CENSUUR EN ORGANISATIECRIMINALITEIT IN NEDERLAND ©

1997-2014+ Diepe minachting voor het structurele probleem in de Nederlandse rechtspraak te weten de weerzinwekkende partijdigheid voor de overheid.

Groep Hop wil de pensioengerechtigde leeftijd verlagen naar 60 jaar. Alle gemeente belastingen afschaffen. Improductieve bureaucratie aanpakken. Kinderbeschermingsmaatregelen na verzonnen verhalen is weerzinwekkende fraude. Ontvangen gelden dienen als heling te worden aangemerkt. Bekijk ons programma? Als u ook genaaid bent/wordt door voor de overheid steeds partijdige rechtspraak, gemeente, jeugdzorg, RvdK of UWV stel u verkiesbaar voor de verkiezingen gemeenteraad 2018. Praktijkvoorbeeld. Het jatten van de recreatiewoning van een 71+ jarige gehandicapte burger die VOOR 1996 zelf zijn recreatiewoning heeft (af)gebouwd en er voor 1996 ook woonde dat wordt door niemand ter discussie gesteld wordt door Hop als organisatiecriminaliteit gemeente Ermelo en zeer ernstige mishandeling van een gepensioneerde burger aangemerkt. Groep Hop is wel TEGEN de discriminatie van Nederlanders tov buitenlanders.

Stem TEGEN organisatiecriminaliteit bij de overheid! Stem VOOR Groep Hop. Dank u wel voor uw aandacht. J. Hop.

 

 

De Betere Krant van Ermelo

Nieuwsberichten uit het Ermelo, lees verder

 

Wet collectieve afwikkeling massaschade Gerechten kunnen identieke of verwante processen in het land bij ťťn gerecht of rechterscombinatie bundelen en/of daarover procedure-afspraken maken met advocaten van de diverse groepen benadeelden en van de aansprakelijk gehouden partijen en hun verzekeraars

232

ADVIES inzake

Wetsvoorstel tot aanpassing van het Burgerlijk Wetboek en het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering teneinde collectieve afwikkeling van massaschades te vergemakkelijken (Wet collectieve afwikkeling massaschade)

Inleiding. De Minister van Justitie heeft de Nederlandse Vereniging voor Rechtspraak om advies gevraagd over het concept wetsvoorstel tot aanpassing van het Burgerlijk Wetboek en het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, verder te noemen het concept wetsvoorstel massaschade.

Het onderhavige advies van de wetenschappelijke commissie van de NVvR is voorbereid door leden van de studiekring Burgerlijk Recht.

Voorstel 

2.   Het concept wetsvoorstel voorziet in de mogelijkheid om een overeenkomst over de afwikkeling van een groot aantal gelijksoortige schadevorderingen  verbindend te laten verklaren voor de gehele groep van schuldeisers. Voorgesteld wordt na artikel 7:906 BW een drietal nieuwe artikelen toe te voegen. Tevens wordt voorgesteld in het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering een nieuwe titel 14 toe te voegen, genaamd “Van rechtspleging in zaken betreffende de verbindendverklaring van overeenkomsten strekkende tot collectieve schadeafwikkeling”. >Directe aanleiding voor het concept wetsvoorstel vormden het verzoek van het “DES-schadefonds” en de toezegging van de toenmalige Minister van Justitie om een wet te maken die de mogelijkheid schept dat de rechter een overeenkomst tussen enerzijds een organisatie die belangen van schuldeisers behartigt en anderzijds de aansprakelijke partijen verbindend verklaart.

3.   Op 7 februari 2002 heeft een expertbijeenkomst inzake collectieve afwikkeling van massaschades plaatsgevonden, die ook door enkele leden van de NVvR is bijgewoond. Duidelijk is toen geworden dat de betrokken bedrijven en hun aansprakelijkheidsverzekeraars alsmede de DES-slachtoffers groot belang hebben bij de totstandkoming van een wettelijke regeling.

Commentaar

3  4.    De wetenschappelijke commissie van de NVvR heeft met belangstelling kennis genomen van het concept wetsvoorstel massaschade.

De doelstelling van het concept wetsvoorstel om benadeelden binnen korte tijd en op een praktische wijze een reŽel schadebedrag te laten ontvangen, wordt volledig door de wetenschappelijke commissie onderschreven. Echter op de uitvoering van deze doelstelling en het voornemen van de wetgever om hiervoor een extra instrument in het leven te roepen, heeft de wetenschappelijke commissie kritiek, daar hieraan  naar het oordeel van de wetenschappelijke commissie een belangrijk aantal bezwaren verbonden is, die tegen mogelijke alternatieven, al dan niet op basis van de bestaande wet, moeten worden afgewogen. Deze kritiek leidt zelfs tot de conclusie, dat het geen aanbeveling verdient het voorliggende concept wetsvoorstel in te dienen.

5.   De taak van de rechter

Het is de taak van de rechter om volgens de rechtsregels in concrete geschillen tussen partijen te beslissen. Het concept wetsvoorstel breidt dit uitgangspunt uit door aan de rechter de taak te geven een vaststellingsovereenkomst verbindend te verklaren voor gerechtigden die bij die overeenkomst en die procedure geen partij zijn en daarvan mogelijk niet op de hoogte zijn, en zelfs voor zogenaamde toekomstige benadeelden[1], dat wil zeggen: benadeelden die gedurende de behandeling van het verzoek tot verbindendverklaring nog niet met hun schade bekend (waren of) konden zijn en (soms) zelfs latere generaties. De rechter zou daarbij zowel de rechtmatigheid als de doelmatigheid van de vaststellingsovereenkomst moeten beoordelen.

Daarmee legt het concept wetsvoorstel een vorm van materiŽle wetgeving in handen van de rechter. Aldus krijgt de rechter een politieke taak, hetgeen op grond van de daartoe ontbrekende legitimatie in beginsel zo veel als mogelijk moet worden vermeden. Te bedenken valt dat de aldus als plaatsvervangend wetgever aangewezen rechter, althans een collega, nog zal moeten oordelen over aanspraken van personen die niet aan de vaststellingsovereenkomst zijn onderworpen omdat zij gekozen hebben voor de “opt out” van artikel 7:908 tweede en derde lid BW. Het resultaat kan heel wel zijn dat aanzienlijk hogere of lagere bedragen zullen worden toegewezen dan wat in het kader van de vaststellingsovereenkomst als redelijk is aangemerkt. Het behoeft geen betoog dat het vertrouwen in de rechtspleging te lijden zal hebben van uitspraken die door betrokkenen als tegenstrijdig worden ervaren.

 

De door het concept wetsvoorstel voorgestane verbindendverklaring doet denken aan het algemeen verbindend verklaren van bepalingen van een collectieve arbeidsovereenkomst, waartoe de wettelijke bevoegdheid is gegeven aan de minister van sociale

zaken [2] en terecht niet aan de rechter.

 

Ter beperking van omvang van aansprakelijkheid is het begrip fondsvorming zowel in het Nederlandse als in het internationale vervoerrecht bekend. Daarbij gaat het als regel om maatschappelijk aanvaardbaar geoordeelde activiteiten (namelijk vervoer). Het wetsontwerp maakt echter een collectieve afwikkeling van massaschade mogelijk ongeacht de oorzaken van massaschades. Daarom lijkt dit wetsontwerp niet goed vergelijkbaar met de reeds bestaande regelgeving op het gebied van fondsvorming.

 

Verder dringt zich een vergelijking op met de in de artikelen 6:240 – 242 BW aan de rechter opgedragen taak om desgevorderd te onderzoeken of bepaalde algemene voorwaarden onredelijk bezwarend moeten worden verklaard. Deze vergelijking gaat echter maar zeer gedeeltelijk op. Bij een onredelijkbezwarendverklaring van een beding in algemene voorwaarden worden aan een schuldeiser geen krachtens de wet aan hem toekomende rechten ontnomen, maar wordt – in de gevallen waarin daartoe reden is – juist bescherming geboden tegen een beding dat een schuldeiser in zijn wettelijke aanspraken beperkt. In de uitwerking is de wetgever bovendien voorzichtig geweest, in die zin dat een wijziging in de omstandigheden tot wijziging of opheffing van de onredelijkbezwarendverklaring kan leiden.

Aan de inbreuk op het stelsel der machtenscheiding besteedt de concept Memorie van Toelichting, opmerkelijk, geen enkele aandacht.

Niet alleen staatsrechtelijk, maar ook inhoudelijk wil het concept wetsvoorstel een zware taak op de rechter leggen. Volgens het ontwerpartikel 7:907, lid 3, aanhef en sub b BW wijst de rechter het verzoek af indien de hoogte van de toegekende vergoedingen niet redelijk is.

Naar de wetenschappelijke commissie begrijpt, gaat het hier niet om een marginale maar een werkelijk inhoudelijke redelijkheidstoets. Of de hoogte van de toegekende vergoedingen in verband met de (mogelijke) oorzaken, omvang en praktische afwikkeling van de schade al dan niet redelijk is, valt niet eenvoudig te bepalen, noch in geval van mass disaster accidents (zoals bij voorbeeld de rampen in de Bijlmer, Enschede en Volendam), noch zoals de concept Memorie van Toelichting[3] onderkent in geval van mass exposure accidents (de gevolgen van bij voorbeeld asbest, schildersziekte OPS, DES, tekortschietende kunststof hartkleppen en roken).

Daarbij kan een rol spelen dat de rechter geen zicht krijgt in de daadwerkelijke betalingscapaciteit van de aansprakelijke partijen en hun (her)verzekeraars noch in de redenen waarom er onvoldoende dekking zou bestaan.

In de concept  Memorie van Toelichting[4] wordt overigens wel erg snel aangenomen dat uitbetaling van een verzekerde som door de verzekeraar ook de verzekerde zelf vrijwaart van een meeromvattende schadevergoedingsplicht.

Voorts zouden benadeelden die gedurende de behandeling van het verzoek nog niet met hun schade bekend konden zijn en (soms) zelfs latere generaties (DES-kleinkinderen etc.) gebonden kunnen zijn aan een verbindendverklaring waarbij de rechter de omvang van hun schade nooit tevoren heeft kunnen onderkennen.

Op grond van het bovenstaande concludeert de wetenschappelijke commissie derhalve dat  de ver strekkende effecten en consequenties van dergelijke wetgeving thans nog in onvoldoende mate zijn te overzien.

6.      De onbekende en toekomstige benadeelde Voor onbekende en toekomstige benadeelden (waaronder latere generaties) lijkt het concept wetsvoorstel, dat mede is ingegeven door de wens van de aansprakelijke partijen en hun verzekeraars om zekerheid te hebben omtrent de uiteindelijke omvang van hun aansprakelijkheid, veeleer nadelig.

Ook tegen deze achtergrond zou het van een overspanning van de mogelijkheden van de rechter getuigen indien de rechter een dergelijke vaststellingsovereenkomst op voor daarbij niet of slechts zijdelings betrokken benadeelden bindende wijze van het predikaat "redelijk" zou voorzien. Het concept wetsvoorstel wekt in de samenleving en in het bijzonder bij de benadeelden dus irrealistische verwachtingen omtrent de mogelijkheden van de rechtspraak.

De rechter mist ook de outillage en mogelijkheden om daadwerkelijk en diepgaand te onderzoeken of een, meestal na moeizame onderhandelingen totstandgekomen, vaststellingsovereenkomst qua hoogte van schadevergoedingen werkelijk redelijk is. Ook al kan de rechter zich ingevolge ontwerpartikel 1016, lid 1 Rv. door deskundigen laten voorlichten, het zal bij massaschades veelal om moeilijk te beantwoorden vragen gaan en het zal, zeker ten aanzien van toekomstige benadeelden, hachelijk zijn om voorspellingen te doen over het aantal slachtoffers, de aard van de aandoeningen en de omvang van de schade. Daarnaast zal het in dit soort zaken niet eenvoudig zijn om deskundigen te vinden die op basis van eerder ingenomen standpunten voor beide partijen en de rechter voldoende neutraal, objectief en betrouwbaar zijn.

Ontwerpartikel 7:908, lid 1 BW heeft tot gevolg dat benadeelden gebonden zijn aan de gevolgen van de vaststellingsovereenkomst. Zij kunnen, mits bekend met hun schade en met de procedure, op grond van ontwerpartikel 1013, lid 4 Rv. daar hun stem laten horen. In de procedure hebben zij blijkens ontwerpartikel 1018 Rv. verder geen rechten, zoals bij voorbeeld rechtsmiddelen (hoger beroep, cassatie en/of herziening).

Het ontwerpartikel 7:908, leden 2 en 3 BW voorziet in opt out-mogelijkheden voor individuele benadeelden. Onduidelijk blijft wanneer een toekomstige benadeelde, bij voorbeeld iemand die onbekend is met zijn schade of iemand die nog niet geboren is, op straffe van gebondenheid volgens lid 3 een op out-verklaring moet hebben uitgebracht. De concept Memorie van Toelichting[5] is hierover onduidelijk.

In al deze gevallen is, zoals in de concept Memorie van Toelichting wordt onderkend, aan gerede twijfel onderhevig of de benadeelden wel een door onder meer artikel 6, lid 1 EVRM gewaarborgde rechtstreekse en voldoende effectieve toegang tot de rechter hebben (gehad). Voorts rijst de vraag of er niet sprake is van een door artikel 1 van het Eerste Protocol bij het EVRM verboden (deel)onteigening van vorderingsrechten.

Anderzijds zal een te omvangrijke opt out de vaststellingsovereenkomst voor de aansprakelijke partijen minder aantrekkelijk en ontbindbaar maken. De regeling voor de DES-slachtoffers voorziet bewust niet in een opt out-regeling.

7.   Europees recht en rechtsvergelijking

Het concept wetsvoorstel schenkt ten onrechte geen aandacht aan de verhouding tot de Europese richtlijn inzake de aansprakelijkheid voor producten met gebreken, de daarin te verwachten wijzigingen en de regeling van de productenaansprakelijkheid in de artikelen 6:185 BW e.v.. 

Het concept wetsvoorstel kent in de wereld geen voorgangers in de vorm van wetgeving, ook niet in de USA. Van dergelijke vormen van afwikkeling van massaschades in de USA biedt de MvT geen inhoudelijke bespreking, noch vindplaatsen. Evenmin schenkt zij aandacht aan de afwikkeling van de Softenon-schade in Duitsland. Thans bestaat er weinig houvast voor gedegen wetgeving die ook op toekomstige situaties kan inspelen.

Bij massaschades, en zeker bij mass exposure accidents, kunnen in het buitenland

gevestigde aansprakelijke partijen betrokken zijn. Het concept wetsvoorstel schenkt geen enkele aandacht aan vragen van rechtsmacht, toepasselijk recht, internationale verbindendheid en mogelijkheden van tenuitvoerlegging in het buitenland. De vraag is gerechtvaardigd of een dergelijke materie juist in verband met grensoverschrijdende aspecten, zeker bij mass exposure accidents, niet veel effectiever op Europees niveau zou kunnen worden geregeld.

  

8.   Alternatieven; een te grote oriŽntatie op DES?

Wat betreft de concrete toepassing constateert de wetenschappelijke commissie  dat dit concept wetsvoorstel niet aan de wensen van de betrokkenen bij het DES-schadefonds tegemoet komt omdat de desbetreffende regeling de opt out-mogelijkheid uitdrukkelijk niet wenst, ook personen die eerst later slachtoffer blijken te zijn wil binden, geen vergoeding mogelijk maakt voor bij het sluiten van de regeling onbekende gevallen en slechts wil uitkeren indien vaststaat dat alle schade-aanspraken als volledig afgedaan gelden.

Daarnaast valt niet in te zien waarom niet eerst, eventueel mede aan de hand van maatwetgeving, meer ervaring kan worden opgebouwd met afwikkeling van massaschades voordat tot een algemeen, dat wil zeggen voor allerlei uiteenlopende schades, geldende wettelijke regeling wordt besloten.

Het, ook door de wetgever ondersteunde belang van benadeelden om binnen korte tijd en op een praktische wijze een reŽel schadebedrag te krijgen, wordt reeds thans op velerlei wijzen nagestreefd.

        Per 1 januari 2002 is het Eerste Boek van Rv. voor de eerste aanleg ingrijpend aangepast ter versnelling van de procedure.

        Benadeelden kunnen, zoals reeds nu geschiedt, in (omvangrijke) groepen schadevergoeding vorderen dan wel daartoe last en volmacht verlenen.

        Aansprakelijke partijen en/of hun verzekeraars kunnen groepsgewijs, eventueel op basis van een indeling in schadegroepen, schadevergoeding toekennen of overeenkomsten sluiten over de wijze van afwikkeling van schadeclaims, zoals bij het Asbestinstituut.

        Aan diverse regelingen kunnen derdenbedingen ten behoeve van de individuele benadeelden worden verbonden.

        Verzekeraars kunnen snel afdoende voorschotten uitkeren.

        Gerechten kunnen identieke of verwante processen in het land bij ťťn gerecht of rechterscombinatie bundelen en/of daarover procedure-afspraken maken met advocaten van de diverse groepen benadeelden en van de aansprakelijk gehouden partijen en hun verzekeraars.

        Gedacht kan verder worden aan een vorm van groepsgewijze mediation.

 

Zoals in de DES-zaak is gebleken, houden (de vertegenwoordigers van) de benadeelden en de aansprakelijke partijen elkaar in een houdgreep van over en weer gestelde voorwaarden: de benadeelden verlangen maximale uitkeringen en de aansprakelijke partijen verlangen afdoende zekerheid omtrent de omvang van hun financiŽle risico's. De op de DES-zaak georiŽnteerde MvT (p. 2 tot en met 4) beschrijft diezelfde cirkelgang, waarin de (vertegenwoordigde) benadeelden aldus een indirect belang krijgen bij de door de aansprakelijken verlangde zekerheid. Lang niet iedere afwikkeling van massaschade zal zich kenmerken door een dergelijke, min of meer toevallige samenloop van belangen.

De aan het wetsontwerp ten grondslag liggende maatschappelijke en politieke keuzen lijken in de MvT te veel op de DES-zaak georiŽnteerd en daarom voor regelgeving voor andere afwikkelingen van massaschades niet voldoende  helder verwoord.

9.   Diverse opmerkingen en vragen De wetenschappelijke commissie heeft naar aanleiding van de technische uitwerking van de regeling in de diverse wetsartikelen een groot aantal vragen en opmerkingen. Zonder enige volledigheid na te streven, vermeldt zij het navolgende:

        Het ontwerpartikel 7:907, lid 1 BW maakt niet duidelijk dat het alleen gaat om wettelijke verplichtingen tot schadevergoeding en niet tevens om nakoming van een primaire contractuele verplichting tot schadevergoeding. Voorts ademt het artikellid een niet onbelangrijke onevenwichtigheid doordat een dergelijke vaststellingsovereenkomst niet ten laste van de niet betrokken aansprakelijke partijen en hun verzekeraars verbindend kan worden verklaard.

        Het ontwerpartikel 7:907, lid 5 BW en de bijbehorende Memorie van Toelichting, met name pagina 13 zijn gecompliceerd en moeilijk leesbaar.

        De ontwerpartikelen 1013, lid 4 en 1017, leden 2 en 3 Rv. leggen een zware organisatorische last op de griffier, terwijl heel wat van dergelijke taken bij partijen en/of rechtspersonen als bedoeld in artikel 7:907, lid 3, sub h BW in de vaststellingsovereenkomst zouden kunnen worden gelegd.

        Denkbaar zou ook zijn dat hoger beroep van zaken zoals deze, of zelfs de enige feitelijke instantie, wordt geconcentreerd bij ťťn hof.

        Het ontwerpartikel 1018 Rv. stelt hoger beroep en beroep in cassatie uitsluitend open voor de verzoeker en degenen op wie een verplichting tot vergoeding van de schade rust gezamenlijk. Dat betekent dat bijvoorbeeld een organisatie van slachtoffers die geen partij is bij de regeling en die meent dat verzoeker niet representatief is, bij een voor haar ongunstige beslissing over geen enkel rechtsmiddel beschikt. Bovendien zal op het zeer belangrijke punt van de representativiteit geen leiding aan de rechtsontwikkeling kunnen worden gegeven door een hoger rechterlijk college en zal op dat punt ook de rechtseenheid niet gewaarborgd zijn. Zowel het een als het ander komt de wetenschappelijke commissie onjuist voor.

        Ook blijkt niet van enige overgangswetgeving, bij voorbeeld in verband met reeds afzonderlijk gesloten vaststellingsovereenkomsten of reeds opgetreden en/of deels afgewikkelde massaschades.

Conclusie

10. Op grond van het voorgaande moet de wetenschappelijke commissie de Minister het onderhavige concept wetsvoorstel ernstig ontraden, nu de ver strekkende effecten en consequenties voor de benadeelden (met name de onbekende en toekomstige) van dergelijke wetgeving thans nog in onvoldoende mate zijn te overzien en er daarnaast met betrekking tot de concrete toepassing teveel vraagpunten zijn. Indien U besluit dit concept wetsvoorstel aan de Staten-Generaal voor te leggen, gaat de wetenschappelijke commissie er van uit dat zij in de gelegenheid zal worden gesteld nader te adviseren.

De Haag, 5 december 2002

Namens de wetenschappelijke commissie van de Nederlandse Vereniging voor Rechtspraak,

G. Chr. Kok (31)

voorzitter



[1] Zie concept Memorie van Toelichting, pagina 11 sub 10 en p. 15 sub 3;

[2] Zie artikel 2, lid 1 van de Wet op het algemeen verbindend en het onverbindend verklaren van bepalingen van collectieve arbeidsovereenkomsten;

[3] Zie concept Memorie van Toelichting pagina 2;

[4] Zie concept Memorie van Toelichting pagina 4 en 10;

[5] Zie concept memorie van toelichting pagina 15 onder 3:

 

 

Rechters achten bulk effectenlease ongeldig. Mogelijk bom onder Duisenberg-schikking van Dexia

VASCO VAN DER BOON

AMSTERDAM - Gedupeerde aandelenleasebeleggers kunnen ingelegd geld terugkrijgen en zijn aanbieder Dexia in beginsel geen geld meer schuldig. De leasecontracten zijn namelijk ongeldig, omdat de bank niet beschikte over de vereiste vergunning.
Dat concludeert een landelijke werkgroep van in leasezaken gespecialiseerde rechters in een advies aan alle andere rechters in het land. Dat advies is in het bezit van deze krant. De werkgroep geeft hiermee een richtsnoer voor andere rechters die moeten oordelen in individuele Dexia-zaken. Minister Zalm (FinanciŽn) en Dexia stellen volgens de rechters ten onrechte dat lease niet onder de Wet op het consumentenkrediet valt (Wck).

De schadevergoeding die de rechters aan de Dexia-klanten op grond van de Wck-overtreding willen toekennen, kan royaler zijn dan Dexia overeen is gekomen in een schikking met de stichtingen Leaseverlies, Eegalease, Consumentenbond en Vereniging van Effectenbezitters. Die schikking, onder de naam van de bemiddelaar bekend als de Duisenberg-regeling, komt er op neer dat klanten een derde van de restschuld moeten betalen aan Dexia en hun ingelegde gelden kwijt zijn. De geheime stukken zijn 'een bom onder de Duisenberg-schikking', reageert Joost Papenveld van Leaseproces.

De werkgroep geeft ontevreden aandelenleasebeleggers op een aantal punten gelijk met hun klachten over aandelenleaseovereenkomsten. Dexia heeft volgens de rechters niet alleen de Wck-vergunningplicht geschonden, maar lijkt ook de zorgplicht en informatieverplichtingen niet na te leven. Maar de rechters wijzen ook enkele veelgehoorde klachten van de hand. Zo is van misleiding geen sprake.

Ontevreden aandelenleasebeleggers en hun advocaten concluderen op basis van de informatie van deze krant over de geheime gerechtelijke stukken dat doorprocederen meer oplevert dan schikken. Want met name de schending van de Wck-vergunningplicht door Dexia kan grote gevolgen hebben. Daardoor zijn alle aandelenleasecontracten die Dexia voor 12 april 2003 - de dag waarop Dexia een Wck-vergunning van de Autoriteit FinanciŽle Markten kreeg - ongeldig. Dat kan betekenen dat de klant geen restschuld moet betalen en Dexia inleg terug moet betalen aan de klant.

Als het gaat over schendingen van de zorgplicht en informatieverplichtingen komt de werkgroep tot tot een genuanceerdere schadeverdeling tussen klant en Dexia. Zo geldt volgens de rechters voor het schenden van de zorgplicht dat de schade, afhankelijk van individuele omstandigheden, redelijk en billijk over klant en bank verdeeld moet worden. Dexia moet ingelegd geld daarvoor alleen 'in het uiterste geval' terugbetalen.

De vertrouwelijke stukken, 'Beslismodules in aandelenleaseprocedures' en 'Beslismodule in aandelenleaseprocedure geactualiseerd', zijn van 17 juni en 22 juni 2005. Jurisprudentie is er sinds begin 2005 nauwelijks. De stukken moeten rechters 'een referentiekader' geven in de 6000 lopende leaseprocedures en moeten 'de rechtseenheid' bevorderen. De modules zijn via de Raad voor de Rechtspraak en in overleg met civiele en kantonrechters opgesteld door de Dexia-werkgroep van rechtbank Amsterdam. Werkgroepslid F. van der Hoek benadrukt dat de krant niet de laatste beslismodules bezit.

Dexia zegt het Wck-punt tot bij de Hoge Raad uit te gaan vechten.

Richtsnoer rechters

Dexia had vergunning moeten hebben onder Wet op consumentenkrediet

Daarom zijn effectenleasecontracten ongeldig

Individueel doorprocederen kan door dit advies meer gaan opleveren dan meedoen in Duisenberg-schikking

Dit advies treft 713.540 leasecontracten van 394.486 Dexia-klanten

 

 

Werkwijze overheid en rechtersleger bij rampen in Nederland! Burgers en bedrijven worden (financieel) kapot gemaakt!
124 Stockholmsyndroom en UHP kinderen. Brief ouders aan kinderrechter wij komen NIET naar hoorzitting om proceseconomische redenen!
306 Informant Hop in 1998: "Is er een complot Openbaar Ministerie en Rechterlijke Macht tegen democratische rechtsstaat?"
557 Pikmeerarresten! Rechtersleger zal altijd proberen de overheid te beschermen, onafhankelijke burgers/bedrijven kapot te maken!
306 Informant Hop in 1998: "Is er een complot Openbaar Ministerie en Rechterlijke Macht tegen democratische rechtsstaat?"
008 Informant Hop: "RvdK zat voor, tijdens schorsing en na de hoorzitting bij de kinderrechter AAN DEZELFDE TAFEL!"
710 Rb Zutphen tegen Hop: "Wraking Hop 3 rechters die zelf een zaak behandelen waarin zij zelf belanghebbende waren ONGEGROND!"
288 Informant Professor Daud: "De regentenstand speelt elkaar baantjes toe, parlement oefent nauwelijks controle uit"
267 Informant CDA Minister Donner: "Iedere kritiek afzonderlijk is NIET gevaarlijk"!
282 Informant Henk Westbroek: "Een kleine druppel voel je niet"
020 Informant Diekmans/Oltmans: Macht is recht! Wie meer macht heeft, heeft meer rechten, eigent zich ongestraft meer rechten toe
002 Awb procedures: Familie Logtenberg tegen Stichting Gereformeerde Jeugdbescherming/Stichting Bureaus Jeugdzorg Gelderland
003 Awb procedures: Familie Nienhuis/Leenders tegen Stichting Bureaus Jeugdzorg Gelderland/Stichting Lindenhout
004 Awb procedures: Familie Struyk tegen Stichting Gereformeerde Jeugdbescherming/Stichting Bureaus Jeugdzorg Gelderland
005 K.H. de Werd: "Hoe een onafhankelijk ondernemer door vakbonden, OM en rechtersleger kapot wordt gemaakt
421 Novacap tulpenfraude Novacap Floralis Termijnfonds 2004 cv, Novacap Termijnfonds Beheer B.V., Novacap Agricola B.V.
572 Ad Bos verklapte in 2001 het geheim van de bouwfraude en eindigt in camper in de gemeente Bergen Noord-Holland
334 Misbruik bevoegdheden! Op patiŽntenkaart Defensiemedewerker Fred Spijkers werden stiekem psychiatrische aantekeningen gezet
285 Misbruik bevoegdheden! Man moest succesvolle DSM loopbaan afbreken! Welk belang had DSM bij opsluiten van zijn vrouw?
104 Overheid! Ontslag werknemer wegens verstoorde verhoudingen na valsheid in geschrifte gepleegd door directeur
278 Openbaar Ministerie! De IRT-affaire leert dat "klokkenluiders" bij het Openbaar Ministerie hun baan zullen kwijtraken
015 Bijlmerramp! De laatste gesprekken cockpit/verkeerstoren.
351 Bijlmerramp! CDA-rechter Rein-Jan Hoekstra die Bijlmerramp onderzoekt kan vrachtbrieven en mannen in witte pakken niet vinden
099 Schipholbrand, welke CDA-er was hier weer verantwoordelijk en hoe komen hij/zijn familie eigenlijk aan al hun baantjes? 
309 Vuurwerkramp Enschede rechercheurs voeren jarenlang Wob-procedures tegen Staat om Rijksrechercherapport
417 Brand Volendam! Gemeente vrijuit na falende controle! Welke bijbaantjes had de burgemeester tijdens de Brand Volendam? 
573 Catshuisbrand. Ing. P.B. (Peter) Reijman: "Landsadvocaat wilde concept rapport niet tot definitieve versie verheven"
283 Strijd werknemer tegen Gemeente Amsterdam waarschuwing voor andere werknemers die tegen werkgever/gemeente procederen
178 Moord op Pim Fortuyn! Onderzoek dierenactivisten stopgezet! CDA-rechter die moord op Fortuyn onderzoekt kan weer niets vinden!
047 Tegen Ad van Rooij werd vertrouwensarts ingezet! Strijd tegen impregneren van hout met gif en gevolgen voor mens en milieu
300 Tegen Hop werd rechtersleger en een advocaat met baantjes bij kerk en school ingezet in strijd om contactjournaal gezinsvoogd
680 "Jeugdzorg" verzoekt Parlement/Minister net ingevoerde KLANTEN klachtwetgeving aan te passen in strijd tegen lastige Hop
346 CDA duldt geen kritiek in eigen blad, wil hoofdredacteur Christen Democratische Verkenningen de laan uitsturen
200 Het Seveso arrest, overheid moet aan burgers een schadevergoeding betaling indien burgers verkeerde informatie krijgen
408 Wet collectieve afhandeling massaschade! Identieke of verwante processen bij ťťn gerecht of ťťn rechterscombinatie bundelen
STEMWIJZER! Stem NIET op CDA, PVDA, VVD en GroenLinks bij verkiezingen gemeenteraad en landelijke verkiezingen 2010!
   

top