Het doel van de website is kennis in gratis informatie en gratis informatie in kennis om te zetten.

CENSUUR IN NEDERLAND ©

Stockholmsyndroom: Spoed! HULPVERLENINGSPLAN ZORGVERLENER dat niet deugt!

Bezwaarschrift 641 tegen HULPVERLENINGSPLAN ZORGVERLENER

Beroepschrift 499 bij kinder(bestuurs)rechter tegen HULPVERLENINGSPLAN ZORGVERLENER

 

 

 

Vlak voor het psychologisch onderzoek van de minderjarige A. (dochter van Nienhuis/Leenders) werd dit meisje door de Stichting Lindenhout opgesloten in een tweede kindertehuis in een kamertje (CEL 12) van een paar vierkante meter zonder raam

De ouders vinden het weerzinwekkend dat hun dochter met als opdrachtgever Stichting Lindenhout=zorgverlener zit opgesloten in een kamertje van enkele vierkante meters zonder raam.

Stichting Lindenhout, Heijenoordseweg 1, 6813 GG Arnhem  

Dieren, 12 september 2007.  

Geachte heer/mevrouw,  

Betreft: Reactie concept rapport A. Nienhuis 28 augustus 2007.  

Ondergetekenden verzoeken onder mening ouders de volgende passage op te nemen:  

1. De ouders zijn het niet eens met het concept rapport omdat:

De uithuisplaatsing van A. is gebaseerd op bedrog van SBJG.

Het begintraject deugt niet.  

2. Een besluit van SBJG inzake omgang wordt niet in de praktijk conform uitgevoerd. De omgangsregeling is gehalveerd. Zie verzoekschrift aan de KIR d.d. 120907.

Zie bezwaarschrift 120907 aan de bezwaarcommissie van SBJG.  

3. De ouders vinden het weerzinwekkend dat hun dochter met als opdrachtgever Stichting Lindenhout=zorgverlener zit opgesloten in een kamertje van enkele vierkante meters zonder raam.  

4.0. De Stichting Lindenhout en de Stichting Bureaus Jeugdzorg Gelderland ten onrechte

4.1. niet benutten wat goed gaat.

4.2  niet uitbreiden wat goed gaat

4.3  geen antwoorden wil geven op vragen van de ouders, zie 79 verzoeken aan Stichting Lindenhout en de Stichting Bureaus Jeugdzorg Gelderland.  

5. Verwacht uitspraak hoger beroep OTS en UHP op 25 september 2007.  

6. Het is in het belang van de minderjarige dat zij onverwijld naar huis terug keert omdat de Stichting Lindehout in strijd handelt met de “kernboodschap”.  

7. Het conceptrapport januari 2007 – juni 2007 is op 12 september 2007 nog steeds niet omgezet in een definitief rapport en deze werkwijze van Stichting Lindenhout lijkt helemaal nergens op en is in strijd met de wet op de jeugdzorg.  

8. Het laatste indicatiebesluit is gedateerd van 11 april 2007 en is slechts drie maanden geldig. 11 april 2007 plus 3 maanden is 11 juli 2007. Er is dus vanaf 12 juli 2007 geen geldig indicatiebesluit en/of er is in het geheim een indicatiebesluit genomen welk indicatiebesluit voor de ouders verborgen wordt gehouden.  

Hoogachtend,  

J. LEENDERS, de moeder belast met het gezag

R.J.C. NIENHUIS, de vader belast met het gezag

wonende  Spoorstraat 31, 6953 BW Dieren, gemeente Rheden  

Productie 2 verzoekschrift aan KIR 120907

 

 

 

Gecoördineerde bemoeizorg

Patiënten verlinken aan hulpverleners Allerlei instanties, maar ook buren, familie of vrienden kunnen patiënten aanmelden voor het zogenoemde Schakelnet

door Tjerk de Vries, Telegraaf 15 oktober 2005

AMSTERDAM, zaterdag. Mensen met problemen, zoals psychiatrische patiënten en sociaal zwakkeren, in de Amsterdamse regio worden sinds kort geregistreerd in een computerprogramma. Allerlei instanties, maar ook buren, familie of vrienden kunnen patiënten aanmelden voor het zogenoemde Schakelnet. Verpleegkundig personeel van Vangnet en Advies (een afdeling van het GGD) onderzoeken alle personen die worden aangemeld. Als er inderdaad hulp nodig is, wordt gezocht naar de juiste middelen en instanties om de patiënt die te geven. Toestemming. Officiële melders zijn onder meer wijkteams en buurtregisseurs van de politie, Thuiszorg, daklozenzorg, reclassering en woningbouwverenigingen. Maar ook kennissen of familieleden kunnen dus bij Schakelnet aan de bel trekken. Daarnaast kunnen personen zichzelf aanmelden als zij in aanmerking willen komen voor hulp. Om de privacy te waarborgen en misbruik te voorkomen, dient een persoon die is aangemeld altijd zelf toestemming te geven voor de aangeboden hulp. Het dossier dat over hem of haar wordt opgemaakt is altijd strikt geheim. Na maximaal drie jaar verdwijnt het dossier automatisch uit het systeem van Schakelnet. De cliënten hebben het recht dossiers tussentijds in te trekken. Met Schakelnet, dat wordt gezien als een ’gecoördineerde bemoeizorg ten aanzien van hulpbehoevenden’, is het de bedoeling dat honderden mensen die nu nog hulpeloos door de stad dolen, de juiste hulp aangeboden krijgen.

 

 

 

 

Aan de colleges van Burgemeester en Wethouders van alle Nederlandse gemeenten

c.c. naar de Besturen van de GGD'en de Besturen van de zorgorganisaties

 

Aan de colleges van Burgemeester en Wethouders

van alle Nederlandse gemeenten

c.c. naar de Besturen van de GGD'en

de Besturen van de zorgorganisaties

Ons kenmerk

Inlichtingen bij

Doorkiesnummer

Den Haag

PG/OGZ 2.829.135

Onderwerp

Bijlage(n)

Uw brief

Nieuwe aanpak EKD JGZ

Hierbij informeer ik u in afstemming met ActiZ, GGD Nederland en VNG over de ontwikkelingen en de laatste stand van zaken over de invoering van digitale dossiers in de jeugdgezondheidszorg (JGZ). De nieuwe aanpak is gebaseerd op het uitgangspunt dat de instellingen digitale JGZ dossiers gaan invoeren, die via een te bouwen uitwisselingsmedium met elkaar moeten kunnen communiceren. De Tweede Kamer heeft ingestemd met deze aanpak. Achtereenvolgens ga ik in op de herziene aanpak en uw rol daarin, het uitwisselingsmedium en de vereisten die in dit verband van belang zijn voor de dossierpakketten, de planning en de financiering.

Doel

Het EKD JGZ heeft tot doel de papieren dossiers van de JGZ te digitaliseren. Deze digitalisering moet er toe leiden dat overdracht van gegevens beter kan plaatsvinden, risico’s eerder te signaleren zijn en kinderen beter gevolgd kunnen worden. Daarnaast moet de digitalisering het mogelijk maken dat door aggregatie van gegevens op lokaal en landelijk niveau inzicht verkregen wordt in trends in de ontwikkeling van de jeugd.

Achtergrond

Begin 2006 is besloten om over te gaan tot het ontwikkelen van één landelijk systeem voor het EKD JGZ. De Stichting EKD.NL heeft gewerkt aan het voorbereiden en uitvoeren van de Europese aanbestedingsprocedure voor het EKD-systeem. Daarnaast is onder andere gewerkt aan een prototype van het EKD JGZ, aan implementatierichtlijnen en is ondersteuning geboden aan de uitvoerende instellingen bij de voorbereidingen van de implementatie van het landelijk EKD. JGZ-instellingen zijn veelal in overleg met gemeenten, gestart met de voorbereidingen op de komst van het EKD JGZ.

Op 21 september 2007 heeft de rechter geoordeeld dat de aanbestedingsprocedure voor het EKD JGZ zoals uitgevoerd door de Stichting EKD.NL niet voortgezet mocht worden.

Postbus 16166 2500 BD DEN HAAG Bezoekadres: Parnassusplein 5 Correspondentie uitsluitend richten aan het postadres Internetadres: www.jeugdengezin.nl Telefoon (070) 340 50 30 Fax (070) 340 78 34 2511 VX DEN HAAG met vermelding van de datum en het kenmerk van deze brief. Blad 2 Kenmerk

 

PG/OGZ 2.829.135

 

Daarmee was een moment van herbezinning aangebroken op het tot stand komen van het EKD JGZ. Uit overleg met de betrokken partijen bleek dat de wens aanwezig was om zo snel mogelijk verder te gaan met de digitalisering van de JGZ-instellingen

Nieuwe aanpak

Na overleg tussen het Programmaministerie voor Jeugd en Gezin, VNG, GGD Nederland en ActiZ is gezien deze ontwikkelingen besloten om een gefaseerde aanpak te kiezen. Daarbij onderscheiden we drie fasen:

  1. 1. digitalisering van de JGZ;
  2. 2. uitwisseling van informatie binnen de JGZ en analyse van gegevens via de landelijke ‘kop’;
  3. 3. haalbaarheidsstudie ketenbrede informatie-uitwisseling binnen de jeugdsector.

1. Digitalisering JGZ

De eerste stap is de digitalisering van de dossiers van de JGZ. Om zo snel mogelijk te komen tot digitalisering van de JGZ is besloten dat gemeenten/JGZ-instellingen zelf moeten overgaan tot de aanschaf van (bestaande) digitale JGZ pakketten. Op dit moment worden meerdere pakketten door leveranciers op de markt aangeboden. Hiermee ontstaat voor regio’s de vrijheid om zelf keuzes te maken voor een leverancier en de inrichting van het systeem. Wel zullen deze systemen moeten voldoen aan landelijk vast te stellen gemeenschappelijke eisen voor standaarden en koppelingen om landelijke uitwisseling van gegevens mogelijk te maken (zie onder Landelijke kop en standaarden).

2. Landelijke kop

De tweede, parallel te nemen stap is het maken van een landelijk medium om uitwisseling van informatie binnen de JGZ en beleidsanalyse van geanonimiseerde gegevens mogelijk te maken, de zogenaamde "kop". De landelijke kop zal gericht zijn op het mogelijk maken van de overdacht van dossiers en andere informatieberichten en moet zorgen dat geen kind buiten beeld raakt. De kop zal moeten zorgen voor een veilige en betrouwbare technische infrastructuur om gegevens uit te kunnen wisselen. De kop zal vanuit zijn aard bepaalde eisen stellen aan de digitale JGZ pakketten. Door middel van verplichte standaarden voor de uitwisseling moet worden bereikt dat bij verhuizing of bij het bereiken van de leeftijd van vier jaar dossiers kunnen worden overgedragen. In de eerste helft van 2008 zal dit verder worden uitgewerkt en wordt onderzocht wat de landelijke kop precies moet kunnen en hoe deze ontwikkeld zal worden.

3. Haalbaarheidsstudie ketenbrede informatie-uitwisseling

De derde stap, de haalbaarheidsstudie naar ketenbrede informatie-uitwisseling binnen de jeugdsector, wordt ook in de eerste helft van 2008 uitgevoerd. Omdat deze breder is dan de JGZ en op dit moment geen consequenties heeft voor de gemeenten/JGZ-instellingen wordt deze nu buiten beschouwing gelaten.

Opheffing Stichting EKD.NL

Gelet op de nieuwe aanpak hebben de partijen die de Stichting EKD hadden opgericht geconcludeerd dat bij de aanpak een nieuwe ondersteuningsstrategie past. Daar de Stichting zo verbonden is met één landelijk EKD is geconcludeerd dat er voor de Stichting geen rol meer is weggelegd.

Blad 3 Kenmerk

 

PG/OGZ 2.829.135

 

Verantwoordelijkheden bij nieuwe aanpak

In de geschetste aanpak zijn de verantwoordelijkheden als volgt.

* Gemeenten

In het Bestuursakkoord "Samen aan de slag", dat is afgesloten tussen Rijk en gemeenten is afgesproken dat het EKD met ingang van 1-1-2008 een landelijke dekking kent. Gezien de gewijzigde aanpak is dit uitgesteld tot 1-1-2009. Gemeenten zijn bestuurlijk verantwoordelijk om te zorgen voor de invoering van een digitaal JGZ pakket bij de JGZ-instellingen (GGD’en en (thuis)zorginstellingen). Het is de verantwoordelijkheid van de lokale/regionale partijen om onder regie van de gemeenten tot een plan te komen gericht op het werken met een digitaal JGZ dossier. Daarbij zijn van belang zaken als de modernisering van de automatisering, training van de medewerkers, de aanschaf van een pakket dat voldoet aan in elk geval de landelijk gestelde eisen om uitwisseling mogelijk te maken. Hierbij roep ik u op om deze taak voortvarend op te pakken om te bereiken dat per 1-1-2009 de JGZ gedigitaliseerd is. Ik ben voornemens het gebruik van een digitaal dossier in de JGZ wettelijk verplicht te stellen per 1-1-2009 in het kader van de wet PG die de WCPV gaat vervangen.

* Rijk

Vanuit het Programmaministerie voor Jeugd en Gezin zal in overleg met de partijen worden zorggedragen voor de ontwikkeling van de landelijke kop. Ook worden landelijke eisen gesteld aan de gemeenschappelijke standaarden en koppelingen om overdracht van gegevens mogelijk te maken. Deze eisen zullen wettelijk worden vastgelegd.

Het RIVM Centrum Jeugdgezondheid beheert de door het JGZ-veld vastgestelde Basisdataset. Ook zal dit Centrum een informatiebank ontwikkelen en beheren waarin geanonimiseerde gegevens uit de lokale dossiers worden verzameld. Hiermee wordt lokaal en landelijk onderzoek naar trends in de ontwikkeling van de jeugd mogelijk.

* JGZ-veld

Het JGZ-veld vertegenwoordigd door GGD Nederland, ActiZ en de VNG heeft zelf de verantwoordelijkheid om, vertrekkend vanuit de basis van het landelijk basistakenpakket JGZ, te bepalen welke inhoudelijke gegevens men wil vastleggen in de digitale JGZ dossiers. Het is hiervoor van belang dat de sector de Basisdataset vaststelt waaraan de lokale systemen moeten voldoen zodat gemeenten/instellingen weten welke afspraken ze hierover met leveranciers moeten maken.

Gezamenlijke aansturing

Voor de implementatie van de nieuwe aanpak is gekozen voor een projectstructuur met een stuurgroep en een ondersteuningstraject.

Stuurgroep

Op 20 december 2007 is een stuurgroep geïnstalleerd die tot taak heeft om het traject van digitalisering van de JGZ-instellingen te begeleiden. De stuurgroep bestaat uit gemandateerde vertegenwoordigers van de VNG, ActiZ en GGD Nederland, onder voorzitterschap van het programmaministerie voor Jeugd en Gezin.

Blad 4 Kenmerk

 

PG/OGZ 2.829.135

 

Ook begeleidt de stuurgroep het vormgeven van de landelijke kop voor uitwisseling van informatie binnen de JGZ en het mogelijk maken van landelijke analyse van gegevens. Voor beide trajecten ligt de regie bij het programmaministerie.

Ondersteuningstraject VNG

De VNG zal gemeenten en instellingen in de regio’s gaan ondersteunen bij het bestuurlijk traject van de invoering van digitale dossiers in de JGZ. Het programmaministerie zal hiervoor middelen beschikbaar stellen aan de VNG.

De invoering vindt plaats onder bestuurlijke regie van de gemeenten. De GGD’en en (thuis)zorginstellingen dienen te komen tot een plan van aanpak inclusief begroting en een keuze te maken uit de beschikbare pakketten. De begroting wordt voorgelegd ter financiering aan gemeenten. Gemeenten zullen in hun regierol vanuit het ondersteuningstraject VNG worden gefaciliteerd door actieve procesbegeleiding. De aanpak zal regionaal georiënteerd zijn gegeven de werkgebieden van de GGD’en de (thuis)zorginstellingen. Hierbij zal zoveel mogelijk aangesloten worden op bestaande regionale verbanden en samenwerkingsafspraken. De aandacht zal vooral gericht zijn op de regio’s die niet al eerder een digitaal dossier hebben ingevoerd.

Hiernaast zullen aan het veld concrete handreikingen worden gedaan waaronder een raamwerk om pakketten te vergelijken, een handreiking aanbesteding, ondersteuning bij contracteren, een integrale kostenbegroting en een modelbesluit voor de gemeenteraden.

Vanuit het ondersteuningstraject zal door middel van een website, een digitale nieuwsbrief en bijeenkomsten worden gecommuniceerd en overlegd met gemeenten en instellingen. De VNG is bezig met de voorbereidingen om de ondersteuning op te pakken en zal in maart 2008 een herstartconferentie organiseren. U ontvangt daarvoor een uitnodiging van de VNG.

Financiering

In de digitalisering van de dossiers JGZ hebben zowel het Rijk als de gemeenten een verantwoordelijkheid. Wij doen een beroep op gemeenten hiervoor zo nodig een eigen investering te doen om het doel om alle kinderen in beeld te hebben te behalen.

Het Rijk levert zijn aandeel in de financiering van de aanpak.

  1. • Het zal de kosten op zich nemen voor de ontwikkeling van een medium om uitwisseling tussen instellingen mogelijk te maken.
  2. • Bij brief van 30 maart 2007 heeft het Programmaministerie voor Jeugd en Gezin als eenmalige tegemoetkoming in de invoeringskosten een bedrag van in totaal € 6,5 miljoen beschikbaar gesteld aan de gemeenten.
  3. • In het kader van het bestuursakkoord met de VNG "Samen aan de slag" heeft het Kabinet voorts toegezegd oplopend tot 2011 in totaal € 20 miljoen structureel voor het digitaal JGZ dossier en de Verwijsindex beschikbaar te stellen via het Gemeentefonds. De omvang van de jaarschijven bedraagt oplopend vanaf 2008: € 5 miljoen, € 10 miljoen, € 15 miljoen en € 20 miljoen (structureel).
  4. • Wij wijzen u tot slot erop dat een aantal uitkeringen en een extra bedrag oplopend tot € 100 miljoen in 2011 uit de enveloppe Jeugd en Gezin met ingang van 2008 in

Blad 5 Kenmerk

 

PG/OGZ 2.829.135

 

  1. de gebundelde vorm van de Brede Doeluitkering Centra Jeugd en Gezin (BDU CJG) aan de gemeenten beschikbaar is gesteld. De BDU CJG kent een meerjarige toekenning en door de bundeling is het mogelijk tussen budgetten te schuiven en de middelen in te zetten binnen de brede doelstelling van Jeugd en Gezin.

Landelijke kop en standaarden

Hoewel de exacte vormgeving van de landelijke kop nog bepaald wordt, heb ik reeds laten uitzoeken welke eisen voor de overdracht van informatie op dit moment aan te geven zijn of wat nodig is om te zorgen dat hierover duidelijkheid komt.

* Basisdataset

ActiZ, GGD Nederland en VNG hebben besloten dat de Basisdataset versie 2.0 de basis is voor de gegevensuitwisseling. Updates hierop zullen plaatsvinden op basis van voortschrijdend inzicht in de inhoud van de Basisdataset.

* Registerfunctie

Om te zorgen dat geen kind buiten beeld raakt moet de kop een register bevatten waarin te zien is welk kind waar in zorg is. Hierin worden kinderen en JGZ-instellingen aan elkaar gekoppeld, is het mogelijk op te zoeken waar een kind in zorg is en wordt een kind aan- en afgemeld bij het register. De basis hiervoor zal gevormd worden door de GBA-gegevens, in het bijzonder het Burgerservicenummer (BSN) van het kind.

Om dit mogelijk te maken is het nodig dat de JGZ-instellingen GBA-gegevens waaronder het Burgerservicenummer (BSN) kunnen ontvangen. GGD’en ontvangen deze gegevens via de GBA-aansluiting. De zorginstellingen kunnen deze gegevens ontvangen via de GGD’en. Zorginstellingen die daartoe nog niet in staat zijn dienen zich hiervoor aan te melden bij T&T. Voor verdere informatie hierover kunt u zich wenden tot ActiZ. De GGD’en hebben al een autorisatie voor ontvangst van GBA-gegevens 0-19 jaar van het agentschap BPR. Voor de binnengemeentelijke GGD’en is dit nog een aandachtspunt.

* Uitwisseling met partijen buiten de JGZ

Digitale JGZ dossiers moeten in de toekomst informatie uit kunnen wisselen met de entadministraties, de verloskundigen, de informatiebank en de Verwijsindex risicojongeren. Ze moeten berichten kunnen verzenden/ontvangen om deze uitwisseling mogelijk te maken.

* Aansluiting op LSP en EPD

Om uitwisseling van gegevens met de zorgsector mogelijk te maken zal het digitale JGZ dossier in de toekomst gekoppeld worden aan het landelijk schakelpunt (LSP), waar ook het Elektronisch Patiëntendossier (EPD) gebruik van maakt. Dit betekent dat aansluiting bij de AORTA-basisinfrastructuur nodig is. Eisen die voor aansluiting gesteld zullen worden aan de pakketten zijn:

  1. - Voldoen aan de eisen van een Goed Beheerd Zorgsysteem
  2. - HL7-berichten kunnen ontvangen en versturen

Blad 6 Kenmerk

 

PG/OGZ 2.829.135

 

Vereisten gesteld aan digitale JGZ pakketten

Op basis van het bovenstaande is nu aan te geven dat de pakketten in elk geval aan de volgende eisen moeten voldoen:

  1. - De pakketten moeten dossiers tussen instellingen kunnen uitwisselen. De pakketten moeten de informatie uit de Basisdataset bevatten. Uitgangspunt hiervoor is Basisdataset versie 2.0 (inclusief de technische specificaties). Deze is al beschikbaar en te vinden op www.rivm.nl/jeugdgezondheid. Een standaard uitwisselbericht op basis van de Basisdataset versie 2.0 komt beschikbaar.
  2. - De lokale systemen moet GBA-gegevens inclusief het BSN kunnen ontvangen. Ook hiervoor is een standaardbericht met technische specificaties beschikbaar.
  3. - Op termijn moet uitwisseling met de zorg mogelijk zijn. Bij koppeling aan het LSP zullen HL7-berichten uitgewisseld moeten worden en moet voldaan worden aan de eisen van een Goed Beheerd Zorgsysteem (NEN). Deze eisen zijn te vinden op www.nictiz.nl.
  4. - Tot slot moet uitwisseling van berichten met entadministraties, verloskundigen, informatiebank en Verwijsindex Risicojongeren op termijn mogelijk worden. Standaardberichten voor informatieoverdracht met verloskundigen en entadministraties zijn reeds beschikbaar. Gekeken wordt of een nieuwe versie nodig is voor implementatie.

Planning

Maart 2008:

- herstart conferentie VNG ondersteuningstraject en handreikingen

  1. - duidelijkheid of de standaard uitwisselberichten verloskundigen en entadministraties nog aanpassing behoeven.

Juni 2008:

  1. - besluitvorming over inhoud, vorm en planning van de landelijke kop

December 2008:

  1. - vormgeving informatiebank en standaardberichten voor informatielevering aan de informatiebank bekend

Januari 2009:

  1. - landelijke dekking invoeren digitale pakketten

Afsluitend

Digitalisering van de JGZ is hard nodig om het kind (en zijn ouders/verzorgers) beter te helpen. Het is essentieel voor het welslagen van de ambities op het gebied van het jeugdbeleid en de goede werking van de CJG’s. Ik vraag daarom uw medewerking om de nieuwe aanpak tot een succes te maken. In deze brief heb ik aangegeven aan welke vereisten de digitale pakketten moeten voldoen in verband met uitwisseling en het tijdspad om te komen tot helderheid over eventueel bijkomende vereisten. Wij vragen u hiermee rekening te houden bij uw pakketkeuze en contractering.

Blad 7 Kenmerk

 

PG/OGZ 2.829.135

 

Tevens kunt u hiervoor van de VNG een handreiking tegemoet zien. Waar mogelijk en noodzakelijk zal zorggedragen worden voor ondersteuning bij uw invoeringproces via de ondersteuningsstructuur en u op de hoogte houden van de ontwikkeling van de landelijke kop.

De Minister voor Jeugd en Gezin,

namens deze,

de Directeur-Generaal voor Jeugd en Maatschappelijke Zorg,

drs. M.P. van Gastel

 

 

 

Welke beroepsgroepen houden het gewone volk steeds beter in de gaten voor de stichtingen die in elke provincie een "bureau jeugdzorg" in stand houden om geheime gegevens over burgers in geheime dossiers op te kunnen slaan?

 

Big brother is watching you. Project Total Information Awareness (TIA), Amerikaanse overheid wil alle databases van burgers aan elkaar koppelen. Op instigatie van het Pentagon zou namelijk een uitgebreid data-miningproject worden gestart, dat gegevens van Amerikaanse burgers zou moeten verzamelen. Het vergaren van de gegevens valt onder een project dat de naam Total Information Awareness (TIA) draagt. In het kader van TIA willen de Amerikanen alle databases die ze tot hun beschikking hebben, aan elkaar verbinden. Het gaat dan om medische gegevens, transacties met creditcards en dergelijke. Volgens de overheid zal er heel zorgvuldig worden gewerkt. De privacy van de burgers zal geen moment in gevaar komen, zo verzekert de regering op de eigen TIA-website. Senator Grassley van Iowa heeft ernstige bezwaren tegen een nieuw plan van de Amerikaanse overheid. Volgens Grassley schiet dit plan zijn doel mijlenver voorbij. Grassley zegt over andere informatie te beschikken, bijvoorbeeld het feit dat de FBI al bijna toe is aan een proef met de nieuwe data-miningtechnieken.

Engeland. De ontwikkeling van alle 12 miljoen kinderen in Engeland en Wales wordt gevolgd via een database. Dokters, leraren en de politie dienen het computersysteem in te schakelen als ze argwaan hebben over de ontwikkeling van een kind. Het systeem gaat zo ver dat zelfs vermeld dient te worden of de kinderen wel de voorgeschreven vijf porties fruit per dag krijgen, zo meldt de krant the Daily Telegraph. In een redactioneel commentaar schrijft de krant dat de Britse staat het opvoeden wil overnemen van de ouders. Het is een wel vaker gehoorde klacht waarbij de tegenstanders van dergelijke ontwikkelingen spreken van the Nanny State, de kinderjuffrouwstaat. Geen land gaat zo ver als Groot-Brittannië als het om maatregelen gaat die ouders moeten aanzetten goed voor hun kinderen te zorgen. Befaamd zijn de mogelijkheden om bij asociaal gedrag van ouders en/of kinderen maatregelen te treffen. Dat kan zo ver gaan dat gezinnen die overlast veroorzaken uit hun (huur)huis worden gezet. Het nieuwe plan is er vooral op gericht om misstanden, zoals kindermishandeling, eerder te onderkennen. Zijn er twee waarschuwingen over een kind aan de database gemeld, dan dient er een onderzoek te worden ingesteld. Daarbij wordt onder meer gekeken naar de mentale gesteldheid van de ouders.

Nederland. De overheid is druk bezig om een "elektronisch kind dossier" in te voeren waar alle gegevens over kinderen worden ingevoerd. Denkt u dat burgers afschrift gaan krijgen van zo'n "elektronisch kind dossier"? Ik denk van niet want burgers worden door de overheid onder Balkenende c.s. sowieso besodemieterd met alle fraaie praatjes over de invoering van een burgerservicenummer. Het heet natuurlijk wel een burgerservicenummer maar het is natuurlijk de bedoeling om zo'n burgerservicenummer in te voeren om kinderen te koppelen aan een "elektronisch kind dossier" en de service voor de burger bestaat uit geen afschrift van de gegevens die over uw kinderen in zo'n elektronisch dossier worden opgeslagen.

Overzicht beroepsgroepen:
Algemeen maatschappelijk werk
Gemeente, leerplichtambtenaar
Huisartsen
Jeugdgezondheidszorg, consultatiebureau, GGD
Peuterspeelzalen
Politie, Openbaar Ministerie, Reclassering
Kinderopvang (1)
Scholen
Woningbouwvereniging

Het grootste gevaar! De elite die verborgen zit achter de overheid wil het gewone volk op alle mogelijke manieren steeds beter in de gaten kunnen houden door alle databases van burgers aan elkaar koppelen en gegevens over burgers in allerlei dossiers over burgers opslaan zonder dat die burgers afschrift kunnen krijgen van alle stukken uit alle dossiers kennelijk met de opzet om onjuiste en valse gegevens over burgers op te slaan om steeds meer hulpverlening te kunnen verkopen en op die manier de elite steeds verder te verrijken.

 

 

 

Verloskundigen, kraamhulpen en consultatiebureaus gaan burgers vanaf de geboorte voor de overheid in de gaten houden!

Nederland. Verloskundigen, kraamhulpen en consultatiebureaus gaan burgers vanaf de geboorte voor de overheid in de gaten houden. Staatssecretaris Ross van Volksgezondheid wil een landelijk systeem invoeren om babies bij de opvoeding in de gaten te kunnen houden. Als verloskundigen, kraamhulpen of consultatiebureaus "problemen" tegenkomen dan moeten zij die "problemen" laten opnemen in een CENTRAAL REGISTER bij de gemeente. In dat CENTRAAL REGISTER kunnen allerlei "hulpverleners", medici en de politie inzage krijgen. Met dit CENTRAAL REGISTER hoopt deze staatssecretaris "opvoedkundige problemen" de overheid niet welgevallig zo snel mogelijk te corrigeren. Ook wil deze staatssecretaris dat consultatiebureaus kinderen vanaf de geboorte gaan "OBSERVEREN" zodat "SOCIALE PROBLEMEN" sneller aan het licht komen. Ross maakte haar plannen bekend op de conferentie Operatie Jong met betrekking tot jeugdzorg. Ook wil zij dat via huisbezoeken burgers beter in de gaten gehouden kunnen worden. Het consultatiebureau gaat dus fungeren als waakhond voor de overheid om haar burgers beter in de gaten te kunnen houden. De Staatssecretaris heeft nog geen normen en gevaren geformuleerd welke voor problemen of welke sociale problemen opgenomen worden in een CENTRAAL REGISTER.

Het gevaar! Let op alleenstaande moeders die een "antidepressiva" medicijn slikken omdat ze het vanwege "sociale omstandigheden" het even niet aankunnen en eerlijk zijn over een hulpvraag. Een verkeerd woord bij consultatiebureau/GGD en een melding gaat naar Bureau Jeugdzorg waarbij moeder "wordt opgeroepen", de voorbereidingen al getroffen zijn om de kinderen gelijk bij moeder weg te halen. Het volgende gesprek kan gebruikt worden om gelijk de kinderen weg te halen terwijl naar het direct verbeteren van de "sociale omstandigheden" bijvoorbeeld fatsoenlijke kindvriendelijke woonruimte voor moeder en kinderen als goedkope oplossing niet gekeken wordt om steeds meer gesubsidieerde hulpverlening in de jeugdzorg op kosten van de belastingbetalers te kunnen verkopen. Trefwoorden voor UHP: antidepressiva/alleenstaande moeder/kind onvriendelijke woonruimte/woonomgeving/een verkeerd woord. Advies Hop voor moeder om UHP te voorkomen. Zorg voor kindvriendelijke woonruimte ook in de moeilijkste omstandigheden, dan ontbreekt een belangrijk argument voor de jeugdzorg om uw kind(eren) direct bij u weg te halen.

Nederland. Peuterspeelzalen worden niet meer gezien als een plaats waar 2- en 3-jarigen met elkaar kunnen spelen en elkaar kunnen ontmoeten maar een plaats waar onder "deskundige leiding" ook aandacht wordt geschonken aan ontwikkeling, signalering van achterstanden, het ondersteunen van ouders en een doorgaande ontwikkeling naar het basisonderwijs. Voor de uitvoering van dit nieuwe beleid wordt een subsidie gegeven van Euro 160,-- per kind. Bron: Besluitenlijst Gemeente Ermelo raadsvergadering 29 juni 2005.

Nederland. Kinderdagverblijven gebruiken logeerbeesten met een plakboek om op een slinkse manier informatie over de dagindeling van uw kind te verzamelen via logeerbeesten van kinderdagverblijf en school. "Gistermiddag verraste het kinderdagverblijf van onze dochter ons met de komst van een logeerleeuw. Onze dochter was er helemaal verguld mee, maar ik was minder blij. De logeerleeuw – een knuffelbeest – wordt namelijk vergezeld door een plakboek, waarin de avonturen van de logeerpartij moeten worden opgeschreven. Het is dan kennelijk de bedoeling om te laten blijken hoe leuk en gezellig het er aan toe gaat in ons gezinnetje. De andere ouders (lees: moeders) hebben in ieder geval erg hun best gedaan. Ik ben eigenlijk helemaal niet gediend van dit soort toestanden, omdat ik me erdoor gechanteerd voel. Om er vanaf te zijn wilde ik een paar foto’s inplakken want dat vult lekker op, maar het zit me allemaal niet lekker. Wat moet ik er mee aan?" Advies Hop als uw kind dit allemaal leuk vind koop dan een knuffelbeest in de winkel voor uw kind met een plakboek erbij en laat dat lekker bij u thuis staan. De spulletjes van het kinderdagverblijf gaan gewoon retour onder verwijzing naar deze website en met het verzoek om afschrift van alle gegevens die het kinderdagverblijf inmiddels over uw kind heeft opgeslagen.

 

 

Op welke manier wordt in Nederland door Verloskundigen, kraamhulpen en consultatiebureaus vergeleken of aan de norm wordt voldaan? En hoe is deze vergelijkingsmethode tot stand gekomen? 

Gedrag

 

De vraag wat gedrag is en zeker wat we onder normaal gedrag verstaan, is niet zo makkelijk te beantwoorden. De meest gangbare theorie vertelt ons dat gedrag voor een deel is aangeboren (door de genen die je kind heeft geërfd) en deels door de omgeving is ontstaan (de opvoeding en sociale relaties). Dat gedrag voor een deel is aangeboren, kun je zien aan het feit dat er in een gezin met meerdere kinderen (dus wanneer de omgeving voor alle kinderen hetzelfde is) er toch vaak verschillend gedrag te zien is tussen deze kinderen.

 

Toch is er wel sprake van kenmerkend gedrag, behorende bij de verschillende leeftijdsfasen van je kind. Gedrag hangt namelijk nauw samen met de ontwikkelingsfasen. Je kunt dus ook eens kijken bij ontwikkeling om bepaald gedrag van je kind te kunnen verklaren. Hieronder worden de kenmerkende gedragingen van je kind die horen bij een bepaalde leeftijd beschreven.

 

 

 

Gedrag 0 tot 1 jaar

 

Pasgeborene tot 6 maanden

In de eerste weken doet je baby niet veel meer dan slapen, eten en kijken. De meeste tijd wordt besteed aan slapen, ook de wakkere baby's. In de eerste weken zul je je baby nog moeten leren kennen. Wat is normaal gedrag voor mijn baby? Je leert zijn behoeften en pleziertjes in te schatten en zijn huiltjes te herkennen. De behoeftes van je baby komen neer op vijf basisbehoeften: warmte, liefde, veiligheid, voeding en verzorging. Door de verschillende huiltjes te leren interpreteren, weet je vaak waar je baby behoefte aan heeft. Zo kun jij hem helpen zijn behoeftes te bevredigen. Op deze manier ontstaat de basishechting tussen moeder en kind.

 

Wees niet bang dat je je baby teveel verwent. Tot een maand of acht is dat namelijk nog niet mogelijk. Wees ook niet bang dat je baby wel erg veel huilt. Alle baby's huilen. Het is de enige mogelijkheid om te communiceren voor je kleintje. Rond de zesde week kun je een piek verwachten in de frequentie van het huilen. Daarna wordt het meestal minder. Meestal krijgt je baby dan een huiluurtje ergens rond de avonduren. Deze verschuiving van het huilgedrag weerspiegelt de veranderingen die plaats vinden in het lijfje van je baby.

 

De problemen die je tegen kunt komen in de eerste weken (nadat de kraamhulp en alle visite is verdwenen), is het bepalen van je eigen grens in het geven van zorg. De baby kan je in het begin helemaal opslokken. Een veelgehoorde klacht is bijvoorbeeld dat de moeder zich zelfs geen tijd gunt om zelf te douchen. Leer hier mee om te gaan, door de tijd voor jezelf te nemen. Je baby kan best even tien minuten in zijn bedje blijven liggen, terwijl jij een douche neemt. Op deze manier kom je deze drukke tijd ook veel beter door.

 

Huilbaby's

Je baby is geboren en blijft maar huilen. Hij houdt niet op. Dat kan een fikse tegenvaller zijn en de roze wolk blijkt dan niet zo roze te zijn. Negatieve gevoelens en gedachten, zoals bijvoorbeeld het idee te falen als ouder, gevoelens van onmacht en wanhoop zijn in zo'n geval heel begrijpelijk. Is er sprake van excessief huilen bij je baby, dan huilt hij langer dan drie uur per dag, gedurende drie of meer dagen per week, gedurende minimaal drie weken. Of: je baby huilt zoveel dat jij en/of je partner er gebukt onder gaan.

 

De oorzaken van het huilen zijn niet eenduidig. Er kan sprake zijn van lichamelijke klachten, zoals koemelkallergie, refluxproblemen of darmkrampjes. Er kan ook een andere, niet-lichamelijke oorzaak zijn. Vaak is helemaal niet duidelijk wat de oorzaak is, maar het probleem des te belastender. Zoek in een dergelijke situatie zo snel mogelijk steun bij de wijkverpleegkundige van het Consultatiebureau. Raadpleeg de consultatiebureau-arts of je huisarts over een mogelijke oorzaak.

 

6 maanden tot 1 jaar

In het tweede half jaar van je baby verschuift het accent van de verzorging naar de opvoeding. Rond de achtste en negende maand begint het principe van oorzaak en gevolg. Je baby snapt nu dat als hij gaat huilen, dat jij dan komt aanlopen. Als je baby begint te kruipen en later te lopen, begint ook het verbieden. Je baby kan nu namelijk overal aankomen. Maak je huis daarom zo veilig en kindvriendelijk mogelijk.  Ga niet twijfelen als je baby niet luistert, sommige kinderen leren nu eenmaal makkelijker dan andere kinderen dat ze ergens niet mogen aanzitten. Voor je eigen rust is het makkelijker om spulletjes waar je kind niet mag aanzitten te verplaatsen of op te bergen.

 

Vanaf 8 à 9 maanden tot ongeveer 2,5 jaar zit je kind in een eenkennigheidfase. Je kindje heeft dan last van scheidingsangst, omdat hij niet begrijpt dat als hij jou niet meer ziet, jij er nog wel bent. Leer je kind in deze fase stapsgewijs te wennen aan jouw afwezigheid. Ga bijvoorbeeld eerst thuis geregeld naar een andere kamer en kom dan snel weer terug. Bouw de duur van de afwezigheid langzaam op. Als je eens uit wilt gaan, dan is het verstandig om je kindje achter te laten bij personen die hij kent. Vaste verzorgers en/of oppas bij afwezigheid is voor je kind het beste. Ook is het verstandig om je kinderen niet bij anderen op schoot te zetten als hij dan bang wordt. Geef je kind niet het gevoel dat hij eerst moet huilen, voordat je hem weer bij jou neemt.

 

Gedrag; 1 tot 2 jaar

 

Het gedrag van je kind wordt door een groot deel bepaald door de aanleg en het temperament. Ook wordt het gedrag beïnvloed door het gedrag van de ouders. Hij neemt een voorbeeld aan jouw gedrag. Daarnaast speelt de reactie die jij geeft op het gedrag van je kind een rol.

 

Als je kind zijn eerste verjaardag heeft gevierd, breekt vaak de tijd aan dat je het gevoel hebt dat je meer politieagent bent dan moeder. Hoe voorkom je dergelijk gedrag? Probeer zoveel mogelijk positief gedrag van je kind te belonen. Als je kind je bijvoorbeeld helpt met opruimen, zeg je hoe goed je dat vindt en geef je hem een extra knuffel. Deze reactie zal je kind aanmoedigen om dergelijk, gewenst, gedrag te herhalen. Ook zal deze reactie je kind een positieve stimulans geven aan zijn zelfwaardering.

 

Negatief gedrag daarentegen kun je het beste negeren. Maak je kind duidelijk dat het gedrag dat hij vertoont niet gewenst is, maar betrek het genoemde niet op je kind als persoon. Zeg daarom 'dat is niet lief', in plaats van 'jij bent niet lief'. Sta er niet te lang bij stil, want dan geef je te veel aandacht aan het negatieve gedrag. Negatieve aandacht is namelijk ook aandacht, waardoor weer meer ongewenst gedrag uitgelokt kan worden om aandacht te krijgen. Na een driftbui kun je wel bijvoorbeeld zeggen: 'Goh, wat was jij boos zeg'?

 

Pas op voor de valkuil dat je lichaamstaal niet in overeenstemming is met wat je zegt. Zo kan het bijvoorbeeld een heel grappig gezicht zijn als je kindje zijn gezichtje heeft onder getekend, maar als jij dan lachend zegt: 'Foei toch, dat mag toch niet'?, kan dat heel verwarrend zijn voor je kind. 

 

Verder is het van belang dat je heel duidelijk bent. Denk na over wat je echt belangrijk vindt. Stel een beperkt aantal regels en grenzen op, maar houd je daar consequent aan. Een voorbeeld van een regel is 'dankjewel' zeggen als je kind iets krijgt. Wees zo consequent mogelijk. Wees niet bang dat je te streng bent, want je kindje heeft grenzen nodig! Je helpt hem hiermee, want hierdoor voelt hij zich veilig en kan hij zich optimaal binnen die veilige ruimte ontwikkelen. Voor jou is het moeilijk, want gedurende de hele opvoeding zal je kind zich geregeld verzetten tegen de grenzen die jij aangeeft. Door goed de grens aan te geven, leert je kind hiermee om te gaan en kan hij later zelf goed grenzen trekken.

 

 

Gedrag; 2 tot 3 jaar

 

De nee-fase

Als je kind twee is geworden, breekt de peuterpuberteit aan. Je kind heeft het nee zeggen onder de knie en ziet welk effect hij daarmee kan scoren. En dan is het hek van de dam, de hele dag is het Nee! Nee! Nee! Voor jou kan dit een vermoeiende fase zijn. Toch zijn er wel trucjes om deze fase zonder kleerscheuren door te komen. Pas je taalgebruik aan om je peuter geen kans te geven om nee te zeggen. Dit doe je onder andere door in de gebiedende wijs te praten. Dus niet: 'Wil je dit even opruimen'?, maar: 'Ruim dit even op'. Ook kun je je kind twee keuzes aanbieden in plaats van de keuze aan hem over te laten. Dus niet: 'Wil je kaas op je brood'?, maar: 'Wil je worst of kaas op je brood'?

 

Stout zijn

Stout zijn hoort bij de peuterpuberteit en jij bent er voor om het gedrag van je kind in goede banen te leiden. Straf hem als het moet en beloon hem als hij lief is. Zorg er altijd voor dat de straf in verhouding is met wat hij gedaan heeft. Als je kind echt stout is of als hij een driftbui heeft, kun je hem rustig even apart zetten, bijvoorbeeld in de gang of op een stoel. Reken op een minuutje per levensjaar, dus als hij twee is, zet hem dan twee minuten apart. Als je het korter doet, is het een leuk spelletje voor je kind en als je het langer doet weet je kind niet meer waarom hij ook alweer apart werd gezet. Leg hem niet in zijn bedje, want dan kan hij de slaapplaats gaan associëren met straf en dan kan hij weer slaapproblemen krijgen. Nogmaals, laat je kind altijd merken dat hij lief is en keur alleen het gedrag af, niet je kind.

 

Bang zijn

Angsten in het tweede levensjaar kunnen veelvuldig optreden. Meestal heeft dit te maken met het niet kunnen begrijpen van iets. Je kind kan vreselijk bang zijn voor bijvoorbeeld motoren, omdat hij niet begrijpt waar dat enorme lawaai vandaan komt. Ook kan je kind, als hij bijvoorbeeld niet veel met dieren in aanraking is geweest, bang zijn voor poezen of honden. Of kan hij erg hard gaan huilen als hij is gevallen en hij bloed ziet. Blijf altijd rustig als je kind bang is en leg hem uit dat hij niet bang hoeft te zijn. Je peuter begrijpt vaak meer dan je denkt, dus leg hem de oorzaak uit.

 

Slaan, duwen, bijten en krabben

Veel peuters hebben een fase waarin ze agressief gedrag gaan vertonen. Opeens gaat hij andere kinderen of zijn ouders slaan, bijten, duwen en/of krabben en knijpen. Dit gedrag kan een groot probleem worden, want soms kan het leiden tot ruzie met andere ouders of onbegrip vanuit de omgeving. Ook jijzelf kan last hebben van gemengde gevoelens tegenover je kind als je hem zo bezig ziet. Is dat mijn kind? Heb ik hem niet goed opgevoed? Toch is er in feite niks aan de hand. Ieder gezond mens heeft in meer of mindere mate agressieve gevoelens. Misschien heb jij zelf als peuter ook wel eens je kleine babybroertje gebeten, omdat hij wel heel veel aandacht kreeg van je moeder.

 

Het agressieve gedrag van je peuter kan verschillende oorzaken hebben. Hij kan bijvoorbeeld bezig zijn met een te ruw spelletje met een buurjongetje. Ook kan hij willen laten zien wie de baas is. Hij kan iets willen hebben wat een ander kindje heeft of het verdedigen van een gewild speelgoedje dat hij net in zijn handen heeft en een ander kindje net wil afpakken. Er kan sprake zijn van jaloezie, frustratie, wraakzucht of gewoon simpelweg de aandacht willen trekken.

 

Vaak komt dan het agressieve gedrag voort uit het feit dat een peuter simpelweg geen andere manier weet om zich te uiten. Als volwassene heb je nu eenmaal legio communicatiemiddelen tot je beschikking om iets duidelijk te maken. Je kunt de wijste zijn, weglopen, de deur dichtslaan, rustig vragen, iets uitpraten, etc. Daarnaast weten wij dat we ons behoren te beheersen. Een peuter is nog ongeremd in zijn gedrag en ziet geen andere oplossingen. Hij kan zich niet uiten. Daarom is zijn gedrag zeer begrijpelijk, maar natuurlijk niet goed te keuren.

 

In dergelijke situaties is het belangrijk dat je de gevoelens van je kind onderkent. Natuurlijk is het niet leuk dat Jantje zijn fietsje afpakt. Daarnaast leer je hem een andere manier van uiten. Leer hem netjes te vragen aan Jantje of hij zijn fietsje terug mag hebben en anders naar mama te gaan. Ga de oorzaak na waarom je kind zich zo gedraagt. Is hij bang, onzeker, weet hij niet hoe hij zich moet uiten of heeft hij behoefte aan aandacht? Speel daarop in en doorbreek het agressieve gedrag rustig en consequent. Keur het gedrag af, maar niet je kind en wijs hem op de gevolgen van zijn gedrag.

 

 

Gedrag; 3 tot 4 jaar

 

Mama, waarom zijn de bananen krom?

Als je kindje drie jaar is geworden, ontbreekt er een fase aan waarin hij alles wil onderzoeken. Hij zal je bestoken met vragen die beginnen met 'waarom'? In het begin is dat heel leuk, maar soms zijn het wel erg veel vragen achter elkaar. Bedenk dat je kind waarom-vragen stelt uit nieuwsgierigheid, maar op een gegeven moment ook uit gewoonte. Je kind wil soms gewoon praten en weet even geen andere manier. Je kunt dit patroon doorbreken door uit je zelf te vertellen wat je aan het doen bent en je kind hier in te betrekken. Kijk ook eens bij taalontwikkeling voor verdere tips.

 

Liegen

Je kind kan op deze leeftijd flink gaan liegen en fantaseren. Dat komt omdat de scheiding tussen fictie en realiteit voor je kind nog niet heel duidelijk is. Maak je hier niet te druk over, realiteitszin komt vanzelf, net als het besef dat liegen niet hoort. Beloon je kind als hij eerlijk en open is en ga hem niet straffen als hij liegt, maar leg hem rustig uit dat dat niet de bedoeling is en wijs hem op de gevolgen van liegen.

 

Verveling

Als je kind bijna vier jaar is en binnenkort naar de basisschool gaat, kan hij momenten hebben dat hij zich flink verveelt. Hij is toe aan een grotere uitdaging in zijn leefomgeving. Bedenk voor deze laatste periode voordat hij naar school gaat nog wat leuks voor hem. Ga bijvoorbeeld naar de speel-o-theek en laat je adviseren over speelgoed dat goed bij zijn leeftijd en intellectuele ontwikkeling past. Ook kun je je kind op peutergym doen of met hem gaan zwemmen. Ben je nog aan het twijfelen welke school het beste is voor je kind, kijk dan eens bij schoolkeuze.

 

Anders dan anderen

Soms doet je kind van deze leeftijd net even anders dan de meeste kinderen. Dit hoeft niet meteen afwijkend te zijn. Bij jonge kinderen is bepaald gedrag soms nog moeilijk te duiden. Pas later in de ontwikkeling zal dan blijken of en zo ja wat er aan de hand is. Als je je zorgen maakt, kun je dit altijd op het consultatiebureau bespreken.

 

Gewoon een druk kind of ADHD?

Alle kinderen zijn wel eens druk. Meestal is de oorzaak van dit gedrag dat ze moe zijn of dat ze veel indrukken hebben opgedaan. Sommige kinderen zijn altijd druk. Deze kinderen willen continu bezig zijn, zijn heel impulsief, snel afgeleid en voortdurend rusteloos. Deze kinderen vragen veel energie en een engelengeduld van de ouders. Het kan soms heel moeilijk zijn om zo'n kindje op te voeden.

 

Heb je een eeuwig druk kind, bied dan structuur in het dagritme en houd vaste rituelen aan voor bijvoorbeeld het eten, in bad gaan, het slapen en het met andere kinderen spelen. Geef hem een vast moment per dag om uit te razen. Houd het interieur van zijn slaapkamer en speelruimtes rustig en bied speelgoed overzichtelijk en gestructureerd aan. Stel eenvoudige en duidelijke regels en houd je hier zo consequent mogelijk aan. Overschrijd de zorgvuldig opgebouwde grenzen niet! Beloon goed gedrag zoveel mogelijk en schakel regelmatig anderen (oma en opa, peuterspeelzaal, oppas) in om jezelf te ontlasten. Denk ook aan je eigen rust! Je kunt je zorgen rustig bespreken op het consultatiebureau.

 

Soms komt er op het consultatiebureau de vraag of het kind misschien ADHD zou hebben. Die vraag kan van de ouder zelf komen, maar ook de omgeving kan de ouder er attent op hebben gemaakt. Helaas is ADHD nog moeilijk vast te stellen op deze leeftijd. Daarnaast komen de kenmerken van ADHD en een gewoon jong en druk kind in de eerste jaren vaak overeen. Wil je meer weten over ADHD? Klik dan op deze link. 

 

 

 

 

Tijdens het zoeken naar informatie over burgemeester H.H. de Vries gemeente Lingewaard vond ik de volgende interessante informatie op de website van de provincie Gelderland op 20 oktober 2008:

Organisaties voor dak- en thuislozen hebben binnenkort een centraal registratiesysteem. Het gebrek daaraan stond zelfs het voeren van beleid in de weg. Andere ketens in de GSO-steden hebben al belangstelling getoond. Zij stuiten namelijk op vergelijkbare problemen.

Anne de Vries, projectleider dak- en thuislozen bij de provincie Gelderland is blij met het vooruitzicht op het nieuwe systeem. “Eindelijk kunnen de schriftjes die sommige instellingen gebruiken, de deur uit”, verzucht ze.

Andere instellingen hebben zelfs geen enkele vorm van registratie. En als ze met een geautomatiseerde registratie werken, zijn de systemen niet met elkaar gekoppeld. Dit maakt beleidvoeren, zowel op gemeentelijk als op provinciaal niveau, er bepaald niet makkelijker op. Anne De Vries: “We weten de omvang van de doelgroep niet eens. Met het nieuwe, nog in ontwikkeling zijnde systeem weten we hoe groot de groep is en aan welke problematiek we prioriteit moeten geven. Daarnaast kunnen we straks ook achteraf zien of het gevoerde beleid daadwerkelijk resultaten heeft opgeleverd.”

Modulair systeem
Drie jaar geleden is men in de gemeente Ede begonnen met de invoering van een nieuw centraal registratiesysteem. De bedoeling was het vervolgens ook in de andere zeven GSO-gemeenten te implementeren. Maar toen het systeem gereed was, bleek het al ruimschoots ingehaald door de techniek. Het was veel te arbeidsintensief en de hulpinstellingen hadden simpelweg geen tijd om de bijbehorende vragenlijsten in te voeren.

Daarom liet men een zogenaamd modulair systeem ontwikkelen: een systeem dat gekoppeld kan worden aan de reeds bestaande systemen. Ook is het systeem zodanig aan te passen en uit te breiden, dat het toepasbaar is binnen andere ketens. Andere ketens in de GSO-steden zijn al geïnteresseerd en willen het systeem in de toekomst toepassen bij de aanpak van bijvoorbeeld veelplegers en risicojongeren. Ook centrale registratie van déze groepen is immers belangrijk; bovendien werken de organisaties voor deze groepen veelal ook met dak- en thuislozen.

Anne de Vries verwacht dat de organisaties met het systeem meer inzicht in de omvang en de aard van de problematiek van de cliënten zullen krijgen. Dat betere inzicht zal volgens haar tot een betere dienstverlening leiden. “Zitten de mensen te springen om werk? Of is er meer behoefte aan psychische hulpverlening? Op zulke vragen hopen we straks antwoord te krijgen. Ook kunnen we op het provinciale niveau de gemeenten onderling vergelijken. We zullen de verschillen kunnen zien en deze proberen te verklaren en aan te pakken.”

Juridisch gezien voorziet Anne De Vries weinig problemen: “Omdat het systeem ook door Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht gebruikt wordt, kunnen we leren van hun ervaringen. Ik verwacht dan ook niet dat privacykwesties tot onoverkomelijke problemen gaan leiden.”

Meer informatie bij Anne de Vries, provincie Gelderland

 

 

 

Universele Verklaring van de Rechten van de Mens (Dutch version of UN:s Universal Declaration of Human Rights)

Preambule

Overwegende, dat erkenning van de inherente waardigheid en van de gelijke en onvervreemdbare rechten van alle leden van de mensengemeenschap grondslag is voor de vrijheid, gerechtigheid en vrede in de wereld;

Overwegende, dat terzijdestelling van en minachting voor de rechten van de mens geleid hebben tot barbaarse handelingen, die het geweten van de mensheid geweld hebben aangedaan en dat de komst van een wereld, waarin de mensen vrijheid van meningsuiting en geloof zullen genieten, en vrij zullen zijn van vrees en gebrek, is verkondigd als het hoogste ideaal van iedere mens;

Overwegende, dat het van het grootste belang is, dat de rechten van de mens beschermd worden door de suprematie van het recht, opdat de mens niet gedwongen worde om in laatste instantie zijn toevlucht te nemen tot opstand tegen tirannie en onderdrukking;

Overwegende, dat het van het hoogste belang is om de ontwikkeling van vriendschappelijke betrekkingen tussen de naties te bevorderen;

Overwegende, dat de volkeren van de Verenigde Naties in het Handvest hun vertrouwen in de fundamentele rechten van de mens, in de waardigheid en waarde van de mens en in de gelijke rechten van mannen en vrouwen opnieuw hebben bevestigd, en besloten hebben om sociale vooruitgang en een hogere levensstandaard in groter vrijheid te bevorderen;

Overwegende, dat de Staten, welke Lid zijn van de Verenigde Naties, zich plechtig verbonden hebben om, in samenwerking met de Organisatie van de Verenigde Naties, overal de eerbied voor en de inachtneming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden te bevorderen;

Overwegende, dat het van het grootste belang is voor de volledige nakoming van deze verbintenis, dat een ieder begrip hebbe voor deze rechten en vrijheden;

Op grond daarvan proclameert de Algemene Vergadering deze Universele Verklaring van de Rechten van de Mens als het gemeenschappelijk door alle volkeren en naties te bereiken ideaal, opdat ieder individu en elk orgaan van de gemeenschap, met deze Verklaring voortdurend voor ogen, er naar zal streven door onderwijs en opvoeding de eerbied voor deze rechten en vrijheden te bevorderen, en door vooruitstrevende maatregelen, op nationaal en internationaal terrein, deze rechten algemeen en daadwerkelijk te doen erkennen en toepassen, zowel onder de volkeren van Staten die Lid van de Verenigde Naties zijn zelf, als onder de volkeren van gebieden die onder hun jurisdictie staan:

Artikel 1
Alle mensen worden vrij en gelijk in waardigheid en rechten geboren. Zij zijn begiftigd met verstand en geweten, en behoren zich jegens elkander in een geest van broederschap te gedragen.

Artikel 2
Een ieder heeft aanspraak op alle rechten en vrijheden, in deze Verklaring opgesomd, zonder enig onderscheid van welke aard ook, zoals ras, kleur, geslacht, taal, godsdienst, politieke of andere overtuiging, nationale of maatschappelijke afkomst, eigendom, geboorte of andere status.

Verder zal geen onderscheid worden gemaakt naar de politieke, juridische of internationale status van het land of gebied, waartoe iemand behoort, onverschillig of het een onafhankelijk, trust-, of niet-zelfbesturend gebied betreft, danwel of er een andere beperking van de soevereiniteit bestaat.

Artikel 3
Een ieder heeft recht op leven, vrijheid en onschendbaarheid van zijn persoon.

Artikel 4
Niemand zal in slavernij of horigheid gehouden worden. Slavernij en slavenhandel in iedere vorm zijn verboden.

Artikel 5
Niemand zal onderworpen worden aan folteringen, noch aan een wrede, onmenselijke of onterende behandeling of bestraffing.

Artikel 6
Een ieder heeft, waar hij zich ook bevindt, het recht als persoon erkend te worden voor de wet.

Artikel 7
Allen zijn gelijk voor de wet en hebben zonder onderscheid aanspraak op gelijke bescherming door de wet. Allen hebben aanspraak op gelijke bescherming tegen iedere achterstelling in strijd met deze Verklaring en tegen iedere ophitsing tot een dergelijke achterstelling.

Artikel 8
Een ieder heeft recht op daadwerkelijke rechtshulp van bevoegde nationale rechterlijke instanties tegen handelingen, welke in strijd zijn met de grondrechten hem toegekend bij Grondwet of wet.

Artikel 9
Niemand zal onderworpen worden aan willekeurige arrestatie, detentie of verbanning.

Artikel 10
Een ieder heeft, in volle gelijkheid, recht op een eerlijke en openbare behandeling van zijn zaak door een onafhankelijke en onpartijdige rechterlijke instantie bij het vaststellen van zijn rechten en verplichtingen en bij het bepalen van de gegrondheid van een tegen hem ingestelde strafvervolging.

Artikel 11
Een ieder, die wegens een strafbaar feit wordt vervolgd, heeft er recht op voor onschuldig gehouden te worden, totdat zijn schuld krachtens de wet bewezen wordt in een openbare rechtszitting, waarbij hem alle waarborgen, nodig voor zijn verdediging, zijn toegekend.

Niemand zal voor schuldig gehouden worden aan enig strafrechtelijk vergrijp op grond van enige handeling of enig verzuim, welke naar nationaal of internationaal recht geen strafrechtelijk vergrijp betekenden op het tijdstip, waarop de handeling of het verzuim begaan werd. Evenmin zal een zwaardere straf worden opgelegd dan die, welke ten tijde van het begaan van het strafbare feit van toepassing was.

Artikel 12
Niemand zal onderworpen worden aan willekeurige inmenging in zijn persoonlijke aangelegenheden, in zijn gezin, zijn tehuis of zijn briefwisseling, noch aan enige aantasting van zijn eer of goede naam. Tegen een dergelijke inmenging of aantasting heeft een ieder recht op bescherming door de wet.

Artikel 13
Een ieder heeft het recht zich vrijelijk te verplaatsen en te vertoeven binnen de grenzen van elke Staat.

Een ieder heeft het recht welk land ook, met inbegrip van het zijne, te verlaten en naar zijn land terug te keren.

Artikel 14
Een ieder heeft het recht om in andere landen asiel te zoeken en te genieten tegen vervolging.

Op dit recht kan geen beroep gedaan worden ingeval van strafvervolgingen wegens misdrijven van niet-politieke aard of handelingen in strijd met de doeleinden en beginselen van de Verenigde Naties.

Artikel 15
Een ieder heeft recht op een nationaliteit.

Aan niemand mag willekeurig zijn nationaliteit worden ontnomen, noch het recht worden ontzegd om van nationaliteit te veranderen.

Artikel 16
Zonder enige beperking op grond van ras, nationaliteit of godsdienst, hebben mannen en vrouwen van huwbare leeftijd het recht om te huwen en een gezin te stichten. Zij hebben gelijke rechten wat het huwelijk betreft, tijdens het huwelijk en bij de ontbinding ervan.

Een huwelijk kan slechts worden gesloten met de vrije en volledige toestemming van de aanstaande echtgenoten.

Het gezin is de natuurlijke en fundamentele groepseenheid van de maatschappij en heeft recht op bescherming door de maatschappij en de Staat.

Artikel 17
Een ieder heeft recht op eigendom, hetzij alleen, hetzij tezamen met anderen.

Niemand mag willekeurig van zijn eigendom worden beroofd.

Artikel 18
Een ieder heeft recht op vrijheid van gedachte, geweten en godsdienst; dit recht omvat tevens de vrijheid om van godsdienst of overtuiging te veranderen, alsmede de vrijheid hetzij alleen, hetzij met anderen zowel in het openbaar als in zijn particuliere leven zijn godsdienst of overtuiging te belijden door het onderwijzen ervan, door praktische toepassing, door eredienst en de inachtneming van de geboden en voorschriften.

Artikel 19
Een ieder heeft recht op vrijheid van mening en meningsuiting. Dit recht omvat de vrijheid om zonder inmenging een mening te koesteren en om door alle middelen en ongeacht grenzen inlichtingen en denkbeelden op te sporen, te ontvangen en door te geven.

Artikel 20
Een ieder heeft recht op vrijheid van vreedzame vereniging en vergadering.

Niemand mag worden gedwongen om tot een vereniging te behoren.

Artikel 21
Een ieder heeft het recht om deel te nemen aan het bestuur van zijn land, rechtstreeks of door middel van vrij gekozen vertegenwoordigers.

Een ieder heeft het recht om op voet van gelijkheid te worden toegelaten tot de overheidsdiensten van zijn land.

De wil van het volk zal de grondslag zijn van het gezag van de Regering; deze wil zal tot uiting komen in periodieke en eerlijke verkiezingen, die gehouden zullen worden krachtens algemeen en gelijkwaardig kiesrecht en bij geheime stemmingen of volgens een procedure, die evenzeer de vrijheid van de stemmen verzekert.

Artikel 22
Een ieder heeft als lid van de gemeenschap recht op maatschappelijke zekerheid en heeft er aanspraak op, dat door middel van nationale inspanning en internationale samenwerking, en overeenkomstig de organisatie en de hulpbronnen van de betreffende Staat, de economische, sociale en culturele rechten, die onmisbaar zijn voor zijn waardigheid en voor de vrije ontplooiing van zijn persoonlijkheid, verwezenlijkt worden.

Artikel 23
Een ieder heeft recht op arbeid, op vrije keuze van beroep, op rechtvaardige en gunstige arbeidsvoorwaarden en op bescherming tegen werkloosheid.

Een ieder, zonder enige achterstelling, heeft recht op gelijk loon voor gelijke arbeid.

Een ieder, die arbeid verricht, heeft recht op een rechtvaardige en gunstige beloning, welke hem en zijn gezin een menswaardig bestaan verzekert, welke beloning zonodig met andere middelen van sociale bescherming zal worden aangevuld.

Een ieder heeft het recht om vakverenigingen op te richten en zich daarbij aan te sluiten ter bescherming van zijn belangen.

Artikel 24
Een ieder heeft recht op rust en op eigen vrije tijd, met inbegrip van een redelijke beperking van de arbeidstijd, en op periodieke vakanties met behoud van loon.

Artikel 25
Een ieder heeft recht op een levensstandaard, die hoog genoeg is voor de gezondheid en het welzijn van zichzelf en zijn gezin, waaronder begrepen voeding, kleding, huisvesting en geneeskundige verzorging en de noodzakelijke sociale diensten, alsmede het recht op voorziening in geval van werkloosheid, ziekte, invaliditeit, overlijden van de echtgenoot, ouderdom of een ander gemis aan bestaansmiddelen, ontstaan ten gevolge van omstandigheden onafhankelijk van zijn wil.

Moeder en kind hebben recht op bijzondere zorg en bijstand. Alle kinderen, al dan niet wettig, zullen dezelfde sociale bescherming genieten.

Artikel 26
Een ieder heeft recht op onderwijs; het onderwijs zal kosteloos zijn, althans wat het lager en beginonderwijs betreft. Het lager onderwijs zal verplicht zijn. Ambachtsonderwijs en beroepsopleiding zullen algemeen beschikbaar worden gesteld. Hoger onderwijs zal gelijkelijk openstaan voor een ieder, die daartoe de begaafdheid bezit.

Het onderwijs zal gericht zijn op de volle ontwikkeling van de menselijke persoonlijkheid en op de versterking van de eerbied voor de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden. Het zal het begrip, de verdraagzaamheid en de vriendschap onder alle naties, rassen of godsdienstige groepen bevorderen en het zal de werkzaamheden van de Verenigde Naties voor de handhaving van de vrede steunen.

Aan de ouders komt in de eerste plaats het recht toe om de soort van opvoeding en onderwijs te kiezen, welke aan hun kinderen zal worden gegeven.

Artikel 27
Een ieder heeft het recht om vrijelijk deel te nemen aan het culturele leven van de gemeenschap, om te genieten van kunst en om deel te hebben aan wetenschappelijke vooruitgang en de vruchten daarvan.

Een ieder heeft recht op de bescherming van de geestelijke en materiële belangen, voortspruitende uit een wetenschappelijk, letterkundig of artistiek werk, dat hij heeft voortgebracht.

Artikel 28
Een ieder heeft recht op het bestaan van een zodanige maatschappelijke en internationale orde, dat de rechten en vrijheden, in deze Verklaring genoemd, daarin ten volle kunnen worden verwezenlijkt.

Artikel 29
Een ieder heeft plichten jegens de gemeenschap, zonder welke de vrije en volledige ontplooiing van zijn persoonlijkheid niet mogelijk is.

In de uitoefening van zijn rechten en vrijheden zal een ieder slechts onderworpen zijn aan die beperkingen, welke bij de wet zijn vastgelegd en wel uitsluitend ter verzekering van de onmisbare erkenning en eerbiediging van de rechten en vrijheden van anderen en om te voldoen aan de gerechtvaardigde eisen van de moraliteit, de openbare orde en het algemeen welzijn in een democratische gemeenschap.

Deze rechten en vrijheden mogen in geen geval worden uitgeoefend in strijd met de doeleinden en beginselen van de Verenigde Naties.

Artikel 30
Geen bepaling in deze Verklaring zal zodanig worden uitgelegd, dat welke Staat, groep of persoon dan ook, daaraan enig recht kan ontlenen om iets te ondernemen of handelingen van welke aard ook te verrichten, die vernietiging van een van de rechten en vrijheden, in deze Verklaring genoemd, ten doel hebben.

 

 

s41052011 Stichting Lindenhout, Heijenoordseweg 1, 6813GG Arnhem
003 Nienhuis/Leenders tegen Stichting Lindenhout geeft zicht op denk- en werkwijze die heerst bij de Stichting Lindenhout
598 Getuigschrift ouder(s) over medewerkers ZORGVERLENER inzake uitvoering van hulpverleningsdoelen in een HVP ZORGVERLENER
HVP Startpagina HVP ZORGVERLENER
641 Bezwaarschrift tegen HVP Zorgverlener
499 Beroepschrift tegen BESLUIT NIET-ONTVANKELIJK bezwaarschrift HVP Zorgverlener
177 Woonruimte! Na uithuisplaatsing worden kinderen opgeslagen in kamertjes van paar vierkante meter zonder raam (Cel 12)
585 Woonruimte! Om nieuwe kindertehuizen snel te vullen met de benodigde kinderen wordt toegeschreven naar de conclusie
424 Woonruimte! Het schetsen van een beeld is een door de overheid aangereikte onorthodoxe methode is om een einde te maken aan de bewoning van recreatiewoningen blijkt als men de notitie onorthodoxe methodes van VROM leest. Het beeld hoeft niet te beantwoorden aan de werkelijkheid, het is al voldoende als men dit beeld uitdraagt.
602 Woonruimte! Jeugdzorg mag ouders VALS beschuldigen van ernstige kindermishandeling om kindertehuizen met kinderen te vullen
NBG Nevenfuncties bestuurders gemeenten, commissies bezwaarschriften en leden van stembureaus
380 Het is organen van de overheid niet toegestaan leiding te geven aan verboden gedragingen!
381 Modelklacht tegen politie bij weigering om uw aangifte op te nemen met een verzoek om rechtsbescherming bij de burgemeester
288 Geld is Macht! Professor Daud: "De regentenstand speelt elkaar baantjes toe, parlement oefent nauwelijks controle uit
217 Geld is Macht! Geef mij de controle over de valuta van een natie en het maakt me niet meer uit wie de wetten maakt
365 De grootste grondtransactie in Nederland! Wie verdient hier het meeste geld aan en wie betaald hiervoor de rekening?
400 Geld is Macht! Is voedsel opgewarmd in een magnetron gezond? Indien ja, waarom babymelk niet opwarmen in een magnetron?
544 Geld is Macht! Beslissing op "bedenkingen" Hop tegen nieuwe milieuvergunning voor witvleeskalveren levert meer "bedenkingen" op
375 Geld is Macht! Welke familie(s) en bedrijven beheersen met hoeveel subsidies de markt rondom vleeskalveren in Nederland?
401 Geld is Macht! Waarom mogen boeren in Nederland geen gratis melk geven aan arme kinderen en moeten ze boetes betalen?
253 Geld is Macht! Is gentechnologie gevaarlijk voor kleine winkeliers/bakkers en boeren in arme landen die zelf hun voedsel verbouwen?
181 Geld is Macht! Ethische ondernemingen met smerige streken, denk eens na over "schone schijn" achter de PR?
047 Geld is Macht! Waarom deed de Raad voor de Kinderbescherming niets tegen giftig afval in houten speeltoestellen?
282 Geld is Macht! Systemen moet  je altijd van binnenuit aanvallen! Henk Westbroek: "Een kleine druppel voel je niet"
267 Geld is Macht! CDA Minister Donner: "Iedere kritiek afzonderlijk is NIET gevaarlijk"!
383 Stemwijzer! Boycot de Raad voor de Kinderbescherming! STEM NIET OP CDA, Christen-Unie, SGP en VVD! Stem WEL op andere partij!
290 Drukwerk! Boycot de Raad voor de Kinderbescherming! Stuur al uw ongevraagd drukwerk DIRECT geweigerd retour!
290 Goede doelen! Boycot de Raad voor de Kinderbescherming! Geef geen geld aan collectes, andere (gesubsidieerde) goede doelen!
070 Boycot de Raad voor de Kinderbescherming! Weiger onderzoek door Raad voor de Kinderbescherming, hou ze buiten de deur!
445 Boycot de Raad voor de Kinderbescherming! Weiger onderzoek door Raad voor de Kinderbescherming, ga ook niet naar de RvdK!
445 Boycot de Raad voor de Kinderbescherming! Weiger telefoongesprekken met personeel RvdK! Gooi gelijk de hoorn op de haak!
633 Boycot de Raad voor de Kinderbescherming! Dien tegen ieder RvdK BESLUIT gelijk een bezwaarschrift in!
459 Boycot de Raad voor de Kinderbescherming! Annuleer uw abonnement op uw (gesubsidieerde) krant! Plaats ook GEEN advertenties!
445 Boycot de Raad voor de Kinderbescherming! Publiceer uw praktijkervaringen met personeel van de RvdK ook op internet!
091 Boycot de Raad voor de Kinderbescherming! Verzoek om gemeentegarantie vingerafdrukken bij nieuw paspoort of identiteitskaart!
445 Boycot de Raad voor de Kinderbescherming! Doe zelf mee met provinciale verkiezingen 2011 en verkiezingen gemeenteraad 2014!
PRO De Raad voor de Kinderbescherming is een overbodig bestuursorgaan want er zijn nu ook Centra voor Jeugd en Gezin!
   

CENSUUR IN NEDERLAND ©    Groep Hop ©    Boycot RvdK    NBG    BSC    Modelbrief 91    Modelbrief 465    Oorlog op de Veluwe: (340) (425) (459) (379)    Farizeeërs gesignaleerd!
Het verzet op internet begon op de Veluwe in 1997 (1) (16) en daar waren ze bij de rechtbank Zutphen niet zo blij mee. (12) (95) (710)
(Wraking, naam en nevenfuncties rechters)