| Ouders BOYCOT de Raad voor de Kinderbescherming! Openbare aanklachten van burgers tegen het beruchte bestuursorgaan Raad voor de Kinderbescherming (Ministerie van Justitie) in de volksmond nog veel beter bekend als Raad voor de Leugenbescherming en Raad voor de Kindermishandeling |
Klacht gegrond Hop namens X tegen Raad voor de Kinderbescherming Arnhem, raadsonderzoeker partijdig voor moeder
Het had op de weg van de raadsonderzoekster gelegen beide ouders in een gelijkwaardige uitgangspositie te betrekken en zelfs maar de schijn van vooringenomenheid te vermijden. Dat is helaas niet voldoende gebeurd!
Ministerie van Justitie, Raad voor de Kinderbescherming
Datum 11 oktober 2000
Onderwerp klachtbehandeling
B. De periode van het
onderzoek
Onderdeel directie, De Directie Oost heeft vestigingen in Almelo, Arnhem, Lelystad, Zutphen en Zwolle, Contactpersoon mr. H. Pasman
Doorkiesnummer(s 0575 58 55 55
Het betreft hier in hoofdzaak het optreden en de werkwijze
van de raadsonderzoekster, mevrouw X.
Kenmerkende uitgangspunten voor de aanpak van onderzoeken inzake omgangsregelingen zijn enerzijds de blijvende centrale verantwoordelijkheid van de ouders voor het oplossen van (hun) conflicten over de uitoefening van de omgangsregeling en anderzijds de actieve houding van de raad erop gericht om bij dergelijke conflicten beweging ten goede te krijgen in de vastgelopen situatie.
In de praktijk betekent dit onder andere dat als start van het onderzoek beide ouders in de regel tegelijk worden uitgenodigd voor een gesprek om, zo mogelijk, te komen tot een bemiddeling. De raadsonderzoeker richt zich op de communicatie tussen ouders, probeert die te verhelderen, spreekt het probleemoplossend vermogen van de ouders aan en houdt het belang van het kind centraal.
Lukt het niet om de ouders tot oplossingen te brengen dan zal verder moeten worden gegaan met het onderzoek.De onderzoeker maakt de balans op van de door hem relevant geachte aanvullende informatie, wikt en weegt deze samen met praktijkleider, en in voorkomende gevallen met de gedragsdeskundige, om vervolgens tot een advies te komen. Op grond van argumenten probeert hij de ouders meet te krijgen in het advies.
Uit mijn gesprek met mevr. X is mij gebleken dat zij, om zo vrij mogelijk in het onderzoek te kunnen staan, bewust geen kennis heeft genomen van wat aan haar onderzoek vooraf is gegaan. Daaruit is ook te verklaren dat zij geen kennis had genomen van het door u op schrift gezette relaas van de voorgeschiedenis en uw visie op de situatie.
Deze soort zaken wordt gekenmerkt door een hoge graad van moeilijkheid, zoals ook blijkt uit de eerdere mislukte pogingen van de door u en uw ex-echtgenote ingeschakelde psycholoog-psychotherapeut X om tot een oplossing te komen. Tevens is mij gebleken dat zij eerst met uw ex-echtgenote heeft gesproken en daarna met u.
Zij heeft er van afgezien om te pogen om, als eerste mogelijkheid, u beiden met elkaar in een gesprek in contact te brengen met het doel samen als de verantwoordelijke ouders naar een oplossing te zoeken. Daarover meldde zij mij dat zij deze mogelijkheid wel bij uw ex-echtgenote onder de aandacht heeft gebracht, maar gezien haar sterke weerstand mevr. X de mogelijkheid van een samenspraak heeft verlaten. Daarin wist zij zich gesterkt door de zeer besliste mening van de kinderen dat dezen zelf geen contact meer met u wilden.
Gezien hun leeftijd en niveau moet aan de mening van de kinderen zelfstandige betekenis worden toegekend voor de beoordeling van deze zaak.
Van de raadsmedewerker mag in omgangszaken op grond van het geldende beleid - overigens zonder enige garantie op succes - een actieve en volhardende probleem - en oplossingsgerichte werkhouding worden verwacht, waarin zo enigszins mogelijk beide ouders actief worden betrokken.
In omgangsregelingszaken gaat het niet zozeer om de vraag of de omgangsregeling verplicht is, maar dat om de vraag hoe en op welke wijze het beste aan de verplichting tot omgang uitvoering kan worden gegeven.
Mevrouw X heeft zich er echter toe beperkt, reactief, kennis te nemen van de standpunten en de houdingen van uw ex-echtgenote en de kinderen en zij heeft u daarmee vervolgens geconfronteerd. Zij heeft zodoende de actieve opstelling die van haar als raadsonderzoekster verwacht mocht worden om u als ouders te bewegen tot een behoorlijke omgangsregeling onvoldoende uitgeoefend. Naar mijn mening is mevrouw X hiermee tekort geschoten in de uitoefening van haar functie.
Ik kan mij uw gevoel dat u niet serieus genomen zou zijn in uw standpunt en uw positie met betrekking tot de omgang met uw kinderen dan ook voorstellen. Dit temeer nu u uw zorg hieromtrent al na het eerste gesprek met mevrouw X door uw advocaat aan de orde had gesteld. (brief 20 april 2000).
Uit de contactenlijst leidde u in een later stadium af dat uw ex-echtgenote mevrouw X had laten weten dat de raad haar geadviseerd zou hebben de omgangsregeling te stoppen. Dat gaf u eens te meer het gevoel dat u niet onbevooroordeeld door mevrouw X zou zijn behandeld. Dat u dat het gevoel gaf vanaf het begin niet gehoord te zijn en serieus genomen, kan ik mij eveneens voorstellen.
Het had op de weg van de raadsonderzoekster gelegen beide ouders in een gelijkwaardige uitgangspositie te betrekken en zelfs maar de schijn van vooringenomenheid te vermijden. Dat is helaas niet voldoende gebeurd, hetgeen te betreuren valt.
In deze opzichten verklaar ik uw klacht gegrond.
Ik teken hierbij wel uitdrukkelijk aan dat ik het op grond van de standpunten in deze zaak, en in het bijzonder die van de kinderen, maar ook zeker op grond van uw eigen opstelling, zeer onwaarschijnlijk acht dat de uitkomst van dit onderzoek tot een ander resultaat zou (kunnen) leiden, dan in feite concreet geconcludeerd is. Namelijk dat een herstel van de contacten c.q. omgangsregeling thans helaas niet mogelijk is. Onder de aangetroffen situatie en omstandigheden lijkt een goed lopende omgangsregeling nagenoeg niet te verwezenlijken, gezien de ernst en de mate van de vastgestelde problemen. Met betrekking hiertoe breng ik u mijn vragen en opmerkingen daarover in ons gesprek in herinnering.
De aan u geadresseerde brief van 3 februari 2000 vermeldt inderdaad te onrechte als onderwerp 'onderzoek opvoedingssituatie', in plaats van 'onderzoek omgangsregeling'. Dit is het gevolg van het, in uw geval, mislukte gebruik van standaardbrieven, die 'met een druk op de knop' uit het geautomatiseerd systeem worden opgeroepen. Een verkeerde 'druk op de knop' is dan als een onbedoelde misslag en als een ongeluk te zien, maar tegelijk zeer onwenselijk.
Uw klacht in dit
opzicht verklaar ik gegrond.
Een boycot is, in de oorspronkelijke zin, het verbreken van (handels)relaties met een land, een bedrijf of een
individu. In de brede zin is het ook een verzaking om iets te doen, bijvoorbeeld een verkiezing boycotten om een statement te maken. De redenen
van een boycot kunnen van politieke aard zijn of dienen om een vorm van wraak uit te oefenen of iemand te isoleren. Het woord ontstond in Ierland, waar de
hardvochtige Engelse rentmeester Charles Cunningham Boycott (1832–1897) zo door zijn pachters werd gehaat, dat zij hem in 1879 volledig isoleerden.
Bekende (oproepen tot) boycots in de geschiedenis zijn o.a.
Troonrede 2010
Ouders BOYCOT het beruchte bestuursorgaan Raad voor de Kinderbescherming
- de oproep van de Indiase leider Mahatma Gandhi om geen Engelse producten te kopen.
- de Montgomery-busboycot die begon in 1955 en leidde tot het einde van de rassenscheiding in bussen.
- de olieboycot van OPEC-landen tegen westerse landen die Israël hadden bijgestaan in de Jom Kippoeroorlog, wat in 1973 leidde tot de oliecrisis,
- en de boycot van Zuid-Afrikaanse producten ten tijde van de apartheidspolitiek.
- de boycot van joodse winkels in Duitsland en Oostenrijk, tijdens en in de jaren voor de Tweede Wereldoorlog.
- Olympische Spelen 1956 in Melbourne vanwege de rol van de Sovjet-Unie in de Hongaarse opstand.
- de boycot van de Raad voor de kinderbescherming in Nederland na onderonsjes met BARRAU om Leenders/Nienhuis uit het gezag te zetten.
- de boycot van de Raad voor de Kinderbescherming in Nederland na onderonsjes met SBJNB om moeder D. uit het gezag te zetten
In Nederland rekent de jeugdzorg op medeplichtigheid van de RvdK om ouders met kritiek op de werkwijze van de jeugdzorg
in hun zaak zo snel mogelijk uit het gezag te zetten om kritiek van ouders op de jeugdzorg met deze werkwijze te onderdrukken.
Het beruchte bestuursorgaan Raad voor de Kinderbescherming heeft dan ook volkomen terecht in de volksmond de bijnamen
Raad voor de Leugenbescherming, Raad voor de Oudermishandeling en Raad voor de Kindermishandeling opgelopen.
Groep Hop eist per ouder tien miljoen euro schadevergoeding voor iedere ouder die procedeert tegen jeugdzorg
om vervolgens door RvdK en kinderrechters uit het gezag te worden gezet en een beroepsverbod voor de betrokken medewerkers van
jeugdzorg, Raad voor de Kinderbescherming en kinderrechters op welke zaken door een volksjury dient te worden beslist.
Wilt u meehelpen om de boycot Kinderbescherming bekendheid te geven?
UITNODIGING
U kunt GRATIS meehelpen door uitnodigingen te verspreiden om te beginnen in uw eigen netwerk, in flatgebouwen
met veel brievenbussen, in wachtkamers, voor de ingang van scholen, kinderdagverblijven, rechtbanken of buro jeugdzorg enz.
091
Verzoek om gemeentegarantie vingerafdrukken bij nieuw paspoort of identiteitskaart!
685
Leer zelf procederen! Dien een Wob verzoek (bestuurlijke) nevenfuncties van een burgemeester in bij meerdere gemeenten
102
Leer zelf procederen! Dien een of meer Wob verzoeken in bij Stichting Bureau Jeugdzorg Noord-Brabant
Troonrede 2009
Troonrede 2008
Troonrede 2007
Troonrede 2006
Troonrede 2005
Troonrede 2004
Troonrede 2003
Troonrede 2002
Troonrede 2001
Troonrede 2000
Troonrede 1999
Troonrede 1998
Troonrede 1997
Troonrede 1996
Troonrede 1995
Troonrede 1994
Troonrede 1993
Troonrede 1992
Troonrede 1991
Troonrede 1990
Troonrede 1989
Troonrede 1988
Troonrede 1987
Gezocht Troonredes 1986 en ouder