CENSUUR EN ORGANISATIECRIMINALITEIT IN NEDERLAND ©

1997-2014+ Diepe minachting voor het structurele probleem in de Nederlandse rechtspraak te weten de weerzinwekkende partijdigheid voor de overheid.

Groep Hop wil de pensioengerechtigde leeftijd verlagen naar 60 jaar. Alle gemeente belastingen afschaffen. Improductieve bureaucratie aanpakken. Kinderbeschermingsmaatregelen na verzonnen verhalen is weerzinwekkende fraude. Ontvangen gelden dienen als heling te worden aangemerkt. Bekijk ons programma? Als u ook genaaid bent/wordt door voor de overheid steeds partijdige rechtspraak, gemeente, jeugdzorg, RvdK of UWV stel u verkiesbaar voor de verkiezingen gemeenteraad 2018. Praktijkvoorbeeld. Het jatten van de recreatiewoning van een 71+ jarige gehandicapte burger die VOOR 1996 zelf zijn recreatiewoning heeft (af)gebouwd en er voor 1996 ook woonde dat wordt door niemand ter discussie gesteld wordt door Hop als organisatiecriminaliteit gemeente Ermelo en zeer ernstige mishandeling van een gepensioneerde burger aangemerkt. Groep Hop is wel TEGEN de discriminatie van Nederlanders tov buitenlanders.

Stem TEGEN organisatiecriminaliteit bij de overheid! Stem VOOR Groep Hop. Dank u wel voor uw aandacht. J. Hop.

 

 

De Betere Krant van Ermelo

Nieuwsberichten uit het Ermelo, lees verder

 

(LIN) Informant Stichting Lindenhout: "Jeugdzorg in Nederland is NIET kindgericht maar gericht op SCHAALVERGROTING"

(575) De PRAKTIJK in Nederland is ouders VALS BESCHULDIGEN VAN KINDERMISHANDELING de insteek is van het gesprek op weg naar SCHAALVERGROTING"

Ouders vraag altijd een kopie van de schriftelijke aanmelding met de aangekruiste hoofdreden en algemene redenen 

Formulier Schriftelijke aanmelding

Aangenomen door:

Hulpvraag:

 

 

 

 

 

Kernprobleem en ernst van het probleem volgens Front-Office medewerker:

 

 

 

 

 

GGZ/BJZ/Spoedeisend:

Zorgmelding:

Eventuele toelichting op de besluitvorming:

 

 

 

Onderbouwing:

 

 

 

 

Advies Staf:

 

 

Locatie:

Brieven sturen aan:

O jeugdige/vader/moeder:

O anders:

 (Kruis max ťťn hoofdreden aan.Algemene redenen kunnen er meerdere zijn)

Reden        hoofdreden

 

 

stemmingsklachten

 

 

Angst- en spanningsklachten, fobische klachten, dwangklachten en tics

 

 

Psychotische klachten

 

 

Klachten met betrekking tot het lichaam

 

 

Gedragsklachten

 

 

Geheugen-/oriŽntatieklachten en cognitieve klachten

 

 

Identiteitsklachten

 

 

School- en leerklachten en concentratieklachten

 

 

Klachten met betrekking tot de opvoeding

 

 

Klachten met betrekking tot relatie partner / gezin / familie

 

 

Klachten met betrekking tot werk / studie

 

 

Klachten met betrekking tot het leggen van contacten

 

 

Klachten naar aanleiding van een traumatische ervaring

 

 

Klachten met betrekking tot verslaving

 

 

Klachten betrokken bij hulp aan iemand uit de directe omgeving

 

 

Niet in enige categorie onder te brengen

 

 

onbekend

 

 

 

 

 

 

Kent u de meldcode kindermishandeling? Citaat: ‘Wat als ik de ouders ten onrechte beschuldig?’ Het beschuldigen van de ouders is niet de insteek van het gesprek. Het gaat erom uw zorgen voor te leggen. Niettemin kan ook dat tot verontwaardiging bij de ouders leiden. Houd daarom rekening met de positie waarin ouders verkeren. Vaak hebben ze (ouders) weinig eigenwaarde en zijn ze overgevoelig voor kritiek.

De beroepskracht legt schriftelijk vast alle aanwijzingen waaruit kan worden afgeleid dat een kind (mogelijk) wordt mishandeld.
Signalen kindermishandeling geanalyseerd uit de meldcode kindermishandeling
Hoofdpijn bij kinderen
Angst bij kinderen
Agressie bij kinderen kunnen verschillende oorzaken hebben.
Moeite zich te concentreren
Opvallend stil
Teruggetrokken gedrag
De beroepskracht zal hier in gesprek met het kind hier wel expliciet de mogelijke relatie van het gesignaleerde probleemgedrag met mogelijke mishandeling aan de orde moeten stellen.
Het kind uit huis halen gebeurt als ouders totaal niet willen meewerken.
Citaat Meldcode kindermishandeling: Wat als ik de ouders ten onrechte beschuldig. Niettemin kan ook dat tot verontwaardiging bij de ouders leiden. Houd daarom rekening met de positie waarin ouders verkeren. Vaak hebben ze (ouders) weinig eigenwaarde en zijn ze overgevoelig voor kritiek.

 

 

Voor gewone burgers die met een aanklacht kindermishandeling te maken gaan krijgen is het essentieel de meldcode kindermishandeling te kennen om de denk- en werkwijze van het netwerk achter het AMK te kunnen analyseren, begrijpen en die meldcode vervolgens op de beroepsgroep zelf omgekeerd toe te passen. 

 

 

Basiselementen meldcode
Algemeen
De beroepskracht draagt op basis van zijn kennis, ervaring en mogelijkheden een bijzondere en directe verantwoordelijkheid voor de ontwikkeling, gezondheid en veiligheid van het kind (de minderjarige) met wie hij beroepshalve - direct of indirect - in aanraking komt. Bij gebleken kindermishandeling draagt de beroepskracht zorg voor het zo spoedig mogelijk (doen) stoppen daarvan. De beroepskracht is in staat signalen van kinderen en hun omgeving te duiden als mogelijke aanwijzingen voor kindermishandeling. Zijn kennis en deskundigheid hieromtrent houdt hij op peil door zelfstudie, bij- of nascholing. Ontstaan van een vermoeden. De beroepskracht die op enigerlei wijze beschikt over aanwijzingen dat een kind (mogelijk) mishandeld wordt, onderneemt de noodzakelijke stappen die leiden tot het (doen) beantwoorden van de vraag of van kindermishandeling sprake is. De beroepskracht legt schriftelijk vast alle aanwijzingen waaruit kan worden afgeleid dat een kind (mogelijk) wordt mishandeld. De beroepskracht bespreekt aanwijzingen waaruit kan worden afgeleid dat een kind mogelijk wordt mishandeld met (daartoe aangewezen) anderen binnen de instelling of binnen de beroepsgroep. Doelen van dit overleg zijn dat vastgesteld wordt: 1. of de waargenomen aanwijzingen door anderen worden herkend; 2. of anderen over aanvullende aanwijzingen beschikken; 3. of waargenomen aanwijzingen ook bij anderen leiden tot een vermoeden van kindermishandeling; 4. welke vervolgstappen noodzakelijk zijn; 5. hoe de taken en verantwoordelijkheden met betrekking tot te nemen vervolgstappen worden verdeeld. Voor de beroepskracht is het Advies- en Meldpunt Kindermishandeling (AMK) (0900 12312300) is de aangewezen instantie voor het vragen van advies over het omgaan met een vermoeden van kindermishandeling. Na overleg met het AMK besluit de beroepskracht tot het ondernemen van de nodige vervolgstappen.

Nader onderzoek. Zo mogelijk voert de beroepskracht - naar aanleiding van de aanwijzingen dat er sprake is van kindermishandeling - hierover een gesprek met het betrokken kind. Het instellingsprotocol beschrijft met betrekking tot het voeren van gesprekken met kinderen over (mogelijke) kindermishandeling: de voorwaarden; de doelen;
de verantwoordelijkheden hiervoor binnen de instelling; de wijze waarop en de omstandigheden waaronder deze gesprekken dienen plaats te vinden. Zo mogelijk voert de beroepskracht - naar aanleiding van de aanwijzingen dat er sprake is van kindermishandeling - hierover een gesprek met de betrokken ouders/verzorgers. Het instellingsprotocol beschrijft met betrekking tot het voeren van gesprekken met ouders/verzorgers over (mogelijke) kindermishandeling: de voorwaarden; de doelen; de verantwoordelijkheden hiervoor binnen de instelling; de wijze waarop en de omstandigheden waaronder deze gesprekken dienen plaats te vinden. De beroepskracht die weet of op redelijke gronden vermoedt dat sprake is van kindermishandeling kan daarvan melding doen bij het Advies- en Meldpunt Kindermishandeling. De beroepskracht kan onder vermelding van redenen anoniem blijven ten opzichte van het kind en het gezin dat hij bij het AMK voor onderzoek aanmeldt. Deze mogelijkheid geldt in principe niet voor beroepskrachten die met het betrokken gezin een hulpverleningsrelatie onderhouden gericht op verbetering van de opvoedingssituatie.

Hulp op gang brengen. De beroepskracht of zijn instelling schakelt het AMK en in overleg met het AMK eventueel anderen in wanneer de eigen mogelijkheden voor het ondernemen van adequate actie tekortschieten. Het instellingsprotocol beschrijft met betrekking tot het inschakelen van anderen: de voorwaarden; de doelen; de verantwoordelijkheden binnen en tussen de instelling(en); welke anderen ingeschakeld kunnen/dienen te worden; de wijze waarop anderen ingeschakeld dienen te worden.
Indien het belang van het kind dit vereist schakelt de beroepskracht zonodig het AMK en in overleg met het AMK zonodig anderen in zonder medeweten en/of zonder toestemming van de ouders verzorgers. Het instellingsprotocol beschrijft daarbij: de voorwaarden; de doelen; de verantwoordelijkheden hiervoor binnen de instelling; welke anderen ingeschakeld kunnen/dienen te worden de wijze waarop anderen ingeschakeld dienen te worden De beroepskracht draagt in het geval van een melding alle voor de verdere aanpak relevante gegevens die hem uit hoofde van de uitoefening van zijn beroep of functie ter beschikking staan schriftelijk over aan het AMK.

Meldplicht. De beroepskracht die werkzaam is in een instelling en die over aanwijzingen beschikt dat een bij die instelling werkzame andere persoon zich mogelijk schuldig maakt of heeft gemaakt aan kindermishandeling, stelt het bestuur daarvan onverwijld in kennis. Bovenstaande verplichting geldt voor zorgaanbieders en is vastgelegd in de Wet op de jeugdzorg. De zorgaanbieder dient direct contact op te nemen met een Advies- en Meldpunt Kindermishandeling. Voor het onderwijs bestaat een meldplicht en aangifteplicht bij seksueel misbruik en seksuele intimidatie door een medewerker van de school. Het schoolbestuur dient in overleg te treden in met een vertrouwensinspecteur.

 

 

Fase 1: Het ontstaan van een vermoeden. Naar aanleiding van een signaal van kindermishandeling, is het in de eerste plaats noodzakelijk dat je besluit het er niet bij te laten zitten. Begin met het zoeken naar meer duidelijkheid en als je vermoeden bevestigd wordt, zorg dan dat de mishandeling stopt. Kun je dat niet zelf of niet alleen, schakel dan anderen in. De eerste stappen zijn gericht op het verkrijgen van meer helderheid.

Stap 1: Verzamel en leg vast alle aanwijzingen die het vermoeden kunnen onderbouwen en weerleggen. Het gaat daarbij om het nader in kaart brengen van het gedrag van het kind, de interactie tussen ouders onderling en tussen ouders en kind. De setting waarin een beroepskracht werkt bepaalt uiteraard in belangrijke mate de mogelijkheden om deze verschillende aspecten te observeren. Leg in deze en in alle volgende fasen je waarnemingen en de stappen die je naar aanleiding van signalen onderneemt, schriftelijk vast.

Stap 2: Leg de waarnemingen zo mogelijk voor aan het kind of de ouders. Signalen als hoofdpijn, angst of agressie bij kinderen kunnen verschillende oorzaken hebben. Het is belangrijk deze signalen in de vorm van concrete waarnemingen zo veel mogelijk rechtstreeks met het kind en of zijn ouders te bespreken. In deze eerste fase is het verstandig de eigen vermoedens nog niet uit te spreken in het contact met kinderen en ouders. In veel gevallen zal het bespreken van de signalen ertoe leiden dat er een verklaring volgt die het vermoeden kan wegnemen. Misschien spelen er andere problemen waarvoor de beroepskracht hulp kan aanbieden, maar vaak zal zelfs dat niet nodig zijn. In een aantal gevallen zal de informatie van kind en ouders het vermoeden niet kunnen wegnemen en zijn verdere stappen noodzakelijk. Ook is het mogelijk dat het kind of de ouders zelf vertellen over de mishandeling.

 

Valkuilen in fase 1

In fase 1 bestaat het gevaar dat de ernst van de situatie van het kind wordt onderschat of dat iemand verdringt wat hij heeft gezien. ‘Ik weet het niet zeker; wat als het niet klopt?' Het is vrijwel onmogelijk om al in de eerste fase zekerheid te hebben. In veel gevallen is een nadere analyse van de gezinssituatie nodig om te beoordelen of er kindermishandeling speelt. Een beroepskracht heeft als eenling meestal niet genoeg informatie om tot die conclusie te komen. Maar de zorgen rond het kind rechtvaardigen verdere actie. Blijkt er niets aan de hand te zijn of is wat opvalt anderszins verklaarbaar, dan is dat geen misser maar een geruststelling voor de beroepskracht die erger vermoedt.

‘Je moet je niet met de opvoeding van een ander bemoeien.’Dat is ook niet nodig als er niets mis is. En het gaat er niet om de ouders de les te lezen. Uitgangspunt is dat de ouders en het kind hulp krijgen voor de problemen waar ze mee kampen. Bovendien hebben mishandelende ouders meestal niet door welk leed zij het kind aandoen.

‘Dat is mijn taak niet, trouwens daar heb ik geen tijd voor.’ Alert zijn op het welzijn van kinderen is een verantwoordelijkheid van iedereen. Het is voor een kind dat mishandeld wordt vaak de enige kans dat er iets in zijn situatie zal verbeteren. Iemand die de mogelijkheden die hij heeft om het kind te helpen uit de weg gaat, verspeelt die kans.

‘Wat haal ik allemaal overhoop, stel dat het kind uit huis gehaald wordt.’ Het is zeker in de eerste fase te vroeg om conclusies te trekken over de afloop. Het is maar de vraag of een drastische maatregel als het kind uit huis halen nodig is, dat gebeurt alleen in ernstige gevallen of als ouders totaal niet willen meewerken.

In de tweede fase staat overleg met anderen centraal. Dit overleg dient als middel om het vermoeden te toetsen bij anderen, maar ook om ruimte te geven aan eventuele emoties.

Stap 3: Bespreek het vermoeden met collega's. Vermoedens ontstaan op basis van signalen die lang niet altijd even duidelijk zijn. Daarom bestaat het risico dat de beroepskracht de situatie van het kind verkeerd inschat. Omdat het moeilijk is duidelijk te krijgen wat er aan de hand is, kun je het signaal bagatelliseren en er verder geen aandacht aan besteden. Ook is het mogelijk dat je je vastbijt in je vermoedens en alleen nog maar op zoek gaat naar aanwijzingen die je vermoeden kunnen bevestigen. Het is daarom altijd belangrijk om vermoedens met een collega te bespreken. Dit is in de eerste plaats een vorm van intercollegiale toetsing. Je vraagt of je collega bij dit signaal of deze aanwijzing ook zou denken dat dit kind mogelijk mishandeld wordt. Deelt je collega dat oordeel, dan kun je verder en kun je nagaan of andere collega's mogelijk ook beschikken over aanwijzingen. Dat kan bijvoorbeeld het geval zijn wanneer meerdere kinderen uit het gezin op dezelfde school zitten.

Stap 4: Win advies in bij het AMK. Overleg met het AMK is in alle gevallen aan te raden. In de eerste plaats kan het AMK ondersteuning bieden bij het interpreteren van signalen en bij het nadenken over de vervolgstappen die noodzakelijk zijn. Het gaat om vragen over de mogelijkheden voor verder onderzoek van het vermoeden, over diagnostiek en hulpverlening en over de verdeling van verantwoordelijkheden in het hele traject.

5. Stel een plan van aanpak op. Als er een vermoeden blijft bestaan na de voorgaande stappen, is er alle reden om goed na te denken over het vervolg. In veel gevallen zal het noodzakelijk zijn meerdere beroepskrachten vanuit verschillende instellingen bij de verdere aanpak te betrekken. Het is van belang afspraken te maken over wat er moet gebeuren, wie welke taken op zich neemt en wie zorg draagt voor de coŲrdinatie.

Valkuilen in fase 2

Tijdens fase 2 kunnen zich nieuwe dilemma’s voordoen tijdens het overleg met anderen.

‘Mijn collega’s steunen me niet.’
De beroepskracht mag medewerking van collega’s verwachten. In de praktijk is die medewerking niet altijd vanzelfsprekend. Zoek zo nodig steun bij het AMK.
Een actief instellingsbeleid rond kindermishandeling kan voorkomen dat iemand zich alleen voelt staan. Ontbreekt dat beleid, dan is de aanpak te afhankelijk van de persoonlijke inzet en de betrokkenheid van werknemers. Een concreet vermoeden is een goede aanleiding om wel iets te regelen. Zie protocollen.

‘We zijn het niet eens.’
Ook al is er een gezamenlijk verantwoordelijkheidsgevoel, er kunnen natuurlijk meningsverschillen zijn. Het kind mag daar niet de dupe van worden. Zolang niet iedereen ervan overtuigd is dat het kind thuis veilig is, is nader onderzoek gewenst. Zo nodig door het AMK in te schakelen.

 

 

Fase 3: Nader onderzoek

In deze fase wordt het plan van aanpak uitgevoerd. Om het vermoeden nader te onderzoeken, zijn een of meer van de volgende drie stappen noodzakelijk.

Stap 6: Praat zo mogelijk met het kind

Als de leeftijd van het kind dat toelaat, kan een gesprek met het kind meer duidelijkheid bieden. De ingang voor het gesprek vormen zaken die opvallen aan het kind, bijvoorbeeld zijn moeite zich te concentreren of opvallend stil en teruggetrokken gedrag. Anders dan in het gesprek dat in fase 1 met het kind wordt gevoerd, zal de beroepskracht hier - mede afhankelijk van de leeftijd van het kind - wel expliciet de mogelijke relatie van het gesignaleerde probleemgedrag met mogelijke mishandeling aan de orde moeten stellen.

 

Stap 7: Leg de zorgen voor aan de ouders

Ook in het gesprek met de ouders gaat het om het bespreken van de dingen die opvallen aan hun kind en die aanleiding geven tot zorg over hun kind. De mogelijke relatie met mishandeling of andere problemen in de thuissituatie zal expliciet aan de orde moeten komen.

 

Stap 8: Onderzoek het kind of laat het kind onderzoeken

Het kan nodig zijn het kind te onderzoeken of te laten onderzoeken. Voorbeelden hiervan zijn een lichamelijk onderzoek door een arts, observatie door een pedagoog of onderzoek door een leerlingbegeleider. Voor dit onderzoek is over het algemeen toestemming van de ouders nodig.

 

Valkuilen in fase 3

De dilemma’s in fase 3 komen vaak voort uit de angst voor de confrontatie met de emoties van ouders.

‘Wat als ik de ouders ten onrechte beschuldig?’
Het beschuldigen van de ouders is niet de insteek van het gesprek. Het gaat erom uw zorgen voor te leggen. Niettemin kan ook dat tot verontwaardiging bij de ouders leiden. Houd daarom rekening met de positie waarin ouders verkeren. Vaak hebben ze weinig eigenwaarde en zijn ze overgevoelig voor kritiek.

‘Daarna vertrouwen de ouders me niet meer.’
Dat vertrouwen is maar een beperkt vertrouwen als het geen basis biedt om over zorgen rond het kind in gesprek te gaan. Het uit de weg gaan van het gesprek is gerechtvaardigd als de beroepskracht daardoor een belangrijke rol kan spelen in de hulp aan het kind en het gezin. Zoek dan iemand anders die het gesprek kan voeren.

 

Fase 4: Hulp op gang brengen

Het onderzoek kan tot verschillende conclusies leiden. Het vermoeden dat het kind mishandeld wordt kan bevestigd of weerlegd worden, maar het kan ook blijven bestaan als onvoldoende duidelijkheid kan worden verkregen. In dat laatste geval kan het zinvol zijn opnieuw te overleggen met het AMK of te melden bij het AMK. Wordt het vermoeden weerlegd, dan kan het zijn dat er wel andere problemen zichtbaar worden waarvoor hulp en ondersteuning geboden moeten worden. Is er geen hulp nodig, dan kan de zaak verder als afgesloten worden beschouwd.

 

Stap 9: Inventariseer de hulpverleningsmogelijkheden

Alvorens met ouders te spreken over het verdere vervolg is het noodzakelijk inzicht te hebben in de hulpverleningsmogelijkheden binnen de eigen regio. Omdat de - onderliggende - problemen van kinderen en hun ouders sterk uiteen kunnen lopen zal hulp op maat moeten worden geboden.

 

Stap 10: Bespreek met de ouders de aanpak van de gezinsproblemen

Wordt het vermoeden bevestigd dan zal met de ouders en zo mogelijk ook met het kind gesproken moeten worden over de mishandeling en over de gevolgen daarvan voor alle gezinsleden. Op grond daarvan zullen gezinsleden gemotiveerd moeten worden om hulp te accepteren bij het oplossen van de problemen en bij het herstellen van de ontwikkelingskansen van het kind.

 

Stap 11: Schakel zonodig anderen in

Beschik je zelf over onvoldoende mogelijkheden om de juiste hulp te bieden, schakel dan andere beroepskrachten of instellingen in. In principe worden anderen met toestemming van kind en ouders betrokken bij de hulp aan het gezin. Als het belang van het kind het vereist zul je soms ook zonder medeweten of toestemming van ouders en verzorgers de hulp van anderen moeten inroepen.

 

Stap 12: Meld het vermoeden kindermishandeling bij het AMK

Als ouders niet openstaan voor enige vorm van hulp of de problemen blijven ontkennen, kan een melding worden gedaan bij het AMK. Ook beroepskrachten met een beroepsgeheim of zwijgplicht hebben wettelijk het recht om een melding te doen bij het AMK en om daarbij ook alle relevante gegevens over te dragen aan het AMK.
Ziet ook het AMK geen mogelijkheden om hulp op vrijwillige basis op gang te brengen, dan kan zij de Raad voor de Kinderbescherming vragen een onderzoek in te stellen.

Fase 5: Evaluatie

In de vijfde fase staat het evalueren van het verloop van het traject centraal.

 

Stap 13: Evalueer hoe het een en ander is gegaan

De samenstellers en uitvoerders van het plan van aanpak bespreken het verloop van het hele traject met elkaar.

 

Stap 14: Stel zo nodig afspraken bij

Is er iets niet goed gelopen, zorg dan dat afspraken worden bijgesteld.

 

Fase 6: Nazorg

 

Stap 15: Blijf alert op het welzijn van het kind

Het op gang brengen van hulp in het gezin is de aanzet tot het verhelpen van de problemen. Het kost enige tijd voordat die hulp vruchten afwerpt. Het is van belang alert te blijven op de vraag of het ingezette traject ook daadwerkelijk leidt tot verbetering van het welzijn en de ontwikkelingskansen van het kind.

 

Stap 16: Roep zo nodig betrokkenen bij elkaar

Als de indruk bestaat dat er geen verbetering zit in de situatie van het kind, is het goed de betrokkenen weer bij elkaar te roepen. Daarbij is de vraag aan de orde of de hulp moet worden aangepast en of het kind meer ondersteuning nodig heeft.

 

Stap 17: Zoek zo nodig opnieuw contact met het AMK
Als het kind is gemeld bij het AMK en er nieuwe signalen zijn, is het van belang deze door te geven aan het AMK. Het AMK kan zo nodig contact opnemen met het gezin of met de betrokken hulpverleningsinstellingen.

 

Valkuil in fase 6
Ongeduld is de grootste valkuil in fase 6. De aanpak van kindermishandeling vraagt om ingrijpende veranderingen in het gedrag van het de ouders. Dat gaat niet van de ene op de andere dag. En soms zijn de problemen zo hardnekkig dat een verbetering helemaal niet in zicht lijkt. Dat vraagt om geduld en doorzettingsvermogen van alle betrokkenen

 

Hop geeft zicht op denk- en werkwijze "jeugdzorg" door publicatie van formulieren en werkprocessen op internet
180

Diagnose op bestelling! Onderonsjes STAAT/RECHTERSLEGER om toe te schrijven naar verzoeken/rapporten/uitspraken!

LIN

INFORMANT Stichting Lindenhout "jeugdzorg" in Nederland is niet kindgericht maar gericht op SCHAALVERGROTING!

071

Bezwaarschrift tegen BESLUIT bestuursorgaan om ouder(s) foldermateriaal over indienen van klachten toe te sturen

079

Vraag: Waarom verliest het gewone volk systematisch hun (censuur) rechtszaakjes tegen overheden?

Antwoord: Omdat zaakjes van het gewone volk tegen de Staat/RvdK/jeugdzorg worden toegewezen aan voor de overheid/bestuursorganen partijdige rechters!

Informant: Wie de zaken verdeelt kan de uitkomst van een rechtsgeding beÔnvloeden zegt bijvoorbeeld rechter Lampe

135 Art. 11.
Rechtspreken volgens de wet
De regter moet volgens de wet regt spreken; hij mag in geen geval de innerlijke waarde of billijkheid der wet beoordelen.
137 Hetze tegen Hop in strijd om afgifte contactjournaal gezinsvoogd etaleert op een fantastische wijze de mentaliteit die heerst in de jeugdzorg! Ook al worden de ernstigste fouten gemaakt (51) ze blijven doorgaan! Hop MOET BLOEDEN!
617 Vluchten voor de Nederlandse jeugdzorg kan gewoon bij OTS maar hoe lang nog! Slimmer is om VOOR een OTS al te vertrekken!
518 Klopt het ondertekeningsblok onder BESLUITEN en verzoek- en verweerschriften van bestuursorganen die opereren in de jeugdzorg?
101 AANDACHTSVESTIGING!
Aan ALLE burgemeesters, gemeentesecretarissen, raadsgriffiers en ambtenaren gemeente of provincie in Nederland
Aan ALLE rechters in Nederland
Aan ALLE
pleegouders in Nederland
Aan ALLE medewerkers van scholen in Nederland
Aan ALLE medewerkers van ziekenhuizen in Nederland
Aan ALLE gedragsdeskundigen en psychologen in Nederland
Aan ALLE medewerkers van verzekeringsmaatschappijen in Nederland
Aan ALLE medewerkers van kindertehuizen, kindergevangenissen of andere instellingen actief in de jeugdzorg
Aan ALLE politie agenten en hun leidinggevenden in Nederland
Indien u personen tegen komt bij OTS of VOTS die zich ten onrechte uitgeven voor de VOOGD wordt u vriendelijk verzocht deze persoon GELIJK AAN TE HOUDEN en over te dragen aan het BEVOEGD GEZAG voor een WAARHEIDSVINDING ONDERZOEK. Indien deze persoon zich inderdaad ten onrechte heeft uitgegeven voor een VOOGD bij OTS of VOTS aangifte tegen deze persoon te doen wegens "het vervullen van een beroep in valse hoedanigheid" met het verzoek aan het BEVOEGD GEZAG deze persoon onverwijld een BEROEPSVERBOD op te leggen om ooit nog met kinderen te werken om jeugdzorg voor kinderen en hun OUDERS BELAST MET HET GEZAG VEILIGER te maken!
082 Volg het geld en u begrijpt waarom jeugdzorg probeert steeds meer KLANTEN in hun klauwen te krijgen
132 Exploitatie kinderen door jeugdzorg: Arbeidsvoorwaarden Jeugdbeschermer mei 2008. De CAO-jeugdzorg is van toepassing. Het salaris bedraagt op basis van schaal 10, maximaal € 3.437,07 bruto per maand bij een fulltime dienstverband met een eindejaarsuitkering met een vast deel van 5,15% en een resultaatafhankelijk deel van 3,15%.
177 Lindenhout gezinshuisouder. Arbeidsvoorwaarden CAO Jeugdzorg. SalariŽring conform schaal 8 van de salarisregeling (minimaal € 1.940,94 en maximaal € 2.882,28 bruto per maand bij een fulltime dienstverband). Lindenhout biedt eindejaarsuitkering van 8,3% (deels resultaatafhankelijk), een spaarloonregeling, een levensloopregeling, studiefaciliteiten en aantrekkelijke collectieve verzekeringen. Voor de functie gezinshuisouder geldt daarnaast 14% onregelmatigheidstoeslag, slaapdienstvergoeding en een verhuiskostenvergoeding.
Beloning beleidsmedewerker "jeugdzorg" gemeente Alphen aan de Rijn 20 december 2 008 De functie van beleidsmedewerker wordt gehonoreerd op basis van salarisschaal 10 cao voor gemeenteambtenaren. Afhankelijk van de ervaring van een kandidaat behoort een toelage tot het maximum van schaal 11 tot de mogelijkheden. Het brutosalaris bedraagt daarom maximaal € 3.800 per maand dan wel (bij een toelage) maximaal € 4.378 per maand bij een volledige werkweek van 36 uur. Deze bedragen zijn exclusief 8% vakantiegeld en exclusief 5% (niveau 2008) eindejaarsuitkering. Inclusief deze inkomensbestanddelen is sprake van een jaarinkomen van maximaal €51.500 (schaal 10) dan wel maximaal € 59.365 (schaal 11). De functie is een voltijdsfunctie (36 uur). Een vierdaagse werkweek (4x9) of deeltijdwerk (minimaal 32 uur) is bespreekbaar.
Grondrecht op behoorlijke rechtspraak 6 EVRM, artikel 14 Bupoverdrag en het Seveso-arrest (710)
Algemene beginselen van behoorlijk bestuur en beleid.
Een bestuursorgaan moet bij het uitoefenen van bevoegdheden een vaste lijn volgen. 
Een bestuursorgaan moet duidelijk maken aan de hand van welke criteria de correcte beslissingen zullen worden genomen.
003 Vraag: Wie zijn Judith Leenders en Ron Nienhuis? 575 (581) (101)
Antwoord: Uitzending Omroep Gelderland) start afspelen van deze uitzending op 09:28
095 6 november 2007 Hop ontdekt kinderrechter is rechter, aanklager en belanghebbende bij kinderbeschermingsmaatregelen
073 In de jeugdzorg formulieren worden uw kinderen als KLANTEN aangemerkt 
680 "Jeugdzorg" verzoekt Parlement/Minister ingevoerde wetgeving KLANTEN met spoed uit te hollen om GEGROND KLAGEN te voorkomen 
122 Kinderen worden in de "jeugdzorg" KLANTEN aangemerkt! Wie zitten er verborgen achter Bureau Jeugdzorg? "Bureau Jeugdzorg" heeft naast jeugdhulpverlening, jeugdbescherming, jeugdreclassering en het Advies en Meldpunt Kindermishandeling een aantal andere onderdelen: de Kindertelefoon, Haltbureaus, de Kinder- en Jongerenrechtswinkel en een aantal JIP's (Jongeren Informatie Punt). Deze maken samen deel uit van de nieuwe organisatie.
440 Lees eerst de "meldcode kindermishandeling" om zicht te krijgen op de aanmeldingsprocedure van uw kind bij het AMK
545 Processen bureau jeugdzorg, Versie 2, Definitief, 18 mei 2005 geeft zicht op werk- en denkwijze medewerkers jeugdzorg
549 Signalen van derden geeft zicht op werk- en denkwijze medewerkers jeugdzorg
339 Rechtersleger heeft werkafspraken gemaakt met "jeugdzorg", Raad voor de Kinderbescherming over inhoud verzoekschriften
481 Deltaplan jeugdzorg weer een signaal dat het in Nederland steeds gevaarlijker voor de kinderen van het gewone volk
097 Info uit Wob verzoek 102! Hop publiceert "Tielse Checklist Risicofactoren" om verweerschriften ouders bij KIR te verbeteren
478 Info uit Wob verzoek 102! Hop publiceert "Handleiding voor de invulling van de checklist beoordeling van de veiligheid"
388 Hop publiceert de "aanmeldingslijst verzoek raadsonderzoek"
436 Wet op de jeugdzorg
437 Uitvoeringsbesluit wet op de jeugdzorg
   

top