| Citaat: "De heer Hop was als voortrekker bezig het systeem lam te leggen. In eerste instantie werd in dit kader gebruik gemaakt van hinderlijke, maar wel legale middelen als het systematisch klagen en het systematisch om informatie vragen" Bron Regel 21, 22 en 23 Pleitnotities advocaat X overheid op de hoorzitting van het Hof van Discipline 150304. |
Project kinderbescherming niet meer bij rechter aan tafel
Project bijbanen rechterlijke macht op internet
Project strijd om afgifte contactjournaal gezinsvoogd
Project bijbanen bestuurders Nederlandse gemeenten op internet
Project bezwaar en beroep tegen besluiten jeugdzorg bij kinderbeschermingsmaatregelen
Schriftelijke
Aanwijzing
Project
bijbanen raadsgriffier op internet
Project
bijbanen gemeentesecretaris op internet
Project
namen en nevenfuncties commissie bezwaarschriften op internet
Innovatief
en toekomstgericht: Project 31
Project
beveiliging redacteur tegen overheid en rechtersleger
In strijd om afschrift
contactjournaal gezinsvoogd werd door jeugdzorg een advocaat met baantjes
bij kerk en school ingezet! (427)
(137) (51)
www.burojeugdzorg.nl/50.htm Strijd
om afschrift contactjournaal geeft prima inzicht in de mentaliteit die
heerst in de "jeugdzorg"
www.burojeugdzorg.nl/636.htm
VERZOEK afschrift compleet contactjournaal "jeugdzorg"
www.burojeugdzorg.nl/255.htm
BEZWAARSCHRIFT tegen BESLUIT weigering afschrift compleet contactjournaal
"jeugdzorg"
www.burojeugdzorg.nl/637.htm
VERZOEK afschrift compleet contactjournaal Raad voor de Kinderbescherming
www.burojeugdzorg.nl/170.htm
BEZWAARSCHRIFT tegen BESLUIT weigering afschrift compleet contactjournaal
"RvdK"
Democratie in Nederland is een illusie I, een waarschuwing voor kamerleden van de Lijst Pim Fortuyn
De Illusie van democratie, NRC Bijlage M d.d. 4 mei 2002 Voormalig Tweede-Kamerlid en ex-LPF’er Joost
Eerdmans (36) heeft een nieuwe baan. Hij gaat als public-affairsmanager bij
accountant en consultant Deloitte werken. Eerdmans is door
Deloitte-partner Marjet van Zuijlen gevraagd om te solliciteren. Van Zuijlen was
eerder Kamerlid voor de PvdA. ‘We liggen politiek natuurlijk uit elkaar, maar
hebben een prettig contact’, zegt Eerdmans deze week in een interview in
weekblad Elsevier. In zijn nieuwe functie gaat hij maatschappelijk-politieke
onderwerpen onder de aandacht brengen. ‘Ik word de buitenboordmotor van
Deloitte.
Op de valreep struikelde het paarse kabinet toch nog over het
Srebrenica-rapport. Maar heeft de burger nog wat te kiezen? Een rondgang langs
professoren leidde tot de volgende conclusies: politiek is gedegradeerd tot
bestuur, de regentenstand speelt elkaar baantjes toe en het parlement oefent
nauwelijks meer controle uit. De politieke partij is vooral een opstapje
geworden voor verdere carrière. Mag dit stelsel nog een democratie heten?
Het enige dat je van een verkiezingsprogramma kunt zeggen is dat het niet
wordt uitgevoerd
Het vuur werd aangestoken door professor Hans Daudt, emeritus?brombeer te
Amsterdam. Aan de Universiteit aldaar heeft Daudt in zijn werkzame leven vele
lichtingen politicologiestudenten opgeleid, waaronder de lichting?Melkert. En
nu, als hoogleraar in ruste, is hij tot een verbazingwekkende conclusie
gekomen. Nederland, schreef hij nog voordat er sprake was van Fortuyn, is
mogelijk een oord van vrijheid en zeker een rechtsstaat, maar Nederland is
allerminst een democratie. Wat nu? Worden er in dit land dan geen vrije en
algemene verkiezingen gehouden? jawel, vervolgde de éminence grise van de
politieke wetenschappen ruw samengevat.
Maar ze stellen geen flikker voor
Volgens hem wordt Nederland in feite bestuurd door 'een regentenklasse' die
sterk doet denken aan 'de Republiek sinds de 17de eeuw'. Zeker, haast Hans
Daudt zich erbij te zeggen, het betreft hier een regentenstelsel met
gegarandeerde grondrechten voor iedereen. 'Maar laten we het niet met kreten
optuigen tot iets dat het niet is: een democratie met vertegenwoordigers van
het volk.'
Daar schrijft professor een groot woord. En om nu te zeggen, een krachtige
aanbeveling om op 15 mei aanstaande enthousiast Prof. Hans Daudt: 'Onze
democratie is flauwekul. Wie of wat kiest een kiezer als hij zijn stem
uitbrengt? Geen burgemeester, geen commissaris van de koningin, geen
minister?president en geen staatshoofd. Richting stemlokaal te hollen, nee. Of
gaat het hier om een oudedagsoprisping van een teleurgestelde scherpslijper?
In de weken na verschijning van Daudts ontkenning van het Nederlandse
volksvertegenwoordigende bestel ben ik het land afgereisd om te horen hoe zijn
jongere en nog wel aan een universiteit werkzame collega's daarover denken.
Vrezen ze voor opkomende seniliteit bij hun voorganger? Of zijn ze evenmin
geweldig in hun nopjes met de democratie hier te lande? In Groningen ontmoet
ik de hooggeleerde Ankersmit: 'De politiek', zegt hij, 'is in Nederland naar
de periferie verdreven. De democratie als zodanig is er niet meer in te
herkennen.'
In Tilburg spreek ik de hooggeleerde Frissen: 'In Nederland hebben we een
absolute regentenstand die niets te maken heeft met democratie in de directe
democratische zin van het woord.' In Amsterdam zoek ik de hooggeleerde Hajer
op. 'De democratie zoals wij die kennen heeft zijn langste tijd gehad. De
politiek doet alsof het niet zo is, maar de belangrijkste besluiten worden
genomen in organen die niet voldoen aan de regels van democratische
besluitvorming.' En in Leiden vraag ik belet bij de hooggeleerde Tromp: 'De
politiek in Nederland bewandelt een doodlopende straat. Er komt een crisis,
dat kan niet anders. De politieke partij is niet meer dan een netwerk van
mensen die elkaar kennen en elkaar ondersteunen.'
Van democratie is geen sprake
Nee, een eenzame dwaas is Daudt niet, de politicologenvader in ruste. Wie ik
daarna ook spreek, iedereen die zijn brood verdient door vakmatig naar 'de
politiek' te kijken heeft het onbehaaglijke gevoel dat er iets heel
essentieels niet klopt en dat er een enorme kloof is ontstaan tussen het idee
van de volksvertegenwoordigende democratie en de alledaagse praktijk ervan. O
zeker, ze gaan op 15 mei allemaal naar de stembus. 'Uit burgerzin', zegt Eisse
Kalk, directeur van het Amsterdamse Instituut voor Publiek en Politiek. Maar,
zegt hij er meteen bij, 'ik heb al jaren het gevoel, wat doet het er eigenlijk
toe? Ik stem sowieso op een persoon, maar daarmee ook op een Partij, terwijl
de Partijen hard bezig zijn de democratie uit te hollen.' En ook de Groninger
Gerrit Voerman, directeur van het Nederlands Documentatie Centrum Politieke
Partijen, zal binnenkort zijn stembiljet weinig bevlogen in de gleuf stoppen.
'De politiek', zegt hij, 'heeft bewust macht en invloed uit handen gegeven.
Het parlement is niet meer dan een stempelmachine geworden.'
Wat is er aan de hand met de vertegenwoordigende democratie in Nederland dat
er nauwelijks nog een beroepstoekijker te vinden is die er een goed woord voor
over heeft? 'De legitimatie van de Nederlandse democratie', laat Jos de Beus,
politicoloog te Amsterdam weten, 'is een grootscheepse vorm van zelfbedrog en
misleiding. 'Het politieke beest in Nederland', zegt Pieter Tops, politicoloog
te Tilburg, 'is zo goed als getemd.' En volgens Nico Baakman, politicoloog te
Maastricht, 'maken we onszelf wijs dat wat wij democratie noemen, ook als
democratie functioneert'.
Vogelvlucht
In deze dagen wordt het fiasco van Paars breed uitgemeten, zowel voor als na
de val van het kabinet-Kok. Daar zit een modieus trekje in en bovendien, daar
gaat het hier niet om. Het gaat om iets veel fundamentelers, iets wat de vraag
ontstijgt of de een regeert met de ander of de ander met de een. Het systeem
als zodanig wringt, daar gaat het om. Maar waar precies? En wat? En hoe?
Op een mooie winternamiddag kijk ik met de emeritus Daudt door zijn hoge
Buitenveldertse flatraam uit over Amsterdam-Zuid en omstreken. Een prachtige
plek om aan een vogelvlucht boven het politieke landschap te beginnen. Hans
Daudt nestelt zich behaaglijk in zijn driezitsbank en valt met de deur in
huis. 'Onze democratie', zegt hij, 'is flauwekul.' Hij kijkt er tevreden bij,
pats, die zit.
Nee, nee, nee, het gaat hem niet om personen en ook niet om een bepaalde
partij. Het gaat om 'het hele systeem' dat onder het mom van
volksvertegenwoordiging het soortelijk gewicht van de volksstem tot circa nul
heeft gereduceerd. 'Wie of wat kiest een kiezer als hij zijn stem uitbrengt?
Geen burgemeester en sinds kort ook geen wethouder meer. Geen commissaris van
de koningin, geen minister-president en geen staatshoofd. Zelfs geen
gemeenteraads- of Kamerleden, want die worden door een sollicitatiecommissie
benoemd. Gok geen college- of regeringsprogramma. Bij een vorig regeerakkoord
ging het verkiezingsprogramma van de PvdA uit van 8,8 miljard bezuinigen en
dat van de VVD van 17,6 miljard - het regeerakkoord kwam bij wijze van
compromis uit op 18 miljard!
Het is deze 'potsierlijke vorm van democratie' die de emeritus hoog zit. Het
enige dat je van een verkiezingsprogramma met zekerheid zeggen kunt, vindt
hij, is dat het na de verkiezingen niet zal worden uitgevoerd. Ik breng het
gesprek op zijn 'regentenstand'. 'Het verschil met vroeger', zegt Hans Daudt,
'is hooguit dat de functies niet langer erfelijk en onder de adel verdeeld
worden, maar nu ook onder de burgerij. Voor de rest maakt het weinig uit. Nog
steeds worden in Nederland geen mensen in functie gekozen, omdat de politieke
elite de zaak in eigen hand wil houden.' O ja, zeker, de ex-professor weet het
maar al te goed. Nauwelijks is de inkt waarmee je zo'n waarneming opschrijft
droog, of heel Den Haag begint in koor te roepen dat je een populist bent en
dat je borreltafelpraat verkoopt en datje Pim Fortuyn wel lijkt. 'Maar ik zeg
u, als je wilt weten wat de mensen werkelijk vinden, moet je een borrel met ze
gaan drinken, want dan zeggen ze echt wat ze denken.'
We nemen een glaasje fris
'Ook in het parlement', zegt Hans Daudt, 'zitten geen gekozen
vertegenwoordigers van het volk meer, maar benoemde mensen. Ze zien het
Kamerwerk als opstapje naar een baan in het openbaar bestuur. En ja, daar moet
je helaas vier jaar de politiek voor in. Die banen zijn in overvloed te
vergeven - alle politieke partijen willen dezer dagen in alle regionen van het
openbaar bestuur 'hun mannetje' hebben zitten. Dat is, zegt Hans Daudt, 'het
handjeklap van de regenten.' En als ze onderling een conflict hebben, wordt er
iemand uit hun eigen Haagse regentenkring benoemd om, à la de VVD'er Henk
Koning, een geruststellend flutrapport te schrijven over handel en wandel van
PvdA-leider Ad Melkert, of om à la de PvdA'er Van Kemenade, met gezag te
liegen over de toestand bij het Defensie van VVD-minister De Grave. Zo iemand
heet dan een wijze man. Hans Daudt: 'Wijze mannen komen in Nederland nooit van
buiten de politieke kaste.' Hij leunt genoeglijk achterover. Kom maar op, wil
hij zeggen. Maak je borst maar nat, al wie er anders over denkt.
Zootje
Als de beer uitgebromd is en ik weer op de begane grond sta, blijft zijn
'politieke kaste' me door het hoofd spoken. Gaat het werkelijk zo ver in
Nederland? Is er inderdaad sprake van een min of meer gesloten circuit waaruit
de kandidaten voor de sleutelfuncties in het openbaar bestuur exclusief en op
grond van een partijlidmaatschap gerekruteerd en benoemd worden? En kan je dat
circuit kortheidshalve als 'de politiek' omschrijven?
De drager van de politiek in Nederland is de politieke partij. Over dat
verschijnsel is een boekenplank volgeschreven. De schrijvers mogen met elkaar
van mening verschillen of het hier om een instelling tot heil der natie gaat
of om een achterhaald zootje dat rijp is voor de vuilnisbak - ze zijn het
gloeiend met elkaar eens dat de partij als zodanig de laatste jaren veel van
zijn oorspronkelijke functies heeft verloren. Niemand kan in ernst volhouden
dat de politieke partij nog altijd uit naam van een massa-aanhang spreekt.
Alle partijen hebben er dagwerk aan om leden uit te schrijven, terwijl ze met
de inschrijvingen in een half uurtje klaar zijn. Als ze niet van overheidswege
ruimhartig gesubsidieerd werden, zouden ze financieel allang aan de grond
hebben gezeten.
Ook ziet niemand de partij meer als de verwoorder van een ideologie, de
middelaar tussen een breed aangehangen levensovertuiging en het landsbestuur.
Zelfs de meest verstokte socialist, mocht er nog een in leven zijn, ziet de
sociaal-democraten van vandaag niet als zijn absolute bloedbroeders. En ook de
meest bevlogen liberaal vindt in de bende van Dijkstal niet langer zijn totale
heil. Op de aanhang van enkele kleinere partijtjes na zweeft het kiezersvolk
heftig, zo heftig datje er scheel van wordt.
Wat blijft er dan van de partijen over?
Volgens Bart Tromp, politicoloog: een uitzendbureau voor leden die een hoge
bestuurlijke functie ambiëren. Volgens Roel in 't Veld, bestuurskundige: een
headhuntersbedrijf voor het openbaar bestuur. Volgens Frank Ankersmit,
politicoloog: een onmisbaar verschijnsel dat tegelijk totaal irrelevant is. En
volgens Philip van Praag, politicoloog: een aanhangsel van het staatsapparaat.
Nee, ik citeer geen revolutionairen die het liefst morgen nog een dictator aan
de macht willen zien. Ik citeer mensen die hoofdschuddend toekijken hoe
Nederland in razend tempo verandert, terwijl er geen wrikken of bewegen aan is
zodra het over het politieke stelsel gaat. 'De politieke partij', schrijft C.
de Vries, wetenschapsman namens D66, 'is op sterven na dood.' 'Nee', vult F.
Becker, wetenschapsman namens de PvdA aan, 'ze is al hersendood.' 'In elk
geval', vindt C J.Klop, ex-wetenschapsman namens het CDA en tegenwoordig
NCRV-voorzitter, 'speelt de politieke partij een veel minder belangrijke rol
dan de handboeken suggereren'.
Gruwelijke hekel
De eerste krokussen komen boven het gras uit, als ik in de trein stap naar
Maastricht om aan de universiteit aldaar bij dr. Nico Baakman op bezoek te
gaan. Onderweg lees ik het manuscript van zijn breed opgezette studie naar
politieke benoemingen dat tot hoofdstuk zeven is gevorderd en waarin hij de
vraag beantwoordt wat je in Nederland niet kan worden als je geen lid van een
politieke partij bent. Natuurlijk, in theorie kan iedereen alles worden. Maar
in de praktijk?
Op pagina twee van zijn manuscript zegt de Limburgse onderzoeker, in navolging
van de Raad voor het Openbaar Bestuur, dat 'het lidmaatschap van een der grote
politieke partijen een noodzakelijke voorwaarde is voor een benoeming in tal
van openbare functies'. Even verderop schrijft hij dat alle politieke partijen
er kien op zijn dat 'zoveel mogelijk van de voor het beleid en de wetgeving
relevante ambten bekleed worden door personen die lid zijn van een politieke
partij'. Aldus gesterkt betreed ik zijn werkkamer. Baakman haalt
universiteitskoffie en vertelt dat hij tamelijk onbevangen aan zijn onderzoek
is begonnen. Maar dat hij, als hij niet oppast, een gruwelijke hekel aan de
politiek krijgt. 'Het gaat allemaal veel verder dan ik ooit gedacht heb', zegt
hij.
Hij heeft het plan opgevat om alle openbare functies die daarvoor in
aanmerking komen, van de Rekenkamer tot en met de Raad van State en van
burgemeesters tot en met de hogere adviseurschappen, op hun al dan niet
politieke invulling te bekijken. Hij is ver genoeg gevorderd, zegt hij, om een
algemene conclusie aan te durven: 'Als partijloze maak je gewoon geen schijn
van kans meer.'
De onderzoeker doet geen half werk. Hij bekijkt de politieke benoeming in
historisch perspectief, vanaf 1900 tot nu aan toe. 'Het meest opmerkelijke',
zegt hij, 'is dat het verschijnsel in zijn absoluutheid eigenlijk van tamelijk
recente datum is.' Neem de Algemene Rekenkamer. Tot 1970 kon je daar nog lid
van worden louter omdat je goed was in rekenen. Sindsdien zijn er van Engwirda
(D66) tot Koning (VVD) en van Stuiveling (PvdA) tot Havermans (CDA) alleen
mensen benoemd die niet zo heel goed konden rekenen maar die wel uit de
politiek voortkwamen. Of neem de commissarissen van de koningin. In 1965 waren
er nog vijf van de elf geen lid van een partij. De laatste partijloze
commissaris nam in 1974 afscheid.
'Het omslagpunt', zegt Baakman, 'ligt eind jaren zestig. Sindsdien kom je er
zonder de goeie partijpapieren niet meer tussen.' Hij ziet het als een kwestie
van compensatie. Het verlies aan massa-aanhang werd door de partij goedgemaakt
met een grotere greep op het openbaar bestuur.
Hoe ver gaat die greep?
'Heel ver. Op de ministeries tot onder het niveau van directeur, denk ik. Van
secretarissen-generaal en van directeuren-generaal weet ik het zeker. Dat word
je niet meer zonder partijlidmaatschap.' 'Voor het werk dat die mensen doen',
zegt Nico Baakman, 'maakt het niks uit. Daar speelt hun eigen politieke
opvatting zelden of nooit een rol in. Het gaat erom dat ze, van welke kleur ze
ook zijn, bewezen hebben dat ze gesocialiseerd zijn in het systeem. Ze moeten
kunnen draaien, ze moeten compromissen kunnen sluiten, ze moeten hun mond
kunnen houden. Het systeem kan niets met mensen die ongezeglijk zijn. Je moet
binnen de code passen en dat je binnen de code past, blijkt uit het feit dat
je lid van een partij bent.'
De onderzoeker zegt met enig pathos dat het systeem als nadeel heeft dat het
in strijd is met de Grondwet, die alle openbare functies voor iedere
Nederlander toegankelijk stelt. 'Daarom', zegt hij, 'is het nooit waar als je
er iets van zegt. Als je de politiek moet geloven, is er in Nederland nog
nooit iemand vanwege zijn partijlidmaatschap benoemd.' Nico Baakman denkt nog
een jaar nodig te hebben om zijn hele onderzoek af te ronden. Hij wil best
vooruitlopen op zijn eindconclusie. 'Democratie in Nederland? Vergeet het
maar. Er bestaat geen democratie in dit land.'
Roomse grondslag
De politieke partij is gereduceerd tot een onaanzienlijk groepje
contributiebetalers met een nauwelijks benoembaar gemeenschappelijk
uitgangspunt als reden van bestaan. Daarover zijn vriend en vijand het eens.
In de tijd dat de partij nog wel een stadion vol aanhangers bijeen kon roepen
om de achturendag, het vrouwenkiesrecht of de lagere school op Roomse
grondslag te bepleiten, was het eenvoudig. Haar vertegenwoordigers namen na de
verkiezingen plaats in het parlement en als het meezat ook in de regering. Dat
was het. Het ambtelijk bestuur stond daar verder strikt neutraal buiten.
Die overzichtelijke situatie is evenzeer geschiedenis als de gaslamp, de
voetbal met een veter en vadertje Drees. In deze dagen heeft zich, om regering
en volksvertegenwoordiging heen, een scala aan ambtelijke dan wel
semi-ambtelijke, zelfstandige dan wel semi-zelfstandige adviescolleges,
bestuursorganen en wat dies meer zij ontwikkeld. Die hebben een enorme invloed
of zelfs een verregaande beslissingsbevoegdheid. Ze hebben twee kenmerken. Ten
eerste dat ze zich aan democratische controle onttrekken. En ten tweede dat
hun besturen rijkelijk gevuld zijn met politici en ex-politici.
Het lijkt er inderdaad sterk op dat de politieke partijen de macht die ze
verloren hebben met het verdwijnen van hun aanhang, in ruime mate hebben
teruggewonnen door zich in het centrum van het openbaar bestuur te nestelen.
Wie de besturen van al die satellietlichamen rond het openbaar bestuur
bekijkt, wordt tureluurs van de vele politieke figuren die daarin werkzaam
zijn. Het heeft geen zin om de lijst in extenso weer te geven, geloof me, hij
is eindeloos lang. De heer De Graaf, ex-CDA-staatssecretaris, leidt het
College voor de Zorgverzekeringen. In zijn bestuur: mevrouw Haas-Berger,
ex-PvdA-Kamerlid. In de Raad voor het Openbaar Bestuur: de heer Lankhorst,
ex-GroenLinks-Kamerlid, mevrouw Van der Stoel, ex-VVD-Kamerlid en mevrouw Van
der Vondervoort, ex-PvdA-staatssecretaris. In het College Tarieven
Gezondheidszorg: de heer Dees, Eerste-Kamerlid VVD, mevrouw ter Veld,
Eerste-Kamerlid PvdA en opnieuw mevrouw Van der Stoel, VVD. In de Raad voor de
Verkeersveiligheid: de heer Rosenthal, Eerste-Kamerlid VVD, de heer
Stekelenburg, Eerste-Kamerlid PvdA en de heer Castricum, Eerste-Kamerlid PvdA.
Zo kan je uren doorgaan. Onderweg kom je de heer Van Zijl tegen,
ex-fractiesecretaris PvdA, thans voorzitter van de Centra voor Werk en
Inkomen. Of anders de heer Andriessen, voorheen CDA-minister en nu
adjunct-voorzitter van de Adviesraad voor Internationale Vraagstukken. De
betreffende Adviesraad heeft het lang zonder voorzitter moeten stellen.
Minister Van Aartsen, VVD, wilde perse wachten totdat de vorige
Eerste-Kamervoorzitter Korthals Altes, VVD, beschikbaar was.
Hier raken we het wezen van wat emeritus Daudt de 'regentenstand' noemt. Aan
de ene kant: hoge ambtenaren op de departementen en in de stadsbesturen die
zonder uitzondering lid van een politieke partij zijn. Aan de andere kant:
politici en ex-politici die in de satellietorganen hoge ambtelijke en
semi-ambtelijke functies bekleden. Ziedaar de onontwarbare kluwen tussen
politiek en bestuur, tussen controleurs en gecontroleerden. Aan die
verwevenheid is de volksvertegenwoordigende en controlerende democratie voor
een groot deel opgeofferd.
Ja maar, haast de politiek zich steevast te antwoorden, ja maar, de verdeling
is toch eerlijk. We benoemen niet alleen PvdA'ers wanneer Kok toevallig de
regering doet. En niet alleen maar CDA'ers, als Balkenende het voor het zeggen
mocht krijgen. We zorgen er juist goed voor dat alle geestesstromingen aan bod
komen.
Alsof de politieke partijen nog vertegenwoordigers zijn van geestesstromingen!
Uit begrijpelijk lijfsbehoud houdt Den Haag vast aan het denkbeeld dat de
verschillen zoals die in het parlement tot uiting komen, synoniem zijn met de
maatschappelijke tegenstellingen zoals die buiten het parlement beleefd
worden. Dat is allang niet meer zo. In de rest van het land is Den Haag: 'de
politiek', een wereld waarin de onderlinge verschillen met het blote oog niet
waarneembaar zijn. De Leidse politicoloog Peter Mair spreekt, met een variant
op Arend Lijphart, zelfs van een 'karteldemocratie'. Hij ziet de partijen,
gezamenlijk en in vereniging, als een gesloten kartel. Naar buiten toe
ontlenen ze hun identiteit aan de minieme onderlinge verschillen. Naar binnen
toe hebben ze, in gedeeld belang, met elkaar het openbaar bestuur in een
houdgreep genomen. Ankersmit in Groningen: 'Samen vormen ze een groep mensen
die het openbaar bestuur voor zichzelf reserveert. Onder elkaar verdelen ze de
buit.' Volgens hem zijn de partijen 'elkaars deelgenoot in een pervers
bondgenootschap
Krijtstreep
Van buiten ziet het gebouw eruit als de remake van een Toscaanse stadsburcht,
van binnen is het vertimmerd tot een verzameling verplaatsbare
kunststofwanden. Tussen de wanden die het verst uit elkaar gezet zijn houdt
Joop van den Berg kantoor, de meest gekrijtstreepte man van Nederland, tevens
algemeen directeur van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG). In een
vorig leven was hij hoogleraar politicologie in Leiden, in een daarop volgend
leven actief politicus en fractievoorzitter van de PvdA in de Eerste Kamer en
in zijn huidige leven is hij het belangrijkste snijpunt tussen het lokale
bestuur en de Haagse politiek. Joop van den Berg is een voorzichtig man,
eerder zal hij zeggen dat 'er wel iets van waar is' of dat het 'die kant
mogelijk op gaat' dan dat hij blindelings tegen wat dan ook van leer trekt. Ik
vraag hem naar het kartel en naar Daudts regentenklasse. 'Ja', antwoordt hij,
'iets van een politieke kaste is er wel. Daudt overdrijft misschien en dat
doet hij expres, maar inderdaad, de trekken van een nomenklatoera, daar heeft
het wel iets van.' Ik neem zijn eigen VNG als voorbeeld. Waarom moet je per se
PvdA-lid zijn om algemeen directeur van de VNG te kunnen worden?
Joop van den Berg: 'Daar wordt wel waarde aan gehecht. En ook aan het feit dat
de twee andere directeuren lid zijn van een andere partij. Het wordt keurig
verspreid over de directieraad. Als u gedrieën in vergadering bijeen bent,
speelt het feit dat u PvdA bent en de andere twee CDA en VVD dan een rol?
'Geen enkele. Onze politieke achtergrond heeft louter symbolische betekenis.'
Dan kun je toch net zo goed iemand benoemen die geen partijlid is? 'ja'
Waarom gebeurt dat dan nooit?
'Ik denk vanuit het vrij algemeen gedeelde besef dat je met een
partijlidmaatschap blijk geeft van een zeker engagement. Als veel Nederlanders
geen lid van een partij willen worden, is dat hun goed recht. Net zoals het
een goed recht is van openbare bestuurders om aan een lidmaatschap wel waarde
toe te kennen. Niet lid zijn van een partij wordt door hen vaak gezien als een
testimonium datje niet begrijpt hoe het werkt.' Een partijloze kent de codes
niet? 'Precies.'
Wat zijn die codes dan?
'Weten wanneer je een compromis moet sluiten, weten wanneer je je mond moet
houden, weten hoe het krachtenveld in elkaar zit. In mijn eerste vergadering
als fractievoorzitter in de senaat heb ik ironisch gezegd, dames en heren, u
denkt dat u hier zit om ja of nee te zeggen. Dat is niet zo. U bent hier om ja
of ja te zeggen. Ik bedoel, je moet weten waar je grens ligt. Die bepaal jij
niet. Die wordt voor jou bepaald. Dat was Rob van Gijzel even vergeten. Dan
val je buiten de code.' Je mag niet namens je kiezers of uit overtuiging een
al te grote mond opzetten? 'Niemand spreekt namens kiezers, want niemand wordt
als persoon door de kiezers gekozen.'
Je moetje kunnen aanpassen?
'Ja, maar ik vind dat die tweeslachtigheid veel te ver is doorgeschoten, ja.
De vertegenwoordigers van het volk zijn zich veel en veel te veel gaan
bemoeien met het bestuur.' Wat moet er veranderen? 'Als we niet-partijleden
blijven uitsluiten, is dat dodelijk voor onze eigen toekomst.' Een weinig
opwekkende functieomschrijving: de volksvertegenwoordiger als iemand die zijn
mond weet te houden. Is het een wonder dat onder die voorwaarde de
gemeenteraad, de Statenvergadering en het parlement volstromen met een
overmaat aan doodsaaie, fatsoenlijke, ambtelijk ingestelde types? In elk
vertegenwoordigend orgaan voeren de ambtenaren en de semi-ambtenaren de
boventoon.
Vers partijlid
Ik heb eens uitgezocht wie er nog wél lid worden van een politieke partij. Ik
nam een kaart van Nederland, ik deed mijn ogen dichten ik prikte. Leeuwarden.
Wie melden zich in Leeuwarden aan als vers partijlid? Ik zocht de
afdelingssecretarissen op en nam met hen de ledenlijst door. De uitkomst was
verbluffend. Om welke partij het ook ging, ze putten allemaal hun nieuwe
aanmeldingen uit één en dezelfde bron. Het Thorbecke-college, de
plaatselijke HBO-school voor aanstaande ambtenaren. Daarna ondervroeg ik de
jonge partijleden zelf. Ze vertelden dat ze éérst besloten hadden om lid van
een partij te worden. En dat ze daarna waren gaan kijken welke het beste bij
ze paste. Het beste waarbij paste? Ook daar deden ze niet moeilijk over. Bij
hun toekomstige carrière. Als wat? Als ambtenaar.
Het gevolg heb ik in Arnhem mogen waarnemen. Daar staat aan een groot plein
het stadhuis tegenover het gebouw van de provincie. In Nederland mogen
gemeenteambtenaren geen lid zijn van de gemeenteraad en provincieambtenaren
niet van de Staten. Op dat plein was het enkele dagen per maand een druk
verkeer. Dan staken de gemeenteambtenaren over naar de ene zijde om als
controlerend volksvertegenwoordiger plaats te nemen in de Staten. En dan
staken de provincieambtenaren over naar de andere zijde om als controlerend
volksvertegenwoordiger plaats te nemen in de gemeenteraad.
Mogelijk vindt de politicologie in Nederland het beneden zijn stand om precies
uit te zoeken hoe hoog het ambtelijk gehalte is van het politiek bestuur.
Feitelijke gegevens daarover zijn maar mondjesmaat te vinden. Gelukkig
voorziet de Brabantse bouweconoom George Blom hoogstpersoonlijk in die lacune.
Hoe hij daar, als trouw CDA'er, op gekomen is, de hemel mag het weten.
Misschien omdat hij de politieke figuren met wie hij als bouweconoom te maken
kreeg, vaak zo raar vond, verknipt als het ware. George Blom praatte er met
anderen over, met bijstandsgerechtigden bijvoorbeeld, maar ook met bisschop
Muskens. Ze kenden in hun eigen omgeving geen enkel raads- af Statenlid dat
bijvoorbeeld WAO'er was of stratenmaker of sigarenwinkelier. Lag dat aan hun
beperkte blik? Of was het echt zo? En als het zo was, was het dan geen schande
die hoognodig aan het Nederlandse volk, let op uw werk, moest worden
doorverteld?
Niet veel later was het Geuzenberaad geboren. De Geuzen trokken het na, heel
precies, persoon voor persoon. Om te beginnen voor het provinciaal bestuur. Ze
bekeken alle 760 volksvertegenwoordigers die in een provinciebestuur zijn
gekozen. Daarvan blijken er niet minder dan 402 (53 procent) voor het
dagelijks brood afhankelijk te zijn van dezelfde overheid die ze als
volksvertegenwoordiger controleren. Zuid-Holland bleek voor 65 procent
politiek gecontroleerd te worden door (semi-) overheidsdienaren. Gelderland
voor 62 procent. Utrecht en Limburg voor 54 procent. De laagste score haalde
Drenthe. Nog altijd 34 procent.
Het sterkst, zo bleek de Geuzen, doet het verschijnsel zich voor in de PvdA.
Dus keken ze bovendien nog naar alle PvdA-raadsleden in Noord-Holland. Dat
waren er 371 waarvan 211 (semi-)overheid. Acht van de acht in Alkmaar. Elf van
de vijftien in Amsterdam. Negen van de elf in Haarlem. Acht van de tien in
Hoorn. Zes van de tien in Zaanstad. Nul van de nul in Wervershoof.
'En zo komt het, zegt de geus Blom in zijn algeheel door groen omgeven
Brabantse landhuis, 'dat er in onze parlementen nooit eens zoals in het
buitenland geraasd of getierd wordt, wat ik een enorme verarming vind van het
politiek bedrijf.' Hij zegt dat hij het ook niet kan helpen, maar dat hun
onderzoek de Geuzen een zekere afkeer bezorgd heeft van het politieke bedrijf.
Hij snapt maar niet waarom Nederland niet tegen deze pervertering van de
democratie in beweging komt. 'Als ik Italianen vertel hoe in Nederland
politiek en bestuur verstrengeld zijn, vallen ze van hun stoel.'
Ramp van buiten
De Amsterdamse politicoloog Jos de Geus omschreef de positie van het
Nederlandse politieke bestel ooit meteen Chinees gezegde. 'De toestand is
hopeloos en duurde nog driehonderd jaar.' Professor Ankersmit denkt dat er een
oorlog moet komen of een ramp van buiten, wil er iets aan veranderen. 'Er zijn
nu eenmaal landen die liever radicaal te gronde gaan dan dat ze iets aan hun
constitutie wijzigen.' Hij ziet een 'verbijsterend gebrek aan belangstelling'
waarmee de partijen op de veranderingen in de wereld om hen heen reageren en
ook op het meest onschuldige voorstel om de echte wereld en de Haagse wereld
dichter bij elkaar te brengen. 'Ze willen de uitdaging niet zien. Ze denken,
het heeft een eeuw gewerkt, we kunnen er nog wel een paar eeuwen mee toe.'
'Precies!', zegt zijn Tilburgse collega Paul Frissen. 'Dat maakt een debat met
politici zo onaangenaam. Ze luisteren amper. Ze zijn er vreselijk snel in om
zichzelf tot eigenaar te verklaren van het publieke domein.' Geen mens kan
ontkennen dat Nederland, naar het woord van Hans van Mierlo, qua politieke
signatuur een van de meest conservatieve maatschappijen in de wereld is.
Vrijwel alle leden van de Eerste Kamer staan bol van de kritiek op de werking
van hun hoge staatsorgaan. Maar als het erop aankomt, laten ze de zaak na een
loos debat geheel en al bij het oude. Een ongelukkige bijkomstigheid is dat de
samenleving waarin de politiek functioneert, allerminst conservatief is. Die
ondergaat in razend tempo een grondige verandering.
Om te beginnen is de burger geen persoon meer met één overkoepelende mening
- 'ik ben tegen de rooien' of 'ik ben voor de roomsen'. Toen dat nog wel het
geval was, hingen de straten in verkiezingstijd vol met borden 'Kies lijst 7,
Gerben Wagenaar, Hogere Lonen en Lagere Belastingen' of 'Kies lijst 1, stem op
Romme, anders stem je voor de dommen'. Nu hangen er, vermoed ik, alleen nog
plakkaten achter het raam van de kandidaten zelf. Toen zag iedereen die zo'n
bord aan het balkon had zijn of haar gekozenen als zijn of haar persoonlijke
vertegenwoordigers. Je kon er gif op innemen dat jouw man of vrouw in Den Haag
de regering dagelijks rooms of rood achter de vodden zat. Dagelijks werd ook
jouw mening aan het Binnenhof luidkeels verkondigd.
Een beetje Nederlander van nu houdt er wel honderd of duizend meningen op na.
In elk partijprogramma vindt hij er wel een paar terug. Hij kan best, met de
lijst Fortuyn, tegen de nieuwe natuur zijn en met de lijst Rosenmöller voor
hogere uitkeringen. Hij kan met de lijst Dijkstal een afkeer delen van de
Melkertbanen, maar ondertussen wel, met de lijst Balkenende, het gezin zien
als de hoeksteen van de samenleving. Zijn arsenaal aan meningen past niet meer
in één en hetzelfde partijprogramma.
En dus heeft hij zich en masse afgewend van de politieke partij die hem wél
in het harnas van een alomvattend standpunt wil duwen. Voor zijn portie
maatschappelijke betrokkenheid wendt de Nederlander zich liever tot
organisaties die opkomen voor iets specifieks, iets waar je wel volledig
achter kan staan. Nieuwe Natuur? Dan moetje bij Natuurmonumenten zijn. Schoner
milieu? Op naar Greenpeace. Het gezin als hoeksteen? Schrijf me in, imam,
pastoor of dominee.
Ook het openbaar bestuur zelf is totaal van karakter veranderd. Niet langer
worden de departementen, de provinciehuizen en de gemeentesecretarieën
bevolkt met Weberiaanse pennenlikkers die van negen tot vijf neutraal
toekijken of iedereen zich wel aan de regeltjes houdt. De ambtelijke diensten
van nu zijn beleidsfabrieken die het maatschappelijk debat naar binnen gehaald
hebben. Voor elk denkbaar standpunt is een aparte afdeling ingericht. Het is
niet gewaagd om te veronderstellen dat er binnen de departementen veel en veel
fundamenteler over de maatschappij gediscussieerd wordt dan in kringen van de
Tweede Kamer.
Al die veranderingen hebben het politieke bedrijf niet of nauwelijks geraakt.
Nog altijd geldt de fictie van 'het primaat van de politiek' als het hoogste
goed. Nog altijd leven de parlementariërs in de achterhaalde veronderstelling
dat zij het zijn die de grote beslissingen nemen. Nog altijd menen zij te
spreken namens een samenhangende achterban. De werkelijkheid, schrijft Hans
Daudt in het jongste jaarboek voor het democratisch socialisme, is deze:
terwijl de politici het land ingaan om kiezers te trekken, wordt op alle
departementen de laatste hand gelegd aan de dossiers die de formateur straks
krijgt toegeschoven en waarin de beslissingen voorgekauwd worden over de
vragen waar het in de komende vier jaar werkelijk om gaat.
In zijn Amsterdamse werkkamer schudt professor Maarten Hajer moedeloos het
hoofd. 'De huidige politiek', zegt hij, 'schiet tekort om duidelijk vorm te
geven aan het antwoord op de grote vragen. De partijen hebben zich
georganiseerd op de scheidslijnen van het verleden. Het type bestuurlijke
thema's waar ik mee te maken krijg, laat zich in die termen niet meer
begrijpen. De politiek denkt statisch. Daardoor blijft alles hangen in
institutioneel conformisme. De politiek is onwillig om nieuwe vormen te vinden
bij de nieuwe werkelijkheid.' Over die mogelijke nieuwe vormen heeft Maarten
Hajer een notitie geschreven - curieus genoeg niet voor een politieke partij
maar voor het ministerie van Binnenlandse Zaken. Hij stelt onder andere voor
om al die organisaties waar de mensen zich wel door vertegenwoordigd voelen,
radicaal te democratiseren en ze daarna een legitieme plaats te geven in het
proces van besluitvorming. 'Die hebben ze nu ook al', zegt hij. 'Maar dan
zonder democratische controle'.
Durven
In feite wil professor Hajer de democratie uitbreiden tot voorbij het
parlement. 'Democratie', zegt hij Willy Brandt na, 'is een kwestie van
durven.' Er zou een kwaliteitskamer moeten komen die toezicht houdt op het
interne democratische gehalte van bijvoorbeeld Greenpeace of de
Consumentenbond, die dan een gewaarmerkt voucher kunnen krijgen om erkend deel
te nemen aan de beleidsvoorbereiding.
Het vreemde, zegt Maarten Hajer, is dat er op departementen wél stevig
nagedacht wordt over nieuwe vormen van volksvertegenwoordiging. 'Het besef dat
de wereld groter is dan Den Haag, leeft binnen de ambtelijke rijksdienst
sterker dan op het politieke Binnenhof'. Geen voorstel verlaat het departement
voordat het van alle kanten met alle mogelijke betrokkenen is doorgesproken.
Pas dan gaat het naar het parlement. Hajer: 'Daar is de veroveringsdrang zo
groot dat het parlement brokkenpiloot wordt op het ogenblik dat het met de
discussie begint. Op grond van een primaat dat in de praktijk allang niet meer
werkt, zadelt het parlement de discussie op met oekazes waarmee ze de
ambtelijke circuits tot zuchten brengen.'
De jonge hooggeleerde kan tot geen andere slotsom komen: 'We leven in een door
de politiek zelf geconstrueerde vertrouwenscrisis.' Er is een woord voor:
verschuiving. De oude vertrouwde wereld waarin de regering een voorstel deed,
het parlement dat voorstel aannam en de ambtenaren het besluit trouwhartig
uitvoerden, is allang een zachte dood gestorven. Het Binnenhof is niet langer
het epicentrum, en dat is maar goed ook. Voor dit eenvoudige model is de
wereld te gecompliceerd geworden.
De beslissingen waar het echt om gaat, worden in Brussel genomen of in
Frankfurt, binnen de Sociaal Economische Raad of in, ik noem maar, de
Mededingings Autoriteit. En anders zijn ze het uitvloeisel van lang en grondig
overleg met de hemel mag weten welke maatschappelijke organisaties. Het
Binnenhof is een stempelpost geworden die weinig anders doen kan dan formeel
bekrachtigen wat elders besloten is. Voor de eigentijdse bestuurskundige is
het zo klaar als een klontje. Er heeft 'een verschuiving van macht
plaatsgevonden', schrijft Uri Rosenthal met kennelijke instemming, 'van de
politieke actoren naar actoren in de omgeving van het openbaar bestuur.'
'Maar de heersende leer in de politieke partijen', schrijft Roel in 't Veld
met kennelijk dédain, 'staat zo ongeveer diametraal tegenover elke vorm van
moderne, interactieve beleidsontwikkeling.' Professor Paul Frissen, aan de
lunch in een Haags etablissement: `Het grootste misverstand dat we kennen is
het misverstand dat dit land door politici bestuurd wordt. Het lijkt er niet
op. Dit land bestuurt vooral zichzelf. Honderden netwerken besturen dit land,
maar de politieke instituties verhouden zich daar niet mee. Dat is de crisis
die we meemaken. Altijd als ik in Den Haag rondloop, merk ik: over wat ik
overdag zie, daar gaat Den Haag Vandaag die avond nooit over. Het is een soort
hallucinatie. Overdag zie je in Den Haag dat het publieke domein eindeloos
gevarieerd is. Den Haag Vandaag brengt dat terug tot wat de politiek van
belang vindt. De suggestie is, hier gaat het om, u ziet wel kijker, de
politiek is leidinggevend in het publieke domein.
'Politici kunnen slecht omgaan met concurrerende entiteiten. Ze geloven dat
hun opvattingen heilig zijn. Politici maken heel weinig onderscheid tussen hun
persoon en hun functie. 'Ik loop als bestuurskundige in Den Haag rond en ik
zie dat zich daar allemaal processen afspelen waar de politiek niet strikt
noodzakelijk bij is. Op allerlei terreinen hebben we meer last van de politiek
dan dat we er baat bij hebben. Neem de gezondheidszorg. Daar is de politiek de
oorzaak van de problemen en niet de oplossing.
'En toch claimt de politiek telkens weer het leiderschap in haar verbinding
met de buitenwereld. Omwille van de democratie plaatst de politiek zich buiten
en boven de wereld. Ik ben zelf lid van de PvdA. Die partij is extreem
gesloten, nog meer dan de andere partijen. De maatschappij heeft een enorme
weerstand opgebouwd tegen de extreme geslotenheid van de Nederlandse politieke
klasse. Dat vertaalt zich nu aan de stembus. 'Ik ben sociaal-democraat. In de
sociaal-democratie begrijpen ze geen snars van wat ik zeg. Ik verlang naar een
sociaal-democratie zonder partij.'
Leiders!
Heel af en toe spreekt een actief politicus zich uit over het Haagse bedrijf.
Ed van Thijn bijvoorbeeld. Of vorig jaar Bram Peper. Ze zeggen dan allerlei
verstandige dingen over de individualisering en over de leegloop van de
partijen en over de ingewikkelde internetmaatschappij en als puntje dan bij
paaltje komt, hebben ze één grote remedie: herstel het primaat van de
politiek! Bram Peper schreeuwt er haast om. Leiders! Er moet weer politiek
leiderschap komen! In Groningen springt Frank Ankersmit juichend overeind.
'Sta ik pal achter! Mij kwelt de versplintering en de verplaatsing van de
politiek. Het feit dat niemand prioriteiten stelt. Dat we op de automatische
piloot leven. Je mag hopen dat we nergens tegenaan vliegen. Regeerders moeten
veel meer mogelijkheden krijgen om in te grijpen. Die netwerkerij van Frissen
werkt zolang het in het land goed gaat. Maar stel nu eens, dat de economie
verandert of dat de euro instort. Dan kom je er niet met Paul Frissen. Dan kan
je alleen iets terugdoen vanuit een richtinggevend totaalconcept.'
De meeste collega's van Ankersmit zijn minder ingenomen met een opwaardering
van het politieke primaat. 'Wie het politieke primaat wil heroveren', zegt
Paul Frissen, 'is het kwijt.' Hij ziet voor de politiek van de toekomst de rol
weggelegd van procesbegeleider. Juist geen politiek die zegt hoe het moet en
dan met de armen over elkaar toekijkt hoe er iets anders gebeurt. Juist niet
de politiek als alfa en omega van de besluitvorming. In plaats daarvan een
bescheiden politiek, die oplet of het spel zuiver gespeeld wordt. En die
erkent dat de wereld oneindig veel te gecompliceerd en gevarieerd is voor een
simpel ja of nee vanaf het Binnenhof. Hij bepleit een `postmoderne' politiek.
'Van de politiek in traditionele zin', schrijft Frissen, 'kunnen we vreugdevol
afscheid nemen.'
Collega Tromp moet niet veel hebben van een dergelijke politiek waaruit de
politiek is verdwenen. 'Onzin', zegt hij. 'Waar blijft de macht dan?' Volgens
hem is het niet meer dan een dagdroom om te denken dat een samenleving
bestuurd kan worden door 'ongestructureerde netwerken'. De postmoderne dromer
en de terugverlanger naar leiderschap zijn het met elkaar eens dat het zoals
nu niet verder kan. De politiek, zeggen ze allemaal, moet ten minste veel en
veel persoonlijker worden. Er is geen land ter wereld waar de politiek zo
onpersoonlijk is als in Nederland. We stemmen op Melkert of op Dijkstal of op
Balkenende en in hun kielzog loodsen we twintig, dertig, veertig anderen het
parlement in van wie we de naam niet eens kennen. Ze zouden bij wijze van
spreken de hele verkiezingscampagne op hun bed kunnen blijven liggen, Kamerlid
worden ze toch wel.
Er is, zeggen de politicologen, geen ontkomen aan. We moeten weten wie we
kiezen. 'Het lidmaatschap van de Kamer', zegt Joop van den Berg, 'is een soort
ambtelijke aanstelling geworden. Niemand hoeft voor zijn zetel te vechten. In
Duitsland moet elke kandidaat de wijk of het dorp in om zelf zijn stemmen te
halen.' Frank Ankersmit vindt het bovendien hoog tijd om de ministeriële
verantwoordelijkheid af te schaffen. Die is, zegt hij, ooit bedacht om de
regering verantwoordelijk te maken voor het koninklijk handelen. In de
praktijk werkt het als een probaat middel om de overheid buiten zicht te
houden. Het is een wapen geworden voor ministers en departementen om voor
lastige blikken de deur dicht te houden. In Nederland praten ambtenaren de
hele dag door met jan en alleman, het hele Nederlandse volk komt als het ware
bij ze over de vloer. Alleen niet de parlementariërs! Die mogen van Kok niet
eens opbellen. 'Dat schot tussen de Kamer en de departementen', zegt Ankersmit,
'moet weg. Liever vandaag nog dan morgen.'
We zoeken onze toevlucht in de Academische Club, een rijkgelambrizeerd
besloten geleerdenhonk te Amsterdam en een prachtige plek om de vogelvlucht
over het politieke landschap te besluiten. Philip van Praag vindt het geen
wonder dat ik onderweg geen vrouw ben tegengekomen. Politicologie is nu
eenmaal een heel erg mannenvak. En wat ik van bovenaf zoal gezien heb? Een
functiecrisis bij de politieke partij, zeg ik. 'In elk geval', zegt hij, 'is
er een diepe spanning tussen de politieke partij en de samenleving.' En een
gesloten bestuurderscircuit. 'Het komt partijen niet slecht uit dat een
lidmaatschap belangrijk is voor een hoge functie.' En een overmaat aan
ambtenaren die het volk vertegenwoordigen.
'De politieke partij is vergroeid met het ambtelijk apparaat.' En een
onontwarbare verknoping tussen politiek en bestuur. 'Je kunt ze samen als één
Staatspartij zien die nieuwkomers buiten de deur houdt.' En een eigen
gedragscode. 'Van compromissen, van water bij de wijn doen, van uitermate
beschaafd met elkaar omgaan, van politiek correct taalgebruik. Wim Kok is de
vleesgeworden gedragscode.' En een enorm verlangen om niks te veranderen.
'Geen staat zo behoudend als de Nederlandse. Neem Beieren, dat is toch een
zeer conservatieve Duitse deelstaat. Maar het kent wel een florerende
referendumpraktijk.' 'Het feit ligt er', besluit Philip van Praag de korte
samenvatting. 'In Nederland zijn de mogelijkheden om direct invloed uit te
oefenen op het openbaar bestuur kleiner dan in andere landen.'
Te ingewikkeld
Einde van de vogelvlucht. Op naar de stembus - zolang we niets beters hebben,
en dat hebben we niet. Een doorleefd alternatief heeft de verzamelde
politicologie niet te bieden, alleen een diagnose. Dat het
volksvertegenwoordigend systeem behoorlijk ziek is. Maar een remedie? O ja, de
roep om een persoonlijke keuze klinkt op. Maar in Engeland, waar elke
kandidaat sinds mensenheugenis zijn district moet zien te winnen, gaan stemmen
op die juist pleiten voor een evenredig kiesstelsel. De liberalen trekken daar
elke keer weer een hoop kiezers en een miniem aantal zetels.
Nee, een simpele remedie is er niet. Het lijkt er eerder op alsof onze
rijkvertakte, sterk geïndividualiseerde en verinternationaliseerde
samenleving te ingewikkeld geworden is voor zoiets simpels als een
volksvertegenwoordigende democratie. Het wonderlijke van het Nederlandse
stelsel is dat het uit volksvertegenwoordigend oogpunt beroerd functioneert,
maar dat het land daarom nog niet slecht bestuurd wordt. Het regentensysteem
werkt en het leidt niet tot een gruwelijke bevoordeling van de een boven de
ander. Daarom vinden de meeste Nederlanders het wel best dat een politieke
kaste de last van het besturen exclusief op de schouders heeft genomen ?
Een hele zorg minder. En daarom geeft een groot deel van dit bevoorrechte volk
graag af op zijn politici, zonder zich de moeite van een gang naar de stembus
te getroosten. Juist in deze dagen is er in Rotterdam een lange kale man
opgestaan die de kaste grondig heeft opgeschud. Hij brengt zijn diagnose grof
maar trefzeker onder woorden. Veel kiezers luisteren wel naar hem. Eindelijk
iemand die niet bij het gesloten circuit hoort! Eindelijk een buitenstaander
die zijn mond niet houdt, die niet op compromissen uit is, die zich niet
ambtelijk uitdrukt en die de politiek niet ziet als het Siamese
tweelingbroertje van het bestuur.
Een remedie heeft hij evenmin. Als je hem vraagt, wat dàn?, staat hij op en
zegt hij dat hij dààr geen zin an heeft. Hij denkt de complicaties van het
landsbestuur te kunnen vatten in zo nu en dan een A-4tje. Maar hij heeft wel
iets in gang gezet dat de alledaagse democratische praktijk in het hart raakt.
In Buitenveldert zegt emeritus Daudt dat hij vorig jaar, toen hij zijn
beschouwing schreef, erg opzag tegen de komende verkiezingscampagne. Het kan
niet anders, dacht hij, of die wordt de vlakste sinds mensenheugenis, met
partijen die allemaal een en dezelfde neoliberale ideologie aanhangen.
Plotseling was daar de grofgebekte man uit Rotterdam met zijn schelle stem.
'Ik heb me vergist', zegt Hans Daudt. 'Er is verandering optil.'
Gerard van Westerloo is journalist.
Hij werkt regelmatig voor M. Tessa Posthuma.Joost Eerdmans pa-manager bij Deloitte
| Pim Fortuyn Censuur in Nederland. De moord op Pim kost Nederlanders veel vrijheid (van meningsuiting) en een Fortuyn | |
| 332 | Fortuyn & Mr. M. Moszkowicz sr.: "Leven we nog in een rechtsstaat?" |
| 193 | Fortuyn. Toeschrijven naar conclusie bekende truc overheid om de aandacht af te leiden van zaken waar het werkelijk om gaat |
| 482 | Fortuyn. Confrontatie LPF met CDA Minister van Justitie Donner over norm voor meenemen of wepmeppen van winkeldief |
| 487 | Fortuyn. Hans Smolders: "Als je er zelf inzit dan zie je pas hoe de mensen door Den Haag belazerd worden" |
| 183 | Fortuyn. Democratie in Nederland is een illusie III, Vetorecht CDA/VVD over LPF'ers |
| 182 | Fortuyn. Democratie in Nederland is een illusie II, Lijst Pim Fortuyn razendsnel ingepolderd |
| 288 | Fortuyn. Democratie in Nederland is een illusie I, waarschuwing voor kamerleden/onderhandelaars LPF |
| 178 | Fortuyn. De kunst van het liegen, tevens waarschuwing voor Hoekstra in onderzoekscommissie Haak |
| 281 | Fortuyn. Hetze en taalgebruik tegen Fortuyn. Partij van de Arbeid krijgt pak slaag van kiezers |
| 280 | Fortuyn. Informatie over de commissie en het (overheid)onderzoek naar de beveiliging rond Pim Fortuyn |
| 282 | Fortuyn. Westbroek: Één mistdruppel voel je niet, maar komt het van alle kanten dan zorgt dat voor een ander politiek klimaat |
| 275 | Fortuyn. Demmink zou LPF-minister Nawijn hebben gewaarschuwd geen lijsttrekker te worden omdat LPF uit criminelen zou bestaan |
| 485 | Fortuyn. Rene Diekstra op zoek waarom gevestigde politiek geen afdoende antwoord had op Fortuyn |
| 486 | Fortuyn. Pim Fortuyn van Nederlandse Le Pen tot Kennedy |
| 286 | Fortuyn. Volkert leek vooral berekenend. Klacht Milieu-Offensief bij Raad voor de Journalistiek ongegrond |
| 391 | Fortuyn. Openbaar Ministerie: "Van der G. is een calculerende dader" |
| 105 | Fortuyn. Toelichting officier ter terechtzitting Amsterdam in strafzaak verdachte moord Fortuyn |
| 483 | Schending ambtsgeheim ex art. 272.1 Sr door loco-burgemeester op de avond van de moordaanslag op Pim Fortuyn |
| BSC | Waarom willen gemeenten namen, titel, initialen, nevenfuncties leden en secretarissen bezwaarcommissie GEHEIM te houden? |
| GRI | Welke bijbaantjes (in BSC) worden door de raadsgriffiers en gemeentesecretarissen van gemeenten NIET opgegeven en waarom niet? |
| 107 | Waarom werd brief 031209 van Hop aan Raad onderschept? Neem college geen BESLUIT en wie zitten in werkgroep communicatie? |
“Beesten” in de jeugdzorg, door J. Hop lijsttrekker Groep Hop Ermelo.
Geld is macht! Geef jeugdzorg de controle over het geld en het maakt de jeugdzorg niet meer uit wie de wetten maakt!
Groep Hop doet mee met landelijke en gemeenteraadsverkiezingen in meer gemeenten in 2014.
Geld is macht! Geef jeugdzorg de controle over het geld en het maakt de jeugdzorg niet meer uit wie de wetten maakt!
Hoeveel kinderen worden jaarlijks ten onrechte uithuis geplaatst zodat jeugdzorg de geldstromen achter
die kinderen in handen kan krijgen met valse aanklachten tegen de ouders van die kinderen?
101
Geld is Macht! Geef mij de controle over de valuta van een natie en het maakt me niet meer uit wie de wetten maakt
288
Geld is Macht! Professor Daud: "De regentenstand speelt elkaar baantjes toe, parlement oefent nauwelijks controle uit
365
Geld is Macht! De grootste grondtransactie in Nederland! Wie verdienen hier veel geld aan en wie betalen hiervoor de rekening?
217
Geld is Macht! Koop niets op krediet! Maak geen schulden! Geef geen geld aan gesubsidieerde goede doelen!
379
Geld is Macht! 2006 CDA PR-commissie CDA eiste vooraf betaling met blanco cheque van Groep Hop t.b.v. CDA verkiezingsdebat
Geld is Macht! 2010 CDA PR-commissie CDA eiste vooraf betaling met blanco cheque betaling per gekozen raadslid van Groep Hop
t.b.v. CDA verkiezingsdebat. Antwoord Groep Hop: "We doen NIET mee aan jullie CDA verkiezingsdebat in 2006 en 2010!"
Stem NIET op CDA en VVD bij verkiezingen indien u deze CDA PR-praktijken schandalig vindt tegen VVD knip en plakwerk bent
P31
Woonruimte! Project 31 van Jan Hop sloeg in als een bom bij de ondernemers van Ermelo tijdens en na het verkiezingsdebat
177
Woonruimte! Na uithuisplaatsing worden kinderen opgeslagen in kamertjes van paar vierkante meter zonder raam (Cel 12)
585
Woonruimte! Om nieuwe kindertehuizen snel te vullen met de benodigde kinderen word toegeschreven naar de conclusie
424
Woonruimte! Het schetsen van een beeld is een door de overheid aangereikte onorthodoxe methode
400
Nadenken over voeding! Is voedsel opgewarmd in een magnetron gezond? Indien ja, waarom babymelk niet opwarmen in een magnetron?
544
Nadenken over voeding! Beslissing op "bedenkingen" Hop tegen nieuwe milieuvergunning voor witvleeskalveren
levert meer "bedenkingen" op
375
Nadenken over voeding! Welke familie(s) en bedrijven beheersen met hoeveel subsidies de markt rondom vleeskalveren in Nederland?
401
Nadenken over voeding! Waarom mogen boeren in Nederland geen gratis melk geven aan arme kinderen en moeten ze boetes betalen?
253
Nadenken over voeding! Is gentechnologie gevaarlijk voor kleine winkeliers/bakkers en boeren in arme landen die zelf hun voedsel verbouwen?
181
Nadenken over voeding! Ethische ondernemingen met smerige streken, denk eens na over "schone schijn" achter de PR?
047
Nadenken over voeding! Waarom deed de Raad voor de Kinderbescherming niets tegen giftig afval in houten speeltoestellen?
392
Nadenken over voeding! Wie controleren de media en de jeugdzorg met berichtgeving over ADHD? Hoeveel kinderen zijn proefkonijnen?
319
Nadenken over voeding! Waarom is het gebruik van medicatie voor ADHD onder Balkenende en Roevoet explosief gestegen?
Jan Hop
Nadenken over rechtspraak! Indicatiebesluit gedragsonderzoek kind bij OTS! Binnen 14 dagen naar
KIR
en als een SA-tje indienen
Jan Hop
Nadenken over rechtspraak! Vooraankondiging schriftelijke aanwijzing ontvangen? Analyseer dit SA-tje en dien zsm uw reactie in
Jan Hop
Nadenken over rechtspraak! Schriftelijke aanwijzing ontvangen? Binnen 14 dagen een verzoekschrift indienen bij de kinderrechter
Jan Hop
Nadenken over rechtspraak! Wob verzoeken indienen! Heeft u afschrift alle dossierstukken voordat u met jeugdzorg in gesprek gaat?
547
Wob Hoger beroep bij Raad van State GEGROND Nienhuis/Leenders met J. Hop
Ermelo tegen Stichting Bureaus Jeugdzorg Gelderland
NBG
Het verzet! Oefenen met Wob! Vraag nevenfuncties bestuurders gemeenten, leden commissies bezwaarschriften en stembureaus
380
Het verzet! Het is organen van de overheid niet toegestaan leiding te geven aan verboden gedragingen!
081
Het verzet! Modelklacht tegen politie bij weigering om uw aangifte op te nemen met een verzoek om rechtsbescherming bij de burgemeester
282
Het verzet! Henk Westbroek: "Systemen moet je altijd van binnenuit aanvallen.
Een kleine druppel voel je niet"
267
Het verzet! CDA Minister Donner: "Iedere kritiek afzonderlijk is NIET gevaarlijk"!
016 Het verzet! Jan Hop 1997-heden Zijn wapens het toetsenbord van zijn computer en zijn aansluiting op internet
Citaat: "De heer Hop was als voortrekker bezig het systeem lam te leggen. In eerste instantie werd in dit kader gebruik gemaakt van
hinderlijke, maar wel legale middelen als het
systematisch klagen en het systematisch om informatie vragen"
Bron Regel 21, 22 en 23 Pleitnotities jeugdzorg advocaat X met bijbaantjes bij
kerk en school
op de hoorzitting van het Hof van Discipline 150304.