CENSUUR EN ORGANISATIECRIMINALITEIT IN NEDERLAND ©

1997-2014+ Diepe minachting voor het structurele probleem in de Nederlandse rechtspraak te weten de weerzinwekkende partijdigheid voor de overheid.

Groep Hop wil de pensioengerechtigde leeftijd verlagen naar 60 jaar. Alle gemeente belastingen afschaffen. Improductieve bureaucratie aanpakken. Kinderbeschermingsmaatregelen na verzonnen verhalen is weerzinwekkende fraude. Ontvangen gelden dienen als heling te worden aangemerkt. Bekijk ons programma? Als u ook genaaid bent/wordt door voor de overheid steeds partijdige rechtspraak, gemeente, jeugdzorg, RvdK of UWV stel u verkiesbaar voor de verkiezingen gemeenteraad 2018. Praktijkvoorbeeld. Het jatten van de recreatiewoning van een 71+ jarige gehandicapte burger die VOOR 1996 zelf zijn recreatiewoning heeft (af)gebouwd en er voor 1996 ook woonde dat wordt door niemand ter discussie gesteld wordt door Hop als organisatiecriminaliteit gemeente Ermelo en zeer ernstige mishandeling van een gepensioneerde burger aangemerkt. Groep Hop is wel TEGEN de discriminatie van Nederlanders tov buitenlanders.

Stem TEGEN organisatiecriminaliteit bij de overheid! Stem VOOR Groep Hop. Dank u wel voor uw aandacht. J. Hop.

 

 

De Betere Krant van Ermelo

Nieuwsberichten uit het Ermelo, lees verder

 

557 De Pikmeerarresten voorbeeld van politiek gekonkel en handjeklap rechtersleger met gemeente:
Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk in zijn vervolging van de verdachte ter zake van het primair telastegelegde 
bewezenverklaard in die zin dat is aangenomen dat de verdachte, als hoofd van de afdeling nieuwe werken van
de gemeente Boarnsterhim feitelijke leiding heeft gegeven aan de verboden gedraging van die gemeente.
De verdachte is ter zake van "overtreding van een voorschrift, gesteld krachtens artikel 1, derde lid van de Wet
verontreiniging oppervlaktewateren, opzettelijk begaan door een rechtspersoon, terwijl hij feitelijke leiding heeft
gegeven aan de verboden gedraging" veroordeeld tot een geldboete van f 1.500,-, subsidiair 15 dagen hechtenis.


Provincie Friesland. Een ambtenaar van de gemeente Boarnsterhim liet verontreinigde baggerspecie uit de Groundam
storten in het Pikmeer. Deze illegale lozing gebeurde MET OPZET en de Hoge Raad (557) (558) sprak de ambtenaar van de
gemeente Boansterhim die leiding gaf aan deze illegale activiteiten vrij omdat hij werkte voor de gemeente Boarnsterhim.

Deze Pikmeer arresten van de Hoge Raad zijn BERUCHT GEWORDEN in heel Nederland omdat als een burger een paar kilometer
te hard rijdt de burger achtervolgd wordt door het complete Justitie apparaat om kost wat kost een paar EURO's voor de Staat
te verdienen en in het omgekeerde geval gaat een ambtenaar van een gemeente bij grootschalige illegale lozingen om geld
uit te sparen voor de provincie vrijuit.

Het voordeel van de Pikmeer arresten is wel dat de gewone burgers steeds minder vertrouwen hebben gekregen in het rechtersleger
door politiek gekonkel en handjeklap van het rechtersleger met de gemeente. De Pikmeer arresten blijven dus als een boemerang
op het rechtersleger inslaan zoals dat ook het geval is in de zaak van de ongegrond verklaarde wraking in de zaak Rechtbank Zutphen
tegen J. Hop waarbij onomstotelijk vast kwam te staan dat een kinderrechter NIET ONAFHANKELIJK is maar een RECHTER, AANKLAGER
en belanghebbende is. De ongegrond verklaarde wraking krijgt een vervolg met de klacht van Hop bij de Verenigde Naties.

 
 

HR 23 april 1996, NJ 1996, 513 (Pikmeer I)

HOGE RAAD (Strafkamer) 23 april 1996, nr. 101102 E

(Mrs. Hermans, Davids, Keijzer, Bleichrodt, Schipper; A-G Fokkens; m.nt. 'tH onder HR 23 april

1996, NJ 1996, 513)

Arrest op het beroep in cassatie van de officier van justitie te Alkmaar in de strafzaak tegen Waterschap

Westfriesland, te Hoorn, adv. mr. E.J. Woud te Hoorn.

Telastelegging

Telastegelegd dat zij op of omstreeks 16 februari 1994 te Obdam in de uitoefening van haar beroep of

bedrijf, zonder daartoe verleende vergunning, op of in de nabijheid van de Obdammerdijk,

(plantaardige en/of agrarische) afvalstoffen, te weten (gemaaid) riet, heeft verwerkt en/of vernietigd

en/of door verbranding heeft verwijderd, zulks terwijl zij wist, althans redelijkerwijs had moeten weten

dat door die handeling(en) nadelige gevolgen voor het milieu ontstonden of konden ontstaan;

de terminologie is hier gebezigd in de betekenis van de Wet milieubeheer. (artikel 10.3 lid 2 Wet

Milieubeheer)

(...)

Rechtbank:

De raadsman heeft voorts aangevoerd dat de officier van justitie niet-ontvankelijk behoort te worden

verklaard in zijn vervolging, omdat de verdachte een openbaar lichaam is en de haar verweten

gedragingen onderdeel uitmaken van werkzaamheden die worden verricht ter uitvoering van een aan

haar bij wet opgedragen taak.

De Rechtbank overweegt dienaangaande het volgende. De in vorenvermelde telastelegging verweten

gedragingen betreffen een overheidstaak, te weten de instandhouding van de waterkering ter plaatse.

Daarvoor kan het waterschap niet strafrechtelijk verantwoordelijk worden gesteld. Derhalve behoort de

officier van justitie niet-ontvankelijk te worden verklaard in zijn vervolging.

Cassatiemiddel:

Verzuim van vormen, waarvan de naleving op straffe van nietigheid is omschreven en/of schending

en/of verkeerde toepassing van het recht in het bijzonder van de artikelen:

artikel 113 Grondwet

artikelen 1 + 51 + 91 Wetboek van Strafrecht

artikelen 348 + 349 + 358 + 359 Wetboek van Strafvordering

artikel 13 lid 2 Keur Hoogheemraadschap US Hollands Noorderkwartier

artikelen 1 + 2 Waterschapswet

artikel 10.3 lid 2 Wet Milieubeheer

artikel V - 2 APV Obdam

Toelichting

De rechtbank Alkmaar heeft de officier van justitie niet-ontvankelijk verklaard omdat de aan het

waterschap Westfriesland verweten gedraging - primair handelen in strijd met artikel 10.3 lid 2 Wet

Milieubeheer, subsidiair handelen in strijd met artikel V - 2 APV Obdam - een overheidstaak betreft, te

weten de instandhouding van de waterkering ter plaatse.

Terecht heeft de rechtbank zich niet laten leiden door het Volkelarrest ( NJ 94/598), maar heeft zij bij

haar beslissing kennelijk aansluiting gezocht bij uw arresten de Voorburgse reigers (NJ 91/496) en de

Tilburgse drempels ( NJ 82/474).

De rechtbank ziet in haar oordeel - s.o.r. - over het hoofd dat de casuspositie van het waterschap

Westfriesland van een andere aard is. In tegenstelling tot de twee genoemde arresten heeft het

waterschap Westfriesland bij de uitvoering van een (al dan niet uit de wet voortvloeiende) taak

nagelaten te opteren voor een uitvoering waarbij het plegen van strafbare feiten achterwege had kunnen

blijven. In dit geval had het waterschap Westfriesland - net als iedere andere (rechts)persoon - twee

legale opties. In de eerste plaats was er de mogelijkheid tot het aanvragen van een vergunning of een

ontheffing op grond van de Wet Milieubeheer of de APV.

De tweede mogelijkheid was de verwijdering van rietafval in overeenstemming met de wettelijke

regelingen.

Nu in die situatie het waterschap Westfriesland nagelaten heeft de rechtmatige weg te bewandelen is de

officier van justitie q.q. naar mijn mening ontvankelijk in de strafvervolging.

Immers juist een publiekrechtelijk rechtspersoon als het waterschap Westfriesland dient zich in die

situatie toch te onthouden van het plegen van strafbare feiten!

Subsidiair ben ik van mening dat de instandhouding van de waterkering ter plaatse geen specifieke

overheidstaak is zoals gesteld door de rechtbank. De zorg voor hetzij een waterkering hetzij de

waterhuishouding hetzij beide wordt bij wet (artikel 1 Waterschapswet) opgedragen aan de

waterschappen. In artikel 2 van de Waterschapswet wordt - kortgezegd - de organisatie en de

regelgeving van de waterschappen in handen gelegd van de provinciale staten.

Hoewel in artikel 1 van de Waterschapswet een algemene zorgplicht wordt geformuleerd voor

waterschappen, bestaat er op grond van provinciale besluiten geen specifieke overheidstaak ter plaatse

voor het waterschap Westfriesland.

Het waterschap Westfriesland heeft riet verbrand op een perceel waar de keur van het

hoogheemraadschap van Uitwaterende Sluizen in Hollands Noorderkwartier van toepassing is. Op

grond van privaatrechtelijke verhoudingen is het waterschap Westfriesland gehouden onderhoud te

plegen op de Obdammerdijk in de gemeente Obdam. Deze privaatrechtelijke verplichting is enerzijds

af te leiden uit de bijlage(n) van de Keur, waar naast het waterschap Westfriesland andere eigenaren

(ook niet publiekrechtelijke rechtspersonen) aangewezen zijn voor het onderhoud aan o.a.

waterkeringen. Anderzijds uit artikel 13 lid 2 van de Keur. De Keur kan naar mijn mening niet anders

worden uitgelegd dan dat eigenaren van waterkeringen langs de boezemwateren een

onderhoudsverplichting hebben (verbod tot verondiepen). In ieder geval kan niet één uit de wet

voortvloeiende specifieke overheidstaak ter plaatse voor het waterschap Westfriesland worden afgeleid

uit (artikel 13 lid 2 van) de Keur van het hoogheemraadschap Uitwaterende Sluizen in Hollands

Noorderkwartier.

Samenvattend:

Primair: Indien het waterschap Westfriesland zonder het plegen van strafbare feiten een

(overheids)taak kan uitvoeren is de officier van justitie ontvankelijk in zijn vervolging.

Subsidiair: Het waterschap Westfriesland voldoet niet aan de drie kriteria van Uw arrest Voorburgse

reigers (NJ 91/496) zijnde:

- specifieke bestuurstaak (althans niet ter plaatse; toevoeging door appellant in cassatie)

- optreden ter behartiging van die bestuurstaak

- besluit door bestuur na goedkeuring raad

en om die reden is de officier van justitie ontvankelijk in zijn vervolging.

Hoge Raad:

5. Beoordeling van het middel

(...)

5.2. In aanmerking genomen dat waterschappen openbare lichamen zijn in de zin van Hoofdstuk 7 van

de Grondwet, en dat ingevolge art. 1, tweede lid, Waterschapswet de zorg voor de waterkering aan hen

als zodanig wordt opgedragen, heeft de Rechtbank door aldus te overwegen en te beslissen geen blijk

gegeven van een verkeerde rechtsopvatting.

5.3. De in de toelichting op het middel aangevoerde omstandigheid dat de verdachte heeft "nagelaten te

opteren voor een uitvoering waarbij het plegen van strafbare feiten achterwege had kunnen blijven"

doet aan het evenoverwogene niet af. Evenmin doet daaraan af de in die toelichting eveneens

aangevoerde omstandigheid dat ingevolge de daar bedoelde bepalingen van de keur van het

Hoogheemraadschap van de Uitwaterende Sluizen in Hollands Noorderkwartier enige verplichting

voortvloeit die mede op de verdachte als eigenaar van een perceel grond rust.

5.4. Het middel is derhalve tevergeefs voorgesteld.

6. Slotsom

Nu het middel niet tot cassatie kan leiden moet het beroep worden verworpen.

7. Beslissing

De Hoge raad verwerpt het beroep.

Conclusie A-G mr. Fokkens:

1. Het Waterschap Westfriesland wordt vervolgd wegens het zonder vergunning afbranden van riet.

(...)

3. De officier van justitie heeft tegen deze uitspraak beroep in cassatie aangetekend. Het beroep is

namens verdachte tegengesproken door mr E.J. Woud.

4. Ik bespreek eerst de vraag of dit het juiste rechtsmiddel is. In het primair telastegelegde wordt de

verzoeker verweten het handelen in strijd met art. 10.3 lid 2 Wet Milieubeheer. Deze bepaling luidt als

volgt:

"Het is een ieder verboden in de uitoefening van zijn beroep of bedrijf afvalstoffen in te zamelen of

anderszins in ontvangst te nemen, te bewaren, te bewerken, te verwerken, te vernietigen of op of in de

bodem te brengen dan wel op andere wijze te verwijderen, indien daardoor, naar hij weet of

redelijkerwijs had moeten weten, nadelige gevolgen voor het milieu ontstaan of kunnen ontstaan,

behoudens voor zover dat krachtens een voor hem geldende vergunning uitdrukkelijk is toegestaan."

5. Overtreding van deze bepaling is ingevolge art. 1a, onder 1° WED een economische delict. Art. 2

Wet op de economische delicten (WED) bepaalt dat de economische delicten, bedoeld in onder meer

art. 1a, onder 1°, een misdrijf zijn voor zover zij opzettelijk zijn begaan. Voor zover deze economische

delicten niet opzettelijk zijn begaan, zijn zij overtredingen.

6. Het is de vraag, wanneer sprake is van het opzettelijk begaan van het in art. 10.3 lid 2 Wet

Milieubeheer omschreven delict. Twee interpretaties zijn mogelijk.

7. De eerste houdt in dat de opzettelijke en de niet-opzettelijke variant beide in de tekst van art. 10.2 lid

2 zijn verwoord: wie zonder vergunning in de uitoefening van zijn beroep of bedrijf afvalstoffen

inzamelt etc., terwijl hij weet dat daardoor nadelige gevolgen voor het milieu ontstaan of kunnen

ontstaan, begaat het misdrijf, wie dat doet terwijl hij zulks redelijkerwijs had moeten weten, maakt zich

schuldig aan de overtreding.

8. De tweede uitleg houdt in dat hij die opzettelijk zonder vergunning in de uitoefening van zijn beroep

of bedrijf afvalstoffen inzamelt etc., terwijl hij weet of redelijkerwijs had moeten weten dat daardoor

nadelige gevolgen voor het milieu ontstaan of kunnen ontstaan, zich schuldig maakt aan het misdrijf,

en dat degene aan wie enkel wordt verweten dat hij zonder vergunning in de uitoefening van zijn

beroep of bedrijf afvalstoffen heeft ingezameld etc., terwijl hij wist of redelijkerwijs had kunnen weten

dat daardoor nadelige gevolgen voor het milieu ontstaan of kunnen ontstaan, zich voor de overtreding

moet verantwoorden.

9. Bij de parlementaire behandeling van art. 10.3 en zijn voorgangers is aan deze vraag op geen enkele

wijze aandacht besteed. Evenmin heb ik iets daarover kunnen vinden in de wetsgeschiedenis van

vergelijkbare bepalingen als art. 2 Wet Milieugevaarlijke stoffen, thans ook genoemd in de artt. 1a,

onder 1° en 2 lid 1 WED, eerder op dezelfde wijze als misdrijf dan wel overtreding strafbaar gesteld in

art. 65 Wet Milieugevaarlijke stoffen. Kennelijk was dit voor de ontwerpers van deze bepalingen en de

parlementariërs die deze bespraken, volstrekt duidelijk.

10. In de litteratuur had men er echter meer moeite mee. Buiting besteedt aan deze vraag uitgebreid

aandacht in zijn monografie Strafrecht en milieu. Hij komt ten aanzien van het in dit opzicht

vergelijkbare art. 14 Wet Bodembescherming (ook een economisch delict vermeld in art. 1a, onder 1°

WED) tot de slotsom dat het strafbare feit zich niet in misdrijfvorm kan voordoen, omdat de

combinatie dat de dader weet dat hij redelijkerwijs kan/moet vermoeden dat etc. een onzinnige

combinatie is (p. 86-89). Doorenbos heeft in DD eveneens het probleem van het in de WED gemaakte

onderscheid tussen misdrijven en overtredingen besproken (Schuldkwadratuur. Iets over de betekenis

van art. 1 lid 2 WED, DD 1990, p. 810-819). Het zou het bestek van deze conclusie te buiten gaan om

zijn "oplossing" van deze wijze van strafbaar stellen in alle facetten te bespreken. Het komt erop neer

dat van een misdrijf sprake is, indien het economisch delict in zijn geheel opzettelijk is begaan, en dat

hij meent dat in het door Buiting gewraakte geval geen sprake is van een misdrijf.

11. Voor de beantwoording van de hier voorliggende vraag is mijns inziens een vergelijking met de

tekst van art. 173a Sr van belang. Deze bepaling luidt v.z.v. van belang:

"Hij die opzettelijk en wederrechtelijk een stof op of in de bodem, in de lucht of in het

oppervlaktewater brengt, wordt gestraft:

1°. met gevangenisstraf van ten hoogste twaalf jaren of geldboete van de vijfde categorie, indien de

schuldige weet of ernstige reden heeft om te vermoeden dat daarvan gevaar voor de openbare

gezondheid of levensgevaar voor een ander te duchten is;".

12. In de MvT wordt deze tekst als volgt toegelicht:

"Omdat het begrip "stof" echter zeer ruim is, is als aanvullende vereiste gesteld dat de dader wist,

althans een ernstige reden had om te vermoeden dat het om stoffen ging die gevaarlijk kunnen zijn."

13. Uit het advies van de Raad van State bij het betreffende ontwerp van wet en de reactie daarop in het

nader rapport blijkt dat voor deze redactie is gekozen om de volgende reden. De meeste misdrijven van

Titel VII van het Tweede Boek zijn als volgt geformuleerd: strafbaar wordt gesteld het opzettelijk (ik

laat de culpoze varianten buiten beschouwing) verrichten van bepaalde gedragingen, waarbij als

geobjectiveerd strafbepalend gevolg wordt vermeld "indien daarvan gemeen gevaar voor goederen,

levensgevaar voor een ander te duchten is" (bijv. artt. 168 en 170 Sr). Daarbij gaat het echter steeds om

gedragingen die door hun aard reeds gevaar opleveren. Vanwege de "neutrale" betekenis van het woord

stof is daarom bij de "milieudelicten" uit deze titel ook vereist dat de dader zich in de daarin

omschreven mate bewust was van de aard van de stof.

13. Vergelijking van de tekst van art. 173a Sr met art. 10.3 Wet Milieubeheer levert het volgende

verschil in redactie op. Art. 173a Sr vereist het opzettelijk in de bodem, de lucht of het

oppervlaktewater brengen van een stof, die a) gevaarlijk voor de openbare gezondheid of het leven van

een ander is, terwijl b) de dader weet of ernstige reden heeft om te vermoeden dat de betreffende stof

die eigenschap heeft. In art. 10.3 lid 2 Wet Milieubeheer wordt strafbaar gesteld het inzamelen van

afval etc. indien daardoor, naar de dader weet, nadelige gevolgen voor het milieu (kunnen) ontstaan.

Met andere woorden: art. 10.3 eist hier dat de dader weet dat door zijn handelen gevaar voor het milieu

ontstaat of kan ontstaan. Het weten heeft aldus betrekking op de handeling, waardoor art. 10.3 lid 2 in

zoverre - d.w.z. afgezien van de variant redelijkerwijs kunnen vermoeden - in zijn omschrijving een

opzettelijk delict is.

14. Vervolgens rijst de vraag of van opzettelijk handelen in strijd met art. 10.3 lid 2 pas sprake is,

indien het opzet van de dader ook gericht is op de omstandigheid dat hij zonder of in strijd met de hem

verleende vergunning handelt. Het antwoord op die vraag is afhankelijk van de strafrechtelijke

betekenis van de zinsnede "behoudens voor zover dat krachtens een voor hem geldende vergunning

uitdrukkelijk is toegestaan" in art. 10.3 lid 2 Wet milieubeheer: is dit een bestanddeel van de

delictsomschrijving of een strafuitsluitingsgrond?

15. Het antwoord op die vraag is niet zonder meer duidelijk. Voor de opvatting dat het hier om een

bestanddeel gaat, pleit de omstandigheid dat deze passage is opgenomen in de zin waarin het verbod

staat (vgl. Hazewinkel-Suringa/Remmelink, Inleiding tot de studie van het Nederlandse strafrecht, 14e

druk, blz. 254 e.v.; Remmelink, Visies op telastelegging, in: Bij deze stand van zaken, Melai-bundel,

blz. 432; André de la Porte in: Melai, Wetboek van Strafvordering, aantek. 38 e.v.). Ook is er gelet op

de aard van de omstandigheid - was het handelen uitdrukkelijk toegestaan krachtens vergunning? -

geen bezwaar om deze als een bestanddeel dat telastegelegd en bewezen moet worden, aan te merken,

nu het om een uitzondering gaat waarvan het ontbreken gemakkelijk kan worden geformuleerd en

worden vastgesteld.

16. Er zijn echter ook argumenten te geven voor de opvatting dat het hier om een strafuitsluitende

omstandigheid gaat. Uit de rechtspraak van de Hoge Raad komt immers naar voren dat de redactie van

de bepaling niet beslissend is. Ook de bedoeling van de wetgever is van belang: heeft de handeling

"een naar gangbare begrippen ongeoorloofd karakter, dat echter onder zekere omstandigheden, b.v. bij

vergunning komt te ontbreken, dan is er aanleiding in hare aanwezigheid een rechtvaardigingsgrond te

zien. Is echter hetgeen onder zekere negatief geformuleerde omstandigheden, b.v. het gemis van een

vergunning, verboden is uit zijn aard niet ongeoorloofd, dan moeten die omstandigheden worden

beschouwd als een bestanddeel", aldus Blok-Besier, Het Nederlandsche strafprocesrecht, dl. II, p. 13.

Remmelink formuleert het op p. 256 van zijn bewerking van Hazewinkel-Suringa aldus: "Wij

herkennen hier enigszins het onderscheid, dat men in de administratieve sector wel maakt tussen een

vergunning en een ontheffing. Een vergunning beperkt geoorloofd gedrag, een ontheffing dispenseert

ongeloorloofd gedrag".

17. Hoewel hier de term vergunning wordt gebruikt - wat wijst op een bestanddeel - wijst de strekking

van de bepaling op een verbod van het inzamelen etc. van afvalstoffen, indien daardoor nadelige

gevolgen voor het milieu (kunnen) ontstaan, met andere woorden een dergelijk inzamelen etc. is

ongeoorloofd, op welk algemeen verbod een uitzondering wordt gemaakt voor zover dat handelen

krachtens vergunning uitdrukkelijk is toegestaan. In de woorden "uitdrukkelijk is toegestaan" wordt het

uitzonderingskarakter van het toestaan van dergelijke handelingen nog eens onderstreept. Vgl. bijv. HR

3 november 1959, NJ 1960, 209 en 13 oktober 1994, NJ 1994, 746.

18. Het voorafgaande brengt mij ertoe om, na enige aarzeling, de passage "behoudens voor zover dat

krachtens een voor hem geldende vergunning uitdrukkelijk is toegestaan", te beschouwen als een

strafuitsluitingsgrond. De vergunning heeft zozeer een uitzonderingskarakter, dat deze uitleg mijns

inziens het meest recht doet aan het verbod dat in art. 10.3 is geformuleerd. Ik heb mij nog wel

afgevraagd of de omstandigheid dat slechts het beroeps- of bedrijfsmatig handelen onder deze bepaling

valt, niet strijdig is met deze interpretatie - de redenering zou dan zijn: het is in het algemeen niet

ongeoorloofd afvalstoffen in te zamelen etc. indien daardoor schade voor het milieu ontstaat, alleen

indien dit bedrijfsmatig geschiedt is het zonder vergunning ongeoorloofd - maar meen dat dit niet het

geval is. De bepaling is uitdrukkelijk bedoeld als vangnet om voor het milieu schadelijke nadelige

handelingen met afvalstoffen die niet door een specifieke bepaling worden gereguleerd, te kunnen

aanpakken - m.a.w. in beginsel ongeoorloofd handelen - en het verbod is tot beroeps- of bedrijfsmatig

handelen beperkt met het oog op de strafrechtelijke handhaving van het verbod (vgl. Michiels, De wet

milieubeheer, 2e druk, blz. 99).

19. Indien de betreffende passage wel als een bestanddeel moet worden beschouwd, wordt deze door

het in art. 2 lid 1 WED genoemde opzet beheerst. De systematiek van het strafrecht, dat in beginsel alle

bestanddelen die volgen op het woord opzet daaronder vallen, brengt dit mijns inziens mee.

20. Ik kom op grond van het voorafgaande echter tot de conclusie dat in casu primair een misdrijf is

telastegelegd. Ingevolge het bepaalde in art. 51 tweede lid WED stond hier voor het openbaar

ministerie hoger beroep open tegen de uitspraak van de rechtbank. Nu dit rechtsmiddel niet is

aangewend, moet ik, gelet op het bepaalde in art. 96 lid 1 RO, concluderen dat de officier van justitie

niet-ontvankelijk is in het door hem ingestelde beroep in cassatie (vgl. HR 3 oktober 1995, te

publiceren als DD 96.091).

21. Voor het geval dat Uw Raad daarover anders oordeelt, bespreek ik het voorgestelde middel van

cassatie. Het middel behelst primair de klacht dat de rechtbank heeft miskend dat het Waterschap

Westfriesland haar taak ook langs legale weg had kunnen uitvoeren door een vergunning of ontheffing

op grond van de Wet Milieubeheer of de APV te vragen, dan wel het riet te verwijderen in

overeenstemming met de wettelijke regelingen. Nu het waterschap heeft verzuimd de rechtmatige weg

te bewandelen, zou het openbaar ministerie wel ontvankelijk zijn in zijn vervolging.

18. In de rechtspraak van de Hoge Raad met betrekking tot de strafrechtelijke aansprakelijkheid van

publiekrechtelijke rechtspersonen, is tot nu toe het volgende beslist:

- de Staat zelf kan voor zijn handelingen niet strafrechtelijk aansprakelijk worden gesteld (NJ 1994,

598);

- eventuele strafrechtelijke immuniteit van andere publiekrechtelijke rechtspersonen is beperkt tot

openbare lichamen in de zin van Hfdst. 7 van de Grondwet (NJ 1988, 303 en NJ 1991, 496);

- bedoelde immuniteit geldt slechts voor gedragingen verricht ter behartiging van een (bij of krachtens

de wet) aan het betreffende openbaar lichaam opgedragen overheidstaak (NJ 1982, 474; NJ 1991, 496

en NJ 1992, 794).

19. De in deze rechtspraak neergelegde beperkte strafrechtelijke aansprakelijkheid van

publiekrechtelijke rechtspersonen is van diverse kanten kritisch benaderd. Ik noem, zonder naar

volledigheid te streven: de noot van Corstens onder NJ 1994, 598 en de noot van Buiting onder dit

arrest in MRT 1995, p. 216-219; Roef, Kan de staat in zijn eigen staart bijten?, in: DD 1995, p. 332-

348; De Lange, De dictatuur van de magistratuur, NJB 1995, p. 441-447.

20. De bezwaren die worden aangevoerd, betreffen de rechtsongelijkheid die aldus ontstaat tussen een

deel van de publiekrechtelijke rechtspersonen en de overigen rechtspersonen. In het bijzonder zou dit

zich doen gevoelen op het terrein van het milieurecht. Dat standpunt kent ook binnen het openbaar

ministerie ruime aanhang, zoals bijv. blijkt uit de Leidraad voor de strafrechtelijke handhaving van het

milieurecht (Stafbureau OM, 1994) en Overtredende overheden, vervolgingsbeleid inzake

milieudelicten (WODC, 1995).

21. Bij die kritiek wil ik enkele kanttekeningen plaatsen. Ik stel daarbij voorop dat in deze discussie,

zoals zo dikwijls in het recht, beide standpunten redelijkerwijs te verdedigen zijn. De omstandigheid

dat er mijns inziens geen argumenten zijn die zozeer pleiten voor de opvatting welke thans in de

rechtspraak is neergelegd, dat een ander standpunt niet goed denkbaar is, neemt niet weg dat er goede

redenen voor de tot stand gekomen jurisprudentie zijn aan te voeren. Ik ga hier niet de diverse

argumenten uit de litteratuur herhalen (ik verwijs daarvoor naar mijn conclusie voor NJ 1994, 598),

maar wil wel wijzen op twee aspecten, die in de kritiek mijns inziens onderbelicht blijven.

22. In de eerste plaats wijs ik op het standpunt van de wetgever in de MvT bij ontwerp 13 655, het

voorstel tot invoering van de strafbaarheid van rechtspersonen in art. 51 Sr. Op p. 21 wordt daarin over

de strafbaarheid van de publiekrechtelijke rechtspersonen het volgende geschreven:

"Bij een figuur die in zo uiteenlopende verschijningsvormen en functies aan het maatschappelijk

verkeer deelneemt als de publiekrechtelijke rechtspersoon is de vraag of strafbaarheid in beginsel dient

te worden uitgesloten of aanvaard niet in het algemeen te beantwoorden. Een zinvolle beantwoording

lijkt alleen mogelijk, indien onderscheid wordt gemaakt tussen verschillende casusposities. De meest

voor de hand liggende differentiatie is dan wel die waarbij onderscheid wordt gemaakt al naar gelang

het strafbare feit is te plaatsen in het verband van de algemene of specifieke bestuurstaak waarmee het

publiekrechtelijk lichaam is belast dan wel is gepleegd binnen het kader van een ondernemingsactiviteit

die ook door particulieren wordt of kan worden verricht.

In het eerste geval, dus wanneer het publiekrechtelijk lichaam als bestuurder heeft gehandeld, zal de

verantwoording behoren te geschieden aan de instellingen en organen die daartoe in het staats- en

administratieve recht in het bijzonder zijn aangewezen. Deze instellingen en organen beschikken

doorgaans over de middelen om een herhaling van het ongewenste optreden te voorkomen. Uiteraard

sluit dit niet uit, dat een bepaalde bestuurder bij wie alle bestanddelen van een bepaald strafbaar feit

aanwezig zijn uit eigen hoofde, dus wegens een door hem gepleegd delict, voor de strafrechter ter

verantwoording wordt geroepen."

23. Ik meen dat aan deze passage in ieder geval sterke argumenten te ontlenen zijn voor de rechtspraak

van de Hoge Raad ten aanzien van andere publiekrechtelijke lichamen dan de Staat. Niet alleen wordt

hier met zoveel woorden het onderscheid gemaakt tussen de bestuurstaak en andere activiteiten van de

overheid, maar ook wordt gesteld dat voor het handelen in het kader van de uitoefening van een

dergelijke taak door het publiekrechtelijk lichaam de verantwoording aan de daartoe in het staats- en

bestuursrecht aangewezen instellingen en organen dient te geschieden, zonder dat dit uitsluit dat het

betreffende handelen onder omstandigheden wel aanleiding kan geven een bepaalde bestuurder

strafrechtelijk te vervolgen. Met name dit laatste, het onderscheid tussen de bestuurder die wel en het

bestuur dat niet strafrechtelijk verantwoordelijk kan/behoort te worden gesteld voor hetgeen in het

kader van de overheidstaak is verricht, acht ik zwaarwegend.

24. In de tweede plaats wordt bij de stelling dat er onaanvaardbare rechtsongelijkheid ontstaat tussen

vergelijkbare overtreders van milieubepalingen, mijns inziens uit het oog verloren dat ten aanzien van

de bedoelde "lagere" overheden op zich voldoende mogelijkheden tot correctie en preventie in het

staats- en bestuursrecht besloten liggen, terwijl ten aanzien van andere organisaties dan deze overheden

buiten de strafrechtelijke handhaving in een aantal gevallen onvoldoende mogelijkheden tot

handhaving aanwezig zijn. Anders gezegd: ten aanzien van overheden ontbreekt in zoverre de

noodzaak van strafrechtelijke handhaving.

25. Dat neemt niet weg dat in gevallen waarin de overheid zich niet of slecht aan zijn eigen

milieuregels houdt en de bovenbedoelde bestuurlijke correctie niet plaats vindt of geen zichtbaar effect

heeft, strafrechtelijke handhaving bij overtreding van die regels door particulieren op gespannen voet

kan komen te staan met het gelijkheidsbeginsel. Dat behoeft echter niet te betekenen dat in dergelijke

gevallen ook de betreffende overheid wordt vervolgd. Ter illustratie ga ik kort op de feiten van deze

zaak in.

26. In zijn requisitoir verwijst de officier van justitie naar dit probleem, als hij opmerkt:

Ik wil u de reaktie van de "gewone burger" niet onthouden. In het proces-verbaal tegen het waterschap

West-Friesland wil ik u het volgende voorhouden:

"Korte tijd later verscheen bij mij (verbalisant) aan het buro te Obdam een bewoner van de

Berkmeerdijk te Obdam. Hij kwam zijn beklag doen over het feit dat het waterschap riet aan het

verbranden was. Hij was zeer kwaad omdat bij hem als veehouder zeer nauwgezet werd toegezien op

de naleving van de milieubepalingen en hij vroeg zich af of dit allemaal maar kon."

27. Uit de dossiers in deze zaak en die tegen de provincie Noord-Holland kan echter worden

opgemaakt dat vervolging van de "overtredende overheid" niet de meest voor de hand liggende

mogelijkheid is om vermoede rechtsongelijkheid op te heffen. Uit die stukken blijkt namelijk het

volgende.

28. Binnen de provincie Noord-Holland werd gediscussieerd over het onderhouden van rietkragen

langs provinciaal water. Een notitie van GS over de inzet van de Dienst Wegen, Verkeer en Vervoer

hierbij was in 1994 in voorbereiding. In een rapport van J. Boelsma werd de gevolgde werkwijze als

volgt verantwoord. Om een optimaal onderhoud te plegen wordt het riet jaarlijks in de winter gemaaid.

Dit gebeurt voor 90% door maaizuigen, waarbij het afkomend gewas versnipperd over een strook

aanliggende waterkering wordt gespoten. Ongeveer 5% van het riet is van dusdanige kwaliteit dat dit

door rietdekkers wordt geoogst. Het restant (5%) wordt in de vorstperiode handmatig gemaaid, waarna

het gemaaide gewas wordt verbrand. De bedoeling van dit laatste is de bodem te schroeien, waardoor

wilgenroos op een milieuvriendelijke wijze wordt bestreden en het verstikkende gemaaide riet wordt

verwijderd. De ervaringen met deze methode zijn positief.

Verder blijkt dat op een mini-symposium over dit onderwerp de meningen over de door de provincie

gevolgde werkwijze duidelijk uiteen liepen.

29. Ik heb dit alles vermeld, omdat de hier plaats vindende gang van zaken mijns inziens duidelijk

illustreert dat de strafrechter hier geen taak heeft. Er is op bestuurlijk niveau nog geen standpunt

bepaald over de vraag of de hier gevolgde werkwijze aanvaardbaar/wenselijk is. Men onderzoekt wat

de beste werkwijze is en hoe deze bestuurlijk en eventueel juridisch vorm dient te krijgen. Zolang nog

geen standpunt is bepaald, zal de taak niettemin moeten worden uitgevoerd. De strafvervolging is

gebaseerd op de gedachte dat het waterschap in afwachting van de uitkomst van die discussie zich aan

het bepaalde in de Wet Milieubeheer moet houden, door hetzij een vergunning aan te vragen, hetzij het

riet af te voeren. De eis dat daarvoor een vergunning wordt aangevraagd is in zoverre weinig zinvol,

dat de instantie die de vergunning moet verlenen (mogelijk GS) op bestuurlijk niveau dezelfde vraag

moet beantwoorden als waarvoor de provincie zich gesteld ziet. De eis dat het riet voorlopig wordt

afgevoerd, betekent dat voor een werkwijze wordt gekozen waarvan de wenselijkheid vanuit het

oogpunt van milieubescherming nu juist ter discussie staat. Bij een dergelijke onzekerheid over wat uit

het oogpunt van milieubescherming gewenst is, ligt aanpassing van het beleid ten aanzien van

particulieren voor de hand, bijv. doordat in afwachting van de uitkomst van voornoemde discussie

voorlopige/tijdelijke vergunningen worden verstrekt voor het verbranden van riet onder

omstandigheden waarin dat als een voor de overheid aanvaardbare werkwijze wordt beschouwd. De

wenselijkheid van strafrechtelijke vervolging zou dan kunnen worden beoordeeld in het licht van de

vraag of voor de overheid en particulieren vergelijkbare maatstaven worden gehanteerd.

30. Het standpunt dat in dergelijke gevallen de overheid via het strafrecht gedwongen moet worden

zich aan zijn eigen regels te houden, zou betekenen dat het strafrecht naast het bestuurlijke toezicht als

een soort "oppertoezicht" op het bestuurlijk handelen zou gaan functioneren, waarmee de

strafrechtspleging zijn doel voorbij zou schieten.

31. Ik meen dan ook dat er geen reden is op de (recent) ten aanzien van de strafrechtelijke

aansprakelijkheid van openbare lichamen in de jurisprudentie ingeslagen weg terug te komen. Dit te

meer niet, nu de beslissing ten aanzien van de Staat de terughoudendheid die uit die rechtspraak

spreekt, eerder versterkt dan afzwakt.

32. Daarmee kom ik bij de vraag die het middel aan de orde stelt. Geldt de aan openbare lichamen

toekomende immuniteit slechts indien geen andere mogelijkheid dan het plegen van het strafbare feit

openstond? Ik meen dat die vraag ontkennend moet worden beantwoord. De rechtspraak van de Hoge

Raad is ten aanzien van de "lagere overheden" een vertaling van de opvatting van de wetgever dat zij

zich voor hun bestuurlijk handelen niet voor de strafrechter, maar voor de daartoe in het staats- en

bestuursrecht aangewezen organen dienen te verantwoorden. Vandaar de niet-vervolgbaarheid van deze

publiekrechtelijke lichamen in dergelijke gevallen, waarin bij uitstek tot uitdrukking wordt gebracht dat

de beoordeling van dat handelen niet aan de strafrechter kan worden voorgelegd.

33. Wat het middel als voorwaarde stelt, impliceert dat de strafrechter zou moeten onderzoeken en

vervolgens beoordelen of het openbaar lichaam in casu geen gebruik had kunnen en behoren te maken

van legale opties. Dat komt neer op het afleggen van verantwoording aan de strafrechter, hetwelk de

wetgever juist heeft willen vermijden.1 Ik kan mij dan ook vinden in de opvattingen die in de

verweerschriften in deze zaak en de samenhangende zaak tegen de Provincie Noord-Holland door de

mrs. Woud en Orie zijn neergelegd. Met hen wijs ik er nog op dat ook in de Voorburgse reigersnesten (

NJ 1991, 496) een legale weg openstond, die niet was gebruikt. Ik acht de primaire klacht niet gegrond.

34. De subsidiaire klacht luidt "dat de instandhouding van de waterkering ter plaatse geen specifieke

overheidstaak is zoals gesteld door de rechtbank". Het waterschap Westfriesland zou in zijn

hoedanigheid van eigenaar van het betreffende perceel grond hebben gehandeld, nu de keur van het

hoogheemraadschap van Uitwaterende Sluizen in Hollands Noorderkwartier de verplichting tot

onderhoud van de waterkeringen legt bij de eigenaren. Er zouden geen provinciale besluiten zijn op

grond waarvan het waterschap ter plaatse een specifieke overheidstaak zou hebben.

35. De vraag of het waterschap uit hoofde van zijn overheidstaak heeft gehandeld is ook aan de orde

geweest ter terechtzitting van de rechtbank.

36. De OvJ heeft in zijn requisitoir gesteld dat de onderhoudsverplichting van de watergangen in

verschillende keuren is neergelegd en dat deze keuren een onderhoudsverplichting toekennen aan de

eigenaar van sloten. Op grond hiervan zou niet gesteld kunnen worden dat het waterschap heeft

gehandeld bij de uitvoering van een wettelijk opgedragen taak.

37. Daartegenover heeft de raadsman van het waterschap aangevoerd dat de zorg voor de waterkering

tot de aan het waterschap opgedragen taken behoort (vgl. art. 1 lid 2 Waterschapswet). Deze taak zou

expliciet in het vanaf 1 jan. 1995 van kracht zijnde reglement worden vermeld, welk reglement op dit

punt een codificatie van een reeds lang bestaande ongeschreven beheersverdeling zou zijn. De

omstandigheid dat het waterschap ook eigenaar is van de betreffende oevergedeelten, neemt volgens de

raadsman niet weg dat hier is gehandeld op grond van de publiekrechtelijke taak van het waterschap.

38. De rechtbank heeft haar oordeel summier gemotiveerd. Kennelijk heeft de rechtbank met de

raadsman geoordeeld dat de zorg voor de waterkeringen ook vóór 1 januari 1995 stilzwijgend (mede)

aan het waterschap was toevertrouwd en dat het waterschap in die hoedanigheid heeft gehandeld. Dat

oordeel geeft geen blijk van een onjuiste rechtsopvatting en is niet onbegrijpelijk, nu:

- de Waterschapswet 1992, die in 1994 van kracht was, in art. 1 lid 2 de zorg voor de waterkering

uitdrukkelijk als een taak van het waterschap noemt;

- de vaststelling van de taken van het waterschap in de Waterschapswet van 1992 niet een

taakuitbreiding van het waterschap betekende, maar vastlegging van hetgeen reeds lang tot de taak van

het waterschap behoorde (vgl. Van den Berg en Van Hall, Waterstaats- en waterschapsrecht, Zwolle

1995, blz. 71);

- in het tot 1 januari 1995 van kracht zijnde Algemene Waterschapsreglement voor Noordholland in het

geheel geen bepaling voorkwam waarin de taken van het waterschap expliciet werden geformuleerd,2

zodat het ontbreken van een uitdrukkelijke toedeling van de zorg voor de waterkering op zich niet

betekent dat dit geen taak van het waterschap was;

1 Dat oordeel past meer bij de vraag of het handelen in strijd met de delictsomschrijving al dan niet strafbaar is. Dat is ook precies het punt waar De Lange in zijn bijdrage in het NJB uitkomt (1995, p. 446).

2 In artikel 134 lid 1: "Het College van het Dagelijksche Bestuur zorgt, dat alle werken, die ten laste van het waterschap of de ingelanden zijn, behoorlijk worden onderhouden", komt de beheersverantwoordelijkheid van de waterschappen enigermate tot uitdrukking.

- vanwege verzoeker ter terechtzitting is verklaard dat het waterschap de waterkering als autonome reglementaire taak beheert en in dat kader ook waterkeringen onderhoudt die van derden zijn;

- de omstandigheid dat het waterschap als eigenaar van het betreffende land op grond van art. 13 lid 3 van de Keur van het Hoogheemraadschap van de Uitwaterende Sluizen in Kennemerland en Westfriesland ook verplicht was tot onderhoud van de betreffende rietkragen, op zich de publiekrechtelijke beheerstaak ten aanzien van waterkeringen niet wegneemt.

Ook de subsidiaire klacht is niet aannemelijk.

De conclusie strekt primair tot het niet-ontvankelijk verklaren van de officier van justitie in het door

hem ingestelde beroep, subsidiair tot verwerping van het beroep.

 

 

Opstand Openbaar Ministerie tegen de rechtstaat! De moord op Pim kost Nederlanders veel vrijheid (van meningsuiting) en een Fortuyn

1. Pim Fortuyn over Openbaar Ministerie: "Ik zal mij na 15 mei 2002 zeker ook inspannen om het OM een halt toe te roepen en zo mogelijk op de terugweg te dwingen"

2. Ministerie van Justitie: Toch wist justitie zo ongeveer een uur na de moord al te melden, dat Folkert van der G. in zijn eentje opereerde.

3. Openbaar Ministerie: Politie en de voormalige Binnenlandse Veiligheidsdienst (BVD) hebben een zeer vergevorderd onderzoek naar links-radicale dierenactivisten moeten staken omdat het openbaar ministerie de geldkraan vorig jaar pardoes dichtdraaide.

332 POM & Fortuyn Mr. M. Moszkowicz sr.: "Leven we nog in een rechtsstaat?"
193 POM & Fortuyn Toeschrijven naar conclusie bekende truc overheid om de aandacht af te leiden van zaken waar het werkelijk om gaat
482 POM & Fortuyn Confrontatie LPF met CDA Minister van Justitie Donner over norm voor meenemen of wepmeppen van winkeldief
487 POM & Fortuyn Hans Smolders: "Als je er zelf inzit dan zie je pas hoe de mensen door Den Haag belazerd worden"
183 POM & Fortuyn Democratie in Nederland is een illusie III, Vetorecht CDA/VVD over LPF'ers
182 POM & Fortuyn Democratie in Nederland is een illusie II, Lijst Pim Fortuyn razendsnel ingepolderd
288 POM & Fortuyn Democratie in Nederland is een illusie I, waarschuwing voor kamerleden/onderhandelaars LPF
178 POM & Fortuyn De kunst van het liegen, tevens waarschuwing voor Hoekstra in onderzoekscommissie Haak 
281 POM & Fortuyn Hetze en taalgebruik tegen Fortuyn. Partij van de Arbeid krijgt pak slaag van kiezers
280 POM & Fortuyn Informatie over de commissie en het (overheid)onderzoek naar de beveiliging rond Pim Fortuyn
282 POM & Fortuyn Westbroek: Één mistdruppel voel je niet, maar komt het van alle kanten dan zorgt dat voor een ander politiek klimaat 
275 POM & Fortuyn Demmink zou LPF-minister Nawijn hebben gewaarschuwd geen lijsttrekker te worden omdat LPF uit criminelen zou bestaan
485 POM & Fortuyn Rene Diekstra op zoek waarom gevestigde politiek geen afdoende antwoord had op Fortuyn
486 POM & Fortuyn Pim Fortuyn van Nederlandse Le Pen tot Kennedy 
286 POM & Fortuyn Volkert leek vooral berekenend. Klacht Milieu-Offensief bij Raad voor de Journalistiek ongegrond
391 POM & Fortuyn Openbaar Ministerie: "Van der G. is een calculerende dader" 
105 POM & Fortuyn Toelichting officier ter terechtzitting Amsterdam in strafzaak verdachte moord Fortuyn
483 POM & Fortuyn Schending ambtsgeheim ex art. 272.1 Sr door loco-burgemeester op de avond van de moordaanslag op Pim Fortuyn

Eerbetoon aan openbare kritiek op de rechtspraak in Nederland van Moszkowics advocaten
285 Mr. Moszkowicz: Hijheeft als enige mij correct behandeld en was naar eigen zeggen niet thuis in het gezondheidsrecht
160 Mr. Moszkowicz: Geen omgang tussen kind en vader omdat er geen sprake is van incest
212 Mr. Moszkowicz: Valse aanklacht tegen vader gegrond maar ook dit kind blijft in handen van de gesubsidieerde voogdij
089 Mr. Moszkowicz: "Onbegrijpelijk dat zoveel advocaten dubbelfunctie rechter-plaatsvervanger vervullen
332 Mr. M. Moszkowicz sr.: "Leven we nog in een rechtsstaat?"

 

 

 

Regeerakkoord 2017 VVD, CDA, D66 en ChristenUnie willen van Nederland een afluisterstaat maken!


PAR POM Met groot materieel en politie wordt op 19 maart 2014 in Ermelo uitgerukt om een paar Groep Hop verkiezingsborden weg te halen
(562) POM Regeerakkoord 2017 VVD, CDA, D66 en ChristenUnie willen van Nederland een afluisterstaat maken!
(224) POM Groep Hop is tegen De Sleepwet om iedere burger ongecontroleerd af te kunnen luisteren
(114) POM De Nederlandse Vereniging voor Rechtspraak is de beroepsvereniging van rechters en officieren van Justitie in Nederland
(293) POM Nederlandse Vereniging voor Rechtspraak: "Het dwangmiddel tot afname van DNA-materiaal kan blijkens het wetsvoorstel worden toegepast zonder dat er een concreet delict in het vooruitzicht is gesteld, met andere woorden er hoeft geen verdenking te zijn"
(389) POM Hop eist al vanaf 1997 een VERBOD op de dubbelfunctie Officier van Justitie en gelijktijdig Rechter-plaatsvervanger om een einde te maken aan de infiltratie van het Openbaar Ministerie in het rechtersleger
(305) POM Hoofdofficier van Justitie van Gend weigert strafvervolging in te stellen tegen het feit dat 200 rechters van de rechtbank Den Haag nevenfuncties niet hebben opgegeven
(306) POM Op 27 januari 1998 stelt Hop de vraag in een persbericht: Is er een complot van het Openbaar Ministerie en Rechterlijke Macht tegen de democratische rechtsstaat?
(323) POM Bolkenstein: "Het ziet er echter naar uit dat het OM, gesteund door de rechters, verenigd in de belangenvereniging NVvR (Nederlandse Vereniging voor Rechtspraak), zich en bloc tegen de minister en de Tweede Kamer keren"
(307) POM Persverklaring College van Procureurs-generaal: Reorganisatie Openbaar Ministerie is een onomkeerbaar proces dat hoe langer hoe meer op de parketten gestalte krijgt
(188) POM Opslaan internetsporen 'erger dan de Stasi, Met EU richtlijn om op grote schaal verkeersgegevens op te slaan is Europa een grote politiestaat geworden
(273) POM Mobiele telefoon. Wetsvoorstel en besluit vorderen gegevens telecommunicatie
(292) POM Iemand die 'foute' denkbeelden of activiteiten heeft of 'foute' mensen kent, loopt de grootste kans om door de overheid afgeluisterd te worden. Afhankelijk van de overheid kan 'fout' crimineel, te sociaal, te kritisch, te nieuwsgierig, buitenlands of simpelweg 'politiek anders georiënteerd' betekenen,
(334) POM Misbruik van bevoegdheden door de overheid en Justitie is van alle tijden. Wie zich niet coöperatief opstelt, kan door een overheid als geestesziek worden aangemerkt
(370) POM Het Openbaar Ministerie, de politie en de veiligheidsdiensten willen wetten aanpassen en oprekken om het opslaan en uitwisselen van gegevens, die op geen enkele manier op onjuistheid getoetst zullen worden, over niet-verdachte burgers mogelijk te maken
(414) POM Wet Bijzondere Opsporingsbevoegdheden 27 mei 1997 geeft inzicht in werkwijze openbaar ministerie en politie en het opslaan van gegevens over burgers in allerlei geheime dossiers
(431) POM IP-adres=IP-nummer & DATA MINING! Wettelijke bevoegdheid voor opsporingsinstanties om te vorderen dat de houder van gegevens deze ten behoeve van de opsporing bewerkt (data mining of register vergelijking)
(475) POM Politie en camera's: Verkeerscamera's kunnen ook mooi gebruikt worden om te bepalen welke voertuigen zich waar in het land bevinden
(508) POM & Sleepwet VVD en PvdA willen in 2015 nog meer bevoegdheden om burgers af te luisteren en in de gaten te houden en politie en Openbaar Ministerie mogen inbreken, aftappen en observeren op servers en computers van burgers
(622) POM VVD en PvdA willen in 2015 nog meer bevoegdheden om burgers af te luisteren en in de gaten te houden en politie en Openbaar Ministerie mogen inbreken, aftappen en observeren op servers en computers van burgers
(623) POM Van alle elektronische akten burgerlijke stand kan direct een dubbel worden gestuurd naar Justitiële Informatiedienst (JustID) Almelo
(624) POM & CDA Donner/CDA rechter en CDA Minister van Justitie wil de vrijheid om het doen en laten van de hele bevolking vast te leggen"
(626) POM & CDA Donner/CDA rechter en CDA Minister van Justitie wil dat de politie gegevens opslaat over alle burgers ook die niet worden verdacht worden van strafbaar feit
(627) POM Nederlanders worden massaal afgeluisterd met keur aan middelen voor politie en Justitie om mobiele telefoons af te tappen
(628) POM De 'geheime' internet tapkamer van de overheid. Hoe weet je als burger dat je internetverkeer afgetapt wordt?
(629) POM Verdrag Draft Convention on Cybercrime voor betere wetgeving vooral goed voor politie en justitie maar niet voor de industrie en de samenleving
(630) POM Nieuwe ontwikkelingen in Amerika tonen aan hoe burgers nog verder in de gaten gehouden gaan worden door overheden
(631) POM Echelon, Amerika luistert mee ook met de meest geheime bedrijfseconomische informatie.
(688) POM Hop: Koopkracht burgers daalt opnieuw bij invoering kilometerheffing voor vrachtverkeer! De Staat wil burgers nog beter dan in de DDR in de gaten kunnen houden door invoering van kilometerheffing
(239) POM De staat mag complete woonwijk afluisteren, communicatie gegevens van alle bewoners opslaan en uitwisselen met buitenlandse veiligheidsdiensten.
(203) POM Politie wil identificatieplicht op anoniem communiceren De politie wil dat anoniem internetten en het anoniem kopen van prepaid telefoonkaarten verboden wordt
(609) POM Transparant Openbaar Ministerie: "In Nederland zijn meer dan achthonderd officieren van justitie werkzaam" Bron programma De Aanklagers
(332) POM Mr. M. Moszkowicz sr.: "Leven we nog in een rechtsstaat?"

 

 

 

 

De zevende WET van Hop: Rechtersleger en POM-ambtenaren zijn partijdig voor personeel van de overheid en deinzen niet terug voor fraude

POM 1. Overheid tegen de burger:
Inleiding met wat "sfeerverslagen" hoe de rechtspraak werkt in Nederland.

(1) Kinderbescherming & "rechtbank" tegen Hop. Een sfeerverslag hoorzitting rechtbank Zutphen met kinderrechter tevens President Soroptemistenclub
(137) De complete Nederlandse jeugdzorg tegen Hop. Een sfeerverslag hoorzitting jeugdzorg klachtencommissie, klachten Hop gegrond maar dat hielp natuurlijk niet!
(300) Hop moet bloeden schrijft vervolgens de jeugdzorg advocaat met baantjes in de kerk en school: Citaat: "De heer Hop was als voortrekker bezig het systeem lam te leggen. In eerste instantie werd in dit kader gebruik gemaakt van hinderlijke, maar wel legale middelen als het systematisch klagen en het systematisch om informatie vragen" Bron Regel 21, 22 en 23 Pleitnotities advocaat X overheid op de hoorzitting van het Hof van Discipline 150304.
(80) POM & "jeugdzorg" & "rechtbank" tegen Hop. Een sfeerverslag hoorzitting rechtbank Assen met een "onpartijdige rechter".

Aanhouding:
(550) POM Onschuldig geboren maar jouw gegevens worden door de gemeente gelijk naar het Justitieel Documentatiecentrum gestuurd
(134) POM Zorg dat u de omschrijving van een VERDACHTE uit uw hoofd kent
(409) Voorbeeld verzoek burger bij aanhouding en/of na een staande houding
(597) POM Waarom werd de witte Iphone van Weber in beslag genomen voor NFI onderzoek omdat Weber het politieoptreden gelijk filmde?
(431) POM IP-adres=IP-nummer & DATA MINING! Wettelijke bevoegdheid voor opsporingsinstanties om te vorderen dat de houder van gegevens deze ten behoeve van de opsporing bewerkt (data mining of register vergelijking)
Verhoor:
(420) POM Openbare meningsvorming inzake "natuurlijk persoon"
(263) POM Hop klachten over onvolledig PV horen verdachte/hoorzitting rechter voorkomen door zelf opnames te maken
(347) POM Videoconferentie heeft ten opzichte van een directe confrontatie een geringere communicatiewaarde!
(367) POM & verhoor De Velpse verhoormethode! Respectloze behandeling van een burger door de politie
(289) POM & verhoor De Gelderse Verhoormethode! Een vader mocht een minderjarige niet bijstaan bij verhoor door de politie
PV:
(747) POM & PV Klacht tegen politie Lelystad inzake opmaken proces-verbaal
(241) POM & PV Waarom mocht Weber het door de politie Lelystad opgemaakte PV niet lezen?
(284) POM & PV Waarom weigerde de politie Lelystad Weber afschrift kopie PV met zaaknummer?
(225) POM & verhoor Politie Lelystad tegen Weber Lelystad inzake identificatieplicht
Aangifte POM & dossier Politie weigert Hop dossier! Aangifte tegen Hop na publicatie over "succesvolle tegenwerking" Groep Hop Lelystad
(596) POM Hoeveel personen zijn inmiddels betrokken bij een eenvoudig zaak dat escaleert door politiegeweld uit de polder?
(435) POM & PV Indien je als opsporingsambtenaar een strafbaar feit vaststelt, moet je een proces-verbaal opmaken
DNA:
(293) POM Nederlandse Vereniging voor Rechtspraak: "Het dwangmiddel tot afname van DNA-materiaal kan blijkens het wetsvoorstel worden toegepast zonder dat er een concreet delict in het vooruitzicht is gesteld, met andere woorden er hoeft geen verdenking te zijn"
(560) POM Het Openbaar Ministerie probeert, na de sleepwet, ook van iedere burger DNA te verzamelen met een sponsje
Aangifte tegen ambtenaren overheid:
(746) POM Voorbeeld aangifte 746 tegen politie, inzake ontbreken van grondslag voor identificatieplicht
(743) POM Voorbeeld aangifte 743 tegen politie, geen vermelding beroepsmogelijkheden onder beslissing afpoeieren van uw aangifte
Voorbeeldbrieven dossiers
(112) POM Het complot! Een vader heeft geen recht op inzage dossier van zijn kinderen bij de politie
(206) POM & dossier politie. Voorbeeldbrief verzoek aan politie om afschrift dossier door verdachte
(343) POM & dossier OM. Voorbeeldbrief verzoek aan Openbaar Ministerie om afschrift dossier door verdachte
Hoorzitting rechtbank
(205) POM Verweer Weber tegen termijnoverschrijding Openbaar Ministerie wordt genegeerd door de "onafhankelijke rechter"
(548) POM & dossier rechtbank. Voorbeeldbrief verzoek aan rechtbank om afschrift/inzage dossier voor de hoorzitting door verdachte
(510) POM & dossier Wet openbaarheid van bestuur Betreft een verzoek van een burger om overlegging van stukken welk verzoek door de Officier van Justitie is afgewezen
Vrijheid ontneming
(115) POM Vormverzuim onrechtmatige vrijheid ontneming verdachte door Openbaar Ministerie Rechtbank & Rechtbank dossier:
(242) POM Bij voortzetting van het vooronderzoek na het betekenen van de dagvaarding in eerste aanleg en na schorsing van het onderzoek ter terechtzitting, ook in geval van onderzoek onder leiding van de officier van justitie, aan de verdediging, in het belang van het onderzoek, kennisneming van processtukken kan worden onthouden.
(294) POM Openbaar ministerie niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de redelijke termijn ex artikel 6 EVRM.
Partijdigheid rechters voor ambtenaren overheid:
(210) Verwijs steeds naar jurisprudentie over "procederen" om nevenfuncties m.b.t. rechtspraak te verkrijgen!
(341) POM Voorstellen RECHTERSLEGER om tot verbetering strafproces tegen burgers in het voordeel van de Staat te komen
(179) POM & rechtersleger "Rechters deinzen er tegenwoordig niet terug voor fraude om de staat, als deze partij is in een proces, aan het langste eind te laten trekken"
partijdigheid POM Politie gelijk partijdig voor CDA gemeente Ermelo tijdens Ermelose verkiezingen gemeenteraad!
(267) POM CDA Minister van Justitie: Een druppel is niet gevaarlijk maar een stroom holt de steen uit
(246) POM & jeugdzorg maatje CDA-er Donner: "Het is misplaatst en onverantwoord te zoeken naar de schuldigen in de zaak Savannah. We moeten ons verzetten tegen negatieve beeldvorming over de gezinsvoogdij!"
(229) POM & Jeugdzorg Korpschef Nationale politie niet goed genoeg voor de politie en wordt daarom directeur bij de jeugdzorg
(557) POM De Pikmeerarresten voorbeeld van politiek gekonkel en handjeklap rechtersleger met gemeente
(417) POM Waarom worden/kunnen, onder verwijzing naar de Pikmeerarresten, het gemeentebestuur en ambtenaren (autoriteiten) kunnen niet strafrechtelijk worden vervolgd.
(558) POM Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk in zijn vervolging van de verdachte ter zake van het primair telastegelegde bewezenverklaard in die zin dat is aangenomen dat de verdachte, als hoofd van de afdeling nieuwe werken van de gemeente Boarnsterhim feitelijke leiding heeft gegeven aan de verboden gedraging van die gemeente.
(201) POM Stemfraude? Knippen en plakken in Ermelose verkiezingsformulieren mag wel van Ermelose CDA burgemeester
(104) POM College van procureurs-generaal (hierna: het College) geweigerd appellant inzage te verstrekken in het rapport van de Rijksrecherche
(105) POM & Fortuyn, moord op Pim kost burger veel vrijheid van meningsuiting en een Fortuyn
(109) POM Criminoloog Cyrille Fijnaut onderzocht de georganiseerde misdaad voor Van Traa
(129) POM Veroordeling journalist Undercover in Nederland
(194) POM en afhandeling strafzaken tegen CDA elite "achter gesloten deuren"..... Fotomodel tegen CDA-er Eurlings. Welke bijbaantjes met VOG heeft deze Eurlings?
(515) POM Rechtbank Den Haag: "Geen straf voor bevoorrading coffeeshop met drugs in Nederland
(309) POM Geheime brief vuurwerkramp kraakt bewijs, Mogelijk geknoei Tolteam
(278) POM IRT klokkenluiders van Belzen en Limmen tegen Justitie Haarlem
(296) POM Eindrapport Commissie Traa HOOFDSTUK 4 OBSERVATIE
(449) POM Gefabriceerd bewijs en succesvolle tegenwerking kenmerk werkwijze Openbaar Ministerie in de zaak Nienke Kleiss
(260) POM & Novacap tulpenfraude 1
(274) POM & Novacap tulpenfraude 2
(221) POM & Novacap tulpenfraude 3
(223) POM & Novacap tulpenfraude 4
(314) POM & Novacap tulpenfraude 5
(402) POM & Novacap tulpenfraude 6
(421) POM & Novacap tulpenfraude 7

 

 

 

POM 2. Burger tegen overheid:
Inleiding met wat "sfeerverslagen" hoe de rechtspraak werkt in Nederland.

(1) Kinderbescherming & "rechtbank" tegen Hop. Een sfeerverslag hoorzitting rechtbank Zutphen met kinderrechter tevens President Soroptemistenclub
(137) De complete Nederlandse jeugdzorg tegen Hop. Een sfeerverslag hoorzitting jeugdzorg klachtencommissie, klachten Hop gegrond maar dat helpt natuurlijk niet!
(300) Hop moet bloeden schrijft vervolgens de jeugdzorg advocaat met baantjes in de kerk en school: Citaat: "De heer Hop was als voortrekker bezig het systeem lam te leggen. In eerste instantie werd in dit kader gebruik gemaakt van hinderlijke, maar wel legale middelen als het systematisch klagen en het systematisch om informatie vragen" Bron Regel 21, 22 en 23 Pleitnotities advocaat X overheid op de hoorzitting van het Hof van Discipline 150304.<
(80) POM & "jeugdzorg" & "rechtbank" tegen Hop. Een sfeerverslag hoorzitting rechtbank Assen met een "onpartijdige rechter".

(134) POM Zorg dat u de omschrijving van een VERDACHTE uit uw hoofd kent
(746) POM Voorbeeld aangifte 746 tegen politie inzake ontbreken van grondslag voor identificatieplicht
(743) POM Voorbeeld aangifte 743 tegen politie na geen vermelding beroepsmogelijkheden onder beslissing afpoeieren aangifte
(354) POM U kunt bij de politie alleen nog maar met DigiD aangifte doen via internet en inloggen op Mijn Politie.
(625) POM Checklist voor gewone Nederlander om aangifte te doen tegen personeel van de overheid
(381) POM Voorbeeldbrief klacht 381 tegen politie bij een weigering om een aangifte van een gewone Nederlander op te nemen met een verzoek om rechtsbescherming bij de burgemeester met een dwangsom van 1000 Euro per dag
(609) POM "In Nederland zijn meer dan achthonderd officieren van justitie werkzaam" Bron programma De Aanklagers
(377) POM De mr. T.K. Hoogslag-norm (28) inzake de pseudo-Officier van Justitie
(389) POM Hop eist al vanaf 1997 een VERBOD op de dubbelfunctie Officier van Justitie en gelijktijdig Rechter-plaatsvervanger om een einde te maken aan de infiltratie van het Openbaar Ministerie in het rechtersleger
(74) POM & jeugdzorg Hop adviseert niet klagen tegen kinderbescherming! Bezwaar en beroep wordt toch onderdrukt. Dus aangifte doen!
(270) Jeugdzorgmentaliteit: Klager moet hetzelfde klachttraject overnieuw doen als de jeugdzorg niets heeft gedaan met gegrond verklaarde klachten. Dus aangifte doen!
(380) POM Wijziging van het Wetboek van Strafrecht strekkende tot het strafrechtelijk vervolgbaar maken van het opdracht geven tot en het feitelijke leiding geven aan verboden gedragingen van overheidsorganen
Informanten:
Aangifte POM Aangifte tegen Hop na publicatie over "succesvolle tegenwerking" Groep Hop Lelystad
(269) POM & jeugdzorg De moeder van zeilmeisje Laura Dekker heeft de jeugdzorg en Raad voor de Kinderbescherming in het Algemeen Dagblad criminele organisaties genoemd
Na GBA fraude gemeente Ermelo wordt Hop met "gefabriceerd bewijs", "succesvolle tegenwerking" en "geheim overleg" aangepakt.
(818) POM & jeugdzorg Jeugdige daders die "Vlinder" zeer ernstig met lichamelijk letsel mishandelden worden niet vervolgd omdat die vervolging niet past in de Gelderland jeugdzorg conclusies
(111) POM Waar de overheid de enkeling niet beschermt in zijn vrijheid tegen de meerderheid of die juist zelf aantast zien we dictatuur
(559) Actie vaders tegen kinderbescherming in Zutphen! Medewerkers kinderbescherming onderworpen aan "verhoor" door vaders. Politie greep niet in!
Beroepschriften verkeersboetes:
(308) POM Commercieel belang bij verkeersboetes Een politiebeambte moet boeten voor te weinig bonnen!
(681) POM Agent mag bezwaar tegen zichzelf beoordelen en beslissen
(418) POM Productie 418 Jurisprudentie: Vervang parkeerbedrijf door de jeugdzorg of kinderbescherming waar u mee te maken heeft!
(232) Voorbeeldbrief bezwaar naheffingsaanslag parkeerbelasting
(191) POM Voorbeeld beroepschrift 191 tegen verkeersboete inzake "bestemmingsverkeer"
(235) POM Voorbeeld beroepschrift 235 verkeersboete inzake APK-boete inzake de overtreding voor het motorrijtuig zijn geldigheid heeft verloren
(330) POM Voorbeeld beroepschrift 330 verkeersboete inzake "gesimuleerde wegsituaties"
(331) POM Voorbeeld beroepschrift 331 tegen verkeersboete inzake "overschrijding maximum snelheid"
(364) POM Voorbeeld beroepschrift 364 verkeersboete inzake "verkeersboete voetganger (voornemens) op voetgangersoversteekplaats (over te steken) niet voor laten gaan, feitcode R482
(372) POM Voorbeeld beroepschrift 372 tegen een opgelegde administratieve sanctie (boete) onder overlegging van aantoonbare feiten dat ik niet op die plaats geweest ben
(373) POM Voorbeeld beroepschrift 373 tegen een opgelegde administratieve sanctie (boete) voor een verkeersovertreding inzake handmatig bellen met een mobiele telefoon
(412) POM Voorbeeld beroepschrift 412 verkeersboete inzake "identificatieplicht"
(423) POM Openbaar Ministerie blijft gebruikers van lasershield of laserecho – indien de meting daadwerkelijk wordt verstoord – vervolgen voor “het belemmeren van een opsporingshandeling”
(240) POM Strafbaarstelling van het rijden onder invloed van bepaalde drugs en geneesmiddelen die de rijvaardigheid kunnen verminderen
(342) Ermelo. Vragen Hop over verkeersforum gemeente Ermelo levert nog meer bedenkingen op


Voorbeeld aangiften:
(441) Voorbeeld aangifte tegen jeugdzorg medewerkers inzake een jeugdzorgrapportage
(442) Voorbeeld aangifte tegen psycholoog jeugdzorg inzake psychologenrapportage
(513) Voorbeeld aangifte tegen politiemedewerkers inzake politie-PV
(462) Voorbeeld aangifte tegen medewerker kinderbescherming inzake kinderbeschermingrapportage
(516) Voorbeeld aangifte tegen griffier rechtbank inzake rechtbankgriffier-PV
(555) Voorbeeld aangifte tegen gerechtsdeurwaarder
(561) Voorbeeld aangifte tegen POM medewerkers, indien vervolging medewerkers overheden daadwerkelijk wordt verstoord, vervolgen voor belemmeren van een opsporingshandeling

 

 

 

 

Praktijkvoorbeelden van gefabriceerd bewijs en succesvolle tegenwerking gericht tegen Hop

Bron Memo Openbaar Ministerie Landelijk Coördinerend officier van justitie Bovenregionaal Recherche Overleg (BRO) Teamleider Maatwerkzaken  over Hop 11 juni 2012 Citaat: Complicerende factor in het verhaal is dat de heer Hop een politiek zeer actieve persoon is. Citaat: Het Gevoelige Zaken Overleg (GZO) is voorstander van een frontale opsporingsactie op Hop oftewel halen en (als spraakzame "Don Quichot") doen bekennen en vervolgen. Peter van Hagen aan mr. R. Tenge en D. van der Kolk.

Hop: "Doen bekennen?" Ik beken geen letter, wanneer gaan jullie die kinderrechter van die geantidateerde beschikking oppakken, wanneer gaan jullie die jeugdzorg medewerkers en politieagenten oppakken die een kind jatten zonder rechterlijke beschikking? Doen bekennen? Pak die kinderrechter op en trap haar de rechtspraak uit met haar geantidateerde beschikking op verzoek van jeugdzorg tuig.


Stem Wijzer         Gefabriceerd bewijs            Succesvolle tegenwerking       Succesvolle tegenwerking       In memoriam
Stem Groep Hop   Succesvolle tegenwerking   Succesvolle tegenwerking       Succesvolle tegenwerking       Denk eens na?
Denk eens na?      Denk eens na?                   Denk eens na?                       Denk eens na?                       Denk eens na?

Aandachtsvestiging/disclaimer. Uitsluitend de websites www.burojeugdzorg.nl/com/net/org en www.bureaujeugdzorg.nl/com/net/org zijn van J. Hop Ermelo. Met andere websites heeft hij niets te maken! J. Hop Ermelo is niet aansprakelijk voor (gevolg)schade die voorkomt uit het gebruik van deze site, dan wel uit fouten of ontbrekende functionaliteiten op deze sites. Copyright © 2017 J. Hop Ermelo. Alle rechten voorbehouden.