Het gevaar! School, jeugdzorg & Big Brother is watching you! CDA-rechter en MvJ Donner wil nu de vrijheid om het doen en laten
van de hele bevolking vast te leggen. Donner acht het misplaatst en onverantwoord te zoeken naar de schuldigen in zaak Savannah!
1. Op de website "Openbaar Ministerie" wordt uitgegaan van "corruptie van coalities" tussen OM, school en "jeugdzorg" (101)
2. Waarbij (jeugdige) daders die kinderen in elkaar slaan steeds VRIJUIT kunnen gaan (581)
3. Om slachtoffers van dit soort mishandeling op te kunnen sluiten in een kindertehuis van een paar vierkante meter zonder raam (177)
4. De school de betrokken ouders van het slachtoffer VALS gaat beschuldigen van kindermishandeling tijdens groot overleg (575)
5. Zodat Christen-Unie Minister van Jeugd en Gezin meer geld aan "jeugdzorg" kan geven om burgers in de gaten te houden (RVDK)

Censuur in Nederland ©

Stockholmsyndroom

To whom it may concern

Project VERZOEK 465

Project VERZOEK 466

Project VERZOEK 102

Project BEZWAAR tegen Plan van Aanpak

Project BEZWAAR tegen HVP zorgverlener

Project LBIO

Project WRAKING

Project bonnenregen

Hoe leer ik zelf (WOB) procederen tegen bestuursorganen?
WOB VERZOEK, VERDAGING, BESLUIT, BEZWAARSCHRIFT VERDAGING, HOORZITTING, NIEUW BESLUIT, BEROEPSCHRIFT
Voorbeeld: Meekijken maar ook ZELF PROCEDEREN met J. Hop tegen
NIET KLANTVRIENDELIJKE GEMEENTEN

 

 

 

Deltaplan jeugdzorg wordt steeds gevaarlijker voor de kinderen van het gewone volk

1

BMJ NIEUWSBRIEF

12de jaargang

november 2006

 

NIEUWSBRIEF

Belangenvereniging Medewerkers bureau jeugdzorg en verwante instellingen voor jeugdbescherming en jeugdhulpverlening

Belangenvereniging voor Medewerkers bureau Jeugdzorg

Nieuwe Gracht 16, 2011 NE Haarlem

Tel.: 023 - 542 09 04, Fax: 023 - 542 07 14

E-mail: info@bmj.nl

Belangenvereniging voor Medewerkers bureau Jeugdzorg

B

M

J

Belangenvereniging voor Medewerkers bureau Jeugdzorg

B

M

J

Samenstelling Bestuur BMJ

Ton Moolenaar, voorzitter, werkzaam te Haarlem bij BJZ Noord Holland, afdeling Jeugdbescherming

Hilda de Jong, vice-voorzitter, werkzaam bij BJZ Groningen, afdeling Jeugdbescherming

Jacco Eshuis, secretaris, werkzaam te Amersfoort bij St. Gereformeerde Jeugdbescherming

Olga Ruitenberg, penningmeester, werkzaam te Amsterdam bij BJAA, afdeling Jeugdbescherming

Akkie Oving, lid, werkzaam bij BJZ Groningen, afdeling Jeugdreclassering

Bert Linders, lid, werkzaam bij BJZ Limburg, afdeling Jeugdreclassering

Roel Schriemer, lid, werkzaam bij BJZ Flevoland, afdeling Jeugdbescherming

Wim Kuiper, deeltijdlid, werkzaam bij de William Schrikkergroep, afdeling Jeugdbescherming

Lea van den Berg, lid, werkzaam bij Nidos, voogdij-instelling voor minderjarige asielzoekers

Jolanda van der Werff, lid, werkzaam te Amsterdam bij BJAA, afdeling de Toegang

Als nieuw bestuurslid is toegetreden: Mariëlle Janmaat, werkzaam bij de William Schrikkergroep, afdeling Jeugdbescherming

Van de Bestuurstafel

Wegens te drukke werkzaamheden moest Otje Raast oftewel Diny van Oosten (gezinsvoogd bij de William Schrikker Groep) ons verlaten. Wel zal zij nog voor onze Nieuwsbrief haar bekende column schrijven van wat Otje allemaal meemaakt. Diny: voor je inzet danken wij jou hartelijk. De ambulant hulpverlener Math Kraft van BJZ Limburg (Afd. de Toegang) heeft ons bestuur eveneens moeten verlaten wegens het niet kunnen combineren van zijn drukke werkzaamheden bij de Toegang en het bestuurswerk bij de BMJ. Ook voor zijn getoonde inzet zijn wij hem dankbaar. In het afgelopen jaar hebben wij als bestuur geworsteld met het enerzijds actief werken aan onze speerpunten en anderzijds het actief werven van nieuwe leden onder de vrijwillige hulpverlening. Een belangrijke oorzaak voor deze worsteling was het feit dat ook de bestuursleden het extreem druk met hun eigen werkzaamheden in het veld hadden/hebben. De toenemende bureaucratische handelingen laten hun sporen na. De verwachting is dat dit niet zomaar anders gaat worden, maar er gloort licht aan de horizon. Zo heeft Anne Braaksma (gepensioneerd gezinsvoogd, actief BMJ-lid en publicist) zich aangeboden voor allerlei hand- spandiensten, dank daarvoor. Hij zal in ieder geval de redactie van de Nieuwsbrief versterken met zijn deskundige blik op het werk binnen de jeugdhulpverlening in brede zin. Dan zijn wij hoopvol gestemd dat de uitkomsten van de Jeugdzorgbrigade gaat zorgen voor een vermindering van de bureaucratie binnen ons uitvoerend werk. Het werven van de ambulante hulpverleners om BMJ-lid te worden heeft nog geen vruchten afgeworpen. De acties die hiervoor her en der gevoerd zijn waren niet hoopvol: anders gezegd er kwam geen respons.

Wat betekent dit: weten zij nog niet wat wij voor hen kunnen betekenen of is het louter de bekende klaagcultuur?

Nieuwe initiatieven worden binnen de werkgroep ontwikkeld en worden gepresenteerd op de

jaarvergadering.

Tegen de tijd dat deze Nieuwsbrief verschijnt zijn de statuten en de naamswijziging officieel bij notariële

akte aangepast. Dus kom maar op!

De MO-groep bleef ook dit jaar een gesloten boek, er kwam wederom geen overleg tot stand.

Wel hebben we hen bij gelegenheid laten weten kritiek te hebben op het feit dat zij het geld voor de kwaliteitsverbetering

van de uitvoering van voogdijen (? 2 miljoen) in het Deltaplan hebben gestoken evenals

het geld voor de ziektekosten van pupillen wat mede de huidige problemen met de ziektekostenverzekering

veroorzaakt.

In het kader van de verkiezingen en het vertrek van veel kamerleden is er de noodzaak om weer te gaan

investeren in het achterhalen wie de woordvoerders zijn en daarmee een contact op te bouwen.

Tot slot: het BMJ bestuur heeft besloten om de werkwijze aan te passen aan onze overbelaste agenda.

2

3

Wij werken in deelgroepen verspreid over de volgende onderwerpen:

wachtlijstproblematiek; start hulp vanuit de toegang, vanuit AMK na melding en realisering geïndiceerde

zorg.

invoering deltaplan: gefaseerd, opleiding (wanneer en door wie), caseload inclusief voogdij?

nieuwe wet op de jeugdzorg en dan m.n. hoe, wanneer en door wie wordt er geëvalueerd + aanbevelingen

vanuit de Jeugdzorgbrigade.

Op de komende algemene ledenvergadering van 30 november as zullen we uiteenzetten wat dit opgeleverd

heeft. Tot dan!

Ton Moolenaar

B BOONN

€ o

..........................

Wooplaats: .........................................................................................

..........

V .......

1 NE Haarlem

Belangenvereniging voor Medewerkers bureau Jeugdzorg

B

M

J

4

AGENDA

11E ALGEMENE

LEDENVERGADERING VAN DE BMJ

PLAATS: MARCUSCENTRUM

Wijnesteinlaan 2, 3525 AL UTRECHT

Tel.: 030 – 2880302

DATUM: 30 NOVEMBER 2006

TIJD: 14.00 – 16.00 UUR

1. OPENING EN VASTSTELLING AGENDA

2. MEDEDELINGEN/BESTUURSMUTATIES

3. A/ALGEMEEN JAARVERSLAG 2006 (treft u elders in de

Nieuwsbrief aan)

B/FINANCIEEL JAARVERSLAG (wordt op de ALV uitgereikt)

C/VERSLAG EN VERKIEZING (NIEUWE) KASCOMMISSIE

4. PRESENTATIE WERKGROEPEN :

• wachtlijstproblematiek

• bureaucratisering

• deltaplan

PAUZE 15.00 – 15.15 UUR

• nieuwsbrief

• knelpunten

• PR

Na elke presentatie is er gelegenheid tot het stellen van vragen, het plaatsen van

opmerkingen en het geven van suggesties

5. RONDVRAAG

6. SLUITING OM 16.00 UUR

5

ROUTE-BESCHRIJVING

Adres: MARCUSCENTRUM

Wijnesteinlaan 2, 3525 AL Utrecht

Telefoon 030 - 288 03 02 - Fax 030 - 288 00 76

HOE KOMT U BIJ HET MARCUSCENTRUM?

Vanuit Amsterdam richting Arnhem later afrit 18 kiezen*

Vanuit ‘s Hertogenbosch richting Arnhem later afrit 18 kiezen*

Vanuit Den Haag/Rotterdam afrit 18 kiezen*

Vanuit Amersfoort richting Den Haag later afrit 18 kiezen*

Vanuit Breda richting Den Haag later afrit 18 kiezen*

*hier richting “Utrecht Oost” nemen en snel daarna afrit Lunetten/Hoograven.

MET OPENBAARVERVOER VANAF CENTRAALSTATION

buslijn 1 richting Lunetten, halte ‘t Goylaan

buslijn 6 richting Hoograven, halte Const. Erzeystraat.

6

Jaarverslag 2006

Gefiatteerd door de leden op de algemene ledenvergadering van 2005 is de BMJ uitgebreid tot een

Belangenvereniging voor Medewerkers in de Bureaus Jeugdzorg.

Gebaseerd op eerdere enthousiaste reacties uit het vrijwillig kader van de Bureaus Jeugdzorg, verwachtten wij enige

toestroom van leden uit deze sector. Helaas moet worden vastgesteld dat dit niet het geval is geweest. Hun “noden”

zijn bij ons bekend maar veel verder dan het benoemen van wat de problemen zijn, is het niet gekomen.

Als gevolg van de uitbreiding van onze belangenbehartiging zijn onze statuten dienovereenkomstig aangepast via

de notaris en hebben ons hernieuwd ingeschreven bij de Kamer van Koophandel.

Ook wij als bestuur kampten in ons werk met een grote werkdruk veroorzaakt door bureaucratie, indicatiestellingen

en wachtlijsten, waardoor wij minder tijd overhielden voor onze inzet in de BMJ.

Wat hebben we gedaan:

een bijdrage geleverd aan de projectgroep Beroepsvereniging en deelgenomen aan een overleg met de MO-groep

betreffende dit onderwerp. Uit de landelijk gehouden enquête t.a.v. dit onderwerp bleek dat de meerderheid van de

medewerkers de BMJ noemde als zijnde de partner waarbij aansluiting gezocht zou moeten worden. Daarbij speelde

de vraag wat wij als BMJ zouden kunnen betekenen hierin. Uiteraard hebben wij onze ervaringen kunnen geven

m.b.t. wat er bij komt kijken om een vereniging op te richten. Daarnaast hebben wij bij de MO-groep stevig bepleit

dat er een ruime compensatie moet komen voor de mensen die een dergelijke vereniging op poten willen gaan zetten.

Het laatste nieuws is dat de MO-groep aan het bekijken is of je een dergelijke beroepsvereniging onder kunt

brengen bij de NVMW; de overheid heeft duidelijk aangegeven dat zij niet met 100 clubjes apart wil onderhandelen

en pleit ervoor om zich te verenigen tot 1 club die alle pedagogische hulpverleners van Nederland afdekt.

Als BMJ hebben we in elk geval besloten om als belangenvereniging van medewerkers in de bureaus jeugdzorg te

blijven bestaan. Als er in de beroepsvereniging situaties ontstaan die tegen de belangen van onze medewerkers in

zouden gaan kunnen we ook dan hun belangen behartigen. Wel willen we zoeken naar waar we met elkaar kunnen

samenwerken.

Bij de MO-groep erop aangedrongen dat er een caseload van 15 moet komen. Dit deels samen met de ABVAKABO

gedaan.

Bij de toenmalige minister van Justitie, Mr. P.H. Donner, erop aangedrongen dat: er enerzijds duidelijkheid moet

komen m.b.t. tijdstip van invoeren Deltaplan en anderzijds erop toe te zien dat de geoormerkte gelden ook aan de

Deltamethodiek besteed gaan worden en de vereiste caseloadnorm van 15 ook daadwerkelijk ingevoerd en gehandhaafd

zal gaan worden. Ook hebben we bepleit dat er een visieontwikkeling komt voor voogdijzaken. Uit de

gesprekken met de projectmanagers van Beter Beschermd (Ministerie van Justitie) werd ons verzekerd dat middels

het Project Beter Beschermd er wel degelijk een visie op de voogdij komt en de financiering daarvan niet in gevaar

zal zijn. Afgesproken is namelijk dat de ? 2 miljoen die voor de verbetering van de uitvoering van de voogdijmaatregel

bestemd is, alleen voor het Deltaplan mag worden gebruikt als het Project ?Verbetering Voogdij? geen geld

kost en het Deltaplan meer kost dan beraamd. Aangezien dit allebei niet het geval is zal die ? 2 miljoen dus behouden

blijven voor de verbetering van de uitvoering van de voogdijmaatregel.. Daarbij hebben de Provincies de

opdracht gekregen erop toe te zien dat het geld voor het Deltaplan ook daadwerkelijk daaraan besteed gaat worden.

Uit het gesprek bleek tot onze verbijstering dat NIDOS + de MO-groep beiden hebben gezegd tevreden te zijn met

de caseloadhoogte van de voogdij; er hoefde wat hen betreft geen geld bij. Dat lijkt ons toch een vergissing, als je

alleen al bedenkt dat ook bij voogdijzaken continue bekeken moet worden of ouders nog een rol zouden kunnen spelen….

ons verdiept in de problematiek van de Jeugdhulpverlening: het ontbreken van een caseloadnorm en het feit dat

70% van de tijd opgaat aan niet-cliëntencontacten.

Wat staat ons nog te doen:

contacten opbouwen met het ministerie van VWS

uitzoeken wie de woordvoerders Jeugdhulpverlening en Jeugdbescherming in de Tweede Kamer worden en ook met

hen contacten opbouwen

nieuwe contactpersoon van de MO-groep en daarmee afspraken maken

het vergroten van het aantal leden in de sector Jeugdhulpverlening

erop toe te zien dat de implementatie van het Deltaplan op een verantwoorde wijze en zo eenduidig mogelijk voor

alle instellingen uitgevoerd wordt

Ton Moolenaar.

Voorzitter.

7

TERUG IN DE TIJD

In 1975 kon een uithuisplaatsing, snel en effectief, in één dag geregeld worden.

De gezinsvoogd wordt gebeld door de moeder van zijn pupil over de onhoudbare situatie thuis. Hij

vindt een uithuisplaatsing noodzakelijk en hij belt daarover met de kinderrechter. De kinderrechter, goed

op de hoogte van de situatie, geeft groen licht voor de uithuisplaatsing. Vervolgens belt de gezinsvoogd

met een tehuis waarvan hij weet dat er plaats is. ( In die tijd waren er geen wachtlijsten er was plaats.)

Diezelfde middag kan hij zijn pupil plaatsen. De volgende dag stuurt hij een rapport van één A4-tje aan

de kinderrechter met een verklaring van moeder en kind dat zij instemmen met de plaatsing. Bureau kinderrechter

verstuurt de dossierstukken noodzakelijk voor de plaatsing en de gezinsvoogd gaat over tot de

orde van de dag.

In 2006 kost een uithuisplaatsing veel papierwerk, veel gedoe, en duurt het een half

jaar.

De gezinsvoogd wordt gebeld door de moeder van zijn pupil over de onhoudbare situatie thuis. Hij

bespreekt dit intern en krijgt groen ligt voor een uithuisplaatsing. Vervolgens is hij actief met een indicatiestelling

en met rapportage aan de kinderrechter voor een machtiging uithuisplaatsing. Het maken hiervan

is ongeveer 4 uur werk. Voor verzending van de stukken is de gezinsvoogd zelf verantwoordelijk.

Na twee weken is er een zitting en wordt de uithuisplaatsing uitgesproken en geeft de kinderrechter een

machtiging uithuisplaatsing af. Vervolgens krijgt hij ook groen ligt voor de indicatiestelling maar er is

een wachtlijst van een half jaar. De gezinsvoogd mag verzinnen hoe hij dat half jaar overbrugt.

Met de procedures van de uithuisplaatsing zoals dit nu in 2006 gebeurt, is alles er veel beter op geworden.

Zegt men. Ik twijfel daarover. Zo twijfel ik ook over alle andere verbeteringen van de nieuwe tijd.

Ik denk aan de invulling van de vragenlijst sociaal pedagogische situatie VSPS. Het maken van de indicatiestelling,

de te uitvoerige rapportage drie keer per jaar, het bijhouden van het contactjournaal, het

maken van beschikkingen en verzoekschriften, het kopiëren en versturen van stukken, de vele overlegsituaties.

Ongetwijfeld heb ik hier nog een aantal bureaucratische eisen vergeten. De lezer kan die zelf

invullen. Het effect is bekend. De gezinsvoogd die hulp verleent en beschikbaar is voor het gezin is niet

meer. Hij is een bureau- figuur achter de computer. En wat vreemder is: hij lijkt het ook prima te vinden.

Het puzzelt mij hoe het komt dat de gezinsvoogd niet in opstand komt. Dat hij niet de power kan vinden

om nee te zeggen tegen zijn oneigenlijke taken en dat hij het ambacht waarvoor hij gekozen heeft opeist.

Het ambacht van het bijstaan van kinderen die in de knel zitten en daarvoor doen wat nodig is.

Vroeger ging niet alles beter. Dat is onzin. Maar als je kijkt hoe eenvoudig, goed en efficiënt een aantal

dingen geregeld waren kun je wel leren van de geschiedenis.

Anne Braaksma oud gezinsvoogd.

8

Biedt supervisie en coaching op maat.

Vanuit een ruime ervaring in het werken

binnen de jeugdbescherming.

- Met humor en relativeringsvermogen.

- Gericht op de persoonlijke ontwikkeling.

- En het vergroten van de expertise.

- Lid LVSB

Scheepmakersdijk 19, 2011 AS Haarlem

T 023 5387221/ M 06 27014754

E m.blokker@apanto.net/ www.apanto.net

Ik weet niet hoe het u vergaat, maar ik word er zo langzamerhand

doodziek van:

Kinderen die je niet kunt plaatsen in pleeggezinnen: of er

is geen geld om pleegzorgwerkers aan te stellen en/of er

zijn geen pleeggezinnen.

Of de provincie zegt: wij accepteren geen buitenregionale

plaatsingen, alleen als het netwerkpleeggezinnen zijn

(Friesland) willen we wel kijken of we capaciteit kunnen

inzetten.

In de LVG sector? Probeer maar eens een kind te plaatsen

in Groot Emaus te Ermelo: wachttijd 1 tot 1? jaar!

In een besloten of gesloten behandelsetting?

Als het “een beetje meezit” duurt het ongeveer een half

jaar en wat je in die tussentijd moet…zoek het maar uit

jeugdbeschermer!!!

In de tussentijd intensief ambulant inschakelen? Vergeet

het, leuk idee maar niet direct inzetbaar. Dus dan zelf

maar wat doen, dat kan eigenlijk niet want wij zijn volgens

de overheid geen hulpverleners, hoe staat het dan

intussen met de risicotaxatie als er niemand in het gezin

komt?

Trouwens: hoe staat het daar überhaupt mee, na de verschrikkelijke

“Savannah” zaak werd er veel geroepen dat

risicotaxatie nodig was (en terecht): bij hoeveel instellingen

is dat ook daadwerkelijk ingevoerd?

M.a.w.: hoeveel kinderen (en in 2e instantie dus de

jeugdbeschermers) lopen er nog risico?

Een andere consequentie van wachtlijsten is dat intussen

je indicatiestelling verloopt.

Nu we het daar toch over hebben: ook al woont een kind

al jaren in een (perspectief biedend) pleeggezin (en dat

ook nog jaren zal blijven doen): elk jaar zul je weer je

herindicatie moeten maken. Wat is de zin hiervan?

Wachtlijsten bij de Bureaus Jeugdzorg zelf: het is een

schande maar het is er wel; er is meer geld verkregen

voor de aanpak hiervan: er worden nieuwe werkers aangesteld

dus zijn de wachtlijsten zogenaamd weg. Dat is

natuurlijk niet zo, de zittende werkers krijgen er gewoon

zaken bij, dat is onder andere omdat nieuwe werkers niet

meteen volledig inzetbaar zijn maar voor de buitenwereld

en de politiek. is het “opgelost”.

M.b.t. een ander speerpunt van ons, nl. Bureaucratie

ontving ik van de voorzitter van Phorza

(=Beroepsorganisatie voor sociale, (ortho)pedagogische

en hulpverlenende functies), dhr. Ed Oudejans, informatie

wat hij vanuit een rapport “Bewijzen van goede

dienstverlening” van de Wetenschappelijke Raad voor

het Regeringsbeleid (WRR) had gehaald en wat ik van

harte kan onderschrijven.

Een kort citaat daaruit:

“Beleidsmakers, politiek en overheid voorop moeten

hun beheersbehoefte die tot veel en mogelijk soms ook

onnodige bureaucratie leidt eens laten varen en vertrouwen

durven stellen in de personen en capaciteiten van de

beroepskrachten.

In wat de WRR een bestuurlijke boedelscheiding noemt

zijn beleidsontwikkeling en uitvoering van elkaar

gescheiden.

Beleidsontwikkeling gaat over van alles maar niet over

uitvoering!!

Eén van de gevolgen is dat verschillende belangen,

taken, eisen en behoeften onvoldoende op elkaar aansluiten

of elkaar tegenwerken waardoor feitelijke dienstverlening

en dus de dienstverlener en dus de cliënt, in de

knel komt.”

Waarvan acte!

Dit is informatie waar wij als BMJ wat mee kunnen richting

overheid, het gaat te ver om het hele rapport hier

weer te geven, maar de kabinetsreactie op dit rapport is

in te zien op:

http://www.wrr.nl/content.jsp?objectid=3338

Ton Moolenaar

Wachtlijsten.

9

Jeugdreclassering in de praktijk

Itensieve Traject Begeleiding, heeft de maatregel nou ook

daadwerkelijk effect?

Zoals ik in de vorige editie heb geschreven ben ik zelf erg

enthousiast over de methodiek van ITB en is mijn werkplezier

hierdoor verhoogd. Maar goed, het programma is

niet bedoeld om de werknemer blij te maken maar om de

beoogde doelgroep op het goede pad te houden of te brengen.

Om deze reden heb ik, na een tip, gezocht op het internet

om te kijken of er eigenlijk ook iets is gedaan aan onderzoek

op dit gebied. Zo waar, op de site van het

Wetenschappelijk Onderzoek en Documentatiecentrum

heb ik een samenvatting gevonden van een evaluatie van

Intensieve Traject Begeleiding.

(Uitgevoerd door: Bijl, B., Beenker, L.G.M., Baardewijk,

Y. van Plaats van uitgave: Duivendrecht

Uitgever: PI Research jaar, 2005)

ITB harde kern biedt jongeren een individuele begeleiding

die is afgestemd op de specifieke situatie waarin zij

zich bevinden en op hun persoonlijke geschiedenis en

vaardigheden. Aanvankelijk heeft de jeugdreclasseringwerker

een strikte controlerende taak. Ook de politie

speelt een rol in de (intensieve) controle op gemaakte

afspraken. De jeugdreclasseringwerker meet zich gaandeweg

een steeds meer ondersteunende rol aan. Zijn aanpak

is gestoeld op een cognitief gedragsmatige benadering,

waarin de training van sociale- en cognitieve vaardigheden

een belangrijk onderdeel uitmaakt. Naast interventies die

op jongeren zijn gericht , worden hun ouders (zoveel als

mogelijk) bij de begeleiding betrokken. De contacten met

de ouders hebben tot doel de opvoedingssituatie en het

ouderlijk gezag te herstellen en eventuele andere problemen

in de thuissituatie op te lossen. Verder zijn de activiteiten

van de jeugdreclasseringwerker gericht op de

opbouw van het netwerken en randvoorwaarden, die

bevorderen dat instellingen die met de jongere te maken

hebben beter in staat raken om hen te begeleiden of

‘binnenboord’ te houden. Tot slot biedt ITB harde kern

ruimte om in het kader van de begeleiding (indien

gewenst) aandacht te schenken aan materiële en/of immateriële

schade ten gevolge van het gepleegde delict, en

waar mogelijk te herstellen (‘herstelbemiddeling’).

Bij ITB-CRIEM wordt de begeleiding individueel en op

maat geboden. De begeleiding bestaat uit een cognitief

gedragsmatige training, waarbij naast de ontwikkelingstaken,

die voor alle adolescenten gelden, ook aandacht

wordt besteedt aan de extra ‘taak’ waarmee allochtone

jongeren te maken hebben , namelijk het leven in twee culturen.

Aldus wordt gewerkt aan competentievergroting ,

inclusief zogenaamde biculturele competentie. In de begeleiding

van de jongeren biedt de jeugdreclasseringwerker

zich aan als prosociaal rolmodel (modeling) en wordt met

de jongere stil gestaan bij het gepleegde strafbare feit

(delictanalyse). Het bieden van praktische hulp bij het vinden

van een opleiding of werk maakt eveneens deel uit

van de hulp. In het kader van de begeleiding oefent de

jeugdreclasseringwerker doelgerichte toezicht en controle

uit.

ITB- CRIEM kenmerkt zich voorts door een multimodale

aanpak: de interventie vindt plaats op meerdere leefgebieden

tegelijk (ouders/familie, school, vrije tijd) Hierbij kan

de jeugdreclasseringwerker gebruik maken van uiteenlopende

interventies: Informatieverstrekking over de

Nederlandse samenleving (inclusief waarden en normen),

conflictbemiddeling en -oplossing (‘counseling’) en contactlegging

tussen ouders en andere pedagogische contexten

(bijv. school) De activiteiten van de jeugdreclasseringwerker

zijn voorts gericht op de uitbreiding van sociale

steun en ondersteuning is daarbij een belangrijk element.

Daarbij behoren ook de inspanningen die moeten bevorderen

dat instellingen, die met jongeren te maken hebben,

beter in staat raken om hen te begeleiden of ‘binnenboord’

te houden.

CONCLUSIES

In dit onderzoek is ITB als het ware voor de spiegel gezet

van internationale kennis over werkzame factoren en

bestanddelen van interventies voor antisociale en delinquente

jongeren. Ofschoon het bouwwerk -de programmatheorie

– hier en daar hiaten vertoont, wordt geconcludeerd

dat het ontwerp van de beide ITB-programma’s

redelijk veelbelovend is . ITB harde kern en ITB-CRIEM

bezitten een acceptabel aantal elementen die aantoonbaar

effectief (‘werkzaam’) zijn. Maar wellicht belangrijker is

de geconstateerde omissies en onvolkomenheden goed te

repareren zijn. Er is dus perspectief. De aangehaalde

What-works literatuur biedt immers genoeg aanknopingspunten

voor een verdere conceptuele verbetering.

Daarmee zou de soliditeit van de programma’s aanzienlijk

kunnen worden verbeterd. Overigens is een ‘renovatie’

van ITB-harde kern in sterkere mate geboden dan voor

ITB-CRIEM. Maar ook voor ITB-CRIEM is nog winst te

boeken. Hoewel in de methodiek- beschrijving gewag

wordt gemaakt van de What works-literatuur, en wordt

gesteld dat inzichten hieraan ontleend, zijn verwerkt in de

methodiek, gebeurt dit niet expliciet en zeker niet overtuigend.

In de tweede plaats wordt geconcludeerd dat de uitvoering

van ITB in de praktijk niet geheel aansluit bij de programma’s

zoals die oorspronkelijk zijn bedoeld. Met betrekking

tot de doelgroepkenmerken, zowel qua vorm en inhoud,

zijn soms forse discrepanties vastgesteld. Zo blijken doorgaans

niet de jongeren, voor wie de interventies zijn ontworpen,

tot het programma te worden toegelaten (ITBCRIEM),

dan wel bestaat er onzekerheid over de juistheid

van de selectie (ITB harde kern) Verder blijkt uit onderzoek

dat de inhoudelijke variatie van de programma’s zeer

groot is. Er bestaan niet alleen verschillen onderling, maar

in sommige gevallen is er ook een grote afstand tussen het

programma in de praktijk en het programma zoals opgezet

. Deze verscheidendheid creëert een mogelijke rechtsongelijkheid

voor jongeren uit de verschillende arrondissementen.

De vele verschijningsvormen van ITB zetten ook

de programma-integriteit onder druk. Verschillen tussen

het ‘beschreven programma’ en het ‘bedreven programma’

kunnen een succesvolle aanpak ondermijnen, omdat

bepaalde onderdelen, die verondersteld worden effectief

aan de uitkomst bij te dragen, niet of niet geheel overeenkomstig

de oorspronkelijke bedoeling worden uitgevoerd.

Vanuit de programmatheorie geredeneerd heeft dit nadelige

consequenties voor het te verwachten eindresultaat. De

identiteit, continuïteit en kwaliteit van het programma zijn

10

evenmin gediend met een dergelijk programdrift.

Ten slotte wordt vastgesteld dat de documenten waarin

ITB harde kern en ITB-CRIEM officieel zijn vastgelegd

en die tot dusver consequent als methodiekbeschrijving

zijn aangeduid, feitelijk niet als zodanig fungeren. Wat

ontbreekt, zo blijkt uit het onderzoek, zijn hanteerbare

aanwijzingen voor het gebruik van het programma: handelingsrichtlijnen

en adviezen, tips, do’s &dont’s, die door

uitvoerende hulpverleners en hun begeleiders kunnen worden

gebruikt bij de dagelijkse uitvoering van het programma.

AANBEVELINGEN

Gelet op de gebrekkige soliditeit van de beide ITB-programma’s,

wordt aanbevolen te investeren in een project

waarin ITB harde kern en ITB-CRIEM verder worden ontwikkeld

(rijksoverheid , ministerie van justitie)

Het verdient aanbeveling om het (juridisch) kader waarin

ITB-CRIEM wordt uitgevoerd opnieuw te bezien (rijksoverheid,

ministerie van justitie)

Aanbevolen wordt een actief beleid te voeren betreffende

de integriteit van het programma. Wat zou moeten voorkomen

dat ITB harde kern en ITB- CRIEM verwateren of,

letterlijk, ontaarden (rijksoverheid, ministerie van Justitie;

MOgroep)

De aanbieders van ITB (bureaus jeugdzorg) wordt aanbevolen

om de relatie met (eventueel in te zetten) aanvullende

programma’s expliciet te maken. Hierdoor wordt de

positie van deze programma’s verhelderd en is het eenvoudiger

te verantwoorden waarom zij wel of niet moeten

worden ingezet (tegenover jongeren, ouders justitiële

autoriteiten, de financier)

Het verdient aanbeveling om een actief publiciteitsbeleid

te voeren. Dit bevordert de instroom van jongeren, zowel

in kwantitatief- als kwalitatief opzicht. De regionale aanbieders

van ITB (bureaus jeugdzorg/ITB-teams) zouden

daarin het voortouw dienen te nemen, echter voldoende

gefaciliteerd door de rijksoverheid (ministerie van justitie)

en/of de brancheorganisatie (MOgroep)

Om maatwerk te kunnen leveren wordt (a) bij de start van

ITB stelselmatig uitvoering gegeven aan het risicobeginsel,

het behoeftebeginsel en het responsiviteitsbeginsel -

alles ontleend aan de What works literatuur, en (b) daar

per direct mee te beginnen en deze werkwijze standaard op

te nemen in het hulpverleningsproces (jeugdreclasseringwerkers)

Een effectenonderzoek (in klassieke zin) naar ‘de’ methodiek

wordt op grond van de resultaten van dit onderzoek

niet zinvol en realistisch gevonden. In plaats daarvan

wordt aanbevolen om een , wellicht kleinschaliger, onderzoek

uit te laten voeren naar zogenaamde ‘good practice’.

Hierin worden behalve metingen aan de doelgroep en de

interventie, ook gegevens verzameld over de uitkomsten

van (enkele geselecteerde) programma’s. De resultaten

van dit onderzoek worden vertaald, en vervolgens, benut,

in het kader van de voortgezette methodiekontwikkeling

(rijksoverheid, ministerie van justitie)

Het verdient aanbeveling om de behoefte aan ITB voor

jongvolwassenen aan een nader onderzoek te onderwerpen

en al naar gelang de uitkomsten daarvan, passende maatregelen

te treffen (rijksoverheid, ministerie van justitie)

Dit onderzoek geeft wat mij betreft goed weer hoe het er

in de ITB-praktijk aan toe gaat. ITB is een goede maatregel

maar er moet nog veel ontwikkeld worden.

Wonderbaarlijk is het echter wel (weer) dat we blijkbaar

allemaal op ons eigen eiland het wiel aan het uit vinden

zijn. Dit bemerkte ik ook tijdens een uitwisseling met een

ITB-team uit een andere provincie. Onze visie op ITB

stond op bepaalde punten lijnrecht tegen over elkaar, wat

niet de bedoeling zou moeten zijn. Mij is niet bekend hoe

het staat met de uitvoering van alle aanbevelingen, maar

als elke instantie nou eens doet wat geadviseerd wordt dan

zou dat een goede stap vooruit zijn in het effectief bestrijden

van jeugdcriminaliteit en het verder professionaliseren

van de jeugdreclassering!

Akkie Oving

11

? Diamonds are a girl’s best friend ? ?????? poe poe pi

doe ??... ja luitjes Marlyn Monroe had gelijk en

Madonna ook …. ? the boy with the cold hard cash is

always Mister Right ...?..?...cause we are living in a

material word ... ? ?.

Ja mensen Otje gaat voor ‘the big money’. En joepie! Ik

zit eindelijk eens niet in de verkeerde hoek! Want zoals

jullie vast al hebben gehoord, het geld komt met bakken

richting de jeugdhulpverlening.

En ik heb het al gemerkt! Echt waar! Na een tijdje met

verlof te zijn geweest, waarbij ik ontdekte dat ik uitermate

geschikt ben voor een rijke vent, mocht ik gelijk

naar een Regiobijeenkomst van Goed – Beter –

Beschermd. Het vond plaats in het Provinciehuis in

Haarlem. Wat een prachtig gebouw. Ik vergaapte mij aan

de prachtige schilderijen en voelde mij een prinses toen

ik de marmeren trap opliep. Het was al behoorlijk druk,

mannen in krijtstreeppakken en vrouwen in mantelpakjes

waren druk met elkaar in gesprek onder het genot van een

drankje en een hapje. En wat voor hapjes… luxe belegde

broodjes…. o.a. met gerookte paling! Yes yes yes, heerlijk.

Ik weet niet hoe het met jullie zit, maar gerookte

paling is iets wat ik zelden eet, want dat laat mijn budget

meestal niet toe. Ik zal mijn gretigheid verder niet

beschrijven maar de petitfourtjes en de opgemaakte

koekjes waren ook verrukkelijk.

Na de lunch mochten we de zaal in. Helaas zonder eten

of drinken, maar op de rijtjes aaneen- gesloten tafeltjes

(net als bij de Tweede Kamer, inclusief microfoon), stonden

leuke zilverkleurige doosjes met pepermuntjes erin.

Mijn collega stopte het doosje snel in haar tas, “staat leuk

op mijn bureau”, zei ze. De bijeenkomst begon. Een

meneer legde het programma uit en introduceerde de

nodige sprekers. Er werd mooi gesproken. Het ging o.a.

over de pilot: Beter Beschermd, Het Deltaplan en

Knelpunten in de Wet m.b.t. de gedwongen maatregelen

en een nieuw ontwikkeld meetinstrument. Het valt niet te

ontkennen, er wordt hard aan de weg getimmerd……en

gemeten. Maar waarom is er toch steeds het gevoel dat er

iets niet klopt? Waarom spookt er steeds door mijn hoofd

dat het Deltaplan niet het effect zal hebben die de samenleving

ervan verwacht. Leidt het daadwerkelijk tot betere

hulp aan het kind en verminderde werkdruk? Waarom

hoor ik niemand over de indicaties die wij als professionele

hulpverleners moeten aanvragen, de bergen aan verschillende

aanmeldformulieren die wij in moeten vullen,

de steeds wisselende procedures bij instellingen, rechtbanken

enz. waardoor wij gewoon domweg niet aan het

‘menselijke’ contact met het kind en zijn ouders toekomen.

Hoogopgeleide en duurbetaalde mannen en vrouwen praten,

praten, praten en bedenken oplossingen, ontwikkelen

systemen en stellen plannen op over hoe het anders moet.

Hebben zij wel eens dagje meegedraaid op één van de

Bureaus Jeugdzorg, cliënten ontmoet, indicatieformulieren

ingevuld? Hebben ze geluisterd naar de ideeën en

oplossingen van de gezinsvoogd en/of jeugdhulpverlener?

Tijdens de bijeenkomst dacht ik even van wel…… namelijk

toen ‘Thomas’ werd geïntroduceerd. Thomas

…………. Thomas vertelde stuntelend dat hij was

gevraagd om zijn verhaal te vertellen, hij had veel met

ons te maken gehad, hij kende velen van ons. Zijn levensverhaal

en zijn ervaringen met de gezinsvoogdij werden

aan ons blootgelegd. Uit het leven gegrepen, ik raakte

ontroerd en zwijmelde weg….. wat was deze jongen er

‘knap’ uitgekomen. Hij voelde zich als kind niet gehoord

door de gezinsvoogd….. ik wilde naar hem roepen dat ik

echt wel naar hem geluisterd zou hebben …. echt

waar…. ik wil nu ook heel graag naar je luisteren, straks

ook nog……. Heee Ot er even bij blijven nu! Het is

schandelijk wat er met deze jongen is gebeurd, wat een

zooitje in hulpverleningsland, als gezinsvoogden moeten

we het echt beter gaan doen. Laten we van zijn ervaringen

leren! Gelukkig vertelde hij tenslotte dat het nu heel

goed met hem gaat en bedankte ons voor onze aandacht….

graag gedaan. Dat was het verhaal van Thomas,

zei de meneer die alles aan elkaar praatte, levensecht

voorgedragen door…….deze acteur. Oh…. Helaas werken

wij niet met acteurs maar met kinderen die echt in de

meest vreselijke omstandigheden verkeren, met ouders

die echt niet kunnen ook al willen ze nog zo graag. De

massa formulieren moeten echt door ons ingevuld worden

en de wachtlijsten zijn geen fictie. Hoewel ik begrepen

heb dat bij de jeugdbescherming geen wachtlijsten

bestaan. Nee, er wordt gesproken over ‘vertraging uitdeling

zaken’ of van een ‘voorraad’. Dit heeft vast en zeker

te maken met de actie van Albert Hein, de

‘Hamsterweken’ zijn er weer! AH let tenslotte ook op de

‘kleintjes’.

Dure acteurs, mannen in pakken, bijeenkomsten in

gebouwen met pracht en praal, luxe broodjes en gebakjes.

Praten over ……. grote bijeenkomsten, dure congressen.

Je zou gaan denken dat ‘onze’ kinderen een product

aan het worden zijn. Er stroomt geld naar toe, dus er

valt geld te halen.

Ik word cynisch en verdrietig. Dus ik ga mijzelf tot de

orde roepen! Ik hoor weer de zangstemmen van Marlyn

Monroe en Madonna in mijn hoofd galmen en woorden

van Lenette van Dongen in mijn oor: ‘If you can’t beat

them, join them’!

Dus sorry mensen ik moet nu echt stoppen met schrijven,

want ik heb het druk, druk, druk. Er moet gebeld worden

om afspraken te maken met de pedicure, kapper, schoonheidspecialiste,

een mantelpak aan laten aansmeren en

hup naar de PC Hooftstraat!

Deze Ot gaat op hoge poten… oh sorry, hoge hakken op

zoek naar ‘echte’ liefde.

Otje Raast.

Rijkelijk beter beschermd

12

Hoe staat het er inmiddels voor bij de Bureaus

Jeugdzorg?

Wat valt er te melden over de toegezegde gelden? Zijn de

Bureaus Jeugdzorg financieel in staat gesteld het

Deltaplan in te voeren zoals bedoeld en noodzakelijk is?

Is er eenduidigheid in de visie op de caseloadhoogte?

Is er eenduidigheid over de scholing?

Is er eenduidigheid over de wijze van invoering?

Is er eenduidigheid over de wijze van uitvoering?

Zomaar een aantal vragen die de BMJ op dit moment

bezighoudt. Het zal u niet verbazen dat er van eenduidigheid

geen sprake is, helaas. Naar onze mening is dit

een gemiste kans, maar het tij kan nog worden gekeerd

als de Bureaus Jeugdzorg gezamenlijk eenzelfde visie

hebben hoe de implementatie er uit moet zien, inclusief

de scholing van de medewerkers en niet in de laatste

plaats de uitvoering.

Om te beginnen constateren we dat er nog veel onduidelijkheid

is met betrekking tot de hoogte van de toegezegde

gelden vanuit het Ministerie van Justitie. Duidelijk is

wel dat de financiering fasegewijs in jaren wordt uitgekeerd,

wat bij de meeste Bureaus tot grote financiële problemen

kan leiden, omdat nu eenmaal hoge kosten moeten

worden gemaakt bij de start: scholing, werving medewerkers,

uitbreiding staf, gedragswetenschappers. Ook

hier gaat het gezegde op: KOSTEN GAAN VOOR DE

BAAT UIT!!! Daar houdt het ministerie geen rekening

mee. Wij maken ons in ernstige mate zorgen over het feit

of hierdoor adequate invoering van het Deltaplan bij de

Bureaus Jeugdzorg wel mogelijk is.

En wat betreft de caseloadhoogte bij de nieuwe werkwijze,

blijft er een wazig scherm hangen over de uiteindelijk

te hanteren caseload. Het doel is een caseload van 15,

inclusief voogdijen. Mocht de caseload hoger uitvallen,

kan ik u vanaf deze plek melden dat er te weinig tijd

overblijft om de Deltamethodiek naar behoren uit te voeren

en daarmee zijn alle inspanningen voor niets geweest

en komt er achteraf weer een geweeklaag over het feit dat

het Deltaplan niet de verwachte doelstelling heeft bereikt

en er kwalitatief nog veel te verbeteren valt. Bij een caseload

hoger dan 15, komen werkers knel te zitten.

Natuurlijk, dat kost geld, maar het ministerie wil voor

weinig geld dat de kwaliteit van de uitvoering van

beschermingsmaatregelen verhoogd wordt en dat kan en

mag niet. Hoge kwaliteit leveren: de werkers in het veld

zijn professioneel in staat dit te leveren, maar het moet ze

in de voorwaarden daartoe wel mogelijk gemaakt worden.

De ondersteuning van de OR’s en AbvaKabo zullen we

nog hard nodig hebben als het gaat om garanties van de

caseload.

Op dit moment hebben nog niet alle Bureaus Jeugdzorg

het Plan van Aanpak bij hun provincie ingediend. Of wel

ingediend,maar nog geen beschikking ontvangen van

goedkeuring. Hierdoor ontstaat onzekerheid en ongelijkheid

in invoering.

Voor wat betreft de scholing is er geen eenduidigheid van

visie hoe deze gegeven moet worden en ook door wie.

Sommige Bureaus laten de scholing verzorgen door

adviesbureau Van Montfoort (heeft de scholing van de

pilots verzorgd). Anderen kiezen voor het model train-de

trainer. Ook zijn er Bureaus die het nog niet weten en af

laten hangen van de kosten van de scholing door b.v. het

adviesbureau Van Montfoort. Enkele Bureaus Jeugdzorg

zijn al met scholing begonnen, de meesten echter nog

niet. Het gevaar is aanwezig dat de inhoud van de scholing

niet eenduidig is en daarmee de kwaliteit niet

gewaarborgd.

Toen ooit besloten was om de uitvoerenden te trainen

met als doel de kwaliteit van de uitvoering te verbeteren

heeft de Hogeschool van Amsterdam de functiescholing

verzorgd en krijgen in principe alle uitvoerenden dezelfde

scholing: dat staat voor kwaliteit.

Er zou volgens ons geen keuzemogelijkheid moeten zijn,

maar een gezamenlijke visie dat de scholing door professionals

verzorgd moet worden. Tenslotte wordt er van de

uitvoerenden ook verwacht dat zij kwaliteit leveren. En

ook hier geldt weer dat de kosten gaan bepalen hoe de

scholing vorm gaat krijgen, in plaats van te kiezen voor

kwaliteit en professionaliteit.

Bij de invoering van het Deltaplan zal ook het registratiesysteem

IJ er klaar voor moeten zijn. Op dit moment is

wel duidelijk dat dit bij de meeste Bureaus Jeugdzorg

niet het geval is. Is er een eenduidige visie hoe dit zal

moeten? Of moeten de werkers al wel beginnen met de

nieuwe werkwijze, maar zitten de nieuwe formats en

registratie nog niet in IJ? Of wel, maar is er nog te weinig

mee geoefend? Ik zou zo denken dat alle Bureaus de

ervaring hebben welke problemen het registratiesysteem

IJ heeft gegeven en dat deze problemen nog niet overal

zijn opgelost. Bij deze een oproep aan onze directeuren:

zorg dat IJ goed functioneert, dat is ook kwaliteit leveren,

maar dan aan de uitvoerenden.

Dan nog een laatste opmerking over de stand van zaken betreffende de implementatie van het Deltaplan: Op 22 november a.s. zijn er nieuwe verkiezingen en komt er een nieuw kabinet. Voor de BMJ zal dit betekenen dat ze bij het nieuw te formeren kabinet erop zal aandringen de ? 25 miljoen uiterlijk voor de zomer van 2007 ter beschikking te stellen. Alleen in dat geval zullen de Bureaus Jeugdzorg in staat zijn de implementatie van het Deltaplan op een verantwoorde wijze mogelijk te maken. Als het kabinet dit niet in hun regeerakkoord opnemen, is het niet ondenkbaar, dat de BMJ haar leden zal oproepen, de gelederen te sluiten en over te gaan tot actie.

Hilda de Jong

Implementatie Deltaplan

 

Hop geeft zicht op denk- en werkwijze "jeugdzorg" door publicatie van formulieren en werkprocessen op internet
180

Diagnose op bestelling! Onderonsjes STAAT/RECHTERSLEGER om toe te schrijven naar verzoeken/rapporten/uitspraken!

LIN

INFORMANT Stichting Lindenhout "jeugdzorg" in Nederland is niet kindgericht maar gericht op SCHAALVERGROTING!

071

Bezwaarschrift tegen BESLUIT bestuursorgaan om ouder(s) foldermateriaal over indienen van klachten toe te sturen

079

Vraag: Waarom verliest het gewone volk systematisch hun (censuur) rechtszaakjes tegen overheden?

Antwoord: Omdat zaakjes van het gewone volk tegen de Staat/RvdK/jeugdzorg worden toegewezen aan voor de overheid/bestuursorganen partijdige rechters!

Informant: Wie de zaken verdeelt kan de uitkomst van een rechtsgeding beïnvloeden zegt bijvoorbeeld rechter Lampe

135 Art. 11.
Rechtspreken volgens de wet
De regter moet volgens de wet regt spreken; hij mag in geen geval de innerlijke waarde of billijkheid der wet beoordelen.
137 Hetze tegen Hop in strijd om afgifte contactjournaal gezinsvoogd etaleert op een fantastische wijze de mentaliteit die heerst in de jeugdzorg! Ook al worden de ernstigste fouten gemaakt (51) ze blijven doorgaan! Hop MOET BLOEDEN!
617 Vluchten voor de Nederlandse jeugdzorg kan gewoon bij OTS maar hoe lang nog! Slimmer is om VOOR een OTS al te vertrekken!
518 Klopt het ondertekeningsblok onder BESLUITEN en verzoek- en verweerschriften van bestuursorganen die opereren in de jeugdzorg?
101 AANDACHTSVESTIGING!
Aan ALLE burgemeesters, gemeentesecretarissen, raadsgriffiers en ambtenaren gemeente of provincie in Nederland
Aan ALLE rechters in Nederland
Aan ALLE
pleegouders in Nederland
Aan ALLE medewerkers van scholen in Nederland
Aan ALLE medewerkers van ziekenhuizen in Nederland
Aan ALLE gedragsdeskundigen en psychologen in Nederland
Aan ALLE medewerkers van verzekeringsmaatschappijen in Nederland
Aan ALLE medewerkers van kindertehuizen, kindergevangenissen of andere instellingen actief in de jeugdzorg
Aan ALLE politie agenten en hun leidinggevenden in Nederland
Indien u personen tegen komt bij OTS of VOTS die zich ten onrechte uitgeven voor de VOOGD wordt u vriendelijk verzocht deze persoon GELIJK AAN TE HOUDEN en over te dragen aan het BEVOEGD GEZAG voor een WAARHEIDSVINDING ONDERZOEK. Indien deze persoon zich inderdaad ten onrechte heeft uitgegeven voor een VOOGD bij OTS of VOTS aangifte tegen deze persoon te doen wegens "het vervullen van een beroep in valse hoedanigheid" met het verzoek aan het BEVOEGD GEZAG deze persoon onverwijld een BEROEPSVERBOD op te leggen om ooit nog met kinderen te werken om jeugdzorg voor kinderen en hun OUDERS BELAST MET HET GEZAG VEILIGER te maken!
082 Volg het geld en u begrijpt waarom jeugdzorg probeert steeds meer KLANTEN in hun klauwen te krijgen
132 Exploitatie kinderen door jeugdzorg: Arbeidsvoorwaarden Jeugdbeschermer mei 2008. De CAO-jeugdzorg is van toepassing. Het salaris bedraagt op basis van schaal 10, maximaal € 3.437,07 bruto per maand bij een fulltime dienstverband met een eindejaarsuitkering met een vast deel van 5,15% en een resultaatafhankelijk deel van 3,15%.
177 Lindenhout gezinshuisouder. Arbeidsvoorwaarden CAO Jeugdzorg. Salariëring conform schaal 8 van de salarisregeling (minimaal € 1.940,94 en maximaal € 2.882,28 bruto per maand bij een fulltime dienstverband). Lindenhout biedt eindejaarsuitkering van 8,3% (deels resultaatafhankelijk), een spaarloonregeling, een levensloopregeling, studiefaciliteiten en aantrekkelijke collectieve verzekeringen. Voor de functie gezinshuisouder geldt daarnaast 14% onregelmatigheidstoeslag, slaapdienstvergoeding en een verhuiskostenvergoeding.
Beloning beleidsmedewerker "jeugdzorg" gemeente Alphen aan de Rijn 20 december 2 008 De functie van beleidsmedewerker wordt gehonoreerd op basis van salarisschaal 10 cao voor gemeenteambtenaren. Afhankelijk van de ervaring van een kandidaat behoort een toelage tot het maximum van schaal 11 tot de mogelijkheden. Het brutosalaris bedraagt daarom maximaal € 3.800 per maand dan wel (bij een toelage) maximaal € 4.378 per maand bij een volledige werkweek van 36 uur. Deze bedragen zijn exclusief 8% vakantiegeld en exclusief 5% (niveau 2008) eindejaarsuitkering. Inclusief deze inkomensbestanddelen is sprake van een jaarinkomen van maximaal €51.500 (schaal 10) dan wel maximaal € 59.365 (schaal 11). De functie is een voltijdsfunctie (36 uur). Een vierdaagse werkweek (4x9) of deeltijdwerk (minimaal 32 uur) is bespreekbaar.
Grondrecht op behoorlijke rechtspraak 6 EVRM, artikel 14 Bupoverdrag en het Seveso-arrest (710)
Algemene beginselen van behoorlijk bestuur en beleid.
Een bestuursorgaan moet bij het uitoefenen van bevoegdheden een vaste lijn volgen. 
Een bestuursorgaan moet duidelijk maken aan de hand van welke criteria de correcte beslissingen zullen worden genomen.
003 Vraag: Wie zijn Judith Leenders en Ron Nienhuis? 575 (581) (101)
Antwoord: Uitzending Omroep Gelderland) start afspelen van deze uitzending op 09:28
095 6 november 2007 Hop ontdekt kinderrechter is rechter, aanklager en belanghebbende bij kinderbeschermingsmaatregelen
073 In de jeugdzorg formulieren worden uw kinderen als KLANTEN aangemerkt 
680 "Jeugdzorg" verzoekt Parlement/Minister ingevoerde wetgeving KLANTEN met spoed uit te hollen om GEGROND KLAGEN te voorkomen 
122 Kinderen worden in de "jeugdzorg" KLANTEN aangemerkt! Wie zitten er verborgen achter Bureau Jeugdzorg? "Bureau Jeugdzorg" heeft naast jeugdhulpverlening, jeugdbescherming, jeugdreclassering en het Advies en Meldpunt Kindermishandeling een aantal andere onderdelen: de Kindertelefoon, Haltbureaus, de Kinder- en Jongerenrechtswinkel en een aantal JIP's (Jongeren Informatie Punt). Deze maken samen deel uit van de nieuwe organisatie.
440 Lees eerst de "meldcode kindermishandeling" om zicht te krijgen op de aanmeldingsprocedure van uw kind bij het AMK
545 Processen bureau jeugdzorg, Versie 2, Definitief, 18 mei 2005 geeft zicht op werk- en denkwijze medewerkers jeugdzorg
549 Signalen van derden geeft zicht op werk- en denkwijze medewerkers jeugdzorg
339 Rechtersleger heeft werkafspraken gemaakt met "jeugdzorg", Raad voor de Kinderbescherming over inhoud verzoekschriften
481 Deltaplan jeugdzorg weer een signaal dat het in Nederland steeds gevaarlijker voor de kinderen van het gewone volk
097 Info uit Wob verzoek 102! Hop publiceert "Tielse Checklist Risicofactoren" om verweerschriften ouders bij KIR te verbeteren
478 Info uit Wob verzoek 102! Hop publiceert "Handleiding voor de invulling van de checklist beoordeling van de veiligheid"
388 Hop publiceert de "aanmeldingslijst verzoek raadsonderzoek"
436 Wet op de jeugdzorg
437 Uitvoeringsbesluit wet op de jeugdzorg
   

top