GROEP HOP ERMELO ©

2006-2018 Informant mw. Jeanne Dijkstra eindredacteur Ermelo Weekblad aan de Raad voor de Journalistiek: "Van alle kanten komen berichten dat Groep Hop moet worden doodgezwegen"

Christelijk vuilnis uit Ermelo wint met "doodzwijgen" (Groep) Hop bij Christelijk College Groevenbeek, Bedrijvenkring Ermelo, CDA debatten, Buurtvereniging Speuld en de krantjes Stentor, Ermelo Weekblad en hun vriendinnen bij locale internetkrantjes. HET CDA KAN ALLEEN GROEP HOP NIET CONTROLEREN want alleen Groep Hop met Hop weigerde vanaf 2006 losgeld te betalen voor debat aan de CDA PR commissie in Ermelo. Het betalen van losgeld aan de CDA PR commissie per gekozen raadslid zoals dat in de gemeente Ermelo gebruikelijk is in strijd met wetgeving dat je voor de verkiezingen geen geld moet aanbieden als je gekozen wordt.

Groep Hop won van christelijk vuilnis uit Ermelo dat sportverenigingen wilde verplaatsen naar natuur- en agrarisch gebied. Ging niet door!

Groep Hop gaat winnen tegen het Ermelose christelijk vuilnis dat Nederlanders blijft discrimineren tov van buitenlanders mbt wonen in (recreatie)woningen. Voorbeeld 1 discriminatie Voorbeeld 2 discriminatie

Groep Hop gaat winnen tegen het christelijk vuilnis en het wonen in recreatiewoningen door jongeren gaat gelegaliseerd worden De WALGING van Ermeloers tegen christelijk vuilnis in het gemeentehuis van Ermelo wordt steeds erger. Christelijk vuilnis in het gemeentehuis van Ermelo en hun meelopers gaan zich steeds meer zorgen maken omdat zij merken op straat uitgekotst te worden door burgers.

Maar laten we reëel zijn christelijk vuilnis uit Ermelo gaat inmiddels huis aan huis de deuren langs tijdens buurtonderzoeken om bewoners te vragen waar Hop mee bezig is en wie er allemaal bij Hop over de vloer komen. Het Ermelose christelijk vuilnis blijft dan ook gevaarlijk met het "fabriceren van bewijs" en "succesvolle tegenwerking". Christelijk vuilnis uit Ermelo fraudeert ongehinderd met GBA gegevens en/of verkiezingsformulieren om kost wat kost Groep Hop buiten het gemeentehuis te houden. Na 12 jaar Ermelose politiek heb ik alleen maar minachting voor christelijk vuilnis dat in Ermelo ouderen terroriseert en de armoede injaagt. Verkiezingen niet wint maar steelt!

Denk eens na?
1 Een sfeerverslag over rechtspraak tegen Hop. Politiek proces tegen Hop Ermelo met een voor de Staat weerzinwekkend partijdig rechter I
80 Een sfeerverslag over rechtspraak tegen Hop. Politiek proces tegen Hop Ermelo met een voor de Staat weerzinwekkend partijdig rechter IV

 

Wilt u zelf meedoen aan de verkiezingen gemeenteraad in uw gemeente?

Contact: lees verder

?

(541CDA plakt tijdens provinciale verkiezingen 2007 over de verkiezingsposters van Groep Hop

Artikel Ermelo’s Weekblad woensdag 21 februari 2007  

 

 

 

 

Groep Hop wil het agrarisch landschap in behouden

(JH23) Platteland en natuur. Groep Hop wil het agrarisch landschap in behouden. Het agrarisch landschap in Gelderland moet niet minder worden door de bouw van nieuwe industrieterreinen en/of sportvelden in agrarische gebieden. Boeren zijn sowieso zeer belangrijk als producent van ons voedsel in Nederland zelf zodat we onze voeding niet hoeven in te voeren met alle daarbij bijkomende transportkosten. Er dient beter naar het gebruik van beschikbare ruimte gekeken te worden alvorens ergens woningen in natuurgebied te bouwen. Natuurgebied op de Veluwe mag niet minder worden. 

Groep Hop wil het agrarisch landschap behouden! Klimaatoplossingen Groep Hop. Landbouwgewassen halen vaak meer CO2 uit de lucht dan bos.  Publicatie van een lijst (24) waarop per gewas staat aangegeven hoeveel CO2 het uit de lucht neemt

Barneveld en Putten, contactpersoon voor dit programmaonderdeel Jan Hop. Groep Hop wil het agrarisch landschap behouden Geen nieuwe rondwegen aanleggen op de Veluwe gebied Ermelo-Putten-Nijkerk-Hoevelaken-Voorthuizen-Kootwijkerbroek-Garderen om leefbaarheidsproblemen voor mens en dier niet te verplaatsen. (Gebied rondom de A28, A1 en N303) Toelichting en visie debat rondweg Voorthuizen, gemeente Barneveld

Milieu, Leefomgeving. Door afschaffing van de provincies en verbetering openbaarheid van bestuur door meer gratis publicaties op internet worden de papierafvalstromen flink verminderd. Het aantal verkeersbewegingen van burgers van en naar gemeentehuizen flink verminderd en dat is weer goed voor het milieu en uw leefomgeving.

 

Keurig netjes een bedankbriefje van de gemeente Barneveld inzake deelname J. Hop aan verkiezingsdebat

Gemeente Barneveld  

Raadhuisplein 2

Postbus 63

3770 AB  BARNEVELD  

De heer J. Hop

Joubertstraat 24

3851 DM  ERMELO  

 

Datum:                         1 maart 2007

Ons kenmerk:               BMO/BR

Afdeling:                       BMO

Behandeld door:            L.W.H. Rebel

Doorkiesnummer:         (0342) 495 284

Onderwerp:               Verkiezingsbijeenkomst 27-02-2007  

Geachte heer Hop,  

Op 27 februari jongstleden heeft de gemeente Barneveld een verkiezingsbijeenkomst georganiseerd in het kader van de aanstaande verkiezingen voor de nieuwe Provinciale Staten van Gelderland. Het thema van deze avond was de gewenste realisering van de oosterlijke rondweg om Voorthuizen en de noodzakelijke ontsluiting van het bedrijventerrein Harselaar in Barneveld.  

Wij willen u hartelijk bedanken voor uw komst naar Voorthuizen en uw deelname én bijdrage aan het verkiezingsdebat op deze drukbezochte avond. De aanwezigen hebben zich een beeld kunnen vormen van de grote belangen die spelen voor onze gemeente en hoe de provinciale politiek denkt over de bovengenoemde onderwerpen.  

Wij wensen u veel succes in de komende dagen en uiteraard een goede uitslag op 7 maart!  

Met vriendelijke groet,  

G.W. Tijmensen

Wethouder Verkeer

 

 

 

Inleiding door J. Hop.

Een duidelijk voorbeeld van CDA kiezersbedrog en achterkamertjespolitiek is de gang van zaken rond de aanleg rondwegen rondom Barneveld en Voorthuizen. De logische oplossing die Groep Hop voorstelt voor de ontsluiting van Barneveldse industrieterrein door de A30 slechts met een heel klein stukje snelweg door te trekken tot aan de Rijksweg die Terschuur en Voorthuizen met elkaar verbindt. Daar kan een rotonde komen en het verkeer kan verder deze Rijksweg volgen, blijkt stelselmatig niet uitgevoerd te worden om kiezers tevreden te houden die graag zien dat er een oostelijke rondweg komt. Dit blijkt uit een gesprek dat J. Hop met een bewoner van Voorthuizen heeft gevoerd na het debat op 27 februari 2007. Deze bewoner schetste voor Hop met een paar strepen op een papiertje het probleem in Voorthuizen en de oplossing van het probleem. De logische oplossing van Groep Hop sluit naadloos aan op de visie en oplossing van deze burger uit Voorthuizen. 

De oostelijke rondweg rondom Barneveld is CDA kiezersbedrog en zal er ook niet komen!

Burgers uit Barneveld (De Glind, Garderen, Kootwijk, Kootwijkerbroek, Stroe, Terschuur, Voorthuizen, Zwartebroek) kunnen dus veel beter dit keer (provinciale verkiezingen Gelderland 2007) Groep Hop gaan stemmen om zo snel mogelijk de A30 slechts met een heel klein stukje snelweg door te trekken tot aan de Rijksweg die Terschuur en Voorthuizen met elkaar verbindt. 

 

 

 

Geen rondwegen aanleggen op de Veluwe om de "leefbaarheidsproblemen" voor mens en dier niet te verplaatsen

27 februari 2007 Debat 19:30 uur Edda Huzit. Debat over rondweg Voorthuizen, gemeente Barneveld (Bevestiging 200207 12:25 uur) Gemeente Barneveld organiseert een provinciale verkiezingsbijeenkomst met als thema de aanleg van de oostelijke rondweg en de ontsluiting van het bedrijventerrein Harselaar

Een citaat uit het programma van Groep Hop:

Platteland en natuur. Groep Hop wil het agrarisch landschap in behouden. Het agrarisch landschap in Gelderland moet niet minder worden door de bouw van nieuwe industrieterreinen en/of sportvelden in agrarische gebieden. Boeren zijn sowieso zeer belangrijk als producent van ons voedsel in Nederland zelf zodat we onze voeding niet hoeven in te voeren met alle daarbij bijkomende transportkosten. Er dient beter naar het gebruik van beschikbare ruimte gekeken te worden alvorens ergens woningen in natuurgebied te bouwen. Natuurgebied op de Veluwe mag niet minder worden. 

Barneveld en Putten, contactpersoon voor dit programmaonderdeel Jan Hop. Groep Hop wil het agrarisch landschap behouden Geen nieuwe rondwegen aanleggen op de Veluwe gebied Ermelo-Putten-Nijkerk-Hoevelaken-Voorthuizen-Kootwijkerbroek-Garderen om leefbaarheidsproblemen voor mens en dier niet te verplaatsen. (Gebied rondom de A28, A1 en N303) Toelichting en visie debat rondweg Voorthuizen, gemeente Barneveld

 

 

Visie Groep Hop met toelichting en onderbouwing om "Geen nieuwe rondwegen aanleggen" op de Veluwe

Groep Hop  

Lijsttrekker Jan Hop

Dinsdag 27 februari 2007 gemeente Barneveld organiseert een provinciale verkiezingsbijeenkomst met als thema de aanleg van de oostelijke rondweg en de ontsluiting van het bedrijventerrein Harselaar. Debat 19:30 uur Edda Huzit. Debat over rondweg Voorthuizen, gemeente Barneveld (Bevestiging 200207 12:25 uur)  

Visie Groep Hop op “leefbaarheidsproblemen” voor mens en dier.

Groep Hop nodigt u uit na te denken over menselijke conditionering in marketing en de waarde die eraan gehecht wordt als een illussie.

Als voorbereiding op dit debat heb ik een kaart van het gebied geprint en het viel gelijk op dat dit gebied ingesloten zit in de autosnelwegen A28 en A1. Ik vraag me dan ook ook wanneer er een einde komt aan het volbouwen van het kleine gebied de Veluwe met nieuwe onnodige wegen door het agrarisch landschap op de Veluwe. Worden de leefbaarheidsproblemen niet steeds opnieuw verplaatst en/of steeds groter op de Veluwe met de aanleg van nieuwe rondwegen?

Barneveld en Putten, contactpersoon voor dit programmaonderdeel Jan Hop. Groep Hop wil het agrarisch landschap behouden Geen nieuwe rondwegen aanleggen op de Veluwe gebied Ermelo-Putten-Nijkerk-Hoevelaken-Voorthuizen-Kootwijkerbroek-Garderen om leefbaarheidsproblemen voor mens en dier niet te verplaatsen. (Gebied rondom de A28, A1 en N303) Toelichting en visie debat rondweg Voorthuizen, gemeente Barneveld  

Een oplossing. Groep Hop komt op voor de burgers die in het bovengenoemde gebied wonen, werken en recreëren. Als logische oplossing voor de ontsluiting van Barneveldse industrieterrein stellen wij voor de A30 slechts met een heel klein stukje snelweg door te trekken tot aan de Rijksweg die Terschuur en Voorthuizen met elkaar verbindt. Daar kan een rotonde komen en het verkeer kan verder deze Rijksweg volgen.

 

 

Gegevens uit het verleden. Samenvatting en beantwoording inspraakreacties Startnotitie N303 Omleiding Voorthuizen / ontsluiting Harselaar Zuid

Inspraakreactie 10.    J. Hartman, Brugveensweg 1 te Voorthuizen

Inspraakreactie. De inspreker vraagt zich af of de aanleg van een omleiding rond Voorthuizen wel noodzakelijk is gezien de grote investering die hiermee gepaard gaat. Het verkeer door Voorthuizen is voornamelijk bestemmingsverkeer en geen doorgaand verkeer.

Antwoord van de provincie. Vooronderzoek heeft aangetoond dat er wel degelijk sprake is van veel doorgaand verkeer door de kern en dat dit leidt tot leefbaarheidsproblemen. De provincie heeft zich tot doel gesteld deze problemen op te lossen. De kosten die hiermee gepaard gaan zullen uiteraard in de afweging worden meegenomen.

 

Gegevens uit het verleden. Omleiding voorthuizen en ontsluiting harselaar zuid startnotitie m.e.r. opdrachtgever : provincie Gelderland nummer : 354.10523.02 datum : 4 augustus 2004

Binnen het plangebied worden leefbaarheidsproblemen gesignaleerd als gevolg van sluipverkeer tussen Nijkerk en Voorthuizen en doorgaand verkeer door Voorthuizen. Een omleiding van de N303 bij Putten en Voorthuizen wordt gezien als oplossing hiervoor. Een eventuele doortrekking van N303 bij Putten naar de A28 moet nader worden onderzocht.

 

 

Visie Groep Hop op “leefbaarheidsproblemen”

Ik nodig u uit na te denken. Wat is de definitie van “leefbaarheidsproblemen in de meest uitgebreide zin”?

Startnotitie MER. Er worden leefbaarheidsproblemen gesignaleerd als gevolg van sluipverkeer tussen Nijkerk en Voorthuizen en doorgaand verkeer door Voorthuizen. Wat is het verschil tussen sluipverkeer tussen Nijkerk en Voorthuizen en doorgaand verkeer door Voorthuizen? Worden met rondwegen “leefbaarheidsproblemen” verplaatst en gebieden waar het nu nog schoon en leefbaar is vuil(er) gemaakt? Groep Hop is van mening dat “leefbaarheidsproblemen” in Gelderland opgelost moeten worden door agrarische gebieden te behouden en vooral te beschermen tegen nieuwe industrieterreinen met steeds meer (rond)wegen.

 

Er dient WEL geïnvesteerd te worden in:

- Biologisch boeren en het agrarisch landschap behouden om een frisse wind door de provincie Gelderland te laten waaien.

- Een station in Stroe

-  Aanleg en onderhoud (veilige) fietspaden zodat scholieren uit de regio veilig naar hun school kunnen fietsen en het fietstoerisme verder te bevorderen. Bij opstapplaatsen openbaar vervoer dienen adequate voorzieningen te zijn voor het veilig stallen van fietsen.  Al het geld door de provincie Gelderland gereserveerd voor de rondweg Putten kan hier gelijk aan uitgegeven worden.

Innovatief fietsproject. Groep Hop is VOOR een innovatief fietsproject waarbij fietsers hun fiets met de bus kunnen meenemen waarbij op internet van tevoren gekeken kan worden waar de opstapplaatsen zijn. 

Een oplossing. Groep Hop komt op voor de burgers die in het bovengenoemde gebied wonen, werken en recreëren. Als logische oplossing voor de ontsluiting van Barneveldse industrieterrein stellen wij voor de A30 slechts met een heel klein stukje snelweg door te trekken tot aan de Rijksweg die Terschuur en Voorthuizen met elkaar verbindt. Daar kan een rotonde komen en het verkeer kan verder deze Rijksweg volgen.

 

 

 

 

Op 27 februari 2007 omstreeks 1400 uur kopieerde ik van de website van de gemeente Barneveld de onderstaande informatie over de rondweg in Voorthuizen als voorbereiding op het debat. 

Rondweg Voorthuizen

De provinciale weg N303 loopt dwars door Voorthuizen. Het is een drukke weg die voor verschillende problemen zorgt: opstoppingen, onveilige situaties en veel hinder. Door de toename van het verkeer zullen deze problemen in de toekomst alleen nog maar erger worden.
De provincie Gelderland onderzoekt de mogelijkheden voor een omleiding van de provinciale weg N303 om Voorthuizen. Naast de provincie is ook de gemeente Barneveld al enige tijd bezig met het onderzoeken van mogelijkheden naar een verbindingsweg om Voorthuizen. Een weg die een oplossing biedt voor de verkeersproblematiek van Voorthuizen en ook bijdraagt aan een goede ontsluiting van het bedrijventerrein Harselaar dat zal worden uitgebreid met Harselaar-Zuid. Daarvoor zijn tracéstudies verricht aan de oostzijde van Voorthuizen in combinatie met een extra aansluiting op de A1.

Provincie en gemeente bundelen krachten
Om hun krachten te bundelen hebben de bestuurders elkaar opgezocht en bekeken of en hoe zij tot een gezamenlijke aanpak konden komen. Daarbij is overeenstemming bereikt en is de provincie gestart met de procedure voor een Milieu Effect Rapportage (MER).

In het MER worden de milieugevolgen van een mogelijke omleiding in kaart gebracht zodat die meegenomen kunnen worden bij de verdere besluitvorming over de rondweg.
De provincie doorloopt voor de twee omleidingen van de N303 (Putten en Voorthuizen) apart de m.e.r. procedure. Voor beide omleidingen kan wel dezelfde verkeersstudie, één van de belangrijke onderzoeken voor het MER, gebruikt worden. Voor het bedrijventerrein heeft de gemeente Barneveld al een concept-MER gereed. Hierin wordt een verwijzing opgenomen naar het MER voor de omleiding Voorthuizen.

Startnotitie MER
Vooruitlopend op het MER-onderzoek, is een startnotitie m.e.r. opgesteld. Daarin werd voorgesteld om twee alternatieven voor de omleiding te onderzoeken, namelijk:

  • een midden variant (vanaf de Baron van Nagellstraat westelijk en noordelijk om Voorthuizen heen)
  • een oostelijke variant (een nieuwe weg vanaf de Wesselseweg die ten oosten van Harselaar aantakt op de A1 en verder doorloopt ten oosten van Zeumeren naar de Apeldoornsestraat en de Rubensstraat in Voorthuizen)

Trechteren van alternatieven
Tijdens de inspraakperiode voor de startnotitie hebben belanghebbenden en betrokkenen nog diverse andere alternatieven aangedragen. Het onderzoeken van alle alternatieven zou leiden tot een onoverzichtelijk en complexe MER. De commissie voor de m.e.r. heeft het college van Gedeputeerde Staten (GS) geadviseerd eerst een selectie te maken om daarmee het aantal alternatieven in te perken (te trechteren). Dat advies hebben GS overgenomen. De bestaande en nieuw voorgestelde alternatieven zijn getoetst op een aantal criteria:

  • verkeerskundig (verkeersoplossend vermogen)
  • milieukundig (geluidshinder, luchtkwaliteit, bodem en water, ecologie en landschap en ruimtegebruik)
  • financiële haalbaarheid (aanlegkosten)

De resultaten zijn in een zogenoemde Trechternotitie beschreven.

Drie kansrijke alternatieven
De Trechternotitie is de eerste fase van het maken van het MER. In de Trechternotitie is een selectie gemaakt van drie kansrijke alternatieven. Deze alternatieven voldoen aan de doelstellingen, leiden niet tot zeer ernstige milieueffecten en zijn vanuit kostenaspect als realistisch te beschouwen. Het college van GS stelt voor om de volgende drie alternatieven verder in het MER te onderzoeken:

  • alternatief Midden (vanaf de Baron van Nagellstraat N303 westelijk en noordelijk om Voorthuizen heen, was ook in de startnotitie opgenomen)
  • alternatief MiddenOost (vanaf de Baron van Nagellstraat N303 ten zuiden en oosten om Voorthuizen heen via de Garderbroekerweg, variant leefbaar Voorthuizen)
  • alternatief Oost (een nieuwe weg vanaf de Wesselseweg die ten oosten van Harselaar aantakt op de A1 en verder doorloopt ten oosten van Zeumeren naar de Apeldoornsestraat en de Rubensstraat in Voorthuizen. Deze was ook in de startnotitie opgenomen).

varianten

Deze tracés zijn op de kaart weergegeven. Dit zijn globale tracés: op perceelniveau is nog niet aan te geven waar de weg exact zal gaan lopen.

Vervolg
De Trechternotitie is voor een tussentijds advies voorgelegd aan de commissie voor de m.e.r.  Deze heeft in haar advies aangegeven dat de notitie voldoende informatie bevat en spreekt haar waardering uit voor de zorgvuldigheid waarmee de trechtering heeft plaatsgevonden.
In november 2005 heeft GS de Trechternotitie voorlopig vastgesteld en ter advies voorgelegd aan de gemeenteraad. Het onderwerp staat op de agenda voor de vergadering van 24 januari 2006. Bij vaststelling van de Trechternotitie door Provinciale Staten van Gelderland en de Gemeenteraad komt het MER een stap dichterbij. Naar verwachting zijn het concept MER en de tracékeuzenotitie eind 2006 gereed.

Meer informatie
Meer informatie over de rondweg kunt u bij de provincie Gelderland krijgen omdat de provincie dit project trekt en dus ook de communicatie verzorgt. De informatie over het project en specifiek de trechternotitie vindt u op de website van de provincie en wel via de volgende link:

http://www.gelderland.nl/smartsite.shtml?id=12809&menu=12808

De trechternotitie kunt u ook inzien bij de gemeentelijke balie Bouwen, Wonen en Leefomgeving, Raadshuisplein 3 in Barneveld. Deze informatie is ook opgenomen in een nieuwsbrief die de gemeente onlangs heeft uitgebracht waarin de ontwikkelingen op en rondom Harselaar zijn beschreven.

 

 

 

 

Als voorbereiding op het bovengenoemde debat kopieerde J. Hop (Groep Hop) op 24 februari 2007 de onderstaande tekst van de website van de gemeente Barneveld:

Verkiezingsbijeenkomst over oostelijke rondweg

Afbeelding bij bericht

De gemeente Barneveld organiseert op dinsdag 27 februari 2007 een provinciale verkiezingsbijeenkomst. Het thema van deze bijeenkomst is de aanleg van de oostelijke rondweg en de ontsluiting van het bedrijventerrein Harselaar. De verkiezingsbijeenkomst wordt gehouden in partycentrum Edda Huzid aan de Hunnenweg 16 in Voorthuizen en begint om 20.00 uur. Belangstellenden zijn van harte welkom.

De provincie Gelderland is al geruime tijd bezig met plannen voor een oostelijke rondweg om de kern Voorthuizen. Dat is nodig om de verkeersdruk dóór het centrum van Voorthuizen te ontlasten, zowel voor wat betreft het oost-west- als het noord-zuid-verkeer. In de komende periode neemt het aantal verkeersbewegingen, mede vanwege de uitbreiding van de kern Voorthuizen, toe. Daarnaast is de oostelijke rondweg van groot belang voor de toekomstige ontsluiting en een betere doorstroming van het verkeer rond Barneveld en met name het bedrijventerrein Harselaar.

De provincie heeft in de afgelopen periode drie varianten opgesteld, waarvan de meest oostelijke variant het meest oplossingsgericht is en op veel draagvlak kan rekenen. De provincie moet uiteindelijk beslissen of de oostelijke rondweg wordt gerealiseerd. Met het oog op de aanstaande verkiezingen voor de nieuwe Provinciale Staten van Gelderland is het goed om van de provinciale politieke partijen te horen hoe zíj over de oostelijke rondweg denken. Verschillende politieke partijen hebben inmiddels aangegeven aan het debat deel te nemen.

Gedeputeerde Van Haaren
Tijdens de bijeenkomst wordt ook een bijdrage geleverd door de gedeputeerde van verkeer, mevrouw M.H.H. van Haaren (CDA) en de wethouder van verkeer en vervoer van Barneveld, de heer G.W. Tijmensen. Voor deze bijeenkomst zijn de (kandidaat-)statenleden van de Provinciale Staten van Gelderland uitgenodigd én verschillende belangengroeperingen en –organisaties in en om Barneveld.

De verkiezingsbijeenkomst is openbaar toegankelijk en wordt gehouden in Edda Huzid aan de Hunnenweg16 in Voorthuizen.

Barneveld, 15 februari 2007

Nummer 07-018
Mutatiedatum 19/02/2007

 

 

Als voorbereiding op het bovengenoemde debat kopieerde J. Hop (Groep Hop) op 24 februari 2007 de onderstaande tekst van de website van de provincie Gelderland:

Werkbezoek CdK aan Barneveld: “Pleidooi voor rondweg Voorthuizen”

Het laatste werkbezoek van dit jaar werd door de Commissaris van de Koningin afgelegd aan Barneveld. Op 14 december bezocht hij de gemeente en het programma begon dit keer met een interactieve bijeenkomst over de rondweg Voorthuizen. Hierna volgden een ontmoeting met de raad en een overleg met het college.

Tijdens een druk bezochte bijeenkomst in wegrestaurant ‘de Goudreinet’ in Terschuur werd gesproken met ondernemers, bewoners(organisaties) en LTO over de lang gekoesterde wens om een rondweg rond het dorp Voorthuizen te realiseren. Als eerste hield de wethouder een betoog waarom deze rondweg zo belangrijk is voor de inwoners van Voorthuizen en de toekomstige ontwikkeling van Barneveld. Alleen de oostelijke variant kan volgens de gemeente de problemen oplossen en op termijn aan de ambities en groeimogelijkheden van Barneveld voldoen. De wethouder gaf aan dat er dan nog wel andere problemen zijn op te lossen, in het bijzonder de financiën en de aantakking op het Rijkswegennet (de gemeente heeft zelf €15 miljoen voor de rondweg uitgetrokken). Als er een extra aansluiting in Barneveld komt, moet er namelijk één in Nijkerk verdwijnen in de ogen van Rijkswaterstaat.

Draagvlak oostelijke variant rondweg
De deelnemers aan de bijeenkomst waren blij dat de Commissaris in deze cruciale fase naar hen kwam luisteren en oog heeft voor de problemen waar zij mee te maken hebben. Er werden door de aanwezigen verschillende argumenten genoemd waarom er een oostelijke variant moet komen. De ondernemers gaven aan dat de uitbreiding van bedrijventerreinen slechts mogelijk is als er een oostelijke rondweg ligt met een aantakking op de A1. Volgens het Plaatselijk Belang Voorthuizen (met ongeveer 2000 leden) wordt met deze variant de leefbaarheid in het dorp het meest verhoogd. Omwonenden van de Stationsweg gaven aan dat alleen zo de Stationsweg kan worden ontlast. De recreatiesector kan zich ook goed vinden in de rondweg oost, omdat de meeste recreatieterreinen hier oostelijk van liggen.

Op- en afrit
De Commissaris vroeg of er ook mensen met bedenkingen waren tegen de oost-variant. Eigenlijk was iedereen het er over eens dat deze variant de beste is. LTO Noord voegde hieraan toe dat op deze wijze de agrarische percelen het minst worden doorsneden. Wat betreft de afwikkeling van het landbouwverkeer wordt gedacht aan het aanleggen van parallelwegen. Toen de Commissaris opmerkte dat er dan in ieder geval één op- en afrit moet verdwijnen, gaven de ondernemers aan het niet eens te zijn met het beleid van Rijkswaterstaat. Zij vroegen de Commissaris zich in Den Haag in te spannen om een extra aantakking mogelijk te maken. Uiteindelijk gaat het om de meest toekomstbestendige oplossing, zo liet men weten. De Commissaris vond wel dat alle argumenten dan op tafel moeten liggen en ook de vraag beantwoord moet worden waarom de bestaande op- en afrit niet voldoende is. Ook vroeg hij wat de aanwezigen voor een duurdere variant over hebben. Men vond dat dit in principe uit de belastingopbrengsten betaald zou moeten worden.
Wat betreft het milieu zagen de deelnemers geen onoverkomelijke problemen. Dassenburchten zijn er bijvoorbeeld niet gevonden; wel in de westelijke variant. Ook de aanleg van een tunnel werd niet als een probleem ervaren. Dit staat los van de keuze van het tracé en moet volgens de wethouder dan ook worden gezien als een apart project.

Kritiek
Toch werden er die middag ook kritische geluiden gehoord. Een deelnemer klaagde over het feit dat er al meer dan 30 jaar over de rondweg wordt gepraat en snapte niet dat de overheid zo traag was met het nemen van een besluit. Dit schaadt volgens hem het vertrouwen van mensen in de overheid. De Commissaris legde uit dat infrastructuur lange tijd op Rijksniveau geen prioriteit heeft gehad. Wel in Provinciale Staten, zodat er in de afgelopen periode voortvarend is gewerkt aan de mobiliteit binnen de provincie en de verbetering van de leefbaarheid d.m.v. rondwegen. Omdat er in de provincie veel knelpunten zijn, kan niet alles tegelijk worden opgelost. Ook gaf hij aan dat procedures soms (onnodig) lang zijn doordat er optimale rechtsbescherming wordt geboden aan de burgers. Hij sprak de hoop uit dat ook in het nieuwe Statenakkoord veel geld wordt gereserveerd voor verbetering van de infrastructuur. Een Statenlid merkte op dat ook andere belangen moeten worden meegewogen binnen het totaal. De aanwezigen hoopten echter op een definitief besluit voor 7 maart zodat de besluitvorming binnen deze periode kan worden afgerond. De burgemeester nodigde tot slot de Staten uit voor een uitvoerige discussie over de varianten nog voor er verkiezingen zijn. 

Een indruk van de ontmoeting met de raad. Ontmoeting met de raad
Bij de raadsontmoeting werd allereerst gesproken over de robuuste natuurverbinding Veluwe/Utrecht. De commissaris gaf aan blij te zijn met de steun van Barneveld bij de totstandkoming van de plannen. Hij vroeg om medewerking van het gemeentebestuur (ambassadeursrol) om de verbinding ook daadwerkelijk te realiseren. Niet alle fracties waren even enthousiast over de verbindingszone. Zo was Lijst 8 tegen het principe om het beleid uit te voeren op basis van het reconstructieplan, dat volgens hen onterecht was afgedwongen. Bovendien hebben de boeren het al zwaar genoeg, zo luidde de reactie.

Ook andere fracties, waaronder het CDA, spraken hun zorgen uit over de positie van de agrariërs. Het principe van vrijwilligheid werd erg belangrijk gevonden en ook het feit dat agrariërs in de gekozen opzet het beheer krijgen en nog kunnen blijven boeren. De VVD voelt echter meer voor marktwerking en ziet de plannen als gesubsidieerde natuur. De ChristenUnie steunde het plan wel, maar wilde los van de grootschalige natuurgebieden ook aandacht voor natuur dichtbij huis. Hier sloten andere fracties zich bij aan, want men wil het groene karakter van Barneveld graag behouden. De SGP vroeg zich af hoe ‘vrijwillig’ vrijwillig is en vond dat onzekerheid voor de boeren zoveel mogelijk moet worden tegengegaan.

Verbindingszone
De Commissaris liet weten dat de reconstructieplannen democratisch tot stand zijn gekomen en een gevolg zijn van de dierziektes die veel agrariërs de afgelopen jaren hebben getroffen. Hij gaf aan dat het belangrijk is om er nu gezamenlijk voor te gaan en dat geld hierbij niet het grootste probleem vormt. Nu er vele ILG-gelden beschikbaar komen is het een goed moment om de verbindingszone te realiseren. Ondanks het feit dat er niet onteigend wordt, is het wel van belang de vaart erin te houden, aldus de Commissaris. De Commissaris toonde zich ook voorstander van landgoederen. Hij vroeg zich af of de gemeente hier ruimte voor biedt in het bewuste gebied. Dit bleek het geval te zijn en het gaat hierbij om 2 plannen.

Infrastructuur
Hierna werd er ingegaan op de toekomst van Barneveld en de benodigde infrastructuur. Voor de toekomstige ontwikkeling van de gemeente wordt de (oostelijke) rondweg om Voorthuizen raadsbreed als een belangrijke voorwaarde gezien. Er zijn echter ook andere zaken die van belang zijn, zo liet de raad weten. Bijvoorbeeld het aantrekkelijk maken van het transferium, meer openbaar vervoer en veilige spoorwegovergangen. Ook vroeg men aandacht voor de woningbouw, omdat de woningmarkt in Barneveld door de oprukkende randstad erg onder druk staat. De Commissaris zegde toe om zijn contacten in Den Haag te benutten om te bezien of er meerdere op- en afritten op de snelweg mogelijk zijn. Wel vond hij dat het MER-rapport moet worden meegenomen in de verdere planvorming. Ten aanzien van het openbaar vervoer wil hij graag meewerken aan een onderzoek naar de mogelijkheden voor verbeteringen. Hiervoor dient de gemeente wel een concreet verzoek in te dienen bij Gedeputeerde Van Haaren, ook voor wat betreft een snellere realisatie van een intercitystation. 

Ontmoeting met het college
Het gesprek met het college vond plaats tijdens een diner in restaurant Het Schaap.
Tijdens het diner stonden drie onderwerpen centraal. Allereerst werd gesproken over het rapport van de VROM-Inspectie waarin geconcludeerd wordt dat de wetgeving op het gebied van milieu en de ruimtelijke ordening (zgn. VROM-taken) onvoldoende wordt uitgevoerd. Voor het goed kunnen vervullen van deze kerntaak heeft de gemeente extra capaciteit nodig. De Commissaris gaf aan dat hij graag op de hoogte wordt gehouden van het verbetertraject.

Met de nieuwe Wet op de Ruimtelijke Ordening krijgen provincie en gemeente een andere rol. De gemeente wil samen met de provincie een pilotproject starten om te kijken hoe het nieuwe instrumentarium kan worden gebruikt om de wederzijdse taken en verantwoordelijkheden op het gebied van de ruimtelijke ordening optimaal te benutten. Zij zal zich hiertoe wenden tot de Gedeputeerde, dhr. Peters.
Vervolgens kwam de samenwerking tussen de provincie en de gemeente op het gebied van de ruimtelijke ordening aan de orde. Volgens de gemeente is er sprake van een goede samenwerking, maar ze wijst wel op de langdurige planfase van het bestemmingsplan. Door het tempo te verhogen kunnen sneller goedkope woningen worden gebouwd.

Knooppuntstatus
Ten slotte werd gesproken over de toekomstige ontwikkeling van de gemeente Barneveld en regionale samenwerking. Barneveld is aangewezen als regionaal knooppunt. In de aanloop naar het Streekplan is er een taakstelling voor bedrijventerreinen maar niet voor woningbouw. Dit leidt volgens de gemeente tot scheefgroei. De gemeente gaf aan dat zij ook een knooppuntstatus wil voor wonen, werken en mobiliteit.

De Commissaris merkte op dat Barneveld aan veel regionale samenwerkingsverbanden deelneemt. De gemeente gaf aan dat nadrukkelijker de samenwerking zal worden gezocht met de WERV-gemeenten (Wageningen-Ede-Rhenen-Veenendaal).
A an het einde van de avond werd nog stilgestaan bij een eventuele doortrekking van de A30 naar Amsterdam. De Commissaris zei dat daar geen zicht op is omdat er in de huidige Staten geen meerderheid voor is.

De burgemeester dankte hierna de commissaris voor zijn nuttige en plezierige bezoek.

 

 

Als voorbereiding op het bovengenoemde debat kopieerde J. Hop (Groep Hop) op 24 februari 2007 inspraaknotities

Gemeente/provincie gelderland, omleiding N303 voorthuizen / ontsluiting Harselaar zuid, reactienota, opdrachtgever, provincie Gelderland, Plannummer 354.10523.03, 1 februari 2005

Impressie van de informatieavond

Samenvatting en beantwoording inspraakreacties Startnotitie N303, Omleiding Voorthuizen / ontsluiting Harselaar Zuid

De startnotitie m.e.r. "Omleiding N303 Voorthuizen en ontsluiting Harselaar Zuid" van de provincie Gelderland, heeft ter inzage gelegen van 18 oktober tot en met 12 november 2004. In deze periode zijn 42 inspraakreacties ingediend. Op woensdag 27 oktober 2004 is voor de bewoners van de gemeente Barneveld een informatieavond georganiseerd. Op deze avond is door de provincie de startnotitie toegelicht en hebben de aanwezigen de gelegenheid gekregen vragen te stellen over het project. In hoofdstuk 2 is een impressie van deze informatieavond opgenomen.  

Inspraakreacties konden uitsluitend schriftelijk worden ingediend. De samenvatting en beant­woording van de 42 inspraakreacties is opgenomen in hoofdstuk 3. Per inspraakreactie is een conclusie getrokken over het al dan niet (gedeeltelijk) tegemoetkomen aan de reactie.  

Door de volgende reclamanten zijn zienswijzen ingediend:

1.      College van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Barneveld

2.       Johannes Wilhelmus Mijnarends, te Voorthuizen

3.        Rijksdienst voor het Oudheidkundig Bodemonderzoek, Kerkstraat 1 te Amersfoort

4.       P. Agterberg, Tromplaan 35 te Voorthuizen

5.        M.J. de Jager, Frans Halsstraat 65 te Voorthuizen

6.        Barneveldse Industriële Kring, p/a Piersonlaan 2 te Barneveld

7.         E. Bouwman, Zeumerseweg 41 te Voorthuizen

8.       T. Versloot, Rijksweg 78 te Voorthuizen

9.        E.G. van Ommen, Harremaatweg 26 te Voorthuizen

10.      J. Hartman, Brugveensweg 1 te Voorthuizen

11.      M. Snijder, Rembrandtstraat 83 te Voorthuizen

12.      M. Top, Verbindingsweg 32 te Voorthuizen

13.      Plaatselijk Belang Voorthuizen, M.A. Schuit, p/a Noordersingel 126 te Voorthuizen

14.      J. Zeeman, Plaggenmeierslaan 12 te Voorthuizen

15.      Buurtvereniging Garderbroek e.o.,  p/a Garderbroekweg 15 te Voorthuizen

16.      E.J. van ’t Ooster, Bijschoterweg 9 te Voorthuizen

17.      Gelderse Milieufederatie, Jansbuitensingel 14 te Arnhem

18.      Bewonersvereniging De Steenkamp, p/a De Steenkamp 132 te Voorthuizen

19.      J.H. Wildeboer, Rijksweg 66 te Voorthuizen

20.      G. van der Neud, Rijksweg 76 te Voorthuizen

21.      Bewoners Peppelseweg, p/a Hoornweg 10 te Barneveld

22.      D. van Aalten (gemeente Wageningen)

23.      Ondernemers Vereniging Voorthuizen, Sportparkstraat 2 te Voorthuizen

24.      J. de Wit, Sportparkstraat 11 te Voorthuizen

25.      J.M.J. van Haarlem & J.M.G Kwaspen, Overhorsterweg 38 te Voorthuizen

26.      Fam. Fortman & Kleyer, Verbindingsweg 30/26 te Voorthuizen

27.      GLTO Belangenbehartiging, Postbus 126 te Deventer

28.      H. Bergers, Wolkammerslaan 18 te Voorthuizen

29.      Gresnigt & van Kippersluis, namens Bosch Beton Industrie aan de Wesselseweg te Barneveld

30.      VNO NCW Valleiregio en Barneveldse Industriële Kring

31.      Transport en Logistiek Nederland, Postbus 655 te Apeldoorn

32.      Bos-Schut, Plaggenweg 11 te Kootwijkerbroek

33.      Kamer van Koophandel Veluwe en Twente, Deventerweg 1 te Harderwijk

34.      P. Steenkamer, Molenweg 117 te Voorthuizen

35.      A.C. Visser, Noordersingel 86 te Voorthuizen

36.      G.J. van ’t Ooster, Baron van Nagellstraat 108 te Voorthuizen

37.      G.J. van Elten, Tromplaan 1 te Voorthuizen

38.      Van Westreenen Adviseurs voor Buitengebied, namens Veehouderij Van Drie aan de Rijksweg 51 te Voorthuizen

39.      P.J. Achterstraat , Rijksweg 64 te Voorthuizen

40.      W. van den Brink, Thorbeckelaan 54 te Barneveld

41.      A. van der Gugten, Rijksweg 68 te Voorthuizen

42.      RGV Holding BV, Van der Houven van Oordtlaan 6 te Apeldoorn  

Impressie van de informatieavond

In dit hoofdstuk wordt een korte impressie weergegeven van de informatieavond over de Start­notitie-m.e.r. voor de omleiding van de provinciale weg N303 in Voorthuizen. De informatieavond vond op 27 oktober 2004 plaats in Café/Restaurant Buitenlust in Voorthuizen.

Veel gepuzzel op drukke informatieavond in Voorthuizen op 27 oktober 2004

"Apeldoornseweg, Voorthuizerstraat, Rubensstraat, Rijksweg, Rembrandtstraat, Hoofdstraat, Zelderseweg, Stationsstraat, A1, A30, A28, oostelijke variant, westelijke variant". Het was een heel gepuzzel in Voorthuizen en het ging er heftig aan toe. De informatieavond was het hoogtepunt in de inspraak over startnotitie m.e.r. Omleiding Voorthuizen.

Over en weer gingen de argumenten en de emotionele oproepen voor of tegen. Het grote aantal varianten waarover werd gesproken maakte duidelijk dat de discussie hier al lang loopt over de vraag hoe het verkeer uit Voorthuizen geweerd kan worden. De één vroeg om een autosnelweg, de ander stelde voor om het in Voorthuizen zelf 'wat hoekiger en minder aantrekkelijk te maken".

Aanwijslampje Je moest goed opletten om het te kunnen blijven volgen. Er was zelfs een bezoeker die zijn eigen aanwijslampje had meegenomen om nóg meer varianten, waaronder zijn voorkeursvariant, toe te kunnen lichten op een kaart. Het bracht één van de andere aanwezigen tot de verzuchting "Iedereen is verbaasd is dat we er al 30 jaar over praten, maar mij verbaast het niet meer, nu ik dit allemaal hoor".

Nu doorpakken Marijke van Haaren, gedeputeerde voor Openbaar Vervoer en Infrastructuur, en Wim Burgering, burgemeester van Barneveld, waar Voorthuizen onder valt, hadden er een behoorlijke dobber aan, maar het ging hen goed af. "U kunt mij niet aanspreken op het verleden, maar wel op de toekomst. Laten we nu doorpakken om snel de leefbaarheid van Voorthuizen te verbeteren", zei Marijke van Haaren. "Ik ben blij met de bestuurlijke overeenstemming en hoor graag uw reactie op onze startnotitie." Ook Wim Burgering riep de aanwezigen op tot 'kritisch meedenken' om de problemen aan te pakken.

Startnotitie
De omleiding Voorthuizen is een van de projecten uit het Statenakkoord. De inspraak gaat over de startnotitie m.e.r., waarin staat welke varianten voor de omleiding van de provinciale weg N303 in een milieueffectrapportage met elkaar worden vergeleken. Veel aanwezigen op de informatieavond hebben al hun reactie toegezegd op de startnotitie. Op 12 november sluit de inspraak en weten we hoeveel het heeft opgeleverd.

De omleiding Voorthuizen is vinden op de website van de provincie , onder 'verplaatsen' en vervolgens 'wegenbouwprojecten'. U vindt er meer informatie het project.

 

Samenvatting en beantwoording inspraakreacties Startnotitie N303 Omleiding Voorthuizen / ontsluiting Harselaar Zuid

Naam inspreker

Reactie

Antwoord provincie

1.       College van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Barneveld

De gemeenteraad van Barneveld verzoekt de provincie het door de heer van Elten (in samenwerking met de Kamer van Koophandel) opgestelde alternatief voor de rondweg Voorthuizen (variant 8) in het MER “omleiding Voorthuizen en ontsluiting Harselaar Zuid” op te nemen.

 

De provincie zal deze variant 8 in het milieuonderzoek voor het MER meenemen. In het MER zal alternatief ‘variant 8’ behandeld worden.

2.       J.W. Mijnarends, te Voorthuizen

In de startnotitie wordt geen oplossing gegeven voor de aansluiting op de Rubensstraat.

In de startnotitie zijn alleen globale tracés aangegeven voor de alternatieven van een rondweg. In het MER zullen de alternatieven nader worden uitgewerkt waaronder ook de aansluiting op de Rubensstraat. Pas na dit onderzoek wordt duidelijk welke maatregelen noodzakelijk zijn.

 

3.       Rijksdienst voor het Oudheidkundig Bodemonderzoek, Kerkstraat 1 te Amersfoort

Het ROB geeft aan dat in de literatuurlijst van de startnotitie een Beleidsnota en enkele uitgevoerde onderzoeken moeten worden toegevoegd.

De literatuurlijst van de Startnotitie zal niet worden aangevuld, deze is namelijk reeds definitief. Bij het uitvoeren van het milieuonderzoek (MER) zullen de genoemde literatuurbronnen worden verzameld en gebruikt. Dan kan ook worden bepaald of aanvullend onderzoek noodzakelijk is.

 

4.       P. Agterberg, Tromplaan 35 te Voorthuizen

Inspreker vond het een positieve avond, maar vraagt zich af of de A30 in de toekomst aangesloten zal worden op de A28.

Er is vanuit de rijksoverheid en provincie geen geld beschikbaar voor een doortrekking van de A30 naar de A28. Daarom is besloten tot het uitsluitend aanleggen van rondwegen. Hierdoor worden in ieder geval de lokale (verkeers- en milieu)knelpunten grotendeels opgelost. Echter, in de verkeersscenario’s zal rekening gehouden worden met een doortrekking naar de A28.

 

5.       Leefbaar Voorthuizen, p/a Frans Halsstraat 65 te Voorthuizen

Alternatief I (west) heeft geen voorkeur vanwege de volgende nadelen:

-          vanwege ruimtegebrek wordt de kortsluiting van de Rubensstraat naar de Apeldoornsestraat vormgegeven als een bajonetverbinding; hierdoor zal deze verbinding niet tot een afname van het verkeer in de Rembrandtstraat (N303) leiden;

-          het (overbelaste) zuidelijk deel van de Baron van Nagellstraat zal bij dit alternatief nog verder belast worden en tot nog meer knelpunten leiden;

In het MER zal onderzocht worden in hoeverre dit alternatief leidt tot oplossing van de bestaande knelpunten en op welke wijze dit alternatief bijdraagt aan de doelstelling van het project, namelijk vermindering van het doorgaande verkeer in de kern Voorthuizen en ontsluiting van bedrijventerrein Harselaar-Zuid.. Alle genoemde punten worden in het MER meegenomen.

 

-          dit alternatief biedt geen oplossing voor het recreatieverkeer ten oosten van Voorthuizen

-          de ontsluiting van Harselaar Zuid is onvoldoende geregeld

-          de Stationsweg (richting Barneveld) zal extra worden belast vanwege het ontbreken van een extra aansluiting op de A1

 

 

 

Alternatief II heeft de voorkeur van Leefbaar Voorthuizen omdat hierbij alle nadelen van alternatief I wel worden opgelost en dit alternatief reeds een groot draagvlak heeft bij (een groot deel van) de bewoners van Voorthuizen.

Nadeel van dit alternatief is het vervallen van de aansluiting op de Zelderseweg. Hierover dient overleg te worden gevoerd met RWS. Bezien moet worden welke oplossingen hiervoor kunnen worden getroffen.

 

Hiervoor geldt hetzelfde antwoord als bij alternatief I: alle voor- en nadelen van dit alternatief zullen in het MER onderzocht worden.

 

 

Een alternatief voor tracé I: een oostelijke omleiding vanaf de Baron van Nagellstraat/Verbindingsweg via Zeumeren naar de Apeldoornsestraat en Rubensstraat

 

In het MER zal dit alternatief nader onderzocht worden..

 

Bij de te onderzoeken aspecten dienen recentere tellinggegevens gebruikt te worden dan die van 1999. Ook dient het aspect luchtkwaliteit te worden meegenomen.

 

In de startnotitie zijn beide aspecten duidelijk aangegeven en zullen als zodanig ook in het MER en verkeersmodel worden meegenomen.

 

Overige opmerkingen:

-          wellicht is het mogelijk om een verbod voor doorgaand vrachtverkeer in te stellen;

-          aandacht moet worden besteed aan de fasering in de uitvoering van de weg om ongunstige effecten te voorkomen;

-          insprekers zijn van mening dat het welzijn van de bewoners niet ondergeschikt mag zijn aan de natuur en landschap;

-          de beschreven voorgeschiedenis van deze omleiding is niet compleet; deze is namelijk veel langer. De angst bestaat dat de geschiedenis zich opnieuw zal herhalen;

-          er wordt een complete planning met harde data gemist.

 

 

 

 

-          Aandacht zal besteed worden aan overlast tijdens de aanlegfase en mogelijke fasering hiervan;

 

 

-          in het MER zal de geschiedenis van het project zal uitgebreider beschreven worden in het MER.

 

De overige opmerkingen worden voor kennisgeving aangenomen.

6.       Barneveldse Industriële Kring, p/a Piersonlaan 2 te Barneveld

Voor het BIK heeft de oostelijke omleiding (alternatief II) de voorkeur vanwege de positieve effecten voor Harselaar Zuid.

 

Deze opmerking wordt voor kennisgeving aangenomen.

 

 

 

7.       E. Bouwman, Zeumerseweg 41 te Voorthuizen

Inspreker noemt dat de ontsluiting van het recreatiegebied Zeumeren niet goed is geregeld. Gevraagd wordt hier ook aandacht aan te besteden bij alternatief 1.

 

Dit aspect zal in het MER worden onderzocht.

8.       T. Versloot, Rijksweg 78 te Voorthuizen

Voorgesteld wordt om de weg vanaf de Nijkerkerweg aan de noordwestelijke kant van Voorthuizen naar de Voorthuizerweg door te trekken en van daar naar de Apeldoornsestraat.

 

In het MER wordt uitgebreid onderzoek gedaan naar verschillende alternatieven, ook naar dit alternatief.

9.       Recreatiecentrum Ackersate, E.G. van Ommen,  Harremaatweg 26 te Voorthuizen

Inspreker vraagt aandacht voor de negatieve effecten van een (oostelijke) rondweg voor de recreatie in de omgeving. Gevraagd wordt dit aspect mee te nemen in de vervolgstudie.

 

Dergelijke mogelijke effecten op recreatie zullen worden meegenomen in het MER en de daarbijbehorende afweging.

10.    J. Hartman, Brugveensweg 1 te Voorthuizen

De inspreker vraagt zich af of de aanleg van een omleiding rond Voorthuizen wel noodzakelijk is gezien de grote investering die hiermee gepaard gaat. Het verkeer door Voorthuizen is voornamelijk bestemmingsverkeer en geen doorgaand verkeer.

Vooronderzoek heeft aangetoond dat er wel degelijk sprake is van veel doorgaand verkeer door de kern en dat dit leidt tot leefbaarheidsproblemen. De provincie heeft zich tot doel gesteld deze problemen op te lossen. De kosten die hiermee gepaard gaan zullen uiteraard in de afweging worden meegenomen.

 

11.    M. Snijder, Rembrandtstraat 83 te Voorthuizen

Inspreker spreekt de teleurstelling uit over het opnieuw bestuderen van alternatieven voor een omleiding bij Voorthuizen. Dit leidt opnieuw tot vertraging voor het oplossen van de problematiek.

In een complex project als deze is het lastig om een oplossing te creëren waarin alle betrokken partijen zich kunnen vinden. Ook de doelstellingen zijn in de loop van de tijd gewijzigd.

Belangrijk is dat zowel de provincie als de gemeente nu voortvarend aan de slag zijn gegaan om een oplossing te creëren. Het opstellen van een MER is hierbij de eerste en noodzakelijke stap.

 

12.    M. Top, Verbindingsweg 32 te Voorthuizen

Inspreker maakt bezwaar tegen alternatief I aangezien deze over een deel van het bedrijfsperceel loopt.

De aangegeven tracés zijn nog globale lijnen op de kaart en geeft het zoekgebied aan voor de daadwerkelijke (te onderzoeken) tracés. In het MER zullen gedetailleerde tracés worden uitgewerkt. Doorsnijding van bestaande bedrijven zoals in dit geval is niet te voorkomen.

 

13.    Plaatselijk Belang Voorthuizen, M.A. Schuit, p/a Noordersingel 126 te Voorthuizen

De vereniging Plaatselijk Belang Voorthuizen heeft een uitgebreide notitie ingediend als reactie op de startnotitie. De vereniging toont hiermee aan dat het een sterke voorkeur heeft voor een oostelijke omleiding (alternatief II) bij Voorthuizen. Kort samengevat worden de volgende argumenten hiervoor aangegeven.

Als voordelen van een oostelijke omleiding worden genoemd:

-          het creëren van een noodzakelijke extra ontsluiting op de A1;

-          oplossing van de verkeersproblemen in het centrum van Voorthuizen;

-          het daardoor verkeersluw kunnen maken van het centrum;

-          vergroting van de bereikbaarheid van Voorthuizen (oostelijk deel) en de recreatiegebieden ten oosten en zuiden van Voorthuizen.

 

De westelijke omleiding heeft de volgende nadelen:

-          er ontstaat geen verkeersluw centrum van Voorthuizen;

-          er worden veel (agrarische) percelen doorsneden;

-          aantasting van het ecologische waardevolle landgoed Overhorst;

-          geen oplossing voor de bereikbaarheid van bedrijventerrein Harselaar;

-          te grote verkeersdruk op de Baron van Nagellstraat.

 

Deze uitgebreide rapportage met afweging voor verschillende (milieu)aspecten wordt voor kennisgeving aangenomen. Alle aspecten zoals genoemd in de rapportage zullen ook in het MER aan de orde komen.

 

14.    J. Zeeman, Plaggenmeierslaan 12 te Voorthuizen

Inspreker heeft de volgende bedenkingen tegen de westelijke omleiding (tracé I):

-          de aansluiting van dit alternatief op de Voorthuizerstraat (N303) zal ver buiten het dorp moeten worden gerealiseerd vanwege aanwezige bebouwing/functies; hierdoor wordt het tracé relatief lang;

 

 

-          Bij de precieze uitwerking van het tracé in het MER zal dit duidelijk worden;

 

 

-          dit alternatief heeft negatieve gevolgen voor de Baron van Nagellstraat; deze weg zal nog zwaarder worden belast, als maatregel zal de weg verbreed moeten worden en ook de verkeersveiligheid (voor scholieren) komt in het geding;

-          de gevolgen voor deze weg zullen in het MER uitgebreid aan de orde komen;

 

 

-          is het mogelijk dat de aan te leggen rondweg ook een lagere maximum snelheid krijgt (bijv 60 km/u);

-          deze maatregel zal worden onderzocht;

 

 

-          dit alternatief biedt geen oplossing voor het recreatief bestemmingsverkeer ten oosten van Voorthuizen, zodat het centrum hiermee alsnog wordt belast.

-          dit aspect zal eveneens in het MER aan de orde komen.

 

 

Voorgesteld wordt om de aansluiting op de A1 bij de Baron van Nagellstraat af te sluiten, een nieuwe aansluiting ten oosten van Voorthuizen te realiseren en de aansluiting bij het knooppunt A1/A30 te handhaven. Deze optie is voor een verkeersluw centrum van Voorthuizen het meest gunstig, ook is deze oplossing goedkoper dan de herinrichting van de Baron van Nagellstraat. Is deze oplossing te integreren met de plannen van RWS?

 

-          Het afsluiten van de Baron van Nagellstraat wordt in alternatief 8 onderzocht;

-          de voorwaarden van Rijkswaterstaat zijn duidelijk, namelijk in de nieuwe aansluiting A1/A30 is geen ruimte voor het aansluiten van wegen van lokaal niveau.

 

15.    Buurtvereniging Garderbroek e.o.,  p/a Garderbroekweg 15 te Voorthuizen

De Buurtvereniging geeft aan dat de westelijke omleiding meer voordelen oplevert dan de oostelijke omleiding. Bij een westelijke omleiding is de bereikbaarheid van Harselaar evengoed te garanderen met eenvoudige maatregelen. De oostelijke omleiding is daarentegen zeer duur, ontlast het centrum van Voorthuizen niet voldoende en heeft nadelige gevolgen voor de recreatie in het gebied.

In het MER zal deze afweging aan de orde komen.

16.    E.J. van ’t Ooster, Bijschoterweg 9 te Voorthuizen

Inspreker spreekt de voorkeur uit voor een oostelijke omleiding, omdat deze veel meer problemen oplost dan een westelijke omleiding. Met name de Baron van Nagellstraat is al te zeer belast, ook heeft een westelijke omleiding negatieve gevolgen voor de bewoners aan de Verbindingsweg.

 

Dit wordt in het MER onderzocht..

17.    Gelderse Milieufederatie, Jansbuitensingel 14 te Arnhem

Te onderzoeken alternatieven:

-          in de westelijke omleiding is een kortsluiting van de N303 (Rubensstraat) met de Apeldoornsestraat (N344) opgenomen. Deze kortsluiting heeft ook negatieve effecten (ecologie, landschap). Om ook een alternatief zonder deze negatieve effecten te kunnen onderzoeken, stelt de Milieufederatie voor om deze kortsluiting als variant op te nemen.

 

 

-          Het voorstel zal in overweging worden genomen.

 

 

Samenhang met MER Harselaar Zuid:

-          Het MER voor het bedrijventerrein Harselaar Zuid is reeds als eindconcept klaar. Verwacht wordt dat, afhankelijk van de uitkomsten van het MER Omleiding N303 / Ontsluiting Harselaar Zuid, dit MER nog aangepast kan worden.

 

-          Het hangt af van de uitkomsten van het MER Omleiding N303 / Onstluiting Harselaar Zuid of dit gevolgen heeft voor het MER Harselaar Zuid. Dit MER wordt door de gemeente opgesteld en zal worden aangepast als hiertoe aanleiding wordt gegeven.

 

 

Te onderzoeken aspecten:

-          Het onderzoeken van de congestiekans lijkt niet zinvol omdat hiervoor geen normen beschikbaar zijn. Belangrijker om te onderzoeken is de verandering in verkeersintensiteiten (verkeer);

-          het is van belang om ook het aandeel doorgaand en lokaal verkeer en het aandeel van het recreatieve verkeer zichtbaar te onderzoeken (verkeer);

 

-          het is gewenst om te onderzoeken of de alternatieven ook tot een toename van doorgaand verkeer kunnen leiden (verkeer);

-          de effecten op de EHS (Wilbrinkbos) dient meegenomen te worden in het milieuonderzoek (ecologie);

-          bij luchtkwaliteit dient ook inzicht te worden gegeven aan de bijdrage van het doorgaande verkeer aan de totale fijn stofconcentraties (woon- en leefmilieu);

-          eveneens onderzocht dient te worden in hoeverre een nieuwe rondweg leidt tot barrièrewerking in het stedelijk uitloopgebied (m.n. ten oosten van Voorthuizen) (ruimtelijke ordening en economie);

 

-          tenslotte dient onderzocht te worden wat de effecten op de verschillende alternatieven zijn op de recreatieve beleving in de verschillende natuurgebieden rondom Voorthuizen (RO en economie).

 

 

-          De congestiekans zal kwantitatief worden beschreven. De verandering in verkeersintensiteiten wordt ook onderzocht;

 

-          in het verkeersmodel zijn de gegevens m.b.t. doorgaand en lokaal verkeer beschikbaar en kan daardoor in het onderzoek worden meegenomen; het aandeel recreatief verkeer zit niet specifiek in het model, er wordt uitgegaan van een gemiddelde werkdag;

-          idem;

 

-          dit aspect wordt in het MER eveneens onderzocht;

 

-          getoetst wordt aan de grenswaarden van het Besluit luchtkwaliteit; indien er een knelpunt ontstaat voor luchtkwaliteit zullen dergelijke gegevens inzichtelijk worden gemaakt;

-          dit aspect wordt in het MER eveneens onderzocht;

 

 

 

 

-          idem.

18.    Bewonersvereniging De Steenkamp, p/a De Steenkamp 132 te Voorthuizen

-          Inspreker hecht groot belang aan een samenhangende aanpak van de verschillende rondwegen en de betekenis hiervan voor de EHS.

-          De provincie heeft in de startnotitie deze samenhang van de projecten benadrukt. Deze samenhang komt tot uiting in het verkeersmodel dat voor deze regio is opgesteld. Ook in het MER zal de samenhang worden meegenomen.

 

-          Tevens wordt aandacht gevraagd voor de verschillende verkeersstromen in en rond Voorthuizen/ Harselaar. Van belang daarbij zijn bijvoorbeeld de aanleg van het transferium op Harselaar en de verbetering van de ontsluiting van recreatiegebied Zeumeren.

-          Deze aspecten zullen in het verkeersmodel worden opgenomen

 

-          De aanwezigheid van recreanten in de omgeving van Voorthuizen leidt m.n. in weekenden en hoogseizoen tot een gebrek aan parkeerruimte.

-          Deze opmerking wordt ter kennisgeving aangenomen.

 

-          Opgemerkt wordt dat een nieuwe aansluiting op de A1 (Oost) (en daarmee gepaard gaande afsluiting van de Zelderseweg op de A1) alleen mogelijk is bij aansluiting van een nieuwe weg met regionale betekenis.

-          De provincie is van deze voorwaarde van Rijkswaterstaat op de hoogte

 

 

-          De alternatieven dienen op gelijke wijze te worden behandeld, dus ook de ontwerpsnelheid van de rondwegen dient gelijk te zijn.

-          De genoemde maximale ontwerpsnelheid voor de verschillende tracés wordt als basis gebruikt voor het MER; hiermee is nog geen keuze gemaakt voor het uiteindelijke snelheidsregime op de weg

 

-          Alternatief II (inclusief nieuwe aansluiting op de A1) kan niet worden beschouwd als echte rondweg omdat een groot deel van het tracé een 50 km/h zone heeft. Daarnaast heeft dit tracé ook negatieve gevolgen voor de ecologische betekenis en barrièrewerking voor het Wilbrinksbos. Door de afsluiting van de Zelderseweg heeft dit alternatief ten slotte ook negatieve gevolgen voor de bereikbaarheid van Terschuur en Zwartebroek.

-          Deze aandachtspunten zullen in het MER worden onderzocht.

 

-          inspreker wijst er op dat het transferium op het bestaande Harselaar (en niet de uitbreiding) wordt gerealiseerd. Ook niet genoemd is dat voor realisering van het knooppunt A30/A1 reeds in 1992 een m.e.r.-procedure is gevolgd. De besluitvorming hierover is destijds stopgezet.

-          Deze opmerkingen zijn ter kennisgeving aangenomen.

 

-          Gevraagd wordt de kosten van de te onderzoeken alternatieven in beeld te brengen ten behoeve van een zorgvuldige vergelijking.

 

 

-          Dit aspect zal uiteraard een rol spelen in de uiteindelijke afweging.

19.    H. Wildeboer, Rijksweg 66 te Voorthuizen

 

Inspreker stelt dat een nieuwe rondweg bij Voorthuizen niet te mooi moet worden uitgevoerd, omdat dit ongewenst sluipverkeer aantrekt. Gezocht moet worden naar een combinatie van ontlasting centrum Voorthuizen en een minimale aantasting van het landschap.

 

In het MER zal worden gezocht naar een goede oplossing waarbij verkeers- en milieuproblemen ook in de toekomst (zoveel mogelijk) worden voorkomen. In de afweging naar een definitieve oplossing worden ook aspecten als aantasting van het landschap meegenomen.

20.    G. van der Neut, Rijksweg 76 te Voorthuizen

Inspreker noemt de volgende argumenten vóór een oostelijke omleiding van de N303:

-          een oostelijke aansluiting is alleen al noodzakelijk vanwege de uitbreiding van Harselaar; nu al is de aansluiting op de Baron van Nagellstraat overbelast, dat wordt zonder extra aansluiting alleen maar erger;

-          een oostelijke omleiding leidt tot minder overlast van het recreatieve verkeer in de kern Voorthuizen;

-          een westelijke omleiding leidt tot aantasting van het woongenot van inspreker en tot doorsnijding van agrarische percelen.

 

De argumenten die worden genoemd zullen in het MER worden meegenomen. In de afweging van de alternatieven zal ook worden getracht de doorsnijding van agrarische percelen en aantasting van woongenot (waar mogelijk) te voorkomen.

21.    Bewoners Hoornweg/ Peppelseweg, p/a Hoornweg 10 te Barneveld

De bewoners van de Peppelseweg geven aan dat een rondweg tussen Harselaar en de Wesselseweg negatieve effecten voor hun woonomgeving heeft. Om deze effecten beperkt te houden hebben insprekers een schets met een voor hun optimaal tracé meegestuurd.

 

De reactie met daarbij het tracé tussen Harselaar en Wesselseweg wordt ter kennisgeving aangenomen. In het MER zal nader onderzoek plaatsvinden naar een optimaal tracé voor dit deel van de omleiding.

22.    D. van Aalten (gemeente Wageningen)

Inspreker wil met het oog op een project in Wageningen graag weten in hoeverre hiervoor ook een m.e.r.-plicht geldt.

 

Deze reactie heeft geen directe relatie met onderliggend project. Voor meer informatie hierover wordt verwezen naar de website van het ministerie van VROM of Infomil.

 

23.    Ondernemers Vereniging Voorthuizen, Sportparkstraat 2 te Voorthuizen

De Ondernemers Vereniging spreekt zich uit voor het nemen van enkele maatregelen ten gunste van een aantrekkelijk centrum van Voorthuizen.

De reactie wordt ter kennisgeving aangenomen. Maatregelen die betrekking hebben op het verkeersluw maken cq. herinrichten van doorgaande wegen hebben een directe relatie met het aanleggen van een rondweg (en dus ook dit MER). Maatregelen die betrekking hebben op het herinrichten (en aantrekkelijker maken) van het centrum worden in het MER omschreven, maar niet concreet aangegeven.

 

24.    J. de Wit, Sportparkstraat 11 te Voorthuizen

-          De bewoners van de Sportparkstraat geven aan dat het niet acceptabel is als het centrum van Voorthuizen verkeersluw wordt gemaakt voordat de omleiding volledig is gerealiseerd. Dit leidt namelijk tot sluipverkeer in aansluitende en daarvoor niet geschikte straten.

-          De Sportparkstraat dient de status verblijfsgebied te krijgen en zodanig verkeerstechnisch aangepast te worden.

-          Na de aanleg van de rondweg de ontsluitingsroute tussen de Rembrandtstraat en Apeldoornsestraat opheffen en verkeerstechnisch aanpassen.

 

-          Deze fasering van werkzaamheden zal in het MER aan de orde moeten komen;

 

 

 

-          dit zal nader bekeken worden;

 

-          dit zal nader bekeken worden.

 

 

 

25.    J.M.J. van Haarlem & J.M.G Kwaspen, Overhorsterweg 38 te Voorthuizen

-          Insprekers geven aan dat de N303 met name wordt overbelast door het doorgaande noord-zuid (vracht)verkeer en het recreatieve bestemmingsverkeer ten oosten van Voorthuizen. Intensivering van de recreatie en het bedrijventerrein Harselaar leidt tot een toename van dit verkeer. Geconcludeerd wordt dat een oostelijke omleiding de beste oplossing is voor vermindering van de verkeersdruk. Een westelijke omleiding leidt met name tot een aantasting van het landelijk en ecologisch waardevol gebied ten noordwesten van Voorthuizen en tot extra hinder (geluid, lucht, veiligheid) voor de kern. De oostelijke omleiding dient daarom als meest milieuvriendelijk alternatief te worden beschouwd.

-          Als alternatief voor het doorgaande noord-zuidverkeer wordt aangedragen de verbinding via de N344 en de N302 richting Harderwijk.

-          In het MER zullen deze aspecten worden meegenomen in het milieuonderzoek en de uiteindelijke afweging.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

-          Dit scenario wordt verder onderzocht in het MER.

 

26.    Fam. Fortman & Kleyer, Verbindingsweg 30/26 te Voorthuizen

Insprekers zijn tegen de aanleg van welke omleiding om Voorthuizen dan ook. Een nieuwe weg leidt alleen maar tot meer verkeerstrekkende werking en tot schade aan natuur en woongenot. Verzocht wordt ook de nulsituatie met aanvullende maatregelen aan de bestaande wegen te onderzoeken en dit te vergelijken met de alternatieven.

 

Uit verkeersonderzoek is gebleken dat het woon- en leefmilieu in de kern Voorthuizen onder druk staat en dat hier een oplossing voor moet komen. In het MER wordt onderzoek gedaan naar de mogelijke oplossingen hiervoor, ook de nul- en nulplus-situatie worden in beeld gebracht.

27.    GLTO Belangenbehartiging, Postbus 126 te Deventer

In de reactie van de GLTO komt het volgende naar voren:

-          De teleurstelling dat het in de klankbordgroep aangedragen alternatief van verbreding van de A28 en A1 niet tot de studiemogelijkheden hoort;

 

 

-          de GLTO sluit zich aan bij de reactie van Vereniging Plaatselijk Belang Voorthuizen;

-          in de startnotitie wordt te weinig aandacht besteed aan de gevolgen die een nieuwe weg kan hebben voor de landbouw; ook niet-economische gevolgen moeten worden meegenomen;

 

 

 

-          rekening moet worden gehouden met de reconstructie van het landbouwgebied, met name aan de noordoostkant van Barneveld;

-          ook de optie van het handhaven van de ontsluiting via de Stationsweg dient onderzocht te worden.

 

 

-          Rijkswaterstaat is reeds bezig met het onderzoek naar deze maatregelen; deze maatregelen vallen echter buiten de competentie van de gemeente en provincie en zullen niet direct in het MER worden meegenomen. In het verkeersmodel wordt er echter van uitgegaan dat in 2020 de A1 en A28 verbreed zijn en een nieuwe (turboplein)aansluiting bij Hoevelaken is gerealiseerd;

-          dit wordt ter kennisgeving aangenomen;

 

-          alleen de kwantificeerbare gevolgen voor de landbouw kunnen onderzocht worden (doorsnijding van landbouwpercelen); andere effecten komen deels ook in andere aspecten naar voren, zoals bij landschap en ecologie;

 

-          dit wordt in het MER meegenomen;

 

 

-          de opheffing van de aansluiting bij de Baron van Nagellstraat/ Stationsweg is niet in de voorwaarden van Rijkswaterstaat opgenomen. Het betreft alleen de opheffing van de aansluiting van de Zelderseweg, indien er een aansluiting Harselaar Oost komt.

28.    H. Bergers, Wolkammerslaan 18 te Voorthuizen

Voor een samenvatting van deze reactie wordt verwezen naar inspraakreactie nr. 25.

 

Voor een antwoord op deze reactie wordt verwezen naar inspraakreactie nr. 25.

29.    Gresnigt & van Kippersluis, namens Bosch Beton Industrie aan de Wesselseweg te Barneveld

-          Gelet op de procedurele belemmeringen van de uitbreiding van Harselaar (bestemmingsplan) merkt het bedrijf Bosch Beton op dat het verstandiger is te beginnen met het ontwikkelen van die delen die niet omstreden zijn. Dit zijn onder andere de gebieden Harselaar Oost (de Driekhoek) en West.

-          Deze opmerking wordt ter kennisgeving aangenomen. Er bestaat geen directe relatie met de m.e.r.-procedure voor de rondwegen. Het MER Harselaar Zuid wordt nl. opgesteld door de gemeente.

 

 

 

-          Inspreker verwacht dat een oostelijke omleiding niet realistisch is gezien de voorwaarde van RWS dat bij een nieuwe aansluiting op de A1 een andere aansluiting dient te vervallen; daarom draagt inspreker een derde alternatief aan voor het onderzoek: namelijk een westelijke omleiding die begint bij Nijkerkerweg (huidige viaduct Harselaar West) en via de Rijksweg in een ruime boog om Voorthuizen heen loopt; deze sluit ook goed aan op een (eventueel toekomstige) doortrekking van de A30 naar de A28.

 

-          In het MER wordt uitgebreid onderzoek gedaan naar verschillende alternatieven, ook naar dit alternatief.

30.    VNO NCW Valleiregio en Barneveldse Industriële Kring

VNO NCW spreekt haar waardering uit voor de voortgang die momenteel in het onderzoek wordt geboekt. De voorkeur wordt uitgesproken voor de oostelijke omleiding (t.b.v. Harselaar), de organisatie is tegen de westelijke omleiding (geen structurele oplossing).

 

De reactie wordt ter kennisgeving aangenomen.

31.    Transport en Logistiek Nederland, Postbus 655 te Apeldoorn

Transport en Logistiek Nederland geeft het volgende in haar reactie weer:

-          aandacht voor het convenant over het opheffen van op- en afritten van de A1 bij Hoevelaken;

-          het is wenselijk dat er een verkeersonderzoek wordt uitgevoerd; niet alleen naar het verkeer van de woonkernen en bedrijventerreinen, maar ook van solitair gevestigde bedrijven;

 

 

-          het is wenselijk dat in de klankbordgroep ook de belangen van verkeersdeelnemers worden behartigd; TLN stelt zich hiervoor beschikbaar.

 

De reactie wordt ter kennisgeving aangenomen. De afspraken rond het betreffende convenant zijn bekend. Recentelijk is er een nieuw verkeersonderzoek uitgevoerd dat als basis dient voor het MER.

32.    Mw. Bos-Schut, Plaggenweg 11 te Kootwijkerbroek

Inspreker is tegen de aanleg van een oostelijke omleiding vanwege de geluidsoverlast van deze weg.

Het aspect geluidhinder zal in het MER worden meegenomen. Wanneer in het milieuonderzoek knelpunten worden geconstateerd op het gebied van geluid, dan zal bij een uitwerking van het definitieve tracé maatregelen hiervoor nader worden onderzocht.

 

33.    Kamer van Koophandel Veluwe en Twente, Deventerweg 1 te Harderwijk

De Kamer van Koophandel geeft het volgende in haar reactie aan:

-          aandacht wordt gevraagd voor de intensivering van het recreatiegebied Zeumeren en de gevolgen hiervan voor het wegennet;

-          gepleit wordt voor een oostelijke omleiding in combinatie met een nieuwe aansluiting op de A1;

-          de KvK staat achter de bezwaren van de Vereniging Plaatselijk Belang tegen een westelijke omleiding, omdat deze geen oplossing brengt voor de problematiek in Voorthuizen en Barneveld.

 

De reactie wordt ter kennisgeving aangenomen. Het eerste aandachtspunt zal in het MER worden meegenomen.

34.    P. Steenkamer, Molenweg 117 te Voorthuizen

Inspreker vraagt rekening te houden met de gevolgen van een omleiding voor het landbouwverkeer.

 

Dit aspect zal in het MER worden meegenomen.

 

35.    A.C. Visser, Noordersingel 86 te Voorthuizen

Inspreker geeft aan dat een westelijke omleiding leidt tot de volgende negatieve effecten: doorsnijding landschap en een nog drukkere Baron van Nagellstraat. Bij een extra ontsluiting van Harselaar wordt dit voorkomen.

 

Deze reactie wordt ter kennisgeving aangenomen. De aandachtspunten worden in het MER meegenomen.

36.    G.J. van ’t Ooster, Baron van Nagellstraat 108 te Voorthuizen

Inspreker is tegen een westelijke omleiding omdat hij hierdoor tussen twee wegen komt te wonen. Daarnaast zal deze omleiding leiden tot knelpunten op andere wegen.

 

Deze reactie wordt ter kennisgeving aangenomen.

37.    G.J. van Elten, Tromplaan 1 te Voorthuizen

In deze reactie wordt de wens uitgesproken dat in het MER ook een derde alternatief wordt meegenomen, namelijk het alternatief 8 van de Werkgroep Infrastructuur Harselaar (aug. 2002). In dit alternatief wordt gekozen voor twee aansluitingen op de A1 (oost en west) waarbij de aansluiting op de Baron van Nagellstraat (midden) komt te vervallen. Het centrum van Harselaar wordt ontsloten door middel van parallelwegen langs de A1.

 

Bij deze reactie zijn diverse stukken over dit alternatief en de correspondentie hierover meegestuurd. Deze zijn hier niet samengevat.

 

De provincie zal deze variant 8 in het milieuonderzoek voor het MER meenemen. In het MER zal alternatief ‘variant 8’ behandeld worden. Zie ook het antwoord op reactie nr. 1.

38.    Van Westreenen Adviseurs voor Buitengebied, namens Veehouderij Van Drie aan de Rijksweg 51 te Voorthuizen

Adviseur VanWestreenen vraagt namens veehouder Van Drie rekening te houden met dit veehouderijbedrijf en de gevolgen hiervan in beeld te brengen.

In het MER worden negatieve gevolgen voor bijvoorbeeld agrarische bedrijven op een algemene wijze in beeld gebracht. Mocht het definitief tracé negatieve gevolgen hebben voor dit bedrijf dan zullen mogelijke oplossingen en de consequenties in een verdere uitwerking van het wegontwerp nader moeten worden uitgezocht.

 

39.    P.J. Achterstraat , Rijksweg 64 te Voorthuizen

Inspreker maakt bezwaar tegen de aanleg van de omleiding van de N303. Deze weg zal komen te liggen nabij de betreffende woning en daardoor het woon- en leefmilieu verstoren (uitzicht en verkeerslawaai).

In het MER zal eerst onderzocht worden welk alternatief de voorkeur verdient. Pas dan wordt duidelijk of deze omleiding negatieve gevolgen heeft voor uw woning. Indien dat ook daadwerkelijk het geval is zal in ieder geval onderzocht worden in hoeverre deze negatieve effecten voorkomen kunnen worden.

 

40.    W. van den Brink, Thorbeckelaan 54 te Barneveld

Inspreker heeft als reactie een uitgebreid onderzoek opgestuurd. In de stukken wordt aangegeven dat de huidige plannen met name te kostbaar zijn en dat er goedkopere alternatieven zijn. Hoofdpunten van zijn alternatief zijn:

-          gedeeltelijke aansluitingen op de A1 (ipv een lang en duur viaduct);

-          een verbindingsweg parallel aan de Esvelderbeek (ipv lange en dure zuidelijke rondweg).

 

In het MER wordt uitgebreid onderzoek gedaan naar verschillende alternatieven, ook naar dit alternatief.

41.    A. van der Gugten, Rijksweg 68 te Voorthuizen

Inspreker maakt bezwaar tegen de geplande omleiding rond Voorthuizen aangezien er ook andere alternatieven zijn (deze zijn niet genoemd in de reactie).

 

Deze reactie wordt ter kennisgeving aangenomen.

42.    RGV Holding BV, Van der Houven van Oordtlaan 6 te Apeldoorn

RGV wijst in haar reactie erop dat het aspect recreatie en toerisme weinig aandacht krijgt. In het bijzonder wordt gewezen op de ontsluiting van het recreatiegebied Zeumeren en de intensivering daarvan in de toekomst.

In het MER zal het aspect recreatie voldoende aandacht worden krijgen.

 

 

Groep Hop nodigt u uit na te denken over menselijke conditionering in marketing en de waarde die eraan gehecht wordt als een illusie

Dinsdag 27 februari 2007 gemeente Barneveld organiseert een provinciale verkiezingsbijeenkomst met als thema de aanleg van de oostelijke rondweg en de ontsluiting van het bedrijventerrein Harselaar

27 februari 2007 Debat 19:30 uur Edda Huzit. Debat over rondweg Voorthuizen, gemeente Barneveld (Bevestiging 200207 12:25 uur)

 

provincie gelderland

omleiding voorthuizen en ontsluiting harselaar

zuid

startnotitie m.e.r.

opdrachtgever : provincie Gelderland

nummer : 354.10523.02

datum : 4 augustus 2004

354.10523.02

Inhoud 1

Colofon

1. Inleiding blz. 3

1.1. Aanleiding 3

1.2. Doel en inhoud startnotitie 3

1.3. Procedure in kort bestek en relatie met SMB 5

1.4. Ligging plan- en studiegebied 6

1.5. Programma van Wensen en Eisen 6

2. Probleem- en doelstelling beleidskader 7

2.1. Inleiding 7

2.2. Probleemstelling 7

2.3. Doelstelling studie 9

2.4. Beleidskader 9

3. Voorgenomen activiteit en tracéalternatieven 11

3.1. Inleiding 11

3.2. Voorgenomen activiteit 11

3.3. Uitgangspunten en randvoorwaarden 11

3.4. Trechtering tracéalternatieven 13

3.5. Te onderzoeken tracéalternatieven 15

4. Te onderzoeken aspecten 17

4.1. Inleiding 17

4.2. Verkeer 17

4.3. Landschap en cultuurhistorie 19

4.4. Bodem en water 22

4.5. Ecologie 24

4.6. Woon- en leefmilieu 25

4.6.1. Wegverkeerslawaai 25

4.6.2. Luchtkwaliteit 26

4.6.3. Externe veiligheid 26

4.7. Ruimtelijke ordening en economie 26

5. Procedure en tijdsplanning 29

Bijlagen:

1. Samenstelling overleggroepen.

2. Programma van Wensen en Eisen.

3. Beleidskader.

4. Verkenning tracéalternatieven.

5. Achtergrondinformatie verkeer.

6. Literatuurlijst.

Inhoud 2

354.10523.02

blanco pagina

354.10523.02

1. Inleiding 3

1.1. Aanleiding

In de huidige situatie wordt de N303 in grote mate belast door veel doorgaand (vracht)verkeer

in noord-zuidrichting. Toekomstige ontwikkelingen wijzen uit dat de verkeersdruk op deze weg

alleen nog maar zal toenemen. Dit betekent voor de bestaande weg, met bijbehorende aansluitingen

en uitwegen, een overbelasting. Dit leidt tot problemen op het gebied van verkeersafwikkeling

en bereikbaarheid, verkeersveiligheid en woon- en leefmilieu.

Deze problemen spelen zich vooral af in de kernen Putten en Voorthuizen, maar ook de binnenwegen

in het studiegebied ondervinden problemen als gevolg van sluipverkeer. Het omleiden

van de bestaande N303 ter hoogte van de kern Voorthuizen moet een oplossing bieden

voor de heersende verkeersproblematiek in en nabij deze kern.

Een relevante ontwikkeling is de uitbreiding van het bedrijventerrein Harselaar (Harselaar Zuid),

ten zuiden van de A1. Met het oog op deze uitbreiding is het bedrijventerrein onvoldoende bereikbaar.

De gemeente Barneveld en de provincie Gelderland hebben met elkaar overeenstemming

bereikt dat een nieuwe omleidingsweg tevens een functie dient te vervullen voor de

ontsluiting van het bedrijventerrein. Dit houdt in dat de omleidingsweg zal worden doorgetrokken

tot de Wesselseweg. Deze afspraken zijn vastgelegd in een Bestuurlijke overeenkomst.

Dit project is gerelateerd aan een overkoepelend project waarbij de algemene

verkeersproblematiek in het gebied tussen de A28 en de A1 (Putten en Voorthuizen) nader

wordt onderzocht (zie ook tekstkader).

Integrale aanpak en aparte procedures

De beschreven verkeersproblematiek op de N303 en omgeving is regionaal van aard. Belangrijkste

oplossingen die worden voorgedragen, zijn de plaatselijke omleidingen van de N303 ter hoogte van Putten

en Voorthuizen. Voorafgaand aan deze startnotitie is het onderzoek met name gericht op een integrale

aanpak van de problematiek. Gedurende dit proces is duidelijk geworden dat de problematiek en

voorgestelde oplossingen voor beide omleidingen sterk van elkaar verschillen. Daarom is besloten voor

beide omleidingen een separate m.e.r.-procedure te doorlopen. Dit betekent dat zowel de startnotities, als

de richtlijnen en de milieueffectrapportages apart worden opgesteld.

Desalniettemin is het van belang problematiek en oplossingen in samenhang met elkaar en integraal te

blijven bekijken. Voorgestelde oplossingen en nieuwe verbindingen in deze regio kunnen onlosmakelijk

invloed op elkaar hebben. Daarom zal het voor het MER noodzakelijke verkeersonderzoek (en eventueel

andere noodzakelijk onderzoeken) zoveel mogelijk integraal worden ingestoken.

1.2. Doel en inhoud startnotitie

Waarom een milieueffectrapportage?

De omleiding van de N303 ter hoogte van Voorthuizen is m.e.r.-plichtig op grond van het Besluit

milieueffectrapportage (Stb. 1994, nr. 540, zoals gewijzigd bij besluit van 7 mei 1999, Stb. 224).

De aanleg van deze omleiding valt onder categorie 1.2, aanleg van een autoweg, niet zijnde

hoofdweg. Onder de definitie van een autoweg wordt verstaan:

a. een voor autoverkeer bestemde weg die alleen toegankelijk is via knooppunten of door

verkeerslichten geregelde kruispunten en waarop het verboden is te stoppen; of

b. een weg als bedoeld in artikel 1, onder d, van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens

1990.

De omleiding van de N303 bij Voorthuizen voldoet aan beide criteria. Voor onderdeel a geldt dat

het de bedoeling is de N303 aan te sluiten op de A1. Voor onderdeel b van de definitie geldt dat

de N303 een regionale ontsluitingsweg (80 of 100 km/h) wordt volgens de uitgangspunten van

het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990.

Op basis hiervan kan worden geconcludeerd dat de voorgenomen activiteit m.e.r.-plichtig is.

 

Inleiding 5

354.10523.02

Doel startnotitie

Deze startnotitie is de eerste stap in de procedure van milieueffectrapportage (m.e.r.) voor deze

ontwikkeling. De startnotitie vormt de basis voor de inspraak en advisering over de vast te stellen

richtlijnen. Het doel van een m.e.r. is het milieubelang, naast andere belangen, een volwaardige

plaats te geven in de besluitvorming over activiteiten met mogelijk ernstige gevolgen

voor het milieu. In dit geval wordt de m.e.r.-procedure gevolgd in het kader van de besluitvorming

over een streekplanwijziging voor de omleiding van de N303.

Inhoud startnotitie

In deze startnotitie wordt op hoofdlijnen aandacht besteed aan:

- het plan- en studiegebied;

- de voorgenomen activiteit;

- het geldend beleid dat van invloed kan zijn op het plan;

- de doelstelling van het project;

- mogelijke alternatieven;

- mogelijke milieugevolgen die in het MER zullen moeten worden onderzocht;

- de verdere procedure en tijdsplanning.

1.3. Procedure in kort bestek en relatie met SMB

De m.e.r.-procedure is geregeld in hoofdstuk 7 van de Wet milieubeheer (Wm). Op grond van

de artikelen 7.12 tot en met 7.15 moet eerst door de initiatiefnemer een startnotitie worden opgesteld

en door het bevoegd gezag in procedure worden gebracht. Initiatiefnemer in deze is

Gedeputeerde Staten van de provincie Gelderland, het bevoegd gezag is Provinciale Staten

van de provincie Gelderland.

Naar aanleiding van de startnotitie en de inspraakreacties en adviezen stelt het bevoegd gezag

vervolgens de richtlijnen vast, waaraan de inhoud van het hierna op te stellen milieueffectrapport

(MER1)) moet voldoen.

De omleiding van de N303 bij Voorthuizen is nog niet (geheel) voorzien in het vigerende streekplan.

Om de (gehele) omleiding van de N303 mogelijk te maken, dient de m.e.r.-procedure

daarom te worden doorlopen in het kader van de besluitvorming voor een wijziging van het

streekplan. In hoofdstuk 5 wordt verder op de procedurele zaken ingegaan.

Omlegging N303 en Strategische Milieubeoordeling (SMB)

Wat is Strategische Milieubeoordeling?

Op 27 juni 2001 is de Europese richtlijn 2001/42/EG vastgesteld, "betreffende de beoordeling

van de gevolgen voor het milieu van bepaalde plannen en programma's". De richtlijn, die bekend

staat als Strategische Milieubeoordeling (SMB), is van toepassing op plannen die een kader

scheppen voor concrete (m.e.r.-plichtige) projecten of gevolgen hebben voor habitatrichtlijngebieden.

Binnen een plan (zoals een streekplan) kan sprake zijn van meerdere SMB-plichtige activiteiten.

In het kader van de SMB dient een milieurapport te worden opgesteld dat ingaat op de mogelijke

alternatieven en effecten van deze activiteiten. Het milieurapport dient vervolgens in de inspraak

gebracht te worden en het bevoegd gezag van het SMB-plichtige plan moet motiveren

welke rol het milieurapport en de inspraakreacties gespeeld hebben bij het te nemen besluit.

Een milieurapport kan qua inhoudsvereisten goed vergeleken worden met het al langer verplichte

MER.

Op 21 juli 2004 moet de richtlijn in de nationale regelgeving van alle lidstaten zijn ingebed.

Wanneer dat niet het geval is, is de Europese richtlijn zelf rechtstreeks van kracht in het betreffende

land. Dit wordt directe werking genoemd. In Nederland zal de Wet milieubeheer niet eerder

dan medio 2005 zijn aangepast op de bovengenoemde richtlijn. Daarom is in Nederland

vanaf 21 juli 2004 sprake van de directe werking van de Europese richtlijn 2001/42/EG.

1) Met de afkorting MER wordt het milieueffectrapport bedoeld; m.e.r. is de afkorting van milieueffectrapportage (instrument,

procedure).

Inleiding 6

354.10523.02

SMB en de omleiding van de N303 Voorthuizen

Op dit moment (zomer 2004) is de Provincie Gelderland bezig met het opstellen van een nieuw

streekplan. Voor dit streekplan moet een Strategische Milieubeoordeling plaatsvinden. Dit houdt

in dat, indien het Streekplan Gelderland het kader biedt voor later m.e.r.-plichtige besluiten dan

wel een passende beoordeling in het kader van de Vogel- en Habitatrichtlijn, voor die activiteiten

een milieurapport moet worden opgesteld.

De omleiding van de N303 bij Voorthuizen wordt niet in het nieuwe streekplan opgenomen. De

provincie zal pas besluiten over de uiteindelijke tracékeuze van de omleiding na vaststelling van

het nieuwe streekplan. De omlegging zal in een partiële herziening van dit streekplan worden

vastgesteld (eerste plan dat in de aanleg van de rondweg voorziet). Bij deze partiële streekplanherziening

zal het MER tevens functioneren als SMB. Om aan alle SMB-eisen te voldoen,

zal in het MER ook de biodiversiteit onderzocht worden.

1.4. Ligging plan- en studiegebied

In figuur 1 is het plan- c.q. studiegebied weergegeven met daarop aangegeven de belangrijkste

wegen en woonkernen.

Plangebied

Het plangebied is het gebied waarin de provinciale weg N303 ter hoogte van Voorthuizen zal

worden omgelegd en het bedrijventerrein Harselaar Zuid wordt ontsloten.

De noordelijke grens van het plangebied wordt bepaald door het gebied direct ten noorden van

Voorthuizen waar de N303 vanuit Putten Voorthuizen binnenkomt (Rubensstraat).

Voor de westelijke grens wordt het gebied ten westen van Voorthuizen tot en met de Zelderseweg

meegenomen, en ten zuiden van de A1 door de Stationsweg. De zuidelijke grens wordt

bepaald door de Wesselseweg. De oostelijke grens wordt bepaald door het Veluwemassief en

het gebied aangrenzend daaraan tot aan de Wesselseweg.

Studiegebied

Het studiegebied is het gebied waar effecten, als gevolg van de voorgenomen activiteit, (kunnen)

optreden. De omvang van het studiegebied kan niet bij voorbaat worden aangegeven. Uit

het onderzoek, dat in het kader van het MER zal worden uitgevoerd, zal blijken hoever de milieugevolgen

zich uitstrekken. Dit kan per milieuaspect verschillen.

1.5. Programma van Wensen en Eisen

Naast de randvoorwaarden die binnen de voorgenomen activiteit zijn vastgesteld voor het project,

moet het project zoveel mogelijk aansluiten bij de wensen en eisen die leven bij de projectomgeving.

Daartoe heeft de provincie het initiatief genomen tot het instellen van zowel een

maatschappelijke als ambtelijke klankbordgroep (zie ook bijlage 1). Door middel van enkele bijeenkomsten

hebben de leden van deze klankbordgroepen de mogelijkheid gekregen in een

vroeg stadium mee te denken over dit project en in het bijzonder de inhoud van de startnotitie,

richtlijnen en daarmee het MER.

De inbreng van wensen en eisen van de leden van de klankbordgroepen is weergegeven in het

Programma van Wensen en Eisen. Dit Programma vormt de basis voor de definiëring en nadere

uitwerking van tracévarianten voor de omleiding van de N303 bij Voorthuizen. Relevante

opmerkingen zijn verwerkt in deze startnotitie. In bijlage 2 is het Programma van Wensen en Eisen

opgenomen.

354.10523.02

2. Probleem- en doelstelling beleidskader 7

2.1. Inleiding

In dit hoofdstuk wordt een overzicht gegeven van de bestaande problematiek en de achtergronden

van het project. Hieruit vloeit de doelstelling van de startnotitie voort. Vervolgens wordt kort

ingegaan op het relevante beleidskader.

2.2. Probleemstelling

Algemene verkeersproblematiek

In de huidige situatie wordt de N303 in grote mate belast door veel doorgaand (vracht)verkeer

in noord-zuidrichting. Naar verwachting zal in de toekomst de verkeersdruk op deze wegen alleen

nog maar toenemen. Daar zijn twee belangrijke redenen voor. Allereerst zal naar verwachting

de verkeersdruk rond knooppunt Hoevelaken toenemen. Ten tweede zullen binnen de regio

nieuwe ontwikkelingen plaatsvinden die extra verkeer genereren. De ontwikkeling van het bedrijventerrein

Harselaar is daarbij belangrijk, maar ook andere toekomstige uitbreidingen in

Voorthuizen en Putten. Dit betekent voor de bestaande weg, met bijbehorende aansluitingen en

uitwegen, een overbelasting en vergroting van de problemen op het gebied van:

- verkeersafwikkeling en bereikbaarheid;

- verkeersveiligheid;

- woon- en leefmilieu.

Problematiek ter hoogte van Voorthuizen / Barneveld

In het gebied tussen Barneveld-Harselaar en Voorthuizen zijn diverse ontwikkelingen voorzien,

waaronder de stedenbouwkundige ontwikkelingen in Barneveld en Voorthuizen en de uitbreiding

van het bedrijventerrein Harselaar. Naast de algemene autonome mobiliteitstoename, zal

dit naar verwachting leiden tot een aanzienlijke verkeersgroei.

De verkeersdruk concentreert zich op de provinciale verbinding N805 (Stationsweg)-N303 (Baron

van Nagellstraat), de aansluiting op de A1 bij de Harselaar en de doorgaande wegen door

Voorthuizen. Ook de aanwezigheid van de recreatiegebieden ten oosten van Voorthuizen zorgt

voor veel extra verkeer in oost-westrichting door de kern.

De te verwachten toename van het verkeer heeft direct gevolgen voor de leefbaarheid in Voorthuizen,

waarbij gedacht moet worden aan problemen op het gebied van verkeersafwikkeling,

verkeersveiligheid en woon- en leefmilieu.

Daarnaast staat ook de bereikbaarheid van het bedrijventerrein Harselaar onder druk, mede

vanwege de uitbreiding van het bedrijventerrein Harselaar (Harselaar Zuid).

In relatie tot de druk op de bestaande verkeersstructuur is ook relevant om te noemen de intensivering

van het recreatieterrein Zeumeren en de aanleg van het transferium Barneveld-noord

op het bedrijventerrein Harselaar.

In paragraaf 4.2 wordt uitgebreid ingegaan op de verkeersproblematiek in het algemeen en in

Voorthuizen/Barneveld.

Probleemstelling

De probleemstelling kan op grond van het voorgaande als volgt worden samengevat:

- de provinciale weg N303 is zwaar belast mede als gevolg van doorgaand (vracht)verkeer;

- het intensieve doorgaande verkeer tast de leefbaarheid in de kern Voorthuizen in sterke

mate aan; het gaat daarbij vooral om verkeersafwikkeling, verkeersveiligheid en verkeersleefbaarheid

(geluidshinder, barrièrewerking, oversteekbaarheid) en verkeersonveiligheid;

- het bedrijventerrein Harselaar is met het oog op de toekomstige uitbreiding (Harselaar

Zuid) onvoldoende bereikbaar.

 

Probleem- en doelstelling beleidskader 9

354.10523.02

2.3. Doelstelling studie

Aan de hand van de probleemstelling kan de doelstelling van de voorgenomen activiteit als

volgt worden geformuleerd:

- het verbeteren van de verkeersafwikkeling en daarmee de bereikbaarheid in de kern

Voorthuizen door het realiseren van de omleiding van de N303 bij Voorthuizen;

- het verbeteren van de bereikbaarheid van de recreatiegebieden ten oosten van Voorthuizen

(niet door de kern Voorthuizen heen);

- in het verlengde van bovengenoemde twee punten wordt ook gestreefd naar het optimaliseren

van de verkeersveiligheid en leefbaarheid in Voorthuizen;

- het ontsluiten van de uitbreiding van het bedrijventerrein Harselaar (Harselaar Zuid) richting

A1 en de Wesselseweg (N800);

- het optimaal inpassen van de nieuwe weg met betrekking tot het milieu, de natuur en het

landschap.

Op basis van deze doelstellingen dient in het MER te worden gezocht naar het optimale tracé.

Hiervoor moet in de besluitvorming over dit project een evenwicht worden bereikt tussen verkeersaspecten

(bereikbaarheid en verkeersveiligheid), planologische aspecten (sociaal-economische

en ruimtelijke ontwikkelingen), leefbaarheidaspecten (zoals geluidshinder, luchtverontreiniging

en externe veiligheid) en natuur en landschap.

2.4. Beleidskader

Met betrekking tot het studiegebied zijn een aantal relevante besluiten en beleidsvoornemens

genomen, die van invloed kunnen zijn op de omleiding van de N303. In bijlage 3 wordt uitgebreid

ingegaan op het voor het studiegebied relevante beleidskader. Figuur 2 is hier weergegeven

als samenvatting van het beleidskader. Hierin zijn de belangrijkste functies, waarden en

toekomstige ontwikkelingen die volgen uit het beleidskader weergegeven.

Probleem- en doelstelling beleidskader 10

354.10523.02

blanco pagina

354.10523.02

3. Voorgenomen activiteit en tracéalternatieven 11

3.1. Inleiding

In dit hoofdstuk is ten eerste een korte beschrijving gegeven van de voorgenomen activiteit: de

omleiding van de N303 ter hoogte van Voorthuizen en in relatie hiermee het ontsluiten van Harselaar

Zuid. Vervolgens wordt uitgebreid ingegaan op het vooronderzoek naar onderzochte tracéalternatieven

en de motivering van de te onderzoeken alternatieven in het MER.

3.2. Voorgenomen activiteit

Het project richt zich op het realiseren van twee wegverbindingen die sterk met elkaar samenhangen,

namelijk:

- het realiseren van een nieuwe verbinding tussen de bestaande N303 (tussen Putten en

Voorthuizen) en de rijksweg A1 via een aansluitpunt op de N344;

- het realiseren van een nieuwe verbinding tussen de A1 en de Wesselseweg (N800) ten

behoeve van de ontsluiting van het bedrijventerrein Harselaar Zuid.

Voor beide wegen zijn door de initiatiefnemer de volgende uitgangspunten gesteld, waarbij onderscheid

is gemaakt in structuur van de weg, wegcategorie en aansluitingen op andere infrastructuur.

Structuur/doelstelling

- Een nieuwe wegverbinding tussen de N303 en de rijksweg A1 (ten noorden van Voorthuizen).

- Een nieuwe wegverbinding tussen de A1 en de Wesselseweg (N800) ten behoeve van

Harselaar Zuid.

- De ecologische structuren en natuurmonumenten worden niet aangetast of waar mogelijk

gecompenseerd.

Wegcategorie

- 2x1 provinciale weg met gelijkvloerse kruisingen, ten zuiden van de A1 geldt een gemeentelijk

regime.

- Binnen de bebouwde kom is sprake van een ontwerpsnelheid 50 km/h, buiten de bebouwde

kom is de ontwerpsnelheid 80 km/h.

Aansluitingen op het rijks- en gebiedsontsluitende wegen

- De rijksweg A1.

- De provinciale weg N303 Voorthuizen-Putten.

- De Rijksweg/Apeldoornsestraat (N344).

- De Wesselseweg (N800).

3.3. Uitgangspunten en randvoorwaarden

Uitbreiding bedrijventerrein Harselaar

De gemeente Barneveld heeft het voornemen om het bedrijventerrein Harselaar in zuidelijke en

oostelijke richting uit te breiden (Harselaar Zuid). Vanwege deze ontwikkeling hecht de gemeente

groot belang aan een oostelijke gemeentelijke randweg met een nieuwe aansluiting op de

rijksweg A1. Een oostelijke randweg bij Voorthuizen kan dan naar het zuiden worden doorgetrokken

ten behoeve van de verkeersafwikkeling van het in ontwikkeling zijnde nieuwe bedrijventerrein

Harselaar Zuid.

 

Voorgenomen activiteit en tracéalternatieven 13

354.10523.02

Zowel de oostelijke randweg als de uitbreiding van Harselaar is opgenomen in de door de gemeenteraad

vastgestelde Structuurvisie Barneveld 2015 (2003). De oostelijke omleiding bij

Voorthuizen is daarbij ten zuiden van de A1 doorgetrokken naar de Wesselseweg (zie bijlage

3).

In het (eindconcept) MER Harselaar Zuid wordt de uitbreiding van het terrein zowel ontsloten

via een verbinding met de Stationsweg/Baron van Nagellstraat en Wesselseweg als met een

nieuwe verbinding met de A1.

Samenhang procedure

Het MER Harselaar Zuid is reeds als eindconcept afgerond. Gezien de onduidelijkheden rond ontsluiting

van het bedrijventerrein heeft de gemeente besloten de verdere procedure van dit MER af te stemmen op

de m.e.r.-procedure voor de omleiding N303 Voorthuizen/ontsluiting Harselaar Zuid.

Randvoorwaarden Rijkswaterstaat

In de Nota Ruimte en de Nota Mobiliteit (beide nota's zijn procedureel nog niet afgerond) geeft

het Rijk aan nieuwe doorsnijdingen door infrastructuur te willen voorkomen. Dit betekent dat het

Rijk niet instemt met een doortrekking van de A30.

Een belangrijk aandachtspunt voor het Rijk is daarnaast in hoeverre een nieuwe aansluiting

Harselaar Oost (met veel vrachtverkeer) op de A1, dicht bij twee andere aansluitingen (A1/A30

en de Baron van Nagellstraat N303), verkeersproblemen oplevert. De A1 moet immers als belangrijke

achterlandverbinding blijven functioneren.

Met het oog op de ontwikkelingen in het plangebied heeft Rijkswaterstaat de volgende (harde)

voorwaarden opgesteld.

Westelijke omleiding (tracéalternatief I)

- De meerkosten als gevolg van een westelijke omleiding Voorthuizen via het knooppunt

A1/A30 (extra viaducten e.d.) komen voor rekening van de initiatiefnemer (provincie, gemeente).

- Er moet minimaal sprake zijn van een gebiedsontsluitende weg (100 km/h buiten de bebouwde

kom), welke aansluit op andere gebiedsontsluitende wegen.

Oostelijke omleiding (tracéalternatief II)

- Bij een nieuwe aansluiting op de A1 (Harselaar Oost) dient de bestaande aansluiting van

de Zelderseweg komen te vervallen.

- De meerkosten bij het vervallen van de bestaande aansluiting (N301/Zelderseweg) komen

voor rekening van de initiatiefnemer (provincie, gemeente).

- Er moet minimaal sprake zijn van een gebiedsontsluitende weg (80 km/h buiten de bebouwde

kom), welke aansluit op andere gebiedsontsluitende wegen.

3.4. Trechtering tracéalternatieven

Voorgeschiedenis

Het aanpakken van de problemen op de N303 en de omgeving daarvan had in eerste instantie

een breder perspectief en was gericht op het realiseren van een verbinding tussen de bestaande

aansluitingen A1 Barneveld en A28 Strand Nulde. In dat kader heeft de provincie eerst

een globale ruimtelijke verkenning laten uitvoeren (IBZH, 2001).

Het nieuwe Provinciale Statenakkoord van april 2003 heeft geleid tot wijziging van de uitgangspunten

van het project. Door beperkte financieringsmogelijkheden valt de optie van een snelweg

af, een gebiedsontsluitende weg is centraal komen te staan. Alleen voor de omleiding van

de N303 ter hoogte van Voorthuizen (en Putten) is geld gereserveerd. Het accent van het project

verschuift daardoor van een doortrekking van de A30 naar een (plaatselijke) omleiding van

de N303. In bijlage 4 is een beschrijving van de voorstudies en verkenningen naar tracéalternatieven

opgenomen.

Voorgenomen activiteit en tracéalternatieven 14

354.10523.02

Mogelijke tracéalternatieven

De mogelijkheden voor verschillende tracéalternatieven worden sterk bepaald door de randvoorwaarden

die worden gesteld door het Rijk en de beschikbare financiële middelen. Voor de

omleiding van de N303 bij Voorthuizen zijn drie tracéalternatieven mogelijk (verwezen wordt

naar figuur 3), waarvan uiteindelijk in het MER twee nader zullen worden onderzocht:

- Tracé I: een tracé ten westen van Voorthuizen. Dit tracé houdt in dat geen nieuwe aansluiting

wordt gemaakt op de A1, maar gebruikgemaakt wordt van de bestaande aansluiting

N303 Baron van Nagellstraat. Het tracé verbindt de Wesselseweg aan de zuidzijde via de

nieuw aan te leggen Randweg Harselaar, waarbij de Baron van Nagellstraat bij Harselaar

net ten noorden van de A1 aftakt als rondweg langs de westkant van Voorthuizen naar de

Rubenstraat. In dit tracéalternatief is tevens een kortsluiting van de Rubenstraat naar de

Apeldoornseweg opgenomen. Voor dit tracé gelden de uitgangspunten met betrekking tot

de wegcategorie zoals aangegeven op pagina 11.

- Tracé II: een tracé ten oosten van Voorthuizen. Dit tracé houdt in dat een nieuwe aansluiting

wordt gemaakt op de A1 ten oosten van Voorthuizen. Het tracé verbindt de Wesselseweg

aan de zuidkant met de Apeldoornsestraat en in het verlengde daarvan de Rubensstraat

aan de noordzijde. Voor dit tracé gelden de uitgangspunten met betrekking tot de

wegcategorie zoals aangegeven op pagina 11.

- Tracé III: een tracé ten westen van Voorhuizen. Dit tracé houdt in dat vanaf de aansluiting

A1/A30 een nieuw verbinding als autoweg (100 km/h) ten noordwesten van de kern Voorthuizen

naar de Rubenstraat/Voorthuizerweg aangelegd wordt.

Tracé I

Het tracé I kan worden aangesloten op de bestaande aansluiting A1/Baron van Nagellstraat,

zodat geen bestaande aansluiting hoeft te worden opgeheven. De verkeersdruk op het zuidelijk

deel van de Baron van Nagellstraat zal toenemen, een nader onderzoek naar de verkeerstechnische

oplossingen moeten in het MER nadrukkelijk aandacht krijgen.

Tracé II

De gemeente Barneveld heeft het voornemen om het bedrijventerrein Harselaar in zuidelijke en

oostelijke richting uit te breiden. Vanwege deze ontwikkeling hecht de gemeente groot belang

aan tracé II, een oostelijke omlegging met een nieuwe aansluiting op de rijksweg A1. Een

oostelijke omlegging bij Voorthuizen kan dan naar het zuiden worden doorgetrokken ten

behoeve van de verkeersafwikkeling van het in ontwikkeling zijnde nieuwe bedrijventerrein

Harselaar Zuid.

Het rijksbeleid is dat een nieuwe aansluiting op een snelweg alleen mag worden gerealiseerd

als een andere aansluiting vervalt. Dit betekent dat de aansluiting van de N301 op de A1 zal

moeten vervallen (de Zelderseweg), en de financiële consequenties voor rekening van de

initiatiefnemer komen, hetgeen een nadeel is.

Dit heeft gevolgen voor de bereikbaarheid van de gemeente Nijkerk. In het MER dient ook dit

aspect te worden meegenomen

Tracé III

Tracé III gaat met een ruime boog om Voorthuizen heen. Nader onderzoek naar dit alternatief

wordt niet realistisch geacht, omdat:

- dit alternatief niet bijdraagt aan de bereikbaarheid van bedrijventerrein Harselaar;

- het tracé III doorsnijdt een relatief groot gebied, met ecologische en landschappelijk

waardevolle elementen;

- de meerkosten, als gevolg van de voorwaarden die het Rijk stelt, voor rekening van de de

initiatiefnemer komen; de meerkosten zijn de extra aanpassingen (extra viaducten e.d.) in

het knooppunt A1/A30 en de aanleg van een autoweg 100 km/h;

- de aansluiting van de N301 (de Zelderseweg) ook komt te vervallen, dit heeft eveneens

gevolgen voor de bereikbaarheid van Nijkerk; de financiële consequenties van het

opheffen van de aansluiting N301 komen voor rekening van de initiatiefnemer.

Gelet op bovenstaande wordt in de Startnotitie voorgesteld om de tracé-alternatieven I en II in

het MER te onderzoeken en het tracé-alternatief III niet nader te onderzoeken. Mochten de

genoemde voorwaarden voor trechtering vervallen of wijzigen, dan zal tracé III alsnog in het

MER worden meegenomen.

Voorgenomen activiteit en tracéalternatieven 15

354.10523.02

3.5. Te onderzoeken tracéalternatieven

In een MER dienen minimaal de volgende alternatieven te worden beschreven:

het

nulalternatief (referentiesituatie);

tracéalternatieven

(tracéalternatief I en II);

inrichtingsvarianten;

het

meest milieuvriendelijke alternatief (MMA).

Alternatieven en varianten

In deze startnotitie worden diverse alternatieven onderscheiden. Hiermee worden combinaties van infrastructurele

maatregelen bedoeld, waarmee de doelstelling van dit project kan worden gerealiseerd. Het

betreffen het nulplusalternatief, tracéalternatieven en het meest milieuvriendelijke alternatief. De tracéalternatieven

en -varianten moeten worden beschouwd als structuurlijnen, die mogelijke tracés aangeven

voor de omleiding van de N303.

Binnen een tracéalternatief kunnen inrichtingsvarianten worden onderscheiden. Dit zijn op onderdelen

kleine wijzigingen van een tracéalternatief. Te denken valt aan aard en locatie van aansluitingen, hoogteligging

of juist ingraving van een tracé(deel), etc. Deze worden in het MER alleen onderzocht indien ze leiden

tot onderscheidende milieueffecten.

Nulalternatief

In een nulalternatief wordt beschreven wat er in het studiegebied zal gebeuren als de voorgenomen

activiteit niet wordt uitgevoerd en geen aanpassingen in het bestaande wegennet worden

aangebracht.

Het nulalternatief - dus het niet doorgaan van de voorgenomen activiteit (het omleggen van de

N303) - is naar verwachting echter geen middel om het gestelde doel te bereiken. In m.e.r.-

termen betekent dit dat het geen "reëel in beschouwing te nemen" alternatief is. De beschrijvingen

van de huidige situatie en de autonome ontwikkelingen zullen in het MER echter de functie

van het referentiekader vervullen, waartegen de effecten die samenhangen met de andere alternatieven

en varianten worden afgezet.

Nulplusalternatief

In een nulplusalternatief wordt beschreven wat er in het studiegebied zal gebeuren als de voorgenomen

activiteit niet wordt uitgevoerd maar aanpassingen in de bestaande wegenstructuur worden aangebracht

om de beschreven verkeersproblemen op te lossen.

Het nulplusalternatief dient in ieder geval zoveel mogelijk gebruik te maken van de bestaande infrastructuur

en een regionale verbinding te vormen. Een nulplusalternatief is in dit project niet voorhanden, aangezien

een dergelijk alternatief door de kern van Voorthuizen zal lopen. Hierdoor wordt niet aan de doelstelling

van het project voldaan, namelijk verbeteren van de leefbaarheid in de kern.

Tracéalternatieven

Ter hoogte van Voorthuizen zijn meerdere tracéalternatieven mogelijk, namelijk ten westen of

ten oosten van de woonkern. De volgende tracéalternatieven worden als meest realistisch beschouwd

en meegenomen in het vervolgonderzoek (zie ook figuur 3):

- Tracéalternatief I: dit tracé loopt van de N303/Rubenstraat direct ten westen van de kern

Voorthuizen tot de Rijksweg. Vervolgens loopt het tracé ten westen van de Verbindingsweg

naar de bestaande Baron van Nagellstraat en de bestaande aansluiting op de A1.

Ten zuiden van de A1 zal Harselaar Zuid worden ontsloten door een nieuwe weg die in

eerste instantie via de Baron van Nagellstraat en de Stationsweg loopt. Ter hoogte van

Harselaar Zuid wordt het tracé in oostelijke richting doorgetrokken en buigt vervolgens af in

zuidelijke richting naar de Wesselseweg.

In dit tracé is daarnaast ook een kortsluiting van de Rubenstraat met de Apeldoornsestraat

opgenomen. Op dit tracéalternatief zijn de voorwaarden van Rijkswaterstaat niet van toepassing.

- Tracéalternatief II: uitgangspunt bij het oostelijk tracéalternatief is een nieuwe aansluiting

op de A1 (Harselaar Oost). Het tracé van dit alternatief begint bij de Rubensstraat en buigt

direct rond de kern van Voorthuizen af naar de Apeldoornsestraat. Vervolgens loopt het

tracé in zuidelijke richting, ten oosten van het recreatiegebied Zeumeren, naar de A1.

Vanaf de nieuwe aansluiting op de A1 wordt het tracé doorgetrokken in zuidelijke richting,

langs het bedrijventerrein Harselaar Zuid, naar de Wesselseweg.

Voorgenomen activiteit en tracéalternatieven 16

354.10523.02

Bandbreedte tracés

De aangegeven bandbreedte en aansluitpunten van de in figuur 3 weergegeven tracés zijn indicatief van

aard. De bandbreedte is voornamelijk bepaald door de belangrijkste ecologische, landschappelijke en stedenbouwkundige

waarden. In het MER volgt een nadere uitwerking van de tracés.

Inrichtingsvarianten

In het uit te voeren onderzoek in het MER zal tevens onderzocht moeten worden welke verschillende

inrichtingsvarianten mogelijk zijn. Gezocht zal worden naar varianten met een lage

milieubelasting. Vooralsnog wordt ervan uitgegaan dat de volgende aspecten centraal staan in

de inrichtingsvarianten:

de

aard en vormgeving van de verkeersaansluitingen;

de

ecologische, landschappelijke en landbouwkundige inpassing;

de

wijze van aanleg in relatie tot de omgeving;

maatregelen

ter voorkoming van nadelige effecten op de waterhuishouding.

Op basis van deze aspecten kan worden bepaald welke maatregelen kunnen worden getroffen

om de nadelige effecten voor het milieu zoveel mogelijk te beperken. Inrichtingsvarianten worden

enkel in het MER meegenomen indien ze leiden tot onderscheidende milieueffecten.

Meest milieuvriendelijk alternatief

Op grond van de Wet milieubeheer moet in een MER altijd een zogenaamd meest milieuvriendelijk

alternatief worden beschreven. Dit is het alternatief waarbij de nadelige gevolgen voor het

milieu worden voorkomen, dan wel zoveel mogelijk worden beperkt met gebruikmaking van de

beste bestaande mogelijkheden ter bescherming van het milieu. In het meest milieuvriendelijke

alternatief wordt onderzocht hoe het tracé vanuit milieuoogpunt zo goed mogelijk kan worden

ingericht en daarmee ook een zo beperkt mogelijke milieuaantasting kan worden bereikt. Mogelijk

zijn er ook maatregelen met een positief effect op het milieu.

Het meest milieuvriendelijk alternatief wordt beschouwd als een samenhangend pakket van

maatregelen en technische concepten waarmee voor het milieu een optimaal resultaat kan

worden bereikt. Als randvoorwaarde geldt dat het om een reëel uitvoerbaar alternatief moet

gaan, dat aan de doelstelling voldoet (probleemoplossend) en binnen de competentie van de

initiatiefnemer ligt.

Bovendien worden voor het gehele tracé maatregelen opgenomen die de effecten voor het milieu

zoveel mogelijk beperken c.q. verbeteren.

354.10523.02

4. Te onderzoeken aspecten 17

4.1. Inleiding

In het MER zal worden onderzocht welke milieugevolgen zullen optreden door een omleiding

van de N303 bij Voorthuizen c.q. ontsluiting van Harselaar Zuid. Het gaat hierbij zowel om negatieve

als positieve gevolgen, waarbij onderscheid zal worden gemaakt in blijvende en tijdelijke

effecten. In het MER zal worden nagegaan in hoeverre negatieve effecten met maatregelen

kunnen worden beperkt en op welke manier positieve gevolgen kunnen worden versterkt.

In het MER zullen de volgende milieuaspecten aan de orde komen:

- verkeer;

- landschap en cultuurhistorie;

- water en bodem;

- ecologie;

- woon- en leefmilieu;

- ruimtelijke ordening en economie.

Vooruitlopend op het MER wordt in deze startnotitie voor genoemde aspecten globaal inzicht

gegeven in de huidige situatie en in de mogelijke milieugevolgen van het tracé voor de omleiding

van de N303 bij Voorthuizen. Op basis van deze bevindingen worden de in het MER te onderzoeken

aspecten expliciet genoemd. In het op te stellen MER zal met name op deze punten

nader onderzoek worden verricht. Een definitieve opsomming van onderwerpen waaraan in het

MER aandacht zal moeten worden besteed, zal worden gegeven in de door het bevoegd gezag

vast te stellen richtlijnen.

De autonome ontwikkelingen1) in het plangebied worden per aspect geschetst en in het MER

als referentiekader voor de beoogde ontwikkeling nader uitgewerkt.

4.2. Verkeer

Algemene verkeersproblematiek

De kernen Voorthuizen en Putten worden doorsneden door oude verbindingswegen: de Voorthuizerstraat/

weg N303, de Rijksweg/Apeldoornsestraat N344, de Nijkerkerstraat/Oude rijksweg

N798. Deze verbindingswegen worden niet alleen gebruikt door het regionale verkeer maar ook

door (sluip)verkeer dat een snellere route zoekt tussen de A1 en de A28. De verkeersintensiteiten

op deze wegen liggen in de huidige situatie (1999/2002) tussen de 9.000 en 14.000 mvt/-

etmaal. Het verkeer veroorzaakt binnen de kernen, maar ook op de wegen daartussen overlast.

Er is sprake van knelpunten met betrekking tot de verkeersafwikkeling, de verkeersveiligheid en

de verkeersleefbaarheid (geluidshinder, oversteekbaarheid, etc.).

Omdat veel autoverkeer ten opzichte van de kernen als doorgaand verkeer is aan te merken,

zijn er omleidingen om deze kernen wenselijk. Dit zal leiden tot een toename van de leefbaarheid

in de kernen en kan bijdragen aan de wens van de gemeenten om de centra van de kernen

meer autoluw te maken.

Onderstaand wordt nader ingegaan op de lokale verkeersproblematiek in Voorthuizen/Barneveld.

Er is gebruikgemaakt van bestaande verkeersonderzoeken. In bijlage 5 wordt nader ingegaan

op de hier beschreven problematiek. Voor het op te stellen milieueffectrapport is een

nieuw, geactualiseerd verkeersmodel opgesteld, zodat een eenduidig beeld wordt verkregen

van de huidige en toekomstige verkeersbelasting van het plangebied.

1) Onder autonome ontwikkelingen worden verstaan de verwachte ontwikkelingen in het gebied indien het voornemen

niet wordt gerealiseerd.

Te onderzoeken aspecten 18

354.10523.02

Voorthuizen/Barneveld

In het gebied tussen Barneveld-Harselaar en Voorthuizen zijn diverse ontwikkelingen voorzien,

waaronder de stedenbouwkundige ontwikkelingen in Barneveld en Voorthuizen en de ontwikkeling

van het bedrijventerrein Harselaar. Naast de algemene autonome mobiliteitstoename, zal

dit naar verwachting leiden tot een aanzienlijke verkeersgroei.

De verkeersdruk concentreert zich op de provinciale verbinding N805 (Stationsweg)-N303 (Baron

van Nagellstraat), de aansluiting op de A1 bij de Harselaar en de doorgaande wegen door

Voorthuizen.

De conclusie is dat de kern Voorthuizen in 2020 een aanzienlijke hoeveelheid extra verkeer te

verwerken zal krijgen (zie ook bijlage 5). De toename van het verkeer heeft direct gevolgen voor

de leefbaarheid in Voorthuizen, waarbij gedacht moet worden aan problemen op het gebied van

verkeersafwikkeling, verkeersveiligheid en woon- en leefmilieu.

Bedrijventerrein Harselaar

Het bedrijventerrein Harselaar zal op termijn in zuidelijk richting worden uitgebreid. In het kader

van de uitbreiding wordt gezocht naar een verbetering van de ontsluiting.

Om de druk op de Baron van Nagellstraat te verminderen, Harselaar Zuid te kunnen ontsluiten

en tevens de bereikbaarheid met het achterland van Barneveld te verbeteren, is een nieuwe

ontsluiting op de A1 ten oosten van het bedrijventerrein gewenst.

Relevant om te noemen is eveneens de ontwikkeling van het transferium Barneveld-noord op

het bedrijventerrein.

Overige relevante ontwikkelingen

Het MER zal zich vooral richten op bovengenoemde problematiek. Daarnaast zijn nog een aantal

andere zaken van belang in relatie tot de problematiek:

- binnen de regio ondervinden ook de kern Nijkerk en Ermelo hinder van doorgaand verkeer

tussen de A1 en de A28 via de N301 respectievelijk N303;

- de intensivering van het recreatiegebied Zeumeren en de daarmee gepaard gaande verkeersdruk

op het wegennet;

- de congestie rond het autosnelwegknooppunt Hoevelaken en de druk daardoor op het wegennet

door het plangebied;

- de ontsluiting van de VINEX-locatie Vathorst;

- de uitbreiding van het bedrijventerrein Lorentz in Harderwijk.

Autonome ontwikkeling

Rijkswaterstaat heeft het doel om na 2013 de aansluiting van de A30 op de A1 om te bouwen

tot knooppunt van snelwegen.

Momenteel wordt door Rijkswaterstaat onderzoek gedaan naar verbreding van de A28 en A1

ter hoogte van het knooppunt Hoevelaken.

Op de A28 zal tussen knooppunt Hoevelaken en de aansluiting Nijkerk een nieuwe aansluiting

komen ter ontsluiting van de nieuwe woonwijk Vathorst en van de Nijkerkse nieuwbouwwijk

Corlaer. Deze aansluiting zal rond 2006 moeten zijn. Op de A1 zijn er naast een studie naar capaciteitsvergroting

geen noemenswaardige ontwikkelingen. Door middel van een Spoedwetprocedure

zullen op de A1 tussen het knooppunt Hoevelaken en Barneveld enkele noodzakelijke

maatregelen worden genomen.

In het Meerjarenprogramma Infrastructuur en Transport 2002 (MIT) staan eventuele aanpassingen

aan de A1 pas na 2010 op het programma. Pas na 2013 is er budget voor een ombouw

van de huidige aansluiting A1/A30. Wel staan er in 2004 maatregelen op stapel om de filevormingproblematiek

aan te pakken.

Relevante effecten verkeer en vervoer

De omleiding van de N303 als provinciale weg met gelijkvloerse kruisingen zal tot gevolg hebben

dat het doorgaande verkeer door de kern Voorthuizen zal worden beperkt. De sliert voertuigen

die zich door deze kernen wringen zullen naar verwachting (aanzienlijk) verminderen.

Behalve dat door een afname van de verkeersstromen de interne bereikbaarheid binnen de

kernen verbeterd, is hiermee met name ook de verkeersveiligheid en verkeersleefbaarheid gediend

(oversteekbaarheid en barrièrewerking; lucht- en geluidshinder, etc.).

Te onderzoeken aspecten 19

354.10523.02

De keuze van het tracé heeft ook invloed op de (verbetering van de) bereikbaarheid van het

bedrijventerrein Harselaar. Met name een oostelijke omleiding draagt bij de ontsluiting van het

bedrijventerrein.

Een ander gevolg van dit alternatief is dat daarmee de aansluiting van de Zelderseweg op de

A1 komt te vervallen (zie ook paragraaf 3.3) en de bereikbaarheid van Nijkerk vanuit het zuiden

(A1) onder druk komt te staan.

Een nieuwe verbinding kan wellicht ook tot nieuwe hinder leiden. Bijvoorbeeld doordat bestaande

wegen ter ontsluiting van percelen of bestaande routes worden doorkruist of worden

afgesloten. Gezien de functie van de nieuwe weg zal het aantal aansluitingen zoveel mogelijk

worden beperkt. Hierdoor kan barrièrewerking optreden voor het verkeer met een relatie aan

weerszijden van de weg. Het gaat daarbij om de bereikbaarheid van percelen aan weerszijden

van de weg voor het lokale verkeer, waarbij ook het lokale landbouwverkeer hinder kan ondervinden

van de barrièrewerking. Het betreft echter ook bijvoorbeeld de doorsnijding van fiets- en

wandelroutes binnen het gebied. Verder zal ook sprake zijn van andere hindereffecten zoals

met betrekking tot geluid, luchtkwaliteit en ecologische barrièrewerking. Deze aspecten komen

in andere paragrafen aan de orde.

Te onderzoeken aspecten

In het kader van het MER zullen de effecten van het voornemen worden onderzocht op:

- bereikbaarheid voor alle vervoerswijzen: het gaat daarbij voornamelijk om de kern

Voorthuizen en het bedrijventerrein Harselaar; daarnaast is ook de bereikbaarheid van de

gemeente Nijkerk relevant (via de Zelderseweg/A1);

- congestiekans: het gaat daarbij om de regionale wegen en de kern Voorthuizen;

- verkeersveiligheid: het gaat daarbij om de wijze waarop de verkeersveiligheid in de twee

kernen en op de wegen in het gebied kwalitatief wijzigt;

- barrièrewerking en oversteekbaarheid van wegen: het gaat daarbij zowel om de effecten

binnen als buiten de bebouwde kommen met aandacht voor de doorsnijding van bestaande

structuren en verbindingen;

- noodzakelijke herprofilering van de bestaande wegen: afhankelijk van de tracering van de

N303 zullen de toevoerende wegen naar de N303 mogelijk een (grotere) verkeersfunctie

krijgen; het kan noodzakelijk zijn het wegprofiel hierop aan te passen; hetzelfde geldt mogelijk

voor wegen die een verkeersfunctie verliezen;

- aard en situering aansluiting van kruisende wegen in relatie tot de beïnvloeding van de

verkeersstromen ten einde ongewenste verkeersstromen te voorkomen; het effect van

verkeersreductie in Nijkerk is bijvoorbeeld mede afhankelijk van het al dan niet aansluiten

van de N344 op de N303, maar ook van de mate van doorstroming op de N303 (onder

meer beïnvloed door het al dan niet ongelijkvloers uitvoeren van kruispunten).

Basis voor het milieuonderzoek vormt een onderzoek naar de verkeersintensiteiten.

4.3. Landschap en cultuurhistorie

Huidige situatie landschap

Het landschap van het studiegebied wordt beschouwd op drie niveaus:

- het landschap in wijder verband;

- het landschap binnen het studiegebied;

- het landschap in de directe omgeving van de alternatieven en varianten.

Het landschap in wijder verband

Het landschap van het studiegebied maakt deel uit van de groene buitenrand van de Randstad

Holland. In verstedelijkend Nederland ligt dit gebied in de periferie. Desalniettemin heeft zich

ook in dit gebied een stedelijk landschap gevormd dat tot uitdrukking komt in een netwerk van

grootschalige infrastructuur. Het voornemen betekent een uitbreiding van dit stedelijk netwerk in

het studiegebied.

In de groene buitenrand van de Randstad maakt het studiegebied deel uit van een complex van

landschappen die tezamen de ontstaanswijze van dit deel van Nederland weerspiegelen. Het

complex omvat het diepe spoor van een zeer oude gletsjer, de hooggelegen stuwwal van deze

Te onderzoeken aspecten 20

354.10523.02

gletsjer en de voor deze stuwwal afbuigende rivieren. Het diepe spoor omvat de Gelderse Vallei

en het IJsselmeer, de hoge stuwwal omvat het Gooi, de Utrechtse Heuvelrug en de Veluwe, en

de rivieren die liggen in de Betuwe. Delen van dit complex zijn op nationaal niveau als waardevol

geklasseerd: zo heeft de Veluwe de status van Nationaal Landschap. Voor grote delen van

het studiegebied geldt een beleid van behoud en herstel van de bestaande landschapskwaliteit.

Het landschap binnen het studiegebied

Het landschap in het studiegebied omvat twee complexen:

- het dekzandgebied tegen de stuwwal;

- het kleigebied aan de IJsselmeerkust.

Het dekzandgebied is ontstaan in de laagte van het gletsjerspoor: de Gelderse Vallei. Na terugtrekking

van de gletsjer heeft zich een stuifduinengebied ontwikkeld, dat in lange ruggen tegen

het Veluwemassief is blijven liggen. Ook het kleigebied langs de IJsselmeerkust is ontstaan in

de diepe delen van het gletsjerspoor, maar veel later, toen onder de invloed van de binnendringende

Zuiderzee het dekzandgebied werd geërodeerd en bedolven onder maritieme afzettingen.

Het dekzandlandschap is in fasen ontgonnen, waarbij de hoogteligging, vruchtbaarheid en de

aanwezigheid van water een belangrijke rol speelde. De ontginning leidde tot het kleinschalige

kampenlandschap van verspreide vestigingen en met hout omzoomde akkers, temidden van

uitgestrekte heidevelden. Dit landschap is tot op de huidige dag duidelijk te herkennen, zij het

dat de visueel open heiden op veel plaatsen met bos begroeid zijn geraakt en visueel sterk verdicht

zijn. Het kleigebied langs de IJsselmeerkust is als grasland in gebruikgenomen en heeft

tot de huidige dag zijn karakteristieke openheid behouden.

Tevens wordt het gebied ook gekenmerkt door de overgang van Veluwe naar de Gelderse Vallei

en naar de Randmeren. Hier zijn verschillende landgoederen aanwezig die tezamen een

ecologische verbindingszone vormen richting Gelderse Vallei.

Het landschap in de directe omgeving van de alternatieven en varianten

Het mogelijke tracé doorsnijdt een aantal typische ontginningslandschappen, die in het bovengenoemde

complex ontstaan zijn. Tussen Voorthuizen en Putten doorsnijden de mogelijke tracés

de oude heideontginning Huinen en het Huinerbroek, een voormalig moerassig heidegebied,

dat thans hoofdzakelijk als weidegebied wordt gebruikt. In de huidige situatie zijn de verschillen

tussen de oude en jonge heideontginningen in dit deel van het studiegebied weinig herkenbaar.

Ten westen van Putten doorsnijden de mogelijke tracés het kleinschalige overgangsgebied

tussen de dekzanden en de zeeklei.

In grote delen van dit gebied geldt een beleidsmatige strategie van landschapsbehoud en landschapsvernieuwing,

waarmee beoogd wordt de nivellering van de van oudsher duidelijk verschillende

en karakteristieke landschapsbeelden binnen het studiegebied tegen te gaan.

Autonome ontwikkeling landschap

Een deel van het studiegebied is aangewezen als strategisch actiegebied, als gevolg waarvan

extra aandacht zal worden geschonken aan gebundelde inzet van beleidsmiddelen. Hoewel

deze strategie vooral natuur op het oog heeft, kan als gevolg van de bundeling verwacht worden

dat ook landschapsbehoud en -vernieuwing in de aandacht komen. Met betrekking tot de

autonome ontwikkeling kan daarom verwacht worden dat specifieke landschappelijke kwaliteiten

zullen blijven bestaan.

Relevante effecten landschap

Milieueffecten op het aspect landschap kunnen ontstaan als gevolg van doorsnijding door

nieuwe infrastructuur. De fysieke aanwezigheid van het weglichaam heeft invloed op de herkenbaarheid

en samenhang in landschapsstructuren op regionaal en lokaal schaalniveau. Met

herkenbaarheid wordt bedoeld: de mate waarin het landschap geordende en waarneembare

informatie bevat met betrekking tot ontstaansgeschiedenis, gebruik en inrichting.

Nieuwe wegdelen zullen delen van het studiegebied doorsnijden die door het Rijk en de provincie

als waardevol in het beleid zijn vastgelegd. Het weglichaam en de aanwezigheid van kunstwerken,

geluidsbeperkende voorzieningen en eventuele gronddepots zullen een visuele invloed

in het landschap betekenen.

Te onderzoeken aspecten 21

354.10523.02

Te onderzoeken aspecten landschap

Om beter te kunnen inschatten met welke autonome ontwikkelingen rekening moet worden gehouden,

dient nader onderzocht te worden wat de structuur van de landbouw is in het perspectief

van het langjarige landbouwbeleid en de doelstellingen van de provinciale strategieën.

In het kader van het MER dient nader onderzocht te worden wat de effecten zijn van het voornemen

op de beelddragers van het landschap. Deze omvatten:

- het bebouwingspatroon;

- het patroon van wegen en waterlopen;

- het verkavelingspatroon;

- het beplantingspatroon;

- landschappelijke gaafheid van de landgoederen.

Tezamen geven deze patronen een beeld van de verschillende wijzen waarop het gedifferentieerde

grondpatroon heeft geleid tot verschillen in ontginning en landschapsvorming.

Cultuurhistorie en archeologie

Zowel het studiegebied zelf als artefacten daarin zijn materiële getuigen van cultuurperioden in

de geschiedenis van het Nederlandse landschap en van specifiek aan die cultuurperioden verbonden

gebruik van het landschap. De aspecten cultuurhistorie en archeologie worden echter in

deze startnotitie onderscheiden ten opzichte van het aspect landschap, in die zin dat herkenbaarheid

en "geheugen" (die de herkenbaarheid van het landschap) onderscheiden worden van

vastgestelde waarderingen ten aanzien van cultuurhistorie en archeologie.

De milieuaspecten cultuurhistorie en archeologie worden daarmee verbonden met objecten. Het

onderscheid is relevant omdat het landschap verbonden is met visuele en verwijzende kenmerken.

Op deze wijze wordt voorkomen dat dezelfde kenmerken in de beoordeling dubbel voorkomen.

In het studiegebied zijn cultuurhistorische waarden aanwezig in de vorm van:

- landgoederen;

- gebouwde monumenten;

- Belvedèregebieden;

- archeologisch waardevolle gebieden.

Met name in het gebied tussen de A1 en de A28 liggen een aantal landgoederen. Relevant om

te noemen zijn de landgoederen Gerven, De Prinsenkamp, Meerveld, Appel (Zuid en Noord),

Schaffelaar, Hell, Overhorst en het Wilbrinkbos.

Landgoederen

Landgoederen zijn een geheel of gedeeltelijk met bossen, natuurterreinen, landbouwgronden en landschapselementen

bezette onroerende zaak, waarop veelal een buitenplaats of andere bij het karakter van

het landgoed passende opstallen voorkomen.

De provincie streeft ernaar landgoederen als een economische eenheid in stand te houden. Dit betekent

dat op landgoederen voldoende mogelijkheden voor het handhaven van een duurzame landbouw en multifunctionele

bosbouw aanwezig moet blijven. Landgoederen zijn beschermd tegen ingrepen en functiewijzigingen

die de instandhouding onomkeerbaar maken. Aantasting van karakteristieke elementen dient te

worden voorkomen.

In het kader van deze startnotitie is nog niet onderzocht in welke mate gebouwde monumenten

op de tracés aanwezig zijn.

In het gebundelde rijksbeleid ten aanzien van cultuurhistorie (Belvedère) zijn in het studiegebied

twee Belvedèregebieden aangewezen, te weten "Nijkerk-Arkemheen" en "Speuld-Garderen".

Het gehele studiegebied is aangewezen als gebied met archeologische basiswaarden. Het gebied

langs de N303 tussen Voorthuizen en Putten richting Veluwe is aangewezen als gebied

met hoge archeologische basiswaarden. Mede als gevolg van het Verdrag van Malta (1992) zal

intensieve aandacht uitgaan naar de instandhouding en bescherming van archeologisch erfgoed.

Volgens het streekplan is het uitgangspunt het behoud/conservering van dit archeologisch

erfgoed in de bodem ter plekke. Waar mogelijk dient de planvorming voor gebieden met

archeologische waarden zodanig plaats te vinden dat ongestoorde handhaving wordt verzekerd.

Wanneer dit uiteindelijk niet mogelijk blijkt, wordt (veelal) overgegaan tot opgraving.

Te onderzoeken aspecten 22

354.10523.02

Relevante milieueffecten cultuurhistorie

Milieueffecten op de aspecten cultuurhistorie en archeologie ontstaan als gevolg van fysieke

aantasting door de tracévarianten, zoals doorsnijding van landgoederen, sloop van monumenten

en weggraven van het bodemarchief.

Te onderzoeken aspecten cultuurhistorie

In het kader van het MER dient nader onderzocht te worden welke de fysieke effecten zijn van

het voornemen op de cultuurhistorisch en archeologisch waardevolle objecten in het studiegebied.

Deze omvatten:

- de landgoederen (terreinbegrenzing, inrichtingsstructuur);

- de gebouwde monumenten (op de te onderzoeken tracés);

- de Belvedèregebieden (waardevolle gebiedsdelen op de tracés);

- de archeologisch waardevolle gebieden op de tracés.

4.4. Bodem en water

Huidige situatie bodem

Het studiegebied ligt op de overgang van de stuwwal bij Garderen naar de randmeren Eemmeer/

Nuldernauw. Als gevolg daarvan beslaat het grootste deel van het studiegebied een dekzandlandschap.

In het dekzandlandschap komen overwegend natte gronden voor (beek-, gooren

broekeerdgronden, afgewisseld met enkeerdgronden en in mindere mate met veld- en

moerpodzolgronden).

In het studiegebied komen een aantal geomorfologisch en aardkundig waardevolle gebieden

voor (zie figuur 2). Het betreft:

- de Appelse en Kruishaarse Heide: één van de laatste vennengebiedjes in de Gelderse

Vallei en daarom geomorfologisch waardevol;

- het gebied Gerven ten noorden van de Appelse Heide heeft een aantal opvallende dekzandruggen

en is morfologisch waardevol; in het gebied Terschuur ten noorden van de

huidige aansluiting A30/A1, vormen nog tamelijk gave en representatieve dal-dekzandruggen

en geomorfologisch waardevolle elementen.

Huidige situatie water

Het studiegebied valt binnen twee verschillende afwateringsgebieden.

Het noordelijk deel, het gebied ten oosten van de Schuitenbeek (beheersgebied Waterschap de

Veluwe) watert onder vrij verval via een stelsel van beken in westelijke richting af naar de zuidnoordgeoriënteerde

Schuitenbeek. De Schuitenbeek mondt uit in het Nuldernauw.

Het zuidelijk deel valt van het gebied (beheersgebied van Waterschap Vallei & Eem) water via

een stelsel van beken (bovenlopen) in westelijke richting af naar de Hoevenlaakse beek.

Het gebied wordt grotendeels gekarakteriseerd als intermediair gebied. Dat wil zeggen dat kwel

en infiltratie (in beperkte mate) elkaar afwisselen al naar gelang het seizoen en de klimatologische

omstandigheden. In de benedenstroomse delen van de beken ten oosten van de Schuitenbeek

en Veldbeek treedt kwel op. Het studiegebied valt voor een groot deel in dit hydrologisch

beïnvloedingsgebied. Dit betekent dat het onder invloed staat van grondwater afkomstig

van de stuwwal bij Garderen. Op de stuwwal geïnfiltreerd regenwater komt in het studiegebied

weer aan de oppervlakte. Door de bodempassage die het water heeft ondergaan, gaat het hierbij

om water van een zeer goede kwaliteit.

De aanwezige natuur is grotendeels afhankelijk van beschikbaarheid van voldoende water met

voldoende kwaliteit. De aanwezige natuur wordt gekenmerkt als (matig) verdroogd. Dat betekent

dat er onvoldoende (grond)water beschikbaar is voor natuur en/of dat door de noodzakelijke

aanvoer van water de waterkwaliteit niet voldoet.

Ondanks dat heeft een behoorlijk deel van de beken (met name ten oosten van de Schuitenbeek)

een hoge ecologische waterkwaliteit.

Te onderzoeken aspecten 23

354.10523.02

Autonome ontwikkeling

Ten aanzien van de geomorfologische en aardkundige waarden is het beleid erop gericht dat

ontwikkeling en uitbreiding van activiteiten die leiden tot verontreiniging, aantasting of uitputting

van de bodem of aantasting van de geomorfologie zoveel mogelijk moet worden voorkomen.

De voor water relevante ontwikkelingen houden in belangrijke mate verband met het versterken

van de natuurwaarden. Het gaat hierbij om beekherstel en verdrogingsbestrijding. In dit kader

wordt een meer natuurlijk peilbeheer nagestreefd waarbij de Waterbeheer 21e eeuwprincipes

zoals vasthouden, bergen en pas in laatste instantie afvoeren van water zoveel mogelijk worden

toegepast.

Watertoets

Op basis van de startovereenkomst waterbeheer 21e eeuw (op 14 februari 2001 getekend door Rijk, VNG,

IPO en de Unie van waterschappen) dient bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen de watertoets te worden

doorlopen. De watertoets verschaft inzicht in de consequenties van een ruimtelijk voornemen voor de waterhuishouding

en de wijze waarop eventuele negatieve effecten kunnen worden gecompenseerd/gemitigeerd.

Daarnaast worden de mogelijkheden verkend op welke wijze aanvullende maatregelen kunnen

worden genomen om invulling te geven aan duurzaam waterbeheer.

Overleg tussen de initiatiefnemer van een ruimtelijk plan en de waterbeheerders vormt een integraal onderdeel

van de Watertoets. Waterschap Vallei & Eem is vertegenwoordigd in de werkgroep voor het project

"omleiding N303". Daarnaast heeft reeds een overleg plaatsgevonden tussen initiatiefnemer, gemeenten

en beide waterbeheerders. De Waterschappen Veluwe en Vallei en Eem zullen hun adviezen

over de twee startnotities Voorthuizen en Putten op elkaar afstemmen.

Relevante effecten bodem en water

De verschillende alternatieven zullen mogelijk een aantal gevolgen met zich meebrengen. De

criteria voor de beoordeling van de voorgenomen activiteit hebben mogelijk betrekking op:

- de doorsnijding van geomorfologisch en bodemkundig waardevolle gebieden: het beleid is

gericht op het zo min mogelijk beïnvloeden/aantasten van deze gebieden;

- de doorsnijding van beeksystemen: het beleid is gericht op beekherstel (hermeandering,

natuurontwikkelingen, waterretentie) doorsnijding van beeksystemen is veelal strijdig met

beekherstel;

- de beïnvloeding van het grondwatersysteem: het grondwatersysteem is in belangrijke mate

bepalend voor de natuurwaarden in het studiegebied waarin op dit moment reeds verdroging

optreedt; nieuwe infrastructuur moet de grondwaterstroming (kwalitatief en kwantitatief)

zo min mogelijk aantasten en wanneer mogelijk een bijdrage leveren aan de verdrogingsbestrijding;

- de beïnvloeding van waterkwaliteit: door de bijzondere aanwezige geohydrologie zijn in het

gebied veel beeksystemen en oppervlaktewater met een hoog (het hoogste) ecologisch niveau;

nieuwe infrastructuur mag niet leiden tot een verslechtering van de waterkwaliteit.

Te onderzoeken aspecten

In het kader van het MER zullen de effecten van het voornemen worden onderzocht op:

- het geohydrologisch systeem: er moet meer inzicht zijn in het aanwezige geohydrologisch

systeem; op basis daarvan kan een inschatting worden gegeven van de effecten van (verdiepte)

wegaanleg op grondwaterstroming en verdroging;

- effecten op de oppervlaktewaterkwaliteit (run off en verwaaiing);

- de verandering in de oppervlaktewaterafvoer;

- de gebiedsspecifieke mogelijkheden voor het zuiveren van afstromend regenwater.

Te onderzoeken aspecten 24

354.10523.02

4.5. Ecologie

Huidige situatie

Het plangebied is opgebouwd uit waardevol agrarisch gebied en gebieden met natuurwaarden.

In het gebied ten noorden en ten westen van Voorthuizen is sprake van een landgoederenzone

met kleinschalige landbouw en bossen. Zuidelijk daarvan betreft voornamelijk open landbouwgebied.

Regionale ecologische structuur

Het studiegebied grenst aan de oostzijde aan de Veluwe, welke als speciale beschermingszone

is opgenomen in zowel de Vogelrichtlijn als de Habitatrichtlijn. Aangrenzend aan het studiegebied

bevind zich ten westen van de A28 de open laaggelegen polders van Arkemheen, welke

een speciale beschermingzone vormen uit de Vogelrichtlijn. Beide gebieden worden met elkaar

verbonden door een keten van landgoederen en heideterreinen, die alle als kerngebied zijn opgenomen

in de Ecologische Hoofdstructuur. Tot deze terreinen behoren onder andere het landgoed

Oldenaller en de Appelse Heide.

Het middelste deel van het studiegebied maakt onderdeel uit van een robuuste ecologische verbindingszone,

tracé Noord, tussen de Veluwe en de Utrechtse Heuvelrug. Deze verbinding is

door het Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij voorzien van het hoogst mogelijke

ambitieniveau: realisatie van een verbindingszone waarbij behoud van biodiversiteit op regionaal

en nationaal niveau en bij onvoorziene risico's wordt nagestreefd. Tevens wordt het edelhert

als doelsoort voor deze zone gebruikt wat aanvullende eisen voor de inrichting met zich

meebrengt. Een onderdeel van deze verbindingszone wordt gevormd door de ecologische verbindingszone

tussen de Appelse Heide en het Huinerveld (Veluwe), zoals beschreven in het

Gebiedsplan natuur en landschap Gelderse Vallei.

Ten zuiden van de A1 is een ecologische verbindingszone voorzien ter plekke van de Esvelderbeek,

welke in oost-westrichting loopt. De verbindingszone is tevens verbonden met het landgoed

Schaffelaar. Zowel de verbindingszone als het landgoed maakt eveneens deel uit van de

EHS.

Plangebied

Het studiegebied bezit een grote diversiteit aan dier- en plantensoorten. Diverse ecologische

atlassen en het Natuurloket (www.natuurloket.nl) onderschrijven dit. Op deze website van het

Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Voedselkwaliteit wordt aangegeven hoeveel soorten

(internationaal) te beschermen dier- en plantensoorten op kilometerhokniveau aanwezig is. Met

betrekking tot het studiegebied betekent dit dat de volgende te beschermen groepen aanwezig

zijn:

- (broed)vogels;

- zoogdieren;

- insecten (onder andere libellen en vlinders);

- reptielen;

- amfibieën;

- planten.

Hierbij dient in ogenschouw te worden genomen dat een aantal van deze dier- en plantensoorten

als strikt te beschermen soorten staan vermeld in Bijlage lV van de Habitatrichtlijn, zoals bijvoorbeeld

alle in het plangebied voorkomende soorten vleermuizen.

Het ontwerp Gebiedsplan natuur en landschap Gelderse Vallei geeft aan welke natuurdoelen

worden beoogd in het studiegebied. Daarnaast vormt nagenoeg het gehele plangebied een

aandachtsgebied voor das en amfibie.

Relevante effecten ecologie

Zowel de tijdelijke als de permanente ecologische effecten van de verschillende alternatieven

worden kwalitatief beschreven. Daarbij zal onderscheid worden gemaakt in effecten als gevolg

van de aanleg, de aanwezigheid en het gebruik van de weg. De beschreven effecten zullen per

variant worden vergeleken met de huidige situatie en de autonome ontwikkelingen.

De criteria voor de beoordeling van de voorgenomen activiteit hebben mogelijk betrekking op:

- de vernietiging van leefgebieden van te beschermen diersoorten door fysieke aantasting

en hydrologische effecten (onder andere verdwijnen houtwallen, aantasting landgoederen);

Te onderzoeken aspecten 25

354.10523.02

- de verstoring als gevolg van verandering van de milieukwaliteit (geluid, verlichting,

verkeersbeweging), zowel in het plangebied zelf als daarbuiten (externe effecten op speciale

beschermingszones);

- de aantasting van ruimtelijke ecologische samenhang (versnippering);

- de ontwikkeling van nieuwe natuurwaarden (in samenhang met vergroting waterbergend

vermogen).

De gevolgen van de verschillende alternatieven zullen vooral betrekking hebben op natuurwaarden

in de bestaande natuurgebieden, beheersgebieden, natuurontwikkelingsgebieden en

de robuuste ecologische verbindingszone. Daarnaast dienen de gevolgen van de alternatieven

op beide speciale beschermingszones inzichtelijk te worden gemaakt.

Te onderzoeken aspecten

Samengevat worden in het MER de effecten van de verschillende alternatieven onderzocht op:

- alle aanwezige diersoorten en hun leefgebied (habitat) binnen het studiegebied die bescherming

genieten onder de Flora- en faunawet (de soortsbescherming uit de Vogelrichtlijn

en de Habitatrichtlijn zijn in deze wet geïmplementeerd), waaronder broedvogels,

zoogdieren, amfibieën, reptielen en insecten;

- vegetatiekundige en/of ecologische waardevolle delen van het plangebied en daarbuiten;

- in en om het plangebied aanwezige natuurgebieden, de speciale beschermingszones uit

de Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn en overige gebieden met een beleidsmatige status;

- toename van het oppervlak gehinderd gebied;

- de robuuste ecologische verbindingszone;

- mitigerende en compenserende maatregelen.

Indien blijkt dat de beschikbare informatie niet toereikend is om een duidelijk beeld te krijgen

van de hier aanwezige natuurwaarden zal aanvullend veldonderzoek noodzakelijk zijn.

4.6. Woon- en leefmilieu

De aandacht bij het aspect woon- en leefmilieu gaat primair uit naar de beleving van de omgeving

door bewoners en gebruikers van het gebied. Hierbij zijn met name de bestaande woningen

van belang.

Voor het aspect woon- en leefmilieu wordt met name ingegaan op aspecten die hinder veroorzaken

voor de woonomgeving. Op basis van de aard van het voornemen en het karakter van

het gebied is het vooral relevant om te kijken naar wegverkeerslawaai, luchtkwaliteit en externe

veiligheid ten opzichte van (bestaande) woningen.

4.6.1. Wegverkeerslawaai

Huidige situatie en autonome ontwikkeling

Zoals eerder in dit rapport is geconstateerd zal de komende jaren de verkeersintensiteit op de

wegen in het gebied toenemen. Als gevolg hiervan zal de hinder in de vorm van wegverkeerslawaai

ook toenemen. Met andere woorden, de situatie zal verergeren.

Relevante effecten wegverkeerslawaai

Nieuwe hinder zal worden ondervonden doordat er een nieuwe geluidsbron ontstaat. Weliswaar

neemt dergelijke hinder voor de bestaande hindergevoelige bestemmingen af bij afname van de

verkeersintensiteit op het huidige traject, maar er zullen mogelijk langs het nieuwe tracé ook

nieuwe hindersituaties bijkomen.

Te onderzoeken aspecten

In het MER zullen de effecten van het voornemen worden onderzocht op:

- toe- of afname van het aantal geluidsgehinderden;

- toetsing aan normen van externe veiligheid.

Te onderzoeken aspecten 26

354.10523.02

4.6.2. Luchtkwaliteit

Huidige situatie en autonome ontwikkeling

In de huidige situatie loopt de N303 door de kernen van Voorthuizen en Putten. Hoge verkeersintensiteiten

hebben invloed op de lokale luchtkwaliteit en daarmee mogelijk op de leefkwaliteit.

Dit kan ook van betekenis zijn voor de wegen waar sprake is van sluipverkeer. Het is

thans niet bekend of er ook daadwerkelijk overschrijding van de luchtkwaliteitsnormen plaatsvindt.

Aangezien de komende jaren de verkeersintensiteiten naar verwachting op de betreffende

wegen zullen toenemen, zal als gevolg hiervan ook de luchtkwaliteit afnemen.

Relevante effecten luchtkwaliteit

De omleiding van de N303 moet enerzijds leiden tot minder verkeer in de kernen en daarmee

een verbetering van de luchtkwaliteit in de kernen. Anderzijds leidt de aanleg van nieuwe infrastructuur

mogelijk tot nieuwe hindersituaties.

Te onderzoeken aspecten

In het MER zullen de effecten van het voornemen worden onderzocht op:

- toe- of afname van het aantal gehinderden voor luchtkwaliteit;

- toetsing aan de luchtkwaliteitsnormen zoals genoemd in het Besluit luchtkwaliteit.

4.6.3. Externe veiligheid

Huidige situatie en autonome ontwikkeling

In het huidige gebied van de wegenstructuur is het aandeel vrachtverkeer relatief groot. Naar

alle waarschijnlijkheid vindt er ook vervoer van gevaarlijke stoffen plaats over de bestaande

wegenstructuur, met name over de N303. Dit leidt tot bepaalde risico's ten opzichte van gevoelige

functies als woningen. Het is niet bekend of langs de betreffende wegen sprake is van

overschrijding van de veiligheidsnormen. De toename van verkeer in de toekomst leidt mogelijk

ook tot een verhoging van de risico's.

Relevante effecten externe veiligheid

Vanwege de doorgaande verbinding die de N303 krijgt, is het de verwachting dat het bestaande

vervoer van gevaarlijke stoffen zich naar deze weg verplaatst. Dit leidt mogelijk tot afname van

de risico's in de bestaande kernen, echter een toename bij de woongebieden nabij de nieuwe

N303.

Te onderzoeken aspecten

In het MER zullen de effecten van het voornemen worden onderzocht op:

- toe- of afname van de risico's voor externe veiligheid in bestaand woongebied;

- toetsing aan normen van externe veiligheid.

4.7. Ruimtelijke ordening en economie

Huidige situatie en autonome ontwikkelingen

In de huidige en met name de toekomstige situatie zullen er nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen

plaatsvinden in het studiegebied. Zo zijn er nieuwe woon- en werkgebieden voorzien en zullen

ook recreatieve en natuurlijke functies worden ontwikkeld of versterkt. Relevant in dat kader is

ook het reconstructieplan voor dit gebied en zullen de gevolgen voor het functioneren van de

landbouw in beeld moeten worden gebracht.

Relevante effecten ruimtelijke ordening en economie

De omleiding van de N303 kan gevolgen hebben voor de hiervoor geschetste ontwikkelingen.

Een nieuw tracé dient rekening te houden met de ligging van nieuw geplande woon- of werkgebieden.

Daarnaast kan doorsnijding van landbouwgebieden door nieuwe infrastructuur gevolgen

hebben voor met name de landbouwfuncties in het gebied en voor de recreatie. Voor bedrijventerreinen

(en deels ook voor woongebieden) heeft het een mogelijk positief effect indien

deze gebieden door de nieuwe infrastructuur beter worden ontsloten.

Te onderzoeken aspecten 27

354.10523.02

Te onderzoeken aspecten

In het MER zullen de effecten van het voornemen worden onderzocht op:

- de ruimtelijke mogelijkheden voor nieuwe woon- en werklocaties;

- toetsing op (eventuele) kwantitatieve effecten op ruimte voor nieuwe woon- en werklocaties;

- de effecten op recreatie, toegespitst op de doorgaande wegen; zowel de kwaliteit van verbindingen

als eventuele afsluiting ervan zijn factoren die van invloed zijn op de recreatie;

- de effecten op landbouw, toegespitst op ruimtebeslag, barrièrewerking, versnippering en

gevolgen voor de bedrijfsvoering;

- de gevolgen van het ombouwen aansluiting A30/A1 tot een knooppunt (na 2013);

- effecten op overige relevante economische activiteiten.

Te onderzoeken aspecten 28

354.10523.02

Blanco pagina

354.10523.02

5. Procedure en tijdsplanning 29

Het MER dient ter onderbouwing van een herziening van het streekplan. In de m.e.r.-procedure

worden de volgende fasen onderscheiden.

Belangrijke partijen in de m.e.r.-procedure

- Initiatiefnemer: de initiatiefnemer is verantwoordelijk voor het opstellen van de startnotitie en het

MER. In dit project is Provinciale Staten initiatiefnemer.

- Bevoegd gezag: het bevoegd gezag is verantwoordelijk voor vaststelling van de uiteindelijke producten.

In dit geval is Gedeputeerde Staten het bevoegd gezag.

- Commissie voor de m.e.r.: de commissie voor de m.e.r. is een onafhankelijk adviesorgaan die adviseert

over de inhoud van de richtlijnen en het uiteindelijke Milieueffectrapport.

Startnotitie en richtlijnen

De startnotitie wordt door het bevoegd gezag voor inspraak ter inzage gelegd. Insprekers kunnen

aangeven welke onderwerpen naar hun mening in het MER aan de orde moeten komen.

Voor de inspraak wordt één informatiebijeenkomst georganiseerd.

Tegelijkertijd wordt de startnotitie toegezonden aan de wettelijke adviseurs, te weten de Commissie

voor de m.e.r., de Inspecteur Milieuhygiëne en de Regionale directie van het Ministerie

van Landbouw, Natuurbeheer en Voedselkwaliteit. Daarnaast zal de startnotitie tevens worden

toegezonden aan het ROB (Rijksdienst voor het Oudheidkundig Bodemonderzoek) en de waterbeheerders

(dit laatste in het kader van de watertoets). De Commissie voor de m.e.r. geeft

haar advies in de vorm van conceptrichtlijnen.

Daarna stelt het bevoegd gezag aan de hand van de inspraakreacties en adviezen de (definitieve)

richtlijnen vast. De richtlijnen geven aan welke onderwerpen in het MER moeten worden

behandeld en zijn als het ware "het spoorboekje" voor het MER.

Opstellen MER en partiële herziening Streekplan

Het onderzoek dat in het kader van het MER door de initiatiefnemer wordt uitgevoerd, vindt

plaats aan de hand van de richtlijnen. De initiatiefnemer zal daarbij overleg voeren met zowel

de betrokken gemeenten als met andere betrokken instanties. In dat overleg zullen ook belangenorganisaties

worden betrokken. De resultaten van het onderzoek zullen worden opgenomen

in het MER. Nadat het MER gereed is, wordt het bij het bevoegd gezag ingediend. Mede op

grond van de resultaten van het MER zal de partiële herziening van het streekplan worden

opgesteld. Naar verwachting zal gestart worden met het opstellen van de partiële herziening

wanneer het concept MER beschikbaar is.

Aanvaarding en inspraak

Het bevoegd gezag zal vervolgens beoordelen of het MER voldoet aan de vastgestelde richtlijnen.

Dit mondt uit in de zogenaamde aanvaarding door het bevoegd gezag. Na aanvaarding

van het MER, wordt het MER voor dit project bekendgemaakt en aan inspraak onderworpen.

De wettelijke adviseurs worden om advies gevraagd over het MER.

Toetsingsadvies Commissie voor de milieueffectrapportage

De Commissie voor de milieueffectrapportage zal het MER tenslotte als onafhankelijke partij

toetsen, waarbij adviezen, de richtlijnen en de inspraakreacties worden betrokken. De Commissie

zal toetsen of het MER de essentiële informatie bevat voor een besluit over de omleiding

van de N303.

Verdere procedure

De inspraak voor het MER en de inspraak voor de partiële herziening van het streekplan vindt

gelijktijdig plaats. De partiële herziening van het streekplan wordt eventueel aangepast en als

ontwerp ter visie gelegd. Hiermee vangt de vaststellingsprocedure aan.

In figuur 4 zijn de verschillende procedurestappen opgenomen die nodig zijn bij het opstellen

van het MER en voorontwerpstreekplan en tracévaststelling.

Procedure en tijdsplanning 30

354.10523.02

Figuur 4 Schema m.e.r.-procedure, streekplanherziening en tracévaststelling

IN = initiatiefnemer, BG = Bevoegd gezag

M.e.r. Streekplanherziening

tracévaststelling

Bekendmaking

Startnotitie

IN/BG Anderen

Overleg met gem.besturen

Anderen

Beroep

Opstellen

ontwerp-

Streekplan

Horen PPC

IN/BG

Inspraak/

advies

Opstellen

MER

Advies

richtlijnen

Cmer

Richtlijnen

Bekendmaking

MER Bekendmaking

ontwerp-

Streekplan

Inspraak/

advies

Terinzagelegging

Streekplan

Inspraak

Vaststelling

Streekplan/

Tracévaststelling

Toetsingsadvies

Cmer

Evaluatie

milieugevolgen

4w

9w

13w

(+max

8w

4w

5w

4w

6w

13w

(+max

8w

Vaststellen

MER

Vaststellen

ontwerp-

Streekplan

354.10523.02

Bijlage 1. Samenstelling overleggroepen

B1.1. Samenstelling ambtelijke projectgroep

-

Gemeente Nijkerk

- Gemeente Barneveld

- Gemeente Putten

- Waterschap Vallei en Eem

- Waterschap Veluwe

- Dienst Landelijk Gebied

- Provincie Gelderland

- RBOI-Rotterdam

B1.2. Samenstelling ambtelijke klankbordgroep

-

Provincie Utrecht

- Provincie Flevoland

- Rijkswaterstaat, directie Oost

- Gemeente Zeewolde

- Gemeente Ermelo

- Gemeente Amersfoort

B1.3. Samenstelling maatschappelijke klankbordgroep

-

Ver. Plaatselijke belang Voorthuizen

- Kamer van Koophandel Veluwe & Twente

- Gelderse Milieufederatie

- Dienst Landelijk Gebied

- Buurtvereniging Appel, Driedorp e.o.

- Buurtvereniging Prinsenkamp

- GLTO Gelderland

- Milieuwerkgroep Lunteren/Barneveld

- St. Natuur- en Milieubescherming Putten

- IVN Vereniging Natuur en milieueducatie

- Stichting Het Geldersch Landschap

- VNO-NCW Midden

- MLB-Nederland

- Buurtvereniging Steenenkamer

- Buurtvereniging Huinen

- Stichting Natuur- en Milieuzorg Noord West Veluwe

- Gelders Particulier Grondbezit

- IOP Industriële Kring Putten

- Buurtvereniging Garderbroek

- Buurtvereniging Steenkamp

- Barneveldse Industriële Kring

354.10523.02

Bijlage 2. Programma van Wensen en Eisen 1

B2.1. Inleiding

Naast de randvoorwaarden die binnen de voorgenomen activiteit zijn vastgesteld voor het project

moet het project zoveel mogelijk aansluiten bij de wensen en eisen die leven bij de projectomgeving.

Om deze wensen en eisen te achterhalen, is zowel een maatschappelijke als ambtelijke

klankbordgroep opgesteld. Middels enkele bijeenkomsten wordt leden van deze klankbordgroepen

de mogelijkheid geboden in een vroeg stadium mee te denken over dit project en

in het bijzonder de inhoud van de startnotitie, richtlijnen en daarmee het MER.

De inbreng van wensen en eisen van de leden van de klankbordgroepen is weergegeven in dit

Programma van Wensen en Eisen.

De provincie werkte tot in 2003 nog aan een onderzoek naar de mogelijke doortrekking van de

huidige A30 in een zogenaamde N30x tussen de A1 en de A28.

Met de verkiezing van de nieuwe Provinciale Staten (PS) in maart 2003 is het accent van de

oplossing verschoven. In plaats van een onderzoek naar de doortrekking van de A30/A1 naar

de A28 hebben PS geld beschikbaar gesteld voor plaatselijke omleidingen van de N303 bij

Voorthuizen en Putten. Zie ook bijlage 4.

Bij Voorthuizen staat bijvoorbeeld de aansluiting op de rijksweg A1 centraal. Voor de omleiding

van de provinciale weg bij Voorthuizen doorloopt de provincie Gelderland een aparte m.e.r.-

procedure. De verkeersstudie, een van de belangrijke onderzoeken voor het MER is wel integraal

uitgevoerd. Voor de studie naar de omleiding van de weg bij Putten en bij Voorthuizen

wordt dezelfde verkeersstudie toegepast.

Het programma van Wensen en Eisen is opgesteld in 2002/2003 tijdens de studie naar de

doortrekking van de A30 in een N30x en sluit daardoor soms niet aan op deze startnotitie die

alleen betrekking heeft op de omleiding van de N303 bij Voorthuizen.

B2.2. Ambtelijke klankbordgroep

In de bijeenkomsten van de ambtelijke klankbordgroep zijn onder andere de volgende onderwerpen

aan de orde gekomen:

Bovenregionaal belang

- Nu het doortrekken van de A30 in een N30x in studie wordt gebracht, is het zinvol de aanleg

van deze weg ook in een groter verband te bezien. Relevant in dat kader is bijvoorbeeld

een goede snelwegverbinding tussen Almere/Zuidwest Flevoland en het KAN-gebied.

Dit is met name voordelig voor Provincie Flevoland/gemeente Zeewolde.

- Tracé 1 (studie IBZH) is in dat geval een gunstig tracé; dit aspect eventueel zichtbaar maken

in beoordeling van de verschillende tracés.

- voor de regio is een goede noord-zuidverbinding van belang.

Beleid Rijkswaterstaat

- Het netwerk van snelwegen zal beperkt worden uitgebreid.

- Er wordt terughoudend omgegaan met het realiseren van nieuwe aansluitingen (nee, tenzij

beleid); nieuwe aansluitingen mogen niet bedoeld zijn voor het oplossen van lokale knelpunten.

- Het beschermen van ecologische waarden is van belang.

Verkeersmodel

- Belangrijk in deze studie is het gebruik van het verkeersmodel. Niet elk model is geschikt

om bijvoorbeeld kleinschalige ontwikkelingen in beeld te brengen.

Bijlage 2. Programma van Wensen en Eisen 2

354.10523.02

- Het verkeersmodel dient in ieder geval inzichtelijk te maken hoe verkeersstromen zullen lopen

bij verschillende tracés.

- Eveneens is het wenselijk in het verkeersmodel verkeersbewegingen van de nabijgelegen

gemeentes c.q. provinciale/rijkswegen op te nemen in het model.

- De provincie heeft dit probleem reeds onderkend en stelt een nieuw verkeersmodel op.

Overige onderzoeken

- Voor het bepalen van de toekomstige capaciteit van de A1 wordt momenteel een studie

uitgevoerd (gegevens verkrijgbaar bij Rijkswaterstaat). Afronding van de studie wordt verwacht

in 2004.

- Onderzoek naar nieuwe ontwikkelingen in Amersfoort (Vathorst) in relatie tot ontwikkelingen

A1.

- Studie reconstructie knooppunt Hoevelaken.

- In de nabije omgeving van het plangebied zullen ook een aantal wegen worden gereconstrueerd.

B2.3. Maatschappelijke klankbordgroep

Samengevat is het volgende in de maatschappelijke klankbordgroep aan de orde gekomen:

GLTO

Vrachtverkeer dient te worden geweerd op de N303 Putten-Voorthuizen, zodat vrachtverkeer

wordt gestimuleerd om te rijden over de A1 en A28. Een verbreding van de A1 en A28 is dan

eventueel een aanvullende oplossing.

Gepleit wordt voor zo min mogelijk ruimtebeslag van de weg in verband met intensief agrarisch

gebruik van het gebied. Het aanleggen van de weg en daardoor het gebruiken van landbouwgrond

geeft problemen in onder andere de herverkaveling.

Buurtvereniging Appel, Driedorp en omstreken

Als oplossing van de verkeersproblematiek tussen Voorthuizen en Nijkerk kan de op- en afrit

van de A1/A30 naar de Zelderseweg worden afgesloten. Het verbreden van de A1 en A28 heeft

de voorkeur van de buurtvereniging.

Vereniging Plaatselijk Belang Voorthuizen

Verkeersgroep Voorthuizen heeft een onderzoeksrapport opgesteld over de huidige verkeersproblemen.

De vereniging pleit met name voor een oostelijke omleiding bij Voorthuizen. De vereniging

pleit hoofdzakelijk voor het ondersteunen van een (gemeentelijke) oostelijke omleiding

bij Voorthuizen. De Vereniging geeft aan dat in de huidige situatie de files reeds voor bedrijventerrein

Hasselaar staan. Er wordt aandacht gevraagd voor toekomstig sluipverkeer op de

Nieuw Voorthuizerweg.

De vereniging stelt dat Voorthuizen niet gebaat is bij een westelijke omleiding in verband met

luchtkwaliteit en geluidhinder. Daarnaast worden de uitbreidingsmogelijkheden aan deze kant

van de kern onmogelijk.

Voorgesteld wordt de A1 en A28 te verbreden ter hoogte van het knooppunt Hoevelaken tot

Hoevelaken respectievelijk Putten. In combinatie hiermee dient de N303 tussen Voorthuizen en

Putten onaantrekkelijk te worden gemaakt voor vrachtverkeer en verbeterd te worden op het

gebied van (verkeers)veiligheid.

Landinrichtingscommissie Nijkerk-Putten

De landinrichtingscommissie wenst duidelijkheid over de status van de nieuwe weg, A30 of

N30. Het moet verder duidelijk zijn of er lokale of bovenregionale problemen moeten worden

opgelost.

Buurtvereniging Prinsenkamp

Het aspect verkeersveiligheid dient volgens de buurtvereniging Prinsenkamp te worden

onderzocht. Gestreefd moet worden naar een eenmalige oplossing. Het verbreden van de A1

en A28 heeft daarbij de voorkeur.

Bijlage 2. Programma van Wensen en Eisen 3

354.10523.02

Kamer van Koophandel

Gepleit wordt om de oostelijke omleiding Voorthuizen mee te nemen als autonome ontwikkeling.

Het Alternatief 8 (werkgroep Infrastructuur Harselaar) wordt als voorkeur aangegeven.

Voor een westelijke omleiding bij Voorthuizen wordt conform Alternatief 8 gepleit voor een tracé

langs de Hoevenlakense Beek. Met dit tracé wordt zo min mogelijk agrarische grond doorsneden

en sluit dichtbij de kom van Voorthuizen aan.

Ten aanzien van de omleiding bij Putten wordt voorgesteld het tracé over te nemen zoals is

weergegeven in de Structuurvisie van Putten. Het doortrekken van een omgelegde N303 naar

de A28 (Nulde) wordt van groot belang geacht. Dit ook mede met het oog op het ontlasten van

de kernen Ermelo en Harderwijk en een verbetering van de ontsluiting van bedrijventerrein Keizerswoert

en Benegas.

Stichting Natuur en Milieubescherming Putten

Vanuit natuur- en landschapsoverwegingen is de aanleg van een nieuwe weg volgens de stichting

niet gewenst. Nadere studie is wel gewenst om problematiek voor de verschillende belanghebbenden

inzichtelijk te maken. Geadviseerd wordt een kostenafweging te maken tussen de

nieuwe weg in relatie tot verkeersmaatregelen op lokaal niveau.

De stichting sluit zich aan bij genoemde nulplusalternatieven. Verder pleit de stichting voor het

weren van doorgaand vrachtverkeer op de N303 door bijvoorbeeld convenanten te sluiten met

een aantal bedrijven (onder meer in Harselaar). Een onderzoek naar omrijschade (extra reistijden/

brandstofkosten van de werknemers) bij gebruik van de A1/A28 in plaats van de N303 zou

een eerste aanzet kunnen zijn.

Gelderse Milieufederatie

De Gelderse Milieufederatie pleit voor een nulplusalternatief waarbij het doorgaand verkeer

(dus niet herkomst- of bestemmingsverkeer tussen Voorthuizen en Putten) zoveel mogelijk via

het rijkswegennet A1 en A28 wordt afgewikkeld. In het nulplusalternatief wordt zoveel mogelijk

gebruik gemaakt van het bestaande wegennet en vinden korte omleidingen bij Voorthuizen en

Putten plaats. Bij Voorthuizen pleit de Gelderse Milieufederatie voor een westelijke omleiding,

waarna deze ten noorden van Voorthuizen zo snel mogelijk aansluit op de bestaande N303. De

natuur- en landschapswaarden worden bij een westelijke omleiding minder aangetast dan bij

een oostelijke omleiding. Een korte omleiding betekent ook minder doorsnijding van de 'open

ruimte' ten westen van Voorthuizen. Een nieuwe aansluiting van Harselaar-Oost op de A1 vindt

de milieufederatie ongewenst, omdat dit de westelijke ontsluiting onmogelijk maakt. Het is meer

logisch om het bedrijventerrein ten noorden van de A1 en ten oosten van de westelijke aansluiting

verder te ontwikkelen.

Bij Putten pleit de milieufederatie voor een meer noordelijke omleiding, waarbij de omleiding

wordt geïntegreerd in de uitbreidingsplannen van Putten. Door een integrale aanpak wordt onnodige

versnippering van het buitengebied voorkomen. Een meer noordelijke omleiding betekent

ook dat over een langer traject de bestaande N303 kan worden gevolgd.

Te onderzoeken effecten in het MER zijn volgens de milieufederatie de gevolgen van de barrièrewerking

van een N303 voor het functioneren van de robuuste ecologische verbindingszone

tussen Veluwe en Utrechtse Heuvelrug en de ecologische koppeling van de landgoederen ten

westen van de N303 aan het Centraal Veluws Natuurgebied en het onderzoeken naar de mogelijkheden

om deze barrièrewerking te mitigeren.

Milieuwerkgroep Lunteren/Barneveld

Voor het bedrijventerrein Harselaar (Barneveld) wordt een MER opgesteld; de uiteindelijke ontsluiting

van dit bedrijventerrein is van belang voor onderhavige studie.

De milieuwerkgroep pleit voor een volwaardige aansluiting van het bedrijventerrein op de

A30/A1 (zie studie Witteveen+Bos, Harselaar, tracé 8).

De milieuwerkgroep pleit ook voor een onderzoek naar een verhoogde ligging van de N30x ter

bescherming van de flora en fauna en de aardkundige waarden (in plaats van de voorgestelde

verdieping van dit tracé).

Bijlage 2. Programma van Wensen en Eisen 4

354.10523.02

VNO-NCW Midden

Voor een omleiding bij Putten wordt voorgesteld het tracé over te nemen zoals is weergegeven

in de Structuurvisie van Putten.

Het doortrekken van een omgelegde N303 naar de A28 (Nulde) wordt van groot belang geacht.

Dit ook mede met het oog op het ontlasten van de kernen Ermelo en Harderwijk en een

verbetering van de ontsluiting van bedrijventerrein Keizerswoert.

VNO-NCW Midden streeft ernaar om op termijn de A30 door te trekken richting Nijkerk (aansluiting

op A28 Nijkerk). VNO-NCW pleit er dan ook voor om bij het onderzoeken van tracés in

het MER en het mogelijk maken van het uiteindelijke voorkeursalternatief geen blokkades voor

deze doortrekking op te werpen.

Buurtvereniging Steenenkamer

Het buurtschap wordt aangetast door het sluipverkeer via de Waterweg (vanuit Ermelo) en de

Nijkerkerkerstraat naar de A28 bij Strand Nulde. Dit wordt mede veroorzaakt doordat er bij de

aansluiting Nulde op de A28 geen goede ontsluiting richting Putten en Ermelo aanwezig is. Dit

moet ook worden opgelost.

Bij de huidige alternatieven is een doortrekking van de N303 vanaf de Nijkerkerstraat naar de

A28 niet meer mogelijk. Hierdoor zal naar verwachting de verkeersdruk ter hoogte van Steenenkamer

nog steeds erg groot blijven.

Gelders Particulier Grondbezit

De voorkeur gaat uit naar ondertunneling bij landgoederen, dat goedkoper is dan de aanleg van

wildviaducten.

354.10523.02

Bijlage 3. Beleidskader 1

In deze bijlage wordt een overzicht gegeven van relevante beleidskaders en besluiten die van

invloed kunnen zijn op de omleiding van de N303. Onderscheid wordt gemaakt in beleid op Europees-,

rijks-, provinciaal/regionaal- en gemeentelijk niveau.

Europees beleid

Verdrag van Malta

Bij nieuwe infrastructuur in gebieden met archeologische waarden, ook buiten landelijke gebieden

A en B, worden deze waarden zoveel mogelijk ontzien en wordt de infrastructuur zorgvuldig

ingepast. Mede als gevolg van het Verdrag van Malta (1992) zal intensieve aandacht uitgaan

naar de instandhouding en bescherming van archeologisch erfgoed. Volgens het streekplan is

het uitgangspunt het behoud/conservering van dit archeologisch erfgoed in de bodem ter

plekke. Waar mogelijk dient de planvorming voor gebieden met archeologische waarden zodanig

plaats te vinden dat ongestoorde handhaving wordt verzekerd. Wanneer dit uiteindelijk niet

mogelijk blijkt, wordt (veelal) overgegaan tot opgraving.

Het gehele studiegebied bestaat uit een gebied met archeologische basiswaarden. Alleen het

gebied tussen Putten en Voorthuizen langs de N303 richting Veluwe bestaat uit een gebied met

hoge archeologische basiswaarden.

Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn

Op Europees niveau zijn richtlijnen uitgevaardigd: de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn. De

Vogelrichtlijn voorziet in de bescherming van vogelsoorten, de Habitatrichtlijn in de bescherming

van overige waardevolle dier- en plantensoorten. Beide richtlijnen voorzien eveneens in de verplichting

voor de lidstaten van de Europese Unie om speciale beschermingszones aan te wijzen

ten behoeve van het behoud en bescherming van de leefgebieden van de te beschermen

soorten.

Het studiegebied is gesitueerd aan de oostzijde van de Veluwe, welke als speciale beschermingszone

is opgenomen in zowel de Vogelrichtlijn als de Habitatrichtlijn.

Rijksbeleid

Nota Ruimte (deel 3 PKB (kabinetsstandpunt), april 2004)

In april 2004 is het kabinetsstandpunt over de Nota Ruimte verschenen. Deze nota is gebaseerd

op de beleidsvoornemens van het Tweede Structuurschema Groene Ruimte en de Vijfde

Nota over de Ruimtelijke Ordening. In de nota worden vier algemene doelen geformuleerd: versterking

van de internationale concurrentiepositie van Nederland, bevordering van krachtige

steden en een vitaal platteland, borging en ontwikkeling van belangrijke (inter)nationale ruimtelijke

waarden en borging van de veiligheid. Meer specifiek voor steden en netwerken staan de

volgende beleidsdoelen centraal: ontwikkeling van nationale stedelijke netwerken en stedelijke

centra, versterking van de economische kerngebieden, verbetering van de bereikbaarheid, verbetering

van de leefbaarheid en sociaal-economische positie van steden, bereikbare en toegankelijke

recreatievoorzieningen in en rond de steden, behoud en versterking van de variatie

tussen stad en land, afstemming van verstedelijking en economie met de waterhuishouding en

waarborging van milieukwaliteit en veiligheid. Hiermee komt de nadruk meer dan in de Vijfde

Nota te liggen op economische ontwikkeling. Later dit jaar zal het kabinet de nieuwe Nota Mobiliteit

presenteren, die zich wat betreft ruimtelijke strategie baseert op de Nota Ruimte. Deze

strategie is er overigens op gericht om doorsnijding van infrastructuur waar mogelijk te voorkomen.

SVVV II / NVVP / Nota mobiliteit

Het formeel vigerende rijksbeleid met betrekking tot verkeer, vervoer, infrastructuur en transport

is vastgelegd in het Tweede Structuurschema Verkeer en Vervoer (SVVV II), waarvan de (finale)

regeringsbeslissing uit 1990 stamt. Een herziening van deze rijksnota vindt momenteel

plaats. In 2001 is het Beleidsvoornemen van het Nationaal Verkeers- en Vervoerplan (NVVP)

uitgebracht. Beide rijksnota's onderschrijven het belang van doorstroming op het hoofdwegenBijlage

3. Beleidskader 2

354.10523.02

net en geven voor de A1 op het betreffende traject een noodzakelijke verbreding aan. Het

NVVP geeft desondanks aan dat ondanks deze verbreding de trajectsnelheid op dit stuk snelweg

in 2010 en in 2020 tijdens de ochtendspits tussen de 60 en 80 km/h zal liggen. Er zal dus

sprake blijven van congestie op dit traject. Een specifieke uitspraak over de omleiding van de

N303 is in deze beleidsnota niet opgenomen. Wel streven beide nota's een waarborging en

verbetering na van de omgevingskwaliteit, verkeersveiligheid en barrièrewerking.

Het NVVP zal in deze vorm niet als rijksbeleid gaan fungeren en worden vervangen door de

Nota Mobiliteit. De Nota Mobiliteit zal op bepaalde onderdelen zijn gebaseerd op en een uitwerking

worden van de Nota Ruimte.

Nota Belvedère / Belvoir

De Rijksnota Belvedère geeft een visie op de wijze waarop met cultuurhistorische kwaliteiten

van het fysieke milieu in de toekomstige ruimtelijke inrichting van Nederland kan worden omgegaan.

Volgens het plan Belvoir omschrijft de nota Belvedère tal van maatregelen om de cultuurhistorie

op een volwaardige manier en vanaf de eerste planfase als wegingsfactor bij ruimtelijke

ordeningsplannen te betrekken.

Eén van de belangrijkste instrumenten uit de nota Belvedère is het gebiedsgericht beleid. Het

Rijk heeft gebieden en steden, die in cultuurhistorisch opzicht het belangrijkst zijn, aangewezen

als Belvedèregebieden of -steden. Het Rijk vraagt van de provincie om in deze gebieden een

actief beleid te voeren en deze gebieden zo nodig extra te beschermen.

In het studiegebied liggen twee Belvedèregebieden, te weten: "Nijkerk-Arkemheen" en "Speulde-

Garderen.

Flora- en faunawet

Per 1 april 2002 is de Flora- en faunawet in werking getreden. Deze nieuwe wet vervangt ten

dele de Natuurbeschermingswet (soortsbescherming), de Vogelwet en de Jachtwet. Daarnaast

is de soortbescherming uit de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn in deze wet geïmplementeerd.

Binnen de Flora- en faunawet heeft een groot aantal plant- en diersoorten een beschermde status.

Het betreft onder andere een aantal soorten die naar verwachting binnen de grenzen van

het plangebied aanwezig zullen zijn, maar waarvan mogelijk geen actuele data voorhanden zijn.

Het gehele plangebied kan als potentieel leefgebied dienen voor een aantal van deze soorten.

Besluit luchtkwaliteit (2001)

Op 19 juli 2001 is het Besluit luchtkwaliteit in werking getreden (Stb. 2001, 269). Het Besluit bevat

regels ter implementatie van Richtlijn 199/30 EG van de Raad van de Europese Unie van 22

april 1999, betreffende grenswaarden voor luchtkwaliteit. Dit besluit vervangt in één keer de vier

bestaande regelingen voor luchtkwaliteit (voor zwaveldioxide, stikstofdioxide en stikstofoxiden,

wevende deeltjes en lood). De betreffende grenswaarden moeten worden bereikt in 2010. In de

periode tot 2010 wordt de norm gefaseerd aangescherpt. Stikstofdioxide blijft de maatgevende

stof.

Provinciaal/regionaal beleid

Streekplan Gelderland (1996)

Het gebied waarin gezocht wordt naar een tracé voor de omleiding van de N303 is onderdeel

van de Gelderse Vallei. In dit gebied is de verstedelijkingsdruk vanuit de Randstad nadrukkelijk

aanwezig. Bij uitbreiding van de infrastructuur vermeldt het streekplan dat het beleid voor het

landelijk gebied richtinggevend is. Er wordt onderscheid gemaakt tussen landelijke gebieden A

t/m D, welke allemaal in en nabij het studiegebied voorkomen. Het grootste deel van het studiegebied

valt onder categorie B en C. In categorie B is de natuur de belangrijkste functie. Ontwikkelingen

van andere functies mogen de beoogde natuurdoelstellingen niet frustreren. Bescherming,

herstel en ontwikkeling van de natuur staan hier centraal. In categorie C ligt het accent op

de ontwikkelingsmogelijkheden van de functie landbouw.

Om de gestelde natuurdoelstellingen te realiseren is in een aantal gevallen hydrologische bescherming

noodzakelijk. Op de streekplankaart is voor het studiegebied een zogenoemd "regionale

hydrologisch beïnvloedingsgebied" terug te vinden. Binnen een hydrologisch beïnvloedingsgebied

mogen nieuwe ontwikkelingen en ingrepen niet leiden tot negatieve effecten op de

waterkwantiteit en -kwaliteit. Het beïnvloedingsgebied maakt onderdeel uit van de gewenste

natte verbindingszone (stroomgebied van de Veluwe naar de Randmeerkust via de beken).

Bijlage 3. Beleidskader 3

354.10523.02

De aanwezige landschappelijke en ecologische waarden staan echter onder druk door de aanwezigheid

van (intensieve) veehouderij. Vanwege de noodzaak om de extreem hoge milieubelasting

en de verdroging terug te dringen is een groot deel van het studiegebied benoemd als

strategisch actiegebied.

Het omleiding van de N303 wordt in het streekplan nog niet in zijn geheel mogelijk gemaakt. De

omleiding Putten is in studie, terwijl de omleiding Voorthuizen niet meer mogelijk is. De provincie

heeft het voornemen in 2004 een nieuw streekplan vast te stellen. Beide omleidingswegen

zullen hierin nog niet worden opgenomen.

Reconstructie Gelderse Vallei/Utrecht Oost (Startnotitie m.e.r., richtlijnen)

Vanwege de milieugevoeligheid c.q. milieuproblemen valt het gebied onder de Reconstructiewet.

Met behulp van de reconstructie wordt gestreefd naar een goede ruimtelijke structuur van

landbouw, natuur, landschap en andere functies. Op dit moment zijn voor het gebied Gelderse

Vallei/Utrecht Oost de startnotitie m.e.r. en de richtlijnen m.e.r. afgerond, het MER moet nog

worden opgesteld. Een eventuele omleiding van de N303 dient op deze plannen te worden afgestemd.

Milieuanalyse reconstructiegebied Gelderland en Utrecht-Oost (2002)

In samenwerking met TNO-MEP heeft Alterra een milieuanalyse gemaakt van de huidige situatie

en de situatie in 2015 op basis van de autonome ontwikkeling in de landbouw. Het onderzoek

heeft zich toegespitst op de drie belangrijkste milieuthema's ammoniak, nutriënten en

stank en is bedoeld als bijdrage op de planvorming voor de reconstructiegebieden.

Provinciaal Verkeers- en Vervoersplan (2003)

Het PVVP-2 is in oktober 2003 door Provinciale Staten vastgesteld. In dit beleidsplan is het verkeers-

en vervoersbeleid van de provincie voor de komende 10 jaar vastgelegd. De belangrijkste

opgave van dit provinciaal beleid is het garanderen van de bereikbaarheid en het verbeteren

van de verkeersveiligheid, leefbaarheid en milieu.

Binnen het plangebied worden leefbaarheidsproblemen gesignaleerd als gevolg van sluipverkeer

tussen Nijkerk en Voorthuizen en doorgaand verkeer door Voorthuizen. Een omleiding van

de N303 bij Putten en Voorthuizen wordt gezien als oplossing hiervoor. Een eventuele doortrekking

van N303 bij Putten naar de A28 moet nader worden onderzocht.

Gebiedsplan Natuur en Landschap Gelderse Vallei (2002)

Volgens het streekplan is het bereiken van een duurzame ontwikkeling op basis van een sterke,

robuuste ecologische structuur één van de hoofddoelen van het provinciaal omgevingsbeleid.

Binnen de als landelijke gebieden A en B aangeduide gebieden, waar natuur de belangrijkste

functie voor de ruimte vormt met tussenliggende verbindingen, wordt inhoud gegeven aan deze

rijksecologische hoofdstructuur (EHS). De provincie zet zich in voor de concrete realisering van

de EHS binnen deze gebiedscategorieën. Hierbij wordt versterking van de interne samenhang

van bestaande natuurgebieden nagestreefd.

Gebiedsplan Gelderse Vallei

Ter versterking van de samenhang tussen de afzonderlijke natuur- en bosgebieden, het Centraal

Veluws Natuurgebied (CVN) en de Utrechtse Heuvelrug", worden droge en natte verbindingszones

ontwikkeld. De stroomgebieden van de beken vormen hierbij een belangrijk aanknopingspunt

voor vernieuwing en versterking van de ecologische samenhang. Binnen een

dergelijk beinvloedingsgebied mogen als gevolg van ingrepen en ontwikkelingen geen negatieve

effecten op natuur in landelijk gebied B optreden.

In het studiegebied vormt een stroomgebied via beken een onderdeel van een natte verbindingszone.

Dit oppervlaktewater stroomt van hoog (Veluwe) naar laag (Randmeerkust).

De das, amfibieën en de ringslang zijn diersoorten welke het studiegebied als (onderdeel van

het) leefgebied hebben. Het ontbreken van (potentiële) verbindingen met leefgebieden elders,

onder andere door barrièrevorming door wegen, heeft de behoefte doen ontstaan de situatie te

verbeteren door ecologische verbindingen te realiseren. Hierbij gaat het om een droge verbindingszone

die de Veluwe verbindt met de Utrechtse Heuvelrug.

Bijlage 3. Beleidskader 4

354.10523.02

LNV heeft opdracht gegeven aan de provincie Utrecht en Gelderland op dit moment een "quickscan"

uit te voeren naar de realisering van een robuuste verbindingszone (onder andere voor

het edelhert). Deze zone wordt circa 1 km breed. Dit houdt in dat er een ecopassage voor groot

wild zal moeten komen.

Waterhuishoudingsplan Gelderland (1996)

Het Waterhuishoudingsplan geeft richtlijnen aan voor het behouden en verbeteren van de waterhuishouding

voor de maatschappelijke functie: landbouw, natuur, drinkwatervoorziening en

industrie. In het plangebied vormen de slechte waterkwaliteit en verdroging een bedreiging voor

de kwaliteit van de natuur. Ter versterking van de samenhang tussen de verschillende bos- en

natuurgebieden, het Centraal Veluws Natuurgebied en de Utrechtse Heuvelrug, worden droge

en natte verbindingszones ontwikkeld.

Waterbeheersplan Veluwe 2002-2006, Weloverwogen met water (Waterschap Veluwe,

2000)

In het waterbeheersplan is het rijks- en provinciaal waterbeleid vertaald naar het beheersgebied

van het waterschap. Leidende principes daarbij zijn:

- watersysteembenadering;

- waterketenbenadering;

- veiligheid;

- water als mede ordenend principe in de ruimtelijke ordening;

- niet afwentelen;

- ecologisch gezonde water- (en) natte landnatuur, ook in de stad.

Het plangebied valt binnen het stroomgebied Wolderwijd/Nuldernauw. Het beleid in dit stroomgebied

is specifiek gericht op beekherstel met als doel versterken van natuurwaarden, verdrogingbestrijding

en beperken van wateroverlast.

Waterbeheersplan Vallei en Eem 2000-2004 (Waterschap Vallei en Eem, 2000)

In het waterbeheersplan is het rijks- en provinciaal waterbeleid vertaald naar het beheersgebied

van het waterschap. De belangrijkste thema's hierbij zijn:

- een goede waterbeheersing;

- verdrogingbestrijding;

- verbetering waterkwaliteit;

- goede afstemming tussen water en stad;

- beekherstel;

- realisatie ecologische verbindingszones;

- rekening houden met recreatie, landschap en cultuurhistorie.

Regiovisie De Vallei (2004)

In de bestaande stedelijke centra van de regio De Vallei (Wageningen, Ede, Rhenen, Veenendaal,

Nijkerk, Barneveld, Leusden, Scherpenzeel, Renswoude en Woudenberg) wordt de komende

periode stevig geïnvesteerd. De analyse van de combinatie van bereikbaarheid van

openbaar vervoer of met de auto met de ligging (centraal of perifeer) bepaald het profiel van de

knopen.

Behalve de verhouding tussen de knopen in het WERV gebied is de relatie met Barneveld van

belang. De betekenis van de knoop van Barneveld zal toenemen door aanleg van het transferium

Barneveld-noord, de aansluiting van de Valleilijn op het spoor Amersfoort-Deventer, de

ontwikkelingen op Harselaar Zuid en de aanleg van de rondweg om Voorthuizen.

Concept Stroomgebiedsvisie (Veluwe en Vallei)

In het kader van WB21 is afgesproken dat onder regie van provincies (i.s.m. waterbeheerders

en het rijk) deelstroomgebiedvisies worden opgesteld. Daarin worden de gevolgen van klimaatverandering

op het waterbeheer en de daarmee samenhangende vraag naar ruimte voor water

in beeld gebracht met financiële gevolgen. Daarnaast wordt aandacht besteedt aan de overige

aspecten van water.

Doel van de stroomgebiedvisie is:

- bouwstenen leveren voor ruimtelijke plannen;

Bijlage 3. Beleidskader 5

354.10523.02

- bijdrage leveren aan het Nationaal Bestuursakkoord Water;

- referentiekader voor de toepassing van de watertoets.

Omgevingsplan Gelderland/Aardwetenschappelijke waarden (1996)

De studie Aardwetenschappelijke waarden is een achtergrondstudie van het Omgevingsplan

Gelderland. Aardwetenschappelijke waarden zijn volgens het streekplan van groot belang en

zullen worden ontzien. De bescherming van aardwetenschappelijke waarden heeft als doel het

behoud en herstel van specifieke bodemkwaliteiten en het behoud van bijzondere geomorfologische

verschijnselen. Volgens het streekplan dienen aardschappelijke waarden een belangrijke

rol te spelen bij planologische afwegingen.

Binnen het studiegebied zijn enkele geomorfologisch waardevolle gebieden gelegen. Het gaat

hierbij om een vennengebied (Appelse Heide) en enkele dekzandruggen (Gerven, Terschuur en

Driedorp).

Provinciaal Milieubeleidsplan

Doel van het provinciaal milieubeleid is het realiseren van een basiskwaliteit van milieu en water

ter bescherming van bijzondere natuur, landschappelijke en cultuurhistorische waarden. In de

Gelderse Vallei staan de aanwezige waarden onder druk door de aanwezigheid van (intensieve)

veehouderij. Vanwege de noodzaak om de extreem hoge milieubelasting en de verdroging

terug te dringen, is een deel van het gebied benoemd als strategisch actiegebied.

Gemeentelijk beleid

Structuurvisie gemeente Barneveld 2015 (2003)

De gemeente Barneveld voorziet volgens haar structuurvisie in het studiegebied twee uitbreidingen

voor wat betreft woningbouw, te weten één ten noorden van Voorthuizen (Voorthuizen

noordoost) en één ten zuiden van Voorthuizen (Kromme Akker).

Voor wat betreft de uitbreiding van bedrijventerreinen worden ten zuiden van de A1 uitbreidingen

bij Harselaar West (bij de huidige aansluiting A1/A30), Harselaar-oost en Harselaar-zuid

verwacht.

Overige relevante ontwikkelingen zijn de aanleg van het transferium Barneveld-noord op het

bedrijventerrein Harselaar en de intensivering van het recreatieterrein Zeumeren.

Met betrekking tot infrastructurele ontwikkelingen wordt voorzien in:

- een oostelijke aansluiting op de A1 (Harselaar-zuid) en in relatie hiermee een afsluiting

van de Zelderseweg op het knooppunt A1/A30;

- een oostelijke "omleiding Voorthuizen" met een aansluiting op de A1 ter hoogte van Harselaar-

zuid; indien de omleiding van de N303 een andere oplossing biedt voor de verkeersproblemen

in Voorthuizen staat de gemeente hiervoor open;

- een oostelijke verbindingsweg Barneveld tussen Harselaar Zuid en de Wesselseweg (overigens

wordt deze verbindingsweg in de Structuurvisie vanaf de Wesselseweg verder

doorgetrokken naar de N802).

(Voorontwerp) Structuurplan Putten (2002)

De gemeente Putten heeft in haar conceptstructuurplan aangegeven tot 2015 behoefte te hebben

aan één of meerdere nieuwe woningbouwlocaties om circa 600 woningen te kunnen bouwen.

Met name ten zuidwesten van Putten is nieuwe woningbouw voorzien. Ten westen is

langs de spoorlijn tevens een uitbreiding van bedrijventerreinen en zakelijke dienstverlening gepland.

Ten zuiden van Putten langs de N303 wordt een gebied gereserveerd welke een gemengde

functie (wonen en werken) krijgt. De gemeente Putten hanteert, naast de verwachte

oppervlakken nodig voor de uitbreidingen, tevens zoekrichtingen voor uitbreiding van zowel woningbouw

als bedrijven, als doorkijk voor de periode van 2015 naar 2030.

In het conceptstructuurplan is voor de omleiding van de N303 een voorkeurstracé aangewezen,

namelijk het zogenaamde "combinatiealternatief". Dit tracé begint vanaf de bestaande N303,

loopt in een ruime boog ten zuiden van Putten en takt in een vloeiende lijn aan op de A28 bij

Strand Nulde. De ligging van dit tracé biedt ontwikkelingsmogelijkheden ten zuiden van Putten

en geeft meer mogelijkheden voor een goede inpassing van het tracé voor landschap en geluid.

Ook zijn er kansen voor een ondergrondse kruising van de spoorlijn en de Nijkerkerstraat.

Bijlage 3. Beleidskader 6

354.10523.02

Structuurplan Nijkerk (2001)

Nijkerk voorziet in het studiegebied geen grote ontwikkelingen op het gebied van woningbouw

en bedrijven. Volgens het structuurplan Nijkerk-Nijkerkerveen 2001 staan er alleen ten westen

van Nijkerk uitbreidingen van woningen (Corlaer) en bedrijven gepland. Vanwege de toenemende

verkeersdruk op de bestaande wegen wordt een nieuwe rondweg gerealiseerd met een

directe verbinding met de nieuwe aansluiting op de A28.

Verkeersmilieukaart Barneveld (2003)

De Verkeersmilieukaart (VKM) beschrijft de gevolgen van het verkeer en vervoer op het milieu

binnen de gemeente Barneveld met als doel het signaleren van knelpunten in de milieukwaliteit.

Het VMK bestaat uit een verkeersmodel en een milieumodel. In het verkeersmodel wordt de

verkeerssituatie en de bijbehorende verkeersstromen binnen de gemeente in beeld gebracht.

In het Milieumodel wordt de gevolgen van het verkeer voor de milieuaspecten geluidhinder

(wegverkeerslawaai) en luchtkwaliteit weergegeven.

In de modellen is rekening gehouden met zowel een oostelijke, noordelijke en westelijke rondweg

rond Voorthuizen en een oostelijke rondweg bij Barneveld.

354.10523.02

Bijlage 4. Verkenning tracéalternatieven

In de hoofdtekst van deze startnotitie is eerder vermeld dat er diverse onderzoeken zijn gedaan

naar het oplossen van de regionale verkeersproblematiek. In deze bijlage volgt een korte beschrijving

van de meest recente voorstudies en bestuurlijke standpunten.

Globale ruimtelijke verkenning (2001)

De provincie Gelderland vindt een integrale aanpak van de problematiek van de N303 van belang.

Daartoe werd een onderzoek met een breder perspectief opgezet. Dit onderzoek was gericht

op het realiseren van een verbinding tussen de bestaande aansluitingen A1 Barneveld en

A28 Strand Nulde. In dat kader heeft de provincie eerst een globale ruimtelijke verkenning laten

uitvoeren (IBZH, 2001). Deze ruimtelijke verkenning is verricht in nauwe samenwerking met de

betrokken gemeenten en gericht op het inventariseren van ruimtelijke mogelijkheden voor het

realiseren van een doorgetrokken A30.

Op basis van deze verkenning zijn een vijftal tracés naar voren gebracht. Deze vijf tracés verbonden

de A1 met de A28 en liepen door het gebied tussen Nijkerk en het Veluwemassief. De

vijf tracés zijn in 2001 aan Gedeputeerde Staten en de Commissie Verkeer & Water voorgelegd

ter beoordeling. De meest buitenste tracés (langs Nijkerk en het Veluwemassief) werden niet

als kansrijk beschouwd en zijn afgevallen. De overige (midden)tracés zouden in een vervolgstudie

(MER-studie) verder worden uitgewerkt.

Statenakkoord 2003-2007

Op basis van het nieuwe Provinciale Statenakkoord (april 2003) zijn de uitgangspunten echter

opnieuw gewijzigd. In het Statenakkoord is nu alleen geld gereserveerd voor de omleidingen ter

hoogte van Putten en Voorthuizen. Deze financieringsbeperkingen hebben de volgende gevolgen:

- de optie van een snelweg valt af, een gebiedsontsluitende weg staat centraal;

- het accent komt zodoende te liggen op een omleiding van de N303 (in plaats van een

doortrekking van de A30);

- de aansluiting op de A28 is komen te vervallen.

Kort samengevat blijven twee van de drie overgebleven tracés nog maar over. Ter hoogte van

Putten zijn daardoor weinig verschillende alternatieven mogelijk. Ter hoogte van Voorthuizen

kan nog steeds een westelijke of oostelijke omleiding worden onderzocht.

De mogelijkheden en oplossingen voor de omleidingen bij Putten en Voorthuizen verschillen

van elkaar, maar kennen ook samenhang. De provincie heeft ervoor gekozen voor beide omleidingen

een aparte m.e.r.-procedure te doorlopen. Beide projecten zijn hierdoor (in proceduretijd)

minder van elkaar afhankelijk.

De provincie vindt een integrale aanpak wel van belang. De voor het MER belangrijke onderzoeken,

zoals het verkeersonderzoek, zullen voor het totale studiegebied worden opgesteld.

Aangedragen oplossingen voor beide omleidingen kunnen daarom op de belangrijkste effecten

met elkaar worden vergeleken.

354.10523.02

Bijlage 5. Achtergrondinformatie verkeer 1

B5.1. Inleiding

In deze bijlage wordt kort ingegaan op de beschikbare verkeersgegevens. Deze verkeersgegevens

zijn gebruikt ter onderbouwing van de onderliggende problematiek in dit project (zie ook

paragraaf 2.2).

Voor het huidige plangebied, mede ook in relatie met de ontwikkelingen bij Putten, zijn verkeersintensiteitsgegevens

uit verschillende studies beschikbaar, die niet in alle gevallen met elkaar

stroken. Hierdoor zijn niet alle gegevens met elkaar te vergelijken. Ten behoeve van het op

te stellen MER is door de provincie, in samenwerking met Goudappel Coffeng, een nieuw verkeersmodel1)

opgesteld. Dit verkeersmodel vormt de basis voor het milieuonderzoek. In deze

bijlage is voor de relevante wegen en kernen de huidige situatie (1999) en de te verwachten intensiteiten

voor 2020 (zonder maatregelen) in beeld gebracht.

B5.2. Beschikbare verkeersgegevens

Voorthuizen

De verkeersdruk concentreert zich bij Voorthuizen op de provinciale verbinding N805 (Stationsweg)-

N303 (Baron van Nagellstraat), de aansluiting op de A1 bij de Harselaar en de doorgaande

wegen door Voorthuizen.

Uit eerdere verkeersonderzoeken blijkt dat de verkeersgroei op de N303 bij Voorthuizen sterk

zal zijn. De toename van het verkeer heeft direct gevolgen voor de leefbaarheid in Voorthuizen,

waarbij gedacht moet worden aan problemen op het gebied van verkeersafwikkeling, verkeersveiligheid,

en woon- en leefmilieu.

Naar verwachting zal in de toekomst de verkeersdruk op deze weg alleen nog maar toenemen.

Daar zijn twee belangrijke redenen voor. Allereerst zal de congestiekans rond knooppunt Hoevelaken

door de grotere verkeersdruk toenemen. Daarnaast zullen binnen de regio nieuwe ontwikkelingen

plaatsvinden die extra verkeer genereren. De ontwikkeling van het bedrijventerrein

Harselaar is daarbij belangrijk, maar ook toekomstige uitbreidingen in Voorthuizen en Putten.

In onderstaande tabel B5.1 zijn de verkeersintensiteiten opgenomen van de huidige situatie.

Tabel B5.1 Resultaten verkeersonderzoek Voorthuizen

verkeersintensiteit 1999

(mvt/etmaal)

verkeersintensiteit 2020

(mvt/etmaal)

Baron van Nagellstraat N303 (zuidelijke invalsweg

Voorthuizen)

14.800 24.100

Apeldoornsestraat N344 (oostelijke invalsweg

Voorthuizen 7.600 4.600

Voorthuizerweg/Rubensstraat N303 (noordelijke

invalsweg Voorthuizen)

10.000 17.700

Hoofdstraat N344 (westelijke invalsweg Voorthuizen)

5.600 12.100

Bron: Provincie Gelderland/Goudappel Coffeng, Modelberekeningen varianten N303.

Putten

De kern van de gemeente Putten wordt belast met doorgaand verkeer in noord-zuidrichting en

vice versa. Met name de Voorthuizerstraat en Harderwijkstraat worden qua verkeer sterk belast

door vrachtverkeer en als doorgaande route van personenauto's met bestemming Ermelo en

Harderwijk. Dit zal in de toekomst naar verwachting toenemen.

1) Provincie Gelderland/Goudappel Coffeng, Modelberekeningen varianten N303, 9 juli 2004.

Bijlage 5. Achtergrondinformatie verkeer 2

354.10523.02

De verkeersveiligheid op de diverse binnenwegen tussen Putten en de aansluiting A28/Strand

Nulde laat door dit sluipverkeer en ongeschiktheid als doorgaande route naar Putten te wensen

over, door het ontbreken van vrijliggende fietsvoorzieningen en relatief hoge verkeersintensiteiten

in relatie tot de erftoegangsfunctie van de weg (60 km/h). Het betreft de Stationsstraat/

Zuiderzee-straatweg/Waterweg/Hoornsdam en de Stenenkamerseweg. Door het forensenverkeer

wordt ook de Vanenburgerallee/Zuiderzeestraatweg/Waterweg gebruikt vanuit Ermelo-

West naar de aansluiting Hoornsdam/A28 bij Nulde.

De huidige verkeersintensiteiten op de invalswegen van Putten zijn eveneens terug te vinden in

tabel B5.2.

Tabel B5.2 Resultaten verkeersonderzoek Putten

verkeersintensiteit 1999

(mvt/etmaal)

verkeersintensiteit 2020

(mvt/etmaal)

Voorthuizerstraat N303 (zuidelijke invalsweg

Putten)

9.400 15.900

Gardenseweg N797 (oostelijke invalsweg

Voorthuizen 4.900 3.700

Harderwijkerstraat/Putterweg N303 (noordelijke

invalsweg Voorthuizen)

8.600 15.000

Nijkerkerstraat N798 (westelijke invalsweg

Voorthuizen) 8.900 15.500

Bron: Provincie Gelderland/Goudappel Coffeng, Modelberekeningen varianten N303.

354.10523.02

Bijlage 6. Literatuurlijst 1

1. Alterra/TNO, Milieuanalyse reconstructiegebied Gelderland en Utrecht-Oost, juli 2002.

2. Bureau Natuurbalans, Amfibieën en de ringslang terug in de Gelderse Vallei, januari 1994.

3. Dienst Landelijk Gebied, Landschap in verandering, beschrijving van de landschapsontwikkeling

en ontwerpopgaven voor het reconstructiegebied Gelderse Vallei/UtrechtOost, november

2002.

4. Gemeente Barneveld en Gemeente Nijkerk, Startnotitie Milieueffectrapportage Oostelijke

Omlegging N303 Voorthuizen, 16 november 1998.

5. Gemeente Barneveld, Structuurvisie gemeente Barneveld 2015, 2003.

6. Gemeente Barneveld, Verkeersmilieukaart, 2003.

7. Gemeente Nijkerk, Structuurvisie Nijkerk (plankaart), 2001.

8. Provincie Gelderland, Aardwetenschappelijke waarden, geomorfologie en bodem, 1996.

9. Provincie Gelderland, Gelders Milieuplan 1996-2000, 1996.

10. Provincie Gelderland, Belvoir - Uitzicht op dynamiek, 2000.

11. Provinciaal verkeers- en vervoerplan (ontwerp), vastgesteld door Provinciale Staten op

7 oktober 2003.

12. Provincie Gelderland/IBZH, Globale Ruimtelijke Verkenning Doortrekking A30, Tussenrapportage,

Studiegebied Barneveld-Nijkerk-Putten, december 2001.

13. Provincie Gelderland/DHV, Concept-Milieueffectrapport, m.e.r. omlegging N303/Aansluiting

A28 te Putten, december 2000.

14. Provincie Gelderland/IBZH, Globale Ruimtelijke Verkenning Doortrekking A30, Nulplusvariant,

Studiegebied Barneveld-Nijkerk-Putten, 28 augustus 2002.

15. Provincie Gelderland, Streekplan Gelderland, 1996.

16. Provincie Gelderland, Gebiedsplan Natuur en landschap Gelderse Vallei, 2002.

17. Provincie Gelderland/Bewonersvereniging De Steenkamp, Verkeersonderzoek Voorthuizen,

1995.

18. Provincie Gelderland, Veluwe 2010, een kwaliteitsimpuls, 2000.

19. Provincie Gelderland en Utrecht, Van Veluwe naar Utrechtse Heuvelrug en weer terug,

Robuste verbindingszone, juni 2002.

20. Provincie Gelderland/Bewonersvereniging "De Steenkamp en omgeving"; Verkeersonderzoek

Voorthuizen; april 1995.

21. Provincie Gelderland, Gelders verkeer 1999-2002, gemeten verkeersintensiteiten.

Bijlage 6 Literatuurlijst 2

354.10523.02

22. Rijkswaterstaat Directie Oost-Nederland/Goudappel Coffeng, Verkeerskundige analyse

vierde fase: wijziging aansluitingen A1 en A28, modelberekeningen West-Veluwe Vallei

(WVV-model), februari 2001.

23. Rijkswaterstaat Directie Oost-Nederland/Goudappel Coffeng, Modelberekeningen varianten

N303, 18 april 2001.

24. Rijkswaterstaat Directie Oost-Nederland/Goudappel Coffeng, Modelberekeningen varianten

N301-1, 11 juli 2001.

25. Rijkswaterstaat Directie Oost-Nederland, Sheets West-Veluwe Vallei Modelstudie.

26. Waterschap Veluwe, Waterbeheersplan Veluwe 2002-2006, 2001.

27. Waterschap Vallei en Eem, Watervisie voor Vallei en Eem, kansen keuzen en coalities,

2001.

28. Werkgroep Infrastructuur Harselaar en Barneveldse Industriële Kring/Witteveen+Bos, Verkeerskundige

analyse en schetsontwerp van alternatief 8, voor een betere ontsluiting van

bedrijventerrein Harselaar, 9 juni 2000.

29. Regio De Vallei, Regiovisie De Vallei, samenvatting en doorkijk, januari 2004.

30. Gemeente Barneveld, Milieubeleidsplan 2001-2004, 2000.

31. Gemeente Barneveld, Wegontwerp Rubensstraat-A1-Wesselseweg, april 2004.

354.10523.02

Colofon

Initiatiefnemer: Provinciale Staten Provincie Gelderland

Postbus 9090

6800 GX Arnhem

Bevoegd gezag: Gedeputeerde Staten Provincie Gelderland

Postbus 9090

6800 GX Arnhem

Bij het opstellen van de Startnotitie m.e.r. is het volgende kernteam betrokken geweest:

ing H. Walinga (provincie Gelderland)

ing A. Henselmans (provincie Gelderland)

drs ing. P.T.W. Mulder (W+B)

drs R.J. Evelein (RBOI)

dipl ing C.M. Brunner (RBOI)

Eindredactie: adviesbureau RBOI

 

 

Doodzwijgen Groep Hop overal zichtbaar op de Veluwe met vernielen Groep Hop verkiezingsposters

Geschiedenis. Groep Hop moest kost wat kost worden doodgezwegen en daarom werden over al Gelderland de posters van Groep Hop van de borden gerukt en overplakt
1 Een sfeerverslag uit Ermelo van Hop. Politiek proces tegen Hop Ermelo met een voor de Staat weerzinwekkend partijdig rechter I
Na indienen van klachten wordt Hop met "gefabriceerd bewijs", "succesvolle tegenwerking" en "geheim overleg" aangepakt.
Stemwijzer 2007 Groep Hop deed niet mee aan de Stemwijzer provinciale verkiezingen Gelderland omdat het belangrijkste verschil Groep Hop met alle andere partijen -Groep Hop wil de provincie Gelderland opheffen- niet in de Stemwijzer werd opgenomen. Het niet opnemen van programma verschillen is een stemwijzer truc t.b.v. de gevestigde politieke partijen als opdrachtgever van die stemwijzer.
646 Archief Groep Hop deed mee aan provinciale verkiezingen Gelderland in 2007
340 Een sfeerverslag van Hop. Verkiezingsposters Groep Hop worden overal in Gelderland vernield en overplakt
425 "Groep Hop wil agrarisch landschap behouden". Verkiezingsposters worden overal vernield of overplakt door CDA
561 "Groep Hop wil de jeugdzorg echt aanpakken". Verkiezingsposters worden overal vernield of overplakt door CDA
541 Doodzwijgen Groep Hop op de Veluwe IV, Verkiezingsposters Groep Hop worden overal vernield en overplakt
DIS Hoe gezellig is het wonen in zo'n christelijk? dorpje op de Veluwe met 2 CDA-burgemeesters?
PAR Hoe verlopen verkiezingen gemeenteraad in zo'n christelijk? dorpje op de Veluwe met 2 CDA-burgemeesters?
CHR Hoe verloopt een verkiezingsdebat in zo'n christelijk? dorpje op de Veluwe met 2 CDA-burgemeesters?
362 Het is verboden om losgeld te betalen aan de CDA PR commissie per gekozen raadslid. Groep Hop weigerde!
379 CDA kan alleen Groep Hop niet controleren. Groep Hop weigert betaling losgeld aan CDA PR commissie.
610 Een sfeerverslag uit Ermelo van Hop. Hop ontdekt dat ambtenaren GEZAG over inwoners en politici moeten uitoefenen
752 Een sfeerverslag uit Ermelo van Hop. Hop moet zijn mond houden van Ermelose CDA burgemeester
765 Een sfeerverslag uit Ermelo van Hop. Hoe JATTEN christelijke (CDA) bestuurders een woning van een oude gehandicapte burger!
766 Een sfeerverslag uit Ermelo van Hop. Hoe JATTEN christelijke (CDA) bestuurders in Ermelo een auto van een burger!
265 Een sfeerverslag uit Ermelo van Hop. Competentie ambtenaar die GEZAG over Hop wilde uitoefenen in de gemeente Ermelo
201 Een sfeerverslag uit Ermelo van Hop. Knippen en plakken mag in Ermelose verkiezingsformulieren
358 Een sfeerverslag uit Ermelo van Hop. Welke boom is hier ziek?
424 Een sfeerverslag uit Ermelo van Hop. Ermelose christelijke (CDA) terreur tegen bewoners recreatiewoningen
101 Een sfeerverslag uit Ermelo van Hop. Ermelose christelijke (CDA) terreur tegen bejaarde mevrouw
145 Een sfeerverslag uit Ermelo van Hop. Lawine aan onjuiste ontvangstbevestigingen gemeente Ermelo
686 Een sfeerverslag uit Ermelo van Hop. Asielzoekers hebben voorrang bij toewijzing woningen in Ermelo
665 Een sfeerverslag uit Ermelo van Hop. Politiek proces tegen Hop Ermelo met Stasi praktijken
80 Een sfeerverslag uit Ermelo van Hop. Politiek proces tegen Hop Ermelo met een voor de Staat weerzinwekkend partijdig rechter IV
Na GBA fraude gemeente Ermelo wordt Hop met "gefabriceerd bewijs", "succesvolle tegenwerking" en "geheim overleg" aangepakt.
511 Een sfeerverslag uit Ermelo van Hop. Ermelo Weekblad heeft geen ruimte om correct over milieu Project 31 van Hop te berichten
459 Kent u de geschiedenis nog van de omroepbijdrage?
218 Als je een gesubsidieerde leugen maar vaak genoeg herhaald gaat iedereen dat vanzelf als de waarheid beschouwen

top
Gefabriceerd bewijs en succesvolle tegenwerking Hop I
Gefabriceerd bewijs en succesvolle tegenwerking Hop II
Gefabriceerd bewijs en succesvolle tegenwerking Hop III
Gefabriceerd bewijs en succesvolle tegenwerking Hop IV
Stem wijzer! Stem Groep Hop ©
Referenties J. Hop
Activiteiten