| Het
gevaar! School, jeugdzorg & Big
Brother is watching you! CDA-rechter
en MvJ Donner wil nu de vrijheid om het doen en laten van de hele bevolking vast te leggen. Donner acht het misplaatst en onverantwoord te zoeken naar de schuldigen in zaak Savannah! 1. Op CIN site wordt uitgegaan van SAMENWERKING tussen MvJ, school, jeugdzorg, rechtersleger naar SCHAALVERGROTING jeugdzorg 124) 2. Rapporten van het Ministerie van Justitie Raad voor de Kinderbescherming NIET GERICHT zijn op waarheidsvinding (345) maar op mogelijkheden die partijen hebben om in een geschil een oplossing te vinden waarbij de Kinderbescherming zonder zijwegen toeschrijft naar de gewenste MvJ conclusie (10) (11) 3. Waarbij (jeugdige) daders die kinderen in elkaar blijven slaan steeds VRIJUIT kunnen gaan (581) 4. Om slachtoffers van dit soort mishandeling op te sluiten in kamertje kindertehuis van een paar vierkante meter zonder raam (177) 5. Waarbij GEZINSVOOGDEN die zich in valse hoedanigheid als VOOGDEN voordoen steeds VRIJUIT kunnen gaan (101) 6. De school de betrokken ouders van het slachtoffer VALS gaat beschuldigen van kindermishandeling tijdens groot overleg (575) 7. Zodat Christen-Unie Minister van Jeugd en Gezin steeds meer geld aan "jeugdzorg" kan geven om burgers in de gaten te houden (624) 8. Om in onderonsjes met het rechtersleger steeds meer ouders UIT HET GEZAG te zetten voor STAATSOPVOEDING van kinderen in Nederland (180) |
Project kinderbescherming niet meer bij rechter aan tafel
Project strijd om afgifte contactjournaal gezinsvoogd
Project bezwaar en beroep tegen besluiten jeugdzorg bij kinderbeschermingsmaatregelen
Project Schriftelijke Aanwijzing
Project BEZWAAR tegen Plan van Aanpak
Project BEZWAAR tegen HVP zorgverlener
Project
beveiliging redacteur tegen overheid en rechtersleger
5 november 2007 Rechtbank Zutphen tegen Hop. Hop ontdekt kinderrechter is
rechter, aanklager en belanghebbende (95)
(710)
5 november 2009 - heden. Strijd om openbaarheid NAMEN (INHUUR) jeugdzorg
personeel (215) (262)
(303) (348)
(463) (441)
(445)
De norm! Betere rechters in Nederland kenmerken zich door waarheidsvinding en niet als een PAPEGAAI de jeugdzorg NAPRATEN!
DE POSITIE VAN PLEEGOUDERS IN HET FAMILIERECHT
214 De mr. A.C. Quik-Schuijt-norm. De Wet geeft pleegouders geen recht een verzoek in te dienen tot (verlening van de) plaatsing of terugplaatsing van hun pleegkind bij hen. Dit is in strijd met art. 6 en art. 8 EVRM. De pleegouders zijn ontvankelijk verklaard. (mr. A.C. Quik-Schuijt , Z.J. Oosting en P. Putters)
Datum uitspraak: 10-08-2005
Rechtbank
Utrecht
BESCHIKKING
Van de meervoudige kamer voor de behandeling
van burgerlijke zaken inzake de verzoeken van:
1. De Stichting Bureau Jeugdzorg Utrecht,
afdeling jeugdbescherming,
gevestigd te Utrecht,
hierna ook te noemen BJZ,
en
2. de heer en mevrouw [pleegouders],
wonende te Hilversum
hierna ook te noemen pleegouders,
bijgestaan door Mr. Van Gestel (Das
Rechtsbijstand)
Belanghebbenden:
[moeder],
wonende te [woonplaats],
ook te noemen de moeder,
procureur: mr. A. Sie,
en
[vader],
wonende te [woonplaats]
ook te noemen de vader,
met betrekking tot de minderjarige:
[kind],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],
thans verblijvende in het Orthopedagogisch Centrum ’t Gooi te Hilversum,
kind van [vader] en [moeder] voornoemd
De moeder is alleen belast met het ouderlijk gezag.
1. Het verloop van de procedure
De minderjarige is op 21 december 2000 onder toezicht gesteld. De
ondertoezichtstelling is steeds verlengd, laatstelijk op 28 januari 2005 tot 21
december 2005.
Eveneens op 21 december 2000 is machtiging verleend tot uithuisplaatsing van de
minderjarige in een voorziening voor pleegzorg. Ook de machtiging
uithuisplaatsing in een voorziening voor pleegzorg is steeds verlengd en wel
laatstelijk tot 21 december 2004.
Bureau Jeugdzorg heeft op 11 november 2004 een verzoekschrift ingediend
strekkende tot het verlenen van een machtiging tot uithuisplaatsing van
voornoemde minderjarige in een residentiële instelling.
Dit verzoek is behandeld op 26 november 2004 en aangehouden in afwachting van de
resultaten van een raadsonderzoek. Verwezen wordt naar de beschikking van 26
november 2004.
Op 24 februari heeft wederom een behandeling plaats gevonden. De verzochte
machtiging is toen verleend tot en met 30 juni 2005 en voor het overige
aangehouden tot de zitting van 20 mei 2005.
De zitting van 20 mei heeft geen doorgang gevonden. De zaak is toen verwezen
naar de zitting van de meervoudige kamer van 29 juni 2005.
Op 17 juni heeft BJZ een gewijzigd verzoek ingediend. Het verzoek strekt tot
verlenging van de machtiging tot plaatsing in een residentiele voorziening en
aansluitend in een voorziening voor therapeutische pleegzorg tot 21 december
2005 (afloop OTS).
De pleegouders (familie E. [pleegouders] te Hilversum) hebben op 11 mei 2005 een
schriftelijk verzoek gedaan tot terugplaatsing van [minderjarige] bij hen. Met
betrekking tot het eerder door hen gedane verzoek wordt verwezen naar de
beschikkingen van de kinderrechter van 26 november 2004 en 28 januari 2005.
Beide verzoeken zijn behandeld op de zitting van de meervoudige kamer van 29
juni 2005.
De rechtbank heeft bij beschikking van 29 juni 2005 de duur van de machtiging
tot uithuisplaatsing van de minderjarige gedurende dag en nacht in een residentiële
voorziening verlengd, met ingang van 1 juli 2005 tot en met 30 september 2005.
Voor het verloop van de procedure tot die datum wordt verwezen naar die
beschikking.
2. Beoordeling van het verzochte
Het verzoek van BJZ tot verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing in een
residentiële voorziening en aansluitend in een therapeutisch pleeggezin en het
verzoek van pleegouders tot terugplaatsing van [minderjarige] bij hen leent zich
inhoudelijk voor gezamenlijke bespreking.
Eerst dient echter de ontvankelijkheid van het verzoek van pleegouders te worden
vastgesteld.
De ontvankelijkheid van het verzoek van pleegouders tot terugplaatsing
Pleegouders hebben verzocht [minderjarige] terug te plaatsen in hun gezin. Dit
verzoek dient te worden gelezen als een verzoek tot afwijzing van het verzoek
van BJZ tot verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing in een residentiële
voorziening en voorts tot het verlenen van een machtiging tot uithuisplaatsing
in hun gezin.
Op grond van art. 1:261 BW kan een verzoek tot het verlenen van een machtiging
tot uithuisplaatsing slechts worden gedaan door de Stichting Bureau Jeugdzorg,
de Raad voor de Kinderbescherming of de Officier van Justitie.
Wanneer echter sprake is van gezinsleven van de pleegouders met het kind als
bedoeld in art 8 lid 1 EVRM is het feit dat niet aan de rechter gevraagd kan
worden het kind terug te plaatsen in hun gezin en aldus hun gezinsleven met het
kind te herstellen een ongeoorloofde beperking van het door art. 6 lid 1 EVRM
gegarandeerde recht op toegang tot de rechter.
Nu [minderjarige], zodra zij na haar geboorte het ziekenhuis kon verlaten bij de
pleegouders is geplaatst en daar tot in het najaar van 2005, inmiddels 4 jaar
oud, heeft gewoond staat voldoende vast dat tussen hen en [minderjarige] sprake
is van gezinsleven als bedoeld in art. 8 lid 1 EVRM.
Dit klemt te meer nu er geen sprake is geweest van een intensief contact met de
eigen ouders, waardoor [minderjarige] pleegouders als haar ouders is gaan
beleven (zie in dit verband ook de eerder gegeven beschikking van 28 januari
2005.)
Inhoudelijke beoordeling van beide verzoeken
BJZ heeft verzocht de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] te
verlengen om vanuit de veiligheid en structuur van de behandelgroep de overgang
te maken naar een therapeutisch pleeggezin.
De ouders zijn het eens met het beleid van Bureau Jeugdzorg.
In haar voortgangsrapportage van 13 mei 2005 stelt de gezinsvoogd dat er nog
weinig verbetering in het gedrag van [minderjarige] is, met name omdat zij haar
plaatsing niet accepteert en naar haar pleegouders terug wil. Aanvullend
rapporteert de gezinsvoogd op 20 juni 2005 dat het gedrag van [minderjarige] is
verbeterd. De bezoekregeling met pleegouders is goed verlopen in de zin dat
[minderjarige] ervan geniet en enthousiast terug komt. Anderzijds is het wel
verwarrend voor haar omdat zij niet goed begrijpt waarom zij niet thuis mag
wonen.
Om te komen tot een beslissing op de vraag of [minderjarige] terug moet naar de
pleegouders of langer in de instelling moet blijven om op termijn naar een
therapeutisch pleeggezin te gaan is de voorgeschiedenis van de procedure van
belang.
De voorgeschiedenis
De kinderrechter heeft het verzoek van BJZ tot het verlenen van een machtiging
tot uithuisplaatsing in een residentiële instelling in november 2004
aangehouden omdat uit de stukken en het verhoor onvoldoende was gebleken dat
overplaatsing naar een residentiële instelling noodzakelijk was. De
kinderrechter heeft daarom aan de Raad voor de Kinderbescherming verzocht nader
onderzoek te doen. Later bleek de Raad met een dossier-onderzoek te volstaan.
Daarom is aan Dr. Weterings verzocht een onderzoek te doen naar de noodzaak van
overplaatsing. Overigens verbleef [minderjarige] toen reeds vanaf 5 november
2004 met een korte onderbreking, zonder machtiging, in O.C. 't Gooi. Verwezen
wordt naar de beschikkingen van 26 november 2004 en 28 januari 2005.
Op basis van de rapportage van Dr. Weterings is vervolgens bij beschikking van
24 februari 2005 de machtiging tot uithuisplaatsing in een residentiële
instelling verleend.
Voor de vraag of terugplaatsing dan wel verlenging van de residentiële
plaatsing het meest in het belang van [minderjarige] is te achten, zal de
rechtbank zich wederom, mede, op deze rapportage baseren.
Uit het rapport van Dr. Weterings van 17 februari 2005 acht de rechtbank het
volgende van doorslaggevend belang:
? De hechting aan pleegouders is op een goede manier ontstaan. Haar ontwikkeling
ging voorspoedig.
? Het gedrag van [minderjarige] werd moeilijk toen zij ongeveer 3 jaar oud was.
In deze periode start de autonomieontwikkeling van het kind. Deze periode vergt
veel van (pleeg)ouders.
? Pleegouders hebben die roep om aandacht niet kunnen beantwoorden zodanig dat
[minderjarige] zich gehoord en begrepen voelde.
? De sociale en emotionele ontwikkeling van [minderjarige] is daardoor verstoord
geraakt.
? Dit proces heeft te lang geduurd om een terugplaatsing verantwoord te doen
zijn ([minderjarige] was op dat moment reeds zonder machtiging in een instelling
geplaatst).
? Voortzetting van de residentiële plaatsing geeft het kind geen kans zich op
sociaal en emotioneel gebied verder te ontwikkelen, zij heeft daarvoor andere
pleegouders nodig die in staat zijn om met haar moeilijke gedrag om te gaan.
? Voor [minderjarige] zijn pleegouders in emotionele zin haar ouders.
Uit het verslag van het gesprek met pleegouders d.d. 22 februari 2005 blijkt het
volgende:
? De autonomieontwikkeling van [minderjarige] valt samen met de periode waarin
pleegvader ten gevolge van een bedrijfsongeval arbeidsongeschikt was geraakt en
depressief geworden was.
? In het najaar van 2004 begon het beter met pleegvader te gaan. Hij had ook
vrijwilligerswerk gevonden.
? Met pleegouders is besproken dat, als niet op korte termijn een geschikt
pleeggezin zou zijn gevonden na 3 maanden zou kunnen worden bezien of het gedrag
van [minderjarige] verbeterd is, en pleegouders op een andere manier met haar
omgaan.
? Als dat het geval is zou zij voor de zomervakantie teruggeplaatst kunnen
worden.
Uit de rapportage van de gezinsvoogd en op de zitting is het volgende gebleken:
? Het gaat beter met [minderjarige].
? De wekelijkse bezoekdag is goed verlopen.
? Het gaat beter met pleegvader, zodanig dat hij thans vast werk heeft voor 32
uur in de week, hij voelt zich niet meer depressief.
? Er is nog geen ander pleeggezin voor [minderjarige] beschikbaar.
? De gezinsvoogd heeft de mogelijkheid van terugplaatsing niet onderzocht, er is
geen contact meer met de familie [pleegouders] geweest.
De rechtbank concludeert dat de problemen die zijn ontstaan met betrekking tot
de ontwikkeling van [minderjarige] naar alle waarschijnlijkheid te maken hebben
met de lichamelijke en psychische gezondheidsproblemen van pleegvader in
combinatie met de lastige fase waarin dit intelligente en bijdehante kind
verkeerde.
Er blijven zorgen over de pedagogische mogelijkheden van pleegouders, specifiek
t.a.v. dit kind (zij hebben een eigen zoon van 12 jaar oud die zich goed
ontwikkelt). Pleegouders zijn echter bereid zich te laten begeleiden, bij
voorkeur door Dr. Thoomes-Vreugdenhil, hetgeen in een eerder stadium ook
geadviseerd is. BJZ achtte dat toen niet opportuun.
Alles afwegend verwacht de rechtbank dat het belang van het kind het meest
gediend is met terugplaatsing bij haar pleegouders.
Het verzoek van de pleegouders wordt dan ook toegewezen.
3. beslissing
De rechtbank:
Wijst het verzoek van pleegouders toe.
Verleent machtiging tot plaatsing van de minderjarige in een voorziening voor
pleegzorg, te weten de familie [pleegouders], [adres], met ingang van 1 oktober
2005 tot en met 20 december 2005.
Wijst het verzoek van BJZ tot verlenging van de machtiging uithuisplaatsing in
een residentiële voorziening af.
Deze beslissing is uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven en in het openbaar uitgesproken ter terechtzitting
van 10 augustus 2005 door mr. A.C. Quik-Schuijt (36)
, Z.J. Oosting (35) en P.
Putters (36) kinderrechters, in
bijzijn van J. Schalk als griffier.
w.g. griffier w.g.
rechter
| Wie weet namen van ZORGVERLENERS in Nederland die BESLUITEN nemen als bestuursorgaan over pleeggezinnen? | |
| 169 | Niet zeuren en klagen bij RTL en SBS als uw pleegkind wordt weggehaald, wurgcontracten zijn representatief voor pleegzorg |
| 700 | Klacht GEGROND tegen klacht pleegouder niet-ontvankelijk bij interne klachtencommissie Stichting Gereformeerd Jeugdwelzijn |
| 204 | Geschiedenis! Klacht gegrond met Hop, Voorziening Pleegzorg Flevoland had twee na wetgeving geen interne klachtencommissie |
| 312 | Grootvader Visscher: "Als ik mag kiezen tussen de GESTAPO of de Raad voor de Kinderbescherming dan kies ik de GESTAPO" |
| 691 | Geschiedenis! Klacht gegrond met Hop tegen Stichting Centrum voor Pleegzorg Rotterdam |
| 509 | UHP kind in instelling! Briefadres bij ouders! Bezwaarschrift tegen BESLUIT gemeente om uw kind uit te schrijven uit de gemeente |
| 125 | UHP kind in instelling! Briefadres bij ouders! Verzoek aan gemeente om uw kind in te schrijven in de gemeente |
| 214 | Wie weet namen van ZORGVERLENERS in Nederland die BESLUITEN nemen als bestuursorgaan over pleeggezinnen? |
| HVP | Heeft u een BEZWAARSCHRIFT ingediend tegen ieder (CONCEPT) DEFINITIEF BESLUIT HVP Zorgverlener? |
| 004 | Waarom wil de Centrale Raad van Beroep Utrecht het hoger beroep Struyk tegen SGJ nog steeds niet behandelen? |
| 467 | LBIO en wat iedereen behoort te weten over de mentaliteit bij het LBIO |