CENSUUR EN ORGANISATIECRIMINALITEIT IN NEDERLAND ©

1997-2014+ Diepe minachting voor het structurele probleem in de Nederlandse rechtspraak te weten de weerzinwekkende partijdigheid voor de overheid.

Groep Hop wil de pensioengerechtigde leeftijd verlagen naar 60 jaar. Alle gemeente belastingen afschaffen. Improductieve bureaucratie aanpakken. Kinderbeschermingsmaatregelen na verzonnen verhalen is weerzinwekkende fraude. Ontvangen gelden dienen als heling te worden aangemerkt. Bekijk ons programma? Als u ook genaaid bent/wordt door voor de overheid steeds partijdige rechtspraak, gemeente, jeugdzorg, RvdK of UWV stel u verkiesbaar voor de verkiezingen gemeenteraad 2018. Praktijkvoorbeeld. Het jatten van de recreatiewoning van een 71+ jarige gehandicapte burger die VOOR 1996 zelf zijn recreatiewoning heeft (af)gebouwd en er voor 1996 ook woonde dat wordt door niemand ter discussie gesteld wordt door Hop als organisatiecriminaliteit gemeente Ermelo en zeer ernstige mishandeling van een gepensioneerde burger aangemerkt. Groep Hop is wel TEGEN de discriminatie van Nederlanders tov buitenlanders.

Stem TEGEN organisatiecriminaliteit bij de overheid! Stem VOOR Groep Hop. Dank u wel voor uw aandacht. J. Hop.

 

 

De Betere Krant van Ermelo

Nieuwsberichten uit het Ermelo, lees verder

 

Raad voor de rechtspraak Den Haag Het voornemen is om in het jaar 2004 de gehele organisatie met het baten en lastenstelsel te laten proefdraaien, om vervolgens 1 januari 2005 officieel over te kunnen stappen naar dit nieuwe financiŽle regime

Rechtspraak in Nederland 2004, Wet Mulder en Centraal Justitieel IncassoBureau (CJIB): Als de betrokken overtreder niet (tijdig) betaalt en ook niet in beroep gaat, zijn in de wet, inmiddels zeer effectief gebleken, innings- en verhaalsmaatregelen opgenomen. Vrijwel alle opgelegde bedragen worden geÔnd. Op de peildatum (1 april) is ongeveer 4 procent (nog) niet geÔnd. In totaal is er in 2004 ongeveer 457 miljoen euro ontvangen, met een gemiddeld boetebedrag van 45 euro.

 

Rechtspraak in Nederland 2004
Centraal Bureau voor de Statistiek, Prinses Beatrixlaan 428, 2273 XZ Voorburg
© Centraal Bureau voor de Statistiek, Voorburg/Heerlen, 2006.
Verveelvoudiging voor eigen gebruik of intern gebruik is toegestaan.
Bronvermelding is verplicht.

Verklaring der tekens
. = gegevens ontbreken
* = voorlopig cijfer
x =geheim
– = nihil
– = (indien voorkomend tussen twee getallen) tot en met
0 (0,0) = het getal is minder dan de helft van de gekozen eenheid
niets (blank) = een cijfer kan op logische gronden niet voorkomen
2003–2004 = 2003 tot en met 2004
2003/2004 = het gemiddelde over de jaren 2003 tot en met 2004
2003/’04 = oogstjaar, boekjaar, schooljaar enzovoort, beginnend
in 2003 en eindigend in 2004
1993/’94–2003/’04 = boekjaar enz., 1993/’94 tot en met 2003/’04
In geval van afronding kan het voorkomen, dat de totalen niet geheel overeenstemmen
met de som der opgetelde getallen.
Verbeterde cijfers in de staten en tabellen zijn niet als zodanig gekenmerkt.
0523206010 W-37
Inhoud
Inleiding 7
Samenvatting en kerncijfers 9
1. Organisatie van de rechtspraak 13
1.1 Het recht 13
1.2 Bemiddeling of de rechter 13
1.3 Rechterlijke organisatie 14
1.3.1 Rechtbank, sector kanton 15
1.3.2 Rechtbank 16
1.3.3 Gerechtshof 17
1.3.4 Hoge Raad 17
1.3.5 Raad voor de rechtspraak 17
2. Burgerlijke rechtspraak 21
2.1 Algemeen 21
2.2 Procedure 22
2.2.1 Dagvaardingsprocedure 22
2.2.2 Verzoekschriftprocedure 23
2.2.3 Uitspraak 25
2.3 Rechtbank 25
2.3.1 Rechtbank, sector kanton 25
2.3.2 Rechtbank, sector civiel 26
2.4 Gerechtshof 30
2.5 Hoge Raad 31
3. Bestuursrechtspraak 33
3.1 Algemeen 33
3.2 Procedure bij de bestuursrechter 34
3.2.1 Rechtbank, sector bestuursrecht 35
3.2.2 Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State 39
3.2.3 Centrale Raad van Beroep 39
3.2.4 College van Beroep voor het Bedrijfsleven 43
3.3 Procedure bij de belastingrechter 44
3.3.1 Belastingkamers van het gerechtshof 44
3.3.2 Belastingkamer van de Hoge Raad 45
3.4 Enkele bijzondere procedures 46
Rechtspraak in Nederland 2004 5
4. Strafrechtspraak 49
4.1 Algemeen 49
4.1.1 Van delict tot strafzaak 49
4.1.2 Personen en functionarissen 49
4.1.3 Procedure 50
4.1.4 Geregistreerde criminaliteit (politie en Koninklijke
Marechausse) 52
4.1.5 Wet Mulder en Centraal Justitieel Incassobureau (CJIB) 53
4.2 Kantonstrafzaken 54
4.2.1 Inschrijvingen kantonstrafzaken bij het openbaar
ministerie 55
4.2.2 Afdoeningen kantonstrafzaken door het openbaar
ministerie 55
4.2.3 Afdoeningen kantonstrafzaken door de rechtbank
(sector kanton) 58
4.3 Rechtbankstrafzaken 59
4.3.1 Inschrijvingen rechtbankstrafzaken bij het openbaar
ministerie 60
4.3.2 Afdoeningen rechtbankstrafzaken door het openbaar
ministerie 60
4.3.3 Afdoeningen rechtbankstrafzaken door de rechtbank
(sector straf) 62
4.4 Hoger beroep en cassatie 66
4.5 Enkele bijzondere procedures 68
5. FinanciŽn en personeel 71
5.1 Uitgaven en inkomsten 71
5.2 Samenstelling van de uitgaven 74
5.3 Personeel 75
Begrippenlijst 79
Bronbeschrijving 91
Aan de publicatie Rechtspraak in Nederland 2004 werkten mee 93


Centraal Bureau voor de Statistiek
Inleiding
Rechtspraak
Informatie over rechtsbescherming en veiligheid in het algemeen en rechtspraak in het bijzonder is van belang voor de maatschappij. De rechtspraak in
Nederland is een onderwerp dat vrijwel altijd in de belangstelling staat. Doelgroep voor de informatie zijn het onderwijs, de beroepsgroepen op het gebied
van juridische organisatie en dienstverlening in brede zin, evenals bestuur, beleid en wetenschap. Begin 2000 heeft het Centraal Bureau voor de Statistiek voor het eerst een grote hoeveelheid statistische gegevens van de meest belangrijke vormen van rechtspraak in ťťn publicatie, Rechtspraak in Nederland, samengebracht. Deze
editie is de vijfde in deze reeks en verstrekt nieuwe informatie tot en met het verslagjaar 2004. Na een algemene inleiding over de organisatie van de rechtspraak en de laatste stand van zaken (hoofdstuk 1) zijn achtereenvolgens de burgerlijke rechtspraak (hoofdstuk 2), de bestuursrechtspraak (hoofdstuk 3) en de strafrechtspraak
(hoofdstuk 4) beschreven. Dit boek behandelt de uitkomsten van de ingeschreven en de afgedane zaken bij de meeste algemene en een aantal bijzondere
rechtsprekende colleges. Het laatste hoofdstuk 5 besteedt aandacht aan de financiŽle en personele aangelegenheden inzake rechtspraak. Verder zijn een begrippenlijst,
bronbeschrijving en auteursinformatie opgenomen. 

Cijfers over rechtspraak
De basisgegevens voor de cijfers in de afzonderlijke hoofdstukken verzamelt
het CBS, soms direct soms indirect, periodiek bij de griffies en de parketten
van de rechtbanken, de gerechtshoven en de Hoge Raad. Ook van veel bijzondere
colleges zijn gegevens ontvangen of aan reeds gepubliceerde informatie
ontleend. De cijfers tapt het CBS voor een deel elektronisch af uit gecentraliseerde
administraties. De gegevens voor het hoofdstuk over het personeel en
de financiering van de rechtspraak zijn aangeleverd vanuit de Raad voor de
rechtspraak.
Het vervolg van dit boek geeft cijfermatig inzicht in de rechtspraak in Nederland
op de drie traditionele hoofdterreinen van het recht. Het biedt een overzicht
van de zaken die jaarlijks bij de griffies van de diverse rechtscolleges (en
voor het strafrecht bij het parket van het openbaar ministerie) worden aangeboden
en over personeel en financiŽn in het kader van de rechtspraak.
Deze publicatie behandelt in beginsel de hoofdlijnen van de rechtspraak in
Nederland. Specifieke terreinen in de marge van de rechtspraak (zoals militair
strafrecht) zullen niet of slechts zijdelings ter sprake komen. De cijfers in deze
Rechtspraak in Nederland 2004 7
editie bestrijken in principe de periode 1995-2004 (exclusief 1996, 1997, 1998 en
1999). De verslagjaren 1985, 1990, 1996, 1997, 1998 en 1999 zijn opgenomen in
eerdere edities van deze publicatie Rechtspraak in Nederland.
Meer informatie...
Aanvullende informatie (meer details, andere periodes) is, indien beschikbaar,
op aanvraag te verkrijgen of te raadplegen in papieren of elektronische publicaties
van het CBS. Inlichtingen hierover kunt u krijgen bij de eerstelijns informatiedesk
van het CBS (e-mail infoservice@cbs.nl of telefoon 0900 0227 / € 0,50
per minuut).
Op de CBS website (http://www.cbs.nl) zijn statistische gegevens te vinden,
onder andere over het thema Rechtsbescherming en veiligheid, waaronder de
rechtspraak en verwante onderwerpen, in de gratis te raadplegen online databank
StatLine. Een handleiding voor het raadplegen van StatLine en het gebruik
van de data van het thema Rechtsbescherming en veiligheid (hoofdgroep: Mens
en maatschappij) staat op de CBS-internetsite. De bijgaande link geeft direct
toegang tot de StatLine-themakoepel met links naar de diverse thema’s in Stat-
Line: http://statline.cbs.nl. Hier is ook een uitleg te vinden over het zoeken
van informatie op StatLine.
De CBS-bibliotheken in Voorburg en Heerlen en de grote algemene bibliotheken
beschikken over alle CBS-publicaties.
8 Centraal Bureau voor de Statistiek
Samenvatting en kerncijfers
Algemeen
Nederland telt 19 rechtbanken, vijf gerechtshoven en een Hoge Raad. Daarnaast
zijn er diverse bijzondere (bestuursrechtelijke) colleges zoals de Centrale Raad
van Beroep, het College van Beroep voor het Bedrijfsleven en de Raad van State.
De cijferreeksen in dit boek over de rechtspraak in Nederland beslaan in beginsel
de periode van verslagjaar 1995 tot en met het laatst beschikbare jaar, 2004.
De omvangrijke organisatorische verandering van de rechterlijke macht in Nederland
per 1 januari 2002 is in de gegevens terug te vinden. In deze publicatie
is aangesloten bij de meest actuele indeling van de diverse onderdelen van de
rechterlijke organisatie.
Burgerlijk recht
Bij de rechters van de sector kanton van de rechtbanken zijn in 2004 678 duizend
civiele zaken ingediend. In datzelfde jaar zijn bij de sector civiel ruim
200 duizend zaken ingeschreven. Bij beide sectoren gaat het om zowel dagvaardingsprocedures
als verzoekschriftprocedures. Het aantal afdoeningen bij
de sector kanton bedroeg in totaal ruim 588 duizend zaken (eindvonnissen en
eindbeschikkingen). Bij de sector civiel zijn bijna 170 duizend zaken afgedaan.
Betaalde arbeid is voor werknemers een belangrijke methode van inkomstenverwerving.
Voor het (voortijdig) beŽindigen van een arbeidsovereenkomst
(‘ontslag’) tussen de werknemer en de werkgever is soms rechterlijke tussenkomst
nodig, naast de ontslagregelingen bij het Centrale organisatie Werk en
Inkomen (CWI). In 2004 zijn bij de kantonrechter 72 duizend ontbindingsverzoeken
ingediend. In hetzelfde jaar heeft de kantonrechter ruim 68 duizend
beschikkingen op ontbindingsverzoeken afgegeven.
Bestuursrecht
De diverse bestuursrechtelijke colleges hebben in 2004 in bijna 66 duizend zaken
een uitspraak gedaan. De meeste uitspraken zijn gedaan door de sectoren
bestuursrecht van de rechtbanken (ruim 35 duizend). De belastingkamers van
de gerechtshoven, die tot 1 januari 2005 uitspraak deden in beroepen tegen de
beslissingen van de inspecteur der belastingen, hebben in 2004 ruim 10 duizend
beslissingen genomen.
Rechtspraak in Nederland 2004 9
Strafrecht
In 2004 zijn bij het openbaar ministerie (OM) ruim 300 duizend kantonzaken
ingeschreven. In 2003 waren er ruim 273 duizend kantonstrafzaken ingeschreven.
De daling ten opzichte van 1995, toen het er nog 308 duizend waren, is
vooral veroorzaakt door de inwerkingtreding, in de loop van de jaren negentig,
van de Wet Mulder inzake de afhandeling van eenvoudige verkeersovertredingen.
De stijging ten opzichte van 2003 wordt voornamelijk veroorzaakt
door een toename van het aantal ingeschreven zaken wegens overtreding van
plaatselijke verordeningen. Ook bij de rechtbankstrafzaken is het aantal ingeschreven
zaken iets gestegen ten opzichte van 2003: van ruim 270 duizend in
2003 naar 274 duizend in 2004.
Een deel van de ingeschreven kantonstrafzaken en rechtbankstrafzaken doet
het OM zelf af door middel van bijvoorbeeld transactie of sepot. De overige zaken
komen in beginsel voor de rechter. De kantonrechter heeft in 2004 ruim
174 duizend zaken afgehandeld. In hetzelfde jaar zijn ruim 210 duizend rechtbankstrafzaken
afgedaan, waarvan bijna 97 procent met een schuldigverklaring.
FinanciŽn en personeel
De uitgaven aan openbaar ministerie en rechtspraak tezamen zijn tussen 1995
en 2004 gestegen van 500 miljoen euro tot bijna 1,3 miljard euro. Het aandeel
van het openbaar ministerie in deze uitgaven bedroeg in 2004 42 procent en
dat van de rechtspraak 58 procent. De reŽle uitgaven aan openbaar ministerie
en rechtspraak (dat wil zeggen: de uitgaven gecorrigeerd voor inflatie) zijn
gestegen van 40 euro per hoofd van de bevolking in 1995 tot bijna 80 euro per
hoofd van de bevolking in 2004.
De inkomsten uit griffiegelden ten opzichte van de uitgaven zijn tussen 1995 en
2001 gedaald om vervolgens weer toe te nemen. De geÔnde griffierechten bedroegen
in 2004 ongeveer 156 miljoen euro. Zij dekken daarmee circa 20 procent
van de kosten van de rechtspraak.
De personeelssterkte van openbaar ministerie en rechtspraak tezamen is gestegen
van 12,5 duizend arbeidsjaren in 2002 tot ruim 13,5 duizend arbeidsjaren
in 2004.
Kerncijfers
In het Kerncijferoverzicht van deze publicatie staat een aantal belangrijke basisgegevens
over de afdoeningen van zaken in de Nederlandse rechtspraak. De
nadere uitwerking en detaillering van deze totalen zijn te vinden in de afzonderlijke
hoofdstukken over burgerlijk recht (hoofdstuk 2), bestuursrecht (hoofdstuk
3), strafrecht (hoofdstuk 4) en personeel en organisatie (hoofdstuk 5).
10 Centraal Bureau voor de Statistiek
Rechtspraak in Nederland 2004 11
Kerncijfers Rechtspraak in Nederland
1995 2000 2001 2002 2003 2004
x 1 000
Burgerlijk recht (afdoeningen)
Dagvaardingsprocedures
Rechtbanken, sector kanton 215,7 235,4 254,71) 255,61) 318,81) 382,31)
Rechtbanken, sector civiel 34,8 30,2 29,2 1) 30,4 1) 32,0 1) 34,6 1)
Gerechtshoven 3,3 3,2 3,4 1) 3,5 1) 3,9 1) 4,3 1)
Hoge Raad 0,3 0,3 0,3 0,4 0,4 0,3
Verzoekschriftprocedures
Rechtbanken, sector kanton 149,4 129,1 145,61) 178,81) 201,81) 206,21)
Rechtbanken, sector civiel 94,1 100,5
Rechtbanken, sector civiel 113,61) 121,21) 123,11) 126,41) 135,21)
Gerechtshoven 3,1 3,1 3,0 1) 3,5 1) 3,9 1) 4,5 1)
Hoge Raad 0,1 0,2 0,2 0,1 0,1 0,1
Bestuursrecht (uitspraken2))
Rechtbanken, sector bestuursrecht 3) 53,5 29,1 29,8 30,1 33,1 35,4
Centrale Raad van Beroep 4,2 4,7 5,1 5,5 5,3 5,7
Raad van State, afdeling bestuursrechtspraak 11,9 4,9 5,9 7,2 8,3 9,8
Gerechtshoven (belastingkamer) 7,9 6,5 7,6 8,6 9,7 8,1
Hoge Raad (belastingkamer) 0,7 0,8 0,7 0,7 1,0 1,0
College van Beroep voor het Bedrijfsleven 0,9 0,8 0,9 1,0 1,1 1,0
Strafrecht (afdoeningen)
Openbaar Ministerie
kantonstrafzaken 248,3 144,5 94,7 89,3 130,1 140,1
rechtbankstrafzaken 147,5 118,4 115,5 120,7 128,7 127,7
Beschikkingen CJIB 4) (Wet Mulder) 3 263,8 7 794,0 9 203,1 9 536,9 10 570,0 10 372,7
Rechter in eerste aanleg
kantonstrafzaken (bij de sector kanton) 124,7 87,6 90,1 108,5 135,6 174,1
rechtbankstrafzaken (bij de rechtbank) 5) 102,3 111,0 112,0 116,8 134,6 133,2
Rechter in hoger beroep
kantonstrafzaken 6) 5,2 4,8 4,8 . . .
rechtbankstrafzaken (bij het hof) 9,7 . . . . .
Rechter in cassatie (bij de Hoge Raad) 2,6 1,8 2,8 3,0 2,9 2,8
1) Uit PCSII-systeem.
2) Afdoeningen exclusief ingetrokken of op andere wijze afgedane zaken.
3) Excl. Vreemdelingenzaken.
4) Centraal Justitieel Incassobureau.
5) Exclusief voegingen ter zitting.
6) Tot en met 2001: bij de rechtbank.
Bron: CBS.

 


1. Organisatie van de rechtspraak
1.1 Het recht
In het recht is in grote lijnen een drietal gebieden te onderscheiden. Gaat het
bijvoorbeeld om regelingen van afspraken voor situaties waarbij burgers of
rechtspersonen zijn betrokken, dan spreekt men van burgerlijk recht (of civiel
recht). Het bestuursrecht regelt de verhouding tussen burger en overheid of
tussen overheden onderling. In het strafrecht is geregeld hoe de maatschappij
omgaat met handelingen die in de wet zijn strafbaar gesteld.
Het heeft weinig zin regels te stellen wanneer de naleving daarvan niet kan
worden afgedwongen, de regels niet worden gehandhaafd en overtreders van
de regels niet aan sancties onderhevig zijn. Binnen het recht is dat geregeld.
Hierbij is het onderscheid naar het materiŽle recht en het formele recht van belang.
Het materiŽle recht omschrijft welke handelingen of gedragingen de
maatschappij juist wel of juist niet van de betrokkenen – burgers (natuurlijke
personen), overheden of bedrijven en instellingen (rechtspersonen), kortom de
justitiabelen – verwacht. Het formele recht regelt hoe te handelen als het materiŽle
recht is geschonden.
Het formele recht hangt dus nauw samen met het onderwerp van dit boek: de
rechtspraak, als uiterste middel bij het oplossen en afhandelen van conflicten.
In dit boek ligt het accent op de rechtsgang en de procedures die binnen elk
van de drie beschreven rechtsgebieden worden gevolgd.
Dit eerste, algemene hoofdstuk geeft een beknopte schets van de organisatie
van de rechtspraak en van de colleges die recht spreken. De hoofdstukken 2
tot en met 4 geven vervolgens nadere informatie over de hierboven genoemde
rechtsgebieden. Tot slot geeft hoofdstuk 5 informatie over de financiŽn en het
personeel in het kader van de rechtspraak.
1.2 Bemiddeling of de rechter
Niet alle schendingen van de regels leiden uiteindelijk tot het ingrijpen van de
rechter. In veel gevallen vormt een onderlinge regeling van de betrokkenen
het eind van het gerezen conflict. Als aanvulling op al langer bestaande vormen
van conflictbemiddeling en conflictoplossing, zoals arbitrage of bindend
advies, is in april 2005 de zogenaamde mediation ingevoerd 1). Dit houdt in dat
gerechten sommige typen conflicten kunnen doorverwijzen naar een zogenaamde
mediator (‘bemiddelaar’). Doel van mediation is conflicten niet via de
rechter maar via bemiddeling op te lossen en daarmee het gerechtelijk apparaat
te ontlasten 2). De inzet van een mediator kan bijvoorbeeld nuttig zijn bij
een voornemen tot echtscheiding, waar naast juridische aspecten ook emoties
een belangrijke rol spelen.
Rechtspraak in Nederland 2004 13
In sommige gevallen is een ‘formele’ reactie via een beroep op de rechter uiteindelijk
de enige mogelijkheid om een gerezen conflict uit de wereld te helpen.
Om naleving van de regels en de handhaving van het recht zo goed
mogelijk te waarborgen heeft de rechter die te hulp is geroepen de mogelijkheid
om sancties op te leggen.
1.3 Rechterlijke organisatie
Een deel van de uitkomsten (van vůůr 1 januari 2002) in deze publicatie heeft
betrekking op de ‘oude’ organisatie van de rechterlijke macht. Met ingang van
1 januari 2002 is de rechterlijke organisatie gewijzigd voor zaken van burgerlijk
recht en strafrecht. In de toelichtende paragrafen van deze publicatie komen
zowel de oude als de nieuwe structuren aan bod.
Organisatiepiramide
De organisatie van de rechtspraak en de ontwikkelingen in de afgelopen jaren
daarin is in de eerdere edities van deze publicatie meer uitvoerig uiteengezet.
In deze editie komen uitsluitend de hoofdlijnen van de huidige structuur aan
de orde.
In het burgerlijk recht en het strafrecht heeft de structuur van de organen van
de rechterlijke macht de vorm van een piramide. De negentien rechtbanken
vormen de basis. Elk van deze rechtbanken bestrijkt een arrondissement dat
bestaat uit de (vroegere) kantons. Na de herschikking van de rechterlijke organisatie
zijn de kantons als functionele eenheid opgenomen binnen de organisatiestructuur
van de rechtbanken ‘nieuwe stijl’. Enkele kantons zijn geheel
opgeheven. Het vroegere kantongerecht heet nu ‘sector kanton’ (van de rechtbank).
De kantonrechter spreekt er nog steeds recht in civiele zaken en in
strafzaken. De sectoren kanton zijn gevestigd in de negentien arrondissementshoofdplaatsen,
een aantal nevenvestigingsplaatsen en enkele bij algemene
maatregel van bestuur aangewezen nevenzittingsplaatsen. Naast een sector
kanton zijn er in de rechtbank een sector civiel, een sector bestuursrecht en
een sector straf.
De naasthogere rechterlijke instantie in de piramide wordt gevormd door de
vijf gerechtshoven, gevestigd in de hofressorten Amsterdam, ‘s-Gravenhage,
‘s-Hertogenbosch, Arnhem en Leeuwarden. Deze vijf ressorten omvatten elk
drie of vier rechtbanken. Het rechtscollege aan de top van het Nederlandse
rechtssysteem is de Hoge Raad der Nederlanden, gevestigd in ‘s-Gravenhage.
Bestuursrechtelijke zaken komen in beginsel in eerste aanleg voor de rechtbank,
sector bestuursrecht. Daarnaast is er nog een aantal bijzondere bestuursrechtelijke
rechtscolleges die in hoofdstuk 3 nader aan bod komen.
In eerste instantie, hoger beroep en beroep in cassatie
Rechtsmiddelen geven degene die het niet eens is met de uitspraak van de
rechter in eerste instantie de mogelijkheid zich te wenden tot een hogere rechter.
Daarmee probeert de rechtzoekende in een nieuwe behandeling van de
14 Centraal Bureau voor de Statistiek
zaak alsnog een voor hem gunstiger uitspraak te krijgen. In de hiervoor beschreven
piramide gaat de appellant in een dergelijk geval in de regel een stap
hoger. Van vrijwel alle beslissingen van de rechter is hoger beroep mogelijk.
Op het gebied van het burgerlijk recht en van het strafrecht komen kwesties,
afhankelijk van de soort zaak en de omvang van het belang, in eerste instantie
bij de sector kanton of de sector straf van de rechtbank. Een betrokkene – partij,
verdachte, openbaar ministerie – kan van een beslissing van de kantonrechter
in hoger beroep gaan bij het gerechtshof, de naasthogere rechter. Komt
de hoger beroepsrechter voor een of meer betrokkenen dan nog niet tot een
voldoende bevredigende uitspraak, dan staat in beginsel beroep in cassatie
open bij de Hoge Raad.
Bestuursrechtelijke geschillen kennen in beroep een andere rechtsgang. Beroep
aantekenen tegen de uitspraak van de sector bestuursrecht van de rechtbank beroep
gebeurt in de regel bij de naasthogere rechter in bestuurszaken, de afdeling
bestuursrechtspraak van de Raad van State in Den Haag. Voor sommige
situaties zijn bij wet bijzondere rechtscolleges ingesteld, zoals de Centrale Raad
van Beroep in Utrecht en het College van Beroep voor het Bedrijfsleven in Den
Haag.
1.3.1 Rechtbank (sector kanton)
Burgerlijk recht
Tot de absolute competentie van de kantonrechter behoren bij civiele kwesties
kort gezegd alle zaken over vorderingen van ten hoogste € 5 000 (inclusief
rente), alle zaken over een (collectieve) arbeidsovereenkomst en over vut-,
agentuur-, huur- of huurkoopovereenkomsten, ongeacht de hoogte van de
vordering. Daarnaast spreekt de kantonrechter desgevraagd een oordeel uit
over een aantal in de wet aangewezen zaken. Tegen de uitspraak van de kantonrechter
is geen hoger beroep mogelijk als de vordering minder bedraagt
dan € 1 750.
Bestuursrecht
De kantonrechter heeft in de regel geen taak bij zaken op bestuursrechtelijk gebied.
Een uitzondering hierop is te vinden in de Wet Administratiefrechtelijke
Handhaving Verkeersvoorschriften (beter bekend als de Wet Mulder).
Strafrecht
In het strafrecht behandelt de kantonrechter in beginsel alle overtredingen.
Uitzondering zijn bepaalde overtredingen inzake het openbaar gezag, bepaalde
ambtsovertredingen, vrijwel alle overtredingen inzake belastingen, bepaalde
overtredingen van de Opiumwet en bepaalde overtredingen uit de Wet
afbreking zwangerschap. Hoger beroep tegen strafvonnissen van de kantonrechter
is mogelijk, tenzij de opgelegde geldboete lager is dan € 25 en er geen
andere straf of maatregel is opgelegd.
Rechtspraak in Nederland 2004 15
1.3.2 Rechtbank (sector civiel, sector bestuursrecht en sector straf)
Algemeen
De rechtbank behandelt alle zaken in eerste aanleg, uitgezonderd de zaken die
volgens de wet tot de bevoegdheid van een andere rechter (bijvoorbeeld de
sector kanton) behoren. Hoger beroep van vonnissen of van beschikkingen
van de sector kanton komt terecht bij het gerechtshof.
De rechtbank spreekt recht in een enkelvoudige of meervoudige kamer. De
keuze hangt af van het type en de zwaarte van de zaak. Elke rechtbank heeft
verder een voorzieningenrechter. Hij behandelt in kort geding gevallen waarin
het spoedeisende belang van (een van) beide partijen een snelle beslissing
vereist, die in beginsel direct na de uitspraak ten uitvoer kan worden gelegd.
Burgerlijk recht
De sector civiel van de rechtbank behandelt alle burgerlijke kwesties. Voorbeelden
zijn allerlei vorderingen, echtscheiding, adoptie, ondertoezichtstelling
van minderjarigen, vaststelling of wijziging van alimentatie, onteigening,
faillietverklaring en ondercuratelestelling.
Bestuursrecht
Bij de sector bestuursrecht kan een burger (natuurlijk persoon of rechtspersoon)
of een overheidsinstantie in beroep gaan wanneer hij het niet eens is met een besluit
van een bestuurlijke instantie. Verder behoort het tot de competentie van
de sector bestuursrecht beroepsprocedures te behandelen tegen besluiten van
de uitvoeringsinstantie werknemersverzekeringen. Ook ambtenarenzaken liggen
ter beoordeling voor aan de bestuursrechter. De sector bestuursrecht is overigens
niet de enige instantie die zich over bestuurszaken buigt. Hiermee zijn
ook enkele bijzondere rechterlijke colleges belast. Ze komen in hoofdstuk 3
(Bestuursrechtspraak) aan de orde.
Een rechtzoekende kan tegen de uitspraak van de bestuursrechter bij de rechtbank
in de regel in hoger beroep gaan bij de afdeling bestuursrechtspraak van
de Raad van State of de Centrale Raad van Beroep.
Strafrecht
Bij de toepassing van het strafrecht oordelen de strafkamers van de rechtbank
in eerste aanleg over alle misdrijven waarvan de kennisneming niet aan een
andere rechter is opgedragen. Ook misdrijven uit de Wegenverkeerswet, de
Wet op de Economische Delicten en de Opiumwet krijgt de sector straf van
rechtbank ter beoordeling voorgelegd. De alleensprekende rechters, zoals de
politierechter en de kinderrechter, zijn belast met specifieke gevallen. De politierechter
handelt het merendeel van de misdrijven af. De economische politierechter
buigt zich over economische delicten, zowel overtredingen als
misdrijven. De kinderrechter kan maatregelen nemen in het kader van de (civiele)
justitiŽle kinderbescherming, zoals ondertoezichtstelling. Verder komen
voor de kinderrechter strafrechtelijk minderjarigen (jonger dan 18 jaar, soms
tot 21 jaar) die verdacht worden van het plegen van een strafbaar feit.
16 Centraal Bureau voor de Statistiek
1.3.3 Gerechtshof
Tot de absolute competentie van het gerechtshof behoort het uitspreken van
een oordeel over hoger beroepszaken, ingediend tegen vonnissen en beschikkingen
die in eerste aanleg zijn uitgesproken door een rechtbank die binnen
haar rechtsgebied ligt: de zaken van de sector kanton, van de sector civiel en
van de sector straf. Verder kan elk van de vijf gerechtshoven het staatshoofd
adviseren een verzoek tot gratie van een straf die het hof heeft opgelegd, over
te nemen. De economische strafkamers van de gerechtshoven zijn uitsluitend
belast met de berechting van economische delicten die in hoger beroep zijn
voorgelegd. Tegen een uitspraak van het hof kan de rechtzoekende in beginsel
beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad.
1.3.4 Hoge Raad
De Hoge Raad (der Nederlanden) heeft als hoofdtaak de behandeling van zaken
in cassatie. Daarbij gaat het om de vraag of de lagere rechter het recht juist
heeft toegepast en of hij de juiste vormvoorschriften heeft gevolgd. De Hoge
Raad gaat uit van de feiten die de lagere rechter heeft vastgesteld. Het parket
bij de Hoge Raad heeft als taak om bij een zaak een onafhankelijk advies te geven.
Dit advies is de zogenaamde conclusie van de procureur-generaal of advocaat-
generaal. Als tijdens de behandeling blijkt dat aanvullend onderzoek
nodig is, dan kan de Raad een lagere rechter, meestal een hof, opdracht geven
de zaak nogmaals of aanvullend te behandelen. Veelal geldt daarbij de voorwaarde
dat het hof rekening houdt met het standpunt dat de Raad heeft ingenomen.
Er zijn enkele situaties die de Hoge Raad in eerste aanleg behandelt, namelijk
ambtsmisdrijven en ambtsovertredingen van hoogwaardigheidsbekleders, zoals
ministers, leden van de Staten-Generaal of van de Raad van State.
1.3.5 Raad voor de rechtspraak 3)
De Raad voor de rechtspraak is (sinds januari 2002) belast met de voorbereiding
en opstelling van de begroting voor de Rechtspraak. De Raad verdeelt de
middelen over de gerechten, draagt zorg voor de gerechtsoverstijgende voorzieningen,
houdt toezicht op bedrijfsvoering en financieel beheer en geeft voor
zover nodig algemene aanwijzingen op het gebied van de bedrijfsvoering.
Voorts heeft de Raad de taak de gerechten te ondersteunen bij activiteiten die
gericht zijn op uniforme rechtstoepassing en bevordering van de juridische
kwaliteit. De Raad adviseert de regering over wetgeving die de rechtspleging
raakt. De Raad is tot slot tegelijkertijd het aanspreekpunt voor en de
woordvoerder van de Rechtspraak in het politieke en maatschappelijke debat.
De Raad bestaat uit vijf leden – bijgestaan door een bureau – die bij Koninklijk
Besluit benoemd worden. Drie leden, onder wie de voorzitter, dienen afkom-
Rechtspraak in Nederland 2004 17
stig te zijn uit de rechterlijke macht. Alle leden worden voor zes jaar benoemd,
deze termijn kan met ten hoogste drie jaar verlengd worden.
Het werkterrein van de Raad bestrijkt de rechtbanken, de gerechtshoven, de
Centrale Raad van Beroep en het College van Beroep voor het bedrijfsleven.
De Hoge Raad der Nederlanden (zie paragraaf 1.3.4) heeft binnen de nieuwe
structuur een geheel zelfstandige positie.
Op grond van het per juli 2004 gewijzigde Besluit nevenvestigings- en nevenzittingsplaatsen
kan de Raad voor de rechtspraak met het oog op een snellere
behandeling op verzoek van een gerechtsbestuur een of meer zittingsplaatsen
buiten het rechtsgebied aanwijzen voor de behandeling van zaken. In 2004
heeft de Raad drie 4) Aanwijzingsbesluiten genomen.
Ten slotte hier nog de vermelding dat de organisatie van de rechtspraak beschikt
over gerechtsoverschrijdende diensten op het gebied van opleiding
(SSR), automatisering (ICTRO) en kwaliteitsverbetering (Prisma). Deze diensten
werken ook voor de parketten van het openbaar ministerie.
Noten in de tekst
1) Mediation, diverse bijdragen. In: JustitiŽle verkenningen, jrg. 29, nr. 8 2003.
Wetenschappelijk onderzoek en documentatiecentrum (WODC) van het Ministerie
van Justitie. Boom Juridische uitgevers, Den Haag. Daarnaast kunnen
minder draagkrachtigen via mediationtoevoeging een beroep doen op
de Wet op de rechtsbijstand.
2) In zijn nota ‘Naar een slagvaardiger rechtspleging’ van juli 2004 geeft de minister
van Justitie aan dat hij streeft naar een ‘bruikbare rechtsorde’: conflicten
moeten bij de juiste geschillenbeslechter worden behandeld en dat
betekent in sommige gevallen dat de burger niet meer automatisch bij de
rechter zal aankloppen. Gedacht wordt aan mediation, transacties door het
openbaar ministerie en geschillencommissies.
3) De gegevens van deze paragraaf zijn voornamelijk ontleend aan: Jaarverslag
van de Rechtspraak 2004. Raad voor de rechtspraak, Den Haag.
4) a. Het Aanwijzingsbesluit nevenzittingsplaatsen megastrafzaken van 1 juli
2004; b. Het Aanwijzingsbesluit nevenzittingsplaatsen strafzaken gerechtshof
Amsterdam en rechtbank Haarlem van 13 september 2004; c. Het Aanwijzingsbesluit
nevenzittingsplaats socialezekerheidszaken rechtbank Amsterdam
van 4 november 2004.
18 Centraal Bureau voor de Statistiek
Rechtspraak in Nederland 2004 19
Staat 1.1
Personeelsbezetting van de rechterlijke instanties1) en ingeschreven advocaten
Instanties Personeelsbezetting
1998 2004 1998 2000 2001 2002 2003 2004
Hoge Raad 1 1 137 162 175 191 202 208
Gerechtshoven 5 5 791 887 902 1 131 1 261 1 334
Rechtbanken (inclusief parket) 19 19 5 348 6 083 6 691 9 113 9 510 9 701
Rechtbanken sector kanton 61 65 2) 830 870 901
DGO / Arrondissementale stafdiensten 19 19 1 295 1 465 1 481 571 577 508
Centrale Raad van Beroep 1 1 154 151 162 168 172 185
College van Beroep voor het Bedrijfsleven 1 1 35 33 36 37 43 48
Overige 19 19 817 949 1 012 1 424 1 556 1 663
Totaal 126 130 9 407 10 600 11 360 12 635 13 221 13 647
Ingeschreven advocaten, 31 december 9 872 11 033 11 807 12 290 12 691 13 111
1) Excl. Raad van State
2) Hoofdplaatsen, nevenvestigingsplaatsen en nevenzittingsplaatsen, ex artikel 7 Besluit nevenvestigings- en nevenzittingsplaatsen.
Bron: DRp/WODC.

 


2. Burgerlijke rechtspraak
2.1 Algemeen
Het burgerlijk of civiel recht regelt de rechten tussen burgers onderling, tussen
burgers en bedrijven en tussen bedrijven onderling. Het burgerlijk recht is
vooral geregeld in het Burgerlijk Wetboek, het Wetboek van Koophandel en
het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. Buiten deze wetboeken zijn er
nog enkele bijzondere wetten. Burgerlijke procedures worden in eerste instantie
behandeld door de rechtbank sector kanton of de rechtbank sector civiel.
De overige rechtspleging in burgerlijke zaken gebeurt door de gerechtshoven
en de Hoge Raad.
De uitkomsten van het verslagjaar 2000 berustten voor het laatst op schriftelijke
enquÍtes bij de gerechten. Met ingang van 2001 is, met uitzondering van de
gegevens over de Hoge Raad, gebruik gemaakt van een geautomatiseerde
waarneming. De uitkomsten zijn afkomstig uit PCSII, het Planning en Controle
Systeem van de Raad voor de rechtspraak. Hoewel is gestreefd naar een
voortzetting van de reeksen, zijn de uitkomsten over 2001 (uit PCSII) en over
de voorgaande jaren (uit de schriftelijke enquÍtes) niet helemaal vergelijkbaar.
Vooral bij de verzoekschriftprocedures bij rechtbanken, zowel ingediende als
afgedane zaken, zijn in 2001 zaken opgenomen die bij de schriftelijke enquÍtes
Rechtspraak in Nederland 2004 21
Staat 2.1
Ingediende burgerlijke zaken naar college en soort procedure
1995 2000 2001 2002 2003 2004
x 1 000
Rechtbanken, sector kanton
dagvaardingsprocedure 264,3 294,01) 316,11) 311,9 1) 386,0 1) 460,01)
verzoekschriftprocedure 164,3 151,6 156,91) 191,5 1) 211,1 1) 218,11)
Rechtbanken, sector civiel
dagvaardingsprocedure 49,0 46,3 1) 49,3 1) 44,8 1) 46,6 1) 50,7 1)
verzoekschriftprocedure 104,1 118,1 137,6 1) 133,8 1) 140,9 1) 150,2 1)
verzoekschriftprocedure 132,41)
Gerechtshoven
dagvaardingsprocedure 5,2 5,2 5,3 1) 6,5 1) 7,4 1) 7,6 1)
verzoekschriftprocedure 3,3 3,8 4,1 1) 4,0 1) 4,6 1) 5,3 1)
Hoge Raad
dagvaardingsprocedure 0,4 0,4 0,4 0,3 0,3 0,4
verzoekschriftprocedure 0,2 0,2 0,1 0,1 0,2 0,1
1) Uit PCSII-systeem.
Bron: CBS.
niet zijn meegeteld. Het gaat om zaken betreffende surseance van betaling en
schuldsanering van natuurlijke personen en om zaken ter verlenging van de
uithuisplaatsing en de ondertoezichtstelling van minderjarigen. Om de reeksbreuken
te kwantificeren, zijn bij een beperkt aantal uitkomsten over 2000
naast de uitkomsten van de schriftelijke enquÍte ook de uitkomsten uit PCSII
gegeven.
2.2 Procedure
Voor elke zaak die men aanspant voor de kantonrechter mag de rechtzoekende
desgewenst zelf zijn belangen behartigen, of zich laten bijstaan door een
advocaat. Bij de Hoge Raad, het gerechtshof of de rechtbank sector civiel, moet
men zich laten vertegenwoordigen. Dit wordt gedaan door een bijzondere advocaat,
een procureur, die de zaak aanhangig kan maken. Het burgerlijk proces
begint met een dagvaarding of een verzoekschrift en eindigt met een
rechterlijke uitspraak.
2.2.1 Dagvaardingsprocedure
In de dagvaarding moeten onder meer de naam van de eisende en de gedaagde
partij staan, de aanleiding tot de eis en wat uiteindelijk door de eiser wordt
gevorderd. Meestal zal een gerechtsdeurwaarder de dagvaarding aan de gedaagde
in persoon of aan een van diens huisgenoten overhandigen.
22 Centraal Bureau voor de Statistiek
Contradictoire procesgang
Bij het op tegenspraak gevoerde proces vindt een opeenvolgende wisseling van
schriftelijke (bij kantonzaken ook wel mondelinge) conclusies plaats: stukken waarin
partijen hun argumenten naar voren brengen. Op de eerste zitting of op een latere
roldatum kan de (procureur van de) gedaagde partij verweer voeren door het indienen
van een conclusie van antwoord. Dit vormt het antwoord van de gedaagde op de
eis zoals die in de dagvaarding stond. Binnen twee weken hierna beslist de rechter
over een verschijning (comparitie) van de partijen op een terechtzitting. Als de rechter
geen comparitie heeft bevolen, mag de eiser reageren op de conclusie van antwoord
met een conclusie van repliek. Ten slotte heeft de gedaagde partij dan nog de
gelegenheid om te reageren met een conclusie van dupliek. Als de rechter wel een
comparitie heeft bevolen, dan wordt de mogelijkheid van repliek en dupliek alleen
geboden als de rechter dit noodzakelijk acht. Partijen mogen ook mondeling hun
zaak bepleiten. Dit gebeurt, behalve bij kort gedingen, zelden.
Vervolgens bepaalt de rechter de dag waarop het vonnis wordt uitgesproken. Als de
rechter van mening is dat nader onderzoek van belang is, kan hij ook een tussenvonnis
wijzen. In een tussenvonnis (interlocutoir vonnis) wordt bijvoorbeeld een getuigenverhoor
of deskundigenonderzoek gelast. De rechter kan vervolgens een eindvonnis uitspreken.
Partijen kunnen ook in de loop van het proces een schikking bereiken. Ze
kunnen dan besluiten om de zaak niet verder voort te zetten en de zaak leidt dan niet
tot een eindvonnis.
Verschijnt de gedaagde niet op de rechtszitting, dan zal de rechter vaststellen
dat gedaagde niet is verschenen en verstek verlenen. Meestal zal de rechter
dan de eis van de eisende partij toewijzen. Verschijnt de gedaagde wel, dan
verloopt het geding op tegenspraak. Dit wordt ook wel contradictoire procesvoering
genoemd. De gedaagde partij voert verweer tegen de vordering of het
verzoek van de eiser/verzoeker.
Binnen de dagvaardingsprocedures neemt het kort geding een aparte plaats
in. Het kort geding geeft de voorzieningenrechter de mogelijkheid in spoedeisende
zaken een voorziening te treffen. De uitspraak is voorlopig; partijen
kunnen eventueel in een gewone rechtbankprocedure (de zogeheten bodemprocedure)
alsnog een definitieve uitspraak vragen.
Rechtspraak in Nederland 2004 23
Staat 2.2
Eindvonnissen burgerlijke zaken (dagvaardingsprocedures) naar college
1995 2000 20011) 2002 1) 2003 1) 2004 1)
x 1 000
Rechtbanken, sector kanton 215,7 235,4 254,7 255,6 318,8 382,3
Rechtbanken, sector civiel 34,8 30,2 29,2 30,4 32,0 34,6
w.o.
in kort geding 9,6 9,2 8,5 9,0 8,4 8,1
Gerechtshoven 3,3 3,2 3,4 3,5 3,9 4,3
1) Uit PCSII-systeem.
Bron: CBS.
2.1 Burgerlijke zaken in kort geding bij rechtbanken, sector civiel
Ingediend Eindvonnis
1990 1991 1992 1993 1994 1995 1996 1997 1998 1999 2000 2001 2002
Bron: CBS.
20
10
0
x 1 000
2003 2004
5
15
Zaken waarover een kort geding wordt gevoerd, zijn bijvoorbeeld ontruimingen
van woningen, dringende onderhoudsklachten bij huurwoningen en stakingen.
In kort geding kan ook worden afgedwongen dat het uitvoeren van
een uitgesproken vonnis wordt geschorst totdat de zaak in hoger beroep heeft
gediend.
In 2004 zijn bij de rechtbanken in de sector civiel 13,8 duizend kort gedingen
ingediend en zijn door een eindvonnis 8,1 duizend kort gedingen afgedaan.
De laatste tien jaar hebben burgers in belangrijke mate gebruik gemaakt van de
mogelijkheid via het voeren van een kort geding een beslissing van de rechter te
verkrijgen.
2.2.2 Verzoekschriftprocedure
Een verzoekschriftprocedure start de burger in die gevallen, waarin de wet
voorschrijft zich door middel van een verzoekschrift tot de rechter te wenden.
Voorbeelden hiervan zijn het uitspreken van een adoptie, de benoeming van
een voogd en ondercuratelestelling. De wet gebruikt in dat geval de term verzoek
in plaats van een vordering, zoals bij de dagvaardingsprocedure.
De verzoekschriftprocedure maakt, in tegenstelling tot de dagvaardingsprocedure,
geen gebruik van uitwisseling van conclusies. De tegenpartij (verweerder)
kan een verweerschrift opstellen. De verplichte procesvertegenwoordiging
geldt niet voor de verweerder.
24 Centraal Bureau voor de Statistiek
2.2 Ingediende burgerlijke zaken bij rechtbanken, sectoren kanton en civiel, naar soort procedure
1995
Verzoekschrift Dagvaarding
Sector kanton
Bron: CBS.
Sector civiel Sector kanton Sector civiel
500
400
300
200
100
0
aantal x 1 000 2004
600
700
2.2.3 Uitspraak
Na het voeren van een proces zal de rechter in een eindvonnis (bij een dagvaardingsprocedure)
of een eindbeschikking (bij een verzoekschriftprocedure)
vastleggen wie hij in het conflict gelijk geeft. Om er voor te zorgen dat de uit
het vonnis voortvloeiende verplichtingen ook daadwerkelijk bij de tegenpartij
bekend zijn, wordt het vonnis ‘betekend’. Partijen kunnen in beginsel tegen
het vonnis hoger beroep aantekenen, behalve voor zaken met een beperkt
geldelijk belang.
Als de partij aan wie de rechter verplichtingen ten opzichte van de tegenpartij
heeft opgelegd in gebreke blijft, dan zijn er dwangmiddelen zoals beslag op
loon of goederen. In dit soort situaties heeft de rechter ook wel de mogelijkheid
om tot gijzeling van de gedaagde over te gaan. De gedaagde wordt dan
opgesloten in een huis van bewaring totdat hij bereid is om de schuld te voldoen.
De maximale duur van gijzeling is ťťn jaar. Dit dwangmiddel wordt
niet zoveel toegepast. De rechter kan ook op verzoek van de eiser bepalen dat
de tegenpartij een dwangsom verbeurt als hij in gebreke blijft.
Als blijkt dat een gedaagde die niet is verschenen en dus ook geen verweer
heeft gevoerd, bezwaar heeft tegen het verstekvonnis zoals dat door de rechter
is uitgesproken, staat het rechtsmiddel verzet open. Dit verzet kan worden
gedaan tegen ieder verstekvonnis. De gedaagde kan in het algemeen binnen
twee weken na betekening van het vonnis verzet aantekenen bij dezelfde rechter.
De procedure bij de rechter verloopt vervolgens op vrijwel dezelfde wijze
als de dagvaardingsprocedure.
Naast een vonnis of beschikking waarin de rechter de vordering wel of niet toewijst,
zijn er ook andere uitspraken mogelijk. Zo kan de rechter de nietigheid
van de dagvaarding uitspreken als de dagvaarding niet voldoet aan de daaraan
in de wet gestelde eisen. Verder kan de rechter zich onbevoegd verklaren om
van de vordering kennis te nemen als de behandeling van de vordering niet tot
zijn competentie behoort. De rechter kan de eiser ook niet-ontvankelijk in zijn
vordering verklaren als de eiser geen of onvoldoende belang heeft bij de vordering
of als de vordering niet tot een toewijzing kan leiden.
2.3 Rechtbank
De rechtbank neemt in eerste aanleg kennis van de burgerlijke zaken. Deze
worden behandeld door de sector kanton als het eenvoudige zaken betreft.
Als de zaak ingewikkelder is, wordt deze behandeld door de sector civiel.
2.3.1 Rechtbank, sector kanton
In 2004 zijn bij de kantonrechters bijna 700 duizend burgerlijke zaken ingediend
en zijn er bijna 600 duizend afgedaan door middel van een einduitspraak.
Ten opzichte van 2003 is het aantal ingediende dagvaardingszaken
flink gestegen. Ook het aantal verzoekschriftprocedures is toegenomen.
Rechtspraak in Nederland 2004 25
Vanaf juli 1998 worden beschikkingen in het kader van de Algemene Bijstandwet
behandeld door de bestuursrechter. De kantonrechters zijn exclusief belast
met alle rechtsgeschillen over arbeidszaken. Het gaat voornamelijk om
ontbinding van de arbeidsovereenkomst wegens gewichtige redenen (art.
7:685 BW). De figuur geeft een beeld van de ontwikkeling van dit soort zaken.
2.3.2 Rechtbank, sector civiel
In 2004 zijn bij de rechtbanken in de sector civiel ruim 200 duizend zaken ingediend
en zijn bijna 170 duizend zaken door de rechter afgedaan door middel
van een eindvonnis of eindbeschikking. In de huidige rechtspraak nemen de
verzoekschriftprocedures zowel in betekenis als in aantal toe. In echtscheidingszaken
is vanaf 1993 de dagvaardingsprocedure vervangen door een verzoekschriftprocedure
(30 ŗ 40 duizend ingediende zaken per jaar). Dit heeft
eraan bijgedragen dat het aantal verzoekschriftprocedures is gestegen.
26 Centraal Bureau voor de Statistiek
Staat 2.3
Ingediende en afgedane burgerlijke zaken bij rechtbanken, sector kanton naar soort procedure en wijze van afdoening
1995 2000 20011) 2002 1) 2003 1) 2004 1)
x 1 000
Dagvaardingsprocedure
Ingediend 264,3 294,01) 316,1 311,9 386,0 460,0
Ingetrokken 38,7 44,3 1) 44,1 43,2 47,4 57,6
Afgedaan bij eindvonnis 215,7 235,4 254,7 255,6 318,8 382,3
Op andere wijze beŽindigd 10,9 10,5 11,9 15,2 14,8 16,1
Verzoekschriftprocedure
Ingediend 164,3 151,6 156,9 191,5 211,1 218,1
Ingetrokken 3,3 . 4,4 5,2 2,5 3,3
Afgedaan bij eindbeschikking 149,4 129,1 145,6 178,8 201,8 206,2
w.v.
familiezaken 73,9 89,7 101,5 112,3 123,9 135,3
w.o.
regeling voogdij 25,9 23,2 26,3 29,4 29,2 32,4
niet-familiezaken 75,5 39,4 44,1 66,4 77,8 70,9
w.o.
arbeidszaken ex art. 7:685 BW 46,3 31,1 38,9 63,3 74,8 68,2
Algemene Bijstandswet 17,5 3,0 0,9 0,1 0,0 0,0
Op andere wijze beŽindigd 8,5 5,0 3,9 5,2 5,5 5,5
1) Uit PCSII-systeem.
Bron: CBS.
Rechtspraak in Nederland 2004 27
2.3 Arbeidszaken ex art. 7a:1639w BW (oud) /ex art. 7:685 BW
Ingediend Afgedaan bij beschikking
80
Bron: CBS.
70
60
50
40
30
20
10
0
x 1 000
1990 1991 1992 1993 1994 1995 1996 1997 1998 1999 2000 2001 2002 2003 2004
Staat 2.4
Ingediende en afgedane burgerlijke zaken bij rechtbanken, sector civiel naar soort procedure en wijze van afdoening
1995 2000 20011) 2002 1) 2003 1) 2004 1)
x 1 000
Dagvaardingsprocedure
Ingediend 49,0 46,3 1) 49,3 44,8 46,6 50,7
w.o.
kort gedingen 13,2 11,2 15,0 14,9 14,0 13,8
Afgedaan bij eindvonnis 34,8 30,2 29,2 30,4 32,0 34,6
w.o.
in kort geding, contradictoir 6,8 6,7 6,1 6,6 6,4 6,1
in kort geding, bij verstek 2,8 2,5 2,4 2,4 2,0 2,0
Verzoekschriftprocedure
Ingediend 104,1 118,1 137,6 133,8 140,9 150,2
Ingediend 132,41)
Afgedaan bij eindbeschikking 94,1 100,5 121,2 123,1 126,4 135,2
Afgedaan bij eindbeschikking 113,61)
w.o.
echtscheidingszaken 37,2 35,8 36,9 34,0 31,9 32,2
Wet BOPZ 8,5 11,0 12,2 13,4 14,4 16,0
1) Uit PCSII-systeem.
Bron: CBS.
De rechtbank doet ook uitspraak in kinderzaken, waar hij maatregelen ter bescherming
van het kind vastlegt, zoals voogdij en ondertoezichtstelling. Kinderbeschermingsmaatregelen
worden desnoods uitgesproken tegen de wil
van ouders of kind. De rechter moet het minderjarige kind van 12 jaar of ouder
oproepen om te worden gehoord. Is het kind jonger dan 12 jaar dan hoeft
dat niet. Zonodig zal de rechter advies vragen aan de Raad voor de Kinderbescherming.
De rechtbank neemt ook een besluit op het verzoek van een (echt)paar of individuele
persoon dat/die een kind wil adopteren. In 1956 is de Adoptiewet van
kracht geworden. Daarin is de mogelijkheid een kind te adopteren wettelijk
geregeld. Het kind wordt via een verzoekschriftprocedure bij de rechtbank het
wettig kind van de adoptiefouders.
In de loop van de jaren is deze Adoptiewet een aantal malen aangepast. Zo is
het sinds 1979 wettelijk mogelijk een stiefkind te adopteren, de zogenoemde
‘stiefouderadoptie’. Dit is de adoptie van een kind door een echtpaar waarvan
een van beide partners al de wettige of natuurlijke vader of moeder van het
kind is. Niet-stiefouderadopties worden aangeduid als ‘gewone’ adopties. In
1998 is in de wet onder andere de mogelijkheid opgenomen voor een adoptie
door ťťn persoon.
Vanaf 2001 kunnen ook twee personen van hetzelfde geslacht samen een kind
adopteren. Voorwaarde daarbij is dat het kind uit Nederland komt, omdat is
aangenomen dat geen enkele buitenlandse staat zou meewerken aan een
adoptie door een paar van gelijk geslacht.
In 2004 is in 18 procent van het totale aantal geadopteerde kinderen sprake
van een stiefouderadoptie. Stiefouderadoptie vindt het meest plaats bij Nederlandse
kinderen. Van de 296 in 2004 geadopteerde kinderen met de Nederlandse
nationaliteit is bijna 75 procent stiefouderlijk geadopteerd.
28 Centraal Bureau voor de Statistiek
Staat 2.5
Kinderbeschermingsmaatregelen
1995 2000 2001 2002 2003 2004
Voogdij
Onder voogdij gesteld 2 488 7 361 6 164 4 351 2 241 1 368
Op 31/12 onder voogdij staand 8 381 16 668 17 421 15 424 12 074 9 725
Voorlopige voogdij
Onder voorlopige voogdij gesteld 190 225 290 334 412 549
Op 31/12 onder voorlopige voogdij staand 136 162 138 154 189 186
Ondertoezichtstelling
Onder toezicht gesteld 4 625 5 513 4 957 5 378 6 670 6 745
Op 31/12 onder toezicht staand 16 777 20 955 20 605 20 429 21 415 22 243
Bron: CBS.
Van de 1 072 buitenlandse kinderen die in 2004 via Nederlandse rechtbanken
zijn geadopteerd, is 57 procent uit China afkomstig.
Sinds 1998 kunnen buitenlandse kinderen in Nederland ook worden geadopteerd
via het Haags Adoptieverdrag. Dit gebeurt zonder tussenkomst van Nederlandse
rechtbanken. Daarom zijn de aantallen niet in deze publicatie opgenomen.
Rechtspraak in Nederland 2004 29
Staat 2.6
Geadopteerde kinderen naar herkomst en soort adoptie
1995 2000 2001 2002 2003 2004
Totaal 1) 1 055 989 1 119 1 233 1 161 1 368
w.v.
Nederlandse kinderen 332 114 236 360 286 296
w.v.
‘gewone’ adoptie 54 23 68 34 29 76
stiefouderadoptie 278 91 168 326 257 220
Buitenlandse kinderen 2) 723 875 883 873 875 1 072
1) Inclusief nationaliteit onbekend.
2) Exclusief Haags Adoptieverdrag.
Bron: CBS.
2.4 Geadopteerde kinderen (excl. Haags Adoptieverdrag) naar herkomst
Nederland
Overig Amerika
700
1995
Bron: CBS.
2004
kinderen
400
300
200
100
0
Overig Europa
Zuid-Korea
Afrika
China
BraziliŽ
Sri Lanka
Colombia
Overig AziŽ
500
600
2.4 Gerechtshof
Eťn van de hoofdbeginselen van het (burgerlijk) recht is het onderzoek in
twee instanties. Dit houdt in dat partijen als regel recht hebben op een nieuwe
behandeling van de zaak door een hogere rechter, als zij het niet eens zijn met
de uitspraak van de eerste rechter. De beroepsrechter zal kijken of de lagere
rechter alle feiten goed heeft geÔnterpreteerd en of er voldoende bewijs is geweest.
In het hoger beroep kan een zaak in zijn geheel opnieuw worden beoordeeld.
Er kan dus ook een nieuw onderzoek naar de feiten plaatsvinden.
Tegen alle vonnissen van de rechtbank, zowel die van de sector kanton, als
van de sector civiel, kan hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof.
Het aantal ingediende dagvaardingszaken bij de gerechtshoven is van 2003 op
2004 gestegen van 7,4 duizend naar 7,6 duizend.
Hoger beroep van een vonnis wordt door middel van een dagvaarding in
gang gezet, terwijl hoger beroep van een beschikking met een verzoekschrift
wordt ingesteld. De inzet is de vernietiging van de eerder gewezen uitspraak.
De eisende of verzoekende partij heet bij het gerechtshof de appellant. Bij een
dagvaardingszaak heet de gedaagde partij de geÔntimeerde, terwijl er bij een
verzoekschriftprocedure een of meer belanghebbenden zijn. Het is goed mogelijk
dat de rolverdeling van partijen is omgedraaid ten opzichte van de behandeling
in eerste instantie, bij de rechtbank. In een dagvaardingszaak bij het
hof heet de uitspraak van de rechter een arrest. Een verzoekschriftprocedure
wordt in de regel afgedaan met een beschikking.
30 Centraal Bureau voor de Statistiek
2.5 Burgerlijke zaken (dagvaardingsprocedures) in hoger beroep (excl. pachtzaken) bij gerechtshoven
Ingediend BeŽindigd bij arrest
7
Bron: CBS.
6
4
2
0
5
3
1
x 1 000
8
1990 1991 1992 1993 1994 1995 1996 1997 1998 1999 2000 2001 2002 2003 2004
2.5 Hoge Raad
De Hoge Raad der Nederlanden is de hoogste rechterlijke instantie binnen de
‘gewone’ rechterlijke macht in Nederland. De Hoge Raad is bevoegd om beslissingen
van lagere rechters te vernietigen, wanneer zij de procesregels niet
in acht hebben genomen of als hun beslissingen niet in overeenstemming zijn
met het geldend recht. Een zaak kan aan de Hoge Raad worden voorgelegd
door (een van) de civiele procespartijen. Gedurende de hele procedure is procesvertegenwoordiging
door een advocaat die is ingeschreven bij de rechtbank
in ’s-Gravenhage, verplicht.
De Hoge Raad kan de eiser niet-ontvankelijk verklaren, het cassatieberoep gegrond
verklaren of het beroep verwerpen. Als het cassatieberoep gegrond
wordt verklaard, dan wordt de bestreden rechterlijke uitspraak vernietigd.
Meestal wijst de Hoge Raad na vernietiging van een uitspraak een lagere rechter
aan om de zaak verder te behandelen. De behandeldeling moet dan worden
voortgezet met inachtneming van de uitspraak van de Hoge Raad. Als
voor een einduitspraak bijna geen beslissingen meer genomen behoeven te
worden, dan doet de Hoge Raad de zaak zelf af. Het beroep wordt verworpen
als de Raad geen grond ziet tot cassatie. Het verwerpen van een cassatieberoep
is de meest voorkomende beŽindigingsvorm bij zaken die door de Hoge
Raad worden behandeld.
Rechtspraak in Nederland 2004 31
Staat 2.7
Ingediende en afgedane burgerlijke zaken in hoger beroep bij gerechtshoven naar soort procedure en wijze van
afdoening 1)
1995 2000 20011) 2002 1) 2003 1) 2004 1)
x 1 000
Dagvaardingsprocedure
Ingediend 5,2 5,2 5,3 6,5 7,4 7,6
Afgedaan bij arrest 3,3 3,2 3,4 3,5 3,9 4,3
Op andere wijze beŽindigd 1,9 1,5 1,6 1,6 2,7 2,9
Verzoekschriftprocedure
Ingediend 3,3 3,8 4,1 4,0 4,6 5,3
Afgedaan bij beschikking 3,1 3,1 3,0 3,5 3,9 4,5
Op andere wijze beŽindigd 0,3 0,4 0,6 0,5 0,5 0,5
1) Exclusief pachtzaken.
2) Uit PCSII-systeem.
Bron: CBS.
32 Centraal Bureau voor de Statistiek
Staat 2.8
Ingediende en afgedane burgerlijke zaken bij de Hoge Raad naar soort procedure en wijze van afdoening
Dagvaardingsprocedure Verzoekschriftprocedure
1995 2000 2001 2002 2003 2004 1995 2000 2001 2002 2003 2004
Op 1 januari aanhangig 302 582 629 599 539 446 83 187 133 113 95 120
In de loop van de periode
Ingediend 351 350 360 340 320 355 165 172 145 100 151 145
BeŽindigd
eindarrest/ eindbeschikking 280 265 339 371 375 344 143 213 150 115 115 122
op andere wijze 31 38 40 27 38 35 11 13 12 3 11 9
Aan het eind van de periode
aanhangig 342 629 599 539 446 422 94 133 113 95 120 134
Bron: CBS.
3. Bestuursrechtspraak
3.1 Algemeen
Bestuursrecht is het geheel van bestuurlijke regels, inclusief de mogelijkheid
om invloed uit te oefenen door middel van inspraak en met als sluitstuk de bescherming
tegen het optreden van de overheid. De overheid is zich met steeds
meer zaken in de samenleving gaan bemoeien. Denk aan ruimtelijke ordening,
milieu of sociaal-economisch beleid. Dit levert regels op voor inspraak voor de
burgers, maar ook mogelijkheden om bezwaar te maken tegen het verlenen of
weigeren van een vergunning of een subsidie. Voor bezwaar en beroep is een
vaste procedure vastgelegd in de Algemene wet bestuursrecht. Deze procedure
houdt in dat een belanghebbende bezwaar kan instellen tegen een besluit van
een bestuursorgaan. Tegen een besluit op een bezwaar kan beroep worden
ingediend bij de sector bestuursrecht van de rechtbank. Bij een hoger beroepsinstantie,
zoals de Centrale Raad van Beroep, de Afdeling Bestuursrechtspraak
van de Raad van State en het College van Beroep voor het Bedrijfsleven,
kan beroep worden aangetekend tegen een besluit van de rechtbank. Deze beroepsinstanties
zijn de hoogste rechtsprekende instanties voor geschillen waarop
de Algemene wet bestuursrecht (Awb) van toepassing is. Tegen een uitspraak
van deze instanties is geen verder beroep mogelijk.
Het instituut bestuursrechter bestaat uit diverse colleges, die elk een of meer
speciale werkgebieden hebben, zoals belastingen, economische wetgeving of
sociale verzekeringswetten. In de wet is steeds aangegeven welke rechter (dus
welk college) bevoegd is over een bepaald geschil te oordelen. In de meeste
gevallen is de bestuursrechter bij de rechtbank degene aan wie een zaak in eerste
instantie wordt voorgelegd. Voor enkele wetten is dat een rechter bij een
andere instantie, zoals bij de Centrale Raad van Beroep of het College van Beroep
voor het Bedrijfsleven.
De werkzaamheden van het College van Beroep voor het Bedrijfsleven zijn geregeld
in de Wet bestuursrechtspraak bedrijfsorganisatie. Op grond van die
wet is beroep mogelijk tegen besluiten van product- en bedrijfschappen. In
tientallen bestuursrechtelijke wetten staat dat men voor de beslechting van geschillen
terecht kan bij het College van Beroep voor het Bedrijfsleven. Dit college
spreekt in bijna al deze zaken recht in eerste en enige instantie. Het
College is hoger beroepsinstantie voor onder meer de Mededingingswet en de
Telecommunicatiewet en is tuchtrechter in appel voor onder andere de Wet
tuchtrechtspraak bedrijfsorganisaties.
De regeling van de belastingrechtspraak staat in de Algemene wet bestuursrecht,
de Algemene wet inzake rijksbelastingen en het Besluit Beroep in Belastingzaken
2000. Onlangs is de procedure in belastingzaken gewijzigd. Met
ingang van 1 januari 2005 komen in eerste aanleg de zaken bij de rechtbank,
Rechtspraak in Nederland 2004 33
sector bestuursrecht. Hoger beroep volgt bij de belastingkamer van het gerechtshof.
Daarna is nog cassatieberoep mogelijk bij de belastingkamer van de
Hoge Raad. De uitkomsten van de zaken in deze publicatie zijn nog tot stand
gekomen volgens de oude procedure (ťťn feitelijke instantie bij het gerechtshof
en cassatie bij de Hoge Raad).
Niet alle geschillen waarbij een overheidsorgaan is betrokken kunnen bij de
bestuursrechter worden aangekaart. In die gevallen (onteigeningszaken bijvoorbeeld)
kan de gewone rechter optreden.
3.2 Procedure bij de bestuursrechter
In grote lijnen begint de procedure bij de bestuursrechter met het vooronderzoek
door de rechter, gevolgd door het onderzoek op de zitting. Dit is de mondelinge
behandeling in een openbare rechtszitting. Na afsluiting van het
onderzoek doet de rechter mondeling of schriftelijk uitspraak. Dit heet de gewone
behandeling. Naast de gewone behandeling bestaat er een aantal varianten
in de procesgang bij de bestuursrechter.
Ten eerste kan het onderzoek op de zitting achterwege blijven als alle partijen
daarmee instemmen. De rechter doet na afronding van het onderzoek (schriftelijk)
uitspraak (vereenvoudigde behandeling). Een tweede mogelijkheid is
een versnelde behandeling in spoedeisende gevallen met verkorte termijnen
en versnelde procedures. De derde manier komt voor wanneer van meet af
aan duidelijk is wat de uitslag van de procedure zal zijn. In dat geval kan de
rechter beslissen tot een vereenvoudigde afdoening van de zaak. Zonder toestemming
van partijen doet hij dan uitspraak zonder onderzoek op de zitting.
Omdat degene die in beroep komt in principe recht heeft op een openbare behandeling
van de zaak, kan hij tegen deze uitspraak in verzet komen bij de
rechtbank. Wordt het verzet gegrond bevonden, dan volgt alsnog een gewone
behandeling bij dezelfde rechter.
In het bestuursrecht is het niet mogelijk te voorkomen dat het bestuur een bepaald
besluit neemt. Als echter het besluit is genomen en men heeft bezwaar
aangetekend, dan kan in spoedeisende gevallen via de voorlopige voorziening
worden geprobeerd de uitvoering van het besluit te blokkeren.
In sommige gevallen staat na het beroep bij de rechter nog hoger beroep open
bij een hoger rechtscollege. Voor zaken die zijn behandeld door de sector bestuursrecht
van de rechtbank staat hoger beroep open op de afdeling bestuursrechtspraak
van de Raad van State. Bij sociale verzekeringszaken en ambtenarenzaken
kan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep.
Tegen een uitspraak over schorsing of een voorlopige voorziening is geen hoger
beroep mogelijk. Evenmin staat hoger beroep open tegen uitspraken van
een rechter die als eerste en enige instantie is aangewezen, zoals de Centrale
Raad van Beroep voor een aantal pensioenwetten. Dit geldt ook voor de afdeling
bestuursrechtspraak van de Raad van State voor zover deze als eerste en
enige instantie rechtspreekt.
34 Centraal Bureau voor de Statistiek
Na het onderzoek van de zaak volgt de uitspraak, waarin de rechter zijn oordeel
geeft over het geschil. Er is een aantal mogelijkheden:
– de rechter acht het beroep niet-ontvankelijk (beroepstermijn verstreken,
griffierecht niet betaald, ontbrekende gegevens niet aangevuld);
– de rechter verklaart het beroep ongegrond (het bestreden besluit is niet onrechtmatig);
– de rechter vindt het beroep gegrond (het bestreden besluit is onrechtmatig).
In het laatste geval zal de rechter regelen op welke manier het nadeel kan worden
weggenomen, bijvoorbeeld door het bestreden besluit geheel of gedeeltelijk
te vernietigen en vervolgens het bestuur op te dragen een nieuw besluit te
nemen. Als schadevergoeding is gevraagd, kan de rechter ook daarover een
beslissing nemen.
Bij de bestuursrechtspraak is het geschrift waarmee de procedure begint een beroepschrift
dat bij de bestuursrechter wordt ingediend. Dit betekent dat de burger
die in beroep gaat bij de bestuursrechter geen kosten hoeft te maken voor
een deurwaarder. Bovendien is er geen verplichte procesvertegenwoordiging:
hij hoeft ook geen kosten te maken voor een advocaat of procureur. Griffierecht
is altijd verschuldigd als men bij de bestuursrechter in beroep gaat.
3.2.1 Rechtbank, sector bestuursrecht
Sinds de invoering van de Algemene wet bestuursrecht in het begin van de jaren
negentig is de algemene bestuursrechtspraak in eerste aanleg opgedragen
aan de rechtbanken. De sector bestuursrecht van de rechtbank beslist nu (in
beginsel) in eerste instantie over geschillen met de overheid. Met deze invoering
is de competentie van deze rechter uitgebreid. Ook bijstandszaken en
vreemdelingenzaken komen terecht bij de rechtbank. In de gegevens over de
sector bestuursrecht ontbreekt op dit moment nog de informatie van de vreemdelingenkamer.
Een groot deel van het beroep op de bestuursrechter bestaat uit geschillen
over sociale verzekeringswetten. In 1995 heeft bijna 70 procent van de nieuw
ingediende beroepen (exclusief vreemdelingenzaken) hierop betrekking, in de
periode tot 2001 is het aandeel gezakt naar 37 procent. In 2004 wordt 42 procent
van de zaken ingediend wegens een geschil over sociale verzekeringswetten.
Ongeveer 13 procent van de in 2004 ingediende zaken heeft betrekking op
de bijstand.
Ambtenarenzaken bij de rechtbank vormen een klein deel van het totale aantal
zaken. In 2004 heeft nog slechts 8 procent van het totale aantal ingediende zaken
bij de bestuursrechter betrekking op ambtenarenzaken. De overige beroepen
zijn vaak beroepen tegen wetten en regelingen in het algemeen en tegen
gemeentelijke besluiten in het bijzonder.
Rechtspraak in Nederland 2004 35
36 Centraal Bureau voor de Statistiek
Staat 3.1
Rechtbanken, sector bestuursrecht: ingediende beroepen Algemene wet bestuursrecht naar regelgeving1)
1995 2000 2001 2002 2003 2004
x 1 000
Totaal ingediend 65,4 37,6 38,6 42,7 45,3 48,3
Ambtenarenzaken 4,4 3,1 2,8 2,8 3,1 3,7
w.o.
Ambtenarenwet 3,4 2,5 2,4 2,5 2,6 3,3
Sociale Verzekeringswetten 43,6 14,3 14,3 18,3 19,3 20,3
w.o.
Arbeidsongeschiktheidswetten 2) 32,7 5,8 6,5 8,8 8,9 9,1
Bijstandszaken 4,4 4,7 4,3 4,2 4,7 6,3
w.o.
Algemene bijstandswet 2,0 4,6 4,2 4,1 4,6 2,7
Wet werk en bijstand 3,4
Bouwzaken 3,2 4,1 4,4 4,2 4,4 4,1
Overig 8,3 10,8 12,1 12,5 13,1 13,0
Onbekend 1,5 0,6 0,6 0,6 0,7 0,9
1) Excl. Vreemdelingenzaken.
2) Excl. Premiezaken.
Bron: CBS.
3.1 Rechtbanken, sector bestuursrecht: ingediende beroepen naar soort regelgeving1)
Overige
Bijstandszaken
Ambtenarenzaken
Onbekend
Bouwzaken
Sociale Verzekeringswetten2)
7%
1)
2)
Excl. Vreemdelingenzaken.
Excl. Premiezaken.
Bron: CBS.
1995 2004
66%
7%
5%
13%
2% 8%
41%
27%
2%
13%
9%
Rechtspraak in Nederland 2004 37
Staat 3.2
Rechtbanken, sector bestuursrecht: beroepen Algemene wet bestuursrecht naar regelgeving1)
In de loop van de periode
ingediend afgedaan door
uitspraak in uitspraak in overig totaal
vereen- gewone of (intrekking,
voudigde versnelde verwijzing)
behande- behandeling
ing of buiten
zitting of
voorlopige
voorziening
x 1 000
1995 65,4 21,4 36,5 19,7 77,6
2000 37,6 3,5 25,6 9,3 38,4
2001 38,6 3,9 25,9 10,4 40,2
2002 42,7 4,2 25,9 10,9 41,0
2003 45,3 4,3 28,8 11,5 44,6
2004 48,3 4,2 31,2 12,5 47,8
Ambtenarenzaken 3,7 0,3 2,1 1,1 3,4
w.o.
Ambtenarenwet 3,3 0,2 1,8 1,0 3,0
Sociale Verzekeringswetten 20,3 1,8 14,4 4,8 21,0
w.o.
Arbeidsongeschiktheidswetten2) 9,1 0,8 6,7 2,3 9,7
Bijstandszaken 6,3 0,4 3,6 1,2 5,2
w.o.
Algemene bijstandswet 2,7 0,3 2,6 0,6 3,5
Wet werk en bijstand 3,4 0,1 0,9 0,5 1,5
Bouwzaken 4,1 0,2 2,9 1,0 4,1
Overig 13,0 1,2 8,2 4,0 13,3
Onbekend 0,9 0,3 0,1 0,4 0,8
1) Excl. Vreemdelingenzaken.
2) Excl. Premiezaken.
Bron: CBS.
De meeste beroepen worden afgedaan door uitspraak in een gewone of versnelde
behandeling, buiten zitting of voorlopige voorziening. Daarnaast vinden
er relatief veel verwijzingen en intrekkingen plaats. Over het algemeen
worden drie van elke tien afgedane beroepen gegrond verklaard. Een op de
vijf verzoeken om een voorlopige voorziening wordt geheel of gedeeltelijk
toegewezen.
38 Centraal Bureau voor de Statistiek
Staat 3.3
Rechtbanken, sector bestuursrecht: uitspraken in beroepen Algemene wet bestuursrecht naar regelgeving1)
Vereenvoudigde
behandeling
Gewone of versnelde
behandeling
Voorlopige voorziening
totaal w.o. totaal w.o. totaal w.o.
kennelijk kennelijk onge- gegrond afge- geheel of
onge- gegrond grond wezen gedeelgrond
telijk
toegewezen
x 1 000
1995 21,4 0,5 15,6 32,0 17,8 13,5 4,5 2,9 1,1
2000 3,5 0,4 0,7 20,4 12,3 7,0 5,2 3,6 1,2
2001 3,9 0,4 0,7 20,7 12,9 6,6 5,2 3,7 1,0
2002 4,2 0,7 0,8 20,2 13,0 6,2 5,7 4,0 1,1
2003 4,3 0,7 0,7 22,7 14,6 6,7 6,1 4,2 1,1
2004 4,2 0,7 0,7 25,3 15,6 8,1 5,9 4,0 1,2
Ambtenarenzaken 0,2 0,0 0,1 1,7 0,9 0,6 0,4 0,3 0,1
Sociale Verzekeringswetten 1,8 0,4 0,3 13,8 8,8 4,4 0,6 0,4 0,1
Bijstandszaken 0,4 0,1 0,1 2,3 1,5 0,7 1,2 0,9 0,2
Bouwzaken 0,2 0,0 0,1 1,8 1,0 0,6 1,1 0,8 0,2
Overig 1,2 0,2 0,2 5,6 3,3 1,8 2,5 1,7 0,6
Onbekend 0,3 0,0 0,0 0,1 0,0 0,0 0,1 0,0 0,0
1) Excl. Vreemdelingenzaken.
Bron: CBS.
3.2.2 Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State
Tegen een einduitspraak van de rechtbank sector bestuursrecht staat in het algemeen
hoger beroep open bij de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad
van State. Deze afdeling is, behalve rechter in hoger beroep, voor een aantal
bijzondere wetten de eerste en enige rechter. Dat geldt bijvoorbeeld voor de
Wet op de Ruimtelijke Ordening, de Wet Milieubeheer en de Algemene Wet
Bijzondere Ziektekosten.
De bestuurlijke kort gedingprocedure is alleen mogelijk als er al beroep is ingesteld
bij de afdeling bestuursrechtspraak zelf. Aan de voorzitter van de afdeling
bestuursrechtspraak van de Raad van State kan worden gevraagd een
voorlopige voorziening te treffen, bijvoorbeeld schorsing van de beschikking
waarmee men het niet eens is.
In 2004 zijn er ruim 2,5 duizend hoger beroepszaken ingediend bij de Raad
van State krachtens de Algemene wet bestuursrecht; hiervan waren circa
0,3 duizend verzoeken om schorsingen en/of voorlopige voorzieningen.
Bij de bijzondere wetten zijn 3 duizend zaken in eerste en enige aanleg aan de
Raad voorgelegd.
In beide gevallen worden de meeste zaken ter zitting afgedaan.
Sinds 2001 behandelt de Raad van State ook de hoger beroepen op grond van
de nieuwe Vreemdelingenwet 2000. Hoger beroep kan de rechtzoekende alleen
instellen tegen besluiten die de bevoegde autoriteiten na 1 april 2001 hebben
genomen. In 2004 zijn 5,5 duizend hoger beroepszaken ingediend.
3.2.3 Centrale Raad van Beroep
Bij de Centrale Raad van Beroep kan hoger beroep worden ingesteld tegen uitspraken
van de sector bestuursrecht van de rechtbank op het terrein van het
ambtenarenrecht (inclusief pensioenen) en de sociale zekerheid (inclusief de
Algemene Bijstandswet). Deze bestuursrechter oordeelt als eerste en enige instantie
over zaken met betrekking tot sommige pensioenen en vergelijkbare
uitkeringen. Dit is in de desbetreffende wetten geregeld, zoals in de Spoorwegpensioenwet
of de Wet Uitkeringen Vervolgingsslachtoffers.
Het aantal ingediende zaken bij de Raad is ten opzichte van 1995 met 20 procent
afgenomen. De belangrijkste reden voor deze daling is de invoering van
de bezwaarschriftprocedure in alle sociale verzekeringswetten. In bijna de
helft van de beslissingen in hoger beroep wordt de aangevallen uitspraak door
de Centrale Raad van Beroep bevestigd.
Rechtspraak in Nederland 2004 39
40 Centraal Bureau voor de Statistiek
Staat 3.4
Raad van State: beroepen in eerste en enige aanleg en zaken in hoger beroep
1995 2000
hoofdzaak verzoeken hoofdzaak verzoeken
om schor- om schorsing
en/of sing en/of
voorlopige voorlopige
voorziening voorziening
x 1 000
Beroepen in eerste en enige aanleg krachtens speciale wetten1)
In de loop van de periode ingediend 5,8 1,9 2,1 1,5
Afgedaan 4,3 1,3 2,1 1,3
w.v.
met zitting 2,7 1,1 1,7 1,0
zonder zitting 1,6 0,2 0,4 0,3
Ingetrokken/op andere wijze beŽindigd 2,8 0,7 0,7 0,3
Hoger beroepzaken krachtens de Algemene wet Bestuursrecht
In de loop van de periode ingediend 0,7 0,1 1,9 0,2
Afgedaan 0,2 0,0 1,4 0,1
w.v.
met zitting 0,2 0,0 1,2 0,1
zonder zitting 0,1 0,0 0,3 0,0
Ingetrokken/op andere wijze beŽindigd 0,1 0,0 0,3 0,0
Hoger beroepzaken krachtens de Vreemdelingenwet
In de loop van de periode ingediend
Afgedaan
w.v.
met zitting
zonder zitting
Ingetrokken/op andere wijze beŽindigd
1) Onder meer de Wet op de Ruimtelijke Ordening, de Wet Milieubeheer en de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten.
Bron: CBS.
Rechtspraak in Nederland 2004 41
2001 2002 2003 2004
hoofdzaak verzoeken hoofdzaak verzoeken hoofdzaak verzoeken hoofdzaak verzoeken
om schor- om schor- om schor- om schorsing
en/of sing en/of sing en/of sing en/of
voorlopige voorlopige voorlopige voorlopige
voorziening voorziening voorziening voorziening
2,2 1,3 2,0 1,1 1,8 1,0 2,0 1,0
2,5 1,2 2,2 0,9 1,6 0,8 1,6 0,8
1,9 1,0 1,7 0,8 1,3 0,7 1,1 0,6
0,5 0,2 0,4 0,2 0,3 0,2 0,5 0,2
0,7 0,3 0,4 0,2 0,4 0,2 0,4 0,2
2,1 0,3 2,0 0,3 2,2 0,3 2,4 0,3
1,5 0,2 2,2 0,2 1,9 0,2 1,8 0,3
1,3 0,2 1,9 0,2 1,6 0,2 1,5 0,2
0,2 0,0 0,3 0,0 0,3 0,0 0,3 0,1
0,4 0,0 0,4 0,1 0,3 0,1 0,4 0,1
0,5 0,1 1,9 0,3 3,8 0,6 5,1 0,4
0,4 0,1 1,5 0,2 3,2 0,6 4,8 0,5
0,1 0,0 0,2 0,0 0,2 0,1 0,1 0,1
0,4 0,1 1,3 0,2 3,0 0,5 4,7 0,4
0,0 0,0 0,1 0,0 0,1 0,0 0,2 0,0
42 Centraal Bureau voor de Statistiek
Staat 3.5
Centrale Raad van beroep: zaken naar regelgeving en wijze van afdoening
In de loop van de periode
ingediend afgedaan door
uitspraak in uitspraak in overig totaal
vereen- gewone of (intrekking,
voudigde versnelde verwijzing)
behande- behandeling
ling of buiten
zitting of
voorlopige
voorziening
x 1 000
1995 9,3 0,4 3,8 4,2 8,4
2000 6,8 0,4 4,3 1,9 6,6
2001 6,7 0,4 4,8 1,8 6,9
2002 6,4 0,4 5,1 1,4 6,9
2003 6,5 0,4 4,9 1,4 6,7
2004 7,4 0,4 5,3 1,4 7,1
Ambtenarenzaken 0,9 0,0 0,7 0,2 0,9
Sociale Verzekeringswetten 5,1 0,3 3,1 0,9 4,3
Bijstandszaken 0,9 0,1 1,0 0,1 1,2
Pensioenzaken in 1e en enige aanleg 0,5 0,1 0,4 0,1 0,5
Overig 0,1 0,0 0,1 0,0 0,1
Onbekend 0,0 0 0,0 0,0 0,0
Bron: CBS.
3.2 Centrale Raad voor Beroep: uitspraken in gewone of versnelde behandeling
Gegrond in eerste en enige aanleg
Ongegrond in eerste en enige aanleg
Vernietiging aangevallen uitspraak in hoger beroep
Bevestiging aangevallen uitspraak in hoger beroep
21%
Bron: CBS.
1995 2004
49%
23%
61%
30%
8%
1%
7%
3.2.4 College van Beroep voor het Bedrijfsleven
Het College van Beroep voor het Bedrijfsleven is ingesteld om rechtsbescherming
te bieden op het terrein van de publiekrechtelijke bedrijfsorganisatie. In
deze organisatie is het bedrijfsleven geordend in bedrijfschappen, hoofdbedrijfschappen
en productschappen. De Sociaal-Economische Raad is het hoogste
orgaan in de publiekrechtelijke bedrijfsorganisatie.
Het College van Beroep voor het Bedrijfsleven oordeelt als eerste en enige instantie
over beroepen tegen een besluit of handeling van de Sociaal-Economische
Raad, een productschap, een bedrijfschap of enig ander bestuursorgaan
op dit terrein. Daarnaast is dit college bevoegd op grond van tientallen wetten
op het gebied van het economische bestuursrecht. Hiermee is dit college de
belangrijkste rechter op dit gebied. Het college is ook de beroepsinstantie voor
uitspraken van diverse tuchtrechtcolleges.
Beroepen die bij het College van Beroep voor het Bedrijfsleven binnenkomen
kunnen in aanmerking komen voor een ‘vereenvoudigde afdoening’. In dat
geval vindt geen openbare behandeling plaats. Tegen de beslissing in deze
procedure kan de appellant verzet aantekenen.
Het aantal ingediende en afgedane zaken is in de periode 1999–2001 redelijk
stabiel. In 2002 neemt het aantal ingediende zaken fors toe. Gedeeltelijk wordt
dit veroorzaakt door beroepen inzake het Besluit zand- en lŲssgronden en de
nasleep van de MKZ-crisis. In 2004 bedraagt het aantal ingediende zaken
1,2 duizend.
Rechtspraak in Nederland 2004 43
Staat 3.6
College van Beroep voor het Bedrijfsleven: zaken in beroep naar wijze van afdoening
In de loop van de periode
ingediend afgedaan door
uitspraken in uitspraken in ingetrokken, totaal
vereen- gewone of verwezen
voudigde versnelde
behande- behandeling
ling of voorlopige
voorziening
x 1 000
1995 1,6 0,4 0,5 0,5 1,4
2000 1,0 0,2 0,6 0,5 1,2
2001 1,1 0,1 0,8 0,4 1,3
2002 2,0 0,4 0,6 0,6 1,7
2003 1,4 0,3 0,8 0,5 1,6
2004 1,2 0,2 0,8 0,3 1,2
Bron: CBS.
3.3 Procedure bij de belastingrechter
Omdat het procesrecht in belastingzaken nogal verschilt van de overige bestuursrechtspraak
wordt hieraan op deze plaats extra aandacht besteed. Zo is
de openbaarheid in belastingzaken geen regel maar uitzondering (wanneer
een verhoging, ‘boete’, is opgelegd, is de boetebehandeling uiteraard volledig
openbaar) en is de belastingrechter meer tijd dan de gewone bestuursrechter
gegund te beslissen op bij hem ingediende bezwaarschriften (met een mogelijke
verlenging).
In paragraaf 3.1 is al gemeld dat de belastingrechtspraak met ingang van
1 januari 2005 principieel is gewijzigd. Er is nu belastingrechtspraak in twee feitelijke
instanties met de mogelijkheid tot beroep in cassatie. De uitkomsten in
deze publicatie bestrijken de periode tot en met 2004 waarvoor nog de inmiddels
verlaten regeling geldt, waarbij de belastingkamers bij de gerechtshoven
het beroep tegen beslissingen op bezwaar van de belastinginspecteurs en/of
lagere overheden in hun ressort behandelen.
3.3.1 Belastingkamers van het gerechtshof
Op 1 januari 1995 is de Wet Waardering Onroerende Zaken (Wet WOZ) inwerking
getreden. Dit betekent dat ťťn keer per vier jaar de waardebepaling van
onroerende zaken in het kader van deze wet ten behoeve van de belastingheffing
aanleiding kan geven tot bezwaar en uiteindelijk beroep bij de belastingkamers
van het hof. Uit de gegevens van de afgelopen jaren is af te leiden dat
dit een reden was voor een golf van zaken bij de hoven. In het jaar 2002 zijn er
ruim 12 duizend beroepen ingesteld tegen beslissingen op grond van de Wet
WOZ en tegen de onroerend zaakbelasting. Deze beroepen zijn daarmee goed
voor de helft van de beroepen bij de belastingkamers in 2002.
44 Centraal Bureau voor de Statistiek
Tabel 3.7
Gerechtshoven, belastingkamers: ingediende beroepen inzake belastingen
1995 2000 2001 2002 2003 2004
x 1 000
Totaal 18,6 14,6 17,7 24,0 14,7 15,5
Rijksbelastingen 13,6 11,1 10,2 9,0 8,7 9,9
w.o.
inkomstenbelasting en loonbelasting 8,0 6,0 5,9 5,5 5,2 6,0
motorrijtuigenbelasting 1,6 0,5 0,5 0,4 0,4 0,5
Belasting lagere overheden 4,7 3,4 7,4 14,9 5,9 5,5
w.o.
wet waardering onroerende zaken 1,7 0,9 5,2 12,3 3,1 1,5
verontreinigingsheffing 0,4 0,1 0,1 0,1 0,1 0,1
Bron: CBS.
Als het aantal beroepen op grond van de Wet WOZ en OZB buiten beschouwing
wordt gelaten, dan is het aantal beroepen inzake inkomsten- en loonbelasting
in deze jaren ongeveer 45 procent van het totaal. Het hof kan een zaak
niet ontvankelijk, gegrond of ongegrond verklaren. In 2004 bedraagt het aantal
beroepen dat als ongegrond wordt afgedaan rond de 45 procent. Ruim eenderde
van de afgedane beroepen is gegrond: de appellant krijgt geheel of
gedeeltelijk gelijk.
De behandeling door het hof eindigt met een mondelinge of schriftelijke uitspraak.
Wil men van deze uitspraak in cassatie gaan bij de Hoge Raad, dan is
een schriftelijke uitspraak nodig. Elk van de partijen kan een verzoek indienen
om de mondelinge uitspraak te vervangen door een schriftelijke.
3.3.2 Belastingkamer van de Hoge Raad
In belastingzaken kan men zonder procesvertegenwoordiging procederen bij
het beroep in cassatie bij de Hoge Raad. Alleen als de rechtzoekende de zaak
mondeling wil toelichten moet een advocaat dat doen. Wanneer de Hoge Raad
een zaak na behandeling heeft beŽindigd met een arrest, is daarmee de procesgang
afgelopen. De Raad kan het beroep afdoen door deze niet ontvankelijk te
verklaren, door verwerping van het beroep of door gehele of gedeeltelijke vernietiging
van het vonnis (ongegrond dan wel geheel of gedeeltelijk gegrond
verklaren van het beroep). Het is ook mogelijk dat de Hoge Raad de zaak naar
een gerechtshof terugwijst. Er volgt dan een nieuwe beroepsbehandeling met
wederom de mogelijkheid van beroep in cassatie.
Het merendeel van de zaken (acht op elke tien zaken) waarin de Hoge Raad in
cassatie uitspraak doet, wordt niet ontvankelijk verklaard of verworpen.
Ongeveer een op de tien zaken wordt teruggewezen naar een hof.
Rechtspraak in Nederland 2004 45
Staat 3.8
Gerechtshoven, belastingkamers: afgedane beroepen inzake belastingen naar wijze van afdoening
1995 2000 2001 2002 2003 2004
x 1 000
Totaal afgedaan 10,9 8,8 9,5 11,4 12,0 10,1
w.o
gegrond 2,9 2,9 3,3 3,7 4,2 3,5
ongegrond 5,0 3,6 4,3 5,0 5,5 4,6
Bron: CBS.
3.4 Enkele bijzondere procedures
Asielverlening
Nederland voert, net als de meeste andere landen, een beperkend toelatingsbeleid
voor vreemdelingen die zich voor langere tijd in het land willen vestigen.
Om toegang tot Nederland te krijgen, hebben vreemdelingen een geldige
verblijfstitel nodig, bijvoorbeeld een machtiging tot voorlopig verblijf. Onderdanen
van bepaalde landen, zoals de lidstaten van de Europese Unie, hebben
in beginsel zonder deze machtiging onbeperkt toegang tot Nederland. Bepaalde
andere categorieŽn vreemdelingen die voor een (tijdelijk) verblijf naar ons
land willen komen, zoals werknemers in loondienst, zelfstandige ondernemers,
au-pairs, studenten of stagiairs, moeten wel een machtiging tot voorlopig
verblijf aanvragen.
Een heel andere groep vreemdelingen die toegang tot Nederland willen krijgen,
zijn de personen die in Nederland asiel aanvragen: de asielzoekers. Zij
kunnen voor een verblijfsvergunning in aanmerking komen op grond van:
1. het Vluchtelingenverdrag van GenŤve en het Europees Verdrag tot Bescherming
van de Rechten van de Mens;
2. klemmende humanitaire redenen;
3. de omstandigheid dat terugkeer naar het land van herkomst zeer moeilijk is
vanwege de situatie ter plaatse, bijvoorbeeld een toestand van oorlog.
46 Centraal Bureau voor de Statistiek
Staat 3.9
Hoge Raad, belastingkamer: cassatieberoep inzake belastingen
In de loop van de periode
ingediend uitspraken
niet ont- verwerping gehele of gedeeltelijke
vankelijk vernietiging
beslissing ten verwijzing
principale
1995 841 103 437 70 113
2000 950 91 523 71 132
2001 1 105 113 481 58 97
20021) 1 063 62 495 77 100
2003 1 440 172 646 74 111
2004 1 086 125 704 92 124
1) Raming Hoge Raad.
Bron: CBS/Hoge Raad der Nederlanden.
Op 1 april 2001 is de nieuwe Vreemdelingenwet 2000 in werking getreden.
Een sterke vereenvoudiging van de procedures en een impliciet ontmoedigingsbeleid
voor asielzoekers ligt aan de nieuwe wet ten grondslag.
In 2004 zijn bijna 10 duizend asielverzoeken bij de Immigratie- en Naturalisatiedienst
ingediend. In de jaren na 2000 is sprake van een scherpe daling van
het aantal verzoeken. In 2004 is bijna de helft minder verzoeken ingediend
dan in 2002 en bijna 80 procent minder dan het aantal verzoeken in 2000.
In het jaar 2000 is het aantal inwilligingen van asielverzoeken uitgekomen op
minder dan 10 duizend. In 2001 zijn 10 600 asielverzoeken ingewilligd. Deze
lichte toename is waarschijnlijk het gevolg van de omschakeling van procedures
volgens de oude wet naar procedures onder de nieuwe wetgeving. Sinds
2002 is het aantal ingewilligde verzoeken met 15 procent toegenomen tot 10 200
in 2004.
Bestuursrechtspraak door de burgerlijke rechter
In enkele situaties is de burgerlijke (kanton)rechter bevoegd in bestuursrechtelijke
kwesties op te treden. Hij is belast met bestuursrechtspraak bij een beroep
op de rechter in verband met overtredingen op grond van de Wet
Administratiefrechtelijke Handhaving Verkeersvoorschriften (de Wet Mulder,
waarover meer in hoofdstuk 4). Ook is de civiele rechter soms bevoegd in omstandigheden
waarbij aanvulling nodig is op de rechtsbescherming tegen de
overheid. Bovendien heeft de burgerlijke rechter een grote rol bij conflicten
over het toekennen van schadevergoeding voor handelingen van het bestuur.
Rechtspraak in Nederland 2004 47
Staat 3.10
Asielverlening
1995 2000 2001 2002 2003 2004
x 1 000
Ingediende verzoeken 1) 29,3 43,6 32,6 18,7 13,4 9,8
Ingewilligde verzoeken 2) 18,5 9,7 10,6 8,8 9,8 10,2
Op grond van oude wet
Vluchtelingen asiel erkend (A-status) 8,0 1,8 0,4 . . .
Vergunning tot verblijf 6,2 4,8 1,6 . . .
Voorlopige vergunning tot verblijf 4,3 3,1 0,8 . . .
Op grond van nieuwe wet (Vreemdelingenwet 2000)
Verblijfsvergunning asiel (bepaalde tijd) 3) 7,2 8,1 8,4 6,1
Verblijfsvergunning asiel (onbepaalde tijd) 3) 0,5 0,8 1,4 4,1
1) Inclusief herhaalde aanvragen.
2) Inclusief inwilligingen na bezwaarprocedure.
3) Inclusief reguliere vergunningen verleend in asielprocedures.
Bron: Ministerie van Justitie.
Nationale ombudsman
De Nationale ombudsman is het sluitstuk van de rechtsbescherming tegen de
overheid. Bij deze functionaris kan men klagen over gedrag van bestuurders
en ambtenaren in hun functie en tegen de overheidsorganen waarbij zij in
dienst zijn. Dat kan niet bij de bestuursrechter. Daar kan men alleen zijn bezwaren
voorleggen tegen een besluit van een overheidsorgaan. In 2004 heeft
de Nationale ombudsman ruim 11 duizend zaken afgedaan (cijfers: Jaarverslag
NO 2004).
48 Centraal Bureau voor de Statistiek
4. Strafrechtspraak
4.1 Algemeen
Het materiŽle strafrecht beschrijft de strafbare gedragingen, noemt de straffen
die de rechter kan opleggen en schrijft voor hoe de bepalingen moeten worden
toegepast. Materieel strafrecht staat bijvoorbeeld in het Wetboek van Strafrecht.
Het formele strafrecht beschrijft de procedures die bij de handhaving
van de bepalingen uit het materiŽle strafrecht moeten worden gevolgd. Het
gaat dan niet alleen over de regels bij de terechtzitting, maar regelt ook wat
daaraan vooraf gaat in de fase van opsporing en vervolging. Het Wetboek van
Strafvordering is een voorbeeld van formeel strafrecht.
4.1.1 Van delict tot strafzaak
Het strafrecht en het strafrechtelijk traject vormen een reeks samenhangende,
elkaar logisch opvolgende gebeurtenissen, procedures, beslissingen en gevolgen.
Dit heet ‘de strafrechtketen’. Aan het begin van de strafrechtketen staat
het delict, ook genoemd het strafbare feit.
De belangrijkste, meest omvattende en meest algemene strafwet is het Wetboek
van Strafrecht, waarin de commune – voor elke burger geldende – delicten
zijn opgenomen. Hiertegenover staan de delicten uit de bijzondere
strafwetten. De belangrijkste daarvan is de Wegenverkeerswet, maar ook de
Wet op de Economische Delicten (waaronder veel milieudelicten vallen) en de
Opiumwet behoren hiertoe. Wie de wet overtreedt komt, indien het strafbare
feit is opgehelderd, in het strafrechtelijk systeem terecht. De overtreder is
verdachte in een strafzaak geworden.
4.1.2 Personen en functionarissen
Voor de opsporing van strafbare feiten is de politie verantwoordelijk. Het onderzoek
wordt geleid door het Openbaar Ministerie en deze instantie neemt
uiteindelijk het besluit of tot vervolging wordt overgegaan. Het openbaar ministerie
vraagt in dat geval aan de rechter om een oordeel over de strafzaak en
de verdachte uit te spreken.
Aan de verdachte komen bepaalde rechten toe. Hij heeft bijvoorbeeld recht op
rechtsbijstand van een raadsman en hij heeft het recht te zwijgen. Anderzijds
kan hij te maken krijgen met tegen hem gerichte (dwang)maatregelen zoals
voorlopige hechtenis. In het Wetboek van Strafvordering is het begrip
‘verdachte’ daarom nauwkeurig omschreven, zowel de verdachte in de opsporingsfase
als de verdachte in de vervolgingsfase. Pas na een eventuele veroor-
Rechtspraak in Nederland 2004 49
deling wordt de verdachte een dader. Een belangrijk recht van de verdachte is
het recht op rechtsbijstand van een raadsman (‘advocaat’). De verdachte kiest
zelf zijn raadsman of hij krijgt vanwege de overheid een raadsman toegevoegd.
De raadsman is een professionele deskundige die de belangen van de
verdachte tegenover de opsporings- en vervolgingsinstanties zal behartigen.
Ook houdt hij voor de verdachte de procedurele gebeurtenissen in de gaten en
wikkelt de formaliteiten af. Dit is ook in het belang van een vlotte rechtsgang.
Om helderheid in een zaak te brengen is het soms nodig, in het vooronderzoek
bij de rechter-commissaris of tijdens de terechtzitting, getuigen of deskundigen
te horen. Zowel de verdachte als het openbaar ministerie kan een of meer
getuigen of deskundigen oproepen. Een getuige geeft bij de rechter-commissaris
of in de rechtszaal zijn visie op de omstandigheden waaronder de gebeurtenis
zich heeft afgespeeld. Een deskundige zal veelal op de achtergrond aan
een zaak bijdragen, bijvoorbeeld via onderzoeksverslagen.
4.1.3 Procedure
Na aangifte of opsporing neemt de politie kennis van een strafbaar feit en
maakt proces-verbaal op. Indien een verdachte bij de politie bekend is – meteen
bij de aangifte of na nader onderzoek – is per definitie het delict
‘opgehelderd’. De politie zendt het proces-verbaal door naar het parket (van
het openbaar ministerie). De officier van justitie beslist vervolgens over de
verdere afhandeling. De officier zal afwegen of een tenlastelegging op basis
van het proces-verbaal zal kunnen leiden tot een veroordeling door de rechter
of dat de zaak op een andere wijze moet worden afgedaan. Soms is het nodig
aanvullend onderzoek te doen om te kunnen beoordelen hoe de zaak verder
moet worden afgehandeld. Dan wordt besloten tot een gerechtelijk vooronderzoek.
In dit kader is de functie van een onafhankelijke rechter-commissaris
ingesteld. Hij beschikt over een aantal bijzondere bevoegdheden en dwangmiddelen.
Dat onderzoek moet aanvullende informatie opleveren, zodat het
openbaar ministerie op basis van voldoende gegevens kan beslissen over de
(verdere) vervolging in een strafzaak.
Al naar gelang alle bevindingen en omstandigheden seponeert de officier de
zaak (geen vervolging), biedt hij een transactie aan (afkoop van vervolging) of
gaat hij over tot vervolging bij de rechter. Het openbaar ministerie legt de
zaak dan voor aan de rechter door het dagvaarden van de verdachte: de officier
van justitie roept de verdachte op voor de rechter te verschijnen. Afhankelijk
van de instantie staat een raadsman de verdachte eventueel bij. Aan het
eind van de terechtzitting neemt de rechter een beslissing met het in het
openbaar uitspreken van een vonnis.
Verdachte of openbaar ministerie kunnen zich neerleggen bij deze rechterlijke
beslissing ‘in eerste aanleg’ of ervoor kiezen een rechtsmiddel aan te wenden.
In het laatste geval behandelt een hogere rechter de zaak opnieuw. De zaak
eindigt met het onherroepelijk worden van de eindbeslissing van de (be-
50 Centraal Bureau voor de Statistiek
roeps)rechter. De laatste stap binnen het strafrechtelijke systeem is de tenuitvoerlegging
van eventueel door de rechter opgelegde sancties, zoals geldboete,
gevangenisstraf, taakstraf, verbeurdverklaring, terbeschikkingstelling of
een combinatie van straffen en maatregelen.
Voordat de rechter zijn eindbeslissing geeft over de zaak zelf, zal hij altijd
moeten toetsen of aan alle vereiste voorwaarden voor zijn eigen bevoegdheid
of de ontvankelijkheid van het openbaar ministerie is voldaan. Zo niet, dan
kan de rechter zichzelf onbevoegd of het openbaar ministerie niet-ontvankelijk
verklaren. De verdachte gaat dan (voorlopig) vrijuit.
De eindbeslissing van de rechter kan onder meer besluiten tot schuldigverklaring,
vrijspraak, of ontslag van alle rechtsvervolging. Wanneer de rechter niet
bewezen acht dat de verdachte het door het openbaar ministerie ten laste gelegde
feit heeft gepleegd, volgt een vrijspraak. Als de rechter het wel bewezen
acht en de overtuiging heeft dat deze verdachte dit feit heeft gepleegd, kan er
desondanks een strafuitsluitingsgrond zijn, zoals noodweer of ontoerekeningsvatbaarheid,
waardoor de verdachte toch niet strafbaar is. De rechter zal
de verdachte dan ontslaan van alle rechtsvervolging. In andere gevallen zal hij
een schuldigverklaring uitspreken, al of niet met strafoplegging.
Rechtspraak in Nederland 2004 51
Staat 4.1
Eindbeslissingen van de rechter in eerste aanleg naar aard einduitspraak
1995 2000 2001 2002 2003 2004
x 1 000
Kantonstrafzaken
Eerste aanleg 124,7 87,6 90,1 108,5 135,6 174,1
w.v.
schuldigverklaring 106,2 78,6 82,2 100,8 126,0 163,1
vrijspraak 3,0 2,2 2,2 2,7 3,7 4,7
ontslag van rechtsvervolging 0,2 0,1 0,2 0,2 0,4 0,3
overige eindbeslissingen 15,3 6,7 5,5 4,9 5,5 6,1
Rechtbankstrafzaken
Eerste aanleg 102,3 111,0 112,0 116,8 134,6 133,2
w.v.
schuldigverklaring 97,2 105,4 105,9 110,9 127,7 126,2
vrijspraak 4,1 4,7 4,7 4,6 5,7 5,9
ontslag van alle rechtsvervolging 0,3 0,2 0,3 0,3 0,4 0,4
overige eindbeslissingen 0,7 0,7 1,1 0,9 0,9 0,7
Bron: CBS.
4.1.4 Geregistreerde criminaliteit (politie en Koninklijke Marechaussee)
De fase direct na het ter kennis komen of constateren van het delict, valt binnen
het werkterrein van politie en Koninklijke Marechaussee. Door surveillance,
actieve opsporing of aangifte van slachtoffers, belanghebbenden of
derden-getuigen, komt de opsporingsinstantie (meestal de politie) strafbare
feiten op het spoor. De opsporingsambtenaar mag in veel gevallen zelfstandig
beslissen het geconstateerde delict al dan niet door het strafrechtelijke traject
te sturen. Ontwikkelingen in de aantallen opgemaakte processen-verbaal
geven een indicatie van ontwikkelingen van de criminaliteit.
Niet-opgehelderde delicten – delicten waarvan geen verdachte bekend is geworden
– bereiken het openbaar ministerie niet. Processen-verbaal voor bepaalde
veel voorkomende maar veelal onopgehelderde delicten als fietsdiefstal
komen dan ook zelden bij het parket terecht.
Het percentage opgehelderde delicten is sinds 1995 gedaald van 17 procent tot
15 procent in 2000. In de periode tussen 2000 en 2004 is het ophelderingspercentage
toegenomen tot 21 procent; dit is iets hoger dan in 1994. Het ophelderingspercentage
loopt per delictsoort sterk uiteen. In 2004 is 96 procent van de
geregistreerde opiumdelicten en ruim de helft van de geweldsmisdrijven op-
52 Centraal Bureau voor de Statistiek
Staat 4.2
Geregistreerde criminaliteit, kerncijfers
Opgemaakte Gehoorde verdachten Ophelderingsprocessen-
percentage
verbaal meerderjarig minderjarig totaal
x 1 000 %
Totaal
1995 1 222,9 205,6 41,4 247,0 17
2000 1 305,6 221,0 47,2 268,2 15
2001 1 357,6 229,5 47,1 276,6 15
2002 1 422,9 266,6 55,2 321,7 18
2003 1 383,9 287,9 59,0 346,8 20
2004 1 324,6 290,7 65,1 355,7 21
Wetboek van Strafrecht 1 162,7 209,4 62,1 271,4 17
w.v.
geweldsmisdrijven 114,9 64,8 13,7 78,4 59
vermogensmisdrijven 829,1 96,8 28,3 125,1 11
vernieling en openbare orde 208,2 39,1 19,1 58,2 18
overige misdrijvenWetboek van Strafrecht 10,5 8,6 1,0 9,6 77
Wegenverkeerswet 135,4 50,5 1,0 51,5 39
Wet op de Economische delicten 4,5 4,1 0,2 4,3 84
Opiumwet 15,7 21,2 0,8 22,0 96
Wet Wapens en munitie 6,2 5,4 1,0 6,5 93
Overige wetten 0,1 0,1 0,0 0,1 89
Bron: CBS.
gehelderd. Rijden onder invloed wordt voor 100 procent opgehelderd, omdat
dit strafbare feit in principe alleen door heterdaad kan worden geconstateerd.
Het wordt daarom per definitie altijd opgehelderd: er is altijd een verdachte
bekend. Een zeer veel voorkomend delict als diefstal met braak – inbraak –
heeft daarentegen een laag ophelderingspercentage. Een op de tien geregistreerde
inbraken wordt opgehelderd.
4.1.5 Wet Mulder en Centraal Justitieel IncassoBureau (CJIB)
Een regeling die sterk samenhangt met strafrecht, maar formeel bestuursrechtelijk
wordt afgewikkeld, is de afhandeling van lichte (verkeers)overtredingen.
De Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften, in de
wandeling ‘Wet Mulder’ geheten, heeft primair tot doel de werklast van politie,
openbaar ministerie en rechter te verlichten. Strafzaken over delicten van
relatief klein belang – ze heten ook wel ‘Mulderfeiten’ – komen in beginsel
niet terecht in het reguliere strafrechtelijke systeem.
Er zijn in 2004 ruim 10,3 miljoen beschikkingen verzonden. De Wet Mulder
kent als enige sanctie het betalen van een geldsom. De inning van de verschuldigde
boetes staat onder leiding van de officier van justitie en is in handen van
het Centraal Justitieel Incassobureau (CJIB) in Leeuwarden. Als de verdachte
niet akkoord gaat met de beschikking, dan kan hij administratief beroep aantekenen
bij de officier van justitie. Op diens beslissing staat beroep open bij de
kantonrechter. De rechter neemt het beroep in behandeling nadat zekerheid is
gesteld voor de oorspronkelijk opgelegde boete.
Rechtspraak in Nederland 2004 53
Staat 4.3
Geregistreerde beschikkingen Wet Mulder naar wijze van constatering en soort verkeersovertreding
1995 2000 2001 2002 2003 2004
x 1 000
Constatering via kenteken
Totaal 2 805,2 7 006,1 8 209,8 8 388,4 9 212,5 8 766,5
w.v.
te hard rijden 1 591,2 5 556,1 6 616,8 6 769,9 7 479,4 7 097,9
door rood licht rijden 175,5 224,4 257,7 260,5 296,3 269,0
fout parkeren 859,4 933,6 1 012,6 1 074,7 1 121,9 1 074,9
overige 179,1 292,0 322,7 283,3 314,9 324,7
Constatering via staande houding
Totaal 458,6 787,9 993,2 1 148,7 1 357,5 1 606,2
w.v.
te hard rijden 87,7 92,1 121,9 155,5 171,3 173,1
door rood licht rijden 41,5 53,5 63,5 70,3 88,9 110,4
fout parkeren 20,1 33,1 41,5 46,2 54,7 57,2
overige 309,2 609,2 766,3 876,7 1 042,6 1 265,5
Bron: CBS.
Als de betrokken overtreder niet (tijdig) betaalt en ook niet in beroep gaat, zijn
in de wet, inmiddels zeer effectief gebleken, innings- en verhaalsmaatregelen
opgenomen. Vrijwel alle opgelegde bedragen worden geÔnd. Op de peildatum
(1 april) is ongeveer 4 procent (nog) niet geÔnd. In totaal is er in 2004 ongeveer
457 miljoen euro ontvangen, met een gemiddeld boetebedrag van 45 euro.
4.2 Kantonstrafzaken
De politie zendt processen-verbaal door naar het openbaar ministerie. Het
openbaar ministerie is een overheidsorgaan en ressorteert onder het ministerie
van Justitie. Het heeft onder meer als taak de wetten te handhaven, strafbare
feiten op te sporen en te vervolgen. Het vertegenwoordigt de staat bij de
vervolging van verdachten van strafbare feiten. Een deel van deze feiten betreffen
kantonstrafzaken. Het gaat daarbij vooral om lichte delicten.
54 Centraal Bureau voor de Statistiek
Staat 4.4
Inning opgelegde boetes Wet Mulder
1995 2000 2001 2002 2003 2004
x 1 000
Beschikkingen 3 263,8 7 794,0 9 203,1 9 536,9 10 570,0 10 372,7
w.o.
ingetrokken 15,5 31,3 38,1 52,2 50,8 43,2
vernietigd 52,6 145,1 167,8 152,5 149,2 126,6
Te innen door het CJIB 1) 3 195,8 7 617,6 8 997,2 9 332,2 10 370,0 10 202,2
Geinde beschikkingen 2 910,0 7 385,9 8 622,6 8 755,0 9 956,5 9 627,4
(Nog) niet geinde beschikkingen op 1 april 285,8 231,7 374,6 577,1 413,5 574,8
mln euro
Opgelegde boetes 123,9 313,1 377,9 395,8 431,5 468,4
Ontvangen boetes 115,5 304,2 350,3 375,2 444,7 457,7
euro
Gemiddeld boetebedrag 38 40 41 42 41 45
1) Centraal Justitieel Incassobureau.
Bron: CBS.
4.2.1 Inschrijvingen kantonstrafzaken bij het openbaar ministerie
Het openbaar ministerie schrijft het door de opsporingsinstantie doorgezonden
proces-verbaal in als een nieuwe strafzaak met ťťn verdachte.
Het aantal ingeschreven kantonzaken in het jaar 2004 bedroeg ruim 300 duizend,
dat is bijna 10 procent meer dan het jaar daarvoor. In 1995 waren het er
nog ongeveer 308 duizend. Het aantal ingeschreven kantonzaken is in de
tweede helft van de jaren negentig sterk gaan dalen na de inwerkingtreding
van de in paragraaf 4.1.5 besproken Wet Mulder. Ook de fiscalisering van gemeentelijke
parkeerboetes heeft aan de vermindering bijgedragen.
Een strafzaak is gericht tegen ťťn verdachte. In die strafzaak kunnen overigens
verschillende feiten worden behandeld die de verdachte heeft begaan.
Als iemand zich op verschillende momenten en plaatsen schuldig maakt aan
bijvoorbeeld zwartrijden, kunnen de feiten in ťťn zaak worden behandeld. Uit
de berichtgeving over kantonstrafzaken is niet af te leiden welk feit het zwaarste
delict bevat, zoals dit wel het geval is bij rechtbankstrafzaken. Typeren van
kantonstrafzaken naar delict is daarom niet mogelijk.
Om toch een indruk te krijgen van de overtreden wetten die hebben geleid tot
de kantonstrafzaken, wordt gekeken naar de ingeschreven feiten. Daaruit
blijkt dat een stijging van het aantal ingeschreven feiten wegens overtreding
van de Algemene Plaatselijke Verordening (APV), het Reglement Verkeersregels
en Verkeerstekens en de Wet Personenvervoer de toename van zaken in
2002 en 2004 bij de sector kanton heeft veroorzaakt.
4.2.2 Afdoeningen kantonstrafzaken door het openbaar ministerie
Wanneer het openbaar ministerie zich een oordeel heeft kunnen vormen over
de aangeboden strafzaak, neemt de officier van justitie een beslissing over de
verdere gang van zaken.
Rechtspraak in Nederland 2004 55
Staat 4.5
Bij het openbaar ministerie ingeschreven kantonstrafzaken naar soort verdachte
1995 2000 2001 2002 2003 2004
x 1 000
Totaal betrokken verdachten 308,3 182,5 179,2 219,4 273,5 300,9
w.v.
strafrechtelijk meerderjarigen 279,4 164,8 169,6 205,4 253,8 278,8
strafrechtelijk minderjarigen 16,1 10,9 6,3 10,3 15,5 18,6
rechtspersonen 12,9 6,8 3,3 3,7 4,2 3,5
Bron: CBS.
In de periode tussen 1995 en 2002 daalde het aantal zaken dat door het openbaar
ministerie is afgedaan van ongeveer 250 duizend tot bijna 90 duizend.
Daarna is dit aantal toegenomen tot 140 duizend.
Het totaal aantal afgedane feiten is in de afgelopen jaren gedaald van ruim
718 duizend in 1985 tot net iets meer dan 100 duizend in 2002. In de periode
tot en met 2004 is het aantal afgedane feiten met bijna 50 procent toegenomen
tot ruim 156 duizend. Ook hier veroorzaken overtredingen van de Algemene
Plaatselijke Verordening, het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens en
de Wet Personenvervoer de toename.
56 Centraal Bureau voor de Statistiek
Staat 4.7
Door het openbaar ministerie afgedane kantonstrafzaken naar wijze van afdoening
1995 2000 2001 2002 2003 2004
x 1 000
Totaal 248,3 144,5 94,7 89,3 130,1 140,1
Sepot 84,4 38,5 41,3 31,1 46,3 44,7
Voeging 11,7 12,8 12,0 16,4 30,5 37,4
Overdracht 6,2 3,4 3,2 3,2 3,4 3,9
Transactie 146,0 89,9 38,3 38,5 49,9 54,1
Bron: CBS.
Staat 4.6
Bij het openbaar ministerie ingeschreven kantonfeiten naar overtreden wet
2000 2001 2002 2003 2004
x 1 000
Totaal 198,9 193,1 237,4 301,1 325,1
Wegenverkeerswet 20,5 23,9 26,7 29,0 29,3
Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens 60,1 32,9 39,3 57,2 53,2
Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen
(WAM) en Uitvoeringsbesluit WAM 28,6 36,1 44,6 38,1 38,8
Voertuigreglement 10,2 4,0 5,0 7,2 10,4
Algemeen plaatselijke verordeningen (APV) 27,3 41,7 52,2 70,6 81,2
Wet personenvervoer 28,8 25,8 36,9 56,1 64,5
Algemeen Reglement Vervoer 1,2 2,1 2,9 4,9 4,8
Wetboek van strafrecht 7,7 10,0 10,0 12,8 15,3
Vreemdelingenwet en Vreemdelingenbesluit 2,2 2,5 4,2 6,7 7,1
Leerplichtwet 2,5 2,7 4,0 3,9 5,1
Overige wetten en regelgeving 10,0 11,3 11,7 14,6 15,4
Bron: CBS.
Rechtspraak in Nederland 2004 57
Staat 4.8
Door het openbaar ministerie afgedane kantonfeiten naar wijze van afdoening en overtreden wet
1995 2000 2001 2002 2003 2004
totaal w.o.
sepots transacties
x 1 000 %
Totaal 258,2 159,5 104,3 100,4 147,4 156,0 31,9 34,4
Wegenverkeerswet 31,6 16,1 13,0 13,2 16,4 15,9 37,6 45,5
Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens 105,7 61,2 26,1 19,9 27,4 27,9 24,5 70,2
Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen
(WAM) en Uitvoeringsbesluit WAM 23,9 15,4 12,7 12,1 16,5 10,0 48,5 24,9
Voertuigreglement 2,3 12,4 4,0 3,7 5,4 7,7 18,7 77,4
Algemeen plaatselijke verordeningen (APV) 10,3 13,9 13,3 13,9 24,7 30,6 43,0 17,6
Wet personenvervoer 43,2 21,2 16,7 19,4 32,5 36,1 19,9 6,9
Algemeen Reglement Vervoer 1,6 0,6 0,6 0,9 2,2 3,3 47,5 7,5
Wetboek van strafrecht 7,7 6,3 4,8 4,9 6,5 8,1 45,8 26,3
Vreemdelingenbesluit en Vreemdelingenwet 5,7 1,9 2,4 2,0 4,0 3,3 44,8 18,9
Leerplichtwet 0,3 0,7 0,8 1,3 1,7 2,2 36,6 54,6
Overige wetten en regelgeving 26,0 9,8 9,9 9,1 10,1 10,8 25,2 57,5
Bron: CBS.
4.1 Transacties en sepots kantonstrafzaken
Totaal Transacties
Bron: CBS.
1995 1997 1998 1999 2000 2001
250
200
150
100
50
0
Sepots
2002 2003 2004
De officier heeft voor een aantal minder ernstige delicten de bevoegdheid de
verdachte een transactie aan te bieden. De verdachte kan bij een transactie strafvervolging
ontgaan door te voldoen aan een of meer door het openbaar ministerie
te stellen voorwaarden. Meestal gaat het om het betalen van een som geld
(boete). Een aantal veelvoorkomende overtredingen wordt inmiddels op deze
wijze afgedaan. Accepteert de verdachte het voorstel dan is de zaak daarmee afgedaan
en volgt er geen zaak bij de rechter. In 2004 is in eenderde van de afdoeningen
van kantonstrafzaken sprake van een transactie.
Als de officier van justitie meent dat de feiten en omstandigheden in het proces-
verbaal geen tenlastelegging opleveren die zal resulteren in een veroordeling,
of indien er een andere belemmering is de zaak (verder) te vervolgen,
dan kan hij de strafzaak seponeren. Daarmee is de zaak beŽindigd.
Meent de officier van justitie dat er voldoende bewijs is voor een veroordeling
dan kan hij de kantonzaak voorleggen aan de rechter. Deze dagvaardingen
worden niet meegeteld bij de afdoeningen door het openbaar ministerie.
4.2.3 Afdoeningen kantonstrafzaken door de rechtbank (sector kanton)
Op grond van de wet behandelt de rechtbank, sector kanton, de zaken van alle
overtredingen waarvan de kennisneming niet aan een andere rechter is opgedragen.
De kantonrechter spreekt recht als alleenzittende rechter en doet de
voorgelegde zaken en feiten af met een eindbeslissing in eerste instantie, met
administratieve ondersteuning van een griffier.
Het aantal door de kantonrechter afgedane zaken is in de periode tussen 1995
en 2000 gedaald van 125 duizend tot ruim 87 duizend zaken. In de jaren daarna
is het aantal weer toegenomen tot 174 duizend in 2004.
58 Centraal Bureau voor de Statistiek
Staat 4.9
Door de rechter in eerste aanleg afgedane kantonstrafzaken naar eindbeslissing
1995 2000 2001 2002 2003 2004
x 1 000
Totaal 124,8 87,6 90,1 108,5 135,6 174,1
Dagvaarding nietig 14,2 6,6 5,3 4,8 5,4 6,0
OM niet-ontvankelijk 0,6 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0
Vrijspraak 3,0 2,2 2,2 2,7 3,7 4,7
Ontslag van rechtsvervolging 0,2 0,1 0,2 0,2 0,4 0,3
Schuldigverklaringen 106,1 78,6 82,2 100,8 126,0 163,1
Overig en onbekend 0,6 0,1 0,1 0,1 0,1 0,1
Bron: CBS.
Na de invoering van de Wet Mulder in de loop van de jaren negentig daalde
het aantal afgedane feiten sterk tot een aantal van 100 duizend afgedane feiten
in 2000. In de jaren vanaf 2001 is het aantal afgedane feiten weer toegenomen
tot ongeveer 210 duizend feiten in 2004. Evenals bij de inschrijvingen gaat het
bij de afdoeningen bij het merendeel van de feiten over overtreding van Algemene
plaatselijke verordeningen (51 duizend). Ook overtreding van de Wet
Aansprakelijkheidsverzekering Motorrijtuigen (33 duizend), de Wet Personenvervoer
(47 duizend) en het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens
leveren veel procedures op.
In vrijwel alle gevallen eindigt de zaak met een schuldigverklaring. In ruim
3 procent van de zaken besluit de rechter de dagvaarding nietig te verklaren.
De overige beslissingen, zoals vrijspraak, ontslag van alle rechtsvervolging of
niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie, vormen uitzonderingen.
Hoger beroep van de vonnissen die in deze zaken zijn gewezen is steeds mogelijk,
behalve als het belang van een nieuwe behandeling van de zaak volgens
objectieve in de wet genoemde maatstaven te gering is.
Rechtspraak in Nederland 2004 59
Staat 4.10
Door de rechter in eerste aanleg afgedane kantonfeiten naar overtreden wet
1995 2000 2001 2002 2003 2004
totaal w.o.
schuldigverklaringen
x 1 000 %
Totaal 123,8 100,3 101,9 122,2 160,9 210,8 96,7
Wegenverkeerswet 17,9 11,6 11,5 12,9 14,7 17,5 94,9
Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens 21,6 15,5 12,9 16,7 23,2 35,3 97,1
Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen
(WAM) en Uitvoeringsbesluit WAM 23,9 24,7 24,0 25,4 32,1 33,4 95,9
Voertuigreglement 0,4 2,9 1,8 1,4 1,7 2,3 96,9
Algemeen Plaatselijke Verordeningen (APV) 7,6 18,2 22,2 33,2 43,4 51,5 98,1
Wet personenvervoer 38,9 17,3 18,2 18,8 30,0 47,2 96,4
Algemeen Reglement Vervoer 0,7 1,0 1,4 1,7 1,7 2,9 95,1
Wetboek van strafrecht 3,4 4,2 4,6 5,5 6,0 8,6 96,0
Vreemdelingenbesluit en Vreemdelingenwet 1,0 0,8 0,7 1,4 2,5 4,4 94,2
Leerplichtwet 0,8 1,3 1,8 2,1 2,5 2,9 91,8
Overige wetten en regelgeving 7,8 2,6 2,7 3,1 3,1 4,6 96,6
Bron: CBS.
4.3 Rechtbankstrafzaken
De parketten schrijven ook zaken in waarover volgens de wet de rechtbank
(sector straf) een oordeel zal dienen te geven, als het tot een dagvaarding
komt. Deze rechtbankzaken gaan in de regel over ernstige strafbare feiten.
4.3.1 Inschrijvingen rechtbankstrafzaken bij het openbaar ministerie
In 2004 zijn ongeveer 275 duizend rechtbankzaken ingeschreven. Dat is een
toename van ruim 2 procent ten opzichte van 2003. In 1995 waren het er ongeveer
260 duizend. Daarna is tot en met 2001 het aantal ingeschreven zaken gedaald;
in 2002 is er voor het eerst weer een stijging waar te nemen. Uit het
onderliggende cijfer blijkt dat bij de parketten, per 100 000 personen van de
desbetreffende leeftijdsgroep, meer zaken met een minderjarige (12–17 jaar)
dan met een meerderjarige (18-79 jaar) verdachte worden ingeschreven.
4.3.2 Afdoeningen rechtbankstrafzaken door het openbaar ministerie
Het openbaar ministerie beslist over de afdoening van de ingeschreven rechtbankzaken.
Een deel van de zaken (ongeveer 130 duizend in 2004) doet het
openbaar ministerie zelf af, waaronder sepots (28 duizend), transacties (79 duizend)
en overige afdoeningen (21 duizend), zoals voeging ad informandum of
overdracht aan een ander parket. De overige ingeschreven zaken gaan in beginsel
door naar de rechter.
60 Centraal Bureau voor de Statistiek
Staat 4.11
Bij het openbaar ministerie ingeschreven rechtbankstrafzaken naar delictgroep
1995 2000 2001 2002 2003 2004
x 1 000
Totaal 257,8 233,3 236,0 251,3 270,3 274,0
Wetboek van Strafrecht 157,3 137,0 139,1 149,1 156,7 165,2
w.v.
geweldsmisdrijven 28,9 33,5 35,4 39,0 42,7 47,6
vermogensmisdrijven 103,3 71,5 70,5 73,7 74,5 73,7
vernieling en openbare orde 22,9 26,8 28,0 30,1 31,8 35,2
overige misdrijven Wetboek van Strafrecht 2,2 5,1 5,3 6,3 7,6 8,7
Wegenverkeerswet 42,7 47,4 47,6 50,6 55,9 47,8
Wet op de Economische delicten 34,3 27,1 25,9 26,6 31,1 31,7
Opiumwet 9,9 10,0 12,1 14,3 15,0 18,5
Wet Wapens en munitie 4,6 4,6 5,1 4,3 5,1 5,2
Overige wetten/Onbekend 8,9 7,3 6,2 6,4 6,5 5,7
Bron: CBS.
Rechtspraak in Nederland 2004 61
Staat 4.12
Door het openbaar ministerie afgedane rechtbankstrafzaken naar wijze van afdoening en delictgroep
2000 2001 2002 2003 2004
Totaal w.o
sepots transacties
x 1 000 %
Totaal 118,4 115,5 120,7 128,7 127,7 21,9 61,6
Wetboek van Strafrecht 62,5 60,0 63,2 66,1 69,6 24,5 54,3
w.v.
geweldsmisdrijven 13,3 13,5 14,1 15,6 16,9 33,0 49,3
vermogensmisdrijven 31,7 28,8 30,1 30,2 30,4 21,9 51,9
vernieling en openbare orde 14,6 14,9 16,0 16,4 18,1 21,9 60,4
overige misdrijven Wetboek van Strafrecht 2,8 2,8 3,1 3,8 4,2 21,2 65,3
Wegenverkeerswet 21,8 19,8 20,8 24,2 17,6 16,5 70,6
Wet op de Economische delicten 23,2 22,8 25,4 26,9 26,6 13,9 76,0
Opiumwet 3,1 3,8 4,3 4,5 7,8 44,4 46,7
Wet Wapens en munitie 3,0 3,3 2,7 3,2 2,9 11,0 78,6
Overige wetten/Onbekend 4,9 5,9 4,3 3,9 3,1 18,0 71,1
Bron: CBS.
4.2a Rechtbankstrafzaken afgedaan door het openbaar
ministerie naar wijze van afdoening, 2004
Overige afdoeningen
Transacties
Sepots
Ontslag van alle rechtsvervolging
Vrijspraak
Schuldigverklaring
22%
Bron: CBS.
62%
16%
1%
95%
4%
Overige afdoeningen
4.2b Rechtbankstrafzaken afgedaan door de rechter
in eerste aanleg naar einduitspraak, 2004
111955
1063
0%
4.3.3 Afdoeningen rechtbankzaken door de rechtbank (sector straf)
De rechtbank (sector straf) neemt in eerste instantie kennis van de zaken van
misdrijven, met uitzondering van een aantal delicten uit bijzondere strafwetten
en uitgezonderd bepaalde bijzondere omstandigheden. Ruim 60 procent
van de rechtbankzaken die de rechter heeft afgedaan hebben betrekking op
een delict uit het Wetboek van Strafrecht. Ook de misdrijven uit de Wegenverkeerswet
(21%) maken een behoorlijk deel uit van de zaken die de rechtbank
in eerste aanleg afdoet. Het is van belang te vermelden dat bij meervoudig
strafbaar handelen (bijvoorbeeld aanranding met bedreiging of mishandeling)
in de statistieken het delict wordt geteld waarop in de wet de zwaarste strafbedreiging
staat.
De rechtbank spreekt in beginsel recht in een meervoudige kamer die bestaat
uit drie rechters. In de praktijk spreekt de rechtbank in vier van de vijf zaken
recht in enkelvoudige kamer. De (economische) politierechter en de kinderrechter
zijn alleenzittende rechters.
De negentien rechtbanken hebben in 2004 ruim 133 duizend rechtbankzaken
afgedaan. Daarbij zijn de voegingen van strafzaken ter zitting buiten beschouwing
gelaten. Bij de strafkamers van de rechtbanken eindigt 95 procent van de
zaken in een schuldigverklaring.
62 Centraal Bureau voor de Statistiek
Staat 4.13
Door de rechter in eerste aanleg afgedane rechtbankstrafzaken1) naar delictgroep
2000 2001 2002 2003 2004
x 1 000
Totaal 111,0 112,0 116.8 134,6 133,2
Wetboek van Strafrecht 70,5 71,6 74.8 84,0 83,8
w.v.
geweldsmisdrijven 18,2 19,2 20.7 24,1 25,6
vermogensmisdrijven 37,8 37,5 38.7 41,9 39,1
vernieling en openbare orde 12,4 12,7 13.1 14,8 15,6
overige misdrijven Wetboek van Strafrecht 2,1 2,2 2,3 3,2 3,5
Wegenverkeerswet 25,0 24,0 23,5 29,0 28,4
Wet op de Economische delicten 5,0 3,9 4,4 5,6 5,9
Opiumwet 6,7 7,4 9,0 10,3 9,3
Wet Wapens en munitie 1,9 1,9 1,9 2,2 2,2
Overige wetten/Onbekend 2,0 3,2 3,3 3,5 3,6
1) Exclusief voegingen ter zitting
Bron: CBS.
De op te leggen sancties bestrijken een brede variatie aan hoofdstraffen, bijkomende
straffen en maatregelen. Bij een schuldigverklaring is de rechter geen
minimumsanctie voorgeschreven. De rechter kan schuldigverklaren zonder
strafoplegging. Anderzijds behoort bij elke strafbepaling een maximale strafbedreiging.
In de delictsomschrijving of via een verwijzing in een ander artikel
of in een verwante wet staan de hoogte van de boete of de duur van de
vrijheidsbenemende straf of de maatregel die de rechter ten hoogste mag
opleggen. Dat kan in (deels) voorwaardelijke of onvoorwaardelijke vorm en
ook in combinatie met andere sancties. De belangrijkste hoofdstraffen zijn: gevangenisstraf,
jeugddetentie, geldboete en taakstraf.
Bij de bijkomende straffen gaat het vooral om de ontzegging van de rijbevoegdheid
of de verbeurdverklaring. Van de maatregelen komt nog al eens de
onttrekking aan het (maatschappelijk) verkeer voor.
Geheel of gedeeltelijk onvoorwaardelijke vrijheidsstraffen worden hoofdzakelijk
opgelegd bij vermogensdelicten (48%), geweldsdelicten (20%) en overtredingen
van de Opiumwet (13%).
Bijna de helft van de (deels) onvoorwaardelijke geldboetes wordt opgelegd
wegens overtreding van de Wegenverkeerswet. Taakstraffen legt de rechter
het meest op bij vermogensdelicten (34%), geweldsdelicten (25%) en vernieling
en openbare orde (16%). Het aantal taakstraffen dat door de rechter is opgelegd,
is sinds 1995 meer dan verdubbeld.
Rechtspraak in Nederland 2004 63
4.3 Rechtbankstrafzaken afgedaan door de rechter in eerste aanleg naar delictenWetboek van Strafrecht
Vernieling en openbare orde
Vermogensmisdrijven
Geweldsmisdrijven
20%
Bron: CBS.
66%
13%
31%
46%
4%
1995 2004
19%
1%
Overige misdrijvenWetboek van Strafrecht
64 Centraal Bureau voor de Statistiek
Staat 4.15
Sancties, opgelegd door de rechter in eerste aanleg in rechtbankstrafzaken naar soort sanctie en delictgroep
Geheel of gedeeltelijk
onvoorwaardelijke
Geheel of gedeeltelijk
onvoorwaardelijke
Taakstraf
vrijheidstraf 1) geldboete
1995 2000 2002 2003 2004 1995 2000 2002 2003 2004 1995 2000 2002 2003 2004
x 1 000
Totaal 25,4 28,4 35,4 38,7 35,4 46,2 48,1 43,9 52,1 51,0 14,0 20,8 27,1 31,8 35,1
Wetboek van Strafrecht 20,6 23,3 28,4 30,7 28,2 20,9 19,6 17,5 20,1 19,8 11,6 16,3 21,1 24,0 26,7
w.v.
geweldsmisdrijven 4,7 5,9 7,2 7,9 8,2 3,6 4,4 4,5 5,2 5,0 1,8 4,4 6,3 7,6 8,8
vermogensmisdrijven 14,5 15,3 18,7 20,0 17,0 12,8 8,8 6,9 7,5 7,3 8,6 8,7 10,3 11,1 11,9
vernieling en openbare orde 1,2 1,8 2,2 2,3 2,6 4,3 5,0 4,8 5,4 5,4 1,0 3,0 4,2 4,9 5,5
overige misdrijven Wetboek
van Strafrecht 0,2 0,2 0,3 0,4 0,5 0,2 1,3 1,4 1,9 2,1 0,1 0,2 0,3 0,5 0,5
Wegenverkeerswet 1,0 1,3 1,2 1,5 1,6 17,4 21,5 19,7 24,0 23,1 0,9 1,8 2,8 3,8 4,4
Wet op de Economische delicten 0,2 0,2 0,0 0,0 0,0 4,8 3,8 3,3 4,5 4,6 0,0 0,0 0,1 0,2 0,3
Opiumwet 3,0 3,1 5,0 5,6 4,6 0,8 1,3 1,6 1,7 1,8 0,6 1,8 2,3 2,8 2,8
Wet Wapens en munitie 0,5 0,4 0,5 0,5 0,6 1,0 0,9 0,7 0,9 0,9 0,3 0,5 0,6 0,7 0,7
Overige wetten/Onbekend 0,2 0,1 0,2 0,3 0,4 1,2 1,1 1,0 0,9 0,9 0,5 0,5 0,4 0,4 0,3
1) Gevangenisstraf, jeugddetentie en hechtenis.
Bron: CBS.
Staat 4.14
Door de rechter in eerste aanleg opgelegde straffen en maatregelen1) in rechtbankstrafzaken
1995 2000 2001 2002 2003 2004
x 1 000
Hoofdstraffen
gevangenisstraf 42,8 44,6 44,9 47,7 52,1 48,4
hechtenis 0,2 0,2 0,2 0,2 0,3 0,2
geldboete 48,7 51,3 48,7 47,1 55,7 54,8
berisping – – 0,0 – – –
jeugddetentie 0,4 4,0 4,2 4,8 5,3 6,0
taakstraf 13,9 19,8 22,4 25,5 30,3 33,5
leerproject 0,1 1,0 1,4 1,6 1,5 1,6
Bijkomende straffen
ontzetting van rechten 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0
ontzegging rijbevoegdheid 14,5 16,7 16,2 16,4 19,0 18,4
verbeurdverklaring voorwerpen 3,2 2,9 3,2 3,9 4,6 3,9
overig 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0
Maatregelen
onttrekking aan het verkeer 3,0 2,9 3,1 3,7 3,9 3,3
terbeschikkingstelling (van de regering) 0,2 0,2 0,3 0,3 0,3 0,3
betaling aan de staat 2,9 10,4 12,1 13,8 16,4 17,3
overig 0,2 0,3 0,3 0,4 0,4 0,5
Totaal (incl. onbekend) 134,6 155,3 157,9 166,3 190,5 189,0
1) Inclusief dubbeltellingen en zowel opgelegde (deels) voorwaardelijke als (deels) onvoorwaardelijke sancties.
De hoogte van de opgelegde sancties is uiteraard afhankelijk van de feiten en
omstandigheden van de individuele zaak. Van de 33 duizend opgelegde onvoorwaardelijke
gevangenisstraffen in 2004 was dit ruim 10 duizend keer voor
een periode van minder dan ťťn maand.
Rechtspraak in Nederland 2004 65
Staat 4.16
Geheel of gedeeltelijk onvoorwaardelijke gevangenisstraffen, opgelegd door de rechter in eerste aanleg in
rechtbankstrafzaken naar duur van het onvoorwaardelijke deel
1995 2000 2001 2002 2003 2004
x 1 000
Tot 1 maand 7,6 11,2 10,7 11,4 12,3 10,4
1 maand tot 3 maanden 6,3 6,4 7,8 8,9 9,8 8,5
3 maanden tot 6 maanden 4,7 3,8 4,3 4,9 6,0 5,9
6 maanden tot 1 jaar 3,1 2,9 3,2 4,0 4,4 4,2
1 jaar tot 3 jaar 2,7 2,3 2,6 3,2 3,1 3,1
3 jaar en langer 1,0 0,9 1,0 1,2 1,4 1,3
Totaal 25,3 27,4 29,7 33,6 36,9 33,3
Bron: CBS.
Staat 4.17
Geheel of gedeeltelijk onvoorwaardelijke geldboetes, opgelegd door de rechter in eerste aanleg in rechtbankstrafzaken
naar bedrag van het onvoorwaardelijke deel 1)
1995 2000 2001 2002 2003 2004
x 1 000
Totaal 46,2 48,1 45,4 43,9 52,1 51,0
Tot 23 euro 0,1 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0
23 tot 113 euro 4,9 2,8 2,8 3,4 3,9 3,9
113 tot 227 euro 8,9 8,1 7,5 8,9 10,6 10,7
227 tot 454 euro 15,1 16,7 15,3 12,6 15,8 16,0
454 tot 908 euro 12,6 14,6 13,5 13,4 16,0 15,3
908 tot 2 269 euro 3,8 5,2 5,4 4,8 4,9 4,3
2 269 tot 4 538 euro 0,3 0,4 0,4 0,4 0,4 0,4
4 538 euro of meer 0,4 0,3 0,4 0,4 0,4 0,5
1) Ten behoeve van de vergelijkbaarheid met eerdere jaren zijn de oorspronkelijke klassegrenzen in guldens omgerekend
naar euro’s (afgerond).
Bron: CBS.
In ruim 50 duizend zaken werd door de rechter in eerste aanleg (mede) een geheel
of gedeeltelijk onvoorwaardelijke geldboete opgelegd. Een boetebedrag
tussen 227 en 908 euro (500 tot 2000 gulden) wordt het meest opgelegd: bijna
32 duizend keer.
De gemiddelde doorlooptijd van strafprocedures, gerekend vanaf de inschrijving
bij het parket tot de eindbeslissing in eerste aanleg, is per type zaak verschillend.
De gemiddelde duur is afhankelijk van een aantal factoren. Een rol
blijkt te spelen welk rechterlijk college de zaak afhandelt: de meervoudige kamer,
de politierechter of de kinderrechter.
Bij de rechtbankzaken die in 2004 in eerste instantie zijn afgedaan door de
meervoudige strafkamer, gingen er vanaf de inschrijving bij het parket tot de
eindbeslissing gemiddeld 210 dagen voorbij. Bij de kinderrechter waren het er
minder (172 dagen). Bij de politierechter duurde het 151 dagen. In de loop van
de jaren is een daling van de doorlooptijd zichtbaar.
De kwaliteit van het dossier speelt ongetwijfeld een belangrijke rol. Ingewikkelde
zaken met veel (proces)incidenten, uitgebreide getuigenverhoren en andere
tijdrovende complicaties kunnen de duur doen oplopen. Deze kwalitatieve kenmerken
van de procedures zijn niet in de statistieken bekend.
4.4 Hoger beroep en cassatie
Hoger beroep
Van vonnissen van de rechtbank, zowel van de sector kanton als van de sector
straf, kunnen betrokken ‘partijen’ in hoger beroep gaan bij het gerechtshof. Dit
geldt uiteraard zowel voor de verdachte als voor het openbaar ministerie.
De strafkamer van het hof bestaat uit drie raadsheren. Hij behandelt een rechtbankzaak
in hoger beroep opnieuw in volle omvang. Het eerder door de rechter
van de sector kanton of van de sector straf gewezen vonnis is inzet van het
geding. Het hof kan dit vonnis bevestigen of vernietigen. In zijn eindbeslissing,
het arrest, neemt het hof in geval van vernietiging van het vonnis van de
rechtbank een nieuwe beslissing. Gegevens over hoger beroep zijn in beperkte
mate beschikbaar en zijn opgenomen in de tabel met kerncijfers.
66 Centraal Bureau voor de Statistiek
Staat 4.18
Gemiddelde doorlooptijd in dagen van rechtbankstrafzaken naar soort rechter
2000 2001 2002 2003 2004
Meervoudige kamer 231 239 232 232 210
Politierechter 193 201 193 191 172
Kinderrechter 202 218 205 180 151
Bron: CBS.
Cassatie
Een ‘partij’ in het strafgeding in tweede instantie kan, onder bepaalde omstandigheden,
van de beslissing van de beroepsrechter in cassatie gaan bij de
Hoge Raad, het hoogste rechtscollege van ons land in strafzaken. De raad zetelt
in ’s-Gravenhage. De verdachte moet zich in rechte laten vertegenwoordigen
door een als zodanig gekwalificeerde cassatieadvocaat.
De Hoge Raad oordeelt nooit over de feiten, maar neemt aan dat die door de
lagere rechter(s) juist zijn vastgesteld. De raad beoordeelt of het recht goed is
toegepast. Hij kan het cassatieberoep verwerpen of het aangevallen vonnis
van de rechtbank of arrest van het gerechtshof vernietigen (‘casseren’). Als de
raad de beslissing van de lagere rechter vernietigt kan hij de zaak zelf afdoen.
Ook kan de raad de zaak terugwijzen naar de rechter die de eerdere beslissing
heeft genomen of de zaak verwijzen naar een andere rechter. Deze lagere rechter
moet dan een nieuwe beslissing nemen met inachtneming van de aanwijzingen
van de Hoge Raad, dan wel de zaak, of een bepaald aspect daarvan,
geheel opnieuw behandelen. Tot 2000 was het niet verplicht om bij het indienen
van een cassatieberoep de gronden daarvoor aan te geven. Vanaf 2000 is
dit wel verplicht, op straffe van niet-ontvankelijkheid. Dit is samengegaan met
een toename van het aantal niet-ontvankelijkverklaringen en een afname van
het aantal verworpen beroepen.
De laatste jaren doet de Hoge Raad jaarlijks in ongeveer 3 duizend strafzaken
uitspraak.
Bijna de helft van de zaken verklaart hij niet-ontvankelijk. Ongeveer eenderde
van de zaken eindigt in verwerping van het beroep. In 12 tot 15 procent van de
zaken besluit de raad het bestreden vonnis te vernietigen.
Rechtspraak in Nederland 2004 67
Staat 4.19
Strafzaken in cassatie afgedaan door de Hoge Raad naar aard einduitspraak
1995 2000 2001 2002 2003 2004
Totaal 2 606 1 838 2 753 3 020 2 924 2 824
Verwerping van het beroep 1 936 1 394 1 834 892 968 892
Niet-ontvankelijkverklaring 161 188 401 1 668 1 585 1 604
Vernietiging en terugwijzing/verwijzing 157 90 144 134 123 123
Vernietiging en afdoening 337 152 309 315 247 202
Overige uitspraken 15 14 65 11 1 3
Bron: CBS/Hoge Raad der Nederlanden.
4.5 Enkele bijzondere procedures
Halt
In het jeugdstrafrecht is sinds 1995 een bijzondere vorm van afhandeling van
geconstateerde strafbare feiten bij jeugdige wetsovertreders, de Haltafdoening,
opgenomen. Doel is te voorkomen dat strafrechtelijk minderjarigen – de
leeftijdscategorie 12–17 jaar – bij een eerste politiecontact in verband met lichte
criminele gedragingen meteen het ingrijpende reguliere strafrechtelijke traject
in gaan. Hiervoor zijn de Haltbureaus in het leven geroepen. Jeugdige
crimineeltjes krijgen daar de mogelijkheid ‘de zaak weer goed te maken’.
In de loop der jaren is het jaarlijkse aantal Haltafdoeningen gestaag toegenomen
tot ruim 21 duizend (cijfers: Halt Nederland). Ook los van de groei van het aantal
Haltbureaus wordt steeds meer gebruik gemaakt van de Haltafdoening.
Andere redenen van deze toename zijn de geleidelijke uitbreiding van het aantal
delicten waarbij de Haltafdoening mogelijk is, de toenemende bekendheid
van Halt bij de politie en de strengere aanpak van de jeugdcriminaliteit.
Stop
Kinderen tot 12 jaar kunnen vanwege hun leeftijd niet strafrechtelijk worden
vervolgd. Als de politie zulke jeugdige overtreders aanhoudt kan zij hun een
zogenaamde Stopreactie aanbieden. Voorwaarde is o.a. dat het een Haltwaardig
delict betreft: een delict dat bij minderjarigen boven 12 jaar voor een
Haltafdoening in aanmerking komt.
In 2004 zijn er ruim 2,1 duizend Stopreacties aangeboden, hoofdzakelijk aan
10- en 11-jarige kinderen (cijfers: Halt Nederland).
Zowel de Haltafdoeningen als de Stopreacties zijn in hoofdzaak aangeboden
ter afdoening van zaken als vernieling, vuurwerkdelicten en winkeldiefstal.
Jeugdrechtspraak
Wanneer strafrechtelijk minderjarigen bij contact met justitie niet in aanmerking
komen voor een Haltafdoening geldt voor hen het strengere reguliere
jeugdstrafrecht. Bij deze jeugdige delinquenten gaat het meestal om een veroordeling
wegens vormen van diefstal (diefstal met geweld, een geweldsdelict
of gekwalificeerde diefstal, een vermogensdelict).
De kinderrechter kan deze jongeren veroordelen tot de vrijheidsstraf jeugddetentie.
Jaarlijks stuurt de rechter ongeveer 2 duizend jongeren in jeugddetentie,
de meesten voor de duur van 1 maand tot 3 maanden.
Schadevergoeding ex-verdachten
Personen die ten onrechte hechtenis hebben ondergaan, ontvangen als ze daar
om vragen van de overheid een schadevergoeding. Een toenemend aantal
ex-verdachten maakt hiervan gebruik.
68 Centraal Bureau voor de Statistiek
In 2004 zijn ruim 4,5 duizend verzoeken gehonoreerd. Met de toegekende
schadevergoedingen is in 2004 een bedrag gemoeid van ruim 13 miljoen euro.
In 1995 was het uitgekeerde bedrag nog ruim 4 miljoen euro.
Gratieverlening
Een verzoek tot gratie heeft als opzet dat een opgelegde straf geheel of gedeeltelijk
wordt kwijtgescholden. Een tijdig na de strafoplegging ingediend gratieverzoek
schort de tenuitvoerlegging van de vrijheidsstraf op. Gratie kan
worden verleend op twee soorten gronden, die in de Gratiewet zijn omschreven.
In de eerste plaats kan er sprake zijn van omstandigheden waarmee de
rechter bij de uitspraak niet of onvoldoende rekening heeft gehouden, terwijl
die omstandigheden wel zouden hebben geleid tot een lagere straf. In de tweede
plaats kan het zo zijn dat met (de voortzetting van) de straf geen redelijk
doel meer wordt gediend.
Rechtspraak in Nederland 2004 69
Staat 4.20
Schadevergoedingen aan ex-verdachten op basis van artikelen 89 en 591a Sv
1995 2000 2001 2002 2003 2004
In de loop van het jaar beslist 1 977 4 660 4 576 4 254 4 460 5 302
w.o.
met toekenning 1 668 3 839 4 029 3 705 3 799 4 565
mln euro
Toegekend schadevergoedingsbedrag 4,4 11,8 12,0 14,7 12,3 13,4
euro
Gemiddeld bedrag per toekenning 2 630 3 087 2 985 3 974 3 230 2 927
Bron: CBS.
Staat 4.21
Gratieverlening
1995 2000 2001 2002 2003 2004
Ontvangen verzoekschriften 5 409 4 806 3 998 3 823 4 187 3 789
Totaal beslissingen1) 5 728 5 185 3 887 3 390 3 374 2 684
w.v.
onvoorwaardelijke gratieverlening 963 465 268 333 405 515
voorwaardelijke gratieverlening 1 095 2 344 1 564 1 105 821 337
afwijzing gratieverlening 3 670 2 376 2 055 1 952 2 148 1 832
1) Beslissingen per straf (een verzoekschrift kan verscheidene straffen betreffen).
Bron: CBS.
Zowel de veroordeelde zelf als een ander kan een gratieverzoek indienen. Formeel
beslist het staatshoofd op voordracht van de minister van Justitie over de
gratieverlening.
Het aantal ingediende verzoeken varieert in de periode 1995 tot 2004 tussen
de 4 duizend en 7 duizend. In 2004 is op bijna 3 700 verzoeken een beslissing
genomen. Ruim eenderde hiervan is geheel of gedeeltelijk ingewilligd; de rest
is afgewezen.
Uitlevering
Wanneer de verdachte van een in Nederland gepleegd strafbaar feit zich in
het buitenland bevindt en het openbaar ministerie tot vervolging wil overgaan,
zal de overheid een verzoek om uitlevering doen aan de staat waar de
verdachte zich ophoudt. Al naar gelang de omstandigheden en de tussen de
staten bestaande verdragsverplichtingen levert de buitenlandse staat de verdachte
al dan niet uit aan ons land. Veel staten zullen in beginsel geen eigen
onderdaan aan een andere staat uitleveren; Nederland hoort overigens niet tot
deze landen.
In 2004 is door Nederland van 112 personen de uitlevering gevraagd aan een
buitenlandse staat. In vrijwel alle gevallen was het verzoek gericht tot een
Europees land.
Vanzelfsprekend krijgen de Nederlandse justitiŽle autoriteiten ook te maken
met de spiegelbeeldsituatie, waarbij een andere staat de uitlevering vraagt van
een in ons land verblijvende persoon, die verdacht wordt van een in die verzoekende
staat strafbaar gesteld feit.
In 2004 is door een buitenlandse staat aan Nederland de uitlevering van 366
verdachten verzocht. De verzoeken zijn meestal afkomstig van een ander
Europees land.
70 Centraal Bureau voor de Statistiek
Staat 4.22
Verzoeken om uitlevering
1995 2000 2001 2002 2003 2004
Door Nederland aan een land in:
Europa 105 78 110 109 97 88
Amerika 4 7 7 18 12 16
Overig/onbekend – 1 4 3 1 8
Totaal 109 86 121 130 110 112
Aan Nederland door een land in:
Europa 207 184 265 363 294 323
Amerika 8 22 31 26 36 31
Overig/onbekend 5 4 15 2 6 11
Totaal 220 210 311 391 336 366
Bron: CBS.
5. FinanciŽn en personeel
5.1 Uitgaven en inkomsten
Hoeveel geven we in Nederland uit aan Openbaar Ministerie (OM) en rechtspraak
en hoe hebben die uitgaven zich sinds 1995 ontwikkeld? Met de aanduiding
rechtspraak wordt hier de Zittende magistratuur (rechters, raadsheren
e.d.) en de ondersteuning daarvan bedoeld 1). Staat 5.1 geeft een beeld van de
uitgaven. Tot 2000 waren de uitgaven voor het OM en de rechtspraak niet te onderscheiden.
Vanaf 2000 is dit wel het geval 2).
Staat 5.1 brengt ook de ontwikkeling van de inkomsten van de overheid uit
griffierechten in beeld. Dit zijn de gelden die partijen in civielrechtelijke of bestuursrechtelijke
zaken moeten betalen ter behandeling van hun zaak.
De uitgaven aan OM en rechtspraak stegen van circa 500 miljoen euro in 1995
tot bijna 1,3 miljard euro in 2004. In dat jaar beslaat het OM 42 procent van
deze uitgaven en de rechtspraak 58 procent. De geÔnde griffierechten zijn
sinds 1995 meer dan verdubbeld tot 156 miljoen euro. Zij dekken daarmee
circa 20 procent van de kosten van de rechtspraak. Uit onderzoek blijkt dat
het grootste deel van de geÔnde griffierechten in 2001 samenhing met de be-
Rechtspraak in Nederland 2004 71
Staat 5.1
Uitgaven aan OM en rechtspraak en inkomsten uit griffierechten 1)
1995 2000 2001 2002 2003 2004
mln euro
OM en rechtspraak 466 860 1 015 1 106 1 152 1 289
wv. personele uitgaven 342
wv. materiŽle uitgaven 84
wv. gerechtskosten 39
OM 247 288 425 2) 458 517
Rechtspraak 613 726 667 2) 709 772
Griffierechten 3) 75 93 102 114 130 156
1) Nominale bedragen. Bedragen t/m 2001 omgerekend van guldens naar euro’s. Bedragen tot 1999 exclusief huisvestingskosten.
In 2000 bedroegen deze circa 90 miljoen euro voor OM en rechtspraak samen. OM inclusief de Rijksrecherche.
Rechtspraak exclusief Raad van State; de uitgaven van de Raad van State (inclusief Directie Wetgeving) bedroegen in
2004 circa 45 miljoen euro (Raad van State, Jaarverslag 2004. Den Haag, 2005 (p.186).
2) In 2002 is vanwege de ontvlechting van ondersteunende diensten circa 80 miljoen euro overgeheveld van rechtspraak
naar OM.
3) Exclusief griffierechten geÔnd door Raad van State. Deze bedroegen in 2004 circa 1,3 miljoen euro (Raad van State, Jaarverslag
2004, p.186).
Bron: Ministerie van Justitie, begrotingen van diverse jaren; Jaarverslag van de Rechtspraak, jaarverslagen van de Rechtspraak.
handeling van civiele zaken bij rechtbanken en kantongerechten, namelijk circa
44 procent en 37 procent van het totaal 3).
De uitgaven in staat 5.1 zijn in nominale termen en weerspiegelen onder andere
de stijging van lonen en prijzen. Figuur 5.1.1 schetst de ontwikkeling van de
uitgaven voor OM en rechtspraak in reŽle termen, ofwel gecorrigeerd voor inflatie.
Dit geeft een beeld van de koopkracht die de Nederlanders gezamenlijk
opofferen om OM en rechtspraak in stand te houden. Tevens geeft de figuur
aan welk deel van hetgeen de Nederlanders allen tezamen verdienen, het Bruto
Binnenlands Product, aan OM en rechtspraak wordt besteed.
Uit figuur 5.1.1 blijkt dat de (reŽle) uitgaven voor OM en rechtspraak per
hoofd van bevolking in de periode 1995–2004 duidelijk zijn toegenomen. Het
totaal correspondeert in laatstgenoemd jaar met bijna 32 euro per hoofd van
de bevolking voor OM en ruim 47 euro per hoofd van de bevolking voor de
rechtspraak. Ter vergelijking: de uitgaven aan de politie lagen op circa 249 euro
per hoofd. De uitgaven aan OM en rechtspraak maken circa 23 procent van de
begroting van het Ministerie van Justitie uit.
De figuur laat tevens zien dat de uitgaven voor OM en rechtspraak in verhouding
tot het Bruto Binnenlands Product in de betreffende periode ook zijn gestegen,
maar duidelijk minder. In 2004 werd per 100 in ons land verdiende
euro’s bijna 28 eurocent aan OM en rechtspraak besteed. In 1995 was dit circa
16 eurocent.
72 Centraal Bureau voor de Statistiek
5.1.1 Ontwikkeling reŽle uitgaven openbaar ministerie (OM) en rechtspraak
1995 1997 1998 1999 2000 2002
80
60
50
20
1996 2001
70
40
30
10
euro
35
30
20
10
40
25
15
5
Uitgaven OM en rechtspraak in euro’s per hoofd van de bevolking (schaal links)
Uitgaven OM en rechtspraak t.o.v. BBP in eurocenten per 100 euro (schaal rechts)
eurocent
Bron: Raad voor de rechtspraak.
2004
0 0
2003
Figuur 5.1.2 schetst welk deel van de uitgaven aan rechtspraak door degenen
die een beroep doen op de civiele en bestuursrechtspraak zelf worden bekostigd,
via de betaling van griffierechten.
Dit deel van de uitgaven voor de rechtspraak, dat door de rechtzoekenden zelf
direct wordt betaald via de griffierechten, daalde vanaf 1995 tot en met 2001
om vervolgens weer te stijgen. In 2004 ligt het aandeel weer min of meer op
hetzelfde niveau als in 1995.
De stijging van de reŽle uitgaven aan OM en rechtspraak heeft diverse achtergronden.
Er is een maatschappelijke vraag naar vergroting van de veiligheid
en rechtsbescherming. Die uit zich bijvoorbeeld in de beleidsmatige prioriteit
die verhoging van de veiligheid krijgt 4) en het toenemende beroep op met
name de civiele rechter (zie elders in deze publicatie). Overigens is ook de
kostprijs per behandelde zaak bij OM en rechtspraak gestegen 5). Dit kan diverse
oorzaken hebben. De selectie ‘aan de poort’ is op sommige gebieden sterker
geworden, waardoor bijvoorbeeld op het gebied van overtredingen veel minder
zaken OM en rechter bereiken dan vroeger 6). De overblijvende groep zaken
kan dan bewerkelijker zijn. Daarnaast worden toenemende eisen aan de
procesgang gesteld (mede onder invloed van Europese wet- en regelgeving) en
vinden, vanwege uitbreiding en een streven naar kwaliteitsverbetering, toenemende
investeringen in opleiding en ICT plaats. Ook is niet uit te sluiten dat de
groei tot ondoelmatigheden in de organisatie heeft geleid.
Vergelijkend onderzoek met andere Europese landen suggereert dat de
‘selectie aan de poort’ van de rechter in Nederland sterk is, maar de uitgaven
per zaak gemiddeld vrij hoog zijn. Bij de uitgaven aan rechtspraak per inwoner
ligt Nederland in de middenmoot 7).
Rechtspraak in Nederland 2004 73
5.1.2 Ontwikkeling aandeel inkomsten griffierechten t.o.v. uitgaven rechtspraak
25
1995 1997 1998 1999 2000 2001
Bron: Raad voor de rechtspraak.
1996 2002 2004
%
20
15
10
5
0
2003
5.2 Samenstelling van de uitgaven
Staat 5.2 geeft een indicatie van de samenstelling van de uitgaven voor OM en
rechtspraak in 2003 en 2004.
De personele uitgaven vormen de grootste uitgavenpost. Dit geldt het sterkst
bij de rechtspraak. Bij het OM zijn naast de materiŽle uitgaven ook de gerechtskosten
van belang. Dit zijn de kosten gemoeid met inzet van opsporingsmiddelen
(telefoontaps e.d.) en de inzet van tolken en vertalers in strafzaken.
Sinds 2002 is een groot deel van de rechtspraak te onderscheiden in sectoren.
Staat 5.3 geeft een schatting van de uitgaven en het personeel aan de diverse
sectoren bij het totaal van de gerechten, exclusief de Hoge Raad en de Raad
van State 8). Omdat kantonrechters zowel civiele als straf (overtredings-)zaken
behandelen, is de sector kanton van de rechtbanken niet nader op te delen.
Het zwaartepunt bij deze sector ligt echter bij de behandeling van civiele zaken.
Overigens is een deel van de uitgaven en het personeel niet aan sectoren
toe te rekenen. Het gaat dan met name om staf- en algemene beheersdiensten,
algemene exploitatiekosten, kosten van automatiseringsapparatuur, e.d. 9)
Hoewel de strafsector maatschappelijk en politiek vaak de meeste aandacht
krijgt, is deze niet de grootste. De civiele sector is het grootst, gevolgd door de
strafsector en de bestuurssector. Overigens is, zeker bij de uitgaven, een belangrijk
deel (bijna de helft) niet naar de sectoren in te delen.
Van de circa 8 300 arbeidsjaren personeel is circa 2 000 rechter, raadsheer e.d.
De rest is ondersteunend personeel (griffie, administratie, facilitaire diensten
e.d.).
74 Centraal Bureau voor de Statistiek
Staat 5.2
Procentuele verdeling uitgaven OM en rechtspraak, 2003 en 2004
Uitgaven OM, 2003 Uitgaven OM, 2004 Uitgaven recht- Uitgaven rechtspraak,
2003 1) spraak, 2004 1)
Personele uitgaven 2) 2) 70 3) 68 3)
MateriŽle uitgaven 2) 2) 29 31
Gerechtskosten 15 18 1 1
Totaal 100 100 100 100
1) Voorzover vallend onder de begroting van de Raad voor de rechtspraak.
2) In het OM Jaarverslag 2003 en het OM Jaarbericht 2004 worden personele en materiŽle uitgaven samengenomen (samen
respectievelijk 85 procent en 82 procent van het totaal).
3) Bij de Raad van State was het aandeel van de personele uitgaven in 2003 70 procent, in 2004 58 procent.
Bron: Parket-generaal, Jaarverslag OM 2003; Jaarbericht OM 2004 .
Raad voor de rechtspraak, Jaarverslag van de Rechtspraak 2003 en 2004.
5.3 Personeel
Staat 5.4 geeft een overzicht van de ontwikkeling van de personeelssterkte bij
OM en rechtspraak tussen 1995 en 2004. Vanwege de reorganisatie van de
rechtspraak, met de samenvoeging van kantongerechten en rechtbanken en de
ontvlechting van de ondersteunende diensten zijn de cijfers over 2002 en latere
jaren niet vergelijkbaar met de jaren daarvoor.
De arrondissementsparketten en rechtbanken zijn duidelijk de grootste onderdelen
van OM en rechtspraak, met in 2004 bijna 3 respectievelijk 6,7 duizend arbeidsjaren.
De gerechtshoven telden in dat jaar bijna 1.000 arbeidsjaren. In totaal
beschikte het OM over ruim 3,3 duizend en de rechtspraak over ruim 8,1 duizend
arbeidsjaren.
Hierbij zijn enige stafdiensten op arrondissementaal niveau en centrale diensten
niet meegeteld. Deze besloegen in 2004 tezamen ruim 2 duizend arbeidsjaren.
Bij de centrale diensten gaat het o.a. om instanties als Parket-generaal en
Raad voor de rechtspraak en om instanties die zowel voor OM als rechtspraak
werken (met name op het terrein van ICT en opleiding). Overigens is een
groot deel van de arrondissementale stafdiensten vanaf 2002 ‘ontvlecht’, dat
wil zeggen ondergebracht bij de diverse parketten en gerechten. Daarom zijn
deze stafdiensten vanaf 2002 veel kleiner en deels terug te vinden in de groei
van de personeelssterkte bij de verschillende parketten en gerechten in 2002.
Rechtspraak in Nederland 2004 75
Staat 5.3
Uitgaven rechtspraak en personeel naar sectoren, 2004 1)
Sector Uitgaven rechtspraak Personeel 4)
mln euro % x 1 000 arbeidsjaren %
Civiel 119 16 1,9 23
Bestuur 2) 105 14 1,8 22
Straf 109 14 1,6 19
Kanton 60 8 1,1 13
Niet in te delen 359 48 2,0 23
Totaal 3) 752 100 8,4 100
1) Exclusief Hoge Raad en Raad van State.
2) Inclusief Vreemdelingenzaken (40 miljoen euro), belastingzaken (11 miljoen euro), en zaken van CBB en CRvB (14 miljoen
euro).
3) Inclusief megazaken (6 miljoen euro).
4) Ultimo 2004. Inclusief toerekening staf en gemeenschappelijk beheer.
Bron: Raad voor de rechtspraak, Geconsolideerde rapportage 2004 van de gerechten en Jaarverslag 2004.
In totaal groeide de personeelssterkte van OM en rechtspraak tezamen van
ruim 8,7 duizend in 1995 tot ruim 13,5 duizend in 2004, een stijging van 55 procent.
Figuur 5.2 brengt de ontwikkeling van de personeelssterkte in beeld bij de
grootste vier onderdelen van OM en rechtspraak: de arrondissementsparketten,
de ressortsparketten, de rechtbanken (inclusief de tot 2002 afzonderlijk
bestaande kantongerechten) en de gerechtshoven. De in staat 5.4 apart vermelde
gemeenschappelijke beheersdiensten (verantwoordelijk voor de gebouwen
e.d.) zijn toegerekend aan de verschillende diensten en gerechten waar zij
voor werken. Eveneens anders dan in staat 5.4 is rekening gehouden met arbeidsduurverkorting
door de personeelssterkte in arbeidsuren om te rekenen:
een arbeidsjaar telt in 2003 ongeveer 4 procent minder uren dan in 1995. Op
deze manier ontstaat een indicatief beeld van de ontwikkeling van de
personeelsinzet over de totale periode 1995–2004.
De figuur geeft de resultaten in indices, zodat de groei van de verschillende
onderdelen kan worden vergeleken. De omvang van de verschillende onderdelen
staat reeds in staat 5.4 vermeld en komt niet in de figuur tot uiting.
76 Centraal Bureau voor de Statistiek
Staat 5.4
Personeelssterkte OM en rechtspraak, 1995–2004, jaargemiddelden in voltijd-equivalenten
1995 2000 2001 2002 2003 2004
Ressortsparketten 177 237 276 302 331 348
Arrondissementsparketten 1 985 2 459 2 694 2 950 2 958 2 991
Totaal OM1) 2 162 2 696 2 970 3 252 3 289 3 339
Hoge Raad (incl. parket) 139 162 175 191 202 208
Gerechtshoven 540 650 626 828 929 986
(Arrondissement)rechtbanken 2) 2 868 3 624 3 997 6 163 6 551 6 710
Kantongerechten 3) 787 870 901
Centrale Raad van Beroep 155 151 162 168 172 195
College van Beroep voor het Bedrijfsleven 47 33 36 37 43 48
Totaal rechtspraak (ZM) 4 536 5 490 5 897 7 388 7 897 8 147
DGO/arrondissementale stafdiensten 1 120 1 465 1 481 571 580 508
Centrale diensten 908 949 1 012 1 325 1 454 1 546
Generaal totaal OM en rechtspraak 8 726 10 600 11 360 12 538 13 221 13 540
1) Exclusief Rijksrecherche. Deze telde in 2004 circa 107 arbeidsjaren.
2) Tot 2002 exclusief de sector kanton, die toen nog als apart kantongerecht bestond.
3) In 2002 opgegaan in de rechtbanken.
Bron: Raad voor de rechtspraak.
Bij alle vier onderscheiden onderdelen van OM en rechtspraak is de personeelssterkte
in de periode 1995–2004 gestegen. De stijging varieert van
ruim 40 procent bij de arrondissementsparketten en gerechtshoven tot ruim
80 procent bij de ressortsparketten. De stijging is het sterkst in het tweede
deel van de periode.
Noten in de tekst
1) De cijfers over uitgaven en personeel van de rechtspraak in deze paragraaf
zijn steeds exclusief de Raad van State, die zich onder andere met de afhandeling
van bepaalde bestuurszaken bezighoudt (zie hoofdstuk 2 van deze publicatie);
dit omdat het desbetreffende deel niet goed is af te splitsen. Wel
worden soms in bijgaande noten enige cijfers over de Raad van State vermeld.
2) De begrotingssystematiek is toen gewijzigd en sindsdien is onderscheid te
maken in het beleidsartikel ‘rechtshandhaving’, waaronder het Openbaar Ministerie
valt, en het beleidsartikel ‘rechtspleging’, waaronder de gerechten
vallen.
3) IOO bv, Optimalisering heffing en incasso griffierechten, Zoetermeer, 2002
(p. 20).
4) Zie bijvoorbeeld de door de ministers van Justitie en BZK uitgebrachte nota:
Naar een veiliger samenleving, Den Haag: SDU, 2002.
5) Zie bijvoorbeeld Sociaal en Cultureel Planbureau, Memorandum quartaire
sector 2002–2006, Den Haag (werkdocument 86) en Wiebrens, C.J. en F.P.
van Tulder, Veiligheid en openbare orde (hoofdstuk 3), in: C.A. de Kam en
A.P. Ros (redactie), Jaarboek overheidsfinanciŽn 2003, Den Haag: SDU, 2003.
Rechtspraak in Nederland 2004 77
5.2 Personeelssterkte arrondissements- en ressortsparketten en twee typen gerechten, indices 1)
index (1995=100)
1995 1997 1998 1996 1999 2000 2001 2002
Arrondissementsparketten
Rechtbanken (incl. kanton)
Gerechtshoven
Ressortsparketten
1)Met toegerekend deel van arrondissementale stafdiensten/DGO, in arbeidsjaren van 2004. Rechtbanken t/m 2002
inclusief kantongerechten en vanaf 2002 inclusief sector kanton.
Bron: Raad voor de rechtspraak. 1)
2004
100
120
140
160
180
200
2003
6) Tegenwoordig worden zeer veel overtredingszaken administratief-rechtelijk
afgedaan (conform de wet-Mulder).
7) Zie: Jos Blank, Martin van der Ende, Bart van Hulst en Rob Jagtenburg,
Bench-Marking in an International Perspective. An International Comparison
of the Mechanisms and Performance of the Judiciary System, Rotterdam,
ECORYS-NEI, 2004. Een uitgebreide vergelijking van de rechtspraak in Nederland
met die in Denemarken is te vinden in Peter .J.P. Tak en Jan P.S. Fiselier,
Denemarken-Nederland. De rechtspleging vergeleken, Nijmegen,
Wolf Legal Publishers, 2004.
8) Het gaat om de gerechten die onder de begroting van de Raad voor de rechtspraak.
9) Tevens is er nog geen volledige uniformiteit in wijze van indelen over de diverse
gerechten.
78 Centraal Bureau voor de Statistiek
Begrippenlijst
Toelichting: Opgenomen begrippen zijn beknopt beschreven naar de laatste stand van
zaken; meer en gedetailleerder informatie staat in (juridische) woordenboeken of handboeken
en is te vinden op diverse internetsites (onder andere www.rechtspraak.nl).
Administratief beroep
Rechtsgang in het bestuursrecht waarbij de belanghebbende een beslissing
van het bestuur aanvecht bij een hiŽrarchisch hoger bestuursorgaan dan het
orgaan dat de bestreden beslissing heeft genomen.
Administratief bezwaar
Rechtsgang in het bestuursrecht waarbij de belanghebbende een beslissing
van het bestuur aanvecht bij het orgaan dat de bestreden beslissing heeft genomen.
Adoptie
Aanneming als wettig kind na uitspraak door de rechtbank op verzoek van
(echt)paar of ťťn persoon dat/die het kind wil adopteren of vanwege het
Haags Adoptieverdrag 1993 met erkenning van een uitspraak van de Centrale
Autoriteit van het (buiten)land van herkomst van het kind.
Afdoening door de rechter
In burgerlijk recht: eindbeslissing, in de regel door (deels) toewijzen dan wel
afwijzen van het verzoek of de vordering.
In strafrecht: eindbeslissing, door schuldigverklaring, vrijspraak, ontslag van
alle rechtsvervolging of een van de overige einduitspraken.
Afdoening door het openbaar ministerie
Eindbeslissing over een bij het parket ingeschreven proces-verbaal door sepot,
voeging ad informandum, voeging ter berechting, transactie of overdracht aan
de afdeling rechtbankzaken van een ander parket.
Arrest
Uitspraak van de Hoge Raad of een gerechtshof.
Beleidssepot
Beslissing van het openbaar ministerie waarbij het afziet van vervolging van
een geconstateerd strafbaar feit op grond van het algemeen belang.
Rechtspraak in Nederland 2004 79
Beschikking
In burgerlijk recht: rechterlijke (tussen)uitspraak die niet strekt tot voorlopige
of definitieve beslechting van een geschil; rechterlijke eindbeslissing in een
verzoekschriftprocedure.
In bestuursrecht: eenzijdige beslissing van een bestuursorgaan in een concreet
individueel geval.
In strafrecht: rechterlijke beslissing tijdens het verloop van een strafproces,
niet uitgesproken op de terechtzitting.
Bestuursrechtspraak
Rechtsgang in het bestuursrecht waarbij de belanghebbende een beslissing
van het bestuur aanvecht bij de onafhankelijke rechter (meestal de sector bestuursrecht
van de rechtbank).
Bijzondere inrichting
Penitentiaire inrichting met specifieke functie, anders dan die van huizen van
bewaring en gevangenissen. Gewoonlijk worden ze gerekend tot de huizen
van bewaring.
Burgerlijke rechtspraak
Rechtspraak in geschillen tussen burgers onderling, tussen bedrijven onderling
of tussen burgers en bedrijven. Wordt ook wel civiele rechtspraak genoemd.
(beroep in) Cassatie
Gewoon rechtsmiddel tegen vonnis, arrest of beschikking van lagere rechter,
ingesteld bij de Hoge Raad, mits er geen ander gewoon rechtsmiddel openstaat
of heeft opengestaan.
Centrale Raad van Beroep
Rechtscollege dat in eerste (en soms enige) instantie, of in beroep van uitspraken
van de sector bestuursrecht van de rechtbank, beslist over bepaalde bestuursrechtelijke
geschillen.
College van Beroep voor het Bedrijfsleven
Rechtscollege dat beslist in geschillen op het gebied van het economisch bestuursrecht
en in beroep tegen een besluit of handeling van een bedrijfslichaam.
Commune strafrecht, (het -)
Geheel van strafbare feiten zoals omschreven in boek 2 (misdrijven) en boek 3
(overtredingen) van het Wetboek van Strafrecht; staat tegenover de strafbepalingen
in bijzondere wetten als de Wegenverkeerswet of de Wet op de Economische
Delicten.
80 Centraal Bureau voor de Statistiek
Conclusie (juridisch)
Algemeen: advies van het openbaar ministerie (procureur-generaal of advocaatgeneraal)
aan de Hoge Raad gedurende de behandeling van een cassatie(beroep).
In burgerlijk recht: schriftelijk processtuk bij behandeling van een zaak.
Contradictoir vonnis
Eindbeslissing in een rechtszaak waarbij de verdachte/partijen ter zitting is/
zijn verschenen.
Dagvaarding
Officieel geschrift (deurwaardersexploot) dat iemand oproept op een bepaalde
tijd voor de rechter te verschijnen in verband met het beslechten van een
geschil (burgerlijk procesrecht), of de vervolging van een aan de opgeroepene
ten laste gelegd strafbaar feit (strafprocesrecht).
Echtscheidingsprocedure
Verzoekschriftprocedure voor de Nederlandse rechter waarin hij een beslissing
neemt inzake een verzoek tot echtscheiding, een verzoek tot scheiding van tafel
en bed, een verzoek tot ontbinding van het huwelijk na scheiding van tafel en
bed of een verzoek tot ontbinding van het geregistreerd partnerschap.
Eerste aanleg, (in -)
Primaire rechterlijke instantie waar een zaak wordt behandeld.
Eindbeschikking
Uitspraak door de rechter, die een burgerlijke zaak, begonnen met een verzoekschrift
(rekest), voor een bepaalde instantie definitief beŽindigt.
Eindvonnis
Uitspraak door de rechter, die een burgerlijke zaak, begonnen met een dagvaarding,
voor een bepaalde instantie definitief beŽindigt.
Extra-judiciŽle zaak
Procedure in een burgerlijke zaak voor het geven van een rechterlijke voorziening
aan de verzoeker – o.a. adoptie, curatele, voogdij –, in de regel ingeleid
met een verzoekschrift (rekest) en eindigend met een beschikking.
Faillissement
Staat waarin de rechter een schuldenaar verklaart, wanneer die heeft opgehouden
te betalen, waarna op het vermogen en de inkomsten van de failliet
(conservatoir) beslag komt te liggen om eventuele baten aan de schuldeiser(s)
te laten toekomen.
Rechtspraak in Nederland 2004 81
Gedetineerde
Persoon die gedwongen verblijft in een Nederlandse penitentiaire inrichting,
zoals een huis van bewaring of gevangenis in afwachting van zijn proces of
voor het uitzitten van een hem door de rechter opgelegde onvoorwaardelijke
vrijheidsstraf of maatregel of in afwachting van zijn uitlevering/uitzetting of
in afwachting van zijn plaatsing in een bijzondere inrichting.
Gerechtshof
Rechtscollege (‘het hof’) dat het hoger beroep behandelt tegen een door een lagere
rechter in eerdere instantie gegeven beslissing. Er zijn 5 gerechtshoven.
Gevangenis
Penitentiaire inrichting voor ondergaan van vrijheidsstraf, hoofdzakelijk bestemd
voor degenen die tot gevangenisstraf zijn veroordeeld.
Gevangenisstraf
Vrijheidsstraf, levenslang of tijdelijk met een strafduur van ten hoogste dertig
jaar, in de regel ondergaan in een gevangenis.
Halt
Lik-op-stuk-afhandeling van bepaalde soorten criminaliteit (Halt-feiten, zoals
vandalisme, baldadigheid en lichte vermogensdelicten) van jeugdige ‘first
offenders’ via een Halt-bureau op basis van het jeugdstrafrecht. Halt is een
acroniem van Het alternatief.
Hechtenis
Principale - : vrijheidsstraf met een strafduur van maximaal ťťn jaar en vier
maanden, van lichtere aard dan gevangenisstraf en in de regel ondergaan in
een huis van bewaring.
Subsidiaire - : vrijheidsstraf vanwege niet of niet volledige betaling van geldboete.
Herstel in het ouderlijk gezag
BeŽindiging van de ontheffing of ontzetting van het ouderlijk gezag of de benoeming
van een ouder tot voogd over het kind, door de rechter.
Hoge Raad (der Nederlanden)
Hoogste rechtscollege van de gewone rechterlijke organisatie; behandelt cassatie(
beroep) van beslissingen in vrijwel alle zaken waartegen geen ander
rechtsmiddel openstaat of heeft opengestaan. Er is ťťn Hoge Raad.
Hoger beroep
Gewoon rechtsmiddel, ook appel genoemd, toegekend aan iedere in eerste instantie
verschenen en geheel of ten dele in het ongelijk gestelde partij; inzet
van het geding is de in eerdere instantie gewezen beslissing.
82 Centraal Bureau voor de Statistiek
Huis van bewaring
Penitentiaire inrichting bedoeld voor insluiting op grond van verscheidene
verblijfstitels: de voorlopig gehechten (verdachten van een ernstig strafbaar
feit die gedwongen de afhandeling van hun zaak afwachten in een inrichting),
zij, die een korte vrijheidsstraf moeten ondergaan, enkele bijzondere categorieŽn
justitiabelen zoals vreemdelingen die op uitzetting of uitlevering wachten,
gegijzelden of gefailleerden en verder veroordeelden die wachten op
definitieve plaatsing in de voor hen bestemde bijzondere inrichting, bijvoorbeeld
het Penitentiair Selectie Centrum of een Tbs-inrichting. Een laatste categorie
zijn de passanten, doortrekkende gevangenen en andere onder verzekerde
bewaring vervoerde personen.
Incidenteel vonnis
Tussenvonnis waarbij een beslissing in een incident (vertragende verwikkeling
tijdens een procedure) wordt gegeven en dat geen preparatoir, interlocutoir
of provisioneel vonnis is.
Inrichtingstype
Typologie van penitentiaire inrichtingen naar type gedetineerden in de inrichting.
Vaststelling wordt geregeld in Penitentiaire Beginselenwet 1998.
Interlocutoir vonnis
Tussenvonnis waarbij de rechter, vůůr zijn eindbeslissing, een bewijs, onderzoek
of instructie beveelt waarvan de beslissing in de zaak afhankelijk kan zijn.
Inverzekeringstelling
Vrijheidsbeneming gedurende ten hoogste drie dagen wanneer de tijd dat een
verdachte voor verhoor mag worden opgehouden (zes uur) niet voldoende is,
hooguit ťťnmaal te verlengen met nog eens drie dagen (tot aan oktober 1994
bestond de maximale periode van inverzekeringstelling uit twee periodes van
twee dagen).
Kort geding
Procedure voor de voorzieningenrechter (vroeger: president) van de rechtbank
(soms de voorzitter van de Centrale Raad van Beroep) met een zaak die
om reden van spoed een onmiddellijke voorziening vereist; de voorziening
heeft een voorlopig karakter; het vonnis is in de regel vatbaar voor hoger beroep
en cassatie(beroep).
Meerderjarige verdachte
Degene die ten tijde van begaan van een strafbaar feit 18 jaar of ouder is.
Minderjarige verdachte
Degene die ten tijde van begaan van een strafbaar feit jonger is dan 18 jaar. Afhandeling
van (jeugd)zaken van eenvoudige aard gebeurt veelal via Halt(bureaus).
Rechtspraak in Nederland 2004 83
NB. Niemand kan strafrechtelijk worden vervolgd voor een feit begaan voordat
hij de leeftijd van 12 jaar heeft bereikt.
Misdrijf
Strafbaar feit van de zware soort, als zodanig aangeduid in de strafwetten; indeling
van strafbare feiten in misdrijven en overtredingen is van belang bij het
procesrecht (absolute competentie en rechtsmiddelen) en de strafbaarstelling;
berechting in eerste aanleg gebeurt in de meeste gevallen door de rechtbank.
Natuurlijk persoon
Mens (individu) als rechtssubject.
Niet-ontvankelijkheid
Eindbeslissing waarbij de rechter het verzoek of de eis van een partij afwijst of
het openbaar ministerie het recht te vervolgen ontzegt, op een grond die buiten
de zaak zelf ligt (zoals een procedurefout).
Ondertoezichtstelling
Plaatsing, door de kinderrechter, van een minderjarig kind onder toezicht van
een gezinsvoogd, als een kind zodanig opgroeit dat het met zedelijke of lichamelijke
ondergang wordt bedreigd.
Onherroepelijke uitspraak
Beslissing van de rechter waartegen geen (gewoon) rechtsmiddel meer openstaat.
Ontheffing van ouderlijk gezag of voogdij
Ontneming, door de rechtbank, van het ouderlijk gezag of de voogdij aan een
ouder of voogd op grond dat deze ongeschikt of onmachtig is zijn plicht tot
verzorging en opvoeding te vervullen.
Ontslag van (alle) rechtsvervolging
Beslissing van de rechter, waarbij hij het door de officier van justitie ten laste
gelegde feit wel bewezen acht maar van oordeel is dat het feit of de verdachte
niet strafbaar is.
Ontzetting van ouderlijk gezag of voogdij
Ontneming, door de rechtbank, van het ouderlijk gezag of de voogdij aan een
ouder of voogd op de grond dat deze ongeschikt of onmachtig is zijn plicht tot
verzorging en opvoeding te vervullen.
Openbaar ministerie
Overheidsorgaan met als taken: wetten te handhaven, strafbare feiten op te
sporen en te vervolgen, strafvonnissen ten uitvoer te leggen en de rechter te
informeren voor zover de wet dat voorschrijft.
84 Centraal Bureau voor de Statistiek
Opgehelderd misdrijf
Misdrijf waarbij tenminste ťťn verdachte bij de politie bekend werd, ook al is
hij voortvluchtig of ontkent hij het (strafbare) feit te hebben gepleegd.
Ophelderingspercentage
Het totaal aantal in een bepaalde periode opgehelderde misdrijven in relatie
tot het totaal aantal in dezelfde periode door de politie opgemaakte processen-
verbaal ter zake van gelijk(soortig)e misdrijven, uitgedrukt in procenten.
Overtreding
Strafbaar feit van de lichte soort, als zodanig aangeduid in de strafwetten; indeling
van strafbare feiten is van belang bij het procesrecht (absolute competentie
en rechtsmiddelen) en de strafbaarstelling; afdoening veelal met een
schikking/transactie via het openbaar ministerie of berechting in eerste aanleg
door de rechtbank sector kanton.
Penintentiaire inrichting
Rijksinrichting voor het ondergaan van vrijheidsstraf.
Preparatoir vonnis
Vonnis dat betrekking heeft op de behandeling van de zaak en in beginsel niet
van invloed is op het eindvonnis.
Proces-verbaal
Op schrift gestelde verklaring van een opsporingsambtenaar over door hem
waargenomen feiten of omstandigheden.
Provisioneel vonnis
Uitspraak door de rechter, gedaan vůůr het eindvonnis in een aanhangig geding,
waarbij hij een beslissing geeft over een voorlopige voorziening.
Raad van State
Adviescollege van de regering; de aan dit college verbonden afdeling bestuursrechtspraak
(ontstaan uit de voormalige afdeling voor de geschillen van
bestuur en de afdeling rechtspraak) heeft een rechtsprekende taak op het gebied
van bestuursgeschillen.
Rechtbank
Rechtscollege dat in eerste aanleg kennis neemt van alle zaken waarvoor niet
een andere rechter is aangewezen. Er zijn 19 rechtbanken.
Rechtsmiddel
Procedure waarmee partijen – soms derden – een (rechterlijke) beslissing bij dezelfde
of een hogere rechter kunnen aantasten; er zijn gewone rechtsmiddelen,
zoals bezwaarschrift, verzet, hoger beroep of cassatie(beroep) en buitengewone
rechtsmiddelen, zoals derdenverzet, rekest-civiel, herziening of cassatie in het
belang der wet.
Rechtspraak in Nederland 2004 85
Rechtspersoon
Elke niet-natuurlijk persoon die in het recht als rechtssubject is erkend.
Rekest
Geschrift (verzoekschrift) waarmee iedereen zich, al dan niet per procureur of
advocaat, tot de rechter of een bestuursorgaan kan wenden om een bepaalde
voorziening te verkrijgen.
Schikking
Strafrechtelijke (soms bestuursrechtelijke) afdoening van een delict van de
lichte soort, in de regel op voorstel van het openbaar ministerie, meestal via
een door de verdachte te betalen geldsom (‘boete’).
Schuldigverklaring
Uitspraak door de rechter, waarbij hij het door het openbaar ministerie ten laste
gelegde feit bewezen en een strafbaar feit acht en van oordeel is dat de verdachte
strafbaar is.
Sector kanton
Laagste instantie in de gewone rechterlijke organisatie, voorheen kantongerecht,
waar de kantonrechter recht spreekt. Behoort tot de organisatie van de
rechtbank.
Sepot
Beslissing van het openbaar ministerie waarbij het, op beleidsmatige of technische
gronden, afziet van vervolging van een geconstateerd strafbaar feit.
Stiefouderadoptie
Aanneming als wettig kind door een (echt)paar waarvan een van de partners
de wettige of natuurlijke vader of moeder van het kind is.
Strafduur (bruto)
Duur van het onvoorwaardelijk deel van de opgelegde vrijheidsstraf, ongeacht
de duur van het ondergane voorarrest of de toepassing van de regeling van vervroegde
invrijheidsstelling.
Strafrechtspleging
Geheel van rechtshandelingen door het openbaar ministerie en de rechterlijke
macht met betrekking tot strafzaken.
Strafzaak
Het bij een parket ter vervolging ingeschreven proces-verbaal ten aanzien van
ťťn verdachte.
86 Centraal Bureau voor de Statistiek
Technisch sepot
Beslissing van het openbaar ministerie waarbij het afziet van vervolging van
een strafbaar feit omdat het van mening is dat vervolging niet tot een veroordeling
zal leiden (bijvoorbeeld omdat voldoende bewijs ontbreekt of omdat
het feit of de verdachte niet strafbaar is).
Terbeschikkingstelling
Maatregel in het strafrecht waarbij de rechter beveelt dat de verdachte van een
misdrijf, die een gebrekkige ontwikkeling of een ziekelijke stoornis heeft, bij
bepaalde in de wet genoemde omstandigheden, van overheidswege ambulant
zal worden behandeld en begeleid, of in een daartoe bestemde inrichting zal
worden verpleegd.
Transactie (juridisch)
Het onder bepaalde omstandigheden ter voorkoming van strafvervolging voldoen
aan een of meer door de opsporingsambtenaar (politie) of het openbaar
ministerie (officier van justitie) gestelde voorwaarden, zoals het betalen van
een geldsom (‘boete’), waardoor het recht tot strafvervolging vervalt.
Tussenvonnis
Uitspraak door de rechter, gedaan vůůr het eindvonnis in een aanhangig geding,
die geen einde maakt aan de zaak; wordt nader ingedeeld in preparatoir,
interlocutoir en provisioneel vonnis.
Uitlevering
Verwijdering van een persoon uit Nederland met het doel hem ter beschikking
te stellen van de autoriteiten van een andere staat naar aanleiding van (een
vermoeden van) het plegen van een misdrijf.
Uitzetting
Verwijdering van een vreemdeling uit Nederland wanneer zijn verblijf niet
(meer) rechtmatig is.
Verblijfstitel (of status) gedetineerden
Administratieve typologie van gedetineerden in een penitentiaire inrichting
naar aard van detentie, bepaald door fase in het strafrechtelijk traject (bijvoorbeeld
voorlopig gehechte, veroordeelde), aard van de opgelegde vrijheidsstraf
(bijvoorbeeld gevangenisstraf, hechtenis) en bijzonder kenmerken van betrokkene
(bijvoorbeeld lopend vonnis, vreemdeling).
Verdachte
Persoon van wie, op basis van feiten of omstandigheden, wordt vermoed dat
hij/zij zich schuldig heeft gemaakt aan een strafbaar feit.
Rechtspraak in Nederland 2004 87
Verstek (verlenen)
Formele constatering door de rechter dat een partij of een verdachte niet in
rechte (per procureur) is verschenen noch op een andere wijze op de oproep
bij verzoekschrift of dagvaarding heeft gereageerd; het betekent in de regel
toewijzing van de eis.
Verstekvonnis
Uitspraak in een rechtszaak waarbij een procespartij niet in rechte ter zitting is
verschenen noch heeft gereageerd.
Vervroegde invrijheidstelling
Het uit hoofde van de wet in beginsel vervroegd vrijlaten uit de penitentiaire
inrichting van tot duurzame vrijheidsstraf veroordeelde personen.
Verzet
Gewoon rechtsmiddel, aan te wenden tegen een uitspraak (verstekvonnis) die
door een rechtsprekende instantie niet op tegenspraak is gegeven en waartegen
geen hoger beroep openstaat.
Verzetvonnis
Uitspraak in een rechtszaak die de rechter na verstekverlening opnieuw heeft
beoordeeld.
Verzoekschriftprocedure
Procedure in een burgerlijke zaak o.a. voor het geven van een rechterlijke
voorziening aan de verzoeker(s), zoals bij adoptie, curatele of voogdij, maar
ook bij echtscheiding, ingeleid met een verzoekschrift (rekest) en eindigend
met een beschikking.
Voeging ad informandum
Het voegen, door het openbaar ministerie, van een strafzaak zonder tenlastelegging
bij een andere zaak die aan de rechter wordt voorgelegd, met het doel
de rechter bij de bepaling van de strafmaat rekening te laten houden met de
gevoegde zaak.
Voeging ter berechting
Het samenvoegen, door het openbaar ministerie, van ingeschreven strafzaken,
met het doel de rechter bij ťťn vonnis verschillende zaken tegelijk te laten
afdoen.
Voeging ter zitting
Het samenvoegen, door de rechter, van onder verschillende parketnummers
ingeschreven strafzaken, met het doel deze zaken als ťťn strafzaak te behandelen.
88 Centraal Bureau voor de Statistiek
Vonnis
Gemotiveerde bindende uitspraak van de rechter in een voor hem gevoerd
rechtsgeding.
Voogdij
Gezag over minderjarige en diens goederen, van rechtswege of op beslissing
van de rechter aan een ouder of een derde opgedragen, wanneer het ouderlijk
gezag niet over het kind wordt uitgeoefend.
Voorlopige hechtenis
Vrijheidsbeneming in een huis van bewaring voorafgaand aan behandeling ter
terechtzitting, in het algemeen toegepast bij verdenking van een ernstig delict
(misdrijf waarop een gevangenisstraf van vier jaren of meer is gesteld), op
grond van ernstig vluchtgevaar en/of een gewichtige reden van maatschappelijke
veiligheid, bijvoorbeeld vrees voor herhaling.
Voorlopige voogdij
Maatregel waarbij de kinderrechter voorlopig in de gezagsuitoefening van een
minderjarige voorziet, indien een minderjarige niet onder gezag staat of dit
gezag niet over hem wordt uitgeoefend.
Vreemdeling
Ieder die de Nederlandse nationaliteit niet bezit en niet op grond van een wettelijke
bepaling als Nederlander moet worden behandeld.
Vrijspraak
Uitspraak, door de rechter, waarbij hij niet bewezen acht dat het door het
openbaar ministerie ten laste gelegde feit door de verdachte is gepleegd.
Rechtspraak in Nederland 2004 89

 


Bronbeschrijving
In het volgende onderdeel staat per rechtsgebied een zeer beknopte bronbeschrijving van
de gegevens die ten grondslag liggen aan de in dit boek gepresenteerde basisinformatie.
Burgerlijke rechtspraak
De statistieken van de burgerlijke of civiele rechtspraak werden tot en met
verslagjaar 2000 samengesteld aan de hand van de opgaven van de rechterlijke
colleges. Het merendeel van deze gegevens werd in geaggregeerde vorm
aangeleverd door de administraties van de rechtbanken, waaruit het CBS
slechts betrekkelijk summiere overzichten kon samenstellen. In overleg met de
(toen nieuwe) Raad voor de rechtspraak worden vanaf het verslagjaar 2001 de
uitkomsten samengesteld op basis van de elektronische bestanden uit het
PCSII-registratiesysteem van de Raad voor de rechtspraak. Daarmee beoogt
de Raad tevens de enquÍtedruk voor de afzonderlijke rechtbankgriffies te verlagen.
De statistiek van de burgerlijke rechtspleging beschrijft de omvang,
aard en ontwikkeling van de civielrechtelijke zaken, behandeld door rechtbanken
(inclusief sector kanton), gerechtshoven en Hoge Raad.
Bestuursrechtspraak
Tot en met het verslagjaar 1993 ontving het CBS per kwartaal geaggregeerde
informatie van de sectoren bestuursrecht bij de arrondissementsrechtbanken
over de rechtspraak met betrekking tot sociale verzekeringswetten en ambtenarenzaken.
Met ingang van 1994 is de berichtgeving omgezet in informatie
per zaak. Bovendien levert het beheers- en informatiesysteem bestuursrecht
(Berber) de gegevens elektronisch aan.
Hetzelfde geldt voor de berichtgeving over de rechtspraak bij de Centrale
Raad van Beroep.
De gegevens over de rechtspraak bij de Hoge Raad zijn tot en met 1998 door
het CBS per zaak verzameld. De gegevens over latere jaren zijn afkomstig uit
de jaarverslagen of zijn op verzoek van het CBS door de Hoge Raad verstrekt.
De overige informatie over bestuursrecht is tot en met 2002 in geaggregeerde
vorm verzameld bij onder meer de belastingkamers van de gerechtshoven en
het College van Beroep voor het Bedrijfsleven. Inmiddels vindt de waarneming
bij de belastingkamers en het College van Beroep voor het Bedrijfsleven
plaats uit Berber, op dezelfde wijze als de waarneming bij de sectoren bestuursrecht
bij de rechtbanken en de Centrale Raad van Beroep.
Rechtspraak in Nederland 2004 91
Strafrechtspraak
De behandeling van strafzaken is tot het begin van de jaren negentig via vragenlijsten
waargenomen. Gegevens over kantonstrafzaken werden waargenomen
via verzamelstaten. Voor de beschrijving van rechtbankstrafzaken
(misdrijven) werden van iedere instantie in het strafproces per beslissing de
verschillende gegevens waargenomen.
Sinds 1991 komen de gegevens over criminaliteit en strafrechtspleging beschikbaar
vanuit het Communicatiesysteem Openbaar Ministerie Parket AdministratieSysteem,
kortweg COMPAS genoemd. COMPAS is opgezet vanuit het ministerie
van Justitie en richt zich op administratieve ondersteuning van de verwerking
van strafzaken door het openbaar ministerie.
Voor kantonstrafzaken worden hieruit geaggregeerde gegevens afgeleid. De
berichtgeving over rechtbankstrafzaken vindt plaats per strafzaak en per instantie.
FinanciŽn en personeel van OM en rechtspraak
De informatie over uitgaven en inkomsten voor het openbaar ministerie en de
rechtspraak en gegevens over de personeelssterkte bij de parketten en gerechten
is afkomstig van de Raad voor de rechtspraak.
92 Centraal Bureau voor de Statistiek
Aan de publicatie Rechtspraak in
Nederland 2004 werkten mee
CBS-bijdragen:
Medewerkers taakgroep Rechtsbescherming en veiligheid (RVE): teksten,
staten, figuren
Externe bijdragen:
Dr. Frank van Tulder en drs. Bart Diephuis, hoofdstuk 5, FinanciŽn en
Personeel (Raad voor de rechtspraak, afdeling Ontwikkeling)
Eindredactie:
Mevr. Mr. Drs. N.E. de Lange
Drs. A.H. Sprangers
Rechtspraak in Nederland 2004 93
Rechtspraak in Nederland 2004

Raad voor de rechtspraak Den Haag Het voornemen is om in het jaar 2004 de gehele organisatie met het baten en lastenstelsel te laten proefdraaien, om vervolgens 1 januari 2005 officieel over te kunnen stappen naar dit nieuwe financiŽle regime

Voorwoord

De organisatie van de rechtspraak moest beter en efficiŽnter. Die gedachte lag ten grondslag aan de introductie van integraal management bij de gerechten en de komst van de Raad voor de rechtspraak per 1 januari 2002. Uit dit jaarplan voor 2003 blijkt dat deze niet geringe opdracht door de rechtspraak serieus is genomen. Of het nu gaat om het financieel beheer, het personeel, de technische infrastructuur of de kwaliteit, op alle terreinen van de organisatie wordt hard gewerkt aan nieuwe instrumenten en verbetering van de prestaties. In de eerste plaats door de gerechten zelf. Deze investeringen zijn nodig om het werk goed te blijven doen en er voor te zorgen dat Nederland ook voor de langere termijn blijft beschikken over hoogwaardige, onafhankelijke en toegankelijke rechtspraak. Het achterstallig onderhoud was groot. Eind jaren negentig is dit (onder andere met het rapport van de commissie Leemhuis) onderkend en zijn door de politiek middelen beschikbaar gesteld en is de weg vrijgemaakt voor structurele verbeteringen. Er ontstond ruimte voor ambities.

De tijden veranderen en soms sneller dan verwacht. De verslechterende financieel-economische situatie vraagt om keuzes. Keuzes met consequenties; ook voor de rechtspraak. Er bestaat een behoefte om de kwaliteit van de rechtspraak te borgen door middel van kwaliteitszorg, tegelijkertijd vragen doeltreffendheid en doelmatigheid meer dan ooit de aandacht bij de inrichting van de werkzaamheden. Grote investeringen worden heroverwogen, maar zijn vaak juist noodzakelijk om uiteindelijk te komen tot een doelmatigere bedrijfsvoering. Keuzes moeten worden gemaakt en ambities bijgesteld. Voor een jonge organisatie als de Raad voor de rechtspraak en de ‘nieuwe’ gerechtsbesturen is deze realiteit een nieuwe uitdaging die niet uit de weg wordt gegaan.

Het beroep op de rechter neemt tegelijkertijd verder toe. Niet in de laatste plaats door de grote politieke aandacht voor veiligheid en adequate toepassing van het strafrecht. Er wordt veel gevraagd van de rechtspraak. Hiervoor zullen extra middelen moeten worden vrijgemaakt. Omvangrijke bezuinigingen zullen desastreuze consequenties hebben. In de eerste plaats voor de samenleving omdat procedures eerder langer zullen worden dan korter en de dienstverlening achter zal blijven bij de (gerechtvaardigde) wensen. Niet alleen het maatschappelijk verkeer, maar ook het economisch verkeer zal hiervan ernstige schade ondervinden. Desastreus ook voor de beweging die enige jaren geleden in gang is gezet om te komen tot een professionele organisatie voor professionals. De Raad voor de rechtspraak zal de discussie aangaan waarbij uiteindelijk niet de eigen organisatie voorop staat, maar de maatschappelijke kwaliteit van de rechtspraak in Nederland.

Bert van Delden, Voorzitter Raad voor de rechtspraak

Inleiding

Dit Jaarplan voor de rechtspraak 2003 geeft inzicht in de doelstellingen, activiteiten en beoogde resultaten voor de rechtspraak in Nederland voor het jaar 2003. Het jaarplan is gebaseerd op de afzonderlijke jaarplannen van de rechtbanken, de gerechtshoven, de Centrale Raad van Beroep en het College van beroep voor het bedrijfsleven en het jaarplan van (het bureau van) de Raad voor de rechtspraak. Het Jaarplan voor de rechtspraak biedt een leidraad voor de activiteiten in 2003 en vormt na afloop tevens de basis voor de verantwoording en het (publieke) jaarverslag. Het jaarplan draagt bij aan meer transparantie over de inzet van publieke middelen ten behoeve van de onafhankelijke rechtspraak in Nederland.

2003 is het eerste jaar waarvoor een algemeen jaarplan wordt geschreven. Dit is een direct gevolg van de instelling van de Raad voor de rechtspraak per 1 januari 2002 en de invoering van integraal management bij de gerechten vanaf diezelfde datum. De wettelijke basis voor het jaarplan ligt in artikel 102 Wet op de rechterlijke organisatie. Waar in het jaarplan wordt gesproken over ‘de Raad’, wordt steeds bedoeld ‘de Raad voor de rechtspraak’.

In 2002 is met de minister van Justitie en in de Tweede Kamer uitvoerig gesproken over de door de Raad ingediende begroting voor de rechtspraak in 2003 en de bezuinigingen die zijn ingezet door het kabinet Balkenende. Uiteindelijk zijn er voor de rechtspraak minder financiŽle middelen beschikbaar dan noodzakelijk wordt geacht om achterstanden in te lopen, om adequaat te kunnen reageren op nieuwe vragen, om de materiŽle voorzieningen op het noodzakelijke niveau te brengen en om door te gaan met de organisatorische vernieuwing die enige jaren geleden is ingezet met de Contourennota en het Programma Versterking Rechterlijke Organisatie (PVRO). Deze discussie wordt in het jaarplan niet herhaald. Het jaarplan is de feitelijke weerslag van de doelstellingen, activiteiten en beoogde resultaten die binnen het budgettaire kader gerealiseerd kunnen worden. Daar waar de financiŽle beperkingen hebben geleid tot belangrijke keuzes, wordt dit expliciet aangegeven.

Leeswijzer

Het jaarplan kent de volgende opzet. In hoofdstuk 1 worden de doelstellingen voor 2003 benoemd. In hoofdstuk 2 wordt nader ingegaan op de nieuwe organisatie van de rechtspraak en een aantal belangrijke ontwikkelingen dienaangaande. In hoofdstuk 3 worden de belangrijkste activiteiten benoemd die in 2003 invulling geven aan de Strategische agenda voor de rechtspraak 2002 – 2005. Vervolgens wordt in de hoofdstukken 4 en 5 aandacht besteed aan respectievelijk de resultaten en middelen en het financieel en materieel beheer.

Hoofdstuk 1, Doelstellingen

1.1 Voorrang voor het primaire proces

In maart 2002 is de Strategische agenda voor de rechtspraak 2002 – 2005 vastgesteld. De agenda heeft als ondertitel meegekregen continuÔteit en vernieuwing en is de komende jaren richtinggevend voor zowel de gerechtsbesturen als de Raad. De verschillende prioriteiten uit de agenda zullen in hoofdstuk 3 worden geconcretiseerd voor het jaar 2003. Een belangrijke doelstelling is en blijft het bekorten van de doorlooptijden. In de strategische agenda is dit als volgt geformuleerd.

Zowel uit het oogpunt van maatschappelijke wenselijkheid als met het oog op het verbeteren van de organisatie blijft het bekorten van de doorlooptijden de komende jaren een belangrijke opgave voor de rechtspraak. Tal van activiteiten moet hier aan bijdragen. Uitbreiding van formatieplaatsen en ‘alle hens aan dek’ is niet voldoende. Vergroting van de capaciteit vindt zijn vertaling in werving, selectie en opleiding en in voldoende huisvesting. Maar ook de analyse van werkprocessen, de herziening van rolreglementen en de toepassing van nieuwe technologieŽn kunnen een bijdrage leveren. Het bekorten van de doorlooptijden werkt door in vrijwel alle activiteiten die worden opgepakt en blijft daarvoor ook in de komende tijd een belangrijke toetssteen.(Agenda voor de rechtspraak 2002 – 2005)

Gezien de beperkte financiŽle middelen heeft de Raad voor de rechtspraak er voor gekozen om de brede inzet zoals verwoord in de strategische agenda enigszins in te perken door in het verlengde van de hierboven genoemde doelstelling, meer nadruk te leggen op het primaire proces.

De gerechtsbesturen hebben hiermee ingestemd. Lokaal wordt steeds een evenwicht gezocht tussen productie en productiegroei enerzijds en in meer of mindere mate investeren in mensen en organisatie anderzijds. Het onderstaande citaat uit het jaarplan van de rechtbank Breda geeft goed het spanningsveld aan waarin de gerechten moeten opereren. Uiteindelijk zijn natuurlijk alle activiteiten gericht op een efficiŽnt en kwalitatief hoogstaand primair proces: onafhankelijke rechtspraak die aan alle eisen voldoet die daar vanuit de samenleving redelijkerwijs aan gesteld kunnen worden en in overeenstemming met voorwaarden die zijn neergelegd in artikel 6 EVRM.

Ook voor de secundaire taken zullen de eventuele bezuinigingen gevolgen hebben. Het bestuur acht het echter, gelet op de moeite die de laatste jaren is gedaan om niet-primaire processen van de grond te krijgen, niet verstandig om alle aandacht naar het primaire proces te verplaatsen. (Jaarplan 2003 rechtbank Breda)

Bij investeringen wordt prioriteit gegeven aan investeringen die direct zijn gerelateerd aan het primaire proces. Hierbij wordt met name gedacht aan het optimaliseren van werkprocessen en de ondersteuning door middel van Informatie- en Communicatietechnologie (ICT). Voor het personeel wordt met name geÔnvesteerd in opleidingen en Management Development. Flankerend aan deze productie georiŽnteerde aanpak wordt geÔnvesteerd in een systeem van kwaliteitszorg voor de rechtspraak. Dit systeem maakt gebruik van diverse reeds lopende activiteiten op het terrein van kwaliteit en kwaliteitsmanagement en moet binnen vier jaar operationeel zijn binnen alle gerechten. Niet direct aan het primaire proces gerelateerde activiteiten worden, gezien de beperkte capaciteit, gefaseerd geÔmplementeerd, waarbij de draagkracht in termen van werkdruk bij zowel de gerechten als bij de Raad doorslaggevend is voor het tijdpad. Hierbij moet vooral worden gedacht aan activiteiten op het terrein van de bedrijfsvoering en stelselherzieningen (zoals de invoering van het batenlastenstelsel of herziening van het bekostigingsstelsel). Consequenties van deze prioriteitstelling worden op verschillende plaatsen in het jaarplan zichtbaar.

1.2 Productiegroei en verbetering van de doelmatigheid

Productiegroei

Het voorgaande is vertaald in twee concrete doelstellingen voor 2003: productiegroei (circa 3% ten opzichte van de realisatie in 2002) en doelmatigheidsverbetering. Voor de productiegroei wordt hier verwezen naar hoofdstuk 4, waarin een prognose van de afdoening van zaken in 2003 is opgenomen, afgezet tegen de realisatie in 2002.

Doorlooptijden worden beÔnvloed door een drietal factoren: wet- en regelgeving, werkvoorraden en efficiŽntie van de werkprocessen. Maatregelen die voorvloeien uit voorstellen in het Veiligheidsplan, die zowel betrekking hebben op wet- en regelgeving als efficiŽntie van de werkprocessen, worden op z'n vroegst effectief in 2004, echter eerder in 2005. Door het inzetten van extra capaciteit voor een productiegroei van 3% is het niet mogelijk de werkvoorraden terug te brengen. Voor 2003 mag niet verwacht worden dat de doorlooptijden significant zullen worden bekort. Met het huidige budget is het handhaven van het niveau van 2002 het maximaal haalbare. Met de huidige voorraden en instroom van zaken zijn extra investeringen nodig om te komen tot een versnelling. De verwachtingen voor de doorlooptijden in 2003 zijn dus niet hooggespannen. Omdat de doorlooptijd wordt gemeten bij de afdoening van zaken is het niet ondenkbaar dat daar waar op de werkvoorraden wordt ingelopen en oude zaken worden weggewerkt, de doorlooptijd van afgedane zaken voor de korte termijn zal stijgen.

Doelmatigheid

Algemeen geaccepteerde instrumenten ter bevordering van de doelmatigheid hebben in de rechtspraak reeds ingang gevonden. Daarbij moet in het bijzonder worden gedacht aan audits, benchmarking (waardoor vergelijkingen tussen gerechten mogelijk worden en men dus van elkaar kan leren) en klantwaarderingsonderzoeken. Daarnaast is in 2002 een regiegroep Doelmatigheid ingesteld met als doel het coŲrdineren, inventariseren en ontplooien van initiatieven met betrekking tot doelmatigheid, vooral gericht op eenvoudige en effectieve oplossingen voor concrete problemen. Het bundelen van kennis en meer ruimte voor herverdeling van werkvoorraden over de gerechten bevordert de doelmatigheid, evenals de professionalisering van de inkoopfunctie. Voorts is in het wetenschappelijk onderzoeksprogramma van de Raad doelmatigheid als belangrijk veld van onderzoek aangemerkt. Tot slot heeft de Raad naar aanleiding van het Veiligheidsprogramma de commissie Verbetervoorstellen in het leven groepen, die zich buigt over de mogelijkheden om de doelmatigheid – zowel door verandering van werkwijzen als door middel van wijziging van de wetgeving - in het strafproces te verbeteren. Ook voor het civiele recht zal een dergelijke commissie worden ingesteld.

De middelen die beschikbaar komen door meer doelmatigheid worden ingezet voor het wegwerken van de achterstanden en het normaliseren van de werkdruk binnen de rechtspraak. Op dit moment is er sprake van een situatie waarin de rechtspraak minder budget krijgt dan waar, op grond van het Besluit financiering rechtspraak, aanspraak op kan worden gemaakt. De rechtspraak levert dus een hogere productie dan op basis van het beschikbare budget mag worden verwacht. Deze absolute scheefgroei is momenteel zo’n 9% (9% meer productie dan feitelijk wordt gefinancierd). De hoge werkdruk die dit met zich brengt denkt de rechtspraak gedeeltelijk zelf te kunnen reduceren door een doelmatige inzet van de beschikbare middelen. Het streven is 1% doelmatigheidsverbetering per jaar voor de totale rechtspraak. Uiteindelijk zal dit zich vertalen in een lagere werkdruk ťn een vermindering van de aanspraak op extra budget overeenkomstig de systematiek van het Besluit financiering rechtspraak.

Hoofdstuk 2, Organisatie

2.1 Een organisatie in ontwikkeling

De rechtspraak is al enige jaren een organisatie in ontwikkeling. Het rapport van de commissie Leemhuis heeft begin 1998 een belangrijke impuls gegeven voor zowel veranderingen in de organisatiestructuur als voor tal van verbetertrajecten op alle terreinen van de organisatie (management, personeelsbeleid, werkprocessen etc.). De verbetertrajecten waren merendeels ondergebracht in het Programma Versterking Rechterlijke Organisatie (PVRO). Na beŽindiging van het programma eind 2001, hebben deze activiteiten een vervolg gekregen binnen de gerechten en de Raad. De weg die met PVRO was ingeslagen, vormde de basis voor de Strategische agenda voor de rechtspraak 2002 – 2005. In het volgende hoofdstuk zal hier nader op worden ingegaan.

Om de vernieuwing van de organisatie en de verbeteringen in de bedrijfsvoering succesvol te laten verlopen is een structuur nodig om verbindingen te kunnen leggen tussen de verschillende activiteiten en om zicht te houden op de voortgang in termen van waardering en eindresultaten. Binnen de rechtspraak is hiertoe enige jaren geleden al gekozen voor het zogeheten INK-managementmodel.

De Raad en de gerechtsbesturen hebben inmiddels besloten om deze lijn voort te zetten. Daar waar de meeste gerechten al ruime ervaring hebben opgedaan met toepassing van dit model, zal het bureau van de Raad in 2003 een begin maken door middel van een eerste positiebepaling. Voor de gerechten geldt dat het merendeel in de tweede fase zit van de vijf die in het model worden onderscheiden. Van een proces georiŽnteerde organisatie groeien de gerechten naar een systeem georiŽnteerde organisatie.

In 2002 heeft de tweede positiebepaling volgens het INK-managementmodel plaatsgevonden. De rechtbank Roermond is in deze positiebepaling gewaardeerd als een proces georiŽnteerde organisatie die reeds stappen heeft gezet naar een systeem georiŽnteerde organisatie. Een uitkomst op trots op te zijn, maar ook een uitkomst die verplichtingen schept. Want, hoe kan de rechtbank Roermond een dergelijke uitkomst actueel houden? (Jaarplan 2003 rechtbank Roermond)

De belangrijkste structurele wijzigingen in de organisatie van de rechtspraak zijn de instelling van de Raad voor de rechtspraak en de invoering van integraal management bij de gerechten. Formeel zijn beide wijzigingen ingevoerd per 1 januari 2002. De gerechten hebben zich, al dan niet onder de vlag van PVRO, voorbereid op de nieuwe situatie. De komst van de Raad is voorbereid door een stuurgroep met daarin vertegenwoordigers uit de rechtspraak en van het ministerie van Justitie. In de loop van 2001 is de ‘Raad voor de rechtspraak in oprichting’ gaan functioneren om de overgang naar de nieuwe situatie soepel te laten verlopen. Door deze wijzigingen in de structuur van de rechtspraak, is ook de positie van de minister van Justitie ten opzichte van de rechtspraak veranderd. Hij is meer op afstand komen te staan, nu de eerste verantwoordelijkheid voor de bedrijfsvoering bij de rechtspraak zelf is komen te liggen.

2.2 De structuur van de organisatie

GerechtenNederland kent een Hoge Raad, vijf gerechtshoven, negentien rechtbanken en twee bijzondere appŤlcolleges, de Centrale Raad van Beroep en het College van Beroep voor het bedrijfsleven. De oude kantongerechten zijn per 1 januari 2002 als sector kanton ondergebracht bij de rechtbanken.

Ieder gerecht heeft een bestuur dat collectief verantwoordelijk is voor de gehele bedrijfsvoering van het betreffende gerecht (integraal management). Naast de president en de directeur bedrijfsvoering bestaat het gerechtsbestuur uit de voorzitters van de sectoren.

De Hoge Raad heeft een geheel zelfstandige positie en heeft geen formele banden met de Raad voor de rechtspraak. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State is een rechtsprekende instantie, maar behoort niet tot de rechterlijke organisatie en valt, net als de Hoge Raad, buiten het bereik van de Raad voor de rechtspraak.

Raad voor de rechtspraakDe Raad behoort tot de rechterlijke macht en staat niet onder het gezag van een ander overheidsorgaan. De Raad verwerft via de minister van Justitie bij het kabinet de benodigde middelen voor de rechtspraak en verdeeld deze middelen over de gerechten. Daarnaast houdt de Raad toezicht op de bedrijfsvoering en het financieel beheer. E.e.a. is ondergebracht in een planning- en verantwoordingscyclus, gecombineerd met bestuurlijk overleg tussen gerechtsbestuur en Raad.

De Raad speelt een belangrijke stimulerende rol op het terrein van organisatieontwikkeling (innovatie) en de ontwikkeling van een visie op en strategie voor de langere termijn voor de rechtspraak.

De Raad is tegelijkertijd het aanspreekpunt voor en de woordvoerder van de rechtspraak in het politieke en maatschappelijke debat. Zo onderhoudt de Raad de contacten met de minister van Justitie en zijn ambtenaren en verzorgt de advisering vanuit de rechtspraak met betrekking tot nieuwe wets- en beleidsvoorstellen die gevolgen hebben voor de rechtspraak.

Landelijke diensten Gerechtsoverstijgende voorzieningen zijn ondergebracht bij een aantal landelijke diensten die ook werken voor de parketten van het Openbaar Ministerie.

SSR Stichting Studiecentrum Rechtspleging in Zutphen is het opleidingscentrum voor de rechterlijke organisatie.

ICTRO ICTRO is de interne ICT-beheerorganisatie van de rechterlijke organisatie. De ICTRO ondersteunt vanuit 20 vestigingen, verspreid over heel Nederland, de primaire processen van de rechterlijke organisatie. ICTRO verzorgt, naast het beheer van een aantal grote landelijke applicaties, het beheer over ongeveer 12.500 werkplekken verspreid over de rechtspraak en het openbaar ministerie.

Prisma Prisma is een gemeenschappelijke landelijke dienst van de rechterlijke organisatie, gevestigd in Amersfoort, die zich richt op versterking en verbetering van de kwaliteit van gerechten en parketten.

HEXROHet HEXRO fungeert als expertisecentrum huisvesting voor de rechterlijke organisatie. Zij geeft adviezen inzake huisvestigingsmanagement en huurcontracten.

Projectorganisaties De rechtspraak kent een aantal tijdelijke landelijke projectorganisaties.

BISTRO Het Bureau Internet Systemen en Toepassingen Rechterlijke Organisatie houdt zich bezig met de ontwikkeling en implementatie van Rechtspraak.nl, Intro en Porta Iuris. Dit zijn projecten op het gebied van internet en intranet voor en door de rechtsprekende macht.

Proeflokaal ICT ICT Proeflokaal is de eigen toon- en testruimte voor toepassingen van informatie- en communicatietechnologie ten behoeve van de rechterlijke organisatie. Een rechtszaal in Zutphen is hier speciaal voor ingericht.

Vliegende brigade en LOTH. Onder PVRO zijn twee tijdelijke landelijke voorzieningen in het leven geroepen voor het wegwerken van de achterstanden in de civiele sectoren. Voor de rechtbanken gebeurt dit door de ‘vliegende brigade’ en voor de gerechtshoven door het ‘landelijk ondersteuningsteam hoven’. Beiden zijn gevestigd in Den Haag.

Overlegstructuren De belangrijkste overlegstructuren binnen de rechtspraak zijn:

P&V-cyclus In de planning- en verantwoordingscyclus vindt het formele overleg plaats tussen de Raad en de gerechten, waarin de Raad kaders presenteert waaraan vervolgens de plannen en de resultaten van de gerechten worden getoetst.

College van afgevaardigden Het College van afgevaardigden is een bij wet ingesteld adviescollege bestaande uit vertegenwoordigers uit de gerechten. Het College heeft tot taak de Raad gevraagd of ongevraagd te adviseren omtrent de uitvoering van zijn taken (artikel 90 lid 3 Wet op de rechterlijke organisatie).

Medezeggenschap Alle organisatieonderdelen hebben een eigen ondernemingsraad.

Voor centraal overleg is in 2002 de groepsondernemingsraad voor de gerechten ingesteld (de GOR). De GOR is samengesteld uit vertegenwoordigers van de lokale ondernemingsraden. Afhankelijk van het onderwerp heeft de GOR (op basis van de WOR) advies- dan wel instemmingsrecht.

Landelijke overleggen De rechtspraak kent een groot aantal landelijke overleggen op tal van terreinen. De presidenten treffen elkaar als voorzitters van de gerechtsbesturen in de zogeheten Presidentenvergadering. Voor de directeuren bedrijfsvoering is er het Directeurenberaad. Daarnaast zijn er specifieke landelijke overleggen voor de voorzitters van de verschillende sectoren. De Raad neemt deel aan deze overleggen.

NVvR Nederlandse Vereniging voor Rechtspraak (NVvR). De Raad heeft regelmatig overleg met het bestuur van de NVvR over de actuele onderwerpen die binnen de rechtspraak spelen. Met betrekking tot de gezamenlijke advisering over wetsvoorstellen zijn werkafspraken gemaakt.

2.3 Aandachtsgebieden voor 2003

Een nieuwe structuur heeft altijd tijd nodig om zich te zetten. Nieuwe rollen, verantwoordelijkheden en verhoudingen vormen regelmatig onderwerp van overleg en reflectie door alle betrokkenen. Ook in 2003 zal nog veel aandacht en energie nodig zijn om het nieuwe huis goed in te richten. Twee initiatieven van de Raad zullen in 2003 belangrijke consequenties krijgen voor de gehele organisatie. Dit zijn de verbetering van de eerder genoemde planning- en verantwoordingscyclus en het gaan werken met sectorale programma’s, als voertuig voor vernieuwing binnen de gerechten. Dit zijn afzonderlijke programma’s voor de strafsector, de civiele sector en de sector bestuursrecht.

Verbetering P&V-cyclus

De eerste ervaringen met de P&V-cyclus in 2002 zijn overwegend positief. Kritiek is er op het capaciteitsbeslag, het detailniveau en de frequentie waarmee informatie wordt gevraagd. In de eerste maanden van 2003 zal door de Raad samen met de gerechten een lichtere procedure worden ontwikkeld, die minder beslag legt op de beschikbare capaciteit en die (meer) recht doet aan de nieuwe rolverdeling met een grote eigen verantwoordelijkheid voor de gerechtsbesturen. Ook in de lichtere procedure blijven transparantie en de wil om verantwoording af te leggen over de inzet van middelen het uitgangspunt.

Sectorale programma’s

Zoals uit de verschillende jaarplannen blijkt, is veel vernieuwing gaande binnen de rechtspraak. Op tal van manieren en vanuit verschillende organisaties wordt continu gewerkt aan verbetering en vernieuwing. Een aanzienlijk deel van deze activiteiten heeft consequenties voor de werkwijze en de productie binnen de sectoren van de gerechten. Onder andere naar aanleiding van een groot aantal activiteiten met consequenties voor de strafsector is behoefte ontstaan aan meer regie en onderlinge afstemming. Het belangrijkste oogmerk daarbij is om de verschillende activiteiten elkaar te laten versterken (in plaats van elkaar te frustreren) en om de implementatie binnen de sectoren op een beheersbare en planmatige manier te laten plaatsvinden. Een bekend voorbeeld is de beschrijving van de werkprocessen als basisvoorwaarde voor de invoering van GeÔntegreerd Processysteem Straf (GPS) in de strafsector. Regie en afstemming krijgen inhoud door het ontwikkelen van programma’s voor de verschillende sectoren. In 2003 zullen dergelijke programma’s voor de sectoren civiel, straf en bestuur ontwikkeld worden. Het programma voor de strafsector zal als eerste in de eerste helft van 2003 daadwerkelijk van start gaan. Daarnaast zal in 2003 mogelijk invulling worden gegeven aan een apart programma voor de bedrijfsvoering. Het besluit hierover moet nog genomen worden.

Hoofdstuk 3, Strategische agenda

3.1 Uitvoering van de strategische agenda in 2003

In dit hoofdstuk zullen de activiteiten worden beschreven, die in 2003 uitvoering geven aan de strategische agenda (Agenda voor de rechtspraak 2002 – 2005, continuÔteit en vernieuwing; maart 2002). Daarbij zal de indeling van de strategische agenda worden gevolgd. In 2003 zullen tevens de eerste stappen worden gezet op weg naar de volgende strategische agenda, die medio 2004 zal worden vastgesteld en als basis zal gaan dienen voor de jaarplannen vanaf 2005. In de laatste paragraaf van dit hoofdstuk wordt aandacht besteed aan innovatieve projecten binnen de rechtspraak.

3.2 Versterken externe oriŽntatie

De rechtspraak vervult een belangrijke rol in de samenleving. Om dit goed te doen en te blijven doen is het belangrijk om goed voeling te houden met de ontwikkelingen in die samenleving en om doorlopend aandacht te hebben voor de waardering van de inzet door burger en belangrijke (keten)partners. “Het bewustzijn van een positie en rol in de samenleving en de bereidheid om rekening te houden met gerechtvaardigde wensen vanuit die samenleving wordt gevat onder de term externe oriŽntatie” (citaat uit de Agenda voor de rechtspraak 2002 – 2005). Het is een belangrijk thema binnen het onderzoeksprogramma van de Raad.

De waardering door de burger wordt door gerechten al enige jaren in kaart gebracht door middel van zogeheten klantwaarderingsonderzoeken, die ook in 2003 weer door een aantal gerechten zullen worden uitgevoerd. Een klantwaarderingsonderzoek is een activiteit die past in het werken met het INK-managementmodel en valt onder kwaliteitszorg (zie ook paragraaf 3.6). Naast de “klanten” zijn ook de ketenpartners belangrijk. Hoge prioriteit ligt in 2003 bij de afstemming tussen de strafsectoren van de gerechten en de parketten. Enerzijds om een scherp inzicht te krijgen in de bestaande achterstanden, ontwikkeling van de instroom en de bijbehorende capaciteitsbehoefte voor zowel parket als gerecht; op dit moment is er een capaciteitstekort dat door de beperkte financiŽle middelen niet kan worden aangepakt. Anderzijds om de thans wel beschikbare capaciteit zo optimaal mogelijk in te zetten door een planning die vooral moet leiden tot een zo goed mogelijke vulling van de beschikbare zittingscapaciteit. Hier worden verschillende methoden voor gehanteerd in het land. In een aantal gevallen is men overgegaan tot een gemeenschappelijk planningsbureau.

Externe oriŽntatie moet zich ook vertalen in goede communicatie door Raad en gerechten. Bijzondere projecten in 2003 zijn de introductie van ťťn nieuwe huisstijl voor de rechtspraak en arbeidsmarktcommunicatie. Belangrijke pijlers van de huisstijl zijn enerzijds het met ťťn gezicht naar buiten treden en anderzijds versterking van interne verbondenheid met de organisatie, waarbij een goede balans vinden in de wisselwerking tussen organisatie, strategie, imago en identiteit centraal staat. De prognose is dat medio maart 2003 het designbureau de eerste fase van de visuele identiteit oplevert. Het betreft dan een aantal uitingen dat door de gerechten afzonderlijk direct in druk kan worden gebracht (briefpapier, visitekaartjes, enveloppen etc.) en een huisstijlhandboek waarin huisstijlregels, uitgangspunten en inspiratievoorbeelden te vinden zijn die als voorbeelden fungeren voor lokale ontwerpers. Prioriteit bij de eerste uitingen van de nieuwe huisstijl wordt in 2003 gegeven aan de producten die noodzakelijk zijn in het traject arbeidsmarktcommunicatie. De tweede fase (april 2003 – december 2003) betreft onder meer het ontwerp en de uitgave van brochures, internet / intranet, nieuwsbrieven en formulieren. De aanpassingen van de primaire processystemen en de invoering van de nieuwe huisstijldragers bij de gerechten worden in een later stadium – wanneer de operationele gevolgen daarvan duidelijk zijn – gepland.

Ten slotte vormen ook de internationale contacten een vorm van externe oriŽntatie. Niet alleen in Nederland maar ook in andere (Noord-)Europese staten zijn de laatste jaren Raden voor de rechtspraak ingesteld. Hoewel er aanzienlijke verschillen tussen deze raden bestaan, hebben alle Europese raden ten minste met elkaar gemeen dat zij zich met de organisatie van de rechtspleging bezighouden. Een internationaal samenwerkingsverband tussen deze raden biedt de mogelijkheid om op eenvoudige wijze kennis en ervaring te delen en contacten te leggen bij specifieke vragen. Bundeling kan er bovendien toe leiden dat de rechtspraak in internationaal en Europees verband een duidelijkere stem krijgt. De Raad is daarom in 2002 met de Ierse en Belgische zusterorganisaties een project gestart om de samenwerking tussen de Europese raden te versterken. Vooralsnog is er voor gekozen om de samenwerking te beperken tot de bestaande Raden in de lidstaten van de Europese Unie. In 2003 zal verder gewerkt worden aan de organisatie van een eerste conferentie op bestuurlijk niveau. Op basis van de uitkomsten van deze activiteiten zal een voorstel voor het vervolg worden opgesteld.

Er is sprake van een aanzienlijke en zelfs toenemende vraag naar de expertise van Nederlandse rechters voor verschillende internationale ondersteuningsprojecten ter versterking van de democratische rechtsstaat (Rule of Law). Veelal gaat het om projecten in de kandidaat-lidstaten van de EU, de Balkanstaten en de voormalige Sovjetrepublieken. De Nederlandse expertise wordt vaak ingebed in projecten die uitgevoerd worden door non-gouvernementele organisaties. In overleg met de Presidentenvergadering en het ministerie van Justitie is besloten om deze vraag en inzet te reguleren.

In verband met de positionering van Den Haag als ‘juridische hoofdstad van de wereld’ en de recente komst van het Internationale Strafhof, is de Raad door verschillende organisaties benaderd om de mogelijkheden te bespreken voor een Haagse internationale rechtersopleiding. De Raad heeft in 2002 overleg gevoerd met deze organisaties en neemt deel aan een gezamenlijke haalbaarheidsstudie over de organisatie en financiering van een dergelijke opleiding. Daarbij zal ook de wenselijke mate van betrokkenheid van de Raad aan de orde komen. Deze studie zal in 2003 worden afgerond.

3.3 Uitbouwen personeelsmanagement

De eisen die de maatschappij aan de rechtspraak stelt gaan in toenemende mate over de efficiency en de kwaliteit van de dienstverlening bij de gerechten. De medewerkers bij de gerechten spelen hierin een cruciale rol. Het personeel is immers hŤt menselijk kapitaal van de rechtspraak. De doelstelling van de rechtspraak is onder meer gericht op het aansluiten bij de ontwikkelingen in en wensen van de maatschappij. De doelstelling van het personeelsmanagement is hiervan afgeleid en luidt als volgt: het streven naar voldoende, gekwalificeerd en gemotiveerd personeel voor de rechtspraak. Meer in het bijzonder is de rechtspraak bezig met de opbouw en verbetering van loopbaanontwikkeling voor de medewerkers op alle niveaus en met het realiseren van de benodigde capaciteit. Voor 2003 zijn de volgende speerpunten vastgesteld.

Loopbaanontwikkeling

Loopbaanontwikkeling is een veelomvattende term om de ontwikkeling van medewerkers aan te duiden met als doel de juiste medewerker op de juiste plaats aan het werk te hebben. Dit geldt voor alle medewerkers binnen de rechtspraak, zowel voor inhoudelijke functies als voor functies ten behoeve van de organisatie, zoals de leidinggevenden. Mede op basis van ervaringen met loopbaanontwikkeling in de gerechten is eind 2002 de projectgroep Loopbaanontwikkeling gekomen met een landelijk voorstel voor loopbaankaders en -wijzers. 2003 zal in het teken staan van het vervolg van het werk van die projectgroep. De gerechten zullen (nadere) initiatieven ontplooien ter stimulering van benodigde mobiliteit en voor de ontwikkeling van nieuwe loopbaanmogelijkheden. Medewerkers en leidinggevende zullen in 2003 de eerste persoonlijke ontwikkelplannen opstellen: afspraken tussen medewerker en leidinggevende over perspectief, verplichtingen en faciliteiten. Ook zal gewerkt worden aan een landelijke procedure voor doorstroming van medewerkers vanuit de juridische ondersteuning naar de rechterlijke macht.

Bijzondere aandacht blijft bestaan voor de leidinggevenden. Zowel Raad als de gerechten geven meer aandacht aan opleiding en begeleiding van (toekomstig) leidinggevenden. Landelijk start in januari 2003 een MD-programma voor potentiŽle sectorvoorzitters. Na het doorlopen van dit programma vormen deze kandidaten een ‘pool’ van toekomstige sectorvoorzitters voor de rechtspraak. In verschillende gerechten, o.a. de rechtbanken Amsterdam, Rotterdam, Utrecht en Den Bosch, heeft men reeds ervaring opgedaan met eigen ontwikkelprogramma’s voor management potentieel. Veelal richten deze programma’s zich op een bredere doelgroep dan die van de bestuursfuncties. In 2003 zal tevens een landelijk programma beginnen voor de verdere ontwikkeling van managementkwaliteiten van de huidige bestuursleden.

Werving, selectie en opleidingen

Gezien de benodigde capaciteitsuitbreidingen is een effectieve en efficiŽnte personeelsvoorziening noodzakelijk. De komende vijf jaar zijn er ongeveer duizend nieuwe rechters nodig (deels vervanging, deels uitbreiding) en ongeveer tweeŽnhalf maal zoveel gerechtsambtenaren. Om aan deze capaciteitsbehoefte te voldoen onderneemt de rechtspraak verschillende acties. Dit jaar staat vooral in het teken van het meer gezamenlijk - als rechtspraak - benaderen van de potentiŽle werknemers. Het vertalen van de capaciteits≠uitbreiding naar opleidingsconsequenties is eveneens een belangrijk punt van aandacht. Daarnaast heeft de verhoogde personele instroom gevolgen voor andere onderdelen van de bedrijfsvoering. Hierbij kan men denken aan bijvoorbeeld automatisering en huisvesting.

De Stichting Studiecentrum Rechtspleging (SSR) speelt bij het opleiden van personeel een belangrijke rol voor de rechtspraak. Een van de doelstellingen voor dit jaar is te komen tot een landelijk opleidingsmodel voor de rechters in opleiding (medewerkers met juridische ervaring van buiten de rechtspraak). Deze stap is noodzakelijk om tot een verdere professionalisering van de opleiding van rechters te komen.

In 2003 zal selectieprocedure voor rechters sneller verlopen. De rechtspraak mag rekenen op een grote belangstelling voor dit zogenoemde ‘buitenstaanderstraject'. Voor 2003 is de ontvangcapaciteit van de Commissie Aantrekken Leden Rechterlijke Macht (CALRM) om deze reden uitgebreid van ruim 200 naar ca. 350 kandidaten op jaarbasis (na selectie blijft hier uiteraard een kleinere groep van over). Hiermee kan worden ingespeeld op de capaciteit die nodig is voor het werven van extra rechters en wordt het mogelijk de doorlooptijd van de landelijke selectieprocedure te verkorten tot acht weken, vergelijkbaar met het selectietraject van de raio’s. In 2003 zullen de resultaten van de pilot in Haarlem worden bezien op verdere bruikbaarheid ter verkorting van de selectieprocedure (de mogelijkheid van het ineenschuiven van de lokale en landelijke selectie).

Bij de rechtbank Haarlem zal in 2003 een pilot worden afgerond naar de verkorting van de selectieprocedure van buitenstaanders. In een samenwerkingsverband tussen de rechtbank Haarlem, de CALRM en de Raad is gestalte gegeven aan een efficiŽnte werving- en selectieprocedure voor de invulling van 15 opleidingsplaatsen voor buitenstaanders in de sector stafrecht. Als gevolg van de Schipholproblematiek moesten deze opleidingsplaatsen op een voortvarende wijze worden ingevuld. Een advertentiecampagne resulteerde in de aanvraag voor in totaal 406 informatiepakketten en resulteerde in 76 aanmeldingen, waarna 46 kandidaten voor de commissie verschenen. De doorlooptijd van de selectieprocedure werd ingekort door de landelijke CALRM te laten samenvallen met de (lokale) selectiecommissie van de rechtbank Haarlem. Een gemiddelde totale doorlooptijd van drie tot vier maanden is het (voorlopige) resultaat.

3.4 Doorgaan met het analyseren en beschrijven van de werkprocessen

Door werkprocessen te verbeteren zijn belangrijke voordelen te behalen, zoals op het vlak van doorlooptijden, interne werkdruk en maatschappelijke kwaliteit. In het kader van PVRO is begonnen met het beschrijven van werkprocessen binnen gerechten. Naar verwachting zijn eind 2003 in alle gerechten de primaire werkprocessen beschreven en onder beheer in alle sectoren. Inmiddels is duidelijk geworden dat zowel de definitie van werkprocessen als de wijze van beschrijven van werkprocessen verschilt tussen gerechten op een aantal onderdelen. De vraag is of al die verschillen verklaarbaar zijn door schaalgrootte. In die gevallen dat de praktijk in gerechten hetzelfde is, brengt diversiteit een onnodige beheerslast met zich mee. Meer uniformiteit brengt hier een verlichting. Meer uniformiteit is bovendien nodig voor de goede aansluiting van nieuwe informatiesystemen op het werk in de gerechten, aangezien de informatiesystemen landelijk uniform worden opgezet (zie ook de volgende paragraaf).

Verdere verbetering van werkprocessen is mogelijk door een combinatie van herontwerp van werkprocessen met de inzet van nieuwe informatietechnologie. Naar dergelijke mogelijkheden wordt gezocht in het kader van de sectorale programma's (zie paragraaf 2.3).

De rechtbank Maastricht past in het project werkprocessen een degelijke beschrijvingmethode toe die volgens de Raad kan dienen bij het vaststellen van landelijke referentiemodellen. De methode beschrijft een werkproces op vier lagen, die van simpel en uniform, steeds specifieker en complex worden. Men is begonnen met de sector straf. Met de hulp van een externe consultant worden in gesprekken de processen besproken en omgezet in modellen, die worden vastgelegd in het programma Protos. De ervaring met de methode is goed. De beschrijvingen zijn inzichtelijk en leveren een houvast bij het oplossen van problemen, wat blijkt uit het feit dat ze als basis dienen bij de opzet van een intern planningsbureau voor het bewaken van de instroom van zaken

3.5 Verbeteren informatievoorziening door gebruik van moderne technologie

Een goede informatievoorziening is cruciaal, zowel voor de afhandeling van zaken als voor de sturing op het primaire proces. In 2003 wordt zowel aan de inrichting van de informatievoorziening als geheel, als aan de verbetering van de diverse onderdelen gewerkt. Naast de inzet voor (meer gestandaardiseerd) beheer en exploitatie van de informatiesystemen door de ICTRO worden in 2003 de volgende projecten uitgevoerd.

Informatiearchitectuur en primaire processystemen

In het kader van uitwerking van het informatiebeleid wordt eind van het eerste kwartaal 2003 een eerste ICT-architectuur van de rechtspraak opgeleverd. Deze architectuur biedt het kader, zowel inhoudelijk als met betrekking tot het te volgen migratiepad voor alle volgende projecten en beheeractiviteiten. Voor alle primaire processystemen zijn projectactiviteiten en ingebruikname en/of beproeving van nieuwe systeemdelen gepland. Voor het strafrecht wordt GPS increment 1 in de eerste helft van het jaar in Den Bosch beproefd. Bij succes wordt dat systeemdeel bij de andere arrondissementen ingevoerd. De revisie van IPAS-hoven wordt naar verwachting in het laatste kwartaal afgerond. De eerste fase van de renovatie van het bestuursrechtsysteem Berber (fase 1) zal voor de zomer worden afgerond. Een plan van aanpak voor de vernieuwing van de civiele systemen wordt begin februari afgerond. Uitvoering ervan zal dit jaar nog tot de eerste resultaten leiden voor gerechten Ťn Hoge Raad. De voor invoering noodzakelijke activiteiten binnen de verschillende sectoren zullen worden ondergebracht in de sectorale programma’s (zie ook paragraaf 2.3).

Bestuurlijke informatievoorziening voor de rechtspraak

Naast de primaire processystemen omvat de architectuur ook de bestuurlijke informatievoorziening. Daarbij wordt een onderscheid gemaakt tussen management informatie, aansluitend op de P&V-cyclus, en beleidsinformatie. Ten behoeve van de management informatie wordt het pilotsysteem Stuurhut verder ontwikkeld tot een landelijk transparant rapportageinstrument voor alle management niveaus: sectoren, gerechten en Raad voor de Rechtspraak. In het eerste kwartaal zal een projectplan worden opgesteld. In de loop van het jaar zal het vernieuwde systeem (Stuurhut+) in pilot worden genomen, opdat het per 1 januari 2004 overal kan worden ingevoerd.

Daarnaast start een project om een voor beleidsanalyses van de Raad direct toegankelijke gegevensinfrastructuur te ontwikkelen, waaruit zowel periodiek als ad hoc in relatief korte tijd betrouwbare, eenduidige en over de jaren heen vergelijkbare gegevens over het functioneren van de rechtspraak op te diepen zijn. Het betreft gegevens over de inzet van middelen (kosten, personeel, huisvesting), de instroom van zaken, de procesgang en de geleverde prestaties en resultaten. Halverwege het jaar 2003 moeten deze activiteiten uitmonden in een data-infrastructuur die het fundament is voor de verbetering van de beleidsinformatie van de Raad, de verbetering van de communicatie van de Raad met zijn omgeving en dient ter ondersteuning van het onderzoeksprogramma.

Technische infrastructuur

Naast het hierboven genoemde herontwerp van de primaire processystemen wordt de vernieuwing van de technische infrastructuur en het beheer daarvan in 2003 aangepakt. De eerste stappen zijn gezet in het najaar van 2002. De staat van de technische infrastructuur kan worden gekwalificeerd door middel van een met INK vergelijkbaar model. Daarin worden zes niveaus onderscheiden (0 t / m 5). Op dit moment verkeert de technische infrastructuur (TI) op niveau 1 of 2. Dit betekent dat er onvoldoende waarborgen zijn voor een ongestoorde bedrijfsvoering binnen de gerechten. Dit uit zich in de vorm van uitval en het niet beschikbaar zijn van systemen. Daarnaast kost het onevenredig veel inspanning om een nieuwe ontwikkeling te implementeren en is het beheer in de huidige situatie een kostbare aangelegenheid. Naast de technische staat van de TI zijn ook de beheerprocessen niet op het noodzakelijke niveau. Alle inspanningen zijn er op gericht om eind 2003 een staat van de TI te bereiken van niveau 3 (beheerst). Dit betekent dat de continuÔteit en beschikbaarheid van de TI naar een hoger niveau is gebracht. Hiertoe wordt een deel van de TI vervangen en worden de beheerprocessen opnieuw ingericht.

Vervanging besturingssystemen

De vervanging van het huidige besturingssysteem op de werkplek (Windows 95) en het huidige besturingssysteem voor de servers (NT 4.0) door Windows 2000 is in 2002 voorbereid en zal met name in 2003 zijn beslag krijgen. Dit betekent een investering in software en mogelijk in de hardware (pc’s en servers). Er zal een lokaal implementatieproject voor de gerechten worden opgezet.

3.6 Ontwikkelen integraal systeem voor kwaliteitszorg

Door de huidige bekostigingssystematiek en de (politieke) aandacht voor kortere doorlooptijden lijkt de nadruk vooral te komen liggen bij bekostigingsvraagstukken en doelmatigheid. Voor een onderbouwde afweging tussen kwantiteit en kwaliteit is een goed systeem van kwaliteitszorg nodig. De afgelopen jaren is het belang van een dergelijk systeem voor de rechtspraak op verschillende momenten onderstreept. In 1999 in de conclusies van een interdepartementaal beleidsonderzoek naar de bedrijfsvoering bij de rechtspraak, later bij de opbouw van de Raad. Op onderdelen zijn de afgelopen jaren al belangrijke stappen gezet. Eerst is het INK-model geÔntroduceerd binnen de rechtspraak. Later is in het kader van PVRO een meetsysteem voor het rechterlijk functioneren uitgewerkt. In verschillende gerechten zijn al kwaliteitsstatuten ontwikkeld.

Begin dit jaar zijn de familiesector van de rechtbank en de rekestensector van het hof van start gegaan met het implementeren van het kwaliteitssysteem. De ontwikkeling daarvan is van belang om te waarborgen dat de organisatie zal voldoen aan de in het statuut gestelde eisen. De ontwikkeling van het kwaliteitssysteem is in volle gang en de implementatie zal in 2003 zijn voltooiing vinden. Daarna kan certificering verzocht worden. (Jaarplannen 2003 rechtbank en gerechtshof Den Bosch)

De hierboven genoemde activiteiten worden nu in een omvangrijk project gebundeld en uitgebouwd tot ťťn systeem van kwaliteitszorg. Het project ‘RechtspraaQ’. De Raad heeft als doelstelling geformuleerd dat binnen vier jaar een systeem van kwaliteitszorg operationeel moet zijn binnen alle gerechten. Het samenhangende kwaliteitssysteem RechtspraaQ geeft de gerechten een kader waarbinnen bestaande kwaliteitsprojecten een plaats krijgen. Door het overkoepelende systeem wordt het voor de gerechten eenvoudiger bestaande activiteiten en verbeteringen meer systematisch en in onderling verband aan te pakken. Kern van het kwaliteitssysteem vormen het gerechtsstatuut en de sectorstatuten. De statuten zijn een gestructureerde opsomming van onderwerpen het primair, het beleidsvormend en ondersteunend proces betreffende die zo geregeld (moeten) zijn dat zij aan bepaalde (vast te stellen) kwaliteitsnormen (kunnen) voldoen.

Het systeem zal bij de Raad door een kwaliteitsbureau worden ontwikkeld en beheerd. Dit bureau zal ook het kwaliteitsbeleid voorbereiden. Uiteraard gebeurd een en ander in nauw overleg en afstemming met de gerechten. De daadwerkelijke ondersteuning aan de rechtbanken wordt vanwege de Raad maar op afstand georganiseerd in verband met de zelfstandige positie van de gerechten.

Het systeem kan nog niet worden ingevoerd. De onderdelen van het kwaliteitssysteem, zoals het gerechtsstatuut, de sectorstatuten en de visitaties zijn nog niet uitgewerkt. Ook moet de organisatie van het kwaliteitssysteem (de kwaliteitscyclus en het kwaliteitsbureau) nog worden opgezet. De jaren 2003 en 2004 staan in het teken van de inhoudelijke ontwikkeling van (onderdelen van) het systeem en de jaren 2005 en 2006 staan in het teken van de organisatorische opzet en invulling ervan. Deze scheiding zal in praktijk minder strikt zijn. Ook liggen de kwaliteitsactiviteiten van de gerechten natuurlijk niet stil tot 2007. De gerechten zullen de tussenliggende jaren gewoon doorgaan met de klantwaarderingsonderzoeken, positiebepalingen, etc. In 2007 zal de cyclus echter gestructureerd worden ingezet.

3.7 Structureren en uitbouwen kennismanagement

Rechtspraak is een kennisintensieve activiteit. Kennismanagement zorgt dat zowel de organisatie als de mensen hierbinnen de beschikking hebben over de benodigde kennis (en informatie) om goed te functioneren. Dit kan op het vlak van de organisatie onder andere door middel van personeelsmanagement en informatietechnologie. Van groot belang is dat mensen hun kennis en informatie kunnen delen en ontwikkelen in de netwerken waarin zij functioneren. De Raad wil dit op landelijk niveau beter mogelijk maken door de bestaande voorzieningen uit te bouwen en nieuwe te creŽren.

Van gerechten word verwacht dat zij een plaatselijk kennisbeleid ontwikkelen en hun praktisch kennismanagement organiseren. Een aantal gerechten is hierin sterk actief (zie inzet). Ook de Raad organiseert zich intern, vooral met het doel om de dienstverlening aan de gerechten op een hoog niveau te leveren. De eerste concrete stappen zijn gezet en worden versterkt met de inzet van een nieuw informatiesysteem voor documentbeheer en interne samenwerking.

De rechtbank 's-Gravenhage startte in 2002 met een innovatief project op het vlak van kennismanagement. Gekozen werd voor een sterk pragmatische start met drie projecten in de vreemdelingenkamer. Aangezien de ervaringen met bijvoorbeeld kenniskaarten positief zijn vindt in 2003 een verbreding plaats naar de rest van de rechtbank en wordt het aantal projecten uitgebreid. De rechtbank Rotterdam is in 2002 gestart met het formuleren van een kennisbeleid waarin grote aandacht is voor loopbaanontwikkeling en opleidingen.

Van de organisaties die landelijke voorzieningen ontwikkelen zijn zowel de SSR, Bistro als Prisma actief op het vlak van kennismanagement. Er is een sterke samenhang met opleidingen, aangezien kennis voornamelijk in de hoofden van mensen zit en deze onder andere door middel van opleidingen verkregen wordt. Er is een samenhang met ICT-middelen aangezien de toegang tot bijvoorbeeld bibliotheken en jurisprudentie verloopt via intranet en internet. Deze middelen kosten veel geld, zodat een goede projectopzet vanuit effectief beleid noodzakelijk is. De nadruk ligt op het creŽren van voorzieningen waar de gerechten rechtstreeks baat bij hebben. Zo is de verwachting dat in 2003 Prismaweb gereed komt en dat Porta Juris en Intro worden uitgebreid.

Een belangrijk project in dit kader is nog het project Eurinfra. Dit project beoogt de vergroting van de kennis van het Europees recht binnen de rechtspraak. Het project kent drie elementen: het opzetten en verder ontwikkelen van een databank van Europese regelgeving en jurisprudentie als onderdeel van Porta Juris, het verder ontwikkelen van een netwerk van Europees-rechtcoŲrdinatoren van de gerechten en een gericht cursusprogramma van de SSR. Dit project vindt plaats onder de regie van de Raad en wordt uitgevoerd door BISTRO, het College van Beroep voor het bedrijfsleven en de SSR. De databank is eind 2002 operationeel geworden. In 2003 zullen nog functionaliteiten worden toegevoegd.

3.8 Huisvesting gerechten

In de strategische agenda is al aangegeven dat een omvangrijk meerjarig investeringsprogramma noodzakelijk is om de huidige problemen rond huisvesting op te lossen en om te voorkomen dat de komende jaren weer nieuwe problemen ontstaan. In de begroting 2003 – 2007 is berekend dat de totaal benodigde middelen voor uitbreiding van de huisvestingscapaciteit voor de rechtspraak in 2003

€ 13 mln. bedragen oplopend tot € 43 mln. in 2007. Dat er sprake is van concrete knelpunten op dit terrein blijkt wel uit het feit dat alle gerechten de huisvestingssituatie aan de orde stellen tijdens het bestuurlijk overleg met de Raad. Door het ontbreken van de benodigde middelen heeft de Raad de rem moeten zetten op het voorgenomen programma. Alleen de meest schrijnende situaties worden aangepakt. Andere knelpunten blijven de komende jaren nog bestaan, knelpunten die een negatieve invloed hebben op de bedrijfsvoering, maar ook op de dienstverlening in termen van toegankelijkheid, beveiliging en voorzieningen.

De huisvesting van de rechtbank is ontoereikend. Slechts twee sectoren van de rechtbank en het bedrijfsbureau zijn gehuisvest in het gerechtsgebouw. De sectoren kanton en bestuur zijn gehuisvest op dislocaties. Op alle drie de locaties is sprake van ruimtegebrek. Bovendien komen op de recent betrokken locatie van de sector bestuur steeds meer ernstige kwaliteitsgebreken aan het licht. (Jaarplan 2003 rechtbank Groningen)

De Raad werkt in samenspraak met het Parket-Generaal aan een nieuw referentiekader waaraan de huisvestingssituatie en de huisvestingsbehoefte van de rechterlijke organisatie en haar onderdelen getoetst kan worden. De financiŽle randvoorwaarden nopen tot heroverweging van de visie van waaruit het meerjarig investeringsprogramma is opgesteld en in uitvoering genomen.

De Raad wil voorts meer zicht krijgen in de samenstelling van de vastgoedportefeuille van de rechtspraak. In 2003 zal de aard van de vastgoedportefeuille onderzocht worden op drie aspecten:

het prestatievermogen van de gebouwen, dat het aantal werkplekken bepaalt

∑ de opbouw van het gebouw dat van invloed is op het prestatievermogen, maar ook op de uitstraling van het gebouw en de interne logistieke mogelijkheden

∑ de locaties, die de huurprijzen bepalen en de bedrijfskosten beÔnvloeden door bereikbaarheid voor publiek en medewerkers.

Dit onderzoek moet een zodanig inzicht in de vastgoedportefeuille opleveren, dat per gebouw kengetallen worden verkregen. Deze kengetallen geven enerzijds de kosten en het ruimtebeslag van de gebouwen in relatie tot de organisatie weer en anderzijds de prestatiemogelijkheden van de gebouwen in aantallen te realiseren werkplekken. De verwachting is dat voor de zomer alle grote gebouwen kwantitatief in kaart zijn gebracht.

Door de gegevens die dit onderzoek zal opleveren, is het mogelijk om in prognoses snel de consequenties van beleidsbijstellingen voor de vastgoedportefeuille zichtbaar te maken.

3.9 Evalueren en verbeteren besturings- en bekostigingssystematiek

In opdracht van de minister van Justitie is onderzoek verricht naar de wijze waarop de rechtspraak thans wordt gefinancierd. In dit onderzoek staat het Besluit financiering rechtspraak (Stb. 2002-390), dat per 1 januari 2002 van kracht is geworden, centraal. Het ontwikkelingsgerichte onderzoek sluit aan bij de noodzakelijk geachte bijstelling van het besluit per 1 januari 2004. Het onderzoek wordt in februari 2003 voltooid. Vooruitlopend op de aanbevelingen uit dit rapport zal de Raad in 2003 in ieder geval de volgende onderwerpen ter hand nemen:

∑ Overheadproblematiek. Eenduidige definiŽring van het begrip overhead en concrete voorstellen om de financiering van het primaire proces en de overhead transparant in de bekostigingssystematiek te verwerken.

∑ Prognosemethodiek. Ontwikkeling van een model voor het maken van een realistische prognose van de productie van de rechtspraak, waarbij onder meer de maatschappelijke vraag naar producten van de rechtspraak is verdisconteerd.

∑ Geobjectiveerde tijdschrijfonderzoeken. In 2003 zullen tijdschrijfonderzoeken worden uitgevoerd teneinde de gemiddelde behandeltijd vast te stellen van de zaakscategorieŽn betrekking hebbende op het vreemdelingenrecht, het strafrecht en het belastingrecht. Tevens zal een aanvang worden gemaakt met het onderzoek dat zal leiden tot een herijking van het aantal direct productieve uren. Laatstgenoemd onderzoek zal worden afgerond in 2004, het jaar waarin eveneens de gemiddelde behandeltijd van de overige zaakscategorieŽn zal worden geijkt. De onderzoeken zullen worden uitgevoerd door de organisatie voor Toegepast Natuurwetenschappelijk Onderzoek (TNO). De Raad heeft de door TNO geoffreerde methodiek laten toetsen door IVA Tilburg als onafhankelijk deskundige. Naar het oordeel van IVA is TNO in staat aan de onderzoeksdoelstelling op een wetenschappelijk wijze zowel doelmatig als efficiŽnt te beantwoorden.

3.10 Strategische vragen

Een andere belangrijke activiteit die uit de eerste strategische agenda volgt, is de discussie rond de strategische vragen. Het betreft de volgende vier vragen.

Is een actievere opstelling van de rechter in de keten(s) wenselijk?

De positie van de rechter in de keten komt in verschillende onderdelen van het beleid van de Raad aan de orde. Het is een bijzonder punt van aandacht in de verschillende sectorale programma’s. Ook in het project ‘Verkorting doorlooptijden jeugdstrafzaken’ krijgt de positie van de rechter in de keten de nodige aandacht. In dit verband zal volgend jaar de discussie gecontinueerd worden over de vraag hoe de kerntaak van de kinderrechter zich verhoudt tot de toenemende druk om te komen tot een efficiŽnte rechtspleging. Bij deze discussie blijft uiteraard het uitgangspunt dat de onafhankelijke positie op zaaksniveau niet in het gedrang mag komen. De resultaten uit dit project kunnen bijdragen aan de ontwikkeling van een meer algemeen standpunt van de Raad inzake dit onderwerp.

Hoever strekt het rechterlijk domein?

Welke zaken behoren door de rechter te worden afgedaan en welke geschillen kunnen ook via andere kanalen tot een oplossing worden gebracht? De Raad zal in 2003 een visie formuleren op de omvang van het rechterlijk domein. Hierbij komen vraagstukken als de strafoplegging buiten de rechter om door het Openbaar Ministerie, de aansluiting tussen mediation en de rechtspraak en de positie van de bij wet ingestelde tuchtcolleges aan de orde. In 2002 heeft de Raad al voorlopige standpunten geformuleerd ten aanzien van schikken door het OM en mediation.

Wat zijn de consequenties van de multiculturele samenleving voor de rechtspraak?

De multiculturele samenleving kan verschillende gevolgen hebben voor de rechtspraak, variŽrend van de mogelijke botsing van rechtsbeginselen tot de toegankelijkheid van het recht of afspiegelingsvraagstukken. Op basis van de in 2002 ingezette activiteiten (interne en externe gespreksrondes, onderzoek, werkbezoeken e.d.) die in 2003 zullen worden voortgezet, zal de Raad dit jaar een nader standpunt innemen met betrekking tot de vraag hoe de rechtspraak zou moeten omgaan met de consequenties van de multiculturele samenleving. Hierbij zal met name aandacht worden gegeven aan de instroom van meer personen van allochtone herkomst in de rechterlijke macht.

Is meer specialisatie in de rechtspraak noodzakelijk en wenselijk?

Specialisatie in de rechtspraak is een terugkerend thema. Hoewel er op verschillende rechtsgebieden al gespecialiseerde rechters actief zijn, is het raadzaam om een discussie te voeren over de vraag op welke rechtsgebieden en in welke vorm meer specialisatie al dan niet gewenst is. De Raad zal daartoe een aanzet doen in 2003.

Verkenningen en onderzoek

In het kader van de strategische agenda, stelt de Raad korte verkenningen op over uiteenlopende onderwerpen. Deze verkenningen zijn bedoeld om ontwikkelingen te signaleren, onderwerpen te agenderen of tot een standpuntbepaling te komen in geval van actuele politieke of controversiŽle kwesties. In 2003 zullen naar verwachting circa acht verkenningen worden uitgevoerd.

De Raad en de gerechten dienen te beschikken over zo adequaat mogelijke beleidsrelevante informatie. Onderzoek speelt daarbij een onmisbare rol. Enerzijds door het aandragen van inzichten direct behulpzaam bij de beleidsuitvoering, anderzijds door het genereren van kennis ten behoeve van het proces van strategieontwikkeling en daaruit voortvloeiende beleidsvorming. In de loop van het jaar 2002 is een begin gemaakt met de opstelling van een meerjarig onderzoekprogramma. Doel daarvan is de kennisbehoefte te formuleren waarin in de loop van de komende jaren zal worden voorzien.

Het onderzoeksprogramma zal medio 2003 worden vastgesteld. Op basis daarvan zal een aantal onderzoeken worden gestart. Deels vinden deze intern plaats, maar voor een belangrijk deel ook extern. Voor dit laatste wordt contact gezocht met universiteiten en onderzoeksbureaus.

Binnen het kader van de programma-ontwikkeling is contact gelegd met de Stichting Nederlands Wetenschappelijk Onderzoek (NWO). Doel ervan is te komen tot financiŽle participatie van de Raad in door NWO gesubsidieerde onderzoekprogramma’s. Door de Raad is reeds een toezegging gedaan ten behoeve van een door het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR) te verrichten onderzoek. De centrale vraag van dit onderzoek is hoe de rechter de verwachtingen vanuit de samenleving ten aanzien van de strafrechtspraak ervaart en hoe hij daar op reageert. De uitkomsten daarvan zullen in 2003 beschikbaar komen.

De Raad streeft er tevens naar om in 2003 te komen tot een eerste meting binnen een jaarlijks te herhalen publieksonderzoek naar de maatschappelijke waardering van het functioneren van de rechtspraak. Tenslotte valt te vermelden dat in 2003 de resultaten beschikbaar zullen komen van twee onderzoeken die via internationale vergelijking inzicht beogen te verschaffen in factoren die de doelmatigheid van de rechtspraak in belangrijke mate beÔnvloeden. Het betreft hier een literatuuronderzoek naar de Productiestructuur van de rechtspraak (door het onderzoeksbureau Aarts de Jong Wilms Goudriaan Public Economics BV) en het vergelijkend onderzoek Nederland-Denemarken; een prestatiemeting (Prof. P.J.P. Tak, Katholieke Universiteit Nijmegen).

3.11 Innovatie

Overeenkomstig het wettelijke vereiste uit artikel 29 lid 2 Wet op de rechterlijke organisatie en artikel 13 van het Besluit financiering rechtspraak, is er ook voor 2003 een budget vastgesteld voor innovatieve projecten binnen de gerechten. Projecten van gerechten, die door de Raad als innovatief worden aangemerkt kunnen voor maximaal 50% worden gefinancierd uit dit innovatiebudget. Een belangrijke voorwaarde daarbij is, dat de resultaten van het betreffende project ook bruikbaar en toegankelijk zijn voor andere gerechten.

In 2003 worden de volgende innovatieve projecten uitgevoerd:

Project

Korte omschrijving

Gerecht

Elektronisch strafdossier

Introductie van volledig digitale dossiers binnen de strafsector.

Rechtbanken

Amsterdam en Rotterdam

Call en mail centrum

Haalbaarheidsonderzoek naar de inrichting van een call en mail centrum ter verbetering van de bereikbaarheid.

Rechtbank Arnhem

Doorlooptijden

Het ontwikkelen van kengetallen voor doorlooptijden door het definiŽren en normeren van de afzonderlijke processtappen in het primair proces.

Rechtbank Arnhem

Poortwachter civiel

Versnelling van procedures en maatwerk door aan het begin van de procedure te bepalen wat in het specifieke geval het meest wenselijke traject is.

Rechtbank Arnhem

Effectief compareren

Een vorm van intervisie voor rechters, speciaal gericht vaardigheden ten behoeve van het compareren.

Rechtbanken Assen, Groningen en Leeuwarden

Deskundigendatabank

De ontwikkeling van een goed en betrouwbaar bestand van deskundigen die ten behoeve van de gerechten werkzaamheden verrichten.

Rechtbank Assen

Faciliterende teams

Een project gericht op de interne organisatie van de sectoren.

Rechtbank Breda

Kwaliteitsstatuut

Het ontwikkelen en implementeren van een kwaliteitssysteem op basis van een kwaliteitsstatuut.

Rechtbank en gerechtshof

Den Bosch

Software zittingsplanning

Ontwikkeling informatiezuilen met actuele informatie over de aanvangstijden van zittingen, ten behoeve van het publiek.

Rechtbank en gerechtshof

Den Bosch

Forensische mediation

Experiment met een bijzondere vorm van mediation.

Gerechtshoven

Den Bosch en Den Haag

Delegatie

Het onderzoeken van en experimenteren met vormen van delegatie binnen het primair proces.

Rechtbank Rotterdam

Leergang vice-president

Inhoudelijk adviseur

De ontwikkeling van een nieuwe leergang voor de rechter die zich als inhoudelijk adviseur gaat richten op de bevordering van de juridische kwaliteit en de uniforme rechtstoepassing binnen het team of de sector.

Rechtbank Utrecht

Hoofdstuk 4, Resultaten en middelen

4.1 Productieafspraken 2003

De Raad heeft in het kader van de begrotingscyclus 2003 afspraken gemaakt met de gerechten over de te leveren productie in 2003 en de daarvoor benodigde middelen. In deze paragraaf wordt nader ingegaan op de gemaakte productieafspraken. Met behulp van tabellen wordt inzicht gegeven in de verwachte uitstroom van producten voor de gehele rechtspraak, met een onderverdeling naar enerzijds de rechtbanken en anderzijds de gerechtshoven en de bijzondere appelcolleges (Centrale Raad van Beroep en het College van Beroep voor het bedrijfsleven). De in de tabellen opgenomen aantallen zijn afgerond op duizendtallen. Hierdoor kunnen afrondingsverschillen in de totaalkolom voorkomen.

Tabel 1: Planning 2003 van de uitstroom in producten ten opzichte van de realisatie 2002

Rechtspraak totaal

Civiel

Bestuur

(excl. VK)

VK

Straf

Belasting

Kanton

Totaal

Uitstroom Bestuursafspraak 2003

425.000

49.000

78.000

246.000

17.000

735.000

1.551.000

Uitstroom realisatie 2002

417.000

49.000

71.000

237.000

21.000

786.000

1.583.000

Verschil uitstroom

(als % van realisatie 2002)

8.000

2%

0

0%

6.000

9%

9.000

4%

-4.000

- 18%

-51.000

-7%

-32.000

- 2%

 

Rechtbanken

Civiel

Bestuur

(excl. VK)

VK

Straf

Belasting

Kanton

Totaal

Uitstroom Bestuursafspraak 2003

415.000

41.000

77.000

215.000

 

735.000

1.483.000

Uitstroom realisatie 2002

408.000

41.000

71.000

213.000

 

786.000

1.520.000

Verschil uitstroom

(als % van realisatie 2002)

7.000

2%

0

0%

6.000

9%

2.000

1%

 

-51.000

- 7%

-37.000

- 2%

 

Gerechtshoven en bijzondere appelcolleges

Civiel

CRvB, CBb

VK

Straf

Belasting

Kanton

Totaal

Uitstroom Bestuursafspraak 2003

11.000

9.000

 

32.000

17.000

 

68.000

Uitstroom realisatie 2002

9.000

9.000

 

25.000

21.000

 

63.000

Verschil uitstroom

(als % van realisatie 2002)

2.000

17%

0

0%

 

7.000

29%

- 4.000

- 18%

 

5.000

8%

VK = Vreemdelingenkamers

In tabel 1 wordt de geraamde productie voor het jaar 2003 gepresenteerd tegen de achtergrond van de gerealiseerde productie van het jaar 2002. Deze productie is de uitstroom van producten uitgedrukt in absolute aantallen.

Op basis van het zogenaamde Lamicie-model is het totaal aantal producten onder te verdelen naar een beperkt aantal zaakscategorieŽn. Per zaakscategorie is vastgesteld hoeveel tijd moet worden besteed aan de productie van een zaak uit die zaakscategorie, de gemiddelde behandeltijd. Door de bovenstaande productie-aantallen te vermenigvuldigen met de desbetreffende gemiddelde behandeltijden wordt de tijdsinzet (uitgedrukt in het aantal uren) berekend. Dit wordt de gewogen productie genoemd. In de volgende tabel wordt deze gewogen productie gepresenteerd.

Tabel 2: Planning 2003 van de uitstroom in gewogen productie ten opzichte van de realisatie 2002

Rechtspraak totaal

Civiel

Bestuur

(excl. VK)

VK

Straf

Belasting

Kanton

Totaal

Uitstroom Bestuursafspraak 2003

2.659.000

1.013.000

851.000

1.950.000

178.000

1.395.000

8.046.000

Uitstroom realisatie 2002

2.627.000

986.000

738.000

1.795.000

196.000

1.453.000

7.795.000

Verschil uitstroom

(als % van realisatie 2002)

32.000

1%

27.000

3%

113.000

15%

155.000

9%

-18.000

- 9%

-58.000

- 4%

251.000

3%

 

Rechtbanken

Civiel

Bestuur

(excl. VK)

VK

Straf

Belasting

Kanton

Totaal

Uitstroom Bestuursafspraak 2003

2.265.000

787.000

851.000

1.497.000

 

1.395.000

6.795.000

Uitstroom realisatie 2002

2.296.000

767.000

738.000

1.454.000

 

1.453.000

6.708.000

Verschil uitstroom

(als % van realisatie 2002)

-31.000

- 1%

20.000

3%

113.000

15%

43.000

3%

 

- 58.000

- 4%

87.000

1%

 

Gerechtshoven en bijzondere appelcolleges

Civiel

CRvB, CBb

VK

Straf

Belasting

Kanton

Totaal

Uitstroom Bestuursafspraak 2003

393.000

226.000

 

454.000

178.000

 

1.251.000

Uitstroom realisatie 2002

331.000

219.000

 

341.000

196.000

 

1.087.000

Verschil uitstroom

(als % van realisatie 2002)

63.000

19%

7.000

3%

 

113.000

33%

-18.000

- 9%

 

164.000

15%

VK = Vreemdelingenkamers

Uit de tabellen blijkt dat voor de totale rechtspraak het algemene beeld van de geraamde productie in 2003 ten opzichte van de in 2002 gerealiseerde productie twee verschillende ontwikkelingen weergeeft. Enerzijds neemt de totale productie 2003 in absolute aantallen naar verwachting met 2% af (zie tabel 1). Anderzijds neemt de totale gewogen productie uitgedrukt in het aantal uren naar verwachting toe met 3% (zie tabel 2). De verschillende gemiddelde behandeltijden voor de desbetreffende zaakscategorieŽn blijven onveranderd. De daling van 2% in absolute aantallen die gepaard gaat met een stijging van 3% in de gewogen productie geeft dan ook aan dat zich een verschuiving zal voordoen in de samenstelling van de totale productie. Ten opzichte van 2002 zullen er in 2003 minder relatief lichte zaken en meer relatief zwaardere zaken uitstromen.

De rechtspraak gaat in 2003 meer produceren ten opzichte van 2002 doordat een hogere gewogen productie, uitgedrukt in het aantal uren, wordt geleverd. Het zwaartepunt in de totale productie verschuift naar het produceren van producten met een relatief langere behandeltijd. Bovenstaand beeld voor de totale rechtspraak is vergelijkbaar met het beeld voor het onderdeel rechtbanken (gewogen productie stijgt 1% en absolute aantallen productie daalt 2%). Bij de gerechtshoven is sprake van een stijging in zowel gewogen productie (15%) als in absolute aantallen productie (8%).

Het beeld per sector

De tabellen laten met name een verwachte groei zien bij de sectoren vreemdelingenkamers en straf (rechtbanken en gerechtshoven), zowel in absolute aantallen productie als in de gewogen productie. Deze productiegroei in 2003 kan worden gerealiseerd omdat de noodzakelijke investeringen (zoals werving e.d.) reeds in 2002 zijn gestart. Hiermee is geanticipeerd op uitbreiding van het totale budget voor de rechtspraak. Had de Raad gewacht met duidelijkheid omtrent de financiering, dan was de daadwerkelijke productiegroei voor deze sectoren waarschijnlijk pas in 2004 gerealiseerd.

Sector straf

De strafsector laat een stijging zien in de gewogen productie (9%) en in de absolute aantallen (4%).

In de loop van 2003 worden twaalf extra strafkamers volledig operationeel: vier extra kamers bij verschillende rechtbanken en acht extra kamers bij de gerechtshoven. Bij de gerechtshoven neemt de gewogen productie en de absolute aantallen productie toe met ongeveer 30%. Bij de gerechtshoven zullen de appellen op de Kanton-strafzaken in 2003 in volle omvang uitstromen. Bij de rechtbanken (gewogen productie 9% hoger; absolute aantallen productie 4% hoger) vermeerdert het aantal meervoudige kamer-zaken en het aantal enkelvoudige kamer-zaken. Naast de strafsectoren van de rechtbanken en de gerechtshoven worden ook binnen de sector Kanton strafzaken behandeld. Indien de strafzaken van de sector Kanton in beschouwing worden genomen, ontstaat het volgende beeld voor de straf-gerelateerde productie in 2003.

Tabel 3: Totale straf-gerelateerde productie (Sector Straf en Sector Kanton)

 

Gerechtshoven,

sector straf

Rechtbanken, sector straf

Kantonsectoren, strafzaken

Totaal strafgerelateerd

Productie aantallen:

 

 

 

 

Uitstroom Bestuursafspraak 2003

32.000

215.000

202.000

449.000

Uitstroom realisatie 2002

25.000

213.000

216.000

454.000

Verschil uitstroom

(als % van realisatie 2002)

7.000

29%

2.000

1%

- 14.000

- 6%

- 5.000

- 1%

Gewogen productie:

 

 

 

 

Uitstroom Bestuursafspraak 2003

454.000

1.497.000

157.000

2.108.000

Uitstroom realisatie 2002

341.000

1.454.000

161.000

1.957.000

Verschil uitstroom

(als % van realisatie 2002)

113.000

33%

42.000

3%

-4.000

- 2%

151.000

8%

Vreemdelingenkamers

In 2003 wordt de laatste fase van de capaciteitsuitbreiding van de vreemdelingenkamers afgerond. Door deze capaciteitstoename kan een groter aantal zaken worden afgedaan dan voorheen en naar verwachting zullen deze zaken gemiddeld zwaarder zijn, hetgeen blijkt uit de hogere toename van de gewogen productie (15%) ten opzichte van de absolute aantallen zaken (9%).

Sector Belasting

De uitstroom van de ‘afdoeningen zonder uitspraak’ (zaken die snel kunnen worden afgedaan, omdat deze niet op de zitting komen) loopt sterk terug ten opzichte van 2002. Bovendien zijn in 2002 extra veel enkelvoudige zaken afgedaan en zullen er in 2003 minder van deze zaken overblijven, waardoor meer zwaardere zaken zullen worden afgedaan. In absolute zin leidt dit tot een afname van het aantal zaken. Door de grote afname van de lichte zaken neemt de gewogen productie (- 9%) minder sterk af dan de absolute aantallen productie (- 18%).

Sector Kanton

De verklaring voor de daling bij de kantonsectoren is deels gelegen in het feit dat door de parketten in de tweede helft van 2002 een inhaalslag is uitgevoerd, die tot een eenmalige toename heeft geleid in de afdoening van strafzaken in de kantonsector in 2002. Ook de uitstroom van zogeheten Mulderzaken was ver boven verwachting. In de sector Kanton daalt in 2003 de productie van de ‘afgiften akten en verklaringen’ en de productie van de ‘afdoening Mulderzaken’. Deze twee zaaksoorten kennen een korte behandeltijd en wegen daardoor niet zwaar mee in de gewogen productie. De daling van 7% in de absolute aantallen productie leidt tot een daling van 4% in de gewogen productie.

Sector Civiel

Met name bij de gerechtshoven neemt het aantal handelszaken toe. Ook hier geldt dat in 2003 de appelzaken op de kanton-handelszaken in volle omvang worden aangebracht. De productie bij de gerechtshoven zal zowel gewogen (19%) als in absolute aantallen toenemen (17%).

In de civiele sectoren bij de rechtbanken blijft de uitstroom, zowel de gewogen productie als de absolute aantallen productie, ongeveer gelijk.

Sector Bestuur (exclusief de vreemdelingenkamers)

Het aantal absolute aantal producten dat de sectoren bestuur van de rechtbanken zal afdoen verandert niet ten opzichte van 2002. Er is wel een verschuiving in de samenstelling: het aandeel van de lichte zaken neemt af. Het effect is dat de gewogen productie met 3% zal toenemen.

Doorlooptijden

In paragraaf 1.2 van dit jaarplan is al aangegeven dat voor 2003 niet mag worden verwacht dat de doorlooptijden significant zullen worden bekort. Daarom is er voor gekozen om de gerealiseerde doorlooptijden in 2002 te hanteren als norm voor 2003. Dit levert het volgende beeld op.

Zaakstype (gebaseerd op Lamicie)

Doorlooptijd 2002

(in kalenderdagen)

Rechtbank

 

Sector civiel

 

Handelszaak met verweer

323

Handelszaak zonder verweer

41

Beschikking op verzoekschrift

45

Faillissement

niet beschikbaar

Scheidingszaak

104

Beschikking op verzoekschrift aan de kinderrechter

35

Overige familiezaak (b.v. adoptie)

148

Kortgeding

49

 

 

Sector bestuur

 

Bestuurszaak

373

Voorlopige voorziening bij een bestuurszaak

45

Vreemdelingenzaak

niet beschikbaar

 

 

Sector Straf

 

Strafzaak (meervoudig behandeld)

124

Uitwerken vonnis strafzaak voor hoger beroep (bij meervoudige behandeling)

114

Politierechterzaak (incl. economische)

57*

Strafzaak bij de kinderrechter (enkelvoudig)

71*

 

 

Sector Kanton

 

Handelszaak met verweer

66*

Handelszaak zonder verweer

13

Familiezaak

27

Kortgeding in een kantonzaak

30

Strafzaak bij kanton (overtreding)

43


Zaakstype (gebaseerd op Lamicie)

Doorlooptijd 2002

(in kalenderdagen)

Gerechtshof

 

Civiele zaak (handel / familie)

361

Belastingzaak

527

Strafzaak (enkelvoudig of meervoudig behandeld)

niet beschikbaar

Uitwerken arrest voor cassatie

niet beschikbaar

College van Beroep voor het Bedrijfsleven

 

Bestuurszaak

niet beschikbaar

Voorlopige voorziening

niet beschikbaar

Centrale Raad van Beroep

 

Bestuurszaak

niet beschikbaar

Voorlopige voorziening

niet beschikbaar

* Dit is de doorlooptijd van zaken die t/m augustus 2002 zijn afgedaan.

De doorlooptijden in de bovenstaande tabel hebben betrekking op een selectie van de soorten zaken die de gerechten afdoen in de verschillende sectoren. Om de doorlooptijden te kunnen meten zijn in- en uitstroommomenten gedefinieerd. De definities vertonen kleine verschillen afhankelijk van het type zaak. Als algemeen uitgangspunt geldt dat het instroommoment is gedefinieerd als het moment waarop een zaak binnenkomt bij een gerecht en het uitstroommoment als het moment van de definitieve afdoening door de rechter. Voor een aantal aansprekende type zaken zijn op dit moment nog geen gegevens over de doorlooptijden beschikbaar omdat ze niet geŽxtraheerd (kunnen) worden uit het management informatiesysteem Rhapsody. Er wordt aan gewerkt ook van deze categorieŽn doorlooptijden op eenduidige wijze en volgens eenduidige definities te kunnen meten en presenteren. Met het systematisch meten van doorlooptijden is voor het eerst in 2002 begonnen. Hierdoor is de betrouwbaarheid van de gepresenteerde gegevens nog niet te garanderen, dit punt zal in 2003 aandacht krijgen. In de loop van 2003 zal, naar verwachting, eveneens een volledig overzicht kunnen worden gepresenteerd.

De doorlooptijden voor verschillende zaakstypen laten grote verschillen zien. Bij de rechtbanken zijn de doorlooptijden voor handelszaken (met verweer) en bestuurszaken het langste. Uit gegevens van het WODC blijkt overigens wel dat de doorlooptijd van handelszaken sinds 1996 aanzienlijk is verminderd (bijlage 3 van 'Een kwestie van tijd', onderzoek naar de doorlooptijd in handelszaken, R.J.J. Eshuis, WODC 1998). De doorlooptijd van strafzaken bij de rechtbank heeft betrekking op de tijd die verstrijkt tussen de eerste zitting en het moment waarop het vonnis ter executie aan het OM kan worden verzonden. Hieraan voorafgaand verstrijkt nog een ruime periode waarin een zaak al zittingsrijp (akkoord beoordeling) is maar nog niet ter zitting behandeld kan worden. Voor zaken die meervoudig worden behandeld, politierechterzaken en kinderrechterzaken duurde deze periode in 2001 respectievelijk 75, 108 en 104 dagen gemiddeld (gegevens afkomstig uit Compas). In het kader van het veiligheidsprogramma wordt gestreefd naar een gemiddelde doorlooptijd in 2007 van 180 dagen voor het totale traject van registratie van een proces-verbaal bij het OM tot het moment waarop het vonnis ter executie aan het OM kan worden verzonden. Om dit te kunnen realiseren zal onder andere het deel van de procedure dat door de rechtspraak in beslag wordt genomen nog aanzienlijk moeten worden bekort.

De doorlooptijden bij de gerechtshoven zijn gemiddeld langer dan bij de rechtbanken. Vooral de doorlooptijd van belastingzaken springt er uit. Invoering van belastingrechtspraak in twee instanties zal naar verwachting tot versnelling leiden van de procedures in eerste aanleg.

4.2 FinanciŽn

De omvang van het bedrag van de begroting van de Raad voor 2003, dat de minister van Justitie, uiteindelijk niet heeft gehonoreerd, bedraagt nominaal circa € 45 mln. (reŽel gezien is dit bedrag circa € 70 mln. indien rekening wordt gehouden met het bedrag dat betrekking heeft op de loon- en prijsbijstelling). In het hieronder staande overzicht wordt het budgettaire kader voor 2003 en de meerjarencijfers 2004 tot en met 2007 gepresenteerd: In het overzicht is al rekening gehouden met de nota van wijziging naar aanleiding van de Algemene Politieke beschouwingen. Hierin is nog € 17 mln. extra toegezegd ten behoeve van extra strafkamers en opleidingen. Daarnaast is met ingang van 2005 een bedrag van € 5 mln. afgeboekt in verband met Asiel.

Budgettair kader (bedragen x € 1.000)

 

2003

2004

2005

2006

2007

Begroting Raad voor de rechtspraak 2003

699.000

754.00

783.000

800.000

796.000

Totaal beschikbaar budgettair kader (Begroting 2003)

636.966

652.395

640.783

640.788

617.888

Nota van wijziging

(n.a.v. APB)

17.000

17.000

12.000

12.000

12.000

Beschikbaar kader

(incl. nota van wijziging)

653.966

669.395

652.783

652.788

629.888

Niet gehonoreerde reeks

45.034

84.605

130.217

147.212

166.112

Het overgrote deel van de beschikbare middelen wordt aangewend voor het primair proces. In 2003 wordt ca. € 560 mln. direct beschikbaar gesteld aan de gerechten. Dit is mogelijk omdat de Raad er voor heeft gekozen om de opgelegde bezuinigingen te realiseren op een wijze waarbij het primaire proces wordt ontzien. De bezuinigingstaakstelling afkomstig uit het Strategisch akkoord komt voor eenderde deel ten laste van de gerechtsbudgetten. Eenderde komt ten laste van de programma- en projectbudgetten en het budget voor het bureau van de Raad. De laatste eenderde is nog niet ingevuld en resteert vooralsnog als planningstekort. Nader onderzoek (o.a. op het terrein van inning griffierechten en gerechtskosten) moet uitwijzen waar dit bedrag op verantwoorde wijze kan worden bezuinigd. Hieronder wordt het meerjarige bestedingsbeeld van de middelen ten behoeve van de rechtspraak weergegeven.

Besteding beschikbare middelen rechtspraak (bedragen x € 1.000)

 

2003

2004

2005

2006

2007

Gerechten

559.520

556.693

556.200

556.190

539.926

Gerechtskosten

6.480

6.483

6.483

6.483

6.483

Landelijke diensten

30.951

30.951

30.951

30.951

30.951

Programma- en projectbudgetten

43.420

60.749

46.035

46.050

39.414

Bureau Raad

13.595

14.519

13.114

13.114

13.114

Totale bestedingen

653.966

669.395

652.783

652.788

629.888

Het programma- en projectbudget wordt bij de Raad aangehouden voor de ICT-investeringen, opleidingen en huisvestingskosten. De stijging van het programmabudget in 2004 ten opzichte van 2003 wordt veroorzaakt door de incidentele verschuiving van huisvestingskosten van 2003 naar 2004.

Voor gerechtskosten in civiele- en administratiefrechtelijke zaken is in 2003 een bedrag van € 6,5 mln. beschikbaar. Dit bedrag zal bij Voorjaarsnota 2003 nog worden aangevuld met een bedrag voor de aanpassing van tolkentarieven. Het grootste deel van het gerechtskostenbudget wordt besteed aan advertentiekosten in faillissementszaken.

Hoofdstuk 5, Financieel en materieel beheer

5.1 Beheer binnen de rechtspraak

De rechtspraak hecht veel waarde aan bedrijfsprocessen die zijn ingericht en functioneren overeenkomstig de daaraan te stellen eisen en die (mede daardoor) bijdragen aan het realiseren van de doelstellingen van de organisatie. In 2002 is veel aandacht besteed aan het inrichten van het beheersinstrumentarium. Voor de meest risicovolle en relevante bedrijfsprocessen beschikt de rechtspraak over een gemeenschappelijk overeengekomen normenstelsel in de vorm van het handboek Gewaarmerkte Managementinformatie (GMI). Dit handboek biedt de besturen van de gerechten en diensten de mogelijkheden om met name het primaire proces (behandelen van zaken), het financiŽle en materiŽle proces alsmede het personele proces te besturen en te beheersen. Met het handboek GMI voldoet de rechtspraak volledig aan de normen zoals vastgesteld in de ‘baselines’ van het Ministerie van Justitie. Specifiek gericht op het inkoopproces heeft de Raad richtlijnen uitgevaardigd. Hiermee zijn voorzieningen getroffen voor de procedures en verantwoordelijkheden op decentraal niveau inzake inkoop alsmede voor de Raad als aanbestedende dienst. Met als referentiekader het handboek GMI, is een intern auditprogramma ontwikkeld waarmee de gerechten periodiek zelf (onderdelen) van de bedrijfsprocessen kunnen onderzoeken en waar nodig verbeteringen kunnen aanbrengen naar aanleiding van de auditresultaten. Het auditprogramma stelt de gerechten ook in staat om te anticiperen op de accountantsonderzoeken.

Artikel 35 van de Wet op de rechterlijke organisatie regelt onder meer dat een gerecht rekening en verantwoording over het voorgaande begrotingsjaar aflegt aan de Raad voor de rechtspraak. Onderdeel daarvan betreft een onderzoek door de accountant naar de getrouwheid en rechtmatigheid van de gegevens. Tevens is in dit artikel bepaald dat de Raad regels kan stellen voor de reikwijdte en de intensiteit van de accountantscontrole. Voor het onderzoek naar de getrouwheid en rechtmatigheid van de jaarrekening van de gerechten en landelijke diensten is tussen de Raad en de gerechten een controleprotocol afgesloten. Dit protocol voorziet in een tussentijdse toetsing (na afloop van de eerste acht maanden van het begrotingsjaar) en een eindejaarcontrole. Aan de hand van de uitkomsten van de tussentijdse toetsing kunnen tijdig de eventuele noodzakelijke verbeteringen worden aangebracht. Ieder gerecht, college en dienstonderdeel met een rechtstreekse verantwoordingslijn naar de Raad beschikt over een jaarrekening. Daarnaast stelt de accountant per gerecht een accountantsrapport op. Tenslotte is voor bijzondere onderzoeken een protocol opgesteld. Dit protocol geeft het kader aan voor het – eventueel - jaarlijks uit te voeren accountantsonderzoek naar risicovolle onderdelen binnen de bedrijfsvoering bij de gerechten en diensten. Deze risicovolle onderdelen kunnen betrekking hebben op financiŽle en op niet-financiŽle informatie, zowel binnen het primaire bedrijfsproces als binnen de ondersteunende processen.

Naast voornoemde aandacht voor de wijze waarop de bedrijfsprocessen voldoen aan de daaraan te stellen en gestelde eisen (kaderstellingen, zelfevaluatie, wettelijke accountantscontrole in het kader van de jaarrekening, bijzonder onderzoek), worden door de accountant van de Raad EDP-audits uitgevoerd op de landelijke geautomatiseerde informatiesystemen die de processen ondersteunen. De kwaliteit van deze systemen zal worden verbeterd indien de uitkomsten van de audits daartoe aanleiding geven.

5.2 Ontwikkeling beheersinstrumentarium

In 2003 wordt gewerkt aan een verbetering van het beheersinstrumentarium. Gestreefd wordt naar een betere aansluiting van de gehouden audits en het accountantsonderoek. Voorts wordt overwogen het door de accountants uit te voeren bijzonder onderzoek anders in te richten. De rechtspraak wenst in toenemende mate inzichtelijk te maken welke risico’s in de bedrijfsprocessen worden onderkend, de wijze waarop deze risico’s worden ingeschat en op welke wijze risico’s worden beheerst. In 2003 zal onderzocht worden op welke wijze het huidige instrumentarium kan worden verfijnd om dat te bereiken.

De Raad buigt zich thans over de toepassing van een risicoparagraaf bedrijfsvoering in de jaarplannen vanaf 2004 en verder. Gebaseerd op lokaal uitgevoerde risicoanalyses geven de gerechten in het jaarplan aan welke risico’s men onderkent die ertoe kunnen leiden dat de doelstellingen niet worden gerealiseerd. Ook in het jaarplan van de Raad wordt vanaf 2004 een risicoparagraaf voor de bedrijfsvoering opgenomen. Het jaarplan van de Raad zal ingaan op de generieke, voor alle gerechten geldende, risico’s. Voornoemd bijzonder onderzoek door de accountants zal jaarlijks worden afgestemd op de inhoud van zowel de generieke als de lokale risico’s. Naast voornoemd handboek GMI zullen richtlijnen worden opgesteld voor bijvoorbeeld informatiebeveiliging, ICT, personeel en huisvesting. Het komend jaar zal worden bezien of het auditprogramma uitgebreid zal worden met deze onderdelen van de bedrijfsvoering.

5.3 Risico’s in de bedrijfsvoering

In het kader van het project FPW is in 2001 onderzoek verricht naar de opzet en het bestaan van de beheersingsmaatregelen met betrekking tot personele uitgaven, materiŽle uitgaven, griffierechten en financiŽle verantwoording. Teneinde over de genoemde onderwerpen tot een oordeel te komen zijn destijds bij de gerechten tweeŽntwintig punten door de accountant nader onderzocht.

In 2002 heeft de Raad voor de rechtspraak het instrument Bijzonder Onderzoek geÔntroduceerd. Dat onderzoek is in opdracht van de gerechten uitgevoerd door de accountant die ook de controle van de jaarrekening verricht. Er is onderzoek verricht naar de opzet, het bestaan en de werking van maatregelen in de interne organisatie die vallen binnen het de door de Raad voor de rechtspraak aangegeven kader, zoals vastgelegd of aangehaald in het handboek Gewaarmerkte Managementinformatie (GMI). In 2002 zijn ook de tweeŽntwintig in het kader van het FPW-traject onderzochte punten onderwerp van onderzoek geweest, evenals het proces van registratie van werklastmeting. Anders dan het FPW-traject is in het bijzonder onderzoek ook de werking van beheersingsmaatregelen getoetst.

Op basis van de uitkomsten van dat onderzoek zullen in 2003 de volgende onderwerpen de benodigde aandacht krijgen: (1) inkoop (waaronder de registratie van activa en verplichtingen) en (2) het actueel houden van competentietabellen en autorisatieregisters.

Naar aanleiding van de door de accountants opgeleverde rapportages zijn een aantal verbeteracties reeds in gang gezet. Op het terrein van inkoop heeft de Raad in 2002 een groot aantal mantelovereenkomsten afgesloten. Ook in 2003 zullen naar aanleiding van de analyse van het accountantsrapport over 2002 eventuele verbeteracties worden uitgevoerd. De in 2002 ingevoerde module inkoop van Jurist 2002 wordt inmiddels door alle gerechten gebruikt. In 2003 zal verder worden gewerkt aan het realiseren van een professionele inkoop organisatie. De registratie van contracten zal verder worden opgebouwd en verbeterd. Hierdoor ontstaat meer inzicht in de inkoopbehoefte van de organisatie en krijgen gerechten meer inzicht in de lopende mantelcontracten. Ook wordt verder gebouwd aan de verfijning van het aanbesteden van het inkooppakket. Getracht zal worden de gezamenlijke inkoop een bijdrage te laten leveren aan het realiseren van besparingen als gevolg van efficiencykortingen. Thans wordt gewerkt aan de invoering van de activa-module van Jurist 2002. Deze module zal in 2003 bij alle gerechten operationeel zijn. Verwacht wordt dat mede door het gebruik van die module het aantal door de accountant geconstateerde tekortkomingen op dit terrein fors kan worden teruggebracht. In 2002 heeft een EDP audit plaatsgevonden op het systeem CIVIEL. De rapportage van die audit is op dit moment nog niet beschikbaar. Daarnaast wordt gerapporteerd met betrekking tot general IT controls. Het voornemen bestaat om in 2003 een vervolgaudit te laten plaatsvinden. Het onderwerp en de omvang van die audit is afhankelijk van de uitkomsten van de audit die heeft plaatsgevonden. Naar aanleiding van het nog door de accountant uit te brengen accountantsrapport over 2002 zullen verbeteracties worden geformuleerd en uitgevoerd.

5.4 Invoering batenlastenstelsel

Op 1 januari 2002 is een nieuw besturingsmodel ingevoerd bij de gerechten, dat tot gevolg heeft dat de besturen van de gerechten als integraal manager direct verantwoordelijk zijn voor hun organisatie. Tegelijk is de beweging ingezet om de organisatie meer resultaatgericht te maken en de informatievoorziening daarop aan te passen. In dit kader worden afspraken gemaakt over de kwaliteit van de te leveren diensten en de afhandeling van zaken met de daaraan verbonden prijs. Achteraf wordt verantwoording afgelegd over de verrichte prestaties. Een noodzakelijke voorwaarde om tot een dergelijke sturing te komen is een juiste kostprijsberekening voor de te leveren output. Daar de financiering plaats zal gaan vinden op de te leveren diensten en de afhandeling van zaken zal meer en minder werk verrekend gaan worden en bij meer werk extra financiering benodigd zijn. Ter ondersteuning van dit sturingsconcept zal het batenlastenstelsel op 1 januari 2005 worden ingevoerd. Het batenlastenstelsel biedt het management van de organisatie betere mogelijkheden om vast te stellen of de organisatiedoelstellingen worden gehaald, doordat een direct verband gelegd kan worden tussen eindproducten, processen en de kosten die hieraan verbonden zijn.

Het project invoering batenlastenstelsel kent twee fases: een voorbereidende en een proeffase. In de voorbereidende fase, die liep tot en met december 2002, zijn vier deelprojecten actief geweest met de ontwikkeling, verzameling en aanpassing van instrumenten die nodig zijn in een batenlastenstelsel. In deze fase is gebleken dat het eerdere tijdspad, om op 1 januari 2004 over te kunnen gaan naar dit stelsel, te ambitieus zou zijn. De keuze om meer tijd te gaan nemen om de gevolgen voor invoering van het nieuwe stelsel, voor de inrichting van de financiŽle administratie, de managementinformatie en de besluitvorming in de organisatie te laten inbedden, heeft ertoe geleid dat de invoeringsdatum is opgeschoven naar 1 januari 2005. Hierdoor is er meer tijd voor de voorbereiding en kan meer tijd genomen worden om de gebruikers (de Raad, het gerechtsbestuur, het management van de sectoren, beleidsvoorbereiders en controllers) beter te informeren en dus voor te bereiden over de andere wijze van registratie en de gevolgen die dat heeft voor de aansturing en besluitvorming. Door deze ontwikkeling is de proeffase opgeschoven waarbij eerst enkele en later alle gerechten gaan proefdraaien volgens het baten en lastenstelsel.

Het jaar 2003 zal benut gaan worden om de doelgroepen (de Raad, het gerechtsbestuur, sectormanagement, beleidsvoorbereiders en controllers, leveranciers van informatie, degenen die informatie vastleggen, beheren en verwerken) optimaal voor te bereiden. Dit wordt gedaan middels het creŽren van een proefomgeving met ingang van 1 april 2003. In die proefomgeving zullen de diverse instrumenten worden getoetst aan de doelstellingen van de organisatie, onder andere om te komen tot betere stuurinformatie en betere aansluiting op de andere manier van financiering (outputfinanciering op basis van productie). Vanaf het tweede halfjaar 2003 zullen 5 pilotgerechten en het bureau van de Raad gedurende een periode van 4 maanden proefdraaien in het batenlastenstelsel. Het voornemen is om in het jaar 2004 de gehele organisatie met het baten en lastenstelsel te laten proefdraaien, om vervolgens 1 januari 2005 officieel over te kunnen stappen naar dit nieuwe financiŽle regime.

Het Jaarplan voor de rechtspraak is een uitgave van de Raad voor de rechtspraak Den Haag
Februari 2003
E-mail: voorlichting@rvdr.drp.minjus.nl

 

 

STASI NEDERLAND! De Staat wil burgers nog beter dan in de DDR in de gaten houden door invoering van kilometerheffing
688 STASI NEDERLAND! De Staat wil burgers nog beter dan in de DDR in de gaten houden door invoering van kilometerheffing
406 De ontwikkeling van Nederland als informatie samenleving cruciaal voor arbeidsproductiviteit en sociale cohesi
623 Doordat akten van de burgerlijke stand elektronisch worden opgeslagen, kan er direct een zogeheten 'dubbel' worden gestuurd naar de centrale bewaarplaats van de JustitiŽle Informatiedienst (JustID) in Almelo
124 AANDACHTSVESTIGING!
Aan ALLE burgemeesters, gemeentesecretarissen, raadsgriffiers en ambtenaren gemeente of provincie in Nederland
Aan ALLE rechters in Nederland
Aan ALLE
pleegouders in Nederland
Aan ALLE medewerkers van scholen in Nederland
Aan ALLE medewerkers van ziekenhuizen in Nederland
Aan ALLE gedragsdeskundigen en psychologen in Nederland
Aan ALLE medewerkers van verzekeringsmaatschappijen in Nederland
Aan ALLE medewerkers van kindertehuizen, kindergevangenissen of andere instellingen actief in de jeugdzorg
Aan ALLE politie agenten en hun leidinggevenden in Nederland
Indien u personen tegen komt bij OTS of VOTS die zich ten onrechte uitgeven voor de VOOGD wordt u vriendelijk verzocht deze persoon GELIJK AAN TE HOUDEN en over te dragen aan het BEVOEGD GEZAG voor een WAARHEIDSVINDING ONDERZOEK. Indien deze persoon zich inderdaad ten onrechte heeft uitgegeven voor een VOOGD bij OTS of VOTS aangifte tegen deze persoon te doen wegens "het vervullen van een beroep in valse hoedanigheid" met het verzoek aan het BEVOEGD GEZAG deze persoon onverwijld een BEROEPSVERBOD op te leggen om ooit nog met kinderen te werken om jeugdzorg voor kinderen en hun OUDERS BELAST MET HET GEZAG VEILIGER te maken!
JH11 Geschiedenis 7 oktober 2005 Vraagjes van Hop aan College Ermelo inzake verkeer, verkeersforum,verkeerssituaties in Ermelo
Kunt u mij uitleggen welke instantie SMF is, die de gebruikersnaam controleert?
Kunt u mij uitleggen welke anderen u bedoeld met de vraag "E-mailadres verbergen voor anderen"?
Kunt u mij uitleggen waarom u niet kenbaar maakt dat er een profiel van de gebruiker aangemaakt ťn bewaard wordt?
Kunt u mij uitleggen wat er met het gedaan wordt en wie er inzage in hebben?
Kunt u mij uitleggen hoe het profiel tegen misbruik beschermd wordt?
Kunt u mij uitleggen waarom uitsluitend de voorwaarden om aan "Ermelo forum" mee te doen, in het Engels gesteld zijn?
Kunt u mij uitleggen waarom expliciet gesteld wordt dat de gegeven reactie niet strijdig mag zijn met iedere internationale _…N wetgeving van de Verenigde Staten_?
Kunt u mij uitleggen waarom er in dit verband voorbij gegaan wordt aan de Nederlandse wetgeving?
Kunt u mij uitleggen waarom er in de voorwaarden glashard gelogen wordt? Met name de laatste zin "The software does not collect or send any other form of information to your computer".
JH15 “Van alle kanten in Ermelo wordt de roep gehoord om deze politieke partij (Groep Hop) dood te zwijgen en ik ben er helaas achter gekomen dat dit waarschijnlijk waar is” schrijft mevrouw Jeanne Dijkstra eindredacteur van het Ermelo's Weekblad aan de Raad voor de Journalistiek
308 De norm! Een politiebeambte moet boeten voor te weinig bonnen
623 Burgers, paspoorten, voertuigen krijgen microchip met foto en vingerafdruk om boetes volautomatisch te incasseren
372 Beroepschrift tegen verkeersboete onder overlegging van aantoonbare feiten dat ik niet op die plaats geweest ben
373 Beroepschrift op internet tegen de verkeersboete bellen met mobiele telefoon
126 Jurisprudentie, toelichting en aanvullende informatie gelinkt aan de verkeersboete bellen met mobiele telefoon
191 Beroepschrift op internet tegen de verkeersboete "bestemmingsverkeer"
412 Beroepschrift op internet tegen IDENTIFICATIEPLICHT boete
172 Jurisprudentie, toelichting en aanvullende informatie gelinkt aan boetes IDENTIFICATIEPLICHT
235 Beroepschrift op internet tegen de verkeersboete verplichte APK keuring
330 Beroepschrift op internet tegen de verkeersboete gesimuleerde wegsituaties
364 Beroepschrift verkeersboete voetganger op voetgangersoversteekplaats niet voor laten gaan, feitcode R482
510 Onderbouwing verzoek (2) met jurisprudentie van de Raad van State
331 Beroepschrift op internet tegen de verkeersboete overtreding maximum snelheid
386 Jurisprudentie, toelichting en aanvullende informatie gelinkt aan de verkeersboete overtreding maximum snelheid
423 OM blijft gebruikers lasershield of laserecho vervolgen voor “belemmeren van een opsporingshandeling” (WvS, art.184)
418 Commercieel belang OvJ bij opleggen en handhaven van administratieve sancties
155 Bonnenregen richting burgers wordt door Justitie steeds beter en sneller georganiseerd
336 Troonrede 2004 Gemeenten meer mogelijkheden bestuurlijke boetes voor kleine vergrijpen en parkeerovertredingen
BSC Waarom zijn namen en nevenfuncties van leden/secretarissen bezwaarschriftencommissie gemeente GEHEIM?
240 Als bewijslast tegen burgers door OM als problematisch wordt ervaren worden wetten voor het Openbaar Ministerie opgerekt
475 OM: "Verkeerscamera's kunnen we mooi gebruiken om te bepalen welke voertuigen zich waar in het land bevinden"
414 Wet Bijzondere Opsporingsbevoegdheden 270597 inzicht werkwijze OM en politie opslaan gegevens burgers geheime dossiers
370 OM, rechtersleger, politie, veiligheidsdiensten willen wetten oprekken om info over niet-verdachte burgers op te slaan
371 Vanaf 11 mei 2008 wordt op de website het woord "rechtersleger" ingevoerd als aanduiding voor beroepsgroep rechters
STEM Stemwijzer! Stem NIET op CDA, PVDA, VVD en GroenLinks indien u TEGEN het in de gaten houden van burgers door de STAAT via de kilometerheffing bent
   

top