| Het doel van de website is kennis in gratis informatie en gratis informatie in kennis om te zetten. |
Mobiele telefoon. Wetsvoorstel en
besluit vorderen gegevens telecommunicatie Het gevaar! Persoonsregistratie!
Hop waarschuwt dat de overheid burgers ook via een mobiele telefoon in de gaten
wil kunnen houden als een mobieltje niet gebruikt wordt
Het gevaar! Persoonsregistratie!
Hop waarschuwt dat de overheid burgers ook via een mobiele telefoon in de gaten
wil kunnen houden als een mobieltje niet gebruikt wordt
5. Locatiegegevens
165 ADVIES inzake wetsvoorstel en besluit vorderen
gegevens telecommunicatie Inleiding 1. Bij brief van 11 mei 2000
heeft de minister van Justitie de Nederlandse Vereniging voor Rechtspraak om
advies gevraagd over het wetsvoorstel en het besluit vorderen gegevens
telecommunicatie. Het onderhavige advies van de wetenschappelijke commissie
van de NVvR is voorbereid door leden van de studiekring strafrechtspraak van
de NVvR. Voorstel 2. Het wetsvoorstel bevat twee
voorstellen, aldus de memorie van toelichting (MvT). Het eerste voorstel
betreft een wijziging van de regeling betreffende de bevoegdheid van de
officier van justitie tot het vorderen van telecommunicatie-verkeersgegevens.
Het tweede voorstel betreft de regeling van een bevoegdheid van
opsporingsambtenaren tot het vorderen van zogenaamde gebruikersgegevens. Het
betreft in beide voorstellen het vorderen van gegevens van een aanbieder van
een openbaar telecommunicatienetwerk of een openbare telecommunicatiedienst. Commentaar 3. Algemeen 4. Termijn verstrekking
gegevens 5. Locatiegegevens 6. Maximale termijn
toekomstige gegevens 7. Relatie met de Wet
persoonsregistraties 7.1 De commissie is van mening
dat de consequenties van het wetsvoorstel voor de Wet persoonsregistraties (WPR)
onvoldoende in kaart zijn gebracht. In het bijzonder ontbreken enkele
spiegelbepalingen. De commissie verzoekt de opsteller van het concept hier nog
eens nadrukkelijk naar te kijken. 7.2 Het is voor de opsporing
uiteraard essentieel dat de geregistreerde gedurende het opsporingsonderzoek
niet op de hoogte is dat over zijn telecommunicatiegegevens inlichtingen
worden ingewonnen. Echter, ingevolge artikel 32 WPR kan iedere geregistreerde
de houder verzoeken mede te delen of gegevens aan een derde zijn verstrekt. De
houder kan op grond van artikel 30 WPR weliswaar weigeren aan dit verzoek te
voldoen, maar een dergelijke weigering zegt de betrokkene waarschijnlijk
genoeg. De commissie geeft daarom in overweging de WPR in die zin te wijzigen
dat de houder verplicht is te verzwijgen dat door justitie gegevens zijn
gevorderd. 7.3 Indien gegevens worden
gevorderd die betrekking hebben op de toekomst, kan het daarbij ook gaan om
gegevens die de aanbieder op enig moment voorhanden heeft, maar die hij
wellicht in het kader van de eigen bedrijfsvoering niet zou bewaren. De houder
is dan verplicht deze gegevens toch te bewaren. Als de houder aan deze
vordering voldoet kan hij in strijd handelen met artikel 5 eerste lid WPR.
Daarin is opgenomen dat de houder slechts gegevens mag registreren in
overeenstemming met het doel waarvoor de registratie is aangelegd en derhalve
ook slechts zolang het voor dat doel noodzakelijk is. De houder zou in dat
geval de gegevens dus onrechtmatig bewaren. De commissie geeft daarom in
overweging in de WPR een bepaling op te nemen dat onverminderd het bepaalde in
artikel 5 eerste lid de houder gerechtigd is gegevens in afwijking van het
doel van de registratie in die registratie op te nemen of opgenomen te houden,
indien hij ingevolge een wettelijk voorschrift daartoe gehouden is. 7.4 Op pagina 15 van de MvT
wordt gesteld dat artikel 11 tweede lid van de WPR zijn betekenis blijft
houden voor andere sectoren van het bedrijfsleven en voor andere categorieën
gegevens. Het is voor de commissie echter de vraag of deze betekenis wel
voldoende wettelijke basis heeft. Zij wijst in dit verband op de parlementaire
geschiedenis van de WPR. In de memorie van antwoord van de WPR valt te lezen
dat het verstrekken van gegevens op basis van artikel 11 tweede lid
"geschiedt op grond van een dringende en gewichtige reden. Deze
omschrijving past bij de aard van de uitzondering. (…) In dit verband kan
onder meer worden gedacht aan plotselinge calamiteiten, die aanstonds een
adequaat optreden vereisen. (…) Het gaat hierbij om een uitzondering die
naar zijn aard restrictief moet worden toegepast". Het verbaast de
commissie dan ook dat een dergelijke situatie zich kennelijk thans zo’n
350.000 maal per jaar voor zou doen, welk aantal mogelijk nog zal stijgen tot
900.000. Den Haag, 22 september 2000 Namens het hoofdbestuur van de
Nederlandse Vereniging voor Rechtspraak, de wetenschappelijke commissie, G.Chr. Kok, voorzitter.
In haar rapport maakt de
commissie Mevis geen onderscheid tussen persoonsgegevens enerzijds en de
(overige) feitelijke gegevens zoals gegevens met betrekking tot rechtspersonen
en bedrijfsgegevens die géén persoonsgegevens zijn in de zin van de WBP of de
Wet politieregisters anderzijds, waardoor al deze gegevens onder het
voorgestelde verstrekkingregime van de commissie Mevis vallen 201 ADVIES Inzake Het rapport van
de Commissie Strafvorderlijke gegevensvergaring in de informatiemaatschappij Inleiding 1. De Minister
van Justitie heeft de Nederlandse Vereniging voor Rechtspraak om advies
gevraagd over het rapport van de Commissie Strafvorderlijke
gegevensvergaring in de informatiemaatschappij. Het onderhavige advies van
de wetenschappelijke commissie van de NVvR is voorbereid door leden van de
studiekring Strafrecht. Rapport 2. Met het
rapport geeft de Commissie Strafvorderlijke gegevensvergaring (verder te
noemen de commissie Mevis) uitvoering aan de opdracht te komen tot een
rapport met uitgangspunten voor de wetgever ter zake van de strafvorderlijk
gegevensvergaring in de informatiemaatschappij. Bezien is daarbij de vraag
welke vormen van gegevensvergaring en bewerking voor de strafvordering
noodzakelijk zijn en regeling behoeven. Voor wat
betreft de vormen van gegevensvergaring bij de aanbieders van de
telecommunicatie is deze vraag in de afgelopen decennia al onderwerp van
wetgeving geweest. Met betrekking tot de andere sectoren van gegevenshouders
welke worden behandeld in het rapport van de commissie Mevis, bestaat het
voornemen te komen tot wetgeving. De commissie
Mevis komt in het rapport tot het oordeel dat het Wetboek van
Strafvordering, gelet op de ontwikkelingen op het gebied van de informatie-
en communicatietechnologie, niet voorziet in een toereikend wettelijk kader
voor die vormen van gegevensvergaring die voor de strafvordering
noodzakelijk zijn. In het rapport
doet de commissie Mevis voorstellen tot aanpassing van het Wetboek van
Strafvordering en staat daar een stelsel van bevoegdheden voor die inhouden
dat de strafvorderlijke autoriteit gegevens kan vorderen en dat degene tot
wie die vordering is gericht verplicht is deze te verstrekken. Naar het
oordeel van de commissie Mevis komt een dergelijk stelsel tegemoet aan de
knelpunten in de praktijk. Commentaar 3. Algemeen. De
wetenschappelijke commissie heeft met waardering kennis genomen van het
rapport van de commissie Mevis, met name daar waar op zorgvuldige en
analytische wijze het snijvlak met bijbehorende knelpunten tussen
strafvordering en persoonsregistraties wordt onderzocht en het onderwerp in
een breder perspectief wordt geplaatst. De commissie
Mevis zet hierbij op een heldere wijze de (meestal tegengestelde) belangen
van de burger, de derde gegevenshouder (meestal het bedrijfsleven) en de
strafvorderlijke autoriteit uiteen. Hieronder
signaleert de wetenschappelijke commissie echter een aantal knelpunten met
betrekking tot het voorgestelde systeem van de commissie Mevis en doet ter
oplossing van deze knelpunten een concreet voorstel. 4. Gegevens
telecommunicatie. Alhoewel deze
gegevens formeel binnen het door de commissie Mevis besproken onderwerp
vallen, laat de wetenschappelijke commissie de strafvorderlijke gegevens op
het gebied van de telecommunicatie in dit advies buiten beschouwing en
verwijst ze naar haar advies met betrekking tot het wetsvoorstel en het
besluit vorderen gegevens telecommunicatie d.d. 22 september 2000. Overigens
roert ook de commissie Mevis dit onderwerp slechts terzijde aan. 5.
Persoonsgegevens. In haar
rapport maakt de commissie Mevis geen onderscheid tussen persoonsgegevens
enerzijds en de (overige) feitelijke gegevens zoals gegevens met betrekking
tot rechtspersonen en bedrijfsgegevens die géén persoonsgegevens zijn in
de zin van de WBP of de Wet politieregisters anderzijds, waardoor al deze
gegevens onder het voorgestelde verstrekkingregime van de commissie Mevis
vallen. De opmerking
van de commissie Mevis dat alle aan de politie verstrekte gegevens beschermd
worden door de Wet politieregisters, is om die reden dan ook onvolledig.
Deze bescherming betreft immers slechts persoonsgegevens voor zover die
daadwerkelijk in een politieregister zijn opgenomen. Persoonsgegevens die
daar (nog) niet in zijn opgenomen en overige (niet-persoons)gegevens worden
door die wet niet beschermd. 6. Onmiddellijke
inzet dwangmiddelen. In het rapport
stelt de commissie Mevis voor het Wetboek van Strafvordering aan te passen
en hierin een stelsel van bevoegdheden op te nemen waarbij de
strafvorderlijke autoriteit gegevens kan vorderen en de derde verplicht is
deze gegevens te verstrekken. De keuze van de commissie Mevis voor de
onmiddellijke inzet van dwangmiddelen door de strafvorderlijke autoriteit
komt de wetenschappelijke commissie erg ingrijpend voor; ze is niet
overtuigd geraakt van de wenselijkheid van een dergelijk systeem en heeft
niet begrepen waarom niet toch -zoals thans gebruikelijk is- primair op
basis van vrijwilligheid de gegevens vergaard kunnen worden. De commissie
Mevis gebruikt artikel 8c van de Wet bescherming persoonsgegevens (WBP) als
kapstok voor het introduceren van een wettelijk systeem van dwangmiddelen
voor gegevensvergaring. Hieronder zal de wetenschappelijke commissie
aanduiden dat de WBP ook mogelijkheden biedt om tot vrijwillige
gegevensvergaring te komen of dat in ieder geval die mogelijkheid in de WBP
geïntroduceerd kan worden. De
wetenschappelijke commissie voorziet bij de directe inzet van dwangmiddelen
een aantal belangrijke knelpunten. Ten eerste zal
de houder van de gegevens die niet direct meewerkt omdat er naar zijn mening
daarvoor goede redenen zijn, direct strafrechtelijk aansprakelijk zijn voor
zijn handelen. Dit kan averechts werken; de bereidheid tot medewerking is
vaak bij de derde wel aanwezig maar kan onderdrukt worden door de directe
inzet van strafvorderlijke dwangmiddelen. Daarnaast is
het niet wenselijk en tevens niet proportioneel meteen de zwaarste middelen
in te zetten terwijl op basis van vrijwilligheid waarschijnlijk hetzelfde
resultaat bereikt kan worden. Hieronder
bespreekt de wetenschappelijke commissie een stelsel waarbij de vrijwillige
verstrekking door de derde voorop staat, de zogenaamde
"tweetrapsraket". Overigens
merkt de wetenschappelijke commissie op dat deze vrijwillige basis in de
praktijk niet tot overspannen verwachtingen moet leiden. De
tweetrapsraket. Trap 1:
vrijwillige afgifte van de gegevens door de derde. De commissie
Mevis bespreekt in haar rapport de verschillende, soms tegenstrijdige,
belangen van de partijen met betrekking tot het afgeven van
persoonsgegevens. De wetenschappelijke commissie begrijpt uit het rapport
dat het bedrijfsleven voornamelijk belang heeft bij de legitimatie van het
verstrekken van de gegevens en dat dit de reden is waarom de vrijwillige
verstrekking van gegevens door de commissie Mevis in haar rapport wordt
afgewezen. Immers een wettelijke verplichting zal het bedrijf geheel
vrijwaren van eventuele civielrechtelijke aansprakelijkheid ontstaan door
het verstrekken van de gegevens. De
verstrekking van de gegevens geschiedde tot in het recente verleden
voornamelijk op grond van artikel 11 van de Wet Persoonsregistraties (WPR). Hier werd de
zware belangenafweging (zijnde de vraag of er een gewichtige en dringende
reden aanwezig was) aan het bedrijf zelf overgelaten. Daarnaast diende het
bedrijf ook nog te oordelen over de vraag of de verstrekking van de gegevens
wel verenigbaar was met de eigen (economische) belangen. De huidige WBP
biedt in artikel 8 enkele gronden waarop persoonsgegevens verstrekt kunnen
worden zoals artikel 8f van de WBP. Op basis van dit artikellid kunnen
immers persoonsgegevens worden verstrekt indien dit noodzakelijk is voor de
behartiging van het gerechtvaardigde belang van de verantwoordelijke aan wie
de gegevens worden verstrekt. Deze verstrekking door de derde is vrijwillig. Daarnaast zou
overwogen kunnen worden – indien artikel 8f WBP toch niet voldoende ruimte
zou bieden - een nieuw artikel 8g WBP te creëren waarin de bevoegdheid tot
verstrekken ten behoeve van strafvorderlijk optreden uitdrukkelijk wordt
opgenomen en waarbij tevens de afweging van belangen nadrukkelijk bij de
strafvorderlijke autoriteit wordt gelaten. Het bedrijf
hoeft de noodzakelijkheidstoets dan niet meer uit te voeren, het heeft
tevens een legitimatie om de gegevens te kunnen verstrekken en de
bevoegdheid tot het verstrekken van berust dan geheel op vrijwilligheid. De
mogelijkheid tot weigering op grond van bijvoorbeeld bedrijfseconomische
belangen blijft echter aanwezig. De hierboven
geformuleerde bezwaren met betrekking tot het direct inzetten van
dwangmiddelen kunnen op deze wijze ondervangen worden. Trap 2: de
verplichte afgifte. Bij een
weigering tot afgifte van gegevens kan de officier van justitie met
machtiging van de rechter-commissaris bevelen dat de derde de gegevens
verstrekt. Gezien (vaak) het gevoelige karakter van de gegevens kiest de
wetenschappelijke commissie hier uitdrukkelijk voor de inschakeling van de
rechter-commissaris opdat er voldoende waarborgen zijn ter bescherming van
de belangen van alle partijen. 8. Het bewerken
van gegevens. De
wetenschappelijke commissie adviseert bij het bewerken van persoonsgegevens,
niet alleen het bewaren van het resultaat van die bewerking verplicht te
stellen, maar tevens de (beschrijving van) bewerking zelf, zodat de
verdachte in een later stadium het proces kan controleren. 9. Kosten. De commissie
Mevis stelt, in het kader van de flankerende voorzieningen, in een tweede
lid van artikel 592 Wetboek van Strafvordering voor dat de kosten van het
nakomen van een vordering tot bewerken kunnen worden vergoed. De
wetenschappelijke commissie adviseert het woord "kunnen" te
vervangen door het woord "worden". Het bedrijf verkrijgt hierdoor
meer waarborgen; het bewerken van gegevens kost immers vaak veel tijd,
vooral als het om een ingewikkelde zoekvraag gaat. Conclusie
De
wetenschappelijke commissie heeft met waardering kennis genomen van het
rapport van commissie
Mevis, met name daar waar op zorgvuldige en analytische wijze het snijvlak
met bijbehorende knelpunten tussen strafvordering en persoonsregistraties
wordt onderzocht en het onderwerp in een breder perspectief wordt geplaatst. De keuze van
de commissie Mevis voor een onmiddellijke inzet van dwangmiddelen door de
strafvorderlijke autoriteit komt de wetenschappelijke commissie erg
ingrijpend voor. De
wetenschappelijke commissie geeft eerder de voorkeur aan een stelsel
waarbij, op grond van artikel 8f in de WBP of eventueel een nieuw te creëren
artikel 8g WBP de derde bevoegd is tot vrijwillig afgifte van gegevens
zonder dat deze tegenover elkaar staande belangen hoeft af te wegen. Bij een
weigering tot afgifte van gegevens kan vervolgens de officier van justitie
met machtiging van de rechter-commissaris bevelen dat de derde de gegevens
verstrekt. Den Haag, 22
november 2001 Namens het
hoofdbestuur van de Nederlandse Vereniging voor Rechtspraak, de
wetenschappelijke commissie, G.Chr. Kok, voorzitter.
De voorgestelde bevoegdheden kunnen blijkens de MvT niet worden aangewend voor
het verkrijgen van locatiegegevens, wanneer betrokkene zijn mobiele telefoon wel
aan heeft staan maar niet gebruikt. Deze uitzondering is naar het oordeel van de
commissie in de MvT niet helder en bovendien onvoldoende gemotiveerd. De enige
mogelijkheid die met het huidige voorstel overblijft om dergelijke gegevens te
verkrijgen is door een beroep te doen op artikel 11 tweede lid WPR. In dat geval
is echter naast de meestal wel aanwezige gewichtige reden ook een dringende
reden noodzakelijk. Deze dringende reden zal in veel gevallen ontbreken. Gelet
op het feit dat locatiegegevens van groot belang kunnen zijn voor de opsporing,
is de commissie van mening dat een bevoegdheid terzake in het Wetboek van
Strafvordering zou moeten worden geregeld. De commissie ziet geen principieel
verschil tussen enerzijds de situatie waarin de betrokkene zijn mobiele
telefoontoestel 'stand by' heeft staan en anderzijds de situatie waarin een
derde met betrokkene contact legt via de mobiele telefoon (die daartoe 'stand by'
moet staan). Beide situaties zijn het gevolg van betrokkene's vrije keus om zijn
toestel 'stand by' te zetten. De commissie ziet niet in waarom slechts in de
tweede situatie locatiegegevens gevorderd en verkregen kunnen worden.
De wetenschappelijke commissie is in grote lijnen tevreden over het
voorontwerp. Het voorstel is een logisch vervolg op de Wet bijzondere
opsporingsbevoegdheden en sluit goed aan bij de structuur daarvan. Het
voorstel bevat codificatie van de bestaande praktijk en schept de
noodzakelijke duidelijkheid in de verhouding tussen overheid en
telecommunicatieaanbieders. De commissie is verder zeer positief over het
instellen van de Commissie strafvorderlijke gegevensvergaring in de
informatiemaatschappij. Het is een goede zaak dat een dergelijke commissie het
snijvlak tussen strafvordering en (de Wet) persoonsregistraties onderzoekt in
een breder perspectief dan alleen de telecommunicatie.
Hieronder volgen ten aanzien van het voorstel enkele kanttekeningen en
opmerkingen van met name technisch juridische aard.
In het wetsvoorstel is geregeld dat aanbieders van een openbaar
telecommunicatie-netwerk of een openbare telecommunicatiedienst verplicht zijn
de gevorderde gegevens te verstrekken. Er is echter in het voorstel geen
termijn opgenomen waarbinnen op de vordering moet worden gereageerd. In
verband met helderheid voor alle betrokkenen verdient het naar het oordeel van
de commissie aanbeveling een bepaling op te nemen dat de gevorderde gegevens
"onverwijld" of "zo spoedig mogelijk" dienen te worden
verstrekt.
De voorgestelde bevoegdheden kunnen blijkens de MvT niet worden aangewend voor
het verkrijgen van locatiegegevens, wanneer betrokkene zijn mobiele telefoon
wel aan heeft staan maar niet gebruikt. Deze uitzondering is naar het oordeel
van de commissie in de MvT niet helder en bovendien onvoldoende gemotiveerd.
De enige mogelijkheid die met het huidige voorstel overblijft om dergelijke
gegevens te verkrijgen is door een beroep te doen op artikel 11 tweede lid WPR.
In dat geval is echter naast de meestal wel aanwezige gewichtige reden ook een
dringende reden noodzakelijk. Deze dringende reden zal in veel gevallen
ontbreken. Gelet op het feit dat locatiegegevens van groot belang kunnen zijn
voor de opsporing, is de commissie van mening dat een bevoegdheid terzake in
het Wetboek van Strafvordering zou moeten worden geregeld. De commissie ziet
geen principieel verschil tussen enerzijds de situatie waarin de betrokkene
zijn mobiele telefoontoestel 'stand by' heeft staan en anderzijds de situatie
waarin een derde met betrokkene contact legt via de mobiele telefoon (die
daartoe 'stand by' moet staan). Beide situaties zijn het gevolg van
betrokkene's vrije keus om zijn toestel 'stand by' te zetten. De commissie
ziet niet in waarom slechts in de tweede situatie locatiegegevens gevorderd en
verkregen kunnen worden.
In het voorgestelde artikel 126n vierde lid is bepaald dat de periode waarover
de vordering zich uitstrekt maximaal drie maanden bedraagt. Verlenging van de
vordering ingevolge het zesde lid is mogelijk, ook voor toekomstige gegevens
(MvT, p.19). Noch uit de voorgestelde wettekst noch uit de MvT wordt duidelijk
of deze toekomstige gegevens mogen worden gevorderd voor een periode van in
totaal maximaal drie maanden dan wel telkens per vordering of verlenging voor
een periode drie maanden. Dit laatste – zo begrijpt de commissie het
voorstel – zal niet de bedoeling zijn.
2.
Alle digitale JGZ dossiers moeten informatie uit
kunnen wisselen met entadministraties, verloskundigen, informatiebank,
verwijsindex risicojongeren en moeten berichten kunnen verzenden/ontvangen
om deze uitwisseling mogelijk te maken! 3.
Om uitwisseling van gegevens met de zorgsector mogelijk te maken zal het
digitale JGZ dossier gekoppeld worden aan het landelijk schakelpunt (LSP),
waar ook het Elektronisch Patiëntendossier (EPD) gebruik van maakt.
De
school als informant van AMK, BJZ, RVDK zonder toestemming van de ouders
belast met het gezag over een kind
465
Heeft
u afschrift van een compleet schooldossier van uw kind gekregen en iedere
pagina genummerd?
464
Heeft
u verzoek 464 per kind al bij de school ingeleverd? Indien neen, waarom
niet?
123
Oerlemans
1, 2 en 3. SPOED VERZOEK om een verkeerde ontvangstbevestiging onverwijld te
corrigeren!
516
IGB!
Na 14 dagen stuurt u de school een ingebrekestelling met dwangsom indien de
school niet op verzoek 465 heeft beslist
BSC
Heeft
u onderzoek
naar het schoolbestuur, schooldirecteur, leerkracht gedaan? Welke
schoolopleiding? Kandidaat voor welke politieke partij?
379
511
684
111
178
427
055
324
540
177
Aan
de burgemeesters van alle gemeenten in Nederland inzake overleg Ministerie
voor Jeugd en Gezin, VNG,
GGD Nederland en ActiZ
1. ElectronischKindDossier (EKD)/lokale systemen moet GBA-gegevens inclusief
het BurgerServiceNummer (BSN) kunnen ontvangen!
540
INFORMANT:
"De bedreiging die ik als moeder ervaar is dat déze overheid voor al
onze kinderen een risicoanalyse wil maken"
566
INFORMANT:
"A. wordt gepest op school! Ouders zijn genoodzaakt haar van De Vlinder
Dieren af te halen!"
567
INFORMANT:
"Na verzoek 465 wordt eerst afschrift dossier geweigerd! Later wordt
een geschoond dossier aan ouders gegeven!"
568
INFORMANT:
"School De Vlinder Dieren met rechter in bestuur weigert pesten te
stoppen en A. wordt bij andere school aangemeld"
575
INFORMANT:
"260606 Vlinder neemt wraak op meisje van 9 na aanmelding andere school
door bij SBJG op UHP van A. aan te dringen!"
651
Is
de school lid van de Vereniging van openbare en algemeen toegankelijke
scholen dan kunt u een bezwaarschrift indienen
634
Openbare
Basisschool De Woordhof, Keppelseweg 30, 6999 AP Hummelo, VERZOEK 464 en
465, BEZWAAR en BEROEP
484
Jurisprudentie:
"Van een school kan niet worden gevergd dat zij de ouders op ieder
willekeurig moment te woord staat"
186
Gewijzigde
vaststelling van de rijksbijdragen en terugvordering van de ten onrechte aan
de stichting betaalde bedragen
090
Is
nadenken over wat er om je heen gebeurt gevaarlijk voor kinderen en/of hun
ouders
342
Geschiedenis
7 oktober 2005 Vraagjes van Hop aan College Ermelo inzake verkeer,
verkeersforum,verkeerssituaties in Ermelo
Kunt u mij uitleggen welke instantie SMF is, die de gebruikersnaam
controleert?
Kunt u mij uitleggen welke anderen u bedoeld met de vraag "E-mailadres
verbergen voor anderen"?
Kunt u mij uitleggen waarom u niet kenbaar maakt dat er een profiel van de
gebruiker aangemaakt én bewaard wordt?
Kunt u mij uitleggen wat er met het gedaan wordt en wie er inzage in hebben?
Kunt u mij uitleggen hoe het profiel tegen misbruik beschermd wordt?
Kunt u mij uitleggen waarom uitsluitend de voorwaarden om aan "Ermelo
forum" mee te doen, in het Engels gesteld zijn?
Kunt u mij uitleggen waarom expliciet gesteld wordt dat de gegeven reactie
niet strijdig mag zijn met iedere internationale _ÉN wetgeving van de
Verenigde Staten_?
Kunt u mij uitleggen waarom er in dit verband voorbij gegaan wordt aan de
Nederlandse wetgeving?
Kunt u mij uitleggen waarom er in de voorwaarden glashard gelogen wordt? Met
name de laatste zin "The software does not collect or send any
other form of information to your computer".
623
Doordat
akten van de burgerlijke stand elektronisch worden opgeslagen, kan er direct
een zogeheten 'dubbel' worden gestuurd naar de centrale bewaarplaats
van de Justitiële Informatiedienst (JustID) in Almelo.
602
Rechtersleger
in Nederland: "Een valse melding kindermishandeling tegen ouders is
niet onrechtmatig!"
621
Hop
adviseert ouders alleen met de Algemene wet bestuursrecht als norm te
procederen en een partijdige rechter gelijk te wraken
651
Is
de school lid van de Vereniging van openbare en algemeen
toegankelijke scholen dan kunt u een bezwaarschrift indienen
622
Iemand
die 'foute' denkbeelden of activiteiten heeft of 'foute' mensen kent, loopt
grootste kans om afgeluisterd te worden
273
Inzicht
in "uithollen wetgeving" door rechtersleger over het afluisteren
van mobiele telefoons die "stand by" staan
624
Donner
CDA rechter/MvJ: Peter Plasman: "Donner wil nu de vrijheid om het doen
en laten van de hele bevolking vast te leggen"
626
Donner
CDA rechter/MvJ:
wil
dat politie gegevens opslaat over burgers die niet worden verdacht worden
van strafbaar feit
246
Donner
CDA rechter/MvJ: "Het
is misplaatst en onverantwoord te zoeken naar de schuldigen in de zaak
Savannah. We moeten ons verzetten tegen negatieve beeldvorming over de
gezinsvoogdij!"
476
Donner
CDA rechter/MvJ: voorbeeld van het onder elkaar verdelen van alle
belangrijke bestuurs- en juridische baantjes
187
Donner
CDA rechter/MvJ: verbiedt proef 'no cure no pay' wil NIET dat burgers zelf
gaan/kunnen procederen zonder advocaat!
267
Donner
CDA rechter/MvJ: "Om hanteerbaar te blijven moet maatschappelijke
onvrede over rechtspraak politiek gekanaliseerd worden"
482
Donner
CDA rechter/MvJ: Confrontatie LPF met CDA MvJ Donner over norm voor meenemen
of wepmeppen van winkeldief
382
Donner
CDA rechter/MvJ: deed
uitspraak als RECHTER terwijl hij helemaal geen rechter was! Niemand maakt
zich daar druk over!
394
Donner
CDA rechter/MvJ: Uitspraken “in naam der koningin” door meervoudige
kamers de minuten, afschriften en grossen worden als regel valselijk worden
opgemaakt! Deze uitspraken worden namelijk niet ondertekend door wie dat
wettelijk zouden moeten doen, de voorzittende rechter/raadsheer en
dienstdoende griffier, maar door onbevoegde administratieve medewerkers. Het
‘in naam der koningin’ in rechtsbesluiten is niet meer dan een
“overblijfsel” en we maken deze uitspraken altijd al valselijk op laat
CDA rechter en MvJ Donner op vragen hierover weten
627
Nederlanders
worden massaal afgeluisterd met keur aan middelen voor politie en Justitie
om mobiele telefoons af te tappen
628
De
'geheime' internet tapkamer van de overheid. Hoe weet je als burger dat je
internetverkeer afgetapt wordt?
629
Verdrag
Draft Convention on Cybercrime met wetgeving goed voor politie en justitie
maar niet voor industrie en samenleving
188
Opslaan
internetsporen 'erger dan de Stasi, Met EU richtlijn opslaan
verkeersgegevens is Europa een grote politiestaat geworden
630
Nieuwe
ontwikkelingen in Amerika tonen aan hoe burgers nog verder in de gaten
gehouden gaan worden door overheden
631
Echelon,
Amerika luistert mee ook met de meest geheime bedrijfseconomische informatie
290
Interpay
betrokken bij commerciële adrescontrole: "Het op systematische wijze
opschonen en actualiseren van adressenbestanden van organisaties die zich
bezig houden met bedelacties"
114
Rechters
en Officieren van Justitie klagen over Hop willen privé-gegevens over
nevenfuncties van internet worden gehaald
BSC
Interne
of externe BSC? Waarom zijn namen, titels, initialen, nevenfuncties (267)
leden/secretarissen bezwaarcommissies GEHEIM?
389
OM
probeert
namen, initialen, functieomschrijvingen
en nevenfuncties OM-ambtenaren voor burgers GEHEIM te houden
377
Vraag
altijd
afschrift
Koninklijk Besluit!
Controleer
of u met een echte of een pseudo Officier van Justitie te maken heeft
206
Het
gevaar! Het VELDKAMP-syndroom staat voor de partners van Justitie
medewerkers die gaan klagen als op internet wordt vermeldt dat hun
echtgenote burgers aan de telefoon netjes en correct conform de wet
behandeld
381
Als
de politie uw aangifte NIET wil opnemen dient u gelijk een klacht in bij de
burgemeester
380
Wijziging
van het Wetboek van Strafrecht strekkende tot het strafrechtelijk
vervolgbaar maken van het opdracht geven tot en het feitelijke leiding geven
aan verboden gedragingen van overheidsorganen
020
Macht
is recht! Wie meer macht heeft heeft veel meer rechten in Nederland!
383
Stemwijzer!
Boycot de Raad voor de Kinderbescherming!
STEM
NIET OP CDA, Christen-Unie, SGP en VVD! Stem WEL op andere partij!
290
Drukwerk!
Boycot
de Raad voor de Kinderbescherming!
Stuur
al uw ongevraagd drukwerk DIRECT geweigerd retour!
290
Goede
doelen! Boycot de Raad voor de Kinderbescherming!
Geef geen geld aan collectes,
andere (gesubsidieerde) goede doelen!
070
Boycot
de Raad voor de Kinderbescherming!
Weiger
onderzoek door Raad voor de Kinderbescherming, hou ze buiten de deur!
445
Boycot
de Raad voor de Kinderbescherming!
Weiger
onderzoek door Raad voor de Kinderbescherming, ga ook niet naar de RvdK!
445
Boycot
de Raad voor de Kinderbescherming!
Weiger
telefoongesprekken met personeel RvdK! Gooi gelijk de hoorn op de haak!
633
Boycot
de Raad voor de Kinderbescherming!
Dien
tegen ieder RvdK BESLUIT gelijk een bezwaarschrift in!
459
Boycot
de Raad voor de Kinderbescherming!
Annuleer
uw abonnement op uw (gesubsidieerde) krant! Plaats ook GEEN advertenties!
445
Boycot
de Raad voor de Kinderbescherming!
Publiceer
uw praktijkervaringen met personeel van de RvdK ook op internet!
091
Boycot
de Raad voor de Kinderbescherming!
Verzoek
om gemeentegarantie vingerafdrukken
bij nieuw paspoort of identiteitskaart!
445
Boycot
de Raad voor de Kinderbescherming! Doe
zelf mee met provinciale verkiezingen 2011 en verkiezingen gemeenteraad
2014!
282
Fortuyn.
Westbroek: Één mistdruppel voel je niet, maar komt het van alle kanten dan
zorgt dat voor een ander politiek klimaat
267
"Iedere
kritiek afzonderlijk is niet gevaarlijk, maar de druppel
holt de steen uit, niet door geweld, maar door gestaag te
vallen"