Het gevaar! School, jeugdzorg & Big Brother is watching you! CDA-rechter en MvJ Donner wil nu de vrijheid om het doen en laten
van de hele bevolking vast te leggen. Donner acht het misplaatst en onverantwoord te zoeken naar de schuldigen in zaak Savannah!
1. Op de website "Openbaar Ministerie" wordt uitgegaan van "corruptie van coalities" tussen OM, school en "jeugdzorg" (101)
2. Waarbij (jeugdige) daders die kinderen in elkaar slaan steeds VRIJUIT kunnen gaan (581)
3. Om slachtoffers van dit soort mishandeling op te kunnen sluiten in een kindertehuis van een paar vierkante meter zonder raam (177)
4. De school de betrokken ouders van het slachtoffer VALS gaat beschuldigen van kindermishandeling tijdens groot overleg (575)
5. Zodat Christen-Unie Minister van Jeugd en Gezin meer geld aan "jeugdzorg" kan geven om burgers in de gaten te houden (RVDK)

Censuur in Nederland ©

Stockholmsyndroom

To whom it may concern

Project VERZOEK 465

Project VERZOEK 466

Project VERZOEK 102

Project BEZWAAR tegen Plan van Aanpak

Project BEZWAAR tegen HVP zorgverlener

Project LBIO

Project WRAKING

Project bonnenregen

Hoe leer ik zelf (WOB) procederen tegen bestuursorganen?
WOB VERZOEK, VERDAGING, BESLUIT, BEZWAARSCHRIFT VERDAGING, HOORZITTING, NIEUW BESLUIT, BEROEPSCHRIFT
Voorbeeld: Meekijken maar ook ZELF PROCEDEREN met J. Hop tegen
NIET KLANTVRIENDELIJKE GEMEENTEN

 

Reactie op een signaal van derden

NIZW in opdracht van de MO-groep
Juni 2005
C. Konijn
W. Bruinsma
M. Souwer, M. v.d. Arend, J. Kelderman (stagiaires NIZW) INLEIDING
HET PRODUCT
naam van het product
Plaats in het hulpverleningsproces
DOELSTELLING VAN HET PRODUCT
Doel van het product
Object van het product
DOELGROEP VAN HET PRODUCT
Doelgroep
Prevalentie
indicatiecriteria<
OMSCHRIJVING VAN HET PRODUCT
Wettelijke taak
Activiteiten bij het product
Materiaal
Locatie
Frequentie
Toepassing bij specifieke doelgroepen
VOORWAARDEN VOOR DE TOEPASSING VAN HET PRODUCT
Betrokken disciplines en verantwoordelijkheidsverdeling
Eisen aan de uitvoering
Eisen aan de ondersteuning
Eisen aan de kwaliteitsbewaking
Kosten
ONDERZOEK EFFECTIVITEIT
Directe aanwijzingen voorde effectiviteit
indirecte aanwijzingen voor de effectiviteit
BRONNEN BIJ DE PRODUCTOMSCHRIJVING
Documenten
Gesprekken en andere bronnen
BIJLAGEN
Stappenschema bij het product Reactie op een signaal van derden
Bijlage
Vaardigheden, houding en kennisvan de hulpverlener (in ontwikkeling)
Productomschrijving Reactie op een signaal van derden

Inleiding
In het kader van het ondersteuningsprogramma van de Bureaus Jeugdzorg levert NIZW Jeugd een bijdrage aan een Productenboek voor Bureau Jeugdzorg. Het Productenboek is een instrument dat aangeeft welke kwaliteitseisen er zijn voor de verschillende producten die Bureau Jeugdzorg levert. Bij de beschrijvingen van de producten wordt aangesloten bij de nieuwe Wet op de jeugdzorg en de werkprocessen zoals beschreven in het Referentiewerkmodel. In het Productenboek worden deze werkprocessen omgezet in producten.Naast een omschrijving van het product wordt materiaal verzameld (in de bijlagen) dat bruikbaar is bij de realisering van het product. In deze omschrijving gaat het om het product Reactie op een signaal van derden. Het is opgebouwd uit een productomschrijving en een stappenschema (bijlage 1). Door het inwerkingtreden van de nieuwe Wet op de jeugdzorg worden de taken van het Bureau Jeugdzorg uitgebreid. De wet stimuleert jeugdzorg waarbij de nadruk ligt op preventie en pro-activiteit. Dit houdt onder meer in dat Bureau Jeugdzorg moet reageren op signalen van derden en dus een outreachende werkwijze hanteert. Hiermee moet voorkomen worden dat de hulp te laat wordt ingezet. Het product Reactie op een signaal van derden beoogt dat in geval van bedreiging van de ontwikkeling van een jeugdige het signaal hiervan wordt onderzocht en beoordeeld en zonodig dat passende hulp wordt ingezet, zodat de bedreiging wordt opgeheven. Daarnaast dient onnodige bemoeienis vermeden te worden. Er wordt gepoogd zoveel mogelijk medewerking van potentiële cliënten te verkrijgen indien hulp nodig is, waardoor de hulp zoveel mogelijk binnen het vrijwillige kader verleend kan worden en dat niet onnodig gedwongen hulpverlening ingezet hoeft te worden. In deze omschrijving is gekozen voor een praktische uitwerking in een stappenschema (zie bijlage 1), hetgeen de inzichtelijkheid en de werkbaarheid van het product vergroot. Dit stappenschema is direct gerelateerd aan de stappen uit het Referentiewerkmodel passend bij het werkproces Reageren op signalen van derden. Om het stappenschema te ontwikkelen zijn verschillende Bureaus Jeugdzorg geraadpleegd. Delen van het stappenschema zijn direct gebaseerd op de uitwerking van het proces Reageren op signalen van derden door Bureau Jeugdzorg Utrecht (zie verder hoofdstuk 7 Bronnen bij de productomschrijving).

1             Het product

1.1      Naam van het product

De producten uit het Productenboek horen bij de werkprocessen die beschreven zijn in het Referentiewerkmodel. Bij het werkproces Reageren op signalen van derden hoort het product Reactie op een signaal van derden. Het product is ook bekend als outreachende hulpverlening/outreachend werken, maar dit is niet gelijk aan elkaar. Bij het outreachend werken gaat het om meer dan alleen een pro-actieve houding.

1.2      Plaats in het hulpverleningsproces

Bureau Jeugdzorg (BJZ) spreekt van een aanmelding wanneer de cliënt zelf contact opneemt met BJZ. De eerste contacten met derden vallen nog niet onder het proces Aanmelding en acceptatie. Het product valt derhalve vóór het proces Aanmelding en hoeft ook niet altijd daadwerkelijk te leiden tot een aanmelding.

2        Doelstelling van het product

2.1      Doel van het product

Het hoofddoel van het product is van preventieve aard, namelijk:

Door derden gesignaleerde opgroei- en opvoedingsproblemen leiden tot een passende reactie, waardoor de ontwikkelingskansen en -mogelijkheden van de gemelde jeugdigen (opnieuw) optimaal benut worden.

Het subdoel dat hierbij aansluit is:

Derden die signalen melden en die over de mogelijkheid beschikken zelf het door hen gesignaleerde probleem adequaat aan te pakken, beschikken over een passend handelingsadvies.

2.2      Object van het product

Het preventieve product richt zich op de domeinen: gezondheid en lichamelijk functioneren, psycho­ sociaal functioneren, competentie van de opvoeders, draagkracht en draaglast van de opvoeders en mishandeling/verwaarlozing van de jeugdige binnen en buiten het gezin.

3        Doelgroep van het product

3.1      Doelgroep

De derden

Tot de doelgroep behoren in eerste instantie de derden die het signaal melden. Er kan een onderscheid

worden gemaakt in meldingen door professionals en meldingen door niet-professionals.

Onder professionals worden de melders verstaan die werkzaam zijn in een organisatie of instelling en in die zin een professionele (zorg)relatie hebben met de (potentiële) cliënt. Hierbij kan onder meer gedacht worden aan professionals uit voorliggende voorzieningen die om advies vragen, zoals huisartsen, onderwijsvoorzieningen, jeugdgezondheidszorg, politie en het algemeen maatschappelijk werk. Niet elke professionele derde kan, wil of mag dezelfde informatie verstrekken en dus moeten er verschillende verwachtingen bestaan van diverse professionele derden. Artsen bijvoorbeeld hebben te maken met een beroepsgeheim. Soms is het doorbreken van dat beroepsgeheim noodzakelijk om een onderzoek mogelijk te maken en kindermishandeling te stoppen. Van een leerkracht van de basisschool zal een andere verwachting bestaan dan van een hulpverlener uit een GGZ-instelling. Indien een hulpverlener, die al contact heeft met de mogelijke cliënt/het mogelijke cliëntsysteem, een signaal meldt, verdient het de

voorkeur dat hij/zij zelf een gesprek aangaat met de jeugdige en/of het gezin. Dit kan eventueel gebeuren onder begeleiding van BJZ. Dit zal niet zo snel verwacht worden van een leerkracht op een basisschool. Bij deze beroepsgroep is het sterk afhankelijk van de persoon of deze zelf met de jeugdige en/of het gezin in gesprek gaat.

Onder niet-professionals worden melders verstaan die behoren tot het netwerk van een jeugdige/gezin. Hierbij kan gedacht worden aan verdere familie, buren, vrienden en kennissen. Het gaat om personen die aandacht vragen voor een mogelijke probleemsituatie in het gezin of personen die een vermoeden van kindermishandeling melden (indien zij de weg naar het AMK niet weten).

De jeugdige en/of het gezin

Tot de doelgroep behoren ook de jeugdige en/of het gezin over wie een signaal door een derde wordt afgegeven. Om te kunnen definiëren wat een goede benadering en passende reactie kan zijn voor deze groep potentiële cliënten kan een onderscheid gemaakt worden tussen drie cliëntprofielen. Het onderscheid maakt duidelijk aan welke aspecten specifieke aandacht moet worden besteed.

Cliëntprofiel 1: de cliënt die zorg mijdt

Derden melden zeer zorgelijke maar onduidelijke signalen over een jeugdige en/of gezin, zoals

tekenen van verwaarlozing, mishandeling in de ruimste zin van het woord (ziek zijn en niet naar de

huisarts gaan, geen brood meenemen naar school, vaak te laat op school zijn), gepest worden, niet

geconcentreerd zijn, somberheid, kwetsbaarheid, achterstand in de algehele zin.

De jeugdige (of een gezinslid) geeft aan dat er iets aan de hand is thuis, maar haakt af als een

gesprek met een hulpverlener voorgesteld wordt.

Het lijkt erop dat de jeugdige (en/of de ouders) niet gemotiveerd is voor hulpverlening.

De jeugdige (en/of de ouders) ontkent dat sprake is van een probleem of is niet aanspreekbaar.

Het ontbreekt de jeugdige (en/of de ouders) aan inzicht dat sprake is van een probleem.

Cliëntprofiel 2: de cliënt die de weg niet weet

Derden melden signalen over een jeugdige en/of gezin. Het vermoeden bestaat dat de problemen nog niet zeer ernstig zijn, maar dat de situatie zal verergeren als niets gebeurt. Het is onduidelijk of ouders de weg naar de hulpverlening weten. De reden voor het wegblijven van de potentiële cliënt kan echter ook veroorzaakt worden door een gebrek aan motivatie bij de jeugdige en/of de ouders.

Cliëntprofiel 3: de cliënt die al een keer is afgehaakt

Derden melden signalen over een jeugdige en/of gezin. Het blijkt dat het gezin reeds in contact is

geweest met BJZ of met een andere hulpverlener, maar dat de hulp voortijdig is afgebroken.

Er kan verondersteld worden dat deze cliënten op enige wijze teleurgesteld zijn in de hulpverlening.

Dit vraagt om een specifieke aanpak van BJZ.

De melding kan gaan over mensen die een beroep doen op veel verschillende

hulpverleningsinstellingen.

Er is crisisinterventie gepleegd en vervolghulp is nodig, maar het gezin haakt af. Na enige tijd meldt

een derde dat het niet goed gaat in het gezin.

De jeugdige/het gezin haakt af door de wachttijd.

3.2      Prevalentie

Omdat het bij dit product gaat om een nieuwe taak van BJZ zijn tot nu toe geen cijfers over de omvang en spreiding van meldingen door derden beschikbaar. Voorheen kwamen er wel signalen van derden binnen, maar kon BJZ hier niet zelf op reageren. Er werd advies gegeven aan melders, maar BJZ had geen bevoegdheid om zelf op potentiële cliënten af te gaan. Volgens de nieuwe Wet op de jeugdzorg kan BJZ zelf op mogelijke cliënten afgaan al hebben zij niet zelf contact gezocht.

3.3      Indicatiecriteria

Het signaal geeft aanleiding voor BJZ om te handelen indien aan de volgende voorwaarden1 is voldaan: De leeftijd van de jeugdige valt onder de doelgroep van BJZ. De woonplaats van de jeugdige/het gezin valt onder de doelgroep van BJZ.

1 Zie stappenschema in bijlage 1.

Het gemelde is een signaal van problematiek dat qua aard (domein opvoeden en opgroeien) en ernst thuishoort bij BJZ.

4       Omschrijving van het product

4.1      Wettelijke taak

Het product is herleid uit de kerntaak van BJZ Reageren op signalen van derden, die in de Wet op de jeugdzorg als volgt is geherformuleerd:

"De stichting heeft tot taak te bezien of een cliënt zorg nodig heeft in verband met opgroei- of

opvoedingsproblemen dan wel in verband met problemen van een clië nt, niet zijnde een jeugdige, die het

onbedreigd opgroeien van een jeugdige belemmeren" (artikel 5, eerste lid).

"De stichting oefent de taak, bedoeld in het eerst lid, uit op verzoek van een cliënt of uit eigen

beweging" (artikel 5, derde lid).

In de toelichting op de wetsartikelen (derde nota van wijziging) staat het volgende vermeld.

"Met de nota van wijziging wordt het een expliciete taak van het Bureau Jeugdzorg om actief te reageren op een signaal van een mogelijke bedreiging van het kind. De beoordeling of van een dergelijke situatie sprake is, ligt bij het Bureau Jeugdzorg. Het Bureau Jeugdzorg zal contact op moeten nemen met betrokkenen en hen motiveren de problemen onder ogen te zien, met hen nagaan welke hulp nodig is en hen motiveren tot het aanvaarden van hulp. (...) De herformulering van de kerntaak is bedoeld om de leemte tussen zorg op verzoek van de clië nt en de zorg afgedwongen door een

kinderbeschermingsmaatregel op te vullen. (...) Op het moment dat Bureau Jeugdzorg contact opneemt met de clië nt, is deze niet verplicht om hieraan gehoor te geven. Door een outreachende aanpak kan dit echter wel bevorderd worden".

4.2      Activiteiten bij het product

Bij het product Reactie op een signaal van derden kunnen vijf hoofdactiviteiten onderscheiden worden:

1.  Vaststellen of het signaal valt onder de werkzaamheden van BJZ (zie 3.3 Indicatiecriteria).

2.               Vaststellen of de melder geholpen is met een inhoudelijk advies of dat BJZ zelf actie moet
ondernemen.

3.               Vaststellen of sprake is van een crisissituatie. Het proces Behandelen crisissituatie treedt in werking
indien de cliënt hulp wenst.

4.               Contact opnemen met de cliënt.

5.               Vaststellen of de melder verder geholpen kan worden binnen de vrijwillige hulpverlening (eventueel
na toepassing motivatietechnieken door hulpverlener) of dat doorverwezen moet worden. De
mogelijkheden zijn:

Handelen is niet noodzakelijk: informeer derde dat er geen hulpverlening zal plaatsvinden.

Cliënt zelf komt tot een aanmelding (eventueel na toepassing motivatietechnieken door

hulpverlener): start proces Aanmelding en Acceptatie.

Er is geen medewerking van de cliënt en er vindt geen ingrijpen plaats: informeer derde dat geen

hulpverlening zal plaatsvinden. Er is onvoldoende aanleiding om een melding te doen bij het

AM Kof bij de RvdK.

Er is geen medewerking van de cliënt en er volgt een melding bij het AMK of verzoek tot

onderzoek bij de RvdK: start van een nieuw proces.

In sommige gevallen bestaan er twijfels of een signaal van een derde thuishoort bij de afdeling JHV of bij het AMK van BJZ. Zowel BJZ Utrecht als BJZ Groningen is momenteel bezig met het opstellen van criteria in welke gevallen doorverwezen moet worden naar het AMK. Bij BJZ Limburg is sprake van een gezamenlijke voordeur. Signalen van derden worden besproken en verdeeld in een consultatieteam waarin BJZ en AMK samen participeren (zie 5.1 Betrokken disciplines en verantwoordelijkheidsverdeling).

De methodiek die nodig is om de hoofdactiviteiten op een professionele wijze te kunnen uitvoeren is opgenomen in de bijlagen. Om de verschillende activiteiten bij het product gestructureerd te kunnen doorlopen kan het stappenschema (bijlage 1) gebruikt worden. Bijlage 2 wordt in de komende periode ontwikkeld door een leergroep en zal een omschrijving bevatten van de benodigde deskundigheid van

hulpverleners om adequaat op signalen van derden te kunnen reageren. Hierbij wordt ingegaan op de benodigde vaardigheden, de houding en de kennis van hulpverleners. Daarnaast wordt in bijlage 2 ingegaan op de motivatietechnieken waar hulpverleners gebruik van kunnen maken.

4.3      Materiaal

Belangrijke gebruiksmiddelen bij de uitvoering van dit product zijn opgenomen in het stappenschema (bijlage 1). Andere bruikbare materialen en instrumenten moeten nog ontwikkeld of herschreven worden. De volgende materialen en instrumenten zijn gewenst:

Criteria t.b.v. het vaststellen of de aard en ernst van het signaal thuishoort bij BJZ

Criteria t.b.v. het vaststellen of sprake is van een crisissituatie (zie bijlage 1)

Afspraken over de samenwerking tussen AMK en JHV binnen BJZ bij de realisering van dit product

Criteria t.b.v. een verzoek tot onderzoek bij de RvdK (zie bijlage 1)

Checklist wat teruggemeld mag worden aan de niet-professionele melder (i.v.m. privacy)

Sociale kaart (op regionaal niveau)

Instructie voor contact met de (potentiële) cliënt/outreachend werken

Instructie motivatietechnieken

4.4      Locatie

Bij een outreachende werkwijze wordt de locatie flexibel vastgesteld om zo de bereikbaarheid van de (potentië le) clië nt/het gezin en de toegankelijkheid van BJZ te vergroten. De locatiekeuze (binnen het gezin of binnen BJZ) wordt zoveel mogelijk bepaald door de situatie en de fase uit het stappenschema (zie bijlage 1).

4.5      Frequentie

Er is geen afgebakend aantal contacten vastgesteld; dit zou in de praktijk kunnen worden nagegaan. Mogelijk biedt de kostprijsbeschrijving van Deloitte op termijn meer duidelijkheid.

4.6      Toepassing bij specifieke doelgroepen

Dit product is ook van toepassing op specifieke doelgroepen, zoals etnische groeperingen en jeugdigen met een lichte verstandelijke handicap. In de methodiek moet hier dan wel gericht aandacht aan besteed worden.

Toepassing bij etnische groepen

Om de toepasbaarheid van het product bij etnische groepen te vergroten dient aandacht te worden besteed aan de volgende punten.

Hulpverleners beschikken over voldoende competentie op het gebied van transculturele hulpverlening

en interculturele communicatie.

De mogelijkheid bestaat om een tolk in te zetten.

Het vergroten van de bekendheid over de functie door externe bezoeken aan scholen, artsen,

buurthuizen, gebedshuizen, zelforganisaties, e.d. door het mondeling verstrekken van informatie

(hetgeen overigens ook van belang is voor de autochtone doelgroep). Indien mogelijk heeft het de

voorkeur om informatie in verschillende talen te verstrekken.

Beschikbaarheid van foldermateriaal over de functie in verschillende talen.

De mogelijkheid bestaat tot consulteren en/of door te verwijzen naar specialistische hulpverlening

voor allochtone cliënten.

Toepassing bij jeugdigen met een lichte verstandelijke beperking

Om de toepasbaarheid van het product bij jeugdigen met een lichte verstandelijke beperking (Ivg-jeugdigen) te vergroten dient aandacht te worden besteed aan de volgende punten.

Hulpverleners beschikken over voldoende competentie (ervaring en deskundigheid) op het gebied van

hulpverlening aan Ivg-jeugdigen2.

Het vergroten van de bekendheid van de functie onder meer door het mondeling verstrekken van

informatie en door de beschikbaarheid van foldermateriaal, beide in eenvoudige bewoordingen.

Hierbij moet nagegaan worden of de informatie begrepen is.

2 Zie hiervoor ook rapport Betere toegang tot zorg en speciaal onderwijs, eindrapport LVG-pilots (NIZW 2004).

In het contact met hulpverleners hebben Ivg-jeugdigen te maken met een vaste contactpersoon die begeleiding biedt bij het doorlopen van de procedures.

5       Voorwaarden voor de toepassing van het product

5.1      Betrokken disciplines en verantwoordelijkheidsverdeling

Bij de uitvoering van het product zijn de volgende disciplines3 betrokken: Jeugdhulpverlener Gedragswetenschapper Afdelingshoofd/u nitleider Medewerker van het AMK Medewerker van de RvdK

Eventueel kan in geval van een melding waarbij sprake is van ernstige psychiatrische problematiek, een melding met een sterk medisch karakter of agressie een beroep gedaan worden op een achterwacht van een psychiater, een medicus of een functionaris van de politie. Dit kan zijn in de vorm van overleg, consultatie en/of in de vorm van begeleiding van de jeugdhulpverlener bij het huisbezoek.

Er zijn per regio verschillen in de wijze waarop wordt samengewerkt tussen BJZ-JHV en het AMK. In de meeste regio's is het AMK een autonome afdeling binnen BJZ. In Limburg heeft BJZ voor de afdeling JHV en het AMK een gezamenlijke voordeur in de zin van één consultatieteam waar alle signalen van derden binnenkomen. Alleen anonieme meldingen en meldingen waarbij medische expertise vereist is (bijvoorbeeld in geval van een vermoeden van het Munchhausen by proxy syndroom) komen rechtstreeks bij het AMK terecht. Het consultatieteam verdeeld de verschillende signalen van derden en vervolgens werken BJZ en het AMK ieder volgens de eigen lijn. Wanneer (potentiële) cliënten niet gemotiveerd zijn voor de hulpverlening wordt meestal direct doorverwezen naar de RvdK (en niet eerst naar het AMK zoals het Referentiewerkmodel aangeeft). BJZ heeft dan wel zelf op een pro-actieve manier geprobeerd om de cliënt te motiveren.

Behalve de bovenstaande disciplines die direct betrokken zijn bij het reageren op signalen van derden, dient ook in het lokale veld een bepaalde deskundigheid aanwezig te zijn (en indien dit niet of onvoldoende het geval is, heeft BJZ de taak om bij te dragen aan de deskundigheidsbevordering van het lokale veld). Met het lokale veld worden de zogenaamde professionele derden bedoeld: de verwijzers vanuit de voorzieningen in het werkgebied van BJZ op lokaal niveau. Hierbij kan gedacht worden aan scholen, huisartsen, politie, buurtnetwerken, GG&GD'en, consultatiebureaus, AMW's, etc. Een goede samenwerking en de aanwezigheid van voldoende competentie van het lokale veld m.b.t. het product is een voorwaarde voor een juiste toepassing. Hieronder wordt beschreven wat van het lokale veld wordt verwacht opdat BJZ het product Reactie op een signaal van derden optimaal kan uitvoeren. Daarnaast wordt aangegeven wat vanuit BJZ nodig is op het gebied van houding en informatie om dit te bevorderen.

Lokale veld

Bekendheid met de werkwijze en mogelijkheden van BJZ.

Erkenning van BJZ als een professionele organisatie.

Vaardigheid in het signaleren en bereidheid om hier een vervolg aan te geven (actie).

Gericht zijn op samenwerking.

Open houding t.o.v. de cliënt (jeugdige en/of ouders) en t.o.v. BJZ.

Tijdig de zorg over een cliënt melden en indien nodig consult vragen bij BJZ.

Volledige en feitelijke informatie verstrekken betreffende de cliënt en de probleemsituatie.

Bureau Jeugdzorg

Voorlichting geven aan het lokale veld, ook over de samenwerking bij deze taak.

Alert zijn op terugkoppelen van informatie naar het lokale veld.

Gericht zijn op samenwerking met lokale veld en gebruik maken van hun expertise.

3 Zie voor de verantwoordelijkheidsverdeling van de verschillende disciplines ook het stappenschema (bijlage 1).

Bekend zijn met de (on)mogelijkheden en grenzen van het lokale veld.

5.2      Eisen aan de uitvoering

Een snelle en adequate reactie op het signaal van derden.

Aanwezigheid van één hulpverlener die vanaf de melding tot aan de registratie het proces in zijn

geheel coö rdineert en in de directe contacten met de jeugdige/het gezin het directe aanspreekpunt is.

Een contextuele benadering bij de gemelde en ervaren problematiek waarna een integraal

hulpaanbod tot stand kan komen.

Clië ntvriendelijkheid, clië ntgerichtheid, aandacht voor clië ntbejegening, vraaggerichte attitude van de

hulpverlener met hierin aandacht voor specifieke doelgroepkenmerken.

Gemakkelijke toegankelijkheid van BJZ, onder meer door bekendheid over deze functie bij derden.

Voorkomen van schotten tussen verschillende hulpvormen wanneer hulp door verschillende

instellingen wordt verleend.

Voorkomen van wachttijden door een nog nader vast te stellen termijn waarbinnen de eerste

activiteiten na melding zijn ontplooid.

Eisen betreffende de vaardigheden, houding en kennis van de jeugdhulpverlener.

5.3      Eisen aan de ondersteuning

Vaststaande, op regelmatige basis terugkerende supervisiebijeenkomsten voor alle betrokken

hulpverleners.

De mogelijkheid om twee hulpverleners te koppelen en om deze op basis van beschikbare informatie

en casusafhankelijk in te zetten. Dit i.v.m. veiligheid en ter voorkoming van blinde vlekken.

Duidelijk omschreven scholingsaanbod ten behoeve van de deskundigheidsbevordering van

hulpverleners. De deskundigheidsbevordering zou zich kunnen richten op volgende gebieden:

        Gesprekstechnieken bureaudienst: telefonisch inschatten signaal, omgaan met meldingen

        Zorgvuldig onderzoek van een signaal (risicotaxatie)

        Omgaan met weerstand

        Omgaan met agressie

        Motiveren van clië nten

        Interculturele communicatie/transcultureel werken

        Omgaan met ouders

Het lijkt zinvol om bij scholing en deskundigheidsbevordering bijzondere aandacht te schenken aan de eigen normen en waarden, het referentiekader van de medewerkers. In het huidige scholingsaanbod is niet altijd aandacht voor deze eigen normen en waarden van de hulpverlener in relatie tot de normen en waarden van de cliënt.

5.4      Eisen aan de kwaliteitsbewaking

Aanwijzen van éé n eindverantwoordelijke voor het gehele proces.

Afstemmen met ketenpartners.

Vorming van "quality cirkels" of supervisiegroepen waarin ervaringen en deskundigheid worden

besproken en uitgewisseld.

Multidisciplinair overleg tussen verschillende afdelingen van BJZ-JHV en het AMK.

Het vaststellen van termijnen waarbinnen bepaalde stappen van het proces dienen te zijn afgerond.

5.5      Kosten

Nader te bepalen.

6       Onderzoek effectiviteit

6.1      Directe aanwijzingen voor de effectiviteit

Hierover is nog geen informatie beschikbaar.en

6.2      Indirecte aanwijzingen voor de effectiviteit

De indirecte aanwijzingen voor de effectiviteit van het product Reactie op een signaal van derden kunnen belicht worden vanuit de verschillende perspectieven. Deze worden hieronder uiteengezet.

Perspectief van de jeugdige

Er is inzicht in de risico's die de jeugdige loopt.

Er is geïnformeerd naar de belevingen van de jeugdige.

Er is zicht op de eigen hulpvraag van de jeugdige in pedagogische zin. Dit wil zeggen dat er zicht is

op hetgeen de jeugdige gezien zijn/haar individuele ontwikkeling en behoeften nodig heeft.

Perspectief van de melder

De melder voelt zich voldoende gehoord en heeft zijn/haar zorgen kenbaar kunnen maken. De melder weet wat van BJZ verwacht mag en kan worden. De melder is op de hoogte gesteld van het vervolg.

Perspectief van de ouder/opvoeder

Er is geïnformeerd naar de belevingen van de ouder(s)/opvoeder(s). De ouders hebben zicht op het functioneren van hun kind(eren). Er is zicht op de eigen hulpvraag van de ouder(s)/opvoeder(s). De ouder(s)/opvoeder(s) is op hoogte van het vervolg.

Perspectief van de organisatie

Er is een snelle reactie op het signaal van derden (binnen een vastgestelde tijdseenheid).

Er is een correct besluit en een doorverwijzing.

Er heeft een correcte afhandeling van de melding plaatsgevonden.

Er is een correcte verslaglegging/registratie van het doorlopen van het stappenschema bij het product.

Er is een toename van het aantal meldingen bij BJZ.

7        Bronnen bij de productomschrijving

7.1      Documenten

Bransen, E., Plaije, M. en Wolf, J. (2003). 10 voor de toekomst. Utrecht: Trimbus Instituut.

Derde nota van wijziging. Tweede Kamer, vergaderjaar 2002-2003.

Eindverslag van de werkgroep "Reageren op signalen van derden". BJZ Utrecht.

Format voor beschrijving van producten van BJZ. Utrecht: NIZW Jeugd.

Hofman, E. (2002). Koersen op eigen kracht, een methodisch kader transculturele

jeugdhulpverlening/tevens samenvatting. Utrecht: FORUM.

Konijn, O, Graaf de, M. en Berg van den, G. (2004). Betere toegang tot zorg en speciaal onderwijs

voor jeugdigen meteen lichte verstandelijke beperking. Eindrapport van de LVG-pilots. Utrecht: NIZW

jeugd.

Notitie "Reageren op signalen van derden" - concept. BJZ Rotterdam

Procesomschrijving "Meldingen door derden". BJZ Limburg.

Referentiewerkmodel.

Stappenschema BJZ Utrecht.

Wet op de jeugdzorg. Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden, 2004.

7.2      Gesprekken en andere bronnen

Mw. I. Ten Berge, expertisecentrum Kindermishandeling, NIZW.

-       Mw. M. Streng, BJZ Utrecht.

Mw. Schievels en mw. Beukema, BJZ Groningen.

-       Dhr. P. Baeten, AMK Haaglanden.
Mw. A. Huisman, BJZ Noord-Holland.
Mw. M. van de Ven, BJZ Limburg.
Mw. K. Eijgenraam, NIZW Jeugd.

 

BIJLAGEN

Bijlage 1: Bijlage 2:


Stappenschema Reactie op een signaal van derden

Vaardigheden, houding en kennis van de hulpverlener (in ontwikkeling)


Bijlage 1 Stappenschema bij het product Reactie op een signaal van derden

Doelstelling van het stappenschema:

    Het komen tot een afgewogen oordeel en besluit naar aanleiding van een signaal van een derde.
Toelichting en werkwijzer bij het stappenschema:

        Dit stappenschema is bedoeld voor de jeugdhulpverlener die het volgende product moet leveren: een
reactie op een signaal van derden. Daar waar andere disciplines bij dit product betrokken zijn, wordt
dit in het stappenschema vermeld. Het stappenschema begeleidt de jeugdhulpverlener bij het komen
tot een afgewogen oordeel en besluit. Door het stappenschema te volgen komt de hulpverlener alle
vragen en instructies tegen die doorlopen dienen te worden om een optimaal product te leveren.

        De producten uit het Productenboek van BJZ zijn de resultaten van de processen die omschreven
worden in het Referentiewerkmodel. Het product Reactie op een signaal van derden is het resultaat
van het proces Reageren op een signaal van derden. Het stappenschema sluit dus aan bij het
Referentiewerkmodel.

        Zorg voordat je begint met dit stappenschema dat je op de hoogte bent van de inhoud van het
proces Reageren op signalen van derden. Zie hiervoor de omschrijving van het product Reactie op een
signaal van derden in het Productenboek van BJZ.

Op pagina 13 worden de verschillende activiteiten en vragen uit het stappenschema samengevat in een overzicht weergegeven. De activiteiten en vragen sluiten aan bij het stroomdiagram uit het Referentiewerkmodel, zoals weergegeven op pagina 14. Vervolgens worden de verschillende stappen verder uitgewerkt.


Overzicht stappenschema bij het product Reactie op een signaal van derden

Hoofdactiviteit 1: herkomst en aard van het signaal

Aan de hand van het contact met de derde neem je besluiten over eventuele vervolgactiviteiten. Hiervoor zul je een antwoord moeten verkrijgen op de volgende vragen:

1.1        Handelen van het BJZ zelf?

1.2        (Is sprake van een) crisissituatie?

1.3        Hulp middels inhoudelijk advies?

1.4        Zelf contact opnemen (met de cliënt door derde)?

Hoofdactiviteit 2: contact opnemen met de cliënt

Aan de hand van het contact met de mogelijke cliënt neem je besluiten over eventuele vervolgactiviteiten. Hiervoor zul je een antwoord moeten verkrijgen op de volgende vragen:

2.1       Aanleiding tot handelen?

2.2  (Is er) medewerking?

2.3       Inschakelen AMK?

2.4  Onderzoek RvdK?


 

Stroomdiagram Referentiewerkmodel bij het proces Reageren op een signaal van derden


n e


m edewerking


nee


Verzoek onderzoek x    RvdK      /


e

I

-ja -

aanleiding


Uitwerking stappenschema en stroomdiagram

Het stappenschema begint op het moment dat er telefonisch of face-to-face een signaal van derden bij je terechtkomt. Schriftelijke meldingen komen meestal binnen bij de leidinggevende. Afhankelijk van de instructies die je van je leidinggevende krijgt, bijvoorbeeld het opnemen van contact met de derde of het opnemen van contact met de mogelijke cliënt, voeg je op het desbetreffende punt in bij het stappenschema.

HOOFDACTIVITEIT 1: HERKOMST EN AARD VAN HET SIGNAAL

Instructie

     Het voeren van een gesprek met de derde om de herkomst en aard van het signaal van te stellen.

In dit gesprek doorloop je de volgende stappen:

1.          Je vraagt naar de volgende zaken:

       Wat is de leeftijd van de jeugdige?

       Wat is de woonplaats van de jeugdige en de gezinssituatie?

       Welke relatie heeft de derde met de jeugdige en/of de ouders: professioneel of niet
professioneel?

       Is de clië nt/het clië ntsysteem bekend bij BJZ, AMK of RvdK?

2.          Je legt de procedure uit:

       De taak die BJZ heeft om signalen van derden over opvoed- en opgroeiproblematiek te
beoordelen en vervolgens te besluiten wat er verder moet gebeuren en door wie.

       Er zijn verschillende besluiten mogelijk (zie 4.2 aandachtspunt 5 van de productomschrijving).

       Zo nodig overleg je met je leidinggevende.

3.          Je vraagt naar de inhoud van de melding:

       Wat is de zorg van de derde, dat wil zeggen wat is de aard, de duur en de frequentie van de
problemen en wat zijn de gevolgen voor het dagelijks functioneren?

       Wat is de reden dat de derde nu contact met je opneemt?

       Heeft de derde reeds contact gehad met het gezin/de jeugdige over deze zorgen? Zo ja, is er al
gesproken over een eventuele aanmelding bij BJZ?

       Zijn meerdere derden op de hoogte van deze zorgen?

       Is er een (andere) hulpverleningsinstantie betrokken bij dit gezin? Zo ja, zijn deze al ingelicht of
geconsulteerd? Waarom wel/niet? Hoe was hun reactie?

Aan de hand van dit gesprek stel je jezelf achtereenvolgens de volgende vragen en voer je de daarbij behorende instructies uit:


VRAAG 1.1: HANDELEN VAN BJZ ZELF?

Instructies:

    Het maken van een eigen inschatting of het signaal thuishoort bij BJZ.

Je maakt de afweging of de herkomst en aard van de melding thuishoren binnen de doelgroep en het takenpakket van BJZ. De melding hoort thuis bij BJZ als het gaat om:

Jeugdigen tot 18 jaar.

Jeugdigen wiens woonplaats valt binnen de regio van BJZ.

Signalen die samenhangen met het opvoeden en opgroeien van de jeugdige waardoor de

draagkracht en draaglast van het gezin (ernstig) uit balans lijken te zijn.

        Indien wenselijk het voeren van overleg met de leidinggevende.

        Het nemen van het besluit of een signaal wel of niet thuishoort bij BJZ.

Er zijn twee mogelijke besluiten, zie hieronder.

Besluit en vervolginstructies bij vraag 1.1

1.  Ja, het signaal hoort thuis bij BJZ
Ga door naar vraag 1.2.

2.              Nee, het signaal hoort niet thuis bij BJZ
Instructies:

 

        Het mededelen van het besluit aan de derde.

        Eventueel het geven van advies aan de derde hoe met de situatie om te gaan.

        Eventueel het doorverwijzen naar een andere hulpverlenende instantie.

        Het afsluiten van het contact met de derde.

Voorbeeld

Bij BJZ Limburg bespreekt men de aanmeldingen in het gezamenlijke consultatieteam van JHV en AMK, waarna één van hen vervolgacties onderneemt. Daarnaast is het bij BJZ Limburg verplicht om het besluit dat een signaal niet thuishoort bij BJZ te bespreken in het multidisciplinair overleg.

Indien een signaal niet thuishoort bij BJZ vindt geen registratie plaats van het signaal in het cliënt registratiesysteem. Toch is het van belang dat de gegevens niet verloren gaan in verband met mogelijke volgende meldingen over het gezin.

Materiaal:                               Criteria om vast te stellen of een signaal qua aard en ernst

thuishoort bij BJZ (is niet aanwezig)
Betrokken disciplines:             Eventueel de leidinggevende voor overleg en eventueel een

medische discipline voor overleg over de beoordeling van het

signaal

VRAAG 1.2: (IS ER SPRAKE VAN EEN) CRISISSITUATIE?

Instructies:

        Het maken van een eigen inschatting of er sprake is van een crisissituatie.

        Eventueel het voeren van overleg met de leidinggevende of een directe collega.

Voorbeeld

In Utrecht is het bij een dergelijke inschatting verplicht om overleg te voeren met de leidinggevende.

    Het nemen van een besluit of er sprake is van een crisissituatie.

Voorbeeld

16


In Utrecht wordt deze afweging gemaakt aan de hand van de 'norm vaststellen crisissituatie'. Richtlijnen en aandachtspunten hierbij zijn:

De leeftijd van de betrokken jeugdige (in het algemeen geldt: hoe jonger, hoe kwetsbaarder).

De mate van gestoorde ontwikkeling.

Er is sprake van een te verwachten uithuisplaatsing.

De aan-/afwezigheid van compenserende/stabiliserende omstandigheden en factoren.

De cliënt dreigt te ontglippen/af te haken als je niet direct handelt.

Een (ernstige) verstoring van evenwicht in de draagkracht/draaglast verhouding.

Er is sprake van een gezagsvacuüm (of dit dreigt te ontstaan).

Er is sprake van mishandeling (of dit dreigt te ontstaan) of een andere ernstige onveilige situatie

voor de jeugdige.

Besluit en vervolginstructies bij vraag 1.2

1.    Ja, er is sprake van een crisissituatie
Instructies:

         Het mededelen van het besluit aan de derde.

         Het uitleggen van de vervolgprocedure aan de derde.

         Het afsluiten van het contact met de derde.

         Het inschakelen van en overdragen aan de crisisdienst (hiermee start een ander proces).

         Het registreren in het cliënt registratiesysteem.

2.    Nee, er is geen sprake van een crisissituatie
Ga door naar vraag 1.3 en 1.4.

Materiaal:                               Criteria voor het bepalen of sprake is van een crisissituatie

(wat op dit gebied aanwezig is bij het desbetreffende BJZ)

Betrokken disciplines:                    De leidinggevende of een directe collega voor overleg

Een medewerker van de crisisdienst bij de overdracht

VRAAG 1.3: HULP MIDDELS INHOUDELIJK ADVIES? EN

VRAAG 1.4: ZELF CONTACT OPNEMEN (MET DE CLIËNT DOOR DERDE)?

Deze vragen zijn samengevoegd in één stap omdat er veel overlap is in de deelvragen.

Instructies:

    Het maken van een eigen inschatting of het wenselijk/mogelijk is dat de derde zelf contact
opneemt met de mogelijke cli
ënt.

Aandachtspunten hierbij zijn:

De relatie van de derde tot de cliënt. Het kan gaan om een professionele relatie of een niet-

professionele relatie, zoals een familielid, een kennis of iemand uit de buurt. In geval van een

niet-professionele relatie, moet erop gelet worden of de derde eventueel een 'verborgen agenda'

heeft.

De ernst van de situatie.

De te verwachten ingang die BJZ of de derde bij het gezin zal vinden.

De vraag of de derde anoniem wil blijven. Je legt uit dat in het geval de derde anoniem wil blijven

de afdeling jeugdhulpverlening niet kan handelen. De afdeling jeugdhulpverlening moet aan de

cliënt kenbaar maken van wie het signaal ontvangen is. Er dient dan een verwijzing plaats te

vinden naar het AMK. Het verschilt per regio hoe in dit geval verwezen wordt (zie het voorbeeld

van BJZ Limburg in 5.1 van de productomschrijving). Indien de derde ook anoniem wil blijven

t.o.v. het AMK kan de melding in principe niet onderzocht worden. Een anonieme melding kan

op basis van een ingeschatte bedreiging van het kind alleen in behandeling genomen worden

door het AMK als hierover een expliciet besluit is genomen door de leidinggevende.

    Het bespreken van de mogelijke opties met de derde, te weten:

Het helpen van de derde met een inhoudelijk advies hoe met de situatie om te gaan. De derde krijgt aanwijzingen hoe hij de cliënt kan motiveren om contact met BJZ op te nemen.

17


Als het niet wenselijk/mogelijk is om een inhoudelijk advies te geven zelf op outreachende wijze contact opnemen met de mogelijke clië nt door BJZ.

     Het nemen van een besluit of het wenselijk/mogelijk is dat de derde zelf contact opneemt met de mogelijke cliënt.

Besluit en vervolginstructies bij vraag 1.3 en vraag 1.4

1.    Ja, het is wenselijk/mogelijk dat de derde zelf contact opneemt met de mogelijke clië nt.
Instructies:

        Het bespreken van de motivatie met de derde.

        Het geven van een advies aan de derde. Hierbij kan het gaan om een inhoudelijk pedagogisch
advies aan de derde maar het kan ook gaan om gesprekstechnieken die de derde kan gebruiken
bij de benadering van de mogelijke cli
ënt.

        Het maken van afspraken met de derde over de terugkoppeling indien het de derde niet lukt om
de jeugdige/ouders te motiveren tot aanmelding bij BJZ.

Voorbeeld

In Utrecht wordt het voorbeeld genoemd dat de derde jou binnen een bepaalde termijn (van bijvoorbeeld 2 weken) terugbelt. Verder wordt bijvoorbeeld afgesproken dat jij de derde zelf zult terugbellen als je na die tijd nog niets van hem/haar vernomen hebt.

Instructies na verloop van tijd:

        Het terugkoppelen met de melder over het resultaat van diens bemoeienis.

        Indien wenselijk afspreken dat BJZ alsnog zelf contact op zal nemen met de mogelijke clië nt of
dat de derde het nog een keer probeert op een andere manier. Volg hiervoor het stappenschema
opnieuw vanaf vraag 1.3. Anders afsluiten en registeren.

2.    Nee, het is wenselijk dat BJZ zelf contact opneemt met de mogelijke clië nt.
Ga door naar vraag 1.5.

Materiaal:                               Eventueel instructies voor het geven van een inhoudelijk advies (is niet

aanwezig)
Betrokken disciplines:             Niet van toepassing18


HOOFDACTIVITEIT 2: CONTACT OPNEMEN MET DE CLIËNT

Instructies:

    Het maken van de afweging of je telefonisch contact opneemt met de mogelijke cliënt of
dat je dit doet via een huisbezoek, alleen of samen.

De keuze tussen het telefonisch contact opnemen of een huisbezoek afleggen hangt af van de

situatie.

Indien je op huisbezoek gaat, beslis je aan de hand van de situatie of je alleen gaat of samen met

iemand. Dit kan een collega zijn, maar ook een professionele derde zoals een wijkagent of de derde

die het signaal heeft afgegeven.

Voorbeeld

Bij BJZ Limburg wordt op basis van telefonisch contact de veiligheid van de hulpverlener ingeschat.

Afhankelijk hiervan wordt gekozen voor de inzet van één of twee hulpverleners.

        Het voeren van intern overleg over bovenstaande afweging.

        Het nemen van een besluit over de wijze waarop je contact opneemt met de cliënt.

        Het opnemen van contact met de cliënt.

Er zijn hier twee mogelijkheden: het lukt om contact op te nemen met de cliënt, of het lukt niet. Als het lukt, ga je door naar de volgende stap. Als het niet lukt, probeer je het nog een keer.

Voorbeeld

In Utrecht neemt men pas schriftelijk contact op met de cliënt als de cliënt na twee a drie pogingen

tot telefonisch contact en/of huisbezoek niet is bereikt.

Suggestie

Als je helemaal geen contact krijgt met de mogelijke cliënt overleg dan met je leidinggevende over

het te nemen besluit op basis van de informatie van de derde.

    Het voeren van een gesprek met de cliënt

Het doel van dit contact is om uit te zoeken of er hulpverlening noodzakelijk is en om de ouders/jeugdige te motiveren voor hulp. De volgende zaken dienen aan bod te komen:

Uitleggen wie je bent en wat je komt doen; aangeven dat je een melding hebt ontvangen en van

wie.

Aangeven dat je dit met ouders/jeugdige wilt bespreken en vooral hun verhaal/beleving van de

situatie wil horen.

In gesprek gaan met de cliënt en het bespreken van de melding.

Het luisteren naar het verhaal van de clië nt.

Het bespreken van de mogelijkheden en grenzen van (eventuele) hulpverlening.

Het noemen van het mogelijke vervolg/de verschillende besluiten.

Materiaal:                               Zie bijlage 2 (op termijn)

Betrokken disciplines:             De leidinggevende voor eventueel overleg

De professionele derde (i.v.m. huisbezoek)

Tijdens en naar aanleiding van dit contact stel je jezelf achtereenvolgens een aantal vragen en voer je de daarbij behorende instructies uit:


VRAAG 2.1: AANLEIDING TOT HANDELEN?

Instructies:

    Het maken van de afweging of er aanleiding is om te handelen.

Hierbij maak je gebruik van je reeds aanwezig kennis en ervaring. Zijn er nog andere hulpbronnen? Aandachtspuntenlijst?

        Indien nodig het voeren van overleg met een directe collega/leidinggevende.

        Het nemen van het besluit of er aanleiding is om te handelen.
Besluit en vervolginstructies bij vraag 2.1

 

1.  Ja, er is aanleiding om te handelen.
Ga door naar vraag 2.2.

2.              Nee, er is geen aanleiding om te handelen.
Instructies:

 

        Het mededelen van het besluit aan de ouders/jeugdige en hen indien wenselijk naar een andere
instelling verwijzen.

        Het contact met de mogelijke cliënt afsluiten.

        Het (telefonisch) terugkoppelen van het besluit aan de derde.

        Afspreken met de derde dat hij bij nieuwe zorgen/vragen weer contact met BJZ opneemt.

        Registreren in het cliënt registratiesysteem.

Voorbeeld

Bij BJZ Limburg is het verplicht om het besluit dat er geen aanleiding is om te handelen te bespreken

in het multidisciplinair overleg.

Materiaal:                               Eventueel een protocol hoe feedback te geven aan melders (nog te

ontwikkelen)
Betrokken disciplines:             Eventueel een directe collega/de leidinggevende voor overleg

VRAAG 2.2 (IS ER) MEDEWERKING?

Instructies:

     Bepalen of er medewerking is van de mogelijke cliënt/het mogelijke cliëntsysteem.

Besluit en vervolginstructies bij vraag 2.2

1.    Ja, er is medewerking van de mogelijke clië nt/het mogelijke clië ntsysteem.
Instructies:

        Het maken van een afspraak met de mogelijke clië nt/het mogelijke clië ntsysteem. Nu start het
proces 'Aanmelding en Acceptatie'.

        Het informeren van de derde over de stand van zaken.

        Het registreren in het cliënt registratiesysteem.

2.    Nee, er is geen medewerking van de mogelijke clië nt/het mogelijke clië ntsysteem
Ga door naar vraag 2.3.

Materiaal:                               Niet van toepassing

Betrokken disciplines:             Niet van toepassing


VRAAG 2.3: INSCHAKELEN AMK?

Instructies:

    Het maken van de afweging of er aanleiding is om het AMK in te schakelen.

Dit is het geval als:

De situatie wel zorgwekkend is, maar er (nog) niet voldoende informatie is om de RvdK in te

schakelen; er is behoefte aan meer duidelijkheid over de situatie.

Er vermoedens zijn dat sprake is van kindermishandeling.

BJZ Utrecht en BJZ Groningen zijn momenteel bezig met het opstellen van verdere criteria voor doorverwijzing naar het AMK.

    Het nemen van het besluit of er aanleiding is om het AMK in te schakelen.
Besluit en vervolginstructies bij vraag 2.3

1.    Ja, er is aanleiding om het AMK in te schakelen.
Instructies:

Contact opnemen met het AMK.

Het mededelen van het besluit aan het gezin/de jeugdige.

Het terugkoppelen van het besluit aan de derde die de melding heeft gedaan.

Het registreren in het cliënt registratiesysteem.

2.    Nee, er is geen aanleiding om het AMK in te schakelen.
Overwegingen:

Is er wellicht toch voldoende informatie om de RvdK te verzoeken een onderzoek te doen? Zo ja, ga naar vraag 2.4.

Is de situatie achteraf gezien toch niet ernstig genoeg voor ingrijpen van BJZ? (Zo ja, ga naar vraag 1.1 van het stappenschema).

Je kunt ook bij deze stap terechtkomen in het geval dat de situatie sinds de melding door de derde veranderd is.

Materiaal:                               Criteria in welke gevallen moet worden doorverwezen naar het AMK

(momenteel in ontwikkeling bij BJZ Utrecht en BJZ Groningen)
Betrokken disciplines:             Een medewerker van het AMK

VRAAG 2.4: ONDERZOEK RvdK?

Instructies:

     Het maken van de afweging of er genoeg informatie is om de RvdK te verzoeken een onderzoek te doen.

Een melding bij de RvdK wordt door BJZ gedaan zodat de RvdK een onderzoek kan doen. Dit gebeurt in die situaties waar vrijwillige hulp niet (meer) voldoende is om de opvoed- en opgroeiproblemen te verhelpen. Het kan gaan om situaties waarin ouders onvoldoende gemotiveerd zijn om te werken aan verbetering van de situatie (men kan wel, maar wil niet), maar ook om structureel tekortschietende opvoedcompetenties (men wil wel, maar kan niet). De RvdK zal een onderzoek starten en op grond daarvan een advies aan de kinderrechter uitbrengen. De kinderrechter besluit tot het al dan niet uitspreken van een maatregel van kinderbescherming, waarmee hulp in een gedwongen kader wordt opgelegd.

Mogelijke criteria voor een melding bij de RvdK:

Indien een zorgelijke situatie is ontstaan of dreigt te ontstaan voor een minderjarige èn ouders het ouderlijk gezag onvoldoende kunnen of willen uitoefenen, waardoor de jeugdige in zijn/haar ontwikkeling bedreigd wordt.


Indien er reeds gedurende enige tijd een situatie is waarbij de jeugdige zich totaal onttrekt aan het ouderlijk gezag, d.w.z. aan de regels en de structuur die van belang zijn voor de ontwikkeling van de jeugdige, en de ouders daarbij machteloos staan.

Indien reeds uitgevoerde (al dan niet door BJZ) vrijwillige hulp niet heeft geleid tot het behalen van de gestelde doelen èn de jeugdige daarvan schade ondervindt in zijn/haar ontwikkeling. Indien ingeschat wordt dat doelen niet gehaald kunnen worden en/of als de situatie niet onderzocht kan worden.

     Het nemen van het besluit of je de RvdK gaat verzoeken een onderzoek te doen. Besluit en vervolginstructies bij vraag 2.4

1.    Ja, er is genoeg informatie om de RvdK te verzoeken een onderzoek te doen.
Instructies:

         Het schrijven van een aanvraag voor de RvdK en deze ter beoordeling inleveren bij de
leidinggevende.

         Het versturen van de aanvraag.

         Het terugkoppelen aan het gezin/de jeugdige.

         Het terugkoppelen aan de derde.

         Registeren in het cliënt registratiesysteem.

De RvdK neemt de melding vervolgens in onderzoek.

2.    Nee, er is niet voldoende informatie om de RvdK te verzoeken een onderzoek te doen.

Materiaal:                               Niet van toepassing

Betrokken disciplines:                    De leidinggevende


Bijlage 2 Vaardigheden, houding en kennis van de hulpverlener (in ontwikkeling)

Deze bijlage wordt binnenkort ontwikkeld door een leergroep en zal concrete handvatten bieden aan hulpverleners HOE te handelen wanneer een signaal van een derde binnenkomt.

 
Hop geeft zicht op denk- en werkwijze "jeugdzorg" door publicatie van formulieren en werkprocessen op internet
180

Diagnose op bestelling! Onderonsjes STAAT/RECHTERSLEGER om toe te schrijven naar verzoeken/rapporten/uitspraken!

LIN

INFORMANT Stichting Lindenhout "jeugdzorg" in Nederland is niet kindgericht maar gericht op SCHAALVERGROTING!

071

Bezwaarschrift tegen BESLUIT bestuursorgaan om ouder(s) foldermateriaal over indienen van klachten toe te sturen

079

Vraag: Waarom verliest het gewone volk systematisch hun (censuur) rechtszaakjes tegen overheden?

Antwoord: Omdat zaakjes van het gewone volk tegen de Staat/RvdK/jeugdzorg worden toegewezen aan voor de overheid/bestuursorganen partijdige rechters!

Informant: Wie de zaken verdeelt kan de uitkomst van een rechtsgeding beïnvloeden zegt bijvoorbeeld rechter Lampe

135 Art. 11.
Rechtspreken volgens de wet
De regter moet volgens de wet regt spreken; hij mag in geen geval de innerlijke waarde of billijkheid der wet beoordelen.
137 Hetze tegen Hop in strijd om afgifte contactjournaal gezinsvoogd etaleert op een fantastische wijze de mentaliteit die heerst in de jeugdzorg! Ook al worden de ernstigste fouten gemaakt (51) ze blijven doorgaan! Hop MOET BLOEDEN!
617 Vluchten voor de Nederlandse jeugdzorg kan gewoon bij OTS maar hoe lang nog! Slimmer is om VOOR een OTS al te vertrekken!
518 Klopt het ondertekeningsblok onder BESLUITEN en verzoek- en verweerschriften van bestuursorganen die opereren in de jeugdzorg?
101 AANDACHTSVESTIGING!
Aan ALLE burgemeesters, gemeentesecretarissen, raadsgriffiers en ambtenaren gemeente of provincie in Nederland
Aan ALLE rechters in Nederland
Aan ALLE
pleegouders in Nederland
Aan ALLE medewerkers van scholen in Nederland
Aan ALLE medewerkers van ziekenhuizen in Nederland
Aan ALLE gedragsdeskundigen en psychologen in Nederland
Aan ALLE medewerkers van verzekeringsmaatschappijen in Nederland
Aan ALLE medewerkers van kindertehuizen, kindergevangenissen of andere instellingen actief in de jeugdzorg
Aan ALLE politie agenten en hun leidinggevenden in Nederland
Indien u personen tegen komt bij OTS of VOTS die zich ten onrechte uitgeven voor de VOOGD wordt u vriendelijk verzocht deze persoon GELIJK AAN TE HOUDEN en over te dragen aan het BEVOEGD GEZAG voor een WAARHEIDSVINDING ONDERZOEK. Indien deze persoon zich inderdaad ten onrechte heeft uitgegeven voor een VOOGD bij OTS of VOTS aangifte tegen deze persoon te doen wegens "het vervullen van een beroep in valse hoedanigheid" met het verzoek aan het BEVOEGD GEZAG deze persoon onverwijld een BEROEPSVERBOD op te leggen om ooit nog met kinderen te werken om jeugdzorg voor kinderen en hun OUDERS BELAST MET HET GEZAG VEILIGER te maken!
082 Volg het geld en u begrijpt waarom jeugdzorg probeert steeds meer KLANTEN in hun klauwen te krijgen
132 Exploitatie kinderen door jeugdzorg: Arbeidsvoorwaarden Jeugdbeschermer mei 2008. De CAO-jeugdzorg is van toepassing. Het salaris bedraagt op basis van schaal 10, maximaal € 3.437,07 bruto per maand bij een fulltime dienstverband met een eindejaarsuitkering met een vast deel van 5,15% en een resultaatafhankelijk deel van 3,15%.
177 Lindenhout gezinshuisouder. Arbeidsvoorwaarden CAO Jeugdzorg. Salariëring conform schaal 8 van de salarisregeling (minimaal € 1.940,94 en maximaal € 2.882,28 bruto per maand bij een fulltime dienstverband). Lindenhout biedt eindejaarsuitkering van 8,3% (deels resultaatafhankelijk), een spaarloonregeling, een levensloopregeling, studiefaciliteiten en aantrekkelijke collectieve verzekeringen. Voor de functie gezinshuisouder geldt daarnaast 14% onregelmatigheidstoeslag, slaapdienstvergoeding en een verhuiskostenvergoeding.
Beloning beleidsmedewerker "jeugdzorg" gemeente Alphen aan de Rijn 20 december 2 008 De functie van beleidsmedewerker wordt gehonoreerd op basis van salarisschaal 10 cao voor gemeenteambtenaren. Afhankelijk van de ervaring van een kandidaat behoort een toelage tot het maximum van schaal 11 tot de mogelijkheden. Het brutosalaris bedraagt daarom maximaal € 3.800 per maand dan wel (bij een toelage) maximaal € 4.378 per maand bij een volledige werkweek van 36 uur. Deze bedragen zijn exclusief 8% vakantiegeld en exclusief 5% (niveau 2008) eindejaarsuitkering. Inclusief deze inkomensbestanddelen is sprake van een jaarinkomen van maximaal €51.500 (schaal 10) dan wel maximaal € 59.365 (schaal 11). De functie is een voltijdsfunctie (36 uur). Een vierdaagse werkweek (4x9) of deeltijdwerk (minimaal 32 uur) is bespreekbaar.
Grondrecht op behoorlijke rechtspraak 6 EVRM, artikel 14 Bupoverdrag en het Seveso-arrest (710)
Algemene beginselen van behoorlijk bestuur en beleid.
Een bestuursorgaan moet bij het uitoefenen van bevoegdheden een vaste lijn volgen. 
Een bestuursorgaan moet duidelijk maken aan de hand van welke criteria de correcte beslissingen zullen worden genomen.
003 Vraag: Wie zijn Judith Leenders en Ron Nienhuis? 575 (581) (101)
Antwoord: Uitzending Omroep Gelderland) start afspelen van deze uitzending op 09:28
095 6 november 2007 Hop ontdekt kinderrechter is rechter, aanklager en belanghebbende bij kinderbeschermingsmaatregelen
073 In de jeugdzorg formulieren worden uw kinderen als KLANTEN aangemerkt 
680 "Jeugdzorg" verzoekt Parlement/Minister ingevoerde wetgeving KLANTEN met spoed uit te hollen om GEGROND KLAGEN te voorkomen 
122 Kinderen worden in de "jeugdzorg" KLANTEN aangemerkt! Wie zitten er verborgen achter Bureau Jeugdzorg? "Bureau Jeugdzorg" heeft naast jeugdhulpverlening, jeugdbescherming, jeugdreclassering en het Advies en Meldpunt Kindermishandeling een aantal andere onderdelen: de Kindertelefoon, Haltbureaus, de Kinder- en Jongerenrechtswinkel en een aantal JIP's (Jongeren Informatie Punt). Deze maken samen deel uit van de nieuwe organisatie.
440 Lees eerst de "meldcode kindermishandeling" om zicht te krijgen op de aanmeldingsprocedure van uw kind bij het AMK
545 Processen bureau jeugdzorg, Versie 2, Definitief, 18 mei 2005 geeft zicht op werk- en denkwijze medewerkers jeugdzorg
549 Signalen van derden geeft zicht op werk- en denkwijze medewerkers jeugdzorg
339 Rechtersleger heeft werkafspraken gemaakt met "jeugdzorg", Raad voor de Kinderbescherming over inhoud verzoekschriften
481 Deltaplan jeugdzorg weer een signaal dat het in Nederland steeds gevaarlijker voor de kinderen van het gewone volk
097 Info uit Wob verzoek 102! Hop publiceert "Tielse Checklist Risicofactoren" om verweerschriften ouders bij KIR te verbeteren
478 Info uit Wob verzoek 102! Hop publiceert "Handleiding voor de invulling van de checklist beoordeling van de veiligheid"
388 Hop publiceert de "aanmeldingslijst verzoek raadsonderzoek"
436 Wet op de jeugdzorg
437 Uitvoeringsbesluit wet op de jeugdzorg
   

top