CENSUUR EN ORGANISATIECRIMINALITEIT IN NEDERLAND ©

1997-2014+ Diepe minachting voor het structurele probleem in de Nederlandse rechtspraak te weten de weerzinwekkende partijdigheid voor de overheid.

Groep Hop wil de pensioengerechtigde leeftijd verlagen naar 60 jaar. Alle gemeente belastingen afschaffen. Improductieve bureaucratie aanpakken. Kinderbeschermingsmaatregelen na verzonnen verhalen is weerzinwekkende fraude. Ontvangen gelden dienen als heling te worden aangemerkt. Bekijk ons programma? Als u ook genaaid bent/wordt door voor de overheid steeds partijdige rechtspraak, gemeente, jeugdzorg, RvdK of UWV stel u verkiesbaar voor de verkiezingen gemeenteraad 2018. Praktijkvoorbeeld. Het jatten van de recreatiewoning van een 71+ jarige gehandicapte burger die VOOR 1996 zelf zijn recreatiewoning heeft (af)gebouwd en er voor 1996 ook woonde dat wordt door niemand ter discussie gesteld wordt door Hop als organisatiecriminaliteit gemeente Ermelo en zeer ernstige mishandeling van een gepensioneerde burger aangemerkt. Groep Hop is wel TEGEN de discriminatie van Nederlanders tov buitenlanders.

Stem TEGEN organisatiecriminaliteit bij de overheid! Stem VOOR Groep Hop. Dank u wel voor uw aandacht. J. Hop.

 

 

De Betere Krant van Ermelo

Nieuwsberichten uit het Ermelo, lees verder

 

Procesreglementen Familierecht Rechtbanken In werking getreden op 1 april 2006

PROCESREGLEMENT CIVIEL JEUGDRECHT

1

Procesreglementen Familierecht Rechtbanken bestaande uit de reglementen:

CIVIEL JEUGDRECHT

In werking getreden op 1 april 2006

Deze procesreglementen zijn vastgesteld door de landelijke vergadering van voorzitters van de familie- en jeugdrechtsectoren en -units van de rechtbanken in Nederland. De meest recente versies zijn te raadplegen op www.rechtspraak.nl.

© LOV-F 6e druk (maart 2006)

Samenstelling en redactie:LOV-F

 

PROCESREGLEMENT CIVIEL JEUGDRECHT

2

Procesreglement Civiel Jeugdrecht

1. Algemeen

1.1. Dit reglement is van toepassing op de in de bijlage A genoemde verzoeken.

1.2. Van alle berichten aan de rechtbank, niet zijnde verzoekschriften, dient door de Raad voor de Kinderbescherming, het bureau jeugdzorg en de procureur c.q. procesvertegenwoordiger tegelijkertijd en met gebruikmaking van dezelfde wijze van verzending een afschrift aan de wederpartij en eventuele andere belanghebbenden te worden gezonden. Uit het bericht moet blijken dat hieraan is voldaan.

1.2.1. Op al deze berichten dient het zaaknummer en/of rekestnummer te worden vermeld.

1.3. Een werkdag is niet een zaterdag, zondag of algemeen erkende feestdag of een daarmee gelijkgestelde dag (Algemene Termijnenwet).

1.4. Gelet op het bepaalde in artikel 1:326 BW dient voor ouder ook voogd te worden gelezen.

1.5. Bescheiden die in een vreemde taal zijn gesteld, moeten zijn voorzien van een beŽdigde vertaling in de Nederlandse taal, tenzij het eenvoudig leesbare stukken betreft, zoals de geboorteakte, gesteld in de Engelse, Franse of Duitse taal.

1.6. In dit reglement wordt de stichting als bedoeld in artikel 1 onder f Wjz aangeduid als bureau jeugdzorg.

1.7. Onder bureau jeugdzorg kan in een voorkomend geval ook Stichting Nidos worden verstaan.

1.8. Bij iedere beslissing naar aanleiding van dit reglement vormt het belang van het kind de eerste overweging

 

PROCESREGLEMENT CIVIEL JEUGDRECHT

3

2. Indiening verzoekschrift

(zie ook de artikelen 5, 265, 278, 279, 281 Rv.)

2.1. Voor de wijze waarop de verschillende verzoeken kunnen worden ingediend wordt verwezen naar de bijlage.

2.2. Iedere werkdag kan een verzoekschrift met bijlagen ter griffie worden ingediend. Per belanghebbende dienen twee kopieŽn van het verzoekschrift met bijlagen te worden bijgevoegd. Zijn belanghebbenden woonachtig op eenzelfde adres dan tellen zij voor het aantal bij te voegen kopieŽn als ťťn belanghebbende, met dien verstande dat een minderjarige van 12 jaar of ouder steeds een eigen kopie van het verzoekschrift zonder bijlagen krijgt toegestuurd.

2.3. Het verzoekschrift vermeldt de voornamen, naam en woonplaats, dan wel – bij gebreke van een woonplaats in Nederland – de werkelijke verblijfplaats, met volledige adresgegevens van de verzoeker en van alle belanghebbenden, de gewone verblijfplaats van de minderjarige, alsmede een duidelijke omschrijving van het verzoek en de gronden waarop het berust ( zie in dit verband ook het te overleggen bijzonderhedenformulier, bijlage B).

Als belanghebbenden gelden in elk geval:

- de ouder(s) met gezag belast;

- de ouder(s) zonder gezag (moeder, vader in de zin van de wet, artikel 1:199 BW) tenzij er geen sprake meer is van family life;

- de stiefouder in de zin van de wet, artikel 1:395 BW, zolang deze met de verzorgende ouder samenleeft, en de minderjarige tot zijn gezin behoort;

- de biologische vader (die niet tevens ťťn van bovengenoemde ouders is) indien er sprake is van family life met de minderjarige (als een biologische vader bekend is, dient de kinderrechter in alle gevallen te worden geÔnformeerd over zijn bestaan);

- de minderjarige van 12 jaar en ouder;

- de perspectief biedende pleegouder of de pleegouder die de minderjarige een jaar of langer verzorgt en opvoedt.

Indien verzoeker van mening is dat een hiervoor vermelde belanghebbende in casu geen belanghebbende is, dan wel van mening is dat er andere belanghebbenden zijn dan hiervoor vermeld, dient hij dat, indien mogelijk gemotiveerd en met stukken onderbouwd, te vermelden.

Zie ook artikel 5.5.

a. het reguliere verzoek

2.4.1. Verzoek tot ondertoezichtstelling

Bij de indiening van het verzoekschrift tot ondertoezichtstelling (artikel 1:254 BW) moeten de volgende bescheiden worden overgelegd:

- een GBA-uittreksel van alle belanghebbenden; gedateerd, gewaarmerkt en niet ouder dan drie maanden; dan wel indien de ouder(s) niet meer ingeschreven staat/staan een uittreksel uit het GBA van de laatst bekende woonplaats;

- een afschrift van de geboorteakte van de betrokken minderjarige en een uittreksel uit het gezagsregister;

- na overlijden gezaghebbende ouder: een uittreksel uit het overlijdensregister.

2.4.2. Verzoek tot voorlopige ondertoezichtstelling

Een verzoek tot voorlopige ondertoezichtstelling (artikel 1:255 BW) dient schriftelijk te worden ingediend. Deze voorlopige maatregel kan slechts worden verzocht als tevens een verzoek tot

 

PROCESREGLEMENT CIVIEL JEUGDRECHT

4

ondertoezichtstelling wordt gedaan. Slechts in zeer spoedeisende gevallen kan het verzoek mondeling worden gedaan, waarna het verzoek onverwijld schriftelijk wordt bevestigd.

2.4.3. Verzoek tot ondertoezichtstelling gecombineerd met een verzoek tot een machtiging uithuisplaatsing

Bij de indiening van een gecombineerd verzoek tot ondertoezichtstelling (artikel 1:254 BW) en tot een machtiging tot uithuisplaatsing (artikel 1:261 BW) moeten bij het verzoekschrift de volgende bescheiden worden overgelegd:

- een GBA-uittreksel van alle belanghebbenden; gedateerd, gewaarmerkt en niet ouder dan drie maanden; dan wel indien de ouder(s) niet meer ingeschreven staat/staan een uittreksel uit het GBA van de laatst bekende woonplaats;

- een afschrift van de geboorteakte van de betrokken minderjarige en een uittreksel uit het gezagsregister;

- na overlijden gezaghebbende ouder: een uittreksel uit het overlijdensregister;

- het indicatiebesluit voor zover wettelijk vereist (artikel 6 lid 1 Wjz).

2.4.4. Verzoek tot een machtiging uithuisplaatsing

Bij de indiening van een afzonderlijk verzoek tot een machtiging tot uithuisplaatsing (artikel 1:261 BW), moeten bij het verzoekschrift de volgende bescheiden worden overgelegd:

- een overzicht van de adresgegevens van alle belanghebbenden, zo mogelijk ondersteund met een GBA-uittreksel, gedateerd,

- gewaarmerkt en niet ouder dan drie maanden;

- het indicatiebesluit voor zover wettelijk vereist (artikel 6 lid 1 Wjz);

- een afschrift van de beschikking tot ondertoezichtstelling;

- een plan van aanpak;

- een verslag van het verloop van de ondertoezichtstelling.

2.4.5. Verzoek tot verlenging van de ondertoezichtstelling

Bij de indiening van het verzoekschrift tot verlenging van de ondertoezichtstelling (artikel 1:256 BW) moeten de volgende bescheiden worden overgelegd:

- een overzicht van de adresgegevens van alle belanghebbenden, zo mogelijk ondersteund met een GBA-uittreksel, gedateerd, gewaarmerkt en niet ouder dan drie maanden;

- een afschrift van de beschikking waarvan verlenging wordt verzocht;

- een plan van aanpak;

- een verslag van het verloop van de ondertoezichtstelling.

a) Een verlengingsverzoek wordt uiterlijk tijdens de achtste week voor het einde van de geldigheidsduur van de lopende ondertoezichtstelling ingediend.

b) Een verlengingsverzoek ingediend na afloop van de geldigheidsduur van de lopende ondertoezichtstelling is niet-ontvankelijk.

2.4.6. Verzoek tot verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing

Bij de indiening van het verzoek tot verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing (artikel 1:262 BW) moeten bij het verzoekschrift de volgende bescheiden worden overgelegd:

- een overzicht van de adresgegevens van alle belanghebbenden, zo mogelijk ondersteund met

een GBA-uittreksel, gedateerd, gewaarmerkt en niet ouder dan drie maanden;

- een afschrift van de beschikking waarvan verlenging wordt verzocht;

- een afschrift van de beschikking tot ondertoezichtstelling;

- een plan van aanpak;

- een verslag van het verloop van de ondertoezichtstelling;

- het indicatiebesluit voor zover wettelijk vereist (artikel 6 lid 1 Wjz).

 

PROCESREGLEMENT CIVIEL JEUGDRECHT

5

a) Een verlengingsverzoek wordt uiterlijk tijdens de achtste week voor het einde van de geldigheidsduur van de lopende machtiging tot uithuisplaatsing ingediend.

b) Een verlengingsverzoek ingediend na afloop van de geldigheidsduur van de machtiging tot uithuisplaatsing is niet-ontvankelijk.

2.4.7. Bij verzoeken van belanghebbende natuurlijke personen ex artikelen 1:259, 1:260, 1:263 lid 4,

1:263a lid 2, 1:263b lid 2 BW wordt de beslissing van het bureau jeugdzorg overgelegd.

2.5. Zodra het verzoekschrift is ontvangen, wordt het ingeschreven. Tevens wordt een ontvangstbevestiging met vermelding van het zaaknummer aan de procureur c.q. procesvertegenwoordiger of verzoeker gestuurd.

Wanneer bij indiening van het verzoekschrift niet alle over te leggen bescheiden ter griffie zijn binnengekomen, wordt dit bij voormelde ontvangstbevestiging tevens aangegeven. De ontbrekende gegevens moeten uiterlijk binnen twee weken na dagtekening ontvangstbevestiging worden overgelegd.

2.6. De rechtbank verzendt gelijktijdig met de ontvangstbevestiging als bedoeld in 2.5 een afschrift van het verzoekschrift aan de procureur c.q. procesvertegenwoordiger van de belanghebbende(n) en belanghebbenden. Het afschrift van het verzoekschrift wordt, ingeval geen procureur voor belanghebbende gesteld is, door de griffie aangetekend aan die belanghebbende verzonden.

De rechtbank kan daarbij dag en uur bepalen waarop de behandeling plaatsvindt. In dat geval vindt de verzending van het verzoek met de oproep plaats overeenkomstig het bepaalde in 5.1.3. Ingeval de verzending van het verzoek wordt gecombineerd met het sturen van een meldbrief als bedoeld onder 6, vindt de verzending plaats overeenkomstig het bepaalde onder 6.

b. het spoedeisende verzoek

(zie de artikelen 800 lid 3 en 809 lid 3 Rv.)

2.7. Een beschikking tot voorlopige ondertoezichtstelling (artikel 1:255 BW), tot machtiging uithuisplaatsing,

alsmede tot voorlopige voogdij (artikelen 1:241 en 1:272 BW) kan aanstonds

worden afgegeven, indien de behandeling ter zitting niet kan worden afgewacht zonder onmiddellijk

en ernstig gevaar voor de minderjarige. Bedoelde verzoeken dienen binnen de openingstijden

van de griffie schriftelijk te worden ingediend. Slechts in zeer spoedeisende gevallen kan

hiervan worden afgeweken en kan het verzoek mondeling worden gedaan, waarna het verzoek

onverwijld schriftelijk wordt bevestigd.

2.8. Buiten de openingstijden van de griffie kunnen spoedeisende verzoeken worden gericht aan een

door de rechtbank bekend gemaakte piketdienst. Het verzoek kan dan telefonisch worden gedaan

en wordt mondeling toe- dan wel afgewezen. Het verzoek dient, indien toegewezen, op de

eerstvolgende werkdag onverwijld schriftelijk te worden bevestigd.

2.9. Een machtiging tot spoeduithuisplaatsing wordt voor de duur van maximaal vier weken toegewezen.

Binnen twee weken zal de zaak op zitting worden behandeld en worden alle belanghebbenden

in de gelegenheid gesteld om te worden gehoord. De bij het verzoekschrift behorende bescheiden dienen zo spoedig mogelijk te worden overgelegd, uiterlijk tijdens de behandeling

ter zitting.

 

PROCESREGLEMENT CIVIEL JEUGDRECHT

6

c. het beroep

(ex artikel 5 lid 5 Wjz)

In geval van beroepen ex artikel 5 lid 5 Wjz dient de Landelijke Procesregeling Bestuursrecht als leidraad.

 

PROCESREGLEMENT CIVIEL JEUGDRECHT

7

3. Verweerschrift

(zie ook artikel 282 Rv.)

Iedere belanghebbende kan tot de aanvang van de behandeling ter zitting of – indien toegestaan door de kinderrechter – in de loop van de behandeling een verweerschrift indienen. Het aantal kopieŽn van het verweerschrift met bijlagen moet gelijk zijn aan het aantal belanghebbenden en de eventuele advoca(a)t(en).

Het verweerschrift kan een zelfstandig verzoek bevatten. De hiervoor onder artikel 2.2, 2.4.1, 2.4.3, 2.4.4 en 2.4.5 opgenomen bepalingen betreffende het verzoekschrift zijn van overeenkomstige toepassing op het zelfstandig verzoek in het verweerschrift, voor zover deze bescheiden niet reeds zijn overgelegd.

Ook indien wordt afgezien van het indienen van een verweerschrift kan ter zitting mondeling verweer worden gevoerd.

 

PROCESREGLEMENT CIVIEL JEUGDRECHT

8

4. Verweerschrift op zelfstandig verzoek

(zie ook artikel 282 lid 4 Rv.)

De kinderrechter kan aan de verzoeker en aan de overige belanghebbenden gelegenheid geven tegen een zelfstandig verzoek een verweerschrift in te dienen. De hiervoor onder artikel 3 opgenomen bepalingen betreffende het verweerschrift gelden ook voor het verweerschrift op zelfstandig verzoek. Het verweerschrift mag uitsluitend betrekking hebben op het (de) zelfstandig verzoek(en).

 

PROCESREGLEMENT CIVIEL JEUGDRECHT

9

5. Behandeling ter zitting

(zie ook artikelen 279, 283 en 803 Rv.)

5.1. Bij het bepalen van de zittingsdatum wordt uitgegaan van een oproepingstermijn van 2 tot 4 weken voorafgaand aan de datum van de zitting.

5.1.1. Bij het bepalen van een zittingsdatum voor eerste verzoeken zal de oproeping op een zo kort mogelijke termijn worden bepaald.

5.1.2. De zittingsdatum zal worden vastgesteld zonder vooraf aan belanghebbenden verhinderdata op te vragen.

5.1.3. De oproeping wordt aangetekend met ontvangstbevestiging en per gewone post verzonden aan verzoeker(s) en belanghebbende(n) voor wie zich geen procureur heeft gesteld. Verzoeker(s) en belanghebbende(n) voor wie zich een procureur heeft gesteld worden via hun procureur opgeroepen per gewone of interne post.

De Raad voor de Kinderbescherming, het bureau jeugdzorg en de officier van justitie worden opgeroepen per gewone of interne post.

5.2. Indien (ťťn van) de belanghebbende(n) de Nederlandse taal niet machtig is/zijn, dient de verzoekende

partij zorg te dragen voor een tolk ter zitting en eventuele vervolgzitting(en).

5.3. Indien een belanghebbende is gedetineerd en deze de zitting wenst bij te wonen, dient de plaats

van de detentie te worden vermeld. Het transport wordt door de rechtbank geregeld.

5.4. Indien ter zitting om inhoudelijke redenen is besloten de verdere behandeling aan te houden,

wordt van het verhandelde ter zitting een proces-verbaal of een tussenbeschikking (op)gemaakt.

De behandeling wordt aangehouden tot een bepaalde nadere datum.

5.5. Is het inleidende verzoekschrift afkomstig van de Raad voor de Kinderbescherming dan wordt

het bureau jeugdzorg niet als belanghebbende aangemerkt. In dat geval is het bureau jeugdzorg

slechts op uitnodiging van de kinderrechter bij de behandeling van het verzoek aanwezig.

5.6. Indien tijdens de behandeling ter zitting wordt geconstateerd dat nog nadere informatie nodig is

kan de kinderrechter:

- ofwel een termijn bepalen waarbinnen de informatie moet worden verschaft en zonodig een

termijn voor de wederpartij om op de verschafte informatie te reageren;

- ofwel een nieuwe dag bepalen voor voortzetting van de behandeling ter zitting met daarbij

een termijn waarbinnen de informatie moet worden verschaft en zonodig een termijn voor de

wederpartij om op de verschafte informatie te reageren.

5.7 Een ter zitting gedaan verzoek tot wijziging/aanvulling van het schriftelijk verzoek kan in de

beoordeling worden betrokken indien alle belanghebbenden ter zitting aanwezig zijn en in de

gelegenheid zijn gesteld hun mening daarover kenbaar te maken.

5.8 Uiterlijk twee weken voor de in 5.4 bedoelde nadere datum dienen partijen en/of de Raad voor

de Kinderbescherming aan te geven of voortgezette behandeling dient plaats te vinden of dat de

zaak op de stukken kan worden afgedaan.

 

PROCESREGLEMENT CIVIEL JEUGDRECHT

10

6. Afdoen buiten zitting

6.1 Op een door het bureau jeugdzorg ingediend verlengingsverzoek (van een ondertoezichtstelling

en/of een uithuisplaatsing), zal de rechtbank aan verzoeker en belanghebbende(n) de vraag

voorleggen of door hen behandeling ter zitting wordt gewenst en, zo ja, dat binnen 14 dagen na

ontvangst van het verzoekschrift schriftelijk dan wel mondeling aan de rechtbank kenbaar te

maken. De brief waarin deze vraag wordt voorgelegd (meldbrief) wordt aan belanghebbende(n)

aangetekend met ontvangstbevestiging en per gewone post verzonden. Ingeval zich voor belanghebbende(

n) een procureur heeft gesteld, wordt de meldbrief per gewone of interne post aan

de procureur verzonden. Indien iedere reactie uitblijft, zal behandeling ter zitting achterwege

blijven en wordt het verzoek op de stukken afgedaan, tenzij de kinderrechter termen aanwezig

acht toch een behandeling ter zitting te gelasten.

Het vorenstaande geldt niet voor verzoeken tot verlenging van een machtiging tot uithuisplaatsing

in een justitiŽle jeugdinrichting.

 

PROCESREGLEMENT CIVIEL JEUGDRECHT

11

7. Horen van minderjarigen

(zie ook artikel 809 Rv.)

7.1 In zaken, waarin minderjarigen van 12 jaar en ouder zijn betrokken, worden deze door de kinderrechter

in de gelegenheid gesteld hun mening kenbaar te maken.

De kinderrechter kan besluiten om minderjarigen jonger dan 12 jaar te horen.

7.2. Genoemde minderjarigen worden in beginsel buiten aanwezigheid van anderen gehoord, met

uitzondering van de advocaat van de minderjarige. Van dit verhoor worden werkaantekeningen

gemaakt.

7.3. Het transport naar de zitting zowel van civielrechtelijk als van strafrechtelijk geplaatste minderjarigen

wordt door de rechtbank geregeld.

7.4 Ter zitting wordt aan de verzoek(st)er, de ouders en andere belanghebbenden niet te kennen

gegeven wat het kind heeft verklaard tenzij het kind desgevraagd heeft aangegeven geen bezwaar

daartegen te hebben ťn het de kinderrechter wenselijk voorkomt.

7.5 Evenmin wordt een afschrift verstrekt van de brieven van de minderjarigen en de werkaantekeningen.

 

PROCESREGLEMENT CIVIEL JEUGDRECHT

12

8. Uitspraak

(zie ook artikelen 28, 30, 286 tot en met 289 Rv.)

8.1. Termijn voor uitspraak is:

- bij zaken waarin is afgezien van behandeling ter zitting:

uiterlijk vier weken na het moment dat is geconstateerd dat de zaak gereed is voor beschikking

doch in ieder geval voor het einde van de geldigheidsduur van de lopende ondertoezichtstelling

en/of machtiging tot uithuisplaatsing.

- bij zaken waarin een behandeling ter zitting heeft plaatsgevonden:

in beginsel mondeling ter zitting dan wel uiterlijk twee weken na de datum van de zitting of -

indien nog een termijn voor overlegging van nadere informatie en een reactie daarop werd

gegund - twee weken na afloop van de laatstgenoemde termijn doch in ieder geval voor het

einde van de geldigheidsduur van de lopende ondertoezichtstelling en/of machtiging tot uithuisplaatsing.

Zodra zich uitzonderlijke omstandigheden voordoen op grond waarvan te verwachten is dat de

termijn van twee weken niet wordt gehaald, kan ter zitting een langere termijn worden bepaald.

8.2 Indien blijkt dat – om welke reden dan ook – de hiervoor vermelde uitspraaktermijnen niet gehaald

worden, dient dat schriftelijk aan partijen meegedeeld te worden met vermelding van een

nieuwe uitspraakdatum.

 

PROCESREGLEMENT CIVIEL JEUGDRECHT

13

9. Overgangsbepaling

Het reglement is van toepassing op alle procedures vanaf 1 april 2006. Wat betreft de op dat moment lopende procedures is het reglement van toepassing op de proceshandelingen die na 1 april 2006 nog worden verricht.

 

PROCESREGLEMENT CIVIEL JEUGDRECHT

14

Bijlagen

A. Verzoeken

a. Een verzoek tot voorlopige voogdij (artikelen 1:241 lid 2 en 1:272 lid 2 BW) kan schriftelijk

worden ingediend door de Raad voor de Kinderbescherming of de officier van justitie.

b. Een verzoek tot ondertoezichtstelling (artikel 1:254 lid 1 BW) kan zowel mondeling als schriftelijk

worden ingediend door een ouder (via een procureur), een ander die de minderjarige als

behorende tot zijn gezin verzorgt en opvoedt (via een procureur), de Raad voor de Kinderbescherming,

of het openbaar ministerie (artikel 1:254 lid 4 BW).

c. Een verzoek tot vervanging van de stichting, bedoeld in artikel 1 onder f Wjz, die het toezicht

heeft, door een zodanige stichting in een andere provincie (artikel 1:254 lid 5 BW), kan schriftelijk

worden ingediend door de stichting, de met het gezag belaste ouder of de minderjarige

van 12 jaar en ouder.

De Raad voor de Kinderbescherming kan voornoemd verzoek ook indienen, in het geval de

Raad van oordeel blijft dat de uithuisplaatsing niet op de voet van artikel 1: 263 lid 1 BW dient

te worden beŽindigd.

d. Een verzoek tot voorlopige ondertoezichtstelling (artikel 1:255 BW) kan zowel mondeling als

schriftelijk worden ingediend door een ouder (via een procureur), een ander die de minderjarige

als behorende tot zijn gezin verzorgt en opvoedt (via een procureur), de Raad voor de Kinderbescherming,

of het openbaar ministerie.

e. Een verzoek tot verlenging van de ondertoezichtstelling (artikel 1:256 lid 2 BW) kan schriftelijk

worden ingediend door het bureau jeugdzorg, een ouder, een ander die de minderjarige als

behorende tot zijn gezin verzorgt en opvoedt, de Raad voor de Kinderbescherming, of het openbaar

ministerie.

f. Een verzoek tot opheffing van de ondertoezichtstelling (artikel 1:256 lid 4 BW) kan schriftelijk

worden ingediend door het bureau jeugdzorg, de met het gezag belaste ouder of de minderjarige

van 12 jaar of ouder.

g. Een verzoek tot vervallenverklaring van een aanwijzing (artikel 1:259 lid 1 BW) kan schriftelijk

worden ingediend door de met het gezag belaste ouder of de minderjarige van 12 jaar of

ouder.

h. Een verzoek tot intrekking van een aanwijzing (artikel 1:260 lid 1 BW) kan schriftelijk worden

ingediend door de met het gezag belaste ouder of de minderjarige van 12 jaar of ouder.

i. Een verzoek tot machtiging uithuisplaatsing (artikel 1:261 lid 1 BW) kan schriftelijk worden

ingediend door het bureau jeugdzorg, de Raad voor de Kinderbescherming, of het openbaar ministerie.

j. Een verzoek tot verlenging van de machtiging uithuisplaatsing (artikel 1:262 lid 1 BW) kan

schriftelijk worden ingediend door het bureau jeugdzorg of de Raad voor de Kinderbescherming.

k. Een verzoek tot gehele of gedeeltelijke intrekking dan wel bekorting van de duur van de machtiging

van de uithuisplaatsing (artikel 1:263 lid 2 en 4 BW) kan schriftelijk worden ingediend

door de met het gezag belaste ouder, een ander die de minderjarige als behorende tot zijn gezin

verzorgt en opvoedt en de minderjarige van 12 jaar of ouder.

 

PROCESREGLEMENT CIVIEL JEUGDRECHT

15

l. Een verzoek om af te zien van een krachtens de machtiging toegestane wijziging van de verblijfplaats

van de minderjarige (artikel 1:263 lid 2 sub c BW) kan schriftelijk worden ingediend

door de met het gezag belaste ouder, een ander die de minderjarige als behorende tot zijn gezin

verzorgt en opvoedt en de minderjarige van 12 jaar of ouder.

m. Een verzoek tot vervallenverklaring of intrekking van een aanwijzing inzake beperking van

contacten tussen de met het gezag belaste ouder en het kind (artikel 1:263a BW) kan schriftelijk

worden ingediend door de met het gezag belaste ouder of de minderjarige van 12 jaar of

ouder.

n. Een verzoek tot wijziging van een rechterlijke beslissing tot vaststelling van een omgangsregeling

(artikel 1:263b lid 1 BW) kan schriftelijk worden ingediend door het bureau jeugdzorg.

Een wijziging van die wijziging (artikel 1:263b lid 2 BW) kan schriftelijk worden ingediend

door de met het gezag belaste ouder, de omgangsgerechtigde, de minderjarige van 12 jaar of

ouder of het bureau jeugdzorg

o. Een verzoek tot vervangende toestemming omtrent een medische behandeling (artikel 1:264

BW) kan schriftelijk worden ingediend door het bureau jeugdzorg

p. Een beroep tegen een beslissing op bezwaar betreffende een indicatiebesluit (artikel 5 lid 2

Wjz), intrekking of (fictieve) weigering daarvan (artikel 6 lid 4 Wjz) kan door belanghebbenden

schriftelijk worden ingediend.

 

PROCESREGLEMENT CIVIEL JEUGDRECHT

16

B. BIJZONDERHEDENFORMULIER BUREAU JEUGDZORG

Stichting Bureau Jeugdzorg

Bijzonderhedenformulier voor de zitting van de kinderrechter

Naam jeugdige(n) en geboortedatum:

Roepnaam jeugdige(n):

Is er bij de stichting behoefte aan een behandeling ter zitting?

Ja/ Nee

Dient er voor de behandeling extra tijd te worden uitgetrokken?

Ja / Nee

Dienen belanghebbenden gescheiden te worden opgeroepen?

Ja / Nee

Is het nodig dat belanghebbenden gescheiden wachten?

Ja / Nee

Is assistentie van de parketpolitie noodzakelijk?

Ja / Nee

Is de minderjarige gedetineerd of gesloten geplaatst?

Ja / Nee

Wil de minderjarige naar de zitting komen?

Ja / Nee

Dient er door de rechtbank voor de minderjarige vervoer te worden geregeld?

Ja / Nee

Zijn er andere belanghebbenden gedetineerd?

Ja / Nee

Is een belanghebbende woonachtig op een geheim adres?

Ja / Nee

Dit formulier is ingevuld door: ………................................................ d.d…....................

 

PROCESREGLEMENT CIVIEL JEUGDRECHT

17

C. TOELICHTING PROCESREGLEMENT CIVIEL JEUGDRECHT

Afwijking in het belang van het kind

Uitgangspunt van de samenstellers is geweest dat, gezien het bijzondere karakter van de rechtsgang, het in de praktijk mogelijk moet zijn in het belang van de minderjarige af te wijken van het reglement. Dit is in art. 1.8 en door woorden als "in beginsel" of "kan" of "in elk geval" tot uitdrukking gebracht.

Nidos en Stichting Gereformeerde Jeugdbescherming

Nidos is opgenomen onder 1.7. De Stichting Gereformeerde Jeugdbescherming evenals de overige voormalige gezinsvoogdij-instellingen vallen daar niet onder omdat die Stichtingen niet die aparte positie hebben (Staatscourant nr. 86, 4 mei 2005, pp. 30 en 31).

Dient de minderjarige een eigen verzoekschrift met bijlagen te krijgen? (2.2)

Er is voor gekozen de minderjarige een eigen verzoekschrift zonder bijlagen te sturen. Het is aan de Raad of de gezinsvoogd het verzoek met de minderjarige te bespreken. In de rapportages staan dikwijls ook gegevens over anderen zoals zijn ouders en broers en zusjes. Indien echter de minderjarige om toezending van de bijlagen verzoekt, kan daaraan worden voldaan, zeker als de minderjarige 16 jaar of ouder is (conform de werkwijze van de Raad voor de Kinderbescherming).

Wanneer zijn pleegouders belanghebbenden? (2.3)

Gekozen is voor de perspectiefbiedende pleegouder of de pleegouder die de minderjarige een jaar of langer verzorgt en opvoedt.

Ruimte wordt opengelaten om in een bepaald geval een pleegouder die de minderjarige korter opvoedt als belanghebbende aan te merken door de woorden "in elk geval".

Spoedverzoek (2.9)

Een machtiging uithuisplaatsing kan worden verleend voor maximaal 4 weken (zie art. 14 uitv. besluit Wjz). Rechtbanken kunnen er voor kiezen de termijn korter te bepalen.

Tolk (5.2)

Dat de verzoeker voor een tolk zorgt, past in het systeem van de wet, immers de verzoekende partij dient er zorg voor te dragen dat de kinderrechter de zaak in volle omvang kan behandelen.

Verzoek vervanging stichting

Opgenomen in de bijlage A onder c. Dit staat in de wet en komt weliswaar minder, maar wel nog steeds voor.

 

 

"Hoe heeft het Openbaar Ministerie haar juridische kooi door gebrek aan controle kunnen verlaten?" Mr. H.P. Wooldrik Hoofdofficier van Justitie arrondissementsparket Haarlem: "Eigenlijk zijn wij toch een volk van dominees en regenten. Van boven ons gesteld gezag en daar hoort ook de rechtspraak bij. De volksrechtbank met jury drukten wij meteen de kop in, terwijl de Duitsers, Belgen, Fransen en Engelsen er allemaal iets van hebben. De rechtspraak laat je niet over aan het gewone volk, vindt men, daar heb je autoriteiten voor." Bron: Groene Amsterdammer.
288 INFORMANT professor Hans Daudt Democratie in Nederland is een ilussie! In het parlement zitten geen gekozen vertegenwoordigers van het volk meer, maar benoemde mensen. Ze zien het Kamerwerk als opstapje naar een baan in het openbaar bestuur. En ja, daar moet je helaas vier jaar de politiek voor in. Die banen zijn in overvloed te vergeven - alle politieke partijen willen dezer dagen in alle regionen van het openbaar bestuur 'hun mannetje' hebben zitten. Dat is, zegt Hans Daudt, 'het handjeklap van de regenten.
407 HET GEVAAR! Het zeer gevaarlijke voorstel van wet van Tweede-Kamerlid Halsema, houdende verklaring dat er grond bestaat een voorstel in overweging te nemen tot verandering in de Grondwet, strekkende tot invoering van de bevoegdheid tot toetsing van wetten aan een aantal bepalingen van de grondwet door de rechter 
102 Vraag 1 in iedere zaak Wat is DE NORM? Wat is HET GEVAAR? Hoe is de vergelijkingsmethode tot stand gekomen?
050 Het doel van de Wob is het bevorderen van een goede en democratische bestuursvoering. Dit doel wordt verwezenlijkt door u als burger de mogelijkheid te verschaffen om informatie die bij de overheid/bestuursorganen berust in te zien, dan wel verstrekt te krijgen. Op deze wijze kan de burger controle uitoefenen op de besluitvorming door en het beleid van de overheid/bestuursorganen, waaronder BJZ. Wob102verzoek1, Wob102verzoek2, Wob102verzoek3, Wob102verzoek4, Wob102verzoek5, Wob102verzoek6, Wob102verzoek7, Wob102verzoek8, Wob102verzoek9, Wob102verzoek10, Wob102verzoek11, Wob102verzoek12, Wob102verzoek13, Wob102verzoek14, Wob102verzoek15
020 Een van de sabotagetechnieken van de Staat jegens burgers is beweren dat bepaalde documenten niet openbaar gemaakt hoeven te worden zodat de burger eerst daar een proces over moet gaan voeren. Daarbij krijgt de overheid vaak hulp van een van de hoogste instantie in ons land de Raad van State
JH15 Gezellig onderonsje! Hoofdredacteur Wegener krant: "Van alle kanten kreeg ik berichten om Groep Hop dood te zwijgen"
GH Gezellig onderonsje! Hoe komt de grootste christelijke politieke partij aan stemmen? Groep Hop verkiezingsposters verwijderen!
048 Gezellig onderonsje! CDA voorstander van dubbelfunctie Officier van Justitie rechter-plaatsvervanger
089 Gezellig onderonsje! CDA voorstander van dubbelfunctie advocaat rechter-plaatsvervanger
377 Gezellig onderonsje! CDA voorstander van kruimel OvJ/pseudo Officier van Justitie! Wat voor een toga hebben zij eigenlijk aan?
476 Gezellig onderonsje! CDA MvJ Donner voorbeeld van het onder elkaar verdelen van alle belangrijke bestuurs- en juridische baantjes
267 Gezellig onderonsje! CDA MvJ Donner: "Maatschappelijke onvrede over rechtspraak politiek kanaliseren"
BSC Gezellig onderonsje! Jan Hop Groep Hop: "Waarom zijn de (bestuurlijke) nevenfuncties van de leden en secretarissen bezwaarcommissies in Nederland niet openbaar? Omdat er sprake is van "vriendjes" in de commissies bezwaarschriften om de maatschappelijke onvrede over rechtspraak politiek kanaliseren?
305 Gezellig onderonsje! OvJ weigert strafvervolging in te stellen tegen 200 rechters die nevenfuncties niet hebben opgegeven
088 Gezellig onderonsje! OvJ stuurt aangifte van een burger door naar de directeur van de Raad voor de Kinderbescherming
180 Gezellig onderonsje tussen politie, jeugdzorg, OM en rechtersleger!  

Cel 12 voor bijdehand meisje! OM weigert strafvervolging tegen daders die dochter Nienhuis/Leenders in elkaar hebben geslagen

Zijn de ouders van A. in het kader van deze "jeugdzorg DOOFPOTOPERATIE" in een ONDERONSJE op 191009 met kinderrechter BARRAU al uit het gezag gezet voordat de RVDK op 201009 een verzoekschrift ging indienen? Het antwoord is JA!

300 Gezellig onderonsje! Liegen en bedriegen is norm voor overheid en rechtersleger om kritiek op de overheid zelf te onderdrukken
005 Gezellig onderonsje! Procederen tegen Openbaar Ministerie met K.H. de Werd geeft inzicht hoe ondernemer kapot wordt gemaakt
289 Gezellig onderonsje! Gelderse Verhoormethode! Praktijkvoorbeeld hoe wordt  minderjarigen LINKE jeugdzorg projecten ingejaagd
332 INFORMANT Mr. M. Moszkowicz sr.: "Leven we nog in een rechtsstaat?"
178 INFORMANT Pim Fortuyn: "Ik zal mij na 15 mei 2002 inspannen om OM een halt toe te roepen en op de terugweg te dwingen"
285 Wederrechtelijke vrijheidsberoving. Ik zat opgesloten in de isoleercel en werd vrijgelaten de IBS beschikking niet werd afgegeven
334 Wederrechtelijke vrijheidsberoving. Wie zich niet coŲperatief opstelt, kan door een overheid als geestesziek worden aangemerkt
104 Overheid start ontslagprocedures tegen medewerkers die als klokkenluider durven te fungeren wegens verstoorde verhoudingen
267 CDA Lubbers: "Atoomspion Khan in Nederland niet verder vervolgd op verzoek buitenlandse geheime dienst, dossier is zoek"
307 Reorganisatie OM door Únze Arthur is een onomkeerbaar proces dat hoe langer hoe meer op de parketten gestalte krijgt
306 Hop stelde al op 27 januari 1998 de vraag: "Is er een complot OM en Rechterlijke Macht tegen democratische rechtsstaat?"
323 Bolkenstein: "Het ziet er echter naar uit dat het OM, gesteund door rechters zich en bloc tegen minister en de Tweede Kamer keren"
109 Voor iedere topcrimineel is het van 't grootste belang dat hij in de publiciteit niet in zijn ware gedaante wordt geportretteerd"
278 Eindrapport Commissie Traa hoofdstuk 1-3  WAARSCHUWING OM: "IRT klokkenluiders hebben ambtsgeheim geschonden!"
296 Eindrapport Commissie Traa hoofdstuk 4-8 WAARSCHUWING OM: "IRT klokkenluiders hebben ambtsgeheim geschonden!"
297 Eindrapport Commissie Traa hoofdstuk 9-10 WAARSCHUWING OM: "IRT klokkenluiders hebben ambtsgeheim geschonden!"
179 Pamela Hemelrijk: "Rechters deinzen niet terug voor fraude om de Staat als deze partij aan het langste eind te laten trekken
089 De landsadvocaat vertegenwoordigt de partij van de overheid maar overlegt met rechters alsof het niets is
340 Boven de wet, het arrogante bolwerk van de Nederlandse rechters
135 Een voor de overheid partijdige rechter is te herkennen aan weigering RECHT te spreken met als grondslag de WET
301 Een voor de overheid partijdige rechter is te herkennen aan rechtspraak in strijd met procesreglement familierecht
222 Sabotagetechniek kinderrechter is verzoekschrift pas behandelen wanneer moeder en kind naar buitenland zijn vertrokken
119 Een heerlijk onderonsje in Den Haag bij de Raad van State met het gemeentebestuur van Den Haag
376 Beroep gegrond! Rechtbank Amsterdam motiveert met korte weergave van afwijzingsgronden Minister
616 Troonredes 1990-2009 met ieder jaar meer inspanningen van politie en justitie om rechtspositie burger verder uit te hollen
308 Met ieder jaar meer (geautomatiseerde) bonnenregens om burgers financieel verder uit te kleden onder mom (verkeers)veiligheid
STEM Stem NIET op CDA, PVDA, VVD en GroenLinks als u TEGEN (geautomatiseerde) bonnenregens voor paar kilometer te hard rijden bent
   

top