| Hop vraagt op 27 januari 1998: "Is er een complot Openbaar Ministerie tegen de democratische rechtsstaat?" |
Lees
eerst de uitgangsformule
Beveiliging & bescherming burger tegen een NIET-KLANTVRIENDELIJKE overheid
Op dinsdag 17 september, Prinsjesdag 1991, sprak Koningin
Beatrix de troonrede 1991 uit Leden van de Staten-Generaal, 1992 wordt geen gemakkelijk jaar, internationaal noch nationaal.
Onze economie krijgt nu te maken met een terugslag zoals die zich eerder in
andere landen heeft voorgedaan. Hierdoor dreigt na een aantal goede jaren de
werkloosheid weer op te lopen. Daarom moeten behoud en groei van werkgelegenheid vooropstaan.
Dit zowel om ons te weer te stellen tegen de terugslag nu, als om daarna het
internationaal economisch herstel zo goed mogelijk te benutten. Deze koers is te meer geboden omdat in ons land het aantal
mensen voor wie werk beschikbaar moet zijn, nog vele jaren duidelijk zal blijven
groeien. Meer vrouwen willen tot de arbeidsmarkt toetreden. Meer mensen die nu
nog op een uitkering aangewezen zijn moeten aan de slag. Bovendien neemt de
migratie naar ons land toe door de voortgaande gezinshereniging en door degenen
die hier asiel zoeken en krijgen. De bijzondere aandacht die de regering daarom vraagt voor de
groei van de werkgelegenheid, kan niet los gezien worden van andere belangrijke
doeleinden: het in stand houden van het draagvlak voor
gemeenschapsvoorzieningen, het behoud en herstel van het milieu en het nakomen
van onze internationale verplichtingen. Reeds bij zijn aantreden heeft het
kabinet de samenhang in deze doeleinden onderstreept. Doeltreffend beleid vraagt
om bestuurlijke en sociale vernieuwing, om een beleid dat zo dicht mogelijk bij
de burger staat, om een samenleving die gekenmerkt wordt door persoonlijk
beleefde en samen gedeelde verantwoordelijkheid en door een nieuw evenwicht van
rechten en plichten. Werken aan de kwaliteit van het bestaan en investeren in de
toekomst is niet eenvoudig. Heel begrijpelijk is immers het verlangen nu niet
lastig gevallen te worden met de zorg voor morgen. Heel begrijpelijk is eveneens
het verzet tegen verandering van wetten, regelingen en voorzieningen als groepen
burgers daarvan ook nadelen zullen ondervinden. Toch wil en kan de regering niet
anders dan kiezen voor de toekomst. Dat moet wel een gezamenlijke toekomst zijn,
gebaseerd op verbondenheid. Ook in moeilijke tijden moet het kiezen voor
duurzame en houdbare ontwikkeling of het nu het milieu of de samenleving betreft
- voorop blijven staan, al vraagt dit nù om pijnlijke keuzen. Met het oog op de werkgelegenheid en het ook bij lage groei in
stand houden van gemeenschapsvoorzieningen moet werk boven inkomen gaan. De
regering kiest daarom in 1992 voor een duidelijke lijn voor de inkomens waarvoor
zij de verantwoordelijkheid draagt. Concreet stelt zij voor de uitkeringen met drie procent te
verhogen, geen inflatiecorrectie toe te passen voor de hogere inkomens, en de
belastingvrije voet te verhogen. Op die wijze stijgt de netto-minimumuitkering -
in guldens dus - met meer dan drie procent. Bovendien wordt het
arbeidskostenforfait verhoogd. Door deze maatregelen wordt het doel van de
inkomensmatiging gediend - er blijft immers netto meer over - en wordt een
bijdrage geleverd aan het beter functioneren van de arbeidsmarkt: werken loont
dan méér. De verantwoordelijkheid voor de inkomens in de marktsector ligt
overigens bij de sociale partners. Echter, ook daar behoort de
verantwoordelijkheid voor behoud en groei van werkgelegenheid, alsmede het
belang van het milieu en de gemeenschapsvoorzieningen zwaar te wegen. Voor haar
eigen werknemers en voor anderen die werken in de collectieve sector stelt de
regering een loonstijging voor van eveneens drie procent. Als dit voorbeeld
breed navolging krijgt, kunnen werkgelegenheid en solidariteit in 1992 voorrang
krijgen en zal het mogelijk zijn de prijsstijging te beperken. Het beleid van arbeidskostenmatiging kan niet los gezien worden
van het totale regeringsbeleid, zoals bij de Tussenbalans is uiteengezet. Bij
die gelegenheid is de koers bepaald naar minder overheidssubsidies en soberheid
in de overheidsuitgaven. Dit is hard nodig. De staatsschuld neemt nog steeds
fors toe. Het voor deze kabinetsperiode gestelde doel dat de staatsschuld als
percentage van het nationaal inkomen niet langer groeit, wordt gelukkig wél
bereikt. De rentelasten die over de staatsschuld betaald moeten worden, stijgen
echter nog. De internationale rente-ontwikkeling valt immers tegen en blijft
onverminderd hoog, hetgeen betekent dat de ruimte voor andere overheidsuitgaven
buitengewoon krap is. Dit te meer omdat ook de internationale ontwikkelingen -
de Derde Wereld, Centraal- en Oost-Europa en vredesoperaties - van ons land meer
inspanningen vergen. Nationaal moet de rijksoverheid zich bezinnen op haar taken
en de daarvoor benodigde middelen. Zowel om principiële redenen - de politiek dichter bij de
burger - als om praktische redenen - het moet doelmatiger - wil de regering tal
van taken decentraliseren. Rijk, provincies en gemeenten hebben dit samen ter
hand genomen. Wil dit proces van decentralisatie slagen, dan moet het gepaard
gaan met minder regelgeving door het Rijk. In aansluiting hierop wordt hard gewerkt aan een andere vorm van
bestuurlijke vernieuwing: Grote Efficiency. De rijksoverheid moet zich richten
op kerntaken. Bovendien wordt bezien of bepaalde diensten niet te veel zijn
gegroeid en of er dubbel werk wordt verricht. Door deze aanpak van
gericht-minder-uitgeven kan bij de taakvervulling door de overheid kwaliteit
centraal staan en toch de noodzakelijke soberheid bij het geheel van de
rijksuitgaven in acht worden genomen. Alleen zo is het mogelijk de bij het
regeerakkoord bewust gekozen prioriteiten te blijven realiseren. Bestuurlijke vernieuwing en structurele verbeteringen in het
maatschappelijk bestel, dat is wat de regering bij U, volksvertegenwoordigers,
wil bepleiten. Het bestuur in stedelijke gebieden moet versterkt worden om
ruimtelijke problemen op te lossen en daardoor economische kansen beter te
kunnen benutten. Daartoe zal U een voorstel bereiken. Op het terrein van de herziening van de belastingen acht de
regering de voorstellen van de Commissie-Stevens van groot belang. Zij wil
advies vragen over de mogelijkheid deze voorstellen op korte termijn integraal
in te dienen. In de gezondheidszorg wordt gestreefd naar een basisvoorziening
voor iedereen, met daarbij de keuzemogelijkheden waarvoor de burger zich wel of
niet wil verzekeren. Het gaat om een voor ieder toegankelijke maar ook
betaalbare gezondheidszorg. In de volkshuisvesting vindt in het kader van een nieuwe
verdeling van verantwoordelijkheden een belangrijke decentralisatie plaats naar
provincies en gemeenten. Daarnaast zal een besluit tot verzelfstandiging van de
woningcorporaties worden afgerond. Naar verwachting kan volgend jaar de zes
miljoenste woning in gebruik worden genomen. Het eigen woningbezit stijgt
gestaag. De sociale huursector en de individuele huursubsidie worden steeds meer
gereserveerd voor hen die er echt op aangewezen zijn. Het onderwijs heeft een klassieke taak bij het toerusten van de
burgers voor het leven. Dit krijgt nu nieuw reliëf door de grote aantallen
landgenoten die niet in Nederland geboren zijn, en hun kinderen. Basisvorming is belangrijk voor een ieder. Voor degenen die
verdere opleiding kunnen volgen, geldt evenzeer het recht op toegang tot dat
vervolgonderwijs alsook de plicht daar een goed gebruik van te maken. De
kwaliteit moet verder worden verbeterd. In dat verband is het nodig dat ouders
van kinderen boven de leerplichtige leeftijd naar de mate van hun inkomen meer
meebetalen aan het onderwijs. De regering beseft hoe zwaar het onderwijsveld het in alle
geledingen heeft en hecht daarom zowel aan de verbetering van de positie van de
leerkrachten als aan het stimuleren van samenwerking en goede afstemming binnen
het onderwijs. Kunst en cultuur gedijen in Nederland. Behoud van ons culturele
erfgoed en het ondersteunen van kwalitatief hoogwaardig nieuw aanbod zijn te
meer van betekenis om in het integrerend Europa onze eigen identiteit inhoud te
geven. Met het oog daarop wordt een cultuurnota voorbereid. Voor het behoud van de positie van ons land is het ook nodig te
investeren in infrastructuur. Een goede, aan internationale eisen aangepaste
infrastructuur is immers van levensbelang voor onze economie. Rail 21 is
definitief gestart; over de hogesnelheidslijn zullen in het komend jaar
besluiten moeten vallen. Ook kunt U de eerste nota over de Betuwelijn
verwachten. Om de te lange planperiode voor nieuwe infrastructuur te
stroomlijnen en in te perken, komt er een wetsvoorstel voor een nieuwe Tracéwet,
die de lengte van de procedures met de helft bekort, overigens zonder de rechten
van de burgers wezenlijk aan te tasten. Dit is allereerst van belang voor grote
nieuwe projecten, waarbij voor private financiering meer plaats zal worden
ingeruimd, maar evenzeer om knelpunten uit ons wegennet te halen,
achterlandverbindingen te verbeteren en gevaarlijke routes aan te passen. Voor het gewijzigde verkeers- en vervoersbeleid is inmiddels een
breder draagvlak ontstaan; de eerste resultaten tekenen zich af. De groei van
het openbaar vervoer is onmiskenbaar en de automobiliteit groeit minder hard dan
in vorige jaren. Ook is in de eerste helft van dit jaar het aantal
verkeersslachtoffers afgenomen, al is elk slachtoffer er één te veel. Het
streven is erop gericht in Europees verband te komen tot een regeling voor
snelheidsbegrenzers op vrachtwagens en bussen. Op het terrein van de bestrijding van de criminaliteit blijven
extra inspanningen nodig; in het bijzonder de agressieve criminaliteit baart
zorg. Maar ook de handhaving van de milieuwetgeving en van de
sociale-zekerheidswetgeving vraagt meer inspanningen van Justitie. Het algemeen wetgevingsbeleid richt zich op een selectieve inzet
van wetgeving en op ruimte voor burgers en instellingen om in eigen
aangelegenheden zelf aan hun verantwoordelijkheid vorm en inhoud te geven. Over de mogelijkheden van convenanten als alternatief voor
wetgeving zal de regering in het komend jaar haar standpunt bepalen. Om meer
politie op straat te kunnen hebben en beter bereikbaar te doen zijn, wil de
regering het mogelijk maken dat bij de politie wachtpersoneel met beperkte
opleiding kan worden aangesteld. Op het gebied van de jeugdbescherming zijn diverse maatregelen
ter verbetering van de doelmatigheid in voorbereiding. Zo wordt gewerkt aan een
reorganisatie waarbij de reclasseringsstichtingen, de instellingen voor voogdij
en de raden voor de kinderbescherming betrokken zullen zijn. De toenemende migratie vraagt om een integrale benadering van de
vreemdelingenproblematiek door een internationale aanpak van de migratiestromen,
een vereenvouding en versnelling van de procedures en een meer consistent
handhavingsbeleid. Daartoe zijn voorstellen gedaan. Tegelijkertijd zal de
rechtspositie van de legaal in Nederland verblijvende vreemdelingen worden
versterkt. Al de noodzakelijke voorzieningen en investeringen vragen om een
groeiend economisch draagvlak om dit alles te kunnen betalen. De verhouding
tussen het aantal werkenden en hen die een uitkering ontvangen is echter uit het
lood. Dit is ook een fundamentele overweging die ten grondslag ligt aan de
voorstellen om het ziekteverzuim en het beroep op de
arbeidsongeschiktheidsregelingen terug te dringen. De kern van deze voorstellen is bedrijven en instellingen ertoe
te brengen aan arbeidsongeschikten veel meer kansen te geven dan tot nu toe,
zonodig in ander werk. Het gaat er dus om meer mensen aan de slag te houden, en
nieuwe mogelijkheden te bieden aan die arbeidsongeschikten die nog wel enig werk
kunnen verrichten. Dat geldt in het bijzonder voor diegenen die tot hun pensioen
nog tientallen jaren te gaan hebben; dit is belangrijk voor de samenleving, maar
ook voor vele betrokkenen die zo een betere positie en een beter inkomen zullen
verwerven dan wanneer zij blijvend op alleen een uitkering aangewezen zijn. Om
dit beleid doeltreffend te maken, is gekozen voor een benadering waarin de
uitkering niet alleen aan het laatst verdiende loon maar ook aan de leeftijd
gebonden zal zijn. In de toekomst bouwt men boven de voor ieder altijd geldende
Algemene Arbeidsongeschiktheidswet meer rechten op naarmate men ouder is. Dit betekent dat het verschil tussen vroeg-gehandicapten en hen
die al arbeidsongeschikt worden nadat zij pas relatief korte tijd gewerkt
hebben, beperkt zal zijn. Anderzijds krijgen ouderen een uitkering waarbij meer
rekening gehouden wordt met het verdiende salaris. Bij de uitwerking van deze
voorstellen gaat de regering uit van lange overgangstermijnen, waarbij zij die
thans vijftig jaar of ouder zijn geen enkel nadeel ondervinden, en zij die nu
jonger dan vijftig jaar zijn hun uitkering, althans in guldens, niet achteruit
zien gaan. De soberheid bij de overheidsuitgaven, de inkomensmatiging en
het herijken van de sociale zekerheid staan alle drie in het teken van
werkgelegenheid voor een groeiende beroepsbevolking en van welvaart, die het
draagvlak biedt voor behoud van gemeenschapsvoorzieningen. Deze welvaart moet
echter, met het oog op duurzame ontwikkeling, nadrukkelijk getoetst worden aan
behoud en herstel van het milieu. In ons land zijn wij volop bezig het Nationaal
Milieubeleidsplan zo snel en concreet mogelijk uit te voeren. Daarbij hoort ook het verbeteren van de handhaafbaarheid van de
milieuregelgeving. Mede in het licht van de ontwikkelingen in de Europese
Gemeenschap wordt de mogelijkheid van regulerende heffingen zorgvuldig
overwogen. De opbrengst zal worden aangewend voor de verlaging van de
arbeidskosten. Hopelijk kan hiermee op 1 januari 1993 een aanvang worden
gemaakt. Intussen wordt ook hard gewerkt aan het milieubeleid van de Europese
Gemeenschap. De mondiale milieu-uitdaging zal volgend jaar een belangrijke
impuls krijgen door de Conferentie van de Verenigde Naties over milieu en
ontwikkeling, die in Brazilië zal plaatsvinden. De Nederlandse regering hoopt
dat dan een Wereldklimaatverdrag gereed zal zijn, evenals een verdrag over
tropische bossen en biologische diversiteit. Op deze conferentie zullen de geïndustrialiseerde
landen moeten tonen dat het hun ernst is met hun streven naar duurzame
ontwikkeling. Bij deze duurzame ontwikkeling gaat het ook om natuur en
natuurbehoud in ons eigen land, waarbij gelukkig steeds meer burgers,
verenigingen en organisaties zich betrokken blijken te voelen. De spectaculaire
ontwikkeling van de landbouw in de laatste decennia heeft ons voor grote
milieuproblemen gesteld, die nu tot een oplossing gebracht moeten worden. Met
het bedrijfsleven, dat in dezen voor een zware opgave staat, zal overleg worden
gevoerd over de noodzakelijke maatregelen. Gegeven de ernst van de problemen zal
wèl strikt de hand gehouden moeten worden aan het afgesproken tijdpad. In meer
algemene zin staat onze landbouw nog voor forse aanpassingproblemen. Europese en
mondiale ontwikkelingen dwingen hiertoe. De problemen zijn niet gering. De
geschiedenis leert echter dat de beste weg is een tijdige gemeenschappelijke
aanpak gericht op verandering. Aan de verdere ontwikkeling van de Europese Gemeenschappen kan
Nederland als voorzitter de komende maanden richting helpen geven. Het gaat
daarbij om drie aspecten: ten eerste de voltooiing van de interne markt in ruime
zin, dus ook met een sociale dimensie; ten tweede het leggen van de fundamenten
voor een verdere integratie door middel van de Economische en Monetaire Unie en
de Europese Politieke Unie; ten slotte zorgen dat Europa openstaat naar de
wereld buiten de huidige grenzen van de Gemeenschappen. Dit laatste heeft
concreet betrekking op de samenwerking met de leden van de Europese
Vrijhandelsassociatie en met de nieuwe democratieën op ons continent. Daarnaast
is een succesvolle afronding van de internationale handelsbesprekingen, de
zogeheten Uruguay-Ronde, van grote betekenis. De verdere economische expansie
van ontwikkelingslanden is hiermee gediend, alsmede het proces van economische
hervormingen in de landen van Oost-Europa. Bovendien is het van wezenlijk belang
voor het mondiaal herstel van de economie. Ontwikkelingssamenwerking is een proces van lange adem. Ondanks
teleurstellingen zijn er de afgelopen dertig jaar resultaten geboekt: de
kindersterfte is gehalveerd, de gemiddelde levensverwachting is met ruim tien
jaar toegenomen en de economische groei resulteerde in inkomensverdubbeling. Maar dat neemt niet weg dat de kloof tussen Noord en Zuid en de
tweedeling in welvaart binnen de landen zijn vergroot. Meer dan een miljard
mensen leven nog in absolute armoede. De wereldgemeenschap zal daarom met
onverminderde energie door moeten gaan met armoedebestrijding en ontwikkeling.
Het niet langer beschikbaar stellen van kapitaalmarktmiddelen maakt op korte
termijn de mogelijkheden krapper, doch heeft structureel belangrijke voordelen.
Twee begrotingsposten bij Ontwikkelingssamenwerking worden volgend jaar
aanzienlijk verhoogd; het budget voor noodhulp en de uitgaven voor milieubeleid
in ontwikkelingslanden. Intussen vraagt naast de Derde Wereld ook de vroegere Tweede
Wereld, bij de instorting van het communisme, op geheel nieuwe wijze onze
aandacht. In de komende tijd komt het er voor de Sovjetunie op aan nieuwe
staatkundige structuren inhoud te geven en tevens het hoofd te bieden aan grote
economische problemen. Samen met zijn Europese en Atlantische partners wil
Nederland aan deze inspanningen zijn bijdrage leveren. Het verlangen van de
nieuwe democratieën in Midden- en Oost-Europa om bij de vrije wereld te horen,
vraagt om een antwoord. Onze tegemoetkomendheid mag niet beperkt blijven tot
financiële inspanningen maar moet ook grotere toegankelijkheid van onze markten
inhouden. Op de NAVO-top in november aanstaande zal het bondgenootschap de
besluitvorming over zijn nieuwe politiek-militaire strategie afronden. Ook in de
huidige omstandigheden behoudt de NAVO haar essentiële rol voor de veiligheid
van haar lidstaten en voor de stabiliteit van Europa in wijdere zin. Joegoslavië laat zien hoe een moeizaam proces van hervormingen
door etnische spanningen en machtsconflicten kan ontsporen. Het is van het
grootste belang, dat deze problemen tot een bevredigende oplossing worden
gebracht. Daarom ook wordt hier in Den Haag de Joegoslavië-conferentie
gehouden. Met betrekking tot het Israëlisch-Arabische conflict en de
Palestijnse kwestie biedt de aangekondigde vredesconferentie uitzicht op de zo
noodzakelijke onderhandelingen tussen de betrokken partijen. Als huidig voorzitter van de Europese Gemeenschap zal Nederland
deelnemen aan de conferentie en zich krachtig inzetten voor deze historische
kans op een rechtvaardigde vrede. De Golfcrisis heeft pijnlijk duidelijk gemaakt
welke gevaren schuilen in overbewapening en ongebreidelde wapenexport. Nederland
heeft, samen met de Europese partners, het initiatief genomen om bij de
Verenigde Naties een register op te zetten voor de internationale wapenhandel,
waardoor bestrijding ervan beter mogelijk wordt. De uitvoering van de Defensienota is voortvarend ter hand
genomen. De gewijzigde internationale politieke verhoudingen hebben niet alleen
een lager budget, maar ook een herstructurering en verkleining van de
defensie-organisatie mogelijk gemaakt. De gevolgen die deze veranderingen hebben
voor het personeel worden opgevangen in een zorgvuldig personeelsbeleid. In het
kader van de herstructurering zal een binnenkort in te stellen Adviescommissie
onderzoeken of de dienstplicht in zijn huidige vorm kan blijven bestaan. Tussen de landen en volkeren van Nederland en Suriname bestaat
een bijzondere verbondenheid. Surinaamse inspanningen voor herstel van
democratie, rechtsstaat en welvaart kunnen dan ook rekenen op Nederlandse steun.
Om juist die inspanningen te ondersteunen is de regering bereid besprekingen te
voeren over een nauwer samenwerkingsverband indien de Surinaamse regering de
wens daartoe uit. Er bestaat tussen de regeringen van de landen van het Koninkrijk
overeenstemming over de voortzetting van de koninkrijksbanden en de vernieuwing
van het Statuut. Daarbij zal nadrukkelijk aandacht worden besteed aan de
mogelijkheden tot versterking van de waarborgen voor democratie en rechtsstaat,
en zal de samenwerking op het gebied van de rechtshandhaving worden geïntensiveerd. Leden van de Staten-Generaal, 1992 wordt een moeilijk jaar. Indien men kennis neemt van de
zeer ernstige problemen in tal van landen, plaatst dat onze eigen situatie
zonder twijfel in een ander licht. Te meer maakt het de noodzaak helder zelf in ons land de
verantwoordelijkheid voor behoud en versterking van democratie en welvaart
gestalte te geven door een op de toekomst gericht beleid, ook als dit offers
vraagt. Het staat vast dat een aantal beslissingen burgers in hun dagelijkse
bestaan zal raken. Dit vraagt in onze democratische rechtsstaat niet alleen om
een helder besef van wat moet gebeuren, maar bij de uitvoering ook om zorgvuldig
overleg. Van harte wens ik U toe dat Gods zegen op Uw werk rust.
Falende rechtspraak in Nederland met schandalige doorlooptijden procedures burgers tegen overheid en de zeer ernstige partijdigheid van het rechtersleger voor bestuursorganen/overheid een van de hoofdoorzaken uithollen koopkracht van de burgers in Nederland.
© J. Hop, 16 september 2008, redacteur websites Censuur in Nederland en Groep Hop
| Nederland is een politiestaat! J. Hop publiceert de Troonredes 1990 - 2008 gratis op internet en nodigt burgers uit na te denken | |
| UIT | Uitgangsformule. In Nederland worden onafhankelijke producerende bedrijven en personen financieel uitgekleed en kapot gemaakt om de gesubsidieerde hulpverlening en de elite steeds verder te verrijken". Met een verborgen agenda kan een kleine groep van voorname mensen (elite) burgers in dit land hun wil opleggen. Zij maken door het onder elkaar verdelen van vrijwel alle belangrijke posities overheid, bedrijfsleven, jeugdzorg, milieu, onderwijs, rechtspraak, media en politiek hier feitelijk de dienst uit. Dit is de uitgangsformule van de websites Censuur in Nederland en Groep Hop |
| 710 | Complaint J. Hop Ermelo (The Netherlands) against the State of the Netherlands (Zutphen District Court) against three judges rejected the request objection to the United Nations Committee on Civil and Political Rights |
| 616 | Troonrede 2008 Opnieuw gaat de koopkracht burgers achteruit onder verwijzing uitgangsformule Groep Hop en Censuur In Nederland |
| 451 | Troonrede 2007 Regering heeft met regionale politiekorpsen afspraken gemaakt over bestrijding van jeugdcriminaliteit en geweld |
| 215 | Troonrede 2006 Uit onderzoek blijkt dat criminaliteit daalt. Om deze ontwikkeling te versnellen extra middelen voor de politie |
| 272 | Troonrede 2005 Geweld, drugshandel, overlast worden steviger aangepakt, Capaciteit detentie veelplegers en tbs’ers uitgebreid. |
| 336 | Troonrede 2004 Inspanningen van regering, gemeenten, politieregio's, rechterlijke macht, openbaar ministerie en gevangeniswezen beginnen hun vruchten af te werpen. Gemeenten krijgen meer mogelijkheden om bestuurlijke boetes op te leggen voor kleine vergrijpen en parkeerovertredingen. |
| 348 | Troonrede 2003 Voor meer veiligheid, preventie, toezicht effectief optreden van justitie en politie onontbeerlijk. Daartoe zijn verruiming van bevoegdheden en organisatorische aanpassingen dringend gewenst. Voor de openbaar aanklager, de rechter en het gevangeniswezen worden extra middelen ter beschikking gesteld opdat wangedrag snel en rechtvaardig kan worden berecht. |
| 266 | Troonrede 2002 De regering wil de organisatie en bevoegdheden van politie en justitie versterken. Er komt een landelijke recherche. |
| 378 | Troonrede 2001 Daders strafbare feiten sneller opgepakt en berecht. De regering breidt capaciteit van politie en justitie verder uit. |
| 428 | Troonrede 2000 Bijzondere aandacht aan voorkomen en bestrijden van geweld op straat, jeugdcriminaliteit, zware misdaad. |
| 433 | Troonrede 1999 De overheid krijgt meer bevoegdheden voor de opsporing van strafbare feiten en de aanpak van geweld op straat. |
| 432 | Troonrede 1998 Verruiming middelen politie en justitie zal samengaan met een doeltreffender aanwending reeds beschikbare capaciteit. |
| 439 | Troonrede 1997 Voor veiliger Nederland is meer nodig dan uitsluitend grotere inspanningen van politie en justitie. Integrale veiligheidsplannen - opgesteld en uitgevoerd door overheid, bedrijven en maatschappelijke instellingen - brengen dit tot uitdrukking. |
| 234 | Troonrede 1996 Politie en justitie zullen strafrechtelijke aanpak criminaliteit verstevigen. Politie wordt verder uitgebreid. Met de bouw van meer, sobere cellen en instellingen voor tbs-veroordeelden en jeugdige criminelen wordt de gevangeniscapaciteit vergroot. Het aantal taak- en werkstraffen wordt uitgebreid. |
| 244 | Troonrede 1995 Preventie en bestrijding van criminaliteit maken een actieve samenwerking tussen de regering en de betrokken instanties dringend noodzakelijk. Voor rechtshandhaving en veiligheid worden extra middelen beschikbaar gesteld. |
| 604 | Troonrede 1994 Politie en rechtelijke organisatie worden versterkt. De regering zal plannen presenteren voor een krachtiger aanpak van de georganiseerde misdaad. Naast en in aanvulling op de bestaande kernteams wordt een landelijk rechercheteam opgericht. |
| 603 | Troonrede 1993 Afgelopen jaren zijn op terrein wetgeving en versterking van gehele justitiële keten belangrijke inspanningen verricht |
| 359 | Troonrede 1992 Reorganisatie politie moet in 1993 haar beslag krijgen. De stijging van het aantal geweldsdelicten baart zorg. Daarom zal de capaciteit van het gevangeniswezen nog eens extra worden verbeterd en uitgebreid. |
| 434 | Troonrede 1991 Over de mogelijkheden van convenanten als alternatief voor wetgeving zal de regering in het komend jaar haar standpunt bepalen. Om meer politie op straat te kunnen hebben en beter bereikbaar te doen zijn, wil de regering het mogelijk maken dat bij de politie wachtpersoneel met beperkte opleiding kan worden aangesteld. Op het gebied van de jeugdbescherming zijn diverse maatregelen ter verbetering van de doelmatigheid in voorbereiding. Zo wordt gewerkt aan een reorganisatie waarbij de reclasseringsstichtingen, de instellingen voor voogdij en de raden voor de kinderbescherming betrokken zullen zijn. |
| 429 | Troonrede 1990 De samenleving wenst zich steeds minder aan regels wenst te houden. Mede daardoor raken de instellingen van rechtshandhaving en rechtspraak overbelast. De regering zal zich inspannen om het functioneren van ons rechtsstelsel te verbeteren en criminaliteit tegen te gaan. Een goed functionerende politie is voor de handhaving van de rechtsorde onontbeerlijk. De reorganisatie van het politiebestel is daarop gericht. Versterking van het Openbaar Ministerie en een ingrijpende reorganisatie van de rechterlijke macht zullen een betere taakvervulling van deze organen mogelijk moeten maken. |