| Het doel van de website is kennis in gratis informatie en gratis informatie in kennis om te zetten. |
Gewijzigde vaststelling van de rijksbijdragen en terugvordering van de ten onrechte aan de stichting betaalde bedragen
| Uitspraken | |||||||||||||||||||||||||
|
|||||||||||||||||||||||||
|
200707264/1. AFDELING Uitspraak op het hoger beroep van: de stichting Stichting Hogeschool van
Utrecht, gevestigd te Utrecht, tegen de uitspraak in zaak nr. 06/1522 van de rechtbank Utrecht van 4 september 2007 in het geding tussen: de stichting Stichting Hogeschool van Utrecht en de staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. 1. Procesverloop Bij besluit van 15 december 2004 heeft de staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (hierna: de staatssecretaris) de aan de Stichting Hogeschool van Utrecht (hierna: de stichting) verleende rijksbijdragen voor de jaren 2000 tot en met 2003 herzien en voor een bedrag van in totaal € 10.269.643,00 lager vastgesteld en bepaald dat dit bedrag wordt verrekend met de te ontvangen rijksbijdrage voor 2005. Bij besluit van 21 februari 2006 heeft de staatssecretaris het daartegen door de stichting gemaakte bezwaar gegrond verklaard voor zover het op de terugvordering van een bedrag van € 2.489.580,00 betrekking heeft, dat bedrag aan de stichting teruggegeven en het bezwaar voor het overige ongegrond verklaard. Bij uitspraak van 4 september 2007, verzonden op 10 september 2007, heeft de rechtbank Utrecht (hierna: de rechtbank) het daartegen door de stichting ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht. Tegen deze uitspraak heeft de stichting bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 16 oktober 2007, hoger beroep ingesteld. De gronden van het hoger beroep zijn aangevuld bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 4 december 2007. De minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (hierna: de minister) heeft een verweerschrift ingediend. De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 17 juni 2008, waar de stichting, vertegenwoordigd door mr. M.R. Ruygvoorn, advocaat te Utrecht, vergezeld door mr. M.P.I. van Leeuwen en drs. P. van Wijk, en de minister, vertegenwoordigd door mr. A.J. Boorsma, advocaat te Den Haag, vergezeld door E.F.M. Manse en S.P. Revers, zijn verschenen. 2. Overwegingen 2.1. Ingevolge artikel 1.1, aanhef en onder e, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek (hierna: de WHW), zoals deze wet ten tijde van belang luidde, wordt in deze wet onder initieel onderwijs verstaan: hoger onderwijs dat aansluit op de tweede fase van het voortgezet onderwijs. Ingevolge die aanhef en onder m wordt onder opleiding verstaan: een opleiding als bedoeld in artikel 7.3. Ingevolge artikel 1.3, tweede lid, hebben hogescholen het verzorgen van hoger beroepsonderwijs tot taak. Zij kunnen onderzoek verrichten voor zover dit verband houdt met het onderwijs aan de instelling. In elk geval verzorgen zij initiële opleidingen en dragen zij kennis over ten behoeve van de maatschappij. Zij dragen bij aan de ontwikkeling van beroepen waarop het onderwijs is gericht. Ingevolge artikel 1.9, eerste lid, voor zover thans van belang, hebben instellingen aanspraak op bekostiging uit 's Rijks kas ten behoeve van het verzorgen van initieel onderwijs. Ingevolge artikel 6.13, eerste lid, is het Centraal register opleidingen hoger onderwijs (hierna: het CROHO) een systematisch geordende verzameling gegevens met betrekking tot de opleidingen die door de instellingen voor hoger onderwijs verzorgd worden. Ingevolge artikel 7.3, eerste lid, wordt het initiële onderwijs door de instelling aangeboden in de vorm van opleidingen. Ingevolge het tweede lid, voor zover thans van belang, is een opleiding een samenhangend geheel van onderwijseenheden, gericht op de verwezenlijking van welomschreven doelstellingen op het gebied van kennis, inzicht en vaardigheden waarover degene die de opleiding voltooit, dient te beschikken. Ingevolge het zesde lid, voor zover thans van belang, wordt elke opleiding geregistreerd in het CROHO. Ingevolge artikel 7.8, eerste lid, kent een opleiding een propedeutische fase. Ingevolge artikel 7.17, eerste lid, wordt het onderwijs, verzorgd door de bekostigde universiteiten en hogescholen, aangeboden in de gemeente waarin de instelling is gevestigd, onverminderd het bepaalde in het tweede lid. Ingevolge het tweede lid, voor zover hier van belang, staat de staatssecretaris ten aanzien van een opleiding toe dat het onderwijs wordt gegeven buiten de gemeente van vestiging, indien een doelmatige spreiding van voorzieningen op het gebied van hoger onderwijs zich daartegen niet verzet. Ingevolge artikel 7.30, eerste lid, geldt voor de inschrijving voor een opleiding na het propedeutisch examen als eis het bezit van een getuigschrift van het met goed gevolg afgelegde propedeutisch examen van die opleiding of van het met goed gevolg afgelegde propedeutisch examen dat die opleiding en een of meer andere opleidingen gemeen hebben. Ingevolge het tweede lid kan het instellingsbestuur vrijstelling verlenen van de in het eerste lid bedoelde eis aan de bezitter van een al dan niet in Nederland afgegeven diploma, indien dat diploma naar het oordeel van het instellingsbestuur ten minste gelijkwaardig is aan het in het eerste lid bedoelde getuigschrift. Indien het een buiten Nederland afgegeven diploma betreft, kan het instellingsbestuur daarbij bepalen dat geen examens of onderdelen daarvan worden afgelegd dan nadat ten genoegen van de desbetreffende examencommissie het bewijs is geleverd van voldoende beheersing van de Nederlandse taal voor het met vrucht kunnen volgen van het onderwijs. Ingevolge het derde lid kan de examencommissie, met inachtneming van het ter zake bepaalde in de onderwijs- en examenregeling, in afwijking van het eerste lid, aan degene die is ingeschreven, op zijn verzoek, reeds de toegang tot het afleggen van een of meer onderdelen van het kandidaatsexamen of, indien geen kandidaatsexamen is ingesteld, tot het afleggen van een of meer onderdelen van het afsluitend examen verlenen voordat hij het propedeutisch examen van de desbetreffende opleiding met goed gevolg heeft afgelegd. 2.2. In de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank overwogen dat voldoende aannemelijk is geworden, gezien de wijze waarop het opleidingstraject voor Belgische studenten is vormgegeven en uitgevoerd, dat sprake is van een constructie die niet aan de bepalingen van de WHW voldoet, zodat de betrokken studenten ten onrechte voor bekostiging in aanmerking zijn gebracht. Aan dat oordeel heeft de rechtbank ten grondslag gelegd, voor zover thans van belang, dat de stichting, gezien de door haar verrichte onderwijsinspanningen, voor de betrokken studenten geen initieel onderwijs in de zin van artikel 7.3 heeft verzorgd, dat artikel 7.17 niet toestaat dat de volledige opleiding zonder toestemming van de staatssecretaris in het buitenland wordt gegeven en dat de studenten, nu zij geen propedeutisch getuigschrift hadden, in strijd met artikel 7.30, eerste en tweede lid, zijn ingeschreven. 2.3. In hoger beroep betoogt de stichting dat de rechtbank dat ten onrechte heeft overwogen. Daartoe voert zij aan dat de betrokken studenten bij de Hogeschool van Utrecht waren ingeschreven en initieel onderwijs hebben gekregen, dat een redelijke uitleg van artikel 7.17 van de WHW met zich brengt dat de studenten moeten worden geacht dat onderwijs in Utrecht te hebben gekregen en dat de studenten op grond van artikel 7.30, derde lid, van deze wet zonder propedeutisch diploma toegang tot de hoofdfase van de opleiding hadden. 2.3.1. Niet in geschil is dat de betrokken studenten ten tijde van belang bij een onderwijsinstelling in België waren ingeschreven en daar hun volledige opleiding hebben gekregen. Gezien de door de staatssecretaris aan het besluit van 21 februari 2006 ten grondslag gelegde rapporten, bestaat geen grond voor het oordeel dat de staatssecretaris niet in redelijkheid het standpunt heeft kunnen innemen dat de stichting een constructie heeft opgezet met als vooropgezet doel dat de studenten bij de telgegevens van de bekostiging in beschouwing worden genomen, zonder dat daar een reële onderwijsinspanning van de stichting voor de betrokken studenten tegenover staat. Dat de studenten bij de Hogeschool van Utrecht waren ingeschreven en een diploma zouden kunnen behalen op grond van tentamens die zij bij een onderwijsinstelling in België hadden afgelegd, brengt onder deze omstandigheden niet met zich dat de staatssecretaris ten onrechte het standpunt heeft ingenomen dat de stichting voor de studenten geen initieel onderwijs, als bedoeld in artikel 7.3 van de WHW, heeft verzorgd. Gelet op artikel 1.9, eerste lid, van de WHW, heeft de rechtbank terecht overwogen dat de stichting voor de opleiding van de studenten geen aanspraak op bekostiging had. Aangezien de betrokken studenten hun volledige opleiding in het buitenland hebben gekregen, is voorts geen sprake van een doelmatige spreiding van voorzieningen op het gebied van hoger onderwijs, als bedoeld in artikel 7.17 van de WHW. De rechtbank heeft derhalve evenzeer terecht overwogen dat de inschrijving van de betrokken studenten bij de Hogeschool van Utrecht in strijd met deze bepaling is. Ten slotte is niet in geschil dat de stichting de studenten ten onrechte op grond van het tweede lid van artikel 7.30 van de WHW van de in het eerste lid gestelde eis van het bezit van een getuigschrift van het met goed gevolg afgelegde propedeutisch examen heeft vrijgesteld. Verder zijn de studenten niet voor de propedeutische fase van de opleiding ingeschreven. Dat brengt met zich dat, anders dan de stichting betoogt, ook het derde lid van artikel 7.30 van de WHW zich niet verzet tegen het oordeel van de rechtbank dat de studenten ten onrechte zonder propedeutische diploma van de hoofdfase van de opleiding zijn ingeschreven. Het betoog faalt. 2.4. Voorts betoogt de stichting dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat, nu de opleidingstrajecten Management Assistent, Directie Management Assistent en Register Management Assistent geen samenhangend geheel zijn van onderwijseenheden waarvan de propedeuse onderdeel uitmaakt, de betrokken studenten geen initieel onderwijs hebben gevolgd, maar voorgestructureerde deelprogramma's, zodat de stichting ook voor deze studenten geen aanspraak op bekostiging had. Daartoe voert de stichting aan dat de rechtbank heeft miskend dat de betrokken studenten de mogelijkheid hadden naar een reguliere opleiding met een propedeutische fase door te stromen. 2.4.1. Aangezien initieel onderwijs volgens artikel 7.3, eerste lid, van de WHW wordt aangeboden in de vorm van opleidingen, zijnde een samenhangend geheel van onderwijseenheden, gericht op de verwezenlijking van welomschreven doelstellingen op het gebied van kennis, inzicht en vaardigheden waarover degene die de opleiding voltooit, dient te beschikken, en opleidingen volgens artikel 7.8, eerste lid, van de WHW een propedeutische fase kennen, is slechts sprake van initieel onderwijs wanneer sprake is van een samenhangend geheel van onderwijseenheden, waarvan de propedeuse onderdeel uitmaakt. Niet in geschil is dat de hierboven bedoelde opleidingen op zichzelf niet een volledige in het CROHO opgenomen opleiding, waarvan de propedeuse onderdeel uitmaakt, behelzen, maar één of meer onderdelen uit een in het CROHO geregistreerde opleiding en dat, gezien de door de staatssecretaris aan het besluit van 21 februari 2006 ten grondslag gelegde rapporten, de betrokken studenten niet aan de toelatingseisen voor een in het CROHO opgenomen opleiding voldeden. Dat betekent dat de rechtbank terecht heeft overwogen dat geen sprake is van een samenhangend geheel waarvan de propedeuse onderdeel uitmaakt en de door de stichting aangeboden opleidingen derhalve geen initieel onderwijs behelzen waarvoor zij bekostiging had mogen ontvangen. Het betoog faalt. 2.5. Ten slotte betoogt de stichting dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat de staatssecretaris in redelijkheid de aan de stichting verleende rijksbijdragen voor de jaren 2000 tot en met 2003 heeft kunnen herzien en de door de stichting teveel ontvangen bekostiging over die jaren heeft kunnen terugvorderen en dat van onevenredigheid daarbij niet is gebleken. Daartoe voert de stichting aan dat onvoldoende rekening met haar belangen is gehouden, dat de ontvangen bedragen voor het geven van onderwijs zijn gebruikt en dat terugvordering in strijd met de strekking van de artikelen 4:49 en 4:57 van de Algemene wet bestuursrecht is. 2.5.1. Aan het besluit van 21 februari 2006 heeft de staatssecretaris ten grondslag gelegd dat de nadelige gevolgen van de terugvordering niet onevenredig zijn in verhouding tot het met de terugvordering te dienen doel, omdat overtreding van de bekostigingsregels grote effecten op de bekostiging van het hoger onderwijs heeft gehad en het, gelet op het uitgangspunt van een rechtvaardige verdeling van het daarvoor beschikbare budget, van belang is dat het relatief grote voordeel dat de betrokken onderwijsinstellingen hebben verkregen wordt teruggevorderd. 2.5.2. Dat de stichting de ontvangen bedragen voor het geven van onderwijs heeft gebruikt, brengt op zichzelf niet met zich dat er bijzondere feiten of omstandigheden zijn, op basis waarvan de nadelige gevolgen van de terugvordering onevenredig zijn in verhouding tot het met de terugvordering te dienen doel. Daarbij is van belang dat het hierbij gaat om herstel van de rechtmatige situatie. Onder deze omstandigheden bestaat geen grond voor het oordeel dat de rechtbank heeft miskend dat de staatssecretaris bij afweging van alle daarbij betrokken belangen niet in redelijkheid heeft kunnen komen tot de gewijzigde vaststelling van de rijksbijdragen en tot terugvordering van de ten onrechte aan de stichting betaalde bedragen. Het betoog faalt. 2.6. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd. 2.7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. 3. Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State Recht doende in naam der Koningin: bevestigt de aangevallen uitspraak. Aldus vastgesteld door mr. J.E.M. Polak, voorzitter, en mr. D. Roemers en mr. B.P. Vermeulen, leden, in tegenwoordigheid van mr. R.J.R. Hazen, ambtenaar van Staat. w.g. Polak w.g. Hazen Uitgesproken in het openbaar op 27 augustus 2008 452. |
|||||||||||||||||||||||||
2.
Alle digitale JGZ dossiers moeten informatie uit
kunnen wisselen met entadministraties, verloskundigen, informatiebank,
verwijsindex risicojongeren en moeten berichten kunnen verzenden/ontvangen
om deze uitwisseling mogelijk te maken! 3.
Om uitwisseling van gegevens met de zorgsector mogelijk te maken zal het
digitale JGZ dossier gekoppeld worden aan het landelijk schakelpunt (LSP),
waar ook het Elektronisch Patiëntendossier (EPD) gebruik van maakt.
De
school als informant van AMK, BJZ, RVDK zonder toestemming van de ouders
belast met het gezag over een kind
465
Heeft
u afschrift van een compleet schooldossier van uw kind gekregen en iedere
pagina genummerd?
464
Heeft
u verzoek 464 per kind al bij de school ingeleverd? Indien neen, waarom
niet?
123
Oerlemans
1, 2 en 3. SPOED VERZOEK om een verkeerde ontvangstbevestiging onverwijld te
corrigeren!
516
IGB!
Na 14 dagen stuurt u de school een ingebrekestelling met dwangsom indien de
school niet op verzoek 465 heeft beslist
BSC
Heeft
u onderzoek
naar het schoolbestuur, schooldirecteur, leerkracht gedaan? Welke
schoolopleiding? Kandidaat voor welke politieke partij?
379
511
684
111
178
427
055
324
540
177
Aan
de burgemeesters van alle gemeenten in Nederland inzake overleg Ministerie
voor Jeugd en Gezin, VNG,
GGD Nederland en ActiZ
1. ElectronischKindDossier (EKD)/lokale systemen moet GBA-gegevens inclusief
het BurgerServiceNummer (BSN) kunnen ontvangen!
540
INFORMANT:
"De bedreiging die ik als moeder ervaar is dat déze overheid voor al
onze kinderen een risicoanalyse wil maken"
566
INFORMANT:
"A. wordt gepest op school! Ouders zijn genoodzaakt haar van De Vlinder
Dieren af te halen!"
567
INFORMANT:
"Na verzoek 465 wordt eerst afschrift dossier geweigerd! Later wordt
een geschoond dossier aan ouders gegeven!"
568
INFORMANT:
"School De Vlinder Dieren met rechter in bestuur weigert pesten te
stoppen en A. wordt bij andere school aangemeld"
575
INFORMANT:
"260606 Vlinder neemt wraak op meisje van 9 na aanmelding andere school
door bij SBJG op UHP van A. aan te dringen!"
651
Is
de school lid van de Vereniging van openbare en algemeen toegankelijke
scholen dan kunt u een bezwaarschrift indienen
634
Openbare
Basisschool De Woordhof, Keppelseweg 30, 6999 AP Hummelo, VERZOEK 464 en
465, BEZWAAR en BEROEP
484
Jurisprudentie:
"Van een school kan niet worden gevergd dat zij de ouders op ieder
willekeurig moment te woord staat"
186
Gewijzigde
vaststelling van de rijksbijdragen en terugvordering van de ten onrechte aan
de stichting betaalde bedragen
090
Is
nadenken over wat er om je heen gebeurt gevaarlijk voor kinderen en/of hun
ouders
342
Geschiedenis
7 oktober 2005 Vraagjes van Hop aan College Ermelo inzake verkeer,
verkeersforum,verkeerssituaties in Ermelo
Kunt u mij uitleggen welke instantie SMF is, die de gebruikersnaam
controleert?
Kunt u mij uitleggen welke anderen u bedoeld met de vraag "E-mailadres
verbergen voor anderen"?
Kunt u mij uitleggen waarom u niet kenbaar maakt dat er een profiel van de
gebruiker aangemaakt én bewaard wordt?
Kunt u mij uitleggen wat er met het gedaan wordt en wie er inzage in hebben?
Kunt u mij uitleggen hoe het profiel tegen misbruik beschermd wordt?
Kunt u mij uitleggen waarom uitsluitend de voorwaarden om aan "Ermelo
forum" mee te doen, in het Engels gesteld zijn?
Kunt u mij uitleggen waarom expliciet gesteld wordt dat de gegeven reactie
niet strijdig mag zijn met iedere internationale _ÉN wetgeving van de
Verenigde Staten_?
Kunt u mij uitleggen waarom er in dit verband voorbij gegaan wordt aan de
Nederlandse wetgeving?
Kunt u mij uitleggen waarom er in de voorwaarden glashard gelogen wordt? Met
name de laatste zin "The software does not collect or send any
other form of information to your computer".
623
Doordat
akten van de burgerlijke stand elektronisch worden opgeslagen, kan er direct
een zogeheten 'dubbel' worden gestuurd naar de centrale bewaarplaats
van de Justitiële Informatiedienst (JustID) in Almelo.
602
Rechtersleger
in Nederland: "Een valse melding kindermishandeling tegen ouders is
niet onrechtmatig!"
621
Hop
adviseert ouders alleen met de Algemene wet bestuursrecht als norm te
procederen en een partijdige rechter gelijk te wraken
651
Is
de school lid van de Vereniging van openbare en algemeen
toegankelijke scholen dan kunt u een bezwaarschrift indienen
622
Iemand
die 'foute' denkbeelden of activiteiten heeft of 'foute' mensen kent, loopt
grootste kans om afgeluisterd te worden
273
Inzicht
in "uithollen wetgeving" door rechtersleger over het afluisteren
van mobiele telefoons die "stand by" staan
624
Donner
CDA rechter/MvJ: Peter Plasman: "Donner wil nu de vrijheid om het doen
en laten van de hele bevolking vast te leggen"
626
Donner
CDA rechter/MvJ:
wil
dat politie gegevens opslaat over burgers die niet worden verdacht worden
van strafbaar feit
246
Donner
CDA rechter/MvJ: "Het
is misplaatst en onverantwoord te zoeken naar de schuldigen in de zaak
Savannah. We moeten ons verzetten tegen negatieve beeldvorming over de
gezinsvoogdij!"
476
Donner
CDA rechter/MvJ: voorbeeld van het onder elkaar verdelen van alle
belangrijke bestuurs- en juridische baantjes
187
Donner
CDA rechter/MvJ: verbiedt proef 'no cure no pay' wil NIET dat burgers zelf
gaan/kunnen procederen zonder advocaat!
267
Donner
CDA rechter/MvJ: "Om hanteerbaar te blijven moet maatschappelijke
onvrede over rechtspraak politiek gekanaliseerd worden"
482
Donner
CDA rechter/MvJ: Confrontatie LPF met CDA MvJ Donner over norm voor meenemen
of wepmeppen van winkeldief
382
Donner
CDA rechter/MvJ: deed
uitspraak als RECHTER terwijl hij helemaal geen rechter was! Niemand maakt
zich daar druk over!
394
Donner
CDA rechter/MvJ: Uitspraken “in naam der koningin” door meervoudige
kamers de minuten, afschriften en grossen worden als regel valselijk worden
opgemaakt! Deze uitspraken worden namelijk niet ondertekend door wie dat
wettelijk zouden moeten doen, de voorzittende rechter/raadsheer en
dienstdoende griffier, maar door onbevoegde administratieve medewerkers. Het
‘in naam der koningin’ in rechtsbesluiten is niet meer dan een
“overblijfsel” en we maken deze uitspraken altijd al valselijk op laat
CDA rechter en MvJ Donner op vragen hierover weten
627
Nederlanders
worden massaal afgeluisterd met keur aan middelen voor politie en Justitie
om mobiele telefoons af te tappen
628
De
'geheime' internet tapkamer van de overheid. Hoe weet je als burger dat je
internetverkeer afgetapt wordt?
629
Verdrag
Draft Convention on Cybercrime met wetgeving goed voor politie en justitie
maar niet voor industrie en samenleving
188
Opslaan
internetsporen 'erger dan de Stasi, Met EU richtlijn opslaan
verkeersgegevens is Europa een grote politiestaat geworden
630
Nieuwe
ontwikkelingen in Amerika tonen aan hoe burgers nog verder in de gaten
gehouden gaan worden door overheden
631
Echelon,
Amerika luistert mee ook met de meest geheime bedrijfseconomische informatie
290
Interpay
betrokken bij commerciële adrescontrole: "Het op systematische wijze
opschonen en actualiseren van adressenbestanden van organisaties die zich
bezig houden met bedelacties"
114
Rechters
en Officieren van Justitie klagen over Hop willen privé-gegevens over
nevenfuncties van internet worden gehaald
BSC
Interne
of externe BSC? Waarom zijn namen, titels, initialen, nevenfuncties (267)
leden/secretarissen bezwaarcommissies GEHEIM?
389
OM
probeert
namen, initialen, functieomschrijvingen
en nevenfuncties OM-ambtenaren voor burgers GEHEIM te houden
377
Vraag
altijd
afschrift
Koninklijk Besluit!
Controleer
of u met een echte of een pseudo Officier van Justitie te maken heeft
206
Het
gevaar! Het VELDKAMP-syndroom staat voor de partners van Justitie
medewerkers die gaan klagen als op internet wordt vermeldt dat hun
echtgenote burgers aan de telefoon netjes en correct conform de wet
behandeld
381
Als
de politie uw aangifte NIET wil opnemen dient u gelijk een klacht in bij de
burgemeester
380
Wijziging
van het Wetboek van Strafrecht strekkende tot het strafrechtelijk
vervolgbaar maken van het opdracht geven tot en het feitelijke leiding geven
aan verboden gedragingen van overheidsorganen
020
Macht
is recht! Wie meer macht heeft heeft veel meer rechten in Nederland!
383
Stemwijzer!
Boycot de Raad voor de Kinderbescherming!
STEM
NIET OP CDA, Christen-Unie, SGP en VVD! Stem WEL op andere partij!
290
Drukwerk!
Boycot
de Raad voor de Kinderbescherming!
Stuur
al uw ongevraagd drukwerk DIRECT geweigerd retour!
290
Goede
doelen! Boycot de Raad voor de Kinderbescherming!
Geef geen geld aan collectes,
andere (gesubsidieerde) goede doelen!
070
Boycot
de Raad voor de Kinderbescherming!
Weiger
onderzoek door Raad voor de Kinderbescherming, hou ze buiten de deur!
445
Boycot
de Raad voor de Kinderbescherming!
Weiger
onderzoek door Raad voor de Kinderbescherming, ga ook niet naar de RvdK!
445
Boycot
de Raad voor de Kinderbescherming!
Weiger
telefoongesprekken met personeel RvdK! Gooi gelijk de hoorn op de haak!
633
Boycot
de Raad voor de Kinderbescherming!
Dien
tegen ieder RvdK BESLUIT gelijk een bezwaarschrift in!
459
Boycot
de Raad voor de Kinderbescherming!
Annuleer
uw abonnement op uw (gesubsidieerde) krant! Plaats ook GEEN advertenties!
445
Boycot
de Raad voor de Kinderbescherming!
Publiceer
uw praktijkervaringen met personeel van de RvdK ook op internet!
091
Boycot
de Raad voor de Kinderbescherming!
Verzoek
om gemeentegarantie vingerafdrukken
bij nieuw paspoort of identiteitskaart!
445
Boycot
de Raad voor de Kinderbescherming! Doe
zelf mee met provinciale verkiezingen 2011 en verkiezingen gemeenteraad
2014!
282
Fortuyn.
Westbroek: Één mistdruppel voel je niet, maar komt het van alle kanten dan
zorgt dat voor een ander politiek klimaat
267
"Iedere
kritiek afzonderlijk is niet gevaarlijk, maar de druppel
holt de steen uit, niet door geweld, maar door gestaag te
vallen"