GROEP HOP INFORMATIE OVER "GEFABRICEERD BEWIJS" EN "SUCCESVOLLE TEGENWERKING" ©

Kinderrechter mw. R.A.J. Mees/President Soroptemistenclub: Geen omgangsregeling Hop met zijn kinderen omdat hij omgang met een eerdere rechterlijke beschikking (van mw R.A.J. Mees) wilde afdwingen. Directeur Raad voor de Kinderbescherming: "Indienen van klachten tegen RvdK werkt contraproductief mbt omgang vader met kinderen. Hop bijt terug met satire: SO BE IT!

Informant advocatuur: Hop moet bloeden schrijft een christelijke advocaat met bijbaantjes in kerk en school aan zijn opdrachtgever jeugdzorg. Vanwege PR-redenen niet tot het uiterste gaan.........

Informant journalistiek: mw. Jeanne Dijkstra eindredacteur Ermelo Weekblad aan de Raad voor de Journalistiek: "Van alle kanten komen berichten dat Groep Hop moet worden doodgezwegen".

Informant rechtspraak: Kinderrechter wil overleg met jeugdzorg -buiten de hoorzittingen om- hoe we op de verzoek- en verweerschriften met Hop als procesvertegenwoordiger gaan beslissen en informatie bij welke zaken Hop betrokken is.

Informant Parlement: Parlement 1e en 2e Kamer Met spoed klachtwetgeving tegen jeugdzorg uithollen om effectief klagen (met Hop) te onderdrukken.

Informant Openbaar Ministerie: Bron Memo Openbaar Ministerie Landelijk CoŲrdinerend officier van justitie Bovenregionaal Recherche Overleg (BRO) Teamleider Maatwerkzaken  over Hop 11 juni 2012 Citaat: Complicerende factor in het verhaal is dat de heer Hop een politiek zeer actieve persoon is. Citaat:Het Gevoelige Zaken Overleg (GZO) is voorstander van een frontale opsporingsactie op Hop oftewel halen en (als spraakzame "Don Quichot") doen bekennen en vervolgen. Peter van Hagen aan mr. R. Tenge en D. van der Kolk. Hop bijt terug: "Ik beken geen letter!" Eerste kinderrechter pleegt zelfmoord en springt voor de trein

 

Voorwoord met uitnodiging om na te denken over 20 jaar (christelijke) Staatsterreur tegen Hop

Lees verder

 

 

Koning Willem-Alexander reikt aan het Korps Commandotroepen de hoogste Nederlandse dapperheidsonderscheiding uit: de Militaire Willems-Orde

Het Korps Commandotroepen, de ‘special forces’ van de Koninklijke Landmacht, krijgt de onderscheiding voor zijn buitengewone inzet in Afghanistan in de periode maart 2005 tot september 2010. De koning zal na zijn toespraak het versiersel van de Militaire Willems-Orde, de cravatte, vastmaken aan het korpsvaandel. Het korps is voorgedragen voor de koninklijke onderscheiding op advies van het Kapittel der Militaire Willems-Orde. De onderscheiding is bedoeld voor militairen, burgers of eenheden die zich in de strijd hebben onderscheiden door moed, beleid en trouw. Voorwaarde voor het onderscheiden van een heel regiment is dat iedereen heeft gediend in de strijd. De uitreiking is een na-oorlogse primeur: sinds 1940 zijn alle uitgereikte onderscheidingen naar eenheden gegaan die beloond werden voor hun daden in de Tweede Wereldoorlog. Daaronder zijn het Korps Mariniers en de Prinses Irene Brigade.

De Willems-Orde is tot nu toe aan elf andere eenheden uitgereikt. De laatste was aan de Poolse 1e onafhankelijke parachutistenbrigade in 2006 voor hun optreden tijdens operatie Market Garden in de Tweede Wereldoorlog. Van de individuele dragers van de Willems-Orde zijn er nog vier in leven. De twee Nederlandse commando's Marco Kroon en Gijs Tuinman werden geŽerd voor hun moedige optreden in Afghanistan. Kroon kreeg de onderscheiding van koningin Beatrix in 2009 en Tuinman van koning Willem-Alexander in 2014. De Brit Kenneth Mayhew (99) en de Amerikaan Edward Simons Fulmer (96) kregen de Willems-Orde van koningin Wilhelmina in 1946 voor hun heldhaftig optreden tijdens de Tweede Wereldoorlog. Drie ridders van de Willems-Orde, Kroon, Tuinman en Mayhew, zijn vandaag ook bij de ceremonie aanwezig.

 

 

Rechters wilden commando's groene baret afpakken.

Bevelhebber KL. Marcel Urlings heeft de opdracht gegeven dat elke militair zijn ''Groene baret'' in moet inleveren en de militair krijgt daarvoor terug een patrol kleurige baret. In het najaar dient de herinvoering van de patrol kleurige baret voor de KL ingevoerd te zijn.

Rechters willen commando's groene baret afpakken. De Paris norm. Rechter Paris (36) verklaarde de zaak tegen invoering groene baret voor alle landmachtmilitairen niet gegrond. Dit betekent dus dat voor alle landmachtmilitairen een groene baret ingevoerd kan worden. Bovendien wordt gesteld dat de kleur van de baret die onderdeel uitmaakt van de nieuwe tenues zodanig afwijkt van de kleur van het Korps Commandotroepen dat deze baretten van elkaar zijn te onderscheiden. Voorts voerden eisers aan dat zij niet bij de besluitvorming over de nieuwe tenues zijn betrokken. De rechter leidde uit de stukken af dat het Korps niet actief is betrokken bij de besluitvorming die is voorafgegaan aan het ontwerp van de nieuwe tenues, doch dat er niet gezegd kan worden dat de Staat hierbij onrechtmatig heeft gehandeld.

Hop stelt voor deze uitspraak tegen commando's in de rechtspraak in te voeren. Zo snel mogelijk een groot aantal burgers die hebben bewezen met gezond verstand na te kunnen denken en welke burgers zijn gespecialiseerd op bepaalde onderwerpen als rechter tot de rechtspraak toe te laten om de rechtspraak aanzienlijk goedkoper te maken en de wachtlijsten razendsnel weg te werken. Deze burgers kunnen ook gelijk een zwarte rechtertoga krijgen maar we maken daar een andere kleur zwart van waarbij de kleur zwart zodanig afwijkt dat deze toga's van elkaar zijn te onderscheiden. Dat kan ook heel snel want het is niet onrechtmatig om de beroepsgroep rechterlijke macht NIET bij de besluitvorming te betrekken.

Wat zullen ze tekeer gaan in hun ivoren torens als gewone burgers ingezet gaan worden als rechter welke burgers op basis van wetgeving en gezond verstand beslissingen nemen de achterstanden in de rechtspraak razendsnel gaan wegwerken. Rechtspraak daarmee gelijk aanzienlijk goedkoper zullen maken. Dit is goed voor het gewone volk want die hoeven dan veel minder belasting te betalen om de gevestigde elite in de rechtspraak steeds verder te verrijken.

Rechter Paris zal wel weer zo'n rechter zijn waarbij het collegegeld weggegooid geld is omdat hij door weerzinwekkende partijdigheid voor de overheid nergens naar zal kijken. Zijn zakken met veel geld vult en de commando's zullen van hem wel gelijk gaan krijgen omdat er in het voortraject wel weer ergens is misgegaan maar voor zoiets moet je niet zijn bij de puinbak die Nederlandse rechtspraak heet. De commando's zullen echt wel gaan winnen van het Nedrelandse RECHTERSLEGER DAT NIET DEUGT en hun groene baret behouden.

J. Hop, auteur website Censuur en organisatiecriminaliteit in Nederland. 

 

Uitspraak LJN-nummer: AI1833  Zaaknr: KG 03/974
Bron: Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak: 4-09-2003 Soort zaak: civiel

RECHTBANK 's-GRAVENHAGE
sector civiel recht - voorzieningenrechter

Vonnis in kort geding van 4 september 2003,
gewezen in de zaak met rolnummer KG 03/974 van:


1. [eiser sub 1],
wonende te [woonplaats],
2. [eiser sub 2],
wonende te [woonplaats],
eisers,
procureur mr. W. Taekema,
advocaat mr. J. Vlug te Deventer,

tegen:

de Staat der Nederlanden (de Minister van Defensie, de Staatssecretaris van Defensie en Luitenant-Generaal M.L.M. Urlings in zijn hoedanigheid van Bevelhebber der Landstrijdkrachten),
zetelende te 's-Gravenhage,
gedaagde,
procureur mr. J.J. van der Helm.


1. De feiten

Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting van 28 augustus 2003 wordt in dit geding van het volgende uitgegaan.
1.1. Eisers hebben beiden de Elementaire Commando Opleiding gevolgd en met goed gevolg afgesloten. Op grond hiervan zijn zij gerechtigd tot het dragen van de zogenaamde "groene baret". Eisers zijn niet meer in actieve dienst.

1.2. Na de derde dinsdag in september 2003 zal een aanvang worden gemaakt met de invoering van een nieuw dagelijks tenue en gelegenheidstenue voor alle militairen van de Koninklijke Landmacht. Van de nieuwe tenues maakt, behoudens enkele uitzonderingen, een groene baret deel uit, de zogenaamde "KL-baret algemeen".

1.3. De invoering van de nieuwe tenues vormt het sluitstuk van een besluitvormingsproces dat reeds in 1996 een aanvang heeft genomen.

1.4. In verband met de invoering van de nieuwe tenues voor militairen van de Koninklijke Landmacht zal het Voorschrift Tenuen voor militairen van de Koninklijke Landmacht, dat is gebaseerd op artikel 134 van het Algemeen militair ambtenarenreglement, worden aangepast.

1.5. Van het besluit tot invoering van de nieuwe tenues is melding gemaakt in de augustus/september 2002-editie van het personeelsblad van de Koninklijke Landmacht genaamd "Flex" alsmede op het Intranet van de Koninklijke Landmacht.

2. De vordering, de gronden daarvoor en het verweer

Eisers vorderen - zakelijk weergegeven - gedaagde te verbieden de voorgenomen groene baret in te voeren als onderdeel van het dagelijks tenue van de Koninklijke Landmacht.
Daartoe voeren eisers het volgende aan.
De groene baret van het Korps Commandotroepen, welk Korps nationaal en internationaal als een elite-eenheid wordt beschouwd, is een onderscheidingsteken dat verdiend moet worden. Slechts diegenen die de fysiek en mentaal zware Elementaire Commando Opleiding succesvol hebben afgesloten, zijn gerechtigd de groene baret te dragen. Door het nieuwe tenue van de militairen van de Koninklijke Landmacht te voorzien van een groene baret (die qua kleur nauwelijks verschilt van de groene baret van het Korps Commandotroepen) handelt gedaagde onrechtmatig jegens eisers. Het nieuwe tenue-voorschrift is in strijd met de binnen de krijgsmacht geldende ongeschreven, op traditie berustende regel die de baretkleur groen exclusief reserveert voor leden van het Korps Commandotroepen. Voorts zijn de leiding van het Korps, de Commandostichting, de Traditieraad van het Korps en de verenigingen van oud-commando's en veteranen niet bij de besluitvorming betrokken. Zij zijn pas in mei 2003 van het besluit tot invoering van het nieuwe tenue op de hoogte gekomen. Eisers hebben een spoedeisend belang bij de door hen gevraagde voorziening, nu het nieuwe tenue-voorschrift op zeer korte termijn zal worden ingevoerd.

Gedaagde voert gemotiveerd verweer dat hierna, voorzover nodig, zal worden besproken.

3. De beoordeling van het geschil

3.1. Eisers leggen aan hun vordering onrechtmatig handelen van gedaagde ten grondslag. Hiermee is de bevoegdheid van de burgerlijke rechter - in dit geval die in kort geding - gegeven.

3.2. Gedaagde heeft aangevoerd dat eisers niet in hun vordering kunnen worden ontvangen, nu zij bij toewijzing daarvan geen rechtens te respecteren belang hebben. Dit verweer treft geen doel. Eisers, die gerechtigd zijn tot het dragen van de groene baret van het Korps Commandotroepen, hebben belang bij een oordeel over de rechtmatigheid van de nog in te voeren regelgeving die betrekking heeft op de nieuwe tenues voor (vrijwel alle) militairen van de Koninklijke Landmacht, nu van deze tenues ook een groene baret onderdeel uitmaakt. Dat dit belang een immaterieel belang is, maakt dit niet anders.

3.3. Eisers hebben ook een spoedeisend belang bij hun vordering, nu vaststaat dat met het uitleveren van de nieuwe tenues voor de militairen van de Koninklijke Landmacht op korte termijn een aanvang zal worden gemaakt. Eisers kunnen dus in hun vordering worden ontvangen.

3.4. Het kader voor de materiŽle beoordeling van het onderhavige geschil wordt gevormd door vaste jurisprudentie van de Hoge Raad, inhoudende dat de rechter de vaststelling en uitvoering van lagere regelgeving onrechtmatig kan oordelen op de grond dat sprake is van willekeur in dier voege dat het desbetreffende overheidsorgaan, in aanmerking genomen de belangen die aan dit orgaan ten tijde van de totstandbrenging van het voormelde uitvoeringsbesluit bekend waren of behoorden te zijn, in redelijkheid niet tot de desbetreffende regelgeving is kunnen komen. Bij deze toetsing dient de rechter, aldus de Hoge Raad, de nodige terughoudendheid te betrachten. In kort geding geldt voor een dergelijke onrechtmatigheid bovendien de eis dat de betreffende regelgeving onmiskenbaar onverbindend moet zijn.

3.5. Eisers hebben allereerst betoogd dat de binnen de krijgsmacht bestaande ongeschreven rechtsregel, die inhoudt dat uitsluitend de (oud-)leden van het Korps Commandotroepen gerechtigd zijn een groene baret te dragen, voor dient te gaan op het nieuwe Voorschrift Tenuen voor militairen van de Koninklijke Landmacht. Het bestaan van een dergelijke ongeschreven rechtsregel, die zou inhouden dat geen enkel ander onderdeel binnen de krijgsmacht een baret met een groene kleur zou mogen dragen, hebben eisers echter niet aannemelijk gemaakt. Van belang in dit verband is dat eisers de stelling van gedaagde dat de militairen van het Garderegiment Grenadiers en Jagers en de militairen van het Regiment Limburgse Jagers, onderdelen van de Koninklijke Landmacht, bij hun ceremoniŽle tenue ook een groene baret dragen, niet hebben weersproken.

3.6. De onrechtmatigheid van het handelen van gedaagde is er volgens eisers voorts in gelegen dat gedaagde het Korps Commandotroepen en de organisaties waarin commando's en oud-commando's zich hebben verenigd, onvoldoende heeft betrokken bij het besluitvormingsproces dat heeft geleid tot de binnenkort in te voeren regelgeving en gedaagde ook anderszins met de belangen van het Korps en die organisaties onvoldoende rekening heeft gehouden.

3.7. Vooropgesteld moet worden dat een overheidsorgaan in het proces van besluitvorming dat voorafgaat aan het vaststellen van nieuwe regelgeving, de belangen van personen, organisaties en instellingen die bij die regelgeving direct en indirect, betrokken (kunnen) zijn, in het oog dient te krijgen en te houden. Het komt de zorgvuldigheid van de besluitvorming ten goede indien het betreffende overheidsorgaan de belanghebbenden over zijn voornemen tot invoering van nieuwe regelgeving raadpleegt en hierover met hen in overleg treedt. Een verplichting daartoe bestaat echter niet.

3.8. Uit de stukken en het verhandelde ter zitting kan worden afgeleid dat het Korps Commandotroepen en eerdergenoemde (belangen)organisaties niet actief zijn betrokken bij de besluitvorming die is voorafgegaan aan het ontwerp van de nieuwe tenues voor militairen van de Koninklijke Landmacht en de vaststelling van het aangepaste Voorschrift Tenuen voor militairen van de Koninklijke Landmacht. Dat de Commandant van het Korps Commandotroepen reeds in een vroeg stadium van het besluit tot invoering van de nieuwe tenues op de hoogte is gesteld, is niet komen vast te staan. Gedaagde heeft dit wel bepleit, maar eisers hebben dit, gemotiveerd, betwist.

3.9. Gelet op de door gedaagde niet betwiste reputatie van het Korps Commandotroepen en de belangrijke rol die binnen dat Korps aan de groene baret wordt toegekend, had raadpleging van het Korps en de belangenorganisaties in de rede gelegen. Niettemin kan niet gezegd worden dat gedaagde, door dit achterwege te laten, onrechtmatig heeft gehandeld jegens het Korps, die organisaties en eisers in het bijzonder, laat staan dat gezegd kan worden dat op die grond het nieuwe Voorschrift onmiskenbaar onverbindend is. Voor genoemd oordeel is het volgende redengevend. De invoering van de nieuwe tenues is, en eisers hebben dit niet weersproken, uitgebreid besproken binnen de Traditie Commissie van de Koninklijke Landmacht. Uit de overgelegde brief d.d. 1 augustus 2002 van de voorzitter van die Commissie blijkt dat genoemde Commissie zich bewust was van de mogelijke gevoeligheid van de wijzigingsvoorstellen. Aan het besluit tot invoering van de nieuwe tenues is voorts de nodige ruchtbaarheid gegeven. Tenslotte is van belang dat de kleur van de baret die onderdeel uitmaakt van de nieuwe tenues van de Koninklijke Landmacht afwijkt van de kleur van de baret van het Korps Commandotroepen (laatstgenoemde baret is veel lichter van kleur) en deze afwijking zodanig is dat beide baretten van elkaar zijn te onderscheiden. Dat de kleuren door het gebruik van de baretten mogelijk "dichter bij elkaar kunnen komen te liggen", kan hieraan niet afdoen.

3.10. Het voorgaande leidt tot de conclusie dat de vordering moet worden afgewezen.

3.11. Eisers zullen, als de in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de kosten van dit geding.

4. De beslissing

De voorzieningenrechter:

Wijst de vordering af.

Veroordeelt eisers in de kosten van dit geding, tot dusverre aan de zijde van gedaagde begroot op € 908,--, waarvan € 205,-- aan griffierecht

Verklaart deze kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.J. Paris en uitgesproken ter openbare zitting van 4 september 2003 in tegenwoordigheid van de griffier.

JB

 

Geschiedenis en Oorsprong van het Korps Commando Troepen en de Groene Baret van de Nederlandse Commando.

In de zomer van 1940 kwam tussen luitenant-kolonel D. Clarke en sir W. Churchill het plan tot stand kleine elite-eenheden te trainen voor het uitvoeren van speciale missies tegen het Nazi-Duitsland wat op dat moment Europa onder de voetliep. Al spoedig werden er Britse militairen opgeleid tot de zwaarst getrainde eenheden ooit, opererend in kleine groepen. Deze militairen werden aangeduid als commando's; een woord ontleent aan de kleine eenheden van de Hollandse Boeren in de Zuid-Afrikaanse Boerenoorlog. De eenheden bleken een succes. Het onderscheidende symbool voor de commando werd de Groene Baret. Op 22 maart 1942 startte de eerste commando-opleiding voor Nederlandse militairen. Deze opleiding vond plaats vanuit het commandokamp in Achnacarry, Schotland. Na een zeer intensieve training mochten in het voorjaar van 1942 de eerste 25 Nederlandse commando's de Groene Baret in ontvangst nemen. Omdat de geallieerde invasie op West Europa nog op zich liet wachten, vertrok No.2 (Dutch) Troop eind 1943 naar het Midden Oosten om daar deel te nemen aan akties. 10 maart 1944 werden de eerste Nederlandse commando's ingezet, in Birma. September 1944 werden Nederlandse commando's toegevoegd aan de luchtlandingstroepen die werden ingezet bij de luchtlandingen bij Oosterbeek, Grave en Son. Na operatie Market Garden werden diverse commando's ingezet o.a. als geheim agent, instructeur van ondergrondse eenheden en bij sabotage-akties. In de vroege ochtend van 1 november 1944 landden er Nederlandse commando’s op de kust van Vlissingen en Westkapelle. Na nog vele malen te zijn ingezet in de frontlijn van de geallieerden kwam op 5 mei 1945 de capitulatie van Duitland. Inmiddels was in het Verre Oosten het Korps Insulinde opgericht. Hier zijn commando's bij diverse akties o.a. vanuit onderzeeboten ingezet voor speciale opdrachten. Na de bevrijding van Nederland zijn No.2 (Dutch) Troop eind 1945 en het Korps Insulinde begin 1946 opgeheven. Veel van deze commando's gingen over in de commando-eenhedendie veel werk hebben gedaan in Nederlands IndiŽ. Zo kennen we de School voor Opleiding van Parachutisten, de SOP; opgericht 1 maart 1946. 15 juni 1946 werd het Depot Speciale Troepen opgericht, die op 3 januari 1948 overgaat in het Korps Speciale Troepen, het KST. Vanaf 15 juli 1949 vormden het KST samen met de 1e Paracompagnie het Regiment Speciale Troepen, het RST. Na de soevereiniteitsoverdracht van IndonesiŽ repatrieerden veel commando's terug naar Nederland. Op 1 oktober 1945 wordt het 6e Koninklijk Nederlands Infanterie Depot (6e KNID) opgericht met als standplaats Bloemendaal. Deze eenheid verzorgt kaderopleidingen en gevechtscursussen. De cursussen worden vrijwel allemaal gegeven door commando's. Op 7 mei 1946 wordt de naam 6e KNID gewijzigd in Stormschool Bloemendaal. De cursussen die hier gegeven worden hebben dankzij de geschiedenis van de instructeurs veel van de commando-opleiding. April 1948 werd er weer een echte commando-opleiding gegeven. April 1949 verhuist Stormschool Bloemendaal naar de Engelbrecht van Nassaukazerne te Roosendaal. 1 juli 1950 wordt Stormschool Bloemendaal omgedoopt in het Korps Commando Troepen, het huidige KCT. Commando's zijn sinds de Tweede Wereldoorlog ingezet in Korea, bij de watersnoodramp van 1953, in Suriname, Nieuw- Guinea,BosniŽ, Afghanistan en Irak. Bij al deze gelegenheden hebben de commando’s getoond de Groene Baret met ere te dragen, en ook dat adel verplicht.

 

Contactjournaal

De Stichting heeft de BLS najaar 2003 een voorstel gedaan om de kwestie door middel van arbitrage trachten te schikken. De Bevelhebber heeft dit om onduidelijke redenen van de hand gewezen. Stichting Redt de Groene Baret heeft daarop met advocaat Mr. H.J.M.G.M. van der Meijden (ex-officier KMA en Luitenant Kolonel bd van de Militair Juridische Dienst) van het kantoor Van Oss Van der Meijden & Reitsma te Harderwijk in nauwe samenwerking met een aantal materiedeskundigen een onderbouwde dagvaarding uitgebracht waarin eens te meer de wederpartij, de Minister en Staatssecretaris van Defensie en zeker ook de Bevelhebber der Landstrijdkrachten, worden beticht van het op onrechtmatige gronden nemen van het besluit om de donkergroene KL-baret in te voeren. Dat heeft veel werk gekost, maar we zijn er met zijn allen in geslaagd om een stuk te produceren waarmee wij de behandelend rechter zo volledig mogelijk willen informeren over alle achtergronden van de gevolgde procedure bij de invoering van de KL-baret. Dit is zonder meer een goed stuk teamwork te noemen. Het is een degelijk stuk werk geworden dat we hebben voorzien van de nodige bewijsstukken. Daarin hebben we ons moeten beperken; er is nog veel meer belastend materiaal voorhanden.

Het dagvaarden heeft plaatsgevonden voor de jaarwisseling en de wederpartij heeft de gelegenheid gekregen tot 11-02-2004 om te antwoorden. Deze datum kan nog eens verlengd worden met vier weken. We zijn dan benieuwd wat de reactie zal zijn. Eťn ding staat echter zo vast als een huis: We zullen ons dit keer niet af laten schepen. De overwegingen van de rechter in het eerder gevoerde Kort Geding zullen in het bodemgeschil dit keer geen stand houden, daar ze voor een deel uitvloeisel waren van misleiding en onjuiste informatie van de kant van de Landsadvocaat. Bovendien is de beoordelingsruimte van de kernvraag of de overheid(lees BLS) in redelijkheid tot dit standpunt had kunnen komen veel ruimer dan in het Kort Geding, zo blijkt uit jurisprudentie.

Belangrijk om te vermelden is nog dat kort geleden (november 2003) de WTRI, de Wapen Traditie Raad Infanterie, (een orgaan waarin o.a. alle Regimentscommandanten van de infanterie vertegenwoordigd zijn) unaniem(!) het standpunt heeft ingenomen, dat de door de BLS gevolgde procedure niet de juiste was. Ten overvloede heeft de WTRI ook nog gemeend het standpunt in te moeten nemen dat het genomen besluit onjuist was. In dit licht bekeken moet men van goede huize komen om dan nog te stellen dat men in redelijkheid en billijkheid dit besluit had kunnen komen. We zijn dan ook zeer trots op de stellingname van de Commandanten van onze collega's van de infanterie. Bravo! Deze steun kunnen wij goed gebruiken in de strijd tegen het genomen besluit. Bronnen: Stichting " Redt de Groene baret"

top
Gefabriceerd bewijs en succesvolle tegenwerking Hop I
Gefabriceerd bewijs en succesvolle tegenwerking Hop II
Gefabriceerd bewijs en succesvolle tegenwerking Hop III
Gefabriceerd bewijs en succesvolle tegenwerking Hop IV
Stem wijzer! Stem Groep Hop ©
Referenties J. Hop
Activiteiten