| Het doel van de website is kennis in gratis informatie en gratis informatie in kennis om te zetten. |
Jurisprudentie (457) inzake wraking van rechters die VOOR de hoorzitting in de uitnodiging hun naam niet wilden zeggen
Programma Groep Hop inzake nieuwe wetgeving IDENTIFICATIEPLICHT RECHTERS VOOR de hoorzitting
citaat: "Rechtspraak. In iedere uitnodiging voor een rechtszitting dient de naam van de rechter(s) te staan die de onderhavige zaak behandelt/behandelen zodat burgers gegevens over die rechter(s) en zijn/haar uitspraken in het verleden kunnen opzoeken om zich zo goed mogelijk voor te bereiden. Een verbod op nevenfuncties voor rechters en Officieren van Justitie te beginnen met een verbod op de dubbelfuncties advocaat/rechter en OvJ/rechter om een begin te maken met het orde op zaken stellen in de rechtspraak. Invoering van lekenrechtspraak om de kwaliteit van de rechtspraak zo snel mogelijk flink te verbeteren. Voordelen voor burgers. Betere rechtspraak met snellere doorlooptijden. De weigering van een rechter om haar/zijn naam te vertellen op een hoorzitting op verzoek van een belanghebbende dient in de WET STRAFBAAR gesteld te worden. Iedere rechter die weigert haar/zijn naam te noemen op een hoorzitting op verzoek van een belanghebbende dient te worden ontslagen zonder uitkering met een VERBOD om ooit nog een overheidsfunctie te mogen vervullen om het uithollen van de rechtspraak voor burgers met keiharde maatregelen tegen rechters aan te pakken. Toelichting 457.
Identificatieplicht rechters! Wraking GEGROND
omdat een rechter zijn naam niet wilde zeggen bij de rechtbank Rotterdam!
LJN: AZ5363, Rechtbank Rotterdam , 270530 HA/RK 06-162
Uitspraak RECHTBANK ROTTERDAM
Datum uitspraak: 19-12-2006 Rechtsgebied: Civiel overig Eerste aanleg - enkelvoudig wrakingszaak
Meervoudige kamer voor wrakingszaken
Zaaknummer : 270530
Rolnummer : HA RK 06-162
Uitspraak : 19 december 2006
Beslissing van de meervoudige kamer op het verzoek van:
[verzoeker],
[adres]
verzoeker,
gemachtigde Zijlstra Juridisch Advies Buro te Putten,
strekkende tot wraking van [verweerder], rechter-plaatsvervanger in de
rechtbank Rotterdam, sector civiel recht (hierna: de rechter).
1. Het procesverloop en de processtukken
Ter zitting van 12 oktober 2006 is door de rechter behandeld het door de
Ambulante Jeugdbescherming en Jeugdhulpverlening Leger des Heils te
Rotterdam namens Bureau Jeugdzorg Stadsregio Rotterdam ingediende
verzoekschrift tot verlenging van de ondertoezichtstelling en de
machtiging tot uithuisplaatsing van de minderjarige [belanghebbende]. Deze
procedure heeft als kenmerk 268308 / J2 RK 06-964.
Bij gelegenheid van die behandeling heeft de gemachtigde van verzoeker de
rechter gewraakt.
De wrakingskamer heeft kennis genomen van de volgende stukken:
- het griffiedossier van de hierboven omschreven procedure met kenmerk
268308 / J2 RK 06-964, waarin zich onder meer bevindt het proces-verbaal
van de hiervoor bedoelde zitting;
- het fax-bericht d.d. 25 oktober 2006 van de gemachtigde van verzoeker;
Verzoeker alsmede de rechter zijn verwittigd van de datum waarop het
wrakingsverzoek zou worden behandeld en zijn voor de zitting uitgenodigd.
De rechter is in de gelegenheid gesteld voorafgaande aan de zitting
schriftelijk te reageren. De rechter heeft van die gelegenheid gebruik
gemaakt.
Ter zitting van 14 november 2006, alwaar de gedane wraking is behandeld,
is verschenen: de gemachtigde van verzoeker. Deze heeft het standpunt van
verzoeker nader toegelicht. Van deze zitting is proces-verbaal opgemaakt.
De behandeling is aangehouden tot 13 december 2006, teneinde:
- de gemachtigde van verzoeker in de gelegenheid te stellen de nadere
onderbouwing van het verzoek op schrift te stellen en in schriftelijke
vorm in het geding te brengen;
- de rechter in de gelegenheid te stellen een reactie te geven op de
nadere onderbouwing van het verzoek.
Genoemde schriftelijke, nadere onderbouwing van het verzoek is ter griffie
ingekomen op 15 november 2006 en is bij brief d.d. 20 november 2006 in
afschrift, met het proces-verbaal van de zitting, toegezonden aan de
rechter. De rechter is daarbij verwittigd van de nieuwe zittingsdatum
alsmede in de gelegenheid gesteld op die nadere onderbouwing te reageren,
hetzij schriftelijk, hetzij mondeling ter zitting.
De behandeling is voortgezet ter zitting van 13 december 2006, alwaar is
verschenen: de gemachtigde van verzoeker. De rechter heeft van de hem
geboden gelegenheid te reageren niet (tijdig) gebruik gemaakt en is
evenmin ter zitting verschenen.
2. Het verzoek en het verweer daartegen
2.1
Ter adstructie van het wrakingsverzoek heeft verzoeker het volgende
aangevoerd - verkort en zakelijk weergegeven - :
2.1.1
Ter zitting van 12 oktober 2006 heeft de rechter desgevraagd niet zijn
naam willen geven. Evenmin heeft de rechter desgevraagd de namen willen
geven van de andere personen die bij hem aan de tafel zaten. Meteen hierna
gaf de rechter aan dat hij niet op zo een manier bejegend wilde worden en
dat vanaf nu alleen de zakelijke kant van de zaak genoemd mocht worden.
Deze handeling en incorrecte bejegening is objectieve partijdigheid. Het
niet noemen van de naam van een rechter is subjectieve partijdigheid.
2.1.2
Het proces-verbaal van de zitting van 12 oktober 2006 is valselijk
opgemaakt, omdat de in dat proces-verbaal genoemde, ter zitting aanwezige
personen niet overeenkomen met de feitelijk aanwezige personen. Er was een
in het proces-verbaal niet genoemde rechterlijk ambtenaar in opleiding
aanwezig; tevens was aanwezig de niet in dat proces-verbaal genoemde
partner van verzoeker, genaamd mevrouw [partner verzoeker]. Voorts is niet
in het proces-verbaal vermeld dat de rechter deze partner direct na
binnenkomst tot niet-belanghebbende verklaarde. Hieruit blijkt dat de
rechter de onderliggende stukken onvoldoende kende, nu het rapport van de
verzoekende partij voor 80% bestaat uit redenen voor ondertoezichtstelling
en uithuisplaatsing van de minderjarige welke betrekking hebben op
handelingen van mevrouw [partner verzoeker]. Deze handeling vormt een
objectieve partijdigheid.
2.1.3
Het proces-verbaal van de zitting van 12 oktober 2006 is voorts valselijk
opgemaakt omdat de daarin opgenomen feitelijke weergave niet juist is.
Nadat de rechter was gewraakt, hebben verzoeker, zijn gemachtigde en zijn
partner mevrouw [partner verzoeker] de gehoorzaal verlaten. De
vertegenwoordiger van Ambulante Jeugdbescherming en Jeugdhulpverlening
Leger des Heils heeft daarna nog gedurende zeven minuten en 26 seconden
met de inmiddels gewraakte rechter contact gehad buiten aanwezigheid van
verzoeker en – zoals blijkt uit het proces-verbaal van de zitting –
over de zaak gesproken. Dit is in strijd met artikel 46 C WRRA. Dit is een
handeling van objectieve partijdigheid.
2.1.4
De rechter heeft – nadat hij was gewraakt – de zaak overgedragen aan
een andere rechter, die vervolgens zelfstandig een uitspraak heeft gedaan.
Dit overdragen is objectieve partijdigheid.
2.1.5
Gezien het vorenstaande is verzoeker van mening dat de rechter niet langer
als zodanig in deze zaak kan optreden, nu er een schijn van partijdigheid
is opgeworpen, welke niet meer kan worden weggenomen.
2.2
De rechter heeft niet in de wraking berust.
De rechter bevestigt dat hij ter zitting van 12 oktober 2006 desgevraagd
heeft geweigerd aan de gemachtigde van verzoeker zijn naam of de namen van
de tevens aan de tafel van de rechtbank gezeten rechterlijk ambtenaar in
opleiding en griffier te noemen.
De rechter stelt op die zitting aan de gemachtigde van verzoeker te hebben
uitgelegd dat hij de zaak behandelt als enkelvoudig lid van de rechtbank
en dat hij niet inziet welk redelijk belang verzoeker zou hebben bij het
bekend zijn van de naam van de rechter. Verder stelt de rechter verzoeker
en zijn gemachtigde er op te hebben geattendeerd dat de naam van de
rechter onder de beschikking komt.
Met de weigering heeft de rechter tot uitdrukking willen brengen dat hij
de zaak behandelt uit hoofde van zijn functie en niet als persoon. Daaruit
kan volgens de rechter niet de conclusie worden getrokken dat hij als
persoon enige vooringenomenheid met betrekking tot de uitkomst van de zaak
zou hebben.
De rechter heeft overigens te kennen gegeven dat niet sprake is van een
omstandigheid die grond tot wraking van de rechter kan opleveren.
3. De beoordeling
3.1
Wraking is een middel ter verzekering van de onafhankelijkheid en
onpartijdigheid van de rechter. Bij de beoordeling van een beroep op het
ontbreken van onpartijdigheid van de rechter dient voorop te staan dat een
rechter uit hoofde van zijn aanstelling moet worden vermoed onpartijdig te
zijn, tenzij zich uitzonderlijke omstandigheden voordoen die zwaarwegende
aanwijzingen opleveren voor het oordeel dat een rechter jegens een partij
een vooringenomenheid koestert, althans dat de bij deze partij
dienaangaande bestaande vrees objectief gerechtvaardigd is.
3.2
Vast staat dat de rechter bij de aanvang van de behandeling ter zitting
van 12 oktober 2006 op de vraag van de gemachtigde van verzoeker heeft
geweigerd zijn naam te noemen.
3.3
Ingevolge artikel 44 lid 2 van de Wet rechtspositie rechterlijke
ambtenaren zijn rechters gehouden de functionele autoriteit - in casu het
bestuur van de rechtbank Rotterdam - kennis te geven van de betrekkingen
die zij buiten hun ambt vervullen. Het bestuur van de rechtbank houdt
ingevolge lid 3 van dit artikel van deze betrekkingen een (openbaar)
register bij.
Blijkens de Memorie van Toelichting (Kamerstuk 1994-1995, nr. 24220, nr.
3), zoals weergegeven in paragraaf 5.3 van de Algemene toelichting, ligt
aan de regeling van art. 44 het volgende ten grondslag: “De regeling
moet dienen ter verzekering van de zuiverheid van verhoudingen in het
algemeen, en ter verzekering van het vertrouwen in de rechterlijke macht,
de rechterlijke onafhankelijkheid en onpartijdigheid en het vertrouwen
daarin in het bijzonder.” Uit de Toelichting op het tweede en derde lid
van art. 44 valt op te maken dat openbaarheid van het register in het
belang is van het vertrouwen in het rechtsbedrijf. “Bovendien geeft
openbaarheid meer inhoud aan de wraking als instrument voor de
justitiabele om in een individuele zaak de rechterlijke onpartijdigheid te
verzekeren. Deze belangen moeten … zwaarder wegen dan de privacy van de
rechterlijke ambtenaren… Om het register te mogen inzien behoeft men
niet aan te tonen daarbij een gerechtvaardigd belang te hebben.”
De ratio van deze regeling is derhalve dat justitiabelen steeds moeten
kunnen nagaan of er uit hoofde van een nevenbetrekking van de rechter
sprake is van onverenigbaarheid van functies. Die waarborg heeft alleen
betekenis wanneer procespartijen voorafgaand aan de procedure beschikken
over de naam van de rechter die hun zaak behandelt.
3.4
Dit brengt met zich dat de rechter desgevraagd niet kan weigeren zijn naam
te geven omdat er geen redelijk belang zou zijn. De mededeling dat de
daarnaar vragende procespartij die naam kan lezen in de uitspraak, miskent
dat het bekend worden van de naam van de rechter op dat tijdstip in deze
zaak tot gevolg zou hebben gehad dat wraking niet meer aanhangig gemaakt
had kunnen worden. Dit klemt temeer nu de litigieuze regeling
uitdrukkelijk mede is bedoeld om meer inhoud aan de wraking als instrument
voor de justitiabele te geven.
3.5
Op grond van het vorenstaande is de rechtbank van oordeel dat de weigering
van de rechter om bij gelegenheid van de behandeling van de zaak ter
zitting desgevraagd zijn naam te geven een zwaarwegende aanwijzing
oplevert voor het oordeel dat de vrees van verzoeker dat de rechter jegens
hem een vooringenomenheid koestert objectief gerechtvaardigd is.
3.6
De wraking is derhalve gegrond. Hetgeen overigens ter adstructie van het
verzoek tot wraking is aangevoerd, kan onbesproken worden gelaten.
4. De beslissing
wijst toe het verzoek tot wraking van [verweerder].
Deze beslissing is gegeven op 19 december 2006 door mr. Van der Grinten,
voorzitter, mr. Ahsmann en mr. Van Nifterick, rechters.
Deze beslissing is door de voorzitter uitgesproken ter openbare
terechtzitting in tegenwoordigheid van Faaij, griffier.
Bij afwezigheid van de voorzitter is deze beslissing door de oudste
rechter en de griffier ondertekend.
Verzonden op:
aan:
- Zijlstra Juridsich Advies Buro
- [verweerder]