CENSUUR EN ORGANISATIECRIMINALITEIT IN NEDERLAND ©

Informant advocatuur: Hop moet bloeden schrijft een christelijke advocaat met bijbaantjes in kerk en school aan zijn opdrachtgever jeugdzorg. Vanwege PR-redenen niet tot het uiterste gaan.........

Informant journalistiek: mw. Jeanne Dijkstra eindredacteur Ermelo Weekblad aan de Raad voor de Journalistiek: "Van alle kanten komen berichten dat Groep Hop moet worden doodgezwegen".

Informant Openbaar Ministerie: Bron Memo Openbaar Ministerie Landelijk CoŲrdinerend officier van justitie Bovenregionaal Recherche Overleg (BRO) Teamleider Maatwerkzaken  over Hop 11 juni 2012 Citaat: Complicerende factor in het verhaal is dat de heer Hop een politiek zeer actieve persoon is. Citaat:Het Gevoelige Zaken Overleg (GZO) is voorstander van een frontale opsporingsactie op Hop oftewel halen en (als spraakzame "Don Quichot") doen bekennen en vervolgen. Peter van Hagen aan mr. R. Tenge en D. van der Kolk.

Informant rechtspraak: Kinderrechter wil overleg met jeugdzorg -buiten de hoorzittingen om- hoe we op de verzoek- en verweerschriften met Hop als procesvertegenwoordiger gaan beslissen en informatie bij welke zaken Hop betrokken is.

Informant Parlement: Parlement 1e en 2e Kamer Met spoed klachtwetgeving tegen jeugdzorg uithollen om effectief klagen (met Hop) te onderdrukken.

 

Voorwoord met uitnodiging om na te denken over 20 jaar (christelijke) Staatsterreur tegen Hop

Lees verder

 

Wijziging van het Wetboek van Strafrecht strekkende tot het strafrechtelijk vervolgbaar maken van het opdracht geven tot en het feitelijke leiding geven aan verboden gedragingen van overheidsorganen  

 

CONCEPT

Wijziging van het Wetboek van Strafrecht strekkende tot het strafrechtelijk vervolgbaar maken van het opdracht geven tot en het feitelijke leiding geven aan verboden gedragingen van overheidsorganen  

VOORSTEL VAN WET  

            Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlan≠den, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.  

            Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

            Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is dat het opdracht geven tot en het feitelijke leiding geven aan verboden 

           gedragingen van overheidsorganen tot een strafrechtelijke veroordeling kan leiden;

            Zo is het dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk 

          Wij goedvinden en verstaan bij deze:

 

ARTIKEL I  

Het Wetboek van Strafrecht wordt als volgt gewijzigd:  

A  

In artikel 42 wordt na `wettelijk voorschrift’ toegevoegd: dan wel een publieke taak, bij de wet opgedragen.  

B  

Aan artikel 51 wordt een lid toegevoegd dat komt te luiden:  

 4. De strafvervolging kan ook worden ingesteld tegen hen die tot het feit opdracht hebben gegeven alsmede tegen hen die feitelijke leiding hebben gegeven aan de verboden gedraging, indien het strafbaar feit is begaan door een publiekrechtelijke rechtspersoon die daarvoor niet kan worden vervolgd.  

ARTIKEL II  

Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.  

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.  

Gegeven  

De Minister van Justitie,

Wijziging van het Wetboek van Strafrecht strekkende tot het strafrechtelijk vervolgbaar maken van het opdracht geven tot en het feitelijke leiding geven aan verboden gedragingen van overheidsorganen

 

MEMORIE VAN TOELICHTING  

1. Inleiding  

Reeds geruime tijd is in discussie of, en zo ja in welke mate overheden, ambtsdragers en ambtenaren strafrechtelijk aansprakelijk moeten kunnen worden gesteld voor strafbare feiten die in de sfeer van die overheden worden begaan. Deze discussie concentreert zich gewoonlijk op de strafrechtelijke aansprakelijkheid van overheden als publiekrechtelijke rechtspersonen. Voor beperking of uitbreiding van de strafrechtelijke aansprakelijkheid worden dan argumenten aangevoerd, die door anderen worden betwist.

Ondertussen ligt, naar de overtuiging van het kabinet, strafrechtelijk het accent anders. In het strafrecht is het schuldbeginsel leidend en domineert de aansprakelijkheid van natuurlijke personen. Bij ernstige strafbare feiten is strafvervolging van een publiekrechtelijke rechtspersoon, die slechts tot oplegging van een geldboete kan leiden, minder voor de hand liggend. Het gaat er veel meer om dat natuurlijke personen die ernstige strafbare feiten opzettelijk hebben bevorderd daarvoor aansprakelijk kunnen worden gesteld.

Dit wetsvoorstel wil bereiken dat ambtsdragers en ambtenaren die opdracht hebben gegeven tot of feitelijke leiding hebben gegeven aan strafbare feiten begaan door overheden, daarvoor strafrechtelijk aansprakelijk kunnen worden gesteld. Het kabinet volgt daarmee ťťn van de centrale aanbevelingen van de commissie Roelvink (Kamerstukken II 2001/02, 25 294, nr. 15). Ambtsdragers en ambtenaren kunnen thans reeds aansprakelijk worden gesteld voor zover zij strafbare feiten plegen of daaraan deelnemen. Dat geldt ook als deze strafbare feiten in de sfeer van de overheid worden begaan. Of zij daadwerkelijk strafbaar zijn, wordt mede bepaald aan de hand van het stelsel van algemene strafuitsluitingsgronden, waaronder die van het wettelijk voorschrift (artikel 42 Sr) en het ambtelijk bevel (artikel 43 Sr). Er is naar de mening van het kabinet geen reden om vervolging van de ambtsdrager of ambtenaar als opdrachtgever of feitelijke leidinggever, in afwijking van dit wettelijke systeem, in zijn algemeenheid uit te sluiten. Voorgesteld wordt dan ook een wijziging van artikel 51 Sr waarbij vervolging van deze personen mogelijk wordt gemaakt ůůk indien het strafbaar feit is begaan door een publiekrechtelijke rechtspersoon die daarvoor niet kan worden vervolgd.  Aangetekend zij daarbij nog dat deze wijziging doorwerkt in het bestuursrecht, inzoverre bij het opleggen van bestuurlijke boetes betekenis wordt gehecht aan de strafrechtelijke jurisprudentie die vervolging van ambtenaren en ambtsdragers als opdrachtgevers of feitelijke leidinggevers uitsluit (vgl. Kamerstukken II 2003/04, 29 702, nr. 3, p. 82).

Tegenover deze uitbreiding van de vervolgbaarheid van individuele ambtenaren en ambtsdragers staat wel de eis dat het wettelijk stelsel van strafuitsluitingsgronden op adequate wijze voorziet in strafuitsluiting voor strafbare feiten die uit de uitoefening van een publieke taak voortvloeien. Het kabinet ziet tegen de achtergrond van dit vereiste aanleiding artikel 42 Sr in die zin aan te vullen, dat ook strafbare feiten die verricht zijn ter uitvoering van een bij de wet opgedragen publieke taak, van strafbaarheid worden uitgezonderd. De algemene strafuitsluitingsgrond van overmacht (artikel 40 Sr) brengt thans reeds met zich mee dat de rechter strafbare gedragingen gerechtvaardigd kan achten door een ander belang. Zo’n belang kan ook gelegen zijn in de uitvoering van een publieke taak. Het kabinet meent evenwel dat de beoordeling van de strafbaarheid van feiten die voortvloeien uit de uitvoering van een publieke taak, niet in de sleutel moet worden gezet van afweging van twee in beginsel gelijkwaardige belangen. De voorgestelde uitbreiding van artikel 42 Sr maakt expliciet dat een bij de wet opgedragen publieke taak, op dezelfde voet als een expliciet wettelijk voorschrift, strafbare gedragingen rechtvaardigt die ter uitvoering daarvan zijn verricht. Daarmee wordt beter uitgedrukt dat de gehoudenheid van overheidsdienaren, hun publieke taak te vervullen, hen feitelijk geen keuze kan laten bij het al dan niet begaan van een strafbaar feit. De toetsing aan vereisten van proportionaliteit en subsidiariteit, die impliciet in artikel 40 Sr besloten ligt, is in artikel 42 Sr, ook in zijn uitgebreide vorm, net als in artikel 43 Sr gekoppeld aan het begrip `ter uitvoering van’.

 

2. Opheffing immuniteit opdrachtgever/feitelijke leidinggever  

In de zaak die heeft geleid tot het arrest van de Hoge Raad van 23 april 1996, NJ 1996, 513 (Pikmeer I) was de vraag aan de orde of, bij strafrechtelijke immuniteit van een publiekrechtelijke rechtspersoon, een persoon die verdacht wordt van het geven van feitelijke leiding aan een strafbare gedraging van die rechtspersoon daarvoor vervolgd kan worden. De Hoge Raad beantwoordde die vraag ontkennend. De vervolgbaarheid van de rechtspersoon en die van de opdrachtgevers en feitelijke leidinggevers zijn, zo meende de Hoge Raad, zo nauw met elkaar verbonden dat de omstandigheid dat de rechtspersoon zelf niet vervolgd kan worden omdat deze een openbaar lichaam in de zin van Hoofdstuk 7 van de Grondwet is en optreedt ter vervulling van een in de wet opgedragen bestuurstaak, meebrengt dat een strafvervolging evenmin kan worden ingesteld tegen ambtenaren en arbeidscontractanten in dienst van het openbaar lichaam, indien dezen in die hoedanigheid ter uitvoering van die bestuurstaak opdracht hebben gegeven tot of feitelijke leiding hebben gegeven aan de verboden gedraging als bedoeld in artikel 51, tweede lid, onder 2o, Sr. De Hoge Raad citeert in verband met deze nauwe verbondenheid de tekst van artikel 51, tweede lid, Sr.

In de rechtspraak en literatuur is uit deze uitspraak meer in het algemeen de conclusie getrokken dat  strafrechtelijke immuniteit van een publiekrechtelijke rechtspersoon doorwerkt naar de opdrachtgever en de feitelijke leidinggever. Ook de naar aanleiding van deze problematiek ingestelde commissie Roelvink trok deze conclusie (Strafrechtelijke aansprakelijkheid van de Staat, rapport Ministerie van Justitie, februari 2002, p. 11). Wat de publiekrechtelijke rechtspersoon de staat betreft, wordt dientengevolge uitgegaan van strafrechtelijke immuniteit van ambtenaren en arbeidscontractanten die handelen in de hoedanigheid van opdrachtgever tot of feitelijke leidinggever aan verboden gedragingen van de staat.

In het nader rapport dat is uitgebracht naar aanleiding van het advies van de Raad van State over de strafrechtelijke immuniteit van de staat is ter verdediging van de doorwerking van de strafrechtelijke immuniteit van overheidsorganen naar opdrachtgevers en feitelijke leidinggevers een ander argument genoemd dan de `nauwe verbondenheid’. Aangegeven is `dat er in het maatschappelijk verkeer gedragingen zijn die eerst en vooral als door de (publiekrechtelijke) rechtspersoon gepleegde strafbare feiten worden gezien, ook al impliceren zij het (veelal gezamenlijke) tekortschieten van natuurlijke personen. Als strafrechtelijke risico’s die bij private rechtspersonen door de rechtspersoon gedragen worden, bij publiekrechtelijke rechtspersonen door ambtenaren en ambtsdragers gedragen zouden moeten worden, lijkt het uitgangspunt van de rechtsgelijkheid in het gedrang te komen’ (Kamerstukken II 1999-2000, 25 294, A, p. 7).

            Een reden waarom het argument van de `nauwe verbondenheid’ door het toenmalige kabinet niet op de voorgrond is gesteld, kan hierin gelegen zijn dat dit argument vooral op de redactie van artikel 51 Sr gebaseerd is. De redactie van een wetsbepaling is een argument dat bij de interpretatie van het geldend recht een belangrijke rol speelt, maar niet bij het beantwoorden van de vraag welk recht het meest wenselijk is.  

Ook in de kabinetsnota Strafrechtelijke aansprakelijkheid van overheidsorganen (Kamerstukken II 1996/97, 25 294, nr. 2, p. 8) is aandacht besteed aan de positie van opdrachtgevers en feitelijke leidinggevers binnen publiekrechtelijke rechtspersonen. De situatie waarin de ambtenaar op eigen houtje opereert, is onderscheiden van de situatie waarin `het handelen van de individuele ambtenaar niet los kan worden gezien van de organisatie en de cultuur van het betrokken overheidsorgaan en in de lijn lag van hetgeen van hem door de ambtelijke of politieke leiding werd verwacht. In zo’n geval is daderschap van de publieke rechtspersoon denkbaar en rijst dus de vraag of er grond is het overheidsorgaan strafrechtelijk aansprakelijk te stellen. Ongeacht of dit laatste het geval is, zal het in zo’n geval, waarin het in wezen om handelen van het overheidsorgaan gaat, in de regel niet passend zijn om de individuele ambtenaar voor het bestreden handelen te vervolgen. Dit zal slechts anders zijn indien van hem in de gegeven omstandigheden toch een ander optreden mocht worden verwacht.’

De argumentatie in beide kabinetsstandpunten ligt in elkaars verlengde. Waar het in wezen om strafbaar handelen van de publiekrechtelijke rechtspersoon gaat, en dat is het geval wanneer deze rechtspersoon in het maatschappelijk verkeer als dader wordt gezien, zal het in de regel niet passend zijn om de individuele ambtenaar te vervolgen. Daarbij speelt een rol dat de rechtsgelijkheid ten opzichte van opdrachtgevers en feitelijke leidinggevers bij private rechtspersonen anders in het gedrang kan komen.  

Het kabinet heeft deze argumentatie mede in het licht van het rapport van de commissie Roelvink opnieuw gewogen. In dat rapport is voorgesteld de opdrachtgevers en feitelijke leidinggevers vervolgbaar te maken, ook wanneer de publiekrechtelijke rechtspersoon strafrechtelijk immuun zou zijn. Een kernoverweging van de commissie is, dat bij een strafrecht dat gebaseerd is op het schuldbeginsel de individuele, persoonlijke aansprakelijkheid een centraal uitgangspunt blijft (p. 19). Strafrechtelijke aansprakelijkheid van de (publiekrechtelijke) rechtspersoon mag niet een gemakkelijke uitweg worden om maar niet de individuele functionaris te hoeven vervolgen.

Ook in het advies van de Raad  van State is dit argument terug te vinden. De Raad merkt op dat de publiekrechtelijke functie en taak de grondslag vormen waarop openbare lichamen aan het maatschappelijk verkeer deelnemen. Niet eigen doelen beheersen hun handelen, maar het algemeen belang dat daarmee inhoud en `handen en voeten’ krijgt. Voor strafrechtelijke aansprakelijkstelling van de staat is in de ogen van de Raad weinig reden: strafbaar handelen is pas mogelijk, indien de gedragingen niet beantwoorden aan de wet en de regels, dan wel sprake is van misbruik van bevoegdheid of van feitelijk handelen. In die benadering past, zo stelt de Raad, `dat in geval van mogelijk strafbaar handelen de vervolging niet tegen het betrokken openbare lichaam wordt ingesteld, maar tegen de betrokken ambtsdragers of ambtenaren; vandaar ook de regeling van ambtsdelicten in de artikelen 356 en volgende WvS. Dat biedt voor de praktijk ook een hanteerbaar onderscheid bij de vervolging’ (Kamerstukken II 1999/2000, 25 294, A, p. 5).

Zowel de Commissie Roelvink als de Raad van State stellen de aansprakelijkheid van natuurlijke personen, ambtsdragers en ambtenaren, voorop.  De Commissie Roelvink wijst daarbij op het schuldbeginsel, de Raad van State meent dat aansprakelijkstelling van natuurlijke personen meer voor de hand ligt gelet op de omstandigheid dat het handelen van de staat door het algemeen belang wordt beheerst. Ook het kabinet meent, de argumenten opnieuw wegend, dat uit de omstandigheid dat een publiekrechtelijke rechtspersoon in het maatschappelijk verkeer als dader van een strafbaar feit wordt gezien, niet volgt dat aansprakelijkheid van opdrachtgevers en feitelijke leidinggevers deswege uitgesloten dient te zijn. De wettelijke constructie van artikel 51 Sr suggereert dat deze aansprakelijkheid slechts een afgeleide is van die van de rechtspersoon; de doelstellingen en beginselen van het strafrecht wijzen evenwel in een andere richting. Aansprakelijkheid van de natuurlijke persoon staat in het strafrecht centraal, ook bij strafbaar handelen dat in de sfeer van rechtspersonen plaatsvindt. Voorgesteld wordt daarom, artikel 51 Sr aan te vullen met een artikellid dat opdrachtgevers en feitelijke leidinggevers vervolgbaar maakt ook als de publiekrechtelijke rechtspersoon die het strafbare feit heeft begaan daarvoor niet vervolgd kan worden.

Het element van rechtsgelijkheid tussen opdrachtgevers en feitelijke leidinggevers van publiekrechtelijke rechtspersonen enerzijds en die van private rechtspersonen anderzijds is daarmee niet terzijde gesteld. In de kabinetsreactie op het advies van de Raad van State wordt dit element terecht gesignaleerd. De natuurlijke persoon mag niet met verwijten en straffen getroffen worden die bij de publiekrechtelijke rechtspersoon terecht zouden zijn gekomen als zij vervolgbaar was geweest. Dit risico zal evenwel gepareerd moeten worden met een evenwichtig vervolgings- en strafvorderingsbeleid in concrete strafzaken, niet met een algehele uitsluiting van strafvervolging.

Voor gevallen waarin het handelen van de individuele ambtenaar niet los kan worden gezien van de organisatie en de cultuur van het betrokken overheidsorgaan en in de lijn lag van hetgeen van hem door de ambtelijke of politieke leiding werd verwacht, biedt het strafrecht andere oplossingen dan strafrechtelijke immuniteit. Ambtelijk handelen ter uitvoering van bevoegdelijk en onbevoegdelijk gegeven bevelen wordt al sinds 1886 wettelijk genormeerd door artikel 43 Sr. Het begaan van een strafbaar feit ter uitvoering van een wettelijk voorschrift wordt van strafbaarheid uitgezonderd in artikel 42 Sr; als aangegeven wordt in dit wetsvoorstel een aanvulling van dit artikel voorgesteld. Daarnaast bestaan nog andere geschreven en ongeschreven strafuitsluitingsgronden, zoals overmacht en afwezigheid van alle schuld. Deze strafuitsluitingsgronden bieden toereikende mogelijkheden om in de gevallen waarin aan het handelen van de ambtenaar de wederrechtelijkheid of verwijtbaarheid ontbreekt, tot een ontslag van alle rechtsvervolging te komen.

Door ook bij opdrachtgevers en feitelijke leidinggevers uit te gaan van vervolgbaarheid, en voor de vaststelling van strafbaarheid aan te sluiten bij het systeem van wettelijke en buitenwettelijke strafuitsluitingsgronden, worden deze aansprakelijkheden meer op ťťn lijn gesteld met strafrechtelijke aansprakelijkheid uit hoofde van daderschap en deelneming. Ook bij plegen, medeplegen, uitlokken, doen plegen en medeplichtigheid is vervolgbaarheid het uitgangspunt en bepalen, bij het vervuld zijn van de delictsomschrijving, de strafuitsluitingsgronden of de betrokkene daadwerkelijk strafbaar is. Dit gelijktrekken van aansprakelijkheidsconstructies komt het kabinet gelukkig voor. Er is geen reden om aansprakelijkheid van een ambtenaar als functioneel pleger of uitlokker fundamenteel anders te beoordelen dan diens aansprakelijkheid als feitelijke leidinggever, zeker nu het feitelijk handelen dat door elk van deze constructies bestreken wordt overlappingen kan vertonen.

 

3. Immuniteit publiekrechtelijke rechtspersonen  

In het Volkelarrest (HR 25 januari 1994, NJ 1994/598) is bevestigd dat de Staat voor zijn handelingen niet strafrechtelijk aansprakelijk kan worden gesteld. En in HR 6 januari 1998, NJ 1998/367 (Pikmeer II) heeft de Hoge Raad de grenzen van strafrechtelijke immuniteit van lagere overheden bepaald. Immuniteit van een openbaar lichaam als bedoeld in hoofdstuk 7 Gw dient, volgens de Hoge Raad, slechts dan te worden aangenomen als de desbetreffende gedragingen naar haar aard en gelet op het wettelijk systeem niet anders dan door bestuursfunctionarissen kunnen worden verricht in het kader van de uitvoering van de aan het openbaar lichaam opgedragen bestuurstaak, zodat uitgesloten is dat derden in zoverre op gelijke voet als het openbaar lichaam aan het maatschappelijk verkeer deelnemen. Ook deze formulering impliceert strafrechtelijke immuniteit van de desbetreffende overheden voor belangrijke categorieŽn strafbaar handelen.

  Het onderhavige wetsvoorstel brengt geen wijziging in deze bestaande strafrechtelijke immuniteiten van publiekrechtelijke rechtspersonen. De vraag of deze strafrechtelijke immuniteiten moeten worden uitgebreid, gehandhaafd, ingeperkt of opgeheven, wordt in de samenleving zeer verschillend beantwoord. Ik refereer hier aan de adviezen van de Raad van State en van de commissie Roelvink, die zeer uiteenlopende standpunten bepleitten. Het komt het kabinet, bij die stand van zaken, aangewezen voor de aandacht te richten op de strafrechtelijke aansprakelijkheid van de opdrachtgever en feitelijke leidinggever aan verboden gedragingen van de publiekrechtelijke rechtspersoon. Daar is van verschil van mening veel minder sprake; niet alleen uit de adviezen van de commissie Roelvink en de Raad van State, maar ook uit de literatuur blijkt dat veel steun bestaat voor het opheffen van diens aan de publiekrechtelijke rechtspersoon gekoppelde immuniteit (vgl. onder andere J. Remmelink, Strafrechtelijke vervolging van openbare lichamen, NJB 1998, p. 19; Th.W. van Veen, De strafrechtelijke aansprakelijkheid van de overheid, RMThemis 2000, p. 167). Die benadering, welke aansluit bij de praktische benadering die de commissie Roelvink voor ogen stond, ligt te meer voor de hand nu, zoals aangegeven, in het strafrecht de aansprakelijkheid van natuurlijke personen voorop staat. Het kabinet verwacht, met dit wetsvoorstel te voorzien in een mogelijkheid van strafvervolging voor de gevallen waarin daarvoor daadwerkelijk aanleiding kan zijn na strafbaar handelen van een publiekrechtelijke rechtspersoon. Hierbij is nog van belang dat het wetsvoorstel geen onderscheid maakt tussen strafbare feiten gepleegd in de sfeer van de centrale overheid en feiten gepleegd in de sfeer van decentrale publiekrechtelijke rechtspersonen zoals gemeenten en waterschappen. In beide gevallen maakt het voorstel vervolging van individuele ambtsdragers en ambtenaren als opdrachtgever of feitelijke-leidinggever mogelijk, ongeacht de eventuele  immuniteit van de rechtspersoon.

 

4. De zaak ÷neryildiz  

Het onderhavige wetsvoorstel regelt dat ambtsdragers en ambtenaren, in gevallen waarin daartoe gelet op hun bijdrage aan strafbaar handelen van een publiekrechtelijke rechtspersoon aanleiding is, strafrechtelijk aansprakelijk kunnen worden gesteld. Daarmee draagt het wetsvoorstel eraan bij dat eventuele twijfels of het Nederlandse strafrecht beantwoordt aan eisen die het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (hierna: EHRM) daar blijkens de uitspraak in de zaak ÷neryildiz versus Turkije (EHRM 30 november 2004) aan stelt, worden weggenomen.

Het EHRM overweegt in de zaak ÷neryildiz onder meer het volgende: `Where lives have been lost in circumstances potentially engaging the responsibility of the State, that provision entails a duty for the State to ensure, by all means at its disposal, an adequate response –judicial or otherwize- so that the legislative and administrative framework set up to protect the right to life is properly implemented and any breaches of that right are repressed and punished’ (par. 91). `Where it is established that the negligence attributable to State officials or bodies on that account goes beyond an error of judgment or carelessness, in that the authorities in question, fully realising the likely consequences and disregarding the powers vested in them, failed to take measures that were necessary and sufficient to avert the risks inherent in a dangerous activity (…), the fact that those responsible for endangering life have not been charged with a criminal offence or prosecuted may amount to a violation of Article 2, irrespective of any other types of remedy which individuals may exercise on their own initiative’(par. 93).

Uit deze uitspraak kan worden afgeleid dat ambtsdragers en ambtenaren die, zich de waarschijnlijke gevolgen daarvan realiserend, nalaten de noodzakelijke maatregelen te nemen om levensbedreigende risico’s af te wenden, bij realisatie van die risico’s in beginsel strafrechtelijk aansprakelijk moeten kunnen worden gesteld. Het Nederlandse strafrecht kent een strafbaarstelling die in dergelijke gevallen gewoonlijk zal kunnen worden toegepast: de algemene strafbaarstelling van dood door schuld (artikel 307 Sr). In dat licht kan dan ook niet gesteld worden, dat het Nederlandse strafrecht niet aan de maatstaven van artikel 2 EVRM voldoet. Het onderhavige wetsvoorstel verruimt evenwel de mogelijkheden om ambtsdragers en ambtenaren te vervolgen die vallen binnen de criteria die door het EHRM zijn ontwikkeld in het genoemde arrest. Het strafrechtelijke verwijt zal onder omstandigheden beter omschreven kunnen worden als het feitelijke leidinggeven aan een verboden gedraging van een publiekrechtelijke rechtspersoon. Verder kunnen andere delictsomschrijvingen ook andere straffen in beeld brengen.

Voorts kan in de uitspraak van het EHRM in de zaak ÷neryildiz steun worden gevonden voor een benadering die de persoonlijke schuld van ambtsdragers en ambtenaren centraal stelt. Het EHRM spreekt over strafrechtelijke aansprakelijkheid van `those responsible for endangering life’. Dat is inderdaad de strafrechtelijke aansprakelijkheid waar het in dergelijke gevallen om draait; strafvervolging van overheden zelf vormt geen adequate reactie.  

Vermeld kan nog worden dat het centraal stellen van persoonlijke schuld ook aansluit bij de stand van het recht in andere bij het EVRM aangesloten staten (zie voor een weergave Roef, a.w.). Frankrijk kent een wettelijke regeling van strafrechtelijke immuniteit van overheden, welke niet doorwerkt naar de daarin werkzame functionarissen. Ook in BelgiŽ kent de wet strafrechtelijke immuniteit toe aan overheden, doch is toerekening van strafbare feiten in de sfeer van een overheid begaan aan natuurlijke personen mogelijk. Het Duitse strafrecht kent de strafbaarheid van rechtspersonen niet, en derhalve ook niet de strafbaarheid van publiekrechtelijke rechtspersonen; wel bestaat de mogelijkheid ambtenaren te vervolgen via de constructie van de `Organ- und Vertreterhaftung’. Verder is bestraffing van publiekrechtelijke rechtspersonen mogelijk in het Ordnungswidrigkeitenrecht.

 

5. Reikwijdte aansprakelijkheid opdrachtgever en feitelijke leidinggever  

Bij het duiden van de betekenis van de voorgestelde wetswijziging kan vooropgesteld worden dat ook thans reeds mogelijkheden bestaan om  natuurlijke personen - individuele ambtsdragers en ambtenaren - strafrechtelijk aansprakelijk te stellen wegens hun betrokkenheid bij strafbare feiten gepleegd in de sfeer van een publiekrechtelijke rechtspersoon. In veel gevallen kan, bij een dergelijke betrokkenheid, worden vervolgd wegens het plegen van of deelnemen aan een strafbaar feit. Dat kan worden geÔllustreerd aan de hand van de casus van beide Pikmeerarresten. Aan de verdachte was primair ten laste gelegd dat hij samen met een of meer anderen feitelijke leiding had gegeven aan het storten van verontreinigde baggerspecie door de gemeente Boarnsterhim; subsidiair was hem ten laste gelegd dat hij die verontreinigde baggerspecie samen met een of meer anderen had gestort. In HR 6 januari 1998, NJ 1998/367 (Pikmeer II) wordt het Openbaar Ministerie vanwege de strafrechtelijke immuniteit van de gemeente niet ontvankelijk verklaard in zijn vervolging van de verdachte ter zake van het primair ten laste gelegde feit. Vervolgens verwijst de Hoge Raad de zaak naar het Gerechtshof te Arnhem teneinde op het bestaande beroep te worden berecht en afgedaan ter zake van het aan de verdachte subsidiair ten laste gelegde. Daarvoor wordt de verdachte uiteindelijk vrijgesproken (vgl. D. Roef, Strafbare overheden, 2001, p. 126 met verwijzingen).

Dat een natuurlijk persoon veroordeeld kan worden als medepleger van strafbaar handelen dat in de sfeer van een rechtspersoon heeft plaatsgevonden, kan worden afgeleid uit HR 20 mei 1986, NJ 1987/990. In deze strafzaak, die samenhing met de zogenaamde Uniser-affaire, werd de verdachte, een werknemer van Uniser, veroordeeld wegens het medeplegen van overtreding van een voorschrift, vastgesteld bij artikel 1, eerste lid, Wet verontreiniging oppervlaktewateren, meermalen gepleegd. De Hoge Raad overwoog `dat de Wet verontreiniging oppervlaktewateren niet slechts strekt tot bestrijding van bedrijfsmatig ontstane verontreiniging en dat derhalve (…) het verbod van het eerste lid van artikel 1 Wet verontreiniging oppervlaktewateren zich niet slechts richt tot (rechts-)personen die in de uitoefening van hun bedrijf afvalstoffen, verontreinigende of schadelijke stoffen brengen in oppervlaktewateren.’

Beide arresten samengenomen bieden grond voor de veronderstelling dat ambtsdragers en ambtenaren die thans aan de vereisten van medeplegen voldoen, kort gezegd een bewuste, nauwe en volledige samenwerking met een of meer andere medeplegers (vgl. J. de Hullu, Materieel strafrecht, tweede druk, Kluwer, Deventer 2003, p. 446), strafrechtelijk aansprakelijk kunnen worden gesteld, ook als die strafbare feiten in de sfeer van de publiekrechtelijke rechtspersoon plaatsvinden. Hetzelfde geldt voor ambtsdragers en ambtenaren die de publiekrechtelijke rechtspersoon of andere ambtsdragers of ambtenaren strafbare feiten doen plegen, daartoe uitlokken of daaraan medeplichtig zijn.

Ten slotte kan worden vastgesteld dat strafrechtelijke delictsomschrijvingen dikwijls mogelijkheden bieden om verschillende personen als plegers van hetzelfde delict aan te wijzen. Dat is bijvoorbeeld het geval bij culpoze delicten. Een ieder aan wiens aanmerkelijke verwijtbare onvoorzichtigheid de dood of het zwaar lichamelijk letsel van een ander te wijten is, kan als pleger van artikel 307 of artikel 308 Sr worden gestraft (De Hullu, a.w., p. 255, 262). Denkbaar is derhalve dat zowel de publiekrechtelijke rechtspersoon als een ambtsdrager of ambtenaar van die rechtspersoon in een specifiek geval als verdachte van dood door schuld kan worden aangemerkt. Bij vervolging van de ambtenaar of ambstdrager als pleger speelt de eventuele strafrechtelijke immuniteit van de publiekrechtelijke rechtspersoon, zo werd reeds aangegeven, geen rol.  

Het onderhavige wetsvoorstel breidt de strafrechtelijke aansprakelijkheid van ambtsdragers, ambtenaren en arbeidscontractanten slechts uit voor zover via het daderschap van de rechtspersoon alsmede de constructie van het feitelijk leidinggeven/opdrachtgeven additionele aansprakelijkheid ontstaat. In verband met de strafrechtelijke aansprakelijkheid van de rechtspersoon kan worden gewezen op HR 21 oktober 2003, LJN AF 7938. De Hoge Raad geeft daarin antwoord op de `vraag wanneer een (verboden) gedraging in redelijkheid aan een rechtsperssoon kan worden toegerekend. Het antwoord op die vraag is afhankelijk van de concrete omstandigheden van het geval, waartoe mede behoort de aard van die (verboden) gedraging. Een algemene regel laat zich dus bezwaarlijk formuleren. Een belangrijk oriŽntatiepunt bij de toerekening is nochtans of de gedraging heeft plaatsgevonden dan wel is verricht in de sfeer van de rechtspersoon. Een dergelijke gedraging kan in beginsel worden toegerekend aan de rechtspersoon. Van een gedraging in de sfeer van de rechtspersoon zal sprake kunnen zijn indien zich een of meer van de navolgende omstandigheden voordoen:

- het gaat om een handelen of nalaten van iemand die hetzij uit hoofde van een dienstbetrekking hetzij uit anderen hoofde werkzaam is ten behoeve van de rechtspersoon,

- de gedraging past in de normale bedrijfsvoering van de rechtspersoon,

- de gedraging is de rechtspersoon dienstig geweest in het door hem uitgeoefende bedrijf,

- de rechtspersoon vermocht erover te beschikken of de gedraging al dan niet zou plaatsvinden en zodanig of vergelijkbaar gedraag werd blijkens de feitelijke gang van zaken door de rechtspersoon aanvaard of placht te worden aanvaard. Onder bedoeld aanvaarden is mede begrepen het niet betrachten van de zorg die in redelijkheid van de rechtspersoon kon worden gevergd met het oog op de voorkoming van de gedraging’.

De in verband met de vaststelling van daderschap van de rechtspersoon genoemde omstandigheden zijn ook van belang in verband met daderschap van de publiekrechtelijke rechtspersoon, naast –vanzelfsprekend- aanwijzingen die aan de wetsgeschiedenis van de concreet ten laste gelegde strafbepaling alsmede de wetssystematiek kunnen worden ontleend. Zij duiden op een ruime aansprakelijkheid voor gedragingen in de sfeer van de rechtspersoon.

De ambtsdrager, ambtenaar of arbeidscontractant kan strafrechtelijk aansprakelijk worden gesteld als hij tot de verboden gedraging opdracht heeft gegeven dan wel daaraan feitelijke leiding heeft gegeven. Voor de ondergrens van het feitelijke leiding geven zijn nog altijd de criteria uit HR 16 december 1986, NJ 1987/321 (Slavenburg II) van groot belang (vgl. De Hullu, a.w., p. 494). De Hoge Raad overweegt daarin dat van feitelijk leidinggeven aan verboden gedragingen onder omstandigheden sprake kan zijn `indien de desbetreffende functionaris –hoewel daartoe bevoegd en redelijkerwijs gehouden- maatregelen ter voorkoming van deze gedragingen achterwege laat en bewust de aanmerkelijke kans aanvaardt dat de verboden gedragingen zich zullen voordoen. In deze situatie wordt de functionaris geacht opzettelijk de verboden gedragingen te bevorderen. De bewuste aanvaarding van een dergelijke aanmerkelijke kans kan zich te dezen voordoen, indien hetgeen de verdachte bekend was omtrent het begaan van strafbare feiten door de bank rechtstreeks verband hield met de hem verweten verboden gedragingen.’

Uit deze criteria volgt, in welke mate dit wetsvoorstel in uitbreiding van de strafrechtelijke aansprakelijkheid resulteert. In veel gevallen zal de leidinggevende die strafbare feiten van een publiekrechtelijke rechtspersoon bevordert, ook het medeplegen of uitlokken van deze strafbare feiten ten laste kunnen worden gelegd (vgl. De Hullu, a.w., p. 496). In gevallen waarin dat niet zo is, omdat niet van een nauwe samenwerking kan worden gesproken en de leidinggevende meer heeft stilgezeten dan actief uitgelokt, wordt door dit wetsvoorstel strafrechtelijke aansprakelijkheid gecreŽerd.  

Ik teken daarbij aan dat de uitbreiding van de strafrechtelijke aansprakelijkheid van ambtsdragers, ambtenaren en arbeidscontractanten juist ook tegen de achtergrond van het voorgaande wenselijk voorkomt. Bij het plegen van strafbare feiten buiten het verband van rechtspersonen zijn een nauwe samenwerking en gedragingen gericht op uitlokking passende aanknopingspunten voor strafbaarheid. In hiŽrarchische organisaties als waarvan bij publiekrechtelijke rechtspersonen sprake is, kan een half woord of zelfs een bewust stilzwijgen van een leidinggevende al een zeer werkzame causale factor zijn bij het tot stand komen van een strafbaar feit. De verantwoordelijkheden die op deze leidinggevende zijn gelegd, kunnen meebrengen dat diens bijdrage minstens zo zwaar gewogen wordt als de meer feitelijke uitvoering van het delict. Deze wetswijziging maakt, dat aan dat gegeven voortaan ook bij publiekrechtelijke rechtspersonen een adequate vertaling kan worden gegeven.

 

6. Een publieke taak, bij de wet opgedragen  

Voorgesteld wordt, als aangegeven, artikel 42 Sr aan te vullen. Thans sluit dit artikel strafbaarheid uit indien een feit is begaan `ter uitvoering van een wettelijk voorschrift’. Voorgesteld wordt een aanvulling die meebrengt dat strafbaarheid ook is uitgesloten indien een feit is begaan ter uitvoering van een publieke taak, bij de wet opgedragen.  Deze toevoeging is niet slechts van belang in verband met de strafrechtelijke aansprakelijkheid van ambtenaren en ambtsdragers. Zij is ook van belang voor de strafrechtelijke aansprakelijkheid van andere publiekrechtelijke rechtspersonen dan de Staat, waarvoor de Hoge Raad in het arrest Pikmeer II nadere regels heeft gegeven.

De reikwijdte van de voorgestelde uitbreiding van artikel 42 Sr is beperkter dan op het eerste gezicht wellicht lijkt. In de eerste plaats wordt thans reeds uit –oudere- jurisprudentie afgeleid dat ook een wettelijk voorschrift dat een bevoegdheid geeft, en geen plicht tot handelen, onder omstandigheden in aanmerking komt (vgl. De Hullu, a.w., p. 336). Door in de wet vast te leggen dat niet strafbaar zijn feiten begaan ter uitvoering van een bij de wet opgedragen publieke taak, wordt deze opvatting bevestigd, en de reikwijdte van de strafuitsluitingsgrond in dit opzicht beter in de wet vastgelegd. In de tweede plaats biedt de strafuitsluitingsgrond overmacht in de zin van noodtoestand ruimte voor strafuitsluiting op basis van feiten en omstandigheden die ook in het kader van artikel 42 Sr strafuitsluitend werken (De Hullu, a.w., p. 338).

De voorgestelde aanvulling van artikel 42 Sr strekt er in dit licht vooral toe, te verduidelijken welke strafuitsluitende omstandigheden door artikel 42 Sr bestreken worden. Daarmee wordt tevens het bijzondere karakter tot uitdrukking gebracht van het belang dat bij de wet opgedragen publieke taken kunnen worden uitgevoerd. Dat belang weegt zwaar, en mag niet enkel afhankelijk zijn van een niet nader genormeerde belangenafweging in het kader van overmacht, waarbij publieke taakuitoefening en strafrechtelijk beschermde belangen in hetzelfde perspectief staan.

  Strafbaarheid ligt wel in de rede als het strafbaar handelen de toets aan proportionaliteit en subsidiariteit, die blijkens oudere jurisprudentie uit het begrip `ter uitvoering van’ voortvloeit, niet kan doorstaan (De Hullu, a.w., p. 337). Als een ambtenaar gedurende langere tijd, zonder maatregelen te treffen die mogelijk en redelijk zijn, structureel gedragingen in strijd met milieuregelgeving toelaat, bijvoorbeeld, zal deze daarvoor strafrechtelijk aansprakelijk moeten kunnen worden gesteld. Tegen deze achtergrond kan niet worden gesteld dat  door de voorgestelde aanpassing van artikel 42 Sr gedragingen die thans strafbaar worden geacht, buiten de grenzen van de strafwet worden gebracht. Het gaat om een verduidelijking van artikel 42 Sr, die tot gevolg heeft dat de toepasselijkheid van die bepaling voorop komt te staan bij gedragingen waarvan de straffeloosheid thans gebruikelijk op de bepaling inzake overmacht wordt gebaseerd.

 

7. FinanciŽle paragraaf  

Naar verwachting zal slechts in een zeer gering aantal gevallen aanleiding bestaan tot strafvervolging van opdrachtgevers en feitelijke leidinggevers aan verboden gedragingen van publiekrechtelijke rechtspersonen in gevallen waarin deze thans door de strafrechtelijke immuniteit van deze rechtspersoon uitgesloten is. De gevolgen van deze wetswijziging kunnen dan ook binnen de begroting worden opgevangen.

 

8.  Artikelsgewijze toelichting  

A  

Graag verwijs ik in de eerste plaats naar hetgeen hierboven in het algemeen deel van deze toelichting, paragraaf 6, is gesteld. In aanvulling daarop kan ik verduidelijken dat het begrip `wet’, net als het begrip `wettelijk voorschrift’ doelt op een wet in materiŽle zin. Wel zal een opgedragen publieke taak gewoonlijk uiteindelijk op een formele wet kunnen worden teruggeleid.

 

B  

Graag verwijs ik in de eerste plaats naar hetgeen hierboven in het algemeen deel van deze memorie van toelichting, paragrafen 1 tot en met 5, is gesteld. In aansluiting daarop wil ik de keuze voor het begrip `publiekrechtelijke rechtspersoon’ nog nader beargumenteren. Doorslaggevend voor de keuze van dit begrip is geweest dat in artikel 51 Sr, waar de voorgestelde voorziening in wordt ondergebracht, de strafbaarheid van de rechtspersoon is geregeld. Begripsmatig sluit de term `publiekrechtelijke rechtspersoon’ daar het meest bij aan. De commisie Roelvink koos voor hetzelfde begrip (a.w., p. 17).  

 

De Minister van Justitie,

 

 

 

Als zij het al doen???????????? 

LJN: BH6954, Rechtbank 's-Hertogenbosch , 01/993213-07
Datum uitspraak: 24-03-2009
Datum publicatie: 24-03-2009
Rechtsgebied: Straf
Soort procedure: Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie: Promis-vonnis. Verdachte is veroordeeld voor ambtelijke corruptie, valsheid in geschrifte en oplichting tot een werkstraf van 200 uur en een voorwaardelijke gevangenisstraf van 6 maanden. Verweer strekkende tot niet-ontvankelijkheid van de officier van justitie wegens een onregelmatige start van het onderzoek verworpen. Wegens schending verschoningsrecht in vooronderzoek geen niet-ontvankelijkheid officier van justitie, doch strafvermindering.
Uitspraak

 

 

Opstand Openbaar Ministerie tegen de rechtstaat! De moord op Pim kost Nederlanders veel vrijheid (van meningsuiting) en een Fortuyn

1. Pim Fortuyn over Openbaar Ministerie: "Ik zal mij na 15 mei 2002 zeker ook inspannen om het OM een halt toe te roepen en zo mogelijk op de terugweg te dwingen"

2. Ministerie van Justitie: Toch wist justitie zo ongeveer een uur na de moord al te melden, dat Folkert van der G. in zijn eentje opereerde.

3. Openbaar Ministerie: Politie en de voormalige Binnenlandse Veiligheidsdienst (BVD) hebben een zeer vergevorderd onderzoek naar links-radicale dierenactivisten moeten staken omdat het openbaar ministerie de geldkraan vorig jaar pardoes dichtdraaide.

332 POM & Fortuyn Mr. M. Moszkowicz sr.: "Leven we nog in een rechtsstaat?"
193 POM & Fortuyn Toeschrijven naar conclusie bekende truc overheid om de aandacht af te leiden van zaken waar het werkelijk om gaat
482 POM & Fortuyn Confrontatie LPF met CDA Minister van Justitie Donner over norm voor meenemen of wepmeppen van winkeldief
487 POM & Fortuyn Hans Smolders: "Als je er zelf inzit dan zie je pas hoe de mensen door Den Haag belazerd worden"
183 POM & Fortuyn Democratie in Nederland is een illusie III, Vetorecht CDA/VVD over LPF'ers
182 POM & Fortuyn Democratie in Nederland is een illusie II, Lijst Pim Fortuyn razendsnel ingepolderd
288 POM & Fortuyn Democratie in Nederland is een illusie I, waarschuwing voor kamerleden/onderhandelaars LPF
178 POM & Fortuyn De kunst van het liegen, tevens waarschuwing voor Hoekstra in onderzoekscommissie Haak 
281 POM & Fortuyn Hetze en taalgebruik tegen Fortuyn. Partij van de Arbeid krijgt pak slaag van kiezers
280 POM & Fortuyn Informatie over de commissie en het (overheid)onderzoek naar de beveiliging rond Pim Fortuyn
282 POM & Fortuyn Westbroek: …ťn mistdruppel voel je niet, maar komt het van alle kanten dan zorgt dat voor een ander politiek klimaat 
275 POM & Fortuyn Demmink zou LPF-minister Nawijn hebben gewaarschuwd geen lijsttrekker te worden omdat LPF uit criminelen zou bestaan
485 POM & Fortuyn Rene Diekstra op zoek waarom gevestigde politiek geen afdoende antwoord had op Fortuyn
486 POM & Fortuyn Pim Fortuyn van Nederlandse Le Pen tot Kennedy 
286 POM & Fortuyn Volkert leek vooral berekenend. Klacht Milieu-Offensief bij Raad voor de Journalistiek ongegrond
391 POM & Fortuyn Openbaar Ministerie: "Van der G. is een calculerende dader" 
105 POM & Fortuyn Toelichting officier ter terechtzitting Amsterdam in strafzaak verdachte moord Fortuyn
483 POM & Fortuyn Schending ambtsgeheim ex art. 272.1 Sr door loco-burgemeester op de avond van de moordaanslag op Pim Fortuyn

Eerbetoon aan openbare kritiek op de rechtspraak in Nederland van Moszkowics advocaten
285 Mr. Moszkowicz: Hijheeft als enige mij correct behandeld en was naar eigen zeggen niet thuis in het gezondheidsrecht
160 Mr. Moszkowicz: Geen omgang tussen kind en vader omdat er geen sprake is van incest
212 Mr. Moszkowicz: Valse aanklacht tegen vader gegrond maar ook dit kind blijft in handen van de gesubsidieerde voogdij
089 Mr. Moszkowicz: "Onbegrijpelijk dat zoveel advocaten dubbelfunctie rechter-plaatsvervanger vervullen
332 Mr. M. Moszkowicz sr.: "Leven we nog in een rechtsstaat?"

 

 

 

Regeerakkoord 2017 VVD, CDA, D66 en ChristenUnie willen van Nederland een afluisterstaat maken!


PAR POM Met groot materieel en politie wordt op 19 maart 2014 in Ermelo uitgerukt om een paar Groep Hop verkiezingsborden weg te halen
(562) POM Regeerakkoord 2017 VVD, CDA, D66 en ChristenUnie willen van Nederland een afluisterstaat maken!
(224) POM Groep Hop is tegen De Sleepwet om iedere burger ongecontroleerd af te kunnen luisteren
(114) POM De Nederlandse Vereniging voor Rechtspraak is de beroepsvereniging van rechters en officieren van Justitie in Nederland
(293) POM Nederlandse Vereniging voor Rechtspraak: "Het dwangmiddel tot afname van DNA-materiaal kan blijkens het wetsvoorstel worden toegepast zonder dat er een concreet delict in het vooruitzicht is gesteld, met andere woorden er hoeft geen verdenking te zijn"
(389) POM Hop eist al vanaf 1997 een VERBOD op de dubbelfunctie Officier van Justitie en gelijktijdig Rechter-plaatsvervanger om een einde te maken aan de infiltratie van het Openbaar Ministerie in het rechtersleger
(305) POM Hoofdofficier van Justitie van Gend weigert strafvervolging in te stellen tegen het feit dat 200 rechters van de rechtbank Den Haag nevenfuncties niet hebben opgegeven
(306) POM Op 27 januari 1998 stelt Hop de vraag in een persbericht: Is er een complot van het Openbaar Ministerie en Rechterlijke Macht tegen de democratische rechtsstaat?
(323) POM Bolkenstein: "Het ziet er echter naar uit dat het OM, gesteund door de rechters, verenigd in de belangenvereniging NVvR (Nederlandse Vereniging voor Rechtspraak), zich en bloc tegen de minister en de Tweede Kamer keren"
(307) POM Persverklaring College van Procureurs-generaal: Reorganisatie Openbaar Ministerie is een onomkeerbaar proces dat hoe langer hoe meer op de parketten gestalte krijgt
(188) POM Opslaan internetsporen 'erger dan de Stasi, Met EU richtlijn om op grote schaal verkeersgegevens op te slaan is Europa een grote politiestaat geworden
(273) POM Mobiele telefoon. Wetsvoorstel en besluit vorderen gegevens telecommunicatie
(292) POM Iemand die 'foute' denkbeelden of activiteiten heeft of 'foute' mensen kent, loopt de grootste kans om door de overheid afgeluisterd te worden. Afhankelijk van de overheid kan 'fout' crimineel, te sociaal, te kritisch, te nieuwsgierig, buitenlands of simpelweg 'politiek anders georiŽnteerd' betekenen,
(334) POM Misbruik van bevoegdheden door de overheid en Justitie is van alle tijden. Wie zich niet coŲperatief opstelt, kan door een overheid als geestesziek worden aangemerkt
(370) POM Het Openbaar Ministerie, de politie en de veiligheidsdiensten willen wetten aanpassen en oprekken om het opslaan en uitwisselen van gegevens, die op geen enkele manier op onjuistheid getoetst zullen worden, over niet-verdachte burgers mogelijk te maken
(414) POM Wet Bijzondere Opsporingsbevoegdheden 27 mei 1997 geeft inzicht in werkwijze openbaar ministerie en politie en het opslaan van gegevens over burgers in allerlei geheime dossiers
(431) POM IP-adres=IP-nummer & DATA MINING! Wettelijke bevoegdheid voor opsporingsinstanties om te vorderen dat de houder van gegevens deze ten behoeve van de opsporing bewerkt (data mining of register vergelijking)
(475) POM Politie en camera's: Verkeerscamera's kunnen ook mooi gebruikt worden om te bepalen welke voertuigen zich waar in het land bevinden
(508) POM & Sleepwet VVD en PvdA willen in 2015 nog meer bevoegdheden om burgers af te luisteren en in de gaten te houden en politie en Openbaar Ministerie mogen inbreken, aftappen en observeren op servers en computers van burgers
(622) POM VVD en PvdA willen in 2015 nog meer bevoegdheden om burgers af te luisteren en in de gaten te houden en politie en Openbaar Ministerie mogen inbreken, aftappen en observeren op servers en computers van burgers
(623) POM Van alle elektronische akten burgerlijke stand kan direct een dubbel worden gestuurd naar JustitiŽle Informatiedienst (JustID) Almelo
(624) POM & CDA Donner/CDA rechter en CDA Minister van Justitie wil de vrijheid om het doen en laten van de hele bevolking vast te leggen"
(626) POM & CDA Donner/CDA rechter en CDA Minister van Justitie wil dat de politie gegevens opslaat over alle burgers ook die niet worden verdacht worden van strafbaar feit
(627) POM Nederlanders worden massaal afgeluisterd met keur aan middelen voor politie en Justitie om mobiele telefoons af te tappen
(628) POM De 'geheime' internet tapkamer van de overheid. Hoe weet je als burger dat je internetverkeer afgetapt wordt?
(629) POM Verdrag Draft Convention on Cybercrime voor betere wetgeving vooral goed voor politie en justitie maar niet voor de industrie en de samenleving
(630) POM Nieuwe ontwikkelingen in Amerika tonen aan hoe burgers nog verder in de gaten gehouden gaan worden door overheden
(631) POM Echelon, Amerika luistert mee ook met de meest geheime bedrijfseconomische informatie.
(688) POM Hop: Koopkracht burgers daalt opnieuw bij invoering kilometerheffing voor vrachtverkeer! De Staat wil burgers nog beter dan in de DDR in de gaten kunnen houden door invoering van kilometerheffing
(239) POM De staat mag complete woonwijk afluisteren, communicatie gegevens van alle bewoners opslaan en uitwisselen met buitenlandse veiligheidsdiensten.
(203) POM Politie wil identificatieplicht op anoniem communiceren De politie wil dat anoniem internetten en het anoniem kopen van prepaid telefoonkaarten verboden wordt
(609) POM Transparant Openbaar Ministerie: "In Nederland zijn meer dan achthonderd officieren van justitie werkzaam" Bron programma De Aanklagers
(332) POM Mr. M. Moszkowicz sr.: "Leven we nog in een rechtsstaat?"

 

 

 

 

De zevende WET van Hop: Rechtersleger en POM-ambtenaren zijn partijdig voor personeel van de overheid en deinzen niet terug voor fraude

POM 1. Overheid tegen de burger:
Inleiding met wat "sfeerverslagen" hoe de rechtspraak werkt in Nederland.

(1) Kinderbescherming & "rechtbank" tegen Hop. Een sfeerverslag hoorzitting rechtbank Zutphen met kinderrechter tevens President Soroptemistenclub
(137) De complete Nederlandse jeugdzorg tegen Hop. Een sfeerverslag hoorzitting jeugdzorg klachtencommissie, klachten Hop gegrond maar dat hielp natuurlijk niet!
(300) Hop moet bloeden schrijft vervolgens de jeugdzorg advocaat met baantjes in de kerk en school: Citaat: "De heer Hop was als voortrekker bezig het systeem lam te leggen. In eerste instantie werd in dit kader gebruik gemaakt van hinderlijke, maar wel legale middelen als het systematisch klagen en het systematisch om informatie vragen" Bron Regel 21, 22 en 23 Pleitnotities advocaat X overheid op de hoorzitting van het Hof van Discipline 150304.
(80) POM & "jeugdzorg" & "rechtbank" tegen Hop. Een sfeerverslag hoorzitting rechtbank Assen met een "onpartijdige rechter".

Aanhouding:
(550) POM Onschuldig geboren maar jouw gegevens worden door de gemeente gelijk naar het Justitieel Documentatiecentrum gestuurd
(134) POM Zorg dat u de omschrijving van een VERDACHTE uit uw hoofd kent
(409) Voorbeeld verzoek burger bij aanhouding en/of na een staande houding
(597) POM Waarom werd de witte Iphone van Weber in beslag genomen voor NFI onderzoek omdat Weber het politieoptreden gelijk filmde?
(431) POM IP-adres=IP-nummer & DATA MINING! Wettelijke bevoegdheid voor opsporingsinstanties om te vorderen dat de houder van gegevens deze ten behoeve van de opsporing bewerkt (data mining of register vergelijking)
Verhoor:
(420) POM Openbare meningsvorming inzake "natuurlijk persoon"
(263) POM Hop klachten over onvolledig PV horen verdachte/hoorzitting rechter voorkomen door zelf opnames te maken
(347) POM Videoconferentie heeft ten opzichte van een directe confrontatie een geringere communicatiewaarde!
(367) POM & verhoor De Velpse verhoormethode! Respectloze behandeling van een burger door de politie
(289) POM & verhoor De Gelderse Verhoormethode! Een vader mocht een minderjarige niet bijstaan bij verhoor door de politie
PV:
(747) POM & PV Klacht tegen politie Lelystad inzake opmaken proces-verbaal
(241) POM & PV Waarom mocht Weber het door de politie Lelystad opgemaakte PV niet lezen?
(284) POM & PV Waarom weigerde de politie Lelystad Weber afschrift kopie PV met zaaknummer?
(225) POM & verhoor Politie Lelystad tegen Weber Lelystad inzake identificatieplicht
Aangifte POM & dossier Politie weigert Hop dossier! Aangifte tegen Hop na publicatie over "succesvolle tegenwerking" Groep Hop Lelystad
(596) POM Hoeveel personen zijn inmiddels betrokken bij een eenvoudig zaak dat escaleert door politiegeweld uit de polder?
(435) POM & PV Indien je als opsporingsambtenaar een strafbaar feit vaststelt, moet je een proces-verbaal opmaken
DNA:
(293) POM Nederlandse Vereniging voor Rechtspraak: "Het dwangmiddel tot afname van DNA-materiaal kan blijkens het wetsvoorstel worden toegepast zonder dat er een concreet delict in het vooruitzicht is gesteld, met andere woorden er hoeft geen verdenking te zijn"
(560) POM Het Openbaar Ministerie probeert, na de sleepwet, ook van iedere burger DNA te verzamelen met een sponsje
Aangifte tegen ambtenaren overheid:
(746) POM Voorbeeld aangifte 746 tegen politie, inzake ontbreken van grondslag voor identificatieplicht
(743) POM Voorbeeld aangifte 743 tegen politie, geen vermelding beroepsmogelijkheden onder beslissing afpoeieren van uw aangifte
Voorbeeldbrieven dossiers
(112) POM Het complot! Een vader heeft geen recht op inzage dossier van zijn kinderen bij de politie
(206) POM & dossier politie. Voorbeeldbrief verzoek aan politie om afschrift dossier door verdachte
(343) POM & dossier OM. Voorbeeldbrief verzoek aan Openbaar Ministerie om afschrift dossier door verdachte
Hoorzitting rechtbank
(205) POM Verweer Weber tegen termijnoverschrijding Openbaar Ministerie wordt genegeerd door de "onafhankelijke rechter"
(548) POM & dossier rechtbank. Voorbeeldbrief verzoek aan rechtbank om afschrift/inzage dossier voor de hoorzitting door verdachte
(510) POM & dossier Wet openbaarheid van bestuur Betreft een verzoek van een burger om overlegging van stukken welk verzoek door de Officier van Justitie is afgewezen
Vrijheid ontneming
(115) POM Vormverzuim onrechtmatige vrijheid ontneming verdachte door Openbaar Ministerie Rechtbank & Rechtbank dossier:
(242) POM Bij voortzetting van het vooronderzoek na het betekenen van de dagvaarding in eerste aanleg en na schorsing van het onderzoek ter terechtzitting, ook in geval van onderzoek onder leiding van de officier van justitie, aan de verdediging, in het belang van het onderzoek, kennisneming van processtukken kan worden onthouden.
(294) POM Openbaar ministerie niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de redelijke termijn ex artikel 6 EVRM.
Partijdigheid rechters voor ambtenaren overheid:
(210) Verwijs steeds naar jurisprudentie over "procederen" om nevenfuncties m.b.t. rechtspraak te verkrijgen!
(341) POM Voorstellen RECHTERSLEGER om tot verbetering strafproces tegen burgers in het voordeel van de Staat te komen
(179) POM & rechtersleger "Rechters deinzen er tegenwoordig niet terug voor fraude om de staat, als deze partij is in een proces, aan het langste eind te laten trekken"
partijdigheid POM Politie gelijk partijdig voor CDA gemeente Ermelo tijdens Ermelose verkiezingen gemeenteraad!
(267) POM CDA Minister van Justitie: Een druppel is niet gevaarlijk maar een stroom holt de steen uit
(246) POM & jeugdzorg maatje CDA-er Donner: "Het is misplaatst en onverantwoord te zoeken naar de schuldigen in de zaak Savannah. We moeten ons verzetten tegen negatieve beeldvorming over de gezinsvoogdij!"
(229) POM & Jeugdzorg Korpschef Nationale politie niet goed genoeg voor de politie en wordt daarom directeur bij de jeugdzorg
(557) POM De Pikmeerarresten voorbeeld van politiek gekonkel en handjeklap rechtersleger met gemeente
(417) POM Waarom worden/kunnen, onder verwijzing naar de Pikmeerarresten, het gemeentebestuur en ambtenaren (autoriteiten) kunnen niet strafrechtelijk worden vervolgd.
(558) POM Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk in zijn vervolging van de verdachte ter zake van het primair telastegelegde bewezenverklaard in die zin dat is aangenomen dat de verdachte, als hoofd van de afdeling nieuwe werken van de gemeente Boarnsterhim feitelijke leiding heeft gegeven aan de verboden gedraging van die gemeente.
(201) POM Stemfraude? Knippen en plakken in Ermelose verkiezingsformulieren mag wel van Ermelose CDA burgemeester
(104) POM College van procureurs-generaal (hierna: het College) geweigerd appellant inzage te verstrekken in het rapport van de Rijksrecherche
(105) POM & Fortuyn, moord op Pim kost burger veel vrijheid van meningsuiting en een Fortuyn
(109) POM Criminoloog Cyrille Fijnaut onderzocht de georganiseerde misdaad voor Van Traa
(129) POM Veroordeling journalist Undercover in Nederland
(194) POM en afhandeling strafzaken tegen CDA elite "achter gesloten deuren"..... Fotomodel tegen CDA-er Eurlings. Welke bijbaantjes met VOG heeft deze Eurlings?
(515) POM Rechtbank Den Haag: "Geen straf voor bevoorrading coffeeshop met drugs in Nederland
(309) POM Geheime brief vuurwerkramp kraakt bewijs, Mogelijk geknoei Tolteam
(278) POM IRT klokkenluiders van Belzen en Limmen tegen Justitie Haarlem
(296) POM Eindrapport Commissie Traa HOOFDSTUK 4 OBSERVATIE
(449) POM Gefabriceerd bewijs en succesvolle tegenwerking kenmerk werkwijze Openbaar Ministerie in de zaak Nienke Kleiss
(260) POM & Novacap tulpenfraude 1
(274) POM & Novacap tulpenfraude 2
(221) POM & Novacap tulpenfraude 3
(223) POM & Novacap tulpenfraude 4
(314) POM & Novacap tulpenfraude 5
(402) POM & Novacap tulpenfraude 6
(421) POM & Novacap tulpenfraude 7

 

 

 

POM 2. Burger tegen overheid:
Inleiding met wat "sfeerverslagen" hoe de rechtspraak werkt in Nederland.

(1) Kinderbescherming & "rechtbank" tegen Hop. Een sfeerverslag hoorzitting rechtbank Zutphen met kinderrechter tevens President Soroptemistenclub
(137) De complete Nederlandse jeugdzorg tegen Hop. Een sfeerverslag hoorzitting jeugdzorg klachtencommissie, klachten Hop gegrond maar dat helpt natuurlijk niet!
(300) Hop moet bloeden schrijft vervolgens de jeugdzorg advocaat met baantjes in de kerk en school: Citaat: "De heer Hop was als voortrekker bezig het systeem lam te leggen. In eerste instantie werd in dit kader gebruik gemaakt van hinderlijke, maar wel legale middelen als het systematisch klagen en het systematisch om informatie vragen" Bron Regel 21, 22 en 23 Pleitnotities advocaat X overheid op de hoorzitting van het Hof van Discipline 150304.<
(80) POM & "jeugdzorg" & "rechtbank" tegen Hop. Een sfeerverslag hoorzitting rechtbank Assen met een "onpartijdige rechter".

(134) POM Zorg dat u de omschrijving van een VERDACHTE uit uw hoofd kent
(746) POM Voorbeeld aangifte 746 tegen politie inzake ontbreken van grondslag voor identificatieplicht
(743) POM Voorbeeld aangifte 743 tegen politie na geen vermelding beroepsmogelijkheden onder beslissing afpoeieren aangifte
(354) POM U kunt bij de politie alleen nog maar met DigiD aangifte doen via internet en inloggen op Mijn Politie.
(625) POM Checklist voor gewone Nederlander om aangifte te doen tegen personeel van de overheid
(381) POM Voorbeeldbrief klacht 381 tegen politie bij een weigering om een aangifte van een gewone Nederlander op te nemen met een verzoek om rechtsbescherming bij de burgemeester met een dwangsom van 1000 Euro per dag
(609) POM "In Nederland zijn meer dan achthonderd officieren van justitie werkzaam" Bron programma De Aanklagers
(377) POM De mr. T.K. Hoogslag-norm (28) inzake de pseudo-Officier van Justitie
(389) POM Hop eist al vanaf 1997 een VERBOD op de dubbelfunctie Officier van Justitie en gelijktijdig Rechter-plaatsvervanger om een einde te maken aan de infiltratie van het Openbaar Ministerie in het rechtersleger
(74) POM & jeugdzorg Hop adviseert niet klagen tegen kinderbescherming! Bezwaar en beroep wordt toch onderdrukt. Dus aangifte doen!
(270) Jeugdzorgmentaliteit: Klager moet hetzelfde klachttraject overnieuw doen als de jeugdzorg niets heeft gedaan met gegrond verklaarde klachten. Dus aangifte doen!
(380) POM Wijziging van het Wetboek van Strafrecht strekkende tot het strafrechtelijk vervolgbaar maken van het opdracht geven tot en het feitelijke leiding geven aan verboden gedragingen van overheidsorganen
Informanten:
Aangifte POM Aangifte tegen Hop na publicatie over "succesvolle tegenwerking" Groep Hop Lelystad
(269) POM & jeugdzorg De moeder van zeilmeisje Laura Dekker heeft de jeugdzorg en Raad voor de Kinderbescherming in het Algemeen Dagblad criminele organisaties genoemd
Na GBA fraude gemeente Ermelo wordt Hop met "gefabriceerd bewijs", "succesvolle tegenwerking" en "geheim overleg" aangepakt.
(818) POM & jeugdzorg Jeugdige daders die "Vlinder" zeer ernstig met lichamelijk letsel mishandelden worden niet vervolgd omdat die vervolging niet past in de Gelderland jeugdzorg conclusies
(111) POM Waar de overheid de enkeling niet beschermt in zijn vrijheid tegen de meerderheid of die juist zelf aantast zien we dictatuur
(559) Actie vaders tegen kinderbescherming in Zutphen! Medewerkers kinderbescherming onderworpen aan "verhoor" door vaders. Politie greep niet in!
Beroepschriften verkeersboetes:
(308) POM Commercieel belang bij verkeersboetes Een politiebeambte moet boeten voor te weinig bonnen!
(681) POM Agent mag bezwaar tegen zichzelf beoordelen en beslissen
(418) POM Productie 418 Jurisprudentie: Vervang parkeerbedrijf door de jeugdzorg of kinderbescherming waar u mee te maken heeft!
(232) Voorbeeldbrief bezwaar naheffingsaanslag parkeerbelasting
(191) POM Voorbeeld beroepschrift 191 tegen verkeersboete inzake "bestemmingsverkeer"
(235) POM Voorbeeld beroepschrift 235 verkeersboete inzake APK-boete inzake de overtreding voor het motorrijtuig zijn geldigheid heeft verloren
(330) POM Voorbeeld beroepschrift 330 verkeersboete inzake "gesimuleerde wegsituaties"
(331) POM Voorbeeld beroepschrift 331 tegen verkeersboete inzake "overschrijding maximum snelheid"
(364) POM Voorbeeld beroepschrift 364 verkeersboete inzake "verkeersboete voetganger (voornemens) op voetgangersoversteekplaats (over te steken) niet voor laten gaan, feitcode R482
(372) POM Voorbeeld beroepschrift 372 tegen een opgelegde administratieve sanctie (boete) onder overlegging van aantoonbare feiten dat ik niet op die plaats geweest ben
(373) POM Voorbeeld beroepschrift 373 tegen een opgelegde administratieve sanctie (boete) voor een verkeersovertreding inzake handmatig bellen met een mobiele telefoon
(412) POM Voorbeeld beroepschrift 412 verkeersboete inzake "identificatieplicht"
(423) POM Openbaar Ministerie blijft gebruikers van lasershield of laserecho – indien de meting daadwerkelijk wordt verstoord – vervolgen voor “het belemmeren van een opsporingshandeling”
(240) POM Strafbaarstelling van het rijden onder invloed van bepaalde drugs en geneesmiddelen die de rijvaardigheid kunnen verminderen
(342) Ermelo. Vragen Hop over verkeersforum gemeente Ermelo levert nog meer bedenkingen op


Voorbeeld aangiften:
(441) Voorbeeld aangifte tegen jeugdzorg medewerkers inzake een jeugdzorgrapportage
(442) Voorbeeld aangifte tegen psycholoog jeugdzorg inzake psychologenrapportage
(513) Voorbeeld aangifte tegen politiemedewerkers inzake politie-PV
(462) Voorbeeld aangifte tegen medewerker kinderbescherming inzake kinderbeschermingrapportage
(516) Voorbeeld aangifte tegen griffier rechtbank inzake rechtbankgriffier-PV
(555) Voorbeeld aangifte tegen gerechtsdeurwaarder
(561) Voorbeeld aangifte tegen POM medewerkers, indien vervolging medewerkers overheden daadwerkelijk wordt verstoord, vervolgen voor belemmeren van een opsporingshandeling

 

 

 

 

Praktijkvoorbeelden van gefabriceerd bewijs en succesvolle tegenwerking gericht tegen Hop

Bron Memo Openbaar Ministerie Landelijk CoŲrdinerend officier van justitie Bovenregionaal Recherche Overleg (BRO) Teamleider Maatwerkzaken  over Hop 11 juni 2012 Citaat: Complicerende factor in het verhaal is dat de heer Hop een politiek zeer actieve persoon is. Citaat: Het Gevoelige Zaken Overleg (GZO) is voorstander van een frontale opsporingsactie op Hop oftewel halen en (als spraakzame "Don Quichot") doen bekennen en vervolgen. Peter van Hagen aan mr. R. Tenge en D. van der Kolk.

Hop: "Doen bekennen?" Ik beken geen letter, wanneer gaan jullie die kinderrechter van die geantidateerde beschikking oppakken, wanneer gaan jullie die jeugdzorg medewerkers en politieagenten oppakken die een kind jatten zonder rechterlijke beschikking? Doen bekennen? Pak die kinderrechter op en trap haar de rechtspraak uit met haar geantidateerde beschikking op verzoek van jeugdzorg tuig.


Stem Wijzer         Gefabriceerd bewijs            Succesvolle tegenwerking       Succesvolle tegenwerking       In memoriam
Stem Groep Hop   Succesvolle tegenwerking   Succesvolle tegenwerking       Succesvolle tegenwerking       Denk eens na?
Denk eens na?      Denk eens na?                   Denk eens na?                       Denk eens na?                       Denk eens na?

Aandachtsvestiging/disclaimer. Uitsluitend de websites www.burojeugdzorg.nl/com/net/org en www.bureaujeugdzorg.nl/com/net/org zijn van J. Hop Ermelo. Met andere websites heeft hij niets te maken! J. Hop Ermelo is niet aansprakelijk voor (gevolg)schade die voorkomt uit het gebruik van deze site, dan wel uit fouten of ontbrekende functionaliteiten op deze sites. Copyright © 2017 J. Hop Ermelo. Alle rechten voorbehouden.