Citaat:
"De heer Hop was als voortrekker bezig het systeem lam te leggen. In
eerste instantie werd in dit kader gebruik gemaakt van hinderlijke,
maar wel legale middelen als het systematisch
klagen en het systematisch
om informatie vragen" Bron Regel 21, 22 en 23 Pleitnotities advocaat
X overheid op de hoorzitting van het Hof van Discipline 150304.
Novacap
Tulpenfraude, de extra betaling van Novacap aan SBC
Geachte heer
Hop,
Op uw website
staan vragen over de extra betaling van Novacap aan SBC.
Mag ik u een
simpele vraag stellen?
Als je geen
extra aankopen doet, waarom maak je dan wel het geld daarvoor over?
Even technisch:
als het echt om btw en een aantal overige kosten ging, zou het maar om 6
miljoen zijn gegaan.
Pikant is ook
dat na de ontkenning van de aankoop Novacap zelfs 1.6 miljoen terugeist van
SBC omdat dat teveel betaald zou zijn."
Hop vraagt
lezers te reageren op deze vragen?
In
september duurt deze onbalans voort. ‘Niet
relevant,’ vindt Novacap-advocaat Sydney Berendsen. De onbalans komt
volgens hem doordat Novacap een grote partij bollen overnam die een stroman als
‘anti-frontrunning’ stiekem voor de start van het fonds had ingeslagen met
goedkeuring van het fonds. Het prospectus verzwijgt dit.
Als
het fonds de anti front running goedkeurde waarom wordt dan tegen de anti front
runner aangifte gedaan wegens fraude?
Met
de garantstellingsbrief van 2 juli 2003 op zak is
maandenlang een koper op de tulpenbollenmarkt actief is geweest met een
geldbuidel van €72,5 mln, zonder dat die koper zelf verkocht. De verstoring
van een markt van amper €200 mln groot laat zich raden. Novacap meent in
elk geval dat zij voor minstens 70% te duur heeft ingekocht.
Het
verweer van Franken is nu dat
vóór 31 oktober 2003 geen definitieve aankoop is verricht door Agricola.
‘Alle aankopen voor die datum waren voorlopig, onder voorwaarde dat de aankoop
alleen door ging als Agricola een partij had om aan te verkopen.’ Op de koop-
en verkoopcontracten ontbreekt deze voorwaarde, maar dat maakt niet uit, meent
Franken. ‘Alle marktpartijen wisten dit.’
Novacap
Tulpenfraude, de extra betaling van Novacap aan SBC (421)
(140) (167)
(221)
Gezocht
uitspraak Hof Den Haag
Gerechtshof Den
Haag. Verwoede pogingen van de ABN Amrodochter om een groep gedupeerde klanten
in het duister te houden over de kredietverlening voor een
tulpenbeleggingsfonds, zijn door het Haagse gerechtshof getorpedeerd. De bank
moet betrokken beleggers alle verzochte informatie verstrekken, zo stelt het
hof. Gebeurt dat niet op tijd, dan hangt HBU een dwangsom van €600.000 boven
het hoofd. HBU eiste toen het fout ging direct alle leningen van de door de
fraude getroffen beleggers op. Volgens de beleggers zal echter uit de bij de
bank opgeëiste informatie, waaronder cliëntenprofielen en
telefoongesprekken, blijken dat de bank in gebreke is gebleven bij het
verstrekken van de kredieten. Zo zou in vrijwel alle dossiers informatie over
het inkomen en de vermogens van klanten ontbreken.
‘ABN-dochter
hielp groep van fraudeurs’
door BART MOS
AMSTERDAM – De Hollandsche Bank-Unie, onderdeel van ABN Amro, heeft een
groep van frauderende bollenhandelaren op meerdere fronten geholpen bij het
leegroven van tulpenbeleggingsfonds Novacap in 2003.
Dit valt op te maken uit recent afgerond onderzoek van het forensisch
onderzoeksbureau Holland Integrity Group (HIG) en uit telefoontaps van
betrokkenen, ingebracht door het openbaar ministerie (OM), dat de kwestie
eveneens onderzoekt.
De bewuste onderzoeken richten zich op de achtergronden van de fraude
waarvan beleggingsfonds Novacap het slachtoffer werd. Het fonds bevatte
oorspronkelijk E 85 miljoen, ingelegd door particulieren en bedoeld voor het
beleggen in nieuwe tulpenrassen. Inmiddels is het fonds nagenoeg leeg, op
vorderingen van ruim E 110 miljoen na.
Volgens de onderzoekers heeft de Hollandsche BankUnie (HBU) „de fraude in
de hand gewerkt, gefaciliteerd en in omvang vergroot”. De aan HBU
toegedichte rol is saillant, aangezien zij destijds huisbankier van Novacap
was. Onduidelijk is of de bank willens en wetens de fraudeurs heeft
geholpen, of dat dit gebeurde doordat zij niet goed oplette. Achteraf is in
ieder geval duidelijk, dat er niet of nauwelijks sprake was van controle.
Ook zeker is
dat HBU de frauderende groep financierde met tientallen miljoenen, vaak
zelfs op basis van uiterst verdachte transacties. De bank kon uit deze
transacties opmaken dat enkelele fraudeurs het deden voorkomen dat zij voor
ten minste €100 miljoen tulpenbollen aan het fonds verkochten. Aangezien
HBU wist dat het fonds maximaal €70 miljoen te besteden had, had de bank
onraad moeten ruiken. Desondanks verstrekte HBU de fraudeurs op basis van
deze overzichten kredieten en hield zij hierover haar mond tegenover het
fonds. Moederconcern ABN Amro zegt zich niet in de conclusies van het
onderzoek te herkennen en noemt bovendien de betrokken onderzoekers niet
onafhankelijk
Nieuwsbron
Telegraaf 03 Oktober 2006
ABN
Amro ontslaat topman bij dochter HBU
• door BART
MOS
ROTTERDAM – ABN Amro heeft Pascal van
den Boogerd gisteren per direct geschorst als directeur van haar
dochterbedrijf HBU. Een publicatie in De Telegraaf van gisteren met
gespreksverslagen van hem, vormt hiervoor de aanleiding.
Genoemde publicatie brengt de
bank naar verluidt zóveel schade toe, dat de directeur is gedwongen te
vertrekken. Dit melden diverse goed ingelichte bronnen bij de bank. ABN Amro
wilde gisteren niet reageren. „Wij zeggen nooit iets over individuele
werknemers”, aldus een zegsman.
Het gewraakte gespreksverslag betreft
een opgenomen telefoongesprek, waarin directeur Van den Boogerd toegeeft dat
de HBU-bank in 2003 fouten heeft gemaakt bij kredietverstrekking aan
investeerders in een door fraude omgetrokken tulpenbeleggingsfonds. Dat,
terwijl HBU in lopende juridische procedures tegen de bank juist volhoudt
daarbij helemaal geen fouten te hebben gemaakt.
In het bewuste gesprek beaamt de
bankdirecteur onder meer dat zijn HBU veel te makkelijk kredieten heeft
verstrekt aan de beleggers. Omdat het tulpenfonds in problemen komt, wordt
Van den Boogerd hierop aangesproken door de ABN Amro-top en interne
controlediensten. In het nauw gedreven vraagt hij in het gesprek de achteraf
ontbrekende informatie over klanten op om „hier in huis mijn dossiertjes
in orde te maken”.
HBU is zowel door individuele beleggers
als door het betrokken beleggingsfonds ’Novacap’ voor de rechter
gesleept. Beleggers menen dat de bank regels heeft overtreden. Novacap
beweert zelfs dat HBU al vroegtijdig op de hoogte was van de fraude.
Desondanks bracht de bank haar klanten hiervan niet op de hoogte.
Nieuwsbron
Telegraaf 8 September 2006
Tulpfraude
blijft HBU plagen
door BART MOS
ROTTERDAM – De top van de ABN
Amro-dochter Hollandsche Bank-Unie (HBU) blijkt zélf van mening dat de bank
fouten heeft gemaakt bij het verstrekken van kredieten aan beleggers die
investeerden in het door fraude omgetrokken tulpenfonds Novacap. Dat is
opmerkelijk, aangezien de bank in lopende juridische procedures juist
alle verantwoordelijkheid van zich af schuift. Dit blijkt uit
gespreksverslagen van HBU-topman Pascal van den Boogerd en een accountmanager
van de bank, in bezit van deze krant. De bewuste gesprekken zijn zonder
medeweten van de HBU-medewerkers opgenomen. Het betreft onder meer een
telefoongesprek dat Van den Boogerd begin 2004 voert met Marco Vrijburg,
directeur van het beleggingsfonds Novacap. Die heeft dan net door dat het
fonds slachtoffer is geworden van een miljoenenfraude, waarbij de ruim €85
miljoen aan inleg is verdwenen.
Vrijburg informeert in het gesprek naar
de situatie bij HBU, aangezien de bank zo’n E 40 miljoen aan kredieten had
verstrekt aan beleggers in het fonds. Van den Boogerd zegt dat hij
onder vuur ligt van zijn meerderen (de top van ABN Amro), die interne
controlediensten op hem afsturen. Daarbij gaat het er hard aan toe.
„Dexia-achtige discussies. Hoe actief zijn we geweest in het promoten van
het fonds”, vertelt Van den Boogerd, die bovendien aangeeft dat zijn
meerderen „helemaal panisch” zijn voor nieuwe publicaties in De Telegraaf
over de betrokkenheid van HBU bij de kwestie. „Mijn probleem is dat de
(interne) accountants vinden, en daar kan ik me iets bij voorstellen, dat wij
de leningen, tussen jou en mij gezegd, wat lichtzinnig verstrekt hebben (…)
Dus ik moet jullie vragen: jongens, licht voor mij een tipje van de sluier op
en geef me wat inzage in jullie financiële positie, dan kan ik hier in huis
mijn dossiertjes in orde maken.”
Volgende kolom
• Interne kritiek op tulpkrediet zet HBU te kijk.
FOTO: ROEL DIJKSTRA
Van den Boogerd zegt verder in het gesprek blij te zijn over een aantal grote
bedragen die aan de bank zijn terugbetaald, vlak voordat een bij de fraude
betrokken handelshuis failliet ging. „Anders had ik natuurlijk een ’fucking’
groot probleem gehad”, zegt de topman daarover. Later zou de
betrokken curator opheldering eisen van HBU over deze opmerkelijke betalingen.
Volgens goed ingelichte bronnen bij HBU
zou Van den Boogerd zich ’genaaid’ voelen, nu blijkt dat zijn
gesprekken zijn vastgelegd. Een zegsman van ABN Amro bleef gisteren
volhouden dat de kredietverstrekking door HBU „de toets der kritiek kan
doorstaan”. Op de inhoud van de gespreksverslagen wil hij niet reageren. Het
gerechtshof in Den Haag bepaalde onlangs dat HBU de gedupeerde klanten
informatie moet verstrekken over hun kredietdossiers. De klanten in kwestie
vermoeden dat de bank steken heeft laten vallen bij de kredietverstrekking.
HBU ontkent dat.
Namenlijst van
investeerders in Novacap met ingeschreven bedragen
De auteur van
de website Censuur in Nederland verzoekt de lezers van zijn site onderstaande
namenlijst met de bedragen op juistheid te controleren, correcties en/of
aanvullende informatie aan hem door te geven?
Naam
Initialen
Ingeschreven bedrag
Adriaanse
A.P.M.
200.000
Al
B.P.F.
300.000
Andriessen
R.
1.000.000
Baars
G.
300.000
Bakker
M.J.
1.000.000
Bie,
de
J.O.H.N.
200.000
Bloemhoff
G.
300.000
Blumex
Tulip Select b.v.
Bas
van der Velden
5.000.000
Boogerd,
van den
P.F.F.
200.000
Boonstra
(Telegraaf180804)
C.
200.000
Borst
J.
200.000
Bosman
F.J.T.
100.000
Bospoort,
van de
W.A.
100.000
Bredzé
A.
200.000
Bree,
van
M.J..I.
100.000
Breugel,
van
R.J.B.M.
200.000
Bruin,
de
C.H.J.F.
200.000
Bulbquest
Piet
Koopman
400.000
Burger
L.J.
100.000
Buunk
Frank
100.000
Campagne-De
Rijcke
E.
1.000.000
CH
Global Balanced Fund
500.000
Claushuis
E.P.M.
100.000
Corpeleijn
W.F.Th.
200.000
Deerenberg
J.M.E.
100.000
Dijkman
L.A.L.
100.000
Dornbos
P.R.H.
2.200.000
Dur
J.F.G.L.
100.000
Ebbing
D.R.J.
1.000.000
Franken
J.
400.000
Franken
G:J.
300.000
Fris
H.P.
1.000.000
Gebbink
J.A.
100.000
Gelderen,
van
W.E.
100.000
Gelderen,
van
H.B.
100.000
Groendijk
A.P.
200.000
Grotenhuis
A.L.J.
200.000
Hageman
G.F.
100.000
Hedel,
van
T.J.M.
1.000.000
Hofland
D.A.
100.000
Hol
1.000.000
Hoogt,
de
W.P.
100.000
Hul,
van den
P.J.
100.000
Interbulb
4.500.000
Invex
SARL
D.
van Luijk
300.000
Jacobs
H.H.A.
100.000
Jong,
de (Telegraaf180804)
J.M.
300.000
Joosten
H.A.C.
100.000
Kempen,
van
C.H.
100.000
Kessler
A.C.
100.000
Klijnstra
M.
1.100.000
Knighthood
2.500.000
Konijnenberg
H.A.
100.000
Koning,
de
G.J.
1.300.000
Kooten,
van
H.A.
100.000
Kranenburg,
van
M.T.H.
100.000
Kroes,
de
G.
600.000
Kroft,
van der
R.T.W.
300.000
Kuile,
ter
T.C.P.
200.000
Kuiper
J.
100.000
Lancée
J.A.L.
12.000.000
Leeuwen,
van
T.
100.000
Ligt,
van der
M.S.B.M.
100.000
Luxen
R.
200.000
M.M.I.
2.500.000
Malherbe
R.
1.000.000
Mandersloot
J.
100.000
Meijer
P.
& G.
100.000
Menten
E.E.
100.000
Mulder-Kramer
C.M.
100.000
Nieborg
R.O.
300.000
Nieborg
R.P.
3.700.000
Nieborg
I.G.
100.000
Nieuwe
Weme
G.J.M.
100.000
Ong
A Swie
S.R.
200.000
Oosterling
R.A.M.
2.000.000
Oudshoorn
F.
100.000
Pannevis
M.
100.000
Pater
H.
100.000
Poll,
van der
M.
1.000.000
Poort
J.K.
100.000
Poort
J.
100.000
Poot
P.J.
300.000
Rafund
c/o Cial
1.000.000
Recourt
F.
100.000
Rijcke
P.W.J.
11.000.000
Rooijen,
van
J.
200.000
Ruijsch
C.R.
100.000
Ruijsch
300.000
Ruller,
van
D.H.E.
100.000
Schaab-Van
den Berkhof
A.W.
300.000
Schaik,
van
W.M.
100.000
Sijthoff
W.F.
800.000
Smit
I.C.
100.000
Solleveld
P.G.J.
200.000
Spaans
R.J.
500.000
Stibbe
F.
200.000
Stolwijk
Chr.
2.300.000
Storimans
R.L.P.
1.000.000
Teske
H.D.
200.000
Theagpa
b.v.
T.J.J.M.
Snelders
100.000
Toetenel
C.A.
100.000
Tomorrow's
Tulips
Van
der Velden
5.000.000
Tummers
J.
100.000
Velden,
van der
P.
& D.
1.000.000
Velden,
van der
J.
100.000
Veldhuizen,
van
E.W.
100.000
Velthuizen
J.
100.000
Vet,
de
B.A.
100.000
Visser
W.P.M.
200.000
Vlugt,
van der
R.M.A.
100.000
Vries,
de
D.F.
100.000
Vrijburg
J.H.T.
1.300.000
Vromen/Janshen
G.F.A.M.
100.000
Wanninkhof
C.
400.000
Wanninkhof-De
Groodt
J.M.
100.000
Wassenaar
D.R.M.
200.000
Weerens
T.J.V.N.M.
200.000
Welling
J.W.A.M.
100.000
Zijden,
van der,
J.J.C.
200.000
Zwaan
J.N.
100.000
Totaalbedrag
85.200.000
Van
der Poll stelt dat SBC failliet ging door overtredingen van Novacap
De
Autoriteit Financiële Markten heeft bij Novacap ingegrepen en een stille
curator benoemd
Bij
het Openbaar Ministerie is aangifte gedaan door Mark van der Poll,
oud-directeur van failliete Sierteelt Bemiddelings Centrum, van strafbare
feiten die de beheerders van het in opspraak geraakte
tulpenbollenbeleggingsfonds Novacap zouden hebben gepleegd.
Eerste reden
om aangifte te doen. Van der Poll zelf heeft het afgelopen najaar een tijd
vast gezeten voor verhoor. Daarbij kreeg hij een hersenbloeding waarvan hij
nog altijd aan het herstellen is. Een paar weken geleden kregen hij en zijn
advocate S. Koerselman de beschikking over de verslagen van afgetapte
telefoongesprekken uit november 2003. Van der Poll is toen bedreigd, waarna de
politie zonder zijn medeweten besloot om zijn telefoon af te tappen. De
opgenomen gesprekken met onder meer Vrijburg, Van der Voort en HBU-employees
bewijzen volgens Van der Poll onomstotelijk het gelijk van zijn lezing. Daarom
heeft hij ook besloten om de aangifte te doen tegen Vrijburg en Franken.
Franken is overigens onlangs teruggetreden uit de directie van Novacap.
Een tweede
reden voor de aangifte is
een bijeenkomst voor alle Novacap-beleggers eind februari in de Lissese
Nachtegaal. Daar heeft Vrijburg erkend dat Novacap in strijd met de eigen
reglementen al bij voorbaat voor tientallen miljoenen euro’s tulpen had
ingekocht. Volgens de prospectus zou Novacap pas bollen kopen als er een
nieuwe koper was gevonden. Van die bijeenkomst is een bandopname gemaakt. Toen
advocate Koerselman, die ook bij die bijeenkomst aanwezig was, de band
opvroeg, meldde Novacap een dag na de vergadering dat de opname gedeeltelijk
was mislukt.
De beheerders
Marco Vrijburg en Jeannette Franken worden in de aangifte beschuldigd van
onder meer meineed, valsheid in geschrifte, oplichting, btw-fraude en
overtreding van de Wet toezicht beleggingsinstellingen. Van der Poll stelt
echter dat SBC failliet ging door toedoen van Novacap. Vrijburg en Franken
kochten volgens hem met geld van de beleggers voor zeven miljoen extra bollen
voor zichzelf om zodoende extra te verdienen aan het fonds. Het fonds kwam
daardoor geld tekort om aan alle verplichtingen te voldoen. En dáárdoor kwam
SBC in de problemen, zegt hij.
Volgens
Vrijburg en Franken van Novacap is de €85 mln die de fondsparticipanten
in tulpenbollen belegden zoek geraakt door samenzwerende bollenhandelaren,
fouten van huisbank HBU en fraude bij SBC. Ook ABN-Amro dochter de Hollandsche
Bank Unie zou een kwalijke rol hebben gespeeld. De HBU financierde een groot
deel van de beleggingen in Novacap. De bank eiste en kreeg in november
plotseling meer dan veertig miljoen van SBC, waarvan een groot deel onterecht.
De bank wist dat of had dat kunnen weten, stelt Novacap. De betalingen aan de
HBU waren een van de redenen waardoor SBC in financiële problemen kwam en
vervolgens Novacap in het slop raakte.
De
Autoriteit Financiële Markten heeft inmiddels een zogeheten stille curator
benoemd bij Novacap. Daarbij blijft het bestuur in functie, maar moet het
zijn plannen wel eerst voorleggen aan deze functionaris en daarvoor diens
toestemming krijgen. Volgens woordvoerster R. Berghorst gaat de financiële
toezichthouder over tot de benoeming van zo’n bewindvoerder als er twijfels
zijn of de belangen van de beleggers wel het beste gediend worden met de
werkwijze van de fondsbeheerders. Ze wilde verder niet ingaan op de situatie
bij Novacap en al evenmin officieel bevestigen dat er een stille curator is
benoemd.
Een
bandopname van de laatste participantenvergadering, waarop Vrijburg volgens
aanwezigen informatie gaf die strijdig is met zijn eerder afgelegde
verklaringen, is volgens Novacap door technische oorzaken mislukt. Op deze
vergadering zou Vrijburg onder meer hebben erkend, zoals Novacap eerder al
tegenover een krant (Vasco van der Boon) verklaarde, dat een stroman voor
Novacap al voor de officiële start van het fonds voor tientallen miljoenen
euro’s posities had ingenomen op de kleine markt van bollen van nieuwe
tulpenrassen. Het prospectus van het fonds verzwijgt dit.
De
participanten van het fonds zouden dit weekeinde worden geïnformeerd over de
aangifte.
ABN
Amro zette hefboom in tulpenfonds. Fonds kocht bollen zonder contract
DEN
HAAG — ABN Amro-dochter HBU heeft een grotere rol gespeeld in het
verstrekken van leningen aan speculanten in het in problemen geraakte
tulpenbollenbeleggingsfonds Novacap dan tot nu toe bekend was.
Dit
bleek vrijdag bij het getuigenverhoor van HBU-directeur Pascal van den Boogerd
in een procedure die de gedupeerde in bollen handelende gebroeders Ziengs
voeren tegen de voormalige directie van Novacaps bollenmakelaar SBC.
Ook
Novacap-directeur Marco Vrijburg werd gehoord. Hij bevestigt dat er géén
getekende overeenkomst was tussen SBC en Novacap. Dit terwijl het fonds
massaal bollen liet opkopen en verkopen via de later failliet gegane
bollenbemiddelaar SBC. Volgens het prospectus van het fonds was er wel een
overeenkomst tussen SBC en Novacap.
Van
den Boogerd stelt in zijn verhoor aanvankelijk dat HBU alleen ‘op
incidentele basis’ bereid was om participanten in het fonds te financieren.
Eerder was al bekend geworden dat HBU €49 mln voor heeft gefinancierd van de
€85 mln die Novacap heeft opgehaald. Vrijdag overhandigde advocaat Saskia
Koerselman van de van fraude verdachte oud-SBC-directeur Mark van der Pol
kopieën van door HBU-medewerkers getekende kredietovereenkomsten voor een
tweede financieringsronde door HBU van de speculatie in bollen voor nog eens
€29 mln. Van den Boogerd zegt deze kredietovereenkomsten niet te kennen,
terwijl dat volgens hem wel had gemoeten.
Van
den Boogerd, die privé ook met een HBU-lening in Novacap belegde, bevestigt
dat HBU als onderpand voor de kredieten tot 60% van de waarde van de
Novacap-participaties accepteerde. Zo kreeg een belegger met alleen een
inkomen van €55.000 een krediet van €2,3 mln van HBU om participaties in
Novacap te kopen.
Ook
buitenlandse vennootschappen konden om te beleggen in Novacap geld lenen bij
HBU na overhandiging van kopieën van de paspoorten van bestuurders en de
kamer van koophandelgegevens. Voor leningen aan twee hele grote buitenlandse
bolleninvesteerders, MMI en Knighthood van Ton de Krtoes, accepteerde HBU een
borg van SBC. SBC was geen bankrelatie van HBU. HBU had geen due
diligence-onderzoek bij SBC verricht.
Bureau
DPMA van een oud-HBU-manager bracht Novacap-beleggers die geld moesten lenen
aan bij HBU. Novacap-directeur Vrijburg blijkt mede-eigenaar van DPMA te zijn.
HBU heeft €5 mln à €10 mln schade door de affaire.
Hoe schreef de
Telegraaf over het tulpenfonds Novacap?
LISSE, zaterdag
Enkele honderden kwekers in de bollenstreek dreigen in grote financiële
problemen te raken als gevolg van het tulpenbollenschandaal dat zich momenteel
afspeelt in Lisse. Ook prominente particuliere beleggers in het NovaCap Floralis
Termijnfonds en de Hollandsche Bank Unie (HBU), onderdeel van ABN Amro, lijken
slachtoffer te worden van wat veel weg heeft van een herhaling van de
zeventiende-eeuwse 'tulpomanie' Het is bijna vierhonderd jaar geleden dat brede
lagen van de Nederlandse bevolking hun hoofd op hol lieten brengen door de
oplopende prijzen van tulpenbollen. In de herfst en winter van 1636 liepen de
prijzen voor het op dat moment zéér exclusieve bolgewas razendsnel op, om in
de maand februari van 1637 scherp onderuit te gaan. Op dat moment hadden velen -
rijk en arm - zich echter al diep in de schulden gestoken om te kunnen meedoen
aan de koortsachtige handel, die sindsdien bekend staat als tulpomanie. Zij
verloren huis en haard en werden veroordeeld tot het levenslang aflossen van
schulden. De huidige paniek in de bollenstreek is goed te vergelijken met de
chaotische situatie die zich in de zeventiende eeuw op vrijwel dezelfde plek
moet hebben voorgedaan. Kwekers en beleggers dreigen meegesleept te worden in
het op handen zijnde faillissement van SBC, één van de drie grootste
bemiddelingsbedrijven uit Lisse. SBC treedt op als makelaar bij de handel in
bloembollen, maar blijkt nu op grote schaal valse koopovereenkomsten te hebben
opgesteld. De omzet schoot hierdoor binnen één jaar van €200 miljoen omhoog
tot €900 miljoen. Bovendien zou het bedrijf tegen alle regels in zelf posities
hebben ingenomen in de zéér speculatieve bollenhandel. SBC-bestuurder Mark van
der P., die volgens zijn collega-bestuurder verantwoordelijk is voor de
onregelmatigheden, werd om deze reden geschorst. Eerder deze week werd surseance
van betaling verleend aan SBC, en de daarbij behorende 'Stichting Derdengeld',
waarlangs de betalingen voor de bloembollenhandel lopen. Schuldeisers zijn onder
meer handelaren en kwekers die nog grote bedragen van SBC tegoed hebben. De door
de Haagse rechtbank aangestelde bewindvoerder Eelke Muller tracht sinds
afgelopen woensdag het bedrijf overeind te houden, maar volgens goed ingevoerde
bronnen is er geen redden meer aan. "Vrijwel alle handelaren komen terug op
hun koopcontracten. Iedereen beweert dat hun zogeheten koopbriefjes vals zijn,
of dat nou juist is of niet. Afnemers vrezen dat het schandaal een ineenstorting
van de bollenprijzen tot gevolg zal hebben en hebben daarom geen zin meer om de
eerder overeengekomen prijs te betalen", aldus een ingewijde. Voorzitter
Sjaak Langeslag van de belangenvereniging van kwekers KAVB (Koninklijke Algemene
Vereniging van Bloembollencultuur) bevestigt de angst onder kwekers voor de
gevolgen van de deconfiture van het bemiddelingsbedrijf. "De telefoon staat
hier al een week roodgloeiend. Veel kwekers wachten al weken op een betaling uit
de Stichting Derdengeld van SBC voor reeds verkochte partijen bollen, maar die
betalingen blijven nu uit als gevolg van de liquiditeitsproblemen van het
bemiddelingsbureau", aldus Langeslag. Volgens de belangenvereniging gaat
het daarbij om vorderingen die kunnen oplopen tot miljoenen euro's, waardoor
faillissementen van betrokken kwekers niet worden uitgesloten. Volgens
handelaren kan dit een forse knauw voor de export van Nederlandse bollen tot
gevolg hebben. Een aanslag op onze exportpositie zou nieuwe aanbieders uit onder
meer Chili, Frankrijk en Nieuw-Zeeland in de kaart spelen. Volgens Connie van
der Berg, tot voor kort actief als tulpenhandelaar in New York, staan deze
landen te dringen om hun marktaandeel in de VS te vergroten. Volgens Joop
Zwetsloot, voormalig directeur van het concurrerende bemiddelingsbureau Hobaho
in Lisse, is het bollenschandaal aangezwengeld door de komst van het
beleggingsfonds NovaCap Floralis eerder dit jaar. "Dat fonds, op zich een
uitstekend initiatief om de ontwikkeling van nieuwe tulpensoorten te
financieren, bracht in korte tijd zo'n tachtig miljoen euro aan vreemd vermogen
in de sector. Uit de geschiedenis blijkt telkens weer dat de handel in dat soort
situaties op hol slaat. Na de tulpomanie uit de zeventiende eeuw hebben we
namelijk soortgelijke drama's meegemaakt. Eerst met de opkomst van hyacinten en
korter geleden met het populair worden van de leliebol. Je ziet dat er zich in
zulke situaties plotseling verkeerde mensen mee gaan bemoeien. Dan weet je dat
het fout gaat eindigen." Bestuurders Marco Vrijburg en Jeannette Franken
van het beleggingsfonds NovaCap Floralis zijn nog vol goede moed over de goede
afloop voor de beleggers van wie zij geld geïnvesteerd hebben in tulpen. Het
wankelende SBC zorgde voor de aan- en verkoop van de tulpenbollen van NovaCap.
Inmiddels is gebleken dat ook van deze transacties er tenminste één ongeldig
is. Het fonds deed hiervan aangifte bij de politie. Gevreesd mag worden dat
eveneens (een deel van) de overige contracten nietig zal blijken. Aangezien het
beleggingsfonds inmiddels betaald heeft aan SBC voor de transacties, bestaat de
kans dat ook de NovaCap-beleggers zich zullen moeten voegen bij het groeiend
aantal schuldeisers van SBC. Een groot deel van de beleggingen werden
gefinancierd door de Rotterdamse bank HBU. Naar verluidt heeft de bank nog een
vordering van €5,4 miljoen op SBC. HBUzelf zegt uitsluitend vorderingen op
individuele beleggers te hebben. "Er is maar één verklaring voor de
huidige chaos, en dat is hebzucht", zegt ex-tulpenhandelaar Corrie van der
Berg. "Het kweken van nieuwe tulpensoorten is een zeer risicovolle
onderneming. Want je weet nooit hoe de tulp uiteindelijk uitpakt en bovendien
duurt het bijna twintig jaar voordat de nieuwe soort daadwerkelijk klaar is voor
de markt. Op dat moment kunnen de marktomstandigheden alweer gewijzigd zijn,
waardoor het gissen is naar de prijs die dan voor de tulp in kwestie gevraagd
kan worden", aldus Van der Berg. Van der Berg zit aan de stamtafel van het
restaurant 'Den Oude Heere' in het centrum van Lisse en spot met de beleggers
die hun geld in het tulpenfonds hebben gestopt. "Ik hoor dat er diverse
prominente Nederlanders zijn ingestapt. Een duidelijker voorbeeld van
'schoenmaker houd je bij je leest' kun je je eigenlijk niet voorstellen."
Ook Leo van Duijn, voormalig kweker uit Rijnsburg die een fortuin verdiende met
zijn bollen, werd eerder dit jaar benaderd om te beleggen in het tulpenfonds.
"Het rendement van ruim dertig procent deed me direct vermoeden dat het
daar niet pluis zat. Daarom heb ik ze voorgesteld om mij slechts tien procent te
geven en de rest van de opbrengst zelf te houden. In ruil daarvoor wilde ik
echter wel een bankgarantie van ze hebben. Vervolgens heb ik er nooit meer iets
van gehoord."
Telegraaf 11 november 2004. ABN wijst miljoenenclaim af in Lissense bollenfraude
AMSTERDAM,
donderdag
ABN Amro heeft een schadeclaim van enkele tientallen miljoenen afgewezen, die
het door fraude geplaagde beleggingsfonds Novacap afgelopen juni bij een
dochterbedrijf van de bank heeft neergelegd. De bank acht zich niet schuldig
noch aansprakelijk voor de ruim €116 miljoen schade die het fonds door de
fraude met tulpenbollen heeft geleden. In reactie daarop heeft het fonds de
betrokken ABN Amro-dochter Hollandsche Bank Unie (HBU) deze week gedagvaard. De
fraudeaffaire rond het beleggingsfonds Novacap, met bekende participanten zoals
Cor Boonstra, ABN-topman Jan Maarten de Jong en Willem Sijthoff, breidt zich met
de dagvaarding van de ABN Amro-dochter steeds verder uit. HBU bank zou volgens
Novacap op de hoogte zijn geweest van onregelmatigheden bij het inmiddels
failliete commissionairshuis Sierteelt Bemiddelings Centrum (SBC) uit Lisse,
maar greep desondanks niet in. Dat heeft de Novacap-directie gisteren bevestigd.
Het SBC speelde een sleutelrol bij een constructie van fake -handelsposities
waarmee een aantal grote bollenhandelaren het beleggingsfonds uitkleedden. Zij
zetten een carrousel van bollenhandel op, waarbij de bollenprijzen binnen enkele
maanden extreem werden opgedreven en het fonds daar uiteindelijk voor opdraaide.
Het betaalde daardoor ruim €41 miljoen teveel voor de tulpenbollen. Afgelopen
maand werden negen personen aangehouden en verhoord door de FIOD-ECD in een
strafrechtelijk onderzoek van het openbaar ministerie. Onder hen bevonden zich
twee bestuurders van SBC. De verdenkingen aan het adres van HBU kwamen al in een
eerder stadium naar boven. De curator in het faillissement van SBC noemde het
eind vorig jaar 'opvallend' dat er enkele dagen voor het omvallen van SBC vele
miljoenen werden overgemaakt aan HBU. De curator heeft sindsdien nog niet
aangegeven of er in zijn ogen daadwerkelijk sprake was van strafbaar 'paulianeus'
handelen (geld wegsluizen in het zicht van een faillissement) door HBU. HBU was
één van de grootste schuldeisers van SBC, doordat het voor €50 miljoen
leningen had verstrekt aan een groot aantal participanten in het fonds,
waaronder aan de genoemde handelaren met fake -posities. Deze posities dienden
ook nog eens als zekerheid van deze leningen. Volgens betrokkenen werd kort voor
het faillissement van SBC duidelijk dat de nepposities voor enkele tientallen
miljoenen waren verrekend met schemerige ondernemingen in Engeland en
Zwitserland. Kort daarna zou HBU bij SBC op betaling van - naar verluidt €40
miljoen - hebben aangedrongen. Een woordvoerder van HBU ontkent de aantijgingen
van Novacap. Verder commentaar kan de bank niet geven.
Telegraaf 010904.
Inval Fiod bij verdachten tulpenfraude in Lisse
LISSE, woensdag
De fiscale opsporingsdienst Fiod/ECD heeft gisteren in Lisse invallen gedaan bij
twee verdachten van een miljoenenfraude met handel in tulpenbollen. De
betrokkenen zijn ingerekend en worden momenteel verhoord. Tot de gedupeerden van
de fraude behoort onder meer voormalig Philips-topman Cor Boonstra, die
waarschijnlijk kan fluiten naar een groot deel van zijn ingelegde €200.000.
Tijdens de invallen, waarbij tientallen agenten van het lokale politiekorps
werden ingezet, doorzocht de Fiod ook de woonhuizen van de verdachten. Bij deze
doorzoekingen werden grote hoeveelheden administratie in beslag genomen. Dit
wordt bevestigd door het Functioneel Parket in Den Haag, een onderdeel van het
openbaar ministerie (OM) dat zich bezighoudt met grote fraudezaken. "Het
onderzoek richt zich op onregelmatigheden in termijntransacties met
tulpenbollen", stelt een woordvoerder. De aangehouden verdachten zijn
Hennie van der V. en Mark van der P., twee voormalige bestuurders van het eerder
dit jaar omgevallen bloembollenhandelscentrum SBC. Van verdachte Hennie van der
V. wordt door goedingelichte bronnen beweerd dat zij kort na het faillissement
vrijwel al haar bezittingen op naam van haar echtgenoot heeft laten zetten, om
vervolgens van hem te scheiden. Op deze manier zou zij verhaalsacties van
gedupeerden willen bemoeilijken. Het strafrechtelijk onderzoek, dat geleid wordt
door fraudeofficier Joost Tonino van het Functioneel Parket, werd eerder dit
jaar geopend naar aanleiding van een aangifte door het beleggingsfonds Novacap
Floralis, dat de dupe werd van de fraude. Volgens het fonds, dat belegde in
nieuwe tulpenrassen, is er sprake van een samenwerkende groep bloementelers,
veredelaars en bemiddelaars die de bollenprijzen voor de komst van het fonds
enorm opdreef en daarbij gebruik maakte van buitenlandse spookfirma's.
Telegraaf 18
augustus 2004: Een groep beleggers laat daarentegen vandaag beslag leggen op
alle bezittingen van de fondsbestuurders vanwege wanprestatie
Voormalig
Philips-topman Cor Boonstra en ABN Amro-kopstuk Jan Maarten de Jong, tot voor
kort lid van de raad van bestuur, behoren tot de groep beleggers die eerder dit
jaar voor €44 miljoen zijn opgelicht in het tulpenfonds Novacap.Het
tulpendrama toont aan dat Boonstra niet altijd geluk heeft met zijn privé-beleggingen,
zoals tijdens diens omstreden aankoop van Endemol-stukken op de vooravond van de
overname door het Spaanse Telefonica. De vermogende ex-bestuurder van Philips
bevestigt met hoorbare tegenzin zijn deelname in het belazerde fonds, waar hij
vorig jaar voor €200.000 instapte. "Het is een schande dat zoiets in ons
land kan voorkomen", bromt hij vanaf zijn vakantieadres. Boonstra zou
geadviseerd zijn in het fonds te stappen door Jan Maarten de Jong, tot 2002
topman van ABN Amro en inmiddels adviseur van de raad van bestuur bij de bank.
Diens betrokkenheid is pikant, aangezien vrijwel alle deelnemers hun inleg
grotendeels lieten financieren door ABN Amro-dochter HBU Bank. De Jong, die niet
wil reageren, legde zelf €300.000 in. De fraude werd volgens Novacap gepleegd
door een groep bloementelers, veredelaars en bemiddelaars die de bollenprijzen
voor de komst van het beleggingsfonds enorm opdreven. Soms ging het daarbij om
tulpensoorten die aanvankelijk €10 per kilo in de handel deden en die na
tussenkomst van de fraudeurs voor €200 werden verkocht aan het fonds. Dat zit
daardoor opgescheept met grote hoeveelheden bollen die maar een fractie van de
aanschafwaarde opbrengen. Novacap heeft intussen beslag gelegd bij diverse
bloembollenbedrijven en voert diverse procedures. Een groep beleggers laat
daarentegen vandaag beslag leggen op alle bezittingen van de fondsbestuurders
vanwege wanprestatie.
Telegraaf 270304
Gebrek aan vakkennis werd bollenfonds fataal'
LISSE, zaterdag
Het door fraude wankelende tulpenbeleggingsfonds NovaCap Floralis, waar diverse
prominente Nederlanders in deelnemen, was bij voorbaat gedoemd te mislukken.
"De beheerders hebben de ballen verstand van de bollenhandel. Daar begon
het mee", zo verklaart Cees van der Velden, directeur van bloembollenteler
Holland Bolroy Markt (Bolroy). Bolroy uit Heiloo, toonaangevend in de
bollensector met ruim 700 werknemers, maakt volgens de beheerders van NovaCap
deel uit van een frauderende groep die het fonds samen met vijf andere
bollenbedrijven voor €44 miljoen hebben kaalgeplukt. Door middel van
prijsopdrijving en fake -transacties met enkele buitenlandse spookfirma's in
Engeland, Zwitserland en de Virgin Islands, zouden zij het beleggingsfonds een
rad voor ogen hebben gedraaid. Eerder deze maand liet het fonds om die reden
beslag leggen op onroerend goed en aandelen bij onder meer Bolroy. Cees van der
Velden, directeur van Bolroy, is zwaar aangeslagen door de beschuldigingen van
NovaCap. Zelf zegt hij zich nooit schuldig gemaakt te hebben aan het opdrijven
van de bollenprijzen: "Ik heb altijd tegen marktconforme prijzen verkocht.
" Bij NovaCap wordt met hoongelach gereageerd op zijn ontkenning. Volgens
de beheerders heeft hij zelfs handel gepleegd met Holland Iris Select, een van
zijn eigen dochterbedrijven om zo de prijzen te kunnen laten stijgen. Ook zou
Van der Velden zelf deelnemen in een van de spookfirma's uit Zwitserland
waarvoor ten minste €8 miljoen aan tulpenbollen is geleverd. Beide
beschuldigingen worden door Van der Velden weggewuifd. Hij zegt juist zwaar
gedupeerd te zijn door het Zwitserse bedrijf. "Ik heb bollen aan ze
geleverd en nooit enige betaling ontvangen. En de handel met Holland Iris Select
vond plaats omdat betreffende bollenpartijen op dat moment niet door de markt
opgenomen konden worden." NovaCap zwaait volgens hem als een wilde om zich
heen "zonder een concreet feit te leveren waarop zij haar beschuldigingen
baseert". Dát er door diverse partijen aan prijsopdrijving werd gedaan om
het fonds een poot uit te draaien, staat ook voor Van der Velden als een paal
boven water. Een deel van de winsten die de bollenhandelaren bij dit speculeren
opstreken, werd ingezet om bij (ABN Amro-dochter) HBU Bank een financiering los
te krijgen. Bijna driekwart van de aankopen door NovaCap liepen via het
eenmansbedrijfje Interbulb uit Lisse. "De tussenkomst van Interbulb was
bedoeld om speculatie in de markt te voorkomen. Achteraf werd duidelijk dat dit
eenmansbedrijf deel uitmaakte van het fraudeplan", aldus de directie van
NovaCap. Naar verluidt hield het bedrijfje aan de antispeculatietussenkomst
enkele miljoenen euro's over, wat voor een deel in het fonds werd gestopt.
"Het leverde hen zodoende gratis een forse participatie in het tulpenfonds
op", aldus Van der Velden. Mark van der Poll, door betrokkenen aangeduid
als hoofdverdachte in de fraudezaak, reageert gelaten op de uitspraken van
NovaCap en Van der Velden. Volgens hem is het beleggingsfonds NovaCap in de
problemen gekomen door een combinatie van administratieve chaos en het negeren
van afspraken door de beheerders van NovaCap.
Telegraaf 240304
Konkelende bollenhandel draait tulpenfonds nek om
LISSE, woensdag
Een groep van samenspannende bloembollentelers, veredelaars en bemiddelaars
hebben het beleggingsfonds NovaCap Floralis, waar diverse prominente
Nederlanders in deelnemen, op slinkse wijze voor minimaal €44 miljoen
opgelicht. Zij werkten hierbij met schimmige buitenlandse vennootschappen. Dit
blijkt uit diepgravend onderzoek van de beheerder van het fonds. Inmiddels loopt
er een justitieel onderzoek naar de fraude. De rampzalige handel van NovaCap in
nieuwe tulpenrassen staat intussen bekend als een moderne variant op de
'tulpomanie' uit de zeventiende eeuw, waarbij beleggers massaal het schip
ingingen door te speculeren met bloembollen. Een belangrijk verschil met het
drama uit de Gouden Eeuw is dat er dit keer ordinaire fraude in het spel lijkt
te zijn. Beheerders van het beleggingsfonds spreken over een 'frauderende
groep', waaronder het toonaangevende bedrijf Holland Bolroy uit Heiloo, die
NovaCap een overgroot deel van de door beleggers ingelegde €85 miljoen heeft
weten te ontfutselen. Het bewijsmateriaal daarvan is overgedragen aan het
openbaar ministerie (OM). Bij zes betrokken bedrijven en hun bestuurders zijn in
de afgelopen weken beslagen gelegd. Holland Bolroy was de eerste teler die de
beslagen voor de rechter aanvocht, maar zonder resultaat. De rechtbank in
Alkmaar vond dat er te veel twijfels waren over de handelswijze van het bedrijf.
Direct na de uitspraak werden de rechtszaken van de overige 'beslagen' bedrijven
ingetrokken. "Zij zagen in dat hen eenzelfde uitspraak stond te wachten,
met alle bijbehorende publiciteit", weet een zegsman van NovaCap. De
bollenfraude werkte volgens het fonds als volgt. Een groep van toonaangevende
telers in de omgeving van Lisse besloot vorig jaar, in het zicht van de komst
van het beleggingsfonds, tot opdrijving van de tulpenprijzen. "In sommige
gevallen ging het om tulpensoorten die aanvankelijk €10 per kilo in de handel
deden en die na tussenkomst van de frauderende groep voor €200 per kilo aan
het fonds werden verkocht", stelt de woordvoerder. De telers werkten
daarbij samen met enkele veredelaars en bestuurders van het inmiddels
gefailleerde bemiddelingscentrum SBC uit Lisse, zo meent het fonds. Om de
prijsopdrijving niet te laten opvallen, zorgde de groep van fraudeurs tevens
voor afnemers die bereid waren om de bollen van het fonds over te nemen tegen de
veel te hoge prijzen. Daarbij ging het vaak om kleine telers. "De kopende
telers gingen akkoord met de waanzinnig hoge aankoopprijzen, omdat zij de bollen
direct konden doorverkopen voor nóg meer geld", aldus een betrokkene. De
laatste kopers in het rijtje bleken echter spookfirma's op onder meer de Virgin
Islands, vermoedelijk gelieerd aan de frauderende groep, die hun
koopverplichtingen niet nakwamen. Mede hierdoor stortte eind vorig jaar de
complete carrousel in elkaar. De kopende telers herriepen vervolgens massaal hun
koopcontracten, omdat zij zagen aankomen dat zij anders met de dure bollen
opgezadeld dreigden te worden. Zodoende zit het fonds nu met een enorme
hoeveelheid overgewaardeerde tulpenbollen in haar maag. De beheerder stelt
echter over zodanige bewijzen tegen de fraudeurs te beschikken, dat het hen niet
zal lukken hiermee weg te komen. De frauderende groep kon NovaCap betrekkelijk
eenvoudig een rad voor ogen draaien, doordat zij om raad zijn gevraagd bij de
oprichting van het fonds. Zij brachten de 'branchevreemde' fondsbeheerders de
nodige kennis van zaken over de bollenhandel bij. "We hebben bijna een jaar
lang met ze opgetrokken. Gezamenlijk gingen we naar zogeheten velddagen, waar we
controleerden of de prijzen van de bollen wel reëel waren. Achteraf blijkt dat
we daarbij doelbewust langs partijen zijn geleid die aan de fraude meewerkten.
Het was één groot toneelspel", aldus de beheerders. Opvallend is dat
zegslieden in de fraudekwestie vrijwel geen van allen bij naam genoemd willen
worden. "Het gaat om grote belangen en er zijn in dit dossier al genoeg
mensen bedreigd. Ik wil daar liever buiten blijven", aldus één van hen.
Gedoeld wordt op onder meer de bedreigingen aan het adres van de directie van
het bemiddelingsbedrijf SBC. Inmiddels is het functioneel parket, een onderdeel
van het openbaar ministerie dat gespecialiseerd is in fraudebestrijding, een
justitieel onderzoek gestart naar de bollenfraude. Het onderzoek wordt geleid
door fraudeofficier Joost Tonino. De financiële opsporingsdienst Fiod-ECD heeft
een team in het leven geroepen. Het tulpenteam eiste onlangs bij diverse
betrokkenen administraties op. De directie van Holland Bolroy was gisteren niet
bereikbaar voor commentaar.
Telegraaf 060304
Wankelend tulpenfonds legt beslag bij kwekers
AMSTERDAM,
zaterdag
Het NovaCap Floralis beleggingsfonds uit Lisse, dat namens beleggers geld stopte
in de ontwikkeling van nieuwe tulpenrassen, heeft afgelopen week voor tientallen
miljoenen euro's beslag gelegd bij een groot aantal bloemenkwekers in de
bollenstreek. De beheerders van het fonds vermoeden dat het fonds slachtoffer is
geworden van een omvangrijke fraude. Zij hebben hiervan inmiddels ook aangifte
gedaan bij justitie. De vele tientallen beslagleggingen vormen het volgende
hoofdstuk in de 'tulpomanie' die zich het afgelopen jaar voordeed op de
geestgronden rond Lisse. Ruim honderd miljoen euro werd door beleggers gestoken
in de ontwikkeling van nieuwe tulpenrassen, waarvan €85 miljoen via het
beleggingsfonds NovaCap. Zij hoopten daarmee binnen twee jaar een rendement van
40% te kunnen maken, maar dat bleek ijdele hoop. Naar het zich laat aanzien
kunnen de meeste beleggers - waaronder een groot aantal prominente Nederlanders
- straks naar hun inleg fluiten. Het beleggingsfonds NovaCap besloot afgelopen
woensdag de aanval te openen op een 'samenwerkende groep' waarvan zij het
vermoeden heeft dat deze het beleggingsfonds heeft willen oplichten. Naar
verluidt heeft NovaCap bij deze groep inmiddels beslagen gelegd ter hoogte van
ruim €44 miljoen. Daarnaast is er voor tientallen miljoenen beslag gelegd bij
kwekers die hun koopcontracten met het fonds niet willen nakomen. Het fonds
NovaCap Floralis belegde afgelopen jaar in vorderingen die voortvloeien uit
termijntransacties in tulpenbollen van nieuwe rassen. Ruim driekwart van de
betrokken kopers van de betreffende bollen vechten echter hun contract met
NovaCap aan, nadat er onregelmatigheden waren geconstateerd bij het betrokken
bollenmakelaarsbedrijf SBC. Hierdoor dreigt de complete opzet van het fonds in
te storten, met name omdat NovaCap voor de betreffende transacties reeds betaald
heeft aan SBC. Op SBC valt inmiddels weinig meer te verhalen, aangezien dit
bedrijf eind vorig jaar failliet ging. SBC viel om nadat gebleken was dat het op
grote schaal valse koopovereenkomsten had opgesteld. De kopers van de bollen
beroepen zich hier op, maar volgens NovaCap tracht het merendeel van hen onder
de overeenkomsten uit te komen uit vrees voor een kelderende bollenprijs.
Afgelopen woensdag werd door een ruime meerderheid van participanten in het
fonds ingestemd met het opstarten van procedures tegen de vermoedelijke
fraudeurs en hen die de koopovereenkomsten niet nakomen. De rumoerige
bijeenkomst van participanten in Lisse werd streng beveiligd door een
particuliere bewakingsdienst.
Telegraaf 130104 Verdachte tulpenfraude zette bedreiging in scène'
LISSE, dinsdag
De voormalige bestuurder van het Sierteelt Bemiddelingscentrum (SBC) uit Lisse,
waar afgelopen maand een miljoenenfraude met de handel in tulpenbollen aan het
licht kwam, heeft bedreigingen aan diens eigen adres en aan dat van zijn
collega-bestuurder in scène gezet. Dit meldt de curator van het inmiddels
bankroete SBC. Betrokkene ontkent de beschuldiging. Enkele honderden kwekers en
particuliere beleggers vrezen in financiële problemen te raken als gevolg van
het tulpenbollenschandaal dat zich al wekenlang ontrolt op de geestgronden rond
Lisse. De kwekers zitten vergeefs te wachten op betalingen voor geleverde
bloembollen, terwijl de beleggers - sommigen rechtstreeks bij SBC, anderen via
het beleggingsfonds Novacap Floralis - bang zijn opgescheept te worden met
waardeloze tulpen in plaats van de voorgeschotelde rendementen van 30% op hun
(vaak gefinancierde) inleg. Onaannemelijk is dat niet, aangezien vrijwel alle
contractspartners van Novacap de koopovereenkomsten met het fonds betwisten. Uit
het eerste verslag van curator Eelke Muller over het failliete SBC blijkt dat de
komst van het genoemde beleggingsfonds, dat €80 miljoen in de sector pompte,
een belangrijke factor is geweest voor de ontsporing van de speculatieve
bollenhandel. "De markt die lucht had gekregen van de komst van 'de zak met
geld' van Novacap, lijkt hier een voorschotje op genomen te hebben",
schrijft de curator van het omgevallen commissionairshuis. De handel in
tulpenbollen via SBC liep in de tweede helft van het afgelopen jaar volledig uit
de hand, zo blijkt uit het curatoronderzoek. In amper vier maanden maakte het
bedrijf een omzet van ruim €500 miljoen, terwijl de omzet in de totale sector
afgelopen jaar €611 miljoen bedroeg. De administratie van de handel via SBC
kon het snel stijgende aantal transacties niet bijhouden. Zo ging er volgens de
curator in de laatste weken bij het bedrijf €100 miljoen doorheen, hetgeen
ongecontroleerd werd uitgekeerd aan verkopers. SBC-bestuurder Van der P. wordt
door de curator in diens verslag "Spin in het transactieweb", genoemd.
P. schreef vaak zelf aan- en verkoopcontracten, die hij vervolgens ter
goedkeuring voorlegde aan betrokken partijen. Veel van deze partijen betwisten
nu de totstandkoming van de bewuste overeenkomsten. Volgens de bewindvoerder is
P. ook schuldig aan het in scène zetten van bedreigingen met fysiek geweld,
gericht op hemzelf en een collega. P. beweerde vlak voor het omvallen van SBC
telefonisch bedreigd te zijn door schuldeisers die substantiële betalingen
verlangden. "Uit politieonderzoek bleek dat deze bedreigingen door Van der
P. waren geënsceneerd", aldus de curator. Volgens Saskia Koerselman,
raadsvrouw van P., is de curator tot zijn bevindingen gekomen op basis van
uitspraken van een collega-bestuurder bij SBC. "De betreffende bestuurder
heeft zelf haar paspoort moeten inleveren in verband met
bestuurdersaansprakelijkheid, dus dan weet u hoe betrouwbaar zij geacht moet
worden." De curator wilde gisteren niet reageren.
Telegraaf
SBC: komst beleggingsfonds Novacap Floralis leidde tot ontsporing tulpenhandel
De
komst van het beleggingsfonds Novacap Floralis is een belangrijke factor geweest
voor de ontsporing van de speculatieve bollenhandel. De markt had blijkbaar
lucht gekregen van de 80 miljoen die Novacap in de sector pompte en had hier
vast een voorschot op genomen. Dat schrijft Eelke Muller (33),
curator van het failliette Sierteelt Bemiddelings Centrum (SBC) in zijn eerste
verslag.Uit het onderzoek van de curator blijkt dat de
handel in tulpenbollen via de SBC in de tweede helft van 2003 volledig uit de
hand gelopen is. In minder dan vier maanden boekte SBC een omzet van liefst 500
miljoen euro. Dat terwijl de totale omzet in de tulpensectorsector over 2003
slechts 611 miljoen euro bedroeg. De administratie van SBC kon het snel
stijgende aantal transacties niet bijhouden waardoor er in de laatste weken voor
100 miljoen euro ongecontroleerd aan verkopers werd uitgekeerd. Volgens Muller
is SBC-bestuurder Van der P. "de spin in het transactieweb". Van der
P. schreef vaak zelf aan- en verkoopcontracten, die hij vervolgens ter
goedkeuring voorlegde aan betrokken partijen. De totstandkoming van de bewuste
overeenkomsten wordt nu door veel partijen betwist. Bron: Telegraaf, 13/01/04
Ook Leo van Duijn,
voormalig kweker uit Rijnsburg: "Het rendement van ruim dertig procent deed
me direct vermoeden dat het daar niet pluis zat. Daarom heb ik ze voorgesteld om
mij slechts tien procent te geven en de rest van de opbrengst zelf te houden. In
ruil daarvoor wilde ik echter wel een bankgarantie van ze hebben. Vervolgens heb
ik er nooit meer iets van gehoord."
Telegraaf 29
november 2003.
Het is bijna
vierhonderd jaar geleden dat brede lagen van de Nederlandse bevolking hun hoofd
op hol lieten brengen door de oplopende prijzen van tulpenbollen. In de herfst
en winter van 1636 liepen de prijzen voor het op dat moment zéér exclusieve
bolgewas razendsnel op, om in de maand februari van 1637 scherp onderuit te
gaan. Op dat moment hadden velen - rijk en arm - zich echter al diep in de
schulden gestoken om te kunnen meedoen aan de koortsachtige handel, die
sindsdien bekend staat als tulpomanie. Zij verloren huis en haard en werden
veroordeeld tot het levenslang aflossen van schulden.
De huidige paniek in de bollenstreek is goed te vergelijken met de chaotische
situatie die zich in de zeventiende eeuw op vrijwel dezelfde plek moet hebben
voorgedaan. Kwekers en beleggers dreigen meegesleept te worden in het op handen
zijnde faillissement van SBC, één van de drie grootste bemiddelingsbedrijven
uit Lisse. SBC treedt op als makelaar bij de handel in bloembollen, maar blijkt
nu op grote schaal valse koopovereenkomsten te hebben opgesteld. De omzet schoot
hierdoor binnen één jaar van €200 miljoen omhoog tot €900 miljoen.
Bovendien zou het bedrijf tegen alle regels in zelf posities hebben ingenomen in
de zéér speculatieve bollenhandel. SBC-bestuurder Mark van der P., die volgens
zijn collega-bestuurder verantwoordelijk is voor de onregelmatigheden, werd om
deze reden geschorst. Eerder deze week werd surseance van betaling verleend aan
SBC, en de daarbij behorende 'Stichting Derdengeld', waarlangs de betalingen
voor de bloembollenhandel lopen. Schuldeisers zijn onder meer handelaren en
kwekers die nog grote bedragen van SBC tegoed hebben. De door de Haagse
rechtbank aangestelde bewindvoerder Eelke Muller tracht sinds afgelopen woensdag
het bedrijf overeind te houden, maar volgens goed ingevoerde bronnen is er geen
redden meer aan. "Vrijwel alle handelaren komen terug op hun
koopcontracten. Iedereen beweert dat hun zogeheten koopbriefjes vals zijn, of
dat nou juist is of niet. Afnemers vrezen dat het schandaal een ineenstorting
van de bollenprijzen tot gevolg zal hebben en hebben daarom geen zin meer om de
eerder overeengekomen prijs te betalen", aldus een ingewijde.
Voorzitter Sjaak Langeslag van de belangenvereniging van kwekers KAVB
(Koninklijke Algemene Vereniging van Bloembollencultuur) bevestigt de angst
onder kwekers voor de gevolgen van de deconfiture van het bemiddelingsbedrijf.
"De telefoon staat hier al een week roodgloeiend. Veel kwekers wachten al
weken op een betaling uit de Stichting Derdengeld van SBC voor reeds verkochte
partijen bollen, maar die betalingen blijven nu uit als gevolg van de
liquiditeitsproblemen van het bemiddelingsbureau", aldus Langeslag. Volgens
de belangenvereniging gaat het daarbij om vorderingen die kunnen oplopen tot
miljoenen euro's, waardoor faillissementen van betrokken kwekers niet worden
uitgesloten. Volgens handelaren kan dit een forse knauw voor de export van
Nederlandse bollen tot gevolg hebben. Een aanslag op onze exportpositie zou
nieuwe aanbieders uit onder meer Chili, Frankrijk en Nieuw-Zeeland in de kaart
spelen. Volgens Connie van der Berg, tot voor kort actief als tulpenhandelaar in
New York, staan deze landen te dringen om hun marktaandeel in de VS te
vergroten. Volgens Joop Zwetsloot, voormalig directeur van het concurrerende
bemiddelingsbureau Hobaho in Lisse, is het bollenschandaal aangezwengeld door de
komst van het beleggingsfonds NovaCap Floralis eerder dit jaar. "Dat fonds,
op zich een uitstekend initiatief om de ontwikkeling van nieuwe tulpensoorten te
financieren, bracht in korte tijd zo'n tachtig miljoen euro aan vreemd vermogen
in de sector. Uit de geschiedenis blijkt telkens weer dat de handel in dat soort
situaties op hol slaat. Na de tulpomanie uit de zeventiende eeuw hebben we
namelijk soortgelijke drama's meegemaakt. Eerst met de opkomst van hyacinten en
korter geleden met het populair worden van de leliebol. Je ziet dat er zich in
zulke situaties plotseling verkeerde mensen mee gaan bemoeien. Dan weet je dat
het fout gaat eindigen."
Bestuurders Marco Vrijburg en Jeannette Franken van het beleggingsfonds NovaCap
Floralis zijn nog vol goede moed over de goede afloop voor de beleggers van wie
zij geld geïnvesteerd hebben in tulpen. Het wankelende SBC zorgde voor de aan-
en verkoop van de tulpenbollen van NovaCap. Inmiddels is gebleken dat ook van
deze transacties er tenminste één ongeldig is. Het fonds deed hiervan aangifte
bij de politie. Gevreesd mag worden dat eveneens (een deel van) de overige
contracten nietig zal blijken. Aangezien het beleggingsfonds inmiddels betaald
heeft aan SBC voor de transacties, bestaat de kans dat ook de NovaCap-beleggers
zich zullen moeten voegen bij het groeiend aantal schuldeisers van SBC. Een
groot deel van de beleggingen werden gefinancierd door de Rotterdamse bank HBU.
Naar verluidt heeft de bank nog een vordering van €5,4 miljoen op SBC. HBUzelf
zegt uitsluitend vorderingen op individuele beleggers te hebben.
"Er is maar één verklaring voor de huidige chaos, en dat is
hebzucht", zegt ex-tulpenhandelaar Corrie van der Berg. "Het kweken
van nieuwe tulpensoorten is een zeer risicovolle onderneming. Want je weet nooit
hoe de tulp uiteindelijk uitpakt en bovendien duurt het bijna twintig jaar
voordat de nieuwe soort daadwerkelijk klaar is voor de markt. Op dat moment
kunnen de marktomstandigheden alweer gewijzigd zijn, waardoor het gissen is naar
de prijs die dan voor de tulp in kwestie gevraagd kan worden", aldus Van
der Berg. Van der Berg zit aan de stamtafel van het restaurant 'Den Oude Heere'
in het centrum van Lisse en spot met de beleggers die hun geld in het
tulpenfonds hebben gestopt. "Ik hoor dat er diverse prominente Nederlanders
zijn ingestapt. Een duidelijker voorbeeld van 'schoenmaker houd je bij je leest'
kun je je eigenlijk niet voorstellen." Ook Leo van Duijn, voormalig kweker
uit Rijnsburg die een fortuin verdiende met zijn bollen, werd eerder dit jaar
benaderd om te beleggen in het tulpenfonds. "Het rendement van ruim dertig
procent deed me direct vermoeden dat het daar niet pluis zat. Daarom heb ik ze
voorgesteld om mij slechts tien procent te geven en de rest van de opbrengst
zelf te houden. In ruil daarvoor wilde ik echter wel een bankgarantie van ze
hebben. Vervolgens heb ik er nooit meer iets van gehoord."
Telegraaf 281103
Tulpenfonds vermoedt fraude bij commissionair
LISSE, vrijdag
Het beleggingsfonds NovaCap Floralis, dat dit jaar €85 miljoen onder
vermogende particulieren ophaalde om daarmee te kunnen beleggen in de
ontwikkeling van nieuwe tulpensoorten, heeft gistermiddag aangifte gedaan van
oplichting. Het fonds richt zich met de aangifte op het commissionairshuis SBC
uit Lisse en haar directie, dat de aan- en verkoop van de tulpenbollen regelde
en waarvoor eerder deze week surseance van betaling is aangevraagd. Ook heeft
NovaCap beurstoezichthouder AFM op de hoogte gesteld van de misstanden. Naar
verluidt heeft SBC geknoeid met de koopcontracten van de tulpenbollen, om zo de
inkomsten van het bedrijf op te schroeven. Afgelopen week werd SBC-bestuurder
Mark van der P. geschorst vanwege ernstige verdenkingen aan diens adres. Van der
P., die in verband met een inmiddels lopend justitieel onderzoek korte tijd in
voorarrest heeft gezeten, wijst de verdenkingen met klem van de hand.
NovaCap-directeur Marco Vrijburg: "Wij hebben ontdekt dat één van de
koopcontracten op basis waarvan wij betalingen hebben verricht aan SBC, door de
kopende partij is geannuleerd." In feite heeft het fonds daarmee ten
onrechte aan SBC een som geld betaald. Gevreesd wordt dat ook andere
verkoopcontracten nietig zijn, zodat het fonds straks gedwongen is om de schade
te verhalen op het omvallende SBC. NovaCap onderzoekt ook nog alternatieve
schadebeperkende maatregelen.
NovaCap
Floralis doet aangifte van fraude bij SBC
Het
beleggingsfonds NovaCap Floralis, dat 85 miljoen euro in de ontwikkeling van
nieuwe tulpensoorten wilde beleggen, heeft donderdag 27 november aangifte gedaan
van oplichting door het Sierteelt Bemiddelings Centrum (SBC) uit Lisse. SBC zou
met de koopcontracten van de tulpenbollen gekoeid hebben om op deze manier de
inkomsten van het bedrijf op te schroeven. NovaCap-directeur Marco Vrijburg
heeft ontdekt dat één van de koopcontracten op basis waarvan het
beleggingsfonds betalingen hebben verricht aan SBC, door de kopende partij is
geannuleerd. Dat betekent dat NovaCap ten onrechte aan SBC een som geld betaald
heeft. NovaCap is bang dat ook andere verkoopcontracten nietig zijn, zodat het
fonds straks gedwongen is om de schade te verhalen op het omvallende SBC.
NovaCap onderzoekt ook nog alternatieve schadebeperkende maatregelen. Telegraaf, 28/11/03
Telegraaf 251103
Onderzoek naar gesjoemel Sierteelt
Bemiddelings Centrum
LISSE, dinsdag
In de bollenstreek is grote onrust ontstaan over de financiële positie van het
Sierteelt Bemiddelings Centrum (SBC) uit Lisse, dat bemiddelt bij de handel in
bloembollen. SBC, dat vorige week nog in het nieuws kwam wegens bedreigingen aan
het adres van de directie, verkeert in betalingsproblemen en heeft dit weekend
een extern onderzoek opgestart naar onregelmatigheden in de boekhouding.
Eveneens is één van de bestuurders geschorst in verband met de kwestie. De
voordeur van het SBC aan de Grachtweg in Lisse bleef gisteren potdicht, terwijl
de maandag in de bloembollenhandel normaal gesproken juist één van de drukste
beursdagen is. De veertig medewerkers van het commissionairshuis zitten thuis en
de telefoon wordt er niet meer opgenomen. Het antwoordapparaat verklaart dat dit
te wijten is aan de "onzekere financiële omstandigheden" waarin het
bedrijf zou verkeren. Eenzelfde mededeling valt op een papiertje aan de gevel
van het pand te lezen. Volgens SBC-directeur Hennie van der Voort komen de
problemen van haar bedrijf voort uit onregelmatigheden in de koopovereenkomsten
die het bemiddelingsbedrijf hanteert. "Kopers en verkopers van bloembollen
vechten momenteel de juistheid van deze transacties aan", aldus de
SBC-directeur in een afgemeten verklaring. Het bedrijf heeft om die reden de
hulp ingeroepen van het advocatenkantoor Landwell, dat inmiddels een onderzoek
heeft ingesteld. Bovendien heeft Van der Voort een mede-directeur geschorst
wegens vermeende betrokkenheid bij de misstanden. Landwell-advocaat Wietse de
Jong spreekt over een "vermoeden van onregelmatigheden in de
boekhouding". Collega-handelaren spreken van een miljoenenzwendel waarbij
aankoopovereenkomsten zijn opgemaakt zonder dat de betrokken kopers van iets
wisten. De Grachtweg in Lisse is de thuishaven van diverse bemiddelingsbedrijven
á la SBC. Hier wisselen wekelijks grote hoeveelheden bloembollen van eigenaar,
waardoor de Grachtweg ter plaatse beter bekend staat als Bolstreet , met een
knipoog naar Wall Street, het handelscentrum in NewYork. Het onderzoek naar de
onregelmatigheden bij het beursbedrijf volgt op een stroom van geruchten over de
enorme belangstelling voor een nieuw beleggingsfonds dat geld in de ontwikkeling
van tulpenrassen stopt. Het betreffende fonds, NovaCap Floralis, werkt samen met
SBC en haalde eerder dit jaar in korte tijd €80 miljoen op. Beleggers krijgen
een rendement van 30% in krap twee jaar in het vooruitzicht gesteld. Volgens de
geruchten zou SBC namens het fonds op een ongekende manier gespeculeerd hebben
met tulpenbollen, waarbij de prijzen bij iedere transactie vervier- of zelfs
vervijfvoudigd werden. De directie van NovaCap Floralis liet gisteren in een
schriftelijke verklaring weten dat de problemen bij SBC geen invloed hebben op
het beleggingsfonds. "Er bestaat thans geen directe relatie tussen SBC en
het fonds aangezien alle transacties ten behoeve van het fonds eerder zijn
afgesloten", aldus directeur Jeannette Franken. Volgens Franken zal het
fonds van commissionairshuis wisselen indien de problemen bij SBC niet binnen
enkele maanden zijn opgelost.
Informant
Franken. Met de
garantstellingsbrief van 2 juli 2003 op zak is maandenlang een koper op de
tulpenbollenmarkt actief is geweest met een geldbuidel van €72,5 mln, zonder
dat die koper zelf verkocht. De verstoring van een markt van amper €200 mln
groot laat zich raden. Novacap meent in elk geval dat zij voor minstens 70%
te duur heeft ingekocht.
Het verweer van Franken is nu dat vóór 31 oktober 2003 geen definitieve
aankoop is verricht door Agricola. ‘Alle aankopen voor die datum waren
voorlopig, onder voorwaarde dat de aankoop alleen door ging als Agricola een
partij had om aan te verkopen.’ Op de koop- en verkoopcontracten ontbreekt
deze voorwaarde, maar dat maakt niet uit, meent Franken. ‘Alle marktpartijen
wisten dit.’
Informant Mark
van der Poll Volgens
hem is het beleggingsfonds NovaCap in de problemen gekomen door een combinatie
van administratieve chaos en het negeren van afspraken door de beheerders van
NovaCap. Mark van der Poll (SBC) is een centrale figuur. Al twintig jaar
bemiddelaar in bloembollen, en een goede ook. Een handige jongen in de
bloembollenwereld. Maar Mark zal je niet belazeren, voegen oud-collega’s daar
aan toe.
De rechtspraak.
Citaat Nieuwsbrief 270105.
"De directie heeft in kort geding om opheffing van de beslagen gevraagd. De
rechter heeft geoordeeld dat de beslagen ten laste van de Fondsdirectie per
direct opgeheven dienden te worden. Vraag van Hop heeft de rechter hier
wel of niet aan waarheidsvinding gedaan? Is de opheffing van de beslagen door de
rechter verleend op basis van door Novacap ingediende misleidende stukken
(brieven aan en handelingen door Novacap Holding worden ingediend als productie
en daarmee voorgewend als brieven aan Novacap Agricola?
Vier groepen
belanghebbenden:
1. Vrijburg c.s.
2. De kwekers/handelaren die op de een of andere wijze (geld of bollen of
beiden) ca 700.000.000 uitbetaald hebben gekregen van SBC
3. De kwekers/handelaren die o.m. gekocht hebben van Novacap met de verwachting
dit met winst weer door te verkopen
4. Van der Poll en zijn 40 medewerkers. SBC deed alleen zaken met het
tulpenfonds onder de naam Novacap Agricola B.V. Vrijburg privé deed zaken onder
de naam Novacap Holding met SBC in 2002.
Faillissement
en de rol van de curator. Welk bedrag meent (de curator van) SBC voor zichzelf
nodig te hebben om het SBC-faillisement af te wikkelen?
?
383De dag na de surseance-aanvraag geeft Novacap zelf de laatste duw. Novacap
heeft veel méér bollen gekocht dan het kan betalen. Er is ruim 85 miljoen
opgehaald, waarvan voor 73 miljoen bollen zijn gekocht. De overige twaalf
miljoen zijn nodig voor BTW, commissies, vakheffing en andere kosten. Maar
Novacapdirecteuren Vrijburg en Franken besluiten om van die twaalf miljoen voor
nog eens 7,7 miljoen bollen te kopen – die op papier al weer zijn verkocht
voor ruim tien miljoen. SBC koopt de bollen en betaalt ze voor het grootste
deel, maar op de dag na de surseance zeggen Vrijburg en Franken plotseling dat
ze die bollen helemaal niet hebben gekocht en dat SBC buiten zijn boekje is
gegaan. Het geld dat SBC heeft uitgegeven aan die extra bollen, was bedoeld voor
de BTW en andere kosten, zeggen ze. Het tekort loopt daardoor op tot 14 miljoen.
Van der Poll en zijn advocate Saskia Koerselman proberen bij de rechter nog een
verlenging van de surseance te krijgen, maar dat lukt niet: een week later is
het faillissement een feit. Waarom storten Vrijburg en Franken SBC op deze
manier in de afgrond? De meest waarschijnlijke verklaring is, zeggen insiders,
dat ze zélf in de problemen kwamen. Om dit privéhandeltje de extra aankopen te
kunnen financieren én aan alle overige (fonds)verplichtingen te voldoen, moeten
ze heel snel miljoenen euro’s extra zien aan te trekken. Blijkbaar lukt dat
niet. De enige uitweg is dan nog om de aankoop gewoon te ontkennen en de
gloeiend hete aardappel door te schuiven naar SBC. Franken ontkent deze lezing
overigens in alle toonaarden.
Zijn er ook
winnaars? Ja hoor: de
juristen. Novacap heeft al bijna twee miljoen uitgegeven aan advocaten, curator
Muller is goed voor tonnen. Die bedragen zullen nog wel verder oplopen, want
de zaak is nog láng niet ten einde. Een nauw betrokkene: ,,Het gaat nog jaren
duren voordat duidelijk is hoe het nu precies in elkaar zit. Als het al ooit
duidelijk wordt, tenminste.’’ Bron: Leids Dagblad.
Novacap
tulpenfonds. Hoe zijn de verhoren van het FIOD in zijn werk gegaan?
Hoe
is het met Mark van de Poll die tijdens FIOD verhoren een hersenbloeding heeft
gekregen en gedeeltelijk verlamd is geraakt?
Heeft
Novacap/Vrijburg afschrift gekregen van de processen-verbaal van verhoren van
opgepakte verdachten?
Indien
neen, waarom niet?
Indien
ja, waarom is dat gebeurd?
Is
er objectief verhoord of wordt in de PV's toegeschreven naar een conclusie
Novacap c.s. welgevallig zoals dat gebruikelijk is bij Justitie?
Advocaat S.
Berendsen van Novacap: ,,Op
alle fronten is hier sprake van doorgestoken kaart.'' In dat licht paste het
volgens hem ook om te sjoemelen met de Novacap-contracten. Om zijn verhaal te
staven vertelde hij de rechtbank dat de FIOD bezig is met een grootschalig
onderzoek waarbij de hele bollenbranche tegen het licht wordt gehouden.
tegen
Advocaat S.
Berendsen van Novacap: ,,Op
alle fronten is hier sprake van doorgestoken kaart.''
Vraag van Hop?
Is J. van Ee de onderzoeksleider bij Fiod inzake Novacap een voormalig collega
van Vrijburg?
en kan de overheid (FIOD/belastingdienst) als een winnaar
worden aangemerkt?
Novacap spant ook
een rechtszaak aan tegen een dochteronderneming van ABN AMRO, Hollandsche
Bank-Unie (HBU)
Novacap
dagvaardt dochter ABN Amro
De fraudeaffaire
rond het tulpenfonds Novacap breidt zich uit. Novacap spant een rechtszaak aan
tegen een dochteronderneming van ABN AMRO, Hollandsche Bank-Unie (HBU). De bank
zou op de hoogte zijn geweest van onregelmatigheden bij het inmiddels failliete
commissionairshuis Sierteelt Bemiddelings Centrum (SBC). (Rechtercommissaris
Unger) Dat heeft het advocatenkantoor Loyens & Loeff, dat optreedt
voor Novacap, woensdag bevestigd. Ondanks de wetenschap van de
onregelmatigheden, zou HBU niet hebben ingegrepen. Ook zou HBU ten onrechte
hebben nagelaten Novacap te waarschuwen over onregelmatigheden bij de
commissionair. De hoogte van de vordering is nog onbekend. Een woordvoerder van
HBU ontkent dat de bank eerder op de hoogte is geweest van fraude bij SBC dan
andere partijen. Verder commentaar kan de bank niet geven omdat de zaak onder de
rechter is, aldus de woordvoerder.
Novacap-directeur
nu zelf onder vuur
Het Leidsch
Dagblad van gisteren meldt, dat directeur M. Vrijburg van het
tulpenbeleggingsfonds Novacap Floralis zelf verwikkeld is in een zaak waarbij
hij degene is die een koopovereenkomst ontkent. Volgens het artikel in het LD
gaat het om de aankoop van gladiolen door Novacap Fortissimo van Markflower, een
aantal samenwerkende kwekers. Raadsman E. Venbroek van Markflower stelt in het
artikel dat zijn cliënten nakoming van de transactie zullen eisen zodra ze
zeker weten, dat ze hun geld kunnen krijgen. In het LD-artikel staat verder dat
Novacap Fortissimo ‘de gladiolenpoot’ is van de Novacap Holding waarin
Vrijburg de zeggenschap heeft. Volgens zijn collega-directeur J. Franken van het
tulpenfonds Novacap Floralis speelde de transactie al eind 2002, ruim vóór de
oprichting van het tulpenfonds. Ze benadrukt dat er daarom ook geen enkele
relatie bestaat tussen deze gladiolentransactie en het tulpenfonds. De
(termijn)transactie van 700.000 euro was volgens haar vooral een test om te zien
hoe de termijnhandel in bollen via het inmiddels failliete Sierteelt
Bemiddelings Centrum (SBC) (Rechtercommissaris
Unger) als intermediair zou lopen. De knollen hadden in november al geleverd
en betaald moeten worden, maar toen puntje bij paaltje kwam ontkende Vrijburg
dat er een bindende koopovereenkomst was. Franken stelt in het LD dat er alleen
een (niet-bindende) intentieverklaring was. Volgens advocaat Venbroek zijn er
wel degelijk bindende afspraken. "Er was overeenstemming over alle
hoofdzaken, zoals de hoeveelheid en de prijs. Dat is voldoende. Het is net als
met het kopen van een huis. Dan heb je een akkoord over het huis maar praat nog
over wat je voor de zonwering geeft", aldus Venbroek in het LD. Markflower
heeft vanwege alle onduidelijkheid besloten de knollen voorlopig niet te
leveren. In het artikel benadrukt Venbroek echter dat, zodra duidelijk is dat de
kwekers hun geld kunnen krijgen, ze desnoods naar de rechter zullen stappen om
nakoming van het contract te eisen.
Het
faillissement dat niemand wilde Tulpenfonds trekt jaar na ontploffing nog altijd
spoor van vernieling
Leidsch dagblad
26-11-2004 door Sjaak Smakman. Moeiteloos zouden ze miljoenen verdienen, de
beleggers in het Lissese Novacap Floralis Termijnfonds. Maar het ging fout, en
goed fout ook. In plaats van miljoenen te incasseren, dreigen ze miljoenen te
verliezen. De tulpenmanie van 2003 heeft een spoor van vernieling getrokken. Het
Sierteelt Bemiddelings Centrum en andere bedrijven zijn failliet, reputaties
zijn geknakt en er lopen talloze rechtszaken. Een jaar na de ontploffing is het
einde nog lang niet in zicht. ,,Het gaat nog jaren duren voordat duidelijk is
hoe het nu precies in elkaar zit. Als het al ooit duidelijk wordt,
tenminste’’, zegt een nauw betrokkene. Het is mei 2003. Op het bedrijf van
de gebroeders Pater in het Noord-Hollandse Spierdijk is het druk tijdens de
showdag van nieuwe soorten. De show wordt deze keer echter niet gestolen door de
bollen, maar door de man die er héle grote plannen mee heeft: Marco Vrijburg.
Samen met Jeanette Franken is de Lissenaar initiatiefnemer van het Novacap
Floralis Termijnfonds 2004, dat grootscheeps gaat beleggen in die nieuwe
soorten. Wie meedoet, kan op een gemakkelijke manier veel geld verdienen. Een
rendement van 30 procent in ruim een jaar tijd is haalbaar, meldt de prospectus.
Het loopt storm.De opzet is eenvoudig. De beleggers storten hun miljoenen in het
fonds, dat vervolgens via het Sierteelt Bemiddelings Centrum bollen koopt en
verkoopt. SBC koopt echter pas voor Novacap als het bedrijf (lees: commercieel
directeur Mark van der Poll) iemand heeft gevonden die de bollen voor méér
geld van Novacap koopt. Zo loop je als belegger dus op het oog geen enkel
risico. ,,Het leek niet fout te kunnen gaan’’, zegt een belegger die voor
ettelijke miljoenen instapte, ,,het zag er waterdicht uit, de beheerders kwamen
vrij betrouwbaar over. Geraadpleegde fiscalisten en accountants waren zo
enthousiast dat ze er zelf ook meteen in wilden stappen.’’ Op de lijst van
beleggers prijken dan ook bekende namen: Cor Boonstra (twee ton), Pieter de
Rijcke (ex-Kruidvat, elf miljoen), Willem Sijthoff (acht ton). Ook de
Novacap-directeuren Vrijburg en Franken stappen in, voor respectievelijk 1,3
miljoen en vier ton. Mark van der Poll zelf doet mee voor een miljoen. Van der
Poll is een centrale figuur. Al twintig jaar bemiddelaar in bloembollen, en een
goede ook. ’Een handige jongen’, heet het in de bloembollenwereld. ’Maar
Mark zal je niet belazeren’, voegen oud-collega’s daar aan toe. Van der Poll
is sinds kort commercieel directeur van SBC. Hij heeft samen met Henny van der
Voort het bloembollenbemiddelingsbedrijf overgenomen van Cebeco, dat van deze
vreemde eend in zijn grote bijt af wilde. Van der Poll heeft zich
gespecialiseerd in de handel in nieuwe soorten. Daar deed hij altijd al in, maar
sinds een paar jaar groeit de handel enorm. De aandelenmarkt is ingestort,
onroerend goed doet het ook niet lekker en obligaties zijn saai en weinig
lucratief. Avontuurlijke beleggers zoeken wat nieuws dat goed geld oplevert. En
ze vinden dat in de tulpenhandel. Een markt voor nieuwe soorten is er zeker.
Veel oude bekende tulpensoorten takelen langzaam af, terwijl de consument tulpen
wil die er leuk uit zien en lang staan. Bovendien is er grote druk op de sector
om het gebruik van bestrijdingsmiddelen te verminderen. Vraag uit de markt, geld
dat op zoek is naar beleggingen en sterke verhalen over grote winsten bij een
biertje aan de bar doen de rest. In een paar jaar tijd groeit de handel in
nieuwe soorten van 4 tot 5 miljoen per jaar naar een ongekende 200 miljoen. De
inkomsten van bemiddelaars zijn een percentage van hun omzet en Van der Poll
maakt in zijn eentje zo ongeveer meer omzet dan de rest van SBC bij elkaar met
de gewone bollenhandel. Een mooi huis aan de Grevelingen in Lisse, een enorme
BMW voor de deur. Maar met de groei van de tulpenmarkt herhaalt zich het verhaal
van de aandelenhandel van een paar jaar eerder: rotzooi wordt vanzelf geld
waard. ,,Er waren te weinig goede nieuwe soorten’’, zegt een oud-SBC’er,
,,de bollenwereld rook dat er veel te verdienen was. Ik weet van een kweker die
in 2002 100.000 euro vroeg voor een soort die hij een jaar eerder eigenlijk
wilde weggooien omdat het niks was. Ik heb nog nooit zoveel kwekers het hok bij
Mark in zien lopen met een fotootje of een potje met weer een nieuwe soort. Ik
heb het ook wel tegen hem gezegd: Mark, dit klopt niet. Maar het was of je een
zak snoep van een kind afpakte.’’ Voorlopig kan het niet op. Lissenaar
Dennis Wassenaar, die zijn IT-bedrijf op het goede moment heeft verkocht en al
een paar keer flink heeft verdiend aan de tulpenhandel via Van der Poll, brengt
via de Porsche-club menig belegger met Mark in contact. In augustus 2002 komt
hij op kantoor met Marco Vrijburg. Vrijburg vertelt Van der Poll over zijn ideeën
voor een tulpenfonds. Hij is niet de eerste. Eerst zien en dan geloven, denkt
Van der Poll. Maar Vrijburg is serieus. Hij heeft al een paar proefhandeltjes
opgezet via zijn Novacap Holding, en die hebben goed geld opgeleverd. Het werkt,
weet hij. In het voorjaar van 2003 nemen de plannen voor het Novacap Floralis
Termijnfonds steeds vastere vormen aan. In mei is het zover: Vrijburg brengt
zijn fonds met succes aan de man. Schattingen gingen uit van enige tientallen
miljoenen aan inleg, het wordt ruim 85 miljoen. Meer dan de helft daarvan is
afkomstig van SBC-klanten, de rest komt van mensen van buiten het vak.De
presentatie mag dan pas in mei zijn, de komst van het fonds is al veel langer
bekend. Vrijburg zelf begint al maanden voor de officiële presentatie met het
fonds te leuren in zijn kennissenkring. En ook in het bollenwereldje is de komst
van het fonds al lang bekend. De prijscarrousel waarvan Novacap later gewag zal
maken, komt al kort na nieuwjaar op gang. Maar wat wil je, zegt een betrokkene:
,,Als ik zou horen dat er 20, 30 miljoen in de markt komt, zou ik ook alvast wat
gaan kopen.’’Van der Poll blijft de spin in het web van de handel. Via hem
worden soorten in korte tijd meerdere keren doorverkocht tussen verschillende
handelaren voor steeds hogere prijzen. De Barney kost 1000 euro per kilo op 12
februari en bij aankoop door het fonds in juli is hij 2562 euro. De Royal White
stijgt van februari naar juli van 90 naar 247 euro per kilo. In het Novacapjaar
2003 wordt er voor bijna een miljard (!) euro verhandeld. Novacapdirecteuren
Franken en Vrijburg achteraf van niets te hebben geweten en alles over te hebben
gelaten aan Mark van der Poll. Maar Vrijburg en Novacap-accountant Deloitte en
Touche komen komt meerdere keren per week naar de Lissese Grachtweg om mee te
kijken over de schouder van Mark, verklaren oud-werknemers van SBC. Bovendien
heeft Novacap onbeperkt toegang tot MX-Bulb, de internetsite van SBC waarover
veel handel loopt. Vrijburg en Franken weten dus – of kúnnen dat in elk geval
weten - wat er wordt gekocht en verkocht en voor welke prijzen. Maar de
aankoopprijs doet er in wezen niet eens toe. Het gaat om de verkoopprijs. Een
belegger legt het simpel uit: ,,Stel dat ik 100.000 euro betaal voor een Volvo
die maar 50.000 euro waard is. Dan betaal ik veel te veel. Maar als ik al iemand
heb die hem van mij gaat kopen voor 120.000 euro, wat kan mij dat dan
schelen?’’ Want dát is de crux van het fonds: Novacap koopt die Volvo pas
voor een ton als er iemand is die er 120.000 euro voor wil betalen. Op papier
klopt het allemaal. Als het fonds sluit, heeft Novacap voor een kleine 75
miljoen euro bollen gekocht en die op papier al weer verkocht voor meer dan 160
miljoen. Alles exclusief kosten, maar dan nog is de winst tientallen
miljoenen.Wat oogt als een bastion van gewapend beton, is in werkelijkheid
echter een kaartenhuis. Net als de andere twee grote bemiddelingsbedrijven CNB
en Hobaho werkt SBC met zogeheten koopbriefjes, die kwekers krijgen
thuisgestuurd en waarop staat aangegeven wat ze hebben gekocht en voor welke
prijs. Af en toe worden daarbij fouten gemaakt, maar vanaf september gaat er bij
SBC zoveel fout dat de term spookbriefjes gaat circuleren. Is dit nog toeval,
vragen kwekers zich af. Voor een deel komt het omdat SBC een nieuw
computersysteem in gebruik heeft genomen, waarbij geheel volgens de traditie van
nieuwe computersystemen van alles fout blijkt te gaan. Uiteindelijk moeten
vrijwel alle bestaande transacties handmatig opnieuw worden ingevoerd. En
daarbij worden tikfouten gemaakt. Kweker Jos Borst bijvoorbeeld heeft op een
bepaald moment een tegoed van 150 miljoen bij SBC. Foutje, bedankt. Maar er is
meer aan de hand, zal curator Eelke Muller later constateren. Van der Poll
levert ook verkeerde data aan. De druk op hem is enorm. De prijzen van de bollen
zijn opgelopen tot exorbitante hoogten, maar hij moet toch steeds weer kopers
zien te vinden die nóg meer willen betalen. ,,Op een gegeven moment waren die
bollen niet meer te verkopen’’, zegt een betrokkene, ,,daar zat Mark in zijn
kantoor achter zijn twee beeldschermen, een om te kopen en een om te verkopen.
Om de vijf minuten een sigaret, om de tien minuten telefoon om weer een zaak te
doen. Het was een verschrikkelijk rookhol daar.’’Van der Poll verklaart
later schriftelijk dat hij een keer inderdaad bewust fout is geweest. Om de
zaken voor Novacap rond te maken, besluit hij om ook in zee te gaan met
buitenlandse bedrijven, zoals Lenore en Cier. Vrijburg accepteert die echter
niet als kopers. Volgens Van der Poll suggereert Vrijburg om die verkopen maar
op naam te zetten van Holland Bolroy Market, het bedrijf van de Heiloose
ondernemer Cees van der Velden en groothandelaar in nieuwe soorten. Van der Poll
doet het, omdat Vrijburg dreigt de Novacapmiljoenen voor de aangekochte bollen
anders niet over te maken. Van der Velden zal later ontkennen ooit ook maar één
bol van Novacap gekocht te hebben.< Dan breekt rampmaand november aan. Waar
het precies fout gaat, is ook na een jaar nog niet helemaal duidelijk. Maar een
paar dingen springen in het oog. Ten eerste is er de Hollandsche Bank Unie (HBU).
Deze volle dochter van ABN-Amro is de grote financier van het tulpenfonds. Wie
voor een miljoen wil deelnemen in het fonds, moet voor zes ton onderpand
leveren. Als ook veel SBC-klanten zich geïnteresseerd tonen in het tulpenfonds,
accepteert HBU hun tegoeden bij SBC als onderpand. Het gevolg van die
constructie: als het fout gaat bij SBC, gaat HBU voor vele miljoenen het schip
in omdat de bank dan met waardeloze onderpanden zit. Op een of andere manier
krijgt HBU lucht van de problemen en zet grote druk op financieel directeur
Henny van der Voort van SBC om een groot deel van de van HBU afkomstige
miljoenen terug te storten. In totaal maakt Van der Voort 41 miljoen over. Een
flink deel daarvan in strijd met de regels, constateert curator Muller later,
waardoor SBC met miljoenentekorten komt te zitten. Als er ook nog eens steeds
meer meldingen binnenkomen van klanten die koopcontracten ontkennen, gaat Van
der Voort rondbellen. Veel meer klanten blijken nu aankopen te ontkennen – de
bollenwereld wordt ongerust. De chaos wordt compleet als midden in de nacht
Hell’s Angels voor de deur staan bij Van der Poll: ze blijken via een stroman
belegd te hebben in het tulpenfonds en zetten een pistool tegen zijn hoofd om
hem duidelijk te maken wat er gebeurt als zij straks hun geld kwijt zijn. Van
der Poll duikt onder. Van der Voort ziet het niet meer zitten: ze zet Van der
Poll uit zijn functie en besluit surseance aan te vragen. Was dat echt nodig? In
elk geval heeft niet iedereen een hoge pet op van de kwaliteiten van Van der
Voort. ,,Een omhooggevallen secretaresse die op het goede moment op de goede
plaats was’’, luidt de harde kwalificatie van iemand die haar goed kent. De
dag na de surseance-aanvraag geeft Novacap zelf de laatste duw. Novacap heeft
veel méér bollen gekocht dan het kan betalen. Er is ruim 85 miljoen opgehaald,
waarvan voor 73 miljoen bollen zijn gekocht. De overige twaalf miljoen zijn
nodig voor BTW, commissies, vakheffing en andere kosten. Maar Novacapdirecteuren
Vrijburg en Franken besluiten om van die twaalf miljoen voor nog eens 7,7
miljoen bollen te kopen – die op papier al weer zijn verkocht voor ruim tien
miljoen. SBC koopt de bollen en betaalt ze voor het grootste deel, maar op de
dag na de surseance zeggen Vrijburg en Franken plotseling dat ze die bollen
helemaal niet hebben gekocht en dat SBC buiten zijn boekje is gegaan. Het geld
dat SBC heeft uitgegeven aan die extra bollen, was bedoeld voor de BTW en andere
kosten, zeggen ze. Het tekort loopt daardoor op tot 14 miljoen. Van der Poll en
zijn advocate Saskia Koerselman proberen bij de rechter nog een verlenging van
de surseance te krijgen, maar dat lukt niet: een week later is het faillissement
een feit. Waarom storten Vrijburg en Franken SBC op deze manier in de afgrond?
De meest waarschijnlijke verklaring is, zeggen insiders, dat ze zélf in de
problemen kwamen. Om dit privéhandeltje de extra aankopen te kunnen financieren
én aan alle overige (fonds)verplichtingen te voldoen, moeten ze heel snel
miljoenen euro’s extra zien aan te trekken. Blijkbaar lukt dat niet. De enige
uitweg is dan nog om de aankoop gewoon te ontkennen en de gloeiend hete
aardappel door te schuiven naar SBC. Franken ontkent deze lezing overigens in
alle toonaarden. Het is een faillissement dat niemand heeft gewild. Want mét
SBC valt de marktplaats voor nieuwe tulpensoorten weg en is de handelswaar zo
goed als waardeloos. Van der Poll en zijn advocate Saskia Koerselman doen nog
een poging tot een doorstart, maar curator Muller wil niet meewerken. Ook al
blijkt op een bijeenkomst in hotel Sassenheim dat schuldeisers miljoenen willen
inleveren om SBC overeind te houden, het bedrijf is en blijft failliet. Er
bestaat een risico dat SBC failliet gaat. Het fonds kan dan rechtstreeks met de
kopers de zaken afwikkelen’’, meldt de Novacap-prospectus. Maar dat blijkt
niet mee te vallen: nu SBC failliet is, ontkent bijna iedereen de aankopen van
Novacap. Betaal je, dan zit je met peperdure bollen waarop je gegarandeerd een
enorm verlies gaat lijden. Dan kun je beter ontkennen en hopen dat je de dans
ontspringt omdat niemand wijs kan uit de administratieve rotzooi bij SBC.
Inmiddels lopen er bijna tweehonderd rechtszaken. De afloop daarvan is ongewis.
Ook op andere fronten opent Novacap het vuur met aangifte tegen de
’samenwerkende fraudeurs’, Van der Poll en een aantal handelaren. Die hebben
de prijzen van de bollen bewust opgedreven om daarmee de beleggers een oor aan
te naaien, stellen Franken en Vrijburg. Een aantal van die handelaren heeft
volgens hen bovendien in de eerste helft van november via een trucje met
buitenlandse firma’s onterecht miljoenen Novacap-euro’s geïncasseerd. En
ten slotte is er nog de HBU. Ook daartegen loopt inmiddels een proces. HBU wist
blijkbaar eerder dan Novacap dat er iets fout zat. In plaats van de miljoenen
terug te eisen, had de bank moeten ingrijpen of Novacap waarschuwen, stellen
Vrijburg en Franken. En dús is HBU aansprakelijk voor de schade, vinden ze. De
perikelen hebben een spoor van vernieling getrokken. In Noord-Holland zijn al
twee bedrijven, waaronder de onderneming van Pater, mede door de affaire al
failliet. Afhankelijk van de uitslag van de vele rechtszaken en justitiële
onderzoeken zullen er nog meer slachtoffers vallen. Van der Poll zelf krijgt
tijdens de verhoren van justitie een hersenbloeding. Hij is inmiddels weer thuis
met verlammingsverschijnselen aan de rechterkant, maar of het fysiek ooit
helemaal goed komt is de vraag. Zijn reputatie is geknakt. Franken en Vrijburg
vechten door tot het bittere einde. De met miljoenen euro’s gelardeerde
toekomst als directeuren van beleggingsfondsen in tulpenbollen is weg. Maar hoe
meer aankopen ze uiteindelijk kunnen afdwingen, hoe minder kans ze lopen op
schadeclaims van beleggers en hoe meer ze uiteindelijk nog aan dit fonds
overhouden. Ook dan gaat het over bedragen met zes nullen. En – zeggen
tegenstanders – alleen door constant het vuur te openen op anderen kunnen ze
de aandacht van hun eigen handelwijze weg houden. Zijn er ook winnaars? Ja hoor:
de juristen. Novacap heeft al bijna twee miljoen uitgegeven aan advocaten,
curator Muller is goed voor tonnen. Die bedragen zullen nog wel verder oplopen,
want de zaak is nog láng niet ten einde. Een nauw betrokkene: ,,Het gaat nog
jaren duren voordat duidelijk is hoe het nu precies in elkaar zit. Als het al
ooit duidelijk wordt, tenminste.’’
SBC
failliet door nepovereenkomsten
De
fraude die vorige week leidde tot het faillissement van het Sierteelt
Bemiddelings Centrum (SBC), werd vrijwel zeker gepleegd met nepovereenkomsten.
Veel telers en handelaren hebben bij de KAVB en de KBGBB melding gemaakt van
valse overeenkomsten waarop NovaCap Agricola bv, een werkmaatschappij van
NovaCap Floralis Termijnfonds cv, als verkopende partij van partijen tulpen
stond genoteerd. Als bemiddelaar bij de aan- en verkoop werd SBC ingeschakeld.
Ten minste één directeur van het bedrijf was bij de fraude betrokken. KAVB en
KBGBB raden leden die een nepovereenkomst hebben gehad aan om direct per
aangetekende brief bij de afzender en bij SBC te protesteren. Beide organisaties
adviseren verder om overeenkomsten die door bemiddeling van SBC tot stand zijn
gekomen en die op 25 november 2003 nog niet waren betaald, buiten SBC om af te
handelen. OOGST, donderdag 11 december 2003
Sierteelt
Bemiddelings Centrum failliet
De
rechtbank te Den Haag heeft op 3 december 2003 het Sierteelt Bemiddelingscentrum
BV en de Stichting Derdengelden SBC te Lisse in staat van faillissement
verklaard. Mr. E.N. Muller (33)
is tot curator benoemd. Gelijktijdig werden door de rechtbank de eerder
verleende voorlopige surseances ingetrokken. De curator zoekt, met de
medewerking van belanghebbenden en relevante partijen in de branche, naar enige
mogelijkheid om op korte termijn belangrijke activa en activiteiten van SBC in
een nieuwe onderneming/nieuw samenwerkingsverband onder te brengen. Oogmerk
daarbij is tevens, waar mogelijk, negatieve gevolgen van het faillissement
zoveel als mogelijk te beperken. KAVB, 03/12/03
E.
Muller, (33) bewindvoerder van
het in surcéance verkerende Sierteelt Bemiddelings Centrum (SBC), heeft de
garantie gegeven dat bollenkwekers die hun nog niet uitgevoerde contracten met
het SBC gewoon nakomen ook inderdaad betaald worden. Kopers van nog te leveren
bollen moeten gewoon geld aan SBC overmaken. De oproep om te leveren en te
betalen met bijbehorende garantie heeft uitsluitend betrekking op leveranties
die op of na 25 november (de datum van surcéance) hebben plaatsgevonden.
In
een verklaring van Muller wordt vastgelegd dat:
de
surseances geen wijziging brengen in de contractsverplichtingen van
verkopers, kopers en de SBC-vennootschappen;
derhalve
tot nader order de uitleveringen conform contract van verkoper aan koper
kunnen en moeten plaatshebben;
koper
overeenkomstig de contractuele bepalingen in ontvangst neemt en afwikkelt;
koper
dus, zonder recht op verrekening, opschorting of terughouding, de
contractuele koopsom in volle omvang op de daartoe bepaalde datum dient bij
te boeken op de rekening van Stichting Derdengelden SBC;
de
bewindvoerder zich verbindt, zo die bedragen binnenkomen, deze feitelijk aan
de verkoper / rechthebbende door te betalen onder inhouding van de
gebruikelijke op de transactie toepasselijke heffingen;
deze
verplichtingen van partijen eveneens en onverkort gelden indien de in de
aanhef genoemde vennootschappen in faillissement geraken;
deze
regeling van toepassing is op de leveringen die thans plaats moeten hebben,
onder meer om te voorkomen dat schade optreedt door niet uitlevering.
De
Koninklijke Algemeene Vereeniging voor Bloembollencultuur (KAVB) en Koninklijke
Bond voor de Groothandel in Bloembollen en Boomkwekerijproducten (KBGBB) zijn
van mening, dat de door de bewindvoerder in zijn verklaring voorgestelde wijze
van afwikkeling met betrekking tot de nog uit te leveren transacties, een
praktische oplossing biedt. Mr Muller deelde mede, dat zijn verklaring
ongewijzigd in stand blijft indien de surséances zouden moeten worden omgezet
in een faillissement van SBC en de Stichting Derdengelden SBC. J. Langeslag,
voorzitter van de KAVB, is blij met de garantie van de bewindvoerder. Volgens
Langeslag kan zo voorkomen worden dat telers met hun bollen blijven zitten en
exporteurs niet beleverd worden. H. Westerhof, directeur van de KBGBB,
ondersteunt het advies om voorlopig even niets te doen tot de juristen meer
duidelijkheid geven. Kwekers en exporteurs willen nu het liefst rechtstreeks,
buiten SBC om, betalen. Maar als de koper dat zou doen loopt het bedrijf de kans
dat straks de bewindvoerder, of bij een faillissement de curator, langskomt en
hij alsnog aan zijn contract met SBC moet voldoen. En moet de exporteur dus twee
keer betalen, waarschuwt Westerhof. Noordhollands Dagblad / KAVB, 02/12/03
SBC
vraagt surséance van betaling aan
Het
Sierteelt Bemiddelingscentrum in Lisse (SBC), dat bemiddelt in de in- en verkoop
van bloembollen, heeft surséance van betaling aangevraagd. Vooralsnog is de
zaak niet failliet, maar er is wel beslag gelegd op de financiële stromen.
Sjaak Langeslag van de Koninklijke Algemeene Vereeniging voor Bloembollencultuur
(KAVB) kan de gevolgen van een eventueel faillissement niet overzien. Mogelijk
komt een groot deel van de bollen die via het SBC zijn verhandeld weer op de
markt. De bloembollenorganisaties KAVB, KBGBB, CNB, Hobaho, de Bond van
Bloembollenveilingen en het Productschap Tuinbouw zijn woensdag in
spoedvergadering bijeen gekomen om zich te beraden over de ontstane situatie.
Tulpenmanie
leidt weer tot windhandel op beurs
Vijftien
jaar geleden werden zo'n veertig tot tachtig nieuwe tulpensoorten aangemeld bij
de Koninklijke Algemene Vereniging voor Bloembollencultuur, maar dat aantal
groeit en groeit. Vorig jaar waren het er vierhonderd. Maar welke soorten
uiteindelijk ook nog enigszins succesvol zijn, valt van tevoren voor niemand te
voorspellen. Wie daarop veel geld zet, heeft blijkbaar geld teveel, zeggen
diverse deskundigen. ,,Je kunt ook naar het casino gaan, of een lot uit de
loterij kopen'', is de mening van de Sassenheimse kweker en gerenommeerde
narcissenveredelaar W. Leenen. Nog geen dubbeltje zou hij steken in het
'tulpenfonds' Novacap Floralis. ,,Maar als bij mij iemand op de stoep staat en
een miljoen voor een nieuwe narcis biedt, dan zeg ik natuurlijk ook geen nee.''
De scepsis is groot in de bollenwereld. Windhandel en tulpenmanie zijn de termen
die bijna steevast vallen bij navraag bij deskundigen uit de bollenwereld, die
overigens uit vrees voor juridische stappen voor een deel niet met hun naam in
de krant willen. Niemand gelooft dat in een jaar tijd dertig procent winst kunt
halen met beleggingen in nieuwe soorten tulpen, zoals het beleggingsfonds
Novacap Floralis voorspiegelt. Veredelaars Leenen, wiens opa al bollen veredelde
als hobby en vennoot in een van de bekendste narcissenveredelaars, schetst hoe
zijn bedrijf nieuwe soorten ontwikkelt: jaarlijks gaan 10.000 zaden de grond in,
waarvan na een jaar of vijf de bollen - de zogeheten eenlingen - ontstaan. Dan
komt een eerste rigoureuze selectie: wat niet echt ergens op lijkt, gaat meteen
weg. Met een stuk of tien nieuwe bollen gaat het bedrijf dan verder. Maar ook
daarvan valt in de loop van de daaropvolgende jaren het leeuwendeel weer af.
,,Als gemiddeld één soort per jaar de eindstreep haalt, mogen we in onze
handen knijpen'', zegt Leenen. Voor tulpen en andere bolgewassen is het verhaal
in grote lijnen het zelfde, zegt hij. Of die ene bollensoort uiteindelijk een
commercieel succes wordt, is wéér een ander verhaal. De weg naar de consument
verloopt steeds vaker via de grote (supermarkt)ketens, die voor de levering van
bollen en bloemen zaken doen met een klein aantal grote leveranciers. Op hun
beurt sluiten grote bedrijven zoals Bulbs and Flowers International (het
fusiebedrijf van Moolenaar en Van der Schoot en de grootste exporteur ter
wereld) weer contracten met individuele kwekers. Volgens directeur B. van
Eerdenburg - die zich overigens nadrukkelijk onthoudt van een oordeel over het
tulpenbeleggingsfonds - neemt zijn bedrijf jaarlijks zo'n dertig tot veertig
nieuwe soorten tulpen in het assortiment op. Na een paar jaar zijn er daarvan
nog een stuk of vijf over. De rest is dan afgevallen omdat er toch te weinig
vraag naar is of omdat ze snel blijken te degenereren of ziektes gaan vertonen.
Met andere woorden: van die 400 nieuw aangemelde soorten uit 2002 zal over een
jaar maar ongeveer een procent bij zijn bedrijf (nog) te vinden zijn. En,
benadrukt Van Eerdenburg, dat zullen dan in elk geval soorten zijn die voor een
aantrekkelijke prijs op de markt te brengen zijn. Onverantwoord Dat is ook de
ervaring van Leenen. ,,In de VS heten alle narcissen King Alfred, al zal hooguit
een half procent van de daar verhandelde narcissen ook echt een King Alfred
zijn. Maar ze lijken wel allemaal op elkaar en geen leek zal echt het verschil
zien.'' Diezelfde leek is dus al evenmin bereid om (veel) extra te betalen voor
een ietsje gelere of juist minder gele narcis met een iets grotere of iets
kleinere trompet - of voor een iets rodere of minder rode tulp. Dat maakt het
ook economisch onverantwoord om enorme bedragen te betalen voor nieuwe soorten:
ook al zijn ze succesvol, op iets langere termijn zullen de bollen en bloemen
niet of nauwelijks méér opbrengen dan de op dat moment gangbare marktprijzen,
stelt Leenen. Doodsimpel omdat de consument er niet meer voor wil betalen. Het
bedrag van 85 miljoen euro dat blijkbaar is ingelegd in Novacap Floralis slaat
dan ook hem en alle andere geraadpleegde mensen met stomheid. Prospectus De
prospectus van Novacap Floralis biedt weinig duidelijkheid over de vraag hoeveel
geld een investeerder nu eigenlijk mag verwachten. Maar één ding wordt uit een
bestudering duidelijk: die dertig procent wordt slechts onder aanzienlijk
gunstiger omstandigheden behaald dan waarvan Novacap zélf uitgaat. Uit de
verhalen van kwekers en andere deskundigen komt naar voren dat maar een heel
beperkt percentage van de nieuwe soorten uiteindelijk ook een succes wordt en
dat nauwelijks valt in te schatten welke soorten dat zijn. Om dat risico te
ondervangen zijn termijntransacties afgesloten, waarbij kopers zich verplichten
om na een tot anderhalf jaar - de natuur laat zich nu eenmaal niet helemaal
dwingen - bollen te kopen waarin het fonds heeft geïnvesteerd. In ruil voor die
verplichting krijgen de kopers een flinke korting op de marktprijs. Bovendien is
het risico verzekerd dat de kopers uiteindelijk niet (kunnen) betalen. Dat alles
drukt het verwachte rendement flink naar beneden. Een tabel op de website van
Novacap Floralis geeft aan dat bij de door het beleggingsfonds zelf als
uitgangspunt genomen groeiontwikkeling van 2,5 en prijsval tot 55 procent, een
inleg van 100.000 euro een rendement oplevert van 11.358 euro na negentien
maanden. Van die winst moet overigens nog 1000 euro af: de één procent
plaatsingsprovisie die bij de inleg moest worden betaald. Daarmee resteert na
ruim anderhalf jaar nog een rendement van tien procent. Franken: ,,Wij beloven
ook geen winst van dertig procent, maar van maximaal dertig procent.'' Winnaars
Twee groepen winnaars zijn er in 2004 in elk geval: de initiatiefnemers van het
fonds en de veredelaars die voor veel geld hun nieuwe soorten hebben weten te
slijten. Een deskundige uit de bollenwereld zegt persoonlijk een veredelaar te
kennen die van de winst een nieuwe schuur heeft laten bouwen. En hij heeft meer
verhalen gehoord van kwekers die met de winst van de transacties een nieuw huis
lieten bouwen. 291103Nederlands Dagblad
CNB:
leveringen en betalingen aan SBC voorlopig opschorten
De
Coöperatieve Nederlandse Bloembollencentrale CNB adviseert haar klanten om
leveringen op overeenkomsten via het Sierteelt Bemiddelings Centrum (SBC) en
betalingen aan SBC vooralsnog op te schorten zolang er geen duidelijkheidheid is
over status van de gang van zaken bij SBC.Er
is veel commotie ontstaan over de situatie bij SBC. Het bedrijf verkeert in
betalingsproblemen en heeft dit weekend een extern onderzoek opgestart naar
onregelmatigheden in de boekhouding. Veel kwekers, handelaren en broeiers bellen
met o.a. CNB en ook de Koninklijke Algemeene Vereeniging voor Bloembollencultuur
(KAVB). Officieel is nog steeds niets bekend is over de huidige status van de
gang van zaken bij SBC. Via de telefoonbeantwoorder van SBC is wel de volgende
boodschap vernomen: " U luistert naar het antwoordapparaat van SBC. Wegens
omstandigheden kunnen wij nu helaas niet de telefoon aannemen, gelet op de nog
onzekere financiele situatie van SBC. Verder informatie volgt te zijner
tijd". Daarnaast zijn op de ramen van het pand van SBC mededelingen
opgehangen met een gelijksoortige strekking. Na overleg met haar jurist is de
CNB tot de conclusie gekomen dat bovenstaande uitingen van SBC voldoende
aanleiding vormen om haar klanten te adviseren om leveringen op overeenkomsten
via SBC en betalingen aan SBC vooralsnog op te schorten, zolang er geen
duidelijkheidheid is over status van de gang van zaken bij SBC. Elke verdere
stap acht men in dit stadium nog voorbarig. De KAVB heeft de directie van SBC en
de bestuurders van de Stichting Derdengelden een brief gestuurd om uiterlijk
woensdag a.s. om 13.00 uur bekend te hebben gemaakt of SBC nog aan haar
verplichtingen kan voldoen. CNB 25/11/03
Nieuwe
tulpenmanie schokt beleggers
Nederlandse
beleggers zijn met gesloten ogen in een nieuwe tulpenmanie getrapt. Niet de
beruchte zaak van de windhandel uit het jaar 1636. De beurstoezichthouder is
reeds ingeschakeld in de fraudezaak zond een beleggingsfonds dat investeerde in
(wat dacht je) tulpen! Wegens gesjoemel rond het beleggingsfonds Novacap
Floralis dreigen miljoenen euro verloren te gaan voor beleggers. Niet het fonds
zelf is daaraan schuld, wel zijn er malversaties door tussenpersonen in de
bloemenhandel. Het betrokken beleggingsfonds investeert in de ontwikkeling van
nieuwe soorten tulpenbollen. Het tulpenfonds haalde in begin dit jaar 85,2
miljoen euro op bij particuliere investeerders. Het geld wordt via een fiscale
voordeelregel in tulpenbollen geïnvesteerd. Het zoeken naar nieuwe bloemsoorten
is de jongste jaren zeer attractief geworden in Nederland maar kan ook zeer
gevaarlijk zijn. In de bollenstreek rond Lisse is de afgelopen jaren een nieuwe
tulpenmanie ontstaan. Vijftien jaar geleden kwamen er maar zo'n veertig tot
tachtig nieuwe tulpensoorten op de markt, dat aantal groeit en vorig jaar waren
het er vierhonderd. Welke soorten uiteindelijk succesvol zijn, valt van tevoren
voor niet te voorspellen: het wordt gokken. Niemand gelooft dat je in een jaar
tijd 30 procent winst kunt halen met beleggingen in nieuwe soorten tulpen, zoals
het beleggingsfonds Novacap Floralis voorspiegelt.
442
De norm. Van der Poll is een centrale
figuur. Al twintig jaar bemiddelaar in bloembollen, en een goede ook. ’Een
handige jongen’, heet het in de bloembollenwereld. ’Maar Mark zal je niet
belazeren’, voegen oud-collega’s daar aan toe.
Gegevens
uit verleden. "Van der Poll is sinds kort
commercieel directeur van SBC. Hij heeft samen met Henny van der Voort het
bloembollenbemiddelingsbedrijf overgenomen van Cebeco, dat van deze vreemde eend
in zijn grote bijt af wilde."
Gegevens uit
het heden.Hoe is het
met Mark van de Poll die tijdens FIOD verhoren een hersenbloeding heeft gekregen
en gedeeltelijk verlamd is geraakt?
421Het gevaar. Telegraaf 29 november 2003. Leo van Duijn, voormalig kweker
uit Rijnsburg die een fortuin verdiende met zijn bollen, werd eerder dit jaar
benaderd om te beleggen in het tulpenfonds. "Het rendement van ruim dertig
procent deed me direct vermoeden dat het daar niet pluis zat. Daarom heb ik ze
voorgesteld om mij slechts tien procent te geven en de rest van de opbrengst
zelf te houden. In ruil daarvoor wilde ik echter wel een bankgarantie van ze
hebben. Vervolgens heb ik er nooit meer iets van gehoord."
383
Het
gevaar! Sassenheimse kweker en
narcissenveredelaar W. Leenen. Nog geen dubbeltje zou hij steken in het
tulpenfonds Novacap Floralis. ''Maar als bij mij iemand op de stoep staat en een
miljoen voor een nieuwe narcis biedt, dan zeg ik natuurlijk ook geen nee.''
Uitnodiging om te
reageren op vragen van Hop inzake het Novacap bloembollen fonds om deze zaak
beter te kunnen begrijpen en te analyseren?
Het
beleggingsfonds uit Lisse heeft bij 53 bedrijven voor 44 miljoen euro beslag
gelegd op onroerend goed, bankrekeningen en materialen.
Novacap probeert
hiermee af te dwingen dat de bollentelers koopcontracten nakomen die volgens het
bedrijf zijn gesloten. Novacap op zijn beurt beschuldigde de telers er gisteren
van op grote schaal fraude te plegen met gefingeerde transacties en schimmige
buitenlandse vennootschappen. Advocaat S. Berendsen van Novacap: ,,Op alle
fronten is hier sprake van doorgestoken kaart.'' In dat licht paste het volgens
hem ook om te sjoemelen met de Novacap-contracten. Om zijn verhaal te staven
vertelde hij de rechtbank dat de FIOD bezig is met een grootschalig onderzoek
waarbij de hele bollenbranche tegen het licht wordt gehouden.
tegen
De bollentelers
ontkennen echter dat er koopcontracten zijn en stellen dat Novacap met
'spookbriefjes' schermt.
1. Welke vragen
worden ten onrechte (nog) niet gesteld over Novacap op mijn website?
2. Welke vragen
over Novacap worden wel gesteld op mijn website maar worden (nog) niet
beantwoord door Novacap en wat is daarvan de oorzaak?
3. Welke
informatie over Novacap ontbreekt op mijn website en wat is daarvan de oorzaak?
4. Heeft Novacap
wel eens informatie beloofd maar niet gegeven, zo ja wat is hiervan de oorzaak?
5. Wat zijn de
onduidelijkheden inzake Novacap?
6. Wat zijn de
tegenstrijdigheden inzake Novacap?
7. Wat zijn de
tegengestelde beweringen inzake Novacap?
8. Staan er
(feitelijke) onjuistheden op mijn website, zo ja wat is hiervan de oorzaak? Wilt
u mij daarop attent maken met een onderbouwing waarom die informatie feitelijk
onjuist is? Kunt u mij met toegezonden documentatie aantonen waarom deze
informatie feitelijk onjuist is?
9. Heeft het
tulpenfonds zijn eigen prospectus geschonden? Indien ja wanneer en waarom?
10. Heeft het
tulpenfonds in strijd met haar eigen prospectus gehandeld en ja wanneer en
waarom?
11. Zijn er
documenten in omloop waaruit blijkt dat Novacap in strijd met de prospectus
heeft gehandeld en zo ja wie wil zulke documenten anoniem naar mij toesturen?
12. Heeft het
tulpenfonds het fonds als onderpand gebruikt, zo ja wanneer en waarom?
13. Heeft het
tulpenfonds garant gestaan voor een ander bedrijf, zo ja wanneer en waarom?
14. Heeft het
tulpenfonds bloembollen gekocht zonder ze, zoals een afspraak was, deze gekochte
bloembollen direct te verkopen?
15. Novacap heeft
blijkens de mediaberichten op mijn website aangifte gedaan tegen
"fraudeurs", indien die "fraudeurs er niet blijken te zijn is het
doen van aangifte door Novacap tegen niet bestaande fraudeurs strafbaar? Indien
ja, waarom? Indien ja, wat gaat het OM hiertegen ondernemen?
16. Welk
advocatenkantoor treedt op voor NovaCap Floralis Termijnfonds
2004 C.V. (“het Fonds”) en Novacap Agricola B.V. en de aan haar verbonden
vennootschappen.
17.
(300) Probeert dit advocatenkantoor de media onder druk te zetten met grote en
onherstelbare schade? Zo ja, hoe en wanneer?
18.
(300) Probeert dit advocatenkantoor de media onder druk te zetten met schade in
financiële zin? Zo ja, hoe en wanneer?
19.
(300) Probeert dit advocatenkantoor de media onder druk te zetten met reputatie
schade? Zo ja, hoe en wanneer?
20.
(300) Probeert dit advocatenkantoor de vrijheid van meningsuiting over Novacap
te onderdrukken? Zo ja hoe en wanneer?
21.
Op
de Novacap startpagina op mijn website begin ik met de kop: Novacap
verheugd dat de Alkmaarse
rechtbank heeft besloten dat er voldoende gronden zijn om beslag te leggen
op de vermoedelijke fraudeurs en spant ook een rechtszaak aan tegen een
dochteronderneming van ABN AMRO, Hollandsche Bank-Unie (HBU).
22.
Zijn er nog meer uitspraken waar Novacap blij mee is en wie wil deze uitspraken
naar mij toesturen? Wat is de mening van Novacap over deze uitspraken?
23.
Zijn er ook uitspraken waar Novacap niet blij mee is?
24.
Wat is de mening van de "vermoedelijke fraudeurs" over de uitspraak
van de rechtbank Alkmaar? Wie kan/wil/durft informatie geven over zijn mening
over deze uitspraak om op mijn website hoor en wederhoor toe te passen zodat
ik niet alleen de mening van Novacap op mijn site publiceer maar ook aan
wederhoor kan doen?
25.
Wat is de mening van de "vermoedelijke fraudeurs" over andere
uitspraken van rechters indien die er al zijn? Wie kan/wil/durft informatie
geven over zijn mening over deze uitspraak om op mijn website hoor en wederhoor
toe te passen zodat ik niet alleen de mening van Novacap op mijn site
publiceer maar ook aan wederhoor kan doen?
Novacap
tulpenfonds. Hoe zijn de verhoren van het FIOD in zijn werk gegaan?
Hoe
is het met Mark van de Poll die tijdens FIOD verhoren een hersenbloeding heeft
gekregen en gedeeltelijk verlamd is geraakt?
Heeft
Novacap/Vrijburg afschrift gekregen van de processen-verbaal van verhoren van
opgepakte verdachten?
Indien
neen, waarom niet?
Indien
ja, waarom is dat gebeurd?
Is
er objectief verhoord of wordt in de PV's toegeschreven naar een conclusie
Novacap c.s. welgevallig zoals dat gebruikelijk is bij Justitie?
Advocaat S.
Berendsen van Novacap: ,,Op
alle fronten is hier sprake van doorgestoken kaart.'' In dat licht paste het
volgens hem ook om te sjoemelen met de Novacap-contracten. Om zijn verhaal te
staven vertelde hij de rechtbank dat de FIOD bezig is met een grootschalig
onderzoek waarbij de hele bollenbranche tegen het licht wordt gehouden.
tegen
Advocaat S.
Berendsen van Novacap: ,,Op
alle fronten is hier sprake van doorgestoken kaart.''
Vraag van Hop?
Is J. van Ee de onderzoeksleider bij Fiod inzake Novacap een voormalig collega
van Vrijburg?
en kan de overheid (FIOD/belastingdienst) als een winnaar
worden aangemerkt?
7. Wat zouden
tegengestelde beweringen inzake Novacap kunnen zijn:
7a. Hoor. Novacap
overtreedt niet de prospectus, wie zegt van niet en waarom?
7b. Wederhoor.
Novacap overtreedt wel de prospectus, wie zegt van wel en waarom?
Staan er
feitelijke onjuistheden in onderstaande passages gepubliceerd in het Leids
Dagblad?
Beleggingsfonds
Novacap Floralis Termijnfonds 2004 CV zit in problemen door mislukte
tulpenhandel. Die liet het fonds door makelaar SBC uitvoeren voor een andere
vennootschap, het Novacap-vehikel Agricola BV. SBC is inmiddels failliet. De
bollenmarkt is daardoor ingestort. Agricola zit met bollen die niemand wil. De
121 Novacap-beleggers zijn €85,2 mln armer en hebben waardeloze aandelen. Naar
nu blijkt hebben fondsbeheerders Franken en mede-directeur Marco Vrijburg 2 juli
2003 SBC schriftelijk gevolmachtigd bollen te kopen voor Agricola BV. Pas 20
oktober, schrijven ze, moet SBC die aankopen hebben verkocht.Zo krijgt SBC vier
maanden respijt om koop- en verkooporders voor Agricola te matchen. Dat is
strijdig met de belofte van het prospectus dat er wordt belegd in een
constructie waarin Agricola ‘dezelfde dag’ bollen koopt en verkoopt. De
fondsbeheerders bekrachtigen in hun brief aan SBC dat ten behoeve van Agricola
‘betalingszekerheid door ons gegarandeerd is (mede naar de kredietverzekeraar
Coface)’. Het fonds heeft bij huisbank HBU geld dat volgens de beheerders
‘voor 85% kan worden aangewend voor de netto aankoop van tulpen tot een
maximum van €72,5 mln’ voor Agricola. Hiermee zetten de beheerders het fonds
in als borg voor betalingsverplichtingen van een ander bedrijf, BV Agricola. Het
prospectus verbiedt dat. Directeur Franken meent nu dat 2 juli 2003 ‘geen
enkele garantie’ is verstrekt.‘Die brief is slechts a letter of comfort’. Bron:
Leids Dagblad.
Neemt
een markt een inkooprisico over van het fonds?
Franken
en Vrijburg verwijten anderen het vastlopen van hun fonds. Novacap heeft 76
partijen als ‘samenzwerende fraudeurs’ gedagvaard, evenals huisbank HBU. Het
lijkt er nu echter op dat Novacap zelf ook enige blaam treft.
7.
Wat zouden tegengestelde beweringen inzake Novacap kunnen zijn:
De
norm. Van der Poll is een centrale figuur. Al twintig jaar bemiddelaar in
bloembollen, en een goede ook. ’Een handige jongen’, heet het in de
bloembollenwereld. ’Maar Mark zal je niet belazeren’, voegen oud-collega’s
daar aan toe.
7c.
Wat wist Vrijburg van bloembollen voordat hij in contact kwam met de heer
van der Poll van SBC?
7d.
Wanneer en hoe hebben participanten in het tulpenfonds aan Vrijburg gevraagd of
hij verstand had van bloembollen/bloembollenhandel en welke antwoorden heeft
Vrijburg daarop gegeven?
7e.
Op welke datum en hoe is de heer Vrijburg met de heer van der P. van SBC in
contact gekomen inzake het opzetten van een bloembollenfonds?
Wat
is de mening van de heer Vrijburg?
7f.
Wat is de mening van de heer van de P?
7g.
Zijn daar andere personen bij betrokken geweest en zo ja welke
7h.
Wanneer zijn er welke mondelinge afspraken gemaakt?
7i.
Wanneer zijn er welke schriftelijke afspraken gemaakt?
7j.
Hoe, op welke manier en welke organisatie heeft op verzoek van Novacap welk werk
van SBC laten controleren?
Concept
contactjournaal:
?
7. Wat zouden
tegengestelde beweringen inzake Novacap kunnen zijn:
7k.
Welk bedrag aan vorderingen meent Novacap op SBC te hebben en waarom?
Mei
2003. Op het bedrijf
van de gebroeders Pater in het Noord-Hollandse Spierdijk is het druk tijdens de
showdag van nieuwe soorten. De show wordt deze keer echter niet gestolen door de
bollen, maar door de man die er héle grote plannen mee heeft: Marco Vrijburg.
Samen met Jeanette Franken is de Lissenaar initiatiefnemer van het Novacap
Floralis Termijnfonds 2004, dat grootscheeps gaat beleggen in die nieuwe
soorten. Wie meedoet, kan op een gemakkelijke manier veel geld verdienen. Een
rendement van 30 procent in ruim een jaar tijd is haalbaar, meldt de prospectus.
De opzet is eenvoudig. De beleggers storten hun miljoenen in het fonds, dat
vervolgens via het Sierteelt Bemiddelings Centrum bollen koopt en verkoopt. SBC
koopt echter pas voor Novacap als het bedrijf (lees: commercieel directeur Mark
van der Poll) iemand heeft gevonden die de bollen voor méér geld van Novacap
koopt. Zo loop je als belegger dus op het oog geen enkel risico. ,,Het leek niet
fout te kunnen gaan’’, zegt een belegger die voor ettelijke miljoenen
instapte, ,,het zag er waterdicht uit, de beheerders kwamen vrij betrouwbaar
over. Geraadpleegde fiscalisten en accountants waren zo enthousiast dat ze er
zelf ook meteen in wilden stappen.’’ Bron: Leids Dagblad
421Het gevaar. Telegraaf 29 november 2003. Leo van Duijn, voormalig kweker
uit Rijnsburg die een fortuin verdiende met zijn bollen, werd eerder dit jaar
benaderd om te beleggen in het tulpenfonds. "Het rendement van ruim dertig
procent deed me direct vermoeden dat het daar niet pluis zat. Daarom heb ik ze
voorgesteld om mij slechts tien procent te geven en de rest van de opbrengst
zelf te houden. In ruil daarvoor wilde ik echter wel een bankgarantie van ze
hebben. Vervolgens heb ik er nooit meer iets van gehoord."
383
Het
gevaar! Sassenheimse kweker en
narcissenveredelaar W. Leenen. Nog geen dubbeltje zou hij steken in het
tulpenfonds Novacap Floralis. ''Maar als bij mij iemand op de stoep staat en een
miljoen voor een nieuwe narcis biedt, dan zeg ik natuurlijk ook geen nee.''
?
7k.
Welk bedrag aan vorderingen meent (de curator van) SBC op Novacap te hebben en
waarom?
?
7l.
Welk bedrag aan vorderingen meent (de curator van) SBC op derden te hebben, wie
zijn dat en waarom?
?
7m.
Welk bedrag meent (de curator van) SBC voor zichzelf nodig te hebben om het
SBC-faillisement af te wikkelen?
?
133
Informatie gevraagd over aangifte Ned. Bank en AFM tegen Semper Tulipa I en II
237
Welke vier groepen belanghebbenden zijn er aan te wijzen?
101
Mark van der Poll geeft twee redenen op om aangifte te doen tegen Novacap
421 Informatie
gevraagd? Inzake Novacap tulpenfonds nieuwsbrief 27 januari 2005?
102
Hoe onafhankelijk en onpartijdig is het scheidsgerecht van de bloembollenhandel
sinds de Novacap tulpenfraude?
402
De rechter. Nu partijen over en
weer in het gelijk en in het ongelijk worden gesteld, zullen de proceskosten
worden gecompenseerd op de wijze als hierna gemeld
260
Informatie gevraagd? Welke
partijen hebben welke "settlement-agreement" overeengekomen vastgelegd
in welke beschikking van welke engelse rechter?
223
Het gevaar! Welke bedragen menen
de advocaten (NOvA) en
adviseurs van Novacap voor zichzelf nodig te hebben?
133
Een simpele vraag over de extra betaling van Novacap aan SBC, reacties op deze
vraag zijn welkom
113
MXBULB. Wie hadden tot welke gegevens toegang, kredietlimieten en een vieze
aanpassing reglement
421
Novacap-advocaat Sydney Berendsen. De onbalans komt volgens hem doordat Novacap
een grote partij bollen overnam die een stroman als ‘anti-frontrunning’
stiekem voor de start van het fonds had ingeslagen met goedkeuring van het
fonds. Het prospectus verzwijgt dit.
274
Is het stellen van betalingszekerheid strafbaar als achteraf die
betalingszekerheid door dezelfde steller als "LETTER OF COMFORT" wordt
betiteld?
383
Novacap Floralis Termijnfonds 2004 cv Het Fonds 2004 is op 6
juni 2003 zeer succesvol gesloten. Afwikkeling vindt plaats op uiterlijk 011204.
202260203 Waarschuwing in het Noord-Hollands Dagblad
inzake beleggen in bollen.Directeur
Willems van CNB en voorzitter Langeslag van de Koninklijke Algemene Vereniging
voor Bloembollencultuur vinden dat er grote risico's aan het beleggen in tulpen
zijn
Novacap
tulpenfonds hoor en vraag om wederhoor inzake de Novacap Nieuwsbrief van 27
januari 2005
Inleiding met
gegevens over Hop uit het verleden.
"De heer Hop
was als voortrekker bezig het systeem lam te leggen. In eerste instantie werd in
dit kader gebruik gemaakt van hinderlijke,
maar wel legale middelen als het systematisch
klagen en het systematisch om
informatie vragen" Bron Regel 21, 22 en 23 Pleitnotities advocaat X
van de overheid op de hoorzitting van het Hof van Discipline 150304
De startvraag
van Hop gaat over waarheidsvinding door rechters. Citaat Nieuwsbrief 270105. "De directie heeft in kort geding om
opheffing van de beslagen gevraagd. De rechter heeft geoordeeld dat de beslagen
ten laste van de Fondsdirectie per direct opgeheven dienden te worden." Vraag van Hop heeft de rechter wel of niet aan waarheidsvinding gedaan?
Is de opheffing van de beslagen door de rechter verleend op basis van door
Novacap ingediende misleidende stukken (brieven aan en handelingen door Novacap
Holding worden ingediend als productie en daarmee voorgewend als brieven aan
Novacap Agricola?
Een bekende truc
in de rechtspraak is namelijk dat advocaten er vanuit kunnen gaan dat rechters
toch niet aan waarheidsvinding doen om daarmee een bepaalde partij (de
rechterlijke macht welgevallig) steeds te bevoordelen. (131)
(300) (450)
Hoor Novacap.
Nieuwsbrief 27
januari 2005
In vervolg op de
nieuwsbrief van 26 november 2004 berichten wij u het volgende:
Procedures. Het
Fonds is in feite een drietal (hoofd)procedures gestart:
(a) tegen een
aantal kopers,
(b) tegen de (vermeende) fraudeurs
en (c) tegen de Hollandsche Bank Unie.
Over deze procedures zal nader worden bericht in de participantenvergadering en
het jaarverslag.
In het kader van
het door het Fonds ingestelde onderzoek en de daarmee samenhangende
bewijsvergaring zijn, zoals eerder bericht, procedures gestart in Engeland en de
British Virgin Islands teneinde informatie te verkrijgen over de uiteindelijke
belanghebbenden bij bepaalde buitenlandse vennootschappen. De vermeende
fraudeurs hebben op grote schaal bollen aan deze buitenlandse vennootschappen
verkocht terwijl zij wisten dat deze vennootschappen nimmer aan hun
verplichtingen konden noch zouden voldoen. De Engelse rechter heeft NovaCap
gesteund in haar verzoek en in juli 2004 zgn.‘Disclosure Orders’ afgegeven.
Onder druk van de rechter is in Engeland een Settlement-agreement (schikking)
overeengekomen met de directie/vertegenwoordiger (een trustmaatschappij) van een
groot aantal in Engeland gevestigde vennootschappen. De Engelse rechter heeft de
schikkingsovereenkomst bekrachtigd waarmee deze procedure positief voor het
Fonds is afgerond. De uit hoofde van deze schikking ver kregen informatie
ondersteunt de stellingen van het Fonds in de fraudeprocedure op vele fronten.
Anonieme brief aan
participanten. Een aantal beleggers heeft een brief ontvangen ("de
Brief") van een aantal anonieme afzenders die stellen participant te zijn
in het Fonds. In deze Brief wordt de directie van het Fonds een aantal verwijten
gemaakt die al eerder naar voren zijn gebracht en door de rechter in Den Haag
terzijde zijn geschoven. In augustus jl. had een drietal participanten beslag
gelegd ten laste van de directie van het Fonds omdat zij meenden dat de directie
een aantal (ook in de Brief opgesomde) verwijten zou treffen. De directie heeft
in kort geding om opheffing van de beslagen gevraagd. De rechter heeft
geoordeeld dat de beslagen ten laste van de Fondsdirectie per direct opgeheven
dienden te worden. Hoewel de directie langs deze weg geen discussie met de
afzenders van de Brief wil voeren, zal de directie hierna voor de duidelijkheid
kort ingaan op enkele verwijten.
SBC faillissement.
In de Brief wordt gesuggereerd dat NovaCap de veroorzaker is geweest van het
faillissement van SBC (en TCS). Dit is natuurlijk onzin. SBC is gefailleerd
omdat zij transacties tot stand heeft doen komen waarbij (met name) Nederlandse
partijen op grote schaal bollen verkochten aan niet-kredietwaardige
(buitenlandse) partijen. SBC heeft vervolgens aan deze (verkopende) Nederlandse
partijen gelden uitbetaald uit hoofde van deze transacties terwijl hun
contractuele wederpartijen niet aan hun betalingsverplichtingen hadden voldaan.
Voornoemde oorzaak van het faillissement wordt bevestigd door de curator van SBC
in zijn faillissementsverslagen. Wij verwijzen naar de openbare verslagen van de
curator van SBC (www.gl-advocaten.nl)
Resttransacties.
In het prospectus is duidelijk vastgelegd welk deel van het fondskapitaal
aangewend kon worden voor de aankoop van bollen. Een en ander was de directie
van SBC bekend. SBC heeft medio 2003 een advieslijst met termijntransacties
opgesteld met betrekking tot de door NovaCap te verrichten aan- en verkopen (de
"Advieslijst"), welke is geaccordeerd. Op 2 juli 2003 is volmacht
verleend om de termijntransacties genoemd in de Advieslijst uit te voeren. Het
is volstrekt duidelijk geweest dat de totale koopprijs voor de aan te kopen
tulpenbollen in geen geval meer dan € 73.150.000 (€ 72.500.000 vermeerderd
met rente) kon en mocht bedragen. Dat bedrag heeft NovaCap op 31 oktober 2003
dan ook aan SBC betaald.
NovaCap heeft SBC
nimmer volmacht gegeven om transacties boven voornoemd bedrag van € 73.150.000
voor haar te doen. SBC heeft echter meer transacties op naam van Agricola (NB:
niet op naam van het Fonds) gesteld dan waarvoor opdracht was verstrekt. Volgens
de directie van SBC (Van der Poll) waren deze transacties op naam van Agricola
gesteld om leveringsgeschillen op te kunnen lossen. Leveringsgeschillen kunnen
ontstaan doordat de hoeveelheid geleverde bollen kan afwijken van de verwachte
‘te leveren’ hoeveelheid bollen genoemd in de koopovereenkomsten. De
hoeveelheid te oogsten bollen is vooraf slechts binnen een zekere marge bekend.
Het was SBC volgens de directie te allen tijde volstrekt helder dat transacties
boven de verstrekte volmacht niet voor rekening en risico van Agricola zouden
komen.
Transacties
NovaCap Holding B.V. in 2002. Zoals tijdens de marketing presentaties in mei
2003 is toegelicht, heeft Novacap Holding B.V. in december 2002 met eigen geld
een test-termijntransactie gedaan waarop in november 2003 gelden zijn
uitgekeerd. Het Fonds was geen partij bij deze transacties. Dit kon ook niet
daar het Fonds, noch Agricola, ten tijde van het aangaan van de testtransactie
waren opgericht.
Verloop
procedures. De directie merkt op dat het verloop van de procedures tot op heden
juist positief te noemen is, anders dan de afzenders van de Brief willen doen
voorkomen. In het jaarverslag en tijdens de aanstaande participantenvergadering
zal nader worden ingegaan op de drie lopende juridische procedures, te weten de
Fraudeprocedure
HBU-procedure
en de
Kopersprocedure.
Artikel FD,
december 2004 In het Financieel Dagblad van 13 december jl. en 14 december jl.
zijn artikelen verschenen waarin, met name, werd gesuggereerd dat het Fonds geen
‘gesloten transacties’ zou zijn aangegaan waardoor geen verkopen tegenover
de aankopen stonden. Dit is feitelijk onjuist. De aan- en verkopen (de
termijntransacties) van het Fonds waren (zoals gezegd) reeds vastgelegd in de
Advieslijst van juni 2003, opgesteld door SBC. SBC heeft de betrokken
termijntransacties na verkregen volmacht uitgevoerd in de periode van 2 juli
2003 tot 31 oktober 2003. Alle termijntransacties werden afgewikkeld op 31
oktober 2003 hetgeen overeenkomt met paragraaf 4.2, 2e alinea, van
het prospectus. Volgens deze bepaling komt de termijntransactie tot stand op de
valutadatum 31 oktober 2003. Er is derhalve door de Fondsdirectie niet in strijd
met het prospectus gehandeld. In het genoemde artikel wordt met name gerefereerd
aan uitspraken van een aantal advocaten die de (vermeende) fraudeurs bijstaan in
de fraudeprocedure. Overigens is op 14 december jl. een rectificatie op het
genoemde artikel geplaatst.
Participantenvergadering.
Overeenkomstig de C.V.-akte zal uiterlijk binnen drie maanden na het einde van
het boekjaar (dat op 30 november 2004 eindigde) een participantenvergadering
worden gehouden, te weten eind februari. Twee weken voor de vergadering wordt u
opgeroepen en ontvangt u stukken. De Fondsdirectie heeft veel begrip voor vragen
die bij participanten zijn gerezen en zal u tijdens de vergadering verslag doen
van de gang van zaken en uw vragen beantwoorden.
Vraag om
wederhoor?
De
startvraag van Hop gaat over waarheidsvinding door rechters. Citaat Nieuwsbrief 270105. "De directie heeft in kort geding om
opheffing van de beslagen gevraagd. De rechter heeft geoordeeld dat de beslagen
ten laste van de Fondsdirectie per direct opgeheven dienden te worden." Vraag 1.1.Vraag van Hop heeft de rechter wel of niet aan
waarheidsvinding gedaan?
Is de opheffing van de beslagen door de rechter verleend op basis van door
Novacap ingediende misleidende stukken (brieven aan en handelingen door Novacap
Holding worden ingediend als productie en daarmee voorgewend als brieven aan
Novacap Agricola?
Vraag 1.2.
Betreft productie "brief
SBC-curator" aan fonds. Wat voor brief is dat die volgens Novacap aan het
Fonds gericht?
Vraag 1.3.
Is het de bedoeling van deze brief
om de stelling onderuit te halen van de beslagleggers dat SBC 6.800.000 tegoed
heeft van Novacap?
Vraag 1.4.
Staat in bovengenoemde brief dat
er een bedrag van 6.000 tegoed zou zijn?
Vraag 1.5.
Is bovengenoemde brief niet aan
het Fonds verstuurd maar aan Novacap Holding?
Vraag 1.6.
Is de brief die de de curator aan
het Fonds heeft verstuurd NIET als productie bijgesloten?
Vraag 1.7.
Geeft een brief (ook van 7
september) gericht aan Novacap Agricola een sommatie van de curator te zien aan
Novacap Agricola om voor 1 oktober 2004 het openstaande saldo van 6.800.000 aan
te vullen?
Vraag 1.8.
Wie wil voor mij een kopietje van
de hierboven genoemde twee brieven opvragen en toesturen om de vraagstelling op
deze site verder te verbeteren en met publicatie van deze twee brieven op
internet verder te ontwikkelen?
Citaat
Nieuwsbrief 270105. SBC faillissement.
In de Brief wordt gesuggereerd dat NovaCap de veroorzaker is geweest van het
faillissement van SBC (en TCS). Dit is natuurlijk onzin. SBC is gefailleerd
omdat zij transacties tot stand heeft doen komen waarbij (met name) Nederlandse
partijen op grote schaal bollen verkochten aan niet-kredietwaardige
(buitenlandse) partijen. SBC heeft vervolgens aan deze (verkopende) Nederlandse
partijen gelden uitbetaald uit hoofde van deze transacties terwijl hun
contractuele wederpartijen niet aan hun betalingsverplichtingen hadden voldaan.
Voornoemde oorzaak van het faillissement wordt bevestigd door de curator van SBC
in zijn faillissementsverslagen. Wij verwijzen naar de openbare verslagen van de
curator van SBC (www.gl-advocaten.nl)
Vraag 2.1.1.Geeft de curator als oorzaak
het loslaten van de een op een relatie door SBC op? Hebben de door Novacap
aangevoerde posities van de buitenlandse vennootschappen (in diverse procedures
en in de aangifte) grotendeels betrekking op een schuld aan SBC per valuta
311004 en niet 311003, waardoor het niet mogelijk is dat binnenlandse
vennootschappen zijn uitbetaald door SBC op 311003, op basis van verkopen
aan buitenlandse vennootschappen met een valuta datum van 311004?
Vraag 2.1.2.
Valt door het hebben van schuld
door buitenlandse ondernemingen aan SBC op 311004 i.p.v 311003 de gehele fraude
theorie van Novacap om?
Vraag 2.2.Gaat Novacap voor het gemak
eraan voorbij dat het een feit is dat de curator van SBC Novacap gesommeerd
heeft bij brief van 7 september 2004 de schuld aan de boedel van €6.800.000 te
betalen?
Citaat
Nieuwsbrief 270105. Resttransacties. In het prospectus is duidelijk
vastgelegd welk deel van het fondskapitaal aangewend kon worden voor de aankoop
van bollen. Een en ander was de directie van SBC bekend. SBC heeft medio 2003
een advieslijst met termijntransacties opgesteld met betrekking tot de door
NovaCap te verrichten aan- en verkopen (de "Advieslijst"), welke is
geaccordeerd. Op 2 juli 2003 is volmacht verleend om de termijntransacties
genoemd in de Advieslijst uit te voeren. Het is volstrekt duidelijk geweest dat
de totale koopprijs voor de aan te kopen tulpenbollen in geen geval meer dan €
73.150.000 (€ 72.500.000 vermeerderd met rente) kon en mocht bedragen. Dat
bedrag heeft NovaCap op 31 oktober 2003 dan ook aan SBC betaald.
Vraag 3.1.
Heeft SBC geen overeenkomsten met
Novacap anders dan koopovereenkomsten?
Indien ja, wie
heeft voor mij een kopietje van andere overeenkomsten dan koopovereenkomsten?
Indien neen, kan
als feit worden aangemerkt dat de inhoud van de prospectus voor rekening van
Novacap is?
Indien neen, kan
als feit worden aangemerkt dat het Reglement van SBC uitsluitend bepalend
is voor de verhouding Novacap-SBC?
Vraag 3.2.
Wie heeft de advieslijst opgesteld
SBC of Novacap?
Indien de
advieslijst door Novacap is opgesteld, laat deze advieslijst dan een inkoop en
verkooplijst van tulpen zien die een inkoopwaarde hebben opgeteld en door
Novacap op 30-6-2003 geaccordeerd, van bijna €80.000.000,- waarvoor door SBC
ook is ingekocht?
Vraag 3.3.
Is bovengenoemde machtiging ontvangen en ondertekend door SBC?
Citaat
Nieuwsbrief 270105. Transacties NovaCap Holding B.V. in 2002. Zoals tijdens
de marketing presentaties in mei 2003 is toegelicht, heeft Novacap Holding B.V.
in december 2002 met eigen geld een test-termijntransactie gedaan waarop in
november 2003 gelden zijn uitgekeerd. Het Fonds was geen partij bij deze
transacties. Dit kon ook niet daar het Fonds, noch Agricola, ten tijde van het
aangaan van de testtransactie waren opgericht.
Vraag 4.1.
Stellen Novacap (en ook de FIOD) in
diverse procedures en in de aanklacht dat in het vak in december 2002 al WEL
BEKEND was dat er een zak met geld zou komen en dat het vak naar
aanleiding daarvan een prijscarroussel heeft opgezet in een samenwerkende
groep?
Vraag 4.2.
Is er volgens bovengenoemde
nieuwsbrief in december 2002 NOG GEEN SPRAKE van een Fonds?
Vraag 4.3.
Wie kan mij uitleggen waarom
NOVACAP en FIOD graag stellen dat in december 2002 WEL BEKEND was dat er een zak
met geld zou komen en is er in bovengenoemde nieuwsbrief in december 2002 nu wel
of niet sprake van een fonds?
Indien er wel
sprake is van een fonds, waarom wel?
Indien er niet
sprake is van een fonds, waarom niet?
Vraag 5.
Op 4 februari 2005 zijn er
wijzigingen in het handelsreglement voor de bloembollenhandel ingevoerd. Zijn
deze wijzigingen veroorzaakt door de problemen met het Novacap tulpenfonds en zo
ja, wie zijn dan de winnaars bij de wijzigingen?
Actueel
4
februari 2005
Wijzigingen Handelsreglement
WijzigingenHandelsreglement voor de bloembollenhandel
De
Vaste Commissie voor het Handelsreglement heeft unaniem besloten twee
wijzigingen aan te brengen in het Handelsreglement voor de Bloembollenhandel.
Het
betreft de volgende artikelen:
*
Definitie van koopbriefje. In
verband met de ontwikkelingen m.b.t. elektronische koopbriefjes wordt de
huidige definitie van het koopbriefje verbreed. De nieuwe tekst van het
artikel luidt:
Art.
1.1.d. Koopbriefje:het in de
bloembollenhandel gebruikelijke veelal niet door partijen ondertekende
briefje, faxbericht of e-mailbericht ter bevestiging van een koop, waarvan
ieder van de partijen een exemplaar ontvangt of behoudt.
*
Wijze van betaling. Door de Belastingdienst opgelegde verplichtingen m.b.t. de
betaling van BTW over voorschotnotas nopen tot aanpassing van artikel 3.1.2.,
met name van het onderdeel dat betrekking heeft op de leveringsperiode 1 juni
t/m 14 augustus. De nieuwe tekst van het artikel luidt:
Art.
3.1.2. De betaling van de koopprijs zal met ingang van 1 maart 2005
plaatsvinden:
indien
levering heeft plaatsgevonden:
van
1 oktober t/m 14 december: op 15 januari d.a.v.
van
15 december t/m 31 januari: op 1
maart d.a.v.
van
1 februari t/m 31 maart: op 1 mei d.a.v.
van
1 april t/m 31 mei: op 1 juli
d.a.v.
van
1 juni t/m 14 augustus: op 15 september en 1 november, met dien verstande, dat
per 15 september een voorschotbetaling van 85% van het factuurbedrag zal
plaatsvinden en dat het restant per 1 november wordt betaald;
van
15 augustus t/m 30 september: op 1 november d.a.v.
De
gewijzigde artikelen worden conform de hiervoor bestaande reglementen-van kracht per 7 februari 2005. De integrale tekst van het
Handelsreglement, inclusief de hierin aangepaste artikelen, is toegankelijk op
de website van de KAVB.
De
wijziging van artikel 3.1.2. kan de vraag met zich meebrengen hoe facturen
precies opgesteld moeten zijn. In de loop van 2005 zal daarover in
BloembollenVisie een artikel verschijnen.
Antwoorden
gevraagd op gestelde vragen?
Ik nodig u
uit mee te werken aan de verbetering en ontwikkeling van de Novacap sites door
correcties, aanvullende informatie, verbeterde vraagstellingen en antwoorden op
de door Hop gestelde vragen zo snel mogelijk aan hem door te geven om kennis in
informatie en informatie in kennis om te zetten.
Wie heeft
voor mij de jaarcijfers van het Novacapfonds ontvangen met daarin opgenomen het
verslag van de beheerder over zijn bevindingen van de vermeende fraude?
Waar staat in dat
jaarverslag de machtiging te lezen is waar Novacap mee zwaaide en waarvan het
bestaan wordt bestreden?
Is er een forensisch
onderzoek gestart door de de heer Vrijburg in maart 2005?
Zo ja, is
dat onderzoek uitgevoerd door de heer erkens van de Holland Integrity Groep.
Is de heer erkens
vroeger werkzaam geweest bij de FIOD
Op welke manier
zijn door Erkens mensen gehoord en wordt geprobeerd wie te vrijwaren en wie te
belasten?
Bij welke verhoren
is de heer Vrijburg ook aanwezig geweest?
Novacap
tulpenfraude
Heeft Deloitte en
Touch wel of niet een goedkeurende verklaring aan Jaarstukken Novacap gegeven?
Indien neen,
waarom niet?
Indien er
onderzoek gedaan wordt, wie doen onderzoek, welke onderzoeksvragen en wie zijn
de opdrachtgevers?
?
Novacap heeft een
nieuwe beheerder ipv de heer Vrijburg, namelijk de heer Mr F Meeter, voorheen
werkzaam bij Loeff Cleas en Verbeke, tegenwoordig Loyens en Loeff, de advocaat
van Novacap
De heer oosthout
die in de plaats van mevrouw Franken is gekomen is werkzaam geweest bij Loeff
Claes verbeke
De heer Biemond,
zaaksofficier in de Novacap zaak is werkzaam geweest bij...... Loeff Claes
Verbeke
De heer Tonino, de
voormalig zaaksofficier heeft gestudeerd met mevrouw franken
Toen de heer
Tonino van de zaak werd afgehaald is de heer Biemond erop gezet, in november
2004.
De heer Oosthout
is aangetreden in....november 2004
Zou dit allemaal
toeval zijn
26
februari 2003 Waarschuwing in het Noord-Hollands Dagblad inzake beleggen in
bollen
Directeur
Willems van CNB en voorzitter Langeslag van de Koninklijke Algemene Vereniging
voor Bloembollencultuur vinden dat er grote risico's aan het beleggen in tulpen
zijn
Wie
zijn vertrouwen in de beurs kwijtgeraakt is, kan zijn geld in de ontwikkeling
van nieuwe tulpenrassen steken. In het ras 'Dow Jones' bijvoorbeeld. Het geld
dat vijfentwintig jaar geleden uit de bollen verdween en naar de beurs ging komt
terug, constateert directeur Van der Velden van handelsbedrijf Holland Bolroy
Markt in Heiloo. Er is weer kapitaal om de markt te vernieuwen.Er
is een levendige handel in nieuwe tulpenrassen. Beleggers van buiten de sector
zien de tulp weer als een waardevaste investering. Een nieuwe tulp brengt soms
duizenden euro's per kilo op. Vaak gaat het om miljoenencontracten in de
bloembollenhandel. Sommige bollenkwekers krijgen regelmatig bezoek van beleggers
die zich in het bollenvak willen verdiepen. Zo proberen ze de risico's van hun
investeringen te minimaliseren en als eerste de noviteiten te ontdekken. Het is
echter bijzonder moeilijk om te voorspellen of een nieuwe tulp top of flop is.
Het ontwikkelingstraject van kleine partij tot nieuw ras op de veiling kan wel
tien jaar in beslag nemen. Een investeerder die een contract met de bollenkweker
afsluit voor de vermeerdering van een partij met perspectieven kan na tien jaar
ook zijn geld kwijt zijn.
Directeur
Willems van CNB en voorzitter Langeslag van de Koninklijke Algemene Vereniging
voor Bloembollencultuur vinden dat er grote risico's aan het beleggen in tulpen
zijn. Veel beleggers kunnen hun kansen niet goed inschatten door gebrek aan
kennis. De bollensector is ook niet gebaat bij een bloembollenbeursschandaal.
Voor telers is het wel interessant. Beleggers drijven de prijs op, dat is goed
voor de ontwikkeling van nog meer nieuwe tulpenrassen.
Noordhollands
Dagblad, 26/02/03
Informant Leo
van Duijn. Een
voormalig kweker uit Rijnsburg die een fortuin verdiende met zijn bollen, werd
eerder dit jaar benaderd om te beleggen in het tulpenfonds. Het rendement van
ruim dertig procent deed me direct vermoeden dat het daar niet pluis zat. Daarom
heb ik ze voorgesteld om mij slechts tien procent te geven en de rest van de
opbrengst zelf te houden. In ruil daarvoor wilde ik echter wel een bankgarantie
van ze hebben. Vervolgens heb ik er nooit meer iets van gehoord.
Informant
W. Leenen. Sassenheimse
kweker en narcissenveredelaar. Nog geen dubbeltje zou hij steken in het
tulpenfonds Novacap Floralis. Maar als bij mij iemand op de stoep staat en een
miljoen voor een nieuwe narcis biedt, dan zeg ik natuurlijk ook geen nee.''
Zijn er in de
Novacap tulpenfraude onderstaande vier groepen belanghebbenden te onderscheiden?
Indien neen,
waarom niet?
Hop lanceert
vier stellingen op zijn website
om de discussie over deze stellingen aan te gaan. Het doel van de stellingen is
dus geen conclusies trekken maar discussie over deze stellingen aangaan
om zijn websites inzake de "Novacap tulpenfraude" verder te verbeteren
en te ontwikkelen.
1. Vrijburg en
zijn clan (zijn beleggers zijn voorlopig geld kwijt, vrijburg heeft 6% van
85.200.000 (volgens prospectus) in zijn zak gestoken.
Om
bestuurdersaansprakelijkheid te vermijden heeft hij de fraude theorie bedacht
(die er niet is) en om die mede te onderschrijven hoost hij nu tulpen de markt
op voor 3% van der marktwaarde (bewust)
Daarnaast heeft
hij van der Poll cs als fraudeurs neergezet en op basis van valse aangiftes
zijn ex collegas van de Fiod voor zijn kar gespannen.
2. De
kwekers/handelaren die op de een of andere wijze (geld of bollen of beiden) ca
700.000.000 uitbetaald hebben gekregen van SBC, dat graag willen behouden en
daartoe een belang hebben van der Poll als fraudeur te bestempelen.
3. De
kwekers/handelaren die o.m. gekocht hebben van Novacap met de verwachting dit
met winst weer door te verkopen.
Na faillissement
zijn deze transacties en masse ontkend. Ook zij sloten zich gewillig aan bij
de fraude-theorieen, behalve diegene in deze groep die deel uitmaken van groep
2
4.Van der Poll
en zijn medewerkers.
Zij hebben geen
provisie geen bedrijf meer en zijn afgeschilderd door met name vrijburg als
fraudeur.
De 100.000
gulden vraag is, wie is nu werkelijk de fraudeur?
Welke informatie
staat in de OM tapverslagen over Vrijburg en Franken?
Hebben Vrijburg
en Franken met geld van de participanten op basis van valse voorlichting aan
de participanten gedaan gekregen volgens stemming de fraude te bewijzen die er
inderdaad is. Maar wat gebeurt er als die fraude bij Vrijburg en Franken aan
te wijzen is?
De
uitgangsformule van de website Censuur in Nederland. In
Nederland worden onafhankelijke producerende bedrijven en personen financieel
uitgekleed en kapot gemaakt om de gesubsidieerde hulpverlening en de elite
steeds verder te verrijken". Met een verborgen agenda kan een kleine
groep van voorname mensen (elite) burgers in dit land hun wil opleggen. Zij
maken door het onder elkaar verdelen van vrijwel alle belangrijke posities bij
overheden, bedrijfsleven, media en politiek hier feitelijk de dienst uit.
De bovenstaande
informatie wordt u gratis aangeboden door de auteur van de website Censuur in
Nederland de heer J. Hop te Ermelo. Hij nodigt u uit na te denken over wat er om
u heen gebeurt en mee te werken aan de verbetering en ontwikkeling van deze
sites door correcties of aanvullende informatie zo snel mogelijk aan hem door te
geven om kennis in informatie en informatie in kennis om te zetten. J. Hop,
auteur. E-mail j.hop3@chello.nl Telefoon
06-21943139
Hop vraagt:
"Hoe onpartijdig en onafhankelijk is sinds de Novacap tulpenfraude het
scheidsgerecht van de bloembollenhandel?"
In het
scheidsgerecht van de bloembollenhandel zitten leden waaronder min of meer
praktiserende bollen telers, handelaren e.a. per zitting wordt een groep
"niet belanghebbende"samengesteld.Wat kan onder "niet
belanghebbende"worden verstaan?
Hop vraagt:
"Zijn de "niet belanghebbenden" eigenlijk allemaal
"belanghebbenden" links of rechtsom (namelijk meestal kwekers die er
belang bij hebben dat bijvoorbeeld collega kwekers novacap koopovereenkomsten
niet hoeven af te nemen?
Worden
koopbriefjes vervolgens spookbriefjes genoemd omdat Mark van der Poll is toch al
voor een fraudeur wordt uitgemaakt?
Achtergrondinformatie
op grond van praktijkervaring van de auteur met geschillen.
De auteur van de website Censuur in Nederland heeft overal in Nederland namens
klagende burgers klachtzaken gevoerd bij interne klachtencommissies in de
gezinsvoogdij. De meerderheid van die commissies bestond vrijwel altijd uit
leden van die gezinsvoogdij-instelling. Ingediende klachten over het niet
afgeven van contactjournalen werden door hen vrijwel altijd ongegrond verklaard.
De meeste leden hadden er immers zelf belang bij afgifte van deze
contactjournalen te voorkomen. De doorbraak inzake afgifte van de
contactjournalen gezinsvoogd kwam dan ook nadat ouders acties gingen voeren en
na uitspraken van externe provinciale klachtencommissies en het College van
Advies Justitiële Kinderbescherming (55).
In de
gezinsvoogdij ging het er vervolgens nog smeriger aan toe.
In een aantal van
die interne klachtencommissies zaten vervolgens leden die Hop in eerdere zaken
als beklaagde tegenkwam en tegen wie soms ernstige klachten gegrond werden
verklaard. Vervolgens kwam Hop zulke figuren weer tegen in nieuwe zaken als lid
van diezelfde klachtencommissie en werd bezwaar gemaakt tegen de bijstand van
Hop als belangenbehartiger van klagende burgers tegen de gezinsvoogdij
(bestuursorgaan)
Denkt u dat het
bovenstaande smerig is? Het kan in Nederland nog veel smeriger!
In Flevoland
was de voorzitter van zo'n klachtencommissie de "griffier van de
kinderrechter" van de rechtbank "Lelystad". Zij verschoonde zich
keurig netjes als voorzitter van die klachtencommissie in de zaak van Edo van
Tienen, zij was daar griffier van de kinderrechter geweest en Hop ontdekte deze
dubbelfunctie. In nieuwe zaken ging zij vervolgens met een aantal leden
helemaal de fout in toen zij zelf gingen beslissen als lid van de
klachtencommissie over de klachten die tegen henzelf waren ingediend. En als u
nu denkt dat kan helemaal niet want in dit soort zaken is er zelfs een WET (Art.
48 Wjh) die dit expliciet verbiedt dan begrijpt u niet hoe smerig en verrot de
Nederlandse rechtspraak is. Op verzoek van die gezinsvoogdij-instelling (mede
namens die leden) veroordeelde diezelfde rechtbank Lelystad-Zwolle Hop in een
kort geding met een dwangsom van Dfl. 150.000,-- om het (aan)klagen van Hop over
deze praktijken te onderdrukken.
Hop klaagt hier
dus niet meer over, stelt gewoon vast dat dit de norm is voor het werk van de
gezinsvoogdij in Nederland, maar Hop beweert nu dat de Rechtbank Lelystad-Zwolle
een CORRUPTE EN MALAFIDE RECHTBANK
is met als onderbouwing deze veroordeling om de problemen met hun eigen maatje
die met een dubbelfunctie als voorzitter van deze klachtencommissie in de
gezinsvoogdij werkte af te dekken. Zo smerig is het dus in Nederland.
Met deze
praktijkervaringen en achtergrond stel ik dus de vraag hoe onafhankelijk en
onpartijdig is het scheidsgerecht van de bloembollenhandel sinds de Novacap
tulpenfraude?
Uw reacties op
deze vraag zijn welkom. J. Hop E-mail j.hop3@chello.nl
Scheidsgerecht
voor bloembollenhandel doet geen uitspraak in de zaak HBM-NovaCap
Het Scheidsgerecht
voor de Bloembollenhandel heeft zich onbevoegd verklaard een uitspraak te doen
in een geschil tussen Holland BolRoy Markt uit Heiloo en NovaCap uit Lisse. In
dit geschil was de vraag aan de orde in hoeverre sprake was van bestaande of
niet-bestaande koopcontracten (de zogenaamde spookbriefjes).
Als reden geeft
het Scheidsgerecht onder meer aan dat er al een soortgelijke zaak tussen de
partijen dient bij de burgerrechter. In zo’n situatie acht het Scheidsgerecht
het correct dat de burgerrechter uitspraak doet.
KAVB-voorzitter
Langeslag wijst ondernemers die bij de SBC-affaire betrokken zijn erop dat er
dus geen duidelijkheid is verkregen in de kwestie van de zogenaamde
spookbriefjes. "Maar ook als er wel door het Scheidsgerecht een uitspraak
was gedaan, was er waarschijnlijk niet veel meer duidelijkheid geschapen, omdat
ieder geval zijn eigen specifieke aspecten heeft."
Novacap
Tulpenfonds! Wie wil mij uitspraken
van het scheidsgerecht voor de bloembollenhandel toesturen?
Klopt de
volgende stelling? Indien neen, waarom niet?
De uitspraken van
het scheidsgerecht van de bloembollenhandel (al of niet spookbriefje) tot nu toe
gaan over de volgende vraagstukken:
Toepasselijkheid:
1. Is het
handelsreglement van toepassing verklaard op de overeenkomst
2. Is het SBC
reglement van toepassing verklaart
Vertegenwoordiging:
Wordt de vermeende
koper vertegenwoordigd (handelsbevoegdheid) door M. van de Poll, dan verliest de
vermeende koper alles.
Ontkent de
vermeende koper dat M. van de Poll hem vertegenwoordigde en de eiser kan dat
niet hard maken, dan wint de vermeende koper.
Novacap
Tulpenfonds! Wie heeft ontbrekende namen van leden van het scheidsgerecht voor
de bloembollenhandel
Vraag van Hop:
: Klopt onderstaande lijst, indien neen, waarom niet?
HetLeden min of
meer praktiserende bollen telers, handelaren e.a. per zitting wordt een groep
"niet belanghebbende"samengesteld.
Rechterlijke
ambtenaren lid scheidsgerecht van de bloembollenhandel:
22
Mr. J.C. Binnerts, Secretaris scheidsgerecht van
de bloembollenhandel te Haarlem
24
Mr. J.H. Dantuma, Plaatsvervangend Voorzitter
Scheidsgerecht voor de bloembollenhandel te Haarlem
25
Mr. S.G. Ellerbroek, Voorzitter Scheidsgerecht voor de Bloembollenhandel te
Haarlem
Wie heeft
informatie over de nevenfuncties van
A.C.H. van den
Bergh Plaatsvervangend secretaris scheidsgerecht van de bloembollenhandel
te Haarlem
Op 080405 heb ik
alle bijbanen van alle rechterlijke ambtenaren met de achternaam Bergh
bijgewerkt in mijn bijbanenregister
op internet B bijgewerkt. Deze A.C.H. van den Bergh kwam ik daar niet tegen
maar wel meerdere rechterlijke ambtenaren met de naam Bergh waarvan ik zoals
gezegd op 080405 alle bijbaantjes actueel heb bijgewerkt.
Leden min of
meer praktiserende bollen telers, handelaren e.a. per zitting wordt een groep
"niet belanghebbende"samengesteld. De lijst is niet compleet:
A.J.M. van Bentum
J.S. Pennings
V. Smal
J.A.M. Balk
W.J. van Geest
C. Steenvoorden
Nic. Dames
J. Oostdam
J.A. Stolze
J.N.J. van de Berg
K. Burger
J.P.W. Boot
E.P.A. Bot
F. van Lierop
R. Schrama
Wie heeft
aanvullende informatie over andere nevenfuncties van leden van het
scheidsgerecht van de bloembollenhandel welke min of meer praktiserende bollen
telers, handelaren zijn? Zijn er in de families van deze leden ook rechters
en/of Officieren van Justitie of investeerders in Novacap te vinden?
Bovengenoemde
namen moet ik nog in de bijbanenregisters op internet verwerken zodat makkelijk
is na te gaan of er rechterlijke ambtenaren met deze familienamen werkzaam zijn.
Het
faillisement van SBC zou er toe kunnen leiden dat de koopbriefjes waarmee een
bollentransactie formeel worden vastgelegd van een handtekening moeten worden
voorzien. Dat zeggen voorzitter Westerhof van de KBGBB en voorzitter Langeslag
van de KAVB. Rond het faillisement van SBC doken dit najaar zogenaamde
'spookbriefjes' op met bollentransacties voor miljoenen euro's en adressen die
in de praktijk niet bleken te bestaan. Verschillende bemiddelaars betwijfelen of
een handtekening op een koopbriefje corruptie kan voorkomen. Ze wijzen op de
bedragen die telefonisch zonder handtekening op de aandelenbeurs worden
verhandeld. De zaak rondom SBC wordt door hen als een exces gezien. Een
koopbrief wordt in de praktijk geparafeerd door de bemiddelaar. Partijen hebben
daarbij een aantal dagen tijd om zich te beraden en kunnen zonodig de
overeenkomst ongedaan maken. Daarnaast kent de bollensector volgens hen een
uitstekend handelsreglement. Bron: Noordhollands Dagblad, 30/12/03
29
oktober 2002
Arbitrage
vaak slecht alternatief voor rechtsprocedure
In
de rechtsliteratuur figureert arbitrage vaak als een alternatief
voor overheidsrechtspraak. Dit geldt met name bij bouwgeschillen,
waar arbitrage eerder regel is dan uitzondering. Uit het onderzoek
van mr. Etienne van Bladel bij onder meer de Raad van Arbitrage
voor de Bouw is gebleken dat de veronderstelde voordelen van
arbitrage zich niet of slechts ten dele voordoen. Zo blijkt dat
partijen niet bewust kiezen voor arbitrage en dat de samenstelling
van arbitrale colleges niet berust op ‘informed consent’ van
partijen. Van Bladel promoveert op 1 november bij de faculteit
Rechtsgeleerdheid.
Aangenomen wordt dat arbitrage een aantal voordelen heeft ten opzichte van
een procedure bij de overheidsrechter. Zo zouden partijen vrijwillig
kiezen voor arbitrage en zelf de persoon van de arbiter aanwijzen. De
arbiter is afkomstig uit het veld en zou daarom terzake kundig moeten
zijn. Bovendien wordt arbitrage gekenschetst als weinig formeel en
relatief snel en goedkoop.
Van Bladel heeft een aantal van deze kenmerken getoetst aan de praktijk.
Op grond van de grondwet kan niemand tegen zijn wil worden afgehouden van
de rechten die de wet hem toekent. Partijen moeten derhalve arbitrage
overeenkomen. In de praktijk blijkt dat veelal in de algemene voorwaarden
een beding is opgenomen waarmee de weg voor de rechter is afgesloten.
Partijen zijn niet op de hoogte van deze bepaling, laat staan wat de
consequenties daarvan zijn. Bovendien weten partijen niet hoe er voor een
bepaald arbitrage-instituut moet worden geprocedeerd. Dit blijkt op een
aantal punten af te wijken van een procedure bij de rechter.
Ook heeft de promovendus vastgesteld dat partijen zich steeds meer laten
bijstaan door juristen, waardoor de kosten oplopen. Arbitrage is daardoor
niet perse goedkoper of sneller dan procedures bij de overheidsrechter.
Als belangrijkste voordeel van arbitrage komt naar voren dat de
niet-juridisch geschoolde vakarbiter veelal ruim de tijd neemt voor de
mondelinge behandeling van het geschil. Daardoor partijen kunnen
uitgebreid hun verhaal doen, hetgeen positief wordt gewaardeerd.
Van belang is dat er een bewuste keuze wordt gemaakt voor arbitrage.
Dat wil zeggen dat een arbitraal beding in de algemene voorwaarden
onvoldoende is om te kunnen spreken van een bewuste keuze. Verder zou de
kwaliteit van de arbiters moeten worden gewaarborgd. Naast de Raad van
Arbitrage voor de Bouw heeft Van Bladel ook gekeken naar vijf andere
arbitrage-instituten: het Arbitrage Instituut Bouwkunst, Stichting Raad
van Arbitrage voor de Metaalnijverheid en -handel, het College van
Arbiters van de Koninklijke Nederlandse Voetbal Bond, het Scheidsgerecht
voor de Bloembollenhandel en het Nederlands Arbitrage Instituut.
Het proefschrift is verschenen onder de titel ‘Arbitrage in de
praktijk’ en wordt uitgegeven door Boom Juridische Uitgevers (ISBN 90
5454 238 1).
Vrijdag 1 november 2002 om 14.30 uur
Academiegebouw, Domplein 29, Utrecht
Promotie: ‘Arbitrage in de praktijk. Een empirisch onderzoek naar
institutionele arbitrage, met name bij de Raad van Arbitrage voor de
Bouw.’
Mr. C.B.E. van Bladel, faculteit Rechtsgeleerdheid
Voorlichter Roy Meijer, (030) 253 3705, r.meijer@csc.uu.nl
25
juni 2004 Eerste Kamer Nr. C03/113HR JMH/AT Hoge Raad der
Nederlanden Arrest in de zaak van: [Eiser], wonende te
[woonplaats], EISER tot cassatie, advocaat: mr. P.J.L.J. Duijsens,
t e g e n DELTA FRESH B.V., gevestigd te Hazerswoude-Dorp,
gemeente Rijn-Woude, VERWEERSTER in cassatie, advocaat: mr. D.
Stoutjesdijk. 1. Het geding in feitelijke instanties...
Uitspraak
25
juni 2004
Eerste Kamer
Nr. C03/113HR
JMH/AT
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Eiser],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
advocaat: mr. P.J.L.J. Duijsens,
t e g e n
DELTA FRESH B.V.,
gevestigd te Hazerswoude-Dorp, gemeente Rijn-Woude,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. D. Stoutjesdijk.
1. Het geding in feitelijke instanties
Eiser tot cassatie - verder te noemen: [eiser] - heeft bij exploot van 14
juni 1995 verweerster in cassatie - verder te noemen: Delta Fresh -
gedagvaard voor de rechtbank te 's-Gravenhage en gevorderd bij vonnis,
uitvoerbaar bij voorraad, Delta Fresh te veroordelen om aan [eiser] te
vergoeden de schade, op te maken bij staat en te vereffenen volgens de
wet, die [eiser] door het in de dagvaarding omschreven tekortschieten van
Delta Fresh heeft geleden en/of nog zal lijden.
Delta Fresh heeft de vordering bestreden.
De rechtbank heeft bij tussenvonnis van 24 oktober 1995 een comparitie van
partijen gelast en bij eindvonnis van 26 februari 1997 de vordering
afgewezen.
Tegen dit eindvonnis heeft [eiser] hoger beroep ingesteld bij het
gerechtshof te 's-Gravenhage.
Bij tussenarrest van 17 oktober 2000 heeft het hof [eiser] tot
bewijslevering toegelaten. Bij arrest van 4 februari 2003 heeft het hof
het vonnis waarvan beroep bekrachtigd.
Beide arresten van het hof zijn aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen beide arresten van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie
ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt
daarvan deel uit.
Delta Fresh heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten en voor Delta Fresh
mede door mr. M.B.C. Kloppenburg, advocaat bij de Hoge Raad.
De conclusie van de Advocaat-Generaal D.W.F. Verkade strekt tot verwerping
van het beroep.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden.
Zulks behoeft, gezien artikel 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten
niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de
rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze
uitspraak aan de zijde van Delta Fresh begroot op € 316,34 aan
verschotten en € 1.365,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren J.B. Fleers, als voorzitter, E.J.
Numann en F.B. Bakels, en in het openbaar uitgesproken door de
vice-president P. Neleman op 25 juni 2004.
Conclusie
Rolnr.
C03/113HR
Mr. D.W.F. Verkade
Zitting 16 april 2004
Conclusie inzake:
[eiser]
(hierna: [eiser])
tegen:
Delta Fresh BV
(hierna: Delta Fresh)
1. Inleiding
1.1. De zaak betreft na opslag in het koelhuis van Delta Fresh
geconstateerde schade door schimmel aan clematisstekken.
Het cassatieberoep bevat een enkele rechtsklacht en een aantal
motiveringsklachten, veelal gericht tegen de door het hof toegepaste
bewijslastverdeling en tegen 's hofs waardering van het vergaarde
bewijsmateriaal.
1.2. De klachten kunnen m.i. niet tot cassatie leiden en snijden m.i. geen
rechtsvragen aan die nopen tot beantwoording in het belang van de
rechtseenheid of de rechtsontwikkeling (art. 81 R.O.).
2. Feiten(1)
2.1. [Eiser] heeft in het najaar van 1994 plantgoed (clematis) ter koeling
aan Delta Fresh in bewaring gegeven. Het materiaal is in dichte kisten op
vijf pallets door [eiser] bij Delta Fresh aangeleverd.
2.2. Partijen zijn overeengekomen dat het plantgoed door Delta Fresh
diende te worden bewaard bij een temperatuur van -2ºC.
2.3. [Eiser] heeft zijn plantgoed in februari/maart 1995 bij Delta Fresh
weer opgehaald. De uitslag van de pallets heeft als volgt plaatsgevonden:
op 18 februari 1995 pallet 4; op 22 februari 1995 pallet 1; op 28 februari
1995 pallet 2; en op 2 maart 1995 de pallets 3 en 5.
2.4. Kort hierna bleek dat het plantgoed gedeeltelijk schade had
opgelopen. Delta Fresh heeft alleen met betrekking tot (het
plantenmateriaal op) de pallets 1 en 2 klachten van [eiser] ontvangen.
2.5. Op de tussen partijen gesloten overeenkomsten zijn de algemene
voorwaarden van Delta Fresh van toepassing.
3. Procesverloop
3.1. Bij inleidende dagvaarding van 14 juni 1995 heeft [eiser] Delta Fresh
gedagvaard voor de rechtbank te 's-Gravenhage en gevorderd dat Delta Fresh
zal worden veroordeeld tot vergoeding van de door [eiser] geleden schade,
nader op te maken bij staat.
[Eiser] heeft zich daartoe op het standpunt gesteld dat Delta Fresh het in
bewaring gegeven plantgoed onjuist behandeld heeft, waardoor het plantgoed
schimmelvorming en verrottingsverschijnselen vertoonde en wortelschade
had.
3.2. Delta Fresh heeft de vordering gemotiveerd bestreden door te stellen
dat Delta Fresh bij de opslag van het plantgoed voldoende zorg heeft
betracht. Voorts heeft Delta Fresh een beroep gedaan op het in haar
algemene voorwaarden opgenomen exoneratiebeding.
3.3. De rechtbank te 's-Gravenhage heeft bij tussenvonnis van 24 oktober
1995 een comparitie van partijen bevolen en bij eindvonnis van 26 februari
1997 de vordering van [eiser] afgewezen. Daartoe overwoog de rechtbank dat
Delta Fresh een beroep op haar algemene voorwaarden toekomt, dat Delta
Fresh op grond daarvan slechts aansprakelijk is in geval van grove schuld
ten aanzien van het ontstaan van de schade en dat grove schuld niet
bewezen is.
3.4. [Eiser] is bij exploot van 17 maart 1997 van dit vonnis in hoger
beroep gegaan bij het gerechtshof te 's-Gravenhage, onder aanvoering van
negen grieven.
3.5. Delta Fresh heeft gemotiveerd verweer gevoerd.
3.6. Bij tussenarrest van 17 oktober 2000 heeft het hof in rov. 6
geoordeeld dat [eiser] zich terecht heeft beroepen op de vernietigbaarheid
van het exoneratiebeding van Delta Fresh, nu Delta Fresh [eiser] geen
redelijke mogelijkheid heeft geboden om van de voorwaarden kennis te
nemen, doch dat vooralsnog niet is komen vast te staan dat Delta Fresh is
tekortgeschoten in de nakoming van de op haar rustende verbintenissen (rov.
10).
Het hof heeft [eiser] opgedragen te bewijzen dat de aantasting van het
plantgoed het gevolg is van een toerekenbare tekortkoming aan de kant van
Delta Fresh.
3.7. [Eiser] heeft als getuigen voorgebracht: [betrokkene 1], [betrokkene
2], [betrokkene 3] en [betrokkene 4], alsmede zichzelf als partijgetuige.
In contra-enquête heeft Delta Fresh als getuigen doen horen: [betrokkene
5], [betrokkene 6], [betrokkene 7], [betrokkene 8], [betrokkene 9] en
[betrokkene 10].
3.8. Bij eindarrest van 4 februari 2003 heeft het hof geoordeeld dat
[eiser] niet in het hem opgedragen bewijs is geslaagd. Het hof heeft het
vonnis van de rechtbank, met verbetering van gronden, bekrachtigd.
3.9. De in cassatie van belang zijnde overwegingen van het eindarrest
luiden als volgt:
'6. Zoals het hof reeds heeft overwogen in zijn tussenarrest van 17
oktober 2000 in deze zaak, is op grond van de door [eiser] overgelegde
bescheiden, waaronder brieven van de Dienst Landbouw Voorlichting (DLV) en
de Plantenziektenkundige Dienst (PD) van respectievelijk 22 en 13 maart
1995 alsmede het expertiserapport van [betrokkene 11] van 26 juni 1995,
mede in het licht van de in opdracht van Delta Fresh vervaardigde
rapportage van de PD, niet komen vast te staan dat de schade is
veroorzaakt door een tekortkoming van Delta Fresh.
7. Dat sprake is geweest van een toerekenbare tekortkoming van Delta Fresh,
kan naar het oordeel van het hof evenmin met voldoende zekerheid worden
afgeleid uit de afgelegde getuigenverklaringen. Geen van de getuigen heeft
uit eigen wetenschap verklaard dat in de relevante periode door Delta
Fresh fouten zijn gemaakt bij het koelen, noch dat in die periode gebreken
zijn geweest aan de koel- en/of meetapparatuur bij Delta Fresh. De (in
contra-enquête gehoorde) getuigen [betrokkene 5], [betrokkene 6] en
[betrokkene 7] hebben uitdrukkelijk verklaard dat in die periode geen
sprake is geweest van een technische dan wel menselijke fout bij Delta
Fresh. Zij hebben hieraan toegevoegd dat als de temperatuur in de koelcel
te hoog of te laag zou zijn geweest het aanwezige alarmsysteem zou zijn
afgegaan, wat in die periode naar zij zeggen niet is gebeurd.
8. [Eiser] heeft zich er op beroepen dat het aannemelijk is dat de schade
aan de clematisstekken is ontstaan tijdens de koelperiode, en heeft er in
dit verband op gewezen dat behalve zijn clematisstekken ook plantgoed van
[betrokkene 12 t/m 14], welk plantgoed in ongeveer dezelfde periode in
dezelfde koelcel van Delta Fresh heeft gestaan, schade heeft opgelopen.
Het hof acht het vorenstaande echter onvoldoende om op grond hiervan
bewezen te achten dat de oorzaak van de schade aan het plantgoed van
[eiser] gelegen is in een toerekenbare tekortkoming van Delta Fresh. Het
hof wijst er in dit verband allereerst op dat de getuigen [betrokkene 9]
en [betrokkene 10], wier plantgoed volgens de verklaringen van [betrokkene
5] en [betrokkene 7] ook in de betreffende koelcel gekoeld werd, beiden
hebben verklaard dat zij geen schade hadden. De getuige [betrokkene 10]
heeft in dit verband bovendien verklaard dat hij ter controle altijd een
speciale minimum/maximum thermometer bij zijn plantgoed verpakt, en dat
deze thermometer na afloop van de koelperiode in dit geval geen afwijkende
stand vertoonde. Verder overweegt het hof dat de getuige [betrokkene 1],
bedrijfsdeskundige boomteelt, weliswaar heeft verklaard dat de
rottingsverschijnselen aan de clematisstekken op zo'n korte termijn na de
uitslag geen andere oorzaak kunnen hebben dan een probleem tijdens de
koeling, maar hieruit vloeit nog niet voort dat dit probleem tijdens de
koeling gelegen is in een toerekenbare tekortkoming van Delta Fresh. De
getuige [betrokkene 8], werkzaam bij de PD, heeft er uitdrukkelijk op
gewezen dat de oorzaak van de rottingsverschijnselen kan zijn gelegen in
een probleem bij de koeling, maar dat dit niet noodzakelijk het geval
hoeft te zijn.
9. Dat de stekken als gevolg van (handelingen bij) het koelproces, zoals
[eiser] aanvoert, mogelijk in een stress situatie zijn gekomen waardoor
zij vatbaarder werden voor schimmels, brengt evenmin met zich dat sprake
is van een tekortkoming van Delta Fresh.'
3.10. Tegen deze arresten heeft [eiser] - tijdig(2) - beroep in cassatie
ingesteld, onder aanvoering van een vijftal cassatiemiddelen. Delta Fresh
heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep. Beide partijen hebben
de zaak schriftelijk toegelicht. Er is niet gerepliceerd noch
gedupliceerd.
4. Bespreking van het cassatiemiddel
4.1. Middel 1 voert aan dat het hof een aantal stellingen van [eiser],
aangevoerd bij memorie van grieven, onbesproken heeft gelaten en richt
zich daarnaast tegen de daaruit voortvloeiende bewijslastverdeling.
Onderdeel 1.1 klaagt er vooreerst over dat het hof het door [eiser] in
grief VIII opgeworpen beroep op een uitspraak van het Scheidsgerecht
Bloembollenhandel onbehandeld heeft gelaten, in welke uitspraak het
Scheidsgerecht, aldus het onderdeel, oordeelde dat de betreffende
verweerder grovelijk nalatig had gehandeld door de partijen bloembollen
niet regelmatig te inspecteren.
4.2. Deze klacht kan niet tot cassatie leiden. De betreffende uitspraak
betreft - ook in de opvatting van [eiser], zie grief VIII, onder 3.8.3 -
een geval waarin de inbewaringnemer, de Verenigde Koelhuizen, wordt
verweten de inbewaringgever, Unex, niet te hebben bericht toen zij
gebreken aan de partij bloembollen had waargenomen. De door het
Scheidsgerecht vastgestelde grove nalatigheid aan de zijde van de
Verenigde Koelhuizen ziet dan ook hierop, en niet (zoals het middel
voorstaat) op het nalaten de in bewaring genomen objecten regelmatig te
controleren. Nu in casu gesteld noch gebleken is dat door Delta Fresh
gebreken waren geconstateerd aan het plantgoed, kon het hof aan het beroep
op deze uitspraak, wegens gebrek aan belang voor onderhavige zaak,
voorbijgaan.
4.3. Onderdeel 1.1 verwijt het hof voorts niet te zijn ingegaan op de
betwisting door [eiser](3) van de stelling van Delta Fresh dat in de
koelruimte een digitale thermometer hing en dat deze regelmatig werd
gecontroleerd.(4)
4.4. Deze klacht kan niet slagen, aangezien het hof niet gehouden was met
zoveel woorden op deze betwisting in te gaan.
Het hof kon aan dit betoog voorbijgaan, nu het niet gold als een voldoende
gemotiveerde betwisting van de uitgebreide stellingen van Delta Fresh (bij
conclusie van dupliek, p. 3) omtrent het temperatuurcontrolesysteem.
4.5. Onderdeel 1.2 voert aan dat het vorige onderdeel tevens van belang is
voor de bewijslastverdeling. Indien Delta Fresh geen thermometer heeft,
dan wel niet regelmatig controleert, maakt zij zich volgens het onderdeel
schuldig aan een nalatigheid die op zijn minst onzorgvuldig is en waaraan
het risico is verbonden dat schade kan ontstaan. In ieder geval is er,
aldus het onderdeel, sprake van een onzorgvuldig vervullen van de
opdracht. Het onderdeel betoogt dat het hof in dat geval bij de
bewijslastverdeling rekening diende te houden met de omkeringsregel en
dat, nu het schadebeeld beantwoordt aan het risico dat aan het
onzorgvuldig vervullen van de opdracht verbonden is, Delta Fresh had
moeten worden opgedragen het bewijs van het bestaan van andere oorzaken te
leveren.
4.6. Nu dit onderdeel voortbouwt op de voorafgaande klachten, deelt het
het lot daarvan. Overigens zij opgemerkt dat toepassing van de 'omkeringsregel'
veronderstelt dat een tekortkoming bij de uitvoering van een overeenkomst
of een onzorgvuldig handelen is komen vast te staan. Het hof heeft evenwel
geoordeeld dat zulks niet het geval is.
4.7. Onderdeel 1.3 klaagt erover dat het hof is voorbijgegaan aan de in de
memorie na enquête, tevens akte uitlating produkties (sub 12) opgenomen
klachten van [eiser] over de bewijslastverdeling, alsmede over de vraag of
Delta Fresh kon volstaan met het enkel ontkennen van de tekortkoming, dan
wel met bewijs van het koelregime moest komen.
4.8. Deze klacht mist feitelijke grondslag, nu de verwerping van deze
klachten besloten ligt in 's hofs voortbouwen in het eindarrest op het
eerdere oordeel (in r.ovv. 10 en 11 van het tussenarrest), dat op grond
van de hoofdregel van art. 177 Rv (oud) op [eiser] de bewijslast rust ten
aanzien van de stelling dat de aantasting van het plantgoed is veroorzaakt
door een toerekenbare tekortkoming aan de kant van Delta Fresh. Het hof
heeft hiermee geen rechtsregel geschonden, noch - mede gelet op de
stellingen van Delta Fresh bij CvD, p. 3 - zijn oordeel onvoldoende
gemotiveerd. Het hof hoefde verder niet expliciet in te gaan op genoemde
klachten.
4.9. Middel 2 richt zich tegen de motivering van de waardering van het vóór
de enquête in het geding gebrachte schriftelijke bewijs.
Het middel voert aan dat het hof in rov. 10 van het tussenarrest ten
onrechte vaststelt dat het voor de Dienst Landbouwvoorlichting (DLV) niet
duidelijk is wat de oorzaak van de door [eiser] geleden schade is, althans
dat het hof nalaat aan te geven hoe dit uit de brief van de DLV van 22
maart 1995 zou moeten blijken.
4.10. Het middel faalt, nu 's hofs (feitelijke) waardering van het rapport
van de DLV niet onbegrijpelijk is, en geen nadere motivering behoefde.
In het betreffende rapport(5) wordt (niet limitatief) gesproken van een
viertal 'mogelijke oorzaken' van de door de Plantenziektenkundige Dienst
aangetroffen schimmelvorming (welke schimmelvorming tot de schade heeft
geleid). De DLV geeft niet dat één van deze mogelijke oorzaken (en zo
ja, welke) in casu daadwerkelijk tot de schimmelvorming heeft geleid.
Op deze gronden kon het hof, met de daartoe in rov. 10 van het
tussenarrest gegeven motivering, tot het oordeel komen dat het voor de DLV
'niet duidelijk' is wat de oorzaak van de schimmelvorming is.
4.11. Middel 3 richt zich tegen 's hofs waardering van de
getuigenverklaringen en van de daarop voortbouwende opmerkingen bij
memorie na enquête van [eiser].
In onderdeel 3.1 wordt het hof vooreerst verweten in zijn eindarrest niet
te zijn ingegaan op de in de memorie na enquête (p. 2, onder het kopje
"schademoment") geponeerde en uit de getuigenverklaringen
voortvloeiende stelling dat de schade aan de clematisstekken eerst is
ontstaan nadat de stekken de koelcel ingingen.
4.12. Blijkens rov. 8 van het eindarrest heeft het hof de hiervoor
weergegeven stelling wel degelijk onder ogen gezien, en besproken. De hier
bedoelde klacht mist dus feitelijke grondslag.
4.13. Onderdeel 3.1 voert voorts aan dat het hof in rov. 8 van het
eindarrest weliswaar vraagtekens plaatst bij de getuigenverklaring van
[betrokkene 1], doch nalaat te motiveren hoe zij tot de waardering van
deze getuigenverklaring is gekomen.
4.14. Deze, niet verder toegelichte, klacht faalt, nu het hof in rov. 8
van het eindarrest voldoende gemotiveerd en begrijpelijk uiteenzet waarom
aan de getuigenverklaring van [betrokkene 1] geen doorslaggevende waarde
wordt toegekend.
4.15. Onderdeel 3.2 richt zich tegen rov. 7 van het eindarrest waarin het
hof grote waarde hecht aan de getuigenverklaringen van [betrokkene 5],
[betrokkene 6] en [betrokkene 7]. Gelet op de verwantschap van deze
getuigen met Delta Fresh ([betrokkene 5] is directeur/groot aandeelhouder
en dient als partijgetuige te worden aangemerkt, [betrokkene 6] en
[betrokkene 7] zijn bedrijfsleider bij Delta Fresh), had het hof, aldus
het onderdeel, deze bewijswaardering nader moeten motiveren.
4.16. Deze klacht wordt tevergeefs voorgesteld, aangezien het
middelonderdeel aan de motivering van 's hofs bewijswaardering eisen stelt
die hieraan niet gesteld kunnen worden.
Hierbij is relevant dat de bewijslast op [eiser] rustte, dat het hof het
bewijs niet geleverd heeft geacht (zie r.ovv. 6-8 van het eindarrest) en
dat de betreffende, door Delta Fresh voorgebrachte getuigen waren gehoord
ter ontkrachting van de (nog niet bewezen) stellingen van [eiser].
4.17. Onderdeel 3.3 brengt in herinnering dat [eiser] heeft gewezen op
vergelijkbare problemen bij drie andere kwekers ([betrokkene 12 t/m 14]).
Het hof heeft in rov. 8 overwogen dat dit onvoldoende grond vormt om aan
te nemen dat de oorzaak van de schade aan het plantgoed van [eiser]
gelegen is in een toerekenbare tekortkoming aan de zijde van Delta Fresh,
nu er sprake is van nog twee andere kwekers die geen schade hebben
ondervonden. Door [eiser] zijn bij memorie na enquête over de waarde van
deze twee getuigenverklaringen twijfels geuit, door te stellen dat de
stekken van [eiser] eerder in de koelcel waren dan de stekken van
[betrokkene 9], dat niet vaststaat waar de stekken van [betrokkene 10]
zijn gekoeld en dat onduidelijk is of er een minimum/maximum thermometer
in beide partijen is gelegd. Ook hier geldt dus, aldus het onderdeel, dat
de mogelijkheid bestaat dat de stekken van [eiser] gedurende drie weken
zijn bewaard zonder dat er een partij van [betrokkene 10] bij heeft
gelegen. Hier heeft het hof evenwel met geen enkel woord over gerept,
waardoor het oordeel van het hof volgens het middelonderdeel onvoldoende
is gemotiveerd, hetgeen kwalijk is nu het hof juist de verklaring van
[betrokkene 10] gebruikt om het belangrijke argument van [eiser], namelijk
dat er drie andere kwekers waren met schade, te weerleggen.
4.18. Het onderdeel faalt. Niet onbegrijpelijk is dat het hof, bij zijn -
feitelijk - oordeel over de aannemelijkheid van de stelling van [eiser],
dat de schade aan het plantgoed tijdens het koelen is ontstaan, waarde
heeft gehecht aan de verklaringen van [betrokkene 5] en [betrokkene 7]
(over het feit dat in de periode dat [eiser] zijn stekken in de koelcel
van Delta Fresh had staan, in die cel ook stekken van andere kwekers,
waaronder [betrokkene 10] en [betrokkene 9], stonden), van [betrokkene 10]
en [betrokkene 9] (over het feit dat hun plantgoed geen schade heeft
ondervonden) en van [betrokkene 10] (omtrent de aanwezigheid van een
minimum/maximum thermometer). Deze verklaringen maken de stelling van
[eiser] immers minder waarschijnlijk. Ook niet onbegrijpelijk is 's hofs
kennelijke oordeel dat de door [eiser] geuite twijfels niet (voldoende)
afdoen aan de (ontkrachtende) waarde van deze getuigenverklaringen.
Het hof was ten slotte niet gehouden expliciet op deze twijfels in te
gaan.
4.19. Onderdeel 3.4 voert aan dat de waardering van de getuigenverklaring
van [betrokkene 8] in rov. 8 van het eindarrest onduidelijk is, nu evident
is dat het schadebeeld bij een probleem aan de koeling past. Nu [eiser]
bij memorie na enquête (onder 7 en 8) heeft aangevoerd dat [betrokkene 8]
de schade enkel heeft vastgesteld en geen uitspraak kan doen over de
oorzaak, had het hof dienen te motiveren waarom het zoveel waarde hecht
aan de verklaring van [betrokkene 8] omtrent de schadeoorzaak en kon het
hof deze bij memorie na enquête geponeerde stelling niet ongemotiveerd
passeren.
4.20. Ook deze klacht kan niet tot cassatie leiden. De opmerking van
[betrokkene 8](6), dat hij geen uitspraak kan doen over de precieze
oorzaak van de afstervingsverschijnselen, staat er geenszins aan in de weg
dat hij desgevraagd verklaart(7) niet te kunnen bevestigen dat de
rottingsverschijnselen zijn ontstaan door het koelsysteem (zoals
[betrokkene 1] heeft getuigd) en, tegen die achtergrond, evenmin dat hij
aangeeft dat er ook nog andere oorzaken kunnen zijn geweest. Dat het hof
hieraan waarde heeft gehecht, is niet onbegrijpelijk.
4.21. Onderdeel 3.5 betoogt vooreerst dat het hof ten onrechte heeft
nagelaten op enigerlei wijze aandacht te besteden aan de verklaring van
[betrokkene 2] dat [betrokkene 5] heeft erkend dat sprake is geweest van
een koelfout.
4.22. Deze klacht is ongegrond. Het hof heeft deze stelling kennelijk en,
in het licht van de gemotiveerde betwisting van de kant van Delta Fresh(8)
niet onbegrijpelijk, onvoldoende aannemelijk geacht. Het hof was niet
gehouden hier nog expliciet op in te gaan.
4.23. Onderdeel 3.5 verwijt het hof voorts niet te zijn ingegaan op de
verklaring van [betrokkene 2], inhoudende dat [betrokkene 5] heeft
aangegeven dat de koelcel aan de [a-straat ] voor opslag van groente,
fruit en aardappelen diende. [betrokkene 2]'s verklaring bevestigt
bovendien de stelling van [eiser] dat de schade is ontstaan tijdens het
koelen, aldus het onderdeel.
4.24. Ook deze klacht kan niet tot cassatie leiden. Het hof mocht
voorbijgaan aan de hierboven weergegeven verklaring, nu het belang van
deze stelling voor de beoordeling van het geschil niet wordt aangegeven en
ook niet vanzelfsprekend is.
4.25. In middel 4 worden klachten gericht tegen de gehele
bewijswaardering. Vooreerst wordt betoogd dat het hof, gezien de
voorliggende bewijsmiddelen, niet in redelijkheid tot het oordeel had
kunnen komen dat [eiser] niet in het hem opgedragen bewijs is geslaagd,
waarbij met name op het volgende bewijsmateriaal wordt gewezen:
- de verklaringen van [betrokkene 1] en de rapportage van [betrokkene 11]
waaruit onmiskenbaar volgt dat de schade enkel tijdens de koeling kan zijn
ontstaan;
- de bevindingen van de PD die deze koelschade niet uitsluiten;
- de verklaringen van de medewerkers van Delta Fresh die haaks staan op
datgene wat [betrokkene 2] heeft gehoord van [betrokkene 5] (dat er sprake
is van een koelfout);
- de bij memorie na enquête opgesomde aanwijzingen uit het procesdossier
die op koelschade duiden.
4.26. Vooropgesteld moet worden dat de waardering van het bewijsmateriaal
is overgelaten aan de rechter die over de feiten oordeelt en dat deze
waardering in cassatie niet op haar juistheid kan worden getoetst.
Aangezien 's hofs waardering van het voorliggende bewijsmateriaal niet
onbegrijpelijk, noch onvoldoende gemotiveerd is, wordt het middel
tevergeefs voorgesteld.
Het hof heeft met name uitgebreid en op begrijpelijke wijze aangegeven
waarom uit de verklaringen van [betrokkene 1] en de rapportage van
[betrokkene 11] niet volgt dat de schade het gevolg is van een
wanprestatie aan de zijde van Delta Fresh. Zo wordt de verklaring van
[betrokkene 1] in rov. 8 van het eindarrest gepasseerd op de grond dat
daaruit niet blijkt dat de door [betrokkene 1] geconstateerde oorzaak van
de verrottingsverschijnselen (een probleem tijdens de koeling) ook een
toerekenbare tekortkoming van Delta Fresh oplevert en wordt de conclusie
van [betrokkene 11] in rov. 10 van het tussenarrest niet overtuigend
genoemd, nu deze slechts gebaseerd is op het rapport van de DLV.
Dat het hof aan het feit dat de PD een probleem aan de koeling als oorzaak
van de schade niet uitsloot, geen bewijs ontleent voor de stelling dat een
probleem aan de koeling de oorzaak zou zijn, is geenszins onbegrijpelijk.
De omstandigheid dat de getuigenverklaringen van de medewerkers van Delta
Fresh tegenstrijdig zijn met hetgeen [betrokkene 2] heeft gehoord van
[betrokkene 5] (dat er sprake is van een koelfout), maakt 's hofs
kennelijke oordeel dat die verklaring onvoldoende aannemelijk is geworden,
nog niet onbegrijpelijk (zie par. 4.22 supra).
Ten slotte zijn de bij memorie na enquête verzamelde aanwijzingen door
het hof alle expliciet dan wel impliciet onvoldoende aannemelijk dan wel
doorslaggevend geacht, hetgeen niet onbegrijpelijk, noch onvoldoende
gemotiveerd is.
4.27. Het middel voert voorts aan dat onduidelijk is wat het hof dan wel
nodig acht om te kunnen spreken van een koelschade. Het heeft er volgens
het middel alle schijn van dat het hof verlangt dat [eiser] aantoont dat
zich een incident heeft voorgedaan, doch dit verlangen gaat volgens het
middel voorbij aan de aard van onderhavig geval: essentie van
inbewaringgeving is juist dat [eiser] de planten toevertrouwt aan de zorg
van een ander en er dus niet bij is. Deze last kan aan [eiser] niet worden
opgelegd.
4.28. Deze klacht wordt tevergeefs voorgesteld. Uit rov. 11 van het
tussenarrest blijkt dat het hof niet meer en niet minder verlangt dan dat
[eiser] aantoont dat de aantasting van het plantgoed is veroorzaakt door
een toerekenbare tekortkoming van Delta Fresh. Er rustte op het hof geen
verplichting om aan te geven hoe dit dan aangetoond kan worden. Voor zover
het middel betoogt dat het hof verwacht dat [eiser] bewijst dat zich een
incident heeft voorgedaan, mist het, gezien het bovenstaande, feitelijke
grondslag.
4.29. Ten slotte betoogt het middel dat het hof aan de hand van de
voorhanden zijnde feiten wel degelijk in redelijkheid had kunnen oordelen
dat een koelschade aannemelijk was. Hiermee lag het, aldus het middel,
voor de hand om aan Delta Fresh de last op te leggen het tegendeel te
bewijzen.
4.30. Ook deze klacht faalt. De enkele omstandigheid dat het hof op grond
van de voorliggende stellingen wellicht had kunnen oordelen dat een
koelschade aannemelijk was, waardoor de bewijslast mogelijkerwijs op Delta
Fresh was komen te liggen, maakt 's hofs bewijslastverdeling en
bewijswaardering in casu niet onbegrijpelijk.
4.31. Middel 5 voert ten slotte aan dat het hof in rov. 9 van het
eindarrest van een onjuiste rechtsopvatting getuigt, nu de
rechtsverhouding tussen partijen met zich mee brengt dat Delta Fresh zich
moet inspannen om de planten zo goed mogelijk te verzorgen, hetgeen
impliceert dat Delta Fresh zich van handelingen moet onthouden die planten
in een stress situatie brengen. Het verrichten van dergelijke handelingen
impliceert dan ook, tenzij Delta Fresh aantoont dat de handelingen moesten
worden verricht, een toerekenbare tekortkoming aan de zijde van Delta
Fresh.
4.32. Dit middel is ongegrond. Het hof heeft in de bestreden
rechtsoverweging kennelijk rekening gehouden met de mogelijkheid dat aan
het koelen van planten, conform de gebruikelijke methode van Delta Fresh,
inherent is dat deze planten een bepaalde mate van stress ondervinden. Het
hof heeft slechts, kennelijk tegen deze achtergrond, willen aangeven dat
het enkele feit dat de stekken, als gevolg van het koelen zoals dat
normaliter geschiedt, mogelijk in een stress situatie zijn gekomen, niet
automatisch een tekortkoming van Delta Fresh oplevert. Dit oordeel getuigt
niet van een onjuiste rechtsopvatting en is niet onbegrijpelijk.
5. Conclusie
Mijn conclusie strekt tot verwerping van het beroep.
De procureur-generaal bij de
Hoge Raad der Nederlanden,
A-G
1 Ontleend aan r.ovv. 1.1, 1.3 en 1.4 van het rechtbankvonnis van 26
februari 1997 en rov. 2 van 's hofs tussenarrest van 17 oktober 2000
(waarin het hof ook verwijst naar de door de rechtbank vastgestelde
feiten).
2 De cassatiedagvaarding is uitgebracht op 13 maart 2003.
3 Zie grief VIII, onder 3.8.4.
4 Zie CvD, p. 3.
5 Productie bij p.-v. van comparitie van partijen d.d. 11 december 1995,
tevens prod. 1 bij CvR.
6 Proces-verbaal van zijn getuigenverklaring, eerste alinea.
7 Letterlijk: 'Ik kan en wil zover niet gaan', zie derde alinea van zijn
getuigenverklaring.
8 Zie CvD, pp. 2 en 3, en het p.-v. van het getuigenverhoor van
[betrokkene 5], p. 2, tweede alinea.
CNB REGLEMENT EN ALGEMENE VOORWAARDEN
ALGEMEEN
Artikel 1
a. Onder CNB wordt verstaan:
De Coöperatieve Nederlandse Bloembollencentrale (B.A.), gevestigd te Lisse.
b. Onder goederen wordt verstaan:
droge en te velde staande bloembollen en aanverwante artikelen, vaste planten,
boomkwekerijprodukten en andere (sier)teeltproducten, inventarissen en andere roe-
rende en onroerende zaken alsmede vermogensrechten.
c. Onder opdrachtgever wordt verstaan:
hij die te kennen heeft gegeven gebruik te willen maken van de tussenkomst en bemiddeling van CNB dan
wel een door CNB te organiseren openbare verkoop.
d. Onder vaste planten dienen te worden verstaan:
gewassen welke staan vermeld op de zogenaamde “vaste plantenlijst”, welke lijst ter inzage ligt ten kantore
van CNB te Lisse en in het bezit is van alle vertegenwoordigers van CNB.
e. Door openbare veilingen verkoopt CNB in opdracht van haar opdrachtgevers goederen. CNB treedt bij deze
veilingtransacties zelf als verkoopster op.
f. Door haar in- en verkoopbureau verleent CNB tussenkomst en bemiddeling bij totstandkoming van
onderhandse overeenkomsten met betrekking tot goederen, zowel in opdracht van hen die goederen aanbieden als
van hen die deze wensen te verwerven.
g. Op alle opdrachten tot openbare verkoop en tussenkomst en bemiddeling alsmede op alle door veiling of door
tussenkomst en bemiddeling tot stand gekomen overeenkomsten zijn van toepassing de bepalingen van dit
Reglement en deze Algemene Voorwaarden en mogelijk schriftelijk gemaakte aanvullende bepalingen, nog in het
bijzonder opgenomen in catalogi, processen-verbaal en koopbevestigingen. Het Handelsreglement voor de
Bloembollenhandel, voor zover dit niet afwijkt van dit Reglement en deze Algemene Voorwaarden, is van toepassing
op alle overeenkomsten met uitzondering van de overeenkomsten met betrekking tot vaste planten. Op de
overeenkomsten met betrekking tot vaste planten en boomkwekerijproducten zijn de Handelsvoorwaarden voor de
Boomkwekerij Nederland van toepassing, voor zover deze niet afwijken van dit Reglement en deze Algemene
Voorwaarden.
h. Onder ponds/ponds-gewijze omslag wordt verstaan de verdeling van het risico van wanbetaling bij een uit
artikel 8 van dit Reglement voortvloeiende betaaldatum en de wijze van berekening van de vorderingen van de
gezamenlijke bij diezelfde betaaldatum betrokken crediteuren.
i. Alle mededelingen en adviezen van CNB worden te goeder trouw naar beste weten verstrekt. CNB aanvaardt
hiervoor geen aansprakelijkheid. Opvolging van adviezen geschiedt voor risico van de geadviseerde.
j. Indien CNB ingevolge dit Reglement provisie vaststelt of wijzigt zal zij de desbetreffende besluiten openbaar
maken in de daarvoor naar haar oordeel in aanmerking komende vakbladen. Deze besluiten treden in werking op de
vijftiende kalenderdag na publicatie, tenzij in de publicatie een andere, latere ingangsdatum van de provisiewijziging
wordt vermeld.
k. Dit Reglement en Algemene Voorwaarden kan worden aangehaald als het “CNB Reglement”.
l. Een exemplaar van dit Reglement ligt voor een ieder ter inzage ten kantore van CNB te Lisse. Tevens kan dit
Reglement kosteloos worden aangevraagd bij het kantoor van CNB te Lisse.
OPDRACHTEN
Artikel 2
CNB heeft het recht om zonder enige opgave van redenen:
a. opdrachten tot veilen geheel of gedeeltelijk te aanvaarden en/of te weigeren;
b. te weigeren personen als koper aan de openbare veilingen te laten deelnemen of hun toegang te verlenen tot
de plaatsen waar openbaar wordt geveild;
c. opdrachten tot tussenkomst en bemiddeling geheel of gedeeltelijk te aanvaarden en/of te weigeren;
alles zonder enige gehoudenheid van CNB tot vergoeding van schade in welke vorm dan ook.
Artikel 3
Opdrachten tot openbare verkoop en tot tussenkomst en bemiddeling zijn niet aan enige vorm gebonden.
Schriftelijke bevestiging van de opdracht of annulering daarvan door CNB strekt tot volledig bewijs. Bij gebreke
hiervan is ieder ander bewijs toegelaten. Een opdracht tot openbare verkoop wordt geacht te zijn verstrekt indien de
goederen in de veilinggebouwen of op het terrein van CNB zijn aangevoerd of indien de directie of de gemachtigde
van CNB op de terreinen van een opdrachtgever wordt toegelaten voor het nummeren van de goederen. Een
opdracht tot openbare verkoop en/of tot tussenkomst en bemiddeling houdt in dat CNB met uitsluiting van de
opdrachtgever en ieder ander de bij de opdracht aangegeven of bedoelde goederen zal mogen verkopen of kopen
dan wel andere overeenkomsten met die goederen tot stand brengen en ter voorkoming van een ponds/ponds-
gewijze omslag bij gebreke van tijdige zekerheidsstelling door een opdrachtgever overeenkomsten zal mogen
ontbinden of opschorten dan wel terzake van die overeenkomsten nadere regelingen en dadingen treffen, die voor de
opdrachtgever tot openbare verkoop en bij een tot stand gekomen onderhandse overeenkomst betrokken
opdrachtgevers bindend zijn met uitsluiting van aansprakelijkheid van CNB. Aanvaarde opdrachten kunnen worden
gesplitst bij de uitvoering, zowel wat soorten als hoeveelheden betreft. Bij het aanvaarden van een opdracht kan door
CNB geen zekerheid worden gegeven dat de opdracht kan worden uitgevoerd. Aansprakelijkheid van CNB daarvoor
is uitgesloten. Opdrachtgever(s) vrijwaren CNB volledig tegen alle aanspraken die derden op haar verkrijgen terzake
van verplichtingen, die ingevolge de verstrekte opdracht door CNB zijn of worden aangegaan of voortvloeien uit
voorschriften opgelegd door enige instantie.
Artikel 4
Opdrachten tot openbare verkoop en tot tussenkomst en bemiddeling eindigen door:
a. uitvoering van de opdracht;
b. schriftelijke annulering van de opdracht door een opdrachtgever;
c. annulering door CNB.
Partijen kunnen opdrachten gedeeltelijk annuleren. Indien van deze mogelijkheid gebruik gemaakt wordt blijft de
opdracht voor het niet-geannuleerde deel tussen CNB en haar opdrachtgever(s) van kracht. Indien de opdracht wordt
geannuleerd op grond van de aan de opdrachtgever toe te rekenen omstandigheden wordt de opdrachtgever door
het enkele feit van de annulering een onmiddellijk opeisbare boete verschuldigd aan CNB ter grootte van 15% van de
in geld uitgedrukte waarde van de geannuleerde opdracht onverminderd het recht van CNB en/of derden om
volledige schadeloosstelling te vorderen. Alle rechtshandelingen verricht door CNB ter uitvoering van opdrachten
voordat de schriftelijke annulering haar heeft bereikt binden de opdrachtgever ten volle.
Artikel 5
CNB is bevoegd opdrachten verstrekt door twee of meer samenwerkende natuurlijke en/of rechtspersonen naar
eigen keuze af te wikkelen, afrekening te zenden en betaling te doen (verrekening daaronder begrepen) aan elk der
samenwerkende personen voor een deel of aan een van hen voor het geheel, in welke gevallen van afwikkeling en
betaling CNB aan al haar verplichtingen zal hebben voldaan en jegens alle opdrachtgevers deugdelijk zal zijn
gekweten. Indien opdrachten worden verstrekt door samenwerkende natuurlijke en/of rechtspersonen en dit
samenwerkingsverband na het verstrekken van opdrachten wordt omgezet in een nieuwe rechtspersoon blijven de
oorspronkelijke opdrachtgevers naast de nieuw opgerichte rechtspersoon hoofdelijk aansprakelijk voor de
verplichtingen welke door voornoemde rechtspersoon zijn overgenomen en/of bekrachtigd. Zij die zich gezamenlijk
jegens CNB hebben verplicht zijn ieder hoofdelijk voor het geheel aansprakelijk van de door hen aangegane
verplichtingen zowel hoofd- als nevenverplichtingen, zowel tegenover CNB als tegenover derden voor zover die enig
recht mochten hebben. Hij die als vertegenwoordiger van een derde op een door CNB georganiseerde openbare
verkoop koopt en/of opdracht aan CNB verstrekt tot tussenkomst en bemiddeling, staat in voor en is hoofdelijk met
diens principaal aansprakelijk voor de verplichtingen jegens CNB aangegaan.
PROVISIE
Artikel 6
CNB komt provisie toe voor alle middels door haar te organiseren openbare verkopen of door haar tussenkomst en
bemiddeling tot stand gebrachte overeenkomsten, waarbij elk der bij een onderhandse overeenkomst betrokken
partijen ieder afzonderlijk voor het geheel provisie aan CNB verschuldigd wordt.
Onder de opbrengst waarover provisie wordt berekend wordt verstaan de bruto tegenprestatie van hetgeen krachtens
de opdracht openbaar moet worden verkocht dan wel waarover blijkens de in dit Reglement in artikel 23 genoemde
schriftelijke bevestiging tussen partijen een overeenkomst tot stand is gebracht, met dien verstande dat wanneer in
feite meer geleverd wordt dan in een onderhandse overeenkomst tussen daarbij betrokken partijen is vastgelegd ook
over dat meerdere provisie verschuldigd is.
De provisie bedraagt een door CNB vast te stellen percentage van de opbrengst van de in de aan CNB verstrekte
opdracht bedoelde goederen bij welke vaststelling onderscheid kan worden gemaakt naar het soort van activiteit
en/of goederen.
Wanneer ten gevolge van enig verschil terzake van de uitvoering van een overeenkomst het in welke vorm ook door
de opdrachtgever(s) uiteindelijk te betalen bedrag in vergelijk tot de waarde van de krachtens die overeenkomst
oorspronkelijk te leveren prestatie een verandering ondergaat, zal de provisie over het verschil verschuldigd blijven
aan CNB. CNB is bevoegd deze provisie in rekening te brengen naar haar keuze bij de bij een onderhandse
overeenkomst betrokken partijen gedeeltelijk, dan wel aan een der hiervoor genoemde partijen geheel. De provisie
blijft verschuldigd ook indien om welke reden dan ook feitelijke levering c.q. uitvoering van een opdracht tot openbare
verkoop en/of een door tussenkomst en bemiddeling tot stand gekomen onderhandse overeenkomst niet wordt
nagekomen, partijen tot ontbinding van de overeenkomst besluiten of deze nietig of ontbonden wordt verklaard, in
welk geval CNB kan bepalen, dat de volle provisie door een der bij een tot stand gekomen onderhandse
overeenkomst betrokken partijen verschuldigd zal zijn. Voor definitief opgegeven, doch niet aangevoerde of
teruggehaalde goederen of tijdens een door CNB georganiseerde openbare verkoop opgehouden goederen, worden
door de opdrachtgevers kosten verschuldigd berekend naar de door CNB vast te stellen percentages van de waarde
der goederen. Voor de goederen, die niet bij een door CNB georganiseerde openbare verkoop in bod komen wordt
de waarde door CNB voor de opdrachtgever(s) bindend getaxeerd .
De hiervoor omschreven niet in bod gekomen goederen mogen door de opdrachtgever niet uit de hand worden
verkocht, zolang zij zich bevinden in de gebouwen of op de terreinen waar de door CNB georganiseerde openbare
verkoop wordt gehouden. Indien de opdrachtgever inbreuk maakt op het hiervoor omschreven verbod is de
opdrachtgever de volle provisie over de waarde van de betrokken goederen verschuldigd.
OMZETBELASTING EN ANDERE VERPLICHTINGEN JEGENS DE
OVERHEID
Artikel 7
Ten aanzien van de omzetbelasting gelden, onverminderd de wettelijke bepalingen, de navolgende regels:
Alle prijzen, provisie en dergelijke worden vastgesteld excl. omzetbelasting.
Partijen zijn de over hun aankopen en/of bedongen prestaties berekende omzetbelasting verschuldigd op de
valutadatum en tot betaling van deze omzetbelasting per die datum verplicht. Bij samenloop van aankopen en
verkopen is de verrekening van de omzetbelasting over verkopen niet toegestaan.
Partijen zijn verplicht alle voor de berekening van de omzetbelasting over hun verkopen benodigde gegevens tijdig te
verstrekken aan CNB. Bij gebreke hiervan, zowel als in het geval van verstrekking van onjuiste of onvolledige
gegevens, zijn partijen gehouden tot vergoeding van schade, rente en kosten door CNB als gevolg hiervan geleden,
alsmede tot onmiddellijke terugbetaling aan CNB van de door haar namens en in opdracht van deze partijen aan
haar ten onrechte in rekening gebrachte en uitbetaalde omzetbelasting.
CNB betaalt de omzetbelasting uit onmiddellijk nadat deze door haar van de fiscus als voordruk is terug ontvangen.
CNB is jegens partijen niet aansprakelijk voor afdracht van in het kader van tot stand gekomen overeenkomsten
ingehouden gelden aan publiekrechtelijke lichamen, welke inhoudingen door CNB zijn geschied ingevolge van
overheidswege gegeven voorschriften, ook indien achteraf mocht blijken, dat die voorschriften niet rechtsgeldig of
verbindend zijn.
BETALINGEN
Artikel 8
Alle betalingen terzake van overeenkomsten met of door tussenkomst en bemiddeling van CNB tot stand gebracht,
kunnen bij uitsluiting, ook van de opdrachtgevers, slechts rechtsgeldig worden gedaan zonder opschorting of
verrekening aan CNB, die alleen gerechtigd is tot het verlenen van kwijting.
Betalingen zullen in de eerste plaats strekken tot voldoening van provisie en andere aan CNB toekomende
bedragen, als vergoeding voor gebruik van emballage, vervolgens tot voldoening van boeten, kosten en rente en
tenslotte tot voldoening van schulden, waarbij de oudste geacht wordt het eerst te zijn voldaan.
Al hetgeen CNB te vorderen krijgt terzake van koopsommen of op grond van overeenkomsten onder een andere titel,
provisie, boete, kosten en rente, is opeisbaar en dient, tenzij CNB anders bepaalt of blijkens de schriftelijke
bevestigingen als genoemd in artikel 23 van dit Reglement anders is overeengekomen, te worden voldaan uiterlijk op
de navolgende data volgens onderstaand schema.
I a. Voor bloembollen en aanverwante artikelen:
indien feitelijke levering heeft plaatsgehad:
van 1 juni t/m 14 augustus: op 1 november eerstkomend met dien verstande, dat een in het
Handelsreglement voor de bloembollenhandel genoemd percentage van het verschuldigde als opeisbaar
voorschot betaald moet worden op 15 september voor de betaaldatum, zonder aftrek van enigerlei heffing en
zonder bijtelling van B.T.W. of prijscorrectie omzetbelasting;
van 15 augustus t/m 30 september: op 1 november eerstkomend;
van 1 oktober t/m 14 december: op 15 januari eerstkomend;
van 15 december t/m 31 januari: op 1 maart eerstkomend;
van 1 februari t/m 31 maart: op 1 mei eerstkomend;
van 1 april t/m 31 mei: op 1 juli eerstkomend.
I b. Voor boomkwekerijproducten en vaste planten:
indien feitelijke levering heeft plaatsgehad:
van 1 juni t/m 14 augustus: op 15 september eerstkomend;
van 15 augustus t/m 30 september: op 1 november eerstkomend;
van 1 oktober t/m 14 december: op 15 januari eerstkomend;
van 15 december t/m 31 januari: op 1 maart eerstkomend;
van 1 februari t/m 31 maart: op 1 mei eerstkomend;
van 1 april t/m 31 mei: op 1 juli eerstkomend.
II Bij openbare verkoop van te velde staande gewassen en van materialen wordt de betaaldatum per veiling
bepaald. Indien geen betaaldatum bij de veiling is vastgesteld is de betaaldatum 1 november van het jaar, waarin de
desbetreffende veiling is gehouden.
III CNB heeft de bevoegdheid in overleg met haar opdrachtgevers bij het door tussenkomst en bemiddeling tot
stand brengen van een onderhandse transactie een andere betaaldatum vast te stellen dan genoemd in de leden I
a. en I b. van dit artikel. Indien CNB en partijen een afwijkende betaaldatum in de zin als hiervoor omschreven
zijn overeengekomen missen de artikelen 10 leden a, b en c alsmede artikel 11 van dit Reglement toepassing
en dragen de betrokken opdrachtgevers zelf het risico van wanbetaling.
IV Voor betaling gedaan voor de betaaldatum kan een door CNB van geval tot geval te bepalen rentevergoeding
worden toegestaan .
De overeengekomen betaaldata kunnen niet worden gewijzigd zonder medewerking of goedkeuring van CNB.
UITBETALINGEN
Artikel 9
a. Vijftien dagen na een in artikel 8 genoemde betaaldatum verkrijgen de gezamenlijke crediteuren op CNB een
vordering tot uitbetaling ten bedrage van de op diezelfde betaaldatum van de gezamenlijke debiteuren te ontvangen
bedragen, met dien verstande, dat het risico van wanbetaling wordt verdeeld als in artikel 10 van dit Reglement
omschreven.
CNB heeft het recht uitbetaling te doen vóór een datum, waarop de vordering van de (gezamenlijke)
crediteuren opeisbaar wordt onder aftrek van een rentevergoeding wegens vervroegde betaling op basis van een
door haar vast te stellen percentage per maand of gedeelte daarvan. De vorderingen van een crediteur als bedoeld
in dit artikel worden geacht een geheel uit te maken van alle verplichtingen, die hij uit welken hoofde ook op CNB
heeft of aangaat. CNB heeft het recht de uit haar administratie blijkende schuldvorderingen steeds te verrekenen,
ook al zijn deze op verschillende betaaldata opeisbaar onverminderd het recht van de crediteur op vergoeding van
rente. Overdracht van bestaande en toekomstige vorderingen op CNB kan niet anders plaatsvinden, dan als
onderhevig aan verrekening met en onder handhaving van alle rechten van CNB, die uit dit Reglement of
nader gemaakte bedingen voortvloeien. Bij geschillen met betrekking tot tussen opdrachtgevers tot stand gekomen
overeenkomsten en/of de uitvoering daarvan kan uitbetaling door CNB worden opgeschort, totdat bij
(scheids)rechterlijke uitspraak definitief over het betrokken geschil is beslist, dan wel partijen daarover een
dading tot stand hebben gebracht en CNB schriftelijk van de inhoud van de betrokken dading op de hoogte hebben
gebracht. Hetgeen door opdrachtgevers aan CNB is voldaan, zal gedurende de periode dat een geschil niet is
afgewikkeld of opgelost in de zin als hiervoor omschreven onder berusting van CNB blijven.
b. Indien een opdrachtgever/verkoper in gebreke is gebleven binnen 8 dagen, nadat feitelijke levering van de
(verkochte) goederen heeft plaatsgevonden, daarvan aan CNB schriftelijk mededeling te doen, kan CNB in afwijking
van hetgeen hierboven sub a is bepaald, het recht op uitbetaling van de desbetreffende opdrachtgever/verkoper
opschorten tot 15 dagen na de eerstkomende betaaldatum, volgende op de betaaldatum, welke krachtens de
feitelijke leverantie van de verkochte goederen op grond van artikel 8 van dit Reglement van toepassing zou zijn.
CNB is niet aansprakelijk voor een ten gevolge van de in dit artikel omschreven opgeschorte uitbetaling door de
opdrachtgever/verkoper geleden renteverlies. Indien opschorting van uitbetaling in de zin van dit artikel
plaatsvindt is voor de verdeling van het risico van wanbetaling als omschreven in artikel 10 en het plaatsvinden van
een ponds/ponds-gewijze omslag als bedoeld in artikel 11 slechts de opgeschorte en uit dit Reglement
voortvloeiende betaaldatum van toepassing.
c . De opdrachtgever/crediteur wiens vordering door CNB wordt voldaan, is verplicht CNB op eerste verzoek te
subrogeren in alle rechten, die hij jegens de koper c.q. wederpartij geldend kan maken.
RISICO VAN WANBETALING
Artikel 10
Van wanbetaling in de zin van dit Reglement is sprake indien een deel van al hetgeen krachtens artikel 8 op een in
voornoemd artikel genoemde datum aan CNB moet worden betaald niet of niet-tijdig door CNB is ontvangen zodat
door CNB voor dat gedeelte geen kwijting kan worden verleend.
CNB is niet aansprakelijk voor wanbetaling en deelt daarin niet mede. Het risico van wanbetaling wordt door de in
artikel 9 genoemde crediteuren per betaaldatum gedragen en op de volgende wijze verdeeld:
a. Crediteuren uit veilingen en uit onderhandse verkoop van droge en te velde staande bloembollen en
aanverwante artikelen en crediteuren uit contractteeltovereenkomsten met betrekking tot bloembollen met
uitzondering van de hierna onder b, c en d genoemde goederen en crediteuren, die een overeenkomst hebben
gesloten onder de voorwaarden zoals vermeld in lid e van dit artikel, dragen onderling ponds/ponds-gewijze het risico
van wanbetaling van bedragen, waarvoor eenzelfde betaaldatum is vastgesteld zoals genoemd in artikel 8.I en II.
b. Crediteuren uit veilingen en uit onderhandse verkoop dan wel contractteelt van boomkwekerijproducten en
vaste planten dragen onderling ponds/ponds-gewijze het risico van wanbetaling van koopsommen dan wel
contractteeltvergoedingen, waarvoor eenzelfde betaaldatum is vastgesteld, zoals genoemd in artikel 8.I b.
c. Crediteuren uit veilingen en uit onderhandse verkoop dan wel contractteelt van agrarische niet-
sierteeltprodukten als bijvoorbeeld consumptie-uien, zilveruien, plantuien, pootaardappelen, consumptie-aardappelen
en witlofwortelen dragen onderling ponds/ponds-gewijze het risico van wanbetaling van koopsommen dan wel
contractteeltvergoedingen, waarvoor eenzelfde betaaldatum is vastgesteld, zoals genoemd in artikel 8.I a en b.
d. Crediteuren uit veilingen en uit onderhandse verkoop van andere gewassen en goederen, dan hierboven in
de leden a,b en c van dit artikel genoemd, alsmede crediteuren uit andere overeenkomsten dan koop- en
contractteeltovereenkomsten dragen zelf het risico van wanbetaling en kunnen geen aanspraak maken op de
omslagregeling zoals omschreven in artikel 11 van dit Reglement.
e. Het risico van wanbetaling van een vordering van een crediteur, die een overeenkomst heeft gesloten op
grond waarvan leverings- en betaaldatum niet op elkaar aansluiten en samenhangen, zoals in artikel 8.I a en b van
dit Reglement omschreven, wordt door de betrokken crediteur zelf gedragen zelfs indien een betaaldatum is
overeengekomen zoals genoemd in artikel 8 van dit Reglement.
OMSLAG
Artikel 11
Indien naar het oordeel van CNB vaststaat, dat wanbetaling een ponds/ponds-gewijze omslag noodzakelijk maakt,
zal de financiële afwikkeling als volgt plaatsvinden:
1. CNB zal aan de risicodragende crediteuren zo spoedig mogelijk kennis geven, dat een omslag zal moeten
plaatsvinden. Een zodanige mededeling kan worden gedaan ook nadat een volledige uitbetaling van een valuta
heeft plaatsgevonden.
2. Het ten gevolge van wanbetaling op een in artikel 8 genoemde datum niet door CNB ontvangen bedrag wordt
omgeslagen op basis van de niet-betaalde koopsom van de verkochte en geleverde goederen dan wel bij
contractteelt het onbetaalde gedeelte van de overeengekomen contractsvergoeding vóór aftrek van kosten
verminderd met vakheffing en surpluskorting. Koopsommen van goederen dan wel vergoedingen uit
contractteeltovereenkomsten, welke ten goede zouden komen aan opdrachtgevers die in hun verplichtingen jegens
CNB tekort zijn geschoten, blijven bij de bepaling van de omslagbasis buiten beschouwing. Bij de bepaling van de
omslagbasis kan door de risicodragende crediteuren geen beroep op verrekening dan wel opschorting met een
vordering op CNB en/of andere risicodragende crediteuren worden gedaan.
3. CNB zal zo spoedig mogelijk het percentage van de omslag vaststellen en aan de risicodragende crediteuren
mededelen.
4. Indien door CNB betalingen zijn gedaan, welke achteraf hoger blijken te zijn dan waarop een crediteur na
toepassing van een omslagregeling als bedoeld in dit artikel recht heeft, zal de betrokken crediteur het teveel
ontvangen bedrag op eerste aanmaning van CNB moeten terugbetalen onder verplichting tot vergoeding van een
percentage rente, gelijk aan de wettelijke rente over het teveel betaalde vanaf de achtste dag na terugvordering door
CNB.
5. CNB zal, indien een omslagregeling in de zin van dit artikel, naar haar oordeel toepassing moet vinden de
bepaling van de in geld uitgedrukte omvang der wanbetaling en de afwikkeling van de omslag door haar
registeraccountant doen controleren, die het resultaat van zijn bevindingen in een schriftelijk rapport zal vastleggen.
ONTBINDING
Artikel 12
CNB is ter voorkoming van een omslagregeling als bedoeld in artikel 11 bevoegd om in alle gevallen, waarin de
opdrachtgever of degene met wie zij krachtens de haar verstrekte opdracht een overeenkomst tot stand heeft
gebracht ten aanzien van enige verplichting uit die overeenkomst of uit dit Reglement voortvloeiende in verzuim is de
betreffende overeenkomst middels een schriftelijke verklaring te ontbinden dan wel zelf bij wege van
schuldoverneming in de plaats te treden van de oorspronkelijke opdrachtgever, zonder tot enige schadevergoeding
aan de bij de ontbonden c.q. overgenomen overeenkomst betrokken partijen gehouden te zijn. Indien er sprake is
van ontbinding van een overeenkomst in de zin van dit artikel kan CNB ten aanzien van de daarbij betrokken
goederen of een deel daarvan een nieuwe naar haar keuze openbare of onderhandse overeenkomst tot stand
brengen en in geval van schuldoverneming neemt CNB zelf de rechten en verplichtingen van de opdrachtgever over,
gelijk de opdrachtgever verplicht is alle verplichtingen die hij jegens de oorspronkelijke opdrachtgever had, jegens
CNB na te komen.
INVORDERING EN ZEKERHEID
Artikel 13
Indien de opdrachtgever niet aan enige verplichting voldoet krachtens dit Reglement en deze Algemene
Voorwaarden of bij nadere overeenkomst aan hem opgelegd, heeft CNB het recht al hetgeen de opdrachtgever uit
welken hoofde ook aan haar verschuldigd is terstond en voor het geheel op te eisen. CNB is bevoegd ter voorkoming
van een omslagregeling als bedoeld in artikel 11 van dit Reglement van haar opdrachtgevers/debiteuren inzage te
verlangen in de relevante financiële jaarstukken, tot welke inzage opdrachtgevers verplicht zijn medewerking te
verlenen alsmede van de desbetreffende opdrachtgevers/debiteuren te haren genoegen voldoende zekerheid voor
de nakoming van hun verplichtingen te verlangen waar tegenover deze opdrachtgevers op vordering van CNB tot het
stellen van zekerheid verplicht zijn. Kosten aan het stellen van zekerheid verbonden zijn voor rekening van de
opdrachtgever.
Ook nadat zekerheid is gesteld zijn opdrachtgevers/debiteuren verplicht op eerste vordering van CNB aanvullende
zekerheid te stellen, waardoor nakoming van aangegane verplichtingen gewaarborgd wordt. Indien naar aanleiding
van een verstrekte opdracht door CNB door openbare verkoop een overeenkomst tot stand wordt gebracht behoudt
CNB zich uitdrukkelijk de eigendom van de betrokken goederen voor totdat de koopprijs daarvan, te vermeerderen
met kosten, rente en boete, volledig door de koper(s) is voldaan.
Indien naar aanleiding van een aan CNB verstrekte opdracht tot tussenkomst en bemiddeling een overeenkomst tot
stand wordt gebracht behouden de opdrachtgever/verkoper en/of de opdrachtgever/contractteler zich uitdrukkelijk de
eigendom van de te leveren goederen voor en zal overdracht van goederen slechts plaatsvinden onder de
voorwaarde, dat de daarvoor te leveren financiële contraprestatie incl. eventuele kosten, boete en rente volledig aan
CNB is voldaan. Totdat de voorwaarde van betaling aan CNB is vervuld is het risico voor waardevermindering der
goederen, ziekte, tenietgaan alsmede het risico van schade in de meest ruime zin des woords voor de partij aan wie
overdracht van de betrokken goederen na vervulling van de in dit artikel omschreven voorwaarde van betaling zal
plaatsvinden.
Zolang de eigendom van de afgeleverde goederen niet op de opdrachtgever/koper en/of de
opdrachtgever/contractgever over is gegaan, mag deze de goederen niet verpanden of aan een derde enig ander
recht daarop verlenen. Op afgeleverde goederen die door betaling in eigendom van de opdrachtgever/koper en/of de
opdrachtgever/contractgever zijn overgegaan en zich nog in handen van laatstgenoemden bevinden, behoudt de
opdrachtgever/verkoper c.q. de opdrachtgever/contractteler zich hierbij reeds nu vooralsdan alle rechten voor als
bedoeld in artikel 237 boek 3B.W. tot meerdere zekerheid van vorderingen, anders dan de in artikel 92 lid 2 boek 3
B.W. opgenoemde, die de opdrachtgever/verkoper en/of de opdrachtgever/contractteler uit welken hoofde dan ook
nog tegen de opdrachtgever/koper c.q. contractgever mocht hebben.
De opdracht aan CNB tot tussenkomst en bemiddeling houdt in een onherroepelijke volmacht aan CNB van de
opdrachtgever/verkoper om onverwijld alle maatregelen te nemen -rechtsmaatregelen daaronder begrepen- om niet
overeenkomstig artikel 8 van dit Reglement betaalde goederen terug te vorderen, onverminderd de verplichting van
de opdrachtgever/verkoper zelf om zijn eigendomsrechten geldend te maken. Indien CNB bij een door tussenkomst
en bemiddeling tot stand gekomen onderhandse overeenkomst de koopprijs c.q. de financiële tegenprestatie op
grond van artikel 9 van dit Reglement heeft uitbetaald houdt de opdracht tot tussenkomst en bemiddeling tevens in
een onherroeplijke lastgeving en volmacht om de door de opdrachtgever/verkoper op grond van zijn
eigendomsvoorbehoud teruggenomen goederen opnieuw te verkopen en de opbrengst daarvan in mindering te doen
strekken op de vordering, die CNB uit hoofde van de tot stand gebrachte transactie tussen de betrokken
opdrachtgever/verkoper en opdrachtgever/koper volgens de artikelen 8 en 15 van dit Reglement heeft.
Indien de opdrachtgever/koper c.q. contractgever met de nakoming van zijn betalingsverplichting jegens CNB tekort
schiet of de opdrachtgever/verkoper c.q. contractteler goede grond geeft te vrezen, dat hij in die verplichting zal
tekort schieten, is de verkoper/contractnemer gerechtigd de onder eigendomsvoorbehoud afgeleverde zaken terug te
nemen. Na terugneming zal de opdrachtgever/koper c.q. contractgever worden gecrediteerd voor de marktwaarde,
welke in geen geval hoger zal zijn dan de oorspronkelijke koopprijs c.q. contractprijs, verminderd met de op de
terugneming te vallen kosten.
FUST
Artikel 14
a. Opdrachtgevers kunnen in het kader van de uit de met of door tussenkomst en bemiddeling van CNB tot
stand gekomen of nog te sluiten overeenkomst voortvloeiende leveringsverplichtingen gebruik maken van fust, dat -
zolang de voorraad strekt- op de in de volgende leden van dit artikel gestelde voorwaarden ter beschikking wordt
gesteld door de Beheerstichting “Fustpool Bloembollenveilingen”, welke Stichting verder als Fustpool zal worden
aangeduid. Indien een opdrachtgever voor de uitvoering van zijn leveringsverplichting zijn recht uitoefent om gebruik
te maken van het hiervoor omschreven fust is ook de ontvangende opdrachtgever gebonden aan de voorwaarden
waaronder dit fust ter beschikking wordt gesteld.
b. Het hierboven sub a aangeduide fust wordt door de Fustpool ter beschikking gesteld onder de voorwaarden
die zijn vastgelegd in het Reglement Beheerstichting “Fustpool Bloembollenveilingen”, welk Reglement hieronder sub
c volledig is overgenomen en deel uitmaakt van het CNB-Reglement.
c. Reglement Beheerstichting “Fustpool Bloembollenveilingen”
Begripsbepalingen:
Artikel I
a. Indien in onderstaand Reglement wordt gesproken van de “Fustpool” wordt hiermede bedoeld de
Beheerstichting “Fustpool Bloembollenveilingen”, gevestigd en kantoor- houdende aan de Grevelingstraat te Lisse.
b. Indien in onderstaand Reglement wordt gesproken van “fust”, dient hieronder te wor-den verstaan de aan de
in sub a van dit artikel omschreven Fustpool in eigendom toebehorende kratten, uitgevoerd in zandkleurige,
roodbruine of oranje kleur, alsmede andersoortig door de Fustpool uitgegeven verpakkingsmateriaal.
c. Indien in onderstaand Reglement wordt gesproken van “de deelnemende bedrijven”, dienen hieronder te
worden verstaan de Coöperatieve Nederlandse Bloembollencentrale (B.A.) (CNB), de besloten vennootschap
Hobaho B.V. (HOBAHO) en de besloten vennootschap Bloembollenbureau Cebeco B.V. (Bloembollenbureau
Cebeco), allen gevestigd te Lisse.
d. Indien in onderstaand Reglement wordt gesproken van “depothouder” wordt hieronder verstaan een door de
sub a omschreven Fustpool aangestelde persoon of aangewezen bedrijf, waar op de in dit Reglement gestelde
voorwaarden, fust van genoemde Fustpool wordt uitgegeven of ingenomen, waaronder ook de vestigingen van
CNBen HOBAHO.
e. Indien in onderstaand Reglement wordt gesproken van “transactie” dient hieronder te worden verstaan een
aan de deelnemende bedrijven verstrekte opdracht tot openbare verkoop of een door tussenkomst en bemiddeling
van de In- en Verkoopbureaus van voornoemde bedrijven tot stand gekomen overeenkomst met betrekking tot
bloembollen of aanverwante artikelen.
f . Onder “gebruiker” dient te worden verstaan, degene die fust van de Fustpool heeft ontvangen om in het kader
van een met of door tussenkomst en bemiddeling van de deelnemende bedrijven tot stand gekomen transactie
partijen bloembollen of aanverwante artikelen aan of af te leveren.
g. Onder “opvolgend gebruiker” wordt verstaan, degene die ingevolge een met of door tussenkomst en
bemiddeling van de deelnemende bedrijven tot stand gekomen transactie in fust van de Fustpool geleverd krijgt.
Indien de opvolgend gebruiker dit fust op zijn beurt gebruikt voor de uitvoering van een met of door tussenkomst en
bemiddeling van genoemde deelnemende bedrijven tot stand gekomen transactie wordt hij aangemerkt als
“gebruiker” in de zin als hierboven onder lid f van dit artikel omschreven. Hetzelfde geldt wanneer het fust door de
opvolgend gebruiker wordt aangewend voor aanvoer van partijen bloembollen of aanverwante artikelen naar de
deelnemende bedrijven.
h. Dit Reglement kan worden aangehaald als Reglement Beheerstichting “Fustpool Bloembollenveilingen”. Een
exemplaar van dit Reglement ligt voor een ieder ter inzage ten kantore van de Fustpool aan de Grevelingstraat 1
(Postbus 93, 2160 AB) te Lisse. Tevens kan dit Reglement op verzoek aan belanghebbenden worden toegezonden.
Artikel II
Doel van het fust
De Fustpool stelt het fust uitsluitend ter beschikking voor uitvoering van de in artikel I sub e omschreven transacties,
te weten:
a. een opdracht aan de deelnemende bedrijven tot openbare verkoop;
b. een aankoop in een door de deelnemende bedrijven te houden veiling;
c. voor het uitvoeren van door tussenkomst en bemiddeling van de deelnemende be-
drijven afgesloten overeenkomsten.
Het fust is op de in dit Reglement omschreven voorwaarden verkrijgbaar bij het Centrale depot van de Fustpool te
Lisse en bij de depothouders.
Artikel III
De gebruiker
Degene die van het fust gebruik wenst te maken, dient dit fust in ontvangst te nemen tegen een door hem te
verstrekken fustbon. Deze bonnen zijn op aanvraag verkrijgbaar bij het kantoor van de Fustpool en bij de
depothouders.
De door de gebruiker in te vullen en te ondertekenen fustbon vermeldt, naast naam en adres van de ontvanger, i.c.
gebruiker, de hoeveelheid fust en de datum van afgifte.
De betreffende bon wordt mede ondertekend door de vertegenwoordiger van de Fustpool of door de betrokken
depothouder.
Artikel IV
Gebruiksgeld
De gebruiker is, per transactie, een door de Fustpool vastgesteld gebruiksgeld per krat verschuldigd, dat door de
deelnemende bedrijven voor de Fustpool wordt ingehouden op het verkoopbedrag, in casu de verkoopfactuur. Het
tarief zal door de Fustpool kenbaar worden gemaakt door publicaties in de periodieken van CNB en HOBAHO.
Artikel V
Fusthuur
Naast het gebruiksgeld is de gebruiker met ingang van de negende kalenderdag na de dag van ontvangst van het
fust huur verschuldigd, conform artikel Vl van dit Reglement. Voor de opvolgend gebruiker gaat de huur in op de
dertiende kalenderdag na de dag van ontvangst, conform artikel Vll van dit Reglement. De in rekening te brengen
huur per krat per dag zal door de Fustpool kenbaar worden gemaakt door publicaties in de periodieken van CNB en
HOBAHO. Tegoeden van gebruikers of opvolgend gebruikers welke uitsluitend zijn ontstaan door teruglevering van
fust binnen de in artikel Vl en Vll van dit Reglement genoemde respijttermijn van respectievelijk acht en twaalf
kalenderdagen kunnen slechts met in hetzelfde boekjaar van de Fustpool in rekening gebrachte huur worden
verrekend en nimmer worden uitbetaald of tot enig vorderingsrecht aanleiding geven. Het boekjaar van de Fustpool
loopt van 1 juni t/m 31 mei van het jaar daaropvolgend.
Artikel VI
Respijtdagen voor de gebruiker
Indien de gebruiker binnen acht kalenderdagen na ontvangst het in het kader van een met of door tussenkomst en
bemiddeling van de deelnemende bedrijven tot stand gekomen transactie gebruikte fust doorzendt aan een
opvolgend gebruiker en daarvan op de dag van verzending schriftelijk kennis geeft aan de administratie van de
Fustpool, zal de gebruiker geen huur in rekening worden gebracht.
Een aan de deelnemende bedrijven verzonden leveringsnota, waarop naast de afnemer het aantal kratten en de
leveringsdatum is vermeld, volstaat als schriftelijke kennisgeving, evenals een aanvoernota voor de hier genoemde
bedrijven. Voldoet de gebruiker niet aan deze voorwaarden, dan blijft hij voor de volle huur aansprakelijk tot de dag,
waarop de Fustpool of een depothouder het fust heeft terugontvangen, of tot de dag waarop hij, volgens schriftelijke
kennisgeving, het fust aan een opvolgend gebruiker heeft verzonden.
Artikel VII
Respijtdagen voor de opvolgend gebruiker
Indien de opvolgend gebruiker het van een gebruiker ontvangen fust binnen twaalf kalenderdagen na die ontvangst
bij de Fustpool of bij een depothouder inlevert, zal hem geen huur in rekening worden gebracht. Voldoet de
opvolgend gebruiker niet aan deze voorwaarde, dan blijft hij voor de volle huur aansprakelijk tot de dag, waarop de
Fustpool of een depothouder het fust heeft terugontvangen, of tot de dag waarop hij het fust heeft gebruikt voor een
leverantie, als bedoeld in artikel IX van dit Reglement.
Artikel VIII
Inlevering fust
De verantwoordelijkheid voor de inlevering van het fust ligt bij de gebruiker c.q. de opvolgend gebruiker. Degene, die
leeg fust bij het Centrale Depot van de Fustpool of bij een depothouder inlevert, dient hiervoor als bewijs een door de
vertegenwoordigers van de Fustpool of een depothouder ondertekende fustbon te kunnen overleggen.
Artikel IX
Doorlevering van fust door de opvolgend gebruiker
De opvolgend gebruiker is gerechtigd het fust dat hij heeft ontvangen, te gebruiken voor transacties als omschreven
in artikel II. Vanaf de datum waarop de opvolgend gebruiker zelf heeft aangevoerd of heeft geleverd in het fust dat hij
van een eerdere gebruiker heeft ontvangen, wordt de opvolgend gebruiker door de Fustpool als gebruiker
aangemerkt en wordt hij aan de Fustpool gebruiksgeld verschuldigd, zoals bepaald in artikel IV van dit Reglement,
terwijl eveneens het in artikel Vl van de ten aanzien van de voor de gebruiker geldende respijtdagen van
overeenkomstige toepassing is.
Artikel X
Boetebeding
Degene die het fust gebruikt voor andere doeleinden, dan omschreven in artikel II van dit Reglement, maakt misbruik
van dit fust en is aan de Fustpool een onmiddellijk opeisbare boete verschuldigd van ƒ 2,50 per krat .
Artikel XI
Eigendom, risico en aansprakelijkheid
Het fust is onvervreemdbaar eigendom van de Fustpool, die op eerste vordering haar fust kan terugeisen en afgifte
daarvan kan verlangen. Opdrachtgevers, gebruikers of opvolgend gebruikers zijn verplicht aan deze afgifte
medewerking te verlenen en alle aanwijzingen van de Fustpool of haar vertegenwoordigers bij teruggave van het fust
op te volgen. Het risico van verloren gaan of beschadiging van door de Fustpool ter beschikking gesteld fust is voor
rekening van de gebruiker c.q. opvolgend gebruiker.
Fust dat vóór 1 mei van een bepaald jaar door de gebruiker c.q. opvolgend gebruiker is ontvangen, dient uiterlijk 31
mei daarop volgend ingeleverd te zijn. Indien de gebruiker c.q. de opvolgend gebruiker ten aanzien hiervan in
gebreke blijft, wordt het fust geacht verloren te zijn gegaan en is de Fustpool gemachtigd het fust tegen de
vervangingswaarde aan de gebruiker c.q. opvolgend gebruiker in rekening te brengen.
Artikel XII
Betaling
Betalingen van aan de Fustpool verschuldigde bedragen kunnen rechtstreeks geschieden door overmaking op de
giro- of bankrekening van de Fustpool. De deelnemende bedrijven hebben echter te allen tijde het recht krachtens
subrogatie als bedoeld in artikel 150 lid d. boek 6 van het Burgerlijk Wetboek de vordering van de Fustpool op
gebruiker en opvolgend gebruiker door betaling aan de Fustpool over te nemen en deze vervolgens te verrekenen.
Indien verrekening als hiervoor omschreven heeft plaatsgevonden, is de gebruiker c.q. opvolgend gebruiker jegens
de Fustpool gekweten en zal de Fustpool uit hoofde van de hiervoor omschreven door verrekening teniet gegane
vorderingen niets meer te vorderen hebben .
Artikel XIII
Reclames
Reclames op de door de Fustpool vervaardigde en aan gebruiker c.q. opvolgend gebruiker toegezonden overzichten
en nota’s of op de door de depothouder verstrekte gegevens dienen binnen veertien kalenderdagen na verzending
van de hiervoor omschreven bescheiden duidelijk omschreven en gespecificeerd bij de administratie van de Fustpool
ingediend te worden .
Artikel XIV
Geschillen
Alle geschillen, welke in verband met het door de Fustpool ter beschikking gestelde fust mochten ontstaan tussen de
Fustpool enerzijds en de fustgebruikers c.q. opvolgend gebruikers anderzijds, zullen met uitsluiting van de Burgerlijk
Rechter worden beoordeeld door het Scheidsgerecht voor de Bloembollenhandel, ingesteld door de Koninklijke
Algemeene Vereeniging voor Bloembollencultuur te Hillegom.
RENTE, BOETE EN KOSTEN
Artikel 15
Indien opdrachtgevers hun opeisbare vorderingen niet op de dag van opeisbaarheid voortvloeiende uit artikel 8 van
dit Reglement voldoen, zijn zij in verzuim zonder dat een bevel of enige andere vorm van in gebrekestelling is vereist.
Vanaf het moment van de opeisbaarheid van het door de opdrachtgever aan CNB verschuldigde bedrag is aan CNB
een rente verschuldigd gelijk aan het percentage van de wettelijke rente over het niet voldane bedrag tot aan de dag
van betaling. Daarnaast wordt de in verzuim zijnde opdrachtgever aan CNB een boete verschuldigd van 15% over
het op de betrokken betaaldatum niet overeenkomstig artikel 8 van dit Reglement aan CNB betaalde bedrag . Indien
CNB het nodig acht rechtskundige bijstand in te roepen terzake van incasso van haar vordering of van enig geschil,
dat zij met de opdrachtgever mocht hebben, is zij bevoegd de kosten daarvan ten laste van die opdrachtgever te
brengen. Deze kosten bedragen minimaal 15% van een te incasseren hoofdsom beneden ƒ 20.000,- en 10% van het
te incasseren bedrag indien de hoofdsom hoger is dan ƒ 20.000,-, met een minimum van ƒ 3.000,-.
GESCHILLEN
Artikel 16
Alle geschillen - met uitzondering van geschillen met betrekking tot vaste planten en boomkwekerijprodukten - die
naar aanleiding van aan haar verstrekte opdrachten ten gevolge van door of door tussenkomst van CNB gesloten
overeenkomsten mochten ontstaan tussen CNB en haar wederpartijen of tussen opdrachtgevers onderling, zullen
worden beslecht door het Scheidsgerecht ingesteld door de Koninklijke Algemeene Vereeniging voor
Bloembollencultuur te Hillegom, mits:
a. één van de opdrachtgevers ten tijde van het aangaan van de in geschil zijnde over-eenkomst lid van de
Koninklijke Algemeene Vereeniging voor Bloembollencultuur was;
b. indien een niet-lid van de hierboven sub a omschreven vereniging partij is bij een in geschil zijnde
overeenkomst, dat niet-lid ten tijde van het aangaan van deze overeenkomst in Nederland woonachtig of gevestigd
was;
c. indien een niet-lid partij is bij een in geschil zijnde overeenkomst, de vordering wordt ingesteld door het lid als
eiser, tegen het niet-lid, behalve wanneer het betreft een vordering in reconventie, die in rechtstreeks verband staat
tot een door een lid tegen een niet-lid ingestelde vordering, in welk geval een zodanige vordering in reconventie door
een niet-lid ingesteld door het Scheidsgerecht evenzeer wordt berecht;
d. niet het vermogen voor beroep is voorbehouden.
Een opdrachtgever die geen lid is van de Koninklijke Algemeene Vereeniging voor Bloembollencultuur kan een
vordering terzake van een in geschil zijnde overeenkomst of nadere overeenkomst tegen een lid van de Koninklijke
Algemeene Vereeniging voor Bloembollencultuur instellen bij de gewone rechter, die tot de berechting daarvan
bevoegd is, tenzij het lid voordien een vordering terzake van die overeenkomst of nadere overeenkomst bij het
Scheidsgerecht voor de Bloembollenhandel heeft ingesteld. De burgerlijk rechter is evenzeer bevoegd tot berechting
van een door het lid in te stellen vordering in reconventie, die in rechtstreeks verband staat tot de door het niet-lid
ingestelde vordering.
Geschillen die voortvloeien uit overeenkomsten met betrekking tot vaste planten en boomkwekerijproducten zullen
met uitsluiting van de burgerlijk rechter worden beslecht door het Scheidsgerecht voor de Boomkwekerij, zetelende te
‘s-Gravenhage.
Artikel 17
Indien het hierboven in artikel 16 genoemde Scheidsgerecht voor de Bloembollenhandel in een geschil tussen CNB
en haar contractuele wederpartij dan wel opdrachtgevers onderling niet bevoegd is, zal uitsluitend de absoluut
bevoegde rechter in het Arrondissement Haarlem van het betrokken geschil kennisnemen. Zolang het geschil niet
definitief is beslist, hetzij in der minne, hetzij door een (Scheids)rechterlijke uitspraak, is CNB bevoegd betaling op te
schorten en/of door haar gedane betalingen terug te vorderen, onverminderd de verplichting van de debiteur tot
betaling.
OPENBARE VERKOPEN
Artikel 18
CNB veilt op eigen naam als verkoopster bij opbod en afslag of één van beide.
Artikel 19
De te veilen goederen worden zoveel mogelijk in een catalogus opgenomen onder nummer. CNB heeft het recht
twee of meer nummers in veiling te combineren of nummers te splitsen.
Artikel 20
De opdrachtgevers tot veilen van droge bloembollen en andere goederen zijn verplicht er voor te zorgen dat voor een
door CNB te bepalen tijdstip de juiste en volledig ingevulde aanvoerlijsten die door CNB worden ter beschikking
gesteld, benevens de te veilen goederen zelf, in de door CNB aangewezen gebouwen aanwezig zijn.
Artikel 21
Geveild wordt onder de navolgende bedingen:
a. CNB behoudt zich het recht van eerste en tweede woord van de afslag voor.
b. CNB heeft het recht om ieder bod of iedere mijning te weigeren het geveilde aan de hoogste bieder of mijner
niet te gunnen, zelfs al mocht aan deze reeds een nota of koopbewijs zijn afgegeven, nummers op te houden of
onverkocht te laten, alles zonder opgave van redenen en zonder tot enige schadevergoeding verplicht te zijn.
c. Indien de veilingmeester of afslager zich vergist of meerdere personen tegelijkertijd mochten bieden of mijnen
of door mechanische of elektronische storingen of op enige andere wijze naar het oordeel van CNB omtrent de
toewijzing onzekerheid mocht bestaan, komt er geen transactie tot stand en kunnen de betreffende nummers
opnieuw in veiling worden gebracht, alles op de wijze te bepalen door CNB en zonder dat zij in enig opzicht
aansprakelijk kan worden gesteld, ook al zouden de goederen de gebouwen van de bedrijven reeds hebben verlaten.
d. Indien een koper terstond en ten genoegen van de veilingmeester kan aantonen dat hij zich in het nummer
van het geveilde heeft vergist, kan de veilingmeester de tot stand gebrachte overeenkomst annuleren en het nummer
opnieuw in veiling brengen.
e. Zodra de goederen zijn aangevoerd heeft CNB het recht deze naar haar keuze openbaar of onderhands te
verkopen.
f. CNB aanvaardt geen enkele aansprakelijkheid voor de op haar terreinen of in haar gebouwen aangevoerde of
opgeslagen goederen, noch voor de behandeling daar-van door haar personeel, blijvende alle schaden, die aan c.q.
door die goederen mochten ontstaan voor risico van de aanvoerder c.q. koper voorzover CNB dit risico niet heeft
overgenomen. Overneming van enig risico vindt plaats doordat CNB voor dat risico een verzekeringsovereenkomst
aangaat en strekt niet verder dan tot de dek-king die die overeenkomst geeft. Het afgeven van goederen welke zich
bevinden in de gebouwen of op de terreinen van CNB geschiedt uitsluitend door het personeel van CNB.
g. Indien een opdracht door CNB wordt geannuleerd of door de opdrachtgever wordt ingetrokken, is de
opdrachtgever verplicht de bij CNB aangevoerde goederen binnen 24 uur na annulering of intrekking weg te halen,
onverminderd het recht van CNB om deze goederen na verloop van bedoelde termijn op kosten van de
opdrachtgever bij hem te doen terugbezorgen.
h. Behoudens bijzondere bedingen als in de catalogus vermeld of mondeling door de veilingmeester voor de
inzet van een nummer kenbaar gemaakt, wordt voetstoots geveild.
i. CNB behoudt zich tegenover opdrachtgevers het recht voor om ook dan wanneer zij krachtens de bepalingen
van dit Reglement of uit hoofde van aanvullende bijzondere bepalingen -waaronder begrepen het door CNB zelve
gestelde beding dat voetstoots wordt geveild en de bedingen die de opdrachtgever zelf bij de aanvoer heeft gesteld-
hiertoe niet gehouden is, toch op gronden van billijkheid waarvan de beoordeling uitsluitend aan CNB staat
van een beroep op de desbetreffende voorwaarden of bepalingen af te zien en reclames te aanvaarden.
Indien CNB termen aanwezig acht de vorige alinea van dit lid toe te passen, zal het-geen CNB mocht
beslissen bindend zijn voor de opdrachtgever in zijn verhouding tot CNB en de wederpartij ook indien CNB besluit de
koop geheel of gedeeltelijk te ontbinden en/of schadevergoeding te bepalen of enige regeling te treffen. De opdracht-
gever is gehouden het bedrag der schadevergoeding en de reeds ontvangen koop-penningen of andere vergoeding
aan CNB te restitueren.
Indien de opdrachtgever terzake van een koop een arbitraal of ander vonnis tegen CNB mocht verkrijgen, zal
de betrokken opdrachtgever CNB te dien aanzien volledig vrijwaren.
j. CNB zal eventuele reclames zo spoedig mogelijk afwikkelen zonder echter aan enige termijn gebonden te
zijn. Indien de reclame resulteert in een terugzending van goederen aan CNB, geeft deze van de ontvangst zo
spoedig mogelijk kennis aan de opdrachtgever. CNB is gerechtigd de betrokken goederen opnieuw in veiling te bren-
gen of te vernietigen tenzij de opdrachtgever binnen drie dagen na kennisgeving de goederen bij CNB heeft
weggehaald.
k. CNB is niet aansprakelijk voor afwijkingen tussen de geveilde hoeveelheden, maten, gewichten en de
werkelijke hoeveelheden, maten en gewichten van de aanwezige goederen. Bij verschil zal de koopsom naar
evenredigheid worden vermeerderd of verminderd. Verschillen moeten worden geconstateerd op het moment, dat de
goederen de gebouwen of terreinen verlaten waar zij zich ten tijde van de veiling bevonden. Bij later geconstateerde
verschillen staat het CNB vrij al of niet op de reclame in te gaan. In alle gevallen zijn partijen aan de beslissing van
CNB gebonden.
l. Veilen op monster is toegelaten indien het aanwezige monster een duidelijk beeld van de te veilen goederen
kan opleveren, zulks ter beoordeling van de veilingmeester. Totdat het verkochte is geaccepteerd door de koper
blijft het monster ter beschikking van CNB. Alle op monster gekochte goederen dienen binnen een door CNB telken-
male te bepalen termijn franco geleverd te worden op een door CNB aan te geven adres bij gebreke waarvan CNB
gerechtigd is alsnog nakoming dan wel ontbinding en schadevergoeding te vorderen.
Ingeval de koper binnen drie dagen na ontvangst der goederen bij CNB reclameert, dat het geleverde niet aan
het monster voldoet, beslist CNB over de gegrondheid van de reclame in hoogste instantie. Indien CNB de reclame
gegrond acht, dan kan zij de koop geheel of gedeeltelijk ontbinden of de koopprijs naar billijkheid verminderen.
Indien daartoe aanleiding bestaat kan CNB tevens aan de koper ten laste van de opdrachtgever een door haar te
bepalen schadevergoeding toekennen.
m. Tegenover CNB staan de opdrachtgevers in voor de soortechtheid, gezondheid, hoeveelheid, maat en
gewicht van de ten verkoop aangeboden goederen.
n. Al het verkochte is direct na toewijzing voor rekening en risico van de koper. De goederen moeten in
ontvangst worden genomen direct na afloop van de veilingen tegen overgave van documenten en op tijdstippen als
door CNB verlangd en aangegeven. Verzending aan het adres van koper en verpakking kan vanwege CNB
plaatsvinden niet franco voor rekening en risico van de koper. Niet of naar het oordeel van CNB niet tijdig
afgehaalde goederen kunnen voor rekening van de koper door CNB openbaar en onderhands worden verkocht
zonder dat enige waarschuwing of aanmaning nodig is, waarbij de kopers worden geacht als opdrachtgevers tot
verkoop op te treden.
o. Opdrachtgevers mogen bij de aanvoer ter veiling schriftelijk minimumprijzen opgeven. Deze prijzen
zullen slechts voor eenmaal veilen als richtprijzen worden beschouwd. Opgegeven minimumprijzen die de
marktwaarde te boven gaan zijn voor CNB niet bindend. CNB zal zoveel mogelijk met de opgegeven prijzen rekening
houden doch is niet aansprakelijk voor mindere opbrengst.
p. Indien zieke of naar oordeel van CNB onverkoopbare goederen worden aangevoerd, is CNB gemachtigd deze
namens en voor rekening en risico van de opdrachtgever aan deze te retourneren of die goederen te vernietigen
onverminderd de aansprakelijkheid van de opdrachtgever voor schade ontstaan door besmetting door die goederen
van gebouwen, fust of andere goederen.
Artikel 22
Behalve de in artikel 18 t/m 21 genoemde voorwaarden, voorzover toepasbaar, gelden voor veilingen van te velde
staande gewassen en andere goederen die zich niet in de gebouwen van CNB bevinden nog de volgende
voorwaarden:
a. De opdrachtgevers zijn verplicht tot volledige medewerking tot het doen plaatsvinden van de veiling op de
door CNB te bepalen tijdstippen. Voorts zijn zij verplicht de directie van CNB en de door haar aan te wijzen personen
alsmede gegadigden op de percelen en in de gebouwen waar de te verkopen goederen zich bevinden toe te laten.
b. In de gevallen waarin het de opdrachtgever tot verkoop niet mogelijk is op grond van omstandigheden die
naar het oordeel van CNB overmacht opleveren, zijn leveringsplicht geheel of gedeeltelijk na te komen, kan CNB de
gesloten overeenkomst geheel of gedeeltelijk ontbinden en zal de koper voorzover de koop is ontbonden, geen
nakoming of schadevergoeding kunnen vorderen. Bij gedeeltelijke ontbinding van een koopovereenkomst uit
dezen hoofde stelt CNB het door de koper te betalen bedrag vast aan de hand van de gegevens, die haar ten dienste
staan en bij gebreke daarvan naar billijkheid.
c. Al het verkochte is vanaf het ogenblik van toewijzing in de veiling voor rekening en risico van de koper, zonder
enig verhaal op de opdrachtgever, die zich evenwel verplicht, indien het te velde staande gewassen betreft, deze als
een goed kweker bij te houden en te verzorgen tot aan de opneming, welke tijdig naar gelang van het gewas moet
geschieden.
d. Het eigendom van de gewassen gaat over op het moment van rooien, onverminderd het bepaalde in artikel
13.
e. Het rooien van de gewassen zal behoudens schriftelijke toestemming van CNB geschieden op door CNB te
bepalen dagen, die zij zullen publiceren in de vakbladen of aan de betrokkenen rechtstreeks schriftelijk zullen
meedelen. Indien de kopers op enigerlei wijze in gebreke blijven met betrekking tot enige verplichting op grond van
een koopovereenkomst of het in dit Reglement bepaalde, heeft CNB het recht de bol-len voor rekening en risico van
kopers te laten rooien en op te slaan, dan wel de bol-len tot zich te nemen, onverminderd de verplichting van de
kopers tot betaling van de kooppenningen en kosten dan wel de koopovereenkomsten te ontbinden en/of te
vernietigen en/of als nietig te beschouwen, zulks met de gevolgen als in deze Reglementen en voorwaarden
voorzien.
f. Bij veilen van te velde staande gewassen is iedere reclame uitgesloten, behoudens de mogelijkheid van
toepassing van artikel 21 i.
g. CNB heeft het recht bij het rooien controle uit te oefenen.
ONDERHANDSE OVEREENKOMSTEN
Artikel 23
Van elke onderhandse overeenkomst die door tussenkomst en bemiddeling van CNB tot stand wordt gebracht wordt
als regel een schriftelijke bevestiging opgemaakt. Onder schriftelijke bevestiging in de zin van dit artikel dienen zowel
met de hand geschreven als machinaal geschreven en/of voorgedrukte bevestigingen te worden verstaan.
Deze bevestiging bevat ten minste:
a. de namen van de opdrachtgevers;
b. mededelingen van de op de overeenkomst toepasselijke Reglementen en voorwaarden en eventuele
bijzondere voorwaarden;
c. de aard van de transactie;
d. de te verrichten prestaties;
e. Ieverings- en betalingscondities;
f. eventuele van het Handelsreglement voor de Bloembollenhandel afwijkende bedingen.
Aan de opdrachtgevers wordt een exemplaar van de bevestiging uitgereikt of toegezonden. CNB heeft te allen tijde
het recht een door haar opgemaakte bevestiging die naar haar oordeel een kennelijke vergissing bevat, zonder meer
door een verbeterde te vervangen, of uitsluitend de wijziging en/of aanvulling aan opdrachtgevers schriftelijk te
melden . Indien één van de bij een door tussenkomst en bemiddeling van CNB tot stand gebrachte overeenkomsten
betrokken opdrachtgevers van mening is, dat de inhoud van de bevestiging niet juist is, dient hij binnen 7 dagen na
de dagtekening ervan met een duidelijke vermelding van wat naar zijn mening de bevestiging wel had moeten
inhouden aan CNB schriftelijk van de geconstateerde onjuistheid mededeling te doen. Bij accoordbevinding van een
door een opdrachtgever verzochte rectificatie door CNB en de andere opdrachtgever wordt de onjuiste bevestiging
door een verbeterde vervangen. Bij gebreke van een tijdig schriftelijk verzochte rectificatie of bij niet-
akkoordbevinding daarvan wordt de inhoud van de oorspronkelijke bevestiging als juist aangemerkt. Indien CNB
bevestigingen heeft verzonden doch één der opdrachtgevers de ontvangst daarvan betwist kan geen der in de
betrokken bevestiging genoemde partijen enig recht waaronder nadrukkelijk het recht op schadevergoeding jegens
CNB daaraan ontlenen en sluit CNB aansprakelijkheid uit, tenzij het feit dat een bevestiging een opdrachtgever niet
heeft bereikt een gevolg is van grove nalatigheid aan de zijde van CNB.
Artikel 24
De door tussenkomst en bemiddeling van CNB met de opdrachtgevers tot stand gebrachte overeenkomsten zullen
tussen partijen worden uitgevoerd wat betreft de levering en acceptatie mede overeenkomstig de algemene regelen
die te dien aanzien in de betrokken Handelsreglementen - waaronder met name het Handelsreglement voor de
Bloembollenhandel alsmede de Handelsvoorwaarden voor de Boomkwekerij Nederland - zijn gesteld, voor zover
voornoemde Reglementen niet in strijd zijn met de bepalingen van dit CNB-Reglement. Onverminderd het bepaalde
in de artikelen 16 en 17 van dit Reglement zijn geschillen met betrekking tot de kwaliteit van het geleverde en
acceptatie van levering geschillen tussen opdrachtgevers, welke door deze opdrachtgevers zelf met elkaar zullen
moeten worden opgelost. CNB verleent zo mogelijk haar bemiddeling om een minnelijke oplossing tot stand te
brengen en in verband daarmede zullen bedoelde opdrachtgevers aan haar mededeling moeten doen van mogelijke
reclames of andere moeilijkheden, die zich bij de uitvoering van een onderhandse overeenkomst voordoen.
Artikel 25
Indien CNB het er voor houdt dat terzake van een door haar bemiddeling tot stand gebrachte overeenkomst één der
partijen aan de andere partij enig bedrag schuldig is of wordt, is zij bevoegd om wanneer zij van eerstbedoelde partij
enig bedrag onder zich heeft of krijgt dat bedrag daarop in mindering te brengen en te reserveren totdat omtrent de
verschuldigdheid daarvan is beslist, hetzij in der minne, hetzij bij in kracht van gewijsde gegaan vonnis. Een
mogelijke vordering tot terugbetaling van kooppenningen of enig ander bedrag zal alleen tegen de contractuele
wederpartij kunnen worden ingesteld en niet tegen CNB.
Artikel 26
Nadat het geleverde is aanvaard en geaccepteerd of voor aanvaard en geaccepteerd moet worden gehouden, wordt
onverwijld door de betrokken partijen daarvan mededeling gedaan aan CNB onder nauwkeurige opgave van
hoeveelheden, soorten, gewichten en maten. Indien niet binnen acht dagen na de overeengekomen leveringsdatum
naar genoegen van CNB deze opgave schriftelijk is verstrekt, wordt de overeenkomst geacht te zijn uitgevoerd
conform de bevestiging en heeft CNB het recht dienovereenkomstig koopsom en provisie te vorderen.
Artikel 27
Bij verkoop op monster is de verkoper tegenover de koper volledig aansprakelijk voor het monster dat hij bij het
verstrekken van de opdracht aan CNB ter beschikking stelt. CNB is niet verplicht de monsters in bewaring te nemen.
CNB is op geen enkele wijze aansprakelijk voor de getrokken monsters noch voor het behoud van de in bewaring
genomen monsters.
LANDHUUR
Artikel 28
Indien door tussenkomst en bemiddeling van CNB pachtovereenkomsten tot stand gebracht worden, zullen de
wettelijk verplichte formaliteiten door pachter en verpachter zelf moeten worden vervuld, waaronder met name de
aanvraag tot goedkeuring aan de Grondkamer. Uit het niet, onjuist of onvolledig vervullen van deze formaliteiten zal
en kan voor CNB geen aansprakelijkheid, hoe ook genaamd, voortvloeien. Pachter en verpachter vrijwaren CNB in
deze volledig. Het risico van wanbetaling is voor de betrokken verpachter/verhuurder conform het bepaalde in artikel
10 d. in dit Reglement.
KWEKERSRECHTEN
Artikel 29
Indien door tussenkomst en bemiddeling van CNB koopovereenkomsten tot stand worden gebracht betreffende
goederen onderworpen aan kwekersrechten zal uitsluitend de betaling van de betreffende koopsom via CNB
plaatsvinden. CNB is niet aansprakelijk voor het tot stand komen en naleven van licentiecontracten enz. De betaling
van licentievergoeding zal, tenzij nadrukkelijk anders is overeengekomen, rechtstreeks tussen partijen plaatsvinden.
In alle gevallen dragen partijen zelf het risico van wanbetaling voor deze licentievergoeding.
Artikel 30
Afwijkende bedingen reclame betreffende zure bollen:
Indien overeengekomen heeft koper het recht zure bollen te retourneren tot 1 oktober in het jaar van levering. De
koopsom ondergaat dan een evenredige vermindering. Indien overeengekomen zal, nadat koper de partij heeft
geaccepteerd, het zuurpercentage in onderling overleg tussen koper en verkoper worden vastgesteld tot uiterlijk 1
oktober, waarbij de verplichting tot retourneren vervalt. De koopsom ondergaat dan een evenredige vermindering,
welke in verhouding staat tot het gezamenlijk geconstateerde percentage zuur.
SLOTBEPALING
Dit Reglement treedt in werking met ingang van 1 juli 1995. Door inwerkingtreding van dit Reglement zijn alle vorige
Reglementen - onverminderd hun gelding voor overeenkomsten gesloten vóór 1 juli 1995 - vervallen. Auteursrecht
voorbehouden. Dit Reglement is gedeponeerd ter griffie van de Arrondissementsrechtbank te Haarlem.
CNB reglement en algemene voorwaarden
1 / 17
Geef
mij de controle over de valuta van een natie en het maakt me niet meer uit wie
de wetten maakt
Mayer Amschel Rothschild, 1743 - 1812
Wat
Mr. Rothschild had ontdekt was de basisprincipe van macht, invloed en controle
over mensen indien toegepast op de economie. Dat principe is 'wanneer je het
verschijnsel macht voorwendt, zullen de mensen je die al snel geven'. Het
denksysteem van (de elite achter) de overheid is ontwikkeld om de burger in de
(eigen) val te laten lopen. De economie werd een systeem dat erop gericht was
het onverantwoord handelen van overheden, bedrijfsleven en particulier te
stimuleren door de geldkraan wijd open te zetten en het lenen van geld werd en
wordt nu op grote schaal als de meest positieve daad aller tijden gepredikt.
Novacap
Tulpenfraude, de extra betaling van Novacap aan SBC (421)
(383) (140)
(167) (221)
Een vermoedelijk aanzienlijk aantal bollenbedrijven heeft kort geleden een brief
ontvangen van Houthoff Buruma N.V. te Den Haag, een organisatie die juridische
diensten verleent. Namens Mr. Muller, de curator in het SBC-faillissement,
sommeert Houthoff Buruma N.V. de bollenbedrijven vóór 7 september a.s.
bedragen (met wettelijke rente) terug te betalen die SBC ‘onverschuldigd of
onverplicht' zou hebben betaald voor het leveren door die bollenbedrijven van
bollen. Een aantal van deze bedrijven heeft de KAVB benaderd hierover.
De KAVB heeft inmiddels overleg gevoerd met de heer Venbroek, de jurist die de
KAVB adviseert inzake de SBC-affaire. Geadviseerd wordt aan betrokkenen om de
brief van Houthoff Buruma N.V. serieus te behandelen, relevante koopbriefjes
e.d. te verzamelen en zich juridisch te laten bijstaan bij de afhandeling. Zoals
ook eerder gebeurde in de nasleep van het SBC-faillissement heeft de KAVB
besloten een informatiebijeenkomst te organiseren voor betrokken bedrijven. Deze
bijeenkomst zal worden gehouden op vrijdag 25 augustus a.s. vanaf 14.30 uur in
een van de zalen van Motel van der Valk, Geesterweg 1a te Akersloot.
Mr. Venbroek zal bij die bijeenkomst aanwezig zijn om achtergronden te schetsen
en om vragen te beantwoorden. De geboden informatie kan relevant zijn voor het
tijdig en verstandig afhandelen door bedrijven of hun juridische adviseur van de
claim van Houthoff Buruma. Om tijdig een inschatting te kunnen maken van het
aantal aanwezigen, verzoekt de KAVB geïnteresseerden zich telefonisch, per fax
of per mail aan te melden (tel. 0252-536950, fax 0252-536951, e-mail kavb@kavb.nl
.
LISSE – Een
groot aantal bollenbedrijven in de omgeving van Lisse wordt gedwongen nog vóór
het eind van komende week samen ruim E 64 miljoen terug te betalen aan het
failliete handelshuis SBC. Dit handelshuis vormt de spil in een omvangrijke
fraude met tulpenbollen.
Curator Eelke Muller van het
bankroete SBC uit Lisse sommeerde vele tientallen bedrijven om onterecht
ontvangen gelden voor levering van bollen in 2003 terug te betalen. Hierdoor
is grote paniek ontstaan in de bollensector, aangezien het voortbestaan van
betrokken bedrijven op het spel staat.
De aangeschreven bedrijven kregen de
miljoenen destijds van SBC uitgekeerd voor hun levering van tulpenbollen,
terwijl de kopers van de bewuste bollen van niets wisten en SBC dus weigerden
te betalen. Hierdoor viel het handelshuis eind 2003 om. Vermoed wordt dat
diverse van de aangeschreven bedrijven betrokken zijn bij een fraude waarbij
vele tientallen miljoenen euro’s van ruim honderd particuliere beleggers
achterover werd gedrukt.
De gedupeerde investeerders, waaronder de
miljonairs Cor Boonstra, Willem Sijthoff en Pieter Rijcke, staken gezamenlijk
€85 miljoen in het beleggingsfonds Novacap. De miljoenen werden besteed aan
termijntransacties in nieuwe tulpenrassen, maar al binnen enkele maanden bleek
dat het fonds verstrikt was geraakt in een enorme oplichtingszaak, waardoor
vrijwel alle investeringen in zakken van handelaren en schimmige
vennootschappen in het buitenland verdwenen.
De bollenbedrijven die nu gesommeerd worden, kwamen gisteren bijeen op
initiatief van brancheorganisatie KAVB. „Gelukkig was de administratie van
SBC een chaos, dus zal de curator er een harde dobber aan hebben om zijn
vordering te bewijzen”, stelde mr. Venbroek, raadsman van de KAVB. Toch zei
de jurist dat de bollenbedrijven zich moeten voorbereiden op langslepende
juridische procedures. Een advocaat van een van de handelaren riep op om
Novacap aansprakelijk te stellen voor de claims van de curator. „Die curator
werkt vooral uit naam van Novacap en de kas van dat fonds dreigt leeg te
raken, dus als daar een stapel verhaalacties binnenkomt, gaat het vuurtje
vanzelf uit”, aldus de jurist.
De
scepsis is groot in de bollenwereld. Windhandel en tulpomanie zijn de termen die
bijna steevast vallen bij navraag bij deskundigen uit de bollenwereld, die
overigens uit vrees voor juridische stappen niet met hun naam in de krant
willen. Niemand gelooft dat je een jaar tijd 30 procent winst kunt halen met
beleggingen in nieuwe soorten tulpen, zoals het beleggingsfonds Novacap Floralis
voorspiegelt.
Beurstoezichthouder
AFM is gisteren ingeschakeld bij een tulpenfraude. Beleggingsfonds Novacap
Floralis zegt slachtoffer te zijn van gesjoemel door commissionairshuis SBC.
Beleggers dreigen 85 miljoen euro te verliezen.Het
beleggingsfonds Novacap Floralis heeft bij de politie aangifte gedaan wegens
oplichting. De beheerders van het fonds, dat investeert in de ontwikkeling van
nieuwe soorten tulpenbollen, vermoeden dat het commissionairshuis
Sierteelt Bemiddelings Centrum (SBC) heeft gesjoemeld met een koopcontract. Ook
de toezichthouder AFM is geïnformeerd over de vermoedens van fraude. Dat heeft
een woordvoerster van het beleggingsfonds gisteren bevestigd. Novacap deed zaken
met SBC, dat eerder deze week uitstel van betaling heeft gekregen. Novacap heeft
ontdekt dat in elk geval één koopcontract rammelt. Het beleggingsfonds kocht
tulpenbollen in de veronderstelling dat SBC daar een koper voor had geregeld.
Inmiddels is gebleken dat die koop is afgeblazen, zonder dat SBC dit heeft
doorgegeven. Gevolg is dat Novacap met een partij tulpenbollen zit. Het
tulpenfonds haalde in mei 85,2 miljoen euro bij particuliere investeerders op. Het
geld wordt via een fiscale voordeelregel in tulpenbollen gestoken. In
de bollenstreek rond Lisse is de afgelopen jaren een nieuwe tulpenmanie
ontstaan. Werden vijftien jaar geleden nog maar zo'n veertig tot tachtig nieuwe
tulpensoorten aangemeld bij de Koninklijke Algemene Vereniging voor
Bloembollencultuur, dat aantal groeit en groeit. Vorig jaar waren het er
vierhonderd. Welke soorten uiteindelijk succesvol zijn, valt van tevoren voor
niemand te voorspellen. Wie daarop veel geld zet, heeft blijkbaar geld teveel,
zeggen diverse deskundigen. ''Je kunt ook naar het casino gaan, of een lot uit
de loterij kopen,'' is de mening van de Sassenheimse kweker en
narcissenveredelaar W. Leenen. Nog geen dubbeltje zou hij steken in het
tulpenfonds Novacap Floralis. ''Maar als bij mij iemand op de stoep staat en een
miljoen voor een nieuwe narcis biedt, dan zeg ik natuurlijk ook geen nee.'' De
scepsis is groot in de bollenwereld. Windhandel en tulpomanie zijn de termen die
bijna steevast vallen bij navraag bij deskundigen uit de bollenwereld, die
overigens uit vrees voor juridische stappen niet met hun naam in de krant
willen. Niemand gelooft dat je een jaar tijd 30 procent winst kunt halen met
beleggingen in nieuwe soorten tulpen, zoals het beleggingsfonds Novacap Floralis
voorspiegelt. Leenen, wiens opa al bollen veredelde als hobby, en vennoot is in
een van de bekendste narcissenveredelaars, schetst hoe zijn bedrijf nieuwe
soorten ontwikkelt: jaarlijks gaan 10.000 zaden de grond in, waarvan na een jaar
of vijf bollen - de zogeheten eenlingen - ontstaan. Dan komt een eerste
rigoureuze selectie: wat niet echt ergens op lijkt, gaat meteen weg. Met een
stuk of tien nieuwe bollen gaat het bedrijf dan verder. Maar ook daarvan valt in
de loop van de daaropvolgende jaren het leeuwendeel weer af. ''Als gemiddeld
één soort per jaar de eindstreep haalt, mogen we in onze handen knijpen,''
zegt Leenen. Voor tulpen en andere bolgewassen is het verhaal in grote lijnen
het zelfde. Of die ene bollensoort uiteindelijk een commercieel succes wordt, is
wéér een ander verhaal. De weg naar de consument verloopt steeds vaker via de
grote (supermarkt)ketens, die voor de levering van bollen en bloemen zaken doen
met een klein aantal grote leveranciers. Het bedrag van 85 miljoen euro dat is
ingelegd in Novacap Floralis slaat dan ook Leenen en alle andere geraadpleegde
mensen met stomheid. De prospectus van Novacap Floralis biedt weinig
duidelijkheid over de vraag hoeveel rendement een investeerder nu eigenlijk mag
verwachten. Maar één ding wordt uit een bestudering duidelijk: die 30 procent
wordt slechts onder aanzienlijk gunstiger omstandigheden behaald dan waarvan
Novacap zèlf uitgaat. Bron: Het Parool, 29-11-2003
Doelstelling
van het NovaCap Floralis Termijnfonds
is
om het vermogen van het Fonds voor de participanten te beheren en een zo
aantrekkelijk mogelijk resultaat voor hen te realiseren. De netto
rendementsprognose bedraagt circa 30% over de inleg gedurende de looptijd van
het Fonds. Om de doelstelling te bereiken zal het Fonds namens de deelnemers
beleggen in vorderingen die ontstaan uit termijntransacties in tulpenbollen van
nieuwe rassen. Met het resultaat van deze transacties zal het fondsvermogen
groeien. De behaalde winst zal op een van te voren bepaald tijdstip aan
participanten worden uitgekeerd in de vorm van een al dan niet tussentijdse
winstuitkering en een liquidatie-uitkering aan het einde van de looptijd van het
Fonds. Jaarlijks zal een nieuw termijnfonds opgericht worden. De verschillende
fondsen worden aangeduid met het jaartal waarin het fonds afloopt. Het Fonds
2004 is in juni 2003 gesloten voor inschrijving. Naar verwachting zal het
Fonds 2005 in het voorjaar van 2004 worden gestart. Voor elk fonds zal een
vergunning voor beleggings-instellingen worden aangevraagd bij de Autoriteit
Financiële Markten (AFM). Tevens zal voor elk fonds worden verzocht om een
ruling van de belastingdienst voor de behandeling van de participatie in
Box III (voor in Nederland woonachtige particulieren). In mei 2003 is
door de AFM aan het Fonds 2004 een vergunning voor beleggings-
instellingen verleend en is tevens een ruling door de belastingdienst
verstrekt. Het Fonds 2004 is op 6 juni 2003 zeer succesvol gesloten.
Afwikkeling vindt plaats op uiterlijk 011204. De informatie op deze website
dient in samenhang te worden gelezen met het betreffende Informatiememorandum en
de Financiële Bijsluiter. Voor het Fonds 2005 kunt u beide documenten kosteloos
opvragen via deze website zodra de documenten kunnen worden gepubliceerd in 2004
Voor
verdere informatie kunt u contact opnemen met: NovaCap Floralis Termijnfonds
Beheer BV Heereweg
331 B te Lisse, Postbus 20, 2160 AA Lisse, tel: 0252-433 000, fax: 0252-433 009,
e-mail: floralis@novacap.nl
Directie
Beherend Vennoot
NovaCap
Holding BV
Marco
J.H.T. Vrijburg
franken@novacap.nl
vrijburg@novacap.nl
Hoe
handelt u bij klachten? U kunt zich met een klacht schriftelijk wenden tot de directie van NovaCap
Floralis Termijnfonds Beheer B.V.:
NovaCap
Floralis Termijnfonds Beheer B.V., Postbus 20, 2160 AA Lisse
Graag
geven we u een korte omschrijving van de achtergrond van de markt waarbinnen het
Fonds zich beweegt.
Het
afgelopen decennium heeft de ontwikkeling van nieuwe tulpenrassen een ware
vlucht genomen. Het ontwikkelen van nieuwe tulpenrassen is noodzakelijk omdat de
oude, traditionele tulpenrassen door degeneratie ziektegevoeliger worden.
Degeneratie treedt op doordat kwekers jaarlijks hun beste tulpenbollen aan
broeiers in binnen- en buitenland verkopen. Broeiers zijn de partijen die de
bollen voor commercieel gebruik aanwenden en dus bloemen kweken voor de
consumentenverkoop. Daarnaast vragen consumenten in binnen-, en met name
buitenland, om meer variëteit in de aangeboden (tulpen)bloemen. Deze vraag
wordt weerspiegeld door de hogere prijs die op bloemenveilingen wordt betaald
voor bloemen die relatief nieuw op de markt zijn. Teeltproces. Het
ontwikkelen van nieuwe tulpenrassen is een arbeids- en kapitaalintensief proces,
waarvoor kwekers partijen zoeken die dit willen financieren. Een vijftal
professionele grote marktpartijen en ongeveer vierhonderd kwekers houden zich op
dit moment bezig met de ontwikkeling van nieuwe tulpenrassen. Om de achtergrond
van de financieringsbehoefte toe te lichten, volgt een nadere uitleg over het
teeltproces. Nieuwe tulpenrassen komen tot stand door kruising of mutatie. Bij
kruising duurt het gemiddeld 20 jaar voordat tulpenbollen zover geteeld zijn dat
deze verkocht kunnen worden aan broeiers. Na 7 jaar ontstaat de eerste
tulpenbloem waarna vermenigvuldiging kan plaatsvinden. Pas na 13 jaar van
vermenigvuldiging zijn er voldoende bollen voor handen om aan broeiers te kunnen
worden verkocht voor commercieel gebruik. Bij mutatie van tulpenbollen wordt het
totale ontwikkelingsproces verkort met 7 jaar. Mutanten ontstaan onder invloed
van omgevingsstraling en worden in het veld gevonden of bewust radioactief
bestraald waardoor een nieuw (afgeleid) ras ontstaat. Het ontwikkelproces wordt
verkort doordat er meteen een bloem is waarmee vermenigvuldiging kan
plaatsvinden. Na 13 jaar zijn er voldoende bollen voor commercieel gebruik. Na 7
jaar vermenigvuldiging vanaf de eerste bloem kan pas bepaald worden of een nieuw
ras geschikt is of sterk genoeg is voor commercieel gebruik. Na deze periode is
de historie van de tulpenbollen bekend, waarbij van belang is:
het uiterlijk van de tulp;
de groeicapaciteit;
de handelbaarheid;
de ziektegevoeligheid;
de houdbaarheid;
de broeicapaciteit.
De
structuur van het fonds is als volgt opgezet:
Het
Floralis Termijnfonds heeft een exclusiviteitscontract met NovaCap Agricola BV
met betrekking tot de overname van alle vorderingen die ontstaan uit
termijntransacties in tulpenbollen van nieuwe rassen. Het Fonds heeft geen
directe relatie met de kwekers en het teeltproces maar neemt alleen de
vorderingen uit de termijntransacties over van Agricola. Agricola richt zich
uitsluitend op de markt van nieuwe tulpenrassen van kruisingen in de leeftijd
tussen 13 en 20 jaar oud en van mutanten in de leeftijd tussen 7 en 13 jaar oud.
Agricola contracteert kwekers voor de aangekochte tulpenbollen, draagt zorg voor
de kwaliteitscontrole en voldoet de noodzaklijke verzekeringspremies. Agricola
houdt, via een onafhankelijke controleur/expert in de Raad van Toezicht,
toezicht op de behandeling en verwerking van de tulpenbollen ter behoud van de
kwaliteit van de tulpenrassen. Voor het telen van de aangekochte tulpenbollen
contracteert Agricola minstens vijf te goeder naam en faam bekendstaande
bollenkwekers, die op tenminste 25 locaties de bollen zullen kweken. Ieder
aangekocht tulpenras wordt bij verschillende kwekers en locaties ondergebracht,
zodat de kans dat een ras in zijn geheel teniet gaat wordt geminimaliseerd. Termijntransacties.
Een termijntransactie bestaat uit een aankoop en levering op moment 0,
een verkoop op moment 0 en levering (als gevolg van de verkooptransactie) op
moment 1. De periode tussen moment 0 en moment 1 is het groeiseizoen. De bollen
worden in deze periode geplant, geteeld en gerooid. Agricola besteedt deze
handelingen uit aan kwekers die op contract voor Agricola kweken. Om het
Agricola mogelijk te maken de aankooptransacties te financieren, koopt het Fonds
de rechten op de termijnvorderingen volgend uit de verkooptransactie van
Agricola (verkoop op moment 0 en levering op moment 1). Betaling door het Fonds
vindt direct plaats (moment 0) bij aankoop van deze vordering. De opbrengst van
de gekochte termijnvordering hangt af van de hoeveelheid bollen die geoogst
kunnen worden in het jaar na aankoop (moment 1). De verkoopprijs van de op
termijn verkochte bollen staat per termijntransactie vast. Agricola streeft naar
een zo hoog mogelijke verkoopprijs. Agricola zal het van het Fonds ontvangen
vermogen voor ten minste 85,5% besteden aan het afsluiten van
termijntransacties. De overige 14,5% van het ontvangen vermogen zal worden
besteed aan verschuldigde vakheffingen, commissies, verzekeringspenningen,
royaltyvergoedingen, betalingen aan kwekers die op contract de tulpenbollen voor
Agricola telen, lonen en salarissen, administratiekosten en een opslag voor
risico en winst. Floralis Termijnfonds 2004. De
aankooptransacties, de levering en de verkooptransacties aan Floralis
Termijnfonds 2004, vinden plaats in de periode mei tot en met september 2003. De
leveringen en de afrekeningen met de kopers vinden plaats in de maanden
september tot en met november van 2004. De termijntransacties hebben dus een
duur van maximaal 18 maanden. In verband met een betalingstermijn van 1 maand
heeft de belegging in het Fonds een looptijd van 19 maanden. Het Fonds wordt na
afwikkeling van alle gedane transacties geliquideerd en vereffend. Aan beleggers
wordt in 2004, zonder daarbij een voorkeursrecht toe te kennen, de mogelijkheid
geboden om te participeren in het volgende Fonds 2005 dat zal worden opgericht
na verkrijging van de vergunning voor beleggingsinstellingen.
Risico's
en sisicospreiding binnen NovaCap Floralis Termijnfonds en alle betrokken
partijen
Het
rendement van de aangekochte termijnvorderingen zal afhangen van:
De
groeifactor
Tulpenbollen vermenigvuldigen zich jaarlijks met een gemiddelde factor van
ongeveer 2,4. Weersinvloeden, groeicapaciteit, kwaliteit van het betreffende
ras, en wijze van behandeling zijn bepalend voor de groeifactor. De groeifactor
van nieuwe tulpenrassen in de periode 2000 tot en met 2002 varieerde tussen
factor 2,3 en 2,7.
De prijsval
Met prijsval bedoelt men de verkoopprijs per kilo van een partij bollen in de
termijntransactie, uitgedrukt in een percentage van de aankoopprijs van die
partij bollen één seizoen eerder. Hoe minder groot de prijsval hoe hoger het
rendement op de termijntransactie.
De koper van de tulpenbollen van Agricola, die op termijn afneemt, ontvangt een
korting op de marktprijs van de betreffende tulpenbollen. Hiertegenover staat
dat deze koper een garantie afgeeft ter grootte van het aankoopbedrag van de
bollen door Agricola op moment 0. Het SBC-Reglement voorziet in een
kredietverzekering op de termijnvordering die Agricola heeft op haar koper,
waarvan de rechten overgaan op het Fonds.
In onderstaand overzicht treft u het rendement van het Fonds (per participatie)
aan bij verschillende scenario’s tussen groeifactor en prijsval (over alle te
kopen tulpenrassen). Dit overzicht is niet bedoeld als begroting. Genoemde
bedragen zijn euro’s, negatieve bedragen staan tussen haakjes ().
Het rendement is berekend exclusief de plaatsingsprovisie, deze bedraagt 1% over
de deelname. Per participatie van € 100.000 wordt daarom € 1.000
plaatsingskosten in rekening gebracht.
De
opbrengst per termijntransactie varieert, hierdoor wordt het resultaat van het
Fonds beïnvloed
Om
dit risico te beperken zal belegd worden in termijntransacties van minimaal 150
nieuwe rassen van tulpenbollen in de leeftijd tussen 13 en 20 jaar oud bij
kruisingen en van 7 en 13 jaar oud bij mutanten. Tevens zullen de transacties
circa 60 verschillende debiteuren betreffen.
Kredietrisico Voor
beleggers is een aantal kredietrisico’s gelimiteerd waardoor het maximale
verlies gemiddeld 18,3% op hun belegging kan bedragen
Deze
beperking van het verlies wordt gerealiseerd door de betalingsverplichting van
de koper tot betaling van het oorspronkelijke aankoopbedrag, waarbij
betalingszekerheid voor Agricola is gemaximaliseerd. Deze betalingsverplichting
voor de koper vloeit voort uit het termijncontract.
Indien
er sprake is van insolventie van de koper dan is de kredietverzekering van
toepassing mits voldaan is aan de polisvoorwaarden. Indien kopers failliet
zouden gaan en de bollen niet meer verkoopbaar blijken na het faillissement van
een koper, kan de kredietverzekering worden aangesproken.
De
hoogte van het rendement van het totale aantal termijntransacties waarvan het
Fonds de rechten overneemt zal worden beïnvloed door de groeifactor van de
tulpenbollen die onderwerp zijn van alle termijntransacties die via het Fonds
lopen en de gemiddelde prijsval in de termijntransacties.
Groei De
levering van de bollen in het jaar na aankoop zou kunnen mislukken doordat een
oogst (in hoeveelheid) niet de beoogde groeifactor heeft opgeleverd zoals
verwacht tijdens het afsluiten van de termijntransactie. Dit risico wordt
beperkt door de spreiding over honderden termijntransacties en de
betalingsstructuur waarbij de koper minimaal het oorspronkelijke aankoopbedrag
zal vergoeden.
Teloorgang
van de oogst Door
partijen tulpenbollen per ras te verdelen over verschillende kwekers met
meerdere teeltlocaties wordt het risico van teloorgang van de oogst bij één
enkele kweker geminimaliseerd. Een gelijktijdige overstroming van alle in de
Flevopolder, Noord-Holland en Zuid-Holland gevestigde kwekersgronden zou de
oogst teloor doen gaan. Het crashen van één of meerdere vliegtuigen op
kwekersgronden zou de oogst deels teloor doen gaan.
Natuurrampen,
oorlog, molest Risico’s
ten aanzien van oorlog, molest, nucleaire verschijnselen, natuurrampen kunnen
niet worden verzekerd. De waarde van de beleggingen kan hierdoor tenietgaan.
Faillissementrisico Er bestaat
een risico dat de kopende partij in de termijntransactie gedurende de looptijd
van het groeiseizoen failliet gaat, waardoor hij de bollen niet meer kan
afnemen. Hiervoor is een kredietverzekering afgesloten, zodat zowieso het
oorspronkelijke aankoopbedrag betaald wordt, voor zover aan de voorwaarden van
deze verzekering is voldaan.
De
schade-uitkering van de kredietverzekeraar is beperkt tot 40 keer de betaalde
jaarpremie. Als een groot aantal kopers failliet zou gaan en de tulpenbollen
niet meer wederverkoopbaar blijken, zou het kunnen voorkomen dat de dekking niet
voldoende is om de volledige schade te dekken. Bij de beoogde omvang van het
Fonds kan de maximum schade-uitkering begroot worden op ongeveer € 8.000.000.
Er
bestaat een risico dat SBC, de bemiddelaar, failliet zou gaan. Agricola en het
Fonds zouden dan rechtstreeks met de kopers de transacties kunnen afwikkelen.
Daarnaast
bestaat het risico dat Agricola failliet zou gaan. Het risico dat Agricola
failleert, houdt in dat Agricola haar leveringsverplichting aan de kopers niet
zou nakomen, waardoor van de kopers geen betaling van de koopprijs kan worden
afgedwongen.
Kredietverzekeraar De
Kredietverzekeraar die de aankooptransacties verzekert zou failliet kunnen gaan,
zodat de aankoopbedragen in dat jaar niet kunnen worden verzekerd. De
Kredietverzekeraar is echter onderdeel van een groot, te goeder naam en faam
bekendstaand verzekeringsconcern met momenteel een double A rating van
ratingbureau Fitch.
Marktrisico Er bestaat
een risico dat nieuwe tulpenrassen niet meer verhandeld zullen worden via de
bollenmarkt in Lisse. Gezien de monopoliepositie van Lisse in de wereldwijde
tulpenbollenmarkt wordt dit risico voor de komende jaren verwaarloosbaar geacht.
Er
bestaat een prijsrisico wanneer de tulpenmarkt overspoeld wordt met nieuwe
rassen. In dat geval zullen minder termijntransacties worden afgesloten omdat de
prijsval tussen aan- en verkoopprijs dan te groot wordt.
Afwezigheid
openbare markt voor termijntransacties Voorafgaande
aan de plaatsing van de participaties bij beleggers, heeft geen handel in de
termijntransacties op een openbare markt plaatsgevonden. De markt wordt gemaakt
door bemiddelaars; zij brengen partijen bij elkaar en sluiten één–op-één
transacties af. Er bestaat geen zekerheid dat er een actieve handel in nieuwe
tulpenrassen zal blijven bestaan. Gezien de steeds groter wordende vraag uit het
buitenland, met name Japan en de US, wordt dit risico beperkt geacht.
Voor
de termijntransacties geldt een betalingsverplichting van de koper voor het
oorspronkelijke aankoopbedrag van de door Agricola gekochte en aan koper
verkochte partij tulpenbollen.
Via
het SBC-Reglement wordt een kredietverzekering afgesloten waarbij betaling van
het bedrag ter hoogte van de oorspronkelijke aankoopprijs en het uiteindelijke
koopbedrag, is verzekerd ingeval van insolventie en vermoedelijke insolventie
van de koper mits aan de polisvoorwaarden is voldaan.
Het
handelsreglement van SBC voorziet in een kredietverzekering bij
verzekeringsmaatschappij Coface Nederland te Breda, het Nederlandse kantoor van
Allgemeine Kreditversicherung AG te Mainz, Duitsland. De beheerder ziet toe op
premiebetaling door SBC.
Overige
verzekeringen Voor de
tulpenbollen die via de termijntransacties verhandeld worden, zijn onderstaande
verzekeringen afgesloten:
brandverzekering
diefstal
transport- en opslagverzekering
overige verzekeringen zoals vermeld in de Algemene voorwaarden van de
Kredietverzekeraar.
Schematische
weergave van de transactiestructuur binnen NovaCap Floralis Termijnfonds en alle
betrokken partijen
NovaCap
Agricola BV (Agricola)
NovaCap Agricola BV is de entiteit die de termijntransacties afsluit. NovaCap
Floralis Termijnfonds CV neemt dus de vorderingen uit de termijntransacties van
Agricola over. Agricola is een dochter van NovaCap Holding BV en Cornell BV
Laatstgenoemde vennootschappen voeren tevens de directie over Agricola.
NovaCap
Floralis Termijnfonds Beheer BV (beheerder)
NovaCap Floralis Termijnfonds Beheer BV is de besloten vennootschap die als
beherend vennoot van de NovaCap Floralis Termijnfonds CV optreedt. Deze
vennootschap is een 100% dochter van Agricola en bepaalt het beleid van de CV en
beheert het vermogen.
NovaCap
Floralis Termijnfonds CV (het Fonds)
NovaCap Floralis Termijnfonds 2004 CV is de commanditaire vennootschap waarin de
beleggers via een participatie als commanditaire vennoten deelnemen. De CV heeft
een besloten karakter zodat voor toetreding en vervanging van nieuwe
participanten toestemming van alle participanten is vereist. De maximale duur
van een fonds is negentien maanden. Het jaartal in de naam van het Fonds geeft
het jaartal van afwikkeling aan.
Sierteelt
Bemiddelings Centrum BV (SBC)
Het Sierteelt Bemiddelings Centrum BV is een van de drie commissionairs, die
zich bezighouden met het bemiddelen in bollentransacties. SBC heeft zich
bekwaamd in de bemiddeling van nieuwe tulpenrassen en is in dit segment
marktleider. De commissionairs die bij SBC werken hebben een expertise
opgebouwd, die in dit marktsegment noodzakelijk is om het potentiële commerciële
succes van een tulp in te kunnen schatten. SBC heeft de afgelopen jaren bij vele
(verzekerde) termijntransacties bemiddeld voor diverse marktpartijen om aan de
financieringsbehoefte van het teeltproces te voldoen.
Agricola
heeft een contract gesloten met SBC met betrekking tot termijncontracten in
nieuwe tulpenrassen. Agricola sluit termijntransacties in nieuwe tulpenrassen
dan ook via bemiddeling van SBC af.
Kenmerken
De kenmerken van het Floralis Termijnfonds
Het
Fonds biedt u een unieke mogelijkheid voor deelname in een veelbelovend,
vernieuwend en hoogrenderend beleggingsproduct.
De netto rendementsprognose bedraagt circa 30% over uw inleg gedurende de
looptijd van het Fonds.
Het deelnamebedrag bedraagt 100.000 euro per participatie (of een veelvoud
daarvan).
De looptijd van de CV is maximaal 19 maanden. Termijnfonds 2004 loopt van 1 mei
2003 tot 1 december 2004 waarna uitkering aan participanten zal plaatsvinden.
Het Fonds 2004 is in juni 2003 gesloten voor inschrijving. Elk jaar zal een
nieuw fonds worden gestart voor het nieuwe seizoen. Het Fonds 2005 zal begin
2004 worden gestart.
Voor in Nederland woonachtige particulieren is fiscaal Box III van toepassing.
Er wordt een solide aankoop- en verkoopstrategie gehanteerd. Het Fonds belegt in
vorderingen die minimaal 150 nieuwe tulpenrassen betreffen waarbij minimaal 60
debiteuren als tegenpartij van de termijntransacties optreden.
Het debiteurenrisico is afgedekt door een kredietverzekering.
Het maximale risico bedraagt 18,3% op uw inleg (niet verzekerbare calamiteiten
daargelaten).
Het fonds werkt samen met SBC, een betrouwbare en ervaren commissionair. SBC is
marktleider met grote expertise in de branche en gespecialiseerd in tulpen van
nieuwe rassen.
Begrippenlijst
Agricola
NovaCap Agricola BV: de besloten vennootschap waa