| "Hoe heeft het Openbaar Ministerie haar juridische kooi door gebrek aan controle kunnen verlaten?" Mr. H.P. Wooldrik Hoofdofficier van Justitie arrondissementsparket Haarlem: "Eigenlijk zijn wij toch een volk van dominees en regenten. Van boven ons gesteld gezag en daar hoort ook de rechtspraak bij. De volksrechtbank met jury drukten wij meteen de kop in, terwijl de Duitsers, Belgen, Fransen en Engelsen er allemaal iets van hebben. De rechtspraak laat je niet over aan het gewone volk, vindt men, daar heb je autoriteiten voor." Bron: Groene Amsterdammer. |
Project BEZWAAR tegen Plan van Aanpak
Project BEZWAAR tegen HVP zorgverlener
Complot tegen rechtstaat I. Hop vraagt op 27 januari 1998: "Is er een complot Openbaar Ministerie tegen de democratische rechtsstaat?"
Complot tegen de rechtstaat II. Zijn de ouders van A. in het kader van een "jeugdzorg DOOFPOTOPERATIE" in een ONDERONSJE op
19 oktober 2009 met kinderrechter BARRAU al uit het gezag gezet voordat het Ministerie van Justitie Raad voor de Kinderbescherming op 20 oktober 2009 een verzoekschrift ging indienen? Het antwoord is JA!De norm! Betere rechters in Nederland kenmerken zich door waarheidsvinding en niet als een PAPEGAAI de jeugdzorg NAPRATEN!
AANDACHTSVESTIGING!
Aan ALLE burgemeesters, gemeentesecretarissen, raadsgriffiers en ambtenaren
gemeente of provincie in Nederland
Aan ALLE rechters in Nederland
Aan ALLE pleegouders
in Nederland
Aan ALLE medewerkers van scholen in Nederland
Aan ALLE medewerkers van ziekenhuizen in Nederland
Aan ALLE gedragsdeskundigen en psychologen in Nederland
Aan ALLE medewerkers van verzekeringsmaatschappijen in Nederland
Aan ALLE medewerkers van kindertehuizen, kindergevangenissen of andere
instellingen actief in de jeugdzorg
Aan ALLE politie agenten en hun leidinggevenden in Nederland
COMPETENTIE! Indien u personen
tegen komt bij OTS of VOTS die zich ten onrechte uitgeven voor de VOOGD wordt u
vriendelijk verzocht deze persoon GELIJK AAN TE HOUDEN en over te dragen aan het
BEVOEGD GEZAG voor een WAARHEIDSVINDING ONDERZOEK. Indien deze persoon zich
inderdaad ten onrechte heeft uitgegeven voor een VOOGD bij OTS of VOTS aangifte
tegen deze persoon te doen wegens "het vervullen van een beroep in valse
hoedanigheid" met het verzoek aan het BEVOEGD GEZAG deze persoon onverwijld
een BEROEPSVERBOD op te leggen om ooit nog met kinderen te werken om jeugdzorg
voor kinderen en hun OUDERS BELAST MET HET GEZAG VEILIGER te maken! (575)
(581) (101)
(124) (232)
Let op! In geval van beroepen ex artikel 5 lid 5 Wjz dient de Landelijke Procesregeling Bestuursrecht als leidraad.
Procesreglementen Familierecht Rechtbanken
In werking getreden op 1 april 2006
PROCESREGLEMENT CIVIEL JEUGDRECHT
1
Procesreglementen Familierecht Rechtbanken
CIVIEL JEUGDRECHT
In werking getreden op 1 april 2006
Deze procesreglementen zijn vastgesteld door de landelijke vergadering van voorzitters van de familie- en jeugdrechtsectoren en -units van de rechtbanken in Nederland. De meest recente versies zijn te raadplegen op www.rechtspraak.nl.
© LOV-F 6e druk (maart 2006)
Samenstelling en redactie:LOV-F
PROCESREGLEMENT CIVIEL JEUGDRECHT
2
Procesreglement Civiel Jeugdrecht
1. Algemeen
1.1. Dit reglement is van toepassing op de in de bijlage A genoemde verzoeken.
1.2. Van alle berichten aan de rechtbank, niet zijnde verzoekschriften, dient door de Raad voor de Kinderbescherming, het bureau jeugdzorg en de procureur c.q. procesvertegenwoordiger tegelijkertijd en met gebruikmaking van dezelfde wijze van verzending een afschrift aan de wederpartij en eventuele andere belanghebbenden te worden gezonden. Uit het bericht moet blijken dat hieraan is voldaan.
1.2.1. Op al deze berichten dient het zaaknummer en/of rekestnummer te worden vermeld.
1.3. Een werkdag is niet een zaterdag, zondag of algemeen erkende feestdag of een daarmee gelijkgestelde dag (Algemene Termijnenwet).
1.4. Gelet op het bepaalde in artikel 1:326 BW dient voor ouder ook voogd te worden gelezen.
1.5. Bescheiden die in een vreemde taal zijn gesteld, moeten zijn voorzien van een beëdigde vertaling in de Nederlandse taal, tenzij het eenvoudig leesbare stukken betreft, zoals de geboorteakte, gesteld in de Engelse, Franse of Duitse taal.
1.6. In dit reglement wordt de stichting als bedoeld in artikel 1 onder f Wjz aangeduid als bureau jeugdzorg.
1.7. Onder bureau jeugdzorg kan in een voorkomend geval ook Stichting Nidos worden verstaan.
1.8. Bij iedere beslissing naar aanleiding van dit reglement vormt het belang van het kind de eerste overweging
PROCESREGLEMENT CIVIEL JEUGDRECHT
3
2. Indiening verzoekschrift
(zie ook de artikelen 5, 265, 278, 279, 281 Rv.)
2.1. Voor de wijze waarop de verschillende verzoeken kunnen worden ingediend wordt verwezen naar de bijlage.
2.2. Iedere werkdag kan een verzoekschrift met bijlagen ter griffie worden ingediend. Per belanghebbende dienen twee kopieën van het verzoekschrift met bijlagen te worden bijgevoegd. Zijn belanghebbenden woonachtig op eenzelfde adres dan tellen zij voor het aantal bij te voegen kopieën als één belanghebbende, met dien verstande dat een minderjarige van 12 jaar of ouder steeds een eigen kopie van het verzoekschrift zonder bijlagen krijgt toegestuurd.
2.3. Het verzoekschrift vermeldt de voornamen, naam en woonplaats, dan wel – bij gebreke van een woonplaats in Nederland – de werkelijke verblijfplaats, met volledige adresgegevens van de verzoeker en van alle belanghebbenden, de gewone verblijfplaats van de minderjarige, alsmede een duidelijke omschrijving van het verzoek en de gronden waarop het berust ( zie in dit verband ook het te overleggen bijzonderhedenformulier, bijlage B).
Als belanghebbenden gelden in elk geval:
- de ouder(s) met gezag belast;
- de ouder(s) zonder gezag (moeder, vader in de zin van de wet, artikel 1:199 BW) tenzij er geen sprake meer is van family life;
- de stiefouder in de zin van de wet, artikel 1:395 BW, zolang deze met de verzorgende ouder samenleeft, en de minderjarige tot zijn gezin behoort;
- de biologische vader (die niet tevens één van bovengenoemde ouders is) indien er sprake is van family life met de minderjarige (als een biologische vader bekend is, dient de kinderrechter in alle gevallen te worden geïnformeerd over zijn bestaan);
- de minderjarige van 12 jaar en ouder;
- de perspectief biedende pleegouder of de pleegouder die de minderjarige een jaar of langer verzorgt en opvoedt.
Indien verzoeker van mening is dat een hiervoor vermelde belanghebbende in casu geen belanghebbende is, dan wel van mening is dat er andere belanghebbenden zijn dan hiervoor vermeld, dient hij dat, indien mogelijk gemotiveerd en met stukken onderbouwd, te vermelden.
Zie ook artikel 5.5.
a. het reguliere verzoek
2.4.1. Verzoek tot ondertoezichtstelling
Bij de indiening van het verzoekschrift tot ondertoezichtstelling (artikel 1:254 BW) moeten de volgende bescheiden worden overgelegd:
- een GBA-uittreksel van alle belanghebbenden; gedateerd, gewaarmerkt en niet ouder dan drie maanden; dan wel indien de ouder(s) niet meer ingeschreven staat/staan een uittreksel uit het GBA van de laatst bekende woonplaats;
- een afschrift van de geboorteakte van de betrokken minderjarige en een uittreksel uit het gezagsregister;
- na overlijden gezaghebbende ouder: een uittreksel uit het overlijdensregister.
2.4.2. Verzoek tot voorlopige ondertoezichtstelling
Een verzoek tot voorlopige ondertoezichtstelling (artikel 1:255 BW) dient schriftelijk te worden ingediend. Deze voorlopige maatregel kan slechts worden verzocht als tevens een verzoek tot
PROCESREGLEMENT CIVIEL JEUGDRECHT
4
ondertoezichtstelling wordt gedaan. Slechts in zeer spoedeisende gevallen kan het verzoek mondeling worden gedaan, waarna het verzoek onverwijld schriftelijk wordt bevestigd.
2.4.3. Verzoek tot ondertoezichtstelling gecombineerd met een verzoek tot een machtiging uithuisplaatsing
Bij de indiening van een gecombineerd verzoek tot ondertoezichtstelling (artikel 1:254 BW) en tot een machtiging tot uithuisplaatsing (artikel 1:261 BW) moeten bij het verzoekschrift de volgende bescheiden worden overgelegd:
- een GBA-uittreksel van alle belanghebbenden; gedateerd, gewaarmerkt en niet ouder dan drie maanden; dan wel indien de ouder(s) niet meer ingeschreven staat/staan een uittreksel uit het GBA van de laatst bekende woonplaats;
- een afschrift van de geboorteakte van de betrokken minderjarige en een uittreksel uit het gezagsregister;
- na overlijden gezaghebbende ouder: een uittreksel uit het overlijdensregister;
- het indicatiebesluit voor zover wettelijk vereist (artikel 6 lid 1 Wjz).
2.4.4. Verzoek tot een machtiging uithuisplaatsing
Bij de indiening van een afzonderlijk verzoek tot een machtiging tot uithuisplaatsing (artikel 1:261 BW), moeten bij het verzoekschrift de volgende bescheiden worden overgelegd:
- een overzicht van de adresgegevens van alle belanghebbenden, zo mogelijk ondersteund met een GBA-uittreksel, gedateerd,
- gewaarmerkt en niet ouder dan drie maanden;
- het indicatiebesluit voor zover wettelijk vereist (artikel 6 lid 1 Wjz);
- een afschrift van de beschikking tot ondertoezichtstelling;
- een plan van aanpak;
- een verslag van het verloop van de ondertoezichtstelling.
2.4.5. Verzoek tot verlenging van de ondertoezichtstelling
Bij de indiening van het verzoekschrift tot verlenging van de ondertoezichtstelling (artikel 1:256 BW) moeten de volgende bescheiden worden overgelegd:
- een overzicht van de adresgegevens van alle belanghebbenden, zo mogelijk ondersteund met een GBA-uittreksel, gedateerd, gewaarmerkt en niet ouder dan drie maanden;
- een afschrift van de beschikking waarvan verlenging wordt verzocht;
- een plan van aanpak;
- een verslag van het verloop van de ondertoezichtstelling.
a) Een verlengingsverzoek wordt uiterlijk tijdens de achtste week voor het einde van de geldigheidsduur van de lopende ondertoezichtstelling ingediend.
b) Een verlengingsverzoek ingediend na afloop van de geldigheidsduur van de lopende ondertoezichtstelling is niet-ontvankelijk.
2.4.6. Verzoek tot verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing
Bij de indiening van het verzoek tot verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing (artikel 1:262 BW) moeten bij het verzoekschrift de volgende bescheiden worden overgelegd:
- een overzicht van de adresgegevens van alle belanghebbenden, zo mogelijk ondersteund met
een GBA-uittreksel, gedateerd, gewaarmerkt en niet ouder dan drie maanden;
- een afschrift van de beschikking waarvan verlenging wordt verzocht;
- een afschrift van de beschikking tot ondertoezichtstelling;
- een plan van aanpak;
- een verslag van het verloop van de ondertoezichtstelling;
- het indicatiebesluit voor zover wettelijk vereist (artikel 6 lid 1 Wjz).
PROCESREGLEMENT CIVIEL JEUGDRECHT
5
a) Een verlengingsverzoek wordt uiterlijk tijdens de achtste week voor het einde van de geldigheidsduur van de lopende machtiging tot uithuisplaatsing ingediend.
b) Een verlengingsverzoek ingediend na afloop van de geldigheidsduur van de machtiging tot uithuisplaatsing is niet-ontvankelijk.
2.4.7. Bij verzoeken van belanghebbende natuurlijke personen ex artikelen 1:259, 1:260, 1:263 lid 4,
1:263a lid 2, 1:263b lid 2 BW wordt de beslissing van het bureau jeugdzorg overgelegd.
2.5. Zodra het verzoekschrift is ontvangen, wordt het ingeschreven. Tevens wordt een ontvangstbevestiging met vermelding van het zaaknummer aan de procureur c.q. procesvertegenwoordiger of verzoeker gestuurd.
Wanneer bij indiening van het verzoekschrift niet alle over te leggen bescheiden ter griffie zijn binnengekomen, wordt dit bij voormelde ontvangstbevestiging tevens aangegeven. De ontbrekende gegevens moeten uiterlijk binnen twee weken na dagtekening ontvangstbevestiging worden overgelegd.
2.6. De rechtbank verzendt gelijktijdig met de ontvangstbevestiging als bedoeld in 2.5 een afschrift van het verzoekschrift aan de procureur c.q. procesvertegenwoordiger van de belanghebbende(n) en belanghebbenden. Het afschrift van het verzoekschrift wordt, ingeval geen procureur voor belanghebbende gesteld is, door de griffie aangetekend aan die belanghebbende verzonden.
De rechtbank kan daarbij dag en uur bepalen waarop de behandeling plaatsvindt. In dat geval vindt de verzending van het verzoek met de oproep plaats overeenkomstig het bepaalde in 5.1.3. Ingeval de verzending van het verzoek wordt gecombineerd met het sturen van een meldbrief als bedoeld onder 6, vindt de verzending plaats overeenkomstig het bepaalde onder 6.
b. het spoedeisende verzoek
(zie de artikelen 800 lid 3 en 809 lid 3 Rv.)
2.7. Een beschikking tot voorlopige ondertoezichtstelling (artikel 1:255 BW), tot machtiging uithuisplaatsing,
alsmede tot voorlopige voogdij (artikelen 1:241 en 1:272 BW) kan aanstonds
worden afgegeven, indien de behandeling ter zitting niet kan worden afgewacht zonder onmiddellijk
en ernstig gevaar voor de minderjarige. Bedoelde verzoeken dienen binnen de openingstijden
van de griffie schriftelijk te worden ingediend. Slechts in zeer spoedeisende gevallen kan
hiervan worden afgeweken en kan het verzoek mondeling worden gedaan, waarna het verzoek
onverwijld schriftelijk wordt bevestigd.
2.8. Buiten de openingstijden van de griffie kunnen spoedeisende verzoeken worden gericht aan een
door de rechtbank bekend gemaakte piketdienst. Het verzoek kan dan telefonisch worden gedaan
en wordt mondeling toe- dan wel afgewezen. Het verzoek dient, indien toegewezen, op de
eerstvolgende werkdag onverwijld schriftelijk te worden bevestigd.
2.9. Een machtiging tot spoeduithuisplaatsing wordt voor de duur van maximaal vier weken toegewezen.
Binnen twee weken zal de zaak op zitting worden behandeld en worden alle belanghebbenden
in de gelegenheid gesteld om te worden gehoord. De bij het verzoekschrift behorende bescheiden dienen zo spoedig mogelijk te worden overgelegd, uiterlijk tijdens de behandeling
ter zitting.
PROCESREGLEMENT CIVIEL JEUGDRECHT
6
c. het beroep
(ex artikel 5 lid 5 Wjz)
In geval van beroepen ex artikel 5 lid 5 Wjz dient de Landelijke Procesregeling Bestuursrecht als leidraad.
PROCESREGLEMENT CIVIEL JEUGDRECHT
7
3. Verweerschrift
(zie ook artikel 282 Rv.)
Iedere belanghebbende kan tot de aanvang van de behandeling ter zitting of – indien toegestaan door de kinderrechter – in de loop van de behandeling een verweerschrift indienen. Het aantal kopieën van het verweerschrift met bijlagen moet gelijk zijn aan het aantal belanghebbenden en de eventuele advoca(a)t(en).
Het verweerschrift kan een zelfstandig verzoek bevatten. De hiervoor onder artikel 2.2, 2.4.1, 2.4.3, 2.4.4 en 2.4.5 opgenomen bepalingen betreffende het verzoekschrift zijn van overeenkomstige toepassing op het zelfstandig verzoek in het verweerschrift, voor zover deze bescheiden niet reeds zijn overgelegd.
Ook indien wordt afgezien van het indienen van een verweerschrift kan ter zitting mondeling verweer worden gevoerd.
PROCESREGLEMENT CIVIEL JEUGDRECHT
8
4. Verweerschrift op zelfstandig verzoek
(zie ook artikel 282 lid 4 Rv.)
De kinderrechter kan aan de verzoeker en aan de overige belanghebbenden gelegenheid geven tegen een zelfstandig verzoek een verweerschrift in te dienen. De hiervoor onder artikel 3 opgenomen bepalingen betreffende het verweerschrift gelden ook voor het verweerschrift op zelfstandig verzoek. Het verweerschrift mag uitsluitend betrekking hebben op het (de) zelfstandig verzoek(en).
PROCESREGLEMENT CIVIEL JEUGDRECHT
9
5. Behandeling ter zitting
(zie ook artikelen 279, 283 en 803 Rv.)
5.1. Bij het bepalen van de zittingsdatum wordt uitgegaan van een oproepingstermijn van 2 tot 4 weken voorafgaand aan de datum van de zitting.
5.1.1. Bij het bepalen van een zittingsdatum voor eerste verzoeken zal de oproeping op een zo kort mogelijke termijn worden bepaald.
5.1.2. De zittingsdatum zal worden vastgesteld zonder vooraf aan belanghebbenden verhinderdata op te vragen.
5.1.3. De oproeping wordt aangetekend met ontvangstbevestiging en per gewone post verzonden aan verzoeker(s) en belanghebbende(n) voor wie zich geen procureur heeft gesteld. Verzoeker(s) en belanghebbende(n) voor wie zich een procureur heeft gesteld worden via hun procureur opgeroepen per gewone of interne post.
De Raad voor de Kinderbescherming, het bureau jeugdzorg en de officier van justitie worden opgeroepen per gewone of interne post.
5.2. Indien (één van) de belanghebbende(n) de Nederlandse taal niet machtig is/zijn, dient de verzoekende
partij zorg te dragen voor een tolk ter zitting en eventuele vervolgzitting(en).
5.3. Indien een belanghebbende is gedetineerd en deze de zitting wenst bij te wonen, dient de plaats
van de detentie te worden vermeld. Het transport wordt door de rechtbank geregeld.
5.4. Indien ter zitting om inhoudelijke redenen is besloten de verdere behandeling aan te houden,
wordt van het verhandelde ter zitting een proces-verbaal of een tussenbeschikking (op)gemaakt.
De behandeling wordt aangehouden tot een bepaalde nadere datum.
5.5. Is het inleidende verzoekschrift afkomstig van de Raad voor de Kinderbescherming dan wordt
het bureau jeugdzorg niet als belanghebbende aangemerkt. In dat geval is het bureau jeugdzorg
slechts op uitnodiging van de kinderrechter bij de behandeling van het verzoek aanwezig.
5.6. Indien tijdens de behandeling ter zitting wordt geconstateerd dat nog nadere informatie nodig is
kan de kinderrechter:
- ofwel een termijn bepalen waarbinnen de informatie moet worden verschaft en zonodig een
termijn voor de wederpartij om op de verschafte informatie te reageren;
- ofwel een nieuwe dag bepalen voor voortzetting van de behandeling ter zitting met daarbij
een termijn waarbinnen de informatie moet worden verschaft en zonodig een termijn voor de
wederpartij om op de verschafte informatie te reageren.
5.7 Een ter zitting gedaan verzoek tot wijziging/aanvulling van het schriftelijk verzoek kan in de
beoordeling worden betrokken indien alle belanghebbenden ter zitting aanwezig zijn en in de
gelegenheid zijn gesteld hun mening daarover kenbaar te maken.
5.8 Uiterlijk twee weken voor de in 5.4 bedoelde nadere datum dienen partijen en/of de Raad voor
de Kinderbescherming aan te geven of voortgezette behandeling dient plaats te vinden of dat de
zaak op de stukken kan worden afgedaan.
PROCESREGLEMENT CIVIEL JEUGDRECHT
10
6. Afdoen buiten zitting
6.1 Op een door het bureau jeugdzorg ingediend verlengingsverzoek (van een ondertoezichtstelling
en/of een uithuisplaatsing), zal de rechtbank aan verzoeker en belanghebbende(n) de vraag
voorleggen of door hen behandeling ter zitting wordt gewenst en, zo ja, dat binnen 14 dagen na
ontvangst van het verzoekschrift schriftelijk dan wel mondeling aan de rechtbank kenbaar te
maken. De brief waarin deze vraag wordt voorgelegd (meldbrief) wordt aan belanghebbende(n)
aangetekend met ontvangstbevestiging en per gewone post verzonden. Ingeval zich voor belanghebbende(
n) een procureur heeft gesteld, wordt de meldbrief per gewone of interne post aan
de procureur verzonden. Indien iedere reactie uitblijft, zal behandeling ter zitting achterwege
blijven en wordt het verzoek op de stukken afgedaan, tenzij de kinderrechter termen aanwezig
acht toch een behandeling ter zitting te gelasten.
Het vorenstaande geldt niet voor verzoeken tot verlenging van een machtiging tot uithuisplaatsing
in een justitiële jeugdinrichting.
PROCESREGLEMENT CIVIEL JEUGDRECHT
11
7. Horen van minderjarigen
(zie ook artikel 809 Rv.)
7.1 In zaken, waarin minderjarigen van 12 jaar en ouder zijn betrokken, worden deze door de kinderrechter
in de gelegenheid gesteld hun mening kenbaar te maken.
De kinderrechter kan besluiten om minderjarigen jonger dan 12 jaar te horen.
7.2. Genoemde minderjarigen worden in beginsel buiten aanwezigheid van anderen gehoord, met
uitzondering van de advocaat van de minderjarige. Van dit verhoor worden werkaantekeningen
gemaakt.
7.3. Het transport naar de zitting zowel van civielrechtelijk als van strafrechtelijk geplaatste minderjarigen
wordt door de rechtbank geregeld.
7.4 Ter zitting wordt aan de verzoek(st)er, de ouders en andere belanghebbenden niet te kennen
gegeven wat het kind heeft verklaard tenzij het kind desgevraagd heeft aangegeven geen bezwaar
daartegen te hebben én het de kinderrechter wenselijk voorkomt.
7.5 Evenmin wordt een afschrift verstrekt van de brieven van de minderjarigen en de werkaantekeningen.
PROCESREGLEMENT CIVIEL JEUGDRECHT
12
8. Uitspraak
(zie ook artikelen 28, 30, 286 tot en met 289 Rv.)
8.1. Termijn voor uitspraak is:
- bij zaken waarin is afgezien van behandeling ter zitting:
uiterlijk vier weken na het moment dat is geconstateerd dat de zaak gereed is voor beschikking
doch in ieder geval voor het einde van de geldigheidsduur van de lopende ondertoezichtstelling
en/of machtiging tot uithuisplaatsing.
- bij zaken waarin een behandeling ter zitting heeft plaatsgevonden:
in beginsel mondeling ter zitting dan wel uiterlijk twee weken na de datum van de zitting of -
indien nog een termijn voor overlegging van nadere informatie en een reactie daarop werd
gegund - twee weken na afloop van de laatstgenoemde termijn doch in ieder geval voor het
einde van de geldigheidsduur van de lopende ondertoezichtstelling en/of machtiging tot uithuisplaatsing.
Zodra zich uitzonderlijke omstandigheden voordoen op grond waarvan te verwachten is dat de
termijn van twee weken niet wordt gehaald, kan ter zitting een langere termijn worden bepaald.
8.2 Indien blijkt dat – om welke reden dan ook – de hiervoor vermelde uitspraaktermijnen niet gehaald
worden, dient dat schriftelijk aan partijen meegedeeld te worden met vermelding van een
nieuwe uitspraakdatum.
PROCESREGLEMENT CIVIEL JEUGDRECHT
13
9. Overgangsbepaling
Het reglement is van toepassing op alle procedures vanaf 1 april 2006. Wat betreft de op dat moment lopende procedures is het reglement van toepassing op de proceshandelingen die na 1 april 2006 nog worden verricht.
PROCESREGLEMENT CIVIEL JEUGDRECHT
14
Bijlagen
A. Verzoeken
a. Een verzoek tot voorlopige voogdij (artikelen 1:241 lid 2 en 1:272 lid 2 BW) kan schriftelijk
worden ingediend door de Raad voor de Kinderbescherming of de officier van justitie.
b. Een verzoek tot ondertoezichtstelling (artikel 1:254 lid 1 BW) kan zowel mondeling als schriftelijk
worden ingediend door een ouder (via een procureur), een ander die de minderjarige als
behorende tot zijn gezin verzorgt en opvoedt (via een procureur), de Raad voor de Kinderbescherming,
of het openbaar ministerie (artikel 1:254 lid 4 BW).
c. Een verzoek tot vervanging van de stichting, bedoeld in artikel 1 onder f Wjz, die het toezicht
heeft, door een zodanige stichting in een andere provincie (artikel 1:254 lid 5 BW), kan schriftelijk
worden ingediend door de stichting, de met het gezag belaste ouder of de minderjarige
van 12 jaar en ouder.
De Raad voor de Kinderbescherming kan voornoemd verzoek ook indienen, in het geval de
Raad van oordeel blijft dat de uithuisplaatsing niet op de voet van artikel 1: 263 lid 1 BW dient
te worden beëindigd.
d. Een verzoek tot voorlopige ondertoezichtstelling (artikel 1:255 BW) kan zowel mondeling als
schriftelijk worden ingediend door een ouder (via een procureur), een ander die de minderjarige
als behorende tot zijn gezin verzorgt en opvoedt (via een procureur), de Raad voor de Kinderbescherming,
of het openbaar ministerie.
e. Een verzoek tot verlenging van de ondertoezichtstelling (artikel 1:256 lid 2 BW) kan schriftelijk
worden ingediend door het bureau jeugdzorg, een ouder, een ander die de minderjarige als
behorende tot zijn gezin verzorgt en opvoedt, de Raad voor de Kinderbescherming, of het openbaar
ministerie.
f. Een verzoek tot opheffing van de ondertoezichtstelling (artikel 1:256 lid 4 BW) kan schriftelijk
worden ingediend door het bureau jeugdzorg, de met het gezag belaste ouder of de minderjarige
van 12 jaar of ouder.
g. Een verzoek tot vervallenverklaring van een aanwijzing (artikel 1:259 lid 1 BW) kan schriftelijk
worden ingediend door de met het gezag belaste ouder of de minderjarige van 12 jaar of
ouder.
h. Een verzoek tot intrekking van een aanwijzing (artikel 1:260 lid 1 BW) kan schriftelijk worden
ingediend door de met het gezag belaste ouder of de minderjarige van 12 jaar of ouder.
i. Een verzoek tot machtiging uithuisplaatsing (artikel 1:261 lid 1 BW) kan schriftelijk worden
ingediend door het bureau jeugdzorg, de Raad voor de Kinderbescherming, of het openbaar ministerie.
j. Een verzoek tot verlenging van de machtiging uithuisplaatsing (artikel 1:262 lid 1 BW) kan
schriftelijk worden ingediend door het bureau jeugdzorg of de Raad voor de Kinderbescherming.
k. Een verzoek tot gehele of gedeeltelijke intrekking dan wel bekorting van de duur van de machtiging
van de uithuisplaatsing (artikel 1:263 lid 2 en 4 BW) kan schriftelijk worden ingediend
door de met het gezag belaste ouder, een ander die de minderjarige als behorende tot zijn gezin
verzorgt en opvoedt en de minderjarige van 12 jaar of ouder.
PROCESREGLEMENT CIVIEL JEUGDRECHT
15
l. Een verzoek om af te zien van een krachtens de machtiging toegestane wijziging van de verblijfplaats
van de minderjarige (artikel 1:263 lid 2 sub c BW) kan schriftelijk worden ingediend
door de met het gezag belaste ouder, een ander die de minderjarige als behorende tot zijn gezin
verzorgt en opvoedt en de minderjarige van 12 jaar of ouder.
m. Een verzoek tot vervallenverklaring of intrekking van een aanwijzing inzake beperking van
contacten tussen de met het gezag belaste ouder en het kind (artikel 1:263a BW) kan schriftelijk
worden ingediend door de met het gezag belaste ouder of de minderjarige van 12 jaar of
ouder.
n. Een verzoek tot wijziging van een rechterlijke beslissing tot vaststelling van een omgangsregeling
(artikel 1:263b lid 1 BW) kan schriftelijk worden ingediend door het bureau jeugdzorg.
Een wijziging van die wijziging (artikel 1:263b lid 2 BW) kan schriftelijk worden ingediend
door de met het gezag belaste ouder, de omgangsgerechtigde, de minderjarige van 12 jaar of
ouder of het bureau jeugdzorg
o. Een verzoek tot vervangende toestemming omtrent een medische behandeling (artikel 1:264
BW) kan schriftelijk worden ingediend door het bureau jeugdzorg
p. Een beroep tegen een beslissing op bezwaar betreffende een indicatiebesluit (artikel 5 lid 2
Wjz), intrekking of (fictieve) weigering daarvan (artikel 6 lid 4 Wjz) kan door belanghebbenden
schriftelijk worden ingediend.
PROCESREGLEMENT CIVIEL JEUGDRECHT
16
B. BIJZONDERHEDENFORMULIER BUREAU JEUGDZORG
Stichting Bureau Jeugdzorg
Bijzonderhedenformulier voor de zitting van de kinderrechter
Naam jeugdige(n) en geboortedatum:
Roepnaam jeugdige(n):
Is er bij de stichting behoefte aan een behandeling ter zitting?
Ja/ Nee
Dient er voor de behandeling extra tijd te worden uitgetrokken?
Ja / Nee
Dienen belanghebbenden gescheiden te worden opgeroepen?
Ja / Nee
Is het nodig dat belanghebbenden gescheiden wachten?
Ja / Nee
Is assistentie van de parketpolitie noodzakelijk?
Ja / Nee
Is de minderjarige gedetineerd of gesloten geplaatst?
Ja / Nee
Wil de minderjarige naar de zitting komen?
Ja / Nee
Dient er door de rechtbank voor de minderjarige vervoer te worden geregeld?
Ja / Nee
Zijn er andere belanghebbenden gedetineerd?
Ja / Nee
Is een belanghebbende woonachtig op een geheim adres?
Ja / Nee
Dit formulier is ingevuld door: ………................................................ d.d…....................
PROCESREGLEMENT CIVIEL JEUGDRECHT
17
C. TOELICHTING PROCESREGLEMENT CIVIEL JEUGDRECHT
Afwijking in het belang van het kind
Uitgangspunt van de samenstellers is geweest dat, gezien het bijzondere karakter van de rechtsgang,
het in de praktijk mogelijk moet zijn in het belang van de minderjarige af te wijken van het reglement. Dit is in art. 1.8 en door woorden als "in beginsel" of "kan" of "in elk geval" tot uitdrukking gebracht.Nidos en Stichting Gereformeerde Jeugdbescherming
Nidos is opgenomen onder 1.7. De Stichting Gereformeerde Jeugdbescherming evenals de overige
voormalige gezinsvoogdij-instellingen vallen daar niet onder omdat die Stichtingen niet die aparte positie hebben (Staatscourant nr. 86, 4 mei 2005, pp. 30 en 31).Dient de minderjarige een eigen verzoekschrift met bijlagen te krijgen? (2.2)
Er is voor gekozen de minderjarige een eigen verzoekschrift zonder bijlagen te sturen. Het is aan de
Raad of de gezinsvoogd het verzoek met de minderjarige te bespreken. In de rapportages staan dikwijls ook gegevens over anderen zoals zijn ouders en broers en zusjes. Indien echter de minderjarige om toezending van de bijlagen verzoekt, kan daaraan worden voldaan, zeker als de minderjarige 16 jaar of ouder is (conform de werkwijze van de Raad voor de Kinderbescherming).Wanneer zijn pleegouders belanghebbenden? (2.3)
Gekozen is voor de perspectiefbiedende pleegouder of de pleegouder die de minderjarige een jaar of
langer verzorgt en opvoedt.Ruimte wordt opengelaten om in een bepaald geval een pleegouder die de minderjarige korter opvoedt
als belanghebbende aan te merken door de woorden "in elk geval".Spoedverzoek (2.9)
Een machtiging uithuisplaatsing kan worden verleend voor maximaal 4 weken (zie art. 14 uitv. besluit Wjz). Rechtbanken kunnen er voor kiezen de termijn korter te bepalen.
Tolk (5.2)
Dat de verzoeker voor een tolk zorgt, past in het systeem van de wet, immers de verzoekende partij dient er zorg voor te dragen dat de kinderrechter de zaak in volle omvang kan behandelen.
Verzoek vervanging stichting
Opgenomen in de bijlage A onder c. Dit staat in de wet en komt weliswaar minder, maar wel nog steeds voor.
| "Hoe heeft het Openbaar Ministerie haar juridische kooi door gebrek aan controle kunnen verlaten?" Mr. H.P. Wooldrik Hoofdofficier van Justitie arrondissementsparket Haarlem: "Eigenlijk zijn wij toch een volk van dominees en regenten. Van boven ons gesteld gezag en daar hoort ook de rechtspraak bij. De volksrechtbank met jury drukten wij meteen de kop in, terwijl de Duitsers, Belgen, Fransen en Engelsen er allemaal iets van hebben. De rechtspraak laat je niet over aan het gewone volk, vindt men, daar heb je autoriteiten voor." Bron: Groene Amsterdammer. | |
| 288 | INFORMANT professor Hans Daudt Democratie in Nederland is een ilussie! In het parlement zitten geen gekozen vertegenwoordigers van het volk meer, maar benoemde mensen. Ze zien het Kamerwerk als opstapje naar een baan in het openbaar bestuur. En ja, daar moet je helaas vier jaar de politiek voor in. Die banen zijn in overvloed te vergeven - alle politieke partijen willen dezer dagen in alle regionen van het openbaar bestuur 'hun mannetje' hebben zitten. Dat is, zegt Hans Daudt, 'het handjeklap van de regenten. |
| 407 | HET GEVAAR! Het zeer gevaarlijke voorstel van wet van Tweede-Kamerlid Halsema, houdende verklaring dat er grond bestaat een voorstel in overweging te nemen tot verandering in de Grondwet, strekkende tot invoering van de bevoegdheid tot toetsing van wetten aan een aantal bepalingen van de grondwet door de rechter |
| 102 | Vraag 1 in iedere zaak Wat is DE NORM? Wat is HET GEVAAR? Hoe is de vergelijkingsmethode tot stand gekomen? |
| 050 | Het doel van de Wob is het bevorderen van een goede en democratische bestuursvoering. Dit doel wordt verwezenlijkt door u als burger de mogelijkheid te verschaffen om informatie die bij de overheid/bestuursorganen berust in te zien, dan wel verstrekt te krijgen. Op deze wijze kan de burger controle uitoefenen op de besluitvorming door en het beleid van de overheid/bestuursorganen, waaronder BJZ. Wob102verzoek1, Wob102verzoek2, Wob102verzoek3, Wob102verzoek4, Wob102verzoek5, Wob102verzoek6, Wob102verzoek7, Wob102verzoek8, Wob102verzoek9, Wob102verzoek10, Wob102verzoek11, Wob102verzoek12, Wob102verzoek13, Wob102verzoek14, Wob102verzoek15 |
| 020 | Een van de sabotagetechnieken van de Staat jegens burgers is beweren dat bepaalde documenten niet openbaar gemaakt hoeven te worden zodat de burger eerst daar een proces over moet gaan voeren. Daarbij krijgt de overheid vaak hulp van een van de hoogste instantie in ons land de Raad van State |
| JH15 | Gezellig onderonsje! Hoofdredacteur Wegener krant: "Van alle kanten kreeg ik berichten om Groep Hop dood te zwijgen" |
| GH | Gezellig onderonsje! Hoe komt de grootste christelijke politieke partij aan stemmen? Groep Hop verkiezingsposters verwijderen! |
| 048 | Gezellig onderonsje! CDA voorstander van dubbelfunctie Officier van Justitie rechter-plaatsvervanger |
| 089 | Gezellig onderonsje! CDA voorstander van dubbelfunctie advocaat rechter-plaatsvervanger |
| 377 | Gezellig onderonsje! CDA voorstander van kruimel OvJ/pseudo Officier van Justitie! Wat voor een toga hebben zij eigenlijk aan? |
| 476 | Gezellig onderonsje! CDA MvJ Donner voorbeeld van het onder elkaar verdelen van alle belangrijke bestuurs- en juridische baantjes |
| 267 | Gezellig onderonsje! CDA MvJ Donner: "Maatschappelijke onvrede over rechtspraak politiek kanaliseren" |
| BSC | Gezellig onderonsje! Jan Hop Groep Hop: "Waarom zijn de (bestuurlijke) nevenfuncties van de leden en secretarissen bezwaarcommissies in Nederland niet openbaar? Omdat er sprake is van "vriendjes" in de commissies bezwaarschriften om de maatschappelijke onvrede over rechtspraak politiek kanaliseren? |
| 305 | Gezellig onderonsje! OvJ weigert strafvervolging in te stellen tegen 200 rechters die nevenfuncties niet hebben opgegeven |
| 088 | Gezellig onderonsje! OvJ stuurt aangifte van een burger door naar de directeur van de Raad voor de Kinderbescherming |
| 180 | Gezellig
onderonsje tussen politie, jeugdzorg, OM en rechtersleger!
Cel 12 voor bijdehand meisje! OM weigert strafvervolging tegen daders die dochter Nienhuis/Leenders in elkaar hebben geslagen Zijn de ouders van A. in het kader van deze "jeugdzorg DOOFPOTOPERATIE" in een ONDERONSJE op 191009 met kinderrechter BARRAU al uit het gezag gezet voordat de RVDK op 201009 een verzoekschrift ging indienen? Het antwoord is JA! |
| 300 | Gezellig onderonsje! Liegen en bedriegen is norm voor overheid en rechtersleger om kritiek op de overheid zelf te onderdrukken |
| 005 | Gezellig onderonsje! Procederen tegen Openbaar Ministerie met K.H. de Werd geeft inzicht hoe ondernemer kapot wordt gemaakt |
| 289 | Gezellig onderonsje! Gelderse Verhoormethode! Praktijkvoorbeeld hoe wordt minderjarigen LINKE jeugdzorg projecten ingejaagd |
| 332 | INFORMANT Mr. M. Moszkowicz sr.: "Leven we nog in een rechtsstaat?" |
| 178 | INFORMANT Pim Fortuyn: "Ik zal mij na 15 mei 2002 inspannen om OM een halt toe te roepen en op de terugweg te dwingen" |
| 285 | Wederrechtelijke vrijheidsberoving. Ik zat opgesloten in de isoleercel en werd vrijgelaten de IBS beschikking niet werd afgegeven |
| 334 | Wederrechtelijke vrijheidsberoving. Wie zich niet coöperatief opstelt, kan door een overheid als geestesziek worden aangemerkt |
| 104 | Overheid start ontslagprocedures tegen medewerkers die als klokkenluider durven te fungeren wegens verstoorde verhoudingen |
| 267 | CDA Lubbers: "Atoomspion Khan in Nederland niet verder vervolgd op verzoek buitenlandse geheime dienst, dossier is zoek" |
| 307 | Reorganisatie OM door ònze Arthur is een onomkeerbaar proces dat hoe langer hoe meer op de parketten gestalte krijgt |
| 306 | Hop stelde al op 27 januari 1998 de vraag: "Is er een complot OM en Rechterlijke Macht tegen democratische rechtsstaat?" |
| 323 | Bolkenstein: "Het ziet er echter naar uit dat het OM, gesteund door rechters zich en bloc tegen minister en de Tweede Kamer keren" |
| 109 | Voor iedere topcrimineel is het van 't grootste belang dat hij in de publiciteit niet in zijn ware gedaante wordt geportretteerd" |
| 278 | Eindrapport Commissie Traa hoofdstuk 1-3 WAARSCHUWING OM: "IRT klokkenluiders hebben ambtsgeheim geschonden!" |
| 296 | Eindrapport Commissie Traa hoofdstuk 4-8 WAARSCHUWING OM: "IRT klokkenluiders hebben ambtsgeheim geschonden!" |
| 297 | Eindrapport Commissie Traa hoofdstuk 9-10 WAARSCHUWING OM: "IRT klokkenluiders hebben ambtsgeheim geschonden!" |
| 179 | Pamela Hemelrijk: "Rechters deinzen niet terug voor fraude om de Staat als deze partij aan het langste eind te laten trekken |
| 089 | De landsadvocaat vertegenwoordigt de partij van de overheid maar overlegt met rechters alsof het niets is |
| 340 | Boven de wet, het arrogante bolwerk van de Nederlandse rechters |
| 135 | Een voor de overheid partijdige rechter is te herkennen aan weigering RECHT te spreken met als grondslag de WET |
| 301 | Een voor de overheid partijdige rechter is te herkennen aan rechtspraak in strijd met procesreglement familierecht |
| 222 | Sabotagetechniek kinderrechter is verzoekschrift pas behandelen wanneer moeder en kind naar buitenland zijn vertrokken |
| 119 | Een heerlijk onderonsje in Den Haag bij de Raad van State met het gemeentebestuur van Den Haag |
| 376 | Beroep gegrond! Rechtbank Amsterdam motiveert met korte weergave van afwijzingsgronden Minister |
| 616 | Troonredes 1990-2009 met ieder jaar meer inspanningen van politie en justitie om rechtspositie burger verder uit te hollen |
| 308 | Met ieder jaar meer (geautomatiseerde) bonnenregens om burgers financieel verder uit te kleden onder mom (verkeers)veiligheid |
| STEM | Stem NIET op CDA, PVDA, VVD en GroenLinks als u TEGEN (geautomatiseerde) bonnenregens voor paar kilometer te hard rijden bent |