| Het doel van de website is kennis in gratis informatie en gratis informatie in kennis om te zetten. |
Oneerlijke verkiezingen gemeenteraad Ermelo 2010. Wethouders, raadsleden en andere kandidaten die zelf meededen aan de verkiezingen gemeenteraad Ermelo 2010 zaten ook in de stembureaus van de gemeente Ermelo!
(718) Censuur in Nederland. Oneerlijke verkiezingen gemeenteraad Ermelo 2010. UITSLUITING Groep Hop bij scholierendebat en rol (gesubsidieerde) CDA krantjes. Rode kaart! KNIP en PLAKWERK en ander gerotzooi met verkiezingsformulieren afgedekt door hoofdstembureau waarin uitsluitend "CDA burgemeester vriendjes" zitten! Rode kaart! Verkapte verkiezingsactiviteiten van kandidaten die meededen aan de verkiezingen in de stembureaus! Rode kaart! Geen onafhankelijk toezicht op stemmen! Rode kaart! Geen onafhankelijk toezicht op tellen! Rode kaart! Wethouders, raadsleden en andere kandidaten die meededen aan de verkiezingen gemeenteraad Ermelo 2010 zaten ook in de stembureaus van de gemeente Ermelo, bijvoorbeeld om opnieuw wethouder (Nederveen) te kunnen worden! Tijdens de verkiezingen gemeenteraad Ermelo 2010 werden kostbare sandwichborden van Groep Hop op meerdere plaatsen gestolen. Groep Hop kreeg in 2010 alleen vergunning sandwichborden voor week 8. Rode kaart! Groep Hop moest alle geplaatste sandwichborden drie dagen voor de verkiezingen overal weer weghalen met een BESLUIT van het Ermelose College waarin de drie wethouders/drie kandidaten van CDA, Christen-Unie en VVD zaten als weer een duidelijk voorbeeld van "oneerlijke verkiezingen in Ermelo" waarbij de kandidaten van de grote gevestigde partijen hun MACHT konden gebruiken om waar dat maar mogelijk was Groep Hop te treiteren en uit te sluiten zoals bij het Groot Groevenbeek scholierendebat! Rode kaart! Alleen Groep Hop ging in Ermelo NIET akkoord met betaling van LOSGELD per gekozen raadslid aan CDA PR-commissie voor debat!
(718) Censuur in Nederland, Het SS verleden van de omroepbijdrage. Groep Hop moest ook in 2010 weer UITGESLOTEN EN DOODGEZWEGEN worden zoals in 2006 schriftelijk werd bevestigd door de eindredacteur Ermelo Weekblad aan Raad voor de Journalistiek! 1. Bezwaarschrift J. Hop tegen vaststelling einduitslag verkiezingen gemeenteraad Ermelo 3 maart 2010 door Hoofdstembureau gemeente Ermelo. Rode kaart! 2. Correspondentie Hop/raadsgriffier inzake de weigering inspraak 18-02-2010 van J. Hop door gemeenteraad Ermelo inzake ernstige belangenverstrengeling in stembureaus en meten met twee maten. Je doet mee in de teams van de Ermelose gemeenteraad en het Ermelose College. Je kijkt ernaar, je weigert inspraak van een burger over ernstige belangenverstrengeling in Ermelose stembureaus en je bent verantwoordelijk. Kan de op 3 maart 2010 gekozen Ermelose gemeenteraad wel functioneren gelet op de ernst van de feiten, grootte van de belangen en de verkapte verkiezingsactiviteiten van wethouders, raadsleden en andere kandidaten die in de Ermelose stembureaus zaten? Alleen Groep Hop ging in Ermelo NIET akkoord met betaling LOSGELD per gekozen raadslid aan CDA PR-commissie voor debat! Rode kaart! Is de belofte om geld per gekozen raadslid aan de CDA PR-commissie te betalen wel of niet in strijd met de eed die een gekozen raadslid aflegt?
Rode kaart! In de gemeente Ermelo was tijdens de verkiezingen gemeenteraad 2010 sprake van een FACADE van politieke onkreukbaarheid in de stembureaus waarbij de stemmentellers met SMS geïnformeerd werden en/of het stembureau in en uit liepen om de laatste stand van zaken uit andere stembureaus tijdig te kunnen vernemen kennelijk om Groep Hop buiten de gemeenteraad te kunnen houden. Rode kaart! ChristenUnie wethouder Nederveen die alleen meedeed met de verkiezingen gemeenteraad 2010 in Ermelo om wethouder te kunnen blijven met al zijn dubbelbaantjes lid hoofdstembureau en lid stembureau Baanveger ZIT GLASHARD TE LIEGEN dat er geen fraude in stembureau Baanveger heeft plaatsgevonden zoals Hop op 03-03-2010 IN PERSOON zelf heeft gezien! De verkiezingen gemeenteraad Ermelo 2010 zijn oneerlijk verlopen en Nederveen zit glashard te liegen over fraude in de Baanveger. Jan Hop, lijsttrekker Groep Hop.
(541) CDA plakt tijdens provinciale verkiezingen 2007 over de verkiezingsposters van Groep Hop
Artikel
Ermelo’s Weekblad woensdag 21 februari 2007

Groep Hop wil het agrarisch landschap in behouden
(JH23) Platteland en natuur. Groep Hop wil het agrarisch landschap in behouden. Het agrarisch landschap in Gelderland moet niet minder worden door de bouw van nieuwe industrieterreinen en/of sportvelden in agrarische gebieden. Boeren zijn sowieso zeer belangrijk als producent van ons voedsel in Nederland zelf zodat we onze voeding niet hoeven in te voeren met alle daarbij bijkomende transportkosten. Er dient beter naar het gebruik van beschikbare ruimte gekeken te worden alvorens ergens woningen in natuurgebied te bouwen. Natuurgebied op de Veluwe mag niet minder worden.
Groep Hop wil het agrarisch landschap behouden! Klimaatoplossingen Groep Hop. Landbouwgewassen halen vaak meer CO2 uit de lucht dan bos. Publicatie van een lijst (24) waarop per gewas staat aangegeven hoeveel CO2 het uit de lucht neemt
Barneveld en Putten, contactpersoon voor dit programmaonderdeel Jan Hop. Groep Hop wil het agrarisch landschap behouden Geen nieuwe rondwegen aanleggen op de Veluwe gebied Ermelo-Putten-Nijkerk-Hoevelaken-Voorthuizen-Kootwijkerbroek-Garderen om leefbaarheidsproblemen voor mens en dier niet te verplaatsen. (Gebied rondom de A28, A1 en N303) Toelichting en visie debat rondweg Voorthuizen, gemeente Barneveld
Milieu, Leefomgeving. Door afschaffing van de provincies en verbetering openbaarheid van bestuur door meer gratis publicaties op internet worden de papierafvalstromen flink verminderd. Het aantal verkeersbewegingen van burgers van en naar gemeentehuizen flink verminderd en dat is weer goed voor het milieu en uw leefomgeving.
Keurig netjes een bedankbriefje van de gemeente Barneveld inzake deelname J. Hop aan verkiezingsdebat
Gemeente
Raadhuisplein 2
Postbus 63
3770 AB
BARNEVELD
De
heer J. Hop
Joubertstraat
24
3851
DM ERMELO
Datum:
1 maart 2007
Ons kenmerk:
BMO/BR
Afdeling:
BMO
Behandeld door: L.W.H.
Rebel
Doorkiesnummer:
(0342) 495 284
Onderwerp:
Verkiezingsbijeenkomst 27-02-2007
Geachte heer Hop,
Op 27 februari jongstleden
heeft de gemeente Barneveld een verkiezingsbijeenkomst georganiseerd in het
kader van de aanstaande verkiezingen voor de nieuwe Provinciale Staten van
Gelderland. Het thema van deze avond was de gewenste realisering van de
oosterlijke rondweg om Voorthuizen en de noodzakelijke ontsluiting van het
bedrijventerrein Harselaar in Barneveld.
Wij willen u hartelijk
bedanken voor uw komst naar Voorthuizen en uw deelname én bijdrage aan het
verkiezingsdebat op deze drukbezochte avond. De aanwezigen hebben zich een beeld
kunnen vormen van de grote belangen die spelen voor onze gemeente en hoe de
provinciale politiek denkt over de bovengenoemde onderwerpen.
Wij wensen u veel succes in
de komende dagen en uiteraard een goede uitslag op 7 maart!
Met vriendelijke groet,
G.W. Tijmensen
Wethouder Verkeer
Inleiding door J. Hop.
Een duidelijk voorbeeld van CDA kiezersbedrog en achterkamertjespolitiek is de gang van zaken rond de aanleg rondwegen rondom Barneveld en Voorthuizen. De logische oplossing die Groep Hop voorstelt voor de ontsluiting van Barneveldse industrieterrein door de A30 slechts met een heel klein stukje snelweg door te trekken tot aan de Rijksweg die Terschuur en Voorthuizen met elkaar verbindt. Daar kan een rotonde komen en het verkeer kan verder deze Rijksweg volgen, blijkt stelselmatig niet uitgevoerd te worden om kiezers tevreden te houden die graag zien dat er een oostelijke rondweg komt. Dit blijkt uit een gesprek dat J. Hop met een bewoner van Voorthuizen heeft gevoerd na het debat op 27 februari 2007. Deze bewoner schetste voor Hop met een paar strepen op een papiertje het probleem in Voorthuizen en de oplossing van het probleem. De logische oplossing van Groep Hop sluit naadloos aan op de visie en oplossing van deze burger uit Voorthuizen.De oostelijke rondweg rondom Barneveld is CDA kiezersbedrog en zal er ook niet komen!
Burgers uit Barneveld (De Glind, Garderen, Kootwijk, Kootwijkerbroek, Stroe, Terschuur, Voorthuizen, Zwartebroek) kunnen dus veel beter dit keer (provinciale verkiezingen Gelderland 2007) Groep Hop gaan stemmen om zo snel mogelijk de A30 slechts met een heel klein stukje snelweg door te trekken tot aan de Rijksweg die Terschuur en Voorthuizen met elkaar verbindt.
Geen rondwegen aanleggen op de Veluwe om de "leefbaarheidsproblemen" voor mens en dier niet te verplaatsen
27 februari 2007 Debat 19:30 uur Edda Huzit. Debat over rondweg Voorthuizen, gemeente Barneveld (Bevestiging 200207 12:25 uur) Gemeente Barneveld organiseert een provinciale verkiezingsbijeenkomst met als thema de aanleg van de oostelijke rondweg en de ontsluiting van het bedrijventerrein Harselaar
Een citaat uit het programma van Groep Hop:
Platteland en natuur. Groep Hop wil het agrarisch landschap in behouden. Het agrarisch landschap in Gelderland moet niet minder worden door de bouw van nieuwe industrieterreinen en/of sportvelden in agrarische gebieden. Boeren zijn sowieso zeer belangrijk als producent van ons voedsel in Nederland zelf zodat we onze voeding niet hoeven in te voeren met alle daarbij bijkomende transportkosten. Er dient beter naar het gebruik van beschikbare ruimte gekeken te worden alvorens ergens woningen in natuurgebied te bouwen. Natuurgebied op de Veluwe mag niet minder worden.
Barneveld en Putten, contactpersoon voor dit programmaonderdeel Jan Hop. Groep Hop wil het agrarisch landschap behouden Geen nieuwe rondwegen aanleggen op de Veluwe gebied Ermelo-Putten-Nijkerk-Hoevelaken-Voorthuizen-Kootwijkerbroek-Garderen om leefbaarheidsproblemen voor mens en dier niet te verplaatsen. (Gebied rondom de A28, A1 en N303) Toelichting en visie debat rondweg Voorthuizen, gemeente Barneveld
Visie Groep Hop met toelichting en onderbouwing om "Geen nieuwe rondwegen aanleggen" op de Veluwe
Groep
Hop
Lijsttrekker Jan Hop
Dinsdag
27 februari 2007 gemeente Barneveld organiseert een provinciale
verkiezingsbijeenkomst met als thema de aanleg van de oostelijke rondweg en de
ontsluiting van het bedrijventerrein Harselaar. Debat 19:30 uur Edda Huzit. Debat
over rondweg Voorthuizen, gemeente Barneveld
(Bevestiging 200207 12:25 uur)
Visie Groep Hop op “leefbaarheidsproblemen” voor mens en dier.
Groep Hop nodigt u uit na te denken over menselijke conditionering in marketing en de waarde die eraan gehecht wordt als een illussie.
Als voorbereiding op dit debat heb ik een kaart van het gebied geprint en het viel gelijk op dat dit gebied ingesloten zit in de autosnelwegen A28 en A1. Ik vraag me dan ook ook wanneer er een einde komt aan het volbouwen van het kleine gebied de Veluwe met nieuwe onnodige wegen door het agrarisch landschap op de Veluwe. Worden de leefbaarheidsproblemen niet steeds opnieuw verplaatst en/of steeds groter op de Veluwe met de aanleg van nieuwe rondwegen?
Barneveld
en Putten, contactpersoon
voor dit programmaonderdeel Jan
Hop. Groep Hop wil het agrarisch landschap behouden Geen nieuwe rondwegen
aanleggen op de Veluwe gebied
Ermelo-Putten-Nijkerk-Hoevelaken-Voorthuizen-Kootwijkerbroek-Garderen om
leefbaarheidsproblemen voor mens en dier niet te verplaatsen. (Gebied rondom
de A28, A1 en N303) Toelichting en
visie debat rondweg Voorthuizen, gemeente Barneveld
Een oplossing. Groep Hop komt op voor de burgers die in het bovengenoemde gebied wonen, werken en recreëren. Als logische oplossing voor de ontsluiting van Barneveldse industrieterrein stellen wij voor de A30 slechts met een heel klein stukje snelweg door te trekken tot aan de Rijksweg die Terschuur en Voorthuizen met elkaar verbindt. Daar kan een rotonde komen en het verkeer kan verder deze Rijksweg volgen.
Gegevens
uit het verleden. Samenvatting en
beantwoording inspraakreacties Startnotitie N303 Omleiding
Voorthuizen / ontsluiting Harselaar Zuid
Inspraakreactie 10. J. Hartman, Brugveensweg 1 te Voorthuizen
Inspraakreactie. De inspreker vraagt zich af of de aanleg van een omleiding rond Voorthuizen wel noodzakelijk is gezien de grote investering die hiermee gepaard gaat. Het verkeer door Voorthuizen is voornamelijk bestemmingsverkeer en geen doorgaand verkeer.
Antwoord van de provincie. Vooronderzoek heeft aangetoond dat er wel degelijk sprake is van veel doorgaand verkeer door de kern en dat dit leidt tot leefbaarheidsproblemen. De provincie heeft zich tot doel gesteld deze problemen op te lossen. De kosten die hiermee gepaard gaan zullen uiteraard in de afweging worden meegenomen.
Gegevens uit het verleden. Omleiding voorthuizen en ontsluiting harselaar
zuid startnotitie m.e.r.
opdrachtgever : provincie Gelderland nummer : 354.10523.02 datum : 4 augustus
2004
Binnen het plangebied worden leefbaarheidsproblemen gesignaleerd als gevolg
van sluipverkeer tussen Nijkerk en Voorthuizen en doorgaand verkeer door
Voorthuizen. Een omleiding van de N303 bij Putten en Voorthuizen wordt gezien
als oplossing hiervoor. Een eventuele doortrekking van N303 bij Putten naar de
A28 moet nader worden onderzocht.
Visie
Groep Hop op “leefbaarheidsproblemen”
Ik nodig u uit na te denken. Wat is de definitie van “leefbaarheidsproblemen in de meest uitgebreide zin”?
Startnotitie MER. Er worden leefbaarheidsproblemen gesignaleerd als gevolg van sluipverkeer tussen Nijkerk en Voorthuizen en doorgaand verkeer door Voorthuizen. Wat is het verschil tussen sluipverkeer tussen Nijkerk en Voorthuizen en doorgaand verkeer door Voorthuizen? Worden met rondwegen “leefbaarheidsproblemen” verplaatst en gebieden waar het nu nog schoon en leefbaar is vuil(er) gemaakt? Groep Hop is van mening dat “leefbaarheidsproblemen” in Gelderland opgelost moeten worden door agrarische gebieden te behouden en vooral te beschermen tegen nieuwe industrieterreinen met steeds meer (rond)wegen.
Er dient WEL geïnvesteerd te worden in:
- Biologisch boeren en het agrarisch landschap behouden om een frisse wind door de provincie Gelderland te laten waaien.
- Een station in Stroe
- Aanleg en onderhoud
(veilige) fietspaden zodat scholieren uit de regio veilig naar hun school
kunnen fietsen en het fietstoerisme verder te bevorderen. Bij opstapplaatsen
openbaar vervoer dienen adequate voorzieningen te zijn voor het veilig stallen
van fietsen. Al het geld door de provincie Gelderland gereserveerd voor de
rondweg Putten kan hier gelijk aan uitgegeven worden.
Innovatief fietsproject. Groep Hop is VOOR een innovatief fietsproject waarbij fietsers hun fiets met de bus kunnen meenemen waarbij op internet van tevoren gekeken kan worden waar de opstapplaatsen zijn.
Een oplossing. Groep Hop komt op voor de burgers die in het bovengenoemde gebied wonen, werken en recreëren. Als logische oplossing voor de ontsluiting van Barneveldse industrieterrein stellen wij voor de A30 slechts met een heel klein stukje snelweg door te trekken tot aan de Rijksweg die Terschuur en Voorthuizen met elkaar verbindt. Daar kan een rotonde komen en het verkeer kan verder deze Rijksweg volgen.
Op 27 februari 2007 omstreeks 1400 uur kopieerde ik van de website van de gemeente Barneveld de onderstaande informatie over de rondweg in Voorthuizen als voorbereiding op het debat.
Rondweg Voorthuizen |
|
|
De provinciale weg N303 loopt dwars door
Voorthuizen. Het is een drukke weg die voor verschillende problemen zorgt:
opstoppingen, onveilige situaties en veel hinder. Door de toename van het
verkeer zullen deze problemen in de toekomst alleen nog maar erger worden. Provincie en gemeente bundelen
krachten In het MER worden de milieugevolgen van
een mogelijke omleiding in kaart gebracht zodat die meegenomen kunnen
worden bij de verdere besluitvorming over de rondweg. Startnotitie MER
Trechteren van alternatieven
De resultaten zijn in een zogenoemde Trechternotitie beschreven. Drie kansrijke alternatieven
Deze tracés zijn op de kaart weergegeven. Dit zijn globale tracés: op perceelniveau is nog niet aan te geven waar de weg exact zal gaan lopen. Vervolg Meer informatie http://www.gelderland.nl/smartsite.shtml?id=12809&menu=12808 De trechternotitie kunt u ook inzien bij de gemeentelijke balie Bouwen, Wonen en Leefomgeving, Raadshuisplein 3 in Barneveld. Deze informatie is ook opgenomen in een nieuwsbrief die de gemeente onlangs heeft uitgebracht waarin de ontwikkelingen op en rondom Harselaar zijn beschreven. |
Als voorbereiding op het bovengenoemde debat kopieerde J. Hop (Groep Hop) op 24 februari 2007 de onderstaande tekst van de website van de gemeente Barneveld:
Verkiezingsbijeenkomst over oostelijke rondweg |
|
De gemeente Barneveld organiseert op dinsdag 27 februari 2007 een provinciale verkiezingsbijeenkomst. Het thema van deze bijeenkomst is de aanleg van de oostelijke rondweg en de ontsluiting van het bedrijventerrein Harselaar. De verkiezingsbijeenkomst wordt gehouden in partycentrum Edda Huzid aan de Hunnenweg 16 in Voorthuizen en begint om 20.00 uur. Belangstellenden zijn van harte welkom. De provincie Gelderland is al geruime tijd bezig met plannen voor een oostelijke rondweg om de kern Voorthuizen. Dat is nodig om de verkeersdruk dóór het centrum van Voorthuizen te ontlasten, zowel voor wat betreft het oost-west- als het noord-zuid-verkeer. In de komende periode neemt het aantal verkeersbewegingen, mede vanwege de uitbreiding van de kern Voorthuizen, toe. Daarnaast is de oostelijke rondweg van groot belang voor de toekomstige ontsluiting en een betere doorstroming van het verkeer rond Barneveld en met name het bedrijventerrein Harselaar. De provincie heeft in de afgelopen periode drie varianten opgesteld, waarvan de meest oostelijke variant het meest oplossingsgericht is en op veel draagvlak kan rekenen. De provincie moet uiteindelijk beslissen of de oostelijke rondweg wordt gerealiseerd. Met het oog op de aanstaande verkiezingen voor de nieuwe Provinciale Staten van Gelderland is het goed om van de provinciale politieke partijen te horen hoe zíj over de oostelijke rondweg denken. Verschillende politieke partijen hebben inmiddels aangegeven aan het debat deel te nemen. Gedeputeerde Van Haaren De verkiezingsbijeenkomst is openbaar toegankelijk en wordt gehouden in Edda Huzid aan de Hunnenweg16 in Voorthuizen. Barneveld, 15 februari 2007 Nummer 07-018 |
|
| Mutatiedatum | 19/02/2007 |
Als voorbereiding op het bovengenoemde debat kopieerde J. Hop (Groep Hop) op 24 februari 2007 de onderstaande tekst van de website van de provincie Gelderland:
Werkbezoek CdK aan Barneveld: “Pleidooi voor rondweg Voorthuizen”
Het laatste werkbezoek van dit jaar werd door de Commissaris van de
Koningin afgelegd aan Barneveld. Op 14 december bezocht hij de gemeente en het
programma begon dit keer met een interactieve bijeenkomst over de rondweg
Voorthuizen. Hierna volgden een ontmoeting met de raad en een overleg met het
college.
Tijdens een druk bezochte bijeenkomst in wegrestaurant ‘de Goudreinet’
in Terschuur werd gesproken met ondernemers, bewoners(organisaties) en LTO over
de lang gekoesterde wens om een rondweg rond het dorp Voorthuizen te realiseren.
Als eerste hield de wethouder een betoog waarom deze rondweg zo belangrijk is
voor de inwoners van Voorthuizen en de toekomstige ontwikkeling van Barneveld.
Alleen de oostelijke variant kan volgens de gemeente de problemen oplossen en op
termijn aan de ambities en groeimogelijkheden van Barneveld voldoen. De
wethouder gaf aan dat er dan nog wel andere problemen zijn op te lossen, in het
bijzonder de financiën en de aantakking op het Rijkswegennet (de gemeente heeft
zelf €15 miljoen voor de rondweg uitgetrokken). Als er een extra aansluiting
in Barneveld komt, moet er namelijk één in Nijkerk verdwijnen in de ogen van
Rijkswaterstaat.
Draagvlak oostelijke variant rondweg
De deelnemers aan de bijeenkomst waren blij dat de Commissaris in deze cruciale
fase naar hen kwam luisteren en oog heeft voor de problemen waar zij mee te
maken hebben. Er werden door de aanwezigen verschillende argumenten genoemd
waarom er een oostelijke variant moet komen. De ondernemers gaven aan dat de
uitbreiding van bedrijventerreinen slechts mogelijk is als er een oostelijke
rondweg ligt met een aantakking op de A1. Volgens het Plaatselijk Belang
Voorthuizen (met ongeveer 2000 leden) wordt met deze variant de leefbaarheid in
het dorp het meest verhoogd. Omwonenden van de Stationsweg gaven aan dat alleen
zo de Stationsweg kan worden ontlast. De recreatiesector kan zich ook goed
vinden in de rondweg oost, omdat de meeste recreatieterreinen hier oostelijk van
liggen.
Op- en afrit
De Commissaris vroeg of er ook mensen met bedenkingen waren tegen de
oost-variant. Eigenlijk was iedereen het er over eens dat deze variant de beste
is. LTO Noord voegde hieraan toe dat op deze wijze de agrarische percelen het
minst worden doorsneden. Wat betreft de afwikkeling van het landbouwverkeer
wordt gedacht aan het aanleggen van parallelwegen. Toen de Commissaris opmerkte
dat er dan in ieder geval één op- en afrit moet verdwijnen, gaven de
ondernemers aan het niet eens te zijn met het beleid van Rijkswaterstaat. Zij
vroegen de Commissaris zich in Den Haag in te spannen om een extra aantakking
mogelijk te maken. Uiteindelijk gaat het om de meest toekomstbestendige
oplossing, zo liet men weten. De Commissaris vond wel dat alle argumenten dan op
tafel moeten liggen en ook de vraag beantwoord moet worden waarom de bestaande
op- en afrit niet voldoende is. Ook vroeg hij wat de aanwezigen voor een
duurdere variant over hebben. Men vond dat dit in principe uit de
belastingopbrengsten betaald zou moeten worden.
Wat betreft het milieu zagen de deelnemers geen onoverkomelijke problemen.
Dassenburchten zijn er bijvoorbeeld niet gevonden; wel in de westelijke variant.
Ook de aanleg van een tunnel werd niet als een probleem ervaren. Dit staat los
van de keuze van het tracé en moet volgens de wethouder dan ook worden gezien
als een apart project.
Kritiek
Toch werden er die middag ook kritische geluiden gehoord. Een deelnemer klaagde
over het feit dat er al meer dan 30 jaar over de rondweg wordt gepraat en snapte
niet dat de overheid zo traag was met het nemen van een besluit. Dit schaadt
volgens hem het vertrouwen van mensen in de overheid. De Commissaris legde uit
dat infrastructuur lange tijd op Rijksniveau geen prioriteit heeft gehad. Wel in
Provinciale Staten, zodat er in de afgelopen periode voortvarend is gewerkt aan
de mobiliteit binnen de provincie en de verbetering van de leefbaarheid d.m.v.
rondwegen. Omdat er in de provincie veel knelpunten zijn, kan niet alles
tegelijk worden opgelost. Ook gaf hij aan dat procedures soms (onnodig) lang
zijn doordat er optimale rechtsbescherming wordt geboden aan de burgers. Hij
sprak de hoop uit dat ook in het nieuwe Statenakkoord veel geld wordt
gereserveerd voor verbetering van de infrastructuur. Een Statenlid merkte op dat
ook andere belangen moeten worden meegewogen binnen het totaal. De aanwezigen
hoopten echter op een definitief besluit voor 7 maart zodat de besluitvorming
binnen deze periode kan worden afgerond. De burgemeester nodigde tot slot de
Staten uit voor een uitvoerige discussie over de varianten nog voor er
verkiezingen zijn.
Ontmoeting met de raad
Bij de raadsontmoeting werd allereerst gesproken over de robuuste
natuurverbinding Veluwe/Utrecht. De commissaris gaf aan blij te zijn met de
steun van Barneveld bij de totstandkoming van de plannen. Hij vroeg om
medewerking van het gemeentebestuur (ambassadeursrol) om de verbinding ook
daadwerkelijk te realiseren. Niet alle fracties waren even enthousiast over de
verbindingszone. Zo was Lijst 8 tegen het principe om het beleid uit te voeren
op basis van het reconstructieplan, dat volgens hen onterecht was afgedwongen.
Bovendien hebben de boeren het al zwaar genoeg, zo luidde de reactie.
Ook andere fracties, waaronder het CDA, spraken hun zorgen uit over de positie
van de agrariërs. Het principe van vrijwilligheid werd erg belangrijk gevonden
en ook het feit dat agrariërs in de gekozen opzet het beheer krijgen en nog
kunnen blijven boeren. De VVD voelt echter meer voor marktwerking en ziet de
plannen als gesubsidieerde natuur. De ChristenUnie steunde het plan wel, maar
wilde los van de grootschalige natuurgebieden ook aandacht voor natuur dichtbij
huis. Hier sloten andere fracties zich bij aan, want men wil het groene karakter
van Barneveld graag behouden. De SGP vroeg zich af hoe ‘vrijwillig’
vrijwillig is en vond dat onzekerheid voor de boeren zoveel mogelijk moet worden
tegengegaan.
Verbindingszone
De Commissaris liet weten dat de reconstructieplannen democratisch tot stand
zijn gekomen en een gevolg zijn van de dierziektes die veel agrariërs de
afgelopen jaren hebben getroffen. Hij gaf aan dat het belangrijk is om er nu
gezamenlijk voor te gaan en dat geld hierbij niet het grootste probleem vormt.
Nu er vele ILG-gelden beschikbaar komen is het een goed moment om de
verbindingszone te realiseren. Ondanks het feit dat er niet onteigend wordt, is
het wel van belang de vaart erin te houden, aldus de Commissaris. De Commissaris
toonde zich ook voorstander van landgoederen. Hij vroeg zich af of de gemeente
hier ruimte voor biedt in het bewuste gebied. Dit bleek het geval te zijn en het
gaat hierbij om 2 plannen.
Infrastructuur
Hierna werd er ingegaan op de toekomst van Barneveld en de benodigde
infrastructuur. Voor de toekomstige ontwikkeling van de gemeente wordt de
(oostelijke) rondweg om Voorthuizen raadsbreed als een belangrijke voorwaarde
gezien. Er zijn echter ook andere zaken die van belang zijn, zo liet de raad
weten. Bijvoorbeeld het aantrekkelijk maken van het transferium, meer openbaar
vervoer en veilige spoorwegovergangen. Ook vroeg men aandacht voor de
woningbouw, omdat de woningmarkt in Barneveld door de oprukkende randstad erg
onder druk staat. De Commissaris zegde toe om zijn contacten in Den Haag te
benutten om te bezien of er meerdere op- en afritten op de snelweg mogelijk
zijn. Wel vond hij dat het MER-rapport moet worden meegenomen in de verdere
planvorming. Ten aanzien van het openbaar vervoer wil hij graag meewerken aan
een onderzoek naar de mogelijkheden voor verbeteringen. Hiervoor dient de
gemeente wel een concreet verzoek in te dienen bij Gedeputeerde Van Haaren, ook
voor wat betreft een snellere realisatie van een intercitystation.
Ontmoeting met het college
Het gesprek met het college vond plaats tijdens een diner in restaurant Het
Schaap.
Tijdens het diner stonden drie onderwerpen centraal. Allereerst werd gesproken
over het rapport van de VROM-Inspectie waarin geconcludeerd wordt dat de
wetgeving op het gebied van milieu en de ruimtelijke ordening (zgn. VROM-taken)
onvoldoende wordt uitgevoerd. Voor het goed kunnen vervullen van deze kerntaak
heeft de gemeente extra capaciteit nodig. De Commissaris gaf aan dat hij graag
op de hoogte wordt gehouden van het verbetertraject.
Met de nieuwe Wet op de Ruimtelijke Ordening krijgen provincie en gemeente een
andere rol. De gemeente wil samen met de provincie een pilotproject starten om
te kijken hoe het nieuwe instrumentarium kan worden gebruikt om de wederzijdse
taken en verantwoordelijkheden op het gebied van de ruimtelijke ordening
optimaal te benutten. Zij zal zich hiertoe wenden tot de Gedeputeerde, dhr.
Peters.
Vervolgens kwam de samenwerking tussen de provincie en de gemeente op het gebied
van de ruimtelijke ordening aan de orde. Volgens de gemeente is er sprake van
een goede samenwerking, maar ze wijst wel op de langdurige planfase van het
bestemmingsplan. Door het tempo te verhogen kunnen sneller goedkope woningen
worden gebouwd.
Knooppuntstatus
Ten slotte werd gesproken over de toekomstige ontwikkeling van de gemeente
Barneveld en regionale samenwerking. Barneveld is aangewezen als regionaal
knooppunt. In de aanloop naar het Streekplan is er een taakstelling voor
bedrijventerreinen maar niet voor woningbouw. Dit leidt volgens de gemeente tot
scheefgroei. De gemeente gaf aan dat zij ook een knooppuntstatus wil voor wonen,
werken en mobiliteit.
De Commissaris merkte op dat Barneveld aan veel regionale samenwerkingsverbanden
deelneemt. De gemeente gaf aan dat nadrukkelijker de samenwerking zal worden
gezocht met de WERV-gemeenten (Wageningen-Ede-Rhenen-Veenendaal).
A an het einde van de avond werd nog stilgestaan bij een eventuele doortrekking
van de A30 naar Amsterdam. De Commissaris zei dat daar geen zicht op is omdat er
in de huidige Staten geen meerderheid voor is.
De burgemeester dankte hierna de commissaris voor zijn nuttige en plezierige
bezoek.
Als voorbereiding op het bovengenoemde debat kopieerde J. Hop (Groep Hop) op 24 februari 2007 inspraaknotities
Gemeente/provincie gelderland, omleiding N303 voorthuizen / ontsluiting Harselaar zuid, reactienota, opdrachtgever, provincie Gelderland, Plannummer 354.10523.03, 1 februari 2005
Impressie van de informatieavond
Samenvatting en beantwoording inspraakreacties Startnotitie N303, Omleiding Voorthuizen / ontsluiting Harselaar Zuid
De startnotitie m.e.r. "Omleiding N303 Voorthuizen en ontsluiting
Harselaar Zuid" van de provincie Gelderland, heeft ter inzage gelegen van
18 oktober tot en met 12 november
2004. In deze periode zijn 42 inspraakreacties ingediend. Op woensdag 27 oktober
2004 is voor de bewoners van de gemeente Barneveld een informatieavond
georganiseerd. Op deze avond is door de provincie de startnotitie toegelicht en
hebben de aanwezigen de gelegenheid gekregen vragen te stellen over het project.
In hoofdstuk 2 is een impressie van deze informatieavond opgenomen.
Inspraakreacties konden uitsluitend schriftelijk worden
ingediend. De samenvatting en beantwoording van de 42 inspraakreacties is
opgenomen in hoofdstuk 3. Per inspraakreactie is een conclusie getrokken over
het al dan niet (gedeeltelijk) tegemoetkomen aan de reactie.
Door de volgende reclamanten zijn zienswijzen ingediend:
1. College van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Barneveld
2. Johannes Wilhelmus Mijnarends, te Voorthuizen
3. Rijksdienst voor het Oudheidkundig Bodemonderzoek, Kerkstraat 1 te Amersfoort
4. P. Agterberg, Tromplaan 35 te Voorthuizen
5. M.J. de Jager, Frans Halsstraat 65 te Voorthuizen
6. Barneveldse Industriële Kring, p/a Piersonlaan 2 te Barneveld
7. E. Bouwman, Zeumerseweg 41 te Voorthuizen
8. T. Versloot, Rijksweg 78 te Voorthuizen
9. E.G. van Ommen, Harremaatweg 26 te Voorthuizen
10. J. Hartman, Brugveensweg 1 te Voorthuizen
11. M. Snijder, Rembrandtstraat 83 te Voorthuizen
12. M. Top, Verbindingsweg 32 te Voorthuizen
13. Plaatselijk Belang Voorthuizen, M.A. Schuit, p/a Noordersingel 126 te Voorthuizen
14. J. Zeeman, Plaggenmeierslaan 12 te Voorthuizen
15. Buurtvereniging Garderbroek e.o., p/a Garderbroekweg 15 te Voorthuizen
16. E.J. van ’t Ooster, Bijschoterweg 9 te Voorthuizen
17. Gelderse Milieufederatie, Jansbuitensingel 14 te Arnhem
18. Bewonersvereniging De Steenkamp, p/a De Steenkamp 132 te Voorthuizen
19. J.H. Wildeboer, Rijksweg 66 te Voorthuizen
20. G. van der Neud, Rijksweg 76 te Voorthuizen
21. Bewoners Peppelseweg, p/a Hoornweg 10 te Barneveld
22. D. van Aalten (gemeente Wageningen)
23. Ondernemers Vereniging Voorthuizen, Sportparkstraat 2 te Voorthuizen
24. J. de Wit, Sportparkstraat 11 te Voorthuizen
25. J.M.J. van Haarlem & J.M.G Kwaspen, Overhorsterweg 38 te Voorthuizen
26. Fam. Fortman & Kleyer, Verbindingsweg 30/26 te Voorthuizen
27. GLTO Belangenbehartiging, Postbus 126 te Deventer
28. H. Bergers, Wolkammerslaan 18 te Voorthuizen
29. Gresnigt & van Kippersluis, namens Bosch Beton Industrie aan de Wesselseweg te Barneveld
30. VNO NCW Valleiregio en Barneveldse Industriële Kring
31. Transport en Logistiek Nederland, Postbus 655 te Apeldoorn
32. Bos-Schut, Plaggenweg 11 te Kootwijkerbroek
33. Kamer van Koophandel Veluwe en Twente, Deventerweg 1 te Harderwijk
34. P. Steenkamer, Molenweg 117 te Voorthuizen
35. A.C. Visser, Noordersingel 86 te Voorthuizen
36. G.J. van ’t Ooster, Baron van Nagellstraat 108 te Voorthuizen
37. G.J. van Elten, Tromplaan 1 te Voorthuizen
38. Van Westreenen Adviseurs voor Buitengebied, namens Veehouderij Van Drie aan de Rijksweg 51 te Voorthuizen
39. P.J. Achterstraat , Rijksweg 64 te Voorthuizen
40. W. van den Brink, Thorbeckelaan 54 te Barneveld
41. A. van der Gugten, Rijksweg 68 te Voorthuizen
42.
RGV Holding BV, Van der Houven van Oordtlaan
6 te Apeldoorn Impressie van de informatieavond
In dit hoofdstuk wordt een korte impressie weergegeven van de informatieavond
over de Startnotitie-m.e.r. voor de omleiding van de provinciale weg N303 in
Voorthuizen. De informatieavond vond op 27 oktober 2004 plaats in Café/Restaurant
Buitenlust in Voorthuizen.
Veel gepuzzel op drukke informatieavond in Voorthuizen op 27 oktober 2004
"Apeldoornseweg, Voorthuizerstraat, Rubensstraat, Rijksweg,
Rembrandtstraat, Hoofdstraat, Zelderseweg, Stationsstraat, A1, A30, A28,
oostelijke variant, westelijke variant". Het was een heel gepuzzel in
Voorthuizen en het ging er heftig aan toe. De informatieavond was het hoogtepunt
in de inspraak over startnotitie m.e.r. Omleiding Voorthuizen.
Over en weer gingen de argumenten en de emotionele oproepen voor of tegen. Het grote aantal varianten waarover werd gesproken maakte duidelijk dat de discussie hier al lang loopt over de vraag hoe het verkeer uit Voorthuizen geweerd kan worden. De één vroeg om een autosnelweg, de ander stelde voor om het in Voorthuizen zelf 'wat hoekiger en minder aantrekkelijk te maken".
Aanwijslampje Je moest goed opletten om het te kunnen blijven volgen. Er was zelfs een bezoeker die zijn eigen aanwijslampje had meegenomen om nóg meer varianten, waaronder zijn voorkeursvariant, toe te kunnen lichten op een kaart. Het bracht één van de andere aanwezigen tot de verzuchting "Iedereen is verbaasd is dat we er al 30 jaar over praten, maar mij verbaast het niet meer, nu ik dit allemaal hoor".
Nu doorpakken Marijke van Haaren, gedeputeerde voor Openbaar Vervoer en Infrastructuur, en Wim Burgering, burgemeester van Barneveld, waar Voorthuizen onder valt, hadden er een behoorlijke dobber aan, maar het ging hen goed af. "U kunt mij niet aanspreken op het verleden, maar wel op de toekomst. Laten we nu doorpakken om snel de leefbaarheid van Voorthuizen te verbeteren", zei Marijke van Haaren. "Ik ben blij met de bestuurlijke overeenstemming en hoor graag uw reactie op onze startnotitie." Ook Wim Burgering riep de aanwezigen op tot 'kritisch meedenken' om de problemen aan te pakken.
Startnotitie De omleiding Voorthuizen is vinden op de website van de provincie , onder
'verplaatsen' en vervolgens 'wegenbouwprojecten'. U vindt er meer informatie het
project.
De omleiding Voorthuizen is een van de projecten uit het Statenakkoord. De
inspraak gaat over de startnotitie m.e.r., waarin staat welke varianten voor de
omleiding van de provinciale weg N303 in een milieueffectrapportage met elkaar
worden vergeleken. Veel aanwezigen op de informatieavond hebben al hun reactie
toegezegd op de startnotitie. Op 12 november sluit de inspraak en weten we
hoeveel het heeft opgeleverd.
Samenvatting en beantwoording inspraakreacties Startnotitie N303 Omleiding Voorthuizen / ontsluiting Harselaar Zuid
|
Naam
inspreker |
Reactie |
Antwoord
provincie |
|
1.
College van Burgemeester en Wethouders
van de gemeente Barneveld |
De
gemeenteraad van Barneveld verzoekt de provincie het door de heer van
Elten (in samenwerking met de Kamer van Koophandel) opgestelde alternatief
voor de rondweg Voorthuizen (variant 8) in het MER “omleiding
Voorthuizen en ontsluiting Harselaar Zuid” op te nemen. |
De
provincie zal deze variant 8 in het milieuonderzoek voor het MER meenemen.
In het MER zal alternatief ‘variant 8’ behandeld worden. |
|
2.
J.W. Mijnarends, te Voorthuizen |
In
de startnotitie wordt geen oplossing gegeven voor de aansluiting op de
Rubensstraat. |
In
de startnotitie zijn alleen globale tracés aangegeven voor de
alternatieven van een rondweg. In het MER zullen de alternatieven nader
worden uitgewerkt waaronder ook de aansluiting op de Rubensstraat. Pas na
dit onderzoek wordt duidelijk welke maatregelen noodzakelijk zijn. |
|
3.
Rijksdienst voor het Oudheidkundig
Bodemonderzoek, Kerkstraat 1 te Amersfoort |
Het
ROB geeft aan dat in de literatuurlijst van de startnotitie een
Beleidsnota en enkele uitgevoerde onderzoeken moeten worden toegevoegd. |
De
literatuurlijst van de Startnotitie zal niet worden aangevuld, deze is
namelijk reeds definitief. Bij het uitvoeren van het milieuonderzoek (MER)
zullen de genoemde literatuurbronnen worden verzameld en gebruikt. Dan kan
ook worden bepaald of aanvullend onderzoek noodzakelijk is. |
|
4.
P. Agterberg, Tromplaan 35 te
Voorthuizen |
Inspreker
vond het een positieve avond, maar vraagt zich af of de A30 in de toekomst
aangesloten zal worden op de A28. |
Er
is vanuit de rijksoverheid en provincie geen geld beschikbaar voor een
doortrekking van de A30 naar de A28. Daarom is besloten tot het
uitsluitend aanleggen van rondwegen. Hierdoor worden in ieder geval de
lokale (verkeers- en milieu)knelpunten grotendeels opgelost. Echter, in de
verkeersscenario’s zal rekening gehouden worden met een doortrekking
naar de A28. |
|
5.
Leefbaar Voorthuizen, p/a Frans
Halsstraat 65 te Voorthuizen |
Alternatief
I (west) heeft geen voorkeur vanwege de volgende nadelen: -
vanwege
ruimtegebrek wordt de kortsluiting van de Rubensstraat naar de
Apeldoornsestraat vormgegeven als een bajonetverbinding; hierdoor zal deze
verbinding niet tot een afname van het verkeer in de Rembrandtstraat
(N303) leiden; -
het
(overbelaste) zuidelijk deel van de Baron van Nagellstraat zal bij dit
alternatief nog verder belast worden en tot nog meer knelpunten leiden; |
In
het MER zal onderzocht worden in hoeverre dit alternatief leidt tot
oplossing van de bestaande knelpunten en op welke wijze dit alternatief
bijdraagt aan de doelstelling van het project, namelijk vermindering van
het doorgaande verkeer in de kern Voorthuizen en ontsluiting van
bedrijventerrein Harselaar-Zuid.. Alle genoemde punten worden in het MER
meegenomen. |
|
|
-
dit
alternatief biedt geen oplossing voor het recreatieverkeer ten oosten van
Voorthuizen -
de
ontsluiting van Harselaar Zuid is onvoldoende geregeld -
de
Stationsweg (richting Barneveld) zal extra worden belast vanwege het
ontbreken van een extra aansluiting op de A1 |
|
|
|
Alternatief
II heeft de voorkeur van Leefbaar Voorthuizen omdat hierbij alle nadelen
van alternatief I wel worden opgelost en dit alternatief reeds een groot
draagvlak heeft bij (een groot deel van) de bewoners van Voorthuizen. Nadeel
van dit alternatief is het vervallen van de aansluiting op de Zelderseweg.
Hierover dient overleg te worden gevoerd met RWS. Bezien moet worden welke
oplossingen hiervoor kunnen worden getroffen. |
Hiervoor
geldt hetzelfde antwoord als bij alternatief I: alle voor- en nadelen van
dit alternatief zullen in het MER onderzocht worden. |
|
|
Een
alternatief voor tracé I: een oostelijke omleiding vanaf de Baron van
Nagellstraat/Verbindingsweg via Zeumeren naar de Apeldoornsestraat en
Rubensstraat |
In
het MER zal dit alternatief nader onderzocht worden.. |
|
|
Bij
de te onderzoeken aspecten dienen recentere tellinggegevens gebruikt te
worden dan die van 1999. Ook dient het aspect luchtkwaliteit te worden
meegenomen. |
In
de startnotitie zijn beide aspecten duidelijk aangegeven en zullen als
zodanig ook in het MER en verkeersmodel worden meegenomen. |
|
|
Overige
opmerkingen: -
wellicht
is het mogelijk om een verbod voor doorgaand vrachtverkeer in te stellen; -
aandacht
moet worden besteed aan de fasering in de uitvoering van de weg om
ongunstige effecten te voorkomen; -
insprekers
zijn van mening dat het welzijn van de bewoners niet ondergeschikt mag
zijn aan de natuur en landschap; -
de
beschreven voorgeschiedenis van deze omleiding is niet compleet; deze is
namelijk veel langer. De angst bestaat dat de geschiedenis zich opnieuw
zal herhalen; -
er
wordt een complete planning met harde data gemist. |
-
Aandacht
zal besteed worden aan overlast tijdens de aanlegfase en mogelijke
fasering hiervan; -
in
het MER zal de geschiedenis van het project zal uitgebreider beschreven
worden in het MER. De
overige opmerkingen worden voor kennisgeving aangenomen. |
|
6.
Barneveldse Industriële Kring, p/a
Piersonlaan 2 te Barneveld |
Voor
het BIK heeft de oostelijke omleiding (alternatief II) de voorkeur vanwege
de positieve effecten voor Harselaar Zuid. |
Deze
opmerking wordt voor kennisgeving aangenomen. |
|
7.
E. Bouwman, Zeumerseweg 41 te
Voorthuizen |
Inspreker
noemt dat de ontsluiting van het recreatiegebied Zeumeren niet goed is
geregeld. Gevraagd wordt hier ook aandacht aan te besteden bij alternatief
1. |
Dit
aspect zal in het MER worden onderzocht. |
|
8.
T. Versloot, Rijksweg 78 te
Voorthuizen |
Voorgesteld
wordt om de weg vanaf de Nijkerkerweg aan de noordwestelijke kant van
Voorthuizen naar de Voorthuizerweg door te trekken en van daar naar de
Apeldoornsestraat. |
In
het MER wordt uitgebreid onderzoek gedaan naar verschillende
alternatieven, ook naar dit alternatief. |
|
9.
Recreatiecentrum Ackersate, E.G. van
Ommen, Harremaatweg 26 te
Voorthuizen |
Inspreker
vraagt aandacht voor de negatieve effecten van een (oostelijke) rondweg
voor de recreatie in de omgeving. Gevraagd wordt dit aspect mee te nemen
in de vervolgstudie. |
Dergelijke
mogelijke effecten op recreatie zullen worden meegenomen in het MER en de
daarbijbehorende afweging. |
|
10.
J. Hartman, Brugveensweg 1 te
Voorthuizen |
De
inspreker vraagt zich af of de aanleg van een omleiding rond Voorthuizen
wel noodzakelijk is gezien de grote investering die hiermee gepaard gaat.
Het verkeer door Voorthuizen is voornamelijk bestemmingsverkeer en geen
doorgaand verkeer. |
Vooronderzoek
heeft aangetoond dat er wel degelijk sprake is van veel doorgaand verkeer
door de kern en dat dit leidt tot leefbaarheidsproblemen. De provincie
heeft zich tot doel gesteld deze problemen op te lossen. De kosten die
hiermee gepaard gaan zullen uiteraard in de afweging worden meegenomen. |
|
11.
M. Snijder, Rembrandtstraat 83 te
Voorthuizen |
Inspreker
spreekt de teleurstelling uit over het opnieuw bestuderen van
alternatieven voor een omleiding bij Voorthuizen. Dit leidt opnieuw tot
vertraging voor het oplossen van de problematiek. |
In
een complex project als deze is het lastig om een oplossing te creëren
waarin alle betrokken partijen zich kunnen vinden. Ook de doelstellingen
zijn in de loop van de tijd gewijzigd. Belangrijk
is dat zowel de provincie als de gemeente nu voortvarend aan de slag zijn
gegaan om een oplossing te creëren. Het opstellen van een MER is hierbij
de eerste en noodzakelijke stap. |
|
12.
M. Top, Verbindingsweg 32 te
Voorthuizen |
Inspreker
maakt bezwaar tegen alternatief I aangezien deze over een deel van het
bedrijfsperceel loopt. |
De
aangegeven tracés zijn nog globale lijnen op de kaart en geeft het
zoekgebied aan voor de daadwerkelijke (te onderzoeken) tracés. In het MER
zullen gedetailleerde tracés worden uitgewerkt. Doorsnijding van
bestaande bedrijven zoals in dit geval is niet te voorkomen. |
|
13.
Plaatselijk Belang Voorthuizen, M.A.
Schuit, p/a Noordersingel 126 te Voorthuizen |
De
vereniging Plaatselijk Belang Voorthuizen heeft een uitgebreide notitie
ingediend als reactie op de startnotitie. De vereniging toont hiermee aan
dat het een sterke voorkeur heeft voor een oostelijke omleiding
(alternatief II) bij Voorthuizen. Kort samengevat worden de volgende
argumenten hiervoor aangegeven. Als
voordelen van een oostelijke omleiding worden genoemd: -
het
creëren van een noodzakelijke extra ontsluiting op de A1; -
oplossing
van de verkeersproblemen in het centrum van Voorthuizen; -
het
daardoor verkeersluw kunnen maken van het centrum; -
vergroting
van de bereikbaarheid van Voorthuizen (oostelijk deel) en de
recreatiegebieden ten oosten en zuiden van Voorthuizen. De
westelijke omleiding heeft de volgende nadelen: -
er
ontstaat geen verkeersluw centrum van Voorthuizen; -
er
worden veel (agrarische) percelen doorsneden; -
aantasting
van het ecologische waardevolle landgoed Overhorst; -
geen
oplossing voor de bereikbaarheid van bedrijventerrein Harselaar; -
te
grote verkeersdruk op de Baron van Nagellstraat. |
Deze
uitgebreide rapportage met afweging voor verschillende (milieu)aspecten
wordt voor kennisgeving aangenomen. Alle aspecten zoals genoemd in de
rapportage zullen ook in het MER aan de orde komen. |
|
14.
J. Zeeman, Plaggenmeierslaan 12 te
Voorthuizen |
Inspreker
heeft de volgende bedenkingen tegen de westelijke omleiding (tracé I): -
de
aansluiting van dit alternatief op de Voorthuizerstraat (N303) zal ver
buiten het dorp moeten worden gerealiseerd vanwege aanwezige
bebouwing/functies; hierdoor wordt het tracé relatief lang; |
-
Bij
de precieze uitwerking van het tracé in het MER zal dit duidelijk worden; |
|
|
-
dit
alternatief heeft negatieve gevolgen voor de Baron van Nagellstraat; deze
weg zal nog zwaarder worden belast, als maatregel zal de weg verbreed
moeten worden en ook de verkeersveiligheid (voor scholieren) komt in het
geding; |
-
de
gevolgen voor deze weg zullen in het MER uitgebreid aan de orde komen; |
|
|
-
is
het mogelijk dat de aan te leggen rondweg ook een lagere maximum snelheid
krijgt (bijv 60 km/u); |
-
deze
maatregel zal worden onderzocht; |
|
|
-
dit
alternatief biedt geen oplossing voor het recreatief bestemmingsverkeer
ten oosten van Voorthuizen, zodat het centrum hiermee alsnog wordt belast. |
-
dit
aspect zal eveneens in het MER aan de orde komen. |
|
|
Voorgesteld
wordt om de aansluiting op de A1 bij de Baron van Nagellstraat af te
sluiten, een nieuwe aansluiting ten oosten van Voorthuizen te realiseren
en de aansluiting bij het knooppunt A1/A30 te handhaven. Deze optie is
voor een verkeersluw centrum van Voorthuizen het meest gunstig, ook is
deze oplossing goedkoper dan de herinrichting van de Baron van
Nagellstraat. Is deze oplossing te integreren met de plannen van RWS? |
-
Het
afsluiten van de Baron van Nagellstraat wordt in alternatief 8 onderzocht; -
de
voorwaarden van Rijkswaterstaat zijn duidelijk, namelijk in de nieuwe
aansluiting A1/A30 is geen ruimte voor het aansluiten van wegen van lokaal
niveau. |
|
15.
Buurtvereniging Garderbroek e.o.,
p/a Garderbroekweg 15 te Voorthuizen |
De
Buurtvereniging geeft aan dat de westelijke omleiding meer voordelen
oplevert dan de oostelijke omleiding. Bij een westelijke omleiding is de
bereikbaarheid van Harselaar evengoed te garanderen met eenvoudige
maatregelen. De oostelijke omleiding is daarentegen zeer duur, ontlast het
centrum van Voorthuizen niet voldoende en heeft nadelige gevolgen voor de
recreatie in het gebied. |
In
het MER zal deze afweging aan de orde komen. |
|
16.
E.J. van ’t Ooster, Bijschoterweg 9
te Voorthuizen |
Inspreker
spreekt de voorkeur uit voor een oostelijke omleiding, omdat deze veel
meer problemen oplost dan een westelijke omleiding. Met name de Baron van
Nagellstraat is al te zeer belast, ook heeft een westelijke omleiding
negatieve gevolgen voor de bewoners aan de Verbindingsweg. |
Dit
wordt in het MER onderzocht.. |
|
17.
Gelderse Milieufederatie,
Jansbuitensingel 14 te Arnhem |
Te
onderzoeken alternatieven: -
in
de westelijke omleiding is een kortsluiting van de N303 (Rubensstraat) met
de Apeldoornsestraat (N344) opgenomen. Deze kortsluiting heeft ook
negatieve effecten (ecologie, landschap). Om ook een alternatief zonder
deze negatieve effecten te kunnen onderzoeken, stelt de Milieufederatie
voor om deze kortsluiting als variant op te nemen. |
-
Het
voorstel zal in overweging worden genomen. |
|
|
Samenhang
met MER Harselaar Zuid: -
Het
MER voor het bedrijventerrein Harselaar Zuid is reeds als eindconcept
klaar. Verwacht wordt dat, afhankelijk van de uitkomsten van het MER
Omleiding N303 / Ontsluiting Harselaar Zuid, dit MER nog aangepast kan
worden. |
-
Het
hangt af van de uitkomsten van het MER Omleiding N303 / Onstluiting
Harselaar Zuid of dit gevolgen heeft voor het MER Harselaar Zuid. Dit MER
wordt door de gemeente opgesteld en zal worden aangepast als hiertoe
aanleiding wordt gegeven. |
|
|
Te
onderzoeken aspecten: -
Het
onderzoeken van de congestiekans lijkt niet zinvol omdat hiervoor geen
normen beschikbaar zijn. Belangrijker om te onderzoeken is de verandering
in verkeersintensiteiten (verkeer); -
het
is van belang om ook het aandeel doorgaand en lokaal verkeer en het
aandeel van het recreatieve verkeer zichtbaar te onderzoeken (verkeer); -
het
is gewenst om te onderzoeken of de alternatieven ook tot een toename van
doorgaand verkeer kunnen leiden (verkeer); -
de
effecten op de EHS (Wilbrinkbos) dient meegenomen te worden in het
milieuonderzoek (ecologie); -
bij
luchtkwaliteit dient ook inzicht te worden gegeven aan de bijdrage van het
doorgaande verkeer aan de totale fijn stofconcentraties (woon- en
leefmilieu); -
eveneens
onderzocht dient te worden in hoeverre een nieuwe rondweg leidt tot barrièrewerking
in het stedelijk uitloopgebied (m.n. ten oosten van Voorthuizen)
(ruimtelijke ordening en economie); -
tenslotte
dient onderzocht te worden wat de effecten op de verschillende
alternatieven zijn op de recreatieve beleving in de verschillende
natuurgebieden rondom Voorthuizen (RO en economie). |
-
De
congestiekans zal kwantitatief worden beschreven. De verandering in
verkeersintensiteiten wordt ook onderzocht; -
in
het verkeersmodel zijn de gegevens m.b.t. doorgaand en lokaal verkeer
beschikbaar en kan daardoor in het onderzoek worden meegenomen; het
aandeel recreatief verkeer zit niet specifiek in het model, er wordt
uitgegaan van een gemiddelde werkdag; -
idem; -
dit
aspect wordt in het MER eveneens onderzocht; -
getoetst
wordt aan de grenswaarden van het Besluit luchtkwaliteit; indien er een
knelpunt ontstaat voor luchtkwaliteit zullen dergelijke gegevens
inzichtelijk worden gemaakt; -
dit
aspect wordt in het MER eveneens onderzocht; -
idem. |
|
18.
Bewonersvereniging De Steenkamp, p/a
De Steenkamp 132 te Voorthuizen |
-
Inspreker
hecht groot belang aan een samenhangende aanpak van de verschillende
rondwegen en de betekenis hiervan voor de EHS. |
-
De
provincie heeft in de startnotitie deze samenhang van de projecten
benadrukt. Deze samenhang komt tot uiting in het verkeersmodel dat voor
deze regio is opgesteld. Ook in het MER zal de samenhang worden
meegenomen. |
|
|
-
Tevens
wordt aandacht gevraagd voor de verschillende verkeersstromen in en rond
Voorthuizen/ Harselaar. Van belang daarbij zijn bijvoorbeeld de aanleg van
het transferium op Harselaar en de verbetering van de ontsluiting van
recreatiegebied Zeumeren. |
-
Deze
aspecten zullen in het verkeersmodel worden opgenomen |
|
|
-
De
aanwezigheid van recreanten in de omgeving van Voorthuizen leidt m.n. in
weekenden en hoogseizoen tot een gebrek aan parkeerruimte. |
-
Deze
opmerking wordt ter kennisgeving aangenomen. |
|
|
-
Opgemerkt
wordt dat een nieuwe aansluiting op de A1 (Oost) (en daarmee gepaard
gaande afsluiting van de Zelderseweg op de A1) alleen mogelijk is bij
aansluiting van een nieuwe weg met regionale betekenis. |
-
De
provincie is van deze voorwaarde van Rijkswaterstaat op de hoogte |
|
|
-
De
alternatieven dienen op gelijke wijze te worden behandeld, dus ook de
ontwerpsnelheid van de rondwegen dient gelijk te zijn. |
-
De
genoemde maximale ontwerpsnelheid voor de verschillende tracés wordt als
basis gebruikt voor het MER; hiermee is nog geen keuze gemaakt voor het
uiteindelijke snelheidsregime op de weg |
|
|
-
Alternatief
II (inclusief nieuwe aansluiting op de A1) kan niet worden beschouwd als
echte rondweg omdat een groot deel van het tracé een 50 km/h zone heeft.
Daarnaast heeft dit tracé ook negatieve gevolgen voor de ecologische
betekenis en barrièrewerking voor het Wilbrinksbos. Door de afsluiting
van de Zelderseweg heeft dit alternatief ten slotte ook negatieve gevolgen
voor de bereikbaarheid van Terschuur en Zwartebroek. |
-
Deze
aandachtspunten zullen in het MER worden onderzocht. |
|
|
-
inspreker
wijst er op dat het transferium op het bestaande Harselaar (en niet de
uitbreiding) wordt gerealiseerd. Ook niet genoemd is dat voor realisering
van het knooppunt A30/A1 reeds in 1992 een m.e.r.-procedure is gevolgd. De
besluitvorming hierover is destijds stopgezet. |
-
Deze
opmerkingen zijn ter kennisgeving aangenomen. |
|
|
-
Gevraagd
wordt de kosten van de te onderzoeken alternatieven in beeld te brengen
ten behoeve van een zorgvuldige vergelijking. |
-
Dit
aspect zal uiteraard een rol spelen in de uiteindelijke afweging. |
|
19.
H. Wildeboer, Rijksweg 66 te
Voorthuizen |
Inspreker
stelt dat een nieuwe rondweg bij Voorthuizen niet te mooi moet worden
uitgevoerd, omdat dit ongewenst sluipverkeer aantrekt. Gezocht moet worden
naar een combinatie van ontlasting centrum Voorthuizen en een minimale
aantasting van het landschap. |
In
het MER zal worden gezocht naar een goede oplossing waarbij verkeers- en
milieuproblemen ook in de toekomst (zoveel mogelijk) worden voorkomen. In
de afweging naar een definitieve oplossing worden ook aspecten als
aantasting van het landschap meegenomen. |
|
20.
G. van der Neut, Rijksweg 76 te
Voorthuizen |
Inspreker
noemt de volgende argumenten vóór een oostelijke omleiding van de N303: -
een
oostelijke aansluiting is alleen al noodzakelijk vanwege de uitbreiding
van Harselaar; nu al is de aansluiting op de Baron van Nagellstraat
overbelast, dat wordt zonder extra aansluiting alleen maar erger; -
een
oostelijke omleiding leidt tot minder overlast van het recreatieve verkeer
in de kern Voorthuizen; -
een
westelijke omleiding leidt tot aantasting van het woongenot van inspreker
en tot doorsnijding van agrarische percelen. |
De
argumenten die worden genoemd zullen in het MER worden meegenomen. In de
afweging van de alternatieven zal ook worden getracht de doorsnijding van
agrarische percelen en aantasting van woongenot (waar mogelijk) te
voorkomen. |
|
21.
Bewoners Hoornweg/ Peppelseweg, p/a
Hoornweg 10 te Barneveld |
De
bewoners van de Peppelseweg geven aan dat een rondweg tussen Harselaar en
de Wesselseweg negatieve effecten voor hun woonomgeving heeft. Om deze
effecten beperkt te houden hebben insprekers een schets met een voor hun
optimaal tracé meegestuurd. |
De
reactie met daarbij het tracé tussen Harselaar en Wesselseweg wordt ter
kennisgeving aangenomen. In het MER zal nader onderzoek plaatsvinden naar
een optimaal tracé voor dit deel van de omleiding. |
|
22.
D. van Aalten (gemeente Wageningen) |
Inspreker
wil met het oog op een project in Wageningen graag weten in hoeverre
hiervoor ook een m.e.r.-plicht geldt. |
Deze
reactie heeft geen directe relatie met onderliggend project. Voor meer
informatie hierover wordt verwezen naar de website van het ministerie van
VROM of Infomil. |
|
23.
Ondernemers Vereniging Voorthuizen,
Sportparkstraat 2 te Voorthuizen |
De
Ondernemers Vereniging spreekt zich uit voor het nemen van enkele
maatregelen ten gunste van een aantrekkelijk centrum van Voorthuizen. |
De
reactie wordt ter kennisgeving aangenomen. Maatregelen die betrekking
hebben op het verkeersluw maken cq. herinrichten van doorgaande wegen
hebben een directe relatie met het aanleggen van een rondweg (en dus ook
dit MER). Maatregelen die betrekking hebben op het herinrichten (en
aantrekkelijker maken) van het centrum worden in het MER omschreven, maar
niet concreet aangegeven. |
|
24.
J. de Wit, Sportparkstraat 11 te
Voorthuizen |
-
De
bewoners van de Sportparkstraat geven aan dat het niet acceptabel is als
het centrum van Voorthuizen verkeersluw wordt gemaakt voordat de omleiding
volledig is gerealiseerd. Dit leidt namelijk tot sluipverkeer in
aansluitende en daarvoor niet geschikte straten. -
De
Sportparkstraat dient de status verblijfsgebied te krijgen en zodanig
verkeerstechnisch aangepast te worden. -
Na
de aanleg van de rondweg de ontsluitingsroute tussen de Rembrandtstraat en
Apeldoornsestraat opheffen en verkeerstechnisch aanpassen. |
-
Deze
fasering van werkzaamheden zal in het MER aan de orde moeten komen; -
dit
zal nader bekeken worden; -
dit
zal nader bekeken worden. |
|
25.
J.M.J. van Haarlem & J.M.G Kwaspen,
Overhorsterweg 38 te Voorthuizen |
-
Insprekers
geven aan dat de N303 met name wordt overbelast door het doorgaande
noord-zuid (vracht)verkeer en het recreatieve bestemmingsverkeer ten
oosten van Voorthuizen. Intensivering van de recreatie en het
bedrijventerrein Harselaar leidt tot een toename van dit verkeer.
Geconcludeerd wordt dat een oostelijke omleiding de beste oplossing is
voor vermindering van de verkeersdruk. Een westelijke omleiding leidt met
name tot een aantasting van het landelijk en ecologisch waardevol gebied
ten noordwesten van Voorthuizen en tot extra hinder (geluid, lucht,
veiligheid) voor de kern. De oostelijke omleiding dient daarom als meest
milieuvriendelijk alternatief te worden beschouwd. -
Als
alternatief voor het doorgaande noord-zuidverkeer wordt aangedragen de
verbinding via de N344 en de N302 richting Harderwijk. |
-
In
het MER zullen deze aspecten worden meegenomen in het milieuonderzoek en
de uiteindelijke afweging. -
Dit
scenario wordt verder onderzocht in het MER. |
|
26.
Fam. Fortman & Kleyer,
Verbindingsweg 30/26 te Voorthuizen |
Insprekers
zijn tegen de aanleg van welke omleiding om Voorthuizen dan ook. Een
nieuwe weg leidt alleen maar tot meer verkeerstrekkende werking en tot
schade aan natuur en woongenot. Verzocht wordt ook de nulsituatie met
aanvullende maatregelen aan de bestaande wegen te onderzoeken en dit te
vergelijken met de alternatieven. |
Uit
verkeersonderzoek is gebleken dat het woon- en leefmilieu in de kern
Voorthuizen onder druk staat en dat hier een oplossing voor moet komen. In
het MER wordt onderzoek gedaan naar de mogelijke oplossingen hiervoor, ook
de nul- en nulplus-situatie worden in beeld gebracht. |
|
27.
GLTO Belangenbehartiging, Postbus 126
te Deventer |
In
de reactie van de GLTO komt het volgende naar voren: -
De
teleurstelling dat het in de klankbordgroep aangedragen alternatief van
verbreding van de A28 en A1 niet tot de studiemogelijkheden hoort; -
de
GLTO sluit zich aan bij de reactie van Vereniging Plaatselijk Belang
Voorthuizen; -
in
de startnotitie wordt te weinig aandacht besteed aan de gevolgen die een
nieuwe weg kan hebben voor de landbouw; ook niet-economische gevolgen
moeten worden meegenomen; -
rekening
moet worden gehouden met de reconstructie van het landbouwgebied, met name
aan de noordoostkant van Barneveld; -
ook
de optie van het handhaven van de ontsluiting via de Stationsweg dient
onderzocht te worden. |
-
Rijkswaterstaat
is reeds bezig met het onderzoek naar deze maatregelen; deze maatregelen
vallen echter buiten de competentie van de gemeente en provincie en zullen
niet direct in het MER worden meegenomen. In het verkeersmodel wordt er
echter van uitgegaan dat in 2020 de A1 en A28 verbreed zijn en een nieuwe
(turboplein)aansluiting bij Hoevelaken is gerealiseerd; -
dit
wordt ter kennisgeving aangenomen; -
alleen
de kwantificeerbare gevolgen voor de landbouw kunnen onderzocht worden
(doorsnijding van landbouwpercelen); andere effecten komen deels ook in
andere aspecten naar voren, zoals bij landschap en ecologie; -
dit
wordt in het MER meegenomen; -
de
opheffing van de aansluiting bij de Baron van Nagellstraat/ Stationsweg is
niet in de voorwaarden van Rijkswaterstaat opgenomen. Het betreft alleen
de opheffing van de aansluiting van de Zelderseweg, indien er een
aansluiting Harselaar Oost komt. |
|
28.
H. Bergers, Wolkammerslaan 18 te
Voorthuizen |
Voor
een samenvatting van deze reactie wordt verwezen naar inspraakreactie nr.
25. |
Voor
een antwoord op deze reactie wordt verwezen naar inspraakreactie nr. 25. |
|
29.
Gresnigt & van Kippersluis, namens
Bosch Beton Industrie aan de Wesselseweg te Barneveld |
-
Gelet
op de procedurele belemmeringen van de uitbreiding van Harselaar
(bestemmingsplan) merkt het bedrijf Bosch Beton op dat het verstandiger is
te beginnen met het ontwikkelen van die delen die niet omstreden zijn. Dit
zijn onder andere de gebieden Harselaar Oost (de Driekhoek) en West. |
-
Deze
opmerking wordt ter kennisgeving aangenomen. Er bestaat geen directe
relatie met de m.e.r.-procedure voor de rondwegen. Het MER Harselaar Zuid
wordt nl. opgesteld door de gemeente. |
|
|
-
Inspreker
verwacht dat een oostelijke omleiding niet realistisch is gezien de
voorwaarde van RWS dat bij een nieuwe aansluiting op de A1 een andere
aansluiting dient te vervallen; daarom draagt inspreker een derde
alternatief aan voor het onderzoek: namelijk een westelijke omleiding die
begint bij Nijkerkerweg (huidige viaduct Harselaar West) en via de
Rijksweg in een ruime boog om Voorthuizen heen loopt; deze sluit ook goed
aan op een (eventueel toekomstige) doortrekking van de A30 naar de A28. |
-
In
het MER wordt uitgebreid onderzoek gedaan naar verschillende
alternatieven, ook naar dit alternatief. |
|
30.
VNO NCW Valleiregio en Barneveldse
Industriële Kring |
VNO
NCW spreekt haar waardering uit voor de voortgang die momenteel in het
onderzoek wordt geboekt. De voorkeur wordt uitgesproken voor de oostelijke
omleiding (t.b.v. Harselaar), de organisatie is tegen de westelijke
omleiding (geen structurele oplossing). |
De
reactie wordt ter kennisgeving aangenomen. |
|
31.
Transport en Logistiek Nederland,
Postbus 655 te Apeldoorn |
Transport
en Logistiek Nederland geeft het volgende in haar reactie weer: -
aandacht
voor het convenant over het opheffen van op- en afritten van de A1 bij
Hoevelaken; -
het
is wenselijk dat er een verkeersonderzoek wordt uitgevoerd; niet alleen
naar het verkeer van de woonkernen en bedrijventerreinen, maar ook van
solitair gevestigde bedrijven; -
het
is wenselijk dat in de klankbordgroep ook de belangen van
verkeersdeelnemers worden behartigd; TLN stelt zich hiervoor beschikbaar. |
De
reactie wordt ter kennisgeving aangenomen. De afspraken rond het
betreffende convenant zijn bekend. Recentelijk is er een nieuw
verkeersonderzoek uitgevoerd dat als basis dient voor het MER. |
|
32.
Mw. Bos-Schut, Plaggenweg 11 te
Kootwijkerbroek |
Inspreker
is tegen de aanleg van een oostelijke omleiding vanwege de geluidsoverlast
van deze weg. |
Het
aspect geluidhinder zal in het MER worden meegenomen. Wanneer in het
milieuonderzoek knelpunten worden geconstateerd op het gebied van geluid,
dan zal bij een uitwerking van het definitieve tracé maatregelen hiervoor
nader worden onderzocht. |
|
33.
Kamer van Koophandel Veluwe en Twente,
Deventerweg 1 te Harderwijk |
De
Kamer van Koophandel geeft het volgende in haar reactie aan: -
aandacht
wordt gevraagd voor de intensivering van het recreatiegebied Zeumeren en
de gevolgen hiervan voor het wegennet; -
gepleit
wordt voor een oostelijke omleiding in combinatie met een nieuwe
aansluiting op de A1; -
de
KvK staat achter de bezwaren van de Vereniging Plaatselijk Belang tegen
een westelijke omleiding, omdat deze geen oplossing brengt voor de
problematiek in Voorthuizen en Barneveld. |
De
reactie wordt ter kennisgeving aangenomen. Het eerste aandachtspunt zal in
het MER worden meegenomen. |
|
34.
P. Steenkamer, Molenweg 117 te
Voorthuizen |
Inspreker
vraagt rekening te houden met de gevolgen van een omleiding voor het
landbouwverkeer. |
Dit
aspect zal in het MER worden meegenomen. |
|
35.
A.C. Visser, Noordersingel 86 te
Voorthuizen |
Inspreker
geeft aan dat een westelijke omleiding leidt tot de volgende negatieve
effecten: doorsnijding landschap en een nog drukkere Baron van
Nagellstraat. Bij een extra ontsluiting van Harselaar wordt dit voorkomen. |
Deze
reactie wordt ter kennisgeving aangenomen. De aandachtspunten worden in
het MER meegenomen. |
|
36.
G.J. van ’t Ooster, Baron van
Nagellstraat 108 te Voorthuizen |
Inspreker
is tegen een westelijke omleiding omdat hij hierdoor tussen twee wegen
komt te wonen. Daarnaast zal deze omleiding leiden tot knelpunten op
andere wegen. |
Deze
reactie wordt ter kennisgeving aangenomen. |
|
37.
G.J. van Elten, Tromplaan 1 te
Voorthuizen |
In
deze reactie wordt de wens uitgesproken dat in het MER ook een derde
alternatief wordt meegenomen, namelijk het alternatief 8 van de Werkgroep
Infrastructuur Harselaar (aug. 2002). In dit alternatief wordt gekozen
voor twee aansluitingen op de A1 (oost en west) waarbij de aansluiting op
de Baron van Nagellstraat (midden) komt te vervallen. Het centrum van
Harselaar wordt ontsloten door middel van parallelwegen langs de A1. Bij
deze reactie zijn diverse stukken over dit alternatief en de
correspondentie hierover meegestuurd. Deze zijn hier niet samengevat. |
De
provincie zal deze variant 8 in het milieuonderzoek voor het MER meenemen.
In het MER zal alternatief ‘variant 8’ behandeld worden. Zie ook het
antwoord op reactie nr. 1. |
|
38.
Van Westreenen Adviseurs voor
Buitengebied, namens Veehouderij Van Drie aan de Rijksweg 51 te
Voorthuizen |
Adviseur
VanWestreenen vraagt namens veehouder Van Drie rekening te houden met dit
veehouderijbedrijf en de gevolgen hiervan in beeld te brengen. |
In
het MER worden negatieve gevolgen voor bijvoorbeeld agrarische bedrijven
op een algemene wijze in beeld gebracht. Mocht het definitief tracé
negatieve gevolgen hebben voor dit bedrijf dan zullen mogelijke
oplossingen en de consequenties in een verdere uitwerking van het
wegontwerp nader moeten worden uitgezocht. |
|
39.
P.J. Achterstraat , Rijksweg 64 te
Voorthuizen |
Inspreker
maakt bezwaar tegen de aanleg van de omleiding van de N303. Deze weg zal
komen te liggen nabij de betreffende woning en daardoor het woon- en
leefmilieu verstoren (uitzicht en verkeerslawaai). |
In
het MER zal eerst onderzocht worden welk alternatief de voorkeur verdient.
Pas dan wordt duidelijk of deze omleiding negatieve gevolgen heeft voor uw
woning. Indien dat ook daadwerkelijk het geval is zal in ieder geval
onderzocht worden in hoeverre deze negatieve effecten voorkomen kunnen
worden. |
|
40.
W. van den Brink, Thorbeckelaan 54 te
Barneveld |
Inspreker
heeft als reactie een uitgebreid onderzoek opgestuurd. In de stukken wordt
aangegeven dat de huidige plannen met name te kostbaar zijn en dat er
goedkopere alternatieven zijn. Hoofdpunten van zijn alternatief zijn: -
gedeeltelijke
aansluitingen op de A1 (ipv een lang en duur viaduct); -
een
verbindingsweg parallel aan de Esvelderbeek (ipv lange en dure zuidelijke
rondweg). |
In
het MER wordt uitgebreid onderzoek gedaan naar verschillende
alternatieven, ook naar dit alternatief. |
|
41.
A. van der Gugten, Rijksweg 68 te
Voorthuizen |
Inspreker
maakt bezwaar tegen de geplande omleiding rond Voorthuizen aangezien er
ook andere alternatieven zijn (deze zijn niet genoemd in de reactie). |
Deze
reactie wordt ter kennisgeving aangenomen. |
|
42.
RGV Holding BV, Van der Houven van
Oordtlaan 6 te Apeldoorn |
RGV
wijst in haar reactie erop dat het aspect recreatie en toerisme weinig
aandacht krijgt. In het bijzonder wordt gewezen op de ontsluiting van het
recreatiegebied Zeumeren en de intensivering daarvan in de toekomst. |
In
het MER zal het aspect recreatie voldoende aandacht worden krijgen. |
Groep Hop nodigt u uit na te denken over menselijke conditionering in marketing en de waarde die eraan gehecht wordt als een illusie
Dinsdag 27 februari 2007 gemeente Barneveld organiseert een provinciale verkiezingsbijeenkomst met als thema de aanleg van de oostelijke rondweg en de ontsluiting van het bedrijventerrein Harselaar
27 februari 2007 Debat 19:30 uur Edda Huzit. Debat over rondweg Voorthuizen, gemeente Barneveld (Bevestiging 200207 12:25 uur)
provincie gelderland
omleiding voorthuizen en ontsluiting harselaar
zuid
startnotitie m.e.r.
opdrachtgever : provincie Gelderland
nummer : 354.10523.02
datum : 4 augustus 2004
354.10523.02
Inhoud 1
Colofon
1. Inleiding blz. 3
1.1. Aanleiding 3
1.2. Doel en inhoud startnotitie 3
1.3. Procedure in kort bestek en relatie met SMB 5
1.4. Ligging plan- en studiegebied 6
1.5. Programma van Wensen en Eisen 6
2. Probleem- en doelstelling beleidskader 7
2.1. Inleiding 7
2.2. Probleemstelling 7
2.3. Doelstelling studie 9
2.4. Beleidskader 9
3. Voorgenomen activiteit en tracéalternatieven 11
3.1. Inleiding 11
3.2. Voorgenomen activiteit 11
3.3. Uitgangspunten en randvoorwaarden 11
3.4. Trechtering tracéalternatieven 13
3.5. Te onderzoeken tracéalternatieven 15
4. Te onderzoeken aspecten 17
4.1. Inleiding 17
4.2. Verkeer 17
4.3. Landschap en cultuurhistorie 19
4.4. Bodem en water 22
4.5. Ecologie 24
4.6. Woon- en leefmilieu 25
4.6.1. Wegverkeerslawaai 25
4.6.2. Luchtkwaliteit 26
4.6.3. Externe veiligheid 26
4.7. Ruimtelijke ordening en economie 26
5. Procedure en tijdsplanning 29
Bijlagen:
1. Samenstelling overleggroepen.
2. Programma van Wensen en Eisen.
3. Beleidskader.
4. Verkenning tracéalternatieven.
5. Achtergrondinformatie verkeer.
6. Literatuurlijst.
Inhoud 2
354.10523.02
blanco pagina
354.10523.02
1. Inleiding 3
1.1. Aanleiding
In de huidige situatie wordt de N303 in grote mate belast door veel doorgaand (vracht)verkeer
in noord-zuidrichting. Toekomstige ontwikkelingen wijzen uit dat de verkeersdruk op deze weg
alleen nog maar zal toenemen. Dit betekent voor de bestaande weg, met bijbehorende aansluitingen
en uitwegen, een overbelasting. Dit leidt tot problemen op het gebied van verkeersafwikkeling
en bereikbaarheid, verkeersveiligheid en woon- en leefmilieu.
Deze problemen spelen zich vooral af in de kernen Putten en Voorthuizen, maar ook de binnenwegen
in het studiegebied ondervinden problemen als gevolg van sluipverkeer. Het omleiden
van de bestaande N303 ter hoogte van de kern Voorthuizen moet een oplossing bieden
voor de heersende verkeersproblematiek in en nabij deze kern.
Een relevante ontwikkeling is de uitbreiding van het bedrijventerrein Harselaar (Harselaar Zuid),
ten zuiden van de A1. Met het oog op deze uitbreiding is het bedrijventerrein onvoldoende bereikbaar.
De gemeente Barneveld en de provincie Gelderland hebben met elkaar overeenstemming
bereikt dat een nieuwe omleidingsweg tevens een functie dient te vervullen voor de
ontsluiting van het bedrijventerrein. Dit houdt in dat de omleidingsweg zal worden doorgetrokken
tot de Wesselseweg. Deze afspraken zijn vastgelegd in een Bestuurlijke overeenkomst.
Dit project is gerelateerd aan een overkoepelend project waarbij de algemene
verkeersproblematiek in het gebied tussen de A28 en de A1 (Putten en Voorthuizen) nader
wordt onderzocht (zie ook tekstkader).
Integrale aanpak en aparte procedures
De beschreven verkeersproblematiek op de N303 en omgeving is regionaal van aard. Belangrijkste
oplossingen die worden voorgedragen, zijn de plaatselijke omleidingen van de N303 ter hoogte van Putten
en Voorthuizen. Voorafgaand aan deze startnotitie is het onderzoek met name gericht op een integrale
aanpak van de problematiek. Gedurende dit proces is duidelijk geworden dat de problematiek en
voorgestelde oplossingen voor beide omleidingen sterk van elkaar verschillen. Daarom is besloten voor
beide omleidingen een separate m.e.r.-procedure te doorlopen. Dit betekent dat zowel de startnotities, als
de richtlijnen en de milieueffectrapportages apart worden opgesteld.
Desalniettemin is het van belang problematiek en oplossingen in samenhang met elkaar en integraal te
blijven bekijken. Voorgestelde oplossingen en nieuwe verbindingen in deze regio kunnen onlosmakelijk
invloed op elkaar hebben. Daarom zal het voor het MER noodzakelijke verkeersonderzoek (en eventueel
andere noodzakelijk onderzoeken) zoveel mogelijk integraal worden ingestoken.
1.2. Doel en inhoud startnotitie
Waarom een milieueffectrapportage?
De omleiding van de N303 ter hoogte van Voorthuizen is m.e.r.-plichtig op grond van het Besluit
milieueffectrapportage (Stb. 1994, nr. 540, zoals gewijzigd bij besluit van 7 mei 1999, Stb. 224).
De aanleg van deze omleiding valt onder categorie 1.2, aanleg van een autoweg, niet zijnde
hoofdweg. Onder de definitie van een autoweg wordt verstaan:
a. een voor autoverkeer bestemde weg die alleen toegankelijk is via knooppunten of door
verkeerslichten geregelde kruispunten en waarop het verboden is te stoppen; of
b. een weg als bedoeld in artikel 1, onder d, van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens
1990.
De omleiding van de N303 bij Voorthuizen voldoet aan beide criteria. Voor onderdeel a geldt dat
het de bedoeling is de N303 aan te sluiten op de A1. Voor onderdeel b van de definitie geldt dat
de N303 een regionale ontsluitingsweg (80 of 100 km/h) wordt volgens de uitgangspunten van
het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990.
Op basis hiervan kan worden geconcludeerd dat de voorgenomen activiteit m.e.r.-plichtig is.
Inleiding 5
354.10523.02
Doel startnotitie
Deze startnotitie is de eerste stap in de procedure van milieueffectrapportage (m.e.r.) voor deze
ontwikkeling. De startnotitie vormt de basis voor de inspraak en advisering over de vast te stellen
richtlijnen. Het doel van een m.e.r. is het milieubelang, naast andere belangen, een volwaardige
plaats te geven in de besluitvorming over activiteiten met mogelijk ernstige gevolgen
voor het milieu. In dit geval wordt de m.e.r.-procedure gevolgd in het kader van de besluitvorming
over een streekplanwijziging voor de omleiding van de N303.
Inhoud startnotitie
In deze startnotitie wordt op hoofdlijnen aandacht besteed aan:
- het plan- en studiegebied;
- de voorgenomen activiteit;
- het geldend beleid dat van invloed kan zijn op het plan;
- de doelstelling van het project;
- mogelijke alternatieven;
- mogelijke milieugevolgen die in het MER zullen moeten worden onderzocht;
- de verdere procedure en tijdsplanning.
1.3. Procedure in kort bestek en relatie met SMB
De m.e.r.-procedure is geregeld in hoofdstuk 7 van de Wet milieubeheer (Wm). Op grond van
de artikelen 7.12 tot en met 7.15 moet eerst door de initiatiefnemer een startnotitie worden opgesteld
en door het bevoegd gezag in procedure worden gebracht. Initiatiefnemer in deze is
Gedeputeerde Staten van de provincie Gelderland, het bevoegd gezag is Provinciale Staten
van de provincie Gelderland.
Naar aanleiding van de startnotitie en de inspraakreacties en adviezen stelt het bevoegd gezag
vervolgens de richtlijnen vast, waaraan de inhoud van het hierna op te stellen milieueffectrapport
(MER1)) moet voldoen.
De omleiding van de N303 bij Voorthuizen is nog niet (geheel) voorzien in het vigerende streekplan.
Om de (gehele) omleiding van de N303 mogelijk te maken, dient de m.e.r.-procedure
daarom te worden doorlopen in het kader van de besluitvorming voor een wijziging van het
streekplan. In hoofdstuk 5 wordt verder op de procedurele zaken ingegaan.
Omlegging N303 en Strategische Milieubeoordeling (SMB)
Wat is Strategische Milieubeoordeling?
Op 27 juni 2001 is de Europese richtlijn 2001/42/EG vastgesteld, "betreffende de beoordeling
van de gevolgen voor het milieu van bepaalde plannen en programma's". De richtlijn, die bekend
staat als Strategische Milieubeoordeling (SMB), is van toepassing op plannen die een kader
scheppen voor concrete (m.e.r.-plichtige) projecten of gevolgen hebben voor habitatrichtlijngebieden.
Binnen een plan (zoals een streekplan) kan sprake zijn van meerdere SMB-plichtige activiteiten.
In het kader van de SMB dient een milieurapport te worden opgesteld dat ingaat op de mogelijke
alternatieven en effecten van deze activiteiten. Het milieurapport dient vervolgens in de inspraak
gebracht te worden en het bevoegd gezag van het SMB-plichtige plan moet motiveren
welke rol het milieurapport en de inspraakreacties gespeeld hebben bij het te nemen besluit.
Een milieurapport kan qua inhoudsvereisten goed vergeleken worden met het al langer verplichte
MER.
Op 21 juli 2004 moet de richtlijn in de nationale regelgeving van alle lidstaten zijn ingebed.
Wanneer dat niet het geval is, is de Europese richtlijn zelf rechtstreeks van kracht in het betreffende
land. Dit wordt directe werking genoemd. In Nederland zal de Wet milieubeheer niet eerder
dan medio 2005 zijn aangepast op de bovengenoemde richtlijn. Daarom is in Nederland
vanaf 21 juli 2004 sprake van de directe werking van de Europese richtlijn 2001/42/EG.
1) Met de afkorting MER wordt het milieueffectrapport bedoeld; m.e.r. is de afkorting van milieueffectrapportage (instrument,
procedure).
Inleiding 6
354.10523.02
SMB en de omleiding van de N303 Voorthuizen
Op dit moment (zomer 2004) is de Provincie Gelderland bezig met het opstellen van een nieuw
streekplan. Voor dit streekplan moet een Strategische Milieubeoordeling plaatsvinden. Dit houdt
in dat, indien het Streekplan Gelderland het kader biedt voor later m.e.r.-plichtige besluiten dan
wel een passende beoordeling in het kader van de Vogel- en Habitatrichtlijn, voor die activiteiten
een milieurapport moet worden opgesteld.
De omleiding van de N303 bij Voorthuizen wordt niet in het nieuwe streekplan opgenomen. De
provincie zal pas besluiten over de uiteindelijke tracékeuze van de omleiding na vaststelling van
het nieuwe streekplan. De omlegging zal in een partiële herziening van dit streekplan worden
vastgesteld (eerste plan dat in de aanleg van de rondweg voorziet). Bij deze partiële streekplanherziening
zal het MER tevens functioneren als SMB. Om aan alle SMB-eisen te voldoen,
zal in het MER ook de biodiversiteit onderzocht worden.
1.4. Ligging plan- en studiegebied
In figuur 1 is het plan- c.q. studiegebied weergegeven met daarop aangegeven de belangrijkste
wegen en woonkernen.
Plangebied
Het plangebied is het gebied waarin de provinciale weg N303 ter hoogte van Voorthuizen zal
worden omgelegd en het bedrijventerrein Harselaar Zuid wordt ontsloten.
De noordelijke grens van het plangebied wordt bepaald door het gebied direct ten noorden van
Voorthuizen waar de N303 vanuit Putten Voorthuizen binnenkomt (Rubensstraat).
Voor de westelijke grens wordt het gebied ten westen van Voorthuizen tot en met de Zelderseweg
meegenomen, en ten zuiden van de A1 door de Stationsweg. De zuidelijke grens wordt
bepaald door de Wesselseweg. De oostelijke grens wordt bepaald door het Veluwemassief en
het gebied aangrenzend daaraan tot aan de Wesselseweg.
Studiegebied
Het studiegebied is het gebied waar effecten, als gevolg van de voorgenomen activiteit, (kunnen)
optreden. De omvang van het studiegebied kan niet bij voorbaat worden aangegeven. Uit
het onderzoek, dat in het kader van het MER zal worden uitgevoerd, zal blijken hoever de milieugevolgen
zich uitstrekken. Dit kan per milieuaspect verschillen.
1.5. Programma van Wensen en Eisen
Naast de randvoorwaarden die binnen de voorgenomen activiteit zijn vastgesteld voor het project,
moet het project zoveel mogelijk aansluiten bij de wensen en eisen die leven bij de projectomgeving.
Daartoe heeft de provincie het initiatief genomen tot het instellen van zowel een
maatschappelijke als ambtelijke klankbordgroep (zie ook bijlage 1). Door middel van enkele bijeenkomsten
hebben de leden van deze klankbordgroepen de mogelijkheid gekregen in een
vroeg stadium mee te denken over dit project en in het bijzonder de inhoud van de startnotitie,
richtlijnen en daarmee het MER.
De inbreng van wensen en eisen van de leden van de klankbordgroepen is weergegeven in het
Programma van Wensen en Eisen. Dit Programma vormt de basis voor de definiëring en nadere
uitwerking van tracévarianten voor de omleiding van de N303 bij Voorthuizen. Relevante
opmerkingen zijn verwerkt in deze startnotitie. In bijlage 2 is het Programma van Wensen en Eisen
opgenomen.
354.10523.02
2. Probleem- en doelstelling beleidskader 7
2.1. Inleiding
In dit hoofdstuk wordt een overzicht gegeven van de bestaande problematiek en de achtergronden
van het project. Hieruit vloeit de doelstelling van de startnotitie voort. Vervolgens wordt kort
ingegaan op het relevante beleidskader.
2.2. Probleemstelling
Algemene verkeersproblematiek
In de huidige situatie wordt de N303 in grote mate belast door veel doorgaand (vracht)verkeer
in noord-zuidrichting. Naar verwachting zal in de toekomst de verkeersdruk op deze wegen alleen
nog maar toenemen. Daar zijn twee belangrijke redenen voor. Allereerst zal naar verwachting
de verkeersdruk rond knooppunt Hoevelaken toenemen. Ten tweede zullen binnen de regio
nieuwe ontwikkelingen plaatsvinden die extra verkeer genereren. De ontwikkeling van het bedrijventerrein
Harselaar is daarbij belangrijk, maar ook andere toekomstige uitbreidingen in
Voorthuizen en Putten. Dit betekent voor de bestaande weg, met bijbehorende aansluitingen en
uitwegen, een overbelasting en vergroting van de problemen op het gebied van:
- verkeersafwikkeling en bereikbaarheid;
- verkeersveiligheid;
- woon- en leefmilieu.
Problematiek ter hoogte van Voorthuizen / Barneveld
In het gebied tussen Barneveld-Harselaar en Voorthuizen zijn diverse ontwikkelingen voorzien,
waaronder de stedenbouwkundige ontwikkelingen in Barneveld en Voorthuizen en de uitbreiding
van het bedrijventerrein Harselaar. Naast de algemene autonome mobiliteitstoename, zal
dit naar verwachting leiden tot een aanzienlijke verkeersgroei.
De verkeersdruk concentreert zich op de provinciale verbinding N805 (Stationsweg)-N303 (Baron
van Nagellstraat), de aansluiting op de A1 bij de Harselaar en de doorgaande wegen door
Voorthuizen. Ook de aanwezigheid van de recreatiegebieden ten oosten van Voorthuizen zorgt
voor veel extra verkeer in oost-westrichting door de kern.
De te verwachten toename van het verkeer heeft direct gevolgen voor de leefbaarheid in Voorthuizen,
waarbij gedacht moet worden aan problemen op het gebied van verkeersafwikkeling,
verkeersveiligheid en woon- en leefmilieu.
Daarnaast staat ook de bereikbaarheid van het bedrijventerrein Harselaar onder druk, mede
vanwege de uitbreiding van het bedrijventerrein Harselaar (Harselaar Zuid).
In relatie tot de druk op de bestaande verkeersstructuur is ook relevant om te noemen de intensivering
van het recreatieterrein Zeumeren en de aanleg van het transferium Barneveld-noord
op het bedrijventerrein Harselaar.
In paragraaf 4.2 wordt uitgebreid ingegaan op de verkeersproblematiek in het algemeen en in
Voorthuizen/Barneveld.
Probleemstelling
De probleemstelling kan op grond van het voorgaande als volgt worden samengevat:
- de provinciale weg N303 is zwaar belast mede als gevolg van doorgaand (vracht)verkeer;
- het intensieve doorgaande verkeer tast de leefbaarheid in de kern Voorthuizen in sterke
mate aan; het gaat daarbij vooral om verkeersafwikkeling, verkeersveiligheid en verkeersleefbaarheid
(geluidshinder, barrièrewerking, oversteekbaarheid) en verkeersonveiligheid;
- het bedrijventerrein Harselaar is met het oog op de toekomstige uitbreiding (Harselaar
Zuid) onvoldoende bereikbaar.
Probleem- en doelstelling beleidskader 9
354.10523.02
2.3. Doelstelling studie
Aan de hand van de probleemstelling kan de doelstelling van de voorgenomen activiteit als
volgt worden geformuleerd:
- het verbeteren van de verkeersafwikkeling en daarmee de bereikbaarheid in de kern
Voorthuizen door het realiseren van de omleiding van de N303 bij Voorthuizen;
- het verbeteren van de bereikbaarheid van de recreatiegebieden ten oosten van Voorthuizen
(niet door de kern Voorthuizen heen);
- in het verlengde van bovengenoemde twee punten wordt ook gestreefd naar het optimaliseren
van de verkeersveiligheid en leefbaarheid in Voorthuizen;
- het ontsluiten van de uitbreiding van het bedrijventerrein Harselaar (Harselaar Zuid) richting
A1 en de Wesselseweg (N800);
- het optimaal inpassen van de nieuwe weg met betrekking tot het milieu, de natuur en het
landschap.
Op basis van deze doelstellingen dient in het MER te worden gezocht naar het optimale tracé.
Hiervoor moet in de besluitvorming over dit project een evenwicht worden bereikt tussen verkeersaspecten
(bereikbaarheid en verkeersveiligheid), planologische aspecten (sociaal-economische
en ruimtelijke ontwikkelingen), leefbaarheidaspecten (zoals geluidshinder, luchtverontreiniging
en externe veiligheid) en natuur en landschap.
2.4. Beleidskader
Met betrekking tot het studiegebied zijn een aantal relevante besluiten en beleidsvoornemens
genomen, die van invloed kunnen zijn op de omleiding van de N303. In bijlage 3 wordt uitgebreid
ingegaan op het voor het studiegebied relevante beleidskader. Figuur 2 is hier weergegeven
als samenvatting van het beleidskader. Hierin zijn de belangrijkste functies, waarden en
toekomstige ontwikkelingen die volgen uit het beleidskader weergegeven.
Probleem- en doelstelling beleidskader 10
354.10523.02
blanco pagina
354.10523.02
3. Voorgenomen activiteit en tracéalternatieven 11
3.1. Inleiding
In dit hoofdstuk is ten eerste een korte beschrijving gegeven van de voorgenomen activiteit: de
omleiding van de N303 ter hoogte van Voorthuizen en in relatie hiermee het ontsluiten van Harselaar
Zuid. Vervolgens wordt uitgebreid ingegaan op het vooronderzoek naar onderzochte tracéalternatieven
en de motivering van de te onderzoeken alternatieven in het MER.
3.2. Voorgenomen activiteit
Het project richt zich op het realiseren van twee wegverbindingen die sterk met elkaar samenhangen,
namelijk:
- het realiseren van een nieuwe verbinding tussen de bestaande N303 (tussen Putten en
Voorthuizen) en de rijksweg A1 via een aansluitpunt op de N344;
- het realiseren van een nieuwe verbinding tussen de A1 en de Wesselseweg (N800) ten
behoeve van de ontsluiting van het bedrijventerrein Harselaar Zuid.
Voor beide wegen zijn door de initiatiefnemer de volgende uitgangspunten gesteld, waarbij onderscheid
is gemaakt in structuur van de weg, wegcategorie en aansluitingen op andere infrastructuur.
Structuur/doelstelling
- Een nieuwe wegverbinding tussen de N303 en de rijksweg A1 (ten noorden van Voorthuizen).
- Een nieuwe wegverbinding tussen de A1 en de Wesselseweg (N800) ten behoeve van
Harselaar Zuid.
- De ecologische structuren en natuurmonumenten worden niet aangetast of waar mogelijk
gecompenseerd.
Wegcategorie
- 2x1 provinciale weg met gelijkvloerse kruisingen, ten zuiden van de A1 geldt een gemeentelijk
regime.
- Binnen de bebouwde kom is sprake van een ontwerpsnelheid 50 km/h, buiten de bebouwde
kom is de ontwerpsnelheid 80 km/h.
Aansluitingen op het rijks- en gebiedsontsluitende wegen
- De rijksweg A1.
- De provinciale weg N303 Voorthuizen-Putten.
- De Rijksweg/Apeldoornsestraat (N344).
- De Wesselseweg (N800).
3.3. Uitgangspunten en randvoorwaarden
Uitbreiding bedrijventerrein Harselaar
De gemeente Barneveld heeft het voornemen om het bedrijventerrein Harselaar in zuidelijke en
oostelijke richting uit te breiden (Harselaar Zuid). Vanwege deze ontwikkeling hecht de gemeente
groot belang aan een oostelijke gemeentelijke randweg met een nieuwe aansluiting op de
rijksweg A1. Een oostelijke randweg bij Voorthuizen kan dan naar het zuiden worden doorgetrokken
ten behoeve van de verkeersafwikkeling van het in ontwikkeling zijnde nieuwe bedrijventerrein
Harselaar Zuid.
Voorgenomen activiteit en tracéalternatieven 13
354.10523.02
Zowel de oostelijke randweg als de uitbreiding van Harselaar is opgenomen in de door de gemeenteraad
vastgestelde Structuurvisie Barneveld 2015 (2003). De oostelijke omleiding bij
Voorthuizen is daarbij ten zuiden van de A1 doorgetrokken naar de Wesselseweg (zie bijlage
3).
In het (eindconcept) MER Harselaar Zuid wordt de uitbreiding van het terrein zowel ontsloten
via een verbinding met de Stationsweg/Baron van Nagellstraat en Wesselseweg als met een
nieuwe verbinding met de A1.
Samenhang procedure
Het MER Harselaar Zuid is reeds als eindconcept afgerond. Gezien de onduidelijkheden rond ontsluiting
van het bedrijventerrein heeft de gemeente besloten de verdere procedure van dit MER af te stemmen op
de m.e.r.-procedure voor de omleiding N303 Voorthuizen/ontsluiting Harselaar Zuid.
Randvoorwaarden Rijkswaterstaat
In de Nota Ruimte en de Nota Mobiliteit (beide nota's zijn procedureel nog niet afgerond) geeft
het Rijk aan nieuwe doorsnijdingen door infrastructuur te willen voorkomen. Dit betekent dat het
Rijk niet instemt met een doortrekking van de A30.
Een belangrijk aandachtspunt voor het Rijk is daarnaast in hoeverre een nieuwe aansluiting
Harselaar Oost (met veel vrachtverkeer) op de A1, dicht bij twee andere aansluitingen (A1/A30
en de Baron van Nagellstraat N303), verkeersproblemen oplevert. De A1 moet immers als belangrijke
achterlandverbinding blijven functioneren.
Met het oog op de ontwikkelingen in het plangebied heeft Rijkswaterstaat de volgende (harde)
voorwaarden opgesteld.
Westelijke omleiding (tracéalternatief I)
- De meerkosten als gevolg van een westelijke omleiding Voorthuizen via het knooppunt
A1/A30 (extra viaducten e.d.) komen voor rekening van de initiatiefnemer (provincie, gemeente).
- Er moet minimaal sprake zijn van een gebiedsontsluitende weg (100 km/h buiten de bebouwde
kom), welke aansluit op andere gebiedsontsluitende wegen.
Oostelijke omleiding (tracéalternatief II)
- Bij een nieuwe aansluiting op de A1 (Harselaar Oost) dient de bestaande aansluiting van
de Zelderseweg komen te vervallen.
- De meerkosten bij het vervallen van de bestaande aansluiting (N301/Zelderseweg) komen
voor rekening van de initiatiefnemer (provincie, gemeente).
- Er moet minimaal sprake zijn van een gebiedsontsluitende weg (80 km/h buiten de bebouwde
kom), welke aansluit op andere gebiedsontsluitende wegen.
3.4. Trechtering tracéalternatieven
Voorgeschiedenis
Het aanpakken van de problemen op de N303 en de omgeving daarvan had in eerste instantie
een breder perspectief en was gericht op het realiseren van een verbinding tussen de bestaande
aansluitingen A1 Barneveld en A28 Strand Nulde. In dat kader heeft de provincie eerst
een globale ruimtelijke verkenning laten uitvoeren (IBZH, 2001).
Het nieuwe Provinciale Statenakkoord van april 2003 heeft geleid tot wijziging van de uitgangspunten
van het project. Door beperkte financieringsmogelijkheden valt de optie van een snelweg
af, een gebiedsontsluitende weg is centraal komen te staan. Alleen voor de omleiding van
de N303 ter hoogte van Voorthuizen (en Putten) is geld gereserveerd. Het accent van het project
verschuift daardoor van een doortrekking van de A30 naar een (plaatselijke) omleiding van
de N303. In bijlage 4 is een beschrijving van de voorstudies en verkenningen naar tracéalternatieven
opgenomen.
Voorgenomen activiteit en tracéalternatieven 14
354.10523.02
Mogelijke tracéalternatieven
De mogelijkheden voor verschillende tracéalternatieven worden sterk bepaald door de randvoorwaarden
die worden gesteld door het Rijk en de beschikbare financiële middelen. Voor de
omleiding van de N303 bij Voorthuizen zijn drie tracéalternatieven mogelijk (verwezen wordt
naar figuur 3), waarvan uiteindelijk in het MER twee nader zullen worden onderzocht:
- Tracé I: een tracé ten westen van Voorthuizen. Dit tracé houdt in dat geen nieuwe aansluiting
wordt gemaakt op de A1, maar gebruikgemaakt wordt van de bestaande aansluiting
N303 Baron van Nagellstraat. Het tracé verbindt de Wesselseweg aan de zuidzijde via de
nieuw aan te leggen Randweg Harselaar, waarbij de Baron van Nagellstraat bij Harselaar
net ten noorden van de A1 aftakt als rondweg langs de westkant van Voorthuizen naar de
Rubenstraat. In dit tracéalternatief is tevens een kortsluiting van de Rubenstraat naar de
Apeldoornseweg opgenomen. Voor dit tracé gelden de uitgangspunten met betrekking tot
de wegcategorie zoals aangegeven op pagina 11.
- Tracé II: een tracé ten oosten van Voorthuizen. Dit tracé houdt in dat een nieuwe aansluiting
wordt gemaakt op de A1 ten oosten van Voorthuizen. Het tracé verbindt de Wesselseweg
aan de zuidkant met de Apeldoornsestraat en in het verlengde daarvan de Rubensstraat
aan de noordzijde. Voor dit tracé gelden de uitgangspunten met betrekking tot de
wegcategorie zoals aangegeven op pagina 11.
- Tracé III: een tracé ten westen van Voorhuizen. Dit tracé houdt in dat vanaf de aansluiting
A1/A30 een nieuw verbinding als autoweg (100 km/h) ten noordwesten van de kern Voorthuizen
naar de Rubenstraat/Voorthuizerweg aangelegd wordt.
Tracé I
Het tracé I kan worden aangesloten op de bestaande aansluiting A1/Baron van Nagellstraat,
zodat geen bestaande aansluiting hoeft te worden opgeheven. De verkeersdruk op het zuidelijk
deel van de Baron van Nagellstraat zal toenemen, een nader onderzoek naar de verkeerstechnische
oplossingen moeten in het MER nadrukkelijk aandacht krijgen.
Tracé II
De gemeente Barneveld heeft het voornemen om het bedrijventerrein Harselaar in zuidelijke en
oostelijke richting uit te breiden. Vanwege deze ontwikkeling hecht de gemeente groot belang
aan tracé II, een oostelijke omlegging met een nieuwe aansluiting op de rijksweg A1. Een
oostelijke omlegging bij Voorthuizen kan dan naar het zuiden worden doorgetrokken ten
behoeve van de verkeersafwikkeling van het in ontwikkeling zijnde nieuwe bedrijventerrein
Harselaar Zuid.
Het rijksbeleid is dat een nieuwe aansluiting op een snelweg alleen mag worden gerealiseerd
als een andere aansluiting vervalt. Dit betekent dat de aansluiting van de N301 op de A1 zal
moeten vervallen (de Zelderseweg), en de financiële consequenties voor rekening van de
initiatiefnemer komen, hetgeen een nadeel is.
Dit heeft gevolgen voor de bereikbaarheid van de gemeente Nijkerk. In het MER dient ook dit
aspect te worden meegenomen
Tracé III
Tracé III gaat met een ruime boog om Voorthuizen heen. Nader onderzoek naar dit alternatief
wordt niet realistisch geacht, omdat:
- dit alternatief niet bijdraagt aan de bereikbaarheid van bedrijventerrein Harselaar;
- het tracé III doorsnijdt een relatief groot gebied, met ecologische en landschappelijk
waardevolle elementen;
- de meerkosten, als gevolg van de voorwaarden die het Rijk stelt, voor rekening van de de
initiatiefnemer komen; de meerkosten zijn de extra aanpassingen (extra viaducten e.d.) in
het knooppunt A1/A30 en de aanleg van een autoweg 100 km/h;
- de aansluiting van de N301 (de Zelderseweg) ook komt te vervallen, dit heeft eveneens
gevolgen voor de bereikbaarheid van Nijkerk; de financiële consequenties van het
opheffen van de aansluiting N301 komen voor rekening van de initiatiefnemer.
Gelet op bovenstaande wordt in de Startnotitie voorgesteld om de tracé-alternatieven I en II in
het MER te onderzoeken en het tracé-alternatief III niet nader te onderzoeken. Mochten de
genoemde voorwaarden voor trechtering vervallen of wijzigen, dan zal tracé III alsnog in het
MER worden meegenomen.
Voorgenomen activiteit en tracéalternatieven 15
354.10523.02
3.5. Te onderzoeken tracéalternatieven
In een MER dienen minimaal de volgende alternatieven te worden beschreven:
het
nulalternatief (referentiesituatie);
tracéalternatieven
(tracéalternatief I en II);
inrichtingsvarianten;
het
meest milieuvriendelijke alternatief (MMA).
Alternatieven en varianten
In deze startnotitie worden diverse alternatieven onderscheiden. Hiermee worden combinaties van infrastructurele
maatregelen bedoeld, waarmee de doelstelling van dit project kan worden gerealiseerd. Het
betreffen het nulplusalternatief, tracéalternatieven en het meest milieuvriendelijke alternatief. De tracéalternatieven
en -varianten moeten worden beschouwd als structuurlijnen, die mogelijke tracés aangeven
voor de omleiding van de N303.
Binnen een tracéalternatief kunnen inrichtingsvarianten worden onderscheiden. Dit zijn op onderdelen
kleine wijzigingen van een tracéalternatief. Te denken valt aan aard en locatie van aansluitingen, hoogteligging
of juist ingraving van een tracé(deel), etc. Deze worden in het MER alleen onderzocht indien ze leiden
tot onderscheidende milieueffecten.
Nulalternatief
In een nulalternatief wordt beschreven wat er in het studiegebied zal gebeuren als de voorgenomen
activiteit niet wordt uitgevoerd en geen aanpassingen in het bestaande wegennet worden
aangebracht.
Het nulalternatief - dus het niet doorgaan van de voorgenomen activiteit (het omleggen van de
N303) - is naar verwachting echter geen middel om het gestelde doel te bereiken. In m.e.r.-
termen betekent dit dat het geen "reëel in beschouwing te nemen" alternatief is. De beschrijvingen
van de huidige situatie en de autonome ontwikkelingen zullen in het MER echter de functie
van het referentiekader vervullen, waartegen de effecten die samenhangen met de andere alternatieven
en varianten worden afgezet.
Nulplusalternatief
In een nulplusalternatief wordt beschreven wat er in het studiegebied zal gebeuren als de voorgenomen
activiteit niet wordt uitgevoerd maar aanpassingen in de bestaande wegenstructuur worden aangebracht
om de beschreven verkeersproblemen op te lossen.
Het nulplusalternatief dient in ieder geval zoveel mogelijk gebruik te maken van de bestaande infrastructuur
en een regionale verbinding te vormen. Een nulplusalternatief is in dit project niet voorhanden, aangezien
een dergelijk alternatief door de kern van Voorthuizen zal lopen. Hierdoor wordt niet aan de doelstelling
van het project voldaan, namelijk verbeteren van de leefbaarheid in de kern.
Tracéalternatieven
Ter hoogte van Voorthuizen zijn meerdere tracéalternatieven mogelijk, namelijk ten westen of
ten oosten van de woonkern. De volgende tracéalternatieven worden als meest realistisch beschouwd
en meegenomen in het vervolgonderzoek (zie ook figuur 3):
- Tracéalternatief I: dit tracé loopt van de N303/Rubenstraat direct ten westen van de kern
Voorthuizen tot de Rijksweg. Vervolgens loopt het tracé ten westen van de Verbindingsweg
naar de bestaande Baron van Nagellstraat en de bestaande aansluiting op de A1.
Ten zuiden van de A1 zal Harselaar Zuid worden ontsloten door een nieuwe weg die in
eerste instantie via de Baron van Nagellstraat en de Stationsweg loopt. Ter hoogte van
Harselaar Zuid wordt het tracé in oostelijke richting doorgetrokken en buigt vervolgens af in
zuidelijke richting naar de Wesselseweg.
In dit tracé is daarnaast ook een kortsluiting van de Rubenstraat met de Apeldoornsestraat
opgenomen. Op dit tracéalternatief zijn de voorwaarden van Rijkswaterstaat niet van toepassing.
- Tracéalternatief II: uitgangspunt bij het oostelijk tracéalternatief is een nieuwe aansluiting
op de A1 (Harselaar Oost). Het tracé van dit alternatief begint bij de Rubensstraat en buigt
direct rond de kern van Voorthuizen af naar de Apeldoornsestraat. Vervolgens loopt het
tracé in zuidelijke richting, ten oosten van het recreatiegebied Zeumeren, naar de A1.
Vanaf de nieuwe aansluiting op de A1 wordt het tracé doorgetrokken in zuidelijke richting,
langs het bedrijventerrein Harselaar Zuid, naar de Wesselseweg.
Voorgenomen activiteit en tracéalternatieven 16
354.10523.02
Bandbreedte tracés
De aangegeven bandbreedte en aansluitpunten van de in figuur 3 weergegeven tracés zijn indicatief van
aard. De bandbreedte is voornamelijk bepaald door de belangrijkste ecologische, landschappelijke en stedenbouwkundige
waarden. In het MER volgt een nadere uitwerking van de tracés.
Inrichtingsvarianten
In het uit te voeren onderzoek in het MER zal tevens onderzocht moeten worden welke verschillende
inrichtingsvarianten mogelijk zijn. Gezocht zal worden naar varianten met een lage
milieubelasting. Vooralsnog wordt ervan uitgegaan dat de volgende aspecten centraal staan in
de inrichtingsvarianten:
de
aard en vormgeving van de verkeersaansluitingen;
de
ecologische, landschappelijke en landbouwkundige inpassing;
de
wijze van aanleg in relatie tot de omgeving;
maatregelen
ter voorkoming van nadelige effecten op de waterhuishouding.
Op basis van deze aspecten kan worden bepaald welke maatregelen kunnen worden getroffen
om de nadelige effecten voor het milieu zoveel mogelijk te beperken. Inrichtingsvarianten worden
enkel in het MER meegenomen indien ze leiden tot onderscheidende milieueffecten.
Meest milieuvriendelijk alternatief
Op grond van de Wet milieubeheer moet in een MER altijd een zogenaamd meest milieuvriendelijk
alternatief worden beschreven. Dit is het alternatief waarbij de nadelige gevolgen voor het
milieu worden voorkomen, dan wel zoveel mogelijk worden beperkt met gebruikmaking van de
beste bestaande mogelijkheden ter bescherming van het milieu. In het meest milieuvriendelijke
alternatief wordt onderzocht hoe het tracé vanuit milieuoogpunt zo goed mogelijk kan worden
ingericht en daarmee ook een zo beperkt mogelijke milieuaantasting kan worden bereikt. Mogelijk
zijn er ook maatregelen met een positief effect op het milieu.
Het meest milieuvriendelijk alternatief wordt beschouwd als een samenhangend pakket van
maatregelen en technische concepten waarmee voor het milieu een optimaal resultaat kan
worden bereikt. Als randvoorwaarde geldt dat het om een reëel uitvoerbaar alternatief moet
gaan, dat aan de doelstelling voldoet (probleemoplossend) en binnen de competentie van de
initiatiefnemer ligt.
Bovendien worden voor het gehele tracé maatregelen opgenomen die de effecten voor het milieu
zoveel mogelijk beperken c.q. verbeteren.
354.10523.02
4. Te onderzoeken aspecten 17
4.1. Inleiding
In het MER zal worden onderzocht welke milieugevolgen zullen optreden door een omleiding
van de N303 bij Voorthuizen c.q. ontsluiting van Harselaar Zuid. Het gaat hierbij zowel om negatieve
als positieve gevolgen, waarbij onderscheid zal worden gemaakt in blijvende en tijdelijke
effecten. In het MER zal worden nagegaan in hoeverre negatieve effecten met maatregelen
kunnen worden beperkt en op welke manier positieve gevolgen kunnen worden versterkt.
In het MER zullen de volgende milieuaspecten aan de orde komen:
- verkeer;
- landschap en cultuurhistorie;
- water en bodem;
- ecologie;
- woon- en leefmilieu;
- ruimtelijke ordening en economie.
Vooruitlopend op het MER wordt in deze startnotitie voor genoemde aspecten globaal inzicht
gegeven in de huidige situatie en in de mogelijke milieugevolgen van het tracé voor de omleiding
van de N303 bij Voorthuizen. Op basis van deze bevindingen worden de in het MER te onderzoeken
aspecten expliciet genoemd. In het op te stellen MER zal met name op deze punten
nader onderzoek worden verricht. Een definitieve opsomming van onderwerpen waaraan in het
MER aandacht zal moeten worden besteed, zal worden gegeven in de door het bevoegd gezag
vast te stellen richtlijnen.
De autonome ontwikkelingen1) in het plangebied worden per aspect geschetst en in het MER
als referentiekader voor de beoogde ontwikkeling nader uitgewerkt.
4.2. Verkeer
Algemene verkeersproblematiek
De kernen Voorthuizen en Putten worden doorsneden door oude verbindingswegen: de Voorthuizerstraat/
weg N303, de Rijksweg/Apeldoornsestraat N344, de Nijkerkerstraat/Oude rijksweg
N798. Deze verbindingswegen worden niet alleen gebruikt door het regionale verkeer maar ook
door (sluip)verkeer dat een snellere route zoekt tussen de A1 en de A28. De verkeersintensiteiten
op deze wegen liggen in de huidige situatie (1999/2002) tussen de 9.000 en 14.000 mvt/-
etmaal. Het verkeer veroorzaakt binnen de kernen, maar ook op de wegen daartussen overlast.
Er is sprake van knelpunten met betrekking tot de verkeersafwikkeling, de verkeersveiligheid en
de verkeersleefbaarheid (geluidshinder, oversteekbaarheid, etc.).
Omdat veel autoverkeer ten opzichte van de kernen als doorgaand verkeer is aan te merken,
zijn er omleidingen om deze kernen wenselijk. Dit zal leiden tot een toename van de leefbaarheid
in de kernen en kan bijdragen aan de wens van de gemeenten om de centra van de kernen
meer autoluw te maken.
Onderstaand wordt nader ingegaan op de lokale verkeersproblematiek in Voorthuizen/Barneveld.
Er is gebruikgemaakt van bestaande verkeersonderzoeken. In bijlage 5 wordt nader ingegaan
op de hier beschreven problematiek. Voor het op te stellen milieueffectrapport is een
nieuw, geactualiseerd verkeersmodel opgesteld, zodat een eenduidig beeld wordt verkregen
van de huidige en toekomstige verkeersbelasting van het plangebied.
1) Onder autonome ontwikkelingen worden verstaan de verwachte ontwikkelingen in het gebied indien het voornemen
niet wordt gerealiseerd.
Te onderzoeken aspecten 18
354.10523.02
Voorthuizen/Barneveld
In het gebied tussen Barneveld-Harselaar en Voorthuizen zijn diverse ontwikkelingen voorzien,
waaronder de stedenbouwkundige ontwikkelingen in Barneveld en Voorthuizen en de ontwikkeling
van het bedrijventerrein Harselaar. Naast de algemene autonome mobiliteitstoename, zal
dit naar verwachting leiden tot een aanzienlijke verkeersgroei.
De verkeersdruk concentreert zich op de provinciale verbinding N805 (Stationsweg)-N303 (Baron
van Nagellstraat), de aansluiting op de A1 bij de Harselaar en de doorgaande wegen door
Voorthuizen.
De conclusie is dat de kern Voorthuizen in 2020 een aanzienlijke hoeveelheid extra verkeer te
verwerken zal krijgen (zie ook bijlage 5). De toename van het verkeer heeft direct gevolgen voor
de leefbaarheid in Voorthuizen, waarbij gedacht moet worden aan problemen op het gebied van
verkeersafwikkeling, verkeersveiligheid en woon- en leefmilieu.
Bedrijventerrein Harselaar
Het bedrijventerrein Harselaar zal op termijn in zuidelijk richting worden uitgebreid. In het kader
van de uitbreiding wordt gezocht naar een verbetering van de ontsluiting.
Om de druk op de Baron van Nagellstraat te verminderen, Harselaar Zuid te kunnen ontsluiten
en tevens de bereikbaarheid met het achterland van Barneveld te verbeteren, is een nieuwe
ontsluiting op de A1 ten oosten van het bedrijventerrein gewenst.
Relevant om te noemen is eveneens de ontwikkeling van het transferium Barneveld-noord op
het bedrijventerrein.
Overige relevante ontwikkelingen
Het MER zal zich vooral richten op bovengenoemde problematiek. Daarnaast zijn nog een aantal
andere zaken van belang in relatie tot de problematiek:
- binnen de regio ondervinden ook de kern Nijkerk en Ermelo hinder van doorgaand verkeer
tussen de A1 en de A28 via de N301 respectievelijk N303;
- de intensivering van het recreatiegebied Zeumeren en de daarmee gepaard gaande verkeersdruk
op het wegennet;
- de congestie rond het autosnelwegknooppunt Hoevelaken en de druk daardoor op het wegennet
door het plangebied;
- de ontsluiting van de VINEX-locatie Vathorst;
- de uitbreiding van het bedrijventerrein Lorentz in Harderwijk.
Autonome ontwikkeling
Rijkswaterstaat heeft het doel om na 2013 de aansluiting van de A30 op de A1 om te bouwen
tot knooppunt van snelwegen.
Momenteel wordt door Rijkswaterstaat onderzoek gedaan naar verbreding van de A28 en A1
ter hoogte van het knooppunt Hoevelaken.
Op de A28 zal tussen knooppunt Hoevelaken en de aansluiting Nijkerk een nieuwe aansluiting
komen ter ontsluiting van de nieuwe woonwijk Vathorst en van de Nijkerkse nieuwbouwwijk
Corlaer. Deze aansluiting zal rond 2006 moeten zijn. Op de A1 zijn er naast een studie naar capaciteitsvergroting
geen noemenswaardige ontwikkelingen. Door middel van een Spoedwetprocedure
zullen op de A1 tussen het knooppunt Hoevelaken en Barneveld enkele noodzakelijke
maatregelen worden genomen.
In het Meerjarenprogramma Infrastructuur en Transport 2002 (MIT) staan eventuele aanpassingen
aan de A1 pas na 2010 op het programma. Pas na 2013 is er budget voor een ombouw
van de huidige aansluiting A1/A30. Wel staan er in 2004 maatregelen op stapel om de filevormingproblematiek
aan te pakken.
Relevante effecten verkeer en vervoer
De omleiding van de N303 als provinciale weg met gelijkvloerse kruisingen zal tot gevolg hebben
dat het doorgaande verkeer door de kern Voorthuizen zal worden beperkt. De sliert voertuigen
die zich door deze kernen wringen zullen naar verwachting (aanzienlijk) verminderen.
Behalve dat door een afname van de verkeersstromen de interne bereikbaarheid binnen de
kernen verbeterd, is hiermee met name ook de verkeersveiligheid en verkeersleefbaarheid gediend
(oversteekbaarheid en barrièrewerking; lucht- en geluidshinder, etc.).
Te onderzoeken aspecten 19
354.10523.02
De keuze van het tracé heeft ook invloed op de (verbetering van de) bereikbaarheid van het
bedrijventerrein Harselaar. Met name een oostelijke omleiding draagt bij de ontsluiting van het
bedrijventerrein.
Een ander gevolg van dit alternatief is dat daarmee de aansluiting van de Zelderseweg op de
A1 komt te vervallen (zie ook paragraaf 3.3) en de bereikbaarheid van Nijkerk vanuit het zuiden
(A1) onder druk komt te staan.
Een nieuwe verbinding kan wellicht ook tot nieuwe hinder leiden. Bijvoorbeeld doordat bestaande
wegen ter ontsluiting van percelen of bestaande routes worden doorkruist of worden
afgesloten. Gezien de functie van de nieuwe weg zal het aantal aansluitingen zoveel mogelijk
worden beperkt. Hierdoor kan barrièrewerking optreden voor het verkeer met een relatie aan
weerszijden van de weg. Het gaat daarbij om de bereikbaarheid van percelen aan weerszijden
van de weg voor het lokale verkeer, waarbij ook het lokale landbouwverkeer hinder kan ondervinden
van de barrièrewerking. Het betreft echter ook bijvoorbeeld de doorsnijding van fiets- en
wandelroutes binnen het gebied. Verder zal ook sprake zijn van andere hindereffecten zoals
met betrekking tot geluid, luchtkwaliteit en ecologische barrièrewerking. Deze aspecten komen
in andere paragrafen aan de orde.
Te onderzoeken aspecten
In het kader van het MER zullen de effecten van het voornemen worden onderzocht op:
- bereikbaarheid voor alle vervoerswijzen: het gaat daarbij voornamelijk om de kern
Voorthuizen en het bedrijventerrein Harselaar; daarnaast is ook de bereikbaarheid van de
gemeente Nijkerk relevant (via de Zelderseweg/A1);
- congestiekans: het gaat daarbij om de regionale wegen en de kern Voorthuizen;
- verkeersveiligheid: het gaat daarbij om de wijze waarop de verkeersveiligheid in de twee
kernen en op de wegen in het gebied kwalitatief wijzigt;
- barrièrewerking en oversteekbaarheid van wegen: het gaat daarbij zowel om de effecten
binnen als buiten de bebouwde kommen met aandacht voor de doorsnijding van bestaande
structuren en verbindingen;
- noodzakelijke herprofilering van de bestaande wegen: afhankelijk van de tracering van de
N303 zullen de toevoerende wegen naar de N303 mogelijk een (grotere) verkeersfunctie
krijgen; het kan noodzakelijk zijn het wegprofiel hierop aan te passen; hetzelfde geldt mogelijk
voor wegen die een verkeersfunctie verliezen;
- aard en situering aansluiting van kruisende wegen in relatie tot de beïnvloeding van de
verkeersstromen ten einde ongewenste verkeersstromen te voorkomen; het effect van
verkeersreductie in Nijkerk is bijvoorbeeld mede afhankelijk van het al dan niet aansluiten
van de N344 op de N303, maar ook van de mate van doorstroming op de N303 (onder
meer beïnvloed door het al dan niet ongelijkvloers uitvoeren van kruispunten).
Basis voor het milieuonderzoek vormt een onderzoek naar de verkeersintensiteiten.
4.3. Landschap en cultuurhistorie
Huidige situatie landschap
Het landschap van het studiegebied wordt beschouwd op drie niveaus:
- het landschap in wijder verband;
- het landschap binnen het studiegebied;
- het landschap in de directe omgeving van de alternatieven en varianten.
Het landschap in wijder verband
Het landschap van het studiegebied maakt deel uit van de groene buitenrand van de Randstad
Holland. In verstedelijkend Nederland ligt dit gebied in de periferie. Desalniettemin heeft zich
ook in dit gebied een stedelijk landschap gevormd dat tot uitdrukking komt in een netwerk van
grootschalige infrastructuur. Het voornemen betekent een uitbreiding van dit stedelijk netwerk in
het studiegebied.
In de groene buitenrand van de Randstad maakt het studiegebied deel uit van een complex van
landschappen die tezamen de ontstaanswijze van dit deel van Nederland weerspiegelen. Het
complex omvat het diepe spoor van een zeer oude gletsjer, de hooggelegen stuwwal van deze
Te onderzoeken aspecten 20
354.10523.02
gletsjer en de voor deze stuwwal afbuigende rivieren. Het diepe spoor omvat de Gelderse Vallei
en het IJsselmeer, de hoge stuwwal omvat het Gooi, de Utrechtse Heuvelrug en de Veluwe, en
de rivieren die liggen in de Betuwe. Delen van dit complex zijn op nationaal niveau als waardevol
geklasseerd: zo heeft de Veluwe de status van Nationaal Landschap. Voor grote delen van
het studiegebied geldt een beleid van behoud en herstel van de bestaande landschapskwaliteit.
Het landschap binnen het studiegebied
Het landschap in het studiegebied omvat twee complexen:
- het dekzandgebied tegen de stuwwal;
- het kleigebied aan de IJsselmeerkust.
Het dekzandgebied is ontstaan in de laagte van het gletsjerspoor: de Gelderse Vallei. Na terugtrekking
van de gletsjer heeft zich een stuifduinengebied ontwikkeld, dat in lange ruggen tegen
het Veluwemassief is blijven liggen. Ook het kleigebied langs de IJsselmeerkust is ontstaan in
de diepe delen van het gletsjerspoor, maar veel later, toen onder de invloed van de binnendringende
Zuiderzee het dekzandgebied werd geërodeerd en bedolven onder maritieme afzettingen.
Het dekzandlandschap is in fasen ontgonnen, waarbij de hoogteligging, vruchtbaarheid en de
aanwezigheid van water een belangrijke rol speelde. De ontginning leidde tot het kleinschalige
kampenlandschap van verspreide vestigingen en met hout omzoomde akkers, temidden van
uitgestrekte heidevelden. Dit landschap is tot op de huidige dag duidelijk te herkennen, zij het
dat de visueel open heiden op veel plaatsen met bos begroeid zijn geraakt en visueel sterk verdicht
zijn. Het kleigebied langs de IJsselmeerkust is als grasland in gebruikgenomen en heeft
tot de huidige dag zijn karakteristieke openheid behouden.
Tevens wordt het gebied ook gekenmerkt door de overgang van Veluwe naar de Gelderse Vallei
en naar de Randmeren. Hier zijn verschillende landgoederen aanwezig die tezamen een
ecologische verbindingszone vormen richting Gelderse Vallei.
Het landschap in de directe omgeving van de alternatieven en varianten
Het mogelijke tracé doorsnijdt een aantal typische ontginningslandschappen, die in het bovengenoemde
complex ontstaan zijn. Tussen Voorthuizen en Putten doorsnijden de mogelijke tracés
de oude heideontginning Huinen en het Huinerbroek, een voormalig moerassig heidegebied,
dat thans hoofdzakelijk als weidegebied wordt gebruikt. In de huidige situatie zijn de verschillen
tussen de oude en jonge heideontginningen in dit deel van het studiegebied weinig herkenbaar.
Ten westen van Putten doorsnijden de mogelijke tracés het kleinschalige overgangsgebied
tussen de dekzanden en de zeeklei.
In grote delen van dit gebied geldt een beleidsmatige strategie van landschapsbehoud en landschapsvernieuwing,
waarmee beoogd wordt de nivellering van de van oudsher duidelijk verschillende
en karakteristieke landschapsbeelden binnen het studiegebied tegen te gaan.
Autonome ontwikkeling landschap
Een deel van het studiegebied is aangewezen als strategisch actiegebied, als gevolg waarvan
extra aandacht zal worden geschonken aan gebundelde inzet van beleidsmiddelen. Hoewel
deze strategie vooral natuur op het oog heeft, kan als gevolg van de bundeling verwacht worden
dat ook landschapsbehoud en -vernieuwing in de aandacht komen. Met betrekking tot de
autonome ontwikkeling kan daarom verwacht worden dat specifieke landschappelijke kwaliteiten
zullen blijven bestaan.
Relevante effecten landschap
Milieueffecten op het aspect landschap kunnen ontstaan als gevolg van doorsnijding door
nieuwe infrastructuur. De fysieke aanwezigheid van het weglichaam heeft invloed op de herkenbaarheid
en samenhang in landschapsstructuren op regionaal en lokaal schaalniveau. Met
herkenbaarheid wordt bedoeld: de mate waarin het landschap geordende en waarneembare
informatie bevat met betrekking tot ontstaansgeschiedenis, gebruik en inrichting.
Nieuwe wegdelen zullen delen van het studiegebied doorsnijden die door het Rijk en de provincie
als waardevol in het beleid zijn vastgelegd. Het weglichaam en de aanwezigheid van kunstwerken,
geluidsbeperkende voorzieningen en eventuele gronddepots zullen een visuele invloed
in het landschap betekenen.
Te onderzoeken aspecten 21
354.10523.02
Te onderzoeken aspecten landschap
Om beter te kunnen inschatten met welke autonome ontwikkelingen rekening moet worden gehouden,
dient nader onderzocht te worden wat de structuur van de landbouw is in het perspectief
van het langjarige landbouwbeleid en de doelstellingen van de provinciale strategieën.
In het kader van het MER dient nader onderzocht te worden wat de effecten zijn van het voornemen
op de beelddragers van het landschap. Deze omvatten:
- het bebouwingspatroon;
- het patroon van wegen en waterlopen;
- het verkavelingspatroon;
- het beplantingspatroon;
- landschappelijke gaafheid van de landgoederen.
Tezamen geven deze patronen een beeld van de verschillende wijzen waarop het gedifferentieerde
grondpatroon heeft geleid tot verschillen in ontginning en landschapsvorming.
Cultuurhistorie en archeologie
Zowel het studiegebied zelf als artefacten daarin zijn materiële getuigen van cultuurperioden in
de geschiedenis van het Nederlandse landschap en van specifiek aan die cultuurperioden verbonden
gebruik van het landschap. De aspecten cultuurhistorie en archeologie worden echter in
deze startnotitie onderscheiden ten opzichte van het aspect landschap, in die zin dat herkenbaarheid
en "geheugen" (die de herkenbaarheid van het landschap) onderscheiden worden van
vastgestelde waarderingen ten aanzien van cultuurhistorie en archeologie.
De milieuaspecten cultuurhistorie en archeologie worden daarmee verbonden met objecten. Het
onderscheid is relevant omdat het landschap verbonden is met visuele en verwijzende kenmerken.
Op deze wijze wordt voorkomen dat dezelfde kenmerken in de beoordeling dubbel voorkomen.
In het studiegebied zijn cultuurhistorische waarden aanwezig in de vorm van:
- landgoederen;
- gebouwde monumenten;
- Belvedèregebieden;
- archeologisch waardevolle gebieden.
Met name in het gebied tussen de A1 en de A28 liggen een aantal landgoederen. Relevant om
te noemen zijn de landgoederen Gerven, De Prinsenkamp, Meerveld, Appel (Zuid en Noord),
Schaffelaar, Hell, Overhorst en het Wilbrinkbos.
Landgoederen
Landgoederen zijn een geheel of gedeeltelijk met bossen, natuurterreinen, landbouwgronden en landschapselementen
bezette onroerende zaak, waarop veelal een buitenplaats of andere bij het karakter van
het landgoed passende opstallen voorkomen.
De provincie streeft ernaar landgoederen als een economische eenheid in stand te houden. Dit betekent
dat op landgoederen voldoende mogelijkheden voor het handhaven van een duurzame landbouw en multifunctionele
bosbouw aanwezig moet blijven. Landgoederen zijn beschermd tegen ingrepen en functiewijzigingen
die de instandhouding onomkeerbaar maken. Aantasting van karakteristieke elementen dient te
worden voorkomen.
In het kader van deze startnotitie is nog niet onderzocht in welke mate gebouwde monumenten
op de tracés aanwezig zijn.
In het gebundelde rijksbeleid ten aanzien van cultuurhistorie (Belvedère) zijn in het studiegebied
twee Belvedèregebieden aangewezen, te weten "Nijkerk-Arkemheen" en "Speuld-Garderen".
Het gehele studiegebied is aangewezen als gebied met archeologische basiswaarden. Het gebied
langs de N303 tussen Voorthuizen en Putten richting Veluwe is aangewezen als gebied
met hoge archeologische basiswaarden. Mede als gevolg van het Verdrag van Malta (1992) zal
intensieve aandacht uitgaan naar de instandhouding en bescherming van archeologisch erfgoed.
Volgens het streekplan is het uitgangspunt het behoud/conservering van dit archeologisch
erfgoed in de bodem ter plekke. Waar mogelijk dient de planvorming voor gebieden met
archeologische waarden zodanig plaats te vinden dat ongestoorde handhaving wordt verzekerd.
Wanneer dit uiteindelijk niet mogelijk blijkt, wordt (veelal) overgegaan tot opgraving.
Te onderzoeken aspecten 22
354.10523.02
Relevante milieueffecten cultuurhistorie
Milieueffecten op de aspecten cultuurhistorie en archeologie ontstaan als gevolg van fysieke
aantasting door de tracévarianten, zoals doorsnijding van landgoederen, sloop van monumenten
en weggraven van het bodemarchief.
Te onderzoeken aspecten cultuurhistorie
In het kader van het MER dient nader onderzocht te worden welke de fysieke effecten zijn van
het voornemen op de cultuurhistorisch en archeologisch waardevolle objecten in het studiegebied.
Deze omvatten:
- de landgoederen (terreinbegrenzing, inrichtingsstructuur);
- de gebouwde monumenten (op de te onderzoeken tracés);
- de Belvedèregebieden (waardevolle gebiedsdelen op de tracés);
- de archeologisch waardevolle gebieden op de tracés.
4.4. Bodem en water
Huidige situatie bodem
Het studiegebied ligt op de overgang van de stuwwal bij Garderen naar de randmeren Eemmeer/
Nuldernauw. Als gevolg daarvan beslaat het grootste deel van het studiegebied een dekzandlandschap.
In het dekzandlandschap komen overwegend natte gronden voor (beek-, gooren
broekeerdgronden, afgewisseld met enkeerdgronden en in mindere mate met veld- en
moerpodzolgronden).
In het studiegebied komen een aantal geomorfologisch en aardkundig waardevolle gebieden
voor (zie figuur 2). Het betreft:
- de Appelse en Kruishaarse Heide: één van de laatste vennengebiedjes in de Gelderse
Vallei en daarom geomorfologisch waardevol;
- het gebied Gerven ten noorden van de Appelse Heide heeft een aantal opvallende dekzandruggen
en is morfologisch waardevol; in het gebied Terschuur ten noorden van de
huidige aansluiting A30/A1, vormen nog tamelijk gave en representatieve dal-dekzandruggen
en geomorfologisch waardevolle elementen.
Huidige situatie water
Het studiegebied valt binnen twee verschillende afwateringsgebieden.
Het noordelijk deel, het gebied ten oosten van de Schuitenbeek (beheersgebied Waterschap de
Veluwe) watert onder vrij verval via een stelsel van beken in westelijke richting af naar de zuidnoordgeoriënteerde
Schuitenbeek. De Schuitenbeek mondt uit in het Nuldernauw.
Het zuidelijk deel valt van het gebied (beheersgebied van Waterschap Vallei & Eem) water via
een stelsel van beken (bovenlopen) in westelijke richting af naar de Hoevenlaakse beek.
Het gebied wordt grotendeels gekarakteriseerd als intermediair gebied. Dat wil zeggen dat kwel
en infiltratie (in beperkte mate) elkaar afwisselen al naar gelang het seizoen en de klimatologische
omstandigheden. In de benedenstroomse delen van de beken ten oosten van de Schuitenbeek
en Veldbeek treedt kwel op. Het studiegebied valt voor een groot deel in dit hydrologisch
beïnvloedingsgebied. Dit betekent dat het onder invloed staat van grondwater afkomstig
van de stuwwal bij Garderen. Op de stuwwal geïnfiltreerd regenwater komt in het studiegebied
weer aan de oppervlakte. Door de bodempassage die het water heeft ondergaan, gaat het hierbij
om water van een zeer goede kwaliteit.
De aanwezige natuur is grotendeels afhankelijk van beschikbaarheid van voldoende water met
voldoende kwaliteit. De aanwezige natuur wordt gekenmerkt als (matig) verdroogd. Dat betekent
dat er onvoldoende (grond)water beschikbaar is voor natuur en/of dat door de noodzakelijke
aanvoer van water de waterkwaliteit niet voldoet.
Ondanks dat heeft een behoorlijk deel van de beken (met name ten oosten van de Schuitenbeek)
een hoge ecologische waterkwaliteit.
Te onderzoeken aspecten 23
354.10523.02
Autonome ontwikkeling
Ten aanzien van de geomorfologische en aardkundige waarden is het beleid erop gericht dat
ontwikkeling en uitbreiding van activiteiten die leiden tot verontreiniging, aantasting of uitputting
van de bodem of aantasting van de geomorfologie zoveel mogelijk moet worden voorkomen.
De voor water relevante ontwikkelingen houden in belangrijke mate verband met het versterken
van de natuurwaarden. Het gaat hierbij om beekherstel en verdrogingsbestrijding. In dit kader
wordt een meer natuurlijk peilbeheer nagestreefd waarbij de Waterbeheer 21e eeuwprincipes
zoals vasthouden, bergen en pas in laatste instantie afvoeren van water zoveel mogelijk worden
toegepast.
Watertoets
Op basis van de startovereenkomst waterbeheer 21e eeuw (op 14 februari 2001 getekend door Rijk, VNG,
IPO en de Unie van waterschappen) dient bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen de watertoets te worden
doorlopen. De watertoets verschaft inzicht in de consequenties van een ruimtelijk voornemen voor de waterhuishouding
en de wijze waarop eventuele negatieve effecten kunnen worden gecompenseerd/gemitigeerd.
Daarnaast worden de mogelijkheden verkend op welke wijze aanvullende maatregelen kunnen
worden genomen om invulling te geven aan duurzaam waterbeheer.
Overleg tussen de initiatiefnemer van een ruimtelijk plan en de waterbeheerders vormt een integraal onderdeel
van de Watertoets. Waterschap Vallei & Eem is vertegenwoordigd in de werkgroep voor het project
"omleiding N303". Daarnaast heeft reeds een overleg plaatsgevonden tussen initiatiefnemer, gemeenten
en beide waterbeheerders. De Waterschappen Veluwe en Vallei en Eem zullen hun adviezen
over de twee startnotities Voorthuizen en Putten op elkaar afstemmen.
Relevante effecten bodem en water
De verschillende alternatieven zullen mogelijk een aantal gevolgen met zich meebrengen. De
criteria voor de beoordeling van de voorgenomen activiteit hebben mogelijk betrekking op:
- de doorsnijding van geomorfologisch en bodemkundig waardevolle gebieden: het beleid is
gericht op het zo min mogelijk beïnvloeden/aantasten van deze gebieden;
- de doorsnijding van beeksystemen: het beleid is gericht op beekherstel (hermeandering,
natuurontwikkelingen, waterretentie) doorsnijding van beeksystemen is veelal strijdig met
beekherstel;
- de beïnvloeding van het grondwatersysteem: het grondwatersysteem is in belangrijke mate
bepalend voor de natuurwaarden in het studiegebied waarin op dit moment reeds verdroging
optreedt; nieuwe infrastructuur moet de grondwaterstroming (kwalitatief en kwantitatief)
zo min mogelijk aantasten en wanneer mogelijk een bijdrage leveren aan de verdrogingsbestrijding;
- de beïnvloeding van waterkwaliteit: door de bijzondere aanwezige geohydrologie zijn in het
gebied veel beeksystemen en oppervlaktewater met een hoog (het hoogste) ecologisch niveau;
nieuwe infrastructuur mag niet leiden tot een verslechtering van de waterkwaliteit.
Te onderzoeken aspecten
In het kader van het MER zullen de effecten van het voornemen worden onderzocht op:
- het geohydrologisch systeem: er moet meer inzicht zijn in het aanwezige geohydrologisch
systeem; op basis daarvan kan een inschatting worden gegeven van de effecten van (verdiepte)
wegaanleg op grondwaterstroming en verdroging;
- effecten op de oppervlaktewaterkwaliteit (run off en verwaaiing);
- de verandering in de oppervlaktewaterafvoer;
- de gebiedsspecifieke mogelijkheden voor het zuiveren van afstromend regenwater.
Te onderzoeken aspecten 24
354.10523.02
4.5. Ecologie
Huidige situatie
Het plangebied is opgebouwd uit waardevol agrarisch gebied en gebieden met natuurwaarden.
In het gebied ten noorden en ten westen van Voorthuizen is sprake van een landgoederenzone
met kleinschalige landbouw en bossen. Zuidelijk daarvan betreft voornamelijk open landbouwgebied.
Regionale ecologische structuur
Het studiegebied grenst aan de oostzijde aan de Veluwe, welke als speciale beschermingszone
is opgenomen in zowel de Vogelrichtlijn als de Habitatrichtlijn. Aangrenzend aan het studiegebied
bevind zich ten westen van de A28 de open laaggelegen polders van Arkemheen, welke
een speciale beschermingzone vormen uit de Vogelrichtlijn. Beide gebieden worden met elkaar
verbonden door een keten van landgoederen en heideterreinen, die alle als kerngebied zijn opgenomen
in de Ecologische Hoofdstructuur. Tot deze terreinen behoren onder andere het landgoed
Oldenaller en de Appelse Heide.
Het middelste deel van het studiegebied maakt onderdeel uit van een robuuste ecologische verbindingszone,
tracé Noord, tussen de Veluwe en de Utrechtse Heuvelrug. Deze verbinding is
door het Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij voorzien van het hoogst mogelijke
ambitieniveau: realisatie van een verbindingszone waarbij behoud van biodiversiteit op regionaal
en nationaal niveau en bij onvoorziene risico's wordt nagestreefd. Tevens wordt het edelhert
als doelsoort voor deze zone gebruikt wat aanvullende eisen voor de inrichting met zich
meebrengt. Een onderdeel van deze verbindingszone wordt gevormd door de ecologische verbindingszone
tussen de Appelse Heide en het Huinerveld (Veluwe), zoals beschreven in het
Gebiedsplan natuur en landschap Gelderse Vallei.
Ten zuiden van de A1 is een ecologische verbindingszone voorzien ter plekke van de Esvelderbeek,
welke in oost-westrichting loopt. De verbindingszone is tevens verbonden met het landgoed
Schaffelaar. Zowel de verbindingszone als het landgoed maakt eveneens deel uit van de
EHS.
Plangebied
Het studiegebied bezit een grote diversiteit aan dier- en plantensoorten. Diverse ecologische
atlassen en het Natuurloket (www.natuurloket.nl) onderschrijven dit. Op deze website van het
Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Voedselkwaliteit wordt aangegeven hoeveel soorten
(internationaal) te beschermen dier- en plantensoorten op kilometerhokniveau aanwezig is. Met
betrekking tot het studiegebied betekent dit dat de volgende te beschermen groepen aanwezig
zijn:
- (broed)vogels;
- zoogdieren;
- insecten (onder andere libellen en vlinders);
- reptielen;
- amfibieën;
- planten.
Hierbij dient in ogenschouw te worden genomen dat een aantal van deze dier- en plantensoorten
als strikt te beschermen soorten staan vermeld in Bijlage lV van de Habitatrichtlijn, zoals bijvoorbeeld
alle in het plangebied voorkomende soorten vleermuizen.
Het ontwerp Gebiedsplan natuur en landschap Gelderse Vallei geeft aan welke natuurdoelen
worden beoogd in het studiegebied. Daarnaast vormt nagenoeg het gehele plangebied een
aandachtsgebied voor das en amfibie.
Relevante effecten ecologie
Zowel de tijdelijke als de permanente ecologische effecten van de verschillende alternatieven
worden kwalitatief beschreven. Daarbij zal onderscheid worden gemaakt in effecten als gevolg
van de aanleg, de aanwezigheid en het gebruik van de weg. De beschreven effecten zullen per
variant worden vergeleken met de huidige situatie en de autonome ontwikkelingen.
De criteria voor de beoordeling van de voorgenomen activiteit hebben mogelijk betrekking op:
- de vernietiging van leefgebieden van te beschermen diersoorten door fysieke aantasting
en hydrologische effecten (onder andere verdwijnen houtwallen, aantasting landgoederen);
Te onderzoeken aspecten 25
354.10523.02
- de verstoring als gevolg van verandering van de milieukwaliteit (geluid, verlichting,
verkeersbeweging), zowel in het plangebied zelf als daarbuiten (externe effecten op speciale
beschermingszones);
- de aantasting van ruimtelijke ecologische samenhang (versnippering);
- de ontwikkeling van nieuwe natuurwaarden (in samenhang met vergroting waterbergend
vermogen).
De gevolgen van de verschillende alternatieven zullen vooral betrekking hebben op natuurwaarden
in de bestaande natuurgebieden, beheersgebieden, natuurontwikkelingsgebieden en
de robuuste ecologische verbindingszone. Daarnaast dienen de gevolgen van de alternatieven
op beide speciale beschermingszones inzichtelijk te worden gemaakt.
Te onderzoeken aspecten
Samengevat worden in het MER de effecten van de verschillende alternatieven onderzocht op:
- alle aanwezige diersoorten en hun leefgebied (habitat) binnen het studiegebied die bescherming
genieten onder de Flora- en faunawet (de soortsbescherming uit de Vogelrichtlijn
en de Habitatrichtlijn zijn in deze wet geïmplementeerd), waaronder broedvogels,
zoogdieren, amfibieën, reptielen en insecten;
- vegetatiekundige en/of ecologische waardevolle delen van het plangebied en daarbuiten;
- in en om het plangebied aanwezige natuurgebieden, de speciale beschermingszones uit
de Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn en overige gebieden met een beleidsmatige status;
- toename van het oppervlak gehinderd gebied;
- de robuuste ecologische verbindingszone;
- mitigerende en compenserende maatregelen.
Indien blijkt dat de beschikbare informatie niet toereikend is om een duidelijk beeld te krijgen
van de hier aanwezige natuurwaarden zal aanvullend veldonderzoek noodzakelijk zijn.
4.6. Woon- en leefmilieu
De aandacht bij het aspect woon- en leefmilieu gaat primair uit naar de beleving van de omgeving
door bewoners en gebruikers van het gebied. Hierbij zijn met name de bestaande woningen
van belang.
Voor het aspect woon- en leefmilieu wordt met name ingegaan op aspecten die hinder veroorzaken
voor de woonomgeving. Op basis van de aard van het voornemen en het karakter van
het gebied is het vooral relevant om te kijken naar wegverkeerslawaai, luchtkwaliteit en externe
veiligheid ten opzichte van (bestaande) woningen.
4.6.1. Wegverkeerslawaai
Huidige situatie en autonome ontwikkeling
Zoals eerder in dit rapport is geconstateerd zal de komende jaren de verkeersintensiteit op de
wegen in het gebied toenemen. Als gevolg hiervan zal de hinder in de vorm van wegverkeerslawaai
ook toenemen. Met andere woorden, de situatie zal verergeren.
Relevante effecten wegverkeerslawaai
Nieuwe hinder zal worden ondervonden doordat er een nieuwe geluidsbron ontstaat. Weliswaar
neemt dergelijke hinder voor de bestaande hindergevoelige bestemmingen af bij afname van de
verkeersintensiteit op het huidige traject, maar er zullen mogelijk langs het nieuwe tracé ook
nieuwe hindersituaties bijkomen.
Te onderzoeken aspecten
In het MER zullen de effecten van het voornemen worden onderzocht op:
- toe- of afname van het aantal geluidsgehinderden;
- toetsing aan normen van externe veiligheid.
Te onderzoeken aspecten 26
354.10523.02
4.6.2. Luchtkwaliteit
Huidige situatie en autonome ontwikkeling
In de huidige situatie loopt de N303 door de kernen van Voorthuizen en Putten. Hoge verkeersintensiteiten
hebben invloed op de lokale luchtkwaliteit en daarmee mogelijk op de leefkwaliteit.
Dit kan ook van betekenis zijn voor de wegen waar sprake is van sluipverkeer. Het is
thans niet bekend of er ook daadwerkelijk overschrijding van de luchtkwaliteitsnormen plaatsvindt.
Aangezien de komende jaren de verkeersintensiteiten naar verwachting op de betreffende
wegen zullen toenemen, zal als gevolg hiervan ook de luchtkwaliteit afnemen.
Relevante effecten luchtkwaliteit
De omleiding van de N303 moet enerzijds leiden tot minder verkeer in de kernen en daarmee
een verbetering van de luchtkwaliteit in de kernen. Anderzijds leidt de aanleg van nieuwe infrastructuur
mogelijk tot nieuwe hindersituaties.
Te onderzoeken aspecten
In het MER zullen de effecten van het voornemen worden onderzocht op:
- toe- of afname van het aantal gehinderden voor luchtkwaliteit;
- toetsing aan de luchtkwaliteitsnormen zoals genoemd in het Besluit luchtkwaliteit.
4.6.3. Externe veiligheid
Huidige situatie en autonome ontwikkeling
In het huidige gebied van de wegenstructuur is het aandeel vrachtverkeer relatief groot. Naar
alle waarschijnlijkheid vindt er ook vervoer van gevaarlijke stoffen plaats over de bestaande
wegenstructuur, met name over de N303. Dit leidt tot bepaalde risico's ten opzichte van gevoelige
functies als woningen. Het is niet bekend of langs de betreffende wegen sprake is van
overschrijding van de veiligheidsnormen. De toename van verkeer in de toekomst leidt mogelijk
ook tot een verhoging van de risico's.
Relevante effecten externe veiligheid
Vanwege de doorgaande verbinding die de N303 krijgt, is het de verwachting dat het bestaande
vervoer van gevaarlijke stoffen zich naar deze weg verplaatst. Dit leidt mogelijk tot afname van
de risico's in de bestaande kernen, echter een toename bij de woongebieden nabij de nieuwe
N303.
Te onderzoeken aspecten
In het MER zullen de effecten van het voornemen worden onderzocht op:
- toe- of afname van de risico's voor externe veiligheid in bestaand woongebied;
- toetsing aan normen van externe veiligheid.
4.7. Ruimtelijke ordening en economie
Huidige situatie en autonome ontwikkelingen
In de huidige en met name de toekomstige situatie zullen er nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen
plaatsvinden in het studiegebied. Zo zijn er nieuwe woon- en werkgebieden voorzien en zullen
ook recreatieve en natuurlijke functies worden ontwikkeld of versterkt. Relevant in dat kader is
ook het reconstructieplan voor dit gebied en zullen de gevolgen voor het functioneren van de
landbouw in beeld moeten worden gebracht.
Relevante effecten ruimtelijke ordening en economie
De omleiding van de N303 kan gevolgen hebben voor de hiervoor geschetste ontwikkelingen.
Een nieuw tracé dient rekening te houden met de ligging van nieuw geplande woon- of werkgebieden.
Daarnaast kan doorsnijding van landbouwgebieden door nieuwe infrastructuur gevolgen
hebben voor met name de landbouwfuncties in het gebied en voor de recreatie. Voor bedrijventerreinen
(en deels ook voor woongebieden) heeft het een mogelijk positief effect indien
deze gebieden door de nieuwe infrastructuur beter worden ontsloten.
Te onderzoeken aspecten 27
354.10523.02
Te onderzoeken aspecten
In het MER zullen de effecten van het voornemen worden onderzocht op:
- de ruimtelijke mogelijkheden voor nieuwe woon- en werklocaties;
- toetsing op (eventuele) kwantitatieve effecten op ruimte voor nieuwe woon- en werklocaties;
- de effecten op recreatie, toegespitst op de doorgaande wegen; zowel de kwaliteit van verbindingen
als eventuele afsluiting ervan zijn factoren die van invloed zijn op de recreatie;
- de effecten op landbouw, toegespitst op ruimtebeslag, barrièrewerking, versnippering en
gevolgen voor de bedrijfsvoering;
- de gevolgen van het ombouwen aansluiting A30/A1 tot een knooppunt (na 2013);
- effecten op overige relevante economische activiteiten.
Te onderzoeken aspecten 28
354.10523.02
Blanco pagina
354.10523.02
5. Procedure en tijdsplanning 29
Het MER dient ter onderbouwing van een herziening van het streekplan. In de m.e.r.-procedure
worden de volgende fasen onderscheiden.
Belangrijke partijen in de m.e.r.-procedure
- Initiatiefnemer: de initiatiefnemer is verantwoordelijk voor het opstellen van de startnotitie en het
MER. In dit project is Provinciale Staten initiatiefnemer.
- Bevoegd gezag: het bevoegd gezag is verantwoordelijk voor vaststelling van de uiteindelijke producten.
In dit geval is Gedeputeerde Staten het bevoegd gezag.
- Commissie voor de m.e.r.: de commissie voor de m.e.r. is een onafhankelijk adviesorgaan die adviseert
over de inhoud van de richtlijnen en het uiteindelijke Milieueffectrapport.
Startnotitie en richtlijnen
De startnotitie wordt door het bevoegd gezag voor inspraak ter inzage gelegd. Insprekers kunnen
aangeven welke onderwerpen naar hun mening in het MER aan de orde moeten komen.
Voor de inspraak wordt één informatiebijeenkomst georganiseerd.
Tegelijkertijd wordt de startnotitie toegezonden aan de wettelijke adviseurs, te weten de Commissie
voor de m.e.r., de Inspecteur Milieuhygiëne en de Regionale directie van het Ministerie
van Landbouw, Natuurbeheer en Voedselkwaliteit. Daarnaast zal de startnotitie tevens worden
toegezonden aan het ROB (Rijksdienst voor het Oudheidkundig Bodemonderzoek) en de waterbeheerders
(dit laatste in het kader van de watertoets). De Commissie voor de m.e.r. geeft
haar advies in de vorm van conceptrichtlijnen.
Daarna stelt het bevoegd gezag aan de hand van de inspraakreacties en adviezen de (definitieve)
richtlijnen vast. De richtlijnen geven aan welke onderwerpen in het MER moeten worden
behandeld en zijn als het ware "het spoorboekje" voor het MER.
Opstellen MER en partiële herziening Streekplan
Het onderzoek dat in het kader van het MER door de initiatiefnemer wordt uitgevoerd, vindt
plaats aan de hand van de richtlijnen. De initiatiefnemer zal daarbij overleg voeren met zowel
de betrokken gemeenten als met andere betrokken instanties. In dat overleg zullen ook belangenorganisaties
worden betrokken. De resultaten van het onderzoek zullen worden opgenomen
in het MER. Nadat het MER gereed is, wordt het bij het bevoegd gezag ingediend. Mede op
grond van de resultaten van het MER zal de partiële herziening van het streekplan worden
opgesteld. Naar verwachting zal gestart worden met het opstellen van de partiële herziening
wanneer het concept MER beschikbaar is.
Aanvaarding en inspraak
Het bevoegd gezag zal vervolgens beoordelen of het MER voldoet aan de vastgestelde richtlijnen.
Dit mondt uit in de zogenaamde aanvaarding door het bevoegd gezag. Na aanvaarding
van het MER, wordt het MER voor dit project bekendgemaakt en aan inspraak onderworpen.
De wettelijke adviseurs worden om advies gevraagd over het MER.
Toetsingsadvies Commissie voor de milieueffectrapportage
De Commissie voor de milieueffectrapportage zal het MER tenslotte als onafhankelijke partij
toetsen, waarbij adviezen, de richtlijnen en de inspraakreacties worden betrokken. De Commissie
zal toetsen of het MER de essentiële informatie bevat voor een besluit over de omleiding
van de N303.
Verdere procedure
De inspraak voor het MER en de inspraak voor de partiële herziening van het streekplan vindt
gelijktijdig plaats. De partiële herziening van het streekplan wordt eventueel aangepast en als
ontwerp ter visie gelegd. Hiermee vangt de vaststellingsprocedure aan.
In figuur 4 zijn de verschillende procedurestappen opgenomen die nodig zijn bij het opstellen
van het MER en voorontwerpstreekplan en tracévaststelling.
Procedure en tijdsplanning 30
354.10523.02
Figuur 4 Schema m.e.r.-procedure, streekplanherziening en tracévaststelling
IN = initiatiefnemer, BG = Bevoegd gezag
M.e.r. Streekplanherziening
tracévaststelling
Bekendmaking
Startnotitie
IN/BG Anderen
Overleg met gem.besturen
Anderen
Beroep
Opstellen
ontwerp-
Streekplan
Horen PPC
IN/BG
Inspraak/
advies
Opstellen
MER
Advies
richtlijnen
Cmer
Richtlijnen
Bekendmaking
MER Bekendmaking
ontwerp-
Streekplan
Inspraak/
advies
Terinzagelegging
Streekplan
Inspraak
Vaststelling
Streekplan/
Tracévaststelling
Toetsingsadvies
Cmer
Evaluatie
milieugevolgen
4w
9w
13w
(+max
8w
4w
5w
4w
6w
13w
(+max
8w
Vaststellen
MER
Vaststellen
ontwerp-
Streekplan
354.10523.02
Bijlage 1. Samenstelling overleggroepen
B1.1. Samenstelling ambtelijke projectgroep
-
Gemeente Nijkerk
- Gemeente Barneveld
- Gemeente Putten
- Waterschap Vallei en Eem
- Waterschap Veluwe
- Dienst Landelijk Gebied
- Provincie Gelderland
- RBOI-Rotterdam
B1.2. Samenstelling ambtelijke klankbordgroep
-
Provincie Utrecht
- Provincie Flevoland
- Rijkswaterstaat, directie Oost
- Gemeente Zeewolde
- Gemeente Ermelo
- Gemeente Amersfoort
B1.3. Samenstelling maatschappelijke klankbordgroep
-
Ver. Plaatselijke belang Voorthuizen
- Kamer van Koophandel Veluwe & Twente
- Gelderse Milieufederatie
- Dienst Landelijk Gebied
- Buurtvereniging Appel, Driedorp e.o.
- Buurtvereniging Prinsenkamp
- GLTO Gelderland
- Milieuwerkgroep Lunteren/Barneveld
- St. Natuur- en Milieubescherming Putten
- IVN Vereniging Natuur en milieueducatie
- Stichting Het Geldersch Landschap
- VNO-NCW Midden
- MLB-Nederland
- Buurtvereniging Steenenkamer
- Buurtvereniging Huinen
- Stichting Natuur- en Milieuzorg Noord West Veluwe
- Gelders Particulier Grondbezit
- IOP Industriële Kring Putten
- Buurtvereniging Garderbroek
- Buurtvereniging Steenkamp
- Barneveldse Industriële Kring
354.10523.02
Bijlage 2. Programma van Wensen en Eisen 1
B2.1. Inleiding
Naast de randvoorwaarden die binnen de voorgenomen activiteit zijn vastgesteld voor het project
moet het project zoveel mogelijk aansluiten bij de wensen en eisen die leven bij de projectomgeving.
Om deze wensen en eisen te achterhalen, is zowel een maatschappelijke als ambtelijke
klankbordgroep opgesteld. Middels enkele bijeenkomsten wordt leden van deze klankbordgroepen
de mogelijkheid geboden in een vroeg stadium mee te denken over dit project en
in het bijzonder de inhoud van de startnotitie, richtlijnen en daarmee het MER.
De inbreng van wensen en eisen van de leden van de klankbordgroepen is weergegeven in dit
Programma van Wensen en Eisen.
De provincie werkte tot in 2003 nog aan een onderzoek naar de mogelijke doortrekking van de
huidige A30 in een zogenaamde N30x tussen de A1 en de A28.
Met de verkiezing van de nieuwe Provinciale Staten (PS) in maart 2003 is het accent van de
oplossing verschoven. In plaats van een onderzoek naar de doortrekking van de A30/A1 naar
de A28 hebben PS geld beschikbaar gesteld voor plaatselijke omleidingen van de N303 bij
Voorthuizen en Putten. Zie ook bijlage 4.
Bij Voorthuizen staat bijvoorbeeld de aansluiting op de rijksweg A1 centraal. Voor de omleiding
van de provinciale weg bij Voorthuizen doorloopt de provincie Gelderland een aparte m.e.r.-
procedure. De verkeersstudie, een van de belangrijke onderzoeken voor het MER is wel integraal
uitgevoerd. Voor de studie naar de omleiding van de weg bij Putten en bij Voorthuizen
wordt dezelfde verkeersstudie toegepast.
Het programma van Wensen en Eisen is opgesteld in 2002/2003 tijdens de studie naar de
doortrekking van de A30 in een N30x en sluit daardoor soms niet aan op deze startnotitie die
alleen betrekking heeft op de omleiding van de N303 bij Voorthuizen.
B2.2. Ambtelijke klankbordgroep
In de bijeenkomsten van de ambtelijke klankbordgroep zijn onder andere de volgende onderwerpen
aan de orde gekomen:
Bovenregionaal belang
- Nu het doortrekken van de A30 in een N30x in studie wordt gebracht, is het zinvol de aanleg
van deze weg ook in een groter verband te bezien. Relevant in dat kader is bijvoorbeeld
een goede snelwegverbinding tussen Almere/Zuidwest Flevoland en het KAN-gebied.
Dit is met name voordelig voor Provincie Flevoland/gemeente Zeewolde.
- Tracé 1 (studie IBZH) is in dat geval een gunstig tracé; dit aspect eventueel zichtbaar maken
in beoordeling van de verschillende tracés.
- voor de regio is een goede noord-zuidverbinding van belang.
Beleid Rijkswaterstaat
- Het netwerk van snelwegen zal beperkt worden uitgebreid.
- Er wordt terughoudend omgegaan met het realiseren van nieuwe aansluitingen (nee, tenzij
beleid); nieuwe aansluitingen mogen niet bedoeld zijn voor het oplossen van lokale knelpunten.
- Het beschermen van ecologische waarden is van belang.
Verkeersmodel
- Belangrijk in deze studie is het gebruik van het verkeersmodel. Niet elk model is geschikt
om bijvoorbeeld kleinschalige ontwikkelingen in beeld te brengen.
Bijlage 2. Programma van Wensen en Eisen 2
354.10523.02
- Het verkeersmodel dient in ieder geval inzichtelijk te maken hoe verkeersstromen zullen lopen
bij verschillende tracés.
- Eveneens is het wenselijk in het verkeersmodel verkeersbewegingen van de nabijgelegen
gemeentes c.q. provinciale/rijkswegen op te nemen in het model.
- De provincie heeft dit probleem reeds onderkend en stelt een nieuw verkeersmodel op.
Overige onderzoeken
- Voor het bepalen van de toekomstige capaciteit van de A1 wordt momenteel een studie
uitgevoerd (gegevens verkrijgbaar bij Rijkswaterstaat). Afronding van de studie wordt verwacht
in 2004.
- Onderzoek naar nieuwe ontwikkelingen in Amersfoort (Vathorst) in relatie tot ontwikkelingen
A1.
- Studie reconstructie knooppunt Hoevelaken.
- In de nabije omgeving van het plangebied zullen ook een aantal wegen worden gereconstrueerd.
B2.3. Maatschappelijke klankbordgroep
Samengevat is het volgende in de maatschappelijke klankbordgroep aan de orde gekomen:
GLTO
Vrachtverkeer dient te worden geweerd op de N303 Putten-Voorthuizen, zodat vrachtverkeer
wordt gestimuleerd om te rijden over de A1 en A28. Een verbreding van de A1 en A28 is dan
eventueel een aanvullende oplossing.
Gepleit wordt voor zo min mogelijk ruimtebeslag van de weg in verband met intensief agrarisch
gebruik van het gebied. Het aanleggen van de weg en daardoor het gebruiken van landbouwgrond
geeft problemen in onder andere de herverkaveling.
Buurtvereniging Appel, Driedorp en omstreken
Als oplossing van de verkeersproblematiek tussen Voorthuizen en Nijkerk kan de op- en afrit
van de A1/A30 naar de Zelderseweg worden afgesloten. Het verbreden van de A1 en A28 heeft
de voorkeur van de buurtvereniging.
Vereniging Plaatselijk Belang Voorthuizen
Verkeersgroep Voorthuizen heeft een onderzoeksrapport opgesteld over de huidige verkeersproblemen.
De vereniging pleit met name voor een oostelijke omleiding bij Voorthuizen. De vereniging
pleit hoofdzakelijk voor het ondersteunen van een (gemeentelijke) oostelijke omleiding
bij Voorthuizen. De Vereniging geeft aan dat in de huidige situatie de files reeds voor bedrijventerrein
Hasselaar staan. Er wordt aandacht gevraagd voor toekomstig sluipverkeer op de
Nieuw Voorthuizerweg.
De vereniging stelt dat Voorthuizen niet gebaat is bij een westelijke omleiding in verband met
luchtkwaliteit en geluidhinder. Daarnaast worden de uitbreidingsmogelijkheden aan deze kant
van de kern onmogelijk.
Voorgesteld wordt de A1 en A28 te verbreden ter hoogte van het knooppunt Hoevelaken tot
Hoevelaken respectievelijk Putten. In combinatie hiermee dient de N303 tussen Voorthuizen en
Putten onaantrekkelijk te worden gemaakt voor vrachtverkeer en verbeterd te worden op het
gebied van (verkeers)veiligheid.
Landinrichtingscommissie Nijkerk-Putten
De landinrichtingscommissie wenst duidelijkheid over de status van de nieuwe weg, A30 of
N30. Het moet verder duidelijk zijn of er lokale of bovenregionale problemen moeten worden
opgelost.
Buurtvereniging Prinsenkamp
Het aspect verkeersveiligheid dient volgens de buurtvereniging Prinsenkamp te worden
onderzocht. Gestreefd moet worden naar een eenmalige oplossing. Het verbreden van de A1
en A28 heeft daarbij de voorkeur.
Bijlage 2. Programma van Wensen en Eisen 3
354.10523.02
Kamer van Koophandel
Gepleit wordt om de oostelijke omleiding Voorthuizen mee te nemen als autonome ontwikkeling.
Het Alternatief 8 (werkgroep Infrastructuur Harselaar) wordt als voorkeur aangegeven.
Voor een westelijke omleiding bij Voorthuizen wordt conform Alternatief 8 gepleit voor een tracé
langs de Hoevenlakense Beek. Met dit tracé wordt zo min mogelijk agrarische grond doorsneden
en sluit dichtbij de kom van Voorthuizen aan.
Ten aanzien van de omleiding bij Putten wordt voorgesteld het tracé over te nemen zoals is
weergegeven in de Structuurvisie van Putten. Het doortrekken van een omgelegde N303 naar
de A28 (Nulde) wordt van groot belang geacht. Dit ook mede met het oog op het ontlasten van
de kernen Ermelo en Harderwijk en een verbetering van de ontsluiting van bedrijventerrein Keizerswoert
en Benegas.
Stichting Natuur en Milieubescherming Putten
Vanuit natuur- en landschapsoverwegingen is de aanleg van een nieuwe weg volgens de stichting
niet gewenst. Nadere studie is wel gewenst om problematiek voor de verschillende belanghebbenden
inzichtelijk te maken. Geadviseerd wordt een kostenafweging te maken tussen de
nieuwe weg in relatie tot verkeersmaatregelen op lokaal niveau.
De stichting sluit zich aan bij genoemde nulplusalternatieven. Verder pleit de stichting voor het
weren van doorgaand vrachtverkeer op de N303 door bijvoorbeeld convenanten te sluiten met
een aantal bedrijven (onder meer in Harselaar). Een onderzoek naar omrijschade (extra reistijden/
brandstofkosten van de werknemers) bij gebruik van de A1/A28 in plaats van de N303 zou
een eerste aanzet kunnen zijn.
Gelderse Milieufederatie
De Gelderse Milieufederatie pleit voor een nulplusalternatief waarbij het doorgaand verkeer
(dus niet herkomst- of bestemmingsverkeer tussen Voorthuizen en Putten) zoveel mogelijk via
het rijkswegennet A1 en A28 wordt afgewikkeld. In het nulplusalternatief wordt zoveel mogelijk
gebruik gemaakt van het bestaande wegennet en vinden korte omleidingen bij Voorthuizen en
Putten plaats. Bij Voorthuizen pleit de Gelderse Milieufederatie voor een westelijke omleiding,
waarna deze ten noorden van Voorthuizen zo snel mogelijk aansluit op de bestaande N303. De
natuur- en landschapswaarden worden bij een westelijke omleiding minder aangetast dan bij
een oostelijke omleiding. Een korte omleiding betekent ook minder doorsnijding van de 'open
ruimte' ten westen van Voorthuizen. Een nieuwe aansluiting van Harselaar-Oost op de A1 vindt
de milieufederatie ongewenst, omdat dit de westelijke ontsluiting onmogelijk maakt. Het is meer
logisch om het bedrijventerrein ten noorden van de A1 en ten oosten van de westelijke aansluiting
verder te ontwikkelen.
Bij Putten pleit de milieufederatie voor een meer noordelijke omleiding, waarbij de omleiding
wordt geïntegreerd in de uitbreidingsplannen van Putten. Door een integrale aanpak wordt onnodige
versnippering van het buitengebied voorkomen. Een meer noordelijke omleiding betekent
ook dat over een langer traject de bestaande N303 kan worden gevolgd.
Te onderzoeken effecten in het MER zijn volgens de milieufederatie de gevolgen van de barrièrewerking
van een N303 voor het functioneren van de robuuste ecologische verbindingszone
tussen Veluwe en Utrechtse Heuvelrug en de ecologische koppeling van de landgoederen ten
westen van de N303 aan het Centraal Veluws Natuurgebied en het onderzoeken naar de mogelijkheden
om deze barrièrewerking te mitigeren.
Milieuwerkgroep Lunteren/Barneveld
Voor het bedrijventerrein Harselaar (Barneveld) wordt een MER opgesteld; de uiteindelijke ontsluiting
van dit bedrijventerrein is van belang voor onderhavige studie.
De milieuwerkgroep pleit voor een volwaardige aansluiting van het bedrijventerrein op de
A30/A1 (zie studie Witteveen+Bos, Harselaar, tracé 8).
De milieuwerkgroep pleit ook voor een onderzoek naar een verhoogde ligging van de N30x ter
bescherming van de flora en fauna en de aardkundige waarden (in plaats van de voorgestelde
verdieping van dit tracé).
Bijlage 2. Programma van Wensen en Eisen 4
354.10523.02
VNO-NCW Midden
Voor een omleiding bij Putten wordt voorgesteld het tracé over te nemen zoals is weergegeven
in de Structuurvisie van Putten.
Het doortrekken van een omgelegde N303 naar de A28 (Nulde) wordt van groot belang geacht.
Dit ook mede met het oog op het ontlasten van de kernen Ermelo en Harderwijk en een
verbetering van de ontsluiting van bedrijventerrein Keizerswoert.
VNO-NCW Midden streeft ernaar om op termijn de A30 door te trekken richting Nijkerk (aansluiting
op A28 Nijkerk). VNO-NCW pleit er dan ook voor om bij het onderzoeken van tracés in
het MER en het mogelijk maken van het uiteindelijke voorkeursalternatief geen blokkades voor
deze doortrekking op te werpen.
Buurtvereniging Steenenkamer
Het buurtschap wordt aangetast door het sluipverkeer via de Waterweg (vanuit Ermelo) en de
Nijkerkerkerstraat naar de A28 bij Strand Nulde. Dit wordt mede veroorzaakt doordat er bij de
aansluiting Nulde op de A28 geen goede ontsluiting richting Putten en Ermelo aanwezig is. Dit
moet ook worden opgelost.
Bij de huidige alternatieven is een doortrekking van de N303 vanaf de Nijkerkerstraat naar de
A28 niet meer mogelijk. Hierdoor zal naar verwachting de verkeersdruk ter hoogte van Steenenkamer
nog steeds erg groot blijven.
Gelders Particulier Grondbezit
De voorkeur gaat uit naar ondertunneling bij landgoederen, dat goedkoper is dan de aanleg van
wildviaducten.
354.10523.02
Bijlage 3. Beleidskader 1
In deze bijlage wordt een overzicht gegeven van relevante beleidskaders en besluiten die van
invloed kunnen zijn op de omleiding van de N303. Onderscheid wordt gemaakt in beleid op Europees-,
rijks-, provinciaal/regionaal- en gemeentelijk niveau.
Europees beleid
Verdrag van Malta
Bij nieuwe infrastructuur in gebieden met archeologische waarden, ook buiten landelijke gebieden
A en B, worden deze waarden zoveel mogelijk ontzien en wordt de infrastructuur zorgvuldig
ingepast. Mede als gevolg van het Verdrag van Malta (1992) zal intensieve aandacht uitgaan
naar de instandhouding en bescherming van archeologisch erfgoed. Volgens het streekplan is
het uitgangspunt het behoud/conservering van dit archeologisch erfgoed in de bodem ter
plekke. Waar mogelijk dient de planvorming voor gebieden met archeologische waarden zodanig
plaats te vinden dat ongestoorde handhaving wordt verzekerd. Wanneer dit uiteindelijk niet
mogelijk blijkt, wordt (veelal) overgegaan tot opgraving.
Het gehele studiegebied bestaat uit een gebied met archeologische basiswaarden. Alleen het
gebied tussen Putten en Voorthuizen langs de N303 richting Veluwe bestaat uit een gebied met
hoge archeologische basiswaarden.
Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn
Op Europees niveau zijn richtlijnen uitgevaardigd: de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn. De
Vogelrichtlijn voorziet in de bescherming van vogelsoorten, de Habitatrichtlijn in de bescherming
van overige waardevolle dier- en plantensoorten. Beide richtlijnen voorzien eveneens in de verplichting
voor de lidstaten van de Europese Unie om speciale beschermingszones aan te wijzen
ten behoeve van het behoud en bescherming van de leefgebieden van de te beschermen
soorten.
Het studiegebied is gesitueerd aan de oostzijde van de Veluwe, welke als speciale beschermingszone
is opgenomen in zowel de Vogelrichtlijn als de Habitatrichtlijn.
Rijksbeleid
Nota Ruimte (deel 3 PKB (kabinetsstandpunt), april 2004)
In april 2004 is het kabinetsstandpunt over de Nota Ruimte verschenen. Deze nota is gebaseerd
op de beleidsvoornemens van het Tweede Structuurschema Groene Ruimte en de Vijfde
Nota over de Ruimtelijke Ordening. In de nota worden vier algemene doelen geformuleerd: versterking
van de internationale concurrentiepositie van Nederland, bevordering van krachtige
steden en een vitaal platteland, borging en ontwikkeling van belangrijke (inter)nationale ruimtelijke
waarden en borging van de veiligheid. Meer specifiek voor steden en netwerken staan de
volgende beleidsdoelen centraal: ontwikkeling van nationale stedelijke netwerken en stedelijke
centra, versterking van de economische kerngebieden, verbetering van de bereikbaarheid, verbetering
van de leefbaarheid en sociaal-economische positie van steden, bereikbare en toegankelijke
recreatievoorzieningen in en rond de steden, behoud en versterking van de variatie
tussen stad en land, afstemming van verstedelijking en economie met de waterhuishouding en
waarborging van milieukwaliteit en veiligheid. Hiermee komt de nadruk meer dan in de Vijfde
Nota te liggen op economische ontwikkeling. Later dit jaar zal het kabinet de nieuwe Nota Mobiliteit
presenteren, die zich wat betreft ruimtelijke strategie baseert op de Nota Ruimte. Deze
strategie is er overigens op gericht om doorsnijding van infrastructuur waar mogelijk te voorkomen.
SVVV II / NVVP / Nota mobiliteit
Het formeel vigerende rijksbeleid met betrekking tot verkeer, vervoer, infrastructuur en transport
is vastgelegd in het Tweede Structuurschema Verkeer en Vervoer (SVVV II), waarvan de (finale)
regeringsbeslissing uit 1990 stamt. Een herziening van deze rijksnota vindt momenteel
plaats. In 2001 is het Beleidsvoornemen van het Nationaal Verkeers- en Vervoerplan (NVVP)
uitgebracht. Beide rijksnota's onderschrijven het belang van doorstroming op het hoofdwegenBijlage
3. Beleidskader 2
354.10523.02
net en geven voor de A1 op het betreffende traject een noodzakelijke verbreding aan. Het
NVVP geeft desondanks aan dat ondanks deze verbreding de trajectsnelheid op dit stuk snelweg
in 2010 en in 2020 tijdens de ochtendspits tussen de 60 en 80 km/h zal liggen. Er zal dus
sprake blijven van congestie op dit traject. Een specifieke uitspraak over de omleiding van de
N303 is in deze beleidsnota niet opgenomen. Wel streven beide nota's een waarborging en
verbetering na van de omgevingskwaliteit, verkeersveiligheid en barrièrewerking.
Het NVVP zal in deze vorm niet als rijksbeleid gaan fungeren en worden vervangen door de
Nota Mobiliteit. De Nota Mobiliteit zal op bepaalde onderdelen zijn gebaseerd op en een uitwerking
worden van de Nota Ruimte.
Nota Belvedère / Belvoir
De Rijksnota Belvedère geeft een visie op de wijze waarop met cultuurhistorische kwaliteiten
van het fysieke milieu in de toekomstige ruimtelijke inrichting van Nederland kan worden omgegaan.
Volgens het plan Belvoir omschrijft de nota Belvedère tal van maatregelen om de cultuurhistorie
op een volwaardige manier en vanaf de eerste planfase als wegingsfactor bij ruimtelijke
ordeningsplannen te betrekken.
Eén van de belangrijkste instrumenten uit de nota Belvedère is het gebiedsgericht beleid. Het
Rijk heeft gebieden en steden, die in cultuurhistorisch opzicht het belangrijkst zijn, aangewezen
als Belvedèregebieden of -steden. Het Rijk vraagt van de provincie om in deze gebieden een
actief beleid te voeren en deze gebieden zo nodig extra te beschermen.
In het studiegebied liggen twee Belvedèregebieden, te weten: "Nijkerk-Arkemheen" en "Speulde-
Garderen.
Flora- en faunawet
Per 1 april 2002 is de Flora- en faunawet in werking getreden. Deze nieuwe wet vervangt ten
dele de Natuurbeschermingswet (soortsbescherming), de Vogelwet en de Jachtwet. Daarnaast
is de soortbescherming uit de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn in deze wet geïmplementeerd.
Binnen de Flora- en faunawet heeft een groot aantal plant- en diersoorten een beschermde status.
Het betreft onder andere een aantal soorten die naar verwachting binnen de grenzen van
het plangebied aanwezig zullen zijn, maar waarvan mogelijk geen actuele data voorhanden zijn.
Het gehele plangebied kan als potentieel leefgebied dienen voor een aantal van deze soorten.
Besluit luchtkwaliteit (2001)
Op 19 juli 2001 is het Besluit luchtkwaliteit in werking getreden (Stb. 2001, 269). Het Besluit bevat
regels ter implementatie van Richtlijn 199/30 EG van de Raad van de Europese Unie van 22
april 1999, betreffende grenswaarden voor luchtkwaliteit. Dit besluit vervangt in één keer de vier
bestaande regelingen voor luchtkwaliteit (voor zwaveldioxide, stikstofdioxide en stikstofoxiden,
wevende deeltjes en lood). De betreffende grenswaarden moeten worden bereikt in 2010. In de
periode tot 2010 wordt de norm gefaseerd aangescherpt. Stikstofdioxide blijft de maatgevende
stof.
Provinciaal/regionaal beleid
Streekplan Gelderland (1996)
Het gebied waarin gezocht wordt naar een tracé voor de omleiding van de N303 is onderdeel
van de Gelderse Vallei. In dit gebied is de verstedelijkingsdruk vanuit de Randstad nadrukkelijk
aanwezig. Bij uitbreiding van de infrastructuur vermeldt het streekplan dat het beleid voor het
landelijk gebied richtinggevend is. Er wordt onderscheid gemaakt tussen landelijke gebieden A
t/m D, welke allemaal in en nabij het studiegebied voorkomen. Het grootste deel van het studiegebied
valt onder categorie B en C. In categorie B is de natuur de belangrijkste functie. Ontwikkelingen
van andere functies mogen de beoogde natuurdoelstellingen niet frustreren. Bescherming,
herstel en ontwikkeling van de natuur staan hier centraal. In categorie C ligt het accent op
de ontwikkelingsmogelijkheden van de functie landbouw.
Om de gestelde natuurdoelstellingen te realiseren is in een aantal gevallen hydrologische bescherming
noodzakelijk. Op de streekplankaart is voor het studiegebied een zogenoemd "regionale
hydrologisch beïnvloedingsgebied" terug te vinden. Binnen een hydrologisch beïnvloedingsgebied
mogen nieuwe ontwikkelingen en ingrepen niet leiden tot negatieve effecten op de
waterkwantiteit en -kwaliteit. Het beïnvloedingsgebied maakt onderdeel uit van de gewenste
natte verbindingszone (stroomgebied van de Veluwe naar de Randmeerkust via de beken).
Bijlage 3. Beleidskader 3
354.10523.02
De aanwezige landschappelijke en ecologische waarden staan echter onder druk door de aanwezigheid
van (intensieve) veehouderij. Vanwege de noodzaak om de extreem hoge milieubelasting
en de verdroging terug te dringen is een groot deel van het studiegebied benoemd als
strategisch actiegebied.
Het omleiding van de N303 wordt in het streekplan nog niet in zijn geheel mogelijk gemaakt. De
omleiding Putten is in studie, terwijl de omleiding Voorthuizen niet meer mogelijk is. De provincie
heeft het voornemen in 2004 een nieuw streekplan vast te stellen. Beide omleidingswegen
zullen hierin nog niet worden opgenomen.
Reconstructie Gelderse Vallei/Utrecht Oost (Startnotitie m.e.r., richtlijnen)
Vanwege de milieugevoeligheid c.q. milieuproblemen valt het gebied onder de Reconstructiewet.
Met behulp van de reconstructie wordt gestreefd naar een goede ruimtelijke structuur van
landbouw, natuur, landschap en andere functies. Op dit moment zijn voor het gebied Gelderse
Vallei/Utrecht Oost de startnotitie m.e.r. en de richtlijnen m.e.r. afgerond, het MER moet nog
worden opgesteld. Een eventuele omleiding van de N303 dient op deze plannen te worden afgestemd.
Milieuanalyse reconstructiegebied Gelderland en Utrecht-Oost (2002)
In samenwerking met TNO-MEP heeft Alterra een milieuanalyse gemaakt van de huidige situatie
en de situatie in 2015 op basis van de autonome ontwikkeling in de landbouw. Het onderzoek
heeft zich toegespitst op de drie belangrijkste milieuthema's ammoniak, nutriënten en
stank en is bedoeld als bijdrage op de planvorming voor de reconstructiegebieden.
Provinciaal Verkeers- en Vervoersplan (2003)
Het PVVP-2 is in oktober 2003 door Provinciale Staten vastgesteld. In dit beleidsplan is het verkeers-
en vervoersbeleid van de provincie voor de komende 10 jaar vastgelegd. De belangrijkste
opgave van dit provinciaal beleid is het garanderen van de bereikbaarheid en het verbeteren
van de verkeersveiligheid, leefbaarheid en milieu.
Binnen het plangebied worden leefbaarheidsproblemen gesignaleerd als gevolg van sluipverkeer
tussen Nijkerk en Voorthuizen en doorgaand verkeer door Voorthuizen. Een omleiding van
de N303 bij Putten en Voorthuizen wordt gezien als oplossing hiervoor. Een eventuele doortrekking
van N303 bij Putten naar de A28 moet nader worden onderzocht.
Gebiedsplan Natuur en Landschap Gelderse Vallei (2002)
Volgens het streekplan is het bereiken van een duurzame ontwikkeling op basis van een sterke,
robuuste ecologische structuur één van de hoofddoelen van het provinciaal omgevingsbeleid.
Binnen de als landelijke gebieden A en B aangeduide gebieden, waar natuur de belangrijkste
functie voor de ruimte vormt met tussenliggende verbindingen, wordt inhoud gegeven aan deze
rijksecologische hoofdstructuur (EHS). De provincie zet zich in voor de concrete realisering van
de EHS binnen deze gebiedscategorieën. Hierbij wordt versterking van de interne samenhang
van bestaande natuurgebieden nagestreefd.
Gebiedsplan Gelderse Vallei
Ter versterking van de samenhang tussen de afzonderlijke natuur- en bosgebieden, het Centraal
Veluws Natuurgebied (CVN) en de Utrechtse Heuvelrug", worden droge en natte verbindingszones
ontwikkeld. De stroomgebieden van de beken vormen hierbij een belangrijk aanknopingspunt
voor vernieuwing en versterking van de ecologische samenhang. Binnen een
dergelijk beinvloedingsgebied mogen als gevolg van ingrepen en ontwikkelingen geen negatieve
effecten op natuur in landelijk gebied B optreden.
In het studiegebied vormt een stroomgebied via beken een onderdeel van een natte verbindingszone.
Dit oppervlaktewater stroomt van hoog (Veluwe) naar laag (Randmeerkust).
De das, amfibieën en de ringslang zijn diersoorten welke het studiegebied als (onderdeel van
het) leefgebied hebben. Het ontbreken van (potentiële) verbindingen met leefgebieden elders,
onder andere door barrièrevorming door wegen, heeft de behoefte doen ontstaan de situatie te
verbeteren door ecologische verbindingen te realiseren. Hierbij gaat het om een droge verbindingszone
die de Veluwe verbindt met de Utrechtse Heuvelrug.
Bijlage 3. Beleidskader 4
354.10523.02
LNV heeft opdracht gegeven aan de provincie Utrecht en Gelderland op dit moment een "quickscan"
uit te voeren naar de realisering van een robuuste verbindingszone (onder andere voor
het edelhert). Deze zone wordt circa 1 km breed. Dit houdt in dat er een ecopassage voor groot
wild zal moeten komen.
Waterhuishoudingsplan Gelderland (1996)
Het Waterhuishoudingsplan geeft richtlijnen aan voor het behouden en verbeteren van de waterhuishouding
voor de maatschappelijke functie: landbouw, natuur, drinkwatervoorziening en
industrie. In het plangebied vormen de slechte waterkwaliteit en verdroging een bedreiging voor
de kwaliteit van de natuur. Ter versterking van de samenhang tussen de verschillende bos- en
natuurgebieden, het Centraal Veluws Natuurgebied en de Utrechtse Heuvelrug, worden droge
en natte verbindingszones ontwikkeld.
Waterbeheersplan Veluwe 2002-2006, Weloverwogen met water (Waterschap Veluwe,
2000)
In het waterbeheersplan is het rijks- en provinciaal waterbeleid vertaald naar het beheersgebied
van het waterschap. Leidende principes daarbij zijn:
- watersysteembenadering;
- waterketenbenadering;
- veiligheid;
- water als mede ordenend principe in de ruimtelijke ordening;
- niet afwentelen;
- ecologisch gezonde water- (en) natte landnatuur, ook in de stad.
Het plangebied valt binnen het stroomgebied Wolderwijd/Nuldernauw. Het beleid in dit stroomgebied
is specifiek gericht op beekherstel met als doel versterken van natuurwaarden, verdrogingbestrijding
en beperken van wateroverlast.
Waterbeheersplan Vallei en Eem 2000-2004 (Waterschap Vallei en Eem, 2000)
In het waterbeheersplan is het rijks- en provinciaal waterbeleid vertaald naar het beheersgebied
van het waterschap. De belangrijkste thema's hierbij zijn:
- een goede waterbeheersing;
- verdrogingbestrijding;
- verbetering waterkwaliteit;
- goede afstemming tussen water en stad;
- beekherstel;
- realisatie ecologische verbindingszones;
- rekening houden met recreatie, landschap en cultuurhistorie.
Regiovisie De Vallei (2004)
In de bestaande stedelijke centra van de regio De Vallei (Wageningen, Ede, Rhenen, Veenendaal,
Nijkerk, Barneveld, Leusden, Scherpenzeel, Renswoude en Woudenberg) wordt de komende
periode stevig geïnvesteerd. De analyse van de combinatie van bereikbaarheid van
openbaar vervoer of met de auto met de ligging (centraal of perifeer) bepaald het profiel van de
knopen.
Behalve de verhouding tussen de knopen in het WERV gebied is de relatie met Barneveld van
belang. De betekenis van de knoop van Barneveld zal toenemen door aanleg van het transferium
Barneveld-noord, de aansluiting van de Valleilijn op het spoor Amersfoort-Deventer, de
ontwikkelingen op Harselaar Zuid en de aanleg van de rondweg om Voorthuizen.
Concept Stroomgebiedsvisie (Veluwe en Vallei)
In het kader van WB21 is afgesproken dat onder regie van provincies (i.s.m. waterbeheerders
en het rijk) deelstroomgebiedvisies worden opgesteld. Daarin worden de gevolgen van klimaatverandering
op het waterbeheer en de daarmee samenhangende vraag naar ruimte voor water
in beeld gebracht met financiële gevolgen. Daarnaast wordt aandacht besteedt aan de overige
aspecten van water.
Doel van de stroomgebiedvisie is:
- bouwstenen leveren voor ruimtelijke plannen;
Bijlage 3. Beleidskader 5
354.10523.02
- bijdrage leveren aan het Nationaal Bestuursakkoord Water;
- referentiekader voor de toepassing van de watertoets.
Omgevingsplan Gelderland/Aardwetenschappelijke waarden (1996)
De studie Aardwetenschappelijke waarden is een achtergrondstudie van het Omgevingsplan
Gelderland. Aardwetenschappelijke waarden zijn volgens het streekplan van groot belang en
zullen worden ontzien. De bescherming van aardwetenschappelijke waarden heeft als doel het
behoud en herstel van specifieke bodemkwaliteiten en het behoud van bijzondere geomorfologische
verschijnselen. Volgens het streekplan dienen aardschappelijke waarden een belangrijke
rol te spelen bij planologische afwegingen.
Binnen het studiegebied zijn enkele geomorfologisch waardevolle gebieden gelegen. Het gaat
hierbij om een vennengebied (Appelse Heide) en enkele dekzandruggen (Gerven, Terschuur en
Driedorp).
Provinciaal Milieubeleidsplan
Doel van het provinciaal milieubeleid is het realiseren van een basiskwaliteit van milieu en water
ter bescherming van bijzondere natuur, landschappelijke en cultuurhistorische waarden. In de
Gelderse Vallei staan de aanwezige waarden onder druk door de aanwezigheid van (intensieve)
veehouderij. Vanwege de noodzaak om de extreem hoge milieubelasting en de verdroging
terug te dringen, is een deel van het gebied benoemd als strategisch actiegebied.
Gemeentelijk beleid
Structuurvisie gemeente Barneveld 2015 (2003)
De gemeente Barneveld voorziet volgens haar structuurvisie in het studiegebied twee uitbreidingen
voor wat betreft woningbouw, te weten één ten noorden van Voorthuizen (Voorthuizen
noordoost) en één ten zuiden van Voorthuizen (Kromme Akker).
Voor wat betreft de uitbreiding van bedrijventerreinen worden ten zuiden van de A1 uitbreidingen
bij Harselaar West (bij de huidige aansluiting A1/A30), Harselaar-oost en Harselaar-zuid
verwacht.
Overige relevante ontwikkelingen zijn de aanleg van het transferium Barneveld-noord op het
bedrijventerrein Harselaar en de intensivering van het recreatieterrein Zeumeren.
Met betrekking tot infrastructurele ontwikkelingen wordt voorzien in:
- een oostelijke aansluiting op de A1 (Harselaar-zuid) en in relatie hiermee een afsluiting
van de Zelderseweg op het knooppunt A1/A30;
- een oostelijke "omleiding Voorthuizen" met een aansluiting op de A1 ter hoogte van Harselaar-
zuid; indien de omleiding van de N303 een andere oplossing biedt voor de verkeersproblemen
in Voorthuizen staat de gemeente hiervoor open;
- een oostelijke verbindingsweg Barneveld tussen Harselaar Zuid en de Wesselseweg (overigens
wordt deze verbindingsweg in de Structuurvisie vanaf de Wesselseweg verder
doorgetrokken naar de N802).
(Voorontwerp) Structuurplan Putten (2002)
De gemeente Putten heeft in haar conceptstructuurplan aangegeven tot 2015 behoefte te hebben
aan één of meerdere nieuwe woningbouwlocaties om circa 600 woningen te kunnen bouwen.
Met name ten zuidwesten van Putten is nieuwe woningbouw voorzien. Ten westen is
langs de spoorlijn tevens een uitbreiding van bedrijventerreinen en zakelijke dienstverlening gepland.
Ten zuiden van Putten langs de N303 wordt een gebied gereserveerd welke een gemengde
functie (wonen en werken) krijgt. De gemeente Putten hanteert, naast de verwachte
oppervlakken nodig voor de uitbreidingen, tevens zoekrichtingen voor uitbreiding van zowel woningbouw
als bedrijven, als doorkijk voor de periode van 2015 naar 2030.
In het conceptstructuurplan is voor de omleiding van de N303 een voorkeurstracé aangewezen,
namelijk het zogenaamde "combinatiealternatief". Dit tracé begint vanaf de bestaande N303,
loopt in een ruime boog ten zuiden van Putten en takt in een vloeiende lijn aan op de A28 bij
Strand Nulde. De ligging van dit tracé biedt ontwikkelingsmogelijkheden ten zuiden van Putten
en geeft meer mogelijkheden voor een goede inpassing van het tracé voor landschap en geluid.
Ook zijn er kansen voor een ondergrondse kruising van de spoorlijn en de Nijkerkerstraat.
Bijlage 3. Beleidskader 6
354.10523.02
Structuurplan Nijkerk (2001)
Nijkerk voorziet in het studiegebied geen grote ontwikkelingen op het gebied van woningbouw
en bedrijven. Volgens het structuurplan Nijkerk-Nijkerkerveen 2001 staan er alleen ten westen
van Nijkerk uitbreidingen van woningen (Corlaer) en bedrijven gepland. Vanwege de toenemende
verkeersdruk op de bestaande wegen wordt een nieuwe rondweg gerealiseerd met een
directe verbinding met de nieuwe aansluiting op de A28.
Verkeersmilieukaart Barneveld (2003)
De Verkeersmilieukaart (VKM) beschrijft de gevolgen van het verkeer en vervoer op het milieu
binnen de gemeente Barneveld met als doel het signaleren van knelpunten in de milieukwaliteit.
Het VMK bestaat uit een verkeersmodel en een milieumodel. In het verkeersmodel wordt de
verkeerssituatie en de bijbehorende verkeersstromen binnen de gemeente in beeld gebracht.
In het Milieumodel wordt de gevolgen van het verkeer voor de milieuaspecten geluidhinder
(wegverkeerslawaai) en luchtkwaliteit weergegeven.
In de modellen is rekening gehouden met zowel een oostelijke, noordelijke en westelijke rondweg
rond Voorthuizen en een oostelijke rondweg bij Barneveld.
354.10523.02
Bijlage 4. Verkenning tracéalternatieven
In de hoofdtekst van deze startnotitie is eerder vermeld dat er diverse onderzoeken zijn gedaan
naar het oplossen van de regionale verkeersproblematiek. In deze bijlage volgt een korte beschrijving
van de meest recente voorstudies en bestuurlijke standpunten.
Globale ruimtelijke verkenning (2001)
De provincie Gelderland vindt een integrale aanpak van de problematiek van de N303 van belang.
Daartoe werd een onderzoek met een breder perspectief opgezet. Dit onderzoek was gericht
op het realiseren van een verbinding tussen de bestaande aansluitingen A1 Barneveld en
A28 Strand Nulde. In dat kader heeft de provincie eerst een globale ruimtelijke verkenning laten
uitvoeren (IBZH, 2001). Deze ruimtelijke verkenning is verricht in nauwe samenwerking met de
betrokken gemeenten en gericht op het inventariseren van ruimtelijke mogelijkheden voor het
realiseren van een doorgetrokken A30.
Op basis van deze verkenning zijn een vijftal tracés naar voren gebracht. Deze vijf tracés verbonden
de A1 met de A28 en liepen door het gebied tussen Nijkerk en het Veluwemassief. De
vijf tracés zijn in 2001 aan Gedeputeerde Staten en de Commissie Verkeer & Water voorgelegd
ter beoordeling. De meest buitenste tracés (langs Nijkerk en het Veluwemassief) werden niet
als kansrijk beschouwd en zijn afgevallen. De overige (midden)tracés zouden in een vervolgstudie
(MER-studie) verder worden uitgewerkt.
Statenakkoord 2003-2007
Op basis van het nieuwe Provinciale Statenakkoord (april 2003) zijn de uitgangspunten echter
opnieuw gewijzigd. In het Statenakkoord is nu alleen geld gereserveerd voor de omleidingen ter
hoogte van Putten en Voorthuizen. Deze financieringsbeperkingen hebben de volgende gevolgen:
- de optie van een snelweg valt af, een gebiedsontsluitende weg staat centraal;
- het accent komt zodoende te liggen op een omleiding van de N303 (in plaats van een
doortrekking van de A30);
- de aansluiting op de A28 is komen te vervallen.
Kort samengevat blijven twee van de drie overgebleven tracés nog maar over. Ter hoogte van
Putten zijn daardoor weinig verschillende alternatieven mogelijk. Ter hoogte van Voorthuizen
kan nog steeds een westelijke of oostelijke omleiding worden onderzocht.
De mogelijkheden en oplossingen voor de omleidingen bij Putten en Voorthuizen verschillen
van elkaar, maar kennen ook samenhang. De provincie heeft ervoor gekozen voor beide omleidingen
een aparte m.e.r.-procedure te doorlopen. Beide projecten zijn hierdoor (in proceduretijd)
minder van elkaar afhankelijk.
De provincie vindt een integrale aanpak wel van belang. De voor het MER belangrijke onderzoeken,
zoals het verkeersonderzoek, zullen voor het totale studiegebied worden opgesteld.
Aangedragen oplossingen voor beide omleidingen kunnen daarom op de belangrijkste effecten
met elkaar worden vergeleken.
354.10523.02
Bijlage 5. Achtergrondinformatie verkeer 1
B5.1. Inleiding
In deze bijlage wordt kort ingegaan op de beschikbare verkeersgegevens. Deze verkeersgegevens
zijn gebruikt ter onderbouwing van de onderliggende problematiek in dit project (zie ook
paragraaf 2.2).
Voor het huidige plangebied, mede ook in relatie met de ontwikkelingen bij Putten, zijn verkeersintensiteitsgegevens
uit verschillende studies beschikbaar, die niet in alle gevallen met elkaar
stroken. Hierdoor zijn niet alle gegevens met elkaar te vergelijken. Ten behoeve van het op
te stellen MER is door de provincie, in samenwerking met Goudappel Coffeng, een nieuw verkeersmodel1)
opgesteld. Dit verkeersmodel vormt de basis voor het milieuonderzoek. In deze
bijlage is voor de relevante wegen en kernen de huidige situatie (1999) en de te verwachten intensiteiten
voor 2020 (zonder maatregelen) in beeld gebracht.
B5.2. Beschikbare verkeersgegevens
Voorthuizen
De verkeersdruk concentreert zich bij Voorthuizen op de provinciale verbinding N805 (Stationsweg)-
N303 (Baron van Nagellstraat), de aansluiting op de A1 bij de Harselaar en de doorgaande
wegen door Voorthuizen.
Uit eerdere verkeersonderzoeken blijkt dat de verkeersgroei op de N303 bij Voorthuizen sterk
zal zijn. De toename van het verkeer heeft direct gevolgen voor de leefbaarheid in Voorthuizen,
waarbij gedacht moet worden aan problemen op het gebied van verkeersafwikkeling, verkeersveiligheid,
en woon- en leefmilieu.
Naar verwachting zal in de toekomst de verkeersdruk op deze weg alleen nog maar toenemen.
Daar zijn twee belangrijke redenen voor. Allereerst zal de congestiekans rond knooppunt Hoevelaken
door de grotere verkeersdruk toenemen. Daarnaast zullen binnen de regio nieuwe ontwikkelingen
plaatsvinden die extra verkeer genereren. De ontwikkeling van het bedrijventerrein
Harselaar is daarbij belangrijk, maar ook toekomstige uitbreidingen in Voorthuizen en Putten.
In onderstaande tabel B5.1 zijn de verkeersintensiteiten opgenomen van de huidige situatie.
Tabel B5.1 Resultaten verkeersonderzoek Voorthuizen
verkeersintensiteit 1999
(mvt/etmaal)
verkeersintensiteit 2020
(mvt/etmaal)
Baron van Nagellstraat N303 (zuidelijke invalsweg
Voorthuizen)
14.800 24.100
Apeldoornsestraat N344 (oostelijke invalsweg
Voorthuizen 7.600 4.600
Voorthuizerweg/Rubensstraat N303 (noordelijke
invalsweg Voorthuizen)
10.000 17.700
Hoofdstraat N344 (westelijke invalsweg Voorthuizen)
5.600 12.100
Bron: Provincie Gelderland/Goudappel Coffeng, Modelberekeningen varianten N303.
Putten
De kern van de gemeente Putten wordt belast met doorgaand verkeer in noord-zuidrichting en
vice versa. Met name de Voorthuizerstraat en Harderwijkstraat worden qua verkeer sterk belast
door vrachtverkeer en als doorgaande route van personenauto's met bestemming Ermelo en
Harderwijk. Dit zal in de toekomst naar verwachting toenemen.
1) Provincie Gelderland/Goudappel Coffeng, Modelberekeningen varianten N303, 9 juli 2004.
Bijlage 5. Achtergrondinformatie verkeer 2
354.10523.02
De verkeersveiligheid op de diverse binnenwegen tussen Putten en de aansluiting A28/Strand
Nulde laat door dit sluipverkeer en ongeschiktheid als doorgaande route naar Putten te wensen
over, door het ontbreken van vrijliggende fietsvoorzieningen en relatief hoge verkeersintensiteiten
in relatie tot de erftoegangsfunctie van de weg (60 km/h). Het betreft de Stationsstraat/
Zuiderzee-straatweg/Waterweg/Hoornsdam en de Stenenkamerseweg. Door het forensenverkeer
wordt ook de Vanenburgerallee/Zuiderzeestraatweg/Waterweg gebruikt vanuit Ermelo-
West naar de aansluiting Hoornsdam/A28 bij Nulde.
De huidige verkeersintensiteiten op de invalswegen van Putten zijn eveneens terug te vinden in
tabel B5.2.
Tabel B5.2 Resultaten verkeersonderzoek Putten
verkeersintensiteit 1999
(mvt/etmaal)
verkeersintensiteit 2020
(mvt/etmaal)
Voorthuizerstraat N303 (zuidelijke invalsweg
Putten)
9.400 15.900
Gardenseweg N797 (oostelijke invalsweg
Voorthuizen 4.900 3.700
Harderwijkerstraat/Putterweg N303 (noordelijke
invalsweg Voorthuizen)
8.600 15.000
Nijkerkerstraat N798 (westelijke invalsweg
Voorthuizen) 8.900 15.500
Bron: Provincie Gelderland/Goudappel Coffeng, Modelberekeningen varianten N303.
354.10523.02
Bijlage 6. Literatuurlijst 1
1. Alterra/TNO, Milieuanalyse reconstructiegebied Gelderland en Utrecht-Oost, juli 2002.
2. Bureau Natuurbalans, Amfibieën en de ringslang terug in de Gelderse Vallei, januari 1994.
3. Dienst Landelijk Gebied, Landschap in verandering, beschrijving van de landschapsontwikkeling
en ontwerpopgaven voor het reconstructiegebied Gelderse Vallei/UtrechtOost, november
2002.
4. Gemeente Barneveld en Gemeente Nijkerk, Startnotitie Milieueffectrapportage Oostelijke
Omlegging N303 Voorthuizen, 16 november 1998.
5. Gemeente Barneveld, Structuurvisie gemeente Barneveld 2015, 2003.
6. Gemeente Barneveld, Verkeersmilieukaart, 2003.
7. Gemeente Nijkerk, Structuurvisie Nijkerk (plankaart), 2001.
8. Provincie Gelderland, Aardwetenschappelijke waarden, geomorfologie en bodem, 1996.
9. Provincie Gelderland, Gelders Milieuplan 1996-2000, 1996.
10. Provincie Gelderland, Belvoir - Uitzicht op dynamiek, 2000.
11. Provinciaal verkeers- en vervoerplan (ontwerp), vastgesteld door Provinciale Staten op
7 oktober 2003.
12. Provincie Gelderland/IBZH, Globale Ruimtelijke Verkenning Doortrekking A30, Tussenrapportage,
Studiegebied Barneveld-Nijkerk-Putten, december 2001.
13. Provincie Gelderland/DHV, Concept-Milieueffectrapport, m.e.r. omlegging N303/Aansluiting
A28 te Putten, december 2000.
14. Provincie Gelderland/IBZH, Globale Ruimtelijke Verkenning Doortrekking A30, Nulplusvariant,
Studiegebied Barneveld-Nijkerk-Putten, 28 augustus 2002.
15. Provincie Gelderland, Streekplan Gelderland, 1996.
16. Provincie Gelderland, Gebiedsplan Natuur en landschap Gelderse Vallei, 2002.
17. Provincie Gelderland/Bewonersvereniging De Steenkamp, Verkeersonderzoek Voorthuizen,
1995.
18. Provincie Gelderland, Veluwe 2010, een kwaliteitsimpuls, 2000.
19. Provincie Gelderland en Utrecht, Van Veluwe naar Utrechtse Heuvelrug en weer terug,
Robuste verbindingszone, juni 2002.
20. Provincie Gelderland/Bewonersvereniging "De Steenkamp en omgeving"; Verkeersonderzoek
Voorthuizen; april 1995.
21. Provincie Gelderland, Gelders verkeer 1999-2002, gemeten verkeersintensiteiten.
Bijlage 6 Literatuurlijst 2
354.10523.02
22. Rijkswaterstaat Directie Oost-Nederland/Goudappel Coffeng, Verkeerskundige analyse
vierde fase: wijziging aansluitingen A1 en A28, modelberekeningen West-Veluwe Vallei
(WVV-model), februari 2001.
23. Rijkswaterstaat Directie Oost-Nederland/Goudappel Coffeng, Modelberekeningen varianten
N303, 18 april 2001.
24. Rijkswaterstaat Directie Oost-Nederland/Goudappel Coffeng, Modelberekeningen varianten
N301-1, 11 juli 2001.
25. Rijkswaterstaat Directie Oost-Nederland, Sheets West-Veluwe Vallei Modelstudie.
26. Waterschap Veluwe, Waterbeheersplan Veluwe 2002-2006, 2001.
27. Waterschap Vallei en Eem, Watervisie voor Vallei en Eem, kansen keuzen en coalities,
2001.
28. Werkgroep Infrastructuur Harselaar en Barneveldse Industriële Kring/Witteveen+Bos, Verkeerskundige
analyse en schetsontwerp van alternatief 8, voor een betere ontsluiting van
bedrijventerrein Harselaar, 9 juni 2000.
29. Regio De Vallei, Regiovisie De Vallei, samenvatting en doorkijk, januari 2004.
30. Gemeente Barneveld, Milieubeleidsplan 2001-2004, 2000.
31. Gemeente Barneveld, Wegontwerp Rubensstraat-A1-Wesselseweg, april 2004.
354.10523.02
Colofon
Initiatiefnemer: Provinciale Staten Provincie Gelderland
Postbus 9090
6800 GX Arnhem
Bevoegd gezag: Gedeputeerde Staten Provincie Gelderland
Postbus 9090
6800 GX Arnhem
Bij het opstellen van de Startnotitie m.e.r. is het volgende kernteam betrokken geweest:
ing H. Walinga (provincie Gelderland)
ing A. Henselmans (provincie Gelderland)
drs ing. P.T.W. Mulder (W+B)
drs R.J. Evelein (RBOI)
dipl ing C.M. Brunner (RBOI)
Eindredactie: adviesbureau RBOI
CENSUUR IN NEDERLAND © Databank met gratis informatie over Verkiezingen & stembureaus. Integriteit verkiezingen en verkiezingsformulieren Nederland 2010, media, jeugdzorg, boycot Raad voor de Kinderbescherming, onderwijs, rechtspraak, Openbaar Ministerie, wraking rechter, waterschappen, bedrijfsleven, overheid, rampen, big brother is watching you, bezwaarcommissies, raadsgriffier, gemeentesecretaris, milieu, Hop tegen Nederland bij UN
Verkiezingen & stembureaus. Integriteit verkiezingen en
verkiezingsformulieren Nederland 2010, door J. Hop Ermelo
555 De macht van een gemeente
ambtenaar, de laatste probleemgevallen die geen informatie geven over
verkiezingsformulieren
288 De macht van een gemeente
ambtenaar, hoeveel geld kosten arrogante, burgervijandige, falende gemeente
ambtenaren ieder jaar?
718 Oneerlijke verkiezingen
gemeenteraad Ermelo 2010, UITSLUITING Groep Hop bij scholierendebat en rol (gesubsidieerde)
CDA krantjes
362 Is de belofte om geld te
betalen per gekozen raadslid aan de CDA-PR commissie wel of niet in strijd met
de eed van ieder raadslid in Ermelo?
379 Stemwijzer Ermelo 2014:
Alleen Groep Hop ging in Ermelo NIET akkoord met betaling LOSGELD aan CDA
PR-commissie voor debat!
459 De geschiedenis van de
Omroepbijdrage met informatie over het SS verleden van de Omroepbijdrage en
fiscalisering in 2000
654 Diagnose op bestelling
door het Centraal Bureau voor de Statistiek na fiscalisering omroepbijdrage
500 To whom it may concern
500 Geheim overleg tussen
jeugdzorg en rechtbank over Hop zichtbaar gemaakt door meldingen in
contactjournaal gezinsvoogd
718 Dinsdag 9 maart 2010.
Gemeenteraad Ermelo beslist bezwaarschrift Hop ONGEGROND tegen uitslag
verkiezingen gemeenteraad Ermelo 2010
098 Nieuwsbrief 4 verkiezingen,
Ministerie van Binnenlandse Zaken roept gemeenten op fraude te plegen in
vastgestelde verkiezingsformulieren
205 Ermelo 2010.
Bezwaarschrift tegen BESLUIT benoeming leden Hoofdstembureau gemeente Ermelo
694 Ermelo 2010.
Bezwaarschrift tegen BESLUIT benoeming leden 16 stembureaus verkiezingen 3 maart
2010 gemeente Ermelo
508 Ermelo 2010.
Bezwaarschrift tegen BESLUIT weigering (bestuurlijke) nevenfuncties leden
Hoofdstembureau Ermelo
201
Ermelo 2010. Beroepschrift Hop tegen KNIP en PLAKWERK en geknoei met
Ermelose verkiezingsformulieren ook bij Raad van State ONGEGROND!
201 Ermelo 2010.
Bezwaarschrift Hop tegen KNIP en PLAKWERK en geknoei met Ermelose
verkiezingsformulieren bij Hoofstembureau Ermelo ONGEGROND!
648 Ermelo 2010. Hop moet
felle strijd leveren tegen gemeente Ermelo om correcte verkiezingsformulieren
Groep Hop door VOORCONTROLE te krijgen
BSC
Waarom zitten wethouders, raadsleden en andere kandidaten die meedoen met
verkiezingen ook in de stembureaus van die gemeenten?
GEM Hop
ontdekt! Waarom werden baantjes lid BSC en lid stembureau NIET door
gemeentesecretarissen van gemeenten opgegeven?
GRI Hop ontdekt! Waarom
werden baantjes lid BSC en lid stembureau NIET door raadsgriffiers van gemeenten
opgegeven?
BES
Hop ontdekt! Waarom werden baantjes lid BSC en lid stembureau NIET door
bestuurders van gemeenten opgegeven?
646 Archief! Hop ontdekt
belangenverstrengeling in stembureaus tijdens provinciale verkiezingen
Gelderland 2007 toen Groep Hop ook meedeed
340 Posteroorlog op de Veluwe
I, verkiezingsposters Groep Hop worden overal vernield en overplakt
425 Posteroorlog op de Veluwe
II, verkiezingsposters Groep Hop worden overal vernield en overplakt
561 Posteroorlog op de Veluwe
III, verkiezingsposters Groep Hop worden overal vernield en overplakt
541 Posteroorlog op de Veluwe
IV, verkiezingsposters Groep Hop worden overal vernield en overplakt
638 Archief! Ermelo 2006.
Groep Hop wint geen zetel na DOODZWIJGEN tijdens verkiezingen gemeenteraad 2006
379 Ermelo 2006. Groep Hop
moet worden DOODGEZWEGEN schreef eindredacteur Ermelo Weekblad aan Raad voor de
Journalistiek
379 Stemwijzer Ermelo 2006:
Alleen Groep Hop ging NIET akkoord met betaling LOSGELD aan CDA PR-commissie
voor debat
648 De macht van een gemeente
ambtenaar, ambtelijke chaos bij verkiezingen. Hoeveel geld kost de arrogantie
van De Bruin hoofd KCC?
265 De macht van een gemeente
ambtenaar, GESLOTEN PERSCONFERENTIES alleen voor (gesubsidieerde)
krantjes
175 De macht van een gemeente
ambtenaar, in Ermelo moet een ambtenaar een natuurlijk gezag uitoefenen over
burgers en bestuurders
288 De macht van een gemeente
ambtenaar, hoeveel geld kosten arrogante, burgervijandige, falende gemeente
ambtenaren ieder jaar?
Stemwijzer
2014! Alleen Groep Hop ging niet akkoord met betaling LOSGELD voor
deelname aan CDA-debat in 2006 en 2010!
Alle andere Ermelose partijen deden dat wel en betaalden in 2010 LOSGELD per
gekozen raadslid aan de CDA PR-commissie!
Groep Hop zal NIMMER LOSGELD betalen voor vrijheid van meningsuiting en
publicaties in allerlei CDA-krantjes over CDA-debat!
Ook al komen we dan niet in de Ermelose gemeenteraad door negatieve en/of
suggestieve publicaties in (gesubsidieerde)
CDA-krantjes.