CENSUUR EN ORGANISATIECRIMINALITEIT IN NEDERLAND

Informant advocatuur: Hop moet bloeden schrijft een christelijke advocaat met bijbaantjes in kerk en school aan zijn opdrachtgever jeugdzorg. Vanwege PR-redenen niet tot het uiterste gaan.........

Informant journalistiek: mw. Jeanne Dijkstra eindredacteur Ermelo Weekblad aan de Raad voor de Journalistiek: "Van alle kanten komen berichten dat Groep Hop moet worden doodgezwegen".

Informant Openbaar Ministerie: Bron Memo Openbaar Ministerie Landelijk Cordinerend officier van justitie Bovenregionaal Recherche Overleg (BRO) Teamleider Maatwerkzaken  over Hop 11 juni 2012 Citaat: Complicerende factor in het verhaal is dat de heer Hop een politiek zeer actieve persoon is. Citaat:Het Gevoelige Zaken Overleg (GZO) is voorstander van een frontale opsporingsactie op Hop oftewel halen en (als spraakzame "Don Quichot") doen bekennen en vervolgen. Peter van Hagen aan mr. R. Tenge en D. van der Kolk.

Informant rechtspraak: Kinderrechter wil overleg met jeugdzorg -buiten de hoorzittingen om- hoe we op de verzoek- en verweerschriften met Hop als procesvertegenwoordiger gaan beslissen en informatie bij welke zaken Hop betrokken is.

Informant Parlement: Parlement 1e en 2e Kamer Met spoed klachtwetgeving tegen jeugdzorg uithollen om effectief klagen (met Hop) te onderdrukken.

 

Voorwoord met uitnodiging om na te denken over 20 jaar (christelijke) Staatsterreur tegen Hop

Lees verder

 

 

Kernpunt van de klacht schending 6 EVRM tijdens rechtsproces J. Hop tegen Staat der Nederlanden


Faxbericht 00-33-388412730


Europese Commissie voor de Rechten van de Mens, European Commission of Human Rights,


Aan de Secretaris van de Europese Commissie voor de rechten van de Mens,
Raad van Europa - Counsel of Europe,
Conseil de l'Europe, F-67075 Strassbourg Cedex,
Straatsburg - Strassbourg,
Frankrijk.

 

Ermelo, 23 januari 1999


Betreft:


Zeer geachte Secretaris,

De klacht heb ik geschreven zonder de betrokkenheid van een advocaat omdat advocaatkosten niet meer door mij zijn op te brengen vanwege de proces- en andere kosten die ik in deze zaak heb moeten maken om deze klacht aan de Commissie voor te leggen. Ik verzoek u daarmee rekening te houden. Mochten er formuleringen zijn die precisering vereisen dan zou ik graag door u daartoe
in de gelegenheid worden gesteld waar nodig deze precisering aan te leveren.


Kernpunt van de klacht schending 6 EVRM tijdens rechtsproces J. Hop.


I. INLEIDING.


1.1


1.2


1.3


1.4


1.5


1.6

  • Op 7 mei 1996 vond de laatste hoorzitting in deze zaak plaats waarna de eindbeschikking werd gegeven.


1.7

  • In het Dagblad De Telegraaf van 16.01.99 heeft kinderrechter en hoogleraar Jeugd- en Familierecht Vrije Universiteit Amsterdam mr J. Doek verklaard: De Raad (Raad voor de Kinderbescherming) heeft een bepaalde arrogantie die er door gewenning aan macht is ingeslopen. Zelfs advocaten zijn bang voor de Raad. Het klinkt raar maar realiteit is dat advocaten zelden kritisch zijn in het familierecht. Ik zie ouders waarover zeer ongunstig is gerapporteerd wel eens een paar keer slikken in de rechtszaal. Want al klopt het niet, dan denk ik nog dat hun advocaat hen adviseert: joh mondje dicht want de Kinderbescherming houdt niet van kritiek.


1.8

  • De Wet in Nederland is buiten werking gesteld door almachtige rechterlijke ambtenaren. Is dit slordigheid, of machtswellust van de rechter? Antwoord: Nee...!! De wetgever heeft de wet als referentiekader voor het juridisch verkeer versluierd en daarmee de rechtsstaat feitelijk buiten werking gesteld. De wetgever heeft de wet als ultieme uiting van het recht en referentiekader buiten werking gesteld. Dit is gebeurd in 1963, toen in artikel 99 RO lid 1 sub 2 "de schending van de WET" vervangen is door "schending van het recht" als een van de twee cassatiegronden. Hiermee is de weg geopend van de heilloze van de zogenaamde jurisprudentiewetgeving. Daarmee werd niet alleen de Staten Generaal als wetgever gepasseerd, maar groeit de praktijk die in flagrante strijd is met de belangrijkste en meest fundamentele wet op het gebied van recht: namelijk de wet Algemene Bepalingen uit 1829. Deze wet gebiedt immers in artikelen 11 de rechter recht te spreken conform de wet en verbiedt volgens artikel 12 jurisprudentierechtspraak. De hele jurisprudentiepraktijk van de Hoge Raad is dus in flagrante strijd met deze wet! c.f.: Verheugt, Knottenbelt, Torringa, inleiding Nederlands Recht, Arnhem 1994, pagina 108.


II. KLACHT


2.1.a.

  • Verwijzend naar 1.1 tot en met 1.8 zat de praktijkleider van de Raad voor de Kinderbescherming Directie Oost G. Eppink tijdens de hoorzitting in de onderhavige zaak aan dezelfde tafel aan de linkerkant van kinderrechter mevrouw mr R.A.J. Mees. Aan de rechterkant aan dezelfde tafel zat de griffier.


2.1.b.

  • Met het toelaten van de persoon G. Eppink aan dezelfde tafel als de kinderrechter zat werd de indruk gewekt dat klager J. Hop niet met n rechter te maken had maar met twee rechters.


2.2

  • Verwijzend naar 1.1 tot en met 1.8 de praktijkleider van de Raad voor de Kinderbescherming Directie Oost G. Eppink ongeveer een uur voor hoorzitting in de onderhavige zaak bij de kinderrechter in de zittingzaal zat achter gesloten deur met de kinderrechter R.A.J. Mees terwijl de
    andere belanghebbende buiten de zittingzaal zaten te wachten.


2.3

  • Verwijzend naar 1.1 tot en met 1.8 de praktijkleider van de Raad voor de Kinderbescherming Directie Oost G. Eppink tijdens schorsing hoorzitting in de onderhavige zaak bij de kinderrechter in de zittingzaal zat achter gesloten deur met de kinderrechter R.A.J. Mees terwijl de
    andere belanghebbende buiten de zittingzaal zaten te wachten.


2.4

  • Verwijzend naar 1.1 tot en met 1.8 de praktijkleider van de Raad voor de Kinderbescherming Directie Oost G. Eppink ongeveer na de hoorzitting in de onderhavige zaak bij de kinderrechter in de zittingzaal zat achter gesloten deur met de kinderrechter R.A.J. Mees terwijl de andere belanghebbende buiten de zittingzaal zaten te wachten.


2.5

  • Verwijzend naar 1.1 tot en met 1.8 de waarnemend griffier Drs H.M. van der Hoeve-de Muinck Keizer bij twee hoorzittingen kinderrechter in de zaak van J. Hop deed ook in dubbelfunctie secretaris van de Klachtencommissie II Raad voor de Kinderbescherming, directie Oost twee klachtprocedures tegen de Raad voor de Kinderbescherming Directie Oost in casu praktijkleider G. Eppink.


2.6

  • Verwijzend naar 1.1 tot en met 1.8 ongeveer een week voor de hoorzitting kinderrechter R.A.J. Mees klager inzage in zijn dossier heeft geweigerd onder het mom dat alleen advocaten het dossier mochten inzien.


2.7.

  • Verwijzend naar 1.1 tot en met 1.8 na de hoorzitting kinderrechter R.A.J. Mees klager twee maal inzage in zijn dossier heeft geweigerd onder het mom dat alleen advocaten het dossier mochten inzien.


2.8

  • Verwijzend naar 1.1 tot en met 1.8. Toen de advocaat van J. Hop niet in Hoger Beroep wilde gaan en J. Hop dus geen advocaat meer had mocht J. Hop van kinderrechter mevrouw R.A.J. Mees alsnog zijn dossier inzien en constateerde dat in het onderhavige dossier door de kinderrechter en/of de wnd. griffier in alle stukken van de Raad voor de Kinderbescherming Directie Oost en de wederpartij ongeveer driehonderd woorden en passages geel waren aangestreept. In alle processtukken van J. Hop waren tien woorden geel aangestreept namelijk: Vader heeft klachten ingediend tegen de Raad voor de Kinderbescherming.


2.9

  • Verwijzend naar 1.1 tot en met 1.8. de Raad voor de Kinderbescherming Directie Oost Praktijkleider G. Eppink in zijn deskundigenrapport aan de rechter adviseerde "Een omgangsregeling tussen vader en kinderen alsnog afwijzen" met als argument en conclusie dat een omgangsregeling niet met een beschikking kinderrechter kan worden afgedwongen, vader met een beschikking kinderrechter niet in staat lijkt om de kinderen op een voor kinderen acceptabele wijze te benaderen.


2.10


2.11


2.12


2.13


III  STATEMENT OF THE OBJECT OF THE APPLICATION.
      WAT IK ZOU HOPEN DAT GEREALISEERD KAN WORDEN:


Primair


3.1


3.2


3.3


Secundair:


3.4


3.5


STOP PROCEDEREN VOOR OMGANGSREGELING
(Bron: Perspectief Justitieblad Jeugdbescherming december 98 pagina 18 bovenaan.)