CENSUUR EN ORGANISATIECRIMINALITEIT IN NEDERLAND ©

1997-2014+ Diepe minachting voor het structurele probleem in de Nederlandse rechtspraak te weten de weerzinwekkende partijdigheid voor de overheid.

De politie weet alles over u. Als u in een auto rijdt en de politie rijdt achter u dan weten gelijk van wie die auto. Als ze u aanhouden en ze vragen uw kentekenbewijs dan staat daar uw naam op. Ook dan weten ze wie u bent. Stel u hebt uw rijbewijs niet bij u. Ook dan weten ze gelijk wie u bent want ze kunnen gelijk kopietje van uw rijbewijs opvragen, zit al in hun computer.

In Nederland is het zo dat burgers uitgezogen en uitgemolken worden door allerlei regeltjes te maken om de oplossing zo duur mogelijk te blijven verkopen bijvoorbeeld u als burger te laten betalen en als slaaf te behandelen bij niet niet tonen van een ID en/of het aan u verkopen van meerdere Id-kaarten terwijl uw rijbewijs ook als ID kaart kan worden gebruikt als uw nationaliteit daarop wordt vermeld maar dat doet de overheid niet want ze willen heel veel geld aan u als slaaf verdienen. Uw BSN nummer is niet voor niets uw BurgerSlavenNummer.

Zullen we eens een ID zaakje op internet volgen en meekijken hoe de politie Lelystad tegen de gewone burger te keer gaat? Lees verder.

Stem TEGEN organisatiecriminaliteit bij de overheid! Stem VOOR Groep Hop. Dank u wel voor uw aandacht. J. Hop.

 

 

De Betere Krant van Ermelo

Nieuwsberichten uit het Ermelo, lees verder

 

 

Beroepschrift 412 verkeersboete inzake "identificatieplicht"

Aan de Officier van Justitie Zonder Naam  
Arrondissementsparket te ........................................
Adres:
Postcode en woonplaats:
(Op de beschikking staat vermeld naar welk adres het beroepschrift verzonden dient te worden.)

Betreft: Beroepschrift beschikkingnummer:..............................................

Plaats en datum:

Geachte heer/mevrouw de Officier van Justitie Zonder Naam,

SPOEDVERZOEK! Beleefd VERZOEK ik u mij MET SPOED te informeren waarom de naam van de Officier van Justitie eerste klasse in salariscategorie 8 leden rechterlijke macht Dhr. mr. J.(eroen)H.A. Steenbrink met de dubbelfunctie directeur van de Centrale Verwerking Openbaar Ministerie (CVOM) benoemd vanaf 1 mei 2005 voor onbepaalde tijd" niet onder de beschikking staat waartegen dit beroepschrift is ingediend? Indien er sprake is van een andere OvJ in deze zaak wordt verzocht om toezending compleet afschrift Koninklijk BESLUIT van deze OvJ? 

Inleiding. Ik informeer u dat ik dit gratis internet beroepschrift heb gevonden op de website Censuur in Nederland waarvan de redacteur de aan u bekende heer J. Hop te Ermelo is. Dit beroepschrift is door hem ontworpen voor degene die niet gewend is om brieven te schrijven of formulieren in te vullen met als uitgangspunt een beroepschrift juridisch en zakelijk zo goed mogelijk op papier te zetten zodat "het personeel dat handelt uit naam van de Officier van Justitie eerste klasse in salariscategorie 8 leden rechterlijke macht Dhr. mr. J.(eroen)H.A. Steenbrink met de dubbelfunctie directeur van de Centrale Verwerking Openbaar Ministerie benoemd vanaf 1 mei 2005 voor onbepaalde tijd" razendsnel op dit beroepschrift kan beslissen waardoor de communicatie tussen burger en overheid direct wordt verbeterd. 

Voordat ik dit gratis internet beroepschrift ging gebruiken ben ik eerst nagegaan wie die meneer Hop is. Ook heb ik zijn introductie gelezen op de website Censuur in Nederland. Na het lezen van zijn introductie en enkele andere websites (222) (116) (251) denk ik dat de heer Hop in het verleden niet alleen op basis van praktijkervaring  veel heeft meegemaakt in de rechtspraak maar ook op landelijk niveau heeft bewezen in staat te zijn de uiterlijke kenmerken van de rechtspraak ondanks felle tegenwerking van deze beroepsgroepen flink te verbeteren. Ik geef als voorbeelden de websites (12) (184) (51) (50) (55), acht de inhoud hiervan als herhaald en ingelast beschouwd. Ook heb ik kennis genomen van de websites (17) en (50) waar een Parlementslid en het Platform Cliëntenorganisaties Jeugdzorg hopen dat Hop zich in wil blijven zetten voor klagers en blijft doorgaan het publiek van informatie te blijven voorzien.

Ook ben ik nagegaan wat de heer Hop zelf aanvoert als grondslag voor zijn deskundigheid om dit gratis beroepschrift op internet te zetten. Hop adviseert op zijn website gewoon te kijken naar de kritiek van tegenstanders van Hop aan de hand van de H.P.H. van Griendsven-norm.
Citaat: "De heer Hop was als voortrekker bezig het systeem lam te leggen. In eerste instantie werd in dit kader gebruik gemaakt van hinderlijke, maar wel legale middelen als het systematisch klagen en het systematisch om informatie vragen" Bron Regel 21, 22 en 23 Pleitnotities advocaat X overheid op de hoorzitting van het Hof van Discipline 150304.  Conclusie en bewijs. De tegenstanders van Hop vinden Hop een hinderlijke tegenstander die met legale middelen deskundig genoeg is om als voortrekker het systeem lam te leggen. Vervolgens heb ik gekeken bij de H.P.H.. van Griendsven-norm. welke methodes de tegenstanders van Hop hebben gebruikt om hem als lastige en deskundige tegenstander uit te schakelen en ik schrijf u dat ik niet alleen verbijsterd ben over de tegen Hop gebruikte methodes onder 2 x C, D en E. maar ook dat u het als Officier van Justitie Zonder Naam kennelijk belangrijker vind om mij bovengenoemde boete toe te sturen dan iets te (laten) doen aan het onderdrukken van de vrijheid van meningsuiting in dit land met als grondslag liegen en bedriegen om kritiek van buitenaf op "rechtspraak" te onderdrukken. Klassenjustitie. Het bovenstaande klemt allemaal des te maar omdat tijdens de provinciale verkiezingen Gelderland de verkiezingsposters van Groep Hop van de verkiezingborden werden afgerukt of werden overplakt. De bekennende daders niet werden vervolgd door het Openbaar Ministerie omdat er sprake was van een gering strafbaar feit.

Met het toesturen van uw verkeersboete heeft u in ieder geval bereikt dat ik ben gaan nadenken over wat er om mij heen gebeurt. Ik verzoek (1) u voordat u op dit beroepschrift beslist eerst na te gaan of er bij de heer Hop tot op heden nog geen tweede verzoek van het Ministerie van Justitie is binnengekomen om een van zijn sites, in het bijzonder dit beroepschrift, in onderling overleg, iets aan te passen. Indien neen, dan  is er in casu dus geen sprake van zand strooien in de Justitiële boetemachines maar van procedureel en systematisch weerwerk waarbij ik ook nog de OM-bezwaartest heb gedaan alvorens u dit beroepschrift toe te sturen.  

Ik verzoek (2) u aan mij de gelegenheid te geven met dit model internet beroepschrift weerwerk tegen een opgelegde verkeersboete te leveren. Ik verzoek u (2) op grond van de Wet openbaarheid van bestuur aan mij BINNEN DE TERMIJN VAN 14 DAGEN na dagtekening afschrift van het complete dossier in deze zaak toe te sturen. Indien van toepassing bij radar, laser of trajectcontroles hierin begrepen het ijk rapport van de apparatuur waarmee de vermeende overtreding is geconstateerd en een foto van de gemaakte overtreding welke foto voorzien is van datum en tijdstip en een duidelijk zichtbaar kenteken. Indien er meerdere voertuigen op de foto zichtbaar zijn moet er duidelijk zijn welke voertuig de overtreding heeft begaan. Een op ambtseed opgemaakt proces-verbaal gelijkend document waaruit ondubbelzinnig blijkt hoe de betreffende overtreding is waargenomen. Let op! Dit is geen verzoek op grond van de Wet Mulder!  Ik verwijs naar de uitspraak 200405147/1 d.d. 120605 op de website www.burojeugdzorg.nl/510.htm Indien deze uitspraak niet op mijn verzoek van toepassing is verzoek ik u dit binnen 14 dagen te berichten met juridische onderbouwing om het toezenden van een herhaald verzoek na 14 dagen en het indienen van een beroepschrift met een procesvertegenwoordiger waarbij verzocht zal worden om u in de kosten te veroordelen te voorkomen. 

Ik verzoek (3) u onjuistheden, correcties of aanvullingen om dit model beroepschrift verder te verbeteren en te ontwikkelen onverwijld in een "tripartite  overleg" kenbaar te maken en/of onverwijld door te geven aan de auteur van deze website zodat het onderhavige beroepschrift zo actueel mogelijk bijgewerkt en bij iedere Officier van Justitie ingeleverd kan worden. Ik verzoek (4) u waar dat maar mogelijk dit beroepschrift met de verzoeken ambtshalve te verbeteren met jurisprudentie, technische of andere informatie om het beroepschrift gegrond te kunnen verklaren omdat ondergetekende anders dan een Officier van Justitie geen dure (gesubsidieerde) juridische opleiding op kosten van de belastingbetaler heeft gekregen om de wet, regeltjes, jurisprudentie, technische of andere informatie te kennen!

Verzoek (5) betreft de identificatieplicht Officier van Justitie. Vast staat dat de beschikking naar mij is toegestuurd door een Officier van Justitie Zonder Naam. Dat toesturen van verkeersboetes door een Officier van Justitie Zonder Naam zal best in het kader van uithollen van de rechtspositie van rechtszoekende burgers zijn afgedekt om het incassosysteem volledig te automatiseren. Daar klaag is dus niet over. U heeft nu echter te maken met een burger die bezwaar maakt en deze burger wil weten welke naam hoort bij de Officier van Justitie die mij een verkeersboete heeft opgelegd en ik wil weten of het wel een echte Officier van Justitie is. Ik verzoek (6) u binnen de termijn die de Officier van Justitie nodig had om bovengenoemde beschikking na een vermeende overtreding naar mij toe te sturen aan mij de volledige naam met juiste initialen en titel te verstrekken van de Officier van Justitie die mij deze beschikking heeft opgelegd en ik verzoek (7) om afschrift van een COMPLEET KONINKLIJK BESLUIT waarin deze Officier van Justitie is benoemd. Niet bedoeld wordt het BESLUIT van de Minister van Justitie waarin deze Minister mr. Jeroen H.A. Steenbrink geboren 3 oktober 1959 benoemd tot directeur van de Centrale Verwerking Openbaar Ministerie.

Verzoek (8) Ik verzoek om een schadevergoeding van 50 Euro per dag voor iedere dag dat de Officier van Justitie zich weigert te identificeren en een schadevergoeding van 50 Euro per dag voor iedere dag dat de Officier van Justitie weigert aan mij een afschrift van het Koninklijk Besluit toe te sturen na het verstreken van de onder verzoek 6 genoemde termijn.

Verzoek (9) Indien de Officier van Justitie zich kennelijk met opzet weigert te identificeren wordt verzocht dit beroepschrift gegrond te verklaren.

Verzoek (10) Onder verwijzing naar verzoek (4) verzoek ik om een schadevergoeding indien door de Officier van Justitie  informatie is en/of wordt achtergehouden in de ruimste zin van het woord. Ondergetekende wijst de Officier van Justitie er expliciet op dat in de Wet NIET STAAT dat ondergetekende verplicht is "jurisprudentie" te kennen. Indien in de toekomst blijkt dat de Officier van Justitie bij het ongegrond verklaren van dit beroepschrift jurisprudentie, technische of andere informatie heeft achtergehouden dan maakt ondergetekende met dit beroepschrift hier tijdig bezwaar tegen. Ondergetekende verzoekt om een schadevergoeding van 10000,-- Euro voor iedere gebeurtenis met betrekking tot een onjuiste voorlichting van het OM en/of alle andere overheden aan burgers en een schadevergoeding van 10 miljoen Euro indien nu en/of in de toekomst blijkt dat het OM gebruik heeft gemaakt van middelen bij de opsporing van verkeersboetes die schadelijk zijn voor de gezondheid van burgers.

Verzoek (11) Ik maak vooraf bezwaar tegen een beslissing op dit beroepschrift door een Officier van Justitie die met twee petten op werkt en dus ook een rechterbaantje vervuld. Ik verzoek derhalve om toezending van een afschrift uit het bijbanenregister binnen de termijn genoemd onder verzoek (6)

Verzoek 12. Ik verzoek om een schadevergoeding van 100 Euro per dag indien de Officier van Justitie niet binnen acht weken op dit beroepschrift heeft beslist. Werkdruk wordt niet door mij niet als argument beschouwd omdat er werklozen genoeg zijn die ook het baantje Officier van Justitie voor veel minder dan het voor een Officier van Justitie gangbare salaris willen vervullen. Het niet beslissen binnen acht weken op dit beroepschrift wordt door mij opgevat als meten met twee maten door de overheid. Voor het meten met twee maten verzoek ik u aan mij een schadevergoeding toe te kennen van 10.000 euro. 

Toelichting op verzoeken om schadevergoeding: www.burojeugdzorg.nl/446.htm De 1-ste Balkenende norm. Ondergetekende maakt bezwaar tegen het opleggen van een boete aan een burger terwijl in het omgekeerde geval een stevige handhaving van regels en wetten door de overheid als een visie dient te worden aangemerkt. Indien de Officier van Justitie een stevige handhaving van regels op deze burger wil toepassen eist deze burger door de zaak om te draaien ook een stevige handhaving van regels door de Officier van Justitie. Of denkt de Officier van Justitie boven de WET te kunnen staan om zijn absolute macht over burgers kenbaar te maken. Een ontwikkeling waar de auteur van dit beroepschrift al in 1997 voor heeft gewaarschuwd! Toelichting www.burojeugdzorg.nl/305.htm 

 

 

GRONDEN BEROEPSCHRIFT TEGEN BESCHIKKING BOETE.

Ik heb de GRONDEN als onderbouwing van mijn beroepschrift hieronder aangekruist en/of met info aangevuld.

O Het ondertekeningsblok klopt niet! Zonder tegenbericht is de naam van de OvJ in deze zaak: "Officier van Justitie eerste klasse in salariscategorie 8 leden rechterlijke macht Dhr. mr. J.(eroen)H.A. Steenbrink met de dubbelfunctie directeur van de Centrale Verwerking Openbaar Ministerie (CVOM) benoemd vanaf 1 mei 2005 voor onbepaalde tijd". De naam van de OvJ is bekend en kan geautomatiseerd onder de beschikking worden vermeld en omdat dat niet is gebeurd wordt verzocht het beroepschrift GEGROND te verklaren omdat het ondertekeningsblok niet klopt e.e.a onder verwijzing naar jurisprudentie uit het verleden (518) (667) (398) Ten onrechte ontbreekt de naam van het personeelslid dat namens OvJ Steenbrink deze beschikking aan een burger heeft uitgedeeld op de beschikking. De boete is in strijd met de WET uitgedeeld.

O Het uitdelen van boetes door personeel van het Openbaar Ministerie namens "Officier van Justitie eerste klasse in salariscategorie 8 leden rechterlijke macht Dhr. mr. J.(eroen)H.A. Steenbrink met de dubbelfunctie directeur van de Centrale Verwerking Openbaar Ministerie (CVOM) benoemd vanaf 1 mei 2005 voor onbepaalde tijd" is in strijd met de WET. De boete is in strijd met de WET uitgedeeld.

O De beschikking is ten onrechte gestuurd omdat het complete dossier in de onderhavige zaak NIET IN HET BEZIT IS van de Officier van Justitie die deze boete heeft uitgedeeld. Er is sprake van HANDELEN IN STRIJD MET DE WET met als gevolg HANDELEN IN STRIJD MET DE AMBTSEED OvJ waarbij deze boete is uitgedeeld door de OvJ en/of door personeel namens de OvJ zonder dat de OvJ en/of personeel dat handelt namens deze OvJ het complete dossier in bezit heeft en/of zonder dat het complete dossier is gelezen. BEWIJS is toekomstige correspondentie met als grondslag dit beroepschrift van de Centrale Verwerking Openbaar Ministerie dat alle gevraagde documenten niet in het bezit van CVOM zijn en dat er twee aparte procedures gevoerd moeten worden. De boete is in strijd met de WET uitgedeeld.

O In onze GRONDWET staat in artikel 107 dwingend voorgeschreven:"De wet regelt het burgerlijk recht, het strafrecht en het burgerlijk en strafprocesrecht in algemene wetboeken, behoudens de bevoegdheid tot regeling van bepaalde onderwerpen in afzonderlijke wetten". Het strafprocesrecht of strafvordering genoemd, geeft aan welke weg moet worden bewandeld om tot strafoplegging te komen. Artikel 1. Strafvordering heeft alleen plaats op de wijze bij de wet voorzien. Het naleven van de WET door personeel in dienst van de overheid dient NIET als een VISIE te worden aangemerkt met als toelichting de 1-ste Balkenende norm. Indien de boete is uitgedeeld in strijd met de WET dient het beroepschrift direct GEGROND te worden verklaard!

O Het Wetboek van Strafvordering geeft in artikel 27 een nauwkeurige beschrijving van de "verdachte". Als verdachte wordt, voordat de vervolging is aangevangen, aangemerkt degene te wiens aanzien uit feiten en omstandigheden, een redelijk vermoeden van schuld aan enig strafbaar feit voortvloeit. Daarna wordt als verdachte aangemerkt degenen tegen wie de vervolging is gericht. In artikel 27 lid 1 is men verdachte, als men degene is, te wiens aanzien uit

1. FEITEN OF OMSTANDIGHEDEN

2. REDELIJK VERMOEDEN van

3. SCHULD aan een

4. STRAFBAAR FEIT voortvloeit.

De nauwkeurige beschrijving van de verdachte zoals vastgelegd in de WET is niet van toepassing op de onderhavige zaak. M.a.w. de verdachte, te weten ondergetekende, in deze zaak voldoet niet aan de omschrijving van het begrip verdachte van artikel 27 Wetboek van Strafvordering.

O Onder opsporingsambtenaar, artikel 127 Wetboek van Strafvordering, wordt verstaan alle personen met de opsporing van strafbare feiten belast. Uit de beschikking blijkt niet dat er sprake is van een algemeen opsporingsambtenaar naam, titel, initialen en functie ontbreken of buitengewoon opsporingsambtenaar die alleen bevoegd zijn strafbare feiten op te sporen waarvoor zij in de akte van aanstelling zijn aangewezen en tot welk grondgebied hun optreden is beperkt. naam, titel, initialen en functie ontbreken. Akte van aanstelling ontbreekt in het dossier. Er is sprake van een opsporingsambtenaar die onbevoegd is geweest m.b.t. de opsporing van het strafbare feit zoals genoemd in de beschikking.

O Een proces-verbaal is een door een ambtenaar geschreven verslag, over wat hijzelf heeft waargenomen tijdens het onderzoek of wat een verdachte of getuige heeft verklaard. Het proces-verbaal ontbreekt in de onderhavige zaak en/of is ten onrechte niet aan de verdachte gestuurd en/of kan op verzoek van verdachte niet aan verdachte worden toegestuurd.

O Expliciet wijs ik de Officier van Justitie erop dat ik mijn identiteitsbewijs niet hoef te tonen wanneer de politie of een toezichthouder daarom vraagt zoals op allerlei websites van de "jeugdzorg" minderjarigen stelselmatig wordt voorgehouden! Er dient altijd een concrete reden te zijn om naar een identiteitsbewijs van een burger te vragen. Toelichting www.burojeugdzorg.nl/172.htm

O De ambtenaar vroeg mij ten onrechte om mijn identiteitsbewijs er was geen concrete reden om mij naar mijn identiteitsbewijs te vragen. Toelichting www.burojeugdzorg.nl/172.htm

O De ambtenaar vroeg mij ten onrechte om mijn identiteitsbewijs omdat deze ambtenaar weigerde op mijn verzoek mee te delen wat de grondslag was voor zijn verzoek. Op basis van welke wetgeving hij/zij mijn identiteitsbewijs wilde zien. Toelichting www.burojeugdzorg.nl/172.htm 

O De ambtenaar vroeg mij ten onrechte om mijn identiteitsbewijs er is sprake van pesterij. Verbalisant kent mijn identiteit. 

O De ambtenaar vroeg mij ten onrechte om mijn identiteitsbewijs. Op mijn verzoek werd mij meegedeeld dat mijn identiteitsbewijs werd gevraagd voor rechtshandhaving. Vervolgens weigerde de betrokken ambtenaar mij te vertellen welke recht hij/zij dan wel wilde handhaven en wat de precieze aanleiding hiervoor was.

O De ambtenaar vroeg mij ten onrechte om mijn identiteitsbewijs. Op mijn verzoek werd mij meegedeeld dat mijn identiteitsbewijs werd gevraagd voor wetshandhaving. Vervolgens weigerde de betrokken ambtenaar mij te vertellen welke wet hij/zij dan wel wilde handhaven en wat de precieze aanleiding hiervoor was.

O De ambtenaar vroeg mij ten onrechte om mijn identiteitsbewijs. Op mijn verzoek werd mij meegedeeld dat mijn identiteitsbewijs werd gevraagd voor "handhaving openbare orde". Vervolgens weigerde de betrokken ambtenaar mij te vertellen welke openbare orde er op dat moment op die plaats en op dat tijdstip gehandhaafd diende te worden. Waarvoor het nodig was dat ik mij identificeerde en wat de precieze aanleiding hiervoor was.

 

Ik verwijs naar het artikel "tegengestelde beweringen van de overheid bij invoering van een uitgebreide informatieplicht" op de website www.burojeugdzorg.nl/172.htm  en ik citeer: "4. Als je niets te verbergen hebt, kan het geen kwaad. Door invoering van een uitgebreide identificatieplicht maakt de overheid van iedere burger automatisch een verdachte. Het is een maatregel van een overheid die steeds repressiever wil optreden tegen gewone burgers om die burgers financieel uit te kleden en in de gaten te houden om de elite achter die overheid steeds verder te verrijken. Als je niets te verbergen hebt en uitgebreide informatieplicht geen kwaad kan waarom krijg je als burger dan een enorme boete als je je identiteitsbewijs per ongeluk een keer vergeten bent?"

O Ik beken dat ik mijn identiteitsbewijs vergat mee te nemen. Ik maakte dus een klein foutje. Dit foutje van mij had ook met een berisping afgedaan kunnen worden waarbij ik als grondslag aanvoer dat het OM veel ernstiger zaken niet vervolgd. Bijvoorbeeld het niet vervolgen van vakbondsbestuurders wegens meineed in de zaak van aannemer Karel de Werd. Toelichting www.burojeugdzorg.nl/375.htm

O Ik beken dat ik mijn identiteitsbewijs vergat mee te nemen. Ik maakte dus een klein foutje. Dit foutje van mij had ook met een berisping afgedaan kunnen worden waarbij ik als grondslag aanvoer het boekwerkje "Rechtspraak in Nederland" uitgegeven door de Raad voor de Rechtspraak Den Haag, uitgave oktober 2002 waar op pagina 3 onder inleiding door de Raad voor de Rechtspraak zelf het woord "rechtersleger" gebruikt en op pagina 4 onder algemeen "maar soms is er geen oplossing, of is een vergrijp te ernstig om met een berisping af te doen" Ook heb ik kennis genomen van de passage uit de troonrede 2004 "De inspanningen van regering, gemeenten, politieregio's, rechterlijke macht, openbaar ministerie en gevangeniswezen beginnen hun vruchten af te werpen. Gemeenten krijgen meer mogelijkheden om bestuurlijke boetes op te leggen voor kleine vergrijpen en parkeerovertredingen" Bij mij is na het lezen van deze passages de indruk ontstaan dat de beroepsgroep rechterlijke macht probeert zoveel mogelijk bestuurlijke boetes aan burgers op te leggen terwijl dit soort zaken met een berisping kan worden afgedaan. Ik maak bezwaar tegen de opgelegde bestuurlijke boete en voer daartoe als bezwaar aan 1. dat er wel een oplossing mogelijk door het feit met een berisping af te doen. 2. Het vergrijp niet te ernstig is om wel met een berisping af te doen. Ik verzoek u derhalve mijn beroepschrift gegrond te verklaren omdat er geen sprake is van een feit dat NIET met een berisping afgedaan kon worden.

O Ik beken dat ik mijn identiteitsbewijs vergat mee te nemen. Ik maakte dus een klein foutje. Dit foutje van mij had ook met een berisping afgedaan. Ik wijs op Het eerste Justitie gevaar! Raad voor de rechtspraak Den Haag Het voornemen is om in het jaar 2004 de gehele organisatie met het baten en lastenstelsel te laten proefdraaien, om vervolgens 1 januari 2005 officieel over te kunnen stappen naar dit nieuwe financiële regime. Bert van Delden, voorzitter Raad voor de Rechtspraak Ik begrijp dat het de bedoeling is om in de rechtspraak een baten en lastenstelsel te realiseren. Ik maak bezwaar tegen de bonnenregen vanuit het OM richting burgers om in de rechtspaak een baten en lastenstelsel in te voeren.. Ik maak bezwaar tegen de opgelegde bestuurlijke boete en voer daartoe als bezwaar aan 1. dat er wel een oplossing mogelijk door het feit met een berisping af te doen. 2. Het vergrijp niet te ernstig is om wel met een berisping af te doen. Ik verzoek u derhalve mijn beroepschrift gegrond te verklaren omdat er geen sprake is van een feit dat NIET met een berisping afgedaan kon worden.

O Ik beken dat ik (misschien) een verkeersovertreding heb begaan maar krijg pas maanden later bericht, ik beroep mij op de verjaringstermijn omdat de beschikking later dan 4 maanden na de pleegdatum op de mat valt (8 maanden bij huurauto’s) en er geen sprake is van bijzondere omstandigheden

O Anders, te weten

 

 

 

De OM-norm. Minachting van het gewone volk door het Openbaar Ministerie door computers op beroepschriften van burgers te laten beslissen.
Het is mij bekend dat de Officier van Justitie haar/zijn minachting jegens het gewone volk duidelijk laat blijken door beroepschriften van burgers niet meer te lezen maar computers op de beroepschriften van burgers te laten beslissen. Indien bij de beslissing van de Officier van Justitie op dit beroepschrift opnieuw de naam van de Officier van Justitie geweigerd wordt is er sprake van opzet en wordt verzocht alle hierboven genoemde verzoeken om schadevergoeding toe te wijzen die verband houden met de weigering van de Officier van Justitie om zich bij haar/zijn beslissing op het beroepschrift te identificeren.

Ik weet dat er de mogelijkheid is om binnen zes weken schriftelijk beroep in te stellen bij de kantonrechter. Op de zitting van de kantonrechter krijgen de indiener en het openbaar ministerie de mogelijkheid hun zienswijze nader toe te lichten. De procedure hiervoor staat ook vermeld op de achterzijde van de acceptgiro. Ik weet dat bij een beroep bij de kantonrechter het sanctiebedrag wél betaald moet worden. Dat is een zekerheidsstelling; als de rechter mijn beroep gegrond verklaart, krijg ik dat geld weer terug. Zonder zekerheidsstelling zal de rechter het beroep niet ontvankelijk verklaren. Ik verzoek de Officier van Justitie in het omgekeerde geval ook zekerheid te stellen voor betaling van alle bedragen die de Officier van Justitie aan mij moet betalen indien de kantonrechter de verzoeken om schadevergoeding wegens de weigering van de Officier van Justitie om zich te identificeren bij haar/zijn beslissing op dit beroep. Indien de Officier van Justitie geen zekerheid stelt voor deze bedragen het verweer van de Officier van Justitie tegen deze verzoeken om schadevergoeding NIET ONTVANKELIJK te verklaren, waarbij ik er bij voorbaat vanuit ga dat de kantonrechter die mijn schriftelijk beroep zal aan behandelen niet met twee maten zal gaan meten omdat de rechters en Officieren van Justitie gezellig samen in dezelfde gesubsidieerde Nederlandse Vereniging voor Rechtspraak zitten.

Ik weet dat de computer die op mijn beroepschrift kan gaan beslissen de volgende passage kan gebruiken citaat: "Betrokkene heeft aangevoerd dat de in de beschikking genoemde gedraging niet is verricht. Deze stelling is niet nader onderbouwd en ook anderszins is niet aannemelijk geworden dat de in de beschikking genoemde gedraging niet is verricht. De Officier van Justitie verklaart daarom het beroep ongegrond. Dit formulier is centraal in een geautomatiseerd proces vervaardigd en is daarom niet ondertekent."

Indien deze werkwijze ook op dit beroepschrift wordt toegepast zal ik de kantonrechter primair verzoeken mijn beroepschrift gegrond te verklaren en de Officier van Justitie niet ontvankelijk te verklaren omdat er geen Officier van Justitie op dit beroepschrift heeft beslist maar een computer. Ik hoop dat deze werkwijze van het OM niet alleen in strijd is met de grondwet en 6 EVRM maar ook op weerstand van de betrokken kantonrechter kan rekenen omdat de kantonrechter moet gaan beslissen op een OM computer beslissing. Voor de hoorzitting zal ik dan ook de naam van deze kantonrechter opvragen om onderzoek te kunnen doen naar de nevenfuncties en uitspraken van deze kantonrechter.

Ik verzoek de Officier van Justitie mijn beroepschrift GEGROND te verklaren.

 

Hoogachtend,

Handtekening

Naam

Adres

Plaats

 

 

 

Als je niets te verbergen hebt en uitgebreide informatieplicht geen kwaad kan waarom krijg je als burger dan een enorme boete als je je identiteitsbewijs per ongeluk een keer vergeten bent?

De leden van de SGP-fractie hebben met buitengewoon veel reserves kennisgenomen van het onderhavige wetsvoorstel. De uitbreiding van de identificatieplicht achten deze leden zodanig ruim dat in feite van een vrijwel algemene en algehele identificatieplicht sprake is, zonder dat hen de noodzaak daartoe duidelijk is geworden. Ook tonen deze leden zich verontrust over de buitengewoon oppervlakkige wijze waarop de bevoegdheid om naar identiteitsbewijzen te vragen door het wetsvoorstel wordt genormeerd.

 

 

Het invoeren van de identificatieplicht voor "hulpverlening", "rechtshandhaving" en "handhaving openbare orde" is de verborgen agenda van de elite achter de overheid om burgers steeds beter in de gaten te kunnen houden

Als u naar een gemeentehuis gaat om een identiteitskaart, paspoort of rijbewijs te halen, lees dan altijd het complete aanvraagformulier even na en vraag aan de betrokken ambtenaar wat alle (computer)afkortingen op uw ingevulde aanvraagformulier exact betekenen! Vraag een kopietje van een compleet ingevuld formulier dus ook met de info van de gemeente op dit formulier. De ambtenaren van uw gemeente zullen aan u op eerste verzoek onverwijld het gevraagde verstrekken. Ambtenaren van de gemeente zijn er voor de burgers en niet andersom. Het kan natuurlijk zijn dat u met een "arrogante ambtenaar" te maken gaat krijgen die van mening is dat u er voor deze ambtenaar bent om zijn zakken te kunnen vullen met het niet geven van informatie aan burgers op verzoek van die burgers. Indien dat het geval is schrijf dan even snel uw verzoek op een papiertje. U overhandigd uw verzoek aan die ambtenaar en u vraagt gelijk om een BESCHIKKING OP VERZOEK!  In de meeste gevallen helpt dat gelijk maar soms ook weer niet. U heeft te maken met een ambtenaar die kennelijk de juridische strijd met u wil aangaan over het wel of niet verstrekken van de (computer) afkortingen op een formulier dat u moet tekenen. U gaat vervolgens naar de informatiebalie en u vraagt daar alle nevenfuncties op van de burgemeester, wethouders en raadsleden van uw gemeente. Vervolgens vraagt u alle namen van alle leden van de bezwaarschriftencommissie van uw gemeente met hun nevenfuncties. Als u wordt gevraagd waarom u dit allemaal wilt weten dan kunt u zeggen. "Ik ben niet verplicht om dit te zeggen maar in dit geval wil ik dat wel doen". "Ik vraag net keurig netjes om informatie aan een ambtenaar bij dat loket welke informatie mij ten onrechte wordt geweigerd. Ik ga dus procederen tegen de gemeente en ben nu begonnen om informatie te verzamelen om beter te kunnen procederen.  Ik ga ervan uit dat u wel snapt dat procederen tegen de gemeente om de betekenis van (computer)afkortingen op een formulier dat ik moet ondertekenen de gemeente meer gaat kosten dan een kopietje met die afkortingen en hun betekenis. Bovendien wil ik door een gemeente ambtenaar aan wiens salaris ik meebetaal netjes te worden behandeld. Het is nu een principe zaak geworden met verdergaande gevolgen voor de gemeente dan alleen het weigeren van de gevraagde informatie veroorzaakt door de ambtenaar die denkt de betekenis van (computer)afkortingen op een aanvraagformulier voor een identiteitsbewijs te kunnen weigeren aan een burger die hierom verzoekt.

 

 

Als je niets te verbergen hebt en uitgebreide informatieplicht geen kwaad kan waarom krijg je als burger dan een enorme boete als je je identiteitsbewijs per ongeluk een keer vergeten bent?

Tegengestelde beweringen van de overheid inzake invoering van een steeds verdergaande identificatieplicht

De auteur van de website Censuur in Nederland heeft voor u informatie verzameld over het onderwerp "identificatieplicht" bij het Ministerie van Justitie. Hij nodigt u als lezer van zijn website uit begrijpend te lezen hoe tegengesteld de beweringen en bedoelingen van de overheid zijn om een steeds verdergaande "identificatieplicht" voor de burgers in te voeren.

 

De overheid: "De uitbreiding van de identificatieplicht is bedoeld om handhaving van wetten en regels door de politie (en andere toezichthouders) te verbeteren" "Met de identificatieplicht kan gecontroleerd worden of de gegevens die iemand over zichzelf opgeeft juist en volledig zijn. Zo wordt voorkomen dat mensen een valse naam opgeven en worden fraude en criminaliteit bestreden"

TEGENSTELLING

De overheid: "Het concept-wetsvoorstel voor een algemene identificatieplicht vloeit voort uit het Strategisch Akkoord 2002 en het Nationaal Veiligheidsplan. Het doel is de criminaliteitsbestrijding en rechtshandhaving doeltreffender aan te pakken"

De overheid: "Volgens de huidige wetgeving mag de politie een verdachte van een strafbaar feit om zijn naam, adres, geboortedatum en sofi-nummer vragen. Ook mag de politie, zonder dat er een verdenking van een strafbaar feit is, iemands identiteit controleren in het kader van het verkeerstoezicht of indien er een redelijk vermoeden is dat de persoon illegaal in Nederland verblijft. Voor de andere politietaken, het handhaven van de openbare orde en hulpverlening, heeft de politie onder de huidige wetgeving geen identificatiebevoegdheden. Dat verandert met de invoering van de wet “Uitgebreide identificatieplicht”. De politie krijgt dan ook voor de uitvoering van deze taken (openbare orde en hulpverlening) de bevoegdheid om naar het identiteitsbewijs te vragen, mits daar een concrete aanleiding voor is."

 

Ik (redacteur website Censuur in Nederland) nodig u uit  wat kritischer na te denken over de uitspraken van Minister van Justitie Donner inzake de invoering van de wet “Uitgebreide identificatieplicht”.

De overheid wil de algemene identificatieplicht voor iedereen van 14 jaar en ouder invoeren. Dit houdt in dat iedereen dan ten allen tijde een paspoort, rijbewijs of identiteitskaart bij zich moet dragen en desgevraagd aan overheidsdienaren moet tonen, op straffe van boete en/of cel bij overtreding. Voor de invoering wordt gepleit met de volgende argumenten:

1. Nederland wordt er veiliger van. Niet waar! Er bestaat geen stuk papier dat misdrijven voorkomt. Ook zal het de oplossing van misdrijven niet bespoedigen, geen denkende misdadiger laat een kopie van zijn identiteitsbewijs achter op de plaats van het misdrijf. Veiligheid komt niet van overheidscontrole, maar van sociale cohesie: hoe ga ik eigenlijk met mijn buren om? De criminaliteitscijfers in Nederland dalen al jaren er wordt een gevoel van onveiligheid geschapen door het tegendeel te beweren om de oplossing zo duur mogelijk te kunnen blijven verkopen en burgers steeds beter in de gaten te kunnen houden.

2. Het herstelt het gezag van de politie en de overheid. Niet waar! Identificatieplicht zal voor steeds meer mensen het effect hebben dat de politie, nog meer dan zij al heeft, een repressieve functie krijgt. Aangezien de politie zelf selecteert wie zij controleert, zal het ook discriminatie in de hand werken. De overheid moet gezag afdwingen door zelf van onbesproken gedrag te zijn.

3. Het helpt tegen het internationale terrorisme. Niet waar! Alle plegers van de aanslagen op het WTC hadden identiteitsbewijzen, ze zijn door alle controles heen gelopen. Ieder identiteitsbewijs dat te maken is, is ook na te maken.

4. 1. Als je niets te verbergen hebt, kan het geen kwaad. Door invoering van een uitgebreide identificatieplicht maakt de overheid van iedere burger automatisch een verdachte. Het is een maatregel van een overheid die steeds repressiever wil optreden tegen gewone burgers om die burgers financieel uit te kleden en in de gaten te houden om de elite achter die overheid steeds verder te verrijken. Als je niets te verbergen hebt en uitgebreide informatieplicht geen kwaad kan waarom krijg je als burger dan een enorme boete als je je identiteitsbewijs per ongeluk een keer vergeten bent?"

4.2 Onderbouwing van stelling onder 4.1: Boetes van maximaal 2250 Euro of een gevangenisstraf van twee maanden voor iedere Nederlander van 14 jaar en ouder vanaf 1 januari 2005 voor wie zich niet kan legitimeren als politie of "toezichthouder" daarom vraagt

4.3 Onderbouwing van stelling onder 4.1: Wetsvoorstel Minister van Justitie tot invoering van een algemene identificatieplicht zal oncontroleerbaar blijken te zijn en leiden tot een aanzienlijke uitbreiding registratie van het gedrag van onverdachte burgers. 14.02.03. Het College bescherming persoonsgegevens (CBP) heeft de Minister van Justitie geadviseerd het wetsvoorstel uitbreiding identificatieplicht niet in te dienen. Het wetsvoorstel dient tot invoering van een algemene identificatieplicht. Alle burgers vanaf 12 jaar zouden zich overal en altijd moeten kunnen identificeren tegenover politie en andere toezichthouders. Het CBP vindt dat de wetgever deze verplichting niet goed heeft onderbouwd. Ook vindt het CBP de inbreuk op de persoonlijke levenssfeer niet voldoende gerechtvaardigd. Bovendien roept het wetsvoorstel een bevoegdheid in het leven die ofwel oncontroleerbaar zal blijken te zijn ofwel zal leiden tot een aanzienlijke uitbreiding van de registratie van het gedrag van onverdachte burgers.

 

 

010105 Eerste boete identificatieplicht! In Nijmegen toont de overheid voor het eerst zijn ware gedaante om (met de verborgen agenda van de elite achter de overheid) met een buitengewoon oppervlakkige bevoegdheid de identificatieplicht te normeren 

Bron: Omroep Gelderland

Eerste boete identificatieplicht! De politie in Nijmegen heeft op 1 januari 2005 de eerste verdachte aangehouden die weigerde te voldoen aan de nieuwe identificatieplicht. De Nijmeegse politie hield de man op het Keizer Karelplein aan bij het feest ter ere van het 2000-jarig bestaan van Nijmegen. De man wilde demonstreren tegen het kabinetsbeleid en verzette zich toen agenten dat niet wilde toestaan.

 

 

Nederlandse Vereniging voor Rechtspraak verwacht toename van strafbare feiten die samenhangen met onrechtmatige verkrijging van identiteitsbewijzen. Jeugdige personen kunnen een gemakkelijk doelwit vormen voor het afpakken van paspoorten. Indien een algemene identificatieplicht – dus een plicht die verder gaat dan de reeds bestaande bijzondere identificatieverplichtingen - daadwerkelijk bijdraagt aan het voorkómen van strafbare feiten, met name geweldsdelicten door groepen anoniem blijvende personen, kan de bescherming van de rechten van andere personen met een zodanige identificatieplicht gediend zijn. Of een algemene identificatieplicht inderdaad hieraan bijdraagt, kan de NVvR bevestigen noch ontkennen. Het probleem is, dat er maar weinig bekend is over de effectiviteit.

242

ADVIES inzake Het concept wetsvoorstel inzake uitbreiding van de identificatieplicht

Inleiding
Bij brief van 10 december 2002 heeft de minister van Justitie de NVvR om advies verzocht over een concept-voorstel van wet d.d. 27 november 2002 inzake de uitbreiding van de identificatieplicht. Het advies is voorbereid door een werkgroep uit leden van de vereniging. Het advies beperkt zich in dit stadium tot een reactie op hoofdlijnen. Omdat de wetenschappelijke commissie tot de slotsom komt dat nadere bestudering van het onderwerp gewenst is behoudt de NVvR zich de mogelijkheid voor dit advies in een later stadium aan te vullen.

Inhoud voorstel
Het conceptvoorstel van wet houdt in dat de identificatieplicht, die thans voor een aantal situaties is vastgelegd in de Wet op de identificatieplicht, zal worden uitgebreid tot een algemene identificatieplicht. Volgens het conceptvoorstel zal art. 2 van de Wet op de identificatieplicht komen te luiden:
“Een ieder die de leeftijd van 12 jaar heeft bereikt, is verplicht op de eerste vordering van een ambtenaar als bedoeld in artikel 8a van de Politiewet, een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 ter inzage aan te bieden. Deze verplichting geldt ook indien het verzoek tot inzage wordt gedaan door een toezichthouder op grond van artikel 5:16 van de Algemene wet bestuursrecht.”

Het conceptvoorstel houdt verder in dat ook een geldig Nederlands rijbewijs als identificatiemiddel kan dienen. In een nieuw art. 447e WvSr zal een strafbepaling worden opgenomen met betrekking tot degene die niet terstond voldoet aan een vordering tot inzage. Verder worden de Politiewet en de Algemene wet bestuursrecht aangepast.

Voorgeschiedenis
De identificatieplicht is een onderwerp dat al geruime tijd in de belangstelling staat . Op 24 juni 1988 bracht de toenmalige minister van Justitie een Notitie identificatieplicht uit (Kamerstukken 20 612). Een verplichting voor burgers om zich desgevraagd te identificeren werd nodig geacht in het kader van de fraudebestrijding, de opsporing van strafbare feiten (anonieme verdachten) en de opheffing van de grenscontroles. De notitie heeft geleid tot een maatschappelijk en wetenschappelijk debat.

In 1992 is een voorstel voor een Wet op de identificatieplicht ingediend (Stb. 1993, 660; Kamerstukken 22 694). De regering zag destijds uitdrukkelijk af van een algemene verplichting tot identificatie. De Wet op de identificatieplicht verplicht burgers slechts in bepaalde situaties om zich te identificeren, zoals voetbalsupporters (vgl. art. 435f WvSr), werknemers en uitkeringsgerechtigden en zij die gebruik maken van financiële dienstverlening en burgers die bij de notaris verschijnen; daarnaast bestaat een identificatieplicht in het kader van het vreemdelingentoezicht. Ten aanzien van anonieme verdachten kunnen maatregelen worden getroffen ter vaststelling van hun identiteit: zie de bestaande art. 55b en 61a WvSv. In de Wegenverkeerswet was voor bestuurders reeds een toonplicht van het rijbewijs opgenomen.

Commentaar

Algemene opmerkingen
De NVvR is zich ervan bewust dat in de samenleving uiteenlopend wordt geoordeeld over het praktisch nut van een identificatieplicht en over de vraag, of dat nut opweegt tegen de nadelen van een identificatieplicht voor de burger. De NVvR wenst in dit overwegend politieke debat geen partij te kiezen, mede omdat de rechter te zijner tijd geroepen kan worden tot het geven van een oordeel over het resultaat van dat debat. Wel zijn er vanuit een juridische invalshoek opmerkingen te maken.

Art. 8 lid 1 EVRM beschermt het privé-leven. Het tweede lid van art. 8 staat een inmenging van het openbaar gezag in de uitoefening van dit recht toe, mits deze inmenging is voorzien bij de wet en in een democratische samenleving noodzakelijk is in het belang van een aantal in dat artikellid genoemde doeleinden. In een advies van mr. G.J. Wiarda, aangehaald in de eerdergenoemde Notitie identificatieplicht (op blz. 7-8), werd gesteld dat een algemene identificatieplicht voor een ieder die zich op de openbare weg bevindt moeilijk verenigbaar is met de aan het recht op privacy verbonden vrijheid van beweging tenzij blijkt van een (in de terminologie van het EHRM) pressing social need. Deze stelling heeft naar de mening van de NVvR nog actuele betekenis.

In het huidige conceptvoorstel van wet (het nieuwe art. 8a Politiewet) worden politieambtenaren bevoegd verklaard tot het vorderen van inzage in een identiteitsbewijs “voor zover dat noodzakelijk is voor de uitoefening van de politietaak”. Volgens de conceptmemorie van toelichting (par. 4) is hierbij gedacht aan de handhaving van de openbare orde en aan de hulpverleningstaak van de politie. Als voorbeeld wordt aldaar genoemd het bij gelegenheid van dreigende wanordelijkheden vaststellen van de identiteit van de personen die daarbij aanwezig zijn.

Een zó algemene omschrijving lokt naar de mening van de NVvR in concrete gevallen discussie uit over de vraag of sprake is van een pressing social need. De in het conceptvoorstel gekozen formulering (“uitoefening van de politietaak”) is ruimer dan het verdragsrechtelijke begrip pressing social need. Het is van belang dat de wetgever duidelijk maakt welke onderdelen van de politietaak hij op het oog heeft. Voor zover het niet mogelijk is de gevallen waarin identificatie mag worden gevorderd in de wet nauwkeuriger te omschrijven, beveelt de NVvR aan dat in ieder geval achteraf wordt vastgelegd voor welk doel de inzage is gevorderd. Zonder dat, zal de rechter in voorkomende geschillen niet goed in staat zijn te toetsen of de inmenging in het privé-leven aan het bepaalde in art. 8 lid 2 EVRM voldoet. Bovendien dwingt een motiveringsverplichting de politieambtenaar (resp. het toezichthoudende overheidsorgaan) zich rekenschap te geven van de noodzaak van een afweging of het beoogde doel de vordering tot identificeren wel rechtvaardigt.

Een voorzichtige opstelling ten aanzien van dit onderwerp behoeft niet per se voort te komen uit het benadrukken van het privacybelang. Ook de verenigbaarheid van de voorgestelde regeling met andere grondrechten dan art. 8 EVRM verdient de aandacht van de wetgever. Wanneer burgers gedwongen kunnen worden zich te legitimeren wanneer zij aanwezig zijn bij bepaalde evenementen of op bepaalde plaatsen, kan dit vooruitzicht hen ervan weerhouden gebruik te maken van de vrijheid van vergadering (art. 11 EVRM), de vrijheid van meningsuiting (art. 10 EVRM) of de vrijheid van godsdienstuitoefening (art. 9 EVRM). De inmenging van de overheid is groot indien, bijvoorbeeld, bij de uitgang van een kerk of van een verenigingsgebouw naar een identificatiebewijs wordt gevraagd. In dit verband wordt wel gesproken van het chilling effect van een identificatieplicht. De NVvR zou gaarne zien dat in de toelichting op het voorstel van wet aan dit vraagstuk aandacht wordt besteed.

Indien een algemene identificatieplicht – dus een plicht die verder gaat dan de reeds bestaande bijzondere identificatieverplichtingen - daadwerkelijk bijdraagt aan het voorkómen van strafbare feiten, met name geweldsdelicten door groepen anoniem blijvende personen, kan de bescherming van de rechten van andere personen met een zodanige identificatieplicht gediend zijn. Of een algemene identificatieplicht inderdaad hieraan bijdraagt, kan de NVvR bevestigen noch ontkennen. Het probleem is, dat er maar weinig bekend is over de effectiviteit. Dat bepaalde vormen van identificatieplichten (bijv. voor zwartrijders in de tram of voor personen die een sofi-nummer opgeven aan een werkgever e.d.) kunnen bijdragen aan het terugdringen van strafbare feiten lijkt wel duidelijk. Echter, de beantwoording van de vraag of een algemene identificatieplicht bijdraagt aan het terugdringen van strafbare feiten, en wel in die mate dat sprake is van een pressing social need, zou wetenschappelijk onderzoek en/of vergelijking met ervaringen in het buitenland vergen. De NVvR stelt een nadere onderbouwing van de memorie van toelichting op dit punt voor. In het bijzonder valt op dat geen aandacht is besteed aan de reeds bestaande mogelijkheid om een strafvervolging tegen een verdachte “n.n.” in te stellen, bijv. bij vervolging van deelnemers aan rellen.

Leeftijdsgrens
Het voorstel wil de verplichting tot het tonen van een identiteitsbewijs laten ingaan bij de leeftijd van 12 jaar (dit houdt kennelijk verband met art. 77a WvSr). De NVvR vraagt zich af of het door de wetgever beoogde voordeel van een legitimatieplicht voor de leeftijdscategorie onder, bijvoorbeeld, 16 jaar wel opweegt tegen de praktische nadelen ervan (zoals het risico van kwijtraken van legitimatiebewijzen en het feit dat jeugdigen in deze leeftijdscategorie dikwijls wisselingen van uiterlijk doormaken, hetgeen leidt tot de noodzaak van spoedige vervanging van het legitimatiebewijs of tot een slechte herkenbaarheid van personen).

Meer specifiek vraagt de NVvR zich af of het beoogde voordeel van een legitimatieplicht voor 12-16 jarigen wel opweegt tegen de – ook volgens de conceptmemorie van toelichting (par. 6) - te verwachten toename van strafbare feiten die samenhangen met onrechtmatige verkrijging van identiteitsbewijzen. Jeugdige personen kunnen een gemakkelijk doelwit vormen voor het afpakken van paspoorten. Dit geldt temeer, nu voor deze leeftijdscategorie niet is voorzien in een apart identiteitsbewijs. Een intensivering van het toezicht op illegaal verblijf van vreemdelingen kan het voor criminelen lucratief maken om identiteitsbewijzen van (minderjarige) personen af te pakken en, na vervalsing, te verhandelen.

Uitvoering in de praktijk
In dit advies op hoofdlijnen volstaat de NVvR met een enkele opmerking over de uitvoering in de praktijk. De toelichting op het voorstel van wet geeft geen indicatie van het aantal te verwachten strafzaken wegens overtreding van de voorgestelde toonplicht. Afhankelijk van de wijze waarop de politie en de bestuurlijke toezichthouders gebruik gaan maken van de voorgestelde bevoegdheid, kan het om grote aantallen gaan. Het woord “terstond” in onderdeel II.B (de strafbepaling) doet vermoeden dat het aanbod om een identiteitsbewijs thuis op te halen en achteraf te tonen niet voldoende is om strafbaarheid te voorkomen.

In dit stadium is nog niet duidelijk of door middel van richtlijnen een nadere invulling zal worden gegeven aan de situaties waarin door de politie gebruik mag worden gemaakt van de voorgestelde vorderingsbevoegdheid. Hetzelfde geldt voor het gebruik hiervan door de bestuurlijke toezichthouders. Onderdeel IV (de voorgestelde wijziging van art. 5:16 Awb) moet klaarblijkelijk worden gelezen in samenhang met het bestaande art. 5:13 Awb: “Een toezichthouder maakt van zijn bevoegdheden slechts gebruik voor zover dat redelijkerwijs voor de vervulling van zijn taak nodig is.” Voor deze algemene formulering geldt hetzelfde als hiervoor is opgemerkt ten aanzien van het voorgestelde art. 8a Politiewet.

De uiteindelijke waardering van het voorstel tot uitbreiding van de identificatieplicht kan moeilijk los worden gezien van het antwoord op de vraag, wat de politieambtenaar resp. het toezichthoudend overheidsorgaan met de verkregen persoonsgegevens gaat doen. Thans wordt de verwerking van persoonsgegevens geregeld in de Wet bescherming persoonsgegevens en de Wet politieregisters. Wanneer deze wetten zouden worden gewijzigd teneinde een ruimere verwerking van persoonsgegevens mogelijk te maken, kan de waardering van het voorstel tot invoering van een algemene identificatieplicht anders uitvallen.

Samenvatting
De NVvR onthoudt zich van een oordeel over de politieke wenselijkheid van invoering van een algemene identificatieplicht. Vanuit een juridische invalshoek zijn over de voorgestelde wettelijke regeling de nodige opmerkingen te maken. De meer principiële opmerkingen hebben betrekking op de verenigbaarheid van het conceptvoorstel van wet met art. 8 EVRM en de gevolgen van een algemene identificatieplicht voor de uitoefening van andere grondrechten. De opmerkingen van praktische aard hebben betrekking op de invulling van het voorgestelde criterium en op de risico’s wanneer, bijvoorbeeld, 12-jarigen worden verplicht steeds een identiteitsbewijs bij zich te dragen.


Den Haag, 20 februari 2003

 

 

T. de Roos in NRC Verplichte legitimatie biedt schijnveiligheid 

 

1. De vrijheidssfeer wordt aangetast

Wanneer overheidsorganen de bevoegdheid krijgen zonder voorwaarden (tijdstip, plaats, situatie) zich van de identiteit van ieder burger te vergewissen verschaft dat hun een ongeclausuleerde macht die in een rechtsstaat niet past. Immers, power always corrupts.

Identificatieplichten kunnen slechts legitiem zijn wanneer zij aantoonbaar en evident aan een dringende maatschappelijk behoefte voldoen. De situatie waarin dat het geval is dient per geval nauwkeurig in de wet te worden omschreven.

Dit gezichtspunt verdraagt zich uiteraard niet met een algemene identificatieplicht.

2. Strijdig met strafprocesrecht

Wanneer het de bedoeling is niet alleen een draagplicht, maar ook een toonplicht in te voeren en deze toonplicht – zoals de VVD heeft voorgesteld – te verbinden aan de eis dat sprake moet zijn van verdenking van een misdrijf, betekent dat een inbreuk op het beginsel dat de verdachte niet verplicht kan worden actief aan het tegen hem gerichte strafrechtelijk onderzoek mee te werken.

Weliswaar geldt dit beginsel niet absoluut; daar is het ook een beginsel voor. Ons recht kent uitzonderingen, bijvoorbeeld in de Wegenverkeerswet (medewerking aan ademonderzoek is verplicht; weigering levert een strafbaar feit op). Daarbij gaat het echter steeds om nauwkeurig omschreven situaties. Verdenking van een willekeurig misdrijf kan niet worden beschouwd als een nauwkeurig omschreven situatie.

Bovendien gaat het in dit geval om een inbreuk op het recht om te zwijgen, dat onder meer in de rechtspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens wordt gezien als de harde kern van het nemo tenetur-beginsel.

3. Werkt niet tegen terrorisme

Aanleiding voor de recente pleidooien vormden de terroristische aanslagen op het WTC in New York en het Pentagon in Washington. Tegen die achtergrond is het nuttig dat men zich realiseert dat de professionele werkwijze die terroristische netwerken erop nahouden met zich meebrengt dat zij veel in vervalsing van identiteitsbewijzen investeren.

Bovendien werkt de verplichting fraude in het algemeen in de hand (criminogene werking). Als de identificatieplicht al enig effect zou sorteren is dat het bevorderen van een vals gevoel van veiligheid.

4. Irritaties bij toepassing

Omdat de ambtenaren die verantwoordelijk zijn voor rechtshandhaving en ordehandhaving en met het oog daarop worden toegerust met de bevoegdheid het tonen van het identiteitsbewijs te eisen geen wettelijk verankerd specifiek richtsnoer wordt meegegeven, wordt bevorderd dat burgers die met zo'n eis worden geconfronteerd dit zullen ervaren als een nodeloze inmenging in hun privé-sfeer.

Zelfs is het aannemelijk dat sommigen deze overheidsinterventie – al of niet terecht – als discriminatoir zullen opvatten. Uit een oogpunt van sociale cohesie en zelfs – uiteindelijk – maatschappelijke veiligheid is dat rampzalig.

5. Disproportioneel

Met de invoering en praktische toepassing van een algemene identificatieplicht zijn behalve maatschappelijke ook aanzienlijke financiële kosten gemoeid.

Die middelen kunnen veel beter worden besteed aan de gerichte opsporing en preventie van terrorisme en andere vormen van ernstige criminaliteit.

 

 

 

 

 

Invoering Wet op de identificatieplicht (WID) in 1993.

De Wet op de identificatieplicht (WID) werd ingevoerd in 1993. De officiële naam luidt `Wet van 9 december 1993 tot aanwijzing van documenten dienende ter vaststelling van de identiteit van personen alsmede aanwijzing van enige gevallen waarin de identiteit van personen aan de hand van deze documenten kan worden vastgesteld'. 

De identificatieplicht houdt meer in dan dat een werknemer zijn paspoort moet laten zien bij zijn of haar nieuwe werkgever. Zo is de werkgever verplicht de documenten te verifiëren, een kopie van het origineel te bewaren in zijn administratie en te zorgen dat ook de werknemer aan zijn verplichtingen voldoet. De WID en het thema identificatieplicht hebben raakvlakken met andere wet- en regelgeving, waaronder:

  • de Vreemdelingenwet

  • de Paspoortwet

  • de Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR)

  • de Organisatiewet Sociale Verzekeringen (OSV)

  • de Wet arbeid vreemdelingen (WAV)

De WID is ingevoerd om de volgende misdrijven en overtredingen beter te kunnen bestrijden:

  • sociale zekerheidsfraude

  • fiscale fraude

  • illegaal verblijf van personen in Nederland

  • illegale arbeid.

 

 

Nieuw Wetsvoorstel 2003 Tweede Kamer der Staten-Generaal

2

KST70364, 0304tkkst29218-1-2, ISSN 0921 - 7371, Sdu Uitgevers, ’s-Gravenhage 2003

29 218

Wijziging en aanvulling van de Wet op de identificatieplicht, het Wetboek van Strafrecht, de Algemene wet bestuursrecht, de Politiewet 1993 en enige andere wetten in verband met de invoering van een identificatieplicht van burgers ten opzichte van ambtenaren van politie aangesteld voor de uitvoering van de politietaak en van toezichthouders (Wet op de uitgebreide identificatieplicht)

Nr. 2 VOORSTEL VAN WET.  Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:  Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is over te gaan tot de invoering van een identificatieplicht voor burgers ten opzichte van ambtenaren van politie aangesteld voor de uitvoering van de politietaak, en daarmee gelijk te stellen ambtenaren alsmede van degenen die zijn belast met toezicht in de zin van hoofdstuk 5 van de Algemene wet bestuursrecht;  Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze: 

ARTIKEL I    De Wet op de identificatieplicht wordt als volgt gewijzigd: 

A  Aan artikel 1, eerste lid, worden, onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel 2° door een puntkomma, twee onderdelen toegevoegd, die luiden:  3° een geldig nationaal, diplomatiek of dienstpaspoort dat is afgegeven door het daartoe bevoegde gezag in een andere lidstaat van de Europese Gemeenschappen of in een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, voor zover de houder de nationaliteit van die andere lidstaat bezit;  4°.een geldig rijbewijs dat is afgegeven op basis van de Wegenverkeerswet, een geldig rijbewijs als bedoeld in artikel 107 van de Wegenverkeerswet 1994 of een rijbewijs dat is afgegeven door het daartoe bevoegde gezag in een andere lidstaat van de Europese Gemeenschappen of in een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, waarvan de houder in Nederland woonachtig is en dat geregistreerd is in het rijbewijzenregister bedoeld in artikel 126 van de Wegenverkeerswet 1994, zolang de bij registratie van dat rijbewijs in dat register vastgestelde termijn van geldigheid in Nederland niet is verstreken en mits het rijbewijs is voorzien van een pasfoto van de houder.

B  Hoofdstuk II komt te luiden: HOOFDSTUK II. TOONPLICHT   Artikel 2   Een ieder die de leeftijd van veertien jaar heeft bereikt, is verplicht op de eerste vordering van een ambtenaar als bedoeld in artikel 8a van de Politiewet 1993, een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 ter inzage aan te bieden. Deze verplichting geldt ook indien de vordering wordt gedaan door een toezichthouder . 

C  De hoofdstukken III tot en met XXII vervallen. ARTIKEL II    Het Wetboek van Strafrecht wordt als volgt gewijzigd:

A Artikel 435f vervalt. 

B Na artikel 447d wordt een artikel ingevoegd, dat luidt: Artikel 447e   Hij die niet voldoet aan de verplichting om een identiteitsbewijs ter inzage aan te bieden, hem opgelegd bij artikel 2 van de Wet op de identificatieplicht, wordt gestraft met geldboete van de tweede categorie. ARTIKEL III   In artikel 54, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering vervalt: of van het strafbare feit omschreven in artikel 435 onder 4°. van het Wetboek van Strafrecht, dan wel van het strafbare feit omschreven in artikel 34, eerste lid, onder b, van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften. ARTIKEL IV   Na artikel 8 van de Politiewet 1993 wordt een artikel ingevoegd, dat luidt: artikel 8a

     1. Een ambtenaar van politie aangesteld voor de uitvoering van de politietaak, is bevoegd tot het vorderen van inzage van een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht van personen, voor zover dat redelijkerwijs noodzakelijk is voor de uitoefening van de politietaak.

     2. Gelijke bevoegdheid komt toe aan de buitengewoon opsporingsambtenaar als bedoeld in artikel 142, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering, voor zover dat redelijkerwijs noodzakelijk is voor de uitoefening van zijn taak.

     3. Gelijke bevoegdheid komt toe aan de militair van de Koninklijke marechaussee, voor zover dat redelijkerwijs noodzakelijk is voor de uitoefening van zijn politietaak, bedoeld in artikel 6, eerste lid, en aan de militair van de Koninklijke marechaussee of van enig ander onderdeel van de krijgsmacht die op grond van artikel 58, eerste lid, onderscheidenlijk artikel 59, eerste lid, bijstand verleent aan de politie. 

ARTIKEL V .  De Algemene wet bestuursrecht wordt gewijzigd als volgt: Na artikel 5:16 wordt een artikel ingevoegd, dat luidt: Artikel 5:16a   Een toezichthouder is bevoegd van personen inzage te vorderen van een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht. 

ARTIKEL VI   In artikel 65, derde en vierde lid, van de Algemene bijstandswet wordt na “artikel 1” ingevoegd “, eerste lid, onder 1° of 2°,”. ARTIKEL VII    De Algemene wet inzake rijksbelastingen wordt gewijzigd als volgt: 

A  Aan artikel 47 wordt een lid toegevoegd, dat luidt: 3. Een ieder die de leeftijd van veertien jaar heeft bereikt, is verplicht op vordering van de inspecteur terstond een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aan te bieden, indien dit van belang kan zijn voor de belastingheffing te zijnen aanzien. B Artikel 47b wordt gewijzigd als volgt: 1. In het eerste lid wordt na “artikel 1” ingevoegd “, eerste lid, onder 1° of 2°,”.  2. In het tweede lid vervalt: of een geldig rijbewijs dat is afgegeven op basis van de Wegenverkeerswet dan wel een geldig rijbewijs als bedoeld in artikel 107 van de Wegenverkeerswet 1994. C.  In artikel 68 wordt, onder vernummering van het derde lid tot vierde lid, een lid ingevoegd, dat luidt:  3. Degene die niet voldoet aan de verplichting, hem opgelegd bij artikel 47, derde lid, wordt gestraft met geldboete van de tweede categorie. D In artikel 69, vijfde lid, wordt “Artikel 68, derde lid, ” vervangen door: Artikel 68, vierde lid,. ARTIKEL VIII   De Douanewet wordt gewijzigd als volgt: A. In hoofdstuk 2, § 3, wordt voor artikel 11 een artikel ingevoegd, dat luidt: Artikel 10a   Een ieder die de leeftijd van veertien jaar heeft bereikt, is, indien dit voor de toepassing van wettelijke bepalingen te zijnen aanzien van belang kan zijn, verplicht op vordering van de inspecteur terstond een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aan te bieden. B. Na artikel 49 wordt een artikel ingevoegd, dat luidt: Artikel 49a   Degene die niet voldoet aan de hem bij artikel 10a opgelegde verplichting, wordt gestraft met geldboete van de tweede categorie. ARTIKEL IX   Artikel 151a, tweede lid, van de Gemeentewet komt te luiden:  2. De in artikel 2 van de Wet op de identificatieplicht bedoelde toonplicht geldt ook voor een persoon die de leeftijd van veertien jaar nog niet heeft bereikt. Deze toonplicht betreft een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1, onderdelen 1° tot en met 3°, van die wet. ARTIKEL X   De Invorderingswet 1990 wordt gewijzigd als volgt: Artikel 58 wordt gewijzigd als volgt: 1. Voor de tekst wordt de aanduiding “1.” geplaatst. 2. Er wordt een lid toegevoegd, dat luidt: 2. Een ieder die de leeftijd van veertien jaar heeft bereikt, is verplicht op vordering van de inspecteur terstond een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aan te bieden, indien dit van belang kan zijn voor de invordering. B. Aan artikel 64 wordt een lid toegevoegd, dat luidt: 3. Degene die niet voldoet aan de hem bij artikel 58, tweede lid, opgelegde verplichting, wordt gestraft met geldboete van de tweede categorie. ARTIKEL XI Artikel 111, tweede lid, van de Wegenverkeerswet 1994 wordt gewijzigd als volgt: 1. Het woord “legitimeren” wordt vervangen door “identificeren”. 2. Na “onder 2°” wordt ingevoegd “of 4°”. 3. De zinsnede “hetzij nog geldig is hetzij” vervalt. ARTIKEL XII   In artikel 15, eerste en vierde lid, van de Wet arbeid vreemdelingen wordt na “artikel 1” ingevoegd “, eerste lid, onder 1° of 2°,”. ARTIKEL XIII    In artikel 77, eerste lid, van de Wet gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens vervalt: (Stb. 1993, 660) of een geldig rijbewijs dat is afgegeven op basis van de Wegenverkeerswet dan wel een geldig rijbewijs als bedoeld in artikel 107 van de Wegenverkeerswet 1994. ARTIKEL XIV   In artikel 15, tweede lid, onderdeel e, en vierde lid, van de Wet inkomensvoorziening kunstenaars wordt na “artikel 1” ingevoegd “, eerste lid, onder 1° of 2°,”. ARTIKEL XV   In artikel 13, derde en vierde lid, van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers wordt na “artikel 1” ingevoegd “, eerste lid, onder 1° of 2°,”. ARTIKEL XVI   In artikel 13, derde en vierde lid, van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen wordt na “artikel 1” ingevoegd “, eerste lid, onder 1° of 2°,”. ARTIKEL XVII      De Wet op de loonbelasting 1964 wordt gewijzigd als volgt: A. In artikel 28, onderdeel f, wordt na “artikel 1” ingevoegd “, eerste lid, onder 1° of 2°,” en vervalt: (Stb. 1993, 660). B  In artikel 29, eerste lid, wordt na “artikel 1” ingevoegd “, eerste lid, onder 1° of 2°,”. C  In artikel 30, eerste lid, vervalt: of een geldig rijbewijs dat is afgegeven op basis van de Wegenverkeerswet dan wel een geldig rijbewijs als bedoeld in artikel 107 van de Wegenverkeerswet 1994. D  In artikel 35d, eerste lid, onderdeel b, wordt na “artikel 1” ingevoegd “, eerste lid, onder 1° of 2°,”. E. In artikel 35e, eerste lid, onderdeel f, wordt na “artikel 1” ingevoegd “, eerste lid, onder 1° of 2°,”. F In artikel 35h, derde lid, onderdeel b, wordt na “artikel 1” ingevoegd “, eerste lid, onder 1° of 2°,”. G In artikel 35k, onderdeel b, wordt na “artikel 1” ingevoegd “, eerste lid, onder 1° of 2°,”. H. In artikel 35l, eerste lid, onderdelen b en d, wordt na “artikel 1” ingevoegd “, eerste lid, onder 1° of 2°,”. In artikel 35m, onderdeel d, wordt na “artikel 1” ingevoegd “, eerste lid, onder 1° of 2°,”. ARTIKEL XVIII   In artikel 39, eerste lid, van de Wet op het notarisambt vervalt: of van een geldig rijbewijs dat is afgegeven op basis van de Wegenverkeerswet dan wel een geldig rijbewijs als bedoeld in artikel 107 van de Wegenverkeerswet 1994. ARTIKEL XIX Artikel 92 van de Wet personenvervoer 2000 komt te luiden: Artikel 92   De reiziger die de leeftijd van veertien jaar nog niet heeft bereikt, is verplicht op de eerste vordering van de in artikelen 87 en 89 bedoelde ambtenaren en personen die hebben vastgesteld dat de reiziger heeft gehandeld in strijd met de artikelen 70 of 71, een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aan te bieden. ARTIKEL XX Artikel 55 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen wordt gewijzigd als volgt: 1. In het eerste en derde lid wordt na “artikel 1” ingevoegd “, eerste lid, onder 1° of 2°,”. 2. In het tweede lid vervalt: of een geldig rijbewijs als bedoeld in artikel 107 van de Wegenverkeerswet 1994. ARTIKEL XXI   Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip. ARTIKEL XXII   Deze wet kan worden aangehaald als de Wet op de uitgebreide identificatieplicht.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden. Gegeven De Minister van Justitie, De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,

 

De leden van de SGP-fractie hebben met buitengewoon veel reserves kennisgenomen van het onderhavige wetsvoorstel. De uitbreiding van de identificatieplicht achten deze leden zodanig ruim dat in feite van een vrijwel algemene en algehele identificatieplicht sprake is, zonder dat hen de noodzaak daartoe duidelijk is geworden. Ook tonen deze leden zich verontrust over de buitengewoon oppervlakkige wijze waarop de bevoegdheid om naar identiteitsbewijzen te vragen door het wetsvoorstel wordt genormeerd.

 

Tweede Kamer der Staten-Generaal

2

Vergaderjaar 2003–2004
KST71843
0304tkkst29218-6
ISSN 0921 - 7371
Sdu Uitgevers

29 218 Wijziging en aanvulling van de Wet op de identificatieplicht, het Wetboek van Strafrecht, de Algemene wet bestuursrecht, de Politiewet 1993 en enige andere wetten in verband met de invoering van een identificatieplicht van burgers ten opzichte van ambtenaren van politie aangesteld voor de uitvoering van de politietaak en van toezichthouders (Wet op de uitgebreide identificatieplicht)

Nr. 6 VERSLAG

Vastgesteld op 13 november 2003
De vaste commissie voor Justitie 1 belast met het voorbereidend onderzoek van dit wetsvoorstel, brengt als volgt verslag uit van haar bevindingen.Onder het voorbehoud dat de regering de gestelde vragen tijdig zal hebben beantwoord, acht de commissie de openbare behandeling van het wetsvoorstel voldoende voorbereid.

1. Inleiding
Hoewel de leden van de CDA-fractie liever de invoering van een algemene identificatieplicht hadden gezien, hebben zij met instemming kennisgenomen van het onderhavige wetsvoorstel.

In een steeds harder en anoniemer wordende maatschappij is het nodig dat de overheid regels vaststelt, zodat het eenvoudiger wordt de identiteit van personen vast te stellen. Dit kan gelden bij het aanvragen van allerlei sociale voorzieningen, bij de belastingdienst, maar ook om de veiligheid in het publieke domein te vergroten en de overlast daar te voorkomen.

Deze leden zijn zich bewust van het feit dat er in dezen voor sommige mensen een gevoel van schending van de privacy tot uitdrukking wordt gebracht. Als men echter de toenemende geweldsspiraal in ogenschouw neemt, kan men zich afvragen of het de anonieme daders dan vrij mag staan een inbreuk op de privacy te plegen door toepassing van fysiek geweld. Steeds vaker begint het er namelijk op te lijken dat de maatschappij moet worden beschermd tegen de overheidsinstanties, omdat we dat onplezierig vinden, terwijl een bescherming tegen bijvoorbeeld fraude, geweld tegen personen of goederen, overlast en/of inbraak niet zou behoren. Immers dan zou er sprake zijn van schending van de privacy,althans kunnen ontstaan. De slachtoffers van dergelijke feiten zullen oordelen over een andere vorm van schending van privacy, namelijk de inbreuk op hun privacy.

Daarnaast constateren de leden van de CDA-fractie dat steeds meer organisaties overgaan tot het verplichten zich te identificeren om bijvoorbeeld misbruik van bepaalde voorzieningen tegen te gaan. Recentelijk kon men kennisnemen van het feit dat ook ziekenhuizen een identificatieplicht overwegen, gelet op het feit dat steeds vaker mensen onjuiste personalia verstrekken om op die manier niet de nota van het ziekenhuis te hoeven betalen. Nota’s worden daardoor toegezonden aan mensen die niet voor behandeling in het ziekenhuis zijn geweest, waardoor het ziekenhuis met niet te incasseren nota’s blijft zitten. Deze leden vragen voorts of de genoemde evaluatietermijn van drie jaar niet kan worden bekort tot bijvoorbeeld één jaar. Hoewel de wettekst duidelijk is geformuleerd en de memorie van toelichting veel verduidelijkt, hebben de leden van de CDA-fractie nog enkele vragen.

De leden van de PvdA-fractie hebben kennisgenomen van het wetsvoorstel. Over het onderwerp wordt al lange tijd gesproken. Voorgaande kabinetten hebben steeds op basis van rationele argumenten het huidige systeem van identificatieplichten helpen invoeren en optimaliseren en meenden, eveneens op basis van argumenten, dat hiermee kon worden volstaan. Thans is de regering van oordeel dat een verdergaande identificatieplicht noodzakelijk is voor een effectief overheidsoptreden. Zij heeft echter geen deugdelijke onderbouwing gegeven waarom dit nodig is en welke effecten kunnen worden verwacht.

Deze leden merken op dat de memorie van toelichting als volgt begint: «De regering is van oordeel dat de bestaande beperkte identificatieplichten niet meer toereikend zijn». Zij verzoeken de regering dit oordeel te motiveren. Is het gestoeld op onderzoek?

De leden van de VVD-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van het onderhavige wetsvoorstel. Met dit wetsvoorstel wordt uitvoering gegeven aan een afspraak uit het hoofdlijnenakkoord en de in de motie
Nicolaï, Kamerstukken II 2000/01, 27 400 VI, nr. 30, neergelegde wens te komen tot een algemene identificatieplicht die begrensd wordt door deze nieuwe bevoegdheid alleen dan te hanteren indien dit plaatsvindt in samenhang met bestaande dwangbevoegdheden. Deze systematiek biedt een aantal voordelen. De identificatieplicht wordt zover uitgebreid dat er geen onduidelijkheid meer kan bestaan over de verplichting om altijd een identificatiebewijs te dragen. Iedereen van 14 jaar of ouder moet een identificatiebewijs bij zich dragen. Politie en toezichthouders krijgen daardoor de mogelijkheid om eenvoudig van verdachten de identiteit vast te stellen. Daarmee wordt de anonimiteit opgeheven van mensen die met hun crimineel gedrag overlast veroorzaken. Zij kunnen zich niet langer verschuilen achter een valse naam. Nu is het niet zo dat een beroepscrimineel zich zal laten weerhouden van het plegen van misdrijven, alleen omdat er straks een identificatieplicht geldt. Maar op deze groep van criminelen is de nieuwe bevoegdheid ook niet primair gericht. De uitgebreide identificatieplicht biedt vooral een extra middel om op te treden tegen de kleine overlast gevende criminaliteit. Waar een agent of toezichthouder nu nog verhoudingsgewijs veel tijd kwijt is met het zeker stellen van de identiteit van iemand die een klein vergrijp heeft begaan, zal hij straks met één blik op het identiteitsbewijs kunnen vaststellen dat de boete die hij uitschrijft ook daadwerkelijk zal neerkomen bij de overtreder. Het «lik-op-stuk-beleid» komt hiermee dichterbij.

Een ander voordeel van de gekozen systematiek is het voorkomen van Franse of Belgische toestanden waarbij het controleren van identificatiebewijzen een doel op zich werd. De politie kan alleen dan om een identificatiebewijs vragen indien dit wordt ingegeven door hun reguliere taakuitoefening.

De leden van de fractie van de VVD vinden de keuze om aan te sluiten bij bestaande identificatiemiddelen een logische. Zij kunnen zich echter wel voorstellen dat dit met toekomstige ontwikkelingen van de techniek niet langer logisch is. Zij vragen daarom in de aangekondigde evaluatie mee te nemen of het dan inmiddels wenselijk is om identificatiebewijzen te integreren en daarbij gebruik te gaan maken van bijvoorbeeld biometrische technieken.
Voorts vragen zij of de identificatieplicht ook behulpzaam kan worden bij het verbeteren van de informatiehuishouding van de politie zoals dat thans onder leiding van de Regieraad ICT gestalte krijgt. Krijgen de identificatieplicht en de daarbij gebruikte identificatiemiddelen een rol in het personenidentificatiesysteem van de politie, zo vragen de leden van de VVD-fractie.

De leden van de SP-fractie hebben kennisgenomen van het onderhavige wetsvoorstel. De algemene identificatieplicht gaat gelden voor mensen vanaf 14 (in het openbaar vervoer onder 14) jaar. De plicht houdt in dat de politie en enkele andere groepen mensen, zoals bankemployees, een identiteitsbewijs kunnen vragen. Men is verplicht dit te tonen, op straffe van een boete van 2250 euro. De identificatieplicht wordt gebracht als maatregel die de veiligheid gaat verhogen, samen met een groot aantal andere maatregelen die na 11 september 2001 zijn ingevoerd. Voor de leden van de SP-fractie is het de vraag of het de veiligheid zal verhogen, het brengt tal van onwenselijke en soms gevaarlijke consequenties met zich mee.

Deze leden erkennen en herkennen de vraag vanuit de samenleving om criminaliteit op te lossen en bescherming te bieden tegen terroristen. Maar dan heb je niets aan een identificatieplicht. Immers, zal niet iedereen met kwaad in de zin zorgen dat hij zich kan legitimeren? Op dat legitimatiebewijs staat bovendien niet vermeld wat de drager voor criminele of terroristische activiteiten van plan is, dan wel heeft gepleegd. Een causaal verband met succes in de opsporing is niet aan te tonen. Toch zal de politie mensen moeten controleren. Volgens deze leden zullen zij, om dit goed te doen, er veel tijd aan kwijt zijn. Wat zijn de streefcijfers voor het aantal controles (in de zin van een prestatiecontract) bijvoorbeeld per agent? Hoeveel tijd mag een agent hier dagelijks aan kwijt zijn?

De leden van de SP-fractie menen dat de voorgestelde plicht weinig toevoegt aan het versterken van een causaal verband zoals hierboven beschreven. Er bestaan al meerdere mogelijkheden om identiteits-controles uit te voeren. In de trein (bij zwartrijden), bij de bank, bij een voetbalwedstrijd en op het werk of bij uitkeringsinstantie kan zonder vermoeden van een misdrijf worden gecontroleerd. Daarnaast kan de politie een identiteitsbewijs vragen bij een vermoeden van een misdrijf. In het kader van vreemdelingentoezicht kan iemand ook staande worden gehouden voor het overleggen van een verblijfsvergunning. In andere situaties kan de politie niet om een identiteitsbewijs vragen als er geen vermoeden is van een wetsovertreding. Dat is volgens deze leden ook niet nodig.

De leden van de SP-fractie pleiten ervoor om in plaats van een algemene identificatieplicht op te stellen, de redenen om naar de identiteit te vragen limitatief op te sommen. Zoals de burger zich, volgens de regering, niet mag verschuilen achter anonimiteit, mag het bevoegd gezag zich niet verschuilen achter onduidelijke regelgeving. 

De leden van de GroenLinks-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van het onderhavige wetsvoorstel waarin wordt voorzien in een uitbreiding van de bestaande identificatieplichten. Deze leden waarderen het in het huidige kabinet dat gezocht wordt naar mogelijkheden om de veiligheid voor burgers te vergroten. Zij vragen of het invoeren van een toonplicht voor een ieder van 14 jaar of ouder aan de gewenste veiligheid kan en zal bijdragen. Deze leden vragen de regering nader toe te lichten waarin de meerwaarde schuilt van de voorgestelde identificatieplicht.

De leden van de fractie van D66 hebben met belangstelling kennisgenomen van het voorliggende wetsvoorstel. Deze leden hebben bij het voorstel nog enige kanttekeningen en vragen. De regering geeft aan dat de uitgebreide identificatieplicht wordt ingevoerd om criminaliteit doeltreffender te kunnen bestrijden. De leden van de fractie van D66 vragen hoe de regering gaat meten of de uitgebreide identificatieplicht ook daadwerkelijk helpt bij het bestrijden van criminaliteit. Volgens de regering is de uitgebreide identificatieplicht noodzakelijk voor een redelijke taakuitoefening van de politie. Kan de regering aangeven in welk soort situaties een redelijke taakuitoefening van de politie met zich meebrengt dat het tonen van een identificatiebewijs noodzakelijk is?

Drie jaar na inwerkingtreding zal de Wet op de uitgebreide identificatieplicht worden geëvalueerd. De leden van de fractie van D66 vragen of de regering kan aangeven welke aspecten van de wet en welke gevolgen van de invoering zullen worden geëvalueerd. Hoe en op basis van welke criteria zal gemeten worden of de wet effectief is? Hoe zal worden geëvalueerd of in de praktijk het criterium «redelijke taakuitoefening» eenduidig door de opsporingsambtenaren wordt toegepast, zo vragen deze leden. Mocht uit de evaluatie van de Wet op de uitgebreide identificatieplicht volgen dat het beter is om de leeftijdsgrens te verhogen naar 15 of 16 jaar,is de regering daartoe dan bereid? Zo neen, waarom niet?

De leden van de fractie van de ChristenUnie hebben met belangstelling kennisgenomen van het onderhavige wetsvoorstel. Het wetsvoorstel geeft deze leden aanleiding tot het stellen van een aantal vragen en opmerkingen. Zij merken op dat hun fractie altijd enigszins gereserveerd heeft gestaan tegenover uitbreiding van de identificatieplicht. Dat is niet vanwege het feit dat de identificatieplicht een te grote inbreuk zou maken op het privéleven van de burgers. Immers, de huidige identificatieplicht maakt het verplicht identificeren in een groot aantal situaties al mogelijk en bovendien hebben een tal van landen al geruime tijd een algemene identificatieplicht.

Deze leden achten de vraag, of de uitbreiding een wezenlijke toevoeging vormt op het huidige instrumentarium om iemands identiteit vast te stellen dat politie, bijzondere opsporingsambtenaren en toezichthouders al ter beschikking staat, van groter belang. Deze leden zijn van mening dat het antwoord op deze vraag op dit moment nog niet in alle opzichten overtuigend is. Zij wijzen daarbij op het feit dat de omvang van de huidige identificatieplicht al vrij groot is. Zoals de identificatieplicht in het openbaar vervoer, het rijbewijs, de identificatieplicht op het werk en bij financiële transacties, en in situaties waarin verstoringen van de openbare orde zijn te verwachten (voetbalrellen). Kortom, deze leden hebben de indruk dat het op dit moment al niet meevalt om aan het maatschappelijke leven deel te nemen zonder een identificatiebewijs op zak te hebben.

Bovendien heeft de politie nu al aanzienlijke mogelijkheden tot het vaststellen van iemands identiteit, voor zover deze daar in eerste instantie niet aan wil meewerken. Recent is deze bevoegdheid nog uitgebreid, zie het in de memorie van toelichting genoemde artikel 55b Strafvordering.

De leden van de SGP-fractie hebben met buitengewoon veel reserves kennisgenomen van het onderhavige wetsvoorstel. De uitbreiding van de identificatieplicht achten deze leden zodanig ruim dat in feite van een vrijwel algemene en algehele identificatieplicht sprake is, zonder dat hen de noodzaak daartoe duidelijk is geworden. Ook tonen deze leden zich verontrust over de buitengewoon oppervlakkige wijze waarop de bevoegdheid om naar identiteitsbewijzen te vragen door het wetsvoorstel wordt genormeerd.

2. Uitbreiding van de bestaande identificatieplichten
De leden van de CDA-fractie vragen wat het verschil van de uitgebreide identificatieplicht is ten opzichte van de algemene identificatieplicht en welke verschillen zich in dit wetsvoorstel voordoen ten opzichte van de ons omringende landen als Duitsland, België en Frankrijk. Voorts merken deze leden op dat in een eventueel op te maken procesverbaal dient te worden omschreven ten behoeve waarvan de ambtenaar heeft gevraagd de identiteitspapieren te tonen. Deze leden vragen op welke wijze de motivering in het proces-verbaal dient te worden opgenomen. Tevens rijst de vraag of dit mogelijk kan leiden tot het terughoudend toepassen van deze wettelijke bepaling inzake de uitgebreide identificatieplicht.

De leden van de PvdA-fractie vragen of het waar is dat bij het wetsvoorstel de ervaringen, die andere EU-landen met een uitgebreide of algemene identificatieplicht hebben opgedaan, niet zijn betrokken omdat deze ervaringen niet bekend zijn. Kan de regering zich alsnog laten informeren over de ervaringen van deze landen? Wat waren de argumenten voor Duitsland, Frankrijk en België om tot invoering van een meer of minder verdergaande identificatieplicht over te gaan? Waarin verschillen deze landen wat betreft de bestaande identificatieplichten van Nederland? Voorts vragen deze leden of de regering onderzoek heeft gedaan naar de maatschappelijke acceptatie van de invoering van de verruimde identificatieplicht? Zo ja, wat is hiervan de uitkomst? Zo neen, waarom niet, zo vragen deze leden.

De leden van de SP-fractie merken op dat dit wetsvoorstel de rechten van onschuldige en niet-verdachte burgers tegenover de overheid op fundamentele wijze verandert. Eenieder die gesignaleerd wordt, kan door de politie staande gehouden worden ter identificatie. Het redelijke taak vereiste van de regering (parallel aan art. 5:13 Awb) overtuigt in deze zin allerminst, omdat dit een ruim begrip is. Wat kan de regering doen zodat mensen duidelijker weten wat zij kunnen verwachten van de identificatieplicht? Deze leden voorzien dat er altijd wel iets te vinden zal zijn dat een staande houden mogelijk maakt. Er worden bevoegdheden gegeven aan de politie die kúnnen worden misbruikt. Deze leden oordelen dat als de mogelijkheid tot misbruik aanwezig is, er goede rechtsbescherming en waarborgen moeten zijn in het wetsvoorstel.

De leden van de SP-fractie vinden dat de waarborgen en rechtsmiddelen tekortschieten. Deze waarborgen en rechtsmiddelen moeten, volgens deze leden, kunnen worden ingezet om een eventueel misbruik te voorkomen. Hoewel dit wellicht niet onmiddellijk aan de orde is, vinden deze leden dat er gekeken moet worden naar de toekomst waarin deze wet van kracht zou kunnen zijn onder een ander gesternte en een andere overheid. Volgens het Nederlands Juristen Comité voor de Mensenrechten (NJCM)is er alle reden om bestuursrechtelijke rechtsbescherming te bieden tegen vragen om legitimatie door politie en toezichthouders. Politie en toezichthouders die afwijken van het vereiste van voorzienbaarheid van de inbreuk op de privacy (artikel 8 EVRM) en hun bevoegdheden willekeurig uitoefenen kunnen zich dan niet verschuilen achter een ruime taakomschrijving.

Bovendien kan, zo vervolgt het NJCM, de identiteitscontrole voorafgaan aan een inbewaringstelling van personen, waarop de straf- en vreemdelingenrechter niet (of mogelijk niet) zullen kunnen toetsen. Het bevoegd maken van de bestuursrechter om te oordelen over de rechtmatigheid van de identiteitscontrole zou, volgens het NJCM, uitkomst bieden. De leden van de SP-fractie vragen de regering naar haar oordeel hierover. De leden van de SP-fractie vervolgen dat de regering in de memorie van toelichting stelt dat het advies van mr. G.J. Wiarda gelding blijft houden.

Toch is het de vraag of dit wel zo is, omdat deze heeft gesteld dat de algemene identificatieplicht moeilijk verenigbaar is met privacy. De toetsing op artikel 8 EVRM leidt, volgens de leden van de fractie van de SP, eveneens op twee punten tot conflicten. Met het «legitimate aim» vereiste hebben deze leden enige moeite, omdat het doel van de regering niet duidelijk is. Aangezien de regering niet tot doel heeft de criminaliteit te bestrijden maar alleen om te kunnen kijken wie er op straat rondloopt, wordt het controleren van de identiteit een doel op zich. Het voornaamste conflict vormt volgens de leden van de SP-fractie de uit de «necessary in a democratic society» vereiste voortkomende «pressing social need». De formulering «redelijkerwijs noodzakelijk voor de uitoefening van de politietaak» is een uitbreiding van het verdragsrechtelijke begrip uit het EVRM. Volgens de leden van de SP-fractie is een verduidelijking van de onderdelen van de politie- en toezichttaak, die in aanmerking komen, noodzakelijk om de onderbouwing te laten voldoen aan dit verdrags-vereiste. Achteraf moet de motivatie om te vragen naar het identiteitsbewijs door de rechter getoetst kunnen worden. De Nederlandse Vereniging voor Rechtspraak (NVvR) en NJCM hebben hier ook op gewezen, zodat het volgens deze leden hoogst bedenkelijk is dat de regering deze organen negeert.

De regering wijst in de memorie van toelichting op de toegenomen geschakeerdheid van de bevolking. De leden van de fractie van D66 vragen de regering wat zij precies bedoelt met dit argument voor invoering van de uitgebreide identificatieplicht. Mag uit de argumentatie van de regering geconcludeerd worden dat indien de bevolkingsgroei niets te maken zou hebben gehad met de komst van migranten, de regering ook geen aanleiding zou hebben gezien tot introductie van een uitgebreide identificatieplicht? Zo ja, kan de regering deze argumentatie nader toelichten?

Voorts vragen deze leden of de regering kan aangeven of, sinds de invoering van de identificatieplicht in het openbaar vervoer, sprake is geweest van een toename van zwartrijders mét een identificatiedocument? Is de praktijk niet dat zwartrijders zich niets van de identificatieplicht aantrekken? Is er sinds de invoering van de identificatieplicht in het openbaar vervoer sprake van een meetbare winst met betrekking tot het terugdringen van zwartrijden in het openbaar vervoer, zo vragen de leden van de D66-fractie.

De leden van de fractie van de ChristenUnie hebben de indruk dat de belangrijkste uitbreiding vooral is gelegen in het verruimen van de mogelijkheden om iemands identiteit vast te stellen die daar eigenlijk niet aan wil meewerken. Nu zal het in de meeste gevallen zo zijn dat het met of zonder (algemene) identificatieplicht voor de meeste burgers weinig bezwaarlijk is om desgewenst aan de politie naam en adres op te geven.

De grote vraag is of minderbereidwilligen door de plicht een identificatiebewijs op zak te dragen meer onder druk kunnen worden gezet dan nu het geval is om mee te werken aan de vaststelling van de identiteit. Deze leden zijn daarvan nog niet overtuigd. Waarom zou een lichte overtreding als het niet voldoen aan de identificatieplicht gewicht in de schaal leggen voor iemand die toch al van plan is om mee te doen aan aanmerkelijk zwaardere overtredingen of zelfs misdrijven zoals een geplande grootschalige verstoring van de openbare orde?

De regering doet de ruimte die zij aanwezig acht om tot uitbreiding van de identificatieplicht te komen binnen de grenzen van de bestaande grondrechten voornamelijk steunen op het advies van één persoon uit 1987. De leden van de SGP-fractie stellen, met alle waardering voor het destijds uitgebrachte advies, de vraag waarom er niet voor is gekozen om een kleine commissie advies te laten uitbrengen, met inachtneming van de in de afgelopen 15 jaar plaatsgehad hebbende ontwikkelingen wat betreft de grondrechten, in het bijzonder artikel 8 EVRM. Of is de regering van mening dat in de afgelopen 15 jaar op dit punt niet van enige betekenisvolle ontwikkeling sprake is geweest?

Voor zover de vrijwel algemene identificatieplicht moet bijdragen aan het voorkomen van strafbare feiten, vooral geweldsdelicten door groepen anoniem blijvende personen, stellen de leden van de SGP-fractie de vraag of de regering gegevens kan overleggen die een indicatie geven over de effectiviteit van een dergelijke identificatieplicht.

Voorts verzoeken deze leden om nadere, zoveel mogelijk gespecificeerde gegevens wat betreft de aantallen mensen in ons land die op grond van de huidige identificatieplichten gehouden zijn een identiteitsbewijs bij zich te dragen. Tevens vragen zij een zo nauwkeurig mogelijk inzicht te verschaffen in de aantallen personen die als gevolg van de voorgestelde uitbreiding een identiteitsbewijs bij zich zullen moeten gaan dragen.

3. Kring van personen
De leden van de CDA-fractie constateren dat in de memorie van toelichting wordt gesteld dat voor de leeftijd van 14 jaar is gekozen, omdat men aansluiting wilde zoeken bij de toepassing in de ons omringende landen. Vervolgens lezen zij dat dit in de ons omringende landen ligt bij de leeftijd van gemiddeld 16 jaar. Kennelijk om eenvoudiger te kunnen vaststellen of men met een persoon te maken heeft die al dan niet de bedoelde leeftijd heeft bereikt. De leden van de CDA-fractie vragen waarom dan niet is gekozen voor de leeftijd van 12 jaar.

De leden van de PvdA-fractie vragen hoe de opsporingsambtenaar/toezichthouder zal omgaan met de jongere die stelt jonger dan 14 jaar te zijn. Is dit probleem niet gelijk indien de leeftijdsgrens een jaar hoger wordt gesteld, hetgeen meer voor hand ligt in het licht van het argument dat de grootste groep jeugdigen die in aanraking komt met de politie 15 tot 17 jaar is.

De leden van de GroenLinks-fractie vragen waarom er is gekozen voor een toonplicht vanaf 14 jaar. In de ons omringende landen bestaat geen eenduidigheid over de leeftijd waarop de toonplicht geldt. Deze leden vragen of het niet consistenter is om een toonplicht vanaf 18 jaar in te voeren.

De leden van de fractie van de ChristenUnie vragen een nadere toelichting op de betrekkelijk arbitraire keuze van 14 jaar. Zij vragen of er argumenten zijn voor een ondergrens van 16 jaar, in het bijzonder omdat deze leeftijd meer dan de grens van 14 jaar een zekere leeftijdsfasegrens markeert (men mag brommer rijden). Op deze wijze wordt bovendien aansluiting gevonden bij de situatie in ons grootste buurland, Duitsland.

De leden van de SGP-fractie stellen de vraag of het niet disproportioneel genoemd moet worden een algemene identificatieplicht in te voeren ook voor degenen die 65 jaar of ouder zijn, voor al degenen die duurzaam in een behandel-, verzorg- of verpleeginrichting verblijven of anderen die aan huis gebonden zijn.

4. Aard van de identiteitsbewijzen
De leden van de SP-fractie verwachten dat er een levendige handel zal ontstaan in valse identiteitsbewijzen. Naast de tijd die de politie kwijt zal zijn aan identiteitscontroles, zal de politie een nieuwe taak hebben, namelijk het opsporen van makers van valse identiteitsbewijzen. Als de grootschalige fraude met paspoorten waar justitie niets aan doet een maatstaf is, ziet het er voor vervalsers rooskleurig uit de komende jaren. De leden van de SP-fractie vragen de regering of zij dit risico ziet.

De leden van de fractie van D66 vragen de regering wat voor een soort nieuw identiteitsdocument zij voor ogen heeft. Aan welke beveiligingscriteria zal dit document moeten voldoen? Worden nieuwe biometrische technieken toegepast? Zo neen, waarom niet? Hoe kan de regering verzekeren dat met het nieuwe identiteitsdocument geen frauduleuze handelingen kunnen worden gepleegd?

De leden van de fractie van de ChristenUnie kunnen zich voorstellen dat er geen nieuw identiteitsbewijs wordt ingevoerd of verplicht gesteld, maar dat wordt volstaan met de bestaande documenten. Wel vragen zij om welke redenen de regering zich nu precies verzet tegen het opnemen van de nationaliteit op het rijbewijs.

5. Identificatieplicht ter uitvoering van de politietaak
De leden van de CDA-fractie merken op dat op pagina 12 van de memorie van toelichting staat: «het sluitstuk daarvan is dat personen die niet in staat of bereid zijn een identiteitsbewijs te tonen, vervolgens als verdachte van een strafbaar feit worden aangemerkt, namelijk het niet voldoen aan de identificatieplicht. Dan kunnen zij worden meegenomen naar het bureau om daar aan identificatiemaatregelen te worden onderworpen.»Deze leden vragen wie er worden bedoeld met «het niet in staat zijn». Is dat een bredere groep dan mensen die het op dat moment niet bij zich dragen? Ten aanzien van degenen die niet bereid zijn, vragen deze leden of de regering de mogelijkheid van extra oponthoud (naast de zes uur voor verhoor en de zes uur voor het vaststellen van de identiteit) op het bureau voor verhoor en het vaststellen van de identiteit te verlengen tot het tijdstip waarop de identiteit daadwerkelijk is vastgesteld, overweegt.

Het komt nu immers toch nog voor dat iemand die niet bereid is mee te werken aan het vaststellen van zijn/haar identiteit uiteindelijk het bureau zal verlaten nadat vingerafdrukken of een pasfoto zijn (af)genomen. Daardoor is het mogelijk een dagvaarding in persoon uit te reiken, echter doordat men zonder vaste woon- of verblijfplaats is, zal de executiefase, waarbij de straf of maatregel ten uitvoer moet worden gelegd, worden bemoeilijkt.

De leden van de PvdA-fractie hebben kennisgenomen van het standpunt van de regering dat de voorgenomen uitbreiding van de identificatieplicht niet leidt tot een algemene bevoegdheid voor de politie om burgers die zich op de openbare weg bevinden zonder reden aan te houden om zich van hun identiteit te vergewissen. De bevoegdheid wordt ingeperkt doordat deze pas mag worden gehanteerd in het kader van een redelijke taakuitoefening (een «specifieke doelbinding»). Waar het de toezicht op vreemdelingen betreft, geeft de regering aan dat met voornoemd criterium geen aanvullende bevoegdheid is beoogd ten opzichte van het huidige vreemdelingentoezicht, waarbij staande houding is toegestaan in het geval van een geobjectiveerd redelijk vermoeden van illegaal verblijf in Nederland. Wat is het standpunt van de regering ten aanzien van de onmogelijkheid voor de vreemdelingenrechter om bij de toetsing van de rechtmatigheid van de vreemdelingenbewaring het strafrechtelijk voortraject te beoordelen? De vreemdeling kan zo immers in voorkomende gevallen een rechterlijke toets op het toepassen van voornoemd criterium – met verregaande gevolgen voor de vreemdeling – worden onthouden.

Deze leden vragen de regering nader te motiveren of, en zo ja waar het criterium van de redelijke taakuitoefening in het kader van de strafrechtelijke handhaving een uitbreiding betreft op de bestaande legitimatieplicht die bestaat nadat men verdachte van een strafbaar feit is geworden.

In de memorie van toelichting motiveert de regering aan de hand van twee voorbeelden in welke gevallen toepassing van de uitgebreide identificatieplicht door de politie in het kader van haar taak als handhaver
van de openbare orde en hulpverlener mogelijk wordt. Zij geeft hierbij zelf al aan dat het onderscheid tussen het opsporen van strafbare feiten en openbare orde handhaving moeilijk te maken is. In de door de regering gegeven voorbeelden lijkt het met name te gaan om strafrechtelijk opsporing makkelijker te maken.

Kan de regering nader motiveren wanneer de handhaving van de openbare orde een verdergaande identificatieplicht dan nu reeds bestaat, rechtvaardigt. Hoe zit dit in het kader van de hulpverleningtaak van de politie, zo vragen de leden van de PvdA-fractie.

Deze leden merken verder op dat een verruiming van de identificatieplicht in de richting van een algemene identificatieplicht het gevaar van discriminatie en ongerechtvaardigde inbreuk op het recht op bescherming van de persoonlijke levenssfeer met zich meebrengt. In vermoedelijk een klein deel van de gevallen zal de verplichte identificatie worden onderworpen aan rechterlijke controle. In de overige gevallen kan de betrokkene klagen op grond van de klachtenprocedure van de politie. Deze leden vragen of deze klachten specifiek op onderwerp worden geregistreerd en of zij worden betrokken bij de evaluatie van deze wet.

Het is voor de leden van de SP-fractie niet helemaal duidelijk hoe er bezwaar en beroep kan worden ingediend. Kan worden toegelicht wat de procedure hiervoor zal zijn? Zal dit wetsvoorstel en de vele protesten die het zal opleveren van mensen op straat niet heel veel bureaucratie opleveren vanwege de klachten en bezwaren die mensen aantekenen?

De leden van de GroenLinks-fractie vragen de regering aan te geven waarin de doelbinding van de bepaling in artikel IV artikel 8a lid 1 nu precies zit. De zinsnede «voor zover dat redelijkerwijs noodzakelijk is voor de uitoefening van de politietaak» geeft te veel ruimte voor discussie.

Deze leden vragen tevens hoe deze toonplicht zich verhoudt tot het verbod op zelf-incriminatie bij verdachten. Kan de regering aangeven wat zij vindt van de gedachte om, ter voorkoming van willekeurig gebruik van deze bevoegdheid (wat de regering ook niet voorstaat), van ieder gebruik van de bevoegdheid proces-verbaal te laten opstellen of anderszins te laten registreren onder welke omstandigheden is verzocht om het tonen van het identiteitsbewijs?

De leden van de fractie van D66 merken op dat de regering het samenscholen op een openbare plek als voorbeeld noemt van een situatie waarin het onderscheid tussen openbare orde handhaving en het opsporen van strafbare feiten niet gemakkelijk te geven is. Kan de regering aangeven waarom en in welk geval een groep personen die op straat bijeen staat «samenschoolt»? Is «samenscholen» niet een negatieve inkleuring van het feit dat een groep mensen bij elkaar staat? Wordt het door gebruikmaking van het begrip samenscholing niet erg gemakkelijk om een groep personen om hun identificatiedocument te vragen, louter en alleen vanwege hun huidskleur of hun afkomst uit een bepaald land?

Ontstaan zo geen situaties waarin bijvoorbeeld Marokkaanse jongens continu hun identificatiedocument moeten tonen, terwijl dat niet geldt voor autochtone jongens die op de openbare weg staan? Zal dit geen agressieve reacties uitlokken? Wat is de reactie van de regering op de kritiek dat de politie in Antwerpen zich bij de uitoefening van haar taak helemaal richt op Arabische jongeren, waardoor zij zich gediscrimineerd voelen? Hoe kan worden voorkomen dat soortgelijke situaties zich in Nederland zullen voordoen, na introductie van de uitgebreide identificatie-plicht, zo vragen de leden van de fractie van D66.

De leden van de SGP-fractie merken op dat de bevoegdheid van politie en toezichthouders slechts genormeerd wordt met de woorden redelijkerwijs, noodzakelijk enzovoort. De wet zou limitatief moeten omschrijven in welke gevallen en onder welke voorwaarden naar identiteitsbewijzen mag worden gevraagd. Aan de Algemene wet op het binnentreden, ligt een overeenkomstig systeem ten grondslag en deze leden menen te weten dat dit in het algemeen goed werkt.

Deze leden vragen of zij goed hebben begrepen dat het wetsvoorstel het houden van algemene controles ter zelfstandige handhaving van de identificatieplicht door de politie mogelijk maakt, zonder dat enige motivering van het gebruik van die bevoegdheid gevergd wordt. In dit verband hebben deze leden met bezorgdheid kennisgenomen van de mededeling dat de regering het zelfs niet gewenst acht dat in het kader van de uitoefening van de politietaak wordt geregistreerd in welke gevallen de bevoegdheid tot het houden van algemene controles is uitgeoefend. Zij vragen of de regering het niet als een elementaire eis van een rechtsstaat beschouwt dat burgers gevrijwaard worden van onaangekondigde, massale identificatiecontroles, die niet gemotiveerd behoeven te worden, behalve in het individuele geval waarin proces-verbaal wordt opgemaakt.

6. Toezicht op de naleving van de wettelijke voorschriften
De leden van de PvdA-fractie stellen vast dat de artikelen 5:13, 5:17 en 5:20 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) een doelgebonden identificatieplicht voor burgers ten opzichte van toezichthouders creëren.

Kan de regering nader motiveren waar het toevoegen van artikel 16a aan de Awb een uitbreiding geeft aan deze bevoegdheid en waarom deze uitbreiding noodzakelijk wordt geacht? Indien dit slechts gebeurt – zoals de memorie van toelichting suggereert – om onzekerheid over de bestaande bevoegdheid weg te nemen, zijn hiervoor dan geen andere meer passende middelen? 

Ook toezichthouders krijgen de bevoegdheid om naar een identificatiebewijs te vragen. De leden van de fractie van de VVD vinden dit een logisch uitvloeisel van de doelstelling van de identificatieplicht en het toenemende belang dat wordt gehecht aan de rol van toezichthouders. Zij hebben evenwel de vraag of de bevoegdheid bij toezichthouders evenzeer begrensd is als bij de politie. Toezichthouders hebben immers vaak ook een taak die buiten de grenzen van het toezicht ligt. Voorgesteld wordt om de vorderingsbevoegdheid te verlenen voor zover de toezichthouder dit redelijkerwijs voor de vervulling van zijn taak nodig heeft. Wordt hiermee bedoeld dat het dan wel moet gaan om de toezichthoudende taak? 

7. Sanctionering
De leden van de PvdA-fractie merken op dat de minister van Justitie, tijdens een onlangs gehouden wetgevingsoverleg, de stelling heeft ingenomen dat de overbrenging van de handhaving van kleine criminaliteit van het strafrecht naar het bestuursrecht (bestuurlijke boete) niet kan, of weinig zin heeft zonder de invoering van deze wet. Kan de minister dit nader motiveren? De regering stelt voor om een aparte strafbaarstelling van het niet voldoen aan de identificatieplicht in het leven te roepen. 

De leden van de fractie van de VVD vragen of dit het gevaar in zich bergt dat het handhaven van de identificatieplicht alsnog een doel op zich wordt. Zij vragen aan de regering om te garanderen dat dit niet het geval zal zijn. Voorts vragen zij hoe er in de praktijk zal worden gereageerd op het niet (kunnen) tonen van een identificatieplicht. Kan de regering schetsen hoe dergelijke gevallen zullen worden afgehandeld?

De leden van de SP-fractie vinden de straf, die staat op het niet kunnen tonen van een identiteitsbewijs, disproportioneel. Het kan voor een 14-jarig kind zonder inkomen niet zo zijn dat hij of zij 2250 euro moet betalen, omdat hij of zij het identiteitsbewijs is kwijtgeraakt bij het spelen. Zal de regering het mogelijk maken voor kinderen om bij de bank van lening een krediet aan te vragen? Tevens vragen deze leden of vreemdelingen die na de vaststelling dat ze geen identiteitsbewijs hebben, in bewaring ter fine van de uitzetting worden geplaatst, eveneens de boete zullen moeten betalen. Verwacht de regering daar iets van vóórdat ze worden uitgezet? Zo neen, leidt dit dan niet tot de vreemde situatie dat niet legale burgers
harder worden gestraft dan illegale inwoners, zo vragen deze leden.

8. Uitvoering en toepassing
De leden van de CDA-fractie hebben een vraag over de financiële consequenties voor gezinnen met een minimum inkomen. Het aanschaffen van een identiteitsbewijs, zoals voorgesteld, zal de nodige kosten met zich meebrengen voor dergelijke gezinnen. Door de regering is rekening gehouden met de kosten van invoering voor de verschillende organisaties, maar is ook rekening gehouden met de omstandigheden van deze
groep, zo vragen deze leden.

De leden van de PvdA-fractie vragen welke (tijdelijke) kosten voor burgers worden verwacht als gevolg van de invoering van dit wetsvoorstel. Welke inspanningen moeten zij verrichten ter verkrijging van een identiteitsbewijs en welke kosten zijn hieraan verbonden? Hoeveel kinderen en ouderen beschikken niet over een ter identificatie noodzakelijk identiteits-bewijs, zo vragen deze leden.

De leden van de SP-fractie vrezen dat de financiële consequenties voor mensen die een legitimatiebewijs moeten aanschaffen en na verlies weer moeten aanschaffen, groot zullen zijn. Zoals de kosten voor paspoorten al jarenlang torenhoog zijn gestegen, zal het zeker gelden voor het verplichte identiteitsbewijs.

De leden van de GroenLinks-fractie merken op dat, nu er een uitbreiding van de identificatieplicht wordt voorgesteld, het voor de hand ligt om gelijktijdig te voorzien in een gratis ter beschikking gesteld document waarmee personen zich kunnen legitimeren.

De regering wil niet overgaan tot het aanwijzen en/of uitreiken van één specifiek identificatiebewijs door de overheid. De leden van de fractie van D66 vragen de regering of het niet praktischer zou zijn om toch één nieuw identificatiedocument te introduceren, dat bijvoorbeeld bij de afgifte van een rijbewijs of een nieuw paspoort gratis verstrekt kan worden. Wanneer de regering de kosten van een dergelijk identificatiedocument aan de burger in rekening zou willen brengen, hoe groot zouden de kosten dan zijn? De leden van de fractie van de ChristenUnie worden in hun hierboven beschreven aarzeling gesterkt door de opvatting van de Raad van Hoofdcommissarissen.

De Raad heeft te kennen gegeven weinig rendement voor de opsporing te verwachten van de voorgestelde uitbreiding van de identificatieplicht. Daarvoor zijn algemene controles op de draagplicht zelf nodig. Echter, dat is nu juist niet aan de orde, zo begrijpen deze leden.

In het verlengde hiervan vragen de leden van de fractie van de ChristenUnie nader in te gaan op de vraag om welke reden ook thans in het kader van het onderhavige wetsvoorstel niet is gekozen voor een draagplicht, maar voor een toonplicht, zeker waar veel materiewetten in essentie meer in de richting gaan van een draagplicht en waar materieel, bij een dergelijke uitbreiding van de identificatieplicht als nu voorzien, draagplicht en toonplicht wel heel dicht bij elkaar liggen.

9. Financiële paragraaf
Nieuwe bevoegdheden zullen geen bijdrage leveren aan het vergroten van de veiligheid indien ze niet worden toegepast. De leden van de fractie van de VVD hechten er daarom aan dat er een goed voorlichtingsprogramma wordt gestart richting burgers, politie en toezichthouders. Een programma dat verder moet gaan dan het simpelweg schetsen van de grenzen van de nieuwe bevoegdheid. Een onderdeel van de voorlichting van agenten en de scholing van toekomstige agenten moet gericht zijn op de mogelijkheden die de identificatieplicht biedt. Kan de regering schetsen hoe de voorlichting en scholing er zal gaan uitzien?

10. Artikelsgewijs

Artikel II
De leden van de fractie van de ChristenUnie vragen naar de strekking van het voorgestelde artikel 447 e Sr technisch is sprake van overtreding van de bepaling als geen geldig identificatiebewijs is getoond. Kan er echter wel in redelijkheid sprake zijn van een strafbedreiging indien iemand het nodige er aan gedaan heeft om de politie te helpen zijn identiteit vast te stellen? Te denken valt aan een (zojuist) verlopen bewijs, maar ook aan andere gegevens die nu al veelvuldig worden gebruikt om vast te stellen dat iemand is wie hij zegt dat hij is, zoals agenda’s, treinabonnementen, lidmaatschapspasjes of andere zaken waarvan het gebruikelijk is dat men deze bij zich heeft. Verder valt te denken aan bereidwilligheid die tot uiting
komt door het plegen van verhelderende telefoontjes, het vrijwillig meegaan naar het politiebureau, bereidwilligheid om vergeten documenten alsnog op te halen, enzovoort. Is het dan niet van belang deze notie met zoveel woorden in de wet op te nemen?

Artikel IX
De leden van de fractie van de ChristenUnie vragen of het aanbeveling verdient om te bezien of artikel 151a Gemeentewet in het licht van de rechterlijke uitspraak waaraan wordt gerefereerd toch geen nadere
aanpassing behoeft. Dit in het licht van de wijze waarop de algemene wet bestuursrecht in het algemeen behoort te worden gezien in relatie tot de bijzondere bestuurswetten: de bevoegdheden die in de bijzondere wetten staan, behoren immers, tenzij daarvan uitdrukkelijk wordt afgeweken, zoveel mogelijk te worden uitgelegd in de geest van de algemene beginselen terzake die in de algemene wet bestuursrecht staan opgenomen. Is 151a Gemeentewet bij nader inzien wel voldoende expliciet in dat opzicht?

Artikel XIX
De leden van de PvdA-fractie constateren dat artikel XIX, artikel 92 van de Wet personenvervoer zodanig wijzigt dat ook de reiziger die de leeftijd van 14 jaar nog niet heeft bereikt een identificatieplicht heeft. Is deze plicht beperkt tot reizigers vanaf 12 jaar? Wat is de huidige in deze wet opge-nomen
leeftijdsgrens? Wat is de reden van deze wijziging die mogelijk een verruiming inhoudt? Waarom wordt afgeweken van de voornoemde algemene leeftijdsgrens van 14 jaar?

De leden van de fractie van de ChristenUnie stellen vast dat het nieuwe artikel 92 Wet personenvervoer neerkomt op een afzwakking van het huidige artikel 92. Waar op dit moment elke reiziger een toonplicht heeft bij het niet kunnen laten zien van een vervoersbewijs is dat straks alleen het geval bij 14-jarigen en ouder. Zij vragen of dat wel de bedoeling kan zijn en of artikel 92 dus niet beter kan blijven luiden zoals het thans is.

De voorzitter van de commissie,
De Pater-van der Meer
Adjunct-griffier van de commissie,
Van Bemmel


1 Samenstelling:
Leden: Van de Camp (CDA), de Vries (PvdA),van Heemst (PvdA), Vos (GL), Rouvoet (CU), Adelmund (PvdA), 
de Wit (SP), Albayrak(PvdA), Luchtenveld (VVD), Wilders (VVD), Weekers (VVD), de Pater-van der Meer (CDA),voorzitter, Cqörüz (CDA), Verbeet (PvdA), onder-voorzitter, Lazrak (SP), Wolfsen (PvdA),Tonkens (GL), de Vries (CDA), van Haersma Buma (CDA), Eerdmans (LPF), Van Vroonhoven-Kok (CDA), Van Fessem (CDA), Straub (PvdA), Nawijn (LPF), Griffith (VVD),Van der Laan (D66) en Visser (VVD). Plv. leden: Van Hijum (CDA), Dijsselbloem (PvdA), Timmer (PvdA), Halsema (GL), van derStaaij (SGP), Kalsbeek (PvdA), van Velzen (SP),Tjon-A-Ten (PvdA), van Baalen (VVD), Blok (VVD), Hirsi Ali (VVD), Aasted-Madsen-van Stiphout (CDA), Jager (CDA), van Heteren (PvdA), Vergeer (SP), Arib (PvdA), Karimi (GL),Buijs (CDA), Sterk (CDA), Varela (LPF), Joldersma (CDA), Ormel (CDA), Van Dijken (PvdA), Hermans (LPF), Örgü (VVD), Lambrechts (D66) en Rijpstra (VVD).

’s-Gravenhage 2003 Tweede Kamer, vergaderjaar 2003–2004, 29 218, nr. 6 1

 

 

Identificatieplicht. Identificatieplicht vanaf 14 jaar

Identificatieplicht. Identificatieplicht vanaf 14 jaar
Volgens het wetsvoorstel “Uitgebreide identificatieplicht” moet iedereen van 14 jaar en ouder  een geldig identiteitsbewijs tonen als de politie of andere toezichthouders daar om vragen. In de praktijk betekent dit dat iedereen van 14 jaar en ouder altijd een geldig identiteitsbewijs bij zich moet dragen. Het verzoek om legitimatie door politie of andere toezichthouder mag niet willekeurig gebeuren. Zij moeten daar een reden voor hebben. Het verzoek moet nodig zijn voor de uitvoering van hun taken. Wanneer iemand geen geldig identiteitsbewijs kan of wil tonen, kan hij meegenomen worden naar het politiebureau. Daar wordt vervolgens onderzoek gedaan naar zijn identiteit. Ook kan hij bestraft worden met een boete of gevangenisstraf. De maximale straf die kan worden opgelegd is een geldboete van 2250 euro en een gevangenisstraf van maximaal twee maanden. Mensen met de Nederlandse nationaliteit kunnen zich legitimeren met het paspoort, het rijbewijs en de Nederlandse identiteitskaart (voorheen Europese identiteitskaart). Vreemdelingen kunnen zich legitimeren met een vreemdelingendocument. Het kabinet besloot in 2002 tot de invoering van de uitgebreide identificatieplicht als onderdeel van een breed pakket aan maatregelen om criminaliteit en overlast te verminderen. De Tweede Kamer heeft op 10 december 2003 ingestemd met het wetsvoorstel “Uitgebreide identificatieplicht”. De streefdatum voor het invoeren van de nieuwe wet is 1 januari 2005. Dit is echter afhankelijk van goedkeuring door de Eerste Kamer.

Welke identificatieplichten zijn er nu al?
In 1994 is de Wet op de identificatieplicht ingevoerd en sindsdien geldt in Nederland een beperkte identificatieplicht. Die houdt, kort gezegd, in dat alle burgers van 12 jaar en ouder in bepaalde situaties (zoals aangewezen in verschillende wetten) aan bepaalde personen of instanties op hun verzoek een geldig identiteitsbewijs moeten laten zien. Dit geldt bijvoorbeeld bij het openen van een bankrekening, het in dienst treden bij een nieuwe werkgever en het aanvragen van een uitkering. Mensen moeten zich ook kunnen legitimeren bij de notaris en op het werk. En ook bij zwartrijden in het openbaar vervoer en bezoeken van een voetbalwedstrijd moet men een identiteitsbewijs aan de controleur of politieagent laten zien wanneer zij daarom vragen. Daarnaast mogen politie en marechaussee de identiteit, nationaliteit en verblijfsstatus van iemand controleren om illegale immigratie tegen te gaan. Ook moet elke bestuurder van een motorrijtuig op verzoek van de politie een rijbewijs kunnen laten zien. Met de identificatieplicht kan gecontroleerd worden of de gegevens die iemand over zichzelf opgeeft juist en volledig zijn. Zo wordt voorkomen dat mensen een valse naam opgeven en worden fraude en criminaliteit bestreden. De huidige identificatieplichten zijn in verschillende wetten opgenomen, bijvoorbeeld in de Wet personenvervoer, de sociale zekerheidswetten en de fiscale wetgeving. In alle situaties waarin men zich moet legitimeren zijn het Nederlandse paspoort, de Nederlandse identiteitskaart en het vreemdelingendocument toegestaan. Het Nederlandse rijbewijs is niet altijd voldoende. Het rijbewijs geldt bijvoorbeeld niet als geldig identiteitsbewijs bij het in dienst treden bij een nieuwe werkgever en bij het aanvragen van een uitkering. Op het rijbewijs staat namelijk niets over de nationaliteit en de verblijfsstatus van de persoon. In een aantal gevallen, waarbij de nationaliteit of verblijfsstatus van de persoon minder belangrijk is, is ook het rijbewijs toegestaan. Dit geldt bijvoorbeeld voor bezoek aan voetbalwedstrijden, de notaris en geldzaken bij de bank. Ook bij controles op het werk door bijvoorbeeld de Arbeidsinspectie of de FIOD volstaat een Nederlands rijbewijs. Met de invoering van de Wet op de uitgebreide identificatieplicht (beoogd per 1 januari 2005) blijven de identificatieverplichtingen in deze speciale gevallen bestaan. Die veranderen dus niet.

Wat verandert er met de invoering van de uitgebreide identificatieplicht?
Met de invoering van het wetsvoorstel “Uitgebreide identificatieplicht” blijven de bestaande identificatieplichten voor de burger bestaan en komen er belangrijke nieuwe plichten bij. Politie en (bestuurlijk) toezichthouders krijgen meer bevoegdheden om de identiteit van burgers te controleren. Met toezichthouders worden ambtenaren bedoeld die toezicht moeten houden op de naleving van bepaalde wetten. Zij zijn werkzaam bij bijvoorbeeld Staatsbosbeheer, Fiod, douane, bouw- en woningtoezicht, arbeidsinspectie, milieu-inspectie. Alle burgers van 14 jaar en ouder moeten een geldig identiteitsbewijs tonen als de politie of toezichthouder daar om vraagt. In de praktijk betekent dit dat elke burger van 14 jaar en ouder altijd een geldig identiteitsbewijs met zich mee moet nemen wanneer hij van huis weggaat. Wordt onder de huidige wet bijvoorbeeld in het verkeer alleen van bestuurders van motorrijtuigen verwacht dat ze zich op verzoek van de politie kunnen legitimeren, met de uitgebreide identificatieplicht moeten ook fietsers en voetgangers zich op verzoek kunnen identificeren, als dat nodig is voor de uitoefening van het verkeerstoezicht of de opsporing van strafbare feiten.

Geen willekeurige verzoeken om legitimatie
Ook onder de Wet op de uitgebreide identificatieplicht mag de politie burgers niet zonder reden aanhouden om hun identiteit te controleren. De politie moet een concrete reden hebben om naar het identificatiebewijs van de burger te vragen. Er mag geen sprake zijn van willekeurige identiteitscontroles. Het verzoek om legitimatie moet nodig zijn voor de uitvoering van de taken van de politie.

Volgens de huidige wetgeving mag de politie een verdachte van een strafbaar feit om zijn naam, adres, geboortedatum en sofi-nummer vragen. Ook mag de politie, zonder dat er een verdenking van een strafbaar feit is, iemands identiteit controleren in het kader van het verkeerstoezicht of indien er een redelijk vermoeden is dat de persoon illegaal in Nederland verblijft. Voor de andere politietaken, het handhaven van de openbare orde en hulpverlening, heeft de politie onder de huidige wetgeving geen identificatiebevoegdheden. Dat verandert met de invoering van de wet “Uitgebreide identificatieplicht”. De politie krijgt dan ook voor de uitvoering van deze taken de bevoegdheid om naar het identiteitsbewijs te vragen, mits daar een concrete aanleiding voor is.

Toezichthouders, bijvoorbeeld douaniers, boswachters en onderwijsinspecteurs krijgen dezelfde bevoegdheden als de politie om naar het identificatiebewijs te vragen. Ook voor toezichthouders geldt dat er een reden moet zijn voor het verzoek om het identiteitsbewijs te tonen en moet het verzoek passen bij de uitoefening van de functie. Een toezichthouder van bouw– en woningtoezicht kan bijvoorbeeld van een fietser die door rood licht rijdt niet eisen om zich te legitimeren. Het aanhouden van verkeersovertreders behoort immers niet tot zijn taken. Net zo min mag een inspecteur van de arbeidsinspectie aan iemand die troep op straat gooit, vragen om zich te legitimeren. Met toezichthouders worden ambtenaren bedoeld die toezicht moeten houden op de naleving van bepaalde wetten. Werknemers van particuliere beveiligingsbedrijven, bijvoorbeeld beveiligingsmedewerkers van winkels, bedrijven en instellingen vallen hier niet onder. Zij mogen op grond van de Wet op de uitgebreide identificatieplicht burgers niet vragen om zich op straat te legitimeren. Zij mogen wel, in verband met beveiliging of op grond van de huisregels van de winkel, het bedrijf of de instelling waarvoor zij werken, bezoekers of klanten vragen om zich te legitimeren. Die bezoekers zijn niet verplicht om daarop in te gaan, maar zij moeten wel dulden dat zij op last van de rechthebbende op het pand worden verwijderd of de toegang geweigerd. Door identificatie te weigeren begaan zij geen strafbaar feit.

Sancties bij niet legitimeren. Bij de invoering van “uitgebreide identificatieplicht” kan iemand die geen geldig identiteitsbewijs kan of wil tonen aan politie of toezichthouder, meegenomen worden naar het politiebureau. Daar wordt vervolgens onderzoek gedaan naar zijn identiteit. De maximale straf die voor deze overtreding kan worden opgelegd is een geldboete van 2250 euro en een gevangenisstraf is maximaal twee maanden. De verwachting is dat de standaardboete in de praktijk in veel (eenvoudige) gevallen aanzienlijk lager zal uitkomen.

Klachten over optreden politie en toezichthouders. Klachten over het optreden en het gedrag van politie of toezichthouders bij het vragen om een identiteitsbewijs kunnen ingediend worden volgens de normale klachtenprocedure (voor de politie bij het regiokorps, voor de toezichthouder bij de instantie waarbij hij werkzaam is). Ook het bezwaar maken tegen een opgelegde boete verloopt via de normale (bezwaar)procedures.

Met welke identiteitsbewijzen kan men zich legitimeren? Wanneer een politieambtenaar of een toezichthouder vraagt om een identiteitsbewijs, dan kunnen mensen met de Nederlandse nationaliteit zich legitimeren met het paspoort, het rijbewijs en de Nederlandse identiteitskaart (voorheen Europese identiteitskaart).
Vreemdelingen kunnen zich legitimeren met documenten zoals opgenomen in de Vreemdelingenwet 2000, zoals het vreemdelingendocument. EU- en EER-onderdanen kunnen zich in bepaalde gevallen eveneens met hun paspoort of rijbewijs identificeren. Men kan zich niet legitimeren met een verlopen of anderszins ongeldig identiteitsbewijs. Ook kan men zich niet legitimeren met allerlei andere pasjes, zoals een 65+ kaart, een openbaar vervoerkaart of bankpas..

Het rijbewijs is niet in alle situaties voldoende
Het rijbewijs wordt als algemeen identiteitsbewijs erkend, behalve in een aantal specifieke situaties waarin voor een goede controle gegevens over de verblijfsstatus en de nationaliteit van de persoon belangrijk zijn. Bijvoorbeeld bij de fiscus, bij het in dienst treden bij een werkgever en bij het aanvragen van een uitkering.

Overzicht

Wanneer is welk identiteitsbewijs toegestaan?

Paspoort;

Vreemdelin-gendocument;

Nederlandse identiteitskaart

Rijbe-wijs

Bij identiteitscontrole door politie en toezichthouders

Ja

Ja

Bij geldzaken

Ja

Ja

Bij aanvraag van een sofi-nummer

Ja

Nee

Bij de notaris

Ja

Ja

Bij het aanvragen van een uitkering

Ja

Nee

Bij in dienst treden op de werkplek

Ja

Nee

Bij zwartrijden in het openbaar vervoer

Ja

Ja

Bij het bezoeken van een voetbalwedstrijd

Ja

Ja


Waar is een paspoort of Nederlandse identiteitskaart te verkrijgen? Een paspoort of Nederlandse identiteitskaart vraag u aan bij de afdeling burgerzaken van de gemeente waarbij u staat ingeschreven. Het duurt ongeveer een week om het document te maken. Aan de uitgifte zijn kosten verbonden. Een Nederlandse identiteitskaart is goedkoper dan een paspoort en kost 28,73 euro (als overheid proberen we dat de komende tijd flink wat duurder te maken om steeds meer aan identificatie te kunnen verdienen.) De Nederlandse identiteitskaart is als reisdocument geldig binnen de Europese Unie. Een paspoort is ook buiten de Europese Unie geldig.

Bij verlies en diefstal, bij ingetrokken rijbewijs. Als u uw paspoort, rijbewijs, identiteitskaart of vreemdelingendocument kwijt bent of als die gestolen is, moet u aangifte doen bij de politie. De politie maakt een proces-verbaal op. Dit proces-verbaal heeft u nodig voor het aanvragen van een nieuw identiteitsbewijs.
In het geval u uw rijbewijs heeft moeten inleveren, bijvoorbeeld wegens te hard rijden of ontoelaatbaar alcoholgebruik, dient u er zelf voor te zorgen dat u zich met een ander geldig identiteitsbewijs, dus een paspoort of identiteitskaart, kunt legitimeren.

 

19 september 2003

VOORSTEL IDENTIFICATIEPLICHT NAAR TWEEDE KAMER

Minister Donner (Justitie) en minister Remkes (BZK) hebben het wetsvoorstel tot uitbreiding van de identificatieplicht naar de Tweede Kamer gestuurd. De identificatieplicht geldt voor iedereen van 14 jaar en ouder.

De uitbreiding van de identificatieplicht is bedoeld om handhaving van wetten en regels door de politie (en andere toezichthouders) te verbeteren. Dit betekent dat de politie alleen in het kader van bestaande werkzaamheden om identificatie kan vragen. Er komen geen afzonderlijke controles op het bezit van identiteitsbewijzen.

De regeling betekent een uitbreiding van de vormen van identificatieplicht. In de huidige situatie mag de politie een aangehouden verdachte om een identiteitsbewijs vragen. Ook een aantal andere instanties mag voor een wettelijk omschreven taak om een legitimatie vragen. Dan geldt bijvoorbeeld bij de notaris, bij het openen van een bankrekening of het aanvragen van een sofi-nummer. Daarnaast moet de werkgever op de eerste werkdag van een nieuwe werknemer de identiteit van deze persoon vaststellen.

Identiteitsbewijs. Het kabinet heeft besloten om geen nieuwe identiteitskaart in te voeren. Naast het paspoort en de Nederlandse identiteitskaart geldt ook het rijbewijs in de meeste gevallen als een erkend identiteitsbewijs. Voor de vaststelling van de verblijfsstatus of de nationaliteit voldoet het rijbewijs niet. Vreemdelingen kunnen zich onder meer identificeren met een zogeheten vreemdelingendocument.

Vreemdelingentoezicht. Het wetsvoorstel biedt geen extra bevoegdheden voor het vreemdelingentoezicht. Alleen bij een 'geobjectiveerd redelijk vermoeden van illegaal verblijf' mag de politie de identiteit van een vreemdeling controleren. Het kabinet verwacht dan ook niet dat buitenlanders of vreemdelingen onevenredig getroffen worden door de invoering van de algemene identificatieplicht.

 

2 mei 2003

IDENTIFICATIEPLICHT VOOR IEDEREEN VANAF 14 JAAR

De identificatieplicht wordt uitgebreid. Dat staat in een wetsvoorstel waarmee de ministerraad akkoord is gegaan. De plicht gaat gelden voor iedereen van veertien jaar en ouder. Er komen (nog) geen speciale controles. Minister Donner (Justitie) en minister Remkes (BZK) sturen het wetsvoorstel voor advies naar de Raad van State. Daarna wordt het ingediend bij de Tweede Kamer. In de oorspronkelijke concept-tekst van de wet werd voorgesteld om de identificatieplicht te laten ingaan vanaf twaalf jaar. Na het inwinnen van advies bij een aantal instellingen en adviesorganen heeft het kabinet besloten om die leeftijd te verhogen naar veertien jaar. Betere handhaving. De uitbreiding van de identificatieplicht is bedoeld om een betere handhaving van wetten en regels mogelijk te maken. De politie krijgt de bevoegdheid om identificatie te vragen bij alle reguliere politietaken. Er komt geen algemene identificatieplicht met bijbehorende aparte controles. Het huidige toezicht op vreemdelingen blijft onveranderd. Dat betekent dat er alleen identiteitscontrole plaatsvindt bij een vermoeden van illegaal verblijf. Ook rijbewijs wordt erkend. Naast het paspoort en de Nederlandse identiteitskaart wordt ook het rijbewijs erkend als een officieel identificatiemiddel. Voor vreemdelingen gelden daarvoor aangewezen documenten, zoals het vreemdelingendocument.

 

13 december 2002

CONCEPT-WETSVOORSTEL VOOR IDENTIFICATIEPLICHT

Iedereen in Nederland boven de twaalf jaar moet in de toekomst desgevraagd aan de politie een geldig identiteitsbewijs kunnen tonen. Degene die dat niet doet, riskeert een gevangenisstraf van maximaal twee maanden of een boete van maximaal €2.250. Dat staat in een concept-wetsvoorstel van minister Donner (Justitie). De minister heeft het voorstel voor advies gestuurd aan onder meer het College bescherming persoonsgegevens, het openbaar ministerie, de Raad van Hoofdcommissarissen, de Raad voor de Rechtspraak, de Nederlandse Vereniging voor Rechtspraak, de Nederlandse Orde van Advocaten en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten. In het concept-wetsvoorstel krijgt de politie de bevoegdheid om identificatie te vragen bij alle reguliere politietaken: de opsporing van strafbare feiten, de handhaving van de openbare orde of de hulpverlening. De identificatieplicht geldt dus niet alleen voor verdachten van een strafbaar feit. Wel moet er een aanleiding zijn voor een identiteitscontrole; er worden geen willekeurige controles gehouden. De op deze wijze ingevulde identificatieplicht betekent dat - als het wetsvoorstel wordt aangenomen - iedereen verplicht is altijd een geldig identiteitsbewijs bij zich te dragen. Aan de identificatieplicht kan worden voldaan met de bestaande erkende identiteitsbewijzen (paspoort, rijbewijs of Europese identiteitskaart). Het concept-wetsvoorstel voor een algemene identificatieplicht vloeit voort uit het Strategisch Akkoord 2002 en het Nationaal Veiligheidsplan. Het doel is de criminaliteitsbestrijding en rechtshandhaving doeltreffender aan te pakken.

 

Persbericht Ministerie van Justitie 13 december 2002 over identificatieplicht

Concept-wetsvoorstel voor een algemene identificatieplicht klaar

13 december 2002

Advies gevraagd aan belanghebbenden

Iedereen in Nederland boven de twaalf jaar zal in de toekomst desgevraagd aan de politie een geldig identiteitsbewijs moeten kunnen tonen. Degene die dat niet doet, wordt strafbaar met een gevangenisstraf van maximaal twee maanden of een boete van maximaal 2.250 Euro. De politie krijgt de bevoegdheid om identificatie te vragen ten behoeve van al haar reguliere politietaken te weten de opsporing van strafbare feiten, de handhaving van de openbare orde of de hulpverlening. Ook degenen die zijn belast met het houden van administratief toezicht krijgen dezelfde bevoegdheid ter verbetering van de handhaving van de wetten. De identificatieplicht geldt dus niet alleen voor verdachten van een strafbaar feit. Dat is de kern van het ontwerp-wetsvoorstel uitbreiding identificatieplicht. Minister J.P.H. Donner heeft het voorstel vandaag om advies gestuurd aan onder meer het College bescherming persoonsgegevens, het Openbaar Ministerie, de Raad van Hoofdcommissarissen, de Raad voor de Rechtspraak, de Nederlandse Vereniging voor Rechtspraak (NVVR), de Nederlandse Orde van Advocaten (Nova) en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten..

In het Strategisch Akkoord 2002 is opgenomen dat een algemene identificatieplicht zal worden ingevoerd opdat de bestrijding van de criminaliteit en de rechtshandhaving doeltreffender zullen worden. Het wetsvoorstel is een uitwerking van de in het Nationaal Veiligheidsplan vervolgens neergelegde voornemens op dit terrein.

Naar huidig recht mag de politie een staande gehouden of aangehouden verdachte om een ID-bewijs vragen. Indien de verdachte dit weigert of als de politie vermoedt dat hij en valse naam heeft opgegeven, kan de persoon worden aangehouden voor maatregelen ter identificatie (foto’s, vingerafdrukken etc.). Ter identificatie kan de verdachte bovendien worden opgehouden voor verhoor voor een termijn van maximaal twee maal zes uur. Voor de andere reguliere politietaken- handhaving van de openbare orde en de hulpverleningstaak - bestaan nu geen identificatiebevoegdheden. Naast de reguliere taken, zoals in de Politiewet gedefinieerd heeft de politie een aantal bijzondere (toezichthoudende) taken. Te denken valt aan het verkeerstoezicht waarbij op grond van Wegenverkeerswet om het rijbewijs van de bestuurder kan worden gevraagd en het vreemdelingentoezicht waarbij op grond van de Vreemdelingenwet 2000 bij een redelijk vermoeden van illegaal verblijf om een ID-bewijs en het bewijs van verblijfsstatus mag worden gevraagd. Het wetsvoorstel brengt op deze twee terreinen geen wijziging in de bestaande situatie.

Naast de politie hebben naar huidig recht ook een aantal andere instanties in specifieke wettelijk omschreven gevallen de bevoegdheid of de verplichting om een ID-bewijs te vragen. Te denken is aan de banken bij het openen van een rekening, bij de notaris, bij de aanvraag van een Sofi-nummer etc. Ook deze verplichtingen blijven bestaan.

In het wetsvoorstel worden bestaande identificatieplichten in sterke mate uitgebreid. De komende wettelijke identificatieplicht omvat een toonplicht, die een plicht tot het permanent dragen van een geldig identiteitsbewijs met zich mee brengt. Ook voor de uitvoering van het administratieve toezicht in de verschillende wetten wordt in de Algemene wet bestuursrecht een identificatieplicht opgenomen. Aan de identificatieplicht kan worden voldaan met behulp van de bestaande erkende identiteitsbewijzen; er worden geen nieuwe documenten voorgesteld. Bij het vragen naar een identiteitsbewijs zijn de politie en de administratieve toezichthouders gebonden aan het criterium van de redelijke taakuitoefening. Dat betekent dat er een aanleiding moet zijn voor een identiteitscontrole en er dus geen sprake zal zijn van willekeurige identiteitscontroles, maar dat de bevoegdheid zal worden ingezet in het kader van een betere handhaving van wetten.

 

 

Nee tegen de identificatieplicht. De Groene Amsterdammer van 15 februari 1995

In 1970 stond heel Nederland op z'n kop vanwege de volkstelling. De angst voor de dictatuur van Big Brother was groot. Maar nu met de 'beperkte identificatieplicht' die dictatuur werkelijkheid dreigt te worden, ontbreekt elk verzet. Waar blijft de nieuwe Lau Mazirel?

door Max Arian

HET MOOIE VAN ouder worden is dat je leert je te verbazen. Als je jong bent, is de wereld zoals hij is. Misschien vind je hem prachtig of wil je hem veranderen. Maar hij is vanzelfsprekend. Pas als je ouder wordt, zie je dat niets vanzelf spreekt, dat alles in z'n tegendeel kan verkeren. Zowel het vroegere als het huidige wordt ongrijpbaar en verbazingwekkend. In 1970 was ik net als iedereen om me heen tegen alles. Tegen het koningshuis, tegen het establishment, tegen de oorlog in Vietnam, het kapitalisme en de Navo. En dus ook tegen de volkstelling die in 1971 zou worden gehouden. Waarom we daar zo tegen waren, dat weet ik niet precies meer. Het lijkt toch niet volkomen onzinnig af en toe eens te kijken wie er precies in Nederland wonen en of er misschien nog iets voor ze te doen valt. De voorgaande dertien volkstellingen waren zonder veel protest verlopen. Tien jaar eerder had alleen de rechts-anarchistische Telegraaf-columnist Jacques Gans een boete van 25 gulden gekregen omdat hij volhardde in zijn weigering aan de volkstelling van 1960 mee te doen. Maar in 1971 was plotseling het verzet massaal en was er werkelijk een brede maatschappelijke discussie over de volkstelling. Toen Vrij Nederland haar dertigjarig jubileum aan de volkstelling wijdde, was de hele Rai vol. Er werd een 'Comité Waakzaamheid Volkstelling' opgericht. En de Tweede Kamer werd door al dat verzet genoodzaakt opnieuw over de volkstelling te debatteren.
Het was 25 jaar na de oorlog en velen waren huiverig voor allerlei vormen van bureaucratische registratie. Wat zou de overheid niet allemaal met die gegevens kunnen doen? Maar een verklaring is dat allerminst. Er wordt nu veel meer aandacht besteed aan de oorlog. Maar niemand heeft de neiging daar enige conclusie uit te trekken voor zijn eigen huidige gedrag. Streng zeg ik tegen mezelf dat het sentimenteel is om over het tekenen van een Ariër-verklaring te beginnen als me wordt gevraagd een kopie van m'n paspoort bij m'n werkgever te deponeren. En toch weet ik dat ik als ik die kopie inlever, meewerk aan het uitsluiten van illegale buitenlanders.
Er is een jonge vrouw in Utrecht die het met me eens is en die er zelfs haar baan (van een dag in de week) voor op het spel heeft gezet. Er is een klein Autonoom Centrum in de Kinkerstraat dat actie voert tegen wat ze 'administratieve apartheid' noemen. De VPRO heeft er in het najaar een radio-uitzending aan gewijd. En dat is het dan zo ongeveer.et is zo moeilijk', zegt een kennis van vroeger die in Groningen bestuursrecht doceert, 'je bent nu zo geïsoleerd. Tijdens de acties tegen de Volkstelling in 1970/'71 werd je aan alle kanten gevoed met argumenten. Je wist dat als je weigerde je dat samen met tienduizenden deed. Nu sta je alleen te twijfelen of je dat kopietje moet inleveren of niet. Als je het niet doet, loop je kans op een hoge boete. Je wordt dan door de belastingen aangeslagen voor het hoogste tarief, zestig procent. En maakt het nu iets uit om principieel te zijn?'
Het lijkt inderdaad futiel. In Frankrijk en België is het normaal dat je een legitimatiebewijs bij je hoort te hebben. In Nederland begon de discussie over een algemene legitimatieplicht in 1984 toen minister van Justitie Korthals Altes als zijn 'strikt persoonlijke mening' te kennen gaf dat er met het oog op de misdaadbestrijding ook in Nederland een verplicht legitimatiebewijs moest worden ingevoerd. Het idee viel niet zo goed in Nederland, de herinnering aan Jacob Lenz en het door hem ontworpen en tijdens de Duitse bezetting in Nederland ingevoerde persoonsbewijs was nog niet geheel verdwenen. Vooral de PvdA verzette zich aanvankelijk fel tegen elke identificatieplicht. Maar ze stemde er toch in toe dat in het regeerakkoord voor het kabinet-Lubbers/Kok een beperkte identificatieplicht werd opgenomen, op basis van bestaande documenten en slechts in bepaalde omstandigheden verplicht. Dit compromis werd door minister van Justitie Hirsch Ballin uitgewerkt tot een wetsvoorstel dat eind 1993 uiteindelijk is aangenomen. Vanaf 1 juni 1994 geldt de wet op de identificatieplicht. Hirsch Ballin liet zich fotograferen met z'n identiteitsbewijs in de hand en er werd een folder gedrukt die uitlegt wanneer welk 'ID-bewijs' geldig is. Het blijkt dat je rijbewijs meestal niet als ID-bewijs kan gelden, omdat je nationaliteit daar niet op staat vermeld. Maar waarom moet je bij het aanvragen van een Sofi-nummer, op het arbeidsbureau, bij het aanvragen van een uitkering en bij een nieuwe baan eigenlijk je nationaliteit zo nodig vermelden? Wordt daar de apartheidsstaat al niet zo'n beetje ingevoerd?
De beperkte identificatieplicht bestaat bovendien in zoveel omstandigheden en ter oplossing van zoveel problemen, dat hij in feite heel dicht bij een algemene identificatieplicht komt. In het informatieve boekje van Jan Holvast en André Mosshammer Identificatieplicht: Het baat niet, maar het schaadt wel (uitgeverij Jan van Arkel, 1993) wordt dat zo uitgedrukt: 'Enigszins gechargeerd kan men zeggen dat de identificatieplicht beperkt is, maar de legitimatieplicht algemeen.'
Toch zijn er omstandigheden waarin iedereen het normaal zal vinden een identiteitsbewijs te overleggen. Bijvoorbeeld bij het openen van een bankrekening, bij het afsluiten van een levensverzekering of bij het opmaken van een akte door de notaris. Enige sympathie zou men ook nog wel kunnen hebben bij het gebruik van het ID-bewijs om voetbalvandalisme en zwartrijden in het openbaar vervoer tegen te gaan. Door een valse identiteit op te geven kunnen de boosdoeners zich immers aan boetes onttrekken of zelfs een ander ervoor op laten draaien. Maar waar is de grens? Fraude tegengaan bij sociale uitkeringen is ook een lofwaardig streven. Maar door bij het aanvragen van een uitkering het ID-bewijs te eisen worden illegaal in Nederland aanwezige buitenlanders - ook als ze al jaren braaf premies hebben betaald - uitgesloten. De Tweede Kamer stond staatssecretaris Schmitz zelfs niet toe deze grove onrechtvaardigheid te corrigeren voor althans degenen die al zes jaar premies hebben betaald door ze voor legalisering in aanmerking te laten komen.
Zonder ID-bewijs kan men zich nu ook niet meer als werkzoekende bij het arbeidsbureau inschrijven, bij een nieuwe baan moet het ID-bewijs worden getoond en een kopie daarvan moet in de administratie van de werkgever worden opgenomen. Bovendien kunnen vanaf 1 juni 1995 op het werk controles plaatsvinden om zwartwerken en het in dienst hebben van illegalen tegen te gaan. Daarom worden nu ook mensen die al jarenlang in dienst zijn plotseling tot hun verbazing om een kopie van hun identiteitsbewijs gevraagd. Velen vinden dat vervelend en een inbreuk op hun privacy: wat gebeurt er met die kopie en de gegevens die daar op staan? Kan het werkelijk een ontslaggrond zijn als je weigert hieraan mee te werken? Dat laatste valt nog te bezien, maar erger vind ik dat hiermee illegale buitenlanders volstrekt naar de marge worden gedwongen. Ze kunnen alleen nog maar werk vinden dat volledig zwart is en zijn daarvoor volkomen afhankelijk van malafide werkgevers, of ze moeten hun toevlucht zoeken in de criminaliteit. De overheid lost op deze manier geen problemen op, maar creëert ze zelf. Er wordt een subproletariaat geschapen dat volstrekt rechteloos is.

ALS SLUITSTUK IS er dan nog het 'binnenlandse vreemdelingentoezicht' in de wet opgenomen: als de politie een duidelijke aanwijzing heeft dat het om illegale vreemdelingen gaat en een onderzoek instelt, zijn die altijd verplicht hun identiteit en nationaliteit aan te tonen. Vlak achter de grens mogen politie en marechaussee bovendien om illegale immigratie tegen te gaan zonder bijzondere aanwijzingen tot controle overgaan.
Nu gold voor vreemdelingen in Nederland al eerder een algemene identificatieplicht. Tot nu toe maakte de politie slechts spaarzaam gebruik van hun controlebevoegdheid, om discriminatie te vermijden. Het lijkt wel alsof de regering politieambtenaren wil aansporen ruimer gebruik van hun bevoegdheden te maken. Nederland wordt er niet aardiger op als iedereen die er wat anders uit ziet, een bruine huidskleur heeft of door z'n kleding laat vermoeden een buitenlander te zijn, op elk moment met controles rekening moet houden.
Dat is wat Sjoerd Bosch van het Autonoom Centrum 'administratieve apartheid' noemt. Wie een blanke huid heeft en er netjes uit ziet kan z'n ID-bewijs misschien nog wel thuis laten, maar anderen doen er beter aan voortdurend in staat te zijn zich te identificeren.
Het is vooral om die reden dat Judith de Lang uit Utrecht weigerde bij haar werkgever, de Universiteit van Utrecht, een wettig erkend legitimatiebewijs in te leveren. Zij ziet de Wet op de Identificatieplicht in het verlengde van het Nederlandse vluchtelingenbeleid, waarbij vluchtelingen worden beschouwd als overtollige, tweedehands burgers. Zij vindt dat de universiteit hier niet aan zou moeten meewerken en er in elk geval garant voor zou moeten staan dat de personeelsgegevens niet worden uitgeleverd aan derden 'bij eventuele razzia-achtige controles van de Dienst Inspectie Arbeidsverhoudingen'.
Judith de Lang is de eerste of een van de eersten die de consequenties van haar principiële houding onder ogen heeft moeten zien. Zij is afhankelijk van tijdelijke arbeidscontracten van de universiteit. Daardoor kon haar werkgever toen zij geen kopie van haar identiteitsbewijs wilde overleggen, besluiten haar contract vanaf 1 januari 1995 niet te verlengen. Zij heeft dit niet zomaar geslikt en is met hulp van een advocaat een bezwaarschriftenprocedure begonnen. In dat kader heeft onlangs een 'hoorzitting' plaatsgevonden waar ze voor het eerst mondeling haar bezwaren uiteen heeft kunnen zetten. Ze vraagt om dispensatie op grond van ernstige gewetensproblemen. Voorlopig is haar salaris stopgezet en heeft men haar te kennen gegeven dat ze niet meer welkom is op haar werk. Intussen probeert ze gewoon door te werken aan het feministisch-theologisch bibliografische tijdschrift Theasaurus en tracht ze via het kantongerecht haar loon alsnog te krijgen.
Maar er zullen ook mensen die wèl in vaste dienst zijn, in gewetensproblemen komen. Echt acuut zal dat pas worden als vanaf 1 juni 1995 de controles zullen beginnen. Wie dan geen kopie heeft ingeleverd, kan in het 'anoniemen-tarief' van de belasting worden ingedeeld - hoe absurd dat ook klinkt voor mensen die allang in vaste dienst zijn - en moet dan het hoogste belastingtarief van zestig procent betalen. Eventueel valt dat later terug te krijgen via de inkomstenbelasting. Ook de werkgever is strafbaar. Die heeft namelijk een 'zorgplicht' en die strekt zich ook uit tot stagiaires, vrijwilligers en allerlei freelance medewerkers. Vandaar dat bijvoorbeeld de Amsterdamse theaters straks in grote moeilijkheden verkeren en er over denken medewerking aan de wet te weigeren.
Daarom is het maar de vraag of de wet, die door veel deskundigen klungelig wordt genoemd en die in elk geval een lappendeken aan maatregelen en regelingen inhoudt die nauwelijks iets met elkaar te maken lijken te hebben, wel zo gemakkelijk kan worden uitgevoerd als er verzet tegen komt dat enigszins te vergelijken is met de acties tegen de volkstelling van 1971. Ook toen werden degenen die niet mee wilden werken met forse boetes bedreigd, waar uiteindelijk niets van is opgelegd. Het bleek 'bewijstechnisch' te moelijk de 23.000 weigeraars te vervolgen en in 1978 besloot men dat bij eventuele volgende volkstellingen weigering niet meer strafbaar zou zijn. Vervolgens werd besloten voorlopig helemaal geen volkstelling meer te houden.

IS HET DENKBAAR dat 23.000 mensen dispensatie krijgen van de wet op de identificatieplicht op het werk op grond van ernstige gewetensproblemen? Zouden werkgevers bereid zijn belangrijke werknemers die allang in vaste dienst zijn, te ontslaan wanneer die weigeren aan de identificatieplicht te voldoen? Kunnen werkgevers eigenlijk strafbaar zijn wanneer zij door 'overmacht' hun zorgplicht niet kunnen vervullen? Zijn er geen andere manieren mogelijk om de wet te omzeilen - bijvoorbeeld door onleesbare kopieën in te leveren, zoals door het Autonoom Centrum is voorgesteld?
In 1970 en 1971 hebben tal van journalisten, juristen en andere deskundigen zich over alle aspecten van de volkstelling gebogen. Hoe zou het toch komen dat daar nu geen sprake van is? Over die volkstelling heb ik achteraf m'n aarzelingen: was die nu werkelijk zo verderfelijk en heeft die nu echt een periode van administratieve dictatuur ingeleid? Maar over de Wet op de Identificatieplicht heb ik die aarzelingen niet. Die is werkelijk, voor wat betreft de werkplek, geheel en al bedoeld om illegale buitenlanders op te sporen, te brandmerken en uit te bannen.

IEMAND DIE ALS geen ander met artikelen en ingezonden brieven de drijvende kracht is geweest achter de acties tegen de volkstelling, was mr. Lau Mazirel. Zij was niet zomaar tegen de volkstelling. Zij had al voor de Tweede Wereldoorlog gewaarschuwd tegen een te perfectionistische bevolkingsadministratie en ze had er bij de minister van Binnenlandse Zaken op aangedrongen althans de aantekening van kerkelijke gezindte te laten vallen. Helaas kreeg zij tijdens de Duitse bezetting gelijk. Ook na de oorlog verzette zij zich tegen registratie van met name zigeuners, waaraan mede door het ijveren van de naar haar genoemde Vereniging Lau Mazirel langzamerhand een einde is gemaakt.
In zijn proefschrift Volkstelling in opspraak uit 1984 schrijft J. Katus over haar: 'Zij verhief haar stem en zij had in een zekere zin ook recht van spreken, daar de geschiedenis haar eerder helaas gelijk gaf. Zij had voorts veel kennis, en bleef informatie vergaren betreffende de samenhang tussen registratie en vervolging van mensen. Zij nam het voor vervolgden op, maar ook voor degenen die vervolgd zouden kunnen worden. Haar ging het niet enkel om de volkstelling als zodanig, doch ook om de te ver gaande detaillering van de over individuele personen vergaarde gegevens en de computerisatie bij de verwerking van deze gegevens, waardoor de mogelijkheid tot misbruik ervan toenam, zodat in luttele minuten tienduizenden met bepaalde kenmerken, als - bij wijze van bizar voorbeeld - grote of drankneuzen, konden worden gelokaliseerd. Het ging haar om deze gestroomlijnde, efficiënte registratie die perfecter was dan vóór de oorlog, toen zij voor vernietiging van bepaalde gegevens pleitte, voordat er misbruik van zou worden gemaakt.'
Lau Mazirel en haar medestanders hebben de volkstelling van 1971 niet kunnen tegengehouden, maar ze hebben er wel velen van bewust gemaakt dat er moest worden gewaakt voor misbruik van persoonsgegevens.

DAARUIT IS ONDER meer de Stichting Waakzaamheid Persoonsregistratie voortgekomen, die echter onlangs failliet is gegaan en is opgekocht door een groep kapitaalkrachtige grootaandeelhouders. Helaas was een van de laatste wapenfeiten van deze Stichting een enquête waaruit blijkt 'dat de Nederlander er geen bezwaar tegen heeft dat de overheid personen afluistert, fotografeert of anderszins in de gaten houdt om criminaliteit en fraude te bestrijden. Zo lang die middelen maar niet tegen hem- of haarzelf worden ingezet. Op het gebied van de privacybescherming zijn solidariteit of de belangenloze inzet voor gemeenschappelijke waarden vrijwel uitgestorven.' Als waakhond tegen misbruik van persoonsgegevens is er nu alleen nog de Registratiekamer, die echter in haar laatste jaarverslag ook droevig constateert dat het tij gekeerd lijkt en dat het belang van privacybescherming het begint af te leggen tegen andere belangen. Solidariteit is ook al niet een beginsel dat tegenwoordig hoog staat aangeschreven. Waar is de nieuwe Lau Mazirel die zich nog werkelijk druk maakt om hen die zouden kunnen worden vervolgd als de tijden slechter worden? Of die zich nu al druk maakt, nu degenen die niet zo fortuinlijk zijn om over de juiste papieren te beschikken, door de Wet op de Identificatieplicht volstrekt rechteloos zijn gemaakt?

 

 

Opstand Openbaar Ministerie tegen de rechtstaat! De moord op Pim kost Nederlanders veel vrijheid (van meningsuiting) en een Fortuyn

1. Pim Fortuyn over Openbaar Ministerie: "Ik zal mij na 15 mei 2002 zeker ook inspannen om het OM een halt toe te roepen en zo mogelijk op de terugweg te dwingen"

2. Ministerie van Justitie: Toch wist justitie zo ongeveer een uur na de moord al te melden, dat Folkert van der G. in zijn eentje opereerde.

3. Openbaar Ministerie: Politie en de voormalige Binnenlandse Veiligheidsdienst (BVD) hebben een zeer vergevorderd onderzoek naar links-radicale dierenactivisten moeten staken omdat het openbaar ministerie de geldkraan vorig jaar pardoes dichtdraaide.

332 POM & Fortuyn Mr. M. Moszkowicz sr.: "Leven we nog in een rechtsstaat?"
193 POM & Fortuyn Toeschrijven naar conclusie bekende truc overheid om de aandacht af te leiden van zaken waar het werkelijk om gaat
482 POM & Fortuyn Confrontatie LPF met CDA Minister van Justitie Donner over norm voor meenemen of wepmeppen van winkeldief
487 POM & Fortuyn Hans Smolders: "Als je er zelf inzit dan zie je pas hoe de mensen door Den Haag belazerd worden"
183 POM & Fortuyn Democratie in Nederland is een illusie III, Vetorecht CDA/VVD over LPF'ers
182 POM & Fortuyn Democratie in Nederland is een illusie II, Lijst Pim Fortuyn razendsnel ingepolderd
288 POM & Fortuyn Democratie in Nederland is een illusie I, waarschuwing voor kamerleden/onderhandelaars LPF
178 POM & Fortuyn De kunst van het liegen, tevens waarschuwing voor Hoekstra in onderzoekscommissie Haak 
281 POM & Fortuyn Hetze en taalgebruik tegen Fortuyn. Partij van de Arbeid krijgt pak slaag van kiezers
280 POM & Fortuyn Informatie over de commissie en het (overheid)onderzoek naar de beveiliging rond Pim Fortuyn
282 POM & Fortuyn Westbroek: Één mistdruppel voel je niet, maar komt het van alle kanten dan zorgt dat voor een ander politiek klimaat 
275 POM & Fortuyn Demmink zou LPF-minister Nawijn hebben gewaarschuwd geen lijsttrekker te worden omdat LPF uit criminelen zou bestaan
485 POM & Fortuyn Rene Diekstra op zoek waarom gevestigde politiek geen afdoende antwoord had op Fortuyn
486 POM & Fortuyn Pim Fortuyn van Nederlandse Le Pen tot Kennedy 
286 POM & Fortuyn Volkert leek vooral berekenend. Klacht Milieu-Offensief bij Raad voor de Journalistiek ongegrond
391 POM & Fortuyn Openbaar Ministerie: "Van der G. is een calculerende dader" 
105 POM & Fortuyn Toelichting officier ter terechtzitting Amsterdam in strafzaak verdachte moord Fortuyn
483 POM & Fortuyn Schending ambtsgeheim ex art. 272.1 Sr door loco-burgemeester op de avond van de moordaanslag op Pim Fortuyn

Eerbetoon aan openbare kritiek op de rechtspraak in Nederland van Moszkowics advocaten
285 Mr. Moszkowicz: Hijheeft als enige mij correct behandeld en was naar eigen zeggen niet thuis in het gezondheidsrecht
160 Mr. Moszkowicz: Geen omgang tussen kind en vader omdat er geen sprake is van incest
212 Mr. Moszkowicz: Valse aanklacht tegen vader gegrond maar ook dit kind blijft in handen van de gesubsidieerde voogdij
089 Mr. Moszkowicz: "Onbegrijpelijk dat zoveel advocaten dubbelfunctie rechter-plaatsvervanger vervullen
332 Mr. M. Moszkowicz sr.: "Leven we nog in een rechtsstaat?"

 

 

 

Regeerakkoord 2017 VVD, CDA, D66 en ChristenUnie willen van Nederland een afluisterstaat maken!


PAR POM Met groot materieel en politie wordt op 19 maart 2014 in Ermelo uitgerukt om een paar Groep Hop verkiezingsborden weg te halen
(562) POM Regeerakkoord 2017 VVD, CDA, D66 en ChristenUnie willen van Nederland een afluisterstaat maken!
(224) POM Groep Hop is tegen De Sleepwet om iedere burger ongecontroleerd af te kunnen luisteren
(114) POM De Nederlandse Vereniging voor Rechtspraak is de beroepsvereniging van rechters en officieren van Justitie in Nederland
(293) POM Nederlandse Vereniging voor Rechtspraak: "Het dwangmiddel tot afname van DNA-materiaal kan blijkens het wetsvoorstel worden toegepast zonder dat er een concreet delict in het vooruitzicht is gesteld, met andere woorden er hoeft geen verdenking te zijn"
(389) POM Hop eist al vanaf 1997 een VERBOD op de dubbelfunctie Officier van Justitie en gelijktijdig Rechter-plaatsvervanger om een einde te maken aan de infiltratie van het Openbaar Ministerie in het rechtersleger
(305) POM Hoofdofficier van Justitie van Gend weigert strafvervolging in te stellen tegen het feit dat 200 rechters van de rechtbank Den Haag nevenfuncties niet hebben opgegeven
(306) POM Op 27 januari 1998 stelt Hop de vraag in een persbericht: Is er een complot van het Openbaar Ministerie en Rechterlijke Macht tegen de democratische rechtsstaat?
(323) POM Bolkenstein: "Het ziet er echter naar uit dat het OM, gesteund door de rechters, verenigd in de belangenvereniging NVvR (Nederlandse Vereniging voor Rechtspraak), zich en bloc tegen de minister en de Tweede Kamer keren"
(307) POM Persverklaring College van Procureurs-generaal: Reorganisatie Openbaar Ministerie is een onomkeerbaar proces dat hoe langer hoe meer op de parketten gestalte krijgt
(188) POM Opslaan internetsporen 'erger dan de Stasi, Met EU richtlijn om op grote schaal verkeersgegevens op te slaan is Europa een grote politiestaat geworden
(273) POM Mobiele telefoon. Wetsvoorstel en besluit vorderen gegevens telecommunicatie
(292) POM Iemand die 'foute' denkbeelden of activiteiten heeft of 'foute' mensen kent, loopt de grootste kans om door de overheid afgeluisterd te worden. Afhankelijk van de overheid kan 'fout' crimineel, te sociaal, te kritisch, te nieuwsgierig, buitenlands of simpelweg 'politiek anders georiënteerd' betekenen,
(334) POM Misbruik van bevoegdheden door de overheid en Justitie is van alle tijden. Wie zich niet coöperatief opstelt, kan door een overheid als geestesziek worden aangemerkt
(370) POM Het Openbaar Ministerie, de politie en de veiligheidsdiensten willen wetten aanpassen en oprekken om het opslaan en uitwisselen van gegevens, die op geen enkele manier op onjuistheid getoetst zullen worden, over niet-verdachte burgers mogelijk te maken
(414) POM Wet Bijzondere Opsporingsbevoegdheden 27 mei 1997 geeft inzicht in werkwijze openbaar ministerie en politie en het opslaan van gegevens over burgers in allerlei geheime dossiers
(431) POM IP-adres=IP-nummer & DATA MINING! Wettelijke bevoegdheid voor opsporingsinstanties om te vorderen dat de houder van gegevens deze ten behoeve van de opsporing bewerkt (data mining of register vergelijking)
(475) POM Politie en camera's: Verkeerscamera's kunnen ook mooi gebruikt worden om te bepalen welke voertuigen zich waar in het land bevinden
(508) POM & Sleepwet VVD en PvdA willen in 2015 nog meer bevoegdheden om burgers af te luisteren en in de gaten te houden en politie en Openbaar Ministerie mogen inbreken, aftappen en observeren op servers en computers van burgers
(622) POM VVD en PvdA willen in 2015 nog meer bevoegdheden om burgers af te luisteren en in de gaten te houden en politie en Openbaar Ministerie mogen inbreken, aftappen en observeren op servers en computers van burgers
(623) POM Van alle elektronische akten burgerlijke stand kan direct een dubbel worden gestuurd naar Justitiële Informatiedienst (JustID) Almelo
(624) POM & CDA Donner/CDA rechter en CDA Minister van Justitie wil de vrijheid om het doen en laten van de hele bevolking vast te leggen"
(626) POM & CDA Donner/CDA rechter en CDA Minister van Justitie wil dat de politie gegevens opslaat over alle burgers ook die niet worden verdacht worden van strafbaar feit
(627) POM Nederlanders worden massaal afgeluisterd met keur aan middelen voor politie en Justitie om mobiele telefoons af te tappen
(628) POM De 'geheime' internet tapkamer van de overheid. Hoe weet je als burger dat je internetverkeer afgetapt wordt?
(629) POM Verdrag Draft Convention on Cybercrime voor betere wetgeving vooral goed voor politie en justitie maar niet voor de industrie en de samenleving
(630) POM Nieuwe ontwikkelingen in Amerika tonen aan hoe burgers nog verder in de gaten gehouden gaan worden door overheden
(631) POM Echelon, Amerika luistert mee ook met de meest geheime bedrijfseconomische informatie.
(688) POM Hop: Koopkracht burgers daalt opnieuw bij invoering kilometerheffing voor vrachtverkeer! De Staat wil burgers nog beter dan in de DDR in de gaten kunnen houden door invoering van kilometerheffing
(239) POM De staat mag complete woonwijk afluisteren, communicatie gegevens van alle bewoners opslaan en uitwisselen met buitenlandse veiligheidsdiensten.
(203) POM Politie wil identificatieplicht op anoniem communiceren De politie wil dat anoniem internetten en het anoniem kopen van prepaid telefoonkaarten verboden wordt
(609) POM Transparant Openbaar Ministerie: "In Nederland zijn meer dan achthonderd officieren van justitie werkzaam" Bron programma De Aanklagers
(332) POM Mr. M. Moszkowicz sr.: "Leven we nog in een rechtsstaat?"

 

 

 

 

De zevende WET van Hop: Rechtersleger en POM-ambtenaren zijn partijdig voor personeel van de overheid en deinzen niet terug voor fraude

POM 1. Overheid tegen de burger:
Inleiding met wat "sfeerverslagen" hoe de rechtspraak werkt in Nederland.

(1) Kinderbescherming & "rechtbank" tegen Hop. Een sfeerverslag hoorzitting rechtbank Zutphen met kinderrechter tevens President Soroptemistenclub
(137) De complete Nederlandse jeugdzorg tegen Hop. Een sfeerverslag hoorzitting jeugdzorg klachtencommissie, klachten Hop gegrond maar dat hielp natuurlijk niet!
(300) Hop moet bloeden schrijft vervolgens de jeugdzorg advocaat met baantjes in de kerk en school: Citaat: "De heer Hop was als voortrekker bezig het systeem lam te leggen. In eerste instantie werd in dit kader gebruik gemaakt van hinderlijke, maar wel legale middelen als het systematisch klagen en het systematisch om informatie vragen" Bron Regel 21, 22 en 23 Pleitnotities advocaat X overheid op de hoorzitting van het Hof van Discipline 150304.
(80) POM & "jeugdzorg" & "rechtbank" tegen Hop. Een sfeerverslag hoorzitting rechtbank Assen met een "onpartijdige rechter".

Aanhouding:
(550) POM Onschuldig geboren maar jouw gegevens worden door de gemeente gelijk naar het Justitieel Documentatiecentrum gestuurd
(134) POM Zorg dat u de omschrijving van een VERDACHTE uit uw hoofd kent
(409) Voorbeeld verzoek burger bij aanhouding en/of na een staande houding
(597) POM Waarom werd de witte Iphone van Weber in beslag genomen voor NFI onderzoek omdat Weber het politieoptreden gelijk filmde?
(431) POM IP-adres=IP-nummer & DATA MINING! Wettelijke bevoegdheid voor opsporingsinstanties om te vorderen dat de houder van gegevens deze ten behoeve van de opsporing bewerkt (data mining of register vergelijking)
Verhoor:
(420) POM Openbare meningsvorming inzake "natuurlijk persoon"
(263) POM Hop klachten over onvolledig PV horen verdachte/hoorzitting rechter voorkomen door zelf opnames te maken
(347) POM Videoconferentie heeft ten opzichte van een directe confrontatie een geringere communicatiewaarde!
(367) POM & verhoor De Velpse verhoormethode! Respectloze behandeling van een burger door de politie
(289) POM & verhoor De Gelderse Verhoormethode! Een vader mocht een minderjarige niet bijstaan bij verhoor door de politie
PV:
(747) POM & PV Klacht tegen politie Lelystad inzake opmaken proces-verbaal
(241) POM & PV Waarom mocht Weber het door de politie Lelystad opgemaakte PV niet lezen?
(284) POM & PV Waarom weigerde de politie Lelystad Weber afschrift kopie PV met zaaknummer?
(225) POM & verhoor Politie Lelystad tegen Weber Lelystad inzake identificatieplicht
Aangifte POM & dossier Politie weigert Hop dossier! Aangifte tegen Hop na publicatie over "succesvolle tegenwerking" Groep Hop Lelystad
(596) POM Hoeveel personen zijn inmiddels betrokken bij een eenvoudig zaak dat escaleert door politiegeweld uit de polder?
(435) POM & PV Indien je als opsporingsambtenaar een strafbaar feit vaststelt, moet je een proces-verbaal opmaken
DNA:
(293) POM Nederlandse Vereniging voor Rechtspraak: "Het dwangmiddel tot afname van DNA-materiaal kan blijkens het wetsvoorstel worden toegepast zonder dat er een concreet delict in het vooruitzicht is gesteld, met andere woorden er hoeft geen verdenking te zijn"
(560) POM Het Openbaar Ministerie probeert, na de sleepwet, ook van iedere burger DNA te verzamelen met een sponsje
Aangifte tegen ambtenaren overheid:
(746) POM Voorbeeld aangifte 746 tegen politie, inzake ontbreken van grondslag voor identificatieplicht
(743) POM Voorbeeld aangifte 743 tegen politie, geen vermelding beroepsmogelijkheden onder beslissing afpoeieren van uw aangifte
Voorbeeldbrieven dossiers
(112) POM Het complot! Een vader heeft geen recht op inzage dossier van zijn kinderen bij de politie
(206) POM & dossier politie. Voorbeeldbrief verzoek aan politie om afschrift dossier door verdachte
(343) POM & dossier OM. Voorbeeldbrief verzoek aan Openbaar Ministerie om afschrift dossier door verdachte
Hoorzitting rechtbank
(205) POM Verweer Weber tegen termijnoverschrijding Openbaar Ministerie wordt genegeerd door de "onafhankelijke rechter"
(548) POM & dossier rechtbank. Voorbeeldbrief verzoek aan rechtbank om afschrift/inzage dossier voor de hoorzitting door verdachte
(510) POM & dossier Wet openbaarheid van bestuur Betreft een verzoek van een burger om overlegging van stukken welk verzoek door de Officier van Justitie is afgewezen
Vrijheid ontneming
(115) POM Vormverzuim onrechtmatige vrijheid ontneming verdachte door Openbaar Ministerie Rechtbank & Rechtbank dossier:
(242) POM Bij voortzetting van het vooronderzoek na het betekenen van de dagvaarding in eerste aanleg en na schorsing van het onderzoek ter terechtzitting, ook in geval van onderzoek onder leiding van de officier van justitie, aan de verdediging, in het belang van het onderzoek, kennisneming van processtukken kan worden onthouden.
(294) POM Openbaar ministerie niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de redelijke termijn ex artikel 6 EVRM.
Partijdigheid rechters voor ambtenaren overheid:
(210) Verwijs steeds naar jurisprudentie over "procederen" om nevenfuncties m.b.t. rechtspraak te verkrijgen!
(341) POM Voorstellen RECHTERSLEGER om tot verbetering strafproces tegen burgers in het voordeel van de Staat te komen
(179) POM & rechtersleger "Rechters deinzen er tegenwoordig niet terug voor fraude om de staat, als deze partij is in een proces, aan het langste eind te laten trekken"
partijdigheid POM Politie gelijk partijdig voor CDA gemeente Ermelo tijdens Ermelose verkiezingen gemeenteraad!
(267) POM CDA Minister van Justitie: Een druppel is niet gevaarlijk maar een stroom holt de steen uit
(246) POM & jeugdzorg maatje CDA-er Donner: "Het is misplaatst en onverantwoord te zoeken naar de schuldigen in de zaak Savannah. We moeten ons verzetten tegen negatieve beeldvorming over de gezinsvoogdij!"
(229) POM & Jeugdzorg Korpschef Nationale politie niet goed genoeg voor de politie en wordt daarom directeur bij de jeugdzorg
(557) POM De Pikmeerarresten voorbeeld van politiek gekonkel en handjeklap rechtersleger met gemeente
(417) POM Waarom worden/kunnen, onder verwijzing naar de Pikmeerarresten, het gemeentebestuur en ambtenaren (autoriteiten) kunnen niet strafrechtelijk worden vervolgd.
(558) POM Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk in zijn vervolging van de verdachte ter zake van het primair telastegelegde bewezenverklaard in die zin dat is aangenomen dat de verdachte, als hoofd van de afdeling nieuwe werken van de gemeente Boarnsterhim feitelijke leiding heeft gegeven aan de verboden gedraging van die gemeente.
(201) POM Stemfraude? Knippen en plakken in Ermelose verkiezingsformulieren mag wel van Ermelose CDA burgemeester
(104) POM College van procureurs-generaal (hierna: het College) geweigerd appellant inzage te verstrekken in het rapport van de Rijksrecherche
(105) POM & Fortuyn, moord op Pim kost burger veel vrijheid van meningsuiting en een Fortuyn
(109) POM Criminoloog Cyrille Fijnaut onderzocht de georganiseerde misdaad voor Van Traa
(129) POM Veroordeling journalist Undercover in Nederland
(194) POM en afhandeling strafzaken tegen CDA elite "achter gesloten deuren"..... Fotomodel tegen CDA-er Eurlings. Welke bijbaantjes met VOG heeft deze Eurlings?
(515) POM Rechtbank Den Haag: "Geen straf voor bevoorrading coffeeshop met drugs in Nederland
(309) POM Geheime brief vuurwerkramp kraakt bewijs, Mogelijk geknoei Tolteam
(278) POM IRT klokkenluiders van Belzen en Limmen tegen Justitie Haarlem
(296) POM Eindrapport Commissie Traa HOOFDSTUK 4 OBSERVATIE
(449) POM Gefabriceerd bewijs en succesvolle tegenwerking kenmerk werkwijze Openbaar Ministerie in de zaak Nienke Kleiss
(260) POM & Novacap tulpenfraude 1
(274) POM & Novacap tulpenfraude 2
(221) POM & Novacap tulpenfraude 3
(223) POM & Novacap tulpenfraude 4
(314) POM & Novacap tulpenfraude 5
(402) POM & Novacap tulpenfraude 6
(421) POM & Novacap tulpenfraude 7

 

 

 

POM 2. Burger tegen overheid:
Inleiding met wat "sfeerverslagen" hoe de rechtspraak werkt in Nederland.

(1) Kinderbescherming & "rechtbank" tegen Hop. Een sfeerverslag hoorzitting rechtbank Zutphen met kinderrechter tevens President Soroptemistenclub
(137) De complete Nederlandse jeugdzorg tegen Hop. Een sfeerverslag hoorzitting jeugdzorg klachtencommissie, klachten Hop gegrond maar dat helpt natuurlijk niet!
(300) Hop moet bloeden schrijft vervolgens de jeugdzorg advocaat met baantjes in de kerk en school: Citaat: "De heer Hop was als voortrekker bezig het systeem lam te leggen. In eerste instantie werd in dit kader gebruik gemaakt van hinderlijke, maar wel legale middelen als het systematisch klagen en het systematisch om informatie vragen" Bron Regel 21, 22 en 23 Pleitnotities advocaat X overheid op de hoorzitting van het Hof van Discipline 150304.<
(80) POM & "jeugdzorg" & "rechtbank" tegen Hop. Een sfeerverslag hoorzitting rechtbank Assen met een "onpartijdige rechter".

(134) POM Zorg dat u de omschrijving van een VERDACHTE uit uw hoofd kent
(746) POM Voorbeeld aangifte 746 tegen politie inzake ontbreken van grondslag voor identificatieplicht
(743) POM Voorbeeld aangifte 743 tegen politie na geen vermelding beroepsmogelijkheden onder beslissing afpoeieren aangifte
(354) POM U kunt bij de politie alleen nog maar met DigiD aangifte doen via internet en inloggen op Mijn Politie.
(625) POM Checklist voor gewone Nederlander om aangifte te doen tegen personeel van de overheid
(381) POM Voorbeeldbrief klacht 381 tegen politie bij een weigering om een aangifte van een gewone Nederlander op te nemen met een verzoek om rechtsbescherming bij de burgemeester met een dwangsom van 1000 Euro per dag
(609) POM "In Nederland zijn meer dan achthonderd officieren van justitie werkzaam" Bron programma De Aanklagers
(377) POM De mr. T.K. Hoogslag-norm (28) inzake de pseudo-Officier van Justitie
(389) POM Hop eist al vanaf 1997 een VERBOD op de dubbelfunctie Officier van Justitie en gelijktijdig Rechter-plaatsvervanger om een einde te maken aan de infiltratie van het Openbaar Ministerie in het rechtersleger
(74) POM & jeugdzorg Hop adviseert niet klagen tegen kinderbescherming! Bezwaar en beroep wordt toch onderdrukt. Dus aangifte doen!
(270) Jeugdzorgmentaliteit: Klager moet hetzelfde klachttraject overnieuw doen als de jeugdzorg niets heeft gedaan met gegrond verklaarde klachten. Dus aangifte doen!
(380) POM Wijziging van het Wetboek van Strafrecht strekkende tot het strafrechtelijk vervolgbaar maken van het opdracht geven tot en het feitelijke leiding geven aan verboden gedragingen van overheidsorganen
Informanten:
Aangifte POM Aangifte tegen Hop na publicatie over "succesvolle tegenwerking" Groep Hop Lelystad
(269) POM & jeugdzorg De moeder van zeilmeisje Laura Dekker heeft de jeugdzorg en Raad voor de Kinderbescherming in het Algemeen Dagblad criminele organisaties genoemd
Na GBA fraude gemeente Ermelo wordt Hop met "gefabriceerd bewijs", "succesvolle tegenwerking" en "geheim overleg" aangepakt.
(818) POM & jeugdzorg Jeugdige daders die "Vlinder" zeer ernstig met lichamelijk letsel mishandelden worden niet vervolgd omdat die vervolging niet past in de Gelderland jeugdzorg conclusies
(111) POM Waar de overheid de enkeling niet beschermt in zijn vrijheid tegen de meerderheid of die juist zelf aantast zien we dictatuur
(559) Actie vaders tegen kinderbescherming in Zutphen! Medewerkers kinderbescherming onderworpen aan "verhoor" door vaders. Politie greep niet in!
Beroepschriften verkeersboetes:
(308) POM Commercieel belang bij verkeersboetes Een politiebeambte moet boeten voor te weinig bonnen!
(681) POM Agent mag bezwaar tegen zichzelf beoordelen en beslissen
(418) POM Productie 418 Jurisprudentie: Vervang parkeerbedrijf door de jeugdzorg of kinderbescherming waar u mee te maken heeft!
(232) Voorbeeldbrief bezwaar naheffingsaanslag parkeerbelasting
(191) POM Voorbeeld beroepschrift 191 tegen verkeersboete inzake "bestemmingsverkeer"
(235) POM Voorbeeld beroepschrift 235 verkeersboete inzake APK-boete inzake de overtreding voor het motorrijtuig zijn geldigheid heeft verloren
(330) POM Voorbeeld beroepschrift 330 verkeersboete inzake "gesimuleerde wegsituaties"
(331) POM Voorbeeld beroepschrift 331 tegen verkeersboete inzake "overschrijding maximum snelheid"
(364) POM Voorbeeld beroepschrift 364 verkeersboete inzake "verkeersboete voetganger (voornemens) op voetgangersoversteekplaats (over te steken) niet voor laten gaan, feitcode R482
(372) POM Voorbeeld beroepschrift 372 tegen een opgelegde administratieve sanctie (boete) onder overlegging van aantoonbare feiten dat ik niet op die plaats geweest ben
(373) POM Voorbeeld beroepschrift 373 tegen een opgelegde administratieve sanctie (boete) voor een verkeersovertreding inzake handmatig bellen met een mobiele telefoon
(412) POM Voorbeeld beroepschrift 412 verkeersboete inzake "identificatieplicht"
(423) POM Openbaar Ministerie blijft gebruikers van lasershield of laserecho – indien de meting daadwerkelijk wordt verstoord – vervolgen voor “het belemmeren van een opsporingshandeling”
(240) POM Strafbaarstelling van het rijden onder invloed van bepaalde drugs en geneesmiddelen die de rijvaardigheid kunnen verminderen
(342) Ermelo. Vragen Hop over verkeersforum gemeente Ermelo levert nog meer bedenkingen op


Voorbeeld aangiften:
(441) Voorbeeld aangifte tegen jeugdzorg medewerkers inzake een jeugdzorgrapportage
(442) Voorbeeld aangifte tegen psycholoog jeugdzorg inzake psychologenrapportage
(513) Voorbeeld aangifte tegen politiemedewerkers inzake politie-PV
(462) Voorbeeld aangifte tegen medewerker kinderbescherming inzake kinderbeschermingrapportage
(516) Voorbeeld aangifte tegen griffier rechtbank inzake rechtbankgriffier-PV
(555) Voorbeeld aangifte tegen gerechtsdeurwaarder
(561) Voorbeeld aangifte tegen POM medewerkers, indien vervolging medewerkers overheden daadwerkelijk wordt verstoord, vervolgen voor belemmeren van een opsporingshandeling

 

 

 

 

Praktijkvoorbeelden van gefabriceerd bewijs en succesvolle tegenwerking gericht tegen Hop

Bron Memo Openbaar Ministerie Landelijk Coördinerend officier van justitie Bovenregionaal Recherche Overleg (BRO) Teamleider Maatwerkzaken  over Hop 11 juni 2012 Citaat: Complicerende factor in het verhaal is dat de heer Hop een politiek zeer actieve persoon is. Citaat: Het Gevoelige Zaken Overleg (GZO) is voorstander van een frontale opsporingsactie op Hop oftewel halen en (als spraakzame "Don Quichot") doen bekennen en vervolgen. Peter van Hagen aan mr. R. Tenge en D. van der Kolk.

Hop: "Doen bekennen?" Ik beken geen letter, wanneer gaan jullie die kinderrechter van die geantidateerde beschikking oppakken, wanneer gaan jullie die jeugdzorg medewerkers en politieagenten oppakken die een kind jatten zonder rechterlijke beschikking? Doen bekennen? Pak die kinderrechter op en trap haar de rechtspraak uit met haar geantidateerde beschikking op verzoek van jeugdzorg tuig.


Stem Wijzer         Gefabriceerd bewijs            Succesvolle tegenwerking       Succesvolle tegenwerking       In memoriam
Stem Groep Hop   Succesvolle tegenwerking   Succesvolle tegenwerking       Succesvolle tegenwerking       Denk eens na?
Denk eens na?      Denk eens na?                   Denk eens na?                       Denk eens na?                       Denk eens na?

Aandachtsvestiging/disclaimer. Uitsluitend de websites www.burojeugdzorg.nl/com/net/org en www.bureaujeugdzorg.nl/com/net/org zijn van J. Hop Ermelo. Met andere websites heeft hij niets te maken! J. Hop Ermelo is niet aansprakelijk voor (gevolg)schade die voorkomt uit het gebruik van deze site, dan wel uit fouten of ontbrekende functionaliteiten op deze sites. Copyright © 2017 J. Hop Ermelo. Alle rechten voorbehouden.