CENSUUR EN ORGANISATIECRIMINALITEIT IN NEDERLAND ©

1997-2014+ Diepe minachting voor het structurele probleem in de Nederlandse rechtspraak te weten de weerzinwekkende partijdigheid voor de overheid.

Groep Hop wil de pensioengerechtigde leeftijd verlagen naar 60 jaar. Alle gemeente belastingen afschaffen. Improductieve bureaucratie aanpakken. Kinderbeschermingsmaatregelen na verzonnen verhalen is weerzinwekkende fraude. Ontvangen gelden dienen als heling te worden aangemerkt. Bekijk ons programma? Als u ook genaaid bent/wordt door voor de overheid steeds partijdige rechtspraak, gemeente, jeugdzorg, RvdK of UWV stel u verkiesbaar voor de verkiezingen gemeenteraad 2018. Praktijkvoorbeeld. Het jatten van de recreatiewoning van een 71+ jarige gehandicapte burger die VOOR 1996 zelf zijn recreatiewoning heeft (af)gebouwd en er voor 1996 ook woonde dat wordt door niemand ter discussie gesteld wordt door Hop als organisatiecriminaliteit gemeente Ermelo en zeer ernstige mishandeling van een gepensioneerde burger aangemerkt. Groep Hop is wel TEGEN de discriminatie van Nederlanders tov buitenlanders.

Stem TEGEN organisatiecriminaliteit bij de overheid! Stem VOOR Groep Hop. Dank u wel voor uw aandacht. J. Hop.

 

 

De Betere Krant van Ermelo

Nieuwsberichten uit het Ermelo, lees verder

 

Richtlijn voor de „onpartijdigheid van rechters”. Een citaat: „Een rechter zorgt er voor geen zaken te behandelen waarbij hij zodanig betrokken is dat zijn rechterlijke onpartijdigheid ter discussie zou kunnen komen te staan.”

Rechter maakt snoepreisje van ongeveer 2500 euro.” , Collega's verbijsterd .

Telegraaf, door Martijn Koolhoven  

AMSTERDAM - President Huub Willems (43) van de ondernemingskamer van het gerechtshof in Amsterdam heeft begin mei een snoepreisje gemaakt naar New York. Dit gebeurde op kosten van advocatenkantoor NautaDutilh, de huisadvocaten van ABN Amro. Op uitnodiging van NautaDutilh vloog Willems businessklas naar New York. Hij verbleef daar ťťn nacht in het exclusieve hotel Waldorf Astoria. Terwijl de ABN Amro-zaak waar hij als president nog over moest oordelen, nog liep, sprak hij in New York op een seminar van NautaDutilh over de rol van de aandeelhouders tegenover de directie van grote ondernemingen. Woordvoerster Margaret van Kempen van NautaDutilh: "Het is een zaak van hoffelijkheid dat als je iemand uitnodigt, je ůůk zijn ticket en zijn hotel betaalt", aldus Van Kempen. Het omstreden tripje vond plaats nog vůůrdat de president van de ondernemingskamer zijn geruchtmakende uitspraak deed in de zaak die de Vereniging van Effectenbezitters (VEB) had aangespannen om de verkoop van de Amerikaanse dochter van ABN Amro te voorkomen. Op 2 mei was Willems volgens NautaDutilh nog in New York, op 3 mei zette Willems een streep door de voorgenomen transactie van ruim 21 miljard euro. Hoewel de uitspraak van de ondernemingskamer niet gunstig uitpakte voor ABN Amro, nemen rechters en advocaten het Willems wel kwalijk dat hij het reisje aanpakte. Nieuwsbron Telegraaf  04 oktober 2007.

Telegraaf: door MARTIJN KOOLHOVEN
AMSTERDAM, vrijdag 5 oktober 2007. Slecht nieuws voor de rechters van het gerechtshof in Amsterdam: ze mogen geen snoepreisjes meer maken op kosten van derden, zoals de grote advocatenkantoren. Reizen mag nog wel, maar voortaan betaalt het hof de tripjes zelf. President Nico Schipper van het gerechtshof Amsterdam kwam gisteren met deze opmerkelijke verklaring nadat deze krant had onthuld dat president Huub Willems van de ondernemingskamer van het gerechtshof een snoepreisje had gemaakt op kosten van het grote advocatenkantoor NautaDutilh. Pikant omdat dit advocatenkantoor van oudsher de huisadvocaat is van ABN Amro. En juist in de overnamestrijd rond de bank moest Willems eerder dit jaar een salomonsoordeel vellen. Het aannemen van een tripje, betaald door ťťn van de partijen, lijkt een doodzonde voor een rechter. „Hij heeft zich op een glijdende schaal begeven waar je je als rechter helemaal niet op moet begeven”, zo oordeelt Micha Kat, al sinds jaar en dag de luis in de pels van de Nederlandse rechterlijke macht. Kat is ook de man achter de website klokkenluider.nl „Advocaten hebben maar ťťn belang: dat is de rechter inpakken. Daar hebben ze Šlles voor over. Willems is met NautaDutilh nog tijdens de behandeling van de zaak naar New York gereisd. Je weet niet wat er in New York is besproken over de ABN Amro-zaak. Een ongelooflijke timing. 2 mei was Willems met NautaDutilh in New York en 3 mei deed hij zijn uitspraak in de ABN Amro-zaak. Alleen al op basis van deze chronologie moet je als rechter denken: ik ben verkeerd bezig…” Kat was gisterochtend, vlak voor vertrek naar Londen, zů verbouwereerd toen hij De Telegraaf op Schiphol uit het schap pakte, dat hij de krant naar eigen zeggen vergat af te rekenen. Kat interviewde Willems verscheidende keren: „Een manische workaholic. Hij praat sneller dan iedereen denkt, het grenst aan het demonische. Ik ben verbijsterd dat het juist Willems betreft, want hij had zo’n goede pers…” Rechter Willems, hier tijdens de behandeling van de ABN Amrozaak, heeft ’nul spijt’, maar zegt zich na alle ophef niet nogmaals tot een dergelijke trip te laten verleiden. Met die goede pers zit het nu dus even tegen. De president van de ondernemingskamer wilde gisteravond alleen tegenover Nova kwijt ’nul spijt te hebben’ van zijn omstreden betaalde tripje naar New York. Zijn baas, president Nico Schipper reageerde ’s middags al gedecideerd: „Mr. Willems heeft deelgenomen aan een seminar te New York op kosten van het advocatenkantoor Nauta Dutilh”, aldus Schipper, die zegt dat hij „eind september 2007 een onderzoek” instelde nadat hij lucht had gekregen van het tripje. Schipper kwam toen tot de conclusie dat van „niet-integer handelen van mr. Willems geen sprake” is geweest. Schipper: „Wel acht ik het ongelukkig dat door de vergoeding van kosten door een advocatenkantoor een verkeerd beeld heeft kunnen ontstaan. Op dit punt is met mr. Willems een gedragslijn voor de toekomst afgesproken.” In Nova zei Willems ’s avonds het daarmee eens te zijn. „Ik kan mij erin vinden om het niet meer te doen,” aldus Willems. Als er zoveel gedoe over is, doe ik het niet meer. Ik meen dat dit soort dingen kan, en ik bestrijd dat ik niet integer zou hebben gehandeld.”  Woordvoerder Margaret van Kempen van NautaDutilth zegt alle ophef niet te begrijpen. „Je geeft geen vergoeding, maar betaalt de onkosten. Het gaat naar schatting om een bedrag van 2500 euro.”  De Raad voor de Rechtspraak zit behoorlijk met de zaak in de maag. Op zijn website staat de richtlijn voor de „onpartijdigheid van rechters”. Een citaat: „Een rechter zorgt er voor geen zaken te behandelen waarbij hij zodanig betrokken is dat zijn rechterlijke onpartijdigheid ter discussie zou kunnen komen te staan.”

 

 

Leidraad voor de onpartijdigheid van de rechterlijke macht tot stand gekomen in opdracht van de Nederlandse Vereniging voor Rechtspraak en de vergadering van presidenten van rechtbanken en appŤlcolleges

 

Onderwerpen op deze pagina:

 

Inleiding en kader

 

Doelstelling van de leidraad en de interne en externe werking ervan

 

Status en werkingssfeer van de leidraad

 

Definities

 

Uitgangspunten en aanbevelingen

 

Aanbeveling 1 Gezins- en familieverbanden

 

Aanbeveling 2 Kennissenkring

 

Aanbeveling 3 De nevenfuncties van de rechter zelf

 

Aanbeveling 4 De (neven)functies van de (vroegere) echtgeno(o)t(e), (ex)partner of nauwe bloed- en aanverwanten

 

Aanbeveling 5 De rechter-plaatsvervanger

 

Aanbeveling 6 De rechterlijk ambtenaar in opleiding (raio) die rechter-plaatsvervanger is

 

Aanbeveling 7 De voormalige werkkring

 

Aanbeveling 8 Eerdere bemoeienis met een zaak of met partijen

 

Aanbeveling 9 Aanbeveling aan de gerechten omtrent nadere afspraken

 

Aanbeveling 10 Aanbeveling aan de gerechten betreffende verdere bevordering van de onpartijdigheid

 

Terug naar boven

 

Inleiding en kader

 

 

 

In een rechtsstaat heeft een ieder recht op toegang tot een onpartijdige rechter. De onpartijdigheid van de rechter moet in iedere situatie boven elke twijfel verheven zijn. Het optreden van de rechter behoort deze eigenschap altijd te tonen.

 

 

 

Tegelijkertijd geldt dat niemand vrij is van persoonlijke opvattingen over bepaalde maatschappelijke, politieke en ethische kwesties. Dat geldt, nu van een rechter een behoorlijke mate van maatschappelijke betrokkenheid wordt verwacht, ook zeker voor de rechter. Zijn opdracht om onpartijdig te oordelen betekent dat hij zich van zijn persoonlijke opvattingen - met inbegrip van sympathieŽn en antipathieŽn - bewust is en tracht daarvan bij zijn professionele oordeel afstand te nemen.

 

 

 

Rechterlijk gedrag wordt op verschillende manieren getoetst. Een juridische toetsing is mogelijk door het aanwenden van rechtsmiddelen tegen rechterlijke uitspraken. Daarnaast bestaan er bij de gerechten interne klachtenregelingen betreffende het optreden van de rechter ter zitting. Ook kan het functioneren van een rechter onderwerp van gesprek zijn in het kader van personeelsbeleid. Voorts is er nog in het kader van een externe klachtenregeling de wettelijke toetsing door de Hoge Raad, die een rechter onder zeer bepaalde omstandigheden kan ontslaan.

 

 

 

In deze leidraad gaat het alleen om toetsing van de (on)partijdigheid van de rechter. Voor het begrip onpartijdigheid is in deze leidraad aangesloten bij hetgeen daaromtrent is overwogen in de uitspraken van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) van 24 mei 1989, NJ 1990, 627 (Hauschildt) en de Hoge Raad van 18 november 1997, NJ 1998, 244. Verder wordt verwezen naar de hierna gegeven omschrijving van onpartijdigheid

 

 

 

Toetsing van de onpartijdigheid van een bepaalde rechter kan leiden tot het niet behandelen van een zaak door deze rechter. Als deze toetsing door de rechter zelf gebeurt, kan dit leiden tot terugtrekking of een verzoek om zich te mogen verschonen. Bij toetsing door andere rechters op verzoek van een belanghebbende gaat het om wraking. Aangezien terugtrekking veruit het meest voorkomt en verschoning en wraking uitzonderingen zijn, is deze leidraad met name op terugtrekking gericht.

 

 

 

Deze leidraad beoogt - naast relevante bepalingen in de Grondwet, het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM), de Wet op de rechterlijke organisatie, de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren, de jurisprudentie van de Hoge Raad en het EHRM en de literatuur - houvast te verschaffen aan de rechter. De onpartijdigheid en integriteit van de rechtsprekende macht worden echter niet zozeer gewaarborgd door gedetailleerde regelgeving, maar vooral door het bewustzijn binnen de beroepsgroep. Deze leidraad bevat daarom geen sluitende regels voor alle gevallen, maar dient vooral om dit bewustzijn van onpartijdigheid te bevorderen.

 

Aanleiding voor het opstellen van deze leidraad zijn de discussie die er binnen de rechtsprekende macht omtrent integriteit, nevenfuncties en gedragscodes is ontstaan, het symposium "Voorkoming van schijn van partijdigheid" te Arnhem in 2000 en het op dit symposium gevolgde onderzoeksrapport van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) van 2002 "Schijn van partijdigheid rechters" (WODC 2002, 199).

 

 

Overigens wordt hierbij nog opgemerkt dat het onderzoeksrapport van het WODC als een van de meest aangevoerde redenen om te wraken klachten over "bejegening of behandeling van de zaak" noemt. Naast onder meer (vermeende) procedurefouten en de weigering een getuige te horen, gaat het in dat onderzoek ook om het optreden van de rechter ter zitting. Deze leidraad kan hiervoor onvoldoende aanknopingspunten bieden. Wat dat betreft ligt er een taak bij de gerechten zelf. Intervisie kan daarbij een belangrijk hulpmiddel zijn.

 

 

 

Bij het opstellen van de leidraad is gebruik gemaakt van de bij diverse gerechten reeds bestaande verschoningscodes, gedragsregels van het Openbaar Ministerie, advocatuur en notariaat. Daarnaast is kennis genomen van "The Bangalore Principles of Judicial Conduct" (vastgesteld op 25 en 26 november 2002), van de draft opinion "on the principles and rules governing judges" van de Consultative Council of European Judges (CCJE) (niet gepubliceerde versie van 14 november 2002) en de Aanbeveling inzake de afhandeling wrakingsverzoeken (gepubliceerd in Trema 2001, nr. 4, p. 184 e.v).

 

Terug naar boven

 

Doelstelling van de leidraad en de interne en externe werking ervan

 

 

 

Deze leidraad richt zich in eerste instantie tot de individuele rechter. De leidraad bestaat niet zozeer uit een aantal limitatief opgesomde, en overigens niet allesomvattende aanbevelingen, maar geeft met name een kader om te komen tot een gefundeerd oordeel in het individuele geval. De aanbevelingen 9 en 10 richten zich tot de gerechten om verdere discussie over het onderwerp te bevorderen.

 

De leidraad bevat aanbevelingen die moeten aanzetten tot permanente oplettendheid van rechter en gerecht om de rechterlijke onpartijdigheid te bewaken. Hij beoogt de rechter steeds te noodzaken zich af te vragen of zijn optreden ook daadwerkelijk bij de rechtzoekende en de samenleving het beeld van de onpartijdige rechter oproept. De leidraad streeft ernaar het onderkennen van dilemma's te bevorderen, dient uitgangspunt te zijn van een ťducation permanente en moet een stimulans zijn voor bewustzijn van integriteit. Kortom, de leidraad is een onderdeel van het permanente aandachtsgebied betreffende de verbetering van de kwaliteit van de rechtspraak.

 

 

 

Extern beoogt de leidraad de samenleving inzicht geven in het kader waarbinnen de rechter zijn afwegingen maakt en dient hij als externe verantwoording van rechterlijk gedrag. Als de rechter constant alert is op zijn specifieke staatsrechtelijke taak als onpartijdig en onafhankelijk overheidsrechter, kan de samenleving het vertrouwen hebben dat elke burger toegang heeft tot eerlijke procesvoering.

 

Terug naar boven

 

Status en werkingssfeer van de leidraad

 

 

 

De leidraad wordt onderschreven door de besturen van de gerechten in Nederland, de president van en de procureur-generaal bij de Hoge Raad, door de Nederlandse Vereniging voor Rechtspraak (NVvR) en door de Raad voor de Rechtspraak.

 

 

 

Een gerecht kan desgewenst aanvullingen op de leidraad maken die samenhangen met lokale afspraken of omstandigheden.

 

 

 

De leidraad bestaat uit een beperkt aantal aanbevelingen, aangevuld met een bijlage, bestaande uit een literatuurlijst, wetsartikelen, jurisprudentie en codes, die zijn bedoeld om richting te geven aan de verdere concrete invulling van onpartijdigheid. Zo kunnen de aanbevelingen de individuele rechter een hulpmiddel bieden bij de beoordeling van zijn (on)partijdigheid in een concrete zaak, waaronder de vraag of er aanleiding bestaat zich terug te trekken dan wel te verzoeken zich te mogen verschonen.

 

 

 

De aanbevelingen betreffen algemene uitgangspunten en vormen geen dwingende voorschriften. In de praktijk zullen zich situaties kunnen voordoen waarin de aanbevelingen niet voorzien.

 

Terug naar boven

 

Definities

 

 

 

Partijdigheid: het aanwezig zijn van uitzonderlijke omstandigheden die zwaarwegende aanwijzingen opleveren dat de rechter een vooringenomenheid koestert, althans dat de dienaangaande bestaande vrees objectief gerechtvaardigd is (HR 18 november 1997, NJ 1998, 244).

 

Ten aanzien van de wijze waarop dient te worden vastgesteld of sprake is van onpartijdigheid wordt verwezen naar een uitspraak van het EHRM van 24 mei 1989, NJ 1990, 627 (Hauschildt), waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen subjectieve en objectieve onpartijdigheid en waarin is vermeld:

 

 

 

"The existence of impartiality [...] must be determined according to a subjective test, that is on the basis of the personal conviction of a particular judge in a given case, and also according to an objective test, that is ascertaining whether the judge offered guarantees sufficient to exclude any legitimate doubt in this respect [...].

 

As to the subjective test [...] the personal impartiality of a judge must be presumed until there is proof to the contrary [...].

 

Under the objective test, it must be determined whether, quite apart from the judge's personal conduct, there are ascertainable facts which may raise doubts as to his impartiality. In this respect even appearances may be of a certain importance. What is at stake is the confidence which the courts in a democratic society must inspire in the public and above all, as far as criminal proceedings are concerned, in the accused. Accordingly, any judge in respect of whom there is a legitimate reason to fear a lack of impartiality must withdraw [...].

 

This implies that in deciding whether in a given case there is a legitimate reason to fear that a particular judge lacks impartiality, the standpoint of the accused is important but not decisive [...]. What is decisive is whether this fear can be held objectively justified."

 

 

 

Procespartijen: partijen (materiŽle en formele) bij een gerechtelijke procedure, voor zover zij niet behoren tot de hieronder aangegeven overige procesdeelnemers.

 

 

 

Overige procesdeelnemers: degene die beroepsmatig rechtsbijstand verleent, de officier van justitie, deskundigen, getuigen, deurwaarders, tolken en anderen - niet zijnde procespartijen - die beroepsmatig bij een rechterlijke procedure betrokken zijn.

 

 

 

In deze leidraad worden rechters en procureurs niet als procespartijen of overige procesdeelnemers aangemerkt.

 

 

 

Nevenfunctie: betrekking die een rechter buiten zijn ambt vervult.

 

 

 

Terugtrekken: de informele beslissing van een rechter de zaak niet zelf te behandelen op grond van feiten en omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.

 

 

 

Verschonen: de wettelijke mogelijkheid van een rechter te verzoeken zich te mogen onttrekken aan een bepaalde zaak, wegens feiten en omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden (artikelen 40 Rv, 517 Sv en 8:19 Awb).

 

 

 

Wraken: de wettelijke mogelijkheid van een partij te verzoeken dat een rechter de zaak niet (verder) beoordeelt, wegens feiten en omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden (artikelen 36 Rv, 512 Sv en 8:15 Awb).

 

 

 

In deze leidraad wordt, tenzij anders is aangegeven, onder rechter(-plaatsvervanger) tevens verstaan raadsheer(-plaatsvervanger). In dat geval wordt voor arrondissement ressort gelezen.

 

 

 

In deze leidraad wordt, tenzij anders is aangegeven, onder officier van justitie tevens verstaan advocaat-generaal. In dat geval wordt voor parket ressortsparket gelezen.

 

Terug naar boven

 

Toelichting

 

Partijdigheid kan zich onder meer voordoen bij een verstrengeling van belangen, een dreiging hiervan, beÔnvloeding van buitenaf of politieke of maatschappelijke vooringenomenheid.

 

Bij de vraag of sprake is van partijdigheid van een rechter is niet alleen de aard van de relatie van deze rechter met een procesdeelnemer van belang, maar speelt ook de mate waarin deze procesdeelnemer betrokken is bij een bepaalde zaak een rol van betekenis. De mate van betrokkenheid hangt af van de positie die een procesdeelnemer in een rechterlijke procedure inneemt. De (emotionele) betrokkenheid zal in het algemeen groter zijn bij procespartijen dan bij overige procesdeelnemers. De leidraad beoogt met de definiŽring van de begrippen procespartijen en overige procesdeelnemers hiermee rekening te houden. Een procespartij kan zowel een materiŽle als een formele partij zijn. Bij dit laatste is gedacht aan bijvoorbeeld de wettelijke vertegenwoordiger van een minderjarige.

 

Een officier van justitie is altijd beroepsmatig bij een zaak betrokken. Daardoor zal de desbetreffende officier van justitie voor wat betreft zijn (emotionele) betrokkenheid en daarmee voor wat betreft de vraag naar mogelijke partijdigheid kunnen worden gelijkgesteld met andere procesdeelnemers die beroepsmatig bij een rechterlijke procedure betrokken zijn. Dit is in de gebruikte definiŽring tot uitdrukking gebracht. Ook een advocaat die zijn cliŽnt in de procedure bijstaat, behoort tot de overige procesdeelnemers.

 

Ten aanzien van de procureur dient bedacht te worden dat hij in een rechterlijke procedure een bijzondere positie inneemt doordat hij geen inhoudelijke inbreng heeft. Daarom is de procureur geen procespartij of overige procesdeelnemer in de zin van deze leidraad.

 

Vertegenwoordigers van rechtspersonen zijn ook aan te merken als overige procesdeelnemers. Zie ook de toelichting onder aanbeveling 2.

 

Bedacht dient nog wel te worden dat sommige procesdeelnemers zowel procespartij als overige procesdeelnemer kunnen zijn. Gedacht kan hierbij worden aan de bewindvoerder en de curator die bij het afleggen van verantwoording zijn aan te merken als procespartij, terwijl zij bij hun overige taken veelal zullen worden aangemerkt als overige procesdeelnemer.

 

Bij de definitie van het begrip nevenfunctie is aangesloten bij artikel 44 van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren en het daarin opgenomen betrekkingenbegrip.

 

Terug naar boven

 

Uitgangspunten en aanbevelingen

 

 

 

Uitgangspunten

 

 

 

De rechter heeft, net als ieder ander, bepaalde opvattingen over maatschappelijke, politieke en ethische kwesties, die zijn verdere oordelen kunnen beÔnvloeden. Deze opvattingen kunnen deels samenhangen met: geslacht, ras, kleur, taal, godsdienst, politieke of andere mening, nationale of maatschappelijke afkomst, het behoren tot een nationale minderheid, vermogen, geboorte of andere status (vergelijk artikel 14 van het EVRM). Het bestaan van deze opvattingen is onvermijdelijk en hangt nauw samen met de vrij aanzienlijke mate van maatschappelijke betrokkenheid en geÔnteresseerdheid die noodzakelijk is om als rechter te kunnen functioneren.

 

 

 

Een rechter die zich van zijn persoonlijke opvattingen bewust is, zal in het algemeen in staat moeten zijn zich hiervan zodanig te distantiŽren dat deze opvattingen zijn onafhankelijkheid en onpartijdigheid, de essentialia voor een eerlijk proces, niet in de weg staan.

 

 

 

Het is de rechter zelf die in elke door hem te behandelen zaak waakt over zijn onpartijdigheid. Daarnaast hebben de gerechten middelen ter bevordering van een onpartijdige rechtspraak, zoals het indelen in kamers en het toedelen van zaken.

 

 

 

De rechter zorgt er voor ter zitting blijk te geven van een onpartijdige houding.

 

Terug naar boven

 

Aanbeveling 1 Gezins- en familieverbanden

 

 

 

De rechter zorgt er voor geen zaak te behandelen waarbij als procespartij en/of overige procesdeelnemer de (vroegere) echtgeno(o)t(e), (ex-)partner en/of nauwe bloed- en aanverwanten van de rechter betrokken is.

 

 

 

De rechter behandelt bij voorkeur geen zaken waarin ook zijn/haar (vroegere) echtgeno(o)t(e),

 

(ex-)partner en/of nauwe bloed- of aanverwant als rechter betrokken is of is geweest.

 

 

 

Toelichting

 

Niet nader ingevuld is wat nauwe bloed- en aanverwanten zijn. Dat kan immers voor iedereen anders liggen, afhankelijk van de aard en intensiviteit van de familierelatie. Bij nauwe bloed- of aanverwanten kan bijvoorbeeld gedacht worden aan (schoon)ouders of (pleeg/stief) kinderen.

 

De tweede zin ziet niet alleen op situaties waarin de (vroegere) echtgeno(o)t(e), (ex-)partner en/of nauwe bloed- of aanverwant in hetzelfde gerecht als rechter werkzaam is. Het wordt ook niet wenselijk geacht als de rechter zaken behandelt, waarbij de (vroegere) echtgeno(o)t(e), (ex-)partner en/of nauwe bloed- of aanverwant, die als rechter werkzaam is bij een ander gerecht, (inhoudelijk) betrokken is of is geweest. Gedacht kan daarbij bijvoorbeeld worden aan hoger beroepsinstanties.

 

Terug naar boven

 

Aanbeveling 2 Kennissenkring

 

 

 

De rechter zorgt er voor geen zaak te behandelen waarbij als procespartij iemand uit zijn persoonlijke en/of zakelijke kennissenkring betrokken is. (395)

 

 

 

Wanneer een overige procesdeelnemer behoort tot de persoonlijke of zakelijke kennissenkring van de rechter kan dit deze rechter noodzaken tot het niet behandelen van die zaak.

 

 

 

Toelichting

 

In deze aanbeveling is onderscheid gemaakt tussen procespartijen en overige procesdeelnemers.

 

Wanneer een overige procesdeelnemer behoort tot de persoonlijke of zakelijke kennissenkring van de rechter, kan dit onder omstandigheden de onpartijdigheid van de rechter in gevaar brengen. Dit is in elk geval voor de rechter een reden om zich telkens af te vragen of, gelet op zijn bekendheid met deze overige procesdeelnemer en de overige omstandigheden van de zaak, zijn onpartijdigheid in het geding kan komen. In dat geval zal dat voor de rechter een reden zijn om er zorg voor te dragen dat hij de betrokken zaak niet behandelt.

 

Aangezien een rechtspersoon geen natuurlijke persoon is zal een rechtspersoon nimmer tot de persoonlijke of zakelijke kennissenkring van de rechter behoren. Een rechtspersoon pleegt te worden vertegenwoordigd door een natuurlijke persoon. Deze is een overige procesdeelnemer, zodat daarvoor de tweede zin kan gelden. Een vertegenwoordiger van een rechtspersoon is soms bijna te vereenzelvigen met de rechtspersoon zelf (bijvoorbeeld de directeur). In die gevallen zal de rechter met gebruikmaking van de in de tweede zin geboden ruimte in het algemeen zelf besluiten de zaak niet te behandelen als de vertegenwoordiger tot zijn persoonlijke of zakelijke kennissenkring behoort. De aanbeveling biedt die ruimte.

 

Opgemerkt wordt nog dat de omstandigheid dat de officier van justitie veelal behoort tot de zakelijke kennissenkring van de rechter in het algemeen niet betekent dat de rechter geen zaken kan behandelen waarbij die officier van justitie betrokken is. Bijkomende omstandigheden kunnen dat echter anders maken. Gelet op de wettelijke regelingen staat deze aanbeveling een beoordeling van een wrakingsverzoek door een meervoudige kamer van het eigen gerecht niet in de weg.

 

Terug naar boven

 

Aanbeveling 3 De nevenfuncties van de rechter zelf

 

 

 

Een rechter zorgt er voor geen zaken te behandelen waarbij hij, uit hoofde van een nevenfunctie, zodanig betrokken is dat zijn rechterlijke onpartijdigheid ter discussie zou kunnen komen te staan. Onder nevenfuncties worden in ieder geval ook verstaan vroegere nevenfuncties die in de afgelopen drie jaar zijn vervuld.

 

 

 

De rechter zorgt er voor dat zijn nevenfuncties er niet toe leiden dat hij in verschillende instanties over dezelfde zaak oordeelt.

 

 

 

De rechter die een politieke nevenfunctie vervult, dient zich er immer van bewust te zijn dat dit zijn onpartijdigheid kan beÔnvloeden.

 

 

 

Toelichting:

 

Het bekleden van een nevenfunctie behoeft de onpartijdigheid van de rechter niet in de weg te staan. Het is de rechter zelf die dient te beoordelen of zijn onpartijdigheid in een concrete zaak door zijn nevenfunctie ter discussie kan komen te staan.

 

De tweede alinea van deze aanbeveling ziet onder meer op het lidmaatschap van een bezwaarschrift- of klachtencommissies in het arrondissement van het gerecht waar de rechter werkzaam is.

 

De in deze aanbeveling genoemde politieke nevenfuncties betreffen met name het lidmaatschap van Tweede of Eerste Kamer, van het bestuur van een politieke partij, de Provinciale Staten of gemeenteraad in het arrondissement waar recht wordt gesproken. Het kan in die gevallen noodzakelijk zijn dat die rechter een zaak niet behandelt.

 

Terug naar boven

 

Aanbeveling 4 De (neven)functies van de (vroegere) echtgeno(o)t(e), (ex)partner of nauwe bloed- en aanverwanten

 

 

 

Een (neven)functie van de (vroegere)echtgeno(o)t(e), (ex)partner of nauwe bloed- en aanverwanten van de rechter kan de onpartijdigheid van de rechter beÔnvloeden en kan deze rechter noodzaken tot het niet behandelen van een zaak.

 

 

 

De rechter die een partner of echtgeno(o)t(e) heeft die advocaat, deurwaarder of notaris is, of anderszins beroepsmatig rechtsbijstand verleent, zorgt er voor geen zaken te behandelen waarbij die partner of echtgeno(o)t(e) (144) (145) uit hoofde van zijn of haar functie betrokken is (geweest).

 

 

 

De rechter die een partner of echtgeno(o)t(e) heeft die officier van justitie is zorgt er voor geen zaken te behandelen van het parket waar die partner of echtgeno(o)t(e) werkt.

 

 

 

Bij zaken waarin een der procespartijen de werkgever of de werknemer is van de partner of echtgeno(o)t(e) van de rechter zal de rechter beoordelen of dit zijn rechterlijke onpartijdigheid zal kunnen schaden.

 

 

 

Toelichting

 

In de eerste zin is in zeer algemene bewoordingen tot uitdrukking gebracht dat de rechter ook bedacht moet zijn op mogelijke partijdigheid indien het (neven)functies van zijn vroegere echtgeno(o)t(e), ex-partner, of nauwe bloed- en aanverwanten betreft. Gelet op de algemene bewoordingen van de eerste zin is het niet noodzakelijk deze personen elders in deze aanbeveling opnieuw te noemen.

 

Met de tweede zin is niet alleen gedacht aan zaken die de echtgeno(o)t(e) of partner zelf onder zich heeft, maar ook aan zaken waarbij die echtgeno(o)t(e) of partner anderszins (inhoudelijk) betrokken is (geweest). Gedacht kan daarbij worden aan zaken waarover in een (werk)overleg inhoudelijk discussie is gevoerd. De rechter weet natuurlijk niet altijd - denk aan het beroepsgeheim - bij welke zaken zijn echtgeno(o)t(e) of partner betrokken is geweest. Duidelijk zal zijn dat de aanbeveling alleen betrekking kan hebben op de situatie waarin de rechter feitelijk op de hoogte is van de hiervoor genoemde betrokkenheid van zijn echtgeno(o)t(e) of partner.

 

De derde zin ziet uitdrukkelijk niet alleen op een rechter die werkzaam is in de strafsector. Ook in andere sectoren kan een strafdossier (zijdelings) aan de orde komen en ook in dat geval dient geen behandeling plaats te vinden door de rechter wiens echtgeno(o)t(e) of partner bij het desbetreffende parket werkt. In de derde zin wordt met parket gedoeld op het parket dat de zaak op dat moment feitelijk in behandeling heeft (een arrondissementsparket dan wel een ressortsparket). Heeft een raadsheer een echtgeno(o)t(e) of partner werken op een arrondissementsparket dan hoeft dat de raadsheer niet te weerhouden van het behandelen van appelzaken van dat arrondissementsparket, tenzij de eerste zin van de aanbeveling van toepassing is, dan wel ťťn van den andere aanbevelingen, zoals bijvoorbeeld aanbeveling 1.

 

De vierde zin brengt mee dat de rechter zijn onpartijdigheid zelf moet beoordelen. Daarbij speelt de positie die de partner in het bedrijf inneemt en de aard en omvang van dat bedrijf een belangrijke rol.

 

Terug naar boven

 

Aanbeveling 5 De rechter-plaatsvervanger

 

 

 

Voor de rechter-plaatsvervanger zijn de aanbevelingen 1, 2, 3, 4, 7 en 8 eveneens van toepassing.

 

 

 

De rechter-plaatsvervanger draagt er zorg voor geen zaken te behandelen waarbij hij uit hoofde van zijn hoofdfunctie betrokken is (geweest).

 

 

 

De rechter-plaatsvervanger die tevens advocaat is zorgt er voor geen zaken te behandelen waarin ťťn van zijn kantoorgenoten als zodanig optreedt dan wel heeft opgetreden.

 

 

 

De rechter-plaatsvervanger die tevens officier van justitie is (389), is niet werkzaam in de strafsector van de rechtbank waar zijn parket is gevestigd. Hij draagt er bovendien zorg voor geen zaken van het eigen parket te behandelen die in een andere sector van de rechtbank dienen.

 

 

 

Toelichting

 

Met deze aanbeveling wordt beoogd partijdigheid van een rechter-plaatsvervanger door eerdere of gelijktijdige bemoeienis met een bepaalde zaak vanuit de hoofdfunctie te voorkomen.

 

De indeling van rechters in de sectoren, en daarmee ook de indeling in een sector van de rechter-plaatsvervanger tevens officier van justitie, is uiteraard een zaak van het gerechtsbestuur. Uit een oogpunt van overzichtelijkheid is echter besloten dit punt in deze aanbeveling te regelen en niet in de aanbevelingen 9 en 10 die betrekking hebben op de verantwoordelijkheid van de gerechten.

 

Het begrip kantoorgenoten in de derde zin dient ruim te worden opgevat en omvat ook collega's van andere vestigingen. Niet ontkend kan immers worden dat de rechter-plaatsvervanger die advocaat is, belang heeft bij het handelen door of namens het advocatenkantoor waar hij zijn hoofdfunctie heeft. De derde zin heeft alleen betrekking op de rechter-plaatsvervanger die tevens advocaat is. Voor rechters-plaatsvervangers werkzaam bij de rijksoverheid of een groot bedrijf geldt deze zin niet. Voor hen geldt uiteraard wel de hoofdregel bij de uitgangspunten, inhoudende dat het de rechter zelf is die in elke door hem te behandelen zaak waakt over zijn onpartijdigheid. Daarnaast geldt vanzelfsprekend aanbeveling 2.

 

Verwezen wordt nog naar HR 30 juni 2000, NJ 2001, 316 en HR van 16 november 1999, NJ 2000, 335, die betrekking hebben op respectievelijk de rechter-plaatsvervanger tevens advocaat en de rechter-plaatsvervanger tevens officier van justitie.

 

Deze aanbeveling geldt ook voor de rechter-plaatsvervanger in opleiding.

 

Terug naar boven

 

Aanbeveling 6 De rechterlijk ambtenaar in opleiding (raio) die rechter-plaatsvervanger is

 

 

 

Voor de raio die rechter-plaatsvervanger is zijn de aanbevelingen 1, 2, 3, 4, 7 en 8 eveneens van toepassing.

 

 

 

De raio die rechter-plaatsvervanger is draagt er zorg voor tijdens zijn verdiepingsstage geen zaken te behandelen waarbij hij reeds op enigerlei wijze betrokken is geweest in het kader van zijn stage bij het parket.

 

 

Toelichting

 

Raio's dienen, gezien hun bijzondere rechtspositie en de inrichting van hun opleiding, apart te worden vermeld. Aangezien deze leidraad alleen betrekking heeft op rechters, rechters-plaatsvervangers daaronder begrepen, ziet deze aanbeveling uitsluitend op raio's die rechter-plaatsvervanger zijn.

 

De tweede zin zal met name van belang zijn bij een verdiepingsstage in de strafsector maar is hiertoe niet per definitie beperkt. Gedacht kan bijvoorbeeld ook worden aan het disciplinaire ambtenarenrecht (denk aan een zaak waarbij een leraar disciplinair wordt ontslagen wegens ontucht, terwijl diezelfde leraar vanwege deze ontucht ook strafrechtelijk is veroordeeld).

 

Voor raio's in de verdiepingsstage kan de buitenstage bij bijvoorbeeld een advocatenkantoor worden aangemerkt als de voormalige werkkring. Aanbeveling 7 is onder meer om die reden van overeenkomstige toepassing verklaard. Aanbeveling 7, tweede zin, belemmert de raio als zodanig niet nu deze aanbeveling slechts op de zaak zelf is toegespitst.

 

Terug naar boven

 

Aanbeveling 7 De voormalige werkkring

 

 

 

De rechter zorgt er voor geen zaken te behandelen waarbij hij uit hoofde van zijn vorige werkkring betrokken is geweest.

 

 

 

Wanneer als procespartij iemand optreedt die in een vorige werkkring van de rechter een cliŽnt van hem was, kan dit de rechter noodzaken tot het niet behandelen van die zaak.

 

 

 

Toelichting

 

Ongeacht de inhoud van de voormalige functie en ongeacht het tijdsverloop dient een rechter geen zaken te behandelen waarbij hij uit andere hoofde reeds (inhoudelijk) betrokken is geweest. Het kan hierbij gaan om voormalige eigen zaken, maar ook om bijvoorbeeld zaken van een voormalige collega die de desbetreffende zaak in een werkoverleg heeft besproken of om zaken waarin de rechter in het verleden beroepshalve anderszins een rol heeft gespeeld (bijv. als onafhankelijk deskundige).

 

De tweede zin bevat een meer open norm. Voormalige cliŽnten kunnen, maar hoeven niet noodzakelijkerwijs de onpartijdigheid van de rechter in de weg te staan. Veel zal afhangen van de aard van de desbetreffende relatie en de inmiddels verstreken tijdsduur.

 

Bedacht dient nog te worden dat ook cliŽnten van voormalige kantoorgenoten hun uitstraling kunnen hebben op de onpartijdigheid van de rechter. Van geval tot geval zal daarbij een afweging gemaakt dienen te worden.

 

Terug naar boven

 

Aanbeveling 8 Eerdere bemoeienis met een zaak of met partijen

 

 

 

De rechter dient zich er van bewust te zijn dat zijn onpartijdigheid ter discussie kan komen te staan vanwege zijn eerdere bemoeienis als rechter met een bepaalde zaak. Voorts kan de onpartijdigheid van de rechter worden beÔnvloed indien hij herhaaldelijk zaken van dezelfde procespartij(en) behandelt.

 

 

 

Toelichting

 

Als uitgangspunt geldt dat de enkele omstandigheid dat een rechter al eerder bemoeienis heeft gehad met een zaak, onvoldoende is om partijdigheid aan te nemen, maar bijkomende omstandigheden kunnen dit anders maken (HR 15 februari 2002, LJN AD4004 en EHRM 24 mei 1989, NJ 1990, 627 (Hauschildt).

 

Gelet op ABRS 17 februari 1998, JB 1998, 129 dient onder meer gekeken te worden naar het karakter en toepassingsbereik van de verschillende procedures. De ABRS acht het in dat verband niet bezwaarlijk dat een rechter meebeslist op een herzieningsverzoek gericht tegen de eerder mede door hemzelf gewezen uitspraak. Voorts acht de ABRS (16 maart 1999, JB 1999, 149) de rechterlijke onpartijdigheid niet geschaad indien eenzelfde rechter zowel in de bezwaarfase als in de beroepsfase een verzoek om voorlopige voorziening behandelt. Dat een rechter die eerder uitspraak heeft gedaan op een verzoek om voorlopige voorziening vervolgens uitspraak doet in de bodemprocedure wordt door de ABRS in de uitspraak van 22 oktober 1997, JB 1998, 260 echter ongewenst geacht.

 

De absolute competentieverdeling brengt mee dat sommige gerechten vaak te maken hebben met dezelfde procespartijen. De tweede zin van deze aanbeveling brengt uiteraard niet mee dat deze zaken niet (meer) behandeld kunnen worden.

 

Terug naar boven

 

Aanbeveling 9 Aanbeveling aan de gerechten omtrent nadere afspraken

 

 

 

Per gerecht kan er een aanvulling op deze leidraad bestaan met betrekking tot lokale afspraken of feitelijke omstandigheden. (395)

 

 

 

Toelichting

 

Dat naast de individuele rechter ook de gerechten zelf verantwoordelijk zijn voor onpartijdige rechtspraak wordt in de aanbevelingen 9 en 10 tot uitdrukking gebracht.

 

Met aanbeveling 9 wordt onder meer benadrukt dat het de gerechten vrij staat een regeling te treffen omtrent het indelen in kamers en het toedelen van zaken aan rechters.

 

Terug naar boven

 

Aanbeveling 10 Aanbeveling aan de gerechten betreffende verdere bevordering van de onpartijdigheid

 

 

 

De gerechten zorgen er voor dat met regelmaat aandacht wordt geschonken aan de rechterlijke onpartijdigheid in relatie tot deze leidraad en de eventueel daarop door de gerechten gemaakte aanvullingen.

 

 

 

De gerechten zorgen er voor dat de individuele rechters zich kunnen gedragen overeenkomstig de inhoud en strekking van deze leidraad.

 

 

 

Nieuw benoemde rechters worden geÔnformeerd over deze leidraad.

 

 

 

Toelichting

 

Aanbeveling 10 wijst, evenals aanbeveling 9, de gerechten op hun verantwoordelijkheid voor onpartijdige rechtspraak. Getracht is daarbij een evenwicht te vinden tussen de noodzaak om het punt van rechterlijke onpartijdigheid op de agenda te houden, de werkbelasting en ongewenste bureaucratie die dat met zich mee zou kunnen brengen.

 

In het gerechtsstatuut zou kunnen worden opgenomen dat aan de rechterlijke onpartijdigheid jaarlijks aandacht wordt geschonken.

 

Uiteraard worden met nieuw benoemde rechters ook nieuw benoemde rechters-plaatsvervangers bedoeld.

 

 

 

 

 

Aldus vastgesteld in maart 2004 door de Nederlandse Vereniging voor Rechtspraak en de presidentenvergadering.

 

 

 

De leidraad zal ook worden gepubliceerd op de internetsite Censuur in Nederland waar aan de hand van voorbeeld zaken het principe hoor en wederhoor wordt toegepast, een onderwerp is wat een beetje "gevoelig" ligt in de rechterlijke macht

 

De leidraad wordt twee jaar na de ingangsdatum daarvan geŽvalueerd.

 

Terug naar boven

 

* Deze leidraad is tot stand gekomen in opdracht van de Nederlandse Vereniging voor Rechtspraak en de vergadering van presidenten van rechtbanken en appŤlcolleges.

 

 

 

 

Minister van Justitie adviseert Hop te procederen tegen de rechters (210) als hij geen inzage kan krijgen in nevenfuncties

Minister van Justitie: "Door de activiteiten van Hop zijn de bijbanenregisters van rechterlijke ambtenaren beter gaan functioneren." Het gevaar! Rechters en officieren van justitie willen dat privť-gegevens over hun nevenfuncties van internet worden gehaald

De rechterlijke macht weigerde inzage in (verborgen) nevenfuncties te geven waarna de Minister van Justitie Hop adviseerde tegen de rechterlijke macht te procederen om inzage in (verborgen)  nevenfuncties te krijgen. Tweede Kamerlid Th.J.M. Hendriks steunde Hop door vragen te stellen in het Parlement over de tegenwerking van Hop bij inzage in de bijbanenregisters rechterlijke macht. De norm. Nederlandse Vereniging voor Rechtspraak: "In 1997 zorgde een site van ErmeloŽr Jan Hop met daarop informatie over nevenfuncties van rechters voor ophef. Zijn bijbanenregister is nog altijd online" Bron Nederlandse Vereniging voor Rechtspraak dinsdag 7 oktober 2003.

 

Klopt het proces-verbaal hoorzitting? Worden belangrijke uitspraken verdraaid weergegeven of uit PV weggelaten? (1)
619 Verzoek 619 om 1. CORRECTIE proces-verbaal hoorzitting 2. Correctie beschikking. NAMEN vertegenwoordigers jeugdzorg ontbreken!
263 Verzoek 263 om TOEZENDING proces-verbaal hoorzitting met als grondslag het doel, de eisen en functie van het proces-verbaal
384 Klacht naar President rechtbank over weigering afschrift proces-verbaal (PV) hoorzitting kinderrechter
614 Verzoek om CORRECTIE proces-verbaal hoorzitting met als grondslag het doel, de eisen en functie van het proces-verbaal
435 Kent u het doel, de eisen, functie van het proces-verbaal? Klopt de feitelijke chronologische weergave in het proces-verbaal?
226 Klopt de feitelijke chronologische weergave hoorzitting in het proces-verbaal na WRAKING (605) van een kinderrechter?
106 De zaak Hop. Kinderrechter mevrouw R.A.J. Mees had veel geel gestreepte passages te verbergen, weigerde inzage dossier
117 De zaak Hop. Klacht gegrond bij gerechtshof Arnhem over inzage dossier, griffier hoort wet te kennen!
078 De zaak Burhoven Jaspers. Rechtbank kan proces-verbaal hoorzitting Burhoven Jaspers niet vinden!
251 Jeugdzorg hetze tegen Hop in de strijd om openbaarmaking van contactjournaal gezinsvoogd en werkaantekeningen
363 Reclame Code Commissie probeert vitale uitspraak Rijksmuseum Amsterdam "Moeders zijn beter geschikt om leuke dingen met kinderen te doen dan vaders" (dossiernummer 05.0149) te verzwijgen om klacht van Hop ongegrond te kunnen verklaren.
267 Politiek en "onafhankelijke rechtspraak" in Nederland. Het verdwenen strafdossier in de zaak Khan bij de rechtbank Amsterdam.
587 Leenders/Nienhuis: " Gaarne ontvangen wij PV hoorzitting zodat wij EXACT weten wat er op de hoorzitting is gezegd"
STEM Stem NIET op CDA, PVDA, VVD en GroenLinks als het PV hoorzitting geweigerd aan u geweigerd wordt en/of niet deugt zodat problemen met PV hoorzittingen rechtersleger deze gevestigde politieke partijen gelijk stemmen gaat kosten en vraag iedereen die u kent hetzelfde te doen
   
Wraking (kinder)rechter wegens objectieve partijdigheid! Kinderrechters overleggen met jeugdzorg buiten hoorzitting om!
500 TO WHOM IT MAY CONCERN! Hop bewijst dat rechtbanken en jeugdzorg overleggen in welke zaak Hop procesvertegenwoordiger is!
653 1. Klacht naar President rechtbank geen ontvangstbevestiging binnen 14 dagen van ingeleverde procedure bij rechtbank
2. Klacht naar President rechtbank geen NAMEN RECHTERS in oproep vermeld
621 Het is essentieel een wrakingsverzoek van een rechter steeds in een hoger beroep op te nemen
435 Klopt de feitelijke chronologische weergave hoorzitting in het PV na WRAKING (605) van een rechter?
605 Wraking kinderrechter omdat de kinderrechter weigert op hoorzitting eerst op de VOORVRAGEN te beslissen
610 IDENTIFICATIEPLICHT RECHTER! Wraking rechter omdat de rechter weigert om haar/zijn naam te vertellen
611 Wraking KIR vertegenwoordiger BJZ/RVDK blijft voor/tijdens schorsing/na hoorzitting bij kinderrechter zitten
095 Hop bewijst dat KINDERRECHTERS in Nederland zijn KINDERRECHTERS, AANKLAGERS en BELANGHEBBENDEN
664 Hop bewijst dat KINDERRECHTERS buiten de hoorzitting om met jeugdzorg overleggen hoe op verweer met Hop beslist moet worden!
226 Hop bewijst dat KINDERRECHTERS buiten de hoorzitting om met jeugdzorg overleggen over in te dienen (NIEUWE) verzoekschriften
095 Hop bewijst dat KINDERRECHTERS in Nederland zijn KINDERRECHTERS, AANKLAGERS en BELANGHEBBENDEN
710

 

Rechter heeft geen vertrouwen in rechters rechtbank Zutphen! Een vice-president van de Zutphense rechtbank die door een Harderwijkse ondernemer is gewraakt, heeft op zijn beurt de wrakingskamer van de rechtbank gewraakt. De wrakingskamer bestond uit drie collega's, onder wie rechtbankpresident Gert Vrieze. Drie Almelose rechters komen donderdag naar Zutphen om dit tweede wrakingsverzoek te behandelen. Rechtzoekenden die hun rechter partijdig vinden, mogen via een wrakingsverzoek vragen om een andere rechter. De wrakingskamer, bestaande uit drie rechters, behandelt zo'n verzoek. In dit geval is faillissementsrechter R. van Valderen, tevens vice-president van de rechtbank, gewraakt door een ondernemer. Die had tijdens de faillissementszitting de indruk dat Van Valderen vooringenomen was. De ondernemer vond dat voor de zitting weinig tijd was uitgetrokken. Hij beschuldigde Van Valderen van partijdigheid; de rechter zou de aanvrager van het faillissement kennen. Dit wrakingsverzoek werd op 26 oktober jongstleden behandeld. Tijdens deze zitting beschuldigde Van Valderen zijn collega's van partijdigheid. Van deze zitting is geen verslag verschenen, omdat de zaak niet is afgerond. De rechtbankwoordvoerder wil niet inhoudelijk op de kwestie ingaan. Volgens het Reformatorisch Dagblad, dat met de ondernemer sprak, wilde Van Valderen geen openbare wrakingszitting, terwijl het wrakingsprotocol van de rechtbank dat wel voorschrijft. Ook protesteerde hij tegen het feit dat andere rechters in de wrakingskamer zaten dan was aangekondigd. Van Valderen was niet voor commentaar bereikbaar. "Voor zover wij weten is dit de eerste keer dat zoiets op de Zutphense rechtbank gebeurt", stelt een woordvoerder.
JH Wie is Jan Hop? Antwoord: Bekijk uitzending Omroep Gelderland start afspelen uitzending op 09:28 over wraken rechters
STEM Stem NIET op CDA, PVDA, VVD en GroenLinks als de NAAM van de RECHTER(S) niet in uw oproep hoorzitting staat vermeld zodat iedere oproep van het rechtersleger ZONDER NAAM van de RECHTER(S) deze gevestigde politieke partijen gelijk stemmen gaat kosten en vraag iedereen die u kent hetzelfde te doen
   
Bijbanenregisters nevenfuncties rechterlijke ambtenaren op internet sloeg in als een bom bij de rechterlijke macht
JH Wie is Jan Hop? Antwoord: Bekijk uitzending Omroep Gelderland start afspelen uitzending op 09:28 over wraken rechters
131 18 november 19997 De Telegraaf: "Rechters rechtbank Den Bosch willen juridische stappen tegen Hop Ermelo na publicatie van hun bijbaantjes op internet
610 Modelverzoek wraking van een rechter die haar/zijn naam NIET wil zeggen
006 Modelverzoek wraking leden en secretarissen bezwaarcommissie die hun/haar/zijn naam NIET wil zeggen
001 De zaak Hop gaf niet alleen zicht op onderonsjes tussen rechters en kinderbescherming maar ook op bijbaantjes van rechters
184 Bijbanenregisters nevenfuncties rechterlijke ambtenaren op internet sloeg in als een bom bij de rechterlijke macht
431 Lijst leden selectiecommissie rechterlijke macht met ingang van 24 mei 2007
008 Kamervragen over (mogelijke) belangenverstrengeling bij de Raad voor de Kinderbescherming in de zaak Hop
327 Zutphen, President Oostveen: Na inzage in het bijbanenregister is het recht van Hop om kritiek te geven uitgespeeld
469 Rechtbank Utrecht wist computerdata van Hop om bijbanengegevens rechters verborgen te kunnen houden
326 Grote schoonmaak begint in Arnhem, President D.J. van Dijk stelt zich krachtig op achter de Minister van Justitie
210 Minister van Justitie adviseert Hop te procederen tegen de rechters als hij geen inzage kan krijgen in nevenfuncties
328 Vragen Kamerlid Th.J.M. Hendriks aan Minister van Justitie over tegenwerking Hop bij inzage bijbanenregisters
329 Antwoord Minister van Justitie op kamervragen inzake tegenwerking van Hop bij inzage bijbanenregisters
049 Brief van het Ministerie van Justitie aan gerechten en parketten over het niet opgeven van nevenfuncties
353 De Nederlandse Vereniging voor Rechtspraak hecht aan een goede registratie volledig, eenduidig, actueel en toegankelijk
114 Nederlandse Vereniging voor Rechtspraak: "Rechters en Officieren van Justitie willen bijbanen gegevens verwijderen van internet
390 211004 President mr. Mr. H.A.E. Uniken Venema heeft een klacht van Hop over onvolledige opgave bijbanen gegrond verklaard
607 Rechtbank Zutphen heeft klacht van Hop over een verouderd register nevenfuncties rechterlijke macht gegrond verklaard
480 Leidraad voor onpartijdigheid rechterlijke macht door beroepsgroep zelf opgesteld
389 Project 389 Openbaar Ministerie. Juiste weergave gegevens OM over namen en (neven)functies met KB-informatie op internet
176 Nevenfuncties leden Eerste Kamer Staten-Generaal op internet
094 Nevenfuncties leden Tweede Kamer Staten-Generaal op internet 1999, 2006, 2007, 2008
GPH Project (bestuurlijke) nevenfuncties bestuurders Nederlandse gemeenten op internet
GEM Project (bestuurlijke) nevenfuncties gemeentesecretarissen Nederlandse gemeenten op internet
GRI Project (bestuurlijke) nevenfuncties griffiers Nederlandse gemeenten op internet
BSC Project (bestuurlijke) nevenfuncties leden en secretarissen bezwaarcommissies Nederlandse gemeenten op internet
102 Project (bestuurlijke) nevenfuncties leden en secretarissen bezwaarcommissies "jeugdzorg" op internet
STEM Stem NIET op CDA, PVDA, VVD en GroenLinks als u TEGEN de dubbelfuncties advocaat/rechter en/of OvJ/rechter bent zodat deze dubbelfuncties deze gevestigde politieke partijen gelijk stemmen gaat kosten en vraag iedereen die u kent hetzelfde te doen
   

top