CENSUUR EN ORGANISATIECRIMINALITEIT IN NEDERLAND ©

1997-2014+ Diepe minachting voor het structurele probleem in de Nederlandse rechtspraak te weten de weerzinwekkende partijdigheid voor de overheid.

Groep Hop wil de pensioengerechtigde leeftijd verlagen naar 60 jaar. Alle gemeente belastingen afschaffen. Improductieve bureaucratie aanpakken. Kinderbeschermingsmaatregelen na verzonnen verhalen is weerzinwekkende fraude. Ontvangen gelden dienen als heling te worden aangemerkt. Bekijk ons programma? Als u ook genaaid bent/wordt door voor de overheid steeds partijdige rechtspraak, gemeente, jeugdzorg, RvdK of UWV stel u verkiesbaar voor de verkiezingen gemeenteraad 2018. Praktijkvoorbeeld. Het jatten van de recreatiewoning van een 71+ jarige gehandicapte burger die VOOR 1996 zelf zijn recreatiewoning heeft (af)gebouwd en er voor 1996 ook woonde dat wordt door niemand ter discussie gesteld wordt door Hop als organisatiecriminaliteit gemeente Ermelo en zeer ernstige mishandeling van een gepensioneerde burger aangemerkt. Groep Hop is wel TEGEN de discriminatie van Nederlanders tov buitenlanders.

Stem TEGEN organisatiecriminaliteit bij de overheid! Stem VOOR Groep Hop. Dank u wel voor uw aandacht. J. Hop.

 

 

De Betere Krant van Ermelo

Nieuwsberichten uit het Ermelo, lees verder

 

 

bjz30176667 Stichting Nidos, Maliebaan 99, 3581 CH UTRECHT

 

 

Selectiecriteria pleegouders! Niet zeuren en klagen bij RTL en SBS als een pleegkind wordt weggehaald, wurgcontracten zijn representatief voor de pleegzorg 

Teken dus nooit gelijk op verzoek van een pleegzorgwerker maar lees pleegzorgcontracten eerst goed na, laat ze enkele dagen bij u thuis liggen voordat u contracten ondertekent en terugstuurt naar een instelling. 

Voor een pleeggezin is het van groot belang na te gaan wat de norm is om een minderjarige weer onverwachts uit het pleeggezin te halen. Het pleeggezin weet vooraf dat een pleegkind binnen welke termijn weer op basis van welke norm weer weggehaald kan worden door het pleegzorgcontract goed te lezen. U wist waar u aan toe was met het in huis nemen van een pleegkind omdat u wist welke instelling met welke werkwijze en mentaliteit u met het pleegkind ook in huis heeft gehaald. 

Het is dus heel simpel! Gewoon even nagaan of het kind is weggehaald op grond van het door de pleegouders zelf ondertekende pleegzorgcontract.

Niet zeuren en klagen dus op TV bij Editie-NL en SBS6 als een pleegkind door Nidos op 5 oktober 2004 wordt weggehaald. U kon weten dat de norm voor het weghalen van een allochtoon pleegkind uit een autochtoon gezin het opgroeien van het kind in dezelfde cultuur is. Het pleeggezin had het pleegzorgcontract maar beter moeten nalezen. 

In dit geval dient het pleeggezin als agressor te worden aangemerkt omdat zij zich hebben verzet tegen het weghalen van het pleegkind buiten de school om. Het pleeggezin toonde hiermee alleen maar aan niet geschikt te zijn als pleeggezin in dit soort zaken. Andere pleeggezinnen die van plan zijn met het Nidos in zee te gaan zijn dus expliciet gewaarschuwd en weten dus van tevoren dat ze met het pleegkind ook de werkwijze en mentaliteit van  het Nidos in huis halen.

De school kan dan wel woedend wezen over het weghalen van het pleegkind in de onderhavige zaak maar als kinderen bij hun ouders weggehaald moeten worden dan is het de werkwijze van de (gezins)voogdij om dat bij voorkeur bij scholen te doen. Bij mij begint dan ook steeds meer de indruk te ontstaan dat de school als handlanger van de "jeugdzorg" een bijzonder onveilige plaats voor kinderen is geworden. Ik verwacht dat leerlingen in de toekomst niet meer door hun naam in de gaten gehouden gaan worden maar door een computernummer om minderjarigen steeds beter op een verder gaande manier in de gaten te kunnen houden. De school wordt met allerlei (verborgen trucjes) een fuik voor de jeugdzorg om steeds meer gesubsidieerde hulpverlening te kunnen verkopen en de elite steeds verder te verrijken. Een school die woedend is als daar een kind door de "jeugdzorg" wordt weggehaald is gewoon een schijnvertoning in de media. Hoeveel kinderen worden er paar jaar via de school bij hun ouders weggehaald is een vraag denk ik die niet beantwoord kan worden om de doofpot bij dit soort praktijken gesloten te houden.

Gezinsvoogdij-instellingen en de jeugdzorg proberen vaak binnen de schooltijden kinderen te pakken of te spreken te krijgen. De school wordt door mij dan ook als een bijzonder onveilige plaats voor kinderen aangemerkt zolang het personeel van scholen met dit soort praktijken akkoord gaan. Ik adviseer ouders en minderjarigen altijd te weigeren om in een school met medewerkers uit de "jeugdzorg" in gesprek te gaan omdat een school een veilige plaats moet zijn voor minderjarigen waar zij beschermd moeten worden TEGEN de jeugdzorg.

Laat ik het nog iets harder zeggen, ik vind het weerzinwekkend als schooldirecteuren meewerken aan het weghalen van kinderen uit gezinnen via de scholen eventueel met politiegeweld. Het feit dat scholen hieraan meewerken betekent dat scholen GELINKT kunnen worden aan zulke praktijken en dus ook mede verantwoordelijk, lees mede-dader, zijn voor het in stand houden van dit soort praktijken.

Ouders van scholen waar zo iets plaats vindt zouden DE SCHOOLDIRECTEUR ALS MEDEDADER (LINKEN) OP ZIJN GEDRAG MOETEN AANSPREKEN door bijvoorbeeld erop te wijzen dat HIJ/ZIJ NALATIG IS GEWEEST is een bepaling in de schoolstatuten en het schoolreglement op te nemen dat kinderen niet via de school door de "jeugdzorg" uit gezinnen kunnen worden weggehaald. 

De school dient een veilige plaats voor kinderen te zijn waar men zich met onderwijs bezig houdt.

J. Hop, auteur website Censuur in Nederland

 

 

Stichting Nidos: voogd voor jonge asielzoekers

De afgelopen jaren hebben veel minderjarige jongeren - zonder hun ouders- asiel aangevraagd in Nederland. De redenen daarvoor zijn divers: de dreiging van oorlog, gedwongen dienstplicht aan het front, geweld of een gebrek aan bestaansmogelijkheden in eigen land zijn er een paar van. In Nederland hopen zij veiligheid en bescherming te vinden. Het Ministerie van Justitie heeft Nidos gevraagd de voogdij uit te oefenen voor deze alleenstaande minderjarige asielzoekers (ama's) en vluchtelingen. 

De voogdij: wat houdt dat in?

Zodra alleenstaande minderjarige asielzoekers in ons land arriveren krijgen zij – zoals wettelijk bepaald - een voogd toegewezen. De voogd is wettelijk vertegenwoordiger van de kinderen en beschermt als zodanig hun rechten. Hij of zij begeleidt de jongere tot deze de leeftijd van 18 jaar heeft bereikt of tot het moment dat de jongere terugkeert naar het land van herkomst. De voogd is vertrouwenspersoon, verantwoordelijk voor het welzijn van de jongere en heeft tot taak de jongen te beschermen. Hij of zij zorgt voor een adequate woonvoorziening, houdt toezicht op de opvoeding van de jongere en onderhoudt de contacten met onderwijsgevenden, begeleiders, mentoren en andere betrokkenen. De voogd behartigt de belangen van de alleenstaande minderjarige asielzoeker en grijpt in op momenten dat het dreigt mis te gaan. De begeleiding heeft tot doel dat de jongere bij het bereiken van de meerderjarige leeftijd zich naar zijn mogelijkheden maximaal heeft ontwikkeld.

Het overheidsbeleid: twee varianten

In de Ama-nota van 1 mei 2001 van de staatssecretaris van Justitie wordt een onderscheid gemaakt tussen verschillende groepen alleenstaande minderjarige asielzoekers, afhankelijk van het geboden verblijfsperspectief. Nidos verricht de wettelijke voogdijtaak voor al deze jongeren.
Vanaf januari 2003 geldt, dat de begeleiding van jongeren die vóór hun vijftiende levensjaar ons land binnenkomen en van wie de verwachting is dat zij blijkens de beschikking van de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) langdurig in Nederland mogen blijven, gericht is op een zo goed mogelijke integratie in onze samenleving.
De begeleiding van alleenstaande minderjarige asielzoekers in de leeftijdscategorie van 15 tot en met 17 jaar - die niet in het bezit gesteld worden van een verblijfsvergunning asiel – dient gericht te zijn op terugkeer naar het land van herkomst. Voor beide groepen van jongeren bestaat volgens het overheidsbeleid een verschillende vorm van opvang.

De diverse woonvormen

Langdurig verblijfperspectief
Voor jongeren waarvan het verblijf gericht is op integratie bestaan er verschillende woonvarianten. De voogd bepaalt welke vorm voor de individuele jongere het meest geschikt is. De jongeren wonen in opvanggezinnen, woongroepen of in de zogenaamde Kleine Woon Eenheden (KWE's). De keuze voor een woonvorm is daarnaast afhankelijk van beschikbaarheid van pleeggezinnen, de nationaliteit van de jongere en leeftijd of mate van zelfstandigheid. De huisvesting is kleinschalig en decentraal. De dagelijkse verzorging geschiedt niet door Nidos maar - afhankelijk van de woonvorm – door pleegouders of begeleiders van de (jeugd-) hulpinstellingen.

Verblijf gericht op terugkeer
Het verblijf voor jongeren in de leeftijd van 15 tot en met 17 jaar zonder vluchtelingenstatus is gericht op terugkeer naar het geboorteland. Deze worden opgevangen in zogenaamde campussen. Deze opvang valt onder de verantwoordelijkheid van het COA (het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers). De voogd blijft verantwoordelijk voor het welzijn van de jongere.
Alle activiteiten op de campus richten zich op een snelle en succesvolle terugkeer. Het onderwijs vindt plaats in de Engelse taal en de geboden opleidingen zijn vooral gericht op het terugkeerperspectief.

Wanneer stopt de voogdij?

Op het moment dat de jongere de leeftijd van 18 jaar bereikt is hij of zij handelingsbekwaam en stopt de begeleiding van de voogd van Nidos. Ook stopt de voogdij als het gezag wordt overgedragen en indien de jongere terugkeert naar zijn geboorteland.

 

De auteur van de website Censuur in Nederland is altijd op zoek naar documentatie waaruit blijkt dat vaders ongelijk worden behandeld dan moeders om moeders de kinderen toe te wijzen en vaders financieel uit te kleden. Op deze website zijn daarvan al een aantal prachtige voorbeelden van te vinden. Ik vond er weer een:

Asielzoekers. Alleenstaande moeders met kinderen onder de zes jaar hoeven zich niet als werkzoekende in te laten schrijven en hoeven niet te solliciteren en kunnen huursubsidie aanvragen. Bron COA.


Werk vinden.
Er zijn verschillende mogelijkheden om een baan te vinden. U moet zich inschrijven bij het Centrum voor Werk en Inkomen. Daarnaast zijn er ook uitzendbureaus die u kunnen helpen bij het vinden van werk. Hier gaat het vaak om werk van tijdelijke aard. Vanuit een tijdelijke baan vinden veel mensen wel permanent werk. De meeste mensen vinden een baan via een advertentie in de krant. Op deze advertenties moet vaak schriftelijk gereageerd worden. Vertel in uw sollicitatiebrief (liefst in het Nederlands) waarom u reageert, welke werkervaring u hier en in het land van herkomst heeft en welke opleiding(en) u heeft doorlopen. U heeft een tewerkstellingsvergunning nodig om te mogen werken. Als er geen werk voor u is en u heeft geen eigen vermogen, kunt u een bijstandsuitkering aanvragen bij de sociale dienst in de gemeente waar u woont. U heeft dan de verplichting om regelmatig te solliciteren en zich als werkzoekende in te schrijven bij het arbeidsbureau. Dit laatste geldt doorgaans niet voor alleenstaande moeders met kinderen onder de zes jaar. Afhankelijk van uw inkomen kunt u in aanmerking komen voor huursubsidie. 

 

Wie weet hoe de Rabobank het betalingsverkeer van asielzoekers en vluchtelingen in handen heeft gekregen?

Citaat: Pagina 16.
Geld opnemen. U krijgt iedere week een bepaald bedrag uitgekeerd gedurende uw verblijf in het centrum.
Er is voor u een rekening geopend waarop dit wordt gestort. Dit geld blijft op uw rekening staan tot
u het opneemt. U kunt het geld opnemen bij de geldautomaat van de Rabobank in uw woonplaats.
U krijgt hiervoor een plastic pas met een zogenaamde ‘pincode’. Ook kunt u hiermee in diverse winkels
betalen. Hoe dit allemaal werkt, wordt in deze tekst uitgelegd.

De Rabobank herkent u aan dit logo: CENSUUR!
Geldautomaten van de Rabobank herkent u aan dit vignet: CENSUUR!
Geldautomaat. Uit de geldautomaat kunt u in principe vierentwintig uur per dag, zeven dagen per week, geld opnemen. U bent dus niet
afhankelijk van de openingstijden van de bank. U kunt alleen gratis gebruik maken van de geldautomaat van een Rabobank in uw woonplaats.
Vraag aan een medewerker van uw centrum waar die geldautomaat staat. De minimale opname per keer is € 10,00.

Welkom bij de Rabobank

 

Directie en medewerkers heten u welkom in de opvanglocatie van het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA). 

Februari 2002. 

Het COA verzorgt, in opdracht van de Nederlandse overheid, de opvang van asielzoekers en uitgenodigde vluchtelingen. Tijdens uw verblijf in een opvanglocatie van het COA krijgt u te maken met veel nieuwe informatie. Ter ondersteuning krijgt u deze COA-informatiemap. In deze map zitten informatiebladen. Lees alle informatie zorgvuldig door en voeg de informatie die u later krijgt toe aan deze map. Bewaar de map zorgvuldig. In de centra leeft u met asielzoekers en andere uitgenodigde vluchtelingen samen. Mensen met verschillende culturele, politieke en religieuze achtergronden. Samen met medebewoners, medewerkers en vrijwilligers zult u ervoor moeten zorgen dat de tijd dieu hier verblijft, zo goed mogelijk verloopt. Heeft u na het lezen van deze map nog vragen, dan kunt u deze stellen aan de medewerkers in het centrum.

Pagina 2.
In deze tekst wordt uitgelegd met welke organisaties u als uitgenodigde vluchteling te maken kan krijgen, hoe de opvang is geregeld en welke rechten en plichten u heeft. Hieronder staan de belangrijkste organisaties met een korte omschrijving van hun doel en taak.

Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA).
Het COA is verantwoordelijk voor de opvang van asielzoekers en uitgenodigde vluchtelingen in Nederland en zorgt voor de eerste levensbehoeften, zoals bijvoorbeeld huisvesting en uitbetaling van het weekgeld in het kader van de Regeling verstrekkingen asielzoekers (Rva).

Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND).
De IND zorgt ervoor dat u uw verblijfsvergunning ontvangt. Deze vergunning heet voor alle uitgenodigde vluchtelingen: ‘vergunning tot verblijf bepaalde tijd asiel’. Na drie jaar vervalt deze vergunning en dient u een vergunning voor onbepaalde tijd asiel aan te vragen. Deze vergunning zal in principe aan u worden verstrekt, tenzij er bijvoorbeeld sprake is van ernstige strafbare feiten. Het in uw bezit hebben van de verblijfsvergunning duurt enige tijd. U hoeft zich niet ongerust te maken. De IND voert ook het toelatingsbeleid voor asielzoekers van het Ministerie van Justitie uit.

Vreemdelingendienst (VD)
De Vreemdelingendienst is een onderdeel van de politie en werkt samen met de IND. Direct na aankomst in de opvanglocatie moet u zich melden bij de VD. De medewerkers van de VD reiken aan u de verblijfsvergunning uit. In de meeste gemeenten is een VD aanwezig in de politiebureaus. Na drie jaar moet u een nieuwe vergunning voor onbepaalde tijd asiel aanvragen

VluchtelingenWerk.
In de opvanglocatie zijn medewerkers van VluchtelingenWerk aanwezig. VluchtelingenWerk is een onafhankelijke organisatie die de belangen behartigt van asielzoekers en uitgenodigde vluchtelingen. In vrijwel alle opvanglocaties en gemeenten is VluchtelingenWerk actief. U kunt bij VluchtelingenWerk terecht met vragen over uw rechtspositie, gezinshereniging, huisvesting, onderwijs en werk. Als u na uw verblijf in de opvanglocatie een huis in een gemeente krijgt toegewezen, kan VluchtelingenWerk u wegwijs maken in de gemeente en ondersteuning bieden bij de opbouw van een nieuw bestaan.

 

Pagina 3. 

Medische Opvang Asielzoekers (MOA)
Medische zorg wordt in Nederland verleend door verschillende beroepsgroepen en zorginstellingen: huisartsen, tandartsen, verloskundigen, GGD'en, ziekenhuizen enzovoort, afhankelijk van de aard van uw gezondheidsprobleem. De huisarts vervult in Nederland een centrale functie in de gezondheidszorg. Alle inwoners van Nederland, ook de vluchtelingen, staan bij een huisarts ingeschreven. Bij gezondheidsproblemen gaat u meestal eerst daar naar toe. U zult dus ook een huisarts krijgen. In het opvangcentrum waar u in eerste instantie zult wonen, is Medische Opvang Asielzoekers (MOA) aanwezig. Zij zullen u uitnodigen voor een gesprek. Zij zullen u vragen stellen over uw gezondheid en ziektes die u hebt of hebt gehad. U kunt bij hen niet terecht voor behandelingen, maar wel voor advies als u vragen hebt over uw gezondheid of gezondheidsklachten. Zij vertellen u wie uw huisarts is, informeren u over de manier waarop de gezondheidszorg in Nederland is georganiseerd, waar u met uw gezondheidsproblemen terecht kunt, en zij helpen u om er gebruik van te maken. In een aantal gevallen zijn met artsen al afspraken gemaakt over uw behandeling. Als dat het geval is, bent u daarvan op de hoogte. Na aankomst in Nederland bent u verplicht een onderzoek naar tuberculose te ondergaan. U wordt daarvoor uitgenodigd.

Internationale Organisatie voor Migratie (IOM)
Het IOM is een internationale organisatie die in meer dan zestig landen is gevestigd. Zij verzorgtde migratiestromen tussen de verschillende landen. U heeft met het IOM te maken gehad voor en tijdens uw reis naar Nederland. In het geval van gezinshereniging kunt u bij hen terecht. U kunt zelf of via VluchtelingenWerk contact met hen opnemen.

 

Pagina 4.
Verblijf in een opvanglocatie van het COA. Huisvesting in de gemeente. Aankomst op vliegveld in Nederland. Vertrek uit land van herkomst.

Rode Kruis/Tracing
Het bureau Tracing is een onderdeel van het Nederlandse Rode Kruis. Wanneer u niet weet waar uw familieleden zijn, kan Tracing helpen hen op te sporen. Het Nederlandse Rode Kruis werkt hiervoor samen met het Internationale Comité van het Rode Kruis. Aan de medewerkers van het centrum kunt u vragen hoe u het Rode Kruis/Tracing kunt benaderen. 

Opvang en huisvesting. Na uw vertrek uit het land van herkomst en aankomst in Nederland wordt u opgevangen in een opvanglocatie van het COA tot u naar een woning in een gemeente verhuist. Opvanglocatie In een opvanglocatie van het COA verblijven: uitgenodigde vluchtelingen asielzoekers die een asielprocedure volgen, statushouders die wachten op uitplaatsing naar zelfstandige woonruimte verwijderbare asielzoekers die in afwachting zijn van beëindiging van de opvang.

 

Pagina 5.
Voor iedere groep gelden andere regelingen. Uw verblijf in een opvanglocatie van het COA zal beëindigen zodra er een woning voor u ter beschikking is. Dat kan enige tijd duren. Tijdens uw verblijf in een opvanglocatie is het mogelijk u voor te bereiden op de toekomst in Nederland. U kunt deelnemen aan activiteiten die gericht zijn op een verblijf in Nederland, zoals bijvoorbeeld Nederlandse taalles. Voor een aantal activiteiten of faciliteiten kunt u op uw eigen centrum terecht, maar voor de overige activiteiten moet u zich aansluiten bij instellingen of verenigingen buiten de opvanglocatie. 

Gemeente. U komt in aanmerking voor zelfstandige huisvesting in de gemeente als u een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd asiel heeft ontvangen. U kunt zelf op zoek gaan naar woonruimte, in overleg met de gemeente van uw keuze. In Nederland is woonruimte schaars en kan het vinden van zelfstandige woonruimte moeilijk zijn. Het COA biedt u eenmaal woonruimte aan. U zult deze woning moeten accepteren. Als u de aangeboden woning weigert betekent dit dat het COA uw opvangvoorzieningen zal gaan beëindigen. Ook zult u dan zelf woonruimte moeten vinden. Het is moeilijk aan te geven wanneer u woonruimte krijgt aangeboden. De wachttijd varieert van ongeveer drie tot zes maanden. Degene die het langst in de opvang verblijft, komt in principe het eerst in aanmerking voor woonruimte. Afhankelijk van de gezinssamenstelling en beschikbare woonruimte in de desbetreffende gemeente, wordt u een kamer, appartement of huis aangeboden. In de gemeente zult u een inburgeringstraject volgen. Informatie hierover ontvangt u van de gemeente. 

Rechten en plichten. Het COA gaat uit van uw zelfstandigheid. U bent verantwoordelijk voor uw welzijn en voor de keuzes die u maakt. Als asielzoeker heeft u een aantal rechten én plichten. Hieronder wordt een aantal genoemd. Zolang u in Nederland verblijft, moet u zich houden aan de Nederlandse wet. 

Gezinshereniging. Indien uw gezin nog niet in Nederland verblijft kunt u een aanvraag indienen voor gezinshereniging. U kunt om overkomst vragen van uw echtgenoot, partner of kinderen. Het moet daarbij gaan om minderjarige kinderen of meerderjarige kinderen die van u afhankelijk zijn. Het is belangrijk dat u een aanvraag voor deze gezinsleden binnen drie maanden na aankomst doet. Voor gezinsherenigingsaanvragen na drie maanden of voor andere gezinsleden gelden veel strengere eisen waaronder een inkomenseis. De aanvraag moet schriftelijk gedaan worden bij de afdeling Hervestigingszaken van de IND te 6171 Rijswijk (Postbus 3210, 2280 GE Rijswijk). Worden uw gezinsleden ook uitgenodigd dan vergoedt de Nederlandse overheid hun reiskosten. Voor het doen van de gezinsherenigingsaanvraag kunt u ondersteuning vragen van VluchtelingenWerk.

 

Pagina 6.
Huisregels.
U moet zich aan de regels van het centrum houden. U heeft de huisregels van het COA bij binnenkomst ontvangen. Indien u zich niet aan de huisregels houdt, kan de clusterdirectie een maatregel opleggen. In de opvanglocatie bent u verantwoordelijk voor het schoonhouden van uw  leefomgeving. Dit betekent dat u uw eigen kamer en gebouw moet schoonhouden. In een centrum leeft u samen met andere uitgenodigde vluchtelingen en asielzoekers. Meestal deelt u uw kamer met uw gezin of met anderen. 

Uitkeringen. Bij aanvang van de opvang in de opvanglocatie krijgt u een eenmalige vergoeding voor de eerste uitgaven. Daarnaast ontvangt u weekgeld. Voor elk schoolgaand en leerplichtig kind (4 tot en 6835 met 18 jaar) krijgt u één keer per jaar een vergoeding voor de aanschaf van schoolmateriaal van ongeveer € 35,00. Indien u inkomsten of eigen vermogen heeft (meer dan € 2250), moet u dit bij de clusterdirectie melden. U betaalt dan een vergoeding voor uw opvang. 

Meldplicht.
U heeft een meldplicht in de opvanglocatie waar u verblijft. Informeer in uw opvanglocatie waar en hoe vaak u dit moet doen. Vaak zal het zo zijn dat u zich elke twee weken moet melden bij een medewerker van de opvanglocatie. U geeft daarmee aan nog steeds aanspraak te willen maken op uw recht op opvang. Het tweemaal achter elkaar niet voldoen aan deze meldplicht, kan gevolgen hebben voor uw recht op opvang. 

Vrijwilligerswerk.
In de meeste centra kunt u vrijwilligerswerk verrichten. Ook zijn er mogelijkheden om bij externe organisaties vrijwilligerswerk te verrichten. Hieraan zijn wel bepaalde voorwaarden verbonden. Heeft u interesse, informeer dan bij de medewerkers van de opvanglocatie. 

Betaald werk.
U mag betaald werk verrichten. De werkgever moet een tewerkstellingsvergunning aanvragen bij het Arbeidsbureau. U heeft een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd asiel, dan heeft u voor een belangrijk deel dezelfde mogelijkheden als Nederlanders wat betreft het verrichten van betaalde arbeid. U heeft een tewerkstellingsvergunning nodig. Zodra u werkt, betaalt u een bijdrage voor uw opvang. Heeft u meer vragen over betaald werk, informeer dan bij de medewerkers van het centrum. 

Verzekeringen. Tijdens uw verblijf in de centrale opvang bent u verzekerd tegen de meeste ziektekosten en tegen de gevolgen van wettelijke aansprakelijkheid (WA). Dit laatste betekent dat schade die u niet opzettelijk aan anderen toebrengt, wordt vergoed.

 

Pagina 7.
Educatie en ontwikkeling. In alle centra in Nederland vinden een aantal activiteiten plaats. U kunt hierbij denken aan Nederlandse taalles, maatschappijoriëntatie, vrijwilligerswerk, beroepenoriëntatie of les in vreemde talen. Tijdens uw verblijf in de centrale opvang ontvangt u informatie over het aanbod aan activiteiten. De trajectbegeleider stelt een trajectplan met u op. Er vindt een intakegesprek plaats, waarin u gevraagd wordt naar uw werkervaring, scholing en vrijetijdsbesteding. Deze gegevens worden alleen gebruikt voor de educatie en ontwikkeling gedurende uw verblijf in de opvanglocatie. De trajectbegeleider informeert u werk- en studiemogelijkheden.

 

Pagina 8.
Verblijfsvergunning voor bepaalde tijd asiel. Deze informatie gaat over een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd asiel. Met deze verblijfsvergunning die in beginsel voor drie jaar is verleend, komt u in aanmerking voor huisvesting in een gemeente. Tevens moet u ingeschreven worden in de gemeentelijke basis- administratie (GBA). Hoe dat in zijn werk gaat, kunt u in deze tekst lezen.  

Woonruimte. Met een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd asiel moet u op zoek naar eigen woonruimte. In het dichtbevolkte Nederland is woonruimte echter schaars en bestaan er in het algemeen lange wachttijden voor huisvesting. Verblijfsgerechtigden krijgen extra hulp bij het vinden van woonruimte. Dit met het oog op hun integratie in de Nederlandse samenleving. Gemeenten zijn wettelijk verplicht om ieder half jaar een bepaald aantal verblijfsgerechtigden huisvesting aan te bieden. De gemeenten geven aan het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) door wanneer er woonruimte vrijkomt. Het COA wijst de woonruimten toe aan de verblijfsgerechtigden. Degene die het langst in de centrale opvang woont, komt in principe het eerst voor woonruimte in aanmerking. Op het moment dat het COA u een woning aanbiedt, moet u die accepteren. 

Woonruimte voor één of twee personen. Passende huisvesting voor één of twee personen kan ook onzelfstandige huisvesting betekenen. Onzelfstandig wil zeggen dat u bepaalde voorzieningen (meestal keuken, douche, toilet en woonkamer) met andere bewoners moet delen. U kunt ook zelf een groep van drie tot vier personen vormen. U wordt dan samen met deze personen voor één woning bemiddeld. Aan uw contactpersoon in het centrum kunt u dit bekend maken. 

Plaatsingscriteria. Nadat u uw verblijfsvergunning heeft ontvangen, vult u een formulier in met alle relevante informatie voor uw huisvesting. Op grond hiervan wordt u gehuisvest. Het COA bepaalt bij welke gemeente voor u bemiddeld wordt voor huisvesting. Mits u het zelf aangeeft, houdt het COA rekening met onderstaande criteria: 1. Bloedverwanten en aanverwanten in de eerste of tweede graad (echtgenoten, ouders, kinderen, grootouders, broers en zussen) in een gemeente; 2. Toelating tot een bepaalde opleiding in die gemeente (u dient hiervoor binnen een week een bewijs van inschrijving of collegekaart te overleggen); 3. Betaald werk hebben in een gemeente voor minimaal zes maanden (u dient hiervoor binnen een week de arbeidsovereenkomst te overleggen);

 

Pagina 9.
Medische redenen (hiervoor dient u binnen een week een zogenaamde Medische Indicatie te overleggen. U kunt deze indicatie niet zelf aanvragen. Het is een plaatsingsadvies van de arts en de directeur van het centrum waar u verblijft. Voldoet u aan één of meer van deze criteria, dan zult u in de aangevraagde gemeente geplaatst worden of binnen een straal van vijftig kilometer van die gemeente. Het is van belang dat u wijzigingen in uw levenssituatie onmiddellijk doorgeeft aan uw contactpersoon in het centrum. Indien u langer dan twee werkdagen afwezig bent, moet u bij een COA-medewerker het adres en telefoonnummer achterlaten waar u te bereiken bent. Als u onbereikbaar bent op het moment dat er voor u woonruimte is, zal dit als een weigering van de huisvesting worden beschouwd. De opvang in het centrum eindigt op de dag waarop de huurovereenkomst ingaat. In overleg met de centrumdirectie kunt u eventueel nog enige dagen in het centrum blijven om de verhuizing te regelen. Huur, gas, water, licht en overige kosten van het huis moet u zelf betalen. 

Zelf woonruimte zoeken. U hoeft de bemiddeling door het COA niet af te wachten. U kunt zich inschrijven als woningzoekende bij een gemeente en woningbouwvereniging vanaf het moment dat u een status heeft. Tevens kunt u reageren op het aanbod in een woonkrant of huren van een particuliere huiseigenaar. Dit laatste is over het algemeen duurder. Indien u zelfstandig huisvesting gevonden heeft, dient u dit direct te melden bij de medewerkers van het centrum en de gemeente. De gemeente moet u namelijk als gehuisvest aanmelden bij het COA. 

Woonruimte weigeren Het COA regelt passende huisvesting voor u. Op het moment dat u deze huisvesting weigert zal een medewerker van het centrum uw weigering met u bespreken. Als u bij uw weigering blijft en het COA van mening blijft dat er sprake is van passende huisvesting, eindigen uw opvangvoorzieningen van rechtswege. Dit geldt vanaf het moment dat u de woning zou kunnen betrekken. Indien u niet vrijwillig vertrekt, zal het COA u uit het centrum laten zetten door middel van een gerechtelijk ontruimingsbevel. In deze procedure kunt u uw bezwaren kenbaar maken indien deze woonruimte ten onrechte aan u is aangeboden. De kosten van de ontruimingsprocedure worden op u verhaald. U kunt beter de woonruimte accepteren en daarna een andere woonruimte zoeken. 

Voorbereidingen op verhuizing. Voordat u in een huis gaat wonen, moet u een aantal zaken regelen. U moet zichzelf laten inschrijven bij de gemeente (waarin het centrum ligt), een bankrekening openen en een sofi- nummer regelen. Als u alles heeft geregeld, wordt u verzocht dit door te geven aan een COA- medewerker. Dit is van belang voor een zo spoedig mogelijke bemiddeling voor huisvesting.

 

Pagina 10.
Inschrijving bij de gemeente. Volgens de wet moet u zich als inwoner van een gemeente registreren in de gemeentelijke basisadministratie (GBA) van die gemeente. Allerlei instanties zijn afhankelijk van deze gegevens. Het is heel belangrijk dat uw volledige naam en geboortedatum (en die van uw kinderen) correct opgenomen worden. U kunt problemen krijgen bij onjuistheden. Als u zich laat registreren, moet u zoveel mogelijk officiële documenten uit uw land van herkomst meenemen. Hiermee wordt bijvoorbeeld bedoeld een geboortebewijs, doopbewijs, huwelijksakte of identiteitskaart. De administratie voorziet u van een uitdraai van de gegevens zoals die in de COA-administratie is vastgelegd om u in te schrijven in het GBA. Na ongeveer twee weken ontvangt u een overzicht van de gemeente met al uw gegevens. Als u niet in staat bent om officiële documenten te overleggen, moet u een verklaring afleggen. In deze verklaring legt u uit waarom u de documenten niet heeft. U moet daarbij onder ede beloven dat u de waarheid spreekt. Het is wenselijk om iemand mee te brengen die voor u vertaalt. In uw nieuwe woonplaats krijgt u meer informatie over de Wet Inburgering Nieuwkomers (WIN) en uw verplichtingen. 

Inburgeringprogramma. Als u ingeschreven staat bij het GBA in uw nieuwe gemeente, krijgt u een aanmeldings- of ontheffingsbrief voor het inburgeringprogramma. Die brief moet u verplicht binnen zes weken inleveren. Als u het inburgeringprogramma moet volgen, wordt voor u een traject opgesteld met daarin NT2 (Nederlands als tweede taal)-onderwijs, maatschappijoriëntatie, beroepenoriëntatie en maatschappelijke begeleiding. Het totale traject duurt maximaal tweeëntwintig maanden. Bij het niet nakomen van de verplichting, kan de gemeente u een sanctie opleggen. Aan het einde van dit traject zijn er instanties die u kunnen helpen bij het plannen van uw toekomst en het eventueel vinden van werk. Als u zelfstandig werk heeft gevonden, zal het inburgeringprogramma daar zoveel mogelijk rekening mee houden. 

Werk vinden. Er zijn verschillende mogelijkheden om een baan te vinden. U moet zich inschrijven bij het Centrum voor Werk en Inkomen. Daarnaast zijn er ook uitzendbureaus die u kunnen helpen bij het vinden van werk. Hier gaat het vaak om werk van tijdelijke aard. Vanuit een tijdelijke baan vinden veel mensen wel permanent werk. De meeste mensen vinden een baan via een advertentie in de krant. Op deze advertenties moet vaak schriftelijk gereageerd worden. Vertel in uw sollicitatiebrief (liefst in het Nederlands) waarom u reageert, welke werkervaring u hier en in het land van herkomst heeft en welke opleiding(en) u heeft doorlopen. U heeft een tewerkstellingsvergunning nodig om te mogen werken. Als er geen werk voor u is en u heeft geen eigen vermogen, kunt u een bijstandsuitkering aanvragen bij de sociale dienst in de gemeente waar u woont. U heeft dan de verplichting om regelmatig te solliciteren en zich als werkzoekende in te schrijven bij het arbeidsbureau. Dit laatste geldt doorgaans niet voor alleenstaande moeders met kinderen onder de zes jaar. Afhankelijk van uw inkomen kunt u in aanmerking komen voor huursubsidie.

 

Pagina 11.
Kinderbijslag. Als u kinderen onder de achttien jaar heeft, heeft u recht op kinderbijslag. Dit is een bijdrage van de overheid die tegemoet komt aan extra kosten voor kinderen. U moet de kinderbijslag zelf aanvragen. U krijgt hiervoor een speciaal formulier bij inschrijving in de gemeente. Kinderbijslag wordt per kwartaal met terugwerkende kracht betaald. U ontvangt een beschikking van het ministerie van Justitie waarin een datum staat genoemd. Deze datum is bepalend voor de start van uw kinderbijslag. U krijgt kinderbijslag over het eerste kwartaal dat volgt op deze datum. Voorbeeld: De datum op uw beschikking is 15 september, dit valt in het derde kwartaal. U krijgt dan vanaf het vierde kwartaal kinderbijslag. U ontvangt dit echter aan het begin van januari, het eerste kwartaal van het nieuwe jaar. Drie maanden nadat u recht op kinderbijslag heeft, stopt de bijdrage voor uw kinderen van het COA. Vraag de kinderbijslag dus tijdig aan! 

Sofi-nummer (sociaal fiscaal nummer). U heeft een sofi-nummer nodig om in aanmerking te komen voor een uitkering, baan, huursubsidie en inschrijving bij het Centrum voor Werk en Inkomen. Zodra u ingeschreven staat in de gemeente, kunt u een sofi-nummer aanvragen. U moet hiervoor een aanvraagformulier invullen bij de Belastingdienst. Bij deze gelegenheid moet u een geldig identiteitsbewijs tonen, zoals een paspoort of het document waaruit uw verblijfsvergunning blijkt. Na een paar weken krijgt u bericht dat u uw sofi-nummer persoonlijk kunt afhalen. U moet zich identificeren als u het sofi-nummer ophaalt. Met een sofi-nummer bent u geregistreerd bij de Nederlandse belasting. 

Bankrekening openen. Als u werkt of van een uitkering leeft, heeft u een giro- of bankrekening nodig. Indien u deze nog niet heeft, moet u deze zo snel mogelijk aanvragen. Bij het openen van een rekening moet u zich legitimeren. U kunt hiervoor gebruik maken van uw document waaruit uw verblijfsvergunning blijkt. Als dit problemen oplevert, kunt u hulp vragen bij de medewerkers van VluchtelingenWerk. U opent een bankrekening in uw woonplaats. Als u verhuist, kunt u terecht bij filialen van dezelfde bank in de buurt van uw nieuwe adres. 

Studiefinanciering. U kunt in aanmerking komen voor studiefinanciering. Voor vragen over studiefinanciering en tegemoetkoming in de studiekosten kunt u contact opnemen met de Informatie Beheer Groep in Groningen.

 

Pagina 12.
Verzekeringen. Als u zelfstandig woont, moet u zich verzekeren voor ziektekosten en wettelijke aansprakelijkheid (WA). De ziektekostenverzekering is verplicht als u werkt of een uitkering heeft. De WA-verzekering is bedoeld om schade, die u ongewild en onbedoeld bij anderen veroorzaakt, te dekken. De standaard ziektekostenverzekering voorziet niet in een dekking voor tandartskosten. U kunt hiervoor een aanvullende verzekering afsluiten. Het afsluiten van een inboedelverzekering en een begrafenisverzekering is niet verplicht, maar wel aan te raden.

 

Pagina 13.
Medewerkers en diensten. U heeft met verschillende medewerkers en afdelingen te maken tijdens uw huisvesting via het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA). In deze tekst wordt uitgelegd wie wat doet. De beschrijving van medewerkers en diensten is algemeen. Er kan een verschil zijn in functie of benaming per centrum of soort opvang. Organisatie Elke opvanglocatie van het COA hoort bij een cluster. In Nederland zijn in totaal zesendertig clusters, die zijn verdeeld over vijf regio’s. Iedere regio heeft een regiodirecteur en ieder cluster heeft een clusterdirecteur. Per cluster is er een afdeling Wonen, een afdeling Diensten en een afdeling Economische en Administratieve Dienst (EAD). Iedere afdeling heeft een hoofd. Het Centraal Bureau van het COA bevindt zich in Rijswijk. Wonen De medewerkers van de afdeling Wonen houden zich bezig met alle zaken die betrekking hebben op het wonen in de opvanglocatie. Er wordt van u verwacht dat u meewerkt aan een goede woonomgeving voor iedereen in de opvanglocatie. De afdeling Wonen zorgt voor het beheer en het toezicht op de woonruimte en de gebouwen. De medewerkers van de afdeling Wonen houden verder toezicht op de hygiëne en de naleving van de huisregels. Diensten De medewerkers van de afdeling Diensten geven voorlichting en begeleiden u tijdens uw verblijf in een opvanglocatie. Deze medewerkers bepalen samen met u welke informatie of educatie u  nodig heeft. Deze begeleiding is gericht op uw toekomst in Nederland.  Zij kunnen u ook informeren over de mogelijkheden die er voor u zijn, zoals bijvoorbeeld het  volgen van Nederlandse les of uw mogelijkheden voor werk (vrijwillig of betaald). Ook kunnen  zij u doorverwijzen naar andere instanties.   Economische en Administratieve Dienst (EAD)  De afdeling EAD registreert alle bewoners. Ook uw persoonlijke gegevens worden geregistreerd.  Dit verschilt per centrum. Deze afdeling beheert alle financiële zaken en regelt meestal de   uitbetaling van het weekgeld.

 

Pagina 14.
Receptie. In een OC en AZC is er een receptie bij de ingang van het centrum. De mensen die daar werken  houden toezicht op de veiligheid in het centrum en ontvangen bezoekers, post en telefoontjes.  Deze medewerkers zijn vierentwintig uur per dag aanwezig. Zij dragen een uniform, maar   behoren niet tot de politie; ze zijn beveiligingsmedewerkers.   Vrijwilligers   In de meeste opvanglocaties zijn vrijwilligers werkzaam die zich actief inzetten voor de   bewoners. Deze vrijwilligers wonen meestal in de omgeving. Voor hun werkzaamheden   ontvangen zij geen inkomen. Ze doen het werk vrijwillig omdat zij het belangrijk vinden. In  Nederland werken veel mensen als vrijwilliger bij een organisatie of instantie. De meeste   vrijwilligers werken in de crèche, bibliotheek, geven Nederlandse les, organiseren kinderactiviteiten, sport of spel.   Andere organisaties   In een centrum zijn soms nog andere organisaties actief zoals VluchtelingenWerk, de   Vreemdelingendienst (VD), de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND), de Internationale  Organisatie voor Migratie (IOM), de Medische Opvang Asielzoekers (MOA), docenten van de   lagere en middelbare scholen en medewerkers van Stichting Nidos (een voogdij-instelling). Dit  verschilt per opvanglocatie. De mensen die bij deze organisaties werken, kunnen u informatie   geven over wie zij zijn en wat zij doen.

 

Pagina 15.
Financiee. Als u in een opvangcentrum van het COA verblijft, ontvangt u een wekelijkse vergoeding.  Dit is wettelijk geregeld in de Regeling verstrekkingen asielzoekers (Rva).   Opvanglocatie  Zelf koken
  volwassene  € 39,04  kinderen tot 11 jaar 435   € 7,26  inderen van 11 t/m 17 jaar   € 11,35 18251 één ouder toeslag  € 26,32 18270 alleenstaande minderjarige asielzoeker € 31,77  Zelf ontbijt en lunch
 volwassene  € 28,15 18349 kinderen tot 11 jaar 436  € 5,00   kinderen van 11 t/m 17 jaar   € 7,27   één ouder toeslag 435   € 20,88  alleenstaande minderjarige asielzoeker € 22,70  Niet koken
 volwassene  € 15,89 18487 kinderen tot 11 jaar   € 3,63   kinderen van 11 t/m 17 jaar  € 5,45  één ouder toeslag   € 10,44   alleenstaande minderjarige asielzoeker € 12,71  Van één ouder toeslag is geen sprake als u kinderen heeft in de leeftijd tot en met 17 jaar.  Als u in de opvang komt, ontvangt u een eenmalige uitkering van € 36,31.  Borg  In de meeste centra zult u een borg moeten betalen voor de spullen die u leent. Deze wordt meestal ingehouden van het geld dat u ontvangt. De hoogte van de borg en de manier van inhouden verschilt per locatie.

Pagina 16.
Geld opnemen. U krijgt iedere week een bepaald bedrag uitgekeerd gedurende uw verblijf in het centrum.
Er is voor u een rekening geopend waarop dit wordt gestort. Dit geld blijft op uw rekening staan tot
u het opneemt. U kunt het geld opnemen bij de geldautomaat van de Rabobank in uw woonplaats.
U krijgt hiervoor een plastic pas met een zogenaamde ‘pincode’. Ook kunt u hiermee in diverse winkels
betalen. Hoe dit allemaal werkt, wordt in deze tekst uitgelegd.

De Rabobank herkent u aan dit logo: CENSUUR!
Geldautomaten van de Rabobank herkent u aan dit vignet: CENSUUR!
Geldautomaat. Uit de geldautomaat kunt u in principe vierentwintig uur per dag, zeven dagen per week, geld opnemen. U bent dus niet
afhankelijk van de openingstijden van de bank. U kunt alleen gratis gebruik maken van de geldautomaat van een Rabobank in uw woonplaats.
Vraag aan een medewerker van uw centrum waar die geldautomaat staat. De minimale opname per keer is € 10,00.

Welkom bij de Rabobank

 

Pagina 17.
Pincode (Persoonlijk Identificatie Nummer code). De pincode is een persoonlijk en geheim nummer van vier cijfers. Via de computer wordt uw pincode aan uw naam gekoppeld. U moet uw pincode altijd van links naar rechts intoetsen om geld op te kunnen nemen. Samen met uw pas vormt die pincode een unieke combinatie. Zelfs de bank kent uw pincode niet. U moet zorgvuldig met uw code omgaan. U ontvangt de pincode in een gesloten envelop. Leer de code uit uw hoofd, schrijf hem niet op en vertel hem niemand. Vernietig het bericht zodra u de code kent. Wilt u toch een aantekening maken, doe dit dan zo, dat de pincode voor anderen onherkenbaar is. Magneetstrip Op de achterzijde van de pas zit een donkere balk. Dit is een magneetstrip waarin het rekeningnummer is opgenomen. De strip is kwetsbaar. Wanneer u voorzichtig met uw pas omgaat, blijft de pas goed werken. Houd de pas uit de buurt van magnetische velden. Buig de kaart niet en voorkom krassen. Al uw gegevens kunnen er door verloren gaan. Bij het invoeren van de pas in de geldautomaat moet u ervoor zorgen dat de magneetstrip rechts aan de onderkant zit. Bediening Een geldautomaat heeft een beeldscherm, toetsenbord en gleuven voor de pas, transactiebon en geld. De bediening is eenvoudig: u ziet op het beeldscherm stap voor stap wat u moet doen. Toets uw pincode in.

 

Pagina 18.
Vergissing Als u zich tijdens het intoetsen vergist, druk dan op de oranje correctietoets (CORR), om opnieuw te beginnen. Wilt u helemaal stoppen, druk dan op de rode stoptoets (STOP) en uw pas wordt teruggegeven. Verkeerde pincode Als u drie keer achter elkaar een verkeerde pincode intoetst, wordt uw pas onbruikbaar voor geldautomaten. De automaat weigert uw pas en u kunt geen geld meer opnemen. Neem in dat geval contact op met een medewerker van het centrum. Als u te lang wacht met het invoeren van de gegevens, wordt de transactie afgebroken. De pas krijgt u dan retour en u kunt het opnieuw U wilt stoppen Wacht op teruggave van uw pas U heeft te lang gewacht Wacht op teruggave van uw pas

 

Pagina 19.
Reclamebeelden Soms worden de commando’s op het beeldscherm onderbroken door reclameboodschappen. Wacht even als dit gebeurt. Het volgende commando verschijnt vanzelf. Commando’s Soms wordt u gevraagd een keuze aan te geven of moet u een bedrag kiezen. U kunt dit doen door op het pijltje naast uw keuze te drukken. Even geduld a.u.b.

 

Pagina 20.
Hieronder volgt een opsomming van de belangrijkste commando’s die u tegen kunt komen. Voer uw pas in Toets uw pincode in Maak uw keuze € 20 € 100 € 50 € 150 € 70 € 250 Bedrag- en biljetkeuze Toets gewenst bedrag in. Direct na intoetsen bedrag de goed toets indrukken. Wilt u een transactiebon? nee De ingetoetste pincode is onjuist. Toets opnieuw uw pincode in. Neem uw pas uit Neem uw geld uit Neem uw bon uit.

 

Pagina 21.
Uw saldo is ontoereikend U kunt geen geld meer opnemen Deze automaat is buiten gebruik Pincode te vaak onjuist Uw pas is niet meer geschikt voor gebruik in automaten. Neem contact op met uw bank. Wacht op teruggave van uw pas Saldo informatie Uw pas is ingenomen. Wacht op bewijs van inname en neem contact op met uw bank Uw pas is niet meer geldig. Neem contact op met uw bank. Wacht op teruggave van uw pas Betalen in winkels Betalen met uw bankpas kan in winkels, bij de gemeente, in supermarkten. Voor kleinere bedragen kunt u de chipknip gebruiken. Het voordeel is dat u geen geld bij u hoeft te hebben. In veel winkels vindt u bij de kassa een betaalautomaat. Hier kunt u met uw pas betalen voor alle boodschappen. Het pinapparaat heeft een scherm waarop de boodschap staat: ‘uw pas a.u.b.’. U haalt dan uw pas door de gleuf in het apparaat. Op het scherm verschijnt: ‘uw pin a.u.b.’ U toetst uw persoonlijke pincode in. Zorg ervoor dat niemand uw persoonlijke pincode kan meelezen als u deze intoetst. De vier streepjes op het scherm veranderen in 4 sterretjes (****). Op het scherm staat: ‘bedrag akkoord?’. Het door u te betalen totaalbedrag verschijnt en u drukt op de (groene) knop met ‘JA’ voor akkoord. Op het scherm staat: ‘In behandeling. Even geduld a.u.b.’ U moet dan even wachten. Op het scherm verschijnt: ‘U heeft betaald. Tot ziens.’ U hebt betaald. Het bedrag wordt automatisch van uw rekening afgeschreven. Denk aan uw bankpas en de kassabon.

 

Pagina 22.
Chipknip Op de Rabopas zit ook een chipknip om kleine bedragen af te rekenen. Uw chipknip is een soort elektronische portemonnee in de vorm van een computerchip op uw bankpas. Bij het afrekenen met de chipknip hoeft u geen code in te toetsen. U moet er wel voor zorgen dat er geld op de chipknip staat. Dat doet u bij een oplaadpunt. U vindt de oplaadpunten meestal naast de geldautomaat. De werkwijze is de volgende. Op het scherm staat: ‘voer uw pas in’. Stop uw bankpas in de automaat van het oplaadpunt. Op het scherm staat: ‘Saldo €.... uw pin a.u.b.’ Toets uw pincode in. Op het scherm staat: ‘Laden: toets ‘ja’. Saldo: toets’?’Toets “ja” Toets het aantal euro’s in dat uw wilt overboeken van uw betaalrekening naar uw chipknip. Bijvoorbeeld € 10,00. Op het scherm staat: ‘Toets het bedrag in + ‘ja’. Minimaal € 10,00. Maximaal € 250,00.’. Op uw chipknip staat nu € 10,00 meer, op uw betaalrekening € 10,00 minder. Op het scherm staat ‘In behandeling. Even geduld a.u.b.’. Even wachten. Op het scherm staat: ‘Saldo €... chipknip geladen.’ Neem uw pas uit. Nu kunt u met uw chipknip betalen in de winkel. Dat heet ‘chippen’. U kunt op elk oplaadpunt van de Rabobank het saldo van de chipknip ook weer terugstorten naar de rekening van de pas. Dit heet ‘afwaarderen’. Voor afwaarderen voert u de pas op het oplaadpunt in. U kies ‘1’ voor het terugstorten van het bedrag op de rekening. U kiest ‘ja’ om dit te bevestigen. Uw geld wordt van de chipknip naar de rekening teruggestort. Het duurt twee werkdagen voordat het geld weer beschikbaar is op de rekening. De chipknip is dan leeg. Het is voor u belangrijk om de chipknip leeg te maken voordat u naar een andere verblijfplaats vertrekt. Op die manier krijgt u uw geld terug. Pincode of pas kwijt Meld verlies, vermissing of diefstal van uw pas of pincode direct bij een medewerker van het centrum. Doe dit ook als u vermoedt dat anderen uw code kennen. Indien het COA voor u een nieuwe pas en pincode moet aanvragen, moet u de onkosten hiervoor betalen. Buiten kantooruren kunt u ook zelf de pas laten blokkeren door het algemene nummer te bellen wat op de pas vermeld staat. Bij diefstal moet u aangifte doen bij de politie. Aansprakelijkheid Ga zorgvuldig met uw pas om en houd uw pincode geheim. U bent zelf aansprakelijk voor misbruik, vermissing, diefstal of verlies van uw pas. Als u zeer voorzichtig met uw pas omgaat, blijft het risico van misbruik beperkt. Wanneer u uw pas of pincode verloren bent, kunt u dit doorgeven bij een medewerker. Deze zal ervoor zorgen dat uw rekening direct wordt geblokkeerd. De pas wordt in bruikleen gegeven. De pas heeft een eigen pasnummer. Dit nummer wordt geblokkeerd indien nodig.

 

Pagina 23.
Pincode vergeten Wanneer u uw pincode bent vergeten, kunt u via de administratie een nieuwe pincode aanvragen. De kosten zijn voor eigen rekening. Dit duurt ongeveer een werkweek.

 

Pagina 24.
Huisregels Als u in een opvanglocatie van het COA verblijft, moet u zich houden aan de huisregels. De huisregels ondertekent u bij binnenkomst op het centrum. Overtreding van de huisregels kan aanleiding geven tot het opleggen van een strafmaatregel op grond van het Reglement Onthoudingen Verstrekkingen (ROV). In deze tekst leest u wat de huisregels inhouden die u heeft ondertekend. Zorgvuldig gebruik van uw woonruimte U gaat zorgvuldig om met de woonruimte en de voorwerpen die door het COA beschikbaar zijn gesteld. De woonruimte en de gemeenschappelijke ruimte houdt u schoon en netjes. Dit geldt ook voor de omgeving van uw opvanglocatie. Het is niet toegestaan om huisdieren te houden, behalve wanneer de directie van de opvanglocatie hiervoor toestemming geeft. Overlast U zorgt ervoor dat u, uw gezinsleden of uw bezoek, geen overlast of hinder veroorzaken aan medebewoners of omwonenden. Tussen tien uur ’s avonds en acht uur ’s morgens houdt u rekening met de nachtrust van uw medebewoners. Veranderingen aan de woonruimte Zonder schriftelijke toestemming van het COA mag u geen veranderingen aanbrengen aan de woonruimte of de aanwezige voorwerpen. Als uw verblijf in de opvanglocatie eindigt, laat u de woonruimte in goede staat achter. U maakt de woonruimte schoon en netjes en neemt uw voorwerpen mee. Onderhoudswerkzaamheden Als er onderhouds- en reparatiewerkzaamheden of veranderingen aan de woonruimte moeten worden gedaan, stelt u het COA hiertoe in de gelegenheid. Zelf bewonen U bewoont zelf de woonruimte. Het is niet toegestaan in de woonruimte andere personen te laten wonen. Als u twee weken of langer niet uw woonruimte bewoont zal de woonruimte aan een andere asielzoeker worden toegewezen. U moet dan zelf voor uw woonruimte zorgen.

 

Pagina 25.
Bezoekers Bezoekers moeten zich melden bij de receptie, de portier of de beheerder. Het is niet toegestaan bezoekers te ontvangen tussen elf uur ’s avonds en acht uur ’s morgens. In uitzonderlijke gevallen kan een COA-medewerker u toestemming geven om bezoekers te laten overnachten. U moet hiervoor vóóraf toestemming vragen. De huisregels gelden ook voor uw bezoek. Aansprakelijkheid U bent volledig aansprakelijk voor beschadiging aan de woonruimte of aan de voorwerpen die eigendom zijn van het COA of de vermissing daarvan. Het herstel van de schade of de aanschaf van nieuwe voorwerpen zijn voor uw rekening. Als niet kan worden aangetoond wie van de bewoners de schade heeft veroorzaakt, zal dit door alle bewoners van de woonruimte gezamenlijk moeten worden vergoed. Het COA is niet aansprakelijk voor schade of verlies van uw eigendommen, ook niet als de schade door medebewoners of door anderen is veroorzaakt. Goederen in bruikleen Om goederen tijdelijk in bruikleen te krijgen moet u vooraf om toestemming vragen. Hiervoor betaalt u een borgsom. Deze borgsom krijgt u terug als u de goederen op het afgesproken tijdstip in goede staat teruggeeft. Als dit niet gebeurt betaalt u de schade en wordt dit op uw borgsom ingehouden. Meldingsplicht U bent verplicht zich te melden bij de medewerkers van het COA, op het door het COA aan te geven tijdstip en op een daartoe aangewezen plaats. Gebruik water, gas en elektra Een meer dan gemiddeld gebruik van water, gas of elektriciteit zal door u zelf moeten worden betaald. Brandweervoorschriften U volgt de brandweervoorschriften van het COA in uw opvanglocatie op.

 

Pagina 26.
Algemeen U moet tijdens uw verblijf in de woonruimte in de opvanglocatie de wetgeving en de normen van de Nederlandse samenleving naleven. U volgt de redelijke aanwijzingen van de medewerker van het COA op.

 

Pagina 27.
Instructies bij brand Lees het volgende goed door, zodat u weet wat u moet doen bij brand. Kleine brand Als er brand in het centrum is, moet u snel handelen. Het is erg belangrijk dat u rustig blijft. U kunt een kleine brand zelf blussen als u in de buurt bent van een brandblusser. Een brand in een prullenmand kunt u ook doven door er een deken over te gooien. Een vlam in de pan kunt u doven door het deksel op de pan te doen. Kunt u dit niet, waarschuw snel de receptie en roep de hulp in van een medebewoner of medewerker zodat de schade beperkt kan worden en de brand geblust. Grote brand Wanneer het hele centrum of een hele woonunit getroffen wordt door een grote brand, onderneem dan de volgende stappen: Bewaar kalmte en rust, raak niet in paniek; 33565 Waarschuw de receptie en het overige personeel; 33584 Waarschuw uw medebewoners; Houd deuren en ramen gesloten; Verlaat het gebouw zo snel mogelijk via de kortste route maar gebruik geen liften; Indien er veel rookontwikkeling is en u daardoor niets kunt zien, dient u het gebouw kruipend te verlaten; Volg de instructies op van brandweer en personeel Verzamel u voor het centrum (als dit geen geschikte plaats is, zal een andere plaats aangewezen worden). Brandpreventie Hoe kunt u brand voorkomen? Belangrijk is dat u: Geen asbakken leegmaakt in papierbakken; Niet rookt in bed; Geen decoraties en andere materialen bevestigt aan elektriciteitskabels of lampen; Geen kaarsen of olielampen gebruikt. Er is voldoende elektrisch licht; Geen kooktoestellen of verwarmingsapparatuur op de kamer gebruikt; Geen ether, benzine, alcohol of andere snel ontvlambare stoffen op de kamer heeft. Deze stoffen zijn gevaarlijk. Alleen goede stekkers en snoeren gebruikt voor uw elektrische apparaten.

 

Pagina 28.
Ouders Deze informatie is voor ouders die samen met hun kinderen in een opvanglocatie van het COA wonen. Normen en waarden Per cultuur zijn er verschillen in hoe volwassenen met kinderen omgaan. In veel culturen wonen mensen met de gehele familie bij elkaar en de familie zorgt voor de kinderen. In Nederland zijn de ouders de enigen die voor de kinderen zorgen en dus ook alle verantwoordelijkheid dragen voor de opvoeding van hun kinderen. Volgens de wet bent u tot hun achttiende jaar totaal verantwoordelijk en tot hun eenentwintigste jaar financieel verantwoordelijk. Leerplicht In Nederland is iedereen tussen de vijf en achttien jaar verplicht om onderwijs te volgen. Dit is wettelijk geregeld. Als uw kind niet naar school gaat, wordt u daarop aangesproken en bent u strafbaar. Als u kind door ziekte niet naar school kan, moet u de school hierover informeren. Er zijn, verdeeld over het jaar, regelmatig schoolvakanties. Over schooltijden en -vakanties wordt u geïnformeerd door de school waar uw kind geplaatst is. Schoolgeld Aan ouders van schoolgaande kinderen wordt door het centrum een jaarlijkse vergoeding verstrekt voor de aanschaf van lesmaterialen. Deze vergoeding bedraagt € 34,03. Hiervan kunt u onder andere pennen, papier, een rekenmachine en eventueel een schooltas kopen. Leerboeken worden door de school verstrekt. Verzekeringen Iedereen die gehuisvest is door het COA, is verzekerd voor een wettelijke aansprakelijkheid (WA). Deze verzekering betaalt de kosten als u per ongeluk iets kapot maakt van iemand anders. Als uw kind spelenderwijs iets kapot maakt, geeft u dat alstublieft door aan een opvangmedewerker. U betaalt niets en het scheelt het COA veel geld. Verkeer Er is in Nederland veel verkeer en er vallen jaarlijks vele doden en gewonden door verkeersongelukken. U bent verantwoordelijk voor uw kind. Laat uw kind niet spelen of fietsen in de buurt van verkeer zonder uw aanwezigheid.

 

Pagina 29.
Inentingen Alle kinderen worden in principe gevaccineerd tegen een aantal ziektes. Dit is niet verplicht, maar wel verstandig. Met uw vragen kunt u terecht bij een medewerker van de medische opvang op uw centrum.

 

Pagina 30.
Uitgenodigde vluchtelingen 30 Educatie en ontwikkeling Educatie en ontwikkeling betekent dat u zich bezig kunt houden met scholing, vrije tijd en werk. In deze tekst wordt uitgelegd op welke manier u daar tijdens de opvang mee te maken krijgt. Activiteiten in uw centrum In uw land van herkomst had u uw eigen manier van leven. In Nederland moet u weer een eigen leven opbouwen, gericht op een nieuwe toekomst in Nederland, doormigratie of terugkeer naar uw land van herkomst. Dit begint al in het centrum waar u nu verblijft. Tijdens uw verblijf in de opvang geeft u zelf invulling aan uw dag. Soms zijn in centra activiteiten georganiseerd maar veelal wordt doorverwezen naar externe activiteiten die zijn gericht op werk, scholing en vrijetijdsbesteding. Per centrum is dit aanbod verschillend. Alle centra organiseren lessen Nederlands en maatschappijoriëntatie. Vaak kunt u op het centrum vrijwilligerswerk doen en zorgt u samen met de andere bewoners voor groenonderhoud en schoonmaak. U kunt aan de medewerkers in uw centrum vragen welke activiteiten er zijn en wat u zelf kunt doen. Tijdens uw verblijf in de centrale opvang ontvangt u informatie over het aanbod aan activiteiten. De trajectbegeleider stelt met u een trajectplan op om uw toekomst in Nederland op te bouwen. Als u voor bepaalde lessen of activiteiten heeft gekozen, bent u verantwoordelijk voor aanwezigheid en deelname. Als u niet meer wilt deelnemen, wordt u verzocht dit door te geven aan een van de medewerkers Diensten of uw trajectbegeleider. Als u voor bepaalde lessen of activiteiten heeft gekozen, bent u verantwoordelijk voor aanwezigheid en deelname. Als u niet meer wilt deelnemen, wordt u verzocht dit door te geven aan uw trajectbegeleider van de afdeling Diensten. Persoonlijk dossier In de eerste periode van uw verblijf in een centrum wordt een aantal gegevens over uw arbeids- en studieverleden geregistreerd in een persoonlijk dossier. Deze gegevens kunnen belangrijk zijn voor uw toekomst in Nederland of elders. Het dossier wordt in de loop van uw verblijf aangevuld met gegevens over uw hobby’s, activiteiten en werkzaamheden (taallessen, diploma’s, certificaten). U kunt zelf voorkeuren en wijzigingen doorgeven aan uw trajectbegeleider. Als u naar een ander centrum wordt overgeplaatst, wordt uw persoonlijk dossier doorgestuurd. De verzamelde gegevens kunt u meenemen wanneer u de opvang verlaat.

 

Pagina 31.
Werken. In deze tekst wordt u geïnformeerd wanneer u betaald werk mag verrichten en welk werk u mag doen, als in de opvang verblijft. Verder leest u hoe u werk kunt vinden, welke vergunning nodig is om te werken in Nederland (tewerkstellingsvergunning) en hoe het geregeld is met uw eigen bijdrage in de kosten van uw opvang. Het COA betaalt nu uw opvang. Indien u zelf eigen vermogen of inkomen heeft, bent u verplicht dit te melden en zult u moeten bijdragen aan de kosten die het COA maakt voor uw levensonderhoud en woonkosten. De hoogte en afdracht van uw bijdrage staan omschreven in de Regeling Eigen Bijdrage Asielzoekers (REBA). Wanneer mag u werken in Nederland U hebt een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd
Als u een verblijfsvergunning heeft ontvangen, kunt u in Nederland werken als uw werkgever een tewerkstellingsvergunning heeft. De werkgever kan de tewerkstellingsvergunning voor u aanvragen bij de arbeidsvoorziening. U kunt zonder beperkingen het werk doen dat u vindt. Hoe komt u aan werk? U zult zelf op zoek moeten gaan naar werk. Werk kunt u onder andere vinden via advertenties in kranten en door u in te schrijven bij uitzendbureaus. Personen met een verblijfsvergunning bepaald tijd asiel kunnen zich inschrijven bij het Centrum voor Werk en Inkomen, zij helpen u bij het vinden van werk. Hoe komt u aan een tewerkstellingsvergunning? U vindt werk
Als u werk gevonden heeft moet uw werkgever een tewerkstellingsvergunning aanvragen bij het vraagt u een COA-verklaring aan. In een COA-verklaring staat dat u voldoet aan de voorwaarden om te mogen werken. U kunt dit aanvraagformulier verkrijgen bij een COA-medewerker. De verklaring is acht weken geldig. Indien u niet voldoet aan de voorwaarden krijgt u een schriftelijke afwijzing. U geeft de COA-verklaring aan uw werkgever. Centrum voor Werk en Inkomen. Uw werkgever krijgt de tewerkstellingsvergunning. U krijgt een kopie van de tewerkstellingsvergunning. U bent zelf verantwoordelijk en verplicht aan het COA te melden dat u werkt.

 

Pagina 32.
Sofi-nummer Als u werk heeft, moet u bij het belastingkantoor een sofi-nummer (sociaal fiscaal nummer) aanvragen. U dient hiervoor uw identiteitsbewijs mee te nemen. Het sofi-nummer zorgt ervoor dat u geregistreerd bent bij de Nederlandse belasting. Regeling Eigen Bijdrage Asielzoekers (REBA) In de REBA wordt uw eigen bijdrage berekend aan de hand van uw inkomen en uw gezinssituatie. U bent verplicht te melden dat u een inkomen heeft. Zodra het COA op de hoogte is dat u inkomen heeft, krijgt u een vooraankondiging waarin staat wanneer u uw loonspecificatie of -strook in moet leveren bij het COA. Geeft u niks door, dan pleegt u fraude en bent u volgens de Nederlandse wet strafbaar. Hoe hoog is uw eigen bijdrage? Het COA gaat voor de berekening van uw eigen bijdrage aan de kosten voor onderdak en levensonderhoud uit van uw netto inkomsten per maand. Uw netto inkomen per maand is: Lager dan € 71,70
U hoeft geen bijdrage te betalen. Tussen € 71,70 en € 191,50
Van het bedrag dat u meer verdient dan € 71,70 moet u de helft aan het COA afdragen. Hoger dan € 191,50
U houdt minimaal € 131,60 over. Uw bijdrage is maximaal gelijk aan de kosten van opvang van u en eventueel uw gezin. Alles wat u meer verdient, mag u houden. De COA-medewerkers kunnen u voorrekenen hoeveel geld u overhoudt aan de hand van uw nettoloon per maand. Als u uw eerste loonstrookje inlevert, zult u een beschikking ontvangen van het COA waarin de hoogte van uw eigen bijdrage is vermeld. Als u uw loonstrook niet inlevert, zult u voor de maximale kosten van opvang worden aangeslagen. Als u een vooraankondiging heeft gekregen en u niet gewerkt heeft, moet u hiervoor een schriftelijke verklaring inleveren. Doet u dat niet, dan moet u ook de maximale bijdrage betalen. Indien u het niet eens bent met de beschikking, kunt u binnen zes weken na uitreiking van deze beschikking schriftelijk bezwaar aantekenen bij de Afdeling Juridische Zaken van het Centraal Bureau van het COA. Het besluit op uw bezwaar zal u schriftelijk medegedeeld worden.

 

Pagina 33.
Hoe moet u uw eigen bijdrage betalen? Bij voorkeur betaalt u het gehele bedrag in één keer (eenmalige aflossing). De eigen bijdrage wordt ingehouden door het stopzetten van de wekelijkse persoonlijke toelage. Dit gebeurt net zo lang totdat het verschuldigde bedrag volledig is afgelost.

 

Pagina 34.
In deze tekst leest u algemene informatie over Nederland. Nederland ligt aan de Noordzee, ten noorden van België en ten westen van Duitsland. Nederland is een klein en dichtbevolkt land. Er wonen ongeveer zestien miljoen mensen. De hoofdstad is Amsterdam. Nederland is verdeeld in twaalf provincies en elke provincie heeft een hoofdstad. Politiek Nederland is een democratisch land. Ook is de vrijheid van meningsuiting een belangrijk recht in Nederland. Elke burger kan zijn stem laten horen via verkiezingen. Eens in de vier jaar vinden verkiezingen plaats voor het parlement, de landelijke politiek. Ook in de gemeenten en provincies wordt eens per vier jaar gestemd over de gemeenteraad en het provinciebestuur. De regering wordt gevormd door vertegenwoordigers van de politieke partijen die de meeste stemmen hebben gekregen. Aan het hoofd van de regering staat de minister-president. Het staatshoofd van Nederland is Koningin Beatrix. Zij heeft een ceremoniële rol. De ministers en het parlement bepalen het beleid. In Nederland zijn veel politieke partijen. Politieke partijen die niet in de regering zitten, hebben de mogelijkheid kritiek uit te oefenen op de voorstellen van de regering. Uiteindelijk worden besluiten genomen door de meeste stemmen van het parlement. Op deze manier komen wetten op democratische wijze tot stand. Grondwet In een democratie worden de rechten van de burger beschermd in de Grondwet. Dit is de belangrijkste wet en staat boven alle andere wetten. In de Grondwet staan de grondrechten. Deze zijn er om te zorgen dat de overheid niet naar willekeur kan ingrijpen in het leven van mensen. Enkele belangrijke grondrechten in Nederland zijn vrijheid van godsdienst, recht op gelijke behandeling, vrijheid van meningsuiting en bescherming van de persoonlijke levenssfeer. Iedere burger heeft recht op gelijke behandeling en mag niet worden gediscrimineerd op grond van zijn ras, geslacht, levensovertuiging of seksuele geaardheid. Vrijheid van godsdienst betekent dat iedereen een godsdienst van zijn of haar keuze kan belijden. Godsdienst mag geen rol spelen bij benoemingen, verdelen van banen of rechten van een burger. Er is in Nederland vrijheid van meningsuiting. Gedachten en gevoelens mogen door middel van drukpers worden verspreid. Er bestaat dus geen censuur. Het is alleen niet toegestaan om anderen te beledigen of aan te zetten tot slecht gedrag. Dat is strafbaar. Iedereen heeft recht op bescherming van zijn persoonlijke 42801 levenssfeer. De overheid moet persoonlijke gegevens van burgers vertrouwelijk behandelen. Het openen van brieven of het afluisteren van telefoons is verboden. Ook de overheid mag dit in principe niet doen.

 

Pagina 35.
Rechtspraak In Nederland zijn veel wetten waarin staat wat burgers wel en niet mogen. In de wet staat bijvoorbeeld dat burgers niet mogen stelen of verkeersregels mogen overtreden. Asielzoekers die in Nederland asiel hebben aangevraagd moeten zich net als alle inwoners van Nederland houden aan de wetgeving. Overtredingen van de wet worden door de rechter beoordeeld. Soms legt de rechter alternatieve straffen op. Bij een rechtszaak kan een verdachte worden bijgestaan door een advocaat. De verdachte kan een gratis advocaat toegewezen krijgen als er geen geld voor is. Politie De politie valt in Nederland onder controle van de regering. De politie heeft als belangrijkste taken het handhaven van de openbare orde en veiligheid en de bestrijding van criminaliteit. Een andere taak is het bemiddelen in conflicten van burgers. Als het conflict blijft bestaan, beslist uiteindelijk de rechter wie gelijk heeft.

 

Pagina 36.
Winkelen in Nederland. In deze tekst kunt u lezen wat voor soort winkels er zijn en welke artikelen u daar kunt kopen. Tevens staat beschreven wat gewoonten en gebruiken zijn in winkels. Soorten winkels Er zijn verschillende soorten winkels waar u verschillende artikelen kunt kopen. Levensmiddelen kunt u kopen in een supermarkt, op de markt, in buitenlandse winkels en speciaalzaken, zoals groentewinkels, slagerijen en bakkers. Kleding koopt u in warenhuizen, kledingwinkels en op de markt. Huishoudelijke artikelen zijn te koop in warenhuizen en speciaalzaken en op de markt. Gewoonten Het komt vaak voor dat u in de winkel moet wachten tot u aan de beurt bent. In sommige winkels moet u een nummertje trekken uit een speciaal apparaat. U bent aan de beurt wanneer uw nummer omgeroepen wordt. Voordringen wordt niet op prijs gesteld. In winkels gelden vaste prijzen. U kunt niet afdingen. Openingstijden Winkels hebben verschillende openingstijden. De tijden staan aangegeven op de deur van de winkel. Hier worden de meest gangbare tijden genoemd. Het kan van winkel tot winkel en van plaats tot plaats verschillen. Informeer bij een centrummedewerker hoe het in uw woonplaats geregeld is. In Nederland zijn de meeste winkels zes dagen per week geopend, meestal van ‘s morgens tien tot ‘s avonds zes uur. In grotere plaatsen zijn veel supermarkten van ‘s morgens acht tot ‘s avonds acht uur geopend. Op zaterdag sluiten de meeste winkels om vijf uur. ‘s Zondags zijn de meeste winkels gesloten. Sommige plaatsen hebben koopzondagen, meerdere winkels zijn dan open van twaalf tot vijf uur. Daarnaast zijn winkels soms ook ‘s avonds geopend, vaak op donderdagavond of vrijdagavond. Dit worden koopavonden genoemd. In grote steden zijn ook avondwinkels. Deze openen alleen ‘s avonds en ‘s nachts en zijn vaak duurder. Supermarkt In een supermarkt moet u een winkelwagentje of een winkelmandje meenemen om uw boodschappen in te doen. Deze staan bij de ingang van de winkel. Soms moet u een gulden in het winkelwagentje stoppen. U krijgt deze gulden weer terug als u het wagentje terugzet. Aan het begin van de winkel moet u door een poortje. Alleen daar kunt u de winkel binnengaan. Als u de winkel uitgaat moet u langs de kassa ook als u niets heeft gekocht.

 

Pagina 37.
In een supermarkt kunt u zichzelf bedienen. Alle boodschappen doet u in het mandje of het winkelwagentje. Deze producten zijn al verpakt. Daarnaast kunt u sommige producten ook vers halen. Achter de toonbank staan mensen die helpen. Vaak moet u een nummertje trekken voordat u geholpen wordt. Het personeel geeft u de gevraagde producten. Het is niet toegestaan om in de winkel producten te proeven of deze open te maken. Als u dit wel doet, bent u verplicht deze producten af te rekenen aan de kassa. Wanneer u alle boodschappen heeft, gaat u naar de kassa. De boodschappen moeten hier op de lopende band gezet worden. De kassa telt alle prijzen bij elkaar op die de caissière invoert. In een moderne supermarkt slaat de caissière de prijs niet meer op de kassa aan. De meeste artikelen hebben een streepjescode. Deze bestaat uit een lange rij cijfers, daarboven staan dikke en dunne strepen. Al die strepen geven informatie over het product, zoals de prijs. U kunt met contant geld betalen of met een bankpas met pincode. U hoeft niet gepast te betalen. Speciaalzaken Deze winkels zijn kleiner dan een supermarkt. Vaak is er geen zelfbediening en wordt u bediend door het personeel. U moet aan de verkoper vertellen wat u wilt hebben. Vervolgens kunt u de producten bij de verkoper afrekenen. Warenhuizen Dit zijn grote winkels waar van alles wordt verkocht. U vindt er bijvoorbeeld meubels, elektrische apparaten, toiletartikelen, kleding, etc. Een aantal warenhuizen heeft ook een afdeling waar levensmiddelen worden verkocht. U kunt er vrij doorheen lopen. Meestal is er per afdeling één kassa waar u kunt afrekenen. Winkelcentrum Een winkelcentrum is een plaats waar u een heleboel winkels bij elkaar vindt. Niet alleen een supermarkt, maar ook bijvoorbeeld kledingwinkels en speciaalzaken. Kleding kopen De prijzen van kledingstukken kunnen van winkel tot winkel erg verschillen. Warenhuizen hebben een ruime keus en zijn meestal vrij voordelig. Naast deze warenhuizen zijn er overal kleinere kledingwinkels. Vaak zijn deze kledingwinkels gespecialiseerd. Goedkopere kleding vindt u op de markt en in tweedehandswinkels.

 

Pagina 38.
Markt In de meeste gemeenten wordt eens per week op een vaste dag een warenmarkt gehouden. U kunt daar voor uw dagelijkse boodschappen en voor kleding, stoffen en schoenen terecht. Ook worden regelmatig rommelmarkten gehouden. Hier kunt u goedkope tweedehands artikelen, zoals kleding, meubels of boeken kopen. Op een rommelmarkt kunt u meestal wel afdingen. Winkeldiefstal In veel winkels komt regelmatig diefstal voor. Om diefstal op te sporen, hebben veel winkels camera’s waarop men precies kan zien wat er in de winkel gebeurt. Een aantal zaken heeft bolle spiegels hangen. Daardoor kan men een groot gedeelte van de winkel overzien. Sommige winkels hebben beveiligingspersoneel rondlopen in uniform. Zo probeert men op diverse manieren winkeldiefstal te voorkomen en winkeldieven snel op te pakken. Een winkelier doet aangifte bij de politie, wanneer hij diefstal constateert. Diefstal is strafbaar en kan verstrekkende gevolgen hebben. Allereerst zal u de gestolen producten moeten vergoeden. Bij winkeldiefstal wordt er procesverbaal opgemaakt en wordt u door het Openbaar Ministerie voor de rechter gebracht. Tenslotte worden alle strafbare feiten in het dossier van een asielzoeker opgenomen. Strafbare feiten kunnen van invloed zijn op de asielprocedure.

 

Pagina 39.
Openbaar vervoer Met het openbaar vervoer kunt u bijna overal in Nederland komen. Het openbaar vervoer bestaat uit trein, bus, tram en metro. In deze tekst wordt het reizen met het openbaar vervoer uitgelegd. Bus, tram en metro Voor korte afstanden kunt u met de bus reizen. In grote steden is het ook mogelijk om met een tram te reizen. De metro rijdt alleen in Amsterdam en Rotterdam. In de meer afgelegen en kleinere plaatsen rijdt de bus minder vaak dan in grotere gemeenten. In bussen, trams en metro’s mag nooit gerookt, gegeten en gedronken worden. Tijdens het rijden mag niet met de chauffeur gesproken worden in verband met de verkeersveiligheid. Vóór in de bus zijn speciale zitplaatsen voor invaliden. Wanneer rijdt een bus of tram? Bij de bus- of tramhalte staat op een bord hoe laat de bus of tram komt. Op een bus- of tramstation is een loket waar u informatie kunt vragen. U kunt ook bellen met openbaar vervoer reisinformatie: 0900- 9292. Instappen
Bussen of trams stoppen niet bij een halte als niemand in of uit wil stappen. Staat u bij een halte en wilt u instappen, maak dit dan duidelijk kenbaar door uw hand op te steken wanneer de bus of tram eraan komt. In de meeste bussen moet u altijd instappen bij de chauffeur. In sommige trams kunt u ook de andere ingangen gebruiken. In dergelijke trams zijn stempelautomaten aanwezig. U moet dan zelf uw strippenkaart afstempelen. Uitstappen
Als u wilt uitstappen, moet u dit van tevoren aan de chauffeur laten weten door middel van de stopknop. Als u daarop drukt, stopt de bus of tram bij de volgende halte. Als er meerdere deuren in de bus of tram zijn, mag u meestal niet bij de chauffeur uitstappen. Bussen of trams stoppen alleen bij officiële halteplaatsen. Ze stoppen dus nooit als er geen halte is. Als u niet weet waar u moet uitstappen, kunt u het vragen aan de chauffeur. Controle
49035 Soms wordt uw kaart gecontroleerd door speciale controleurs. U wordt gevraagd uw plaatsbewijs te tonen. Wanneer u geen geldig kaartje heeft, moet u een boete betalen en alsnog een geldig plaatsbewijs kopen. Als u geen geld bij zich heeft, krijgt u de boete opgestuurd. Wanneer u zich ook niet kunt legitimeren, wordt proces-verbaal tegen u opgemaakt. Betalen
Om met de bus, tram en metro te kunnen reizen heeft u een strippenkaart nodig. U kunt strippenkaarten kopen bij het postkantoor, aan het loket van de Nederlandse Spoorwegen (NS), via verkoopautomaten van de NS, bij de stations van streekbussen en in sommige tabakswinkels. De prijs van de strippenkaart is overal hetzelfde. Ook bij de chauffeur van de bus, tram of metro kunt u strippenkaarten kopen, de kaart is daar wel duurder.

 

Pagina 40.
Soorten strippenkaarten
De blauwe strippenkaart met vijftien strippen is voor personen van twaalf jaar en ouder. De roze strippenkaart met vijftien strippen is voor kinderen van vier tot en met elf jaar en voor ouderen boven de vijfenzestig jaar met de zogenaamde ‘pas-65’. Kinderen jonger dan vier jaar kunnen altijd gratis meereizen. De vijfenveertig-strippenkaart is handig voor mensen die erg veel reizen. In de bus of tram zijn strippenkaarten te koop met twee, drie of acht strippen. Naast de strippenkaarten zijn er abonnementen en dagkaarten te koop. Een dagkaart koopt u bij de chauffeur in de bus. Deze kaart is een hele dag geldig in heel Nederland. Abonnementen koopt u bij een bus- of tramstation. De strippenkaart werkt als volgt:
Nederland is ingedeeld in een aantal gebieden, de zogenaamde zones. Het aantal strippen van uw strippenkaart dat wordt afgestempeld, is afhankelijk van het aantal zones waar u doorheen reist. Bij veel bushalten hangt een zonekaart. Daarop kunt u zien door hoeveel zones u reist. U kunt het ook altijd aan de chauffeur vragen. Iedere zone komt overeen met één strip van de strippenkaart. De vuistregel is: een rit met de bus kost één strip plus één strip voor iedere zone waar u doorheen reist.U heeft dus minimaal twee strippen nodig. U kunt één strippenkaart met meerdere personen gebruiken. Voor iedere persoon wordt apart afgestempeld. Als uw kaart niet voldoende strippen bevat voor de rit, kunt u doortellen op een volgende strippenkaart. De eerste strippenkaart moet wel vol worden gemaakt door de laatste strip af te stempelen. Afstempelen
Meestal stempelt de chauffeur de strippenkaart af. U kunt tegen hem zeggen waar u heen wilt. Alleen de laatste strip wordt afgestempeld. Als u bijvoorbeeld vier strippen nodig hebt, wordt alleen de vierde strip afgestempeld. Soms is er een gele stempelautomaat in de bus, tram of metro. U kunt dan zelf uw kaart afstempelen. U vouwt uw kaart tot de juiste strip (het aantal zones plus één) en steekt deze in de stempelautomaat. U drukt de kaart zover in de automaat tot u een signaal hoort. Geldigheidsduur
Wanneer u de strippenkaart heeft laten afstempelen, kunt u binnen een bepaalde tijd overstappen op een andere bus, tram of metro. De kaart hoeft dan niet opnieuw te worden afgestempeld. Bij het overstappen moet u de reeds gestempelde strippenkaart aan de chauffeur laten zien. Als u van plan bent over te stappen, moet u bij aanvang van de eerste rit het juiste aantal strippen voor de totale reis laten afstempelen. De tijd die u kunt gebruiken om over te stappen is afhankelijk van het aantal afgestempelde strippen. Op de achterkant van de strippenkaart staat de geldigheidsduur aangegeven. U kunt binnen de geldigheidsduur onbeperkt reizen en overstappen in de zones waarvoor is gestempeld. Ook mag de strippenkaart binnen de geldigheidsduur voor de terugreis worden gebruikt. Na het verstrijken van de geldigheidsduur moet u de kaart opnieuw laten afstempelen. voorbeeld strippenk aart

 

Pagina 41.
Trein De meeste mensen reizen lange afstanden met de trein. De sneltreinen stoppen meestal alleen op de grotere stations. Stoptreinen stoppen ook op kleinere stations. Informatie over de trein kunt u vinden in het spoorboekje, dat u op elk station kunt kopen. Wanneer rijden de treinen?
Op het station staan en hangen grote gele borden met daarop de vertrektijden van de diverse treinen. Ook aan het loket kunt u reisadvies vragen. Tevens kunt u telefonisch informatie vragen bij 0900 – 9292 of de tijden opzoeken via het spoorboekje. Op de drukke lijnen rijden drie of meer treinen per uur. Op andere lijnen komt een trein vaak twee keer per uur. Treinen beginnen ‘s morgens tussen vijf en zes uur te rijden tot uiterlijk middernacht. Alleen in het westen van het land rijden soms na middernacht nachttreinen. Instappen
Op het treinstation staat op de vertrekborden aangegeven op welk perron uw trein vertrekt. Boven het perron hangt een bord met het nummer van het perron en informatie over de eerstvolgende trein die vertrekt. Aan de buitenkant van de treinstellen staat eerste of tweede klas aangegeven en welke treinstellen voor rokers of niet-rokers zijn. In de trein vindt u de klasse boven de deuren. Als de trein arriveert stappen eerst reizigers uit, waarna u kunt instappen. Uitstappen
Vlak voordat een trein op een station stopt, roept de conducteur soms om op welk station de trein gaat stoppen. Zorg dat u op tijd bij de uitgang bent, voordat er mensen instappen. Onderweg mag u uw reis onderbreken. U kunt uitstappen op ieder station waar de trein stopt. U kunt dan weer voortzetten. Soms kunt u niet met één trein op uw bestemming komen, maar moet u overstappen op een andere trein. U moet wel de kortste verbinding nemen naar de plaats van bestemming. Controle
Om met de trein te reizen moet u vooraf een kaartje kopen. Om op het perron te mogen, heeft u een geldig vervoersbewijs nodig. Dit wordt regelmatig gecontroleerd. In een trein komt de conducteur langs om uw kaartje te controleren. Zonder kaartje bent u strafbaar en moet u een kaartje tegen een hoger tarief kopen. Bewaar uw kaartje tot u het station verlaat. Het is mogelijk dat u zich bij de conducteur moet legitimeren. Als u geen geldig vervoersbewijs en geen geld heeft en u kunt zich niet legitimeren, wordt procesverbaal tegen u opgemaakt. Dit kan betekenen dat u aan de Spoorwegpolitie wordt overgedragen. Betalen
Het vervoersbewijs voor de trein is een speciaal treinkaartje, dus geen strippenkaart. U kunt dit kaartje kopen aan de stationsloketten of bij een kaartautomaat. In de kaartautomaat voert u eerst de code in van de plaats waar u naar toe wilt. Deze code vindt u op de automaat. Vervolgens moet u aangeven: eerste of tweede klas, vol tarief of korting, enkele reis of retour, en of u de kaart deze dag gebruikt. U betaalt het kaartje met muntgeld of een bankpas met pincode. Soorten treinkaarten
Iedere trein is opgedeeld in een eerste en een tweede klas. Een kaartje voor de eerste klas is een stuk duurder dan een kaartje voor de tweede klas. De meeste mensen reizen tweede klas.

 

Pagina 42.
Wanneer u een treinkaartje koopt, krijgt u altijd een kaartje voor de tweede klas. Wilt u eerste klas reizen, dan moet u dat nadrukkelijk vragen. Hieronder staat een overzicht van treinkaartjes: Enkele reis. Dit kaartje is één dag geldig. U kunt er dus éénmaal mee reizen naar de plaats die op het kaartje staat aangegeven. Dagretour. Als u op dezelfde dag ook weer terugreist, is een dagretour goedkoper dan tweemaal een enkele reis. Als de heen- en terugreis niet op dezelfde dag plaatsvindt, zult u op twee verschillende dagen een enkele reis moeten kopen. Dagkaart. Met een dagkaart kunt u in heel het land gedurende één dag onbeperkt met de trein reizen. U kunt voor een klein bedrag extra een aanvullende dagkaart kopen voor het overige openbaar vervoer. Weekendretour. Als u na vrijdagavond zeven uur vertrekt en voor maandagochtend teruggaat, kunt u weekendretour met of zonder kortingskaart gebruiken. Afstempelen
U kunt een kaartje kopen dat op dezelfde dag geldig is (‘met datum’) en een kaartje dat op een andere dag gebruikt kan worden (‘zonder datum’). De kaartjes ‘zonder datum’ moet u afstempelen op de dag van uw reis vóórdat u de trein instapt. De prijs van het kaartje is afhankelijk van de afstand. Er is echter een maximumprijs. Vanaf die prijs krijgt u een dagkaart, waarmee u een gehele dag in heel het land kunt reizen. Een kaartje voor een stoptrein kost evenveel als een kaartje voor een snelle Intercitytrein. In het weekend betaalt u voor een treinreis dezelfde prijs als op werkdagen. Korting
Er zijn speciale kortingskaarten te verkrijgen: de ‘Jongerenkaart’, de ‘Railactiefkaart’ en de ‘60+Seniorenkaart’. Deze kaarten zijn een jaar geldig. U kunt de kaarten kopen aan het loket. Deze kaarten geven recht op veertig procent korting op enkele reizen, dagretours, weekendretours en dagkaarten. De korting geldt niet van maandag tot en met vrijdag tussen vier uur ‘s nachts en negen uur ‘s ochtends. Daarnaast zijn er nog andere voordelige aanbiedingen. Hierover kunt u lezen in de speciale brochures van de Nederlandse Spoorwegen (NS). Kinderen
Kinderen jonger dan vier jaar kunnen gratis met volwassenen meereizen. Voor kinderen van vier tot en met elf jaar betaalt u een klein bedrag. Ze moeten dan wel onder begeleiding van een volwassene reizen. Per volwassene (een persoon van negentien jaar of ouder) mogen drie kinderen goedkoop meereizen. Overig vervoer De meeste mensen nemen een taxi voor kleine afstanden en wanneer er geen bus rijdt. De taxi in Nederland is duur. U kunt een taxi op straat aanroepen en ze zijn te vinden bij taxistandplaatsen, bijvoorbeeld bij het station. U kunt ook een taxi bestellen. U moet dan de taxicentrale bellen. De taxi heeft vaste prijzen, deze kunt u zien op de meter voor in de taxi. Een speciale taxi is de treintaxi. U kunt een treintaxikaartje kopen bij het stationsloket vóórdat u van de treintaxi gebruik gaat maken. De taxi brengt u naar uw bestemming vanaf het station. De treintaxi kan u ook naar het station brengen waar u op de trein stapt.

 

Pagina 43.
U moet dan het telefoonnummer bellen dat op de achterkant van het treintaxikaartje staat. De treintaxi deelt u met meerdere mensen, in tegenstelling tot een gewone taxi. Daarom is de treintaxi veel goedkoper dan een gewone taxi. De treintaxi rijdt niet in alle steden. In Nederland bestaan ook nog verschillende andere manieren van vervoer. Bijvoorbeeld een boot of belbus. In het centrum waar u woont, kunt u hier naar informeren.

 

Pagina 44.
Verkeer in Nederland. In Nederland rijdt het verkeer aan de rechterkant van de weg. Het verkeer in Nederland kan erg druk zijn. Voor ieders veiligheid zijn er verkeersregels opgesteld. In deze tekst wordt een aantal van die regels uitgelegd. Soorten verkeer In de Nederlandse verkeersregels wordt onderscheid gemaakt tussen langzaam verkeer en snelverkeer. Onder langzaam verkeer verstaan we; fietsers, bromfietsers en voetgangers. Onder snelverkeer verstaan we; auto’s, motorfietsen, trams en bussen. De algemene regel is dat snelverkeer altijd voorrang heeft op langzaam verkeer. Wel moet snelverkeer voorrang verlenen aan van rechts komende fietsers, bromfietsers en motorvoertuigen op kruisingen of splitsingen van gelijke orde. Politie-, brandweer-, en ziekenwagens met zwaailicht en hoorn hebben voorrang voor al het andere verkeer. U houdt de weg voor hen vrij. Voetgangers Voetgangers maken gebruik van de stoep en speciale voetgangersgebieden. Een stoep is niet overal aanwezig. In het centrum van steden en dorpen zijn soms smalle straatjes waar een stoep ontbreekt. Ook buiten de woongebieden kan dat het geval zijn. Het is aan te raden om dan zoveel mogelijk langs de linkerkant van de weg te lopen. Fietsen, bromfietsen en auto’s kunnen dan gemakkelijk passeren. Bovendien ziet u het verkeer dan beter aankomen. Het is voor voetgangers verboden om op een autoweg of autosnelweg te komen. Oversteken
Bij het oversteken van een straat of weg heeft het overige verkeer altijd voorrang op u. Omdat het verkeer rechts rijdt, kijkt u eerst naar links, daarna naar rechts en dan weer naar links. Als de weg vrij is kunt u oversteken. Als u oversteekt bij een kruising en u gaat rechtdoor, heeft u voorrang op afslaand verkeer dat zich op dezelfde weg bevindt. Voetgangersoversteekplaatsen
Als er voetgangersoversteekplaatsen zijn, maakt u hier gebruik van. Meestal zijn het zebrapaden. Dit zijn brede witte strepen op de rijweg. Sommige voetgangersoversteekplaatsen hebben stoplichten. Door op een drukknop bij het voetgangerslicht drukken, wordt het licht groen en kunt u oversteken. Als er geen stoplicht is, hoeft het verkeer niet te stoppen zolang u nog op de stoep staat. Op het moment dat u aanstalten maakt om over te steken of als u eenmaal op het zebrapad loopt, zal het overige verkeer moeten stoppen. Let goed op of het overige verkeer u ook voorrang verleent.

Pagina 45.
Fietsers De fiets is in Nederland erg populair. Een fiets is een goedkoop vervoersmiddel. Ook voor fietsers zijn er regels voor de verkeersveiligheid. Een fiets moet aan een aantal eisen voldoen. Uw fiets moet een voor- en achterlicht hebben dat goed werkt. Er gebeuren veel ongelukken omdat autobestuurders fietsen zonder lichten niet kunnen zien. Een fiets moet verder voorzien zijn van: een goed stuur een goed werkende rem een rode reflector aan de achterzijde en op de pedalen witte zijreflectie (tussen de spaken of op de banden) een bel die goed hoorbaar is De politie kan controleren of uw fiets aan deze eisen voldoet. Als één van de genoemde zake niet in orde is, kunt u een boete krijgen. Een fietser moet zoveel mogelijk rechts op de rijweg rijden. Als er fietspaden of -stroken aanwezig zijn, bent u verplicht daarvan gebruik te maken. Fietspaden worden door een blauw verkeersbord met een witte fiets aangegeven. Soms zijn er geen fietspaden, maar stroken op de rijweg voor fietsers. De stroken worden aangegeven door witte strepen op de weg en een witte fiets op de weg geschilderd. Er mogen maximaal twee fietsers naast elkaar fietsen. U mag het overige verkeer echter niet hinderen. Als het druk is in een straat, zult u achter elkaar moeten fietsen. Er zijn plaatsen waar u niet mag fietsen; stoepen, voetgangersgebieden (sommige winkelstraten), autowegen en autosnelwegen. Als u een andere fietser inhaalt, moet u hem links passeren. Kruising
Bij een kruising komt u als fietser ander verkeer tegen. Op een normale kruising moet een fietser altijd voorrang geven aan het snelverkeer. Fietsers en bromfietsers die van rechts komen hebben voorrang. Voorrang
Een fietser die op een voorrangsweg of -kruispunt rijdt, heeft altijd voorrang op al het verkeer van de andere weg. Andersom moet een fietser bij nadering van een voorrangsweg of -kruispunt voorrang geven aan al het verkeer. Als u een voorrangsweg of -kruispunt nadert, ziet u een driehoekig bord met de punt naar beneden. Ook kunt u geschilderde, witte driehoeken ofwel haaientanden op de weg zien.

Pagina 46 Afslaan
Als u van richting wilt veranderen, zorg er dan voor dat u duidelijk laat zien wat u van plan bent. Dit doet u door uw hand naar links of rechts uit te steken. Maak een bocht naar rechts zo klein mogelijk. Kijk altijd eerst naar het overige verkeer of het kan. Voetgangers die rechtdoor willen, hebben voorrang. Kijk bij een bocht naar links eerst achterom of er geen verkeer is dat rechtdoor wil. Dat verkeer moet namelijk voorgaan. Al het overige snelverkeer heeft voorrang, evenals al het verkeer dat u op dezelfde weg tegemoet komt. Als u bij een voetgangersoversteekplaats komt, moet u voorrang geven aan de voetgangers die aan het oversteken zijn.

Slot
Als u uw fiets neerzet, is het aan te raden deze altijd op slot te zetten. De meeste Nederlanders gebruiken twee of meer sloten. In Nederland worden namelijk ongeveer achthonderdduizend fietsen per jaar gestolen

Bromfietsen
De meeste verkeersregels die voor fietsers gelden, gelden ook voor bromfietsers. Binnen de bebouwde kom moeten bromfietsen op de weg rijden, buiten de bebouwde kom op het fietspad. Een bestuurder van een bromfiets moet minimaal zestien jaar zijn en in het bezit zijn van een bromfietscertificaat. Het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR) neemt hiertoe een theorie-examen af dat bestaat uit vijftig dia’s met vragen waarop met ja of nee moet worden geantwoord. Bij het examen moet u een geldig legitimatiebewijs meenemen. Bij autorijscholen kunt u theorieles nemen van speciale bromfietsinstructeurs. Het dragen van een bromfietshelm is verplicht. Met een bromfiets mag u binnen de bebouwde kom niet sneller dan dertig kilometer per uur en buiten de bebouwde kom veertig kilometer per uur. U mag alleen op een bromfiets rijden als de bromfiets verzekerd is.

Auto
In Nederland mag u een auto besturen als u minimaal achttien jaar oud bent. Ook moet u in het bezit zijn van een geldig rijbewijs en een kentekenbewijs. Voor buitenlanders die in Nederland willen rijden geldt een termijn van een half jaar. Na deze periode is het verplicht een Nederlands rijbewijs bij de gemeente van vestiging aan te vragen. Heeft u geen vaste verblijfplaats kan de Rijksdienst voor het Wegverkeer te Veendam ingeschakeld worden. Bovendien moet de auto verzekerd zijn voor Wettelijke Aansprakelijkheid en moet de wegenbelasting betaald zijn. U mag alleen in een goedgekeurde auto rijden. Als uw auto meer dan drie jaar oud is moet deze jaarlijks een APK-keuring krijgen.

Politie
Om de verkeersveiligheid in Nederland te behouden, controleert de politie de naleving van deze verkeersregels en assisteert bij verkeersongevallen. In Nederland vallen ongeveer tweeduizend doden in het verkeer. Ook zijn er circa vijftigduizend gewonden per jaar door verkeersongelukken.

Pagina 47
U maakt zich schuldig aan heling als u een gestolen fiets, brommer of auto koopt. Als u had kunnen weten dat het gestolen waar betreft, bent u net zo strafbaar als de persoon die het voertuig gestolen heeft. De politie controleert regelmatig of voertuigen wel rechtmatig verkregen zijn. Daarom is het belangrijk om altijd een bonnetje te bewaren als u een fiets, bromfiets of auto koopt.

 

 

Plan immigratiedienst voor uniek registratiesysteem, Camera's langs grens tegen mensensmokkel

 

Telegraaf, 7 december 1998

AMSTERDAM - donderdag

De ambtelijke top van de Immigratie en Naturalisatiedienst (IND) wil camera's langs de grenzen plaatsen om mensensmokkel een halt toe te roepen. IND-directeur L. Elting heeft het plan enkele maanden geleden al besproken met collega's op het departement van justitie. Ook binnen de ondernemingsraad van de IND is het plan kortstondig aan de orde geweest. Een OR-lid tegenover deze krant: "Het plan werd door Elting geopperd in een OR-vergadering en met instemming begroet. Er wordt nog gestudeerd werd op de technische uitvoerbaarheid van het plan. Zo is een van de vragen hoe het technisch mogelijk is om een permanente cameraregistratie aan de grens te koppelen aan een opsporingsregister Uit onderzoek van deze krant blijkt dat Engeland inmiddels een revolutionair personenbewakingssysteem op de mark is dat daar sinds enige weken gebruikt wordt in de strijd tegen mensensmokkel. Het door Neurodynamics in Cambridge ontwikkelde systeem werkt middels een laservideocamera die gekoppeld is aan een computersysteem waarin beeldmateriaal van duizenden gezochte misdadigers staat opgeslagen. Het zogeheten Nvisage systeem maakt continu opnamen van gezichten van mensen die een grenspost passeren. De honderden driedimensionale foto's die per minuut worden genomen, worden doorgestuurd naar een computer die binnen drie seconden controleert of de foto's overeen komen met beeldmateriaal dat in de aangesloten database ligt opgeslagen. Het unieke van het systeem schuilt in het gegeven dat mensen, die zich op om het even welke manier vermommen toch door de computer herkend worden. Slechts een drastische plastisch chirurgische ingreep zou herkenning voorkomen. Het systeem is inmiddels in gebruik bij een grote Britse luchthaven waarvan de naam vooralsnog geheim wordt gehouden en in een aantal Engelse havens. Engelse opsporingsdiensten gebruikten het systeem de afgelopen weken gericht in de strijd tegen de mensensmokkel die Kosovaren het land, via bootovertochten uit Vlaanderen, Nederland en Frankrijk binnenbrengen. Volgens een woordvoerster van het bedrijf is het systeem zo uit te rusten dat niet alleen dat menselijke fysieke kenmerken worden vastgelegd en herkend maar ook kentekenplaten en voertuigenmerken. Daarmee zou het apparaat niet alleen bruikbaar zijn voor controles op vliegvelden en in havens maar ook bij grensposten langs autowegen. Het Britse bedrijf zegt inmiddels ook contacten te hebben gelegd met Nederlandse opsporingsinstanties, voor plaatsing van proefopstellingen van het systeem. Welke instanties dat zijn en waar de camera's hangen blijft vooralsnog geheim.

 

 

Indien de geldstromen buiten beeld blijven, terwijl zowel de verdachte als het “slachtoffer” (die de smokkelaar niet wil afvallen) verklaren dat de smokkelaar slechts “humanitaire bijstand” verleende, zal slechts in uitzonderlijke gevallen wettig en overtuigend bewijs van een strafbaar feit kunnen worden geleverd   

238 

De Minister van Justitie
Directie wetgeving
Postbus 20301
2500 EH Den Haag

Den Haag, 21 november 2002

Uw kenmerk:                        5175908/02/6
Ons kenmerk
:                        1.18/AdG/656
Bijlage(n)              

Onderwerp : Uitvoeringswetgeving inzake mensensmokkel, mensenhandel, seksuele uitbuiting van kinderen en kinderpornografie

Geachte heer Donner, 

Bij brief van 23 juli 2002 heeft u de wetenschappelijke commissie van de Nederlandse Vereniging voor Rechtspraak om advies gevraagd over  de uitvoeringswetgeving inzake de bestrijding van mensensmokkel, mensenhandel, seksuele uitbuiting van kinderen en kinderpornografie. Gezien de smalle marges voor de Nederlandse overheid heeft de wetenschappelijke commissie zich beperkt tot een kort, met name wetstechnisch advies. Terzake de adviesaanvraag heeft overleg met de Raad voor de Rechtspraak plaatsgevonden. 

Wetstechnische opmerkingen:

Ad art. 197a Sr.

1.         Het kwalificeren van dit feit is al een hele klus en dat wordt alleen maar erger. De praktijk zou er zeer bij gebaat zijn als het nieuw voorgestelde eerste lid zou luiden: "Hij die … wordt als schuldig aan mensensmokkel gestraft met …". 

2.                  In het artikel (werd en) wordt gesproken over "een gevangenisstraf". Gebruikelijk -zo ook in het nieuw voorgestelde art. 274a Sr.- is de terminologie "gevangenisstraf". Van de gelegenheid zou gebruik gemaakt kunnen worden om deze inconsistentie ongedaan te maken. 

3.                  Opneming van een strafuitsluitingsgrond als bedoeld in het voorgestelde lid 2, zal onvermijdelijk gaan leiden tot ernstige bewijsproblemen met grote gevolgen voor de opsporing van het misdrijf van mensensmokkel in algemene zin. Vervolging zal in zeer grote mate bemoeilijkt worden. 

4.                  In het nieuw voorgestelde derde lid is het element "uit winstbejag" blijven staan, met alle ook in de MvT genoemde bewijsproblemen van dien. Weliswaar is dit conform de tekst van de richtlijn, maar als de wetenschappelijke commissie  het goed ziet verzet deze zich geenszins tegen nationale wetgeving die strenger is dan de voorgeschreven minimumstrafbaarstelling 

De wetenschappelijke commissie adviseert derhalve het voorgestelde lid 2 en de woorden “uit winstbejag” in lid 3 niet op te nemen  in de wet. Goede alternatieven bestaan reeds.

De Nederlandse wetgeving biedt de rechter nu al voldoende mogelijkheden om – in gevallen die zich daartoe lenen – te kiezen om een schulduitsluitingsgrond dan wel een rechtvaardigingsgrond van toepassing te verklaren. Bovendien staat het de rechter vrij om – indien de feiten en omstandigheden dat toelaten – te kiezen voor een schuldigverklaring zonder strafoplegging. Derhalve staan de rechter reeds nu voldoende instrumenten ter beschikking om rekening te houden met bijzondere omstandigheden van humanitaire aard (waarvoor het al dan niet handelen uit winstbejag een belangrijk criterium is). De toepassing van dergelijke instrumenten dient echter nadrukkelijk aan de rechter te worden overgelaten en te worden beoordeeld naar de concrete feitelijke omstandigheden van iedere individuele strafzaak.

Toelichting

Een kenmerk van mensensmokkel is dat de gesmokkelde persoon zich doorgaans geen slachtoffer voelt en dus zelden aangifte zal doen. Dit bemoeilijkt de opsporing van mensensmokkel zeer.

Bovendien neemt de gesmokkelde veelal een hybride positie in als illegaal vreemdeling, die (veel) geld heeft betaald om elders een land binnen te komen. Hierdoor ontstaat een belang bij het slachtoffer om zijn/haar smokkelaar niet af te vallen. Daar komt nog bij dat in veel gevallen de gesmokkelde personen (terecht of onterecht) vrees hebben voor represailles tegen familie in het land van herkomst, indien zij hun smokkelaars zouden “verraden”. Op medewerking van de gesmokkelde persoon moet derhalve niet te veel worden gerekend. 

Het is evident dat een verdachte van mensensmokkel bij de voorgestelde wetgeving steevast een beroep zal doen op het humanitaire karakter van de door hem/haar gepleegde (smokkel-)activiteiten. Daders van mensensmokkel zullen hier bovendien op gaan anticiperen door bijvoorbeeld hun “klanten” of dier familie te bewerken en/of te zorgen dat geldstromen consequent buiten beeld van Nederlandse opsporingsambtenaren blijven (hetgeen voor buitenlandse mensensmokkelaars een koud kunstje is). “Winstbejag” wordt dan al heel moeilijk aantoonbaar.

Indien winstbejag niet kan worden aangetoond, wordt het verhaal van de verdachte, dat gehandeld is uit humanitaire motieven, al sterker. Het “oogmerk” van humanitaire bijstand is moeilijk te bewijzen. Dit is subjectief van karakter en het bewijs zal moeten worden afgeleid uit objectieve waarnemingen. 

Indien de geldstromen buiten beeld blijven, terwijl zowel de verdachte als het “slachtoffer” (die de smokkelaar niet wil afvallen) verklaren dat de smokkelaar slechts “humanitaire bijstand” verleende, zal slechts in uitzonderlijke gevallen wettig en overtuigend bewijs van een strafbaar feit kunnen worden geleverd. 

Aangezien bij mensensmokkel zelden aangifte wordt gedaan, zullen opsporingsdiensten veel capaciteit moeten investeren in specifieke opsporingsactiviteiten met een geringe kans op succes (immers, waar moeten zij het zoeken?). Wanneer dan bovendien de kans op een succesvolle vervolging uiterst gering is, zal de gepleegde opsporingsinspanning veelal vergeefs blijken te zijn geweest. 

Ad art. 248 Sr.

Het is de wetenschappelijke commissie niet duidelijk waarom in de opsomming in het tweede lid art. 244 Sr. niet langer voorkomt. 

Ad art. 274a Sr.

1.         Ook hier dreigt het gevaar van ellenlange en ingewikkelde kwalificaties. De rechtspraktijk zou zeer gebaat zijn bij een wettekst als: "Als schuldig aan mensenhandel wordt met gevangenisstraf van ten hoogste zes jaren of geldboete van de vijfde categorie gestraft: …". 

2.         Het gebruik van de term "minderjarig(e)" is niet aan te bevelen. In veel zaken zal het gaan om internationale gevallen, waarin de meerderjarigheidsgrens volgens het personele statuut van betrokkene menigmaal zal afwijken van die naar Nederlands recht. In het Protocol wordt gesproken van "child", zijnde iedere persoon die nog geen 18 jaar oud is. In de wet ware een concrete leeftijdsgrens op te nemen. 

Overige opmerkingen 

De wetenschappelijke commissie brengt naar voren dat het is aan te bevelen dat een strafbedreiging van 12 jaar wordt gesteld in verband met een criminele organisatie waarbij tevens gevaar ontstaat voor het leven van de gesmokkelden. Dit maakt  het makkelijker bewaring om voorlopige hechtenis toe te passen. 

Tenslotte de uitbreiding van het mensenhandelartikel conform het VN protocol. De wetenschappelijke commissie acht het waarschijnlijk dat dit gevolgen zal hebben voor de capaciteit van de opsporingsdiensten, in welk geval voor het openbaar ministerie en de zittende magistratuur de werklast zal toenemen.

 

Namens de wetenschappelijke commissie,

 

G.Chr. Kok,

voorzitter

 

Informanten:

 

 

 

 

 

 

Jan Pronk (PvdA) weigert uitspraken waarbij hij het uitzetten van asielzoekers "deportatie" had genoemd terug te nemen

Mevrouw Drs. M.C.F. Verdonk zet Pronk haar kamer uit na taalgebruik van Pronk dat associatie wekt met het optreden van de Duitsers in de Tweede Wereldoorlog

De Telegraaf zaterdag 14 februari 2004.

Van onze parlementaire redactie.
DEN HAAG, zaterdag
Minister Rita Verdonk (Asielbeleid) heeft oud-minister Jan Pronk, de voorzitter van de Vluchterlingenorganisaties Nederland, haar kamer op haar departement uitgezet. Ze heeft tot nader order geen zin meer hem te ontvangen. De bewindsvrouw is uiterst verbolgen over Pronk omdat hij haar uitzettinsbeleid van afgewezen asielzoekers in het tv-programma Nova vergeleek met het "deporteren" van mensen. Zij heeft aan dat woord grote aanstoot genomen omdat dat een associatie wekt met het optreden van de Duitsers in de Tweede Wereldoorlog. Met dat woord wordt volgens de minister "de integriteit van haar beleid en derhalve de integriteit van de betrokken ambtenaren in twijfel getrokken". Zij schrijft dat in een brief aan Pronk. Afgelopen week weigerde de oud-minister tijdens een kennismakingsbezoek aan minister Verdonk het gebruikte woord na een verzoek daartoe van Verdonk terug te nemen, waarop zij na tien minuten een einde aan de ontmoeting maakte en Pronk feitelijk de deur wees. Volgens hem was het woord deporteren een normaal Nederlands woord dat hij zonder enige associatie met de Tweede Wereldoorlog gebruikte. Hij herhaalde dat standpunt in een brief aan de bewindsvrouw, waarop die het overleg met Pronk heeft opgeschort.

 

Pronk dreigt Verdonk met rechter

De Telegraaf 6 maart 2004.

Van onze parlementaire redactie.

Oud-Minister Pronk, de huidige voorzitter van de Vereniging van Vluchtelingenorganisaties (VON) dreigt naar de rechter te stappen als Minister Verdonk (vreemdelingenbeleid) blijft weigeren zijn organisatie toe te laten bij het overleg met vertegenwoordigers van minderhedenorganisaties.

De VVD-bewindsvrouw en de voormalig PvdA-minister hebben hun ruzie nog steeds niet bijgelegd. Verdonk eist op haar buurt dat Pronk eerst zijn uitspraak terugneemt dat het bij de uitzetting van uitgeproduceerde asielzoekers om deportaties gaat. Volgens haar heeft zij hem diverse malen de mogelijkheid gegeven om hierop terug te komen, maar heeft Probk die kansen tot nu toe niet benut.

Het kabinet is overigens niet van plan om de leeftijdsgrens voor buitenlandse bruiden en bruidegommen die hier nar toe worden gehaald nog verder te verhogen dan de voorgestelde verhoging van 18 naar 21 jaar. Het CDA wil graag dat deze grens op 24 jaar komt te liggen. Het kabinet, zo bleek gisteren houdt echter vast aan het regeerakkoord, waarin staat dat de grens op 21 jaar moet komen te liggen. Ook de inkomenseisen worden veel strenger. De Nederlandse partner moet straks ten minste 120 % van het minimumlon verdienen als hij een partner uit het buitenland hiernaartoe wil halen.

 

Grootspraak van Pronk tegen Verdonk

Ik daag ex Minister Pronk uit een rechtzaak tegen Verdonk te beginnen waarbij ik persoonlijk natuurlijk hoop dat mevrouw Verdonk wint en dat de zienswijze van mevrouw Verdonk over taalgebruik van Pronk bij overheid en advocatuur HARDHANDIG wordt ingevoerd. Het lijkt mij eigenlijk overbodig te vragen van Verdonk c.s. dat een gelijke behandeling van alle partijen in de samenleving kan worden geeist inzake het taalgebruik van Pronk. Want anders is mevrouw Verdonk het zoveelste voorbeeld van vriendjespolitiek en meten met twee maten. (137) (51) (84) (300) Ik nodig de lezers van mijn sites uit beide zaken nauwgezet te volgen en met elkaar te vergelijken..............

Zou Pronk misschien al de PvdA rechter kennen die zijn zaakje tegen Verdonk gaat behandelen? Dan wordt het pas echt leuk om mee te kijken.......

 

Verdonk blijft Pronk weigeren

Telegraaf 17 maart 2004. Van onze parlementaire redactie, Den Haag woensdag.

Minister Verdonk Vreemdelingenzaken blijft Jan Pronk boycotten, ondanks grote bezwaren van de PvdA en Groenlinks. Verdonk wijkt niet af van haar weigering om PvdAer en oud-minister Pronk, nu voorzitter van Vluchtelingenorganisaties Nederland (VON) toe te laten tot het overleg dat ze met VON voert. Zowel de PvdA als GroenLinks riep de Minister gisteren op "om er met Pronk uit te komen" maar Verdonk eist excuses van Pronk omdat hij haar uitzetbeleid herhaaldelijk "deportatie heeft genoemd. Verdonk vindt dat de oorzaak van het conflict bij Pronk ligt.

 

Wie is Maria Cornelia Frederika (Rita) Verdonk 

Rita Verdonk (1955) is sinds 27 mei 2003 minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie. Zij is lid van de VVD. Eerder bekleedde zij managementsfuncties in het gevangeniswezen, was zij directeur staatsveiligheid op het ministerie van Binnenlandse Zaken en werkte zij bij KPMG. Laatstelijk was zij gedetacheerd bij het projectbureau Allochtone Minderjarige Asielzoekers op het ministerie van Justitie.

Maria Cornelia Frederika (Rita) geboren Utrecht 181055 

Partij/stroming V.V.D. (Volkspartij voor Vrijheid en Democratie), vanaf 2002

Atheneum Niels Stensencollege te Utrecht
Organisatiesociologie en criminologie Katholieke Universiteit te Nijmegen tot 1983
Opleiding organisatiekunde
Directie-stagiair directie Gevangeniswezen, ministerie van Justitie 1983-1984
Adjunct-directeur Huis van Bewaring te Scheveningen 1984-1988
Lid directie Penitentiaire Inrichting 'De Schie' te Rotterdam 1988-1992
Ambtenaar directie Justitiële Jeugdinrichtingen en TBS
Directoraat-generaal Wetgeving, Rechtshandhaving en Rechtspleging,ministerie van Justitie (o.a. plaatsvervangend directeur)1992-1996
Directeur Staatsveiligheid, ministerie van Binnenlandse Zaken
Senior manager/directeur KPMG 1999-2002
Directeur Atos KPMG Consulting 2002-2003
Gedetacheerd bij het projectbureau Allochtone Minderjarige Asielzoekers, ministerie van Justitie
Minister zonder Portefeuille voor Vreemdelingenbeleid en Integratie 270503

Bijzonderheden!
1. Kwam in augustus 2003 met een beperkte 'pardon-regeling' voor asielzoekers. Asielzoekers die sinds 27 mei 1998 of langer wachten op een besluit op hun asielaanvraag, mogen onder bepaalde voorwaarden in Nederland blijven. Het gaat daarbij om circa 2200 asielzoekers. 

2. Stelde per 1 september 2003 de Remigratiewet buiten werking 

3. Bracht in november 2003 de notitie 'Terugkeerbeleid' uit. Hoofdlijnen van dat beleid zijn onder meer het bevorderen van terugkeer van niet-toegelaten vreemdelingen en het aanbrengen van een strikte scheiding tussen ongedocumenteerde en gedocumenteerde asielzoekers. Er komen zogenaamde oriëntatie- en terugkeerlocaties. 

4. In januari 2004 bepaalde zij dat op basis van een eenmalige regeling en van afzonderlijke regelingen 2334 uitgeprocedeerde asielzoekers alsnog een verblijfsvergunning krijgen. De overige van de in totaal 26.000 uitgeprocedeerde asielzoekers worden uitgezet via vertrek- en uitzetcentra. Er wordt door gemeenten geen noodopvang meer geregeld. Kreeg op 9 februari 2004 in een nota-overleg in de Tweede Kamer van de meerderheid steun voor haar beleid.

 

Gezocht, hoe reageerden onderaannemers in de jeugdzorg op uw informatieverzoek (575)
550 Iedere zaak begint met verzoek afschrift gegevens van u in het centraal justitieel informatieregister!
489 Wie weet namen van ZORGVERLENERS in Nederland die BESLUITEN nemen als bestuursorgaan over pleeggezinnen?
169 Niet zeuren en klagen bij RTL en SBS als uw pleegkind wordt weggehaald, wurgcontracten zijn representatief voor pleegzorg
700 Klacht GEGROND tegen klacht pleegouder niet-ontvankelijk bij interne klachtencommissie Stichting Gereformeerd Jeugdwelzijn
204 Geschiedenis! Klacht gegrond met Hop, Voorziening Pleegzorg Flevoland had twee na wetgeving geen interne klachtencommissie
312 Grootvader Visscher: "Als ik mag kiezen tussen de GESTAPO of de Raad voor de Kinderbescherming dan kies ik de GESTAPO"
691 Geschiedenis! Klacht gegrond met Hop tegen Stichting Centrum voor Pleegzorg Rotterdam
509 UHP kind in instelling! Briefadres bij ouders! Bezwaarschrift tegen BESLUIT gemeente om uw kind uit te schrijven uit de gemeente
125 UHP kind in instelling! Briefadres bij ouders! Verzoek aan gemeente om uw kind in te schrijven in de gemeente
214 Kinderrechter over de positie van een pleegouder
467 LBIO en wat iedereen behoort te weten over de mentaliteit bij het LBIO

top
Censuur in Nederland ©
Stem Groep Hop in 2014
Politicus/redacteur/auteur: J. Hop, Joubertstraat 24, 3851 DM Ermelo. Plaats uitgave: Ermelo. Uitgever: J. Hop Ermelo.
Disclaimer 2013 en vrijwaring. Op alle websites Censuur in Nederland en Groep Hop is een "2013 disclaimer" van toepassing. Procedures inzake belemmering vrijheid van meningsuiting tegen politicus/redacteur/auteur J. Hop Ermelo uitsluitend via rechtbank Zutphen met gelijktijdig verzoek om beeld- en geluidsopnames te mogen maken van de complete hoorzitting t.b.v. publicatie op internet en/of andere media. Door mijn website te raadplegen accepteert u mijn vrijwaring. J. Hop streeft ernaar dat alle informatie op deze website correct is. J. Hop verleent ten aanzien van die informatie echter geen enkele garantie, noch kan J. Hop worden geacht een dergelijke garantie stilzwijgend te hebben verleend. J. Hop zal in geen geval aansprakelijk zijn voor schade van welke aard dan ook, waaronder directe, indirecte of gevolgschade, voortvloeiend uit of in verband met het gebruik of betreden van deze website.