Lees
eerst de uitgangsformule
©
(134) (75)
(DDD) Denksport De Deur
Beveiliging & bescherming burger tegen een NIET-KLANTVRIENDELIJKE overheid ©
Project kinderbescherming niet meer bij rechter aan tafel
Project strijd om afgifte contactjournaal gezinsvoogd
Project bezwaar en beroep tegen besluiten jeugdzorg bij kinderbeschermingsmaatregelen
Project Schriftelijke Aanwijzing
Project BEZWAAR tegen Plan van Aanpak
Project BEZWAAR tegen HVP zorgverlener
(134) (75) © DDD Denksport De Deur! Radboud Ziekenhuis Nijmegen weigert afschrift dossier! Radboud Ziekenhuis Nijmegen wil dossier achter De Deur houden om in gezellig onderonsje met SBJG en RVDK met een VOPO-verzoekschrift de ouders van A. Leenders/Nienhuis UIT HET GEZAG te zetten. Nienhuis/Leenders zijn NIET IN HET ZIEKENHUIS geweest! Welke "smerige streken" van dit Radboud Ziekenhuis Nijmegen moeten kost wat kost achter De Deur blijven dat hiervoor "OUDERS UIT HET GEZAG GEZET" worden?
De norm! Betere rechters in Nederland kenmerken zich door waarheidsvinding en niet als een PAPEGAAI de jeugdzorg NAPRATEN!
In strijd om afschrift contactjournaal gezinsvoogd werd door jeugdzorg een
advocaat met baantjes bij kerk en school ingezet! (427)
(137) (51)
www.burojeugdzorg.nl/50.htm Strijd
om afschrift contactjournaal geeft prima inzicht in de mentaliteit die heerst in
de "jeugdzorg"
www.burojeugdzorg.nl/636.htm
VERZOEK afschrift compleet contactjournaal "jeugdzorg"
www.burojeugdzorg.nl/255.htm
BEZWAARSCHRIFT tegen BESLUIT weigering afschrift compleet contactjournaal
"jeugdzorg"
www.burojeugdzorg.nl/637.htm
VERZOEK afschrift compleet contactjournaal Raad voor de Kinderbescherming
www.burojeugdzorg.nl/170.htm
BEZWAARSCHRIFT tegen BESLUIT weigering afschrift compleet contactjournaal "RvdK"
bjz39077988
Stichting Bureau Jeugdzorg Flevoland, Maerlant 16 b, Postbus 1011, 8200 BA
Lelystad
bjz39077988 Advies & Meldpunt
Kindermishandeling Flevoland, Noorderwagenstraat 2, 8223 AM Lelystad
AANDACHTSVESTIGING!
Aan ALLE burgemeesters, gemeentesecretarissen, raadsgriffiers en ambtenaren
gemeente of provincie in Nederland
Aan ALLE rechters in Nederland
Aan ALLE pleegouders
in Nederland
Aan ALLE medewerkers van scholen in Nederland
Aan ALLE medewerkers van ziekenhuizen in Nederland
Aan ALLE gedragsdeskundigen en psychologen in Nederland
Aan ALLE medewerkers van verzekeringsmaatschappijen in Nederland
Aan ALLE medewerkers van kindertehuizen, kindergevangenissen of andere
instellingen actief in de jeugdzorg
Aan ALLE politie agenten en hun leidinggevenden in Nederland
COMPETENTIE! Indien u personen
tegen komt bij OTS of VOTS die zich ten onrechte uitgeven voor de VOOGD wordt u
vriendelijk verzocht deze persoon GELIJK AAN TE HOUDEN en over te dragen aan het
BEVOEGD GEZAG voor een WAARHEIDSVINDING ONDERZOEK. Indien deze persoon zich
inderdaad ten onrechte heeft uitgegeven voor een VOOGD bij OTS of VOTS aangifte
tegen deze persoon te doen wegens "het vervullen van een beroep in valse
hoedanigheid" met het verzoek aan het BEVOEGD GEZAG deze persoon onverwijld
een BEROEPSVERBOD op te leggen om ooit nog met kinderen te werken om jeugdzorg
voor kinderen en hun OUDERS BELAST MET HET GEZAG VEILIGER te maken! (575)
(581) (101)
(124) (232)
Beroep
tegen een beschikking op bezwaar inzake indicatiestelling behandeld door mr. F.G.
van Arem (21), kinderrechter
237
De Mr. F.G. van Arem-norm. Beroep tegen een beschikking op bezwaar inzake
indicatiestelling. De kinderrechter is van oordeel dat de beschikking op bezwaar
strijdig is met het vereiste genoemd in artikel 7:12 van de Awb. In dat artikel
is immers bepaald dat een beslissing op bezwaar dient te berusten op een
deugdelijke motivering. De kinderrechter acht de motivering onvoldoende
deugdelijk, omdat het besluit niet voldoende gedragen wordt door de met elkaar
in tegenspraak zijnde argumenten van de bezwarencommissie. De kinderrechter zal
ook om die reden het bestreden besluit vernietigen.
LJN: AY0181, Rechtbank
Zwolle , 118984 / FA RK 06-1039
Datum uitspraak:
29-06-2006
Rechtsgebied: Personen-en familierecht
Soort procedure: Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie: beschikking inzake beroep tegen indicatiebesluit.
Uitspraak RECHTBANK ZWOLLE-LELYSTAD
Sector civiel recht
Locatie Lelystad
Beroep tegen een beschikking op bezwaar inzake indicatiestelling
zaak/rolnr.: 118984 / FA RK 06-1039
datum uitspraak: 29 juni 2006
beschikking van de enkelvoudige familiekamer in de beroepsprocedure tussen
[eiser]
gemachtigde mw. Mr. B. Hamburger,
hierna te noemen eiser.
tegen
Bureau Jeugdzorg Flevoland
gemachtigde mw. H. Frenken,
hierna te noemen verweerder.
Het procesverloop
Op 1 november 2005 heeft verweerder een indicatiebesluit genomen. Hierbij is als
zorgaanspraak aangegeven: verblijf pleegouders 24 uurs in een netwerkpleeggezin
te [plaats].
Op 30 november 2005 heeft eiser namens hem bezwaar gemaakt tegen dit
indicatiebesluit.
Op 13 februari 2006 heeft de bezwarencommissie uitspraak gedaan over het
ingediende bezwaar. Bij besluit van 7 maart 2006 heeft verweerder een
beschikking op bezwaar genomen en de bezwaren ongegrond verklaard.
Op 23 maart 2006 heeft de kinderrechter het beroepschrift ontvangen van eiser
tegen genoemde beschikking op bezwaar.
Op 11 mei heeft de kinderrechter de zaak ter zitting behandeld. Ter zitting
heeft de gemachtigde van verweerder desgevraagd aangegeven geen aanhouding van
de zaak te wensen voor het indienen van een verweerschrift en voorts dat het
standpunt van verweerder voldoende duidelijk is weergegeven in de bestreden
beschikking op bezwaar.
Op 11 mei 2006 heeft de kinderrechter de zaak ter terechtzitting met gesloten
deuren behandeld.
Gehoord zijn daarbij: eiser, mr. Hamburger, mr. Van Vliet, namens de
gezinsvoogdij-instelling mevrouw Frenken.
Overwegingen
Eiser heeft zich op het standpunt gesteld dat verweerder in strijd met het
bepaalde in artikel 3, lid 4 van de Wet op de jeugdzorg ten onrechte uitvoering
heeft gegeven aan een indicatiebesluit, omdat nog geen machtiging hiertoe van de
kinderrechter was verkregen. Voorst is er volgens eiser sprake van een besluit
dat is genomen in strijd met het motiveringsvereiste zoals bedoeld in artikel
3:48 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) jo artikel 7:12, eerste lid van de
Awb. In artikel 5, lid 4 va de Wet op de jeugdzorg is namelijk bepaald dat de
gezinsvoogdij-instelling bij het uitoefenen van haar taak als uitgangspunt heeft
dat de zorg het belang van een onbedreigde ontwikkeling van de jeugdige dient.
Hierbij moet in aanmerking worden genomen dat de zorg niet ingrijpender is dan
noodzakelijk en zo kort mogelijk en zo nabij mogelijk is. Eiser is van mening
dat deze basale uitgangspunten van jeugdhulpverlening door verweerder in haar
besluit onvoldoende zijn overwogen en dat door verweerder onvoldoende
gemotiveerd is waarom pleegzorgplaatsing de enige juiste mogelijkheid is.
Eiser heeft verzocht verweerder te veroordelen in de kosten welke eiser
redelijkerwijs heeft moeten maken in verband met de behandeling van dit beroep.
Verweerder heeft zich op het standpunt gesteld dat zoon [zoon] gelet op zijn
leeftijd -16 jaar- zonder toestemming van gezagouder(s) om hulp bij verweerder
mocht vragen. Verweerder heeft aangegeven dat zij aan het begin van het traject
contact hebben opgenomen met vader, maar dat de hulp die werd geadviseerd, te
weten gezinsbegeleiding, door vader is geweigerd. Gaandeweg de hulpverlening die
toen is ingezet, maatschappelijk werk, leek het erop dat de situatie rondom zoon
[zoon] weer stabiel werd. Verweerder zou het dossier in september 2005 dan ook
sluiten. Vader is uitgenodigd voor een afsluitend gesprek. Omdat zoon [zoon]
inmiddels had aangegeven niet meer thuis te willen wonen, omdat hij zich daar
niet prettig voelde, heeft verweerder vader in genoemd gesprek te kennen gegeven
dat zoon [zoon] niet meer thuis zou komen, maar bij zijn grootouders zou gaan
wonen. Dat kwam volgens verweerder als een volslagen verrassing voor vader,
omdat hij hierover niet tevoren was geïnformeerd. De bezwarencommissie heeft
aangegeven dat zij vindt dat verweerder wel nadrukkelijk had moeten proberen
vader te betrekken bij een zo ingrijpend traject als een uithuisplaatsing c.q.
pleegzorgplaatsing van zoon [zoon]. Ook is de bezwarencommissie van mening dat
verweerder had moeten onderzoeken of de pleegzorg/grootouderplaatsing wel de
beste vorm van hulpverlening is in deze omstandigheden. Wel is inmiddels
gebleken -aldus de bezwarencommissie- dat verweerder een onderzoek heeft
aangevraagd bij de Raad voor de Kinderbescherming. De Bezwarencommissie achtte
het bezwaar van eiser ongegrond omdat jongeren vanaf 16 jaar zonder toestemming
van ouders hulp mogen zoeken. Deze conclusie is door verweerder overgenomen.
De kinderrechter overweegt als volgt.
Eiser heeft zich op het standpunt gesteld dat verweerder in strijd met het
bepaalde in artikel 3, lid 4 van de Wet op de jeugdzorg ten onrechte uitvoering
heeft gegeven aan een indicatiebesluit, omdat nog geen machtiging hiertoe van de
kinderrechter was verkregen. De kinderrechter constateert dat zoon [zoon]
inderdaad een periode zonder rechterlijke machtiging bij zijn grootouders te
[plaats] heeft verbleven. De kinderrechter beschouwt dat verblijf gedurende die
periode als een plaatsing in het vrijwillig kader. Hiertegen had eiser direct
een rechtsmiddel kunnen aanwenden. Nu eiser dat destijds niet heeft gedaan ziet
de kinderrechter thans geen reden om op grond daarvan te komen tot vernietiging
van de bestreden beschikking op bezwaar.
In de nota van toelichting bij het Besluit van 16 december 2004, houdende regels
ter uitvoering van de Wet op de jeugdzorg (Uitvoeringsbesluit Wet op de
jeugdzorg) is als hoofdstuk 9 opgenomen een hoofdstuk over kwaliteit en
werkwijze bureaus jeugdzorg. In paragraaf 9.3 is gesteld dat het bureau
jeugdzorg verplicht is de cliënt informatie te verstrekken over de taken en de
werkwijze van het bureau jeugdzorg en over zijn rechten. Deze informatie moet in
begrijpelijke vorm worden verschaft. Het is immers van belang dat de cliënt
weet wat het bureau jeugdzorg wel en niet voor hem kan doen en ook welke
bevoegdheden het bureau in zijn algemeenheid heeft. Daar hoort het niet bij te
blijven, de cliënt zal moeten weten in welke hoedanigheid hij met het bureau te
maken heeft en welke bevoegdheden het bureau jegens hem heeft. Dit laatste is
vooral van belang bij justitiële taken waarbij de relatie cliënt bureau alles
behalve vrijblijvend is.
Ingevolge artikel 5 van de Wet op de jeugdzorg heeft de stichting tot taak na te
gaan of en zo ja, welke zorg een cliënt nodig heeft. Bij het beantwoorden van
de vraag of een cliënt is aangewezen op en vorm van zorg als bedoeld in artikel
5, tweede lid, van de wet, gaat het om de beoordeling van psychosociale,
psychische of gedragsproblemen of psychiatrische problemen van een jeugdige. Ook
andere problemen dienen aan de orde te komen voor zover deze het onbedreigd
opgroeien van een jeugdige belemmeren. Het gaat daarbij om problemen van de
jeugdige zelf (denk aan leerproblemen), maar ook bij voorbeeld om problemen van
ouders (denk aan psychische stoornis). Bij de probleemanalyse dient ook aan de
orde te komen of er situaties in het gezin zijn die anderszins van invloed zijn.
Gedacht kan worden aan spanningen tussen de gezinsleden. Het bureau zal deze
problemen moeten kunnen herkennen en beoordelen en ook kennis moeten hebben van
de wijze waarop deze problemen kunnen worden aangepakt. Ingevolge het vierde lid
van artikel 5 van de Wet op de jeugdzorg is uitgangspunt dat de zorg het belang
van een onbedreigde ontwikkeling van een jeugdige dient en aansluit bij de
behoefte van een cliënt. Deze zorg is in verband hiermee niet ingrijpender dan
noodzakelijk en wordt geboden zo dicht mogelijk bij de plaats waar de cliënt
duurzaam verblijft en gedurende een zo kort mogelijke periode.
De kinderrechter constateert aan de hand van het indicatiebesluit van 1 november
2005 dat zoon [zoon] zich kan vinden in de indicatieaanvraag en dat vader nog
zal worden uitgenodigd om het verslag te komen lezen.
Ook uit hetgeen de bezwarencommissie van verweerder heeft opgemerkt leidt de
kinderrechter af dat eiser niet is betrokken bij overleg over een
uithuisplaatsing en slechts is uitgenodigd in het kader van een eindgesprek. De
kinderrechter stelt dan ook vast dat in strijd met hetgeen in de nota van
toelichting bij het Uitvoeringsbesluit wet op de jeugdzorg is aangegeven over
het informeren van de cliënt, eiser niet wist dat hij in het kader van een
uithuisplaatsing (een civielrechtelijke taak van verweerder) op gesprek kwam,
maar dacht dat het een afrondend gesprek zou zijn en toen werd overvallen met
een reeds genomen besluit.
Voorts is de kinderrechter niet gebleken dat verweerder onderzoek heeft gedaan
in het gezin van eiser naar eventuele spanningen tussen gezinsleden alvorens tot
de beschikking op bezwaar te komen. Evenmin is gebleken dat verweerder andere
alternatieven dan netwerkplaatsing heeft onderzocht en afgewogen alvorens tot
het bestreden besluit te komen; alternatieven waar eiser bij betrokken dient te
worden. De kinderrechter acht dit alles in strijd met het bepaalde in artikel
3:2 van de Awb. In dat artikel is bepaald dat verweerder gehouden is bij de
voorbereiding van een besluit de nodige kennis omtrent de relevante feiten en af
te wegen belangen te vergaren. De kinderrechter zal alleen al hierom het
bestreden besluit dienen te vernietigen.
De bezwarencommissie van verweerder heeft - zoals gesteld - geconstateerd dat
vader ten onrechte niet is betrokken bij een zo ingrijpend traject als een
uithuisplaatsing c.q. pleegzorgplaatsing bij van [zoon]. Voort heeft de
bezwarencommissie vastgesteld dat verweerder had moeten onderzoeken of die
plaatsing wel de beste vorm van hulpverlening is in deze omstandigheden.
Vervolgens heeft verweerder desondanks slechts besloten dat het bezwaar
ongegrond is omdat een jongere van 16 jaar zelf een verzoek mag indienen zonder
toestemming van zijn ouders. De kinderrechter is van oordeel dat de beschikking
op bezwaar strijdig is met het vereiste genoemd in artikel 7:12 van de Awb. In
dat artikel is immers bepaald dat een beslissing op bezwaar dient te berusten op
een deugdelijke motivering. De kinderrechter acht de motivering onvoldoende
deugdelijk, omdat het besluit niet voldoende gedragen wordt door de met elkaar
in tegenspraak zijnde argumenten van de bezwarencommissie. De kinderrechter zal
ook om die reden het bestreden besluit vernietigen.
Op grond van het voorgaande wordt het beroep gegrond verklaard en dient het
besluit te worden vernietigd.
Verweerder zal met inachtneming van deze uitspraak een nieuwe beslissing op het
bezwaar dienen te nemen.
De kinderrechter acht voldoende termen aanwezig verweerder met toepassing van
artikel 8:75 van de Awb in de kosten te veroordelen, die eiser in verband met de
behandeling van het beroep redelijkerwijs heeft moeten maken.
Beslissing
De kinderrechter
verklaart het beroep gegrond;
draagt aan verweerder op een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze
uitspraak;
gelast dat verweerder aan eiser het door hem gestorte griffierecht ad EUR 37,00
vergoedt.
veroordeelt verweerder in de kosten, die eiser in verband met de behandeling van
het beroep heeft moeten maken, tot op heden begroot op EUR 644,00;
wijst verweerder aan als de rechtspersoon die deze kosten vergoedt, te betalen
aan eiser.
Deze beslissing is gegeven te Lelystad door mr. F.G. van Arem (21),
kinderrechter, in bijzijn van L.A. van Oijen als griffier en uitgesproken ter
openbare terechtzitting van 29 juni 2006.
Zijde de griffier buiten staat deze beschikking mede te ondertekenen.
Tegen deze uitspraak staat voor een belanghebbende en het bestuursorgaan hoger
beroep open. Dit dient te worden ingesteld binnen zes weken na de datum van
verzending van deze uitspraak door een beroepschrift en een kopie van deze
uitspraak te zenden aan de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State,
Postbus 20019, 2500 EA Den Haag
bjz39077988 Stichting Bureau Jeugdzorg Flevoland, Maerlant 16 b, Postbus 1011, 8200 BA Lelystad
bjz39077988 Advies & Meldpunt Kindermishandeling Flevoland, Noorderwagenstraat 2, 8223 AM Lelystad
UITNODIGING
U kunt GRATIS meehelpen door uitnodigingen te verspreiden om te beginnen in uw eigen netwerk, in flatgebouwen
met veel brievenbussen, in wachtkamers, voor de ingang van scholen, kinderdagverblijven, rechtbanken of buro jeugdzorg enz.
PERS
Persberichten en aandachtsvestigingen! Wilt u meehelpen om aan deze informatie zoveel mogelijk bekendheid te geven?
134
Zorg dat u de omschrijving van een VERDACHTE uit uw hoofd kent en steeds adequaat toepast in communicatie met "jeugdzorg"
597
Zicht op de trucjes van "artiesten" in het "circus" Stichting Bureau Jeugdzorg Flevoland
597
Tripartite overleg voorbeeld van uitstekende contacten tussen jeugdzorg en rechtbank
137
De norm! Betere rechters in Nederland kenmerken zich door waarheidsvinding en niet als een PAPEGAAI de jeugdzorg NAPRATEN!
680
GEHEIM OVERLEG OVER HOP in Vedivo achterkamertje! MET SPOED wordt pas ingevoerde klachtwetgeving uitgehold!
300
Een werkwijze in strijd met het negende gebod is representatief voor Stichting Bureau Jeugdzorg Flevoland
084
Hop moet bloeden schrijft advocaat Stichting Bureau Jeugdzorg Flevoland in zijn stukken na strijd om afgifte contactjournaal
427
Om de vrijheid van meningsuiting te onderdrukken gebruikt de jeugdzorg een advocaat met baantjes bij kerk en school
220
Beroepsverbod voor Hop in 3 provincies na weigering om klachten tegen jeugdzorg op maximaal een A4-tje in te dienen
252
Doe de jeugdzorg leugendetector test en probeer een kopie te krijgen van de Hoge Raad uitspraak contactjournaal
251
Brief 14-09-2001 directeur Stichting Jeugd en Gezin over hoofddoel van Hop het openbaar maken van contactjournalen
250
Platform Cliëntenorganisaties verheugt dat ouders acties voeren voor openbaar maken van contactjournalen
395
Voorzitter interne klachtencommissie verwijst klager terug naar de gezinsvoogdij-instelling voor "bemiddelingsgesprek"
222
Eerbetoon en geschiedenis. De zaak Oma Admiraal/Vader Vermaas tegen SJEGF, kinderrechters en RvdK Lelystad
195
Eerbetoon en geschiedenis. De zaak Geert van Spronsen. Nu kind bij moeder woont omgang in onderling overleg afspreken
116
Provinciale klachtencommissies in Flevoland, Gelderland, Overijssel hebben voorkeur voor gesubsidieerde klachtondersteuners
237
De Mr. F.G. van Arem-norm. Beroep tegen een beschikking op bezwaar inzake indicatiestelling, motivering onvoldoende deugdelijk