SLAVERNIJ IN NEDERLAND ©

Slavernij in Nederland. Uw BSN-nummer is uw Burger Slaven Nummer!

Slavernij in Nederland. Groep Hop wil geen CDA burgemeester in de gemeente Ermelo om een einde te maken aan de CDA (gemeentelijke) terreur tegen bejaarde inwoners met tonnen aan dwangsommen die zij van hun AOW natuurlijk onmogelijk kunnen betalen. De gemeentelijke terreur tegen bewoners van recreatiewoningen de kop indrukken door iedere ambtenaar die daarbij betrokken is (geweest) een ander soort baantje (elders) te geven.

Slavernij in Nederland. Groep Hop wil geen (0-uren) arbeidscontracten voor werknemers met concurrentie-, relatie- en boetebedingen met direct opeisbare boetes van duizenden euro's per dag die een werknemer met geen salaris per dag of een paar tientjes salaris per dag natuurlijk onmogelijk kan betalen. Groep Hop wil de eigenaren van bedrijven die dit soort arbeidscontracten hanteren opsluiten als misdadigers om de slavernij in Nederland te bestrijden. Iedere ambtenaar die daarbij betrokken is (geweest) een ander soort baantje (elders) te geven.

 

Kent u burgers in Ermelo? Vraag of ze Groep Hop willen stemmen in 2018

Contact: lees verder

 

Tien troonredes negentig jaren 1989, 1988, 1987, 1986, 1985, 1984, 1983, 1982, 1981, 1980 snel en gemakkelijk te bekijken op internet.

(Troonrede 1989)

Op dinsdag 19 september, Prinsjesdag 1989, sprak Hare Majesteit de Koningin onderstaande troonrede uit.

Leden van de Staten-Generaal, Leden van de Staten-Generaal, Na de vervroegde verkiezingen is op 14 september de nieuw gekozen Tweede Kamer bijeengekomen. Met de vorming van een nieuw kabinet is een aanvang gemaakt. Deze uiteenzetting van het regeringsbeleid zal dus sober zijn. In verscheidene delen van de wereld is er sprake van een streven naar meer vrijheid en een democratische rechtsorde. Steeds wijder wordt erkend dat deze ontwikkeling ook de beste basis biedt voor een rechtvaardige en welvarende samenleving. Zo doen zich in een aantal Oosteuropese landen bemoedigende veranderingen voor. Deze verdienen onze steun en sympathie, in woord en daad, opdat de kille scheiding door het IJzeren Gordijn steeds meer plaats maakt voor samenwerking en goed nabuurschap. De NAVO heeft afgelopen voorjaar haar veertigjarig bestaan herdacht. Ook de komende jaren zal het bondgenootschap onmisbaar blijven om vrede en veiligheid in ons werelddeel te waarborgen. Op het gunstige klimaat van de wapenbeheersing wil Nederland met zijn Atlantische partners actief blijven inspelen om tot verdere akkoorden te komen. Van bijzonder belang in dit verband zijn de onderhandelingen over conventionele strijdkrachten. Deze besprekingen bieden de gelegenheid grote onevenwichtigheden, die al zo lang een schaduw werpen over ons continent, om te zetten in een duurzaam evenwicht en te komen tot een geringere bewapening. Met betrekking tot het veiligheidsvraagstuk zal de voortschrijdende eenwording West-Europa beter in staat stellen meer verantwoordelijkheden te dragen voor politieke en economische stabiliteit, zowel in de eigen regio als elders in de wereld. Voor zover het integratieproces de economie betreft, is de eerste opdracht de voltooiing van de Interne Markt. Hiermee worden goede vorderingen gemaakt. De regering ziet de verwezenlijking van een Economische en Monetaire Unie, waarvan de eerste fase thans in voorbereiding is, als een vervolg op de totstandkoming van de Interne Markt. Bij het gestalte geven aan de sociale en culturele identiteit van Europa gaat het om éénheid in verscheidenheid. Met het voortgaan van de integratie is het echter wel belangrijk alleen datgene op Gemeenschapsniveau te regelen wat niet aan de individuele lidstaten kan worden overgelaten. De interne versterking van de Gemeenschap zal niet ten koste mogen gaan van de openheid naar buiten. Integendeel, de toegankelijkheid moet vergroot worden, in het bijzonder tegenover de ontwikkelingslanden. De eigen verantwoordelijkheid van deze landen voor het op gang brengen van groei en ontwikkeling vormt het uitgangspunt van de strijd tegen armoede en achterstand. Niettemin hebben de rijke landen de plicht de inspanningen van de ontwikkelingslanden te steunen, zowel direct als met behulp van multilaterale organisaties. De problemen die veel ontwikkelingslanden hebben met hun buitenlandse schuld, vormen een bron van aanhoudende zorg. Nederland streeft ernaar deze problemen tot een oplossing te brengen door samenwerking in het kader van het Internationale Monetaire Fonds en de Wereldbank. Voorts kunnen industrielanden belangrijk bijdragen aan de oplossing van het schuldenvraagstuk, door hun grenzen verder open te stellen voor buitenlandse handel en door voorwaarden te scheppen voor een voorspoedige economische groei en voor een duurzame verlaging van de rente. Het is verheugend dat de betrekkingen met Suriname in belangrijke mate zijn genormaliseerd, zodat de ontwikkelingsrelatie kan worden hersteld. Onze wereld wordt zich steeds duidelijker bewust van gemeenschappelijke zorgen; het grensoverschrijdende en vaak wereldomspannende karakter van het milieuvraagstuk is daarvan een voorbeeld. Nederland, dat zelf duidelijk te kampen heeft met milieuvervuiling en voor oplossingen veelal sterk afhankelijk is van het buitenland, zal de internationals aanpak van de problemen blijven stimuleren, zowel in Europees als in mondiaal verband. De conferentie van Den Haag dit voorjaar en de ministersconferentie dit najaar in Noordwijk, die gewijd zal zijn aan de problemen van atmosferische vervuiling en klimaatsverandering, geven hieraan concrete uiting. Het in mei uitgebrachte Nationaal Milieubeleidsplan bevat behalve een langeretermijnstrategie voor herstel van het ecologisch evenwicht en voor een duurzame ontwikkeling, ook een uitgewerkt activiteitenprogramma voor een gefntensiveerd milieubeheer voor de periode tot en met 1994. De urgentie van de milieuproblematiek bracht mee dat met de voorbereiding van de uitvoering reeds een begin moest worden gemaakt. De regering heeft de afgelopen maanden een aantal wetsvoorstellen en beleidsnota's ingediend die de slagvaardigheid en effectiviteit van het milieubeheer op een hoger niveau moeten brengen. Versterking van de samenwerking tussen overheid en sectoren die verantwoordelijk zijn voor bepaalde vormen van vervuiling, is een belangrijke voorwaarde voor een doeltreffende aanpak. Aanpassingen van produktie-processen en consumptie-patronen zullen nodig zijn; ze doen een groot beroep op technologische creativiteit en bereidheid tot verandering in gedrag. In het verkeer neemt de spanning tussen mobiliteit en milieu toe. De afgelopen maanden bleek dat weer herhaaldelijk. Aan de groei van het verkeer moeten grenzen gesteld worden. Tegelijk beseffen we hoe belangrijk het voor de welvaart is dat ons land hoofdingang van Europa blijft en zijn distributiefunctie kan blijven vervullen. De regering heeft ingrijpende voorstellen gedaan om dit dilemma het hoofd te bieden. Het nieuwe kabinet moet kiezen met welke middelen het de belasting van het milieu door de auto kan verminderen en hoe er voldoende ruimte gegeven kan worden aan het zakelijke en het goederenverkeer. Pijnloze oplossingen zijn overigens niet voorhanden. Twintig iaar geleden is de zorg voor de waterkwaliteit wettelijk geregeld. Met een actief milieubeleid werd toen een begin gemaakt. We kunnen nu zeggen dat de vervuiler niet voor niets heeft moeten betalen; de waterzuivering heeft heilzame gevolgen gehad. In andere opzichten zijn de problemen echter sterk onderschat: ze zijn nog steeds zo groot dat ze met nieuw elan moeten worden aangepakt. De onlangs verschenen Nota Waterhuishouding geeft de weg daarvoor aan. Het komende jaar zullen de voornemens die zijn neergelegd in de Structuurnota Landbouw en het Natuurbeleidsplan, kunnen worden uitgewerkt. Hoofddoelstelling van de Structuurnota Landbouw is het bevorderen van een concurrerende, veilige en duurzame landbouw. Uitgangspunt is dat de landbouw een economische activiteit is die moet plaatsvinden met respect voor de instandhouding van het milieu als natuurlijke hulpbron. Het Natuurbeleidsplan heeft ten doel natuurlijke en landschappelijke waarden duurzaam te behouden, te herstellen en te ontwikkelen. De geïndustrialiseerde wereld beleeft momenteel het zevende jaar van toenemende economische activiteit. In de naoorlogse periode is de duur van deze bloei alleen vergelijkbaar met de periode van economische voorspoed in de jaren zestig. Er zonder meer van uitgaan dat deze groei zich zal voortzetten, houdt echter grote risico's in. In de afgelopen periode heeft Nederland op het punt van de ontwikkeling van de economie en de bedrijfsinvesteringen weer de aansluiting gevonden bij de andere Europese landen. Op een aantal terreinen doet ons land het zelfs beter. Vooral de groei van de werkgelegenheid in ons land is hoog; 500 000 mensen méér vonden daardoor werk. Dat is 2 procent per jaar in de periode 1984- 1989. Voortzetting van deze groei is van groot belang. De komende jaren zullen de kansen op werk voor langdurig werklozen - in het bijzonder uit etnische minderheden - én herintredende vrouwen verbeterd moeten worden. Een actief arbeidsmarktbeleid, bestaande uit scholing en het opdoen van werkervaring, verdient onverminderd voortzetting. De inspanningen zullen dichter bij de praktijk gebracht worden, indien het voorstel Arbeidsvoorzienings-wet wordt aangenomen. Ook in 1990 is een gematigde loonkostenontwikkeling van cruciaal belang voor voortzetting van de economische groei en herstel van de werkgelegenheid. Alleen een gematigde loonontwikkeling maakt een gelijkwaardiger inkomensontwikkeling voor onderscheiden groepen burgers verantwoord; dit zowel uit een oogpunt van werkgelegenheid als van de ontwikkeling van de collectieve uitgaven. Om die reden is spoedig overleg vereist tussen overheid en sociale partners over de ontwikkeling van de arbeidsvoorwaarden en de bestrijding van de werkloosheid in de komende jaren. In afwachting van nieuwe regelgeving - onder verantwoordelijkheid van een volgend kabinet - gaat de regering thans uit van een verhoging van minimumloon en sociale uitkeringen met 1 procent per 1 januari aanstaande, volgens de nu geldende Wet Aanpassingsmechanismen. De regering is ernstig bezorgd over de toename van het aantal personen dat wegens arbeidsongeschiktheid niet meer aan het arbeidsproces kan deelnemen. Zonder verdere maatregelen moet verwacht worden dat het aantal arbeidsongeschikten blijft stijgen. Sociaal en economisch gezien is dit niet aanvaardbaar. De collectieve-lastendruk is de afgelopen kabinetsperiode licht gedaald ten opzichte van het feitelijk niveau in 1986. Er werd een begin gemaakt met het verlagen van belasting- en premietarieven. De wetswijzigingen naar aanleiding van de voorstellen van de Commissie-Oort worden inmiddels verwerkt in de loon- en inkomstenbelasting. In de periode van 1983 tot 1990 kon in het bijzonder het marginale tarief van belastingen en premies voor het overgrote deel van de burgers duidelijk dalen. Dit is mede van belang voor het goed functioneren van de arbeidsmarkt en het matigen van de loonkosten. Naar verwachting komt het financieringstekort in 1990 uit op 5 procent van het nationaal inkomen. Ten opzichte van het tekort in 1983 is er sprake van een halvering. Hierbij mag niet vergeten worden dat in deze periode de aardgasbaten sterk zijn afgenomen. De terugdringing van het financieringstekort is mede mogelijk geworden doordat het aandeel van de uitgaven in het nationaal inkomen zowel van het Rijk als van de gehele collectieve sector - is gedaald. Niettemin zijn, vergeleken bij de andere landen van de Europese Gemeenschap, onze collectieve uitgaven, ons financieringstekort en onze staatsschuld nog steeds erg hoog. Het blijft daarom noodzakelijk waakzaam te zijn bij de verdere beheersing van de overheidsuitgaven, mede in het kader van Europa 1992. Economische vernieuwing en bestrijding van de werkloosheid, vooral onder jongeren, vragen om hoge deelname aan onderwijs en scholing. Hierdoor komen ook de maatschappelijke en culturele taken van het onderwijs beter tot hun recht. De volwassenen-educatie is een middel om bij te blijven in de snel veranderende samenleving. In toenemende mate versterkt deze scholing bovendien haar bijdrage aan het verhogen van kansen op de arbeidsmarkt. Wil ons land zijn welvaart op peil kunnen houden, dan zullen wij moeten investeren in een hoog opleidingsniveau met daaraan gekoppeld een sterk onderzoekbestel. Daarnaast roepen de snelle ontwikkelingen in wetenschap en techniek ethische vragen op, die zorgvuldige behandeling vereisen. De nota over het wetenschapsbeleid in de iaren negentig zet daarvoor de noodzakelijke lijnen uit. Om op de langere termijn een goed en voor iedereen betaalbaar stelsel van gezondheidszorg te garanderen, wordt een tweede stap voorbereid in het vernieuwingsproces van de structuur en financiering ervan. Besluitvorming hierover is voorzien in het voorjaar van 1990. Belangrijk daarbij is vooral de overheveling van huisartsenhulp naar de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten, waardoor iedereen voor de kosten van deze hulp verzekerd zal zijn. Vanaf 1990 wordt niet alleen van mannen maar ook van vrouwen die dan achttien worden, verwacht dat zij een zelfstandig bestaan opbouwen. Het is de taak van de samenieving dit ook inderdaad mogelijk te maken. Dit vergt activiteiten op het terrein van scholing en bemiddeling gericht op kansrijke sectoren, verdere stimulering van positieve actie en verruiming van de mogelijkheid om betaald werk en verzorgende taken te combineren. Ten behoeve van de zorg voor en de dienstverlening aan mensen met een handicap en ouderen wordt in 1990 een extra bedrag ter beschikking gesteld. Voor een deel zal dit besteed kunnen worden aan verlaging van de werkdruk in de instellingen. Daarnaast wordt voortgegaan met het verminderen van de achterstand, opdat de wachtlijsten korter worden. Recent heeft de regering een advies over het minderhedenbeleid ontvangen van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid. De regering bereidt een voorlopig standpunt voor, waarin het accent zal liggen op effectiever onderwijs aan en gerichte scholing van allochtone leerlingen, alsmede op een krachtige bestrijding van de langdurige werkloosheid onder deze groepen. Het mediabeleid staat sterk in de belangstelling. Wijziging van de omstandigheden, bijvoorbeeld door de Europese integratie op economisch en cultureel gebied, roept de vraag op of aanpassing van de wet niet noodzakelijk is. Een eerste antwoord in de vorm van twee wijzigingsvoorstellen van de Mediawet heeft de regering reeds gegeven. De kwaliteit van de wetgeving behoeft toenemende aandacht van alle betrokkenen. Dit geldt niet alleen voor de eisen die uit het internationals en het communautaire recht voortvloeien, maar in het bijzonder ook voor de effectiviteit en handhaafbaarheid, eenvoud en onderlinge afstemming. Vanuit het nieuwe Directoraat-Generaal Wetgeving bij het Ministerie van Justitie zal de afzonderlijke ministeries daartoe ondersteuning worden geboden. Bij de criminaliteits-bestrijding beginnen zich resultaten af te tekenen. Toch zullen bijzondere inspanningen nodig blijven om de omvang van de criminaliteit verder terug te dringen. De sterkte en de uitrusting van de diensten en organen die met opsporing, vervolging en berechting van strafbare feiten belast zijn, zullen daarom ook in de komende jaren veel aandacht belioeven. De afgelopen jaren hebben verschillende vormen van criminaliteits-preventie hun waarde voor de praktijk bewezen. Het is voor de bestrijding van de criminaliteit van groot belang dat de overheden, het bedrijfsleven, maatschappelijke instellingen en individuele burgers, elk binnen de eigen omgeving, zo weinig mogelijk gelegenheid bieden voor het plegen van misdrijven. De relatie tussen het Rijk en de andere overheden is - mede door de bestuursakkoorden - sterk verbeterd. Ook in de komende jaren verdient de relatie tussen de verschillende overheden aandacht. De positie van de grootstedelijke gebieden in de randstad is van groot belang, niet alleen door de zich daar concentrerende problemen, maar ook vanwege de aanwezige economische potenties. Een voorlopige reactie van de regering op de eerder dit jaar uitgebrachte adviezen van de Commissie-Montijn en de Raad voor het Binnenlands Bestuur is inmiddels verschenen. Alvorens een definitief standpunt te bepalen, wordt overleg gepleegd met de betrokken overheden. De naderende voltooiing van de zogenaamde 'afslankings-operatie' kan als een belangrijke fase in het proces van sanering van de overheidsorganisatie worden beschouwd. De stelselmatige verbetering van de kwaliteit en de doelmatigheid van het overheidsapparaat zal de komende jaren echter - mede gezien de positie van de overheid op de arbeidsmarkt - verder gestalte moeten krijgen. Op de Nederlandse Antillen wordt gewerkt aan versterking van de economie en gezocht naar een nieuwe evenwichtige vormgeving van de staatkundige structuur. Op Aruba worden nadere gedachten gevormd over de toekomstige relatie met Nederland. Leden van de Staten-Generaal, Op weg naar het laatste decennium van deze eeuw rust op U een bijzondere verantwoordelijkheid. Er is veel tot stand gebracht, maar er zullen nog belangrijke keuzen moeten worden gedaan ter verankering van het recht van een ieder op een goed milieu, en ter bevordering van de democratische en sociale rechtsorde, nationaal, Europees en mondiaal. Van harte wens ik U toe dat Gods zegen op Uw werk rust.

 

1988

Op dinsdag ?? september, Prinsjesdag 1988, sprak Hare Majesteit de Koningin de onderstaande troonrede uit. 

 

(Troonrede 1988)

Leden van de Staten-Generaal,

Meer dan ooit is dit jaar gebleken dat de Europese Gemeenschap vastbesloten is om binnen afzienbare tijd de onderlinge grenzen af te schaffen. Onze economie zal daarmee nieuwe kansen krijgen. Of we die zullen benutten, hangt grotendeels af van onszelf. Een goed opgeleide en gemotiveerde beroepsbevolking en een moderne uitrusting van onze bedrijven zullen onmisbaar blijken. Daarvoor is in de afgelopen jaren al een stevige grondslag gelegd. Door de kostenmatiging, die de sociale partners samen met de overheid hebben betracht, is er veel tot stand gebracht. Al is de werkloosheid nog te hoog, de economie is weer gaan groeien, en daarmee is ook het fundament voor onze collectieve voorzieningen versterkt. De werkgelegenheid is weer gaan stijgen. Vergeleken met het dieptepunt van vier jaar geleden hebben vandaag de dag tenminste driehonderdvijftig duizend meer mannen en vrouwen een baan. De investeringen, die de groeikracht van de bedrijven bevorderen, liggen liefst een derde hoger dan enkele jaren geleden. Er zijn de afgelopen jaren offers gebracht, maar er is ook veel bereikt. Daarom wil de regering het beleid van kostenmatiging volgend jaar voortzetten en dit de sociale partners ook mogelijk maken. Daartoe wordt een belangrijk deel van de weer stijgende belastingopbrengsten aangewend om het algemene BTW-tarief te veriagen met anderhalf procent, en voedings– en geneesmiddelen over te brengen naar het lage tarief. Zo kan de lichte prijsstijging, die nu vanuit het buitenland op ons afkomt, verminderd worden. Daarnaast kunnen de sociale premies omlaag; immers, door de stijgende werkgelegenheid brengen nu meer mensen te zamen het benodigde bedrag op voor uitkeringen. De regering verwacht dat de dalende belastingtarieven en sociale premies ervoor kunnen zorgen dat het matigingsbeleid met behoud van koopkracht, voortgezet kan worden. Tegelijk wordt stap voor stap het financieringstekort — de nieuwe schulden die de overheid jaar op jaar maakt — teruggedrongen. Intussen drukt de rentelast van de in het verleden gemaakte schulden zwaar op de begroting. Al met al kan negentien negenentachtig een voorspoedig jaar worden met stijgende werkgelegenheid, ondersteund door het matigingsbeleid, waarvoor niet meer die ingrijpende saneringen en offers nodig zijn die in de eerste helft van de jaren tachtig onvermijdelijk waren. Gelet op deze ontwikkeling mogen wij het volgend jaar met een zeker vertrouwen tegemoet zien. Toch is er geen aanleiding voor tevredenheid. De werkloosheid dreigt immers, zonder extra inspanningen, op een te hoog niveau te blijven steken. Het vraagstuk van de werkloosheid is zeker niet alleen een probleem van aantallen, dat afdoende met cijfermatige taakstellingen bestreden zou kunnen worden. Van elke drie werklozen die bij de arbeidsbureaus zijn ingeschreven, is er één niet volledig of niet direct beschikbaar voor arbeid. Bovendien is gebleken dat velen die wél beschikbaar zijn, niet geschikt zijn voor banen die worden aangeboden, omdat zij geen toereikende opleiding, of een gebrek aan ervaring hebben. Zo dreigt de verwarrende situatie dat bij het herstel van de economic zich meer mensen melden op de arbeidsmarkt, omdat er groeiende kansen op een baan zijn, terwijl tegelijkertijd de werkloosheid op een onaanvaardbaar hoog niveau blijft. Dit vraagt een vernieuwing van het arbeidsmarktbeleid.

Er is meer gerichte aandacht nodig voor scholing en het kunnen opdoen van werkervaring. Arbeidsbemiddeling van langdurig werklozen vraagt veel tijd en aandacht; de eerste ervaringen met de zogenaamde her-oriënteringsgesprekken duiden hierop. De regering wil zich met sociale partners en gemeenten verstaan om de intensivering van het beleid nader inhoud te geven. In de ontwerp-begroting voor het volgend jaar is hiervoor een extra ruimte geschapen van tweehonderdvijfentwintig miljoen gulden oplopend tot zeshonderdvijftig miljoen, in negentien negentig. Met het beschikbaar stellen van deze bedragen gaat de regering bewust veel verder dan in het regeerakkoord in negentien zesentachtig was voorzien. Een tweede terrein waar de regering voorstelt een stap verder te gaan dan het financiële kader van het regeerakkoord, betreft investeringen in de infrastructuur van ons land. Door de succesvolle economische groei worden deze mogelijk gemaakt, maar tevens zijn zij voor behoud van die groei een onmisbare voorwaarde. Met de dag tekent zich de noodzaak scherper af om in ons dichtbevolkte land meer te doen aan verbetering van auto-, spoor– en vaarwegen. Niet alleen de eenwording van de Europese markt maar ook de sterkere groei van onze bevolking vraagt daarom. Meer overheidsinvesteringen vergen een goede voorbereiding. Dat geldt zowel voor de uitvoering van het uitgebreide bereikbaarheidsplan voor de randstad als voor de investeringen in verkeer en vervoer in het gehele land. Voorgesteld wordt hiervoor vanaf negentien negentig per jaar vierhonderd miljoen gulden meer te bestemmen. Te zamen met de bestuurlijke en financitle inspanning van provincies en gemeenten en van de particuliere sector zal dit tot een aanzienlijk hoger niveau van investeringen kunnen leiden. Bij de uitvoering hiervan zullen ook de noodzakelijke regulering van de mobiliteit en het ontzien van het milieu aandacht krijgen.

Langs deze wegen zal dus het antwoord gegeven worden op de noodzaak om te komen tot een goed gemotiveerde en gekwalificeerde beroepsbevolking enerzijds en een goed niveau van investeringen en infrastructuur anderzijds. Nu er door het herstel weer enige mogelijkheid is financieel verder te gaan dan bij het regeerakkoord was voorzien, wil de regering bewust meer investeren in mens en land. Waarom nu juist extra middelen besteed aan arbeidsvoorziening en infrastructuur? Om ons goed voor te bereiden op de eenwording van Europa, en omdat zo meer mensen aan de slag komen en de middelen worden verdiend om andere overheidstaken en welzijnsvoorzieningen voor de toekomst veilig te stellen. Om dezelfde reden is er een structurele, vernieuwende aanpak op verschillende terreinen nodig. Bij de indiening van de begroting voor negentienachtentachtig werd reeds gewag gemaakt van het voornemen per 1 januari negentiennegentig te komen tot vereenvoudiging en verlichting van de loon– en inkomstenbelasting. De voorbereiding van deze plannen vordert goed. Op 1 januari negentien negenentachtig zal een eerste belangrijke stap gezet kunnen worden in de richting van een noodzakelijke vernieuwing van structuur en financiering van de gezondheidszorg. De maatregelen beogen de kwaliteit hiervan te waarborgen, de kosten te beheersen en een betere solidariteit tot stand te brengen tussen zieken en gezonden, jongeren en ouderen, werknemers en zelfstandigen. Om te beginnen zullen enkele belangrijke voorzieningen, méér dan nu via de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten worden gefinancierd. Parallel daaraan zal de inkomensafhankelijke premie voor de ziekenfondsverzekering voor een deel worden omgezet in een vast bedrag per persoon. De gevolgen hiervan voor de koopkracht van gezinnen met kinderen zullen worden opgevangen met een verhoging van de kinderbijslag.

In de ontwerp-nota ‘Volkshuisvesting in de jaren negentig’ is, met het oog op een goede en betaalbare volkshuisvesting, een nieuwe visie gegeven op de verdeling van taken en verantwoordelijkheden op dit belangrijke beleidsterrein. In de Vierde Nota over de Ruimtelijke Ordening zijn onlangs de hoofdlijnen uitgezet van een verdere ruimtelijke ontwikkeling, nodig om ons land leefbaar te houden. Het land is de afgelopen jaren schoner geworden. Dat geldt met name lucht en water. Maar er is nog veel te doen. De komende jaren worden de financiele inspanningen van de rijksoverheid verhoogd. Daarnaast stelt de verbeterde concurrentiepositie het bedrijfsleven in staat de aanscherping van de milieunormen te dragen. Aldus wordt een deel van de economische ruimte besteed aan de realisering van het milieubeleid. Het Nationaal Milieu Beleidsplan zal het beleidskader vormen voor de langere termijn. Ook op internationaal terrein is actie dringend nodig; in het bijzonder gegeven de problematiek van de ozonlaag, de opwarming van de atmosfeer en de verzuring. Vrijere internationale handel blijft van vitaal belang. De regering zet zich daarvoor in in het kader van de GATT-besprekingen. De beoogde Europese markt moet een open karakter hebben, ook voor de landen van de Derde Wereld. Het meer marktgerichte landbouwbeleid van de Europese Gemeenschap begint vruchten af te werpen; de regering blijft de inspanningen steunen om te komen tot betere internationale verhoudingen bij de produktie van en handel in landbouwprodukten. Deze ontwikkelingen geven mede aanleiding tot het uitbrengen van een structuurnota voor de Nederlandse landbouw.

Europa is van en voor de burgers. De regering wil de komende jaren extra middelen uittrekken om — naarmate de besluitvorming in de Gemeenschap vordert — voorlichting te geven over de interne markt. De draagwijdte van de Europese eenwording onderstreept de betekenis van de Europese verkiezingen van juni volgend jaar.

Veel landen in de Derde Wereld zijn geplaatst voor grote problemen door de sterke bevolkingsgroei, de zware schuldenlast en de groeiende milieuproblemen. Economische aanpassingen, versterking van bestuurlijke capaciteit en een actief bevolkingsbeleid zijn dringend noodzakelijk. Naast de eigen verantwoordelijkheid van die landen zelf, kan een ruimhartige, effectieve, gecoördineerde ondersteuning van buiten niet worden gemist. Nederland blijft daarin zijn aandeel leveren. De regering zal zich op een zo breed mogelijk front blijven inzetten voor oplossingen van de schuldenproblematiek. In samenhang hiermee zullen de belemmeringen voor ontwikkelings-landen op handelsgebied moeten worden verminderd. De regering hoopt dat voor de problemen in het binnenland van Suriname een vreedzame oplossing zal worden gevonden. Daarmee zou de weg vrij zijn voor bestendiging van de relaties en een goed voorbereide versterking van de samenwerking met dit land, waar de democratische ontwikkelingen weer hoop geven.

De ontwikkelingssamenwerking ten gunste van de Nederlandse Antillen zal in toenemende mate worden gericht op het stimuleren van de economische bedrijvigheid op deze eilanden. De resultaten van het herstelbeleid van Aruba stemmen tot voldoening. Het is bemoedigend dat de verbeterde Oost-West-betrekkingen meer ruimte doen ontstaan voor vrede-bevorderende taken van de Verenigde Naties, waaraan de regering wil blijven bijdragen. Zo krijgt vrede nieuwe kansen en worden regionale conflicten tot een oplossing gebracht. De wapens maken plaats voor onderhandelingen.

De ratificatie eerder dit jaar van het verdrag tussen de Verenigde Staten en de Sovjetunie over nucleaire wapens voor de middellange afstand is allerwegen verwelkomd. Hopelijk zal daarvan een impuls blijven uitgaan naar andere terreinen van wapenbeheersing. Voor de veiligheid van Europa is vooral van belang dat het overwicht in conventionele wapens van het Warschaupact ongedaan wordt gemaakt. Inspanningen op het terrein van de wapenbeheersing en een toereikende defensie blijven de pijlers waarop, in bondgenootschappelijk verband, onze veiligheidspolitiek berust. Om een goede bijdrage aan de bondgenootschappelijke verdediging te kunnen handhaven, zijn in het nieuwe Defensieplan prioriteiten gesteld ten gunste van onze inspanning voor de verdediging in de Centrale Sector van West-Europa. Op deze wijze kunnen ook in de toekomst steeds verantwoorde keuzen worden gemaakt.

Aan de onmisbare Europese-veiligheidsdimensie zal de regering in het verband van de West-Europese Unie verder vorm trachten te geven.

De eenwording van Europa vergt ook op het terrein van rechtshandhaving en bestuur steeds meer aandacht. Voorkomen en bestraffen van criminaliteit noodzaakt tot onderlinge afstemming van activiteiten en rechtsregels door de justitiële en bestuurlijke autoriteiten in de verschillende landen. Onvoldoende afstemming gaat ten koste van een verantwoord sanctiebeleid. Het is verheugend dat het beleid tot bestrijding van de criminaliteit resultaten begint af te werpen. Hoewel het nog te vroeg is om vast te stellen dat reeds van een kentering sprake is, geeft deze ontwikkeling hoop. De omvang van de zware georganiseerde misdaad is evenwel zorgwekkend. Om deze beter te bestrijden is een gecoördineerde bovenlokale aanpak door politie en justitie nodig. Het beroep op de medeverantwoordelijkheid van vele geledingen in de samenleving bij de terugdringing van criminaliteit is niet zonder gehoor gebleven. In de voortgangsrapportage over de uitvoering van het beleidsplan ‘Samenleving en criminaliteit’ wordt daarop ingegaan. Ook de opvattingen van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid over de rechtshandhaving zullen daarin aan de orde komen. De regering ziet in deze visie een duidelijke ondersteuning van het door haar gevoerde beleid; een beleid dat is gericht op versterking van het vertrouwen in het recht en van het gevoel van veiligheid bij de burger; een beleid dat ook is gericht op versterking van het normbesef en de normhandhaving. De regering streeft ernaar dat wetgeving die een effectiever sanctiesysteem bevat en de snelle inning van boetes mogelijk maakt, het komend jaar in werking treedt. Begin negentien negenentachtig zal het ontwerp voor een herziening van de Wegenverkeerswet worden ingediend. Het ontwerp biedt onder meer de basis voor de mogelijkheid alcoholgebruik in het verkeer beter te bestrijden en het ontduiken van de verzekerings– en belastingplicht bij het autorijden tegen te gaan. Dit alles stelt hoge eisen aan de politie. Er zal daarom grote aandacht worden besteed aan een zodanige herverdeling van de sterkte dat de politiecapaciteit beter aansluit bij de werkdruk. Dezer dagen zal U een wetsvoorstel tot herziening van de Vreemdelingenwet bereiken. Dit heeft tot doel het toelatingsbeleid in het belang van de rechtszekerheid hechter in de wet te verankeren en een doelmatiger uitvoering te verzekeren.

Decentralisatie, deregulering en privatisering — hoe moeilijk ook — beginnen resultaten af te werpen. Lokale overheden krijgen meer eigen verantwoordelijkheid, en de bemoeienis van de rijksoverheid wordt teruggedrongen. Daarin passen de voorstellen tot deregulering en decentralisatie die gemeenten en provincies zelf hebben ingediend. Meer in het algemeen werken de bestuursakkoorden steeds beter door in de praktijk van verhouding tussen enerzijds het Rijk en anderzijds de provincies en gemeenten. In de reeks van te privatiseren overheidsactiviteiten zal naar verwachting per 1 januari het grootste project, de verzelfstandiging van de PTT met haar honderd duizend werknemers, worden gerealiseerd. De overheid moet, om haar taken gericht op dienstverlening aan de burger goed te kunnen uitvoeren, over de nodige gegevens kunnen beschikken. Het toenemend aantal geautomatiseerde persoonsregistraties bij overheid en bedrijven vervult menigeen met onzekerheid en onrust. Daarom is het zo belangrijk dat de Wet Persoonsregistraties tot stand komt. Om een doelmatig en zorgvuldig gebruik van persoonsgegevens veilig te stellen zal de regering in het komende jaar de hoofdlijnen vaststellen van een persoonsinformatiebeleid voor de openbare sector. Van de overheid mag worden geëist dat zij de persoonlijke levenssfeer van de burger zoveel mogelijk ontziet, maar ook moet van haar worden veriangd dat zij van de moderne informatie-technologie een passend gebruik maakt bij de bescherming van de samenleving en bij de bestrijding van misdaad, misbruik of ontduiking. Op het terrein van de bejaardenzorg hebben de provincies en grote gemeenten te maken met de gevolgen van de vergrijzing. Ten behoeve van de oplossing van knelpunten die zij bij dit beleid tegenkomen, wordt het budget voor de bejaardenoorden met vijftig miljoen gulden verhoogd. Voor de versterking van de zorg voor mensen met een handicap komen volgend jaar extra bedragen ter beschikking, waarvan een belangrijk deel ten goede zal komen aan mensen met een geestelijke handicap. De samenleving stelt hoge eisen aan het onderwijs. Scholen moeten daarom goed toegerust en flexibel kunnen opereren. Scholen moeten zelfstandiger kunnen functioneren, minder belast door gedetailleerde regels en voorschriften. De eerste stappen in deze richting zijn gezet. Op deze weg zal weloverwogen en in goed overleg worden voortgegaan. De Adviescommissie voor de toetsing van wetgevingsprojecten zal hierbij haar rol spelen. Zo krijgt een praktische aanpak van de deregulering van de onderwijsregelgeving voor de langere termijn gestalte. Daarbij mag niet uit het oog worden verloren dat de rijksoverheid wezenlijke taken behoudt op het gebied van onderwijs en onderzoek, zoals haar opgedragen in de Grondwet.

Zelfs bij de belangrijke aanpassingen in de studiefinanciering, die versobering inhouden, is het, gegeven de op zichzelf verheugende groei van deelname aan het onderwijs, nodig gebleken de begroting vanaf negentien negentig met een kleine driehonderd miljoen gulden te verhogen. De regering zet zich ervoor in om in het bijzonder de positie van minderheden op de arbeidsmarkt en in het onderwijs te verbeteren. Voorstellen daartoe zullen het komende jaar worden besproken. Het aandeel van leden van etnische-minderheidsgroepen in overheidsdienst zal worden vergroot. De bevordering van de deelname aan het arbeidsproces van gehandicapte werknemers en het tegengaan van de uitstroom wegens arbeidsongeschiktheid houden prioriteit. Dit is een plicht voor overheid en bedrijfsleven.

Leden van de Staten-Generaal,

Er is reden voor enig optimisme gelet op de bereikte resultaten. Toch zullen van U grote inspanningen worden gevergd, juist nu voor de toekomst gestalte moet worden gegeven aan een aantal structurele en kwalitatieve maatregelen. Belangrijke beleidskeuzen zullen in gemeen overleg met U worden gedaan; gemeen overleg dat behoort te staan in het teken van de bevordering van rechtszekerheid en bestuurlijke zorgvuldigheid, om zo het vertrouwen van de burger in het functioneren van wetgeving en bestuur te versterken.

Van harte wens ik U toe dat Gods zegen op Uw werk rust.

 

 

1987

Op dinsdag 15 september, Prinsjesdag 1987, sprak Hare Majesteit de Koningin de onderstaande troonrede uit. 

 

(Troonrede 1987

Troonrede

Leden van de Staten-Generaal,

Dat ik vandaag in uw midden kan zijn, stemt mij dankbaar. Tijdens mijn ziekte heb ik vele blijken van medeleven en vele goede wensen ontvangen uit alle delen van het Koninkrijk. Graag maak ik van deze gelegenheid gebruik om hiervoor mijn bijzonder hartelijke dank uit te spreken.

In deze jaren is de vraag aan de orde hoe de samenleving zich verder moet ontwikkelen. Bij alle voorspoed zijn er ook gevoelens van bedreiging, vervreemding en onzekerheid. Het is niet gemakkelijk op vragen naar de richting van maatschappelijke ontwikkelingen één simpel en duidelijk antwoord te geven; zeker niet als men recht wil doen aan de pluriformiteit die allerwegen in ons land als waardevol wordt ervaren. Niettemin, de regering moet keuzen maken.

De kern van het regeringsbeleid wordt gevormd door: - rechtshandhaving, opdat de burger zich beschermd weet door wetten en opdat wetsovertredingen op tal van terreinen worden teruggedrongen; - meer vertrouwen op de ontplooiing van de burger en van de maatschappelijke verbanden; - voortgaan met een driesporenbeleid, gericht op werkgelegenheid, economische groei en soberheid in 's Rijks financiën; - bevorderen van gerechtigheid, vrede en veiligheid, ook over de grenzen heen. Bij dit alles wil de regering haar beleid enten op solidariteit, tolerantie en verantwoordelijkheid.

De basis voor een doeltreffend overheidsoptreden moet in een rechtsstaat als de onze gelegen zijn in de wet. Regelgeving dient aan te sluiten bij het rechtsbewustzijn van brede lagen van de bevolking; zij behoort goed uitvoerbaar te zijn. De wet mag geen onevenredige last leggen op bestuur en rechtspraak en moet gehandhaafd kunnen worden door middel van het strafrecht en andere sancties. Verbetering van de kwaliteit van de wetgeving is noodzakelijk. Door de instelling van een toetsingscommissie onder leiding van een regeringscommissaris wordt daaraan een nieuwe impuls gegeven. Voor het waarborgen van de rechten van de burger zijn bescherming van de samenleving tegen criminaliteit, en hulp aan slachtoffers essentieel. De in het beleidsplan 'Samenleving en criminaliteit' ontwikkelde visies op de beteugeling van veel voorkomende criminaliteit en de bestrijding van de zware misdaad moeten in het komende jaar merkbaar resultaten gaan opleveren.

Vandaag wordt u de tweede voortgangsrapportage voorgelegd. Bij de voorgenomen bezuinigingen op de overheidsuitgaven worden de organen belast met rechtshandhaving en de politie geheel ontzien. Teneinde haar taak beter te kunnen vervullen, staat de politie wel voor de noodzaak van een aanzienlijkeherschikking van middelen.Rechtsbescherming is belangrijk. De werklast van de Raad van State op dit punt is echter te veel toegenomen. Daarom zullen u voorstellen bereiken tot gedecentraliseerde berechting van administratieve geschillen.

In verband met vragen rond het levenseinde en sterven en de steeds verder gaande ontwikkeling van de medische wetenschap en de geneeskunde, zal u met betrekking tot euthanasie een voorstel bereiken. De bescherming tegen discriminatie zal worden verbeterd door een aanpassing van het Wetboek van Strafrecht en door een voorstel voor een Algemene Wet Gelijke Behandeling, die nadere uitwerking geeft aan artikel 1 van de Grondwet. Onlangs is een advies uitgebracht ter zake van wetten voor oorlogsgetroffenen. De regering zal - overigens zonder bezuinigingsoogmerk - bezien welke onderdelen van dit advies ter wille van de rechtszekerheid en in het belang van een goede bestuurlijke praktijk overgenomen kunnen worden.

Kwam in de vorige kabinetsperiode een vernieuwd stelsel van sociale zekerheid tot stand, in deze periode moet het fundament gelegd worden voor een vernieuwde aanpak van de volksgezondheid. Daarbij zal zo véél mogelijk gebruik worden gemaakt van de voorstellen van de commissie-Dekker. Op het terrein van de arbeidsvoorziening zijn bij de Raad van State voorstellen voor een nieuwe opzet aanhangig gemaakt. Overheid en organisaties van werknemers en werkgevers delen daarin de verantwoordelijkheid. Zo wordt ook op dit terrein de rol van de overheid scherper afgebakend. Dat is ook nodig op andere terreinen. Niet alleen om budgettaire redenen, maar ook omdat veel regelingen in hun werking negatieve bijeffecten hebben. Vaak gehoorde bezwaren zijn oneigenlijk gebruik, verstarring, bureaucratisering en problemen bij de controle. Dit alles leidt tot de noodzaak van soberheid en doelmatigheid bij subsidiëring en in wet- en regelgeving. De onderlinge afstemming van taken en heldere financiële afspraken tussen Rijk, provincies en gemeenten zijn ook belangrijk voor de kwaliteit van het bestuur. Daarom zijn bestuursakkoorden gesloten. Deze dwingen de verschillende overheden bij de onvermijdelijke herbezinning op tal van regelingen, zorgvuldig met elkaar om te gaan.

Het opkomen voor het zwakke en waardevolle zal door overheid én samenleving moeten gebeuren. De regering wil meer ruimte scheppen voor initiatieven van burgers en maatschappelijke organisaties. Onderlinge hulpverlening komt aldus tot ontwikkeling en zal naast het professionele werk nog verder aan betekenis moeten winnen. De fiscale tegemoetkoming voor het vrijwilligerswerk is een positief signaal voor nieuwe initiatieven van vrijwillig hulpbetoon op allerlei plaatsen in onze samenleving. Onze economie heeft de afgelopen drie jaar een hechter fundament gekregen. Het driesporenbeleid werpt vruchten af. Investeringen en werkgelegenheid zijn sterk toegenomen, ook al is de werkloosheid nog steeds duidelijk te hoog. Met aller inzet moet het mogelijk zijn aan de opgaande lijnen vast te houden. Vorig jaar zijn met werknemers en werkgevers afspraken gemaakt om samen de werkloosheid verder terug te dringen.

Met de beleidsvoornemens voor 1988 wordt getracht een verantwoorde basis te leggen voor de gezamenlijke inspanning van overheid en sociale partners, gericht op versterking van economie en werkgelegenheid op langere termijn. Daarom blijft de nadruk liggen op het zo laag mogelijk houden van de arbeidskosten, op het stimuleren van technologische vernieuwingen, op het zo veel mogelijk scholen en op het versterken van de infrastructuur. Dit alles onder de onmisbare randvoorwaarde dat het financieringstekort moet blijven dalen.

Blijvend herstel van de economie is alleen mogeiijk als de overheid minder schulden maakt en als de collectieve-lastendruk daalt. Aan beide voorwaarden wordt volgend jaar voldaan. Toch dreigen de rijksuitgaven in hun totaliteit nog steeds te stijgen. Om dat te compenseren stelt de regering bezuinigingen voor, vooral daar waar de uitgaven het snelst toenemen. De overheid behoort immers de omvang van haar uitgaven scherp in het oog te houden. Omdat onvoorziene uitgavenoverschrijdingen een bedreiging vormen voor bestendig beleid, acht de regering het noodzakelijk zich dit najaar verder te beraden over concrete versterking van de begrotingsdiscipline.

De hoogte van de arbeidskosten, zo sterk bepaald door belastingen en premies over het loon, heeft nog steeds een belemmerende invloed op de groei van de werkgelegenheid. De regering tracht die negatieve invloeden zo beperkt mogelijk te houden door het scherp vaststellen van sociale premies en belastingtarieven. Waar mogelijk worden deze verminderd. De hogere belastinginkomsten weer voor hogere uitgaven gebruiken zou niet de goede weg zijn. De verlaging van de loon- en inkomstenbelasting, waarvoor de regering heeft gekozen, is broodnodig om de arbeidskosten zo laag mogelijk te houden.

De financiële ruimte voor het overheidspersoneel is ten opzichte van de aanvankelijke voornemens enigszins vergroot, ook om extra werk bij de overheid te kunnen scheppen en enige inkomensverbetering mogelijk te maken, daar waar de afstand tot het bedrijfsleven te groot dreigt te worden. Voor mensen met het minimumloon en uitkeringsgerechtigden is een verhoging van de vakantieuitkering van 7,5% naar 8% voorzien. Voorgesteld wordt de kinderbijslag te verhogen.

Dit alles moet ertoe leiden dat behoud van koopkracht ook zonder loonsverhoging tot de reele mogelijkheden behoort. Dat dient de werkgelegenheid en hierdoor krijgen zo veel mogelijk mensen kans op inkomen uit werk. Met dit zelfde doel voor ogen heeft de regering zich gebogen over de hoogte van het minimumloon. Na rijp beraad is besloten geen gevolg te geven aan een advies van de meerderheid van de Sociaal-Economische Raad om het wettelijk minimumloon over de hele linie te verlagen. Wel wordt voorgesteld het wettelijk minimumloon tot 18 jaar af te schaffen en dat voor een 23-jarige te verlagen tot dat voor een 22-jarige. Met deze maatregel hoopt de regering een bijdrage te leveren aan het terugdringen van de hoge werkloosheid onder met name jongere werklozen met een laag opleidingsniveau. Bevordering van werkgelegenheid is zeker niet alleen een zaak van matiging van arbeidskosten. Ook de technologische vernieuwing is van groot belang. De toepassing van technologische kennis in het midden- en kleinbedrijf zal worden bevorderd door de oprichting van regionale innovatiecentra. De technologische veranderingen stellen hoge eisen aan kennis en vaardigheden van de beroepsbevolking. Scholing, vorming, het opdoen van werkervaring en later ook bijscholing, zijn van beslissende betekenis voor werkgelegenheid en economische groei. De daarop gerichte inspanningen worden nu in samenwerking met werknemers en werkgevers sterk opgevoerd. Hoewel deze inspanningen vooral vanuit bedrijven en bedrijfstakken zelf moeten plaatsvinden, zal ook de regering daaraan een grotere bijdrage leveren.

Het accent op scholing én op een individuele benadering van werklozen is nodig, omdat nog steeds te veel mensen de drempel naar bedrijf en instelling niet overkomen. Met gerichte programma's moeten meer mensen aan het werk komen. In die zin gaat het niet om banenplannen, maar om het scholen en het aan werkervaring helpen van diegenen die nu buiten blijven staan. Een voorbeeld van gerichte benadering is ook het Jeugdwerkgarantieplan. Dit plan, dat samen met de gemeenten wordt uitgevoerd, moet waarborgen dat jongeren hoe dan ook aan de slag gaan en niet aan langdurige werkloosheid gewend raken. Herverdeling van werk blijft belangrijk. Meer deeltijdbanen, ploegendiensten en flexibele arbeidsroosters kunnen ertoe leiden dat meer mensen werk vinden; ook vervroegde uittreding en flexibele pensionering geven aan meer jongeren eerder een kans. Met het oog op de emancipatie moet de werkgelegenheid voor vrouwen en de groei van de deelname van meisjes aan het beroepsonderwijs extra aandacht krijgen. Bij de overheid wordt voorgesteld de VUT-gerechtigde leeftijd tijdelijk met én jaar te verlagen, het aantal deeltijdbanen te laten toenemen en de scholingsinspanningen te vergroten. Eerder goedgekeurde, maar niet opgeroepen dienstplichtigen, van wie een aantal nu werkloos is, krijgen de kans alsnog te gaan dienen. Dat geeft de mogelijkheid aan anderen vaker uitstel voor scholing en studie te geven. De werkloosheid onder etnische minderheden is onrustbarend hoog. Daarom is een beleidsplan 'Etnische minderheden bij de overheid' ontwikkeld; maar ook de sociale partners zullen een bijdrage aan het verlichten van de werkloosheid van deze kansarme groep moeten leveren.

Ook in de onderwijswereld wordt steeds meer aandacht gegeven aan de bestrijding van de werkloosheid. Het overleg in de Stichting van de Arbeid met betrekking tot de inspanningen voor de scholing van jongeren en volwassenen heeft al veel tot stand gebracht. Het benutten van de aanwezige onderwijsvoorzieningen en -ervaring zal worden bevorderd. Het vormen van nieuwe sectorscholen in het middelbaar beroepsonderwijs draagt daartoe bij. In het onderwijs zelf wil de regering enkele duizenden nieuwe banen voor jonge leerkrachten mogelijk maken. Mede gelet op het probleem van de vergrijzing van het onderwijspersoneel is taakverlichting voor oudere leerkrachten voor dat doel een goed middel. In de vorming en opleiding van de jeugd is een evenwichtig fundament van kennis en kunde onmisbaar. De invoering van de basisvorming in het voortgezet onderwijs zorgt voor zo'n fundament voor elke leerling. Nog dit jaar zal de regering het wetsvoorstel indienen. De eigen bijdrage voor de verschillende vormen van hoger onderwijs wordt gelijkgetrokken. Daarnaast wordt een hoger collegegeld voorgesteld voor de student die de verblijfsduur van 6 jaar in het hoger onderwijs overschrijdt. Door deze twee maatregelen te zamen kan het collegegeld in het Wetenschappelijk Onderwijs iets omlaag. De wetenschap ontplooit zich dynamisch. Dit houdt kansen en risico's in. In het geding zijn niet alleen de technische en economische mogelijkheden, maar ook hun betekenis voor de normen en waarden in onze samenleving. In de nieuwe schets van het wetenschapsbeleid voor de toekomst zal daaraan nader aandacht worden besteed.

Het milieu in ons land wordt ondanks alle inspanning nog steeds van vele kanten bedreigd, en verslechtert zelfs in sommige opzichten. Om de kwaliteit van het milieu te beschermen en te verbeteren wil de regering de samenwerking met de maatschappelijke sectoren intensiveren. In een Nationaal Milieu Beleidsplan zal de lange-termijn-visie worden opgenomen. Om de verzuring tegen te gaan is het noodzakelijk nog dit najaar verder gaande maatregelen te overwegen. Met de sanering van vervuilde waterbodems wordt een aanvang gemaakt. Natuur, landschap en openluchtrecreatie kunnen het niet stellen zonder schoon water, schone lucht, een schone bodem. Maar zuivere hulpbronnen zijn ook onontbeerlijk voor de continuïteit van de agrarische bedrijvigheid in ons land. De mestproblematiek heeft nog eens duidelijk gemaakt dat zorgvuldig natuur- en milieubeheer een basisvoorwaarde is voor een goede ontwikkeling van het landelijke gebied. Met het oog hierop zal het Natuurbeleidsplan worden uitgebracht. In een Nota 'Volkshuisvesting in de jaren '90 zullen beleidsvoornemens worden gepresenteerd met betrekking tot de inhoud en de organisatie van de volkshuisvesting. Vooral de verdeling van verantwoordelijkheden tussen het Rijk en andere overheden, tussen maatschappelijke organisaties en de marktsector, zal daarin aandacht krijgen.

Rond de jaarwisseling zal de Vierde Nota over de Ruimtelijke Ordening verschijnen. Deze zal zich richten op verbetering van de ruimtelijke kwaliteit van ons land en zal in het bijzonder aandacht geven aan de ontwikkeling van de marktsector. Op tal van plaatsen, met name in de randstad, ontstaan meermalen per dag files. Dat is een bron van ergernis en ook nadelig voor de positie van ons land in het internationals vervoer. Het is zaak de verkeers- en vervoersproblemen met een reeks samenhangende maatregelen aan te pakken. Met provincies en gemeenten is voor de randstad een mobiliteits-scenario ontwikkeld. Over deze problematiek worden in het najaar besluiten genomen. Wel heeft het kabinet reeds besloten in te stemmen met de aanleg van vier verkeerstunnels, die particulier gefinancierd zullen worden.

Ook de knelpunten in het telecommunicatieverkeer als gevolg van de snel toegenomen vraag worden aangepakt. De PTT zal daartoe haar investeringsprogramma versnellen. De Europese Gemeenschap staat in de komende periode voor enkele belangrijke, maar ook moeilijke, beslissingen, met name op het gebied van de landbouw en de financiering. Gezien het vitale belang van ons land bij het herstel van het evenwicht op de landbouwmarkten en bij een zich verder gezond ontwikkelende Gemeenschap, zal de regering zich tot het uiterste inspannen om in het overleg met de andere lidstaten tot verantwoorde oplossingen te komen. Dat is ook nodig in het belang van de mensen die werken in landbouw en visserij en die geconfronteerd worden met onzekerheden als gevolg van de noodzakelijke beheersing van de produktie.

Een positieve ontwikkeling is dat in de Sowjet-Unie, alsmede in enkele Oosteuropese landen, hervormingen worden ondernomen. Hiervan kan een gunstige invloed uitgaan op de Oost-West-betrekkingen. Er is nu uitzicht ontstaan op een historische ommekeer in de wapenwedloop, die enkele jaren geleden nog voor onmogelijk werd gehouden. Complete categorieën wapensystemen komen in aanmerking om te worden afgeschaft, waaronder ook de voor plaatsing in ons land bestemde, middellange-afstandsraketten. De grote overmacht van het Warschaupact op het gebied van de conventionele bewapening stelt overigens grenzen aan de mogelijkheden voor nucleaire ontwapening en onderstreept het belang van beheersing van conventionele wapens. Een zekere reële groei van de defensieuitgaven blijft nodig. Daarmee moet, in samenhang met een verbetering van de organisatie, onze defensie, aan kwaliteit kunnen winnen. Aan de West-Europese Unie komt een belangrijke rol toe bij het definiëren van wat binnen het Atlantisch bondgenootschap specifiek van belang is voor de Europese veiligheid en bij het harmoniseren van standpunten daarover. Nederland zet zich als voorzitter daarvoor in.

Zeer ernstig is de situatie rond de Golf. De oorlog tussen Iran en Irak gaat nog altijd voort, ondanks de dringende oproep tot bedindiging van de gewapende strijd, die uitging van de Veiligheidsraad. De regering acht verzekering van het recht van vrije scheepvaart in de Golf van vitaal belang en wil daaraan met andere West-Europese landen een concrete bijdrage leveren. Uiteraard zal de veiligheid van de bemanning van de daarbij betrokken mijnenjagers zo goed mogelijk worden gewaarborgd. Met voldoening stelt de regering vast dat het belang van de eerbiediging van mensenrechten en de waarde van de democratie in steeds meer landen wordt onderkend. Door extra hulpinspanningen in het kader van de ontwikkelingssamenwerking wil de regering jonge democratieën ondersteunen. De Noord-Zuid-dialoog komt geleidelijk weer tot leven. Tijdens de onlangs gehouden conferentie over handel en ontwikkeling is confrontatie achterwege gebleven en is met succes gezocht naar een beleid op basis van gemeenschappelijkheid. Het gaat erom deze trend te versterken, onder meer bij het overleg over de vrijmaking van de wereldhandel.

De regering volgt met grote aandacht de ontwikkelingen in Suriname en hoopt dat het komende referendum over de ontwerp-grondwet en de algemene verkiezingen het Surinaamse volk in staat zullen stellen in vrijheid aan een democratisch Suriname opnieuw gestalte te geven. Daarna kan een begin worden gemaakt met de normalisering van de betrekkingen. De Nederlandse Antillen worden geconfronteerd met aanzienlijke financieel- economische problemen. Op Aruba gaat het geleidelijk beter. Binnen het kader van de beschikbaar gestelde middelen zal worden getracht het eigen herstelbeleid van beide landen zoveel mogelijk aan te vullen en te ondersteunen.

Leden van de Staten-Generaal,

In een pluriforme samenleving vraagt herkenbaar beleid om intensief overleg en besluitvaardigheid. Op u, volksvertegenwoordigers, rust een zware verantwoordelijkheid bij de vele taken die u zijn toevertrouwd. Van harte wens ik u toe dat Gods zegen op uw werk rust.

 

1986

Op dinsdag 16 september, Prinsjesdag 1986, sprak Hare Majesteit de Koningin de onderstaande troonrede uit.

 

Troonrede 1986

Troonrede Leden van de Staten-Generaal, Dit jaar wordt in tal van landen de 450ste sterfdag van Erasmus herdacht. Als christen en humanist pleitte Erasmus voor verdraagzaamheid. Hij deed dat nadrukkelijk als Europeaan in een tijdsgewricht waarin heel veel in beweging was en waarin onze natie ontstond. Dit is niet alleen geschiedenis, er is ook een historisch perspectief in het werk van vandaag. De regering hecht grote waarde aan de voortgang van de Europese integratie. De Europese Akte zal een stimulans zijn voor snellere besluitvorming, vooral gericht op de totstandkoming van de Interne Markt. Elk der afzonderlijke lidstaten is te klein van schaal om de technologische en industridle uitdaging aan te kunnen. Bij de aanpak van ernstige vraagstukken, zoals werkloosheid en leefmilieu, dient de Europese samenwerking evenzeer een grote rol te spelen. Terwille van een harmonische ontwikkeling van de Europese Gemeenschap wordt een verhoging van de eigen middelen per 1 januari 1988 overwogen; dan zullen evenwel de uitgaven, in het bijzonder in de sector landbouw, beter moeten worden beheerst. De gehele westerse wereld kampt wat betreft een aantal belangrijke agrarische produkten met structurele overschotten. Dat noopt internationaal tot afremmen van deze produktie, opdat een open markt gehandhaafd blijft en in de Derde Wereld de ontwikkeling van eigen landbouw niet geschaad wordt. In onze landen breekt het besef door dat de beteugeling van de produktie mede ten goede kan komen aan natuur en landschap. Het herstel van de wereldeconomie heeft voor vele ontwikkelingslanden niet tot verlichting van problemen geleid. Afrika ten zuiden van de Sahara gaat gebukt onder hongersnoden. Tal van ontwikkelingslanden kampen nog steeds met de gevolgen van hun hoge schuldenlast, met lage prijzen voor hun grondstoffen en met te weinig afzetmogelijkheden voor hun exportprodukten. Momenteel vindt in Uruguay een ministeriële bijeenkomst plaats om de regels voor het internationaal handelsverkeer te verbeteren en tegenwicht te bieden aan de druk om grenzen te sluiten voor de concurrentie van anderen. Dat is belangrijk, ook voor de ontwikkelingslanden waar nu nog zoveel mogelijkheden om welvaart te scheppen onbenut blijven. Evenzeer wil de regering haar bijdrage leveren aan de internationals monetaire politiek. Daarbij gaat het om een betere beleidscoördinatie tussen de leden van het Internationale Monetaire Fonds, mede met het oog op de nog steeds bedreigende schuldenproblematiek. Wat de eigen financiële inspanning voor de ontwikkelingslanden betreft, stelt de regering voor de hulpverlening te handhaven op 1,5% van het netto nationaal inkomen en te blijven streven naar het vergroten van de effectiviteit van de hulpverlening. Zo zal ons land zich op een breed front inzetten voor de ontwikkelingslanden. Onze Koninkrijkspartners, de Nederlandse Antillen en Aruba, zien zich geplaatst voor ernstige problemen van financieel-economische aard die ingrijpende gevolgen hebben. Beide landen dragen allereerst zelf de verantwoordelijkheid voor het oplossen van deze problemen. Daarbij moeten alle drie de landen wel inhoud blijven geven aan één van degrondgedachten van het Statuut voor het Koninkrijk, namelijk dat de landen elkaar helpen en bijstaan. Bij alle verdeeldheid over het vraagstuk van de kruisvluchtwapens heeft de doelstelling van het vredes– en veiligheidsbeleid, namelijk het voorkomen van oorlog, nooit ter discussie gestaan. De bondgenootschappelijke verbondenheid heeft er mede toe geleid dat de Sovjetunie is teruggekeerd naar de weg van wapenbeheersing en vermindering van de spanning tussen Oost en West. Het gaat er nu om dààr aan westerse kant op een verantwoorde wijze op in te gaan. De nieuwe topbijeenkomst, die nu in voorbereiding is, zal dienstbaar moeten worden gemaakt aan de overbrugging van de aanzienlijke tegenstellingen over de wijze waarop veiliger en meer stabiele verhoudingen tot stand kunnen worden gebracht. De regering zal zich in bondgenootschappelijk en in ander overleg blijven uitspreken en inzetten voor spoedige en tastbare resultaten in de vorm van bindende en verifieerbare akkoorden. Tegen die achtergrond en in dat perspectief wil de regering voor de defensie-uitgaven een bescheiden groei handhaven. Behoud van vrijheid moet ons dat waard zijn. Zo moeten wapenbeheersing en een toereikende defensie-inspanning onze veiligheid en die van andere volken blijven waarborgen. Vrijheid en vrede; laten wij in dit Jaar van de Vrede, binnen de Verenigde Naties bijzonder verbonden zijn in bezinning daarop. De ernstige situatie in Zuid-Afrika vraagt om bijzondere aandacht. Teneinde de afschaffing van de apartheid door een proces van onderhandelingen naderbij te brengen, acht de regering voortgaande druk onontbeerlijk. Zeer actueel is thans de noodzaak om op korte termijn in Europees verband tot verdere effectieve maatregelen tegen Zuid-Afrika te komen. Te zelfder tijd zal worden voortgegaan met steunverkening aan particuliereorganisaties in dat land die langs vreedzame weg pogen te komen tot afschaffing van de apartheid. Problemen elders, hoe ernstig ook, kunnen ons de ogen niet doen sluiten voor grote vraagstukken in eigen land.Het pas aangetreden kabinet heeft zich ten doel gesteld de werkloosheid verder terug te dringen. De taakstelling die Stichting van de Arbeid en kabinet hebben aanvaard is werk bieden aan de 250.000 mannen en vrouwen waarmee in de komende vier jaar het aanbod op de arbeidsmarkt groeit. Daarenboven zal de bestaande werkloosheid met 200.000 in vier jaar — dus met 50.000 per jaar — verminderd moeten worden. Hoewel er zich als resultant van de inspanningen uit het verleden reeds een daling van de werkloosheid aftekent, za] de pas versneld moeten worden om al in 1987 deze vermindering te bereiken. Kernpunt daarbij is om, nu de economie aantrekt, meer kansen te geven aan hen die reeds langere tijd werkloos zijn. Daarbij hoort ook de bereidheid om werklozen met nu nog onvoldoende bekwaamheid in bedrijf of instelling verder op te leiden en te oefenen. Het komt nu aan op kansen bieden en kansen benutten. Volgens het Stichtingsakkoord zullen de deelname van werkenden en werklozen aan scholingsprogramma’s, jeugdwerkplannen en andere mogelijkheden onderwerp van arbeidsvoorwaardenoverleg zijn. Op het terrein van de arbeidsvoorziening willen overheid, werkgevers en werknemers voortaan meer gezamenlijk verantwoordelijkheid dragen. Tot dit doel zal een nieuwe arbeidsvoorzieningenwet worden voorgesteld. Het initiatief van enigen van Uw leden tot vrijstelling van werkgeverspremies bij indienstnemen van langdurig werklozen wordt door de regering gesteund. Verder zal aan het jeugdwerkgarantieplan en aan de versterking van de scholingsinspanningen voor werkenden en werklozen nader inhoud worden gegeven. Waar het op aan komt is de vaste wil resultaten te boeken en in het licht daarvan een bereidheid bij alle betrokkenen, — overheid, organisaties en de bedrijven zelf — om meer te doen en nieuwe wegen in te slaan. Deze gerichte inspanningen zullen,in samenhang met economische groei en herverdeling van arbeid, gaan zorgen voor meer werk en minder werkloosheid. Met het oog op dit gezamenlijke doel mag opnieuw een beheerste arbeidsvoorwaardenontwikkeling worden verwacht. Deze is noodzakelijk en ook mogelijk omdat, door de daling van de prijzen, bij voortgaande loonmatiging toch al koopkrachtverbetering optreedt. Om dezelfde reden wordt in het komende jaar voor het overgrote deel van de inkomens in de collectieve sector, ondanks de voorgestelde bevriezing, koopkrachtverbetering verwacht. De bij lage prijzen toch aantrekkende binnenlandse bestedingen hebben ook op het midden– en kleinbedrijf een gunstig effect. Het spiegelbeeld van de gunstiger ontwikkeling voor burgers zoals zich die nu aftekent zien we bij de overheid. Daar vindt in 1987 een daling van de aardgasbaten plaats van meer dan 12 miljard gulden. Dat is 8% van de inkomsten van het Rijk. Zulk een terugloop in één jaar heeft zich nog niet eerder voorgedaan. Het opvangen van deze klap — het gaat hier bovendien in belangrijke mate om een blijvende vermindering — heeft de regering voor buitengewoon moeilijke afwegingen geplaatst. Zeker, een beperkt deel van het probleem lost zichzelf op, omdat de wat hogere economische groei vanzelf leidt tot meer belastinginkomsten. Maar toch zou het tekort van het Rijk, als er geen maatregelen worden getroffen, volgend jaar toenemen tot meer dan 11% van het nationaal inkomen. Dat zou onverantwoord zijn. Daarom wordt slechts een stijging van het tekort tot hoogstens 8% aanvaard en dat alleen voor één jaar. Om dit te bereiken is het nodig de uitgaven te beperken. Daarnaast wordt een verhoging van indirecte belastingen voorgesteld: meer accijns in de sector energie, met doorwerking in de aardgasprijzen en een verhoging van de BTW. Deze onvermijdelijke lastenverzwaringen maken overigens het voordeel dat de burger toevalt, als gevolg van de prijsdaling van vooral energie en grondstoffen, alleen maar iets kleiner. De prijzen dalen slechts minder. Vanwege de gunstige ontwikkeling van de koopkracht behoeft het volgende jaar slechts in beperkte mate een uitkering ineens krachtens de echte minima-regeling te worden verleend. Beperking van overheidsuitgaven is nog steeds nodig. Beseft moet worden dat de aardgasbaten nu ineens teruglopen tot een niveau van meer dan 10 jaar geleden, maar dat het tegendeel het geval is voor tal van uitgaven van de overheid. Het Rijk moet nu zeer veel rente betalen over schulden die in het verleden zijn aangegaan; liefst circa 50 miljoen gulden per dag! Daar komt bij dat de uitgaven in verband met de werkloosheid nog steeds erg hoog zijn. Tenslotte zijn er uitgaven die nu zelfs nog toenemen. Zo blijft, ondanks de verbeterde economische situatie, het aantal personen dat een beroep op de bijstand doet groeien. Bij dit alles heeft het geen zin de lasten naar de toekomst te verschuiven. Intussen blijft het een zware opgave de overheidsfinanciën op verantwoorde wijze in evenwicht te brengen; temeer omdat de regering zich bij de vermindering van de uitgaven en verhoging van de inkomsten bewust grenzen oplegt, zodat in 1987 de burger in het algemeen, ten minste op koopkrachtbehoud en in de meeste gevallen op koopkrachtverbetering kan rekenen. Dit uitgangspunt versmalt echter wel het terrein waarop vermindering van uitgaven plaats kan vinden; en dit in een situatie waarin zoveel begrotingsposten een vast gegeven zijn of zelfs hogere bedragen vergen. Hierdoor wordt de overheid tot forse bezuinigingen gedwongen, daar waar het wèl kan. Het blijft dus passen en meten en er is veel inzet en vindingrijkheid nodig om èn de werkloosheid omlaag te brengen èn de koopkracht te behouden èn de tekorten van de overheid geleldelijk onder controle te krijgen. De moeilijke afwegingen tussen overheidsuitgaven en bezuinigingen maken de inspanningen op het gebied van het tegengaan van misbruik en fraude des te belangrijker. De afgelopen jaren is al veel in gang gezet en de resultaten daarvan worden zichtbaar. In de komende maanden zal grondig nagegaan worden door welke maatregelen ter bestrijding van misbruik en fraude de overeengekomen taakstelling van 2 miljard gulden in 1990 zal worden bereikt. Tegelijkertijd zal worden gewerkt aan de vereenvoudiging van de loonen inkomstenbelasting. Hoe dit langs de hoofdlijnen van het rapport van de commissie Oort gerealiseerd kan worden zal de regering dit najaar aan U voorleggen. Naast het algemeen sociaal-economisch beleid blijven bijzondere inspanningen nodig om achterstandposities van groepen burgers weg te werken. Op het terrein van de emancipatie zal door de instelling van een ministeriële commissie het wegnemen van ongerechtvaardigde verschillen in behandeling tussen vrouwen en mannen meer systematisch aan de orde komen. De bevordering van economische zelfstandigheid vooral voor de jongere generatie zal daarbij een centrale plaats blijven innemen. Waar wij zoveel spreken over solidariteit met andere volkeren, dienen wij ook in eigen land achterstanden van minderheden weg te werken. Ook hier zal een accent moeten liggen op de jongere generatie. Deze zal zich in onze samenleving moeten kunnen ontplooien. Dat betekent scholing, maar ook de bereidheid hen in dienst te willen nemen. De cijfers — en wij kunnen nu eenmaal niet zonder — mogen ons niet doen vergeten, dat het gaat om de mens en zijn welzijn. Daarop is het geheel van inspanningen gericht. Wat daar bereikt wordt is uiteindelijk de toetssteen van het beleid. Het duurzaam waarborgen en verbeteren van de kwaliteit van de samenleving vereist inzet en zorgvuldigheid. Dat geldt ook voor de inrichting en het behoud van de kwaliteit van ons land. Een globaal toekomstbeeld van de ruimtelijke inrichting zal in de vierde nota ruimtelijke ordening worden neergelegd. De ernst van een aantal milieuproblemen noopt tot ingrijpende maatregelen. Voor natuur– en landschapsbehoud is belangrijk dat voortzetting van het huidige beleid is veilig gesteld. Voor bodemsanering is meer geld uitgetrokken. Voorts zal — indien de Europese Commissie dit toestaat — een milieutoeslag in het kader van de wet investeringsrekening in aangepaste vorm worden voortgezet. De stads– en dorpsvernieuwing gaan door. In de volkshuisvesting zal er bij een dalend nieuwbouwprogramma vergrote aandacht zijn voor de instandhouding en verbetering van de woningvoorraad. Voldoende huisvesting, ook voor de lagere inkomensgroepen, blijft daarbij de inzet. De trendmatige huurverhoging is teruggebracht tot 2%. Op 4 oktober zal een hoogtepunt worden bereikt in de afronding van de Deltawerken. De Oosterschelde-stormvloedkering zal dan officieel in gebruik worden gesteld. De veiligheid van Zeeland is menselijkerwijs gewaarborgd. Voor de Noordzee zal één kustwachtorganisatie worden ingesteld, waarin de meest betrokken departementen zullen samenwerken. Om de knelpunten op de rijkswegen versneld aan te kunnen pakken wordt aan het Rijkswegenfonds 100 miljoen gulden per jaar toegevoegd. Deze bedragen worden gefinancierd uit de verhoging van de accijns op benzine. De verbetering van de verkeersveiligheid wordt planmatig voortgezet om zo te komen tot een vermindering van het aantal verkeersslachtoffers met 25% in het jaar 2000. De snelle ontwikkeling op technologisch gebied vergroot de noodzaak voor bedrijven en onderzoekinstellingen om hun krachten te bundelen. Daarom vindt ook vanuit de overheid een intensivering plaats van het technologiebeleid. Dit gebeurt zowel door herschikking van middelen als door reorganisatie van de uitvoering van het beleid, waarbij het op te richten technologie-instituut een belangrijke impuls zal geven. De regering wil de tijd nemen om zich te bezinnen op de situatie die door het ongeluk in Tsjernobyl op het terrein van de kernenergie is ontstaan. Het is van belang spoedig te komen tot een betere organisatie van de elektriciteitsproduktie; hiertoe is een voorstel van wet ingediend. De regering is zich bewust van de grote verandering die zich de komende jaren zal voltrekken in de leeftijdsopbouw van de bevolking. Er komen meer bejaarden en vooral meer hoogbejaarden. Die veranderingen zullen extra inspanningen vergen, zowel op financieel terrein als ten aanzien van de solidariteit tussen burgers onderling. Mensen, die niet of niet gemakkelijk voor zichzelf kunnen zorgen hebben er recht op dat zij kunnen blijven terugvallen op redelijke voorzieningen. Dit feit, te zamen met het thans opnieuw ontzien van de uitkeringen aan oorlogs– en verzetsslachtoffers en het op peil houden van de uitgaven ten behoeve van de kunst, dwong — gegeven de noodzakelijke bezuinigingen op het gebied van welzijn en cultuur — intussen wel tot het voorstel een relatief zware ingreep te doen in het sociaal-cultureel werk. Om tot zorgvuldige beheersing van de kosten in de gezondheidszorg te komen is een onafhankelijke commissie ingesteld. Een onderwijs– en onderzoeksbestel van hoge kwaliteit kan in een moderne samenleving niet worden gemist. De noodzakelijke ombuigingen zijn daarom zo gekozen dat zij erop gericht zijn de doelmatigheid te vergroten teneinde de kwaliteit en de wezenlijke taken van het onderwijs onverlet te laten. Tegelijk gaat grote aandacht uit naar versterking van het beroepsgerichte onderwijs en naar het fundamenteel onderzoek. De vorming van sectorscholen in het middelbaar beroepsonderwijs en extra investeringen in moderne apparatuur voor het onderwijs en onderzoek maken deel uit van die versterking. De kwaliteit in het hoger onderwijs kan bevorderd worden door versterking van de vooropleiding in het voortgezet onderwijs. Daarom zal het examenpakket in het HAVO en het VWO worden verbreed en zal de vakkenkeuze worden verbeterd. De studie– en beroepskeuze van meisjes krijgt daarbij een extra stimulans. In het hoger onderwijs zullen in enkele sectoren de opleidingen geconcentreerd worden om het evenwicht met de maatschappelijke behoeften te bewaren. Zo kan bovendien het hoogwaardig onderzoek op peil blijven. Het is een voorrecht te leven in een land dat zich een rechtsstaat mag noemen. Het vertrouwen van de burger daarin moet behouden blijven. Daarom zal aan het voorkomen en bestrijden van misdaad veel aandacht worden gegeven. De uitvoering van het plan “Samenleving en Criminaliteit” wordt dan ook voortgezet. Hulpverlening aan slachtoffers van misdrijven dient daarnaast te worden bevorderd. Een goede en snelle rechtsgang is in een rechtsstaat onmisbaar. Onverminderd zal er daarom naar worden gestreefd de rechterlijke macht in staat te stellen haar taak naar behoren te vervullen. Uitbreiding van de capaciteit in het gevangeniswezen moet het mogelijk maken dat rechterlijke bevelen snel ten uitvoer worden gelegd. Doeltreffende criminaliteitsbestrijding vergt nauwere samenwerking tussen de verschillende politiekorpsen. Daarnaast zal de integratie van de politie-opleidingen voortgaan. Om het tij van de toenemende criminaliteit te keren wordt van een ieder een grote inspanning verwacht, ook van de samenleving zelf. Bij de gemeenten gaat het met name om de uitvoering van de programma’s ter bestrijding van de criminaliteit. In het binnenlands bestuur blijft de regering zich richten op vergroting van de beleidsvrijheid van lagere overheden. De regering hoopt op korte termijn bestuursakkoorden te kunnen afsluiten. Nadere voorstellen tot gemeentelijke herindeling zullen zo snel mogelijk gedaan worden, opdat onzekere situaties voor betrokken lagere overheden niet langer dan strikt noodzakelijk duren. Het voorstel tot algehele herziening van de Kieswet zal u in de tweede helft van 1987 worden aangeboden. Teneinde stap voor stap vorm te geven aan een kleinere maar beter functionerende Rijksdienst wordt in 1987 voortgegaan met vermindering van het personeel met 2% in een aantal dienstonderdelen. Dit zal nu echter ook gaan gelden voor het burgerpersoneel van Defensie en het Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds. Daarenboven zal een algemene efficiency-korting van 1% gelden. Daar waar de vermindering niet geheel door natuurlijk verloop kan worden opgevangen, wordt herplaatsing bevorderd. Bij de beoordeling van de ontwikkeling op langere termijn van de omvang van de Rijksdienst moet er op gewezen worden dat bij de verminderingen over een breed front soms ook uitbreidingen onvermijdelijk zijn. Bovendien betekent de voortgezette inspanning met betrekking tot de verdeling van het werk, waarover met de bonden voor de komende jaren nog afspraken gemaakt moeten worden, dat herbezetting en uitbreiding het effect van de afslanking ten dele zullen compenseren. Leden van de Staten-Generaal, De begroting die vandaag wordt ingediend en het overzicht van beleidsvoornemens dat u wordt aangeboden, maken duidelijk voor welke zware opgave regering en volksvertegenwoordiging samen staan. Vele eigentijdse problemen vragen om een in gemeen overleg te bepalen krachtdadige aanpak. Daarbij kan de politiek het zeker niet alleen. De politiek kan wel de verdraagzaamheid, die Erasmus al zo vurig bepleitte, levend houden. Op u, volksvertegenwoordigers, rust een zware verantwoordelijkheid bij de vele taken die u zijn toevertrouwd. Van harte wens ik u toe, dat Gods zegen op uw werk rust.

 

1985

Op dinsdag 17 september, Prinsjesdag 1985, sprak Hare Majesteit de Koningin de onderstaande troonrede uit.

 

Troonrede 1985

Troonrede Leden van de Staten-Generaal, De gunstige wending, die onze economie vorig jaar heeft genomen, is markant. Eindelijk, na vele jaren van teruggang, groeit de werkgelegenheid in de bedrijven weer; ook bieden deeltijdbanen, algemene arbeidstijdverkorting en de verschillende jeugdplannen steeds meer kansen op werk. Zo zullen er dit jaar, naar verwachting, 65000 mensen meer aan het werk zijn. Deze keer ten goede sterkt de regering in haar overtuiging dat het gevoerde beleid voortgezet moet worden; een beleid, gericht op groei en verdelen van arbeid zodanig, dat werk voor meer mensen hand in hand gaat met een veerkrachtiger economie. Voor dat beleid zijn zware offers gebracht. Vele arbeidsongeschikten en anderen die, eenmaal werkloos, niet meer aan de slag kwamen, hebben wel de lasten moeten dragen maar niet de vruchten kunnen plukken. De regering beseft dat dit wrang is. Tegelijkertijd moet vastgesteld worden dat er zonder dit beleid nu veel meer werklozen zouden zijn, terwijl het niveau van de uitkeringen bij gebrek aan economisch draagvlak bedreigd zou worden door verdere uitholling. De regering wil allerminst pretenderen, dat uitsluitend haar beleid tot verbetering heeft geleid. In feite worden nu ook de resultaten zichtbaar van wat in 1982 in de Stichting van de Arbeid tussen werknemers en werkgevers is afgesproken inzake rendementsherstel en herverdeling van arbeid. De sindsdien aan sociale partners gelaten vrijheid, heeft sterk bijgedragen tot het herstel en de mogelijkheid profijt te trekken van de verbetering in de wereldeconomie. Voor de overheid was één van de klemmende problemen het voortdurend groeiend tekort en de verleiding schulden op de toekomst af te wentelen. De toenemende rentelasten, voortvloeiend uit gemaakte schulden, dreigden steeds minder ruimte te laten voor nuttige uitgaven. Dit kon zo niet doorgaan. Daarom is de overheid veel soberder in het doen van uitgaven geworden. Ondanks de alsmaar toegenomen rentelasten is het tekort sinds 1983 jaar op jaar verminderd. Volgend jaar zal dat opnieuw gebeuren. Dit beleid, gericht op vermindering van het tekort, moet nog een aantal jaren worden volgehouden. De matiging van arbeidskosten heeft bijgedragen tot het onder de knie krijgen van de geldontwaarding. In verband daarmee wordt voorgesteld de algemene huurverhoging te beperken tot twee procent, terwijl de verwachte ontwikkeling van de energieprijzen toestaat dat ook de prijs voor aardgas minder sterk stijgt. De versterking van de positie van het bedrijfsleven heeft het vertrouwen in onze economie helpen herstellen. Gelukkig is ook hier, vooral dankzij de arbeidskostenmatiging, veel bereikt. Daar komt nu geleidelijk de rentedaling bij. Nu ook de binnenlandse afzet duidelijk gaat groeien, kunnen meer sectoren van ons bedrijfsleven delen in het herstel van rendement. Vooral het midden– en kleinbedrijf zal hier baat bij hebben. Geleidelijk aan moeten de overheidsactiviteiten weer mede gedragen worden door een sterk bedrijfsleven in plaats van dat het bedrijfsleven steeds meer rust op een subsidiërende overheid, die daarvoor schulden maakt. Gegeven de verbeterde positie van het bedrijfsleven en gelet op de noodzaak van een voortgaande vermindering van het financieringstekort, wordt in 1986 slechts in geringe mate geld uitgetrokken voor verdere lastenverlichting. Meer doen dan thans wordt voorgesteld zou niet verantwoord zijn. Wel zullen veranderingen plaats vinden. De premie voor de kinderbijslag die door bedrijven en zelfstandigen betaald wordt, zal omlaag kunnen bij aanvaarding van het nieuwe stelsel van studiefinanciering. Anderzijds zal worden voorgesteld premies krachtens de wet op de investeringsrekening alleen nog maar te geven aan burgers of bedrijven die belasting betalen. Voor enkele specifieke problemen in het midden — en kleinbedrijf en de zeescheepvaart wordt een oplossing gezocht. Administratieve verplichtingen vormen een last voor het bedrijfsleven. Daarom zal de regering op korte termijn beslissingen nemen over concrete voorstellen die haar gedaan zijn. Er is ook een vraagstuk van de juiste maat bij regelgeving in de agrarische sector, gelet op de verzadiging van de internationale markt en de grenzen in verband met bodemvruchtbaarheid en natuur. Op velerlei terrein komen vernieuwingen op gang. Zo kunnen informatica, automatisering en telecommunicatie ten bate van de samenleving ontwikkeld worden. Daartoe is nodig een gemeenschappelijke krachtsinspanning van de overheid en de betrokken maatschappelijke sectoren. Bij enkele belangrijke activiteiten, zoals in het kader van het informatica-stimuleringsplan, wordt reeds succes geboekt; maar er is aan onderzoek en ontwikkeling nog veel te doen. Ofschoon weer enige economische groei wordt bereikt, moet met het besteden van die groei ter wille van de werkgelegenheid buitengewoon voorzichtig worden omgegaan. Dat betekent voor de koopkracht nog steeds pas op de plaats, om het concurrentievermogen van de bedrijven verder te versterken, om de overheid tot een goede, maar ook betaalbare, dienstverlening in staat te stellen en om herverdeling van het werk te bekostigen. Naast volledige inflatiecorrectie is er nog geen ruimte voor belastingverlaging. Daarvoor is het tekort van de overheid nog te groot. Bovendien zullen de komende jaren de inkomsten uit aardgas fors dalen. Wel kunnen bij het herstel van de economie, waardoor meer mensen de premielast voor de sociale zekerheid opbrengen, alsmede door ombuigingen in de sociale zekerheid, de premies lager worden vastgesteld. Dit betekent een ondersteuning van de koopkracht. Bij alle discussies over koopkrachtverbetering van verschillende groepen van burgers, waarbij het soms gaat om halve procenten, is het goed erop te wijzen, dat met name bij verlies van werk het grootste koopkrachtverlies optreedt. Het kan daarbij gaan om tientallen procenten. Daarom is het zo belangrijk, ook voor hen die geen werk hebben, dat werkenden door matiging bijdragen aan behoud van koopkracht en kans op werk. In aansluiting op wat in en met de Stichting van de Arbeid is afgesproken, zullen in het overleg met de sociale partners twee onderwerpen bijzondere aandacht moeten krijgen. Allereerst zijn er knelpunten in de arbeidsmarkt, daar waar het tekort aan mensen met bepaalde opleidingen en vakkennis verdere groei en verdeling van werk in de weg staat.Daarnaast is bijzondere aandacht nodig voor de langdurig werklozen. Juist nu zovelen die een baan zoeken weer perspectief krijgen, kunnen wij er nog minder in berusten dat honderdduizenden langdurig werkloos zijn en dat zoveel jongeren zich zouden instellen op blijvende werkloosheid en daaraan gewend raken. De regering zal ook meer aandacht geven aan het vraagstuk dat de burger door het totaal aan belastingen, premies en subsidies soms vrijwel niets overhoudt van een extra verdiende gulden.Bij alle inspanningen ten gunste van werkgelegenheid, welvaart en lagere overheids tekorten moet ook antwoord gegeven worden op structurele veranderingen in de samenleving. Voorzieningen moeten aangepast worden aan gewijzigde omstandigheden en inzichten. Naast de vergrijzing zijn in dit verband van belang de behoefte aan individualisering, emancipatie en grotere eigen verantwoordelijkheid, alsmede de noodzaak van meer solidariteit tussen burgers en minder afwenteling op de overheid. Hopelijk wordt het “Beleidsplan Emancipatie” spoedig behandeld.De stelselherzieningen met betrekking tot sociale zekerheid, ziektekostenverzekering en studiefinanciering, zijn grondige aanpassingen van enige decennia oude regelingen en voorzieningen aan gewijzigde maatschappelijke verhoudingen en inzichten van nu. De rede-geving van deze voorstellen is dus niet allereerst bezuinigen; wel beogen ze de kosten te beheersen en te voorkomen dat deze in toenemende mate op de overheid worden afgewenteld. Hoofdzaak is evenwel een grondige vernieuwing. Dit is hard nodig, want zonder aanpassingen zou stilstand tot onrecht leiden.De regering hecht aan een snelle behandeling van deze voorstellen met het oog op duidelijkheid en werkelijk uitzicht op sociale zekerheid. Aanpassing aan nieuwe tijden is evenzeer aan de orde in de volksgezondheid. Al is er nog veel aan kostenbeheersing te doen, de wijze waarop men bijvoorbeeld bij de budgettering de eigen verantwoordelijkheid beleeft, verdient waardering. De moderne geneeskunde stelt ons voor indringende problemen rond het nieuwe leven en de dood. Beide zijn voor een samenleving die menselijke waarden respecteert en gekenmerkt wil worden door eerbied voor het leven, van uitzonderlijk groot belang. Met behoud van ieders eigen verantwoordelijkheid kan onze rechtsstaat niet heen om vragen die zich hier opdringen. De regering is dankbaar voor het rapport van de staatscommissie — euthanasie en zal op korte termijn haar standpunt bepalen. Aanpassingen aan nieuwe tijden gelden ook voor het onderwijs– en onderzoekbestel, dat met de afronding van een omvangrijk wetgevingsprogram,een op de toekomst berekend fundament krijgt. Onderzoek, scholing en vorming versterken de kans op werk en de kwaliteit van de economie. Naast beroepsonderwijs en leerlingwezen zullen ook bijscholing en omscholing van volwassenen via overleg met de sociale partners een extra stimulans krijgen. Bijzondere aandacht blijft uitgaan naar leerlingen, die meer begeleiding nodig hebben om zich te ontplooien. Het speciaal onderwijs en het onderwijsvoorrangsbeleid vervullen daarin een centrale rol. Zo zullen kansarmen toch kansen krijgen. Aanpassingen zijn ook onvermijdelijk in het mediabeleid, met name met betrekking tot het omroepbestel. De regering rekent op een vruchtbare dialoog over de voorgestelde nieuwe mediawet. Toenemende criminaliteit en het gevoel van onveiligheid stellen ons voor grote problemen. De uitvoering van het beleidsplan “Samenleving en criminaliteit” zal in de komende jaren veel inspanningen vragen, maar als de overheid, ook de lokale overheid, en de samenleving in al haar geledingen goed samenwerken, moet het mogelijk zijn de misdaad weer terug te dringen. Voor aanpak van de criminaliteit — zeker als het gaat om de massaal voorkomende kleine criminaliteit — is strafrechtpleging alléén niet voldoende. Wel moeten zij die de strafrechtpleging toepassen over voldoende mankracht en middelen beschikken, met als sluitstuk voor de zwaardere vormen van misdaad een toereikende gevangeniscapaciteit. Als het gaat om de kwaliteit van onze samenleving, moeten wij allen de verdraagzaamheid jegens elkaar bevorderen en discriminatie in al haar vormen steeds bestrijden. De overheid mag er geen twijfel over laten bestaan dat alle burgers gelijke mogelijkheden moeten hebben. Dit uitgangspunt vindt zijn uitwerking op tal van terreinen. Onafhankelijk van de overheid, is het Landelijk Bureau Racismebestrijding aan het werk gegaan. Een ander voorbeeld is de poging van de regering zich uit te spreken over rechten en plichten van hen die in en buiten huwelijk samenleven. Vermelding verdient ook het feit, dat komend jaar voor het eerst niet-Nederlandse ingezetenen aan de gemeenteraadsverkiezingen deel zullen nemen. Een goede inrichting van ons land vraagt om voortdurende inspanning. Dat het mogelijk is gebleken het woningtekort verder te verminderen en dat zoveel gedaan kan worden aan stadsvernieuwing stemt tot dankbaarheid. Van belang is ook het eerste meerjarenprogramma openluchtrecreatie en toerisme. Bij de zorg voor het milieu zullen problemen als zure regen, het mestoverschot en het kanaliseren van afvalstromen veel aandacht blijven vragen. Naast het beheer van ons land gebiedt het belang van onze cultuur, bij ombuigingen kunsten, musea en monumentenzorg bewust te ontzien. In 1986 zal de stormvloedkering in de Oosterschelde gereed komen, hetgeen een historisch moment zal zijn in de strijd tegen overstromingsrampen. Het streven is in 1990 de Deltawerken geheel gereed te hebben. In de rij der provincies schaart zich een twaalfde: Flevoland, met een eigen bestuur. In het kader van de reorganisatie van de rijksdienst wordt het aantal adviescommissies drastisch verminderd. Dat enkele structurele veranderingen tijd vergen, spreekt voor zichzelf. Immers, deregulering, decentralisering en privatisering, behoren niet direct tot de traditionele departementale cultuur. Toch is reeds voortgang gemaakt; deze wordt dit jaar bij de begroting per ministerie aangegeven. Voor het eerst sedert tientallen jaren vermindert gedurende een kabinetsperiode het arbeidsvolume bij de overheid. Desondanks kunnen ook bij de rijksoverheid meer mensen aan het werk, dankzij de doorm gevoerde arbeidsduurverkorting, deeltijdarbeid en het jeugdwerkplan. De structuur van het Koninkrijk zal met in gang van 1 januari 1986 een belangrijke wijziging ondergaan. Aruba wordt dan, op weg naar voorgenomen onafhankelijkheid, een afzonderlijk land, naast Nederland en de Nederlandse Antillen. Vanaf 1 januari 1986 zal Nederland voor zes maanden het voorzitterschap van de Europese Gemeenschap bekleden. De problemen van interne markt en vrijhandel, het Europa der technologie, het gemeenschappelijk landbouwbeleid en de milieuproblematiek, zullen dan eens te meer inspanningen vragen. Dat geldt ook heel bijzonder voor betere besluitvorming in Europa. De situatie in de ontwikkelingslanden is niet uitzichtloos maar vraagt wel om verdere inspanningen op een breed terrein. Nederland wil daarbij, ook met betrekking tot hulp, in de voorhoede blijven. Daarom is een aantal vèrstrekkende besluiten genomen om veilig te stellen, dat anderhalf procent van het netto nationaal inkomen jaarlijks daadwerkelijk en structureel beschikbaar zal zijn en om de reeds jaren slepende stuwmeerproblematiek tot een oplossing te brengen. Als gevolg daarvan wordt in 1986 de begroting voor ontwikkelingssamenwerking duidelijk verhoogd. De situatie in Zuid-Afrika vervult de regering met diepe zorg. De Nederlandse regering veroordeelt de apartheidspolitiek van de regering van Zuid-Afrika als een ontkenning van de fundamentele gelijkwaardigheid van mensen. In het besef, dat allen in Zuid-Afrika zelf tot constructieve besprekingen moeten komen over hun gezamenlijke toekomst, tracht de regering te zamen met de Europese partners waar mogelijk een bijdrage te leveren aan het zo noodzakelijke veranderingsproces. Het vraagstuk van vrede en veiligheid zal ook het komende parlementaire jaar aller aandacht vragen. De omvang van de reeds aanwezige bewapening blijft een beroep op beperkingen inhouden, zeker nu de technologische ontwikkeling ons voor nieuwe vraagstukken stelt. Met betrekking tot de eventuele plaatsing van kruisvluchtwapens in Nederland heeft ons land vorig jaar het 1 juni-besluit genomen. Dat besluit was en is erop gericht een ommekeer in de wapenwedloop te bereiken. Het bevatte de uitnodiging aan de Soviet-Unie zich met betrekking tot het aantal geplaatste SS 20-systemen te beperken tot ten hoogste 378 — zoveel stonden er toen — dan wel het aantal voor 1 november 1985 weer teruggebracht te hebben. Met dit besluit, dat Uw steun heeft gekregen, is het voor de Sovjet-Unie duidelijk geworden waar, en waar alleen, de mogelijkheid ligt Nederland alsnog van plaatsing te doen afzien en veertig jaar na de tweede wereldoorlog een mede voor de Sovjet-Unie gunstige wending in de wapenwedloop te bewerkstelligen. In aansluiting hierop zal op 1 november aanstaande bepaald worden of met de Verenigde Staten een overeenkomst moet worden gesloten over de plaatsing van kruisvluchtwapens op Nederlands grondgebied. In samenhang daarmee zullen tevens de nucleaire taken, zoals die door onze krijgsmacht worden vervuld, nader in beschouwing worden genomen. De regering beseft dat over de mogelijke plaatsing van kruisvluchtwapens in onze samenleving sterk verschillend wordt gedacht. Bij alle verschil in standpunten zijn diepe betrokkenheid bij en ernstige zorg over vrede en veiligheid in de wereld evenals de taak van ons land in dat verband, een gemeenschappelijk element. Het onderwerp verdient in een democratie grondige discussie met respect voor ieders diepgevoelde overtuiging; respect ook voor de verschillende verantwoordelijkheden, waarvoor ieder is gesteld; respect tenslotte voor democratische besluitvorming. Leden van de Staten-Generaal, De regering wil U dank zeggen voor het gemeen overleg. Aan U volksvertegenwoordigers, zijn veel taken en zorgen toevertrouwd. Van harte wens ik U toe, dat Gods zegen op Uw werk rust.

 

1984

Op dinsdag 18 september, Prinsjesdag 1984, sprak Hare Majesteit de Koningin de onderstaande troonrede uit.

 

Troonrede 1984

Troonrede Troonrede 1984 Leden der Staten-Generaal, In de regeringsverklaring heeft het kabinet twee jaar geleden een beleid uiteengezet om te komen tot behoud van welvaart en tot herstel van werkgelegenheid. Dat beleid is aangeduid als het driesporenbeleid: een overheid die minder schulden maakt: een krachtig bedrijfsleven dat voor meer werk kan gaan zorgen: een samenleving waarin werk zo georganiseerd wordt, dat ieder weer de kans krijgt zich daarin te ontplooien. Uit de begroting die U vandaag wordt voorgelegd, blijkt dat de offers die worden gebracht, niet voor niets zijn. De werkgelegenheid neemt eindelijk weer toe; het tekort van de overheid daalt. De collectieve uitgaven waren in het verleden veel te sterk gestegen. Dat heeft geleid tot te hoge tekorten en tot te hoge belastingen en sociale premies. Nu loopt, ondanks de nog steeds stijgende rentelasten, het aandeel van de collectieve uitgaven in het nationaal inkomen langzaam maar zeker terug. Het wordt daardoor mogelijk om — voor het eerst sinds vele jaren af te zien van belastingverhoging. Tevens wordt gewerkt aan een rechtvaardiger verdeling van de belastingdruk. Dat gebeurt door middel van de zogenaamde tweeverdienersmaatregel, die rekening houdt met de feitelijke draagkracht. Deze maatregel wordt gecombineerd met een verlaging in de loon– en inkomstenbelasting. De sociale premies zullen volgend jaar dalen voor burgers en voor bedrijven. Op die wijze wordt ook een forse lastenverlichting voor het bedrijfsleven bereikt, hetgeen kan leiden tot lagere arbeidskosten en tot meer werk. De ontwikkeling van de arbeidskosten in het bedrijfsleven blijft uiteraard in de eerste plaats de verantwoordeiijkheid van werknemers en werkgevers. Die sluiten immers met elkaar collectieve arbeidsovereenkomsten. Wel maakt de begroting het mogelijk verantwoorde cao’s aan te gaan. Dankzij de zeer geringe prijsstijging kan worden bereikt dat nict de prijscompensatie, maar lagere belastingen en premies, bij gelijkblijvende bruto-salarissen, voor behoud van koopkracht zorgen. Zo worden voorwaarden geschapen om verder te gaan met versterking van de positie van het bedrijfsleven en inschakeling van meer mensen in het arbeidsproces. Ook de voorwaarden waaronder de zelfstandigen zich een inkomen verwerven, worden stap voor stap verbeterd. De agrarische sector maakt, na jaren van expansie, een moeilijke periode door. Pijnlijke aanpassingen om overproduktie te vermijden zijn nodig. De aparte plaats die de landbouw in het pakket van de lastenverlichtingen heeft gekregen, is ook bedoeld om de gevolgen van dit aanpassingsproces te verzachten. De elkaar snel opvolgende technologische vernieuwingen en de veranderingen in de internationale produktiestructuur, vragen –om grote inspanning op het gebied van de ontwikkeling van wetenschap en technologie. Zij stellen ook hoge eisen aan het aanpassingsvermogen van de bedrijven en aan hen die daarin werken. Zo komt nieuw en ander werk in de plaats van hetgeen verdwijnt, Meer en meer dienen het onderwijs en het wetenschappelijk onderzoek dit te ondersteunen; vandaar ook de versterkte inspanning op het gebied van de informatie-technologie. Alleen een op vernieuwing gericht bedrijfsleven met concurrerende arbeidskosten kan het ons mogelijk maken onze welvaart in stand te houden. Daarenboven zijn herverdeling van werk en arbeidsduurverkorting onmisbaar. Dit is een moeilijk proces van passen en meten, dat in de organisatie per bedrijfstak, of zelfs per onderneming, moet gebeuren. Het is moeilijk omdat arbeidsduurverkorting en herverdeling van werk niet tot minder maar tot meer produktie moeten leiden. Dat kan alleen als het band in hand gaat met andere werkroosters, flexibele werktijden, langere bedrijfstijden. Hier ligt een zware opdracht voor werkgevers en werknemers, en dus evenzeer voor de overheid als grootste werkgever. Deze inspanning moet samengaan met een forse aanpak van de jeugdwerkloosheid. Het is daarom verheugend dat de centrale organisaties van werknemers en werkgevers, verenigd in de Stichting van de Arbeid, overeenstemming hebben bereikt over aanbevelingen om de jeugdwerkloosheid nu massaal aan te pakken. Evenzo heeft het akkoord tussen kabinet, sociale partners en onderwijsorganisaties over de gezamenlijke verantwoordeiijkheid voor het beroepsgerichte onderwijs, tot een doorbraak geleid. Het leerlingstelsel ten behoeve van het bedrijfsleven zal met 40.000 plaatsen worden uitgebreid. Zo zullen jongeren, goed opgeleid en vakbekwaam, het bedrijfsleven komen versterken. Ook bij de overheid zullen zij voortaan in zogenaamde groeibanen aangenomen worden. Dat betekent dat volgend jaar 15.000 jongeren meer bij de overheid aan het werk kunnen gaan. Bedrijfsleven en overheid zullen op deze wijze samen zorg dragen voor een aanzieniijke verbetering van de positie van de schoolverlaters. Daartnaast heeft de overheid een bijzondere verantwoordelijkheid voor langdurig werklozen. Met name jongeren die reeds meer dan twee jaar werkloos zijn zuiien door middel van het zogenaamde “START”-plan een nieuwe kans krijgen. 1985 is door de Verenigde Naties uitgeroepen tot het jaar voor de jeugd. Waar het vooral om gaat is wat er door de jeugd kan gebeuren. De schoolverlaters van de jaren tachtig; tweeëneenhalf miljoen jongens en meisjes, zullen straks het hart moeten uitmaken van de werkende generatie. Voor die immense opgave staan wij samen. Ondanks de noodzaak het uitgavenniveau in de sociale zekerheid te beheersen kan de koopkracht van de sociale minima gelukkig gehandhaafd blijven, door de geringe prijsstijging en de verlaging van belastingen en sociale premies. Wel zulen de boven-minimale uitkeringen teruggebracht worden tot 70% van het bruto-loon. Waar van hen die voor lange tijd op een uitkering aangewezen, zijn dit offer gevraagd wordt, is het redelijk ook te komen tot bezuinigingen bij de kort lopende uitkeringen. Daarom worden aanpassingen voorgesteld in de ziektewet. Deze verlagingen zullen niet gelden voor mensen die slechts het minimumloon verdienen en daarvan ook anderen moeten onderhouden. Door deze maatregelen te nemen voor de bovenminimale uitkeringen worden algemene kortingen, die onvermijdelijk ook weer de minimuminkomens zouden treffen, voorkomen. De verantwoordelijkheid voor het eventueel aanvullen van het ziekengeld boven het verlaagd wettelijk niveau, ligt bij de sociale partners, werknemers en werkgevers, zelf. Toch zal een tijdelijke voorziening voorgesteld worden, die moet voorkomen dat hogere bovenwettelijke lasten automatisch op de werkgevers afgewenteld worden. Deze zal echter slechts gelden wanneer en zolang er na de lopende collectieve arbeidsovereenkomsten nog geen nieuwe overeenkomst is. De gelijke behandeling van mannen en vrouwen noodzaakt evenzeer tot een ingrijpende aanpassing van onze sociale zekerheid. Dat betekent onder meer dat straks mannen en vrouwen elk een AOW-uitkering ontvangen. Een gezinstoeslagenwet zal worden ingediend om te voorkomen dat gehuwden, of samenwonenden, die van één uitkering moeten leven, onder het voor hen geldende, sociale minimum komen. Op deze wijze word zowel tegemoet gekomen aan de noodzaak van gelijke behandeling van mannen en vrouwen, als aan eisen van rechtvaardigheid en draagkracht. Dit jaar zullen ook voorstellen ingediend worden om ons stelsel van ziektekostenverzekering te vereenvoudigen en daarbinnen de solidariteit tussen groepen met een verschillend ziekterisico beter te regelen. Zo worden de contouren zichtbaar van een sociaal verzekeringsstelsel dat weer houdbaar zal zijn. Terwille van de beteugeling van de overheidsuitgaven en het op peil houden van de werkgelegenheid, zal ook volgend jaar van hen die werkzaam zijn in de collectieve sector, een bijdrage moeten worden gevraagd. Daarbij wordt er naar gestreefd nieuwe bruto-kortingen op de salarissen te voorkomen. Met de centrales van overheidspersoneel kon overeenstemming worden bereikt over een geschillenregeling. Ook worden voorstellen tot herziening van het overlegstelsel voorbereid. De regering hoopt U binnenkort een wetsvoorstel tot regeling van het stakingsrecht van ambtenaren voor te leggen. De overheid heeft de plicht zorgvuldig om te gaan met de haar toevertrouwde middelen. Ook is kritische toetsing van omvang en werking van het overheidsapparaat nodig. Het komt er daarbij op aan, dat regering en volksvertegenwoordiging taken en verantwoordelijkheden aan lagere overheden overdragen, dan wel deze aan de samenleving overlaten en eigen nieuwe taken slechts in zelfbeperking aanvaarden. Omvangrijke programma’s van nieuwbouw, woningverbetering en stadsvernieuwing worden, ondanks de zware budgettaire lasten, tot stand gebracht. Deze programma’s profiteren weliswaar van een gunstiger ontwikkeling van de bouwkosten, maar helaas raakt de hoge rentestand het nog niet mogelijk over te schakelen naar minder huurverhoging. Zelfs bij stijgende huren nemen de overheidsuitgaven voor de volkshuisvesting nog steeds aanzienlijk toe. Ook bij de bescherming en de verbetering van ons milieu gaat de overheid tot de grens van haar financiële kunnen. Dat is noodzakelijk opdat meer mensen ook in de toekomst in een schoner milieu kunnen leven. De verantwoordelijkheid van de overheid voor welzijn en volksgezondheid wordt deze jaren herijkt. Het kabinet is bezig met een herwaarderen van onze verzorgingsstaat. Bij de gezondheidszorg en de maatschappelijke dienstverlening gaat het er allereerst om deze zo in te richten dat er minder druk ontstaat op ziekenhuizen, verpleeghuizen en bejaardenoorden. De zorg op maat, dicht bij huis, moet daarom voorrang krijgen: dan zal er ook minder behoefte zijn aan steeds meer en kostbaarder medische voorzieningen. Burger en samenleving zullen meer ruimte krijgen om — ook via hun gemeente en provincie — invloed uit te oefenen op de aangeboden welzijnsvoorzieningen en weer zelf een grotere eigen verantwoordelijkheid te dragen. Daarop zijn de te behandelen wetsontwerpen gericht. De laatste jaren zijn met betrekking tot andere overheidstaken grote zorgen naar voren gekomen. Het gaat daarbij met name om de veiligheid van de burger en het functioneren van de rechtsstaat. De criminaliteit moet worden teruggedrongen. Daarvoor zijn nodig een goed toegeruste politie en rechterlijke macht, en voldoende mogelijkheden om straffen ten uitvoer te leggen. De capaciteit van het gevangeniswezen zal worden uitgebreid. Bij alles wat de overheid doet om de veiligheid van de burger te vergroten en diens vertrouwen in de rechtsorde te behouden, ontkomt zij niet aan het stellen van prioriteiten. Het behoud en de verbetering van de rechtsstaat vergen, naast duidelijker en scherper optreden tegen criminaliteit en vandalisme, goede wetgeving. De ware vrijheid luistert naar wetten. Maar dan moeten die wetten wel van wezeniijk belang zijn, niet onnodig ingewikkeld en in de praktijk te handhaven. In feite komt het er dus op neer, dat wij tegeiijk ons stelsel van wetten moeten toetsen op wat overbodig is — de zogenaamde deregulering — en, daar waar nodig, nieuwe wetten maken. Tevens dienen wij de naleving van de wet weer cen groter gewicht toe te kennen. Tot de zorgen om de rechtsstaat hoort vandaag helaas ook de zorg om uitingen van discriminatie naar herkomst, huidskleur of ras. Daar moeten wij ons duidelijk tegenover opstellen. Politie en Openbaar Ministerie zullen actief blijven optreden. Het terugdringen van achterstanden van minderheden krijgt het komend jaar een bijzonder accent door de indiening van het wetsontwerp tot het verlenen van kiesrecht aan niet-Nederlandse ingezetenen. Bij de inspanningen om in ons land inhoud te geven aan cen rechtvaardiger en veiliger wereld, wisselen licht en schaduw elkaar af; maar er is meer om dankbaar voor te zijn. Dat is een stimulans te meer onze internationale verplichtingen — ons samenleven en samenwerken met andere volkeren — goed in het oog te houden. Allereerst geldt dit binnen het Koninkrijk zelf, waar de regering haar volle medewerking zal blijven verlenen aan de uitwerking van de resultaten van de Rondetafelconferentie met de Nederlandse Antillen. Tezamen met de andere lid-staten van de Europese Gemeenschap werken wij aan een Europa dat geloofwaardig is voor zijn burgers. Aan dit streven zal ook de 40-jarige Benelux-samenwerking bijdragen. Het gaat om een Europa zonder grensbelemmeringen, met een echt vrij verkeer van personen, goederen en diensten; een Europa waarin ook de wil heerst nieuwe technologieën gezamenlijk te ontwikkelen en toe te passen. Slechts zo zal het kunnen komen tot een krachtige Gemeenschap, straks uitgebreid met Spanje en Portugal. Onder dreiging van toenemend protectionisme biijft de ontwikkeling van de wereldeconomie grote inspanning vragen. Met name de internationale schuldenproblematiek, verscherpt door de voortdurend hoge rente, is ontwrichtend voor een aantal landen. Hoewel er lichtpunten in de derde wereld te zien zijn, blijven armoede, honger en een groot gebrek aan werkgelegenheid, toch kenmerkend voor de situatie in tal van ontwikkelingslanden, vooral in die met de laagste inkomens. Wij zullen onze beste krachten en mogelijkheden blijven inzetten voor een duurzame oplossing. Daarom blijft de hulpinspanning anderhalf procent van het netto nationaal inkomen. Dit komt in de allereerste plaats ten goede aan de ontwikkelingslanden, maar levert op langere termijn ook een bijdrage aan onze eigen welvaart. Om de vrijheid te behouden en de vrede te bewaren blijft een geloofwaardige en samenhangende westelijke defensie onmisbaar. In de Defensienota is uiteengezet hoe onze krijgsmacht hieraan de komende tien jaar zal bijdragen. Tegeiijk dienen de pogingen van ons bondgenootschap om te komen tot wezenlijke ontspanning en beteugeling van de wapenwedloop, te worden voortgezet, zeker nu de verhoudingen tussen Oost en West zo kil zijn en vervuld van wantrouwen. Naast de wapenbeheersing zullen menselijke, culturele en economische contacten de ontspanning moeten bevorderen. Met het besluit inzake eventuele plaatsing van kruisvluchtwapens op Nederlands grondgebied, heeft het kabinet een uiterste poging willen doen om wapenbeheersing een kans te geven, zonder de solidariteit met bet bondgenootschap te beschadigen. Helaas zijn er tot nu toe geen aanwijzingen dat de Sovjet-Unie de verdere uitbreiding van haar SS 20-arsenalen zal staken, dan wel bereid is, naar de onderhandelingstafel terug te keren. Leden der Staten-Generaal, Langzaam maar zeker geraken wij met economie en werkgelegenheid uit het slop. Dat rechtvaardigt een voortgaan op de ingeslagen weg. De regering is daartoe vastbesloten. Van de kwaliteit van ons leven en werken kunnen wij iets goeds maken. Dat vraagt wel bijzondere inspanningen. Volgend jaar herdenken wij dat ons land veertig jaar geleden werd bevrijd. Dit is reden tot dankbaarheid, maar dat is niet genoeg. Laten wij ons vrede en vrijheid waardig tonen. Wij moeten oorlog voorkomen, maar vooral ook vrede inhoud geven in ons land en over de grenzen heen. Bij alle verschillen van inzicht is dit onze gezamenlijke opdracht. Daarbij zijn aan U, volksvertegenwoordigers, veel taken en zorgen toevertrouwd. Van harte wens ik U toe dat Gods zegen op Uw werk rust.

 

1983

Op dinsdag 20 september, Prinsjesdag 1983, sprak Hare Majesteit de Koningin de onderstaande troonrede uit.

 

Troonrede 1983

Troonrede Troonrede 1983 Leden der Staten-Generaal, Ons land wordt deze jaren zwaar op de proef gesteld. Velen verloren hun baan. Talrijke jongeren konden nog niet aan de slag komen. De steeds grotere financiële tekorten van de overheid konden dat niet verhelpen. Deze hebben slechts geleid tot steeds hogere rentelasten en daarmee weer tot grotere tekorten. Wetvaart en werkgelegenheid van land en burger werden steeds verder aangetast. De begroting die U vandaag wordt aangeboden en het beleid van de regering zijn dan ook allereerst gericht op het doorbreken van deze situatie. Ten behoeve van het herstel zijn aanpassingen nodig. Het kabinet is zich bewust dat sommige daarvan burgers en groepen van burgers zeer pijnlijk treffen door achteruitgang van inkomen, door grote veranderingen in werk– en leefomstandigheden, of door het ontstaan van onzekerheid. Toch wil het kabinet de noodzakelijke ingrepen niet uit de weg gaan. Er staat te veel op het spel. De ontwrichting van welvaart en werkgelegenheid, die de laatste jaren steeds ernstiger werd, moet een halt toegeroepen worden, pas dan kunnen wij samen aan herstel gaan werken. Herstel is mogeiijk. Daarom moeten wij nu doorzetten. Met elkaar kunnen wij de moeilijkheden overwinnen, opdat er weer zekerheid komt voor ouderen en kansen voor jongeren. Het verbeterend internationaal getij stelt ons juist nu in staat een keer ten goede te bewerkstelligen. De wijzigingen in de sociale zekerheid zijn erop gericht dit stelsel betaalbaar te houden. Om de pijn eerlijk te verdelen is gekozen voor deels een algemene vermindering, deels een bijzondere aanpassing van de hogere uitkeringen. Mede op grond van de adviezen van de Sociaal-Economische Raad en in samenspraak met U, Leden van de Staten-Generaal, zal de komende jaren een vernieuwd, rechtvaardig en betaalbaar stelsel van sociale zekerheid uitgewerkt moeten worden. De voorgestelde maatregelen maken het mogelijk de sociale premies te verlagen ten gunste van werkenden en uitkeringsgerechtigden. Op deze wijze kan het verlies aan koopkracht wat beperkt worden. Voor de werkenden is het daardoor gemakkelijker af te zien van de prijscompensatie en deze te bestemmen voor herverdeling van werk en voor de versterking van het bedrijf of de instelling, waar men werkt. Zo wordt de vorig najaar met werknemers en werkgevers afgesproken beleidslijn om het arbeidsvoorwaardenoverleg daarop te richten, versterkt. De enorme toevloed van jongeren en vrouwen op de arbeidsmarkt maakt de verdeling van het werk door deeltijdbanen en anderszins tot harde noodzaak. Dat is moeilijk, maar toch moeten wij het werk zo organiseren dat meer mensen kansen krijgen. Dat zijn wij elkaar verplicht. Inkomensoffers van ambtenaren en van hen die werkzaam zijn bij door de overheid gefinancierde instellingen, zijn mede noodzakelijk om de daar aanwezige werkgelegenheid zo goed mogelijk in stand te houden; tegelijk echter ook om via de herverdeling van de beschikbare werkgelegenheid meer burgers kans op werk en inkomen te geven. Het gaat daarbij om tienduizenden. De vandaag uitgebrachte werkgelegenheidsnota gaat in op het herstel van economie en werkgelegenheid, op de verdeling van het werk en op de mogelijkheden voor uitkeringsgerechtigden om zinvol werk buitenshuis te verrichten. Het bedrijfsleven, bestaande en nieuwe bedrijven, met allen die daarin werkzaam zijn, zullen weer het draagvlak moeten worden van groeiende werkgelegenheid en welvaart. Daartoe moeten wij het overheidstekort en de druk van belastingen en premies verminderen. Hiertoe wordt nu een forse aanzet gegeven. Het financieringstekort gaat, zij het bescheiden, dalen. De sociale premiedruk daait aanzienlijk. Ondanks belastingmaatregelen stijgt de totale belastingdruk in de samenleving niet. Zelfs bij de krappe kas van de overheid heeft de regering toch een lastenverlichting voor het bedrijfsleven voorgesteld; voor bedrijven en zelfstandigen. De regering dient vandaag soberder begrotingen in. Om echter te voorkomen dat bij de stijgende rentelast en de scherp gestegen kosten van de werkloosheid ten laste van de rijksbegroting, de overheidstaken te sterk ingekrompen worden, moeten belastingmaatregelen genomen worden. Deze verzwaringen staan dus tegenover verlichtingen. De belastingmaatregelen zijn zo gekozen dat zij duidelijk het zwaarst drukken op de burgers met de hogere inkomens. Op deze wijze worden de lasten van de hogere werkloosheid en de bedragen gemoeid met de lastenverlichting voor het bedrijfsleven naar draagkracht verdeeld, en komt ook volgend jaar geld beschikbaar voor een bijzondere uitkering aan hen die van het minimum rond moeten komen. Bij het herstel van de werkgelegenheid kan het niet alleen gaan om lastenverlichting en beheersing van kosten. Daarom heeft het kabinet ook een begin gemaakt met de vereenvoudiging van de regelgeving in ons land. Deze taakstelling heeft niet alleen betekenis voor de economie. Burgers en bedrijven hebben recht op een overheid die sober is in haar regelgeving. Strikt waar het moet, maar niet alomvattend en bureaucratisch. Een overheid die zich onthoudt van wat door anderen minstens zo goed gedaan kan worden. Een overheid die zich beperkingen oplegt, maar helder en strak is daar, waar zij moet optreden, zoals bij de bestrijding van fraude, van handel in drugs en van aantasting van het milieu. Als wij hierin slagen zal de rechtsstaat winnen aan geloofwaardigheid en kracht. De instandhouding van een krachtige rechtsstaat, voorwaarde voor het behoud van onze democratie, is één van onze eerste opgaven De rechtsstaat kan echter alleen gedijen in een samenleving, waarin alle burgers kans hebben zich te ontplooien, waarin emancipatie gerealiseerd kan worden, waar nationale en groepstradities beleefd kunnen worden en waar groepen met verschillende opvattingen en gebruiken elkaar tolereren en waarderen Het gevoel van onzekerheid en gebrek aan geborgenheid, en soms zelfs een gevoel van stuurloosheid zijn zeker niet alleen te wijten aan de economische teruggang. Daarom is zo belangrijk het weefsel van de samenleving van gezin tot wijk, van eigen vereniging tot rijkgeschakeerde media, waarmee men zich verwant kan weten, waar men zich thuis voelt. Onze rechtsstaat is ook gediend met betere bestuurlijke verhoudingen; met de zeggenschap zo dicht mogelijk bij de burgers. Met het oog hierop zal voortgegaan worden op de moeilijke weg van de decentralisatie. De kwaliteit van de samenleving moet worden bepaald door de instelling en inspanning van de burger. Dat geldt voor het vraagstuk van de minderheden die hun plaats moeten kunnen vinden in onze samenleving. Dat geldt voor het onderwijs, waar naast de noodzakelijke versobering veel werk wordt verzet voor belangrijke nieuwe plannen met name in het voortgezet onderwijs; het kort middelbaar beroepsonderwijs en het leerlingenstelsel vormen daar een bijzondere uitdaging. Belangrijke initiatieven op het gebied van volwassenen-educatie en met betrekking tot de toepassing van de informatie-technologie in onderwijs en onderzoek zijn slechts voorbeelden van het feit dat de rol van het onderwijs in de samenleving eerder toe– dan afneemt. Overziet men de ontwikkeling van de rijksbegroting dan valt op hoe gestaag de inspanningen zijn ten behoeve van de stadsvernieuwing en de verbetering van het milieu. Dit zijn welbewuste prioriteiten. Wij moeten ons dat bij bezuinigingen elders wel realiseren. Diezelfde kwaliteit van de samenleving komt tot uitdrukking in de volksgezondheid, de bejaardenzorg en in het cultuurbeleid. Ook hier zal de regering in nauwe samenspraak met de Staten-Generaal initiatieven nemen om het met de beschikbare middelen eenvoudiger en beter te doen, ons meer baserend op mogelijkheden en verantwoordelijkheden van de burger zelf. Het gaat daarbij niet in de eerste plaats om een bestuurlijk-technisch vraagstuk; welzijn en welzijnsbeleid moeten immers hun wortels hebben in gespreide verantwoordelijkheid en gerechtigheid. Uit het aktieprogramma dat het kabinet U vandaag presenteert blijken reeksen van concrete bestuurlijke inspanningen. Hier en nu gaat het om de keus voor een bestuurlijk handelen van een overheid, die zich wil baseren op de kracht van de burgers, op hun saamhorigheid en die de samenleving zo wil inrichten dat, wat zwakker is, niet van de weg geduwd wordt. Ons land mag zich ook dit jaar weer verheugen in het behoud van vrede. Helaas bieden de ontwikkelingen in de politieke en militaire verhoudingen tussen Oost en West –nog steeds weinig uitzicht op een wezenlijke vermindering van bestaande tegenstellingen. Een toereikende defensie-inspanning van het westelijk bondgenootschap blijft voor handhaving van vrede en veiligheid noodzakelijk. De prijs die wij in verband daarmede zelf betalen is zeker niet te hoog. In de defensienota zullen de plannen voor onze krijgsmacht voor de komende tien jaar neergelegd worden. Het kabinet blijft bij voortduring binnen en buiten het bondgenootschap hameren op het aambeeld van de wapenbeheersing. Het moet mogelijk zijn de wapenwedloop te doorbreken zonder te grote risico’s te nemen, gegeven onze verantwoordelijkheid, oorlog te voorkomen. De uitvoering van het NAVO-dubbelbesluit van 1979 inzake nucleaire middellange-afstandraketten en de besprekingen daarover in Genève, komen nu in een belangrijke fase. Plaatsing van nieuwe raketten aan NAVO-zijde moet zo enigszins mogelijk worden voorkomen, maar daartegenover moeten de middellange-afstandraketten ter andere zijde ontmanteld worden. Als dit doel niet in één stap bereikt kan worden, dan dient met kracht naar tussenoplossingen te worden gestreefd. De regering wil een samenhangend beleid voeren op het gehele terrein van de nucleaire wapens. Naast de bevordering van de onderhandelingen in Genève, zet zij zich daarom in voor de vermindering van afhankelijkheid van andere kernwapens, met name de korte-afstandwapens. Om werkelijke resultaten te bereiken bij de wapenbeheersing en bij de terugdringing van de rol van de kernwapens, is samenwerking in bondgenootschappeiijk verband onmisbaar. De talrijke regionale conflicten en oorlogen in de wereld maken het duidelijk hoeveel er nog schort aan de voorwaarden om vrede te bewaren. Naast de risico’s verbonden aan te veel wapens, levert het contrast met de armoede in zovele landen, een voortdurende aansporing tot wapenbeheersing. Vooral de armste ontwikkelingslanden worden nu al jaren achtereen geteisterd door stagnatie en achteruitgang, hetgeen voor vele miljoenen mensen daar onaanvaardbare armoede met zich brengt. Het moet ons een plicht zijn al het mogeiijke te doen om deze nood te helpen lenigen. Gelukkig heeft een aantal ontwikkelingslanden zich wel met succes uit de stagnatie en onderontwikkeling bevrijd en een zeker groeitempo bereikt. Daarom moeten wij, naast voortgezette steun aan de armste ontwikkelingslanden, economische samenwerking met deze landen bevorderen. Daarmee is niet alleen armoedebestrijding, maar ook herstel van gunstiger economische ontwikkelingen in de wereld en in ons land gediend. Met betrekking tot de Nederlandse Antillen kunnen wij terugzien op een geslaagde rondetafelconferentie. Het komt nu aan op de uitwerking van de resultaten daarvan. Voor de Europese Gemeenschap draagt ook ons land een eigen verantwoordelijkheid. Wij moeten ons ten uiterste inspannen deze Gemeenschap, belangrijk voor welvaart en ontplooiing in vrijheid, te bewaren en verder te ontwikkelen. Ook dat vergt aanpassing en vernieuwing. Slechts zo kan het landbouwbeleid zijn goede rol blijven vervullen en kunnen nieuwe taken, waaronder het vervoer beleid, aangepakt worden. Slechts zo kan de Gemeenschap een gezonde financiële basis verschaft worden en betaalbaar blijven. En slechts zo is het mogelijk de toetreding van Spanje en Portugal verantwoord te laten plaatsvinden. Leden der Staten-Generaal, Volgend jaar herdenken wij de sterfdag, dát 400 jaar geleden, van Willem de Zwijger, de Vader des Vaderlands. Een lange reeks van generaties heeft sindsdien ons land gebouw tot wat het nu is. Ook in deze generatie worden van alle Nederlanders inspanningen en saamhorigheid gevraagd. Steeds weer moeten wij eigentijds inhoud geven aan onze tradities van vrijheid en van respect voor elkaars normen en waarden behoeden en leven houden. Onze democratie is een groot goed. Krachtens deze democratie zijn aan U Volksvertegenwoordigers, veel taken en zorgen toevertrouwd. Van harte wens ik U toe dat Gods zegen op Uw werk rust.

 

1982

Op dinsdag 21 september, Prinsjesdag 1982, sprak Hare Majesteit de Koningin de onderstaande troonrede uit.

 

Troonrede 1982

Troonrede Leden der Staten-Generaal, Een Troonrede, uitgesproken onder verantwoordelijkheid van een demissionair kabinet, kan geen beschrijving bieden van plannen en initiatieven waarmee de regering in het nieuwe parlementaire jaar vorm denkt te geven aan het te voeren beleid. Wel past een beschouwing over de problemen waarin ons land verkeert en een aanduiding van de maatregelen welke, met het oog op de ernst en de omvang van die problemen, naar het oordeel van het kabinet zonder verwijl moeten worden genomen om uitzicht te openen op economisch herstel. De wereldeconomie vertoont tekenen van een ernstige stagnatie. De produktie groeit niet meer, de wereldhandel nauwelijks. De werkloosheid loopt scherp op. In de Europese Gemeenschap is tien procent van de beroepsbevolking zonder werk. Nederland deelt in die algemene malaise, maar in ons land wordt het probleem van het tekort aan werkgelegenheid nog verscherpt doordat de beroepsbevolking en daarmede de vraag naar werk hier veel sneller groeit dan elders in West-Europa. Weliswaar ligt voor het volgend jaar enig herstel in de lijn der verwachting, maar dit zal bij lange na niet voldoende zijn om een einde te maken aan de toeneming van de werkloosheid. Het ziet er naar uit dat het herstel van de werkgelegenheid nog vele jaren zal vergen. Het zal zaak zijn gedurende een reeks van jaren met volharding en geduld een beleid te voeren, gericht op het inperken van de collectieve uitgaven en daarmee op het beteugelen van de voortdurende stijging van collectieve lasten en het verminderen van het financieringstekort van de overheid. Anders raakt het bedrijfsleven steeds meer in de verdrukking. Zonder herleving van de bedrijvigheid, zich uitend in investeringen, kan er geen duurzaam herstel van werkgelegenheid komen. Het kabinet heeft besloten de lasten die op de bedrijven drukken met één miljard gulden te verminderen. De Maatschappij voor Industriële Projekten, opgericht om de industrialisatie van ons land te versnellen, zal hopeiijk over enkele maanden van start kunnen gaan. Dezer dagen heeft U nota’s ontvangen die een nieuw beleid in het vooruitzicht stellen ter aanmoediging van het midden– en kleinbedrijf. Sommige van de daarin beschreven maatregelen komen ook de land– en tuinbouw ten goede. In de regeringsverklaring heeft het interimkabinet aangekondigd dat het de indiening in september zou bevorderen van een volwaardige begroting, ofschoon de vorming van een nieuw kabinet dan intussen ter hand zou zijn genomen. Sedertdien is het nog duidelijker geworden dat een solide begroting voor 1983 niet mag uitblijven. Als het financieringstekort van de overheid niet met krachtige hand wordt aangepakt, zullen de overheidsfinanciën onbeheersbaar worden. Mocht het tekort op het huishoudboekje van de overheid op het huidige peil blijven, dan zal het rijk binnen korte tijd van elke vijf gulden die het te besteden heeft er één moeten uitgeven ter betaling van de rente op de staatsschuld. Dat zou onvermijdelijk ten koste gaan van uitgaven ten behoeve van collectieve voorzieningen. Bovendien maakt de overheid door steeds meer op de kapitaalmarkt te lenen het voor de bedrijven steeds moeilijker aan middelen te komen om te investeren. De ontwerp-begroting die U heden wordt aangeboden bevat dan ook ingrijpende maatregeten. Die zijn nu nodig om een financiële ontreddering straks te voorkomen. Het kabinet heeft de nodige besparing op de collectieve uitgaven zoveel mogelijk gezocht buiten de overheidsinvesteringen, zulks om een directe aantasting van werkgelegenheid te vermijden. Zo is op het totale budget voor volkshuisvesting en stadsvernieuwing niet bezuinigd. Binnen die begroting is voor de stadsvernieuwing meer geld beschikbaar gesteld. De nodige bezuinigingen zijn vooral gevonden in de inkomens die uit gemeenschapsmiddelen worden betaald. Volgens de nu bekende gegevens dienen naar het oordeel van het kabinet de inkomens in de collectieve sector in 1983 te worden gehandhaafd op het peil dat eind 1982 zal zijn bereikt. Op de organisaties van werkgevers en werknemers doet de regering een klemmend beroep om een overeenkomstige matiging te betrachten. Mocht dit beroep niet in voldoende mate worden gevolgd, dan zal het kabinet ter zake zijn eigen verantwoordelijkheid moeten nemen. Degenen die voor hun levensonderhoud echt op één minimuminkomen zijn aangewezen zullen in 1983 een tegemoetkoming ontvangen die hun koopkracht zover mogelijk veilig stelt. Onze zieke economie kan nict bij toverslag weer op de been worden gebracht. Genezing is zeker mogelijk, maar vergt vertrouwen en zal geruime tijd duren. Nationale remedies zijn ontoereikend. Daarom is erjuist nu alle reden om de samenwerking in de Europese Gemeenschap te verdiepen. Zolang zich echter nog geen structureel herstel voordoet, moeten we ons tot het uiterste inspannen om de werkloosheid, met al het persoonlijk leed en maatschappelijk onheil dat daardoor wordt veroorzaakt, zoveel mogelijk in te perken. In het bijzonder geldt dit voor de werkloosheid onder jongeren. Aanpassingen in het onderwijs, met name de invoering van kort middelbaar beroepsonderwijs, kunnen ertoe bijdragen dat meer jonge mensen een opleiding krijgen die hun een betere kans biedt op een plaats in het arbeidsbestel. Het kabinet wil in het komend overieg met de organisaties van werkgevers en werknemers bespreken hoe het arbeidsvoorwaardenbeleid dienstbaar kan worden gemaakt aan de bestrijding van de werkloosheid. . Dat gesprek zal onder meer moeten gaan over de mogelijkheden het beschikbare werk over meer mensen te verdelen. Zonder een grondige herziening wordt ons stelsel van sociale zekerbeid onbetaalbaar en zouden ook de wezenlijke verworvenheden ervan in gevaar kunnen komen. Daarop afgestemde adviesaanvragen aan de Sociaal-Economische Raad en aan de Emancipatieraad zijn in voorbereiding. Ook ter beteugeling van de kosten van de gezondheidszorg zijn structurele ingrepen nodig. Het gaat er hierbij niet alléén om de voortgaande stijging van de premies tot staan te brengen. Het gaat er ook om een herschikking van de uitgaven mogelijk te maken ten behoeve van de zorg buiten de ziekenhuizen en betere voorzieningen voor zwakzinnigen en geestelijk gestoorde mensen. Daarop gerichte voorstellen heeft het kabinet ontwikkeld. Tot een herschikking van overheidsuitgaven noopt ook de verandering in het leeftijdspatroon van onze bevolking: minder kinderen, meer bejaarden. De voorzieningen voor bejaarden zullen uitgebreid moeten worden. Ook voor onze medeburgers die tot de culturele minderheden behoren, zal meer gedaan moeten worden. De bescherming van de natuur en het milieu zal eveneens meer kosten vergen en ook daarvoor moeten door besparingen elders gelden worden vrijgemaakt. De begroting voorziet in extra uitgaven voor het bestrijden van bodemverontreiniging. De uitvoering van het op milieubehoud en veiligheid gerichte Oosterscheldeproject vindt onverminderd voortgang. Nederland is een rechtsstaat. Dat betekent dat de bestuurders en de burgers zich hebben te schikken naar de rechtsregels die onze democratie heeft voortgebracht. Eigenmachtig optreden kan niet worden geduld, zeker niet wanneer dat met geweldpleging vergezeld gaat. De reorganisatie van de politie moet spoedig haar beslag krijgen. De regering bereidt een wetsontwerp voor om, in afwachting van die reorganisatie, de toeneming van het aantal politiekorpsen te beletten. Tot de kenmerken van de rechtsstaat behoort voorts dat de burger zonder nodeloze belemmering recht kan verkrijgen. De organen van rechtspraak en rechtshandhaving raken evenwel overbelast. Bij het maken van wettelijke regelingen en het beschikbaar stellen van rechtsmiddelen, zal hiermee, ter wille van de kwaliteit van de rechtsbedeling, meer dan tot dusver rekening gehouden moeten worden. De reorganisatie van de rijksdienst, gericht op de verbetering van de kwaliteit van het bestuur, vindt gestage voortgang. Het kabinet zal U binnenkort een aantal gedachten ontvouwen over de decentralisatie van overheidstaken. De regering hecht grote waarde aan het behoud van een intensieve samenwerking binnen de Noord-Atlantische Verdragsorganisatie en in het bijzonder tussen de Verenigde Staten en de Europese bondgenoten. In het nabije verleden hebben zich verschillen van inzicht ontwikkeld, met name over het verrichten van technologisch hoogwaardige leveranties aan de Soviet-Unie. Die meningsverschillen kunnen en moeten in een geest van wederzijds respect worden opgelost. Zij mogen geen afbreuk doen aan het besef dat de democratieën ter weerszijden van de Atlantische Oceaan wezenlijke waarden gemeenschappelijk hebben en ter veiligstelling daarvan op elkaar aangewezen blijven. Bij de viering van twee eeuwen verbondenheid met de Verenigde Staten is hieraan terecht veel aandacht besteed. Kan West-Europa zich erover verheugen in vrede en vrijheid te leven, elders in de wereld worden veel mensen door oorlog en geweld getrofren. Vooral de toestand in het Midden-Oosten blijft zorgwekkend. De bewoners van Libanon betalen wel een heel zware tol. Nederland draagt naar vermogen bij tot het tegengaan van geweld in het Midden-Oosten. Nederlandse militairen dienen zowel in de Sinai-woestijn als in Libanon. Binnen het beraad van de Europese Tien tracht Nederland een politieke oplossing naderbij te brengen. Het vooruitzicht daarop is onlangs verbeterd, dank zij het recente initiatief van de President van de Verenigde Staten en het bemoedigende antwoord daarop gegeven door de Arabische topconferentie te Fez. Niet alleen doordat oorlogsgeweld ons bespaard is gebleven zijn wij bevoorrecht. Wij zijn ook een welvarend land, ondanks de economische moeilijkheden die wij nu doormaken. Tal van ontwikkelingslanden, die het toch al zwaar te verduren hadden, worden door de teruggang in de wereldeconomie onevenredig zwaar getroffen. Bijna een kwart van de bevolking van onze aarde kan niet of nauwelijks voorzien in zijn allereerste levensbehoeften. In die schrijnende nood te helpen voorzien blijft de regering als een zaak van hoge prioriteit beschouwen. Onze inspanning ten behoeve van ontwikkelingssamenwerking blijft op een peil van tenminste anderhalf procent van het netto nationaal inkomen gehandhaafd. Een rechtvaardiger wereldeconomische ordening tot stand te brengen blijft geboden. Om vrede en veiligheld te bewaren is een deugdelijke defensie nodig. Maar het is ook een gebiedende noodzaak te blijven werken aan tweezijdige wapenbeheersing en ontwapening. Van vitaal belang zijn de onderhandelingen in Genève tussen de Verenigde Staten en de Sovjet-Unie over het verminderen van de nucleaire bewapening in Europa en daarbuiten. Hoe die onderhandelingen te doen slagen moet de maatstaf van het beleid zijn. Het kabinet wil onze krijgsmacht zo goed mogelijk inrichten en toerusten ook voor het verrichten van vredesoperaties, bij voorkeur onder het gezag van de Verenigde Naties. Leden der Staten-Generaal, Onze samenleving kan door de toenemende werkloosheid onder spanning komen te staan. Van de werkenden wordt een steeds hogere bijdrage verwacht aan de voorziening in het levensonderhoud van de werklozen. Van de langdurig werklozen wordt gevraagd solidair te blijven met een samenleving die hen niet in staat stelt zich volledig te ontplooien. Meer dan voorheen wordt nu een wissel getrokken op het besef van de burgers en hun organisaties verantwoordelijk te zijn voor elkaar. Verantwoordelijkheidszin en saamhorigheidsbesef te wekken ligt buiten de macht van de overheid. Die moeten komen uit de burgers zelf. De geschiedenis leert echter dat het Nederlandse volk juist in tijd van tegenspoed die kwaliteiten weet te tonen. Door het vertrouwen dat de burgers U hebben geschonken draagt U, volksvertegenwoordigers, een bijzondere verantwoordelijkheid voor het welzijn van ons land. De problemen, waarvoor Nederland thans gesteld is, te helpen overwinnen is een veeleisende taak. U moge die taak vervullen in het vertrouwen dat velen U wijsheid toewensen en om zegen voor U bidden. Hiermee open ik de zitting van de Staten-Generaal.

 

1981

Op dinsdag 15 september, Prinsjesdag 1981, sprak Hare Majesteit de Koningin de onderstaande troonrede uit.

 

Troonrede 1981

Troonrede Troonrede 1981 Leden van de Staten-Generaal, De omstandigheden waaronder deze Troonrede is opgesteld zijn hoogst uitzonderlijk. Pas enkele dagen geleden is het kabinet, dat sinds de verkiezingen van mei de lopende staatszaken behartigde, teruggetreden en opgevolgd door een nieuw kabinet, van een andere politieke samenstelling. Het onlangs aangetreden kabinet heeft nauwelijks tijd gehad voor beraad over het te voeren beleid. Een uiteenzetting van dat beleid zal eerst over enige weken in de regeringsverklaring kunnen worden gegeven Daarom zal deze Troonrede beknopt en sober zijn. Vandaag wordt, ter voldoening aan de voorschriften van de Grondwet, de begroting 1982 aan de Tweede Kamer aangeboden. De begrotingsontwerpen en de memories van toelichting daarop zijn opgesteld onder de verantwoordeiijkheid van het vorige kabinet. De regering betuigt haar erkentelijkheid daarvoor aan hen die tot dat kabinet behoorden. De tijd heeft ontbroken om die ontwerpen en de toelichtingen te toetsen aan het regeerakkoord van het nieuwe kabinet. Voorzover deze staatsstukken als uitkomst van die toetsing belangrijke wijzigingen behoeven, zal daarvan in de regeringsverklaring mededeling worden gedaan. Van de maatschappelijke problemen die zich in ons land voordoen is de werkloosheid het meest verontrustend, in het bijzonder die onder jongeren. De economische neergang heeft in alle landen van de Europese Gemeenschap de werkloosheid scherp doen stijgen. Daar komt bij dat in ons land het aantal mannen en vrouwen dat zich jaarlijks aanmeldt op de arbeidsmarkt naar verhouding veel groter is dan elders in West-Europa. Dat stelt ons in de jaren tachtig voor een bijzonder zware opgave. Te zwaarder zal die opgave zijn doordat van ons bedrijfsleven grote delen in ernstige moeilijkheden zijn geraakt. Met name de industrie staat er, globaal Bespoken slecht voor en ook de toestand van het midden– en kleinbedrijf is verre van rooskleurig. Gelukkig vast er een herwaardering waar te nemen voor deze vormen van bedrijvigheid, mede door toedoen van een baanbrekende studie van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid. Ons bedrijfsleven moet weer vitaliteit krijgen. Een nieuw industrieel elan is nodig. Het is gewenst het produktief investeren aan te moedigen. Het kabinet zal zo spoedig mogeiijk een meerjarenplan voor de werkgelegenheid opstellen. Daarvoor zal de nodige financiële ruimte worden vrijgemaakt. Het financieringstekort van de overheid moet, juist ter wille van de werkgelegenheid, in de eerstkomende jaren worden verkleind. De druk van belastingen en premies, waarvan het regeerakkoord een nadere omschrijving geeft, mag niet zwaarder rneer worden. Voor het welslagen van het te voeren beleid is een goed overleg nodig met de organisaties van werkgevers en werknemers, mede met het oog op de noodzaak van een jarenlange matiging van lonen en andere inkomens. In het regeerakkoord zijn afspraken vastgelegd om de laagste inkomens te beschermen. Duurzaam economisch herstel moet hoofddoel van het beleid zijn: ter wille van de; werkgelegenheid, maar ook omdat de hoge uitgaven die in ons land van gemeenschapswege worden gedaan niet in stand gehouden kunnen worden wanneer door een neergang van de economie het nationaal inkomen ineenschrompelt. Ook over een aantal andere belangrijke onderwerpen zal de regeringsverklaring beleidsvoornemens ontvouwen. Daartoe behoren het bevorderen van de woningbouw en de stadsvernieuwing, de bescherming van het milieu, het bewaren van onze rechtsstaat. Door de komst in ons midden van grote aantallen personen van andere taal en cultuur is de Nederlandse samenleving geschakeerder geworden en gecompliceerder. Helaas blijkt niet zelden van een tekort aan verdraagzaamheid en begrip. Daarnaast dienen zich niet te onderschatten problemen aan in het onderwijs, en ook met de huisvesting en de tewerkstelling van mensen die van buiten Nederland komen. Het ontwikkelen van een alomvattend beleid ten aanzien van de minderheden is een belangrijke overheidstaak geworden. De wetsontwerpen tot algehele herziening van de Grondwet zijn inmiddels ter behandeling in tweede lezing bij de Tweede Kamer ingediend. De regering vertrouwt erop dat deze herziening spoedig haar beslag zal krijgen. De regering hoopt dat spoedig de voorwaarden vervuld zullen zijn voor de hervatting van het overleg over de toekomstige verhoudingen tussen de Nederlandse Antillen, de eilanden van de Nederlandse Antillen en Nederland. Het behoud van internationale vrede en veiligheid is in de letterlijke zin een levensbelang voor ons allen. De regering zal in bondgenootschappeiijk verband een evenwichtig veiligheidsbeleid voeren. Dat betekent: zorgen voor een deugdelijke defensie en tegelijk werken aan beheersing en beperking van de bewapening, in het bijzonder van de nucleaire bewapening in Oost en West. Een vermindering van de spanning tussen. Oost en West zal de meeste ontwikkelingslanden ten goede komen en de totstandkoming van een rechtvaardiger wereldeconomische ordening naderbij brengen. Nederland zal, ondanks de economisch ongunstige tijden, zijn bijdrage voor ontwikkelingssamenwerking ten minste handhaven op het tot dusver aangehouden peil. Leden van de Staten-Generaal, Deze Troonrede kan zo kort na de kabinetswisseling geen opsomming bieden van concrete plannen voor de nabije toekomst. Van wezenlijk belang is het echter dat wij allen de uitdaging onderkennen waarvoor ons land nu staat. Ingrijpende veranderingen zijn nodig voor economisch herstel. Dan komt de ontwikkeling van de werkgelegenheid weer in het goede spoor en kunnen onze collectieve voorzieningen in stand blijven. Dat zal een zware opgave zijn, maar wel een die uitvoerbaar is. Als iedere burger zich daarvoor wil inspannen en bereid is de daartoe nodige offers naar draagkracht te brengen, is er goede reden om de toekomst met vertrouwen tegemoet te zien. Van U, volksvertegenwoordigers, zal in het komende parlementaire jaar veel volharding en toewijding worden gevergd voor het volvoeren van Uw taak. U moge die taak vervullen in het vertrouwen dat velen U wijsheid toewensen en om zegen voor U bidden. Hiermee open ik de nieuwe zitting van de Staten-Generaal.

 

1980

Op dinsdag 16 september, Prinsjesdag 1980, sprak Hare Majesteit de Koningin de onderstaande troonrede uit.

 

Troonrede 1980

Troonrede Troonrede 1980 Leden van de Staten-Generaal, „Onder een economisch ongunstig gesternte hervat U vandaag Uw werkzaamheid”, zo sprak mijn Moeder tot U bij de opening van het vorige parlementaire jaar. Helaas is er thans nog meer reden zulk een uitspraak te doen. In het voorbije jaar heeft opnieuw een golf van prijsstijgingen voor olie en andere energiedragers, de wereld overspoeld. Die stijgingen werken door in de prijzen van andere invoergoederen. De wereldhandel hapert. Alom in Europa neemt de werkloosheid toe, versnelt de inflatie en verslechtert de betalingsbalans. Economische groei heeft ons land ook voor het komende jaar niet of nauwelijks te verwachten. Financiële armslag om de economie op te stuwen hebben we niet. Nederland komt klem te zitten. Aan de ene kant geen werkelijke toeneming meer van de nationale middelen, aan de andere kant aldoor oplopende aanspraken op die middelen, zowel voor collectieve als voor particuliere uitgaven. Het is onmogelijk al die wensen in te willigen. Tenzij we de noodsprong zouden maken naar een nog groter financieringstekort. Maar dat zou ertoe leiden dat de staat gaandeweg zoveel rente opzijn schulden moet betalen dat wezenlijke overheidstaken niet meer kunnen worden uitgevoerd. Bovendien zou het rijk dan, pogend het hoge tekort te financieren, de rentestand opdrijven, dus het investeren in bedrijven en woningen verder bemoeilijken, tot schade vooral van de werkgelegenheld. Het financieringstekort moet veeleer worden verminderd en daarop is de ontwerpbegroting dan ook gericht. Hoe moeten de beschikbare middelen worden verdeeld tussen de collectieve en de particuliere sector en vervolgens binnen elke van die sectoren? Met de vragen die hieruit voortvloeien heeft de regering geworsteld. Het beslag dat de overheid en de sociale voorzieningen, waaronder de gezondheidszorg, leggen op het nationaal inkomen is sinds 1950 meer dan verdubbeld. In de jaren zeventig zijn de kosten van die voorzieningen zeer sterk gestegen. Een voortzetting van die ontwikkeling in de jaren tachtig zou onze economie ontwrichten. Daarom heeft het kabinet onlangs de Sociaal-Economische Raad gevraagd advies uit te brengen over een aantal besparingen, bij elkaar ten bedrage van ruim 800 miljoen gulden in 1981; dit is ongeveer één procent van het totaal van de jaarlijkse uitgaven voor sociale zekerheid. De regering wil, ook nu, geen afbreuk doen aan ons stelsel van sociale zekerheid. Maar dat stelsel is slechts te handhaven bij een doelmatig beheer en op voorwaarde dat het alleen werkt voor degenen voor wie het is bedoeld. Het mag er niet toe leiden dat mensen die kunnen werken wegblijven van de arbeidsmarkt. Besparingen op de rijksbegroting heeft de regering, in het bijzonder met bet oog op de werkgelegenheid, meer gezocht in de salarissen dan in de materiële overheidsbestedingen. Op één punt worden die bestedingen zelfs tot boven de meerjarenramingen verhoogd en wel ten behoeve van de woningbouw. De neergang van de bouwnijverheid is een voorwerp van grote zorg, zowel uit een oogpunt van volkshuisvesting als van werkgelegenheid. Daarom is ook voor het komend jaar het programma voor de bouw van woningwetwoningen met bijna tien duizend opgevoerd. Ook voor het verbeteren van woningwetwoningen zijn meer middelen vrij gemaakt. Een degelijke volkshuisvesting kan overigens op den duur niet verzekerd worden door subsidies uit de staatskas. De burgers zullen bereid moeten zijn een groter aandeel van hun inkomsten te besteden aan het wonen. Gedurende een reeks van jaren zijn de huren achtergebleven bij de bouwkosten. Het is in het belang van de woningbouw de daardoor ontstane toestand weer gezond te maken. In de particuliere sector gaat het vooral om de hoogte van het inkomenspeil. Allereerst omdat de loonkosten in belangrijke mate medebepalend zijn voor de produktiekosten van de bedrijven en daarmee voor hun concurrentiepositie. Veel ondernemingen, ook in het midden– en kleinbedrijf, kunnen het hoofd niet of nauwelijks meer boven water houden, laat staan dat zij nog bij machte zouden zijn investeringen tot vervanging of uitbreiding te doen. Elke sluiting of inkrimping toe te schrijven aan de hoogte van de loonkosten zou overigens onjuist zijn. Het rapport van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid over de plaats en de toekomst van onze industrie toont dat aan. Daaruit spreekt ook de noodzaak vormen van nijverheid die niet levensvatbaar meer zijn prijs te geven en nieuwe activiteiten te ontplooien, mede met behulp van toegepast wetenschappelijk onderzoek. De hoogte van de lonen is niet alléén van belang voor de particuliere bedrijvigheid en dus voor de werkgelegenheid daar. Wanneer werknemers en werkgevers afspraken maken over het inkomen uit arbeid in het bedrijfsleven, nemen zij beslissingen die vér reikende gevolgen hebben voor de rijksbegroting en ook voor de toepassing van het stelsel van sociale zekerheid. Zestig procent van de uitgaven op de rijksbegroting staat immers in rechtstreeks verband met de lonen in de particuliere sector. Voorts is er de koppeling met de sociale uitkeringen. Daarom heeft een tekort aan matiging in de particuliere sector ook daarbuiten ingrijpende gevoigen. Het kabinet doet dan ook een klemmend beroep op de werknemers en de werkgevers een uiterste matiging te betrachten. Wordt dit beroep beantwoord, dan hoeft de overheid minder sociale premies en belastingen te heffen. Verder komt er dan in de rijksbegroting meer ruimte voor de strijd tegen de werkloosheid. In de noodzakelijke matiging zullen allen moeten delen, maar wel naar de maat van hun draagkracht. Dit zijn de intenties waarmee het kabinet in de komende weken in gesprek wil treden met de Stichting van de Arbeid. Al krijgt ook Nederland zijn deel te verwerken van de economische teruggang die tal van landen treft, wij zijn in de wereld nog steeds een welvarende natie. Deze positie te behouden is niet alleen in ons eigen belang, maar ook in dat van de landen waarop wij onze ontwikkelingshulp richten. Als wij onze betalingsbalans weten te herstellen kunnen wij onze leningen en schenkingen aan landen van de derde wereld handhaven. Het is onze plicht de ontwikkelingssamenwerking ook in een voor ons moeilijker tijd vol te houden. De regering blijft in de Verenigde Naties, in de Europese Gemeenschap en waar het maar dienstig is de noodklok luiden voor de honderden miljoenen die zelfs nog het allernodigste ontberen. Hierbij gaat het niet alleen om het ter beschikking stellen van geld of goederen, maar vooral om het herzien, ondanks alle weerstand daartegen, van de economische orde in de wereld. Het rapport van de Commissie Brandt mag niet veronachtzaamd worden. Van grote betekenis voor de toekomstige verhoudingen binnen het Koninkrijk is het dat zo spoedig mogelijk een conferentie zal worden belegd, naar aanleiding van het rapport van de Koninkrijkswerkgroep, over nieuwe vormen van samenwerking tussen Nederland, de Nederlandse Antillen en de eilanden van de Nederlandse Antillen. Binnenkort wordt Nederland voorzitter van de Europese Ministerraad. De Gemeenschap maakt een periode van tegenspoed door. Dat mag geen ontmoediging oproepen maar moet de gezamenlijke inspanning juist verhevigen. In de Europese Gemeenschap zullen wij op 1 januari a.s. Griekenland verwelkomen als tiende lid-Staat. Dat zal overigens het probleem verscherpen dat er binnen de kring van de verbondenen verschillen in welvaart bestaan die de integratie belemmeren. Ook binnen de grenzen van ons eigen land zijn er te grote verschillen in welvaart en welzijn. Een uiteenzetting van het in de komende jaren te voeren regionaal beleid zal het kabinet U binnenkort aanbieden. Een toenemende zorg wordt het aan degenen die behoren tot culturele minderheden huisvesting te verschaffen en werk, geschikt onderwijs en aangepaste welzijnsvoorzieningen. U zult wetsvoorstellen ontvangen om de weg te effenen voor het geven van onderwijs aan deze mensen ook in hun eigen taal en met inachtneming van hun eigen cultuur. De aanwezigheid in ons midden van een groter aantal inwoners dan ooit tevoren met een ons vreemde cultuur stelt ons voor de opgave te tonen dat wij zelf de verdraagzaamheid bezitten voor het ontbreken waarvan we andere landen gekapitteld hebben. Aan verdraagzaamheid en onderling respect mankeert het in onze samenleving, niet alleen in de verstandhouding met mensen die van elders zijn gekomen. Daarbij komt dat soms ter discussie wordt gesteld in hoever men zich heeft te gedragen naar voorschriften en beslissingen die tot stand zijn gekomen volgens de regels van onze democratie. Onze democratische rechtsstaat kan een stootje velen. Maar wil hij levenskrachtig blijven, dan is tweeërlei nodig. De wet moet haar gezag mede ontlenen aan haar inhoud, aan een herkenbare afweging van de verschillende belangen. Anderzijds moet ieder zich schikken in de uitkomsten van democratische besluitvorming. Dat uitspraken van de rechter worden geëerbiedigd is voor onze rechtsstaat wezenlijk. Hoeveel onzekerheid toekomststudies ook in zich bergen, een aantal ontwikkelingen tekent zich voor de jaren tachtig duidelijk af. Daartoe behoort dat het kunnen beschikken over en omgaan met informatie in snel toenemende mate aan betekenis wint. Dat zal in de samenieving grote gevolgen krijgen. Welk beleid het kabinet op dit gebied denkt te voeren wordt U dezer dagen in een nota uiteengezet. Een geheel andersoortige, maar evenzeer belangrijke ontwikkeling die zich voltrekt betreft de maatschappelijke positie van de vrouw. Veel is er op dit gebied al verbeterd, maar voltooid is de emancipatie nog niet. De laatste hand wordt gelegd aan een voorontwerp van wet tegen achterstelling op grond van geslacht; het zal spoedig openbaar worden gemaakt. Van het geven van een opsomming van alle belangrijke voorstellen die in het parlementaire jaar van regeringswege zullen worden gedaan, in wetsvorm of anderszins, ziet de regering in deze Troonrede af. Zij volstaat ermee nog slechts melding te maken van twee grootse projekten van wetgeving. Het ene is de algehele herziening van de Grondwet die haar voltooiing nadert. Het andere is de schepping van een nieuw Burgerlijk Wetboek. Het omvangrijkste deel daarvan, het vermogensrecht, bereikt in dit zittingsjaar de fase van de indiening van wetsontwerpen tot invoering. Een volledig beeld van het te voeren beleid geven U het ontwerp van de rijksbegroting en de toelichtingen daarop. Die beschrijven nader hoe de regering zich wil kwijten van haar taken ter behartiging van het weizijn van allen die ons land bewonen. Daarbij gaat het onder meer om een zorgvuldige inrichting van ons land, om de vernieuwing van steden, om de zorg voor een ordelijk en veilig verkeer, om de bevordering van een lonende land– en tuinbouw. Het gaat ook om de zorg voor een zo zuiver mogelijk milieu. De eeuwen door hebben mensen met vlijt en vernuft de aarde bewerkt en haar aanzien veranderd. Met dezelfde vindingrijkheid en toewijding moeten wij nu de door ons zelf gemaakte milieuproblemen de baas kunnen worden. Nederland heeft het voorrecht een vrij land te zijn. Die vrijheid te verzekeren is ons een prijs waard. In het Atlantisch bondgenootschap blijft ons land een passende bijdrage leveren aan het behoud van vrede en veiligbeid in de wereld. Samen met de bondgenoten moeten de inspanningen, gericht op evenwichtige wapenbeheersing en ontwapening, worden voortgezet. Leden van de Staten-Generaal, In het jaar dat voor U ligt moeten ingrijpende beslissingen worden genomen en pijnlijke keuzen gemaakt om te bewerkstelligen dat Nederland zijn economische problemen te boven komt. Wij kunnen het tij keren, mits het besef van saamhorigheid sterker blijkt dan de gerichtheid op eigenbelang, mits onverschilligheid wijkt voor verantwoordelijkheidszin. Het Nederlandse volk heeft eerder getoond op zijn best te zijn wanneer het echt moeilijk wordt. Dat zal het, vertrouwt de regering, opnieuw bewijzen. Van U als volksvertegenwoordigers zal veel toewijding en werkkracht worden gevraagd. U mag erop vertrouwen dat velen U wijsheid toewensen en om zegen voor U bidden. Hiermee verklaar ik de zitting der Staten-Generaal geopend.

 

 

 

Tot uw dienst. J. Hop Ermelo publiceert alle troonredes 1900-2017 voor u op internet!


Ermelo "Natuurterreur" in Ermelo. Groep Hop Ermelo wil de Groevenbeekse Heide uitbreiden tot de spoorlijn (zoals het vroeger ook zo was) en tot de bebouwde kom Ermelo Zuid (zoals het vroeger ook zo was). De Groevenbeekse Weide vervangen door herstel van de heide. Toelichting.
562 Troonrede 2017 koopkracht daalt!
560 Troonrede 2016 koopkracht daalt!
514 Troonrede 2015 koopkracht daalt!
247 Troonrede 2014 koopkracht daalt!
567 Troonrede 2013 koopkracht daalt!
254 Troonrede 2012 koopkracht daalt!
477 Troonrede 2011 koopkracht daalt!
660 Troonrede 2010 Koopkracht daalt!
616 Troonrede 2009 Koopkracht daalt!
662 Troonrede 2008 Koopkracht daalt!
Troonrede 2007
Troonrede 2006
Troonrede 2005
Troonrede 2004
Troonrede 2003
Troonrede 2002
Troonrede 2001
Troonrede 2000
Troonrede 1999, 1998, 1997, 1996, 1995, 1994, 1993, 1992, 1991,1990
Troonrede 1989, 1988, 1987, 1986, 1985, 1984, 1983, 1982, 1981, 1980
Troonrede 1979, 1978, 1977, 1976, 1975, 1974, 1973, 1972, 1971, 1970
Troonrede 1969, 1968, 1967, 1966, 1965, 1964, 1963, 1962, 1961, 1960
Troonrede 1959, 1958, 1957, 1956, 1955, 1954, 1953, 1952, 1951, 1950
Troonrede 1949, 1948, 1947 1946, 1945, geschiedenis omroepbijdrage
Troonrede 1939, 1938, 1937, 1936, 1935, 1934, 1933, 1932, 1931, 1930
Troonrede 1929, 1928, 1927, 1926, 1925, 1924, 1923, 1922, 1921, 1920
Troonrede 1919, 1918, 1917, 1916, 1915, 1914, 1913, 1912, 1911, 1910
Troonrede 1909, 1908, 1907, 1906, 1905, 1904, 1903, 1902, 1901, 1900

 

 

 

 

Aandachtsvestiging/disclaimer. Uitsluitend de websites www.burojeugdzorg.nl/com/net/org en www.bureaujeugdzorg.nl/com/net/org zijn van J. Hop Ermelo. Met andere websites heeft hij niets te maken! J. Hop Ermelo is niet aansprakelijk voor (gevolg)schade die voorkomt uit het gebruik van deze site, dan wel uit fouten of ontbrekende functionaliteiten op deze sites. Copyright © 2017 J. Hop Ermelo. Alle rechten voorbehouden.