Jan Hop (1) - Ron Nienhuis (3) - Judith Leenders (685) over wraking rechters:
Bekijk de uitzending van Omroep Gelderland en start afspelen uitzending op 09:28
123 Politicus Jan Hop opent discussie 11 september 2011:
"Kinderbeschermingsmaatregelen na verzonnen verhalen is fraude!
Ontvangen jeugdzorg gelden afkomstig uit dit soort fraude dient als heling te worden aangemerkt!"
"In uitnodiging hoorzitting rechtbank MOET VERPLICHT naam behandeld rechter staan t.b.v. onderzoek!"
(Eerste reactie Stichting Bureau Jeugdzorg Noord-Brabant en antwoord van Hop binnen paar uur: 745)

Censuur in Nederland ©

 

 

(592)Commissie van onderzoek seksueel misbruik in de Rooms-Katholieke Kerk. Op 14 januari 2004 benoemde kardinaal A.J. Simonis mr. Y.A.J.M. van Kuijck tot voorzitter van de Beoordelings- en Adviescommissie. Hij was het jaar daarvoor als lid tot de BAC toegetreden

 

Eerlijk rechtsproces voor Cruijff/Ajax c.s.(563) tegen oneerlijk rechtsproces voor Hop (95) en/of andere burgers die rechters wraken en waarop steeds WEL door rechters van dezelfde rechtbank wordt beslist

Benoeming van Gaal en Sturkenboom geschorst. De Voorzieningenrechter gaat er in dit kort geding vanuit dat het voorgenomen besluit tot de benoemingen van Van Gaal en Sturkenboom tot statutair directeur, rechtsgeldig is genomen. 1.2. In verband met het feit dat de rechtbank Amsterdam sinds begin 2011 bij het ontwerpen van de nieuwe organisatiestructuur in het kader van de herziening gerechtelijke kaart begeleid wordt door een organisatiebureau, waarvan een van de gedaagden deel uitmaakt, is niet wenselijk geacht dat een vast aan de rechtbank Amsterdam verbonden voorzieningenrechter in deze zaak zal optreden en de zitting in de Amsterdamse rechtbank zou worden gehouden. Ingevolge het bepaalde in artikel 6, tweede lid, van het Besluit nevenvestigings- en nevenzittingsplaatsen treedt de rechtbank Haarlem, op verzoek van de rechtbank Amsterdam, op als nevenzittingsplaats van de rechtbank Amsterdam. De raadslieden zijn hierover bij brief van 1 december 2011 van de rechtbank Amsterdam geïnformeerd.

Jan Hop: "Op wrakingen van rechters dient door rechters van een andere rechtbank te worden beslist met als grondslag de zaak HENDRIK JOHANNES CRUIJFF wonende te Barcelona tegen Ajax"  

 

1

Embargo tot

donderdag 9 december 2010 om 10 uur

Naar hulp, genoegdoening, openbaarheid en transparantie

Een onderzoek naar en advies over het functioneren van de kerkelijke instelling voor hulp

aan en recht voor slachtoffers van seksueel misbruik in de Rooms-Katholieke Kerk in

Nederland

Den Haag, 9 december 2010

Commissie van onderzoek seksueel misbruik in de Rooms-Katholieke Kerk

Postbus 556

2501 CN Den Haag

www.onderzoekrk.nl

reactie@onderzoekrk.nl

2

Inhoudsopgave

Samenvatting 3

Inleiding 7

1. Het functioneren van Hulp & Recht: 1995-2010 13

2. Knelpunten in het functioneren van Hulp & Recht 39

3. Conclusies en aanbevelingen 53

Bijlagen 63

1. Verantwoording

2. Hulp aan slachtoffers

3. Lotgenotengroepen

4. Lijst van personen waarmee de Onderzoekscommissie heeft gesproken

5. Lijst van personen binnen Hulp & Recht

6. Geraadpleegde literatuur en documentatie

7. Lijst van afkortingen

8. Samenstelling van de Onderzoekscommissie

3

Samenvatting

Dit onderzoek naar en advies over het functioneren van Hulp & Recht heeft de Commissie van

onderzoek naar seksueel misbruik in de Rooms-Katholieke Kerk (verder: de Onderzoekscommissie)

met voorrang uitgevoerd. De Onderzoekscommissie staat onder voorzitterschap van drs. W.J.

Deetman. De Onderzoekscommissie richt zich in haar onderzoek op seksueel misbruik van

minderjarigen. Voor haar onderzoeksopdracht verwijst de Onderzoekscommissie naar

www.onderzoekrk.nl/advies.

De Onderzoekscommissie heeft besloten op korte termijn advies uit te brengen over Hulp &

Recht, mede gezien de grote druk waaronder deze instelling thans staat. Hulp & Recht heeft

een taakstelling die niet alleen minderjarige slachtoffers van seksueel misbruik betreft, maar

ook misbruik van meerderjarigen. Bij de huidige stand van het onderzoek is duidelijk

geworden dat van een effectieve hulpverlening door Hulp & Recht noch door de Rooms-

Katholieke Kerk kan worden gesproken.

Slachtoffers van seksueel misbruik kunnen zich melden bij Hulp & Recht. Alle melders

ontvangen informatie over de klachtenprocedure. Niet alle melders dienen een klacht in.

Hulp & Recht maakt onderscheid tussen een melding en een klacht. Iemand kan seksueel

misbruik melden en eventueel enkele gesprekken met een vertrouwenspersoon voeren en

daar blijft het dan bij. Een melding kan overgaan naar/in een klacht, waarvoor een

klaagschrift wordt opgesteld, als een melder een onderzoek wil laten instellen naar de

gemelde handelingen.

Hulpverlening

Een groot aantal slachtoffers van seksueel misbruik heeft zich het afgelopen jaar gemeld bij

Hulp & Recht. Het gaat om bijna 1800 meldingen waarvan 241 een klacht betreffen. Veel

melders en klagers hebben hulp nodig in het leven met en verwerken van de gevolgen van

seksueel misbruik op jonge leeftijd. Vaak krijgen ze al voor hen passende hulp en

ondersteuning. Soms niet, maar noch de Rooms-Katholieke Kerk noch Hulp & Recht is de

slachtoffers tegemoet gekomen met de hulp die ze nodig hebben.

Voor alle hulp bij de verwerking van traumatische ervaringen is de huisarts de sleutelfiguur.

De Onderzoekscommissie heeft een gespecialiseerd hulpaanbod in kaart gebracht en vier

instellingen benaderd om hulp te bieden aan getraumatiseerde mannen en vrouwen die

slachtoffer zijn van seksueel misbruik in de Rooms-Katholieke Kerk.

De Onderzoekscommissie doet voorstellen voor de opzet en het functioneren van een

kwaliteitscentrum hulpverlening dat hulpbehoevende slachtoffers kan doorverwijzen naar

de juiste hulp. Dit centrum moet slachtoffergroepen faciliteren en ook hulp aan een vaak

vergeten groep – de familieleden van slachtoffers – bieden.

Openbaarheid en transparantie

Hulp & Recht, in het bijzonder de Beoordelings- en adviescommissie, behandelt klachten over

seksueel misbruik in de Rooms-Katholieke Kerk.

4

Klagers worden bij het opstellen van hun klaagschrift bijgestaan door juridisch adviseurs en

als ze dat willen wordt hen ook een vertrouwenspersoon toegewezen. De Beoordelings- en

adviescommissie (BAC) vraagt van de aangeklaagden een verweerschrift. Als de aangeklaagde

niet meer leeft, wordt het verweerschrift opgesteld door de verantwoordelijke bisschop of

hogere overste. De BAC hoort klager en aangeklaagde en geeft een advies. Dit advies bevat

een uitspraak over het al dan niet gegrond zijn van een klacht en als de klacht gegrond is

stelt de BAC maatregelen voor. De bisschop of hogere overste beslist over het advies. Wat

met de in het advies voorgestelde maatregelen gebeurt is vaak niet te achterhalen. De

uitspraak en het advies van de BAC zijn niet openbaar. De Onderzoekscommissie kiest – net

zoals dat bij klachtencommissies voor bij voorbeeld het onderwijs het geval is - voor

openbaarheid. De Onderzoekscommissie stelt voor jaarlijks de uitspraken en adviezen in

geanonimiseerde vorm te publiceren. Ook moet jaarlijks worden nagegaan wat met de

adviezen van de BAC gebeurt. Het zou goed zijn als wordt vastgesteld of en zo ja, wanneer

én waarom bisschoppen en hogere oversten afwijken van adviezen van de BAC.

Hulp & Recht is in de Rooms-Katholieke Kerk wellicht geen unieke, maar wel een bijzondere

organisatie. Er zijn in het buitenland niet veel voorbeelden bekend van instellingen waar

slachtoffers met hun klachten terecht kunnen die een zekere zelfstandige positie ten opzichte

van de Rooms-Katholieke Kerkprovincie kennen. De voorzitter en leden van BAC zijn personen

met een grote mate van deskundigheid. Zij verrichten net als de voorzitter en leden van het

bestuur van Hulp & Recht hun taken met grote toewijding en integriteit. Dat geldt ook voor

de voorzitter en leden van de eerdere BAC en voor de vertrouwenspersonen, medewerkers

en oud-medewerkers van Hulp & Recht en de BAC.

Begin dit jaar kreeg Hulp & Recht te maken met een groot aantal meldingen en klachten die

de organisatie volledig hebben overvallen. De administratieve chaos die hiervan het gevolg

was heeft geleid tot kritiek op het functioneren van Hulp & Recht. Te lang is gewacht met het

professioneel opvangen van deze meldingen en klachten. Te lang was de administratie

bepaald niet op orde. Dit vormde een extra voedingsbodem voor het wantrouwen in Hulp &

Recht, die vooral is ontstaan door onhelderheid over de bevoegdheden van Hulp & Recht. Het

bestuur is verantwoordelijk, was op de hoogte van de ernst van de situatie, reageerde

onvoldoende adequaat en schoot dan ook tekort.

De huidige organisatievorm van Hulp & Recht staat niet alleen slagvaardig optreden maar

ook transparantie en verantwoording in de weg. Naast het bestuur functioneert de BAC, de

eigenlijke klachtencommissie met een eigen voorzitter, plaatsvervangend voorzitter en

griffie. De Onderzoekscommissie doet voorstellen voor een nieuwe organisatie met een beter bij

de taken passende benaming. De organisatie bestaat uit een klachtencommissie met een

voorzitter die wordt ondersteund door een ambtelijke algemeen manager. De

klachtencommissie kent een griffie voor een zorgvuldige maar ook doelmatige behandeling

van de klachten. De griffie zorgt voor een heldere en overzichtelijke verantwoording. Naast

de griffie fungeert een meldpunt waar de eerste contacten met melders en klagers

plaatsvinden. Het kwaliteitscentrum zorgt voor een juiste doorverwijzing van melders en

klagers die hulp en ondersteuning nodig hebben. Dit kwaliteitscentrum faciliteert ook

lotgenotengroepen en zorgt voor hulp aan familieleden van slachtoffers.

5

De Onderzoekscommissie wil de positie van de nieuwe organisatie ten opzichte van de Rooms-

Katholieke Kerk in Nederland transparanter maken. De bisschoppenconferentie en de

Konferentie Nederlandse Religieuzen benoemen de voorzitter en leden van klachtencommissie

op voordracht van de klachtencommissie. De Onderzoekscommissie stelt voor om de

deskundigheid in het bestuur van de nieuwe klachtencommissie te verbreden door behalve

personen met een bestuurlijke en juridische achtergrond ook personen op te nemen met

deskundigheid op het gebied van slachtofferhulp, met deskundigheid van tweede en

derdelijns geestelijke gezondheidszorg en van werkgeschiktheid en reïntegratie. Niet een

rooms-katholieke achtergrond maar deskundigheid hoort het doorslaggevende

selectiecriterium te zijn.

De huidige klachtenprocedure moet worden aangepast. Zo moet bij het vermoeden van een

niet-verjaard strafbaar feit de bisschop en hogere overste contact opnemen met het Openbaar

Ministerie. Bij verkrachting bestaat reeds een wettelijke verplichting tot het doen van

aangifte. Voor bisschoppen en hogere oversten moet een plicht gelden voor het melden van

gevallen van seksueel misbruik bij de klachtencommissie.

De Onderzoekscommissie heeft overwogen om de klachtenprocedure en de hiervoor

benodigde organisatie op afstand te plaatsen en volledig onafhankelijk te maken van de

Rooms-Katholieke Kerkprovincie. Nadeel hiervan is dat dan voorlopig niets of niet veel kan

worden gedaan aan de vele klachten over seksueel misbruik. Een dergelijjk voorstel zou

indruisen tegen de belangen van de slachtoffers zowel bij de gegrondverklaring van hun

klachten als bij de behandeling van eventueel door hen in te dienen schadeclaims.

De Onderzoekscommissie vraagt de bisschoppenconferentie en de Konferentie Nederlandse

Religieuzen om uiterlijk 1 juli 2011 een verslag aan de Onderzoekscommissie aan te bieden.

Hierin geven ze aan of en zo ja op welke wijze zij de aanbevelingen van de

Onderzoekscommissie hebben overgenomen en uitgevoerd. In haar eindrapportage zal de

Onderzoekscommissie aan de hand hiervan nadere voorstellen doen.

Genoegdoening

In 2010 (tot 23 november jl) heeft Hulp & Recht 1799 meldingen over (seksueel) misbruik

ontvangen. Zo'n 210 melders hebben een klacht ingediend (in totaal 241 klachten). Deze

klachten doorlopen de klachtenprocedure en de BAC/klachtencommissie doet na

behandeling van deze klachten een uitspraak over het al dan niet gegrond zijn van de

klachten. Als klachten gegrond worden verklaard zijn de feiten en omstandigheden

vastgesteld en vormen die geen punt van discussie meer bij de vaststelling van eventuele

schade. De huidige BAC kan in 2011 200 klachten behandelen. Dit betekent dat eind

2011/begin 2012 van de nu ingediende 241 klachten bekend is of ze gegrond dan wel

ongegrond zijn verklaard.

Verjaring

Vermoedelijk betreffen de meeste klachten die nu in behandeling zijn gebeurtenissen die

verjaard zijn.

In geval van een bewezen verklaarde onrechtmatige daad is schadevergoeding een

juridische consequentie.

6

Als een dergelijke civielrechtelijke vordering zal blijken te zijn verjaard, dan zal - zo stelt de

Onderzoekscommissie voor - een beroep op verjaring niet leidend zijn bij het antwoord van de

Rooms-Katholieke Kerk op de vraag of de Kerk overgaat/moet overgaan op betaling van

schadevergoeding en/of compensatie anderszins. Het betalen van een schadevergoeding

en/of compensatie anderszins na verjaring kan juridisch gekwalificeerd worden als het

voldoen aan een natuurlijke verbintenis.

Hiermee staat het -juridische - probleem van verjaring financiële genoegdoening niet meer in

de weg. De Onderzoekscommissie beveelt bisschoppen en hogere oversten aan om

verantwoordelijkheid te nemen voor het door seksueel misbruik veroorzaakte en bij velen

aangedane leed en daarom bij de vraag naar (financiële) compensatie een beroep op

verjaring niet leidend te laten zijn.

Commissie-Lindenbergh

De Onderzoekscommissie dringt erop aan dat de commissie-Lindenbergh zo spoedig mogelijk

voor alle geledingen binnen de Rooms-Katholieke Kerk (bisdommen, ordes, congregaties)

aanbevelingen doet voor de wijze van afhandeling van schadevergoeding en compensatie.

Voor de Onderzoekscommissie is het - in het belang van klagers die schadevergoeding en

compensatie vragen - denkbaar dat aan deze klagers een collectieve regeling wordt

aangeboden. Binnen een dergelijke collectieve regeling zou naar gelang de ernst van de

gegrond verklaarde klacht kunnen worden gekozen voor een differentiatie, zodat met de

individuele verschillen en belangen rekening kan worden gehouden. In de

klachtenprocedure van Hulp & Recht zijn onafhankelijke commissies voorzien (artikel 19, lid

4) die zouden kunnen vaststellen hoe de klagers op deze wijze zouden kunnen worden

ingedeeld.1

Voor individuele klagers die schadevergoeding en compensatie vragen én die niet akkoord

zijn met wat hen in een collectieve regeling wordt aangeboden staat de mogelijkheid van de

weg naar de rechter open.

Niet-verjaarde zaken

Er zijn ook niet-verjaarde zaken waarover gemeld is of waarover een klacht is ingediend. De

Onderzoekscommissie dringt erop aan om zo spoedig mogelijk aangifte te doen. Als dit leidt

tot een strafrechtelijke vervolging en rechtszaak, kan de uitspraak worden gebruikt voor een

individuele afdoening van schadevergoeding en compensatie.

1 Artikel 19 lid 4 luidt als volgt: Indien klager een verzoek tot schadevergoeding heeft gedaan, wordt het advies

en – voor zover nodig – de daarbij gevoegde bijlagen, nadat daaruit de persoonsgegevens zijn verwijderd, door

de bisschop, militair ordinarius of overste overhandigd aan een onafhankelijke externe commissie ter bepaling

van de hoogte van die vergoeding.” Zo’n commissie bestaat nog niet. Wel bestaat een commissie van Aegon en

de Rooms-Katholieke Kerk, maar dit betreft zaken van de oude verzekeringspolis en strekt zich uitsluitend uit

tot de bisdommen.

7

Inleiding

Algemeen

Dit onderzoek naar en advies over het functioneren van Hulp & Recht heeft de Commissie van

onderzoek naar seksueel misbruik in de Rooms-Katholieke Kerk (verder: de Onderzoekscommissie)

met voorrang uitgevoerd. De Onderzoekscommissie staat onder voorzitterschap van drs. W.J.

Deetman. De Onderzoekscommissie richt zich in haar onderzoek op seksueel misbruik van

minderjarigen. Voor haar onderzoeksopdracht verwijst de Onderzoekscommissie naar

www.onderzoekrk.nl/advies.

De Onderzoekscommissie heeft besloten op korte termijn advies uit te brengen over Hulp &

Recht, mede gezien de grote druk waaronder deze instelling thans staat. Hulp & Recht heeft

een taakstelling die niet alleen minderjarige slachtoffers van seksueel misbruik betreft, maar

ook misbruik van meerderjarigen. Bij de huidige stand van het onderzoek is duidelijk

geworden dat van een effectieve hulpverlening door Hulp & Recht noch door de Rooms-

Katholieke Kerk kan worden gesproken.

Slachtoffers van seksueel misbruik kunnen zich melden bij Hulp & Recht. Alle melders

ontvangen informatie over de klachtenprocedure. Niet alle melders dienen een klacht in.

Hulp & Recht maakt onderscheid tussen een melding en een klacht. Iemand kan seksueel

misbruik melden en eventueel enkele gesprekken met een vertrouwenspersoon voeren en

daar blijft het dan bij. Een melding kan overgaan naar/in een klacht, waarvoor een

klaagschrift wordt opgesteld, als een melder een onderzoek wil laten instellen naar de

gemelde handelingen.

Melders kunnen verschillende motieven hebben om zich te melden. Sommigen willen een of

andere vorm van compensatie. Anderen zoeken hulp. Weer anderen willen uitdrukking

geven aan hun ongenoegen. Over een bepaalde persoon of over de organisatie waarbinnen

deze persoon werkzaam was of is. Dit uiten van het ongenoegen is in veel gevallen een

zelfstandige behoefte die niet noodzakerlijkerwijs hoeft uit te monden in het indienen van

een formele klacht. Melders die niet willen klagen maar wel willen worden gehoord krijgen

het aanbod van een gesprek met een vertrouwenspersoon. Voor veel personen volstaat een

melding. Voor een aantal melders is de melding de eerste stap die zij doen voor het indienen

van een klacht. Elke klacht wordt behandeld volgens de procedure van Hulp & Recht. Dit

houdt in dat allereerst wordt bezien of de klacht ontvankelijk is. Is dat het geval dan wordt

de klacht voorgelegd aan de Beoordelings- en adviescommissie (BAC) van Hulp & Recht. De

BAC kan de klacht gegrond, deels gegrond of ongegrond verklaren. Is een klacht gegrond of

deels gegrond, dan adviseert de BAC de bisschop of de hogere overste over te nemen

maatregelen. Uiteindelijk beslist de bisschop of de hogere overste over het advies. De klager

behoort vervolgens te worden ingelicht over de reactie van de bisschop of de hogere overste.

Hulp & Recht

Voor slachtoffers én daders van seksueel misbruik bestaat de kerkelijke instelling Hulp &

Recht. De Nederlandse bisschoppen besloten op dinsdag 4 april 1995 tot de oprichting van

Hulp & Recht. Aan de oprichting lag een initiatief van de Bisschoppelijke Contactcommissie

Vrouw en Kerk (verder: Bisschoppelijke Contactcommissie) ten grondslag.

8

Dit initiatief was aanvankelijk gericht op seksuele relaties in de pastorale zorg. Het besluit tot

oprichting was het sluitstuk van een discussie binnen de bisschoppenconferentie over de

vraag hoe de Rooms-Katholieke Kerkprovincie (RKK) zou moeten omgaan met klachten over

seksueel misbruik. De Besturenvergadering van de Konferentie Nederlandse Religieuzen (KNR)

sloot zich aan bij het besluit van de bisschoppen. Voor meer informatie over Hulp & Recht

zoals die door de instelling zelf wordt verstrekt, verwijst de onderzoekscommissie naar

www.hulpenrecht.nl.

Hieronder een schets van de problemen die in en rond deze procedure voorkomen en die de

Onderzoekscommissie in de loop van haar onderzoek zijn voorgelegd.

Problemen in het functioneren van Hulp & Recht

De Onderzoekscommissie heeft aan de hand van gesprekken vastgesteld dat bij de instelling

Hulp & Recht sprake was en is van problemen. Deze problemen zijn organisatorisch van aard

en hebben voor een deel hun oorsprong in ‘weeffouten’ bij de opzet en oprichting van deze

kerkelijke instelling. Daarnaast werd de organisatie compleet overvallen door de publiciteit

over seksueel misbruik in de Rooms-Katholieke Kerk en de hierop volgende toestroom van

meldingen en klachten.

1. Organisatorische problemen door toename van meldingen en klacht

Hulp & Recht bestaat ruim vijftien jaar en ziet zich geconfronteerd met verschillende

problemen. Het eerste probleem is praktisch en organisatorisch van aard. Het aantal

meldingen liep op van zeven in 2007 naar 1799 in 2010 (tot 23 november jl). Het aantal

personen dat seksueel misbruik meldt en daarover een klacht indient, is het afgelopen jaar

explosief gestegen van drie in 2007 naar 241 in 2010 (tot 23 november jl).2 De organisatie van

Hulp & Recht kon eerder dit jaar deze toevloed niet aan. Het meldpunt raakte overbelast en

was onbereikbaar. Alle meldingen, ook die per E-mail en brief, moesten worden

geregistreerd en reacties op de meldingen en klachten werden met een vertraging verstuurd.

Om alle meldingen te verwerken werd het bureau van Hulp & Recht versterkt. Om alle

klachten te behandelen is de BAC uitgebreid.3 Maar ook in de tijd vóór de enorme toestroom

van meldingen en klachten voelden klagers zich niet goed geholpen en ervoeren ze

misverstanden, complicaties en andere fouten bij indiening, behandeling en afhandeling van

hun klacht.

2. De organisatie Hulp & Recht kent verschillende gremia

De kerkelijke instelling Hulp & Recht bestaat uit twee gremia. Het bestuur van Hulp & Recht

in de persoon van de voorzitter is het gezicht naar buiten en fungeert voor de bisschoppen

en hogere oversten als gesprekspartner. Binnen Hulp & Recht fungeert de Beoordelings- en

adviescommissie (BAC) die de klachten behandelt, uitspraken doet over het al dan niet

gegrond zijn van deze klachten en hierover niet-openbare adviezen uitbrengt aan

bisschoppen en hogere oversten. De eerste behandeling van een melding geschiedt door een

door het bestuur benoemde en met een mandaat van de bisschoppen functionerende

vertrouwenspersoon die in vertrouwelijkheid gesprekken met de melder voert.

2 Notitie ‘gegevens uit registratie Hulp & Recht’ van 23 november 2010 (kenmerk \beleid\cijfers-003).

3 Jaarverslag van de landelijke instelling Hulp & Recht over het jaar 2009, blz. 1.

9

Klagers worden bijgestaan door juridisch adviseurs, in het dagelijks leven advocaten die aan

de beroepscode van de Orde van Advocaten zijn gebonden.

Het bestuur van Hulp & Recht wordt in de media en door klagers aangesproken op het

functioneren van de BAC in zaken waar ze geen weet van heeft en waar ze – ook als het

bestuur dat zou willen – geen toegang toe heeft. De BAC heeft geen zicht op wat

bisschoppen en oversten met haar adviezen doen, terwijl de verantwoording hierover ligt in

contacten van de bisschoppen en hogere oversten met een op dit vlak onwetend bestuur.

3. Hulp & Recht is geen hulporganisatie

Het derde probleem is deels organisatorisch en deels principieel van aard. Dit probleem

betreft de vraag om hulp. Maar een relatief klein deel van de personen die zich bij Hulp &

Recht dit jaar hebben gemeld, dient een klacht in en doorloopt de klachtprocedure. Onder de

melders komen personen voor die niet klagen, maar wel (onmiddellijk) behoefte hebben aan

hulp. Uit eigen onderzoek van Hulp & Recht blijkt dat 44 procent van de melders behoefte

heeft aan hulp.4 De wijze waarop Hulp & Recht invulling geeft aan het eerste deel van haar

naamgeving is onduidelijk. De mogelijkheden van Hulp & Recht om slachtoffers hulp te

bieden zijn beperkt. De instelling zelf schrijft: “Voor ieder die zich meldt, is er een aanbod

van ondersteuning in de vorm van persoonlijke gesprekken met een vertrouwenspersoon.”

Maar een pastoraal gesprek is niet altijd passend voor de naar hulp en ondersteuning

zoekende slachtoffers. Voor hen die het vertrouwen in de Rooms-Katholieke Kerk hebben

verloren biedt Hulp & Recht geen alternatief. Aansluiting op en doorverwijzing naar een

professioneel netwerk van hulpverleners is afhankelijk van de kennis en deskundigheid van

vertrouwenspersonen.

4. Hulp & Recht is niet bevoegd zich uit te spreken over schadeclaims

Klagers hebben vaak – al dan niet terecht - hoge verwachtingen over wat met hun gegrond

verklaarde klacht gebeurt. Ze rekenen op passende maatregelen, maar het komt voor dat de

bisschop of hogere overste de maatregelen die in het advies worden genoemd niet of

gedeeltelijk overneemt. Als de bisschop of hogere overste besluit tot maatregelen dan

ontbreekt het aan inzicht in de mate van uitvoering van dergelijke maatregelen. Feedback en

evaluatie vinden niet plaats. Eisen om in financiële zin compensatie en genoegdoening te

krijgen worden vaak maar gedeeltelijk (voor de vergoeding van kosten van therapie) of niet

binnen de klachtenprocedure van Hulp & Recht in behandeling genomen. Klagers melden

zich met verzoeken tot vergoeding van immateriële schade. Lopende de klachtenprocedure

komen zij er dan achter dat Hulp & Recht niet bevoegd is zich te buigen over de toekenning

van een schadevergoeding. Waar ze na de gegrondverklaring van hun klacht terecht kunnen

met hun eisen voor een vergoeding van gemaakte kosten en voor immateriële schade is

onduidelijk. In ieder geval niet bij Hulp & Recht. Artikel 19.4 van de Procedure bij klachten

van seksueel misbruik stelt: “Indien klager een verzoek tot schadevergoeding heeft gedaan,

wordt het advies en – voor zover nodig – de daarbij gevoegde bijlagen, nadat daaruit de

persoonsgegevens zijn verwijderd, door de bisschop, militair ordinarius of overste

overhandigd aan een onafhankelijke externe commissie ter bepaling van de hoogte van die

vergoeding.” Dergelijke onafhankelijke externe commissies bestaan (nog) niet.

4 Marie-José Jager, Onderzoek melders. 21 oktober 2010 (Kenmerk:\OM\bestuur-001)

10

Wel bestaat sinds kort een externe commissie die aan de bisschoppenconferentie en de KNR

opties zal voorleggen voor de wijze waarop schadeclaims zouden kunnen worden

behandeld. De commissie is naar haar voorzitter beter bekend als de commissie-

Lindenbergh.

5. Hulp & Recht is een instelling van de Rooms-Katholieke Kerk

Een probleem dat principieel van aard is. Hulp & Recht is een kerkelijke instelling met

statuten en procedures die mede zijn ontleend aan het kerkelijk recht. Het kerkelijk of

canoniek recht kent geen scheiding der machten. Dit zorgt voor een verwevenheid van de

bisschop en hogere overste met Hulp & Recht. De bisschoppenconferentie en het bestuur van

de KNR benoemen de voorzitter en leden van bestuur en van de BAC, stellen de statuten en

procedures vast of veranderen deze op voorstel van het bestuur van Hulp & Recht en ten

slotte besluiten de bisschoppen en hogere oversten afzonderlijk (net als de betrokken

oversten) over de adviezen die ze van de BAC krijgen.

De als voorzitter en leden van de BAC te benoemen personen moeten niet alleen deskundig

zijn, maar ook katholiek zijn. De voorzitter en leden van Hulp & Recht moeten affiniteit met

de kerk hebben en bij benoeming van bestuursleden van Hulp & Recht wordt nagegaan of ze

naar de maatstaven van de Rooms-Katholieke Kerk van onbesproken gedrag zijn. Bij veel

melders en klagers leven twijfels over de onafhankelijkheid van Hulp & Recht en nemen

dergelijke twijfels in de loop van de behandeling van hun klacht toe.

6. Hulp & Recht is er voor slachtoffers én plegers

Hulp & Recht is een instelling die hulp en recht biedt aan het slachtoffer maar ook aan de

pleger. Weliswaar is het principieel goed verdedigbaar dat een organisatie medewerkers die

over de schreef zijn gegaan helpt. Maar de keerzijde is wel dat het slachtoffer in Hulp & Recht

weinig vertrouwen heeft bij het indienen van zijn klacht. Het is klagen bij een organisatie die

in de visie van het slachtoffer de zorg voor de pleger even zwaar laat wegen als het belang

van het slachtoffer. Het is – in de beleving van klagers - klagen bij de voor misbruik

verantwoordelijken. Zo luiden in verschillende varianten reacties die de Onderzoekscommissie

heeft ontvangen.

Vraagstelling

Van een organisatie die hulp en recht wil bieden wordt verwacht dat ze professioneel

omgaat met meldingen en klachten, dat ze klagers ‘fair trial’ en ‘fair justice’ biedt met alle

waarborgen van onafhankelijkheid, professionaliteit en integriteit die hieraan verbonden

zijn. Van zo’n organisatie wordt verwacht dat ze hulp kan bieden aan degenen die hulp en

ondersteuning nodig hebben. De hoofdvraag is of Hulp & Recht aan deze verwachtingen

voldoet. Tevens is het de vraag hoe hulp kan worden geboden en vergoeding van schade kan

worden vastgesteld. De Onderzoekscommissie stelt deze vragen in de overtuiging dat allen die

bij Hulp & Recht betrokken zijn en betrokken waren zich met grote toewijding en integriteit

hebben ingespannen en nog steeds inspannen voor melders en klagers.

Hoofdstukindeling

Om deze hoofdvraag te beantwoorden belicht de Onderzoekscommissie in het eerste hoofdstuk

de voorgeschiedenis van de oprichting en de wijze waarop Hulp & Recht van 4 april 1995 tot

nu [november 2010] heeft gefunctioneerd.

11

In het tweede hoofdstuk komen de knelpunten in het functioneren en de organisatie van

Hulp & Recht aan de orde. Hierbij staan de volgende vragen [die in de onderzoeksopzet van

de Onderzoekscommissie van 7 mei 2010 worden genoemd] centraal:

voldoet de klachtenprocedure en waar doen zich knelpunten voor?

a. hoe verhoudt zich de juridische procedure van Hulp & Recht tot andere

vergelijkbare procedures (met een tuchtrechtelijk karakter) in Nederland?

b. hoe verhoudt de procedure van Hulp & Recht zich tot het Nederlandse recht?

c. hoe verhoudt zich de procedure van Hulp & Recht tot het kerkelijk recht?

d. hoe functioneert de huidige procedure in de praktijk: wat gaat er goed, wat

gaat er niet goed, waar zijn veranderingen en verbeteringen nodig; worden de

adviezen van Hulp & Recht opgevolgd?

welke andere juridische mogelijkheden, zowel naar Nederlands recht als

kerkrechtelijk, staan er voor de bisschoppen en leidinggevenden religieuzen open

om seksueel misbruik te voorkomen, de slachtoffers te beschermen en onderzoek

en vervolging te bevorderen bij verdenking van seksueel misbruik door

vertegenwoordigers van de kerk?

welke procedures gelden in het algemeen bij de andere instellingen waar

slachtoffers zich hebben gemeld? Waar zijn die procedures op gebaseerd en hoe

wordt daar met de belangen van slachtoffers en beschuldigden om gegaan?5

In het laatste hoofdstuk komen de bevindingen en conclusies van de Onderzoekscommissie aan

de orde. Hierbij gaat het ook om antwoord op de vraag of de organisatie en het bestuur van

Hulp & Recht zo zijn ingericht dat deze instelling haar taken naar behoren kan uitvoeren. En

uiteraard komt hier aan bod het antwoord op de vraag of het wenselijk is dat de instelling

Hulp & Recht binnen de Rooms-Katholieke Kerk kan functioneren op de wijze zoals dat thans

het geval is.

In de eerste bijlage is een verantwoording opgenomen van de aanpak van dit onderzoek en

advies. Tevens is bij dit onderzoeksverslag gevoegd een lijst van personen waarmee de

Onderzoekscommissie heeft gesproken. Van deze gesprekken is een verslag gemaakt dat aan

deze personen ter autorisatie is voorgelegd.

5 Voorstel voor Onderzoek naar Seksueel Misbruik in de Rooms-Katholieke Kerk in de periode van 1945 tot

heden, blz. 18 en 19.

12

1.

Het functioneren van Hulp & Recht: 1995-2010

De Onderzoekscommissie heeft ervoor gekozen allereerst na te gaan wat de bedoelingen

waren die aan de oprichting van Hulp & Recht ten grondslag lagen.

Bij de oprichting en in de loop van de tijd is sprake van ‘weeffouten’ die doorwerken in

het latere functioneren van de organisatie. Het hoe en waarom van deze weeffouten moet

worden opgespoord.

1. De oprichting: de nota Geschonden vertrouwen van de Bisschoppelijke Contactcommissie

Vrouw en Kerk

In het begin van de jaren negentig was in de bisdommen en bij de ordes en congregaties

sprake van (grotendeels) parallelle ontwikkelingen rond het probleem van seksueel

misbruik. De aanleiding voor het initiatief was een uitzending van Kruispunt op 8

november 1992. In deze uitzending kwam de rond 1990 opgerichte interkerkelijke

initiatiefgroep tegen seksueel geweld in pastorale relaties naar buiten met bevindingen

over seksueel misbruik in pastorale relaties. De uitzending leidde tot een groot aantal

meldingen. Het aantal reacties werd op 250 geschat, waaronder 160 meldingen over

seksueel misbruik. Het betrof niet alleen vrouwen, maar ook mannen: “mannen die

bijvoorbeeld op seminaries en kostscholen zaten.”6 De melders werden doorverwezen

naar vertrouwenspersonen. Tien van deze melders lieten weten “een procedure te willen

aanspannen”.7

Het was de vraag hoe bisschoppen en hogere oversten moesten handelen als slachtoffers

zich met een klacht bij hen zouden melden. “Procedures waren niet beschikbaar. En met

een pro-slachtofferaanpak hadden bisschoppen en hogere oversten al helemaal geen

ervaring”.8 Het presidium van de stichting Samenwerking Nederlandse Priester Religieuzen

(SNPR), een van de voorlopers van de KNR, boog zich begin 1993 over deze vraag.

Informatie werd opgevraagd bij de Conference of Major Superiors of Men in de

Verenigde Staten waar verschillende ordes en congregaties een officiële

klachtenprocedure bij seksueel misbruik kennen. In de notitie ‘Suggesties voor hogere

oversten bij gevallen van seksueel misbruik, in het bijzonder van minderjarigen’ werden

enkele uitgangspunten voor de verdere aanpak van dit probleem voorgesteld. Het ging

hierbij om de vaststelling dat de hogere overste niet bij uitstek de juiste persoon was om

beschuldigingen van seksueel misbruik te onderzoeken.

6 Marjo Eitjes, theologe werkzaam bij het Katholiek Bureau voor vorming en toerusting omtrent Seksualiteit en

Relaties. In: Twentse Courant, ‘Als de dominee en de pastoor je te na komen.’ 19 februari 1994.

7 ‘Geschonden vertrouwen. Seksueel Misbruik in Pastorale Relaties’. Nota van de Bisschoppelijke

Contactcommissie Vrouw en Kerk oktober 1993, blz. 3 en 4.

8 J.Y.H.A. Jacobs, ‘Werken in een dwarsverband. Een portret van de gezamenlijke Nederlandse

priesterreligieuzen 1840-2004.’ Jacobs wijst erop dat in de canones 1311-1399 van de Codex Iuris Canonici

“eigenlijk alleen wordt gesproken over de dader.”

13

De Bisschoppelijke Contactcommissie Vrouw en Kerk nam het initiatief tot een nota over

seksueel misbruik in pastorale relaties. De Bisschoppelijke Contactcommissie stond onder

voorzitterschap van de bisschop van Breda, mgr. H.C.A. Ernst, en telde leken onder haar

leden, waaronder vrouwelijke theologen.

De nota van de commissie begint met een verwijzing naar het ad liminabezoek van de

Amerikaanse bisschoppen aan Rome.9 Tijdens dit bezoek stelde de paus de problematiek

van seksueel misbruik door pastores aan de orde. Paus Johannes Paulus II liet de

Amerikaanse bisschoppen op 11 juni 1993 weten dat “I fully share your sorrow and your

concern, especially your concern for the victims so seriously hurt by these misdeeds.”10

Voor de opstellers van de nota was seksueel misbruik geen nieuw fenomeen. In de nota

wordt verwezen naar “het gevaar van seksueel misbruik [dat] altijd aanwezig is daar

waar mensen professioneel met van hen afhankelijke personen werken, of dit nu

onderwijzers, artsen, (psycho-)therapeuten, notarissen, advocaten of pastores zijn.”11

Gezamenlijke aanpak met de protestantse kerken

In Nederland ontstond aan het eind van de jaren tachtig van de vorige eeuw binnen de

Rooms-Katholieke en protestantse kerken een discussie over seksueel misbruik in

pastorale relaties. De aanleiding was de bekendmaking door een gemeentelid in een van

de protestantse kerken dat zij jarenlang een relatie had gehad met haar predikant. Zij

noemde die relatie een vorm van seksueel misbruik: “zij verwachtte dat ze niet alleen

stond in haar ervaringen en wilde dit soort misstanden aan de kaak stellen om

uiteindelijk te voorkomen dat ook anderen dit gebeurde. De schok die haar verhaal

teweegbracht was groot. Pastores stonden veel langer dan andere hulpverleners boven

elke verdenking. Haar verhaal werd genegeerd, ontkend en gebagatelliseerd. Anderen

zeiden dat het hier om overspel ging, dat toch eerder in de privésfeer lag. Weer anderen

zeiden: 'Misschien is het wel waar, maar de betreffende ambtsdrager is zo’n goede

pastor.”12

Met anderen wilde de vrouw een veilige plaats waar vrouwen die op deze wijze klem

waren geraakt hun verhaal konden doen. Deze plaats zou loyaal aan de kerken moeten

zijn, liefst gedragen door kerken. Zo ontstond de interkerkelijke initiatiefgroep tegen

seksueel misbruik in pastorale relaties op initiatief van het Katholiek Bureau voor vorming

en toerusting omtrent seksualiteit en relaties en de Protestantse Stichting voor voorlichting en

vorming omtrent seksualiteit en relaties, die beide een medewerker vrijstelden voor het

opzetten van dit werk, alsmede het Samenwerkingsorgaan voor het Pastoraat van de

Nederlandse Hervormde kerk en de Gereformeerde Kerken.

9 Het ‘ad limina’ bezoek van de bisschoppen uit de verschillende kerkprovincies aan Rome vindt in beginsel elke

vijf jaar plaats.

10 ‘Geschonden vertrouwen. Seksueel Misbruik in Pastorale Relaties’. Nota van de Bisschoppelijke

Contactcommissie Vrouw en Kerk oktober 1993, blz 3. Zie ook ‘Origins, Vol. 23, no. 7, p. 102 en ‘Paus neemt

seksueel geweld Amerikaanse priesters hoog op’, in: Trouw 23 juni 1993.

11Idem, blz. 5.

12 www.smpr.nl

14

De opvang van slachtoffers/misbruikten kreeg prioriteit. In 1991 kwamen er twee

meldpunten, het IKON-pastoraat en het omroeppastoraat van KRO/RKK, vanwege

hun bereikbaarheid, hun relatieve onafhankelijkheid ten opzichte van de kerken en hun

ervaring met anoniem pastoraat. Er werd een aantal pastores en vrouwen met eigen

ervaringen van misbruik binnen het pastoraat getraind. Zij vormden een netwerk van

vertrouwenspersonen met als doel slachtoffers (telefonisch) pastorale begeleiding te

bieden. Het interkerkelijke netwerk ging in 1992 van start.

Maar al spoedig koos de RKK als vervolg op de nota van de Bisschoppelijke

Contactcommissie voor Vrouw en Kerk voor een eigen binnenkerkelijk traject voor hulp en

recht aan misbruikten. In de nota werden nog wel een aantal voordelen van

interkerkelijk samengaan genoemd, maar binnen de RKK ontspon zich een intensieve en

langdurige discussie waardoor de deelname van de RKK aan het interkerkelijke initiatief

op een zijspoor terechtkwam. De bisschoppen lieten de initiatiefnemers weten dat ze de

zorgen van de initiatiefgroep deelden, dat ze deze zorg ook legitiem vonden en “dat ze er

zelf – voor zover aan de orde – iets aan doen.”13

Bij dit laatste werden vragen gesteld, zodat de kwestie op 12 en 13 oktober 1992

wederom in de bisschoppenconferentie aan de orde kwam. Uit een notitie voor deze

bijeenkomst bleek het volgende: “Wat de klachtenprocedure betreft is voor zover mij

bekend in geen enkel bisdom een voorziening in deze. Als iemand zover komt om

seksueel misbruik door een priester naar buiten te brengen, vermoed ik dat de deken,

vicaris of de bisschop zelf personen zijn tot wie men zich wendt al dan niet schriftelijk.

Hoe de zaak verder wordt opgepakt zal afhankelijk zijn van de ernst van het feit en van

het oordeel van degene die benaderd is.”14 De bisschoppenconferentie nam dit standpunt

over: “De behandeling van voorkomende gevallen van seksueel misbruik in pastorale

relaties behoort tot de verantwoordelijkheid van de ordinarii en deze worden ook steeds

met grote pastorale zorg door hen behandeld, volgens de richtlijnen en de procedures,

die in het kerkelijk recht daarvoor zijn gegeven.”15

Feitelijke onderbouwing van de omvang van seksueel misbruik

Volgens de nota van de Bisschoppelijke Contactcommissie Vrouw en Kerk waren gegevens

over de aard en omvang van seksueel misbruik in Nederland nauwelijks voorhanden.

Voor de feitelijke onderbouwing van de aanbevelingen viel de Bisschoppelijke

Contactcommissie terug op onderzoeken naar seksueel misbruik door Amerikaanse

priesters. De in de nota opgenomen cijfers betreffen een percentage van vier procent van

de Amerikaanse priesters die minderjarigen seksueel misbruikt. Dit zou neerkomen op

ruim 1300 Amerikaanse priesters. Een andere in de nota aangehaalde bron noemde een

percentage van zes procent. In een derde bron lag het percentage tussen vijf en tien

procent.16

13 Notulen bisschoppenconferentie 7 september 1992, agendapunt 9.

14 Notitie van het secretariaat van het Rooms-Katholieke Kerkgenootschap in Nederland (kenmerk 4/424/92-

TK-cvs), 21 september 1992.

15 Notulen bisschoppenconferentie 12 en 13 oktober 1992, agendapunt 12.

16 De opstellers van ‘Geschonden vertrouwen’ gebruikten voor de feitelijke onderbouwing gegevens uit een

artikel in ‘Trouw’ van 23 juni 1993 (‘Paus neemt seksueel geweld Amerikaanse priesters hoog op’): “Onlangs zei

de bekende Amerikaanse godsdienstsocioloog Andrew Greeley, zelf priester, dat hij vermoedt dat zo’n vijf tot

15

De nota liet zich niet uit over een voor Nederland vergelijkbaar percentage: “Maar zelfs

al zou het percentage in de Nederlandse Kerkprovincie de helft zijn van wat zich in

Amerika aftekent, dan nog is het een percentage dat vraagt om een beleid inzake deze

zeer ernstige problematiek.”17

De Bisschappelijke Contactcommissie gebruikte voor de feitelijke onderbouwing van haar

voorstellen ook feitenmateriaal over misbruik van minderjarigen. De Bisschoppelijke

Contactcommissie liet in het midden of ook leken die in het pastoraal werk fungeerden

onder de in de nota voorgestelde aanpak vielen.

Vier uitgangspunten in Geschonden Vertrouwen

De nota kent vier uitgangspunten, die als de vier ‘P’s werden gepresenteerd: positief,

pastoraal, preventie en pro-slachtoffer.

Positief, omdat beoogd wordt de stilte en de geheimhouding, zo kenmerkend bij

seksueel misbruik, op positieve wijze te doorbreken door open en oprecht te zijn.

Niet zwijgen, maar luisteren. En erkennen dat in het verleden fouten zijn

gemaakt. Hiermee zou de basis kunnen worden gelegd voor de zo noodzakelijke

ondersteuning van het slachtoffer en voor de juiste behandeling van de plegers.

Een pastorale houding tot uitdrukking brengen door geen enkel excuus aan te

dragen voor seksueel misbruik. Maar wel vertrouwen in het kunnen leren door

plegers van hun misbruik zodat ze hun gedrag kunnen beheersen. Hierbij wordt

niet voorbij gegaan aan de realiteit van de steeds weer naar recidive neigende

pleger.

Preventie.

Pro-slachtoffer: alle energie en inzet moet worden aangewend om de slachtoffers

van seksueel misbruik op de best mogelijke manier te ondersteunen.18

Twee aanbevelingen: vertrouwenspersonen voor slachtoffers, raadslieden voor daders én een

klachtenprocedure

De nota van de Bisschoppelijke Contactcommissie Vrouw en Kerk mondde uit in twee

aanbevelingen. De eerste aanbeveling had betrekking op de aanstelling van

vertrouwensfunctionarissen. Enerzijds betrof dit vertrouwenspersonen voor de

ondersteuning van mannen en vrouwen die seksueel misbruikt zijn. Anderzijds

raadslieden voor de begeleiding van plegers.19 Wat de vertrouwenspersonen betreft ging

de voorkeur uit naar diocesane vertrouwenspersonen. Dit wil zeggen personen

aangesteld door de desbetreffende bisschop. Hiernaast zou een meldpunt moeten gaan

functioneren voor de eerste telefonische opvang en doorverwijzing naar

vertrouwenspersonen en raadslieden.

tien procent van de 43.000 Amerikaanse priesters zich wel eens aan een minderjarige heeft vergrepen.

Anderen noemen schattingen van tussen twee en vier procent.”

17 ‘Geschonden vertrouwen. Seksueel Misbruik in Pastorale Relaties’. Nota van de Bisschoppelijke

Contactcommissie Vrouw en Kerk, oktober 1993, blz. 12.

18 ‘Geschonden vertrouwen. Seksueel Misbruik in Pastorale Relaties’. Nota van de Bisschoppelijke

Contactcommissie Vrouw en Kerk, oktober 1993, blz. 16-17.

19 Later werd deze benaming gewijzigd in ‘pastorale begeleiding’ om associaties met juridische ondersteuning

te vermijden.

16

De tweede aanbeveling betrof de klachtenprocedure. De Bisschoppelijke Contactcommissie

Vrouw en Kerk constateerde in haar nota dat de mogelijkheden die de kerkelijke rechtbank

biedt zozeer onbekend waren bij slachtoffers van seksueel misbruik dat zij de stap naar

deze rechtbank niet durfden te zetten. De rechtbanken bleken ook niet over de

deskundigheid te beschikken om aanklachten in verband met seksueel misbruik te

behandelen.

Voor de klachtenprocedure had de Bisschoppelijke Contactcommissie het voorbeeld van de

Amerikaanse bisschoppen voor ogen. De klachtenprocedure zou zijn bedoeld als “weg

naar mogelijke maatregelen tegen de aangeklaagde”. In dit verband werden de

mogelijkheden van “een eventueel canoniek of civiel proces” genoemd.20 Voor de

klachtenprocedure was de betrokkenheid van deskundigen nodig “zowel op het gebied

van seksueel misbruik als op dat van de juridische implicaties daarvan.” Deze

deskundigen zouden de opdracht krijgen om een (voor)onderzoek uit te voeren,

slachtoffers te begeleiden en de bisschop te adviseren over de te nemen maatregelen. Het

ging dus om:

- een gedelegeerde

- getrainde vertrouwenspersonen en raadslieden

- een beoordelingscommissie

De benoeming van een gedelegeerde berust op canon 1717 paragraaf 1: “Telkens

wanneer de Ordinaris van een misdrijf kennis krijgt, ten minste met een schijn van

waarheid, dient hij zelf of door een andere geschikte persoon een behoedzaam onderzoek

in te stellen betreffende de feiten en omstandigheden en betreffende de

toerekenbaarheid, tenzij dit onderzoek volstrekt overbodig lijkt.”21

De beoordelingscommissie zou tot taak krijgen het onderzoek van de gedelegeerde te

beoordelen en de bisschop te adviseren.

Aandachtspunten

De nota sloot af met vijf aandachtspunten. Zo vroeg de Bisschoppelijke Contactcommissie

zich af “of de absolutie gegeven mag worden aan een penitent die zich niet inspant zijn

wangedrag te veranderen en geen hulp wil zoeken.” Dit raakt uiteraard het

biechtgeheim.22 Het tweede aandachtspunt had betrekking op het beleid bij benoemingen

in parochies van pastores die pleger zijn geweest. Het zou tot de taak van de vicarisgeneraal

moeten behoren navraag te doen naar eventuele meldingen of aanklachten van

seksueel misbruik: “wanneer een pastor wegens seksueel misbruik in het eigen bisdom

niet meer voor benoeming in aanmerking komt, zou dit verbod ook voor de andere

bisdommen moeten gelden.”23

20 Geschonden vertrouwen. Seksueel Misbruik in Pastorale Relaties’. Nota van de Bisschoppelijke

Contactcommissie Vrouw en Kerk, oktober 1993, blz. 29.

21 Codex Iuris Canonici. Wetboek van Canoniek Recht. Tweede Herziene Uitgave 1983, blz. 751.

22 ‘Geschonden vertrouwen. Seksueel Misbruik in Pastorale Relaties’. Nota van de Bisschoppelijke

Contactcommissie Vrouw en Kerk, oktober 1993, blz. 36.

23 Idem, blz. 36.

17

Het derde aandachtspunt had betrekking op de selectie en opleiding van priesters. Een

zorgvuldige screening, informatie over de problematiek, voorlichting over het beleid en

vorming tot seksueel volwassen personen werden genoemd. Aandacht vroeg ook de

voorlichting naar buiten: die zou zorgvuldig en tijdig moeten gebeuren om wilde

geruchten en speculaties te voorkomen. Ten slotte zou jaarlijks het beleid waartoe deze

nota de eerste aanzet was moeten worden geëvalueerd.

De nota werd voorgelegd aan de bisschoppenconferentie. De bepaling van een standpunt

over de inhoud van de nota en de aanbevelingen werd uitvoerig voorbereid. De nota

werd geagendeerd voor de bisschoppenconferentie van 11 en 12 oktober 1993.

2. Reactie van de bisschoppen en de KNR op Geschonden vertrouwen

Het is gebruik dat de onderwerpen op de agenda van de maandelijkse

bisschoppenconferentie worden voorbereid door de zogeheten beleidsadviescommissie,

waarvan onder anderen de vicarissen-generaal van de zeven bisdommen deel uitmaken.

De beleidsadviescommissie plaatste bij de nota “een aantal min of meer belangrijke

kanttekeningen en opmerkingen”.24

De eerste kanttekening plaatste de beleidsadviescommissie bij het slachtoffer: “bij

seksueel misbruik van pastorale relaties is niet alleen degene die pastorale hulp heeft

gevraagd slachtoffer, maar ook de Kerk zelf.” De tweede kanttekening betrof de

voorgestelde aanpak, waarvan de beleidsadviescommissie vond dat die vergelijkbaar is

met het tuchtrecht bij bepaalde beroepsgroepen. De derde kanttekening betrof kritiek op

het gebruikte cijfermateriaal; “het rapport gaat ten onrechte te veel uit van Amerikaanse

en Canadese cijfers” (zie ook noot 15). De vierde kanttekening sluit bij de derde aan:

meer zou naar voren moeten komen dat seksueel misbruik een algemeen

maatschappelijke problematiek is. De vijfde kanttekening betrof het celibaat:

nadrukkelijk werd gesteld dat “geen direct verband bestaat tussen het niet naleven van

de celibaatsverplichting enerzijds en het seksueel misbruik van pastorale relaties

anderzijds.”

Verder adviseerden de adviseurs van de bisschoppenconferentie om de aanpak van het

probleem veel meer in preventie te zoeken. De beleidsadviescommissie keerde zich tegen

het voorstel in de nota om een pastor die vanwege seksueel misbruik geen pastorale

functie meer kon vervullen in het eigen bisdom ook geen pastorale functies meer te laten

vervullen in de andere bisdommen: “voldoende is dat er informatie wordt

ingewonnen/verkregen bij overgang van pastores van het ene naar het andere bisdom.”

De beleidsadviescommmisie adviseerde de bisschoppen ten slotte de nota “mutatis

mutandis” over te nemen. Dat gebeurde niet meteen.

24 Brief van de beleidsadviescommissie aan de bisschoppenconferentie van 6 oktober 1993, kenmerk

BBKAdv47/WvZ/YdK.

18

De bisschoppen kozen voor het voorleggen van de nota voor commentaar en reacties aan

de bisdomstaven, de Samenwerking Nederlandse Priesterreligieuzen [een van de voorlopers

van de Konferentie Nederlandse Religieuzen] en het ordinariaat voor de Nederlandse

strijdkrachten.25 Later werden ook de Samenwerking Broedercongregaties Nederland en de

Samenwerking Nederlandse Vrouwelijke Religieuzen [de twee andere voorlopers van de

Konferentie Nederlandse Religieuzen] om een reactie gevraagd. Tussen 11 november 1993 en

10 mei 1994 werden deze reacties ontvangen.

In de zomer van 1994 stelde de Bisschoppelijke Contactcommissie Vrouw en Kerk een advies

voor de bisschoppenconferentie op.26 In deze nota zijn de contouren van de

klachtenprocedure zoals die in de loop van 1995 zou worden vastgesteld zichtbaar. Dat

geldt ook voor de rol van de gedelegeerde die het (voor)onderzoek zou doen naar de

klacht en het meldpunt bij een ‘Secretariaat Klachtenprocedure’. Een voorstel voor zo’n

procedure werd als bijlage bij de nota opgenomen. In dit voorstel worden ook de taken

van de beoordelingscommissie opgesomd:

“De beoordelingscommissie krijgt als opdracht de rapporten en adviezen van de

gedelegeerde te evalueren en diens advies aan bisschop of hogere overste van een

begeleidend schrijven te voorzien terzake de hulpverlening en ondersteuning van de

betrokkene bij het misbruik. Voorts evalueert de commissie het totale beleid en doet

zij aanbevelingen ter verbetering ervan. Zij stelt een jaarlijkse begroting op.”27

Het voorstel voor de procedure bevatte een bepaling die betrekking had op het handelen

van de bisschop of hogere overste zodra de beoordelingscommissie de klacht gegrond

zou hebben verklaard. Zou de klacht gegrond worden verklaard dan zou de bisschop of

hogere overste besluiten over de toekomst van de betreffende pastor: “deze beslissing

sluit een of meer van de volgende opties in:

verwijzing naar een behandelprogramma

ondertoezichtstelling

beperking van taken of functie

het initiatief tot ontslag (bij leken)28

het initiatief tot een canoniek proces met het doel van wegzending uit het ambt

(bij clerici)

het verzoek aan de gewijde om vrijwillig ontheffing van het ambt aan te

vragen.”29

Zou zeer waarschijnlijk sprake zijn van een delict in de zin van artikel 160 van het

Wetboek van Strafvordering, dan dient de gedelegeerde al tijdens zijn (voor) onderzoek

dit te melden bij de officier van Justitie.30

25 Notulen bisschoppenconferentie 11 en 12 oktober 1993, agendapunt 20.

26 Bisschoppelijke Contactcommissie Vrouw en Kerk, ‘Reacties op de nota Geschonden vertrouwen’, [18

augustus] 2004.

27 Idem, blz. 14.

28 Hier is de Bisschoppelijke Contactcommissie Vrouw en Kerk overgegaan naar een uitbreiding van het

werkingsbereik van de door haar wenselijk geachte procedure.

29 Bisschoppelijke Contactcommissie Vrouw en Kerk , ‘Reacties op de nota Geschonden vertrouwen’, [18

augustus] 2004, blz. 16.

30 Dit artikel luidt als volgt:

19

Besluit van de bisschoppenconferentie en KNR van 10 oktober 1994

De nota werd besproken in de bisschoppenconferentie van september 1994. De

bisschoppenconferentie nam de aanbevelingen inzake het meldpunt, de

klachtenprocedure en ondersteunend en flankerend beleid over in haar bijeenkomst van

10 oktober 1994. Op 30 november 1994 volgde de besturenraad (overleg van de besturen

van de Samenwerkingsverbanden en de KNR). In haar bijeenkomst op 12 en 13 december

1994 ging de bisschoppenconferentie akkoord met de namen van leden van de ‘toetsingsen

adviescommissie’, de nieuwe benaming van wat eerder als beoordelingscommissie

was voorgesteld, en met de namen van de Bisschoppelijk Gedelegeerden Vooronderzoek.31

3. De kerkelijke instelling Hulp & Recht

Op deze wijze verliepen de voorbereidingen van de oprichting van Hulp & Recht. Op 4

april 1995 besloot de bisschoppenconferentie tot de oprichting van de ‘Landelijke

Instelling Hulp & Recht na seksueel misbruik in pastorale relaties’.32 De instelling kreeg

als plaats van vestiging Utrecht. De instelling is een publieke kerkelijke rechtspersoon in

de zin van canon 116 van het Wetboek van Canoniek Recht, zijnde een zelfstandig

onderdeel van het Rooms-Katholieke kerkgenootschap in Nederland en bezit als zodanig

rechtspersoonlijkheid naar Nederlands recht krachtens artikel 2:2 van het Burgerlijk

Wetboek.33

Het bestuur van de instelling bestaat uit een oneven aantal van minimaal vijf en

maximaal zeven leden. Twee van de leden werden op voordracht van de Konferentie

Nederlandse Religieuzen door de bisschoppenconferentie benoemd. Twee leden werden op

voordracht van de Gemeenschappelijke toetsings- en adviescommissie door de

bisschoppenconferentie benoemd. Deze toetsings- en adviescommissie bestaat sinds 2002

niet meer. Hiervoor is de Beoordelings- en adviescommissie in de plaats gekomen. De

voorzitter werd rechtstreeks door de bisschoppenconferentie en het bestuur van de KNR

benoemd.34 35

o 1.Ieder die kennis draagt van een der misdrijven omschreven in de artikelen 92-110 van het

Wetboek van Strafrecht, in Titel VII van het Tweede Boek van dat Wetboek, voor zoover

daardoor levensgevaar is veroorzaakt, of in de artikelen 287 tot en met 294 en 296 van dat

wetboek, van menschenroof of van verkrachting, is verplicht daarvan onverwijld aangifte te

doen bij een opsporingsambtenaar.

o 2.De bepaling van het eerste lid is niet van toepassing op hem die door de aangifte gevaar

zou doen ontstaan voor eene vervolging van zichzelven of van iemand bij wiens vervolging hij

zich van het afleggen van getuigenis zou kunnen verschoonen.

o 3.Evenzoo is ieder die kennis draagt dat iemand gevangen gehouden wordt op eene plaats

die niet wettig daarvoor bestemd is, verplicht daarvan onverwijld aangifte te doen bij een

opsporingsambtenaar.

31 Notulen bisschoppenconferentie 12 en 13 december 1994, agendapunt 24.

32 Notulen van de bisschoppenconferentie 4 april 1995, agendapunt 18, besluiten 58 tot en met 63

33 Artikel 2:2 van het Burgerlijk Wetboek luidt: “1. Kerkgenootschappen alsmede hun zelfstandige onderdelen

en lichamen waarin zij zijn verenigd, bezitten rechtspersoonlijkheid. 2. Zij worden geregeerd door hun eigen

statuut, voor zover dit niet in strijd is met de wet. Met uitzondering van artikel 5 gelden de volgende artikelen

van deze titel niet voor hen; overeenkomstige toepassing daarvan is geoorloofd, voor zover deze is te

verenigen met hun statuut en met de aard der onderlinge verhoudingen.”

34 Artikel 4 van het statuut van de landelijke instelling Hulp en Recht na seksueel misbruik in pastorale relaties.

Utrecht 4 april 1995.

20

De instelling kreeg het doel “hulp en recht te bieden aan slachtoffers van seksueel

misbruik door personeel die in het pastoraat, katechese of geestelijke verzorging en

begeleiding werkzaam [zijn] met een benoeming of opdracht van een bisschop van de

Rooms-Katholieke Kerkprovincie in Nederland, alsmede hulp en recht te bieden aan de

personen die vanwege seksueel misbruik in een pastorale relatie worden aangeklaagd

dan wel mensen in een pastorale relatie seksueel hebben misbruikt.”36 Het valt de

Onderzoekscommissie op dat bij de oprichting aan seksueel misbruik van minderjarigen

weliswaar aandacht werd besteed, maar dat bij de uitwerking het zwaartepunt kwam te

liggen op seksueel misbruik in pastorale relaties in het algemeen. Dit betekent niet dat

minderjarigen buiten het bereik van deze procedure terechtkwamen. In de aanloop naar

de oprichting van Hulp & Recht werd op de positie van minderjarigen nadrukkelijk

gewezen: “vanuit de broeders cq fraters wordt opgemerkt dat er inderdaad broeders en

fraters zijn in pastorale functies – en dan gaat het in merendeel om pastorale functies ten

behoeve van minderjarigen – maar dat veel van wat de broeders/fraters in hun werk in

scholen en internaten doen (vrijwel uitsluitend ten behoeve van minderjarigen) niet

onder de term ‘pastorale relatie’ valt, maar dat men deze ‘relaties’ waarin seksueel

misbruik kan voorkomen, toch heel graag ook in het totaal opgenomen zou willen

zien.”37 Dat op papier de nadruk “vrijwel uitsluitend op seksueel misbruik binnen

pastorale relaties ligt” lag, vroeg om een aanscherping: “Het lijkt nodig deze [de tekst

van de procedure] aan te passen, zodat duidelijk naar voren komt dat het gaat om

seksueel misbruik in bredere zin, waardoor ook handelingen van seksueel misbruik door

leden van orden en congregaties, die niet binnen het pastoraat werkzaam zijn, binnen het

bereik van de procedure valt.”38

De instelling kende bij haar oprichting naast een bestuur ook een Gemeenschappelijke

toetsings- en adviescommissie. Deze commissie bestond uit leden “die door iedere bisschop,

ordinaris en hogere overste afzonderlijk werden benoemd.”39 De commissie kreeg de

taak “te toetsen of de procedure door de gedelegeerde zorgvuldig is gevolgd en diens

advies aan bisschop, ordinarius en hogere overste van een begeleidend advies te

voorzien ter zake van hulpverlening aan en ondersteuning van alle betrokkenen bij het

seksueel misbruik.”40 Met de gedelegeerde werd bedoeld “de persoon die door iedere

bisschop, ordinarius en hogere overste afzonderlijk benoemd wordt (vergelijk canon

1717, par. 1) en belast met het onderzoek van klachten seksueel misbruik in pastorale

relaties overeenkomstig de regels van deze procedure.”41 Aanvankelijk – tot aan de

wijziging van de procedure in 2002 – werkten gedelegeerde en commissie gescheiden

van elkaar.

35 Artikel 4 van de huidige statuten bepaalt dat de bisschoppenconferentie en de KNR de leden op voordracht

van het bestuur van Hulp & Recht benoemt op grond van een door de bisschoppenconferentie en KNR

goedgekeurde profielschets. De profielschets is op 14 juni 2010 goedgekeurd door het bestuur van Hulp &

Recht, maar nog niet ter goedkeuring voorgelegd aan de bisschoppenconferentie en de KNR.

36 Idem, artikel 2.

37 Verslag van het Algemeen Bestuur van het Samenwerkingsverband Broedercongregaties Nederland 95-01.

38 Verslag van het Algemeen Bestuur van het Samenwerkingsverband Broedercongregaties Nederland van 27 en

28 april 1995.

39 Artikel 5, lid 1 van de procedure bij klachten van seksueel misbruik in pastorale relaties. Utrecht 4 april 1995.

40 Idem.

41 Idem, artikel 4, lid 1.

21

Voor het bestuur en de gedelegeerde kende de procedure geen functieprofiel. Dit gold

wel voor de leden van de Gemeenschappelijke toetsings- en adviescommissie: “De commissie

wordt samengesteld uit: deskundigen op het gebied van het canoniek recht en het civiel

recht, uit het pastorale veld en op het gebied van slachtoffer- en plegerhulp. In de

commissie hebben zitting vrouwen en mannen, clerici en leken, en leden van instituten

van gewijd leven en sociëteiten van apostolisch leven.” 42 In de statuten is ten slotte een

‘studiecommissie’ opgenomen, die na de oprichting enkele jaren heeft bestaan.

4. Het functioneren van Hulp & Recht tot 2002

De eerste jaren

Na relatief hoge aantallen meldingen in de eerste vier jaar van het bestaan van Hulp &

Recht, twintig tot dertig per jaar met een uitschieter in het eerste jaar van 45, liep het

aantal meldingen in 1999 terug naar vijf. De verklaring werd gezocht in de publiciteit. Zo

had een uitzending van het actualiteitenprogramma Twee Vandaag over misbruik in

België in 1998 voor een groot aantal meldingen in Nederland gezorgd.43 In 1999 was

verdere publiciteit uitgebleven.

Ondanks het teruglopende aantal meldingen heerste de opvatting dat Hulp & Recht haar

bestaansrecht had bewezen. Dat gold in de eerste plaats voor de ordes en congregaties.

Op 15 en 16 april 1996 keek ook de bisschoppenconferentie terug op het eerste jaar

waarin Hulp & Recht had gefunctioneerd. De toenmalige voorzitter van Hulp & Recht, drs.

P.P.M. van der Ree, en zuster E. Verrijt, die met het meldpunt was belast, voorzagen de

bisschoppen van informatie over de start van de nieuwe instelling. Het eerste jaar had –

zoals eerder opgemerkt - 45 meldingen en klachten opgeleverd. Deze meldingen en

klachten waren in veel opzichten verschillend van elkaar. Zo variëerde de leeftijd van

melders en klagers. Niet elke melding leidde tot een klacht: veel melders lieten het bij

hun melding. Maar er waren ook melders die lang geleden waren misbruikt en die

desalniettemin nog steeds te kampen hadden met de “dikwijls zeer ernstige” gevolgen.44

Volgens de voorzitter van Hulp & Recht werkte de procedure naar behoren, maar was

verfijning nodig. Zo kon een klacht alleen in behandeling worden genomen als sprake

was van een pastorale relatie. Dat leidde tot definitieproblemen over wat onder een

pastorale relatie zou moeten worden verstaan. Problematisch was de situatie waarin de

klager zich met een klacht bij Hulp & Recht meldde en de aangeklaagde inmiddels was

uitgetreden. Een oordeel uitspreken was dan nog wel mogelijk, maar een maatregel

uitvaardigen had geen zin. Een ander probleem waarmee Hulp & Recht te maken had

betrof de ‘dwangmatige misbruikers’’. Het was lastig die te herkennen en ‘eruit te

lichten’.45

In het jaarverslag over 1997 schetste het bestuur een beeld van wat in meldingen en

klachten naar boven kwam.

42 Idem, artikel 5, lid 4.

43 Jaarverslag 1998-1999-2000, blz. 4.

44 Mondelinge informatie van drs. P.P.M. van der Ree en zuster E. Verrijt. Notulen bisschoppenconferentie 15

en 16 april 1996, agendapunt 16.

45 Notulen bisschoppenconferentie 15 en 16 april, agendapunt 16.

22

Niet alle meldingen leidden tot een klacht. In de regel volgde op elke melding het

aanbod voor pastorale hulp door een van de vertrouwenspersonen die binnen elk

bisdom waren aangesteld. De vertrouwenspersoon kon naast de pastorale hulp de

melder ook helpen met een doorverwijzing naar reguliere hulpverlening. Zodra de

melder had besloten een klacht in te dienen, bleef de vertrouwenspersoon de klager

gedurende de hele procedure begeleiden. Omdat vertrouwenspersonen vertrouwelijk de

hen toegewezen melders en klagers begeleiden, ontbreken in dit jaarverslag (en ook in

latere verslagen en verantwoordingsdocumenten) feitelijke gegevens over het aantal

gesprekken, de duur en aard van de begeleiding en de aantallen en soorten

doorverwijzingen naar de reguliere hulpverlening.

In het jaarverslag kwam naar voren dat ongeveer de helft van de meldingen betrekking

had op misbruik dat al lang geleden was gepleegd. Hoe lang geleden is in de

verslaglegging niet te achterhalen. De meldingen zijn vernietigd. Na een jaar had Hulp &

Recht dertig van de in totaal 84 klachten afgehandeld. De ervaring die hiermee was

opgedaan leidde tot vragen over definities en over bepaalde onderdelen van de

klachtenprocedure die voor verbetering en verfijning vatbaar bleken. Ook de KNR had

zich in een brief van 13 mei 1998 tot Hulp & Recht gewend met het verzoek de procedure

op een aantal punten bij te stellen.

In het jaarverslag over 1998, 1999 en 2000 wordt aandacht gevraagd voor preventie. Het

bestuur wilde naar wegen zoeken om hiervoor op alle niveaus in de kerk aandacht te

vragen. Zowel in de opleiding als in de voorbereiding op pastoraal werk zou meer tijd en

aandacht moeten worden besteed aan het “eigen psychische, lichamelijke en spirituele

welbevinden.”

Naar een nieuwe procedure

Na de oprichting van Hulp & Recht was de bemoeienis van de bisschoppenconferentie en

van de KNR in beleidsmatige zin beperkt. Hulp & Recht figureerde enige tijd niet op de

agenda van de bisschoppenconferentie en ook de beleidsmatige zorg vanuit de ordes en

congregaties via de KNR was beperkt. Wel was sprake in deze tussenperiode van

informele contacten van Hulp & Recht over verschillende gevallen van misbruik die Hulp

& Recht in deze periode ter behandeling kreeg voorgelegd. Formeel keerde Hulp & Recht

pas op 13 november 2001 weer terug op de agenda van de bisschoppenconferentie. Het

ging om het verslag over de afgelopen drie jaar en een voorstel voor een aangepaste

procedure.46

De voorzitter van de Toetsings- en adviescommissie had zich bereid verklaard de procedure

tegen het licht te houden en voorstellen voor verbetering aan het bestuur van Hulp &

Recht voor te leggen. Volgens de toenmalige procedure moet de klager het misbruik

aannemelijk maken, “zo mogelijk met bewijzen.” Bij seksueel misbruik is bewijs vaak

moeilijk te leveren. Voor de klager, zo werd geconstateerd, was de procedure mede

hierdoor nogal belastend. Aanpassingen in de procedure werden nodig geacht. Dit betrof

allereerst de definitie van seksueel misbruik.

46 Notulen bisschoppenconferentie 13 november 2001, agendapunt 11.

23

Maar ook werd geconstateerd dat “de formulering van de procedure zelf het vellen van

een zo zuiver mogelijk oordeel bemoeilijkt”. In 2000 werd een eerste concept van een

herziene procedure opgesteld door mr.dr. A.P.H. Meijers. Na een canonieke toetsing zou

de tekst van de herziene procedure in 2001 “via de daarvoor geëigende wegen worden

voorgelegd aan de bisschoppen van Nederland en aan de hogere oversten. Zij zijn

uiteraard degenen die de uiteindelijke tekst vaststellen en uitgeven.”47

In het voorstel was een aantal veranderingen opgenomen:

1. was eerder sprake van seksueel misbruik in een pastorale relatie, in het voorstel was

opgenomen seksueel misbruik in een situatie van afhankelijkheid.

2. in de oude procedure deed de gedelegeerde het onderzoek en toetste de Toetsings- en

adviescommissie het onderzoek. In theorie zouden gedelegeerde en commissie tot een

verschillend oordeel kunnen komen. In de nieuwe procedure werd voorgesteld om

de Toetsings- en adviescommissie om te zetten in een Beoordelings- en adviescommissie

waarin vier leden zouden worden gemachtigd om als gedelegeerde op te treden. Zo

zou tot een gezamenlijk oordeel én advies kunnen worden gekomen aan bisschop of

hogere overste.

Op 11 december 2001 gingen de bisschoppenconferentie en de KNR akkoord met de

nieuwe procedure.48

Wat gebeurt met de adviezen over maatregelen tegen aangeklaagden?

Het is onduidelijk/niet vast te stellen hoe het toenmalige bestuur oordeelde over de

afdoening van de aan de bisschoppen en hogere oversten voorgelegde adviezen. De in

‘Geschonden vertrouwen’ aangekondigde evaluatie is nooit uitgevoerd.49 Wel ontplooide

het bestuur activiteiten voor de “aangeklaagden”: in 2000 was hernieuwd contact

opgenomen met De Waag, een instelling waar gespecialiseerde behandeling wordt

geboden aan plegers van seksueel misbruik.50 Ook met Caper, een instelling voor

hulpverlening aan priesters en religieuzen, had het bestuur contact gezocht met het oog

op plegerbegeleiding.51 Het bestuur kondigde een nader onderzoek aan naar de wijze

waarop met aangeklaagden contact kon worden gelegd: “Want pas als er contact is, kan

ingespeeld worden op de vragen en noden die leven bij hen.”52 Voor de slachtoffers werd

gewerkt aan “een verwijslijst voor mensen die gerichte (psycho)therapeutische hulp

behoeven.”

47 Jaarverslag 1998-1999-2000, blz. 6.

48 Notulen bisschoppenconferentie 11 december 2001, agendapunt 12, besluit 175/2001.

49 Bisschoppelijke Contactcommissie Vrouw en Kerk , ‘Reacties op de nota Geschonden vertrouwen’, [18

augustus] 2004, blz. 14.

50 In de zomer van 1998 had de voorzitter van Hulp & Recht gesproken met het hoofd van de dagbehandeling

van De Waag. Dat leidde op 12 augustus 1998 tot een advies van Hulp & Recht aan de bisschoppen en hogere

oversten om in voorkomend geval contact op te nemen met De Waag. Brief van 12 augustus 1998, kenmerk

98.072/DE/tl/-H&R Bestuur.

51 Caper, Centraal Adviesbureau Priesters en Religieuzen, was de oude benaming van de Stichting Pastoraal

Adviesbureau.

52 Jaarverslag 1998-1999-2000, blz. 7.

24

In het jaarverslag over 2001 werden de herziening van de procedure en de uitwerking

van het preventieproject genoemd als onderwerpen die op de zes bestuursvergaderingen

in dat jaar op de agenda stonden.53

5. Na de invoering van de nieuwe procedure van 2002

In 2002 kreeg de herziening van de procedure haar beslag. Op 1 maart 2002

ondertekende kardinaal A.J. Simonis namens de diocesane bisschoppen, de militair

ordinaris en de hogere oversten van de religieuze instituten en van de sociëteiten van

apostolisch leven de nieuwe procedure.

Het jaar 2002 bracht publiciteit als gevolg van berichten over misstanden in de

Amerikaanse Rooms-Katholieke Kerk en over de zogeheten Aegon-kwestie.54 Het bestuur

van Hulp & Recht kreeg veel verzoeken om voor de Nederlandse media zijn licht te laten

schijnen over seksueel misbruik. De media zochten het bestuur van Hulp & Recht op

omdat zij daar gezaghebbende en deskundige woordvoerders over seksueel misbruik

binnen de Rooms-Katholieke Kerk veronderstellen.

Omdat het jaar 2002 als gevolg van de media-aandacht voor gevallen van seksueel

misbruik in de Amerikaanse Rooms-Katholieke Kerk en de Aegon-kwestie uitzonderlijk veel

klachten telde, stelde het bestuur van Hulp & Recht een geanonimiseerd overzicht op van

47 meldingen. Andere jaren was het aantal meldingen beduidend lager. Van de 47

meldingen hadden 26 meldingen betrekking op de periode tot 1990, waarvan twintig

seksueel misbruik van (op dat moment) minderjarigen betroffen: dertien jongens en

zeven meisjes.

Van de dertien jongens zouden negen op een internaat zijn misbruikt: “En een kleine

helft van de jongens werd door meerdere priesters/religieuzen misbruikt. Bij meisjes is

dat bij geen enkele melding het geval. Bij jongens lijkt het om een ander systeem te

gaan.”55 De 21 meldingen over misbruik na 1990 betroffen voor ongeveer de helft (elf)

misbruik in pastorale relaties. Volgens de bijhorende notitie van Hulp & Recht had geen

van de meldingen van na 1990 gepleegd misbruik betrekking op minderjarigen.56

In deze notitie sprak Hulp & Recht ook haar zorg uit over de omgang met seksualiteit in

de opleidingen en leefsituatie van priesters, jonge monniken en novicen. Acht meldingen

waaronder een klacht hadden betrekking hierop.

Het geanonimiseerde overzicht werd in de bisschoppenconferentie van 9 september 2003

besproken. De notulen maken geen vermelding van het besprokene.57

53 Jaarverslag 2001 van het bestuur van de landelijke instelling Hulp & Recht, blz. 1.

54 Het ging hierbij om de opzegging van de aansprakelijkheidsverzekering door Aegon met ingang van 1

november 2001. Op deze kwestie komt de Onderzoekscommissie terug op blz. 29.

55 Bestuur van Hulp & Recht, Enige begeleidende opmerkingen bij de meldingen van seksueel misbruik in 2002

bestemd voor de bespreking in de bestuursvergadering van 18 maart 2003. Kenmerk H&R03025/HS/cvs

56 Brief van Hulp & Recht van 28 april 2003, kenmerk H&R03037/PvdR/cvs.

57 Notulen bisschoppenconferentie 9 september 2003, agendapunt 8.

25

Tussen het moment van aanbieding van het overzicht (28 april 2003) en van bespreking

in de bisschoppenconferentie (9 september 2003) liggen ruim vier maanden.

Het dagelijks bestuur van de KNR besprak het overzicht op 2 juli 2003. Het overzicht

werd voor kennisgeving aangenomen. Om de anonimiteit van de in het overzicht

opgenomen meldingen te waarborgen had de voorzitter van Hulp & Recht gevraagd om

na lezing het overzicht te vernietigen. Het bestuur van de KNR heeft aan dit verzoek

voldaan58: de Onderzoekscommissie heeft in andere archieven waaronder dat van de

bisschoppenconferentie en van het bestuur van Hulp & Recht exemplaren van het

overzicht aangetroffen.

Personele wisselingen

De voorzitter van de BAC, mr. G.J.M. Corstens, kondigde zijn vertrek aan met ingang

van 1 januari 2004: hij had zijn reguliere periode als lid en voorzitter van de BAC

vervuld. In een brief aan kardinaal Simonis schreef hij:

“In de tweede plaats wil ik niet verhullen dat het ons nogal eens opvalt hoe weinig

zelfinzicht aangeklaagden die wij schuldig hebben bevonden, vertonen. Het lijkt in

veel gevallen of men vooral medelijden met zichzelf heeft. Het inzicht dat men leed,

soms zeer ernstig leed dat de loop van iemands leven in aanzienlijke mate negatief

heeft beïnvloed, aan een ander heeft aangedaan, is helaas vaak afwezig.”59

Op 14 januari 2004 benoemde kardinaal A.J. Simonis mr. Y.A.J.M. van Kuijck tot

voorzitter van de Beoordelings- en Adviescommissie. Hij was het jaar daarvoor als lid tot de

BAC toegetreden.

De voorzitter van Hulp & Recht, de heer Van der Ree, kondigde twee weken later zijn

vertrek aan. Hij was aan het eind van de maximale zittingsperiode gekomen als lid van

het bestuur. Op 13 april 2004 ging de bisschoppenconferentie akkoord met de opvolging

van de heer Van der Ree door mevrouw mr. S.J.E. Horstink-von Meyenfeldt.60

Constateringen van tekortkomingen

Al in 2003 werden knelpunten in de uitvoering van de procedure geconstateerd. Begin

2004 had de toenmalige voorzitter van de BAC al voorstellen voor een herziene

procedure opgesteld. Die hadden onder meer betrekking op de wijze van afdoening van

adviezen door bisschoppen en hogere oversten: “ook al behouden bisschoppen en hogere

oversten hun eigen vrijheid, de adviezen zijn niet vrijblijvend. Het komt voor dat door de

afhandeling van de adviezen de geloofwaardigheid van Hulp & Recht in het geding

komt.”61

58 E-mailbericht van de secretaris-generaal van de KNR aan de Onderzoekscommissie van 2 december 2010 om

15.48 uur.

59 Notulen bisschoppenconferentie 11 november 2003, agendapunt 4.9.

60 Idem, 13 april 2004, agendapunt 4.8.

61 Jaarverslag 2003 van het bestuur van de landelijke instelling Hulp & Recht, blz. 2.

26

Na haar aantreden als voorzitter van Hulp & Recht stuitte mevrouw Horstink-von

Meyenfeldt op nog meer problemen.62 Tussen de BAC en de juridisch medewerker was

een conflict ontstaan. Mevrouw Horstink-von Meyenfeldt vernam van de BAC dat de

juridisch medewerker te veel zijn eigen gang ging. Omdat de BAC ten opzichte van het

bestuur van Hulp & Recht een onafhankelijke positie innam, wist ze niet precies wat er

aan de hand was, maar een van de kritiekpunten was dat de juridisch medewerker

toezeggingen deed die volgens de toen geldende procedure niet mogelijk waren. Het

ging hierbij onder andere om de toezegging aan klagers dat een onderzoek zou worden

gestart naar de beklaagde ook als die reeds was overleden. De toen geldende procedure

voorzag hierin niet.63 Omdat geen procedure kon worden gestart die betrekking had op

aangeklaagden die waren overleden had de juridisch medewerker volgens de BAC

medewerking verleend aan onderzoek buiten de BAC. De juridisch adviseur stelde

samen met klagers klaagschriften op met vorderingen variërend van vergoeding voor

geleden materiële schade en erkenning van een biologisch vaderschap tot een

straatverbod; eisen waaraan de procedure nauwelijks of niet kon voldoen en enkel tot

teleurstelling bij de klagers kon leiden.64

Een tweede probleem was de rol van vertrouwenspersonen. Een aantal

vertrouwenspersonen had volgens de toenmalige voorzitter van Hulp & Recht, mevrouw

Horstink-von Meyenfeldt, een zo diepe en innige band met klagers opgebouwd dat ze als

hulpverleners voor de klagers zouden zijn gaan functioneren en elke vorm van

professionele distantie zouden hebben verloren.

Zowel de juridisch medewerker als de vertrouwenspersonen wisten bij ontstentenis aan

een goede functieomschrijving en bij gebrek aan aansturing zich geen raad hoe te

handelen in zaken waar de procedure geen bevoegdheid kende of waar een klager geen

genoegen nam met de stappen in de procedure.65. Wat mevrouw Horstink-von

Meyenfeldt ook trof was dat vertrouwenspersonen de hulpverlening erg ver

doorvoerden en slachtoffers zelf behandelden of een hulptraject voor hen uitzetten, ook

in het geval een klacht niet in behandeling was genomen of ongegrond was verklaard. 66

Het derde probleem was de verhouding tussen de nieuwe voorzitter en de BAC. Zowel

het bestuur van Hulp & Recht als de voorzitter en leden van de BAC worden benoemd

door de bisschoppenconferentie.

62 In de bijlagen is een overzicht van de samenstelling van de verschillende gremia van Hulp & Recht in de

periode tussen 1995 en 2010 opgenomen.

63 Gesprek van de commissie met mevrouw mr. S.J.E. Horstink-von Meyenfeldt op 13 september 2010. Gesprek

van de commissie met mevrouw T.A.J.M. Elie op 17 september 2010.

64 Advies van de BBK inzake de statuten en procedure van Hulp & Recht (conceptversie april-mei 2007) van 30

mei 2007 (kenmerk 16/2007/gk). De Onderzoekscommissie constateert dat de verwijten van de BAC in de

richting van de juridisch adviseur duiden op tekortkomingen in de procedure, tekortkomingen die niet werden

aangepakt.

65 Notitie van mevrouw mr. S.J.E. Horstink-von Meyenfeldt 11 november 2005.

66 Gesprek van de commissie met mevrouw mr. S.J.E. Horstink-von Meyenfeldt op 13 september 2010

27

De BAC ontleende aan haar benoeming door de bisschoppenconferentie een

onafhankelijkheid ten opzichte van het bestuur, dat in haar ogen louter een facilitaire,

administratieve taak had om het functioneren van de BAC en de vertrouwenspersonen te

ondersteunen. De verschillende organen van Hulp & Recht werkten los van elkaar: van

een centrale sturing was geen sprake.67

De nieuwe voorzitter had een andere kijk op de toen geldende procedure. Na enkele

gesprekken met de BAC vroeg ze mr. H.J. Schepen, vice-president van de Utrechtse

rechtbank, de procedure onder de loep te leggen. Zijn oordeel was niet mals, aldus

mevrouw Horstink-von Meyenfeldt in haar gesprek met de Onderzoekscommissie. De

verhoudingen van de voorzitter van Hulp & Recht met in ieder geval één van de leden

van BAC waren toen zo verslechterd dat mevrouw Horstink-von Meyenfeldt met het

voorleggen van het kritische oordeel over de procedure niet nog meer olie op het vuur

wilde gooien.68 Volgens de voorzitter van de BAC, mr. Y.A.J.M. van Kuijck, moest

“achteraf worden vastgesteld, dat de communicatie tussen het bestuur van Hulp & Recht

en de BAC al vanaf het kennismakingsgesprek met de nieuwe voorzitter van Hulp &

Recht in mei 2004 stroef is verlopen en een behoorlijke inbreng van de BAC in de

wijzigingsprocedure [de wijziging van de procedure] in de weg heeft gestaan.”69

Mevrouw Horstink-von Meyenfeldt stelde zich op het standpunt dat bij de bestaande

procedure sprake was van een verwevenheid van het klachtrecht met het canoniek recht:

“het juridisch toetsingskader van klachten [is] een andere dan die van een strafrechtelijke

gedraging en de klachtenprocedure [volgt] een (deels) andere bewijsrechtelijke weg. Het

aannemelijkheidsvereiste voor klachten voldoet niet aan de zware canoniekstrafrechtelijke

vereisten om een persoon tot dader van een strafbaar feit te kwalificeren

met eventueel oplegging van een tuchtrechtelijke maatregel. Met andere woorden, het is

zeer wel mogelijk om een klacht gegrond te verklaren, zonder dat het bewijs voor het

(canonieke) strafbare feit is geleverd.”70

Het was de bedoeling van mevrouw Horstink-von Meyenfeldt, gesteund door de leden

van het bestuur van Hulp & Recht, om de procedure - zoals zij dat in haar beleidsnota

noemde - “uit te zuiveren” van elementen van canoniek strafprocesrecht. Dit betekende

ook het einde van de gedelegeerde gemachtigden en dus een einde aan het gebrek aan

hoor en wederhoor.

67 Gesprek van de commissie met mr. Y.A.J.M. van Kuijck en professor dr. M.H.F. van Uden op 3 september

2010. Gesprek van de commissie met mevrouw mr. S.J.E. Horstink-von Meyenfeldt op 13 september 2010.

68 De commissie beschikt niet over een kopie van de rapportage van mr. Schepen en heeft de rapportage niet

aangetroffen in het archief van Hulp & Recht. Navraag bij mevrouw Horstink en bij mevrouw Stassen leert dat

mevrouw Horstink de rapportage niet meer in haar bezit heeft en dat de rapportage ook niet meer is terug te

vinden in het archief van Hulp & Recht. Zie de gesprekken van de commissie met mevrouw mr. S.J.E. Horstinkvon

Meyenfeldt op 13 september 2010 en met mevrouw mr. P.M.M. Stassen op 10 september 2010. Mevrouw

Stassen heeft in haar gesprek met de commissie op 10 september 2010 laten weten: ‘Omdat het rapport zo

vernietigend was, is besloten om het niet aan betrokkenen te geven. Het is binnen het bestuur van Hulp &

Recht gebleven.”

69 Brief van mr. Y.A.J.M. van Kuijck aan de bisschoppenconferentie van 31 december 2007.

70 Concept-beleidsplan Hulp en Recht dd 15 april 2005, blz. 4. Gesprek van de commissie met mevrouw mr.

S.J.E. Horstink-von Meyenfeldt op 13 september 2010.

28

In de visie van mevrouw Horstink-von Meyenfeldt moest de BAC als klachtencommissie

optreden en zich uitsluitend uitspreken over de juistheid van de feiten. Ze constateerde

dat de BAC zich steeds meer als “een rechtbank” opstelde. In dit verband had de

toenmalige voorzitter zich de vraag gesteld hoe het kwam dat maar zo weinig klachten

voortkwamen uit de meldingen die bij Hulp & Recht binnenkwamen: ‘uit bestudering van

de literatuur over het onderwerp maakte ze [mevrouw Horstink-von Meyenfeldt] op dat

een van de belangrijkste wensen van betrokkenen erkenning [was] van het probleem en

de mogelijkheid om daarover te spreken. Ze doen vaak geen aangifte omdat dat leidt tot

een zeer belastende procedure die niet slachtoffergericht maar dadergericht is. Ze was

van mening dat er een goede klachtenregeling moest komen, waarbij de begeleiding van

hulp aan het slachtoffer centraal stond.”71

Daarnaast waren er ook zaken die zo ernstig zijn dat een disciplinaire maatregel op zijn

plaats is. In die gevallen zou dan een kerkelijke rechtbank uitspraken moeten doen mede

op grond van het vooronderzoek van de BAC. Volgens mevrouw Horstink-von

Meyenfeldt bestaat bij afwezigheid van zo’n (tuchtrechtelijke) instantie het risico dat met

de adviezen van de BAC te vrijblijvend wordt omgesprongen.

De toenmalige BAC verschilde van mening met het bestuur van Hulp & Recht en hield

vast aan een canoniekrechtelijke benadering die hogere eisen stelt aan de bewijsvoering

met als resultaat naar de mening van mevrouw Horstink-von Meyenfeldt dat hierdoor

veel meer klachten ongegrond werden verklaard dan bij een minder rigide

klachtenprocedure het geval zou zijn geweest. Om haar gelijk te staven had zij naar haar

zeggen met toestemming enkele dossiers van de BAC ingezien waarbij ze “de kwaliteit

van het gepleegde onderzoek beneden de maat vond.” Dat leidde tot een nieuw conflict

met de BAC die het inzien van de dossiers beschouwde als een inbreuk op de

onafhankelijkheid van de BAC, die haar vervolgens verweet slecht te communiceren met

de BAC.72

Bij de BAC leefde het idee dat achter de aanpassing van de procedure heel iets anders

zat. In 1997 veroordeelde de rechtbank in Den Haag de pastoor van de parochie in

Rijpwetering en Oud-Ade wegens seksueel misbruik van een twaalfjarig meisje. Hij

kreeg achttien maanden cel waarvan zes maanden voorwaardelijk. De Rotterdamse

bisschop schorste de pastoor. Hij mocht ook niet meer als priester functioneren.73

Vervolgens trof het bisdom Rotterdam een regeling met het slachtoffer en haar wettelijke

vertegenwoordigers. Het ging om langdurig misbruik van een kind. Omdat sprake was

van een regeling waarbij een minderjarige was betrokken was consent nodig van de

kantonrechter. In dit verband werd contact gezocht met Aegon, de verzekeraar van de

Kerkprovincie waartoe het bisdom Rotterdam behoort. Het was van belang om na te

gaan hoe de verzekeraar zich zou opstellen. De verzekeraar weigerde aan de regeling

medewerking te verlenen.

71 Gesprek van de commissie met mevrouw mr. S.J.E. Horstink-von Meyenfeldt op 13 september 2010.

72 Gesprek van de commissie met mevrouw mr. S.J.E. Horstink-von Meyenfeldt op 13 september 2010 en

gesprek van de commissie met mr. Y.A.J.M. van Kuijck en professor dr. M.H.F. van Uden op 3 september 2010.

73 Joep Dohmen en Guido de Vries, ‘Priesterlijke ontucht onder de mantel der liefde’. In NRC Handelsblad van

11 mei 2002.

29

Een voor beide partijen bevredigende oplossing was uiteindelijk het resultaat, maar om

de regeling te kunnen effectueren stelde Aegon wel als eis dat aan een verplichting tot

betaling een gegrondverklaring van de desbetreffende klacht door Hulp & Recht ten

grondslag moest liggen. In dit verband stelde Aegon eisen aan de deugdelijkheid van de

procedure bij Hulp & Recht. Tot dan toe was geen sprake van een deugdelijke

procesgang: de gedelegeerde sprak met de klager en sprak met de aangeklaagde waarna

de gedelegeerde twee verslagen opstelde waarover de voltallige BAC zich boog buiten

aanwezigheid van klager en aangeklaagde.74

Zo kon bij de BAC het idee postvatten dat niet de belangen van slachtoffers maar de

wens van Aegon – en in het verlengde daarvan financiële belangen van de kerk - de

doorslag hadden gegeven om op een verandering van de procedure aan te koersen. Of de

kerk financiële belangen had om de procedure om deze redenen aan te passen is een

relevante maar tegelijkertijd niet eenvoudig te beantwoorden vraag. Feit is dat tot op

heden van de in de overeenkomst vastgelegde financiële reservering bij Aegon geen

gebruik is gemaakt door de bisschoppen. Zouden de bisschoppen financieel belang

hebben gehad bij een wijziging van de procedure, dan had het voor de hand gelegen dat

tussen 1 november 2001 en nu (eind 2010) aanspraak was gemaakt op deze reservering

bij Aegon. Dat is niet het geval.75

Veranderingen in de nieuwe procedure

De positie van de juridisch adviseurs was in de tussentijd verbeterd. Het conflict tussen

de juridisch medewerker en de BAC was met het vertrek van deze juridische adviseur

geëindigd. Nieuwe juridische adviseurs werden ingehuurd voor het behandelen van de

ingediende klachten. In de begroting voor 2006 werd rekening gehouden met vijf

klachten per jaar.76

Dit relatief kleine aantal klachten stak af tegen het aantal meldingen. Slechts twintig tot

dertig procent van de meldingen leidde tot een klachtafhandeling in de

klachtenprocedure. De klachtenprocedure werd vaak niet gestart: veel meldingen

bereikten het stadium van een klacht niet. Dat hield ongetwijfeld samen met het “gebrek

aan transparantie van het onderzoek voor het slachtoffer en de aangeklaagde persoon”.77

Ook was onduidelijk of een meldings- of doorverwijzingsplicht bestond als indieners van

klachten niet bij het meldpunt van Hulp & Recht maar bij een bisdom, een orde of

congregatie terechtkwamen.78

Een van de veranderingen in de procedure betrof de aanstelling van juridisch adviseurs

die de klagers konden bijstaan in de procedure en konden helpen bij het opstellen van

een klaagschrift.

74 Gesprek van de commissie met mevrouw mr. S.J.E. Horstink-von Meyenfeldt op 13 september 2010 en

gesprek van de commissie met mr. Y.A.J.M. van Kuijck en professor dr. M.H.F. van Uden op 3 september 2010.

75 Gesprek van de commissie met mevrouw mr. S.J.E. Horstink-von Meyenfeldt op 13 september 2010 en

gesprek van de commissie met mevrouw mr. P.M.M. Stassen op 10 september 2010.

76 Brief van de penningmeester van Hulp & Recht aan de bisschoppenconferentie van 20 januari 2006.

77 Jaarverslag van de landelijke instelling Hulp & Recht over het jaar 2007 met uitloop naar 2008 (in verband

met de overdracht van het voorzitterschap), blz. 3.

78 Zie onder meer de notulen van de bisschoppenconferentie 14 november 2006, besluit 134/2006.

30

Verder was het tot 2007 onmogelijk om een klachtprocedure te beginnen als de

aangeklaagde overleden was of niet langer meer - bij voorbeeld door uittreding - onder

het gezag van een bisschop of hogere overste stond. Dat werd in de herziene procedure

veranderd. Tot 2007 was het niet mogelijk om binnen de kerk actieve vrijwilligers

(kosters, dirigenten, etc) die van misbruik werden beschuldigd aan te klagen. Dit werd in

de nieuwe procedure mogelijk gemaakt. De nieuwe procedure voorzag in termijnen. In

de oude procedure ontbraken deze, waardoor de procedure vaak nodeloos lang duurde

door de lange, ongelimiteerde tussenpozen. Belangrijk was ook de mogelijkheid van het

horen van klager en aangeklaagde in de BAC. Verder waren meer mogelijkheden

voorzien voor afhandeling van klachten (informeel, schriftelijk, etc).

De vertrouwenspersonen zouden niet langer door de bisschoppen maar door het bestuur

van Hulp & Recht worden benoemd. Ook de juridisch adviseurs worden sindsdien door

het bestuur van Hulp & Recht benoemd.

De kring van aan te klagen personen werd uitgebreid naar een ieder die betaald of

onbetaald werkzaamheden verricht en voor wiens handelen de kerk civielrechtelijk

aansprakelijk kan worden gesteld. In deze schadevergoedingszaken zou dus voortaan

altijd een onderzoeksdossier van de BAC voorhanden zijn. De rol van de BAC werd

nader omschreven: ze is een “onderzoekscommissie die zuiver adviseert aan de

ordinarius en niet als rechter functioneert. Voor de afdoening van de kerkelijk

strafrechtelijke feiten zal een canonieke rechtbank worden ingericht.”79

Een meer omstreden verandering was dat – net als in de gewone rechtbank – klager en

aangeklaagde op eenzelfde moment worden gehoord en gelegenheid krijgen om op

elkaars verhaal te reageren. Omstreden omdat in de procedure voorop stond dat beiden

bij de zitting van de BAC aanwezig zouden zijn, tenzij de klager of de aangeklaagde

verzoeken hiervan af te zien.

Het werd vanaf 1 januari 2008 mogelijk om meer klachten in behandeling te nemen en

minder klachten niet ontvankelijk te verklaren omdat ze tegen personen was gericht die

tot dusver buiten de klachtenprocedure vielen (overleden, uitgetreden of bij voorbeeld

onbezoldigde, in de kerk actieve personen). Ook werd het voor klagers mogelijk om al

dan niet in aanwezigheid van de aangeklaagde met de BAC te spreken. Tot dan was er

geen rechtstreeks contact tussen BAC en klager. Een gedelegeerd gemachtigde sprak met

de klager (en aangeklaagde) en bracht verslag uit aan de BAC. Om deze redenen stelde

het bestuur van Hulp & Recht voor om niet meer voltallig in de BAC klachten te

behandelen maar in kamers van ten hoogste drie leden. Mevrouw Horstink-von

Meyenfeldt meende - nu de reikwijdte van de klachtenprocedure was verbreed - dat het

aantal in behandeling te nemen klachten zou toenemen.80

Met de BAC werd drie keer bijeengekomen om over de nieuwe procedure te spreken. De

voorzitter van de BAC was nauw bij de opstelling van de nieuwe procedure betrokken

en werkte ook mee aan de formulering van wijzigingsvoorstellen.

79 Idem.

80 Gesprek van de commissie met mevrouw mr. S.J.E. Horstink-von Meyenfeldt op 13 september 2010.

31

Hierdoor dacht de voorzitter van Hulp & Recht in de voorzitter van de BAC een

medestander voor aanpassing van de procedure te hebben gevonden.81 Uiteindelijk kon

de voorzitter van de BAC net als de andere leden van de BAC niet instemmen met de

nieuwe procedure.82

Kritiek van de BAC op de veranderingen

De BAC was van mening dat de nieuwe procedure onnodig was. De bestaande

procedure werkte naar tevredenheid: “weliswaar hebben zich in het verleden met

betrekking tot de afdoening van meldingen/klachten knelpunten voorgedaan maar deze

waren niet terug te voeren op de procedure zelf, wel aan een onduidelijke taakstelling

voor de vertrouwenspersonen en juridische adviseurs en de gebrekkige uitvoering die

kerkelijke overheden gewoonlijk geven aan adviezen van de BAC.”83

De nieuwe procedure zou volgens de BAC “onnodig geformaliseerd en gejuridiseerd”

zijn: “Het Instituut van de Kerk en niet langer het slachtoffer staat nu centraal.” Het stak

de toenmalige BAC dat in de preambule de bescherming van de rechten en belangen van

het slachtoffer pas als laatste werd genoemd. In haar ogen stond het belang van de kerk

voorop en was seksueel misbruik iets dat de kerk schade kon berokkenen.84 De BAC had

“de grootste moeite” met de afdoening door een ‘kamer’ van de BAC en het kennelijke

uitgangspunt dat partijen in elkaars aanwezigheid worden gehoord.” De BAC achtte dat

van weinig begrip getuigen “voor de veelal emotionele en moeilijke situatie waarin

klagers zich bevinden.”85

Op het verzoek van de BAC om het aan de bisschoppenconferentie voorgelegde concept

van de nieuwe procedure terug te nemen ging het bestuur van Hulp & Recht niet in.86

De bezwaren van de BAC werden weliswaar in de bisschoppenconferentie besproken,

maar ook daar vond de BAC geen gehoor.87 De voorzitter van de BAC kreeg het verzoek

“aan te geven of u bereid bent om uw voorzitterschap van de BAC voort te zetten en aan

de hand van de nieuwe regeling uw werkzaamheden uit te voeren.” Uiteindelijk leidde

dit tot wat de voorzitter noemde “scheiding der wegen” en trad de hele BAC terug.

De nieuwe procedure in de bisschoppenconferentie

Tussen 9 september 2003 en 9 mei 2006 was met uitzondering van de Aegon-kwestie

slechts incidenteel over Hulp & Recht in de bisschoppenconferentie gesproken. In deze

incidentele gevallen ging het om de goedkeuring van de jaarlijkse begroting en financiële

verantwoording en de benoeming van leden en medewerkers.

81 Idem.

82 Gesprek van de commissie met mevrouw mr. S.J.E. Horstink-von Meyenfeldt op 13 september 2010 en

gesprek van de commissie met mr. Y.A.J.M. van Kuijck en professor dr. M.H.F. van Uden op 3 september 2010.

83 Brief van de BAC aan het bestuur van Hulp & Recht van 5 september 2007. De toenmalige voorzitter en

plaatsvervangend voorzitter van de BAC hebben de Onderzoekscommissie op twee voorbeelden van zulke

gebrekkige uitvoering van adviezen van de BAC gewezen. Gesprek van de commissie met mr. Y.A.J.M. van

Kuijck en professor dr. M.H.F. van Uden op 3 september 2010.

84 Brief van de BAC aan de voorzitter van de bisschoppenconferentie van 16 november 2007.

85 Idem.

86 Brief van de BAC aan het bestuur van Hulp & Recht van 5 september 2007.

87 Brief van Adrianus kardinaal Simonis aan mr. Y.A.J.M. van Kuijck. Utrecht 17 oktober 2007. Notulen

bisschoppenconferentie 9 oktober 2007, agendapunt 10.

32

De notulen van de bisschoppenconferentie van 9 mei 2006 bevatten geen verslag van het

toen besprokene.88 Tussen 9 mei 2006 en 9 oktober 2007 herhaalde zich het patroon van

de periode hiervoor. Incidenteel kwam Hulp & Recht aan de orde: bij benoemingen van

leden van het bestuur en van de BAC en voor de goedkeuring van de begroting. Het

aantal klachten daalde in deze periode tot drie per jaar.

In de notulen van 9 oktober 2007 wordt uitvoerig ingegaan op wat op 9 mei 2006 was

besproken: het bestuur van Hulp & Recht had op 9 mei 2006 de bisschoppenconferentie

ingelicht over de zorgen van het bestuur over het functioneren van de BAC en over

vragen over de procedure. De bisschoppenconferentie had toen ingestemd met de door

het bestuur voorgestelde aanpak die inmiddels tot de nieuwe procedure had geleid.

In haar bijeenkomst op 9 oktober 2007 keurden de bisschoppenconferentie en de KNR de

nieuwe procedure en de statutenwijziging van Hulp & Recht goed. Tevens werd besloten

de voorzitter en leden van de BAC het besluit mee te delen en hen te vragen vóór 1

november 2007 te laten weten of zij bereid zouden zijn per 1 januari 2008 onder de

nieuwe regeling te functioneren.

Aanvankelijk leefde het idee om de BAC tevens te belasten met de advisering over

schadevergoeding, maar het bestuur van Hulp & Recht had hier uiteindelijk vanaf gezien.

Wel had de BAC al in de eerdere procedure de mogelijkheid gekregen te adviseren over

vergoeding van kosten voor therapeutische behandeling. Het bestuur wilde voorkomen

dat de klachtenprocedure zou worden vertroebeld door de al of niet financiële gevolgen

van een zaak en de civiele aansprakelijkheden. Het bestuur vreesde ook voor misbruik

van de klachtenprocedure in de aanloop naar civielrechtelijke procedures in verband met

schadevergoedingen.89 Niettemin werd een procedure op dit gebied wel wenselijk geacht

om eenheid te krijgen in de hoogte van uit te keren schadevergoedingen.

Dat laatste was actueel, omdat vlak voorafgaande aan deze bisschoppenconferentie een

uitzending van Netwerk op 27 september 2007 de nodige beroering had veroorzaakt:

“geconstateerd wordt dat de Netwerkuitzending, waar een groot aantal negatieve

kwalificaties over te geven zijn, wel de vinger heeft gelegd op enkele zwakke punten.”90

In deze uitzending kwam de vraag aan de orde hoe de Kerk was omgegaan met

slachtoffers van seksueel misbruik. Een van deze slachtoffers die in de uitzending aan het

woord kwam was Ton Leerschool, die op het jongensinternaat Eymard Ville in

Stevensbeek was misbruikt.

Op 16 november 2007 berichtte de BAC “ernstig teleurgesteld [te zijn] in de procedurele

gang van zaken met betrekking tot de besluitvorming van de bisschoppenconferentie”.

88 Notulen bisschoppenconferentie 9 mei 2006, agendapunt 12.

89 Brief van Hulp & Recht van 1 oktober 2007, kenmerk \H&R\BK-003. De Onderzoekscommissie tekent hier

overigens bij aan dat het gebruik van de klachtenprocedure als aanloop voor een civielrechtelijke procedure

voor de toekenning van een schadevergoeding bij ontstentenis van een procedure van het verkrijgen van zo’n

vergoeding binnen de RKK onvermijdelijk lijkt.

90 Notulen bisschoppenconferentie 9 oktober 2007, agendapunt 10.

33

De voorzitter en leden, alsmede de ambtelijk secretaris verbonden hieraan consequenties

en lieten weten dat dit hen bracht “tot een scheiding van wegen”.91 Op 6 mei 2008

benoemde de bisschoppenconferentie nieuwe leden van de BAC.92

Naast een volledig nieuwe BAC trad in dat jaar ook een nieuwe voorzitter van Hulp &

Recht aan, drs. J.B. Waaijer. Hij nam op 15 november 2008 het voorzitterschap over van

mevrouw mr. S.J.E. Horstink-von Meyenfeldt. Mevrouw Horstink-von Meyenfeldt had

van een tweede termijn van vier jaar als voorzitter afgezien. Haar voornemen om zelf de

organisatie van Hulp & Recht op andere terreinen te verbeteren door versterking van de

interne cohesie, communicatie en (zelf)evaluatie liet ze varen. Het hiermee gemoeid

gaande tijdbeslag was haar te veel.93

Overzicht van meldingen en klachten

Om een beeld te geven van de aantallen meldingen en klachten is onderstaande tabel van

belang. Het betreft hier cijfers tot 2010. De meldingen en klachten in 2010 komen

verderop aan bod.

Tabel 1

Overzicht van meldingen en klachten 1995-2009

Jaar meldingen man 16- 16+ vrouw 16- 16+ klachten gegrond ongegrond nietontvankelijk

schikking

1995-

97

10194 34 27 7 48 9 39 84 26 53 5 0

1998 27 18 18 0 9 1 8 7 3 4 0 0

1999 5 2 2 0 3 1 2 3 2 0 1 0

2000 14 8 5 3 6 1 5 4 1 2 1 0

2001 12 ? 1 ? ? 1 ? 4 2 1 1 0

2002 47 ? 9 ? ? 7 ? 12 8 4 0 0

2003 12 7 4 3 5 2 3 3 1 2 1 0

2004 15 5 5 0 6 4 2 2 2 0 0 0

2005 11 3 0 3 8 3 5 4 2 0 2 0

2006 15 4 2 2 11 2 9 3 3 0 0 0

2007 7 3 3 1 4? 1 4 3 3 0 0 0

2008 10 3 1 2 7 2 5 6 3 0 295 1

2009 10 6 3 0 396 0

totaal 286 >87 77 >21 >107 34 >82 141 5997 66 16 0

91 Brief van de BAC aan de voorzitter van de bisschoppenconferentie van 16 november 2007.

92 Notulen bisschoppenconferentie 6 mei 2008, agendapunt 5.5.

93 Gesprek van de commissie met mevrouw mr. S.J.E. Horstink-von Meyenfeldt op 13 september 2010.

94 Dit aantal ligt hoger dan de in mannen en vrouwen uitgesplitste aantallen. Aannemelijk is dat in deze jaren

niet alle meldingen gespecificeerd zijn geregistreerd.

95 In het ene geval is de procedure afgebroken, in het andere geval is de klacht niet doorgezet omdat de

aangeklaagde niet is gevonden.

96 In twee gevallen is er geen zitting geweest. In het derde geval is de klachtprocedure stopgezet.

97 Van zeventien klachten is niet bekend of niet vast te stellen of en zo ja, in welke mate de klacht (on)gegrond

is verklaard. De Onderzoekscommissie heeft na onderzoek van de 59 dossiers vastgesteld dat in ieder geval bij

46 klachten sprake is van een grotendeels gegrond verklaring.

34

Bron: Hulp & Recht. Bijlage bij jaarverslag over 2008. Jaarverslag van de Instelling Hulp & Recht over

het jaar 2009, blz. 3

Het gemiddelde aantal meldingen per jaar (tot en met 2009) is negentien, waarvan iets

minder dan de helft leidt tot een klacht. Maar als we de klachten uit de eerste drie jaar

(‘inhaaleffect’) buiten beschouwing laten is dat zestien. Volgens de eigen berekeningen

van Hulp & Recht Bijna 42 procent van de klachten (jaarlijks gemiddeld vier) is gegrond,

49 procent wordt ongegrond verklaard en negen procent niet-ontvankelijk.

Vrouwen melden iets meer dan mannen (respectievelijk 53 en 47 procent). Veertig procent

van de meldingen (111) heeft betrekking op personen die in de periode waarover de

melding gaat jonger dan zestien jaar waren. Het gaat in ruim zeventig procent van deze

meldingen om mannen die op het moment van misbruik jonger dan zestien jaar waren en

in minder dan dertig procent van de meldingen om vrouwen jonger dan zestien jaar op

het moment van het misbruik. Bijna de helft van de meldingen (133) is binnengekomen in

de eerste vijf jaar van het bestaan van Hulp & Recht. In de hierop volgende vijf jaar kwam

35 procent van de meldingen (100) binnen. De laatste vijf jaren in dit overzicht (2005-2008)

telden 53 meldingen (achttien procent van het totaal).

De Onderzoekscommissie heeft op 7 september 2010 67 dossiers van door de BAC

behandelde klachten ingezien. Het betrof 46 klachten die gegrond zijn verklaard en 21

klachten die niet ontvankelijk zijn verklaard, ongegrond zijn verklaard, zijn afgebroken of

nog lopen. Zestig procent van deze klachten heeft betrekking op klagers die op het

moment van het (eerste) misbruik ouder waren dan zestien jaar. Bijna negentig procent

van de mannelijke klagers was bij het eerste misbruik jonger dan zestien jaar.98

Tabel 2

Gegrond verklaarde klachten naar leeftijd (16+/16-) en naar geslacht (m/v)

Jaar 1995 1996 1997 1998 1999 2000 2001 2002 2003 2004 2005 2006 2007 2008 2009

16+ 1 3 1 3 1 1 1 7 0 1 3 3 2 1 0 28

16- 2 2 3 1 2 0 1 1 0 1 0 0 1 1 3 18

m 1 3 1 0 2 0 0 3 0 1 0 0 1 0 1 13

v 2 2 3 4 1 1 2 5 0 1 3 3 2 2 2 33

Financiering van Hulp & Recht

Op 8 december 2009 stelde de bisschoppenconferentie de begroting van Hulp & Recht

voor 2010 vast. Het ging om een bedrag van 56.350 euro. In 2008 was 49.752 euro

uitgegeven. Het aantal klachten dat in 2008 was behandeld was drie. Dit lokte bij het

Economencollege de opmerking uit dat niet voorbij kon worden gegaan aan het feit dat het

hier per klacht om een aanzienlijk bedrag ging.99

98 In 2001 is de grens van minderjarigheid in het canoniek recht verschoven van 16 jaar naar 18 jaar.

(Codex 1983 canon 1395 par 2 gaat over de strafbaarheid van seksueel misbruik van een

minderjarige onder de leeftijd van zestien jaar.)

99 Brief van het Economencollege van het R.K. Kerkgenootschap in Nederland van 30 november 2009 (kenmerk

IR-2.618/ H&R begr. ‘10/ 11-2009).

35

Voor de jaren 2004 tot en met 2010 zijn in Tabel 3 de jaarlijkse kosten weergegeven,

waarbij voor 2010 geldt dat het om begrote kosten gaat.

Tabel 3

Kosten van Hulp & Recht

Jaar 2004 2005 2006 2007 2008 2009 2010

Kosten in euro 54.909 52.577 56.792 51.694 49.752 47.070 511.350100

6. 2010

Kort na elkaar volgden in februari 2010 publicaties over seksueel misbruik in de Rooms-

Katholieke Kerk in het buitenland - met name in Ierland en Duitsland – en in Nederland.101

Op 9 maart 2010 bespraken de bisschoppen in hun maandelijkse conferentie de

publicitaire ophef en de gevolgen voor Hulp & Recht. In een paar weken tijd waren 370

meldingen bij Hulp & Recht binnengekomen die betrekking hadden op de jaren vijftig en

zestig van de vorige eeuw.102 Dat aantal lag ruim boven het aantal meldingen dat in haar

totaliteit de voorafgaande vijftien jaar was binnengekomen. Het grootste deel van de

meldingen kwam per E-mail en per brief binnen. De voorzitter van Hulp & Recht stelde

de bisschoppenconferentie op de hoogte van de problemen waarin Hulp & Recht door

deze grote hoeveelheid meldingen in korte tijd was terechtgekomen. Hulp & Recht was

“kopje ondergegaan.”103 Er was geen secretariaat, geen woordvoerder en maar een

halftijds werkzame medewerker. De organisatie ‘dreef’ op vrijwilligers. Gezien het aantal

meldingen en klachten in de hieraan voorafgaande periode was deze beperkte omvang

van de organisatie niet verwonderlijk.

In de loop van de daaropvolgende week werden de problemen alleen nog maar groter.

Op 14 maart 2010 maakte de bisschop van Groningen-Leeuwarden, dr. G.J.N. de Korte,

in het televisieprogramma Kruispunt bekend dat slachtoffers zich konden melden bij Hulp

& Recht. Mgr. De Korte is binnen de bisschoppenconferentie referent voor Kerk en

Samenleving en in die hoedanigheid woordvoerder namens de bisschoppenconferentie

over dit onderwerp. In de uitzending noemde mgr. De Korte het telefoonnummer van

het meldpunt van Hulp & Recht (0900-8998411). Daar zouden melders ook uitvoerig te

woord worden gestaan. Zelfs pastorale gesprekken waren mogelijk, aldus de bisschop.104

Om de te verwachten meldingen in goede banen te leiden waren vrijwilligers gevraagd

aan de telefoon de melders te woord te staan.

100 Zoals opgenomen in de begroting. Over de vorige jaren gaat het om gerealiseerde bedragen.

101 Gerard van Westerloo, ‘De Pater en het Meisje’, 2010. Robert Chesal, ‘Ook in Nederland seksueel misbruik

in de katholieke kerk’, Radio Nederland Wereldomroep http://www.rnw.nl/nl/print/64527 en Joep Dohmen,

‘Nederlandse paters beticht van seksueel misbruik’. In: NRC Handelsblad van 26 februari 2010.

102 Notulen bisschoppenconferentie 9 maart 2010, agendapunt 7.

103 Gesprek van de commissie met mevrouw mr. P.M.M. Stassen op 10 september 2010.

104

http://www.uitzendinggemist.nl/index.php/aflevering?aflID=10742077&md5=fd6867a61c39d66804f38914816

31c31

36

De vrijwilligers waren slecht voorbereid. Instructies ontbraken of waren zo

gecompliceerd dat de melders geen keuze konden maken in de mogelijkheden die aan de

telefoon werden voorgelegd. De meesten wilden graag in een gesprek hun hart luchten,

maar de organisatie was niet in staat om afspraken voor deze gesprekken te maken. Het

materiaal waarmee gewerkt werd (een mobiele telefoon) was verouderd en als de lijn

bezet was werden bellers geconfronteerd met een achterhaald en fout inspreekbericht.

Van de gesprekken werden à l’improviste aantekeningen gemaakt. Er was geen

standaardformulier waar systematisch de gegevens van de melders op konden worden

genoteerd. Een van de vrijwilligers nam haar aantekeningen mee naar huis om ze daar

uit te werken. Vragen van media kwamen binnen op dezelfde telefoonlijn als de lijn

waarop de telefoongesprekken met melders van seksueel misbruik werden gevoerd.105

Tijdens de bisschoppenconferentie van 13 april 2010 werd de stand van zaken bij Hulp &

Recht besproken. Het aantal meldingen was toen opgelopen tot 1100. Knelpunten waren

het doorgeleiden van verzoeken om hulpverlening en gesprekken, het aantrekken van

voldoende juridische adviseurs om de toestroom van klachten in goede banen te leiden

en het kanaliseren van vragen over en verzoeken tot schadevergoeding. Uit de contacten

met melders en klagers bleek dat veel vragen werden gesteld over de (onafhankelijke)

positie van Hulp & Recht.106 In de afgelopen tijd waren extra betaalde krachten op het

secretariaat ingezet. Het bestuur had extra juridische adviseurs en een woordvoerder

geworven.107

Deze laatste vraag kwam blijkens de notulen niet aan de orde in de

bisschoppenconferentie. Wel werd besloten voor extra ondersteuning te zorgen: “met

name katholieke juristen ten behoeve van een tweede BAC [hier wordt uitbreiding van

de BAC bedoeld: Onderzoekscommissie] en secretariële ondersteuning.”108

In mei 2010 werd een interim-hoofd voor het secretariaat aangesteld. Het databeheer

werd verbeterd en met behulp van een extra juridisch medewerker konden in de zomer

van 2010 de achterstanden in klachtendossiers worden weggewerkt. In september 2010

werd de BAC uitgebreid met nieuwe leden.

105 Brief van (oud-) medewerker van Hulp & Recht aan de leden van de commissie 7 mei 2010.

106 Rapport Hulp en Recht 23 maart 2010 (vertrouwelijk).

107 Brief van het bestuur van Hulp & Recht aan de Onderzoekscommissie van 21 november 2010

(kenmerk \CD\reactie-002).

108 Notulen bisschoppenconferentie 13 april 2010, agendapunt 8, besluit 93c/2010.

37

Uiteindelijk kreeg Hulp & Recht in 2010 (tot 23 november 2010) 1799 meldingen.

Tabel 4

Aantal meldingen en klachten Hulp & Recht 2010

Aard Aantal

Meldingen van slachtoffers van seksueel misbruik, geestelijke en lichamelijke mishandeling 1579

Meldingen van getuigen en/of familieleden over seksueel misbruik, geestelijke en lichamelijke

mishandeling

220

Waarvan in totaal over seksueel misbruik 1643

Waarvan klachten 241 (door 213

klagers)

Totaal 1799

Bron: Hulp & Recht, gegevens uit registratie Hulp en Recht, 23 november 2010,

\beleid\cijfers-003

Van de 1799 meldingen hebben 265 betrekking op een van de zeven Nederlandse

bisdommen (14,7 procent). Van de 241 klachten hebben 54 betrekking op de bisdommen

(22,4 procent). Het is overigens niet altijd bekend tot welke orde, congregatie of bisdom

degene hoorde waarover is gemeld. De hier genoemde percentages kunnen dus nog

fluctueren.

Hulp & Recht heeft onlangs laten onderzoeken waarom ondanks het grote aantal

meldingen maar een relatief klein aantal melders (13,4 procent) besluit om een klacht in

te dienen.

De melders zijn willekeurig geselecteerd aan de hand van criteria: het moest gaan om

meldingen die op zich tot een klacht zouden kunnen leiden (dus seksueel misbruik en

melding door betrokkene zelf). Het onderzoek is telefonisch uitgevoerd en heeft tot de

onderstaande uitkomsten geleid:

Inzake klachten:

32 melders willen alsnog een klacht indienen

44 melders wilden vooral melden vanwege statistieken

11 melders zien op tegen de procedure

4 melders zeiden geen vertrouwen in Hulp & Recht te hebben

4 melders wisten niet da de juridisch adviseur door Hulp & Recht wordt betaald

5 melders wilden niet zeggen waarom ze geen klacht willen indienen

Inzake hulp:

56 melders hebben geen behoefte aan hulp vanuit Hulp & Recht. 48 omdat ze geen

behoefte hebben, 8 omdat ze een eigen hulpverlener hebben. De 44 anderen willen wel

graag hulp vanuit Hulp & Recht, in de vorm van een gesprek. Deze wens hangt samen

met de twijfel of ze wel of niet een klacht zullen indienen. Elke melder die dat wilde,

heeft inmiddels een gesprek met een vertrouwenspersoon gehad.109

109 Marie-José Jager, Onderzoek melders. 21 oktober 2010 (Kenmerk:\OM\bestuur-001)

38

2.

Knelpunten in het functioneren van Hulp & Recht

2.1. Algemeen

Hulp & Recht is om een aantal redenen een instelling met een complexe opdracht:

- hulp en recht bieden;

- voor klagers én aangeklaagden zorgen;110

- er is sprake van Nederlands en van kerkelijk recht.

De klachtprocedure voorziet ook in klachten tegen uitgetreden en reeds overleden

aangeklaagden die dan door het desbetreffende bisdom, orde of congregatie worden

vertegenwoordigd. De bisschop of de hogere overste staat dan in de beklaagdenbank.

Dezelfde bisschop of hogere overste bepaalt later zelf wat hij met het advies van de

Beoordelings- en adviescommissie doet. Tegelijkertijd benoemt de bisschop in de

bisschoppenconferentie (samen met het bestuur van de KNR) de leden van de

Beoordelings- en adviescommissie en legt het bestuur van Hulp & Recht verantwoording af

aan de bisschoppenconferentie en aan het bestuur van de KNR.

Hulp & Recht is - als instelling van de RKK - principieel geschoeid op kerkrechtelijke leest.

Het kerkelijk of canoniek recht is sterk theologisch bepaald. Het canonieke recht kent

geen scheiding van machten en hanteert een eigen domein (in de zin van de oude societas

perfecta) waarin alles geregeld is of kan worden.

In Nederland zijn kerkelijke rechtspersonen erkend naar Nederlands recht (artikel 2:2

BW). In andere Europese landen hebben kerkelijke rechtspersonen deze status niet en

wordt naast de kerk c.q. haar onderdelen als geloofsgemeenschap altijd een vehikel

opgericht dat civielrechtelijk van aard is en goederen, zaken en andere

vermogensrechtelijke rechten en verplichtingen beheert. Dat in Nederland beide

rechtsgebieden tegelijkertijd een rol spelen is historisch verklaarbaar en geldt voor alle

kerkgenootschappen.111 De Onderzoekscommissie komt hierop in haar eindrapportage nog

terug.

2.2. De organisatie en procedure van Hulp & Recht

Hulp & Recht kent een bestuur dat bestaat uit minimaal vijf en maximaal zeven personen

die door de bisschoppenconferentie en het bestuur van de KNR worden benoemd.

Statutair is Hulp & Recht belast met het in stand houden van een meldpunt voor

“personen […] indien zij hulp wensen of een klacht willen indienen vanwege seksueel

misbruik”.112

110 De Onderzoekscommissie heeft geen onderzoek gedaan naar de ervaringen van aangeklaagden cq religieuze

instituten met de hulpverlening door Hulp & Recht aan aangeklaagden. In het gesprek met de commissie op 3

september 2010 heeft de voorzitter van Hulp & Recht het volgende opgemerkt: “De facto wordt geen hulp

verleend aan echte daders. In de vroegere procedure was er wel in voorzien dat een aparte groep mensen die

echte daders zou begeleiden, maar dat is nooit van de grond gekomen.”

111 drs. L.C. van Drimmelen en professor mr. T.J. van der Ploeg, ‘Kerk en Recht’, 2004.

112 Artikel 3 lid 1 van de statuten van Hulp & Recht:

http://www.hulpenrecht.nl/Documenten/SitePages/Statuten.aspx

39

Hiernaast is aan de BAC de taak toebedeeld om een gemotiveerd advies aan bisschoppen

en oversten uit te brengen naar aanleiding van concrete klachten. Ten slotte kent Hulp &

Recht een rol bij het verrichten van onderzoek en studie op het terrein van seksueel

misbruik in het algemeen en in de specifieke context van de RKK in het bijzonder en het

uitbrengen van algemene beleidsadviezen aan bisschoppen en oversten.

De eerste taak, via het meldpunt hulp bieden en een klacht indienen, kent een aantal

knelpunten. Het eerste knelpunt is dat op dit moment telefonische melders een van de

administratieve medewerkers aan de lijn krijgen. Hun instructie luidt om de melders mee

te delen dat ze door een vertrouwenspersoon worden teruggebeld om over hun melding

te spreken. Uit de eigen meldingen bij de Onderzoekscommissie blijkt dat melders vaak de

nodige moed moeten verzamelen om hun misbruik te melden. Het is voor de

Onderzoekscommissie de vraag of het uitstel door het vervolgcontact met de

vertrouwenspersoon de bereidheid aantast om een klacht in te dienen. De

Onderzoekscommissie heeft dit niet kunnen vaststellen. Volgens Hulp & Recht komt vaak

naar voren dat de melder wil dat zijn melding “meegenomen wordt in de statistieken”.113

Uit het telefonisch gehouden onderzoek blijkt dat bij een tweede benadering alsnog 32

van de 100 melders besluiten tot het indienen van een klacht. Dit hoge percentage duidt

erop dat in de beleving van melders het verschil tussen melding en klacht diffuus.114

Als melders aangeven hulp nodig te hebben, worden vertrouwenspersonen

ingeschakeld. Deze vertrouwenspersonen werden vroeger door de bisschoppen

benoemd, maar sinds 2008 door het bestuur van Hulp & Recht. Hun werkterrein ontstijgt

dan ook de begrenzing van het bisdom waarbinnen ze woonachtig zijn.115 De

vertrouwenspersonen beschikken over het dossier van de melder waarmee ze een

gesprek gaan voeren. Tijdens hun gesprekken proberen de vertrouwenspersonen te

achterhalen of de melders meer hulp nodig hebben, bij voorbeeld van een jurist of een

psycholoog. Dat wordt ook in het verslag gemeld dat naar Hulp & Recht wordt gezonden

en waarvan de melder een afschrift krijgt. Het verslag wordt pas verstuurd na

goedkeuring door de melder.

De vertrouwenspersoon kan adviseren aan Hulp & Recht om door te verwijzen naar een

hulpinstantie maar doet dat niet zelf. Van de follow-up van deze doorverwijzing wordt

de vertrouwenspersoon niet op de hoogte gehouden. Het ontbreekt op dit moment

overigens aan richtlijnen voor dit soort situaties. Ook bestaat onduidelijkheid – zowel

binnen het bestuur van Hulp & Recht als bij de vertrouwenspersonen - over het maximaal

aantal gesprekken dat vertrouwenspersonen voeren met aan hen toebedeelde melders.116

In september jl heeft het bestuur van Hulp & Recht in beginsel ingestemd met een ‘Kader

Vertrouwenspersonen nieuwe stijl’ waarin in deze lacunes wordt voorzien.

113 Gesprek van de commissie met mr. P.M.M. Stassen op 10 september 2010.

114 Marie-José Jager, Onderzoek melders. 21 oktober 2010 (Kenmerk:\OM\bestuur-001).

115 Gesprek van de commissie met mevrouw M. van Helvert-Willeme op 17 september 2010.

116 Bij een groot aantal gesprekken dreigt het risico dat de vertrouwenspersoon gaat optreden als hulpverlener,

waartoe de vertrouwenspersonen niet zijn toegerust. Gesprek van de secretaris met mr. P.M.M. Stassen op 8

november 2010.

40

Sinds kort hebben de KNR en de bisdommen commissies ingesteld om als kring van

vertrouwenspersonen te fungeren en “in gesprek te gaan in het kader van de erkenning

van seksueel misbruik en hen voor verdere ondersteuning door te verwijzen en dit ook te

volgen op een door het slachtoffer gewenste manier.”117 In het bisdom Roermond is een

soortgelijke commissie Luisterend Oor in het leven geroepen die iedereen hoort “die

gehoord wil worden […] en respect, erkenning en welgemeende excuses [geeft].”118

De gesprekken met slachtoffers zijn vertrouwelijk en de verslagen van de diocesane

commissie van het bisdom Haarlem-Amsterdam worden op het bisdom vertrouwelijk

bewaard of op verzoek van het slachtoffer vernietigd. Twee slachtoffers hebben gevraagd

het verslag van hun gesprek ter kennis te laten brengen van de Onderzoekscommissie.

Als komt vast te staan dat de melder een klacht wil indienen bij Hulp & Recht wordt een

van de juridische adviseurs gevraagd om binnen veertien dagen contact op te nemen met

de klager en met hem een klaagschrift op te stellen. De juridische adviseurs zijn

advocaten die voor hun advisering een vergoeding ontvangen en wat hun

werkzaamheden betreft gebonden zijn aan de regels van de Orde van Advocaten. De

ervaringen met de juridische adviseurs zijn nogal wisselend. Aan de ene kant zijn klagers

ingenomen met het feit dat ze zonder hiervoor zelf kosten te maken zij kunnen

beschikken over juridische ondersteuning.119 Aan de andere kant werden ze met een

procedure geconfronteerd die ze vaak niet goed kunnen overzien: “de procedurele

informatie zoals je kunt lezen op de website van Hulp & Recht is onvolledig en daardoor

onjuist. Er bestaan nog vijftien pagina’s juridische tekst met nogal ingrijpende en zelfs

tegenstrijdige aanvullingen op de procedure. Dit krijg je pas ter plekke bij de juridische

adviseur te lezen. Dat kun je dan (proberen) door te nemen om vervolgens erachter te

komen dat ook de juridische adviseur niet precies kan uitleggen hoe het proces zal gaan

verlopen.”120 Inmiddels is de tekst op de (vernieuwde) website aangepast. De juridisch

adviseurs zijn op 17 september jl in aanwezigheid van de voorzitter en leden van de

BAC, de vertrouwenspersonen en het bestuur van Hulp & Recht geïnformeerd over de

procedure en de wijze waarop zij met klagers het klaagschrift opstellen.

Ook lopen klagers aan tegen het verschil in aanpak tussen de juridische adviseurs. Een

van de klagers werd gevraagd zijn eigen klaagschrift op te stellen: “ondanks dat zijn

klaagschrift een duidelijk en samenhangend verhaal was, werd het in eerste instantie

afgekeurd omdat het aan een bepaalde structuur moest voldoen.”121 Andere klagers zijn

positiever over dit deel van de procedure: “Het contact met de juridisch adviseur is

vervolgens zeer vlot tot stand gekomen. Wat hij op schrift had gesteld bleek dermate

compleet dat er niet veel aan hoefde te worden veranderd, toegevoegd of geschrapt.”122

Op het klaagschrift volgt het verweerschrift van de aangeklaagde zelf of als hij is

overleden door de desbetreffende bisschop of hogere overste.

117 Brief met bijlagen van drs. E.H.A. Fennis (kanselier bisdom Haarlem-Amsterdam) van 16 september 2010.

118 http://www.bisdom-roermond.nl/nieuws/detail.php?ID=1117

119 E-mailbericht van slachtoffers Canisiuscollege van 14 september 2010 om 9.42 uur.

120 http://www.seksueelmisbruik.info/rkkerk/?p=59

121 Gesprek van de commissie met de heer R.C.G. Egging op 17 september 2010.

122 Gesprek van de commissie met anoniem op 17 september 2010.

41

De manier waarop in de verweerschriften wordt ingegaan op wat de klager is

overkomen loopt uiteen, aldus het huidige hoofd van het secretariaat van Hulp & Recht:

“variërend van ‘betrokkene is dood, ik heb geen archief’ tot hele mooie verweerschriften

waarin een overste zich heeft ingespannen om de situatie in historisch perspectief te

plaatsen met de achtergrond van het tehuis, de aangeklaagde en het misbruik. […] Er

wordt ook verweer gevoerd door nog in leven zijnde aangeklaagden en ook hierin zitten

grote verschillen. Sommigen tonen zich aangedaan en willen graag met het slachtoffer

praten terwijl anderen het gebeurde volledig ontkennen.”123 De Onderzoekscommissie

constateert in dit verband dat het inlevingsvermogen bij de opstelling van

verweerschriften die namens een overleden aangeklaagde worden ingediend voor

verbetering vatbaar is.124

In de nieuwe procedure is een zitting voorzien waar zowel klager als aangeklaagde

worden gehoord. Hiervan kan worden afgeweken als tevoren hiertegen bezwaar wordt

gemaakt.125

Het sluitstuk van de procedure bestaat uit de uitspraak van de BAC en – als de klacht

gegrond wordt verklaard – een advies aan de bisschop of hogere overste die verplicht is

om te reageren op het advies binnen dertig dagen. Deze reactie wordt schriftelijk

verzonden aan de BAC, de klager en – als betrokkene nog in leven is – aan de

aangeklaagde. Terugkoppeling over het resultaat van de in de reactie opgenomen

maatregelen is voorzien in de huidige regeling (artikel 18), maar niet in alle gevallen

wordt hieraan voldaan. Aan de uitspraak van de BAC wordt geen bekendheid gegeven.

De BAC kan disciplinaire maatregelen adviseren, maar uitsluitend de bisschop of hogere

overste is bevoegd over te gaan tot zulke maatregelen. De BAC is dan ook geen

tuchtcollege, maar een klachtencommissie. In één geval is bekend dat na de uitspraak

van de BAC de desbetreffende bisschop het onderzoek nog eens wilde overdoen.126 Twee

keer leidde de afdoening van een advies in de BAC tot een kritische reactie van de BAC

(zie voetnoot 83). De vertrouwenspersonen wendden zich eerder tot het bestuur van

Hulp & Recht. Zij vroegen in een brief aan het bestuur om zich verantwoordelijk te blijven

voelen voor de “naleving” door de bisschoppen en hogere oversten van de adviezen en

er op toe te zien dat “ [maatregelen] zo spoedig mogelijk na de uitspraak worden

genomen.”127

123 Gesprek van de commissie met mevrouw mr. P.M.M. Stassen op 10 september 2010.

124 “Hij heeft de opmerkingen in het verweerschrift over de betrouwbaarheid van zijn eigen waarnemingen als

zeer pijnlijk ervaren. Zijn herinneringen daaraan zijn nog erg scherp.” Gesprek van de commissie met anoniem

op 17 september 2010.

125 Voor veel klagers is een confrontatie met de aangeklaagde moeilijk: “eenmaal voor het gerechtsgebouw

aangekomen stond daar in de kleine loge van de personeelsingang de dader met secondant pontificaal voor de

ingang en even later werden we een klein vergaderkamertje ingeloodst met een viertal commissieleden en een

tafelschikking van koffiekopjes die er op neer kwam dat de aangeklaagde zo een beetje op mijn schoot kwam te

zitten. Zoiets heeft meteen invloed op de manier waarop je in staat bent jezelf en je zaak te verdedigen.”

http://www.seksueelmisbruik.info/rkkerk/?p=59. Gesprek met drs. A.E.H. Kemmerling op 8 november 2010.

126 Gesprek van de commissie met mevrouw mr. M.A.F. Tan-de Sonnaville op 3 september 2010.

127 Brief van mevrouw C. Meyssen-Nagel en mevrouw M. Schulte Kemna van 6 maart 2002. Zie ook het verslag

van de bijeenkomst van het bestuur van Hulp & Recht van 18 april 2002: “[Mevrouw Meyssen] geeft inzicht in

de aard van twee ernstige klachten en de wijze waarop de kerkelijke overheid in deze klachten met sancties om

42

Op 7 november 2003 concludeerde het bestuur dat “ook al behouden bisschoppen en

hogere oversten hun eigen vrijheid, de adviezen zijn niet vrijblijvend. Het komt voor dat

door de afhandeling van de adviezen de geloofwaardigheid van Hulp & Recht in het

geding komt.” Deze opvatting van het bestuur werd in een brief aan de

bisschoppenconferentie en het bestuur van de KNR vastgelegd.128

Klagers vragen in hun klaagschriften soms financiële genoegdoening, die kan bestaan uit

een vergoeding van gemaakte (therapeutische) kosten en smartengeld. De BAC, aldus de

voorzitter van de BAC, “oordeelt niet over schadevergoeding, maar kan wel aangeven of

betrokkene professionele begeleiding nodig heeft. Of ook in overweging kan worden

genomen bij te dragen in de kosten daarvan, is binnen de BAC onderwerp van

bespreking.”129

Hulp & Recht krijgt veel vragen over schadevergoeding bij seksueel misbruik.

Schadevergoeding kan betreffen: concrete kosten die men heeft gemaakt (voor artsen,

hulp, therapie etc.), vermogensschade (misgelopen inkomen bijvoorbeeld) of

smartengeld.

In het verleden heeft de BAC een enkele keer iets gezegd over uitsluitend de eerste vorm

van schadevergoeding. Artikel 13.1 (taken van de BAC), sub c 5e aandachtsstreepje luidde

namelijk als volgt: ‘het toekennen van een financiële vergoeding aan klagende voor ontvangen of

nog te ontvangen therapeutische hulp, voor zover deze niet voor vergoeding langs de geëigende

wegen daarvoor (op basis van wettelijke voorzieningen) in aanmerking komt en overigens redelijk

voorkomt.’ In de huidige procedure (artikel 17) ontbreekt een dergelijke bepaling.

Artikel 19.4 van de huidige procedure is een bepaling van dossierbeheer/geheimhouding

(zie aanhef bij dat artikel). Hulp & Recht mag dossiers niet afgeven zonder toestemming

van klager. Artikel 19.4 is dan ook opgenomen om het mogelijk te maken dat, indien en

voor zover er externe commissies zijn die zich buigen over vragen van schadevergoeding

in een concreet geval, deze het dossier mogen inzien. Klagers die de procedure volgen

stemmen daarmee dus op voorhand in. Er is momenteel geen externe commissie die

adviseert over de hoogte van schadevergoeding in concrete gevallen.

De commissie-Lindenbergh adviseert bisschoppen en oversten over de juridische positie

van ordes, congregaties en bisdommen bij seksueel misbruik. Hierbij gelden enkele

uitgangspunten:

Hulp & Recht gaat niet over schadevergoeding. De BAC kan tot een beperkt aantal

maatregelen besluiten, zie artikel 17 van de procedure.

In het verleden is in een enkel geval door de BAC in overweging gegeven om binnen

randvoorwaarden kosten van therapie te vergoeden.

ging. In het ene geval nam de betreffende abt geen enkele maatregel. De dader bleef in het klooster en bleef

contacten onderhouden met parochianen van de parochie waar hij assisteerde; ook toen het slachtoffer de

media inschakelde. Het slachtoffer schakelde de media onder meer in omdat zij herhaling van het misbruik

vreesde. De dader was een populaire figuur in de parochie en dorp en had veel contacten met kinderen.”

128 Verslag bijeenkomst bestuur van Hulp & Recht van 3 december 2003.

129 Gesprek met drs. A.E.H. Kemmerling op 8 november 2010.

43

Gelet op de huidige stand van zaken, vooral: aantallen, heeft de BAC recent besloten

om in de adviezen geen enkel advies of overweging meer op te nemen over welke

vorm van schadevergoeding dan ook.

Een verzoek tot schadevergoeding moest in het verleden en moet ook nu te allen tijde

ingediend worden bij de pleger zelf, de bisschop of de overste. Dit is in voorkomende

gevallen daarom een procedure na de procedure bij Hulp & Recht.

De taak van de juridisch adviseur bij Hulp & Recht is beperkt. Klagers begeleiden bij

een verzoek tot schadevergoeding valt hier niet onder.

De onduidelijkheid over een instantie waaraan klagers hun financiële eisen kunnen

voorleggen werkt frustratie over de procedure van Hulp & Recht in de hand.

Tussen het bestuur van Hulp & Recht en de BAC staat een ‘Chinese Muur’. Voor het

bestuur is het in het kader van de onafhankelijkheid van de BAC niet geoorloofd om

kennis te nemen van klaagschriften, verweerschriften, uitspraken en adviezen van de

BAC. Hier staat tegenover dat het bestuur de aangewezen instantie is om in contact te

treden met de bisschoppenconferentie en de KNR. Het vorige bestuur en de vorige BAC

stelden zich ten opzichte van elkaar volstrekt zelfstandig op. Bij het laatste reguliere

overleg tussen het bestuur van Hulp & Recht met de bisschoppen en de KNR was in de

delegatie van Hulp & Recht de voorzitter van de BAC opgenomen.130 In het verleden

stelde de BAC geanonimiseerde overzichten van de door haar behandelde klachten op en

verstrekte deze aan het bestuur. Aan deze informatieverschaffing is in 2006 een einde

gekomen toen de verhoudingen tussen het bestuur en de BAC op scherp kwamen te

staan.

Inzicht in het functioneren van de vertrouwenspersonen bestaat ook maar amper bij het

bestuur van Hulp & Recht. Voor vertrouwenspersonen worden met enige regelmaat

studiedagen georganiseerd. Op intervisiebijeenkomsten van onder andere juridisch

adviseurs en vertrouwenspersonen kunnen problemen rond casuïstiek worden

besproken. Voorafgaand aan haar werk als vertrouwenspersoon heeft mevrouw Van

Helvert-Willeme bij Hulp & Recht een training gevolgd met psychologen en al werkzame

vertrouwenspersonen.131 Van een systematische terugkoppeling naar het bestuur van dit

soort activiteiten is geen sprake.

Wat de derde taak van Hulp & Recht betreft is het bestuur pas onlangs toegekomen aan

het uitbrengen van haar eerste algemene beleidsadvies aan bisschoppen en oversten. Het

betreft hier een advies over preventie, dat voor de bisschoppenconferentie op 13 oktober

2009 was geagendeerd maar werd doorgeschoven naar de bijeenkomst in november 2009.

In een gesprek met de Onderzoekscommissie heeft het bestuur van Hulp & Recht bij monde

van de vicaris-generaal van het bisdom Breda erop gewezen dat “in de jaren 2008 en 2009

veel is geïnvesteerd in preventie. Aan alle opleidingen voor theologie is gevraagd

preventie aan de orde te stellen. Tevens is aangeboden om gastcolleges te geven. Bij

vrijwel alle opleidingen bestond hiervoor openheid. Preventie is natuurlijk een

doorlopend verhaal, dat start bij de opleidingen.

130 Notulen bisschoppenconferentie 13 oktober 2009, agendapunt 18.

131 Gesprek van de commissie met mevrouw M. van Helvert-Willeme op 17 september 2010.

44

Daarnaast zijn dit jaar een paar studiedagen georganiseerd voor de leidinggevenden van

de bisdommen, de personeelsfunctionarissen en mensen van de opleidingen. Daarbij is

vaak gebruik gemaakt van externe expertise, bij voorbeeld van de politie. Verder hebben

alle bisdommen nu gedragsregels, waarvan seksueel misbruik onderdeel uitmaakt. Deze

regels zijn overigens niet door Hulp & Recht opgesteld. Hij [drs. V.G.P.J.M.

Schoenmakers, lid van het bestuur van Hulp & Recht, vicaris-generaal van het bisdom

Breda en secretaris-generaal van de bisschoppenconferentie] betreurt het echter dat er

voor alle bisdommen niet één soort gedragsregel is. [Uiteindelijk] hebben de bisschoppen

en religieuzen ervoor gekozen om bij elke benoeming van een pastorale beroepskracht

‘die van buiten komt’ een verklaring te vragen van vrijwaring van seksueel misbruik.

Dus als een pastoor vanuit Venray in Breda komt werken, wordt deze verklaring

gevraagd. Uiteraard is het de bedoeling dat de preventie ook verdergaat richting de

parochianen, maar helaas is in de afgelopen periode de aandacht voor dat traject wat

afgeleid.”132

2.3. Vergelijkbare procedures

In de voorgaande paragraaf 2.2. constateert de Onderzoekscommissie dat de BAC een

klachtencommissie is en geen tuchtcollege zoals we zo’n college kennen in Nederland

voor de advocatuur en medisch beroepsbeoefenaren. Wel zijn parallellen te trekken met

klachtenprocedures bij onder andere medische zorgverleners, onderwijsinstellingen en

politiekorpsen.

Wet klachtrecht cliënten zorgsector

Artikel 2 van de Wet klachtrecht cliënten zorgsector (1995) bepaalt dat zorginstellingen

over een klachtenregeling en een klachtencommissie beschikken en stelt hier nadere eisen

aan. Als sprake is van een klacht die duidt op een ernstige situatie met een structureel

karakter dan brengt de klachtencommissie de zorgaanbieder hiervan op de hoogte. Als

de klachtencommissie niet is gebleken dat de zorgaanbieder ter zake maatregelen heeft

getroffen dan stelt de klachtencommissie de inspectie voor de gezondheidszorg hiervan

op de hoogte.133

Ziekenhuizen en andere grote zorgaanbieders (zoals verpleeg- en

verzorgingsinstellingen) hebben in de regel een eigen klachtencommissie die (deels) uit

onafhankelijke leden bestaat en ondersteund wordt door medewerkers van het

ziekenhuis of de instelling. De voorzitter en leden worden door de raad van bestuur

benoemd. Individuele beroepsbeoefenaren of beroepsbeoefenaren die in kleiner verband

werkzaam zijn hebben zich in de regel aangesloten bij regionale of zelfs landelijk

functionerende klachtencommissies.

Bij seksueel misbruik bestaat de verplichting tot melding bij de inspectie voor de

gezondheidszorg. De inspectie onderzoekt deze melding of laat deze melding

onderzoeken.

132 Gesprek van de commissie met het bestuur van Hulp & Recht op 3 september 2010.

133 mr. R.J. Hoekstra, ‘Angel en Antenne. Het functioneren van de Inspectie voor de Gezondheidszorg in de

casus van de neuroloog van het Medisch Spectrum Twente.’ 2010, blz. 23 en 24.

45

Klagers hebben de mogelijkheid om zich met hun klacht rechtstreeks te wenden tot een

van de regionale tuchtcolleges. Dit gaat vooral om die situaties waarin sprake is van een

uit feiten en omstandigheden voortvloeiend redelijk vermoeden dat één van de in de

Medische Tuchtwet omschreven tuchtnormen is overtreden door een beroepsbeoefenaar

die aan deze tuchtrechtspraak is onderworpen.

Eerder dit jaar heeft het kabinet een wetsvoorstel ingediend om klagers de gelegenheid te

geven in tweede instantie hun klacht voor te leggen aan een landelijke

geschillencommissie. Uit de eerste evaluatie van de wet bleek veel ongenoegen te bestaan

over deze klachtenprocedure: “opmerkelijk is dat tweederde van de klagers niet tevreden

is met de uitkomst, ondanks het feit dat zij voor ongeveer vijftig procent in het gelijk

worden gesteld.”134 Met de aanvulling van een beroepsinstantie op landelijk niveau wil

het kabinet het klachtenrecht in de gezondheidszorg verbeteren.

Kwaliteitswet onderwijs

Het onderwijs kent al een dergelijk getrapt klachtenrecht. In de oorspronkelijke

Kwaliteitswet voor het onderwijs (1998) is sprake van een klachtenregeling en van een

meldplicht. Aanvankelijk richtte de meldplicht zich alleen op seksueel misbruik en

seksuele intimidatie. In de Wet op het onderwijstoezicht (2002) is het begrip

grensoverschrijdend gedrag uitgebreid en verder uitgewerkt. Wanneer sprake is van

mogelijk strafbare feiten, legt de Vertrouwensinspecteur (van de inspectie voor het

onderwijs) het bevoegd gezag van een onderwijsinstelling de verplichting op om aangifte

of melding bij de politie te doen. Alle medewerkers die werken bij een

onderwijsinstelling hebben een meldplicht wanneer zij het vermoeden of de wetenschap

hebben dat een medewerker of vrijwilliger zich schuldig heeft gemaakt aan

grensoverschrijdend jegens leerlingen. Zij moeten dit onmiddellijk melden bij hun direct

leidinggevende. Die geeft het vermoeden door aan het bevoegd gezag. Het bevoegd

gezag is verplicht de zaak te melden bij de Vertrouwensinspecteur.

Een klacht is een gevoel van ongenoegen waarvan de klager vindt dat het gedrag zich

niet mag herhalen.135 Elke onderwijsinstelling kent een klachtencommissie of is bij een

(regionale) klachtencommissie aangesloten. Elke onderwijsinstelling kent

vertrouwenspersonen die niet verbonden zijn aan de onderwijsinstelling. De wet stelt

geen eisen aan de kwalificatie voor deze functie. Zowel de klager als de aangeklaagde

krijgen tijdens de klachtenprocedure een vertrouwenspersoon toegewezen. De

klachtencommissie brengt advies uit en de mogelijkheid bestaat om bij de landelijke

klachtencommissies in beroep te gaan. Op dit moment functioneren nog landelijke

klachtencommissies voor onderwijs op rooms-katholieke, op protestants-christelijke en

op algemene grondslag. Het is de bedoeling uiteindelijk te komen tot één gezamenlijke

landelijke klachtencommissie.

134 Brief van de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport aan de Tweede Kamer van 17 februari 2000

(GZB/PCZ 2040967) en brief van de staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport aan de Tweede

Kamer van 17 september 2004 (IBE/E-2515372).

135 Gesprek met mr. P. Dijkmans en mr. K. Veraart van de Besturenraad op 5 oktober 2010. Zie ook

Besturenraad Thema, ‘Klachtenrecht en meldplicht’. Mei 2009 nummer 75.

46

De uitspraken (en hierbij horende adviezen) van de landelijke commissies worden

geanonimiseerd gepubliceerd.136 De Landelijke Klachtencommissie voor het Christelijk

Onderwijs is een stichting waarvan de leden worden benoemd door ouderorganisaties

(Ouders & Co) en de Besturenraad.

Politiewet

De klachtenbehandeling bij de politie berust op de Politiewet 1993 en

de Algemene wet bestuursrecht. De verschillende politiekorpsen is de vrijheid gelaten

de klachtenbehandeling op uiteenlopende wijze te organiseren.

De klachtbehandelaar, een medewerker van het desbetreffende politiekorps, probeert in

eerste instantie de klacht informeel – dat wil zeggen door overleg of bemiddeling – naar

tevredenheid van de klager af te handelen. Als dit niet lukt, geeft hij in zijn rapportage de

reden daarvan aan. Hieronder wordt de klachtenprocedure toegelicht aan de hand van

de werkwijze van het Korps landelijke politiediensten (KLPD).137

De Klachtencommissie van het KLPD is een externe, onafhankelijke instantie.

De commissie bestaat uit vijf personen, afkomstig uit de zittende magistratuur,

het Openbaar Ministerie, de politieorganisatie, het openbaar bestuur en

Slachtofferhulp Nederland. De minister benoemt de voorzitter en de leden.

De Klachtencommissie ontvangt een afschrift van elke klacht die volgens de

klachtenregeling behandeld wordt. Als een klacht informeel is afgedaan, ontvangt

de commissie een afschrift van de brief aan de klager, waarin de informele

afhandeling wordt bevestigd. Als het niet gelukt is een klacht informeel af te

ronden, ontvangt de commissie het klachtdossier voor advies. Na ontvangst van

het klachtdossier neemt het secretariaat van de commissie contact op met de

klager en informeert of deze door de commissie gehoord wil worden. Als dat

het geval is, vindt een hoorzitting plaats. De Klachtencommissie nodigt hiervoor

ook de beklaagde uit. Vervolgens adviseert de commissie de korpschef binnen

vier weken over de afhandeling van de klacht.

De afhandeling door de korpschef moet plaatsvinden binnen een termijn van

veertien weken nadat de klacht ontvangen is. De afhandelingsbrief vermeldt ook

het advies van de Klachtencommissie en verwijst naar de mogelijkheid de klacht

voor te leggen aan de Nationale ombudsman, indien de klager het niet eens is

met de klachtenbehandeling of de afhandeling. Het diensthoofd krijgt een kopie

van de brief en zorgt voor de evaluatie van de klacht met de betrokken politieambtenaar.

Als een klager niet tevreden is over de klachtenbehandeling of de beoordeling

van de klacht, kan hij tot één jaar na afhandeling de Nationale ombudsman

verzoeken een onderzoek in te stellen. De klager wordt in de afhandelingsbrief

op deze mogelijkheid gewezen.

136 Zie de uitspraken en adviezen van de Klachtencommissie voor Christelijk Onderwijs:

http://www.klachtencommissie.org/inhoud/2009

137 Zie het jaarverslag 2008 Klachtenafhandeling KLPD:

http://www.politie.nl/KLPD/Images/klpdklachten2008_tcm35-488471.pdf

47

Acht de Nationale ombudsman het verzoek ontvankelijk, dan vraagt hij de korpsbeheerder

om een reactie. De korpschef adviseert dan de korpsbeheerder. De klachtencoördinator,

die rechtstreeks door het bureau van de Nationale ombudsman wordt geïnformeerd over

het verzoek aan de korpsbeheerder, adviseert op zijn beurt de korpschef.

Bij regionale politiekorpsen, bij voorbeeld Politie Haaglanden, wijkt deze aanpak

nauwelijks af van de opzet van de klachtenprocedure bij de KPLD. In eerste aanleg

wordt een bemiddelingsgesprek gevoerd met de klager. De klachtbehandelaar, een door

de korpschef aangewezen functionaris, voert dit gesprek met klager, die zich bij dit

gesprek kan laten bijstaan. Van het gesprek wordt een verslag gemaakt, waarvan de

klager een afschrift krijgt. De bureauchef beoordeelt de klacht. Als de klager van zo’n

bemiddelingsgesprek afziet of niet tevreden is over het bemiddelingsgesprek wordt de

klacht in tweede aanleg behandeld.138

De Klachtencommissie bestaat uit vijf onafhankelijke leden en een of meer

plaatsvervangende leden die afkomstig zijn uit “relevante maatschappelijke geledingen,

zoals de rechtelijke macht en/of staande magistratuur, de advocatuur, het openbaar

bestuur of andere (neven)functies die relevante maatschappelijke oriëntatie met zich mee

brengen.” Doorgaans maken ook een of twee oud-politiefunctionarissen deel uit van de

commissie.139 De voorzitter en leden worden op voordracht van de korpsbeheerder

benoemd door het regionaal college.

Binnen een week na registratie van de klacht voert de klachtbehandelaar een gesprek met

klager en met aangeklaagde. De burgemeester en de hoofdofficier van justitie ontvangen

een kopie van de klacht en worden in de gelegenheid gesteld over de klacht advies uit te

brengen aan de klachtencommissie. De klachtbehandelaar stelt een klachtdossier samen

met alle stukken en gegevens die kunnen bijdragen aan het vaststellen van de feiten over

de klacht. Waar nodig hoort de klachtbehandelaar getuigen en andere personen die

kunnen bijdragen aan het vaststellen van de feiten.

De klachtbehandelaar stelt een onderzoeksrapport op van zijn bevindingen. Het

klachtdossier wordt voorgelegd voor advies en oordeel aan de korpschef. Door

tussenkomst van een klachtcoördinator stuurt de korpschef het dossier door naar de

Klachtencommissie. De commissie stelt klager in de gelegenheid te worden gehoord. De

beklaagde wordt gehoord. Als blijkt dat tevens een verzoek tot schadevergoeding is

ingediend, wordt advies gevraagd aan het bureau schade en verzekeringen van Politie

Haaglanden. In eenvoudige gevallen waarbij het schadebedrag niet hoger is dan 500 euro

kan de korpschef een bedrag tot schadevergoeding toekennen.

Nadat de commissie advies heeft uitgebracht, zendt de korpsbeheerder een

afdoeningsbrief met zijn oordeel aan de klager, aan degene op wie de klacht betrekking

heeft en de klachtencommissie.

138 Klachtregeling Politie Haaglanden 2004.

139 E-mailbericht van de heer P. Blankwaard aan de Onderzoekscommissie van 9 november 2010 om 9.29 uur.

48

De korpsbeheerder wijst bij de verzending van zijn afdoeningsbrief op de mogelijkheid

vervolgens binnen een jaar een klacht in te dienen bij de Nationale ombudsman.

2.4. Hulp bij seksueel misbruik

De hulp die Hulp & Recht biedt is grotendeels pastoraal, dat wil zeggen vanuit de eigen

opdracht van de Kerk.140 Voor professionele hulp (psychosociaal) wordt doorverwezen.

Er moet wat betreft hulpverlening onderscheid worden gemaakt tussen de periode tot

eind 2007 en de periode daarvoor. In de eerste periode was er een vrijgesteld persoon

(zuster Verrijt) die het meldpunt beheerde. Zij voerde de eerste, vaak ondersteunende

gesprekken met melders. Zij verwees deze personen vervolgens door naar de

vertrouwenspersonen. Vertrouwenspersonen gingen soms zeer uitvoerig en langdurig

met ondersteuning om. Dat was een van de redenen waarom de nieuwe procedure de

hulpverlening meer heeft willen binden aan de totstandkoming van een klaagschrift.

Tot voorjaar 2010 behandelde Hulp & Recht een overzichtelijk aantal klachten. In de

hausse aan meldingen daarna is een aantal aspecten uit de procedure pragmatisch

aangepakt, waardoor niet alleen personen die een klacht willen indienen hulp krijgen

van een vertrouwenspersoon (zoals de procedure bepaalt), maar ook melders die daar

behoefte aan hadden. In de toelichting staat over hulp het volgende: “Niet alleen bij

gelegenheid van de melding of bij het indienen van een klacht kan het van belang zijn

om hulp te verlenen aan klagers. Na afronding van de procedure en bij gelegenheid van

de beslissing van de ordinarius is het verlenen van hulp en pastorale zorg primair de

taak en verantwoordelijkheid van de bisschop of overste. Hulp & Recht kan hierin wel

bemiddelen doch speelt zelfstandig in deze geen rol.” Uit een van de gesprekken die de

Onderzoekscommissie heeft gevoerd kwam naar voren dat veel melders genoeg hebben aan

een of meer pastorale gesprekken. Uit veel gesprekken is de Onderzoekscommissie

gebleken dat behoefte bestaat aan lotgenotencontact en aan gespreksgroepen.141

Ten slotte vraagt de Onderzoekscommissie aandacht voor familie- en gezinsleden van

slachtoffers: “Als men de moed heeft opgeraapt om over haar of zijn misbruik te praten,

is er vaak gehoor bij deskundigen en hulpverleners, maar vaak blijft de partner van die

persoon onbegrepen achter. Waar moeten zij naar toe? Immers hen is niets aangedaan.

Maar zij zitten er middenin en ondervinden vaak ook de problemen van de misbruikte

partner, zodanig dat bij voorbeeld in het huwelijk blijven geen optie meer is. Het gevolg

is dan vaak dat een gezin uit elkaar valt en de persoon die is misbruikt een extra klap

krijgt.” 142

Passende hulp buiten Hulp & Recht

Op 29 september en 1 oktober heeft de Onderzoekscommissie twee bijeenkomsten met

slachtoffers van misbruik gehouden. In dat kader heeft Onderzoekscommissie instanties

geinventariseerd die hulp bieden aan slachtoffers van seksueel misbruik.

140 Ongeveer vijftien vertrouwenspersonen hebben een pastorale achtergrond. Daarnaast fungeren een arts,

een vertrouwenspersoon bij een sportkoepel en een maatschappelijk werker als vertrouwenspersoon.

141 In bijlage 5 is een overzicht van contactpersonen van verschillende lotgenotengroepen opgenomen. Deze

lijst staat ook vermeld op de website www.onderzoekrk.nl.

142 E-mailbericht aan de commissie van 15 augustus 2010 om 16.19 uur.

49

Gespecialiseerde hulp voor slachtoffers is in Nederland langzaam op gang gekomen na

onderzoeken naar seksueel misbruik aan het eind van de jaren tachtig van de vorige

eeuw. Veel instellingen voor ambulante en klinische zorg hebben wel ervaring met deze

patiënten die onder tal van diagnosen binnenkomen: middelengebruik,

persoonlijkheidsstoornissen, angststoornissen, depressies, somatisatie-, dissociatieve-,

affectregulatiestoornissen en suïcidaliteit evenals zelfbeschadigend gedrag.

Geen enkele diagnose is specifiek voor deze populatie en dat is ook begrijpelijk omdat de

traumatische ervaringen enorm uiteenlopen en omdat de gezinsachtergrond

(gehechtheid, dan wel affectieve verwaarlozing) ook sterk verschillen. Maar vrij

algemeen zijn er problemen in relaties met anderen (wantrouwen), problemen met

zelfbeeld (negatief), met affectregulatie (woede-uitbarstingen of juist geremde woede) en

met cognitieve problemen (dissociatie, concentratieproblemen).

Gespecialiseerde hulp

In Nederland is voor alle hulp op dit gebied de huisarts de sleutelfiguur. Daar kan men

zich melden met klachten en de huisarts verwijst vervolgens naar een instelling voor

geestelijke gezondheidszorg of een vrijgevestigde psychotherapeut, klinisch psycholoog

of psychiater.

Sinds 2006 is een gespecialiseerd hulpaanbod ontwikkeld in veertien instellingen in

Nederland die zich hebben verenigd in het Landelijk centrum vroegkinderlijke chronische

traumatisering (www.lcvt.nl). Deze instellingen zijn Altrecht, Herlaarhof, Parnassia Bavo,

GGZ Kinderen en Jeugd Rivierduinen, GGZ Drenthe, GGZ Eindhoven en de Kempen,

GGZ Eindhoven Kinderen en Jeugd, Meerkanten, Kinder- en Jeugd Trauma Centrum

Haarlem, GGZ Friesland, Fier Fryslan, Riagg Rijnmond, Sinaï Centrum en GGZ Westelijk

Noord-Brabant.

Algemene landelijke voorzieningen waar men terecht kan voor informatie en advies over

hulpverleningsmogelijkheden in de eigen regio en ook hulp bij een goede verwijzing

naar een instelling voor hulpverlening of hulp bij praktische problemen zijn de Stichting

Korrelatie (www.korrelatie.nl) en Sensoor (voorheen SOS Telefonische Hulpdienst)

(www.sensoor.nl).

Slachtofferhulp Nederland staat mensen bij om aangifte te doen en schadevergoeding te

eisen (www.slachtofferhulp.nl). Daarnaast is Slachtofferhulp Nederland er voor

nabestaanden en getuigen. Slachtofferhulp Nederland heeft voor melders bij de

onderzoekscommissie een speciaal telefoonnummer opengesteld: 0900-9999001 (op

werkdagen tussen 9 en 17 uur). Ook zijn zogeheten ‘casemanagers’ aanwezig die over

specifieke kennis op dit gebied beschikken.

Dan zijn er organisaties van lotgenoten, zoals de Vereniging tegen seksuele

kindermishandeling binnen het gezin, familie en andere vertrouwensrelaties (VSK), een

landelijke vereniging voor mensen die in hun jeugd te maken hebben gehad met seksuele

kindermishandeling binnen het gezin, de familie en andere vertrouwensrelaties

(www.vsknederland.nl ).

50

Er zijn verschillende instellingen die zich op het terrein van pastorale zorg bij de

verwerking van seksueel misbruik: de Stichting VPSG biedt advies en ondersteuning bij

vragen rond seksueel geweld, godsdienst en zingeving (www.vpsg.nl ). Zij bieden een

luisterend oor voor getroffenen (en mensen in hun omgeving) in hun spreekkamers in

Haarlem, via de telefoon of via e-mail.

Alle hier genoemde instellingen zijn benaderd en geïnformeerd door de

Onderzoekscommissie en hebben zich bereid verklaard om hulp te bieden bij verwijzing of

opvang.

Ten behoeve van de ontwikkeling van een specifiek aanbod voor mensen die als

minderjarige binnen de Rooms-Katholieke Kerk zijn misbruikt heeft de Onderzoekscommissie

contact gelegd met enkele instellingen voor geestelijke gezondheidszorg verspreid over

Nederland. Aan deze instellingen is de wens voorgelegd dat op minstens vier locaties in

Nederland binnen de reguliere ambulante instellingen voor Geestelijke Gezondheidszorg

steunpunten worden georganiseerd. Op dit verzoek hebben de onderstaande instellingen

positief gereageerd. Hier kan gespecialiseerde hulp op het gebied van seksueel misbruik

(binnen de Rooms-Katholieke Kerk)worden geboden.

De volgende instellingen zijn hiervoor benaderd:

RIAGG Maastricht (Limburg)

GGZ Friesland, Leeuwarden (Friesland, Groningen en Drenthe)

Parnassia/PsyQ, Den Haag

GGZ Eindhoven en de Kempen

Deze instellingen beschikken over de expertise en een aanbod van hulp voor seksueel

getraumatiseerde vrouwen en mannen, waaronder diegenen die als minderjarige binnen

de Rooms-Katholieke Kerk zijn misbruikt. Dit aanbod komt uitgebreider aan bod in bijlage

2.

De Gezondheidsraad bereidt een advies voor dat in de loop van 2011 aan de minister voor

Volksgezondheid, Welzijn en Sport wordt aangeboden. De aanleiding voor dit advies is

gelegen in het Actieplan Aanpak Kindermishandeling ‘Kinderen veilig thuis’ uit 2007:

“inzetten op preventie is nodig en effectief. De signalering en melding van

kindermishandeling zijn de afgelopen tijd verbeterd. Maar het is op dit moment

onvoldoende duidelijk wat de precieze zorgbehoefte is van slachtoffers van

kindermishandeling en of het huidige aanbod volstaat.”143 Bij kindermishandeling gaat

het om emotionele verwaarlozing, psychische mishandeling, lichamelijke mishandeling

en seksueel misbruik.

143 Brief van de minister voor Jeugd en Gezin aan de voorzitter van de Gezondheidsraad van 17 februari 2010

(nummer JZ/LJ-2983817)

51

Om inzicht te krijgen in de precieze zorgbehoefte wil de minister weten welke bewezen

effectieve interventies op dit moment beschikbaar zijn en of de benodigde interventies

over het hele land en voor alle slachtoffers (kinderen en volwassenen) beschikbaar en

toegankelijk zijn. Mocht dat niet het geval zijn, dan verwacht de minister aanbevelingen

voor het verbeteren van de beschikbaarheid en toegankelijkheid.

Gelet op het belang van dit advies voor slachtoffers van seksueel misbruik vindt

periodiek overleg plaats tussen enerzijds de Gezondheidsraad en anderzijds de

Onderzoekscommissie en de commissie-Samson.144

144 De commissie-Samson doet onafhankelijk onderzoek naar seksueel misbruik van minderjarigen die onder

verantwoordelijkheid van de overheid in instellingen of pleeggezinnen zijn geplaatst (www.onderzoekseksueel-

kindermisbruik.nl) .

52

3.

Conclusies en aanbevelingen

3.1. Algemeen

Hulp & Recht is een in 1995 opgerichte publieke kerkelijke rechtspersoon van de Rooms-

Katholieke Kerk. Aanvankelijk was de instelling opgericht voor seksueel misbruik in

pastorale relaties in algemene zin, hoewel toen ook gevallen van seksueel misbruik van

minderjarigen in het verleden internaten, scholen en seminaries bekend waren. Hulp &

Recht is in de Rooms-Katholieke Kerk wellicht geen unieke, maar wel een bijzondere

organisatie. Er zijn in het buitenland niet veel voorbeelden bekend van instellingen waar

slachtoffers met hun klachten terecht kunnen die een zekere zelfstandige positie ten

opzichte van de Rooms-Katholieke Kerkprovincie kennen.

De eerste procedure die de instelling hanteerde was geënt op het kerkelijk recht. In dit

recht wordt vooral vanuit het instituut gedacht, richting de pleger. De procedure had

veel kenmerken van een formele strafrechtelijke procedure. Dit betekende dat de eisen

ten aanzien van de bewijslast voor gesteld misbruik hoog lagen en dat de procedure voor

klagers niet erg transparant was.

Eind 2007 vond een herziening van de procedure plaats. De nieuwe procedure is een

vorm van klachtrecht. De groep van personen waartegen men kan klagen is in 2007

uitgebreid, namelijk doordat men ook tegen overledenen kan klagen én tegen ieder die

betaald of onbetaald werkzaamheden verricht in de Rooms-Katholieke Kerk in Nederland.

Daarnaast is in 2007 een nieuwe en ruime definitie van seksueel misbruik

geïntroduceerd.

In 2007 werden ook de statuten van Hulp & Recht gewijzigd. Op grond van haar

doelstelling is de instelling niet alleen een instituut voor hulpverlening en

klachtenafhandeling in concrete gevallen. Ook het verrichten van onderzoek en studie op

het terrein van seksueel misbruik in het algemeen en in de specifieke context van de RK

Kerk in het bijzonder en het uitbrengen van algemene beleidsadviezen aan bisschoppen

en oversten vallen onder de taken van Hulp & Recht. Op grond van de statuten is Hulp &

Recht een expertisecentrum voor seksueel misbruik in de Rooms-Katholieke Kerk. De

verwachtingen over een dergelijke rol van Hulp & Recht zijn in de praktijk niet

waargemaakt.

Omdat Hulp & Recht een instelling van de Rooms-Katholieke Kerk is, kan al snel de indruk

ontstaan van onvoldoende afstand tussen haar en de Kerk. Een dergelijke indruk wordt

bovendien versterkt als de procedure op een aantal plekken voor verbetering vatbaar is

en de procedure niet in alle gevallen strikt wordt nageleefd en het onderzoek van de

BAC – bij voorbeeld – door een bisschop of hogere overste nog eens wordt overgedaan.

Dit straalt af op en voedt het wantrouwen in de instelling Hulp & Recht.

53

De voorzitter en leden van de Beoordelings- en adviescommissie (BAC) stellen zich

onafhankelijk van de Rooms-Katholieke Kerk op en verrichten – net als de voorzitter en

leden van het bestuur - hun werk met grote inzet en integriteit. Dit geldt in gelijke mate

voor de voorzitter en leden van de vorige BAC, medewerkers en oud-medewerkers.

De BAC bestaat uit personen met een juridisch-rechterlijke achtergrond en personen met

een andere deskundige achtergrond die gewend zijn onafhankelijk te opereren en zich

niet laten beïnvloeden. Het grote aantal meldingen heeft inmiddels geleid tot een

verhoogde inzet van de BAC, die daartoe met een aantal personen is uitgebreid.

Het bestuur van Hulp & Recht bestaat uit katholieken die door de bisschoppenconferentie

en het bestuur van de Konferentie Nederlandse Religieuzen worden benoemd. De hiervoor

genoemde gremia dienen jaarlijks de begroting goed te keuren. Naast deze formele

realiteit is een inhoudelijke terugkoppeling tussen de Rooms-Katholieke Kerk en de

instelling van groot belang. In de praktijk is het daar niet voldoende van gekomen.

In de periode tussen 1995 en 2009 kreeg Hulp & Recht 286 meldingen, gemiddeld twintig

per jaar. In dezelfde periode leidden deze meldingen tot 141 klachten: gemiddeld negen

per jaar. Op de enorme toename hiervan begin 2010 was Hulp & Recht niet berekend. Het

aantal meldingen dit jaar (tot 23 november) bedroeg bijna 1800, het aantal klachten 241.

Het grote aantal meldingen in 2010 heeft de instelling volledig overvallen, het bureau

was er niet voor toegerust. Richtsnoeren en protocollen ontbraken, evenals richtlijnen

voor de registratie en behandeling van reacties, het vervolg daarop en de uitvoering. De

bureaumedewerkers moesten zich maar zien te redden. In mei besloot het bestuur tot het

aanstellen van een hoofd ad interim en is begonnen met het opzetten van een organisatie

en het wegwerken van opgelopen achterstanden. In september was sprake van een

enigszins normale situatie. Te lang is gewacht met het professioneel opvangen van deze

meldingen en klachten. Te lang was de administratie bepaald niet op orde. Dit vormde

een extra voedingsbodem voor het wantrouwen in Hulp & Recht. Het bestuur is

verantwoordelijk, was op de hoogte van de ernst van de situatie, reageerde onvoldoende

adequaat en schoot dan ook tekort.

De benoembaarheid van bestuursleden en leden van de BAC is beperkt tot personen met

een katholieke achtergrond. Het ontbreekt aan openheid en verantwoording over wat er

met de adviezen van de BAC gebeurt.

Wat de hulpverlening betreft is Hulp & Recht onvoldoende toegekomen aan het goed

doordenken en organiseren van haar taken. Aan de overige taken die Hulp & Recht

statutair heeft is de instelling niet of nauwelijks toegekomen. Hierdoor is de focus tot

2010 tamelijk eenzijdig op het afhandelingen van meldingen en klachten komen te liggen.

3.2. Conclusies over het functioneren in het verleden

Hulp & Recht is een instelling, waar integer en met hart en ziel wordt gewerkt en

waar men doordrongen is van de ernst van seksueel misbruik.

54

Dat seksueel misbruik in afhankelijkheidsrelaties én met minderjarigen strafbaar

is en tot aangifte aanleiding hoort te zijn, heeft in onvoldoende mate een plaats in

het bewustzijn van verantwoordelijken binnen de Rooms-Katholieke Kerk.

Richtsnoeren en protocollen voor medewerkers van Hulp & Recht over

doorverwijzing naar hulp dan wel naar de klachtenprocedure ontbreken of

schieten tekort. Weliswaar bestaan richtlijnen voor registratie en behandeling van

meldingen, maar de bekendheid met de procedure en met de in de procedure te

verkrijgen voorzieningen (ondersteuning door juridisch adviseur,

vertrouwenspersoon) is beperkt.

3.3. Conclusies over noodzakelijke verbeteringen

3.3.1. Positie binnen de Rooms-Katholieke Kerk

Door haar functioneren als kerkelijke instelling wordt Hulp & Recht vereenzelvigd

met de Rooms-Katholieke Kerk. Dit en de wijze de bisschoppen en hogere oversten

omgaan met de adviezen van de BAC voeden het wantrouwen in Hulp & Recht.

3.3.2. Het functioneren van de organisatie en het bestuur van Hulp & Recht

De huidige organisatievorm van Hulp & Recht staat transparantie en

verantwoording, intern maar ook naar buiten, in de weg. In de aanbevelingen

doet de Onderzoekscommissie voorstellen voor verbetering van het functioneren

van Hulp & Recht.

3.3.3. Hulp & Recht is geen hulporganisatie

In het kader van de klachtenprocedure moet een kleine, maar professioneel

toegeruste organisatie bestaan die melders en klagers kan ondersteunen en

doorverwijzen naar allerlei vormen van hulp: van praktische hulp tot de meest

gespecialiseerde geestelijke gezondheidszorg via huisarts en tweedelijnszorg.

3.3.4. Regeling voor financiële genoegdoening

Voor klagers met verzoeken voor een financiële genoegdoening staan twee wegen

open. De eerste weg is civielrechtelijk van aard. De tweede weg is via een

onafhankelijke externe commissie waarvan in artikel 19 lid 4 van de procedure bij

klachten van seksueel misbruik sprake is. Deze commissie (die niet mag worden

verward met de commissie-Lindenbergh) is nog steeds niet ingesteld.145 Dit vraagt

om verbetering.

145 Artikel 19 lid 4 luidt als volgt: Indien klager een verzoek tot schadevergoeding heeft gedaan, wordt het

advies en – voor zover nodig – de daarbij gevoegde bijlagen, nadat daaruit de persoonsgegevens zijn

verwijderd, door de bisschop, militair ordinarius of overste overhandigd aan een onafhankelijke externe

commissie ter bepaling van de hoogte van die vergoeding.” Een dergelijke commissie bestaat nog niet. Wel

bestaat een commissie van Aegon en de Rooms-Katholieke Kerk, maar dit betreft zaken van de oude

verzekeringspolis en strekt zich uitsluitend uit tot de bisdommen. Onlangs is de commissie-Lindenbergh

ingesteld om over het juridische raamwerk voor de behandeling en vaststelling van schadeclaims te adviseren.

55

3.4. Aanbevelingen

3.4.1. Het functioneren van de organisatie

Om de organisatie beter te laten functioneren beveelt de Onderzoekscommissie een

ingrijpende verbetering in tal van opzichten aan:

een goed functionerende organisatie, die zo snel mogelijk (binnen één

jaar) alle in behandeling zijnde klachten afdoet en voor de toekomst de

klachtenprocedure verbetert en zonder haperingen laat functioneren;

strakke protocollering;

een uitgebreid en passend hulpaanbod waarnaar klagers met een

hulpbehoefte kunnen worden doorverwezen en waarvan de (extra)

kosten voor rekening van de Rooms-Katholieke Kerk komen;

een klachtenprocedure die onafhankelijk functioneert en die het

bestaande wantrouwen kan wegnemen;

een regeling voor het vaststellen van schade en de schadevergoeding

die de gang naar de gewone rechter niet nodig, maar wel mogelijk

maakt.

Dit alles met als hoeksteen openbaarheid, ook over de wijze waarop

bisschoppen en oversten omgaan met adviezen en uitspraken uit de

klachtenprocedure. De Onderzoekscommissie stelt de volgende

verbeteringen voor:

1. Een organisatie met twee gremia (met elk een eigen voorzitter en een

eigen ambtelijk apparaat) werkt verlammend en verwarrend. De

organisatie kan bestaan uit een klachtencommissie (thans de BAC), een

meldpunt, een griffie ter ondersteuning van de klachtencommissie en

een professioneel kwaliteitscentrum dat voor klagers met een

hulpbehoefte op deskundige wijze kan doorverwijzen naar de juiste

hulpinstantie.

2. Voorzitter, bestuursleden en medewerkers van de klachtencommissie

worden op voordracht van de klachtencommissie benoemd door de

bisschoppenconferentie en de KNR. Bij de selectie hebben criteria

ontleend aan deskundigheid voorrang boven katholieke

verbondenheid. Ook niet-katholieken kunnen worden benoemd tot

voorzitter en leden van het bestuur, medewerkers en de

klachtencommissie.

3. De klachtencommissie kent naast een onafhankelijk voorzitter leden

met deskundigheid op bestuurlijk en juridisch gebied (zittende en

staande rechtelijke macht), op het terrein van slachtofferhulp, van

tweede en derdelijns geestelijke gezondheidszorg en van

werkgeschiktheid en reïntegratie.

4. De klachtencommissie doet jaarlijks verslag aan de

bisschoppenconferentie en de KNR in een openbaar jaarverslag waarin

de bij de werving en voordracht van leden en medewerkers gebruikte

criteria worden gemeld. Ook bevat het jaarverslag een

geanonimiseerde opgave van meldingen, ontvangen en behandelde

klachten, adviezen en een overzicht van de wijze van afdoening van de

adviezen door bisschoppen en oversten.

56

5. De voorzitter van de klachtencommissie wordt bijgestaan door een

algemeen manager die ambtelijk verantwoordelijk is voor het

functioneren van:

het meldpunt, dat elke melder wijst op alle mogelijkheden van de

behandeling van een melding (aangifte, klachtprocedure,

informele behandeling van de klacht etc). Het meldpunt zorgt

voor de registratie van meldingen en klachten;

de toewijzing van – indien gewenst – vertrouwenspersonen en –

bij klachten - juridisch adviseurs;

het kwaliteitscentrum voor de doorverwijzing naar de juiste hulp

aan klagers met een hulpbehoefte;

de griffie die belast is met de voorbereiding van zittingen van de

klachtencommissie. De griffie heeft ook als taak de bekendmaking

van geanonimiseerde uitspraken en adviezen, evaluaties en

andere vormen van verantwoording;

6. De instelling wordt in staat gesteld tot het uitvoeren van al haar

statutaire taken. Dit betekent dat hiervoor voldoende financiële

middelen ter beschikking worden gesteld.

3.4.2. Klachtprocedure

1. Adviezen van de klachtencommissie worden geanonimiseerd

openbaar. Bisschoppen en oversten zijn verplicht bij hen bekend

geworden voorvallen van seksueel misbruik te melden bij de

klachtencommissie en gelet op de taak van de klachtencommissie ook

voorvallen van seksueel misbruik van volwassenen. Bij het

vermoeden van een niet-verjaard strafbaar feit (zoals verkrachting)

moet altijd aangifte worden gedaan of wordt (in alle andere gevallen)

contact opgenomen met het Openbaar Ministerie.

2. Uitspraken en adviezen van de klachtencommissie worden

geanonimiseerd opgenomen in het jaarverslag en (ook op internet)

gepubliceerd. Dat geldt ook voor het besluit van de bisschop of

hogere overste over de wijze waarop hij het advies uitvoert.

Voorzitter en leden

klachtencommissie

Algemeen manager

Griffie

(klachtenprocedure)

Meldpunt (secretariaat)

Kwaliteitscentrum

(doorverwijzing naar

hulp)

Vertrouwenspersonen

57

De bisschop of hogere overste geeft aan klager aan welke middelen

van beroep tegen zijn beslissing open staan. Onderscheid moet

worden gemaakt tussen de klachtenprocedure en vervolgens de

tuchtrechtelijke afdoening: bisschop of overste geven binnen een

bepaalde termijn aan de klachtencommissie en de klager, maar ook

publiekelijk (ook op internet) gemotiveerd aan of en zo ja in welke

mate hij/zij opvolging geeft aan het advies van de klachtencommissie.

3. De klachtprocedure zelf vraagt ook om verbetering of in ieder geval

verduidelijking. Bij het vermoeden van een niet-verjaard strafbaar feit

neemt de voorzitter van de klachtencommissie contact op met het

Openbaar Ministerie.

4. Klagers wordt nadrukkelijk vooraf de keuze voorgelegd of ze al dan

niet in aanwezigheid van de aangeklaagde ter zitting van de

klachtencommissie willen verschijnen. De commissie heeft overigens

niet de indruk dat de klachtencommissie hiermee in het algemeen

onverstandig omgaat, maar de huidige tekst van de procedure kan

aanleiding zijn te veronderstellen dat deze keuze er niet is en een

beroep op een uitzondering moet worden gedaan als men niet in

aanwezigheid van aangeklaagde wil worden gehoord. Dit kan – zo is

gebleken – tot pijnlijke misverstanden leiden.

5. Klagers wordt nadrukkelijker dan thans het geval is gewezen op meer

informele manieren om hun klacht, bij voorbeeld door bemiddeling of

een informele aanpak, tot een voor alle betrokkenen bevredigende

oplossing te brengen.

6. Elk jaar laat de klachtencommissie zichzelf extern en onafhankelijk

evalueren. Voorts wordt in deze evaluatie nadrukkelijk betrokken de

uitvoering van de adviezen door bisschoppen en hogere oversten. De

evaluatie wordt (ook op internet) gepubliceerd. De evaluatie spitst

zich toe op de vraag of en zo ja bij gegrond verklaarde klachten

disciplinaire straffen zijn genomen en hoe dergelijke besluiten zich

verhouden tot de in de adviezen gedane aanbevelingen. De eerste

evaluatie heeft betrekking op het jaar 2010.

7. De klachtencommissie is statutair adviseur van de

bisschoppenconferentie. Elk jaar bespreekt de klachtencommissie met

de bisschoppenconferentie en de KNR:

jaarverslag

ondersteuningsbehoefte

meta-thema’s uit klachten en adviezen voortvloeiend

3.4.3. Hulpverlening

1. Voor de hulpverlening wordt binnen Hulp & Recht een

Kwaliteitscentrum Hulpverlening Seksueel Misbruik in de

Rooms-Katholieke Kerk opgericht. Dit centrum bestaat uit een

aantal professionals, consulenten die goed zijn ingevoerd in

het aanbod van hulpverlening in praktische zin, eerste, tweede

en derdelijns geestelijke gezondheidszorg (zie 2.4. en bijlage

2).

58

Dit centrum faciliteert slachtoffergroepen en maakt

groepsgesprekken voor lotgenoten mogelijk. Ook wijst dit

centrum familieleden van slachtoffers de weg naar

hulpinstanties.

2. Zo nodig kan vanuit dit centrum worden verwezen naar

pastorale zorg. Dit centrum organiseert de inzet van

vertrouwenspersonen en de ondersteuning van slachtoffers in

de afzonderlijke bisdommen. Om van deze hulpverlening

gebruik te kunnen maken moet sprake zijn van een klacht, met

uitzondering in die gevallen dat wordt verwezen naar

pastorale zorg.

3. Het Kwaliteitscentrum sluit zich aan bij platforms en

kenniscentra waar wordt nagedacht over hulp aan slachtoffers

van seksueel misbruik.

3.4.4. Jaarlijkse evaluatie

Het functioneren van vertrouwenspersonen en van juridische adviseurs

wordt geëvalueerd. Voor beide functies worden functieprofielen en

taakomschrijvingen opgesteld.

Voor vertrouwenspersonen en juridische adviseurs geldt dat ze

deskundig zijn en dat hun geloof geen doorslaggevend selectiecriterium

is.

3.4.5. De naam Hulp & Recht zorgt voor verwarring en misverstanden. Hulp &

Recht is geen hulporganisatie en biedt geen recht. Een betere benaming

wordt gekozen.

3.4.6. Regeling voor financiële genoegdoening

Algemeen

In 2010 (tot 23 november jl) heeft Hulp & Recht 1799 meldingen over

(seksueel) misbruik ontvangen. Zo'n 210 melders hebben een klacht

ingediend (in totaal 241 klachten).146 Deze klachten doorlopen de

klachtenprocedure en de BAC/klachtencommissie doet na behandeling

van deze klachten een uitspraak over het al dan niet gegrond zijn van de

klachten. Als klachten gegrond worden verklaard zijn de feiten en

omstandigheden vastgesteld en vormen die geen punt van discussie meer

bij de vaststelling van eventuele schade. De huidige BAC kan in 2011 200

klachten behandelen.

146 Hulp & Recht maakt onderscheid tussen een melding en een klacht. Iemand kan seksueel misbruik melden

en eventueel enkele gesprekken met een vertrouwenspersoon voeren en daar blijft het dan bij. Een melding

kan overgaan naar/in een klacht, waarvoor een klaagschrift wordt opgesteld, als een melder een onderzoek wil

laten instellen naar de gemelde handelingen.

59

Dit betekent dat eind 2011/begin 2012 van de nu ingediende 241 klachten

bekend is of ze gegrond dan wel ongegrond zijn verklaard.

Verjaring

Vermoedelijk betreffen de meeste klachten die nu in behandeling zijn

gebeurtenissen die verjaard zijn.

1. In geval van een bewezen verklaarde onrechtmatige daad is

schadevergoeding een juridische consequentie. Als een

dergelijke civielrechtelijke vordering zal blijken te zijn verjaard,

dan zal - zo stelt de Onderzoekscommissie voor - een beroep op

verjaring niet leidend zijn bij het antwoord van de Rooms-

Katholieke Kerk op de vraag of de Kerk overgaat/moet overgaan

op betaling van schadevergoeding en/of compensatie

anderszins. Het betalen van een schadevergoeding en/of

compensatie anderszins na verjaring kan juridisch

gekwalificeerd worden als het voldoen aan een natuurlijke

verbintenis.

2. Hiermee staat het -juridische - probleem van verjaring

financiële genoegdoening niet meer in de weg. De

Onderzoekscommissie beveelt bisschoppen en hogere oversten

aan om verantwoordelijkheid te nemen voor het door seksueel

misbruik veroorzaakte en bij velen aangedane leed en daarom

bij de vraag naar (financiële) compensatie een beroep op

verjaring niet leidend te laten zijn.

Commissie-Lindenbergh

De Onderzoekscommissie dringt erop aan dat de commissie-Lindenbergh zo

spoedig mogelijk voor alle geledingen binnen de Rooms-Katholieke Kerk

(bisdommen, ordes, congregaties) aanbevelingen doet voor de wijze van

afhandeling van schadevergoeding en compensatie. Voor de

Onderzoekscommissie is het - in het belang van klagers die

schadevergoeding en compensatie vragen - denkbaar dat aan deze

klagers een collectieve regeling wordt aangeboden. Binnen een dergelijke

collectieve regeling zou naar gelang de ernst van de gegrond verklaarde

klacht kunnen worden gekozen voor een differentiatie, zodat met de

individuele verschillen en belangen rekening kan worden gehouden. In

de klachtenprocedure van Hulp & Recht zijn onafhankelijke commissies

voorzien (artikel 19, lid 4) die zouden kunnen vaststellen hoe de klagers

op deze wijze zouden kunnen worden ingedeeld.

Voor individuele klagers die schadevergoeding en compensatie vragen én

die niet akkoord zijn met wat hen in een collectieve regeling wordt

aangeboden staat de mogelijkheid van de weg naar de rechter open.

Niet-verjaarde zaken

Er zijn ook niet-verjaarde zaken waarover gemeld is of waarover een

klacht is ingediend.

60

De Onderzoekscommissie dringt erop aan om zo spoedig mogelijk aangifte

te doen. Als dit leidt tot een strafrechtelijke vervolging en rechtszaak, kan

de uitspraak worden gebruikt voor een individuele afdoening van

schadevergoeding en compensatie.

3.4.7. Registratie van melden en klachten bij Hulp & Recht

De instelling heeft - met inachtneming van de bepalingen van de Wet

Bescherming Persoonsgegevens - een schat aan informatie verzameld die

niet verloren mag gaan.

3.4.8. Positie binnen de Rooms-Katholieke Kerk

De bisschoppenconferentie en KNR leggen op uiterlijk 1 juli 2011 aan de

Onderzoekscommissie een verslag voor. Hierin geven ze aan of en zo ja, op

welke wijze zij deze aanbevelingen hebben overgenomen en uitgevoerd.

Aan de hand hiervan zal de Onderzoekscommissie in haar eindrapportage

voorstellen doen voor de positionering van Hulp & Recht als kerkelijke

instelling of als zelfstandige stichting.

3.4.9. De Onderzoekscommissie dringt er bij bisschoppen en hogere oversten op

aan om eensgezind en slagvaardig de over te nemen aanbevelingen uit te

voeren.

61

Bijlagen

1. Verantwoording

2. Hulp aan slachtoffers

3. Lotgenotengroepen

4. Lijst van personen waarmee de Onderzoekscommissie heeft gesproken

5. Lijst van personen binnen Hulp & Recht

6. Geraadpleegde literatuur en documentatie

7. Lijst van afkortingen

8. Samenstelling van de Onderzoekscommissie

62

Bijlage 1

Verantwoording

In het kader van dit onderzoek en advies heeft de secretaris van de Onderzoekscommissie op 9

juli 2010 het secretariaat van Hulp & Recht bezocht en daar met de directeur ad interim

gesproken evenals met de overige medewerkers kennisgemaakt. Op 7 september heeft de

secretaris zestig dossiers over klachten ingezien en bestudeerd. Hierbij ging het vooral om de

vraag of en zo ja hoe de adviezen van de Beoordelings- en Adviescommissie worden

overgenomen door de verantwoordelijke bisschop of overste.

De Onderzoekscommissie heeft ter voorbereiding van dit advies informatie gevraagd van Hulp

& Recht en van de bisschoppenconferentie. Twee personen die een klacht bij Hulp & Recht

hebben ingediend hebben (het grootste deel van) hun dossier aan de Onderzoekscommissie ter

beschikking gesteld. Van verschillende personen heeft de Onderzoekscommissie - al dan niet

vertrouwelijk - informatie ontvangen.

De Onderzoekscommissie heeft met zeventien personen gesprekken gevoerd. Met een persoon

is gesproken op voorwaarde van anonimiteit. Aan een aantal gesprekken hebben meer

personen deelgenomen. In totaal heeft de Onderzoekscommissie tien gesprekken gevoerd. Van

alle gesprekken zijn verslagen gemaakt die ter goedkeuring zijn voorgelegd aan degenen

waarmee is gesproken. Alle verslagen zijn goedgekeurd.

Het secretariaat heeft met zeven organisaties gesproken (in totaal dertien personen) die zich

met hulpverlening en met hulp en recht bij seksueel misbruik in het bijzonder bezighouden.

Het feitelijke deel van dit onderzoek is – zonder conclusies en aanbevelingen – voor hoor en

wederhoor voorgelegd aan het bestuur van Hulp & Recht en aan de contactpersonen van de

bisschoppenconferentie en van de Konferentie Nederlandse Religieuzen. Voor de verbeteringen

en aanvullingen van feitelijke aard is de Onderzoekscommissie de betrokkenen dankbaar.

Bij de afronding van haar onderzoek en advies heeft de Onderzoekscommissie een voor

commentaar rijpe versie van deze rapportage aan de leden van een klankbordcommissie

voorgelegd. De klankbordgroep bestaat uit professor mr. Y. Buruma, professor mr. M.S.

Groenhuijsen, professor dr. J.C. Kennedy, mevrouw dr. N.J. Nicolai, mr. dr. C.J.M. Schuijt en

drs. J. Smit. Professor mr. Y. Buruma en drs. J. Smit hebben commentaar geleverd op dit

onderzoek en advies. Hun betrokkenheid bij dit advies had niet het karakter van

draagvlakverwerving. Degenen die als klankbord van de Onderzoekscommissie hebben

gefungeerd hebben zich op geen enkele wijze aan dit onderzoek en aan dit advies, de hierin

opgenomen bevindingen, conclusies en aanbevelingen gecommitteerd. De

Onderzoekscommissie heeft dankbaar gebruik makend van het commentaar van leden van de

klankbordgroep haar eigen conclusies getrokken en heeft het verslag van dit onderzoek en

advies op de van haar gevraagde en verwachte onafhankelijke wijze opgesteld en

vastgesteld.

63

Bijlage 2

Hulp aan slachtoffers

De Onderzoekscommissie acht het wenselijk dat de hulp wordt uitgebreid en

geprofessionaliseerd. Juiste verwijzing naar een landelijk netwerk van bestaande

voorzieningen is een eerste vereiste.

Daarnaast wil de Onderzoekscommissie wijzen op de specialistische voorzieningen die

aanwezig zijn op minstens vier locaties in Nederland.

Binnen onderstaande reguliere ambulante GGZ instellingen bestaat de bereidheid om

gespecialiseerde hulp op het gebied van seksueel misbruik (binnen de Rooms-Katholieke Kerk)

te bieden. Het betreft de volgende instellingen:

RIAGG Maastricht (Limburg)

GGZ Eindhoven en de Kempen

GGZ Friesland, Leeuwarden (Friesland, Groningen en Drenthe)

Parnassia / PsyQ, Den Haag

Deze instellingen beschikken over de expertise en een toegesneden aanbod aan hulp voor

seksueel getraumatiseerde mensen. De desbetreffende afdelingen in deze instellingen

bieden‘evidence based’, dus aangetoond werkzame, behandelingen die voldoen aan

internationale kwaliteitseisen. Op alle afdelingen wordt effectiviteits-onderzoek gedaan en

vindt een systematische evaluatie van resultaten plaats.

De centra zijn dus te beschouwen als hoog gekwalificeerd. Alle instellingen hebben een site

met informatie over de instelling en het hulpaanbod.

Zij hebben het volgende beeld geschetst van hun mogelijkheden:

1. RIAGG Maastricht

Hier is een gespecialiseerde groepsbehandeling voor mannen en voor vrouwen met seksueel

geweldervaringen. Zij kunnen zichzelf aanmelden of worden aangemeld door andere

instellingen in Zuid-Limburg. Er vindt altijd een individueel voortraject plaats om toe te

werken naar de groep. Belangrijk daarin is dat men zijn verhaal eerst individueel kan

vertellen en daarna ook kan delen in de groep. Tijdens deelname aan de groep met in totaal

twintig bijeenkomsten is het ook belangrijk dat de men kan terugvallen op de individuele

hulpverlener. De groep draagt bij aan het verwerken van het seksueel misbruik en richt zich

op het leren omgaan met de gevolgen van het seksueel misbruik. Men leert

copingstrategieën veranderen. Het delen van misbruikervaringen in de groep maakt dat het

schuld- en schaamtegevoel vermindert of zelfs verdwijnt. Als er na deelname aan de groep

nog posttraumatische stress-klachten blijven bestaan dan is een individuele

verwerkingsgerichte posttraumatische stress stoornis-behandeling (exposure, exposure met

rescripting of Eye Movement Desensitisation and Reprocessing (EMDR) mogelijk.

Voor partnerrelatieproblemen met betrekking tot seksualiteit en intimiteit kan de cliënt

partnerrelatietherapie krijgen.

64

Mocht er nog persoonlijkheidsproblematiek blijven bestaan na deze behandeling, dan kan

een psychotherapeutische behandeling gericht op persoonlijkheidsverandering ingezet

worden.

Inhoudelijk leidinggevend: drs. P. Wijts, klinisch psycholoog

Contact persoon specialistische groepsbehandelingen: Agnes Nieuweweme

Telefoon: 043-3299656

www.riagg-maastricht.nl

2. GGZ Eindhoven en de Kempen

Volwassenen met klachten die het gevolg zijn van traumatische ervaringen krijgen

behandeling en ondersteuning van GGzE Centrum Psychotrauma. Binnen GGzE Centrum

Psychotrauma is ook het Top Referent Traumacentrum (TRTC) ondergebracht. Dit centrum

richt zich op de specifieke gevolgen van vroegkinderlijke chronische traumatisering. Hier

wordt standaard een individuele behandeling aangeboden gericht op stabiliseren. Daarnaast

wordt er onder andere psychoeducatie in een groep aangeboden of een stabiliserende

groepsbehandeling voor complexe posttraumatische stress stoornis (‘Vroeger en Verder’) of

een groepsbehandeling voor mensen met een ernstige dissociatieve stoornis.

Tot nu toe was het aanbod vooral bedoeld voor vrouwen, maar men werkt aan de

ontwikkeling van een hulpaanbod voor seksueel getraumatiseerde mannen. Het streven is

een wachttijd van drie maanden, maar thans is de wachttijd zes maanden.

Inhoudelijk leidinggevende: drs. T. Horemans, psychiater

Telefoon: 040-2613860

E-mail: info@ggze.nl

www.ggze.nl

3. GGZ Friesland, Leeuwarden

Het Top Referent Trauma Centrum Friesland (TRTC Friesland) is een afdeling van het

Centrum Specialistische Behandelingen van de GGZ-Friesland. Het TRTC Friesland biedt

poliklinische, deeltijd en klinische behandelingen aan mensen uit heel Nederland met

traumagerelateerde problematiek. Hieronder wordt verstaan: de schadelijke psychische,

lichamelijke en sociale gevolgen van traumatische ervaringen in de vroege jeugd die

voortkomen uit emotionele en/of lichamelijke verwaarlozing, seksueel misbruik, fysieke

en/of psychische mishandeling en dergelijke. Voor mensen die als minderjarige binnen de

Rooms-Katholieke Kerk zijn misbruikt, wordt een hulpaanbod ontwikkeld. Dit zal zowel een

groepsaanbod zijn als individuele behandeling en begeleiding Ook zijn er bij GGZ Friesland

goede ervaringen met pastorale zorg (een theoloog als co-therapeut).

Zeker als er sprake is van (complexe)posttraumatische stressstoornis, borderline

persoonlijkheidsstoornis of dissociatieve stoornis, biedt het TRTC zowel individuele als

groepsbehandelprogramma's. Voor ernstige persoonlijkheidsproblematiek is er binnen de

instelling een specialistisch behandelprogramma.

Ook hier moet men rekening houden met wachtlijsten.

65

Contactpersoon: drs. Chris Koopmans, klinisch psycholoog

Telefoon: 058 25 39 400

E-mail: trtcfriesland@ggzfriesland.nl

www.ggz-Friesland.nl

4. Parnassia / PsyQ, Den Haag – regio West Nederland

Hier is het Top Referent Trauma Centrum ingebed in de Afdeling Psychotrauma van PSYQ.

Er wordt individuele behandeling aangeboden ter stabilisatie, met daarna mogelijkheden om

een op ‘verwerking’ gericht behandeltraject te volgen, met o.a. imaginaire exposure

behandelingen en EMDR. Ook behandelt men ernstiger problematiek, dus waarbij ook

sprake is van persoonlijkheidsstoornissen. Zo kan men hier ook voor Schema-therapie

terecht.Voor Complexe PTSS is er de cursus ‘Vroeger en Verder’. Hiervoor bestaat ook een

mannengroep.

Naast de individuele behandeling kan men ook participeren in een ‘lotgenotengroep’.

Wachttijden zijn kort: een maand.

Inhoudelijk leidinggevende: drs. Paula de Jong, klinisch psycholoog

Telefoon: 0900-2357797

www.psyq.nl

66

Bijlage 3

Lotgenotengroepen

Canisius College Nijmegen

Contactpersoon: Raymond Lelkens

E-mailadres: misbruikcanisiuscollege@gmail.com

Eikenburg

Contactpersoon: Frans Jansen

E-mailadres: misbruikeikenburg@gmail.com

Website: www.misbruikeikenburg.nl

Huize Don Rua ’s Heerenberg

Contactpersoon: : Janne Geraets

E-mailadres: j.geraets@chello.nl

Website: www.jongensvandonrua.nl

Mea Culpa United

Contactpersoon: Annemie Knibbe

E-mailadres: meaculpaunited@gmail.com

Website: www.bertsmeets.nl

67

Bijlage 4

Lijst van personen waarmee de Onderzoekscommissie heeft gesproken

Met de onderstaande personen heeft de Onderzoekscommissie gesprekken gevoerd. Tussen

haken (…) staat de datum waarop zij het verslag van het gesprek van de Onderzoekscommissie

met hen hebben geautoriseerd. Een aantal personen heeft zich tot de Onderzoekscommissie

gewend met informatie, wensen en suggesties. De Onderzoekscommissie is hen erkentelijk en

respecteert de wens van velen onder deze personen om hun contacten met de

Onderzoekscommissie als vertrouwelijk te beschouwen.

3 september 2010

de heer mr. Y.A.J.M. van Kuijck oud-voorzitter van de Beoordelings- en

adviescommissie

professor dr. M.H.F. van Uden oud-lid van de Beoordelings- en

adviescommissie

(28 oktober 2010)

mevrouw mr. M.A.F. Tan-de Sonnaville voorzitter van de Beoordelings- en

adviescommissie

de heer mr. R.J.M. Smit vice-voorzitter van de Beoordelings- en

adviescommissie

de heer mr. P.R.M. van der Ven lid van de Beoordelings- en

adviescommissie

(19 oktober 2010)

de heer drs. J.B. Waaijer voorzitter van het bestuur van Hulp &

Recht

pater J.M.C. van Duijnhoven o.f.m. lid van het bestuur van Hulp & Recht

mgr. drs. V.G.P.J.M. Schoenmakers lid van het bestuur van Hulp & Recht

mevrouw drs. M.H.A. ter Steeg-van Wayenburg secretaris van het bestuur van Hulp &

Recht

(10 november 2010)

10 september 2010

professor mr. S.D. Lindenbergh hoogleraar privaatrecht aan de Erasmus

Universiteit

(15 oktober 2010)

mevrouw mr. P.M.M. Stassen hoofd ad interim van Hulp & Recht

(15 oktober 2010)

68

17 september 2010

de heer R.C.G. Egging de heer Egging heeft in augustus 2009 een

klacht ingediend bij Hulp & Recht. De

Beoordelings- en adviescommissie heeft

deze klacht op 25 mei 2010 gegrond

verklaard. De aartsbisschop van Utrecht

heeft het advies van de BAC

overgenomen. De heer Eggink is

hiertegen in beroep gegaan bij de

Congregatie voor de Geloofsleer in Rome,

omdat de aartsbisschop niet is ingegaan

op het verzoek van de heer Egging om

schadevergoeding.

Bij het gesprek met de

Onderzoekscommissie werd de heer Egging

begeleid door mevrouw M.J.I.H.

Gademann.

(14 oktober 2010)

mevrouw T.A.J.M. Elie oud-ambtelijk secretaris van de

Beoordelings- en adviescommissie.

Mevrouw Elie werd tijdens het gesprek

met de commissie begeleid door mr. dr.

W.E.M. Leclerq, oud-lid van de

Beoordelings- en adviescommisie

(27 oktober 2010)

mevrouw M. van Helvert-Willeme vertrouwenspersoon

(25 oktober 2010)

anoniem147 (14 oktober 2010)

20 september 2010

mevrouw mr. S.J.E. Horstink-von Meijenfeldt oud-voorzitter van het bestuur van Hulp

& Recht

(28 oktober 2010)

29 september 2010

147 Met een persoon die een klacht wegens seksueel misbruik bij Hulp & Recht heeft ingediend heeft de

commissie op voorwaarde van anonimiteit gesproken op 17 september 2010.

69

mgr. mr. drs. Th.C.M. Hoogenboom vicaris-generaal en hulpbisschop

aartsbisdom Utrecht

(27 oktober 2010)

Verder heeft de Onderzoekscommissie gesproken en contact opgenomen met de volgende

personen:

9 september 2010

de heer drs. V. Jammers waarnemend directeur Slachtofferhulp

Nederland

14 september 2010

mevrouw drs. D.A. Veldman RA directeur Rutgers Nisso Groep

mevrouw drs. W. van Berlo onderzoekscoördinator Rutgers Nisso

Groep

mevrouw M. Meerburg voorzitter SMPR

mevrouw P. Robbers coördinator SMPR

mevrouw ir. S.A. Kortbeek lid van de directie van Movisie

mevrouw drs. S. Janssen manager huiselijk en seksueel geweld

Movisie

mevrouw D. Bierings Vereniging tegen seksuele

kindermishandeling binnen het gezin,

familie en andere vertrouwensrelaties

de heer M. Hovingh Vereniging tegen seksuele

kindermishandeling binnen het gezin,

familie en andere vertrouwensrelaties

mevrouw L. van den Berg directeur Stichting Korrelatie

de heer P. Kemp hulpverlener Stichting Korrelatie

5 oktober 2010

de heer mr. P. Dijkmans juridisch medewerker Besturenraad

de heer mr. K. Verhaart advocaat Besturenraad

70

8 november 2010

de heer drs. A.E.H. Kemmerling De heer Kemmerling heeft in 2008 een

klacht ingediend bij Hulp & Recht. Deze

klacht heeft de Beoordelings- en

adviescommissie op 4 augustus 2008

gegrond verklaard. De Beoordelings- en

adviescommissie adviseerde de

aartsbisschop in een brief aan klager aan

te geven dat de aartsbisschop het in hoge

mate betreurt dat klager zich als

minderjarige onder toezicht van een

priester tengevolge van diens seksueel

misbruik onvoldoende veilig heeft

gevoeld. Ook werd geadviseerd aan de

aartsbisschop om aangeklaagde een

afschrift van de zojuist genoemde brief te

sturen met daarbij als kanttekening dat de

aartsbisschop teleurgesteld is in het

toenmalig handelen van aangeklaagde.

De aartsbisschop heeft bij brief van 24

oktober 2008 dit advies niet

overgenomen.

Bij dit gesprek was de partner van de heer

Kemmerling, mevrouw. L. Lourier,

aanwezig.

1 december 2010

professor mr. S.D. Lindenbergh hoogleraar privaatrecht aan de Erasmus

Universiteit

71

Bijlage 5

Lijst van personen binnen Hulp & Recht

de heer mr. G.J.M. Corstens voorzitter Toetsings- en adviescommissie

1995-2004

mevrouw Th.A.J.M. Elie ambtelijk secretaris bestuur Hulp & Recht,

Toetsings- en adviescommissie,

Beoordelings- en adviescommissie 1995-

2007

mevrouw mr. S..E. Horstink-von Meyenfeldt voorzitter bestuur Hulp & Recht 2004-2008

de heer mr. Y.A.J.M. van Kuijck lid en voorzitter Beoordelings- en

adviescommissie (2003-2008)

de heer drs. J.W.H.G. Loyson lid en voorzitter Beoordelings- en

adviescommissie (2002-2005)

de heer drs. P.P.M. van der Ree voorzitter bestuur Hulp & Recht 1995-2004

kardinaal A.J. Simonis bisschop van Rotterdam (1971-1983)

aartsbisschop van Utrecht (1983-2007)

mevrouw mr. P.P.M. Stassen hoofd ad interim Hulp & Recht 2010-

mevrouw mr. M.A.F. Tan-de Sonnaville voorzitter van de Beoordelings- en

adviescommissie 2008-

professor dr. M.H.F. van Uden lid van de Beoordelings- en

adviescommissie (1999-2008)

zuster E. Verrijt meldpuntfunctionaris Hulp & Recht 1995-

2008

de heer drs. J.B. Waaijer voorzitter bestuur Hulp & Recht 2008-

Bron: Hulp & Recht

72

Bijlage 6

Geraadpleegde literatuur en documentatie

Bisschoppenconferentie (1992-2010). Notulen. SRKK, Utrecht.

Codex Iuris Canonici (1983).

Hoekstra, R.J. (2010). Angel en Antenne. Het functioneren van de Inspectie voor de

Gezondheidszorg in de casus van de neuroloog van het Medisch Spectrum Twente. Commissie-

Hoekstra, Den Haag.

Hoïng, M., van Engen, A., Ensink, B., Vennix, P., Vanwesenbeeck, I. (2003). Hulp aan

slachtoffers van seksueel geweld: een inventarisatie en kwaliteitsevaluatie van de behandeling van

slachtoffers van seksueel geweld in de GGZ en de vrouwenopvang in Nederland. Eburon, Delft.

Hulp & Recht (1995-2009). Jaarverslagen. Brochures. Hulp & Recht, Utrecht.

Jacobs J.Y.M.A. (2010). Werken in een dwarsverband. Een portret van de gezamenlijke Nederlandse

priesterreligieuzen 1840-2004. Valkhof Pers, Nijmegen.

Nicolai, N. (red.) (2003), Handboek Psychotherapie na seksueel misbruik. De Tijdstroom, Utrecht.

R.K. Kerkgenootschap Nederland (2007). Procedure bij klachten van seksueel misbruik. SRKK,

Utrecht.

73

Bijlage 7

Lijst van afkortingen

BAC Beoordelings- en adviescommissie

BBK Beleidsadviescommissie Bisschoppenconferentie

BW Burgerlijk wetboek

Caper Centraal Adviesbureau Priesters en Religieuzen

EMDR Eye Movement Desensitisation and Reprocessing

GGZ Geestelijke Gezondheidszorg

KPLD Korps landelijke politiediensten

KNR Konferentie Nederlandse religieuzen

PTSS Posttraumatische Stress Stoornis

RIAGG Regionale Instelling Ambulante Geestelijke Gezondheid

RKK Rooms-Katholieke Kerkprovincie

SNPR Samenwerking Nederlandse Priester Religieuzen

TAC (Gemeenschappelijke) Toetsings- en adviescommissie

TRTC Top Referent Trauma Centrum

VPSG Stichting Vrouwen Pastoraat Seksueel Geweld

VSK Vereniging tegen seksuele kindermishandeling binnen het gezin, familie en

andere vertrouwensrelaties

74

Bijlage 8

Samenstelling van de Onderzoekscommissie

De commissie onderzoek naar seksueel misbruik in de Rooms-Katholieke Kerk bestaat uit:

drs. W.J. (Wim) Deetman (voorzitter)

dr. P.J. ( Nel) Draijer

mr. P. (Pieter) Kalbfleisch

professor dr. H.L.J.G. (Harald) Merckelbach

professor dr. M.E. (Marit) Monteiro

professor dr. G.H. (Gerard) de Vries

dr. H.P.M. (Bert) Kreemers is secretaris en onderzoeksmanager van de Onderzoekscommissie

Adres van de Onderzoekscommissie:

Postbus 556

2501 CN Den Haag

E-mail

reactie@onderzoekrk.nl

Website

www.onderzoekrk.nl

75

 

 

 

 

(581)Politie gemeente Rheden en OM weigerden om werkelijke daders van kindermishandeling te vervolgen! Wat is na VIJF JAAR hiervan het resultaat?

Hoeveel "jeugdzorg" handlangers worden eigenlijk op ouders afgestuurd en met welk resultaat na VIJF JAAR UITHUISPLAATSING
VAN KIND na verzonnen verhalen? Antwoord: Meer dan 175 met als eindresultaat de KINDERGEVANGENIS voor het betrokken kind!


123 Jan Hop opent discussie: Kinderbeschermingsmaatregelen na verzonnen verhalen is fraude! Ontvangen jeugdzorg gelden dienen als heling te worden aangemerkt
610 Jan Hop over wraking rechters? Bekijk uitzending Omroep Gelderland start afspelen uitzending op 09:28 over wraken rechters
623 Onschuldig geboren maar je wordt gelijk geregistreerd in JDS! Burgers vraag om afschrift van uw JDS registratie!
406 De ontwikkeling van Nederland als informatie samenleving cruciaal voor arbeidsproductiviteit en sociale cohesi
124 VOORWOORD! Het vrolijke meisje A. bekend van Cel 12 blijft (gezins)voogd ook in 2011 op hoorzitting kinderrechter "verzonnen verhalen" corrigeren, was te zien was in TV uitzending Omroep Gelderland en zit na 5 jaar Gelderland jeugdzorg(represailles) nu in een KINDERGEVANGENIS
Hoeveel "jeugdzorg" handlangers worden eigenlijk op ouders afgestuurd en met welk resultaat na VIJF JAAR UITHUISPLAATSING
VAN KIND na verzonnen verhalen? Antwoord: Meer dan 175 met als eindresultaat de KINDERGEVANGENIS voor het betrokken kind!
581 VOORWOORD! Het vrolijke meisje A. bekend van Cel 12 blijft (gezins)voogd ook in 2011 op hoorzitting kinderrechter "verzonnen verhalen" corrigeren, was te zien was in TV uitzending Omroep Gelderland en zit na 5 jaar Gelderland jeugdzorg(represailles) nu in een KINDERGEVANGENIS
Het gevaar! Politie/OM beschermer van "jeugdzorg" maar grootste vijand van ouders bij kinderbeschermingmaatregelen!
Politie Rheden en OM weigerden om werkelijke daders van kindermishandeling te vervolgen! Wat is na VIJF JAAR hiervan het resultaat?
079 VOORWOORD! Het vrolijke meisje A. bekend van Cel 12 blijft (gezins)voogd ook in 2011 op hoorzitting kinderrechter "verzonnen verhalen" corrigeren, was te zien was in TV uitzending Omroep Gelderland en zit na 5 jaar Gelderland jeugdzorg(represailles) nu in een KINDERGEVANGENIS
In Nederland worden jeugdzorg zaakjes door rechters onder elkaar verdeeld om uitkomst van procedures tegen ouders/kinderen te beïnvloeden
688 VOORWOORD! Het vrolijke meisje A. bekend van Cel 12 blijft (gezins)voogd ook in 2011 op hoorzitting kinderrechter "verzonnen verhalen" corrigeren, was te zien was in TV uitzending Omroep Gelderland en zit na 5 jaar Gelderland jeugdzorg(represailles) nu in een KINDERGEVANGENIS
Wraking ongegrond lachwekkend! Nog steeds geen compleet dossier en alweer dezelfde voor jeugdzorg ernstig partijdige kinderrechter
502 VOORWOORD! Het vrolijke meisje A. bekend van Cel 12 blijft (gezins)voogd ook in 2011 op hoorzitting kinderrechter "verzonnen verhalen" corrigeren, was te zien was in TV uitzending Omroep Gelderland en zit na 5 jaar Gelderland jeugdzorg(represailles) nu in een KINDERGEVANGENIS
Klachtzaak 1 Nienhuis/Leenders met Hop tegen AMATEURS van Stichting Bureau Jeugdzorg Gelderland
174 VOORWOORD! Het vrolijke meisje A. bekend van Cel 12 blijft (gezins)voogd ook in 2011 op hoorzitting kinderrechter "verzonnen verhalen" corrigeren, was te zien was in TV uitzending Omroep Gelderland en zit na 5 jaar Gelderland jeugdzorg(represailles) nu in een KINDERGEVANGENIS
Verweerschrift Nienhuis/Leenders met Hop tegen AMATEURS van Stichting Bureau Jeugdzorg Gelderland
088 VOORWOORD! Het vrolijke meisje A. bekend van Cel 12 blijft (gezins)voogd ook in 2011 op hoorzitting kinderrechter "verzonnen verhalen" corrigeren, was te zien was in TV uitzending Omroep Gelderland en zit na 5 jaar Gelderland jeugdzorg(represailles) nu in een KINDERGEVANGENIS
Kindertehuis Stichting Blanco Zelhem en omgeving ONVEILIG voor meisje A. Dit vrolijke meisje zit nu opgesloten in KINDERGEVANGENIS
172 VOORWOORD! Het vrolijke meisje A. bekend van Cel 12 blijft (gezins)voogd ook in 2011 op hoorzitting kinderrechter "verzonnen verhalen" corrigeren, was te zien was in TV uitzending Omroep Gelderland en zit na 5 jaar Gelderland jeugdzorg(represailles) nu in een KINDERGEVANGENIS
Rietveld Lyceum Doetinchem en omgeving ONVEILIG voor meisje A. Dit vrolijke meisje zit nu opgesloten in KINDERGEVANGENIS
Geheim politie onderzoek naar wantoestanden bij Rietveld Lyceum in Doetinchem! Ouders stuur uw kinderen naar een andere school!
386 Onderaannemers in de jeugdzorg! Vragen en antwoorden over de werkwijze van Stichting Rentray jegens ouders en hun kinderen
123 Jan Hop opent discussie: Kinderbeschermingsmaatregelen na verzonnen verhalen is fraude! Ontvangen jeugdzorg gelden dienen als heling te worden aangemerkt
379 Gelooft u nog steeds dat verkiezingen in Nederland eerlijk verlopen?
Van alle kanten in Ermelo wordt de roep gehoord om deze politieke partij (Groep Hop) dood te zwijgen en ik ben er helaas achter gekomen dat dit waarschijnlijk waar is schrijft mevrouw Jeanne Dijkstra eindredacteur van het Ermelo's Weekblad aan de Raad voor de Journalistiek
459 Gelooft u nog steeds dat verkiezingen in Nederland eerlijk verlopen?
Het SS verleden van de Omroepbijdrage en de fiscalisering van de Omroepbijdrage
265 Gelooft u nog steeds dat verkiezingen in Nederland eerlijk verlopen?
Hop breekt door "Gesloten persconferenties in Ermelo" heen tot ergernis van het "pro CDA krantje" Ermelo's Weekblad
340 Gelooft u nog steeds dat verkiezingen in Nederland eerlijk verlopen?
Posteroorlog op de Veluwe I, verkiezingsposters Groep Hop worden overal vernield en overplakt
425 Gelooft u nog steeds dat verkiezingen in Nederland eerlijk verlopen?
Posteroorlog op de Veluwe II, verkiezingsposters Groep Hop worden overal vernield en overplakt
561 Gelooft u nog steeds dat verkiezingen in Nederland eerlijk verlopen?
Posteroorlog op de Veluwe III, verkiezingsposters Groep Hop worden overal vernield en overplakt
541 Gelooft u nog steeds dat verkiezingen in Nederland eerlijk verlopen?
Posteroorlog op de Veluwe IV, verkiezingsposters Groep Hop worden overal vernield en overplakt
201 Gelooft u nog steeds dat verkiezingen in Nederland eerlijk verlopen?
LACHWEKKEND! Lachen met Hop om de uitspraak van de Raad van State. Knippen en plakken in verkiezingsformulieren mag NATUURLIJK van het rechtersleger in Nederland.
379 Gelooft u nog steeds dat verkiezingen in Nederland eerlijk verlopen?
Alleen Groep Hop weigerde om LOSGELD te betalen per gekozen raadslid aan CDA PR-commissie en verloor strijd om raadszetels
201 Gelooft u nog steeds dat verkiezingen in Nederland eerlijk verlopen?
Lachen met Hop om de uitspraak Raad van State.
Knippen en plakken in verkiezingsformulieren mag NATUURLIJK van het rechtersleger in Nederland. Hop ontdekte geknoei met verkiezingsformulieren (knip en plakwerk) in Ermelo en maakte hier BEZWAAR tegen bij Hoofdstembureau. Burgemeester Omta voorzitter van Hoofdstembureau wees bezwaren van Hop gelijk af. Groep Hop verloor vervolgens opnieuw! Hoe zou dat nou komen met de kandidaten van de andere partijen in het ERMELOSE HOOFDSTEMBUREAU en ALLE ANDERE STEMBUREAUS in Ermelo welke kandidaten vervolgens ZELF de uitgebrachte stemmen gingen tellen? Hop is van mening dat het kandidaten van andere partijen AAN IEDER NORMBESEF ontbreekt door zelf als kandidaat in stembureaus te gaan zetten en zelf de stemmen te gaan tellen. Hop eist een een VERBOD IN DE WET voor kandidaten van verkiezingen om het GEBREK AAN NORMBESEF bij kandidaten van gevestigde politieke partijen aan te pakken. Fijntjes merkt Hop op dat geen enkele burgemeester de nevenfunctie voorzitter hoofdstembureau opgeeft tijdens het opvragen van alle nevenfuncties van burgemeesters. Wat is er nog meer te verbergen door leden/ kandidaten Hoofdstembureau? Wie zijn dat allemaal met welke nevenfuncties? Hebben gevestigde politieke partijen daar ook belang bij dit allemaal voor burgers geheim te houden? Hop wil alle nevenfuncties van leden HOOFDSTEMBUREAU openbaar maken. Helpt u mee met het opvragen van deze informatie in uw gemeente?

476 Hoe kom je eigenlijk in die Raad van State? Antwoord: Incest, vriendjespolitiek en het onder elkaar verdelen van bestuur(rechter) baantjes!
624 Donner CDA rechter/MvJ/BZK: Peter Plasman: "Donner wil nu de vrijheid om het doen en laten van de hele bevolking vast te leggen"
626 Donner CDA rechter/MvJ/BZK: wil dat politie gegevens opslaat over burgers die niet worden verdacht worden van strafbaar feit
246 Donner CDA rechter/MvJ/BZK: "Het is misplaatst en onverantwoord te zoeken naar de schuldigen in de zaak Savannah. We moeten ons verzetten tegen negatieve beeldvorming over de gezinsvoogdij!"
476 Donner CDA rechter/MvJ/BZK: voorbeeld van het onder elkaar verdelen van alle belangrijke bestuurs- en juridische baantjes
187 Donner CDA rechter/MvJ/BZK: verbiedt proef 'no cure no pay' wil NIET dat burgers zelf gaan/kunnen procederen zonder advocaat!
267 Donner CDA rechter/MvJ/BZK: "Om hanteerbaar te blijven moet maatschappelijke onvrede over rechtspraak politiek gekanaliseerd worden"
482 Donner CDA rechter/MvJ/BZK: Confrontatie LPF met CDA MvJ Donner over norm voor meenemen of wepmeppen van winkeldief
382 Donner CDA rechter/MvJ/BZK: deed uitspraak als RECHTER terwijl hij helemaal geen rechter was! Niemand maakt zich daar druk over!
394 Donner CDA rechter/MvJ/BZK: Uitspraken “in naam der koningin” door meervoudige kamers de minuten, afschriften en grossen worden als regel valselijk worden opgemaakt! Deze uitspraken worden namelijk niet ondertekend door wie dat wettelijk zouden moeten doen, de voorzittende rechter/raadsheer en dienstdoende griffier, maar door onbevoegde administratieve medewerkers. Het ‘in naam der koningin’ in rechtsbesluiten is niet meer dan een overblijfsel en we maken deze uitspraken altijd al valselijk op laat CDA rechter en MvJ Donner op vragen hierover weten
622 Iemand die 'foute' denkbeelden of activiteiten heeft of 'foute' mensen kent, loopt grootste kans om afgeluisterd te worden
273 Inzicht in "uithollen wetgeving" door rechtersleger over het afluisteren van mobiele telefoons die "stand by" staan
627 Nederlanders worden massaal afgeluisterd met keur aan middelen voor politie en Justitie om mobiele telefoons af te tappen
628 De 'geheime' internet tapkamer van de overheid. Hoe weet je als burger dat je internetverkeer afgetapt wordt?
629 Verdrag Draft Convention on Cybercrime met wetgeving goed voor politie en justitie maar niet voor industrie en samenleving
188 Opslaan internetsporen 'erger dan de Stasi, Met EU richtlijn opslaan verkeersgegevens is Europa een grote politiestaat geworden
630 Nieuwe ontwikkelingen in Amerika tonen aan hoe burgers nog verder in de gaten gehouden gaan worden door overheden
631 Echelon, Amerika luistert mee ook met de meest geheime bedrijfseconomische informatie
290 Interpay, commerciële adrescontrole, systematisch worden adressenbestanden van organisaties voor bedelacties geactualiseerd en opgeschoond
308 Het gevaar! Een politiebeambte moet boeten voor te weinig bonnen, de Staat heeft steeds meer geld voor "jeugdzorg" nodig!
155 Steeds duurdere bonnenregen richting burgers wordt steeds beter en sneller georganiseerd om burgers financieel uit te kleden!
Jan Hop: Het gevolg de koopkracht daalt en de economie donderd in elkaar want geld kan maar een keer uitgegeven worden.
623 Burgers, paspoorten, voertuigen krijgen microchip met foto en vingerafdruk om boetes volautomatisch te incasseren
336 Gemeenten krijgen meer mogelijkheden bestuurlijke boetes voor kleine vergrijpen en parkeerovertredingen op te leggen
271 Hop publiceert vragen en antwoorden over huiselijk geweld op internet
Het gevaar! Politie/OM beschermer van "jeugdzorg" maar grootste vijand van ouders bij kinderbeschermingmaatregelen!
240 Als bewijslast tegen burgers door OM als problematisch wordt ervaren worden wetten voor het Openbaar Ministerie opgerekt
475 OM: " Verkeerscamera's kunnen we mooi gebruiken om te bepalen welke voertuigen zich waar in het land bevinden"
414 Wet Bijzondere Opsporingsbevoegdheden 270597 inzicht werkwijze OM en politie opslaan gegevens burgers geheime dossiers
370 OM rechtersleger, politie veiligheidsdiensten willen wetten oprekken om info over niet-verdachte burgers op te slaan
343 Maar ook gemeenten proberen burgers in de gaten te houden en gegevens over burgers in het GENIEP op te slaan
Geschiedenis 7 oktober 2005 Vraagjes van Hop aan College Ermelo inzake verkeer, verkeersforum,verkeerssituaties in Ermelo
Kunt u mij uitleggen welke instantie SMF is, die de gebruikersnaam controleert?
Kunt u mij uitleggen welke anderen u bedoeld met de vraag "E-mailadres verbergen voor anderen"?
Kunt u mij uitleggen waarom u niet kenbaar maakt dat er een profiel van de gebruiker aangemaakt én bewaard wordt?
Kunt u mij uitleggen wat er met het gedaan wordt en wie er inzage in hebben?
Kunt u mij uitleggen hoe het profiel tegen misbruik beschermd wordt?
Kunt u mij uitleggen waarom uitsluitend de voorwaarden om aan "Ermelo forum" mee te doen, in het Engels gesteld zijn?
Kunt u mij uitleggen waarom expliciet gesteld wordt dat de gegeven reactie niet strijdig mag zijn met iedere internationale ÉN wetgeving van de Verenigde Staten?
Kunt u mij uitleggen waarom er in dit verband voorbij gegaan wordt aan de Nederlandse wetgeving?
Kunt u mij uitleggen waarom er in de voorwaarden glashard gelogen wordt? Met name de laatste zin "The software does not collect or send any other form of information to your computer".
418 Commercieel belang bij opleggen en handhaven van administratieve sancties
372 Beroepschrift tegen verkeersboete onder overlegging van aantoonbare feiten dat ik niet op die plaats geweest ben
373 Beroepschrift op internet tegen de verkeersboete bellen met mobiele telefoon
126 Jurisprudentie, toelichting en aanvullende informatie gelinkt aan de verkeersboete bellen met mobiele telefoon
191 Beroepschrift op internet tegen de verkeersboete "bestemmingsverkeer"
412 Beroepschrift op internet tegen IDENTIFICATIEPLICHT boete
235 Beroepschrift op internet tegen de verkeersboete verplichte APK keuring
330 Beroepschrift op internet tegen de verkeersboete gesimuleerde wegsituaties
364 Beroepschrift verkeersboete voetganger op voetgangersoversteekplaats niet voor laten gaan, feitcode R482
510 Onderbouwing verzoek (2) met jurisprudentie van de Raad van State
331 Beroepschrift op internet tegen de verkeersboete overtreding maximum snelheid
423 OM blijft gebruikers lasershield of laserecho vervolgen voor belemmeren van een opsporingshandeling WvS, art.184)
371 Het gevaar! Kinderrechters beschermers van "jeugdzorg" maar grootste vijand van ouders bij kinderbeschermingmaatregelen!
Vanaf 11 mei 2008 werd op website Censuur in Nederland het woord "rechtersleger" ingevoerd als aanduiding voor beroepsgroep rechters
BSC Waarom zijn namen en nevenfuncties van leden secretarissen bezwaarschriftencommissie gemeente eigenlijk GEHEIM?
466 Waarom zijn namen, titels en initialen en nevenfuncties van notarissen eigenlijk GEHEIM?
114 Hop eist een totaal verbod op alle nevenfuncties van rechters en Officieren van Justitie sowieso om "afstemmen" te voorkomen
LACHWEKKEND! Rechters en Officieren van Justitie klagen over Hop willen privé-gegevens over nevenfuncties van internet worden gehaald
095 WRAKING ONGEGROND LACHWEKKEND! Zielige christelijke rechtertjes eisen zelf beroepsverbod voor Hop bij rechtbank Zutphen en beslissen daar vervolgens zelf over. Nou van harte gefeliciteerd met jullie beroepsverbod voor Hop. Bekijken jullie ook nog even de uitzending van Omroep Gelderland over wraking van de kinderrechter. Dat vrolijke meisje zit nu in een KINDERGEVANGENIS na 5 jaar Gelderland jeugdzorg en zeer ernstig partijdige kinderrechters voor de jeugdzorg in Gelderland. Hoeveel kinderen en gezinnen worden jaarlijks VERNIETIGD door het voor de jeugdzorg en RvdK zeer ernstig partijdige rechtersleger in Nederland?
184 Hop: In iedere zaak doet u onderzoek naar de rechter in uw zaak! Kloppen de opgegeven nevenfuncties?
581 Hop: In iedere zaak doet u onderzoek naar de Officier van Justitie in uw zaak! Kloppen de opgegeven nevenfuncties?
079 In Nederland worden zaakjes door rechters onder elkaar verdeeld om uitkomst van procedures tegen burgers te beïnvloeden
294 Ontnemingsvordering. Openbaar ministerie niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de redelijke termijn ex artikel 6 EVRM.

 

 

 

Jan Hop publiceert alle troonredes 1900-2011 gratis voor u op internet! Hop zoekt troonredes 1947, 1901, 1900?

Groep Hop wordt de snelst groeiende politieke groepering in Nederland!
Stem Groep Hop voor meer koopkracht, minder belastingen en pensioen vanaf 60 jaar!
Groep Hop Harderwijk berekent gevolgen van nieuw WMO beleid in Nederland
Jan Hop opent discussie: "Kinderbeschermingsmaatregelen na verzonnen verhalen is fraude!
Ontvangen jeugdzorg gelden afkomstig uit dit soort fraude dient als heling te worden aangemerkt"
Jan Hop opent discussie: "Ouders kansloos tegen jeugdzorg en RvdK vanwege het NIET leveren van kwaliteit rechtspraak!
In uitnodiging hoorzitting dient naam rechter te staan tbv onderzoek!
Jan Hop opent discussie: "Nederland is een politiestaat! Met onderbouwing troonredes 1900-2011"
477 Troonrede 2011 Landelijke politie en koopkracht daalt onder verwijzing naar uitgangsformule Groep Hop en Censuur In Nederland
660 Troonrede 2010 Koopkracht daalt onder verwijzing uitgangsformule Groep Hop en Censuur In Nederland
616 Troonrede 2009 Koopkracht daalt onder verwijzing uitgangsformule Groep Hop en Censuur In Nederland
662 Troonrede 2008 Koopkracht daalt onder verwijzing uitgangsformule Groep Hop en Censuur In Nederland
Troonrede 2007
Troonrede 2006
Troonrede 2005
Troonrede 2004
Troonrede 2003
Troonrede 2002
Troonrede 2001
Troonrede 2000
Troonrede 1999, 1998, 1997, 1996, 1995, 1994, 1993, 1992, 1991,1990
Troonrede 1989, 1988, 1987, 1986, 1985, 1984, 1983, 1982, 1981, 1980
Troonrede 1979, 1978, 1977, 1976, 1975, 1974, 1973, 1972, 1971, 1970
Troonrede 1969, 1968, 1967, 1966, 1965, 1964, 1963, 1962, 1961, 1960
Troonrede 1959, 1958, 1957, 1956, 1955, 1954, 1953, 1952, 1951, 1950
Troonrede 1949, 1948, 1946, 1945, geschiedenis omroepbijdrage Gezocht troonrede 1947?
Troonrede 1939, 1938, 1937, 1936, 1935, 1934, 1933, 1932, 1931, 1930
Troonrede 1929, 1928, 1927, 1926, 1925, 1924, 1923, 1922, 1921, 1920
Troonrede 1919, 1918, 1917, 1916, 1915, 1914, 1913, 1912, 1911, 1910
Troonrede 1909, 1908, 1907, 1906, 1905, 1904, 1903, 1902 Gezocht troonrede 1901, 1900
Boycot Raad voor de Kinderbescherming
Boycot Scouting Nederland
Boycot Basisschool De Vlinder gemeente Dieren

top
Censuur in Nederland ©
Stem Groep Hop in 2014