is dat correct?

De heer Van Neutegem: Dat klopt.

Mevrouw Augusteijn-Esser: Wij weten dat u vrij vroeg bij de CvO aanwezig was, het was heel dicht bij de plek waar u al was. Kunt u mij zeggen wat u en de heer Goudsblom precies onder de arm hadden?

De heer Van Neutegem: Ik ben zonder spullen naar beneden gegaan, misschien heb ik een vliegplan bij mij gehad. Die worden vanaf mijn afdeling aan boord gebracht. Ik heb, voordat ik naar beneden ging, de heer Goudsblom gebeld met de mededeling dat hij met alle papieren wat deze vlucht betrof, dit was zijn verantwoordelijkheid, naar mij toe moest komen voor inzage.

Mevrouw Augusteijn-Esser: Hij had ze dus onder zijn arm en liep ook naar de CvO toe?

De heer Van Neutegem: Ja.

Mevrouw Augusteijn-Esser: Toen hebt u de papieren bekeken?

De heer Van Neutegem: Wij hebben de papieren bekeken.

Mevrouw Augusteijn-Esser: Wat is er in de CvO verder besproken?

De heer Van Neutegem: Tijdens de CvO is besproken wat er voornamelijk aan boord zat.

Mevrouw Augusteijn-Esser: Kunt u iets specifieker zijn? Wat vroeg men u?

De heer Van Neutegem: Men vroeg of er restricted articles aan boord zaten in verband met radioactiviteit.

Mevrouw Augusteijn-Esser: Restricted articles in verband met radioactiviteit. Waarom vroeg men specifiek naar radioactiviteit?

De heer Van Neutegem: Dat is het meest gevaarlijke in de volksmond, denk ik.

Mevrouw Augusteijn-Esser: Dat verraste u niet?

De heer Van Neutegem: Neen, radioactiviteit kun je niet zien en niet voelen.

Mevrouw Augusteijn-Esser: En onder restricted articles vallen geen gevaarlijke stoffen?

De heer Van Neutegem: Restricted articles zijn in wezen gevaarlijke stoffen.

Mevrouw Augusteijn-Esser: Vroeg men ook naar andere zaken dan alleen naar radioactiviteit?

De heer Van Neutegem: Men heeft mij daar niet naar gevraagd. Wij hebben daarop de lijst overhandigd en samen doorgenomen wat er wel degelijk aan boord zat aan codes in de service-informatie.

Mevrouw Augusteijn-Esser: Die hebt u samen bekeken. Met wie?

De heer Van Neutegem: Met de heer Goudsblom in eerste instantie en ook met de medemensen van de CvO.

Mevrouw Augusteijn-Esser: Dan kunt u zich, hoop ik, herinneren welke papieren u hebt bekeken.

De heer Van Neutegem: Ik heb de loadmessage ex New York ex Amsterdam bekeken en de notoc ex Amsterdam.

Mevrouw Augusteijn-Esser: Alleen de notoc ex Amsterdam?

De heer Van Neutegem: Dat klopt.

Mevrouw Augusteijn-Esser: En die bestond uit een velletje?

De heer Van Neutegem: Die bestond uit een vel, dat was beschikbaar op dat moment.

Mevrouw Augusteijn-Esser: Maar dat was niet de hele notoc en niet de hele lading, althans wat de gevaarlijke stoffen betreft, van het vliegtuig.

De heer Van Neutegem: Neen, want die was zichtbaar op de loadmessage. Daar staan namelijk dezelfde codes op.

Mevrouw Augusteijn-Esser: Dat betekent dat u niet de notoc's van het hele onderdeel gevaarlijke lading hebt kunnen meenemen naar de CvO?

De heer Van Neutegem: Neen, ik was aanwezig bij de CvO en de heer Goudsblom heeft mij deze papieren overhandigd. Alleen de notoc ex Amsterdam, want de rest van de papieren was op dat moment niet beschikbaar.

Mevrouw Augusteijn-Esser: Hebt u toch bekeken wat de gevaarlijke lading was?

De heer Van Neutegem: Naar aanleiding van de loadmessage die de heer Goudsblom naar Tel Aviv gestuurd heeft met het vertrek van het vliegtuig. Daarop staan dezelfde codes beschreven.

Mevrouw Augusteijn-Esser: Hebt u de codes met elkaar doorgenomen?

De heer Van Neutegem: Die hebben wij doorgenomen.

Mevrouw Augusteijn-Esser: Ook met de mensen van de CvO?

De heer Van Neutegem: Ook met de mensen van de CvO.

Mevrouw Augusteijn-Esser: Weet u nog met wie u dat doornam?

De heer Van Neutegem: In het algemeen waren alle mensen die er interesse in hadden, zoals een wachtcommandant brandweer en de heer Diepenbrock, met die lijst geconfronteerd.

Mevrouw Augusteijn-Esser: U hebt in de CvO niet de totale notoc met de aan boord zijnde gevaarlijke lading gevonden?

De heer Van Neutegem: Neen.

Mevrouw Augusteijn-Esser: Dus u hebt ook niet de papieren die de heer Aaij heeft uitgedraaid, zoals hij zo-even verklaard heeft, meegenomen?

De heer Van Neutegem: Die heb ik niet gezien, niet op dat moment.

Mevrouw Augusteijn-Esser: Hebt u een oordeel geveld op basis van de codes ten aanzien van de gevaarlijke lading?

De heer Van Neutegem: Neen, dat heb ik niet.

Mevrouw Augusteijn-Esser: U hebt dat oordeel niet geveld. Heeft iemand anders dat oordeel geveld?

De heer Van Neutegem: Niet bij mijn weten. Ik neem aan dat de wachtcommandant daarop actie heeft genomen.

Mevrouw Augusteijn-Esser: Is de wachtcommandant voldoende op de hoogte om op basis van codes van vrachtdocumenten te kunnen zien wat het is?

De heer Van Neutegem: Dit zijn algemene codes, in de luchtvaart gebruikt. Een wachtcommandant van een vliegveld moet wel degelijk weten wat deze codes betekenen.

Mevrouw Augusteijn-Esser: U hebt zelf ook naar die codes gekeken. Hebt u voor uzelf een conclusie getrokken?

De heer Van Neutegem: Ik heb voor mijzelf geen conclusie getrokken. Ik kan wel uitweiden wat er gebeurt wanneer je een crash ziet. Dit waren licht ontvlambare stoffen die waarschijnlijk al bij 25° of 40° ontbranden. Als je 72.000 kilo brandstof laat ontploffen, dan blijft daar niets van over.

Mevrouw Augusteijn-Esser: U zegt: alles wat aan gevaarlijke stoffen aan boord zat is verbrand samen met de kerosine, enz. Is die conclusie ook in de CvO getrokken?

De heer Van Neutegem: Dat weet ik niet.

Mevrouw Augusteijn-Esser: Wat is er vervolgens met de informatie die u bracht gedaan?

De heer Van Neutegem: Die is achtergebleven bij de CvO.

Mevrouw Augusteijn-Esser: Dat weet u heel zeker?

De heer Van Neutegem: Ja.

Mevrouw Augusteijn-Esser: En dat waren de stukken die u net aan ons hebt voorgelezen. Daar zaten die notoc's niet bij?

De heer Van Neutegem: Dat klopt.

Mevrouw Augusteijn-Esser: Althans, de notoc Amsterdam-Tel Aviv, dat ene blaadje, wel.

De heer Van Neutegem: De weight and balance van de heer Goudsblom, dus beladingsformulieren en een notoc Amsterdam-Tel Aviv. Die waren op dat moment beschikbaar.

Mevrouw Augusteijn-Esser: Hoe lang heeft het overleg daar geduurd?

De heer Van Neutegem: Het overleg duurde tot iets voor achten. Ik weet dit omdat de CvO om acht uur ontbonden was. Daarna hebben wij het nieuws gezien.

Mevrouw Augusteijn-Esser: Bent u getuige geweest van het doorgeven van de informatie aan de diverse belanghebbenden, in dit geval de brandweer?

De heer Van Neutegem: Niet specifiek.

Mevrouw Augusteijn-Esser: Wat is niet specifiek?

De heer Van Neutegem: Er werd veel gebeld. Iedereen had contact met zijn afdeling, met zijn discipline.

Mevrouw Augusteijn-Esser: Herinnert u zich nog de berichten die aan de brandweer zijn doorgegeven? De aard van de berichten?

De heer Van Neutegem: Neen, dat kan ik u niet vertellen.

Mevrouw Augusteijn-Esser: Hebt u zelf nog berichten doorgegeven?

De heer Van Neutegem: Ik heb zelf ook getelefoneerd, maar niet met brandweer of mensen in Amsterdam of zo.

Mevrouw Augusteijn-Esser: Hebt u zelf nog informatie doorgegeven over de lading?

De heer Van Neutegem: Niet over de lading.

Mevrouw Augusteijn-Esser: Waar hebt u wel over getelefoneerd?

De heer Van Neutegem: Ik heb Tel Aviv ingelicht in eerste instantie over het neerstorten van het vliegtuig.

Mevrouw Augusteijn-Esser: Maar dat wisten ze daar al. Of niet?

De heer Van Neutegem: Uit mijn telefoongesprek bleek dat dit niet zo was. Het was heel kort toen de CvO begon.

Mevrouw Augusteijn-Esser: U bent tot het eind gebleven bij de CvO, tot het eind van het overleg daar?

De heer Van Neutegem: Ik ben gebleven, totdat we de beelden hebben gezien van wat er daadwerkelijk gebeurd was.

Mevrouw Augusteijn-Esser: Wat hebt u toen gedaan?

De heer Van Neutegem: Toen ben ik teruggegaan naar mijn afdeling.

Mevrouw Augusteijn-Esser: Bij Aero Ground?

De heer Van Neutegem: Bij Aero Groundservices.

Mevrouw Augusteijn-Esser: Hoe lang bent u daar gebleven?

De heer Van Neutegem: Ik vermoed dat dit geweest is tot half tien, tien uur. Ik durf dat niet meer met zekerheid te zeggen.

Mevrouw Augusteijn-Esser: Nogmaals, even ter bevestiging: u wist dus dat de papieren toen waren achtergebleven bij de CvO?

De heer Van Neutegem: Ja, dat klopt.

Mevrouw Augusteijn-Esser: Hebt u bij Aero Groundservices nog met iemand gesproken verder, hebt u daar nog iemand gezien?

De heer Van Neutegem: Op mijn afdeling heb ik mijn collega's, mijn huidige chef en mijn directeur nog gesproken.

Mevrouw Augusteijn-Esser: En dat waren?

De heer Van Neutegem: De heer Kortbeek en de heer Van Balen.

Mevrouw Augusteijn-Esser: Die waren daar aanwezig?

De heer Van Neutegem: Die waren aanwezig bij mijn terugkomst.

Mevrouw Augusteijn-Esser: En toen bent u gebleven tot...?

De heer Van Neutegem: Tot half tien ongeveer. Ik durf dat niet met zekerheid te zeggen.

De voorzitter: Mijnheer Van Neutegem, ik zou nog graag enkele bevestigingen zien, en dan kom ik aan een samenvatting van dit verhoor.

Klopt het dat, als op de NOTOC Amsterdam-Tel Aviv – ik heb het hier voor me liggen – staat: cosmetics, cosmetics, cosmetics en nog een keer, en extracts flavouring liquids, er dan sprake is van gevaarlijke stoffen?

De heer Van Neutegem: Het staat onder de noemer gevaarlijke stoffen, omdat het licht ontvlambaar is.

De voorzitter: Hoe interpreteert u dat?

De heer Van Neutegem: Het is niet mijn vak eigenlijk om daarover te spreken, maar wij weten ervan. In eerste instantie is het een noemer van lading die aan boord is, zoals een hond aan boord ook apart genoemd wordt.

De voorzitter: Maar een hond is geen gevaarlijke stof?

De heer Van Neutegem: Dat is geen gevaarlijke stof, tenzij hij agressief is.

De voorzitter: Dus, dat kan van alles zijn, maar het valt wel onder het begrip gevaarlijke stoffen.

De heer Van Neutegem: Het is een grote noemer.

De voorzitter: Een tweede opmerking, mijnheer Van Neutegem, is deze. Begrijp ik het juist dat de bladzijden 2 tot en met 5 van de NOTOC in de CvO zijn geďnterpreteerd via de ladinginstructies?

De heer Van Neutegem: Die waren niet aanwezig op de CvO, de bladzijden 2 t/m 5.

De heer Van den Doel: Dat is correct.

De voorzitter: Maar áls je ze wilt interpreteren, dan doe je dat via de ladinginstructies?

De heer Van Neutegem: Als ik ze daar gehad zou hebben, dan hadden wij dus dezelfde codes gezien als die, bijvoorbeeld, ex-Amsterdam waren. Want op de load message ex-Amsterdam stonden deze zelfde codes.

De voorzitter: Ik kom tot een samenvatting. Ik wilde graag dat u bevestigt wat ik oplees; zo niet, dan hoor ik dat.

U verklaart: de heer Diepenbrock heeft mij opgeroepen om naar de CvO te komen.

De heer Van Neutegem: Dat klopt.

De voorzitter: Er is bij de CvO geen oordeel geveld aan de hand van de codes op de NOTOC, behalve blz. 6.

De heer Van Neutegem: Dat klopt.

De voorzitter: De informatie is achtergebleven op de CvO.

De heer Van Neutegem: Dat klopt.

De voorzitter: En de CvO, de commissie van overleg, is vlak vóór acht uur ontbonden.

De heer Van Neutegem: Dat klopt.

De voorzitter: Er is op de CvO gevraagd of er radioactieve stoffen aan boord waren.

De heer Van Neutegem: Dat klopt.

De voorzitter: Eerst heeft u met de heer Goudsblom naar de papieren gekeken en daarna met personen in de CvO.

De heer Van Neutegem: Dat klopt.

De voorzitter: New York-Tel Aviv, de NOTOC, is op dat moment niet beschikbaar.

De heer Van Neutegem: Dat klopt.

De voorzitter: U heeft zelf geen conclusies getrokken, op de CvO, over de gevaarlijke stoffen. De gevaarlijke stoffen zijn vermeld in algemene codes.

De heer Van Neutegem: Dat is juist.

De voorzitter: Er is niet gesproken over andere gevaarlijke stoffen?

De heer Van Neutegem: Er is niet gesproken over andere gevaarlijke stoffen.

De voorzitter: Ik dank u wel.

Dan is daarmee een einde gekomen aan dit openbare verhoor. Ik verzoek de griffier de heer Van Neutegem uit te geleiden.

11.12 uur

 

Stenografisch verslag van het openbare verhoor van de heer K.E. Beumkes medewerker bureau vooronderzoek door de parlementaire enquętecommissie Vliegramp Bijlmermeer op woensdag 17 februari 1999 in de vergaderzaal van de Eerste Kamer der Staten-Generaal te Den Haag

Woensdag 17 februari 1999, Aanvang 11.15 uur, Verhoord wordt de heer K.E. Beumkes

Voorzitter: Th.A.M. Meijer

Aanwezig zijn voorts de leden van de commissie: Augusteijn-Esser, Van den Doel, Oedayraj Singh Varma en Oudkerk, alsmede de heer Roovers, griffier, en mevrouw Abbas, lid van de staf van de commissie.

De voorzitter: Ik heropen de vergadering van de parlementaire enquętecommissie Vliegramp Bijlmermeer. Aan de orde is het verhoor van de heer K.E. Beumkes, geboren op 31 januari 1964 te Amstelveen.

Mijnheer Beumkes, wilt u gaan staan voor het afleggen van de belofte. De door u af te leggen belofte luidt: ik beloof dat ik de gehele waarheid en niets dan de waarheid zal zeggen.

De heer Beumkes: Dat beloof ik.

De voorzitter: Mijnheer Beumkes, de enquętecommissie onderzoekt de toedracht en de gevolgen van de vliegtuigramp op 4 oktober 1992 in de Bijlmer te Amsterdam, met als doel waarheidsvinding en het trekken van lessen voor de toekomst. Zou u de commissie kunnen zeggen wat uw functie was ten tijde van de ramp?

De heer Beumkes: Ik was medewerker van het bureau Vooronderzoek ongevallen en incidenten.

De voorzitter: Kunt u de commissie enigszins aangeven wat ik daaronder moet verstaan?

De heer Beumkes: Tegenwoordig heet die functie onderzoeker. Mijn chef was de heer Van Reijsen; dat was het hoofd bureau vooronderzoek ongevallen en incidenten. Het plaatsvervangend hoofd was de heer Erhart en daaronder kwam ik; we hadden ook nog een secretariaatsmedewerker.

De voorzitter: Bij ieder ongeval dat zich voordoet in de luchtvaart, daar wordt u, als commissie, bij elkaar geroepen om een onderzoek te starten?

De heer Beumkes: Dat is correct.

De voorzitter: Door wie werd u op 4 oktober opgeroepen om bij het bureau vooronderzoek in Hoofddorp te verschijnen?

De heer Beumkes: Ik kan mij herinneren dat ik werd opgepiept en dat is waarschijnlijk via de luchtvaartpolitie gegaan. Die heeft een alarm-lijst; daar staan onze nummers op. Ik werd opgepiept en dat vond ik vreemd. Normaal bellen zij ons thuis op; ik was thuis, in Hoofddorp. Ik heb telefonisch contact gehad met de luchtvaartpolitie en daar vernam ik van dit tragische ongeval. Ik heb toen direct de heer Erhart gebeld – die woonde ook in Hoofddorp – en van hem vernam ik dat de heer Van Reijsen, de heer Erhart en ik naar het kantoor in Hoofddorp moesten gaan.

De voorzitter: U zegt dat het wat vreemd was, dat u via de pieper werd opgeroepen, omdat u gewoon thuis was en ook telefonisch bereikbaar was. Heeft u zich achteraf afgevraagd hoe dat nu kwam?

De heer Beumkes: Ja, ik heb dat ook direct eigenlijk gevraagd. Ik zei, enigszins verbouwereerd: waarom piepen jullie mij op, want ik ben gewoon thuis. De normale procedure is, dat ze thuis bellen. En toen zeiden ze: nou, een groot ongeval; een El Al-toestel in Amsterdam verongelukt; we hebben het erg druk; we hebben alle mensen opgepiept – vandaar.

De voorzitter: Mijnheer Beumkes, hoe laat was u bij het BVO en tot hoe laat bent u daar gebleven?

De heer Beumkes: In mijn herinnering ben ik tussen zeven uur en half acht op het bureau aangekomen – ik denk eerder rond zeven uur dan half acht. Ik ben gebleven op het bureau, totdat de heer Erhart eigenlijk die volgende ochtend, om drie uur 's ochtends, weer terugkwam. We hebben daarna gezamenlijk het bureau gesloten en zijn naar huis gegaan.

De voorzitter: Wie waren er nog meer, toen u daar binnenkwam, in Hoofddorp?

De heer Beumkes: Ik was de eerste die het kantoor opende. Dat weet ik nog goed, want de beveiliging zat op het gebouw en die moest ik eraf halen; dat had ik nog nooit eerder gedaan.

De voorzitter: Als we even kijken naar de hiërarchie, de verhoudingen tussen u, de heer Erhart en de heer Van Reijsen: hoe moet ik die schetsen? Wie is de hoogste?

De heer Beumkes: De heer Van Reijsen was het hoofd bureau vooronderzoek ongevallen. Ik zei zonet ook ''incidenten'', maar dat ''incidenten'' kwam er pas later bij, toen de Luchtvaartongevallenwet van kracht was. Toen was het nog HBVO. En het plaatsvervangend hoofd was de heer Erhart.

Mevrouw Oedayraj Singh Varma: Mijnheer Beumkes, van wie kreeg u opdrachten op die avond?

De heer Beumkes: Ik weet niet meer van wie ik de opdrachten heb gekregen. Het gaat altijd in gezamenlijk overleg. Ik heb in ieder geval twee opdrachten gekregen, waarvan ik er mij eentje goed kon herinneren; de andere heb ik, via reconstructie, vernomen van de heer Erhart.

Mevrouw Oedayraj Singh Varma: Kunt u zich de opdracht van de heer Erhart herinneren, namelijk dat hij u vroeg om de lijst met gevaarlijke stoffen op te vragen?

De heer Beumkes: Nogmaals, ik weet niet zo zeker of dat de heer Erhart is geweest. Het kan ook zijn dat de heer Van Reijsen het heeft gevraagd of dat ze het alle twee hebben gevraagd. Maar dat doet er verder niet toe. Ik kan mij heel goed herinneren de opdracht die is gegeven om te voldoen aan de richtlijnen van Annex 13, het inlichten van buitenlandse collega's. De opdracht die ik mij niet goed kon herinneren, was het veiligstellen van de vrachtdocumentatie. U noemt specifiek de gevaarlijke-ladinglijst; daar is mij niet van bekend dat het op dat moment zo specifiek gezegd is.

Mevrouw Oedayraj Singh Varma: De heer Erhart heeft verklaard dat u de opdracht kreeg de lijst van gevaarlijke stoffen van El Al te pakken te krijgen. Heeft u dat wel gedaan?

De heer Beumkes: Ik heb de vrachtdocumentatie opgevraagd bij El Al. Dat heb ik later, via de transcripts die bij de LVB vrijkwamen, zo kunnen reconstrueren. Maar nogmaals, u zegt weer ''de gevaarlijke lading'': dat is een detail waarvan ik me niet kan herinneren dat de heer Erhart mij dat zo heeft opgegeven. Daar heb ik het ook met de heer Erhart nog over gehad en ook hij is daar niet zeker van.

Mevrouw Oedayraj Singh Varma: Goed, hij heeft verklaard dat hij u die opdracht gegeven heeft.

U heeft gezegd dat u uit de transcripts heeft gelezen, dat u daar naar gevraagd heeft. U heeft dus een telefoongesprek gevoerd. Weet u met wie u dat telefoongesprek gevoerd heeft om te vragen naar de vrachtpapieren, waar dan ook de gevaarlijke lading in zou staan?

De heer Beumkes: Ik heb bij het derde telefoontje... dat was rond half negen die avond; toen waren de heren Erhart en Van Reijsen inmiddels al vertrokken naar de Bijlmer. Toen heb ik een telefoontje gepleegd, het derde telefoontje, met de LVB. Eigenlijk belde ik met een ander doel op en toen vernam ik dat daar... in het transcript staat, geloof ik, een El Al security...

Mevrouw Oedayraj Singh Varma: Met welk doel belde u naar de LVB?

De heer Beumkes: Mijn voorlaatste telefoontje was om kwart voor acht en daarbij hadden ze aangegeven dat zij al bezig waren met het beluisteren van de, zoals dat populair wordt genoemd, de torentapes, de gesprekken tussen de verkeersleiders en het vliegtuig. Ik heb om half negen weer gebeld, in de zin van: hebben jullie dat inmiddels gereed, want dan kan ik het doorgeven aan mijn Israëlische collega, dan wel mijn Amerikaanse collega, in de notification. Toen kwam ik bij toeval... ik geloof dat de heer Polman zei: er is hier iemand van El Al, en zo is dat balletje verder gaan rollen.

Mevrouw Oedayraj Singh Varma: U heeft niet gevraagd naar de heer Weinstein?

De heer Beumkes: Ja, naar ik heb gelezen in het transcript, heb ik daar naar gevraagd, want ik was op zoek naar hem. Kennelijk was ik er op dat moment al van op de hoogte dat de heer Weinstein de stationmanager was. Voor mij was hij op dat moment een volslagen vreemde.

Mevrouw Oedayraj Singh Varma: U kreeg mijnheer Ilony aan de telefoon en die gaf u het nummer van de heer Weinstein. Heeft u mijnheer Weinstein nu wel gebeld?

De heer Beumkes: Ik kan mij dat niet herinneren, maar het is logisch te veronderstellen dat ik hem heb gebeld. Het kan natuurlijk zijn dat El Al... Een van de getuigen hier vóór mij zei al dat het vreselijk druk was met telefoontjes en het kan zijn dat het moeilijk was er doorheen te komen. Maar gevoeglijk kan ik aannemen dat ik daar zeker pogingen toe gedaan heb en dat het waarschijnlijk ook wel gelukt is. Ik zal dat uitleggen...

Mevrouw Oedayraj Singh Varma: Kort.

De heer Beumkes: Ja, heel kort. De procedure bij het in beslag nemen van een wrak of documenten of iets dergelijks, is dat je belt met de hoogst verantwoordelijke – in dit geval was dat voor mij de stationmanager van El Al – en hem zegt dat de vrachtdocumentatie door ons in beslag is genomen en dat deze dan later wordt opgehaald door iemand.

Mevrouw Oedayraj Singh Varma: Aan wie heeft u de opdracht gegeven om die vrachtdocumentatie op te halen?

De heer Beumkes: Ik heb aan de heer De Rooij, die om half negen bij ons op kantoor kwam, verzocht of hij daar zorg voor kon dragen. De Rijks-politie, dienst luchtvaart, had een enorm netwerk en ik was alleen met hem op het kantoor. Ik kon dat dus niet zelf doen; dan zou het communicatiecentrum alleen door hem zijn bemand.

Mevrouw Oedayraj Singh Varma: Heeft de heer De Rooij de vrachtpapieren opgehaald?

De heer Beumkes: Hij heeft het niet zelf gedaan.

Mevrouw Oedayraj Singh Varma: Heeft hij weer aan iemand anders opdracht gegeven?

De heer Beumkes: Hij heeft gebeld naar, wat hij mij vertelde, het coördinatiecentrum van Schiphol, van de rijkspolitie dienst luchtvaart. Daar is het verzoek neergelegd en daar is actie op ondernomen. Het effect van dat verzoek is ook weer gelogd in hetzelfde boek, naar ik heb vernomen. Om vijf voor twaalf zijn de documenten door de heer Nix bij het coördinatiecentrum Schiphol binnengebracht.

Mevrouw Oedayraj Singh Varma: Om vijf voor twaalf heeft de heer Nix de papieren gebracht?

De heer Beumkes: Niet bij Hoofddorp, maar bij het coördinatiecentrum Schiphol. De heer Damveld heeft in zijn verhoor gezegd dat hij dit gescand heeft samen met de heer Bloemen. Daarna heeft hij het naar BVOI gestuurd. Dat is ongeveer een half uurtje rijden. Ik verwacht dat wij rond half een de documenten binnen hebben gekregen.

Mevrouw Oedayraj Singh Varma: Om half een kreeg u de papieren binnen.

De heer Beumkes: Dat is een schatting.

Mevrouw Oedayraj Singh Varma: Herinnert u zich dit of hebt u dit allemaal nagelezen?

De heer Beumkes: Ik kan mij dat niet heel duidelijk voor de geest halen. Ik heb het moeten reconstrueren aan de hand van alle gegevens van andere mensen en het resultaat van mijn handelingen dat die documenten uiteindelijk bij BVOI kwamen.

Mevrouw Oedayraj Singh Varma: Ze zijn om half een binnengekomen. Heeft u de vrachtdocumenten bekeken?

De heer Beumkes: Neen. De heer De Rooij heeft ze van zijn collega aangenomen. Van hem heb ik vernomen dat ze gearriveerd waren. Ik heb zelf geen enkele kennis op het gebied van vrachtdocumentatie, toen zeker niet maar nu iets meer. Ik weet niet of de heer De Rooij daar kennis van had. Die documenten heb ik in een brandwerende kast die bij ons op kantoor stond gedaan.

Mevrouw Oedayraj Singh Varma: Mijnheer De Rooij heeft wel de papieren bekeken?

De heer Beumkes: Dat zult u de heer De Rooij moeten vragen. Ik weet dat niet zeker.

Mevrouw Oedayraj Singh Varma: Heeft u van iemand anders bericht gekregen dat er gevaarlijke stoffen in het vliegtuig zaten?

De heer Beumkes: Neen, ik heb daar geen enkel bericht van ontvangen, die avond.

Mevrouw Oedayraj Singh Varma: U hebt verschillende telefoontjes gepleegd met de LVB. De LVB was ervan overtuigd dat er gevaarlijke stoffen en explosieven aan boord waren. Hebben ze dat aan u gemeld?

De heer Beumkes: Neen, dat hebt u ook in de transcripts kunnen nalezen.

Mevrouw Oedayraj Singh Varma: U hebt er zelf ook niet naar gevraagd.

De heer Beumkes: Neen, ik heb in een van de gesprekken gezegd dat ik op zoek was naar de papieren. Dat is de enige aanwijzing.

Mevrouw Oedayraj Singh Varma: Waarom hebt u er niet naar gevraagd?

De heer Beumkes: Het is niet gebruikelijk dat ik de LVB vraag om de vrachtdocumentatie.

Mevrouw Oedayraj Singh Varma: U probeerde ook de heer Weinstein te bellen en u hebt hem waarschijnlijk aan de lijn gekregen. U hebt er niet naar gevraagd. Waarom stel ik deze vraag? Er waren collega's van u op de rampplek. Als er gevaarlijke stoffen aan boord waren geweest, dan was het voor uw collega's belangrijk om dat te weten. U hebt het dus niet nagevraagd?

De heer Beumkes: Neen, nogmaals: de kennis die ik nu heb, was niet de kennis die ik toen had, het was overigens noch de kennis die de heer Erhart had.

Mevrouw Oedayraj Singh Varma: Wat bedoelt u met ''de kennis die de heer Erhart had''?

De heer Beumkes: Hij heeft specifiek, volgens mij, alleen naar de vrachtdocumentatie gevraagd en niet zozeer naar de gevaarlijke lading.

Mevrouw Oedayraj Singh Varma: Mijnheer Erhart is hier geweest en hij heeft stellig beweerd dat hij daar wel verstand van had.

De heer Beumkes: Dat klopt, maar gisteren heb ik een gesprek met hem gevoerd en ik heb, samen met hem, kunnen reconstrueren waarom hij dat heeft gezegd. En dat berust op een misverstand.

Mevrouw Oedayraj Singh Varma: Wat de heer Erhart hier heeft verklaard, in deze zaal, berust op een misverstand?

De heer Beumkes: Misschien is ''misverstand'' een zwaar woord. Het punt is, en dat is een lastig verhaal... Ik neem nu een grote stap naar het jaar 1993.

Mevrouw Oedayraj Singh Varma: Kunt u in het kort vertellen wat het misverstand is?

De heer Beumkes: In het jaar 1993 heb ik op verzoek van de Raad voor de Luchtvaart aan de heer Van der Maat gevraagd of er een rapport kon worden gemaakt van zijn bevindingen van 5 oktober, de dag na het ongeval. Hij was ingezet door de RLD om de notoc te bekijken. In het rapport heeft hij, ik meen in de inleiding, gezet dat hij op 4 oktober die avond telefonisch contact heeft gehad met een RLD-functionaris. Naar het nu blijkt is dat helemaal geen RLD-functionaris geweest. En wij hebben, de heer Erhart en ik en met mij nog vele anderen, omdat dit een jaar na dato was en wij ons dat absoluut niet meer voor de geest konden halen, altijd aangenomen – want hij kon de documenten alleen maar via vliegzaken van mij krijgen – dat ik ze waarschijnlijk gegeven heb. Maar dat blijkt dus helemaal niet het geval te zijn. Op basis daarvan, omdat hij in het rapport over de gevaarlijke lading spreekt, is bij de heer Erhart het idee ontstaan dat hij daar ook specifiek naar gevraagd heeft. En dat is dus in mijn beleving niet het geval. Ik heb specifiek om de vrachtdocumentatie gevraagd en die heb ik binnengekregen om half een.

Mevrouw Oedayraj Singh Varma: Het is duidelijk. Dit betekent dat in het openbare verhoor van de heer Erhart een misverstand zit. Het zou fantastisch zijn als de heer Erhart ons dat schriftelijk zou mededelen in plaats van dat wij dit van u moeten horen.

De heer Beumkes: Ik heb het gisteren met hem kunnen reconstrueren. Iedere dag komen hier nieuwe feiten, nieuwe getallen en nieuwe dingen van logboeken op tafel. En dan gaat het ineens leven.

Mevrouw Oedayraj Singh Varma: Om ongeveer half een zijn op uw kantoor de papieren binnengekomen. De heer De Rooij heeft ze gezien en in een map opgeborgen.

De heer Beumkes: De heer De Rooij heeft ze in ontvangst genomen. Ik weet niet of hij er ook echt naar gekeken heeft.

Mevrouw Oedayraj Singh Varma: U kunt zich niet herinneren of er naar de papieren gekeken is. Hij heeft ze gewoon opgeborgen of in ontvangst genomen.

De heer Beumkes: Dat heeft hij samen met mij moeten doen. Hij heeft geen sleutel van die kast.

Mevrouw Oedayraj Singh Varma: Dank u wel. Ik ben blij dat u zich nu toch een heleboel kan herinneren.

De voorzitter: Ik kom tot een samenvatting van uw openbare verhoor. U bent via de luchtvaartpolitie opgepiept.

De heer Beumkes: Ja.

De voorzitter: U hebt direct de heer Erhart gebeld. De heren Erhart, Van Reijsen en de heer Beumkes moesten naar Hoofddorp gaan.

De heer Beumkes: Dat is juist.

De voorzitter: Tussen zeven en half acht bent u op het bureau aangekomen en u was als eerste aanwezig.

De heer Beumkes: Dat is juist.

De voorzitter: U kunt zich nog goed herinneren dat u de opdracht had om internationale contacten te informeren.

De heer Beumkes: Correct.

De voorzitter: U kunt zich niet goed herinneren dat er een opdracht was over de gevaarlijke stoffenlijst.

De heer Beumkes: Correct.

De voorzitter: Die is wel te reconstrueren aan de hand van het transcript van de LVB dat men bij de vrachtdocumentatie bij El Al wilde opvragen.

De heer Beumkes: Indirect.

De voorzitter: U kunt zich niet het telefoontje herinneren met de heer Weinstein om ongeveer half negen waarbij de heer De Rooij gevraagd zou zijn de vrachtdocumentatie op te halen?

De heer Beumkes: Het telefoontje met de heer Weinstein kan ik mij niet specifiek herinneren.

De voorzitter: Op het eind van de avond zijn de papieren in de brandkast gegaan.

De heer Beumkes: Dat kunt u aannemen.

De voorzitter: U kunt zich alles wat u verklaard hebt slechts herinneren op basis van reconstructie van vrij recente gegevens.

De heer Beumkes: Voor het grote deel wel, ja.

De voorzitter: In feite hebt u, en niemand van de RLD, de lading zo snel mogelijk opgevraagd.

De heer Beumkes: Ik kan alleen voor mijzelf spreken.

De voorzitter: Dan vraag ik het specifiek voor u.

De heer Beumkes: Correct, dat is voor mijzelf correct.

De voorzitter: Dan is hiermede een einde gekomen aan het openbare verhoor. Ik verzoek de heer griffier de heer Beumkes uit te geleiden.

11.37 uur

 

Stenografisch verslag van het openbare verhoor van de heer R. Visser
Hoofd van vliegtechnische zaken door de parlementaire enquętecommissie Vliegramp Bijlmermeer op woensdag 17 februari 1999 in de vergaderzaal van de Eerste Kamer der Staten-Generaal te Den Haag

Woensdag 17 februari 1999, Aanvang 11.40 uur, Verhoord wordt de heer R. Visser

Voorzitter: Th.A.M. Meijer

Aanwezig zijn voorts de leden van de commissie: Augusteijn-Esser, Van den Doel, Oedayraj Singh Varma en Oudkerk, alsmede de heer Roovers, griffier, en mevrouw Abbas, lid van de staf van de commissie.

De voorzitter: Aan de orde is het verhoor van de heer R. Visser, geboren op 13 maart 1956 te Amsterdam. Ik verzoek u te gaan staan voor het afleggen van de belofte. De door u af te leggen belofte luidt: Ik beloof dat ik de gehele waarheid en niets dan de waarheid zal zeggen.

De heer Visser: Dat beloof ik.

De voorzitter: De enquętecommissie onderzoekt de toedracht en de gevolgen van de ramp met het vliegtuig op 4 oktober 1992 in de Bijlmer te Amsterdam met als doel waarheidsvinding en het trekken van lessen voor de toekomst. Ik geef het woord aan de heer Van den Doel.

De heer Van den Doel: Hoe werd u op de avond van 4 oktober geďnformeerd dat de El Al-Boeing in de Bijlmer was gecrasht.

De heer Visser: Ik werd op een gegeven moment gebeld door mijn moeder die mij erop attent maakte dat er een vliegtuigongeval had plaatsgevonden in de buurt van Weesp. Ik heb toen de tv aangezet en aanschouwde die verschrikkelijke beelden. Dat was het moment waarop ik op de hoogte raakte van het ongeval.

De heer Van den Doel: En wat zijn toen de acties geweest die u vervolgens gepleegd hebt?

De heer Visser: Ik heb vervolgens mijn collega-bureauhoofd de heer Bruno Klaare gebeld en met hem de verschrikkelijke beelden doorgenomen.

De heer Van den Doel: Misschien kunt u nog aanduiden wat uw functie was op de avond van de ramp.

De heer Visser: Ik was op dat moment hoofd van het bureau vliegtechnische zaken, een onderdeel van de afdeling vliegzaken bij de directie luchtvaartinspectie in Hoofddorp.

De heer Van den Doel: En u hebt toen gebeld?

De heer Visser: Met de heer Klaare, hij was bureauhoofd van het bureau toezicht vluchtuitvoering. Ik heb de beelden doorgepraat en wij hebben samen nog even doorgepraat wat te doen op dat moment. De conclusie was, zoals wij dat van tevoren wel wisten: wachten en beschikbaar zijn voor BVOI in het kader van het beantwoorden van vragen in verband met het vooronderzoek.

De heer Van den Doel: U zegt: wachten. U hebt geen contact opgenomen met BVOI met de vraag of uw inbreng die avond noodzakelijk was?

De heer Visser: Neen, we hebben geen contact opgenomen. Op dat moment niet.

De heer Van den Doel: Wat zou normaal uw taak zijn bij een ongeval. Wat is dan uw bijdrage aan dat proces?

De heer Visser: Geen enkele, anders dan in het kader van het vooronderzoek het beschikbaar stellen van een bepaalde soort van expertise. En dat is alles.

De heer Van den Doel: U hebt in het voorgesprek gezegd: het napluizen of de gevaarlijke lading een relatie had met de oorzaken die hebben geleid tot de ramp. Dat was onze taak.

De heer Visser: Dat is inderdaad een taak. Op maandagochtend is mij gevraagd daarnaar te kijken.

De heer Van den Doel: En waarom niet op zondagavond?

De heer Visser: Dat heeft klaarblijkelijk het BVO niet noodzakelijk geacht.

De heer Van den Doel: Het had in de reden gelegen dat, als men iets over de relatie wilde weten tussen lading en ongeval, men uw expertise op zondagavond al had kunnen vragen.

De heer Visser: Als het noodzakelijk was om over dat fenomeen zo kort na het ongeval helderheid te krijgen, ja. Ik kan mij voorstellen dat het in het kader van een onderzoek dat een iets langere looptijd heeft iets minder van belang is.

De heer Van den Doel: De BVOI had geen deskundigheid en geen kennis op zondagavond om zelf conclusies te kunnen trekken ten aanzien van de lading en eventueel een relatie tot het ongeval.

De heer Visser: Klaarblijkelijk.

De heer Van den Doel: De commissie-Hoekstra, die onderzoek heeft gedaan naar de informatiestroom over de vrachtdocumentatie, stelt dat op die avond iemand van de afdeling vliegzaken contact heeft opgenomen met de heer Van der Maat van dangerous goods management.

De heer Visser: Dat ken ik.

De heer Van den Doel: Kunt u aan ons uitleggen wie dat geweest is?

De heer Visser: Het spijt mij, ik kan dat niet uitleggen. Ik weet het niet. Het is in ieder geval niemand van vliegzaken geweest, bij mijn weten en ik zeker niet, die die bewuste avond direct contact opgenomen heeft met de heer Van der Maat van dangerous goods management. Dat is dus een omissie in het rapport-Hoekstra. Dat klopt niet.

De heer Van den Doel: Dus de conclusie die Hoekstra trekt dat er contact geweest is tussen de afdeling vliegzaken en de heer Van der Maat op zondagavond rond negen uur is onjuist.

De heer Visser: Die is onjuist.

De heer Van den Doel: Zou het, als het niet iemand van de afdeling vliegzaken is geweest, dan wellicht iemand anders zijn geweest die dat gedaan zou kunnen hebben?

De heer Visser: Het is iemand anders geweest, want hij is daadwerkelijk gebeld. Even terugredenerend op basis van kennis die we nu hebben: de heer Van der Maat heeft een bericht doorgekregen en dat bericht bestond uit het oplezen van informatie uit de NOTOC. Er waren een paar partijen op dat moment die daadwerkelijk in het bezit waren van de bewuste NOTOC. Dat rijtje kunnen we nagaan. In ieder geval is de luchtvaartpolitie daar een van de partijen van geweest; waarschijnlijk ook mensen van de CvO en naar mijn mening ook iemand van BVOI, maar die verklaren dat zij niet gebeld hebben; die kunnen we dan elimineren.

De heer Van den Doel: Nu begrijp ik dat men vanuit de afdeling vliegzaken, omdat daar de expertise in verband met ziekte van iemand niet direct voor handen was, een contract had met de heer Van der Maat.

De heer Visser: Ik kijk er iets anders tegenaan. Mijn theorie is deze. De heer Van der Maat was, zeker op Schiphol, in het wereldje van luchtbevrachting en met name wat betreft een specifiek onderdeel, de dangerous goods, een zeer bekende persoonlijkheid. Al jaar en dag hangt bijvoorbeeld bij de LVB een lijst met telefoonnummers van personen met wie contact opgenomen wordt, als er vragen zijn over gevaarlijke stoffen. De heer Van der Maat is een van die mensen die met naam en telefoonnummer daar bekend zijn. De heer Van der Maat, in het kader van dangerous goods management, is een echte bekende op Schiphol. Het is dus helemaal niet zo verwonderlijk dat hij gebeld is, anders dan door iemand van vliegzaken.

De heer Van den Doel: Mijnheer Visser, u raakt pas betrokken vanaf maandagmorgen bij de hele vrachtdocumentatie. Ik neem aan dat er maandagmorgen, toen u arriveerde in Hoofddorp, in ieder geval ook een vergadering geweest is, waarin de stand van zaken is besproken van de avond daarvóór.

De heer Visser: Er zal ongetwijfeld een vergadering geweest zijn, maar daar ben ik niet bij aanwezig geweest; ik ben er ook niet voor uitgenodigd geweest.

De heer Van den Doel: U bent gewoon gearriveerd, naar uw bureau gegaan en er voorlopig mee aangevangen.

De heer Visser: Dat is correct. Ik ben 's morgens vroeg naar mijn bureau gegaan, met de intentie in ieder geval om die vragen te beantwoorden die zouden komen. Nu, die zijn ook gekomen: in de vorm van een hoeveelheid ladingspapieren, te beoordelen door ons. Ik heb in het interview met u verteld dat ik Van der Maat heb verwittigd om bij mij langs te komen om die taak uit te voeren. Ik denk dat ik dat moet herzien op dit moment, omdat de heer Van der Maat verklaart dat hij uit eigen beweging al in mijn richting was gegaan om die taak uit te voeren. Hij schijnt namelijk 's avonds al toegezegd te hebben, waarschijnlijk in dat telefoongesprek waaraan we refereren, dat hij om acht uur bij vliegzaken aanwezig zou zijn om nader te kijken naar de bewuste ladingspapieren.

De heer Van den Doel: Maar dat is toch heel vreemd, want u zegt net: de heer Van der Maat was een heel bekende op Schiphol en ik vermoed dat hij misschien gebeld is door iemand van de LVB of iemand van Schiphol. Maar als de heer Van der Maat tegen u nu zegt dat hij die avond afgesproken heeft, dat hij de andere morgen naar vliegzaken zou komen, dan kan er toch maar één logische conclusie zijn, namelijk dat hij met iemand van de afdeling vliegzaken heeft gesproken?

De heer Visser: Dat lijkt een heel logische conclusie en ik ben het helemaal met u eens dat het ook zo zou hebben kunnen lopen, maar ik verklaar u nogmaals: ik heb die afspraak met de heer Van der Maat niet gemaakt, want ik heb hem die avond niet gesproken. Tot op heden heb ik van niemand van vliegzaken vernomen of kunnen vernemen, dat iemand anders dan ik met hem contact zou hebben opgenomen. Ik ga ervan uit dat niemand van vliegzaken dat geweest is.

De heer Van den Doel: De heer Van der Maat heeft in ieder geval tegen u gezegd dat hij al afgesproken had op zondagavond, dat hij die maandagochtend naar Hoofddorp zou komen.

De heer Visser: Dat heb ik later van de heer Van der Maat vernomen; dat is correct.

De heer Van den Doel: Als u teruggaat in uw eigen herinnering, dan zegt u: het zou best kunnen dat hij spontaan daar is binnengekomen? Of zegt u: nee, ik heb hem toch gebeld en gevraagd om naar Hoofd-dorp te komen?

De heer Visser: Volgens mij was hij er al. Met de kennis die ik nu heb, moet ik zeggen dat hij er waarschijnlijk al was. Maar ik weet het niet zeker; ik heb daar weinig herinneringen van.

De heer Van den Doel: Nog even teruggaand naar die maandagochtend: u komt aan in Hoofddorp, u gaat op uw kantoor achter uw bureau zitten en op een gegeven moment komt iemand binnen, zo neem ik aan, met de vrachtdocumentatie?

De heer Visser: Ook dat is een stukje dat in mijn herinnering een beetje vaag is. Eén ding weet ik zeker: er waren vroeg in de ochtend vrachtdocumenten bij mij, op mijn bureau, ter beoordeling. Of die nu door de heer Cas Beumkes mij persoonlijk ter hand zijn gesteld, dat kan ik me niet zo goed meer herinneren – eigenlijk kan ik het me niet herinneren. Ik zie dat wel voor mij, maar hij is wel vaker langs geweest; dat kan dus in de tijd ook wel een andere plek gehad hebben. Maar, in ieder geval, de documenten waren er en de heer Van der Maat heeft, samen met een andere collega, de heer Van Stappen, deze documenten beoordeeld.

De heer Van den Doel: Hoe laat was u overigens aanwezig op het kantoor in Hoofddorp, die maandagochtend?

De heer Visser: Vroeg. Ik woonde in Den Haag en voor mijn doen was het vroeg. Ik denk dat ik om een uur of acht op kantoor ben gekomen, om en bij.

De heer Van den Doel: U was om een uur of acht aanwezig. Toen was de heer Van der Maat er nog niet?

De heer Visser: Dat weet ik niet meer zeker. Het kan heel goed zijn dat hij er wel was op dat moment.

De heer Van den Doel: En de vrachtpapieren lagen toen al op uw bureau?

De heer Visser: Die lagen óf al op mijn bureau, óf werden heel kort daarna aan mij ter beschikking gesteld door de heer Beumkes; dat zit in ieder geval in mijn hoofd.

De heer Van den Doel: Toen was het de bedoeling dat u en de heer Van der Maat de vrachtpapieren zouden bekijken. Met welk doel?

De heer Visser: Ik wil eventjes specificeren dat op dat moment mijn kennis met betrekking tot dangerous goods, laat staan het interpreteren van ladingspapieren... Ik had bij wijze van spreken nooit eerder in mijn leven een ladingspapier gezien. Het interpreteren van die ladingspapieren zou dus voor mij in ieder geval een onmogelijkheid geweest zijn; vandaar ook dat we de heer Van der Maat toentertijd op contractbasis hebben ingehuurd. De heer Van der Maat heeft, samen met de heer Van Stappen, deze papieren bekeken en geanalyseerd.

De heer Van den Doel: Was de opdracht aan de heer Van der Maat? Waarom moest hij, met welk doel, deze papieren bekijken?

De heer Visser: Wat mij bij staat, is de opdracht: kijk naar de gevaarlijke lading, wat heeft er nu in gezeten? Dat hebben we dan – dat kan ik mij nog wel herinneren – met name gespecificeerd in de richting van een explosieve, een radioactieve en een zwaar giftige lading. Dat zijn drie dingen die mij nog bij staan.

De heer Van den Doel: Was daarbij met name het doel om te kijken of hier gevaren bij zaten voor de volksgezondheid, voor de hulpverleners, of had dit een ander doel?

De heer Visser: Dat is een heel goede vraag. Bij mijn weten – dat staat nog steeds helder in mijn hoofd – was dat niet anders dan in het kader van het vooronderzoek, om daar een compleet verhaal van op papier te krijgen.

De heer Van den Doel: Het doel was in feite, zoals ik eerder geciteerd heb uit het voorgesprek, het napluizen of de gevaarlijke lading een relatie zou kunnen hebben met de oorzaak van het ongeval?

De heer Visser: Dat is helemaal correct.

De heer Van den Doel: Er was dus geen enkele opdracht of verzoek aan de heer Van der Maat om te kijken of die lading ook risico's, gevolgen, consequenties kon hebben voor de volksgezondheid?

De heer Visser: De relatie tussen rampenbestrijding en de activiteiten op maandagochtend lag er in mijn belevenis helemaal niet.

De heer Van den Doel: Weet u nog, mijnheer Visser, welke vrachtdocumenten u die maandagmorgen hebt aangetroffen: waar bestonden die uit?

De heer Visser: Dat is een probleem, in de eerste plaats omdat ik op dat moment persoonlijk zeer weinig kennis had omtrent vrachtdocumenten, hoe ze eruit zien en wat de inhoud ervan is. Ik heb wel een notitie geschreven op de 5e, die u ook in uw bezit heeft en waarin ik aangeef welke documenten de basis hebben gevormd voor die beoordeling. Dat kan ik even voorlezen...

De heer Van den Doel: Nee, wij hebben dat overzicht ook. Maar dat is op basis van reconstructie, zo neem ik aan.

De heer Visser: Dit document is geschreven op de 5e, door mij, op basis van de analyse van de heer Van der Maat en de heer Van Stappen.

De heer Van den Doel: Over dat document komen we zo dadelijk nog te spreken. Als ik kijk naar de commissie-Hoekstra, dan staat daar een opsomming van wat er beschikbaar was. Maar, nogmaals, dat is een stukje reconstructie achteraf. U kunt niet bevestigen welke papieren in ieder geval die maandagmorgen aanwezig waren.

De heer Visser: Nee.

De heer Van den Doel: Ik begrijp dus goed dat door gebrek aan expertise, aan kennis binnen de afdeling vliegzaken, men zich volledig heeft gebaseerd op het oordeel van de heer Van der Maat.

De heer Visser: Dat is correct – en dat van de heer Van Stappen.

De heer Van den Doel: Wat was zijn specifieke deskundigheid?

De heer Visser: De heer Van Stappen was een medewerker van het bureau vliegtechnische zaken, die in het verleden een aantal jaren als een soort back-up van de heer Van Es – dat was de zieke medewerker – gefungeerd en gefunctioneerd heeft en daardoor een bepaalde hoeveelheid ervaring had opgebouwd op het gebied van vervoer van gevaarlijke stoffen. In vergelijking met de ervaring van de heer Van der Maat was dat echter een beperkte ervaring.

De heer Van den Doel: Het doel, althans wat u voor ogen had, ook gezien uw opdracht, was dat de heer Van der Maat zou kijken of er een relatie zou kunnen zijn tussen de gevaarlijke stoffen aan boord en eventueel de oorzaak van het ongeval?

De heer Visser: Ja.

De heer Van den Doel: Nu heeft u op basis van de conclusies van de heer Van der Maat een notitie geschreven aan de heer Klaare.

De heer Visser: Dat is correct.

De heer Van den Doel: In die notitie staat precies op wat voor luchtvrachtdocumenten u zich gebaseerd heeft. Ik citeer een tweetal passages. Daar staat: uit de beschikbare gegevens blijkt dat er geen radioactieve en/of explosieve stoffen tot de lading behoorden. Dat was één conclusie die die maandagochtend getrokken is.

De tweede conclusie die getrokken is, luidt: ondanks de tijdens de crash opgetreden brand en de hoeveelheid bluswater die tijdens de bluswerkzaamheden over de plaats van het ongeluk is gespoten, dient men mijns inziens – dat bent u – toch bij de latere opruimactiviteiten de nodige voorzichtigheid te betrachten ten aanzien van het mogelijk voorkomen van resten giftige stoffen en/of hiermee verontreinigde grond of bluswater. Die conclusie heeft dus niet direct te maken met een relatie tussen gevaarlijke stoffen en het ongeval, maar heeft direct te maken met eventuele consequenties voor de rampenbestrijding en de bergingswerkzaamheden.

De heer Visser: Met name de bergingswerkzaamheden.

De heer Van den Doel: Wat is er met die conclusie gedaan?

De heer Visser: Ik heb nog niet zo lang geleden – ik schat een maand of twee, drie geleden – met de heer Klaare nog eens gepraat over die eerste dagen na de ramp. Ik heb hem ook gevraagd: wat is er eigenlijk met die informatie die op die maandagochtend is verzameld, gedaan? Hebben we daar nog wat van? Nu, daar kwamen twee dingen uit. In de eerste plaats kwam dit memootje naar voren, want dat had de heer Klaare nog in zijn archief; ik had dat helemaal niet meer. Ten tweede verklaarde hij mij dat daar inderdaad ook over gepraat is. Dat is het enige wat ik weet.

De heer Van den Doel: Met wie?

De heer Visser: Ik zou het niet weten. Ik neem aan – maar dat is wijsheid achteraf – dat dit bij de befaamde dagelijkse bijeenkomsten binnen het team van vooronderzoekers is geweest, maar ik weet het absoluut niet zeker.

De heer Van den Doel: We mogen er dus van uitgaan dat de notitie die u voor de heer Klaare geschreven heeft, ter beschikking is gesteld aan het bureau vooronderzoek en aan de vooronderzoeker de heer Wolleswinkel die het onderzoek leidde.

De heer Visser: Ja, een kleine kanttekening. Deze notitie is niet ten behoeve van de heer Klaare geschreven, maar ten behoeve van BVOI. Er waren op dat moment afspraken om de informatievoorziening van en naar BVOI te kanaliseren. Per afdeling zou een bepaald aanspreekpunt aangewezen worden. De heer Klaare was dat voor de afdeling vliegzaken. Vandaar dat deze memo gericht is aan de heer Klaare, wat formeel natuurlijk niet helemaal juist is.

De heer Van den Doel: U vindt het logisch dat in ieder geval BVOI deze notitie gehad heeft en dus had kunnen lezen wat uw advies was ten aanzien van de bergingswerkzaamheden...

De heer Visser: Overigens moet ik er wel aan toevoegen dat dit mijn persoonlijke noot was die eraan toegevoegd was. Ik was op dat moment zeker geen specialist om dat eigenlijk te kunnen neerschrijven. Het was meer een gevoel van: laat ik het voor de zekerheid, voor mijzelf, er nog maar eens even bij schrijven.

De heer Van den Doel: Maar ik neem aan dat u het gebaseerd heeft op de informatie die de heer Van der Maat u had verstrekt.

De heer Visser: Min of meer, maar deze specifieke opmerking is niet door de heer Van der Maat met zoveel woorden aan mij medegedeeld. Het is echt een persoonlijke noot geweest.

De heer Van den Doel: Een eigen interpretatie?

De heer Visser: Eigen interpretatie.

De heer Van den Doel: Dan nog een laatste citaat uit die notitie. Er staat dat ten aanzien van de lading afkomstig uit de Verenigde Staten, er op dit moment – dan hebben we het over 5 oktober – nog geen kopieën van de bijbehorende airway bills beschikbaar zijn. U had op dat moment dus nog geen volledig inzicht in de transitvracht New York-Tel Aviv: er ontbraken nog een aantal airway bills. Met andere woorden: de conclusie die die ochtend getrokken is, was een voorlopige, omdat nog een aantal airway bills ontbraken. Kunt u ons zeggen wat de vervolgactie is geweest om die airway bills onmiddellijk alsnog ter beschikking te krijgen?

De heer Visser: Mag ik, als u mij dit toestaat, één opmerking daarvóór plaatsen. Met dangerous goods bedoel ik de goederen die vallen binnen de ICAO-definitie als zodanig. Het beoordelen of die dangerous goods al of niet aan boord zijn geweest, doen we op basis van de NOTOC, zo heb ik inmiddels geleerd. Die bewuste documenten waren op dat moment aanwezig. Het feit dat ik op een gegeven moment zeg, met naam en toenaam, dat er een aantal vrachtdocumenten ontbreken, met name die airway bills, heeft te maken met wat ik in het voorgesprek een stukje fijnslijperij noemde, namelijk om te kijken of er ook dangerous goods in de zogenaamde accepted quantities in de general cargo verborgen zouden kunnen zitten. Dat was de reden waarom dat wordt opgevoerd in de memo en waarom ik vervolgens getracht heb om die documenten alsnog boven water te krijgen.

Ik heb op een gegeven moment – in de tijd is mij dat niet helemaal helder, maar dat zal ongetwijfeld maandag geweest zijn – gevraagd: hoe kan ik nu aan die resterende documenten komen? Er is me toen op een gegeven moment een contactpersoon bekendgemaakt; de naam van de heer Sieckler zit nog steeds in mijn hoofd, maar ik ben er nog steeds niet achter of dat de desbetreffende persoon geweest is. In ieder geval is het mij via die contactpersoon mogelijk gemaakt om, ik meen de dag erop, op dinsdag, de resterende documenten op te halen en die heb ik zelf opgehaald.

De heer Van den Doel: U hebt zelf de resterende documenten opgehaald en toen hebt u weer de heer Van der Maat hierover geraadpleegd. Of hebt u zelf conclusies getrokken?

De heer Visser: Ik heb dat zeker niet zelf gedaan. Nogmaals, ik had de tweede dag na het ongeval nog steeds geen expertise op het gebied van het beoordelen van vrachtdocumenten. Ik ga ervan uit dat de heer Van der Maat het gedaan heeft, maar ik weet dat niet zeker. In ieder geval heeft de heer Verstappen het gedaan met of zonder de heer Van der Maat.

De heer Van den Doel: En kwamen er nog andere conclusies uit dan die maandagochtend?

De heer Visser: Ik kan mij niet herinneren dat daar bijzonderheden uitgekomen zijn. Ik kan me ook niet herinneren dat ik daar iets van op papier heb gezet. Ik heb het althans niet terug kunnen vinden. Op basis van informatie die ik later ben tegengekomen hebben we waarschijnlijk helemaal niets gevonden, ik doel op die accepted quantities of dangerous goods. We hebben het dan over bijvoorbeeld rookmelders met een heel klein licht radioactief elementje. El Al heeft in de IATA-instructions een afwijkende regel gesteld dat El Al zulke accepted quantities niet accepteert in zijn of haar lading. Dus, het is mogelijk dat wij op dat moment over die informatie beschikten en gezegd hebben: we hebben niet alle documenten maar het is wel goed zo. Er is overigens naderhand ook nooit meer naar gevraagd.

De voorzitter: Ik kom aan een samenvatting van dit verhoor. Op de avond van de ramp hebt u met de heer Klaare gebeld, uw hoofd, en in dit telefoongesprek is besloten te wachten tot uw expertise zou worden ingeroepen en dat is op de avond van de ramp niet gebeurd.

De heer Visser: U zei de heer Klaare ''uw hoofd'', maar hij was niet mijn hoofd. Hij was mijn collega-bureauhoofd.

De voorzitter: Het bureau vliegzaken heeft kennis over gevaarlijke stoffen en lading.

De heer Visser: Het bureau vliegzaken had op dat moment bepaalde kennis over het vervoer van gevaarlijke stoffen door de lucht, maar dat was toch een iets andere kennis dan het inhoudelijk uitleggen en beoordelen van ladingpapieren. De heer Van der Maat had dit wel.

De voorzitter: De conclusie in het rapport-Hoekstra dat iemand van vliegzaken de heer Van der Maat heeft gebeld op 4 oktober is niet juist. Niemand van vliegzaken heeft hem gebeld.

De heer Visser: Dat is correct.

De voorzitter: De heer Van der Maat is een bekende expert. Hij kan door ieder ander gebeld zijn.

De heer Visser: Dat is correct.

De voorzitter: Op 5 oktober heeft u, samen met de heer Van der Maat, die uit eigen beweging naar aanleiding van een telefoontje op de avond van de ramp 's ochtends in Hoofddorp is gekomen, de vrachtdocumentatie doorgenomen.

De heer Visser: Ik heb zo-even getuigd dat dit de heer Van der Maat samen met de heer Verstappen geweest is. Ik deed niet mee aan die beoordeling omdat ik daar absoluut geen inzicht in had.

De voorzitter: Deze documentatie, die toen doorgenomen was, is van de heer Beumkes gekomen.

De heer Visser: Ik heb nog steeds in mijn gedachten het idee dat de heer Beumkes deze informatie mij heeft overhandigd.

De voorzitter: Het doel van het doornemen van de vrachtdocumentatie was kijken of de lading oorzaak kon zijn van de ramp.

De heer Visser: Dat is correct.

De voorzitter: Geen oordeel is op dat moment geveld over de gezondheidsgevolgen.

De heer Visser: Dat is correct.

De voorzitter: De conclusie in de notitie aan BVOI: geen explosieven en radioactieve stoffen aanwezig. U hebt wel een relatie gelegd tussen gevaarlijke stoffen en de berging. Er moest voorzichtigheid bij de berging in acht worden genomen.

De heer Visser: Dat was een persoonlijke noot.

De voorzitter: Dan is hiermee een einde gekomen aan het openbare verhoor. Ik verzoek de griffier de heer Visser uit te geleiden.

12.05 uur

 

Stenografisch verslag van het openbare verhoor van de heer J.A.M. Diepenbrock, verantwoordelijk duty-manager van Luchthaven Schiphol, door de parlementaire enquętecommissie Vliegramp Bijlmermeer op woensdag 17 februari 1999 in de vergaderzaal van de Eerste Kamer der Staten-Generaal te Den Haag

Woensdag 17 februari 1999

Aanvang 13.30 uur

Verhoord wordt de heer J.A.M. Diepenbrock

Voorzitter: Th.A.M. Meijer

Aanwezig zijn voorts de leden van de commissie: Augusteijn-Esser, Van den Doel, Oedayraj Singh Varma en Oudkerk, alsmede de heer Roovers, griffier, en de heer Voerman, lid van de staf van de commissie.

De voorzitter: Ik heropen de vergadering van de Enquętecommissie Vliegramp Bijlmermeer. Aan de orde is het verhoor van de heer J.A.M. Diepenbrock, geboren op 26 augustus 1940 te Den Haag. Mijnheer Diepenbrock, ik verzoek u te gaan staan voor het afleggen van de belofte. De door u af te leggen belofte luidt: ik beloof dat ik de gehele waarheid en niets dan de waarheid zal zeggen.

De heer Diepenbrock: Dat beloof ik.

De voorzitter: Mijnheer Diepenbrock, de enquętecommissie onderzoekt de toedracht en de gevolgen van de vliegramp op 4 oktober 1992 in de Bijlmer te Amsterdam, met als doel waarheidsvinding en het trekken van lessen voor de toekomst. Mijnheer Diepenbrock, u was voormalig duty manager op Schiphol air side. Is dat correct?

De heer Diepenbrock: Dat klopt.

De voorzitter: U had dienst op de avond van de ramp. Kunt u vertellen wat uw functie was?

De heer Diepenbrock: Op dat moment was ik air side operations manager. Dat is degene die verantwoordelijk is voor het proces dat zich op de air side van de luchthaven Schiphol afspeelt, zijnde de platformen en het landingsterrein.

De voorzitter: Hoe moet ik mij dat voorstellen?

De heer Diepenbrock: U kunt zich dat zo voorstellen: het proces van komen en gaan van vliegtuigen in het gebied van de air side, de platformen en het landingsterrein, wordt door air side operations bewaakt en gestuurd. Op het moment dat er ergens in dat proces een stagnatie ontstaat, is de duty manager er verantwoordelijk voor dat het proces weer op gang gebracht wordt.

De voorzitter: Op welke wijze hoorde u op 4 oktober 1992 dat er een vliegtuig in de Bijlmer gecrasht was?

De heer Diepenbrock: Op een bepaald moment ging de alarmtelefoon af. Er is een gesloten systeem van alarmering op de luchthaven. Dat is een ringsysteem van telefoons, waarbij een aantal leidinggevenden uit de continudienst gewaarschuwd kan worden bij een calamiteit of een te verwachten calamiteit. In dit geval ging de alarmtelefoon af en vertelde de verkeersleiding dat er een vliegtuig dat zojuist opgestegen was, problemen had en terugkwam naar de luchthaven Schiphol.

De voorzitter: Betekent een gesloten telefooncircuit dat degenen die over een dergelijk toestel beschikken, van binnenuit wel naar buiten kunnen bellen, maar dat zij van buitenaf niet gebeld kunnen worden?

De heer Diepenbrock: Ja, het is inderdaad een gesloten systeem. Alleen de aangesloten mensen kunnen daarvan gebruikmaken en horen tevens of een van de deelnemers gebruikmaakt van het systeem. Dus als de verkeersleiding de telefoonhoorn gebruikt, horen alle aangeslotenen via een luidspreker dat de verkeersleiding die alarmering doet.

De voorzitter: Welke maatregelen heeft u vervolgens genomen en wat behoort tot de standaardprocedure bij dit soort rampen?

De heer Diepenbrock: Op dat moment wist ik natuurlijk nog niet dat zich een ramp ging afspelen. Het was eigenlijk een situatie die wel vaker voorkomt als wij bericht krijgen dat een vliegtuig terugkeert naar Schip-hol. Ik heb toen ''paraat vliegtuig'' afgeroepen. Dat betekent dat een aantal functionarissen gewaarschuwd wordt, dus dat er een aantal alarm-rollen wordt afgewerkt, en dat de brandweer zich paraat stelt langs de baan waar het vliegtuig zal komen.

De voorzitter: Wat moet ik verstaan onder ''alarmrollen afwerken''?

De heer Diepenbrock: Elke functionaris die een rol speelt in de alarmregeling van de luchthaven, heeft een lijst met telefoonnummers, althans zijn assistent. Die nummers worden afgebeld op het moment dat het ''paraat'' gemaakt is. In dit geval heeft de havendienstmedewerker een lijst met mensen die hij moet gaan bellen op het moment dat er een paraatstelling is gedaan.

De voorzitter: Ik geef het woord aan de heer Van den Doel.

De heer Van den Doel: Mijnheer Diepenbrock, ik zal u een aantal vragen stellen over de Commissie van Overleg die die avond bij elkaar is gekomen. Misschien kunt u eerst eens zeggen wat de Commissie van Overleg is en wanneer die bij elkaar komt.

De heer Diepenbrock: De Commissie van Overleg is een overlegvergadering van leidinggevenden in de continudienst op Schiphol. Op het moment dat er een calamiteit plaatsvindt of wordt verwacht, wordt een aantal leidinggevenden via de paraatstelling gewaarschuwd. Die zijn op dat moment natuurlijk aan het werk in hun eigen kantoor, maar die komen dan zo snel als mogelijk is naar het kantoor van de duty manager. Daar staat een zogenaamde CvO-tafel, waar zij ieder hun eigen plaats hebben. Het zijn zeven of acht deelnemers, afhankelijk van het soort calamiteit. Zodra de deelnemers die in zo'n geval noodzakelijk zijn bij de CvO, aanwezig zijn, opent de voorzitter de bespreking. Van daar uit worden de maatregelen genomen die nodig zijn om de calamiteit te bestrijden.

De heer Van den Doel: Kunt u aangeven hoe laat de CvO voor het eerst op 4 oktober 1992 bij elkaar is gekomen?

De heer Diepenbrock: De Commissie van Overleg is vrij snel bij elkaar gekomen. Ik weet het exacte tijdstip niet meer, maar in mijn beleving is tussen kwart voor zeven en tien voor zeven iedereen aanwezig geweest bij de CvO.

De heer Van den Doel: En u was voorzitter van de CvO?

De heer Diepenbrock: Ja, de duty manager is in principe voorzitter van de CvO. Formeel is, als de overheidsdrempel is overschreden, de vertegenwoordiger van de rijkspolitie voorzitter. In de praktijk stelt de luchthaven zich dienstbaar op als de overheidsdrempel is overschreden, maar blijft de duty manager voorzitter van het beraad.

De heer Van den Doel: Wat bedoelt u met ''overheidsdrempel overschreden''? Kunt u dat toelichten?

De heer Diepenbrock: Als er een zodanige situatie is dat de overheid zegt: nu is het een zaak waarbij wij de doorslag moeten geven, zoals bijvoorbeeld in dit geval of in het geval van een telefonische bommelding, dingen die in die sfeer liggen, dan zegt de rijkspolitie meestal meteen: nu is de overheidsdrempel overschreden. Dan hebben zij een doorslaggevende stem als het gaat om ontruimingen en dergelijke.

De heer Van den Doel: Maar was die avond in de visie van de Dienst luchtvaart rijkspolitie de overheidsdrempel overschreden?

De heer Diepenbrock: Er is niet gesproken over de overheidsdrempel, omdat het eigenlijk voor de hand lag dat de overheidsdrempel was overschreden. De CvO is eigenlijk alleen bijeengeroepen om ons dienstbaar te kunnen opstellen en te kijken of de luchthaven zijn diensten ter beschikking kon stellen van de zaken die speelden, hoewel het dus een calamiteit was buiten de luchthaven.

De heer Van den Doel: Begrijp ik goed dat de overheidsdrempel was overschreden, maar dat het een calamiteit was buiten de luchthaven en dat u daarom de conclusie heeft getrokken dat u als voorzitter van de CvO kon optreden en de rijkspolitie die avond niet die rol heeft geclaimd?

De heer Diepenbrock: Dat klopt. Zij hebben in ieder geval niet hun voorzittersrol als zodanig geclaimd, maar wij hebben ons dienstbaar opgesteld.

De heer Van den Doel: Kunt u voor onze informatie nog eens kort toelichten wie er allemaal aanwezig waren bij die Commissie van Overleg van rond kwart voor zeven?

De heer Diepenbrock: Ja, het is zo dat... De herinnering aan de mensen die er zaten, is eigenlijk vrij vaag, omdat het een vaak wisselend gezelschap is. Door de gesprekken die recentelijk hebben plaatsgevonden, zijn de zaken wat verlevendigd in mijn herinnering. Ik weet in ieder geval dat van de luchthaven de terminal manager van dienst aanwezig was. Dat is de vertegenwoordiger van het proces dat zich in de terminal afspeelt: Fred Gerlach. Van verkeerszaken en toezicht was mijnheer Kortekaas aanwezig. In- en externe communicatie, de voorlichter Ruud Wever, was aanwezig. En wij hadden nog de officier van dienst van de luchthavenbrandweer, Wim Ewoldt. Hij is niet altijd bij de CvO aanwezig, omdat de officier van dienst van de brandweer ter plaats is als zich een calamiteit op de lucht-haven voordoet. Maar omdat het hier ging om een situatie die zich ver buiten de luchthaven afspeelde, is hij zo verstandig geweest om meteen naar de CvO te komen om te kijken of daar nog dingen gedaan konden worden.

De heer Van den Doel: Dit waren de belangrijkste functionarissen?

De heer Diepenbrock: Dit waren de belangrijkste functionarissen, waarbij ik nog vergeten ben te zeggen dat er van de luchtvaart- of afhandelingsmaatschappij ook altijd iemand aanwezig is, in dit geval een vertegenwoordiger van AG. Soms is er ook een vertegenwoordiger van de maatschappij bij, maar dat is niet altijd noodzakelijk. En er is uiteraard iemand van de rijkspolitie aanwezig geweest, wiens naam ik niet heb kunnen reproduceren, maar die in de stukken wordt beschreven als de heer Nix.

De heer Van den Doel: De rijkspolitie was in ieder geval aanwezig, maar u kent de naam niet meer. De mensen van de afhandelingsmaatschappij kent u nog wel, neem ik aan.

De heer Diepenbrock: Ik ken de mensen van gezicht, maar ik kan mij niet volledig herinneren of mijnheer Van Neutegem die avond aanwezig is geweest. Ik zal het zeker niet in twijfel trekken, maar ik heb daar geen duidelijke herinnering aan. Zoals ik in het voorgesprek ook zei: wij hebben steeds CvO's in wisselende samenstelling. Bij deze situatie was AG natuurlijk noodzakelijk, maar bij andere situaties komt er een andere afhandelingsmaatschappij met een andere vertegenwoordiger.

De heer Van den Doel: Vanmorgen hebben wij de heer Van Neutegem en de heer Goudsblom hier gehad voor een verhoor. Beiden hebben zij verklaard dat zij in die Commissie van Overleg aanwezig waren. Als u dat nog even terugroept in uw herinnering, zegt u dan: ja, nu herinner ik mij dat die twee heren er inderdaad die avond waren?

De heer Diepenbrock: Ik kan me nog wel herinneren dat mijnheer Van Neutegem deelnemer is geweest aan de CvO, maar niet met 100% zekerheid. Maar er hebben zeker geen twee AG-mensen deelgenomen. Het zou kunnen zijn dat de andere vertegenwoordiger van AG wel binnen is geweest en dat hij overleg heeft gehad met zijn collega. In mijn herinnering heeft er geen extra AG-man plaatsgenomen. Maar hij kan achter de tafel gestaan hebben en overleg gevoerd hebben.

De heer Van den Doel: Wat waren de belangrijkste agendapunten voor de Commissie van Overleg die avond?

De heer Diepenbrock: Er is voor een normale CvO, voor zover je daar ooit van kunt spreken, een aantal dingen waarover de vergadering moet beslissen. Maar omdat dit natuurlijk een uitzonderlijke situatie was, namelijk een grote calamiteit buiten de luchthaven, moet je min of meer improviseren om te bezien wat je aan ondersteuning kunt doen. Er is dus geen vaste agenda van onderwerpen die daar aan de orde moeten komen.

De heer Van den Doel: Maar ik neem aan dat er gesproken is over de lading van het vliegtuig, en dat u dat graag wilde weten.

De heer Diepenbrock: Over de lading van het vliegtuig heb ik op zichzelf geen vragen gesteld. Bij een Commissie van Overleg bij een calamiteit op de luchthaven is het heel erg belangrijk hoeveel personen aan boord van het vliegtuig zijn.

De heer Van den Doel: U wist dat het in dit geval om een vrachtvliegtuig ging.

De heer Diepenbrock: Ja, en in dit geval was al vrij snel zeker dat het een vrachtvliegtuig was en was het aantal persons aan boord voor ons niet zo essentieel meer. Maar dat is bij een calamiteit op de luchthaven wel heel belangrijk. Ik kan mij niet precies herinneren of er is gezegd: drie plus één, zoals dat gezegd wordt in het jargon, maar er was in elk geval een klein aantal personen aan boord en het was geen jumbo met passagiers.

De heer Van den Doel: Ik neem aan dat u zich nog wel kunt herinneren dat die avond ook is gesproken over de lading en een eventuele aanwezigheid van gevaarlijke stoffen.

De heer Diepenbrock: Ja. Het lastige is dat je moet proberen, dit uit je geheugen op te diepen. In mijn herinnering is het zo dat er vrij snel na het compleet zijn van de CvO, door de medewerker van AG gezegd is: er zijn geen ''dangerous goods'' aan boord. Hij deed dit niet desgevraagd, want ik heb hem die vraag niet gesteld, maar nadat hij had gekeken in de papieren, heeft hij dat verklaard. Toen is mijn actie geweest om de officier van dienst van de brandweer daarop te wijzen en te vragen: zullen wij dit snel doorgeven aan de alarmcentrale? Dat is ook gebeurd, althans niet door mij, maar naar ik heb vernomen door de heer Ewoldt via zijn eigen telefoon. Het onderwerp als zodanig, dus de lading, is in mijn geheugen niet meer aan de orde geweest tot het einde van de CvO om vijf over half acht.

De heer Van den Doel: Ik begrijp dus dat een van de mededelingen die daar is gedaan door de vertegenwoordigers van de afhandelingsmaatschappij dat er geen ''dangerous goods'' aan boord waren, dus geen gevaarlijke stoffen. Ik neem aan dat het zo is vertaald?

De heer Diepenbrock: Ja.

De heer Van den Doel: Na die mededeling heeft u die avond tegen de dienstdoend brandweercommandant die aanwezig was gezegd: dit moeten wij zo snel mogelijk doorgeven?

De heer Diepenbrock: Dat klopt.

De heer Van den Doel: En daar is het bij gebleven?

De heer Diepenbrock: Daar is het bij gebleven. Er is bij mijn beste weten geen discussie meer geweest over de vraag of deze gegevens klopten of niet. Er is in ieder geval in de vergadering niet op tafel gelegd: er zijn nieuwe gegevens binnen en het zou anders moeten zijn dan eerder naar buiten is gebracht.

De heer Van den Doel: Hoe laat heeft u de vergadering van de Commissie van Overleg beëindigd?

De heer Diepenbrock: Om vijf over half acht is de vergadering beëindigd en dat is een tijdstip dat ik niet helemaal precies weet. Er zouden een paar minuten verschil kunnen zijn, maar het klopt vrij goed.

De heer Van den Doel: En die avond is de Commissie van Overleg niet meer bij elkaar geweest?

De heer Diepenbrock: Later op de avond, op het einde van mijn dienst die tot elf uur liep, is er op verzoek van de rijkspolitie nog een kleine CvO bijeen geweest. Die vergadering heb ik niet zelf voorgezeten, maar de nachtdienstcollega. Tot dat moment is er geen CvO meer bijeen geweest. Voor het sluiten van de CvO is er een rondvraag gehouden: hebben wij er behoefte aan om nog bij elkaar te blijven. Geen van de deelnemers wilde in de CvO blijven en daar was ook weinig aanleiding voor. Men wilde liever naar het eigen kantoor gaan om daar verder te werken. Wel was de afspraak gemaakt: als er nieuwe gegevens of zaken binnenkomen, kan ieder van de deelnemers alsnog weer de CvO bijeenroepen. Dat gebeurt in de praktijk ook wel eens een keer, maar dat is op die avond niet gebeurd.

De heer Van den Doel: Ik begrijp uit de notulen die wij van u hebben gekregen over de tweede CvO van elf uur dat er eigenlijk niet meer is gesproken over de lading, maar over organisatorische maatregelen en de terbeschikkingstelling van hangars.

De heer Diepenbrock: Dat klopt. Ik weet natuurlijk niet wat er in die CvO verder is besproken, maar uit de papieren van mijn collega kunt u afleiden dat dat onderwerp niet meer aan de orde is geweest.

De heer Van den Doel: Van de CvO die u heeft voorgezeten, zijn verder geen notulen gemaakt, in de zin van besluitvorming over acties die eventueel plaats moesten vinden.

De heer Diepenbrock: Neen. De situatie is op dit moment zo dat er, als er een grote calamiteit op de luchthaven zou plaatsvinden, meteen een medewerker wordt aangesteld om een groot bord bij te houden en daar allerlei gegevens op te vermelden als die binnenkomen. Op die avond is dat niet gebeurd, mede door het feit dat wij geen overdreven grote bezetting hadden en er eigenlijk ook geen aanleiding toe was. De zaken die op die avond zijn besloten, althans in de volledige CvO, zijn beschreven in mijn dagrapport en op die manier vastgelegd.

De heer Van den Doel: De vertegenwoordigers van de afhandelingsmaatschappij, de heer Van Neutegem en de heer Goudsblom, hebben vanmorgen verteld dat zij die avond een aantal formulieren over de vracht en over de belading van het vliegtuig hebben achtergelaten bij de Commissie van Overleg. Kunt u zich dat herinneren?

De heer Diepenbrock: Ik kan mij dat niet herinneren. Ik weet dat de vertegenwoordiger van AG naast de vertegenwoordiger van de rijkspolitie heeft gezeten. Daar heb ik nog een beeld van. Hoewel er geen vaste vertegenwoordiger is, heeft iedereen in de CvO namelijk een vaste plaats en een vaste telefoon. Of de papieren daar zijn blijven liggen of niet, daar heb ik in ieder geval geen zicht op gehad. Het had ook niet mijn speciale belangstelling, want ik ga ervan uit dat de rijkspolitie, die meteen na de ramp het vooronderzoek moet beginnen, daar belangstelling voor heeft gehad. Maar ik heb niet gezien dat de rijkspolitie ze heeft meegenomen, of wie dan ook. Ik ben in mijn geheugen het zicht op de papieren kwijt.

De heer Van den Doel: Ik heb begrepen dat die avond ook de heer Smits, voormalig directeur van de luchthaven Schiphol, aanwezig was bij de Commissie van Overleg.

De heer Diepenbrock: Niet bij de aanvang van de Commissie van Overleg. Normaal heeft de president-directeur ook geen functie in de CvO, maar in de loop van de avond is hij als toehoorder binnengekomen en heeft hij in de hoek die er voor toehoorders is, plaatsgenomen en heeft hij zich laten informeren. Het tijdstip waarop hij binnenkwam, weet ik niet precies meer.

De heer Van den Doel: Ik neem aan dat dit vóór vijf over half acht was, toen u de Commissie van Overleg beëindigde.

De heer Diepenbrock: In mijn herinnering was dat zelfs na vijf over half acht, dus dat hij later is binnengekomen. Maar dat weet ik niet exact meer.

De heer Van den Doel: De heer Smits heeft ook geen eventuele documentatie overhandigd gekregen?

De heer Diepenbrock: Ik heb daar wel over nagedacht, maar in mijn herinnering was het enige contact dat ik met de heer Smits heb gehad, zijn verzoek om vervoer te krijgen naar het beleidscentrum in Amsterdam. Ik kan mij niet herinneren of hij papieren heeft meegenomen. Ik heb er alleen voor gezorgd dat hij vervoer kreeg en hij is toen vertrokken. Ik kan mij daar verder niets over herinneren.

De heer Van den Doel: Mijnheer Diepenbrock, om vijf over half acht is de Commissie van Overleg beëindigd. Er is in ieder geval de mededeling gedaan dat er geen gevaarlijke stoffen aanwezig waren in de lading. De brandweercommandant is daarvan op de hoogte gesteld. De rijkspolitie die aanwezig was, wist daar natuurlijk ook gelijk van. Wij laten u zo een band zien met een fragment van de uitspraken van de brandweercommandant van Amsterdam, de heer Ernst, die hij hier vorige week onder ede tijdens het verhoor heeft gedaan. Ik vraag de regie om nu de band te starten.(Hierna volgt het fragment van het verhoor van de heer Ernst)

De heer Van den Doel: U heeft ons een brief geschreven op 8 februari 1999. Daarin zegt u dat u kort na 20.00 uur gebeld bent door de commissie van onderzoek van de luchthaven Schiphol. Wat meldde ze?

De heer Ernst: Mijn eerste rol in het beleidscentrum was het verzamelen van de juiste informatie. Ik doe aan informatiemanagement. Ik heb als eerste stap – dat past gewoon in de procedures; zo werken wij nu eenmaal – via het nationaal noodnet contact opgenomen met de CvO, de commissie van overleg van Schiphol. Dan bereikt mij direct de berichtgeving: geen gevaarlijke en geen giftige stoffen aan boord, alsmede geen gevaarlijke militaire materialen aan boord. Dat is de eerste formele mededeling die ik aan de collega's in het beleidscentrum laat weten.

De heer Van den Doel: Op uw initiatief heeft u de CvO gebeld?

De heer Ernst: Ik heb de CvO gebeld, kort na acht uur.(...)

De heer Van den Doel: Wie kreeg u toen u de CvO belde kort na achten op 4 oktober aan de lijn?

De heer Ernst: Wij hebben dat helaas niet op een band staan. Wij hebben de hele avond met meerdere mensen van de CvO gesproken. Daar komen gewoon iedere keer anderen aan de lijn. Maar wij hebben drie namen die wij kunnen reconstrueren, maar ik kan ze niet koppelen aan de gesprekken die in de loop van de avond hebben plaatsgevonden. Er is in ieder geval meermalen gesproken met de heer Ewoldt, een brandweerofficier van de brandweer Schiphol die in de CvO is opgenomen. De naam Diepenbrock valt en de heer Van der Putte.(...)

De heer Van den Doel: Nu maakt u in diezelfde brief van 8 februari 1999 melding van een telefoontje van de rijkspolitie dat u kort na de berichtwisseling met de CvO krijgt. Kunt u ons iets vertellen over dat dringende telefoontje?

De heer Ernst: Wij hadden dus, zoals ik u al heb verteld, al een aantal malen bevestigingen gekregen vanaf Schiphol dat er sprake was van een vliegtuig zonder gevaarlijke lading. Maar ik had dat nog niet uitgesproken en bekendgemaakt of er kwam een telefoontje. Dat kwam van of via de RP. Dat telefoontje stond haaks op de informatie die wij in het afgelopen uur al verzameld hadden. De inhoud van dat telefoontje was: pas op, want dat toestel zit vol met gevaarlijke en giftige stoffen, alsmede met explosieven.

Nu gebeuren er bij rampen wel meer vreemde zaken en zit er waanzinnig veel ruis op de lijn, non-informatie, verkeerde informatie. Maar binnen dezelfde minuut namen wij opnieuw contact op met Schiphol CvO en toen bleek ons het volgende. Het antwoord was helder en eenduidig: wij kennen dit verhaal, maar het is pertinent onjuist. Er is een vreselijk misverstand ontstaan. In paniek heeft een medewerker van El Al de verkeerde vrachtbrieven aanvankelijk voorgelezen. Er is verkeerde informatie verstrekt. De informatie die dat telefoontje van de RP betreft – want wij kennen deze verwarring ook hier al in de CvO – moet de vracht zijn die in het vliegtuig zat, voordat het landde op Schiphol. Dat was de vlucht New York-Schiphol. Wij hebben nu de goede ladingspapieren voor ons liggen, zo wordt letterlijk gezegd, en uit deze ladingspapieren blijkt – en het wordt dus opnieuw bevestigd – geen gevaarlijke stoffen en geen giftige stoffen aan boord.

De heer Van den Doel: Dit is het einde van het citaat.

Mijnheer Diepenbrock, ik wil aller-eerst vragen of de CvO aangesloten is op het nationale noodnet.

De heer Diepenbrock: Op dat moment was de CvO niet aangesloten op het nationale noodnet.

De heer Van den Doel: Wanneer wel?

De heer Diepenbrock: Wij hebben dat nagegaan via de PTT. Het blijkt dat het pas bijna een jaar later geďnstalleerd is.

De heer Van den Doel: Hoe verklaart u dan de uitspraak van de heer Ernst, dat hij via het nationale noodnet met u contact heeft opgenomen?

De heer Diepenbrock: De enige verklaring die ik zou kunnen hebben, is dat hij via het nationale noodnet iemand anders gesproken heeft. Maar in de CvO bestond dat net nog niet.

De heer Van den Doel: Dus u was op 4 oktober 1992 niet aangesloten op het nationale noodnet. De heer Ernst heeft drie namen genoemd van mensen met wie hij die avond contact heeft gehad. Een van die namen is uw naam. Heeft u die avond contact gehad met de heer Ernst?

De heer Diepenbrock: Bij mijn beste weten heb ik de hele avond de heer Ernst nooit gesproken. Ik ken hem ook niet. En als ik hem wel gesproken had, dan had mij dat wel verbaasd, want wij hebben normaal nooit contact met een brandweercommandant van buiten de luchthaven. Als het gebeurd was, had ik mij dat misschien ook kunnen herinneren. Ik weet vrijwel zeker dat ik hem niet gesproken heb.

De heer Van den Doel: Mijnheer Diepenbrock, de heer Ernst zegt dat er sprake was van een misverstand waar ook de CvO van op de hoogte was. Dat misverstand, dat verschil in interpretatie van wat er wel en niet aan boord was en of het wel of niet gevaarlijke stoffen waren, heeft dat zich die avond voorgedaan in de Commissie van Overleg?

De heer Diepenbrock: Tijdens het bijeenzijn van de CvO tot 19.35 uur is er niet gesproken over een misverstand of wat dan ook. Er is alleen uitspraak gedaan over wat ik u zo-even vertelde, over de lading. Of er daarna 's avonds nog gesproken is over misverstanden, is mogelijk. Maar dat is in ieder geval buiten de CvO geweest, en ook niet in mijn bijzijn. Ik heb er geen kennis van genomen.

De heer Van den Doel: Als het gaat om zo'n ernstig misverstand en het gaat om een telefoontje – als wij afgaan op de woorden van de heer Ernst – kort na 20.00 uur, mag ik dan aannemen dat het in de rede gelegen had dat u daarbij betrokken was geweest?

De heer Diepenbrock: Ik ben na het sluiten van de Commissie van Overleg op kantoor gebleven, onder andere omdat er nog directeuren van de luchthaven op kantoor waren. Dus als er alsnog een telefoontje was aangekomen, dan had mij dat zeker bereikt.

De heer Van den Doel: U was op kantoor?

De heer Diepenbrock: Ik was op kantoor.

De heer Van den Doel: Achter uw bureau, mag ik aannemen?

De heer Diepenbrock: Ja.

De heer Van den Doel: Nu heeft de heer Ernst in zijn brief van 8 februari 1999 zelfs het telefoonnummer genoemd van iemand van de CvO met wie hij contact heeft opgenomen. Ik neem aan dat u uw eigen nummer of dat van uw directe medewerkers kent. Hij schrijft in die brief dat dat het nummer 6012115 was.

De heer Diepenbrock: Dat is geen telefoonnummer dat hoort bij de CvO. Dat is een telefoonnummer van de duty manager dat in een situatie van CvO aangenomen wordt door een medewerker van de havendienst. Deze mensen zijn zodanig goed opgeleid dat, als zij een telefoontje binnenkrijgen waarvan zij weten dat het betrekking heeft op de gaande CvO, ik als voorzitter meteen wordt ingelicht of zelfs wordt doorgeschakeld. In principe neem ik in de CvO dat nummer niet aan, want ik ben dan in een andere functie. Als de heer Ernst zich daar gemeld zou hebben, dan mag ik aannemen dat de medewerker van de havendienst hem met mij had doorverbonden. Dat is niet gebeurd.

De heer Van den Doel: Een ander punt dat de heer Ernst noemt, is een tweede telefoontje met de CvO. Hij zegt dat hij daarvan de melding krijgt dat de ladingspapieren nog eens goed nagekeken worden door iemand van Dangerous Goods Management. Kunt u zich herinneren of die avond iemand de opdracht heeft gekregen of vanuit de CvO telefonisch overleg heeft gepleegd met iemand van Dangerous Goods Management over de lading?

De heer Diepenbrock: Daar heb ik geen herinnering aan. Tijdens de CvO kunnen mensen hun eigen telefoon gebruiken. Dat zijn overigens niet gepubliceerde telefoonnummers. Daarmee kunnen zij hun achterban bellen. Als men op een gegeven moment tijdens de CvO de telefoon gebruikt, dan kan ik natuurlijk niet meeluisteren. Maar als daar informatie uitkomt die voor de CvO van belang is, dan brengen de deelnemers het in de vergadering. Dus wie op welk tijdstip welke telefoon gebruikt heeft en wat daar besproken is, weet ik niet. Maar ik weet 100% zeker dat als er voor 19.35 uur belangrijke informatie was gekomen, het in de vergadering op tafel was gekomen. En dan hadden wij de mogelijkheid gehad om het aan te vullen of te corrigeren.

De heer Van den Doel: Is mijn conclusie juist dat alle citaten van de heer Ernst in feite niet gekoppeld kunnen worden aan de CvO, dat die onjuist zijn?

De heer Diepenbrock: Met die conclusie zou ik het eens zijn.

De heer Van den Doel: heeft u dan een verklaring voor de stelligheid waarmee de heer Ernst dit hier verklaard heeft?

De heer Diepenbrock: Ik heb daar geen verklaring voor. Ik ga ervan uit dat de heer Ernst die avond te goeder trouw aan het werk geweest is. Ik heb verder geen idee wat de reden kan zijn voor zo'n stellige bewering dat hij contact heeft gehad met de CvO. Ik heb van mijn kant geen enkele behoefte om een eventueel contact te ontkennen, want daar zie ik het nut niet van in. Als ik het in mijn herinnering gehad zou hebben, dan was het ook zeker in het voorgesprek aan de orde geweest.

De heer Van den Doel: Heeft u naar aanleiding van de uitspraken van de heer Ernst hier vorige week, met uw medewerkers nog eens nagedacht of die uitspraken kloppen, of die waar zijn?

De heer Diepenbrock: Ja, wij hebben niet met alle deelnemers van de CvO maar wel met de mensen van de luchthaven nog eens opnieuw geprobeerd om ons geheugen op te frissen, om te kijken of het ergens misschien aansluiting vond bij iets. Maar dat is niet gelukt in de zin van dat wij het anders konden ervaren dan wij in eerste instantie in het vooroverleg ook gezegd hebben.

De heer Van den Doel: Dus u kunt de uitspraken van de heer Ernst op geen enkele wijze bevestigen?

De heer Diepenbrock: Ik kan die op geen enkele wijze bevestigen of uitleggen. Want ik zou ook graag willen uitleggen waarom het zo gezegd wordt.

De voorzitter: Mijnheer Diepenbrock, ik vat enkele conclusies van dit verhoor met u samen. Als u wilt bevestigen wat ik voorlees, dan hoor ik dat graag van u.

Tussen 18.45 uur en 18.50 uur was de CvO voltallig bij elkaar.

De heer Diepenbrock: Dat is juist.

De voorzitter: Er zijn geen vragen over de inhoud van de lading van het vliegtuig gesteld.

De heer Diepenbrock: Er zijn geen vragen over gesteld. Er is door AG een mededeling over gedaan.

De voorzitter: Daar kom ik later op. Over de inhoud van de lading zijn geen verdere vragen gesteld.

De heer Diepenbrock: Dat klopt.

De voorzitter: De medewerker van AG zegt vrij snel dat er geen dangerous goods aan boord van het vliegtuig waren.

De heer Diepenbrock: Dat is juist.

De voorzitter: De voorzitter, u mijnheer Diepenbrock, verzoekt de heer Ewoldt van de brandweer om dit door te geven aan de brandweer Schiphol.

De heer Diepenbrock: Dat is juist.

De voorzitter: De Commissie van Overleg wordt om ą 19.30 uur ontbonden.

De heer Diepenbrock: Dat was 19.35 uur.

De voorzitter: Het is u niet bekend of de papieren van Aero Groundservices bij de CvO zijn gebleven.

De heer Diepenbrock: Dat is juist.

De voorzitter: Aan de tafel bij de CvO zit Aero Groundservices naast de Rijkspolitie. De mogelijkheid is aanwezig dat papieren rechtstreeks zijn overgedragen.

De heer Diepenbrock: Dat is juist.

De voorzitter: De CvO was niet aangesloten op het nationaal noodnet, dat was pas vanaf 1993 het geval.

De heer Diepenbrock: Dat is correct.

De voorzitter: De voorzitter, mijnheer Diepenbrock, heeft geen contact gehad met de heer Ernst.

De heer Diepenbrock: Dat is juist.

De voorzitter: Er was geen misverstand over de lading binnen de CvO.

De heer Diepenbrock: Dat is althans niet besproken. Dat is niet ter tafel geweest.

De voorzitter: In de loop van de avond is de heer Smits, president-directeur van KLM, als toehoorder bij de CvO geweest. U weet niet meer of hij documenten heeft meegenomen.

De heer Diepenbrock: U zegt president-directeur van de KLM, maar de heer Smits was president-directeur van de luchthaven Schiphol.

De voorzitter: Neemt u mij niet kwalijk.

De heer Diepenbrock: Ik kan u niet met zekerheid zeggen of hij tijdens de CvO al aanwezig geweest is. In mijn herinnering is hij iets later gekomen dan het sluitingsmoment van de CvO.

De voorzitter: Maar als toehoorder?

De heer Diepenbrock: Inderdaad, als toehoorder.

De voorzitter: Het telefoonnummer 6012115 is het nummer van de duty manager en een medewerker verbindt normaal gesproken een telefoongesprek met u door als er telefoon is voor de CvO.

De heer Diepenbrock: Dat is juist.

De voorzitter: Daarmee zijn wij aan het eind gekomen van dit openbaar verhoor. Ik verzoek de griffier, de heer Diepenbrock uit te geleiden.

14.05 uur

 

Commissie introduceert videobeelden om waarheid te vinden op dag van rammelende verklaringen

Door P. Chr. van Olst
DEN HAAG – De Bijlmerenquęte beleefde gisteren een dag van rammelende en tegenstrijdige verklaringen. Wat de ene getuige verklaarde, ontkende de andere weer. De enquętecommissie zette alles op alles om de waarheid boven tafel te krijgen en introduceerde voor dat doel het novum om getuigen te confronteren met videobeelden uit andere verhoren. Maar bijster succesvol was het allemaal niet.

D. Nix, brigadier van de Dienst Luchtvaart van de rijkspolitie, en J. Plettenberg, voormalig operations manager bij El Al, zijn het pertinent met elkaar oneens over wat er de avond van de vierde oktober 1992 op het kantoor van El Al op Schiphol allemaal gebeurde. Eén ding is zeker: de heren hebben elkaar op die avond ontmoet. Maar hoe lang hebben ze bij elkaar gezeten? Ruim een kwartier, beweert Plettenberg. Ruim 2 uur, meent Nix. Brigadier Nix was op de avond van de ramp eerst betrokken bij het crisisoverleg in de Commissie van Overleg (CvO) op Schiphol, waar deskundigen vanuit verschillende Schiphol-disciplines een strategie voor hun aandeel in de afwikkeling van de ramp ontwikkelden. Nadat hij de bevindingen van dat overleg had gerapporteerd aan zijn directe chef Bloemen, kreeg Nix de opdracht om bij El Al „alle papieren betreffende de El Al 1862” op te halen. Op dat moment hield de politie nog rekening met een terroristische aanslag. 19:42 uur: Nix gaat met El Al mee”, meldt het dagjournaal van 4 oktober. Niet helemaal juist, moest Nix zelf gisteren tijdens zijn openbare verhoor door de commissie toegeven. „Ik ging alleen naar El Al, ik ging niet met iemand mee.” Ongeveer 5 minuten later arriveert hij bij El Al Operations en ontmoet daar als eerste manager J. Plettenberg. Nix vraagt hem om „alle papieren.” Plettenberg verwijst hem naar zijn Israëlische superieuren Chervin en Weinstein. Van hen krijgt Nix uiteindelijk toestemming.

Het vervolg herinnerde Nix zich gisteren zo: „Plettenberg werd aan het kopiëren gezet, en ik zat daar op een meter of twee afstand naast. Het werd een lange zit. Om ongeveer tien minuten over tien ging ik weg met een stapel papier, een pak van 5 ŕ 6 centimeter dikte.”

Bizar
„Buitengewoon bizar”, zo had Plettenberg de verklaring van Nix even daarvoor getypeerd. Hij kende die verklaring al, kreeg er zelfs herhaaldelijk slaande ruzie om met de rijkspolitieman. Zelf heeft Plettenberg een heel ander beeld van de bewuste avond op zijn netvlies staan. Kort nadat hij gehoord had hoe het toestel dat hij na de belading als laatste verliet, was neergestort, sloeg hij aan het kopiëren. „Dat was eigen initiatief, gezond verstand.”

Plettenberg had vijf operations-documenten en een Notoc (Notification to the Captain, over eventuele gevaarlijke stoffen in de lading). Hij kopieerde ze elk 25 keer. „Tien leek me weinig, honderd ruim te veel.” Nix meldde zich volgens Plettenberg even over half acht en vertrok ruim een kwartier later weer met... de zes originele velletjes en de boodschap dat hij zich voor vrachtpapieren diende te vervoegen bij de hangars van Aero Groundservices, ongeveer 3 kilometer verderop.

De enquętecommissie confronteerde Nix met videobeelden van de verklaring die Plettenberg even daarvoor had afgelegd. „U begrijpt dat het van groot belang is voor de commissie dat we hiervoor een verklaring krijgen?” Nix begreep het, maar kon geen uitkomst brengen. „In mijn herinnering heb ik lang bij Plettenberg gezeten en ben ik weggegaan met een dikke, bruine enveloppe met vrachtbrieven.”

Dagjournaal
Nix had overigens wel een verklaring voor het feit dat hij ditmaal beweerde om tien over tien te zijn teruggegaan, terwijl in het officiële dagjournaal staat dat hij om vijf voor twaalf bij de rijkspolitie terugkwam. „In het dagjournaal staat ook dat Plettenberg om half elf door collega's is verhoord, daarom kan ik niet tot vijf voor twaalf bij hem hebben gezeten.” „Wat hebt u dan in die tussenliggende tijd van anderhalf uur gedaan”, wilde de commissie weten. „Daar heb ik geen verklaring voor.”

Commissievoorzitter Th. Meijer kon het na zo veel hiaten niet meer met Nix' toenmalige chef, J. Bloemen, eens zijn dat de rijkspolitie die avond ronduit goed zou hebben gefunctioneerd. Aan het einde van het verhoor van Bloemen verzuchtte de commissievoorzitter: „Hoe kunt u nu zeggen dat het goed was? Uw eigen dagjournaal blijkt aan alle kanten te rammelen.”

Moeilijk houdbaar
De verklaring die de Amsterdamse brandweercommandant Ernst afgelopen vrijdag voor de enquętecommissie aflegde bleek gisteren ook moeilijk houdbaar te zijn. Voor alle duidelijkheid bracht de commissie ook de videoband van zijn verhoor mee naar de vergaderzaal van de Eerste Kamer en vroeg vervolgens de dutymanager J. Diepenbrock van Schiphol en officier W. A. Ewoldt van de brandweer op Schiphol om een reactie.

Op de videoband zagen de aanwezigen opnieuw de nadrukkelijkheid en de precisie waarmee Ernst vrijdag verklaarde hoe hij op de avond van de ramp herhaaldelijk „via het nationaal noodnet” contact had met de Commissie van Overleg (CvO) op Schiphol. Vanuit de CvO kreeg hij eerst herhaaldelijk de melding dat in het ramptoestel geen extreem gevaarlijke stoffen zaten. Toen opeens kwam de melding dat het toestel vol met gif en explosieven zou zitten, een „verschrikkelijk misverstand”, dat vanuit de CvO „nog diezelfde minuut” zou zijn hersteld.

Dutymanager Diepenbrock, op de avond van de ramp voorzitter van de CvO, weet zeker dat hij Ernst niet aan de lijn heeft gehad, terwijl Ernst in zijn verklaring letterlijk het telefoonnummer van Diepenbrock noemt. Ook Ewoldt heeft Ernst die avond niet gesproken. „Ik had het zeker onthouden als ik de Amsterdamse commandant aan de lijn had gekregen”, zei hij blozend.

Schaduwen
Volgens Diepenbrock is het onmogelijk dat Ernst via het nationaal noodnet contact had met de CvO. „Wij waren toen nog niet op het noodnet aangesloten. Ik heb het bij de PTT nagezocht, het was pas een jaar later.” Diepenbrock en Ewoldt weten zeker dat in de CvO alleen door een vertegenwoordiger van Aero Groundservices is meegedeeld dat de lading ongevaarlijk was en dat verder over de vracht van het toestel niet is gesproken. Overigens laat een woordvoerder van Ernst weten dat de brandweercommandant volledig bij zijn verklaring blijft.

De enquętecommissie weet dat getuigenverklaringen na 6 jaar grote afwijkingen kunnen bevatten. Dat is het grote probleem van deze enquęte. Hoewel de commissie gisteren alles op alles zette, bleef echte duidelijkheid toch achterwege, verscholen in de schaduwen van het verleden.

 

Vrijdag 26 februari 1999 

Brandweer wel direct gebeld
over lading Bijlmerramp

AMSTERDAM, vrijdag

Uit transcriptie van telefoongesprekken blijkt dat luchthavenmeester J. Diepenbrock, van de commissie van overleg (CVO) op Schiphol, op de avond van de Bijlmerramp telefonisch contact heeft gehad met de Amsterdamse brandweercentrale. Een woordvoerder van de brandweer heeft dat gisteravond laten weten. Tijdens dat gesprek met een officier van de brandweer, rond tien uur 's avonds, zegt Diepenbrock dat er geen gevaarlijke stoffen, geen radioactieve stoffen en geen grote hoeveelheden kunststoffen in de lading van het rampvliegtuig zaten. Ook uit gesprekken met de CVO, die vlak na de ramp plaatsvonden, blijkt volgens de woordvoerder dat gezegd is dat de lading niet gevaarlijk was. De inhoud van het gesprek met Diepenbrock wijkt niet af van de verklaringen die hij en de Amsterdamse brandweercommandant H. Ernst bij de parlementaire enquętecommissie hebben afgelegd. Uit het gesprek valt niet op te maken of iemand heeft gelogen over de vraag wie met wie contact heeft gehad. Een week geleden weerlegden zowel de heer W. Ewoldt van de brandweer op Schiphol, als havenmeester J. Diepenbrock, Ernst's woorden dat hij contact met hen had gehad. De banden, die nog niet volledig zijn omgezet in een transcript, lagen sinds 1992 in een kluis bij de Amsterdamse brandweer. Omdat niet aan de rol van de brandweer is getwijfeld zijn ze nooit afgeluisterd. Toen de parlementaire enquętecommissie aan de slag ging, heeft de brandweer de commissie op de banden gewezen. Pas vorige week woensdag kreeg zij het verzoek de banden alsnog af te luisteren en er een transcript van te maken. (ANP)

 

Stenografisch verslag van het openbare verhoor van de heer W.A. Ewoldt, brandweercommandant van Schiphol, door de parlementaire enquętecommissie Vliegramp Bijlmermeer op woensdag 17 februari 1999 in de vergaderzaal van de Eerste Kamer der Staten-Generaal te Den Haag

Woensdag 17 februari 1999, Aanvang 14.08 uur, Verhoord wordt de heer W.A. Ewoldt

Voorzitter: Th.A.M. Meijer

Aanwezig zijn voorts de leden van de commissie: Augusteijn-Esser, Van den Doel, Oedayraj Singh Varma en Oudkerk, alsmede de heer Roovers, griffier, en de heer Voerman, lid van de staf van de commissie.

De voorzitter: Ik heropen de vergadering van de parlementaire enquętecommissie Vliegramp Bijlmermeer. Aan de orde is het verhoor van de heer W.A. Ewoldt, geboren op 11 november 1950 te Amsterdam.

Mijnheer Ewoldt, ik verzoek u te gaan staan voor het afleggen van de belofte. De door u af te leggen belofte luidt: ik beloof dat ik de gehele waarheid en niets dan de waarheid zal zeggen.

De heer Ewoldt: Dat beloof ik.

De voorzitter: Mijnheer Ewoldt, de enquętecommissie onderzoekt de toedracht en de gevolgen van de vliegramp op 4 oktober 1992 in de Bijlmer te Amsterdam met als doel waarheidsvinding en het trekken van lessen voor de toekomst. U had dienst op de avond van 4 oktober 1992. Kunt u vertellen wat uw functie was?

De heer Ewoldt: Mijn functie op die avond was officier van dienst. Dat betekent voor een belangrijk deel verantwoordelijk voor de calamiteitenbestrijding op en nabij de luchthaven.

De voorzitter: Officier van dienst voor de brandweer?

De heer Ewoldt: Ja, voor de brand-weer.

De voorzitter: Uit hoeveel mensen bestaat de brandweer op Schiphol?

De heer Ewoldt: In 1992 zullen het er ongeveer 25 per dienst geweest zijn. Er waren dus constant 25 mensen aanwezig.

De voorzitter: Op welke wijze hoorde u van de ramp?

De heer Ewoldt: Zoals de heer Diepenbrock zei, is de brandweer een van de aangeslotenen op de alarmtelefoon. De verkeerstoren maakte melding van een vrachtvliegtuig dat terugkwam met problemen aan zijn motoren. Hij noemde de baan erbij, baan 06.

De voorzitter: Wat gaat u dan vervolgens doen?

De heer Ewoldt: Daar hebben wij een standaardprocedure voor. Het was dan ''paraat vliegtuig''. Dat betekent dat een groep van de brandweer Schiphol aan de baan gaat staan en dat de andere groepen strategisch ergens op de luchthaven gaan staan om in geval van nood ook naar die betreffende baan te gaan.

De voorzitter: U bent naar de baan gegaan?

De heer Ewoldt: Wij gingen naar baan 06. Ik weet niet precies meer of wij daar arriveerden, maar terwijl wij daar naartoe gingen, kregen wij bericht van de verkeerstoren dat het veranderd werd in baan 27.

De voorzitter: Vervolgens reed u naar baan 27.

De heer Ewoldt: Vervolgens zijn wij naar baan 27 gegaan.

De voorzitter: Hoelang heeft u daar gestaan?

De heer Ewoldt: Ik heb teruggekeken in de papieren. Ik dacht dat wij om 18.28 uur de melding kregen. Twee ŕ drie minuten later werd er van baan gewisseld en ik denk dat het toestel twee ŕ drie minuten later in de Bijlmermeer crashte. Dus ik denk dat het een kwestie van zes of zeven minuten is geweest van de melding tot...

De voorzitter: Van wie kreeg u de melding dat het vliegtuig niet terugkwam op baan 27 maar in de Bijlmer crashte?

De heer Ewoldt: Aan de hand van de berichtgeving had de duty manager air site als een hogere alarmvorm afgekondigd. Het was ''intern groot alarm''. Dat betekent dat nog een aantal diensten gewaarschuwd worden. Voor de brandweer betekent het dat alle brandweervoertuigen naar die betreffende baan gaan en dat het overige vliegverkeer bevroren wordt. Dat was voor de brandweer eigenlijk al een teken dat het een andere situatie was dan normaal. De melding dat het vliegtuig gecrasht was, hebben wij uiteraard naderhand wel gekregen, maar wij hebben het gezien. Wij zagen in het verlengde van de hartlijn van de baan in oostelijke richting een enorme vuurzee. Dus dat was het.

De voorzitter: Vervolgens ging een deel van de brandweer, na uw opdracht, onmiddellijk richting Amsterdam.

De heer Ewoldt: Ja, wij hebben heel kort overleg gehad met de bevelvoerders van de brandweer. Een groep, dat betekent drie grote schuimblusvoertuigen, is richting Weesp gereden. Wij hebben nog aan de verkeerstoren gevraagd in welke buurt het vliegtuig neergekomen was. Zij zijn onderweg gegaan. In overleg met de duty manager heb ik een andere groep op de luchthaven achtergelaten voor eventuele vliegtuigen die nog naar de luchthaven kwamen.

De voorzitter: Over uw eigen rol gaat mevrouw Singh Varma u een aantal vragen stellen.

Mevrouw Oedayraj Singh Varma: Mijnheer Ewoldt, wat heeft u daarna gedaan?

De heer Ewoldt: Een minuut of vijf na het fatale moment heb ik me naar de CvO begeven. Daar was de duty manager inmiddels al aanwezig.

Mevrouw Oedayraj Singh Varma: Bent u de hele bij de CVO geweest, vanaf het begin om 18.45 uur tot 19.35 uur?

De heer Ewoldt: Ja.

Mevrouw Oedayraj Singh Varma: Wat was precies de mededeling die u kreeg over de lading van gevaarlijke stoffen aan boord?

De heer Ewoldt: In de CvO is daarover gesproken. De afhandelaar heeft die gegevens naar de CvO gebracht en daar luidde de conclusie: geen gevaarlijke stoffen aan boord.

Mevrouw Oedayraj Singh Varma: Dat bericht heeft u dus van de afhandelaar gekregen?

De heer Ewoldt: Dat kan ik niet precies meer zeggen. Op een gegeven moment was dat in de CvO de conclusie.

Mevrouw Oedayraj Singh Varma: Maar u weet niet precies van wie u die mededeling gekregen heeft?

De heer Ewoldt: Ik neem aan van de afhandelaar.

Mevrouw Oedayraj Singh Varma: Is die informatie nog gecheckt bij anderen?

De heer Ewoldt: Nee, op dat moment niet.

Mevrouw Oedayraj Singh Varma: Was die informatie belangrijk voor u of voor anderen?

De heer Ewoldt: Die was zeker belangrijk. Een aantal mensen van Schiphol was al onderweg naar de rampplek. Het is heel logisch dat de regionale brandweer daar ook was. En die wil die informatie hebben. Ik had dus maar één belang daar: boven water krijgen wat er gevaarlijk was voor de inzet van de brandweer.

Mevrouw Oedayraj Singh Varma: Voor de brandweer Schiphol maar ook voor de regionale brandweer?

De heer Ewoldt: Voor de brandweer in het algemeen.

Mevrouw Oedayraj Singh Varma: Heeft de CvO formeel de taak om te informeren naar gevaarlijke stoffen?

De heer Ewoldt: Normaal gesproken ben ik zelf niet in de CvO aanwezig. Als er op of nabij de luchthaven een ongeval met een vliegtuig is, ben ik ter plaatse en ben ik afhankelijk van de CvO, van de informatie die mij verstrekt wordt.

Mevrouw Oedayraj Singh Varma: Deze informatie heeft u doorgegeven aan het regiokorps van de brandweer. Is deze informatie ook nog aan anderen doorgegeven?

De heer Ewoldt: Nee, ik heb de informatie doorgegeven aan de alarmcentrale op Schiphol, de centrale van de Schiphol brandweer. Die heeft de informatie doorgegeven aan de regionale alarmcentrale en aan onze mensen ter plaatse of onderweg naar de Bijlmermeer.

Mevrouw Oedayraj Singh Varma: Is er op Schiphol een standaardmeldingsprocedure bij een ramp?

De heer Ewoldt: Hoe bedoelt u? Wat bedoelt u met ''bij een ramp''?

Mevrouw Oedayraj Singh Varma: Bij zo'n ramp. Is er een standaardformule hoe te handelen?

De heer Ewoldt: Voor mijn discipline ben ik ten eerste geďnteresseerd in het aantal mensen dat erin zit en welke stoffen er aan boord zijn. Dat is eigenlijk essentieel voor een snelle inzet van de brandweer.

Mevrouw Oedayraj Singh Varma: Dus voor de brandweer was de informatie over de lading en de aanwezigheid van al dan niet gevaarlijke stoffen heel belangrijk.

Ik wil nu met u spreken over de verklaring van de heer Ernst. Ik heb u gezien in de zaal. U heeft het dus gevolgd. U heeft de band gehoord en u heeft ook de verklaring van de heer Diepenbrock gehoord. Kunt u achter de verklaring van de heer Diepenbrock staan?

De heer Ewoldt: In het algemeen wel als het gaat over de heer Ernst. Ik heb geen contact gehad met de heer Ernst.

Mevrouw Oedayraj Singh Varma: U heeft geen contact gehad met de heer Ernst. De heer Diepenbrock heeft geen contact gehad met de heer Ernst. U bent van de brandweer Schiphol en u heeft ook geen contact gehad met de heer Ernst. Zou u het zich kunnen herinneren als u contact zou hebben gehad met de heer Ernst? De heer Ernst is commandant van de brandweer Amsterdam. Zou u zich zo'n telefoontje absoluut kunnen herinneren?

De heer Ewoldt: Ik denk het wel. Zeker in 1992 had dat behoorlijk indruk gemaakt als ik de commandant van Amsterdam aan de telefoon gehad had.

Mevrouw Oedayraj Singh Varma: Waarom?

De heer Ewoldt: In brandweerkringen is Amsterdam toch een behoorlijk korps. Niet alleen in brandweerkringen overigens.

Mevrouw Oedayraj Singh Varma: Dus u zou zich een telefoontje van de heer Ernst absoluut kunnen herinneren?

De heer Ewoldt: Ja, ik veronderstel dat.

Mevrouw Oedayraj Singh Varma: De heer Ernst heeft de melding gekregen dat er wel gevaarlijke stoffen aan boord waren, terwijl hij zei dat hij van de CvO te horen had gekregen dat er geen gevaarlijke stoffen aan boord waren. Als hij het niet van de CvO gehoord zou hebben, van wie zou hij dan zo'n telefoontje kunnen krijgen?

De heer Ewoldt: Ik heb geen idee.

Mevrouw Oedayraj Singh Varma: Dat betekent dat hij u gebeld zou moeten hebben.

De heer Ewoldt: Als de brandweer van Amsterdam contact wil hebben met de luchthaven, dan lijkt het mij heel voor de hand liggend dat zeker voor de brandweer de ingang de alarmcentrale van de luchthaven is. En die zou ongetwijfeld weer de officier van dienst van de luchthaven daarin betrekken.

Mevrouw Oedayraj Singh Varma: Wij hebben net van de heer Diepenbrock gehoord dat zo'n telefoontje van de heer Ernst absoluut naar hem zou worden doorverbonden. U bent op dat moment hoofd brandweer op Schiphol. Als de heer Ernst gebeld zou hebben, zou het telefoontje ook absoluut naar u doorverbonden moeten worden?

De heer Ewoldt: Ja.

Mevrouw Oedayraj Singh Varma: En dat is dus niet gebeurd? Het zou dus logisch zijn dat hij u gebeld zou hebben?

De heer Ewoldt: Dat de alarmcentrale van Schiphol hem doorverbonden zou hebben met de officier van dienst. En dat was ik in dat geval.

Mevrouw Oedayraj Singh Varma: Denkt u dat de telefoonnummers van de CvO buiten bekend zijn?

De heer Ewoldt: Ik denk het niet.

Mevrouw Oedayraj Singh Varma: Dus de telefoonnummers van de CvO zijn buiten niet bekend. De heer Ernst zou dus niet aan de telefoonnummers gekomen kunnen zijn?

De heer Ewoldt: Ik denk het niet, maar ik acht het niet onmogelijk dat er andere wegen zijn.

Mevrouw Oedayraj Singh Varma: Mijn conclusie is dus juist dat u geen contact heeft gehad met de heer Ernst. Als u dat zou hebben gehad, dan had u zich dat absoluut herinnerd.

De heer Ewoldt: Dat is juist.

Mevrouw Oedayraj Singh Varma: Dan heb ik nog een laatste vraag voor u. Zijn er naar aanleiding van deze ramp procedures op Schiphol aangepast?

De heer Ewoldt: In ieder geval aangescherpt. Laten wij het zo stellen.

Mevrouw Oedayraj Singh Varma: In welke zin?

De heer Ewoldt: Om nog sneller informatie over passagiers en lading boven water te krijgen.

Mevrouw Oedayraj Singh Varma: En die absoluut door te geven, als het in Amsterdam gebeurt, aan de betrokkenen in Amsterdam en waarschijnlijk aan de heer Ernst.

De voorzitter: Mijnheer Ewoldt, ik probeer nog even samen te vatten wat dit verhoor naar voren heeft gebracht. De conclusie van de Commissie van Overleg was: geen gevaarlijke stoffen.

De heer Ewoldt: Dat is correct.

De voorzitter: De informatie heeft u doorgegeven aan de alarmcentrale Schiphol en die heeft de informatie vervolgens doorgegeven aan de meldkamer van de regionale brandweer en aan de wagens die in uw opdracht vanaf Schiphol onderweg waren naar de rampplek.

De heer Ewoldt: Ja.

De voorzitter: U heeft geen telefonisch contact gehad met de heer Ernst.

De heer Ewoldt: Nee.

De voorzitter: Als de heer Ernst contact had gezocht met de brandweer van Schiphol, dan moet dat met u zijn geweest.

De heer Ewoldt: Dat lijkt mij voor de hand liggend.

De voorzitter: Daarmee is een eind gekomen aan dit openbare verhoor. Ik verzoek de griffier de heer Ewoldt uit te geleiden.

14.20 uur

 

Stenografisch verslag van het openbare verhoor van de heer J. Plettenberg EL AL Cargo Operations Officer door de parlementaire enquętecommissie Vliegramp Bijlmermeer op woensdag 17 februari 1999 in de vergaderzaal van de Eerste Kamer der Staten-Generaal te Den Haag

Woensdag 17 februari 1999, Aanvang 14.25 uur, Verhoord wordt de heer J. Plettenberg

Voorzitter: Th.A.M. Meijer

Aanwezig zijn voorts de leden van de commissie: Augusteijn-Esser, Van den Doel, Oedayraj Singh Varma en Oudkerk, alsmede de heer Roovers, griffier, en mevrouw Abbas, lid van de staf van de commissie.

De voorzitter: Ik heropen de vergadering van de Enquętecommissie Vliegramp Bijlmermeer. Aan de orde is het verhoor van de heer J. Plettenberg, geboren op 2 juli 1946 te Amsterdam. Mijnheer Plettenberg, ik verzoek u te gaan staan voor het afleggen van de belofte. De door u af te leggen belofte luidt: ik beloof dat ik de gehele waarheid en niets dan de waarheid zal zeggen.

De heer Plettenberg: Dat beloof ik.

De voorzitter: De enquętecommissie onderzoekt de toedracht van de vliegramp op 4 oktober 1992 in de Bijlmer te Amsterdam, met als doel waarheidsvinding en het trekken van lessen voor de toekomst. Mijnheer Plettenberg, op de dag van de ramp was u werkzaam bij El Al. Zou u de commissie in het kort kunnen aangeven wat uw functie was en wat vóór het vertrek van het vliegtuig uw werkzaamheden waren?

De heer Plettenberg: Op 4 oktober 1992 was ik de dienstdoende operations officer van El Al. Mijn werk bestond uit het voorbereiden van het operationele deel van de binnenkomende en uitgaande vluchten. Nadat het vliegtuig was geland op Schiphol bestond mijn taak uit het fysiek supervisen van het laden en lossen van het vliegtuig.

De voorzitter: ''Fysiek laden en lossen'', probeert u dat eens iets meer duidelijk te maken.

De heer Plettenberg: Ik zeg dat zo specifiek tegen u omdat ik van de verhoren van vanochtend ook het een en ander heb gezien, en hoorde dat, met alle respect, de collega's Aaij en Goudsblom de term ''verantwoordelijk voor de belading'' gebruikten. Dat is in zekere zin zeer juist, met dien verstande dat zij de verantwoordelijkheid hadden voor het papieren gedeelte van de belading en ik verantwoordelijk was voor het fysieke gedeelte van de belading, dus het feitelijke laden en lossen van de vrachtpallets in en uit het vliegtuig.

De voorzitter: Mag ik daaruit concluderen dat u een van de laatsten bent die in het vliegtuig is voordat het vertrekt.

De heer Plettenberg: Ik kan het nog wat preciseren: ik was dé laatste die van boord is gestapt.

De voorzitter: Dat is altijd zo, of was dat specifiek bij dit toestel van toepassing?

De heer Plettenberg: Dat is niet altijd zo, maar vaak wel. Soms is het iemand van de technische dienst.

De voorzitter: Maar bij dit toestel bent u de laatste geweest die in het toestel aanwezig was voordat het opsteeg?

De heer Plettenberg: Ja, helaas.

De voorzitter: Door wie werd u geassisteerd?

De heer Plettenberg: Ik had op zondag 4 oktober twee assistenten bij mij. Dat waren de heren Richard Wybrandi en Michael Linnewiel. Dat zijn assistenten van operations.

De voorzitter: Wat is de functie van die assistenten?

De heer Plettenberg: Mij assisteren.

De voorzitter: Ja, oké. Hoe moet ik dat zien in de praktijk?

De heer Plettenberg: Administratief werk, hand- en spandienstjes verrichten. Ik weet bijvoorbeeld dat mijn assistent Richard Wybrandi naar het crewcentrum is gegaan tijdens de stop voor een vlucht op Schiphol om de folder op te halen met de ''en route''-weerberichten daarin. Dat werk. Mede supervisie op het controleren van de kwaliteit van de pallets en het fysiek aan boord brengen.

De voorzitter: Hoe verliep het vertrek van de LY1862?

De heer Plettenberg: Het vertrek van de LY1862 verliep, ook conform de voorgaande afhandeling, probleemloos.

De voorzitter: Geen bijzonderheden?

De heer Plettenberg: Neen.

De voorzitter: Had het toestel lang op Schiphol gestaan?

De heer Plettenberg: Neen, de aangewezen grondtijd was de standaard van drie uur. In die drie uur hebben wij op ons gemak ons werk kunnen doen. Wij waren ruim voor de schemavertrektijd klaar met lossen en laden. Vrijwel op hetzelfde moment dat de uitgaande bemanning binnenkwam, kregen wij een berichtje van een zogenaamd ATC-delay. Voor zover ik mij herinner was er een soort file in de buurt van Villach in Zuid-Oostenrijk op de route Amsterdam-Tel Aviv. Toen kregen wij een ATC-slot van een half uurtje ongeveer, dacht ik.

De voorzitter: Ik geef het woord aan mevrouw Augusteijn, die u vragen zal stellen over hetgeen er na de crash gebeurde en met name over uw functioneren daarin.

Mevrouw Augusteijn-Esser: Wanneer kreeg u te horen dat er iets mis was met het vliegtuig?

De heer Plettenberg: Tussen kwart over zeven en half acht.

Mevrouw Augusteijn-Esser: Van wie kreeg u dat te horen?

De heer Plettenberg: Van Aero Ground operations.

Mevrouw Augusteijn-Esser: Ik denk dat u zich in de tijd vergist. Zegt u het nog eens precies.

De heer Plettenberg: Een uur eerder inderdaad: tussen kwart over zes en half zeven. Ja, ja, ja.

Mevrouw Augusteijn-Esser: Van wie kreeg u het te horen?

De heer Plettenberg: Van een mede-werker van Aero Ground operations.

Mevrouw Augusteijn-Esser: Wat zei hij precies tegen u?

De heer Plettenberg: Hij deed mij de mededeling dat het vliegtuig terug zou keren naar Schiphol. Hij zei erbij: Jeroen, hij heeft één, waarschijnlijk twee kapotte motoren.

Mevrouw Augusteijn-Esser: Wat heeft u toen gedaan?

De heer Plettenberg: Ik heb de telefoon neergelegd en tegen mijn twee assistenten gezegd: naar buiten.

Mevrouw Augusteijn-Esser: En u ging naar buiten?

De heer Plettenberg: Ik ben naar buiten gegaan.

Mevrouw Augusteijn-Esser: En u zag?

De heer Plettenberg: Ik zag niks. Op het moment dat ik buitenkwam aan de rand van het stationsgebouw... Ik ben in de El Al dienstauto gestapt en ik heb mij begeven naar een punt rond het stationsgebouw waar ik ruim zicht had op de approach van baan 27, de Buitenveldertbaan.

Mevrouw Augusteijn-Esser: U hebt het ook gezien?

De heer Plettenberg: Ik heb de approach gezien, ja. Dat wil zeggen, ik had zicht op de naderingsbaan van 27. Ik zag géén vliegtuig.

Mevrouw Augusteijn-Esser: En wat zag u toen op een gegeven moment? Een grote vuurzuil?

De heer Plettenberg: Neen.

Mevrouw Augusteijn-Esser: Die hebt u niet kunnen zien?

De heer Plettenberg: Neen.

Mevrouw Augusteijn-Esser: Van daaruit niet.

De heer Plettenberg: Neen. Dat is logisch, want ik stond met de auto op het platform, dus een klein eindje boven de grond. Het zicht vanuit de toren is uiteraard iets beter dan wanneer je in een auto zit.

Mevrouw Augusteijn-Esser: Wanneer hoorde u dat het vliegtuig was neergestort?

De heer Plettenberg: Eén ŕ twee minuten nadat het feitelijk was gebeurd.

Mevrouw Augusteijn-Esser: Ook weer via de mobilofoon?

De heer Plettenberg: Neen, ik had een GSM-telefoon bij me. Op die GSM belde Aero Ground operations mij terug met de mededeling: Jeroen, je kist is gecrasht in de buurt van Weesp.

Mevrouw Augusteijn-Esser: Had u toen al een beeld van de omvang van de ramp?

De heer Plettenberg: Neen.

Mevrouw Augusteijn-Esser: Er werd gezegd: het is neergestort bij Weesp?

De heer Plettenberg: Ja, in de buurt van Weesp. Ik had een Lockerbie-plaatje in mijn hoofd: ''in de buurt van Weesp'' is voor mij weilanden, knotwilgen en slootjes.

Mevrouw Augusteijn-Esser: Wanneer drong het tot u door dat het vliegtuig was neergestort op twee flatgebouwen?

De heer Plettenberg: Dat heb ik pas rond tien uur 's avonds gehoord.

Mevrouw Augusteijn-Esser: Rond tien uur 's avonds. Dat vraag ik mij af. Ik wil aan u vragen of u zich nog even precies voor de geest kunt halen of dat toen pas was, want u hebt ook een aantal gesprekken gevoerd met de Luchtverkeersbeveiliging. Daar kom ik straks nog op terug. Volgens mij hebt u in een gesprek om elf over zeven al gehoord dat het toestel was neergekomen op twee flatgebouwen. Dat bevestigde u ook zelf.

De heer Plettenberg: Hm, dat is mogelijk.

Mevrouw Augusteijn-Esser: Het is mogelijk? In het voorgesprek met ons zei u ook dat u het pas om tien uur had gezien op de televisie. Maar deze transcripten doorlezend, viel mij op dat u het al om tien over zeven wist.

De heer Plettenberg: Hm, ja, dat is mogelijk. De enige verklaring die ik daar nu voor zou kunnen geven, is dat ik mij van die telefonische mededeling die ik mij echt niet meer herinner, geen beeld heb gevormd, heb kunnen vormen. Maar toen ik op een ander punt buiten het El Al-kantoor de beelden van de brandende flat zag, toen is het pas tot mij doorgedrongen dat...

Mevrouw Augusteijn-Esser: U kunt het eerder geweten hebben, maar het drong pas tot u door toen u het echt zag op de televisie?

De heer Plettenberg: Dat is wat ik duidelijk wil maken, ja.

Mevrouw Augusteijn-Esser: U zei net dat u kennelijk in de war was, want u realiseerde zich die mededeling niet, dat is althans wat ik u wil vragen: of u dat ook zo voelde.

De heer Plettenberg: Neen.

Mevrouw Augusteijn-Esser: Niet in de war?

De heer Plettenberg: Ik was niet in de war, pertinent niet.

Mevrouw Augusteijn-Esser: Maar u realiseerde zich toch niet dat het op twee flatgebouwen was neergestort?

De heer Plettenberg: Men zal het mij ongetwijfeld gezegd hebben, maar het is niet bij me geregistreerd op dat moment.

Mevrouw Augusteijn-Esser: Toen was u in ieder geval op de hoogte van wat er gebeurd was. Hebt u dan een standaardprocedure die u moet uitvoeren wanneer er een ramp gebeurd is en wie u dan moet inlichten?

De heer Plettenberg: Neen.

Mevrouw Augusteijn-Esser: Daar hebt u geen standaardprocedure voor?

De heer Plettenberg: Daar is bij El Al geen standaardprocedure voor.

Mevrouw Augusteijn-Esser: Wat heeft u gedaan?

De heer Plettenberg: Ik heb eigen initiatief gebruikt.

Mevrouw Augusteijn-Esser: Wat was dat?

De heer Plettenberg: Na de mede-deling via de GSM ''Jeroen, je kist is gecrasht'' ben ik net zo snel als ik eruit ben gegaan, ook weer naar kantoor terug gegaan. Ik ben met een aantal dingen tegelijk met die twee assistenten begonnen. Ik heb een telefoontje gepleegd met, ik dacht, movement control van El Al in Tel Aviv. Een telefonische melding. Men wilde mij daar niet geloven, dus daar heb ik gelijk een telex, een SITA-bevestiging achteraan gestuurd. Die is door Michael Linnewiel of Richard Wybrandi verzonden. Ik ben begonnen met het bellen van alle Israëlische afdelingshoofden van El Al in Nederland.

Mevrouw Augusteijn-Esser: Maar u wilde natuurlijk ook zeker zijn van wat er gebeurd was. Volgens mijn informatie heeft u ook nog naar Luchtverkeersbeveiliging gebeld.

De heer Plettenberg: Dat is correct. Ik heb als een van de eerste dingen, toen ik op kantoor was... Maar ik weet niet zeker of ik dat met mijn GSM vanuit de auto heb gedaan of vanaf kantoor. Ik heb gebeld met de verkeersleiding omdat ik voor mezelf van de verkeersleiding een bevestiging wilde hebben van het bericht van Aero Ground dat de kist was gecrasht.

Mevrouw Augusteijn-Esser: En u kreeg dat bevestigd?

De heer Plettenberg: Ik kreeg dat bevestigd.

Mevrouw Augusteijn-Esser: Van mijnheer Ter Braake die daar aanwezig was.

De heer Plettenberg: Ja, het zou mijnheer Ter Braake geweest kunnen zijn. Ik kan mij geen naam voor de geest halen, maar...

Mevrouw Augusteijn-Esser: Nou komen er op een gegeven moment, al vrij vroeg in het gehele proces, ook vragen over de lading. Daar zijn wij de hele ochtend al over bezig. Om acht over negen wordt u gebeld door mijnheer Hendriks en die vraagt u iets over de lading. Hebt u daar informatie over kunnen geven?

De heer Plettenberg: Ik kan mij dat telefoongesprek niet herinneren.

Mevrouw Augusteijn-Esser: Het staat in ieder geval in de transcripten en de bandopnames van de Lucht-verkeersbeveiliging. U zegt daar dat u geen informatie kunt geven, want die zou u niet hebben. Kan dat kloppen?

De heer Plettenberg: Als dat gesprek heeft plaatsgevonden, dan is dat zonder meer het antwoord wat ik heb gegeven.

Mevrouw Augusteijn-Esser: Ik heb vanmorgen aan mijnheer Aaij gevraagd wat zijn informatie is geweest en hij heeft inderdaad informatie gegeven aan de luchtverkeersbeveiliging over de lading, ook al was het deels foute informatie. Ik heb mijnheer Aaij ook gevraagd of iemand anders nog informatie kan hebben gegeven over de lading. Dat bent u niet geweest?

De heer Plettenberg: Neen. Ik heb dat gezien en dat kan ik pertinent niet geweest zijn. Ik was bij de afdeling operations. Ik had de beschikking over de operationele papieren en op geen enkele manier, afgezien van een kopietje van de NOTOC, had ik fysiek niet de beschikking over vrachtpapieren op het operationskantoor.

Mevrouw Augusteijn-Esser: Nu is de Luchtverkeersbeveiliging van mening dat El Al heeft gevraagd om informatie achter te houden. Kunt u zich dat voorstellen?

De heer Plettenberg: Neen.

Mevrouw Augusteijn-Esser: Mijnheer Aaij bevestigt dat. Hij zegt dat dat ook niet is wat hem bijstaat. Dat kunt u bevestigen? El Al vraagt dat niet? Dat is geen procedure bij El Al?

De heer Plettenberg: Neen. Als die procedure er was, was die mij niet bekend. En er is ook niemand van El Al geweest die...

Mevrouw Augusteijn-Esser: Ik denk dat het belangrijk is dat wij dit hier heel helder neerleggen. Die procedure is niet bekend?

De heer Plettenberg: Die procedure was er niet en al was er een procedure, dan is er ook niemand van El Al geweest die mij dat ad hoc gevraagd heeft op de avond van 4 oktober.

Mevrouw Augusteijn-Esser: Ik ga naar een ander stukje, want u gaat op een zeker moment papieren kopiëren op uw kantoor. Kunt u mij aangeven wat u gaat kopiëren?

De heer Plettenberg: Ja. Wederom; diezelfde operationele papieren. Ik had een kopie van het load sheet, het trim sheet, een kopie van de beladingsinstructie, een kopie van de NOTOC.

Mevrouw Augusteijn-Esser: En die bent u gaan kopiëren?

De heer Plettenberg: Nou, of ik ze ben gaan kopiëren, of dat een van de twee andere jongens dat heeft gedaan, dat... Volgens mij hebben wij dat een beetje met zijn drieën gedaan, ieder een stukje. Dat zijn de papieren geweest die wij hebben gekopieerd.

Mevrouw Augusteijn-Esser: Had u daar tijd voor?

De heer Plettenberg: Ja.

Mevrouw Augusteijn-Esser: Was het niet reuze druk, daar bij u op kantoor?

De heer Plettenberg: Neen, toen nog niet.

Mevrouw Augusteijn-Esser: Stonden de telefoons niet roodgloeiend?

De heer Plettenberg: Neen, dat begon pas nadat wij zo goed als klaar waren met het kopiëren. Wij hebben ook rustig de gelegenheid gehad om bijvoorbeeld de Israëlische managers thuis te bellen en ze te verwittigen van het feit dat er een ongeval was gebeurd.

Mevrouw Augusteijn-Esser: Hebt u, behalve de papieren waarvan u zojuist zei dat u ze had gekopieerd, nog vrachtpapieren gekopieerd?

De heer Plettenberg: Neen.

Mevrouw Augusteijn-Esser: Waarom niet?

De heer Plettenberg: Die waren niet bij mij op kantoor.

Mevrouw Augusteijn-Esser: Die waren daar niet?

De heer Plettenberg: Neen.

Mevrouw Augusteijn-Esser: Gebeurde dat kopiëren op verzoek van iemand?

De heer Plettenberg: Neen, eigen initiatief.

Mevrouw Augusteijn-Esser: Eigen initiatief?

De heer Plettenberg: Het kopiëren van de operationele papieren is op mijn initiatief gebeurd.

Mevrouw Augusteijn-Esser: Was dat ervaring?

De heer Plettenberg: Common sense.

Mevrouw Augusteijn-Esser: Common sense.

De heer Plettenberg: Ja.

Mevrouw Augusteijn-Esser: En dat bleek ook nuttig te zijn?

De heer Plettenberg: Ja, want even later kwam mijnheer Nix binnen om de originelen op te halen en ik was blij dat ik een ruime hoeveelheid kopieën had gemaakt. Als ik dat niet had gedaan, had El Al niks gehad.

Mevrouw Augusteijn-Esser: U bent dus aan het kopiëren en wat gebeurt er vervolgens?

De heer Plettenberg: Toen het kopieerproces bijna klaar was, kwam adjudant Nix van de rijkspolitie naar kantoor.

Mevrouw Augusteijn-Esser: Dan komt adjudant Nix binnen.

De heer Plettenberg: Ja.

Mevrouw Augusteijn-Esser: Kunt u ook zeggen hoe laat adjudant Nix binnenkomt?

De heer Plettenberg: Niet op de minuut, maar het is rond half acht geweest.

Mevrouw Augusteijn-Esser: Rond half acht?

De heer Plettenberg: Ja.

Mevrouw Augusteijn-Esser: Weet u dat zeker, want de adjudant was namelijk tot vijf over half acht bij de CvO aanwezig? Dat hebben wij ook zojuist gehoord. En daarna gaat hij nog naar de Dienst luchtvaart en dan loopt hij naar uw kantoor. Kan het later zijn geweest?

De heer Plettenberg: Het zou wat later geweest kunnen zijn. Daarom neem ik ook de marge ''rond half acht''. Het kan tien over half acht geweest zijn.

Mevrouw Augusteijn-Esser: De heer Nix vraagt u om papieren.

De heer Plettenberg: Ja.

Mevrouw Augusteijn-Esser: Wat voor papieren vraagt hij?

De heer Plettenberg: Hij vroeg om ''de papieren''.

Mevrouw Augusteijn-Esser: ''De papieren''?

De heer Plettenberg: In eerste aanleg.

Mevrouw Augusteijn-Esser: En wat dacht u dat hij voor papieren vroeg?

De heer Plettenberg: Mijn papieren, de operationele papieren.

Mevrouw Augusteijn-Esser: Wat geeft u hem dan?

De heer Plettenberg: De originelen waarvan ik u net hebt verteld dat wij ze aan het kopiëren waren: load sheet, trim sheet, load instruction en NOTOC.

Mevrouw Augusteijn-Esser: Maar vroeg hij niet om vrachtpapieren?

De heer Plettenberg: Nadat hij van mij de originelen van de operationele papieren had gekregen, vroeg hij aan mij: en nu moet ik ook nog de vrachtpapieren hebben. Ik heb hem daarop geantwoord: dat begrijp ik, maar die heb ik niet hier. Niet alleen vanwege vanavond, maar die zijn nooit hier op operations. Die zijn bij de vrachtafdeling.

Mevrouw Augusteijn-Esser: U zei: de vrachtpapieren liggen nooit hier op operations, dan moet je ergens anders zijn?

De heer Plettenberg: Ja, die liggen bij de vrachtafdeling.

Mevrouw Augusteijn-Esser: Waar liggen die normaal, bij de...?

De heer Plettenberg: Bij de vracht-afdeling. En die zaten in vrachtstation Zuid, in de AG-loods en dat is fysiek een kilometer of drie, vier verderop.

Mevrouw Augusteijn-Esser: En u hebt gezegd: u kunt daar de vracht-papieren ophalen?

De heer Plettenberg: Neen, dat heb ik niet gezegd tegen hem. Ik heb tegen hem gezegd: in de volgende kantoorruimte zitten de Israëlische managers. Daar was de heer Chervin, cargo manager, bij. Het kwam mij op dat moment het meest efficiënt voor om de heer Nix in contact te brengen met de heer Chervin, zodat zij samen konden coördineren op welke meest efficiënte en snelle wijze de heer Nix de vrachtpapieren kon krijgen.

Mevrouw Augusteijn-Esser: Hebt u hem nou met de heer Chervin in contact gebracht, of hebt u hem ook gezegd: de vrachtpapieren liggen niet hier, die liggen op een andere afdeling?

De heer Plettenberg: Ik heb beide gedaan. Ik heb eerst gezegd: de vrachtpapieren liggen niet hier. En vervolgens heb ik hem verwezen naar de heer Chervin omdat ik wel begreep dat hij ze toch wilde hebben.

Mevrouw Augusteijn-Esser: En mijnheer Chervin heeft... Was u daarbij, bij dat gesprek?

De heer Plettenberg: Ja.

Mevrouw Augusteijn-Esser: En mijnheer Chervin heeft mijnheer Nix gewezen op de plek waar ze wel te krijgen waren?

De heer Plettenberg: Uiteindelijk, ja.

Mevrouw Augusteijn-Esser: Uiteindelijk?

De heer Plettenberg: Ja.

Mevrouw Augusteijn-Esser: En wat is toen het resultaat van het gesprek geweest?

De heer Plettenberg: Het resultaat van het gesprek is geweest dat de heer Nix het El Al-kantoor heeft verlaten en weg is gegaan.

Mevrouw Augusteijn-Esser: Hoe laat is het dan ongeveer?

De heer Plettenberg: Rond acht uur.

Mevrouw Augusteijn-Esser: En u weet niet of hij vervolgens naar de vrachtafdeling is gegaan waar de papieren wel lagen?

De heer Plettenberg: Dat weet ik niet.

Mevrouw Augusteijn-Esser: Hij zei ook niet: tot ziens, ik ga nu even naar de vrachtafdeling?

De heer Plettenberg: Neen. Hij is vertrokken met medeneming van de originelen van mijn operationele papieren en hij heeft tegen mij niet gezegd waar hij vervolgens heen ging. Maar ik heb wel altijd aangenomen dat... Het leek mij volkomen logisch dat hij vervolgens, gezien de vragen die hij stelde, naar de vrachtafdeling zou gaan.

Mevrouw Augusteijn-Esser: Nou weet u dat hierover heel tegenstrijdige verklaringen worden afgelegd. Mijnheer Nix zelf zegt dat hij bij u op kantoor vrachtpapieren heeft staan kopiëren tot 's avonds zeer laat. Hoe verklaart u dat?

De heer Plettenberg: Dat kan ik niet verklaren. Ik vind het buitengewoon bizar dat hij dat verklaart.

Mevrouw Augusteijn-Esser: Wat vindt u het?

De heer Plettenberg: Ik vind het buitengewoon bizar dat hij dat verklaart.

Mevrouw Augusteijn-Esser: U vindt het bizar?

De heer Plettenberg: Ja.

Mevrouw Augusteijn-Esser: Waren er op die avond ook andere mensen in dat kantoor aanwezig?

De heer Plettenberg: Ja.

Mevrouw Augusteijn-Esser: Dat waren hoeveel mensen?

De heer Plettenberg: Het was een beetje een komen en gaan, maar los van de drie mensen die oorspronkelijk op dienst waren tijdens de vlucht...

Mevrouw Augusteijn-Esser: Ja, want inmiddels was het drukker geworden.

De heer Plettenberg: Ja natuurlijk, de Israëlische managers waren zo successievelijk, ongeveer iets eerder dan de heer Nix binnenkwam, allemaal binnengekomen. Ik had voor de zekerheid toch ook nog een aantal operations- collega's laten bellen. De heer Fred van Duivenbode, een collega van mij, is op ons telefonisch verzoek gekomen. Een andere collega, de heer Bart Poot, is uit eigen beweging gekomen. Er zijn een aantal mensen gebleven en een aantal mensen gekomen. Ik kan mij nog heel goed van Arie Goudsblom herinneren dat hij even bij mij op kantoor is geweest, maar dat hij ook weer weg is gegaan. Zo zijn er meer mensen geweest, die gekomen en gegaan zijn. Simon Kortbeek, operations manager van Aero Ground, is ook in en uit geweest.

Mevrouw Augusteijn-Esser: Wij moeten vandaag natuurlijk helderheid krijgen over dit punt. Wij zullen zeker de heer Nix daar nog over horen. Maar wij hebben het ook aan een aantal mensen gevraagd en wij hebben het verhaal van het niet langer aanwezig zijn dan tot pakweg 20.15 uur niet echt bevestigd kunnen krijgen. Het was meer een bevestiging van een verhaal van een lange aanwezigheid. Hoe verklaart u dat? Hebben die mensen zicht gehad op de aanwezigheid of afwezigheid van de heer Nix?

De heer Plettenberg: Sommigen niet, sommigen misschien wel.

Mevrouw Augusteijn-Esser: Is het één kantoor waar iedereen zat?

De heer Plettenberg: Nee, het zijn drie aparte kantoorruimtes die door tussendeuren met elkaar verbonden zijn. Het zicht vanuit het ene kantoor op het volgende kantoor is via de opening van een deur.

Mevrouw Augusteijn-Esser: Ik wil u nog een keer vragen om, voorzover u zich dat nog herinnert, heel precies aan te geven hoe laat de heer Nix volgens u is vertrokken.

De heer Plettenberg: Rond 20.00 uur, met een marge van maximaal tien minuten naar voren of tien minuten naar achteren.

Mevrouw Augusteijn-Esser: Heeft u daar zelf nog later met uw collega's over gepraat? Heeft u zich afgevraagd hoe het nu zit met die tegenstrijdigheden?

De heer Plettenberg: Nee.

Mevrouw Augusteijn-Esser: U heeft daar niet meer over gesproken?

De heer Plettenberg: Nee, want ik ben pas op de hoogte gebracht van de tegenstrijdige verklaring van de heer Nix toen ik zelf allang niet meer bij El Al werkte.

Mevrouw Augusteijn-Esser: Toen u zelf al niet meer bij El Al werkte?

De heer Plettenberg: Ja, ik weet dat pas sinds vorig jaar eind van de zomer, toen het eindrapport van de commissie-Hoekstra uitkwam.

Mevrouw Augusteijn-Esser: Mijnheer Plettenberg, ik wil met u naar een ander punt. Dat is de aangifte van valsheid in geschrifte door El Al. Wanneer heeft u die aangifte gedaan?

De heer Plettenberg: Als u het niet erg vindt, zal ik het even in mijn papieren opzoeken. Het was in elk geval in de zomer van 1996.

Mevrouw Augusteijn-Esser: 1996?

De heer Plettenberg: Ja.

Mevrouw Augusteijn-Esser: Dat is dus een hele tijd later?

De heer Plettenberg: Ja.

Mevrouw Augusteijn-Esser: Waar was die aangifte op gebaseerd?

De heer Plettenberg: Er heeft eerder in 1996 een spoeddebat in de Tweede Kamer plaatsgevonden waarbij de toenmalige minister van Verkeer en Waterstaat mevrouw Jorritsma de volgende opmerking over mij plaatste: ''Dan had de heer Plettenberg zich moeten melden bij de autoriteiten''. Dat was het gevolg van een aantal vragen van uw collega de heer Rob van Gijzel met betrekking tot vragen over het al dan niet compleet zijn van de vrachtdocu-mentatie in Nederland op dat moment. De heer Van Gijzel maakte een aantal opmerkingen over het feit dat ik geconstateerd had in een dossier bij El Al op kantoor, een jaar na de crash...

Mevrouw Augusteijn-Esser: Dat u dat geconstateerd had?

De heer Plettenberg: Dat ik in een dossier op het kantoor van El Al had geconstateerd dat daar onvolledige documentatie in zat.

Mevrouw Augusteijn-Esser: Dat had u al eerder geconstateerd?

De heer Plettenberg: Ja.

Mevrouw Augusteijn-Esser: Maar daar had u geen melding van gemaakt?

De heer Plettenberg: Nee.

Mevrouw Augusteijn-Esser: Waarom niet?

De heer Plettenberg: Omdat ik in de eerste plaats niet wist of er elders wel een volledig dossier was. Omdat ik er in de tweede plaats erg lang van uitgegaan ben dat, als dit het enige dossier zou zijn, het niet alleen mij opviel, maar dat het ook de onderzoekers naar de oorzaken en de gevolgen van de ramp zou zijn opgevallen.

Mevrouw Augusteijn-Esser: Maar u zei mij zojuist dat u zich eigenlijk niet bezighield met de vrachtdocumentatie.

De heer Plettenberg: Dat klopt.

Mevrouw Augusteijn-Esser: Kon u dan wel goed beoordelen of dat oké was of niet?

De heer Plettenberg: Op het moment dat ik bij El Al begon te werken in september 1989, had ik al 26 jaar bij andere luchtvaartmaatschappijen gewerkt, onder andere bij Singapore Airlines en Gulfair. Hoewel ik in mijn functie bij El Al niet rechtstreeks bij het administratieve gedeelte van de vracht betrokken was, heb ik die ervaring tientallen jaren bij voorgaande airlines wel opgedaan. Ik kon – vond ik van mijzelf – goed manifesten en vrachtbrieven interpreteren.

Mevrouw Augusteijn-Esser: U vertelde net dat de vrachtdocumentatie, normaal gesproken, niet bij u op kantoor stond. U kwam dus toevallig in een andere ruimte waar die wel stond?

De heer Plettenberg: Nee, er was wel iets toevallig, maar het was een ordner die ik al eerder had zien staan met op het ruggetje El Al 1862, 4 oktober 1992. Het intrigeerde mij gewoon wat er in die ordner zou zitten. De inhoud is mij nooit verteld. Ik heb gewoon een rustig moment afgewacht waarop ik dacht: ik ga eens even kijken wat er precies in die ordner zit.

Mevrouw Augusteijn-Esser: Waarom stond die ordner daar?

De heer Plettenberg: Het was natuurlijk wel een bijzondere vlucht. Ik kan mij voorstellen dat van deze vlucht een apart dossier werd aangelegd.

Mevrouw Augusteijn-Esser: En dat vond u ook?

De heer Plettenberg: Qua inhoud, bedoelt u?

Mevrouw Augusteijn-Esser: Ja.

De heer Plettenberg: Ja. U wilt weten wat de inhoud van dat dossier was?

Mevrouw Augusteijn-Esser: Natuurlijk wil ik dat ook weten.

De heer Plettenberg: De inhoud was in twee delen. Het voorste gedeelte was operationeel. Daarin vond ik fotokopieën van exact dezelfde documenten die ik had gekopieerd op de avond van de crash en in originele vorm aan de heer Nix had overhandigd.

Mevrouw Augusteijn-Esser: Wacht even, nu moeten wij even terug. Anders volg ik het niet meer. U zei: ''exact dezelfde documenten die ik had gekopieerd''. Maar u vertelde mij net dat u die vrachtdocumenten niet had gekopieerd, want die had u niet.

De heer Plettenberg: Nee, ik heb het niet over de vrachtdocumenten, ik heb het over de operationele documenten.

Mevrouw Augusteijn-Esser: Ik wil het heel precies weten.

De heer Plettenberg: Oké. Het dossier was in twee gedeeltes. Het eerste gedeelte is het operationele gedeelte. Daar heb ik het over. Daar zaten fotokopieën in die exact overeenkwamen met de originelen die ik op de avond van de crash aan de heer Nix heb gegeven. Dat heb ik goed bestudeerd en dat was oké. Dat was perfect. Dat klopte precies. Er zat een kartonnen schutblaadje tussen en het tweede gedeelte, het dikkere gedeelte van het dossier, betrof de vrachtdocumentatie. Net zo mooi als dat eerste gedeelte klopte, net zo slordig was het tweede gedeelte.

Mevrouw Augusteijn-Esser: Maar dit speelde zich af...?

De heer Plettenberg: In de zomer van 1993.

Mevrouw Augusteijn-Esser: In 1993. En het viel u toen al op dat er iets niet klopte?

De heer Plettenberg: Ja.

Mevrouw Augusteijn-Esser: Maar daar heeft u toen geen aangifte van gedaan?

De heer Plettenberg: Nee.

Mevrouw Augusteijn-Esser: U heeft er ook niet over gepraat?

De heer Plettenberg: Nee.

Mevrouw Augusteijn-Esser: Waar-om eigenlijk niet?

De heer Plettenberg: Het onderzoek liep.

Mevrouw Augusteijn-Esser: Welk onderzoek?

De heer Plettenberg: Het onderzoek naar de oorzaak van de ramp. En ik werkte toen nog bij El Al.

Mevrouw Augusteijn-Esser: Ja.

De heer Plettenberg: Ja. Ik vond het niet mijn plaats om, zolang het onderzoek liep, daar melding van te maken, zeker niet extern. Maar ik heb dat wel onthouden. Ik heb wel onthouden dat er discrepanties zaten in dat vrachtbrievendossier.

Mevrouw Augusteijn-Esser: Maar u heeft daar wel buiten El Al melding van gemaakt?

De heer Plettenberg: Later.

Mevrouw Augusteijn-Esser: U heeft daarover gesproken?

De heer Plettenberg: Later.

Mevrouw Augusteijn-Esser: Later?

De heer Plettenberg: Ja, niet zolang ik nog bij El Al werkte.

Mevrouw Augusteijn-Esser: Niet zolang u nog bij El Al werkte?

De heer Plettenberg: Nee.

Mevrouw Augusteijn-Esser: Wanneer bent u weggegaan bij El Al?

De heer Plettenberg: Mijn dienstverband is beëindigd op 15 mei 1994.

Mevrouw Augusteijn-Esser: 1994.

De heer Plettenberg: Ja, 15 mei 1994.

Mevrouw Augusteijn-Esser: Waar-om bent u weggegaan?

De heer Plettenberg: Het beviel me niet bij El Al.

Mevrouw Augusteijn-Esser: Het beviel u niet?

De heer Plettenberg: Nee, al voor de crash niet.

Mevrouw Augusteijn-Esser: Goed, ik zal u daar geen nadere vragen over stellen, want ik wil mij tot de ramp zelf beperken. Kunt u mij zeggen wat het resultaat is geweest van uw aangifte?

De heer Plettenberg: Ik geloof dat ik het volgende even duidelijk moet stellen. Ik heb geen contact opgenomen met de autoriteiten, zoals minister Jorritsma mij dat suggereerde, voor een aangifte. Minister Jorritsma heeft gezegd: ''Dan had de heer Plettenberg zich moeten melden bij de autoriteiten''. En exact dat heb ik gedaan. Ik heb mij gemeld bij de autoriteiten. Ik wist namelijk op dat moment helemaal niet of wat ik te melden had, aangiftewaardig was of niet. Immers, wat wist ik? Wat had ik gezien? Ik had alleen maar een dossier gezien dat niet compleet was en in verschillende aspecten slordig.

Mevrouw Augusteijn-Esser: Wat concludeerde u zelf?

De heer Plettenberg: Over de inhoud van dat dossier?

Mevrouw Augusteijn-Esser: Er moet toch een reden zijn geweest voor uw aangifte? U moet toch iets hebben vermoed?

De heer Plettenberg: In dat stadium was het eindrapport van de Raad voor de luchtvaart inmiddels wel uitgekomen, want dan spreken wij dus over 1994, een aantal maanden daarna nog. En toen bleek dat in de eindrapportage van BVOI/Raad voor de luchtvaart het onderwerp vracht überhaupt niet ter sprake was gekomen.

Mevrouw Augusteijn-Esser: U zegt: ach, die map stond daar, het klopte niet, maar ik wist eigenlijk niet of het compleet was. Er is ontzettend veel ophef over deze zaak geweest, ook in de media. U bent zelf regelmatig verschenen op de televisie. Wij hebben dat kunnen zien. Het vermoeden bestaat dat u zegt dat die papieren helemaal niet deugen. Was dat allemaal gebaseerd op die ene map, waarvan u nu zegt: ja, ik wist ook niet of die compleet was?

De heer Plettenberg: Nee.

Mevrouw Augusteijn-Esser: Dan moet u wat duidelijker zijn.

De heer Plettenberg: Dat zal ik doen. Maar ik wilde niet teveel op uw vragen vooruitlopen. Maar wij komen er wel.

Mevrouw Augusteijn-Esser: Wij hebben de vragen niet van tevoren doorgenomen.

De heer Plettenberg: Nee, nee, echt niet.

Mevrouw Augusteijn-Esser: Juist, ik was ook bijna aan mijn laatste toe.

De heer Plettenberg: Ik ben op verzoek van de heer Rob van Gijzel, uw collega, ook nog een keer met hem mee geweest naar het Bureau vooronderzoek in Hoofddorp. Hij had toestemming gekregen van minister Jorritsma om zich ter plaatste te oriënteren op de daar aanwezige vrachtdocumentatie en hij heeft mij gevraagd of ik met hem mee wilde gaan als expert op vrachtdocumentatiegebied. Dat had ik uiteraard ook niet gedaan als ik op dat moment nog bij El Al had gewerkt. Ik werkte helemaal niet meer. Ik voelde mij op dat moment ook vrij om hem te vergezellen daarbij.

Mevrouw Augusteijn-Esser: Mijnheer Plettenberg, ik wil graag precies van u weten waar u uw verdenking op baseerde dat het niet oké zou zijn.

De heer Plettenberg: Daar kom ik op.

Mevrouw Augusteijn-Esser: Graag.

De heer Plettenberg: Immers, ook bij de bij het BVOI aangetroffen vrachtbrieven troffen de heer Van Gijzel en ik eigenlijk een vergelijkbare onvolledigheid aan van de vrachtdocumentatie. Het was weliswaar geen carbon copy. Het waren niet dezelfde discrepanties als in het dossier van El Al.

Mevrouw Augusteijn-Esser: Maar wij hebben het nog steeds over diezelfde ordner?

De heer Plettenberg: Nee.

Mevrouw Augusteijn-Esser: Wij hebben het over datgene wat u met de heer Van Gijzel in Hoofddorp zag.

De heer Plettenberg: Wij hebben het over datgene wat ik met de heer Van Gijzel in Hoofddorp heb gezien.

Mevrouw Augusteijn-Esser: Maar stond dat eigenlijk niet helemaal los van die aangifte?

De heer Plettenberg: Nee, want het lezen van het dossier bij El Al op kantoor en het vergezellen van Van Gijzel naar Hoofddorp hebben alletwee plaatsgevonden voor mijn eerste contact met de politie.

Mevrouw Augusteijn-Esser: Voor uw eerste contact met de politie?

De heer Plettenberg: Ja, pas nadat ik dus tot de conclusie was gekomen wat de Raad geconstateerd had, dat in die ordner bij El Al op kantoor de vrachtdocumentatie niet correct en niet compleet was en eenzelfde beeld had gekregen bij het Bureau vooronderzoek, zij het – nogmaals met nadruk – met dien verstande dat de discrepanties in de ordner van El Al andere waren dan die bij Bureau vooronderzoek. Beide dossier klopten niet met hetgeen mij bekend was over wat er aan fysieke vracht aan boord van het vliegtuig heeft gezeten.

Mevrouw Augusteijn-Esser: Even voor de helderheid: de gedachte dat het niet in orde zou zijn, was gebaseerd op datgene wat u aantrof in die ordner?

De heer Plettenberg: Ja.

Mevrouw Augusteijn-Esser: Ik wil met mijn laatste vraag nog even teruggaan naar 4 oktober 1992. U zei net: ik had de fysieke verantwoordelijkheid voor de lading en de heren van vanmorgen hadden de papieren verantwoordelijkheid. Klopten die met elkaar?

De heer Plettenberg: Op 4 oktober?

Mevrouw Augusteijn-Esser: Ja.

De heer Plettenberg: Dat kan ik u niet zeggen, want...

Mevrouw Augusteijn-Esser: Heeft u ooit wel eens gemerkt dat het niet klopte?

De heer Plettenberg: Nee, het was ook niet mijn taak bij El Al om te controleren of het fysieke met het papieren klopte. Als wij het hebben over de complete tas met vrachtbrieven aan boord van het vliegtuig...

Mevrouw Augusteijn-Esser: Dus op andere ervaringen kan uw verdenking dat er iets niet klopte, niet gebaseerd zijn?

De heer Plettenberg: Nee.

Mevrouw Augusteijn-Esser: Dat was mijn laatste vraag. Dank u wel.

De voorzitter: Mijnheer Plettenberg, ik moet u er nogmaals aan herinneren dat u onder ede staat. Ik zeg dat heel expliciet, omdat datgene wat u tot nu toe verklaard heeft, zeer essentieel is. Ik stel u nog een paar vragen. Hoe kan het dat u, als u bij operations werkt, deskundige bent om met de heer Van Gijzel de vrachtdocumentatie bij BVOI te kunnen doornemen?

De heer Plettenberg: Ik denk dat hier twee dingen door elkaar lopen: mijn feitelijke functie bij El Al en mijn historische kennis van vrachtdocumentatie.

De voorzitter: Die kennis van de vrachtdocumentatie, had u daar diploma's voor?

De heer Plettenberg: Ja.

De voorzitter: U bent gediplomeerd als zijnde een deskundige om vrachtdocumentatie te kunnen lezen c.q. te kunnen uitleggen?

De heer Plettenberg: Niet van El Al, maar wel bij vorige airlines. Ik heb vrachtopleidingen gekregen bij zowel Singapore Airlines als bij Gulfair. Dat zijn vorige werkgevers voordat ik bij El Al kwam.

De voorzitter: En bij El Al heeft u dat nooit gedaan, maar daarvoor wel?

De heer Plettenberg: Juist.

De voorzitter: En dat was de reden dat de heer Van Gijzel u vroeg om als deskundige mee te gaan?

De heer Plettenberg: Ja.

De voorzitter: Mijnheer Plettenberg, bent u op de avond van de ramp op de rampplek geweest?

De heer Plettenberg: Nee.

De voorzitter: Weet u dat heel zeker?

De heer Plettenberg: Absoluut.

De voorzitter: Daar kan geen enkel misverstand over zijn?

De heer Plettenberg: Geen enkel.

De voorzitter: Mijnheer Plettenberg, u bent gevoelsmatig, nadat u vernomen had dat de crash had plaatsgevonden, aan het kopiëren geslagen. Hoeveel setjes heeft u gemaakt?

De heer Plettenberg: U bedoelt hoeveel kopieën van elk document?

De voorzitter: Ja.

De heer Plettenberg: Dat waren er 25.

De voorzitter: 25?

De heer Plettenberg: Ja, 25.

De voorzitter: Uit hoeveel vellen bestond het origineel?

De heer Plettenberg: De loadsheet, de trimsheet, de beladingsinstructie en de NOTOC.

De voorzitter: Dat waren vier A4'tjes?

De heer Plettenberg: Dat waren vier A4'tjes. Het is mogelijk dat ik ook nog een fotokopie heb gemaakt van de fuel release telex. Dat is een telex die wij uit Tel Aviv ontvingen waarin de brandstofberekening, de brandstof nodig voor de vlucht, stond gespeci-ficeerd en op basis waarvan het brandstofgedeelte van...

De voorzitter: Vijf A4'tjes?

De heer Plettenberg: Ja, vijf A4'tjes.

De voorzitter: Zes A4'tjes?

De heer Plettenberg: Vijf.

De voorzitter: Vijf?

De heer Plettenberg: Vijf.

De voorzitter: Maal 25.

De heer Plettenberg: Ja, maal 25.

De voorzitter: Waarom 25?

De heer Plettenberg: Dat leek mij een handig getal op dat moment. Nogmaals, er was mij op geen enkele manier iets van een accident emergency manual bekend.

De voorzitter: Waarom geen 10 en waarom geen 100, waarom 25?

De heer Plettenberg: Dat is een impulsief, door mijzelf bedacht, getal geweest. Ik dacht: als ik van elk origineel 25 kopieën maak, dan lijkt mij dat ruim voldoende. En 10 leek mij een beetje weinig en 100 leek mij ruim te veel.

De voorzitter: En dat heeft u met enkele mensen samen gedaan?

De heer Plettenberg: Ja.

De voorzitter: Hoe lang bent u daarmee bezig geweest?

De heer Plettenberg: Drie kwartier maximaal.

De voorzitter: Mijnheer Plettenberg, op een gegeven moment brengt u de heer Nix met de heer Chervin in contact, omdat hij de vrachtpapieren opvraagt. U heeft hem dan al gezegd dat die niet bij u zijn, maar bij de vrachtafdeling.

De heer Plettenberg: Dat is juist.

De voorzitter: En vervolgens brengt u hem in contact met de heer Chervin. En u zegt dat u op een gegeven moment gezien heeft, dat de heer Nix weggegaan is. Was dat wel of niet in aanwezigheid van de heer Chervin?

De heer Plettenberg: Ik wil even heel expliciet duidelijk maken dat die drie aan elkaar grenzende kantoorruimtes maar een deur hadden waardoor je vanaf de gang binnen kwam. Die deur zat in operations, in mijn kantoor. Daarnaast gelegen was het kantoortje waar dames zaten voor reserveringen. Daar stond onder andere ook de computer voor de crewindeling. En daarnaast was het kantoor van de stationmanager, de heer Weinstein, en in die ruimte zaten de Israëlische managers. Het is dus: een ruimte met Israëlische managers, deuropening, die tussenruimte, deuropening, operations en dan is daar de deuropening naar de gang. En de heer Nix is door die deur naar binnen en naar buiten gegaan. Dus of de heer Chervin in dat kantoor zittend, dat gezien zou kunnen hebben, ik betwijfel het.

De voorzitter: Maar mijn vraag was: u heeft gezien dat de heer Nix wegging?

De heer Plettenberg: Ja.

De voorzitter: Heeft u ook gezien dat de heer Chervin met hem meeging?

De heer Plettenberg: De heer Chervin is niet met hem meegegaan.

De voorzitter: Die is niet met hem meegegaan?

De heer Plettenberg: Nee, nee, sorry dat ik u verkeerd begreep.

De voorzitter: De heer Nix is alleen uit het gebouw vertrokken?

De heer Plettenberg: Ja.

De voorzitter: Dat weet u heel zeker?

De heer Plettenberg: Heel zeker. Hij is alleen gekomen en hij is alleen weggegaan.

De voorzitter: Met dat setje van vijf kopietjes dat u hem gegeven heeft.

De heer Plettenberg: Originelen.

De voorzitter: De originelen, oké. Mijnheer Plettenberg, ik kom tot een samenvatting van dit verhoor. Tussen kwart over zes en half zeven kwam het bericht van Aero Ground operations dat het toestel terugkwam.

De heer Plettenberg: Dat is juist.

De voorzitter: Rond 22.00 uur, tien uur, wordt duidelijk voor u dat het vliegtuig in de Bijlmer is terechtgekomen.

De heer Plettenberg: Ja.

De voorzitter: Ik had geen enkele fysieke beschikking over de vrachtpapieren.

De heer Plettenberg: Correct.

De voorzitter: Rond half acht komt de heer Nix op mijn kantoor om de papieren op te halen.

De heer Plettenberg: Correct.

De voorzitter: Voor de vrachtpapieren bracht ik de heer Nix in contact met de heer Chervin, nadat ik had gezegd dat de vrachtpapieren zelf op de vrachtafdeling moesten worden afgehaald.

De heer Plettenberg: Dat is juist.

De voorzitter: Rond acht uur vertrekt de heer Nix weer uit het gebouw van El Al.

De heer Plettenberg: Inderdaad.

De voorzitter: De aangifte van valsheid in geschrifte wordt door u gedaan in de zomer van 1996.

De heer Plettenberg: Ja.

De voorzitter: De aanleiding is een ordner die u heeft ingezien, waarin de operationele papieren zaten. Die waren in orde en klopten. Het tweede gedeelte, de vrachtdocumentatie was rommelig, slordig en onvolledig.

De heer Plettenberg: Juist.

De voorzitter: Later, na 15 mei 1994, op het moment dat u uw werkverband met El Al beëindigt, bent u met de informatie naar buiten gekomen. Dat wil zeggen: die heeft u aan derden medegedeeld.

De heer Plettenberg: Dat is juist.

De voorzitter: Met de heer Van Gijzel bent u samen naar het BVOI geweest om de vrachtdocumentatie door te nemen. U trof daar dezelfde waarneming aan als die u eerder in de ordner had waargenomen.

De heer Plettenberg: Mag ik dat preciseren? ''Vergelijkbare'' in plaats van ''dezelfde''.

De voorzitter: Vergelijkbare.

U heeft gesprekken gevoerd met de LVB. U kunt zich dit gesprek herinneren, maar weet echter zeker dat u geen informatie over de lading heeft gegeven.

De heer Plettenberg: Juist.

De voorzitter: U verklaart dat El Al geen procedure heeft, en niet heeft aangedrongen op geheimhouding van de lading.

De heer Plettenberg: Absoluut.

De voorzitter: U claimt kennis te hebben van vrachtdocumentatie.

De heer Plettenberg: Ja.

De voorzitter: U bent niet op de avond van 4 oktober 1992, op de avond van de ramp, op de rampplek in de Bijlmer geweest.

De heer Plettenberg: Pertinent niet, neen.

De voorzitter: Dan is er een einde gekomen aan dit verhoor. Ik verzoek de griffier, de heer Plettenberg uit te geleiden.

15.10 uur

 

Stenografisch verslag van het openbare verhoor van de heer D. Nix Coördinator Brigadier Rijkspolitie Uniformdienst Schiphol door de parlementaire enquętecommissie Vliegramp Bijlmermeer op woensdag 17 februari 1999 in de vergaderzaal van de Eerste Kamer der Staten-Generaal te Den Haag

Woensdag 17 februari 1999, Aanvang 15.20 uur, Verhoord wordt de heer D. Nix

Voorzitter: Th.A.M. Meijer

Aanwezig zijn voorts de leden van de commissie: Augusteijn-Esser, Van den Doel, Oedayraj Singh Varma en Oudkerk, alsmede de heer Roovers, griffier, en mevrouw Abbas, lid van de staf van de commissie.

De voorzitter: Ik heropen de vergadering van de enquętecommissie Vliegramp Bijlmermeer. Aan de orde is het verhoor van de heer D. Nix, geboren op 5 september 1946 te Leiden.

Mijnheer Nix, ik verzoek u te gaan staan voor het afleggen van de eed. De door u af te leggen eed luidt: Ik zweer dat ik de gehele waarheid en niets dan de waarheid zal zeggen.

De heer Nix: Zo waarlijk helpe mij God almachtig!

De voorzitter: Mijnheer Nix, de enquętecommissie onderzoekt de toedracht en de gevolgen van de vliegramp op 4 oktober 1992 in de Bijlmer te Amsterdam, met als doel waarheidsvinding en het trekken van lessen voor de toekomst.

Mijnheer Nix, kunt u de commissie zeggen wat uw functie was op de avond van de ramp?

De heer Nix: Mijn functie was coördinator bij de rijkspolitie van de afdeling uniformdienst. In die hoedanigheid was ik op dat moment de hoogste in rang.

De voorzitter: Waar was u op dat moment?

De heer Nix: Toen de melding gedaan werd, bevond ik mij in de kantine van de Dienst luchtvaart op Schiphol.

De voorzitter: Van wie hoorde u van de ramp?

De heer Nix: Ik hoorde van de dienstdoend centralist dat ik met spoed naar de meldkamer moest komen.

De voorzitter: Wie was dat?

De heer Nix: De collega Swart. Dat heb ik uiteraard gedaan.

De voorzitter: Mijnheer Nix, de commissie wil aan het begin van dit verhoor geen misverstand laten bestaan over hoe de commissie dit verhoor ingaat. Wij weten nog steeds niet op welk moment de rijkspolitie in het bezit was van de vrachtdocumenten en wat er daarna precies is gedaan. Dat is wat wij heel duidelijk en ''clear'' willen krijgen. Ik geef daarvoor het woord aan de heer Oudkerk.

De heer Oudkerk: Mijnheer Nix, ik wil eerst met u praten over het eerste uur na de crash van het vliegtuig. U bent naar de Commissie van Overleg gegaan?

De heer Nix: Dat is correct.

De heer Oudkerk: Wie stuurde u naar de Commissie van Overleg?

De heer Nix: Daar ben ik niet naartoe gestuurd. Daar ben ik zelf naartoe gegaan. In zo'n situatie is het normaal dat de hoogste in rang – op dat moment was ik dat – naar de CVO gaat en zich daar meldt.

De heer Oudkerk: U was daar omstreeks 18.45 uur?

De heer Nix: Ik denk het wel. Ik kan mij dat niet meer exact herinneren.

De heer Oudkerk: Kunt u zich herinneren wat er in de Commissie van Overleg besproken is?

De heer Nix: De Commissie van Overleg... Eigenlijk was het voor ons zo dat de ramp zich niet op de luchthaven had afgespeeld. In eerste instantie was alles klaargemaakt voor een situatie waarin dat wel zo zou gebeuren. Wij zijn eigenlijk vrij vlot uit elkaar gegaan en hebben ons facilitair opgesteld.

De heer Oudkerk: De Commissie van Overleg is vrij vlot uit elkaar gegaan?

De heer Nix: Ja.

De heer Oudkerk: Wij hebben inmiddels begrepen dat dit om 19.35 is gebeurd.

De heer Nix: Dat zal inderdaad om en nabij dat tijdstip zijn gebeurd. Dat weet ik niet meer exact.

De heer Oudkerk: Zolang die commissie bij elkaar was, een half uur of drie kwartier, is er ongetwijfeld gesproken over sommige zaken. Kunt u zich zaken herinneren waarover gesproken is?

De heer Nix: Wat ik mij exact herinner, is dat men sprak over het aantal passagiers dat aan boord was. Het was al heel gauw bekend dat het de El Al-kist was en dat het ''de crew''plus een'' was. Van de medewerkers van AG hoorden wij in eerste instantie dat er geen bijzonder explosieve of ''highly dangerous goods'' aan boord waren.

De heer Oudkerk: Geen bijzondere explosieven of ''highly dangerous goods''. Dat verklaarde de medewerker van AG?

De heer Nix: Ja.

De heer Oudkerk: Is er, behalve over passagiers, ''dangerous goods'' en explosieven, nog over andere zaken gesproken?

De heer Nix: Niet dat ik mij kan herinneren.

De heer Oudkerk: Waar bent u na het beëindigen van de Commissie van Overleg naartoe gegaan?

De heer Nix: Toen ben ik weer naar het bureau van de rijkspolitie gegaan. Voordat ik naar de CVO ben gegaan, heb ik de dienstdoend centralist gezegd dat hij alle alarmrollen moest afdraaien, zodat een aantal piketfunctionarissen thuis werd gewaarschuwd. Inmiddels waren die natuurlijk allemaal op de luchthaven.

De heer Oudkerk: Toen u wegging uit het kantoor waren ze er niet, maar...?

De heer Nix: Toen ik naar de CVO ging, was men er nog niet. Nee, dat was te kort op de calamiteit.

De heer Oudkerk: U komt terug uit de Commissie van Overleg. Wie waren op dat moment, voor zover u zich dat kunt herinneren, op het kantoor van de rijkspolitie aanwezig?

De heer Nix: Er waren daar toen een hoop functionarissen die zich inmiddels hadden gemeld naar aanleiding van de alarmrol-alarmering. Ik had te maken met mijn directe chef, de heer Bloemen. Die was inmiddels ook aanwezig. Van hem heb ik de opdracht gekregen om naar het kantoor van El Al te gaan.

De heer Oudkerk: Daar kom ik zo op. De heer Bloemen was er. Herinnert u zich nog wie er verder waren?

De heer Nix: Ik heb collega's van LVO binnen zien lopen. Het was druk. Ik weet niet exact wie er binnen zijn komen lopen. Het was in ieder geval een komen en gaan.

De heer Oudkerk: Ik wil nog even terug naar die Commissie van Overleg. Wij hebben zojuist gehoord dat iedereen daar een eigen telefoon of portofoon bij zich had. Heeft u tijdens de bijeenkomst van de Commissie van Overleg nog met iemand gebeld?

De heer Nix: Dat kan ik mij niet herinneren. Nee. Ik kan het mij niet herinneren.

De heer Oudkerk: Heeft iemand u gebeld?

De heer Nix: Ik ben ook niet gebeld.

De heer Oudkerk: Tijdens de bijeenkomst van de commissie heeft u geen mededelingen gedaan over het feit dat er geen gevaarlijke goederen en explosieven aanwezig waren en ook niet over het aantal slachtoffers?

De heer Nix: Geen. Dat heb ik niet gedaan.

De heer Oudkerk: Oké. U komt terug op het kantoor. Ik neem aan dat u datgene wat u net in de Commissie van Overleg gehoord heeft, daar meldt.

De heer Nix: Ja.

De heer Oudkerk: Hoe ging die melding in zijn werk en aan wie deed u die? Wat heeft u precies verteld?

De heer Nix: Ik heb mijn chef, de heer Bloemen, dezelfde mededeling gedaan, namelijk dat er geen ''high explosives'' en dergelijke aan boord waren.

De heer Oudkerk: Geen ''high explosives'', geen ''dangerous goods''.

De heer Nix: En geen ''dangerous goods'' of geen radioactieve... Bij ieder vliegtuig zijn uiteraard ''dangerous goods'' aan boord. Het was niet van dien aard dat het gevaarlijk zou kunnen zijn.

De heer Oudkerk: Gevaarlijk voor...?

De heer Nix: Ik neem aan de volksgezondheid. Maar daar ben ik geen technicus in. Dit zijn puur de gegevens die ik van de AG kreeg.

De heer Oudkerk: Ik neem aan dat u datgene wat u gehoord heeft op de bijeenkomst van de Commissie van Overleg, misschien in uw eigen woorden, doorverteld heeft aan uw superieur, de heer Bloemen, en aan andere mensen die om hem heen stonden. U was de enige die dit op dat moment wist.

De heer Nix: Ja, op dat moment wel.

De heer Oudkerk: Was u, terugkijkend, inderdaad de enige die het wist of heeft de heer Bloemen, de heer Damveld of een ander laten blijken dat ze eigenlijk al wisten dat er geen explosieven of andere voor de volksgezondheid gevaarlijke stoffen waren?

De heer Nix: Het is mij niet bekend of anderen daar al van wisten. Ik kwam rechtstreeks uit de CVO.

De heer Oudkerk: En u was degene die het op dat moment wist. Wat zei de heer Bloemen, als hij het van u gehoord heeft?

De heer Nix: De heer Bloemen heeft mij toen de opdracht gegeven om naar het kantoor van El Al te gaan.

De heer Oudkerk: Waarom?

De heer Nix: In eerste instantie werd een terroristische actie niet uitgesloten. Ik moest in ieder geval alle papieren die de vlucht LY 1862 betroffen daar op gaan halen.

De heer Oudkerk: Ik neem dat als er een terroristische aanslag beraamd zou zijn, degene die dat beramen ervoor zorgen dat dit niet in de papieren is terug te vinden?

De heer Nix: Nee, maar goed, wij willen dan toch alle papieren die bij de vlucht horen bij elkaar hebben, omdat andere mensen daaruit bepaalde conclusies zouden kunnen trekken.

De heer Oudkerk: Volgens uw waarneming zei de heer Bloemen dat dus vooral, omdat er mogelijk sprake was van een terroristische aanslag. Gaf hij nog een andere reden op of heeft u nog bedacht waarom u die vrachtpapieren moest gaan halen?

De heer Nix: Nee, ik heb er verder niets bij bedacht.

De heer Oudkerk: U bent vervolgens naar het kantoor van El Al gegaan. Nu heeft El Al twee kantoren op Schiphol en misschien nog wel meer. Waar bent u precies naartoe gegaan?

De heer Nix: Ik ben naar het kantoor in de stationshal gegaan, waar het kantoor van El Al was.

De heer Oudkerk: Voor alle duidelijkheid: dat is het kantoor waar de heer Plettenberg, die zojuist door de commissie gehoord is, zat en dat is niet het kantoor waar de heer Aaij, die vanochtend door ons gehoord is, met de vrachtbrieven aanwezig was? U bent naar het kantoor gegaan waar de heer Plettenberg was?

De heer Nix: Dat is correct.

De heer Oudkerk: U bent daar alleen naartoe gegaan?

De heer Nix: Ik ben daar alleen naartoe gegaan.

De heer Oudkerk: Er is een journaal van de rijkspolitie van die avond. Dat is een getypt journaal, waarin staat: 19.42 uur, Daan Nix gaat met El Al mee.

De heer Nix: Dat heb ik ook in het journaal gezien, maar ik ben met niemand meegegaan. Ik ben daar alleen naartoe geweest.

De heer Oudkerk: De notie ''Daan Nix gaat met El Al mee'' klopt gewoon niet?

De heer Nix: Dat is een verkeerde interpretatie.

De heer Oudkerk: Verkeerde interpretatie? Er was niemand van El Al in het kantoor van de rijkspolitie? U bent niet meegegaan met iemand van El Al?

De heer Nix: Beslist niet.

De heer Oudkerk: U bent in uw eentje naar het El Al-kantoor gegaan?

De heer Nix: Ja.

De heer Oudkerk: Wat is de afstand in minuten tussen het kantoor van de rijkspolitie en het El Al-kantoor, als je daarheen moet lopen?

De heer Nix: Dat zal ongeveer 5 ŕ 6 minuten zijn.

De heer Oudkerk: Dus u was daar om ongeveer 19.50 uur?

De heer Nix: Ongeveer. Ik heb al aangegeven dat ik daar tussen 19.30 en 19.45 aangekomen ben. Het zijn allemaal ''omstreeks tijden''.

De heer Oudkerk: Dat begrijp ik. Maar u was er niet om 21.00 of 21.30 uur?

De heer Nix: Nee, beslist niet.

De heer Oudkerk: Oké. U krijgt van de heer Bloemen de opdracht om de vrachtdocumentatie in beslag te nemen.

De heer Nix: Correct.

De heer Oudkerk: Wist u precies wat vrachtdocumentatie was?

De heer Nix: Niet exact. Daar ben ik niet voor opgeleid. Ik zat bij een heel andere afdeling. Wij waren facilitair aan de dienst LVO. Ik ben er naartoe gegaan en heb vertrouwd op de loyaliteit van de maatschappij dat men mij die zou geven.

De heer Oudkerk: U heeft vorig jaar ook voor de commissie-Hoekstra gezeten. De heer Hoekstra heeft u toen gevraagd of u wist welke papieren relevant waren. U zegt dan: ''Ik wist dat ik de airwaybills moest hebben, omdat daarop de vracht was gespecificeerd. Ik ben natuurlijk niet de hele tijd daar blijven zitten.'' Daar komen wij zo direct nog op terug, maar u zegt hier dat u ongeveer wist wat vrachtpapieren waren, maar niet precies.

De heer Nix: Dat is correct.

De heer Oudkerk: U komt daar bij benadering om 19.50 of 20.00 uur aan. Wie kwam u daar als eerste tegen?

De heer Nix: Nadat ik had aangeklopt, zag ik daar de heer Plettenberg, als operations-officer.

De heer Oudkerk: U komt de heer Plettenberg daar tegen. Wat vraagt u hem?

De heer Nix: Toen heb ik hem mee-gedeeld dat het mijn missie was om alle papieren op te halen, aangaande vlucht LY 1862.

De heer Oudkerk: Alle papieren aangaande de vlucht van El Al, dus niet alleen de vrachtpapieren, maar ook de operationele papieren?

De heer Nix: Ook de operationele papieren.

De heer Oudkerk: Wat zei de heer Plettenberg tegen u?

De heer Nix: Die verwees mij naar een paar andere heren die ook in het kantoor waren, waaronder de heer Chervin, die ik helemaal niet kende, en verder de stationmanager, de heer Weinstein, die net op Schiphol gestationeerd was. Die had ik al wel een paar keer gezien en kende ik dus wel. Volgens mij waren er nog een paar andere heren, maar die kende ik niet en aan hen ben ik ook niet voorgesteld.

De heer Oudkerk: Kunt u in uw eigen woorden vertellen wat er precies gebeurd is tussen het moment dat u het kantoor van de heer Plettenberg bent binnengekomen en het moment dat u daar bent weggegaan?

De heer Nix: Ik heb dus aan de heer Chervin – de heer Weinstein luisterde daarbij mee – verteld wat ik kwam doen. Ik geloof dat de heer Chervin het in het begin niet meteen met mij eens was.

De heer Oudkerk: Hij was het niet met u eens. Hoe bedoelt u dat?

De heer Nix: Toen ik daar kwam, heb ik duidelijk verteld dat ik de boel eventueel in beslag zou nemen, als ik geen medewerking zou krijgen.

De heer Oudkerk: Begrijp ik het goed? U vroeg om de vrachtpapieren? Ik moet mij corrigeren: u vroeg om alle papieren van de vlucht?

De heer Nix: Alle papieren, ja.

De heer Oudkerk: De heer Chervin wilde ze in eerste instantie niet afstaan?

De heer Nix: In eerst instantie zei de heer Chervin dat hij zich afvroeg waarom dat nodig was. Daarop heb ik meteen gezegd dat als ik ze niet krijg, ik het officieel moet spelen en de zaak in beslag moet nemen.

De heer Oudkerk: En dat was genoeg?

De heer Nix: Toen is hij even met de heer Weinstein in conclaaf gegaan. Er is nog een telefoontje gepleegd, maar daarna heeft Weinstein gezegd dat het akkoord was.

De heer Oudkerk: Dat conclaaf was in het Hebreeuws?

De heer Nix: Ja, het conclaaf ging in het Hebreeuws. Die taal versta ik niet; die spreek ik niet.

De heer Oudkerk: In ieder geval was het daarna goed. En toen?

De heer Nix: Toen heeft de heer Plettenberg van Weinstein de opdracht gekregen voor mij te gaan kopiëren.

De heer Oudkerk: Ik begrijp uit uw woorden dat hij alle papieren ging kopiëren die te maken hadden met de fatale vlucht, dus niet alleen de vrachtpapieren, maar ook de operationele papieren.

De heer Nix: Ik heb aan een van uw medewerkers verteld dat later bleek dat het met de vrachtpapieren even anders is gelopen dan in de eerste lezing.

De heer Oudkerk: Daar kom ik straks met u op terug. De heer Plettenberg is gaan kopiëren?

De heer Nix: Ja.

De heer Oudkerk: Wat heeft u in de tussentijd gedaan?

De heer Nix: Sorry?

De heer Oudkerk: Wat heeft u in de tussentijd gedaan?

De heer Nix: Terwijl hij bezig was, zat ik op een afstand van ongeveer twee en een halve meter van hem vandaan.

De heer Oudkerk: Was u daar bereikbaar voor uw collega's van de rijkspolitie?

De heer Nix: Ja, ik had een nummer achtergelaten, waarop ik telefonisch te bereiken was.

De heer Oudkerk: Het nummer van het kantoortje waar u was?

De heer Nix: Ja.

De heer Oudkerk: Maar u had ook een portofoon bij u?

De heer Nix: Die zal ik ongetwijfeld bij me hebben gehad. Of hij op stand-by stond is een tweede, want het zou alleen maar storend werken als ik daar een portofoon aan zou hebben staan.

De heer Oudkerk: Oké, u bent gaan zitten wachten. Hoelang heeft dat wachten geduurd?

De heer Nix: Dat is voor mij een vrij lange zit geweest. Ik heb gewacht totdat de heer Plettenberg klaar was met het kopiëren van de papieren.

De heer Oudkerk: Wat is een lange zit?

De heer Nix: Ik heb al tegen een van uw medewerkers verteld dat ik iets aan de tijden heb moeten aanpassen, want er is inmiddels een verbaal, althans een stuk, boven water gekomen, waarin staat dat de heer Plettenberg om 10.30 uur gehoord is door de collega's De Geus en Van der Kuil. Dat is op het bureau van de rijkspolitie op Schiphol gebeurd. Ik zal daar zeker tot 22.10 uur hebben gezeten.

De heer Oudkerk: Even voor de duidelijkheid: de heer Plettenberg kon op dat moment niet kopiëren, want hij was bezig om een procesverbaal af te leggen bij twee andere heren. Dat heeft u later vernomen?

De heer Nix: Ja, dat heb ik later vernomen.

De heer Oudkerk: U bent dus tot ongeveer 22.10 of 22.15 daar geweest?

De heer Nix: Ja.

De heer Oudkerk: Toen had u inmiddels een stapeltje papieren van de heer Plettenberg in ontvangst genomen?

De heer Nix: Ja, de papieren.

De heer Oudkerk: Kunt u nog bij benadering aangeven hoe dik dat stapeltje was?

De heer Nix: Dat was een stapeltje. Ik heb in mijn verklaring bij de collega's van de luchtvaartpolitie verteld dat dit stapeltje ongeveer 5 ŕ 6 centimeter dik was.

De heer Oudkerk: Zoiets?

De heer Nix: Ongeveer, ja.

De heer Oudkerk: Dat is dus zeker – ik durf het nauwelijks te schatten – zo'n 400 ŕ 500 velletjes A4?

De heer Nix: Ik weet niet of het zoveel velletjes zijn. Het was in ieder geval ongeveer die dikte.

De heer Oudkerk: Dat stapeltje bevatte, als ik het goed begrijp, de operationele papieren en de vrachtpapieren?

De heer Nix: Later bleek mij dus... Maar u zei zelf al dat u daar nog op terug wil komen.

De heer Oudkerk: Ja, daar kom ik nog op terug. Ik wil nog even met u naar die tijden kijken. In hetzelfde journaal dat op diezelfde avond door de luchtvaartpolitie is opgemaakt, staat dat om 23.55 uur vrachtbrieven, het onderhoudsrapport alsmede een aparte lijst van ''dangerous goods'' en ''weight and balance'' – dat zijn, zeg maar, alle papieren van het vliegtuig – zijn binnengebracht door Daan Nix. U bent tot ongeveer 22.10 ŕ 22.15 uur daar geweest. U zei zelf dat het ongeveer 7 minuten lopen is naar het kantoortje. Er ontbreken dus geen 5 minuten, maar anderhalf uur.

De heer Nix: Ja.

De heer Oudkerk: Hoe verklaart u dat?

De heer Nix: Ik kan mij niet meer herinneren hoe ik die tijd heb volgemaakt. Ik ben daar in ieder geval geweest, nadat Plettenberg mij de envelop heeft gegeven. Daarna ben ik rechtstreeks naar het bureau van de rijkspolitie teruggegaan en heb de envelop persoonlijk overhandigd aan mijn chef, de heer Bloemen. Inmiddels had ik van hem al weer de volgende opdracht gekregen.

De heer Oudkerk: Ik constateer dat het tijdstip van 23.55 uur op het officiële journaal van de luchtvaartpolitie van die avond niet klopt.

De heer Nix: Daar zit een tijdsverschil in.

De heer Oudkerk: Voor dat tijdsverschil heeft u geen verklaring?

De heer Nix: Daar heb ik geen verklaring voor.

De heer Oudkerk: Kan het zijn dat u tussen 22.10/22.15 uur, wanneer u weggaat bij de heer Plettenberg, en het tijdstip van binnenkomst nog iets anders gedaan heeft?

De heer Nix: Nee, dat is beslist niet waar.

De heer Oudkerk: U bent absoluut rechtstreeks naar het kantoor van de luchtvaartpolitie gegaan?

De heer Nix: Rechtstreeks. Zonder meer.

De heer Oudkerk: Er zijn dus twee mogelijkheden: of er ontbreekt 1 uur en 30 ŕ 35 minuten of het journaal klopt niet?

De heer Nix: Ik kan daar geen aannemelijke verklaring voor geven.

De heer Oudkerk: Het weggaan – 19.42 uur: Daan Nix gaat met El Al mee, waarvan u zegt dat het niet klopt, want ik ben met niemand meegegaan, ik ben er zelf heen gegaan – en het einde daarvan om 23.55 uur – alles wordt binnengebracht door Daan Nix – zijn zaken in het journaal die niet met uw waarneming stroken?

De heer Nix: Ik denk dat het mogelijk anders is.

De heer Oudkerk: U heeft zojuist verteld wat er anders is, want u heeft gezegd: ik ben om ongeveer 19.50 uur het kantoor van de heer Plettenberg binnengekomen. Die heeft mij toen voorgesteld aan de heer Chervin en de heer weinstein en nog een stel mensen. U moet mij corrigeren als ik het niet goed samenvat. Toen ben ik daar gaan zitten. Ik was bereikbaar op een bepaald telefoonnummer dat ik heb doorgegeven. In eerste instantie dacht ik dat ik daar langer had gezeten, maar ik moet daar tot ongeveer 22.10 ŕ 22.15 uur gezeten hebben, aangezien de heer Plettenberg om 22.30 uur een verklaring heeft afgelegd voor twee van uw collega's. Ik heb daar zitten wachten op het kopiëren van niet alleen de vrachtpapieren, maar ook van de operationele papieren. Dat is ongeveer... Niet ongeveer: dat is precies zoals u het net verteld heeft.

De heer Nix: Ja, maar waaruit vervolgens wel blijkt dat ik de operationele papieren heb gekregen, omdat de vrachtpapieren elders waren.

De heer Oudkerk: U heeft de operationele papieren gekregen en de vrachtpapieren waren elders. Wanneer heeft u dat gehoord?

De heer Nix: Nadat ik de operationele papieren heb gekregen, heeft de heer Plettenberg mij verteld – want ik vroeg of dat alles was – dat alle documenten die de vracht betroffen op het vrachtzuid-emplacement van Schiphol waren.

De heer Oudkerk: Hoe laat heeft de heer Plettenberg u dat verteld?

De heer Nix: Dat zal hij verteld hebben nadat hij mij de andere papieren heeft overhandigd.

De heer Oudkerk: Nadat hij alles had gekopieerd?

De heer Nix: Nadat hij voor ons, justitie, klaar was met kopiëren.

De heer Oudkerk: Zeg maar om 22.00 ŕ 22.15 uur? Het is niet zo gegaan dat de heer Plettenberg bij uw binnenkomst tegen u zei dat u de operationele papieren van hem kon krijgen, maar dat hij de vrachtpapieren niet had en dat u daar ergens anders voor moest zijn?

De heer Nix: Nee.

De heer Oudkerk: Nog even een andere vraag. U zegt: ik ben met een stapel van 5 ŕ 6 centimeter weggegaan. Hoeveel velletjes dat zijn, weten wij niet precies, maar het is wel een flinke stapel. Ik begrijp nu van u dat dit alleen de operationele papieren betreft en niet de vrachtpapieren?

De heer Nix: Dat is correct.

De heer Oudkerk: U zegt hier dus onder ede dat de operationele papieren van het desbetreffende vliegtuig zeker een stapeltje vormt van 5 ŕ 6 centimeter?

De heer Nix: In mijn herinnering is dat zeker zo.

De heer Oudkerk: Wij hebben zojuist de heer Plettenberg gehoord. Ik weet niet of u dat gezien heeft. Ik wil graag de verklaring die hij net heeft afgelegd over uw bezoek aan zijn kantoor, even laten zien. Ik wil de regie vragen de band te starten.(Het navolgende is een weergave van een video-opname)

Mevrouw Augusteijn-Esser: De heer Nix vraagt u om papieren.

De heer Plettenberg: Ja.

Mevrouw Augusteijn-Esser: Wat voor papieren vraagt hij?

De heer Plettenberg: Hij vroeg om ''de papieren''.

Mevrouw Augusteijn-Esser: ''De papieren''?

De heer Plettenberg: In eerste aanleg.

Mevrouw Augusteijn-Esser: En wat dacht u dat hij voor papieren vroeg?

De heer Plettenberg: Mijn papieren, de operationele papieren.

Mevrouw Augusteijn-Esser: Wat geeft u hem dan?

De heer Plettenberg: De originelen waarvan ik u net hebt verteld dat wij ze aan het kopiëren waren: load sheet, trim sheet, load instruction en NOTOC.

Mevrouw Augusteijn-Esser: Maar vroeg hij niet om vrachtpapieren?

De heer Plettenberg: Nadat hij van mij de originelen van de operationele papieren had gekregen, vroeg hij aan mij: en nu moet ik ook nog de vrachtpapieren hebben. Ik heb hem daarop geantwoord: dat begrijp ik, maar die heb ik niet hier. Niet alleen vanwege vanavond, maar die zijn nooit hier op operations. Die zijn bij de vrachtafdeling.

Mevrouw Augusteijn-Esser: U zei: de vrachtpapieren liggen nooit hier op operations, dan moet je ergens anders zijn?

De heer Plettenberg: Ja, die liggen bij de vrachtafdeling.

Mevrouw Augusteijn-Esser: Waar liggen die normaal, bij de...?

De heer Plettenberg: Bij de vracht-afdeling. En die zaten in vrachtstation Zuid, in de AG-loods en dat is fysiek een kilometer of drie, vier verderop.

Mevrouw Augusteijn-Esser: En u hebt gezegd: u kunt daar de vracht-papieren ophalen?

De heer Plettenberg: Neen, dat heb ik niet gezegd tegen hem. Ik heb tegen hem gezegd: in de volgende kantoorruimte zitten de Israëlische managers. Daar was de heer Chervin, cargo manager, bij. Het kwam mij op dat moment het meest efficiënt voor om de heer Nix in contact te brengen met de heer Chervin, zodat zij samen konden coördineren op welke meest efficiënte en snelle wijze de heer Nix de vrachtpapieren kon krijgen.

Mevrouw Augusteijn-Esser: Hebt u hem nou met de heer Chervin in contact gebracht, of hebt u hem ook gezegd: de vrachtpapieren liggen niet hier, die liggen op een andere afdeling?

De heer Plettenberg: Ik heb beide gedaan. Ik heb eerst gezegd: de vrachtpapieren liggen niet hier. En vervolgens heb ik hem verwezen naar de heer Chervin omdat ik wel begreep dat hij ze toch wilde hebben.

Mevrouw Augusteijn-Esser: En mijnheer Chervin heeft... Was u daarbij, bij dat gesprek?

De heer Plettenberg: Ja.

Mevrouw Augusteijn-Esser: En mijnheer Chervin heeft mijnheer Nix gewezen op de plek waar ze wel te krijgen waren?

De heer Plettenberg: Uiteindelijk, ja.

Mevrouw Augusteijn-Esser: Uiteindelijk?

De heer Plettenberg: Ja.

Mevrouw Augusteijn-Esser: En wat is toen het resultaat van het gesprek geweest?

De heer Plettenberg: Het resultaat van het gesprek is geweest dat de heer Nix het El Al-kantoor heeft verlaten en weg is gegaan.

Mevrouw Augusteijn-Esser: Hoe laat is het dan ongeveer?

De heer Plettenberg: Rond acht uur.(Hier eindigt de video-opname)

De heer Oudkerk: Mijnheer Nix, u begrijpt dat dit twee verklaringen zijn die, althans in de ogen van onze commissie, nogal haaks op elkaar staan. Kunt u dat verklaren?

De heer Nix: Dat kan ik niet echt verklaren.

De heer Oudkerk: De heer Plettenberg heeft verderop in het verhoor op vragen van de heer Meijer gezegd dat de operationele papieren van deze vlucht 5 of 6 velletjes betroffen. 5 of 6 velletjes is niet hetzelfde als 5 of 6 centimeter.

De heer Nix: Dat is mij bekend.

De heer Oudkerk: Kunt u dat verklaren?

De heer Nix: Nee, dat kan ik u dus beslist niet verklaren. In mijn herinnering heb ik nog steeds een envelop, een bruine envelop, meegekregen, met de inhoud die ik vermeld heb.

De heer Oudkerk: U blijft bij uw verklaring die u zojuist onder ede heeft afgelegd: dat het gegaan is, zoals het gegaan is?

De heer Nix: Daar blijf ik bij. Mag ik daaraan nog iets toevoegen?

De heer Oudkerk: Als het relevant is, graag.

De heer Nix: Er wordt gezegd dat de heer Chervin komt, als de heer Plettenberg klaar is met de operationele papieren. In mijn beleving was de heer Chervin met de stationmanager, de heer Weinstein, niet meer in die ruimte. Ik heb namelijk via mijn Amsterdamse collega's transport geregeld, zodat zij naar de PD, de plaats van het ongeval, konden gaan. Ik heb na die tijd helemaal niet meer met de heer Chervin gesproken.

De heer Oudkerk: Mijnheer Nix, ik blijf nog even bij dit onderwerp, omdat onze commissie er veel aan gelegen is om de waarheid boven tafel te krijgen, misschien niet eens zozeer vanwege het feit dat die vrachtbrieven op het ene dan wel het andere tijdstip verzameld zijn, als wel omdat tegenstrijdige verklaringen en onduidelijkheden, al dan niet bewust, voeding geven aan allerlei mogelijke onrust bij mensen die op een of andere wijze betrokken zijn geweest bij de Bijlmerramp. Daarom ga ik hier toch nog even op door. Voor de commissie-Hoekstra heeft de heer Plettenberg gezegd dat hij u in de loop van de zomer van 1996 gebeld heeft. Is dat juist?

De heer Nix: Dat is correct.

De heer Oudkerk: Hij verklaarde dat hij toen aan u heeft gevraagd of u mee wilde werken aan een uitzending van NOVA. Klopt dat ook?

De heer Nix: Dat is correct.

De heer Oudkerk: Heeft u op dat verzoek ''ja'' gezegd?

De heer Nix: Ja, daar heb ik inderdaad ''ja'' op gezegd.

De heer Oudkerk: Kunt in uw eigen woorden vertellen hoe dat verder is gegaan?

De heer Nix: Op een bepaalde datum in het begin van 1996 – ik weet niet meer precies wanneer het was – zijn de heer Plettenberg, samen met Joost Oranje en ene De Lange, mensen van NOVA, bij mij op het bureau in Leiden geweest. Daar hebben wij nagepraat over wat er had plaatsgevonden.

De heer Oudkerk: De heer Plettenberg zegt voor de commissie-Hoekstra dat u tijdens het telefoontje dat u met hem gehad heeft, de gang van zaken, zoals die door de heer Plettenberg op de monitor verteld is, bevestigd zou hebben. Ik citeer letterlijk: ''Tijdens dat telefonisch contact bevestigde Nix de gang van zaken die ik u zoeven heb geschetst. Ja, zo is het gegaan''. Kunt u zich daar iets van herinneren?

De heer Nix: Daar kan ik mij beslist niets meer van herinneren.

De heer Oudkerk: Ik citeer even verder: ''Er komt dan een gesprek met de heer Plettenberg, de heer Oranje en de heer De Lange''. De laatste twee waren redacteuren van NOVA. De heer Plettenberg verklaart dan: ''Hij herhaalde in dat gesprek wederom exact de gang van zaken''.

De heer Nix: Ik weet dat dit gesprek heeft plaatsgevonden. Ik weet dat het heel relaxed ging. Maar aan het einde van het gesprek heeft de heer Oranje mij gezegd: oké, jij hebt eigenlijk niets nieuws te vertellen en ik vind het niet nodig om hier in NOVA over uit te weiden.

De heer Oudkerk: Desgevraagd hebben de heren Oranje en De Lange bevestigd wat de lezing van de heer Plettenberg over deze bijeenkomst in 1996 is geweest. Mijnheer Nix, ik vraag u het volgende. Op een gegeven moment wist u dat u, hoe groot de stapel ook was, de vrachtdocumentatie niet bij u had. Klopt dat?

De heer Nix: Dat is correct. Dat bleek mij later.

De heer Oudkerk: Wie heeft u dat verteld?

De heer Nix: Toen ik klaar was met de operationele papieren, heeft de heer Plettenberg mij verteld dat de vrachtpapieren bij de vrachtzuid-loods waren, bij de AG-loods bij het gedeelte waar El Al het vrachtkantoor hield.

De heer Oudkerk: Dat betekent dus dat u, naar uw waarneming, een envelop met vijf tot zes centimeter papier heeft overhandigd aan de heer Bloemen?

De heer Nix: Dat is correct.

De heer Oudkerk: U wist op dat moment dat het niet de volledige set van papieren was, omdat de heer Plettenberg had gezegd dat u ook nog naar de vrachtafdeling moest. Klopt dat?

De heer Nix: Dat was mij bekend.

De heer Oudkerk: Heeft de heer Bloemen die envelop opengemaakt in uw bijzijn?

De heer Nix: Niet in mijn bijzijn. Ik heb hem overhandigd. Ik heb gezegd: Dit is de envelop die ik zojuist heb opgehaald met alle operationele papieren. Ik heb eraan toegevoegd dat er iemand naar vracht-zuid moest om daar de vrachtpapieren op te halen.

De heer Oudkerk: Er moest nog iemand naar vracht-zuid om daar de vrachtpapieren op te halen?

De heer Nix: Ja.

De heer Oudkerk: Wie heeft dat gedaan?

De heer Nix: Dat weet ik niet. Ik had inmiddels van de heer Bloemen een andere opdracht gekregen.

De heer Oudkerk: Nu zijn er diverse betrokkenen, mijnheer Nix, die op de avond van de ramp in het El Al-opera-tionsgebouw aanwezig waren, die zeggen dat de vrachtpapieren vrij kort na het ongeval vanuit El Al-vracht naar El Al-operations zijn gebracht om gekopieerd te worden. In dat operationsgebouw waren ook de heer Plettenberg, de heer Chervin en de heer Weinstein aanwezig. Als dat klopt, had u dus de vrachtpapieren wel in het setje zitten. Hoe verklaart u in dat geval uw opmerking dat er nog iemand naar de vracht moest?

De heer Nix: Naar aanleiding van het verhaal dat Plettenberg mij verteld.

De heer Oudkerk: Naar aanleiding van het verhaal dat Plettenberg u vertelde?

De heer Nix: Ja.

De heer Oudkerk: Dan kom ik op een ander probleem. De heer Plettenberg heeft hier gezegd dat de operationele papieren vijf of zes velletjes waren. Aan de heer Aaij, die over de vracht-documenten ging voor de 72 ton die in Amsterdam is ingeladen, is in een voorgesprek gevraagd hoeveel velletjes dat ongeveer waren. Hij kon dat niet exact zeggen. Hij heeft toen gezegd: Enkele tientallen, vijftig, zestig. Hij wist het niet precies. Als ik die vijftig of zestig optel bij die vijf of zes velletjes van de heer Plettenberg, kom ik op niet meer dan vijf en zestig of zes en zestig velletjes. Dat is bij lange na niet die vijf of zes centimeter waar u het over heeft. Welke extra papieren heeft u in uw waarneming meegenomen van het kantoor?

De heer Nix: Daar kan ik geen zinnig antwoord op geven. Ik heb de envelop gekregen. Ik ben niet technisch genoeg om de papieren te kunnen lezen. Wij waren puur facilitair. Ik ga dan ook niet quasi een envelop open maken.

De heer Oudkerk: Mijnheer Nix, u gaat om tien over half acht weg bij het rijkspolitiegebouw en u komt volgens het journaal om vijf voor twaalf terug. Dat zal wel iets eerder zijn geweest, gezien het feit dat de heer Plettenberg toen niet meer kopieerde. Wij hebben uit diverse verklaringen gehoord dat de operationele papieren een heel klein setje bevatte: notoc, load-sheet, et cetera en de vrachtpapieren, niet meer dan tientallen velletjes. Met de tijd kan ik niet uit de voeten. Met de documentatie kan ik niet uit de voeten. Ik vraag u nogmaals, kunt u mij al deze zaken verklaren?

De heer Nix: Ik heb mij suf zitten piekeren hoe ik die tijd heb doorgebracht. Ik heb geďnformeerd bij oudcollega's van de dienst. Er is het verhoor van de collega's De Geus en Van der Kuil uitgekomen. Voor de rest kan ik mij beslist niet meer herinneren wat ik die tijd heb gedaan. Ik ben in ieder geval constant bezig geweest, van de ene opdracht naar de andere opdracht te gaan.

De heer Oudkerk: Kunt u zich voorstellen dat de commissie hier niet uitkomt?

De heer Nix: Dat kan ik mij goed voorstellen. Ik kan er helaas alleen op dit moment geen aanvulling op geven.

De heer Oudkerk: Mijnheer Nix, wij hebben een aantal verklaringen van mensen die tegen ons zeggen dat u op de avond van de ramp, om een uur of half negen, kwart voor negen, negen uur – daar verschillen de verklaringen over – naar de rampplek bent geweest.

De heer Nix: Ik ben niet naar de rampplek geweest.

De heer Oudkerk: Wij hebben een verklaring van iemand die zegt dat u mogelijk Israëlische veiligheidsagenten begeleid zou hebben naar de rampplek.

De heer Nix: Dat is pertinent niet waar.

De heer Oudkerk: Dat is pertinent niet waar?

De heer Nix: Exact.

De heer Oudkerk: Ondanks alle onduidelijkheden – laat ik mij voorzichtig uitdrukken – over tijd en de hoeveelheid papieren en het feit dat u wat tijd kwijt bent en daar geen verklaring voor heeft en u ook het verschil tussen zestig pagina's en een heel dik pak niet kunt verklaren, blijft u hier bij de verklaring dat u op de avond van de ramp niet naar de rampplek bent geweest? U heeft geen andere verklaring dan degene die u nu heeft afgelegd over wat er die avond gebeurd is?

De heer Nix: Precies, en niet anders.

De heer Oudkerk: Dank u wel.

De voorzitter: Mijnheer Nix, de heer Oudkerk heeft al gezegd dat het duidelijk moge zijn dat het voor ons zeer essentieel is dat de commissie eruit komt met de papieren en de daadwerkelijke lading van het toestel, al is het maar voor de mensen die nu nog dagelijks problemen hebben met hun gezondheid en van mening zijn dat het te maken heeft met de inhoud van de lading van het toestel. Ik heb nog een tweetal vragen voordat ik aan een samenvatting toe kom. Toen u in de CvO was, de Commissie van Overleg, wat was toen uw plaats aan de tafel?

De heer Nix: Dat kan ik mij niet meer exact herinneren. Je komt daar binnen en je gaat zitten op de eerste vrije stoel.

De voorzitter: Heeft niet iedereen een vaste plek?

De heer Nix: Nee, hoor. Je hebt geen vaste plek.

De voorzitter: Weet u eventueel wie er links of rechts van u gezeten heeft?

De heer Nix: Ik denk dat de officier van dienst van de brandweer naast mij zat.

De voorzitter: En aan de andere kant?

De heer Nix: Weet ik niet meer. Er was in ieder geval op dat moment van de maatschappij, El Al dus, niemand aanwezig. De maatschappij liet zich kennelijk vertegenwoordigen door de afhandelaar, in dit geval door AG.

De voorzitter: Kan het zijn dat die mijnheer van AG naast u zat?

De heer Nix: Dat is mogelijk. Ik kan het mij niet meer herinneren.

De voorzitter: Weet u zeker dat u zonder papieren bij CvO bent weggegaan?

De heer Nix: Zonder meer. Dat kan ik mij heel goed herinneren.

De voorzitter: Het kan niet zo zijn dat iemand van AG op dat moment papieren aan u heeft meegegeven?

De heer Nix: Uitgesloten.

De voorzitter: Uitgesloten?

De heer Nix: Ja.

De voorzitter: Mijnheer Nix, de papieren die u heeft meegekregen op het bureau van de heer Plettenberg heeft u niet nagekeken. U heeft de envelop aan de heer Bloemen gegeven. Die is niet opengemaakt in uw bijzijn. Heeft u wel gezien dat de papieren in de envelop zijn gedaan?

De heer Nix: Zonder meer.

De voorzitter: De heer Plettenberg heeft vijf en twintig setjes gekopieerd. Heeft u dat gezien?

De heer Nix: Dat heb ik niet gezien. Dat heb ik uit de media vernomen.

De voorzitter: U zat vlakbij het kopieerapparaat.

De heer Nix: Ik zat op ongeveer twee en een halve meter van het kopieerapparaat.

De voorzitter: U zag dat er gekopieerd werd?

De heer Nix: Ik zag dat er gekopieerd werd.

De voorzitter: Kan het zijn dat al die vijf en twintig setjes samen in een envelop zijn gestopt om een envelop te vullen?

De heer Nix: Ik weet dat niet. Ik kan het natuurlijk niet uitsluiten. Ik kan er geen antwoord op geven.

De voorzitter: U weet dat niet meer?

De heer Nix: Nee, dat weet ik niet.

De voorzitter: Mijnheer Nix, ik kom tot een samenvatting. Ik wil graag dat u bevestigend of anders reageert op mijn samenvatting.

Na de commissie van overleg ben ik teruggegaan naar het kantoor van de rijkspolitie.

De heer Nix: Correct.

De voorzitter: Tijdens het commissieoverleg heb ik zelf niet gebeld en ben ik ook niet gebeld.

De heer Nix: Correct.

De voorzitter: De heer Bloemen gaf opdracht, alle papieren bij El Al op te halen vanwege mogelijke terroristische acties.

De heer Nix: Correct.

De voorzitter: Om plusminus 19.45 uur, kwart voor acht, was u op het kantoor van El Al bij de heer Plettenberg.

De heer Nix: Correct.

De voorzitter: De heer Plettenberg kreeg van de heer Weinstein opdracht om alle papieren voor u, de heer Nix, te kopiëren.

De heer Nix: Nee. Ik kreeg de originelen.

De voorzitter: U kreeg de originelen.

U bent tot plusminus 22.10 uur op het kantoor van El Al bij de heer Plettenberg gebleven.

De heer Nix: Ja. Na de aangepaste tijden zal dit ongeveer de tijd zijn geweest.

De voorzitter: U kreeg plusminus vier ŕ vijf centimeter oftewel enkele honderden velletjes A4 mee in een gesloten envelop.

De heer Nix: Ik heb ze uiteraard niet geteld. Ik kreeg die envelop mee.

De voorzitter: De heer Bloemen heeft de envelop niet in het bijzijn van u opengemaakt.

De heer Nix: Dat is correct.

De voorzitter: De heer Bloemen heeft gezegd dat de vrachtpapieren alsnog bij El Al-vracht moesten worden opgehaald en u heeft zelf deze opdracht niet uitgevoerd.

De heer Nix: Dat is correct.

De voorzitter: U bent er vast van overtuigd dat u op de avond van 4 oktober 1992 niet op de rampplek in de Bijlmer aanwezig bent geweest, wel of niet in aanwezigheid van Israëlische veiligheidsagenten.

De heer Nix: Heel zeker niet.

De voorzitter: U heeft geen verklaring voor het tijdsverschil in het logboek, tussen 23.55 uur en uw vertrek bij El Al, om ongeveer 22.10 uur.

De heer Nix: Nee, daar heb ik geen verklaring voor.

De voorzitter: U heeft geen verklaring voor het verschil tussen de dikte van de documenten die u meekreeg, namelijk vijf ŕ zes velletjes volgens de heer Plettenberg en vijf ŕ zes centimeter volgens u.

De heer Nix: Geen verklaring.

De voorzitter: U zou in een gesprek met de heer Plettenberg en Joost Oranje de lezing van Plettenberg bevestigd hebben. Dit klopt volgens u niet?

De heer Nix: Ik kan mij dat niet meer herinneren.

De voorzitter: U kunt zich dat niet meer herinneren?

De heer Nix: Nee.

De voorzitter: Ik dank u wel.

Daarmee is een einde gekomen aan het openbaar verhoor. Ik verzoek de griffier om de heer Nix uit te geleiden. Ik schors de vergadering voor twee minuten.

16.00 uur

 

Stenografisch verslag van het openbare verhoor van de heer J.E.M. Bloemen
Piketofficier van de Rijkspolitie Dienst Luchtvaart door de parlementaire enquętecommissie Vliegramp Bijlmermeer op woensdag 17 februari 1999 in de vergaderzaal van de Eerste Kamer der Staten-Generaal te Den Haag

Woensdag 17 februari 1999, Aanvang 16.03 uur, Verhoord wordt de heer J.E.M. Bloemen

Voorzitter: Th.A.M. Meijer

Aanwezig zijn voorts de leden van de commissie: Augusteijn-Esser, Van den Doel, Oudkerk en Oedayraj Singh Varma, alsmede de heer Roovers, griffier, en mevrouw Abbas, lid van de staf van de commissie.

De voorzitter: Ik heropen de vergadering. Aan de orde is het verhoor van de heer J.E.M. Bloemen, geboren op 14 september 1962 te Arnhem. Mijnheer Bloemen, ik verzoek u, te gaan staan voor het afleggen van de eed. De door u af te leggen eed luidt: ik zweer dat ik de gehele waarheid en niets dan de waarheid zal zeggen.

De heer Bloemen: Zo waarlijk helpe mij God almachtig!

De voorzitter: Mijnheer Bloemen, de enquętecommissie onderzoekt de toedracht en de gevolgen van de vliegramp op 4 oktober 1992 in de Bijlmer te Amsterdam met als doel waarheidsvinding en het trekken van lessen voor de toekomst.

Mijnheer Bloemen, u was voor velen lang weg. De commissie-Hoekstra heeft u niet kunnen vinden. Het was helemaal niet zo moeilijk voor deze commissie, met goede onderzoekers, om u te vinden. U meldde zichzelf ook al bij de commissie met de opmerking dat u er zou zijn als wij u nodig hadden.

Mijnheer Bloemen, kunt u kort aangeven wat uw functie was ten tijde van de ramp en hoe laat u op de avond van de ramp in het gebouw van de Dienst luchtvaart arriveerde?

De heer Bloemen: Mijn functie was piketofficier van de Dienst luchtvaart op die avond. Ik ben omstreeks half zeven gebeld naar aanleiding van de vliegramp die had plaatsgevonden.

De voorzitter: Waar was u op dat moment?

De heer Bloemen: Ik was op dat moment in Den Helder.

De voorzitter: Wat wordt er van u verwacht?

De heer Bloemen: Als piketofficier ben je de eerstverantwoordelijke stafmedewerker. Die wordt gewaarschuwd op het moment dat zich een operatie voordoet die niet regulier is en niet op een normale manier wordt of kan worden afgehandeld. Vandaar dat deze situatie, een ramp, ook voor de Dienst luchtvaart een aantal taken met zich brengt. Dat is de reden waarom ik geďnformeerd ben.

De voorzitter: Wat waren uw acties?

De heer Bloemen: Mijn acties liggen in het verlengde van mijn taken. Mijn taken waren het opsporen van strafbare feiten met betrekking tot het luchtvaartuig. Daarnaast was een van de taken het opstarten van het onderzoek bij de luchtramp. De Dienst luchtvaart heeft daarnaast nog de taak om de eerste stappen te doen, zodat een rampenidentificatieteam opgestart kan worden, waar-door ook deze acties beginnen te lopen.

De voorzitter: Mijnheer Bloemen, de heer Nix heeft in het verhoor dat voorafging aan dit gesprek verklaard dat hij van u de opdracht kreeg om de papieren bij El Al op te halen. Kunt u zich herinneren dat u deze opdracht gegeven heeft?

De heer Bloemen: Ik kan mij herinneren dat ik deze opdracht heb gegeven.

De voorzitter: Kunt u zich nog herinneren wat u exact tegen de heer Nix heeft gezegd?

De heer Bloemen: Ik heb tegen de heer Nix gezegd dat hij de vrachtbrieven en alle documentatie met betrekking tot de vracht diende te gaan ophalen bij El Al.

De voorzitter: Als iemand als de heer Nix een dergelijke opdracht krijgt, is het dan te allen tijde duidelijk wat hij daaronder moet verstaan?

De heer Bloemen: In grote lijnen moet dat zeker duidelijk zijn. Ik weet dat ik bij het geven van de opdracht meer woorden heb gebruikt dan ik nu vertel. Ik kan u echter niet meer exact vertellen welke woorden dat allemaal geweest zijn.

De voorzitter: Hoe vaak wordt iemand als de heer Nix of een collega van hem geconfronteerd met de opdracht om vrachtpapieren in beslag te nemen?

De heer Bloemen: Dat komt zeer beperkt voor. Alleen op basis van onze ervaring. Dat kan zijn dat daardoor misschien een vertaalslag plaatsvindt. Misschien heb ik te duidelijk gezegd dat het in ieder geval papieren moesten zijn met betrekking tot het luchtvaartuig. Het kan zijn dat er daardoor een klein misverstand is geweest met betrekking tot de papieren die hij heeft opgehaald.

De voorzitter: Het woord is aan mevrouw Singh Varma.

Mevrouw Oedayraj Singh Varma: Mijnheer Bloemen, u heeft net verteld aan de heer Meijer welke acties u heeft ondernomen toen u op kantoor kwam. Heeft u ook met mensen gebeld en welke mensen heeft u gebeld?

De heer Bloemen: Ik heb net de taken beschreven die ik voor mij zag. De acties die ik ondernomen heb, waren veel breder. Het betekende namelijk dat er diverse acties moesten worden ingezet. Ik moest mij ook volledig op de hoogte stellen van de situatie op dat moment. Dat ten aanzien van de taken. Uw vraag?

Mevrouw Oedayraj Singh Varma: Welke mensen heeft u gebeld die bij uw taken horen?

De heer Bloemen: Ik heb relatief weinig mensen gebeld. Naar aanleiding van de informatie die ik heb gekregen, heb ik taken overgedragen aan diverse mensen. Bijvoorbeeld bij de acties met betrekking tot het strafrechtelijk onderzoek heb ik taken uitgezet om precies na te kunnen gaan wat de beveiligingsacties die avond geweest waren en alles wat daarmee te maken had. Met betrekking tot...

Mevrouw Oedayraj Singh Varma: Mag ik u even onderbreken? Heeft u niet gebeld en mensen gevraagd om naar uw kantoor te komen?

De heer Bloemen: Inderdaad. Of ik het zelf gedaan heb of dat anderen het gedaan hebben, weet ik niet. Ik heb in ieder geval wel opdracht gegeven om mensen van de luchtvaartmaatschappij El Al te informeren. Voorzover ik mij kan herinneren, heb ik zelfs opdracht gegeven, contact op te nemen met de ambassade en met diverse andere mensen, van de afhandelaar en dergelijke, om met hun op het bureau te praten over wat er volgens hun bevindingen had plaatsgevonden. Ik wilde zo een beeld krijgen.

Mevrouw Oedayraj Singh Varma: U was op dat moment piketofficier. Wie was uw baas of uw chef?

De heer Bloemen: In formele zin was dat de commandant Dienst luchtvaart, de heer Maurer. Op dat moment zat de Dienst luchtvaart in een overgangstraject waarbij een reorganisatie plaatsvond. Dat betekende dat de heer Pinckaers degene was die tijdelijk een deel van het takenpakket van de heer Maurer overnam. Hij was dus in juridische zin mijn baas.

Mevrouw Oedayraj Singh Varma: Wie van de twee heeft u gebeld om uw opdracht te verifiëren? Of heeft u zelfstandig gehandeld op die avond?

De heer Bloemen: Wij hebben in ieder geval contact gezocht met de heer Maurer die avond. Ik meen mij ook te herinneren dat dit ook met de heer Pinckaers is gebeurd. Ik weet dat niet zeker.

Mevrouw Oedayraj Singh Varma: Heeft u mijnheer Maurer bereikt?

De heer Bloemen: De Dienst luchtvaart heeft de heer Maurer bereikt.

Mevrouw Oedayraj Singh Varma: U heeft hem niet zelf gebeld?

De heer Bloemen: Voorzover ik kan nagaan, heb ik niet zelf gebeld. Dat durf ik niet te zeggen. Ik weet dat hij die avond is bereikt.

Mevrouw Oedayraj Singh Varma: Oké. U heeft mijnheer Nix gestuurd om de vrachtpapieren te halen. Weet u hoe laat dat ongeveer was?

De heer Bloemen: Nee, dat kan ik u niet exact vertellen. Ik heb het logboek erop nageslagen. Het moet omstreeks kwart voor acht zijn geweest.

Mevrouw Oedayraj Singh Varma: Heeft u mijnheer Nix met iemand anders daar naartoe zien gaan?

De heer Bloemen: Ik heb in het logboek gelezen dat hij met iemand meegegaan is...

Mevrouw Oedayraj Singh Varma: ...van El Al.

De heer Bloemen: Van El Al.

Mevrouw Oedayraj Singh Varma: Weet u wie dat was?

De heer Bloemen: Ik kan mij niet herinneren dat hij met iemand meegegaan is. Ik weet ook niet hoe het in het logboek is gekomen. Ik weet in ieder geval dat de heer Nix naar El Al is gegaan. Ik ga niet exact verifiëren wat iemand na het krijgen van een opdracht doet, met wie hij waar naartoe gaat of welke acties hij onderneemt.

Mevrouw Oedayraj Singh Varma: U heeft het logboek opgesteld?

De heer Bloemen: Laat ik het zo zeggen: wij hebben binnen de Dienst luchtvaart een protocol waarbij wij een logboek maken op het moment dat er een grootschalig politieoptreden is. Dat logboek hebben wij opgestart omdat het vanuit het onderzoek voor ons van belang was om een aantal stappen vast te leggen. De tijdstippen zijn daarbij minder relevant. Tijdstippen maken echter een duidelijke lijn in het totale verhaal. Dat is de reden waarom het logboek is opgezet. Het valt operationeel gezien altijd onder de operationeel commandant. Dat was ik op dat moment.

Mevrouw Oedayraj Singh Varma: Goed. In het logboek staat dat mijnheer Nix met iemand van El Al meegaat. Mijnheer Nix kan het zich niet herinneren. U kan het zich niet herinneren. Hoe komt het dan in het logboek?

De heer Bloemen: Dat moet u mij niet vragen. Ik heb op dat moment het logboek niet uitgetypt.

Mevrouw Oedayraj Singh Varma: Het logboek wordt wel onder uw verantwoording gemaakt. Goed. Ik ga verder.

U geeft mijnheer Nix de opdracht om de papieren te halen. Was dat uw eigen initiatief of heeft u die opdracht van bovenaf gekregen, van mijnheer Maurer?

De heer Bloemen: U moet zich de volgende situatie voorstellen: op het moment dat zich een dergelijke situatie voordoet, roep je een aantal mensen om tafel en wordt er in het kort even gekeken naar wat er is gebeurd, wat de acties en wat de taken zijn en op welke manier de taken worden uitgevoerd. Met een aantal van de betreffende adjudanten, die op dat moment in dienst geroepen waren of aanwezig waren, hebben wij een gesprek gehad. De heer Damveld en de heer De Geus zijn daar voorbeelden van. Wij inventariseren in korte lijnen even wie wat gaat doen. Daaruit voortvloeiend beginnen dit soort acties. Zij zijn operationeel zeer kundig. Ik laat bij een aantal aspecten hun mening duidelijk meespelen met betrekking tot mijn handelwijze.

Mevrouw Oedayraj Singh Varma: U zei dat mijnheer Maurer uw chef was of in ieder geval een van de twee. Weet u of mijnheer Maurer naar Schiphol is gekomen nadat hij is gebeld?

De heer Bloemen: Ik heb de heer Maurer die avond gezien.

Mevrouw Oedayraj Singh Varma: Oké. Is hij bij u op kantoor gekomen of zat hij ergens anders?

De heer Bloemen: Ik moet u zeggen dat ik niet vanuit mijn kantoor geopereerd heb, althans wel vanuit het bureau, maar niet vanuit mijn kamer.

Mevrouw Oedayraj Singh Varma: Is hij op het bureau gekomen of heeft hij ergens anders gezeten in het gebouw?

De heer Bloemen: Dat kan overal geweest kunnen zijn, mevrouw. Ik weet niet exact waar...

Mevrouw Oedayraj Singh Varma: U heeft hem wel gezien?

De heer Bloemen: Ik heb hem gezien.

Mevrouw Oedayraj Singh Varma: Oké. U heeft de vrachtdocumenten laten ophalen. Was er haast bij?

De heer Bloemen: Er was wat mij betreft geen haast bij. Ik gaf u net aan dat wij een onderzoek begonnen naar aanleiding waarvan het vervolgonderzoek ging plaatsvinden om te kijken hoe een en ander heeft kunnen plaatsvinden. Dat betekent dat je in eerste instantie probeert om de situatie te consolideren, informatie te vergaren en vervolgens te kijken op basis waarvan je een verder onder-zoek gaat inzetten.

Mevrouw Oedayraj Singh Varma: De vrachtpapieren had u niet nodig omdat er haast bij was? U had ze wel nodig.

De heer Bloemen: Dat is correct.

Mevrouw Oedayraj Singh Varma: Maar u had er geen haast mee?

De heer Bloemen: Ik had er op dat moment geen haast mee.

Mevrouw Oedayraj Singh Varma: Waarom had u de vrachtpapieren nodig?

De heer Bloemen: Omdat ik de situatie wilde consolideren, zeg maar bevriezen. Ik wilde alle informatie zo compleet mogelijk hebben om voor een onderzoek op basis van het onderzoek luchtvaartongeval en op basis van het strafrechtelijk onderzoek te kijken waar vanuit ik moest rechercheren.

Mevrouw Oedayraj Singh Varma: Kunt u concreter zijn? U zegt strafrechtelijk onderzoek. Wat wilde u onderzoeken?

De heer Bloemen: Ik wilde op dat moment de basis leggen voor mijn strafrechtelijk onderzoek en mijn luchtvaartonderzoek.

Mevrouw Oedayraj Singh Varma: Wat betekent dat?

De heer Bloemen: Dat betekent in concreto dat ik met betrekking tot het strafrechtelijk onderzoek wilde kijken of er strafbare feiten zijn gepleegd waaruit blijkt dat daardoor deze situatie is ontstaan. Als u kijkt naar het luchtvaartonderzoek, wilde ik concreet zien wat er met betrekking tot informatie was voor een luchtvaartonderzoek en dus kijken hoe eventueel technische of andersoortige mankementen deze crash hebben veroorzaakt.

Mevrouw Oedayraj Singh Varma: Oké. Mijnheer Nix is, voordat hij naar El Al is gegaan, naar de Commissie van overleg gegaan. Daar is hem meegedeeld dat er geen gevaarlijke stoffen aan boord waren. Heeft hij toen hij terugkwam van de Commissie van overleg dat aan u meegedeeld?

De heer Bloemen: Ik kan mij zijn exacte bewoordingen niet meer herinneren. Ik weet wel dat hij op dat moment kort informatie heeft gegeven over wat hij in CVO had gedaan. Wat exact de informatie is geweest, staat mij niet helder voor de geest. Dat is de basis waarop ik verder met die informatie ben gaan werken.

Mevrouw Oedayraj Singh Varma: Een van de belangrijkste informatiepunten die hij daar heeft gekregen, was dat er geen gevaarlijke stoffen aan boord waren. Dat moet hij toch tegen u gezegd hebben?

De heer Bloemen: Dat zal hij zeker gezegd hebben. Het probleem is dat er constant discussie is over wat gevaarlijke stoffen zijn, wat ''dangerous goods'' zijn, et cetera.

Mevrouw Oedayraj Singh Varma: Daar ben ik op dit moment niet in geďnteresseerd. Ik wil weten of hij die belangrijke informatie aan u heeft gegeven. U kunt het zich niet herinneren?

De heer Bloemen: Dat is correct.

Mevrouw Oedayraj Singh Varma: Het lijkt mij heel vreemd. Het niet aanwezig zijn van gevaarlijke stoffen is immers ook heel erg belangrijk voor uw collega's op de rampplek?

De heer Bloemen: Ik denk dat die conclusie van u zeer correct is. De vraag is wat mijn functie op dat moment was. Mijn functie was het opstarten van een onderzoek. Dat is het onderzoek dat gericht is op voortgang nadat de ramp heeft plaatsgevonden.

Mevrouw Oedayraj Singh Varma: U had de leiding op dat moment.

De heer Bloemen: Niet over het rampgebied, mevrouw.

Mevrouw Oedayraj Singh Varma: Wel over alle informatie die u van Schiphol kreeg. Goed. Ik ga daar verder op in. Heeft u van andere organisaties, zoals de LVB, informatie gekregen dat er geen gevaarlijke stoffen aan boord waren?

De heer Bloemen: Ik heb, voorzover mij bekend, op dat moment geen directe informatie gekregen met betrekking tot gevaarlijke stoffen. Ik vind het wel belangrijk om daarbij te zeggen dat wij, vanuit de Dienst luchtvaart, wel degelijk rekening hielden met het aanwezig zijn van ''dangerous goods'', ''whatever that may be'', in welke definitie dan ook. Ik vind het ook belangrijk om te zeggen, in het verlengde van uw vorige vraag, dat op het moment dat wij zeker zouden weten dat er bepaalde dingen aanwezig waren, wij dat sowieso hadden gecommuniceerd via onze lijn. Het was niet onze taak op dat moment. Vanuit je professionaliteit doe je dat wel.

Mevrouw Oedayraj Singh Varma: Wat is ''onze lijn''?

De heer Bloemen: Onze lijn is de lijn waardoor ik mij direct kan melden bij de lokale politie.

Mevrouw Oedayraj Singh Varma: Oké. Ik kom op het volgende. Een van uw, neem ik aan, ondergeschikten of iemand van de politie, mijnheer Zwart, die aanwezig is bij de meld-kamer rijkspolitie... Kan u zich dat herinneren?

De heer Bloemen: Ik weet dat personeel van de meldkamer rijks-politie aanwezig was. De namen van dat moment weet ik niet.

Mevrouw Oedayraj Singh Varma: Om twee minuten over acht doet mijnheer Zwart een mededeling aan een mobilofonist van de meldkamer gemeentepolitie in Amsterdam. Ik citeer: ''Kan jij via kanaal 830 aan onze man van luchtvaartonderzoek, die daar ter plaatse is, de 8374, ik kom er niet tussendoor, doorgeven dat aan boord van het vliegtuig wel gevaarlijke stoffen zitten, maar geen high explosives''. Dit is vrijwel dezelfde informatie over de lading zoals die bekend was bij de LVB. Nogmaals vraag ik u of u op de hoogte was van een gevaarlijke lading aan boord of niet.

De heer Bloemen: Ik heb u daarnet een antwoord gegeven. Ik hield de mogelijkheid open dat er gevaarlijke stoffen aan boord waren. Ik was op dat moment niet exact op de hoogte van welke gevaarlijke stoffen er aan boord waren.

Mevrouw Oedayraj Singh Varma: Maar mijnheer Zwart wel.

De heer Bloemen: Ik kan het tele-foontje niet plaatsen, mevrouw. Ik kan wel met u nadenken over hoe dat telefoontje zou kunnen zijn ontstaan. Maar ik kan u niet zeggen waar dat telefoontje op dat moment op gebaseerd was en of ik daarvoor wel of geen opdracht gegeven heb.

Mevrouw Oedayraj Singh Varma: Mijnheer Zwart heeft u niet zelf gesproken?

De heer Bloemen: Die avond?

Mevrouw Oedayraj Singh Varma: Ja.

De heer Bloemen: Ik heb die avond wel degelijk met al het personeel van de meldkamer gesproken. Als de heer Zwart in dienst was, heb ik met hem gesproken.

Mevrouw Oedayraj Singh Varma: Maar hij had deze informatie en heeft die doorgegeven. U had de leiding op dat moment en u had een niet onbelangrijke positie. Had hij u deze mededeling eventueel moeten doen?

De heer Bloemen: Wij gaan op dit moment speculeren. Ik kan u daar geen harde informatie over geven.

Mevrouw Oedayraj Singh Varma: Oké. Maar heeft u op een gegeven moment op die avond wel informatie gekregen over de lading?

De heer Bloemen: Wij hebben die avond een aantal papieren binnen gekregen waardoor we dus bepaalde informatie hadden over de lading. Maar die informatie werd door ons niet direct vertaald. Wij zijn er snel doorheen gelopen, maar verder hebben wij daar geen acties op ondernomen.

Mevrouw Oedayraj Singh Varma: Wanneer heeft u die informatie gekregen? Heeft u die informatie gekregen via documentatie?

De heer Bloemen: Voor zover mij bekend, is de informatie in ieder geval de informatie die ik van de heer Nix vernomen heb. Andere informatie was zuiver op basis van speculatie: wat kan er in een vrachtkist zitten en wat zou gevaarlijk kunnen zijn c.q. over wat voor soort goederen hebben wij het?

Mevrouw Oedayraj Singh Varma: Oké. Hoe laat is mijnheer Nix terug-gekomen met de documentatie?

De heer Bloemen: Het logboek zegt: 23.55 uur.

Mevrouw Oedayraj Singh Varma: En mijnheer Nix zegt 22.10 uur.

De heer Bloemen: En ik zeg: ik weet het niet.

Mevrouw Oedayraj Singh Varma: Dat is frappant. Maar goed, ik kom daar straks op terug.

U heeft de vrachtdocumentatie gekregen van mijnheer Nix. Heeft mijnheer Nix u ook een mededeling gedaan of heeft hij alleen de papieren aan u overgedragen?

De heer Bloemen: De heer Nix heeft mij de vrachtpapieren overhandigd en zal daar best een aantal woorden bij gebruikt hebben, maar niet zodanig dat ik zeg: dat waren de woorden van de heer Nix.

Mevrouw Oedayraj Singh Varma: Oké. Heeft hij tegen u gezegd: dit zijn de papieren, dit zijn alleen de operationele papieren, de vrachtpapieren moeten nog opgehaald worden.

De heer Bloemen: Mevrouw, dat kan ik u niet zeggen. Het is voor mij 76 maanden geleden. Ik weet niet exact wat hij op dat moment...

Mevrouw Oedayraj Singh Varma: U kunt het zich niet herinneren, terwijl u daar wel de leidinggevende was?

De heer Bloemen: Mevrouw, na 76 maanden of, als wij er 2 maanden vanaf trekken, na 74 maanden, ben ik voor het eerst met dit onderzoek geconfronteerd. Het spijt mij heel erg, ik zou u graag willen helpen, maar na deze periode kan ik u die informatie niet geven.

Mevrouw Oedayraj Singh Varma: Goed. Wij gaan verder. Wat heeft u vervolgens met die papieren gedaan?

De heer Bloemen: Deze papieren zijn in ieder geval die avond...

Mevrouw Oedayraj Singh Varma: Heeft u de envelop opengemaakt?

De heer Bloemen: Wij hebben de envelop opengemaakt. Ik heb daar sowieso met de heer Damveld...

Mevrouw Oedayraj Singh Varma: Wie zijn ''we''?

De heer Bloemen: Ik heb sowieso met de heer Damveld naar die papieren gekeken. Het kan zijn dat de heer De Geus daar ook nog bijgestaan heeft. We hebben vervolgens deze papieren ter beschikking gesteld van het bureau Vooronderzoek, waar ze die avond terechtgekomen zijn.

Mevrouw Oedayraj Singh Varma: Waarom heeft u de envelop opengemaakt en waar heeft u naar gekeken? Wat wilde u weten van de papieren?

De heer Bloemen: Wij wilden in ieder geval ''scannen'' of het documenten waren die betrekking hadden op de vracht.

Mevrouw Oedayraj Singh Varma: Heeft u gekeken naar de beoordeling op gevaarlijke stoffen aan boord?

De heer Bloemen: Ik kan mij niet herinneren dat ik dat expliciet gedaan heb.

Mevrouw Oedayraj Singh Varma: Waar heeft u de papieren dan op beoordeeld?

De heer Bloemen: Op basis van het feit of het papieren waren die met de vracht te maken hadden.

Mevrouw Oedayraj Singh Varma: En niet op basis van de inhoud? Gewoon: zijn dit vrachtpapieren?

De heer Bloemen: Dat is correct, want ons onderzoek is een verlengstuk. Dat zou niet die dag gaan plaatsvinden.

Mevrouw Oedayraj Singh Varma: U heeft geconstateerd dat het vrachtpapieren waren?

De heer Bloemen: Wij constateerden dat het papieren waren die betrekking hadden op het luchtvaartuig en de stukken die van belang waren in dat...

Mevrouw Oedayraj Singh Varma: Was u of de persoon die daar samen met u naar keek, daar deskundig in? Hoe kon u zien dat het niet alleen operationele papieren waren, maar dat het ook vrachtpapieren waren?

De heer Bloemen: Ik persoonlijk was niet zo deskundig dat ik dat onderscheid kon maken. Ik was wel deskundig genoeg om te kunnen zien dat het papieren, documenten waren die betrekking hadden op de vracht c.q. op het luchtvaartuig.

Mevrouw Oedayraj Singh Varma: Hoe dik was de envelop? Om hoeveel papier ging het? Ik wil niet precies weten hoeveel blaadjes het waren, maar wel hoe dik het was. Kunt u dat aangeven in centimeters?

De heer Bloemen: Dat kan ik u niet zeggen. Het was in ieder geval meer Het was een stapeltje.

Mevrouw Oedayraj Singh Varma: Zoiets?

De heer Bloemen: Dat weet ik niet, mevrouw.

Mevrouw Oedayraj Singh Varma: Dat weet u niet?

De heer Bloemen: Nee. Het was een dikker stapeltje. Maar of u dan praat over 10 centimeter? Het was wel meer dan 10 velletjes.

Mevrouw Oedayraj Singh Varma: 50 velletjes, ongeveer?

De heer Bloemen: Maar mevrouw, het was meer dan een paar velletjes. Ik kan onderscheiden een paar velletjes en ik kan onderscheiden dat het meer is. Maar ik weet niet meer hoeveel meer.

Mevrouw Oedayraj Singh Varma: Tussen de 10 en de 50?

De heer Bloemen: Of misschien wel 100.

Mevrouw Oedayraj Singh Varma: Oké. U kon niet... U heeft waarschijnlijk samen met de heer Damveld de papieren bekeken en u heeft kunnen zien dat het papieren waren die betrekking hadden op de vracht, dus vrachtdocumenten, en dat het operationele papieren waren?

De heer Bloemen: Dat is correct.

Mevrouw Oedayraj Singh Varma: Ja? Wat heeft u met die vrachtdocumenten gedaan? Wat heeft u met die papieren gedaan, nadat u en mijnheer Damveld ze bekeken hadden?

De heer Bloemen: Uit reconstructie is gebleken dat die papieren deze avond nog bij de BVO zijn terechtgekomen.

Mevrouw Oedayraj Singh Varma: Dezelfde avond?

De heer Bloemen: Dezelfde avond.

Mevrouw Oedayraj Singh Varma: Weet u hoe laat dat ongeveer was?

De heer Bloemen: Dat zou ik u niet kunnen zeggen.

Mevrouw Oedayraj Singh Varma: Weet u wie ze er naartoe heeft gebracht?

De heer Bloemen: Dat weet ik ook niet. Ik weet wel dat ze bij de heer De Rooij, onze liaison bij het BVO, die avond terechtgekomen zijn.

Mevrouw Oedayraj Singh Varma: Ik kom terug op het tijdsverschil van mijnheer Nix, waarvan u zich niets kunt herinneren. Mijnheer Nix zegt dat hij om 22.10 uur terug is gekomen, maar in het logboek staat een ander tijdstip. Is het mogelijk dat u mijnheer Nix in dat tijdsverschil de opdracht heeft gegeven om naar de rampplek te gaan?

De heer Bloemen: Ik heb de heer Nix niet de opdracht gegeven om naar de rampplek te gaan.

Mevrouw Oedayraj Singh Varma: Weet u of mijnheer Nix naar de rampplek is gegaan?

De heer Bloemen: Dat weet ik niet.

Mevrouw Oedayraj Singh Varma: En u weet ook niet of hij met Israëli's naar de rampplek is gegaan en mensen heeft begeleid?

De heer Bloemen: Ik heb daar geen opdracht toe gegeven.

Mevrouw Oedayraj Singh Varma: Als mijnheer Nix daar naartoe zou zijn geweest om mensen te begeleiden, zou hij daar dan een opdracht voor moeten krijgen? Hij kan toch niet zomaar uit eigen beweging weggaan?

De heer Bloemen: Als de heer Nix daar naartoe zou zijn geweest, dan had ik dat geweten.

Mevrouw Oedayraj Singh Varma: En u zou degene zijn geweest die hem de opdracht zou moeten hebben gegeven?

De heer Bloemen: Dat lijkt mij in deze situatie de meest logische stap.

Mevrouw Oedayraj Singh Varma: Kan het, omdat uw baas, mijnheer Maurer, ook in het gebouw was, zo zijn dat mijnheer Maurer mijnheer Nix die opdracht heeft gegeven?

De heer Bloemen: Ik denk dat de heer Maurer zich op dat moment nauwelijks tot niet met de operatie heeft bemoeid.

Mevrouw Oedayraj Singh Varma: Goed. Ik wil met u naar een ander punt overgaan, maar ik wil wel constateren dat ik de verschillen in het logboek en het feit dat u zich de tijden die mijnheer Nix aangeeft niet kunt herinneren, terwijl het logboek onder uw leiding gemaakt is, heel vreemd vind. Maar goed, dat is een constatering.

De heer Bloemen: Ik vind het jammer dat ik daar niet even op mag reageren.

Mevrouw Oedayraj Singh Varma: Ja, zegt u het maar. Ik ben benieuwd.

De heer Bloemen: Er wordt op die avond een logboek gemaakt en dan moeten we even kijken naar hoe een logboek gemaakt wordt. Er is de opdracht gegeven dat een persoon exact bijhield wat er ging gebeuren. Dan gebeuren er diverse activiteiten gelijktijdig en dat was voor mij op een gegeven moment een aanleiding om te zeggen: schrijf het maar op een briefje en leg dat bij degene die het logboek maakt en laat die het daarna maar inschrijven.

De voorzitter: Mijnheer Bloemen, is er een handgeschreven versie van het logboek?

De heer Bloemen: Er is een logboek dat handgeschreven is, maar dat is een ander logboek, mijnheer Meijer.

De voorzitter: Ik vraag naar het logboek waar we het nu over hebben.

De heer Bloemen: Het logboek op centraal is uitgetypt, waarbij...

De voorzitter: Wanneer?

De heer Bloemen: Op dezelfde avond.

De voorzitter: Op 4 oktober 1992?

De heer Bloemen: Op 4 oktober, waarbij ik u wel dien te vertellen dat er gewerkt is met kleine briefjes, omdat er gelijktijdig diverse acties plaatsvonden en degene die het logboek bijhield niet exact meteen klaar stond om de volgende weer in te kunnen typen. Vandaar dat er briefjes werden neergelegd. Die worden vervolgens verwerkt door degene die op dat moment het logboek aan het verwerken is.

De voorzitter: Zijn die briefjes bewaard gebleven?

De heer Bloemen: Niet dat ik weet.

De voorzitter: Wie heeft dat logboek uitgetypt?

De heer Bloemen: Ik heb die avond, ik meen omstreeks een uur of tien, zelfs een administratieve kracht in dienst geroepen om zich met dat soort zaken bezig te houden, omdat ik het personeel op andere plaatsen nodig had.

De voorzitter: Oké. Mevrouw Singh Varma.

Mevrouw Oedayraj Singh Varma: Ik kom toch even terug op het logboek. Mijnheer Bloemen, hoe lang bent u in politiedienst geweest?

De heer Bloemen: Mevrouw, op dat moment was ik vanaf 1988 in dienst bij de politie en ik heb diverse grootschalige optredens gedaan waarbij gewerkt werd met logboeken.

Mevrouw Oedayraj Singh Varma: Hoe lang heeft u op Schiphol gewerkt?

De heer Bloemen: Op dat moment twee jaar, mevrouw.

Mevrouw Oedayraj Singh Varma: Heeft u in die tijd verschillende, niet dezelfde, want dit is een unieke situatie... Zijn er in die tijd verschillende calamiteiten geweest?

De heer Bloemen: Ik denk dat ik ongeveer tien keer verantwoordelijk ben geweest voor een operatie met een grootschalig politieoptreden.

Mevrouw Oedayraj Singh Varma: Maar dit was een uniek gebeuren, tenminste als ik dat zo mag concluderen?

De heer Bloemen: Het is voor mij niet het meest unieke traject dat ik doorlopen heb, als operationeel commandant bij een grootschalig politieoptreden.

Mevrouw Oedayraj Singh Varma: Maar wel op Schiphol?

De heer Bloemen: Neen.

Mevrouw Oedayraj Singh Varma: Ook niet?

De heer Bloemen: Neen.

Mevrouw Oedayraj Singh Varma: Wat voor opdrachten geeft u aan uw mensen bij een grootschalige calamiteit in verband met de logboeken?

De heer Bloemen: Ik geef de opdracht dat wij een logboek moeten aanhouden, zodat wij naderhand gemakkelijk een aantal zaken kunnen terugvinden. Afhankelijk van het soort calamiteit zijn soms de tijd-stippen belangrijker en een andere keer zijn met name de inhoudelijkheden veel essentiëler.

Mevrouw Oedayraj Singh Varma: U geeft niet de opdracht om het zo zorgvuldig mogelijk te doen?

De heer Bloemen: Altijd, maar dat is iets wat binnen onze professionaliteit bovenaan staat.

Mevrouw Oedayraj Singh Varma: Goed. Ik ga over op een ander punt. U heeft op de avond van de ramp ook samengewerkt met mijnheer Clement?

De heer Bloemen: Dat is correct.

Mevrouw Oedayraj Singh Varma: U had op dat moment de leiding, maar u was niet het hoofd van de afdeling. Dat was de heer Maurer. U zegt dat u geen persoonlijk contact heeft gehad met mijnheer Maurer. Maar u heeft hem wel gezien?

De heer Bloemen: Ik heb gezegd dat ik hem gezien heb.

Mevrouw Oedayraj Singh Varma: Maar u heeft geen contact met hem gehad?

De heer Bloemen: Ik heb ook heel kort contact met hem gehad. Dat was heel kort.

Mevrouw Oedayraj Singh Varma: Waarover?

De heer Bloemen: Het feit dat er een ramp had plaatsgevonden en het feit dat ik aangegeven had dat ik daarmee bezig was. Maar dat was echt zeer kort.

Mevrouw Oedayraj Singh Varma: U heeft dus uitgelegd wat er gebeurd is, namelijk dat de ramp had plaatsgevonden?

De heer Bloemen: Ja.

Mevrouw Oedayraj Singh Varma: Oké. Weet u zeker dat u met mijnheer Maurer gesproken hebt?

De heer Bloemen: Ik weet het pertinent zeker.

Mevrouw Oedayraj Singh Varma: Ja?

De heer Bloemen: Ja.

Mevrouw Oedayraj Singh Varma: Oké, dat was het.

De voorzitter: Mijnheer Bloemen, voor ons, de commissie, tellen alleen de feiten. Aan de hand van de feiten zal straks een oordeel moeten worden geveld over hoe met deze ramp is omgesprongen. Dit heeft er uiteindelijk toe geleid dat wij nu, 74 maanden na dato – het zijn uw woorden – hier met deze commissie bezig zijn. Ik wil nog even een paar dingen met u proberen recht te zetten c.q. te verduidelijken, voordat ik tot een samenvatting kom. U heeft in het begin van uw verhoor gesproken over het begrip ''geen gevaarlijke stoffen''. Mijns inziens is er niet gecommuniceerd of er geen gevaarlijke stoffen... Dat kan ook niet, want die waren er wel. Er waren geen radioactieve stoffen en geen explosieven. Bent u dat met mij eens?

De heer Bloemen: Ik heb aan het begin van het verhoor aangegeven dat wij de mogelijkheid openhielden dat er ''dangerous goods'' of andersoortige goederen aan boord waren die gevaarlijk waren. Ik heb niet aangegeven, omdat ik dat niet wist, of er op dat moment radioactieve of niet-radioactieve spullen aan boord waren.

De voorzitter: U bestrijdt dus wat ik zeg, namelijk dat er geen sprake kan zijn geweest van ''geen gevaarlijke stoffen'', want die waren wel aan boord?

De heer Bloemen: Ik heb er altijd rekening mee gehouden dat er gevaarlijke stoffen aan boord waren. Dat is wat ik aan het begin duidelijk heb proberen te maken.

De voorzitter: Mijnheer Bloemen, waarom heeft de heer Maurer zich niet met de operatie bemoeid?

De heer Bloemen: Het beste kunt u dat aan de heer Maurer vragen.

De voorzitter: Ik vraag het aan u.

De heer Bloemen: Maar als u het aan mij vraagt... Een aantal weken voordat de ramp plaatsvond, was de heer Maurer gevraagd om zich bezig te houden met de nieuwe organisatie. Dat was half september. De heer Pinckaers was aangewezen als degene die de verantwoording kreeg voor de feitelijke operationele gang van zaken op de luchthaven wat betreft de politiediensten. Dat had te maken met de overgang van de rijkspolitiedienst luchtvaart naar voor een deel het korps landelijke politiediensten en voor een ander deel de marechaussee.

De voorzitter: Waren er spanningen tussen de heer Maurer en u?

De heer Bloemen: Wij hadden een verschil van inzicht. Op dat moment was het zo dat ik in ieder geval duidelijk had aangegeven dat ik ervoor koos om niet in die omgeving operationeel te blijven. Ik had gekozen voor een zogenaamde vrije standplaatskeus waar dan ook in Nederland.

De voorzitter: Verbaasde het u dat de heer Maurer op de avond van 4 oktober op uw kantoor kwam?

De heer Bloemen: Neen, het verbaasde mij absoluut niet. De heer Maurer is een zeer toegewijde commandant van de Dienst lucht-vaart. Vanuit zijn verantwoordelijkheid en zijn verantwoordelijkheidsgevoel zal hij wel degelijk op de luchthaven bezig zijn geweest. Dat is ook de reden waarom ik hem niet heb ontlopen. Wij zijn op dat moment een professionele organisatie en op het moment dat er sprake is van een ramp heb ik – en ik verwacht dat ook van hem – de professionaliteit om in ieder geval even onze persoonlijke verschillen van inzicht opzij te zetten en ons bezig te houden met de activiteiten die op dat moment van belang zijn.

De voorzitter: Mijnheer Bloemen, ik kom nog even terug op de uitspraak over gevaarlijke stoffen/geen gevaarlijke stoffen. Hoe kwam het in uw acties tot uiting dat u rekening hield met gevaarlijke stoffen?

De heer Bloemen: Hoe kwam het in mijn acties tot uiting?

De voorzitter: Ja.

De heer Bloemen: Ik heb geen conclusies getrokken op d