| Lachwekkend!
Kinderbescherming zit
niet meer bij rechter aan tafel. (1)
(12) Lachwekkend!
Nu bellen de
vertegenwoordigers van de Staat met de kinderrechter buiten de
hoorzitting om nog voordat een verzoek wordt ingediend! (101)
(124) (180)
Lachwekkend!
UN heeft nog steeds niet op klacht van Hop
tegen Nederland beslist als representatief
voorbeeld van "corruptie van coalities" tussen UN en Nederland
(95) (710)
|
Beroepschrift 331 tegen verkeersboete inzake "overschrijding maximum snelheid"
Aan de Officier van Justitie Zonder
Naam
Arrondissementsparket te ........................................
Adres:
Postcode en woonplaats:
(Op de beschikking staat vermeld naar welk adres het bezwaarschrift verzonden
dient te worden.)
Betreft: Bezwaarschrift beschikkingnummer:..............................................
Plaats en datum:
Geachte heer/mevrouw de Officier van Justitie Zonder Naam,
SPOEDVERZOEK! Beleefd VERZOEK ik u mij MET SPOED te informeren waarom de naam van de Officier van Justitie eerste klasse in salariscategorie 8 leden rechterlijke macht Dhr. mr. J.(eroen)H.A. Steenbrink met de dubbelfunctie directeur van de Centrale Verwerking Openbaar Ministerie (CVOM) benoemd vanaf 1 mei 2005 voor onbepaalde tijd" niet onder de beschikking staat waartegen dit beroepschrift is ingediend? Indien er sprake is van een andere OvJ in deze zaak wordt verzocht om toezending compleet afschrift Koninklijk BESLUIT van deze OvJ?
Inleiding. Ik informeer u dat ik dit gratis internet beroepschrift heb gevonden op de website Censuur in Nederland waarvan de redacteur de aan u bekende heer J. Hop te Ermelo is. Dit beroepschrift is door hem ontworpen voor degene die niet gewend is om brieven te schrijven of formulieren in te vullen met als uitgangspunt een beroepschrift juridisch en zakelijk zo goed mogelijk op papier te zetten zodat "het personeel dat handelt uit naam van de Officier van Justitie eerste klasse in salariscategorie 8 leden rechterlijke macht Dhr. mr. J.(eroen)H.A. Steenbrink met de dubbelfunctie directeur van de Centrale Verwerking Openbaar Ministerie benoemd vanaf 1 mei 2005 voor onbepaalde tijd" razendsnel op dit beroepschrift kan beslissen waardoor de communicatie tussen burger en overheid direct wordt verbeterd.
Voordat ik dit gratis internet beroepschrift ging gebruiken ben ik eerst nagegaan wie die meneer Hop is. Ook heb ik zijn introductie gelezen op de website Censuur in Nederland. Na het lezen van zijn introductie en enkele andere websites (222) (116) (251) denk ik dat de heer Hop in het verleden niet alleen op basis van praktijkervaring veel heeft meegemaakt in de rechtspraak maar ook op landelijk niveau heeft bewezen in staat te zijn de uiterlijke kenmerken van de rechtspraak ondanks felle tegenwerking van deze beroepsgroepen flink te verbeteren. Ik geef als voorbeelden de websites (12) (184) (51) (50) (55), acht de inhoud hiervan als herhaald en ingelast beschouwd. Ook heb ik kennis genomen van de websites (17) en (50) waar een Parlementslid en het Platform Cliëntenorganisaties Jeugdzorg hopen dat Hop zich in wil blijven zetten voor klagers en blijft doorgaan het publiek van informatie te blijven voorzien.
Ook ben
ik nagegaan wat de heer Hop zelf aanvoert als grondslag voor zijn deskundigheid
om dit gratis beroepschrift op internet te zetten. Hop
adviseert op zijn website gewoon te kijken naar de kritiek van tegenstanders van
Hop aan de hand van de H.P.H. van
Griendsven-norm.
Citaat: "De heer Hop was als voortrekker bezig het systeem lam te leggen.
In eerste instantie werd in dit kader gebruik gemaakt van hinderlijke, maar wel
legale middelen als het systematisch klagen en het systematisch om informatie
vragen" Bron Regel 21, 22 en 23 Pleitnotities advocaat X overheid op de
hoorzitting van het Hof van Discipline 150304.
Met het toesturen van uw verkeersboete heeft u in ieder geval bereikt dat ik ben gaan nadenken over wat er om mij heen gebeurt. Ik verzoek (1) u voordat u op dit beroepschrift beslist eerst na te gaan of er bij de heer Hop tot op heden nog geen tweede verzoek van het Ministerie van Justitie is binnengekomen om een van zijn sites, in het bijzonder dit beroepschrift, in onderling overleg, iets aan te passen. Indien neen, dan is er in casu dus geen sprake van zand strooien in de Justitiële boetemachines maar van procedureel en systematisch weerwerk waarbij ik ook nog de OM-bezwaartest heb gedaan alvorens u dit beroepschrift toe te sturen.
Ik verzoek (2) u aan mij de gelegenheid te geven met dit model internet beroepschrift weerwerk tegen een opgelegde verkeersboete te leveren. Ik verzoek u (2) op grond van de Wet openbaarheid van bestuur aan mij BINNEN DE TERMIJN VAN 14 DAGEN na dagtekening afschrift van het complete dossier in deze zaak toe te sturen. Indien van toepassing bij radar, laser of trajectcontroles hierin begrepen het ijk rapport van de apparatuur waarmee de vermeende overtreding is geconstateerd en een foto van de gemaakte overtreding welke foto voorzien is van datum en tijdstip en een duidelijk zichtbaar kenteken. Indien er meerdere voertuigen op de foto zichtbaar zijn moet er duidelijk zijn welke voertuig de overtreding heeft begaan. Een op ambtseed opgemaakt proces-verbaal gelijkend document waaruit ondubbelzinnig blijkt hoe de betreffende overtreding is waargenomen. Let op! Dit is geen verzoek op grond van de Wet Mulder! Ik verwijs naar de uitspraak 200405147/1 d.d. 120605 op de website www.burojeugdzorg.nl/510.htm Indien deze uitspraak niet op mijn verzoek van toepassing is verzoek ik u dit binnen 14 dagen te berichten met juridische onderbouwing om het toezenden van een herhaald verzoek na 14 dagen en het indienen van een beroepschrift met een procesvertegenwoordiger waarbij verzocht zal worden om u in de kosten te veroordelen te voorkomen.
Ik verzoek (3) u onjuistheden, correcties of aanvullingen om dit model beroepschrift verder te verbeteren en te ontwikkelen onverwijld in een "tripartite overleg" kenbaar te maken en/of onverwijld door te geven aan de auteur van deze website zodat het onderhavige beroepschrift zo actueel mogelijk bijgewerkt en bij iedere Officier van Justitie ingeleverd kan worden. Ik verzoek (4) u waar dat maar mogelijk dit beroepschrift met de verzoeken ambtshalve te verbeteren met jurisprudentie, technische of andere informatie om het beroepschrift gegrond te kunnen verklaren omdat ondergetekende anders dan een Officier van Justitie geen dure (gesubsidieerde) juridische opleiding op kosten van de belastingbetaler heeft gekregen om de wet, regeltjes, jurisprudentie, technische of andere informatie te kennen!
Verzoek (5) betreft de identificatieplicht Officier van Justitie. Vast staat dat de beschikking naar mij is toegestuurd door een Officier van Justitie Zonder Naam. Dat toesturen van verkeersboetes door een Officier van Justitie Zonder Naam zal best in het kader van uithollen van de rechtspositie van rechtszoekende burgers zijn afgedekt om het incassosysteem volledig te automatiseren. Daar klaag is dus niet over. U heeft nu echter te maken met een burger die bezwaar maakt en deze burger wil weten welke naam hoort bij de Officier van Justitie die mij een verkeersboete heeft opgelegd en ik wil weten of het wel een echte Officier van Justitie is. Ik verzoek (6) u binnen de termijn die de Officier van Justitie nodig had om bovengenoemde beschikking na een vermeende overtreding naar mij toe te sturen aan mij de volledige naam met juiste initialen en titel te verstrekken van de Officier van Justitie die mij deze beschikking heeft opgelegd en ik verzoek (7) om afschrift van een COMPLEET KONINKLIJK BESLUIT waarin deze Officier van Justitie is benoemd. Niet bedoeld wordt het BESLUIT van de Minister van Justitie waarin deze Minister mr. Jeroen H.A. Steenbrink geboren 3 oktober 1959 benoemd tot directeur van de Centrale Verwerking Openbaar Ministerie.
Verzoek (8) Ik verzoek om een schadevergoeding van 50 Euro per dag voor iedere dag dat de Officier van Justitie zich weigert te identificeren en een schadevergoeding van 50 Euro per dag voor iedere dag dat de Officier van Justitie weigert aan mij een afschrift van het Koninklijk Besluit toe te sturen na het verstreken van de onder verzoek 6 genoemde termijn.
Verzoek (9) Indien de Officier van Justitie zich kennelijk met opzet weigert te identificeren wordt verzocht dit beroepschrift gegrond te verklaren.
Verzoek (10) Onder verwijzing naar verzoek (4) verzoek ik om een schadevergoeding indien door de Officier van Justitie informatie is en/of wordt achtergehouden in de ruimste zin van het woord. Ondergetekende wijst de Officier van Justitie er expliciet op dat in de Wet NIET STAAT dat ondergetekende verplicht is "jurisprudentie" te kennen. Indien in de toekomst blijkt dat de Officier van Justitie bij het ongegrond verklaren van dit beroepschrift jurisprudentie, technische of andere informatie heeft achtergehouden dan maakt ondergetekende met dit beroepschrift hier tijdig bezwaar tegen. Ondergetekende verzoekt om een schadevergoeding van 10000,-- Euro voor iedere gebeurtenis met betrekking tot een onjuiste voorlichting van het OM en/of alle andere overheden aan burgers en een schadevergoeding van 10 miljoen Euro indien nu en/of in de toekomst blijkt dat het OM gebruik heeft gemaakt van middelen bij de opsporing van verkeersboetes die schadelijk zijn voor de gezondheid van burgers.
Verzoek (11) Ik maak vooraf bezwaar tegen een beslissing op dit beroepschrift door een Officier van Justitie die met twee petten op werkt en dus ook een rechterbaantje vervuld. Ik verzoek derhalve om toezending van een afschrift uit het bijbanenregister binnen de termijn genoemd onder verzoek (6)
Verzoek 12. Ik verzoek om een schadevergoeding van 100 Euro per dag indien de Officier van Justitie niet binnen acht weken op dit beroepschrift heeft beslist. Werkdruk wordt niet door mij niet als argument beschouwd omdat er werklozen genoeg zijn die ook het baantje Officier van Justitie voor veel minder dan het voor een Officier van Justitie gangbare salaris willen vervullen. Het niet beslissen binnen acht weken op dit beroepschrift wordt door mij opgevat als meten met twee maten door de overheid. Voor het meten met twee maten verzoek ik u aan mij een schadevergoeding toe te kennen van 10.000 euro.
Toelichting op verzoeken om schadevergoeding: www.burojeugdzorg.nl/446.htm De 1-ste Balkenende norm. Ondergetekende maakt bezwaar tegen het opleggen van een boete aan een burger terwijl in het omgekeerde geval een stevige handhaving van regels en wetten door de overheid als een visie dient te worden aangemerkt. Indien de Officier van Justitie een stevige handhaving van regels op deze burger wil toepassen eist deze burger door de zaak om te draaien ook een stevige handhaving van regels door de Officier van Justitie. Of denkt de Officier van Justitie boven de WET te kunnen staan om zijn absolute macht over burgers kenbaar te maken. Een ontwikkeling waar de auteur van dit beroepschrift al in 1997 voor heeft gewaarschuwd! Toelichting www.burojeugdzorg.nl/305.htm
GRONDEN BEROEPSCHRIFT TEGEN BESCHIKKING BOETE.
Ik heb de GRONDEN als onderbouwing van mijn beroepschrift hieronder aangekruist en/of met info aangevuld.
O Het ondertekeningsblok klopt niet! Zonder tegenbericht is de naam van de OvJ in deze zaak: "Officier van Justitie eerste klasse in salariscategorie 8 leden rechterlijke macht Dhr. mr. J.(eroen)H.A. Steenbrink met de dubbelfunctie directeur van de Centrale Verwerking Openbaar Ministerie (CVOM) benoemd vanaf 1 mei 2005 voor onbepaalde tijd". De naam van de OvJ is bekend en kan geautomatiseerd onder de beschikking worden vermeld en omdat dat niet is gebeurd wordt verzocht het beroepschrift GEGROND te verklaren omdat het ondertekeningsblok niet klopt e.e.a onder verwijzing naar jurisprudentie uit het verleden (518) (667) (398) Ten onrechte ontbreekt de naam van het personeelslid dat namens OvJ Steenbrink deze beschikking aan een burger heeft uitgedeeld op de beschikking. De boete is in strijd met de WET uitgedeeld.
O Het uitdelen van boetes door personeel van het Openbaar Ministerie namens "Officier van Justitie eerste klasse in salariscategorie 8 leden rechterlijke macht Dhr. mr. J.(eroen)H.A. Steenbrink met de dubbelfunctie directeur van de Centrale Verwerking Openbaar Ministerie (CVOM) benoemd vanaf 1 mei 2005 voor onbepaalde tijd" is in strijd met de WET. De boete is in strijd met de WET uitgedeeld.
O De beschikking is ten onrechte gestuurd omdat het complete dossier in de onderhavige zaak NIET IN HET BEZIT IS van de Officier van Justitie die deze boete heeft uitgedeeld. Er is sprake van HANDELEN IN STRIJD MET DE WET met als gevolg HANDELEN IN STRIJD MET DE AMBTSEED OvJ waarbij deze boete is uitgedeeld door de OvJ en/of door personeel namens de OvJ zonder dat de OvJ en/of personeel dat handelt namens deze OvJ het complete dossier in bezit heeft en/of zonder dat het complete dossier is gelezen. BEWIJS is toekomstige correspondentie met als grondslag dit beroepschrift van de Centrale Verwerking Openbaar Ministerie dat alle gevraagde documenten niet in het bezit van CVOM zijn en dat er twee aparte procedures gevoerd moeten worden. De boete is in strijd met de WET uitgedeeld.
O In onze GRONDWET staat in artikel 107 dwingend voorgeschreven:"De wet regelt het burgerlijk recht, het strafrecht en het burgerlijk en strafprocesrecht in algemene wetboeken, behoudens de bevoegdheid tot regeling van bepaalde onderwerpen in afzonderlijke wetten". Het strafprocesrecht of strafvordering genoemd, geeft aan welke weg moet worden bewandeld om tot strafoplegging te komen. Artikel 1. Strafvordering heeft alleen plaats op de wijze bij de wet voorzien. Het naleven van de WET door personeel in dienst van de overheid dient NIET als een VISIE te worden aangemerkt met als toelichting de 1-ste Balkenende norm. Indien de boete is uitgedeeld in strijd met de WET dient het beroepschrift direct GEGROND te worden verklaard!
O Het Wetboek van Strafvordering geeft in artikel 27 een nauwkeurige beschrijving van de "verdachte". Als verdachte wordt, voordat de vervolging is aangevangen, aangemerkt degene te wiens aanzien uit feiten en omstandigheden, een redelijk vermoeden van schuld aan enig strafbaar feit voortvloeit. Daarna wordt als verdachte aangemerkt degenen tegen wie de vervolging is gericht. In artikel 27 lid 1 is men verdachte, als men degene is, te wiens aanzien uit
1. FEITEN OF OMSTANDIGHEDEN
2. REDELIJK VERMOEDEN van
3. SCHULD aan een
4. STRAFBAAR FEIT voortvloeit.
De nauwkeurige beschrijving van de verdachte zoals vastgelegd in de WET is niet van toepassing op de onderhavige zaak. M.a.w. de verdachte, te weten ondergetekende, in deze zaak voldoet niet aan de omschrijving van het begrip verdachte van artikel 27 Wetboek van Strafvordering.
O Onder opsporingsambtenaar, artikel 127 Wetboek van Strafvordering, wordt verstaan alle personen met de opsporing van strafbare feiten belast. Uit de beschikking blijkt niet dat er sprake is van een algemeen opsporingsambtenaar naam, titel, initialen en functie ontbreken of buitengewoon opsporingsambtenaar die alleen bevoegd zijn strafbare feiten op te sporen waarvoor zij in de akte van aanstelling zijn aangewezen en tot welk grondgebied hun optreden is beperkt. naam, titel, initialen en functie ontbreken. Akte van aanstelling ontbreekt in het dossier. Er is sprake van een opsporingsambtenaar die onbevoegd is geweest m.b.t. de opsporing van het strafbare feit zoals genoemd in de beschikking.
O Een proces-verbaal is een door een ambtenaar geschreven verslag, over wat hijzelf heeft waargenomen tijdens het onderzoek of wat een verdachte of getuige heeft verklaard. Het proces-verbaal ontbreekt in de onderhavige zaak en/of is ten onrechte niet aan de verdachte gestuurd en/of kan op verzoek van verdachte niet aan verdachte worden toegestuurd.
O Ik ontken dat ik te hard gereden heb. Ik ben NIET staande gehouden. Ik verzoek om bewijs van de verkeersovertreding?
O Ik ontken dat ik te hard gereden heb. Ik ben WEL staande gehouden. Ik verzoek om bewijs van de verkeersovertreding?
O Ik ontvang een boete die met een lasergun is gemeten. Ik constateerde dat de lasergun niet op en statief statief stond! Er is hiermee sprake van een ongeldige meting. Ik maak bezwaar tegen de verkeersboete omdat er sprake is van een ongeldige meting met een lasergun omdat de lasergun niet op een statief stond.
O Ik ontken dat ik met een BROMMER te hard gereden heb. Ik reed op een weg waar ik 30 km per uur mag rijden. Ik ben staande gehouden door een verbalisant die beweerde dat ik op basis van een lasergun meting een paar kilometer te hard heb gereden. Ik verzocht om een schriftelijk bewijs dat ik de overtreding heb gemaakt. Verbalisant weigerde mij een bewijsstuk van de overtreding te geven. Primair voer ik aan dat ik NIET te hard heb gereden en dat verbalisant mij weigert afschrift van een bewijsstuk te geven. Indien verbalisant geen bewijsstuk van de overtreding hoeft te geven voer ik aan dat het om een minimale overtreding van enkele kilometers gaat. Ik maak dan bezwaar tegen een boete voor een minimale overtreding waarbij ik KLASSENJUSTITIE aanvoer omdat Justitie mij voor (mogelijk) een paar kilometer te hard rijden een boete wil geven en het OM in Zutphen het vernielen en overplakken van verkiezingsposters van Groep Hop in de gemeente Putten www.putten.nl niet wil vervolgen omdat het hier 'volgens Justitie om een minimaal strafbaar feit gaat". Na het lezen van de website van Groep Hop blijkt dat in heel Gelderland de verkiezingsposters van Groep Hop door CDA en andere partijen zijn overplakt en dat deze praktijken mogelijk blijven omdat Justitie zulke vernielingen van de gevestigde politiek tegen nieuwkomers weigert aan te pakken. Met het toesturen van een boete omdat ik "mogelijk" een paar kilometer te hard met mijn brommertje heb gereden heeft de OvJ in ieder geval bereikt dat ook ik ben ga nadenken over de uitgangsformule achter de website Censuur in Nederland en Groep Hop waarbij de Staat dus kennelijk alles in het werk wil stekken om een minderjarige (het gewone volk) te achtervolgen met een boete voor een paar kilometer te hard rijden en omgekeerd het OM het grote gesubsidieerde CDA wegens vernieling van verkiezingsposters laat gaan omdat het een minimale overtreding betreft. Ik zal dan ook alles op alles zetten om via andere wegen het bedrag dat de Staat wil binnen halen via een verkeersboete wegens het rijden van een paar kilometer te hard in het tienvoudige te gaan verrekenen door iedereen in mijn omgeving te vragen om niet meer te roken (409) zodat de Staat door het toesturen van een verkeersboete steeds grotere bedragen aan accijns gaat mislopen. Ik natuurlijk ook nadenk over andere wegen hoe ik in het tienvoudige deze verkeersboete kan gaan verrekenen met als grondslag de uitgangsformule achter de website Censuur in Nederland en Groep Hop.
O Ik ontken dat ik met een AUTO te hard gereden heb. Ik reed buiten de bebouwde kom. Daar mag je 80 km per uur rijden. Ik ben WEL staande gehouden. Verbalisant beweerde dat ik binnen de bebouwde kom reed en daarom te hard reed. Ik heb geen borden gezien dat ik de bebouwde kom binnenreed. Verbalisant weigerde mij aan te wijzen waar op die dag op die plaats op dat tijdstip de borden bebouwde kom staan. Ik ben nog terug gereden en nergens stonden borden dat ik de bebouwde kom binnenreed.
O Ik ontken dat ik te hard gereden heb. Ik reed op een wegdek dat glad waarbij de snelheidslimiet over het traject waar ik reed op die dag op die plaats op die tijd onduidelijk aangegeven was. Ik maak bezwaar tegen de praktijken van de overheid om eerst het wegdek glad te laten worden om het repareren van dat gladde wegdek te betalen met de opbrengst uit verkeersboetes door de snelheidlimiet over dat traject onduidelijk aan te geven.
O Ik ontken dat ik te hard gereden heb. Mijn snelheid is gemeten door een lasergun. Primair verzoek ik om bewijs van de door mij op die dag op die plaats op dat tijdstip gereden snelheid. Indien het woord van de verbalisant zwaarder weegt dan het woord van een burger verzoek ik de Officier van Justitie na te gaan of er meer bezwaarschriften zijn binnengekomen tegen een opgelegde verkeersboete waarbij dezelfde verbalisant betrokken is. Indien er twee of meer burgers bezwaar gemaakt hebben tegen snelheidsmetingen met een lasergun op die dag op die plaats waarbij dezelfde verbalisant(en) betrokken zijn geweest dan wordt verzocht om dit bezwaarschrift gegrond te verklaren omdat meerdere burgers bezwaar hebben gemaakt tegen met een lasergun op die dag in die woonplaats gemeten snelheid.
O Ik ontken dat ik te hard gereden heb. Onlangs heeft de politie een laserguncontrole gehouden, waarbij ik niet aan de kant ben gezet. Tot mijn verbazing kreeg ik onlangs toch een envelop van het CJIB in de bus. Ik stel hiertegen beroep omdat er geen bijzondere omstandigheden voor deze handelwijze in de beschikking staan vermeld en/of aanwezig zijn.
O Ik ontken dat ik te hard gereden heb. Ik verzoek om afschrift van het kalibratierapport (correcte werking) en de norm van de meetapparatuur. Ik wijs erop dat een standaardafwijking niet de afwijking kan zijn van meetapparatuur. Een afwijking kan hoger of lager zijn. Ik verzoek u aan mij aan te tonen dat de meetapparatuur op het moment van de overtreding correct gewerkt heeft. Correcte meeting voor de overtreding en correcte meting na de overtreding. Afschrift van de norm van de testapparatuur? Toegestane afwijking? Toegestane tolerantie?
O Ik ontken dat ik te hard gereden heb. Volgens de beschikking zou ik op ................. (datum) omstreeks ....................(tijdstip) met een snelheid van ............ km/u op de .........................(weg) ter hoogte van ......................................(plaats) hebben gereden. Dit is volgens mij niet juist. Uit eigen waarneming weet ik dat ik niet ............................(snelheid) km/u kan hebben gereden. De door de verbaliserende afgelezen rijsnelheid kan dan ook niet juist geweest zijn. Er moet dan ook vanuit worden gegaan dat de opsporingsambtenaren in de surveillancewagen allèèn al geen geldige snelheidspeiling kunnen hebben gedaan omdat zij niet gedurende de voorgeschreven periode achter mij hebben gereden en/of op gelijkblijvende afstand achter mij hebben gereden en er sowieso voortdurend andere auto’s tussen mijn auto en de surveillancewagen hebben gereden en bovendien mijn auto en de surveillancewagen voortdurend op verschillende rijstroken hebben gereden. De gereden snelheid kan dan ook niet geldig door de agenten zijn gemeten en/of zijn waargenomen. Verder moet ervan uit worden gegaan dat de in de surveillancewagen aanwezige meetapparatuur waarvan de snelheid kennelijk werd afgelezen blijkbaar defect was en/of niet naar behoren functioneerde zodat de snelheidsmeting niet geldig is geschied. Gelet op het voorgaande verzoek ik u dan ook om het op ambtseed/ambtsbelofte opgemaakt proces-verbaal aan mij over te leggen waarin de verbaliserende opsporingsambtenaren verklaren hoe zij de snelheid hebben afgemeten met inachtneming van de bovenstaande punten inzake het volgen en aflezen van de snelheid. Mocht u een van deze documenten niet aan mij kunnen of willen overleggen en/of mocht een van deze documenten niet aan de genoemde eisen voldoen dan verzoek ik u de onderhavige beschikking onmiddellijk te vernietigen.
O Ik ontken dat ik te hard gereden heb. Ik heb een boete gekregen voor een paar kilometer te hard rijden na correctie. Mijn auto heeft een type goedkeuring. Mijn auto is een model goedgekeurd door de Rijksdienst voor het Wegverkeer. Ik heb gereden volgens mijn teller en de snelheid niet overschreden. Ik lees na het doen van de OM bezwaartest "Het is waarschijnlijker dat de snelheidsmeter van het bekeurde voertuig afwijkt." Ik maak daar bezwaar tegen. Het is waarschijnlijker te stellen dat ik op basis van de teller van mijn door de Rijksdienst voor wegverkeer goedgekeurde auto heb gereden. Ik vind dan ook de redenatie van het OM "Het is waarschijnlijker dat de snelheidsmeter van het bekeurde voertuig afwijkt." terwijl mijn auto goedgekeurd door een Rijksdienst is om mij op die manier een boete te geven voor een paar kilometer te hard rijden zo discutabel als de pest.
O Ik beken dat ik op die dag op die plaats op die tijd te hard gereden heb. Ik maak bezwaar tegen de opgelegde verkeersboete omdat er sprake is geweest van bijzondere persoonlijke omstandigheden. Zie de bijlage met een toelichting.
O Ik beken dat ik op die dag op die plaats op die tijd te hard gereden heb. Ik maak bezwaar tegen de opgelegde verkeersboete omdat er sprake is geweest van spoedeisende medische hulp voor een van de inzittenden. Als bijlage heb ik als bewijs een artsenverklaring bijgevoegd.
O Ik beken dat ik (misschien) wel enkele kilometers te hard gereden heb. Ik maakte dus een klein foutje. Dit foutje van mij had ook met een berisping afgedaan kunnen worden waarbij ik als grondslag aanvoer dat het OM veel ernstiger zaken niet vervolgd. Bijvoorbeeld het niet vervolgen van vakbondsbestuurders wegens meineed in de zaak van aannemer Karel de Werd. Toelichting www.burojeugdzorg.nl/375.htm
O Ik beken dat ik (misschien) wel enkele kilometers te hard gereden heb. Ik maakte dus een klein foutje. Dit foutje van mij had ook met een berisping afgedaan kunnen worden waarbij ik als grondslag aanvoer het boekwerkje "Rechtspraak in Nederland" uitgegeven door de Raad voor de Rechtspraak Den Haag, uitgave oktober 2002 waar op pagina 3 onder inleiding door de Raad voor de Rechtspraak zelf het woord "rechtersleger" gebruikt en op pagina 4 onder algemeen "maar soms is er geen oplossing, of is een vergrijp te ernstig om met een berisping af te doen" Ook heb ik kennis genomen van de passage uit de troonrede 2004 "De inspanningen van regering, gemeenten, politieregio's, rechterlijke macht, openbaar ministerie en gevangeniswezen beginnen hun vruchten af te werpen. Gemeenten krijgen meer mogelijkheden om bestuurlijke boetes op te leggen voor kleine vergrijpen en parkeerovertredingen" Bij mij is na het lezen van deze passages de indruk ontstaan dat de beroepsgroep rechterlijke macht probeert zoveel mogelijk bestuurlijke boetes aan burgers op te leggen terwijl dit soort zaken met een berisping kan worden afgedaan. Ik maak bezwaar tegen de opgelegde bestuurlijke boete en voer daartoe als bezwaar aan 1. dat er wel een oplossing mogelijk door het feit met een berisping af te doen. 2. Het vergrijp niet te ernstig is om wel met een berisping af te doen. Ik verzoek u derhalve mijn bezwaarschrift gegrond te verklaren omdat er geen sprake is van een feit dat NIET met een berisping afgedaan kon worden.
O Ik beken dat ik (misschien) wel enkele kilometers te hard gereden heb. Ik maakte dus een klein foutje. Dit foutje van mij had ook met een berisping afgedaan. Ik wijs op Het eerste Justitie gevaar! Raad voor de rechtspraak Den Haag Het voornemen is om in het jaar 2004 de gehele organisatie met het baten en lastenstelsel te laten proefdraaien, om vervolgens 1 januari 2005 officieel over te kunnen stappen naar dit nieuwe financiële regime. Bert van Delden, voorzitter Raad voor de Rechtspraak Ik begrijp dat het de bedoeling is om in de rechtspraak een baten en lastenstelsel te realiseren. Ik maak bezwaar tegen de bonnenregen vanuit het OM richting burgers om in de rechtspaak een baten en lastenstelsel in te voeren.. Ik maak bezwaar tegen de opgelegde bestuurlijke boete en voer daartoe als bezwaar aan 1. dat er wel een oplossing mogelijk door het feit met een berisping af te doen. 2. Het vergrijp niet te ernstig is om wel met een berisping af te doen. Ik verzoek u derhalve mijn bezwaarschrift gegrond te verklaren omdat er geen sprake is van een feit dat NIET met een berisping afgedaan kon worden.
O Ik beken dat ik (misschien) een verkeersovertreding heb begaan maar krijg pas maanden later bericht, ik beroep mij op de verjaringstermijn omdat de beschikking later dan 4 maanden na de pleegdatum op de mat valt (8 maanden bij huurauto’s) en er geen sprake is van bijzondere omstandigheden
O Anders, te weten
De OM-norm.
Minachting van het gewone
volk door het Openbaar Ministerie door computers op beroepschriften van burgers
te laten beslissen.
Het is mij bekend dat de Officier van Justitie haar/zijn minachting jegens het
gewone volk duidelijk laat blijken door beroepschriften van burgers niet meer te
lezen maar computers op de beroepschriften van burgers te laten beslissen.
Indien bij de beslissing van de Officier van Justitie op dit beroepschrift
opnieuw de naam van de Officier van Justitie geweigerd wordt is er sprake van
opzet en wordt verzocht alle hierboven genoemde verzoeken om schadevergoeding
toe te wijzen die verband houden met de weigering van de Officier van Justitie
om zich bij haar/zijn beslissing op het beroepschrift te identificeren.
Ik weet dat er de mogelijkheid is om binnen zes weken schriftelijk beroep in te stellen bij de kantonrechter. Op de zitting van de kantonrechter krijgen de indiener en het openbaar ministerie de mogelijkheid hun zienswijze nader toe te lichten. De procedure hiervoor staat ook vermeld op de achterzijde van de acceptgiro. Ik weet dat bij een beroep bij de kantonrechter het sanctiebedrag wél betaald moet worden. Dat is een zekerheidsstelling; als de rechter mijn beroep gegrond verklaart, krijg ik dat geld weer terug. Zonder zekerheidsstelling zal de rechter het beroep niet ontvankelijk verklaren. Ik verzoek de Officier van Justitie in het omgekeerde geval ook zekerheid te stellen voor betaling van alle bedragen die de Officier van Justitie aan mij moet betalen indien de kantonrechter de verzoeken om schadevergoeding wegens de weigering van de Officier van Justitie om zich te identificeren bij haar/zijn beslissing op dit beroep. Indien de Officier van Justitie geen zekerheid stelt voor deze bedragen het verweer van de Officier van Justitie tegen deze verzoeken om schadevergoeding NIET ONTVANKELIJK te verklaren, waarbij ik er bij voorbaat vanuit ga dat de kantonrechter die mijn schriftelijk beroep zal aan behandelen niet met twee maten zal gaan meten omdat de rechters en Officieren van Justitie gezellig samen in dezelfde gesubsidieerde Nederlandse Vereniging voor Rechtspraak zitten.
Ik weet dat de computer die op mijn beroepschrift kan gaan beslissen de volgende passage kan gebruiken citaat: "Betrokkene heeft aangevoerd dat de in de beschikking genoemde gedraging niet is verricht. Deze stelling is niet nader onderbouwd en ook anderszins is niet aannemelijk geworden dat de in de beschikking genoemde gedraging niet is verricht. De Officier van Justitie verklaart daarom het beroep ongegrond. Dit formulier is centraal in een geautomatiseerd proces vervaardigd en is daarom niet ondertekent."
Indien deze werkwijze ook op dit beroepschrift wordt toegepast zal ik de kantonrechter primair verzoeken mijn beroepschrift gegrond te verklaren en de Officier van Justitie niet ontvankelijk te verklaren omdat er geen Officier van Justitie op dit beroepschrift heeft beslist maar een computer. Ik hoop dat deze werkwijze van het OM niet alleen in strijd is met de grondwet en 6 EVRM maar ook op weerstand van de betrokken kantonrechter kan rekenen omdat de kantonrechter moet gaan beslissen op een OM computer beslissing. Voor de hoorzitting zal ik dan ook de naam van deze kantonrechter opvragen om onderzoek te kunnen doen naar de nevenfuncties en uitspraken van deze kantonrechter.
Ik verzoek de Officier van Justitie mijn beroepschrift GEGROND te verklaren.
Hoogachtend,
Handtekening
Naam
Adres
Plaats
Jurisprudentie, toelichting en
aanvullende informatie gelinkt aan het ten onrechte toesturen van een
verkeersboete "overtreding van de maximum snelheid" Bij besluit van 3 november 2003,
Stb. 464, is het Voertuigreglement onder meer als volgt gewijzigd: Het is
verboden om radarontvangstapparaten die geschikt zijn om de aanwezigheid aan te
tonen van een apparaat dat tot doel heeft om een overschrijding van de
maximumsnelheid vast te stellen, in te voeren, te koop aan te bieden, in
voorraad te hebben of af te leveren.
LJN-nummer: AO1125 Zaaknr: KG
03/1410 RECHTBANK
's-GRAVENHAGE
Bron: Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak: 30-12-2003
Datum publicatie: 31-12-2003
Soort zaak: civiel - civiel overig
Soort procedure: kort geding
sector civiel recht - voorzieningenrechter
Vonnis in kort geding van 24 december 2003,
gewezen in de zaak met rolnummer KG 03/1410 van:
1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Target Automotive B.V.,
gevestigd te Soest,
2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Wexler B.V.,
gevestigd te Naarden,
eiseressen,
procureur mr. W. Taekema,
advocaten mr. B.J.M. van Meer en mr. J.A.M. van den Berk te Arnhem,
tegen:
de Staat der Nederlanden (Ministerie van Verkeer en Waterstaat),
zetelende te 's-Gravenhage,
gedaagde,
procureur mr. M. Dijkstra.
1. Het verloop van de procedure
Eiseressen hebben gedaagde bij exploot van 4 december 2003 gedagvaard om te
verschijnen ter terechtzitting van 19 december 2003. Eiseressen hebben hun
vordering toegelicht. Gedaagde heeft verweer gevoerd met conclusie tot afwijzing
van de vordering. Op 24 december 2003 is de beslissing mondeling aan partijen
doorgegeven. Het onderstaande vormt de uitwerking, die op 30 december 2003 aan
partijen is toegezonden.
2. De feiten
Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting van 19 december 2003
wordt in dit geding van het volgende uitgegaan.
2.1. Eiseressen zijn importeur en distributeur van radarontvangstapparaten in
Europa. Eiseressen hebben ook in Nederland radarontvangstapparaten op de markt
gebracht. Eiseressen hebben tezamen een marktaandeel in Nederland van circa
honderd procent.
2.2. De Dienst Wegverkeer (RDW), Centrum voor voertuigtechniek en informatie,
heeft op 1 november 2002, 25 november 2002, 9 december 2002 en 24 januari 2003
een 'EEC type-approval certificate' afgegeven voor respectievelijk de volgende
radarontvangstapparaten die door eiseressen op de markt worden gebracht:
- Europa 966R;
- Quintezz XT7000;
- Target Euro 550 en Target Euro 330;
- Quintezz XT-6000.
2.3. Bij besluit van 3 november 2003, Stb. 464, is het Voertuigreglement onder
meer als volgt gewijzigd:
(...)
A
Na artikel 1a.6 wordt een nieuw artikel ingevoegd, luidende:
Artikel 1a.7
1. Het is verboden om radarontvangstapparaten die geschikt zijn om de
aanwezigheid aan te tonen van een apparaat dat tot doel heeft om een
overschrijding van de maximumsnelheid vast te stellen, in te voeren, te koop aan
te bieden, in voorraad te hebben of af te leveren.
(...)
B
Na artikel 5.1.5 wordt een nieuw artikel ingevoegd, luidende:
Artikel 5.1.6
Het is de bestuurder van een motorrijtuig verboden daarmee te rijden en de
eigenaar of houder verboden daarmee te laten rijden, indien in of aan het
motorrijtuig een radarontvangstapparaat aanwezig is, dat geschikt is om de
aanwezigheid aan te tonen van een apparaat dat tot doel heeft om een
overschrijding van de maximumsnelheid vast te stellen.
C
Artikel 8.1 komt te luiden: Overtreding van de artikelen (...) 5.1.6 is een
strafbaar feit.
Het besluit van 3 november 2003 treedt met ingang van 1 januari 2004 in werking.
In de nota van toelichting bij dit besluit is onder meer het volgende vermeld:
"(...) Dit besluit strekt ertoe om radarontvangstapparaten te verbieden die
geschikt zijn om de bestuurder te waarschuwen dat er een meting van de snelheid
plaatsvindt. Het uitvoeren van snelheidscontroles vormt een essentieel onderdeel
van de inspanningen van de overheid om de bestuurders van motorrijtuigen ertoe
te brengen de geldende snelheidslimieten na te leven. Het overtreden van de
snelheidslimieten leidt tot meer verkeersslachtoffers. De toepassing van de
apparaten waarop dit verbod zich richt, zorgt voor een verminderde effectiviteit
van deze controles en vormt aldus een gevaar voor de verkeersveiligheid. (...)
Het verbod tot het invoeren, te koop aanbieden, in voorraad hebben en afleveren
van de apparaten, zoals geregeld in artikel 1a.7 van het Voertuigreglement,
heeft als grondslag artikel 34, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994. (...)
De grondslag voor het verbod om de apparaten aanwezig te hebben in of aan een
rijdend motorrijtuig, zoals geregeld in artikel 5.1.6 van het Voertuigreglement,
is gelegen in artikel 71 van de Wegenverkeerswet 1994. (...)
Met dit besluit worden alleen detectiesystemen verboden die werken door middel
van radarontvangst. Er zijn meer apparaten die geschikt zijn om de bestuurder te
waarschuwen dat er een meting van de snelheid plaatsvindt. Te denken valt
bijvoorbeeld aan bepaalde (satelliet)navigatiesystemen die zijn voorzien van
informatie over de posities van vaste snelheidscontroles, maar ook aan radio's
en dergelijke. Het verbieden van dergelijke apparaten is niet gewenst. Of het
melden van snelheidscontroles via deze apparaten verboden dient te worden is nog
onderwerp van nader onderzoek. Indien hiertoe zou worden overgegaan dan zou dit
op het niveau van een wet in formele zin moeten worden geregeld. (...)"
2.4. Bij brief van 9 september 2003 heeft de advocaat van eiseressen aan
gedaagde (de Minister van Verkeer en Waterstaat) onder meer als volgt bericht:
"(...) de radarontvangstapparaten die cliënten importeren en distribueren
beschikken over de CE-markering, alsmede de meer specifieke E-markering voor
voertuigen c.q. voertuigonderdelen (dit is de zogenaamde typegoedkeuring ex
artikel 22 UVW 1994 [bedoeld is kennelijk: Wegenverkeerswet 1994, toevoeging
voorzieningenrechter]. Deze CE-markering en E-markering geven aan dat is voldaan
aan de verplichtingen die met betrekking tot het product aan de fabrikanten zijn
opgelegd krachtens communautaire richtlijnen die in het aanbrengen daarvan
voorzien. Het gaat dan in ieder geval om het voldoen aan de essentiële eisen
inzake veiligheid, volksgezondheid, consumentenbescherming etc. Door
CE-markering respectievelijk E-markering kunnen cliënten hun producten vrij,
zonder beperkingen op de Europese markt distribueren. Het voorgenomen verbod
brengt daarop een niet gerechtvaardigde beperking aan.(...) Cliënten stellen
vast dat aan het voornemen van uw Minister om thans het verbod op
radarontvangstapparaten in te voeren geen enkel onderzoek, laat staan
wetenschappelijk verantwoord onderzoek, ten grondslag heeft gelegen. (...) Een
enkele aanname (...) dat radarontvangstapparaten de verkeersveiligheid in
negatieve zin beïnvloeden is onvoldoende voor een succesvol beroep op artikel
30 EEG-verdrag. (...)"
2.5. Bij brief van 6 oktober 2003 heeft gedaagde (de Minister van Verkeer en
Waterstaat) daarop onder meer als volgt geantwoord: "(...) Genoegzaam is
komen vast te staan dat te hoge snelheden een gevaar opleveren voor de
verkeersveiligheid. Onderzoek en ervaring hebben uitgewezen dat handhaving
(mede) noodzakelijk is om een zo hoog mogelijke naleving van de
snelheidslimieten te bewerkstelligen. Dit is de reden van het bestaan van
maximumsnelheden en van een continue aandacht voor het handhaven van die
snelheidslimieten.(...) Het is dan van belang dat de burger niet altijd weet
waar de controle plaatsvindt. (...) Apparaten die enkel de functie hebben deze
informatie wel te verkrijgen, (...) geven betrokkenen de mogelijkheid de
snelheidslimieten te overschrijden, met alle gevolgen van dien voor de
verkeersveiligheid. Hieruit vloeit voort dat radarverklikkers een risico vormen
voor de verkeersveiligheid en dat het verbod moet worden doorgezet. Gezien het
feit dat meerdere Europese lidstaten een verbod op radarverklikkers hebben
ingesteld, staat Nederland niet alleen met deze opvatting.
Daarnaast wijst u erop dat de radarverklikkers van uw cliënten zijn
geproduceerd op grond van een Europese typegoedkeuring en dat een verbod in
strijd zou komen met artikel 22 van de Wegenverkeerswet 1994. In dat verband kan
ik u melden dat er geen Europese eisen inzake radarverklikkers zijn op grond
waarvan een typegoedkeuring kan worden verkregen. Van strijdigheid met artikel
22 kan dan ook geen sprake zijn. (...)"
2.6. Bij brief van 9 december 2003 heeft de RDW aan gedaagde (de Minister) onder
meer als volgt bericht: "(...) De door de Dienst Wegverkeer verleende
typegoedkeuringen (...) [zoals hiervoor vermeld onder 2.2] zijn
typegoedkeuringen verleend op basis van artikel 4b, tweede lid, van de
Wegenverkeerswet 1994, jo artikel 2, onder b, van de Regeling taken Dienst
Wegverkeer. Dit zijn geen typegoedkeuringen overeenkomstig artikel 22, eerste
lid, van de Wegenverkeerswet 1994. Deze typegoedkeuringen zien op het aspect
'elektromagnetische compatibiliteit' van elektronische subeenheden en zijn niet
te beschouwen als typegoedkeuringen voor radardetectoren als zodanig.
(...)"
3. De vordering, de gronden daarvoor en het verweer
Eiseressen vorderen na wijziging van eis-zakelijk weergegeven-:
primair gedaagde te gebieden ervoor zorg te dragen dat de invoering van het
voorgenomen wettelijk verbod op radarontvangstapparaten, zoals vastgelegd in het
besluit van 3 november 2003, niet in werking treedt totdat in de (door
eiseressen aanhangig te maken) bodemprocedure in kracht van gewijsde is beslist;
subsidiair gedaagde te gebieden zich te onthouden van gedragingen die op de
werking van het verbod zoals vastgelegd in het besluit van 3 november 2003 zijn
gegrond totdat in de bodemprocedure in kracht van gewijsde is beslist.
Daartoe voeren eiseressen onder meer het volgende aan.
De door eiseressen verhandelde radardetectoren hebben alle een typegoedkeuring
op grond van artikel 22 Wegenverkeerswet 1994. De 'EEC type-approval
certificates' zijn daarmee immers gelijk te stellen. De typegoedkeuring is in
dit geval afgegeven voor een bepaald uitrustingsstuk, te weten een
radarontvangstapparaat (zie artikel 1 lid 1, aanhef en onder f, Wegenverkeerswet
1994). Dit brengt mee dat het gedaagde niet is toegestaan de
raradarontvangstapparaten te verbieden op de voet van artikel 34 lid 1
Wegenverkeerswet 1994 of artikel 71 Wegenverkeerswet 1994. Het besluit van 3
november 2003 is derhalve onmiskenbaar onrechtmatig jegens eiseressen. Als
gevolg van het besluit lijden eiseressen schade.
Gedaagde heeft zijn stelling dat de toepassing van radarontvangstapparaten de
verkeersveiligheid negatief beïnvloedt, onvoldoende gemotiveerd. De enkele
aanname dat dat zo is, is onvoldoende. Gedaagde beroept zich derhalve ten
onrechte op artikel 30 van het EG-Verdrag (hierna: EG). Als gevolg daarvan is
het besluit in strijd met artikel 28 EG.
Ten slotte is het besluit onzorgvuldig voorbereid. Er is al jarenlang sprake van
een dergelijk verbod, hetgeen echter nooit heeft geleid tot een feitelijk
verbod. Eiseressen konden niet anders dan de verkoop van de
radarontvangstapparaten doorgang te laten vinden. Door geen duidelijkheid te
verschaffen en thans op korte termijn tot invoering van het verbod over te gaan
handelt gedaagde onzorgvuldig.
Gedaagde voert gemotiveerd verweer dat hierna, voorzover nodig, zal worden
besproken.
4. De beoordeling van het geschil
4.1. Vooropgesteld wordt dat op grond van de artikelen 21 en 22 Wegenverkeerswet
1994 bepaalde categorieën voertuigen, voertuigonderdelen, uitrustingsstukken en
voorzieningen ter bescherming van weggebruikers en passagiers dienen te zijn
goedgekeurd tot toelating tot het verkeer. Uit de memorie van toelichting volgt
dat dat gaat om een (type)goedkeuring voordat de genoemde categorieën in
gebruik zijn genomen. Eiseressen hebben niet betwist dat er tot voor kort voor
radarontvangstapparaten geen wettelijke hindernissen waren en dat iedereen
zonder tussenkomst van de RDW een radarverklikker in zijn auto of op de
motorfiets kon monteren. Zij hebben evenmin betwist dat zij hun
radarontvangstapparaten al in Nederland verhandelden vóór 1 november 2002,
derhalve voordat de RDW daarvoor voor het eerst de 'EEC type-approval
certificates' heeft afgegeven (zie hiervoor onder 2.2). Uit het door gedaagde
genoemde artikel in Autovisie aflevering 10/'02 (oktober 2002) blijkt dat
laatste ook. Daarnaast volgt uit dat artikel dat er in totaal de volgende negen
radardetectoren zijn getest:
Vector 966R
Morpheous TSC
Insider 001
Roadie EU-500
Roadie EU-550
Quintezz XT6000 Z-1
Target 330
Target 550
Speedbuster
[red. In deze uitspraak is op deze plaats een plaatje opgenomen welke niet
digitaal beschikbaar is. De volledige uitspraak is op schrift beschikbaar]
Vast staat dat ten tijde van de test alle negen detectoren al in de handel
waren. Van die radardetectoren worden er drie (Quintezz XT6000 XZ-1, Target 330
en Target 550) door eiseressen verhandeld. Aan onder meer díe drie detectoren
heeft de RDW in de periode vanaf 1 november 2002 een 'EEC type-approval
certificate' toegekend. Hieruit volgt dat er geen sprake kón zijn van een
typegoedkeuring in de zin van artikel 22 Wegenverkeerswet. Gedaagde heeft
derhalve voldoende aannemelijk gemaakt dat de 'EEC type-approvals' keuringen
zijn uit hoofde van artikel 2 onder b Regeling taken Dienst Wegverkeer en dat
deze goedkeuringen zien op het aspect 'elektromagnetische compatibiliteit' (zie
hiervoor onder 2.6). Aan de stelling van eiseressen dat het gedaagde niet is
toegestaan de raradarontvangstapparaten te verbieden op de voet van artikel 34
lid 1 Wegenverkeerswet 1994 of artikel 71 Wegenverkeerswet 1994, moet dus worden
voorbijgegaan.
4.2. Partijen zijn het erover eens dat bestuurders van motorrijtuigen die te
hard rijden een grotere kans lopen om bij een ongeval betrokken te raken dan
degenen die zich aan de maximumsnelheid houden. In de nota van toelichting bij
het besluit van 3 november 2003 (zie hiervoor onder 2.3) is in dat verband onder
meer het volgende vermeld: "(...) Het uitvoeren van snelheidscontroles
vormt een essentieel onderdeel van de inspanningen van de overheid om de
bestuurders van motorrijtuigen ertoe te brengen de geldende snelheidslimieten na
te leven. Het overtreden van de snelheidslimieten leidt tot meer
verkeersslachtoffers. (...)" Gesteld noch gebleken is dat bezitters van een
radardetector dat apparaat bij zich hebben met een ander doel dan voor hen niet
waarneembare snelheidscontroles op te sporen. Op die manier kunnen zij zich
onttrekken aan de handhaving door gedaagde van de wettelijke snelheidsmaxima.
Het is derhalve zeer waarschijnlijk dat díe groep bestuurders -zoals gedaagde
onbetwist heeft gesteld, gaat het hierbij om circa 250.000 à 500.000 personen
in totaal- juist op plaatsen waar de snelheid niet wordt gemeten te hard rijdt.
Gedaagde kon derhalve in redelijkheid komen tot de (op zichzelf genomen
logische) conclusie dat het gebruik van de apparaten waarop het verbod zich
richt, voor een verminderde effectiviteit van de snelheidscontroles zorgt en
aldus een gevaar voor de verkeersveiligheid vormt. In de nota van toelichting
heeft de Minister bovendien uitgebreid uiteengezet op grond waarvan zij tot die
conclusie komt. Van een motiveringsgebrek is derhalve geen sprake. In die nota
is tevens duidelijk uiteengezet dat de Minister het verbieden van diverse andere
apparaten die -naast radardetectoren- geschikt zijn om de bestuurder te
waarschuwen dat er snelheidsmetingen plaatsvinden, niet wenselijk acht. Dit zou
immers via een wet in formele zin moeten geschieden. Aan gedaagde (de wetgever)
komt op dit punt beleidsvrijheid toe, zodat ook die keus niet tot een ander
oordeel leidt. Uit het voorgaande volgt tevens dat voorshands -binnen het
beperkte kader van dit kort geding- met een voldoende mate van aannemelijkheid
kan worden geconcludeerd dat de gewraakte verboden gerechtvaardigd zijn uit
hoofde van bescherming van de gezondheid en het leven van personen; een en ander
in de zin van artikel 30 EG. Dit betekent dat het bepaalde in artikel 28 EG niet
in de weg staat aan de rechtsgeldigheid van deze verboden.
4.3. Van onzorgvuldige voorbereiding is evenmin sprake. Zoals eiseressen zelf
stellen hangt een verbod op radardetectoren al jarenlang in de lucht. Dat
eiseressen ervoor gekozen hebben om desondanks met de handel daarin te beginnen
en door te gaan dient voor hun risico te komen. Eiseressen dienden er rekening
mee te houden dat een dergelijk verbod ooit zou worden uitgevaardigd. Ook een
belangenafweging leidt niet tot een andere uitkomst.
4.4. Uit al het voorgaande volgt dat de vorderingen moeten worden afgewezen.
Eiseressen zullen, als de in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in
de kosten van dit geding.
5. De beslissing
De voorzieningenrechter:
wijst de vordering af; veroordeelt eiseressen in de kosten van dit
geding, tot dusverre aan de zijde van gedaagde begroot op € 908,-, waarvan €
703,- aan salaris procureur en € 205,- aan griffierecht.
Dit vonnis is gewezen door mr. H.F.M. Hofhuis. (28)
De beslissing is uitgesproken ter openbare zitting van 24 december 2003 in
tegenwoordigheid van de griffier.