CENSUUR EN ORGANISATIECRIMINALITEIT IN NEDERLAND ©

Informant advocatuur: Hop moet bloeden schrijft een christelijke advocaat met bijbaantjes in kerk en school aan zijn opdrachtgever jeugdzorg. Vanwege PR-redenen niet tot het uiterste gaan.........

Informant journalistiek: mw. Jeanne Dijkstra eindredacteur Ermelo Weekblad aan de Raad voor de Journalistiek: "Van alle kanten komen berichten dat Groep Hop moet worden doodgezwegen".

Informant Openbaar Ministerie: Bron Memo Openbaar Ministerie Landelijk CoŲrdinerend officier van justitie Bovenregionaal Recherche Overleg (BRO) Teamleider Maatwerkzaken  over Hop 11 juni 2012 Citaat: Complicerende factor in het verhaal is dat de heer Hop een politiek zeer actieve persoon is. Citaat:Het Gevoelige Zaken Overleg (GZO) is voorstander van een frontale opsporingsactie op Hop oftewel halen en (als spraakzame "Don Quichot") doen bekennen en vervolgen. Peter van Hagen aan mr. R. Tenge en D. van der Kolk.

Informant rechtspraak: Kinderrechter wil overleg met jeugdzorg -buiten de hoorzittingen om- hoe we op de verzoek- en verweerschriften met Hop als procesvertegenwoordiger gaan beslissen en informatie bij welke zaken Hop betrokken is.

Informant Parlement: Parlement 1e en 2e Kamer Met spoed klachtwetgeving tegen jeugdzorg uithollen om effectief klagen (met Hop) te onderdrukken.

 

Voorwoord met uitnodiging om na te denken over 20 jaar (christelijke) Staatsterreur tegen Hop

Lees verder

 

 

De norm. De Gelderse verhoormethode betreft een zaak waarin een slachtoffer door de politie wordt omgezet in een verdachte met als doel de "verdachte" linke trajecten van de gesubsidieerde hulpverlening in te sturen en een nieuwe aangifte uit te lokken om aan prestatiecontracten te kunnen voldoen.

 

Een falende overheid heeft steeds meer geld nodig en de politie functioneert daarbij als de moderne belastinginner en past "De Gelderse verhoormethode"  om zoveel mogelijk gratis kinderarbeid door minderjarigen te laten verrichten. In dit verhaal vind ik het niet relevant of de betrokken twee politieagenten wel of niet terecht hebben gehandeld. Het gaat mij nu meer om de "objectieve Gelderse verhoormethode" waarmee op 080703 (procedureel) geprobeerd werd een jongere naar LINK(e) projecten van Raad voor de Kinderbescherming en jeugdzorg te dirigeren.

Het gevaar bij de Gelderse verhoormethode is dat ook het omgekeerde kan gebeuren. Als de politie en Justitie er belang bij hebben een verdachte die bijvoorbeeld bij de overheid of Justitie zelf werkt of voor de overheid en Justitie (als getuige) gaat werken kan een verdachte omgezet worden naar slachtoffer of getuige en op die manier de strafrechtelijke dans ontspringen.

De truc. Als auteur van de website Censuur in Nederland ben ik zeer bekend geworden door mijn methode de trucs van de overheid en Justitie in gedachte om te draaien. Ik denk dan ook dat dit soort trucs continu worden uitgehaald bij de overheid en Justitie om (elite) werknemers van de overheid bijvoorbeeld werkzaam voor de jeugdzorg steeds opnieuw te kunnen beschermen tegen kritiek van buitenaf.

 

 

De aanleiding

Het betreft hier het ten onrechte achterhouden van geld en spulletjes van een jongere door een huiseigenaar. De huiseigenaar heeft geld van de jongere (geld dat dus niet van die huiseigenaar is) uitgegeven en kan dat geld niet aan die jongere teruggeven. Ook worden spulletjes van die jongere achtergehouden. Daarnaast heeft de jongere nog zes dagen teveel betaalde "huur" tegoed en ook dat wordt niet teruggegeven. De jongere verhuist op die dag krijgt NIET haar geld en NIET een deel van haar spulletjes en belt de politie voor "hulp". In het onderstaande verhaal krijgt u inzicht hoe de politie DE DIEF beschermd en de jongere repressief met hulp van "De Gelderse verhoormethode" LINK(e) projecten van de jeugdzorg en Raad voor de Kinderbescherming probeert in te werken. De jongere wilde alleen haar eigendommen terug hebben!

 

Een jongere (9) meldt zich (met de vader) op (080703) verzoek van een politieagente voor een klein zaakje op het bureau. De jongere heeft enige tijd daarvoor de hulp van de politie gevraagd om haar geld en spulletjes uit een woning te krijgen tijdens een verhuizing naar een andere woonplek. De eigenaar van die woning wilde/kon daaraan niet netjes aan meewerken en heeft vervolgens aangifte tegen de jongere gedaan omdat zij haar eigen geld en spulletjes wilde hebben. De jongere belde tijdens de verhuizing de politie op en verzocht om hulp hetgeen haar door een woordvoerder van de politie werd toegezegd.

"Hulp" van de politie voor een jongere in dit soort zaakjes gaat vanaf 080703 op de volgende manier:

De jongere meldt zich op het politiebureau op verzoek van een politieagente. De vader gaat onverwachts mee en observeert de politiemethode.

Twee (DGV1) politieagenten spreken met de jongere en haar vader.

Politie: "Die melding hulpvraag jongere inzake het verkrijgen van haar geld en spulletjes is mij niet bekend"

Vader: "Zou u daar dan niet eerst even achteraan gaan?"

Politie: "Nee, op dit moment is alleen het verhoor van de minderjarige als verdachte aan de orde"

Politie: "Ik verhoor de jongere op een "objectieve manier" (DGV 1-10)

Vader: "Nee dat is niet zo, de jongere heeft bij de politie om hulp gevraagd maar nu wilt u deze jongere als verdachte gaan horen en niet als slachtoffer" (DGV2)

Politie: "De vader mag NIET bij het verhoor van een jongere aanwezig zijn." (DGV3)

Politie: "Een raadsman mag NIET bij het verhoor van een jongere aanwezig zijn." (DGV4)

Politie: "Ik kan je zes uur vasthouden maar dat is in jouw geval niet de bedoeling" (DGV5)

Politie: "Ik kan je ook als je onderweg bent op laten pakken, als je nu geen verklaring wilt afleggen" (DGV6)

Politie: "Ik heb overlegd met Officier van Justitie Mr. Holland van het arrondissementsparket te Zutphen" "Hij zegt je bent NIET verplicht om op vragen te antwoorden. Niet antwoorden maakt echter een slechte indruk en heeft gevolgen voor je zaak. Je krijgt dan een dagvaarding en moet bij de rechter verschijnen." (DGV7)

Politie: "Je bent nu aangehouden, ik wil je horen zonder dat je vader daarbij aanwezig is. Ook sta ik als politie niet toe dat bij dit gesprek een raadsman aanwezig is." Ik wijs erop dat ik het niet laten bijstaan van de jongere door een raadsman NIET met de Officier van Justitie Mr. Holland heb besproken." De politie mag een raadsman bij het eerste verhoor altijd weigeren. (DGV8)

Politie tegen vader: "Heeft u daar bezwaar tegen" Nee. De jongere verdwijnt in een kamertje met de politieman. De vader blijft achter met de politievrouw. 

Vader tegen politievrouw: Mag ik nog even uw naam hebben? Vader krijgt haar naam. 

Vader supervriendelijk tegen politievrouw: Morgenvroeg ligt er een klachtzaak tegen u over uw handelwijze in deze zaak bij de burgemeester.

Agente tegen vader: "Het is "niet verstandig" om een klacht over deze bejegening in te dienen" (DGV9)

Vader: Ik wijs u op de internetsite www.burojeugdzorg.nl. Op deze site staan allerlei procedurele zaken. Het wordt interessant om daar te vermelden dat de jongere een raadsman meermalig wordt geweigerd. Het maakt niet meer uit hoe de zaak verder loopt. Procedureel is het volgens mij nu helemaal verkeerd gegaan.

Politie: Ik wijs er nog eens op dat ik het weigeren van een raadsman aan de jongere niet met Officier van Justitie Mr. Holland heb besproken.

Vader: Dus dan bent u voor het weigeren van een raadsman aan deze jongere verantwoordelijk!

De jongere zit vervolgens alleen tegenover de politie en legt nadat ze het bovenstaande te horen heeft gekregen een verklaring af. Na twee uur op het politiebureau houdt de vader het voor gezien en vertrekt uit het politiebureau. De jongere weigert inmiddels met de tweede politieambtenaar (agente) tijdens het "uithoren" te spreken. Zij vertrekt uit het kamertje. Zij weigerde immers de vader, dus de jongere weigerde haar. (De jongere past hier huis-tuin- en keukenlogica toe)  De politie brengt de jongere na het verhoor naar huis want vader wilde niet nog langer wachten.

Politie tegen vader: "Ik heb deze jongere aangemeld bij LINK! Weet u wat dat is? Zij bespreken deze (objectieve DGV1-10) zaak en dan krijgt u vanzelf wat te horen." (DGV10)

Vader: "Het zal wel iets met kinderbescherming en jeugdzorg zijn en daar wil ik in deze zaak niets meer mee te maken hebben."

De politieman vertrekt, hij maakte op de vader een betere en professioneler indruk dan de politievrouw. Zij kan volgens de vader als de agressor worden aangemerkt om de Gelderse Verhoormethode in deze zaak toe te passen.

 

 

Wat is nu de moraal en wat kunnen jongeren en hun ouders leren van deze gebeurtenis!

De gebruikte methode wordt met dit verslag aan de kaak gesteld. Een burger krijgt (pedagogisch) inzicht hoe de overheid werkt, hoe de politie een dief beschermd en het slachtoffer van die diefstal (de jongere) wordt met de Gelderse verhoormethode aangepakt om verdere hulpverlening via LINK(e), kinderbescherming en jeugdzorg te kunnen blijven verkopen. De jongere vroeg de politie tijdens een verhuizing om "hulp" om haar geld en spulletjes te krijgen, deze "hulp" werd haar ook toegezegd. Met "hulp" bedoeld de politie vanaf 080703 dus dat je als jongere niet als slachtoffer wordt aangemerkt maar als verdachte om vervolgens "gesubsidieerde hulpverlening" te kunnen blijven verkopen voor LINK(e), kinderbescherming en jeugdzorg. Als jongere zou ik dus eerst tien keer nadenken voordat ik (opnieuw) naar de politie zou stappen om de politie om "hulp" te vragen. "De slogan de politie is je beste vriend krijgt vanzelf een andere betekenis voor jongeren en ouders als zij met dit soort praktijken te maken krijgen. Als ouder zou ik er niet meer over nadenken om met een jongere mee te gaan naar een politiebureau om met toegezegde "politiehulp" een klein zaakje netjes op te lossen.

Het tweede "hulpaanbod" van de politie!
De jongere werd er tijdens het "uithoren" op gewezen dat zij ook aangifte kon doen tegen de dief die haar geld en spulletjes "achterhield". Natuurlijk wil de politie steeds meer "hulp" verkopen om aan de prestatiecontracten te kunnen voldoen. Ik hoopte dat de betrokken jongere van "het tweede hulpaanbod van de politie" geen gebruik maakte en daarmee kenbaar maakt meer (pedagogisch) inzicht te hebben gekregen in de methodes van de overheid om "allerlei dieven" te beschermen. Dat bleek het geval te zijn en de betrokken jongere heeft geen aangifte tegen de dief van haar spullen gedaan. De vader heeft geen klacht tegen de betrokken politieagente ingediend maar het zaakje gelijk op internet gepubliceerd. De politievrouw daar ook gelijk in het gesprek op gewezen. 

Een uitnodiging om na te denken! Ik hoop en verwacht (pedagogisch) dat jongeren en ouders onbetaalde kinderarbeid als sanctie van de overheid zullen gaan associŽren. Steeds meer burgers zullen gaan weigeren om "onbetaald (vrijwilligers) werk" te gaan doen of  te "subsidiŽren". Hoe LINK zullen dit soort zaakjes voor de politie en "zogenaamde kinderbeschermers" zijn?

 

Zaak gesloten! 

De betrokken jongere heeft, na deze publicatie van deze gebeurtenis op internet, bericht gekregen dat zij toch niet doorverwezen wordt naar een LINK project en dat de aangifte van de dief tegen haar is geseponeerd " wegens gebrek aan bewijs" .........

Deze zaak is bij Officier van Justitie Mr. Holland van het Arrondissementsparket Zutphen bekend.

Auteur "De Gelderse Verhoormethode" J.Hop

 

 

Documentatie: "Mag de politie gegevens verstrekken aan een Bureau Jeugdzorg?"


Samenvatting (22 februari 1999, 98.V.0929.01)

De politie treft soms kinderen aan in situaties die vragen om het inschakelen van hulpverlening. In het verleden verstrekte een politiekorps dan wel gegevens aan de Raad voor de Kinderbescherming. Binnen de regio is de intake voor de jeugdhulpverlening en jeugdbescherming nu gecentraliseerd bij een bureau Jeugdzorg. Vraag is of aan een bureau Jeugdzorg op dezelfde basis als aan de Raad voor de Kinderbescherming gegevens kunnen worden verstrekt.

De Registratiekamer:
De Wet politieregisters gaat uit van een gesloten verstrekkingenregime. Dat betekent dat in de Wet politieregisters (Wpolr) of het Besluit politieregisters (Bpolr) is voorgeschreven wie in welke gevallen welke gegevens uit een politieregister mag ontvangen. Gegevensverstrekking aan de Raad voor de Kinderbescherming is daarin geregeld, maar gegevensverstrekking aan een bureau Jeugdzorg niet. Die heeft dus geen -specifieke- wettelijke basis.

In incidentele gevallen zal de politie gegevens uit een politieregister mogen verstrekken op grond van artikel 30 Wpolr. Dat mag alleen als de uitvoering van de politietaak die verstrekking noodzakelijk maakt. De politietaak omvat ook het verlenen van hulp aan wie dat nodig heeft. Artikel 30 Wpolr is echter geen basis voor systematische informatie-uitwisseling en informatiestromen. Het is wel mogelijk om afspraken te maken over telkens terugkomende gevallen. Voorwaarde is dat de gegevensverstrekking per geval toelaatbaar is. In de afspraak moet duidelijk omschreven zijn welke situaties precies zijn bedoeld. Voor zover de verstrekking niet onder artikel 14, eerste lid sub s van de Bpolr of onder artikel 30 van de Wpolr valt, is incidentele verstrekking alleen mogelijk op grond van artikel 18, vijfde lid, Wpolr. Voor experimentele verstrekking aan een bureau Jeugdzorg zou de bijzondere toestemming van de minister van Justitie verkregen moeten worden.

Brief

Regiopolitie Gooi- en Vechtstreek, .'s-Gravenhage, 12 maart 1999
. Ons kenmerk 98.V.0953.01
. Onderwerp verstrekking aan Centraal Meldpunt en toegang tot CVS-JC

Geachte A,

In uw fax van . stelt u de Registratiekamer enkele vragen in verband met het Centraal Meldpunt te Hilversum. Deze betreffen de toelaatbaarheid van gegevensverstrekking door de politie aan het CMP, en de mogelijkheid om het CMP toegang te geven tot de gegevens die zijn opgenomen in het CVS-JC systeem. Voor de beantwoording van uw vraag is zowel het wettelijk kader op het punt van de gegevensverstrekking door de politie als het algemene kader van de WPR voor wat betreft de verstrekking van gegevens door publieke instellingen van belang.

Wettelijk kader
De toelaatbaarheid van de verstrekking van persoonsgegevens door de politie uit een politieregister dient te worden beoordeeld aan de hand van het bepaalde in de Wet politieregisters (Wpolr) en het daarop gebaseerde Besluit politieregisters, en het privacyreglement van het betreffende register.

Verstrekking vanuit een politieregister
Vooropgesteld zij dat, krachtens artikel 4 Wpolr, het aanleggen een politieregister slechts plaats vindt voor een bepaald doel en voor zover dit noodzakelijk is voor een goede uitvoering van de politietaak. Het bevat slechts persoonsgegevens die rechtmatig zijn verkregen en die noodzakelijk zijn voor het doel waarvoor het is aangelegd. Artikel 2 van de Politiewet noemt als taken het daadwerkelijk handhaven van de rechtsorde en het verlenen van hulp aan hen die deze behoeven. De Wet politieregisters gaat uit van een gesloten verstrekkingenregime, hetgeen inhoudt dat bij of krachtens de Wpolr limitatief aangegeven wordt aan wie in welke gevallen bepaalde gegevens verstrekt moeten of mogen worden. In artikel 1 Wpolr is 'verstrekken van gegevens uit een politieregister' gedefinieerd als: het bekend maken of ter beschikking stellen van persoonsgegevens, voor zover zulks geheel of grotendeels steunt op gegevens die in dat politieregister zijn opgenomen, of die door verwerking daarvan, al dan niet in verband met andere gegevens, zijn verkregen. Artikel 15 Wpolr bepaalt dat uit een politieregister op hun verzoek gegevens worden verstrekt aan leden van het openbaar ministerie, voor zover zij deze behoeven in verband met hun gezag en zeggenschap over de politie dan wel over andere personen of instanties die met de opsporing van strafbare feiten zijn belast. In het geval gegevens op grond van artikel 15 WPolr door het openbaar ministerie eerder verzocht en verkregen zijn van de politie is de bijzondere geheimhoudingsbepaling van artikel 30 Wpolr op die gegevens van toepassing. Artikel 16 Wpolr bepaalt dat uit een politieregister op hun verzoek antecedenten worden verstrekt, onder andere aan bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen reclasseringswerkers en ambtenaren van de kinderbescherming, voor zover zij deze behoeven voor de uitoefening van hun taak. Antecedenten zijn omschreven in artikel 2 Wpolr. Een verdere verstrekking aan de Raad voor de Kinderbescherming is voorzien in artikel 14, eerste lid sub s van het Besluit politieregisters (Bpolr). In artikel 18, vijfde lid Wpolr is bepaald dat de Minister van Justitie of van Binnenlandse Zaken in bijzondere gevallen toestemming of opdracht kan geven tot het verstrekken van daartoe omschreven gegevens uit een politieregister. Hij doet van de desbetreffende beschikking mededeling aan de Registratiekamer. Artikel 30 Wpolr bepaalt dat een ieder die krachtens de Wet politieregisters de beschikking gekregen heeft over persoonsgegevens deze alleen (verder) mag verstrekken indien een op de Wet politieregisters gebaseerd voorschrift mededeling toelaat, dan wel indien de uitvoering van de taak waarvoor de gegevens (eerder) zijn verstrekt c.q ontvangen, tot het ter kennis brengen daarvan noodzaakt.

Artikel 11 WPR geeft de hoofdregel voor de toelaatbaarheid van verstrekking van persoonsgegevens uit persoonsregistraties.
In aanvulling op de algemene regeling van artikel 11 WPR geeft artikel 18, derde lid, WPR voor de publieke en semi-publieke sector een bijzondere regeling voor het verstrekken van gegevens aan personen of instanties met een publiekrechtelijke taak. Op grond van artikel 18, derde lid, kunnen uit de persoonsregistraties van deze instanties desgevraagd persoonsgegevens worden verstrekt aan personen of instanties met een publiekrechtelijke taak, voor zover zij die gegevens behoeven voor de uitvoering van hun taak en de persoonlijke levenssfeer van de geregistreerden daardoor niet onevenredig wordt geschaad. Het gaat om een bevoegdheid; niet om een verplichting. De houder kan nadere voorwaarden of beperkingen stellen. Zo kan in een reglement worden bepaald dat verstrekking op grond van artikel 18, derde lid, WPR niet plaats zal vinden. Verstrekking op grond van artikel 18, derde lid, moet achterwege blijven voor zover uit hoofde van ambt, beroep of wettelijk voorschrift geheimhouding geboden is (artikel 11, derde lid, WPR).

Verstrekken op grond van artikel 18, derde lid, WPR is aan een aantal voorwaarden gebonden. Zo moet het initiatief genomen zijn door de informatie-vrager, moet de informatie-vrager een publiekrechtelijke taak hebben, en mogen slechts die gegevens verstrekt worden die nodig zijn voor de uitvoering van de desbetreffende publiekrechtelijke taak. Daarnaast moet beoordeeld moeten worden of de verstrekking geen onevenredige schade toebrengt aan de persoonlijke levenssfeer van de geregistreerde.

Bij de beoordeling of de persoonlijke levenssfeer van de geregistreerde niet onevenredig wordt geschaad, zijn een aantal factoren van belang. Zo spelen de aard van de gegevens een rol: naarmate deze gevoeliger zijn zal eerder van onevenredige schade sprake zijn. Daarnaast spelen de wijze waarop de gegevens verkregen zijn en de relatie tussen de taak van de houder en de taak ten behoeve waarvan de gegevens worden gevraagd een rol. Verder moet de verstrekking noodzakelijk zijn voor goede uitvoering van de taak van het vragende orgaan (proportionaliteit) en moeten er geen alternatieve methoden zijn om in de informatiebehoefte van de vragende instantie voldoen (subsidiariteit). Is er een andere methode voorhanden dan is er geen noodzaak om de gegevens te verstrekken.

Toepassing op de vraagstelling Gegevensverstrekking door de politie
Als uw vragen aan de hand van dit wettelijk kader worden beoordeeld, kan allereerst geconstateerd worden dat noch artikel 16 Wpolr, noch artikel 14 lid 1 sub s Bpolr een basis bieden voor de in uw brief geschetste verstrekking van gegevens aan het CMP. Uit uw brief is niet op te maken hoe de Raad voor de Kinderbescherming in het CMP participeert. Aangenomen kan worden dat hierover bepaalde afspraken zijn gemaakt. Bepaalde wettelijke taken van de Raad voor de Kinderbescherming zullen immers slechts door de Raad als zodanig kunnen worden uitgeoefend. Wellicht is in dergelijke afspraken ook een basis te vinden voor een constructie waarin de gegevensverstrekking door de politie toch plaats vindt aan de Raad voor de Kinderbescherming, en wel aan die ambtenaren die participeren in het CMP.

Als het bij de gegevensverstrekking gaat om verstrekking in incidentele gevallen, waarbij in het concrete geval steeds een afweging wordt gemaakt of de uitvoering van de politietaak tot die verstrekking noodzaakt, zou artikel 30 Wpolr daarvoor wellicht een grondslag kunnen bieden. Incidenteel kan de politie aan niet in de Wpolr of Bpolr genoemde ontvangers politiŽle gegevens verstrekken op grond van artikel 30 Wpolr. Dit artikel is bedoeld voor verstrekkingen in bijzondere gevallen, maar niet als basis voor systematische informatie-uitwisseling en informatiestromen. Wel is onder omstandigheden verstrekking in zich herhaaldelijk voordoende en met elkaar vergelijkbare gevallen toegestaan. Voldaan dient daarbij te zijn aan de voorwaarde dat de verstrekking primair noodzakelijk is ter uitvoering van de politietaak als bedoeld in artikel 2 van de Politiewet 1993: de justitiŽle- en de openbare orde taken van de politie, alsmede de hulpverleningstaak. De verstrekking zal moeten voldoen aan de eisen van proportionaliteit en subsidiariteit. Het moet gaan om verstrekkingen die in individuele gevallen op grond van artikel 30 toelaatbaar zouden zijn, maar waarbij de omstandigheden die tot de verstrekking leiden zich (tijdelijk) niet of nauwelijks lenen voor een regeling in wet of besluit. Een en ander zo dat gelijke gevallen ook gelijk behandeld worden. Daartoe zullen ten minste de gevallen waarin verstrekking plaats kan vinden voldoende nauwkeurig omschreven moeten worden.

Voor zover de verstrekking niet wordt bestreken door artikel 14, eerste lid sub s, Bpolr, of door artikel 30 Wpolr is die verstrekking slechts mogelijk op grond van artikel 18, vijfde lid, Wpolr. Voor het bij wijze van experiment verstrekken van gegevens aan een bureau Jeugdzorg zou de bijzondere toestemming van de Minister van Justitie verkregen moeten worden.

Toegang tot het CVS-JC
De gegevens die zijn opgenomen in het CVS-JC zijn deels afkomstig uit politieregisters, deels uit persoonsregistraties van de Raad voor de Kinderbescherming en het Openbaar Ministerie. De opzet van het systeem is zodanig dat de kennisneming van gegevens die afkomstig zijn van de politie door de beide andere deelnemers, beide afnemer krachtens de Wpolr of daarop berustende besluiten, kan voldoen aan de eisen die het verstrekkingenregime daaraan stelt. Deze opzet is uitgewerkt in het privacyreglement van het CVS-JC waarvan u een kopie hierbij aantreft. Inkijk in het systeem door anderen dan de genoemde organisaties is op grond van het reglement niet mogelijk.

Gegevensverstrekking door de Raad voor de Kinderbescherming en het Openbaar Ministerie dient te voldoen aan de eisen die artikel 18, derde lid, WPR stelt. Ook dient daarbij de geheimhoudingsplicht ingevolge artikel 30 Wpolr te worden betrokken. Een gegevensverstrekking die noodzakelijk is voor verdere hulpverlening aan een jongere, en plaats vindt met toestemming van de jongere, zal in beginsel aan die eisen voldoen.

Tenslotte nog het volgende
De verdergaande ontwikkeling van regionale bureaus Jeugdzorg zal mogelijk gevolgen hebben voor het gesloten verstrekkingenregime van de Wpolr en daarop berustende regelgeving als het gaat om informatieverstrekking over minderjarigen aan instellingen voor jeugdhulpverlening en jeugdbescherming. Mede naar aanleiding van uw brief zal de Registratiekamer deze problematiek dan ook aan de orde stellen bij de Directie wetgeving van het Ministerie van Justitie.

Ik vertrouw u hiermee voldoende te hebben geÔnformeerd.

Bron: onbekend.

 

 

 
Van harte gefeliciteerd "overheidsambtenaren" van de Raad voor de Kinderbescherming en "rechtbank Zutphen" met het behaalde resultaat verkregen met "gefabriceerd bewijs" en "succesvolle tegenwerking". Een rechterlijke beschikking "geen omgang meer tussen vader en zijn drie kinderen"

1995-2016. En weet je wat "SO BE IT!"


3 De norm! De zes wetten van Hop, uitgangspunt voor burgers in iedere procedure tegen "overheidsambtenaren"
1 Hop bijt flink terug met satire op internet naar kinderrechter en RvdK in de zaak Hop
16 SOGM publicatie over Hop. "Mede door Hop werd internetsite soort rebellenclub"
177 President rechtbank Zutphen: "Lachwekkend om de vertegenwoordiger RvdK telkens de zaal te doen verlaten en bij de volgende zaak weer te zien terugkeren
81 Hop bijt terug: Klop Klop werd gepresenteerd op een landelijke bijeenkomst Stichting Dwaze Vaders
547 Hop bijt terug: "Het was lachwekkend te lezen dat Meesje maatregelen eiste tegen Hop na publicatie Klop Klop!"
17 Kamerlid Hendriks: Hop ga zo door! Oorkonde voor Kamerlid Hendriks voor open democratie
184 Het complot! Kinderrechter ook President Soroptemistenclub om belangen van vrouwen te bevorderen
Hop bijt terug: Bijbanenregisters rechters van Hop op internet sloeg in als een bom! Kinderrechters op hun congres verbijsterd achterlatend..... (A) (B) (C) (D) (E) (F) (G) (H) (I) (J) (K) (L) (M) (N) (O) (P) (Q) (R) (S) (T) (U) (V) (W) (Y) (Z)
327 Hop bij terug:Lachwekkend President Mr. J.J. van Oostveen: "na inzage in ons bijbanenregister is het recht van Hop om kritiek te geven uitgewerkt"
143 Het complot! Voorgedrukte griffieformulieren Voogdij: De moeder
302 Het complot! Referteverklaring rechtbank Zwolle alweer representatief voorbeeld partijdigheid voor de moeder
363 Het complot! Arnhemse rechter namens Rijksmuseum Amsterdam: "Moeders zijn beter geschikt dan vaders om leuke dingen met hun kinderen te doen"
8 Het complot! Griffier kinderrechter is dezelfde persoon als secretaris klachtencommissie RvdK
12 Het complot! RvdK en KIR overleggen over Hop voor, na en tijdens schorsing hoorzitting kinderrechter
142 Het complot! Gebruik voornamen kinderrechter en RvdK medewerker bij rechtbank Utrecht voortaan taboe
14 Resultaat: RvdK maakt einde aan (geheim) overleg voor, na, en tijdens schorsing hoorzitting rechter
83 Resultaat: Landelijk directeur RvdK Hooymans schrijft brief aan de gerechten mbt belangenverstrengeling
13 Het complot! Vereniging rechters ASZM probeert onderzoek Hop tegen te werken
148 Het complot! RvdK: Indienen klachten tegen RvdK werkt contraproductief mbt gevraagde omgangsregeling
106 Het complot! Kinderrechter weigert vader meermalig inzage dossier bij de rechtbank
112 Het complot! Een vader heeft geen recht op inzage dossier van zijn kinderen bij de politie
289 Het complot! Gelderse Verhoormethode! Een vader mag minderjarige niet bijstaan bij verhoor door politie
9 Het complot! RvdK/Kinderrechter weigert (verplichte) waarheidsvinding na "RvdK verzonnen verhalen" in de zaak Hop
10 Het complot! Hoe schrijft de raadsmedewerker het raadsrapport? Gegevens verzwijgen, toeschrijven naar conclusie!
11 Het complot! Competentieprofiel praktijkleider: Als raadsrapport niet deugt gaan we toch lekker door!
93 Het complot! RvdK laat belang moeder zwaarder wegen dan belang vader
136 Het complot! RvdK: Omgangsregeling afwijzen omdat omgang niet met een rechterlijke beschikking kan worden afgedwongen
139 Het complot! Vraag Hop in Justitiekrant: "Is het gewenst dat de Raad zelf onderzoek mag verrichten als belanghebbende bij de uitslag"
445 Resultaat: Analyse klachtafhandeling kinderbescherming 2000 citaat:"Dhr Hop vanwege groot aantal apart vermeld"
18 Het complot! Klacht Hop tegen Staat der Nederlanden mbt 8 EVRM niet-ontvankelijk bij Europese commissie
19 Het complot! Klacht Hop tegen Staat der Nederlanden mbt 6 EVRM niet-ontvankelijk bij Europese commissie
337 Het complot! PvdA Kamervoorzitter Deetman bleef Kamerlid Hendriks in kwaad daglicht plaatsen
459 - 218 Het complot! Denk eens na over geschiedenis (gefiscaliseerde) omroepbijdrage en censuur gesubsidieerde media
137 Stiekem overleg (overheid) over Hop in een achterkamertje van de Vereniging Directeuren Gezinsvoogdij-instellingen.
80 Twintig jaar later er is nog niets veranderd! Hop krijgt Openbaar Ministerie Gevoelige Zaken Overleg MEMO'S OVER HOP te pakken.
574 De eerste kinderrechter springt voor de trein na het wederom naaien van Hop met "gefabriceerd bewijs" en "succesvolle tegenwerking"

Citaat raadsrapport in de zaak: De vader (Hop) wil dat de uitspraak van de rechter inzake de omgangsregeling wordt uitgevoerd.

TEGEN

Raad voor de Kinderbescherming: "Een omgang tussen vader en kinderen, kan niet op deze wijze (met een beschikking van de kinderrechter) worden afgedwongen".

Beschikking kinderrechter/President Soroptemistenclub R.A.J. Mees: Geen omgang meer tussen vader en zijn kinderen.

1995-2016. En weet je wat "SO BE IT!"

top
Gefabriceerd bewijs en succesvolle tegenwerking Hop I
Gefabriceerd bewijs en succesvolle tegenwerking Hop II
Gefabriceerd bewijs en succesvolle tegenwerking Hop III
Gefabriceerd bewijs en succesvolle tegenwerking Hop IV
Stem wijzer! Stem Groep Hop ©
Referenties J. Hop
Activiteiten