CENSUUR EN ORGANISATIECRIMINALITEIT IN NEDERLAND ©

1997-2014+ Diepe minachting voor het structurele probleem in de Nederlandse rechtspraak te weten de weerzinwekkende partijdigheid voor de overheid.

Groep Hop wil de pensioengerechtigde leeftijd verlagen naar 60 jaar. Alle gemeente belastingen afschaffen. Improductieve bureaucratie aanpakken. Kinderbeschermingsmaatregelen na verzonnen verhalen is weerzinwekkende fraude. Ontvangen gelden dienen als heling te worden aangemerkt. Bekijk ons programma? Als u ook genaaid bent/wordt door voor de overheid steeds partijdige rechtspraak, gemeente, jeugdzorg, RvdK of UWV stel u verkiesbaar voor de verkiezingen gemeenteraad 2018. Praktijkvoorbeeld. Het jatten van de recreatiewoning van een 71+ jarige gehandicapte burger die VOOR 1996 zelf zijn recreatiewoning heeft (af)gebouwd en er voor 1996 ook woonde dat wordt door niemand ter discussie gesteld wordt door Hop als organisatiecriminaliteit gemeente Ermelo en zeer ernstige mishandeling van een gepensioneerde burger aangemerkt. Groep Hop is wel TEGEN de discriminatie van Nederlanders tov buitenlanders.

Stem TEGEN organisatiecriminaliteit bij de overheid! Stem VOOR Groep Hop. Dank u wel voor uw aandacht. J. Hop.

 

 

De Betere Krant van Ermelo

Nieuwsberichten uit het Ermelo, lees verder

 

Voorwoord!

Redacteur Hop heeft met de grootouders Visscher over hun belevenissen met de Raad voor de Kinderbescherming en de rechtspraak gesproken en zij vonden het zelfs prima dat hun naam Visscher op de website werd vermeld als informant.

Ik ken de hierboven genoemde grootouders dus persoonlijk en hun keiharde uitspraken over de Raad voor de Kinderbescherming worden op deze site nu ongecensureerd vermeld:

Opa Visscher: "Meneer Hop, ik heb in het verzet gezeten maar als ik nu moet kiezen tussen de Gestapo en de Raad voor de Kinderbescherming dan kies ik voor de Gestapo want dan weet je gelijk waar je aan toe bent!"

 

 

De Ottolander-norm. De grootouders m.z. hebben hun kleindochter enige uren per dag opgevangen in het laatste stadium van de ziekt van moeder. Geen omgangsregeling tussen grootouders en kleinkind na het overlijden van moeder. Geen afschrift van een kopie schoolrapport van het kleinkind omdat dit te belastend is voor de kleindochter

Zinloos procederen tegen de Raad voor de "Kinderbescherming" door grootouders
Beschikking 8 juli 1999 in de zaak met rekestnummer 506/98 bij Hof Amsterdam
Grootouders Visscher tegen de Raad voor de Kinderbescherming Vestiging Utrecht

Mevrouw A. Koedood, 3 klachten gegrond maar grootouders verliezen kleinkind na bemoeienis kinderbescherming Utrecht via mevrouw Zwolschen

 

 

Citaten uit de beschikking:

Op 21 april 1994 heeft moeder een testament gemaakt ten overstaan van notaris mr. H.H. Elferink, waarin - onder meer - het volgende is opgenomen onder VII: 

"Ik verzoek mijn echtgenoot, (..) in de periode dat mijn dochter nog minderjarig is gelegenheid te geven voor een bezoekregeling van mijn dochter met mijn ouders, (..), op de volgende wijze:

1. Mijn ouders hebben het recht mijn dochter één dag per twee weken te verzorgen of mee te nemen voor uitstapjes, ten zij mijn dochter op dat moment ziek is, ter beoordeling van haar vader.

2. Indien de hiervoor sub 1. bedoelde regeling niet effectueerbaar is, hebben mijn ouders het recht mijn dochter één keer per twee weken te bezoeken en te zien.

3. Mijn ouders hebben het recht te allen tijde telefonisch contact met mijn dochter te onderhouden.

4. Mijn ouders hebben recht op inzage in elk schoolrapport van mijn dochter.

 

2.2. In geschil is de afwijzing bij de beschikking waarvan beroep van het verzoek van de grootouders, om bij beschikking uitvoerbaar bij voorraad, te bepalen dat de grootouders omgang hebben met hun kleindochter gedurende één dag in de twee weken bij zich thuis, althans zodanige omgang als de rechtbank juist zal achten, en voorts te bepalen dat de vader telefonisch contact tussen de grootouders en  hun kleindochter moet toestaan en dat de grootouders van de vader een kopie van elk schoolrapport van hun kleindochter krijgen.

Op 9 augustus 1996 heeft de Raad rapport uitgebracht. Hierin is onder meer in de conclusie -kort en zakelijk weergegeven- het volgende vermeld:

(..) De problemen , die er zijn met de contacten tussen kleindochter en de grootouders m.z. vinden hun oorsprong niet in de gebeurtenissen na het overlijden van moeder en de perikelen rond haar testament of de opstelling van vader maar zijn een uitvloeisel van eerder problemen. (..) De grootouders m.z. hebben hun kleindochter enige uren per dag opgevangen in het laatste stadium van de ziekt van moeder. (..) Uit het Raadsonderzoek is vast komen te staan dat er een hechte band is tussen vader en dochter en dat vader op een knappe manier de opvoeding en verzorging van zijn dochter ter hand neemt en er zorg voor draagt dat zij overeenkomstig haar leeftijd opgroeit. De grootouders m.z. zijn tot op heden niet bij machte gebleken om  hun gevoelens ten aanzien van vader opzij te schuiven en vader te zien als degene van wie hun dochter veel hield en als de vader van hun kleindochter. Op grond van deze opstelling en gezien alle acties, die zij hebben ondernomen op momenten waarop niet aan hun verwachtingen en eisen werd voldaan, zonder rekening te houden met anderen, bestaat gegronde vrees dat een omgangsregeling slechts tot gevolg heeft dat hun kleindochter door hen belast wordt met negatieve reacties van de grootouders m.z. ten opzichte van vader. (Klein)dochter weigert pertinent ieder contact met de grootouders m.z. en wil dit zelf aan de rechter komen vertellen, buiten aanwezigheid van de grootouders m.z. Een specialistisch onderzoek is overbodig omdat uit het Raadsonderzoek in voldoende mate is komen vast te staan dat een omgangsregeling niet in het belang van de (klein)dochter kan worden geacht.

Advies:

Het verzoek van de grootouders m.z. om een omgangsregeling tussen hen en hun kleindochter vast te stellen, afwijzen.

Op grond van voornoemde raadsrapportage heeft de rechtbank te Utrecht bij beschikking van 16 oktober 1996 het verzoek van de grootouders tot vaststelling van een omgangsregeling met hun kleindochter afgewezen.

Vervolgens hebben de grootouders een klaagschrift ingediend, ingekomen bij de Klachtencommissie III van de Raad voor de Kinderbescherming, directie Noord-West te Haarlem op 4 december 1996, tegen de handelwijze van de raadsmedewerkster mevrouw A. Koedood en tegen haar wijze van onderzoeken. De klachtencommissie heeft de klacht van de grootouders op drie van de vier onderdelen gegrond verklaard.

Op 21 april 1999 is het rapport van de Raad ter griffie van het hof ingekomen. Onder het kopje conclusie en advies is -zakelijk weergegeven- het volgende vermeld:

"Concluderend meent de Raad te kunnen zeggen dat weliswaar groei in de contacten zat maar dat het voor de (klein)dochter  nog niet veilig genoeg voelt om alleen een contact met haar grootouders te kunnen onderhouden. (Klein)dochter heeft in het verleden ongetwijfeld voldoende opgevangen van de strijd tussen haar ouders/vader en grootouders. Vaders gekwetstheid over de houding van de grootouders in het verleden, kan hij niet geheel verbergen. Er wordt daardoor een groot beroep gedaan op de loyaliteit van (klein)dochter. Zij kan niet meer onbevangen tegenover haar grootouders staan. Het is nu niet aan de orde wat de oorzaak en wat het gevolg os geweest van deze zaak, het is (..) een gegeven waar men rekening mee moet houden. Het is ondoenlijk een meisje van, nu inmiddels, elf jaar bewust of onbewust, als intermediair te laten fungeren. Een verplichte omgangsregeling zou een te grote druk op de schouders van (klein)dochter leggen. Als zij wat ouder is, is zij misschien in staat, de druk van beide kanten te relativeren en aan te geven hoe ze zelf in het geheel staat en wat zij daar mee wil doen. Wel zou het mogelijk moeten zijn (klein)dochter te motiveren haar grootouders zo nu en dan een schriftelijk contact, al is het heel summier, met haar grootouders te onderhouden.

Mevrouw Zwolsche heeft namens de Raad tijdens de mondelinge behandeling in hoger beroep gesteld het heel opvallend te vinden dat de contacten tussen de grootouders en hun kleindochter door de diverse betrokkenen zeer verschillen geïnterpreteerd worden. Duidelijk is, volgen de Raad, wel dat de contacten voor (klein)dochter erg spannend zijn geweest en dat ze het als een verplichting heeft ervaren. (Klein)dochter heeft, aldus de Raad, zeer nadrukkelijk te kennen gegeven dat zij zonder het bijzijn van een medewerker van de Raad niet wilde meewerken aan de contacten. De Raad is van mening dat het voor (klein)dochter een onmogelijke opgave is om het contact met de grootouders voort te zetten en acht het niet in het belang van (klein)dochter  om de bezoeken af te dwingen. Volgens de Raad is er, al (klein)dochter nu niet gedwongen wordt, misschien hoop voor de toekomst.

3. Beoordeling van het hoger beroep

3.1. Vast staat dat de grootouders ingevolge artikel 1:377f Burgerlijk Wetboek in beginsel recht op omgang met hun kleindochter hebben. Ingevolge voornoemd artikel kan de rechter echter een verzoek tot omgang afwijzen, indien het belang van het kind zich tegen toewijzing verzet of indien het kind, dat twaalf jaar of ouder is, bezwaar maakt. Nu (klein)dochter uitdrukkelijk te kennen heeft gegeven geen omgang met haar grootouders te willen hebben en aannemelijk is geworden dat de proefcontacten veel psychische spanningen bij  haar te weeg hebben gebracht is het hof van oordeel dat vaststelling van een omgangsregeling tussen de grootouders en hun kleindochter, in de situatie zoals deze thans tussen partijen bestaat, schadelijk voor hun kleindochter is en derhalve niet in haar belang kan worden geacht. Daargelaten of de grootouders ingevolge de huidige wetgeving aanspraak kunnen maken op een informatieplicht van de vader, acht het hof vaststelling van een dergelijke plicht op grond van hetgeen hiervoor is overwogen en de feiten en omstandigheden zoals deze - onder meer - naar voren zijn gekomen tijdens de mondelinge behandelingen in hoger beroep eveneens niet in het belang van kleindochter.

Het Hof bekrachtigt de beschikking van de rechtbank Utrecht

Geen omgangsregeling tussen grootouders en kleinkind na het overlijden van moeder.

Geen afschrift van een kopie schoolrapport van het kleinkind omdat dit te belastend is voor de kleindochter.

Deze beschikking  is gegeven door:

Torrenga (40)

Den Ottolander (35)

Gerritzen-Gunst (27)

 

Gezocht, hoe reageerden onderaannemers in de jeugdzorg op uw informatieverzoek (575)
550 Iedere zaak begint met verzoek afschrift gegevens van u in het centraal justitieel informatieregister!
489 Wie weet namen van ZORGVERLENERS in Nederland die BESLUITEN nemen als bestuursorgaan over pleeggezinnen?
169 Niet zeuren en klagen bij RTL en SBS als uw pleegkind wordt weggehaald, wurgcontracten zijn representatief voor pleegzorg
700 Klacht GEGROND tegen klacht pleegouder niet-ontvankelijk bij interne klachtencommissie Stichting Gereformeerd Jeugdwelzijn
204 Geschiedenis! Klacht gegrond met Hop, Voorziening Pleegzorg Flevoland had twee na wetgeving geen interne klachtencommissie
312 Grootvader Visscher: "Als ik mag kiezen tussen de GESTAPO of de Raad voor de Kinderbescherming dan kies ik de GESTAPO"
691 Geschiedenis! Klacht gegrond met Hop tegen Stichting Centrum voor Pleegzorg Rotterdam
509 UHP kind in instelling! Briefadres bij ouders! Bezwaarschrift tegen BESLUIT gemeente om uw kind uit te schrijven uit de gemeente
125 UHP kind in instelling! Briefadres bij ouders! Verzoek aan gemeente om uw kind in te schrijven in de gemeente
214 Kinderrechter over de positie van een pleegouder
467 LBIO en wat iedereen behoort te weten over de mentaliteit bij het LBIO

top
Censuur in Nederland ©
Stem Groep Hop in 2014
Politicus/redacteur/auteur: J. Hop, Joubertstraat 24, 3851 DM Ermelo. Plaats uitgave: Ermelo. Uitgever: J. Hop Ermelo.
Disclaimer 2013 en vrijwaring. Op alle websites Censuur in Nederland en Groep Hop is een "2013 disclaimer" van toepassing. Procedures inzake belemmering vrijheid van meningsuiting tegen politicus/redacteur/auteur J. Hop Ermelo uitsluitend via rechtbank Zutphen met gelijktijdig verzoek om beeld- en geluidsopnames te mogen maken van de complete hoorzitting t.b.v. publicatie op internet en/of andere media. Door mijn website te raadplegen accepteert u mijn vrijwaring. J. Hop streeft ernaar dat alle informatie op deze website correct is. J. Hop verleent ten aanzien van die informatie echter geen enkele garantie, noch kan J. Hop worden geacht een dergelijke garantie stilzwijgend te hebben verleend. J. Hop zal in geen geval aansprakelijk zijn voor schade van welke aard dan ook, waaronder directe, indirecte of gevolgschade, voortvloeiend uit of in verband met het gebruik of betreden van deze website.