GROEP HOP LELYSTAD ©

(124) Wraking Kamer van Toezicht Notarissen Zwolle in zaak Weber Lelystad GEGROND!
Handelt de notaris in het belang van de burger of in belang van de belastingdienst?
Waarom zitten er vertegenwoordigers van de belastingdienst in de Kamers van Toezicht notarissen?
Testament/erfenis: Belasting vrijstelling voor een kind is ruim 48000 euro
Testament/erfenis: Belasting vrijstelling voor een pleegkind minder dan 5 jaar in het gezin is 2000 euro
Testament/erfenis: Waarom wordt in de praktijksituatie een pleegkind langer dan 5 jaar in het gezin niet als kind aangemerkt?
Testament/erfenis: Hoe wordt de juridische situatie van UHP kinderen met criteria en welke termijnen aangemerkt?
Testament/erfenis: Hoe wordt de juridische situatie van kinderen aangemerkt als ouders uit het gezag zijn gezet?
Testament/erfenis: Hebben kinderen recht op (kinds)deel erfenis als hun ouders uit het gezag zijn gezet?
Waarom mag een "Koninklijke" notaris een akte van verdeling opmaken in strijd met een testament om van kind een erfenis af te pakken?

 

Wilt u zelf meedoen aan de verkiezingen gemeenteraad in uw gemeente Lelystad

Contact: lees verder

 

 

In HP de Tijd van 6 december 2002. Schijn van partijdigheid bij tuchtrechtsysteem advocatuur ligt er duimendik op 

 

In HP de Tijd van 6 december 2002. Schijn van partijdigheid bij tuchtrechtsysteem advocatuur ligt er duimendik op ,P.Arnaud Groot, illustraties Erik Varekamp

HP De Tijd 6 december 2002

Niemand kan vermeende fouten van een notaris of advocaat beter beoordelen dan zijn eigen vakbroeders.. Daarom waakt de tuchtrechter over de kwaliteit van dienstverlening door deze specialistische beroepsgroepen. De effectiviteit van het tuchtrechtsysteem staat echter ter discussie. "De schijn van partijdigheid ligt er duimendik bovenop."

Op een dag kreeg de Leidse notaris Meiners een fors bedrag op haar bankrekening gestort, dat zij volgens een gerechtelijke uitspraak in depot moest houden. De regels van de Koninklijke NotariŽle Broederschap zijn glashelder: de notaris mag dit "depotbedrag" alleen vrijgeven voor het daarvoor bestemde doel. Mr Meiners maakte het geld echter direct over, en ook nog eens aan de verkeerde partij. Toen zij hierop werd aangesproken, zei ze dat ze "niet op de hoogte was" van de rechterlijke uitspraak. De notaris had het vonnis wel ontvangen, maar niet gelezen, schreef ze. Op zijn zachtst gezegd een wankel verweer voor een voormalige "Notaris van het jaar". Bovendien stond haar verklaring haaks op de lezing van advocate mr Bruins, die voor het Haags gerechtshof meerdere keren verklaarde dat notaris Meiners het geld wel degelijk in depot had genomen. Aangenomen mag worden dat een advocaat dergelijke belangrijke feiten eerst zorgvuldig controleert voor ze de rechter erover inlicht. Zowel tegen Meiners als Bruins werd naar aanleiding van deze zaak een klacht ingediend. Daarbij stond een ding al bij voorbaat vast een van beide dames loog dat het gedrukt stond. Meiners versie van de feiten stond immers haaks op die van Bruins. Toch spraken de respectievelijke tuchtrechters, ongetwijfeld na grondige bestudering van het aangeboden bewijsmateriaal, beiden vrij van alle blaam. In haar vonnis merkte de tuchtrechter voor notarissen nog wel op "dat van een notaris mag worden verwacht dat zij van de inhoud van haar toegezonden stukken te allen tijde goede nota neemt". Maar als dat niet gebeurt, is er dus blijkbaar ook niets aan de hand.

 

Elk jaar komen duizenden Nederlanders in conflict met een advocaat of notaris. Helpt gewoon klagen niet, en wil iemand zich niet bij de zaak neerleggen, dan kan hij twee dingen doen: naar de civiele rechter stappen en een rechtszaak beginnen, of een klacht indienen bij de tuchtrechter. Het tuchtrecht voor advocatuur en notariaat is bij wet ingesteld om deze beroepsgroepen in staat te stellen zelf handelingen door de leden die in strijd zijn met algemene normen en specifieke gedragsregels tegen te gaan. Zo moet de kwaliteit van de dienstverlening worden gegarandeerd. Dat is belangrijk, omdat zowel notarissen als advocaten een monopolie hebben op diensten die van groot maatschappelijk belang zijn.

Klachten over notarissen worden in eerste aanleg behandeld door negentien Kamers van Toezicht in een gelijk aantal arrondissementen. De tuchtrechtspraak van de advocatuur wordt uitgeoefend door vijf Raden van Discipline. Raden en Kamers staan onder voorzitterschap van een rechter. In het geval van de advocaten bestaat de Raad verder uit vakbroeders. De notarissen die zitting nemen in een Kamer van Toezicht, worden bijgestaan door twee door de minister van justitie benoemde leden. In beide systemen is hoger beroep bij een centrale instantie mogelijk.

Er zijn meerdere redenen waarom klagers de tuchtrechter boven de gewone rechter verkiezen. Allereerst is klagen bij de tuchtrechter in principe laagdrempeliger. De klacht moet op papier worden gezet en ingeleverd bij de plaatselijke deken of voorzitter van de lokale Kamer van Toezicht. Er hoeven dus geen kosten te worden gemaakt zoals bij een rechtszaak. 

Bovendien behoort het tot het takenpakket van de deken of voorzitter om de klacht te onderzoeken en er zo mogelijk in te bemiddelen. Zo kan hij wellicht alsnog een minnelijke schikking bewerkstelligen. Loopt bemiddeling op niets uit, dan helpt hij bij het formuleren van de klacht. Die wordt vervolgens beoordeeld door een aantal collega's van de aangeklaagde. Hun inbreng moet een terzake kundige beoordeling van zijn bekritiseerde handelen garanderen. Wie kunnen er immers beter oordelen over de handelingen van deze specialistische beroepsgroepen dan de leden zelf? Komen de vakbroeders tot het oordeel dat er inderdaad laakbaar is gehandeld, dan hebben ze een aantal sancties tot hun beschikking waaraan het de civiele rechter ontbreekt. Ze kunnen hun collega waarschuwen, berispen, schorsen of permanent verwijderen uit de beroepsgroep, de zogenaamde "schrapping van het tableau". Zelfs een schuldigverklaring zonder straf of een berisping wordt volgens leden van de beroepsgroepen zelf als een zeer zware maatregel ervaren. De advocaat of notaris in kwestie wordt immers ten overstaan van de voltallige beroepsgroep en clientŤle op de vingers getikt.

Zowel de civiele als de tuchtrechter kan een beklaagde partij veroordelen tot betaling van een schadevergoeding. Doet de tuchtrechter dat niet, dan kan een klager wel met de veroordeling naar de burgerrechter stappen om alsnog een schadevergoeding af te dwingen. In theorie zou iemand met zo'n tuchtrechtelijke veroordeling een voorsprong hebben in een civiele procedure. Er is dan immers al vastgesteld door iemand van de eigen beroepsgroep dat de beklaagde inderdaad een beroepsfout heem gemaakt. Daarbij is het voor de klager nog van belang te weten dat hij met zowel een klacht als een rechtszaak mogelijk jurisprudentie tot stand kan brengen die duidelijkheid verschaft over wat men wel of niet van een notaris of advocaat kan of mag verwachten. (4) Alles overwegende lijkt de keuze voor de tuchtrechter logisch, maar in de praktijk valt op het nut van die keus veel af te dingen. Dat begint al bij het indienen van de klacht. Veel klagers beseffen niet dat het tuchtrecht primair is gericht op handhaving van beroepsstandaard en gedragsregels. Het beoordelen van aansprakelijkheid, het bestraffen van fouten en het vergoeden van eventuele schade is van ondergeschikt belang.

Omdat het tuchtrechtsysteem pas inwerking treedt nadat er een klacht is ingediend, gaan veel klagers er echter van uit dat hun belangen bij de behandeling centraal staan. Zowel de Nederlandse orde van Advocaten (NOVA) als de Koninklijke NotariŽle Beroepsorganisatie (KNB) doet weinig om deze misvatting, die valse verwachtingen wekt bij de klager, uit de weg te ruimen. Ook de laagdrempeligheid van het tuchtrecht valt in de praktijk tegen. Met name de doorlooptijd van klachten laat, net als bij de civiele rechter overigens, behoorlijk te wensen over. Wachttijden van een jaar voor de klacht over advocaat of notaris zelfs maar in behandeling wordt genomen, zijn niet ongewoon. Zowel de NOVA als de KNB geeft toe dat de duur van de procedure voor hen een "punt van zorg" is.

Dat geldt ook voor de stichting Advocadur, die mensen helpt bij het uitvechten van een conflict met hun advocaat. De stichting heeft verschillende dossiers liggen waarbij de behandeling van de klacht al meer dan vijf jaar in beslag neemt. Volgens voorzitter H. Teernstra van Advocadur is dat deels een gevolg van de positie van de deken, die de bij hem ingediende klacht moet onderzoeken en doorsturen naar de tuchtrechter. "De deken is ook een advocaat," zegt Teernstra: "De klachten die bij hem binnenkomen, zijn dus klachten over collega's. Je kunt je voorstellen dat hij hiermee voor dilemma's wordt geplaatst:"

Volgens Teernstra schieten dekens ook tekort in het bemiddelen bij en formuleren wan een klacht. Dat is niet zo verwonderlijk, vindt hij, omdat dekens vaak ook een drukke praktijk hebben. Daardoor gaat de "bemiddeling" volgens Teernstra vaak niet veel verder dan het kennisnemen van beide standpunten.

Ook voor het helpen bij de formulering van de klacht maken dekens volgens hem nauwelijks tijd vrij. Dat kan de klagers later opbreken, als blijkt dat de klacht niet goed is geformuleerd en daardoor al bij voorbaat kansloos is. Bovendien kan de deken de klacht ook te licht bevinden en daarom niet doorsturen. Volgens Advocadur wordt dit mechanisme misbruikt om zware klachten te weren en zo confrŤres buiten schot te houden. Overleeft een klacht dit eerste stadium, dan wordt hij behandeld tijdens een zitting van een van de Kamers van Toezicht of Raden van Discipline. (190) Zoals gezegd bestaan deze voor een belangrijk deel uit vakbroeders uit dezelfde regio. Hun aanwezigheid is van belang omdat zij als geen ander kunnen oordelen over het specialistisch handelen van een collega. Maar volgens Advocadur zijn ze in de praktijk inhoudelijk vaak slecht op de hoogte. "Gedetailleerde vragen worden soms afgedaan met de dooddoener "Wij kunnen slechts marginaal toetsen", zegt Teernstra. "Brieven aan de NOVA waarin wij vragen waar die marges precies liggen, blijven onbeantwoord." Verder blijken de vakgenoten, niet zelden goede bekenden van elkaar, moeite te hebben om tot een veroordeling van de aangeklaagde "amice" te komen. Beroepsgroepen houden hun eigen blazoen nu eenmaal graag smetvrij. Op een veroordeling van een van hen worden zij allen aangekeken, is de redenering. Daarom lopen confrŤres in een tuchtrechtorgaan vaak over van begrip voor het laakbare gedrag van de aangeklaagde.

Dat is ook de mening van mr T. Spronken van de vakgroep strafrecht aan de Universiteit Maastricht. Na onderzoek van duizenden uitspraken door verschillende Raden en het Hof van Discipline constateerde Spronken dat het tuchtrechtelijke oordeel over advocaten door de bank genomen "opvallend mild" is. "Zelfs als ze hun klanten niet bezochten of getuigen weigerden op te roepen, kregen ze geen disciplinaire straf als niet kon worden aangetoond dat daardoor op de zitting iets was misgegaan," aldus Spronken.

Illustratief voor de milde instelling van de tuchtrechter is de recente tuchtzaak tegen de Amsterdamse advocaat Von Schmidt auf Altenstadt. Von Schmidt, voormalig landelijk deken van de NOVA, voerde op verzoek van een collega verweer in een cassatiezaak bij de Hoge Raad. De cassatieklacht hield in dat deze collega bij de rechtbank had verzuimd een essentieel onderzoeksrapport te overleggen, ondanks het feit dat de rechtbank hem dit had opgedragen. Het bewuste rapport zou het verweer van de cliŽnt van de betreffende advocaat waarschijnlijk volledig onderuithalen. Expres achtergehouden of niet, het stuk zat niet in het procesdossier. Mr H. Sarolea, de advocaat die de belangen van de tegenpartij behartigde, was dan ook zeer verbolgen toen hij er achter kwam dat Von Schmidt het gewraakte rapport aan het dossier voor de Hoge Raad had toegevoegd. De procesregels verbieden expliciet het toevoegen van nieuwe stukken aan een procesdossier voor de Hoge Raad. Door zijn "foutje" bracht Von Schmidt de Hoge Raad in de onterechte veronderstelling dat zijn collega het rapport eerder wel degelijk aan de rechtbank had overlegd, en dat hem dus niets te verwijten viel. Sarolea diende dan ook een klacht in tegen Von Schmidt. Aangenomen mag worden dat de voormalig deken, tevens mede-auteur van het Vademecum Burgerlijk Procesrecht, op de hoogte was van de regels. De Raad van Discipline constateerde dat Von Schmidt het rapport inderdaad op ongeoorloofde wijze aan het dossier had toegevoegd, maar strafte hem niet. Von Schmidt zou "te goeder trouw" hebben gehandeld, "zonder de bedoeling enig nadeel te berokkenen of in enigerlei opzicht wie dan ook te misleiden". Het vonnis maakte niet duidelijk waaruit de goede intenties van Von Schmidt konden worden opgemaakt. Mr Sponken zag een hoog "ons beschermt ons" gehalte in het vonnis. "Ik heb sterk de indruk dat hier met twee maten werd gemeten," zegt Sponken "Een gewone burger was hier ongetwijfeld niet zo gemakkelijk mee weggekomen." Beide partijen zijn tegen het vonnis in hoger beroep gegaan. 

De Amsterdamse notaris mr Van Velten kwam in opspraak toen bleek dat hij een valse akte had opgemaakt. Dat was als volgt in zijn werk gegaan. Een ondernemer schakelde een aannemer in om een pand te bouwen. Het pand kwam er, maar de opdrachtgever ging failliet. Notaris Van Velten maakte vervolgens een akte op waarin stond dat de aannemer het pand van de opdrachtgever had gekocht, en daarvoor 1,25 miljoen gulden had betaald. In werkelijkheid betaalde de aannemer geen cent. Dankzij de akte van Van Velten kreeg deze aannemer, een goede klant van het kantoor van Van Velten, het pand dus als het ware gratis in de schoot geworpen. De schuldeisers van de failliete ondernemer werden door deze gang van zaken ernstig gedupeerd. Pas na drie jaar gaf de notaris, onder zware druk van de curator en de grootste schuldeisers, toe dat de aannemer het aankoopbedrag nooit had gestort. Van Velten kreeg daarop een klacht aan zijn broek. Volgens de notaris, tevens hoogleraar notarieel recht aan de Vrije Universiteit, was er slechts sprake van een "kunstfout". Maar de Amsterdamse Kamer van Toezicht oordeelde dat hij met zijn handelen ernstig inbreuk had gemaakt op de goede naam van het notariaat en de geloofwaardigheid van zijn onafhankelijkheid. Toch gaf de Kamer Van Velten slechts een berisping. Volgens de toelichting in het vonnis "was een ernstige tuchtrechtelijke berisping op zijn plaats geweest, ware het niet dat de notaris een onberispelijke staat van dienst heeft".

Als de tuchtrechter al niet een veroordeling komt, dan gaat "het meestal om een waarschuwing of berisping. Zwaardere maatregelen zijn zeldzaam. Zoals al eerder opgemerkt bezweren de leden van de beroepsgroepen zelf dat ook de openbare tik op de vingers als een zeer zware maatregel wordt ervaren. Critici zien er echter niet meer in dan een holle kosmetische maatregel zonder daadwerkelijke gevolgen. Zij vragen zich bovendien af hoe openbaar deze terechtwijzing in feite is. Hoewel tuchtrechtelijke uitspraken voor iedereen toegankelijk zijn, blijkt het voor de "gewone burger" namelijk bijzonder lastig er inzicht in te krijgen. Zowel de KNB als de NOVA publiceert elke maand een selectie uitspraken, maar deze worden volledig geanonimiseerd. En ook de burger die actief op zoek gaat naar het tuchtrechtelijk verleden van een notaris of advocaat, bijvoorbeeld om een keuze te maken tussen verschillende kandidaten, wordt niet veel wijzer.

In zijn onlangs verschenen boek, Wij zien u wel in de rechtszaal beschrijft juridisch adviseur mr P. Ruijs hoe hij in 1998 samen met enkele medestanders inzage probeerde te krijgen in de verzamelde uitspraken van het advocatentuchtrecht over de voorafgaande tien jaar. Hoewel die officieel openbaar zijn, weigerde de NOVA hun inzage; de persoonlijke levenssfeer van haar leden zou gevaar lopen. Daar was de Rotterdamse rechtbankpresident mr J. Mendlik het niet mee eens. "Gezien het feit dat de klachten het professioneel optreden van de advocaat betreffen, snijdt het beroep op de privacybescherming geen hout," concludeerde hij. Maar het Hof van Discipline ging in hoger beroep bij het Haagse gerechtshof. Daar werd het kortgedingvonnis van Mendlik vernietigd. Het Haagse gerechtshof bepaalde dat de uitspraken alleen volledig geanonimiseerd mogen worden ingezien. Er zouden klachten tussen kunnen zitten met betrekking tot "gedragingen van de advocaat buiten de eigenlijke uitoefening van zijn taak". In dat geval kan de privacy van advocaten wel worden aangetast, redeneerde het Hof.

Ruijs plaatst achteraf ernstige vraagtekens bij de onpartijdigheid van de betrokken raadsheren. "Een van de drie was een advocaat die dienst deed als raadsheer-plaatsvervanger," zegt Ruijs. "Omdat het ook om inzage in klachten tegen het kantoor van de bewuste raadsheer-plaats-vervanger ging, was de schijn van partijdigheid niet te vermijden. Hij had zich dus moeten terugtrekken. Daarbij kwam nog dat een van de andere raadsheren ooit ook advocaat op hetzelfde kantoor was. Op zijn zachtst gezegd een merkwaardige gang van zaken."

Maar voor het Hof van Discipline ging de uitspraak van het gerechtshof blijkbaar nog niet ver genoeg. Het stelde zich op het standpunt dat zelfs het verlenen van inzage in geanonimiseerde uitspraken een bedreiging voor de privacy is, en ging daarom in hoger beroep tegen de uitspraak van het Haagse gerechtshof. En met succes: ook de inzage in de geanonimiseerde uitspraken is inmiddels verboden. Omdat er ook geen rol of agenda is waarop te behandelen zaken worden aangekondigd, blijft er van het openbare karakter van de tuchtrechtspraak voor advocaten in de praktijk weinig over.

Met het tuchtrecht voor notarissen is het volgens prof. mr N. Huls niet veel beter gesteld. De hoogleraar rechtssociologie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam deed in opdracht van het Ministerie van Justitie onderzoek naar het tuchtrecht van diverse beroepsgroepen. Huls had bijzonder veel moeite om tuchtrechtgegevens van het notariaat boven tafel te krijgen. "Los van eventuele onwil heeft met name het notariaat de administratieve verwerking van die procedures erg slecht geregeld," zegt Huls. "En dan kwam ik nog binnen als hoogleraar met een brief waarin het Ministerie van Justitie om medewerking vroeg. je kunt je voorstellen hoe het de gemiddelde burger vergaat."

Van de "openbare" sanctionering die het tuchtrecht de klager in het vooruitzicht stelt, komt dus meestal weinig terecht. FinanciŽle genoegdoening dan? De tuchtrechter heeft wettelijk gezien de mogelijkheid aan een veroordeling een eis tot schadevergoeding te koppelen. Van die mogelijkheid wordt zeer sporadisch gebruik gemaakt. Maar zou iemand met een veroordeling van de tuchtrechter in de achterzak niet sterker staan als hij een schadevergoeding bij de civiele rechter wil afdwingen? Volgens gespecialiseerd aansprakelijkheidsadvocaat mr Litaert Peerbolte is een procedure bij de tuchtrechter volledig ongeschikt om schadevergoeding af te dwingen. Peerbolte vertegenwoordigt regelmatig cliŽnten die een blunderende advocaat of notaris willen aanpakken. "Ik raad mijn cliŽnten altijd af naar de tuchtrechter te stappen," vertelt hij. " Het is namelijk een zeer tijdrovende en volkomen nutteloze procedure, waarbij de beklaagde bijna altijd het voordeel van de twijfel krijgt. Als er al een veroordeling volgt, kan de bewuste advocaat die gewoon naast zich neerleggen. Er zijn zelden financiŽle consequenties, en het geeft ook geen voorsprong als iemand met zo'n uitspraak naar een burgerrechter stapt. Het is dus volkomen nutteloos."

De Madense dierenarts drs L. Tholhuijsen is al jaren bezig om met behulp van een tuchtrechtelijke veroordeling een schadevergoeding af te dwingen. Toen Tholhuisen niet pensioen ging, kwam hij in conflict met drie praktijkgenoten over de aan hem verschuldigde goodwill. In de daaropvolgende procedure voor een arbitragecommissie vergat zijn advocaat een document in te brengen waarin beide collega's verklaarden Tholhuijsen een bepaald bedrag aan goodwill verschuldigd te zijn. Hoewel de Raad van Discipline daar niets verkeerd aan kon vinden, verklaarde het Hof van Discipline de klacht van Tholhuijsen naar aanleiding van deze in het oog springende fout wel gegrond. Maar toen Tholhuijsen zich weer bij zijn advocaat meldde om een schadevergoeding te bespreken, hield deze vol geen fout te hebben gemaakt. Met de uitspraak van het Hof had hij niets te maken, liet hij Tholhuijsen weten. De dierenarts diende daarop een nieuwe klacht tegen de advocaat in. In het standaardwerk Tuchtrecht voor advocaten valt te lezen dat een advocaat die een tuchtrechtelijke beslissing naast zich neerlegt, zich schuldig aan een ernstig tuchtrechtelijk vergrijp. De vooraf geconsulteerde hoogleraar advocatuur mr Quant oordeelde dan ook dat Tholhuijsens nieuwe klacht zonder meer gegrond moest worden vermaard. De toenmalige voorzitter van de Haagse raad van Discipline, mr P. Robbers, beoordeelde de nieuwe klacht daarentegen als "kennelijk ongegrond". "Kennelijk ongegrond" is een juridische term waarmee wordt bedoeld dat het zo duidelijk is dat de klacht onterecht is dat dat zelfs geen verdere toelichting behoeft. Vervelend voor Tholhuijsen, want hiertegen is geen beroep mogelijk. In zijn toelichting schreef mr Robbers dat mr Den Hollander "een gerechtvaardigd belang heeft publiekelijk vast te houden aan zijn standpunt vanwege de consequenties die erkenning van zijn fout zou hebben voor zijn schadeplichtigheid.

Zo bezien heeft het weinig zin om via de tuchtrechter persoonlijk te proberen financiŽle compensatie af te dwingen. Maar er is nog een andere, altruÔstischer reden waarom iemand zich als klager tot de tuchtrechter kan wenden om het algemeen belang te dienen. Behandeling van klachten door de tuchtrechter kan namelijk jurisprudentie opleveren die duidelijkheid verschaft over wat iemand wel of niet van een notaris of advocaat kan of mag verwachten. En daar is iedereen mee gebaat.

Maar volgens prof. J.M. Barendrecht, die is verbonden aan het Centrum voor Aansprakelijkheid van de Katholieke Universiteit Brabant, schiet de tuchtrechtspraak voor notarissen en advocaten juist ernstig tekort in het vaststellen van objectieve normen. "Die blijven veel te vaag en algemeen," meent hij. Volgens de hoogleraar is dat een logisch gevolg van de huidige situatie in het tuchtrecht. " De beroepsgroep zelf heeft een te grote zeggenschap en de klanten zijn niet vertegenwoordigd hij de vorming van de spelregels. En het is in het belang van de beroepsgroep om de normen vaag te houden, want normen die duidelijk zijn over wat de klant precies mag verwachten, roepen te veel onderlinge discussie op. Gevolg: de kans dat een advocaat of notaris wordt aangepakt voor een misstap is en blijft klein. Maar daar kan de beroepsgroep natuurlijk wel mee leven." Barendrecht is niet de enige die er zo over denkt. In WPNR, wetenschappelijk tijdschrift voor het notariaat, constateert de Groningse hoogleraar notarieel recht Hidma dat het notariaat alleen algemene regels kan ontwikkelen als tuchtrechtprocedures integraal worden gepubliceerd. En dus niet zo "versnipperd, verknipt en geanonimiseerd" als nu het geval is. "Dergelijke algemene regels kunnen de leden van de beroepsgroep meer houvast bieden en (potentiŽle) klagers meer duidelijkheid verschaffen over hetgeen zij van een notaris mogen verwachten," aldus Hidma.

De NOVA wil echter weinig weten van de kritiek en stelt desgevraagd dat het tuchtrecht prima functioneert. "De tuchtrechter blijkt heel wel in staat aan te geven waar een advocaat een grens overschrijdt en waar niet," zegt plaatsvervangend deken mr J. Brouwer. "De NOVA publiceert op haar site voor het publiek per gedragsregel relevante beslissingen van de tuchtrechter. Daarmee wordt transparantie bevorderd en wordt duidelijk wat je van een advocaat mag verwachten. De NOVA is van mening dat deze controle door beroepsorganisatie en tuchtrechter en door de veelal kritische cliŽnt niet tekortschiet." Deze mening staat haaks op de resultaten van een onderzoek dat de NOVA zelf in 1995 liet uitvoeren door medewerkers van de Universiteit Utrecht. De resultaten liegen er niet om. Een selectie: 56 procent van de ondervraagden vond dat de deken zich partijdig opstelde; 58 procent vermoedde dat de advocaten elkaar de hand boven het hoofd hielden. Meer dan driekwart vond het nodig om in de toekomst vertegenwoordigers van een consumentenorganisatie bij de klachtenbehandeling te betrekken. De NOVA heeft deze bevindingen destijds niet aan de grote klok gehangen.

Woordvoerder J. de Gruiter van de KNB (Koninklijke NotariŽle Broederschap) laat weten dat er binnen het notariaat een "sterke stroming" bestaat die vindt dat het tuchtrechtsysteem tekortschiet in de controle op het ambt. De KNB voert daarom gesprekken over de instelling van een inspectie voor het notariaat. Deze inspectie zou een preventief toezicht moeten houden om misstanden binnen het notariaat te voorkomen. Bij justitie denkt men nog na over de vraag of die inspectie zich ook zou moeten gaan bemoeien met het tuchtrecht voor advocaten. De KNB heeft overigens nog nooit onderzoek naar het functioneren van haar tuchtrecht laten verrichten. De huidige vertrouwenscrisis in de wereld van de accountancy maakt duidelijk waar een dergelijk gebrek aan interesse in de effectiviteit van de eigen zelfregulering toe kan leiden. Zoals verwoord door prof. Huls: "Aan de ene kant zie je dat zowel het notariaat als de advocatuur steeds zakelijker wordt. Met name de voorhoede schroeft zijn uurtarieven steeds verder op, zodat de gewone burger zich hun diensten nauwelijks nog kan veroorloven. Aan de andere kant blijft men zich presenteren als een publiek ambt en wil men geen afstand doen van de privileges die dit "vertrouwensambt" van oudsher met zich meebrengt. Deze dubbelhartigheid kan op een gegeven moment zo groot worden dat men zijn geloofwaardigheid voor het publiek, en dus de politiek, verliest."

In de recente zaak rond een Amersfoorts notariskantoor komt de tuchtrechter daar al erg dicht bij. Het notariskantoor in kwestie maakte binnen enkele dagen een grote hoeveelheid verkoopaktes op. Hiermee veranderde een stuk grond verschillende keren van eigenaar. De complexe situatie die dankzij deze "serieverkoop" ontstond, dwong de rechter tot het opheffen van een gerechtelijk beslag dat op de grond lag. Vervolgens draaide hetzelfde notariskantoor de verkoop gewoon weer terug. Naar aanleiding daarvan werd tegen de betrokken notarissen, het prominente LPF-lid mr Schonewille en diens collega mr Bolscher, een klacht ingediend. Volgens de klager hadden de notarissen nooit mogen meewerken aan de "schijnverkoop", die als enig doel het verwijderen van het beslag op de grond had. Door dat wel te doen, had het duo in feite een aantal valse aktes opgemaakt, aldus de klager. Deze ernstige klacht kon de betrokken notarissen duur komen te staan.De klacht tegen mr. Bolscher is inmiddels behandeld. Daarbij ging de tuchtrechter echter volledig voorbij aan de achterliggende motieven voor het opmaken van de aktes. Alleen het feit dat de notaris verschillende aktes had opgemaakt die onverenigbaar waren met elkaar, kwam tijdens de zitting aan bod. De tuchtrechter kon de betrokken notaris deze handeling echter niet kwalijk nemen omdat, zo valt in het vonnis te lezen, het de notaris bij de opstelling van de aktes "kennelijk aan voldoende juridisch inzicht heeft ontbroken". In het licht van deze verzachtende omstandigheid, en in aanmerking genomen dat de notaris zo "in geen enkel opzicht rechten van derden heeft geschonden", achtte de tuchtrechter het onnodig haar een tuchtrechtelijke maatregel op te leggen.

 

 

 

Boven de wet Het arrogante bolwerk van de Nederlandse rechters

Bovend'Eert, P.P.T. Dr, C110506 J. Hop bijbanenregister rechtbank Zutphen

 

HP De Tijd, 22 november 2002 week 47

Door Stan de Jong, Foto's Rollan Dideur

Gesloten, wereldvreemd en arrogant, dat is de rechterlijke macht. Of het nu gaat om de keuze van rechters in de zaak-Volkert van der G. of om het vervolgingsbeleid van het Openbaar Ministerie - kritiek wordt niet geduld. Gevaarlijk, want op onze magistraten valt heel wat aan te meren.

Arnold Vermolen is een achtenswaardig man. De 47-jarige jurist staat bekend als gedegen, bedachtzaam en betrokken. Wie je ook spreekt in zijn omgeving, over 'Nol' niets dan goeds. Dat mag ook wel. Vermolen is een van de drie rechters die Volkert van der G., de vermoedelijke moordenaar van Pim Fortuyn, moeten berechten. Twee weken geleden vond in de Amsterdamse rechtbank de tweede pro-forma-zitting in deze strafzaak plaats. Voor wie het op televisie heeft gezien: Vermolen, een onopvallende man met een rond gezicht en een brilletje, zat voor de kijker rechts naast de voorzitter. De 'bijzitter' hield zijn mond. Wat viel er ook te zeggen? De inhoudelijke behandeling van de zaak is opnieuw uitgesteld. Eerst moet het Pieter Baan Centrum de schedel van Volkert lichten.

Heel de natie wacht dus nog in spanning op wat ongetwijfeld een rechtbankthriller van Grisham-formaat gaat worden. Het is een clichť, maar daarom niet minder waar: de zaak tegen Volkert is de belangrijkste rechtszaak sinds eeuwen in Nederland. Alle ogen zijn gericht op Kwatta: de meervoudige kamer van de Amsterdamse rechtbank, waaronder dus Nol Vermolen. Drie wijze, onkreukbare, onpartijdige juristen - wie zou daaraan durven twijfelen? Nou, Ferry Hoogendijk dus. Nadat begin augustus bekend werd gemaakt wie het bestuur van de Amsterdamse rechtbank had aangewezen, ontplofte de LPF'er bijkans. Hoe haalde men het in zijn hoofd uit honderden mogelijke rechters nu juist Vermolen te kiezen? Iemand die als bestuurslid van Vluchtelingenwerk Nederland had meegewerkt aan het vervalsen van paspoorten voor Koerden. Een actief PvdA-lid, opererend op de linkervleugel van de partij. Volgens Hoogendijk was Vermolen helemaal geen wijze uil wiens onpartijdigheid voorop stond, maar een 'linkse activist', die min of meer in hetzelfde milieu had vertoefd als degene die hij voor zich in het strafbankje zou ontmoeten: Volkert van der G. Hoogendijk heeft het geweten. Hoewel de feiten op zich niet werden weersproken, viel iedereen met een meestertitel over hem heen. Het was een schande dat Hoogendijk - nota bene een volksvertegenwoordiger - kritiek durfde te uiten op een rechter. Rechters wisten zelf heel goed of ze een zaak wel of niet konden behandelen. Trouwens, van partijdige rechters was in Nederland sowieso geen sprake. Foei Ferry!

Wie zich in Nederland kritisch uitlaat over de rechterlijke macht - zeker als het individuele rechters betreft - krijgt al snel te maken met het goed georganiseerde en goedgebekte juristengilde. Daarbij valt de eensgezindheid tussen advocaten, rechters en juridische wetenschappers op. De communis opinio: aan het lijf van onze rechters geen polonaise! Je zou bijna gaan denken dat dit iets te maken heeft met het feit dat de heren en dames elkaar nog wel eens tegenkomen als confrŤre in de diverse arrondissementsrechtbanken en gerechtshoven.De totale rechterlijke macht omvat ongeveer 2400 mensen in vaste dienst. De staande magistratuur (leden van het Openbaar Ministerie) telt zo'n 600 leden, de zittende magistratuur bestaat uit ongeveer 1800 rechters. Deze 'echte' rechters zijn voor het leven benoemd door de Kroon en worden, in tegenstelling tot gewone stervelingen, geacht tot hun zeventigste probleemloos te functioneren. Omdat alom wordt geklaagd over overbelasting van de rechterlijke macht, is het tekort aangezuiverd met een ongeveer even groot aantal rechterplaatsvervangers. Deze parttimers worden grotendeels gerekruteerd, uit de advocatuur. Is dat niet vreemd, zult u als niet-jurist zeggen. Advocaten zijn er toch voor het belang van hun cliŽnten, en rechters dienen het belang van de samenleving. Als ze van toga verwisselen, krijg je dan niet een eigenaardige vermenging van rollen? Inderdaad, in het buitenland kijken ze er vreemd van op. In het verderfelijke Amerika schijnen ze zelfs meesmuilend te spreken over 'Hollandse toestanden'. En het eigenaardige is dat in de Wet op de Rechterlijke Organisatie, onder het hoofdstukje "incompatibiliteiten" staat dat de baan van rechter onverenigbaar is met die van advocaat. Logischerwijs is het dan evenmin de bedoeling dat advocaten voor rechter spelen, maar dit schijnt 'juridisch' weer heel genuanceerd te liggen. In elk geval zijn grootscheepse protesten uit de politiek of de wetenschap tegen deze verstrengeling van functies tot op heden uitgebleven. Maar wat wil je? Ook aan de universiteiten, in de politiek en op de ministeries mogen ze graag een rechterstoga aantrekken, en ja, je komt elkaar nog wel eens tegen, nietwaar?

Vanwege al die lijntjes met de ambtenarij, de wetenschap, de advocatuur en de politiek is de rechterlijke macht als geen ander in staat de eigen belangen te (laten) verdedigen. Tot de voorste verdedigingslinie behoort de Vereniging voor de Rechterlijke Macht (VVRM) Deze zogenaamde onafhankelijke vereniging is in werkelijkheid een machtige lobbyclub die opkomt voor de materiŽle en immateriŽle belangen van rechters en officieren van justitie. Voorzitter Wil Tonkens, we zullen haar later nog tegenkomen, reageerde dan ook als door een adder gebeten op de uitlatingen van Hoogendijk: "niet gepast" en "schandelijk".Tot de juridische frontsoldaten behoort ook de Maastrichtse hoogleraar strafrecht Gerard Mols. Naast zijn hoogleraarschap is hij ťn advocaat ťn plaatsvervangend rechter. Ondanks die drukke werkzaamheden houdt hij tijd over om geregeld in de media op te duiken. In de Volkskrant noemde Mols de uitlatingen van Hoogendijk "buitengewoon kwalijk" en "een karaktermoord op Vermolen". Mols: "Hoogendijk is kennelijk van mening dat de rechterlijke macht moet worden gezuiverd van mensen die maatschappelijk betrokken zijn, dus links zijn en dus geen rechter mogen worden. Die tendens is buitengewoon zorgwekkend." De cursivering is van ons. Bij Mols klopt het hart in elk geval nog steeds aan de goede (dus linkse) kant. Zo maakt hij deel uit van een groep van voornamelijk juristen ("Statewatch") die de Europese overheden nauwlettend in de gaten houdt. Bij de bestrijding van terrorisme zouden wel eens onvervreemdbare grondrechten in het gedrang kunnen komen, denkt men. Van de partij is ook Steijn Franken, van het linkse advocatenkantoor Van den Biesen Prakken & BŲhler, die de verdediger van Volkert is. En natuurlijk La BŲhler zelf, die haar sympathie voor de frisse jongens en meisjes van de Baader-Meinhof groep nooit onder stoelen of banken heeft gestoken. In dit gezelschap voelt Mols zich als een vis in het water. Onlangs bracht het NOS-journaal een item over de lankmoedige houding die de Nederlandse autoriteiten in het verleden hadden tentoongespreid ten opzichte van linkse terreurbewegingen. Terecht, meende Mols toen. "Acties van die groeperingen waren gericht op het bevrijden van dieren, tegen materieel van defensie, maar zijn nooit gericht tegen het leven van personen of de gezondheid van personen in ons land." Gemakshalve vergat Mols de aanslag op het huis van minister van justitie Aad Kosto en op wijlen CD-voorman Hans Janmaat, waarbij mevrouw Janmaat in een rolstoel belandde. En Mols draafde maar door. Met een verwijzing naar de harde aanpak van de Rote Armee Fraktion in Duitsland: "Als justitie harder zou gaan optreden tegen actiegroeperingen, dan kunnen de acties van die groeperingen harder worden en dan neemt de tolerantie in dit land aanmerkelijk af." Ergo: als de overheid de zware misdaad harder aanpakt, dan zouden de zware jongens wel eens nog harder kunnen terugslaan, en dan wordt het er niet gezelliger op in ons tolerante paradijsje. Mols" soepele omgang met de logica zal hem als advocaat ongetwijfeld van pas komen. Maar of zijn studenten er net zo van onder de indruk zijn, kun je je afvragen.

Wie als `deskundige" evenmin is weg te branden in debatten over de rechterlijke macht, is Bert van Delden. De voorzitter van de Raad voor de Rechtspraak is de spin in het web van juridisch Nederland. De raad heeft onder meer een forse vinger in de pap van de rechtersopleidingen. Wat had Van Delden te melden over de kwestie Vermolen? "Ik kan me voorstellen," zei hij in NRC Handelsblad, "dat mensen denken: moet dat nu? Is het wel verstandig een rechter die actief is in de PvdA op deze zaak te zetten? Maar goed, het besluit is genomen. Daar is verder ook niks verkeerds aan." Hebt vertrouwen! Gaat u maar rustig slapen. Zou "meester Bert" zich die zalvende toon soms als voorzitter van de Haagse rechtbank eigen hebben gemaakt? In die functie baarde hij nogal opzien met de beslissing dagvaardingen voor kort gedingen niet meer ter inzage te leggen voor de pers. Sommige zaken werden zelfs niet meer op de openbare zittingsrol geplaatst. Aldus werd het wel bijzonder lastig om erachter te komen wanneer een zaak werd behandeld; laat staan om te controleren of de dienstdoende rechters wel even onkreukbaar recht spraken als zij zelf dachten. Het vakblad De Journalist concludeerde dat dit nu exact de bedoeling was van Van Delden. Aan pottenkijkers had de Haagse president kennelijk geen behoefte. Diens toch wel navrante uitspraak "Rechtspraak is openbaar, maar daar is de rechtspraak niet altijd mee gediend" wekte in dat licht dan ook weinig verbazing meer.

Hoewel op de onafhankelijkheid van al deze "deskundige"juristen dus veel valt af te dingen, liggen hun namen en telefoonnummers boven in het kaartenbakje van de diverse radio- en televisieprogramma's. Zo mocht zowel Mols als Van Delden onlangs zijn licht laten schijnen op het doodslaan van Renť Steegmans in Venlo. De opmerking van de Venlose burgemeester dat hij het toch wat vreemd vond dat een van de twee betrokkenen alweer was vrijgelaten door het Openbaar Ministerie, was hun danig in het verkeerde keelgat geschoten. Mols vond dat de burgemeester zelfs "eigenrichting" uitlokte. Anders gezegd: de Venlose bevolking zou zich wel eens kunnen gaan overgeven aan lynchpartijen en klopjachten. Nu is het gevaar dat burgers het recht in eigen hand nemen, er de laatste jaren niet minder op geworden. Maar natuurlijk niet, zoals Mols ons wil doen geloven, omdat de burgemeester van een Limburgs provincieplaatsje zich een keer sceptisch uitlaat over het vervolgingsbeleid van het OM. Burgers hebben gewoon het gevoel dat justitie het er te vaak bij laat zitten. De overheid heeft het monopolie op geweld, heet het, maar ja, dan moet ze de knoet wel gebruiken. Anders is het een kwestie van tijd voor de volgende AH-medewerker uit zijn slof schiet als hij de junk die hem een week eerder beroofde weer in zijn filiaal ziet funshoppen.

Het zijn allang niet meer alleen lezers van de krant van wakker Nederland die om law & order roepen. Dat de rechtshandhaving ernstig tekortschiet, concludeerde vorige week ook de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR). In het rapport De toekomst van de rechtsstaat adviseerde de WRR dat het OM ernstige delicten te allen tijde moet vervolgen. In elk geval dient justitie in het openbaar verantwoording af te leggen over de keuzen die in het opsporings en vervolgingsbeleid worden gemaakt. Iemand als Bert van Delden zal wel even moeten wennen aan de glasnost bij justitie. De woorden van de Venlose burgemeester noemde hij "onaanvaardbare uitspraken voor een gezagsdrager". Ze zouden volgens hem "de indruk bevestigen die bij grote delen van de bevolking leeft, dat de rechtspraak niet deugt. En dat is niet zo". Blijkbaar mogen niet alleen gewone burgers geen kritiek hebben op magistraten - van burgemeesters wordt een nog grotere terughoudendheid verwacht. En volksvertegenwoordigers als Ferry Hoogendijk moeten helemaal hun mond houden. In dat laatste geval schermen juristen graag met de beroemde "scheiding der machten": politici dienen zich te onthouden van kritiek op de "onafhankelijke" rechterlijke macht, anders wordt het in onze rechtsstaat een janboel.

Waarschijnlijk is er geen beginsel dat zo vaak wordt misbruikt in de discussie over de rechterlijke macht als de "drie-machtenleer" van de achttiende-eeuwse Verlichtingsfilosoof Montesquieu. Volgens de karikaturale wijze waarop juristen als Van belden diens ideeŽngoed interpreteren, zijn de wetgevende, uitvoerende en rechterlijke macht gescheiden bolwerken, waarvan de vertegenwoordigers zich niet met elkaar dienen te bemoeien. Een huiveringwekkende eye-opener. Als dit waar zou zijn, betekent dit dat we in Nederland al eeuwen in een bananenrepubliek leven! Wetten worden immers gemaakt door de regering samen met de Eerste en Tweede Kamer. ook verder is er allerlei "bemoeizucht" tussen de drie machten. Zo wordt een minister (uitvoerende macht) nogal eens ter verantwoording geroepen door het parlement (wetgevende macht) om zijn beleid uit te leggen. Bij onvoldoende vertrouwen kan hij zelfs zijn koffers pakken. Met dit alles is ook niets mis. Waar het Montesquieu immers om ging, is dat er een evenwichtige verdeling van macht is, en dat er sprake is van controlemechanismen: ckecks and balances. En laat het nou de rechterlijke macht zijn die zich aan elke controle van buitenaf weet te onttrekken. Dat rechters voor het leven worden benoemd, en niet zomaar kunnen worden ontslagen door de regering, valt te bevatten. Een minister zou daar anders wel eens een politiek slaatje uit kunnen slaan. Maar dat aan de voorkant -de benoeming van rechters - ook al geen "bemoeienis" mag zijn door de politiek, gaat toch wat ver. Dat vond ook de Nijmeegse hoogleraar staatsrecht P.P.T. Bovend'Eert. Twee jaar geleden sprak de hoogleraar zijn bezorgdheid uit over de benoemingsprocedure van rechters. De formele regeling is dat rechters door de Kroon (lees: de minister van justitie) worden benoemd. In theorie zou dit een zekere controle mogelijk maken. Maar in de praktijk is sprake van een coŲptatiesysteem: de gerechten doen een voordracht, de TweedeKamerleden nemen die klakkeloos over en de minister benoemt bij hamerslag. Ofwel: de rechters benoemen elkaar. Dat aan zo'n onderonsje risico's kleven, blijkt uit de recente benoeming van jhr mr. J.L.R.A. Huydecoper tot advocaat-generaal bij de Hoge Raad. Deze oud-deken van de Orde van Advocaten is verwikkeld in een slepende rechtszaak, omdat hij als advocaat een cliŽnt onjuist zou hebben geadviseerd. Blijkbaar was dit geen belemmering voor de Hoge Raad om hem voor te dragen, en voor de minister om hem te benoemen. Maar of de Tweede Kamer enige weet had van dit vervelende smetje op zijn blazoen valt te betwijfelen. Volgens professor Bovend'Eert zouden politici zich dan ook niet minder, maar juist meer met rechtersbenoemingen moeten bemoeien. Zo kan ook een evenwichtiger samenstelling van de rechterlijke macht ontstaan, bijvoorbeeld wat betreft de politieke voorkeur van magistraten. Van enig staatsrechtelijk bezwaar tegen de uitspraken van Hoogendijk is in zijn ogen in elk geval geen sprake. Wat daarentegen wťl uit den boze is, doceert de hoogleraar, is dat vertegenwoordigers van de drie machten letterlijk op elkaars stoel gaan zitten. Nu kan een kind begrijpen dat een minister niet ook nog rechter moet zijn, of andersom. Maar op dit punt is de Nederlandse praktijk nu juist weer opvallend coulant.

Zo is het gebruikelijk dat Eerste-Kamerleden af en toe een bef omdoen. Alle politieke stromingen hebben wel een plaatsvervangend rechter in de chambre de rťflexion zitten. J. Rensema (VVD) is raadsheer-plaatsvervanger bij het Gerechtshof te Amsterdam. Mevrouw D.J.B. de Wolff (GroenLinks) mag af en toe rechtertje spelen bij het gerechtshof in Den Bosch, overigens naast haar baan als advocaat. E. Jurgens (PvdA) is rechter-plaatsvervanger in Amsterdam, en J.J.L. Pastoor (CDA) assisteert dat het een lieve lust is in de rechtbanken van Groningen, Leeuwarden en Assen. Allen leden van de wetgevende macht die op de stoel van de rechter zitten. Vreemd toch dat je over deze schrikbarende inbreuk op de beginselen van Montesquieu vrijwel geen enkele jurist hoort klagen. En dan hebben we het nog niet eens gehad over beleidsmedewerkers van ministeries - zelfs op het justitie-departement komt het voor - die als rechter aantreden. Ambtenaren die eerst een wet ontwerpen, om de overtreders van die wet vervolgens zelf te berechten. Het ontbreekt er nog maar aan dat ze hoogstpersoonlijk de boeven in de kraag vatten en de gevangenissen bewaken. Nee. De gedachte begint zich op te dringen dat het helemaal geen hooggestemde idealen zijn die het juristengilde drijven. Men handelt als het bekende pavlovhondje: ons kent ons, en ons blaft luid als er kritiek van buitenstaanders komt. En dat is gevaarlijk, want er is veel mis met de rechterlijke macht.

In 1996 publiceerde een groep verontruste burgers het rapport Integriteit Rechterlijke Macht. De leden van deze groep, die zich hadden verenigd in de Stichting Wetenschappelijk Onderzoek Rechterlijke Macht (WORM), hadden ieder voor zich slechte ervaringen opgedaan met rechters. Ervaringen die zij niet anders konden verklaren dan door vooringenomenheid en belangenverstrengeling. Inmiddels legendarisch is de zaak die Henk Rem in 1991 tegen verzekeringsmaatschappij Ohra aanspande. Het ging om de weigering van de verzekeraar een ongevallenuitkering aan zijn vrouw te betalen. De claim die Rem bij de Arnhemse rechtbank had ingediend, werd toegewezen, maar omdat de betaling steeds uitbleef, ging hij eens verhaal halen bij het kantoor van Ohra. Van de bedrijfsjurist kreeg hij te horen: "Ohra betaalt u het bedrag onverplicht uit, omdat Ohra wel weet dat zij in hoger beroep bij het Hof toch gaat winnen." In gewoon Nederlands: meneer Rem, die uitkering kunt u uiteindelijk wel op uw buik schrijven. De jurist van Ohra bleek over voorspellende gaven te bezitten. Het Hof in Arnhem wees de toegewezen vergoeding alsnog af. Dit gebeurde door een meervoudige kamer die op een wel heel bijzondere wijze was samengesteld. De vice-president bleek lid te zijn van de arbitragecommissie van Ohra; een andere raadsheer was een oud-kantoorgenoot van de Ohra-huisadvocaat Dirkzwager & Kroeskamp, en weer een andere rechter was getrouwd met een advocate die kort daarvoor bij dit advocatenkantoor had gewerkt. Om het plaatje compleet te maken: de advocaat die voor Ohra optrad, was plaatsvervangend raadsheer in het Arnhemse Hof, en stond dus voor zijn eigen collega's te pleiten. Inderdaad, zo'n zaak kun je niet winnen.

Dat het niet bepaald noblesse oblige was op het Arnhemse Paleis van justitie bleek ook uit een rapport van onderzoeksbureau Terpstra-Tukker. Het rapport was bedoeld voor intern gebruik, maar lekte in mei 1996 uit. Niet alleen de inefficiŽnte organisatie, ook de arrogante houding en zelfgenoegzaamheid van de rechters werd gehekeld. Dat de rechtbank het had aangedurfd een onderzoek naar het eigen functioneren te laten doen, viel op zich te waar deren. Niettemin wist de Haagse rechtbankpresident Bert van Del den - daar is-ie weer - in de Haagsche Courant te melden: "De teneur van het rapport zou voor Den Haag absoluut onjuist zijn en ik denk ook voor Arnhem." Dit hoewel de Arnhemse rechtbankpresident zelf had erkend dat er problemen waren. Hoe Van Delden zo goed op de hoogte kon zijn van de situatie ii Arnhem, is een raadsel, maar relevanter is de vraag of het onder zijn bewind in Den Haag beter was gesteld.

In het vorig jaar verschenen boek Wij zien u wet in de rechtszaal schetst Paul Ruijs, de kwelgeest van juridisch Nederland, een ontluisterend beeld van de Haagse rechterlijke macht. In de jaren negentig vond in Den Haag een aantal geruchtmakende rechtszaken tegen de Consumenten bond en de ANWB plaats. De twee organisaties zouden zich schuldig hebben gemaakt aan het vervalsen van onderzoeken. Maar omdat de rechters er allerlei banden met de advocatenkantoren van de Consumentenbond en de ANWB op na hielden, hadden twee organisaties van de rechtbank in Den Haag weinig te vrezen concludeert Ruijs. Ook hier was op zijn minst de schijn van partijdigheid in het geding.

Een advocaat die voor rechter speelt, het is een bijzondere loot aan de stam van ons veelgeprezen poldermodel. Nog aparter wordt het als een advocaat dit doet in hetzelfde arrondissement of kanton als waar hij kantoor houdt. De kans dat hij als plaatsvervangend rechter een amice van zijn eigen kantoor tegenover zich treft, is dan immers vrij groot. En andersom ook natuurlijk. Uit het WORM-onderzoek bleek dat het niet alleen in Den Haag en Arnhem voorkwam dat advocaten in hun "eigen" gerecht als reserverechter werden ingezet, het verschijnsel was tot in alle hoeken van de rechterlijke macht doorgedrongen. Vooral tot megaconcerns uitgegroeide advocaten- en notarissenkantoren als De Brauw Blackstone Westbroek en Stibbe stonden maar wat graag hun "amices" aan de rechtbanken af. Nu kun je je afvragen waarom advocaten voor een fractie van hun uurloon als plaatsvervangend rechter willen optreden. Gaat hun eer of hun maatschappelijk verantwoordelijkheidsgevoel zo ver? Of zou hun clientele het op prijs stellen dat de kans op een succesvol proces zo aanzienlijk wordt vergroot? Midden jaren negentig leidden deze onthullingen op het Binnenhof tot enig tumult. Toenmalig Minister van Justitie Winnie Sorgdrager leek het onderwerp zelfs serieus aan te pak ken. Een wet zou het verbod voor advocaten op het optreden in de eigen rechtbank moeten regelen. Maar Winnie onderschatte de lange arm van de advocatuur. De landelijk deken van de orde van Advocaten jonkheer Huydecoper liet meteen weten dat advocaten "massaal zouden opstappen" als reserverechter als zij niet in eigen rechtbank mochten "rechteren". Kennelijk woog hun maatschappelijk verantwoordelijkheidsgevoel toch niet op tegen de enorme afstanden die zouden moeten worden overbrugd wanneer ze alleen in verderaf gelegen gerechten zouden mogen rechtspreken.

Andere woordvoerders van het advocatengilde, vaak tevens rechterplaatsvervanger, lieten zich helemaal in de kaart kijken. Zij riepen dat de overheid zich niet moest laten leiden door van wrok bezeten querulanten, een veel gebruikte aanduiding voor wie niet alles wat een bef zegt klakkeloos pikt. Enfin, dat wetsvoorstel kwam er dus niet. Ook Winnies opvolger, de ex-advocaat Benk Korthals, zag geen mogelijkheid om het erdoorheen te krijgen. Het risico dat advocaten zouden stoppen met rechteren bleek een reŽel gevaar. En ja, de werkdruk bij de rechterlijke macht was toch al zo groot.

Goed om op deze plaats even stil te staan bij de veelgehoorde overbelasting van de rechterlijke macht. Om ervoor te waken dat rechters massaal overspannen worden, zouden ze - we opperen maar iets - natuurlijk ook kunnen snoeien in hun bijbaantjes. Want dit was de tweede opzienbarende conclusie uit het WORM-onderzoek: rechters blijken tal van nevenfuncties te bekleden. Uiteraard bedoeld om "voeling aan de pols van de maatschappij" te houden, zeg maar zoals politici hun commissariaten verantwoorden. Maar het moet gezegd: het gaat zelden of nooit om buurtwerk of sociale hulpverlening; wel om commissariaten in het bedrijfsleven of lidmaatschappen van allerlei tuchtorganen en klachtencommissies. In die semi-rechtspraak moeten de arme rechters dus hun dagelijkse werk nog eens dunnetjes overdoen. je zou er inderdaad oververmoeid van raken. Overigens bleek het nog helemaal niet eenvoudig aan te tonen dat er Łberhaupt zoiets bestond als bijbanen. De nevenfuncties stonden nergens geregistreerd en de gerechten waren er niet erg happig op om de onderzoekers van WORM inzicht te verschaffen. Zo werd het wel een hele klus om te bewijzen dat er sprake was van belangenverstrengeling.

Dit nu ging zelfs politiek Den Haag te ver. In januari 1997 trad een wet in werking die rechters verplicht hun nevenfuncties openbaar te maken. Een bescheiden stap in de goede richting. Maar hoewel elke Nederlander geacht wordt de wet te kennen bleken rechters zelf het Staatsblad slecht te lezen. Enkele maanden nadat de wet was ingegaan, waren er nog altijd honderden rechters die hun nevenfuncties niet openbaar hadden gemaakt, onthulde het Algemeen Dagblad. Rechters die de wet aan hun laars lappen, als je erover leest in ItaliŽ of Griekenland brrrr, die mediterrane types klooien wat aan. Maar het kon dus ook in Nederland. En onze magistraten zijn hardleers. Vorig jaar deed het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) van het ministerie van justitie een onderzoek naar de "schijn van partijdigheid" van rechters. Dit in opdracht van de Nederlandse Vereniging voor Rechtspraak, die voor eens en altijd korte metten wilde maken met al die wilde geruchten. De onderzoekers hadden een lastige opdracht. Uit enkele eenvoudige controles bleek dat functies die hadden moeten worden opgegeven, niet in de registers waren vermeld. Sommige van de ontvangen registers waren sinds 1997 niet meer bijgewerkt. Nu kunnen juristen recht praten wat krom is, maar de conclusie die de NVvR aan het onderzoek verbond - er was geen sprake van partijdigheid - was wel een meesterlijk staaltje van juridisch argumenteren.

Een kleine steekproef van HP/De Tijd wijst uit dat de situatie sindsdien niet wezenlijk is verbeterd. Met name advocaten die plaatsvervangend rechter zijn, vinden het een te grote opgave om openheid over hun nevenfuncties te geven. Laat staan dat het voor een gewone burger mogelijk is inzicht te verkrijgen in hun clientŽle, hun aandelenkapitaal, hun familierelaties of de vriendschappen die zij onder een goed glas wijn sluiten in de Rotary en Lions Clubs. Op medewerking van de persvoorlichters bij de gerechten hoeft niet te worden gerekend. Gevraagd naar de curricula vitae van rechters reageert men gepikeerd - alsof alleen al het stellen van de vraag impertinent is. Opnieuw worden hoogdravende principes in stelling gebracht om pottenkijkers buiten de deur te houden: openheid over de persoon van de rechter zou op gespannen voet staan met diens onpartijdigheid. Maar als niet bekend is wie een rechter is en wat hij doet hoe weten we dan ůf die rechter onpartijdig is? Ondertussen werkt de wetgever vrolijk mee aan de cover-up. Als de rechtbankbesturen dit noodzakelijk achten, kunnen rechterlijke uitspraken over enige tijd alleen nog maar geanonimiseerd worden ingezien. Er wordt al driftig op de nieuwe regelgeving geanticipeerd: op de website rechtspraak.nl zijn de namen van procespartijen weggekalkt, waardoor het vrijwel ondoenlijk is te controleren of er relaties tussen die partijen en de rechters bestaan. Dit alles met een beroep op het tegenwoordig zo gekoesterde grondrecht van de privacy. Al met al komt het erop neer dat er maar ťťn rechtsbeginsel is dat wťl voortdurend met voeten mag worden getreden: openbaarheid van rechtspraak.

Waar externe controle op de onafhankelijke rechtspraak lastig is, zal het met de interne procedures wel goed geregeld zijn, zou je zeggen. Het zelfreinigend vermogen van het systeem moet haast wel perfect zijn. Helaas, ook dat is niet zo. We moeten vooral uitgaan van de goede trouw. Rechters die vanwege hun nevenfuncties, hun contacten met procespartijen of om andere redenen een zaak niet objectief kunnen beoordelen, worden geacht zich na ampel beraad met zichzelf terug te trekken. In het jargon: zich te verschonen. Nog onlangs zei mevrouw Tonkens van de NVVR dat het systeem prima werkt, want de zittende magistraten kunnen uitstekend zelf beoordelen of zij een zaak moeten aannemen. Maar vooruit, voor de zekerheid werd toch maar gewerkt aan een verschoningscode.

Nu wordt er al heel lang gediscussieerd over een code waarin de gronden staan waarop een rechter zich moet verschonen. De voortekenen zijn niet onverdeeld gunstig. Uit een enquÍte onder NVVR-leden bleek dat nogal wat rechters een code overbodig en star vonden, liever lieten ze het "eigen geweten" spreken. Wie minder vertrouwen heeft in het eigen geweten van de rechter, kan hem natuurlijk ook wraken. Volgens Bert van Delden van de Raad voor de Rechtspraak was dit zelfs de koninklijke weg geweest om een andere rechter in de zaak-Volkert van der G. te krijgen. Nu is het de vraag wie dat dan in dit geval zou moeten doen. Advocaat Britta BŲhler zou daar natuurlijk wel gek zijn, de familie Fortuyn heeft geen bevoegdheden in een strafproces en van officieren van justitie is bekend dat ze vrijwel nooit een rechter wraken. Daarvoor is de verhouding tussen de staande en de zittende magistratuur in de volksmond een deur verderop toch wat te innig.

En eigenlijk geldt dat zij het in mindere mate ook voor de advocatuur. Advocaten zijn immers evenzeer gebaat bij een goede relatie met de zittende magistratuur als ze al niet zelf tot dit exclusieve gezelschap zijn gaan behoren. Bovendien, wat moet je als advocaat wanneer het wrakingsverzoek wordt afgewezen? Dan zit je dus tegenover dezelfde rechter wiens onafhankelijkheid je daarvoor in twijfel hebt getrokken. Of dat nou zo gunstig is voor een succesvolle afhandeling van je zaak. De wetgever lijkt er voorts ongetwijfeld geadviseerd door zeer geleerde en hoogst onafhankelijke juristen alles aan gedaan te hebben om een succesvol wrakingsverzoek te fnuiken. Zodra een rechter wordt gewraakt, moet stante pede een wrakingskamer worden ingesteld in hetzelfde gerecht. Kortom, het zijn weer rechters die een oordeel vellen over de rechtschapenheid van hun collega's.

De ware "van wrok bezeten querulant" rest dan nog ťťn paardenmiddel. Indien hij het gevoel heeft onrechtvaardig of arrogant te zijn behandeld door een rechter of als hij twijfels heeft over diens integriteit, kan hij een klacht indienen bij de Hoge Raad. Op advies van de procureur-generaal beslist het hoogste rechtscollege of er een nader onderzoek wordt gelast. Hoewel er geen termijn in de wet staat genoemd, heeft de procureur bepaald dat een klacht na twaalf maanden niet-ontvankelijk wordt verklaard. Dat lijkt billijk, maar is het niet, gezien de moeite die het kost erachter te komen welke buitenrechterlijke activiteiten de magistraten er zoal op na houden. De procureur-generaal van de Hoge Raad heeft kennelijk een hoge pet op van zijn collega's binnen de rechterlijke macht. Tussen 1991 en 1994 werden 317 klachten ingediend tegen rechters. Geen enkele keer zag hij aanleiding een vordering tot nader onderzoek in te stellen. Voorzover bekend is het nimmer voorgekomen dat een rechter is ontslagen door de Hoge Raad.

We begonnen dit verhaal met Nol Vermolen. Dat uitgerekend deze rechter in de Volkert-zaak is aangewezen, toont eens te meer aan hoe ver de magistratuur verwijderd is van de maatschappelijke realiteit. Want stel, Ad Melkert wordt doodgeschoten. De kogel komt niet van links, maar van rechts. Zou het dan echt zo schandelijk zijn als in PvdA-kringen de wenkbrauwen worden gefronst wanneer een actieve LPF'er de moordenaar moet gaan berechten? Ondertussen is het werk van de Amsterdamse rechtbank er niet gemakkelijker op geworden. Stel, zei hoogleraar Mols in de Volkskrant, er komt een hoge straf uit voor Volkert van der G., dan zegt iedereen dat komt door de politieke druk. En als er vrijspraak volgt, dan zou dat komen doordat een van de rechters links is. Voor de verandering heeft Mols gelijk. Alleen zijn conclusie dat het dus Hoogendijk is die "de rechtsstaat ondermijnt", is weer onversneden juridische lariekoek. Het is de wereldvreemdheid en arrogantie van de rechterlijke macht zelf die deze situatie heeft gecreŽerd.

 

Informatie in bijbanenregisters van Hop over rechters die in dit artikel worden genoemd

Meervoudige Kamer die Volkert van der G. moeten gaan berechten:

Bauduin, F.G, C161202 J. Hop bijbanenregister rechtbank Amsterdam

Gijsberts, T.J.M. mevrouw, C161202 J. Hop bijbanenregister rechtbank Amsterdam

Vermolen, Arnold, C081202 J. Hop bijbanenregister rechtbank Amsterdam

 

Samenstelling Gerechtshof Arnhem in de zaak Rem (Ohra):

"Ohra betaald u (Rem) het bedrag onverplicht uit, omdat Ohra wel weet dat zij in het hoger beroep bij het Hof toch gaat winnen. Dat merkt u wel. Ohra heeft immers niets te vrezen"

Lion, R. C301102 J. Hop bijbanenregister Hof Arnhem

Kerssemakers, J.H.M. C301102 J. Hop bijbanenregister Hof Arnhem

Grinten, J.W.M.C301102 zijn naam is nergens meer als rechter te vinden in bijbanenregisters, info gevraagd?

Elzas, R.P.H., C301102 J. Hop bijbanenregister Hof Arnhem

 

Overige rechters die in het artikel van HP de Tijd worden genoemd:

Bovend'Eert, P.P.T. Dr, C110506 J. Hop bijbanenregister rechtbank Zutphen

Delden, Bert van C0812102 zijn naam is nergens meer als rechter te vinden in bijbanenregisters, info gevraagd?

Huydecoper, Jhr. Mr. J.L.R.A., C081202 J. Hop bijbanenregister Hoge Raad

Jurgens, E., C081202 J. Hop bijbanenregister rechtbank Amsterdam

Mols, Gerard C301102 J. Hop bijbanenregister rechtbank Maastricht

Pastoor, J.J.L. C301102 J. Hop bijbanenregister rechtbank Leeuwarden

Rensema, J. , C081202 zijn naam is nergens meer als rechter te vinden in bijbanenregisters, info gevraagd?

Tonkens-Gerkema, W. Wil Mw.C081202 J. Hop bijbanenregister rechtbank Amsterdam

Wolf, Mevrouw D.J.B. de, C081202 J. Hop bijbanenregister Hof Den Bosch

 

 

 

 

 

"De aanklagers anders bekeken" J. Hop ©

Het Openbaar Ministerie beschermd overheidspersoneel in "foute" zaakjes. Burgers -slachtoffers in zulke zaakjes- worden door het OM aangepakt met "gefabriceerd bewijs"en "succesvolle tegenwerking".
1. Waarom werd Weber de rechtbank Assen uitgezet na het maken van een foto van een "foute" bode? Waarom werd die bode de rechtbank niet uitgezet nadat die bode een tegen hem ingediende klachtzaak in een OM-zaak weggooide?
Lees verder lees verder
2. Waarom werd Weber opgesloten omdat hij -volgens politie Lelystad- zijn naam niet had willen geven maar stond zijn naam op wel op het detentiezakje met geboortedatum en handtekening?
Lees verder lees verder
3. Waarom mag een "Koninklijke" notaris een akte van verdeling opmaken in strijd met een testament om van kind een erfenis af te pakken?
Lees verder lees verder
4. Wraking Kamer van Toezicht Notarissen GEGROND! Waarom stond er vervolgens politie in de zaal bij afhandeling van een klacht tegen bovengenoemde notaris en werd filmen verboden?
Lees verder lees verder
5. Waarom werd er niet opgetreden tegen ambtenaren gemeente Lelystad na belemmering politieke activiteiten mbt verkrijgen stempels op ondersteuningsverklaringen?
Lees verder lees verder


aangifte Weber bewijst improductieve ambtelijke bureaucratie na belemmering politieke activiteiten door ambtenaren in Lelystad
((44)) Observaties Hop: Voorzitter Kamer van Toezicht Koninklijke notarissen Zwolle werd steeds agressiever na wraking op 41 onderdelen
(124) Geert Weber wraking Kamer van Toezicht notarissen Zwolle met Hop op de hoorzitting GEGROND
(80) Waarom werd Weber de rechtbank Assen uitgezet na het maken van een foto van een "foute" bode?
(300) Jeugdzorg Flevoland stuurt christelijke advocaat met bijbaantjes bij kerk en school op Weber af
(NOT) Handelt de notaris in het belang van belastingdienst of in belang van de burger?
((741) Zicht op hebzucht notarissen bij gedwongen verkoop woningen
((258) De onverenigbaarheid van de dubbelfunctie rechter/notaris
((356) Schijn van partijdigheid bij tuchtrechtsysteem notaris ligt er duimendik op
((359) Alle namen en nevenfuncties leden Kamer van Toezicht notarissen niet snel te bekijken op internet
((466) Kamer van Toezicht notarissen Breda geen probleem met publicatie nevenfuncties voor 1 januari 2013

top
Stem wijzer! Stem Groep Hop ©
Lelystad 2018
Lelystad 2014
Activiteiten