CENSUUR EN ORGANISATIECRIMINALITEIT IN NEDERLAND ©

1997-2014+ Diepe minachting voor het structurele probleem in de Nederlandse rechtspraak te weten de weerzinwekkende partijdigheid voor de overheid.

Groep Hop wil de pensioengerechtigde leeftijd verlagen naar 60 jaar. Alle gemeente belastingen afschaffen. Improductieve bureaucratie aanpakken. Kinderbeschermingsmaatregelen na verzonnen verhalen is weerzinwekkende fraude. Ontvangen gelden dienen als heling te worden aangemerkt. Bekijk ons programma? Als u ook genaaid bent/wordt door voor de overheid steeds partijdige rechtspraak, gemeente, jeugdzorg, RvdK of UWV stel u verkiesbaar voor de verkiezingen gemeenteraad 2018. Praktijkvoorbeeld. Het jatten van de recreatiewoning van een 71+ jarige gehandicapte burger die VOOR 1996 zelf zijn recreatiewoning heeft (af)gebouwd en er voor 1996 ook woonde dat wordt door niemand ter discussie gesteld wordt door Hop als organisatiecriminaliteit gemeente Ermelo en zeer ernstige mishandeling van een gepensioneerde burger aangemerkt. Groep Hop is wel TEGEN de discriminatie van Nederlanders tov buitenlanders.

Stem TEGEN organisatiecriminaliteit bij de overheid! Stem VOOR Groep Hop. Dank u wel voor uw aandacht. J. Hop.

 

 

De Betere Krant van Ermelo

Nieuwsberichten uit het Ermelo, lees verder

 

Stichting Leger des Heils Welzijns-en Gezondheidszorg

s41208154 Stichting Leger des Heils Welzijns- en Gezondheidszorg, Spoordreef 10, 1315GN Almere (Gezinsvoogdij)
s41208154 Stichting Leger des Heils Welzijns- en Gezondheidszorg, Spoordreef 10,1315GN Almere (Voorziening voor Pleegzorg)

Organisatie. Het Leger des Heils kent dezelfde hiërarchische structuur als elk ander leger. Aan het hoofd van de internationale organisatie staat een generaal. De huidige generaal is John Larsson. In Nederland is de leiding momenteel in handen van commisioner Wim van der Harst. De actieve leden van het Leger heten heilssoldaten, en dragen veelal een uniform. De leden zijn georganiseerd in "gevechtseenheden", korpsen genaamd, die meer beogen te zijn dan een kerkelijke "gemeente", namelijk in de eerste plaats een post van het Leger des Heils, opgericht ter verbreiding van het Evangelie. Verantwoordelijk voor het korps is de bevelvoerend officier.

 

 

 

1. De leden van het Leger des Heils zijn georganiseerd in "gevechtseenheden"

2. De rechterlijke instanties in Moskou hebben geweigerd het Leger des Heils als religieuze beweging te erkennen en als zodanig te registreren

3. Problemen Leger des Heils Zutphen gebed zonder eind, zaak Leger des Heils tegen gemeente Zutphen naar andere rechtbank verwezen

 

 

 

1. De leden van het Leger des Heils zijn georganiseerd in "gevechtseenheden"

Organisatie
Het Leger des Heils kent dezelfde hiërarchische structuur als elk ander leger. Aan het hoofd van de internationale organisatie
staat een generaal. De huidige generaal is John Larsson. In Nederland is de leiding momenteel in handen van commisioner
Wim van der Harst. De actieve leden van het Leger heten heilssoldaten, en dragen veelal een uniform. De leden zijn
georganiseerd in "gevechtseenheden", korpsen genaamd, die meer beogen te zijn dan een kerkelijke "gemeente", 
namelijk in de eerste plaats een post van het Leger des Heils, opgericht ter verbreiding van het Evangelie.
Verantwoordelijk voor het korps is de bevelvoerend officier.

De leden van het Leger des Heils zijn georganiseerd in "gevechtseenheden"

Het Leger des Heils is de Nederlandse naam van het internationale kerkgenootschap The Salvation Army, dat op 7 september 1878 door William Booth in Londen werd opgericht, en dat zich sinds die tijd verspreid heeft over meer dan honderd landen. In Nederland heeft het Leger des Heils anno 2004 ca. 80 plaatselijke gemeenten, die korpsen heten. Het Leger des Heils is vooral bekend door het praktiseren van de geloofsovertuiging in de vorm van directe maatschappelijke hulpverlening aan diegenen in de samenleving die buiten de boot vallen.

Missie

Het doel van het Leger des Heils is:

Het verkondigen van het evangelie van Jezus Christus in woord en daad.

Er is binnen dit kerkgenootschap veel aandacht voor de persoonlijke bekering: “Alle leden van de organisatie belijden door de genade Gods gered te zijn van de schuld en de macht van de zonde. Zij zijn er zich van bewust, dat zij zijn "gered om te redden", soldaten, die strijden om anderen voor Christus te winnen. Vandaar de aanvallende methoden van het Leger. " (brochure Stoottroep van Christus, 1962).
De opwekkingssamenkomsten spelen een grote rol; vroeger ook de straatprediking. Het beeld van de heilssoldaat die langs de café's gaat om de Strijdkreet aan de man te brengen is nog wel bekend, maar behoort toch grotendeels tot het verleden. Vroeger vond straatevangelisatie op veel grotere schaal plaats. Met muziek en zang trok het legerkorps door de straten en op straathoeken en pleinen werd de blijde boodschap verkondigd.

Het Leger werft al predikend soldaten voor haar strijd tegen ongeloof, onverschilligheid en zonde. Maar ook tegen nood, leed, ellende en verpaupering. En tegen geldaanbidding en materialisme. En dat alles in Christus' naam. Het Leger des Heils wordt wel het kerkgenootschap van de opgestroopte mouwen genoemd: er was en is zeer veel aandacht voor hulp aan de (geestelijk en maatschappelijk) ontspoorde medemens, waarbij de strijd tegen het alcoholisme in industriesteden historisch is. Heden ten dagen zijn het daklozen, verslaafden, prostituees en eenzamen die op de onvoorwaardelijke steun van het Leger des Heils kunnen rekenen. Veelal daar waar het werkterrein van andere instellingen eindigt. Internationaal was en is het werk in ontwikkelingslanden belangrijk.

Geschiedenis

De oprichting van The Christian Mission (Christelijke Zending) door William Booth vindt plaats op 5 juli 1865 in Oost-Londen. De boodschap die het echtpaar Booth brengt (ook William’s echtgenote Catherine Mumford is actief evangeliste) slaat aan, al worden ze soms bekogeld met straatvuil, rotte eieren en dode ratten. Een paar jaar later, in 1868, zijn er in Londen al 13 evangelisatie-posten. Een van de eerste zalen die in gebruik werden genomen was de People’s Mission Hall, een gebouw waar 1500 mensen konden samenkomen om naar de prediking te luisteren, maar waar per dag ook 5.000 liter soep kon worden gemaakt. Volgens William Booth hadden hongerige magen geen oren! In 1878 werd de naam veranderd in The Salvation Army. 7 september 1878 wordt daarom officieel als oprichtingsdatum beschouwd. Maart 1880 landde commisioner Railton, vergezeld van zeven vrouwelijke officieren, in New York, en had het Leger zijn eerste vestiging overzee. Soldaten werden ter plekke geworven. Zo ook in andere landen: Frankrijk (1881 onder aanvoering van Catherine (de Maréchale) Booth, de oudste dochter van William en Catherine), India (1882), Zuid-Afrika (1883). Toen William Booth in 1912 stierf was het leger in tientallen landen gevestigd.

Het Leger des Heils in Nederland en België

In 1887 start het Leger des Heils een offensief in Nederland. Drie personen speelden een belangrijke rol:

  • Carl Ferdinand Schoch; gepensioneerd artillerie-officier, die zich samen met zijn vrouw (in latere jaren als kolonel) wijdde aan het werk van het Leger.

  • Gerrit Juriaan Govers; onderwijzer, die al met (uit Frankrijk van een vriend gekregen) S-en op zijn kraag liep vóór er een Leger des Heils in Nederland was.

  • John K. Tyler; een Engelse ex-zeeman, die als heilsofficier de leiding van het werk in Nederland kreeg.

Op 8 mei vond de eerste evangelisatie-bijeenkomst plaats in een zaal aan de Gerard Doustraat in Amsterdam. Er knielden die dag zestien mannen en vrouwen neer aan de zondaarsbank. In september van datzelfde jaar reikt commissioner Smith in Amsterdam de vlag uit aan een korps van meer dan honderd heilssoldaten. Na een jaar zijn er al 7 korpsen, ondanks de grote tegenstand die hier en daar wordt ondervonden.

België volgt in 1889.

Als na enkele jaren het maatschappelijk werk bekend raakt wint het Heilsleger snel aan sympathie. Bij het begin van de 20e eeuw zijn er in Nederland al 60 korpsen en 18 maatschappelijke inrichtingen. In 1962 telt het Leger in Nederland 108 korpsen en 59 inrichtingen. In 1978 zijn er 100 korpsen en 75 inrichtingen, centra en bureaus. Vooral "majoor" Bosshardt en haar "Goodwill-centrum" in Amsterdam hebben het Leger des Heils na de oorlog een gezicht gegeven. Ze wordt een nationale figuur als ze op 19 februari 1959 op de televisie verschijnt. Ze wordt bekend als "één van de weinigen die spontaan door Juliana worden gezoend" en als de heilsofficier die samen met Beatrix de Strijdkreet verkoopt in Amsterdamse kroegen op 28 april 1965.

Organisatie

Het Leger des Heils kent dezelfde hiërarchische structuur als elk ander leger. Aan het hoofd van de internationale organisatie staat een generaal. De huidige generaal is John Larsson. In Nederland is de leiding momenteel in handen van commisioner Wim van der Harst. De actieve leden van het Leger heten heilssoldaten, en dragen veelal een uniform. De leden zijn georganiseerd in "gevechtseenheden", korpsen genaamd, die meer beogen te zijn dan een kerkelijke "gemeente", namelijk in de eerste plaats een post van het Leger des Heils, opgericht ter verbreiding van het Evangelie.
Verantwoordelijk voor het korps is de bevelvoerend officier.

Literatuur

  • Stoottroep van Christus – jubileumuitgave van de Strijdkreet, het officieel orgaan van het Leger des Heils - 75e jaargang nr. 9 (Amsterdam 1962)

  • 100 jaar Leger des Heils - jubileumuitgave van de Strijdkreet - 91e jaargang nr. 10 (Amsterdam 1978)

  • Henk Mochel - In de frontlinie; 100 jaar Leger des Heils in Nederland (Kampen 1987

 

 

 

2. De rechterlijke instanties in Moskou hebben geweigerd het Leger des Heils als religieuze beweging te erkennen en als zodanig te registreren

In haar laatste uitspraak betitelde de Moskouse rechtbank het Leger des Heils als een gemilitariseerde organisatie die orders uit het buitenland zou uitvoeren. Daardoor zou het geen recht hebben om zich als religieuze organisatie te laten registreren.

Kerk en Godsdienst 6 december 2000

Leger des Heils in Moskou niet langer welkom.
De rechterlijke instanties in Moskou hebben geweigerd het Leger des Heils als religieuze beweging te erkennen en als zodanig te registreren. Daardoor is de kans groot dat de christelijke organisatie de Russische hoofdstad volgend jaar voorgoed moet verlaten.

Alle religieuze organisaties die in Rusland actief zijn, moeten zich volgens de nieuwe wet op religie uiterlijk voor 1 januari 2001 opnieuw laten registreren. Lukt dit niet, dan bevindt de organisatie zich illegaal op Russisch grondgebied. Het Leger des Heils is sinds 1992 in Moskou actief en heeft zich toen ook laten registreren. De in 1997 ingevoerde godsdienstwet eist van alle religieuze organisaties dat ze zich opnieuw laten registreren. Het doel van de nieuwe wet, die totstandkwam in nauwe samenwerking met de Russisch-Orthodoxe Kerk, is paal en perk te stellen aan de toegenomen populariteit van niet-orthodoxe religies op Russisch grondgebied. Vanaf het moment dat de wet in werking trad, heeft het Leger des Heils alle middelen aangewend om de registratie te vernieuwen.Maar alle pogingen zijn op niets uitgelopen en het Leger is tienduizenden guldens armer.

In haar laatste uitspraak betitelde de Moskouse rechtbank het Leger des Heils als een gemilitariseerde organisatie die orders uit het buitenland zou uitvoeren. Daardoor zou het geen recht hebben om zich als religieuze organisatie te laten registreren.

Het Leger des Heils is ook actief in dertien andere Russische steden, waar het tot nu toe minder tegenwerking heeft ondervonden dan in Moskou. Zijn activiteiten bestaan onder meer uit het runnen van gaarkeukens, het bezoeken van zieken en gevangenen en het organiseren van bijbelstudies.

 

 

 

2. Problemen Leger des Heils Zutphen gebed zonder eind, zaak Leger des Heils tegen gemeente Zutphen naar andere rechtbank verwezen

AFDELING  8.1.3

Verwijzing, voeging en splitsing

Art. 8:13. [Verwijzing] (8.1.3.1)
-1. De rechtbank kan een bij haar aanhangig gemaakte zaak ter verdere behandeling verwijzen naar de rechtbank waar een andere zaak aanhangig is gemaakt indien naar haar oordeel behandeling van die zaken door één rechtbank gewenst is. Zij kan een bij haar aanhangig gemaakte zaak ter verdere behandeling verwijzen naar een andere rechtbank indien naar haar oordeel door betrokkenheid van de rechtbank behandeling van die zaak door een andere rechtbank gewenst is.
-2. Een verzoek tot wijziging kan worden gedaan tot de aanvang van het onderzoek ter zitting.
-3. Indien de rechtbank waarnaar een zaak is verwezen, instemt met de verwijzing, worden de op de zaak betrekking hebbende stukken aan haar toegezonden.

 

 

De rechtbank Zutphen heeft met toepassing van het bepaalde in artikel 8:13, eerste lid, van de Awb het verzoek om voorlopige voorziening verwezen naar de voorzieningenrechter van de rechtbank Almelo

 
LJN: BA2013,Voorzieningenrechter Rechtbank Almelo , 07 / 189 GEMWT AQ1 V Print uitspraak
Datum uitspraak: 30-03-2007
Datum publicatie: 02-04-2007
Rechtsgebied: Bestuursrecht overig
Soort procedure: Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie: In het onderhavige geding dient de vraag te worden beantwoord of onverwijlde spoed vereist dat het besluit van 31 januari 2007, gedeeltelijk gewijzigd bij besluit van 15 februari 2007, inhoudende het opleggen van een last onder dwangsom met betrekking tot overschrijding van expliciet gestelde geluidsnormen vanwege activiteiten vanuit het pand, wordt geschorst dan wel dat anderszins een voorlopige voorziening wordt getroffen.
APV Zutphen, vrijheid van godsdienst.
Uitspraak
RECHTBANK ALMELO
Sector bestuursrecht


Registratienummer: 07 / 189 GEMWT AQ1 V

uitspraak van de voorzieningenrechter als bedoeld in artikel 8:84 Algemene wet bestuursrecht d.d. 30 maart 2007

in het geschil tussen:

Kerkgenootschap het Leger des Heils,
gevestigd te Almere, verzoeker,
gemachtigde: mr. B.J.W. Walraven, advocaat te Rotterdam,

en

het College van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Zutphen,
verweerder.


Derde-belanghebbende: Stichting Adamanshuis, gevestigd te Zutphen.


1.  Besluit waarop het verzoek betrekking heeft
Besluit van verweerder d.d. 31 januari 2007 alsmede het hangende bezwaar gewijzigde besluit d.d. 15 februari 2007.


2.  Procesverloop
Naar aanleiding van bij verweerder binnengekomen klachten inzake geluid, veroorzaakt door de activiteiten die door verzoeker worden ontplooid in het pand Hagepoortplein 4A te Zutphen (hierna: het pand), hebben ambtenaren in dienst van verweerders gemeente controles en geluidsmetingen uitgevoerd. Bij brief van 22 mei 2006 heeft verweerder aan verzoeker meegedeeld dat binnen een termijn van één maand brassbands en andere activiteiten met versterkte muziek niet meer zijn toegestaan. Verweerder heeft voorts aangegeven dat hij overweegt gebruik te maken van zijn bevoegdheid tot het opleggen van een last onder dwangsom indien na het verstrijken van voornoemde termijn de geluidsnormen worden overschreden. Verzoeker is in de gelegenheid gesteld zijn zienswijze te geven. Bij brief van 14 juni 2006 heeft verzoeker een zienswijze gegeven. Bij brief van 11 juli 2006 heeft verweerder verzoeker meegedeeld dat, gelet op de gemaakte afspraken tussen hem en verzoeker, hij vooralsnog geen reden ziet om handhavend op te treden.
Bij besluit van 31 januari 2007 (primair besluit 1) heeft verweerder aan verzoeker een last onder dwangsom opgelegd inhoudende dat, kort samengevat, verzoeker een dwangsom verbeurt indien de in primair besluit 1 expliciet omschreven maximaal toegestane geluidsnormen worden overtreden. De begunstigingstermijn is gesteld op 1 februari 2007.

Hiertegen heeft verzoeker bij brief van 13 februari 2007 een bezwaarschrift ingediend. Gelijktijdig is aan de voorzieningenrechter van de rechtbank Zutphen verzocht een voorlopige voorziening te treffen inhoudende het schorsen van primair besluit 1.
Bij besluit van 15 februari 2007 (primair besluit 2) heeft verweerder de begunstigingstermijn van primair besluit 1 verlengd tot 1 mei 2007. Gelet op het bepaalde in artikel 6:19, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) wordt het bezwaarschrift van verzoeker geacht mede te zijn gericht tegen primair besluit 2.
Verweerder heeft de op de zaak betrekking hebbende stukken op 20 februari 2007 ingebracht.
Met toepassing van het bepaalde in artikel 8:13, eerste lid, van de Awb is het verzoek om voorlopige voorziening verwezen naar de voorzieningenrechter van deze rechtbank.
Verweerder heeft op 1 maart 2007 nadere stukken in het geding gebracht.

Openbare behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden ter zitting van 26 maart 2007 alwaar verzoeker zich heeft doen vertegenwoordigen door J.C.Y. van Vliet, J.N.J. Wisseborn en R.L.J. Keijzer, bijgestaan door zijn gemachtigde voornoemd. Verweerder heeft zich doen vertegenwoordigen door mr. F.B.M. van Aanhold en N. van Buitenen. Derde-belanghebbende heeft zich doen vertegenwoordigen door P. Will.


3.  Overwegingen

Kern van het geschil
Ingevolge artikel 8:81 van de Awb kan, indien voorafgaand aan een mogelijk beroep bij de rechtbank bezwaar is gemaakt, door de indiener van het bezwaarschrift aan de voorzieningenrechter van de rechtbank een voorlopige voorziening worden gevraagd. Bij de beoordeling van een zodanig verzoek dient te worden nagegaan of onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, het treffen van een voorlopige voorziening vereist. Voorzover deze toetsing meebrengt dat een oordeel wordt uitgesproken dat tevens het onderwerp van de bezwarenprocedure raakt, heeft dit oordeel een voorlopig karakter. Gelet hierop dient in het onderhavige geding de vraag te worden beantwoord of onverwijlde spoed vereist dat het besluit van 31 januari 2007, gedeeltelijk gewijzigd bij besluit van 15 februari 2007, inhoudende het opleggen van een last onder dwangsom met betrekking tot overschrijding van expliciet gestelde geluidsnormen vanwege activiteiten vanuit het pand, wordt geschorst dan wel dat anderszins een voorlopige voorziening wordt getroffen.

Gronden van bezwaar / voorlopige voorziening
Verzoeker stelt primair dat verweerder niet bevoegd is tot het opleggen van een last onder dwangsom. Ter onderbouwing van deze grief voert hij het volgende aan.
Ten eerste is de last primair gericht op het ongedaan maken van de overtreding van artikel 4.1.5 van de Algemene Plaatselijke Verordening van de gemeente Zutphen (APV). Dit artikel biedt geen bevoegdheid voor het stellen van nadere grenswaarden / geluidsnormen. Gelet hierop mag verweerder niet handhavend optreden tegen overschrijding van de door hem gestelde geluidsnormen. Subsidiair stelt verzoeker dat, indien aansluiting kan worden gezocht bij het Besluit woon- en verblijfsgebouwen milieubeheer, voorschrift 1.1.2, aanhef en b van de bijlage van dit Besluit deze aansluiting in casu verhindert. Immers, hierin staat verwoord dat bij het bepalen van geluidniveaus, het geluid ten behoeve van het oproepen tot het belijden van godsdienst of levensovertuiging of het bijwonen van godsdienstige of levensbeschouwelijke bijeenkomsten en lijkplechtigheden, alsmede geluid in verband met het houden van deze bijeenkomsten of plechtigheden, buiten beschouwing blijft.
Ten tweede worden alle activiteiten van verzoeker beschermd door artikel 6 van de Grondwet. Het eerste lid van dit artikel geeft de mogelijkheid tot het beperken van de vrijheid van godsdienst, echter alleen door middel van een formele wet. Beperking door middel van een - nader ingevulde - APV-bepaling voldoet hier niet aan. De door verweerder aangehaalde jurisprudentie ziet op de uitoefening van de vrijheid van godsdienst buiten gebouwen en besloten plaatsen zodat deze jurisprudentie in casu niet van toepassing is. Verzoeker verwijst voorts naar het in artikel 9 van het Europees Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens (EVRM) en artikel 18 van het Internationaal verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten (Ivbpr) neergelegde vrijheid van godsdienst.
Het opleggen van de last is voorbarig want er heeft nog geen overtreding plaatsgevonden.

Indien wordt geoordeeld dat verweerder wel bevoegd is tot het opleggen van onderhavige last, dan stelt verzoeker subsidiair dat het opnemen van grenswaarden en het bepalen dat overtreding van die grenswaarden tot verbeurte van een dwangsom leidt in één en hetzelfde besluit in strijd is met het rechtszekerheidsbeginsel. Voorts is er ten onrechte geen begunstigingstermijn opgenomen.

Ter zitting heeft verzoeker gesteld dat de last onduidelijk is, wat in strijd is met het rechtszekerheidsbeginsel.

Overwegingen van de voorzieningenrechter
Gelet op het bepaalde in artikel 125 van de Gemeentewet juncto de artikelen 5:21 en 5:32 van de Awb is verweerder eerst bevoegd tot het opleggen van een last onder dwangsom indien wordt gehandeld in strijd met een wettelijk voorschrift. Eerst en nadat is vastgesteld dat er van een dergelijke overtreding sprake is, dient bezien te worden of verweerder in redelijkheid van deze bevoegdheid gebruik heeft kunnen maken.

Ten aanzien van de bevoegdheid tot het opleggen van een last onder dwangsom merkt de voorzieningenrechter het volgende op.

Artikel 4.1.5, eerste lid, van de APV bepaalt dat het verboden is om toestellen of geluids- of lichtapparaten in werking te hebben of handelingen te verrichten op een zodanige wijze dat voor een omwonende of overigens voor de omgeving geluid- of lichthinder wordt veroorzaakt.
Het tweede lid van dit artikel bepaalt dat het college van het verbod ontheffing kan verlenen.
Het verbod geldt niet, voor zover artikel 2.4.16, de op de Wet milieubeheer gebaseerde voorschriften, de Wet geluidhinder, de Wegenverkeerswet 1994, de Zondagswet, het Wetboek van Strafrecht, de Luchtvaartwet, het Reglement verkeerstekens en verkeersregels 1990 of het Vuurwerkbesluit van toepassing zijn.

Tussen partijen is niet in geschil dat de in het pand ontplooide activiteiten niet kunnen worden aangemerkt als een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer en dat de in artikel 4.1.5, tweede lid, van de APV genoemde wetten niet van toepassing zijn. De voorzieningenrechter onderschrijft dit standpunt.

De term ‘geluidhinder’ is niet nader gedefinieerd in de APV. Om te kunnen beoordelen of er sprake is van geluidhinder heeft verweerder aansluiting gezocht bij de meetwijze en normen die gebruikelijk zijn bij vergunningplichtige bedrijven. In casu heeft verweerder aansluiting gezocht bij de normen uit het Besluit woon-, en verblijfsgebouwen milieubeheer en/of het Besluit horeca-, sport- en recreatieinrichtingen milieubeheer. Anders dan verzoeker stelt is deze handelwijze van verweerder toegestaan. De voorzieningenrechter verwijst in dit kader naar de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: de Afdeling) van 1 mei 2002, LJN AE2053. Nu verweerder slechts aansluiting heeft gezocht bij de normen uit voornoemde Besluiten (en verweerder de Besluiten niet integraal van toepassing heeft verklaard) staat de redactie van voorschrift 1.1.2, aanhef en onder b, van de bijlage bij het Besluit woon- en verblijfsgebouwen milieubeheer een dergelijke aansluiting niet in de weg. De voorzieningenrechter oordeelt dan ook dat verweerder, bij de nadere invulling van de term ‘geluidhinder’ in artikel 4.1.5 van de APV aansluiting heeft kunnen zoeken bij de geluidsnormen voor inrichtingen in de zin van de Wet milieubeheer. Nu er in casu sprake is van een nadere invulling van een reeds gestelde norm (in artikel 4.1.5 van de APV) en niet van een nieuwe normstelling, mist de grief van verzoeker hieromtrent feitelijke grondslag.

Verzoeker stelt dat alle activiteiten beschermd worden door de vrijheid van godsdienst, zoals dat is neergelegd in de Grondwet en internationale verdragen. Ten aanzien hiervan merkt de voorzieningenrechter het volgende op.

Artikel 6, eerste lid, van de Grondwet bepaalt dat ieder het recht heeft zijn godsdienst of levensovertuiging, individueel of in gemeenschap met anderen, vrij te belijden, behoudens ieders verantwoordelijkheid volgens de wet.
Het tweede lid van dit artikel bepaalt dat de wet ter zake van de uitoefening van dit recht buiten gebouwen en besloten plaatsen regels kan stellen ter bescherming van de gezondheid, in het belang van het verkeer en ter bestrijding of voorkoming van wanordelijkheden.

Gelet op de redactie van dit artikel kan dit grondrecht, mits niet uitgeoefend buiten gebouwen en besloten plaatsen, enkel worden beperkt door een formele wet zonder mogelijkheid van delegatie. Dit betekent evenwel niet dat alle activiteiten die worden ontplooid in het kader van de godsdienstbelijding in gebouwen en op besloten plaatsen deze bescherming ondervinden. De voorzieningenrechter verwijst hierbij naar de uitspraak van de Afdeling van 5 januari 1996, gepubliceerd in AB 1996, 179, waarnaar verweerder eveneens heeft verwezen. De stelling van verzoeker dat deze jurisprudentie in casu niet van toepassing is omdat deze uitspraak enkel en alleen ziet op godsdienstige bijeenkomsten in de openlucht (en dus ressorteert onder artikel 6, tweede lid, van de Grondwet), is niet juist. De Afdeling heeft in deze uitspraak in haar overwegingen expliciet verwezen naar artikel 6, eerste lid, van de Grondwet.

In deze uitspraak heeft de Afdeling bepaald dat de - met het recht op belijden verbonden - geluidsversterking een connex recht is, dat onderscheiden moet worden van het recht op belijden sec en dat daaraan ondergeschikt is. Dit connexe recht kan in beginsel worden beperkt door een gemeentelijke verordening zoals de APV. Hierbij dient het navolgende in acht te worden genomen:
a.  De beperking van het connexe recht op geluidsversterking houdt geen verband met de inhoud van het belijden.
b.  De beperking is noodzakelijk met het oog op de belangen die de wettelijke regeling waarop de beperking rust, beoogt te dienen en gaat niet verder dan met het oog op de bescherming van die belangen strikt nodig is.
c.  De beperking gaat niet zo ver dat van het connexe recht geen gebruik van betekenis overblijft.

De voorzieningenrechter dient te onderzoeken of de last voldoet aan deze door de Afdeling geformuleerde criteria.
De last, zoals deze is geformuleerd in primair besluit 1, luidt - in hoofdlijnen - als volgt (onderstrepingen aangebracht door de voorzieningenrechter):

I. Voor activiteiten in uw pand die te ver afstaan van het grondrecht of het daaraan connexe recht, zoals voorbereidende activiteiten in kerkgebouwen, waaronder het oefenen van zangkoren en (brass)bands gelden in de vermelde perioden van de dag als maxima de geluidsniveaus als onderstaand vermeld:

Tabel met A-normen.

Wanneer moet worden geconstateerd dat op enig moment niet aan dit onderdeel van deze last wordt voldaan, verbeurt u van rechtswege een bedrag van € 1.000,- per constatering van de overschrijding van de geluidsnormen, tot een maximum van € 10.000,-.

II. Voor activiteiten in uw pand die aan het grondrecht connexe rechten raken, zoals het recht op geluidsversterking, geldt:
1. In de vermelde perioden van de dag als maxima de geluidniveaus als onderstaand vermeld onder A.
2. In afwijking van het gestelde onder 1. is op alle zondagen en maximaal vijf feestdagen per kalenderjaar gedurende één eredienst een maximaal geluidsniveau toegestaan als onderstaand vermeld onder B.
3. In afwijking van het gestelde onder 1. en in aanvulling op het gestelde onder 2. is op maximaal acht dagen naar keuze per kalenderjaar een maximaal geluidsniveau toegestaan als onderstaand vermeld onder B gedurende één activiteit gedurende maximaal vier uren, mits hiervoor vooraf ontheffing is verleend op basis van artikel 4.1.5 APV.

Tabel met A-normen en B-normen.

Wanneer moet worden geconstateerd dat op enig moment niet aan dit onderdeel van deze last wordt voldaan, verbeurt u van rechtswege een bedrag van € 1.000,- per constatering van de overschrijding van de geluidsnormen, tot een maximum van € 10.000,-.

Ter zitting is gebleken dat deze last niet duidelijk is. Ook verweerders gemachtigden waren aanvankelijk onderling verdeeld over de reikwijdte van de last. Na uitleg van verweerders gemachtigden gaat de voorzieningenrechter ervan uit dat verweerder het navolgende heeft beoogd met de last.

Er wordt een onderscheid gemaakt tussen drie categorieën activiteiten.
Categorie 1 betreft activiteiten die rechtstreeks het grondrecht raken. Hieronder wordt verstaan: het houden van erediensten zonder geluidsversterking.
Categorie 2 betreft activiteiten die het recht op geluidsversterking (een aan het grondrecht connex recht) raken. Hieronder wordt verstaan: het versterken van het geluid tijdens erediensten.
Categorie 3 betreft activiteiten die te ver afstaan van het grondrecht of het connexe recht op geluidsversterking. Hieronder wordt verstaan: alle activiteiten, niet zijnde de erediensten.

De last ziet niet op categorie 1 zodat hiervoor geen maximaal toegestane geluidsnormen gelden. De last ziet daarentegen slechts op categorie 2 en 3.
Voor categorie 2 gelden op enkele, expliciet omschreven tijdstippen/situaties, de (hogere) B-normen. Dit betreft één eredienst op de zondagen en één eredienst op vijf feestdagen per kalenderjaar. Voorts kan ontheffing worden verleend voor één activiteit van maximaal vier uren op maximaal acht dagen per kalenderjaar. Voor de ‘extra’ erediensten gelden de (lagere) A-normen.
Voor categorie 3 gelden onverkort de (lagere) A-normen.

Verweerders gemachtigde heeft ter zitting een aantal voorbeelden gegeven ter verduidelijking van de reikwijdte van de last.
•  Het zingen (zonder microfoon) en het spelen van brassbands (niet versterkte muziek) tijdens erediensten ressorteert onder categorie 1, zodat hiervoor geen maximale geluidsnormen gelden.
•  Het bespelen van een elektrische gitaar (versterkte muziek) tijdens erediensten ressorteert onder categorie 2.
•  Het bespelen van een elektrische gitaar, het spelen van brassbands en het zingen (al dan niet met een microfoon) buiten erediensten ressorteert onder categorie 3.

De voorzieningenrechter merkt op dat de reikwijdte van de last hem eerst duidelijk is geworden nadat verweerders gemachtigde hierop een toelichting had gegeven en nadat voorbeelden waren besproken. Een dergelijk onduidelijke last is in strijd met het rechtszekerheidsbeginsel. Reeds hierom kan primair besluit 1 in bezwaar niet ongewijzigd worden gehandhaafd. In bezwaar zal verweerder de last zodanig moeten formuleren dat deze voor één uitleg vatbaar is en dat voor alle partijen, waaronder verzoeker en derde-belanghebbende, duidelijk is voor welke activiteiten welke normen gelden. De voorzieningenrechter merkt in dit kader eveneens op dat onduidelijkheid omtrent de reikwijdte van de last voorkomen kan worden door de termen ‘zoals’ en ‘waaronder’ niet meer te gebruiken maar expliciet te omschrijven op welke activiteiten de last ziet.

Ter zitting heeft verzoeker gesteld dat hij, om te kunnen voldoen aan de last, een groot aantal erediensten zoals begrafenisdiensten en huwelijksdiensten, niet meer kan houden, gelet op het maximaal toegestane aantal erediensten. Ten aanzien hiervan merkt de voorzieningenrechter op dat het houden van erediensten sec niet is beperkt. Erediensten, zonder geluidsversterking, ressorteren onder categorie 1 en hiervoor zijn geen geluidsnormen in de last opgenomen. De last ziet immers, voor wat betreft de erediensten, enkel op het versterken van het geluid tijdens deze erediensten.

Uit de last blijkt dat gedurende een aantal erediensten (één per zondag + één per vijf feestdagen per kalenderjaar) en gedurende acht activiteiten per kalenderjaar de ruimere B-normen gelden. Ter zitting is gebleken dat verzoeker meer erediensten houdt dan de hiervoor genoemde, zodat tijdens die ‘extra’ erediensten binnen de lagere A-normen moet worden gebleven. Het is de voorzieningenrechter niet duidelijk geworden of het voldoen aan de A-normen impliceert dat er tijdens dergelijke erediensten helemaal geen gebruik kan worden gemaakt van een microfoon. Indien dat het geval zou zijn, waardoor de voorganger de gelovigen alleen onversterkt mag toespreken, kan er sprake zijn van het schenden van het hiervoor genoemde a-criterium en/of c-criterium. Immers, om het recht om zijn geloof/levensovertuiging te belijden in gemeenschap met anderen te kunnen aanwenden, is vereist dat hij verstaanbaar is c.q. hij kan worden gehoord. Niet duidelijk is of de lagere A-normen hierin kunnen voorzien.

Gelet op vorenstaande kan de voorzieningenrechter niet beoordelen of de last in strijd is met de vrijheid van godsdienst, zoals dit is neergelegd in artikel 6 van de Grondwet.

Primair besluit 1 kan, vanwege de onduidelijkheid van de reikwijdte van de last en vanwege onduidelijkheid of bij erediensten waarbij aan de A-normen moet worden voldaan sprake is van schending van de godsdienstvrijheid, in bezwaar niet ongewijzigd in stand blijven. De voorzieningenrechter zal dit besluit dan ook schorsen tot 6 weken nadat verweerder een beslissing heeft genomen op het bezwaarschrift van verzoeker.

Met het oog op de wens tot finale geschilbeslechting zal de voorzieningenrechter de overige gronden eveneens bespreken.

Verzoeker stelt dat het opleggen van een last voorbarig is omdat er nog geen overtreding van de gestelde geluidsnormen heeft plaatsgevonden. Ten aanzien hiervan merkt de voorzieningenrechter op dat in de jurisprudentie de figuur van de preventieve last onder dwangsom wordt erkend (onder meer de Afdeling 25 januari 2006, AB 2006, 229). Een last kan preventief, dus voordat de in de last omschreven overtreding is begaan, worden opgelegd indien sprake is van een gevaar van overtreding van een concreet bij of krachtens de wet gesteld voorschrift die met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid zal plaatsvinden en indien die overtreding in het besluit kan worden omschreven met die mate van duidelijkheid die uit het oogpunt van rechtszekerheid is vereist.
In casu blijkt uit de stukken dat verzoeker niet bereid is afdoende akoestische maatregelen te treffen om te kunnen voldoen aan de gestelde geluidsnormen. Immers, verzoeker heeft slechts de bovenzaal rondom geïsoleerd en de isolatie van de grote zaal bestaat slechts uit isolerende beglazing. Voorts heeft verzoeker aan verweerder meegedeeld dat hij de activiteiten, waarbij met geluidsversterking wordt gewerkt, zal hervatten. De overtreding van de geluidsnormen zal dan ook met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid plaatsvinden.
Wanneer precies sprake is van een overtreding zal verweerder in de last duidelijk moeten aangeven.

Verzoeker stelt dat verweerder in de last onder dwangsom geen begunstigingstermijn heeft opgenomen. Deze grief is achterhaald nu verweerder in primair besluit 2 alsnog een begunstigingstermijn heeft opgenomen.

Resumerend oordeelt de voorzieningenrechter voorshands dat verweerder zich terecht bevoegd heeft geacht tot het opleggen van een last onder dwangsom. De last kan evenwel in bezwaar niet ongewijzigd in stand blijven wegens enerzijds onduidelijkheid van de reikwijdte van de last (schending van het rechtszekerheidsbeginsel) en anderzijds omdat op voorhand niet duidelijk is of er sprake is van strijd met de godsdienstvrijheid ex artikel 6 van de Grondwet. Bij de komende besluitvorming in bezwaar zal verweerder de last zodanig moeten redigeren dat de reikwijdte van de last voor alle partijen duidelijk is. Voorts zal verweerder moeten onderzoeken of bij erediensten, waarbij voldaan moet worden aan de A-normen, het gebruik van geluidsversterking door middel van een microfoon door de voorganger waardoor hij voor de aanwezige gelovigen verstaanbaar zal zijn, voldaan kan worden aan deze A-normen.

Gelet hierop is er aanleiding primair besluiten 1 en 2 te schorsen.

Gelet op het bepaalde in artikel 8:84, vierde lid, juncto artikel 8:75 van de Awb, acht de voorzieningenrechter het billijk verweerder te veroordelen in de kosten die verzoeker redelijkerwijs heeft moeten maken in verband met de behandeling van dit verzoek, zijnde de kosten van door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand (2 punten à € 322,-) en de reiskosten van de drie vertegenwoordigers van verzoeker voor het verschijnen ter zitting.

Beslist wordt derhalve als volgt.


4.  Beslissing
De voorzieningenrechter van de Rechtbank Almelo,

Recht doende:

-   wijst het verzoek om voorlopige voorziening toe en schorst primair besluiten 1 en 2 tot 6 weken nadat de komende beslissing op het bezwaar op de voorgeschreven wijze bekend is gemaakt;
-    veroordeelt verweerder in de door verzoeker gemaakte proceskosten, welke kosten worden bepaald op € 691,20 door de gemeente Zutphen te betalen aan verzoeker;
-    verstaat dat de gemeente Zutphen aan verzoeker het griffierecht ad € 285,- vergoedt.

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep open.

Aldus gegeven door mr. W.M.B. Elferink, in tegenwoordigheid van mr. A.E.M. Lever als griffier.




Afschrift verzonden op 30 maart 2007
AW

 

 

Problemen Leger des Heils Zutphen gebed zonder eind

De Stentor door Mieke Kleinleugenmors. maandag 07 januari 2008

ZUTPHEN - Omdat buurtbewoners de brassbandmuziek absoluut niet kunnen waarderen, trekt het Leger des Heils Zutphen al anderhalf jaar ongewild de aandacht naar zich toe. Omwonenden mopperen over geluidsoverlast en daarom zijn ze in het geweer gekomen. De gemeente Zutphen is ingeschakeld om er wat aan te doen. Er is een hoorzitting geweest, dwangsombesluiten genomen en weer ingetrokken, de commissie beroep- en bezwaarschriften is ermee aan het werk: kortom op vele fronten houden de 'luidruchtige' heilssoldaten Zutphen bezig. Maar ondanks alle bemoeienis is er na anderhalf jaar voor geen der partijen iets positiefs gebeurd. Sterker nog: de verhoudingen dreigen alleen maar te verslechteren. Met een gemeentelijke actie is er op zondag 30 december weer een hoofdstuk aan het dossier toegevoegd. Over die actie in het kerkgebouw aan het Hagepoortplein voelt de ChristenUnie afdeling Zutphen Warnsveld in een brief het college van B en W aan de tand. De ChristenUnie zegt zeer verontrust te zijn en wenst opheldering over de gang van zaken tijdens de eredienst op zondag 30 december.

Zeer tegen de wens van het kerkbestuur hebben ambtenaren toen tijdens de wekelijkse dienst geluidmetingen verricht. Het kerkbestuur wenste de ambtenaren niet toe te laten, omdat van te voren geen afspraken waren gemaakt. Ze werden dan ook verzocht de kerk te verlaten. Hieraan gaven ze geen gehoor en gingen aan het werk. Volgens woordvoerders van het Leger des Heils verlieten ze daarna het gebouw, kwamen weer terug en bij het definitieve vertrek, sloten ze op luidruchtige wijze de deuren. Leden van het kerkgenootschap zijn verbolgen over de verstoring van de dienst en gaan aangifte doen bij de politie. De ChristenUnie vraagt B en W of de bestuurders op de hoogte waren van de geluidmetingen.

Ook wijst de politieke partij op de Wet Milieubeheer, waarin kerkgenootschappen expliciet worden uitgesloten voor dit soort acties. De grondslag voor deze vorm van handhaving zou daarmee ter discussie staan. Los daarvan is het ongepast, vooruitlopend op de resultaten van de hoorzitting, de metingen uit te voeren, meent de ChristenUnie. Nadrukkelijk verzoeken de plaatselijke politici aan het Zutphense college dan ook de gang van zaken zorgvuldig te verifiëren. Zowel bij het kerkgenootschap als bij de betrokken ambtenaren.  

 

 

 

Modelbrief aan de Commandant van de Stichting Leger des Heils inzake het sturen van bedelbrieven, acceptgirokaarten en kledingzakken

Klopt de informatie uit de Ikon bron die Hop gevonden heeft dat het Leger des Heils in Nederland gerund wordt door u en uw echtgenoot?

 

Aan de Stichting Leger des Heils Welzijns- en Gezondheidszorg,

T.a.v. de Commandant van het Leger des Heils in Nederland W. van der Harst,

Almere

 

Datum: Print internetsite.

Onderwerp: Geweigerd Retour bedelbrieven en kledingzakken

Geachte Commandant,

Klopt het dat uw LEGER is georganiseerd in "gevechtseenheden" zoals op de website van uw organisatie staat omschreven en waarvan de heer J. Hop te Ermelo een kopietje heeft gemaakt, welke "gevechtseenheden" onder leiding staan van uw echtgenoot?

Klopt de informatie uit de Ikon bron die Hop gevonden heeft dat het Leger des Heils in Nederland gerund wordt door u en uw echtgenoot als voorbeeld van het onder elkaar verdelen van baantjes door de elite zoals dat ook door Hop is aangetoond bij de familie Donner waar de baantjes bij Justitie door de familie Donner (292) onder elkaar worden verdeeld?

Citaat: "Netty van der Harst is samen met haar man leider van het Leger des Heils in Nederland. Zij draagt bestuurlijke verantwoordelijkheid voor het vrouwenwerk van het Kerkgenootschap van het Leger des Heils. Netty van der Harst koos voor het verhaal van de voetwassing omdat dit verhaal voor haar de kern van haar geloof raakt.  Jezus zegt: ik ben Heer en meester maar ik wil toch dienen. Het verhaal leert mij ook dat je zelf bereid moet zijn naar het welzijn van anderen. Dat is ook de basis van het Leger des Heils. "Ik kom uit een typisch Leger des heils gezin. Mijn ouders waren allebei officier. Toen ik 16 was werd ik heilssoldaat. Daarna begonnen de twijfels. Ik ben toen een tijdje mijn eigen weg gegaan". Netty is toch weer teruggekomen na een bijzondere bekeringservaring. Zij vertelt hierover in Het Vermoeden. Bron: Ikon.

Citaat: "Organisatie. Het Leger des Heils kent dezelfde hiërarchische structuur als elk ander leger. Aan het hoofd van de internationale organisatie staat een generaal. De huidige generaal is John Larsson. In Nederland is de leiding momenteel in handen van commisioner Wim van der Harst. De actieve leden van het Leger heten heilssoldaten, en dragen veelal een uniform. De leden zijn georganiseerd in "gevechtseenheden", korpsen genaamd."

 

Kan ik hieruit opmaken dat er door uw LEGER gevechtseenheden worden ingezet tegen de heer J. Hop te Ermelo om hem uit te schakelen als belangenbehartiger van klagende burgers die om afschrift van informatie vragen die uw LEGER in geheime dossiers over deze burgers heeft opgeslagen?

Kan ik uit de nevenfuncties van de hieronder genoemde heer A.P. van der Linden opmaken dat er een directe link bestaat tussen uw LEGER en het RECHTERSLEGER om de vrijheid van meningsuiting van Hop namens tegen uw LEGER klagende burgers te vermoorden in de zittingzalen?

Er in Nederland door Hop nu twee LEGERS zijn aangetoond op basis van eigen documentatie van die twee legers waarbij Hop nu ook het woord "gevechtseenheden" op uw site als onderdeel van uw activiteiten heeft aangetoond. Welke twee LEGERS bovendien direct gelinkt kunnen worden aan het onderdrukken van de vrijheid van meningsuiting van de heer Hop in Nederland! 

 

U kent deze site dus weet u dat ik nu ook alle door uw stichting aan mij gestuurde bedelbrieven met acceptgiro en kledingzakken geweigerd ga retourneren met het verzoek aan mij niet opnieuw zulke bedelbrieven en kledingzakken te sturen? Op deze kledingzak staat dat de zak eigendom is van het Leger des Heils dus een extra reden om die zak op uw kosten naar uw organisatie te retourneren. 

Ik ben anders gaan denken over de bedelacties van het Leger des Heils nadat ik informatie over de "hetze" heb gekregen die het Leger des Heils, samen met een ander deel van de gezinsvoogdij in Nederland nog steeds voert tegen de heer J. Hop te Ermelo om hem uit te schakelen als belangenbehartiger van klagende ouders en kinderen in de jeugdzorg die om afschrift van de informatie vragen die het Leger des Heils in geheime dossiers over deze burgers heeft opgeslagen.

Ik wijs in het bijzonder op de klachtzaak waarbij Hop als gemachtigde optrad namens een dove moeder, waarbij Hop zijn klachtzaak begon met een citaat van het betrokken kind "Mama ik mis je zo!" Ik vind het niet alleen weerzinwekkend dat een deskundige en daardoor lastige tegenstander zoals Hop die een dove moeder vertegenwoordigde wordt uitgeschakeld door het Leger des Heils. Ik vind het buitengewoon zorgelijk dat deze mentaliteit bij uw organisatie heerst. Ik ben ronduit verbijsterd dat uw Leger des Heils bezwaar heeft gemaakt tegen de bijstand van J. Hop Ermelo, als belangenbehartiger van een dove moeder van wie haar dochtertje was afgepakt, bij de rechtbank Leeuwarden. Is deze norm representatief voor het werk van  het Leger des Heils conform de christelijke geloofsovertuiging?

Klopt de bewering van de heer Hop dat de voorzitter van de interne klachtencommissie van het Leger des Heils waarmee Hop te maken kreeg kinderrechter A.P. VAN DER LINDEN (32) van de rechtbank Utrecht was, een persoon die ook de functie advocaat (300) heeft vervuld?

Klopt de bewering van de heer Hop dat deze klachtencommissie brieven stuurde naar klagers dat ze beter niet met Hop tegen het Leger des Heils konden procederen wegens "procedureel klagen van Hop" en dat daarbij de volgende tekst wordt gebruikt: "De klachtencommissie wil u er op wijzen dat de heer Hop zich in klachtenprocedures met name concentreert op de inhoudelijke, concentreert op de procedurele aspecten van het werk van de gezinsvoogdij-instelling? (317) (318) Is de bewering van de heer Hop juist dat het klachtreglement en de klachtafhandeling bij het Leger des Heils in de periode dat Hop namens klagers tegen uw organisatie procedeerde niet in overeenstemming was met wetgeving. (217)

Iedere Nederlander hoort de wet te kennen dus ik ga ervan uit dat ook u de tekst van wetsartikel 48 lid 2b Wjh kent. Durft u te beweren dat de secretaris van de interne klachtencommissie mevrouw Kranenburg van het Leger des Heils conform wetsartikel 48 ld 2b Wjh niet inhoudelijk bij een zaak betrokken was bij klachtzaken die door de interne klachtencommissie werden behandeld en waarbij zij de secretaris was?

Ik begrijp heel goed dat de heer Hop de hetze tegen zijn persoon, wegens procedureel procederen, onmogelijk kon winnen tegen het machtige Leger des Heils. De voorzitter van de interne klachtencommissie was immers een rechter van de rechtbank Utrecht. Burgers zoals ondergetekende kunnen het Leger des Heils wel financieel laten merken dat zij het niet eens zijn hoe Hop door uw organisatie is aangepakt door hun bedelbrieven te retourneren, collectanten geen geld te geven maar als antwoord te geven www.burojeugdzorg.nl

Ik ben verder van mening dat andere burgers en overheden die het Leger des Heils subsidiëren met geld en goederen, dus gelinkt kunnen worden aan de financiering van de hetze van het Leger des Heils tegen Hop, mede-verantwoordelijk zijn voor het voortduren van die hetze tegen Hop onder leiding van een groep gezinsvoogdij-instellingen waar het Leger des Heils deel van uitmaakt.

Ondergetekende gaat ervan uit dat hij/zij met bovenstaande onderbouwing u voldoende heeft geïnformeerd inzake zijn mening over de hetze van het Leger des Heils tegen belangenbehartiger Hop (50) met een groep andere gezinsvoogdij-instellingen. Het staat u vrij maatregelen te nemen om deze hetze tegen Hop te stoppen. Druk uit te oefenen op uw medewerkers om ervoor te zorgen dat de hetze van uw medewerkers jegens Hop ongedaan wordt gemaakt. De INHOUD van die gegevens en uitingen jegens Hop zijn volgens mij onacceptabel en maatschappelijk onaanvaardbaar. Kan volgens mij dan ook niet in overeenstemming zijn met de christelijke levensovertuiging en doelstellingen van het Leger des Heils.

Hoogachtend,

Een burger die, samen met andere burgers, systematisch al uw bedelbrieven en kledingzakken geweigerd gaat retourneren.

 

 

 

De leden van het Leger des Heils zijn georganiseerd in gevechtseenheden. Bron Leger des Heils

Onderzoeksvraag Hop: Kan het Ministerie van Binnenlandse Zaken DG Veiligheid (DGV) gelinkt worden aan het Leger des Heils via de familie van der Harst en aan de hetze tegen Hop om hem als belangenbehartiger van klagende burgers die om informatie vragen aan gezinsvoogdij-instellingen uit te schakelen?

 

Stichting Leger des Heils Welzijns- en Gezondheidszorg Almere, Commandant Leger des Heils in Nederland mevrouw W. van der Harst

Secretariaat directeur-generaal, DG Veiligheid (DGV), Informatie en communicatie Technologie Organisatie (ITO) mevrouw J. van der Harst

Hop onderzoekt het netwerk van de familie van der Harst nadat het Leger des Heils onder leiding van commandant mevrouw W. van der Harst een hetze tegen Hop aan het voeren is om hem uit te schakelen als belangenbehartiger van klagende burgers tegen het Leger des Heils na procedureel en systematisch om afschrift van informatie vragen die het Leger des Heils over burgers in Nederland heeft opgeslagen.

Ik nodig mijn lezers uit te kijken naar de functieomschrijving "persmonitoring" van A. van der Harst bij het Ministerie van WVC! Het ministerie dat direct gelinkt kan worden aan gezinsvoogdij-instellingen welke overheden een hetze tegen Hop voeren om zijn website te censureren van berichtgeving over de gezinsvoogdij.

 

Harst A. van der (Medewerker)
Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
Centrale dienstonderdelen, Directie Voorlichting en Communicatie, Afdeling Persvoorlichting, Externe Presentatie en Speeches, Cluster Persmonitoring, Medewerker

Harst AC J.P. van der (Directeur)
Ministerie van Defensie, Commando DienstenCentra (CDC), Defensie Telematica Organisatie (DTO)Bedrijfsvoering Directeur

Harst mw. J. van der (Secretariaat directeur-generaal)
Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties DG Veiligheid (DGV) Secretariaat directeur-generaal

Harst, van der J. (Plv. Directeur) Ministerie van Financiën
Centrale Directies Projectdirectie Vastgoed Plv. Directeur

Harst, Mich van der, Voorzitter van Transport en Logistiek Nederland: "Het simpele vervoeren van A naar B gebeurt hoofdzakelijk door kleine ondernemingen die het hoofd alleen boven water kunnen houden door hard te werken tegen lage marges. Hun positie zal nog verder verzwakken door de uitbreiding van de EU met lagelonenlanden"

Harst Jurgen van der, Treasury adviser Rabobank.

Onderzoeksvraag? Wie weet of dit allemaal familieleden van elkaar zijn als voorbeeld van het onder elkaar verdelen van baantjes conform de uitgangsformule van de website Censuur in Nederland?

 

Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties Er zijn geen hogere organisaties.
Organisatie-onderdelen bestaat uit:
10894 Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD)
10912 Algemene leiding (ALGL)
10920 Bureau Algemene Bestuursdienst (BABD)
11018 Commissies en Raden
56989 DG Koninkrijksrelaties en Bestuur
85934 DG Management Openbare Sector (DGMOS)
93983 DG Veiligheid (DGV)
11260 Diensten en Agentschappen
95342 Directie BPR
11392 Externe Adviescolleges
96118 Gemeenschappelijke Diensten
11400 Georganiseerd Overleg
11416 Het ministerie
11426 Interdepartementale Commissies

DG Veiligheid (DGV), Bezoekadres:, Schedeldoekshaven 200, 2511 EZ Den Haag, Postbus 20011, 2500 EA Den Haag,
Telefoon: 070) 426 72 98, Telefoon: (070) 426 80 61, Fax: (070) 426 79 42

DGV voorziet in het algemene openbare orde- en veiligheidsbeleid dat alle betrokken overheidsorganen in staat stelt aantasting van de openbare orde en veiligheid door preventieve maatregelen te voorkomen en zich voor te bereiden op mogelijke inbreuken. Het coördineren van daadwerkelijk overheidsoptreden tegen ernstige aantastingen van de openbare orde en veiligheid, wanneer daartoe gelet op de schaal en de belangen naar het oordeel van de rijksoverheid aanleiding is. Het stimuleren en zonodig toetsen van andere overheidsorganen om in het sectoraal beleid rekening te houden met facetten van openbare orde en veiligheid. Voorzien in een bestuurlijke ordening van de bescherming en waarborging van openbare orde en veiligheid door bevoegdheidstoedeling en structuurontwikkeling, in gewone en buitengewone omstandigheden.

94068 Directeur-generaal, drs. H.W.M. Schoof
94067 (plv.) directeur-generaal, mw. drs. L.M.C. Ongering
94066 Secretariaat directeur-generaal, mw. J. E. Olderach en mw. J. van der Harst
94069 Secretariaat plv.directeur-generaal mw. A.N.J. van Oosten

Organisatie-onderdelen:
93985 Bureau Directeur-Generaal Veiligheid (BDG-V)
95288 Bureau Korpsbeheer en Relatiebeheer Agentschappen (DGV/KOBRA)
93997 Bureau Landelijk Management Development Politie Brandweer (BLMD)
93999 Dienst Geneeskundige Verzorging Politie (GVP)
95290 Directie Brandweer en GHOR (DGV/B&G)
94019 directie Crisisbeheersing (DGV/CB)
95322 Directie Politie (DGV/POL)
94041 Directie Strategie (DGV/Strat)
94055 Informatie en communicatie Technologie Organisatie (ITO)
94057 Inspectie Openbare Orde en veiligheid (IOOV)
94059 Korps landelijke politiediensten
94063 Project directie C2000

Informatie en communicatie Technologie Organisatie (ITO) C191104 door Hop gevonden gegevens gelinkt aan het ITO-netwerk:
11654 (022) Bolhaar Mr. H.J. (Lid ITO-Raad)
11655 Frequin Drs. M.M. (Lid ITO-Raad)
11663 Goet J.C. (Adviserend Lid ITO-Raad)
11656 Jong briggen Lid (KMAR) J.A. (Lid ITO-Raad)
11657 Jonker H.H. (Lid ITO-Raad)
11658 Kleijnenberg Mr. E.A. (Lid ITO-Raad)
11665 Leeuwe Drs. Ch. (Voorzitter ITO-Raad)
11659 Meyboom A.J. (Lid ITO-Raad)
11660 Riel S.T.M. van (Lid ITO-Raad)
11661 Rietveld J.G. (Lid ITO-Raad)

 

 

 

Mich van der Harst Voorzitter van Transport en Logistiek Nederland: Het simpele vervoeren van A naar B gebeurt hoofdzakelijk door kleine ondernemingen die het hoofd alleen boven water kunnen houden door hard te werken tegen lage marges. Hun positie zal nog verder verzwakken door de uitbreiding van de EU met lagelonenlanden, verwacht voorzitter Mich van der Harst van Transport en Logistiek Nederland.

Artikel uit: Magazine nr 5 jaargang 2003

De kleine transporteur werkt hard voor weinig!

THEMA: LIEVER KNOKKEN DAN SAMENWERKEN

door Martin van Zaalen

Het simpele vervoeren van A naar B gebeurt hoofdzakelijk door kleine ondernemingen die het hoofd alleen boven water kunnen houden door hard te werken tegen lage marges. Hun positie zal nog verder verzwakken door de uitbreiding van de EU met lagelonenlanden, verwacht voorzitter Mich van der Harst van Transport en Logistiek Nederland. Hij roept op tot samenwerking. Tot nog toe vaak tegen dovemansoren.

Transport en logistiek: het zijn in meerdere opzichten gescheiden werelden. Logistiek is kennisintensief en kostbaar. Het vraagt investeringen in ict, in grote distributiehallen, in allerhande pick-and-place-apparatuur en soms zelfs in mensen en middelen om zaken te assembleren. Alleen grote bedrijven kunnen die investeringen opbrengen. Transport daarentegen, zo vertelt voorzitter Van der Harst van Transport en Logistiek Nederland (TLN), is een laagdrempelige activiteit. Een auto kan gemakkelijk geleased worden en de opleidingseisen zijn niet bijzonder hoog. Wie verder een bewijs van betrouwbaarheid kan overleggen en 20.000 euro op de bank heeft, kan gaan rijden. Met niet meer overhead dan de pc voor de administratie op de logeerkamer. Het moet de belangrijkste verklaring zijn, stelt Van der Harst, voor het feit dat van de 12.000 transportondernemingen in Nederland zestig procent minder dan vijf vrachtauto’s heeft. Als ze zich puur concentreren op het vervoer van A naar B en bereid zijn 70 tot 80 uur per week te werken zonder rijk te worden, dan kunnen ze heel goed op prijs concurreren met de grote jongens. Van der Harst: ‘Sterker nog, de tarieven voor vervoer worden bepaald door de kleine transportondernemingen. De grote bedrijven – honderd wagens is ‘groot’, duizend is ‘heel groot’ – kunnen daar niet tegenop en moeten zich toeleggen op logistieke dienstverlening. Het transportdeel van hun werk besteden ze grotendeels uit, aan die kleine transporteurs.’

Overleven

De kleine vervoerder kan dus, mits hij genoegen neemt met hard werken en geringe marges, het hoofd boven water houden. En hij heeft het geluk dat de omzet in de transportsector al jaren achtereen 25 procent sneller groeit dan het BNP. Van der Harst: ‘De industriële bedrijven zijn steeds meer geneigd het transport en de logistiek niet meer zelf te doen.’ Als gunstige factor is daarbij gekomen dat veel bedrijven hun productie wegzetten in Oost-Europa. Ook dat levert veel transportvraag op. In weerwil van deze goede perspectieven dringt TLN er bij haar kleine leden op aan te gaan samenwerken, om op de langere termijn te overleven. De concurrentie vanuit landen als Polen en Tsjechië met goedkope chauffeurs neemt alleen maar toe en de uitgestelde maar niet afgestelde tolheffing in Duitsland zet op termijn de marges nog verder onder druk. ‘Daarbij komt dat grote opdrachtgevers in toenemende mate aangeven niet meer met honderd vervoerders te willen werken, maar nog maar met tien. Samen kunnen kleine bedrijven grote opdrachten krijgen die ze afzonderlijk nooit zouden kunnen verwerven.’ TLN houdt al jaren haar leden de analogie voor van ‘de school vissen die samen opzwemmen in de vorm van een grote vis’ en zo aan weerbaarheid winnen. TLN geeft voorlichting over samenwerking, helpt bij het opstellen van contracten en verstrekt juridisch advies. Van der Harst kan het zijn leden niet vaak genoeg vertellen: ‘Wij verwachten dat kleine vervoerders, die alleen maar commodities doen en alleen op prijs concurreren, het door onder meer de uitbreiding van de EU met lagelonenlanden heel moeilijk zullen krijgen.’

Geen visie

Samenwerken is dus het devies vanuit Zoetermeer, vooral om de efficiency (minder kilometers en een hogere beladingsgraad) te verbeteren. Het lijkt ook zo simpel. Jansen, gevestigd in Breda, heeft een opdrachtgever in Amsterdam met veel vervoer op Rotterdam. Pietersen te Amsterdam zit voor een klant veel op de route Breda-Utrecht. ‘Op een verjaardag roepen ze dan tegen elkaar: ‘Zullen we gaan poolen?’ Toch komt het er heel vaak niet van. Want er is heel veel wederzijds vertrouwen voor nodig. Je moet elkaar inzage geven in wat je voor welke klant doet. Wie garandeert je dat je partner niet tegen jouw klant zegt: ‘Geef mij die opdracht, ik doe het goedkoper?’’
Samenwerken vraagt bovendien visie en ook daaraan lijkt het te ontbreken. Van der Harst: ‘De bedrijven zijn volledig geconcentreerd op het werk van vandaag en kijken te weinig om zich heen. Ze zouden meer over de langere termijn moeten nadenken.’ Vaak is er dan een grote (industriële) opdrachtgever voor nodig om een bundeling van krachten af te dwingen. ‘Die kan tegen zijn honderd vervoerders zeggen: ‘Van jullie wil ik er voortaan nog maar tien zien.’ Er ontstaat dan een heel moeizaam proces. De tien die overblijven en die de overige negentig gaan inhuren, zijn de bedrijven die een net iets betere persoonlijke band hebben met de opdrachtgever. Of ze bieden logistieke dienstverlening aan en zijn in staat om bijvoorbeeld de transportplanning van de opdrachtgever over te nemen’, schetst Van der Harst de praktijk in zijn branche.

Van 95 naar 25 transporteurs

Herman Hogenkamp heeft als projectmanager anderhalf jaar leiding gegeven aan zo’n ‘moeizaam proces’. De aanzet daartoe gaf Friesland Coberco Dairy Foods (FCDF) in 2000. FCDF wilde van 95 rijders naar 25. Het zuivelbedrijf maakte dat kenbaar nadat het tien jaar eerder zijn chauffeurs had gevraagd voor eigen rekening te gaan rijden. ‘Die omschakeling naar zelfstandig ondernemer kostte menigeen toen veel moeite. Een zelfstandigheid die nu weer zou moeten worden opgegeven.’ Van de 95 chauffeurs stapten uiteindelijk dan ook de meesten samen met nog een of twee andere eenmansbedrijven in een coöperatie. Zo voldeden ze aan de eis van FCDF om als eenheid minimaal 43 ton vervoercapaciteit te kunnen bieden, zonder hun zelfstandigheid volledig op te geven. Een groep van 15 rijders koos er uiteindelijk voor hun krachten onder te brengen in een BV – de Transport Groep Gelderland (TGG) – en benoemde Herman Hogenkamp tot directeur. ‘Alle auto’s zijn hierin ondergebracht. De chauffeurs zijn in loondienst van de BV. Alle investeringen worden vanuit TGG gedaan. Dit levert voor alle betrokkenen een heel duidelijke situatie op.’ Het betekent dat TGG een van de grotere transportondernemingen is die zorgdraagt voor het vervoer van de melk van de boer naar de fabrieken van FCDF. De andere transporteurs zijn kleinere spelers. Koestert Hogenkamp niet de stille hoop dat FCDF op zeker moment ervoor kiest ál zijn melktransport bij TGG onder te brengen? Hogenkamp: ‘Dat zal niet gebeuren. Wel kan het aantal van 25 vervoerders verder worden teruggebracht. Maar het gaat mij er nu om voor FCDF en TGG een win-winsituatie te creëren.’

Weinig faillissementen

Bundeling van krachten komt dus voor, maar op veel minder plaatsen dan zakelijk gezien zinvol zou zijn. Dan relativeert TLN-voorzitter Van der Harst: ‘Tien jaar geleden al riep de voorganger van mijn voorganger op tot samenwerking. De lagelonenlanden Spanje en Portugal traden toe tot de EU en wij verwachtten daarvan veel concurrentie. Maar het aantal faillissementen is verrassend laag gebleven. Per saldo is de sterke Nederlandse transportsector er alleen maar nog sterker van geworden. Dat effect zou ook van de huidige uitbreiding weer kunnen uitgaan. Er zal zeker een aantal kleinere ondernemers verdwijnen. Maar waarschijnlijk weer niet veel. Het zijn mensen die gewend zijn te knokken.’

 

 

 

-----Oorspronkelijk bericht-----
Van: Flikweert, M (Mark) [mailto:Mark.Flikweert@rabobank.com]
Verzonden: dinsdag 16 augustus 2005 13:28
Aan: j.hop3@chello.nl
Onderwerp: Update site / verzoek tot verwijdering van Rabobank werknemers
Urgentie: Hoog

Geachte heer Hop,

Zou u zo vriendelijk willen zijn om de personen van Rabobank (zie link: http://www.burojeugdzorg.nl/361.htm) te verwijderen. De lijst met personen is enorm verouderd en is volgens mij niet bedoeld om op uw internetsite te publiceren.

Bij voorbaat dank.

Mvrg

Mark Flikweert
Treasury Rabobank Group
phone: +31 (0)30 216 98 63
fax: +31 (0)30 216 17 63
Internal Address UC R362
mark.flikweert@rabobank.com

 


This email (including any attachments to it) is confidential, legally privileged, subject to copyright and is sent for the personal attention of the intended recipient only. If you have received this email in error, please advise us immediately and delete it. You are notified that disclosing, copying, distributing or taking any action in reliance on the contents of this information is strictly prohibited. Although we have taken reasonable precautions to ensure no viruses are present in this email, we cannot accept responsibility for any loss or damage arising from the viruses in this email or attachments. We exclude any liability for the content of this email, or for the consequences of any actions taken on the basis of the information provided in this email or its attachments, unless that information is subsequently confirmed in writing. If this email contains an offer, that should be considered as an invitation to treat.


 

 

 

-----Oorspronkelijk bericht-----
Van: Flikweert, M (Mark) [mailto:Mark.Flikweert@rabobank.com]
Verzonden: dinsdag 16 augustus 2005 13:28
Aan: j.hop3@chello.nl
Onderwerp: Update site / verzoek tot verwijdering van Rabobank werknemers
Urgentie: Hoog

Geachte heer Hop,

Zou u zo vriendelijk willen zijn om de personen van Rabobank (zie link: http://www.burojeugdzorg.nl/361.htm) te verwijderen. De lijst met personen is enorm verouderd en is volgens mij niet bedoeld om op uw internetsite te publiceren.

Bij voorbaat dank.

Mvrg

Mark Flikweert
Treasury Rabobank Group
phone: +31 (0)30 216 98 63
fax: +31 (0)30 216 17 63
Internal Address UC R362
mark.flikweert@rabobank.com

Antwoord Hop.

Geachte heer Flikweert,

Bron van dit Rabobank netwerk is internet: Informatie die door iedereen gewoon van het internet kan worden afgehaald, door mij is gekopieerd vanaf het internet en op deze website is geplaatst, als bewijs dat het mogelijk is websites gewoon vanaf internet te kopiëren. Zie de censuurzaak tegen Hop waarbij de advocaat van de overheid van mening was dat Hop moest bloeden voor internetsites die niet van Hop zijn.

Bent u misschien familie van Officier van Justitie Flikweert?

Wat ik op mijn internetsite plaats maakt nog steeds de Rabobank niet uit of denkt u dat de Rabobank met al hun rechtervriendjes en Officier van Justitie vriendjes met al hun bijbaantjes bij de Rabobank wel even kunnen bepalen welke rechter zo'n censuurzaakje gaat behandelen om Hop nog verder verder uit te kleden en kapot te maken.

Ik wijs fijntjes op de smerige praktijken bij de Rabobank jegens Hop in de periode dat bovengenoemde censuurzaak speelde.

Ik verzoek u dus vriendelijk mij niet uit te dagen en op deze site te gaan publiceren wat de Rabobank met mij heeft uitgehaald als ik door maatjes van de Rabobank bij het rechtersleger gedwongen ga worden deze netwerkinformatie gelinkt aan de Rabobank van het internet af te halen.

J. Hop.

 

 

-----Oorspronkelijk bericht-----
Van: j.hop3 [mailto:j.hop3@chello.nl]
Verzonden: dinsdag 16 augustus 2005 16:28
Aan: Flikweert, M (Mark)
Onderwerp: RE: Update site / verzoek tot verwijdering van Rabobank werknemers

Onderwerp update site.

Ik bericht u dat ik uw mening op deze site heb vermeld.

Bovenaan actueel heb ik bovendien melding gemaakt van uw verzoek om mijn website te willen censureren van de namen van Rabobank medewerkers

J. Hop.

 

 

Contact Information for SME Customers in The Netherlands

 

General enquiries:        0800-TREASURY

 

Regional Treasury Service Banks

 

Region

Name

Position

Telephone

Fax

E-mail

Amsterdam

Hans van der Mark

Treasury Advisor

020-7778053

020-7778050

H.Mark@amsterdam.rabobank.nl

Amsterdam

Jos de Horde

Treasury Advisor

020-7778043

020-7778050

J.Horde@amsterdam.rabobank.nl

 

 

 

 

 

 

Breda

Michael Verharen

Treasury Advisor

076-5308219

076-5308170

M.J.A.Verharen@breda.rabobank.nl

Breda

Merijn van der Hoofden

Treasury Advisor

076-5308219

076-5308170

M.Hoofden@breda.rabobank.nl

 

 

 

 

 

 

Eindhoven

Bob Raymakers

Treasury Advisor

040-2977878

040-2977614

R.G.M.Raymakers@eindhoven.rabobank.nl

Eindhoven

Henriëtte Sluijters

Treasury Advisor

040-2977878

040-2977614

H.J.M.Sluijters@eindhoven.rabobank.nl

Eindhoven

Hans van Stratum

Treasury Advisor

040-2977878

040-2977614

J.F.M.van.Stratum@eindhoven.rabobank.nl

 

 

 

 

 

 

Groningen

Hendrik Numan

Treasury Advisor

050-5742948

050-5742970

H.W.Numan@groningen.rabobank.nl

Groningen

Peter Smit

Treasury Advisor

050-5742973

050-5742970

P.J.H.Smit@groningen.rabobank.nl

 

 

 

 

 

 

Nieuwegein

Jurgen van der Harst

Treasury Advisor

030-6074916

030-6074287

J.Harst@nieuwegein.rabobank.nl

 

 

 

 

 

 

Heerenveen

Janet Ellemers-de Bruin

Treasury Advisor

0513-655373

0513-655272

J.Ellemers-deBruin@heerenveen.rabobank.nl

Heerenveen

Diny de Vries

Treasury Advisor 

0513-655373 

0513-655272 

D.J.Vriesde@heerenveen.rabobank.nl

 

 

 

 

 

 

Maastricht

Jean-Pierre Smeets

Treasury Advisor

043-3281910

043-3281959

J.P.M.Smeets@maastricht.rabobank.nl

Maastricht

Pascal Westenberg

Treasury Advisor

043-3281910

043-3281959

P.H.M.Westenberg@maastricht.rabobank.nl

 

 

 

 

 

 

Rotterdam

Dorine Gillhaus

Treasury Advisor

010-4003350

010-4122356

D.M.Gillhaus@rotterdam.rabobank.nl

Rotterdam

Onki Tan

Treasury Advisor

010-4003419

010-4122356

K.G.Tan@rotterdam.rabobank.nl

Rotterdam

Eugene Bernsen

Treasury Advisor

010-4003277

010-4122356

E.J.Bernsen@rotterdam.rabobank.nl

Rotterdam

Eric Steenhouwer

Treasury Advisor

010-4003940

010-4122356

E.J.Steenhouwer@rotterdam.rabobank.nl

 

 

 

 

 

 

Nijmegen

Jurjen Foget

Treasury Advisor

024-3818630

024-3244682

J.W.F.Foget@nijmegen.rabobank.nl

Nijmegen

Harold Janssen

Treasury Advisor

024-3818088

024-3818595

H.J.Janssen@nijmegen.rabobank.nl

Nijmegen

Dirk Buiting

Treasury Advisor

024-3818088

024-3244682

BuitingDDirk@nijmegen.rabobank.nl

 

Member bank Sales – Utrecht

Name

Position

Telephone

Fax

E-mail

José van Dijk

Manager of  Treasury Markets Sales

+31(0)30-2162407

+31(0)30-2161763

Jose.van.Dijk@rabobank.com

Eric van Dijk

Commerciële medewerker binnendienst

+31(0)30-2169864

+31(0)30-2161763

Eric.van.Dijk@rabobank.com

Mark Flikweert

Commerciële medewerker binnendienst

+31(0)30-2169005

+31(0)30-2161763

Mark.Flikweert@rabobank.com

Ellen Querido

Treasury Management Consultant

+31(0)30-2169026

+31(0)30-2161763

Ellen.Querido@rabobank.com

Jan van der Schoot

Treasury Management Consultant

+31(0)30-2169004

+31(0)30-2161763

Jan.vander.Schoot@rabobank.com

Marco van Rossum

Commerciële medewerker binnendienst

+31(0)30-2169636

+31(0)30-2161763

Marco.van.Rossum@rabobank.com

Ron Bartels

Treasury Markets Sales Advisor

+31(0)30-2169430

+31(0)30-2163288

Ron.Bartels@rabobank.com

Merijn Bruinse

Treasury Markets Sales Advisor

+31(0)30-2169430

+31(0)30-2163288

Merijn.Bruinse@rabobank.com

 

 

 

 

Aanvullende informatie gevraagd over bestuursleden en directeuren van de Stichting om deze gegevens bij te werken

Deze gegevens zijn aan de stichting gevraagd en geweigerd

LOKHORST, H.G.A. Hendrik Gesinus Aart (2) Geboren 120347 Doornspijk
Lid bestuur Provinciale Stichting Samenwerking Jeugdzorg Utrecht S41183065 gezamenlijk bevoegd vanaf 301287.
CKvK140200
Bijzonderheden!
Informatie gevraagd? ZIJN DIT DEZELFDE PERSONEN?
LOKHORST, A.H.G. (124) (125)
Secretaris interne klachtencommissie Stichting Leger des Heils Welzijns- en Gezondheidszorg
LOKHORST, ?
NEVENFUNCTIES
Epe Politie
Apeldoorn Politie
Wezep Politie
Bijzonderheden!
Betrokken bij afhandeling aangifte tegen medewerkers RvdK in de zaak J. Hop.

 

 

 

 

Gerda Verburg CDA op TV bij EO op 051203: "Ik ben tegen een Robin Hood rekening, mensen kunnen beter geld aan het Leger des Heils geven" 

CDA Geldpolitiek! Bron: CV Gerda Verburg: "De 21e eeuw wordt de eeuw van "eerlijker delen".

Laten we eens gaan onderzoeken wat het CDA bedoeld met eerlijker delen door na te gaan

1. Over hoeveel geld en onroerend goed het Leger des Heils beschikt?

2. Hoeveel subsidies het Leger des Heils jaarlijks op kosten van de belastingbetalers uitgekeerd krijgt?

Reacties en aanvullende informatie om mijn sites verder te verbeteren worden bijzonder op prijs gesteld

J. Hop, auteur website Censuur in Nederland

 

Curriculum Vitae Gerda Verburg

Bron kopie CDA-internetsite.

Naam: Verburg, Voornaam: Gerda

Geboorteplaats en datum: Zwammerdam, 19 augustus 1957
Levensbeschouwing: Gereformeerd; nu: samen op weg
Burgerlijke staat: samenwonend, geen kinderen
Onderwijs: havo: personeelswerk en arbeidsverhoudingen ( HBO)

Loopbaan :
- 1980 - 1982: Vormingsleider Christelijke Plattelands Jongeren Zuid- Holland en Noord-Brabant.
- 1982 - 1990: jongerenorganisatie CNV, actief in respectievelijk vakbondsjongerenwerk binnen en vanuit de Hout en bouwbond CNV, algemeen adjunct dagelijks bestuur CNV- jongerenorganisatie en vanaf augustus 1986 voorzitter CNV-jongerenorganisatie.
- 1990-1997: door het congres ( 28-06-1989) gekozen lid van het bestuur van de vakcentrale CNV ( arbeidsvraagstukken, medezeggenschap, internationale zaken, doelgroepenbeleid en emancipatie)
- 1997 - 1998: Zelfstandig ondernemer. ( Gerda Verburg communicatie en projecten)
- Vanaf mei 1998: Lid van de Tweede Kamer voor het CDA.

Bestuurlijke ervaring:
- Lid van de Sociaal Economische Raad ( SER)
- Lid van de Stichting van de Arbeid
- Voorzitter Dienst over Grenzen (DOG)
- Lid bestuur ICCO
- Bestuur Slotemaker de Bruïne Instituut (SBI)

Huidige nevenactiviteiten (bestuursfuncties etc):

- Lid bestuur St. Jeugdinformatie
- Lid bestuur St. Aanpakken
- Lid bestuur St. administratiekantoor Retailplatform. ( namens certificaathouders)

Portefeuille binnen de fractie CDA in de Tweede Kamer.

Lid van de vaste Kamercommissies: SZW, BZK, EZ, BuZa en VWS

Fractie-woordvoerderschappen: arbeidsmarktbeleid en werkgelegenheid (SZW) , ontwikkelingssamenwerking (Buiza), Integratie minderheden (BZK), maatschappelijk verantwoord ondernemen (EZ), Sociale Raad (Euza) vrijwilligerswerk en welzijn (VWS)

Hobby`s:
Vrijwilligerswerk, lezen, muziek, film, paardensport en marathons.

Bijzonderheden:
- voormalig lid SER en STAR
- voormalig bestuurslid Europees Vakverbond (EVV)
- voormalig bestuurslid Wereld Verbond van de Arbeid (WVA)
- columns o.a. in: Centraal Weekblad (SOW kerken) en De Aanpak (magazine arbeidsmarkt en welzijn)
- initiatiefgroep "Hou het Groene Hart groen en ondernemend"
- lid ad hoc commissie wijze mensen Houten.
- lid vertrouwenscommissie kandidaatstelling provinciale statenverkiezing Utrecht voor het CDA.
- debatleider cultuurdebat Woerden.

Ik voel me sterk verbonden met de Christelijk sociale beweging. De Bijbelse boodschap is inspiratie en tevens opdracht. Bepalend daarbij is enerzijds het hebben en ontwikkelen van talenten. Voor je en voor anderen. Anderzijds is dat het boeiende besef dat de aarde mensen is toevertrouwd, niet als bezit als wel in bruikleen. Dat daagt uit tot meer dan het gewone.

Vier jaar politieke ervaring leert - ook tot mijn eigen verrassing - dat de politiek en ik elkaar liggen. Voor de komende vier jaar heb ik drie prioriteiten.
· In de multiculturele samenleving moeten de duinen rond alle eilanden van culturen worden geslecht en dienen als verbinding tussen de culturen. Het integratiebeleid moet hoognodig uit de kinderschoenen van vrijblijvendheid en onduidelijkheid komen. een toekomst in Nederland is een keuze om waar te maken. Het grootste verzwegen maatschappelijke probleem dat 954.000 allochtonen onvoldoende Nederlands spreken om zich te kunnen redden vraagt om een beleid dat de koe bij de horens vat.
· Meer dan 1,5 miljoen werkzoekenden staan aan de kant. 700.000 daarvan zijn per direct beschikbaar. Vraag en aanbod op de arbeidsmarkt bij elkaar brengen, waarbij wordt ingespeeld op verwachte tekorten ( zorg, onderwijs etc.) is de opdracht voor het nieuwe kabinet. Een nieuwe WAO wet is voorwaardenscheppend.
· Maatschappelijk verantwoord ondernemen moet meer vlees op het bot krijgen. Economie met ingebouwde aandacht voor mensen en milieu, moet het economische concept worden van de 21e eeuw. Zowel nationaal als internationaal. De 21e eeuw wordt de eeuw van "eerlijker delen". De komende periode moeten basis en draagvlak daarvoor worden verbreed.

 

 

 

Openbaar verzetsplan
(317) Hoor en wederhoor:

1. Zielig Leger des Heils klaagt over bijstand (groot)ouders met Hop tegen Leger des Heils. De klachtencommissie erkent dat u vrij bent uw keuze door wie u zich in een klachtenprocedure wenst te laten bijstaan, maar wil u er op wijzen dat de heer Hop zich in klachtenprocedures met name concentreert op de inhoudelijke, concentreert op de procedurele aspecten van het werk van de gezinsvoogdij-instelling. Uw  inhoudelijke, concrete klachten zijn nauwelijks gemotiveerd en onderbouwd. De klachtencommissie geeft u daarom in overweging om zich te laten bijstaan door een professioneel klachtenondersteuningsbureau zoals Stichting X, telefoon X. De medewerkers van de Stichting X zijn onafhankelijk en professioneel en kunnen u kosteloos bijstaan in een klachtenprocedure waarin de belangen van u en uw kinderen centraal staan.

2. Nationale Ombudsman! Stichting Leger des Heils Welzijns- en Gezondheidszorg handelt in strijd met de bedoeling van de wetgever dat aan de toegang tot het klachtrecht ook nog de voorwaarde wordt verbonden dat een bemiddelingsprocedure wordt doorlopen.

3. Voor u ligt het jaarverslag over 2001. In het afgelopen jaar was het opvallend dat de Provinciale Klachtencommissie aanzienlijk minder klachten binnen heeft gekregen dan in 2000. Naar de oorzaak kan slechts geraden worden. Mogelijk speelt een rol dat een gemachtigde die klagers bijstond en die daarbij herhaaldelijk een zeer groot aantal klachten indiende, met zijn werkzaamheden lijkt te zijn gestopt.

(318) Hoor en wederhoor:

1. Hop procedeerde WEL procedureel en systematisch TEGEN Leger des Heils en TEGEN toegang interne klachtencommissie via een verplichte bemiddeling! Een professioneel (gesubsidieerd) klachtenondersteuningsbureau zoals Stichting X, telefoon X deed dat NIET!

(683) Hoor en wederhoor:

1. Hop procedeerde WEL procedureel en systematisch TEGEN Leger des Heils en TEGEN termijnoverschrijding ontvangstbevestiging klacht door interne klachtencommissie! Een professioneel (gesubsidieerd) klachtenondersteuningsbureau zoals Stichting X, telefoon X deed dat NIET!

3. Klachten gegrond in de zaak Z. met Hop als gemachtigde tegen Stichting Leger des Heils Welzijns- en Gezondheidszorg

4. Klachten gegrond in de zaak E. met Hop als gemachtigde tegen Stichting Leger des Heils Welzijns- en Gezondheidszorg

 

 

Openbaar verzetsplan
(556) Hoor en wederhoor:

1. De leden van het Leger des Heils zijn georganiseerd in "gevechtseenheden"
2. Rechterlijke instanties Moskou weigeren Leger des Heils als religieuze beweging te erkennen en als zodanig te registreren
3. Problemen Leger des Heils Zutphen gebed zonder eind! Zaak Leger des Heils wordt wel naar andere rechtbank verwezen!

top
Censuur in Nederland ©
Stem Groep Hop in 2014