GROEP HOP ©    Ermelo    Rheden    Zoetermeer     Actueel       Programma     Contact

Raadsgriffier    Gemeentesecretaris    Commissie bezwaarschriften     Centraal Stembureau

JH1 JH2 JH3 JH4 JH5 JH6 JH7 JH8 JH9 JH10 JH11 JH12 JH13 JH14 JH15 JH16 JH17 JH18 JH19 JH20 JH21 JH22 JH23 JH24 JH25

Integriteit documenten verkiezingen gemeenteraad 3 maart 2010: JH26 JH27 JH28 JH29 JH30 JH31 JH32 JH33 JH34 JH35

Wat is de norm? Wat is het gevaar? Hoe is de vergelijkingsmethode tot stand gekomen? Uitnodiging om eens na te denken?

JAN HOP

Integriteit documenten verkiezingen gemeenteraad 3 maart 2010: JH26 JH27 JH28 JH29 JH30 JH31 JH32 JH33 JH34 JH35

Wat is de norm? Wat is het gevaar? Hoe is de vergelijkingsmethode tot stand gekomen? Uitnodiging om eens na te denken?

 

 

Wat is de norm? Wanneer mag je NIET meedoen met verkiezingen in Nederland

(356) Als je kopieën van ondersteuningsverklaringen inlevert in plaats van de originelen mag je NIET meedoen met verkiezingen!

 

 

Uitspraak

200700762/1.
Datum uitspraak: 5 februari 2007

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

de vereniging"Partij voor de Jongeren", gevestigd te Stein,
appellante,

en

het Hoofdstembureau voor de verkiezing van de leden van provinciale staten van Limburg in kieskring I te Maastricht,
verweerder.

1.  Procesverloop

Bij besluit van 26 januari 2007 heeft verweerder (hierna: het hoofdstembureau) - onder meer - de door appellante ingediende kandidatenlijst voor de verkiezing van de leden van provinciale staten van Limburg in de kieskring Maastricht ongeldig verklaard.

Tegen dit besluit heeft appellante bij brief, bij de Raad van State per fax ingekomen op 29 januari 2007, beroep ingesteld. De gronden zijn aangevuld bij brieven, per fax ingekomen op 30 en 31 januari 2007.

Op 30 januari 2007 heeft het hoofdstembureau een verweerschrift ingediend.

Op 30 januari 2007 heeft de Kiesraad, daartoe door de Afdeling verzocht met toepassing van artikel 8:45, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht , een reactie ingediend.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 1 februari 2007, waar het hoofdstembureau, vertegenwoordigd door drs. E.H.H.M Soeren, L.A.P.M. Beurskens en H.B.P.J. Starren, allen ambtenaar in dienst van de gemeente Maastricht, zijn verschenen. Voorts is daar gehoord de Kiesraad, vertegenwoordigd door mr. J. Schipper-Spanninga, secretaris-directeur.
Appellante heeft zich niet doen vertegenwoordigen.

2.  Overwegingen

2.1.  Ingevolge artikel H 1, eerste lid, van de Kieswet , voor zover thans van belang, kunnen op de dag van de kandidaatstelling bij de voorzitter van het hoofdstembureau of bij het door deze aan te wijzen lid van dat bureau, op de secretarie van de gemeente waar dit bureau is gevestigd, van negen tot vijftien uur, kandidatenlijsten worden ingeleverd.

  Ingevolge artikel H 4, eerste lid, van de Kieswet , voor zover thans van belang, worden bij de kandidatenlijst overgelegd schriftelijke verklaringen van kiezers dat zij de lijst ondersteunen. Op deze verklaringen worden de kandidaten op dezelfde wijze en in dezelfde volgorde vermeld als op de lijst. Bij een verkiezing van de leden van provinciale staten waarin het aantal te verdelen zetels in de raad ten minste negenendertig is bedraagt het aantal over te leggen verklaringen ten minste dertig.

  Ingevolge het tweede lid van dit artikel kunnen verklaringen van ondersteuning slechts worden afgelegd door personen die binnen de kieskring waarvoor die lijst geldt, als kiezer zijn geregistreerd voor de desbetreffende verkiezing.

  Ingevolge het derde lid van dit artikel ondertekent de kiezer die een verklaring van ondersteuning wenst af te leggen, binnen een termijn van zeven dagen voorafgaand aan of op de dag van de kandidaatstelling deze verklaring ter secretarie van de gemeente waar hij als kiezer is geregistreerd, in aanwezigheid van de burgemeester of een door deze daartoe aangewezen ambtenaar. De kiezer geeft daarbij de burgemeester of de ambtenaar blijk van zijn identiteit.

  Ingevolge het vierde lid van dit artikel gaat de burgemeester of de door hem daartoe aangewezen ambtenaar onverwijld na of de ondertekenaar als kiezer in zijn gemeente is geregistreerd. Indien hem blijkt dat dit het geval is, tekent hij dit op de verklaring aan.

  Ingevolge het vijfde lid van dit artikel mag een kiezer niet meer dan één verklaring van ondersteuning ondertekenen.

  Ingevolge artikel I 1, eerste lid, van de Kieswet houdt het hoofdstembureau op de dag van de kandidaatstelling, om zestien uur, een zitting tot het onderzoeken van de kandidatenlijsten.

Ingevolge artikel I 2, eerste lid, aanhef en onder a, van de Kieswet , geeft het hoofdstembureau, indien bij het onderzoek blijkt van het verzuim dat niet ten minste het aantal verklaringen, genoemd in artikel H 4, eerste lid, is overgelegd, daarvan onverwijld bij aangetekende brief of tegen gedagtekend ontvangstbewijs kennis aan degene die de lijst heeft ingeleverd. Daarbij tellen niet mee de verklaringen die niet aan het bepaalde in artikel H 4, eerste lid, tweede volzin, en tweede lid, voldoen, de verklaringen waarop niet een aantekening als bedoeld in artikel H 4, vierde lid, voorkomt en de verklaringen van een kiezer die meer dan één verklaring heeft ondertekend.

  Ingevolge het tweede lid van dat artikel kan de gene die de lijst heeft ingeleverd uiterlijk op de derdedag na de kandidaatstelling, het verzuim of de verzuimen in de kennisgeving aangeduid, herstellen ter secretarie van de gemeente waar het hoofdstembureau is gevestigd, op de eerste en tweede dag van negen tot zeventien uur en op de derde dag van negen tot vijftien uur.

  Ingevolge artikel I 4 van de Kieswet , voor zover thans van belang, beslist het hoofdstembureau op de derde dag na de kandidaatstelling in een openbare zitting die om zestien uur aanvangt, over de geldigheid van de lijsten.

  Ingevolge artikel I 5, aanhef en onder c, van de Kieswet is de lijst ongeldig waarbij, indien bij de lijst verklaringen van ondersteuning moeten worden overgelegd, niet ten minste het aantal geldige verklaringen, genoemd in artikel H 4, eerste lid, is overgelegd.

2.2.  Volgens het proces-verbaal van de zitting van het hoofdstembureau die op de voet van artikel I 4 van de Kieswet op vrijdag 26 januari 2007 om 16.00 uur is gehouden, heeft het hoofdstembureau tijdens de zitting als bedoeld in artikel I 1 van de Kieswet op 23 januari 2007 met betrekking tot de kandidatenlijst van appellante verschillende verzuimen geconstateerd, waaronder - hier van belang - het ontbreken van '30 x model H 4 (ondersteuningsverklaringen)'. Blijkens het 'bewijs van inlevering kandidatenlijst met toebehoren' heeft appellante op 25 januari 2007 34 originele ondersteuningsverklaringen ingeleverd bij de secretarie van de gemeente waar het hoofdstembureau is gevestigd. Vervolgens heeft het hoofdstembureau tijdens de zitting op vrijdag 26 januari 2007 de kandidatenlijst van appellante ongeldig verklaard wegens het ontbreken van twintig ondersteuningsverklaringen als bedoeld in artikel H 4, eerste lid, van de Kieswet .

2.3.   Appellante betoogt in het beroepschrift dat het hoofdstembureau de kandidatenlijst ten onrechte ongeldig heeft verklaard. Daartoe voert zij - samengevat - aan dat het hoofdstembureau verzuimd heeft, zowel op 23 januari 2007, de dag van kandidaatstelling, als op 25 januari 2007, de dag waarop de originele ondersteuningsverklaringen zijn ingeleverd, zorgvuldig onderzoek te verrichten naar de geldigheid van die ondersteuningsverklaringen. Volgens appellante had het hoofdstembureau haar gemachtigde die de lijst op 25 januari 2007 heeft ingeleverd onverwijld in kennis moeten stellen van het geconstateerde verzuim, zodat vóór vrijdag 26 januari 2007, 15.00 uur, het verzuim hersteld had kunnen worden door alsnog de vereiste dertig geldige ondersteuningsverklaringen in te leveren. Door de afgifte van het 'bewijs van inlevering kandidatenlijst met toebehoren' is door het hoofdstembureau bij haar ten onrechte de indruk gewekt dat de ondersteuningsverklaringen in orde waren bevonden, aldus appellante.

2.3.1.  Dit betoog slaagt niet.

  Het hoofdstembureau heeft ter zitting van de Afdeling verklaard dat op 23 januari 2007 een schriftelijk bewijs van inlevering aan de gemachtigde van appellante is afgegeven met daarop de aantekening dat de vereiste dertig ondersteuningsverklaringen ontbraken. Reden van deze aantekening was dat de gemachtigde had verzuimd om in plaats van kopieën, originele ondersteuningsverklaringen in te leveren die zijn vereist om de geldigheid ervan te kunnen controleren. Het hoofdstembureau heeft geen kopie van dit bewijs van inlevering met de daarop gestelde aantekening bewaard. Het origineel ervan is aan de gemachtigde van appellante afgegeven. Voorts blijkt uit het feit dat de gemachtigde van appellante op 25 januari 2007 bij het hoofdstembureau alsnog de originele ondersteuningsverklaringen heeft ingeleverd, dat appellante daadwerkelijk op 23 januari 2007 van het verzuim op de hoogte is gesteld en toen in de gelegenheid is gesteld dit te herstellen. Eerst na de inlevering van die originele verklaringen op 25 januari 2007 heeft controle op de geldigheid ervan plaatsgevonden. Aan een afgegeven ontvangstbewijs kan, anders dan appellante kennelijk meent, niet het vertrouwen worden ontleend dat de ingeleverde stukken geldig zijn. Op grond van de Kieswet bestond voor het hoofdstembureau voorts geen verplichting om na de mededeling van het op 23 januari 2007 geconstateerde verzuim, maar vóór de zitting op 26 januari 2007 waarin over de geldigheid van de kandidatenlijst werd beslist, nogmaals kennis te geven aan appellante van een niet op de juiste wijze hersteld verzuim en een herstelmogelijkheid van geconstateerde gebreken te bieden. Het is de verantwoordelijkheid van de partij namens welke de stukken worden ingediend om, indien kennisgeving van een verzuim is gedaan, dit binnen de desbetreffende termijn en op de juiste wijze te herstellen. De Afdeling is daarbij bovendien met verweerder van oordeel dat het bij de onderhavige gebreken, die eerst na een inhoudelijke controle vóór de zitting als bedoeld in artikel I 4 van de Kieswet zijn geconstateerd, niet gaat om verzuimen als bedoeld in (onder meer) artikel I 2 van de Kieswet , ten aanzien waarvan het hoofdstembureau bij constatering op de zitting als bedoeld in artikel I 1, eerste lid, van de Kieswet of op het moment van inlevering vlak daar vóór, eenmaal de gelegenheid tot herstel moet bieden. Het gaat bij deze gebreken om ernstige onregelmatigheden, waarbij zo'n herstelmogelijkheid niet behoeft te worden geboden.

  Op de openbare zitting als bedoeld in artikel I 4 van de Kieswet op 26 januari 2007 heeft het hoofdstembureau geconstateerd dat appellante het op 23 januari 2007 geconstateerde verzuim niet op de juiste wijze heeft hersteld, nu appellante binnen de daarvoor geldende termijn niet ten minste het aantal geldige verklaringen, genoemd in artikel H 4, eerste lid, van de Kieswet , heeft overgelegd. Gelet hierop heeft het hoofdstembureau de kandidatenlijst terecht ongeldig verklaard.

2.4.  Het beroep is ongegrond.

2.5.  Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3.  Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

verklaart het beroep ongegrond.

Aldus vastgesteld door mr. J.E.M. Polak, Voorzitter, en mr. H.G. Lubberdink en mr. A.W.M. Bijloos, Leden, in tegenwoordigheid van mr. R.H.L. Dallinga, ambtenaar van Staat.

w.g. Polak w.g. Dallinga
Voorzitter  ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 5 februari 2007

18-453.

 

 

 

LACHEN MET HOP OVER DE UITSPRAAK VAN DE RAAD VAN STATE

Knippen, plakken en al ondertekende formulieren wijzigen door ambtenaar is NORM voor verkiezingen in Nederland!

UITSPRAAK RAAD VAN STATE in de zaak J. Hop tegen Hoofdstembureau gemeente Ermelo KIESWET
Raad van State, donderdag 28 januari 2010 om 16:00 uur Den Haag, Lange Voorhout 3 (tijdelijke locatie)
J. Hop Ermelo tegen hoofdstembureau van de gemeente Ermelo, KIESWET, zaaknr. 201000820/1/H2
Wat is de norm voor de integriteit van ingeleverde documentatie voor verkiezingen in Nederland?

(JH35) Raad van State: "KNIPPEN EN PLAKKEN VAN KANDIDATENLIJSTEN MAG WEL OP VERKIEZINGENFORMULIEREN IN NEDERLAND"
(JH35) Raad van State: "DATA VAN ONDERTEKENING HOEVEN OOK NIET MEER OP VERKIEZINGSFORMULIEREN IN NEDERLAND"
(JH35) Raad van State: "AMBTENAREN VAN HOOFDSTEMBUREAUS MOGEN AL ONDERTEKENDE VERKIEZINGSFORMULIEREN VAN PARTIJEN GAAN WIJZIGEN"
Reactie Hop: "Na het fiasco met de stemcomputers die niet deugden in 2006 en 2007 is nu ook het knippen en plakken en wijzigen van al ondertekende formulieren voor verkiezingen gelegaliseerd! Ik hoop dan ook van harte dat "met het gelegaliseerde knippen en plakken en wijzigen na ondertekening van verkiezingsformulieren door een ambtenaar van het Hoofdstembureau het vertrouwen van burgers in de rechtspraak en de politieke elite alleen maar verder daalt.............................

01-02-10 Ik ga er vanuit dat AMBTENAREN NU OOK DE LEIDING GAAN KRIJGEN over het tellen van de stemmen, zodat achteraf nog wat geknipt, geplakt of gewijzigd kan worden en/of een paar stapeltjes extra stembiljetten in de stembussen voor de grote politieke partijen gegooid kunnen worden want knippen, plakken en achteraf wijzigen mag en je moet als burger natuurlijk wel bewijzen dat er extra bosjes met stembiljetten voor de gevestigde partijen in de stembussen zijn verdwenen.................

Wat is de norm? Wanneer mag je NIET meedoen met verkiezingen in Nederland

(356) Als je kopieën van ondersteuningsverklaringen inlevert in plaats van de originelen mag je NIET meedoen met verkiezingen!
(620) Als er een onjuiste handtekening staat onder een kandidatenlijst van een politieke groepering mag je NIET meedoen met verkiezingen
(522) Als je 12 minuten te laat de kandidaatstelling inlevert mag je NIET meedoen met verkiezingen

Wat is de norm? Wanneer mag je WEL meedoen met verkiezingen in Nederland

(450) Centraal stembureau  Utrecht  heeft verzoek om de aanduiding 'Partij Vrij Utrecht (PVU)' in het register, bedoeld in artikel G 3, eerste lid, van de Kieswet, te registeren, TEN ONRECHTE niet-ontvankelijk verklaard

 

Een uitnodiging van Jan Hop om over de volgende stelling na te denken. Geld en de waarde welk er aangehecht wordt is een illusie. Besluit men zich anderzijds op te stellen, is het terstond onbruikbaar. Het hele systeem van Nederland en elders staat of valt domweg of er voldoende 'mensen' zijn die meewerken. Is men bewust heeft men de macht.

top   GROEP HOP ©