RECHTBANK
GRONINGEN
Sector Civielrecht
zaaknr.: 113544 / JE RK 09-941 en 113542 / JE RK 09-940
beschikking kinderrechter d.d. 16 december 2009
inzake de kinderen A. en B.
De moeder is belast met het gezag over voornoemde minderjarigen.
PROCESGANG
Op 21 oktober 2009 heeft de William Schrikker Groep Jeugdbescherming en
Jeugdreclassering (WSG), namens het bureau jeugdzorg (bjz), verzoeken
tot verlenging van de ondertoezichtstelling ingediend, gedateerd 20
oktober 2009.
Op 4 december 2009 heeft de kinderrechter de zaak ter terechtzitting met
gesloten deuren behandeld. Gehoord zijn daarbij: moeder en mevrouw A.
Kuiper, namens de WSG.
OVERWEGINGEN
Bij beschikking d.d. 12 november 2008 is de ondertoezichtstelling
uitgesproken voor de tijd van 1 jaar, ingaande 12 november 2008.
Bij beschikkingen van 30 oktober 2009 en 3 november 2009 zijn de
termijnen van de ondertoezichtstelling van [A.] respectievelijk [B.]
voor een korte duur verlengd in verband met de te late indiending van
het verzoek door de WSG, met ingang van
12 november 2009, tot 18 december 2009.
Standpunt WSG
In april 2009 heeft de WSG de zaak overgenomen van bjz. Vanwege de
enorme werkdruk is het niet gelukt om de zaak goed op te pakken met als
gevolg dat er weinig is gebeurd het afgelopen jaar. Er heeft op 5
november 2009 een eerste kennismakingsgesprek plaatsgevonden. Daarna is
de gezinsvoogd twee keer bij moeder op bezoek geweest. Het is niet
gelukt om tijdens de zitting of daarvoor informatie over de huidige
stand van zaken te verstrekken en plannen van aanpak te overleggen.
Toen de uitvoering van de ondertoezichtstelling nog bij bjz lag, zijn er
meerdere telefonische contacten geweest met met name MEE en Lentis. Er
is weinig contact met moeder geweest. Gemaakte afspraken zijn door
moeder afgezegd.
[B.] en [A.] hebben emotioneel veel te verwerken door de ziekte van
moeder. Moeder is besmet met HIV en is vaak ziek. De kinderen maken zich
veel zorgen om moeder hetgeen niet passend is bij hun leeftijd. [B.]
laat moe, teruggetrokken en introvert gedrag zien. [A.] is moeilijk te
corrigeren en reageert negatief door te slaan en te schreeuwen. Behalve
externaliserende problematiek laat hij ook internaliserende problematiek
zien, zoals bedplassen.
Vanwege haar kwetsbare gezondheid kan moeder de opvoeding niet altijd
zelfstandig uitvoeren. Zij wordt hierin ondersteund door mevrouw [C.]
die de kinderen een weekend per twee weken opvangt en op de dagen dat
moeder ziek is. Dit biedt de kinderen veel rust, maar is niet afdoende
om de bedreiging in hun ontwikkeling af te wenden. Moeder stelt, ondanks
haar goede bedoelingen, haar eigen belangen boven die van haar kinderen.
De pleegzorgmedewerkster die moeder begeleidt heeft aangegeven, dat er
bij moeder regelmatig vreemde mannen over de vloer komen. Hierdoor voelt
[B.] zich niet veilig thuis. Zij krijgt weinig persoonlijke aandacht van
moeder.
Op school gaat het redelijk goed met [B.]. Zij gaat echter wel achteruit
in haar gedrag. [A.] ontvangt geen passend onderwijs; er wordt
onvoldoende aangesloten bij zijn ontwikkelingsmogelijkheden.
Moeder heeft ondersteuning op financieel gebied nodig.
Hulpverlening in het vrijwillig kader heeft tot onvoldoende resultaten
geleid. Moeder wil de pedagogische adviezen niet hanteren en deze
beklijven niet.
Standpunt moeder
Moeder staat niet achter een verlenging van de ondertoezichtstelling,
omdat hieraan nauwelijks tot geen uitvoering is gegeven. Er is het
afgelopen jaar bijna niets gebeurd. Pas enkele weken voor de
expiratiedatum heeft de huidige gezinsvoogd -die de zaak in april 2009
heeft overgenomen van bjz- contact met moeder gezocht. Voor de
overdracht aan de WSG, is de gezinsvoogd van bjz slechts één keer
langs geweest.
[B.] is een meisje dat van nature weinig praat. Zij doet het goed op
school, alleen rekenen blijft achter. Hiervoor krijgt zij begeleiding.
Als moeder ziek is gaan de kinderen naar mevrouw C. Omdat de kinderen
zich bij mevrouw [C.] niet meer prettig voelden en zij [A.] sloeg, gaan
de kinderen sinds kort niet meer naar haar toe. Moeder houdt de kinderen
thuis en krijgt hulp van vrienden als het nodig is.
Beoordeling
De kinderrechter is sedert de wetswijziging in 1995 niet langer belast
met de verantwoordelijkheid voor de uitvoering van de maatregel van
ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing. Het is de
gezinsvoogdij-instelling die hiervoor de verantwoordelijkheid draagt,
waarbij aan de Raad voor de Kinderbescherming (de Raad) een
toezichthoudende taak is gegeven.
De kinderrechter stelt vast dat de gezinsvoogdij-instelling(en) in deze
zaak onvoldoende uitvoering heeft / hebben gegeven aan de aan hen bij de
wet opgedragen taken. Uit de stukken en het verhandelde ter zitting
blijkt, dat bij beschikking van
12 november 2008 de ondertoezichtstelling over de minderjarigen [B.] en
[A.] is uitgesproken en de uitvoering daarvan is opgedragen aan bjz die
de zaak in april 2009 heeft overgedragen aan de WSG. Eerst op 5 november
2009 is de gezinsvoogd van de WSG bij moeder op bezoek geweest. Over de
wijze waarop door bjz aan de ondertoezichtstelling uitvoering is gegeven
voor april 2009 verschillen moeder en de WSG van mening. Door het
ontbreken van hulpverleningsplannen, verslagen van het verloop van de
ondertoezichtstelling en contactjournaals heeft de kinderrechter
hierover geen goed beeld kunnen verkrijgen. Wat evenwel vast staat, is
dat zowel moeder als de WSG het erover eens zijn, dat er weinig is
gebeurd het afgelopen jaar.
Het behoeft geen betoog dat het niet verlenen van hulp en ondersteuning
zich niet verhoudt met de door de kinderrechter in november 2008
opgelegde ingrijpende maatregel van ondertoezichtstelling. Naar het
oordeel van de kinderrechter is er sprake van een schending van artikel
13 van de Wet op de Jeugdzorg, artikel 43 van het Uitvoeringsbesluit Wet
op de Jeugdzorg, alsmede de artikelen 3 (belang van het kind) en 6
(recht op ontwikkeling van het kind) van het Verdrag inzake de rechten
van het kind. De rechtbank zal om die redenen een afschrift van deze
beschikking doen toekomen aan de Raad.
Doordat de WSG geen
plannen van aanpak
en verslagen van het verloop van de ondertoezichtstelling heeft
overgelegd, waardoor
een actuele stand van zaken met betrekking tot de ontwikkeling van de
kinderen ontbreekt, is de kinderrechter van oordeel, dat de WSG de
verzoekschriften onvoldoende deugdelijk heeft gemotiveerd en in strijd
met
artikel 43 van voornoemd Uitvoeringsbesluit Wet op de jeugdzorg en het
Procesreglement civiel jeugdrecht heeft gehandeld. De
WSG heeft ter zitting beaamd dat er sprake is van ongefundeerde
verzoekschriften en aangegeven zo spoedig mogelijk met moeder plannen
van aanpak te zullen gaan schrijven. De kinderrechter acht deze
toezegging onvoldoende en zal de verzoeken, gelet op het vooroverwogene
en in combinatie genomen met het feit dat er reeds zogenoemde
overbruggingsbeschikkingen zijn afgegeven door een te late indiening van
de verzoekschriften door de WSG, afwijzen.
Indien uit een nieuw noodzakelijk gevonden onderzoek door de Raad
blijkt, dat er zodanige zorgen zijn dat de kinderen ernstig in hun
ontwikkeling worden bedreigd, kan de Raad te allen tijde een (nieuw)
verzoek tot (voorlopige) ondertoezichtstelling indienen.
BESLISSING
wijst de verzoeken af.
Deze beslissing is gegeven te Groningen door mr. M.P. den Hollander,
kinderrechter, in tegenwoordigheid van de griffier en uitgesproken ter
openbare terechtzitting van 16 december 2009.
|