CENSUUR EN ORGANISATIECRIMINALITEIT IN NEDERLAND ©

Informant advocatuur: Hop moet bloeden schrijft een christelijke advocaat met bijbaantjes in kerk en school aan zijn opdrachtgever jeugdzorg. Vanwege PR-redenen niet tot het uiterste gaan.........

Informant journalistiek: mw. Jeanne Dijkstra eindredacteur Ermelo Weekblad aan de Raad voor de Journalistiek: "Van alle kanten komen berichten dat Groep Hop moet worden doodgezwegen".

Informant Openbaar Ministerie: Bron Memo Openbaar Ministerie Landelijk CoŲrdinerend officier van justitie Bovenregionaal Recherche Overleg (BRO) Teamleider Maatwerkzaken  over Hop 11 juni 2012 Citaat: Complicerende factor in het verhaal is dat de heer Hop een politiek zeer actieve persoon is. Citaat:Het Gevoelige Zaken Overleg (GZO) is voorstander van een frontale opsporingsactie op Hop oftewel halen en (als spraakzame "Don Quichot") doen bekennen en vervolgen. Peter van Hagen aan mr. R. Tenge en D. van der Kolk.

Informant rechtspraak: Kinderrechter wil overleg met jeugdzorg -buiten de hoorzittingen om- hoe we op de verzoek- en verweerschriften met Hop als procesvertegenwoordiger gaan beslissen en informatie bij welke zaken Hop betrokken is.

Informant Parlement: Parlement 1e en 2e Kamer Met spoed klachtwetgeving tegen jeugdzorg uithollen om effectief klagen (met Hop) te onderdrukken.

 

Voorwoord met uitnodiging om na te denken over 20 jaar (christelijke) Staatsterreur tegen Hop

Lees verder

 

 

 Klacht van J. Hop tegen de Staat der Nederlanden en het Ministerie van Justitie ex art. 25 E.V.R.M.;
de klacht betreft schending van art. 6 en 8 E.V.R.M.

J. Hop klaagt Staat der Nederlanden aan bij Europese Commissie Rechten van de Mens

 

Aan: De Secretaris van de Europese Commissie voor de Rechten van de Mens
European Commission of Human Rights
Raad van Europa/Counsel of Europe
F-67075 Strasbourg Cedex
France

Ermelo, 1 december 1997.

Zeer geachte Secretaris,

 

Betreft:

Klacht Hop tegen Staat der Nederlanden Ministerie van Justitie Artikel 25 E.V.R.M. klacht betreft schending van artikel 6 en 8 E.V.R.M.

De klacht heb ik aan u geschreven zonder de betrokkenheid van een advocaat omdat advocaatkosten niet meer door mij zijn op te brengen vanwege de proces- en andere kosten die ik in deze zaak al heb moeten maken om deze klacht aan de Commissie voor te leggen. Ik verzoek u daarmee rekening te houden. Mochten er formuleringen zijn die precisering vereisen dan zou ik graag door u daartoe in de gelegenheid worden gesteld waar nodig deze precisering aan te leveren.


Kernpunt van deze klacht tegen de Staat der Nederlanden

XYZ (moeder) heeft in haar verweerschriften gesteld op basis van onware valse gegevens dat klager anderhalf jaar na oktober 1993 geen enkele omgang met de kinderen meer heeft gehad en dat de kinderen ook geen enkele omgang meer willen met klager, met het oogmerk door laster en smaad laster en smaad ontzeggingsgronden te kunnen creŽren voor de omgang tussen klager en zijn kinderen.


CONTRA

Hop/Klager (vader) stelt wel prima omgang te hebben gehad met zijn kinderen tussen oktober 1993 en november 1994 en legt daartoe over de volgende bewijsstukken, die de beweringen van XYZ weerleggen "Stukken 29-52". Klager heeft aan de Nederlandse Rechter gevraagd om een omgangsregeling vast te stellen tussen hem en zijn drie minderjarige dochters, waarbij klager tevens klaagt dat hij geen eerlijk rechtsproces heeft gehad.

De vertegenwoordiger van de Raad voor de Kinderbescherming (hierna Kinderbescherming), een onderdeel van het Ministerie van Justitie, zat bij de rechtbank Zutphen als procespartij namelijk voor, na en tijdens schorsing aan dezelfde tafel naast de rechter voor overleg achter gesloten deuren zonder dat procespartijen daarbij waren of mochten zijn. Hetzelfde adviesorgaan Kinderbescherming, procespartij, kreeg bovendien de opdracht van deze rechter om onderzoek te doen naar klager en heeft twee onderzoeksrapporten aan de rechter overlegd welke hebben geleid tot het afwijzen van de gevorderde omgangsregeling door klager met zijn drie minderjarige dochters. Volgens klager is deze werkwijze in strijd met artikel 6 E.V.R.M.

De Hoge Raad concludeerde dat (rechtbank Zutphen) het Hof Arnhem het kennelijk en terecht niet van belang is te oordelen of met betrekking tot deze situatie de moeder enig verwijt treft hetgeen volgens klager in strijd is met artikel 8 E.V.R.M. Bijlagen 1-5.

Omgangsregelingen tussen vaders en hun kinderen zijn door deze handelwijze van de Nederlandse Rechter geen recht meer zijn maar een gunst in Nederland. Vaders zijn totaal overgeleverd aan de macht en willekeur van de moeder omdat de Nederlandse Rechter het niet van belang acht te oordelen of met betrekking tot deze situatie de moeder enig verwijt treft met als gevolg dat kinderen en vaders worden blootgesteld aan indoctrinatie en psychologisch geweld door de moeder, waardoor vaders en kinderen door wanhoop en machteloosheid worden kapot gemaakt.

 

Klager is; Jan Hop (vader), hierna "klager" wonende Joubertstraat 24, 3851 DM Ermelo

 

Op de voet van artikel 25 van het Europees Verdrag tot Bescherming van de Rechten van de Mens en de Fundamentele Vrijheden (E.V.R.M.) dien ik hierbij een klacht in tegen de Staat der Nederlanden inzake schending van het in het Verdrag gewaarborgde recht op een eerlijk rechtsproces artikel 6 E.V.R.M. en schending recht op "family life" artikel 8 jį art 1 E.V.R.M.

Klager is de vader van de minderjarige:


X, geboren te Ermelo op X
Y, geboren te Ermelo op Y
Z, geboren te Ermelo op Z

 

Deze minderjarigen zijn geboren uit de huwelijksrelatie tussen klager en

XYZ (moeder)

Nadat de relatie tussen klager en XYZ was beŽindigd, was XYZ met de voogdij over de minderjarigen belast, terwijl er door de ouders een omgangsregeling in onderling overleg was getroffen ten behoeve van klager en de minderjarigen van een weekend in de veertien dagen welke omgangsregeling niet door de rechter in een beschikking werd vastgelegd omdat de ouders dachten dit in onderling overleg te kunnen regelen. (Advocaat van klager bij de echtscheidingsprocedure was Mr. Graafstal).

Na verloop van tijd heeft XYZ eigenmachtig geweigerd na oktober 1993 de in onderling overleg getroffen omgangsregeling ten behoeve van klager en de minderjarigen toe te staan. Wel bleef er regelmatig omgang tussen klager en zijn minderjarigen kinderen totdat XYZ in december 1994 iedere vorm van omgang tussen klager en zijn minderjarigen kinderen verbood.


H. Indoctrinatie en psychologisch geweld tegen kinderen

Het is niet in het belang van kinderen als zij geen contact hebben met ťťn van hun ouders. Kinderen die op basis van valse gegevens en valse beweringen de omgang met een van hun ouders is ontzegd kunnen op latere leeftijd in grote psychologisch problemen komen en een afkeer krijgen van de gezagsouder zodra kinderen achteraf de "waarheid" ontdekken. Verwacht mag worden dat in de komende jaren over de hierboven genoemde stelling veel meer bekend zal worden naarmate meer problemen zich openbaren en dat dan pas duidelijk wordt wat de Nederlandse Rechter aan verbijsterende ellende bij ouders en kinderen heeft aangericht.


Kernpunt van deze klacht tegen de Staat der Nederlanden.



II   

RECHTER MEVROUW MR. R.A.J. MEES HAD ZICH MOETEN VERSCHONEN.

        BELANGENVERSTRENGELING RECHTER EN KINDERBESCHERMING,
        OVERLEG VOOR EN NA DE ZITTING ZONDER PARTIJEN ACHTER GESLOTEN DEUR

Kinderbescherming is een procespartij bij verzoekschriftprocedure.


XXIV 

WEIGERING INZAGE DOSSIER DRIE MAAL WEGGESTUURD

MENING COMMISSIE VAN JUSTITIE EERSTE KAMER OVER KINDERBESCHERMING

Klager verwijst naar een gedeelte van het voorlopig verslag van de vaste commissie van Justitie van 13 mei 1997 samenstelling Heijne Makkreel (VVD). Talsma (VVD), Glasz (CDA), Michiels van Kessenich-Hoogendam (CDA), Holdijk (SGP), Vrisekoop (D66), Pitstra (GL), Le Poole (PvdA), Meeter (PvdA), De Wit (SP), Hirsch Ballin (CDA), De Haze Winkelman (VVD) en met name op het citaat pagina 4 bovenaan: "Het blijkt dat de raad het belang van de moeder zwaarder laat wegen dan het belang van de vader. Hun advisering lijkt daardoor uiterst partijdig, waarbij de rapportage vaak te wensen overlaat". Rapport 2 in deze zaak is een voorbeeld van deze stelling.

En ik ben een slachtoffer van deze soort discriminatie.

 


XXXIII

VALSHEID IN GESCHRIFTE IN PROCES-VERBAAL GERECHTSHOF ARNHEM

De inhoud van de geschreven notulen van de zitting 10.10.96 verschillen van de inhoud van het Proces Verbaal van de zitting 10.10.96bij het Gerechtshof Arnhem. Er is valsheid in geschrifte in een authentiek document namelijk het proces verbaal van de zitting van 10 oktober 1996 gepleegd.

Voorzitter van de zitting 10.10.96 en verantwoordelijk voor de notulen en PV Mr. J.P. Balkema.

Klager legt over:

Essentieel is de volgende verdraaiing. Klager heeft ter zitting gezegd dat de "gekwetstheid" van de kinderen moet worden weggenomen verwijzend naar de valse beweringen van XYZ. In het Proces Verbaal wordt de verklaring van klager ter zitting op een verbijsterende wijze geweld aangedaan en wordt deze verklaring verdraaid om klager in een kwaad daglicht te plaatsen en het arrest van het Gerechtshof Arnhem op deze "valse gegevens" af te stemmen.



In de notulen staat citaat:        Wil alles doen om gekwetstheid weg te nemen.
In het Proces Verbaal staat:    Wil alles doen om het gevoel dat ik hen heb gekwetst
                                                    weg te nemen.

In de notulen staat citaat:        veranderd is en het er gezellig kan zijn
In het Proces Verbaal staat:    veranderd is en het bij hem gezellig kan zijn

In de notulen staat citaat:        Geen vermelding
In het Proces Verbaal staat:    nu hier sprake is van een zinloos appťl

In de notulen staat citaat:        Verklaring oudste dochter ook uitspraken die op basis van
                                                   documentencontrole niet kunnen kloppen.
In het Proces Verbaal staat:    Verklaringen die niet kunnen kloppen zijn weggelaten

In de notulen staat citaat:        Uitspraken van het Hof.
In het Proces Verbaal staat:    Uitspraken van het Hof staan onder dochter vermeld.
                                                   Geen enkele uitspraak van Hof in het Proces Verbaal.
                                                  Volgens het PV heeft het Hof niet gesproken tijdens de zitting.

In de notulen staat citaat:        Nader onderzoek voor korte termijn niet
                                                   teveel onrust voor de kinderen
In het Proces Verbaal staat:    Niet is weggelaten.

 


XXXIV

ONEERLIJK RECHTSPROCES HOGE RAAD

De griffier van de Hoge Raad heeft klager inzage in zijn griffiedossier bij de Hoge Raad geweigerd terwijl hij om inzage in zijn dossier had verzocht om te kunnen controleren of alle noodzakelijke stukken wel in het dossier zaten. Dat geeft mij het vermoeden of zelfs de overtuiging dat de Hoge Raad arrest heeft gewezen op basis van onjuiste c.q. onvolledige documentatie. Het lijkt strijdig met het begrip 'eerlijk proces' art. 6 E.V.R.M.

 


XXXV

KLACHTPROCEDURE KINDERBESCHERMING GEFRUSTREERD DOOR RECHTBANK

De rechtbank Zutphen weigerde de zitting gepland 26.09.95 uit te stellen zodat de directeur van de Kinderbescherming, procespartij, eerst op de ingediende klachten kon beslissen en de beslissing van de directeur aan de rechter kon worden overlegd.

 


XXXVI

ONEERLIJKE KLACHTPROCEDURE BIJ DE DIRECTEUR KINDERBESCHERMING

De Directeur van de Kinderbescherming, procespartij, informeerde de Rechter officieel dat er klachten tegen de Raad waren ingediend op de dag van de uitspraak terwijl die klachten al in augustus 1995 waren ingediend. De Directeur van de Kinderbescherming, procespartij, besliste op de ingediende klachten op de dag van de uitspraak en kon daarmee de afhandeling van de klachten op de beslissing van de rechter afstemmen.

 


XXXVII

ONEERLIJK RECHTSPROCES KLACHTENCOMMISSIE II KINDERBESCHERMING DIRECTIE OOST

Op de zittingen van 11.07.95 en 26.09.95 was griffier van de Rechtbank Zutphen mevrouw van de Hoeve. Die bleek naderhand tevens de secretaris van de Klachtencommissie II voor de Kinderbescherming Directie Oost te zijn zodat klager nadat hij klachten had ingediend over de Kinderbescherming, procespartij, dezelfde raadsmedewerkers en de griffier van de zitting familiezaken opnieuw aan dezelfde tafel tegen kwam bij de Klachtencommissie II voor de Kinderbescherming Directie Oost.

Het was voor de zitting van 26.09.95 aan de rechtbank bekend dat klager klachten tegen de Kinderbescherming, procespartij, had ingediend. Mevrouw van de Hoeve had hier nooit griffier mogen zijn.

De voorzitter van de Klachtencommissie II van de Kinderbescherming Directie Oost Mr. W.A. Zwijnenburg bleek tevens een collega-rechter, beiden waren kantonrechter-plaatsvervanger bij het Kantongerecht Terborg, binnen hetzelfde arrondissement van de Rechter Mevrouw Mr. R.A.J. Mees binnen het werkgebied van de Kinderbescherming, procespartij, Vestiging Zutphen.

Alle plaatsvervangende voorzitters van de Klachtencommissie II Kinderbescherming Directie Oost bleken collega-rechters binnen hetzelfde arrondissement van de Rechter mevrouw Mr. R.A.J. Mees tevens binnen het werkgebied van de Kinderbescherming, procespartij, Vestiging Zutphen zodat de schijn van belangenverstrengeling sowieso niet voorkomen kon worden door een andere voorzitter voor deze zaak te kiezen.

 


XXXVIII

DE NATIONALE OMBUDSMAN

De klagende burger kan over de Kinderbescherming, procespartij, niet terecht bij de Nationale Ombudsman zodra en een rechter bij de zaak betrokken is omdat de Nationale Ombudsman zich moet onthouden van kritiek op datgene waarop de beslissing van de rechter steunt. Deze argumentatie is volgens klager verregaand onjuist.

De Nationale Ombudsman heeft de afhandeling van de klachten tegen de Kinderbescherming, procespartij, volgens klager schandalig lang tegen gehouden, waardoor de afhandeling van de klachtprocedure tegen de Kinderbescherming, procespartij, van augustus 1995 tot en met 14 juli 1997 in totaal bijna 22 maanden heeft geduurd. Klager acht deze termijn zeker in gevoelige zaken zoals familiezaken nu eenmaal zijn schandalig en in strijd met het E.V.R.M.

De Nationale Ombudsman ging bovendien volgens klager ten onrechte voorbij aan de beslissing van de Nederlandse Rechter die twee maal ontzeggingsgrond D in beschikking/arrest motiveerde.

De Kinderbescherming, procespartij, besliste ontzeggingsgrond B weerlegt door de "Stukken 29-52" maar het oordeel van de Kinderbescherming, procespartij, werd klakkeloos en kritiekloos door de Nationale Ombudsman overgenomen. De Nationale Ombudsman had een broer die ook Directeur van de Kinderbescherming is geweest. Dit geeft mij de overtuiging dat ook hier sprake is van belangenverstrengeling.

De Nationale Ombudsman weigert klager mee te delen wie allemaal bij de afhandeling van zijn klachtdossier zijn betrokken en welke route het dossier heeft gevolgd zodat klager niet kon nagaan in hoeverre er concreet sprake was van belangenverstrengeling maar ook niet kon nagaan bij wie het dossier bleef liggen om de klachtprocedure tegen te werken.

 


XXXIX

DE AFHANDELING VAN DE KLACHTPROCEDURE TEGEN KINDERBESCHERMING HEEFT
VEEL TE LANG GEDUURD WAARDOOR KLAGER IN ZIJN VERDEDIGING IS GESCHAAD.

Klachtprocedure gestart : augustus 1995.

Klachtprocedure beŽindigd : 14 juli 1997.

Bij klager bestaat de indruk dat de afhandeling van deze klachtprocedure door de Minister van Justitie en de Nationale Ombudsman doelbewust is gerekt en tegengewerkt omdat hier duidelijk sprake is van valse gegevens en valsheid in geschrifte in raadsrapport 2 en dat eerst alle uitspraken in de rechtsgang zijn afgewacht omdat die niet gemotiveerd hoeven te worden. De Nationale Ombudsman geen kritiek mag hebben op datgene waarop de beslissing van de rechter steunt om deze schandalige kinderroof af te kunnen dekken.

 


XXXX

HET MINISTERIE VAN JUSTITIE HOUDT GEHEIM, WELKE PERSONEN BIJ DE KLACHTAFHANDELING KINDERBESCHERMING BETROKKEN ZIJN, EN VIA
WELKE ROUTE HET DOSSIER DOOR WIE, WANNEER WORDT BEHANDELD.

Het Ministerie van Justitie weigerde klager mee te delen welke personen bij de klachtafhandeling van zijn klachten tegen de Kinderbescherming, procespartij, betrokken waren zodat klager niet kan controleren of er sprake is van belangenverstrengeling en/of schijn van belangenverstrengeling bij het Ministerie van Justitie.

Het Ministerie van Justitie weigerde klager mee te delen bij wie op welke datum het klachtdossier binnenkwam en werd doorgestuurd zodat klager onmogelijk kon nagaan bij welke personen de klachtafhandeling werd tegengewerkt en gerekt door het klachtdossier vast te houden.

 


XXXXI

VALSE BESCHULDIGINGEN ALS WAPEN VAN RECHTER, MOEDER
EN DE KINDERBESCHERMING OM OMGANGONTZEGGINGSGRONDEN
TUSSEN VADER EN ZIJN KINDEREN TE KUNNEN CREňREN

Deze klacht tegen de Staat der Nederlanden laat zien hoe weerloos een vader is in Nederland tegen valse beweringen van moeder tegen een vader met de bedoeling van de moeder om omgangsontzeggingsgronden te creŽren tussen vader en zijn kinderen. Vooringenomenheid is zijn deel. Selectief als schuldig veroordeeld wordt de vader op basis van valse gegevens en onware laster en smaad door de Staat der Nederlanden van zijn kinderen beroofd.

Over deze thematiek gaat dit klachtonderdeel "Klacht wegens schending van artikel 6 E.V.R.M. door de Staat der Nederlanden". Over de moeite die het heeft gekost om te vechten tegen de allesoverheersende vooringenomenheid, dubbele moraal en dubieuze rechterlijke uitspraken.

Tijdens mijn onderzoek als voorbereiding op het indienen van deze klacht drong het steeds meer tot mij door dat er bij de behandeling van deze zaken structureel iets ernstigs mis is. Het blijkt lonend te zijn geworden voor moeders om vaders met valse gegevens te beschuldigen om ontzeggingsgronden te creŽren tussen kinderen en hun vader. Ook al blijken de beschuldigingen onjuist te zijn dan wordt meestal rust voor de kinderen of slechte verstandhouding tussen de ouders als wapen gebruikt om toch alsnog omgang af te wijzen.

Deze misdaad die wordt gepleegd door de Staat der Nederlanden is niet alleen walgelijk maar drijft burgers uit wanhoop en machteloosheid tot golven van kinder- en ouder(zelf) moorden. Ik heb die misstanden op 18 mei 1996 aan de Nationale Ombudsman in mijn brief al voorspeld. Mijn voorspelling kwam al op 28 mei 1996 uit. Later is deze veelvuldig uitgekomen gelet op de golven van publiciteit over dit onderwerp totdat de Minister van Justitie deze publiciteit verbood. Mijns inziens om de misstanden binnen het Justitie-apparaat van het Ministerie van Justitie in Nederland af te dekken. Zonder iets daadwerkelijk aan deze problemen te doen bijvoorbeeld door als Rechterlijke Macht en Kinderbescherming, procespartij, simpelweg aan waarheidsbevinding te gaan doen.

Niet langer kritiekloos en klakkeloos achter de valse beweringen van moeders aan te lopen maar moeders gewoon als crimineel aan te pakken als zij willens en wetens met valse beweringen tegen vaders aankomen waarvan zij behoren te weten dat deze niet waar zijn. Vaders en kinderen hierdoor gebroken en kapotgemaakt worden. De gevolgen voor kinderen die op basis van valse gegevens van hun vader zijn beroofd zijn nog niet in te schatten maar de eerste signalen zijn er al dat het hier ook helemaal mis gaat.

Er zijn hulpmiddelen om klager in staat te stellen weerwerk te leveren tegen de valse bewering van XYZ. "XYZ heeft in haar verweerschriften gesteld met de onware valse gegevens klager heeft anderhalf jaar na oktober 1993 geen enkele omgang met de kinderen meer gehad en de kinderen willen ook geen enkele omgang meer met klager.

  1.  

  2. Het is van belang de context waarbinnen de valse beweringen hebben plaatsgevonden minutieus te reconstrueren.

  3. Zijn de valse gegevens tegen klager ingebracht niet overdreven.


De feiten.

Drie perioden.

De gebeurtenissen zoals deze zich hebben afgespeeld zijn verifieerbaar.

Periode 1.
Tot oktober 1993 heeft de omgangsregeling tussen klager en zijn kinderen een weekend in de 14 dagen prima gefunctioneerd.

Periode 2.
Tot december 1994 heeft de omgang tussen klager en zijn kinderen prima gefunctioneerd en klager overlegt daarvan de bewijsstukken "Stukken 29-52".

Periode 3.
Na december 1994 heeft XYZ de kinderen omgang met klager verboden. Er heeft toch omgang tussen kinderen en klager plaats gevonden en vader overlegt de "Stukken 29-52".

Klager analyseert de valse beweringen van XYZ en de Kinderbescherming, procespartij, in rapport 2 nauwkeurig aan de hand van de volgende kenmerken: Overdrijvingen, Onwaarheden en Leugens. Voor leugens is nooit een excuus te vinden. Als een aangeefster zich aantoonbaar van leugens bedient op belangrijke punten, moet aan het waarheidsgehalte van haar hele verhaal worden getwijfeld. De waarheid is kennelijk niet voldoende om de fictie van de bewust valse beweringen te doorbreken. Overdrijvingen ook niet. Er zijn leugens nodig.

De Kinderbescherming, procespartij, rapporteert in rapport 2 over de periode 2 tussen oktober 1993 en december 1994 op pagina 1 citaat: "Na haar vakantie deelde XYZ de Raad mee dat de kinderen absoluut niet met hun vader geconfronteerd wilden worden. Alleen bij het bespreken daarvan raakten de kinderen al erg overstuur. Uit mijn contact met de kinderen bleek dat zij nog steeds erg boos zijn over het feit dat vader hen twee jaar geleden heeft weggestuurd en niet meer wilde zien. De kinderen voelden zich nog steeds erg gekwetst en verdrietig daarover. De kinderen hebben sedert die tijd niets positiefs van vader ervaren. De kinderen blijken geen vertrouwen meer in vader te hebben. In al die tijd hebben zij nooit iets liefdevols van zijn kant ervaren. Hij is voor hun gevoel alleen maar doorgegaan om de omgang af te dwingen zonder rekening te houden met de gekwetste gevoelens van de kinderen. De kinderen voelen de dwingende wijze waarop vader hen al die tijd heeft willen ontmoeten en heeft benaderd als erg bedreigend en inbreuk makend op hun veilige wereldje. Er komt ook verdriet bij hen boven over het feit dat vader in hun ogen zo "gek" doet heeft gedaan en nog doet." Tegenover deze onjuiste en lasterlijke beweringen van XYZ en de Kinderbescherming, procespartij, o.a. over de periode oktober 1993 tot december 1994 legt klager over o.a. de "stukken 29-52" van prima omgang tussen kinderen en vader na oktober 1993.

Klager heeft de Rechter bij de Rechtbank Zutphen, het Gerechtshof in Arnhem en de Kinderbescherming, procespartij, Directie Oost Vestiging Zutphen gevraagd duidelijk te maken hoe de verklaring van XYZ en de Kinderbescherming, procespartij, waar kan zijn terwijl die verklaring op basis van mijn bewijsstukken "Stukken 29-52" gelogen moet zijn. Alle drie gingen op mijn verzoek NIET in.

Wat de Rechtbank Zutphen en het Gerechtshof Arnhem wel gedaan hebben, is de conclusie van de Kinderbescherming, procespartij, in rapport 2 ontzeggingsgrond B is "Vader is niet in staat om de kinderen op een voor de kinderen acceptabele manier te benaderen." niet, over te nemen, maar als ontzeggingsgrond D omgang afwijzen vanwege, naar inhoud volstrekt ongedefinieerde zwaarwegende belangen voor de kinderen te nemen.

 

Verzwijgingen

De Kinderbescherming, procespartij, weigert met klager tijdens onderzoek 2 conform het normenrapport met vader te spreken. Er staat dan ook niets in rapport 2 dat erop wijst dat met klager tijdens onderzoek 2 is gesproken. Ook staat er geen bronvermelding in raadsrapport 2 wanneer en met wie tijdens onderzoek 2 is gesproken en door te weigeren een bronvermelding in rapport 2 op te nemen handelt de Kinderbescherming, procespartij, in strijd met het Normenrapport II.

De Kinderbescherming, procespartij, verzwijgt dat het raadsadvies negatief is geworden en klager krijgt dit pas te horen wanneer hij bij de inzageafspraak op 1 september 1995 het concept-rapport mag inzien.

De Kinderbescherming, procespartij, weigert onder de kop "Inzage" te vermelden dat klager beschikt over bewijsstukken nu bekend onder "Stukken 29-52" die bewijzen dat de beweringen van de raadsonderzoeker niet kloppen.

De raadsonderzoeker wil niets aan het rapport veranderen en is van mening dat klager maar een advocaat moet nemen om zich te verdedigen.

De Raadsonderzoeker pleegt valsheid in geschrifte in het raadsrapport 2. Hij beweert dat er geen omgang tussen klager en kinderen tussen oktober 1993 en december 1994 heeft plaatsgevonden terwijl de bewijsstukken van klager "Stukken 29-52" aantonen dat die omgang er bewijsbaar wel is geweest.

In de beschikking van de rechtbank Zutphen wordt de rectificatie van de Kinderbescherming, procespartij, n.a.v. gegrond verklaarde klachten van 03.01.97 niet onder "Verloop procedure" vermeld en de rechtbank Zutphen frustreert de aanvraag "Herziene Beschikking" door tegen te werken.

Werving

XYZ en Kinderbescherming, procespartij, een onderdeel van het Ministerie van Justitie hebben er belang bij klager zo zwart mogelijk af te schilderen. XYZ wil dat er geen omgang komt tussen klager en de kinderen. De Kinderbescherming, procespartij, stelt voor proefcontacten tussen klager en zijn kinderen te begeleiden en krijgt dit via een beschikking voor elkaar, maar faalt tenslotte doordat een raadsmedewerker vervolgens valsheid in geschrifte in een raadsrapport pleegt om zijn eigen falen af te dekken door klager hiervan de schuld te geven door weigeren aan waarheidsbevinding te doen.

 

Motief

XYZ verbiedt de omgang tussen klager en zijn kinderen; dit werd bewijsbaar op 5 december 1994. XYZ ontkent dat de bewijsstukken uit de periode oktober 1993 tot en met december 1994 van klager afkomstig kunnen zijn. Volgens de raadsonderzoeker in raadsrapport 2 geven ze (kinderen) aan, dat ze eigenlijk wel contact met hem zouden willen hebben maar op dit moment volledig geblokkeerd zijn door het erg dwingend en onveilig karakter dat alle contacten vader richting kinderen voor hen heeft gekregen.

XYZ zet twee advocaten tegen de vader in namelijk Mr. Graafstal en Mr. Schrik.

  1.  

  2. Eerst wordt advocaat Graafstal (klagers advocaat bij de echtscheiding) tegen klager ingezet.
    1a. Klager dient een klacht in bij de Deken van Advocaten en er wordt dekenaal ingegrepen tegen Mr. Graafstal dat hij moet stoppen met zijn werkzaamheden tegen klager.

  3. Mr. Schrik neemt de zaak over van Mr. Graafstal.

  4. Voor de tweede keer wordt naast Mr. Schrik opnieuw Mr. Graafstal tegen klager ingezet en voor de tweede keer dient klager klachten in bij de Deken van Advocaten en opnieuw wordt er dekenaal ingegrepen en moet Mr. Graafstal met zijn werkzaamheden tegen klager stoppen.

  5. Voor de derde maal wordt naast Mr. Schrik toch weer Mr. Graafstal tegen klager ingezet en voor de derde keer dient klager klachten in bij de Deken van Advocaten en voor de derde maal wordt er dekenaal tegen Mr. Graafstal ingegrepen met zijn werkzaamheden te stoppen nadat de zaak begon te escaleren en de vriendin van Mr. Graafstal samen met familie van XYZ klager voor zijn huis zaten te bedreigen waarvan foto' s beschikbaar zijn als bewijs.

  6. Mr. Schrik blijft doorgaan met verweer(schriften) waarin word gemeld dat klager na oktober 1993 anderhalf jaar geen enkel contact met zijn kinderen heeft gehad in strijd met regel 30 van de advocatenwet terwijl hij aan Rechter mevrouw Mr. R.A.J. Mees heeft laten weten alle stukken te kennen dus ook de "Stukken 29-52" die het tegendeel beweren.

De uitspraak inzake de klacht tegen Mr. Schrik wordt verwacht zes weken na 24 november 1997 toen de zaak ter zitting in behandeling is geweest bij de Raad voor Discipline. Het is in Nederland een bekend verschijnsel geworden dat een gefrustreerde moeder haar ex-man vals beschuldigd met de bedoeling daardoor de omgangsregeling te verzieken.

Tijdstip aangifte

Het is zeer bedenkelijk dat de aanklachten tegen klager pas worden ingediend in het verweerschrift zodra klager bij de rechtbank Zutphen om een omgangsregeling heeft gevraagd, en bovendien op basis van documentverificatie niet kunnen kloppen.

Samenspel

Het is van belang goed na te gaan hoe en of XYZ en de Kinderbescherming, procespartij,

met elkaar hebben samengewerkt en op elkaar hebben ingespeeld. De Kinderbescherming, procespartij, was graag bereid de aanklachten tegen klager in rapport 2 te ondersteunen en te begeleiden. Kritiekloos worden XYZ en de kinderen onder toezicht van de XYZ geloofd.

Voorzover mijn advocaat heeft geprobeerd enig tegenwicht te bieden wordt dat op voorhand afgedaan alsof zijn mening geen enkele waarde heeft. Overdrijvingen worden niet gezien, onwaarheden niet herkend, verzwijgingen niet boven tafel gehaald, motieven niet achterhaald.

Intimidatie door Kinderbescherming (procespartij)

Tegen de Kinderbescherming, procespartij, werden klachten ingediend en dat was de Kinderbescherming, procespartij, niet welgevallig. De directeur van de Kinderbescherming, procespartij, begon klager te intimideren.

Bij de Klachtencommissie II voor de Kinderbescherming Oost werd door hem gezegd: "Klachten indienen tegen de Kinderbescherming, procespartij, is slecht voor de rust van de Kinderbescherming, procespartij, en daarom slecht voor de rust van de moeder en daarom slecht voor de rust van de kinderen", alsof de faxberichten van klager aan de Kinderbescherming, procespartij, op de kinderhoofdjes terechtkomen.

De directie schrijft zelfs aan de klager: "De (klacht)gesprekken en (klacht)correspondentie tussen vader en de Kinderbescherming, procespartij, zijn contraproductief m.b.t. het door u gewenste herstel contact vader met zijn kinderen". Bijlage 78.

De directeur verwijt de klager dat hij steeds naar het beginpunt terug wil gaan wat voor klager logisch is omdat de Kinderbescherming, procespartij, valsheid in geschrifte in raadsrapport 2 heeft gepleegd en keihard liegt terwijl ze weten dat de "Stukken 29-52" voorhanden zijn.

Ontkenning van de integriteit van de "Stukken 29-52".

Nadat klager klachten heeft ingediend, heeft de advocaat van XYZ verklaard dat XYZ van mening is dat de kinderbrieven zijn geschreven na april 1995 op verzoek van de Rechter. Dat is vreemd want de kinderen wilden volgens raadsrapport 2 niets met klager te maken hebben en raakten al overstuur als al over de vader werd gesproken. Bovendien er staan data bij de brieven namelijk uit 1994 zodat de ontkenning van XYZ een leugen blijkt te zijn.

Volgens XYZ zijn de foto's van het ziekenhuisbezoek van voor oktober 1993. Dat is vreemd een ziekenhuisopname van twee maanden blijkt in plaats van in 1994 voor oktober 1993 te hebben plaats gehad terwijl opname documenten anders bewijzen. De ontkenning van XYZ blijkt een leugen te zijn.

Volgens XYZ zijn de foto's van de barbecue van voor oktober 1993 terwijl getuigenverklaringen en andere bewijsstukken anders bewijzen. De ontkenning van XYZ blijkt een leugen te zijn.

En hoe zit het met de van harte beterschapskaart die de kinderen bij school met hun naam hebben ondertekend omdat hun oma in het ziekenhuis lag. De authenticiteit daarvan is dan tenminste niet ontkend.

De Papieren Rechter

De rechter begint zich een oordeel te vormen vanuit het dossier. Het dossier is de basis. De Rechter mevrouw Mr. R.A.J. Mees in deze zaak is uitgegaan van de papieren werkelijkheid en is daarbij selectief afgegaan op de beweringen van XYZ en de Raad voor de Kinderbescherming, procespartij, door bewijsbaar ca. 300 maal woorden en zinsneden geel aan te strepen in de stukken van XYZ en de Kinderbescherming, procespartij, ten nadele van klager. Ongeveer tien maal had zij woorden in de stukken van klager geel aangestreept namelijk Vader heeft klachten ingediend tegen de Kinderbescherming, procespartij. Tegen de partijdigheid en vooringenomenheid van deze Rechter mevrouw Mr. R.A.J. Mees was klager bij voorbaat al kansloos toen de vertegenwoordiger van de Kinderbescherming als procespartij voor en na de zitting naast haar aan dezelfde tafel achter gesloten deuren met de rechter kon overleggen zonder dat partijen daarbij waren. De interesse van deze rechter om aan waarheidsbevinding te doen bleek niet verder te gaan dan de op de papieren van XYZ en de Kinderbescherming, procespartij, gecreŽerde waarheid.

Wettig en overtuigend bewijs

Het bewijs moet altijd "wettig en overtuigend" zijn. Is dat niet zo dan luidt het vonnis meestal kort en krachtig: "De rechtbank verklaart niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen een verdachte ten laste is gelegd en spreekt hem daarvan vrij.

Bij familiezaken in Nederland is daarvan geen sprake. Als je als vader in Nederland met voldoende bewijsmiddelen wettig en overtuigend kan bewijzen dat de moeder en de Kinderbescherming, procespartij, valse gegevens hebben gebruikt en valsheid in geschrifte hebben gepleegd om ontzeggingsgronden voor vader te creŽren helpt dat niet want de mentaliteit bij de Nederlandse Rechter is dat het kennelijk en terecht niet van belang geoordeeld wordt of met betrekking tot deze situatie de moeder enig verwijt treft. Uitspraak Hoge Raad in zaak Hop 6 juni 1997 reknr. 8928 (R96/134 HR).

In deze zaak wordt door klagers bewijsstukken "Stukken 29-52" wettig en overtuigend bewezen dat de onware valse gegevens op cruciale punten van XYZ en Kinderbescherming, procespartij, in rapport 2 dat klager anderhalf jaar na oktober 1993 geen enkele omgang met zijn kinderen heeft gehad en zij dit ook niet wensten, als zijnde aperte leugens aangetoond en dus hebben zij niet de waarheid gesproken. De rechtbank Zutphen, het Gerechtshof te Arnhem en de Hoge Raad wensen echter niet na te gaan of met betrekking tot deze situatie de moeder enig verwijt treft en met deze werkwijze worden duizenden Nederlandse burgers zowel vaders als kinderen kapot gemaakt.

Rechter gaat niet in op verzoek om uitspraak te motiveren.

Het is niet zo moeilijk om ontzeggingsgronden te creŽren voor vader als de Nederlandse Rechter weigert na te gaan of de moeder iets te verwijten valt. Die passages neemt hij op hem welgevallig selectief afkomstig van de moeder, de kinderen onder toezicht van moeder en de Kinderbescherming, procespartij. De passages waaruit blijkt dat de klager verweer voert worden bijna altijd buiten beschouwing gelaten. Zoals bijvoorbeeld de rectificatie brief van de Kinderbescherming, procespartij, van 03.01.97 n.a.v. gegrond verklaarde klachten, selectief niet onder Verloop Procedure wordt vermeld. Merkwaardig is dat de Nederlandse Rechter blijkbaar precies leek te weten dat de kinderen geen omgang met hun klager wilden hebben maar niet inging op de "Stukken 29-52" van klager die deze valse beweringen van de kinderen onder toezicht van XYZ eenvoudig weerlegden. De Nederlandse Rechter weigerde bewijsmiddelen "Stukken 29-52" over te nemen en ging daar niet op in.

Ik ben van mening dat de Nederlandse Rechter had dienen te motiveren waarom zij ondanks de aperte leugens van de moeder en de Kinderbescherming, procespartij, de bewijsmiddelen "Stukken 29-52" van klager niet wilde overnemen zodat de Nederlandse Rechter tot de overtuiging kon komen dat moeder en de Kinderbescherming, procespartij, aperte leugens hadden ingebracht.

Ik blijf bij mijn standpunt dat de Nederlandse Rechter een dergelijke houding niet past omdat de Rechter aan zijn stand verplicht is uit te leggen waarom hij de bewijsmiddelen 29-52 als weerwerk tegen de aperte leugens van de moeder en de Kinderbescherming, procespartij, niet heeft overgenomen om kinderen te beschermen tegen indoctrinatie en psychologisch geweld. Door de bewijsmiddelen "Stukken 29-52" buiten beschouwing te laten en door ze te negeren hoeft hij er verder geen woord meer aan te wijden en kan hij moeiteloos een naar juridische vorm correct vonnis of arrest op papier zetten.

 


XXXXII 

REDACTIONEEL HOOFDARTIKEL DE TELEGRAAF

Op woensdag 26 maart 1997 had de bekende krant "De Telegraaf" een redactioneel hoofdartikel m.b.t. de vals beschuldigde politie-inspecteur Lancee het volgende commentaar: "De burger in ons land behoort ervan uit te kunnen gaan dat tegen hem geuite beschuldigingen terdege en onder goede professionele leiding worden bekeken; alvorens hij zelf wordt aangepakt". In deze bij u aanhangig gemaakte zaak heeft het aan die zorgvuldigheid ontbroken. Bijlage 69

 


XXXXIII 

TEGENWERKING AANGIFTE EN ARTIKEL 12 SV PROCEDURE.

Tegen XYZ is aangifte gedaan wegens laster smaad en belediging. Het opnemen van de aangifte en de afhandeling tot aan seponering werd zo lang mogelijk gerekt. Na seponering werd op 13 juni 1996 een artikel 12 SV procedure tegen de seponering van de Officier van Justitie gestart bij het Gerechtshof Arnhem maar tot 01.12.97 geen reactie gekregen.

 


XXXXIV

  TEGENWERKING ONDERZOEK REGISTERS RECHTERNEVENFUNCTIES

Klager heeft mede t.b.v. zijn zaak en klacht onderzoek gedaan naar de rechter bijbanenregisters. Daarin is hij ook door de Nederlandse Rechter tegengewerkt. Niet alleen werd aan hem meermalig inzage in de bijbanenregisters geweigerd, bij een rechtbank moest hij zelfs al zijn gegevens die hij uit het bijbanenregister ter plaatse had overgenomen onder bedreiging van twee medewerkers van het betrokken gerecht uit zijn computer wissen. Aan de uitwerking van dit onderdeel wordt nog steeds gewerkt.

 

 

XXXXV

TEGENWERKING ONDERZOEK BESCHIKKINGEN EN ARRESTEN M.B.T FAMILIEZAKEN.

Klager heeft mede t.b.v. zijn zaak en klacht inzage gevraagd in beschikkingen en arresten bij de rechtbanken Arnhem, Zwolle, Zutphen en het Gerechtshof Arnhem. Dit werd aan hem geweigerd. Bij de Rechtbank Arnhem was al een toezegging gedaan voor inzage in beschikkingen maar deze toestemming werd later terug gedraaid onder druk van het Algemeen Secretariaat Zittende Magistratuur.

 

 

XXXXVI

TEGENWERKING VOORBEREIDING KLACHT DOOR NEDERLANDSE RECHTER

Tegenwerking van klager bij voorbereiding procedure Europese Commissie door de Rechter. Klager heeft geprobeerd deze zaak zo goed mogelijk voor te bereiden en heeft daarvoor met alle 85 gerechten van Nederland contact opgenomen en vragen gesteld. Daarbij is klager door het Algemeen Secretariaat Zittende Magistratuur in zijn verdediging gehinderd, want dit Secretariaat heeft een schrijven doen uitgaan dat op ieder verzoek of vraag van hem aan een gerecht daarop onmiddellijk afwijzend zou worden beslist. Bijlage 77.

Is het niet vreemd dat deze organisatie zover gaat om een vergaderpunt te maken van de verdediging van deze vader die met valse gegevens van zijn kinderen is beroofd door de Nederlandse Rechter om hem zo veel mogelijk te hinderen in zijn verdediging en voorbereiding van zijn zaak bij de Europese Commissie?

 


XXXXVII 

TEGENWERKING ONDERZOEK UITSPRAKEN KLACHTENCOMMISSIES KINDERBESCHERMING

Klager heeft het Ministerie van Justitie verzocht om inzage in de uitspraken van de Klachtencommissies van de Raden voor de Kinderbescherming. Dit verzoek werd hem ook door het Ministerie van Justitie geweigerd.

 


XXXXVIII

 MISSTANDEN KINDERBESCHERMING OP INTERNET

Om de misstanden van de Kinderbescherming, procespartij, en de Nederlandse Rechter bij Familiezaken aan te klagen en om andere burgers tegen deze misstanden te waarschuwen werkt klager samen met de Stichting Sociale Databank Nederland om documentatie vast te leggen en voor iedereen bereikbaar te maken en de burger te helpen weerwerk te bieden tegen deze misstanden op grond van de ervaringen die klager zelf heeft opgedaan met de betrokken instanties. Bijlage 79-84.

 


XXXXIX 

ONDERZOEK 85 GERECHTEN IN NEDERLAND BELANGENVERSTRENGELING RECHTER EN KINDERBESCHERMING OVERLEG VOOR EN NA DE ZITTING BUITEN PARTIJEN

Om zijn klacht bij u in te dienen is klager nagegaan hoe de aangeklaagde belangenverstrengeling bij alle 85 gerechten in Nederland was geregeld en daartoe heeft hij met alle 85 gerechten in Nederland contact opgenomen. 65 Gerechten in Nederland hebben inmiddels aan klager bevestigd dat bij de gerechten de hand gehouden wordt aan de regel dat de vertegenwoordiger van de Kinderbescherming, als procespartij samen met partijen de rechtszaal binnenkomt en samen met partijen moet verlaten. Bijlage 53-54 en 72.

20 Gerechten in Nederland weigeren deze regel te bevestigen. Bijlage 55-56 en 71. Zie overzicht. Onder deze gerechten is tevens de Rechtbank Zutphen. Op 25 september 1997 bericht de Directeur van het Landelijk Bureau van de Kinderbescherming, na overleg met het Landelijk Management Team van de Kinderbescherming, procespartij, is het met klager eens te zijn dat het wenselijk is dat de medewerkers van de Kinderbescherming, procespartij, samen met partijen de zittingzaal binnenkomen en samen met partijen de zittingzaal moeten verlaten teneinde iedere schijn van informele beÔnvloeding te voorkomen. Bijlage 65-66.

Het Tweede Kamerlid Th.J.M. Hendriks heeft over deze belangenverstrengeling kamervragen gesteld (Handelingen Tweede Kamer Vergaderjaar 1997-1998 aanhangsel nummer 253.) Bijlage 57-60.

Opmerkelijk is dat de Minister van Justitie in haar antwoord d.d. 7 november 1997 nog van mening was dat "de vraag of het gewenst is dat de vertegenwoordigers van de Kinderbescherming, procespartij, de zittingzaal tegelijk met partijen betreden en verlaten, kan in zijn algemeenheid door mij niet worden beantwoord. De gang van zaken ter zitting wordt immers bepaald door de rechter. Bijlage 61-64.

Nadat klager opnieuw klachten had ingediend bij alle vijf ressortdirecteuren van de Kinderbescherming, procespartij, dat er nog steeds problemen zijn met deze belangenverstrengeling ontvangt klager een brief van de Landelijk Directeur d.d. 28 november 1997 met als bijlage een brief aan alle Presidenten van Gerechtshoven, Presidenten van Rechtbanken en Kantonrechters o.i.r. dat hij, in overleg met het Landelijk Management Team, heeft besloten dat de vertegenwoordiger van de Raad de zaal tegelijk met partijen zal betreden en verlaten. Bijlage 67-68.

Het is op dit moment nog niet bekend welke van de laatste 20 gerechten op de "Malafide Lijst" hiervoor alsnog toestemming en medewerking willen geven maar het zal u na deze opsomming duidelijk zijn dat ik naar mijn mening in mijn zaak in ieder geval op dit onderdeel van belangenverstrengeling Nederlandse Rechter/Kinderbescherming, procespartij, geen eerlijk rechtsproces heb gehad en daarmee heeft op dit punt mijns inziens schending van artikel 6 E.V.R.M. plaatsgevonden door de Staat der Nederlanden. Bijlage 73.


 

CONCLUSIE

  1.  

  2. Mij zijn mijn kinderen ontnomen en mijn kinderen werd hun vader ontnomen waarbij ik verwijs naar artikel 25 E.V.R.M. en stel dat naar mijn mening artikel 8 E.V.R.M. geschonden is.

  3. Het in het voorgaande gestelde toont zoveel belangenverstrengeling, tegenwerking en onzuiverheid dat ik meen dat:

  4. er geen sprake geweest is van een eerlijk proces.

  5. dat op objectieve en subjectieve gronden onpartijdigheid geweld werd aangedaan, in zo'n mate dat artikel 6 E.V.R.M. is geschonden.

  6. Het advies- en bestuursorgaan Kinderbescherming, tevens procespartij, heeft volgens klager ten onrechte de onderzoeksopdrachten gekregen van de rechtbank Zutphen terwijl dit orgaan belangen heeft bij de beÔnvloeding van de besluitvorming.

  7. De vertegenwoordiger van de Raad voor de Kinderbescherming een onderdeel van het Ministerie van Justitie, zat bij de rechtbank Zutphen als procespartij namelijk voor, na en tijdens schorsing aan dezelfde tafel naast de rechter voor overleg achter gesloten deuren zonder dat procespartijen daarbij waren of mochten zijn.

  8. Klager verregaand fundamenteel is geschaad in zijn Rechten al Mens wonend in Europa.

Ik verzoek u mijn klacht te registreren en aan mij zo snel mogelijk de ontvangst met het registratienummer aan mij te bevestigen.

 



Hoogachtend,

J. Hop
Joubertstraat 24
3851 DM Ermelo
Telefoon: 0341-558356 / 06-27315053


Bijlagen: Zie pagina 28.

Overzicht bijlagen:


1-5        Beschikking Hoge Raad 6 juni 1997 rek nr 8928 (R96/134 HR)

6-9        Arrest Gerechtshof Arnhem 5 november 1996 rekest 254/1996

10-11    Beschikking Rechtbank Zutphen 11 juni 1996 zaak 417 V/95

12-18    Rapport 1 Kinderbescherming

19-22    Rapport 2 Kinderbescherming

23-25    Notulen zitting Gerechtshof Arnhem 10.10.96

26-28    Proces Verbaal zitting Gerechtshof Arnhem 10.10.96

29         Kinderbrief met envelop van oudste dochter.

30-31    Getuigenverklaring

32-33    Getuigenverklaring

34         Foto's ziekenhuisbezoek klager met zijn kinderen aan zijn partner.

35-36    Kinderbrief van de kinderen

37-38    Kinderbrief van de kinderen

39         Kinderbrief van de kinderen

40-41    Valentijnskaart van de kinderen

42-43    Valentijnskaart van de kinderen

44         Foto's barbecue kinderen bij klager samen met hun oma en opa

45-46    Kinderbrief oudste dochter aan klager

47         Schoolverslag

48-49    Kinderen zetten bij school hun naam op beterschapskaartje aan oma

50         Manegefoto oudste dochter met vader

51         Getuigenverklaring

52         Getuigenverklaring

53-54    Overzicht Bonafide Gerechten 01.12.97

55-56    Overzicht Malafide Gerechten 01.12.97

57-60    Kamervragen Hendriks Origineel Vragenformulier Tweede Kamer der Staten Generaal
               3 oktober 1997, pagina 1, 2, 3 en 4.

61-64    Antwoorden op Kamervragen van de Minister van Justitie 07.11.97

65-66    Brief Kinderbescherming 25.09.97

67         Brief Kinderbescherming 28.11.97

68         Brief Kinderbescherming aan Gerechten 26.11.97

69         De Telegraaf "Redactioneel Hoofdartikel"

70         De Telegraaf "Klagende ouders kunnen onmogelijk gelijk krijgen"

71         De Telegraaf "Rechtbank Den Bosch overweegt stappen"

72         Telegraaf: Besluit Gerechtshof Den Bosch Kinderbescherming niet meer bij rechter aan tafel.

73         Concept Persbericht december 1997.

74         A4-foto van oudste dochter in kleur met klager bij manage na oktober 1993.

75-76    A4-foto's van twee jongste dochters in kleur samen met klager bij barbecue na 10/93

77         Brief 29.08.97 van Algemeen Secretariaat Zittende Magistratuur.
            "Uw verzoeken om toestemming tot het verrichten of doen verrichten van onderzoek
              zullen echter op voorhand NIET worden ingewilligd.

78         De Gelderlander 11.09.96 Kinderbescherming Arnhem chanteert vaders.

79-80    Overzicht Kinderbescherming en wat daar mis mee is op internet 01.12.97.

81-82    Voorbeeld print van internetsite Kamervragen Hendriks op Internet.

83-84    Voorbeeld print van internetsite antwoorden op Kamervragen van de Minister van Justitie op
              7 november 1997.

 

 

 
Van harte gefeliciteerd "overheidsambtenaren" van de Raad voor de Kinderbescherming en "rechtbank Zutphen" met het behaalde resultaat verkregen met "gefabriceerd bewijs" en "succesvolle tegenwerking". Een rechterlijke beschikking "geen omgang meer tussen vader en zijn drie kinderen"

1995-2016. En weet je wat "SO BE IT!"


3 De norm! De zes wetten van Hop, uitgangspunt voor burgers in iedere procedure tegen "overheidsambtenaren"
1 Hop bijt flink terug met satire op internet naar kinderrechter en RvdK in de zaak Hop
16 SOGM publicatie over Hop. "Mede door Hop werd internetsite soort rebellenclub"
177 President rechtbank Zutphen: "Lachwekkend om de vertegenwoordiger RvdK telkens de zaal te doen verlaten en bij de volgende zaak weer te zien terugkeren
81 Hop bijt terug: Klop Klop werd gepresenteerd op een landelijke bijeenkomst Stichting Dwaze Vaders
547 Hop bijt terug: "Het was lachwekkend te lezen dat Meesje maatregelen eiste tegen Hop na publicatie Klop Klop!"
17 Kamerlid Hendriks: Hop ga zo door! Oorkonde voor Kamerlid Hendriks voor open democratie
184 Het complot! Kinderrechter ook President Soroptemistenclub om belangen van vrouwen te bevorderen
Hop bijt terug: Bijbanenregisters rechters van Hop op internet sloeg in als een bom! Kinderrechters op hun congres verbijsterd achterlatend..... (A) (B) (C) (D) (E) (F) (G) (H) (I) (J) (K) (L) (M) (N) (O) (P) (Q) (R) (S) (T) (U) (V) (W) (Y) (Z)
327 Hop bij terug:Lachwekkend President Mr. J.J. van Oostveen: "na inzage in ons bijbanenregister is het recht van Hop om kritiek te geven uitgewerkt"
143 Het complot! Voorgedrukte griffieformulieren Voogdij: De moeder
302 Het complot! Referteverklaring rechtbank Zwolle alweer representatief voorbeeld partijdigheid voor de moeder
363 Het complot! Arnhemse rechter namens Rijksmuseum Amsterdam: "Moeders zijn beter geschikt dan vaders om leuke dingen met hun kinderen te doen"
8 Het complot! Griffier kinderrechter is dezelfde persoon als secretaris klachtencommissie RvdK
12 Het complot! RvdK en KIR overleggen over Hop voor, na en tijdens schorsing hoorzitting kinderrechter
142 Het complot! Gebruik voornamen kinderrechter en RvdK medewerker bij rechtbank Utrecht voortaan taboe
14 Resultaat: RvdK maakt einde aan (geheim) overleg voor, na, en tijdens schorsing hoorzitting rechter
83 Resultaat: Landelijk directeur RvdK Hooymans schrijft brief aan de gerechten mbt belangenverstrengeling
13 Het complot! Vereniging rechters ASZM probeert onderzoek Hop tegen te werken
148 Het complot! RvdK: Indienen klachten tegen RvdK werkt contraproductief mbt gevraagde omgangsregeling
106 Het complot! Kinderrechter weigert vader meermalig inzage dossier bij de rechtbank
112 Het complot! Een vader heeft geen recht op inzage dossier van zijn kinderen bij de politie
289 Het complot! Gelderse Verhoormethode! Een vader mag minderjarige niet bijstaan bij verhoor door politie
9 Het complot! RvdK/Kinderrechter weigert (verplichte) waarheidsvinding na "RvdK verzonnen verhalen" in de zaak Hop
10 Het complot! Hoe schrijft de raadsmedewerker het raadsrapport? Gegevens verzwijgen, toeschrijven naar conclusie!
11 Het complot! Competentieprofiel praktijkleider: Als raadsrapport niet deugt gaan we toch lekker door!
93 Het complot! RvdK laat belang moeder zwaarder wegen dan belang vader
136 Het complot! RvdK: Omgangsregeling afwijzen omdat omgang niet met een rechterlijke beschikking kan worden afgedwongen
139 Het complot! Vraag Hop in Justitiekrant: "Is het gewenst dat de Raad zelf onderzoek mag verrichten als belanghebbende bij de uitslag"
445 Resultaat: Analyse klachtafhandeling kinderbescherming 2000 citaat:"Dhr Hop vanwege groot aantal apart vermeld"
18 Het complot! Klacht Hop tegen Staat der Nederlanden mbt 8 EVRM niet-ontvankelijk bij Europese commissie
19 Het complot! Klacht Hop tegen Staat der Nederlanden mbt 6 EVRM niet-ontvankelijk bij Europese commissie
337 Het complot! PvdA Kamervoorzitter Deetman bleef Kamerlid Hendriks in kwaad daglicht plaatsen
459 - 218 Het complot! Denk eens na over geschiedenis (gefiscaliseerde) omroepbijdrage en censuur gesubsidieerde media
137 Stiekem overleg (overheid) over Hop in een achterkamertje van de Vereniging Directeuren Gezinsvoogdij-instellingen.
80 Twintig jaar later er is nog niets veranderd! Hop krijgt Openbaar Ministerie Gevoelige Zaken Overleg MEMO'S OVER HOP te pakken.
574 De eerste kinderrechter springt voor de trein na het wederom naaien van Hop met "gefabriceerd bewijs" en "succesvolle tegenwerking"

Citaat raadsrapport in de zaak: De vader (Hop) wil dat de uitspraak van de rechter inzake de omgangsregeling wordt uitgevoerd.

TEGEN

Raad voor de Kinderbescherming: "Een omgang tussen vader en kinderen, kan niet op deze wijze (met een beschikking van de kinderrechter) worden afgedwongen".

Beschikking kinderrechter/President Soroptemistenclub R.A.J. Mees: Geen omgang meer tussen vader en zijn kinderen.

1995-2016. En weet je wat "SO BE IT!"

top
Gefabriceerd bewijs en succesvolle tegenwerking Hop I
Gefabriceerd bewijs en succesvolle tegenwerking Hop II
Gefabriceerd bewijs en succesvolle tegenwerking Hop III
Gefabriceerd bewijs en succesvolle tegenwerking Hop IV
Stem wijzer! Stem Groep Hop ©
Referenties J. Hop
Activiteiten