SLAVERNIJ IN NEDERLAND ©

Slavernij in Nederland. Uw BSN-nummer is uw Burger Slaven Nummer!

Slavernij in Nederland. Groep Hop wil geen CDA burgemeester in de gemeente Ermelo om een einde te maken aan de CDA (gemeentelijke) terreur tegen bejaarde inwoners met tonnen aan dwangsommen die zij van hun AOW natuurlijk onmogelijk kunnen betalen. De gemeentelijke terreur tegen bewoners van recreatiewoningen de kop indrukken door iedere ambtenaar die daarbij betrokken is (geweest) een ander soort baantje (elders) te geven.

Slavernij in Nederland. Groep Hop wil geen (0-uren) arbeidscontracten voor werknemers met concurrentie-, relatie- en boetebedingen met direct opeisbare boetes van duizenden euro's per dag die een werknemer met geen salaris per dag of een paar tientjes salaris per dag natuurlijk onmogelijk kan betalen. Groep Hop wil de eigenaren van bedrijven die dit soort arbeidscontracten hanteren opsluiten als misdadigers om de slavernij in Nederland te bestrijden. Iedere ambtenaar die daarbij betrokken is (geweest) een ander soort baantje (elders) te geven.

 

Kent u burgers in Ermelo? Vraag of ze Groep Hop willen stemmen in 2018

Contact: lees verder

 

Tien troonredes uit zestiger jaren 1969, 1968, 1967, 1966, 1965, 1964, 1963, 1962, 1961, 1960 snel en gemakkelijk te bekijken op internet

Troonrede 16 september 1969

Leden der Staten-Generaal, In 1970 zal het vijf en twintig jaar geleden zijn dat de tweede wereldoorlog eindigde. De vrijheid was herwonnen, de democratie hersteld. Met aller inspanning is sindsdien veel tot stand gebracht dat van blijvende betekenis is. Er is dan ook alle reden om deze herdenking in grote dankbaarheid te vieren. Inmiddels streven velen naar een nieuwe wereld en naar een nieuwe wijze van leven. Ook van die wereld moeten de weder verworven waarden van vrijheid, verdraagzaamheid en democratie de grondslag vormen. De regering wil richting geven aan een ontwikkeling in die geest. Haar beleid is dan ook gericht op meer openheid en medeverantwoordelijkheid. De regering wil met betrekking tot onderwijs en cultuur een verdergaande democratisering helpen tot stand brengen. Op korte termijn zal zij een wetsontwerp indienen ter hervorming van het bestuur der universiteiten en hogescholen. Om de groeiende stroom van studenten op te vangen zijn uitbreiding en spreiding van het wetenschappelijk onderwijs noodzakelijk. Daarnaast is ook cen nieuwe structuur voor dat onderwijs zelf nodig. Een nota over het medisch wetenschappelijk onderwijs, waarin de regering haar voorkeur uitspreekt voor vestiging van de achtste medische faculteit in Maastricht, wordt U heden aangeboden. Voorts wil de regering betere mogelijkheden scheppen voor onderwijs en vorming van de werkende jongeren. Ter bevordering van het dragen van medeverantwoordelijkheid zal het beleid worden gewijzigd ten opzichte vanjeugd– en jongerenwerk. In het nieuwe begrotingsjaar zullen de leerlingenschalen bij het kleuter– en het lager onderwijs verder worden verlaagd. Binnenkort zullen U voorstellen bereiken voor een nieuwe experimentenwet en voor een wet die het toezicht op het schriftelijk onderwijs regelt. Ook komt er een nieuwe regeling voor de ontwikkeling van bepaalde vormen van hoger beroepsonderwijs. Voorstellen uit de kunstwereld met betrekking tot het te voeren beleid zullen in samenwerking tussen kunstenaars, de Raad voor de Kunst en de overheid op hun mogelijkheden worden getoetst. Zorg voor de samenleving brengt mee dat een wijziging van de wet op de bejaardenoorden voor wat betreft de planning, het opnamebeleid en het toezicht op de prijzen, wordt voorbereid. De dienstverlening voor de zeifstandig wonende bejaarden zal worden verbeterd. De bouw van woningen voor bejaarden zal worden opgevoerd. Ter verbetering van de leefbaarheid van ons land zullen meer voorzieningen worden getroffen voor milieuhygidne, openluchtrecreatie, het veiligstellen van bos– en natuurgebieden en woningverbetering. Voor krotopruiming en stadsvernieuwing zijn aanzienlijk grotere bedragen geraamd. Teneinde geluidsoverlast te verminderen zullen maatregelen worden getroffen om het lesverkeer op Schiphol te beperken. Het komende parlementaire jaar zullen U enkele voorstellen bereiken tot herziening van de Grondwet. Een nota over territoriale bestuurlijke organisatie wordt heden aangeboden. Wetsvoorstellen zullen U worden voorgelegd — onder andere op het gebied van het privaat– en het strafrecht — ter aanpassing van ons recht aan de maatschappelijke ontwikkeling en aan nieuwe inzichten. De regering acht uitbreiding nodig van de medezeggenschap van de werknemers in de onderneming. Weldra zal U een ontwerp voor een nieuwe wet op de ondernemingsraden bereiken. De regering zal zo spoedig mogelijk na ontvangst van het advies van de Sociaal-Economische Raad over wijziging van de structuur van de naamloze vennootschap met een wetsontwerp ter zake komen. Met de regeringen van Suriname en de Nederlandse Antillen zal, na de verkiezingen aldaar, overleg worden gevoerd over hun opvattingen aangaande de onderlinge staatkundige verhoudingen. Door uitbreiding van de financiŽle bijstand zal in deze landen aan meer sectoren van het maatschappelijke leven aandacht kunnen worden geschonken. Onze economie heeft zich in 1969 voorspoedig ontwikkeld. De werkloosheid is mede ten gevolge van het gevoerde beleid gelukkig sterk verminderd. In grote delen van het land overtreft de vraag naar arbeidskrachten het aanbod en is er sprake van spanning. Hoewel de noodzakelijke invoering van de nieuwe omzetbelasting grote problemen heeft gegeven, is nu een goede basis aanwezig voor een gezonde sociaal-economische ontwikkeling. Het beleid is gericht op doorbreking van de inflatiespiraal. De regering stelt — ernstig rekening houdend met het ter zake door de Sociaal-Economische Raad uitgebrachte advies — de volgende maatregelen voor. De jaarlijkse optrekking van de huren vindt eerst op 1 juli plaats. De verhoging van de tarieven van de omzetbelasting wordt tot 1 juli 1970 uitgesteld; tegelijkertijd wordt voor een aantal levensmiddelen het tarief verlaagd, zodat de invloed van deze tariefswijzigingen op de kosten van levensonderhoud zeer gering zal zijn. Een aan veranderende omstandigheden aangepast actief prijsbeleid blijft gehandhaafd. Tezamen met de voorgenomen gedeeltelijke aanpassing van de tarieven van loon– en inkomstenbelasting op 1 januari kunnen genoemde maatregelen leiden tot een redelijke verbetering van het reŽle besteedbare inkomen van de werknemer in 1970. Deze verbetering komt overeen met die welke zou zijn voortgevloeid uit de voorstellen van de Sociaal Economische Raad. De regering zal het overleg met het georganiseerde bedrijfsleven voortzetten. De regering wil bij een voortgaande groei van het nationals inkomen het economisch evenwicht handhaven en een verdere verdeling van de welvaart tot stand brengen. In de financidle positie van enkele groepen bejaarden en kleine zelfstandigen zal verbetering worden gebracht via de ziekenfondsverzekering en de kinderbijslagwet voor kleine zelfstandigen. Het financiŽle beleid dat op deze wijze een rustige prijsontwikkeling helpt mogelijk maken, zal tevens moeten bijdragen tot cen beperking van de spanningen in de conjunctuur en op de kapitaalmarkt. Teneinde onder meer de noodzakelijke sanering van het Gemeentefonds te verwezenlijken zijn enkele fiscale maatregelen nodig. Naast de gematigde verhoging van de omzetbelasting per 1 juli 1970 wordt voorgesteld de vermindering van omzetbelasting op investeringsgoederen een jaar uit te stellen en de vennootschapsbelasting en de vermogensbelasting op het huidige peil te handhaven. In het kader van de inflatie-aanpassing zal de motorrijtuigenbelasting worden verhoogd en zullen de reeds bijgestelde tarieven van de accijnzen op benzine, alcohol en bier ongewijzigd blijven. De regering verwacht dat door gezamenlijke inspanning van alle betrokkenen het produktieniveau van l25.000 woningen, ondanks de stijging van de kapitaalrente, zal worden gehandhaafd. Van groot belang acht zij het scheppen van betere voorwaarden voor de huisvesting van economisch zwakke groepen en jonge gezinnen. In dit verband zullen individuele huursubsidies en maatregelen ter bevordering van de doorstroming worden voorgesteld. Het bedrijfsleven maakt een periode van versnelde aanpassing door. Dit geldt zowel voor grote ondernemingen als voor het midden– en kleinbedrijf en de land– en tuinbouw. Verdere versterking van de economische structuur is noodzakelijk en kan ook, gelet op de gunstige conjunctuur, plaatsvinden. De noodzakelijke begeleiding van dit proces en vooral het opvangen van de moeilijkheden die daaruit voor betrokkenen voortspruiten, stellen hoge eisen aan het bedrijfsleven en de overheid. Over de ontwikkeling in het midden– en kleinbedrijf en het daarbij te voeren beleid kunt U binnenkort een nota tegemoet zien. Het regionaal onderzoekprogramma zal in het komende zittingsjaar nieuwe bouwstenen leveren voor de onderlinge afstemming van planologische en economische maatregelen ten behoeve van de verschillende delen van het land. Dezer dagen zal U cen nota worden aangeboden inzake de mijn-industrie en de industriŽle herstructurering van Zuid-Limburg. Het groeitempo van de uitgaven voor het openbaar vervoer en voor de waterstaat gaat dit jaar dat van de totale uitgaven aanzienlijk te boven. Een groot deel van de waterstaatsinvesteringen gaat naar de zeehavens, waarvan de regering een verdere ontplooiing essentieel acht voor de toekomstige economische ontwikkeling van ons land. Wel noopt de schaal waarop de zeehavenontwikkeling zich thans voltrekt, tot grote waakzaamheid ten aanzien van het leef– en woonklimaat. In de land– en tuinbouw en in de visserij voltrekken zich snel ingrijpende veranderingen. Ter vergroting van de arbeidsproduktiviteit in de agrarische sector zal de vernieuwing van het produktie-apparaat gepaard moeten gaan met een verdere vervlechting van het land– en tuinbouwbedrijf met de agrarische handel en industrie. Een voorlopige standpuntbepaling over de structuurvoorstellen van de Europese Commissie wordt U heden aangeboden. Een aantal maatregelen moet worden genomen ter beteugeling van verdere overproduktie van enkele belangrijke landbouwprodukten. De oplossing van dit probleem zal in de eerste plaats moeten worden gevonden in het kader van het markt– en prijsbeleid van de Europese Economische Gemeenschap. Het buitenlandse beleid van de regering wil bijdragen tot de opbouw van een vreedzame en welvarende internationale gemeenschap. Ons Koninkrijk is hierbij actief betrokken. Voor de Europese samenwerking zal het komende jaar van bijzondere betekenis zijn. Naar het zich laat aanzien, kan op 1 januari 1970 de overgangsperiode naar de gemeenschappelijke markt worden afgesloten. De regering ziet hierin geen eindstation, maar een vertrekpunt voor een hernieuwde inspanning terwille van de Europese integratie. De voldoening over de gemaakte vorderingen van de Europese Gemeenschappen zou in aanzienlijke mate worden getemperd, indien in de nabije toekomst niet eindelijk een begin zou kunnen worden gemaakt met de reeds lang verwachte uitbreiding. In de Europese Economische Gemeenschap is het noodzakelijk te komen tot een betere coŲrdinatie van het sociaal-economische beleid van de lid-staten. Dit is ook nodig om te komen tot een betere monetaire samenwerking. De Benelux regeringsconferentie, waarbij onder meer is besloten tot spoedige afschaffing van de controles en formaliteiten aan de grens, heeft aan de onderlinge samenwerking een nieuwe stimulans gegeven. De ontwikkelingen in de communistische wereld zijn weinig geruststellend en verplichten tot onverzwakte handhaving van het Atlantische bondgenootschap. Ook ons land moet zich daarvoor een aanzienlijke inspanning blijven getroosten. Inmiddels wordt in het bondgenootschap het onderzoek voortgezet naar mogelijkheden tot het bereiken van een werkelijke ontspanning tussen Oost en West. Het stemt de regering tot voldoening thans ook actief te kunnen deelnemen aan de besprekingen over wapenbeheersing en wapenbeperking in de Ontwapeningscommissie te GenŤve. Met betrekking tot de conflicten in Nigeria, in Vietnam en in het Midden-Oosten zal zij alles doen wat in haar vermogen ligt om het menselijk leed te verzachten en een vreedzame oplossing te bereiken. De Verenigde Naties blijven, ondanks tekortkomingen, de belichaming van het verlangen der volkeren naar een vreedzame, rechtvaardige en welvarende internationale samenleving. De regering zal het werk van de Verenigde Naties en hun gespecialiseerde organisaties aan een nieuwe internationale structuur van de ontwikkelingssamenwerking in de zeventiger jaren met kracht ondersteunen. Zij tracht haar eigen hulpverleningsbeleid reeds thans te passen in een internationaal kader en de doeltreffendheid verder te vergroten door meerjarenplanning, inschakeling van zoveel mogelijk geledingen van ons volk en concentratie van de hulp op een beperkt aantal landen. Leden van de Staten-Generaal, Het komende parlementairejaar is het laatste volledige vůůr de verkiezingen in 1971. Het kabinet spant zich in om een groot aantal van zijn doeleinden in deze periode te verwezenlijken. Het vertrouwt daarbij Uw steun te verwerven. Een doeltreffende gezamenlijke besluitvorming is noodzakelijk voor ons land en ons Koninkrijk in deze jaren van verandering en vernieuwing. Moge op onze gemeenschappelijke inspanning Gods zegen rusten! Hiermede open ik de nieuwe zitting van de Staten-Generaal.  

 

 

Troonrede 17 september 1968

Leden der Staten-Generaal, In dit internationale jaar van de rechten van de mens valt over het wereldgebeuren de schaduw van het geweld. De overrompeling van het moedige en zwaar beproefde volk van Tsjechoslowakije heeft ons, ongeacht verschillen in levensbeschouwing en politieke overtuiging, diep geschokt. De regering betreurt dat het streven naar ontspanning tussen Oost en West, waarvoor ook Nederland heeft geijverd, onvermijdelijk een ernstige terugslag ondervindt. Zij blijft echter hopen dat zich op den duur ook aan de andere zijde een werkelijke bereidheid tot toenadering zal ontwikkelen. Inmiddels is nog eens duidelijk in het licht gesteld dat het veiligheidsstelsel van de NAVO een onmisbare waarborg blijft voor de bescherming van onze vrije samenleving en voor het behoud van de wereldvrede. Handhaving van een doelmatige Nederlandse bijdrage aan de bondgenootschappelijke defensie blijft daarom noodzakelijk. Het menselijk leed, veroorzaakt door de burgeroorlog in Nigeria, doet de regering zoeken naar wegen ter leniging van de nood aldaar. In Vietnam blijft de oorlogstoestand verontrustend. Om in het Nabije Oosten te geraken tot een duurzame en rechtvaardige vrede steunt de regering de pogingen van de Verenigde Naties. Zij hecht grote waarde aan de komende volksraadpleging in West-Irian en onderhoudt hierover nauw contact met IndonesiŽ en de Verenigde Naties. De regering blijft hoge prioriteit geven aan de samenwerking met de ontwikkelingslanden. De bedragen voor de ontwikkelingshulp wil zij verder opvoeren. Een meerjarenprogramma wordt U heden aangeboden. De regering ijvert voor de totstandkoming van een wereldwijde ontwikkelingsstrategie. De landen van de Europese Economische Gemeenschap hebben dit jaar, anderhalf jaar eerder dan in het verdrag was voorzien, hun gemeenschappelij ke markt tot stand gebracht, ook voor de landbouw. Uitbreiding, meer in het bijzonder door de toetreding van Groot-BrittanniŽ, acht de regering een versterking van die gemeenschap. De Benelux-regeringen werken hierbij nauw samen. De veelzijdige samenwerking met Suriname en de Nederlandse Antillen, die onder meer tot uitdrukking komt bij de versnelling van hun economische en sociale ontwikkeling, is onverdeeld goed. Na een vertraging in de economische groei valt in ons land sinds midden 1967 een herstel van de conjunctuur waar te nemen. Produktie en uitvoer ontwikkelen zich gunstig. Door de regelmatige groei van de binnenlandse bestedingen neemt ook de invoer belangrijk toe. De betalingsbalans verbetert geleidelijk. Enkele overwegend structurele problemen blijven intussen grote aandacht opeisen. In verschillende delen van het land ontwikkelt de bedrijvigheid zich onvoldoende. De werkloosheid in die gebieden, vooral onder de oudere werknemers, blijft te hoog en geeft reden tot zorg. De regering vertrouwt dat een Raad voor de Arbeidsmarkt die binnenkort wordt ingesteld, een bijdrage zal leveren tot de oplossing van dit moeilijke vraagstuk. Dezer dagen wordt U een nota toegezonden over het regionale beleid dat de Regering noodzakelijk acht voor de versterking van de betrokken gebieden. De sociale en economische moeilijkheden in bepaalde gebieden en bedrijfstakken hangen ten dele samen met snelle en omvangrijke veranderingen in de produktiestructuur. De regering stelt in deze de eigen verantwoordelijkheid van het bedrijfsleven voorop. Zij streeft ernaar deze veranderingen zo goed mogelijk te begeleiden. Zij doet dit door het bevorderen van structuurverbeteringen onder andere in de textielindustrie, de scheepsbouw, het midden– en kleinbedrijf, de visserij, het streekvervoer en de binnenvaart. Bovendien zal zij stimuleren dat nieuwe vestigingen tot stand komen en nieuwe produkten en technieken worden ontwikkeld. In de landbouw ligt het accent op de ruilverkaveling. Voor ongeveer een vierde deel van de Nederlandse cultuurgrond zijn ruilverkavelingen in uitvoering. Uit de macro-economische verkenning die U heden wordt aangeboden, blijkt dat voor de komende jaren in algemene zin een gunstige ontwikkeling mogelijk is. Dit geldt ook voor het werkgelegenheidspeil. Om deze mogelijkheden te verwezenlijken zullen aan het financieel-economische beleid hoge eisen worden gesteld. Een belangrijke voorwaarde is een evenwichtige groei van lonen en andere inkomens. Een ontwerp van wet op de loonvorming is U inmiddels aangeboden. De regering heeft zich bij het opstellen van de rijksbegroting voor 1969 tevens bezonnen op de rijksfinanciŽn tot en met 1971. Als eerste resultant zult u in de miljoenennota een schets aantreffen van een mogelijke ontwikkeling van de uitgaven in die jaren. Bij de voorbereiding is de krachtige neiging tot uitgavenstijging duidelijk gebleken. Zij noopt Staten-Generaal en regering tot een voortdurende kritische afweging van alle overheidsactiviteiten, ook in verband met de belastingdruk. De begroting voor 1969 vertoont een stijging van de netto-uitgaven, die blijft binnen de grens, gesteld in de regeringsverklaring. Mede in verband met de sanering van het Gemeentefonds is desondanks enige verhoging van belasting onvermijdelijk. Door verhoging van de accijns op een aantal tabaksartikelen zal een extra-bedrag in de schatkist vloeien. Op 1 januari 1969 zal ons land overgaan op het nieuwe stelsel van omzetbelasting. De regering zal erop toezien, dat het effect hiervan op de prijzen zo beperkt mogelijk blijft. Teneinde in het bijzonder de lagere inkomensgroepen een tegemoetkoming te verschaffen wordt voorgesteld de heffing van de loon– en inkomstenbelasting eerst te doen aanvangen bij een hoger inkomen dan thans het geval is. Voorts zal aan de minst-draagkrachtigen door enkele sociale uitkeringsregelingen enige compensatie worden geboden. In het komende zittingsjaar zullen U voorstellen bereiken voor een aanpassing van het tarief van de loon– en inkomstenbelasting op 1 januari 1970. Deze voorstellen beogen de drukverzwaring teniet te doen die onbedoeld voortvloeit uit inflatoire inkomensstijgingen. De regering is voornemens U voor te stellen zulke aanpassingen van het tarief jaarlijks automatisch tot stand te doen komen. In verband met de vele hieraan verbonden aspecten zal zij een voorontwerp van wet publiceren en adviezen daarover inwinnen. Het is onvermijdelijk enige tarieven van de P.T.T. te verhogen om een gezonde bedrijfsvoering mogelijk te maken. De port van drukwerk en nieuwsbladen blijft echter ongewijzigd. Teneinde de moeilijke financidle positic van vooral de grootste gemeenten te verlichten is overleg gaande om door gezamenlijke inspanning van het rijk en deze gemeenten daarin verbetering te brengen. In het komende jaar zal van rijkswege een begin worden gemaakt met verlichting van bepaalde financiŽle lasten van waterschappen. Bij het beleid op het gebied van de ruimtelijke ordening zal het accent niet alleen worden gelegd op de problematiek van de spreiding, doch ook op die van het stedelijk leefmilieu. Een wetsontwerp ter bestrijding van de luchtverontreiniging zal U dezer dagen bereiken. De regering zal het produktieniveau van de bouwnijverheid handhaven. Voor 1969 streeft zij naar het wederom in aanbouw nemen van omstreeks 125.000 woningen; daarbij wordt het aandeel van de particuliere sector vergroot. Nu het tekort aan woningen in de meeste plaatsen begint te verdwijnen, wordt het mogelijk de geschakeerde verlangens van de bewoners beter tot hun recht te doen komen. Een nota inzake woningverbetering, krotopruiming, sanering en reconstructie zal u weldra worden aangeboden. De regering zal verder gaan met het treffen van voorzieningen ter bevordering van de verkeersveiligheid. Er zullen verschillende maatregelen worden genomen ter verbetering van de hulpverlening aan verkeersslachtoffers. Het stelsel van waarschuwingspunten langs de autosnelwegen zal worden uitgebreid en voorts zal een wetsontwerp worden ingediend ter regeling van het ambulancevervoer. Een onderzoek naar de mogelijkheden van een grotere openbaarheid van het centrale bestuur acht de regering gewenst. Volgende week wordt een commissie geÔnstalleerd, die de regering zal adviseren over de maatschappelijke functie van de overheidsvoorlichting en over de openheid van de bestuursdienst. Over de aanbevelingen en denkbeelden in het onlangs verschenen rapport van de staatscommissie van advies inzake de Grondwet en de Kieswet, met name ten aanzien van de opkomstplicht bij verkiezingen, zal overleg met U plaatsvinden. De regering is vůůr het instituut van een parlementaire ombudsman; het overleg daarover met U kan een aanvang nemen. Wetsontwerpen over het stakingsrecht en over informatie en bemiddeling bij werkstaking zullen U worden aangeboden. Verder zal een wetsontwerp tot herziening van het echtscheidingsrecht worden ingediend. Een belangrijk deel van het overheidsbeleid is gericht op versterking van het maatschappelijk en cultureel welzijn. Zo wil de regering enige uitbreiding geven aan de steun voor de kunsten en de zorg voor het cultuurbezit. Ook de mogelijkheden voor recreatie– en jeugdbeleid worden verruimd. Reeds gedurende enkele jaren hebben — nationaal zowel als internationaal — verschillende belangrijke gebeurtenissen duidelijk aangetoond, hoezeer de burgers mede richting geven aan de doorwerking van de democratie in de werkgemeenschap, het onderwijs en het openbare leven. De regering staat open voor deze verlangens, die door velen in ons volk, in het bijzonder door de jonge generatie, worden geuit. De groeiende belangstelling van de samenleving voor het onderwijs is een uiting van de geestelijke en economische kracht van ons volk. Een verhoogde deelneming aan de verschillende sectoren van het onderwijs is daarvan het verheugende gevolg. Een belangrijke vooruitgang is de invoering op 1 augustus 1968 van de wet op het voortgezet onderwijs en van die op het leerlingenwezen. De aandacht wordt thans gericht op wijziging van de kleuteronderwijswet, de lager-onderwijswet, een nieuwe experimentenwet en de wet op het christelijk onderwijs. Het komende jaar zal bij het lager onderwijs een bescheiden begin worden gemaakt met verminde ring van het gemiddelde aantal kinderen per klas. Binnenkort zal U een prioriteitennota worden aangeboden. Een gedachtenwisseling tussen alle betrokkenen zal worden geopend over de juiste vorm van herstructurering van het wetenschappelijk onderwijs. De coŲrdinatie van het wetenschapsbeleid zal worden versterkt. De regering wil medewerking verlenen aan ruimere verspreiding en uitwisseling van wetenschappelijke en technische informaties. Leden der Staten-Generaal, in onze eeuw van spanning tussen vrijheid en onvrijheid is de creatieve en inventieve kracht van de democratie overduidelijk gebleken. Het is dan ook een voorrecht te leven in een land waarin de vrijheid niet slechts als een ideaal wordt erkend maar ook in de werkelijkheid van ons dagelijks leven als een hoog goed wordt ervaren. In deze gezindheid wil de regering haar beleid voeren. Daarvoor vraagt zij de steun en medewerking van de Staten-Generaal. Met de bede om Gods zegen op onze gezamenlijke arbeid verklaar ik de nieuwe zitting van de Staten-Generaal geopend.  

 

 

Troonrede 19 september 1967

Leden der Staten-Generaal, Met dankbaarheid denken mijn familie en ik terug aan de belangstelling en de gelukwensen die wij van velen in het Koninkrijk, meer in het bijzonder van U, mochten ontvangen bij de geboorte en de doop van onze Willem-Alexander. De wereld waarin wij leven, wordt door tegenstrijdigheden gekenmerkt. Velen, zo niet allen, verlangen en streven naar vrede; desondanks wordt in vele streken bitter gestreden. Velen, zo niet allen, verlangen voor een ieder in deze wereld een volwaardig menselijk bestaan; desondanks moet op vele plaatsen een onophoudelijke strijd tegen honger, ziekte en onderdrukking worden geleverd. Het is deze situatie, waarin de idealen van vrede, gezondheid en vrijheid nog lang niet voor allen in vervulling zijn gegaan, die ons dwingt niet alleen de ontwikkeling van onze eigen samenleving te bevorderen, maar ons ook in te spannen op die gebieden waar wij iets voor anderen kunnen betekenen. De Regering ziet haar opdracht dan ook mede bepaald door de gedachte, dat slechts een eensgezinde en in financieel-economisch opzicht gezonde samenleving een vruchtbare bijdrage kan leveren tot het welzijn van de wereld. De Regering is diep verontrust over de in Vietnam voortdurende en in hevigheid toenemende strijd, die een ontstellend menselijk leed veroorzaakt. Zij grijpt elke mogelijkheid aan om het tot stand komen van vredesonderhandelingen te bevorderen. De gevechtshandelingen in het Nabije Oosten hebben andermaal aangetoond, hoezeer het nodig is aldaar te komen tot een blijvende regeling die alle partijen aanvaarden. Daarbij zal het uitgangspunt moeten zijn het bestaansrecht van alle souvereine naties in dat gebied en de mogelijkheid van een menswaardig bestaan voor allen die daar wonen. De Regering acht voortgang inzake wapenbeperking en wapenbeheersing van het grootste belang. Zij blijft dan ook krachtige steun geven aan het spoedig tot stand komen van een verdrag ter voorkoming van verdere verspreiding van kernwapenen. De Nederiandse defensie vormt een wezenlijk deel van de geÔntegreerde verdediging van de NAVO-landen. Een aan de omstandigheden aangepast Atlantisch bondgenootschap is — ook na 1969– noodzakelijk voor de veiligheid en voorwaarde voor een verdere ontspanning tussen Oost en West. Het overleg met de landen van Oost-Europa wordt voortgezet en verdiept. Ons land geeft aan de voltooiing van de gemeenschappelijke markt en aan de opbouw van de Europese economische unie zijn volle medewerking. Van centrale betekenis acht de Regering intussen de behandeling van de verzoeken om aansluiting bij de EEG van Groot-Brittannid, Ierland en de Scandinavische landen. Een wederom beletten van deze aansluiting, waardoor de splitsing in West-Europa zou worden gehandhaafd, zou de Regering zeer verontrusten en ongetwijfeld een ongunstige weerslag hebben op de voortgang van de Europese integratie. De Regering verwacht, dat de komende Benelux-regeringsconferentie zal leiden tot nog nauwere samenwerking. De positie van de ontwikkelingslanden vraagt bij de bepaling van het beleid steeds grotere aandacht van de Regering. Zij stelt voor de bijdrage voor ontwikkelingshulp in 1968 aanzienlijk te verhogen. Bovendien wil de Regering de in ons volk bestaande krachten meer dan te voren tot werkzaamheid brengen. De hulpverlening zal doeltreffender worden gemaakt door deze te richten op een kleiner aantal landen. Ook in internationaal verband, zoals op de aanstaande Tweede Wereldconferentie voor Handel en Ontwikkeling, zal de Regering ijveren voor maatregelen ter versnelling van de sociaal-economische groei in de ontwikkelingslanden. De Regering hecht bijzondere waarde aan het handhaven van de hartelijke betrekkingen tussen de landen van het Koninkrijk. Zij zal aan de ontwikkeling van Suriname en de Nederlandse Antillen bijstand blijven verlenen. Ongeveer een jaar geleden begon de conjunctuur een aarzeling te vertonen. De aanvankelijke snelle toeneming van de werkloosheid — die vooral regionaal een belangrijke omvang aannam — baarde de Regering grote zorg. Zij voelt zich nauw betrokken bij het leed dat uit deze werkloosheid voor de werknemer en zijn gezin voortvloeit. Inmiddels zijn verschillende maatregelen genomen om aan de problemen tegemoet te komen. De vertraging in de ontwikkeling van produktie en investeringen is beperkt gebleven. Thans wordt in het buitenland een geleidelijk herstel verwacht. De Regering beoogt door haar beleid ertoe bij te dragen, dat ook in ons land een verbetering zal optreden. Ten einde dit herstel niet te verstoren door de overgang op het nieuwe Europese systeem voor de omzetbelasting, waartoe zeer binnenkort een wetsvoorstel zal worden ingediend, wordt de investeringsaftrek voor gebouwen heden hersteld. Mocht de werkgelegenheid — in het bijzonder voor de jeugd — zich nog niet bevredigend ontwikkelen, dan zal de Regering verdere maatregelen treffen. Ondanks de ontspanning op de arbeidsmarkt blijft het zorgwekkend, dat de betalingsbalans zich nog onvoldoende heeft hersteld en dat kostenstijgingen hun invloed op de prijzen blijven uitoefenen. Dit houdt een ernstige waarschuwing in. Om in de toekomst een bevredigende groei van werkgelegenheid en welvaart te bereiken is in de eerste plaats een toeneming van de nationale besparingen nodig. Verbetering van de financiŽle positie van de overheid zal daartoe een bijdrage kunnen leveren. Daarnaast is een grote terughoudendheid geboden bij de loon– en salarisontwikkeling. Een verdere kostenstijging moet in het belang van de concurrentiepositie worden vermeden. Deze doelstellingen drukken ook hun stempel op het begrotingsbeleid. In de Regeringsverklaring is reeds de overtuiging uitgesproken, dat een aanvaardbare begrotingsontwikkeling alleen kan worden bereikt door herziening van het uitgavenbeleid. Bij het opstellen van de begroting 1968 is duidelijk bevestigd, dat zonder een verdere belangrijke verzwaring van de belastingdruk slechts dan voldoende ruimte voor essentidle voorzieningen beschikbaar kan komen, indien op tal van andere onderdelen beperkingen worden aangebracht. Zo zijn er een aantal beslissingen tot herziening van het uitgavenbeleid genomen. Deze vinden hun weersiag in de rijksbegroting die U heden wordt aangeboden; voor een deel zullen zij pas in volgende begrotingen doorwerken. Hoewel door de voorgestelde maatregelen de uitgavenstijging die bij ongewijzigd beleid zou zijn ontstaan, belangrijk kan worden beperkt, noopt de resterende stijging in 1968 toch tot enkele belastingmaatregelen. De Regering stelt voor de verhoging van de benzine-accijns die voor 1967 geldt, te handhaven en de omzctbelasting op enkele artikelen van 10 tot 12% te verhogen. De verder benodigde middelen zullen worden verkregen uit maatregelen die reeds ter verbetering van de belastingstructuur noodzakelijk zijn. Daartegenover zal een lastenverlichting voortvloeien uit een verhoging van de aanslaggrens voor de inkomstenbelasting. Niet alleen de rijksfinanciŽn, doch ook de positie van het Gemeentefonds en de financiŽn van een aantal — vooral grote — gemeenten, geven aanleiding tot zorg. De Regering hoopt, dat door een samenspel van maatregelen binnen afzienbare tijd een belangrijke verbetering kan worden bereikt. Daartoe kan ook worden gerekend een verruiming van het gemeentelijke belastinggebied, waardoor de verantwoordelijkheid van de gemeentebesturen voor het eigen uitgavenbeleid beter tot haar recht kan komen. De snelle ontwikkeling van de techniek, de voortschrijdende economische integratie en de gewijzigde kostenverhoudingen vergen vele veranderingen in de bestaande produktiestructuur van landen tuinbouw, visserij, handel en industrie. Of de mogelijkheden, die uit de voltooiing van het gemeenschappelijke Europese landbouwbeleid voortvloeien, in voldoende mate zullen worden benut, is vooral afhankelijk van het tempo, waarin de structurele aanpassingen in het agrarische bedrijfsleven zich voltrekken. De begroting verzekert de voortzetting van het beleid dat deze aanpassing beoogt te ondersteunen. Ook de veranderingen die zich in het midden– en kleinbedrijf voltrekken, wil de Regering helpen ten goede te richten. De versterking van de industriŽle structuur van ons land is zeer belangrijk. De Regering hecht veel betekenis aan het doen van onderzoekingen die een beter inzicht verschaffen in de ontwikkeling per bedrijfstak. Verder zal de Regering de uitvoering aanmoedigen van industriŽle projecten die van veel waarde zijn voor ons land en met name voor regionale gebieden met een nog zwakke economische structuur. Grote inspanning van industrie en wetenschap op het gebied van speurwerk en technische ontwikkeling blijft geboden. De uitvoering van belangrijke ontwikkelingsprojecten bij de industrie zal de Regering bevorderen. Met betrekking tot de woningbouw is het streven erop gericht in 1968 het bereikte niveau der jaarproduktie van 125.000 te handhaven. Ten gevolge van deze hoog opgevoerde produktie is in grote delen van het land een situatie ontstaan, die het verantwoord maakt het systeem van strakke regulering van de huren te verlaten. De Regering zal de uitwerking daarvan nauwlettend volgen. Voorstellen tot wijziging van de Huurwet en van de desbetreffende bepalingen van het Burgerlijk Wetboek zullen U in de loop van dit zittingsjaar bereiken. De Regering wil komen tot het vaststellen van een geheel van maatregelen, nodig om de eerste fase van het beleid betreffende de ruimtelijke ordening te kunnen uitvoeren. De wegenaanleg zal met kracht worden voortgezet, mede ter versterking van onze economische positie. Ook de verbetering van de vaargeul naar de Nieuwe Waterweg zal in dit verband een gunstige invloed hebben. Bijzondere aandacht vraagt de moeilijke situatie waarin de spoorwegen, de openbare vervoersbedrijven in de grote steden en de binnenscheepvaart zich bevinden. Ten behoeve van de zeescheepvaart zal de Regering de totstandkoming bevorderen van een wet die verweer tegen ernstige vormen van vlagdiscriminatie mogelijk maakt. Ter uitbreiding van de sociale zekerheid hoopt de Regering, dat de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten, waarvan het ontwerp bij U aanhangig is, spoedig tot stand komt. Voor de welzijnszorg acht zij deze wet, naast hetgeen in de afgelopen jaren is bereikt, van grote betekenis. De Regering is voornemens U in de loop van dit parlementaire jaar een ontwerp van wet inzake het minimumloon aan te bieden. Voorts zal U een wetsontwerp bereiken ter bestrijding van de luchtverontreiniging. Ook op andere terreinen ziet de Regering erop toe, dat de rechtsontwikkeling niet ten achter blijft bij de snelle maatschappelijke veranderingen. Zo zijn voorstellen van wet te verwachten op het gebied van het ondernemingsrecht, en wel betreffende de jaarrekening en de herziening van het enquÍterecht bij de onderneming. Ter bescherming van de persoonlijke levenssfeer zal een wet aanhangig worden gemaakt om het afluisteren tegen te gaan. Een voorontwerp van wet tot uitbreiding van de verantwoordingsplicht jegens de gemeenteraad zowel van de burgemeester als van het College van Burgemeester en Wethouders is gereed. De instelling van de Staatscommissie van Advies inzake de Grondwet en de Kieswet wettigt de verwachting, dat de bezinning op deze staatswetten belangrijke vorderingen zal maken. Naarmate de maatschappij zich sneller wijzigt en wijzigingen dieper ingrijpen in het leven van de enkeling, worden aan onderwijs, wetenschapsbeoefening, culturele en maatschappelijke ontwikkeling andere en zwaardere eisen gesteld. De regering wil de mogelijkheden blijven bieden om de problemen die hieruit voortvloeien, tot een oplossing te brengen. Zij acht hierbij de invoering van de Wet op het Voortgezet Onderwijs en van de Wet op het Leerlingenwezen van veel belang; bijzondere aandacht zal zij schenken aan her– en bijscholing. Zo mogelijk nog in de loop van dit zittingsjaar zal zij U een nota aanbieden betreffende de herstructurering van het wetenschappelijk onderwijs en de verkorting van de studieduur. Ons land kent vele waardevolle culturele en maatschappelijke voorzieningen, die echter nog niet in voldoende mate gebruikt worden. De Regering zal nagaan of de oorzaken hiervan liggen in onbekendheid of ongewoonte dan wel in gebrek aan middelen bij hen die zich tot nu toe afzijdig hielden. Het beleid dat de Regering voert ter verbetering van de culturele en maatschappelijke levensomstandigheden van de gehele bevolking, heeft naar haar mening slechts kans van slagen, als ook algemeen de bereidheid leeft om mede-verantwoordelijkheid te dragen voor de opzet en de uitvoering van de nodige voorzieningen. Dit geldt in het bijzonder ook voor de jonge generatie. De Regering stelt zich voor deze zoveel mogelijk te betrekken bij de vormgeving van het beleid inzake onderwijs, vorming, ontwikkeling en ontspanning. Zij is bereid deze activiteiten naar vermogen te steunen. Leden der Staten-Generaal, De Regering zal in de toekomst haar beleid steeds meer baseren op meerjarenplannen. Zij hoopt daardoor bij te dragen tot een evenwichtige groei en veelzijdige ontwikkeling van onze samenleving. Zij verwacht, dat de drang naar vernieuwing die in de laatste jaren alom valt waar te nemen en die gepaard gaat met een groeiende behoefte bij ons volk om mee te denken over de toekomst van ons land, aan deze ontwikkeling ten goede zal komen. Onder deze omstandigheden is een nieuw overleg tussen overheidsinstanties en vertegenwoordigende lichamen meer dan ooit noodzakelijk. Veel kan tot heil van het Koninkrijk en ons volk tot stand worden gebracht bij een vruchtbare samenwerking tussen Regering en Staten-Generaal. Met de bede, dat Gods zegen op onze gezamenlijke arbeid moge rusten, verklaar ik de nieuwe zitting van de Staten-Generaal geopend.  

 

 

Troonrede 20 september 1966

Leden der Staten-Generaal, Onrust en onzekerheid hebben ook in het afgelopen jaar de wereld beÔnvloed. De strijd in Vietnam, waarvan ons bijna dagelijks de beklemmende beelden voor ogen komen, doordringt ons meer dan ooit van de noodzaak geschillen te beslechten door overleg en niet door geweld. Een spoedig einde der gevechtshandelingen in Vietnam acht de Regering thans alleen mogelijk, indien beide partijen zich bereid verklaren tot vredesonderhandelingen, zonder vooraf voorwaarden te stellen. In de Verenigde Naties blijft ons Koninkrijk zijn volle steun geven aan het gezamenlijk streven naar vrede, veiligheid en welvaart. Het neemt actief deel aan de pogingen om in internationaal overleg een verdere verspreiding van kernwapens te voorkomen. Te zamen met de Atlantische bondgenoten streeft de Regering naar een vermindering van de spanningen tussen Oost en West. Kan er van enige verbetering gesproken worden wat betreft de verhouding tot de landen achter het ijzeren gordijn, de ontwikkeling in China vereist daarentegen bijzondere waakzaamheid. In de gegeven situatie blijft het geÔntegreerde verdedigingsstelsel van de NAVO onmisbaar voor onze veiligheid. Daarom zal ook ons land zijn bijdrage moeten leveren aan de oplossing der moeilijkheden, die door het optreden van Frankrijk zijn veroorzaakt. In de Benelux worden nieuwe initiatieven voorbereid om de voltooiing der Economische Unie te bespoedigen. De werkzaamheden van de Europese Gemeenschappen konden gelukkig in het begin van dit jaar met hernieuwde kracht worden voortgezet. Sindsthen zijn er in de EEG, vooral op het gebied van de landbouw, belangrijke resultaten bereikt. Dat neemt niet weg, dat principiŽle verschillen van mening zijn blijven bestaan. Deze betreffen in het bijzonder de versterking van de parlementaire invloed en de toetreding van Groot-BrittanniŽ en andere Europese landen. De Regering zal hiervoor blijven ijveren, evenals voor het slagen van de onderhandelingen in de Kennedyronde. De EEG kan aldus een belangrijke bijdrage leveren tot uitbreiding van de wereldhandel, die ook ten goede zal komen aan de ontwikkelingslanden. Ondanks de inspanningen die men zich in en buiten deze landen getroost, blijven de vooruitzichten op een menswaardig bestaan voor een groot deel van de wereldbevolking zorgelijk. De U onlangs aangeboden nota Ontwikkelingshulp schetst de zware taak waarvoor onze generatie zich geplaatst ziet. De Regering meent daarom, dat de financiŽle beperkingen die thans noodzakelijk zijn, geen beletsel mogen vormen de Nederlandse hulpverlening opnieuw te vergroten. Het verheugt de Regering, dat een oplossing kon worden gevonden voor de schuldenregeling met IndonesiŽ. Voor een verdere gunstige ontwikkeling van de betrekkingen tussen beide landen is daarmede de weg vrijgemaakt. De verhouding tussen de landen van het Koninkrijk blijft gekenmerkt door goede samenwerking en vriendschap. Mijn man en ik mochten dit, evenals onze dochter Beatrix en haar echtgenoot, tijdens onze bezoeken aan Suriname en de Nederlandse Antillen dankbaar ervaren. De Regering blijft bereid met financiŽle en technische hulp bij te dragen tot de oplossing van de sociale en economische problemen, waarvoor Suriname en de Nederlandse Antillen zich gesteld zien. Ondanks moeilijkheden die zich hier en daar in het bedrijfsleven voordoen en die vooral samenhangen met aanpassingen van structurele aard, is de economische groei van onze volkshuishouding niet onbevredigend. In de huidige fase van de conjunctuur bestaan er echter grote spanningen zowel op de geld– en kapitaalmarkt als op de arbeidsmarkt, terwijl de betalingsbalans een tekort vertoont en de prijzen aan een opwaartse druk onderhevig zijn. De Regering ziet het als haar eerste taak eraan mede te werken dat meer evenwichtige verhoudingen worden bereikt. Daartoe is zij bij het vaststellen van de begroting uitgegaan van een sobere uitvoering van haar program. Desondanks is daarmede een aanzienlijke stijging der uitgaven gemoeid, zodat het onvermijdelijk is enkele belastingen te verhogen. Ook door haar loon– en prijsbeleid en door het bevorderen van besparingen tracht de Regering het evenwichtsherstel te bespoedigen. Bij dit alles streeft zij naar een zo rechtvaardig mogelijke lastenverdeling. Koningin Juliana tijdens een werkbezoek op 26 april 1966 te Voorburg Op de achtergrond burgemeester Jhr. Feith (collectie: Gemeentearchief Voorburg) De herinnering aan het werkbezoek in het “Gulden boek” van Voorburg (collectie: Gemeentearchief Voorburg) Konigin Juliana, burgemeester Feith en diens dochter Caroliene Feith (collectie: Gemeentearchief Voorburg) Wat de belastingen betreft stelt de Regering voor de heffing op gasolie en — uitsluitend voor het jaar 1967 — de accijns op benzine te verhogen. Voorts wil zij de tijdelijke verhoging van de vennootschapsbelasting voor het jaar 1967 handhaven. Met deze maatregelen kan voor het komende begrotingsjaar worden volstaan dank zij het inhalen van de te grote achterstand in het opleggen van aanslagen voor de inkomstenbelasting aan een bepaalde groep belastingplichtigen. Op 1 januari 1968 kan echter een algemene verhoging van de omzetbelasting niet achterwege blijven. Tegenover deze verhogingen staat in de voorstellen der Regering een verlaging van de belastingdruk voor ongehuwden boven 40 jaar, die tegelijk met de algemene verlaging van de loon-en inkomstenbelasting op 1 januari 1967 zal ingaan. Bij het voorgestelde beleid behoeft voor de financiering van de begroting 1967 geen beroep op de open kapitaalmarkt te worden gedaan. Aldus wordt ook een gezonde financiering van de gemeentelijke investeringen bevorderd. Het is noodzakelijk, dat ook de loonontwikkeling een bijdrage levert tot het herstel van het economische evenwicht. De Regering is zich ervan bewust, dat deze ontwikkeling niet uitsluitend bepaald wordt door de groei van de arbeidsproduktiviteit. Duidelijk is echter, dat — mede uit een oogpunt van werkgelegenheid — het tempo van de loonstijging bij dat der laatste jaren moet achterblijven. Door haar beleid wil de Regering dit mogelijk maken. Mede daarom is het samenstel der belastingmaatregelen zodanig gekozen, dat in 1967 voor vrijwel alle werknemers en kleine zelfstandigen de voordelen ervan groter zijn dan de nadelen. Tevens stelt de Regering voor, de ingangsdatum van de huurverhoging naar 1 juli 1967 te verschuiven. Ook een aantal nieuwe sociale voorzieningen zal eerst op die datum kunnen ingaan. Door een krachtig prijsbeleid zal de Regering ernaar streven de loonstijging zo reŽel mogelijk te doen zijn. Zij vertrouwt, dat over de loonvorming voor 1967 een vruchtbaar overleg zal kunnen plaatsvinden, waarvoor het door de SER uit te brengen advies inzake het systeem der loonvorming van groot belang is. Voor het evenwichtsherstel, alsmede voor een verdere vergroting van welvaart en welzijn van geheel ons volk is een verhoging van de besparingen noodzakelijk. Het zou van belang zijn, indien een deel van de loonstijging daartoe werd aangewend. De Regering acht het in ieder geval gewenst, dat er maatregelen worden genomen ter verhoging van het niveau der besparingen. Binnenkort zal zij U over deze maatregelen een nota aanbieden, alsmede een ontwerp van wet tot instelling van een bezitsvormingsfonds. De Regering hecht er waarde aan haar beleid af te stemmen op de economische groei van onze volkshuishouding in de komende jaren. Daarvoor acht zij de studie van het Centraal Planbureau over de Nederlandse economie in 1970 van grote betekenis. Haar opvatting over zulk een beleid is neergelegd in de Nota inzake Groei en Structuur van onze Economie, die U een dezer dagen zal worden aangeboden. De daarin geschetste ontwikkeling op langere termijn opent een gunstig perspectief voor het bereiken van de doelstellingen van haar program, dat voor iedere burger grotere mogelijkheden wil openen om zowel in geestelijk als in materieel opzicht tot ontplooiing te komen. Aan die doelstellingen houdt de Regering onverkort vast. Juist om de verwezenlijking daarvan niet in gevaar te brengen moest het tempo der maatregelen enigszins worden gematigd. De koers is echter niet gewijzigd en de Regering vertrouwt, dat U haar in staat zult stellen deze vaste koers te blijven volgen. Daarbij zal ook van U veel studie en werkkracht worden gevraagd. Belangrijke wetsontwerpen zijn nog in behandeling. Morgen vangt de openbare beraadslaging aan over de Volksgezondheidsnota. Binnen enkele dagen zult U in het bezit zijn van een Nota inzake de Ruimtelijke Ordening en van de Zeehavennota. Wetsontwerpen tot wijziging van de onteigeningswet en tot invoering van een speculatiewinstbelasting zullen spoedig volgen, evenals een wetsontwerp, dat beoogt door verhoging der motorrijtuigenbelasting de van een goed rijkswegennet te waarborgen. In de loop van deze week zal de Stichting Ontwikkeling en Sanering van het Midden– en Kleinbedrijf tot stand komen, die tot doel heeft de structuur van dit deel van het bedrijfsleven te verbeteren. Op het gebied van landbouw en visserij wordt ter verhoging van de concurrentiekracht een hoge prioriteit verleend aan het structuurbeleid. Van grote betekenis is daarbij, dat de gemeenschappelijke Europese markt haar voltooiing nadert. Dit jaar zullen ongeveer 120.000 woningen gereedkomen. De Regering streeft ernaar dit niveau te handhaven. De achterstand zal dan binnen enkelejaren zijn ingehaald. De Regering wil in het komende jaar een begin maken met de subsidiŽring van verbeteringen van het wegverkeer en het openbaar vervoer in en nabij de steden, alsmede van de bouw van sporthallen. Binnenkort zal U, als een van de maatregelen ter bescherming van de persoonlijke sfeer van de burgers, een wetsontwerp worden aangeboden tot regeling van het telefoongeheim. Een nieuw besluit tot regeling van het buitengewoon lager onderwijs kan eveneens binnenkort worden tegemoet gezien, alsmede de indiening van het ontwerp voor een nieuwe leerplichtwet. De ťťn dezer dagen te installeren Raad van Advies voor het Wetenschapsbeleid beoogt Nederland op het terrein van het onderzoek tot een slagvaardig optreden in staat te stellen. Bij haar beleid op cultureel en maatschappelijk gebied schenkt de Regering bijzondere aandacht aan de jeugdproblematiek. In samenwerking met particuliere organisaties zoekt zij naar oplossingen, die recht doen wedervaren aan het streven naar vernieuwing, dat zich zowel op geestelijk en sociaal als op politiek gebied steeds sterker openbaart. Ook al uit de vernieuwingsdrang zich niet zelden in felle kritiek op gevestigde meningen en instellingen, in een democratische gemeenschap moet deze tot ernstige beginning leiden. De Regering zal daaraan naar vermogen medewerken. Zij wil bevorderen dat de kritische belangstelling, die bij velen voor het openbaar gebeuren bestaat, zich positief kan richten op het vervullen der taken, waarvoor ons volk zich gesteld ziet. Dit zal alleen mogelijk zijn als Gij, leden van de volksvertegenwoordiging, in voortdurend contact met ons volk in al zijn geledingen, daaraan Uw medewerking verleent. Harerzijds wil de Regering, gesteund door een toegewijd ambtenarencorps, in het zittingsjaar dat heden aanvangt, trachten de zojuist aangekondigde plannen te verwerkelijken. Zij vertrouwt daarvoor Uw steun te verkrijgen in een openhartig overleg, dat aan ons volk de betekenis duidelijk zal maken van de grote taken, die wij te zamen moeten volbrengen. Met de bede, dat God ons allen wijsheid en kracht moge schenken bij het verrichten van deze verantwoordelijke arbeid, verklaar ik deze zitting van de Staten-Generaal geopend.  

 

 

Troonrede 21 september 1965

Leden der Staten-Generaal, Met dankbaarheid denken mijn man en ik terug aan de ontvangsten, die wij dit jaar in Uw midden mochten meemaken ter gelegenheid van de verlovingen van onze dochters Beatrix en Margriet. Beatrix en Claus von Amsberg hopen in het komende voorjaar in het huwelijk te treden; een officiŽle datum kan uiteraard pas worden vastgesteld wanneer de Rijkswet, houdende toestemming tot het huwelijk, zal zijn tot stand gekomen. Het ontwerp daartoe wordt U heden aangeboden. Een dergelijk wetsontwerp voor het huwelijk van Margriet met Pieter van Vollenhoven zal U in de loop van dit zittingsjaar bereiken. Het was mij een vreugde, dat Suriname en de Nederlandse Antillen bij de verloving van onze dochter Beatrix door hun ministers-presidenten vertegenwoordigd waren. lk verheug mij op het bezoek, dat ik samen met mijn man aan die landen ga brengen. De vriendschap die de delen van het Koninkrijk op zo gelukkige wijze verenigt, geeft de Regering vertrouwen in de toekomst. In geen land ter wereld is de beschikbare ruimte per inwoner zo gering als in Nederland. Bovendien groeit onze bevolking snel. Hierdoor en door de stijging van de welvaart die nieuwe behoeften schept, zien wij ons voor steeds grotere problemen geplaatst. Deze problemen doen zich in het bijzonder voor op het gebied van de woningvoorziening, het verkeer, het onderwijs, de recreatie en de volksgezondheid. De bouwnijverheid toont gelukkig een voortgaande groei vooral wat de woningbouw betreft. Op grond van de bereikte resultaten acht de Regering het mogelijk en dus noodzakelijk, dat in 1966 de bouw van 125.000 woningen wordt ter hand genomen. Daarmede zal een beslissende fase worden bereikt in de strijd tegen de woningnood. De lange lijst van verkeersslachtoffers herinnert er ons vrijwel dagelijks aan, dat de verkeersonveiligheid krachtig moet worden bestreden. Nu via het rijkswegenfonds voor een reeks van jaren meer middelen ter beschikking komen voor de wegenbouw zal, wanneer bovendien het Ontwerp Wet Uitkeringen Wegen zal zijn aanvaard, de versnelling van de wegenbouw buiten de steden verzekerd zijn. Ook voor de problemen die het verkeer in en nabij de steden oproept, tracht de Regering spoedig oplossingen te vinden. Zij zal vooral nagaan welke bijdrage het openbaar vervoer daarbij kan leveren. De Regering ziet het als haar taak te bevorderen, dat het onderwijs — mede door een verdergaande democratisering — zoveel mogelijk aan de veranderende inzichten en omstandigheden wordt aangepast. Een vernieuwing van de Lager Onderwijswet 1920 zal worden voorbereid. In het thans aanvangende zittingsjaar zal het ontwerp van de Overgangswet voor de Wet Voortgezet Onderwijs worden ingediend. De snelle toeneming van het aantal studenten en de ontwikkeling van het wetenschappelijk onderzoek dwingen de Regering tot een voortvarend wetenschapsbeleid. De Academische Raad zal in 1966 advies uitbrengen over de structuur van het wetenschappelijk onderwijs en met name over de mogelijkheid tot verkorting van de studieduur. Ook op andere terreinen van de cultuur wil de Regering door meer gelden ter beschikking te stellen meer mogelijkheden voor ons volk openen. Zij zal de culturele zelfwerkzaamheid bevorderen en de gelegenheid voor ontwikkeling en ontspanning van jeugdigen en volwassenen verruimen. Nauw verwant hiermede is haar beleid inzake de aankoop van natuurterreinen en de bestrijding van de toenemende verontreiniging van lucht, water en bodem; wettelijke maatregelen worden hiertoe voorbereid. Voorstellen ter verwezenlijking van het voorgenomen beleid inzake onroerend goed zijn eveneens in voorbereiding. Al deze voorzieningen worden mede uit een oogpunt van ruimtclijke ordening gecoŲrdineerd in een doelbewust beleid, dat zowel op wetgevend als op bestuurlijk gebied grote aandacht vraagt. Met deze voorzieningen, gericht op het welzijn van heel ons volk, en met haar plannen tot hervorming en modernisering van ons recht, wil de Regering voor iedere Nederlander de mogelijkheden vergroten om zowel in materieel als geestelijk opzicht tot volle ontplooiing te komen. Dit geldt evenzeer op sociaal-economisch gebied, waar de Regering streeft naar een zo rechtvaardig mogelijke verdeling der bedrijfsresultaten en naar versterking van de plaats van de arbeid in de onderneming. De individuele burger en zijn vrijheid in een goed geordende samenleving staan bij dit alles in het middelpunt. Het is duidelijk, dat de zojuist genoemde voorzieningen, ook wanneer daarbij de noodzakelijke soberheid in acht wordt genomen, een belangrijke verhoging betekenen van de uitgaven van het Rijk. Aan de financiŽn der gemeenten worden daardoor evenzeer hogere eisen gesteld. Reeds was het onontkoombaar dat de uitgaven voor 1965 aanzienlijk sterker stegen dan aanvankeiijk was voorzien. De Regering acht een verdere verhoging voor 1966 alleen verantwoord, indien door een samenstel van maatregelen een inflatoire ontwikkeling van binnenlandse herkomst wordt voorkomen en de verhoogde lasten rechtvaardig worden verdeeld. Zij zal hierop haar beleid richten. De economische ontwikkeling van ons land is in vele opzichten bevredigend. Produktie en uitvoer vertonen een redelijke groei, terwijl een hoog peil van werkgelegenheid wordt gehandhaafd. De betalingsbalans zal dit jaar waarschijnlijk een overschot opleveren. Niettemin geeft het voortduren van de opwaartse druk op de prijzen reden tot zorg. Het prijsbeleid zal daarom krachtig worden voortgezet, zowel ter bevordering van een evenwichtige economische ontwikkeling als ter verdere verhoging van het levenspeil. In samenhang hiermede acht de Regering de totstandkoming van langlopende collectieve arbeidsovereenkomsten van grote betekenis. Zij verwacht, dat de Sociaal-Economische Raad door het uitbrengen van een interimadvies in dit najaar, een bijdrage zal leveren tot een soepele overgang van de huidige naar nieuwe spelregels voor de loonvorming. Teneinde inflatie tegen te gaan wil de Regering de noodzakelijke uitgavenvermeerdering voor een belangrijk deel dekken door belastingmiddelen. Deze zullen zoveel mogelijk op minder noodzakelijke goederen betrekking hebben. De Regering zal voorstellen o.a. de belastingen op alcoholische dranken, tabak, personenauto’s en minerale oliŽn te verhogen. Daarnaast zullen de in 1954 en 1955 ingevoerde vrijstellingen van omzetbelasting voor schoeisel geheel en voor textiel ten dele worden opgeheven. Tenslotte zullen de vennootschapsbelasting en de vermogensbelasting — de laatste tijdelijk — enigszins worden verhoogd. Tegenover deze verhogingen zal een verlichting van de loonen inkomstenbelasting, grotendeels door toekenning van belastingspaarbrieven, worden voorgesteld. Deze verlichting zal leiden tot een aanzienlijke beperking van de stijging van de belastingdruk, vooral voor personen met een laag inkomen. De Regering handhaaft de reeds vastgestelde verlaging van de loon– en inkomstenbelasting per 1 januari 1967 en zal voorstellen doen om met ingang van dezelfde datum de belastingdruk voor ongehuwden te verlichten. In de loop van dit zittingsjaar zal U een nota worden voorgelegd, waarin de grote lijnen van het economisch structuurbeleid zullen worden aangegeven in het perspectief van de te verwachten economische ontwikkeling tot 1970. Reeds thans zij erop gewezen, dat voor de economische groei een verdere verhoging van het kwalitatieve peil van onze industrie nodig is. Dit vereist een versterkte inspanning op het gebied van onderzoek en ontwikkeling. Binnenkort zullen de Kamers worden ingelicht over de maatregelen, die de Regering nodig acht voor de aanpassing van de mijnindustrie en voor de wijziging van de industridle structuur van ZuidLimburg. In overleg met het bedrijfsleven zullen regelingen worden getroffen voor de ontwikkeling en sanering van midden– en kleinbedrijf. Het beleid van de Regering blijft gericht op versterking van de economische positie van de landbouw en de visserij en op verbetering van de levensomstandigheden van de betrokken bevolkingsgroepen. De begroting biedt daarvoor grotere mogelijkheden. Met de invoering per 1 januari 1967 van de arbeidsongeschiktheidsverzekering en van een volksver zekering tegen zware geneeskundige risico’s, streeft de Regering ernaar in de resterende kabinetsperiode tot een voorlopige afronding te komen van het sociale zekerheidsstelsel. De daarvoor nog noodzakelijke wetsvoorstellen zullen zo spoedig mogelijk worden ingediend. De Regering is er zich van bewust, dat onze levensbelangen onverbrekelijk verbonden zijn met de wereldsituatie. De toenemende onderlinge afhankelijkheid der volkeren dwingt tot verdieping van de internationals saamhorigheid. De verschillende vormen van Europese samenwerking, waaronder de Benelux, vervullen daarbij evenzeer een onmisbare functie als het Atlantisch Bondgenootschap. De Regering hoopt vurig, dat de gevechtshandelingen tussen India en Pakistan spoedig tot een einde zullen komen. Zij zal daaraan als lid van de Veiligheidsraad naar vermogen bijdragen. De toestand in Vietnam, waar nog steeds geen oplossing is gevonden, die zowel de vrede als de gerechtigheid kan dienen, blijft zeer zorgelijk. Daar en elders in de wereld zal de Regering haar medewerking geven aan iedere eerlijke poging tot het beslechten of voorkomen van geschillen. Zij steunt het streven om in internationaal overleg de spreiding van atoomwapens tegen te gaan en te komen tot een verantwoorde beperking der bewapening. De waarborging van vrede, vrijheid en veiligheid vereist, dat ons defensiebeleid intussen onverminderd gericht blijft op het leveren van een passend aandeel in het Atlantisch verdedigingsstelsel. De Europese Gemeenschappen maken een kritieke tijd door. De economische integratie van de zes landen wordt in gevaar gebracht door grote tegenstellingen binnen de EEG over de politieke aard en bestemming van de Gemeenschap. Tezamen met andere lid-staten houdt Nederland vast aan de opvatting, dat de opbouw van de Europese Gemeenschappen moet worden voortgezet op supranationale en democratische grondsiagen en dient te worden ingepast in de Atlantische samenwerking. De Regering zal daartoe alle pogingen in het werk stellen, in de hoop dat ook thans de gerezen moeilijkheden overwonnen zullen worden. Leden der Staten-Generaal, Ondanks de vele problemen die nog om een oplossing vragen, is er twintig jaar na de tweede wereldoorlog alle reden tot dankbaarheid, voor de vooruitgang en de welvaart waarin wij ons mogen verheugen.Tegelijkertijd moeten wij echter vaststellen, dat vele landen steeds verder in welvaart bij ons achterblijven. Niet slechts uit politieke noodzaak, maar vooral uit menselijke solidariteit, moeten wij bereid blijven met die landen samen te werken voor hun verdere ontwikkeling en ons daarvoor grotere financiŽle offers en persoonlijke opofferingen getroosten. Zowel binnen als buiten ons Koninkrijk hebben wij dus belangrijke taken te vervullen. De Regering vertrouwt, dat ons gehele volk daartoe wil samenwerken, wanneer Gij, leden van de StatenGeneraal, Uw instemming aan de U voor te leggen plannen kunt geven. Die instemming vraagt de Regering niet alleen omdat de Grondwet haar daartoe verplicht, maar vooral omdat zij een voortdurend en intensief overleg met de volksvertegenwoordiging onmisbaar acht voor het levend houden der democratic. Zij zal er gaarne aan medewerken, dit overleg in grote openheid te voeren. In het komende jaar wacht U wederom een veelzijdige en verantwoordelijke taak. Moge het U gegeven zijn deze taak in het belang van ons Koninkrijk te verrichten met de wijsheid en de voortvarendheid, die onze tijd eist. Met de bede, dat God Uw arbeid en ons volk moge zegenen, verklaar ik deze zitting van de Staten-Generaal geopend.  

 

 

Troonrede 15 september 1964

Leden der Staten-Generaal, In mei 1965 zal het twintig jaar geleden zijn, dat Nederland werd bevrijd. Veel van hetgeen gedurende vijf zware oorlogsjaren was vernield of beschadigd, is in deze periode hersteld. Dank zij gezamenlijke inspanning en groeiende welvaart werden belangrijke vernieuwingen tot stand gebracht. Het geestelijke en culturele leven kregen weer ruime kansen tot ontplooiing. Zij die de jaren voor de tweede wereldoorlog hebben gekend, zullen soms terugdenken aan die moeilijke tijd, toen maar weinig mogelijk was van wat nu werkelijkheid is geworden. Grootse plannen zijn in alle sectoren van het maatschappelijk leven verwezenlijkt of nog in uitvoering. De plaats van ons Rijk temidden van de volkeren en de verhoudingen binnen het Koninkrijk verschillen in belangrijke mate van die van voor de oorlog. Bij na tien jaar geleden werd in het Koninkrijk een nieuwe rechtsorde gevestigd. De beginselen die daaraan ten grondslag liggen, hebben hun waarde bewezen. Met BelgiŽ en Luxemburg kwam een nauwe samenwerking tot stand. Opgenomen in het Atlantisch bondgenootschap zien wij uit naar de niet slechts economische — eenwording van Europa; een eenwording volgens democratische beginselen, van een Europa dat meer omvat dan de zes landen die thans reeds verenigd zijn in de Europese Gemeenschappen. Het Atlantisch verdedigingsstelsel blijft voor het behoud van onze vrijheid en de wereldvrede onmisbaar. Het is noodzakelijk, dat tussen de Atlantische samenwerking en de Europese integratie een nauw verband wordt bewaard. De Regering zal zich ook in het komende jaar inspannen voor de voltooiing en de uitbreiding van de Gemeenschappelijke Markt en voor de versterking van de structuur van de Europese Gemeenschappen. Vergroting der bevoegdheden van het Europees Parlement acht zij noodzakelijk. Op verscheidene terreinen wordt in de Europese Economische Gemeenschap voortgang gemaakt met de ontwikkeling van een gecoŲrdineerd of gemeenschappelijk beleid, ondanks tegenstellingen tussen de deelnemende landen. De voorbereiding van het gemeenschappelijke vervoerbeleid stuit op moeilijkheden. Tot dusver heeft het Nederlandse standpunt nog onvoldoende instemming gevonden. De Regering zal waken voor de belangen die hier niet slechts voor Nederland maar ook voor de Gemeenschap als geheel op het spel staan. Bij de voorbereiding van de gemeenschappelijke handelspolitiek zal de Regering vooral pleiten voor verdere vrijmaking van de internationale handel. Grote waarde hecht zij aan het welslagen van de onderhandelingen over een algemene vermindering van invoerrechten en andere handelsbelemmeringen. In deze zogenaamde ‘Kennedy-ronde’ zal zij ijveren voor een positief optreden van de Europese Gemeenschap. Het is verheugend, dat in het internationale overleg de problemen van de ontwikkelingslanden steeds meer aandacht krijgen. De wereldhandelsconferentie heeft uitdrukking gegeven aan het groeiende inzicht, dat er een directe relatie bestaat tussen ontwikkeling en handel; een inzicht dat ook aan het Nederlandse ontwikkelingsbeleid ten goede zal komen. Aan het bilaterale element in de hulpverlening zal enige uitbreiding worden gegeven; activiteiten van het bedrijfsleven in bepaalde ontwikkelingslanden kunnen daardoor worden gestimuleerd. Onverminderd blijft het beleid gericht op vergroting van de ontwikkelingshulp en een meer doelmatige aanwending van de hiervoor beschikbare middelen. Het verheugt de Regering, dat een betere verstandhouding met IndonesiŽ tot stand kwam. Een geleidelijke uitbreiding der culturele en economische samenwerking alsmede van de technische hulpverlening ligt in het verschiet. Het sociaal-economische beleid der Regering is thans bovenal gericht op het bereiken van ontspanning op de arbeidsmarkt, het herstel van het evenwicht op de betalingsbalans en het voorkomen van nieuwe kostenstijgingen. De vraag naar arbeidskrachten overtreft reeds gedurende enige jaren in belangrijke mate het aanbod; een verschijnsel dat zich in de Europese Economische Gemeenschap vrij algemeen voordoet. Mede als gevolg van de omvangrijke loonsverhogingen aan het begin van dit jaar namen de bestedingen krachtig toe. Dit heeft geleid tot een groot tekort op de betalingsbalans en tot een opwaartse druk op de prijzen. Indien deze inflatoire ontwikkelingen voortduren, gaan zij ernstig gevaar opleveren voor het groeitempo van onze economie op langere termijn. Om de genoemde doeistellingen te verwezenlijken zal het naar het oordeel van de Regering noodzakelijk zijn, dat de stijging van de nationals bestedingen in belangrijke mate achterblijft bij die van de produktie. Naast de verdere doorwerking van de beperkende maatregelen die de Regering reeds heeft genomen, draagt ook de toenemende schaarste aan middelen op de geld– en kapitaalmarkt tot deze aanpassing bij. De invloed hiervan op de investeringen wordt thans merkbaar. De Regering acht het echter ongewenst, dat het evenwicht te eenzijdig langs monetaire weg wordt afgedwongen. Om deze reden is de rijksbegroting voor 1965 zodanig opgesteld, dat van de rijksfinanciŽn een remmende werking op de conjunctuur uitgaat. De uitgaven van de lagere overheid mogen eveneens maar in beperkte mate toenemen. Ook voor het particulier verbruik is matiging geboden. Met het oog hierop en om nieuwe kostenverhogingen zoveel mogelijk te voorkomen, zal een loonstijging in het komende jaar binnen nauwe grenzen moeten blijven. Voortzetting van het prijsbeleid is mede daarom noodzakelijk. De Regering zal het toejuichen, wanneer door toepassing van bestaande vormen van winstdeling — niet leidend tot bestedingsverruiming doch gericht op bezitsvorming de welvaart der werknemers bevorderd kan worden.In deze opzet past de voorwaarde die gesteld is ten aanzien van het tijdstip van de invoering van de voorgenomen belastingverlaging. In deze opzet past eveneens de wijze van financiering van de optrekking tot een sociaal minimum van de uitkeringen krachtens de Algemene Ouderdomswet en de Algemene Weduwen– en Wezenwet. Aan de voorbereiding van verdere wettelijke maatregelen die samenhangen met de invoering van de arbeidsongeschiktheidsverzekering wordt met kracht gearbeid. De Regering blijft streven naar de totstandkoming van een volksverzekering voor zware geneeskundige risico’s, die — vooral door haar bredere financiŽle grondslag — aan de gezondheidszorg een nieuw perspectief zal kunnen geven. Een nota over bet beleid inzake de volksgezondheid is in voorbereiding. De Regering zal aan de Sociaal-Economische Raad advies vragen omtrent het vraagstuk der verdeling van de vermogensaanwas in de onderneming. Eveneens zal zij aan de Raad nader advies vragen omtrent een aantal beleidsvragen op het terrein van de publiekrechtelijke bedrijfsorganisatie en ondernemingsraden. Ter versterking van de positie van het midden– en kleinbedrijf zal het beleid mede gaan omvatten de subsididring der individuele voorlichting. In de landbouw voltrekken zich ingrijpende structurele wijzigingen, die een grote inspanning van het agrarisch bedrijfsleven vergen. De Regering zal deze ontwikkeling met een veelomvattend structuurbeleid blijven ondersteunen.De Regering heeft maatregelen in overweging ter versterking van de concurrentiekracht van de visserij. De bouwnijverheid vertoont een verheugende expansie. De Regering blijft, binnen de eisen door de sociaal-economische omstandigheden gesteld, streven naar een verdere opvoering van de produktie, in het bijzonder die van woningen. Bij het thans bereikte produktiepeil moet het mogelijk worden geacht, dat in 1964 meer dan 95.000 woningen gereed komen. Voor 1965 zal het beleid gericht zijn op het in uitvoering nemen van 95.000 tot 100.000 woningen, afgezien van de zogenaamde vrijetijdsbouw. Rationalisatie en industrialisatie van de woningbouw, alsmede continuÔteit in de produktie, zullen worden bevorderd. Zowel om economische redenen als uit een oogpunt van verkeersveiligheid is het nodig de vernieuwing en uitbreiding van het rijkswegennet te versnellen. Voor de periode van 1965 tot en met 1970 heeft de Regering hiervoor een programmer opgesteld. Financiering zal voor het grootste gedeelte plaats vinden uit de algemene middelen. Om het gewenste tempo in de uitvoering te bereiken zullen door de weggebruikers extra gelden moeten worden opgebracht. Ter verzekering van de continuiteit zal voor de financiering een rijkswegenfonds worden ingesteld. Een daartoe strekkend wetsontwerp zal U eerdaags worden aangeboden. Voor het ruimtelijke ordeningsbeleid is de steeds verdergaande verstedelijking van ons land een centraal vraagstuk geworden. De Regering ziet het als haar taak tot nieuwe activiteiten te inspireren en medewerking te verlenen aan het zoeken van op de toekomst berekende oplossingen. Bij de vernieuwing van het privaatrecht neemt het ondernemingsrecht een belangrijke plaats in. Na kennisneming van het in het najaar te verwachten rapport van de commissie, voor dit onderwerp ingesteld, zal de Regering haar standpunt bepalen. Wettelijke maatregelen worden voorbereid tot afschaffing van het preventieve overheidstoezicht op verenigingen. De Regering acht een gedachtenwisseling in brede kring over een herziening van de Grondwet van belang. Zij zal daarom de publikatie van een proeve van een nieuwe Grondwet bevorderen. De belangrijke plaats van de wetenschap in de maatschappij van heden en haar betekenis voor het toekomstig welzijn van ons volk maken het gewenst het gebruik van de beperkte mogelijkheden beter te coŲrdineren. De Regering wil daarom overgaan tot instelling van een Raad voor het Wetenschapsbeleid. Een wetsontwerp terzake zal U binnenkort bereiken. De eerste fase van de werkzaamheden voor de invoering van de wet op het voortgezet onderwijs kon binnen het gestelde schema ten uitvoer worden gebracht. De Regering vertrouwt, dat in het komende jaar het overleg over de uitvoeringsmaatregelen tot een voorlopige afronding kan komen. Na de verschijning van het rapport der Pacificatiecommissie over de bezetting van het tweede televisienet zal op korte termijn een ontwerp van een nieuwe omroepwet aan U worden voorgelegd. De Regering staat op het standpunt, dat voor de toelating tot het omroepbestel en ten behoeve van de verscheidenheid der programma’s de nieuwe technische mogelijkheden zoveel mogelijk dienen te worden benut. Zij streeft ernaar spoedig een oplossing te vinden voor het vraagstuk van de reclame in radio en televisie. Indien de gunstige proefresultaten worden bevestigd zal een aanvang worden gemaakt met de invoering van een landelijk centraal antennesysteem. Moge God U, leden van de Staten-Generaal, in het komende parlementaire jaar de wijsheid en de kracht schenken om in vruchtbare samenwerking met de Regering die beslissingen te nemen, die ons Koninkrijk tot zegen strekken. lk verklaar thans de gewone zitting der Staten-Generaal voor geopend  

 

 

Troonrede 17 september 1963

Leden der Staten-Generaal, In deze tijd van dynamische ontwikkeling groei het bewustzijn van onderlinge afhankelijkheid en neemt ook het verlangen naar samenwerking toe In dit bewustzijn en in dit verlangen vindt het streven naar vereniging van de vrije Europese lande zijn uitgangspunt. Het is voor ons Koninkrijk van veel belang, dat hetgeen in de Verdragen van Rome en van Parijs is neergelegd in zijn geheel wordt verwezenlijkt. De opvatting van de Regering is steeds geweest, dat deze verdragen de totstandkoming beogen van een open en democratische Europese gemeenschap een gemeenschap, die niet een verdelende, maar een verenigende functie moet hebben. Slechts een op brede en hechte basis georganiseerd Europa zal in staat zijn op voet van gelijkwaardigheid samen te werken met de bondgenoten aan de andere zijde van de oceaan. In Atlantisch verband kunnen wij vruchtbaar blijven werken aan het behoud van de vrijheid, de groei van de Westerse samenleving en de ontwikkeling van de constructieve krachten in de wereld. Het stemt tot voldoening, dat inmiddels vele landen het Verdrag tot stopzetting van bovengrondse kernproeven hebben ondertekend. Het voorstel tot goedkeuring van dit verdrag, dat tot vermindering van de internationale spanningen kan leiden, zal U weldra bereiken. Ondanks deze mogelijkheid tot ontspanning blijft het defensiebeleid er onverminderd op gericht naar ons beste vermogen een aandeel te leveren tot de gezamenlijke verdediging in Atlantisch verband. De Regering zal het hare ertoe bijdragen om de tariefonderhandelingen, die het volgend jaar te GenŤve zullen plaats vinden, te doen slagen. Deze onderhandelingen, waarbij ook de internationale problemen van de landbouw zijn betrokken, zullen naar zij hoopt een nieuwe fase in de ontwikkeling van het internationale handelsverkeer inluiden. Zowel tijdens de tariefonderhandelingen als tijdens de Wereldhandelsconferentie, die eveneens het volgend jaar zal plaats vinden, verdienen de problemen van de ontwikkelingslanden bijzondere aandacht. Vermindering van de belemmeringen in het handelsverkeer met die landen moet daarbij voorop staan. Het economische leven in de ontwikkelingslanden moet voorts een bredere grondslag verkrijgen, opdat zij in staat geraken op eigen kracht hun welvaart te verhogen. De thans helaas nog toenemende welvaartsverschillen in de wereld maken het des te noodzakelijker op ruime schaal financiŽle en technische hulp te bieden. De Regering streeft naar een evenwichtig programma van hulpverlening binnen het Koninkrijk en daarbuiten in verscheidene bilaterale en multilaterale vormen. Het verheugt de Regering, dat de betrekkingen tot IndonesiŽ belangrijk zijn verbeterd. Nu de eerste stappen zijn gezet naar normalisering van het handelsverkeer, heeft zij goede hoop, dat dit zich geleidelijk zal ontplooien. De samenwerking in Benelux-verband acht de Regering van des te meer betekenis, nu de internationale betrekkingen zoveel hechter worden. Het verdrag inzake een verbeterde Schelde-Rijnverbinding, dat voor de verhouding van ons land tot BeigiŽ zo belangrijk is, zal U ter goedkeuring worden voorgelegd. De Regering is ervan overtuigd, dat de goede verstandhouding binnen het Koninkrijk der Nederlanden zal worden bestendigd. De Koninkrijksgedachte moge daarbij ook komend jaar weder onze drie landen bezielen. Het sociaal-economische beleid richt zich zowel op een zo krachtig mogelijke en evenwichtige groei van de economic op lange termijn als op de beheersing van de conjunctuur. Ten behoeve,van de economische ontwikkeling zal in samenwerking met het bedrijfsleven een onderzoek worden ingesteld naar de vooruitzichten op middellange termijn voor onze volkshuishouding als geheel en voor verschillende sectoren afzonderlijk. Daarbij zal rekening worden gehouden met de wijze waarop de commissie van de Europese Economische Gemeenschap zich een dergelijk onderzoek in Europees verband heeft gedacht. Mede ten gevolge van een bijzondere verhoging van de landbouwuitgaven zal de Rijksbegroting voor 1964 een grotere toeneming van de uitgaven vertonen dan past bij het door het Kabinet als grondslag aanvaarde financiŽle beleid. Dit beleid is erop gericht, de stijging van de uitgaven in de periode tot en met 1967 als geheel genomen, achter te doen blijven bij de groei van het nationale inkomen. Uit een oogpunt van conjunctuurbeÔnvloeding voldoet de begroting aan de eisen die daaraan moeten worden gesteld. Een ontwerp voor een nieuwe Comptabiliteitswet zal U deze zittingsperiode wordcn aangeboden. De Regering vertrouwt, dat het georganiseerde bedrijfsleven, dat in eerste instantie verantwoordelijk is voor het loonbeleid, de loonkostenstijging voor 1964 binnen aanvaardbare grenzen zal houden. Naar haar mening worden die grenzen primair bepaald door de macro-economische produktiviteitsontwikkeling, maar daarnaast acht zij van grote betekenis het verband tussen de loonontwikkeling en het prijspeil, het investeringsniveau en de concurrentiepositie ten opzichte van het buitenland. Intussen is de Regering met zorg vervuld over een aantal met de zeer krappe arbeidsmarkt samenhangende verschijnselen die een ernstige inbreuk maken op een verantwoorde loonvorming. Zij zal in nauw overleg met het georganiseerde bedrijfsleven dit vraagstuk onder ogen zien. Gelet op de aanhoudende spanning in de conjunctuur en de opwaartse druk op de prijzen zal de Regering een krachtig prijsbeleid blijven voeren. Zij ziet ook dit in nauw verband met een verantwoord loonbeleid. Voorts zal zij een juiste prijsvorming door een actief mededingingsbeleid bevorderen. De grote zorg, die de Regering draagt voor de sociaal en economisch zwakken van onze samenleving, brengt mede, dat zij in het geheel van haar beleid een voorname plaats toekent aan de verhoging tot een sociaal minimuum van de uitkeringen krachtens de algemene ouderdomsvoorziening. Voorstellen terzake zal zij spoedig na ontvangst van het advies van de Sociaal-Economische Raad uitwerken. Nadat het Georganiseerd overleg in ambtenarenzaken het beraad over een nieuwe pensioenwet heeft beeÔndigd, zal de Regering een desbetreffend wetsontwerp indienen. Met het indienen van een voorstel tot uitbreiding van de werkingssfeer van de Interimwet invaliditeitsrentetrekkers beoogt de Regering een verdere verbetering van de voorzieningen ten behoeve van de gehandicapten. Een wetsvoorstel om de inkomensgrens in de Algemene kinderbijslagwet te doen vervallen, zal U binnenkort bereiken. De Regering acht de publiekrechtelijke bedrijfsorganisatie een belangrijk instrument om ondernemers en werknemers gezamenlijk een grotere verantwoordelijkheid te geven voor de gang van zaken in het bedrijfsleven. Zij ziet met belangstelling het advies van de Sociaal-Economische Raad over de herziening van de Wet op de bedrijfsorganisatie tegemoet. In een tijd, waarin de toenemende industrialisatie en verstedelijking van ons dichtbevolkte land de gevaren van de mens in zijn levensmilieu doen stijgen, worden hoge eisen gesteld aan het beleid op het gebied van de volksgezondheid. De Regering hoopt, dat de Ziekenfondswet en de Wet op de ziekenhuistarieven in de komende zittingsperiode tot stand zullen komen. De zorg voor de geestelijk zieken zal haar bijzondere aandacht hebben. Het ligt in het voornemen de Algemene bijstandswet op 1 januari 1965 in werking te doen treden. Voorts is in voorbereiding een nieuwe regeling van het consumptieve geldkrediet. In de loop van het zittingsjaar zal een ontwerp-Woonwagenwet worden ingediend, waarmede de aanpassing van de woonwagenbevolking aan de gevestigde samenleving wordt beoogd. In de regeringsverklaring van 31 juli is uiteengezet van hoeveel belang de Regering de opheffing van de woningnood acht. Aan de bestrijding van dit maatschappelijke euvel heeft zij de hoogste prioriteit toegekend. Daarvoor zal zo nodig inbreuk worden gemaakt op de norm, die voor de toelaatbare stijging van de uitgaven is aanvaard. De regering wil door een samenstel van maatregelen de produktiviteit en de totale produktie van de bouwnijverheid opvoeren. Eťn van deze maatregelen is de bevordering van de continuiteit in deze bedrijfstak. Een nota over dit beleid zal zij spoedig indienen. Het overleg met het bedrijfsleven is inmiddels ver gevorderd. Alles zal in het werk worden gesteld, boven het in het bouwprogramma vermelde totaal van 9o.ooo woningen uit te komen. De Regering zal blijven streven zowel naar ontplooiing van het Europese landbouwbeleid als naar verhoging van de rentabiliteit van de Nederlandse landbouw. Ter tegemoetkoming in de moeilijke omstandigheden, waarin vooral de veehouderij en het gemengde bedrijf verkeren, wil de Regering, mede door een hogere bijdrage uit de Rijksmiddelen, de uitkomsten van de melkveehouderij trachten te verbeteren. Structurele aanpassing van de landbouw is noodzakelijk. Het Ontwikkelings– en saneringsfonds zal daarvoor een waardevol hulpmiddel zijn. In de begroting zijn voorts meer middelen dan voorheen aangevraagd voor de ruilverkaveling en andere cultuurtechnische werken. De Regering is voornemens de verschillende vraagstukken, die verband houden met de ruimtelijke ordening, sterker te coŲrdineren en in te passen in ťťn beleidspatroon. De Regering is verontrust over het toenemen van het aantal verkeersongelukken. Zij zal verdere maatregelen treffen ter verhoging van de verkeersveiligheid. De handhaving en de vernieuwing van het recht nemen een belangrijke plaats in het regeringsbeleid in. In het komende zittingsjaar zullen wetsontwerpen worden ingediend met betrekking tot het verbintenissenrecht en onderdelen van het burgerlijk procesrecht. De Regering acht de voorgestelde vernieuwing van de regelen omtrent de rechtspositie van vrcemdelingen van veel belang. Het aandeel der lagere organen in het geheel van de landelijke ontwikkeling is van grote betekenis, omdat daardoor het eigen karakter van de provincie en de gemeente tot zijn recht komt. De Regering hoopt daarom, dat spoedig de wetsontwerpen tot verruiming van het gemeentelijk belastinggebied en wijziging van de Gemeentewet met betrekking tot de binnengemeentelijke decentralisatie zullen worden behandeld. Er bestaat een wisselwerking tussen de toeneming van de materidle welvaart en de geestelijke en culturele ontplooiing van ons volk. Biedt immers de welvaartsstijging ruimere mogelijkheden tot ontwikkeling van onderwijs en cultuur, zij stelt er tegelijkertijd ook nieuwe eisen aan. Het snel veranderende wereldbeeld dwingt meer nog dan in het verleden er zorg voor te dragen, dat onze jeugd in het gezin, op de school en daarbuiten terdege wordt voorbereid op de taken waarvoor zij zich gesteld zal zien. Een goed onderwijssysteem is zowel voor de opvoeding van dejeugd, als voor de krachtige groei van onze volkshuishouding noodzakelijk. Om deze redenen zal de Regering de uitbreiding van de instellingen voor wetenschapelijk onderwijs en onderzoek krachtig bevorderen. Zij zal zowel voortwerken aan de vernieuwing van ons onderwijsbestel, als de nodige zorg besteden aan de vorming buiten schoolverband. Daarnaast acht zij ook voor de volwassenen — een doelbewuste bevordering harerzijds van de sport, evenals van alle andere vormen van actieve vrijetijdsbesteding, een taak van groot gewicht. Vele problemen vragen een oplossing en velerlei doeleinden dienen te worden nagestreefd. De mogelijkheden zijn evenwel beperkt, zodat steeds met wijsheid een keuze zal moeten worden gedaan. De door de Tweede Kamer beoogde verandering in de procedure van de begrotingsbehandeling, waartoe dit jaar wederom een proef zal worden genomen, kan mettertijd het overleg over deze keuze verbeteren. De Regering heeft het vertrouwen, in gemeen overleg met de Staten-Generaal, in het thans aanvangende parlementaire jaar een vruchtbaar beleid te kunnen voeren. Ik wens U voldoening toe bij de vervulling van Uw verantwoordelijke en vee1omvattende taak. Dat Gods zegen op Uw arbeid ruste! Met deze bede verklaar ik de gewone zitting der Staten-Generaal voor geopend.  

 

 

Troonrede 18 september 1962

Leden der Staten-Generaal, Aan het einde van het afgesloten parlementaire jaar zijn met betrekking tot Westelijk Nieuw-Guinea ingrijpende beslissingen genomen; ingrijpend voor ons Koninkrijk, ingrijpend ook voor de Papoea’s, die een eigen plaats in onze belangstelling hebben verworven. In eerbied gedenken wij allen, die in de vervulling van hun plicht het offer van hun leven brachten. Met erkentelijkheid maakt de Regering melding van de plichtsbetrachting en toewijding van hen, die in Nieuw-Guinea onder moeilijke omstandigheden hun taak verricht hebben. De Regering hoopt, dat de toekomst der Papoea’s, waarvoor de Verenigde Naties verantwoordelijkheid hebben aanvaard, voorspoedig zal zijn. Niet naar het verleden maar naar de toekomst moet onze blik gericht zijn. Belangrijke internationale ontwikkelingen eisen onze aandacht op. De sterke onderlinge afhankelijkheid der volken vindt uitdrukking in vele vormen van internationale samenwerking, waarbij ook ons land in toenemende mate wordt betrokken. Grote waarde hecht de Regering aan de programma’s van de Verenigde Naties voor gemeenschappelijke hulpverlening aan landen waar de welvaartsontwikkeling achterblijft. Zij wil naar vermogen bijdragen tot de economische en maatschappelijke ontwikkeling van deze gebieden. De noodzaak voor het Westen, om een krachtige staat van militaire verdediging te handhaven en zich daarvoor aanzienlijke offers te getroosten, blijft helaas onverminderd bestaan. De politieke en militaire samenwerking in het Atlantisch Bondgenootschap acht de Regering daarom voor ons land van het grootste belang. Even belangrijk acht zij een uitbreiding en verdieping van deze samenwerking op economisch gebied; daardoor zal een evenwichtige economische groei niet slechts in Europa, maar in de vrije wereld in haar geheel bevorderd worden. De uitvoering van de verdragen betreffende de Europese Gemeenschappen blijft alle inspanning vergen. De grondslagen van deze verdragen mogen niet worden aangetast. Van groot belang acht de Regering het, dat vooral het Verenigd Koninkrijk maar ook andere staten zullen toetreden tot deze gemeenschappen en dat met daarvoor in aanmerking komende landen, die niet een volledig lidmaatschap kunnen aangaan, associatie-overeenkomsten worden gesloten. De politieke samenwerking zal naar de mening der Regering zoveel mogelijk moeten aansluiten op de bestaande vormen van samenwerking. De resultaten van de onderhandelingen over het toetreden van het Verenigd Koninkrijk tot de Europese Gemeenschappen zullen van grote invloed zijn op het bereiken van overeenstemming tussen alle betrokken Regeringen over de hoofdlijnen van een toekomstige politieke unie. De samenwerking in de Benelux is op economisch en politiek gebied wederom zeer waardevol gebleken. Met de meeste landen buiten Europa onderhoudt de Regering eveneens vriendschappelijke betrekkingen. Voor wat betreft de verhouding met IndonesiŽ staat zij geheel open voor een verbetering. De Regering vermeldt gaarne de vele goede betrekkingen tussen de drie landen van ons Koninkrijk. Gezien de inspanning, die Suriname en de Nederlandse Antillen zich getroosten voor hun economische en sociale ontwikkeling, stemt het tot verheugenis, dat de associatie met de Europese Economische Gemeenschap voor Suriname tot stand kwam. Verwacht mag worden, dat ook de associatie van de Nederlandse Antillen binnen afzienbare tijd een feit zal zijn. De economische bedrijvigheid in ons land handhaaft zich nog steeds op hoog niveau. Het groei-tempo van de produktie is de laatste jaren evenwel enigermate vertraagd door het bereiken van de capaciteitsgrenzen, waarbij de verkorting van de arbeidstijd een belangrijke rol heeft gespeeld. De toestand van volledige bezetting van het produktie-apparaat, minimale werkloosheid en een geleidelijke toeneming van de welvaart zijn verheugend, temeer daar overbesteding ditmaal kon worden vermeden. Waakzaamheid blijft echter vereist voor de handhaving van het evenwicht tussen middelen en bestedingen. Het betalingsbalanssaldo op lopende rekening, hoewel nog steeds positief, zal dit jaar waarschijnlijk enigszins beneden het bedrag liggen, dat structureel noodzakelijk wordt geacht. Het prijsniveau, dat tot nu toe een betrekkelijke stabiliteit heeft vertoond, staat onder een toenemende druk. De Rijksbegroting, die U heden wordt aangeboden, voldoet aan de richtlijnen, die de Regering enige jaren geleden heeft vastgesteld voor de begrotingsontwikkeling op langere termijn. Het tekort is groter dan voor 1962 was geraamd. Dit houdt verband met het feit dat de opbrengsten van de belastingen beneden de ramingen blijven. Voor de dekking van het tekort zullen naar verwachting voldoende langlopende financieringsmogelijkheden ter beschikking staan. Ook voor de particuliere bestedingen blijft beperking van de toeneming noodzakelijk. In dit verband moet de stijging van de arbeidskosten, die voortvloeit uit het verschil tussen loon– en produktiviteitsstijging, genoemd worden. De ontwikkeling heeft geleid tot een op zichzelf verheugende verschuiving ten gunste van de inkomens der loontrekkenden. Een verdere stijging van de arbeidskosten zal echter onvermijdelijk prijsstijging en verzwakking van de Nederlandse concurrentiepositie ten gevolge hebben; op den duur kan de werkgelegenheid hierdoor in gevaar komen. De Regering heeft hierin aanleiding gevonden met de Stichting van de Arbeid in overleg te treden. Zij zal aan de Sociaal-Economische Raad advies vra gen over de begrenzing van de stijging der loonkosten in 1963. De zorg voor beheersing van de conjunctuur mag Uw aandacht niet van de structurele problemen afleiden. Een krachtige groei van onze volkshuishouding alsmede de internationale concurrentie vereisen versterking van onze economische structuur. In de Achtste Industrialisatienota, die U in de loop van dit zittingsjaar zal bereiken, wordthierop nader ingegaan. De resultaten van het kernenergie– en het ruimte-onderzoek, alsmede de aardgasvondsten in het Noorden des lands, zullen voor de genoemde versterking van onze economische structuur een welkome bijdrage zijn. De Regering is verheugd, dat het met Uw medewerking mogelijk is gebleken in het afgelopenjaar een aantal sociale verbeteringen tot stand te brengen. Wanneer de ontwerp-interimregeling voor invaliditeits-rentetrekkers, die ertoe strekt een belangrijke verbetering in de positie van deze groep te brengen, door U zal zijn aanvaard, zullen vele vraagstukken, waarvoor de Regering zich in haar sociaal beleid op korte termijn gesteld zag, tot oplossing zijn gebracht. Intussen biijven ook, op langere termijn gezien, belangrijke sociale vraagstukken de aandacht opeisen. De Regering denkt hierbij aan de definitieve vorm der oudedagsverzekering, de definitieve sociale voorziening voor gehandicapten en een regeling voor de dekking van zware geneeskundige risico’s. Zij heeft deze problemen in onderling verband voorgelegd aan de Sociaal-Economische Raad; daarbij is de vraag gesteld welke prioriteitsbepaling wenselijk is, rekening houdende met wat overigens in onze economie verwezenlijkt moet worden. Tot de genoemde belangrijke vraagstukken behoort ook de wijze van loonvorming. De Regering heeft het desbetreffende advies van de Sociaal-Economische Raad in overweging genomen. Zij onderzoekt, in hoeverre het met handhaving van haar eigen verantwoordelijkheid mogelijk is, het georganiseerde bedrijfsleven een beter passende verantwoordelijkheid bij de loonvorming te geven. Voor de landbouw is van grote betekenis, dat de gemeenschappelijke Europese markt op agrarisch gebied gestalte krijgt. Daardoor openen zich nieuwe vooruitzichten, al wordt ook de concurrentie verzwaard. Het agrarisch bedrijfsleven staat thans voor de taak, verhoging van produktiviteit en kwaliteit tot stand te brengen. De Regering zal dit streven krachtig steunen o.a. door verbetering van de produktie-omstandigheden. Ook in de zeevisserij voltrekken zich veranderingen, die op langere termijn gezien van betekenis zijn; o.a. nemen de mogelijkheden tot deelneming aan de verre-visserij toe. De woningvoorziening, die voor vele gezinnen nog grote problemen schept, blijft een onderwerp van voortdurende zorg. De snelle groei der bevolking en de noodzaak tot vervanging van krotwoningen doen de behoefte aan woonruimte groot blijven. Daarom moet ook voor 1963 rekening worden gehouden met het in aanbouw nemen van go ooo woningen. De verhouding van de bouwkosten tot het inkomen van de meeste woningzoekenden is zodanig, dat het Rijk in de meeste gevallen financiŽle steun zal moeten blijven verlenen. De woningbouw zal beslag leggen op meer dan de helft van de aanwezige bouwcapaciteit. Aangezien ook de behoefte aan andere gebouwen onverminderd blijft bestaan, zal ook in 1963 een stringent goedkeuringsbeleid noodzakelijk blijven. Het beleid van de Regering blijft niet alleen gericht op het scheppen van betere mogelijkheden voor ieders materiŽle welzijn, maar ook op een evenwichtige sociale opbouw van de maatschappij en op de bevordering van een zo ruim mogelijke spreiding van verantwoordelijkheid. Zo hebben de bezitsvorming, de publiekrechtelijke bedrijfsorganisatie en het zelfstandige midden– en kleinbedrijf haar onverminderde aandacht, hetgeen mede in de wetgevende arbeid in het komende zittingsjaar tot uiting zal worden gebracht. De Regering blijft de zorg voor onderwijs, wetenschap en cultuur als een der belangrijkste onderdelen zien van haar beleid. Zij stelt voor, dit jaar wederom een groter deel van de rijksbegroting te bestemmen voor scholing en vorming van onze jonge generatie en voor deelneming van steeds breder lagen van de bevolking aan uitingen van cultuur. De Regering houdt het oog gericht op de mogelijkheden voor vrijetijdsbesteding en denkt hierbij speciaal aan voorzieningen op het gebied van de openluchtrecreatie, waaraan in ons dichtbevolkte land zo’n grote behoefte bestaat. De snelle ontwikkelling op velerlei gebied brengt in onze samenleving ingrijpende veranderingen te weeg. De Regering tracht waar nodig aanpassing in het persoonlijk en gemeenschapsleven te bevorderen. Een omvangrijk wetgevend programma zult U ook komend zittingsjaar te behandelen krijgen: in de eerste plaats de reeds ingediende ontwerpen, zoals die voor de herziening van de algemene delen van het Burgerlijk Wetboek, de wet beroep administratieve beschikkingen, de algemene bijstandswet, de ziekenfondswet, de kernenergiewet, de regeling van het voortgezet onderwijs en de instelling van een openbaar lichaam voor het gebied van de Rijnmond, en voorts enkele belangrijke ontwerpen van wet op het gebied der belastingen. Daarnaast zullen U nog enkele nieuwe wetsontwerpen bereiken, waaronder die ter herziening der Grondwet, de goedkeuring van twee internationale conventies inzake ruimte-onderzoek, de algemene premiespaarwet en de vreemdelingenwet. Enkele beleidsnota’s zullen U eveneens tot een gedachtenwisseling met de Regering aanleiding kunnen geven. Reeds ontving U o.a. een nota over de reclametelevisie, over het in exploitatie nemen van de aardgasvondsten en over hulp aan minder ontwikkelde gebieden. Heden bereikt U een nota over het toerisme in Nederland. Van jaar op jaar vereist de behandeling der begroting meer tijd en aandacht van de Staten-Generaal en de Regering. Daardoor dreigen andere werkzaamheden verdrongen te worden. De Regering volgt daarom met veel belangstelling de gedachtenvorming en de experimenten in Uw midden, om tot een verbetering van de werkzaamheden der Kamers te komen. De Regering zal het initiatief nemen voor een nationale herdenking van de herrijzenis van onze Staat in 1813. Een comitť zal worden opgericht, dat onder voorzitterschap van onze dochter Beatrix zal staan. De Regering verwacht, dat in plaatselijke en verenigingsverbanden daarbij aansluitende initiatieven zullen worden ontwikkeld. In het komende zittingsjaar wordt van U weer veel werk en inspanning vereist. Moge het U gegeven zijn in onderling goede verstandhouding en in samenwerking met de Regering vruchtbaar werkzaam te wezen ten nutte van ons land en ons Koninkrijk. Met de bede, dat Gods zegen op U en Uw werk moge rusten, verklaar Ik thans de gewone zitting der Staten-Generaal voor geopend.  

 

 

Troonrede 19 september 1961

Leden der Staten-Generaal, De ontwikkeling van de internationale situatie is verontrustend. De door de communistische politiek kunstmatig opgewekte Berlijnse crisis kan zich nog verder toespitsen. De bereidheid van de Westelijke mogendheden om tot een vreedzame oplossing van het geschil te komen, mag niet aldus worden verstaan, als zouden concessies kunnen worden bedongen, die wezenlijke waarden in gevaar brengen. De Atlantische bondgenoten zijn eensgezind in hun overtuiging, dat vastberaden weerstand moet worden geboden aan elke poging tot het afdwingen van zodanige concessies. Een hechte samenwerking tussen alle bondgenoten op politiek, militair en economisch terrein blijft dan ook noodzakelijk. Aan deze samenwerking zal ons land krachtig blijven deelnemen. Nu de internationale situatie dreigender is geworden en de Amerikaanse hulp is weggevallen, zal het op peil houden van de Nederlandse bijdrage in de bondgenootschappelijke verdediging grotere financiŽle offers van ons vergen. Wil onze krachtsinspanning werkelijk betekenis hebben, dan dient zij voort te vloeien uit het besef van onze verantwoordelijkheid voor de handhaving van de grondslagen onzer beschaving. Het besluit tot nauwer politiek overleg, dat de regeringen van de landen behorende tot de Europese Gemeenschappen in juli te Bonn hebben genomen, zal de verdere eenwording van Europa kunnen dienen. De Regering heeft zich tot deelneming aan deze politieke en ook culturele samenwerking bereid verklaard, onder voorwaarde, dat hetgeen reeds in Europees en Atlantisch verband is bereikt, niet slechts in stand zal worden gehouden, maar verder zal worden ontwikkeld. De bereidheid van Groot-BrittanniŽ om tot de Europese Gemeenschappen toe te treden en het daarmede geopende uitzicht op toetreding of associatie van andere Europese landen, acht de Regering van het grootste belang. Zij verwacht daarvan niet alleen een verdere sociaal-economische vooruitgang van de deelnemende landen, maar ziet daarin ook nut voor de totstandkoming van de Europese eenheid. De positieve reacties van onze partners in de Europese Gemeenschappen op deze ontwikkeling stemmen tot vreugde. Ook hetgeen in Benelux-verband werd bereikt, geeft reden tot verheugenis. Op verzoek van de Surinaamse Regering hebben de landen van het Koninkrijk dit jaar een aanvang gemaakt met het overleg over het Statuut. De goede verstandhouding tussen de landen van het Koninkrijk wettigt het vertrouwen, dat een voor alle partijen bevredigende oplossing voor de ter sprake gekomen Surinaamse wensen zal worden gevonden. Nederland zal steun blijven verlenen aan de economische en sociale ontwikkeling van Suriname en de Nederlandse Antillen. Bevestiging en versterking van de ideŽle banden tussen de bevolkingen van de drie landen verdient verder alle aandacht. De Regering heeft goede verwachtingen ten aanzien van de in dit jaar ingestelde adviesraad voor culturele samenwerking. Aan de sociaal-economische en culturele ontwikkeling van Nederiands Nieuw-Guinea wordt bijzondere aandacht geschonken, temeer nu dit gebied een fase van snelle staatkundige ontwikkeling is ingegaan. Naar het oordeel der Regering is reeds gebleken, dat de Nieuw-Guinea-Raad sinds zijn installatie op 5 april jl. aan de staatkundige behoeften van dit gebied beantwoordt. De Regering verwacht, dat in dit zittingsjaar van de Staten-Generaal de raad zijn advies zal uitbrengen over de wijze waarop het zelfbeschikkingsrecht zou kunnen worden verwezenlijkt. Zij is van mening, dat voor een verantwoorde keuze omtrent eigen toekomst de bevolking van Nederlands Nieuw-Guinea zich vrij en onbedreigd moet kunnen oriŽnteren, overal waar zij dit wenst. Van haar zijde zal de Regering onderzoeken welke wijzigingen in Statuut en Grondwet nodig zijn. Een gesprek met IndonesiŽ over de toekomst van Nederlands Nieuw-Guinea is helaas niet mogelijk gebleken, omdat IndonesiŽ voor zulk een gesprek voorwaarden stelt, die in strijd zijn met het zelfbeschikkingsrecht. De Regering betreurt het voorts, dat IndonesiŽ zelfs het laatste — zij het nog slechts indirecte — officiŽle contact met Nederland heeft verbroken. Op grondslag van het in het Handvest van de Verenigde Naties verankerde beginsel van gelijke rechten en zelfbeschikking der volkeren, heeft de Regering in de afgelopen maanden in vele landen besprekingen doen voeren over de mogelijkheid de Verenigde Naties te betrekken bij ontwikkeling en toekomst van Nederlands Nieuw-Guinea. De conclusies waartoe dit overleg de Regering heeft geleid, zullen zo spoedig mogelijk bekend worden gemaakt. In de afgelopen jaren heeft zich in ons land een ongekende economische groei voltrokken. De daarmede samenhangende welvaartsvermeerdering is, mede als gevolg van het gevoerde loon– en prijsbeleid, aan brede lagen van de bevolking ten goede gekomen. Tevens heeft het hoge niveau van investeringen en de evenwichtige spreading daarvan de innerlijke kracht van onze economie belangrijk versterkt. Het stemt tot voldoening, dat bij een maximum aan werkgelegenheid het prijspeil vrijwel stabiel kon worden gehouden. De thans waarneembare vergroting van de economische spanningen vereist niettemin een toenemende waakzaamheid. Het groeitempo van de produktie is aanmerkelijk vertraagd, doordat in vele sectoren van de economie de capaciteitsgrenzen zijn bereikt. De verhoging van de binnenlandse bestedingen gaat echter voort en overtreft de toeneming van de nationale middelen. Als gevolg hiervan stijgt de druk op het prijspeil en neemt het betalingsbalanssaldo af. Op zichzelf is een zekere vermindering van dit saldo nog niet verontrustend. Een voorzichtig conjunctuurbeleid zal overspanning van onze economie en terugslag in een daarop volgende fase kunnen voorkomen. Meer dan ooit zal dan ook het beleid van de Regering erop gericht moeten zijn, in samenwerking met het bedrijfsleven, de loonontwikkeling binnen de grenzen te houden, die door de groei van de produktiviteit zijn gesteld. Het in het afgelopen jaar gevoerde prijsbeleid zal worden voortgezet. Zolang de economische activiteit op het huidige hoge peil blijft, zal het tekort aan arbeidskrachten zich handhaven. Opvoering van produktiviteit en doelmatigheid blijven belangrijke middelen tot bestrijding van de gevolgen van dit tekort. Daarnaast zal de Regering de aantrekking van buitenlandse arbeidskrachten bevorderen. Het toekomstige beleid met betrekking tot de emigratie zal binnen afzienbare tijd te Uwer kennis worden gebracht. Bij het opstellen van de rijksbegroting voor 1962 hebben de geschetste verwachtingen omtrent de economische ontwikkeling als achtergrond gediend. De begroting vertoont een zodanig beeld, dat het Rijk, ter dekking van het tekort, overeenkomstig de eisen van de conjunctuur, in het komende zittingsjaar voor financieringsdoeleinden geen beroep behoeft te doen op de open kapitaalmarkt. In het heden aanvangende parlementaire jaar zal een beslissing moeten worden genomen omtrent de datum van ingang van enkele reeds aanvaarde belastingverlagingen. De noodzaak de overheidsfinanciŽn zoveel mogelijk af te stemmen op de conjuncturele ontwikkeling moet daarbij worden afgewogen tegen het feit, dat het effectief worden van deze verlagingen uit een oogpunt van een verantwoorde belastingheffing steeds dringender wordt. Heden zal U het voorstel worden aangeboden de verlaging van de inkomsten en de loonbelasting te doen ingaan op 1 juli 1962. Daartegenover staat, dat de verzwaring van de defensielasten tot nieuwe belastingvoorzieningen noopt. Tot dit doel zal de verlaging van de vennootschapsbelasting, die de Regering voorstelt op 1 januari 1963 te doen ingaan, worden beperkt en zal een belasting op minerale oliŽn met uitzondering van benzine worden ingevoerd. De hierop betrekking hebbende wetsontwerpen zullen U eveneens heden worden aangeboden. De Regering zal haar aandacht blijven geven aan een gezonde ontwikkeling van de landbouwproduktie en aan de verbetering van de afzet. In nauwe samenwerking met het georganiseerde bedrijfsleven zal zij streven naar een verantwoord valorisatiebeleid voor de agrarische produktie. De vraagstukken samenhangende met het internationale vervoer vervullen de Regering, door het protectionisme dat zich op dit terrein steeds opnieuw openbaart, met zorg. De activiteit op het beleid van de woningbouw heeft in het jaar 1961 een ongekend grote omvang aangenomen, in het bijzonder is de bouw van woningen zonder overheidssteun sterk uitgebreid. De Regering heeft een overschrijding van het aanvankelijk opgestelde woningbouwprogramma aanvaard. Zij heeft echter gemeend maatregelen te moeten nemen om een te sterke overschrijding tegen te gaan in verband met de bezwaren, die daaraan verbonden kunnen zijn voor de bouwkosten. Een in verhouding tot de andere sectoren van de bouwnijverheid hoge activiteit op het gebied van de woningbouw acht de Regering, gezien de woningnood van velen in het land, ook voor 1961 gewenst. Evenals de woningbouw vereisen de ruimtelijke vraagstukken van ons land grote aandacht wegens hun betekenis voor het werk en de ontspanning van ons volk. De Regering heeft besloten de omzetting van woeste gronden in landbouwgronden tot het uiterste te beperken, mede ter wille van natuurbescherming en openluchtrecreatie. Op wetgevend terrein zal wederom veel van Uw werkkracht worden gevraagd, ten dele voor wetsontwerpen, waarvan de behandeling reeds een aanvang heeft genomen. De Regering vertrouwt, dat de beraadslagingen over het ontwerp algemene kinderbijslagverzekering op korte termijn zullen worden hervat. Na ampele overweging zal de Regering door wijziging van het wetsontwerp tegemoet komen aan een aantal van de bezwaren, die vůůr de schorsing der openbare beraadslagingen naar voren zijn gebracht. Ten aanzien van het wetsontwerp tot regeling van het voortgezet onderwijs hoopt zij, dat het in dit zittingsjaar de instemming van de Tweede Kamer der Staten-Generaal zal verwerven. Ook tal van nieuwe wetsontwerpen zullen in deze periode aan U worden voorgelegd, o.a. een ontwerp algemene bijstandswet. De materiŽle welvaart en de opzienbarende technische ontwikkeling van onze tijd houden het gevaar in, dat de geestelijke waarden te weinig aandacht krijgen. Toch zijn het juist deze waarden, die aan het leven een diepere zin geven en de krachtsinspanning, die ons land en de gehele vrije wereld zich thans moeten getroosten, rechtvaardigen. De Regering zal, zoveel als in haar vermogen ligt, door het verlenen van krachtige steun in het bijzonder aan onderwijs en cultuur, blijven streven naar de versterking van de geestkracht van ons volk. Zij beseft, dat dit doel slechts kan worden bereikt, indien ieder, op welke plaats ook gesteld, hier bewust aan bijdraagt. Op U, vertegenwoordigers des volks, rust in deze tijden van spanning een zeer bijzondere verantwoordelijkheid en een zware taak. Moge God U bij Uw arbeid wijsheid en kracht schenken, zodat Gij ook in het komende zittingsjaar tot zegen van het Koninkrijk werkzaam zult zijn. Met deze bede verklaar ik de zitting der Staten-Generaal voor geopend.  

 

 

Troonrede 1960

Leden der Staten-Generaal, De spanningen in de internationale verhoudingen zijn in het jongste verleden toegenomen. Niet alleen op politiek, maar ook op militair en economisch terrein, wordt in toenemende mate de kracht van de vrije wereld op de proef gesteld. Het verzekeren van de vrede in de wereld, het handhaven van recht en orde, het scheppen van betere sociaal-economische verhoudingen, dit alles vraagt grote krachtsinspanning, ook van ons land. De huidige internationale situatie dient voor ons een aansporing te meer te zijn om mede te helpen de grote waarden van de vrije wereld te behouden. De Regering ziet in het onlangs tot stand gekomen Benelux-Unieverdrag een hechte grondslag voor de verdere ontwikkeling van de samenwerking met BelgiŽ en Luxemburg tot heil van de drie landen. Het Belgische volk zal, daarvan zijn wij allen overtuigd, zijn huidige moeilijkheden dank zij zijn innerlijke kracht spoedig weten te overwinnen. De Regering zal van harte medewerken aan een verdere en versnelde uitvoering van het verdrag inzake de Europese Economische Gemeenschap. Zij wil echter geen misverstand laten bestaan over haar opvatting, dat bij de Europese integratie een reŽle gemeenschappelijke landbouwpolitiek tot stand zal moeten komen en dat tijdig een wezenlijke verruiming van de mogelijkheden voor onze agrarische export moet worden bereikt. Voorts zal zij bij de komende onderhandelingen over de Europese vervoerpolitiek in de Europese Economische Gemeenschap in het bijzonder letten op de grote belangen die ons land heeft bij het verlenen van internationale vervoerdiensten. De Regering zal volledige steun verlenen aan voorstellen, die de eenheid van geheel vrij Europa, ook in politiek opzicht, bevorderen. Mede hierom acht zij de onderhandelingen over de hervorming van de Organisatie van Europese Economische Samenwerking tot een nieuw lichaam met een volledig deelgenootschap van de Verenigde Staten en Canada, van belang. Het stelsel der collectieve veiligheid van de Atlantische landen blijft voor de bescherming van de essentiŽle waarden van de Westerse wereld een onmisbare waarborg. Alleen als allen bereid zijn in gemeenschappelijk overleg de noodzakelijke maatregelen te nemen, is de doeltreffendheid van de militaire en politieke samenwerking verzekerd. Voor ons aandeel in de defensie zullen grotere financiŽle bijdragen dan voorheen worden gevraagd. De versnelde ontwikkeling naar staatkundige onafhankelijkheid geeft, vooral waar de tegenstelling tussen Oost en West zo scherp is, aan het vraagstuk van de economisch en sociaal achtergebleven gebieden een bijzonder dringend karakter. Op dit gebied hebben de Westerse landen, en heeft dus ook Nederland, een belangrijke taak. Deze dient bij voorkeur in zo breed mogelijk internationaal verband volbracht te worden. De internationale verhoudingen mogen zorgelijk zijn, de ontwikkeling in het Koninkrijk en binnen onze landsgrenzen stemt in menig opzicht tot dankbaarheid. De hartelijke betrekkingen tussen de landen van het Koninkrijk zijn bestendigd. In het bijzonder kwam dit tot uiting bij de viering van het eerste lustrum van het Statuut en bij de bezoeken, die delegaties van Suriname en de Nederlandse Antillen — mede op Uw uitnodiging — dit jaar aan Nederland hebben gebracht. De aard van deze betrekkingen brengt mede, dat steeds bereidheid bestaat tot overleg over het Statuut. De verdere economische ontwikkeling van Suriname en de Nederlandse Antillen stelt aan deze landen hoge eisen. De Nederlandse Regering heeft reeds bereidheid getoond aan die ontwikkeling wederom bij te dragen. Gij zult in dit zittingsjaar de gelegenheid hebben U uit te spreken over desbetreffende ontwerpen van wet. Nederlands-Nieuw-Guinea zal het komende jaar een belangrijke nieuwe fase in zijn ontwikkeling naar zelfbeschikking ingaan. Zodra immers de Nieuw-Guinea Raad, die in grote meerderheid uit vertegenwoordigers van de inheemse bevolking zal bestaan, tot stand zal zijn gekomen, zullen bestuur en wetgeving slechts met zijn medewerking mogelijk zijn. Deze medewerking geldt eveneens voor het overleg over de wijze waarop het zelfbeschikkingsrecht kan worden verwezenlijkt. In de organen van de Verenigde Naties en in de Zuid-Pacific Commissie, evenals bij het samenwerken met AustraliŽ, zal de Regering de verwezenlijking van haar doelstellingen met betrekking tot Nederlands-Nieuw-Guinea krachtig blijven nastreven. In de achter ons liggende periode heeft de economische toestand van ons land zich gunstig ontwikkeld. De produktie en de werkgelegenheid zijn in snel tempo toegenomen en bevinden zich thans op een hoger peil dan ooit tevoren; ook de betalingsbalans vertoont op dit ogenblik een bevredigend beeld. De gestegen welvaart is ten goede gekomen aan brede lagen van ons volk; bij een nagenoeg gelijkblijvend prijspeil kon een aanzienlijke verbetering tot stand worden gebracht in de lonen, andere arbeidsvoorwaarden en sociale uitkeringen. Daarbij laten ook de investeringen — zo belangrijk voor de toekomstige werkgelegenheid en welvaart — een verdere toeneming zien. Dat deze ontwikkeling tot dusverre zonder noemenswaardige prijsstijgingen kon plaatsvinden is in het bijzonder te danken aan de medewerking die de Regering bij het loon– en prijsbeleid van werkgevers en werknemers heeft ondervonden. In het economische leven treden intussen spanningen op. Het behoud van de bereikte welvaartsverbeteringen en het scheppen van de voorwaarden tot verdere groei zullen van overheid en bedrijfsleven dan ook grote waakzaamheid vragen. Mochten investeringen, verbruik en overheidsuitgaven de voor het economisch evenwicht gestelde grenzen overschrijden, dan zouden de bereikte resultaten worden aangetast. Reeds eerder in dit jaar werden maatregelen getroffen tot vermindering der investeringsfaciliteiten. Daarvan wordt evenals van een voorgenomen beperking van de koop op afbetaling — in de komende periode een matigende invloed op de conjuncturele ontwikkeling verwacht. Het gevoerde beleid van gedifferentieerde loonvorming heeft aan de verwachtingen beantwoord. Van de grondslagen van dit beleid zal de Regering dan ook niet afwijken. Daarbij blijft de mogelijkheid open voor ondernemingsgewijze activiteiten, die ten doel hebben de bezitsvorming te bevorderen door middel van winstdeling en gepremiŽerde spaarregelingen. De Sociaal-Economische Raad zal de vraag worden voorgelegd of het wenselijk is bij de loonvorming, naast de maatstaf van de produktiviteit, ook andere maatstaven in aanmerking te nemen. Aan die Raad zal voorts binnenkort worden voorgelegd een voorontwerp van wet op de loonvorming, regelende de bevoegdheden terzake van overheid en georganiseerd bedrijfsleven. De Rijksbegroting voor 1961 weerspiegelt het streven van de Regering, de overheidsuitgaven achter te doen blijven bij de structurele toeneming van het nationale inkomen. Daarnaast kan worden verwacht, dat deze begroting, ook in conjunctureel opzicht bij zal dragen tot behoud van een evenwichtige economische ontwikkeling van ons land. Ook op fiscaal gebied blijft de Regering naar verbeteringen streven. Dit moge blijken zowel uit het complex van de aanhangige wetsvoorstellen, die een vernieuwing van de structuur van de belastingen naar het inkomen, de winst en het vermogen inhouden als uit de heden U aan te bieden wetsontwerpen, die, naast het bestendigen van enige tijdelijke belastingverhogingen, in het bijzonder beogen een verlaging van de inkomstenbelasting en de loonbelasting. De Regering acht zulk een verlaging, die een verlichting van de zware belastingdruk voor brede lagen van de bevolking betekent, geboden. Zij is van plan deze op 1 juli 1961 te doen ingaan, tenzij een verdere verscherping van de conjunctuur uitstel noodzakelijk maakt. Voorts zullen voorstellen worden gedaan tot verruiming van het gemeentelijke belastinggebied. De Regering is zich de moeilijkheden bewust van hen, die onder de nog heersende woningwood lijden. De woningbouw behoudt daarom hoge prioriteit. De wijze, waarop de nieuwe premie– en subsidieregeling voor de woningbouw is ontvangen, geeft de Regering aanleiding op de ingeslagen weg voort te gaan. Zij zal de subsidies in de eerste plaats ten goede doen komen aan de bouw van volkswoningen. Dat de bouw van woningen thans in toenemende mate zonder subsidie mogelijk blijkt, beschouwt zij als een aanwijzing, dat het gevoerde beleid het gewenste effect heeft. Een ontwerp van wet op de subsididring van de kerkenbouw zal binnenkort worden ingediend. De toekomst van onze steeds toenemende bevolking stelt overheid en maatschappelijk leven nog voor tal van andere grote taken. Het scheppen van voldoende werkgelegenheid en de vorming en ontwikkeling van de jeugd blijven tot de kernpunten van het beleid van de Regering behoren. Voor industrialisatie, voor structuurverbeteringen in de landbouw, voor verbetering van land– en waterwegen en havens en voor de bij deze ontwikkeling behorende culturele en maatschappelijke begeleiding zullen opnieuw aanzienlijke bedragen moeten worden bestemd. Daarenboven zal de Regering voor een gelijkmatiger spreiding van werkgelegenheid en welvaart over ons gehele land, het regionale ontwikkelingsbeleid op economisch, technisch en maatschappelijk terrein in de komendejaren krachtig blijven bevorderen. Voor de toekomst van onze samenleving is de vorming van de jeugd uit alle lagen van ons volk van beslissende betekenis. Alle sectoren van het maatschappelijk leven hebben behoefte aan goed opgeleide mensen die in staat zijn eigen verantwoordelijkheid te dragen en die eerbied hebben voor de persoon en het belang van de ander. Het gehele beleid van de Regering blijft daarom gericht op een maatschappelijke en bestuurlijke orde die de mens in staat stelt zich zo goed mogelijk te ontplooien. In dit verband gaat de Regering voort met het treffen van maatregelen ter uitbreiding van verbetering van het onderwijs in al zijn geledingen; zeer bijzondere aandacht geeft zij daarbij aan het hoger onderwijs en aan de ontwikkeling van het wetenschappelijk onderzoek. De Regering beseft, dat met dit alles gedurende een reeks van jaren grote bedragen zullen zijn gembeid. Zij is van oordeel dat deze ten volle verantwoord zijn, niet alleen ter wille van de toekomst van ons volk als geheel, maar ook ter wille van het geluk van een ieder. Moge God ons allen in onze arbeid wijsheid en kracht schenken en moge Gij, vertegenwoordigers des volks, in de komende zittingsperiode tot zegen van het Koninkrijk en — voorzover dat in ons vermogen ligt — tot zegen van de wereld, werkzaam zijn. Met deze bede verklaar ik de gewone zitting der Staten-Generaal voor geopend.

 

 

 

Tot uw dienst. J. Hop Ermelo publiceert alle troonredes 1900-2017 voor u op internet!


Ermelo "Natuurterreur" in Ermelo. Groep Hop Ermelo wil de Groevenbeekse Heide uitbreiden tot de spoorlijn (zoals het vroeger ook zo was) en tot de bebouwde kom Ermelo Zuid (zoals het vroeger ook zo was). De Groevenbeekse Weide vervangen door herstel van de heide. Toelichting.
562 Troonrede 2017 koopkracht daalt!
560 Troonrede 2016 koopkracht daalt!
514 Troonrede 2015 koopkracht daalt!
247 Troonrede 2014 koopkracht daalt!
567 Troonrede 2013 koopkracht daalt!
254 Troonrede 2012 koopkracht daalt!
477 Troonrede 2011 koopkracht daalt!
660 Troonrede 2010 Koopkracht daalt!
616 Troonrede 2009 Koopkracht daalt!
662 Troonrede 2008 Koopkracht daalt!
Troonrede 2007
Troonrede 2006
Troonrede 2005
Troonrede 2004
Troonrede 2003
Troonrede 2002
Troonrede 2001
Troonrede 2000
Troonrede 1999, 1998, 1997, 1996, 1995, 1994, 1993, 1992, 1991,1990
Troonrede 1989, 1988, 1987, 1986, 1985, 1984, 1983, 1982, 1981, 1980
Troonrede 1979, 1978, 1977, 1976, 1975, 1974, 1973, 1972, 1971, 1970
Troonrede 1969, 1968, 1967, 1966, 1965, 1964, 1963, 1962, 1961, 1960
Troonrede 1959, 1958, 1957, 1956, 1955, 1954, 1953, 1952, 1951, 1950
Troonrede 1949, 1948, 1947 1946, 1945, geschiedenis omroepbijdrage
Troonrede 1939, 1938, 1937, 1936, 1935, 1934, 1933, 1932, 1931, 1930
Troonrede 1929, 1928, 1927, 1926, 1925, 1924, 1923, 1922, 1921, 1920
Troonrede 1919, 1918, 1917, 1916, 1915, 1914, 1913, 1912, 1911, 1910
Troonrede 1909, 1908, 1907, 1906, 1905, 1904, 1903, 1902, 1901, 1900

 

 

 

 

Aandachtsvestiging/disclaimer. Uitsluitend de websites www.burojeugdzorg.nl/com/net/org en www.bureaujeugdzorg.nl/com/net/org zijn van J. Hop Ermelo. Met andere websites heeft hij niets te maken! J. Hop Ermelo is niet aansprakelijk voor (gevolg)schade die voorkomt uit het gebruik van deze site, dan wel uit fouten of ontbrekende functionaliteiten op deze sites. Copyright © 2017 J. Hop Ermelo. Alle rechten voorbehouden.