GROEP HOP ERMELO ©

2006-2018 Informant mw. Jeanne Dijkstra eindredacteur Ermelo Weekblad aan de Raad voor de Journalistiek: "Van alle kanten komen berichten dat Groep Hop moet worden doodgezwegen"

Christelijk vuilnis uit Ermelo wint met "doodzwijgen" (Groep) Hop bij Christelijk College Groevenbeek, Bedrijvenkring Ermelo, CDA debatten, Buurtvereniging Speuld en de krantjes Stentor, Ermelo Weekblad en hun vriendinnen bij locale internetkrantjes. HET CDA KAN ALLEEN GROEP HOP NIET CONTROLEREN want alleen Groep Hop met Hop weigerde vanaf 2006 losgeld te betalen voor debat aan de CDA PR commissie in Ermelo. Het betalen van losgeld aan de CDA PR commissie per gekozen raadslid zoals dat in de gemeente Ermelo gebruikelijk is in strijd met wetgeving dat je voor de verkiezingen geen geld moet aanbieden als je gekozen wordt.

Groep Hop won van christelijk vuilnis uit Ermelo dat sportverenigingen wilde verplaatsen naar natuur- en agrarisch gebied. Ging niet door!

Groep Hop gaat winnen tegen het Ermelose christelijk vuilnis dat Nederlanders blijft discrimineren tov van buitenlanders mbt wonen in (recreatie)woningen. Voorbeeld 1 discriminatie Voorbeeld 2 discriminatie

Groep Hop gaat winnen tegen het christelijk vuilnis en het wonen in recreatiewoningen door jongeren gaat gelegaliseerd worden De WALGING van Ermeloers tegen christelijk vuilnis in het gemeentehuis van Ermelo wordt steeds erger. Christelijk vuilnis in het gemeentehuis van Ermelo en hun meelopers gaan zich steeds meer zorgen maken omdat zij merken op straat uitgekotst te worden door burgers.

Maar laten we reëel zijn christelijk vuilnis uit Ermelo gaat inmiddels huis aan huis de deuren langs tijdens buurtonderzoeken om bewoners te vragen waar Hop mee bezig is en wie er allemaal bij Hop over de vloer komen. Het Ermelose christelijk vuilnis blijft dan ook gevaarlijk met het "fabriceren van bewijs" en "succesvolle tegenwerking". Christelijk vuilnis uit Ermelo fraudeert ongehinderd met GBA gegevens en/of verkiezingsformulieren om kost wat kost Groep Hop buiten het gemeentehuis te houden. Na 12 jaar Ermelose politiek heb ik alleen maar minachting voor christelijk vuilnis dat in Ermelo ouderen terroriseert en de armoede injaagt. Verkiezingen niet wint maar steelt!

Denk eens na?
1 Een sfeerverslag over rechtspraak tegen Hop. Politiek proces tegen Hop Ermelo met een voor de Staat weerzinwekkend partijdig rechter I
80 Een sfeerverslag over rechtspraak tegen Hop. Politiek proces tegen Hop Ermelo met een voor de Staat weerzinwekkend partijdig rechter IV

 

Wilt u zelf meedoen aan de verkiezingen gemeenteraad in uw gemeente?

Contact: lees verder

 

 

Welke boom is ziek op de luchtfoto maar volgens de Ermelose boswachter Henk Jan Zwart nog niet ziek genoeg

261006 15:00 uur Geweigerde kapvergunning Koningin Emmalaan 12

Een vraagje van Jan Hop:

"Welke kastanjeboom in een tuin van een burger op deze luchtfoto is volgens u goed ziek? Volgens de boswachter van de gemeente Ermelo Henk Jan Zwart nog niet ziek genoeg?"

 

 

 

J. Hop woonde in Ermelo o.a. op 26 oktober 2006 alle zittingen commissie bezwaarschriften bij en hij heeft het bovenstaande vraagje voor u als lezer van deze website inzake de geweigerde kapvergunning Koningin Emmalaan 12.

1. De kapvergunning voor deze doodzieke kastanjeboom werd geweigerd door de gemeente Ermelo. 

2. De betrokken burger werd, door de Ermelose boswachter Henk Jan Zwart, op kosten gejaagd en de burger moest een (onnodig) bezwaarschrift tegen de beschikking van de gemeente indienen en naar een hoorzitting komen. De burger nam naar deze hoorzitting bezwaarschriftencommissie ook zijn deskundige, een hovenier, mee. De bezwaarschriftencommissie van Ermelo was niet onder de indruk van deze zieke kastanjeboom. De burger en zijn deskundige, een hovenier, hadden ook een beeldbepalende luchtfoto als bewijs.

3. De Ermelose boswachter Henk Jan Zwart van de gemeente Ermelo bleef op de hoorzitting achter de geweigerde kapvergunning staan. De ambtenaren van de gemeente Ermelo vonden deze kastanjeboom beeldbepalend vanaf de openbare weg. De burger bestreed op de hoorzitting ook dat de boom beeldbepalend zichtbaar was vanaf de openbare weg. 

4. De burger vond dat de zieke kastanjeboom op de luchtfoto WEL beeldbepalend was.

Reactie Hop na het bijwonen van deze hoorzitting bezwaarschriftencommissie. Ik vraag me af wat een burger nog meer moet ondernemen om het ambtenaren zoals Henk Jan Zwart en bezwaarschriftencommissie gemeente Ermelo duidelijk te maken dat het hier om een zieke kastanjeboom gaat. Hoe zit het met deze bezwaarschriftencommissie van Ermelo? Hoe zijn ze aan hun baantje lid bezwaarschriftencommissie gekomen. Hoe blind moet je zijn als ambtenaar van de gemeente Ermelo en als lid van de bezwaarcommissie na presentatie van deze luchtfoto als je die gele zieke kastanjeboom op die luchtfoto niet ziet? De gewone burger had een onafhankelijke deskundige had meegebracht, een hovenier, die tegen de betrokken gesubsidieerde gemeente ambtenaar werd ingezet? Dit klemt allemaal des te meer omdat uit de standpuntbepaling van het College met als opsteller Henk Jan Zwart bleek dat de gemeente Ermelo ook al wist dat het hier om een zieke, geen vitale boom ging!

Dit is weer zo'n voorbeeld van een overbodige hoorzitting commissie bezwaarschriften waarbij burgers door de gemeente Ermelo volstrekt onnodig op kosten worden gejaagd!

Met dit soort ambtenaren zoals deze Henk Jan Zwart wil je als burger toch niet te maken krijgen. Je vraagt je af hoe is die eigenlijk boswachter van Ermelo kunnen worden met dit soort zaakjes in je achterhoofd?

 

 

 

Wat heeft J. Hop bereikt? Het bijwonen van hoorzittingen bezwaarschriftencommissie Ermelo door J. Hop is de bestuurders en het ambtenarenapparaat van Ermelo natuurlijk niet ontgaan. Geschokt na publicatie van bovenstaande luchtfoto op internet en het bijwonen van hoorzittingen bezwaarschriftencommissie door Hop zijn ze weer even bij de les in Ermelo om na zes jaar met een vereenvoudiging van het kapvergunningenbeleid te komen.

Zes jaar (Vanaf 2000 tot 15 november 2006) heeft het enorme ambtenarenapparaat van de gemeente Ermelo nodig gehad om met een vereenvoudiging van het kapvergunningenbeleid in Ermelo te komen 

Nr.2006/24364 notitie Vereenvoudiging Kapvergunningenbeleid Ermelo

(versie 15 november 2006)

Inleiding en aanleiding

Sinds het jaar 2000 bestaat er grote behoefte om het kapvergunningenbeleid aan te passen. De aanleiding daartoe is meervoudig: de werkdruk bij de afwikkeling van kapvergunningen loopt steeds verder op, procedures lopen vaak erg lang en de APV biedt onvoldoende bescherming voor sommige bomen. Op 29 augustus 2000 (A0010539) is in het college gesproken over een eerste aanzet om het beleid te vereenvoudigen, de doorlooptijd te verkorten en een aanzet te geven tot bescherming van waardevolle bomen. Basis was de door Arcadis opgestelde Notitie Kapvergunningenbeleid Ermelo (definitief gemaaktop 30 augustus 2000 en door de raad vastgesteld op 28 september 2000). Door omstandigheden (waaronder de waan van alledag) heeft een aantal aanbevelingen uit deze nota nooit daadwerkelijk gestalte gekregen. Inmiddels, in 2006, is de werkdruk op het gebied van kapvergunningen zeer hoog geworden. De doorlooptijd is nog steeds erg lang. Wel is in de tussentijd op 14 december 2004 door het college de beleidsnotitie Historische Bomen in Ermelo vastgesteld, samen met de bijbehorende conceptlijst monumentale bomen. Tevens zijn bepaalde bomen en boomgroepen in het Bestemmingsplan Kom Ermelo 1998 (herziening 2002) als monumentaal groen vastgelegd.

Wat beoogt deze notitie?

Deze notitie geeft concrete handvatten voor verkorting en verheldering van de procedure en tot vermindering van de hoeveelheid werk - en daardoor verlaging van de werkdruk. Gevolg is ook dat er betere afwegingen mogelijk zijn. Al met al wordt de burger optimaal bediend en blijven voor Ermelo belangrijke bomen goed beschermd.

Het voorstel

Voorgesteld wordt om aan de hand van de volgende stappen het kapvergunningenbeleid eenvoudiger en doeltreffender te maken voor zowel burgers, ambtenaren als bestuurders, zonder afbreuk te doen aan het uitgangspunt: behoud van een groen Ermelo!

 

Stap 1: Vaststellen van kapvergunningsplichtige bomen

Er is in heel de gemeente Ermelo voortaan alleen nog maar een kapvergunning nodig voor het vellen van bomen vanaf een omtrek van 65 cm (= doorsnede of diamater van 20,7 cm) op 1,30 m boven het maaiveld, voor de volgende bomen/boomsoorten (ook in geval van dunning en zowel gezond als ziek of dood):

- bomen of boomgroepen vastgelegd in een bestemmingsplan

- bomen vastgelegd in de (concept-)lijst monumentale bomen

- zomereik en wintereik (inclusief alle variëteiten)

- beuk (alle soorten en variëteiten)

- grove den (inclusief vliegdennen)

- paardenkastanje, iep en linde (alle soorten en variëteiten),

 - bosplantsoenvakken of bosjes met overwegend inheemse soorten met daarin bomen met een stamomtrek van 65 cm of dikker of met een oppervlakte van meer dan 1.000 m2

- houtwallen, singels, knotbomen en bomen die deel uitmaken of –maakten van een singel of houtwal

Overige bomen mogen zonder kapvergunning worden geveld. Verder blijft de definitie van vellen overeind zoals die is omschreven in de APV: dus ook voor rigoureuze snoei en verplanten is een kapvergunning nodig, voor zover het de hierboven genoemde bomen en boomsoorten betreft! Dit geldt niet voor het afzetten van knotbomen op de oude knot en het afzetten van hakhout- en singelbeplantingen op de oude knotplaatsen (dus niet tot aan het maaiveld of lager), mits dit gebeurt in het kader van periodiek onderhoud voor de instandhouding van de houtwal of singel: dat mag zonder kapvergunning. In het huidige beleid moet voor alle bomen en/of boomsoorten vanaf een doorsnede van 10 cm een kapvergunning worden aangevraagd. In dit gewijzigde en vereenvoudigde beleid is de onderste diametergrens ´opgetrokken´ en is het aantal kapvergunningsplichtige boomsoorten aanzienlijk beperkt: alleen die soorten die het beeld en het karakter van Ermelo nadrukkelijk bepalen zijn nog kapvergunningsplichtig.

Stap 2: De kapvergunning aanvragen

De aanvraag van een kapvergunning moet volledig en expliciet zijn, anders wordt deze niet in behandeling genomen. In zo´n geval wordt een brief gestuurd naar de aanvrager met daarin concreet aangegeven elke gegevens nog ontbreken en binnen welke termijn men de gelegenheid heeft om alsnog alle gegevens aan te leveren. Lukt dat niet binnen een bepaalde termijn dan wordt de aanvraag niet verder in behandeling genomen. In ieder geval moet duidelijk zijn:

- wie de aanvrager is,

- of de aanvrager ook rechthebbende is (eventueel machtiging tonen, bijvoorbeeld een naam en handtekening van de rechthebbende),

- welke boom of bomen er moeten worden gekapt (soort en diameter, met situatieschets of foto; uit deze gegevens blijkt vervolgens ook welke bomen er moeten blijven staan),

- de reden waarom kap gewenst is (onderhoud, dunning, (welke) overlast e.d.)

- of er wel of niet sprake is van definitieve plannen of ontwerpen (met name van belang bij bijvoorbeeld nieuwbouwplannen en herinrichtingen van omgevingen),

- of er plannen zijn om herplant te realiseren (liefst concreet benoemen; het college bepaalt uiteindelijk of en zo ja, welke herplantplicht wordt opgelegd).

Soms blijkt uit de gegevens die de aanvrager geeft dat geen kapvergunning nodig is, bijvoorbeeld vanwege de soort of een te kleine diameter. In dat geval krijgt de aanvrager een (standaard) briefje met de mededeling dat om die reden de aanvraag niet verder in behandeling wordt genomen en dat tot kappen kan worden overgegaan.

Stap 3: Publicatie van de aanvraag

Zodra de aanvraag voldoet aan de criteria uit stap 1 en 2 wordt in de krant gepubliceerd ´dat er een kapvergunning is aangevraagd voor..´ Bij de publicatie moet worden vermeld dat belanghebbenden tot twee weken na de datum van publicatie de tijd hebben om een (schriftelijke of ´digitale´) zienswijze in te dienen.

Stap 4: Beoordeling van de in de kapvergunningsaanvraag genoemde bomen

Om het proces te versnellen wordt het publiceren van de aanvraag niet afgewacht en wordt zo spoedig mogelijk gestart met de beoordeling van de boom of bomen, als voorbereiding op een te nemen besluit. Eventuele zienswijzen worden bij het nemen van een besluit meegewogen (dit wordt schriftelijk gecommuniceerd met degene die de zienswijze heeft ingediend). Het beoordelen gaat in principe in overleg met de aanvrager (op afspraak), maar lukt dat niet dan kan op basis van de situatieschets toch een beoordeling worden gedaan. Als sprake is van zowel kapvergunningsplichtige als niet-kapvergunningsplichtige bomen in één aanvraag, dan wordt de normale procedure in gang gezet. Wel geldt dan dat niet-kapvergunningsplichtige bomen bij voorbaat al mogen worden gekapt; de overige bomen moeten blijven staan in afwachting van een kapvergunning. Dit dient schriftelijk aan de aanvrager kenbaar te worden gemaakt. De verwachting is dat in de praktijk de meeste aanvragers overigens gewoon wachten op de vergunning, om vervolgens in één keer alle bomen te kappen: dat is efficiënter.

Stap 5: Vervolg beoordeling

De beoordeling gebeurt in principe per individuele boom. Soms is sprake van een aantal of groep bomen of heesters: in dat geval wordt doorgaans niet per boom beoordeeld, maar wordt de houtopstand als geheel beoordeeld. Bij elke beoordeling van bomen of boomgroepen waarvoor een kapvergunning is aangevraagd moet een beoordelingsformulier worden ingevuld. Altijd moet het adres van de boom of bomen, de datum en de naam van de beoordelaar worden ingevuld. In bijlage 3 is een lijst van te beoordelen criteria weergegeven. De verschillende onderdelen van deze lijst worden in het verplicht te gebruiken beoordelingsformulier verwerkt. De in bijlage 3 genoemde criteria hebben allemaal direct of indirect te maken met de in de APV genoemde ´weigeringsgronden´. Van belang is dat er zo objectief mogelijk wordt gekeken naar deze weigeringsgronden (bijlage 1). In de uiteindelijke motivatie om een kapvergunning te verlenen of te weigeren, moeten (voor zover relevant) de weigeringsgronden expliciet worden genoemd en gemotiveerd. Ook criteria voor eventuele herplant zijn van belang. Denk daarbij aan bijvoorbeeld beschikbare ruimte, redenen waarom werd gekapt (bij bijvoorbeeld dunning heeft herplant geen toegevoegde waarde) en de gevolgen van de kap voor straat- of dorpsbeeld (ontstaat bijvoorbeeld een grote loze ruimte dan is herplant gewenst). Per geval dient soort, maat en plek te worden bepaald. Herplant mag ook elders gebeuren als op een bepaald perceel geen ruimte overblijft, bijvoorbeeld door nieuwbouw. In een dergelijk geval wordt in overleg met de aanvrager een adequate oplossing uitgewerkt. In de volgende gevallen wordt in beginsel altijd een herplantplicht opgelegd:

- illegale velling;

- dode of zieke te kappen bomen;

- kappen wegens te grote boom of bepaalde mate van overlast,

- grote bouwplannen (desnoods op een andere locatie).

In andere gevallen wordt per geval bekeken of herplant zinvol en/of mogelijk is. Herplant in de vorm van echt grote bomen kan alleen als de nazorg (water geven!) goed geregeld is (desnoods voor een aantal jaren). Meestal zal sprake zijn van de kwekerijmaten 12/14, 14/16 of 16/18 (= omtrek van de stam op 1.00 m boven het maaiveld). In gevallen waarbij waardevolle bomen worden gekapt, kan worden besloten om herplant te realiseren ter waarde van de verloren gegane boom of bomen. De waarde van een boom kan worden bepaald met een bepaalde rekenmethode, vastgesteld door de NVTB (de Nederlandse Vereniging voor Taxateurs van Bomen, www.boomtaxateur.nl). Makkelijker wordt het als criteria (en weigeringsgronden) objectief en absoluut meetbaar zijn, maar dat kan in bepaalde gevallen het maken van afwegingen juist lastiger lastig maken. Het beoordelen van bomen is en blijft vakwerk en geen optelwerk.

 

Stap 6: De afweging

De belangen moeten nu worden afgewogen. Er ligt een aanvraag, met duidelijke redenen omkleed, en er ligt een beoordeling. De belangen moeten zo objectief mogelijk tegen elkaar worden afgewogen. Eventuele alternatieven voor kappen (bijvoorbeeld verplanten, snoeien) moeten worden overwogen. Soms kan zelfs een planaanpassing aan de orde zijn. De beoordeling is en blijft al met al een lastige klus die inlevingsvermogen en vakkennis vraagt. Juist daarom is het ongewenst om op grond van een optelsommetje van beoordelingscriteria te bepalen of een boom wel of niet mag worden gekapt.

 

Stap 7: Besluitvorming

Vervolgens wordt het besluit opgesteld, zo volledig mogelijk en onderbouwd, met redenen omkleed. De onderbouwing geeft aan wat de reden is voor verlening (of weigering!) van de kapvergunning. Artikel 4.4.5 van de APV (bijlage 2) geeft aan dat aan een kapvergunning nadere voorschriften kunnen worden verbonden. Artikel 4.5.3a van de APV bepaalt dat de kapvergunning geweigerd kan worden op grond van de natuurwaarde, de landschappelijke waarde, beeldbepalende waarde en cultuurhistorische waarde van de houtopstand, alsmede in verband met de waarde van de houtopstand voor het stads- en dorpsschoon en de waarde van de houtopstand voor de leefbaarheid. Dat betekent dat een aantasting van één of meer van de genoemde waarden kan leiden tot de weigering van de vergunning. Als de aantasting relatief eenvoudig ongedaan kan worden gemaakt door het opleggen van een herplantverplichting, kan de vergunning toch worden verleend. Een herplantverplichting kan worden opgelegd in de vorm van een nader voorschrift als bedoeld in artikel 4.4.5 van de APV. Ten aanzien van de herplantverplichting geldt dat in het voorschrift bij de kapvergunning wordt aangegeven dat binnen een bepaalde termijn en overeenkomstig de door het college te geven aanwijzingen een herplant dient te worden uitgevoerd. Daarbij kan tevens worden bepaald binnen welke termijn na de herbeplanting en op welke wijze niet geslaagde beplanting moet worden vervangen. Bij het vaststellen van de omvang van de herplant kan het college uitgaan van de boomwaarde dan wel de getaxeerde waarde van de houtopstand conform de meest recente landelijke richtlijnen en rekenmethode van de NVTB (Nederlandse Vereniging van Taxateurs van Bomen). Andere voorschriften die op grond van artikel 4.4.5 van de APV kunnen worden verbonden aan de kapvergunning kunnen betreffen aanwijzingen ter bescherming van flora en fauna in de directe omgeving van de te kappen houtopstand, verkeersveiligheid, opmerkingen ten aanzien van de bezwaartermijn en ten aanzien van de eventuele relatie met bijvoorbeeld een bouwvergunning. Ook kunnen aanwijzingen worden gegeven over hoe om te gaan met te handhaven waardevolle bomen. Het besluit kan ook inhouden dat een kapvergunning wordt geweigerd. Als het college het voornemen heeft om een aangevraagde kapvergunning te weigeren, moet rekening worden gehouden met artikel 4:7 van de Algemene wet bestuursrecht. Dit artikel bepaalt namelijk in lid 1 dat `voordat een bestuursorgaan een aanvraag tot het geven van een beschikking geheel of gedeeltelijk afwijst, zij de aanvrager in de gelegenheid stelt zijn zienswijze naar voren te brengen indien de afwijzing zou steunen op gegevens over feiten en omstandigheden die de aanvrager betreffen en deze gegevens afwijken van de gegevens die de aanvrager ter zake zelf heeft verstrekt`. Anders geformuleerd: de aanvrager heeft bij nader inzien misschien nog meer informatie die van belang is bij het maken van een afweging. Het tweede lid van dat artikel geeft aan dat ´vorenstaande niet geldt indien sprake is van een afwijzing van de aanvraag die slechts van geringe betekenis voor de aanvrager kan zijn´. Met andere woorden: hoe groot is het belang van de aanvrager als de vergunning wordt geweigerd? Hoe groot zijn de consequenties? Indien aan de voorwaarden van artikel 4:7 lid 1 van de Algemene wet bestuursrecht wordt voldaan, zal de aanvrager middels een brief van het college in de gelegenheid worden gesteld zijn of haar zienswijze schriftelijk kenbaar te maken binnen twee weken na verzending van deze brief.

 

Stap 8: Publicatie van het besluit

Het besluit (van het college van burgemeester en wethouders) wordt gepubliceerd. Daarbij wordt vermeld dat belanghebbenden de mogelijkheid hebben om bezwaar aan te tekenen binnen 6 weken NA VERZENDING van het besluit. Het is dus wenselijk om bij publicatie van verleende vergunningen per vergunning de datum van verzending te noemen. Een bezwaar alleen heeft in beginsel geen schorsende werking. Daarvoor dient een verzoek om voorlopige voorziening te worden ingediend bij de voorzieningenrechter van de rechtbank te Zutphen. Verder wordt in elke vergunning aangegeven dat niet tot kappen mag worden overgegaan voordat de wettelijke bezwaartermijn van zes weken is verstreken. Ook geweigerde kapvergunningen moeten worden gepubliceerd: het gaat om een genomen besluit en dat dient te worden gepubliceerd.

 

Tenslotte

Op de hierboven geschetste wijze wordt de procedure minder arbeidsintensief: er zijn minder bomen die kapvergunningsplichtig zijn, de afhandeling is snel en pragmatisch en de proceduretijd wordt aanzienlijk verkort:

- aanvraag publiceren: 2 weken

- beoordelen: maximaal ca. 2 weken (meestal tijdens de ´publicatieweken´!)

- besluit nemen en publiceren: doorlooptijd maximaal ca. 2 weken

- bezwaartermijn 6 weken

- totaal 10 tot maximaal 12 weken

Deze termijn is vanzelfsprekend een indicatie, uitgaande van de meest ideale situatie. In geval van onvolledige aanvragen, ingediende bezwaren of andere onvoorziene omstandigheden kan de termijn alsnog oplopen. In de oude situatie werd doorgaans de termijn aangehouden volgens de Algemene wet bestuursrecht (minimaal 14 weken).

 

Bijlage 1: de weigeringsgronden volgens artikel 4.5.3a van de APV Ermelo

De weigeringsgronden voor kapvergunningen worden opgesomd in de APV. Deze worden meegewogen bij de beoordeling van bomen waarvoor een kapvergunning is aangevraagd. Overigens kunnen de weigeringsgronden ook van toepassing zijn op bomen die in de conceptlijst monumentale bomen staan of die worden genoemd in een bestemmingsplan. Dergelijke bomen hebben op grond van die vermeldingen in die lijst of in het bestemmingsplan bij voorbaat een hoge waarde voor de gemeente! Andersom kan in bepaalde gevallen bijvoorbeeld de cultuurhistorische waarde reden zijn om een kapvergunning te weigeren, zelfs als het gaat om een boom die niet in de conceptlijst monumentale bomen staat. Hoe meer weigeringsgronden er in een geval van toepassing zijn, hoe sterker de onderbouwing wordt van een eventuele weigering van een kapvergunning. Het onderlinge verschil in belangrijkheid van deze weigeringsgronden is lastig te bepalen. Wel is duidelijk dat een cultuurhistorisch waardevolle boom vrijwel onvervangbaar is, terwijl een boom die ecologische waarde heeft binnen een bepaalde periode vervangen kan zijn (weliswaar niet op korte termijn, maar er is doorgaans geen sprake van een onherstelbaar verlies). Deze afweging moet per geval worden gemaakt.

a. de natuurwaarde

Potentieel is iedere boom of boomgroep ecologisch van belang. In elke boom kan een vogel nestelen en er zijn altijd wel insecten (vogelvoer!) die in een boom voorkomen. Maar dat is niet in eerste instantie wat met natuurwaarde wordt bedoeld. Er zijn bomen of boomgroepen die een extra toegevoegde ecologische waarde hebben voor de natuur. Denk bijvoorbeeld aan eiken, vooral exemplaren van 50 jaar en ouder: vele honderden verschillende soorten inheemse insecten voelen zich thuis op de eik en zijn voor hun voortbestaan zelfs van deze soort afhankelijk! Deze insecten zijn op hun beurt van belang voor bijvoorbeeld vogels, zeker gedurende het broedseizoen. De eik maakt zo een zeer belangrijk onderdeel uit van het ecologische voedselweb. Heeft een eik honderden soorten insecten ´bij zich´, een plataan heeft er bijvoorbeeld slechts maximaal 2 of 3.. Dat illustreert het potentiële verschil in natuurwaarde. Beuken en grovedennen zijn eveneens van belang voor de natuur, maar de eik spant de kroon.

b. de landschappelijke waarde

Dit is een sterk streekgebonden aspect van houtopstanden. In Ermelo kan dat ook erg variëren. In het gebied rond Telgt en Horst zijn elzen en essen (vaak in houtwallen, maar ook solitair) karakteristiek voor het landschap aldaar, en ook bepalen hier en daar knotbomen, eiken houtwallen of solitaire eiken het landschap. In Speuld zijn het eveneens elzen, maar ook eiken, vaak in houtwal-verband. Of een boom of een type beplanting karakteristiek is voor een landschap hangt nauw samen met de ontginningsgeschiedenis en de grondsoort. Ongenuanceerd: hoe droger, hoe meer eik; hoe natter, hoe meer els en es. In bepaalde gevallen wordt het landschap mooier als een boom wordt gekapt. Denk aan een conifeer of een Italiaanse populier.

c. het stads- en dorpsschoon

Dit is te vergelijken met de landschappelijke waarde, maar dan in de bebouwde omgeving, dus vooral in Ermelo zelf. In Horst, Telgt, Speuld, Drielanden, Tonsel, Staverden en Leuvenum is de grens tussen landschap en dorp vaak lastiger te trekken. Het is hierbij de kunst om in te schatten wat de invloed op het dorpsschoon is als er een boom of een aantal bomen wordt verwijderd. Bomen kunnen (lelijke) gebouwen aan het zicht onttrekken, ze kunnen lege plekken opvullen, ze kunnen een structuur versterken (bijvoorbeeld een weg) en kunnen bijdragen aan het groene karakter van een wijk (bijvoorbeeld de groveden in Ermelo-Noord).

d. de beeldbepalendheid

Bomen met een bijzondere vorm, kleur of ouderdom vallen extra op: zij zijn beeldbepalend. Het gaat dan om unieke exemplaren die onvervangbaar zijn. Dat kunnen overigens ook ´gewone´ soorten zijn, maar dan met een kenmerkende vorm, of heel groot, of erg oud. Zij bepalen het beeld van die specifieke plek. Die plek wordt geassocieerd met die boom en andersom.

e. de cultuurhistorische waarde

Dit spreekt voor zich. Als een boom karakteristiek is voor de ontstaans- of de ontginningsgeschiedenis van een plek of omgeving (dat kan te maken hebben met de soort en/of met de leeftijd van een boom), of als de boom ooit geplant is vanwege een heugelijk feit in het verleden, dan heeft die boom een (hoge) cultuurhistorische waarde. Een sierpeer in een wijk heeft dat niet, een oude houtwal in een oudere wijk heeft dat vaak wel.

f. de leefbaarheid

Bomen leveren een belangrijke bijdrage aan de leefbaarheid van een dorp of omgeving. Zij vangen de wind af, zij filteren stof uit de lucht, ze dempen geluid, ze leveren zuurstof, ze zorgen voor koelte in de zomer en remmen al te grote temperatuurschommelingen af, ze vormen een groen decor, ze.. enzovoorts. De meeste bomen leveren wel een bijdrage aan de leefbaarheid, maar zeker in ´betonnen´ nieuwbouwwijken is elke bijdrage aan die leefbaarheid meer dan welkom. Dan is ook een eenzame sierpeer welkom! In aan groen rijk bedeelde wijken zal de bijdragen van een bepaalde boom relatief minder zijn.

Al met al..

Het is niet mogelijk om aan de hierboven globaal beschreven weigeringsgronden een bepaalde waardering toe te kennen. Dat wil zeggen: geen waardering die het mogelijk maakt om de weigeringsgronden onderling met elkaar te vergelijken. Vandaar dat de beschrijvingen aan de vage kant zijn gebleven. Een kapvergunning zal zelden of nooit geweigerd worden omdat een boom alleen een bijdrage levert aan de leefbaarheid van een plek. Er zijn meestal meer belangen. De cultuurhistorische waarde daarentegen is moeilijker te vergoeden: alleen al om die reden zou een kapvergunning in bepaalde gevallen geweigerd kunnen worden. De weigeringsgronden moeten dus per situatie en met gezond verstand gehanteerd worden. In het beoordelingsformulier (bijlage 3) worden de weigeringsgronden uitgewerkt in een lijst beoordelingscriteria. Bij elke aanvraag van een kapvergunning wordt die lijst doorlopen. Verder moeten de belangen van de aanvrager van een kapvergunning ernaast worden gezet. Pas daarna kan een afweging worden gemaakt en kan een advies worden opgesteld.

 

Bijlage 2: nieuwe tekst van de artikelen 4.5.2 en 4.5.5. van de APV Ermelo

Artikel 4.5.2 Kapverbod

1. Het is verboden zonder vergunning van het college houtopstand te vellen of te doen vellen, voor zover het betreft de onderstaande bomen/boomsoorten vanaf een omtrek van 65 cm (=doorsnede of diameter van 20,7 cm) op 1,30 boven het maaiveld:

- bomen of boomgroepen vastgelegd in een bestemmingsplan;

- bomen vastgelegd in de (concept)lijst monumentale bomen;

- zomereik en wintereik (in tegenstelling tot hetgeen in de aanhef is vermeld geldt het verbod voor alle variëteiten);

- beuk (in tegenstelling tot hetgeen in de aanhef is vermeld geldt het verbod voor alle soorten en variëteiten);

- grove den (inclusief vliegdennen);

- paardenkastanje, linde en iep (in tegenstelling tot hetgeen in de aanhef vermeld is geldt het verbod voor alle soorten en variëteiten);

- bosplantsoenvakken of bosjes met overwegend inheemse soorten met daarin bomen met een stamomtrek van 65 cm of dikker of met een oppervlakte van meer dan 1000 m²;

- houtwallen, singels, knotbomen en bomen die deel uitmaken of deel uit maakten van een singel of houtwal.

2. Het verbod uit het eerste lid geldt niet voor houtopstanden, die op een bosbouwkundige of bedrijfseconomische wijze worden geëxploiteerd, indien het betreft:

- houtopstand die deel uitmaakt van als zodanig bij het Bosschap geregistreerde bosbouwondernemingen en gelegen is buiten een bebouwde kom, tenzij de houtopstand een zelfstandige eenheid vormt die ofwel geen grotere oppervlakte beslaat dan 10 are ofwel bestaat uit rijbeplanting van niet meer dan 20 bomen, gerekend over het totale aantal rijen;

- houtopstand die moet worden geveld krachtens de Plantenziektewet of krachtens een aanschrijving of last van het college, zulks onverminderd het bepaalde in artikel 4.5.6.

Artikel 4.5.5 Vergunningvoorschriften

1. Aan de kapvergunning kunnen nadere voorschriften worden verbonden.

2. De kapvergunning mag pas worden gebruikt wanneer de bezwarentermijn is verstreken. Indien gedurende de bezwarentermijn bij de voorzieningenrechter een verzoek om voorlopige voorziening is gedaan, dan geldt tevens dat de werking van de kapvergunning wordt opgeschort totdat over het verzoek is beslist.

3. Voor het geval de kapvergunning wordt verleend teneinde een voorgenomen bouwplan mogelijk te maken, geldt, onverminderd hetgeen is bepaald in lid 2, tevens dat de kapvergunning pas mag worden gebruikt wanneer de bouwvergunning is verleend.

4. Voor het geval de kapvergunning wordt verleend vanwege een bouwvergunningvrij bouwplan dan komt de kapvergunning te vervallen indien het bouwplan niet binnen twee jaar wordt uitgevoerd.

5. De kapvergunning vervalt indien daarvan niet binnen maximaal een jaar na het onherroepelijk worden van de vergunning gebruik is gemaakt.

 

Bijlage 3: Beoordelingscriteria

Bij de beoordeling van bomen waarvoor een kapvergunningsaanvraag is ingediend moet ondermeer worden gekeken naar

- de diameters;

- de soort;

- geschatte leeftijd (categorie aangeven);

- is sprake van een groep of van (een) individuele bo(o)m(en);

- geschatte levensverwachting;

- de gezondheid, conditie en de vitaliteit van de boom;

- de veiligheid voor omwonenden en/of verkeer;

- de mate van overlast (Overlast is een rekbaar en subjectief begrip. De één vindt een verschijnsel mooi (bijvoorbeeld herfstkleuren of berkenkatjes), wat voor een ander overlast veroorzaakt (bijvoorbeeld blad in de dakgoot of berkenzaadjes overal in huis). Ook andere vormen van overlast komen veel voor. Denk aan wortelopdruk, honingdauw en het wegnemen van zonlicht e.d. Ernst van de overlast kan een heel jaar aan de orde zijn of maar enkele weken per jaar. Verder is in veel gevallen sprake van hinder in plaats van overlast. De grens tussen last en overlast is lastig te trekken!)

- stabiliteit,

- ruimte boven- en ondergronds,

- gevolgen van eventuele kap voor te handhaven bomen (bijvoorbeeld windvang, dunning!),

- in hoeverre sprake is van onderhoud of beheer (dunning, afzetten van hakhout e.d.),

- mate van mogelijke respectievelijk in de aanvraag aangegeven overlast (incl. eventuele economische schade en belangen, zaadval, bladval, dood hout e.d.),

- natuurwaarde (nesten, insecten, vleermuizen e.d.),

- beeldbepalendheid,

- waarde voor landschap en/of dorp,

- cultuurhistorische waarde,

- status van de boom: bestemmingsplan, monumentale boom, anderszins,

- eventuele alternatieven voor kap (bijvoorbeeld snoei, verplanten e.d.: technische mogelijkheden, seizoensinvloeden e.d. aangeven),

- ruimte voor herplant (incl. voorstel voor soort, maat en plek, bij grote en belangrijke bomen de waarde volgens de rekenmethode van de NVTB),

- overige opmerkingen (bijvoorbeeld over markante te handhaven bomen op het perceel),

- conclusie/advies: wel/geen/gedeeltelijke kapvergunning (met redenen omkleed), eventuele herplant (met redenen omkleed), eventuele overige bijzonderheden of te maken afspraken.

 

 

 

 

Bezwaarschrift 22 november 2006 J. Hop tegen het College van Burgemeester & Wethouders te Ermelo betreffende de exacte taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden van de ambtelijk secretaris van de bezwaarcommissie Ermelo zoals die zijn afgesproken met het College van Burgemeester en Wethouders

 

Een uitnodiging van J. Hop om wat kritischer te kijken naar de positie en functie omschrijvingen van de ambtelijk secretaris van de bezwaarcommissie/ambtenaar gemeente Ermelo

Vindt u dat de ambtelijk secretaris bezwaarcommissie/ambtenaar gemeente Ermelo wel of niet onafhankelijk is van het College B & W te Ermelo na het lezen van mijn bezwaarschrift?

Reacties van lezers zijn van harte welkom

 

Zaak 2006/23544, verzocht wordt in alle correspondentie alleen dit nummer te gebruiken  

Aan het College van Burgemeester & Wethouders, Commissie Bezwaarschriften te Ermelo.  

Ermelo, 22 november 2006.  

Betreft: Bezwaarschrift beschikking 2006/23544 op verzoek 3 november 2006 resp. het verzoek 12 november 2006 om een nadere motivering van het besluit 061106 beschikking 151106 en beschikking 21 november 2006 nummer 2006/24621.  

Hierbij tekent ondergetekende bezwaar aan tegen de beschikking van 3 november 2006 resp. het besluit van de gemeente op het verzoek 121106 om een nadere motivering d.d. 15 november 2006 en 21 november 2005.  

Gevoerde correspondentie tot 211106 en als producties bijgevoegd.

031106 Verzoek informatie of er sprake is van een interne of externe bezwaarcommissie.

061106 Beschikking 2006/23544

121106 Verzoek om nadere motivering van het besluit 061106

151106 Beschikking op het verzoek 121106 om nadere motivering van het besluit 061106 met een nieuw zaaknummer 2006/24292.  

Bezwaar 1.
In het verzoek om een andere motivering d.d. 121106 wordt expliciet verwezen naar zaaknummer 2006/24292. Ten onrechte wordt vervolgens blijkens beschikking 15 november 2006 een nieuw zaaknummer aan deze zaak gegeven te weten 2006/24292. Verzocht wordt dit zaaknummer in te trekken en te vervangen door zaaknummer 2006/23544. Vervolgens wordt er op 21 november 2006 weer een ander zaaknummer gebruikt 2006/24621. Klager maakt bezwaar tegen het toekennen aan één zaak van allerlei verschillende zaaknummers.  

Bezwaar 2.
In het besluit van 15 november 2006 wordt vermeld dat het bericht automatisch is aangemaakt en digitaal is ondertekend.  Ondergetekende maakt bezwaar tegen het automatisch aanmaken en digitaal ondertekenen van het besluit15 november 2006 als reactie van het College op verzoek om nadere motivering besluit 061106.  

Bezwaar 3.
Bezwaar betreft de weigering van complete functie omschrijvingen secretarissen bezwaarcommissie. Er is hier sprake van een functie omschrijving die gelijk beschikbaar moet zijn omdat op basis van deze functiebeschrijving de persoon/ambtenaar in kwestie wordt beoordeeld en betaald. Een verwijzing naar de verordening behandeling bezwaarschriften 2002 dient als onvolledig te worden aangemerkt omdat het hier natuurlijk ook gaat om complete functie omschrijving van de ambtenaar in haar/zijn hoedanigheid als ambtenaar van de gemeente.

De secretaris van de bezwaarcommissie heeft immers allerlei petten op en expliciet is juist verzocht om citaat” de exacte taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden van deze ambtelijk secretaris, afgesproken met het College van Burgemeester en Wethouders”  

Bezwaar 4.
Ondergetekende maakt bezwaar tegen de beschikking dat de secretaris van de bezwaarcommissie ONAFHANKELIJK is van het College. Dit is onjuist, met de weigering om een complete functieomschrijving van de ambtelijk secretaris ook in zijn hoedanigheid als ambtenaar van de gemeente Ermelo te verstrekken onderbouwd ondergetekende zijn bezwaar.

Onomstotelijk staat immers vast dat de secretaris deel neemt aan de beraadslagingen waarin het advies wordt gemotiveerd en een voorstel wordt gemaakt voor de te nemen beslissing op het bezwaarschrift. Gewezen wordt op Artikel 16 - Raadkamer en advies. 3. De secretaris neemt deel aan de beraadslagingen. 4. Het advies is gemotiveerd en omvat een voorstel voor de te nemen beslissing op het bezwaarschrift. 5. Het advies wordt door de voorzitter en de secretaris van de commissie ondertekend. 

Bezwaar 5.
Ondergetekende maakt bezwaar tegen de beschikking dat de secretaris geen lid is van de commissie. Onomstotelijk staat immers vast dat de secretaris deel neemt aan de beraadslagingen waarin het advies wordt gemotiveerd en een voorstel wordt gemaakt voor de te nemen beslissing op het bezwaarschrift. Gewezen wordt op Artikel 16 - Raadkamer en advies. 3. De secretaris neemt deel aan de beraadslagingen. 4. Het advies is gemotiveerd en omvat een voorstel voor de te nemen beslissing op het bezwaarschrift. 5. Het advies wordt door de voorzitter en de secretaris van de commissie ondertekend. 

Dit klemt allemaal des te meer omdat de functieomschrijvingen van de secretaris van de bezwaarcommissie in zijn/haar hoedanigheid van ambtenaar bij de gemeente worden geweigerd.

Verzocht wordt het besluit van 15 november 2006 en 21 november 2006 te vernietigen en een nieuw besluit te nemen op het verzoek om een nadere motivering van het besluit van 6 november 2006.

In afwachting van uw besluit.   

Hoogachtend

J. Hop.  

Joubertstraat 24, 3851 DM Ermelo.

 

 

 

Gemeente Ermelo,

Commissie voor Bezwaarschriften,

Aan de secretaris van de bezwaarcommissie Ermelo mr. R.A. Oosterveer,

Raadhuisplein 2,

3850 AM Ermelo.  

Ermelo, 15 november 2006.  

Uw referentie 2006/23843.  

Geachte secretaris, geachte leden van de bezwaarcommissie,  

Met aandacht heb ik de brief 14 november 2006, referentie 2006/23843 gelezen.  

Ik verwijs naar mijn brieven aan het College van Burgemeester en Wethouders gedateerd 3 november 2006 en 12 november 2006 inzake de positie, bevoegdheden en dubbelfuncties van de secretaris van de bezwaarcommissie Ermelo. Beide brieven worden hier als herhaald en ingelast beschouwd en als productie 1 en productie 2 meegezonden.  

Uw brief van 14 november 2006 referentie 23843 is voor mij opnieuw een bevestiging dat er volgens mij GEEN SPRAKE is van onafhankelijkheid en dat er volgens mij WEL SPRAKE is van de SCHIJN VAN VOORINGENOMENHEID EN PARTIJDIGHEID voor het College van Burgemeester en Wethouders.  

Het is mooi dat mijn bezwaarschrift na al die tijd eindelijk voor behandeling bij de Commissie voor bezwaarschriften in aanmerking komt zoals u mij schrijft.  

Uw vraagstelling zoals die geformuleerd is in uw brief is een schoolvoorbeeld van GEEN SPRAKE van onafhankelijkheid en een schoolvoorbeeld van de SCHIJN VAN VOORINGENOMENHEID EN PARTIJDIGHEID voor het College van Burgemeester en Wethouders.  

Ik verzoek u in de onderhavige zaak een begin te maken met een onafhankelijke afhandeling van mijn ingediende VERZOEK en van mijn ingediende bezwaarschrift zoals die zijn geformuleerd en zijn ingediend om daarmee de SCHIJN VAN VOORINGENOMENHEID voor het College van Burgemeester en Wethouders in de onderhavige zaak weg te nemen.  

Mr. R.A. Oosterveer, de secretaris van de commissie voor bezwaarschriften staat onder deze brief. Beleefd verzoek ik om toezending van de functie die u bij de Gemeente Ermelo vervuld met de daarbij behorende functie omschrijving.

Hoogachtend,

J. Hop.

Joubertstraat 24, 3851 DM Ermelo.

Productie 1. Brief   3 november 2006

Productie 2. Brief 12 november 2006.

 

 

 

Tweede informatieverzoek Hop omtrent werkwijze "onafhankelijke" externe bezwaarcommissie gemeente Ermelo

 

Aan het College van Burgemeester & Wethouders

te

Ermelo.  

Ermelo, 12 november 2006.  

Betreft: Verzoek om informatie.  

Naar aanleiding van uw brief d.d. 6 november 2006 nummer 2006/23544 waarin u stelt dat de juridisch beleidsmedewerker van de gemeente Ermelo geen lid is van de bezwaarcommissie maar wel de ambtelijk secretaris is van deze bezwaarcommissie roept bij mij de vraag op wat de exacte taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden van deze ambtelijk secretaris zijn die zijn afgesproken met het College van Burgemeester en Wethouders.  

In uw antwoord gaat u ervan uit dat doordat het een externe commissie is de onafhankelijkheid en schijn van vooringenomenheid is weggenomen terwijl de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State in verschillende uitspraken al heeft geoordeeld dat directe contacten tussen het College en de bezwaarcommissie leidt tot vernietiging van de besluiten.  

In casu is de ambtelijk secretaris onverenigbaar met de uitspraken van de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Daarenboven wordt, doordat alle ambtelijk secretarissen van de bezwaarcommissie tevens werkzaam zijn voor het College en zij daarbij de gemeente ook vertegenwoordigen in gerechtelijke procedures, een schijn van vooringenomenheid opgeworpen.  

Gelet op het bovenstaande verzoek ik u mij de exacte taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden van deze ambtelijk secretaris, afgesproken met het College van Burgemeester en Wethouders, te doen toekomen.

In afwachting van uw besluit.

Hoogachtend,

J. Hop.

Joubertstraat 24, 3851 DM Ermelo.

 

 

Werkaantekeningen J. Hop na antwoord College op verzoek om informatie van J. Hop.

061106 Ref. 2006/23544 behandeld door mevrouw H. Vervuurt afdeling Interne Advisering en Ondersteuning

061106 Citaat: "De commissie voor bezwaarschriften is een externe commissie, ex. artikel 7:13 Awb. Mevrouw Vervuurt is geen lid van deze commissie, maar ambtelijk secretaris van de commissie voor bezwaarschriftschriften.

061106 Het College van Burgemeester en wethouders van Ermelo, namens deze, mevrouw H. Vervuurt, juridisch beleidsmedewerker.

Art. 7:13. [Adviescommissie] (6.3.18)
-1. Dit artikel is van toepassing indien ten behoeve van de beslissing op het bezwaar een adviescommissie is ingesteld:
a. die bestaat uit een voorzitter en ten minste twee leden;
b. waarvan de voorzitter geen deel uitmaakt van en niet werkzaam is onder verantwoordelijkheid van het bestuursorgaan; en
c. die voldoet aan eventueel bij wettelijk voorschrift gestelde andere eisen.
-2. Indien een commissie over het bezwaar zal adviseren, deelt het bestuursorgaan dit zo spoedig mogelijk mede aan de indiener van het bezwaarschrift.
-3. Het horen geschiedt door de commissie. De commissie kan het horen opdragen aan de voorzitter of een lid dat geen deel uitmaakt van en niet werkzaam is onder verantwoordelijkheid van het bestuursorgaan.
-4. De commissie beslist over de toepassing van artikel 7:4, zesde lid, van artikel 7:5, tweede lid, en, voor zover bij wettelijk voorschrift niet anders is bepaald, van artikel 7:3.
-5. Een vertegenwoordiger van het bestuursorgaan wordt voor het horen uitgenodigd en wordt in de gelegenheid gesteld een toelichting op het standpunt van het bestuursorgaan te geven. 
-6. Het advies van de commissie wordt schriftelijk uitgebracht en bevat een verslag van het horen.
-7. Indien de beslissing op het bezwaar afwijkt van het advies van de commissie, wordt in de beslissing de reden voor die afwijking vermeld en wordt het advies met de beslissing meegezonden.

 

 

031106 Verzoek Hop aan College van Burgemeester en Wethouders. Heeft Ermelo een interne of externe bezwaarcommissie

Aan het College van Burgemeester & Wethouders

te

Ermelo.  

Ermelo, 3 november 2006.  

Betreft: Verzoek om informatie  

Ondergetekende bezocht 26 oktober 2006 alle zittingen van de bezwaarcommissie waarbij mevrouw H. Vervuurt als ambtelijk secretaris van de bezwaarcommissie aanwezig was.

Vanmorgen 3 november 2006 omstreeks ca. 11: 30 uur vroeg ik aan de informatiebalie waar mijn toegezegde "standpuntbepalingen gemeente Ermelo" bleven om zo nauwgezet mogelijk te gaan publiceren over de afhandeling van bezwaarschriften door de gemeente Ermelo op de website van Groep Hop. Die zouden omgaand aan J. Hop toegestuurd worden. Tot op heden is dat nog niet gebeurd!

Vervolgens kreeg ik een ambtenaar van de Gemeente Ermelo mw. H. Vervuurt aan de telefoon waarmee ik het volgende gesprek heb gevoerd kort samengevat:

"Nee dat klopt, ik heb de standpuntbepalingen opgevraagd bij andere medewerkers ze moeten eerst nog geanonimiseerd worden voor u ze krijgt. Hop: "Het was een openbare zitting". mw. H. Vervuurt: "We gaan ze toch anonimiseren". Hop: "Okay, dan maak ik daar bezwaar tegen". mw. H. Vervuurt: "U kunt geen bezwaar maken tegen het afgeven van de standpuntbepalingen". Hop: "Okay dan dien ik een nieuw verzoek in voor niet geanonimiseerde standpuntbepalingen". Tegen het besluit op dat verzoek kan ik wel bezwaar maken dan weet u alvast dat ik dat ga doen.

Thuisgekomen realiseerde ik mij dat dit dezelfde mevrouw lid is van de bezwaarcommissie van de Gemeente Ermelo die nu namens de Gemeente Ermelo naar buiten treed.

Beleefd verzoek ik uw College aan mij te berichten of er in Ermelo sprake is van een interne of externe bezwaarcommissie?

In afwachting van uw besluit.

Hoogachtend,  

J. Hop.

Joubertstraat 24, 3851 DM Ermelo.  

 

 

061106 Antwoord College van Burgemeester en Wethouders op verzoek om informatie van J. Hop. Heeft Ermelo een interne of externe bezwaarcommissie?

Ref. 2006/23544 behandeld door mevrouw H. Vervuurt afdeling Interne Advisering en Ondersteuning

Citaat: "De commissie voor bezwaarschriften is een externe commissie, ex. artikel 7:13 Awb. Mevrouw Vervuurt is geen lid van deze commissie, maar ambtelijk secretaris van de commissie voor bezwaarschriftschriften.

Het College van Burgemeester en wethouders van Ermelo, namens deze

mevrouw H. Vervuurt, juridisch beleidsmedewerker.

 

Toelichting Hop.

Art. 7:13. [Adviescommissie] (6.3.18)
-1. Dit artikel is van toepassing indien ten behoeve van de beslissing op het bezwaar een adviescommissie is ingesteld:
a. die bestaat uit een voorzitter en ten minste twee leden;
b. waarvan de voorzitter geen deel uitmaakt van en niet werkzaam is onder verantwoordelijkheid van het bestuursorgaan; en
c. die voldoet aan eventueel bij wettelijk voorschrift gestelde andere eisen.
-2. Indien een commissie over het bezwaar zal adviseren, deelt het bestuursorgaan dit zo spoedig mogelijk mede aan de indiener van het bezwaarschrift.
-3. Het horen geschiedt door de commissie. De commissie kan het horen opdragen aan de voorzitter of een lid dat geen deel uitmaakt van en niet werkzaam is onder verantwoordelijkheid van het bestuursorgaan.
-4. De commissie beslist over de toepassing van artikel 7:4, zesde lid, van artikel 7:5, tweede lid, en, voor zover bij wettelijk voorschrift niet anders is bepaald, van artikel 7:3.
-5. Een vertegenwoordiger van het bestuursorgaan wordt voor het horen uitgenodigd en wordt in de gelegenheid gesteld een toelichting op het standpunt van het bestuursorgaan te geven. 
-6. Het advies van de commissie wordt schriftelijk uitgebracht en bevat een verslag van het horen.
-7. Indien de beslissing op het bezwaar afwijkt van het advies van de commissie, wordt in de beslissing de reden voor die afwijking vermeld en wordt het advies met de beslissing meegezonden.

 

Verordening behandeling bezwaarschriften 2002 Gemeente Ermelo

_________________________________________________________________________

verordeningnummer : 012/BZ

vastgesteld : 27 september 2001

treedt in werking : 1 april 2002

datum bekendmaking :

laatst gewijzigd :

_________________________________________________________________________

HOOFDSTUK 1 - BEGRIPSBEPALINGEN

Artikel 1

In deze verordening wordt verstaan onder:

a. verwerend orgaan: bestuursorgaan dat het bestreden besluit heeft genomen;

b. commissie: vaste commissie van advies voor de bezwaarschriften;

c. wet: wet van 4 juni 1992 (Stb. 1992, 315) houdende algemene regels van bestuursrecht

(Algemene wet bestuursrecht).

 

HOOFDSTUK 2 – BEHANDELING VAN DE BEZWAARSCHRIFTEN

Paragraaf 1 - De commissie

Artikel 2 - Inleidende bepaling

1. Er is een commissie ter voorbereiding van de beslissing op gemaakte bezwaren als bedoeld in artikel 1:5 van de wet.

2. De commissie is niet bevoegd ten aanzien van bezwaarschriften die zijn ingediend tegen besluiten op grond van:

a. een besluit tot onteigening in het belang van de volkshuisvesting en van de ruimtelijke ordening,

b. een aanslag in de gemeentelijke belasting en retributie;

c. rechtspositionele aangelegenheden.

3. Het college van burgemeester en wethouders is bevoegd te besluiten dat de commissie niet bevoegd is te adviseren over bezwaarschriften die in het kader van formele intergemeentelijke samenwerking bij een andere commissie zijn ondergebracht.

4. Van de bevoegdheid genoemd in het derde lid kan slechts gebruik worden gemaakt indien een onafhankelijke commissie de behandeling overneemt.

Artikel 3 - Samenstelling van de commissie

1. De commissie bestaat uit een voorzitter en vijf leden, die worden benoemd, geschorst en ontslagen door de gemeenteraad op voorstel van burgemeester en wethouders.

2. De gemeenteraad benoemt overeenkomstig het eerste lid twee plaatsvervangende leden.

3. De voorzitter en de leden van de commissie kunnen geen deel uitmaken van of werkzaam zijn onder verantwoordelijkheid van een gemeentelijk bestuursorgaan van Ermelo.

4. De commissie regelt de vervanging van de voorzitter.

2

Artikel 4 - Secretaris

1. De secretaris van de commissie is een door burgemeester en wethouders aangewezen ambtenaar.

2. Burgemeester en wethouders wijzen tevens één of meer plaatsvervangers van de secretaris aan.

 

Artikel 5 - Zittingsduur

1. De voorzitter en de leden van de commissie treden af op de dag van het aftreden van de gemeenteraad.

2. De voorzitter en de leden van de commissie kunnen op ieder moment ontslag nemen.

3. De aftredende voorzitter en de aftredende leden van de commissie blijven hun functie vervullen totdat in de opvolging is voorzien.

Paragraaf 2 - Procedure

 

Artikel 6 - Ingediend bezwaarschrift

1. Op het ingediende bezwaarschrift wordt de datum van ontvangst aangetekend.

2. Het bezwaarschrift met de daarbij overgelegde stukken wordt zo spoedig mogelijk door de secretaris in handen van de commissie gesteld.

3. Bij het bericht van ontvangst als bedoeld in artikel 6:14 van de wet wordt vermeld dat een commissie over het bezwaarschrift zal adviseren.

 

Artikel 7 - Uitoefening bevoegdheden

1. De bevoegdheden ingevolge de artikelen

- 2:1, tweede lid (verzoek om machtiging);

- 6:6, voor wat betreft het de indiener stellen van een termijn waarbinnen het verzuim in de zin van niet voldoen aan de vereisten als gesteld in artikel 6:5 van de wet, kan worden hersteld;

- 6:17, voor zover het betreft de verzending van stukken tijdens de behandeling door de commissie; van de wet worden voor de toepassing van deze verordening uitgeoefend door de secretaris van de commissie.

2. De bevoegdheden ingevolge de artikelen

- 7:4, tweede lid en 7:18, tweede en zesde lid (ter inzage leggen stukken en niet ter inzage leggen van stukken wegens gewichtige redenen);

- 7:6, vierde lid en 7:20, vierde lid (uitzondering op de regel dat, wanneer belanghebbenden afzonderlijk zijn gehoord, ieder van hen op de hoogte wordt gesteld van het verhandelde ter zitting);

van de wet worden voor de toepassing van deze verordening uitgeoefend door de voorzitter van de commissie.

 

Artikel 8 - Vooronderzoek

1. De voorzitter van de commissie is in verband met de voorbereiding van de behandeling van het bezwaarschrift bevoegd rechtstreeks alle gewenste inlichtingen in te winnen of te doen inwinnen.

2. De voorzitter kan uit eigen beweging of op verlangen van de commissie bij deskundigen advies of inlichtingen inwinnen en hen zo nodig uitnodigen daartoe ter zitting als bedoeld in artikel 9 te verschijnen.

3

Artikel 9 - Hoorzitting

1. De secretaris van de commissie bepaalt, in overleg met de voorzitter, plaats en tijdstip van de zitting waarin de belanghebbenden en het verwerend orgaan in de gelegenheid worden gesteld zich door de commissie te doen horen.

2. De voorzitter beslist over de toepassing van artikelen 7:3 van de wet (wanneer horen niet verplicht is).

3. Indien de voorzitter op grond van de in het tweede lid genoemd artikel besluit van het horen af te zien doet hij daarvan mededeling aan:

a. de belanghebbenden;

b. het verwerend orgaan.

 

Artikel 10 - Uitnodiging zitting

1. De secretaris deelt de belanghebbenden en het verwerend orgaan ten minste twee weken voor de zitting schriftelijk mee, dat zij in de gelegenheid worden gesteld zich te doen horen tijdens de zitting.

2. Binnen drie dagen, ingaande op de dag na verzending van de in het eerste lid bedoelde mededeling, kunnen de belanghebbenden of het verwerend orgaan, onder opgaaf van redenen de secretaris verzoeken het tijdstip van de zitting te wijzigen.

3. De beslissing van de secretaris op een verzoek als bedoeld in het tweede lid wordt zo spoedig mogelijk, doch in ieder geval een week voor het tijdstip van de zitting aan de belanghebbenden, het verwerend orgaan meegedeeld.

4. De voorzitter is bevoegd in bijzondere omstandigheden af te wijken of afwijking toe te staan van de termijnen als genoemd in het eerste, tweede en derde lid.

 

Artikel 11 - Quorum

Het horen kan worden opgedragen aan de voorzitter en/of een lid van de commissie. Indien het horen is opgedragen aan de voorzitter en/of een lid van de commissie wordt in het advies vermeld welke leden betrokken zijn geweest bij de totstandkoming van het advies van de commissie. Een advies van de commissie wordt uitgebracht door ten minste drie leden waaronder begrepen de (plaatsvervangend) voorzitter.

 

Artikel 12 - Niet-deelneming aan de behandeling

De voorzitter en de leden van de commissie nemen niet deel aan de behandeling van een bezwaarschrift, indien daarbij hun onpartijdigheid in het geding kan zijn.

 

Artikel 13 - Openbaarheid zitting

1. De zitting van de commissie is openbaar.

2. De deuren worden gesloten indien de voorzitter van de commissie of een van de aanwezige leden het nodig oordeelt of indien een belanghebbende daartoe een verzoek doet.

3. Indien de commissie vervolgens beslist dat gewichtige redenen aanwezig zijn die zich tegen openbaarheid van de zitting verzetten, vindt de zitting plaats met gesloten deuren.

 

Artikel 14 - Schriftelijke verslaglegging

1. Het verslag als bedoeld in artikel 7:7 van de wet vermeldt de namen van de aanwezigen, met daarbij een vermelding van hun hoedanigheid.

2. Het verslag houdt een korte vermelding in van hetgeen over en weer is gezegd en overigens ter zitting is voorgevallen.

3. Indien de zitting geheel of gedeeltelijk met gesloten deuren plaatsvond, of indien belanghebbenden respectievelijk hun gemachtigden niet in elkaars tegenwoordigheid zijn gehoord, maakt het verslag hiervan melding.

4. Het verslag verwijst naar de op de zitting overgelegde bescheiden, die aan het verslag worden gehecht.

5. Het verslag wordt ondertekend door de voorzitter en de secretaris van de commissie.

 

Artikel 15 - Nader onderzoek

1. Indien na afloop van de zitting maar voordat het advies wordt opgesteld, nader onderzoek wenselijk blijkt te zijn, kan de voorzitter uit eigen beweging of op verlangen van de commissie dit onderzoek houden.

2. De uit het nader onderzoek verkregen informatie wordt in afschrift aan de leden van de commissie, het verwerend orgaan en de belanghebbenden toegezonden.

3. De leden van de commissie, het verwerend orgaan en de belanghebbenden kunnen binnen een week na verzending van de in het eerste lid bedoelde nadere informatie, aan de voorzitter van de commissie een verzoek richten tot het beleggen van een nieuwe hoorzitting. De voorzitter beslist omtrent een dergelijk verzoek.

4. Op een nieuwe hoorzitting, als bedoeld in het derde lid, zijn de bepalingen in deze verordening, die betrekking hebben op de hoorzitting zoveel mogelijk van overeenkomstige toepassing.

 

Artikel 16 - Raadkamer en advies

1. De commissie beraadslaagt en beslist, onder geheimhouding, achter gesloten deuren over het door haar aan het bestuursorgaan uit te brengen advies.

2a. De commissie beslist bij meerderheid van stemmen over het uit te brengen advies.

2b. Indien bij een stemming de stemmen staken beslist de stem van de voorzitter.

3. De secretaris neemt deel aan de beraadslagingen.

4. Het advies is gemotiveerd en omvat een voorstel voor de te nemen beslissing op het bezwaarschrift.

5. Het advies wordt door de voorzitter en de secretaris van de commissie ondertekend.

 

Artikel 17 - Uitbrengen advies

1. Het advies wordt, onder medezending van het verslag als bedoeld in artikel 14 en eventueel door de commissie ontvangen nadere informatie, tijdig uitgebracht aan het bestuursorgaan dat op het bezwaarschrift dient te beslissen.

2. Indien naar het oordeel van de secretaris van de commissie de termijn van tien weken, als bedoeld in artikel 7:10, eerste lid van de wet ontoereikend is voor achtereenvolgens het uitbrengen van een advies door de commissie en het nemen van een beslissing verzoekt hij het in het eerste lid bedoelde bestuursorgaan tijdig de beslissing te verdagen.

3. Van een besluit tot verdaging ontvangen de commissie en de belanghebbenden een afschrift.

 

HOOFDSTUK 3 - SLOTBEPALINGEN

Artikel 18 - Jaarverslag

De commissie brengt jaarlijks verslag uit van de werkzaamheden aan de bestuursorganen en doet zo nodig aanbevelingen die zij met het oog op een deugdelijke uitvoering van de gemeentelijke bestuurstaak nodig acht.

 

Artikel 19 - Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op 1 april 2002. Op 3 september 2002 vervalt de verordening inzake de behandeling van bezwaar- en beroepschriften 1998, nummer 98/6933.

 

Artikel 20 - Overgangsrecht

Bezwaar- en beroepschriften die zijn ingediend voor 3 september 2002 en vallen onder het taakveld zoals aangegeven in de verordening inzake behandeling bezwaar- en beroepschriften 1998, worden volgens de regelingen van de voorheen geldende verordening behandeld. Bezwaarschriften, die zijn gericht tegen besluit van de burgemeester c.q. het college van burgemeester en wethouders, welke zijn ingediend voor 1 april 2002 worden volgend de voorheen geldende regelingen behandeld.

Artikel 21 - Citeertitel

Deze verordening kan worden aangehaald als: Verordening behandeling bezwaarschriften 2002.

Aldus vastgesteld ter openbare vergadering

van 27 september 2001.

de secretaris, de voorzitter,

 

Toelichting

Algemeen

De commissie voor bezwaarschriften behandelt zowel bezwaarschriften die zijn ingediend tegen raadsbesluiten als bezwaarschriften die zijn ingediend tegen besluiten van het college van burgemeester en wethouders. In 1998 is besloten om in Ermelo een commissie te benoemen, bestaande uit onafhankelijke leden. De argumenten om een dergelijke commissie te benoemen zijn nog steeds relevant. Zo kan de commissie een onafhankelijke en deskundige advisering garanderen. Door inschakeling van een onafhankelijke commissie kan recht worden gedaan aan de daarmee samenhangende keuze voor distantie ten opzichte van de oorspronkelijke besluitvorming en aan de rechtszekerheid. Het beginsel van de bezwaarschriftenprocedure, dat het orgaan dat het bestreden besluit had genomen daarop na heroverweging een nieuw besluit dient te nemen wordt daardoor niet aangetast Ook blijkt dat door inschakeling van een onafhankelijke commissie de zeefwerking van de bezwaarschriftenprocedure toeneemt. De bezwaarde partij voelt zich meer serieus genomen als het bestuursorgaan zich eveneens ten opzichte van de onafhankelijke commissie dient te verantwoorden.

Artikelsgewijze toelichting

Artikel 1

In dit artikel zijn slechts die begripsbepalingen opgenomen die niet in de Algemene wet bestuursrecht voorkomen. Zo ontbreekt een omschrijving van het begrip bestuursorgaan hoewel dat op meerdere plaatsen in de verordening voorkomt. Verschillende bestuursorganen kunnen in het licht van de toepassing van deze verordening worden onderscheiden:

- Het bestuursorgaan dat het bestreden besluit heeft genomen, in de verordening aangeduid als verwerend orgaan. Dit kan betreffen de gemeenteraad, het college van burgemeester en wethouders, de burgemeester, een commissie waaraan via delegatie bepaalde bevoegdheden van de hiervoor genoemde bestuursorganen zijn overgedragen en tenslotte de ambtenaar aan wie uitvoeringsbevoegdheden van het college van burgemeester en wethouders of de burgemeester zijn overgedragen.

- Het bestuursorgaan dat dient te beslissen op het ingediende bezwaarschrift. Wanneer het gaat om de behandeling van bezwaarschriften zijn het verwerend orgaan en het onderhavige bestuursorgaan één. Dit volgt uit het karakter van de bezwaarschriftenprocedure als heroverwegingsprocedure door het orgaan dat het oorspronkelijke en bestreden besluit heeft genomen.

Artikel 2 Inleidende bepaling

Het eerste lid van dit artikel verwijst naar artikel 1:5 van de Awb waarin is omschreven wat onder het maken van bezwaar dient te worden verstaan.

In het tweede lid van het artikel worden de bezwaarschriften opgesomd waarover de commissie niet mag adviseren vanwege de specifieke inhoud daarvan.

In het derde lid is de bevoegdheid opgenomen voor het college om besluiten over onderwerpen waarbij formeel intergemeentelijke wordt samengewerkt buiten de bevoegdheid van de commissie te brengen. Om de onafhankelijkheid te kunnen waarborgen dient in dat geval wel een onafhankelijke commissie te worden ingesteld. Het betreft uitsluitend die bezwaarschriften welke gericht zijn tegen besluiten van een betreffende vakgebied waarbij formeel intergemeentelijk wordt samengewerkt.

Artikel 3 Samenstelling van de commissie

De voorzitter en de leden van de commissie moeten beschikken over voldoende juridische deskundigheid. De hoorzittingen kunnen alleen doorgang vinden als de meerderheid van de leden aanwezig is (zie ook artikel 11). Van belang is dat de voorzitter en leden op geen enkele wijze onderdeel uitmaken van danwel werkzaam zijn onder verantwoordelijkheid van een van de bestuursorganen, de gemeenteraad, het college van burgemeester en wethouders of de burgemeester. De adviescommissie dient volledig onafhankelijk en objectief te kunnen adviseren.

Artikel 4 Secretaris

Hier is aangegeven wie de secretaris van de commissie is. Dit is een ambtenaar die door het college van burgemeester en wethouders wordt aangewezen. De secretaris maakt geen onderdeel uit van de commissie. De secretaris draagt tevens zorg voor de administratieve procesgang en zal de commissie adviseren.

Artikel 5 Zittingsduur

In dit artikel is bepaald dat de leden van de commissie op dezelfde dag aftreden als de gemeenteraad. Een commissie zal derhalve 4 jaar functioneren met dezelfde leden, tenzij er mutaties optreden. Zo kan een lid zelf ontslag nemen. Hij kan zelf het tijdstip van dat ontslag bepalen. Hij kan ook een later tijdstip kiezen om zodoende eventueel nog bij de afhandeling van lopende zaken betrokken te kunnen zijn. Een ontslagnemend lid kan niet gedwongen worden ook feitelijk de functie te blijven vervullen.

Artikel 6 Ingediend bezwaarschrift

Duidelijk zal moeten zijn wanneer een bezwaarschrift binnenkomt. Door de datum van binnenkomst op het bezwaarschrift aan te tekenen kan de ontvankelijkheidsvraag worden beantwoord. Het bezwaarschrift zal vervolgens in handen moeten worden gesteld van de commissie zodat deze hierover kan adviseren. Het in handen stellen van de relevante stukken geschiedt via de secretaris van de commissie. In de ontvangst bevestiging van het bezwaarschrift wordt vermeld dat een commissie het bestuursorgaan zal adviseren omtrent het bezwaar en dat een beslistermijn van 10 weken geldt.

Artikel 7 Uitoefening bevoegdheden

In dit artikel is bepaald dat de secretaris van de commissie bevoegd is tot het stellen van een termijn indien er aan een bezwaarschrift een formeel gebrek kleeft. Tevens is de secretaris bevoegd tot het verzoeken om een machtiging en het verstrekken van stukken aan de betrokken partijen. Aan de voorzitter wordt de bevoegd toegekend om bepaalde stukken niet ter inzage te leggen wegens gewichtige redenen dan wel belanghebbenden afzonderlijk te horen.

Artikel 8 Vooronderzoek

Het spreekt voor zich dat de voorzitter van de commissie er zorg voor dient te dragen dat al het noodzakelijke wordt gedaan om de behandeling van het bezwaarschrift genoegzaam voor te bereiden. Dat geldt zowel intern bij de gemeente - hij krijgt de bevoegdheid alle gewenste inlichtingen in te winnen - als ook extern. Zo moet het mogelijk zijn om met de klager in contact te treden om nadere informatie in te winnen of bijv. hem bij kennelijke niet-ontvankelijkheid in overweging te geven het bezwaarschrift in te trekken. De activiteiten van de commissie of van haar voorzitter bij de voorbereiding van de te behandelen zaken kunnen kosten met zich meebrengen. Indien de commissie het wenselijk acht dat een externe deskundige wordt ingehuurd, zal dat kosten met zich meebrengen. Met het inhuren van externe deskundigen dient voorzichtig te worden omgesprongen.

Artikel 9 Hoorzitting

De secretaris nodigt belanghebbenden uit voor de hoorzitting. Wanneer het horen achterwege blijft omdat het bezwaarschrift kennelijk gegrond, ongegrond of niet ontvankelijk is, zal de voorzitter belanghebbenden en het verwerend orgaan hieromtrent informeren.

Artikel 10 Uitnodiging zitting

Ingevolge het eerste lid van deze bepaling wordt ook het verwerend orgaan uitgenodigd voor de zitting. Het is van groot belang dat dit orgaan zich ook ter zitting laat vertegenwoordigen. Daarmee kan worden voorkomen dat er, vanwege de inbreng van de bezwaarmaker, een eenzijdig beeld ontstaat. Voorts is het voor de commissie van groot belang van de bestuurlijke zijde te vernemen hoe een beslissing tot stand is gekomen. Anders kan het voor de commissie moeilijk worden om ter zake een goede afweging te maken.

Artikel 11 Quorum

Dit artikel spreekt voor zich.

Artikel 12 Niet-deelneming aan de behandeling

Dit artikel behoeft geen toelichting.

Artikel 13 Openbaarheid zitting

De uitgangsregel is dat de hoorzittingen openbaar zijn. Uitzondering op deze regel blijft mogelijk. Dit kan bv het geval zijn dat bijzonder persoonlijke zaken van familiare, medische of financiële aard danwel andere zaken met een vertrouwelijk karakter aan de orde komen. Een voorbeeld hiervan kan zijn een bezwaarschrift tegen een besluit weigering urgentieverklaring. Indien de voorzitter van de commissie dan wel een van haar leden dan wel een belanghebbende verzoekt of de deuren worden gesloten, wordt dit verzoek achter gesloten deuren behandeld. Indien de commissie van oordeel is dat er gewichtige redenen zijn die zich tegen een openbare behandeling verzet, blijft de deur gesloten. Indien de commissie echter van oordeel is dat er geen gewichtige redenen zijn, dan wordt de hoorzitting hervat in de openbaarheid.

Artikel 14 Schriftelijke verslaglegging

Het bepaalde in het eerste lid hoeft niet zo ver te strekken dat van al het aanwezige publiek naam en hoedanigheid wordt opgenomen. Wel zal uit het verslag duidelijk moeten blijken wie namens welke partij aanwezig was en wat door hen naar voren is gebracht.

Artikel 15 Nader onderzoek

Een nader onderzoek kan feiten of omstandigheden aan het licht brengen die op het moment van de zitting nog niet bekend waren. Dit kan aanleiding zijn om belanghebbenden en het verwerend orgaan opnieuw te horen. De onderhavige bepaling voorziet in de mogelijkheid de commissie te verzoeken daartoe een nieuwe zitting te houden. Indien het in voor bedoeld geval feiten of omstandigheden betreft die voor de op bezwaar te nemen beslissing van aanmerkelijk belang kunnen zijn, dit aan belanghebbenden wordt meegedeeld en dat zij opnieuw in de gelegenheid worden gesteld te worden gehoord.

Artikel 16 Raadkamer en advies

De hoorzitting is in principe openbaar, de hier bedoelde beraadslaging vindt achter gesloten deuren plaats. In de raadkamer bespreekt de commissie welk advies zij gaat uitbrengen. Omdat tijdens de beraadslaging persoonlijke en vertrouwelijke informatie besproken kan worden, valt deze bespreking onder de geheimhoudingsplicht. De secretaris van de commissie neemt deel aan de beraadslagingen in de Raadkamer.

Artikel 17 Uitbrengen advies

Het verslag van de hoorzitting maakt onderdeel uit van het advies van de commissie. Deze bepaling is analoog aan het gestelde in artikel 7:13 zesde lid van de Awb. Bij de beslissing op het bezwaarschrift zal het advies van de commisse standaard worden meegezonden. Indien een adviescommissie is ingesteld, bedraagt de beslistermijn voor het bestuursorgaan tien weken. Indien naar het oordeel van de secretaris het niet mogelijk is om binnen deze termijn een beslissing op het bezwaarschrift te nemen, zal deze het bestuursorgaan verzoeken de beslistermijn te verdagen met vier weken.

HOOFDSTUK 3 SLOTBEPALINGEN

Artikel 18 Jaarverslag

De commissie brengt jaarlijks een verslag uit van de werkzaamheden. In dit verslag kan de commissie aanbevelingen doen met het oog op een deugdelijke uitvoering van het gemeentelijk beleid. Het jaarverslag zal jaarlijks integraal aan de gemeenteraad worden toegezonden.

Artikel 19 Inwerkingtreding en citeertitel

Deze verordening treedt in werking op 1 april 2002. Hiermee is aansluiting gezocht bij de nieuwe raadsperiode. Op deze datum vervalt de oude verordening inzake de behandeling van bezwaren beroepschriften 1998.

Artikel 20 Overgangsrecht

Wanneer een bezwaarschrift is binnengekomen voor 1 april 2002 die voor behandeling van de commissie voor bezwaarschriften in aanmerking komt, dient helder te zijn hoe hiermee moet worden omgegaan. Ten aanzien van bezwaarschriften gericht tegen besluiten van de burgemeester of het college van burgemeester en wethouders die zijn ingediend voor 1 april 2002 zal het oude regiem gelden, d.w.z. dat het horen geschiedt door een lid van het college. Indien de bezwaarschriften op of na 1 april 2002 zijn ingediend, dan zal de commissie omtrent het bezwaarschrift adviseren. In deze bepaling is opgenomen dat een bezwaarschrift die is binnengekomen voor 3 september 2002 en voor behandeling door de commissie in aanmerking komt, onder het regiem van de oude verordening valt. De oude commissie zal de gemeenteraad in dat geval adviseren. Het betreft in dit geval louter appellabel raadsbesluiten. De peildatum is derhalve de datum van indiening. Een poststempel kan hieromtrent zekerheid geven.

Artikel 21 Citeertitel

Deze verordening kan worden aangehaald als: Verordening behandeling van bezwaarschriften 2002.

 

 

Doodzwijgen Groep Hop overal zichtbaar op de Veluwe met vernielen Groep Hop verkiezingsposters

Geschiedenis. Groep Hop moest kost wat kost worden doodgezwegen en daarom werden over al Gelderland de posters van Groep Hop van de borden gerukt en overplakt
1 Een sfeerverslag uit Ermelo van Hop. Politiek proces tegen Hop Ermelo met een voor de Staat weerzinwekkend partijdig rechter I
Na indienen van klachten wordt Hop met "gefabriceerd bewijs", "succesvolle tegenwerking" en "geheim overleg" aangepakt.
Stemwijzer 2007 Groep Hop deed niet mee aan de Stemwijzer provinciale verkiezingen Gelderland omdat het belangrijkste verschil Groep Hop met alle andere partijen -Groep Hop wil de provincie Gelderland opheffen- niet in de Stemwijzer werd opgenomen. Het niet opnemen van programma verschillen is een stemwijzer truc t.b.v. de gevestigde politieke partijen als opdrachtgever van die stemwijzer.
646 Archief Groep Hop deed mee aan provinciale verkiezingen Gelderland in 2007
340 Een sfeerverslag van Hop. Verkiezingsposters Groep Hop worden overal in Gelderland vernield en overplakt
425 "Groep Hop wil agrarisch landschap behouden". Verkiezingsposters worden overal vernield of overplakt door CDA
561 "Groep Hop wil de jeugdzorg echt aanpakken". Verkiezingsposters worden overal vernield of overplakt door CDA
541 Doodzwijgen Groep Hop op de Veluwe IV, Verkiezingsposters Groep Hop worden overal vernield en overplakt
DIS Hoe gezellig is het wonen in zo'n christelijk? dorpje op de Veluwe met 2 CDA-burgemeesters?
PAR Hoe verlopen verkiezingen gemeenteraad in zo'n christelijk? dorpje op de Veluwe met 2 CDA-burgemeesters?
CHR Hoe verloopt een verkiezingsdebat in zo'n christelijk? dorpje op de Veluwe met 2 CDA-burgemeesters?
362 Het is verboden om losgeld te betalen aan de CDA PR commissie per gekozen raadslid. Groep Hop weigerde!
379 CDA kan alleen Groep Hop niet controleren. Groep Hop weigert betaling losgeld aan CDA PR commissie.
610 Een sfeerverslag uit Ermelo van Hop. Hop ontdekt dat ambtenaren GEZAG over inwoners en politici moeten uitoefenen
752 Een sfeerverslag uit Ermelo van Hop. Hop moet zijn mond houden van Ermelose CDA burgemeester
765 Een sfeerverslag uit Ermelo van Hop. Hoe JATTEN christelijke (CDA) bestuurders een woning van een oude gehandicapte burger!
766 Een sfeerverslag uit Ermelo van Hop. Hoe JATTEN christelijke (CDA) bestuurders in Ermelo een auto van een burger!
265 Een sfeerverslag uit Ermelo van Hop. Competentie ambtenaar die GEZAG over Hop wilde uitoefenen in de gemeente Ermelo
201 Een sfeerverslag uit Ermelo van Hop. Knippen en plakken mag in Ermelose verkiezingsformulieren
358 Een sfeerverslag uit Ermelo van Hop. Welke boom is hier ziek?
424 Een sfeerverslag uit Ermelo van Hop. Ermelose christelijke (CDA) terreur tegen bewoners recreatiewoningen
101 Een sfeerverslag uit Ermelo van Hop. Ermelose christelijke (CDA) terreur tegen bejaarde mevrouw
145 Een sfeerverslag uit Ermelo van Hop. Lawine aan onjuiste ontvangstbevestigingen gemeente Ermelo
686 Een sfeerverslag uit Ermelo van Hop. Asielzoekers hebben voorrang bij toewijzing woningen in Ermelo
665 Een sfeerverslag uit Ermelo van Hop. Politiek proces tegen Hop Ermelo met Stasi praktijken
80 Een sfeerverslag uit Ermelo van Hop. Politiek proces tegen Hop Ermelo met een voor de Staat weerzinwekkend partijdig rechter IV
Na GBA fraude gemeente Ermelo wordt Hop met "gefabriceerd bewijs", "succesvolle tegenwerking" en "geheim overleg" aangepakt.
511 Een sfeerverslag uit Ermelo van Hop. Ermelo Weekblad heeft geen ruimte om correct over milieu Project 31 van Hop te berichten
459 Kent u de geschiedenis nog van de omroepbijdrage?
218 Als je een gesubsidieerde leugen maar vaak genoeg herhaald gaat iedereen dat vanzelf als de waarheid beschouwen

top
Gefabriceerd bewijs en succesvolle tegenwerking Hop I
Gefabriceerd bewijs en succesvolle tegenwerking Hop II
Gefabriceerd bewijs en succesvolle tegenwerking Hop III
Gefabriceerd bewijs en succesvolle tegenwerking Hop IV
Stem wijzer! Stem Groep Hop ©
Referenties J. Hop
Activiteiten