|
(546) Geld is Macht! Macht is Recht! Nederlandse rechtspraak met smerige streken! 030806-270509 DOORLOOPTIJD BIJNA DRIE JAAR procedure bezwaarschrift tegen Plan van Aanpak als representatief voorbeeld van die geweldige onpartijdige rechtspraak in Nederland als burgers tegen jeugdzorg procederen! Lachwekkend! Kinderbescherming zit niet meer bij rechter aan tafel. (1) (12) Lachwekkend! Nu bellen de vertegenwoordigers van de Staat met de kinderrechter buiten de hoorzitting om nog voordat een verzoek wordt ingediend! (101) (124) (180) Lachwekkend! UN heeft nog steeds niet op klacht van Hop tegen Nederland beslist als representatief voorbeeld van "corruptie van coalities" tussen UN en Nederland (95) (710) |
Project kinderbescherming niet meer bij rechter aan tafel
Project strijd om afgifte contactjournaal gezinsvoogd
Project bezwaar en beroep tegen besluiten jeugdzorg bij kinderbeschermingsmaatregelen
Project
beveiliging redacteur tegen overheid en rechtersleger 11 juni 1997 - heden
11
juni 1997 President rechtbank Zutphen mr. J.J.
Oostveen schrijft in brief over J. Hop Ermelo
aan Procureur-Generaal Hoge Raad citaat:
"Partijen gaan en komen in de zittingzaal, maar de vertegenwoordiger van
de Raad voor de Kinderbescherming treedt in iedere zaak
weer op als adviseur; het komt niet efficiënt en
ook overigens niet opportuun voor, ZELFS WELLICHT ENIGSZINS LACHWEKKEND om de
betreffende vertegenwoordiger van de Raad voor de Kinderbescherming telkens de
zaal te doen verlaten en bij de volgende zaak weer te
zien terugkeren. Hoogachtend, Mr. J.J. van Oostveen."
(1)
(12)
18 november 1997 De Telegraaf: "Rechters rechtbank Den Bosch eisen
juridische stappen tegen publicatie van hun bijbaantjes door Hop (131)
Vereniging Directeuren Gezinsvoogdij besluiten tot hetze tegen Hop openen
"helpdesk" in strijd om afgifte contactjournalen gezinsvoogd (137)
(50)
5 november 2007 Rechtbank Zutphen tegen (wraking) door Hop. Hop ontdekt
kinderrechter is rechter, aanklager en belanghebbende (95)
(710)
Vereniging van Nederlandse Gemeenten opent helpdesk tegen Hop om bijbaantjes
TOP-ambtenaren GEHEIM te houden (GRI)
(GEM) (BSC)
De
norm! Betere rechters in
Nederland kenmerken zich door waarheidsvinding
en niet als een PAPEGAAI de jeugdzorg
NAPRATEN!
Boycot
de Raad voor de Kinderbescherming
Een uitnodiging van Jan
Hop om over de volgende stelling na te denken. Geld en de waarde welk
er aangehecht wordt is een illusie. Besluit men zich anderzijds op te stellen,
is het terstond onbruikbaar. Het hele systeem van Nederland en elders staat of
valt domweg of er voldoende 'mensen' zijn die meewerken. Is men bewust heeft
men de macht.
403 Een klacht indienen tegen een psycholoog bij het Medisch Tuchtcollege met als grondslag de beroepscode voor psychologen 2007
NIP Postbus 9921 1006 AP Amsterdam telefoon (020) 4106222 info@psynip.nl www.psynip.nl
Beroepscode voor psychologen 2007
van het Nederlands Instituut van Psychologen
Ingangsdatum 1 april 2007
2
Inhoud
pagina
Inleiding 3
Preambule 6
I. Algemeen deel 7
II. De basisprincipes 10
III. Richtlijnen ter uitwerking van de basisprincipes 11
III.1 Verantwoordelijkheid 11
III.2 Integriteit 14
III.3 Respect 17
III.4 Deskundigheid 23
Trefwoordenregister 25
3
Inleiding
Het is een goede traditie dat psychologen zich bezinnen op de ethische kanten van hun beroepsuitoefening.
Dat is niet exclusief voor psychologen, maar de vertrouwelijke aard van hun werk en van de
relatie met hun cliënten maakt een voortdurende beroepsethische reflectie daarop noodzakelijk.
Voor beroepen van professionals als psychologen is het kenmerkend dat het handelen niet van tevoren
met grote precisie kan worden voorgeschreven. Er blijft een zekere ruimte, waarbij de psycholoog
naar bevind van zaken zelf moet bepalen hoe te werk te gaan.
Bij de professionalisering van het beroep staan vier aspecten centraal: de deskundigheid, de maatschappelijke
rol, de professionele standaard en de beroepsethiek.
Aan de deskundigheid wordt inhoud gegeven door de kennis, kunde en kunst van de beroepsbeoefenaar.
De door de samenleving toegekende rol van de psycholoog houdt de erkenning en machtiging in om
de deskundigheid van het academische vakgebied in de praktijk toe te passen.
De professionele standaard is het zorgvuldig handelen zoals een redelijk bekwame beroepsgenoot in
gelijke omstandigheden zou doen, met middelen die in acceptabele verhouding staan tot het doel van
de interventie. Bij dat handelen wordt uitgegaan van de rechten van de cliënt en van de maatschappelijke
plichten van de psycholoog.
De beroepsethiek vormt het waarden- en normenstelsel van de professionele standaard.
Een van de doelstellingen van het Nederlands Instituut van Psychologen, als beroepsvereniging van
psychologen, is in dit professionaliseringsproces een belangrijke rol te spelen. Dit gebeurt met name
door het vertalen van de beroepsethische principes in gedragsregels die als richtsnoer dienen voor
het beroepsmatig handelen.
Het is ongeveer een halve eeuw geleden dat de beroepsethiek voor psychologen in ons land werd
gecodificeerd.
De eerste NIPP-beroepscode werd in 1960 vastgesteld. Sindsdien zijn er vier grote revisies geweest.
Bij de herziening van 1998 en die van 2007 is nadrukkelijk rekening gehouden met de ontwikkelingen
in de wetgeving op het gebied van de gezondheidszorg en de privacy en met de in 1995 vastgestelde
en in 2005 herziene Meta-code van de European Federation of Psychologists’ Associations
(EFPA), de koepelorganisatie van Europese psychologenverenigingen, waarbij ook het NIP is aangesloten.
De beroepscode is een kwaliteitsinstrument ten dienste van de beroepsuitoefening. Dit is in het belang
van de cliënt, van de psycholoog, van andere betrokkenen en van de psychologiebeoefening in
al haar facetten.
Hierbij dient de code als een leidraad voor het beroepsmatig handelen van de individuele psycholoog.
Verder is het een informatiebron over wat van de psycholoog in het algemeen kan worden
verwacht en verlangd, voor al degenen die te maken hebben met het professioneel handelen van de
psycholoog. Ten slotte dient de beroepscode als maatstaf waaraan het handelen van de psycholoog
wordt getoetst naar aanleiding van een ingediende klacht. Eenieder die weet heeft van ethisch onjuist
handelen door een lid van het NIP kan gebruik maken van de klachtenprocedure van het NIP, als hij
of zij een redelijk belang daarbij heeft.
Deze procedure is vastgelegd in het Reglement voor het Toezicht. Met toepassing van het principe
van hoor en wederhoor wordt de klacht behandeld door het College van Toezicht. Van de uitspraak
van het College staat hoger beroep open bij het College van Beroep.
4
Uitgangspunt van de code is de noodzaak om gedragsregels te formuleren waaraan het beroepsmatig
handelen van de psycholoog dient te voldoen. Onder beroepsmatig handelen wordt dan niet alleen
verstaan het handelen in het kader van een professionele relatie in engere zin, maar elk optreden in
de hoedanigheid van psycholoog. De beroepscode als geheel steunt op de volgende vier ethische
basisprincipes:
verantwoordelijkheid, integriteit, respect en deskundigheid
Deze basisprincipes worden verwoord in een aantal algemene formuleringen die dienen ter oriëntatie
voor de beroepsethische bezinning op het beroepsmatig handelen. De basisprincipes zijn vervolgens
uitgewerkt in regels en richtlijnen met een meer concreet en specifiek karakter. Deze dienen als
wegwijzer voor de ethische besluitvorming van de psycholoog in een concrete situatie. Bij sommige
artikelen ligt meer dan één principe ten grondslag aan de geformuleerde regel. Er is voor gekozen in
zo’n geval het artikel onder te brengen bij het principe dat daarbij het zwaarst lijkt te wegen, al is die
keuze soms arbitrair.
De beroepscode is in eerste instantie bedoeld om de psycholoog de ethische dimensies voor te houden
bij het richting geven aan zijn beroepsmatig handelen. Daarom verdienen ook regels in de beroepscode
te worden opgenomen, die meer algemeen zijn geformuleerd en vragen om te worden
nagestreefd. Verder is ervoor gekozen bij het opstellen van regels met een meer concreet en specifiek
karakter de eis van toetsbaarheid niet altijd absoluut te laten gelden.
Waar mogelijk zijn de regels echter zodanig vormgegeven dat zij wel kunnen dienen om er het beroepsmatig
handelen formeel aan te kunnen toetsen, als dat nodig is. Maar ook dan is het onvermijdelijk
dat die regels soms een zekere professionele handelingsruimte zullen openlaten.
Om een duidelijke structuur in de beroepscode aan te brengen, wordt bij het formuleren van de richtlijnen
steeds aangesloten bij één van de basisprincipes.
De beroepscode reflecteert de stand van zaken in de voortgaande ethische discussie in de maatschappij
en vanzelfsprekend meer in het bijzonder die in de eigen professie en in verwante beroepsgroepen.
Een belangrijke graadmeter voor de ontwikkelingen in het denken over de beroepsethiek is
de jurisprudentie die wordt gevormd door de uitspraken van de beide tuchtcolleges van het NIP.
Omdat opvattingen over wat al dan niet behoorlijk of toelaatbaar is in de loop der tijd veranderen, is
de code een in de tijd gegeven document, dat regelmatig moet worden herzien. Het Nederlands Instituut
van Psychologen voorziet daarvoor in een revisieprocedure.
Naast de code zelf, die door de Ledenraad van het NIP is vastgesteld, is er door de Raad van Advies
in Beroepsethische Zaken (Rabez) een toelichting op de code opgesteld, waarin codebepalingen
nader worden uitgewerkt, uitgelegd en geïllustreerd.
Terwijl ervoor is gekozen om de code niet vaker dan eens per vijf jaar opnieuw vast te stellen, kan
het bijstellen van de toelichting een meer dynamisch karakter hebben, zodat sneller op actuele ontwikkelingen
wordt ingespeeld.
Deze versie van de beroepscode is ontwikkeld door de Raad van Advies in Beroepsethische Zaken,
rekening houdend met de commentaren van een daartoe samengestelde commissie van externe adviseurs.
Het Algemeen Bestuur heeft het voorstel ter goedkeuring aangeboden aan de Ledenraad van
het NIP, die de code in haar vergadering van 1 maart 2007 heeft vastgesteld en heeft bepaald dat
deze code van kracht wordt op 1 april 2007.
5
Maart 2007
Dr. A.J.W. Boelhouwer, voorzitter NIP Drs. C.J. Koene, voorzitter Raad van Advies in
Beroepsethische Zaken
6
Preambule
In het belang van degenen op wie het beroepsmatig handelen van psychologen betrekking heeft en in
het belang van de kwaliteit van de beroepsuitoefening, heeft het Nederlands Instituut van Psychologen
besloten ethische principes te formuleren en daarop nadere richtlijnen te baseren. Deze zijn
neergelegd in de Beroepscode voor psychologen. De beroepscode heeft tot doel de beroepsethische
reflectie te bevorderen en als maatstaf te dienen voor toetsing van het beroepsmatig handelen van
psychologen.
Psychologen dienen bij deze reflectie steeds het volgende in het oog te houden:
• In de beroepsuitoefening zijn veel van de relaties in aanleg ongelijk en kunnen daardoor gemakkelijk
leiden tot afhankelijkheid van de betrokkenen.
• In de beroepsuitoefening van psychologen kunnen de relaties met anderen ontwikkelingen
doormaken, waarbij in verschillende stadia verschillende regels van de beroepscode van toepassing
zijn.
• Het kan voorkomen dat psychologen tegelijkertijd of kort na elkaar verschillende rollen vervullen
ten opzichte van cliënten of andere betrokkenen. Dat kunnen zowel professionele rollen zijn
als niet-professionele rollen. Daarbij bestaat het risico dat deze rollen zich ten opzichte van elkaar
niet verdragen of dat er verwarring ontstaat bij de betrokkenen.
Een beroepscode kan geen eenduidige handleiding zijn, die zonder nadere overwegingen uitsluitsel
geeft over wat in elke situatie de juiste handelwijze is. In het oog moet worden gehouden dat in een
gegeven situatie verschillende basisprincipes en daarop gebaseerde richtlijnen gelijktijdig geldig
zijn, maar met elkaar op gespannen voet kunnen staan. In zo’n geval is er sprake van een ethisch
dilemma waarbij het gaat om een afweging van welke ethische principes daarbij het zwaarste wegen.
De beroepscode is dan het hulpmiddel voor de psycholoog om zijn ethische afwegingen te expliciteren
en tot een verantwoorde eigen keuze te komen. Bij dergelijke afwegingen kan het aanbeveling
verdienen dat de psycholoog ondersteuning door ervaren collega’s en zijn beroepsvereniging inroept.
Het achterwege laten van een dergelijke consultatie behoeft de psycholoog niet altijd te worden aangerekend,
als deze een overtuigende motivering heeft voor zijn uiteindelijke beslissing en als het
gewicht van deze beslissing een consultatie niet zonder meer vooronderstelt.
Het behoort bij een verantwoorde beroepsuitoefening om bereid te zijn de beroepsethische aspecten
van het eigen professioneel handelen onder collega’s ter discussie te stellen. Dat brengt in voorkomende
gevallen de verplichting met zich mee het beroepsmatig handelen te verantwoorden aan en te
laten toetsen door daartoe bevoegde Colleges en aan een dergelijke toetsing loyaal en coöperatief
medewerking te verlenen.
Het zich onttrekken aan die toetsing of het frustreren daarvan is derhalve in strijd met de geest van
de beroepscode.
De beroepscode wordt gedragen door de besluitvorming van de in het Nederlands Instituut van Psychologen
georganiseerde psychologen en heeft voor alle individuele leden van de vereniging bindende
kracht (artikel 4 lid 1 van de Statuten).
Het Nederlands Instituut van Psychologen is overigens van mening dat de code naar zijn aard zou
moeten gelden voor de beroepsuitoefening van alle psychologen.
7
I. Algemeen deel
In deze code worden personen in de mannelijke vorm aangeduid. In voorkomende gevallen worden
daarmee vanzelfsprekend ook vrouwelijke personen bedoeld.
I.1.1.1 Samenhang van de code
De bepalingen in dit deel moeten worden gelezen in samenhang met de overige bepalingen van de
beroepscode.
Als de omstandigheden dat vereisen, vormen de relevante bepalingen uit het onderstaande een integraal
geheel met de overige bepalingen van de beroepscode.
I.1.2 Begrippen
I.1.2.1
het beroepsmatig handelen: alle handelingen die de psycholoog verricht wanneer hij optreedt in zijn
functie of gebruik maakt van de aanduiding psycholoog; hieronder valt de professionele relatie, het
optreden als wetenschappelijk onderzoeker, docent, supervisor, in de media, et cetera;
I.1.2.2
de betrokkene: elke persoon die direct of indirect is betrokken bij het beroepsmatig handelen van de
psycholoog of die daardoor in zijn belangen wordt geraakt; zoals de cliënt, de partner en naaste verwanten
van de cliënt, de opdrachtgever, collega, student, proefpersoon, et cetera;
I.1.2.3
de professionele relatie: de relatie die de psycholoog aangaat met een of meer personen, gericht op
behandeling, begeleiding, advisering of psychologisch onderzoek;
I.1.2.4
de cliënt: de persoon met wie de psycholoog een professionele relatie aangaat, onderhoudt, of onderhouden
heeft; zoals de patiënt, de onderzochte, et cetera;
I.1.2.5
het cliëntsysteem: een aantal personen in hun onderling functioneren, met wie de psycholoog één
professionele relatie aangaat, onderhoudt, of onderhouden heeft;
I.1.2.6
derden: alle anderen dan de cliënt of het cliëntsysteem;
I.1.2.7
de opdracht: omvat zowel de vraagstelling die aan het beroepsmatig handelen ten grondslag ligt, als
de afspraken over voortgang, procedurele aspecten en rapportage en de financiële afwikkeling van
de opdracht;
I.1.2.8
de opdrachtgever: de cliënt of het cliëntsysteem, dan wel de externe opdrachtgever door wie de
opdracht wordt gegeven;
I.1.2.9
de externe opdrachtgever: de persoon of rechtspersoon die opdracht heeft gegeven tot enige vorm
van beroepsmatig handelen, maar die niet zelf de cliënt of het cliëntsysteem is, noch de verwijzer;
I.1.2.10
de verwijzer: de persoon op wiens advies de cliënt een professionele relatie met de psycholoog aangaat;
8
I.1.2.11
wettelijk vertegenwoordiger(s):
• de ouder(s) van de minderjarige cliënt, die het ouderlijk gezag over hem uitoefent of uitoefenen,
dan wel diens voogd;
• de door de rechter benoemde curator of mentor van de meerderjarige cliënt.
I.1.2.12
gerichte toestemming: de toestemming tot enig handelen, die een betrokkene geeft aan de psycholoog
nadat deze de aard, de bedoeling, de mogelijke consequenties en de reikwijdte van dat handelen
expliciet heeft duidelijk gemaakt. Tot de voorwaarden van gerichte toestemming behoort het geven
van mogelijkheid tot inzage vooraf in schriftelijke stukken die aan derden worden verstuurd.
I.1.2.13
gegevens: alle op een persoon herleidbare data die in welke vorm dan ook bewaard worden, waaronder
begrepen audiovisuele middelen en geautomatiseerde databestanden.
I.1.2.14
dossier: de op een cliënt of cliëntsysteem betrekking hebbende verzameling van alle gegevens die de
psycholoog in zijn beroepsmatig handelen heeft verkregen en die hij bewaart vanwege hun relevantie
voor kwaliteit en continuïteit van de professionele relatie. Persoonlijke werkaantekeningen van de
psycholoog behoren niet tot het dossier.
I.1.2.15
rapportage: alle tot één of meer cliënten herleidbare bevindingen, beoordelingen of adviezen die
mondeling of schriftelijk worden uitgebracht;
I.1.2.16
gegevensverstrekking: het aan andere derden dan de externe opdrachtgever ter beschikking stellen
van gegevens zoals die in het dossier aanwezig zijn, anders dan in de vorm van een rapportage.
I.1.3 Algemene bepaling
I.1.3.1 Zorgvuldigheid
De psycholoog neemt in de uitoefening van zijn beroep de zorgvuldigheid in acht door te handelen
naar de inhoud van de beroepscode.
I.1.4 Bijzondere omstandigheden
I.1.4.1 Onverenigbaarheid van codeartikelen
Als de psycholoog in een bepaalde situatie ervaart dat het volgen van een bepaling van de beroepscode
ertoe leidt dat een andere bepaling van de beroepscode niet gevolgd kan worden, weegt hij de
gevolgen van de keuze voor één van de bepalingen zorgvuldig af en overweegt hij zijn beroepsvereniging
en/of ervaren vakgenoten te consulteren.
I.1.4.2 Afwijken van de beroepscode
Als de uitzonderlijke situatie zich voordoet dat de psycholoog redenen heeft om af te wijken van de
door de beroepscode voorgeschreven handelwijze, zonder dat er sprake is van tegenstrijdige codeartikelen
zoals bedoeld in het vorige artikel, dan dient hij de beroepsvereniging te raadplegen of een
vakgenoot die niet rechtstreeks bij de professionele relatie is betrokken. Dit doet hij voordat hij beslist
over zijn handelwijze.
Als de genomen beslissing afwijkt van de beroepscode, moet deze grondig worden gemotiveerd. Uit
de motivering moet blijken dat de handelwijze die strijdig is met bepalingen van de beroepscode,
wel in overeenstemming is met de overige bepalingen van de beroepscode en het resultaat is van een
zorgvuldige belangenafweging.
9
I.1.4.3 Toepassen van uitzonderingsbepalingen
Als de psycholoog gegronde redenen heeft om toepassing te geven aan een uitzonderingsbepaling
zoals geformuleerd in een artikel van de beroepscode, dan gelden in dat geval de in het vorige artikel
omschreven motiveringseisen.
I.1.4.4 Afwijken van de beroepscode vanwege specifieke wettelijke regels
Als specifieke wettelijke regels de psycholoog verplichten af te wijken van enige bepaling van de
Beroepscode voor psychologen, dan streeft de psycholoog ernaar zoveel mogelijk de overige bepalingen
van de beroepscode te volgen.
I.1.4.5 Wettelijk vereiste nakoming van de opdracht
Als de professionele relatie tot stand komt als gevolg van een opdracht door een externe opdrachtgever
die een door de wet toegekende bevoegdheid heeft nakoming van de opdracht te eisen, dan blijven
de rechten van de cliënt gehandhaafd voor zover dit niet strijdig is met de regels die op deze
opdrachtrelatie van toepassing zijn.
I.1.5 Vertegenwoordiging van de cliënt
I.1.5.1 Minderjarige cliënt
Als de cliënt minderjarig is en nog niet de jaren des onderscheids heeft bereikt, worden de in de
beroepscode aan hem toegekende rechten uitgeoefend door zijn wettelijk vertegenwoordiger(s),
tenzij de psycholoog redenen heeft om aan te nemen dat de belangen van de cliënt ernstig zouden
worden geschaad door de betrokkenheid van de wettelijk vertegenwoordiger(s) bij de professionele
relatie.
De cliënt wordt geacht in ieder geval de jaren des onderscheids te hebben bereikt als hij de leeftijd
van 16 jaar heeft bereikt, tenzij hij niet in staat kan worden geacht tot een redelijke waardering van
zijn belangen ter zake.
Vanaf de leeftijd van 12 jaar wordt de cliënt, ongeacht de aanspraken van zijn wettelijk vertegenwoordiger(
s), zoveel mogelijk bij de uitoefening van zijn rechten betrokken.
I.1.5.2 Informatie aan de ouder zonder gezag
Als slechts één der ouders het ouderlijk gezag heeft over de minderjarige cliënt, dan verschaft de
psycholoog de informatie over de cliënt die hij aan deze ouder verstrekt desgevraagd ook aan de
andere ouder, tenzij dit in strijd zou zijn met de belangen van de minderjarige cliënt.
I.1.5.3 Meerderjarige wilsonbekwame cliënt
Als de cliënt meerderjarig is, maar niet in staat tot een redelijke waardering van zijn belangen terzake,
worden de in de code aan hem toegekende rechten uitgeoefend door zijn wettelijk vertegenwoordiger.
Als er geen wettelijk vertegenwoordiger is benoemd, worden de rechten uitgeoefend door een
vertegenwoordiger die door de cliënt is aangewezen. Heeft de cliënt dit niet kunnen doen, dan laat de
psycholoog de rechten van de cliënt uitoefenen door respectievelijk de echtgenoot of levensgezel,
ouder, kind, broer of zuster van de cliënt, tenzij de cliënt dat niet wenst of de psycholoog dat niet in
het belang van de cliënt acht. Ook als er sprake is van een vertegenwoordiging zoals boven vermeld,
dan nog betrekt de psycholoog de meerderjarige wilsonbekwame cliënt waar mogelijk bij de uitoefening
van zijn rechten.
Beslissingen van de genoemde vertegenwoordigers worden door de psycholoog niet gevolgd als hij
in de gegeven omstandigheden meent dat dit zou strijden met de belangen van de cliënt.
10
II. De basisprincipes
II.1.1.1 Verantwoordelijkheid
Psychologen onderkennen hun professionele en wetenschappelijke verantwoordelijkheid ten opzichte
van de betrokkenen, hun omgeving en de maatschappij. Psychologen zijn verantwoordelijk voor
hun beroepsmatig handelen. Voor zover dat in hun vermogen ligt zorgen zij ervoor dat hun diensten
en de resultaten van hun handelen niet worden misbruikt.
II.1.1.2 Integriteit
Psychologen streven naar integriteit in de wetenschapsbeoefening, het onderwijs en de toepassing
van de psychologie. In hun handelen betonen psychologen eerlijkheid, gelijkwaardige behandeling
en openheid tegenover betrokkenen. Zij scheppen tegenover alle betrokkenen duidelijkheid over de
rollen die zij vervullen en handelen in overeenstemming daarmee.
II.1.1.3 Respect
Psychologen tonen respect voor de fundamentele rechten en waardigheid van betrokkenen. Zij respecteren
het recht van betrokkenen op privacy en vertrouwelijkheid.
Zij respecteren en bevorderen diens zelfbeschikking en autonomie, voor zover dat te verenigen is
met de andere professionele verplichtingen van de psychologen en met de wet.
II.1.1.4 Deskundigheid
Psychologen streven naar het verwerven en handhaven van een hoog niveau van deskundigheid in
hun beroepsuitoefening. Zij nemen de grenzen van hun deskundigheid in acht en de beperkingen van
hun ervaring. Zij bieden alleen diensten aan waarvoor zij door opleiding, training en ervaring zijn
gekwalificeerd. Datzelfde geldt ook voor de methoden en technieken die zij gebruiken.
11
III. Richtlijnen ter uitwerking van de basisprincipes
III.1 Verantwoordelijkheid
III.1.1 De kwaliteit van het beroepsmatig handelen
III.1.1.1 Vertrouwen in de psychologie en psychologiebeoefening
De psycholoog onthoudt zich van gedragingen waarvan hij weet of redelijkerwijs kan voorzien dat
deze het vertrouwen in de wetenschap van de psychologie, de psychologiebeoefening of in collega's
kunnen schaden.
III. 1.1.2 Zorgvuldig handelen
In zijn handelen en nalaten is de psycholoog zorgvuldig jegens cliënten en andere betrokkenen.
III.1.1.3 Zorg voor kwaliteit
De psycholoog dient te zorgen voor een goede kwaliteit van zijn beroepsmatig handelen.
III.1.1.4 Professionele en ethische normen
De psycholoog handelt in zijn beroepsuitoefening volgens professionele en ethische normen.
Hij handelt in overeenstemming met de stand van de wetenschap. Hij draagt naar vermogen bij aan
het ontwikkelen van dergelijke normen en standaarden in zijn vakgebied.
III.1.1.5 Zorgvuldigheid en voorzichtigheid bij nieuwe methoden
Bij het toepassen van nieuwe methoden of het betreden van nieuwe toepassingsgebieden gaat de
psycholoog zorgvuldig en voorzichtig te werk.
III.1.2 Continuïteit van het beroepsmatig handelen
III.1.2.1 Continuïteit van de professionele relatie
De psycholoog is verantwoordelijk voor de continuïteit van de professionele relatie. Als dat nodig is
schakelt hij daarbij andere deskundigen in. Hij treft maatregelen om zich er van te verzekeren dat
een of meer vakgenoten zijn professionele werkzaamheden overnemen dan wel afronden, als hij om
welke reden dan ook genoodzaakt is de professionele relatie ontijdig te onderbreken of voortijdig af
te breken. De psycholoog is verantwoordelijk voor een adequate overdracht.
III.1.2.2 Volledigheid, noodzakelijkheid en actualiteit van het dossier
Alle gegevens die noodzakelijk zijn voor de professionele relatie en dienen tot het doel van de professionele
relatie worden door de psycholoog bewaard, en geen andere. Hij bewaart deze gegevens
uitsluitend in het dossier. Hij zorgt er voor dat het dossier altijd zodanig bijgewerkt is dat bij een
onvoorziene absentie van zijn kant, een deskundige vakgenoot de professionele relatie kan voortzetten.
III.1.2.3 Verantwoordelijkheid na beëindiging van de professionele relatie
Al voor het aangaan van de professionele relatie geeft de psycholoog er zich rekenschap van dat na
de formele beëindiging van de professionele relatie zijn professionele verantwoordelijkheid ten opzichte
van de betrokkenen niet zonder meer ophoudt te bestaan. Als gevolg van de professionele
relatie kan er immers na de beëindiging daarvan nog steeds sprake kan zijn van belangentegenstellingen
of een ongelijke machtsverhouding tussen hem en betrokkenen.
Evenzeer blijft zijn professionele verantwoordelijkheid ten opzichte van de betrokkenen bestaan
waar deze rechtstreeks voortvloeit uit de voorafgaande professionele relatie.
12
III.1.3 Voorkomen en beperken van schade
III.1.3.1 Verplichtingen jegens de externe opdrachtgever
Onverlet het bepaalde in de artikelen III.3.2.12 en III.3.2.19 verstrekt de psycholoog aan de externe
opdrachtgever de gegevens die noodzakelijk zijn om zijn declaraties te specificeren.
III.1.3.2 Negatieve ervaringen
De psycholoog stelt betrokkenen niet aan negatieve ervaringen bloot tenzij dat noodzakelijk is voor
het bereiken van het doel van zijn beroepsmatig handelen en het de enige manier is waarop dat doel
kan worden bereikt. In dat geval tracht hij zoveel mogelijk de gevolgen van de negatieve ervaringen
voor de betrokkenen te beperken of te neutraliseren.
III.1.3.3 Voorkomen en beperken van dierenleed
Als de psycholoog in zijn research werkt met proefdieren, dan geldt mutatis mutandis de voorgaande
bepaling met betrekking tot de zorg en de behandeling van deze dieren.
III.1.3.4 Onderzoek met en uitspraken over personen zonder hun toestemming
De psycholoog geeft zich rekenschap van zijn verantwoordelijkheid om schade te voorkomen als hij
wetenschappelijk onderzoek doet met personen of professionele uitspraken over hen doet zonder dat
zij daar toestemming voor hebben gegeven.
III.1.3.5 Ingrijpende indirecte effecten van het beroepsmatig handelen
De psycholoog realiseert zich dat zijn beroepsmatig handelen niet alleen directe gevolgen kan hebben
maar ook ingrijpende indirecte effecten. Als dat het geval is dan handelt hij overeenkomstig de
hieraan voorafgaande bepaling.
III.1.4 Voorkómen van misbruik
III.1.4.1 Voorkómen van misbruik van resultaten
De psycholoog zorgt ervoor, voor zover dat in zijn macht ligt, dat geen misbruik wordt gemaakt van
de resultaten van zijn beroepsmatig handelen.
III.1.4.2 Voorkomen van onbedoeld gebruik en misbruik van rapportage
De psycholoog treft maatregelen om te voorkomen dat een rapportage wordt gebruikt voor een ander
doel dan waarvoor deze is opgesteld. Daartoe dient in de rapportage te worden vermeld dat deze van
vertrouwelijke aard is. Bovendien wordt vermeld dat de conclusies alleen betrekking hebben op de
aan de rapportage ten grondslag liggende doel- of vraagstelling en niet zonder meer kunnen dienen
voor de beantwoording van andere vragen. Ook wordt in de rapportage vermeld na verloop van welke
termijn de conclusies redelijkerwijs hun geldigheid verloren kunnen hebben.
III.1.4.3 Inspanningen van de psycholoog om misbruik van rapportage tegen te gaan
Wanneer het de psycholoog bekend is dat een opdrachtgever niet handelt in overeenstemming met
het voorgaande artikel wijst hij deze op diens onjuiste handelwijze. Als dit geen effect heeft, dan
overweegt de psycholoog om geen verdere opdrachten meer van de betreffende opdrachtgever aan te
nemen, zolang deze zijn handelwijze niet heeft gewijzigd.
III.1.5 De psycholoog en zijn werkomgeving
III. 1.5.1 Vrijheid om te kunnen handelen conform de beroepscode
Als professioneel beroepsbeoefenaar is de psycholoog volledig verantwoordelijk voor zijn beroepsmatig
handelen, ongeacht zijn verplichtingen jegens eventuele leidinggevenden.
13
Voor zover van betekenis, zorgt de psycholoog er voor dat eenieder in zijn werkomgeving op de
hoogte is van de eisen die de Beroepscode voor psychologen aan hem stelt en hij verzekert zich van
de nodige vrijheid om te kunnen handelen naar die eisen.
III. 1.5.2 Medeverantwoordelijkheid voor de kwaliteit van het team
Onverminderd de verantwoordelijkheid van medeprofessionals voor hun eigen beroepsmatig handelen
draagt de psycholoog medeverantwoordelijkheid voor de kwaliteit van het handelen van het team
waarvan hij deel uitmaakt.
III. 1.5.3 Verantwoordelijkheid voor de kwaliteit van medewerkers
De psycholoog is verantwoordelijk voor de technische en de ethische kwaliteit van het werk van
degenen die onder zijn directe leiding meewerken aan de uitvoering van opdrachten, waarvoor hij
zelf de professionele verantwoordelijkheid draagt.
Als deze medewerkers niet vanuit hun beroep of functie aan eigen beroepsethische regels zijn onderworpen,
wijst hij hen op de afgeleide verplichtingen uit deze beroepscode, in het bijzonder op de
geheimhoudingsverplichting.
Hij vergewist zich van de professionele (en ethische) kwaliteit van degenen die hij bij zijn beroepsmatig
handelen anderszins inschakelt.
III.1.5.4 Hulp en steun aan collega's, studenten en supervisanten
Met zijn deskundigheid en ervaring verleent de psycholoog hulp en steun aan collega's, studenten en
supervisanten om ertoe bij te dragen dat zij het beroep professioneel en ethisch verantwoord kunnen
uitoefenen. Hij onthoudt zich van gedragingen die hen daarin kunnen schaden.
III.1.5.5 Collegiaal appèl
De psycholoog volgt het beroepsmatig handelen van collega’s kritisch en stelt dat handelen ter discussie
als daartoe aanleiding is. Hij spreekt collega’s erop aan als hij meent dat zij in strijd met de
bepalingen van de beroepscode handelen of hebben gehandeld. Hij zorgt dat de belangen van cliënten
door dit aanspreken niet worden geschaad.
De psycholoog dient geen klacht in tegen een collega voordat hem is gebleken dat deze collega weigert
zijn handelen te verantwoorden in een collegiaal dispuut of volhardt in het veronderstelde
ethisch onjuiste handelen.
III.1.6 Verantwoording
III. 1.6.1 Afleggen van verantwoording
De psycholoog houdt van zijn professionele activiteiten op zodanige wijze aantekening, dat hij in
staat is van zijn handelwijze verantwoording af te leggen.
III. 1.6.2 Bewaartermijn van een op naam gesteld dossier
Na beëindiging van de professionele relatie bewaart de psycholoog het op naam gestelde dossier een
jaar of zoveel langer als noodzakelijk is voor het doel waarvoor het dossier is aangelegd, dan wel
wettelijk is voorgeschreven. Het dossier wordt niet langer bewaard dan de van tevoren vastgestelde
termijn.
Als er een klacht wordt ingediend bij het College van Toezicht, dan mag de psycholoog bij het verstrijken
van de bewaartermijn niet tot vernietiging van het dossier overgaan zolang de klachtbehandeling
in eerste, dan wel in tweede aanleg, niet is afgerond, tenzij de cliënt om vernietiging vraagt.
III. 1.6.3 Medewerking aan behandeling van een klachtenprocedure
De psycholoog onttrekt zich niet aan de behandeling van een klachtenprocedure, als die tegen hem
wordt ingesteld. Hij zal naar beste weten de vragen van de Colleges beantwoorden en aan hun verzoeken
voldoen.
III.2 Integriteit
14
III.2.1 Betrouwbaarheid
III.2.1.1 Voorwaarden voor aanvang en voortzetting van de professionele relatie
De psycholoog dient een professionele relatie alleen aan te vangen of voort te zetten, als dit professioneel
en ethisch verantwoord is.
III.2.1.2 Reden tot beëindiging van de professionele relatie
De psycholoog zet de professionele relatie niet voort als daar professioneel geen grond meer voor
bestaat of als dat niet langer op een professioneel verantwoorde manier mogelijk is. Hij zorgt ervoor
dat de professionele relatie in overleg met de cliënt wordt afgerond en dat daarover geen misverstanden
blijven bestaan.
III.2.1.3 Niet meewerken aan werkzaamheden die strijdig zijn met de code
De psycholoog verleent geen medewerking aan werkzaamheden van anderen die met de code in
strijd zijn. Evenmin profiteert hij van de resultaten van dergelijke werkzaamheden.
III.2.1.4 Onafhankelijkheid en objectiviteit in het beroepsmatig handelen
De psycholoog zorgt ervoor dat hij in zijn beroepsmatig handelen onafhankelijk en objectief kan
optreden.
Hij laat zijn beroepsmatig handelen niet zodanig beïnvloeden, dat hij zijn werkwijze en de resultaten
daarvan professioneel niet kan verantwoorden.
III.2.2. Eerlijkheid
III.2.2.1 Voorkómen van misleiding
De psycholoog voorkomt misleiding in zijn beroepsmatig handelen. Als tijdelijke misleiding onvermijdelijk
is, zorgt de psycholoog ervoor dat de daaruit ontstane misverstanden zo spoedig mogelijk
worden weggenomen.
III.2.2.2 Geen misbruik van kennis, vaardigheden of overwicht
De psycholoog maakt geen misbruik van zijn psychologische kennis en vaardigheden of van het
overwicht dat voortvloeit uit zijn deskundigheid of zijn positie.
III.2.2.3 Vermelden van opleiding, kwalificaties, ervaring, deskundigheid en titels
De psycholoog is nauwgezet bij het vermelden van zijn opleiding en kwalificaties, ervaring, deskundigheid
en titels. Hij vermeldt deze uitsluitend wanneer zij relevant zijn.
III.2.2.4 Geen irreële verwachtingen wekken
De psycholoog zorgt ervoor dat met betrekking tot de aard, de effecten en de gevolgen van zijn
dienstverlening geen verwachtingen worden gewekt die niet op de realiteit gestoeld zijn.
III.2.2.5 Informatie over voorwaarden waaronder opdrachten worden aanvaard
De psycholoog stelt voorafgaand aan of in het vroegste stadium van de professionele relatie de betrokkenen
eerlijk en nauwgezet op de hoogte van de financiële en andere voorwaarden waaronder hij
zijn opdracht aanvaardt, voor zover deze informatie voor betrokkenen van belang is voor het weloverwogen
verlenen van hun medewerking aan de uitvoering van de opdracht.
III.2.2.6 Informatie over alternatieve theorieën of verklaringen
De psycholoog is nauwgezet bij het verstrekken van informatie aan betrokkenen en informeert dezen
passend over eventuele alternatieve theorieën of verklaringen, en expliciteert zijn professioneel oordeel
over deze alternatieven.
15
III.2.2.7 Bronvermelding
Bij het presenteren van bevindingen van het beroepsmatig handelen vermeldt de psycholoog op passende
wijze de bronnen waaruit hij heeft geput, voor zover de resultaten of het gedachtegoed niet
voortkomen uit eigen professionele werkzaamheden. Dit geldt zowel voor schriftelijke als voor
mondelinge presentaties.
III.2.2.8 Zorgvuldigheid in het verkrijgen en weergeven van gegevens
De psycholoog is zorgvuldig in het verkrijgen en het statistisch bewerken van gegevens en in het
weergeven en het verklaren van de resultaten.
III.2.3 Rolintegriteit
III.2.3.1 Niet oneigenlijk bevorderen van persoonlijke belangen
De psycholoog laat na in zijn beroepsmatig handelen zijn zakelijke, persoonlijke, religieuze, politieke
of ideologische belangen oneigenlijk te bevorderen.
III.2.3.2 Onderkennen van onverenigbare belangen
De psycholoog onderkent de moeilijkheden die kunnen ontstaan doordat cliënt, opdrachtgever en
personen die deel uitmaken van een cliëntsysteem onverenigbare belangen kunnen hebben. In een zo
vroeg mogelijk stadium expliciteert hij zijn positiekeuze daarbij aan alle betrokkenen.
III.2.3.3 Niet aanvaarden van onverenigbare opdrachten
De psycholoog aanvaardt geen nieuwe opdracht die niet goed te verenigen is met een reeds eerder
aanvaarde opdracht, ook als er geen sprake is van dezelfde cliënt. Bij motivering van zo'n weigering
neemt de psycholoog de vertrouwelijkheid in acht.
III.2.3.4 Vermijden van het vermengen van professionele rollen
De psycholoog onderkent de moeilijkheden die kunnen ontstaan uit het gelijktijdig of opeenvolgend
vervullen van verschillende professionele rollen ten opzichte van een of meer betrokkenen. Bij voorkeur
begeeft hij zich niet in een dergelijke positie. Als de psycholoog onder omstandigheden het
vervullen van meerdere rollen na of naast elkaar ten opzichte van betrokkene(n) niettemin aanvaardbaar
vindt, dan schept hij daarover duidelijkheid tegenover deze(n).
III.2.3.5 Vermijden van het vermengen van professionele en niet-professionele rollen
De psycholoog vermengt professionele en niet-professionele rollen niet zodanig met elkaar dat hij
niet meer in staat kan worden geacht een professionele afstand tot de betrokkene(n) te bewaren of
dat de belangen van de betrokkene(n) worden geschaad.
III.2.3.6 Geen seksuele gedragingen ten opzichte van de cliënt
De psycholoog onthoudt zich van seksuele toenadering ten opzichte van zijn cliënt en gaat niet in op
dergelijke toenaderingen van diens kant. Hij onthoudt zich van gedragingen die seksueel getint zijn
of in het algemeen als zodanig kunnen worden opgevat.
III.2.3.7 Geen seksuele relatie met de cliënt
De psycholoog gaat met zijn cliënt geen seksuele relatie aan tijdens de professionele relatie, of direct
aansluitend daaraan. Ook nadien is hij daarin terughoudend. Hetzelfde geldt voor de relaties met
andere betrokkenen, waarbij sprake is van een aanzienlijk machtsverschil of grote afhankelijkheid,
zoals studenten of supervisanten.
III.2.3.8 Persoonlijke relatie na het beëindigen van de professionele relatie
Bij het aangaan van een persoonlijke relatie na het beëindigen van de professionele relatie, vergewist
de psycholoog zich ervan dat de voorgaande professionele relatie geen onevenredige betekenis meer
heeft.
16
Als het hierbij gaat om een seksuele relatie is de psycholoog er verantwoordelijk voor dat hij desgevraagd
kan aantonen dat hij bij het aangaan van deze relatie alle zorgvuldigheid in acht genomen
heeft, die van hem als professioneel psycholoog verwacht mag worden.
17
III.3 Respect
III.3.1 Algemeen respect
III.3.1.1 Respect voor kennis, inzicht en ervaring
De psycholoog geeft zich rekenschap van en respecteert de kennis, het inzicht en de ervaring van de
betrokkene.
III.3.1.2 Respect voor psychische en lichamelijke integriteit
De psycholoog respecteert de psychische en lichamelijke integriteit van de betrokkene en tast hem
niet in zijn waardigheid aan. Hij dringt niet verder door in het privéleven van de betrokkene dan voor
het doel van zijn beroepsmatig handelen noodzakelijk is.
III.3.1.3 Geen ongerechtvaardigde discriminatie
De psycholoog geeft zich rekenschap van de individuele eigenschappen en omstandigheden van elke
cliënt en de culturele verschillen die tussen cliënten bestaan en houdt daar rekening mee. Hij spant
zich ervoor in dat ondanks die verschillen een ieder in een soortgelijke situatie dezelfde kansen
krijgt.
Discriminatie wegens ras, etniciteit, geslacht, levensovertuiging, godsdienst, politieke gezindheid,
seksuele geaardheid of op welke grond dan ook, is niet toegestaan.
III.3.2 Autonomie en zelfbeschikking
III.3.2.1 Respect voor autonomie en zelfbeschikking
In zijn beroepsmatig handelen respecteert de psycholoog de autonomie en zelfbeschikking van de
betrokkene, en bevordert deze. In het bijzonder komt die zelfbeschikking van de betrokkene tot uiting
in het recht om de professionele relatie met de psycholoog al dan niet aan te gaan, voort te zetten,
dan wel te beëindigen.
III.3.2.2 Respectvol handelen bij beperkte zelfbeschikking
De zelfbeschikking van de cliënt kan worden beperkt door zijn leeftijd, aanleg en ontwikkeling,
geestelijke gezondheid, door wettelijke bepalingen of door de beslissingsbevoegdheid van een externe
opdrachtgever die deze ontleent aan een hem opgedragen wettelijke taak of rechterlijke beslissing.
In dat geval laat de psycholoog binnen deze beperkingen de zelfbeschikking van de cliënt toch
zoveel mogelijk tot haar recht komen.
III.3.2.3 Toestemming bij aangaan of voortzetten van de professionele relatie
De psycholoog kan uitsluitend een professionele relatie met iemand aangaan of voortzetten met
diens toestemming. Die toestemming is echter niet nodig als de professionele relatie tot stand komt
als gevolg van een opdracht door een externe opdrachtgever die daartoe een door de wet toegekende
bevoegdheid heeft.
III.3.2.4 Welingelicht aangaan en voortzetten van de professionele relatie
Voorafgaande aan en tijdens de duur van de professionele relatie verstrekt de psycholoog zodanige
informatie aan de cliënt, dat deze vrijelijk in staat is welingelicht in te stemmen met het aangaan en
voortzetten van de professionele relatie.
III.3.2.5 Informatie bij het aangaan en voortzetten van de professionele relatie
De informatie bij het aangaan en voortzetten van de professionele relatie wordt bij voorkeur schriftelijk
gegeven en waar nodig mondeling toegelicht, en bevat voor zover van toepassing:
• het doel van de professionele relatie, de context waarin die plaatsvindt en de plaats van de cliënt
en de psycholoog hierin;
18
• de methoden van onderzoek of behandeling die in aanmerking komen en wat daarvan wel en
niet te verwachten is;
• de gang van zaken, de activiteiten en situaties waarmee de cliënt rechtstreeks of indirect zal
worden geconfronteerd;
• de personen met wie de psycholoog in de professionele relatie samenwerkt, al dan niet in multidisciplinair
verband;
• de soort gegevens die over de cliënt worden verzameld, de wijze waarop deze worden bewaard
en hoe lang de gegevens worden bewaard;
• de wijze van eventuele rapportering en aan wie wordt gerapporteerd;
• de regels in de beroepscode met betrekking tot inzage en afschrift, correctie en blokkering van
de rapportage;
• eventuele instanties die bij de professionele relatie enig belang hebben;
• mogelijke neveneffecten van het beroepsmatig handelen;
• de gebondenheid van de psycholoog aan de beroepscode en het klachtrecht.
III.3.2.6 Dezelfde informatie voor externe opdrachtgever en cliënt
Vóór de aanvang van de professionele relatie dient de psycholoog zich ervan te vergewissen dat
zowel de externe opdrachtgever als de cliënt of het cliëntsysteem over dezelfde informatie beschikken
over het doel en de opzet van de professionele relatie en over de voorgenomen werkwijze.
De opdracht kan slechts doorgang vinden als over doel en opzet tussen hen overeenstemming bestaat.
Bij wijziging van de situatie of van de opdracht dient de psycholoog tot hernieuwde afspraken te
komen.
III.3.2.7 Overleg over invulling van de professionele relatie
De psycholoog biedt de cliënt de gelegenheid voor overleg over diens wensen en meningen betreffende
de invulling van de professionele relatie, tenzij dat een goede voortgang van de professionele
relatie in de weg staat.
III.3.2.8 Instemming en informatie bij professionele activiteiten in ruimere zin
Als er sprake is van professionele werkzaamheden van de psycholoog, die niet aangemerkt kunnen
worden als een professionele relatie in de zin van deze code, dan gelden de bepalingen in deze paragraaf,
voor zover zij van toepassing zijn opzichte van degenen die betrokken zijn bij die professionele
werkzaamheden.
III.3.2.9 Inzage in en afschrift van het eigen dossier
De psycholoog geeft de cliënt desgevraagd inzage in en afschrift van het diens dossier. Hij biedt
daarbij aan tekst en uitleg te verschaffen. Alvorens de cliënt inzage te geven, verwijdert de psycholoog
de gegevens die betrekking hebben op anderen, voor zover die niet door de cliënt zelf zijn verstrekt.
Als er sprake is van een professionele relatie met een cliëntsysteem, worden daarbij van de afzonderlijke
personen alle gegevens, die niet tegelijkertijd betrekking hebben op andere personen in dat
systeem (ook) op zodanige wijze bewaard, dat aan elk afzonderlijk gelegenheid tot inzage gegeven
kan worden zonder de vertrouwelijkheid van de gegevens van de anderen te schenden.
III.3.2.10 Toegankelijkheid van het dossier
De psycholoog richt het dossier naar vorm en inhoud zo in dat het voor de cliënt redelijkerwijs toegankelijk
is.
19
III.3.2.11 Verbetering van, aanvulling op of verwijdering van gegevens in het dossier
De psycholoog corrigeert die gegevens in het dossier, waarvan de cliënt aannemelijk maakt dat ze
onjuist zijn, onvolledig, of niet ter zake doen, gezien de doelstelling van het dossier en voor zover
deze op hem betrekking hebben.
Op verzoek van de cliënt worden door hem opgestelde notities met zijn opvattingen over de professionele
relatie in het dossier opgenomen.
III.3.2.12 Recht op vernietiging van het eigen dossier
Op schriftelijk verzoek van de cliënt wordt diens dossier door de psycholoog vernietigd. Het verzoek
om vernietiging wordt bewaard.
Het verzoek van de cliënt om vernietiging wordt niet ingewilligd als het dossier betrekking heeft op
een professionele relatie in opdracht van een externe opdrachtgever die een door de wet toegekende
bevoegdheid heeft om nakoming van de opdracht te eisen, en deze opdrachtgever niet met vernietiging
instemt.
III.3.2.13 Rapportage in opdracht van de cliënt
Rapportage in opdracht van de cliënt wordt uitsluitend aan de cliënt uitgebracht en bij voorkeur
schriftelijk.
III.3.2.14 Toestemmingsvereiste voor rapportage aan derden
Voor rapportage aan derden is toestemming van de cliënt noodzakelijk.
III.3.2.15 Rapportage aan derden
De rapportage aan een derde wordt als regel schriftelijk uitgebracht. Als gemotiveerd kan worden
dat schriftelijke rapportage niet in overeenstemming kan worden gebracht met het doel van de opdracht,
wordt vooraf afgesproken dat de rapportage mondeling wordt uitgebracht.
III.3.2.16 Gelegenheid tot inzage voorafgaand aan de rapportage
Als de psycholoog rapporteert aan een derde, biedt de psycholoog de cliënt de gelegenheid tot inzage
in het rapport voordat de rapportage wordt uitgebracht. Het recht op inzage geldt niet voor delen in
het rapport die betrekking hebben op anderen. Wanneer de rapportage feitelijk wordt uitgebracht
verschaft de psycholoog de cliënt desgewenst een afschrift, voor zover de rapportage op de cliënt
betrekking heeft.
III.3.2.17 Mondelinge rapportage aan een derde
Wanneer, met in achtneming van het artikel III.3.2.15, een rapportage mondeling wordt uitgebracht,
dan wordt de inhoud van de rapportage met de cliënt besproken voorafgaand aan het uitbrengen
ervan.
III.3.2.18 Correctie, aanvulling of verwijdering van gegevens in de rapportage
De gegevens in de rapportage waarvan de cliënt aannemelijk maakt dat ze onjuist zijn, worden door
de psycholoog gecorrigeerd en hij vult ze aan of hij verwijdert ze als ze onvolledig zijn of niet terzake
doen gezien de doelstelling van de rapportage.
Dit geldt niet voor de bevindingen en conclusies, deze behoren tot de verantwoordelijkheid van de
psycholoog.
III.3.2.19 Blokkeren van de rapportage aan de externe opdrachtgever
Als regel heeft de cliënt heeft het recht om de rapportage aan de externe opdrachtgever te blokkeren.
Dat recht is er echter niet als de externe opdrachtgever op grond van een wettelijke regeling een
bevoegdheid heeft om rapportage te eisen. In dat geval stelt de psycholoog de cliënt in de gelegenheid
eventuele bezwaren tegen de rapportage op schrift te stellen en deze gelijktijdig met de rapportage
naar de opdrachtgever te sturen.
Als de cliënt geen recht heeft om de rapportage te blokkeren, dan is de psycholoog verplicht om hem
voorafgaande aan de professionele relatie schriftelijk daarop te wijzen.
20
III.3.2.20 Inzage- en blokkeringsrecht bij rapportage over een cliëntsysteem
Cliënten kunnen niet zonder meer een beroep doen op bovenstaande bepalingen met betrekking tot
inzage en blokkering van de rapportage als zij deel uitmaken van een cliëntsysteem. Het doel van de
rapportage en of de vertrouwelijkheid ten opzichte van de anderen kunnen zich tegen inzage en
blokkering verzetten. Voor zover dat het geval is dienen de cliënten voorafgaand aan de professionele
relatie daarover te worden ingelicht.
III.3.2.21 Verstrekking van gegevens over de cliënt
De psycholoog verstrekt aan een derde die niet de opdrachtgever is, uitsluitend die gegevens over de
cliënt, waarvoor deze vooraf gerichte toestemming heeft verleend en die relevant en noodzakelijk
zijn voor een specifieke vraagstelling van die derde.
III.3.2.22 Verstrekking van gegevens over een ander dan de cliënt
Wanneer er in het dossier gegevens aanwezig zijn over een ander dan de cliënt, en deze gegevens
niet door de cliënt zelf zijn verstrekt, dan verstrekt de psycholoog deze niet aan derden, dan met
gerichte toestemming van die ander en alleen voor zover zij relevant en noodzakelijk zijn voor de
specifieke vraagstelling. De toestemming wordt schriftelijk vastgelegd.
III.3.3 Vertrouwelijkheid
III.3.3.1 Geheimhouding
In het directe contact met de betrokkene gaat de psycholoog een vertrouwensrelatie met hem aan.
Daarom is de psycholoog verplicht tot geheimhouding van hetgeen hem uit hoofde van de uitoefening
van zijn beroep ter kennis komt, voor zover die gegevens van vertrouwelijke aard zijn. Onder
deze verplichting valt ook het professionele oordeel van de psycholoog over de betrokkene. De geheimhoudingsverplichting
blijft na beëindiging van de professionele contacten bestaan.
III.3.3.2 Zorgvuldigheid in de communicatie
De psycholoog neemt in redelijkheid alle voorzorgen dat er in de schriftelijke, telefonische of elektronische
communicatie met de cliënt of met andere betrokkenen geen vertrouwelijke gegevens over
de cliënt, zonder diens instemming, ter kennis komen van derden. In een vroeg stadium overlegt de
psycholoog daartoe met de cliënt of met betrokken derden hoe de communicatie het best kan verlopen
en hoe deze moet worden vormgegeven om de vertrouwelijkheid met betrekking tot de cliënt te
bewaren.
III.3.3.3 Geheimhouding bij rapportage en gegevensverstrekking
Als er met toestemming van de cliënt bepaalde gegevens worden verstrekt of wordt gerapporteerd
aan derden, dan geldt er geen geheimhoudingsplicht jegens de ontvanger van die gegevens of van het
oordeel dat in de verklaring of rapportage is vervat. Voor het overige dat hem ter kennis mocht komen
heeft de psycholoog een geheimhoudingsplicht.
III.3.3.4 Doorbreken van de geheimhouding
De psycholoog is niet gehouden geheimhouding in acht te nemen als hij gegronde redenen heeft om
te menen dat het doorbreken van de geheimhouding het enige en laatste middel is om direct gevaar
voor personen te voorkomen, dan wel wanneer hij door wettelijke bepalingen of een rechterlijke
beslissing daartoe wordt gedwongen.
III.3.3.5 Informatie over het doorbreken van de geheimhouding
Als te voorzien is dat een dergelijke situatie zich kan voordoen, stelt de psycholoog de betrokkene
ervan op de hoogte dat hij in dat geval genoodzaakt kan zijn de geheimhouding te doorbreken, tenzij
door een dergelijke mededeling acuut gevaar voor hemzelf of derden kan ontstaan.
21
III.3.3.6 Reikwijdte van het doorbreken van de geheimhouding
Als de psycholoog besluit tot het doorbreken van de geheimhouding dan mag die doorbreking zich
niet verder uitstrekken dan in de gegeven omstandigheden is vereist en dient hij de betrokkene van
zijn besluit op de hoogte te stellen, tenzij door een dergelijke mededeling acuut gevaar voor hemzelf
of derden kan ontstaan.
III.3.3.7 Beroep op verschoning
De psycholoog is verplicht zich tegenover de rechter te beroepen op verschoning, als het afleggen
van een getuigenis of het beantwoorden van vragen hem in strijd brengt met zijn geheimhoudingsplicht.
III.3.3.8 Vertrouwelijkheid jegens andere personen dan cliënt
Als het noodzakelijk is om gegevens in het dossier op te nemen, die betrekking hebben op andere
personen dan de cliënt en die gegevens niet door de cliënt zelf zijn verstrekt, dan worden deze in
zodanige vorm opgenomen, dat ze tijdelijk te verwijderen zijn, zodat bij inzage door de cliënt de
vertrouwelijkheid van die gegevens gewaarborgd kan worden.
III.3.3.9 Vertrouwelijkheid jegens personen in een cliëntsysteem
Voor zover gegevens noodzakelijkerwijs op meerdere personen tegelijk betrekking hebben, dan
worden deze verzameld in een dossier over het betreffende cliëntsysteem. Geen van de personen in
het cliëntsysteem heeft recht op inzage en afschrift van die gegevens, tenzij de andere(n) schriftelijk
toestemming hiertoe verleent of verlenen.
Voorafgaand aan het opnemen van gegevens in zo’n dossier deelt de psycholoog dat aan elk van hen
mee, en wijst hen erop dat daaruit een beperking kan voortvloeien van het recht op inzage en afschrift,
voor zover dat noodzakelijk is om de vertrouwelijkheid van elkaars gegevens te waarborgen.
III.3.3.10 Beveiliging van het dossier
De psycholoog zorgt er voor dat het dossier op zodanige wijze wordt bewaard dat zonder zijn toestemming
niemand toegang daartoe heeft, zodat de vertrouwelijkheid van de gegevens bewaard
blijft.
III.3.3.11 Verstrekking van gegevens en beoordelingen zonder toestemming
Voor het verstrekken van gegevens en het geven van beoordelingen aan andere beroepsbeoefenaren
is geen gerichte toestemming van de cliënt nodig als die andere beroepsbeoefenaren de cliënt behandelen
of onderzoeken in verband met hetzelfde als dat waarop de professionele relatie van de psycholoog
betrekking heeft, of met iets dat daaraan sterk gerelateerd is.
De verstrekking wordt beperkt tot die gegevens en beoordelingen die noodzakelijk zijn voor de
werkzaamheden van die andere beroepsbeoefenaren.
III.3.3.12 Wettelijk verplichte verstrekking van gegevens en van beoordelingen
Voor het verstrekken van gegevens of van een beoordeling aan derden is geen toestemming van de
cliënt nodig wanneer de psycholoog op grond van een wettelijke bepaling verplicht is deze te verstrekken.
De cliënt wordt hiervan van tevoren op de hoogte gesteld.
III.3.3.13 Gegevensverstrekking aan medewerkers
Er is geen toestemming van de cliënt nodig voor het verstrekken van gegevens aan iemand die onder
leiding van de psycholoog meewerkt aan de uitvoering van de professionele relatie.
III.3.3.14 Informatieverstrekking voor research en statistiek
Ten behoeve van research en statistiek mag de psycholoog desgevraagd aan een derde gegevens en
beoordelingen verstrekken. Deze gegevens en beoordelingen dienen zo te worden aangeleverd, dat
herkenbaarheid van de persoon daarbij wordt uitgesloten, tenzij dat gezien het doel van het onderzoek
niet mogelijk is. In dat geval kunnen die gegevens, respectievelijk beoordelingen, alleen met
toestemming van de cliënt worden verstrekt.
III.3.3.15 Gebruik van gegevens voor publicaties, onderwijs, supervisie en intervisie
22
Voor wetenschappelijke publicaties, onderwijsdoelen, supervisie en intervisie mag de psycholoog
uitsluitend gegevens van en oordelen over een cliënt gebruiken waaruit diens identiteit niet te herleiden
is. De combinatie van gegevens en beschreven omstandigheden mag er niet toe kunnen leiden
dat derden daaruit de cliënt herkennen, tenzij de cliënt toestemming heeft gegeven voor een dergelijke
gegevensverstrekking.
III.3.3.16 Rapporteren over anderen dan de cliënt
Bij het uitbrengen van rapportages beperkt de psycholoog zich bij het geven van oordelen en adviezen
tot die aangaande de cliënt, en geeft hij geen oordelen of adviezen met betrekking tot een ander
dan de cliënt. Indien het voor het doel van de rapportage noodzakelijk is over een ander dan de cliënt
gegevens te verstrekken, dan beperkt de psycholoog zich zo mogelijk tot die gegevens die hij uit
eigen waarneming of onderzoek heeft verkregen. Voor het verstrekken van dergelijke gegevens is
gerichte toestemming van betrokkene noodzakelijk. Indien de psycholoog het noodzakelijk acht in
een rapportage gegevens over een ander dan de cliënt te vermelden, die hij niet uit eigen waarneming
of onderzoek heeft verkregen, dan is hij daarin uiterst terughoudend en geeft steeds de bron en
relevantie van de gegevens aan.
23
III.4 Deskundigheid
III.4.1 Ethisch bewustzijn
III.4.1.1 Beroepsuitoefening in overeenstemming met de beroepscode
De psycholoog is zich bewust van de ethische aspecten van zijn beroepsmatig handelen en beoefent
zijn professie in overeenstemming met de 'Beroepscode voor psychologen'.
III.4.1.2 Noodzaak van kritische bezinning
De psycholoog denkt kritisch na over zijn beroepsmatig handelen en over zijn persoonlijke waarden
en motieven die bij dat handelen een rol spelen. Hij stelt zijn beroepsmatig handelen met enige regelmaat
aan de orde in (inter)collegiaal overleg, zoals bijvoorbeeld intervisie. Hij volgt de ethische
discussie binnen zijn beroepsgroep.
III.4.1.3 Kennis van wettelijke bepalingen
De psycholoog stelt zich op de hoogte van de wettelijke bepalingen die in zijn werkveld van toepassing
zijn en handelt ernaar.
III.4.2 Vakbekwaamheid
III.4.2.1 In stand houden en verder ontwikkelen van de professionele deskundigheid
De psycholoog houdt zijn professionele deskundigheid in stand en ontwikkelt deze in overeenstemming
met de recente ontwikkelingen in de psychologie. Hij volgt de voor hem relevante vakliteratuur
en neemt deel aan relevante bij- en nascholing.
III.4.2.2 Gebruik van doeltreffende en doelmatige methoden
De psycholoog kiest methoden die doeltreffend en doelmatig zijn en geeft zich rekenschap van de
beperkingen van die methoden.
III.4.3 De grenzen van het beroepsmatig handelen
III.4.3.1 Professionele en persoonlijke beperkingen
De psycholoog onderkent zijn professionele en persoonlijke beperkingen en is daar open over. Waar
nodig roept hij deskundig advies en ondersteuning in, en verwijst zo nodig door.
III.4.3.2 Grenzen van de eigen deskundigheid
De psycholoog neemt in zijn beroepsmatig handelen de grenzen van zijn deskundigheid in acht en
aanvaardt geen opdrachten waarvoor hij de deskundigheid mist.
III.4.3.3 Grenzen van het domein van de psychologiebeoefening
Aan elke opdracht dient een duidelijk omschreven doel- of vraagstelling ten grondslag te liggen. De
psycholoog neemt geen opdracht aan, waarvan de doel- of vraagstelling niet valt binnen het domein
van de psychologiebeoefening. Evenmin doet hij dat als de beschikbare methoden en technieken
ontoereikend zijn voor een behoorlijke interventie of beantwoording van de vraagstelling.
Als de psycholoog een dergelijke opdracht krijgt, treedt hij met de opdrachtgever in overleg om de
doel- of vraagstelling te herformuleren voordat hij de opdracht kan aannemen.
III.4.3.4 Kwalificatie
De psycholoog hanteert alleen methoden, waarvoor hij door opleiding, training en/of ervaring is
gekwalificeerd.
24
III.4.3.5 Relevantie en beperkingen van conclusies
De psycholoog geeft zich er rekenschap van in hoeverre de conclusies die hij uit zijn bevindingen
trekt relevant zijn en welke beperkingen aan deze conclusies kleven. In overeenstemming daarmee
nuanceert hij zijn conclusies.
III.4.3.6 Rapportage beperken tot relevante gegevens
De psycholoog beperkt zich in rapportages tot het vermelden van die gegevens en oordelen die voor
het doel van de rapportage noodzakelijk zijn. Hij doet dat in voor de ontvanger van het rapport begrijpelijke
en in ondubbelzinnige termen. Uit de rapportage moet duidelijk blijken wat de beperkingen
zijn van de uitspraken en de gronden waarop deze berusten.
Wanneer er een verzoek is om een beoordeling te geven over de (toekomstige) toestand of het (toekomstig)
functioneren van de cliënt, dient de psycholoog zicht te beperken tot een beoordeling die
kan worden gedragen door de hem bekende gegevens.
III.4.3.7 Professionele verantwoording van het beroepsmatig handelen
De psycholoog moet zijn beroepsmatig handelen kunnen verantwoorden in het licht van de stand der
wetenschap ten tijde van dat handelen, zoals deze uit de vakliteratuur blijkt.
III.4.3.8 Voorkómen van verminderd vermogen tot verantwoorde beroepsuitoefening
Voor zover mogelijk onderkent de psycholoog in een vroeg stadium tekenen die wijzen op zodanige
persoonlijke, psychische of fysieke problemen, dat zijn beroepsmatig handelen negatief beïnvloed
dreigt te worden. Hij roept tijdig deskundig advies en ondersteuning in om de problemen te voorkomen
of te verminderen.
III.4.3.9 Staken van het beroepsmatig handelen bij verminderd vermogen
Als zijn psychische, lichamelijke of oordeelkundige vermogens zodanig zijn aangetast of verminderd,
dat dit een verantwoorde beroepsuitoefening in de weg staat, staakt de psycholoog zijn beroepsmatig
handelen zolang als deze toestand duurt.
25
Trefwoordenregister
Trefwoord Artikel
Aangaan van de professionele relatie III.1.2.3; III.2.1.1; III.3.2.3; III.3.2.4;
III.3.2.5; III.3.2.6; III.3.2.7; III.3.3.1
Aanvaarden van opdrachten III.1.4.3; III.2.2.5; III.2.3.3; III.3.2.3;
III.3.2.6; III.4.3.2; III.4.3.3
Aanvulling op gegevens III.3.2.11; III.3.2.18
Absentie; waarneming bij onvoorziene ~ III.1.2.1; III.1.2.2
Afgeleide verplichtingen III.1.5.3
Afschrift III.3.2.9; III.3.2.16; III.3.3.9
Afwijken van de beroepscode I.1.4.1; I.1.4.2; 1.1.4.4
Algemene voorwaarden III.2.2.5
Alternatieve theorieën, ~ verklaringen III.2.2.6
Anderen derden Preambule; I.1.2.6; I.1.2.12; I.1.2.16;
III.2.1.3; III.3.2.9; III.3.2.14; III.3.2.15;
III.3.2.16; III.3.2.20; III.3.2.22; III.3.3.2;
III.3.3.3; III.3.3.5; III.3.3.6; III.3.3.12;
III.3.3.15; III.3.3.16
Autonomie en zelfbeschikking II.1.1.3; III.3.2; III.3.2.1; III.3.2.2
Beëindiging van de professionele relatie III.1.2.3; III. 1.6.2; III.2.1.2; III.2.3.8;
III.3.2.1; III.3.3.1
Begin van de professionele relatie III.1.2.3; III.2.1.1; III.3.2.3; III.3.2.4;
III.3.2.5; III.3.2.6; III.3.2.7; III.3.3.1
Begrippen: definities van ~ I.1.2
Belangen I.1.2.2; I.1.4.2.; I.1.5.1; I.1.5.2; I.1.5.3;
III.1.2.3; III.1.5.5; III.2.3.2
~ afweging I.1.4.2
~ tegenstelling III.1.2.3
~ verstrengeling III.2.3.1
Beperkingen II.1.1.4
- methoden; resultaten; uitspraken III.4.2.2; III.4.3.5; III.4.3.6
- professionele en persoonlijke ~ III.2.3.4; III.4.3.1
- zelfbeschikking van de cliënt III.3.2.2
Beroepscode; afwijken van ~ I.1.4.2; I.1.4.4; zie ook I.1.4.1
Beroepsethisch
~ dilemma Preambule; I.1.4.1; I.1.4.2
~ reflectie Inleiding; Preambule
~ toetsing Preambule; III.1.6.1; III. 1.6.2; III. 1.6.3;
Beroepsmatig handelen Inleiding; I.1.2.1; I.1.2.2; II.1.1.1; I.1.2.7;
I.1.2.9; I.1.2.14; II.1.1.1; III.1.1.3; III.1.2;
III.1.3.2; III.1.3.5; III.1.4.1; III. 1.5.1;
III.1.5.2; III.1.5.3; III.1.5.5; III.2.1.4;
III.2.2.1; III.2.2.7; III.2.3.1; III.3.1.2;
26
III.3.2.5; III.4.1.1; III.4.1.2; III.4.3,
III.4.3.2; III.4.3.7; III.4.3.8; III.4.3.9
Betrokkene Inleiding; Preambule; I.1.2.2; I.1.2.12;
II.1.1.1; II.1.1.2; II.1.1.3; III.1.2.3;
III.1.3.2; III.2.2.5; III.2.2.6; III.2.3.2;
III.2.3.4; III.2.3.5; III.2.3.7; III.3.1.1;
III.3.1.2; III.3.2.1; III.3.3.1; III.3.3.2;
III.3.3.5; III.3.3.6; III.3.3.16;
Betrouwbaarheid III.2.1
Bewaren I.1.2.13; I.1.2.14; III.1.2.2; III.3.2.5;
III.3.2.9; III.3.2.12; III.3.310
~ van een op naam gesteld dossier III.1.6.2
Bijzondere omstandigheden I.1.4
Blokkeren van rapportage III.3.2.19; III.3.2.20; III.3.2.5
Bronvermelding III.2.2.7; III.3.3.16
Cliënt I.1.2.4 (definitie); overige verwijzingen
blijven achterwege
Cliëntsysteem I.1.2.5; I.1.2.8; I.1.2.14; III.2.3.2; III.3.2.6
- inzage en blokkeringsrecht bij ~ III.3.2.9; III.3.2.20; III.3.3.9
Collega Preambule; III.1.1.1; III. 1.5.4; III. 1.5.5;
Conclusies III.1.4.2; III.3.2.18; III.4.3.5
Consulteren van collega’s Preambule; I.1.4.1; I.4.2
Continuïteit van het beroepsmatig handelen III.1.2
Continuïteit van de professionele relatie I.1.2.14; III.1.2.1
Correctie van gegevens III.3.2.5; III.3.2.11; III.3.2.18
Curator I.1.2.11
Declaraties III.1.3
Derden anderen Preambule; I.1.2.6; I.1.2.12; I.1.2.16;
III.2.1.3; III.3.2.9; III.3.2.14; III.3.2.15;
III.3.2.16; III.3.2.20; III.3.2.22; III.3.3.2;
III.3.3.3; III.3.3.5; III.3.3.6; III.3.3.12;
III.3.3.15; III.3.3.16
Deskundige(n) III.1.2.1; III.1.2.2; III.4.3.1; III.4.3.8
Deskundigheid Inleiding; II.1.1.4; III.1.5.4; III.2.2.2,
III.2.2.3; III.4; III.4.2.1; III.4.3.2
Dierenleed III.1.3.3
Dilemma Preambule; I.4.1; I.4.2
Discretionaire ruimte Inleiding
Discriminatie III.3.1.3
Disfunctioneren III.4.3.8; III.4.3.9
Doel
~ van het beroepsmatig handelen III.1.3.2; III.3.1.2
~ van de beroepsethische reflectie Preambule
~ van het dossier III.1.6.2; III.3.2.11
~ van de interventie Inleiding
27
~ van de opdracht III.3.2.15
~ van de professionele relatie III.1.2.2; III.3.2.5; III.3.2.6
~ van de rapportage III.1.4.2; III.3.2.20; III.3.3.16; III.4.3.6
~ van het wetenschappelijk onderzoek III.3.3.14
Doeltreffende en doelmatige methoden III.4.2.2
Doorbreken van de geheimhouding III.3.3.4; III.3.3.5; III.3.3.6
Dossier I.1.2.14; I.1.2.16; III.3.2.10; III.3.2.11;
III.3.3.10
- bewaartermijn van het ~ III. 1.6.2
~ betreffende een cliëntsysteem III.3.3.9
~ gegevens over andere personen III.3.2.22; III.3.3.8
- inzage in het ~ III.3.2.9
- vernietiging van het ~ III.3.2.12
- volledigheid en actualiteit van het ~ III.1.2.2
zie ook gegevens
Echtgenoot, levensgezel, familie I.1.5.3
Eerlijk, eerlijkheid II.1.1.2; III.2.2; III.2.2.5
Ervaring
~ van de cliënt III.1.3.2; III.3.1.1
~ van de psycholoog II.1.1.4; III. 1.5.4; III.2.2.3; III.4.3.4
Ethisch bewustzijn Inleiding; Preambule; III.2.1.1; III.4.1;
III.4.1.1; III.4.1.2
Ethisch(e)
~ dilemma Preambule
~ discussie Inleiding; Preambule; III.4.1.2; III.1.5.5
~ en professionele normen Inleiding; III.1.1.4; III.1.5.3
Externe opdrachtgever I.1.2.8; I.1.2.9; I.1.2.16; I.1.4.5; III.3.2.2;
III.3.2.3; III.3.2.6; III.3.2.12; III.3.2.19
- verplichtingen jegens ~ III.1.3.1; III.3.2.19
Familie, echtgenoot, levensgezel I.1.5.3
Financiële voorwaarden I.1.2.7; III.2.2.5
Gegevens I.1.2.13; I.1.2.14; III.1.2.2; III.1.3.1;
III.2.2.8; III.3.2.5; III.3.2.9; III.3.2.11;
III.3.2.18; III.3.3.1; III.3.3.2; III.3.3.8;
III.3.3.9; III.3.3.10; III.3.3.12; III.4.3.6
~ voor publicaties, supervisie, etc III.3.3.15;
Gegevensverstrekking I.1.2.16
~ aan andere beroepsbeoefenaren III.3.3.11
~ aan derden III.3.2.21; III.3.2.22; III.3.3.3
~ aan medewerkers III.3.3.13
~ voor wetenschappelijk onderzoek III.3.3.14
Geheimhouding III. 1.5.3; III.3.3.1; III.3.3.7
- doorbreken van ~ III.3.3.4; III.3.3.5
~ bij rapportage III.3.3.3
28
- reikwijdte van het doorbreken van ~ III.3.3.6
zie ook vertrouwelijkheid
Grenzen
~ van het beroepsmatig handelen III.4.3
~ van de eigen deskundigheid II.1.1.4; III.4.3.2
~ van de psychologiebeoefening III.4.3.3
Hulp en steun aan collega's, etc. III.1.5.4
Indirecte effecten van het beroepsmatig handelen III.1.3.5
Informatie en instemming III.3.2.8; III.3.3.2
Informatie
~ bij aangaan van de professionele relatie III.3.2.4; III.3.2.5
~ bij aanvaarden van opdrachten III.2.2.5
~ over alternatieve theorieën etc. III.2.2.6
- dezelfde ~ voor opdrachtgever en cliënt III.3.2.6
~ over het doorbreken van vertrouwelijkheid III.3.3.5
~ aan de ouder zonder gezag I.1.5.2
~ bij professionele activiteiten in ruimere zin III.3.2.8
Instemming III.3.2.1; III.3.2.4; III.3.2.8; III.3.3.2
Integriteit Inleiding; II.1.1.2; III.2; III.2.3; III.3.1.2
Interdisciplinaire samenwerking III.3.3.11
Intervisie III.3.3.15; III.4.1.2
Inzage I.1.2.12; III.3.2.5; III.3.2.6; III.3.3.8
~ en afschrift van het dossier III.3.2.9; III.3.3.9
~ en blokkeringsrecht bij cliëntsysteem III.3.2.20
~ voorafgaand aan de rapportage III.3.2.16
Kennis, inzicht en ervaring van betrokkene III.3.1.1
Kind I.15.1; I.15.2
Klachtenprocedure, medewerking aan ~ Preambule; III.1.6.3
Kritisch III.1.5.5
~ bezinning III.4.1.2
Kwalificatie II.1.1.4; III.2.2.3; III.4.3.4
Kwaliteit Inleiding; Preambule
~ van het beroepsmatig handelen III.1.1; III.1.1.3
~ van medewerkers III.1.5.3
~ van de professionele relatie I.1.2.14
~ van het team III. 1.5.2
Lichamelijke
~ integriteit van betrokkene III.3.1.2
~ vermogens III.4.3.9
Medeverantwoordelijkheid III.1.5.2
Medewerkers III.1.5.3; III.3.3.13
Meerderjarige wilsonbekwame cliënt I.1.5.3
Meervoudige rollen; vermijden van ~ Preambule; III.2.3.4; III.2.3.5
29
Mentor I.1.2.11
Methoden II.1.1.4; III.1.1.5; III.3.2.5; III.4.2.2;
III.4.3.3; III.4.3.4
Minderjarige cliënt I.1.5.1
Misbruik II.1.1.1; III.1.4.2; III.1.4.3; III.2.2.2
- voorkomen van ~ III.1.4; III.1.4.1; III.1.4.2
Misleiding III.2.2.1
Mondelinge
~ presentaties III.2.2.7
~ rapportage I.1.2.15; III.3.2.15; III.3.2.17
~ toelichting III.3.2.5
Negatieve ervaringen III.1.3.2
Non-discriminatie III.3.1.3
Onafhankelijkheid en objectiviteit III.2.1.4
Onderwijs, onderwijsdoeleinden II.1.1.2; III.3.3.15
Onderzoek met personen, zonder hun toestemming III.1.3.4
Onderzoeksgegevens III.2.2.8
Ongerechtvaardigde verwachtingen III.2.2.4
Onverenigbare
~ codeartikelen I.1.4.1
~ opdrachten III.2.3.3
- onderkennen van ~ belangen III.2.3.2
Onvoorziene absentie; waarneming bij ~ III.1.2.1; III.1.2.2
Opdracht I.1.2.7
Opdrachtgever I.1.2.8; III.1.4.3; III.2.3.2; III.4.3.3
- externe ~ I.1.2.9; I.1.2.16; I.1.4.5; III.3.2.2; III.3.2.6;
III.3.2.12; III.3.2.19
- verplichtingen jegens externe ~ III.1.3.1
Opleiding II.1.1.4; III.2.2.3; III.4.3.4
Ouders I.1.5.1; I.1.5.2.; I.1.5.3
Overleg over de professionele relatie III.2.1.2; III.3.2.7; III.3.3.2
Persoonlijke
~ beperkingen III.4.3.1; III.4.3.8; III.4.3.9
~ belangen III.2.3.1
~ relatie na het beëindigen III.2.3.8
~ relatie met cliënten III.2.3.7; III.2.3.8
~ waarden en motieven III.4.1.2
~ werkaantekeningen I.1.2.14
Plagiaat III.2.2.7
Privacy zie vertrouwelijkheid
Procedure; klachten ~ Inleiding; III.1.6.3
Proefdieren III.1.3.3
Professionalisering Inleiding
Professionele
30
~ activiteiten III.1.6.1; III.2.2.7; III.3.2.8
~ beperkingen II.1.1.4; III.4.3.1; III.4.3.8; III.4.3.9
~ deskundigheid III.4.2.1
~ en ethische normen III.1.1.4
~ handelingsruimte Inleiding
~ kwaliteit III.1.5.3
~ oordeel III.3.3.1
~ relatie Inleiding; I.1.2.1; I.1.2.3; I.1.2.4; I.1.2.5;
I.1.2.10; I.1.4.2; I.1.4.5; I.1.5.1; III.1.2.2;
III.2.2.5; III.2.3.7; III.3.2.1; III.3.2.9;
III.3.2.11; III.3.2.12; III.3.3.11; III.3.3.13
- continuïteit van ~ I.1.2.14; III.1.2.1
- doel van ~ III.3.2.4; III.3.2.6; III.3.2.7
- stadium van ~ Inleiding; III.3.3.1
- begin van ~ I.1.5.3; III.2.1.1; III.2.2.5; III.3.2.1;
III.3.2.3; III.3.2.4; III.3.2.5; III.3.2.6;
III.3.2.19; III.3.2.20
- einde van ~ III.1.2.3; III.1.6.2; III.2.1.2; III.2.3.8;
III.3.2.1; III.3.3.1; III.1.2.1
- wijzigingen in ~ III.3.2.4; III.3.3.5; III.3.3.6
~ rol Inleiding; III.2.3.4; III.2.3.4; III.2.3.5
~ standaard Inleiding
~ uitspraken III.1.3.4
~ verantwoordelijkheid II.1.1.1; III.1.2.3; III.1.5.3
~ verantwoording III.4.3.7
~ verplichting II.1.1.3
Psychische integriteit III.3.1.2
Publicaties III.2.2.7
Rapportage I.1.2.7; I.1.2.15; I.1.2.16; III.1.4.2;
III.1.4.3; III.3.2.5; III.3.2.13; III.3.2.14;
III.3.2.15; III.3.2.16; III.3.2.17; III.3.2.18;
III.3.2.19; III.3.2.20; III.3.3.3; III.3.3.16;
III.4.3.6;
Relevant, relevante, relevantie
~ gegevens I.1.2.14; III.2.2.3; III.3.2.21; III.3.2.22
~ conclusies III.4.3.5
~ kwalificaties, titels etc. III.2.2.3
~ in rapportages III.3.3.16; III.4.3.6
Respect II.1.1.3; III.3
Rolintegriteit III.2.3
Rol, rolverwarring, rolvermenging Inleiding; II.1.1.2; III.2.3.4; III.2.3.5
Samenhang van de code I.1.1.1
Schade, voorkomen van ~ III.1.1.1; III.1.3; III.1.3.1; III.1.3.2;
III.1.3.3; III.1.3.4
Schriftelijke rapportage III.3.2.13; III.3.2.15
Seksuele
31
~ geaardheid III.3.1.3
~ gedragingen III.2.3.6
~ relatie met de cliënt III.2.3.7; III.2.3.8
Stadium van de professionele relatie Preambule
Statistiek III.3.3.14
Strijdigheid met de code I.1.4.2; III.2.1.3
Studenten III.1.5.4; III.2.3.7
Supervisanten III.1.5.4; III.2.3.7
Team III.1.5.2
Toegang tot het dossier III.3.3.10
Toegankelijkheid van het dossier III.3.2.10
Toestemming III.3.3.3; III.3.3.9; III.3.3.11; III.3.3.14;
III.3.3.15
- gerichte ~ I.1.2.12; III.3.2.21; III.3.2.22
Toetsing van het beroepsmatig handelen Preambule; III.1.6.1; III.1.6.3
- maatstaf voor ~ Preambule
- medewerking aan ~ Preambule
Uitspraken over personen, zonder hun toestemming III.1.3.4
Uitzonderingsbepalingen; toepassen van ~ I.1.4.3
Vakbekwaamheid III.4.2; III.4.2.1; III.4.2.2
Verantwoorde beroepsuitoefening Inleiding; Preambule; III.1.5.4; III.2.1.1;
III.2.1.2; III.2.1.4; III.4.3.8; III.4.3.9
Verantwoordelijkheid II.1.1.1; III.1
~ na beëindiging van de professionele relatie III.1.2.3
~ voor de continuïteit van de relatie III.1.2.1
Verantwoording III.1.6; III.1.6.1; III.4.3.7
Verbetering van gegevens III.3.2.11
Vermelden van opleiding, kwalificaties, titels etc. III.2.2.3
Vermengen van rollen vermijden III.2.3.4; III.2.3.5
Verminderd vermogen tot beroepsuitoefening III.4.3.8; III.4.3.9
Vernietiging van het dossier; recht op ~ III.1.6.2; III.3.2.12
Verschoning III.3.3.7
Vertegenwoordiging van de cliënt I.1.2.11; I.1.5; I.1.5.1; I.1.5.3
Vertrouwelijkheid, privacy Inleiding; II.1.1.3; III.1.4.2; III.2.3.3;
III.3.2.9; III.3.2.20; III.3.3; III.3.3.1;
III.3.3.2; III.3.3.8; III.3.3.9; III.3.3.10
Vertrouwen in de psychologiebeoefening III.1.1.1
Verwijdering van gegevens III.3.2.9; III.3.2.11; III.3.2.18; III.3.3.8
Verwijzer I.1.2.10
Voorkómen
~ en beperken van dierenleed III.1.3.3
~ van misleiding III.2.2.1
Voortzetten van de professionele relatie III.1.2.2; III.3.2.3; III.3.2.4; III.3.2.5
Voorwaarden, financiële en algemene III.2.2.5
32
Voorzichtigheid bij nieuwe methoden III.1.1.5
Vrijheid om te handelen conform de beroepscode III.1.5.1
Waardigheid II.1.1.3; III.3.1.2
Waarneming bij onvoorziene absentie III.1.2.2
Welingelicht aangaan van de professionele relatie III.3.3.4
Werkomgeving; de psycholoog en zijn ~ III.1.5; III.1.5.1; III.1.5.2; III.1.5.3;
III.1.5.4; III.1.5.5
Wetenschappelijk(e)
~ onderzoek I.1.2.1; III.1.3.4; II.1.1.2; III.2.2.7;
III.3.3.14
~ publicatie III.2.2.7; III.3.3.15
Wettelijk(e)
~ bepalingen I.1.4.4; III.1.6.2; III.3.2.2; III.3.2.19;
III.3.3.4; III.4.1.3
~ vertegenwoordiger I.1.2.11; I.1.5.1; I.1.5.3
~ vereiste nakoming van de opdracht I.1.4.5
~ verplichte gegevensverstrekking aan derden III.3.3.12
Wilsonbekwaam I.1.5; I.15.3
Zelfbeschikking, autonomie II.1.1.3; III.3.2.1; III.3.2.2
Zorgvuldig, zorgvuldigheid Inleiding; I.13.1; III.1.1.2; III.2.3.8
~ in de communicatie III.3.3.2
~ bij nieuwe methoden III.1.1.5
~ in het verkrijgen van onderzoeksgegevens III.2.2.8
N://klaar/beroepscode07\30-08-2007
De gekwalificeerde gedragswetenschapper van Bureau Jeugdzorg
In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
de wet: de Wet op de jeugdzorg;
indicatiebesluit: een besluit waarbij wordt vastgesteld of een cliënt is aangewezen op zorg als bedoeld in artikel 5, tweede lid, van de wet;
aanvrager: degene die de aanvraag indient voor een indicatiebesluit;
gekwalificeerde gedragswetenschapper: degene die lid is van het Nederlands Instituut voor Psychologen en is opgenomen in het Register Klinisch Psychologen of het register Kinder- en Jeugdpsychologen en beschikt over de Basisaantekening Psychodiagnostiek van dit instituut of degene die lid is van de Nederlandse Vereniging van Orthopedagogen en Onderwijskundigen en geregistreerd is als Orthopedagoog-Generalist dan wel een BIG-geregistreerde gezondheidszorgpsycholoog;
De Beroepscode voor psychologen 1998 van het Nederlands Instituut van Psychologen
Inhoud
Deel 1
De Beroepscode voor psychologen 1998
van het Nederlands Instituut van Psychologen 3
Deel 2
Reglement voor het Toezicht 33
Deel 3
Overige informatie 45
Deel 4
Index bij deel 1 Beroepscode 51
Deel 1
De Beroepscode voor psychologen 1998
van het Nederlands Instituut van Psychologen
NB. De artikelen van de beroepscode hebben een viercijferig nummer.
Inleiding 7
Preambule 10
I. Algemeen 12
I.1.1.1 Samenhang van de code 12
I.1.2 Begrippen 12
I.1.3 Algemene bepaling 13
I.1.3.1 Zorgvuldigheid 13
I.1.4 Bijzondere omstandigheden 14
I.1.4.1 Onverenigbaarheid van code-artikelen 14
I.1.4.2 Afwijken van de beroepscode 14
I.1.4.3 Toepassen van uitzonderingsbepalingen 14
I.1.4.4 Afwijken van de beroepscode vanwege specifieke wettelijke regels 14
I.1.4.5 Wettelijk vereiste nakoming van de opdracht 14
I.1.5 Vertegenwoordiging van de cliënt 15
I.1.5.1 Minderjarige cliënt 15
I.1.5.2 Informatie aan beide ouders 15
I.1.5.3 Meerderjarige wilsonbekwame cliënt 15
I.1.5.4 Strijdigheid met de belangen van de cliënt 15
II. De basisprincipes 16
III. Richtlijnen ter uitwerking van de basisprincipes 17
III.1 Integriteit 17
III.1.1 Betrouwbaarheid 17
III.1.1.1 Vertrouwen in de psychologie en psychologiebeoefening 17
III.1.1.2 Voorwaarden voor aanvang en voortzetting van de
professionele relatie 17
III.1.1.3 Reden tot beëindiging van de professionele relatie 17
III.1.1.4 Niet meewerken aan werkzaamheden die strijdig zijn met de code 17
3
III.1.1.5 Onafhankelijkheid en objectiviteit in het beroepsmatig handelen 17
III.1.2 Eerlijkheid 17
III.1.2.1 Voorkomen van misleiding 17
III.1.2.2 Geen misbruik van kennis, vaardigheden of overwicht 18
III.1.2.3 Vermelden van opleiding, kwalificaties, ervaring,
deskundigheid en titels 18
III.1.2.4 Geen ongerechtvaardigde of bovenmatige verwachtingen wekken 18
III.1.2.5 Informatie over voorwaarden waaronder opdrachten
worden aanvaard 18
III.1.2.6 Informatie over alternatieve theorieën of verklaringen 18
III.1.2.7 Bronvermelding 18
III.1.2.8 Zorgvuldigheid in het verkrijgen en weergeven van
onderzoeksgegevens 18
III.1.3 Rolintegriteit 18
III.1.3.1 Vermijden van meervoudige rollen 18
III.1.3.2 Onderkennen van onverenigbare belangen 19
III.1.3.3 Niet aanvaarden van onverenigbare opdrachten 19
III.1.3.4 Vermengen van professionele en niet-professionele rollen vermijden 19
III.1.3.5 Niet oneigenlijk bevorderen van persoonlijke belangen 19
III.1.3.6 Geen seksuele relatie met de cliënt 19
III.1.3.7 Geen seksuele gedragingen ten opzichte van de cliënt 19
III.1.3.8 Verantwoordelijkheid na beëindiging van de professionele relatie 19
III.1.3.9 Persoonlijke relatie na het beëindigen van de professionele relatie 20
III.2 Respect 20
III.2.1 Algemeen respect 20
III.2.1.1 Respect voor kennis, inzicht en ervaring van betrokkene 20
III.2.1.2 Respect voor de psychische en lichamelijke integriteit
van betrokkene 20
III.2.1.3 Non-discriminatie 20
III.2.2 Autonomie en zelfbeschikking 20
III.2.2.1 Respect voor autonomie en zelfbeschikking van betrokkene 20
III.2.2.2 Respectvol handelen bij beperkte zelfbeschikking van de cliënt 21
III.2.3 Informatie en instemming 21
III.2.3.1 Toestemming bij aangaan of voortzetten van de professionele relatie 21
III.2.3.2 Welingelicht aangaan en voortzetten van de professionele relatie 21
III.2.3.3 Dezelfde informatie voor opdrachtgever en cliënt 21
III.2.3.4 Inhoud van de informatie 21
III.2.3.5 Overleg over invulling van de professionele relatie 22
III.2.3.6 Informatie en instemming bij professionele activiteiten
in ruimere zin 22
4
III.2.4 Vertrouwelijkheid 22
III.2.4.1 Geheimhouding 22
III.2.4.2 Geheimhouding bij rapportage aan een externe opdrachtgever
of aan derden 22
III.2.4.3 Doorbreken van de geheimhouding 23
III.2.4.4 Informatie over het doorbreken van de vertrouwelijkheid 23
III.2.4.5 Reikwijdte van het doorbreken van de geheimhouding 23
III.2.4.6 Beroep op verschoning 23
III.2.5 Dossier 23
III.2.5.1 Beperken van het dossier tot relevante gegevens 23
III.2.5.2 Dossiergegevens over andere personen dan cliënt 23
III.2.5.3 Dossier betreffende een cliëntsysteem 24
III.2.5.4 Dossieronderdelen die betrekking hebben op meerdere
personen tegelijk 24
III.2.5.5 Toegang tot het dossier 24
III.2.5.6 Toegankelijkheid, begrijpelijkheid en volledigheid van het dossier 24
III.2.5.7 Inzage in en afschrift van het dossier 24
III.2.5.8 Verbetering van, aanvulling op of verwijdering van gegevens
in het dossier 24
III.2.5.9 Bewaartermijn van een op naam gesteld dossier 25
III.2.5.10 Recht op vernietiging van het dossier 25
III.2.6 Gegevensverstrekking 25
III.2.6.1 Gegevensverstrekking aan derden 25
III.2.6.2 Wettelijk verplichte gegevensverstrekking aan derden 25
III.2.6.3 Gegevensverstrekking in een interdisciplinair team 25
III.2.6.4 Gegevensverstrekking voor wetenschappelijk onderzoek en statistiek 25
III.2.6.5 Gebruik van gegevens voor wetenschappelijke publicaties,
supervisie, etc. 26
III.2.7 Rapportage 26
III.2.7.1 Schriftelijke rapportage 26
III.2.7.2 Gelegenheid tot inzage voorafgaand aan de rapportage 26
III.2.7.3 Mondelinge rapportage aan derden 26
III.2.7.4 Correctie, aanvulling of verwijdering van gegevens
in de rapportage 26
III.2.7.5 Blokkeren van rapportage aan de externe opdrachtgever 26
III.2.7.6 Inzage- en blokkeringsrecht bij rapportage van een cliëntsysteem 27
III.2.7.7 Beperking tot relevante gegevens in rapportages en verklaringen 27
III.2.7.8 Voorkomen van onbedoeld gebruik en misbruik van rapportages 27
III.3 Deskundigheid 27
5
III.3.1 Ethisch bewustzijn 27
III.3.1.1 Beroepsuitoefening in overeenstemming met de beroepscode 27
III.3.1.2 Noodzaak van een voortdurende kritische reflectie 27
III.3.1.3 Kennis van bijzondere wettelijke bepalingen 28
III.3.2 Vakbekwaamheid 28
III.3.2.1 In stand houden van professionele deskundigheid 28
III.3.2.2 Gebruik van doeltreffende en doelmatige methoden 28
III.3.3 De grenzen van het beroepsmatig handelen 28
III.3.3.1 Professionele en persoonlijke beperkingen 28
III.3.3.2 Grenzen van de eigen deskundigheid 28
III.3.3.3 Kwalificatie 28
III.3.3.4 Relevantie en beperkingen van conclusies 28
III.3.3.5 Professionele verantwoording van het beroepsmatig handelen 29
III.3.3.6 Dreigend verminderd vermogen tot verantwoorde
beroepsuitoefening 29
III.3.3.7 Staken van het beroepsmatig handelen bij verminderd vermogen 29
III.4 Verantwoordelijkheid 29
III.4.1 De kwaliteit van het beroepsmatig handelen 29
III.4.1.1 Zorg voor kwaliteit 29
III.4.1.2 Medeverantwoordelijkheid voor de kwaliteit van het team 29
III.4.1.3 Adequate professionele en ethische normen 29
III.4.2 Verantwoording 29
III.4.2.1 Afleggen van verantwoording 29
III.4.2.2 Medewerking aan behandeling van een klachtenprocedure 30
III.4.3 Voorkomen van schade 30
III.4.3.1 Negatieve ervaringen 30
III.4.3.2 Ingrijpende indirecte effecten van het beroepsmatig handelen 30
III.4.4 Voorkomen van misbruik 30
III.4.4.1 Voorkomen van misbruik van resultaten 30
III.4.5 Continuïteit van het beroepsmatig handelen 30
III.4.5.1 Continuïteit van de professionele relatie 30
III.4.5.2 Verantwoordelijkheid voortvloeiend uit de professionele relatie 30
III.4.5.3 Verantwoordelijkheid voor waarneming bij onvoorziene absentie 31
III.4.6 De psycholoog en zijn werkomgeving 31
III.4.6.1 Verantwoordelijkheid voor de kwaliteit van ondergeschikten 31
III.4.6.2 Vrijheid om te kunnen handelen conform de beroepscode 31
III.4.6.3 Hulp en steun aan collega’s, studenten en supervisanten 31
III.4.6.4 Collegiaal appèl 31
6
Inleiding
Het is een goede traditie dat psychologen zich nadrukkelijk bezinnen op de
ethische kanten van hun beroepsuitoefening. Hoewel zoiets niet exclusief
voor psychologen geldt, maakt de aard van het werk en de relatie met
cliënten een voortdurende beroepsethische reflectie noodzakelijk. Een van de
doelstellingen van het Nederlands Instituut van Psychologen als beroepsvereniging
van psychologen, is daarin een belangrijke rol te spelen, met name
door het vertalen van de beroepsethische principes in gedragsregels die als
richtsnoer voor het beroepsmatig handelen dienen.
De beroepscode dient tot waarborg van de kwaliteit van de beroepsuitoefening
in het belang van de cliënt, van de psycholoog, van andere betrokkenen en van
de psychologiebeoefening in al haar facetten.
Daarmee komen de belangrijkste functies van de beroepscode in beeld.
Enerzijds dient de code als een leidraad voor het beroepsmatig handelen van de
individuele psycholoog. Anderzijds is het een informatiebron over wat van de
psycholoog in het algemeen kan worden verwacht en verlangd voor al degenen
die te maken hebben met het professioneel handelen van de psycholoog.
Daarnaast dient de beroepscode als maatstaf waaraan het handelen van de
psycholoog kan worden getoetst.
Het NIP kent een klachtenprocedure, vastgelegd in het Reglement voor het
Toezicht, waarvan iedereen gebruik kan maken die weet heeft van ethisch
onjuist handelen door een psycholoog die lid is van het NIP. De klacht wordt,
met toepassing van het principe van hoor en wederhoor, behandeld door het
College van Toezicht. Over de uitspraak van het College staat hoger beroep
open bij het College van Beroep.
De codificatie van de beroepsethiek voor psychologen heeft in ons land een vrij
lange voorgeschiedenis. Een eerste beroepscode werd in 1960 vastgesteld.
In 1976 volgde een herziening van deze gedragscode. Daarna werd, na een
grondige voorbereiding, per 1 januari 1988 de derde, geheel herziene beroepscode
van kracht. Sinds die tijd heeft de ontwikkeling in het denken over
beroepsethiek, de positie van de cliënt en de beroepsverantwoordelijkheid van
de psycholoog in alle werkvelden niet stil gestaan. Er zijn nieuwe wetten
gekomen over privacy en patiëntenrechten, er zijn nieuwe methodieken van
behandeling, onderzoek en assessment ontstaan. En ook is in het werken met
de beroepscode een aantal knelpunten aan het licht gekomen, die inherent zijn
aan de destijds gekozen opbouw en structuur.
7
Dit waren redenen om opnieuw te komen tot een grondige herziening van de
beroepscode. Hierbij is voor een radicaal andere opzet gekozen dan in de code
van 1988. Dat betekent echter niet dat de eisen die in de praktijk aan de psycholoog
worden gesteld nu wezenlijk veranderd worden. Getracht is tot een
heldere en inhoudelijk logisch opgebouwde structuur te komen, die als basis
kan dienen voor het beroepsmatig handelen van psychologen in alle, soms ver
uiteenlopende, werkvelden. Op deze basis kan worden voortgebouwd aan
nadere richtlijnen en toelichtende hoofdstukken.
Daarin kunnen meer specifieke situaties - al dan niet werkveld gebonden -
worden behandeld en verbanden worden gelegd met wettelijke bepalingen en
andere richtlijnen waaraan NIP-leden in hun werksituatie gebonden kunnen
zijn. In deze opzet is er rekening mee gehouden dat er geen knelpunten mogen
ontstaan tussen de bepalingen van de beroepscode en de meest toepasselijke
wetten en andere regelingen.
De beroepscode als samenstel van gedragsregels reflecteert de stand van zaken
in de voortgaande ethische discussie zoals die in het algemeen in de maatschappij
wordt gevoerd, en specifiek in de eigen professie en de verwante beroepsgroepen.
Een belangrijke graadmeter voor de ontwikkelingen in het denken
over de beroepsethiek is de jurisprudentie, gevormd door de uitspraken van de
beide tuchtcolleges van het NIP.
Bij het totstandkomen van deze versie van de beroepscode heeft het NIP niet
alleen voortgebouwd op het denken in Nederland over de beroepsethiek, maar
zich ook buiten de grenzen georiënteerd. In juli 1995 werd door de General
Assembly van de European Federation of Professional Psychologists’
Associations (EFPPA), de koepelorganisatie van Europese psychologenverenigingen
waarbij ook het NIP is aangesloten, een voorstel voor een Meta-Code
aangenomen die als grondslag dient voor de codes van de aangesloten verenigingen.
Bij het ontwikkelen van deze versie van de beroepscode is aansluiting gezocht
bij de Meta-Code.
Uitgangspunt van de code is de noodzaak om gedragsregels te formuleren waaraan
het beroepsmatig handelen van de psycholoog dient te voldoen. Onder
beroepsmatig handelen wordt hier niet alleen verstaan het handelen in het
kader van een professionele relatie in engere zin, maar elk optreden van de psycholoog
in die hoedanigheid.
De beroepscode als geheel steunt op de volgende vier ethische basisprincipes:
integriteit, respect, deskundigheid en verantwoordelijkheid.
Deze basisprincipes worden verwoord in een aantal algemene formuleringen
die dienen ter oriëntatie voor de beroepsethische bezinning op het beroeps-
8
matig handelen. De basisprincipes zijn vervolgens uitgewerkt in regels en richtlijnen
met een meer concreet en specifiek karakter. Deze dienen als wegwijzer
voor de ethische besluitvorming van de psycholoog in een concrete situatie.
Om een duidelijke structuur in de beroepscode aan te brengen, wordt bij het
formuleren van de richtlijnen steeds aangesloten bij één van de basisprincipes.
Voorts hebben de volgende overwegingen een rol gespeeld bij het formuleren
van de bepalingen in de beroepscode.
De psycholoog dient een aantal aspecten van zijn beroepsuitoefening steeds in
het oog te houden. Veel van de relaties die hij in zijn beroepsuitoefening
aangaat, zijn in aanleg ongelijke relaties, die voor de betrokkenen licht kunnen
leiden tot afhankelijkheid van de psycholoog. De psycholoog moet zich dat
steeds realiseren.
De psycholoog dient ook te onderkennen dat iedere relatie die hij in zijn
beroepsuitoefening aangaat, een ontwikkeling doormaakt waarbij in verschillende
stadia verschillende regels van toepassing kunnen zijn. De psycholoog
dient zich dan ook steeds af te vragen in welk stadium de relatie verkeert en
vooruit te kijken naar de volgende stadia.
Een derde aspect dat de psycholoog zich dient te realiseren is dat het mogelijk
is dat hij tijdens of in samenhang met zijn beroepsmatig handelen tegelijkertijd
of kort na elkaar verschillende rollen vervult. Dat kunnen zowel professionele
als niet-professionele rollen zijn. Hij dient zich steeds af te vragen of deze rollen
zich ten opzichte van elkaar verdragen en of er geen verwarring kan ontstaan
bij de betrokkenen.
Omdat opvattingen over wat al dan niet behoorlijk of toelaatbaar is in de loop
der tijd veranderen, is de code een in de tijd gegeven document, dat regelmatig
moet worden herzien. Het Nederlands Instituut van Psychologen voorziet daarvoor
in een vaste revisieprocedure, waarin elke vijf jaar een aangepaste code
wordt vastgesteld.
Bij de code behoort een uitgebreide toelichting, die in een aparte uitgave wordt
gepubliceerd. Voor een goed begrip van de code en de interpretatie in verschillende
situaties wordt hier uitdrukkelijk naar de toelichting verwezen.
December 1997
Prof. dr. H. T. van der Molen
C. J. Koene
9
Preambule
In het belang van degenen op wie het beroepsmatig handelen van de psycholoog
in ruimste zin betrekking heeft, in het belang van de maatschappij en in
het belang van de kwaliteit van de beroepsuitoefening heeft het Nederlands
Instituut van Psychologen besloten ethische principes te formuleren en daarop
nadere richtlijnen te baseren. Deze zijn neergelegd in de Beroepscode voor
psychologen. De beroepscode heeft tot doel de beroepsethische reflectie te
bevorderen en als maatstaf te dienen voor toetsing van het beroepsmatig handelen
van de psycholoog.
Een beroepscode kan geen eenduidige handleiding zijn, die zonder nadere
overwegingen uitsluitsel geeft over wat in elke situatie de juiste handelwijze is.
In het oog moet worden gehouden dat in een gegeven situatie verschillende
basisprincipes en daarop gebaseerde richtlijnen gelijktijdig geldig zijn, maar
met elkaar op gespannen voet kunnen staan. Bij een dergelijk ethisch dilemma
gaat het om een afweging van welke ethische principes daarbij het zwaarste
wegen.
De beroepscode is het hulpmiddel voor de psycholoog om zijn ethische
afweging te expliciteren en tot een verantwoorde eigen keuze te komen. Bij een
dergelijke afweging kan het aanbeveling verdienen dat de psycholoog ondersteuning
door ervaren collega’s en zijn beroepsvereniging inroept. Het achterwege
laten van een dergelijke consultatie behoeft de psycholoog niet altijd te
worden aangerekend, als deze een overtuigende motivering heeft voor zijn uiteindelijke
beslissing en als het gewicht van deze beslissing een consultatie niet
zonder meer vooronderstelt.
Het behoort bij een verantwoorde beroepsuitoefening bereid te zijn de beroepsethische
aspecten van het eigen professioneel handelen onder collega’s ter
discussie te stellen. Dat brengt in voorkomende gevallen de verplichting met
zich mee het beroepsmatig handelen te verantwoorden aan en te laten toetsen
door daartoe bevoegde Colleges en aan een dergelijke toetsing loyaal en coöperatief
medewerking te verlenen. Het zich onttrekken aan die toetsing, of het
frustreren daarvan is derhalve in strijd met de geest van de beroepscode.
De beroepscode wordt gedragen door de besluitvorming van de in het
Nederlands Instituut van Psychologen georganiseerde psychologen en heeft
voor alle leden van de vereniging bindende kracht (artikel 5 lid 2 van de
Statuten).
10
Het Nederlands Instituut van Psychologen is bovendien van mening dat de
code naar zijn aard zou moeten gelden voor de beroepsuitoefening van alle
psychologen.
11
I. Algemeen
I.1.1.1. Samenhang van de code
De bepalingen in dit deel moeten worden gelezen in samenhang met de volgende
bepalingen van de beroepscode. Indien de omstandigheden dat vereisen,
vormen de relevante bepalingen uit het onderstaande een integraal geheel met
de overige bepalingen van de beroepscode.
I.1.2 Begrippen
I.1.2.1
Het beroepsmatig handelen: alle handelingen die de psycholoog als zodanig
verricht; dat wil zeggen elk optreden van de psycholoog in zijn functie of met
gebruikmaking van de aanduiding psycholoog; hieronder valt de
professionele relatie, het optreden als docent, supervisor, in de media etc.
I.1.2.2
De betrokkene: elke persoon die direct of indirect is betrokken bij het beroepsmatig
handelen van de psycholoog of die daardoor in zijn belangen wordt
geraakt; zoals de cliënt, opdrachtgever, collega, student, proefpersoon etc.
I.1.2.3
De professionele relatie: de behandelings-, onderzoeks-, adviserings-, of begeleidingsrelatie
tussen psycholoog en cliënt of cliëntsysteem.
I.1.2.4
De cliënt: de persoon met wie de psycholoog een professionele relatie aangaat,
onderhoudt, of onderhouden heeft; zoals de patiënt, de onderzochte, etc.
I.1.2.5
Het cliëntsysteem: de groep van meer personen in hun onderling functioneren,
met wie de psycholoog één professionele relatie aangaat, onderhoudt, of onderhouden
heeft.
I.1.2.6
De externe opdrachtgever: de persoon of rechtspersoon die de opdracht tot enige
vorm van beroepsmatig handelen heeft gegeven, niet zijnde de cliënt, het cliëntsysteem
of de verwijzer; de opdracht omvat zowel de vraagstelling die aan het
beroepsmatig handelen ten grondslag ligt, als de afspraken omtrent voortgang,
12
procedurele aspecten en rapportage en de financiële afwikkeling van de
opdracht.
I.1.2.7
Wettelijk vertegenwoordiger(s):
• de ouder(s) van de minderjarige cliënt die het ouderlijk gezag over hem uitoefent
of uitoefenen, dan wel diens voogd;
• de door de rechter benoemde curator of mentor van de meerderjarige
cliënt.
I.1.2.8
Dossier: de verzameling van gegevens betrekking hebbend op een cliënt of
cliëntsysteem, verkregen door de psycholoog in zijn beroepsmatig handelen, die
hij bewaart vanwege hun relevantie voor kwaliteit en continuïteit van de professionele
relatie. Persoonlijke werkaantekeningen van de psycholoog en ruwe
testgegevens behoren niet tot het dossier.
I.1.2.9
Rapportage: elke bevinding, beoordeling of advies, herleidbaar tot één of meer
cliënten, die mondeling of schriftelijk wordt uitgebracht in het kader van een
opdracht.
I.1.2.10
Gegeven: elk op een persoon herleidbaar gegeven dat in welke vorm dan ook
bewaard kan worden, waaronder begrepen audiovisuele middelen en geautomatiseerde
databestanden.
Waar in deze code gesproken wordt van de psycholoog, de cliënt, de betrokkene,
respectievelijk hij of hem, wordt in voorkomende gevallen bedoeld de
psychologe, de cliënte, zij of haar.
I.1.3 Algemene bepaling
I.1.3.1 Zorgvuldigheid
De psycholoog neemt in de uitoefening van zijn beroep de zorgvuldigheid in
acht door te handelen naar de inhoud van de beroepscode.
13
I.1.4 Bijzondere omstandigheden
I.1.4.1 Onverenigbaarheid van code-artikelen
In geval de psycholoog in een bepaalde situatie ervaart dat het volgen van een
bepaling van de beroepscode ertoe leidt dat een andere bepaling van de
beroepscode niet gevolgd kan worden, dan weegt hij de gevolgen van de keuze
voor één van de bepalingen zorgvuldig af en overweegt zijn beroepsvereniging
en/of ervaren vakgenoten te consulteren.
I.1.4.2 Afwijken van de beroepscode
Als de psycholoog gegronde redenen heeft om af te wijken van de door de
beroepscode voorgeschreven handelwijze, dient hij alvorens te beslissen, de
beslissing grondig te motiveren en een deskundige te raadplegen die niet rechtstreeks
bij de professionele relatie is betrokken.
Uit de motivering moet blijken dat de handelwijze die strijdig is met de bepalingen
van de beroepscode, wel in overeenstemming is met de geest van de
beroepscode en het resultaat is van een zorgvuldige belangenafweging.
I.1.4.3 Toepassen van uitzonderingsbepalingen
Als de psycholoog gegronde redenen heeft om toepassing te geven aan enige, in
een artikel van de beroepscode geformuleerde, uitzonderingsbepaling, gelden
de hiervoor omschreven zorgvuldigheidseisen eveneens.
I.1.4.4 Afwijken van de beroepscode vanwege specifieke wettelijke regels
Indien specifieke wettelijke regels de psycholoog verplichten af te wijken van
enige bepaling van de ‘Beroepscode voor psychologen’, dan streeft de psycholoog
ernaar voor het overige zoveel mogelijk de andere bepalingen en de geest
van de beroepscode te volgen.
I.1.4.5 Wettelijk vereiste nakoming van de opdracht
Als de professionele relatie tot stand komt als gevolg van een opdracht door een
externe opdrachtgever die een door de wet toegekende bevoegdheid heeft om
nakoming van de opdracht te eisen, blijven de rechten van de cliënt gehandhaafd,
voor zover dit niet strijdt met de regels die op deze opdrachtrelatie van
toepassing zijn.
14
I.1.5 Vertegenwoordiging van de cliënt
I.1.5.1 Minderjarige cliënt
Als de cliënt minderjarig is en nog niet de jaren des onderscheids heeft bereikt,
worden de in de code aan hem toegekende rechten uitgeoefend door zijn wettelijk
vertegenwoordiger(s), tenzij de psycholoog redenen heeft om aan te nemen,
dat de belangen van de cliënt ernstig zouden worden geschaad door de betrokkenheid
van de wettelijk vertegenwoordiger(s) bij de professionele relatie.
De cliënt wordt geacht in ieder geval de jaren des onderscheids te hebben
bereikt als hij de leeftijd van 16 jaar heeft bereikt, tenzij hij niet in staat kan
worden geacht tot een redelijke waardering van zijn belangen. Vanaf de leeftijd
van 12 jaar wordt de cliënt, ongeacht de aanspraken van zijn wettelijk vertegenwoordiger(
s), zoveel mogelijk bij de uitoefening van zijn rechten betrokken.
I.1.5.2 Informatie aan beide ouders
Indien één der ouders het ouderlijk gezag heeft over de minderjarige cliënt, verschaft
de psycholoog de informatie over de cliënt die hij aan deze ouder verstrekt
desgevraagd ook aan de andere ouder, tenzij dit in strijd zou zijn met de
belangen van de minderjarige cliënt.
I.1.5.3 Meerderjarige wilsonbekwame cliënt
Als de cliënt meerderjarig is, maar niet tot een redelijke waardering van zijn
belangen terzake in staat kan worden geacht, worden de in de code aan hem
toegekende rechten uitgeoefend door zijn wettelijk vertegenwoordiger. Als ten
aanzien van een dergelijke cliënt geen wettelijk vertegenwoordiger is benoemd,
worden de rechten uitgeoefend door een door hemzelf aangewezen vertegenwoordiger.
Bij gebreke van een dergelijk vertegenwoordiger worden de rechten
uitgeoefend door respectievelijk de echtgenoot of levensgezel, ouder, kind,
broer of zuster van de cliënt, tenzij de cliënt dat niet wenst, of de psycholoog
dat niet in het belang van de cliënt acht. Onverlet het bovenstaande wordt de
meerderjarige wilsonbekwame cliënt waar mogelijk bij de uitoefening van zijn
rechten betrokken.
I.1.5.4 Strijdigheid met de belangen van de cliënt
Beslissingen van de genoemde vertegenwoordigers worden door de psycholoog
niet gevolgd indien hij in de gegeven omstandigheden meent dat dat zou strijden
met de belangen van de cliënt.
15
II. De basisprincipes
II.1.1.1 Integriteit
De psycholoog streeft naar integriteit in de wetenschapsbeoefening, het
onderwijs en de toepassing van de psychologie. In zijn handelen betoont de
psycholoog eerlijkheid, gelijkwaardige behandeling en openheid tegenover
betrokkenen. Hij schept tegenover alle betrokkenen duidelijkheid over de
rollen die hij vervult en handelt in overeenstemming daarmee.
II.1.1.2 Respect
De psycholoog toont respect voor de fundamentele rechten en waardigheid van
de betrokkene en bevordert de ontwikkeling daarvan. Hij respecteert het recht
van de betrokkene op privacy en vertrouwelijkheid. Hij respecteert en bevordert
diens zelfbeschikking en autonomie, voor zover dat te verenigen is met de
andere professionele verplichtingen van de psycholoog en met de wet.
II.1.1.3 Deskundigheid
De psycholoog streeft naar het verwerven en handhaven van een hoog niveau
van deskundigheid in zijn beroepsuitoefening. Hij neemt de grenzen van zijn
deskundigheid in acht en de beperkingen van zijn ervaring. Hij biedt alleen
diensten aan en gebruikt alleen methoden en technieken waarvoor hij door
opleiding, training en/of ervaring is gekwalificeerd.
II.1.1.4 Verantwoordelijkheid
De psycholoog onderkent zijn professionele en wetenschappelijke verantwoordelijkheid
ten opzichte van de betrokkene, zijn omgeving en de maatschappij.
De psycholoog is verantwoordelijk voor zijn professioneel handelen en zorgt
ervoor, voor zover dat in zijn vermogen ligt, dat zijn diensten en de resultaten
van zijn beroepsmatig handelen niet worden misbruikt.
16
III. Richtlijnen ter uitwerking van de
basisprincipes
III.1 Integriteit
III.1.1 Betrouwbaarheid
III.1.1.1 Vertrouwen in de psychologie en psychologiebeoefening
De psycholoog onthoudt zich van gedragingen waarvan hij weet of redelijkerwijs
kan voorzien dat zij het vertrouwen in de wetenschap der psychologie, de
psychologiebeoefening of van collega’s kunnen schaden.
III.1.1.2 Voorwaarden voor aanvang en voortzetting van de professionele relatie
Hij dient een professionele relatie alleen aan te vangen, of voort te zetten, als
dit professioneel en ethisch verantwoord is.
III.1.1.3 Reden tot beëindiging van de professionele relatie
De psycholoog zet de professionele relatie niet voort als daar professioneel geen
grond meer voor bestaat. Hij zorgt er voor dat de professionele relatie in
overleg met de cliënt wordt afgerond en dat daarover geen misverstanden
blijven bestaan.
III.1.1.4 Niet meewerken aan werkzaamheden die strijdig zijn met de code
De psycholoog verleent geen medewerking aan werkzaamheden van anderen
die met de code in strijd zijn. Evenmin profiteert hij van de resultaten van
dergelijke werkzaamheden.
III.1.1.5 Onafhankelijkheid en objectiviteit in het beroepsmatig handelen
De psycholoog draagt er zorg voor dat hij in zijn beroepsmatig handelen onafhankelijk
en objectief kan optreden.
Hij laat zijn beroepsmatig handelen niet zodanig beïnvloeden door eisen van
anderen met wie of in opdracht van wie hij werkt, dat hij de resultaten daarvan
professioneel niet kan verantwoorden.
III.1.2 Eerlijkheid
III.1.2.1 Voorkomen van misleiding
De psycholoog voorkomt misleiding van enige aard in zijn beroepsmatig
handelen.
17
III.1.2.2 Geen misbruik van kennis, vaardigheden of overwicht
De psycholoog maakt geen misbruik van zijn psychologische kennis en vaardigheden
of van het overwicht dat voortvloeit uit zijn deskundigheid of zijn
positie.
III.1.2.3 Vermelden van opleiding, kwalificaties, ervaring, deskundigheid en titels
De psycholoog is nauwgezet bij het vermelden van zijn opleiding en kwalificaties,
ervaring, deskundigheid en titels. Hij vermeldt deze uitsluitend wanneer
zij relevant zijn.
III.1.2.4 Geen ongerechtvaardigde of bovenmatige verwachtingen wekken
De psycholoog zorgt ervoor dat geen ongerechtvaardigde of bovenmatige verwachtingen
worden gewekt ten aanzien van de aard, de effecten en de gevolgen
van zijn dienstverlening.
III.1.2.5 Informatie over voorwaarden waaronder opdrachten worden aanvaard
De psycholoog stelt betrokkenen voorafgaand aan of in het vroegste stadium
van de professionele relatie eerlijk en nauwgezet op de hoogte van de financiële
en andere algemene voorwaarden waaronder hij zijn opdrachten aanvaardt.
III.1.2.6 Informatie over alternatieve theorieën of verklaringen
De psycholoog is nauwgezet bij het verstrekken van informatie aan betrokkene
en informeert deze als er sprake kan zijn van alternatieve theorieën of verklaringen
en expliciteert zijn professioneel oordeel over deze alternatieven.
III.1.2.7 Bronvermelding
Bij het presenteren, in woord en geschrift, van wetenschappelijk werk, toegepast
wetenschappelijk werk of voor lekenpubliek bedoelde presentaties,
vermeldt de psycholoog op passende wijze de bronnen waaruit hij heeft geput,
voor zover de resultaten of het gedachtegoed niet voortkomen uit eigen professionele
werkzaamheden.
III.1.2.8 Zorgvuldigheid in het verkrijgen en weergeven van onderzoeksgegevens
De psycholoog is zorgvuldig in het verkrijgen en het statistisch bewerken van
onderzoeksgegevens. Hij is niet selectief in het gebruik van relevante gegevens
en in het weergeven en het verklaren van de resultaten.
III.1.3 Rolintegriteit
III.1.3.1 Vermijden van meervoudige rollen
De psycholoog onderkent de moeilijkheden die kunnen ontstaan uit het ver-
18
vullen van verschillende professionele rollen ten opzichte van een of meer
betrokkenen. Bij voorkeur vermijdt hij het ontstaan van meervoudige rollen.
III.1.3.2 Onderkennen van onverenigbare belangen
De psycholoog onderkent de moeilijkheden die kunnen ontstaan doordat er
binnen het geheel van cliënt, cliëntsysteem en opdrachtgever sprake kan zijn
van onverenigbare belangen.
III.1.3.3 Niet aanvaarden van onverenigbare opdrachten
De psycholoog aanvaardt geen nieuwe opdracht die niet goed te verenigen is
met een reeds eerder aanvaarde opdracht, ook als er geen sprake is van dezelfde
cliënt. Bij motivering van zo’n weigering neemt de psycholoog de vertrouwelijkheid
in acht.
III.1.3.4 Vermengen van professionele en niet-professionele rollen vermijden
De psycholoog vermengt geen professionele en niet-professionele rollen die
elkaar zodanig kunnen beïnvloeden, dat hij niet meer in staat is een professionele
afstand tot de betrokkene(n) te bewaren of waardoor de belangen van de
betrokkene(n) worden geschaad.
III.1.3.5 Niet oneigenlijk bevorderen van persoonlijke belangen
De psycholoog laat na in zijn beroepsmatig handelen zijn persoonlijke, religieuze,
politieke of ideologische belangen oneigenlijk te bevorderen.
III.1.3.6 Geen seksuele relatie met de cliënt
De psycholoog gaat geen seksuele relatie aan met zijn cliënt tijdens of direct aansluitend
aan de professionele relatie. Ook nadien is hij daarin terughoudend.
III.1.3.7 Geen seksuele gedragingen ten opzichte van de cliënt
De psycholoog onthoudt zich van seksuele toenaderingspogingen ten opzichte
van zijn cliënt en gaat niet in op dergelijke toenaderingspogingen van diens
kant.
Hij onthoudt zich van gedragingen die seksueel getint zijn of in het algemeen
als zodanig kunnen worden opgevat.
III.1.3.8 Verantwoordelijkheid na beëindiging van de professionele relatie
De psycholoog geeft zich rekenschap van het feit dat na de formele beëindiging
van de professionele relatie er nog steeds sprake kan zijn van belangentegenstellingen
of een ongelijke machtsverhouding tussen hem en de betrokkenen en
dat derhalve zijn professionele verantwoordelijkheid ten opzichte van de
betrokkenen niet zonder meer ophoudt te bestaan.
19
III.1.3.9 Persoonlijke relatie na het beëindigen van de professionele relatie
Bij het aangaan van een persoonlijke relatie na het beëindigen van de professionele
relatie, vergewist de psycholoog zich ervan dat de voorgaande professionele
relatie geen onevenredige betekenis meer heeft.
Als het hierbij gaat om een seksuele relatie is de psycholoog er verantwoordelijk
voor dat hij desgevraagd kan aantonen dat hij bij het aangaan van deze relatie
alle zorgvuldigheid in acht genomen heeft, die van hem als professioneel
psycholoog gevraagd kan worden.
III.2 Respect
III.2.1 Algemeen respect
III.2.1.1 Respect voor kennis, inzicht en ervaring van betrokkene
De psycholoog geeft zich rekenschap van en respecteert de kennis, het inzicht
en de ervaring van de betrokkene.
III.2.1.2 Respect voor de psychische en lichamelijke integriteit van betrokkene
De psycholoog respecteert de psychische en lichamelijke integriteit van de
betrokkene en tast hem niet in zijn waardigheid aan. Hij dringt niet verder
door in het privéleven van de betrokkene dan voor het doel van zijn beroepsmatig
handelen noodzakelijk is.
III.2.1.3 Non-discriminatie
De psycholoog geeft zich rekenschap van en houdt rekening met individuele en
culturele verschillen als gevolg van ras, afkomst, etniciteit, geslacht, seksuele
voorkeur, handicap, leeftijd, religie, taal of sociaal-economische status.
Hij spant zich ervoor in dat ondanks die verschillen een ieder in dezelfde
situatie dezelfde kansen krijgt. Discriminatie op deze en andere gronden is niet
toegestaan.
III.2.2 Autonomie en zelfbeschikking
III.2.2.1 Respect voor autonomie en zelfbeschikking van betrokkene
De psycholoog respecteert en bevordert in zijn beroepsmatig handelen de autonomie
en zelfbeschikking van de betrokkene. In het bijzonder komt die zelfbeschikking
van de betrokkene tot uiting in het recht om de professionele
relatie met de psycholoog al dan niet aan te gaan, voort te zetten, dan wel te
beëindigen.
20
III.2.2.2 Respectvol handelen bij beperkte zelfbeschikking van de cliënt
Indien de zelfbeschikking van de cliënt wordt beperkt door diens leeftijd, aanleg
en ontwikkeling, geestelijke gezondheid of door wettelijke bepalingen, dan
wel door de beslissingsbevoegdheid van een externe opdrachtgever die deze
ontleent aan een hem opgedragen wettelijke taak of rechterlijke beslissing, dan
laat de psycholoog binnen deze beperkingen de zelfbeschikking van de cliënt
toch zoveel mogelijk tot zijn recht komen.
III.2.3 Informatie en instemming
III.2.3.1 Toestemming bij aangaan of voortzetten van de professionele relatie
Zonder toestemming van de cliënt kan de psycholoog geen professionele relatie
met hem aangaan of voortzetten.
Evenwel is toestemming van de cliënt niet vereist, indien de professionele
relatie tot stand komt als gevolg van een opdracht door een externe opdrachtgever,
die daartoe een door de wet toegekende bevoegdheid heeft.
III.2.3.2 Welingelicht aangaan en voortzetten van de professionele relatie
Voorafgaande aan en tijdens de duur van de professionele relatie verstrekt de psycholoog
zodanige informatie aan de cliënt, dat deze vrijelijk in staat is welingelicht
in te stemmen met het aangaan en voortzetten van de professionele relatie.
III.2.3.3 Dezelfde informatie voor opdrachtgever en cliënt
Als er sprake is van een externe opdrachtgever, dient de psycholoog zich, vóór
de aanvang van de professionele relatie ervan te vergewissen, dat zowel de
opdrachtgever als de cliënt of het cliëntsysteem over dezelfde informatie
beschikken voor wat betreft doel en opzet van de professionele relatie en de
voorgenomen werkwijze.
De opdracht kan slechts doorgang vinden als over doel en opzet tussen hen
overeenstemming bestaat. Bij wijziging van de situatie of van de opdracht dient
de psycholoog tot hernieuwde afspraken te komen.
III.2.3.4 Inhoud van de informatie
De informatie wordt bij voorkeur zowel mondeling als schriftelijk gegeven en
bevat voor zover van toepassing:
• het doel van de professionele relatie en de context waarin die plaatsvindt; de
plaats van de cliënt en de psycholoog hierin;
• de gang van zaken, de activiteiten en situaties waarmee de cliënt rechtstreeks
of indirect zal worden geconfronteerd;
• de personen met wie de psycholoog, al dan niet in multidisciplinair verband,
samenwerkt in de professionele relatie;
21
• de methoden van onderzoek of behandeling die in aanmerking kunnen
komen en de te verwachten resultaten en beperkingen daarvan;
• de typen gegevens die over de cliënt worden verzameld en de wijze waarop
deze worden bewaard;
• de wijze van eventuele rapportering en aan wie wordt gerapporteerd;
• de regels in de beroepscode met betrekking tot inzage en afschrift, correctie
en blokkering van de rapportage;
• eventuele instanties die bij de professionele relatie enig belang hebben;
• mogelijke neveneffecten van het beroepsmatig handelen;
• de gebondenheid van de psycholoog aan de beroepscode en het klachtrecht;
Eventuele wijzigingen hierin worden met de cliënt besproken.
III.2.3.5 Overleg over invulling van de professionele relatie
De psycholoog biedt de cliënt de gelegenheid voor overleg over diens wensen
en meningen betreffende de invulling van de professionele relatie, tenzij dat
een goede voortgang van de professionele relatie in de weg staat.
III.2.3.6 Informatie en instemming bij professionele activiteiten in ruimere zin
De bepalingen in deze paragraaf gelden, voor zover zij van toepassing zijn,
evenzeer ten opzichte van degenen die betrokken zijn bij de professionele werkzaamheden
van de psycholoog, indien deze niet aangemerkt kunnen worden als
een professionele relatie in strikte zin.
III.2.4 Vertrouwelijkheid
III.2.4.1 Geheimhouding
In het directe contact met de betrokkene gaat de psycholoog een vertrouwensrelatie
met hem aan. Daarom is de psycholoog verplicht tot geheimhouding
van hetgeen hem uit hoofde van de uitoefening van zijn beroep ter kennis
komt, voor zover die gegevens van vertrouwelijke aard zijn. Deze verplichting
blijft na beëindiging van de professionele contacten bestaan.
III.2.4.2 Geheimhouding bij rapportage aan een externe opdrachtgever of aan
derden
Als het rapporteren aan een externe opdrachtgever of aan derden deel uitmaakt
van de opdracht, dan geldt voor de gegevens, die relevant zijn voor de rapportage,
geen geheimhoudingsplicht jegens de ontvanger van de rapportage.
Voor het overige heeft de psycholoog een geheimhoudingsplicht betreffende
het meerdere dat hem ter kennis mocht komen en dat niet relevant is voor de
rapportage en tegenover derden.
22
III.2.4.3 Doorbreken van de geheimhouding
De psycholoog is niet gehouden geheimhouding in acht te nemen, als hij
gegronde redenen heeft om te menen dat het doorbreken van de geheimhouding
het enige en laatste middel is om direct gevaar voor personen te voorkomen,
dan wel wanneer hij door wettelijke bepalingen of een rechterlijke beslissing
daartoe wordt gedwongen.
III.2.4.4 Informatie over het doorbreken van de vertrouwelijkheid
Als de mogelijkheid bestaat dat zulks zich kan voordoen stelt de psycholoog de
betrokkene, indien mogelijk, ervan op de hoogte dat hij genoodzaakt kan zijn
de vertrouwelijkheid te doorbreken.
III.2.4.5 Reikwijdte van het doorbreken van de geheimhouding
Indien de psycholoog besluit tot het doorbreken van de geheimhouding dan
mag zich dat niet verder uitstrekken dan in de gegeven omstandigheden is vereist
en dient hij de betrokkene van zijn besluit op de hoogte te stellen.
III.2.4.6 Beroep op verschoning
De psycholoog is verplicht zich tegenover de rechter te beroepen op verschoning,
als het afleggen van een getuigenis of het beantwoorden van vragen hem
in strijd brengt met zijn geheimhoudingsplicht.
III.2.5 Dossier
III.2.5.1 Beperken van het dossier tot relevante gegevens
In het dossier verzamelt en bewaart de psycholoog alleen die gegevens die relevant
zijn voor en dienen tot het doel van de professionele relatie.
III.2.5.2 Dossiergegevens over andere personen dan cliënt
Als het noodzakelijk is om tevens gegevens in het dossier op te nemen die
betrekking hebben op andere personen dan de cliënt en die niet door de cliënt
zelf zijn verstrekt, dan worden deze in zodanige vorm opgenomen, dat ze tijdelijk
te verwijderen zijn, zodat bij inzage door de cliënt de vertrouwelijkheid van
die gegevens gewaarborgd kan worden.
23
III.2.5.3 Dossier betreffende een cliëntsysteem
In het geval er sprake is van een dossier betreffende een cliëntsysteem dan worden
de gegevens aangaande de verschillende personen in dat systeem waar
mogelijk zo bewaard, dat aan elk van deze personen afzonderlijk gelegenheid
tot inzage gegeven kan worden zonder de vertrouwelijkheid van de gegevens
van de anderen te schenden.
III.2.5.4 Dossieronderdelen die betrekking hebben op meerdere personen tegelijk
Voor zover delen van het dossier noodzakelijkerwijs op meerdere personen
tegelijk betrekking hebben, wordt aan elk van hen hiervan mededeling gedaan,
en wordt hen gewezen op het feit dat daaruit een beperking van het recht op
inzage en afschrift kan voortvloeien, voor zover dat noodzakelijk is om de
vertrouwelijkheid van elkaars gegevens te waarborgen.
III.2.5.5 Toegang tot het dossier
De psycholoog zorgt er voor dat het dossier op zodanige wijze wordt bewaard
dat niemand daar zonder zijn toestemming toegang toe heeft, zodat de vertrouwelijkheid
van de gegevens bewaard blijft.
III.2.5.6 Toegankelijkheid, begrijpelijkheid en volledigheid van het dossier
De psycholoog richt het dossier naar vorm en inhoud op zodanige wijze in dat
het voor de cliënt redelijkerwijs toegankelijk en begrijpelijk is.
Hij zorgt er voor dat het dossier te allen tijde zodanig bijgewerkt is dat bij een
plotselinge, onvoorziene tijdelijke of blijvende absentie zijnerzijds, een deskundige
vakgenoot de professionele relatie kan voortzetten.
III.2.5.7 Inzage in en afschrift van het dossier
De psycholoog geeft de cliënt desgevraagd inzage in en afschrift van het dossier.
Hij biedt daarbij aan tekst en uitleg te verschaffen. Alvorens de cliënt inzage te
geven verwijdert de psycholoog de gegevens die betrekking hebben op anderen
uit het dossier, voor zover die niet door de cliënt zelf zijn verstrekt.
Voor zover onderdelen van het dossier op meerdere personen tegelijk betrekking
hebben, heeft geen van die personen recht op afschrift van die onderdelen,
tenzij alle gegevens van hemzelf afkomstig zijn of de andere(n) hiertoe schriftelijk
toestemming verlenen.
III.2.5.8 Verbetering van, aanvulling op of verwijdering van gegevens in het dossier
Op verzoek van de cliënt verbetert, vult aan of verwijdert de psycholoog die
gegevens in het dossier, waarvan deze aannemelijk maakt dat ze onjuist, onvolledig
of niet terzake doende zijn gezien de doelstelling van het dossier, en voor
zover deze op cliënt betrekking hebben.
24
Het verzoek tot correctie, aanvulling en verwijdering van gegevens wordt
schriftelijk ingediend, dan wel zo nodig in overleg met de cliënt door de
psycholoog op papier gesteld.
III.2.5.9 Bewaartermijn van een op naam gesteld dossier
De psycholoog bewaart na beëindiging van de professionele relatie het op naam
gestelde dossier van de cliënt niet langer dan noodzakelijk is voor het doel
waarvoor het dossier is aangelegd.
III.2.5.10 Recht op vernietiging van het dossier
De psycholoog vernietigt het dossier op uitdrukkelijk schriftelijk verzoek van
de cliënt, tenzij de professionele relatie wordt uitgevoerd in opdracht van een
externe opdrachtgever die een door de wet toegekende bevoegdheid heeft
nakoming van de opdracht te eisen, en deze niet met vernietiging instemt.
Het verzoek om vernietiging wordt bewaard.
III.2.6 Gegevensverstrekking
III.2.6.1 Gegevensverstrekking aan derden
De psycholoog verstrekt uit het dossier uitsluitend die gegevens aan derden die
relevant zijn voor de legitieme vraagstelling van die derden en waarvoor de
cliënt vooraf gericht en schriftelijk toestemming heeft verleend.
III.2.6.2 Wettelijk verplichte gegevensverstrekking aan derden
Als de psycholoog op grond van een wettelijke bepaling verplicht is bepaalde
gegevens aan derden te verstrekken, is toestemming van de cliënt niet nodig.
Indien de derde meewerkt aan de professionele relatie is toestemming van de
cliënt niet nodig.
De cliënt wordt van de gegevensverstrekking op de hoogte gesteld.
III.2.6.3 Gegevensverstrekking in een interdisciplinair team
Als de psycholoog in het kader van zijn werk gegevens inbrengt in een interdisciplinair
team, waarvan de leden niet rechtstreeks meewerken aan de uitvoering
van de professionele relatie, dan is daarvoor toestemming van de cliënt nodig.
III.2.6.4 Gegevensverstrekking voor wetenschappelijk onderzoek en statistiek
Ten behoeve van wetenschappelijk onderzoek en statistiek mag de psycholoog
desgevraagd aan een derde gegevens verstrekken. Deze gegevens dienen
geanonimiseerd te worden, tenzij dat gezien het doel van het wetenschappelijk
onderzoek niet mogelijk is. In dat geval kunnen de gegevens alleen met toestemming
van de cliënt worden verstrekt.
25
III.2.6.5 Gebruik van gegevens voor wetenschappelijke publicaties, supervisie, etc
Voor wetenschappelijke publicaties of voor onderwijsdoeleinden, supervisie en
intervisie, mag de psycholoog uitsluitend niet op de persoon van de cliënt te herleiden
gegevens gebruiken. De combinatie van gegevens en beschreven omstandigheden
mag er niet toe kunnen leiden dat derden daarin de cliënt herkennen.
III.2.7 Rapportage
III.2.7.1 Schriftelijke rapportage
Een rapportage wordt schriftelijk uitgebracht, tenzij dat niet in overeenstemming
is met het doel van de opdracht en bij de aanvang van de opdracht wordt
afgesproken dat de rapportage mondeling wordt uitgebracht.
III.2.7.2 Gelegenheid tot inzage voorafgaand aan de rapportage
De psycholoog biedt de cliënt de gelegenheid tot inzage in de rapportage, voor
zover die op hemzelf betrekking heeft, voorafgaand aan het uitbrengen van de
rapportage aan derden. Als de rapportage feitelijk wordt uitgebracht verschaft
de psycholoog de cliënt desgewenst een afschrift, voorzover de rapportage op
hem betrekking heeft.
III.2.7.3 Mondelinge rapportage aan derden
Als de opdracht inhoudt dat de rapportage mondeling wordt uitgebracht,
wordt de inhoud met de cliënt besproken, voorafgaand aan het uitbrengen van
de rapportage aan derden.
III.2.7.4 Correctie, aanvulling of verwijdering van gegevens in de rapportage
Op verzoek van cliënt verbetert, vult aan of verwijdert de psycholoog die
gegevens in de rapportage waarvan deze aannemelijk maakt dat ze onjuist,
onvolledig of niet terzake doende zijn, gezien de doelstelling van de rapportage.
Het verzoek om correctie, aanvulling of verwijdering van gegevens in de
rapportage wordt schriftelijk ingediend, dan wel in overleg met de cliënt door
de psycholoog op papier gesteld.
III.2.7.5 Blokkeren van rapportage aan de externe opdrachtgever
De cliënt heeft in principe het recht rapportering aan de externe opdrachtgever
te blokkeren. De cliënt heeft geen recht rapportering aan de externe opdrachtgever
te blokkeren als deze een bevoegdheid heeft om rapportage te eisen, ontleend
aan een wettelijke regeling.
De psycholoog is verplicht de cliënt van te voren schriftelijk te wijzen op het
feit of hij in de huidige opdrachtrelatie al dan niet het recht heeft de rapportage
te blokkeren.
26
Als de cliënt niet het recht heeft de rapportage te blokkeren, dan stelt de psycholoog
hem in de gelegenheid eventuele bezwaren tegen de rapportage op
schrift te stellen en deze gelijktijdig met de rapportage naar de externe
opdrachtgever te sturen.
III.2.7.6 Inzage- en blokkeringsrecht bij rapportage van een cliëntsysteem
Als er sprake is van een cliëntsysteem, dan kunnen de personen die deel uitmaken
van dat cliëntsysteem niet zonder meer een beroep doen op bovenstaande
bepalingen met betrekking tot inzage en blokkering van de rapportage, als het
doel van de rapportage en/of de vertrouwelijkheid ten opzichte van de anderen
zich daartegen verzetten.
III.2.7.7 Beperking tot relevante gegevens in rapportages en verklaringen
De psycholoog beperkt zich in rapportages en verklaringen tot het verstrekken
van slechts die gegevens die voor de beantwoording van de vraagstelling en het
doel van een opdracht van belang zijn, zulks in begrijpelijke en ondubbelzinnige
termen. Uit de rapportage of de verklaring moet duidelijk blijken wat de beperkingen
zijn van de uitspraken en de gronden waarop de uitspraken berusten.
III.2.7.8 Voorkomen van onbedoeld gebruik en misbruik van rapportages
De psycholoog treft maatregelen om te voorkomen dat zijn rapportages worden
gebruikt voor een ander doel dan waarvoor zij zijn opgesteld. Daartoe dient in
de rapportage te worden vermeld dat deze van vertrouwelijke aard is. Tevens
wordt vermeld dat de conclusies alleen betrekking hebben op de aan de rapportage
ten grondslag liggende vraagstelling en niet zonder meer kunnen dienen
voor de beantwoording van andere vragen. Voorts wordt in de rapportage vermeld
na verloop van welke termijn de conclusies redelijkerwijs hun geldigheid
verloren kunnen hebben.
III.3 Deskundigheid
III.3.1 Ethisch bewustzijn
III.3.1.1 Beroepsuitoefening in overeenstemming met de beroepscode
De psycholoog is zich bewust van de ethische aspecten van zijn beroepsmatig
handelen en beoefent zijn professie in overeenstemming met de ‘Beroepscode
voor psychologen’.
III.3.1.2 Noodzaak van een voortdurende kritische reflectie
De psycholoog erkent de noodzaak van een voortdurende kritische reflectie op
zijn beroepsmatig handelen. Hij stelt zijn beroepsmatig handelen met enige
27
regelmaat in intervisieverband aan de orde. Hij volgt de ethische discussie binnen
zijn beroepsgroep.
III.3.1.3 Kennis van bijzondere wettelijke bepalingen
De psycholoog stelt zich op de hoogte van de bijzondere wettelijke bepalingen
die in zijn werkveld van toepassing zijn en handelt daarnaar.
III.3.2 Vakbekwaamheid
III.3.2.1 In stand houden van professionele deskundigheid
De psycholoog houdt zijn professionele deskundigheid in stand en ontwikkelt
deze in overeenstemming met de recente ontwikkelingen in de psychologie.
Hij volgt de voor hem relevante vakliteratuur en neemt deel aan relevante bijen
nascholingscursussen.
III.3.2.2 Gebruik van doeltreffende en doelmatige methoden
De psycholoog hanteert alleen die methoden die in het kader van de professionele
relatie doeltreffend en doelmatig zijn en geeft zich rekenschap van de
beperkingen van die methoden.
III.3.3 De grenzen van het beroepsmatig handelen
III.3.3.1 Professionele en persoonlijke beperkingen
De psycholoog onderkent zijn professionele en persoonlijke beperkingen en is
daar open over. Hij roept waar nodig deskundig advies en ondersteuning in, en
verwijst zo nodig door.
III.3.3.2 Grenzen van de eigen deskundigheid
De psycholoog neemt in zijn beroepsmatig handelen de grenzen van zijn deskundigheid
in acht en aanvaardt geen opdrachten waarvoor hij de deskundigheid
mist.
III.3.3.3 Kwalificatie
Hij hanteert alleen methoden waarvoor hij door opleiding, training en/of
ervaring is gekwalificeerd.
III.3.3.4 Relevantie en beperkingen van conclusies
De psycholoog geeft zich rekenschap van de relevantie en de beperkingen van
de conclusies die hij uit zijn bevindingen trekt en nuanceert die conclusies in
overeenstemming daarmee.
28
III.3.3.5 Professionele verantwoording van het beroepsmatig handelen
De psycholoog moet zijn beroepsmatig handelen kunnen verantwoorden in het
licht van de stand der wetenschap ten tijde van dat handelen, zoals deze uit de
vakliteratuur blijkt.
III.3.3.6 Dreigend verminderd vermogen tot verantwoorde beroepsuitoefening
De psycholoog onderkent in een vroeg stadium tekenen die wijzen op het
optreden van zodanige persoonlijke - psychische of fysieke - problemen dat zijn
beroepsmatig handelen negatief beïnvloed dreigt te worden. Hij roept tijdig
deskundig advies en ondersteuning in om de problemen te voorkomen of te
verminderen.
III.3.3.7 Staken van het beroepsmatig handelen bij verminderd vermogen
De psycholoog staakt zijn beroepsmatig handelen als en voor zolang zijn
psychische, lichamelijke of oordeelkundige vermogens zodanig zijn of dreigen
te worden aangetast of verminderd, dat dit een verantwoorde beroepsuitoefening
in de weg staat.
III.4 Verantwoordelijkheid
III.4.1 De kwaliteit van het beroepsmatig handelen
III.4.1.1 Zorg voor kwaliteit
De psycholoog dient te zorgen voor een goede kwaliteit van zijn beroepsmatig
handelen.
III.4.1.2 Medeverantwoordelijkheid voor de kwaliteit van het team
De psycholoog draagt medeverantwoordelijkheid voor de kwaliteit van het
handelen van het team waarvan hij deel uitmaakt.
III.4.1.3 Adequate professionele en ethische normen
De psycholoog handelt in zijn beroepsuitoefening volgens adequate professionele
en ethische normen.
Hij handelt naar aanvaarde wetenschappelijke inzichten. Hij draagt naar vermogen
bij aan het ontwikkelen van dergelijke normen en standaarden in zijn
vakgebied.
29
III.4.2 Verantwoording
III.4.2.1 Afleggen van verantwoording
De psycholoog houdt van zijn professionele activiteiten op zodanige wijze aantekening
dat hij in staat is van zijn handelwijze verantwoording af te leggen aan
cliënten, vakgenoten en tuchtcolleges.
III.4.2.2 Medewerking aan behandeling van een klachtenprocedure
De psycholoog onttrekt zich niet aan de behandeling van een klachtenprocedure
als die tegen hem wordt ingesteld. Hij zal naar beste weten de vragen van de
Colleges beantwoorden en aan hun verzoeken voldoen.
III.4.3 Voorkomen van schade
III.4.3.1 Negatieve ervaringen
De psycholoog stelt de betrokkene met wie hij in direct contact treedt niet aan
negatieve ervaringen bloot tenzij dat noodzakelijk is voor het bereiken van het
doel van zijn beroepsmatig handelen en het de enige manier is waarop dat doel
kan worden bereikt. In dat geval tracht hij zoveel mogelijk de gevolgen van de
negatieve ervaringen voor de betrokkene te beperken of te neutraliseren.
III.4.3.2 Ingrijpende indirecte effecten van het beroepsmatig handelen
De psycholoog realiseert zich dat behalve de directe effecten van zijn beroepsmatig
handelen, ook ingrijpende indirecte effecten kunnen voordoen. Als zulks
zich voordoet handelt hij analoog aan bovenstaande bepaling.
III.4.4 Voorkomen van misbruik
III.4.4.1 Voorkomen van misbruik van resultaten
De psycholoog zorgt ervoor, voor zover dat in zijn mogelijkheden ligt, dat geen
misbruik wordt gemaakt van de resultaten van zijn beroepsmatig handelen.
III.4.5 Continuïteit van het beroepsmatig handelen
III.4.5.1 Continuïteit van de professionele relatie
De psycholoog is verantwoordelijk voor de continuïteit van de professionele
relatie. Indien nodig schakelt hij daarbij andere deskundigen in.
Als de psycholoog om welke reden dan ook genoodzaakt is een professionele
relatie voortijdig af te breken, zorgt hij er voor dat deze door een deskundige
vakgenoot kan worden voortgezet en is hij verantwoordelijk voor een adequate
overdracht.
30
III.4.5.2 Verantwoordelijkheid voortvloeiend uit de professionele relatie
De psycholoog geeft zich rekenschap van het feit dat na de formele beëindiging
van de professionele relatie zijn professionele verantwoordelijkheid ten opzichte
van de betrokkene blijft bestaan waar deze rechtstreeks voortvloeit uit de voorafgaande
professionele relatie.
III.4.5.3 Verantwoordelijkheid voor waarneming bij onvoorziene absentie
De psycholoog treft maatregelen om zich er van te verzekeren dat bij een
plotselinge, onvoorziene tijdelijke of blijvende absentie zijnerzijds, een of meer
vakgenoten zijn professionele werkzaamheden overnemen dan wel afronden.
III.4.6 De psycholoog en zijn werkomgeving
III.4.6.1 Verantwoordelijkheid voor de kwaliteit van ondergeschikten
De psycholoog draagt verantwoordelijkheid voor de professionele en ethische
kwaliteit van degenen die onder zijn leiding meewerken aan de uitvoering van
zijn opdrachten. Als zij uit hun beroep of functie niet aan eigen beroepsethische
regels zijn onderworpen, wijst hij hen op de afgeleide verplichtingen
uit deze beroepscode, in het bijzonder op de geheimhoudingsverplichting.
Hij vergewist zich van de professionele en ethische kwaliteit van degenen die
hij bij zijn beroepsmatig handelen anderszins inschakelt.
III.4.6.2 Vrijheid om te kunnen handelen conform de beroepscode
De psycholoog zorgt er voor dat, voor zover relevant, een ieder in de omgeving
waar hij zijn beroepsmatig handelen uitoefent, op de hoogte is van de eisen die
de ‘Beroepscode voor psychologen’ aan hem stelt en verzekert zich van de nodige
vrijheid om te kunnen handelen naar die eisen.
III.4.6.3 Hulp en steun aan collega’s, studenten en supervisanten
De psycholoog verzekert zijn collega’s, studenten en supervisanten van de hulp
en steun die hij krachtens zijn deskundigheid en ervaring kan bieden, om hen
in staat te stellen tot professioneel en ethisch verantwoorde beroepsuitoefening.
Hij onthoudt zich van gedragingen die hen daarin kunnen schaden.
III.4.6.4 Collegiaal appèl
De psycholoog spreekt collega’s er op aan als hij meent dat deze in strijd met de bepalingen
van de beroepscode hebben gehandeld. Als blijkt dat een aangesproken collega
niet bereid is zijn handelen te verantwoorden in een collegiaal dispuut, dan wel volhardt
in het vermeende ethisch onjuiste handelen, dient de psycholoog een klacht
in bij de daartoe meest gerede instantie, indien de ernst van de overtreding daartoe
aanleiding geeft. Hij stelt de collega van het indienen van de klacht op de hoogte.
31
Deel 2
Reglement voor het Toezicht
Korte informatie over de klachtenprocedure 34
Reglement voor het Toezicht 35
1. Algemene Bepalingen 35
2. Klacht in eerste aanleg 38
3. Hoger beroep 43
33
Korte informatie over de klachtenprocedure
Het NIP, de beroepsvereniging van psychologen, kent twee verenigingstuchtrechtelijke
instanties: het College van Toezicht en het College van Beroep.
Beide Colleges nemen een onafhankelijke positie in binnen het NIP.
Wanneer u van mening bent dat een psycholoog, aangesloten bij het NIP,
onjuist heeft gehandeld (in strijd met de NIP-ethiek), kunt u hierover een klacht
indienen bij het College van Toezicht. Het College van Toezicht zal naar aanleiding
van de klacht een uitspraak doen. In het geval uw klacht gegrond wordt
verklaard kan het College van Toezicht aan de psycholoog een maatregel opleggen.
De maatregel kan inhouden een waarschuwing, een berisping, een schorsing
van het lidmaatschap gedurende ten hoogste twee jaar of ontzetting uit het
lidmaatschap van de vereniging. Het behoort niet tot de mogelijkheden van het
College van Toezicht een psycholoog te ontslaan uit zijn dienstbetrekking, de
klager een schadevergoeding toe te kennen ten laste van de psycholoog of een
heronderzoek te gelasten.
Van de uitspraak van het College van Toezicht kunt u of de aangeklaagde
psycholoog in beroep gaan bij het College van Beroep. De maatregelen die het
College van Beroep in dat geval aan de psycholoog kan opleggen zijn dezelfde
als bovengenoemde.
De volledige informatie met betrekking tot de klachtprocedure vindt u in het
volgende hoofstuk. Vanzelfsprekend kunt u zich bij een klachtenprocedure
laten bijstaan door een vertrouwenspersoon of een jurist, die u ook behulpzaam
kan zijn bij de formulering van uw klacht.
Voor verdere informatie kunt u zich wenden tot het NIP-bureau.
34
Reglement voor het Toezicht
Als bedoeld in artikel 25 van de Statuten van de Vereniging ‘Nederlands
Instituut van Psychologen’ (NIP)
1. Algemene Bepalingen
1.1 Taak van het College van Toezicht en het College van Beroep
1.1.1
De taken van het College van Toezicht en - in beroep - die van het College van
Beroep bestaan uit het behandelen van ontvangen klachten ten aanzien van
leden en buitengewone leden van de vereniging, het naar aanleiding daarvan
toetsen van de gedragingen van die leden en buitengewone leden aan de vastgestelde
regels voor de beroepsuitoefening als in artikel 3 sub g van de Statuten
van de vereniging bedoeld, het beslissen omtrent het opleggen van disciplinaire
maatregelen aan de hand van de uitkomst van de toetsing, alsmede het beslissen
omtrent vervallen verklaren van het lidmaatschap van leden bedoeld in artikel
4 sub 1, van de Statuten op de gronden in artikel 11, sub 4, van de Statuten
van de vereniging vermeld.
1.1.2
Indien het Hoofdbestuur van mening is dat naar aanleiding van een bepaalde
probleemstelling een uitspraak in het belang van de Beroepsethiek voor psychologen
gewenst is, kan het Hoofdbestuur een beslissing terzake van het College
van Beroep uitlokken. Het College van Beroep geeft in eerste en laatste instantie
een beslissing; een zodanige beslissing brengt aan geen der in de probleemstelling
betrokken psychologen enig nadeel toe.
1.2 Samenstelling en wijze van benoeming der Colleges
1.2.1
Het College van Toezicht bestaat uit een door het Hoofdbestuur vast te stellen
aantal leden dat minimaal negen dient te zijn. Met uitzondering van de voorzitter,
de plaatsvervangend voorzitter(s) en de secretaris(sen), die tenminste de
hoedanigheid van meester in de rechten dienen te bezitten, zijn de leden lid
van de vereniging.
35
1.2.2
De leden van het College van Toezicht worden benoemd door de ledenvergadering
van de vereniging. Met uitzondering van de voorzitter, de plaatsvervangend
voorzitter(s) en de secretaris(sen) worden zij benoemd voor de tijd van vier jaar,
welke termijn maximaal twee maal verlengd kan worden. De termijn wordt
niet verlengd indien het lid vier jaar of langer niet meer als psycholoog werkzaam
is, dan wel indien er binnen het College van Toezicht ernstige bezwaren tegen
diens functioneren bestaan.
1.2.3
De voorzitter, de plaatsvervangend voorzitter(s) en de secretaris(sen) worden
door de ledenvergadering van de vereniging in die functies benoemd.
1.2.4
Tenminste één maand voor de ledenvergadering waarin een of meer leden van
het College van Toezicht zullen worden benoemd, doet het Hoofdbestuur aan
de leden een schriftelijke voordracht toekomen, vermeldende tenminste de naam
van één kandidaat voor elke vacature.
1.2.5
Tot acht dagen voor de ledenvergadering waarin de benoeming zal plaatsvinden,
kan een voordracht door de leden worden aangevuld. Deze aanvulling dient
schriftelijk te worden ingediend door tenminste drie leden van de vereniging,
waarbij een verklaring van de door hen gestelde kandidaat of kandidaten dient
te worden gevoegd, dat in de kandidaatstelling wordt bewilligd.
1.2.6
Het Hoofdbestuur doet onverwijld aan de leden van de vereniging schriftelijk
opgave van de gestelde tegenkandidaten.
1.2.7
Het lidmaatschap van het College van Toezicht is onverenigbaar met het lidmaatschap
van het Hoofdbestuur, van het College van Beroep, van de Raad van
Advies in Beroepsethische Zaken en van de besturen van de Sectoren en Secties
der vereniging.
1.2.8
Het Hoofdbestuur doet onverwijld aan de leden van de vereniging schriftelijk
opgave van de gestelde tegenkandidaten.
36
1.2.9
Het College van Toezicht kan uit zijn midden een of meer kamers samenstellen.
1.2.10
Een kamer van het College van Toezicht bestaat uit minimaal drie leden van
dit College.
1.2.11
Een kamer wordt voorgezeten door de voorzitter of een plaatsvervangend
voorzitter.
1.2.12
1. Het Hoofdbestuur kan teneinde een secretaris van het College van Toezicht
in diens ambtsbezigheden bij te staan, respectievelijk te vervangen, op voordracht
van het College een of meer adjunct-secretaris(sen), geen lid zijnde
van de vereniging, aanstellen.
2. Een adjunct-secretaris van het College van Toezicht dient de hoedanigheid
van meester in de rechten te bezitten.
3. Een adjunct-secretaris woont, tenzij de voorzitter anders bepaalt, de zittingen
van het College van Toezicht, ook die in de raadkamer, bij: hij heeft
terzake van de beslissingen geen stem.
1.2.13
Het College van Beroep bestaat uit een door het Hoofdbestuur vast te stellen
aantal leden dat minimaal zeven dient te zijn. Met uitzondering van de voorzitter,
de plaatsvervangend voorzitter(s) en de secretaris, die de hoedanigheid van
meester in de rechten dienen te bezitten, zijn de leden lid van de vereniging.
Op het College van Beroep zijn voor wat de benoeming, zittingsperiode, en
kandidaatstelling der leden betreft, voor zover mogelijk, de artikelen 1.2.2 t/m
1.2.6 van dit reglement van overeenkomstige toepassing.
Het lidmaatschap van het College van Beroep is onverenigbaar met het lidmaatschap
van: het Hoofdbestuur van de vereniging, het College van Toezicht,
de Raad van Advies in Beroepsethische Zaken en van de besturen van Sectoren
en Secties der vereniging.
1.2.14
1. Het Hoofdbestuur kan teneinde de secretaris van het College van Beroep in
diens ambtsbezigheden bij te staan, respectievelijk te vervangen, op voordracht
van het College een of meer adjunct-secretaris(sen), geen lid zijnde van de
vereniging, aanstellen.
37
2. Een adjunct-secretaris van het College van Beroep dient de hoedanigheid
van meester in de rechten te bezitten.
3. Een adjunct-secretaris woont, tenzij de voorzitter anders bepaalt, de zittingen
van het College van Beroep, ook die in de raadkamer, bij: hij heeft terzake
van de beslissingen geen stem.
1.2.15
De onkosten van de leden van de Colleges in de uitoefening van hun functie
gemaakt, worden door de vereniging vergoed.
2. Klacht in eerste aanleg
2.1 Indienen van een klacht
2.1.1
Klachten dienen schriftelijk per aangetekend schrijven te worden ingediend bij
de secretaris van het College van Toezicht. Het College van Toezicht kiest voor
het indienen van de klacht formeel domicilie op het NIP-bureau. Het College
van Toezicht kan gebruik maken van een postadres.
Het College van Toezicht bepaalt het aantal exemplaren van de klacht en eventuele
bijlagen, dat moet worden ingediend.
2.1.2
Het klachtschrift dient te bevatten:
a. naam, adres en woonplaats van de klager;
b. naam en woonplaats, dan wel werkadres, van de aangeklaagde;
c. de klacht en de gronden waar deze op berust.
2.1.3
Het College van Toezicht neemt geen klacht in behandeling als de klager daarbij
geen belang heeft, tenzij naar het oordeel van het College behandeling van de
klacht in het belang is van de psychologie of de psychologiebeoefening.
2.1.4
Het College van Toezicht neemt geen anonieme klachten in behandeling.
2.1.5
Het College van Toezicht neemt geen klacht in behandeling waarover het reeds
eerder uitspraak heeft gedaan.
38
2.1.6
Het College van Toezicht kan indien de klacht kennelijk ongegrond, danwel van
onbeduidende aard is bepalen, dat deze niet in behandeling wordt genomen.
2.1.7
Indien een klacht in behandeling wordt genomen, doet de secretaris daarvan
mededeling aan de aangeklaagde en aan de klager.
Indien een klacht niet in behandeling wordt genomen, doet de secretaris daarvan
mededeling aan de indiener van de klacht. Van een beslissing bedoeld in artikel
2.1.6 doet de secretaris mededeling aan het Hoofdbestuur.
2.2 Vooronderzoek
2.2.1
Een of meer leden van het College van Toezicht kunnen door de voorzitter van
het College aangewezen worden teneinde een vooronderzoek in te stellen naar
aanleiding van de klacht.
2.2.2
De leden die het vooronderzoek hebben verricht kunnen niet meer aan de verdere
behandeling van de klacht deelnemen.
2.2.3
Het College van Toezicht is bevoegd de gronden waarop de klacht berust
ambtshalve aan te vullen.
2.3 Behandeling ter terechtzitting
2.3.1
De voorzitter kan een kamer aanwijzen die de klacht in behandeling zal nemen.
2.3.2
Aan de behandeling van een klacht wordt op straffe van nietigheid deelgenomen
door tenminste vier leden van het College van Toezicht.
2.3.3
Leden van het College van Toezicht zullen zich van het deelnemen aan de
behandeling van een klacht onthouden, indien zij behoren tot de bloed- en
aanverwanten in de rechte linie van de aangeklaagde of tot deze bestaan in de
zijlinie in de tweede graad van bloedverwantschap of zwagerschap, of zijn
39
gehuwd of gehuwd geweest met de aangeklaagde en in het algemeen indien
er naar hun oordeel onverenigbaarheid bestaat.
2.3.4
Een klacht tegen of ingediend door een lid van het College van Toezicht heeft
tot gevolg dat dit lid zich van de behandeling van de zaak dient te onthouden.
2.3.5
Het College van Toezicht stelt aangeklaagde in de gelegenheid schriftelijk op
het klachtschrift te reageren. Indien het verweerschrift van aangeklaagde daartoe
aanleiding geeft kan het College van Toezicht klager en aangeklaagde daarna
nog de gelegenheid geven schriftelijk van repliek, respectievelijk dupliek te dienen.
Het College van Toezicht bepaalt het aantal exemplaren van het verweerschrift,
de repliek, de dupliek en eventuele bijlagen, dat moet worden ingediend.
Alle door een partij ingediende relevante stukken worden in afschrift aan de
andere partij gezonden.
2.3.6
Indien het College van Toezicht na de wisseling van de in het vorige artikel
genoemde stukken van oordeel is dat de klacht mondelinge behandeling
behoeft of indien klager hetzij aangeklaagde de wens daartoe te kennen geeft,
roept het College van Toezicht zowel klager als aangeklaagde op ter zitting van
het College te verschijnen, om naar aanleiding van de klacht te worden gehoord.
Klager en aangeklaagde zijn bevoegd zich ter zitting door een raadsman te laten
bijstaan en/of zich door een wettelijk vertegenwoordiger of een bijzonder
gevolmachtigde te laten vertegenwoordigen. Klager, aangeklaagde en hun
respectieve raadslieden worden in de gelegenheid gesteld tijdig van alle op de
klacht betrekking hebbende gegevens kennis te nemen.
2.3.7
Indien klager en/of aangeklaagde zich ter zitting wil laten bijstaan danwel
vertegenwoordigen door een raadsman, dient hij dit uiterlijk drie weken voor
de vastgestelde zitting schriftelijk aan het College van Toezicht mede te delen
onder vermelding van naam en hoedanigheid van de raadsman. Indien een der
partijen een raadsman heeft aangemeld en de andere partij hiervan kennis
neemt op een moment, dat de termijn tot de zitting reeds minder is dan drie
weken, dan heeft de laatstgenoemde partij het recht alsnog onverwijld een
raadsman aan te melden aan het College van Toezicht.
40
2.3.8
Op verzoek van klager of aangeklaagde of ambtshalve kan het College van
Toezicht inlichtingen winnen en voor het verkrijgen van inlichtingen getuigen
en deskundigen horen. Leden van de vereniging zijn verplicht, indien zij worden
opgeroepen om als getuige of deskundige inlichtingen te verstrekken,ter zitting
van het College van Toezicht te verschijnen en de gevraagde inlichtingen te
verschaffen. Getuigen en deskundigen zullen zich kunnen verschonen, indien
zij behoren tot de bloed- en aanverwanten in de rechte linie van de aangeklaagde
of tot deze bestaan in de zijlinie in de tweede graad van bloedverwantschap
of zwagerschap of gehuwd zijn of gehuwd geweest zijn met aangeklaagde.
Eveneens kunnen zij zich verschonen indien zij uit hoofde van hun stand, beroep
of betrekking tot geheimhouding zijn verplicht.
2.3.9
De zittingen van het College van Toezicht zijn als regel niet openbaar, tenzij
het College anders beslist. De leden van het College van Toezicht en de adjunctsecretaris(
sen) zijn gehouden tot geheimhouding van de door hen behandelde
zaken. De stukken op de behandeling van klachten betrekking hebbend, zijn
geheim en uitsluitend ter inzage van leden van het College van Toezicht en de
adjunct-secretaris(sen), voorzover in dit reglement niet anders is bepaald.
2.4 Maatregelen
2.4.1
Het College van Toezicht zal de volgende disciplinaire maatregelen kunnen
opleggen ten aanzien van leden bedoeld in artikel 4 sub 1 van de Statuten van
de vereniging in geval zij zich hebben gedragen in strijd met vastgestelde regels
voor de beroepsuitoefening, als in artikel 3 sub g van de Statuten bedoeld:
a. waarschuwing;
b. berisping;
c. schorsing in het lidmaatschap der vereniging gedurende ten hoogste twee
jaar op grond van het bepaalde in artikel 10 van de Statuten, al dan niet
gecombineerd met een van de maatregelen onder a. en b. genoemd;
d. ontzetting uit het lidmaatschap van de vereniging op grond van het bepaalde
in artikel 11 lid 4 van de Statuten.
2.4.2
Het College van Toezicht kan bij een beslissing voorts bepalen, dat de door hem uitgesproken
disciplinaire maatregel eerst zal ingaan indien de betrokkene zich voor
het einde van een bij de betreffende beslissing te bepalen proeftijd schuldig heeft
gemaakt aan een handeling, die tot een disciplinaire maatregel als vorenbedoeld
41
aanleiding zou kunnen geven, dan wel indien één of meer bijzondere voorwaarden, die
door het College van Toezicht bij zijn beslissing zijn gesteld, niet zijn nagekomen.
2.4.3
Bij de beslissingen, houdende oplegging van een of meer maatregelen als in
artikel 2.4.1 omschreven, kan het College van Toezicht bepalen dat de
betreffende beslissing met gronden waarop zij berust alsmede met vermelding
van de naam van de aangeklaagde aan alle leden van de vereniging schriftelijk
worden medegedeeld, zulks onder vermelding van de vorm waarin genoemde
informatieverstrekking aan de leden geschiedt.
2.4.4
Het Hoofdbestuur van de vereniging draagt zorg voor de schriftelijke mededeling,
als bedoeld in artikel 2.4.3 van dit reglement.
2.4.5
Vervallenverklaring van het lidmaatschap der vereniging gaat eerst in en disciplinaire
maatregelen zijn eerst van kracht wanneer de termijn als bedoeld in artikel
3.1.1 is verstreken en binnen die termijn geen hoger beroep is ingesteld.
De schriftelijke mededeling, als in artikel 2.4.3 van dit reglement bedoeld, kan
niet geschieden voordat de desbetreffende beslissing onherroepelijk is geworden
in de zin van de eerste zin van dit artikel.
2.5 Uitspraak
2.5.1
De beslissingen van het College van Toezicht worden genomen met meerderheid
van stemmen en zijn met redenen omkleed. Bij het staken van de stemmen
beslist de voorzitter.
2.5.2
De secretaris van het College van Toezicht zendt per aangetekend schrijven van
een uitspraak van het College een afschrift aan:
a. de aangeklaagde;
b. de klager;
c. het Hoofdbestuur van de vereniging.
42
3. Hoger beroep
3.1 Algemene bepalingen
3.1.1
Bij het College van Beroep kan hoger beroep worden ingesteld van een uitspraak
van het College van Toezicht alsmede tegen een beslissing als bedoeld in artikel
2.1.6 door klager, aangeklaagde en het Hoofdbestuur der vereniging gedurende
twee maanden na de dag van verzending van het in artikel 2.5.2 bedoeld afschrift.
3.2 Indienen van het beroepschrift
3.2.1
Het hoger beroep wordt schriftelijk, per aangetekend schrijven, ingediend bij
secretaris van het College van Beroep. Het College van Beroep kiest voor het
indienen van de klacht formeel domicilie op het NIP-bureau. Het College van
Beroep kan gebruik maken van een postadres.
De secretaris van het College van Beroep geeft van het instellen van het hoger
beroep kennis aan het College van Toezicht, met uitnodiging tot toezending
aan het College van Beroep van alle op de zaak betrekking hebbende stukken.
3.2.2
Het beroepsschrift bevat:
a. naam, adres en woonplaats van degene, die beroep aantekent;
b. kopie van de uitspraak van het College van Toezicht waartegen beroep
wordt aangetekend;
c. de gronden waar het beroep op berust.
3.3 Behandeling ter terechtzitting en uitspraak
3.3.1
De artikelen 2.2.3, 2.3.2 t/m 2.3.9 en 2.5.1. zijn van overeenkomstige toepassing
ten aanzien van de behandeling van het hoger beroep door het College van
Beroep.
Het College van Beroep kan het College van Toezicht uitnodigen nadere
inlichtingen te verschaffen.
3.3.2
Het College van Beroep kan in hoger beroep:
a. de uitspraak of de beslissing als bedoeld in artikel 2.1.6 van het College van Toezicht
bevestigen, al dan niet met verbetering van de gronden waarop deze steunt;
43
b. de uitspraak van het College van Toezicht wijzigen danwel vernietigen en
doen, wat ingevolge het bepaalde in artikel 2.4.1 t/m 2.4.3 van dit reglement
het College van Toezicht zou hebben kunnen doen.
c. de beslissing als bedoeld in artikel 2.1.6 vernietigen en de klacht ter behandeling
terugverwijzen naar het College van Toezicht.
3.3.3
De secretaris van het College van Beroep zendt van een uitspraak van het
College per aangetekend schrijven een afschrift aan:
a. de aangeklaagde;
b. de klager;
c. het Hoofdbestuur van de vereniging;
d. het College van Toezicht.
3.3.4
Het Hoofdbestuur van de vereniging draagt zorg voor de schriftelijke mededeling,
als bedoeld in artikel 2.4.3 van dit reglement.
4. Publicatie
4.1.1
De uitspraken van het College van Toezicht en het College van Beroep kunnen,
ter beoordeling en onder verantwoordelijkheid van het bestuur van de vereniging,
geanonimiseerd worden gepubliceerd in het blad van de vereniging.
Aldus vastgesteld door de ledenvergadering op 18 november 1977, in werking
getreden op 1 juli 1978.
Gewijzigd door de ledenvergadering op 10 juni 1982, in werking getreden op
1 oktober 1982.
Gewijzigd door de ledenvergadering op 31 mei 1985, in werking getreden op
31 mei 1985.
Gewijzigd door de ledenvergadering op 24 juni 1988, in werking getreden op
24 juni 1988.
Gewijzigd door de ledenvergadering op 23 juni 1989, in werking getreden op
23 juni 1989.
Gewijzigd door de ledenvergadering op 29 oktober 1992, in werking getreden
op 29 oktober 1992.
Gewijzigd door de ledenvergadering op 24 oktober 1997, in werking getreden
op 24 oktober 1997.
Gewijzigd door de ledenvergadering op 26 juni 1998, in werking getreden op
1 november 1998.
44
Deel 3
Overige informatie
Samenstelling Raad van Advies in Beroepsethische Zaken,
College van Toezicht en College van Beroep 46
Het NIP 48
45
Samenstelling Raad van Advies in
Beroepsethische Zaken, College van Toezicht
en College van Beroep (per november 2000)
Raad van Advies in Beroepsethische Zaken
Drs. C.J. Koene, voorzitter
Mw.mr J.J. Bravenboer, secretaris
Drs. J.L.J. Deterd Oude Weme (sectie Psychologen in Academische Ziekenhuizen)
Mw.dr. S.M.J. van Hekken (sector Jeugd)
Dr. F.A.M.M. Koenraadt (sectie Forensische Psychologie)
Drs. J.E.E.A. Mulder (sector Arbeid & Organisatie)
Drs. K. Vegter (sectie Zorg voor mensen met een verstandelijke handicap)
Drs. R. van der Woude (sector Jeugd)
College van Toezicht
Mr J.P. Fokker, voorzitter
Mr J.A.J. Peeters, plaatsvervangend voorzitter
Mw.mr D.J. Markx, plaatsvervangend voorzitter
Mw.mr R.A. Hopster-Arendsen, plaatsvervangend voorzitter
Mw.mr T.A. Leenhouts-Strijker, secretaris
Mw.mr W.Th. Tideman, secretaris
Mw.drs. C.G.I. Asscher-Sonius, lid
Drs. S. Homminga, lid
Dr. K.A. Soudijn, lid
Drs. M.E.H. Tillema, lid
Mw.drs. B.M. Vermeulen-Ter Mors, lid
Drs. Th. K. Westerduin, lid
Mw. drs. J.H. Wippoo, lid
College van Beroep
Mr C.J.G. Bleichrodt, voorzitter
Mr H.F.M. Hofhuis, plaatvervangend voorzitter
Mr drs. F.J. van Woerden, secretaris
Prof.dr. J. van den Bout, lid
Drs. P.M. de Groot, lid
Prof.dr. G. Lang, lid
Drs. W.I. Lucassen, lid
46
Drs. L.J.M. Timmermans, lid
Drs. J. Verdam, lid
Mw.drs. M.E. de Weerdt, lid
47
Het NIP
Algemeen
Het Nederlands Instituut van Psychologen (NIP) is de landelijke beroepsvereniging
van psychologen. De organisatie waarin degenen die beroepsmatig de
psychologie beoefenen zijn verenigd (ruim 8500 leden). De vereniging werd op
26 september 1938 opgericht onder de naam: Nederlandsch Instituut van
Praktizeerende Psychologen (NIPP). Sinds 1968 draagt zij de naam Nederlands
Instituut van Psychologen.
De vereniging stelt zich ten doel de beoefening van de psychologie te bevorderen
en daarbij zowel in maatschappelijke als in wetenschappelijke zin de
beroepsbelangen van de gekwalificeerde psychologen te dienen.
Lidmaatschap
Tot het gewoon lidmaatschap van de vereniging kunnen slechts worden toegelaten
personen die:
1. a. aan een universiteit binnen het Koninkrijk het doctoraalexamen
psychologie of:
b. een daaraan gelijkwaardig examen aan een buitenlandse universiteit,
en die:
2. een schriftelijke verklaring volgens vastgesteld model ter uitvoering van het
gestelde in artikel 3 sub g van de statuten naar waarheid ingevuld en ondertekend
bij het hoofdbestuur hebben ingediend.
Als student-lid der vereniging wordt toegelaten degene die:
1. ingeschreven staan als student aan een door de Nederlandse overheid erkende
universiteit in de studierichting psychologie en zich voorbereiden op het
doctoraalexamen psychologie en
2. de NIP-beroepsethiek onderschrijft.
Titelbescherming
Degene die het doctoraalexamen in de psychologie heeft behaald, is gerechtigd
de titel doctorandus te voeren. Vanaf januari 1994 kent het NIP een regeling
voor de toekenning van de titel PSYCHOLOOG NIP. Informatie hierover is te verkrijgen
bij het NIP-bureau.
48
NIP-activiteiten
Kwaliteitsbewaking
• bescherming titel PSYCHOLOOG NIP
• registratie als klinisch psycholoog
• basisaantekening psychodiagnostiek (per 1 januari 1994)
• actie tegen beunhazerij
• beroepsethiek en klachteninstantie
Professionele ondersteuning
• advies bij beroepsethische vragen
• informatie en advies over computergebruik
• ondersteuning bij testconstructie en testgebruik
• ondersteuning door psychologisch-pedagogisch assistent met het
LOI-diploma
Belangenbehartiging
• juridische adviezen
• salarisrichtlijnen
• individuele rechtsbijstand
• collectieve belangenbehartiging (fusies, ondernemingsraden)
• semi-collectieve belangenbehartiging (CAO’s, functiewaardering, politieke
lobby)
Werkgelegenheid
• sollicitatiecursussen
• meer kans op werk door de NIP-registraties
• discussiebijdragen in De Psycholoog
• ontwikkeling van nieuwe werkvelden
• werkgelegenheidsconferenties
Bijeenkomsten
• het tweejaarlijkse Nederlands Psychologencongres
• conferenties
• studie- en themadagen
• bedrijfs- en instellingsbezoeken
49
• lezingen, workshops, cursussen
• contacten met collega’s
Publicaties
• het vak- en verenigingsblad De Psycholoog
• het kwartaalblad Psychologie en Computers
• de Documentatie van Tests en Testresearch en de losbladige aanvullingen
• de reeks ‘Publicaties van het NIP’
• de Beroepsethiek voor psychologen
• informatieve folders, brochures, pockets, boeken
Voorlichting
• aan psychologen
• aan het publiek
• aan organisaties
• aan de pers
50
Deel 4
Index bij deel 1 Beroepscode
Trefwoord Artikel
Aangaan van de professionele III.1.1.2; III.1.3.9;
relatie III.2.3.1; III.2.3.2; III.2.3.3
Aanvaarden van opdrachten III.1.1.2; III.1.1.5
III.1.2.5; III.1.3.3
Aanvang van de professionele III.1.1.2; III.2.3.3
relatie
Aanvulling op gegevens III.2.5.8; III.2.7.4
Absentie; - waarneming bij III.4.5.3
onvoorziene
Afgeleide verplichtingen III.4.6.1
Afschrift III.2.3.4; III.2.5.4;
III.2.5.7; III.2.7.2
Afwijken van de beroepscode I.1.4.1; I.1.4.2; I.1.4.4
Algemeen respect III.2.1
Algemene bepaling I.1.3
Algemene voorwaarden III.1.2.5
Alternatieve theorieën; - verklaringen III.1.2.6
Anderen ➝ derden III.2.3.4; III.2.4.2;
III.2.6.1; III.2.6.2;
III.2.6.4; III.2.6.5;
III.2.7.2; III.2.7.3
Autonomie en zelfbeschikking II.1.1.2; III.2.2
Beëindiging van de III.1.1.3; III.1.3.8; III.2.4.1;
professionele relatie III.2.5.9; III.4.5.2
Begin van de professionele I.1.4.5; III.1.1.2; III.1.2.5;
relatie III.2.2.1
Begrippen; - definities van I.1.2
Belangen I.1.2.2; I.1.4.2.; I.1.5.1;
I.1.2; I.1.5.3; I.1.5.4;
III.1.3.2; III.1.3.4;
III.1.3.5; III.1.3.8
- afweging I.1.4.2
- verstrengeling III.1.3.5
51
➝ = zie (ook)
Beperkingen; professionele en III.3.3.1
persoonlijke
methoden; III.2.3.4; III.2.7.7;
resultaten, III.3.2.2; III.3.3.4
uitspraken
zelfbeschikking III.2.2.2
van de cliënt
Beroepscode; afwijking van I.1.4.1; I.1.4.2; I.1.4.4
Beroepsethisch(e); - dilemma Preambule; I.1.4.1; I.1.4.2
- toetsing Preambule; III.4.2.1;
III.4.2.2; III.4.6.4
Beroepsmatig handelen II.4; III.1.1.5; III.1.2.1;
III.1.3.5; III.2.1.2;
III.2.2.1; III.2.3.4;
III.2.4.1; III.3.1.1;
III.3.1.2.; III.3.3
- toetsing van III.3.5; III.4.2.1; III.4.2.2
Betrokkene I.1.2.2
Betrouwbaarheid III.1.1
Bewaren I.1.2.8; I.1.2.10; III.2.4;
III.2.5.3; III.2.5.5;
III.2.5.9;III.2.5.10
- van een op naam III.2.5.9
gesteld dossier
Bijzondere; - omstandigheden I.1.4
- wettelijke III.3.1.3
bepalingen
Blokkeren van rapportage III.2.3.4; III.2.7.5; III.2.7.6
Broer I.1.5.3
Bronvermelding III.1.2.7
Cliënt I.1.2.4
Cliëntsysteem I.1.2.5; III.1.3.2; III.2.3.3;
III.2.5.3; III.2.7.6
- inzage- en III.2.7.6
blokkeringsrecht
Collega Preambule; I.1.2.2;
III.1.1.1;
III.4.6.3; III.4.6.4
Conclusies III.2.7.8; III.3.3.4
Consulteren van collega’s Preambule; I.1.4.1; I.1.4.2
52
Continuïteit; - van het beroeps- III.4.5
matig handelen
- van de profes- III.4.5.1
sionele relatie
Correctie van gegevens III.2.3.4; III.2.5.8; III.2.7.4
Curator I.1.2.7
Derden III.2.3.4; III.2.4.2;
III.2.6.1; III.2.6.2;
III.2.6.4; III.2.6.5;
III.2.7.2; III.2.7.3
Deskundige(n) I.1.4.2; III.2.5.6; III.3.3.6;
III.4.5.1
Deskundigheid II.1.1.3; III.1.2.2, III.3,
III.3.2.1; III.3.3.1;
III.3.3.2; III.4.6.3
Dilemma Preambule; I.1.4.1; I.1.4.2
Discriminatie III.2.1.3
Disfunctioneren III.3.3.6; III.3.3.7
Doel; - van het weten- III.2.6.4
schappelijk onderzoek
- van het beroeps- III.2.1.2; III.4.3.1
matig handelen
- van het dossier III.2.5.8; III.2.5.9
- van de profes- III.2.3.3; III.2.3.4; III.2.5.1
sionele relatie
- van de opdracht III.2.7.1; III.2.7.7
- van de rapportage III.2.7.4; III.2.7.6; III.2.7.8
Doeltreffende en doelmatige III.3.2.2
methoden
Doorbreken; - van de geheim- III.2.4.3; III.2.4.5; III.2.4.6
houding
- van de geheimhouding
bij gevaar III.2.4.3
Dossier I.1.2.8; III.2.5
- betreffende een III.2.5.3
cliëntsysteem
- gegevens over III.2.5.2
andere personen
53
- onderdelen m.b.t. III.2.5.4
meerdere personen
➝ gegevens
Duidelijkheid II.1.1.1
Echtgenoot I.1.5.3
Eerlijkheid III.1.2
Ervaring III.1.2.3
- van de psycholoog II.1.1.3; III.1.2.3; III.3.3.3;
III.4.6.3
- van de cliënt III.2.1.1; III.4.3.1
Ethisch bewustzijn Inleiding; Preambule;
III.1.1.2; III.3.1; III.3.1.1;
III.3.1.2
Ethische discussie Inleiding, III.4.6.4
- en professionele Inleiding; III.4.1.3;
normen III.4.6.1
Externe opdrachtgever I.1.4.5; III.2.2.2; III.2.3.1;
III.2.3.3; III.2.4.2;
III.2.5.10; III.2.7.5
Financiële voorwaarden III.1.2.5
Gegevens I.1.2.8; I.1.2.10; III.1.2.8;
III.2.3.4; III.2.4.1;
III.2.4.7; III.2.5; III.2.6.5;
III.2.7.4; III.2.7.7
- voor publicaties, III.2.6.5
supervisie, etc
Gegevensverstrekking III.2.5.7; III.2.6
- aan derden III.2.6.1; III.2.6.2
- in een interdisci- III.2.6.3
plinair team
- voor wetenschap- III.2.6.4
pelijk onderzoek
Geheimhouding ➝ vertrouwelijkheid III.2.4.1
- bij rapportage III.2.4.2
- doorbreken van III.2.4.3; III.2.4.5; III.2.4.6
- bij gevaar voor III.2.4.3
personen
- reikwijdte van het III.2.4.6
doorbreken van
54
Grenzen; - van de eigen II.1.1.3; III.3.3.2
deskundigheid
- van het beroeps- III.3.3
matig handelen
Hulp en steun aan collega’s, III.4.6.3
etc.
Indirecte effecten van het III.4.3.2
beroepsmatig handelen
Informatie; - en instemming III.2.3
- over het doorbreken III.2.4.4
van vertrouwelijkheid
- aan beide ouders I.1.5.2
- bij professionele III.2.3.6
activiteiten in
ruimere zin
- over alternatieve III.1.2.6
theorieën etc.
- over aanvaarden III.1.2.5
van opdrachten
- inhoud van de III.2.3.4
dezelfde
- voor opdrachtgever III.2.3.3
en cliënt
Instemming III.2.3; III.2.3.6
Integriteit II.1.1.1; III.1
Interdisciplinair team; - samenwerking III.2.6.3
Intervisie III.2.6.5; III.3.1.2
Inzage III.2.3.4; III.2.5.2; III.
2.5.3; III.2.5.4; III.2.7.2
- en afschrift van III.2.5.7
het dossier
- en blokkerings- III.2.5.3; III.2.7.6
recht bij cliëntsysteem
- voorafgaand aan III.2.7.2
de rapportage
Kennis, inzicht en ervaring III.2.1.2
van betrokkene
Kind I.1.5.1; I.1.5.2.; I.1.5.3,
I.1.5.4
55
Klachtenprocedure; - medewerking aan ~ Preambule; III.4.2.3
Kritische reflectie III.3.1.2
Kwalificatie III.1.2.3 ; III.3.3.3
Kwaliteit Inleiding; Preambule; I.1.2.8
- van het beroeps- III.4.1.1; III.4.1.2
matig handelen
- van ondergeschikten III.4.6.1
Levensgezel I.1.5.3
Lichamelijke integriteit van III.2.1.2
betrokkene
Medeverantwoordelijkheid III.4.1.2
Meerderjarige wilsonbekwame I.1.5.3
cliënt
Meervoudige rollen; - vermijden van III.1.3.1
Mentor I.1.2.7
Methoden II.1.1.3; III.2.3.4; III.3.2.2;
III.3.3.3
Minderjarige cliënt I.1.5.1
Misbruik II.1.1.4; III.1.2.2; III.2.7.8;
III.4.4.1
- voorkomen van III.4.4
Misleiding III.1.2.1
Mondelinge rapportage III.2.7.3
aan derden
Negatieve ervaringen III.4.3.1
Non-discriminatie III.2.1.3
Onafhankelijkheid en III.1.1.5
objectiviteit
Onderwijs, onderwijs- II.1.1.1; III.2.6.5
doeleinden
Onderzoeksgegevens III.1.2.8
Ongerechtvaardigde III.1.2.4
verwachtingen
Onverenigbare; - code-artikelen I.1.4.1
- opdrachten III.1.3.3
- belangen; III.1.3.2
onderkennen van
Onvoorziene absentie; - onder- III.4.5.3
waarneming bij
56
Opleiding II.1.1.3; III.1.2.3; III.3.3.3
Ouders I.1.5.1; I.1.5.2.; I.1.5.3,
I.1.5.4
Overleg over de professionele III.2.3.5
relatie
Persoonlijke; - beperkingen III.3.3.1; III.3.3.6; III.3.3.7
- belangen III.1.3.5
- relatie met cliënten III.1.3.6; III.1.3.9
- relatie na het III.1.3.9
beëindigen ...
Plagiaat III.1.2.7
Privacy ➝ vertrouwelijkheid
Procedure; klachten Inleiding; III.4.2.2
Professionele; - beperkingen II.1.1.3; III.3.3.1; III.3.3.6;
III.3.3.7
- deskundigheid III.3.2.1
- en ethische normen III.4.1.3
- relatie I.1.2.3
- doel van III.2.3.2; III.2.3.4;
III.2.3.5; III.2.5.1; III.3.2.2
- stadium van Inleiding; III.2.3.1
- begin van I.1.4.5; III.1.1.2; III.1.2.5;
III.2.2.1; III.4.5.2
- einde van III.1.1.3; III.1.3.8;
III.1.3.9; III.2.2.1;
III.2.4.1; III.2.5.9;
III.2.5.10; III.4.5.2
- wijzigingen in III.2.4.4; III.2.4.5; III.2.5.6
- verantwoording III.3.3.5
Psychische integriteit van III.2.1.2
betrokkene
Publicaties III.1.2.7
Rapportage III.2.7
Relevante; - gegevens III.1.2.8.; III.2.4.2;
III.2.5.1; III.2.6.1; III.2.7.7
- gegevens in rap- III.2.7.7
portages en
verklaringen
- conclusies III.3.3.4
57
Respect II.1.1.2; III.2
Rolintegriteit III.1.3
Rol, rolverwarring, Inleiding; II.1.1.1; III.1.3.1;
rolvermenging III.1.3.4
Samenhang van de code I.1.1.1
Schade; - voorkomen van III.4.3
Schriftelijke rapportage III.2.7.1
Seksuele; - gedragingen ten III.1.3.7
opzichte van de
cliënt
- relatie met de III.1.3.6 ; III.1.3.9
cliënt
Specifieke wettelijke regels I.1.4.4
Stadium van de professionele Inleiding
relatie
Statistiek III.2.6.4
Strijdigheid met de belangen I.1.5.4
van de cliënt
Studenten; - hulp en steun aan III.4.6.3
Supervisanten; - hulp en steun aan III.4.6.3
Supervisie III.2.6.5
Titels III.1.2.3
Toegang tot het dossier III.2.5.5
Toegankelijkheid van het III.2.5.6
dossier
Toestemming III.2.3.1; III.2.5.5;
III.2.5.7; III.2.6.1;
III.2.6.2; III.2.6.3; III.2.6.4
Toetsing van het beroepsmatig Preambule, III.4.2.1;
handelen III.4.2.2
Uitzonderingsbepalingen; - toepassen van I.1.4.3
Vakbekwaamheid III.3.2
Verantwoorde beroeps- Inleiding; III.3.3.6;
uitoefening III.3.3.7; III.4.6.3
Verantwoordelijkheid II.1.1.4 ; III.4
- na beëindiging III.1.3.8 ; III.4.5.2
van de professionele
relatie
58
Verantwoording III.4.2
Verbetering van gegevens III.2.3.4; III.2.5.8; III.2.7.4
Vermelden van opleiding, III.1.2.3
kwalificaties, titels etc.
Vermengen van rollen III.1.3.4
vermijden
Verminderd vermogen tot III.3.3.6; III.3.3.7
beroepsuitoefening
Vernietiging van het dossier; III.2.5.9
- recht op III.2.5.10
Verschoningsrecht III.2.4.6
Vertegenwoordiging van de I.1.5
cliënt
Vertrouwelijkheid II.1.1.2; III.1.3.3; III.2.4;
III.2.5.2; III.2.5.3 ;
III.2.5.4; III.2.5.5; III.2.7.6
Vertrouwen in de psychologie III.1.1.1
Verwijdering van gegevens III.2.3.4; III.2.5.8; III.2.7.4
Voorkomen van misleiding III.1.2.1
Voortzetten van de III.1.1.2 ; III.2.3.1;
professionele relatie III.2.3.2
Voorwaarden, financiële en III.1.2.5
algemene
Vrijheid om te handelen III.4.6.2
conform de beroepscode
Waardigheid II.1.1.2; III.2.1.2
Waarneming bij onvoorziene III.4.5.3
absentie
Welingelicht aangaan van de III.2.3.2
professionele relatie
Werkomgeving; - de psycholoog en III.4.6
zijn
Werkzaamheden die strijdig III.1.1.4
zijn met de code
Wetenschappelijk(e); - onderzoek II.1.1.1.; III.1.2.7.; III.2.6.4;
III.2.6.5
- publicaties III.1.2.7; III.2.6.5
Wettelijk(e); - vertegenwoordiger I.1.2.7; I.1.5
- vereiste nakoming I.1.4.5
van de opdracht
59
- verplichte gegevens- III.2.6.2
verstrekking aan
derden
- bepalingen I.1.4.4; I.1.4.5
Wijzigingen in de III.2.4.4; III.2.4.5; III.2.5.6
professionele relatie
Wilsonbekwaam I.1.5; I.1.5.3
Zelfbeschikking, autonomie III.2.2.1; III.2.2.2
Zorgvuldigheid I.1.3.1
- in het verkrijgen III.1.2.8
van onderzoeksgegevens
60
Nederlands Instituut van Psychologen (NIP)
Postadres
Postbus 9921
1006 AP Amsterdam
Tel (020) 410 62 22
Fax (020) 410 62 21
E-mail nipburo@wxs.nl
Internet www.psynip.nl
Bezoekadres
Osdorper Ban 27a
Amsterdam
Macht is recht.
101 Als de Staat een kind psychologisch wil onderzoeken dan KRIJSEN alle jeugdzorg medewerkers betrokken bij indicatiebesluiten voor GGZ behandeling in het rond dat de ouders uit het gezag zijn gezet. De rest van de BENDES in de papegaaienkooi "jeugdzorg" zoals kindertehuizen, scholen, psychologen, rechters enz. krijsen als papagaaien dezelfde LEUGENS in het rond. De psycholoog kan snel centjes verdienen aan een DOORGESTOKEN KAART RAPPORT en toeschrijven naar de gewenste jeugdzorg conclusie. De ouders zijn uit het gezag gezet en de voogd maakt de dienst uit dus moet er wel wat aan de hand zijn met dit kind voordat het onderzoek begint.
U bent gewaarschuwd!
J. Hop, Joubertstraat 24, 3851 DM Ermelo, redacteur websites Censuur in Nederland en Groep Hop
Gelukkig laat de samenwerking tussen de Bureaus Jeugzorg en de jeugd-GGZ-instellingen veel te wensen over. Vandaag 12 september 2006 trok de jeugdzorgINDUSTRIE hun PR-machine weer open nu niet met de vaste vraag om steeds meer geld maar met de vraag OM NOG MEER MACHT. De papagaaienkooi jeugdzorg wil nu ook alle jeugd-GGZ-instellingen onder hun controle (52) (397) (53) brengen. Een zeer gevaarlijke situatie voor ouders en hun kinderen!
Huis-, tuin- en keukenlogica van Hop. Als een minderjarige gelijk bij de jeugd-GGZ terecht kan, die doen hun intake/onderzoek vanuit hun specialisme, welk rapport vervolgens de basis is voor behandeling in ieder vervolgtraject. Hoe vaak worden onderzoeken/behandeling van kinderen niet steeds opnieuw overgedaan om stelselmatig de wachtlijsten in stand te houden en steeds meer nieuwe onderzoeken en rapporten te kunnen blijven verkopen als voorbeeld van de weerzinwekkende jeugdzorg in Nederland? Hoe snel zullen wachtlijsten niet verdwijnen als onderzoeken niet steeds opnieuw overgedaan worden. Een minderjarige die al bijna een jaar opgesloten heeft gezeten in de JJI Hunnerberg vervolgens in de volgende JJI hetzelfde begintraject weer helemaal overnieuw moet doen als voorbeeld van pedagogisch onverantwoord handelen door Justitie onder toezicht van de jeugdzorg en de falende CDA Minister van Justitie Donner die kennelijk meer oog heeft voor het invoeren van de sharia in Nederland dan een einde te maken aan het steeds opnieuw doen van het begintraject in de volgende JJI waardoor MET OPZET STELSELMATIG wachtlijsten in stand worden gehouden!
Het is dus een goede zaak voor ouders en hun kinderen als de jeugd-GGZ-instellingen ONAFHANKELIJK BLIJVEN van de Bureaus Jeugdzorg. Gelukkig komt er van het streven om Bureaus Jeugzorg en de jeugd-GGZ-instellingen onder een loket te brengen nog niets terecht. Ik hoop natuurlijk ook dat er, in het belang van het kind, ook niets van terecht komt. Het traject voor een indicatiestelling bij Bureau Jeugdzorg deugt niet! Laat Bureau Jeugdzorg nu eerst even binnen hun eigen organisatie navolgbaar en transparant werken invoeren voordat ze buiten de deur gaan kijken wat daar weer mis is. Ik zou de aanbeveling willen doen onverwijld de jeugd-GGZ hun eigen intaketrajecten te laten doen. De kwaliteit van indicatiestellingen kan alleen maar verbeteren want slechter als het nu bij Bureau Jeugdzorg gebeurt kan het volgens mij niet.
De jeugdzorg is een puinhoop vertelde de Commissaris van de Koningin van Gelderland. Dat blijft ook zo want het is een puinhoop bij de jeugdzorg in Gelderland omdat ze niet eens in staat zijn om een indicatiestelling te maken in overeenstemming met de algemene beginselen van behoorlijk bestuur. De methodes die bij Bureau Jeugdzorg gebruikt worden om indicatiestellingen te fabriceren deugen niet. Ik pleit dus voor GEEN SAMENWERKING tussen jeugd-GGZ en Bureaus Jeugdzorg en ik hoop dat de jeugd-GGZ een eigen intaketraject zo snel mogelijk voor elkaar krijgen. De jeugd-GGZ moet ONAFHANKELIJK blijven van Bureau Jeugdzorg want de werkwijze en mentaliteit in de jeugdzorg deugt niet. Met de onmiddellijke invoering van een richtlijn voor een eigen intaketraject voor de jeugd-GGZ kunnen jongeren met psychiatrische problemen veel beter en veel sneller geholpen worden.
Voor de invoering van nieuwe wetgeving heb ik, J. Hop, een gesprek gehad op het CDA-hoofdkantoor in Den Haag met een CDA medewerker die zich bezig hield met nieuwe jeugdzorg wetgeving. Een van de gespreksonderwerpen was een duidelijke scheiding tussen GGZ en jeugdzorg. Ik (Hop) was voor die scheiding omdat ik denk dat het heel belangrijk is dat ouders en hun kinderen onafhankelijke "psychische hulp" kunnen krijgen zonder bemoeienis van "bureau jeugdzorg". Het is veel slimmer en praktischer een minderjarige direct toegang tot een psycholoog en psychiater te geven zonder de bemoeienis van "bureau jeugdzorg" Ik hoop dan ook dat ouders die zelf hulp zoeken voor hun kind op vrijwillige basis steeds rechtstreeks contact opnemen met een jeugdpsycholoog en in het intake gesprek gelijk afspreken dat er geen informatie wordt uitgewisseld over de minderjarige met een "bureau jeugdzorg". Op deze manier krijgt het betrokken kind gelijk de hulp die het nodig heeft en hoeven de ouders niet te vrezen voor de bemoeienis van "bureau jeugdzorg" met het gezin.
J. Hop, auteur website Censuur in Nederland
Wat een toeval? Op dezelfde dag komt het Ministerie van VWS met het onderstaande persbericht
Nieuwsbericht, 12-9-2006
Staatssecretaris Ross betaalt 3,4 miljoen euro voor een nieuwe fase van het onderzoek Generation R. Daarmee worden tienduizend 5-jarige kinderen onderzocht op hun lichamelijke, psychische en motorische gesteldheid. Ross verwacht dat het onderzoek zeer veel nieuwe informatie zal opleveren voor het jeugd(gezondheids)beleid. Onderzoekers van het Erasmus MC en de Erasmus Universiteit Rotterdam volgen al vier jaar de ontwikkeling van de tienduizend kinderen onder de noemer Generation R. Ross vindt de samenstelling van de onderzoeksgroep een sterk punt. ‘In Generation R zijn kinderen uit vrijwel alle etnische groepen die we in Nederland kennen vertegenwoordigd. Daardoor weten we nu dat er tussen deze groepen grote verschillen bestaan in de groei, de ontwikkeling en de gezondheid.’ Omdat het onderzoek al enige jaren loopt, worden zo nu en dan nieuwe feiten bekend. Zo constateerden de Generation R-onderzoekers zeer onlangs een groot verschil in het gebruik van verloskundige zorg door moeders uit diverse landen. Surinaamse en Antilliaanse vrouwen melden zich bijvoorbeeld relatief laat in de zwangerschap aan bij een verloskundige. Dat kan grote gevolgen hebben voor de gezondheid van de aanstaande moeder en haar kind. Ook vermoeden de onderzoekers van Generation R een relatie tussen die late aanmelding bij een verloskundige en complicaties als een te laag geboortegewicht, te vroeg bevallen en babysterfte. In Rotterdam gaf Ross vandaag aan dat de overheid nog jarenlang voordeel kan hebben van de nieuwe inzichten die Generation R oplevert. ‘Dat is voor mij één van de voornaamste drijfveren geweest om de tweede fase van dit project, Generation R at 5, financieel te ondersteunen met een bedrag van 3,4 miljoen euro.’ Het is onbegrijpelijk dat psychologen en psychiaters informatie over kinderen die zij in behandeling hebben doorgeven aan "bureau jeugdzorg" zolang deze industrie weigert navolgbaar en transparant te werken.
Jaarverslag 2005 Nederlands Instituut van Psychologen, de beroepsvereniging van psychologen
Geachte
lezer,
Welkom
op 'nipjaarverslag', de site waarop het NIP, de beroepsvereniging van
psychologen, zijn jaarverslag 2005 presenteert. Het jaar 2005 stond in het teken
van vernieuwing binnen de vereniging. Ik ben verheugd u te kunnen melden dat in
december 2005 is besloten de Algemene Ledenvergadering te vervangen door een
Ledenraad. Op die manier zijn afgevaardigden van alle NIP-ledengroepen bij de
besluitvorming betrokken, in plaats van een relatief klein aantal van de ruim
twaalfduizend leden. In het jaarverslag veel aandacht voor de secties van het
NIP. De secties en sectoren zijn afgelopen jaar hard bezig geweest nieuw beleid
te ontwikkelen. In 2006 zullen de plannen verder worden uitgewerkt en hun beslag
krijgen in diverse activiteiten.
Ik
hoop dat u het verslag met veel plezier leest,
prof.dr.
J.M. Pieters
voorzitter
NIP
Het
jaar 2005 stond in het teken van besluiten nemen over de modernisering en een
begin maken met een cultuuromslag in de vereniging. Het bestuur meende dat de
groei van het aantal leden, in vijftien jaar tijd van drieduizend naar
twaalfduizend, het professionaliseren van de vereniging nodig maakt. 'De
werkwijzen, de onderlinge verhoudingen en de verantwoordelijkheden moesten
duidelijk worden vastgelegd, zodat slagvaardig kan worden opgetreden, zowel
intern als naar buiten toe,' aldus directeur Rein Baneke.
De vereniging heeft knopen doorgehakt over de noodzakelijke wijzigingen die het NIP zou moeten doorvoeren om het professionele imago van de psycholoog uit te kunnen dragen. Baneke: 'Het heeft behoorlijk veel moeite gekost om de neuzen ten aanzien van de modernisering dezelfde kant op te krijgen. In 2005 is dat ons gelukt. We hebben helderheid gekregen waar het NIP voor gaat. In juni vorig jaar bijvoorbeeld is de missie van het NIP geformuleerd en vastgelegd.'
Het
NIP bevordert de wetenschappelijk gefundeerde professionele beoefening van de
psychologie en behartigt de belangen van de aangesloten leden. Het doet dit
zodanig dat het daarbij een bijdrage levert aan het welzijn van de mensen en de
samenleving.
In navolging van deze missie draagt de beroepsvereniging vier uitgangspunten hoog in het vaandel.
· Collectieve (politieke) belangenbehartiging voor de leden en de beroepsgroep, onder andere door zich strategisch te positioneren en onderhandelingen te voeren
· Bevordering en verbetering van de kwaliteit van de psychologie, het geven van een 'vakmatig' gezicht aan de aangesloten leden
· Individuele dienstverlening waar de leden van profiteren
·
Maatschappelijke
verantwoordelijkheid en relevantie bij het uitvoeren van de eerste drie
onderdelen
Dit 'klaverblad' is het uitgangspunt voor de beleidsvorming de komende jaren.
Baneke:
'Ik ben er als directeur het meest trots op dat er consensus is bereikt. Want
dit betekent dat we vooruit kunnen en niet meer hoeven te navelstaren. Er kan
meer aandacht worden geschonken aan het naar buiten treden, nu de interne
hobbels zijn genomen.'
In
december vorig jaar werden door de Algemene Ledenvergadering, de ALV, de nieuwe
statuten bekrachtigd. De vereniging werkt voortaan volgens het
subsidiariteitprincipe. Baneke: 'Dit houdt in dat er minder schijven zijn waar
alles doorheen moet, zodat de vier sectoren slagvaardiger kunnen optreden. De
sectoren worden ondersteund door een geprofessionaliseerd bureau, dat
bevoegdheden krijgt om sneller te kunnen optreden. Dus wat laag in de
organisatie van het NIP kan worden afgehandeld, moet daar ook worden
afgehandeld.'
Het
uitgangspunt is dat het Algemeen Bestuur zich niet bezighoudt met problemen die
beter door de afzonderlijke secties of de sector kunnen worden opgelost. Het
bestuur treedt alleen op als de doelstellingen van het gemeenschappelijke beleid
niet voldoende op sectie- of sectorniveau, of beter op het hoogste niveau kunnen
worden bereikt.
Eveneens zijn in de statuten, die in 2005 zijn geaccordeerd, en het Huishoudelijk Reglement, dat in 2006 van kracht zal worden, de bevoegdheden van het bureau, de sectoren en het Algemeen Bestuur vastgelegd. Hierdoor kan men slagvaardiger optreden en is er ruimte om verantwoordelijkheid te nemen.
'De
verenigingsdemocratie is in 2005 officieel hersteld,' meent Baneke, 'want met
het instellen van de Ledenraad is het niet meer zo dat twaalfduizend leden
worden vertegenwoordigd door mensen die "toevallig" op de Algemene
Ledenvergadering aanwezig zijn. De leden kiezen zelf, vanuit de sector waar ze
lid van zijn, hun afgevaardigden uit het sectorbestuur.'
De Ledenraad is het hoogste orgaan van de vereniging en bestaat uit vertegenwoordigers van de sectorbesturen aangevuld met twee afgevaardigden voor de psychologiestudenten. De Ledenraad stelt het NIP-beleid vast, stelt de begroting en jaarrekening/contributie vast en benoemt het Algemeen Bestuur, inclusief de NIP-voorzitter.
De modernisering was de afgelopen tijd natuurlijk vooral een bestuurlijke aangelegenheid, waarvan de 'ins & outs' eigenlijk alleen voor de kaderleden interessant zijn. Volgens Rein Baneke, directeur van het NIP, hoeft niet ieder lid precies te weten wat er bijvoorbeeld statutair veranderd is: 'Ik ben het meest blij als onze leden op hartstochtelijke wijze voor hun vak gaan. Dat een aantal van deze psychologen meewerkt aan het vormgeven van een professionele vereniging stemt mij tevreden. Het rekruteren van nieuwe bestuursleden die voor het behalen van praktische resultaten gaan, is de komende jaren een belangrijke taak voor ons.'
De beleidsuitgangspunten van de beroepsvereniging voor de komende jaren zijn:
· collectieve (politieke) belangenbehartiging voor de leden; onder andere door zich strategisch te positioneren en onderhandelingen te voeren
· bevordering en verbetering van de kwaliteit van de psychologie; het geven van een 'vakmatig' gezicht aan de aangesloten leden
· individuele dienstverlening aan de leden; zoals verzekeringen, rechtsbijstand, advies bij ethische vraagstukken
· maatschappelijke verantwoordelijkheid en relevantie bij het uitvoeren van de drie eerste onderdelen.
Het NIP legt zich al jaren toe op de collectieve en individuele belangenbehartiging. In 2005 werd vastgelegd dat het één van de uitgangspunten van onze beroepsvereniging is. Wat is het doel de komende jaren?
Baneke: 'Een belangrijk onderdeel van de behartiging van de belangen van onze leden zijn de cao-onderhandelingen. Daarbij wordt meestal gefocust op de salarisverhogingen. Maar de positionering van de psycholoog ten opzichte van de werkgever en collega's, ik noem managers en bijvoorbeeld psychiaters, blijft bij de onderhandelingen soms onderbelicht. De positie van de psycholoog binnen een team als professionele zelfstandige moet worden benadrukt door goede functiebeschrijvingen en de adequate waardering hiervan. Dat is wellicht nog wel belangrijker dan een extra procent salarisverhoging.'
De tweejarige master van de studie psychologie blijft een belangrijk streven. In 2005 werden door het NIP gesprekken gevoerd met de staatssecretaris van Onderwijs, Rutte. De politiek raakt er steeds meer van overtuigd dat een verlenging van de masteropleiding gewenst en zelfs noodzakelijk is. Zeker gezien de eis van een tweejarige master bij de inrichting van het Europees Diploma door de EFPA, de European Federation of Psychologists' Associations.
Baneke: 'Het NIP heeft de druk vorig jaar opgevoerd en we lijken de politiek mee te krijgen. De bekostiging van de verlenging van de masteropleiding is echter het struikelpunt. In het verkiezingsjaar 2007 moet het NIP de kansen aangrijpen om de minister van Financiën ook mee te krijgen.'
Het NIP heeft vorig jaar een collectieve verzekering en een aansprakelijkheidsverzekering afgesloten. 'In het kader van de profilering van de psycholoog als professional is dit zeer belangrijk geweest', meent Baneke. 'Het getuigt, zeker in het contact met bijvoorbeeld zorgverzekeraars, van professionaliteit als je zulke verzekeringen hebt.'
Het NIP heeft in samenwerking met AON Verzekeringen, een wereldwijd opererende assurantiemakelaar, voor de leden een aansprakelijkheidsverzekering ontwikkeld, de NIP Beroepsaansprakelijkheidsverzekering. Baneke: 'De kosten van beroepsfouten kunnen de continuïteit van een onderneming in gevaar brengen. De beroepsaansprakelijkheidsverzekering dekt de kosten van schade als gevolg van beroepsfouten.'
Via Ohra biedt het NIP een zorgverzekering met acht procent korting aan. Het gaat om een collectieve verzekering, waarbij ook familieleden kunnen profiteren van de aanbieding.
'De
modernisering heeft natuurlijk als belangrijke doelstelling gehad om niet alleen
intern op bestuurs- en beleidsgebied een helder een eenduidig standpunt in te
nemen', zegt Baneke. 'Het gaat ook om de manier waarop het NIP naar buiten
treedt. Er wordt financieel ruimte gemaakt voor lobbyen ter faveure van de
beroepsgroep. We richten meer de blik naar buiten toe. We moeten een krachtige
speler in het veld worden en laten weten waar het NIP voor staat. In de
politiek, bij collega's in de ggz, bij zorgverzekeraars, werkgevers en cliënten.
Hierbij zijn contacten met de media natuurlijk onmisbaar. Externe profilering en
transparantie krijgen nadrukkelijk de prioriteit de komende tijd. En dat is in
2005 besloten.'
De activiteiten van het Hoofdbestuur van het NIP waren in 2005 vooral gericht op veranderingen in de vereniging zelf. Vanaf april 2005 werden besluiten genomen over drie belangrijke onderwerpen:
· de nieuwe NIP-verenigingsstructuur en de weerslag daarvan op de statuten
· de professionalisering van het NIP-bureau
· de invoering van een beleidscyclus.
dhr. prof.dr. H.G. Schmidt, voorzitter
dhr. prof.dr. J.M. Pieters, vice-voorzitter
dhr. prof.dr. H.T. van der Molen, past president
dhr.
dr. F.A. Albersnagel, secretaris
dhr. dr. J.H. Kamphuis, penningmeester
dhr. drs. M.A. van Bronswijk, sector Arbeid & Organisatie
mw. drs. M.E.Th.A. Cloïn-Brouwers, sector Gezondheidszorg
mw. dr. A.M.L. Collot d'Escury-Koenigs, sector Jeugd
dhr. drs. C.J. Koene, Raad van Advies in Beroepsethische Zaken
dhr. drs. J. van der Pol, sector Gezondheidszorg
dhr. drs. H. Schutz, sector Gezondheidszorg
dhr. drs. J.M.H.P. Timmermans, Intersector
(n.a.v. besluitvorming ALV 16 december 2005; geëffectueerd per 1 januari 2006)
dhr. prof.dr. J.M. Pieters, voorzitter
dhr. prof.dr. H.T. van der Molen, past president
dhr.
dr. F.A. Albersnagel, secretaris
dhr. dr. J.H. Kamphuis, penningmeester
mw. drs. M.E.Th.A. Cloïn-Brouwers
mw. dr. A.M.L. Collot d'Escury-Koenigs
dhr. drs. E. Hummelen
dhr. drs. C.J. Koene
dhr.
drs. J. van der Pol
dhr.
drs. H. Schutz
dhr. drs. J.M.H.P. Timmermans
De nieuwe statuten werden in straf tempo behandeld, allereerst door het Hoofdbestuur. De conceptstatuten zijn vervolgens op een extra kaderdag in augustus voorgelegd aan de diverse bestuursleden van het NIP. In september werd de definitieve vorm vastgesteld. Na publicatie in De Psycholoog konden de leden in december kennisnemen van de statuten.
In
de statuten is het zogenaamde subsidiariteitsprincipe vastgelegd. Binnen de
vereniging zullen zaken op een zo laag mogelijk niveau worden besloten. Dus zo
dicht mogelijk bij de leden. Alleen als er sprake is van sectie- dan wel
sectoroverstijgende belangen worden zaken op een hoger niveau behandeld. Een
grote verandering ten opzichte van de oude statuten is het vervangen van de
Algemene Ledenvergadering door een Ledenraad. De Algemene Ledenvergadering
stemde op 16 december in met het voorstel tot statutenwijziging.
Het
Hoofdbestuur gaf aan dat de professionalisering van het bureau mede moest
resulteren in een grotere invloed van de sectoren op de gang van zaken binnen
het bureau. In de toekomst wordt het mogelijk een eigen sectorbureau op te
richten als onderdeel van het totale bureau. Ook zullen de sectorsecretarissen
deel gaan uitmaken van het managementteam. Het Hoofdbestuur heeft tevens gezocht
naar mogelijkheden om de efficiency te vergroten.
Het Dagelijks Bestuur, de formele werkgever van het bureau, heeft een adviesaanvrage over de nieuwe bureaustructuur voorgelegd aan de personeelsvertegenwoordiging (PVT). De PVT adviseerde hierover begin 2006. De invoering van de nieuwe bureaustructuur zal in 2006 plaatsvinden.
Aan de vormgeving van de zogenaamde 'planning & control'-structuur is in 2005 door de verschillende besturen veel tijd besteed. 'Geld volgt beleid' is daarbij het uitgangspunt. De uitwerking van deze structuur kwam te laat op gang om in 2006 al te worden toegepast. De uitgangspunten werden in 2005 wel vastgesteld, maar zullen pas in 2007 hun vruchten gaan afwerpen. In het jaar 2006 heeft het bestuur zichzelf een strak schema opgelegd om te komen tot beleidsplannen voor 2007.
In
2005 december vergaderden het Dagelijks Bestuur en het Hoofdbestuur van het NIP
voor het laatst. De nieuwe statuten kennen enkel een Algemeen Bestuur. Op de
laatste vergadering van het Dagelijks Bestuur nam voorzitter prof.dr. Henk
Schmidt afscheid van het NIP. In 2006 zal nog worden teruggekomen op de periode
waarin Schmidt het NIP leidde en op zijn verdiensten voor de vereniging.
Het Hoofdbestuur behandelde in 2005 nog meer belangrijke zaken. Samen met een vertegenwoordiging van de opleidingsdirecteuren Psychologie van de tien faculteiten werd bij staatssecretaris Rutte gepleit voor de tweejarige algemene master in de psychologie. Deze pogingen krijgen in 2006 zeker nog een vervolg.
Met
de hbo-instellingen werd in 2005 overlegd over opleidingen in de psychologie.
Het NIP is tegen hbo-opleidingen die suggereren dat zij gediplomeerde
psychologen afleveren. Over andere benamingen valt te overleggen. Het NIP stelt
de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van deze zienswijze op de
hoogte.
Het
bestuur gaf de kwaliteit van het testgebruik verder vorm door het instellen van
een speciale website. Voor gebruikers van tests en voor het publiek is hier veel
informatie te vinden die richtinggevend is voor het testgebruik. In een later
stadium zullen ook de testbeoordelingen van de Commissie Testaangelegenheden
Nederland van het NIP (Cotan) op de site verschijnen.
Met behulp van Walvis Consulting is in 2005 gestart met de opzet van een accreditatiesysteem. Dit systeem moet het hele veld van de bij- en nascholing in de psychologie gaan omvatten. Zo ontstaat voor aanbieders van bij- en nascholing en voor cursisten een goed toegankelijk accreditatiesysteem. Het is de bedoeling via overleg met andere beroepsgroepen te bekijken of een alomvattend accreditatiesysteem voor de gedragswetenschappen mogelijk is.
Op verzoek van het Dagelijks Bestuur van het NIP is in februari 2005 door Upstream Consulting een advies uitgebracht over een andere bureauopzet. Het Hoofdbestuur meende dat in het uitgebrachte advies de positie van de sectoren binnen de bureauorganisatie niet duidelijk genoeg was uitgewerkt. Tevens wilde het bestuur bekijken of het mogelijk was de efficiency te vergroten bij de verschillende afdelingen van het bureau. Hierover is extern bedrijfseconomisch advies ingewonnen. In het najaar 2005 stelde het Dagelijks Bestuur een voorgenomen besluit op, in overleg met de directeur-secretaris. De personeelsvertegenwoordiging (PVT) is gevraagd hierover advies uit te brengen, maar kon nog niet voor 31 december reageren.
Begin
2005 verliet Meta Loman, stafmedewerker Kwaliteit, het bureau na een
dienstverband van zestien jaar. Haar functie is in verband met de ontwikkelingen
rondom de nieuwe bureauopzet voorlopig niet ingevuld. Marian Kraai, hoofd van de
afdeling Registraties, nam in het voorjaar ontslag. Ook deze positie is
voorlopig niet ingevuld. Dit heeft een flinke wissel getrokken op de
activiteiten op het gebied van kwaliteit binnen het bureau. In de
beleidsplanning voor 2007 zal kwaliteit weer ruimschoots aan bod komen.
In
november 2005 werd met een symposium over beroepethiek aandacht geschonken aan
het vertrek van Joke Bravenboer, stafjurist voor beroepsethische zaken. Zestien
jaar was zij een zeer betrokken medewerker op dit gebied. De totstandkoming van
de nieuwe Beroepscode 1998 was een belangrijke mijlpaal in haar carrière bij
het NIP.
De plannen van het bestuur om de herstructurering van de vereniging ook tot uitdrukking te laten komen in een andere opzet en werkwijze van het bureau heeft in 2005 voor de nodige onrust gezorgd. Gedurende dat jaar heeft het bestuur, naast de directie, diverse malen toelichting op de plannen gegeven aan de medewerkers. Daarnaast is in juni 2005 tussen de personeelsvertegenwoordiging en het Dagelijks Bestuur een sociaal plan overeengekomen. In 2006 zal het plan tot herinrichting van het bureau zijn beslag krijgen.
Eind
2004 heeft het verenigingsbestuur besloten de testontwikkelingsactiviteiten van
het NIP Dienstencentrum BV (NDC) af te bouwen. Deze activiteiten zijn voor een
vereniging te risicovol. Door testontwikkelaar Jeroen de Wit werd met succes de
bewerking van de DAT afgerond. Deze test kwam aan het eind van het jaar op de
markt via Harcourt Test Services.
De
opleidingsactiviteiten van het NDC, waaronder de succesvolle
mediation-opleidingen, zijn halverwege 2005 overgedragen aan de nieuwe Stichting
Training en Scholing NIP. Deze stichting, waarvan het bestuur door het NIP wordt
benoemd, heeft een goede start kunnen maken. De stichting gaat training en
scholing verzorgen speciaal toegesneden op psychologen.
Voor
de verzekeringsportefeuille werd door het NDC met AON Group Programs
samengewerkt. Deze samenwerking op het gebied van ziektekosten,
arbeidsongeschiktheid, beroepsaansprakelijkheid en een autoverzekering is
overgedragen aan het NIP zelf.
De afwikkeling van de arbeidscontracten bij het NDC heeft in 2005 gezorgd voor een (voorlopig) negatief saldo. Hier staat nog een afrekening met Harcourt tegenover, die later gerealiseerd zal worden.
Het bureau van het NIP is de operationele en professionele spil van de vereniging. Bij het bureau komen jaarlijks de meest uiteenlopende vragen binnen. De professionals van het NIP-bureau bedienen in de eerste plaats de leden en bestuursleden van de vereniging.
Leden benaderen het NIP voor informatie, maar ook voor een advies op maat, bijvoorbeeld over salarisonderhandelingen, postmasteropleidingen en -cursussen, zelfstandige vestiging, beroepsethische kwesties, of consultatie van een deskundige collega. Het bureau biedt kaderleden advies en ondersteuning bij de profilering van de psycholoog in een bepaald werkveld, beleidsontwikkeling, belangenbehartiging, contacten met de media, het organiseren van studiedagen en congressen, het uitvoeren van een registratieregeling of het versturen van een mailing.
Daarnaast behandelt het verenigingsbureau vragen van cliënten, andere beroeps- en belangenverenigingen, werkgevers, instellingen, maatschappelijke en politieke organisaties en de pers. Door ook derden van dienst te zijn, zet het bureau de psycholoog bij tal van doelgroepen op de kaart.
Het
goed informeren van de leden is één van de pijlers van de dienstverlening van
het NIP. De website van het NIP www.psynip.nl vervult daarin een belangrijke
functie. Dagelijks kunnen op de site nieuwe berichten worden geplaatst. Zo is de
trouwe websitebezoeker altijd op de hoogte.
Eind 2005 was de stand van bezoekers op de homepage van het NIP 166.180. Dat is een stijging van 28% ten opzichte van 2004. Het meest populair is de pagina met annonces. Het aantal bezoekers van deze pagina nadert de vierhonderd per dag.
Ook de secties van het NIP gaan steeds meer over op digitale communicatie. Zij hebben reeds een eigen pagina op de NIP-website, maar kunnen nu ook de leden bedienen met een digitale nieuwsbrief. Secties kunnen deze e-nieuwsbrief op een eenvoudige manier zelf opstellen en verzenden. Een uitgebreide handleiding, ondersteuning vanuit het bureau en een online helpdesk maken dit werk nog gemakkelijker.
De
redactie van De Psycholoog kijkt terug
op een goedgevulde en gevarieerde veertigste jaargang van het maandblad. Het
jaar 2005 werd geopend met een themanummer over het onbewuste, een actueel
onderwerp in de psychologie dat een hedendaagse, niet-Freudiaanse invulling
heeft gekregen. Een bijdrage over nieuwetijdskinderen in het meinummer vond ook
weerklank elders in de pers.
Op het vlak van de beroepsuitoefening leidde een artikel over de dynamische-theoriegestuurde profielinterpretatie tot een aantal relevante discussiebijdragen. Daaruit kwam naar voren dat de klinische blik en evidence-based-benaderingen nog steeds moeilijk met elkaar te verenigen zijn. Tot slot bleek het artikel over verantwoordelijkheden van psychologen in opleiding een belangrijke lacune op te vullen in de dagelijkse praktijk van veel instellingen. Goede kopij vanuit de sociale psychologie en vanuit de arbeids- en organisatiepsychologie ontbrak helaas in deze jaargang. De redactie gaat zich extra inspannen om dit in 2006 wel te realiseren.
De afdeling Voorlichting & PR heeft diverse NIP-groepen ondersteund bij hun externe contacten. Dat gebeurde onder andere in de vorm van het schrijven van of adviseren over strategische teksten, opiniestukken voor kranten en persberichten. Het ging om uiteenlopende onderwerpen, zoals oorlogstrauma's (persbericht), btw-vrijstelling voor psychologische diensten, mediation bij echtscheiding, indicatiestelling in het onderwijs (lobbyteksten), het NIP-Crisis Interventie Team (folder) en verstandelijk gehandicapten (opiniestuk).
Veel NIP-leden willen zichtbaar kunnen maken dat zij zijn aangesloten bij het NIP. De leden die het dienstmerk psycholoog nip mogen voeren, kunnen sinds 2005 het dienstmerk in een speciale schrijfwijze downloaden van de NIP-site en dit achter hun naam plaatsen.
De afdeling Voorlichting & PR beantwoordde afgelopen jaar gemiddeld 45 vragen per dag, waarvan ongeveer vijfentwintig e-mails. In 2005 gingen opmerkelijk veel vragen van leden over het nieuwe zorgstelsel en de vergoeding van psychologische hulp, over werkgelegenheid en postmasteropleidingen en over zelfstandige vestiging.
Vanwege
de belangstelling van leden voor zelfstandige vestiging zal de dienstverlening
op dit vlak in 2006 worden uitgebouwd. Eind 2005 is een projectgroep ingesteld
om de diverse producten van psychologen onder de aandacht van de
zorgverzekeraars te brengen. Doel is zoveel mogelijk gekwalificeerde psychologen
voor vergoeding van psychologische hulp in aanmerking te laten komen. Dit geldt
voor de eerstelijnspsychologische hulp in de basisverzekering 2007 en de overige
psychologische diensten in de aanvullende verzekering.
De
voorlichting aan studenten over postmastermogelijkheden wordt voortaan niet door
de studenten zelf maar vanuit het bureau verzorgd. Op die manier kan een
constante kwaliteit van de voorlichting worden gewaarborgd. De laatste
ontwikkelingen zullen steeds in de presentaties worden verwerkt. Op de NIP-site
is bovendien een dossier over postmasteropleidingen geplaatst.
Ook het overige informatiemateriaal wordt geregeld aangepast aan de laatste ontwikkelingen. Een voorbeeld is de folder Het psychologisch onderzoek. Deze is in 2005 bijgesteld. De folder bevat nu meer informatie over hoe het psychologisch onderzoek in zijn werk gaat en hoe het op een verantwoorde manier wordt uitgevoerd.
Het
NIP wil de leden van dienst zijn op het vlak van collectieve belangenbehartiging
en individuele advisering. De meeste individuele vragen gaan over
functiewaardering, het freelancecontract of de arbeidsovereenkomst en over
inschaling bij salarisonderhandelingen. Omdat er steeds meer vragen worden
gesteld over het voeren van een eigen praktijk, is het Hoofdbestuur geadviseerd
de formatie hiervoor uit te breiden. Dit zal in 2006 worden gerealiseerd. Voor
cliënten van zelfstandig gevestigde psychologen is de vergoeding van
psychologische hulp door de zorgverzekeraar van groot belang. In 2005 zijn de
voorbereidingen getroffen voor een project dat in 2006 van start gaat.
Op de website van het NIP worden de leden geregeld geïnformeerd over de lopende cao-onderhandelingen. De vereniging behartigt de collectieve belangen van de leden door bijvoorbeeld op te treden als partij bij cao's in de zorg, de jeugdzorg en het wetenschappelijk onderwijs en onderzoek. Het NIP is aangesloten bij de Federatie van Beroepsorganisaties in de Zorg (FBZ). De FBZ onderhandelt, mede namens het NIP, over deze cao's en over sociale plannen bij reorganisaties.
Zowel het functiewaarderingssysteem voor de zorg (FWG 3.0) als dat voor de universitaire medische centra (Fuwavaz) is in 2005 geëvalueerd. Deze evaluatie en de daaropvolgende voorgestelde wijzigingen van het systeem voor de eigen beroepsgroep is kritisch gevolgd. Het NIP heeft geprobeerd invloed uit te oefenen op de beschrijving van de nieuwe ijkfuncties en kaderteksten. Bij de FWG 3.0 is deze herijking nog niet afgerond. Bij de Fuwavaz heeft het NIP succes geboekt. Er is inmiddels een nieuwe ijkfunctie voor de gezondheidszorgpsycholoog gekomen die één schaal hoger uitvalt dan voorheen.
Op
de ranglijst van ziekteverzuim en wao-instroom staat verzuim om psychische
redenen sinds enige jaren op nummer één. Toch worden psychologen niet optimaal
ingezet bij de behandeling en begeleiding van werknemers met psychische
klachten. Mogelijke redenen zijn dat slechts weinig psychologen bij de
behandeling expliciet rekening houden met het werk van hun cliënten. Daarnaast
is het bedrijfsartsen, werkgevers, cliënten en zorgverzekeraars op dit moment
niet voldoende duidelijk welke psychologen arbeidsgerelateerde problematiek op
een werkgerichte wijze behandelen.
Op initiatief van het NIP en de LVE, de Landelijke Vereniging van Eerstelijnspsychologen, is in 2005 het project Werk voor psychologen gestart. Doel van het project is psychologen te stimuleren de factor arbeid vaker te betrekken in de behandeling en begeleiding van cliënten. Ook moet het project anderen meer inzicht geven in de kennis en kunde van psychologen op dit terrein. In 2005 zijn binnen het project de volgende producten ontwikkeld.
·
Werk
en psychische klachten: richtlijn voor psychologen
Deze richtlijn is een hulpmiddel voor psychologen voor een werkgerichte
benadering. De richtlijn is op 24 januari 2006 op een introductieconferentie
gepresenteerd aan de beroepsgroep en aan vertegenwoordigers van de werknemers-
en werkgeversorganisaties. De richtlijn en bijbehorende toelichting zijn bij het
NIP en de LVE te bestellen of te downloaden.
·
Werk
en psychische klachten: praktijkvoorbeelden als illustratie van werken volgens
de richtlijn
Deze brochure is onder een groot aantal NIP-leden verspreid. De publicatie zal
ook gebruikt worden om de maatschappelijke partners te informeren over de nieuwe
richtlijn.
·
Curriculum
De richtlijn gaat ook deel uitmaken van de scholing en training van psychologen.
De Stichting Training en Scholing NIP biedt samen met de sector Arbeid &
Organisatie cursussen aan rondom dit onderwerp.
Voor dit project zijn diversie subsidies verworven. Stichting Instituut Gak (SIG) stelde geld beschikbaar voor het ontwikkelen van de richtlijn. De Nederlandse Stichting voor Psychotechniek (NSvP) bekostigde de ontwikkeling van het curriculum, en het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid ondersteunde het uitbrengen van de nieuwsbrieven en de brochure met praktijkvoorbeelden. Binnen het project is samengewerkt met de Commissie het Werkend Perspectief.
De markt rondom psychologisch testgebruik is al enkele jaren volop in beweging. De dominante positie van psychologen is niet langer vanzelfsprekend. Daarom is besloten tot het ontwikkelen van een nieuwe website op het gebied van tests en testgebruik. Doel van de website is het ondersteunen van NIP-leden bij testgebruik en het informeren van het publiek en opdrachtgevers over dit onderwerp.
In
juni 2005 is onder de naam Testzaken een eerste versie van deze website voor gebruikers
toegankelijk geworden. In 2006 wordt een redactie ingesteld met daarin onder
andere vertegenwoordigers van de Commissie Testaangelegenheden Nederland van het
NIP (Cotan) en de sectoren. Deze redactie zal de website Testzaken
verder gaan vormgeven.
De eerste grote uitbreiding van de website wordt een digitale versie van de Documentatie van tests en testresearch. In 2006 worden de welbekende naslagwerken over psychologische tests vervangen door een via de website te raadplegen database. Vanaf elke werkplek kan dan snel actuele informatie over psychologische instrumenten worden opgezocht.
De
vraag van leden naar beroepsethisch advies is onveranderd groot gebleven. Er is
vooral een grote toestroom van per e-mail gestelde vragen. Om vragen in de
toekomst sneller af te kunnen handelen, is het afgelopen jaar op de pagina Beroepsethiek
van de NIP-website een begin gemaakt met de rubriek Veel gestelde vragen. Bij de beantwoording van vragen zal zoveel
mogelijk naar deze rubriek worden verwezen.
Momenteel
zijn op de website de antwoorden te lezen op allerhande vragen over het dossier.
Een onderwerp dat zeker ook aan de orde zal komen, is de behandeling van
minderjarigen en de positie van ouders met en zonder gezag. Een ander nog steeds
actueel onderwerp is het beroepsgeheim. Dit onderwerp komt geregeld ter sprake
in relatie tot jeugdzorg, AMK (Advies- en Meldpunt Kindermishandeling), politie
en justitie.
In de spreekuren beroepsethiek en belangenbehartiging blijkt dat de zelfstandige professionele rol van de psycholoog nog steeds onder druk staat. Dit speelt vooral in de gezondheidszorg, de jeugdzorg en het (speciaal) onderwijs. Vanuit beide invalshoeken proberen de medewerkers de leden zoveel mogelijk voorlichting en ondersteuning te bieden.
Bij het onafhankelijke College van Toezicht kan men een klacht indienen als men meent dat een NIP-lid niet volgens de Beroepscode van het NIP heeft gehandeld. In 2005 kwamen er 58 zaken binnen, waarvan enkele van meer klagers en enkele tegen twee psychologen. Om deze zaken af te ronden zijn daarom 64 uitspraken nodig. In 2005 zijn 54 zaken afgehandeld. Drie zaken zijn afgerond met een intrekking. De overige 51 zaken zijn mondeling dan wel schriftelijk behandeld.
Een
terugblik
|
jaar |
klachten in behandeling |
klachten afgehandeld |
|
2005 |
64 (tegen 62 psychologen) |
54 (51 uitspraken, 3 intrekkingen) |
|
2004 |
43 (van 39 klagers) |
47 (39 uitspraken, 8 maal intrekking of sluiting) |
|
2003 |
69 |
60 (49 uitspraken, 10 intrekkingen en 1 gestaakt) |
Helaas heeft het College van Toezicht in 2005 een zeer gewaardeerde collega verloren, Pim Wippoo, die in oktober overleed. In 2005 nam Caty Asscher-Sonius afscheid van het College van Toezicht en trad Karin Singendonk toe.
5.
Ledengegevens
|
Totaal ledental |
|
|
Leden per 1-1-2005 |
11384 |
|
Opzeggingen per 31-12-2005 |
643 |
|
Opzeggingen in de loop van het jaar |
149 |
|
Nieuwe leden in 2005 |
1294 |
|
Ledental per 1-1-2006 incl. opzeggingen per 1-1-2006 |
11659 |
|
Ledenwinstsaldo 2005 |
275 |
|
Ledenwinstsaldo 2004 |
102 |
|
Ledenwinstsaldo 2003 |
577 |
|
Opzeggingen per sector 2005 |
|
|
Sector Arbeid & Organisatie |
137 |
|
Sector Gezondheidszorg |
273 |
|
Sector Jeugd |
108 |
|
Intersector inclusief studentleden die 'gewoon lid' worden |
274 |
|
Totaal opzeggingen |
792 |
|
Nieuwe leden per sector 2005 |
|
|
Sector Arbeid & Organisatie |
146 |
|
Sector Gezondheidszorg |
393 |
|
Sector Jeugd |
191 |
|
Intersector |
564 |
|
Totaal nieuwe leden |
1294 |
|
Enkele bijzondere categorieën leden |
|
|
Aspirant leden |
15 |
|
Belangstellende leden |
42 |
|
Afgestudeerden in opleiding |
369 |
|
Ledentallen per sector per |
1-1-2005 |
1-1-2006 |
|
Sector Arbeid & Organisatie |
2072 |
2036 |
|
Sector Gezondheidszorg |
5739 |
5814 |
|
Sector Jeugd |
1997 |
2046 |
|
Intersector |
1841 |
1875 |
|
Zelfstandig gevestigden per sector |
||
|
Sector Arbeid & Organisatie |
598 |
|
|
Sector Gezondheidszorg |
1801 |
|
|
Sector Jeugd |
453 |
|
|
Intersector |
130 |
|
|
Totaal |
2982 |
|
|
Loondienst per sector |
||
|
Sector Arbeid & Organisatie |
1144 |
|
|
Sector Gezondheidszorg |
3660 |
|
|
Sector Jeugd |
1400 |
|
|
Intersector |
241 |
|
|
Totaal |
6445 |
|
|
Combinatie loondienst/zelfstandig gevestigd |
||
|
Sector Arbeid & Organisatie |
88 |
|
|
Sector Gezondheidszorg |
518 |
|
|
Sector Jeugd |
146 |
|
|
Intersector |
24 |
|
|
Totaal |
776 |
|
|
Zonder betaald werk (werkzoekend, gepensioneerd; excl. studenten) |
||
|
Sector Arbeid & Organisatie |
181 |
|
|
Sector Gezondheidszorg |
498 |
|
|
Sector Jeugd |
176 |
|
|
Intersector |
94 |
|
|
Totaal |
949 |
|
|
Binnen de sector Arbeid & Organisatie |
|
|
Sectie Arbeid & Gezondheid |
2053 |
|
Sectie Beroepskeuze- en Loopbaanpsychologie |
1424 |
|
Sectie HRM |
1232 |
|
Sectie Training & Opleiding | |