(44) Het gevaar! Kinderrechters die WEIGEREN om te toetsen!
De kinderrechter-norm 9 mei 2008. "Zolang de ouders zich alleen maar richten op procedures en niet openstaan voor hulpverlening en samenwerking met de gezinsvoogd is er geen vooruitgang mogelijk. Beslissing verlenging OTS en UHP" Bron: Beschikking 166506/JERK 08-15274 9 mei 2008 Kinderrechter mevrouw mr. G.W. Brands-Bottema in de zaak Stichting Bureaus Jeugdzorg Gelderland tegen de familie Nienhuis/Leenders met Hop als procesvertegenwoordiger.

CENSUUR IN NEDERLAND ©

(573) Catshuisbrand. Ing. P.B. (Peter) Reijman: "Het was de landsadvocaat die te kennen gaf dat het concept niet tot een definitieve versie moest worden verheven" De onzekerheidsmarge van het rapport volgt uit de keuze om geen aanvullend onderzoek te laten plaatsvinden dat stelliger uitspraken verantwoord zou kunnen maken.

 

 

 

Mededeling aan alle NIET TOETSENDE kinderrechters rechtbank Arnhem

Hier wat LEESVOER (593) om over na te denken VOORDAT Nienhuis/Leenders DEFINITIEF uit het gezag worden gezet. (581) (101) (124) (180) (75)

Wie zijn allemaal bij A. op haar ziekenhuiskamertje geweest en hebben haar op haar kamertje voor haar ouders bang gemaakt terwijl haar ouders NIET in het ziekenhuis zijn geweest?

Wie heeft A. tijdens haar vakantie in Frankrijk bang gemaakt voor haar ouders terwijl haar ouders in Nederland aan het werk waren?

Zouden jullie EEN KEERTJE willen gaan TOETSEN, wie maakt A. bang voor haar ouders?

MOTIEF: Wie heeft daar een FINANCIEEL BELANG bij?

Doe hier eens een KANSBEREKENING (591)

 

 

Geen/onvoldoende uitvoering ots, geen zicht op actuele situatie, kinderrechter mr. M.P. den Hollander wijst verzoeken WEL af!

LJN: BK7254, Rechtbank Groningen , 113544 / JE RK 09-941 en 113542 / JE RK 09-940
Datum uitspraak: 16-12-2009
Datum publicatie: 21-12-2009
Rechtsgebied: Personen-en familierecht
Soort procedure: Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie: Geen/onvoldoende uitvoering ots, geen zicht op actuele situatie, kr wijst verzoeken af. Raad ontvangt afschrift beschikking.
Uitspraak
RECHTBANK GRONINGEN
Sector Civielrecht

zaaknr.: 113544 / JE RK 09-941 en 113542 / JE RK 09-940

beschikking kinderrechter d.d. 16 december 2009

inzake de kinderen A. en B.

De moeder is belast met het gezag over voornoemde minderjarigen.

PROCESGANG

Op 21 oktober 2009 heeft de William Schrikker Groep Jeugdbescherming en Jeugdreclassering (WSG), namens het bureau jeugdzorg (bjz), verzoeken tot verlenging van de ondertoezichtstelling ingediend, gedateerd 20 oktober 2009.

Op 4 december 2009 heeft de kinderrechter de zaak ter terechtzitting met gesloten deuren behandeld. Gehoord zijn daarbij: moeder en mevrouw A. Kuiper, namens de WSG.

OVERWEGINGEN

Bij beschikking d.d. 12 november 2008 is de ondertoezichtstelling uitgesproken voor de tijd van 1 jaar, ingaande 12 november 2008.

Bij beschikkingen van 30 oktober 2009 en 3 november 2009 zijn de termijnen van de ondertoezichtstelling van [A.] respectievelijk [B.] voor een korte duur verlengd in verband met de te late indiending van het verzoek door de WSG, met ingang van
12 november 2009, tot 18 december 2009.

Standpunt WSG

In april 2009 heeft de WSG de zaak overgenomen van bjz. Vanwege de enorme werkdruk is het niet gelukt om de zaak goed op te pakken met als gevolg dat er weinig is gebeurd het afgelopen jaar. Er heeft op 5 november 2009 een eerste kennismakingsgesprek plaatsgevonden. Daarna is de gezinsvoogd twee keer bij moeder op bezoek geweest. Het is niet gelukt om tijdens de zitting of daarvoor informatie over de huidige stand van zaken te verstrekken en plannen van aanpak te overleggen.
Toen de uitvoering van de ondertoezichtstelling nog bij bjz lag, zijn er meerdere telefonische contacten geweest met met name MEE en Lentis. Er is weinig contact met moeder geweest. Gemaakte afspraken zijn door moeder afgezegd.

[B.] en [A.] hebben emotioneel veel te verwerken door de ziekte van moeder. Moeder is besmet met HIV en is vaak ziek. De kinderen maken zich veel zorgen om moeder hetgeen niet passend is bij hun leeftijd. [B.] laat moe, teruggetrokken en introvert gedrag zien. [A.] is moeilijk te corrigeren en reageert negatief door te slaan en te schreeuwen. Behalve externaliserende problematiek laat hij ook internaliserende problematiek zien, zoals bedplassen.

Vanwege haar kwetsbare gezondheid kan moeder de opvoeding niet altijd zelfstandig uitvoeren. Zij wordt hierin ondersteund door mevrouw [C.] die de kinderen een weekend per twee weken opvangt en op de dagen dat moeder ziek is. Dit biedt de kinderen veel rust, maar is niet afdoende om de bedreiging in hun ontwikkeling af te wenden. Moeder stelt, ondanks haar goede bedoelingen, haar eigen belangen boven die van haar kinderen. De pleegzorgmedewerkster die moeder begeleidt heeft aangegeven, dat er bij moeder regelmatig vreemde mannen over de vloer komen. Hierdoor voelt [B.] zich niet veilig thuis. Zij krijgt weinig persoonlijke aandacht van moeder.
Op school gaat het redelijk goed met [B.]. Zij gaat echter wel achteruit in haar gedrag. [A.] ontvangt geen passend onderwijs; er wordt onvoldoende aangesloten bij zijn ontwikkelingsmogelijkheden.
Moeder heeft ondersteuning op financieel gebied nodig.
Hulpverlening in het vrijwillig kader heeft tot onvoldoende resultaten geleid. Moeder wil de pedagogische adviezen niet hanteren en deze beklijven niet.

Standpunt moeder

Moeder staat niet achter een verlenging van de ondertoezichtstelling, omdat hieraan nauwelijks tot geen uitvoering is gegeven. Er is het afgelopen jaar bijna niets gebeurd. Pas enkele weken voor de expiratiedatum heeft de huidige gezinsvoogd -die de zaak in april 2009 heeft overgenomen van bjz- contact met moeder gezocht. Voor de overdracht aan de WSG, is de gezinsvoogd van bjz slechts één keer langs geweest.
[B.] is een meisje dat van nature weinig praat. Zij doet het goed op school, alleen rekenen blijft achter. Hiervoor krijgt zij begeleiding.
Als moeder ziek is gaan de kinderen naar mevrouw C. Omdat de kinderen zich bij mevrouw [C.] niet meer prettig voelden en zij [A.] sloeg, gaan de kinderen sinds kort niet meer naar haar toe. Moeder houdt de kinderen thuis en krijgt hulp van vrienden als het nodig is.

Beoordeling

De kinderrechter is sedert de wetswijziging in 1995 niet langer belast met de verantwoordelijkheid voor de uitvoering van de maatregel van ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing. Het is de gezinsvoogdij-instelling die hiervoor de verantwoordelijkheid draagt, waarbij aan de Raad voor de Kinderbescherming (de Raad) een toezichthoudende taak is gegeven.

De kinderrechter stelt vast dat de gezinsvoogdij-instelling(en) in deze zaak onvoldoende uitvoering heeft / hebben gegeven aan de aan hen bij de wet opgedragen taken. Uit de stukken en het verhandelde ter zitting blijkt, dat bij beschikking van
12 november 2008 de ondertoezichtstelling over de minderjarigen [B.] en [A.] is uitgesproken en de uitvoering daarvan is opgedragen aan bjz die de zaak in april 2009 heeft overgedragen aan de WSG. Eerst op 5 november 2009 is de gezinsvoogd van de WSG bij moeder op bezoek geweest. Over de wijze waarop door bjz aan de ondertoezichtstelling uitvoering is gegeven voor april 2009 verschillen moeder en de WSG van mening. Door het ontbreken van hulpverleningsplannen, verslagen van het verloop van de ondertoezichtstelling en contactjournaals heeft de kinderrechter hierover geen goed beeld kunnen verkrijgen. Wat evenwel vast staat, is dat zowel moeder als de WSG het erover eens zijn, dat er weinig is gebeurd het afgelopen jaar.

Het behoeft geen betoog dat het niet verlenen van hulp en ondersteuning zich niet verhoudt met de door de kinderrechter in november 2008 opgelegde ingrijpende maatregel van ondertoezichtstelling. Naar het oordeel van de kinderrechter is er sprake van een schending van artikel 13 van de Wet op de Jeugdzorg, artikel 43 van het Uitvoeringsbesluit Wet op de Jeugdzorg, alsmede de artikelen 3 (belang van het kind) en 6 (recht op ontwikkeling van het kind) van het Verdrag inzake de rechten van het kind. De rechtbank zal om die redenen een afschrift van deze beschikking doen toekomen aan de Raad.

Doordat de WSG geen plannen van aanpak en verslagen van het verloop van de ondertoezichtstelling heeft overgelegd, waardoor een actuele stand van zaken met betrekking tot de ontwikkeling van de kinderen ontbreekt, is de kinderrechter van oordeel, dat de WSG de verzoekschriften onvoldoende deugdelijk heeft gemotiveerd en in strijd met
artikel 43 van voornoemd Uitvoeringsbesluit Wet op de jeugdzorg en het Procesreglement civiel jeugdrecht heeft gehandeld.
De WSG heeft ter zitting beaamd dat er sprake is van ongefundeerde verzoekschriften en aangegeven zo spoedig mogelijk met moeder plannen van aanpak te zullen gaan schrijven. De kinderrechter acht deze toezegging onvoldoende en zal de verzoeken, gelet op het vooroverwogene en in combinatie genomen met het feit dat er reeds zogenoemde overbruggingsbeschikkingen zijn afgegeven door een te late indiening van de verzoekschriften door de WSG, afwijzen.


Indien uit een nieuw noodzakelijk gevonden onderzoek door de Raad blijkt, dat er zodanige zorgen zijn dat de kinderen ernstig in hun ontwikkeling worden bedreigd, kan de Raad te allen tijde een (nieuw) verzoek tot (voorlopige) ondertoezichtstelling indienen.


BESLISSING

wijst de verzoeken af.

Deze beslissing is gegeven te Groningen door mr. M.P. den Hollander, kinderrechter, in tegenwoordigheid van de griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 16 december 2009.

 

 

De kinderrechter-norm 9 mei 2008. "Zolang de ouders zich alleen maar richten op procedures en niet openstaan voor hulpverlening en samenwerking met de gezinsvoogd is er geen vooruitgang mogelijk. Beslissing verlenging OTS en UHP" Bron: Beschikking 166506/JERK 08-15274 9 mei 2008 Kinderrechter mevrouw Brands-Bottema in de zaak Stichting Bureaus Jeugdzorg Gelderland tegen de familie Nienhuis/Leenders met Hop als procesvertegenwoordiger.

Reactie J. Hop op "De kinderrechter-norm 9 mei 2008"

top