(546) Geld is Macht! Macht is Recht! Nederlandse rechtspraak met smerige streken! 030806-270509 DOORLOOPTIJD BIJNA DRIE JAAR procedure bezwaarschrift tegen Plan van Aanpak als representatief voorbeeld van die geweldige onpartijdige rechtspraak in Nederland als burgers tegen jeugdzorg procederen!

Lachwekkend! Kinderbescherming zit niet meer bij rechter aan tafel. (1) (12) Lachwekkend! Nu bellen de vertegenwoordigers van de Staat met de kinderrechter buiten de hoorzitting om nog voordat een verzoek wordt ingediend! (101) (124) (180) Lachwekkend! UN heeft nog steeds niet op klacht van Hop tegen Nederland beslist als representatief voorbeeld van "corruptie van coalities" tussen UN en Nederland (95) (710)

Censuur in Nederland ©

Stockholmsyndroom

To whom it may concern

Project kinderbescherming niet meer bij rechter aan tafel

Project strijd om afgifte contactjournaal gezinsvoogd

Project bezwaar en beroep tegen besluiten jeugdzorg bij kinderbeschermingsmaatregelen

Project Wob 102, hoger beroep met Hop bij Raad van State tegen niet-ontvankelijk bezwaarschrift Wob 102 GEGROND!

Project beveiliging redacteur tegen overheid en rechtersleger 11 juni 1997 - heden
11 juni 1997 President rechtbank Zutphen mr. J.J. Oostveen schrijft in brief over J. Hop Ermelo aan Procureur-Generaal Hoge Raad citaat:
"Partijen gaan en komen in de zittingzaal, maar de vertegenwoordiger van de Raad voor de Kinderbescherming treedt in iedere zaak
weer op als adviseur;
het komt niet efficiënt en ook overigens niet opportuun voor, ZELFS WELLICHT ENIGSZINS LACHWEKKEND om de
betreffende vertegenwoordiger van de Raad voor de Kinderbescherming telkens de zaal te doen verlaten en bij de volgende zaak weer te
zien terugkeren. Hoogachtend, Mr. J.J. van Oostveen.
" (1)
(12)
18 november 1997 De Telegraaf: "Rechters rechtbank Den Bosch eisen juridische stappen tegen publicatie van hun bijbaantjes door Hop (131)
Vereniging Directeuren Gezinsvoogdij besluiten tot hetze tegen Hop
openen "helpdesk" in strijd om afgifte contactjournalen gezinsvoogd (137) (50)
5 november 2007 Rechtbank Zutphen tegen (wraking) door Hop. Hop ontdekt kinderrechter is rechter, aanklager en belanghebbende (95) (710)
Vereniging van Nederlandse Gemeenten opent helpdesk tegen Hop om bijbaantjes TOP-ambtenaren GEHEIM te houden (GRI) (GEM) (BSC)
De norm! Betere rechters in Nederland kenmerken zich door waarheidsvinding en niet als een PAPEGAAI de jeugdzorg NAPRATEN!

 

 

 

 

Boycot de Raad voor de Kinderbescherming
Een uitnodiging van Jan Hop om over de volgende stelling na te denken. Geld en de waarde welk er aangehecht wordt is een illusie. Besluit men zich anderzijds op te stellen, is het terstond onbruikbaar. Het hele systeem van Nederland en elders staat of valt domweg of er voldoende 'mensen' zijn die meewerken. Is men bewust heeft men de macht.

 

 

 

 

 

 

 

403 Een klacht indienen tegen een psycholoog bij het Medisch Tuchtcollege met als grondslag de beroepscode voor psychologen 2007

NIP Postbus 9921 1006 AP Amsterdam telefoon (020) 4106222 info@psynip.nl www.psynip.nl

Beroepscode voor psychologen 2007

van het Nederlands Instituut van Psychologen

Ingangsdatum 1 april 2007

2

Inhoud

pagina

Inleiding 3

Preambule 6

I. Algemeen deel 7

II. De basisprincipes 10

III. Richtlijnen ter uitwerking van de basisprincipes 11

III.1 Verantwoordelijkheid 11

III.2 Integriteit 14

III.3 Respect 17

III.4 Deskundigheid 23

Trefwoordenregister 25

3

Inleiding

Het is een goede traditie dat psychologen zich bezinnen op de ethische kanten van hun beroepsuitoefening.

Dat is niet exclusief voor psychologen, maar de vertrouwelijke aard van hun werk en van de

relatie met hun cliënten maakt een voortdurende beroepsethische reflectie daarop noodzakelijk.

Voor beroepen van professionals als psychologen is het kenmerkend dat het handelen niet van tevoren

met grote precisie kan worden voorgeschreven. Er blijft een zekere ruimte, waarbij de psycholoog

naar bevind van zaken zelf moet bepalen hoe te werk te gaan.

Bij de professionalisering van het beroep staan vier aspecten centraal: de deskundigheid, de maatschappelijke

rol, de professionele standaard en de beroepsethiek.

Aan de deskundigheid wordt inhoud gegeven door de kennis, kunde en kunst van de beroepsbeoefenaar.

De door de samenleving toegekende rol van de psycholoog houdt de erkenning en machtiging in om

de deskundigheid van het academische vakgebied in de praktijk toe te passen.

De professionele standaard is het zorgvuldig handelen zoals een redelijk bekwame beroepsgenoot in

gelijke omstandigheden zou doen, met middelen die in acceptabele verhouding staan tot het doel van

de interventie. Bij dat handelen wordt uitgegaan van de rechten van de cliënt en van de maatschappelijke

plichten van de psycholoog.

De beroepsethiek vormt het waarden- en normenstelsel van de professionele standaard.

Een van de doelstellingen van het Nederlands Instituut van Psychologen, als beroepsvereniging van

psychologen, is in dit professionaliseringsproces een belangrijke rol te spelen. Dit gebeurt met name

door het vertalen van de beroepsethische principes in gedragsregels die als richtsnoer dienen voor

het beroepsmatig handelen.

Het is ongeveer een halve eeuw geleden dat de beroepsethiek voor psychologen in ons land werd

gecodificeerd.

De eerste NIPP-beroepscode werd in 1960 vastgesteld. Sindsdien zijn er vier grote revisies geweest.

Bij de herziening van 1998 en die van 2007 is nadrukkelijk rekening gehouden met de ontwikkelingen

in de wetgeving op het gebied van de gezondheidszorg en de privacy en met de in 1995 vastgestelde

en in 2005 herziene Meta-code van de European Federation of Psychologists’ Associations

(EFPA), de koepelorganisatie van Europese psychologenverenigingen, waarbij ook het NIP is aangesloten.

De beroepscode is een kwaliteitsinstrument ten dienste van de beroepsuitoefening. Dit is in het belang

van de cliënt, van de psycholoog, van andere betrokkenen en van de psychologiebeoefening in

al haar facetten.

Hierbij dient de code als een leidraad voor het beroepsmatig handelen van de individuele psycholoog.

Verder is het een informatiebron over wat van de psycholoog in het algemeen kan worden

verwacht en verlangd, voor al degenen die te maken hebben met het professioneel handelen van de

psycholoog. Ten slotte dient de beroepscode als maatstaf waaraan het handelen van de psycholoog

wordt getoetst naar aanleiding van een ingediende klacht. Eenieder die weet heeft van ethisch onjuist

handelen door een lid van het NIP kan gebruik maken van de klachtenprocedure van het NIP, als hij

of zij een redelijk belang daarbij heeft.

Deze procedure is vastgelegd in het Reglement voor het Toezicht. Met toepassing van het principe

van hoor en wederhoor wordt de klacht behandeld door het College van Toezicht. Van de uitspraak

van het College staat hoger beroep open bij het College van Beroep.

4

Uitgangspunt van de code is de noodzaak om gedragsregels te formuleren waaraan het beroepsmatig

handelen van de psycholoog dient te voldoen. Onder beroepsmatig handelen wordt dan niet alleen

verstaan het handelen in het kader van een professionele relatie in engere zin, maar elk optreden in

de hoedanigheid van psycholoog. De beroepscode als geheel steunt op de volgende vier ethische

basisprincipes:

verantwoordelijkheid, integriteit, respect en deskundigheid

Deze basisprincipes worden verwoord in een aantal algemene formuleringen die dienen ter oriëntatie

voor de beroepsethische bezinning op het beroepsmatig handelen. De basisprincipes zijn vervolgens

uitgewerkt in regels en richtlijnen met een meer concreet en specifiek karakter. Deze dienen als

wegwijzer voor de ethische besluitvorming van de psycholoog in een concrete situatie. Bij sommige

artikelen ligt meer dan één principe ten grondslag aan de geformuleerde regel. Er is voor gekozen in

zo’n geval het artikel onder te brengen bij het principe dat daarbij het zwaarst lijkt te wegen, al is die

keuze soms arbitrair.

De beroepscode is in eerste instantie bedoeld om de psycholoog de ethische dimensies voor te houden

bij het richting geven aan zijn beroepsmatig handelen. Daarom verdienen ook regels in de beroepscode

te worden opgenomen, die meer algemeen zijn geformuleerd en vragen om te worden

nagestreefd. Verder is ervoor gekozen bij het opstellen van regels met een meer concreet en specifiek

karakter de eis van toetsbaarheid niet altijd absoluut te laten gelden.

Waar mogelijk zijn de regels echter zodanig vormgegeven dat zij wel kunnen dienen om er het beroepsmatig

handelen formeel aan te kunnen toetsen, als dat nodig is. Maar ook dan is het onvermijdelijk

dat die regels soms een zekere professionele handelingsruimte zullen openlaten.

Om een duidelijke structuur in de beroepscode aan te brengen, wordt bij het formuleren van de richtlijnen

steeds aangesloten bij één van de basisprincipes.

De beroepscode reflecteert de stand van zaken in de voortgaande ethische discussie in de maatschappij

en vanzelfsprekend meer in het bijzonder die in de eigen professie en in verwante beroepsgroepen.

Een belangrijke graadmeter voor de ontwikkelingen in het denken over de beroepsethiek is

de jurisprudentie die wordt gevormd door de uitspraken van de beide tuchtcolleges van het NIP.

Omdat opvattingen over wat al dan niet behoorlijk of toelaatbaar is in de loop der tijd veranderen, is

de code een in de tijd gegeven document, dat regelmatig moet worden herzien. Het Nederlands Instituut

van Psychologen voorziet daarvoor in een revisieprocedure.

Naast de code zelf, die door de Ledenraad van het NIP is vastgesteld, is er door de Raad van Advies

in Beroepsethische Zaken (Rabez) een toelichting op de code opgesteld, waarin codebepalingen

nader worden uitgewerkt, uitgelegd en geïllustreerd.

Terwijl ervoor is gekozen om de code niet vaker dan eens per vijf jaar opnieuw vast te stellen, kan

het bijstellen van de toelichting een meer dynamisch karakter hebben, zodat sneller op actuele ontwikkelingen

wordt ingespeeld.

Deze versie van de beroepscode is ontwikkeld door de Raad van Advies in Beroepsethische Zaken,

rekening houdend met de commentaren van een daartoe samengestelde commissie van externe adviseurs.

Het Algemeen Bestuur heeft het voorstel ter goedkeuring aangeboden aan de Ledenraad van

het NIP, die de code in haar vergadering van 1 maart 2007 heeft vastgesteld en heeft bepaald dat

deze code van kracht wordt op 1 april 2007.

5

Maart 2007

Dr. A.J.W. Boelhouwer, voorzitter NIP Drs. C.J. Koene, voorzitter Raad van Advies in

Beroepsethische Zaken

6

Preambule

In het belang van degenen op wie het beroepsmatig handelen van psychologen betrekking heeft en in

het belang van de kwaliteit van de beroepsuitoefening, heeft het Nederlands Instituut van Psychologen

besloten ethische principes te formuleren en daarop nadere richtlijnen te baseren. Deze zijn

neergelegd in de Beroepscode voor psychologen. De beroepscode heeft tot doel de beroepsethische

reflectie te bevorderen en als maatstaf te dienen voor toetsing van het beroepsmatig handelen van

psychologen.

Psychologen dienen bij deze reflectie steeds het volgende in het oog te houden:

In de beroepsuitoefening zijn veel van de relaties in aanleg ongelijk en kunnen daardoor gemakkelijk

leiden tot afhankelijkheid van de betrokkenen.

In de beroepsuitoefening van psychologen kunnen de relaties met anderen ontwikkelingen

doormaken, waarbij in verschillende stadia verschillende regels van de beroepscode van toepassing

zijn.

Het kan voorkomen dat psychologen tegelijkertijd of kort na elkaar verschillende rollen vervullen

ten opzichte van cliënten of andere betrokkenen. Dat kunnen zowel professionele rollen zijn

als niet-professionele rollen. Daarbij bestaat het risico dat deze rollen zich ten opzichte van elkaar

niet verdragen of dat er verwarring ontstaat bij de betrokkenen.

Een beroepscode kan geen eenduidige handleiding zijn, die zonder nadere overwegingen uitsluitsel

geeft over wat in elke situatie de juiste handelwijze is. In het oog moet worden gehouden dat in een

gegeven situatie verschillende basisprincipes en daarop gebaseerde richtlijnen gelijktijdig geldig

zijn, maar met elkaar op gespannen voet kunnen staan. In zo’n geval is er sprake van een ethisch

dilemma waarbij het gaat om een afweging van welke ethische principes daarbij het zwaarste wegen.

De beroepscode is dan het hulpmiddel voor de psycholoog om zijn ethische afwegingen te expliciteren

en tot een verantwoorde eigen keuze te komen. Bij dergelijke afwegingen kan het aanbeveling

verdienen dat de psycholoog ondersteuning door ervaren collega’s en zijn beroepsvereniging inroept.

Het achterwege laten van een dergelijke consultatie behoeft de psycholoog niet altijd te worden aangerekend,

als deze een overtuigende motivering heeft voor zijn uiteindelijke beslissing en als het

gewicht van deze beslissing een consultatie niet zonder meer vooronderstelt.

Het behoort bij een verantwoorde beroepsuitoefening om bereid te zijn de beroepsethische aspecten

van het eigen professioneel handelen onder collega’s ter discussie te stellen. Dat brengt in voorkomende

gevallen de verplichting met zich mee het beroepsmatig handelen te verantwoorden aan en te

laten toetsen door daartoe bevoegde Colleges en aan een dergelijke toetsing loyaal en coöperatief

medewerking te verlenen.

Het zich onttrekken aan die toetsing of het frustreren daarvan is derhalve in strijd met de geest van

de beroepscode.

De beroepscode wordt gedragen door de besluitvorming van de in het Nederlands Instituut van Psychologen

georganiseerde psychologen en heeft voor alle individuele leden van de vereniging bindende

kracht (artikel 4 lid 1 van de Statuten).

Het Nederlands Instituut van Psychologen is overigens van mening dat de code naar zijn aard zou

moeten gelden voor de beroepsuitoefening van alle psychologen.

7

I. Algemeen deel

In deze code worden personen in de mannelijke vorm aangeduid. In voorkomende gevallen worden

daarmee vanzelfsprekend ook vrouwelijke personen bedoeld.

I.1.1.1 Samenhang van de code

De bepalingen in dit deel moeten worden gelezen in samenhang met de overige bepalingen van de

beroepscode.

Als de omstandigheden dat vereisen, vormen de relevante bepalingen uit het onderstaande een integraal

geheel met de overige bepalingen van de beroepscode.

I.1.2 Begrippen

I.1.2.1

het beroepsmatig handelen: alle handelingen die de psycholoog verricht wanneer hij optreedt in zijn

functie of gebruik maakt van de aanduiding psycholoog; hieronder valt de professionele relatie, het

optreden als wetenschappelijk onderzoeker, docent, supervisor, in de media, et cetera;

I.1.2.2

de betrokkene: elke persoon die direct of indirect is betrokken bij het beroepsmatig handelen van de

psycholoog of die daardoor in zijn belangen wordt geraakt; zoals de cliënt, de partner en naaste verwanten

van de cliënt, de opdrachtgever, collega, student, proefpersoon, et cetera;

I.1.2.3

de professionele relatie: de relatie die de psycholoog aangaat met een of meer personen, gericht op

behandeling, begeleiding, advisering of psychologisch onderzoek;

I.1.2.4

de cliënt: de persoon met wie de psycholoog een professionele relatie aangaat, onderhoudt, of onderhouden

heeft; zoals de patiënt, de onderzochte, et cetera;

I.1.2.5

het cliëntsysteem: een aantal personen in hun onderling functioneren, met wie de psycholoog één

professionele relatie aangaat, onderhoudt, of onderhouden heeft;

I.1.2.6

derden: alle anderen dan de cliënt of het cliëntsysteem;

I.1.2.7

de opdracht: omvat zowel de vraagstelling die aan het beroepsmatig handelen ten grondslag ligt, als

de afspraken over voortgang, procedurele aspecten en rapportage en de financiële afwikkeling van

de opdracht;

I.1.2.8

de opdrachtgever: de cliënt of het cliëntsysteem, dan wel de externe opdrachtgever door wie de

opdracht wordt gegeven;

I.1.2.9

de externe opdrachtgever: de persoon of rechtspersoon die opdracht heeft gegeven tot enige vorm

van beroepsmatig handelen, maar die niet zelf de cliënt of het cliëntsysteem is, noch de verwijzer;

I.1.2.10

de verwijzer: de persoon op wiens advies de cliënt een professionele relatie met de psycholoog aangaat;

8

I.1.2.11

wettelijk vertegenwoordiger(s):

de ouder(s) van de minderjarige cliënt, die het ouderlijk gezag over hem uitoefent of uitoefenen,

dan wel diens voogd;

de door de rechter benoemde curator of mentor van de meerderjarige cliënt.

I.1.2.12

gerichte toestemming: de toestemming tot enig handelen, die een betrokkene geeft aan de psycholoog

nadat deze de aard, de bedoeling, de mogelijke consequenties en de reikwijdte van dat handelen

expliciet heeft duidelijk gemaakt. Tot de voorwaarden van gerichte toestemming behoort het geven

van mogelijkheid tot inzage vooraf in schriftelijke stukken die aan derden worden verstuurd.

I.1.2.13

gegevens: alle op een persoon herleidbare data die in welke vorm dan ook bewaard worden, waaronder

begrepen audiovisuele middelen en geautomatiseerde databestanden.

I.1.2.14

dossier: de op een cliënt of cliëntsysteem betrekking hebbende verzameling van alle gegevens die de

psycholoog in zijn beroepsmatig handelen heeft verkregen en die hij bewaart vanwege hun relevantie

voor kwaliteit en continuïteit van de professionele relatie. Persoonlijke werkaantekeningen van de

psycholoog behoren niet tot het dossier.

I.1.2.15

rapportage: alle tot één of meer cliënten herleidbare bevindingen, beoordelingen of adviezen die

mondeling of schriftelijk worden uitgebracht;

I.1.2.16

gegevensverstrekking: het aan andere derden dan de externe opdrachtgever ter beschikking stellen

van gegevens zoals die in het dossier aanwezig zijn, anders dan in de vorm van een rapportage.

I.1.3 Algemene bepaling

I.1.3.1 Zorgvuldigheid

De psycholoog neemt in de uitoefening van zijn beroep de zorgvuldigheid in acht door te handelen

naar de inhoud van de beroepscode.

I.1.4 Bijzondere omstandigheden

I.1.4.1 Onverenigbaarheid van codeartikelen

Als de psycholoog in een bepaalde situatie ervaart dat het volgen van een bepaling van de beroepscode

ertoe leidt dat een andere bepaling van de beroepscode niet gevolgd kan worden, weegt hij de

gevolgen van de keuze voor één van de bepalingen zorgvuldig af en overweegt hij zijn beroepsvereniging

en/of ervaren vakgenoten te consulteren.

I.1.4.2 Afwijken van de beroepscode

Als de uitzonderlijke situatie zich voordoet dat de psycholoog redenen heeft om af te wijken van de

door de beroepscode voorgeschreven handelwijze, zonder dat er sprake is van tegenstrijdige codeartikelen

zoals bedoeld in het vorige artikel, dan dient hij de beroepsvereniging te raadplegen of een

vakgenoot die niet rechtstreeks bij de professionele relatie is betrokken. Dit doet hij voordat hij beslist

over zijn handelwijze.

Als de genomen beslissing afwijkt van de beroepscode, moet deze grondig worden gemotiveerd. Uit

de motivering moet blijken dat de handelwijze die strijdig is met bepalingen van de beroepscode,

wel in overeenstemming is met de overige bepalingen van de beroepscode en het resultaat is van een

zorgvuldige belangenafweging.

9

I.1.4.3 Toepassen van uitzonderingsbepalingen

Als de psycholoog gegronde redenen heeft om toepassing te geven aan een uitzonderingsbepaling

zoals geformuleerd in een artikel van de beroepscode, dan gelden in dat geval de in het vorige artikel

omschreven motiveringseisen.

I.1.4.4 Afwijken van de beroepscode vanwege specifieke wettelijke regels

Als specifieke wettelijke regels de psycholoog verplichten af te wijken van enige bepaling van de

Beroepscode voor psychologen, dan streeft de psycholoog ernaar zoveel mogelijk de overige bepalingen

van de beroepscode te volgen.

I.1.4.5 Wettelijk vereiste nakoming van de opdracht

Als de professionele relatie tot stand komt als gevolg van een opdracht door een externe opdrachtgever

die een door de wet toegekende bevoegdheid heeft nakoming van de opdracht te eisen, dan blijven

de rechten van de cliënt gehandhaafd voor zover dit niet strijdig is met de regels die op deze

opdrachtrelatie van toepassing zijn.

I.1.5 Vertegenwoordiging van de cliënt

I.1.5.1 Minderjarige cliënt

Als de cliënt minderjarig is en nog niet de jaren des onderscheids heeft bereikt, worden de in de

beroepscode aan hem toegekende rechten uitgeoefend door zijn wettelijk vertegenwoordiger(s),

tenzij de psycholoog redenen heeft om aan te nemen dat de belangen van de cliënt ernstig zouden

worden geschaad door de betrokkenheid van de wettelijk vertegenwoordiger(s) bij de professionele

relatie.

De cliënt wordt geacht in ieder geval de jaren des onderscheids te hebben bereikt als hij de leeftijd

van 16 jaar heeft bereikt, tenzij hij niet in staat kan worden geacht tot een redelijke waardering van

zijn belangen ter zake.

Vanaf de leeftijd van 12 jaar wordt de cliënt, ongeacht de aanspraken van zijn wettelijk vertegenwoordiger(

s), zoveel mogelijk bij de uitoefening van zijn rechten betrokken.

I.1.5.2 Informatie aan de ouder zonder gezag

Als slechts één der ouders het ouderlijk gezag heeft over de minderjarige cliënt, dan verschaft de

psycholoog de informatie over de cliënt die hij aan deze ouder verstrekt desgevraagd ook aan de

andere ouder, tenzij dit in strijd zou zijn met de belangen van de minderjarige cliënt.

I.1.5.3 Meerderjarige wilsonbekwame cliënt

Als de cliënt meerderjarig is, maar niet in staat tot een redelijke waardering van zijn belangen terzake,

worden de in de code aan hem toegekende rechten uitgeoefend door zijn wettelijk vertegenwoordiger.

Als er geen wettelijk vertegenwoordiger is benoemd, worden de rechten uitgeoefend door een

vertegenwoordiger die door de cliënt is aangewezen. Heeft de cliënt dit niet kunnen doen, dan laat de

psycholoog de rechten van de cliënt uitoefenen door respectievelijk de echtgenoot of levensgezel,

ouder, kind, broer of zuster van de cliënt, tenzij de cliënt dat niet wenst of de psycholoog dat niet in

het belang van de cliënt acht. Ook als er sprake is van een vertegenwoordiging zoals boven vermeld,

dan nog betrekt de psycholoog de meerderjarige wilsonbekwame cliënt waar mogelijk bij de uitoefening

van zijn rechten.

Beslissingen van de genoemde vertegenwoordigers worden door de psycholoog niet gevolgd als hij

in de gegeven omstandigheden meent dat dit zou strijden met de belangen van de cliënt.

10

II. De basisprincipes

II.1.1.1 Verantwoordelijkheid

Psychologen onderkennen hun professionele en wetenschappelijke verantwoordelijkheid ten opzichte

van de betrokkenen, hun omgeving en de maatschappij. Psychologen zijn verantwoordelijk voor

hun beroepsmatig handelen. Voor zover dat in hun vermogen ligt zorgen zij ervoor dat hun diensten

en de resultaten van hun handelen niet worden misbruikt.

II.1.1.2 Integriteit

Psychologen streven naar integriteit in de wetenschapsbeoefening, het onderwijs en de toepassing

van de psychologie. In hun handelen betonen psychologen eerlijkheid, gelijkwaardige behandeling

en openheid tegenover betrokkenen. Zij scheppen tegenover alle betrokkenen duidelijkheid over de

rollen die zij vervullen en handelen in overeenstemming daarmee.

II.1.1.3 Respect

Psychologen tonen respect voor de fundamentele rechten en waardigheid van betrokkenen. Zij respecteren

het recht van betrokkenen op privacy en vertrouwelijkheid.

Zij respecteren en bevorderen diens zelfbeschikking en autonomie, voor zover dat te verenigen is

met de andere professionele verplichtingen van de psychologen en met de wet.

II.1.1.4 Deskundigheid

Psychologen streven naar het verwerven en handhaven van een hoog niveau van deskundigheid in

hun beroepsuitoefening. Zij nemen de grenzen van hun deskundigheid in acht en de beperkingen van

hun ervaring. Zij bieden alleen diensten aan waarvoor zij door opleiding, training en ervaring zijn

gekwalificeerd. Datzelfde geldt ook voor de methoden en technieken die zij gebruiken.

11

III. Richtlijnen ter uitwerking van de basisprincipes

III.1 Verantwoordelijkheid

III.1.1 De kwaliteit van het beroepsmatig handelen

III.1.1.1 Vertrouwen in de psychologie en psychologiebeoefening

De psycholoog onthoudt zich van gedragingen waarvan hij weet of redelijkerwijs kan voorzien dat

deze het vertrouwen in de wetenschap van de psychologie, de psychologiebeoefening of in collega's

kunnen schaden.

III. 1.1.2 Zorgvuldig handelen

In zijn handelen en nalaten is de psycholoog zorgvuldig jegens cliënten en andere betrokkenen.

III.1.1.3 Zorg voor kwaliteit

De psycholoog dient te zorgen voor een goede kwaliteit van zijn beroepsmatig handelen.

III.1.1.4 Professionele en ethische normen

De psycholoog handelt in zijn beroepsuitoefening volgens professionele en ethische normen.

Hij handelt in overeenstemming met de stand van de wetenschap. Hij draagt naar vermogen bij aan

het ontwikkelen van dergelijke normen en standaarden in zijn vakgebied.

III.1.1.5 Zorgvuldigheid en voorzichtigheid bij nieuwe methoden

Bij het toepassen van nieuwe methoden of het betreden van nieuwe toepassingsgebieden gaat de

psycholoog zorgvuldig en voorzichtig te werk.

III.1.2 Continuïteit van het beroepsmatig handelen

III.1.2.1 Continuïteit van de professionele relatie

De psycholoog is verantwoordelijk voor de continuïteit van de professionele relatie. Als dat nodig is

schakelt hij daarbij andere deskundigen in. Hij treft maatregelen om zich er van te verzekeren dat

een of meer vakgenoten zijn professionele werkzaamheden overnemen dan wel afronden, als hij om

welke reden dan ook genoodzaakt is de professionele relatie ontijdig te onderbreken of voortijdig af

te breken. De psycholoog is verantwoordelijk voor een adequate overdracht.

III.1.2.2 Volledigheid, noodzakelijkheid en actualiteit van het dossier

Alle gegevens die noodzakelijk zijn voor de professionele relatie en dienen tot het doel van de professionele

relatie worden door de psycholoog bewaard, en geen andere. Hij bewaart deze gegevens

uitsluitend in het dossier. Hij zorgt er voor dat het dossier altijd zodanig bijgewerkt is dat bij een

onvoorziene absentie van zijn kant, een deskundige vakgenoot de professionele relatie kan voortzetten.

III.1.2.3 Verantwoordelijkheid na beëindiging van de professionele relatie

Al voor het aangaan van de professionele relatie geeft de psycholoog er zich rekenschap van dat na

de formele beëindiging van de professionele relatie zijn professionele verantwoordelijkheid ten opzichte

van de betrokkenen niet zonder meer ophoudt te bestaan. Als gevolg van de professionele

relatie kan er immers na de beëindiging daarvan nog steeds sprake kan zijn van belangentegenstellingen

of een ongelijke machtsverhouding tussen hem en betrokkenen.

Evenzeer blijft zijn professionele verantwoordelijkheid ten opzichte van de betrokkenen bestaan

waar deze rechtstreeks voortvloeit uit de voorafgaande professionele relatie.

12

III.1.3 Voorkomen en beperken van schade

III.1.3.1 Verplichtingen jegens de externe opdrachtgever

Onverlet het bepaalde in de artikelen III.3.2.12 en III.3.2.19 verstrekt de psycholoog aan de externe

opdrachtgever de gegevens die noodzakelijk zijn om zijn declaraties te specificeren.

III.1.3.2 Negatieve ervaringen

De psycholoog stelt betrokkenen niet aan negatieve ervaringen bloot tenzij dat noodzakelijk is voor

het bereiken van het doel van zijn beroepsmatig handelen en het de enige manier is waarop dat doel

kan worden bereikt. In dat geval tracht hij zoveel mogelijk de gevolgen van de negatieve ervaringen

voor de betrokkenen te beperken of te neutraliseren.

III.1.3.3 Voorkomen en beperken van dierenleed

Als de psycholoog in zijn research werkt met proefdieren, dan geldt mutatis mutandis de voorgaande

bepaling met betrekking tot de zorg en de behandeling van deze dieren.

III.1.3.4 Onderzoek met en uitspraken over personen zonder hun toestemming

De psycholoog geeft zich rekenschap van zijn verantwoordelijkheid om schade te voorkomen als hij

wetenschappelijk onderzoek doet met personen of professionele uitspraken over hen doet zonder dat

zij daar toestemming voor hebben gegeven.

III.1.3.5 Ingrijpende indirecte effecten van het beroepsmatig handelen

De psycholoog realiseert zich dat zijn beroepsmatig handelen niet alleen directe gevolgen kan hebben

maar ook ingrijpende indirecte effecten. Als dat het geval is dan handelt hij overeenkomstig de

hieraan voorafgaande bepaling.

III.1.4 Voorkómen van misbruik

III.1.4.1 Voorkómen van misbruik van resultaten

De psycholoog zorgt ervoor, voor zover dat in zijn macht ligt, dat geen misbruik wordt gemaakt van

de resultaten van zijn beroepsmatig handelen.

III.1.4.2 Voorkomen van onbedoeld gebruik en misbruik van rapportage

De psycholoog treft maatregelen om te voorkomen dat een rapportage wordt gebruikt voor een ander

doel dan waarvoor deze is opgesteld. Daartoe dient in de rapportage te worden vermeld dat deze van

vertrouwelijke aard is. Bovendien wordt vermeld dat de conclusies alleen betrekking hebben op de

aan de rapportage ten grondslag liggende doel- of vraagstelling en niet zonder meer kunnen dienen

voor de beantwoording van andere vragen. Ook wordt in de rapportage vermeld na verloop van welke

termijn de conclusies redelijkerwijs hun geldigheid verloren kunnen hebben.

III.1.4.3 Inspanningen van de psycholoog om misbruik van rapportage tegen te gaan

Wanneer het de psycholoog bekend is dat een opdrachtgever niet handelt in overeenstemming met

het voorgaande artikel wijst hij deze op diens onjuiste handelwijze. Als dit geen effect heeft, dan

overweegt de psycholoog om geen verdere opdrachten meer van de betreffende opdrachtgever aan te

nemen, zolang deze zijn handelwijze niet heeft gewijzigd.

III.1.5 De psycholoog en zijn werkomgeving

III. 1.5.1 Vrijheid om te kunnen handelen conform de beroepscode

Als professioneel beroepsbeoefenaar is de psycholoog volledig verantwoordelijk voor zijn beroepsmatig

handelen, ongeacht zijn verplichtingen jegens eventuele leidinggevenden.

13

Voor zover van betekenis, zorgt de psycholoog er voor dat eenieder in zijn werkomgeving op de

hoogte is van de eisen die de Beroepscode voor psychologen aan hem stelt en hij verzekert zich van

de nodige vrijheid om te kunnen handelen naar die eisen.

III. 1.5.2 Medeverantwoordelijkheid voor de kwaliteit van het team

Onverminderd de verantwoordelijkheid van medeprofessionals voor hun eigen beroepsmatig handelen

draagt de psycholoog medeverantwoordelijkheid voor de kwaliteit van het handelen van het team

waarvan hij deel uitmaakt.

III. 1.5.3 Verantwoordelijkheid voor de kwaliteit van medewerkers

De psycholoog is verantwoordelijk voor de technische en de ethische kwaliteit van het werk van

degenen die onder zijn directe leiding meewerken aan de uitvoering van opdrachten, waarvoor hij

zelf de professionele verantwoordelijkheid draagt.

Als deze medewerkers niet vanuit hun beroep of functie aan eigen beroepsethische regels zijn onderworpen,

wijst hij hen op de afgeleide verplichtingen uit deze beroepscode, in het bijzonder op de

geheimhoudingsverplichting.

Hij vergewist zich van de professionele (en ethische) kwaliteit van degenen die hij bij zijn beroepsmatig

handelen anderszins inschakelt.

III.1.5.4 Hulp en steun aan collega's, studenten en supervisanten

Met zijn deskundigheid en ervaring verleent de psycholoog hulp en steun aan collega's, studenten en

supervisanten om ertoe bij te dragen dat zij het beroep professioneel en ethisch verantwoord kunnen

uitoefenen. Hij onthoudt zich van gedragingen die hen daarin kunnen schaden.

III.1.5.5 Collegiaal appèl

De psycholoog volgt het beroepsmatig handelen van collega’s kritisch en stelt dat handelen ter discussie

als daartoe aanleiding is. Hij spreekt collega’s erop aan als hij meent dat zij in strijd met de

bepalingen van de beroepscode handelen of hebben gehandeld. Hij zorgt dat de belangen van cliënten

door dit aanspreken niet worden geschaad.

De psycholoog dient geen klacht in tegen een collega voordat hem is gebleken dat deze collega weigert

zijn handelen te verantwoorden in een collegiaal dispuut of volhardt in het veronderstelde

ethisch onjuiste handelen.

III.1.6 Verantwoording

III. 1.6.1 Afleggen van verantwoording

De psycholoog houdt van zijn professionele activiteiten op zodanige wijze aantekening, dat hij in

staat is van zijn handelwijze verantwoording af te leggen.

III. 1.6.2 Bewaartermijn van een op naam gesteld dossier

Na beëindiging van de professionele relatie bewaart de psycholoog het op naam gestelde dossier een

jaar of zoveel langer als noodzakelijk is voor het doel waarvoor het dossier is aangelegd, dan wel

wettelijk is voorgeschreven. Het dossier wordt niet langer bewaard dan de van tevoren vastgestelde

termijn.

Als er een klacht wordt ingediend bij het College van Toezicht, dan mag de psycholoog bij het verstrijken

van de bewaartermijn niet tot vernietiging van het dossier overgaan zolang de klachtbehandeling

in eerste, dan wel in tweede aanleg, niet is afgerond, tenzij de cliënt om vernietiging vraagt.

III. 1.6.3 Medewerking aan behandeling van een klachtenprocedure

De psycholoog onttrekt zich niet aan de behandeling van een klachtenprocedure, als die tegen hem

wordt ingesteld. Hij zal naar beste weten de vragen van de Colleges beantwoorden en aan hun verzoeken

voldoen.

III.2 Integriteit

14

III.2.1 Betrouwbaarheid

III.2.1.1 Voorwaarden voor aanvang en voortzetting van de professionele relatie

De psycholoog dient een professionele relatie alleen aan te vangen of voort te zetten, als dit professioneel

en ethisch verantwoord is.

III.2.1.2 Reden tot beëindiging van de professionele relatie

De psycholoog zet de professionele relatie niet voort als daar professioneel geen grond meer voor

bestaat of als dat niet langer op een professioneel verantwoorde manier mogelijk is. Hij zorgt ervoor

dat de professionele relatie in overleg met de cliënt wordt afgerond en dat daarover geen misverstanden

blijven bestaan.

III.2.1.3 Niet meewerken aan werkzaamheden die strijdig zijn met de code

De psycholoog verleent geen medewerking aan werkzaamheden van anderen die met de code in

strijd zijn. Evenmin profiteert hij van de resultaten van dergelijke werkzaamheden.

III.2.1.4 Onafhankelijkheid en objectiviteit in het beroepsmatig handelen

De psycholoog zorgt ervoor dat hij in zijn beroepsmatig handelen onafhankelijk en objectief kan

optreden.

Hij laat zijn beroepsmatig handelen niet zodanig beïnvloeden, dat hij zijn werkwijze en de resultaten

daarvan professioneel niet kan verantwoorden.

III.2.2. Eerlijkheid

III.2.2.1 Voorkómen van misleiding

De psycholoog voorkomt misleiding in zijn beroepsmatig handelen. Als tijdelijke misleiding onvermijdelijk

is, zorgt de psycholoog ervoor dat de daaruit ontstane misverstanden zo spoedig mogelijk

worden weggenomen.

III.2.2.2 Geen misbruik van kennis, vaardigheden of overwicht

De psycholoog maakt geen misbruik van zijn psychologische kennis en vaardigheden of van het

overwicht dat voortvloeit uit zijn deskundigheid of zijn positie.

III.2.2.3 Vermelden van opleiding, kwalificaties, ervaring, deskundigheid en titels

De psycholoog is nauwgezet bij het vermelden van zijn opleiding en kwalificaties, ervaring, deskundigheid

en titels. Hij vermeldt deze uitsluitend wanneer zij relevant zijn.

III.2.2.4 Geen irreële verwachtingen wekken

De psycholoog zorgt ervoor dat met betrekking tot de aard, de effecten en de gevolgen van zijn

dienstverlening geen verwachtingen worden gewekt die niet op de realiteit gestoeld zijn.

III.2.2.5 Informatie over voorwaarden waaronder opdrachten worden aanvaard

De psycholoog stelt voorafgaand aan of in het vroegste stadium van de professionele relatie de betrokkenen

eerlijk en nauwgezet op de hoogte van de financiële en andere voorwaarden waaronder hij

zijn opdracht aanvaardt, voor zover deze informatie voor betrokkenen van belang is voor het weloverwogen

verlenen van hun medewerking aan de uitvoering van de opdracht.

III.2.2.6 Informatie over alternatieve theorieën of verklaringen

De psycholoog is nauwgezet bij het verstrekken van informatie aan betrokkenen en informeert dezen

passend over eventuele alternatieve theorieën of verklaringen, en expliciteert zijn professioneel oordeel

over deze alternatieven.

15

III.2.2.7 Bronvermelding

Bij het presenteren van bevindingen van het beroepsmatig handelen vermeldt de psycholoog op passende

wijze de bronnen waaruit hij heeft geput, voor zover de resultaten of het gedachtegoed niet

voortkomen uit eigen professionele werkzaamheden. Dit geldt zowel voor schriftelijke als voor

mondelinge presentaties.

III.2.2.8 Zorgvuldigheid in het verkrijgen en weergeven van gegevens

De psycholoog is zorgvuldig in het verkrijgen en het statistisch bewerken van gegevens en in het

weergeven en het verklaren van de resultaten.

III.2.3 Rolintegriteit

III.2.3.1 Niet oneigenlijk bevorderen van persoonlijke belangen

De psycholoog laat na in zijn beroepsmatig handelen zijn zakelijke, persoonlijke, religieuze, politieke

of ideologische belangen oneigenlijk te bevorderen.

III.2.3.2 Onderkennen van onverenigbare belangen

De psycholoog onderkent de moeilijkheden die kunnen ontstaan doordat cliënt, opdrachtgever en

personen die deel uitmaken van een cliëntsysteem onverenigbare belangen kunnen hebben. In een zo

vroeg mogelijk stadium expliciteert hij zijn positiekeuze daarbij aan alle betrokkenen.

III.2.3.3 Niet aanvaarden van onverenigbare opdrachten

De psycholoog aanvaardt geen nieuwe opdracht die niet goed te verenigen is met een reeds eerder

aanvaarde opdracht, ook als er geen sprake is van dezelfde cliënt. Bij motivering van zo'n weigering

neemt de psycholoog de vertrouwelijkheid in acht.

III.2.3.4 Vermijden van het vermengen van professionele rollen

De psycholoog onderkent de moeilijkheden die kunnen ontstaan uit het gelijktijdig of opeenvolgend

vervullen van verschillende professionele rollen ten opzichte van een of meer betrokkenen. Bij voorkeur

begeeft hij zich niet in een dergelijke positie. Als de psycholoog onder omstandigheden het

vervullen van meerdere rollen na of naast elkaar ten opzichte van betrokkene(n) niettemin aanvaardbaar

vindt, dan schept hij daarover duidelijkheid tegenover deze(n).

III.2.3.5 Vermijden van het vermengen van professionele en niet-professionele rollen

De psycholoog vermengt professionele en niet-professionele rollen niet zodanig met elkaar dat hij

niet meer in staat kan worden geacht een professionele afstand tot de betrokkene(n) te bewaren of

dat de belangen van de betrokkene(n) worden geschaad.

III.2.3.6 Geen seksuele gedragingen ten opzichte van de cliënt

De psycholoog onthoudt zich van seksuele toenadering ten opzichte van zijn cliënt en gaat niet in op

dergelijke toenaderingen van diens kant. Hij onthoudt zich van gedragingen die seksueel getint zijn

of in het algemeen als zodanig kunnen worden opgevat.

III.2.3.7 Geen seksuele relatie met de cliënt

De psycholoog gaat met zijn cliënt geen seksuele relatie aan tijdens de professionele relatie, of direct

aansluitend daaraan. Ook nadien is hij daarin terughoudend. Hetzelfde geldt voor de relaties met

andere betrokkenen, waarbij sprake is van een aanzienlijk machtsverschil of grote afhankelijkheid,

zoals studenten of supervisanten.

III.2.3.8 Persoonlijke relatie na het beëindigen van de professionele relatie

Bij het aangaan van een persoonlijke relatie na het beëindigen van de professionele relatie, vergewist

de psycholoog zich ervan dat de voorgaande professionele relatie geen onevenredige betekenis meer

heeft.

16

Als het hierbij gaat om een seksuele relatie is de psycholoog er verantwoordelijk voor dat hij desgevraagd

kan aantonen dat hij bij het aangaan van deze relatie alle zorgvuldigheid in acht genomen

heeft, die van hem als professioneel psycholoog verwacht mag worden.

17

III.3 Respect

III.3.1 Algemeen respect

III.3.1.1 Respect voor kennis, inzicht en ervaring

De psycholoog geeft zich rekenschap van en respecteert de kennis, het inzicht en de ervaring van de

betrokkene.

III.3.1.2 Respect voor psychische en lichamelijke integriteit

De psycholoog respecteert de psychische en lichamelijke integriteit van de betrokkene en tast hem

niet in zijn waardigheid aan. Hij dringt niet verder door in het privéleven van de betrokkene dan voor

het doel van zijn beroepsmatig handelen noodzakelijk is.

III.3.1.3 Geen ongerechtvaardigde discriminatie

De psycholoog geeft zich rekenschap van de individuele eigenschappen en omstandigheden van elke

cliënt en de culturele verschillen die tussen cliënten bestaan en houdt daar rekening mee. Hij spant

zich ervoor in dat ondanks die verschillen een ieder in een soortgelijke situatie dezelfde kansen

krijgt.

Discriminatie wegens ras, etniciteit, geslacht, levensovertuiging, godsdienst, politieke gezindheid,

seksuele geaardheid of op welke grond dan ook, is niet toegestaan.

III.3.2 Autonomie en zelfbeschikking

III.3.2.1 Respect voor autonomie en zelfbeschikking

In zijn beroepsmatig handelen respecteert de psycholoog de autonomie en zelfbeschikking van de

betrokkene, en bevordert deze. In het bijzonder komt die zelfbeschikking van de betrokkene tot uiting

in het recht om de professionele relatie met de psycholoog al dan niet aan te gaan, voort te zetten,

dan wel te beëindigen.

III.3.2.2 Respectvol handelen bij beperkte zelfbeschikking

De zelfbeschikking van de cliënt kan worden beperkt door zijn leeftijd, aanleg en ontwikkeling,

geestelijke gezondheid, door wettelijke bepalingen of door de beslissingsbevoegdheid van een externe

opdrachtgever die deze ontleent aan een hem opgedragen wettelijke taak of rechterlijke beslissing.

In dat geval laat de psycholoog binnen deze beperkingen de zelfbeschikking van de cliënt toch

zoveel mogelijk tot haar recht komen.

III.3.2.3 Toestemming bij aangaan of voortzetten van de professionele relatie

De psycholoog kan uitsluitend een professionele relatie met iemand aangaan of voortzetten met

diens toestemming. Die toestemming is echter niet nodig als de professionele relatie tot stand komt

als gevolg van een opdracht door een externe opdrachtgever die daartoe een door de wet toegekende

bevoegdheid heeft.

III.3.2.4 Welingelicht aangaan en voortzetten van de professionele relatie

Voorafgaande aan en tijdens de duur van de professionele relatie verstrekt de psycholoog zodanige

informatie aan de cliënt, dat deze vrijelijk in staat is welingelicht in te stemmen met het aangaan en

voortzetten van de professionele relatie.

III.3.2.5 Informatie bij het aangaan en voortzetten van de professionele relatie

De informatie bij het aangaan en voortzetten van de professionele relatie wordt bij voorkeur schriftelijk

gegeven en waar nodig mondeling toegelicht, en bevat voor zover van toepassing:

het doel van de professionele relatie, de context waarin die plaatsvindt en de plaats van de cliënt

en de psycholoog hierin;

18

de methoden van onderzoek of behandeling die in aanmerking komen en wat daarvan wel en

niet te verwachten is;

de gang van zaken, de activiteiten en situaties waarmee de cliënt rechtstreeks of indirect zal

worden geconfronteerd;

de personen met wie de psycholoog in de professionele relatie samenwerkt, al dan niet in multidisciplinair

verband;

de soort gegevens die over de cliënt worden verzameld, de wijze waarop deze worden bewaard

en hoe lang de gegevens worden bewaard;

de wijze van eventuele rapportering en aan wie wordt gerapporteerd;

de regels in de beroepscode met betrekking tot inzage en afschrift, correctie en blokkering van

de rapportage;

eventuele instanties die bij de professionele relatie enig belang hebben;

mogelijke neveneffecten van het beroepsmatig handelen;

de gebondenheid van de psycholoog aan de beroepscode en het klachtrecht.

III.3.2.6 Dezelfde informatie voor externe opdrachtgever en cliënt

Vóór de aanvang van de professionele relatie dient de psycholoog zich ervan te vergewissen dat

zowel de externe opdrachtgever als de cliënt of het cliëntsysteem over dezelfde informatie beschikken

over het doel en de opzet van de professionele relatie en over de voorgenomen werkwijze.

De opdracht kan slechts doorgang vinden als over doel en opzet tussen hen overeenstemming bestaat.

Bij wijziging van de situatie of van de opdracht dient de psycholoog tot hernieuwde afspraken te

komen.

III.3.2.7 Overleg over invulling van de professionele relatie

De psycholoog biedt de cliënt de gelegenheid voor overleg over diens wensen en meningen betreffende

de invulling van de professionele relatie, tenzij dat een goede voortgang van de professionele

relatie in de weg staat.

III.3.2.8 Instemming en informatie bij professionele activiteiten in ruimere zin

Als er sprake is van professionele werkzaamheden van de psycholoog, die niet aangemerkt kunnen

worden als een professionele relatie in de zin van deze code, dan gelden de bepalingen in deze paragraaf,

voor zover zij van toepassing zijn opzichte van degenen die betrokken zijn bij die professionele

werkzaamheden.

III.3.2.9 Inzage in en afschrift van het eigen dossier

De psycholoog geeft de cliënt desgevraagd inzage in en afschrift van het diens dossier. Hij biedt

daarbij aan tekst en uitleg te verschaffen. Alvorens de cliënt inzage te geven, verwijdert de psycholoog

de gegevens die betrekking hebben op anderen, voor zover die niet door de cliënt zelf zijn verstrekt.

Als er sprake is van een professionele relatie met een cliëntsysteem, worden daarbij van de afzonderlijke

personen alle gegevens, die niet tegelijkertijd betrekking hebben op andere personen in dat

systeem (ook) op zodanige wijze bewaard, dat aan elk afzonderlijk gelegenheid tot inzage gegeven

kan worden zonder de vertrouwelijkheid van de gegevens van de anderen te schenden.

III.3.2.10 Toegankelijkheid van het dossier

De psycholoog richt het dossier naar vorm en inhoud zo in dat het voor de cliënt redelijkerwijs toegankelijk

is.

19

III.3.2.11 Verbetering van, aanvulling op of verwijdering van gegevens in het dossier

De psycholoog corrigeert die gegevens in het dossier, waarvan de cliënt aannemelijk maakt dat ze

onjuist zijn, onvolledig, of niet ter zake doen, gezien de doelstelling van het dossier en voor zover

deze op hem betrekking hebben.

Op verzoek van de cliënt worden door hem opgestelde notities met zijn opvattingen over de professionele

relatie in het dossier opgenomen.

III.3.2.12 Recht op vernietiging van het eigen dossier

Op schriftelijk verzoek van de cliënt wordt diens dossier door de psycholoog vernietigd. Het verzoek

om vernietiging wordt bewaard.

Het verzoek van de cliënt om vernietiging wordt niet ingewilligd als het dossier betrekking heeft op

een professionele relatie in opdracht van een externe opdrachtgever die een door de wet toegekende

bevoegdheid heeft om nakoming van de opdracht te eisen, en deze opdrachtgever niet met vernietiging

instemt.

III.3.2.13 Rapportage in opdracht van de cliënt

Rapportage in opdracht van de cliënt wordt uitsluitend aan de cliënt uitgebracht en bij voorkeur

schriftelijk.

III.3.2.14 Toestemmingsvereiste voor rapportage aan derden

Voor rapportage aan derden is toestemming van de cliënt noodzakelijk.

III.3.2.15 Rapportage aan derden

De rapportage aan een derde wordt als regel schriftelijk uitgebracht. Als gemotiveerd kan worden

dat schriftelijke rapportage niet in overeenstemming kan worden gebracht met het doel van de opdracht,

wordt vooraf afgesproken dat de rapportage mondeling wordt uitgebracht.

III.3.2.16 Gelegenheid tot inzage voorafgaand aan de rapportage

Als de psycholoog rapporteert aan een derde, biedt de psycholoog de cliënt de gelegenheid tot inzage

in het rapport voordat de rapportage wordt uitgebracht. Het recht op inzage geldt niet voor delen in

het rapport die betrekking hebben op anderen. Wanneer de rapportage feitelijk wordt uitgebracht

verschaft de psycholoog de cliënt desgewenst een afschrift, voor zover de rapportage op de cliënt

betrekking heeft.

III.3.2.17 Mondelinge rapportage aan een derde

Wanneer, met in achtneming van het artikel III.3.2.15, een rapportage mondeling wordt uitgebracht,

dan wordt de inhoud van de rapportage met de cliënt besproken voorafgaand aan het uitbrengen

ervan.

III.3.2.18 Correctie, aanvulling of verwijdering van gegevens in de rapportage

De gegevens in de rapportage waarvan de cliënt aannemelijk maakt dat ze onjuist zijn, worden door

de psycholoog gecorrigeerd en hij vult ze aan of hij verwijdert ze als ze onvolledig zijn of niet terzake

doen gezien de doelstelling van de rapportage.

Dit geldt niet voor de bevindingen en conclusies, deze behoren tot de verantwoordelijkheid van de

psycholoog.

III.3.2.19 Blokkeren van de rapportage aan de externe opdrachtgever

Als regel heeft de cliënt heeft het recht om de rapportage aan de externe opdrachtgever te blokkeren.

Dat recht is er echter niet als de externe opdrachtgever op grond van een wettelijke regeling een

bevoegdheid heeft om rapportage te eisen. In dat geval stelt de psycholoog de cliënt in de gelegenheid

eventuele bezwaren tegen de rapportage op schrift te stellen en deze gelijktijdig met de rapportage

naar de opdrachtgever te sturen.

Als de cliënt geen recht heeft om de rapportage te blokkeren, dan is de psycholoog verplicht om hem

voorafgaande aan de professionele relatie schriftelijk daarop te wijzen.

20

III.3.2.20 Inzage- en blokkeringsrecht bij rapportage over een cliëntsysteem

Cliënten kunnen niet zonder meer een beroep doen op bovenstaande bepalingen met betrekking tot

inzage en blokkering van de rapportage als zij deel uitmaken van een cliëntsysteem. Het doel van de

rapportage en of de vertrouwelijkheid ten opzichte van de anderen kunnen zich tegen inzage en

blokkering verzetten. Voor zover dat het geval is dienen de cliënten voorafgaand aan de professionele

relatie daarover te worden ingelicht.

III.3.2.21 Verstrekking van gegevens over de cliënt

De psycholoog verstrekt aan een derde die niet de opdrachtgever is, uitsluitend die gegevens over de

cliënt, waarvoor deze vooraf gerichte toestemming heeft verleend en die relevant en noodzakelijk

zijn voor een specifieke vraagstelling van die derde.

III.3.2.22 Verstrekking van gegevens over een ander dan de cliënt

Wanneer er in het dossier gegevens aanwezig zijn over een ander dan de cliënt, en deze gegevens

niet door de cliënt zelf zijn verstrekt, dan verstrekt de psycholoog deze niet aan derden, dan met

gerichte toestemming van die ander en alleen voor zover zij relevant en noodzakelijk zijn voor de

specifieke vraagstelling. De toestemming wordt schriftelijk vastgelegd.

III.3.3 Vertrouwelijkheid

III.3.3.1 Geheimhouding

In het directe contact met de betrokkene gaat de psycholoog een vertrouwensrelatie met hem aan.

Daarom is de psycholoog verplicht tot geheimhouding van hetgeen hem uit hoofde van de uitoefening

van zijn beroep ter kennis komt, voor zover die gegevens van vertrouwelijke aard zijn. Onder

deze verplichting valt ook het professionele oordeel van de psycholoog over de betrokkene. De geheimhoudingsverplichting

blijft na beëindiging van de professionele contacten bestaan.

III.3.3.2 Zorgvuldigheid in de communicatie

De psycholoog neemt in redelijkheid alle voorzorgen dat er in de schriftelijke, telefonische of elektronische

communicatie met de cliënt of met andere betrokkenen geen vertrouwelijke gegevens over

de cliënt, zonder diens instemming, ter kennis komen van derden. In een vroeg stadium overlegt de

psycholoog daartoe met de cliënt of met betrokken derden hoe de communicatie het best kan verlopen

en hoe deze moet worden vormgegeven om de vertrouwelijkheid met betrekking tot de cliënt te

bewaren.

III.3.3.3 Geheimhouding bij rapportage en gegevensverstrekking

Als er met toestemming van de cliënt bepaalde gegevens worden verstrekt of wordt gerapporteerd

aan derden, dan geldt er geen geheimhoudingsplicht jegens de ontvanger van die gegevens of van het

oordeel dat in de verklaring of rapportage is vervat. Voor het overige dat hem ter kennis mocht komen

heeft de psycholoog een geheimhoudingsplicht.

III.3.3.4 Doorbreken van de geheimhouding

De psycholoog is niet gehouden geheimhouding in acht te nemen als hij gegronde redenen heeft om

te menen dat het doorbreken van de geheimhouding het enige en laatste middel is om direct gevaar

voor personen te voorkomen, dan wel wanneer hij door wettelijke bepalingen of een rechterlijke

beslissing daartoe wordt gedwongen.

III.3.3.5 Informatie over het doorbreken van de geheimhouding

Als te voorzien is dat een dergelijke situatie zich kan voordoen, stelt de psycholoog de betrokkene

ervan op de hoogte dat hij in dat geval genoodzaakt kan zijn de geheimhouding te doorbreken, tenzij

door een dergelijke mededeling acuut gevaar voor hemzelf of derden kan ontstaan.

21

III.3.3.6 Reikwijdte van het doorbreken van de geheimhouding

Als de psycholoog besluit tot het doorbreken van de geheimhouding dan mag die doorbreking zich

niet verder uitstrekken dan in de gegeven omstandigheden is vereist en dient hij de betrokkene van

zijn besluit op de hoogte te stellen, tenzij door een dergelijke mededeling acuut gevaar voor hemzelf

of derden kan ontstaan.

III.3.3.7 Beroep op verschoning

De psycholoog is verplicht zich tegenover de rechter te beroepen op verschoning, als het afleggen

van een getuigenis of het beantwoorden van vragen hem in strijd brengt met zijn geheimhoudingsplicht.

III.3.3.8 Vertrouwelijkheid jegens andere personen dan cliënt

Als het noodzakelijk is om gegevens in het dossier op te nemen, die betrekking hebben op andere

personen dan de cliënt en die gegevens niet door de cliënt zelf zijn verstrekt, dan worden deze in

zodanige vorm opgenomen, dat ze tijdelijk te verwijderen zijn, zodat bij inzage door de cliënt de

vertrouwelijkheid van die gegevens gewaarborgd kan worden.

III.3.3.9 Vertrouwelijkheid jegens personen in een cliëntsysteem

Voor zover gegevens noodzakelijkerwijs op meerdere personen tegelijk betrekking hebben, dan

worden deze verzameld in een dossier over het betreffende cliëntsysteem. Geen van de personen in

het cliëntsysteem heeft recht op inzage en afschrift van die gegevens, tenzij de andere(n) schriftelijk

toestemming hiertoe verleent of verlenen.

Voorafgaand aan het opnemen van gegevens in zo’n dossier deelt de psycholoog dat aan elk van hen

mee, en wijst hen erop dat daaruit een beperking kan voortvloeien van het recht op inzage en afschrift,

voor zover dat noodzakelijk is om de vertrouwelijkheid van elkaars gegevens te waarborgen.

III.3.3.10 Beveiliging van het dossier

De psycholoog zorgt er voor dat het dossier op zodanige wijze wordt bewaard dat zonder zijn toestemming

niemand toegang daartoe heeft, zodat de vertrouwelijkheid van de gegevens bewaard

blijft.

III.3.3.11 Verstrekking van gegevens en beoordelingen zonder toestemming

Voor het verstrekken van gegevens en het geven van beoordelingen aan andere beroepsbeoefenaren

is geen gerichte toestemming van de cliënt nodig als die andere beroepsbeoefenaren de cliënt behandelen

of onderzoeken in verband met hetzelfde als dat waarop de professionele relatie van de psycholoog

betrekking heeft, of met iets dat daaraan sterk gerelateerd is.

De verstrekking wordt beperkt tot die gegevens en beoordelingen die noodzakelijk zijn voor de

werkzaamheden van die andere beroepsbeoefenaren.

III.3.3.12 Wettelijk verplichte verstrekking van gegevens en van beoordelingen

Voor het verstrekken van gegevens of van een beoordeling aan derden is geen toestemming van de

cliënt nodig wanneer de psycholoog op grond van een wettelijke bepaling verplicht is deze te verstrekken.

De cliënt wordt hiervan van tevoren op de hoogte gesteld.

III.3.3.13 Gegevensverstrekking aan medewerkers

Er is geen toestemming van de cliënt nodig voor het verstrekken van gegevens aan iemand die onder

leiding van de psycholoog meewerkt aan de uitvoering van de professionele relatie.

III.3.3.14 Informatieverstrekking voor research en statistiek

Ten behoeve van research en statistiek mag de psycholoog desgevraagd aan een derde gegevens en

beoordelingen verstrekken. Deze gegevens en beoordelingen dienen zo te worden aangeleverd, dat

herkenbaarheid van de persoon daarbij wordt uitgesloten, tenzij dat gezien het doel van het onderzoek

niet mogelijk is. In dat geval kunnen die gegevens, respectievelijk beoordelingen, alleen met

toestemming van de cliënt worden verstrekt.

III.3.3.15 Gebruik van gegevens voor publicaties, onderwijs, supervisie en intervisie

22

Voor wetenschappelijke publicaties, onderwijsdoelen, supervisie en intervisie mag de psycholoog

uitsluitend gegevens van en oordelen over een cliënt gebruiken waaruit diens identiteit niet te herleiden

is. De combinatie van gegevens en beschreven omstandigheden mag er niet toe kunnen leiden

dat derden daaruit de cliënt herkennen, tenzij de cliënt toestemming heeft gegeven voor een dergelijke

gegevensverstrekking.

III.3.3.16 Rapporteren over anderen dan de cliënt

Bij het uitbrengen van rapportages beperkt de psycholoog zich bij het geven van oordelen en adviezen

tot die aangaande de cliënt, en geeft hij geen oordelen of adviezen met betrekking tot een ander

dan de cliënt. Indien het voor het doel van de rapportage noodzakelijk is over een ander dan de cliënt

gegevens te verstrekken, dan beperkt de psycholoog zich zo mogelijk tot die gegevens die hij uit

eigen waarneming of onderzoek heeft verkregen. Voor het verstrekken van dergelijke gegevens is

gerichte toestemming van betrokkene noodzakelijk. Indien de psycholoog het noodzakelijk acht in

een rapportage gegevens over een ander dan de cliënt te vermelden, die hij niet uit eigen waarneming

of onderzoek heeft verkregen, dan is hij daarin uiterst terughoudend en geeft steeds de bron en

relevantie van de gegevens aan.

23

III.4 Deskundigheid

III.4.1 Ethisch bewustzijn

III.4.1.1 Beroepsuitoefening in overeenstemming met de beroepscode

De psycholoog is zich bewust van de ethische aspecten van zijn beroepsmatig handelen en beoefent

zijn professie in overeenstemming met de 'Beroepscode voor psychologen'.

III.4.1.2 Noodzaak van kritische bezinning

De psycholoog denkt kritisch na over zijn beroepsmatig handelen en over zijn persoonlijke waarden

en motieven die bij dat handelen een rol spelen. Hij stelt zijn beroepsmatig handelen met enige regelmaat

aan de orde in (inter)collegiaal overleg, zoals bijvoorbeeld intervisie. Hij volgt de ethische

discussie binnen zijn beroepsgroep.

III.4.1.3 Kennis van wettelijke bepalingen

De psycholoog stelt zich op de hoogte van de wettelijke bepalingen die in zijn werkveld van toepassing

zijn en handelt ernaar.

III.4.2 Vakbekwaamheid

III.4.2.1 In stand houden en verder ontwikkelen van de professionele deskundigheid

De psycholoog houdt zijn professionele deskundigheid in stand en ontwikkelt deze in overeenstemming

met de recente ontwikkelingen in de psychologie. Hij volgt de voor hem relevante vakliteratuur

en neemt deel aan relevante bij- en nascholing.

III.4.2.2 Gebruik van doeltreffende en doelmatige methoden

De psycholoog kiest methoden die doeltreffend en doelmatig zijn en geeft zich rekenschap van de

beperkingen van die methoden.

III.4.3 De grenzen van het beroepsmatig handelen

III.4.3.1 Professionele en persoonlijke beperkingen

De psycholoog onderkent zijn professionele en persoonlijke beperkingen en is daar open over. Waar

nodig roept hij deskundig advies en ondersteuning in, en verwijst zo nodig door.

III.4.3.2 Grenzen van de eigen deskundigheid

De psycholoog neemt in zijn beroepsmatig handelen de grenzen van zijn deskundigheid in acht en

aanvaardt geen opdrachten waarvoor hij de deskundigheid mist.

III.4.3.3 Grenzen van het domein van de psychologiebeoefening

Aan elke opdracht dient een duidelijk omschreven doel- of vraagstelling ten grondslag te liggen. De

psycholoog neemt geen opdracht aan, waarvan de doel- of vraagstelling niet valt binnen het domein

van de psychologiebeoefening. Evenmin doet hij dat als de beschikbare methoden en technieken

ontoereikend zijn voor een behoorlijke interventie of beantwoording van de vraagstelling.

Als de psycholoog een dergelijke opdracht krijgt, treedt hij met de opdrachtgever in overleg om de

doel- of vraagstelling te herformuleren voordat hij de opdracht kan aannemen.

III.4.3.4 Kwalificatie

De psycholoog hanteert alleen methoden, waarvoor hij door opleiding, training en/of ervaring is

gekwalificeerd.

24

III.4.3.5 Relevantie en beperkingen van conclusies

De psycholoog geeft zich er rekenschap van in hoeverre de conclusies die hij uit zijn bevindingen

trekt relevant zijn en welke beperkingen aan deze conclusies kleven. In overeenstemming daarmee

nuanceert hij zijn conclusies.

III.4.3.6 Rapportage beperken tot relevante gegevens

De psycholoog beperkt zich in rapportages tot het vermelden van die gegevens en oordelen die voor

het doel van de rapportage noodzakelijk zijn. Hij doet dat in voor de ontvanger van het rapport begrijpelijke

en in ondubbelzinnige termen. Uit de rapportage moet duidelijk blijken wat de beperkingen

zijn van de uitspraken en de gronden waarop deze berusten.

Wanneer er een verzoek is om een beoordeling te geven over de (toekomstige) toestand of het (toekomstig)

functioneren van de cliënt, dient de psycholoog zicht te beperken tot een beoordeling die

kan worden gedragen door de hem bekende gegevens.

III.4.3.7 Professionele verantwoording van het beroepsmatig handelen

De psycholoog moet zijn beroepsmatig handelen kunnen verantwoorden in het licht van de stand der

wetenschap ten tijde van dat handelen, zoals deze uit de vakliteratuur blijkt.

III.4.3.8 Voorkómen van verminderd vermogen tot verantwoorde beroepsuitoefening

Voor zover mogelijk onderkent de psycholoog in een vroeg stadium tekenen die wijzen op zodanige

persoonlijke, psychische of fysieke problemen, dat zijn beroepsmatig handelen negatief beïnvloed

dreigt te worden. Hij roept tijdig deskundig advies en ondersteuning in om de problemen te voorkomen

of te verminderen.

III.4.3.9 Staken van het beroepsmatig handelen bij verminderd vermogen

Als zijn psychische, lichamelijke of oordeelkundige vermogens zodanig zijn aangetast of verminderd,

dat dit een verantwoorde beroepsuitoefening in de weg staat, staakt de psycholoog zijn beroepsmatig

handelen zolang als deze toestand duurt.

25

Trefwoordenregister

Trefwoord Artikel

Aangaan van de professionele relatie III.1.2.3; III.2.1.1; III.3.2.3; III.3.2.4;

III.3.2.5; III.3.2.6; III.3.2.7; III.3.3.1

Aanvaarden van opdrachten III.1.4.3; III.2.2.5; III.2.3.3; III.3.2.3;

III.3.2.6; III.4.3.2; III.4.3.3

Aanvulling op gegevens III.3.2.11; III.3.2.18

Absentie; waarneming bij onvoorziene ~ III.1.2.1; III.1.2.2

Afgeleide verplichtingen III.1.5.3

Afschrift III.3.2.9; III.3.2.16; III.3.3.9

Afwijken van de beroepscode I.1.4.1; I.1.4.2; 1.1.4.4

Algemene voorwaarden III.2.2.5

Alternatieve theorieën, ~ verklaringen III.2.2.6

Anderen  derden Preambule; I.1.2.6; I.1.2.12; I.1.2.16;

III.2.1.3; III.3.2.9; III.3.2.14; III.3.2.15;

III.3.2.16; III.3.2.20; III.3.2.22; III.3.3.2;

III.3.3.3; III.3.3.5; III.3.3.6; III.3.3.12;

III.3.3.15; III.3.3.16

Autonomie en zelfbeschikking II.1.1.3; III.3.2; III.3.2.1; III.3.2.2

Beëindiging van de professionele relatie III.1.2.3; III. 1.6.2; III.2.1.2; III.2.3.8;

III.3.2.1; III.3.3.1

Begin van de professionele relatie III.1.2.3; III.2.1.1; III.3.2.3; III.3.2.4;

III.3.2.5; III.3.2.6; III.3.2.7; III.3.3.1

Begrippen: definities van ~ I.1.2

Belangen I.1.2.2; I.1.4.2.; I.1.5.1; I.1.5.2; I.1.5.3;

III.1.2.3; III.1.5.5; III.2.3.2

~ afweging I.1.4.2

~ tegenstelling III.1.2.3

~ verstrengeling III.2.3.1

Beperkingen II.1.1.4

- methoden; resultaten; uitspraken III.4.2.2; III.4.3.5; III.4.3.6

- professionele en persoonlijke ~ III.2.3.4; III.4.3.1

- zelfbeschikking van de cliënt III.3.2.2

Beroepscode; afwijken van ~ I.1.4.2; I.1.4.4; zie ook I.1.4.1

Beroepsethisch

~ dilemma Preambule; I.1.4.1; I.1.4.2

~ reflectie Inleiding; Preambule

~ toetsing Preambule; III.1.6.1; III. 1.6.2; III. 1.6.3;

Beroepsmatig handelen Inleiding; I.1.2.1; I.1.2.2; II.1.1.1; I.1.2.7;

I.1.2.9; I.1.2.14; II.1.1.1; III.1.1.3; III.1.2;

III.1.3.2; III.1.3.5; III.1.4.1; III. 1.5.1;

III.1.5.2; III.1.5.3; III.1.5.5; III.2.1.4;

III.2.2.1; III.2.2.7; III.2.3.1; III.3.1.2;

26

III.3.2.5; III.4.1.1; III.4.1.2; III.4.3,

III.4.3.2; III.4.3.7; III.4.3.8; III.4.3.9

Betrokkene Inleiding; Preambule; I.1.2.2; I.1.2.12;

II.1.1.1; II.1.1.2; II.1.1.3; III.1.2.3;

III.1.3.2; III.2.2.5; III.2.2.6; III.2.3.2;

III.2.3.4; III.2.3.5; III.2.3.7; III.3.1.1;

III.3.1.2; III.3.2.1; III.3.3.1; III.3.3.2;

III.3.3.5; III.3.3.6; III.3.3.16;

Betrouwbaarheid III.2.1

Bewaren I.1.2.13; I.1.2.14; III.1.2.2; III.3.2.5;

III.3.2.9; III.3.2.12; III.3.310

~ van een op naam gesteld dossier III.1.6.2

Bijzondere omstandigheden I.1.4

Blokkeren van rapportage III.3.2.19; III.3.2.20; III.3.2.5

Bronvermelding III.2.2.7; III.3.3.16

Cliënt I.1.2.4 (definitie); overige verwijzingen

blijven achterwege

Cliëntsysteem I.1.2.5; I.1.2.8; I.1.2.14; III.2.3.2; III.3.2.6

- inzage en blokkeringsrecht bij ~ III.3.2.9; III.3.2.20; III.3.3.9

Collega Preambule; III.1.1.1; III. 1.5.4; III. 1.5.5;

Conclusies III.1.4.2; III.3.2.18; III.4.3.5

Consulteren van collega’s Preambule; I.1.4.1; I.4.2

Continuïteit van het beroepsmatig handelen III.1.2

Continuïteit van de professionele relatie I.1.2.14; III.1.2.1

Correctie van gegevens III.3.2.5; III.3.2.11; III.3.2.18

Curator I.1.2.11

Declaraties III.1.3

Derden  anderen Preambule; I.1.2.6; I.1.2.12; I.1.2.16;

III.2.1.3; III.3.2.9; III.3.2.14; III.3.2.15;

III.3.2.16; III.3.2.20; III.3.2.22; III.3.3.2;

III.3.3.3; III.3.3.5; III.3.3.6; III.3.3.12;

III.3.3.15; III.3.3.16

Deskundige(n) III.1.2.1; III.1.2.2; III.4.3.1; III.4.3.8

Deskundigheid Inleiding; II.1.1.4; III.1.5.4; III.2.2.2,

III.2.2.3; III.4; III.4.2.1; III.4.3.2

Dierenleed III.1.3.3

Dilemma Preambule; I.4.1; I.4.2

Discretionaire ruimte Inleiding

Discriminatie III.3.1.3

Disfunctioneren III.4.3.8; III.4.3.9

Doel

~ van het beroepsmatig handelen III.1.3.2; III.3.1.2

~ van de beroepsethische reflectie Preambule

~ van het dossier III.1.6.2; III.3.2.11

~ van de interventie Inleiding

27

~ van de opdracht III.3.2.15

~ van de professionele relatie III.1.2.2; III.3.2.5; III.3.2.6

~ van de rapportage III.1.4.2; III.3.2.20; III.3.3.16; III.4.3.6

~ van het wetenschappelijk onderzoek III.3.3.14

Doeltreffende en doelmatige methoden III.4.2.2

Doorbreken van de geheimhouding III.3.3.4; III.3.3.5; III.3.3.6

Dossier I.1.2.14; I.1.2.16; III.3.2.10; III.3.2.11;

III.3.3.10

- bewaartermijn van het ~ III. 1.6.2

~ betreffende een cliëntsysteem III.3.3.9

~ gegevens over andere personen III.3.2.22; III.3.3.8

- inzage in het ~ III.3.2.9

- vernietiging van het ~ III.3.2.12

- volledigheid en actualiteit van het ~ III.1.2.2

 zie ook gegevens

Echtgenoot, levensgezel, familie I.1.5.3

Eerlijk, eerlijkheid II.1.1.2; III.2.2; III.2.2.5

Ervaring

~ van de cliënt III.1.3.2; III.3.1.1

~ van de psycholoog II.1.1.4; III. 1.5.4; III.2.2.3; III.4.3.4

Ethisch bewustzijn Inleiding; Preambule; III.2.1.1; III.4.1;

III.4.1.1; III.4.1.2

Ethisch(e)

~ dilemma Preambule

~ discussie Inleiding; Preambule; III.4.1.2; III.1.5.5

~ en professionele normen Inleiding; III.1.1.4; III.1.5.3

Externe opdrachtgever I.1.2.8; I.1.2.9; I.1.2.16; I.1.4.5; III.3.2.2;

III.3.2.3; III.3.2.6; III.3.2.12; III.3.2.19

- verplichtingen jegens ~ III.1.3.1; III.3.2.19

Familie, echtgenoot, levensgezel I.1.5.3

Financiële voorwaarden I.1.2.7; III.2.2.5

Gegevens I.1.2.13; I.1.2.14; III.1.2.2; III.1.3.1;

III.2.2.8; III.3.2.5; III.3.2.9; III.3.2.11;

III.3.2.18; III.3.3.1; III.3.3.2; III.3.3.8;

III.3.3.9; III.3.3.10; III.3.3.12; III.4.3.6

~ voor publicaties, supervisie, etc III.3.3.15;

Gegevensverstrekking I.1.2.16

~ aan andere beroepsbeoefenaren III.3.3.11

~ aan derden III.3.2.21; III.3.2.22; III.3.3.3

~ aan medewerkers III.3.3.13

~ voor wetenschappelijk onderzoek III.3.3.14

Geheimhouding III. 1.5.3; III.3.3.1; III.3.3.7

- doorbreken van ~ III.3.3.4; III.3.3.5

~ bij rapportage III.3.3.3

28

- reikwijdte van het doorbreken van ~ III.3.3.6

 zie ook vertrouwelijkheid

Grenzen

~ van het beroepsmatig handelen III.4.3

~ van de eigen deskundigheid II.1.1.4; III.4.3.2

~ van de psychologiebeoefening III.4.3.3

Hulp en steun aan collega's, etc. III.1.5.4

Indirecte effecten van het beroepsmatig handelen III.1.3.5

Informatie en instemming III.3.2.8; III.3.3.2

Informatie

~ bij aangaan van de professionele relatie III.3.2.4; III.3.2.5

~ bij aanvaarden van opdrachten III.2.2.5

~ over alternatieve theorieën etc. III.2.2.6

- dezelfde ~ voor opdrachtgever en cliënt III.3.2.6

~ over het doorbreken van vertrouwelijkheid III.3.3.5

~ aan de ouder zonder gezag I.1.5.2

~ bij professionele activiteiten in ruimere zin III.3.2.8

Instemming III.3.2.1; III.3.2.4; III.3.2.8; III.3.3.2

Integriteit Inleiding; II.1.1.2; III.2; III.2.3; III.3.1.2

Interdisciplinaire samenwerking III.3.3.11

Intervisie III.3.3.15; III.4.1.2

Inzage I.1.2.12; III.3.2.5; III.3.2.6; III.3.3.8

~ en afschrift van het dossier III.3.2.9; III.3.3.9

~ en blokkeringsrecht bij cliëntsysteem III.3.2.20

~ voorafgaand aan de rapportage III.3.2.16

Kennis, inzicht en ervaring van betrokkene III.3.1.1

Kind I.15.1; I.15.2

Klachtenprocedure, medewerking aan ~ Preambule; III.1.6.3

Kritisch III.1.5.5

~ bezinning III.4.1.2

Kwalificatie II.1.1.4; III.2.2.3; III.4.3.4

Kwaliteit Inleiding; Preambule

~ van het beroepsmatig handelen III.1.1; III.1.1.3

~ van medewerkers III.1.5.3

~ van de professionele relatie I.1.2.14

~ van het team III. 1.5.2

Lichamelijke

~ integriteit van betrokkene III.3.1.2

~ vermogens III.4.3.9

Medeverantwoordelijkheid III.1.5.2

Medewerkers III.1.5.3; III.3.3.13

Meerderjarige wilsonbekwame cliënt I.1.5.3

Meervoudige rollen; vermijden van ~ Preambule; III.2.3.4; III.2.3.5

29

Mentor I.1.2.11

Methoden II.1.1.4; III.1.1.5; III.3.2.5; III.4.2.2;

III.4.3.3; III.4.3.4

Minderjarige cliënt I.1.5.1

Misbruik II.1.1.1; III.1.4.2; III.1.4.3; III.2.2.2

- voorkomen van ~ III.1.4; III.1.4.1; III.1.4.2

Misleiding III.2.2.1

Mondelinge

~ presentaties III.2.2.7

~ rapportage I.1.2.15; III.3.2.15; III.3.2.17

~ toelichting III.3.2.5

Negatieve ervaringen III.1.3.2

Non-discriminatie III.3.1.3

Onafhankelijkheid en objectiviteit III.2.1.4

Onderwijs, onderwijsdoeleinden II.1.1.2; III.3.3.15

Onderzoek met personen, zonder hun toestemming III.1.3.4

Onderzoeksgegevens III.2.2.8

Ongerechtvaardigde verwachtingen III.2.2.4

Onverenigbare

~ codeartikelen I.1.4.1

~ opdrachten III.2.3.3

- onderkennen van ~ belangen III.2.3.2

Onvoorziene absentie; waarneming bij ~ III.1.2.1; III.1.2.2

Opdracht I.1.2.7

Opdrachtgever I.1.2.8; III.1.4.3; III.2.3.2; III.4.3.3

- externe ~ I.1.2.9; I.1.2.16; I.1.4.5; III.3.2.2; III.3.2.6;

III.3.2.12; III.3.2.19

- verplichtingen jegens externe ~ III.1.3.1

Opleiding II.1.1.4; III.2.2.3; III.4.3.4

Ouders I.1.5.1; I.1.5.2.; I.1.5.3

Overleg over de professionele relatie III.2.1.2; III.3.2.7; III.3.3.2

Persoonlijke

~ beperkingen III.4.3.1; III.4.3.8; III.4.3.9

~ belangen III.2.3.1

~ relatie na het beëindigen III.2.3.8

~ relatie met cliënten III.2.3.7; III.2.3.8

~ waarden en motieven III.4.1.2

~ werkaantekeningen I.1.2.14

Plagiaat III.2.2.7

Privacy  zie vertrouwelijkheid

Procedure; klachten ~ Inleiding; III.1.6.3

Proefdieren III.1.3.3

Professionalisering Inleiding

Professionele

30

~ activiteiten III.1.6.1; III.2.2.7; III.3.2.8

~ beperkingen II.1.1.4; III.4.3.1; III.4.3.8; III.4.3.9

~ deskundigheid III.4.2.1

~ en ethische normen III.1.1.4

~ handelingsruimte Inleiding

~ kwaliteit III.1.5.3

~ oordeel III.3.3.1

~ relatie Inleiding; I.1.2.1; I.1.2.3; I.1.2.4; I.1.2.5;

I.1.2.10; I.1.4.2; I.1.4.5; I.1.5.1; III.1.2.2;

III.2.2.5; III.2.3.7; III.3.2.1; III.3.2.9;

III.3.2.11; III.3.2.12; III.3.3.11; III.3.3.13

- continuïteit van ~ I.1.2.14; III.1.2.1

- doel van ~ III.3.2.4; III.3.2.6; III.3.2.7

- stadium van ~ Inleiding; III.3.3.1

- begin van ~ I.1.5.3; III.2.1.1; III.2.2.5; III.3.2.1;

III.3.2.3; III.3.2.4; III.3.2.5; III.3.2.6;

III.3.2.19; III.3.2.20

- einde van ~ III.1.2.3; III.1.6.2; III.2.1.2; III.2.3.8;

III.3.2.1; III.3.3.1; III.1.2.1

- wijzigingen in ~ III.3.2.4; III.3.3.5; III.3.3.6

~ rol Inleiding; III.2.3.4; III.2.3.4; III.2.3.5

~ standaard Inleiding

~ uitspraken III.1.3.4

~ verantwoordelijkheid II.1.1.1; III.1.2.3; III.1.5.3

~ verantwoording III.4.3.7

~ verplichting II.1.1.3

Psychische integriteit III.3.1.2

Publicaties III.2.2.7

Rapportage I.1.2.7; I.1.2.15; I.1.2.16; III.1.4.2;

III.1.4.3; III.3.2.5; III.3.2.13; III.3.2.14;

III.3.2.15; III.3.2.16; III.3.2.17; III.3.2.18;

III.3.2.19; III.3.2.20; III.3.3.3; III.3.3.16;

III.4.3.6;

Relevant, relevante, relevantie

~ gegevens I.1.2.14; III.2.2.3; III.3.2.21; III.3.2.22

~ conclusies III.4.3.5

~ kwalificaties, titels etc. III.2.2.3

~ in rapportages III.3.3.16; III.4.3.6

Respect II.1.1.3; III.3

Rolintegriteit III.2.3

Rol, rolverwarring, rolvermenging Inleiding; II.1.1.2; III.2.3.4; III.2.3.5

Samenhang van de code I.1.1.1

Schade, voorkomen van ~ III.1.1.1; III.1.3; III.1.3.1; III.1.3.2;

III.1.3.3; III.1.3.4

Schriftelijke rapportage III.3.2.13; III.3.2.15

Seksuele

31

~ geaardheid III.3.1.3

~ gedragingen III.2.3.6

~ relatie met de cliënt III.2.3.7; III.2.3.8

Stadium van de professionele relatie Preambule

Statistiek III.3.3.14

Strijdigheid met de code I.1.4.2; III.2.1.3

Studenten III.1.5.4; III.2.3.7

Supervisanten III.1.5.4; III.2.3.7

Team III.1.5.2

Toegang tot het dossier III.3.3.10

Toegankelijkheid van het dossier III.3.2.10

Toestemming III.3.3.3; III.3.3.9; III.3.3.11; III.3.3.14;

III.3.3.15

- gerichte ~ I.1.2.12; III.3.2.21; III.3.2.22

Toetsing van het beroepsmatig handelen Preambule; III.1.6.1; III.1.6.3

- maatstaf voor ~ Preambule

- medewerking aan ~ Preambule

Uitspraken over personen, zonder hun toestemming III.1.3.4

Uitzonderingsbepalingen; toepassen van ~ I.1.4.3

Vakbekwaamheid III.4.2; III.4.2.1; III.4.2.2

Verantwoorde beroepsuitoefening Inleiding; Preambule; III.1.5.4; III.2.1.1;

III.2.1.2; III.2.1.4; III.4.3.8; III.4.3.9

Verantwoordelijkheid II.1.1.1; III.1

~ na beëindiging van de professionele relatie III.1.2.3

~ voor de continuïteit van de relatie III.1.2.1

Verantwoording III.1.6; III.1.6.1; III.4.3.7

Verbetering van gegevens III.3.2.11

Vermelden van opleiding, kwalificaties, titels etc. III.2.2.3

Vermengen van rollen vermijden III.2.3.4; III.2.3.5

Verminderd vermogen tot beroepsuitoefening III.4.3.8; III.4.3.9

Vernietiging van het dossier; recht op ~ III.1.6.2; III.3.2.12

Verschoning III.3.3.7

Vertegenwoordiging van de cliënt I.1.2.11; I.1.5; I.1.5.1; I.1.5.3

Vertrouwelijkheid, privacy Inleiding; II.1.1.3; III.1.4.2; III.2.3.3;

III.3.2.9; III.3.2.20; III.3.3; III.3.3.1;

III.3.3.2; III.3.3.8; III.3.3.9; III.3.3.10

Vertrouwen in de psychologiebeoefening III.1.1.1

Verwijdering van gegevens III.3.2.9; III.3.2.11; III.3.2.18; III.3.3.8

Verwijzer I.1.2.10

Voorkómen

~ en beperken van dierenleed III.1.3.3

~ van misleiding III.2.2.1

Voortzetten van de professionele relatie III.1.2.2; III.3.2.3; III.3.2.4; III.3.2.5

Voorwaarden, financiële en algemene III.2.2.5

32

Voorzichtigheid bij nieuwe methoden III.1.1.5

Vrijheid om te handelen conform de beroepscode III.1.5.1

Waardigheid II.1.1.3; III.3.1.2

Waarneming bij onvoorziene absentie III.1.2.2

Welingelicht aangaan van de professionele relatie III.3.3.4

Werkomgeving; de psycholoog en zijn ~ III.1.5; III.1.5.1; III.1.5.2; III.1.5.3;

III.1.5.4; III.1.5.5

Wetenschappelijk(e)

~ onderzoek I.1.2.1; III.1.3.4; II.1.1.2; III.2.2.7;

III.3.3.14

~ publicatie III.2.2.7; III.3.3.15

Wettelijk(e)

~ bepalingen I.1.4.4; III.1.6.2; III.3.2.2; III.3.2.19;

III.3.3.4; III.4.1.3

~ vertegenwoordiger I.1.2.11; I.1.5.1; I.1.5.3

~ vereiste nakoming van de opdracht I.1.4.5

~ verplichte gegevensverstrekking aan derden III.3.3.12

Wilsonbekwaam I.1.5; I.15.3

Zelfbeschikking, autonomie II.1.1.3; III.3.2.1; III.3.2.2

Zorgvuldig, zorgvuldigheid Inleiding; I.13.1; III.1.1.2; III.2.3.8

~ in de communicatie III.3.3.2

~ bij nieuwe methoden III.1.1.5

~ in het verkrijgen van onderzoeksgegevens III.2.2.8

N://klaar/beroepscode07\30-08-2007

 

 

De gekwalificeerde gedragswetenschapper van Bureau Jeugdzorg

 

Hoofdstuk 1. Algemene bepaling

Artikel 1

In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

a.

de wet: de Wet op de jeugdzorg;

b.

indicatiebesluit: een besluit waarbij wordt vastgesteld of een cliënt is aangewezen op zorg als bedoeld in artikel 5, tweede lid, van de wet;

c.

aanvrager: degene die de aanvraag indient voor een indicatiebesluit;

m.

gekwalificeerde gedragswetenschapper: degene die lid is van het Nederlands Instituut voor Psychologen en is opgenomen in het Register Klinisch Psychologen of het register Kinder- en Jeugdpsychologen en beschikt over de Basisaantekening Psychodiagnostiek van dit instituut of degene die lid is van de Nederlandse Vereniging van Orthopedagogen en Onderwijskundigen en geregistreerd is als Orthopedagoog-Generalist dan wel een BIG-geregistreerde gezondheidszorgpsycholoog;

 

 

 

De Beroepscode voor psychologen 1998 van het Nederlands Instituut van Psychologen

Inhoud

Deel 1

De Beroepscode voor psychologen 1998

van het Nederlands Instituut van Psychologen 3

Deel 2

Reglement voor het Toezicht 33

Deel 3

Overige informatie 45

Deel 4

Index bij deel 1 Beroepscode 51

 

Deel 1

De Beroepscode voor psychologen 1998

van het Nederlands Instituut van Psychologen

NB. De artikelen van de beroepscode hebben een viercijferig nummer.

Inleiding 7

Preambule 10

I. Algemeen 12

I.1.1.1 Samenhang van de code 12

I.1.2 Begrippen 12

I.1.3 Algemene bepaling 13

I.1.3.1 Zorgvuldigheid 13

I.1.4 Bijzondere omstandigheden 14

I.1.4.1 Onverenigbaarheid van code-artikelen 14

I.1.4.2 Afwijken van de beroepscode 14

I.1.4.3 Toepassen van uitzonderingsbepalingen 14

I.1.4.4 Afwijken van de beroepscode vanwege specifieke wettelijke regels 14

I.1.4.5 Wettelijk vereiste nakoming van de opdracht 14

I.1.5 Vertegenwoordiging van de cliënt 15

I.1.5.1 Minderjarige cliënt 15

I.1.5.2 Informatie aan beide ouders 15

I.1.5.3 Meerderjarige wilsonbekwame cliënt 15

I.1.5.4 Strijdigheid met de belangen van de cliënt 15

II. De basisprincipes 16

III. Richtlijnen ter uitwerking van de basisprincipes 17

III.1 Integriteit 17

III.1.1 Betrouwbaarheid 17

III.1.1.1 Vertrouwen in de psychologie en psychologiebeoefening 17

III.1.1.2 Voorwaarden voor aanvang en voortzetting van de

professionele relatie 17

III.1.1.3 Reden tot beëindiging van de professionele relatie 17

III.1.1.4 Niet meewerken aan werkzaamheden die strijdig zijn met de code 17

3

III.1.1.5 Onafhankelijkheid en objectiviteit in het beroepsmatig handelen 17

III.1.2 Eerlijkheid 17

III.1.2.1 Voorkomen van misleiding 17

III.1.2.2 Geen misbruik van kennis, vaardigheden of overwicht 18

III.1.2.3 Vermelden van opleiding, kwalificaties, ervaring,

deskundigheid en titels 18

III.1.2.4 Geen ongerechtvaardigde of bovenmatige verwachtingen wekken 18

III.1.2.5 Informatie over voorwaarden waaronder opdrachten

worden aanvaard 18

III.1.2.6 Informatie over alternatieve theorieën of verklaringen 18

III.1.2.7 Bronvermelding 18

III.1.2.8 Zorgvuldigheid in het verkrijgen en weergeven van

onderzoeksgegevens 18

III.1.3 Rolintegriteit 18

III.1.3.1 Vermijden van meervoudige rollen 18

III.1.3.2 Onderkennen van onverenigbare belangen 19

III.1.3.3 Niet aanvaarden van onverenigbare opdrachten 19

III.1.3.4 Vermengen van professionele en niet-professionele rollen vermijden 19

III.1.3.5 Niet oneigenlijk bevorderen van persoonlijke belangen 19

III.1.3.6 Geen seksuele relatie met de cliënt 19

III.1.3.7 Geen seksuele gedragingen ten opzichte van de cliënt 19

III.1.3.8 Verantwoordelijkheid na beëindiging van de professionele relatie 19

III.1.3.9 Persoonlijke relatie na het beëindigen van de professionele relatie 20

III.2 Respect 20

III.2.1 Algemeen respect 20

III.2.1.1 Respect voor kennis, inzicht en ervaring van betrokkene 20

III.2.1.2 Respect voor de psychische en lichamelijke integriteit

van betrokkene 20

III.2.1.3 Non-discriminatie 20

III.2.2 Autonomie en zelfbeschikking 20

III.2.2.1 Respect voor autonomie en zelfbeschikking van betrokkene 20

III.2.2.2 Respectvol handelen bij beperkte zelfbeschikking van de cliënt 21

III.2.3 Informatie en instemming 21

III.2.3.1 Toestemming bij aangaan of voortzetten van de professionele relatie 21

III.2.3.2 Welingelicht aangaan en voortzetten van de professionele relatie 21

III.2.3.3 Dezelfde informatie voor opdrachtgever en cliënt 21

III.2.3.4 Inhoud van de informatie 21

III.2.3.5 Overleg over invulling van de professionele relatie 22

III.2.3.6 Informatie en instemming bij professionele activiteiten

in ruimere zin 22

4

III.2.4 Vertrouwelijkheid 22

III.2.4.1 Geheimhouding 22

III.2.4.2 Geheimhouding bij rapportage aan een externe opdrachtgever

of aan derden 22

III.2.4.3 Doorbreken van de geheimhouding 23

III.2.4.4 Informatie over het doorbreken van de vertrouwelijkheid 23

III.2.4.5 Reikwijdte van het doorbreken van de geheimhouding 23

III.2.4.6 Beroep op verschoning 23

III.2.5 Dossier 23

III.2.5.1 Beperken van het dossier tot relevante gegevens 23

III.2.5.2 Dossiergegevens over andere personen dan cliënt 23

III.2.5.3 Dossier betreffende een cliëntsysteem 24

III.2.5.4 Dossieronderdelen die betrekking hebben op meerdere

personen tegelijk 24

III.2.5.5 Toegang tot het dossier 24

III.2.5.6 Toegankelijkheid, begrijpelijkheid en volledigheid van het dossier 24

III.2.5.7 Inzage in en afschrift van het dossier 24

III.2.5.8 Verbetering van, aanvulling op of verwijdering van gegevens

in het dossier 24

III.2.5.9 Bewaartermijn van een op naam gesteld dossier 25

III.2.5.10 Recht op vernietiging van het dossier 25

III.2.6 Gegevensverstrekking 25

III.2.6.1 Gegevensverstrekking aan derden 25

III.2.6.2 Wettelijk verplichte gegevensverstrekking aan derden 25

III.2.6.3 Gegevensverstrekking in een interdisciplinair team 25

III.2.6.4 Gegevensverstrekking voor wetenschappelijk onderzoek en statistiek 25

III.2.6.5 Gebruik van gegevens voor wetenschappelijke publicaties,

supervisie, etc. 26

III.2.7 Rapportage 26

III.2.7.1 Schriftelijke rapportage 26

III.2.7.2 Gelegenheid tot inzage voorafgaand aan de rapportage 26

III.2.7.3 Mondelinge rapportage aan derden 26

III.2.7.4 Correctie, aanvulling of verwijdering van gegevens

in de rapportage 26

III.2.7.5 Blokkeren van rapportage aan de externe opdrachtgever 26

III.2.7.6 Inzage- en blokkeringsrecht bij rapportage van een cliëntsysteem 27

III.2.7.7 Beperking tot relevante gegevens in rapportages en verklaringen 27

III.2.7.8 Voorkomen van onbedoeld gebruik en misbruik van rapportages 27

III.3 Deskundigheid 27

5

III.3.1 Ethisch bewustzijn 27

III.3.1.1 Beroepsuitoefening in overeenstemming met de beroepscode 27

III.3.1.2 Noodzaak van een voortdurende kritische reflectie 27

III.3.1.3 Kennis van bijzondere wettelijke bepalingen 28

III.3.2 Vakbekwaamheid 28

III.3.2.1 In stand houden van professionele deskundigheid 28

III.3.2.2 Gebruik van doeltreffende en doelmatige methoden 28

III.3.3 De grenzen van het beroepsmatig handelen 28

III.3.3.1 Professionele en persoonlijke beperkingen 28

III.3.3.2 Grenzen van de eigen deskundigheid 28

III.3.3.3 Kwalificatie 28

III.3.3.4 Relevantie en beperkingen van conclusies 28

III.3.3.5 Professionele verantwoording van het beroepsmatig handelen 29

III.3.3.6 Dreigend verminderd vermogen tot verantwoorde

beroepsuitoefening 29

III.3.3.7 Staken van het beroepsmatig handelen bij verminderd vermogen 29

III.4 Verantwoordelijkheid 29

III.4.1 De kwaliteit van het beroepsmatig handelen 29

III.4.1.1 Zorg voor kwaliteit 29

III.4.1.2 Medeverantwoordelijkheid voor de kwaliteit van het team 29

III.4.1.3 Adequate professionele en ethische normen 29

III.4.2 Verantwoording 29

III.4.2.1 Afleggen van verantwoording 29

III.4.2.2 Medewerking aan behandeling van een klachtenprocedure 30

III.4.3 Voorkomen van schade 30

III.4.3.1 Negatieve ervaringen 30

III.4.3.2 Ingrijpende indirecte effecten van het beroepsmatig handelen 30

III.4.4 Voorkomen van misbruik 30

III.4.4.1 Voorkomen van misbruik van resultaten 30

III.4.5 Continuïteit van het beroepsmatig handelen 30

III.4.5.1 Continuïteit van de professionele relatie 30

III.4.5.2 Verantwoordelijkheid voortvloeiend uit de professionele relatie 30

III.4.5.3 Verantwoordelijkheid voor waarneming bij onvoorziene absentie 31

III.4.6 De psycholoog en zijn werkomgeving 31

III.4.6.1 Verantwoordelijkheid voor de kwaliteit van ondergeschikten 31

III.4.6.2 Vrijheid om te kunnen handelen conform de beroepscode 31

III.4.6.3 Hulp en steun aan collega’s, studenten en supervisanten 31

III.4.6.4 Collegiaal appèl 31

6

Inleiding

Het is een goede traditie dat psychologen zich nadrukkelijk bezinnen op de

ethische kanten van hun beroepsuitoefening. Hoewel zoiets niet exclusief

voor psychologen geldt, maakt de aard van het werk en de relatie met

cliënten een voortdurende beroepsethische reflectie noodzakelijk. Een van de

doelstellingen van het Nederlands Instituut van Psychologen als beroepsvereniging

van psychologen, is daarin een belangrijke rol te spelen, met name

door het vertalen van de beroepsethische principes in gedragsregels die als

richtsnoer voor het beroepsmatig handelen dienen.

De beroepscode dient tot waarborg van de kwaliteit van de beroepsuitoefening

in het belang van de cliënt, van de psycholoog, van andere betrokkenen en van

de psychologiebeoefening in al haar facetten.

Daarmee komen de belangrijkste functies van de beroepscode in beeld.

Enerzijds dient de code als een leidraad voor het beroepsmatig handelen van de

individuele psycholoog. Anderzijds is het een informatiebron over wat van de

psycholoog in het algemeen kan worden verwacht en verlangd voor al degenen

die te maken hebben met het professioneel handelen van de psycholoog.

Daarnaast dient de beroepscode als maatstaf waaraan het handelen van de

psycholoog kan worden getoetst.

Het NIP kent een klachtenprocedure, vastgelegd in het Reglement voor het

Toezicht, waarvan iedereen gebruik kan maken die weet heeft van ethisch

onjuist handelen door een psycholoog die lid is van het NIP. De klacht wordt,

met toepassing van het principe van hoor en wederhoor, behandeld door het

College van Toezicht. Over de uitspraak van het College staat hoger beroep

open bij het College van Beroep.

De codificatie van de beroepsethiek voor psychologen heeft in ons land een vrij

lange voorgeschiedenis. Een eerste beroepscode werd in 1960 vastgesteld.

In 1976 volgde een herziening van deze gedragscode. Daarna werd, na een

grondige voorbereiding, per 1 januari 1988 de derde, geheel herziene beroepscode

van kracht. Sinds die tijd heeft de ontwikkeling in het denken over

beroepsethiek, de positie van de cliënt en de beroepsverantwoordelijkheid van

de psycholoog in alle werkvelden niet stil gestaan. Er zijn nieuwe wetten

gekomen over privacy en patiëntenrechten, er zijn nieuwe methodieken van

behandeling, onderzoek en assessment ontstaan. En ook is in het werken met

de beroepscode een aantal knelpunten aan het licht gekomen, die inherent zijn

aan de destijds gekozen opbouw en structuur.

7

Dit waren redenen om opnieuw te komen tot een grondige herziening van de

beroepscode. Hierbij is voor een radicaal andere opzet gekozen dan in de code

van 1988. Dat betekent echter niet dat de eisen die in de praktijk aan de psycholoog

worden gesteld nu wezenlijk veranderd worden. Getracht is tot een

heldere en inhoudelijk logisch opgebouwde structuur te komen, die als basis

kan dienen voor het beroepsmatig handelen van psychologen in alle, soms ver

uiteenlopende, werkvelden. Op deze basis kan worden voortgebouwd aan

nadere richtlijnen en toelichtende hoofdstukken.

Daarin kunnen meer specifieke situaties - al dan niet werkveld gebonden -

worden behandeld en verbanden worden gelegd met wettelijke bepalingen en

andere richtlijnen waaraan NIP-leden in hun werksituatie gebonden kunnen

zijn. In deze opzet is er rekening mee gehouden dat er geen knelpunten mogen

ontstaan tussen de bepalingen van de beroepscode en de meest toepasselijke

wetten en andere regelingen.

De beroepscode als samenstel van gedragsregels reflecteert de stand van zaken

in de voortgaande ethische discussie zoals die in het algemeen in de maatschappij

wordt gevoerd, en specifiek in de eigen professie en de verwante beroepsgroepen.

Een belangrijke graadmeter voor de ontwikkelingen in het denken

over de beroepsethiek is de jurisprudentie, gevormd door de uitspraken van de

beide tuchtcolleges van het NIP.

Bij het totstandkomen van deze versie van de beroepscode heeft het NIP niet

alleen voortgebouwd op het denken in Nederland over de beroepsethiek, maar

zich ook buiten de grenzen georiënteerd. In juli 1995 werd door de General

Assembly van de European Federation of Professional Psychologists’

Associations (EFPPA), de koepelorganisatie van Europese psychologenverenigingen

waarbij ook het NIP is aangesloten, een voorstel voor een Meta-Code

aangenomen die als grondslag dient voor de codes van de aangesloten verenigingen.

Bij het ontwikkelen van deze versie van de beroepscode is aansluiting gezocht

bij de Meta-Code.

Uitgangspunt van de code is de noodzaak om gedragsregels te formuleren waaraan

het beroepsmatig handelen van de psycholoog dient te voldoen. Onder

beroepsmatig handelen wordt hier niet alleen verstaan het handelen in het

kader van een professionele relatie in engere zin, maar elk optreden van de psycholoog

in die hoedanigheid.

De beroepscode als geheel steunt op de volgende vier ethische basisprincipes:

integriteit, respect, deskundigheid en verantwoordelijkheid.

Deze basisprincipes worden verwoord in een aantal algemene formuleringen

die dienen ter oriëntatie voor de beroepsethische bezinning op het beroeps-

8

matig handelen. De basisprincipes zijn vervolgens uitgewerkt in regels en richtlijnen

met een meer concreet en specifiek karakter. Deze dienen als wegwijzer

voor de ethische besluitvorming van de psycholoog in een concrete situatie.

Om een duidelijke structuur in de beroepscode aan te brengen, wordt bij het

formuleren van de richtlijnen steeds aangesloten bij één van de basisprincipes.

Voorts hebben de volgende overwegingen een rol gespeeld bij het formuleren

van de bepalingen in de beroepscode.

De psycholoog dient een aantal aspecten van zijn beroepsuitoefening steeds in

het oog te houden. Veel van de relaties die hij in zijn beroepsuitoefening

aangaat, zijn in aanleg ongelijke relaties, die voor de betrokkenen licht kunnen

leiden tot afhankelijkheid van de psycholoog. De psycholoog moet zich dat

steeds realiseren.

De psycholoog dient ook te onderkennen dat iedere relatie die hij in zijn

beroepsuitoefening aangaat, een ontwikkeling doormaakt waarbij in verschillende

stadia verschillende regels van toepassing kunnen zijn. De psycholoog

dient zich dan ook steeds af te vragen in welk stadium de relatie verkeert en

vooruit te kijken naar de volgende stadia.

Een derde aspect dat de psycholoog zich dient te realiseren is dat het mogelijk

is dat hij tijdens of in samenhang met zijn beroepsmatig handelen tegelijkertijd

of kort na elkaar verschillende rollen vervult. Dat kunnen zowel professionele

als niet-professionele rollen zijn. Hij dient zich steeds af te vragen of deze rollen

zich ten opzichte van elkaar verdragen en of er geen verwarring kan ontstaan

bij de betrokkenen.

Omdat opvattingen over wat al dan niet behoorlijk of toelaatbaar is in de loop

der tijd veranderen, is de code een in de tijd gegeven document, dat regelmatig

moet worden herzien. Het Nederlands Instituut van Psychologen voorziet daarvoor

in een vaste revisieprocedure, waarin elke vijf jaar een aangepaste code

wordt vastgesteld.

Bij de code behoort een uitgebreide toelichting, die in een aparte uitgave wordt

gepubliceerd. Voor een goed begrip van de code en de interpretatie in verschillende

situaties wordt hier uitdrukkelijk naar de toelichting verwezen.

December 1997

Prof. dr. H. T. van der Molen

C. J. Koene

9

Preambule

In het belang van degenen op wie het beroepsmatig handelen van de psycholoog

in ruimste zin betrekking heeft, in het belang van de maatschappij en in

het belang van de kwaliteit van de beroepsuitoefening heeft het Nederlands

Instituut van Psychologen besloten ethische principes te formuleren en daarop

nadere richtlijnen te baseren. Deze zijn neergelegd in de Beroepscode voor

psychologen. De beroepscode heeft tot doel de beroepsethische reflectie te

bevorderen en als maatstaf te dienen voor toetsing van het beroepsmatig handelen

van de psycholoog.

Een beroepscode kan geen eenduidige handleiding zijn, die zonder nadere

overwegingen uitsluitsel geeft over wat in elke situatie de juiste handelwijze is.

In het oog moet worden gehouden dat in een gegeven situatie verschillende

basisprincipes en daarop gebaseerde richtlijnen gelijktijdig geldig zijn, maar

met elkaar op gespannen voet kunnen staan. Bij een dergelijk ethisch dilemma

gaat het om een afweging van welke ethische principes daarbij het zwaarste

wegen.

De beroepscode is het hulpmiddel voor de psycholoog om zijn ethische

afweging te expliciteren en tot een verantwoorde eigen keuze te komen. Bij een

dergelijke afweging kan het aanbeveling verdienen dat de psycholoog ondersteuning

door ervaren collega’s en zijn beroepsvereniging inroept. Het achterwege

laten van een dergelijke consultatie behoeft de psycholoog niet altijd te

worden aangerekend, als deze een overtuigende motivering heeft voor zijn uiteindelijke

beslissing en als het gewicht van deze beslissing een consultatie niet

zonder meer vooronderstelt.

Het behoort bij een verantwoorde beroepsuitoefening bereid te zijn de beroepsethische

aspecten van het eigen professioneel handelen onder collega’s ter

discussie te stellen. Dat brengt in voorkomende gevallen de verplichting met

zich mee het beroepsmatig handelen te verantwoorden aan en te laten toetsen

door daartoe bevoegde Colleges en aan een dergelijke toetsing loyaal en coöperatief

medewerking te verlenen. Het zich onttrekken aan die toetsing, of het

frustreren daarvan is derhalve in strijd met de geest van de beroepscode.

De beroepscode wordt gedragen door de besluitvorming van de in het

Nederlands Instituut van Psychologen georganiseerde psychologen en heeft

voor alle leden van de vereniging bindende kracht (artikel 5 lid 2 van de

Statuten).

10

Het Nederlands Instituut van Psychologen is bovendien van mening dat de

code naar zijn aard zou moeten gelden voor de beroepsuitoefening van alle

psychologen.

11

I. Algemeen

I.1.1.1. Samenhang van de code

De bepalingen in dit deel moeten worden gelezen in samenhang met de volgende

bepalingen van de beroepscode. Indien de omstandigheden dat vereisen,

vormen de relevante bepalingen uit het onderstaande een integraal geheel met

de overige bepalingen van de beroepscode.

I.1.2 Begrippen

I.1.2.1

Het beroepsmatig handelen: alle handelingen die de psycholoog als zodanig

verricht; dat wil zeggen elk optreden van de psycholoog in zijn functie of met

gebruikmaking van de aanduiding psycholoog; hieronder valt de

professionele relatie, het optreden als docent, supervisor, in de media etc.

I.1.2.2

De betrokkene: elke persoon die direct of indirect is betrokken bij het beroepsmatig

handelen van de psycholoog of die daardoor in zijn belangen wordt

geraakt; zoals de cliënt, opdrachtgever, collega, student, proefpersoon etc.

I.1.2.3

De professionele relatie: de behandelings-, onderzoeks-, adviserings-, of begeleidingsrelatie

tussen psycholoog en cliënt of cliëntsysteem.

I.1.2.4

De cliënt: de persoon met wie de psycholoog een professionele relatie aangaat,

onderhoudt, of onderhouden heeft; zoals de patiënt, de onderzochte, etc.

I.1.2.5

Het cliëntsysteem: de groep van meer personen in hun onderling functioneren,

met wie de psycholoog één professionele relatie aangaat, onderhoudt, of onderhouden

heeft.

I.1.2.6

De externe opdrachtgever: de persoon of rechtspersoon die de opdracht tot enige

vorm van beroepsmatig handelen heeft gegeven, niet zijnde de cliënt, het cliëntsysteem

of de verwijzer; de opdracht omvat zowel de vraagstelling die aan het

beroepsmatig handelen ten grondslag ligt, als de afspraken omtrent voortgang,

12

procedurele aspecten en rapportage en de financiële afwikkeling van de

opdracht.

I.1.2.7

Wettelijk vertegenwoordiger(s):

• de ouder(s) van de minderjarige cliënt die het ouderlijk gezag over hem uitoefent

of uitoefenen, dan wel diens voogd;

• de door de rechter benoemde curator of mentor van de meerderjarige

cliënt.

I.1.2.8

Dossier: de verzameling van gegevens betrekking hebbend op een cliënt of

cliëntsysteem, verkregen door de psycholoog in zijn beroepsmatig handelen, die

hij bewaart vanwege hun relevantie voor kwaliteit en continuïteit van de professionele

relatie. Persoonlijke werkaantekeningen van de psycholoog en ruwe

testgegevens behoren niet tot het dossier.

I.1.2.9

Rapportage: elke bevinding, beoordeling of advies, herleidbaar tot één of meer

cliënten, die mondeling of schriftelijk wordt uitgebracht in het kader van een

opdracht.

I.1.2.10

Gegeven: elk op een persoon herleidbaar gegeven dat in welke vorm dan ook

bewaard kan worden, waaronder begrepen audiovisuele middelen en geautomatiseerde

databestanden.

Waar in deze code gesproken wordt van de psycholoog, de cliënt, de betrokkene,

respectievelijk hij of hem, wordt in voorkomende gevallen bedoeld de

psychologe, de cliënte, zij of haar.

I.1.3 Algemene bepaling

I.1.3.1 Zorgvuldigheid

De psycholoog neemt in de uitoefening van zijn beroep de zorgvuldigheid in

acht door te handelen naar de inhoud van de beroepscode.

13

I.1.4 Bijzondere omstandigheden

I.1.4.1 Onverenigbaarheid van code-artikelen

In geval de psycholoog in een bepaalde situatie ervaart dat het volgen van een

bepaling van de beroepscode ertoe leidt dat een andere bepaling van de

beroepscode niet gevolgd kan worden, dan weegt hij de gevolgen van de keuze

voor één van de bepalingen zorgvuldig af en overweegt zijn beroepsvereniging

en/of ervaren vakgenoten te consulteren.

I.1.4.2 Afwijken van de beroepscode

Als de psycholoog gegronde redenen heeft om af te wijken van de door de

beroepscode voorgeschreven handelwijze, dient hij alvorens te beslissen, de

beslissing grondig te motiveren en een deskundige te raadplegen die niet rechtstreeks

bij de professionele relatie is betrokken.

Uit de motivering moet blijken dat de handelwijze die strijdig is met de bepalingen

van de beroepscode, wel in overeenstemming is met de geest van de

beroepscode en het resultaat is van een zorgvuldige belangenafweging.

I.1.4.3 Toepassen van uitzonderingsbepalingen

Als de psycholoog gegronde redenen heeft om toepassing te geven aan enige, in

een artikel van de beroepscode geformuleerde, uitzonderingsbepaling, gelden

de hiervoor omschreven zorgvuldigheidseisen eveneens.

I.1.4.4 Afwijken van de beroepscode vanwege specifieke wettelijke regels

Indien specifieke wettelijke regels de psycholoog verplichten af te wijken van

enige bepaling van de ‘Beroepscode voor psychologen’, dan streeft de psycholoog

ernaar voor het overige zoveel mogelijk de andere bepalingen en de geest

van de beroepscode te volgen.

I.1.4.5 Wettelijk vereiste nakoming van de opdracht

Als de professionele relatie tot stand komt als gevolg van een opdracht door een

externe opdrachtgever die een door de wet toegekende bevoegdheid heeft om

nakoming van de opdracht te eisen, blijven de rechten van de cliënt gehandhaafd,

voor zover dit niet strijdt met de regels die op deze opdrachtrelatie van

toepassing zijn.

14

I.1.5 Vertegenwoordiging van de cliënt

I.1.5.1 Minderjarige cliënt

Als de cliënt minderjarig is en nog niet de jaren des onderscheids heeft bereikt,

worden de in de code aan hem toegekende rechten uitgeoefend door zijn wettelijk

vertegenwoordiger(s), tenzij de psycholoog redenen heeft om aan te nemen,

dat de belangen van de cliënt ernstig zouden worden geschaad door de betrokkenheid

van de wettelijk vertegenwoordiger(s) bij de professionele relatie.

De cliënt wordt geacht in ieder geval de jaren des onderscheids te hebben

bereikt als hij de leeftijd van 16 jaar heeft bereikt, tenzij hij niet in staat kan

worden geacht tot een redelijke waardering van zijn belangen. Vanaf de leeftijd

van 12 jaar wordt de cliënt, ongeacht de aanspraken van zijn wettelijk vertegenwoordiger(

s), zoveel mogelijk bij de uitoefening van zijn rechten betrokken.

I.1.5.2 Informatie aan beide ouders

Indien één der ouders het ouderlijk gezag heeft over de minderjarige cliënt, verschaft

de psycholoog de informatie over de cliënt die hij aan deze ouder verstrekt

desgevraagd ook aan de andere ouder, tenzij dit in strijd zou zijn met de

belangen van de minderjarige cliënt.

I.1.5.3 Meerderjarige wilsonbekwame cliënt

Als de cliënt meerderjarig is, maar niet tot een redelijke waardering van zijn

belangen terzake in staat kan worden geacht, worden de in de code aan hem

toegekende rechten uitgeoefend door zijn wettelijk vertegenwoordiger. Als ten

aanzien van een dergelijke cliënt geen wettelijk vertegenwoordiger is benoemd,

worden de rechten uitgeoefend door een door hemzelf aangewezen vertegenwoordiger.

Bij gebreke van een dergelijk vertegenwoordiger worden de rechten

uitgeoefend door respectievelijk de echtgenoot of levensgezel, ouder, kind,

broer of zuster van de cliënt, tenzij de cliënt dat niet wenst, of de psycholoog

dat niet in het belang van de cliënt acht. Onverlet het bovenstaande wordt de

meerderjarige wilsonbekwame cliënt waar mogelijk bij de uitoefening van zijn

rechten betrokken.

I.1.5.4 Strijdigheid met de belangen van de cliënt

Beslissingen van de genoemde vertegenwoordigers worden door de psycholoog

niet gevolgd indien hij in de gegeven omstandigheden meent dat dat zou strijden

met de belangen van de cliënt.

15

II. De basisprincipes

II.1.1.1 Integriteit

De psycholoog streeft naar integriteit in de wetenschapsbeoefening, het

onderwijs en de toepassing van de psychologie. In zijn handelen betoont de

psycholoog eerlijkheid, gelijkwaardige behandeling en openheid tegenover

betrokkenen. Hij schept tegenover alle betrokkenen duidelijkheid over de

rollen die hij vervult en handelt in overeenstemming daarmee.

II.1.1.2 Respect

De psycholoog toont respect voor de fundamentele rechten en waardigheid van

de betrokkene en bevordert de ontwikkeling daarvan. Hij respecteert het recht

van de betrokkene op privacy en vertrouwelijkheid. Hij respecteert en bevordert

diens zelfbeschikking en autonomie, voor zover dat te verenigen is met de

andere professionele verplichtingen van de psycholoog en met de wet.

II.1.1.3 Deskundigheid

De psycholoog streeft naar het verwerven en handhaven van een hoog niveau

van deskundigheid in zijn beroepsuitoefening. Hij neemt de grenzen van zijn

deskundigheid in acht en de beperkingen van zijn ervaring. Hij biedt alleen

diensten aan en gebruikt alleen methoden en technieken waarvoor hij door

opleiding, training en/of ervaring is gekwalificeerd.

II.1.1.4 Verantwoordelijkheid

De psycholoog onderkent zijn professionele en wetenschappelijke verantwoordelijkheid

ten opzichte van de betrokkene, zijn omgeving en de maatschappij.

De psycholoog is verantwoordelijk voor zijn professioneel handelen en zorgt

ervoor, voor zover dat in zijn vermogen ligt, dat zijn diensten en de resultaten

van zijn beroepsmatig handelen niet worden misbruikt.

16

III. Richtlijnen ter uitwerking van de

basisprincipes

III.1 Integriteit

III.1.1 Betrouwbaarheid

III.1.1.1 Vertrouwen in de psychologie en psychologiebeoefening

De psycholoog onthoudt zich van gedragingen waarvan hij weet of redelijkerwijs

kan voorzien dat zij het vertrouwen in de wetenschap der psychologie, de

psychologiebeoefening of van collega’s kunnen schaden.

III.1.1.2 Voorwaarden voor aanvang en voortzetting van de professionele relatie

Hij dient een professionele relatie alleen aan te vangen, of voort te zetten, als

dit professioneel en ethisch verantwoord is.

III.1.1.3 Reden tot beëindiging van de professionele relatie

De psycholoog zet de professionele relatie niet voort als daar professioneel geen

grond meer voor bestaat. Hij zorgt er voor dat de professionele relatie in

overleg met de cliënt wordt afgerond en dat daarover geen misverstanden

blijven bestaan.

III.1.1.4 Niet meewerken aan werkzaamheden die strijdig zijn met de code

De psycholoog verleent geen medewerking aan werkzaamheden van anderen

die met de code in strijd zijn. Evenmin profiteert hij van de resultaten van

dergelijke werkzaamheden.

III.1.1.5 Onafhankelijkheid en objectiviteit in het beroepsmatig handelen

De psycholoog draagt er zorg voor dat hij in zijn beroepsmatig handelen onafhankelijk

en objectief kan optreden.

Hij laat zijn beroepsmatig handelen niet zodanig beïnvloeden door eisen van

anderen met wie of in opdracht van wie hij werkt, dat hij de resultaten daarvan

professioneel niet kan verantwoorden.

III.1.2 Eerlijkheid

III.1.2.1 Voorkomen van misleiding

De psycholoog voorkomt misleiding van enige aard in zijn beroepsmatig

handelen.

17

III.1.2.2 Geen misbruik van kennis, vaardigheden of overwicht

De psycholoog maakt geen misbruik van zijn psychologische kennis en vaardigheden

of van het overwicht dat voortvloeit uit zijn deskundigheid of zijn

positie.

III.1.2.3 Vermelden van opleiding, kwalificaties, ervaring, deskundigheid en titels

De psycholoog is nauwgezet bij het vermelden van zijn opleiding en kwalificaties,

ervaring, deskundigheid en titels. Hij vermeldt deze uitsluitend wanneer

zij relevant zijn.

III.1.2.4 Geen ongerechtvaardigde of bovenmatige verwachtingen wekken

De psycholoog zorgt ervoor dat geen ongerechtvaardigde of bovenmatige verwachtingen

worden gewekt ten aanzien van de aard, de effecten en de gevolgen

van zijn dienstverlening.

III.1.2.5 Informatie over voorwaarden waaronder opdrachten worden aanvaard

De psycholoog stelt betrokkenen voorafgaand aan of in het vroegste stadium

van de professionele relatie eerlijk en nauwgezet op de hoogte van de financiële

en andere algemene voorwaarden waaronder hij zijn opdrachten aanvaardt.

III.1.2.6 Informatie over alternatieve theorieën of verklaringen

De psycholoog is nauwgezet bij het verstrekken van informatie aan betrokkene

en informeert deze als er sprake kan zijn van alternatieve theorieën of verklaringen

en expliciteert zijn professioneel oordeel over deze alternatieven.

III.1.2.7 Bronvermelding

Bij het presenteren, in woord en geschrift, van wetenschappelijk werk, toegepast

wetenschappelijk werk of voor lekenpubliek bedoelde presentaties,

vermeldt de psycholoog op passende wijze de bronnen waaruit hij heeft geput,

voor zover de resultaten of het gedachtegoed niet voortkomen uit eigen professionele

werkzaamheden.

III.1.2.8 Zorgvuldigheid in het verkrijgen en weergeven van onderzoeksgegevens

De psycholoog is zorgvuldig in het verkrijgen en het statistisch bewerken van

onderzoeksgegevens. Hij is niet selectief in het gebruik van relevante gegevens

en in het weergeven en het verklaren van de resultaten.

III.1.3 Rolintegriteit

III.1.3.1 Vermijden van meervoudige rollen

De psycholoog onderkent de moeilijkheden die kunnen ontstaan uit het ver-

18

vullen van verschillende professionele rollen ten opzichte van een of meer

betrokkenen. Bij voorkeur vermijdt hij het ontstaan van meervoudige rollen.

III.1.3.2 Onderkennen van onverenigbare belangen

De psycholoog onderkent de moeilijkheden die kunnen ontstaan doordat er

binnen het geheel van cliënt, cliëntsysteem en opdrachtgever sprake kan zijn

van onverenigbare belangen.

III.1.3.3 Niet aanvaarden van onverenigbare opdrachten

De psycholoog aanvaardt geen nieuwe opdracht die niet goed te verenigen is

met een reeds eerder aanvaarde opdracht, ook als er geen sprake is van dezelfde

cliënt. Bij motivering van zo’n weigering neemt de psycholoog de vertrouwelijkheid

in acht.

III.1.3.4 Vermengen van professionele en niet-professionele rollen vermijden

De psycholoog vermengt geen professionele en niet-professionele rollen die

elkaar zodanig kunnen beïnvloeden, dat hij niet meer in staat is een professionele

afstand tot de betrokkene(n) te bewaren of waardoor de belangen van de

betrokkene(n) worden geschaad.

III.1.3.5 Niet oneigenlijk bevorderen van persoonlijke belangen

De psycholoog laat na in zijn beroepsmatig handelen zijn persoonlijke, religieuze,

politieke of ideologische belangen oneigenlijk te bevorderen.

III.1.3.6 Geen seksuele relatie met de cliënt

De psycholoog gaat geen seksuele relatie aan met zijn cliënt tijdens of direct aansluitend

aan de professionele relatie. Ook nadien is hij daarin terughoudend.

III.1.3.7 Geen seksuele gedragingen ten opzichte van de cliënt

De psycholoog onthoudt zich van seksuele toenaderingspogingen ten opzichte

van zijn cliënt en gaat niet in op dergelijke toenaderingspogingen van diens

kant.

Hij onthoudt zich van gedragingen die seksueel getint zijn of in het algemeen

als zodanig kunnen worden opgevat.

III.1.3.8 Verantwoordelijkheid na beëindiging van de professionele relatie

De psycholoog geeft zich rekenschap van het feit dat na de formele beëindiging

van de professionele relatie er nog steeds sprake kan zijn van belangentegenstellingen

of een ongelijke machtsverhouding tussen hem en de betrokkenen en

dat derhalve zijn professionele verantwoordelijkheid ten opzichte van de

betrokkenen niet zonder meer ophoudt te bestaan.

19

III.1.3.9 Persoonlijke relatie na het beëindigen van de professionele relatie

Bij het aangaan van een persoonlijke relatie na het beëindigen van de professionele

relatie, vergewist de psycholoog zich ervan dat de voorgaande professionele

relatie geen onevenredige betekenis meer heeft.

Als het hierbij gaat om een seksuele relatie is de psycholoog er verantwoordelijk

voor dat hij desgevraagd kan aantonen dat hij bij het aangaan van deze relatie

alle zorgvuldigheid in acht genomen heeft, die van hem als professioneel

psycholoog gevraagd kan worden.

III.2 Respect

III.2.1 Algemeen respect

III.2.1.1 Respect voor kennis, inzicht en ervaring van betrokkene

De psycholoog geeft zich rekenschap van en respecteert de kennis, het inzicht

en de ervaring van de betrokkene.

III.2.1.2 Respect voor de psychische en lichamelijke integriteit van betrokkene

De psycholoog respecteert de psychische en lichamelijke integriteit van de

betrokkene en tast hem niet in zijn waardigheid aan. Hij dringt niet verder

door in het privéleven van de betrokkene dan voor het doel van zijn beroepsmatig

handelen noodzakelijk is.

III.2.1.3 Non-discriminatie

De psycholoog geeft zich rekenschap van en houdt rekening met individuele en

culturele verschillen als gevolg van ras, afkomst, etniciteit, geslacht, seksuele

voorkeur, handicap, leeftijd, religie, taal of sociaal-economische status.

Hij spant zich ervoor in dat ondanks die verschillen een ieder in dezelfde

situatie dezelfde kansen krijgt. Discriminatie op deze en andere gronden is niet

toegestaan.

III.2.2 Autonomie en zelfbeschikking

III.2.2.1 Respect voor autonomie en zelfbeschikking van betrokkene

De psycholoog respecteert en bevordert in zijn beroepsmatig handelen de autonomie

en zelfbeschikking van de betrokkene. In het bijzonder komt die zelfbeschikking

van de betrokkene tot uiting in het recht om de professionele

relatie met de psycholoog al dan niet aan te gaan, voort te zetten, dan wel te

beëindigen.

20

III.2.2.2 Respectvol handelen bij beperkte zelfbeschikking van de cliënt

Indien de zelfbeschikking van de cliënt wordt beperkt door diens leeftijd, aanleg

en ontwikkeling, geestelijke gezondheid of door wettelijke bepalingen, dan

wel door de beslissingsbevoegdheid van een externe opdrachtgever die deze

ontleent aan een hem opgedragen wettelijke taak of rechterlijke beslissing, dan

laat de psycholoog binnen deze beperkingen de zelfbeschikking van de cliënt

toch zoveel mogelijk tot zijn recht komen.

III.2.3 Informatie en instemming

III.2.3.1 Toestemming bij aangaan of voortzetten van de professionele relatie

Zonder toestemming van de cliënt kan de psycholoog geen professionele relatie

met hem aangaan of voortzetten.

Evenwel is toestemming van de cliënt niet vereist, indien de professionele

relatie tot stand komt als gevolg van een opdracht door een externe opdrachtgever,

die daartoe een door de wet toegekende bevoegdheid heeft.

III.2.3.2 Welingelicht aangaan en voortzetten van de professionele relatie

Voorafgaande aan en tijdens de duur van de professionele relatie verstrekt de psycholoog

zodanige informatie aan de cliënt, dat deze vrijelijk in staat is welingelicht

in te stemmen met het aangaan en voortzetten van de professionele relatie.

III.2.3.3 Dezelfde informatie voor opdrachtgever en cliënt

Als er sprake is van een externe opdrachtgever, dient de psycholoog zich, vóór

de aanvang van de professionele relatie ervan te vergewissen, dat zowel de

opdrachtgever als de cliënt of het cliëntsysteem over dezelfde informatie

beschikken voor wat betreft doel en opzet van de professionele relatie en de

voorgenomen werkwijze.

De opdracht kan slechts doorgang vinden als over doel en opzet tussen hen

overeenstemming bestaat. Bij wijziging van de situatie of van de opdracht dient

de psycholoog tot hernieuwde afspraken te komen.

III.2.3.4 Inhoud van de informatie

De informatie wordt bij voorkeur zowel mondeling als schriftelijk gegeven en

bevat voor zover van toepassing:

• het doel van de professionele relatie en de context waarin die plaatsvindt; de

plaats van de cliënt en de psycholoog hierin;

• de gang van zaken, de activiteiten en situaties waarmee de cliënt rechtstreeks

of indirect zal worden geconfronteerd;

• de personen met wie de psycholoog, al dan niet in multidisciplinair verband,

samenwerkt in de professionele relatie;

21

• de methoden van onderzoek of behandeling die in aanmerking kunnen

komen en de te verwachten resultaten en beperkingen daarvan;

• de typen gegevens die over de cliënt worden verzameld en de wijze waarop

deze worden bewaard;

• de wijze van eventuele rapportering en aan wie wordt gerapporteerd;

• de regels in de beroepscode met betrekking tot inzage en afschrift, correctie

en blokkering van de rapportage;

• eventuele instanties die bij de professionele relatie enig belang hebben;

• mogelijke neveneffecten van het beroepsmatig handelen;

• de gebondenheid van de psycholoog aan de beroepscode en het klachtrecht;

Eventuele wijzigingen hierin worden met de cliënt besproken.

III.2.3.5 Overleg over invulling van de professionele relatie

De psycholoog biedt de cliënt de gelegenheid voor overleg over diens wensen

en meningen betreffende de invulling van de professionele relatie, tenzij dat

een goede voortgang van de professionele relatie in de weg staat.

III.2.3.6 Informatie en instemming bij professionele activiteiten in ruimere zin

De bepalingen in deze paragraaf gelden, voor zover zij van toepassing zijn,

evenzeer ten opzichte van degenen die betrokken zijn bij de professionele werkzaamheden

van de psycholoog, indien deze niet aangemerkt kunnen worden als

een professionele relatie in strikte zin.

III.2.4 Vertrouwelijkheid

III.2.4.1 Geheimhouding

In het directe contact met de betrokkene gaat de psycholoog een vertrouwensrelatie

met hem aan. Daarom is de psycholoog verplicht tot geheimhouding

van hetgeen hem uit hoofde van de uitoefening van zijn beroep ter kennis

komt, voor zover die gegevens van vertrouwelijke aard zijn. Deze verplichting

blijft na beëindiging van de professionele contacten bestaan.

III.2.4.2 Geheimhouding bij rapportage aan een externe opdrachtgever of aan

derden

Als het rapporteren aan een externe opdrachtgever of aan derden deel uitmaakt

van de opdracht, dan geldt voor de gegevens, die relevant zijn voor de rapportage,

geen geheimhoudingsplicht jegens de ontvanger van de rapportage.

Voor het overige heeft de psycholoog een geheimhoudingsplicht betreffende

het meerdere dat hem ter kennis mocht komen en dat niet relevant is voor de

rapportage en tegenover derden.

22

III.2.4.3 Doorbreken van de geheimhouding

De psycholoog is niet gehouden geheimhouding in acht te nemen, als hij

gegronde redenen heeft om te menen dat het doorbreken van de geheimhouding

het enige en laatste middel is om direct gevaar voor personen te voorkomen,

dan wel wanneer hij door wettelijke bepalingen of een rechterlijke beslissing

daartoe wordt gedwongen.

III.2.4.4 Informatie over het doorbreken van de vertrouwelijkheid

Als de mogelijkheid bestaat dat zulks zich kan voordoen stelt de psycholoog de

betrokkene, indien mogelijk, ervan op de hoogte dat hij genoodzaakt kan zijn

de vertrouwelijkheid te doorbreken.

III.2.4.5 Reikwijdte van het doorbreken van de geheimhouding

Indien de psycholoog besluit tot het doorbreken van de geheimhouding dan

mag zich dat niet verder uitstrekken dan in de gegeven omstandigheden is vereist

en dient hij de betrokkene van zijn besluit op de hoogte te stellen.

III.2.4.6 Beroep op verschoning

De psycholoog is verplicht zich tegenover de rechter te beroepen op verschoning,

als het afleggen van een getuigenis of het beantwoorden van vragen hem

in strijd brengt met zijn geheimhoudingsplicht.

III.2.5 Dossier

III.2.5.1 Beperken van het dossier tot relevante gegevens

In het dossier verzamelt en bewaart de psycholoog alleen die gegevens die relevant

zijn voor en dienen tot het doel van de professionele relatie.

III.2.5.2 Dossiergegevens over andere personen dan cliënt

Als het noodzakelijk is om tevens gegevens in het dossier op te nemen die

betrekking hebben op andere personen dan de cliënt en die niet door de cliënt

zelf zijn verstrekt, dan worden deze in zodanige vorm opgenomen, dat ze tijdelijk

te verwijderen zijn, zodat bij inzage door de cliënt de vertrouwelijkheid van

die gegevens gewaarborgd kan worden.

23

III.2.5.3 Dossier betreffende een cliëntsysteem

In het geval er sprake is van een dossier betreffende een cliëntsysteem dan worden

de gegevens aangaande de verschillende personen in dat systeem waar

mogelijk zo bewaard, dat aan elk van deze personen afzonderlijk gelegenheid

tot inzage gegeven kan worden zonder de vertrouwelijkheid van de gegevens

van de anderen te schenden.

III.2.5.4 Dossieronderdelen die betrekking hebben op meerdere personen tegelijk

Voor zover delen van het dossier noodzakelijkerwijs op meerdere personen

tegelijk betrekking hebben, wordt aan elk van hen hiervan mededeling gedaan,

en wordt hen gewezen op het feit dat daaruit een beperking van het recht op

inzage en afschrift kan voortvloeien, voor zover dat noodzakelijk is om de

vertrouwelijkheid van elkaars gegevens te waarborgen.

III.2.5.5 Toegang tot het dossier

De psycholoog zorgt er voor dat het dossier op zodanige wijze wordt bewaard

dat niemand daar zonder zijn toestemming toegang toe heeft, zodat de vertrouwelijkheid

van de gegevens bewaard blijft.

III.2.5.6 Toegankelijkheid, begrijpelijkheid en volledigheid van het dossier

De psycholoog richt het dossier naar vorm en inhoud op zodanige wijze in dat

het voor de cliënt redelijkerwijs toegankelijk en begrijpelijk is.

Hij zorgt er voor dat het dossier te allen tijde zodanig bijgewerkt is dat bij een

plotselinge, onvoorziene tijdelijke of blijvende absentie zijnerzijds, een deskundige

vakgenoot de professionele relatie kan voortzetten.

III.2.5.7 Inzage in en afschrift van het dossier

De psycholoog geeft de cliënt desgevraagd inzage in en afschrift van het dossier.

Hij biedt daarbij aan tekst en uitleg te verschaffen. Alvorens de cliënt inzage te

geven verwijdert de psycholoog de gegevens die betrekking hebben op anderen

uit het dossier, voor zover die niet door de cliënt zelf zijn verstrekt.

Voor zover onderdelen van het dossier op meerdere personen tegelijk betrekking

hebben, heeft geen van die personen recht op afschrift van die onderdelen,

tenzij alle gegevens van hemzelf afkomstig zijn of de andere(n) hiertoe schriftelijk

toestemming verlenen.

III.2.5.8 Verbetering van, aanvulling op of verwijdering van gegevens in het dossier

Op verzoek van de cliënt verbetert, vult aan of verwijdert de psycholoog die

gegevens in het dossier, waarvan deze aannemelijk maakt dat ze onjuist, onvolledig

of niet terzake doende zijn gezien de doelstelling van het dossier, en voor

zover deze op cliënt betrekking hebben.

24

Het verzoek tot correctie, aanvulling en verwijdering van gegevens wordt

schriftelijk ingediend, dan wel zo nodig in overleg met de cliënt door de

psycholoog op papier gesteld.

III.2.5.9 Bewaartermijn van een op naam gesteld dossier

De psycholoog bewaart na beëindiging van de professionele relatie het op naam

gestelde dossier van de cliënt niet langer dan noodzakelijk is voor het doel

waarvoor het dossier is aangelegd.

III.2.5.10 Recht op vernietiging van het dossier

De psycholoog vernietigt het dossier op uitdrukkelijk schriftelijk verzoek van

de cliënt, tenzij de professionele relatie wordt uitgevoerd in opdracht van een

externe opdrachtgever die een door de wet toegekende bevoegdheid heeft

nakoming van de opdracht te eisen, en deze niet met vernietiging instemt.

Het verzoek om vernietiging wordt bewaard.

III.2.6 Gegevensverstrekking

III.2.6.1 Gegevensverstrekking aan derden

De psycholoog verstrekt uit het dossier uitsluitend die gegevens aan derden die

relevant zijn voor de legitieme vraagstelling van die derden en waarvoor de

cliënt vooraf gericht en schriftelijk toestemming heeft verleend.

III.2.6.2 Wettelijk verplichte gegevensverstrekking aan derden

Als de psycholoog op grond van een wettelijke bepaling verplicht is bepaalde

gegevens aan derden te verstrekken, is toestemming van de cliënt niet nodig.

Indien de derde meewerkt aan de professionele relatie is toestemming van de

cliënt niet nodig.

De cliënt wordt van de gegevensverstrekking op de hoogte gesteld.

III.2.6.3 Gegevensverstrekking in een interdisciplinair team

Als de psycholoog in het kader van zijn werk gegevens inbrengt in een interdisciplinair

team, waarvan de leden niet rechtstreeks meewerken aan de uitvoering

van de professionele relatie, dan is daarvoor toestemming van de cliënt nodig.

III.2.6.4 Gegevensverstrekking voor wetenschappelijk onderzoek en statistiek

Ten behoeve van wetenschappelijk onderzoek en statistiek mag de psycholoog

desgevraagd aan een derde gegevens verstrekken. Deze gegevens dienen

geanonimiseerd te worden, tenzij dat gezien het doel van het wetenschappelijk

onderzoek niet mogelijk is. In dat geval kunnen de gegevens alleen met toestemming

van de cliënt worden verstrekt.

25

III.2.6.5 Gebruik van gegevens voor wetenschappelijke publicaties, supervisie, etc

Voor wetenschappelijke publicaties of voor onderwijsdoeleinden, supervisie en

intervisie, mag de psycholoog uitsluitend niet op de persoon van de cliënt te herleiden

gegevens gebruiken. De combinatie van gegevens en beschreven omstandigheden

mag er niet toe kunnen leiden dat derden daarin de cliënt herkennen.

III.2.7 Rapportage

III.2.7.1 Schriftelijke rapportage

Een rapportage wordt schriftelijk uitgebracht, tenzij dat niet in overeenstemming

is met het doel van de opdracht en bij de aanvang van de opdracht wordt

afgesproken dat de rapportage mondeling wordt uitgebracht.

III.2.7.2 Gelegenheid tot inzage voorafgaand aan de rapportage

De psycholoog biedt de cliënt de gelegenheid tot inzage in de rapportage, voor

zover die op hemzelf betrekking heeft, voorafgaand aan het uitbrengen van de

rapportage aan derden. Als de rapportage feitelijk wordt uitgebracht verschaft

de psycholoog de cliënt desgewenst een afschrift, voorzover de rapportage op

hem betrekking heeft.

III.2.7.3 Mondelinge rapportage aan derden

Als de opdracht inhoudt dat de rapportage mondeling wordt uitgebracht,

wordt de inhoud met de cliënt besproken, voorafgaand aan het uitbrengen van

de rapportage aan derden.

III.2.7.4 Correctie, aanvulling of verwijdering van gegevens in de rapportage

Op verzoek van cliënt verbetert, vult aan of verwijdert de psycholoog die

gegevens in de rapportage waarvan deze aannemelijk maakt dat ze onjuist,

onvolledig of niet terzake doende zijn, gezien de doelstelling van de rapportage.

Het verzoek om correctie, aanvulling of verwijdering van gegevens in de

rapportage wordt schriftelijk ingediend, dan wel in overleg met de cliënt door

de psycholoog op papier gesteld.

III.2.7.5 Blokkeren van rapportage aan de externe opdrachtgever

De cliënt heeft in principe het recht rapportering aan de externe opdrachtgever

te blokkeren. De cliënt heeft geen recht rapportering aan de externe opdrachtgever

te blokkeren als deze een bevoegdheid heeft om rapportage te eisen, ontleend

aan een wettelijke regeling.

De psycholoog is verplicht de cliënt van te voren schriftelijk te wijzen op het

feit of hij in de huidige opdrachtrelatie al dan niet het recht heeft de rapportage

te blokkeren.

26

Als de cliënt niet het recht heeft de rapportage te blokkeren, dan stelt de psycholoog

hem in de gelegenheid eventuele bezwaren tegen de rapportage op

schrift te stellen en deze gelijktijdig met de rapportage naar de externe

opdrachtgever te sturen.

III.2.7.6 Inzage- en blokkeringsrecht bij rapportage van een cliëntsysteem

Als er sprake is van een cliëntsysteem, dan kunnen de personen die deel uitmaken

van dat cliëntsysteem niet zonder meer een beroep doen op bovenstaande

bepalingen met betrekking tot inzage en blokkering van de rapportage, als het

doel van de rapportage en/of de vertrouwelijkheid ten opzichte van de anderen

zich daartegen verzetten.

III.2.7.7 Beperking tot relevante gegevens in rapportages en verklaringen

De psycholoog beperkt zich in rapportages en verklaringen tot het verstrekken

van slechts die gegevens die voor de beantwoording van de vraagstelling en het

doel van een opdracht van belang zijn, zulks in begrijpelijke en ondubbelzinnige

termen. Uit de rapportage of de verklaring moet duidelijk blijken wat de beperkingen

zijn van de uitspraken en de gronden waarop de uitspraken berusten.

III.2.7.8 Voorkomen van onbedoeld gebruik en misbruik van rapportages

De psycholoog treft maatregelen om te voorkomen dat zijn rapportages worden

gebruikt voor een ander doel dan waarvoor zij zijn opgesteld. Daartoe dient in

de rapportage te worden vermeld dat deze van vertrouwelijke aard is. Tevens

wordt vermeld dat de conclusies alleen betrekking hebben op de aan de rapportage

ten grondslag liggende vraagstelling en niet zonder meer kunnen dienen

voor de beantwoording van andere vragen. Voorts wordt in de rapportage vermeld

na verloop van welke termijn de conclusies redelijkerwijs hun geldigheid

verloren kunnen hebben.

III.3 Deskundigheid

III.3.1 Ethisch bewustzijn

III.3.1.1 Beroepsuitoefening in overeenstemming met de beroepscode

De psycholoog is zich bewust van de ethische aspecten van zijn beroepsmatig

handelen en beoefent zijn professie in overeenstemming met de ‘Beroepscode

voor psychologen’.

III.3.1.2 Noodzaak van een voortdurende kritische reflectie

De psycholoog erkent de noodzaak van een voortdurende kritische reflectie op

zijn beroepsmatig handelen. Hij stelt zijn beroepsmatig handelen met enige

27

regelmaat in intervisieverband aan de orde. Hij volgt de ethische discussie binnen

zijn beroepsgroep.

III.3.1.3 Kennis van bijzondere wettelijke bepalingen

De psycholoog stelt zich op de hoogte van de bijzondere wettelijke bepalingen

die in zijn werkveld van toepassing zijn en handelt daarnaar.

III.3.2 Vakbekwaamheid

III.3.2.1 In stand houden van professionele deskundigheid

De psycholoog houdt zijn professionele deskundigheid in stand en ontwikkelt

deze in overeenstemming met de recente ontwikkelingen in de psychologie.

Hij volgt de voor hem relevante vakliteratuur en neemt deel aan relevante bijen

nascholingscursussen.

III.3.2.2 Gebruik van doeltreffende en doelmatige methoden

De psycholoog hanteert alleen die methoden die in het kader van de professionele

relatie doeltreffend en doelmatig zijn en geeft zich rekenschap van de

beperkingen van die methoden.

III.3.3 De grenzen van het beroepsmatig handelen

III.3.3.1 Professionele en persoonlijke beperkingen

De psycholoog onderkent zijn professionele en persoonlijke beperkingen en is

daar open over. Hij roept waar nodig deskundig advies en ondersteuning in, en

verwijst zo nodig door.

III.3.3.2 Grenzen van de eigen deskundigheid

De psycholoog neemt in zijn beroepsmatig handelen de grenzen van zijn deskundigheid

in acht en aanvaardt geen opdrachten waarvoor hij de deskundigheid

mist.

III.3.3.3 Kwalificatie

Hij hanteert alleen methoden waarvoor hij door opleiding, training en/of

ervaring is gekwalificeerd.

III.3.3.4 Relevantie en beperkingen van conclusies

De psycholoog geeft zich rekenschap van de relevantie en de beperkingen van

de conclusies die hij uit zijn bevindingen trekt en nuanceert die conclusies in

overeenstemming daarmee.

28

III.3.3.5 Professionele verantwoording van het beroepsmatig handelen

De psycholoog moet zijn beroepsmatig handelen kunnen verantwoorden in het

licht van de stand der wetenschap ten tijde van dat handelen, zoals deze uit de

vakliteratuur blijkt.

III.3.3.6 Dreigend verminderd vermogen tot verantwoorde beroepsuitoefening

De psycholoog onderkent in een vroeg stadium tekenen die wijzen op het

optreden van zodanige persoonlijke - psychische of fysieke - problemen dat zijn

beroepsmatig handelen negatief beïnvloed dreigt te worden. Hij roept tijdig

deskundig advies en ondersteuning in om de problemen te voorkomen of te

verminderen.

III.3.3.7 Staken van het beroepsmatig handelen bij verminderd vermogen

De psycholoog staakt zijn beroepsmatig handelen als en voor zolang zijn

psychische, lichamelijke of oordeelkundige vermogens zodanig zijn of dreigen

te worden aangetast of verminderd, dat dit een verantwoorde beroepsuitoefening

in de weg staat.

III.4 Verantwoordelijkheid

III.4.1 De kwaliteit van het beroepsmatig handelen

III.4.1.1 Zorg voor kwaliteit

De psycholoog dient te zorgen voor een goede kwaliteit van zijn beroepsmatig

handelen.

III.4.1.2 Medeverantwoordelijkheid voor de kwaliteit van het team

De psycholoog draagt medeverantwoordelijkheid voor de kwaliteit van het

handelen van het team waarvan hij deel uitmaakt.

III.4.1.3 Adequate professionele en ethische normen

De psycholoog handelt in zijn beroepsuitoefening volgens adequate professionele

en ethische normen.

Hij handelt naar aanvaarde wetenschappelijke inzichten. Hij draagt naar vermogen

bij aan het ontwikkelen van dergelijke normen en standaarden in zijn

vakgebied.

29

III.4.2 Verantwoording

III.4.2.1 Afleggen van verantwoording

De psycholoog houdt van zijn professionele activiteiten op zodanige wijze aantekening

dat hij in staat is van zijn handelwijze verantwoording af te leggen aan

cliënten, vakgenoten en tuchtcolleges.

III.4.2.2 Medewerking aan behandeling van een klachtenprocedure

De psycholoog onttrekt zich niet aan de behandeling van een klachtenprocedure

als die tegen hem wordt ingesteld. Hij zal naar beste weten de vragen van de

Colleges beantwoorden en aan hun verzoeken voldoen.

III.4.3 Voorkomen van schade

III.4.3.1 Negatieve ervaringen

De psycholoog stelt de betrokkene met wie hij in direct contact treedt niet aan

negatieve ervaringen bloot tenzij dat noodzakelijk is voor het bereiken van het

doel van zijn beroepsmatig handelen en het de enige manier is waarop dat doel

kan worden bereikt. In dat geval tracht hij zoveel mogelijk de gevolgen van de

negatieve ervaringen voor de betrokkene te beperken of te neutraliseren.

III.4.3.2 Ingrijpende indirecte effecten van het beroepsmatig handelen

De psycholoog realiseert zich dat behalve de directe effecten van zijn beroepsmatig

handelen, ook ingrijpende indirecte effecten kunnen voordoen. Als zulks

zich voordoet handelt hij analoog aan bovenstaande bepaling.

III.4.4 Voorkomen van misbruik

III.4.4.1 Voorkomen van misbruik van resultaten

De psycholoog zorgt ervoor, voor zover dat in zijn mogelijkheden ligt, dat geen

misbruik wordt gemaakt van de resultaten van zijn beroepsmatig handelen.

III.4.5 Continuïteit van het beroepsmatig handelen

III.4.5.1 Continuïteit van de professionele relatie

De psycholoog is verantwoordelijk voor de continuïteit van de professionele

relatie. Indien nodig schakelt hij daarbij andere deskundigen in.

Als de psycholoog om welke reden dan ook genoodzaakt is een professionele

relatie voortijdig af te breken, zorgt hij er voor dat deze door een deskundige

vakgenoot kan worden voortgezet en is hij verantwoordelijk voor een adequate

overdracht.

30

III.4.5.2 Verantwoordelijkheid voortvloeiend uit de professionele relatie

De psycholoog geeft zich rekenschap van het feit dat na de formele beëindiging

van de professionele relatie zijn professionele verantwoordelijkheid ten opzichte

van de betrokkene blijft bestaan waar deze rechtstreeks voortvloeit uit de voorafgaande

professionele relatie.

III.4.5.3 Verantwoordelijkheid voor waarneming bij onvoorziene absentie

De psycholoog treft maatregelen om zich er van te verzekeren dat bij een

plotselinge, onvoorziene tijdelijke of blijvende absentie zijnerzijds, een of meer

vakgenoten zijn professionele werkzaamheden overnemen dan wel afronden.

III.4.6 De psycholoog en zijn werkomgeving

III.4.6.1 Verantwoordelijkheid voor de kwaliteit van ondergeschikten

De psycholoog draagt verantwoordelijkheid voor de professionele en ethische

kwaliteit van degenen die onder zijn leiding meewerken aan de uitvoering van

zijn opdrachten. Als zij uit hun beroep of functie niet aan eigen beroepsethische

regels zijn onderworpen, wijst hij hen op de afgeleide verplichtingen

uit deze beroepscode, in het bijzonder op de geheimhoudingsverplichting.

Hij vergewist zich van de professionele en ethische kwaliteit van degenen die

hij bij zijn beroepsmatig handelen anderszins inschakelt.

III.4.6.2 Vrijheid om te kunnen handelen conform de beroepscode

De psycholoog zorgt er voor dat, voor zover relevant, een ieder in de omgeving

waar hij zijn beroepsmatig handelen uitoefent, op de hoogte is van de eisen die

de ‘Beroepscode voor psychologen’ aan hem stelt en verzekert zich van de nodige

vrijheid om te kunnen handelen naar die eisen.

III.4.6.3 Hulp en steun aan collega’s, studenten en supervisanten

De psycholoog verzekert zijn collega’s, studenten en supervisanten van de hulp

en steun die hij krachtens zijn deskundigheid en ervaring kan bieden, om hen

in staat te stellen tot professioneel en ethisch verantwoorde beroepsuitoefening.

Hij onthoudt zich van gedragingen die hen daarin kunnen schaden.

III.4.6.4 Collegiaal appèl

De psycholoog spreekt collega’s er op aan als hij meent dat deze in strijd met de bepalingen

van de beroepscode hebben gehandeld. Als blijkt dat een aangesproken collega

niet bereid is zijn handelen te verantwoorden in een collegiaal dispuut, dan wel volhardt

in het vermeende ethisch onjuiste handelen, dient de psycholoog een klacht

in bij de daartoe meest gerede instantie, indien de ernst van de overtreding daartoe

aanleiding geeft. Hij stelt de collega van het indienen van de klacht op de hoogte.

31

 

Deel 2

Reglement voor het Toezicht

Korte informatie over de klachtenprocedure 34

Reglement voor het Toezicht 35

1. Algemene Bepalingen 35

2. Klacht in eerste aanleg 38

3. Hoger beroep 43

33

Korte informatie over de klachtenprocedure

Het NIP, de beroepsvereniging van psychologen, kent twee verenigingstuchtrechtelijke

instanties: het College van Toezicht en het College van Beroep.

Beide Colleges nemen een onafhankelijke positie in binnen het NIP.

Wanneer u van mening bent dat een psycholoog, aangesloten bij het NIP,

onjuist heeft gehandeld (in strijd met de NIP-ethiek), kunt u hierover een klacht

indienen bij het College van Toezicht. Het College van Toezicht zal naar aanleiding

van de klacht een uitspraak doen. In het geval uw klacht gegrond wordt

verklaard kan het College van Toezicht aan de psycholoog een maatregel opleggen.

De maatregel kan inhouden een waarschuwing, een berisping, een schorsing

van het lidmaatschap gedurende ten hoogste twee jaar of ontzetting uit het

lidmaatschap van de vereniging. Het behoort niet tot de mogelijkheden van het

College van Toezicht een psycholoog te ontslaan uit zijn dienstbetrekking, de

klager een schadevergoeding toe te kennen ten laste van de psycholoog of een

heronderzoek te gelasten.

Van de uitspraak van het College van Toezicht kunt u of de aangeklaagde

psycholoog in beroep gaan bij het College van Beroep. De maatregelen die het

College van Beroep in dat geval aan de psycholoog kan opleggen zijn dezelfde

als bovengenoemde.

De volledige informatie met betrekking tot de klachtprocedure vindt u in het

volgende hoofstuk. Vanzelfsprekend kunt u zich bij een klachtenprocedure

laten bijstaan door een vertrouwenspersoon of een jurist, die u ook behulpzaam

kan zijn bij de formulering van uw klacht.

Voor verdere informatie kunt u zich wenden tot het NIP-bureau.

34

Reglement voor het Toezicht

Als bedoeld in artikel 25 van de Statuten van de Vereniging ‘Nederlands

Instituut van Psychologen’ (NIP)

1. Algemene Bepalingen

1.1 Taak van het College van Toezicht en het College van Beroep

1.1.1

De taken van het College van Toezicht en - in beroep - die van het College van

Beroep bestaan uit het behandelen van ontvangen klachten ten aanzien van

leden en buitengewone leden van de vereniging, het naar aanleiding daarvan

toetsen van de gedragingen van die leden en buitengewone leden aan de vastgestelde

regels voor de beroepsuitoefening als in artikel 3 sub g van de Statuten

van de vereniging bedoeld, het beslissen omtrent het opleggen van disciplinaire

maatregelen aan de hand van de uitkomst van de toetsing, alsmede het beslissen

omtrent vervallen verklaren van het lidmaatschap van leden bedoeld in artikel

4 sub 1, van de Statuten op de gronden in artikel 11, sub 4, van de Statuten

van de vereniging vermeld.

1.1.2

Indien het Hoofdbestuur van mening is dat naar aanleiding van een bepaalde

probleemstelling een uitspraak in het belang van de Beroepsethiek voor psychologen

gewenst is, kan het Hoofdbestuur een beslissing terzake van het College

van Beroep uitlokken. Het College van Beroep geeft in eerste en laatste instantie

een beslissing; een zodanige beslissing brengt aan geen der in de probleemstelling

betrokken psychologen enig nadeel toe.

1.2 Samenstelling en wijze van benoeming der Colleges

1.2.1

Het College van Toezicht bestaat uit een door het Hoofdbestuur vast te stellen

aantal leden dat minimaal negen dient te zijn. Met uitzondering van de voorzitter,

de plaatsvervangend voorzitter(s) en de secretaris(sen), die tenminste de

hoedanigheid van meester in de rechten dienen te bezitten, zijn de leden lid

van de vereniging.

35

1.2.2

De leden van het College van Toezicht worden benoemd door de ledenvergadering

van de vereniging. Met uitzondering van de voorzitter, de plaatsvervangend

voorzitter(s) en de secretaris(sen) worden zij benoemd voor de tijd van vier jaar,

welke termijn maximaal twee maal verlengd kan worden. De termijn wordt

niet verlengd indien het lid vier jaar of langer niet meer als psycholoog werkzaam

is, dan wel indien er binnen het College van Toezicht ernstige bezwaren tegen

diens functioneren bestaan.

1.2.3

De voorzitter, de plaatsvervangend voorzitter(s) en de secretaris(sen) worden

door de ledenvergadering van de vereniging in die functies benoemd.

1.2.4

Tenminste één maand voor de ledenvergadering waarin een of meer leden van

het College van Toezicht zullen worden benoemd, doet het Hoofdbestuur aan

de leden een schriftelijke voordracht toekomen, vermeldende tenminste de naam

van één kandidaat voor elke vacature.

1.2.5

Tot acht dagen voor de ledenvergadering waarin de benoeming zal plaatsvinden,

kan een voordracht door de leden worden aangevuld. Deze aanvulling dient

schriftelijk te worden ingediend door tenminste drie leden van de vereniging,

waarbij een verklaring van de door hen gestelde kandidaat of kandidaten dient

te worden gevoegd, dat in de kandidaatstelling wordt bewilligd.

1.2.6

Het Hoofdbestuur doet onverwijld aan de leden van de vereniging schriftelijk

opgave van de gestelde tegenkandidaten.

1.2.7

Het lidmaatschap van het College van Toezicht is onverenigbaar met het lidmaatschap

van het Hoofdbestuur, van het College van Beroep, van de Raad van

Advies in Beroepsethische Zaken en van de besturen van de Sectoren en Secties

der vereniging.

1.2.8

Het Hoofdbestuur doet onverwijld aan de leden van de vereniging schriftelijk

opgave van de gestelde tegenkandidaten.

36

1.2.9

Het College van Toezicht kan uit zijn midden een of meer kamers samenstellen.

1.2.10

Een kamer van het College van Toezicht bestaat uit minimaal drie leden van

dit College.

1.2.11

Een kamer wordt voorgezeten door de voorzitter of een plaatsvervangend

voorzitter.

1.2.12

1. Het Hoofdbestuur kan teneinde een secretaris van het College van Toezicht

in diens ambtsbezigheden bij te staan, respectievelijk te vervangen, op voordracht

van het College een of meer adjunct-secretaris(sen), geen lid zijnde

van de vereniging, aanstellen.

2. Een adjunct-secretaris van het College van Toezicht dient de hoedanigheid

van meester in de rechten te bezitten.

3. Een adjunct-secretaris woont, tenzij de voorzitter anders bepaalt, de zittingen

van het College van Toezicht, ook die in de raadkamer, bij: hij heeft

terzake van de beslissingen geen stem.

1.2.13

Het College van Beroep bestaat uit een door het Hoofdbestuur vast te stellen

aantal leden dat minimaal zeven dient te zijn. Met uitzondering van de voorzitter,

de plaatsvervangend voorzitter(s) en de secretaris, die de hoedanigheid van

meester in de rechten dienen te bezitten, zijn de leden lid van de vereniging.

Op het College van Beroep zijn voor wat de benoeming, zittingsperiode, en

kandidaatstelling der leden betreft, voor zover mogelijk, de artikelen 1.2.2 t/m

1.2.6 van dit reglement van overeenkomstige toepassing.

Het lidmaatschap van het College van Beroep is onverenigbaar met het lidmaatschap

van: het Hoofdbestuur van de vereniging, het College van Toezicht,

de Raad van Advies in Beroepsethische Zaken en van de besturen van Sectoren

en Secties der vereniging.

1.2.14

1. Het Hoofdbestuur kan teneinde de secretaris van het College van Beroep in

diens ambtsbezigheden bij te staan, respectievelijk te vervangen, op voordracht

van het College een of meer adjunct-secretaris(sen), geen lid zijnde van de

vereniging, aanstellen.

37

2. Een adjunct-secretaris van het College van Beroep dient de hoedanigheid

van meester in de rechten te bezitten.

3. Een adjunct-secretaris woont, tenzij de voorzitter anders bepaalt, de zittingen

van het College van Beroep, ook die in de raadkamer, bij: hij heeft terzake

van de beslissingen geen stem.

1.2.15

De onkosten van de leden van de Colleges in de uitoefening van hun functie

gemaakt, worden door de vereniging vergoed.

2. Klacht in eerste aanleg

2.1 Indienen van een klacht

2.1.1

Klachten dienen schriftelijk per aangetekend schrijven te worden ingediend bij

de secretaris van het College van Toezicht. Het College van Toezicht kiest voor

het indienen van de klacht formeel domicilie op het NIP-bureau. Het College

van Toezicht kan gebruik maken van een postadres.

Het College van Toezicht bepaalt het aantal exemplaren van de klacht en eventuele

bijlagen, dat moet worden ingediend.

2.1.2

Het klachtschrift dient te bevatten:

a. naam, adres en woonplaats van de klager;

b. naam en woonplaats, dan wel werkadres, van de aangeklaagde;

c. de klacht en de gronden waar deze op berust.

2.1.3

Het College van Toezicht neemt geen klacht in behandeling als de klager daarbij

geen belang heeft, tenzij naar het oordeel van het College behandeling van de

klacht in het belang is van de psychologie of de psychologiebeoefening.

2.1.4

Het College van Toezicht neemt geen anonieme klachten in behandeling.

2.1.5

Het College van Toezicht neemt geen klacht in behandeling waarover het reeds

eerder uitspraak heeft gedaan.

38

2.1.6

Het College van Toezicht kan indien de klacht kennelijk ongegrond, danwel van

onbeduidende aard is bepalen, dat deze niet in behandeling wordt genomen.

2.1.7

Indien een klacht in behandeling wordt genomen, doet de secretaris daarvan

mededeling aan de aangeklaagde en aan de klager.

Indien een klacht niet in behandeling wordt genomen, doet de secretaris daarvan

mededeling aan de indiener van de klacht. Van een beslissing bedoeld in artikel

2.1.6 doet de secretaris mededeling aan het Hoofdbestuur.

2.2 Vooronderzoek

2.2.1

Een of meer leden van het College van Toezicht kunnen door de voorzitter van

het College aangewezen worden teneinde een vooronderzoek in te stellen naar

aanleiding van de klacht.

2.2.2

De leden die het vooronderzoek hebben verricht kunnen niet meer aan de verdere

behandeling van de klacht deelnemen.

2.2.3

Het College van Toezicht is bevoegd de gronden waarop de klacht berust

ambtshalve aan te vullen.

2.3 Behandeling ter terechtzitting

2.3.1

De voorzitter kan een kamer aanwijzen die de klacht in behandeling zal nemen.

2.3.2

Aan de behandeling van een klacht wordt op straffe van nietigheid deelgenomen

door tenminste vier leden van het College van Toezicht.

2.3.3

Leden van het College van Toezicht zullen zich van het deelnemen aan de

behandeling van een klacht onthouden, indien zij behoren tot de bloed- en

aanverwanten in de rechte linie van de aangeklaagde of tot deze bestaan in de

zijlinie in de tweede graad van bloedverwantschap of zwagerschap, of zijn

39

gehuwd of gehuwd geweest met de aangeklaagde en in het algemeen indien

er naar hun oordeel onverenigbaarheid bestaat.

2.3.4

Een klacht tegen of ingediend door een lid van het College van Toezicht heeft

tot gevolg dat dit lid zich van de behandeling van de zaak dient te onthouden.

2.3.5

Het College van Toezicht stelt aangeklaagde in de gelegenheid schriftelijk op

het klachtschrift te reageren. Indien het verweerschrift van aangeklaagde daartoe

aanleiding geeft kan het College van Toezicht klager en aangeklaagde daarna

nog de gelegenheid geven schriftelijk van repliek, respectievelijk dupliek te dienen.

Het College van Toezicht bepaalt het aantal exemplaren van het verweerschrift,

de repliek, de dupliek en eventuele bijlagen, dat moet worden ingediend.

Alle door een partij ingediende relevante stukken worden in afschrift aan de

andere partij gezonden.

2.3.6

Indien het College van Toezicht na de wisseling van de in het vorige artikel

genoemde stukken van oordeel is dat de klacht mondelinge behandeling

behoeft of indien klager hetzij aangeklaagde de wens daartoe te kennen geeft,

roept het College van Toezicht zowel klager als aangeklaagde op ter zitting van

het College te verschijnen, om naar aanleiding van de klacht te worden gehoord.

Klager en aangeklaagde zijn bevoegd zich ter zitting door een raadsman te laten

bijstaan en/of zich door een wettelijk vertegenwoordiger of een bijzonder

gevolmachtigde te laten vertegenwoordigen. Klager, aangeklaagde en hun

respectieve raadslieden worden in de gelegenheid gesteld tijdig van alle op de

klacht betrekking hebbende gegevens kennis te nemen.

2.3.7

Indien klager en/of aangeklaagde zich ter zitting wil laten bijstaan danwel

vertegenwoordigen door een raadsman, dient hij dit uiterlijk drie weken voor

de vastgestelde zitting schriftelijk aan het College van Toezicht mede te delen

onder vermelding van naam en hoedanigheid van de raadsman. Indien een der

partijen een raadsman heeft aangemeld en de andere partij hiervan kennis

neemt op een moment, dat de termijn tot de zitting reeds minder is dan drie

weken, dan heeft de laatstgenoemde partij het recht alsnog onverwijld een

raadsman aan te melden aan het College van Toezicht.

40

2.3.8

Op verzoek van klager of aangeklaagde of ambtshalve kan het College van

Toezicht inlichtingen winnen en voor het verkrijgen van inlichtingen getuigen

en deskundigen horen. Leden van de vereniging zijn verplicht, indien zij worden

opgeroepen om als getuige of deskundige inlichtingen te verstrekken,ter zitting

van het College van Toezicht te verschijnen en de gevraagde inlichtingen te

verschaffen. Getuigen en deskundigen zullen zich kunnen verschonen, indien

zij behoren tot de bloed- en aanverwanten in de rechte linie van de aangeklaagde

of tot deze bestaan in de zijlinie in de tweede graad van bloedverwantschap

of zwagerschap of gehuwd zijn of gehuwd geweest zijn met aangeklaagde.

Eveneens kunnen zij zich verschonen indien zij uit hoofde van hun stand, beroep

of betrekking tot geheimhouding zijn verplicht.

2.3.9

De zittingen van het College van Toezicht zijn als regel niet openbaar, tenzij

het College anders beslist. De leden van het College van Toezicht en de adjunctsecretaris(

sen) zijn gehouden tot geheimhouding van de door hen behandelde

zaken. De stukken op de behandeling van klachten betrekking hebbend, zijn

geheim en uitsluitend ter inzage van leden van het College van Toezicht en de

adjunct-secretaris(sen), voorzover in dit reglement niet anders is bepaald.

2.4 Maatregelen

2.4.1

Het College van Toezicht zal de volgende disciplinaire maatregelen kunnen

opleggen ten aanzien van leden bedoeld in artikel 4 sub 1 van de Statuten van

de vereniging in geval zij zich hebben gedragen in strijd met vastgestelde regels

voor de beroepsuitoefening, als in artikel 3 sub g van de Statuten bedoeld:

a. waarschuwing;

b. berisping;

c. schorsing in het lidmaatschap der vereniging gedurende ten hoogste twee

jaar op grond van het bepaalde in artikel 10 van de Statuten, al dan niet

gecombineerd met een van de maatregelen onder a. en b. genoemd;

d. ontzetting uit het lidmaatschap van de vereniging op grond van het bepaalde

in artikel 11 lid 4 van de Statuten.

2.4.2

Het College van Toezicht kan bij een beslissing voorts bepalen, dat de door hem uitgesproken

disciplinaire maatregel eerst zal ingaan indien de betrokkene zich voor

het einde van een bij de betreffende beslissing te bepalen proeftijd schuldig heeft

gemaakt aan een handeling, die tot een disciplinaire maatregel als vorenbedoeld

41

aanleiding zou kunnen geven, dan wel indien één of meer bijzondere voorwaarden, die

door het College van Toezicht bij zijn beslissing zijn gesteld, niet zijn nagekomen.

2.4.3

Bij de beslissingen, houdende oplegging van een of meer maatregelen als in

artikel 2.4.1 omschreven, kan het College van Toezicht bepalen dat de

betreffende beslissing met gronden waarop zij berust alsmede met vermelding

van de naam van de aangeklaagde aan alle leden van de vereniging schriftelijk

worden medegedeeld, zulks onder vermelding van de vorm waarin genoemde

informatieverstrekking aan de leden geschiedt.

2.4.4

Het Hoofdbestuur van de vereniging draagt zorg voor de schriftelijke mededeling,

als bedoeld in artikel 2.4.3 van dit reglement.

2.4.5

Vervallenverklaring van het lidmaatschap der vereniging gaat eerst in en disciplinaire

maatregelen zijn eerst van kracht wanneer de termijn als bedoeld in artikel

3.1.1 is verstreken en binnen die termijn geen hoger beroep is ingesteld.

De schriftelijke mededeling, als in artikel 2.4.3 van dit reglement bedoeld, kan

niet geschieden voordat de desbetreffende beslissing onherroepelijk is geworden

in de zin van de eerste zin van dit artikel.

2.5 Uitspraak

2.5.1

De beslissingen van het College van Toezicht worden genomen met meerderheid

van stemmen en zijn met redenen omkleed. Bij het staken van de stemmen

beslist de voorzitter.

2.5.2

De secretaris van het College van Toezicht zendt per aangetekend schrijven van

een uitspraak van het College een afschrift aan:

a. de aangeklaagde;

b. de klager;

c. het Hoofdbestuur van de vereniging.

42

3. Hoger beroep

3.1 Algemene bepalingen

3.1.1

Bij het College van Beroep kan hoger beroep worden ingesteld van een uitspraak

van het College van Toezicht alsmede tegen een beslissing als bedoeld in artikel

2.1.6 door klager, aangeklaagde en het Hoofdbestuur der vereniging gedurende

twee maanden na de dag van verzending van het in artikel 2.5.2 bedoeld afschrift.

3.2 Indienen van het beroepschrift

3.2.1

Het hoger beroep wordt schriftelijk, per aangetekend schrijven, ingediend bij

secretaris van het College van Beroep. Het College van Beroep kiest voor het

indienen van de klacht formeel domicilie op het NIP-bureau. Het College van

Beroep kan gebruik maken van een postadres.

De secretaris van het College van Beroep geeft van het instellen van het hoger

beroep kennis aan het College van Toezicht, met uitnodiging tot toezending

aan het College van Beroep van alle op de zaak betrekking hebbende stukken.

3.2.2

Het beroepsschrift bevat:

a. naam, adres en woonplaats van degene, die beroep aantekent;

b. kopie van de uitspraak van het College van Toezicht waartegen beroep

wordt aangetekend;

c. de gronden waar het beroep op berust.

3.3 Behandeling ter terechtzitting en uitspraak

3.3.1

De artikelen 2.2.3, 2.3.2 t/m 2.3.9 en 2.5.1. zijn van overeenkomstige toepassing

ten aanzien van de behandeling van het hoger beroep door het College van

Beroep.

Het College van Beroep kan het College van Toezicht uitnodigen nadere

inlichtingen te verschaffen.

3.3.2

Het College van Beroep kan in hoger beroep:

a. de uitspraak of de beslissing als bedoeld in artikel 2.1.6 van het College van Toezicht

bevestigen, al dan niet met verbetering van de gronden waarop deze steunt;

43

b. de uitspraak van het College van Toezicht wijzigen danwel vernietigen en

doen, wat ingevolge het bepaalde in artikel 2.4.1 t/m 2.4.3 van dit reglement

het College van Toezicht zou hebben kunnen doen.

c. de beslissing als bedoeld in artikel 2.1.6 vernietigen en de klacht ter behandeling

terugverwijzen naar het College van Toezicht.

3.3.3

De secretaris van het College van Beroep zendt van een uitspraak van het

College per aangetekend schrijven een afschrift aan:

a. de aangeklaagde;

b. de klager;

c. het Hoofdbestuur van de vereniging;

d. het College van Toezicht.

3.3.4

Het Hoofdbestuur van de vereniging draagt zorg voor de schriftelijke mededeling,

als bedoeld in artikel 2.4.3 van dit reglement.

4. Publicatie

4.1.1

De uitspraken van het College van Toezicht en het College van Beroep kunnen,

ter beoordeling en onder verantwoordelijkheid van het bestuur van de vereniging,

geanonimiseerd worden gepubliceerd in het blad van de vereniging.

Aldus vastgesteld door de ledenvergadering op 18 november 1977, in werking

getreden op 1 juli 1978.

Gewijzigd door de ledenvergadering op 10 juni 1982, in werking getreden op

1 oktober 1982.

Gewijzigd door de ledenvergadering op 31 mei 1985, in werking getreden op

31 mei 1985.

Gewijzigd door de ledenvergadering op 24 juni 1988, in werking getreden op

24 juni 1988.

Gewijzigd door de ledenvergadering op 23 juni 1989, in werking getreden op

23 juni 1989.

Gewijzigd door de ledenvergadering op 29 oktober 1992, in werking getreden

op 29 oktober 1992.

Gewijzigd door de ledenvergadering op 24 oktober 1997, in werking getreden

op 24 oktober 1997.

Gewijzigd door de ledenvergadering op 26 juni 1998, in werking getreden op

1 november 1998.

44

Deel 3

Overige informatie

Samenstelling Raad van Advies in Beroepsethische Zaken,

College van Toezicht en College van Beroep 46

Het NIP 48

45

Samenstelling Raad van Advies in

Beroepsethische Zaken, College van Toezicht

en College van Beroep (per november 2000)

Raad van Advies in Beroepsethische Zaken

Drs. C.J. Koene, voorzitter

Mw.mr J.J. Bravenboer, secretaris

Drs. J.L.J. Deterd Oude Weme (sectie Psychologen in Academische Ziekenhuizen)

Mw.dr. S.M.J. van Hekken (sector Jeugd)

Dr. F.A.M.M. Koenraadt (sectie Forensische Psychologie)

Drs. J.E.E.A. Mulder (sector Arbeid & Organisatie)

Drs. K. Vegter (sectie Zorg voor mensen met een verstandelijke handicap)

Drs. R. van der Woude (sector Jeugd)

College van Toezicht

Mr J.P. Fokker, voorzitter

Mr J.A.J. Peeters, plaatsvervangend voorzitter

Mw.mr D.J. Markx, plaatsvervangend voorzitter

Mw.mr R.A. Hopster-Arendsen, plaatsvervangend voorzitter

Mw.mr T.A. Leenhouts-Strijker, secretaris

Mw.mr W.Th. Tideman, secretaris

Mw.drs. C.G.I. Asscher-Sonius, lid

Drs. S. Homminga, lid

Dr. K.A. Soudijn, lid

Drs. M.E.H. Tillema, lid

Mw.drs. B.M. Vermeulen-Ter Mors, lid

Drs. Th. K. Westerduin, lid

Mw. drs. J.H. Wippoo, lid

College van Beroep

Mr C.J.G. Bleichrodt, voorzitter

Mr H.F.M. Hofhuis, plaatvervangend voorzitter

Mr drs. F.J. van Woerden, secretaris

Prof.dr. J. van den Bout, lid

Drs. P.M. de Groot, lid

Prof.dr. G. Lang, lid

Drs. W.I. Lucassen, lid

46

Drs. L.J.M. Timmermans, lid

Drs. J. Verdam, lid

Mw.drs. M.E. de Weerdt, lid

47

Het NIP

Algemeen

Het Nederlands Instituut van Psychologen (NIP) is de landelijke beroepsvereniging

van psychologen. De organisatie waarin degenen die beroepsmatig de

psychologie beoefenen zijn verenigd (ruim 8500 leden). De vereniging werd op

26 september 1938 opgericht onder de naam: Nederlandsch Instituut van

Praktizeerende Psychologen (NIPP). Sinds 1968 draagt zij de naam Nederlands

Instituut van Psychologen.

De vereniging stelt zich ten doel de beoefening van de psychologie te bevorderen

en daarbij zowel in maatschappelijke als in wetenschappelijke zin de

beroepsbelangen van de gekwalificeerde psychologen te dienen.

Lidmaatschap

Tot het gewoon lidmaatschap van de vereniging kunnen slechts worden toegelaten

personen die:

1. a. aan een universiteit binnen het Koninkrijk het doctoraalexamen

psychologie of:

b. een daaraan gelijkwaardig examen aan een buitenlandse universiteit,

en die:

2. een schriftelijke verklaring volgens vastgesteld model ter uitvoering van het

gestelde in artikel 3 sub g van de statuten naar waarheid ingevuld en ondertekend

bij het hoofdbestuur hebben ingediend.

Als student-lid der vereniging wordt toegelaten degene die:

1. ingeschreven staan als student aan een door de Nederlandse overheid erkende

universiteit in de studierichting psychologie en zich voorbereiden op het

doctoraalexamen psychologie en

2. de NIP-beroepsethiek onderschrijft.

Titelbescherming

Degene die het doctoraalexamen in de psychologie heeft behaald, is gerechtigd

de titel doctorandus te voeren. Vanaf januari 1994 kent het NIP een regeling

voor de toekenning van de titel PSYCHOLOOG NIP. Informatie hierover is te verkrijgen

bij het NIP-bureau.

48

NIP-activiteiten

Kwaliteitsbewaking

• bescherming titel PSYCHOLOOG NIP

• registratie als klinisch psycholoog

• basisaantekening psychodiagnostiek (per 1 januari 1994)

• actie tegen beunhazerij

• beroepsethiek en klachteninstantie

Professionele ondersteuning

• advies bij beroepsethische vragen

• informatie en advies over computergebruik

• ondersteuning bij testconstructie en testgebruik

• ondersteuning door psychologisch-pedagogisch assistent met het

LOI-diploma

Belangenbehartiging

• juridische adviezen

• salarisrichtlijnen

• individuele rechtsbijstand

• collectieve belangenbehartiging (fusies, ondernemingsraden)

• semi-collectieve belangenbehartiging (CAO’s, functiewaardering, politieke

lobby)

Werkgelegenheid

• sollicitatiecursussen

• meer kans op werk door de NIP-registraties

• discussiebijdragen in De Psycholoog

• ontwikkeling van nieuwe werkvelden

• werkgelegenheidsconferenties

Bijeenkomsten

• het tweejaarlijkse Nederlands Psychologencongres

• conferenties

• studie- en themadagen

• bedrijfs- en instellingsbezoeken

49

• lezingen, workshops, cursussen

• contacten met collega’s

Publicaties

• het vak- en verenigingsblad De Psycholoog

• het kwartaalblad Psychologie en Computers

• de Documentatie van Tests en Testresearch en de losbladige aanvullingen

• de reeks ‘Publicaties van het NIP’

• de Beroepsethiek voor psychologen

• informatieve folders, brochures, pockets, boeken

Voorlichting

• aan psychologen

• aan het publiek

• aan organisaties

• aan de pers

50

Deel 4

Index bij deel 1 Beroepscode

Trefwoord Artikel

Aangaan van de professionele III.1.1.2; III.1.3.9;

relatie III.2.3.1; III.2.3.2; III.2.3.3

Aanvaarden van opdrachten III.1.1.2; III.1.1.5

III.1.2.5; III.1.3.3

Aanvang van de professionele III.1.1.2; III.2.3.3

relatie

Aanvulling op gegevens III.2.5.8; III.2.7.4

Absentie; - waarneming bij III.4.5.3

onvoorziene

Afgeleide verplichtingen III.4.6.1

Afschrift III.2.3.4; III.2.5.4;

III.2.5.7; III.2.7.2

Afwijken van de beroepscode I.1.4.1; I.1.4.2; I.1.4.4

Algemeen respect III.2.1

Algemene bepaling I.1.3

Algemene voorwaarden III.1.2.5

Alternatieve theorieën; - verklaringen III.1.2.6

Anderen ➝ derden III.2.3.4; III.2.4.2;

III.2.6.1; III.2.6.2;

III.2.6.4; III.2.6.5;

III.2.7.2; III.2.7.3

Autonomie en zelfbeschikking II.1.1.2; III.2.2

Beëindiging van de III.1.1.3; III.1.3.8; III.2.4.1;

professionele relatie III.2.5.9; III.4.5.2

Begin van de professionele I.1.4.5; III.1.1.2; III.1.2.5;

relatie III.2.2.1

Begrippen; - definities van I.1.2

Belangen I.1.2.2; I.1.4.2.; I.1.5.1;

I.1.2; I.1.5.3; I.1.5.4;

III.1.3.2; III.1.3.4;

III.1.3.5; III.1.3.8

- afweging I.1.4.2

- verstrengeling III.1.3.5

51

➝ = zie (ook)

Beperkingen; professionele en III.3.3.1

persoonlijke

methoden; III.2.3.4; III.2.7.7;

resultaten, III.3.2.2; III.3.3.4

uitspraken

zelfbeschikking III.2.2.2

van de cliënt

Beroepscode; afwijking van I.1.4.1; I.1.4.2; I.1.4.4

Beroepsethisch(e); - dilemma Preambule; I.1.4.1; I.1.4.2

- toetsing Preambule; III.4.2.1;

III.4.2.2; III.4.6.4

Beroepsmatig handelen II.4; III.1.1.5; III.1.2.1;

III.1.3.5; III.2.1.2;

III.2.2.1; III.2.3.4;

III.2.4.1; III.3.1.1;

III.3.1.2.; III.3.3

- toetsing van III.3.5; III.4.2.1; III.4.2.2

Betrokkene I.1.2.2

Betrouwbaarheid III.1.1

Bewaren I.1.2.8; I.1.2.10; III.2.4;

III.2.5.3; III.2.5.5;

III.2.5.9;III.2.5.10

- van een op naam III.2.5.9

gesteld dossier

Bijzondere; - omstandigheden I.1.4

- wettelijke III.3.1.3

bepalingen

Blokkeren van rapportage III.2.3.4; III.2.7.5; III.2.7.6

Broer I.1.5.3

Bronvermelding III.1.2.7

Cliënt I.1.2.4

Cliëntsysteem I.1.2.5; III.1.3.2; III.2.3.3;

III.2.5.3; III.2.7.6

- inzage- en III.2.7.6

blokkeringsrecht

Collega Preambule; I.1.2.2;

III.1.1.1;

III.4.6.3; III.4.6.4

Conclusies III.2.7.8; III.3.3.4

Consulteren van collega’s Preambule; I.1.4.1; I.1.4.2

52

Continuïteit; - van het beroeps- III.4.5

matig handelen

- van de profes- III.4.5.1

sionele relatie

Correctie van gegevens III.2.3.4; III.2.5.8; III.2.7.4

Curator I.1.2.7

Derden III.2.3.4; III.2.4.2;

III.2.6.1; III.2.6.2;

III.2.6.4; III.2.6.5;

III.2.7.2; III.2.7.3

Deskundige(n) I.1.4.2; III.2.5.6; III.3.3.6;

III.4.5.1

Deskundigheid II.1.1.3; III.1.2.2, III.3,

III.3.2.1; III.3.3.1;

III.3.3.2; III.4.6.3

Dilemma Preambule; I.1.4.1; I.1.4.2

Discriminatie III.2.1.3

Disfunctioneren III.3.3.6; III.3.3.7

Doel; - van het weten- III.2.6.4

schappelijk onderzoek

- van het beroeps- III.2.1.2; III.4.3.1

matig handelen

- van het dossier III.2.5.8; III.2.5.9

- van de profes- III.2.3.3; III.2.3.4; III.2.5.1

sionele relatie

- van de opdracht III.2.7.1; III.2.7.7

- van de rapportage III.2.7.4; III.2.7.6; III.2.7.8

Doeltreffende en doelmatige III.3.2.2

methoden

Doorbreken; - van de geheim- III.2.4.3; III.2.4.5; III.2.4.6

houding

- van de geheimhouding

bij gevaar III.2.4.3

Dossier I.1.2.8; III.2.5

- betreffende een III.2.5.3

cliëntsysteem

- gegevens over III.2.5.2

andere personen

53

- onderdelen m.b.t. III.2.5.4

meerdere personen

➝ gegevens

Duidelijkheid II.1.1.1

Echtgenoot I.1.5.3

Eerlijkheid III.1.2

Ervaring III.1.2.3

- van de psycholoog II.1.1.3; III.1.2.3; III.3.3.3;

III.4.6.3

- van de cliënt III.2.1.1; III.4.3.1

Ethisch bewustzijn Inleiding; Preambule;

III.1.1.2; III.3.1; III.3.1.1;

III.3.1.2

Ethische discussie Inleiding, III.4.6.4

- en professionele Inleiding; III.4.1.3;

normen III.4.6.1

Externe opdrachtgever I.1.4.5; III.2.2.2; III.2.3.1;

III.2.3.3; III.2.4.2;

III.2.5.10; III.2.7.5

Financiële voorwaarden III.1.2.5

Gegevens I.1.2.8; I.1.2.10; III.1.2.8;

III.2.3.4; III.2.4.1;

III.2.4.7; III.2.5; III.2.6.5;

III.2.7.4; III.2.7.7

- voor publicaties, III.2.6.5

supervisie, etc

Gegevensverstrekking III.2.5.7; III.2.6

- aan derden III.2.6.1; III.2.6.2

- in een interdisci- III.2.6.3

plinair team

- voor wetenschap- III.2.6.4

pelijk onderzoek

Geheimhouding ➝ vertrouwelijkheid III.2.4.1

- bij rapportage III.2.4.2

- doorbreken van III.2.4.3; III.2.4.5; III.2.4.6

- bij gevaar voor III.2.4.3

personen

- reikwijdte van het III.2.4.6

doorbreken van

54

Grenzen; - van de eigen II.1.1.3; III.3.3.2

deskundigheid

- van het beroeps- III.3.3

matig handelen

Hulp en steun aan collega’s, III.4.6.3

etc.

Indirecte effecten van het III.4.3.2

beroepsmatig handelen

Informatie; - en instemming III.2.3

- over het doorbreken III.2.4.4

van vertrouwelijkheid

- aan beide ouders I.1.5.2

- bij professionele III.2.3.6

activiteiten in

ruimere zin

- over alternatieve III.1.2.6

theorieën etc.

- over aanvaarden III.1.2.5

van opdrachten

- inhoud van de III.2.3.4

dezelfde

- voor opdrachtgever III.2.3.3

en cliënt

Instemming III.2.3; III.2.3.6

Integriteit II.1.1.1; III.1

Interdisciplinair team; - samenwerking III.2.6.3

Intervisie III.2.6.5; III.3.1.2

Inzage III.2.3.4; III.2.5.2; III.

2.5.3; III.2.5.4; III.2.7.2

- en afschrift van III.2.5.7

het dossier

- en blokkerings- III.2.5.3; III.2.7.6

recht bij cliëntsysteem

- voorafgaand aan III.2.7.2

de rapportage

Kennis, inzicht en ervaring III.2.1.2

van betrokkene

Kind I.1.5.1; I.1.5.2.; I.1.5.3,

I.1.5.4

55

Klachtenprocedure; - medewerking aan ~ Preambule; III.4.2.3

Kritische reflectie III.3.1.2

Kwalificatie III.1.2.3 ; III.3.3.3

Kwaliteit Inleiding; Preambule; I.1.2.8

- van het beroeps- III.4.1.1; III.4.1.2

matig handelen

- van ondergeschikten III.4.6.1

Levensgezel I.1.5.3

Lichamelijke integriteit van III.2.1.2

betrokkene

Medeverantwoordelijkheid III.4.1.2

Meerderjarige wilsonbekwame I.1.5.3

cliënt

Meervoudige rollen; - vermijden van III.1.3.1

Mentor I.1.2.7

Methoden II.1.1.3; III.2.3.4; III.3.2.2;

III.3.3.3

Minderjarige cliënt I.1.5.1

Misbruik II.1.1.4; III.1.2.2; III.2.7.8;

III.4.4.1

- voorkomen van III.4.4

Misleiding III.1.2.1

Mondelinge rapportage III.2.7.3

aan derden

Negatieve ervaringen III.4.3.1

Non-discriminatie III.2.1.3

Onafhankelijkheid en III.1.1.5

objectiviteit

Onderwijs, onderwijs- II.1.1.1; III.2.6.5

doeleinden

Onderzoeksgegevens III.1.2.8

Ongerechtvaardigde III.1.2.4

verwachtingen

Onverenigbare; - code-artikelen I.1.4.1

- opdrachten III.1.3.3

- belangen; III.1.3.2

onderkennen van

Onvoorziene absentie; - onder- III.4.5.3

waarneming bij

56

Opleiding II.1.1.3; III.1.2.3; III.3.3.3

Ouders I.1.5.1; I.1.5.2.; I.1.5.3,

I.1.5.4

Overleg over de professionele III.2.3.5

relatie

Persoonlijke; - beperkingen III.3.3.1; III.3.3.6; III.3.3.7

- belangen III.1.3.5

- relatie met cliënten III.1.3.6; III.1.3.9

- relatie na het III.1.3.9

beëindigen ...

Plagiaat III.1.2.7

Privacy ➝ vertrouwelijkheid

Procedure; klachten Inleiding; III.4.2.2

Professionele; - beperkingen II.1.1.3; III.3.3.1; III.3.3.6;

III.3.3.7

- deskundigheid III.3.2.1

- en ethische normen III.4.1.3

- relatie I.1.2.3

- doel van III.2.3.2; III.2.3.4;

III.2.3.5; III.2.5.1; III.3.2.2

- stadium van Inleiding; III.2.3.1

- begin van I.1.4.5; III.1.1.2; III.1.2.5;

III.2.2.1; III.4.5.2

- einde van III.1.1.3; III.1.3.8;

III.1.3.9; III.2.2.1;

III.2.4.1; III.2.5.9;

III.2.5.10; III.4.5.2

- wijzigingen in III.2.4.4; III.2.4.5; III.2.5.6

- verantwoording III.3.3.5

Psychische integriteit van III.2.1.2

betrokkene

Publicaties III.1.2.7

Rapportage III.2.7

Relevante; - gegevens III.1.2.8.; III.2.4.2;

III.2.5.1; III.2.6.1; III.2.7.7

- gegevens in rap- III.2.7.7

portages en

verklaringen

- conclusies III.3.3.4

57

Respect II.1.1.2; III.2

Rolintegriteit III.1.3

Rol, rolverwarring, Inleiding; II.1.1.1; III.1.3.1;

rolvermenging III.1.3.4

Samenhang van de code I.1.1.1

Schade; - voorkomen van III.4.3

Schriftelijke rapportage III.2.7.1

Seksuele; - gedragingen ten III.1.3.7

opzichte van de

cliënt

- relatie met de III.1.3.6 ; III.1.3.9

cliënt

Specifieke wettelijke regels I.1.4.4

Stadium van de professionele Inleiding

relatie

Statistiek III.2.6.4

Strijdigheid met de belangen I.1.5.4

van de cliënt

Studenten; - hulp en steun aan III.4.6.3

Supervisanten; - hulp en steun aan III.4.6.3

Supervisie III.2.6.5

Titels III.1.2.3

Toegang tot het dossier III.2.5.5

Toegankelijkheid van het III.2.5.6

dossier

Toestemming III.2.3.1; III.2.5.5;

III.2.5.7; III.2.6.1;

III.2.6.2; III.2.6.3; III.2.6.4

Toetsing van het beroepsmatig Preambule, III.4.2.1;

handelen III.4.2.2

Uitzonderingsbepalingen; - toepassen van I.1.4.3

Vakbekwaamheid III.3.2

Verantwoorde beroeps- Inleiding; III.3.3.6;

uitoefening III.3.3.7; III.4.6.3

Verantwoordelijkheid II.1.1.4 ; III.4

- na beëindiging III.1.3.8 ; III.4.5.2

van de professionele

relatie

58

Verantwoording III.4.2

Verbetering van gegevens III.2.3.4; III.2.5.8; III.2.7.4

Vermelden van opleiding, III.1.2.3

kwalificaties, titels etc.

Vermengen van rollen III.1.3.4

vermijden

Verminderd vermogen tot III.3.3.6; III.3.3.7

beroepsuitoefening

Vernietiging van het dossier; III.2.5.9

- recht op III.2.5.10

Verschoningsrecht III.2.4.6

Vertegenwoordiging van de I.1.5

cliënt

Vertrouwelijkheid II.1.1.2; III.1.3.3; III.2.4;

III.2.5.2; III.2.5.3 ;

III.2.5.4; III.2.5.5; III.2.7.6

Vertrouwen in de psychologie III.1.1.1

Verwijdering van gegevens III.2.3.4; III.2.5.8; III.2.7.4

Voorkomen van misleiding III.1.2.1

Voortzetten van de III.1.1.2 ; III.2.3.1;

professionele relatie III.2.3.2

Voorwaarden, financiële en III.1.2.5

algemene

Vrijheid om te handelen III.4.6.2

conform de beroepscode

Waardigheid II.1.1.2; III.2.1.2

Waarneming bij onvoorziene III.4.5.3

absentie

Welingelicht aangaan van de III.2.3.2

professionele relatie

Werkomgeving; - de psycholoog en III.4.6

zijn

Werkzaamheden die strijdig III.1.1.4

zijn met de code

Wetenschappelijk(e); - onderzoek II.1.1.1.; III.1.2.7.; III.2.6.4;

III.2.6.5

- publicaties III.1.2.7; III.2.6.5

Wettelijk(e); - vertegenwoordiger I.1.2.7; I.1.5

- vereiste nakoming I.1.4.5

van de opdracht

59

- verplichte gegevens- III.2.6.2

verstrekking aan

derden

- bepalingen I.1.4.4; I.1.4.5

Wijzigingen in de III.2.4.4; III.2.4.5; III.2.5.6

professionele relatie

Wilsonbekwaam I.1.5; I.1.5.3

Zelfbeschikking, autonomie III.2.2.1; III.2.2.2

Zorgvuldigheid I.1.3.1

- in het verkrijgen III.1.2.8

van onderzoeksgegevens

60

Nederlands Instituut van Psychologen (NIP)

Postadres

Postbus 9921

1006 AP Amsterdam

Tel (020) 410 62 22

Fax (020) 410 62 21

E-mail nipburo@wxs.nl

Internet www.psynip.nl

Bezoekadres

Osdorper Ban 27a

Amsterdam

 

 

 

Macht is recht.

101 Als de Staat een kind psychologisch wil onderzoeken dan KRIJSEN alle jeugdzorg medewerkers betrokken bij indicatiebesluiten voor GGZ behandeling in het rond dat de ouders uit het gezag zijn gezet. De rest van de BENDES in de papegaaienkooi "jeugdzorg" zoals kindertehuizen, scholen, psychologen, rechters enz. krijsen als papagaaien dezelfde LEUGENS in het rond. De psycholoog kan snel centjes verdienen aan een DOORGESTOKEN KAART RAPPORT en toeschrijven naar de gewenste jeugdzorg conclusie. De ouders zijn uit het gezag gezet en de voogd maakt de dienst uit dus moet er wel wat aan de hand zijn met dit kind voordat het onderzoek begint.

U bent gewaarschuwd!

J. Hop, Joubertstraat 24, 3851 DM Ermelo, redacteur websites Censuur in Nederland en Groep Hop

 

 

 

Gelukkig laat de samenwerking tussen de Bureaus Jeugzorg en de jeugd-GGZ-instellingen veel te wensen over. Vandaag 12 september 2006 trok de jeugdzorgINDUSTRIE hun PR-machine weer open nu niet met de vaste vraag om steeds meer geld maar met de vraag OM NOG MEER MACHT. De papagaaienkooi jeugdzorg wil nu ook alle jeugd-GGZ-instellingen onder hun controle (52) (397) (53) brengen. Een zeer gevaarlijke situatie voor ouders en hun kinderen! 

Huis-, tuin- en keukenlogica van Hop. Als een minderjarige gelijk bij de jeugd-GGZ terecht kan, die doen hun intake/onderzoek vanuit hun specialisme, welk rapport vervolgens de basis is voor behandeling in ieder vervolgtraject. Hoe vaak worden onderzoeken/behandeling van kinderen niet steeds opnieuw overgedaan om stelselmatig de wachtlijsten in stand te houden en steeds meer nieuwe onderzoeken en rapporten te kunnen blijven verkopen als voorbeeld van de weerzinwekkende jeugdzorg in Nederland? Hoe snel zullen wachtlijsten niet verdwijnen als onderzoeken niet steeds opnieuw overgedaan worden. Een minderjarige die al bijna een jaar opgesloten heeft gezeten in de JJI Hunnerberg vervolgens in de volgende JJI hetzelfde begintraject weer helemaal overnieuw moet doen als voorbeeld van pedagogisch onverantwoord handelen door Justitie onder toezicht van de jeugdzorg en de falende CDA Minister van Justitie Donner die kennelijk meer oog heeft voor het invoeren van de sharia in Nederland dan een einde te maken aan het steeds opnieuw doen van het begintraject in de volgende JJI waardoor MET OPZET STELSELMATIG wachtlijsten in stand worden gehouden!

Het is dus een goede zaak voor ouders en hun kinderen als de jeugd-GGZ-instellingen ONAFHANKELIJK BLIJVEN van de Bureaus Jeugdzorg. Gelukkig komt er van het streven om Bureaus Jeugzorg en de jeugd-GGZ-instellingen onder een loket te brengen nog niets terecht. Ik hoop natuurlijk ook dat er, in het belang van het kind, ook niets van terecht komt. Het traject voor een indicatiestelling bij Bureau Jeugdzorg deugt niet! Laat Bureau Jeugdzorg nu eerst even binnen hun eigen organisatie navolgbaar en transparant werken invoeren voordat ze buiten de deur gaan kijken wat daar weer mis is. Ik zou de aanbeveling willen doen onverwijld de jeugd-GGZ hun eigen intaketrajecten te laten doen. De kwaliteit van indicatiestellingen kan alleen maar verbeteren want slechter als het nu bij Bureau Jeugdzorg gebeurt kan het volgens mij niet.

De jeugdzorg is een puinhoop vertelde de Commissaris van de Koningin van Gelderland. Dat blijft ook zo want het is een puinhoop bij de jeugdzorg in Gelderland omdat ze niet eens in staat zijn om een indicatiestelling te maken in overeenstemming met de algemene beginselen van behoorlijk bestuur. De methodes die bij Bureau Jeugdzorg gebruikt worden om indicatiestellingen te fabriceren deugen niet. Ik pleit dus voor GEEN SAMENWERKING tussen jeugd-GGZ en Bureaus Jeugdzorg en ik hoop dat de jeugd-GGZ een eigen intaketraject zo snel mogelijk voor elkaar krijgen. De jeugd-GGZ moet ONAFHANKELIJK blijven van Bureau Jeugdzorg want de werkwijze en mentaliteit in de jeugdzorg deugt niet. Met de onmiddellijke invoering van een richtlijn voor een eigen intaketraject voor de jeugd-GGZ kunnen jongeren met psychiatrische problemen veel beter en veel sneller geholpen worden.

Voor de invoering van nieuwe wetgeving heb ik, J. Hop, een gesprek gehad op het CDA-hoofdkantoor in Den Haag met een CDA medewerker die zich bezig hield met nieuwe jeugdzorg wetgeving. Een van de gespreksonderwerpen was een duidelijke scheiding tussen GGZ en jeugdzorg. Ik (Hop) was voor die scheiding omdat ik denk dat het heel belangrijk is dat ouders en hun kinderen onafhankelijke "psychische hulp" kunnen krijgen zonder bemoeienis van "bureau jeugdzorg". Het is veel slimmer en praktischer een minderjarige direct toegang tot een psycholoog en psychiater te geven zonder de bemoeienis van "bureau jeugdzorg" Ik hoop dan ook dat ouders die zelf hulp zoeken voor hun kind op vrijwillige basis steeds rechtstreeks contact opnemen met een jeugdpsycholoog en in het intake gesprek gelijk afspreken dat er geen informatie wordt uitgewisseld over de minderjarige met een "bureau jeugdzorg". Op deze manier krijgt het betrokken kind gelijk de hulp die het nodig heeft en hoeven de ouders niet te vrezen voor de bemoeienis van "bureau jeugdzorg" met het gezin.

J. Hop, auteur website Censuur in Nederland

 

 

 

Wat een toeval? Op dezelfde dag komt het Ministerie van VWS met het onderstaande persbericht

3,4 miljoen euro voor onderzoek jonge kinderen

Nieuwsbericht, 12-9-2006

Staatssecretaris Ross betaalt 3,4 miljoen euro voor een nieuwe fase van het onderzoek Generation R. Daarmee worden tienduizend 5-jarige kinderen onderzocht op hun lichamelijke, psychische en motorische gesteldheid. Ross verwacht dat het onderzoek zeer veel nieuwe informatie zal opleveren voor het jeugd(gezondheids)beleid. Onderzoekers van het Erasmus MC en de Erasmus Universiteit Rotterdam volgen al vier jaar de ontwikkeling van de tienduizend kinderen onder de noemer Generation R. Ross vindt de samenstelling van de onderzoeksgroep een sterk punt. ‘In Generation R zijn kinderen uit vrijwel alle etnische groepen die we in Nederland kennen vertegenwoordigd. Daardoor weten we nu dat er tussen deze groepen grote verschillen bestaan in de groei, de ontwikkeling en de gezondheid.’ Omdat het onderzoek al enige jaren loopt, worden zo nu en dan nieuwe feiten bekend. Zo constateerden de Generation R-onderzoekers zeer onlangs een groot verschil in het gebruik van verloskundige zorg door moeders uit diverse landen. Surinaamse en Antilliaanse vrouwen melden zich bijvoorbeeld relatief laat in de zwangerschap aan bij een verloskundige. Dat kan grote gevolgen hebben voor de gezondheid van de aanstaande moeder en haar kind. Ook vermoeden de onderzoekers van Generation R een relatie tussen die late aanmelding bij een verloskundige en complicaties als een te laag geboortegewicht, te vroeg bevallen en babysterfte. In Rotterdam gaf Ross vandaag aan dat de overheid nog jarenlang voordeel kan hebben van de nieuwe inzichten die Generation R oplevert. ‘Dat is voor mij één van de voornaamste drijfveren geweest om de tweede fase van dit project, Generation R at 5, financieel te ondersteunen met een bedrag van 3,4 miljoen euro.’ Het is onbegrijpelijk dat psychologen en psychiaters informatie over kinderen die zij in behandeling hebben doorgeven aan "bureau jeugdzorg" zolang deze industrie weigert navolgbaar en transparant te werken.

 

 

 

Jaarverslag 2005 Nederlands Instituut van Psychologen, de beroepsvereniging van psychologen

Het Nederlands Instituut van Psychologen, de beroepsvereniging van psychologen heeft in samenwerking met AON Verzekeringen, een wereldwijd opererende assurantiemakelaar, voor de leden een aansprakelijkheidsverzekering ontwikkeld, de NIP Beroepsaansprakelijkheidsverzekering. Baneke: 'De kosten van beroepsfouten kunnen de continuïteit van een onderneming in gevaar brengen. De beroepsaansprakelijkheidsverzekering dekt de kosten van schade als gevolg van beroepsfouten.'

Geachte lezer,  

Welkom op 'nipjaarverslag', de site waarop het NIP, de beroepsvereniging van psychologen, zijn jaarverslag 2005 presenteert. Het jaar 2005 stond in het teken van vernieuwing binnen de vereniging. Ik ben verheugd u te kunnen melden dat in december 2005 is besloten de Algemene Ledenvergadering te vervangen door een Ledenraad. Op die manier zijn afgevaardigden van alle NIP-ledengroepen bij de besluitvorming betrokken, in plaats van een relatief klein aantal van de ruim twaalfduizend leden. In het jaarverslag veel aandacht voor de secties van het NIP. De secties en sectoren zijn afgelopen jaar hard bezig geweest nieuw beleid te ontwikkelen. In 2006 zullen de plannen verder worden uitgewerkt en hun beslag krijgen in diverse activiteiten.  

Ik hoop dat u het verslag met veel plezier leest,  

prof.dr. J.M. Pieters

voorzitter NIP  


1. Het NIP in 2005: na interne reorganisatie richt het NIP de blik naar buiten

'Slagvaardigheid is ons motto. Het navelstaren is voorbij'

Het jaar 2005 stond in het teken van besluiten nemen over de modernisering en een begin maken met een cultuuromslag in de vereniging. Het bestuur meende dat de groei van het aantal leden, in vijftien jaar tijd van drieduizend naar twaalfduizend, het professionaliseren van de vereniging nodig maakt. 'De werkwijzen, de onderlinge verhoudingen en de verantwoordelijkheden moesten duidelijk worden vastgelegd, zodat slagvaardig kan worden opgetreden, zowel intern als naar buiten toe,' aldus directeur Rein Baneke.  

De vereniging heeft knopen doorgehakt over de noodzakelijke wijzigingen die het NIP zou moeten doorvoeren om het professionele imago van de psycholoog uit te kunnen dragen. Baneke: 'Het heeft behoorlijk veel moeite gekost om de neuzen ten aanzien van de modernisering dezelfde kant op te krijgen. In 2005 is dat ons gelukt. We hebben helderheid gekregen waar het NIP voor gaat. In juni vorig jaar bijvoorbeeld is de missie van het NIP geformuleerd en vastgelegd.'

 

Missie NIP

Het NIP bevordert de wetenschappelijk gefundeerde professionele beoefening van de psychologie en behartigt de belangen van de aangesloten leden. Het doet dit zodanig dat het daarbij een bijdrage levert aan het welzijn van de mensen en de samenleving.  

In navolging van deze missie draagt de beroepsvereniging vier uitgangspunten hoog in het vaandel.

·       Collectieve (politieke) belangenbehartiging voor de leden en de beroepsgroep, onder andere door zich strategisch te positioneren en onderhandelingen te voeren

·       Bevordering en verbetering van de kwaliteit van de psychologie, het geven van een 'vakmatig' gezicht aan de aangesloten leden

·       Individuele dienstverlening waar de leden van profiteren

·       Maatschappelijke verantwoordelijkheid en relevantie bij het uitvoeren van de eerste drie onderdelen  

Dit 'klaverblad' is het uitgangspunt voor de beleidsvorming de komende jaren.

Baneke: 'Ik ben er als directeur het meest trots op dat er consensus is bereikt. Want dit betekent dat we vooruit kunnen en niet meer hoeven te navelstaren. Er kan meer aandacht worden geschonken aan het naar buiten treden, nu de interne hobbels zijn genomen.'  

In december vorig jaar werden door de Algemene Ledenvergadering, de ALV, de nieuwe statuten bekrachtigd. De vereniging werkt voortaan volgens het subsidiariteitprincipe. Baneke: 'Dit houdt in dat er minder schijven zijn waar alles doorheen moet, zodat de vier sectoren slagvaardiger kunnen optreden. De sectoren worden ondersteund door een geprofessionaliseerd bureau, dat bevoegdheden krijgt om sneller te kunnen optreden. Dus wat laag in de organisatie van het NIP kan worden afgehandeld, moet daar ook worden afgehandeld.'  

Het uitgangspunt is dat het Algemeen Bestuur zich niet bezighoudt met problemen die beter door de afzonderlijke secties of de sector kunnen worden opgelost. Het bestuur treedt alleen op als de doelstellingen van het gemeenschappelijke beleid niet voldoende op sectie- of sectorniveau, of beter op het hoogste niveau kunnen worden bereikt.  

Eveneens zijn in de statuten, die in 2005 zijn geaccordeerd, en het Huishoudelijk Reglement, dat in 2006 van kracht zal worden, de bevoegdheden van het bureau, de sectoren en het Algemeen Bestuur vastgelegd. Hierdoor kan men slagvaardiger optreden en is er ruimte om verantwoordelijkheid te nemen.

 

Verenigingsdemocratie

'De verenigingsdemocratie is in 2005 officieel hersteld,' meent Baneke, 'want met het instellen van de Ledenraad is het niet meer zo dat twaalfduizend leden worden vertegenwoordigd door mensen die "toevallig" op de Algemene Ledenvergadering aanwezig zijn. De leden kiezen zelf, vanuit de sector waar ze lid van zijn, hun afgevaardigden uit het sectorbestuur.'  

De Ledenraad is het hoogste orgaan van de vereniging en bestaat uit vertegenwoordigers van de sectorbesturen aangevuld met twee afgevaardigden voor de psychologiestudenten. De Ledenraad stelt het NIP-beleid vast, stelt de begroting en jaarrekening/contributie vast en benoemt het Algemeen Bestuur, inclusief de NIP-voorzitter.

 

1.1 Wat betekent de modernisering voor u als NIP-lid?

De modernisering was de afgelopen tijd natuurlijk vooral een bestuurlijke aangelegenheid, waarvan de 'ins & outs' eigenlijk alleen voor de kaderleden interessant zijn. Volgens Rein Baneke, directeur van het NIP, hoeft niet ieder lid precies te weten wat er bijvoorbeeld statutair veranderd is: 'Ik ben het meest blij als onze leden op hartstochtelijke wijze voor hun vak gaan. Dat een aantal van deze psychologen meewerkt aan het vormgeven van een professionele vereniging stemt mij tevreden. Het rekruteren van nieuwe bestuursleden die voor het behalen van praktische resultaten gaan, is de komende jaren een belangrijke taak voor ons.'

 

De beleidsuitgangspunten van de beroepsvereniging voor de komende jaren zijn:

·       collectieve (politieke) belangenbehartiging voor de leden; onder andere door zich strategisch te positioneren en onderhandelingen te voeren

·       bevordering en verbetering van de kwaliteit van de psychologie; het geven van een 'vakmatig' gezicht aan de aangesloten leden

·       individuele dienstverlening aan de leden; zoals verzekeringen, rechtsbijstand, advies bij ethische vraagstukken

·       maatschappelijke verantwoordelijkheid en relevantie bij het uitvoeren van de drie eerste onderdelen.

Belangenbehartiging

Het NIP legt zich al jaren toe op de collectieve en individuele belangenbehartiging. In 2005 werd vastgelegd dat het één van de uitgangspunten van onze beroepsvereniging is. Wat is het doel de komende jaren?

 

Baneke: 'Een belangrijk onderdeel van de behartiging van de belangen van onze leden zijn de cao-onderhandelingen. Daarbij wordt meestal gefocust op de salarisverhogingen. Maar de positionering van de psycholoog ten opzichte van de werkgever en collega's, ik noem managers en bijvoorbeeld psychiaters, blijft bij de onderhandelingen soms onderbelicht. De positie van de psycholoog binnen een team als professionele zelfstandige moet worden benadrukt door goede functiebeschrijvingen en de adequate waardering hiervan. Dat is wellicht nog wel belangrijker dan een extra procent salarisverhoging.'

Kwaliteit

De tweejarige master van de studie psychologie blijft een belangrijk streven. In 2005 werden door het NIP gesprekken gevoerd met de staatssecretaris van Onderwijs, Rutte. De politiek raakt er steeds meer van overtuigd dat een verlenging van de masteropleiding gewenst en zelfs noodzakelijk is. Zeker gezien de eis van een tweejarige master bij de inrichting van het Europees Diploma door de EFPA, de European Federation of Psychologists' Associations.

 

Baneke: 'Het NIP heeft de druk vorig jaar opgevoerd en we lijken de politiek mee te krijgen. De bekostiging van de verlenging van de masteropleiding is echter het struikelpunt. In het verkiezingsjaar 2007 moet het NIP de kansen aangrijpen om de minister van Financiën ook mee te krijgen.'

 

Dienstverlening

Het NIP heeft vorig jaar een collectieve verzekering en een aansprakelijkheidsverzekering afgesloten. 'In het kader van de profilering van de psycholoog als professional is dit zeer belangrijk geweest', meent Baneke. 'Het getuigt, zeker in het contact met bijvoorbeeld zorgverzekeraars, van professionaliteit als je zulke verzekeringen hebt.'

Het NIP heeft in samenwerking met AON Verzekeringen, een wereldwijd opererende assurantiemakelaar, voor de leden een aansprakelijkheidsverzekering ontwikkeld, de NIP Beroepsaansprakelijkheidsverzekering. Baneke: 'De kosten van beroepsfouten kunnen de continuïteit van een onderneming in gevaar brengen. De beroepsaansprakelijkheidsverzekering dekt de kosten van schade als gevolg van beroepsfouten.'

Via Ohra biedt het NIP een zorgverzekering met acht procent korting aan. Het gaat om een collectieve verzekering, waarbij ook familieleden kunnen profiteren van de aanbieding.

 

Maatschappelijke verantwoordelijkheid

'De modernisering heeft natuurlijk als belangrijke doelstelling gehad om niet alleen intern op bestuurs- en beleidsgebied een helder een eenduidig standpunt in te nemen', zegt Baneke. 'Het gaat ook om de manier waarop het NIP naar buiten treedt. Er wordt financieel ruimte gemaakt voor lobbyen ter faveure van de beroepsgroep. We richten meer de blik naar buiten toe. We moeten een krachtige speler in het veld worden en laten weten waar het NIP voor staat. In de politiek, bij collega's in de ggz, bij zorgverzekeraars, werkgevers en cliënten. Hierbij zijn contacten met de media natuurlijk onmisbaar. Externe profilering en transparantie krijgen nadrukkelijk de prioriteit de komende tijd. En dat is in 2005 besloten.'

2. Bestuurszaken

De activiteiten van het Hoofdbestuur van het NIP waren in 2005 vooral gericht op veranderingen in de vereniging zelf. Vanaf april 2005 werden besluiten genomen over drie belangrijke onderwerpen:

·       de nieuwe NIP-verenigingsstructuur en de weerslag daarvan op de statuten

·       de professionalisering van het NIP-bureau

·       de invoering van een beleidscyclus.

 

Bestuur NIP 2005

Hoofdbestuur

dhr. prof.dr. H.G. Schmidt, voorzitter

dhr. prof.dr. J.M. Pieters, vice-voorzitter

dhr. prof.dr. H.T. van der Molen, past president

dhr. dr. F.A. Albersnagel, secretaris

dhr. dr. J.H. Kamphuis, penningmeester

dhr. drs. M.A. van Bronswijk, sector Arbeid & Organisatie

mw. drs. M.E.Th.A. Cloïn-Brouwers, sector Gezondheidszorg

mw. dr. A.M.L. Collot d'Escury-Koenigs, sector Jeugd

dhr. drs. C.J. Koene, Raad van Advies in Beroepsethische Zaken

dhr. drs. J. van der Pol, sector Gezondheidszorg

dhr. drs. H. Schutz, sector Gezondheidszorg

dhr. drs. J.M.H.P. Timmermans, Intersector

Algemeen Bestuur

(n.a.v. besluitvorming ALV 16 december 2005; geëffectueerd per 1 januari 2006)

dhr. prof.dr. J.M. Pieters, voorzitter

dhr. prof.dr. H.T. van der Molen, past president

dhr. dr. F.A. Albersnagel, secretaris

dhr. dr. J.H. Kamphuis, penningmeester

mw. drs. M.E.Th.A. Cloïn-Brouwers

mw. dr. A.M.L. Collot d'Escury-Koenigs

dhr. drs. E. Hummelen

dhr. drs. C.J. Koene

dhr. drs. J. van der Pol

dhr. drs. H. Schutz

dhr. drs. J.M.H.P. Timmermans

 

De nieuwe statuten werden in straf tempo behandeld, allereerst door het Hoofdbestuur. De conceptstatuten zijn vervolgens op een extra kaderdag in augustus voorgelegd aan de diverse bestuursleden van het NIP. In september werd de definitieve vorm vastgesteld. Na publicatie in De Psycholoog konden de leden in december kennisnemen van de statuten.

 

Dicht bij de leden

In de statuten is het zogenaamde subsidiariteitsprincipe vastgelegd. Binnen de vereniging zullen zaken op een zo laag mogelijk niveau worden besloten. Dus zo dicht mogelijk bij de leden. Alleen als er sprake is van sectie- dan wel sectoroverstijgende belangen worden zaken op een hoger niveau behandeld. Een grote verandering ten opzichte van de oude statuten is het vervangen van de Algemene Ledenvergadering door een Ledenraad. De Algemene Ledenvergadering stemde op 16 december in met het voorstel tot statutenwijziging.  

Het Hoofdbestuur gaf aan dat de professionalisering van het bureau mede moest resulteren in een grotere invloed van de sectoren op de gang van zaken binnen het bureau. In de toekomst wordt het mogelijk een eigen sectorbureau op te richten als onderdeel van het totale bureau. Ook zullen de sectorsecretarissen deel gaan uitmaken van het managementteam. Het Hoofdbestuur heeft tevens gezocht naar mogelijkheden om de efficiency te vergroten.  

Het Dagelijks Bestuur, de formele werkgever van het bureau, heeft een adviesaanvrage over de nieuwe bureaustructuur voorgelegd aan de personeelsvertegenwoordiging (PVT). De PVT adviseerde hierover begin 2006. De invoering van de nieuwe bureaustructuur zal in 2006 plaatsvinden.

Aan de vormgeving van de zogenaamde 'planning & control'-structuur is in 2005 door de verschillende besturen veel tijd besteed. 'Geld volgt beleid' is daarbij het uitgangspunt. De uitwerking van deze structuur kwam te laat op gang om in 2006 al te worden toegepast. De uitgangspunten werden in 2005 wel vastgesteld, maar zullen pas in 2007 hun vruchten gaan afwerpen. In het jaar 2006 heeft het bestuur zichzelf een strak schema opgelegd om te komen tot beleidsplannen voor 2007.

 

Afscheid

In 2005 december vergaderden het Dagelijks Bestuur en het Hoofdbestuur van het NIP voor het laatst. De nieuwe statuten kennen enkel een Algemeen Bestuur. Op de laatste vergadering van het Dagelijks Bestuur nam voorzitter prof.dr. Henk Schmidt afscheid van het NIP. In 2006 zal nog worden teruggekomen op de periode waarin Schmidt het NIP leidde en op zijn verdiensten voor de vereniging.  

Het Hoofdbestuur behandelde in 2005 nog meer belangrijke zaken. Samen met een vertegenwoordiging van de opleidingsdirecteuren Psychologie van de tien faculteiten werd bij staatssecretaris Rutte gepleit voor de tweejarige algemene master in de psychologie. Deze pogingen krijgen in 2006 zeker nog een vervolg.

 

Tegen een hbo psychologie

Met de hbo-instellingen werd in 2005 overlegd over opleidingen in de psychologie. Het NIP is tegen hbo-opleidingen die suggereren dat zij gediplomeerde psychologen afleveren. Over andere benamingen valt te overleggen. Het NIP stelt de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van deze zienswijze op de hoogte.  

Het bestuur gaf de kwaliteit van het testgebruik verder vorm door het instellen van een speciale website. Voor gebruikers van tests en voor het publiek is hier veel informatie te vinden die richtinggevend is voor het testgebruik. In een later stadium zullen ook de testbeoordelingen van de Commissie Testaangelegenheden Nederland van het NIP (Cotan) op de site verschijnen.  

Met behulp van Walvis Consulting is in 2005 gestart met de opzet van een accreditatiesysteem. Dit systeem moet het hele veld van de bij- en nascholing in de psychologie gaan omvatten. Zo ontstaat voor aanbieders van bij- en nascholing en voor cursisten een goed toegankelijk accreditatiesysteem. Het is de bedoeling via overleg met andere beroepsgroepen te bekijken of een alomvattend accreditatiesysteem voor de gedragswetenschappen mogelijk is. 


 3. Bureau

Op verzoek van het Dagelijks Bestuur van het NIP is in februari 2005 door Upstream Consulting een advies uitgebracht over een andere bureauopzet. Het Hoofdbestuur meende dat in het uitgebrachte advies de positie van de sectoren binnen de bureauorganisatie niet duidelijk genoeg was uitgewerkt. Tevens wilde het bestuur bekijken of het mogelijk was de efficiency te vergroten bij de verschillende afdelingen van het bureau. Hierover is extern bedrijfseconomisch advies ingewonnen. In het najaar 2005 stelde het Dagelijks Bestuur een voorgenomen besluit op, in overleg met de directeur-secretaris. De personeelsvertegenwoordiging (PVT) is gevraagd hierover advies uit te brengen, maar kon nog niet voor 31 december reageren.

Personele zaken

Begin 2005 verliet Meta Loman, stafmedewerker Kwaliteit, het bureau na een dienstverband van zestien jaar. Haar functie is in verband met de ontwikkelingen rondom de nieuwe bureauopzet voorlopig niet ingevuld. Marian Kraai, hoofd van de afdeling Registraties, nam in het voorjaar ontslag. Ook deze positie is voorlopig niet ingevuld. Dit heeft een flinke wissel getrokken op de activiteiten op het gebied van kwaliteit binnen het bureau. In de beleidsplanning voor 2007 zal kwaliteit weer ruimschoots aan bod komen.  

In november 2005 werd met een symposium over beroepethiek aandacht geschonken aan het vertrek van Joke Bravenboer, stafjurist voor beroepsethische zaken. Zestien jaar was zij een zeer betrokken medewerker op dit gebied. De totstandkoming van de nieuwe Beroepscode 1998 was een belangrijke mijlpaal in haar carrière bij het NIP.  

De plannen van het bestuur om de herstructurering van de vereniging ook tot uitdrukking te laten komen in een andere opzet en werkwijze van het bureau heeft in 2005 voor de nodige onrust gezorgd. Gedurende dat jaar heeft het bestuur, naast de directie, diverse malen toelichting op de plannen gegeven aan de medewerkers. Daarnaast is in juni 2005 tussen de personeelsvertegenwoordiging en het Dagelijks Bestuur een sociaal plan overeengekomen. In 2006 zal het plan tot herinrichting van het bureau zijn beslag krijgen.

NDC en Stichting Training en Scholing

Eind 2004 heeft het verenigingsbestuur besloten de testontwikkelingsactiviteiten van het NIP Dienstencentrum BV (NDC) af te bouwen. Deze activiteiten zijn voor een vereniging te risicovol. Door testontwikkelaar Jeroen de Wit werd met succes de bewerking van de DAT afgerond. Deze test kwam aan het eind van het jaar op de markt via Harcourt Test Services.  

De opleidingsactiviteiten van het NDC, waaronder de succesvolle mediation-opleidingen, zijn halverwege 2005 overgedragen aan de nieuwe Stichting Training en Scholing NIP. Deze stichting, waarvan het bestuur door het NIP wordt benoemd, heeft een goede start kunnen maken. De stichting gaat training en scholing verzorgen speciaal toegesneden op psychologen.  

Voor de verzekeringsportefeuille werd door het NDC met AON Group Programs samengewerkt. Deze samenwerking op het gebied van ziektekosten, arbeidsongeschiktheid, beroepsaansprakelijkheid en een autoverzekering is overgedragen aan het NIP zelf.  

De afwikkeling van de arbeidscontracten bij het NDC heeft in 2005 gezorgd voor een (voorlopig) negatief saldo. Hier staat nog een afrekening met Harcourt tegenover, die later gerealiseerd zal worden.


4. Service

Het bureau van het NIP is de operationele en professionele spil van de vereniging. Bij het bureau komen jaarlijks de meest uiteenlopende vragen binnen. De professionals van het NIP-bureau bedienen in de eerste plaats de leden en bestuursleden van de vereniging.

Leden benaderen het NIP voor informatie, maar ook voor een advies op maat, bijvoorbeeld over salarisonderhandelingen, postmasteropleidingen en -cursussen, zelfstandige vestiging, beroepsethische kwesties, of consultatie van een deskundige collega. Het bureau biedt kaderleden advies en ondersteuning bij de profilering van de psycholoog in een bepaald werkveld, beleidsontwikkeling, belangenbehartiging, contacten met de media, het organiseren van studiedagen en congressen, het uitvoeren van een registratieregeling of het versturen van een mailing.

Daarnaast behandelt het verenigingsbureau vragen van cliënten, andere beroeps- en belangenverenigingen, werkgevers, instellingen, maatschappelijke en politieke organisaties en de pers. Door ook derden van dienst te zijn, zet het bureau de psycholoog bij tal van doelgroepen op de kaart.

4.1 Communicatie

Het goed informeren van de leden is één van de pijlers van de dienstverlening van het NIP. De website van het NIP www.psynip.nl vervult daarin een belangrijke functie. Dagelijks kunnen op de site nieuwe berichten worden geplaatst. Zo is de trouwe websitebezoeker altijd op de hoogte.  

Eind 2005 was de stand van bezoekers op de homepage van het NIP 166.180. Dat is een stijging van 28% ten opzichte van 2004. Het meest populair is de pagina met annonces. Het aantal bezoekers van deze pagina nadert de vierhonderd per dag.

E-nieuwsbrief

Ook de secties van het NIP gaan steeds meer over op digitale communicatie. Zij hebben reeds een eigen pagina op de NIP-website, maar kunnen nu ook de leden bedienen met een digitale nieuwsbrief. Secties kunnen deze e-nieuwsbrief op een eenvoudige manier zelf opstellen en verzenden. Een uitgebreide handleiding, ondersteuning vanuit het bureau en een online helpdesk maken dit werk nog gemakkelijker.

De Psycholoog

De redactie van De Psycholoog kijkt terug op een goedgevulde en gevarieerde veertigste jaargang van het maandblad. Het jaar 2005 werd geopend met een themanummer over het onbewuste, een actueel onderwerp in de psychologie dat een hedendaagse, niet-Freudiaanse invulling heeft gekregen. Een bijdrage over nieuwetijdskinderen in het meinummer vond ook weerklank elders in de pers.  

Op het vlak van de beroepsuitoefening leidde een artikel over de dynamische-theoriegestuurde profielinterpretatie tot een aantal relevante discussiebijdragen. Daaruit kwam naar voren dat de klinische blik en evidence-based-benaderingen nog steeds moeilijk met elkaar te verenigen zijn. Tot slot bleek het artikel over verantwoordelijkheden van psychologen in opleiding een belangrijke lacune op te vullen in de dagelijkse praktijk van veel instellingen. Goede kopij vanuit de sociale psychologie en vanuit de arbeids- en organisatiepsychologie ontbrak helaas in deze jaargang. De redactie gaat zich extra inspannen om dit in 2006 wel te realiseren.

Ondersteuning bij externe PR

De afdeling Voorlichting & PR heeft diverse NIP-groepen ondersteund bij hun externe contacten. Dat gebeurde onder andere in de vorm van het schrijven van of adviseren over strategische teksten, opiniestukken voor kranten en persberichten. Het ging om uiteenlopende onderwerpen, zoals oorlogstrauma's (persbericht), btw-vrijstelling voor psychologische diensten, mediation bij echtscheiding, indicatiestelling in het onderwijs (lobbyteksten), het NIP-Crisis Interventie Team (folder) en verstandelijk gehandicapten (opiniestuk).

Kenmerk van kwaliteit

Veel NIP-leden willen zichtbaar kunnen maken dat zij zijn aangesloten bij het NIP. De leden die het dienstmerk psycholoog nip mogen voeren, kunnen sinds 2005 het dienstmerk in een speciale schrijfwijze downloaden van de NIP-site en dit achter hun naam plaatsen.  

Signalen opgepakt

De afdeling Voorlichting & PR beantwoordde afgelopen jaar gemiddeld 45 vragen per dag, waarvan ongeveer vijfentwintig e-mails. In 2005 gingen opmerkelijk veel vragen van leden over het nieuwe zorgstelsel en de vergoeding van psychologische hulp, over werkgelegenheid en postmasteropleidingen en over zelfstandige vestiging.

Vanwege de belangstelling van leden voor zelfstandige vestiging zal de dienstverlening op dit vlak in 2006 worden uitgebouwd. Eind 2005 is een projectgroep ingesteld om de diverse producten van psychologen onder de aandacht van de zorgverzekeraars te brengen. Doel is zoveel mogelijk gekwalificeerde psychologen voor vergoeding van psychologische hulp in aanmerking te laten komen. Dit geldt voor de eerstelijnspsychologische hulp in de basisverzekering 2007 en de overige psychologische diensten in de aanvullende verzekering.  

De voorlichting aan studenten over postmastermogelijkheden wordt voortaan niet door de studenten zelf maar vanuit het bureau verzorgd. Op die manier kan een constante kwaliteit van de voorlichting worden gewaarborgd. De laatste ontwikkelingen zullen steeds in de presentaties worden verwerkt. Op de NIP-site is bovendien een dossier over postmasteropleidingen geplaatst.  

Ook het overige informatiemateriaal wordt geregeld aangepast aan de laatste ontwikkelingen. Een voorbeeld is de folder Het psychologisch onderzoek. Deze is in 2005 bijgesteld. De folder bevat nu meer informatie over hoe het psychologisch onderzoek in zijn werk gaat en hoe het op een verantwoorde manier wordt uitgevoerd.

4.2 Belangenbehartiging

Het NIP wil de leden van dienst zijn op het vlak van collectieve belangenbehartiging en individuele advisering. De meeste individuele vragen gaan over functiewaardering, het freelancecontract of de arbeidsovereenkomst en over inschaling bij salarisonderhandelingen. Omdat er steeds meer vragen worden gesteld over het voeren van een eigen praktijk, is het Hoofdbestuur geadviseerd de formatie hiervoor uit te breiden. Dit zal in 2006 worden gerealiseerd. Voor cliënten van zelfstandig gevestigde psychologen is de vergoeding van psychologische hulp door de zorgverzekeraar van groot belang. In 2005 zijn de voorbereidingen getroffen voor een project dat in 2006 van start gaat.  

Op de website van het NIP worden de leden geregeld geïnformeerd over de lopende cao-onderhandelingen. De vereniging behartigt de collectieve belangen van de leden door bijvoorbeeld op te treden als partij bij cao's in de zorg, de jeugdzorg en het wetenschappelijk onderwijs en onderzoek. Het NIP is aangesloten bij de Federatie van Beroepsorganisaties in de Zorg (FBZ). De FBZ onderhandelt, mede namens het NIP, over deze cao's en over sociale plannen bij reorganisaties.

Functiewaardering

Zowel het functiewaarderingssysteem voor de zorg (FWG 3.0) als dat voor de universitaire medische centra (Fuwavaz) is in 2005 geëvalueerd. Deze evaluatie en de daaropvolgende voorgestelde wijzigingen van het systeem voor de eigen beroepsgroep is kritisch gevolgd. Het NIP heeft geprobeerd invloed uit te oefenen op de beschrijving van de nieuwe ijkfuncties en kaderteksten. Bij de FWG 3.0 is deze herijking nog niet afgerond. Bij de Fuwavaz heeft het NIP succes geboekt. Er is inmiddels een nieuwe ijkfunctie voor de gezondheidszorgpsycholoog gekomen die één schaal hoger uitvalt dan voorheen.

4.3 Werk voor psychologen

Op de ranglijst van ziekteverzuim en wao-instroom staat verzuim om psychische redenen sinds enige jaren op nummer één. Toch worden psychologen niet optimaal ingezet bij de behandeling en begeleiding van werknemers met psychische klachten. Mogelijke redenen zijn dat slechts weinig psychologen bij de behandeling expliciet rekening houden met het werk van hun cliënten. Daarnaast is het bedrijfsartsen, werkgevers, cliënten en zorgverzekeraars op dit moment niet voldoende duidelijk welke psychologen arbeidsgerelateerde problematiek op een werkgerichte wijze behandelen.  

Op initiatief van het NIP en de LVE, de Landelijke Vereniging van Eerstelijnspsychologen, is in 2005 het project Werk voor psychologen gestart. Doel van het project is psychologen te stimuleren de factor arbeid vaker te betrekken in de behandeling en begeleiding van cliënten. Ook moet het project anderen meer inzicht geven in de kennis en kunde van psychologen op dit terrein. In 2005 zijn binnen het project de volgende producten ontwikkeld.

·       Werk en psychische klachten: richtlijn voor psychologen
Deze richtlijn is een hulpmiddel voor psychologen voor een werkgerichte benadering. De richtlijn is op 24 januari 2006 op een introductieconferentie gepresenteerd aan de beroepsgroep en aan vertegenwoordigers van de werknemers- en werkgeversorganisaties. De richtlijn en bijbehorende toelichting zijn bij het NIP en de LVE te bestellen of te downloaden.

·       Werk en psychische klachten: praktijkvoorbeelden als illustratie van werken volgens de richtlijn
Deze brochure is onder een groot aantal NIP-leden verspreid. De publicatie zal ook gebruikt worden om de maatschappelijke partners te informeren over de nieuwe richtlijn.

·       Curriculum
De richtlijn gaat ook deel uitmaken van de scholing en training van psychologen. De Stichting Training en Scholing NIP biedt samen met de sector Arbeid & Organisatie cursussen aan rondom dit onderwerp.  

Voor dit project zijn diversie subsidies verworven. Stichting Instituut Gak (SIG) stelde geld beschikbaar voor het ontwikkelen van de richtlijn. De Nederlandse Stichting voor Psychotechniek (NSvP) bekostigde de ontwikkeling van het curriculum, en het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid ondersteunde het uitbrengen van de nieuwsbrieven en de brochure met praktijkvoorbeelden. Binnen het project is samengewerkt met de Commissie het Werkend Perspectief.

 

4.4 Testvoorlichting

De markt rondom psychologisch testgebruik is al enkele jaren volop in beweging. De dominante positie van psychologen is niet langer vanzelfsprekend. Daarom is besloten tot het ontwikkelen van een nieuwe website op het gebied van tests en testgebruik. Doel van de website is het ondersteunen van NIP-leden bij testgebruik en het informeren van het publiek en opdrachtgevers over dit onderwerp.

De testwebsite

In juni 2005 is onder de naam Testzaken een eerste versie van deze website voor gebruikers toegankelijk geworden. In 2006 wordt een redactie ingesteld met daarin onder andere vertegenwoordigers van de Commissie Testaangelegenheden Nederland van het NIP (Cotan) en de sectoren. Deze redactie zal de website Testzaken verder gaan vormgeven.  

De eerste grote uitbreiding van de website wordt een digitale versie van de Documentatie van tests en testresearch. In 2006 worden de welbekende naslagwerken over psychologische tests vervangen door een via de website te raadplegen database. Vanaf elke werkplek kan dan snel actuele informatie over psychologische instrumenten worden opgezocht.

 

4.5 Ethiek

De vraag van leden naar beroepsethisch advies is onveranderd groot gebleven. Er is vooral een grote toestroom van per e-mail gestelde vragen. Om vragen in de toekomst sneller af te kunnen handelen, is het afgelopen jaar op de pagina Beroepsethiek van de NIP-website een begin gemaakt met de rubriek Veel gestelde vragen. Bij de beantwoording van vragen zal zoveel mogelijk naar deze rubriek worden verwezen.  

Momenteel zijn op de website de antwoorden te lezen op allerhande vragen over het dossier. Een onderwerp dat zeker ook aan de orde zal komen, is de behandeling van minderjarigen en de positie van ouders met en zonder gezag. Een ander nog steeds actueel onderwerp is het beroepsgeheim. Dit onderwerp komt geregeld ter sprake in relatie tot jeugdzorg, AMK (Advies- en Meldpunt Kindermishandeling), politie en justitie.  

In de spreekuren beroepsethiek en belangenbehartiging blijkt dat de zelfstandige professionele rol van de psycholoog nog steeds onder druk staat. Dit speelt vooral in de gezondheidszorg, de jeugdzorg en het (speciaal) onderwijs. Vanuit beide invalshoeken proberen de medewerkers de leden zoveel mogelijk voorlichting en ondersteuning te bieden.

 

College van Toezicht

Bij het onafhankelijke College van Toezicht kan men een klacht indienen als men meent dat een NIP-lid niet volgens de Beroepscode van het NIP heeft gehandeld. In 2005 kwamen er 58 zaken binnen, waarvan enkele van meer klagers en enkele tegen twee psychologen. Om deze zaken af te ronden zijn daarom 64 uitspraken nodig. In 2005 zijn 54 zaken afgehandeld. Drie zaken zijn afgerond met een intrekking. De overige 51 zaken zijn mondeling dan wel schriftelijk behandeld.

 

Een terugblik

jaar

klachten in behandeling

klachten afgehandeld

2005

64 (tegen 62 psychologen)

54 (51 uitspraken, 3 intrekkingen)

2004

43 (van 39 klagers)

47 (39 uitspraken, 8 maal intrekking of sluiting)

2003

69

60 (49 uitspraken, 10 intrekkingen en 1 gestaakt)

 

Helaas heeft het College van Toezicht in 2005 een zeer gewaardeerde collega verloren, Pim Wippoo, die in oktober overleed. In 2005 nam Caty Asscher-Sonius afscheid van het College van Toezicht en trad Karin Singendonk toe.


5. Ledengegevens

Ledengegevens 2005

Totaal ledental

Leden per 1-1-2005

11384

Opzeggingen per 31-12-2005

643

Opzeggingen in de loop van het jaar

149

Nieuwe leden in 2005

1294

Ledental per 1-1-2006

incl. opzeggingen per 1-1-2006

11659

Ledenwinstsaldo 2005

275

Ledenwinstsaldo 2004

102

Ledenwinstsaldo 2003

577

Opzeggingen per sector 2005

Sector Arbeid & Organisatie

137

Sector Gezondheidszorg

273

Sector Jeugd

108

Intersector

inclusief studentleden die 'gewoon lid' worden

274

Totaal opzeggingen

792

Nieuwe leden per sector 2005

Sector Arbeid & Organisatie

146

Sector Gezondheidszorg

393

Sector Jeugd

191

Intersector

564

Totaal nieuwe leden

1294

Enkele bijzondere categorieën leden

Aspirant leden

15

Belangstellende leden

42

Afgestudeerden in opleiding

369

Ledentallen per sector

Ledentallen per sector per

1-1-2005

1-1-2006

Sector Arbeid & Organisatie

2072

2036

Sector Gezondheidszorg

5739

5814

Sector Jeugd

1997

2046

Intersector

1841

1875

Zelfstandig gevestigden per sector

Sector Arbeid & Organisatie

598

Sector Gezondheidszorg

1801

Sector Jeugd

453

Intersector

130

Totaal

2982    

Loondienst per sector

Sector Arbeid & Organisatie

1144

Sector Gezondheidszorg

3660

Sector Jeugd

1400

Intersector

241

Totaal

6445

Combinatie loondienst/zelfstandig gevestigd

Sector Arbeid & Organisatie

88

Sector Gezondheidszorg

518

Sector Jeugd

146

Intersector

24

Totaal

776

Zonder betaald werk (werkzoekend, gepensioneerd; excl. studenten)

Sector Arbeid & Organisatie

181

Sector Gezondheidszorg

498

Sector Jeugd

176

Intersector

94

Totaal

949

 

Ledental per sectie en werkgroep per 3-1-2006

Binnen de sector Arbeid & Organisatie

Sectie Arbeid & Gezondheid

2053

Sectie Beroepskeuze- en Loopbaanpsychologie

1424

Sectie HRM

1232

Sectie Training & Opleiding