| Ouders BOYCOT de Raad voor de Kinderbescherming! Openbare aanklachten van burgers tegen het beruchte bestuursorgaan Raad voor de Kinderbescherming (Ministerie van Justitie) in de volksmond nog veel beter bekend als Raad voor de Leugenbescherming en Raad voor de Kindermishandeling |
Het lachwekkend dat het bestuursorgaan Raad voor de Kinderbescherming niets aan giftige speeltoestellen wilde doen
Hop vraagt op 14 september 1998 de Raad voor de Kinderbescherming om kinderen te beschermen tegen vergiftigde speeltoestellen
Faxbericht 050-5205294
Aan de Directeur Raad voor de Kinderbescherming, Directie-Noord
Engelse Kamp 2/Postbus 11008
9700 CA Groningen
Ermelo, 14 september 1998.
Betreft: Vergiftiging van kinderen.
Geachte directeur,
Naar aanleiding van een artikel in de Cobouw d.d. 8 september 1998 en Trouw d.d. 12 september 1998 met als onderwerp: "Raad van State verbiedt malen verduurzaamd hout" vervolgens "De provincie Limburg liet inmiddels weten zich te beraden op de maatregelen die van Rooij voorstelt", en "de SDN milieu-site http://sdnl/milieu.htm wil u ik de volgende vragen stellen?".
Vraag 1
Welke maatregelen gaat uw directie nemen inzake kinderspeeltoestellen in de
speeltuinen binnen het rechtsgebied Directie-Noord welke geïmpregneerd zijn
met wolmanzouten?
Vraag 2
Indien milieu bewuste gemeenten in het rechtsgebied van de Directie-Noord
geïmpregneerde speeltoestellen verwijderen (en of al verwijderd hebben),
waarbij we natuurlijk denken aan het belang van het kind
en aan de gezondheid van spelende kinderen, staat hier dan een
subsidie van het Ministerie van Justitie tegenover? Wilt u mij meedelen waar
en door wie dit gevaarlijk houtafval wordt verwijderd, verwerkt en vernietigt?
Vraag 3
Na jarenlang vechten van mijn mede "verontruste burger" Ing. A.M.L. van Rooij, directeur van het Ecologisch Kennis Centrum, verantwoordelijk voor de sdn milieupagina's waar u ook mijn internetsite "kinderen" raadpleegt is nu veel te laat een einde in zicht gekomen van een volstrekt onnodige en uiterst schadelijke en levensbedreigende situatie rondom de verduurzaming van hout. Nederland en daarmee de Raad voor de Kinderbescherming heeft hier gedemonstreerd vooral het paard achter de wagen te spannen in plaats van ervoor. Duizenden mensen zijn in hun kinderjaren en ook nog kinderen van nu, in contact gekomen en of komen nog in contact met uiterst sterk kankerverwekkende stoffen arseen en chroom VI door o.a. te spelen in speeltuinen met gewolmaniseerde houten speeltoestellen.
In de "MISSIE" van de Raad voor de Kinderbescherming staat dat de Raad opkomt voor kinderen die zich in een bedreigende situatie bevinden. Gaarne verneem ik van uw elke maatregelen u in uw rechtsgebied Directie-Noord gaat nemen om deze levensbedreiging voor onze kinderen af te wenden.
Vraag 4
Bent u bereid Onder Toezicht Stelling (OTS) aan te vragen voor
kinderen van ouders die verantwoordelijk zijn voor deze levensbedreigende
situatie waarin kinderen in Nederland zich momenteel bevinden. Zo neen, welke
andere maatregelen neemt u eerst om deze levensbedreiging af te wenden?
Vraag 5
Heeft u al een inventarisatie gemaakt bij welke scholen, instellingen en
organisaties zich gewolmaniseerde houten speeltoestellen bevinden? Mogen
kinderen daar nog steeds op gewolmaniseerde houten speeltoestellen spelen?
Pagina 2, Hop aan de directeur Raad voor de Kinderbescherming, Directie-Noord
d.d. 14 september 1998.
Vraag 6
Is het mogelijk bij de Raad voor de Kinderbescherming schadeclaims in te dienen als men denkt dat men die geleden heeft of nog zal gaan leiden ten gevolge van het falende beleid van de Raad voor de Kinderbescherming in de Directie-Noord
Met vriendelijke groet,
J. Hop (Kinderbeschermingsdeskundige)
Joubertstraat 24,
3851 DM Ermelo
Hetzelfde verzoek van J. Hop inzake
giftige speeltoestellen is verstuurd naar de volgende adressen op 14 september
1998
Aan de Directeur Raad voor de Kinderbescherming, Directie Oost
Nieuwstad 69/Postbus 4204
7201 NM Zutphen
Aan de Directeur Raad voor de Kinderbescherming, Directie Noordwest
Amstelveenseweg 390/Postbus 74808
1070 BV Amsterdam
Aan de Directeur Raad voor de Kinderbescherming, Directie Zuid
Keizersgracht 5/Postbus 2355
5600 CJ Eindhoven
Aan de Directeur Raad voor de Kinderbescherming, Directie Zuid-West
Wijnhaven 144/Postbus 393
3000 AJ Rotterdam
Kamervragen van het lid Hendriks (Hendriks) aan de minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer aan de Minister van VROM over wolmanzouten en Europees milieurecht
De Voorzitter heeft heden de volgende vragen aan de regering doorgezonden
7 november 1997
Onderwerp: Kamervragen aan de Minister van VROM over wolmanzouten en Europees milieurecht
Van het lid Hendriks (Hendriks) aan de minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer.:
Kent u de brief (*1) van 10 april 1996 waarin de secretaris van het College voor de toelating van bestrijdingsmiddelen (CTB), opmerkt dat de fase waarin het met wolmanzout verduurzaamde hout als afval moet worden beschouwd, niet onder de reikwijdte van de Bestrijdingsmiddelenwet valt, maar dat de primaire verantwoordelijkheid daarvoor bij u als minister van VROM ligt?
Waarom wilt u, alvorens ter uitvoering van de wens (*2) van de Tweede Kamer een besluit te nemen over het verbieden van het gebruik van arseenhoudende wolmanzouten CCA-type C, de beoordeling van het CTB afwachten, zoals u tijdens de behandeling van de begroting VROM op 23 oktober 1997 heeft gesteld (*3), terwijl het CTB zelf te kennen geeft dat niet het CTB, maar u volledig verantwoordelijk bent voor de afvalfase van het gewolmaniseerde hout?
Kent u de brief (*4) van 2 september 1996 waarin de staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport heeft geschreven dat niet het CTB, maar u als minister van VROM primair verantwoordelijk bent voor de milieu-aspecten van het verduurzaamde hout in de afvalfase?
Waarom moet u de beoordeling van het CTB afwachten, als ook de verantwoordelijke staatssecretaris voor de toelating van niet-agrarische bestrijdingsmiddelen (waaronder de arseenhoudende wolmanzouten CCA-type C) nadrukkelijk kenbaar maakt dat niet het CTB maar u volledig verantwoordelijk bent voor de afvalfase van het gewolmaniseerde hout?
Kent u de brief (*5) waarin het houtimpregneerbedrijf Carl Tissen Import Export B.V. u persoonlijk op de hoogte heeft gebracht van het feit dat het bedrijf met het product "gewolmaniseerd hout" jaarlijks ongeveer 16.000 kg arseenzuur en 19.000 kg chroomtrioxide (chroom VI) diffuus in de compartimenten water, bodem en lucht van ons leefmilieu brengt?
Kent u de brief (*6) van de Regionaal Inspecteur van de Volksgezondheid voor de Milieuhygiëne voor Noord-Brabant, die onder uw verantwoordelijkheid op de in vraag 5 aangehaalde brief heeft geantwoord dat het impregneerbedrijf Carl Tissen Import Export B.V. volledig aansprakelijk is voor alle schade gedurende de gebruiks- en afvalfase als gevolg van het door hem geproduceerde product "gewolmaniseerd hout" en dat niet het CTB maar Burgemeester en Wethouders van de Gemeente Luyksgestel (heden: Bergeyk) aan het impregneerbedrijf Carl Tissen Import en Export B.V. de milieuvergunning hebben verleend voor het fabriceren van "gewolmaniseerd hout"?
Hoe kunt u verklaren dat u moet wachten op de beoordeling van het CTB, terwijl u zelf via de in vraag 6 aangehaalde brief van de Regionaal Inspecteur laat weten dat de colleges van B&W van de gemeenten waarbinnen zich de impregneerbedrijven bevinden, de bevoegde gezagen zijn voor de toelating van het fabriceren van het product "gewolmaniseerd hout"?
Bent u bereid om op grond van de Wet milieubeheer de fabricage van het product "gewolmaniseerd hout" te verbieden?
Hebt u kennis genomen van de uitspraak (*7) van het Hof van Justitie van de EG op 25 juni 1997 in gevoegde zaken C-304/94, C-330/94, en C-224/95 dat nationale regelingen die stoffen en voorwerpen die voor economisch hergebruik geschikt zijn buiten de begripsomschrijving van afvalstoffen laten vallen, niet verenigbaar zijn met het Europese afvalstoffenrecht? (*8)
Handelt u, door gewolmaniseerd hout, dat in de afvalfase als bouw- en sloopafval vrijkomt, niet aan te merken als gevaarlijk afval niet in strijd met bovengenoemde uitspraak van het Hof van Justitie? Bent u bereid om aan die uitspraak uitvoering te geven en derhalve gewolmaniseerd hout dat in de afvalfase vrijkomt als bouw- en sloopafval als gevaarlijk afval te verwijderen en te verwerken?
Gemakshalve onderhands aan de minister toegezonden,
Moties van 24 oktober 1991, Kamerstukken nrs. 22 300 XI, nr. 25, 23 176,
nr. 1 en 25000 IX, nr. 25,
Handelingen II, Vergaderjaar 1997-1998, p-1074,
Gemakshalve eveneens onderhands aan de minister toegezonden,
Eveneens gemakshalve onderhands aan de minister toegezonden,
Dito,
Jurisprudentie Milieurecht oktober jl., afl. 3, blz. 170 177,
In het Europees afvalstoffenrecht is niet alleen voorzien in een regime voor te verwijderen afval, maar ook voor afval dat nog nuttig wordt toegepast. Het doel van het Europese afvalrecht is immers met name gelegen in het controleerbaar maken van de afvalstroom.
De heer Th.J.M. Hendriks, lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, heeft op 27 maart 1998 de volgende vragen bij de Kamervoorzitter gedeponeerd ter doorzending aan de betreffende ministers.
Onderwerp: Kamervragen aan de Ministers van Justitie, van VWS en VROM over wolmanzouten en Europees milieurecht
Van het lid Hendriks (Hendriks) aan de Ministers van Justitie, van
Volksgezondheid, Welzijn en Sport en van Volkshuisvesting, Ruimtelijke
Ordening en Milieu:
Kent U het rapport "Gezondheidsrisico's van houtverduurzamingsmiddelen: Oriënterende evaluatie voor CCA-zouten", dat in november 1994 werd uitgebracht in opdracht van het Ministerie van VWS?
Is het u bekend dat daarin staat geschreven dat na ongecontroleerde verbranding de achterblijvende as ongeveer 5600 mg arseen per kg bevat. en dat het daarmee de grens van gevaarlijk afval honderdvoudig te boven gaat?
Kent U het rapport "Basisdocument Arseen", uitgebracht in januari 1990 door het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu?
Is het U bekend dat daarin staat geschreven dat bij ongecontroleerde verbranding van met arseen geïmpregneerd hout 20 tot 80 procent van het arseen in de lucht terechtkomt, en dat het arseen nagenoeg volledig aan aërosolen gebonden is?
Is het U bekend dat daarin staat geschreven. dat het betreffende arseen in aërosolen tot een van de allerfijnste aërosolfracties behoort (massamediaan circa 0,4 m en 85 % beneden 1 m) en daardoor bij inademing tot diep in de longblaasjes terecht kan komen en zo kanker veroorzaken?
Hebt U kennis genomen van de uitspraak van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens van 19 februari 1998, nummer 216/1996/735/932' ?
Is het U bekend dat in die uitspraak valt te lezen dat arsenicum in principe in al zijn verbindingen kankerverwekkend is, omdat het in het menselijk lichaam wordt 'omgezet in arsenaat dat de plaats van fosfaatgroepen in het DNA inneemt, wat leidt tot fouten bij de celdeling en als zodanig tot kanker?
Is het U bekend dat die uitspraak stelt dat de overheid op grond van artikel 8 EVRM een actieve rol moet spelen bij het verstrekken van informatie over de risico's van met arseen geïmpregneerd hout als dat het privé-leven van mensen ernstig nadelig kan beïnvloeden?
Is het U bekend dat over geheel Nederland met arseen geïmpregneerd afvalhout wordt verbrand in houtkachels, in open haarden binnenshuis en op brandstapels in de buitenlucht, zonder dat de Staat haar inwoners heeft geïnformeerd over de risico's van de vrijkomende arseen-aërosolen in de lucht en de zeer hoge arseenconcentraties in de as?
Deelt U de mening, dat de Staat op grond van de uitspraak van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens van 19 februari 1998 met betrekking tot artikel 8 van het EVRM de plicht heeft tot de actiever verstrekking van informatie aan alle inwoners van Nederland over de grote risico's van het verbranden van met arseen geïmpregneerd hout in kachels, open haarden, op brandstapels en dergelijke?
Hoe gaat U deze informatie concreet verstrekken?
Erkent U dat de Staat nalatig is geweest om de Nederlandse bevolking te informeren en dat de Staat op basis van de uitspraak van het Europese Hof verplicht is tot het vergoeden van de aangerichte schade?
Bent U bereid alsnog uitvoering te geven aan de door de Tweede Kamer op 12 november 1996* en op 19 november 1996 aangenomen moties om arseenhoudende wolmanzouten te verbieden?
Bent U bereid, gelet op het bovenstaande, de door U gegeven antwoorden op mijn vragen van 6 augustus 1996* en op 7 november 1997* betreffende het onmiddellijk verbod op het gebruik van arseenhoudende wolmanzouten te herzien?
Th.J.M. Hendriks
27 maart 1998
Jurisprudentie Bestuursrecht 1998, nr. 49 (12 maart 19,98, afl. 3)
Handelingen Tweede Kamer, 1992-1992, blz. 781 en 1266. Tweede Kamerstuk
22 300, XI, nr. 25.
Aanhangsel Handelingen Tweede Kamer 1996-1997, nr. 33
Aanhangsel Handelingen Tweede Kamer 1997-1998, nr. 369
Overheid bevordert milieucriminaliteit' NRCJan Gerritsen, Rotterdam, 6 december 1997
Volgens mevrouw H.W. Samson-Geerlings (39), plaatsvervangend hoofdofficier van Justitie in Dordrecht en voorzitter van de werkgroep 'aanpak zware milieucriminaliteit', wordt de complexiteit van de problemen in niet geringe mate veroorzaakt door talrijke vergunningverlenende overheden en instanties en de 'belangenverstrengeling van de diverse overheden'. Voor de verwijdering en verwerking 'van 'afval worden vergunningen verleend door gemeenten, waterschappen, het rijk, en vier ministeries.
De overheid werkt milieucriminaliteit op de markt voor afvalverwerking in de hand. Omdat de overheid de regels stelt, maar ook zelf bedrijven op de afvalmarkt exploiteert die vaak met de regels de hand lichten, wordt het legaal opererende bedrijfsleven gefrustreerd. Dit zijn de belangrijkste conclusies van een uitvoerige studie die is uitgevoerd voor het landelijke 'Kern-team zware milieucriminaliteit', dat valt onder de Regionale recherche van het politiekorps Rotterdam-Rijnmond. Volgens de studie 'Schijn bedriegt' maakt de overheid regels voor de afvalmarkt en probeert die te handhaven. Tegelijkertijd hebben provincies, gemeenten, overheidsbedrijven en andere instanties zich ontwikkeld tot 'grote spelers' op deze markt. Daarmee zijn ze zelf onderdeel geworden van de milieuproblematiek. Want ook overheidsbedrijven houden zich vaak niet aan de regels, zo blijkt uit de studie. "De overheid moet dus bereid zijn haar eigen handelen ter discussie te stellen", zegt een van de twee auteurs van de studie, de criminoloog drs. M.J.J. van den Anker, wetenschappelijk medewerker van het 'kernteam zware milieucriminaliteit' Behalve met opsporing van milieudelicten houdt dit in 1995 opgerichte team zich ook bezig met informatieverstrekking om inzicht te krijgen in de context waarin milieucriminaliteit plaatsheeft. Van den Anker en de criminoloog A.B. Hoogenboom brachten de rol van de overheid, het bedrijfsleven en 'gelegenheidsstructuren' voor criminaliteit op de afvalmarkt in kaart. Onder invloed van grote milieuschandalen als dat van Tanker Cleaning Rotterdam, een afvalverwerkingsbedrijf dat jarenlang gevaarlijke stoffen in de Rotterdamse haven dumpte, heeft de overheid de vaak ondoorzichtige markt van afvalproducten altijd met een zekere argwaan bekeken, aldus Van den Anker. Daarom stelde ze regels en probeert die te handhaven. Maar in de traditionele functie van beheerder van nutsbedrijven is de overheid ook deelnemer aan de markt. En de overheid werkt milieucriminaliteit in de hand, zo schrijft Van den Anker: "door tegenstrijdige, op onderdelen onnavolgbare wet- en regelgeving, woordspelletjes, 'softe' handhavers, vergunningverleners, hoger geplaatste ambtenaren en door het gedogen van situaties die niet door de beugel kunnen". Haar conclusie: "Bij verder onderzoek moet het milieubeleid fundamenteel ter discussie worden gesteld in plaats van in individuele strafzaken.", Ook bleef de 'terugtredende' Overheid bevreesd voor zelfregulering binnen de talrijke branches van deze markt. "Niet geheel terecht", meent criminoloog Van den Anker, "want zelfregulering behoeft niet, zoals vaak gedacht wordt, per se; een façade voor milieucriminaliteit te zijn. Anderzijds moeten we niet blind zijn voor de gelegenheidsstructuren die door private marktpartijen bewust worden uitgebuit. De transparantie en de effectiviteit van zelfregulering gaan nog lang niet ver genoeg". 'Schijn bedriegt' is behalve een toetsing van de effectiviteit van de wetgeving en de naleving daarvan vooral een inventarisatie van het veld. Talrijke spelers, zoals veertien brancheorganisaties, komen anoniem aan het woord komen. Het ruim 300 pagina's tellende rapport dat volgende week als boek (uitg. VUGA, Den Haag) wordt uitgegeven, geeft aan de hand van talloze voorbeelden inzicht in de afvalmarkt. Eerdere rapporten over milieucriminaliteit zoals dat van de parlementaire enquêtecommissie-Van Traa of het WODC-rapport van het ministerie van Justitie, zijn veelal vanuit het gezichtspunt van de overheid geschreven. Omdat 'de gelegenheid nu eenmaal de dief maakt' wordt in 'Schijn bedriegt' niet alleen aan de markt veel aandacht besteed, maar ook aan dubieus handelen van de overheid in die markt. De voorbeelden zijn legio: Stortplaatsen, vaak gemeentelijk eigendom, houden zich niet aan de voorschriften. Ze accepteren afval dat niet gestort mag worden. Ze maken tariefafspraken met gemeentelijke reinigingsdiensten, geven die kortingen en accepteren soms welbewust bedrijfsafval, wat verboden is. Slim mengen en sluw scheiden lijkt het motto bij de dubieuze praktijken bij de verplichte verwijdering van mengsels van olie, water en slib. De kosten bedragen 350 gulden per ton, maar wie slim scheidt, is goedkoper uit. Verontreiniging wordt 'weggemengd' tot de kwaliteit van het te verhandelen afval op de secundaire grondstoffenmarkt aan de norm voldoet. De naïveteit van de afvalproducent die zijn afval kwijt moet en er veel voor moet betalen, werkt criminele praktijken in de hand. Veel bedrijven die zich van afval moeten ontdoen zijn niet van voorschriften op de hoogte en kunnen dus gemakkelijk 'geflest' worden. Fraude met subsidies komt onder andere voor bij de verwerking van autowrakken. De subsidie wordt toegekend op basis van het gewicht van het wrak. Goede onderdelen worden verwijderd. Het gemis aan kilo's dat daardoor ontstaat, wordt aangevuld uit autowrakken die illegaal vanuit het buitenland worden ingevoerd. Valsheid in geschrifte wordt bevorderd door het 'indrukwekkend papieren stelsel van interne milieuzorgsystemen, certificaten, rapportages en toelatingseisen dat door zelfregulering in talrijke branches op de afvalmarkt is ontstaan'. Een bedrijf dat zich niet aan de vergunningsvoorschriften houdt, moet zijn boekhouding aanpassen. Gemeentelijke stortplaatsen overtreden regels Omdat afvalverwijdering per provincie georganiseerd - met als gevolg verschillende regels en tarieven - "stroomt afval net zoals water naar het laagste punt". Alleen niet-verbrandbaar afval mag worden gestort. Omdat de tarieven voor storten voortdurend stijgen en die voor verbranding, in speciale installaties, naderen, ontstaat 'ontwijkingsgedrag', meestal richting buitenland. Het rapport noemt talrijke voorbeelden. Koelkasten en tv's gaan naar Oost-Europa. Oude autobanden naar Oost-Europa en Afrika. Bouw en sloopafval gaat illegaal de grens over naar België, net als puin dat aldaar in geluidswallen wordt verwerkt. Inzamelaars van gevaarlijk afval, dat verbrand moet worden, proberen de 'dure' AVR verwerking Rijnmond) te omzeilen en 'exporteren' naar buitenlandse cementovens. Ook nieuwe hoge kwaliteitseisen kunnen leiden tot afvalstromen naar het buitenland. In Nederland mogen alleen bedrijven met een zogenaamd STEK-certificaat koelinstallaties schoonmaken en repareren, wegens de voor koeling gebruikte cfk's die schadelijk zijn voor het milieu. Deze bedrijven zijn duurder dan concurrenten in België die niet aan STEK-eisen behoeven te voldoen. Omdat de kwaliteit van het afval veelal doorslaggevend is voor de verwerking, wordt er gesjoemeld met analyses van laboratoria die de kwaliteit moeten vaststellen. Laboratoria die onder de druk van de markt staan, kunnen zo worden betrokken bij het criminele proces. Een fout is gauw gemaakt en kan de afvalverwijderaar veel geld schelen. Ook met vergunningen, bijvoorbeeld voor export, en meldingssystemen wordt gerommeld, meestal wegens gebrek aan deugdelijke controle. Bij deze opsomming gaat het om activiteiten die zich afspelen 'tussen donkergrijs en lichtgrijs' op een zeer complexe markt, stelt Chris J. Dijkens, voormalig hoofd van het kernteam zware milieucriminaliteit. Hij noemt het onderzoek waardevol omdat de politie daarmee 'aan de voorkant van het probleem' komt en de aangedragen kennis van de markt 'preventie ten goede kan komen'. Verder is de provincie een centrale verantwoordelijkheid in het afvalbeleid toebedeeld. Maar in het kader van de ondernemende over ook als speler actief op de markt, net zoals de gemeenten.
Vast staat dat de petrochemische industrie zich jaarlijks moet ontdoen van vele tonnen giftig afval, waaronder arseenzuur en chroom VI. Waar gaat dat giftig afval heen?
Is het juist dat vanwege de Pikmeer-jurisprudentie overheden en de met die overheden bevriende bedrijven een bevoorrechte status hebben gekregen en staat voor niet bevriende bedrijven en burgers geen rechtsmiddel meer open.
Bron Katholiek Nieuwsblad 190104 Pamela Hemelrijk. De overheid is namelijk in 1986 een joint venture aangegaan met de
Nederlandse petrochemische industrie. “AVR Chemie BV”, heet dat bedrijf, en
de doelstelling luidt: “het op verantwoorde wijze verwerken en verwijderen van
chemische afvalstoffen”. De deelnemers in deze joint venture zijn: zeven
petrochemische bedrijven (AKZO, DSM, Dupont de Nemours, Hoechst, Hoogovens,
Shell, Unilever en Dow Chemical) alsmede: de Staat der Nederlanden, in casu het
ministerie van VROM (10 %),en de gemeente Rotterdam (45 %). De overheid heeft,
kortom, een meerderheidsbelang. Architect van deze constructie was indertijd
milieuminister Winsemius. Hij is trouwens tegenwoordig als “environmental
advisor” in dienst bij Dow Chemical. Beloning voor verleende diensten
wellicht, net als het Shell-commissariaat van Kok? Vast staat dat de
petrochemische industrie zich jaarlijks moet ontdoen van vele tonnen giftig
afval, waaronder arseenzuur en chroom VI. En dat afval hoefde na 1986 niet meer in kostbare deponieën te worden
opgeslagen; het mocht met winst worden verkocht aan de houtimpregneerindustrie.
Het werd een melkkoe, in plaats van een kostenpost. En 55 procent van die winst
verdween in de zakken van de Staat. De Staat verleende dus eigenlijk X vergunningen aan zichzelf. De overheid deinsde er voorts niet voor terug om
X te plegen: de verspreiding van arseenzuur is namelijk bij
bindende EG-verordening verboden. Om die verordening te ontduiken veranderde
staatssecretaris Simons van WVC indertijd in de toelatingsbeschikking van Super
Wolmanzout het woord “arseenzuur” in het onschuldiger “arseenpentoxide”.
Maar dankzij het Pikmeer II arrest van de Hoge Raad, dat de overheid immuun
heeft gemaakt tegen strafvervolging, zal hij hiervoor nooit meer strafrechtelijk
kunnen worden vervolgd. Kritiek van het gewone volk op giftig hout
wordt door de Staat in een geheime bespreking doorgenomen en systematisch
onderdrukt Bijlage J. Verslag bespreking, gehouden op 18
augustus 1992, op het parket 's-Hertogenbosch onder voorzitterschap van de
officier van Justitie mr. G. Bos (2 pagina's).
Toevalligerwijze ben ik in het bezit gekomen van het verslag van een geheime
bespreking, gehouden op 18 augustus 1992, op het parket te 's-Hertogenbosch
onder voorzitterschap van de officier van justitie mr. G. Bos. In betreffend
verslag staat letterlijk het volgende geschreven
Verslag van bespreking, gehouden op 18 augustus 1992, op het parket
te 's-Hertogenbosch.
Onderwerp: Situatie houtverwerkend bedrijf Gebr. van Aarle en
opstelling van de appellant dhr. A.M.L. van Rooij.
Aanwezigen:
officier van justitie, dhr. G. Bos (voorzitter)
het hoofd dhr. H. de Vries.
juridisch medewerker dhr. H. Artz.
hoofd algemene zaken dhr. V. Ditters.
wachtmeester I mevr. I. Valk en
burgemeester dhr. P. Schriek, Afwezig:
vanwege vakantie Provincie Noord-Brabant. projectleider
bodemsanering dhr. M. Kerstholt.
Korte samenvatting van de situatie.
In Sint-Oedenrode bevindt zich het houtverwerkend bedrijf van de
Gebr. van Aarle gelegen aan Ollandseweg 159-161. Tegen het bedrijf
in zijn algemeenheid en het impregneren in het bijzonder wordt
geageerd door A.M.L. van Rooij wonende aan 't Achterom 9a. Alle aanwezigen hebben hun persoonlijke ervaring inzake zijn
verbale agressie. Dhr. van Rooij is tot op heden slechts
gedeeltelijk, en dan vaak op ondergeschikte punten in het gelijk
gesteld. Momenteel stelt dhr. van Rooij dat de gevaarsaspecten van
het vrijkomende stoom niet onderzocht zijn en dat voor de
impregneerinstallatie een bouwvergunning vereist is. Het
impregneren volgens de huidige methodiek is een activiteit welke op
termijn verboden wordt. Momenteel is er geen verwerkingsmogelijkheid
voor geïmpregneerd (afval)hout. Op 14 augustus 1992 heeft de
Raad van State het verzoek om schorsing van de, door het college van
B. en W., verleende H.W.-vergunning verworpen waardoor deze
vergunning rechtsgeldig is.
De doelstelling van deze bijeenkomst is te komen tot afstemming.
Het bedrijf heeft nu de vereiste vergunning en zal op korte termijn
starten met het impregneren. Dhr. van Rooij zal proberen dit te
bestrijden.
Op pagina twee wordt een overzicht gegeven vindt gemaakte
afspraken. Op pagina drie treft u een adressenlijst, inclusief de
telefoonnummers van de contactpersonen, aan. Als bijlage is de
beschikking van de Raad van State van 14 augustus 1992 bij dit
verslag gevoegd.
De volgende afspraken zijn gemaakt:
Het waterschap gaat niet in op het verzoek om op te treden
tegen eventuele vervuiling van het oppervlaktewater veroorzaakt
door de stoom.
De gemeente richt een verzoek aan de milieu-inspectie inzake
onderzoeksresultaten naar de mogelijke gevaarsaspecten van het,
na het impregneren vrijkomende, stoom.
Op voorstel van dhr. de Vries zal door de burgemeester, een
medisch
milieukundige dhr. Jans om bijstand verzocht
worden. Dhr. Jans zal de persoonlijke gevolgen voor zowel de
familie van Rooij als voor de familie van Aarle gaan onderzoeken
om hier zo mogelijk aanbevelingen over te doen.
De Provincie zegt prioriteittoekenning toe inzake de
geconstateerde bodemvervuiling. Dhr Artz geeft daarbij ook de
knelpunten aan, om te komen tot een oplossing.
Dhr. Bos verzoekt om een afschrift van de H.W.-vergunning.
Tevens dringt hij aan om afschriften van controlerapporten op te
sturen naar de politie. Voorlopig wordt het bedrijf twee maal
per maand gecontroleerd, op termijn kan deze controlefrequentie
afnemen. In geval van constatering van strafbare feiten dient er
resoluut opgetreden te worden.
Indien dhr. van Rooij aangifte wenst te doen bij de Politie
neemt zij vervolgens voor instructies contact op met het O.M.
Namens het O.M. is dhr. van of dhr. Broere de contactpersoon.
Dhr. van Aarle (gemeente) zal de gebr. van Aarle erop attenderen
om in geval van bijzonderheden altijd en direct contact op te
nemen met gemeente en/of politie. Dhr. Ditters vermeld dat het
verzoek om woonvergunning is ingetrokken. mogelijk komt er op
termijn een nieuw verzoek om W.V.O.-vergunning.
Vanuit de gemeente wordt aangegeven dat het bedrijf
(voorlopig) hemelwater wat mogelijk verontreinigd is op moet
vangen omdat dit niet geloosd mag worden.
Indien sprake is van aanspannen van een kort geding tegen
Gebr. van Aarle en de gemeente wordt dhr. Bos hiervan in kennis
gesteld.
De aan dit overleg deelnemende instanties ontvangen een
afschrift van de uitspraak gedaan op 14 augustus door de Raad
van State.
Met de inhoud van bovengenoemd verslag is vast komen te staan dat op
initiatief van de milieuofficier van Justitie mr. G. Bos op 18 augustus 1992
op het Paleis van justitie de situatie rondom houtbewerkend bedrijf Gebr. van
Aarle B.V. en de opstelling van ondergetekende is besproken met de volgende
genodigden:
dhr. G. Bos, officier van justitie (voorzitter)
dhr. G. Broeren (parketsecretaris)
dhr. H. de Vries (milieu-inspecteur Noord Brabant)
Dhr. H. Artz (juridisch medewerker provincie Noord Brabant)
dhr. V. Ditters (hoofd algemene zaken waterschap De Dommel)
Mevr. I. Valk (wachtmeester rijkspolitie Sint
Oedenrode)
Dhr. M. Saris (wachtmeester rijkspolitie Sint
Oedenrode)
dhr. P. Schriek (CDA)(burgemeester van Sint
Oedenrode)
Mevr. H. van Dijk-Eerhart (CDA)(wethouder milieu van Sint
Oedenrode)
Dhr. C. Kerstholt (hoofd afdeling bouwen en milieu bij de gemeente Sint
Oedenrode )
Dhr. G. van Aarle (milieu technisch medewerker bij de gemeente Sint
Oedenrode). dhr. M. Kerstholt (projectleider bodemsanering voor het verontreinigde
bedrijventerrein van Gebr. van Aarle B.V. was afwezig). Deze M. Kerstholt is
een broer van C. Kerstholt hoofd af. bouwen en milieu bij de gemeente Sint
Oedenrode. Betreffend overleg heeft de officier van justitie mr. G. Bos in het
geheim georganiseerd zonder mij (A.M.L. van Rooij) hierover te hebben geïnformeerd
en zonder mij in de gelegenheid te hebben gesteld mijn weerwoord daarop te
geven. In die bespreking zijn diverse afspraken gemaakt waaronder de volgende:
Op voorstel van dhr. de Vries (milieu-inspecteur van VROM voor Noord
Brabant) zal door de burgemeester (P. Schriek) een medisch
milieukundige dhr. Jans om bijstand worden verzocht. Dhr.
Jans zal de persoonlijke gevolgen voor zowel de familie van
Rooij als voor de familie van Aarle gaan onderzoeken om hier zo mogelijk
aanbevelingen over te doen. Deze actie heeft de officier van justitie mr.
G. Bos toentertijd ondernomen in samenspanning met bovengenoemde personen.
Bijgevoegd vindt u verder het artikel "Burgemeester schakelt
vertrouwensarts in" uit het Eindhovens Dagblad van 1 september 1992 (zie
bijlage K). Ik verzoek u kennis te nemen van de inhoud en die inhoud hier als
herhaald en ingelast te beschouwen. Met die inhoud is vast komen te staan dat
burgemeester P. Schriek (CDA) vertrouwensarts
Henk Jans persoonlijk goed kende van zijn voorzitterschap van
de GGD in Breda.
Bijgevoegd vindt u verder de brief van 3 september 1992, nummer: Dir/MvB/SW/u92-4662,
van M.A.J.M. van Bakel, arts directeur GGD Stadsgewest Breda, de baas van Henk
Jans (zie bijlage L). Ik verzoek u kennis te nemen van de
inhoud en die inhoud hier als herhaald en ingelast te beschouwen. In die brief
schrijft de heer van Bakel letterlijk het volgende: De heer Jans heeft
geheel op eigen verantwoording, dus niet als functionaris van de GGD
Stadsgewest Breda deze actie ondernomen.
Hiermee is feitelijk vast komen te staan dat op initiatief van justitie (mr.
G. Bos) op verzoek van het ministerie van VROM (dr. H.A.M.A. de vries)
burgemeester P. Schriek (CDA) van Sint Oedenrode met misbruik van de naam
"GGD" zijn vriend Henk Jans
als vertrouwensarts op mij heeft afgestuurd. Dit alles onder
verantwoordelijkheid van de toentertijd aanwezige hoofdofficier van justitie.
Bovengenoemde samenspannende actie in het geheim georganiseerd en gecoördineerd
door de officier van justitie mr. G. Bos, zonder mij daarover te hebben geïnformeerd
of te hebben betrokken, kwam bij mij zeer bedreigend over. Toen ik via via in
november 1993 voor het eerst aan betreffend geheim verslag van 18 augustus
1992 ben gekomen, heb ik daarover op 28 november 1993 een brief gestuurd aan
deze officier van justitie mr. G. Bos met daarin een 8-tal vragen. (zie
bijlage M). Ik verzoek u kennis te nemen van de inhoud en die inhoud hier als
herhaald en ingelast te beschouwen.
Een vaststaand feit is dat mr. G. Bos tot op heden, al ruim 9 jaar,
weigert inhoudelijk te reageren op deze brief ondanks mijn vele verzoeken
daarom.
Toen ik op vrijdagavond 21 augustus 1992 omstreeks 20.30 uur hierover,
zonder enige vooraankondiging, telefonisch voor het eerst werd benaderd door Henk
Jans en de heer Jans mij vertelde dat hij vertrouwensarts was,
en in opdracht van burgemeester P. Schriek mij onder vier ogen wilde spreken,
schrok ik enorm. Toen hij vervolgens zei dat hij bevoegd is tot het inzien van
mijn medisch dossier bij mijn huisarts schrok ik nog meer. Naar aanleiding van
dat telefoongesprek heb ik dan ook prompt hierover op 25 augustus 1992 een
brief gestuurd aan Henk Jans,
medisch milieukundig arts, bij de GGD Noord Brabant/Zeeland. Bijgevoegd vindt
u dan ook mijn brief van 25 augustus 1992 aan H.W.A. Jans, arts medisch milieukundige Noord Brabant/Zeeland,
GGD Stadsgewest Breda (zie bijlage N) Ik verzoek u kennis te nemen van de
inhoud en die inhoud hier als herhaald en ingelast te beschouwen.
Een vaststaand feit is dat ook H.W.A. Jans
tot op heden, na
ruim 10 jaar, nog steeds niet heeft gereageerd op deze brief
ondanks mijn vele verzoeken daarom.
Bijgevoegd vindt u verder blz. 1 en 2 uit het rapport "Monitoring of
water vapour mist emissions from HIFIX treated timber" rapport nummer 92/HIFIX
2, van dr. D.A. Lewis van Hickson Garantor (zie bijlage O). Ik verzoek u
kennis te nemen van die inhoud en die inhoud hier als herhaald en ingelast te
beschouwen.
Uit die inhoud kunt u opmaken dat Hickson Garantor, de leverancier van het
bestrijdingsmiddel Superwolmanzout-Co, tezamen met dezelfde GGD-arts Henk Jans
achter hun bureau een rapport hebben geschreven dat vanuit het bedrijf Gebr.
van Aarle B.V. via de lucht geen arseen en chroom VI wordt geëmitteerd naar
buiten de inrichting. Dit rapport heeft ertoe geleid dat tot op heden ter
plaatse bij het houtimpregneerbedrijf gebr. van Aarle B.V. nog nooit
emissiemetingen van arseen en chroom VI (zwarte lijststoffen) lozingen naar de
lucht zijn verricht.
Bijgevoegd vindt u verder het voorblad en bijlage 8 uit het eindrapport
"Verkenning van preventietechnieken voor specifieke luchtemissies inzake
Weurt" van BECO Milieumanagement & Advies B.V. d.d. juni 1997"
(zie bijlage P). Ik verzoek u kennis te nemen van de inhoud en die inhoud hier
als herhaald en ingelast te beschouwen. Uit die inhoud kunt u opmaken dat
onderzoek bij houtimpregneerbedrijf Hickson Garantor B.V. te Nijmegen, waarvan
de Gebr. van Aarle B.V. het bestrijdingsmiddel Superwolmanzout-Co betrekt, en
die met hetzelfde HIFIX proces werkt, er wel degelijk flinke emissies van de
zwarte lijststoffen arseen en chroom VI naar de lucht plaatsvinden.
Met vorenstaande gegevens heb ik feitelijk bewezen dat
houtimpregneerbedrijf Gebr. van Aarle B.V. te Sint Oedenrode door de hierboven
genoemde X organisatie al ruim tien jaar lang wordt gebruikt als
dekmantelbedrijf. In die tien jaar tijd heeft de Gebr. van Aarle B.V. in het
totaal zo'n 56.500 kg. arseen (arseenzuur) en 79.000 kg. chroom VI (chroomtrioxide),
zijnde zwarte lijststoffen, op de in mijn aangifte van 1 oktober 1995 vermelde
wijze in water, bodem en lucht kunnen dumpen.
De Gebr. van Aarle B.V. overtreedt hiermee dan ook zeer nadrukkelijk al
ruim tien jaar lang artikel 173a van het Wetboek van Strafrecht waarvoor een
gevangenisstraf van 12-15 jaar staat of een geldboete van de vijfde categorie.
Met vorenstaande gegevens heb ik tevens feitelijk bewezen dat de officier
van justitie mr. G. Bos mede aan het hoofd staat van bovengenoemde X
organisatie die houtimpregneerbedrijf Gebr. van Aarle B.V., gebruiken als
dekmantelbedrijf. Deze mr. G. Bos heeft als zodanig moeten handelen in
opdracht van de hoofdofficier van justitie. Om die reden heeft de
hoofdofficier van justitie mr. R.W.M. Craemer mij bij brief van 19 december
2002 laten weten niet te willen overgaan tot een strafrechtelijk onderzoek
naar aanleiding van mijn aangifte van 11 oktober 1995 (is 1 oktober 1995). Als
reden daarvan geeft hij op dat hij aanneemt dat deze aangifte in een andere
procedure is meegenomen.
Met het op deze wijze wegwerken van mijn aangifte van 1 oktober 1995 poogt
mr. R.W.M. Craemer bewerkstelligt te krijgen dat de Gebr. van Aarle B.V.,
overeenkomstig de in mijn aangifte van 1 oktober 1995 beschreven wijze, kan
blijven doorgaan met het jaarlijks in het milieu (water, bodem en lucht)
brengen van zo'n 5650 kg. arseen (arseenzuur) en 7900 kg. chroom VI (chroomtrioxide),
zijnde zwarte lijststoffen. Hieruit kan geen andere conclusie worden getrokken
dan dat de hoofdofficier van justitie bij het arrondissementsparket
's-Hertogenbosch nog steeds aan het hoofd staat van een grote X organisatie
die houtimpregneerbedrijf Gebr. van Aarle B.V. gebruiken als dekmantel.
Ik richt aan u (het Gerechtshof) het nadrukkelijke verzoek om u door de
hierboven beschreven X organisatie, onder voorzitterschap van justitie zelf,
niet te laten beïnvloeden, mijn beklag tegen de in geding zijnde beslissing
d.d. 19 december 2002 van de hoofdofficier van justitie mr. R.W.M. Craemer
(zie bijlage A) gegrond te verklaren en te beslissen dat een onafhankelijk
officier van justitie tot strafrechtelijk onderzoek moet overgaan.
Tevens verzoek ik u mij hierover in ieder geval te horen en voor het
vaststellen van de datum van de hoorzitting rekening te houden met mijn drukke
agenda.
Bijlage:
Brief d.d. 19 december 2002, kenmerk: Kab.01/5068/93, van de
hoofdofficier van justitie, mr. R.W.M. Craemer, arrondissementsparket
's-Hertogenbosch (1 pagina)
Mijn aangetekend schrijven van 1 december 2002 aan de hoofdofficier van
justitie mr. R.W.M. Craemer bij het arrondissementsparket 's-Hertogenbosch
( 16 pagina's).
Het artikel "Bossche Justitie helpt misdaad" uit Kleintje
Muurkrant nr. 374, van 20 december 2002 (1 pagina).
Blz. 3 uit het rapport "Duurzaam hout, Goed fout" van oktober
1990 van voormalig 2e kamerlid R. Poppe van de S.P.
Brief van 10 augustus 1998 van voormalig 2e kamerlid Th.J.M. Hendriks
aan milieuminister J. Pronk van VROM (1 pagina).
Blz. 3, 52 t/m 55 uit het Indicatief Meerjarenprogramma Milieubeheer
1986 - 1990, 19204, nrs. 1-2 van de Tweede Kamer der Staten-Generaal (5
pagina's).
Brief d.d. 10 april 1996, nummer: 96/1807 HPK/HPK, van prof. Dr. J.S.M.
Boleij, secretaris van het College voor de Toelating van
Bestrijdingsmiddelen (5 pagina's).
Blz. 1 en 12 uit de Circulaire betreffende werkprogramma
milieumaatregelen bij houtimpregneerbedrijven van mei 1992 van J.G.M.
Alders, minister van VROM, met bijbehorende voorbrief van 20 mei 1992 van
ing. C.M. Moons (3 pagina's).
Brief van 19 augustus 1996, kenmerk: IBP96040460, van de minister van
VROM, Margaretha de Boer (1 pagina).
Verslag bespreking, gehouden op 18 augustus 1992, op het parket
's-Hertogenbosch onder voorzitterschap van de officier van Justitie mr. G.
Bos (2 pagina's).
Artikel "Burgemeester schakelt vertrouwensarts in" uit het
Eindhovens dagblad van 1 september 1992 (1 pagina).
De brief van 3 september 1992, nummer Dir/MvB/SW/u92-4662, van M.A.J.M.
van Bakel, arts directeur GGD, Stadsgewest Breda (1 pagina).
Mijn brief van 28 november 1993 aan de officier van Justitie mr. G. Bos
(3 pagina's).
Mijn brief van 25 augustus 1992 aan H.W.A. Jans Medisch Milieukundig
arts GGD-Breda (2 pagina's).
Blz. 1 en 2 uit het rapport "Monitoring of water vapour mist
emissions from HIFIX treated timber". Rapport nummer 92/HIFIX 2, van
dr. D.A. Lewis van Hickson Garantor (2 pagina's).
Voorblad en bijlage 8 uit het eindrapport "Verkenning van
preventietechnieken voor specifieke luchtemissies inzake Weurt" van
BECO Milieumanagement & Advies B.V. d.d. juni 1997" (3 pagina's). Burgemeester P. Schriek stuurde Henk Jans,
medisch milieukundig arts, bij de GGD Noord Brabant/Zeeland, op Ad van Rooij af Toen ik op vrijdagavond 21 augustus 1992 omstreeks 20.30 uur hierover, zonder
enige vooraankondiging, telefonisch voor het eerst werd benaderd door Henk
Jans en de heer Jans mij vertelde dat hij vertrouwensarts was,
en in opdracht van burgemeester P. Schriek mij onder vier ogen wilde spreken,
schrok ik enorm. Toen hij vervolgens zei dat hij bevoegd is tot het inzien van
mijn medisch dossier bij mijn huisarts schrok ik nog meer. Naar aanleiding van
dat telefoongesprek heb ik dan ook prompt hierover op 25 augustus 1992 een brief
gestuurd aan Henk Jans, medisch
milieukundig arts, bij de GGD Noord Brabant/Zeeland. Bijgevoegd vindt u dan ook
mijn brief van 25 augustus 1992 aan H.W.A. Jans,
arts medisch milieukundige Noord Brabant/Zeeland, GGD Stadsgewest Breda (zie
bijlage N) Ik verzoek u kennis te nemen van de inhoud en die inhoud hier als
herhaald en ingelast te beschouwen. Een vaststaand feit is dat ook H.W.A. Jans tot op heden, na ruim
10 jaar, nog steeds niet heeft gereageerd op deze brief ondanks
mijn vele verzoeken daarom.
GEMEENTE SINT-OEDENRODE
Paleis van justitie:
parketsecretaris dhr. G. Broeren;
Kabinetnummer S-011823191.
Milleu-inspectie Noord-Brabant:
Provincie Noord-Brabant:
Waterschap De Dommel:
Rijkspolitie Sint-Oedenrode:
wachtmeester I dhr. M. Saris.
Gemeente Sint-Oedenrode:
wethouder mevr. E. van Dijk-Eerhart.
hoofd afdeling B&M. dhr. C. Kerstholt.
milieutechnisch medewerker. dhr. G. van Aarle (notulist)
Een aantal van zijn bezwaarschriften worden onderschreven door
omwonenden. Dhr. van Rooij probeert bij alle mogelijke instanties
zijn gelijk te halen, en schuwt daarbij verbale agressie niet. De
minister en de ambtenaren van VROM reageren niet meer op de
argumenten van dhr. van Rooij.
Sector : Grondzaken
Afdeling : Bouwen & Milieu
2 september 1992
G. van Aarle
Kritiek van het gewone volk op een joint venture van de Staat wordt met enorme dwangsommen onderdrukt
Sector civiel recht
Zaaknummer/rolnummer 140423/KG
ZA 06-205
in de zaak van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
IBR
CONSULT B.V.,
Gevestigd te Haelen,
Eiseres,
Procureur mr. J.A.T.M. van Zinnicq Bergmann,
Advocaat mr. J.E.H.R. Vluggen te Kerkrade,
Tegen
1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
ECOLOGISCH KENNIS CENTRUM B.V.,
Gevestigd te Sint-Oedenrode,
Gedaagde sub 1,
Vertegenwoordigd door haar bestuurder A.M.L. VAN ROOIJ,
2. A.M.L. VAN ROOIJ,
wonende te Sint Oedenrode,
gedaagde sub 2,
verschenen in persoon.
Partijen zullen hierna IBR Consult en Van Rooij c.s. genoemd worden.
1.
De procedure
1.1.
Bij aanvang van de mondelinge
behandeling van dit kort geding op
23 mei 2006 hebben Van Rooij c.s. een wrakingsverzoek ingediend, waarna
de rechter, in afwachting van de beslissing op het wrakingsverzoek, de
behandeling van de zaak ter zitting heeft geschorst.
1.2.
De wrakingskamer heeft het
wrakingsverzoek van Van Rooij c.s. op diezelfde datum behandeld en mondeling
afgewezen, waarna de behandeling van de onderhavige zaak ter zitting is hervat.
1.3.
IBR Consult heeft in kort geding
gesteld en gevorderd zoals hierna verkort is weergegeven.
1.4.
De advocaat van IBR Consult heeft
de vordering ter terechtzitting toegelicht, mede aan de hand van de door hem
overgelegde pleitnotities met producties.
1.5.
Van Rooij c.s. hebben verweer
gevoerd, mee aan de hand van de door hen overgelegde pleitnotitie met
producties, waaronder een CD-ROM.
1.6.
Na gevoerd debat hebben partijen
vonnis gevraagd.
2.
De feiten (zijn geschoond)
2.1.
IBR Consult voert een onderneming
die zich bezighoudt met het verrichten van research naar hergebruik van
reststoffen, de ontwikkeling en productie van bindmiddelen en de verwerking van
reststoffen.
2.2.
Op enig moment heeft IBR Consult
geconstateerd dat op de internetsite van de Sociale Databank Nederland een
artikel met de volgende tekst stond vermeld: (---deel tekst weggelaten/geschoond---).
2.3.
IBR Consult heeft hierop de heer
Robert Kahlman (hierna: Kahlman) in kort geding gedagvaard voor de
voorzieningenrechter van de rechtbank te Alkmaar.
2.4.
Op 25 februari 2006 hebben Van
Rooij c.s. aan IBR Consult, een email doen toekomen (productie 5 van IBR
Consult; ter zitting volledig overgelegd) waarin onder meer het volgende is
opgenomen: (--------deel tekst weggelaten/geschoond ------).
2.5.
Het Ecologisch Kennis Centrum heeft
deze email tevens in kopie (cc) verzonden naar een aantal andere personen, een
aantal gemeenten en enkele plaatselijke politieke partijen.
2.6.
De voorzieningenrechter van de
rechtbank Alkmaar heeft bij vonnis van 9 maart 2006 Kahlman veroordeeld om het
in rechtsoverweging 2.2. bedoelde artikel van de internetsite van de Sociale
Databank Nederland te (doen) verwijderen en verwijderd te laten (--------deel
tekst weggelaten/geschoond ------), te staken en gestaakt te laten, op straffe
van verbeurte van een dwangsom van € 500,00 per dag voor iedere dag of
gedeelte daarvan dat Kahlman in gebreke blijft om aan die veroordelingen te
voldoen.
2.7.
Bij brief van 2 maart 2006 heeft de
raadsman van IBR Consult Van Rooij c.s. gesommeerd op geen enkele wijze jegens
IBR Consult beschuldigingen te uiten en te verspreiden.
De overige onder “De
feiten” geschreven tekst uit dit Vonnis in kort geding heb ik weggelaten
(geschoond) omdat met verspreiding van deze uiting per post, e-mail of
anderszins Van Rooij c.s. op grond van beslissing 5.1 en 5.2 uit dit Vonnis in
kort geding voor € 1.000,00 wordt veroordeeld vermeerderd met € 200,00 voor
iedere geadresseerde van een dergelijke uiting.
3.
Het geschil (is geschoond)
3.1.
IBR Consult vordert – samengevat
– bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:
1. Van Rooij c.s. te veroordelen om binnen twee
dagen na betekening van dit vonnis het geven van uiting aan beschuldigingen aan
het adres van IBR Consult te staken en gestaakt te houden;
2. Van Rooij c.s. te veroordelen om in
alle door haar benutte media een rectificatie te plaatsen, inhoudende dat al
hetgeen waarvan IBR Consult is beschuldigd dan wel “verdacht”, iedere
feitelijke grond ontbeert en benevens de waarheid is;
3. Van Rooij c.s. te veroordelen tot
betaling van een dwangsom van € 2.500,00 voor iedere dag of gedeelte daarvan
dat Van Rooij c.s. in gebreke blijft om aan dit vonnis te voldoen;
4.
Van Rooij c.s. te veroordelen in de
kosten van deze procedure.
3.2.
IBR Consult legt daaraan het
navolgende ten grondslag.
Van
Rooij c.s. hebben met de beschuldigingen jegens IBR Consult en het in groten
getale verspreiden van die beschuldigingen, onrechtmatig gehandeld jegens IBR
Consult. Zij hebben immers geen feiten en omstandigheden naar voren gebracht,
waaruit de juistheid van haar beweringen zou kunnen worden afgeleid. Aldus
hebben zij de grenzen van de vrijheid van meningsuiting op ontoelaatbare wijze
overschreden. Als gevolg van het handelen van Van Rooij c.s. leidt IBR Consult
schade.
3.3.
Het verweer van Van Rooij c.s. komt
zakelijk weergegeven op het volgende neer.
I.
Van Rooij in privé is geen partij
in dit geding, aangezien hij is gedagvaard in zijn hoedanigheid van directeur
van het Ecologisch Kennis Centrum B.V..
II.
De door Van Rooij c.s. gedane
uitlatingen zijn wel degelijk op waarheid gebaseerd. Uit het besluit van
burgemeester en wethouders van Haelen van 18 mei 2006 met als kenmerk GGZ/III/LJ/786
blijkt dat IBR Consult zes jaar lang laboratoriumproeven heeft gedaan zonder te
beschikken over de daarvoor vereiste milieuvergunning. Bovendien blijkt uit de
inhoud van het onderzoeksrapport van de arbeidsinspectie Roermond dat IBR
Consult zes jaar lang de Arbeidsomstandighedenwet heeft overtreden.
(--------deel tekst weggelaten/geschoond ------). Tenslotte is met het project
“Nieuw bindmiddel maakt sinteren overbodig” van SenterNovem komen vast te
staan dat IBR Consult voor het doen van deze laboratoriumproeven ten minste €
57.500,00 aan subsidie heeft ontvangen van het ministerie van Economische Zaken.
(--------deel tekst weggelaten/geschoond ------).
3.4.
Op de stellingen van partijen wordt
hierna, voor zover van belang nader ingegaan.
De overige onder “Het
geschil” geschreven tekst uit dit Vonnis in kort geding heb ik weggelaten
(geschoond) omdat met verspreiding van deze uiting per post, e-mail of
anderszins Van Rooij c.s. op grond van beslissing 5.1 en 5.2 uit dit Vonnis in
kort geding voor € 1.000,00 wordt veroordeeld vermeerderd met € 200,00 voor
iedere geadresseerde van een dergelijke uiting.
4.
De beoordeling (is geschoond)
Ad I.
4.1.
Weliswaar is in de dagvaarding ten
aanzien van Van Rooij een functie als directeur bij het Ecologisch Kennis
Centrum B.V. vermeld, maar nergens in die dagvaarding valt te lezen dat Van
Rooij slechts in enige hoedanigheid van de vennootschap is gedagvaard zodat de
dagvaarding moet worden geacht te zijn uitgebracht aan Van Rooij in privé. De
vorderingen richten zich tevens tegen hem.
Ad II.
4.2.
Ter beantwoording ligt de vraag
voor of Van Rooij c.s. met de door hen gedane (--------deel tekst
weggelaten/geschoond ------). Het recht op vrijheid van meningsuiting vindt zijn
begrenzing onder meer in de zorgvuldigheid en de betamelijkheid die in het
maatschappelijk verkeer jegens anderen in acht moet worden genomen. Bij de
beoordeling van de zorgvuldigheid en betamelijkheid dient het belang om niet te
worden blootgesteld aan lichtvaardige verdachtmakingen te worden afgewogen tegen
het belang dat misstanden die de samenleving raken niet mogen blijven
voortbestaan door gebrek aan bekendheid bij het publiek. Bij die
belangenafweging dient te worden gehecht aan de mate waarin de uitlatingen ten
tijde van de verspreiding ervan steun vonden in het op dat moment beschikbare
feitenmateriaal.
4.3.
Overwogen wordt dat IBR Consult de
door Van Rooij c.s. geuite beschuldigingen heeft weersproken, terwijl Van Rooij
c.s. hebben nagelaten ten tijde van de gedane uitlatingen aanwezige feiten en
omstandigheden naar voren te brengen waaruit de juistheid van de inhoud van die
uitlatingen zou kunnen worden afgeleid. De beide besluiten van burgemeester en
wethouders van Haelen, waarnaar Van Rooij c.s. verwijst, dateren van 18 mei
2006, derhalve van na de bedoelde uitlatingen. Van Rooij c.s. kunnen hun dan ook
niet op die besluiten hebben gebaseerd. Voorts
rechtvaardigt het kennelijke feit dat IBR Consult de Arbeidsomstandighedenwet
heeft overtreden nog niet de conclusie dat IBR Consult zich schuldig maakt aan
(--------deel tekst weggelaten/geschoond ------). Ook het kennelijke feit
dat IBR Consult voor de laboratoriumproeven subsidie heeft ontvangen
rechtvaardigt geenszins een dergelijke conclusie. Het moet er dan ook voor
worden gehouden dat bedoelde uitlatingen van (--------deel tekst
weggelaten/geschoond ------). De onrechtmatigheid van de uitlatingen van Van
Rooij c. s. is daarmee reeds gegeven.
4.4.
Een en ander leidt de rechter tot
de conclusie dat de vordering van IBR Consult onder 1 voor toewijzing gereed
ligt.
4.5.
(--------deel tekst
weggelaten/geschoond ------). Mitsdien zal de vordering onder 2. worden
afgewezen.
4.6.
De door IBR Consult ter versterking
van de sub 1 uitgesproken veroordeling gevraagde dwangsom zal worden toegewezen,
gelet op de aard van het gevorderde als na te melden en met dien verstande dat
deze zal worden beperkt en dat hieraan een matigingsbevoegdheid van de hierna te
melden inhoud en een maximum wordt verbonden.
4.7.
Ten aanzien van het verzoek van Van
Rooij c.s. om bij wege van dit vonnis IBR Consult te veroordelen (--------deel
tekst weggelaten/geschoond ------) de verkregen subsidiegelden terug te betalen
aan het van het ministerie van Economische Zaken,
zij opgemerkt dat Van Rooij c.s. te dien einde niet
middels procureurstelling een reconventionele vordering hebben ingesteld.
Reeds hierom is het verzoek van Van Rooij c.s. niet ontvankelijk, en moet het op
die grond worden afgewezen.
4.8.
Van Rooij c.s. zullen als de in het
ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld.
De overige onder “De
beoordeling” geschreven tekst uit dit Vonnis in kort geding heb ik weggelaten
(geschoond) omdat met verspreiding van deze uiting per post, e-mail of
anderszins Van Rooij c.s. op grond van beslissing 5.1 en 5.2 uit dit Vonnis in
kort geding voor € 1.000,00 wordt veroordeeld vermeerderd met € 200,00 voor
iedere geadresseerde van een dergelijke uiting.
5.
De beslissing
De voorzieningenrechter
5.1.
veroordeelt Van Rooij c.s. om
binnen twee dagen na betekening van dit vonnis het geven van uiting aan
beschuldigingen aan het adres van IBR Consult te staken en gestaakt te houden;
5.2.
veroordeelt Van Rooij c.s. tot
betaling van een dwangsom ten bedrage van € 5.000,00 voor iedere in punt 5.1.
bedoelde uiting op een internet-pagina, en van € 1.000,00 voor iedere dag dat
een dergelijke uiting voortduurt, en van € 1.000,00 voor iedere in punt 5.1.
bedoelde uiting per post, email of anderszins vermeerderd met € 200,00 voor
iedere geadresseerde van een dergelijke uiting, met dien verstande dat deze
dwangsom vatbaar zal zijn voor matiging door de rechter, voorzover handhaving
daarvan naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn
in aanmerking genomen de mate waarin aan het vonnis is voldaan, de ernst van de
overtreding en de mate van verwijtbaarheid van de overtreding, en zulks met een
maximum van €
5.3.
veroordeelt Van Rooij c.s. in de
proceskosten, aan de zijde van IBR Consult tot op heden begroot op EUR 1.140,32,
waarvan € 816,00 salaris procureur en € 324,32 verschotten;
5.4.
verklaart dit vonnis tot zover
uitvoerbaar bij voorraad;
5.5.
wijst het meer of anders gevorderde
af.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.H.W. Rullmann en in het openbaar uitgesproken op 6 juni 2006.
w.g. de griffier
w.g. de rechter
voor afschrift
De griffier van de rechtbank ’s-Hertogenbosch.
Het belang van het gebruik van juridisch juiste namen en de juridisch juiste status. Kunnen burgers in Nederland veroordeeld worden door het rechtersleger zonder dagvaarding? Het antwoord is ja!
Wolmanzout. Inleiding.
De groei van onze kankergroeieconomie had weer eens voorrang boven ons welzijn. "Ach, het leven gaat door", zullen velen zegen. Echter niet wanneer je kanker krijgt, dan staat het stil.
Het
Ecologisch Kennis Centrum B.V. betreft derhalve geen besloten vennootschap
waarbinnen A.M.L. van Rooij beperkte aansprakelijkheid heeft. Ondanks deze
wetenschap heeft voorzieningenrechter
In het begin van
de jaren tachtig had een 'genie' het idee om een zwaar giftig afvalprodukt van
ertssmelterijen, het zogeheten 'wolmanzout', aan te lengen en te gaan
gebruiken om daar hout mee te impregneren. Vóór die tijd betaalden
ertssmelterijen duizend gulden per ton (duizend kilo) om dit afval dat
arsenicum en chroom bevat af te laten voeren. Iedereen blij, tot aan de
milieuorganisaties aan toe... De import van tropisch hardhout zou zo
verminderd kunnen worden. Men was blij maar ook erg naïef, want de geleerde
die het rapport had opgemaakt over de giftigheid was ingehuurd door een
houtverwerkingsbedrijf. De overheid deed wat dit betreft geen eigen onderzoek
en is daarmee zwaar nalatig geweest.
Tot juni 1998 mogen bedrijven hout nog impregneren met wolmanzouten. Daarna is
het verboden. Zo werden er, vanaf 1980, in het gehele land schuttingen,
kinderspeeltuigen, schuurtjes en palen met een zwaar gif bewerkt. Gelukkig was
er iemand die niét sliep in Nederland. Zijn naam is Ad van Rooij en hij woont
met zijn gezin in St. Oedenrode. In 1980 begon een bedrijf op 100 meter van
hun huis, hout met wolmanzouten te impregneren. Bij dit proces kwamen er
gezellige stoomwolken vrij. Ad van Rooij stelde zich vragen en kwam al snel
tot de conclusie dat het grondig mis zat. Hij
voerde een proces. Dat werd door de rechter gesaboteerd. Zo kwam er een
volgend proces, er kwamen er tientallen, de rechtbanken dreigden verstopt te
raken. Men
wilde hem gek laten verklaren. Het gezin werd anoniem gebeld en bedreigd.
Gelukkig kreeg hij op een gegeven moment een milieu-organisatie aan zijn
zijde. Ook werd er een politieke partij wakker en kwamen er kamervragen die
dus uiteindelijk hebben geresulteerd in een verbod dat over vier maanden in
gaat. Dat dit verbod overigens zo laat pas van kracht wordt is omdat
bedrijfsbelangen niet te zeer geschaad mogen worden; dat kankerverhaal krijgen
we keer op keer te horen. Arsenicum en chroom zijn kankerverwekkend en kunnen
ook erfelijkheidsproblemen veroorzaken. Kinderen die op schommels zaten en
zitten zijn er mee in aanraking gekomen. Het hout loogt uit en het gif sijpelt
in de bodem en vermengt zich vanzelfsprekend met het water dat weer wordt
opgezogen door planten en onze groenten. Ook al komt er dus een verbod, het
probleem zal zich tot in lengte der jaren uitstrekken. Ook zet het verhaal
zich in een andere vorm voort. De zogenaamde groene energie-centrales willen
hun 'groene' stroom gaan opwekken door middel van het verstoken van
(afval)hout. En ongetwijfeld zal er in grote bulkpartijen hout zitten dat ooit
geïmpregneerd is met wolmanzout. Dat hout bevat nog voldoende arsenicum en
chroom om het op basis van door de overheid opgestelde normen als chemisch
afval te bestempelen. De rook uit de schoorsteen van de groene centrales bevat
dan dus arsenicum en chroom dat op onze hoofden zal neerdalen. Nu zeggen die
groene energiecentrales dat er strenge controles zullen worden uitgeoefend. Ad
van Rooij die inmiddels de Brabantse Milieu Federatie (BMF) aan zijn zijde
heeft, zegt dat die controles vrijwel onmogelijk zullen zijn. De directeur van
die groene centrales schijt ondertussen peulen; het gaat er op lijken dat hij
niet zomaar onbekommerd kan gaan stoken. Het
is terecht dat wij overheid en bedrijfsleven wantrouwen. In het onderhavige
zijn we jarenlang besodemietert geweest.
Ad van Rooij zet zijn strijd voort. Een strijd die een mooi voorbeeld is van
wat je als individu kunt bereiken als je maar hardnekkig bent en de moed niet
opgeeft. De bedrijfsbelangen mochten niet worden geschaad.
De groei van onze kankergroeieconomie had weer eens voorrang boven ons welzijn. "Ach, het leven gaat door", zullen velen zegen. Echter niet wanneer je kanker krijgt, dan staat het stil.
Wolmanzout. Gegevens uit het heden: Ad van Rooij zet zijn strijd NIET meer voort. (384)
De groei van onze kankergroeieconomie had weer eens voorrang boven ons welzijn. "Ach, het leven gaat door", zullen velen zegen. Echter niet wanneer je kanker krijgt, dan staat het stil.
Wednesday, June 14, 2006 12:01 AM, E-mail Ad van Rooij aan J. Hop.
Open e-mail met het nadrukkelijk verzoek deze e-mail binnen twee dagen naar alle mensen en alle rechtspersonen over de gehele wereld door te zenden met de nadrukkelijke eis hen allen per direct uitvoering te laten geven aan de hieronder beschreven sommatie van Van Rooij c.s.
Beste Mensen,
Ik wil iedereen bedanken voor het snel verwijderen van alles van mij en van mijn naam A.M.L. van Rooij en het Ecologisch Kennis Centrum BV. U allen zult het met mij eens moeten zijn dat ik daarmee het maximale heb gedaan wat in mijn vermogen ligt. Mocht ik ondanks dat toch nog meer moeten betalen als 2417,96 euro aan IBR (hetgeen ik vandaag overmaak) dan laat ik u allen oproepen als getuige waarin ook u voor de rechter verklaart dat ik het maximale heb gedaan wat in mijn vermogen ligt. Ik wil u allen vragen om mij per kerende e-mail schriftelijk te bevestigen om daarvoor te willen getuigen. Ik heb heel veel telefoontjes gehad van heel veel mensen die mij, mijn vrouw, kinderen en moeder hun steun betuigen. Mijn grote dank daarvoor.
Ik vertelde hen daarbij:
A.M.L. van Rooij privé is door IBR nooit gedagvaard en toch heeft voorzieningenrechter mr. Rullmann een vonnis in kort geding op A.M.L. van Rooij prive gewezen. Iedereen zegt, dit kan toch niet; dat is niet waar. Het is wel waar. Ik betaal dan ook gewoon die 1208,98 euro aan IBR waarvoor A.M.L van Rooij prive is veroordeeld door voorzieningenrechter mr. Rullmann.
Ik vertelde hen daarbij verder:
Als er geen griffierecht is betaalt moet door de rechter altijd tot niet ontvankelijk verklaring worden beslist. Ik zal u vertellen. Zowel het Ecologisch Kennis Centrum BV als wel A.M.L. van Rooij prive hebben voorafgaande aan het vonnis nooit een acceptgiro van de rechtbank Den Bosch ontvangen voor betaling van griffierecht. Er is om die reden nooit griffierecht (vast recht) betaald. Ook staat in het vonnis niet opgenomen dat alsnog griffierecht (vastrecht) zal moeten worden betaald. Het EKC en Van Rooij privé zullen om die reden nooit griffierecht (vast recht) betalen aan de rechtbank Den Bosch. De wet en vaste jurisprudentie van de rechtbanken, Raad van State en Hoge Raad schrijven voor dat voor de behandeling ter zitting griffierecht moet worden betaald. Voor A.M.L van Rooij en het Ecologisch Kennis Centrum B.V geldt dat kennelijk niet. Van Rooij zal als klokkenluider moeten bloeden; hoe dan ook. Mijn grote dank daarvoor aan voorzieningenrechter mr. Rullmann van de rechtbank Den Bosch. Rechter mr. Rullmann staat kennelijk ver boven de wet, recht en jurisprudentie.
Als de media en politiek hiermee niets doet dan zal ik mr. Rullmann vanaf heden erkennen als de machtigste persoon van de wereld waarvoor ik zal buigen en knielen, met een smeekbede of hij ervoor wil zorgen dat bij mij en mijn gezin niet nog meer geld en eigendommen worden afgenomen.
Oproep aan 16 miljoen Nederlanders:
Iedereen in Nederland die voortaan zonder betaling van griffierecht (vastrecht) rechtzaken behandeld wil hebben en in Vonnis uitgesproken wil hebben, kan van mij daarvoor gratis de onherroepelijke jurisprudentie krijgen. De Staat der Nederlanden gaat daarmee jaarlijks miljoenen euro's mislopen, maar dat is geen probleem. Morgen zal ik de hoofdofficier van justitie in Den Bosch sommeren om mijn e-mail a.vanrooij1@chello juridisch veilig te blokkeren, zodat die niet door anderen kan worden gebruikt om bij mij daarbij nog meer schade aan te richten. Bij betreffend sommatieverzoek zal ik een kopie van deze e-mail worden overlegd. Als de hoofdofficier van justitie in Den Bosch dat weigert zal ik u allen daarvan in kennis stellen en zal ik aan u allen vragen om mij daarmee te helpen.
Mijn grote dank voor uw aandacht en hulp,
Met vriendelijke groeten
Ecologisch
Kennis Centrum BV
Gevestigd
aan het adres
’t
Achterom 9a,
5491
XD Sint Oedenrode
(tel:
0413-490387)
(fax: 0413-490386)
A.M.L.
van Rooij
Wonende
op het adres
’t
Achterom 9a,
5491
XD Sint Oedenrode
(tel:
0413-490387)
(fax: 0413-490386)
Geen email reactie Hop op dit bericht.
Verwijs naar mijn bericht onderaan deze website J. Hop aan fam. Van rooij Vrijdag 9 juni 2006 11:54 uur
Open
e-mail met het nadrukkelijk verzoek deze e-mail binnen twee dagen naar alle
mensen en alle rechtspersonen over de gehele wereld door te zenden met de
nadrukkelijke eis hen allen per direct uitvoering te laten geven aan de
hieronder beschreven sommatie van Van Rooij c.s.
Sint
Oedenrode 6 juni 2006
Van:
1)
Ecologisch Kennis Centrum BV
Gevestigd
aan het adres
’t
Achterom 9a,
5491
XD Sint Oedenrode
(tel:
0413-490387)
(fax:
0413-490386)
2)
A.M.L.
van Rooij
Wonende
op het adres
’t
Achterom 9a,
5491
XD Sint Oedenrode
(tel:
0413-490387)
(fax:
0413-490386)
Bovengenoemde
2 rechtspersonen worden hierna Van Rooij c.s. genoemd.
Aan:
1)
Alle (16 miljoen) Nederlanders
2)
Alle
wereldburgers
3)
Alle
overheidsorganen en ministeries in Nederland en in de Wereld
4)
Alle politieke partijen in Nederland en in de wereld
5)
Alle
advocaten in Nederland en in de wereld
6)
Alle rechters van rechtbanken, alle raadsheren van Gerechtshoven, alle
staatsraden van Raad
van State en alle rechters van de Hoge Raad in Nederland en in de
wereld
7)
Alle
bedrijven in Nederland en in de wereld
8)
Alle banken, verzekeringsmaatschappijen, e.d. in Nederland en
9)
Alle
leden van het Koninklijk Huis in Nederland en van de overige
11)
Alle
staatshoofden in de wereld
12)
Alle media (internet, kranten, radio, TV etc) in Nederland en in de wereld
13)
Alle
hierboven nog niet genoemde rechtspersonen in de wereld.
Betreft:
Sommatie
naar aanleiding van het door voorzieningenrechter mr. J.H.W. Rullmann van de
rechtbank ’s-Hertogenbosch op 6 juni 2006 gewezen Vonnis in kort geding in
de zaak met als zaaknummer / rolnummer: 140423 / KG ZA 06-205
Geachte
heer en mevrouw,
Bijgesloten
(zie bijlage) en (zie
hieronder) vindt u een kopie van het op 6 juni 2006 door voorzieningenrechter
mr. J.H.W. Rullmann van de rechtbank ’s-Hertogenbosch gewezen
“geschoonde” Vonnis in kort geding, aangespannen door IBR Consult B.V. te
Haelen tegen het Ecologisch Kennis Centrum B.V. en A.M.L. van Rooij te Sint
Oedenrode.
Wij
verzoeken u kennis te nemen van de inhoud, die inhoud hier als herhaald en
ingelast te beschouwen en tevens aan u gericht.
Onder
de punten 5.1. en 5.2. van dat Vonnis in kort geding heeft
voorzieningenrechter mr. J.H.W. Rullmann van de rechtbank ’s-Hertogenbosch
op 6 juni 2006 letterlijk het volgende beslist:
5.1.
veroordeelt Van Rooij c.s. om binnen twee dagen na betekening van dit
vonnis het geven van uiting aan beschuldigingen aan het adres van IBR Consult
te staken en gestaakt te houden;
5.2. veroordeelt
Van Rooij c.s. tot betaling van een dwangsom ten bedrage van € 5.000,00 voor
iedere in punt 5.1. bedoelde uiting op een internet-pagina, en van €
1.000,00 voor iedere dag dat een dergelijke uiting voortduurt, en van €
1.000,00 voor iedere in punt 5.1. bedoelde uiting per post, email of
anderszins vermeerderd met € 200,00 voor iedere geadresseerde van een
dergelijke uiting, met dien verstande dat deze dwangsom vatbaar zal zijn voor
matiging door de rechter, voor zover handhaving daarvan naar maatstaven van
redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn in aanmerking genomen de
mate waarin aan het vonnis is voldaan, de ernst van de overtreding en de mate
van verwijtbaarheid van de overtreding, en zulks met een maximum van €
Dit
Vonnis in kort geding van voorzieningenrechter mr. J.H.W. Rullmann van de
rechtbank
Eerste
feitelijke gevolg:
IBR
Consult B.V. heeft op 30 maart
1)
Het Ecologisch Kennis Centrum B.V.
2)
A.M.L. van Rooij als bestuurder van het Ecologisch Kennis Centrum B.V.
De
bestuurder van het Ecologisch Kennis Centrum B.V. is Van Rooij Holding B.V.
De
aandeelhouder van Van Rooij Holding B.V. is Stichting Administratiekantoor van
Rooij Holding B.V.
Het
Ecologisch Kennis Centrum B.V. betreft derhalve geen besloten vennootschap
waarbinnen A.M.L. van Rooij beperkte aansprakelijkheid heeft. Ondanks deze
wetenschap heeft voorzieningenrechter
Tweede
feitelijke gevolg:
Van
Rooij c.s. mag na betekening de volledige tekst van het Vonnis in kort geding
niet per post, e-mail of anderszins aan u versturen omdat op grond van
beslissing 5.1 en 5.2 uit datzelfde Vonnis in kort geding Van Rooij c.s.
daarvoor wordt veroordeeld voor € 1.000,00 vermeerderd met € 200,00 voor
iedere geadresseerde van de daarin beschreven uiting. Om een dergelijke
veroordeling, die snel €50.000,00 zal bedragen, te voorkomen heeft van Rooij
c.s. het op 6 juni 2006 door voorzieningenrechter
mr. J.H.W. Rullmann gewezen Vonnis in kort geding geschoond.
Derde
feitelijke gevolg:
Van
Rooij c.s. moet binnen twee dagen na betekening van het Vonnis in kort geding
€ 5.000,00 voor iedere in punt 5.1. bedoelde uiting op een internet-pagina
betalen, vermeerderd met € 1.000,00 voor iedere dag dat dergelijke uiting
voortduurt. Daar bij Van Rooij c.s. onbekend is op welke internet-pagina’s
de namen van het Ecologisch Kennis Centrum B.V. en/ of A.M.L van Rooij, waar
ook in de wereld, op een volgens dit Vonnis in kort geding foute wijze in
verband zijn gebracht met IBR Consult B.V. ligt het niet in haar vermogen
daaraan uitvoering te geven. Om daaraan toch te kunnen voldoen heeft Van Rooij
c.s. de actieve hulp nodig van alle personen en rechtspersonen die deze e-mail
(fax) ontvangen. Van Rooij c.s. sommeert dan ook alle ontvangers van deze
e-mail (fax) ervoor te zorgen dat binnen twee dagen na betekening van het
Vonnis in kort geding over de gehele wereld alle internet-pagina’s zijn
verwijderd en verwijderd blijven, waarop Van Rooij c.s. ingevolge dit Vonnis
in kort geding kan worden veroordeeld tot betaling van € 5.000,00 voor
iedere in punt 5.1. bedoelde uiting op een internet-pagina, vermeerderd met
€ 1.000,00 voor iedere dag dat dergelijke uiting voortduurt. In geval u aan
deze sommatie niet tijdig gevolg geeft stelt Van Rooij c.s. u hierbij zeer
nadrukkelijk aansprakelijk voor alle door Van Rooij c.s. daaruit te lijden
schade.
Van
Rooij c.s. acht het van groot belang om dat in deze e-mail (fax) aan u hier
schriftelijk vast te leggen een wel met het oog op een tegen u allen te
starten strafrechtelijke procedure bij de Voorzitter van het College van
Procureurs-Generaal als door u aan deze sommatie geen uitvoering wordt
gegeven. In die strafaangifte zal een afschrift van deze e-mail (fax) worden
overlegd.
Vierde
feitelijke gevolg:
Met
bovengenoemd door voorzieningenrechter mr. J.H.W. Rullmann van de rechtbank
.
Vijfde
feitelijke gevolg:
Van
Rooij c.s. moet binnen twee dagen na betekening van het Vonnis ervoor zorgen
dat per post,
Zesde
feitelijke gevolg:
Met
bovengenoemd door voorzieningenrechter mr. J.H.W. Rullmann van de rechtbank
Zevende
feitelijke gevolg:
Op
grond van de inhoud van bovengenoemd 6-tal feitelijke gevolgen gaat Van
Rooij c.s. de hoofdofficier van Justitie mr. G.W. van der Burg van het
arrondissementsparket ’s-Hertogenbosch verzoeken, en zo nodig sommeren,
ervoor te zorgen dat zijn e-mail adres: a.vanrooij1@chello.nl
Achtste
feitelijke gevolg:
Omdat
de post en berichten die Van Rooij c.s. laat uitgaan door ieder persoon of
rechtspersoon, waar ook in de wereld, zodanig kunnen worden gewijzigd dat Van
Rooij c.s. ingevolge dit Vonnis in kort geding daarop kan worden veroordeeld
voor € 1.000,00 vermeerderd met € 200,00 voor iedere geadresseerde van de
daarin beschreven uiting laat Van Rooij c.s. enkel en alleen nog post en/of
andere berichten op papier uitgaan waarvan elke pagina is voorzien van een
handtekening of paraaf van Van
Rooij c.s. Mochten na vandaag, 8 juni 2006, nog brieven van Van Rooij
in omloop worden gebracht waarvan niet elke pagina is voorzien van een
handtekening of paraaf van Van Rooij c.s. dan is betreffend schriftelijk stuk
per definitie vervalst. Van Rooij c.s. zal in dat geval daarvan dan ook
onverwijld strafaangifte doen bij de Voorzitter van het College van
Procureurs-Generaal.
In
afwachting op uw hierboven verzochte schriftelijke bevestiging binnen twee
dagen na betekening van het Vonnis in kort geding door IBR Consult B.V. te
Haelen.
Ecologisch Kennis Centrum B.V A.M.L. van Rooij
Voor
deze,
Ing. A. M.L. van Rooij
directeur
Bijlage:
Dit
schrijven bevat als bijlage het
door voorzieningenrechter mr. J.H.W. Rullmann van de rechtbank
Epiloog
Tekst laatste email J. Hop aan familie van Rooij
Van J. Hop aan fam. Van rooij Vrijdag 9 juni 2006 11:54 uur
Onderwerp: Rullman vonnis inzake emailverkeer.
Beste Ad, andere familieleden van Rooij,
Hierbij stuur ik je/jullie een bevestiging dat ik geen emailverkeer meer naar je toestuur. Je emailadres en de laatste emailberichten zijn uit mijn computer verwijderd. Conform je wens heb ik het geschoonde vonnis tegen jou op internet gezet www.burojeugdzorg.nl/384.htm en op de website Censuur in Nederland verwerkt. Dit betekent dus dat na verzending van dit emailbericht Hop aan dit emailadres van de familie van Rooij alle volgende emailberichten van mij als vervalsingen aangemerkt dienen te worden. Met vriendelijke groet en sterkte toegewenst in deze voor gewone burgers steeds gevaarlijker wordende tijden.
J. Hop. Auteur website Censuur in Nederland
| s41052011 Stichting Lindenhout, Heijenoordseweg 1, 6813GG Arnhem | |
| 003 | Nienhuis/Leenders tegen Stichting Lindenhout geeft zicht op denk- en werkwijze die heerst bij de Stichting Lindenhout |
| 598 | Getuigschrift ouder(s) over medewerkers ZORGVERLENER inzake uitvoering van hulpverleningsdoelen in een HVP ZORGVERLENER |
| HVP | Startpagina HVP ZORGVERLENER |
| 641 | Bezwaarschrift tegen HVP Zorgverlener |
| 499 | Beroepschrift tegen BESLUIT NIET-ONTVANKELIJK bezwaarschrift HVP Zorgverlener |
| 177 | Woonruimte! Na uithuisplaatsing worden kinderen opgeslagen in kamertjes van paar vierkante meter zonder raam (Cel 12) |
| 585 | Woonruimte! Om nieuwe kindertehuizen snel te vullen met de benodigde kinderen wordt toegeschreven naar de conclusie |
| 424 | Woonruimte! Het schetsen van een beeld is een door de overheid aangereikte onorthodoxe methode is om een einde te maken aan de bewoning van recreatiewoningen blijkt als men de notitie onorthodoxe methodes van VROM leest. Het beeld hoeft niet te beantwoorden aan de werkelijkheid, het is al voldoende als men dit beeld uitdraagt. |
| 602 | Woonruimte! Jeugdzorg mag ouders VALS beschuldigen van ernstige kindermishandeling om kindertehuizen met kinderen te vullen |
| NBG | Nevenfuncties bestuurders gemeenten, commissies bezwaarschriften en leden van stembureaus |
| 380 | Het is organen van de overheid niet toegestaan leiding te geven aan verboden gedragingen! |
| 381 | Modelklacht tegen politie bij weigering om uw aangifte op te nemen met een verzoek om rechtsbescherming bij de burgemeester |
| 288 | Geld is Macht! Professor Daud: "De regentenstand speelt elkaar baantjes toe, parlement oefent nauwelijks controle uit |
| 217 | Geld is Macht! Geef mij de controle over de valuta van een natie en het maakt me niet meer uit wie de wetten maakt |
| 365 | De grootste grondtransactie in Nederland! Wie verdient hier het meeste geld aan en wie betaald hiervoor de rekening? |
| 400 | Geld is Macht! Is voedsel opgewarmd in een magnetron gezond? Indien ja, waarom babymelk niet opwarmen in een magnetron? |
| 544 | Geld is Macht! Beslissing op "bedenkingen" Hop tegen nieuwe milieuvergunning voor witvleeskalveren levert meer "bedenkingen" op |
| 375 | Geld is Macht! Welke familie(s) en bedrijven beheersen met hoeveel subsidies de markt rondom vleeskalveren in Nederland? |
| 401 | Geld is Macht! Waarom mogen boeren in Nederland geen gratis melk geven aan arme kinderen en moeten ze boetes betalen? |
| 253 | Geld is Macht! Is gentechnologie gevaarlijk voor kleine winkeliers/bakkers en boeren in arme landen die zelf hun voedsel verbouwen? |
| 181 | Geld is Macht! Ethische ondernemingen met smerige streken, denk eens na over "schone schijn" achter de PR? |
| 047 | Geld is Macht! Waarom deed de Raad voor de Kinderbescherming niets tegen giftig afval in houten speeltoestellen? |
| 282 | Geld is Macht! Systemen moet je altijd van binnenuit aanvallen! Henk Westbroek: "Een kleine druppel voel je niet" |
| 267 | Geld is Macht! CDA Minister Donner: "Iedere kritiek afzonderlijk is NIET gevaarlijk"! |
| 383 | Stemwijzer! Boycot de Raad voor de Kinderbescherming! STEM NIET OP CDA, Christen-Unie, SGP en VVD! Stem WEL op andere partij! |
| 290 | Drukwerk! Boycot de Raad voor de Kinderbescherming! Stuur al uw ongevraagd drukwerk DIRECT geweigerd retour! |
| 290 | Goede doelen! Boycot de Raad voor de Kinderbescherming! Geef geen geld aan collectes, andere (gesubsidieerde) goede doelen! |
| 070 | Boycot de Raad voor de Kinderbescherming! Weiger onderzoek door Raad voor de Kinderbescherming, hou ze buiten de deur! |
| 445 | Boycot de Raad voor de Kinderbescherming! Weiger onderzoek door Raad voor de Kinderbescherming, ga ook niet naar de RvdK! |
| 445 | Boycot de Raad voor de Kinderbescherming! Weiger telefoongesprekken met personeel RvdK! Gooi gelijk de hoorn op de haak! |
| 633 | Boycot de Raad voor de Kinderbescherming! Dien tegen ieder RvdK BESLUIT gelijk een bezwaarschrift in! |
| 459 | Boycot de Raad voor de Kinderbescherming! Annuleer uw abonnement op uw (gesubsidieerde) krant! Plaats ook GEEN advertenties! |
| 445 | Boycot de Raad voor de Kinderbescherming! Publiceer uw praktijkervaringen met personeel van de RvdK ook op internet! |
| 091 | Boycot de Raad voor de Kinderbescherming! Verzoek om gemeentegarantie vingerafdrukken bij nieuw paspoort of identiteitskaart! |
| 445 | Boycot de Raad voor de Kinderbescherming! Doe zelf mee met provinciale verkiezingen 2011 en verkiezingen gemeenteraad 2014! |
| PRO | De Raad voor de Kinderbescherming is een overbodig bestuursorgaan want er zijn nu ook Centra voor Jeugd en Gezin! |
CENSUUR
IN NEDERLAND ©
Groep
Hop
© Boycot RvdK
NBG
BSC
Modelbrief 91
Modelbrief 465
Oorlog op de Veluwe: (340) (425)
(459) (379)
Farizeeërs gesignaleerd!
Het verzet op internet begon op de Veluwe in 1997 (1)
(16) en daar waren ze bij de
rechtbank Zutphen niet zo blij mee. (12)
(95) (710)
(Wraking,
naam en nevenfuncties rechters)