CENSUUR EN ORGANISATIECRIMINALITEIT IN NEDERLAND ©

1997-2014+ Diepe minachting voor het structurele probleem in de Nederlandse rechtspraak te weten de weerzinwekkende partijdigheid voor de overheid.

Groep Hop wil de pensioengerechtigde leeftijd verlagen naar 60 jaar. Alle gemeente belastingen afschaffen. Improductieve bureaucratie aanpakken. Kinderbeschermingsmaatregelen na verzonnen verhalen is weerzinwekkende fraude. Ontvangen gelden dienen als heling te worden aangemerkt. Bekijk ons programma? Als u ook genaaid bent/wordt door voor de overheid steeds partijdige rechtspraak, gemeente, jeugdzorg, RvdK of UWV stel u verkiesbaar voor de verkiezingen gemeenteraad 2018. Praktijkvoorbeeld. Het jatten van de recreatiewoning van een 71+ jarige gehandicapte burger die VOOR 1996 zelf zijn recreatiewoning heeft (af)gebouwd en er voor 1996 ook woonde dat wordt door niemand ter discussie gesteld wordt door Hop als organisatiecriminaliteit gemeente Ermelo en zeer ernstige mishandeling van een gepensioneerde burger aangemerkt. Groep Hop is wel TEGEN de discriminatie van Nederlanders tov buitenlanders.

Stem TEGEN organisatiecriminaliteit bij de overheid! Stem VOOR Groep Hop. Dank u wel voor uw aandacht. J. Hop.

 

 

De Betere Krant van Ermelo

Nieuwsberichten uit het Ermelo, lees verder

?

(602) WAARSCHUWING! Een valse melding kindermishandeling tegen ouders van een kind is NIET onrechtmatig!

De overheid doet dat onder meer door burgers in de gelegenheid te stellen om (desgewenst ook anoniem) melding te maken van (het vermoeden van) kindermishandeling. Het doen van zo'n melding is niet onrechtmatig, ook niet als achteraf blijkt dat van mishandeling geen sprake was. Van een onrechtmatige melding van kindermishandeling is pas sprake indien blijkt dat er opzettelijk een valse beschuldiging van kindermishandeling is gedaan.

5.5. Hierbij neemt de voorzieningenrechter in aanmerking dat de bescherming van de rechten van kinderen een zeer groot belang vertegenwoordigt, hetgeen zowel op nationaal als internationaal niveau in vele wetten en verdragen is vastgelegd, vanuit de perceptie dat kinderen een kwetsbare groep mensen vormen die extra bescherming verdient. Zo is de overheid verplicht om maatregelen te treffen die kinderen beschermen tegen mishandeling. De overheid doet dat onder meer door burgers in de gelegenheid te stellen om (desgewenst ook anoniem) melding te maken van (het vermoeden van) kindermishandeling. Het doen van zo'n melding is niet onrechtmatig, ook niet als achteraf blijkt dat van mishandeling geen sprake was. Van een onrechtmatige melding van kindermishandeling is pas sprake indien blijkt dat er opzettelijk een valse beschuldiging van kindermishandeling is gedaan. Zelfs indien het zo zou zijn dat [gedaagde sub 1] c.s. een onjuiste melding van kindermishandeling zouden hebben gedaan, dan is niet gesteld of gebleken dat zij zulks opzettelijk hebben gedaan.

 

 

LJN: BB1671, Rechtbank Leeuwarden , 83523 / KG ZA 07-213

Print uitspraak

Datum uitspraak:

15-08-2007

Datum publicatie:

16-08-2007

Rechtsgebied:

Civiel overig

Soort procedure:

Kort geding

Inhoudsindicatie:

Onrechtmatige daad. Anonieme melding bij het Advies en Meldpunt Kindermishandeling.

Uitspraak

vonnis
RECHTBANK LEEUWARDEN

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 83523 / KG ZA 07-213

Vonnis in kort geding van 15 augustus 2007

in de zaak van

1. [eiser],
wonende te Sint Annaparochie,
2. [eiseres],
wonende te Sint Annaparochie,
eisers,
procureur: mr. K.J. Meijer,

tegen

1. [gedaagde sub 1],
wonende te Sint Annaparochie,
2. [gedaagde sub 2],
wonende te Sint Annaparochie,
3. [gedaagde sub 3],
wonende te Sint Annaparochie,
4. [gedaagde sub 4],
wonende te Sint Annaparochie,
gedaagden,
procureur: mr. E.A. van Wieren.


Partijen zullen hierna "[eiser] c.s." en "[gedaagde sub 1] c.s." genoemd worden.

1. De procedure

1.1. [eiser] c.s. hebben [gedaagde sub 1] c.s. in kort geding doen dagvaarden tegen de openbare zitting van 9 augustus 2007.

1.2. [eiser] c.s. hebben toen op de bij dagvaarding vermelde gronden gevorderd dat de voorzieningenrechter, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad:
I. [gedaagde sub 1] c.s. hoofdelijk veroordeelt om, als voorschot, aan elk van eisers een bedrag van
? 1.500,- aan smartengeld te betalen;
II. [gedaagde sub 1] c.s. hoofdelijk veroordeelt in de kosten van het geding.

1.3. Ter zitting hebben partijen hun standpunten toegelicht, waarbij de advocaat van [gedaagde sub 1] c.s. gebruik heeft gemaakt van pleitnotities, en waarbij [gedaagde sub 1] c.s. hebben geconcludeerd tot niet-ontvankelijkheid, althans afwijzing van de vorderingen van [eiser] c.s., met hoofdelijke veroordeling van [eiser] c.s. in de kosten van het geding.
1.4. Partijen hebben producties overgelegd.

1.5. Ten slotte is vonnis bepaald op de stukken van het geding.

2. De feiten

In dit kort geding hebben de volgende feiten als vaststaand te gelden.

2.1. [eiser] c.s. hebben drie kinderen. [gedaagde sub 1] c.s., met uitzondering van [gedaagde sub 2], hebben op of omstreeks 9 oktober 2002 naar aanleiding van een aantal voorvallen onafhankelijk van elkaar een tegen [eiser] c.s. gerichte melding gedaan bij het Advies en Meldpunt Kindermishandeling (hierna te noemen: het AMK) van Jeugdzorg Friesland. Het AMK heeft de meldingen van [gedaagde sub 1] c.s. in behandeling genomen en vervolgens een onderzoek gedaan.

2.2. In een brief aan [gedaagde sub 1] van 11 oktober 2005 wordt door het AMK onder meer medegedeeld:
'De zorgen zijn besproken met de ouder(s) en we hebben kunnen constateren dat:
- Ouders houden van hun kinderen en zijn zorgzaam voor hun kinderen.
- Ouders doen alles wat in hun vermogen ligt om het de kinderen naar de zin te maken.
- Ouders maken goed gebruik van de hulpverlening. Ze volgen de adviezen op die in het belang van de kinderen zijn.
- Ouders erkennen dat ze een probleem hebben met hun oudste kind en handelen daar ook naar.
- Ouders werken goed samen met het AMK.
Het AMK heeft het onderzoek hiermee afgesloten.'
Deze brief is niet rechtstreeks naar [gedaagde sub 1] c.s. gezonden, maar is terechtgekomen bij [eiser] c.s.

2.3. Bij brief aan [gedaagde sub 1] van 30 oktober 2006 heeft het AMK onder meer medegedeeld:
'Tevens bieden wij u onze oprechte verontschuldigingen aan voor het feit dat AMK in haar brief van 11 oktober 2005 uw namen als melders bekend heeft gemaakt bij het door u gemelde gezin. Dit laatste had nooit mogen gebeuren, daar u in 2002 anoniem een melding heeft gedaan.
Te uwer informatie: burgers/particulieren mogen bij vermoedens van kindermishandeling anoniem een melding doen bij het Advies en Meldpunt Kindermishandeling. Het is vervolgens aan het AMK te besluiten op basis van de inhoud van de melding of het AMK de melding in behandeling neemt en onderzoek op start. Het AMK heeft op basis van de door u gedane melding, destijds, besloten de situatie van de kinderen te onderzoeken.'

2.4. De advocaat van [eiser] c.s. heeft [gedaagde sub 1] c.s. bij brief van 20 oktober 2006 aangeschreven tot betaling van smartengeld aan [eiser] c.s. vanwege het doen van een valse melding van kindermishandeling.

3. Het standpunt van [eiser] c.s.

3.1. [eiser] c.s. leggen aan hun vordering ten grondslag dat [gedaagde sub 1] c.s. bij het AMK hebben aangegeven dat [eiser] c.s. hun kinderen zouden mishandelen. Na onderzoek is vast komen te staan dat daarvan op geen enkele manier sprake is geweest. Door de valse beschuldiging van mishandeling van hun kinderen is volgens [eiser] c.s. sprake van smaad en/of een ernstige inbreuk op hun privacy, althans een aantasting van hun goede naam, hetgeen onrechtmatig is jegens [eiser] c.s. Zij voelen zich geschoffeerd en de onterechte beschuldigingen hebben bij hen tot veel verdriet en pijn geleid. Om die reden vorderen zij ten titel van smartengeld een voorschot van ? 1.500,- per persoon. Het spoedeisend belang bij het gevorderde is volgens [eiser] c.s. hierin gelegen dat zij een voorlopig oordeel wensen omtrent het onrechtmatig handelen van [gedaagde sub 1] c.s.

4. Het standpunt van [gedaagde sub 1] c.s.

4.1. [gedaagde sub 1] c.s. voeren allereerst aan dat [eiser] c.s. niet kunnen worden ontvangen in hun vorderingen, voor zover deze zijn ingesteld tegen [gedaagde sub 2]. Laatstgenoemde is niet betrokken geweest bij enige tegen [eiser] c.s. gerichte melding bij het AMK noch heeft zij op andere wijze bemoeienis gehad met [gedaagde sub 1] c.s.

4.2. [gedaagde sub 1] c.s. betwisten het spoedeisend belang bij de vorderingen van [eiser] c.s. In de dagvaarding is daaromtrent niets door [eiser] c.s. gesteld. Bovendien is er sprake van een zeer lange periode tussen het bekend worden van de melding bij [eiser] c.s., de daaropvolgende brief van de advocaat van [eiser] c.s. en het aanhangig maken van de onderhavige kort geding procedure. [eiser] c.s. hebben ook geen belang bij een voorlopige voorziening. Ten slotte is niet voldoende aannemelijk, gelet op de relevante feiten waarover partijen van mening verschillen, dat uiteindelijk in een bodemprocedure een smartengeldvergoeding aan [eiser] c.s. zal worden toegekend.

4.3. Van enig onrechtmatig handelen van [gedaagde sub 1] c.s. is geen sprake. [gedaagde sub 1] c.s. hebben bij het AMK g??n melding van kindermishandeling door [eiser] c.s. gedaan. Wel hebben zij, na zorgvuldige afweging, bij het AMK hun zorgen geuit omtrent het gezin van [eiser] c.s., aangezien zij meerdere keren hadden geconstateerd dat hetgeen zich binnen het gezin afspeelde niet juist was. Hierbij hebben zij het belang van de kinderen van [eiser] c.s. vooropgesteld. De melding is geheel te goeder trouw gedaan. Bij een afweging van de wederzijdse belangen dient het belang van [gedaagde sub 1] c.s. om middels de melding de belangen van de kinderen van [eiser] c.s. te beschermen te prevaleren boven het recht op bescherming van de privacy van [eiser] c.s. zelf. Een melding bij het AMK kan volgens [gedaagde sub 1] c.s. niet onrechtmatig zijn, tenzij er sprake is van een opzettelijk gedane onjuiste melding. Het AMK heeft nimmer laten weten dat de door [gedaagde sub 1] c.s. gedane melding niet juist zou zijn. Integendeel, naar aanleiding van de gedane melding is er juist hulpverlening ingeschakeld voor het gezin van [eiser] c.s.

5. De beoordeling

5.1. De voorzieningenrechter zal de vorderingen van [eiser] c.s. dadelijk afwijzen, voor zover deze tegen [gedaagde sub 2] zijn ingesteld. Daartoe is van belang dat [eiser] c.s. in het geheel niet weersproken hebben de stelling van [gedaagde sub 1] c.s. dat [gedaagde sub 2] op geen enkele manier betrokken is geweest bij een melding van de gezinssituatie van [eiser] c.s. bij het AMK. Van een valse beschuldiging van mishandeling -en daarmee van eventueel onrechtmatig handelen- door [gedaagde sub 2] kan reeds daarom geen sprake zijn.

5.2. Bij de beantwoording van de vraag of toewijzing van een geldvordering in kort geding ge?ndiceerd is, dient de voorzieningenrechter volgens vaste jurisprudentie van de Hoge Raad niet alleen te onderzoeken of het bestaan van een vordering van [eiser] c.s. op [gedaagde sub 1] c.s. voldoende aannemelijk is, maar ook of daarnaast sprake is van feiten en omstandigheden die meebrengen dat uit hoofde van onverwijlde spoed een onmiddellijke voorziening vereist is, en daarbij in de afweging van belangen van partijen mede betrekken de vraag naar het risico van de onmogelijkheid van terugbetaling door [eiser] c.s. van de toe te wijzen geldvordering (zie HR 28 mei 2004, NJ 2004, 602). Voorts geldt dat van de eisende partij mag worden verlangd dat naar behoren feiten en omstandigheden worden aangewezen die meebrengen dat een voorziening uit hoofde van onverwijlde spoed is geboden (zie Hof Leeuwarden, 19 oktober 2005, JAR 2006/32).

5.3. Tegen deze achtergrond oordeelt de rechtbank als volgt omtrent het spoedeisend belang bij het gevorderde. In de inleidende dagvaarding is met geen woord gerept over het spoedeisend belang bij het gevorderde, terwijl [eiser] c.s. ter zitting evenmin feiten of omstandigheden hebben aangedragen, waaruit volgt dat zij belang hebben bij onmiddellijke toewijzing van een voorschot op de door hen verlangde smartengeldvergoeding. Met name hebben [eiser] c.s. de voorzieningenrechter er niet van weten te overtuigen dat waar zij al sinds oktober 2005 op de hoogte zijn van de -in hun ogen onjuiste- melding van [gedaagde sub 1] c.s., en zij dus al vanaf dat moment daartegen in rechte hadden kunnen opkomen, er bijna twee jaar later opeens een spoedeisend belang zou zijn om op korte termijn een vorm van financi?le genoegdoening te verkrijgen in verband met deze kwestie. De omstandigheid dat [eiser] c.s. een voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter wensen omtrent de eventuele onrechtmatigheid van de melding van [gedaagde sub 1] c.s., maakt niet dat zij een spoedeisend belang hebben bij onmiddellijke verkrijging van betaling van een daarmee verband houdende smartengeldvergoeding. Een en ander leidt tot de conclusie dat [eiser] c.s. het spoedeisend belang bij het gevorderde niet aannemelijk hebben gemaakt. Reeds om die reden dient het gevorderde te worden afgewezen.

5.4. De voorzieningenrechter is verder van oordeel dat het bestaan van een vordering van [eiser] c.s. op [gedaagde sub 1] c.s. uit hoofde van onrechtmatig handelen voorshands niet aannemelijk is geworden. Ook op die grond is het gevorderde derhalve niet toewijsbaar. Daartoe wordt het volgende overwogen. [eiser] c.s. hebben aan hun vorderingen ten grondslag gelegd dat er sprake is van een valse beschuldiging van mishandeling door [gedaagde sub 1] c.s. Laatstgenoemden hebben echter uitdrukkelijk betwist dat zij een melding van mishandeling bij het AMK hebben gedaan -volgens [gedaagde sub 1] c.s. hebben zij slechts hun zorg omtrent de gezinssituatie van [eiser] c.s. gemeld bij het AMK- terwijl [eiser] c.s. geen enkel bewijs hebben overgelegd, waaruit volgt dat [gedaagde sub 1] c.s. een melding van mishandeling hebben gedaan. Uit de brief van het AMK aan [gedaagde sub 1] van 11 oktober 2005 lijkt eerder het tegendeel te volgen. Hierin wordt namelijk gesproken over 'geuite zorgen', en niet over een melding van mishandeling. Uit deze brief blijkt bovendien dat de melding van [gedaagde sub 1] c.s. niet zonder grond is gedaan, aangezien er in verband met de problematische gezinssituatie van [eiser] c.s. een hulpverleningstraject is gestart.

5.5. Hierbij neemt de voorzieningenrechter in aanmerking dat de bescherming van de rechten van kinderen een zeer groot belang vertegenwoordigt, hetgeen zowel op nationaal als internationaal niveau in vele wetten en verdragen is vastgelegd, vanuit de perceptie dat kinderen een kwetsbare groep mensen vormen die extra bescherming verdient. Zo is de overheid verplicht om maatregelen te treffen die kinderen beschermen tegen mishandeling. De overheid doet dat onder meer door burgers in de gelegenheid te stellen om (desgewenst ook anoniem) melding te maken van (het vermoeden van) kindermishandeling. Het doen van zo'n melding is niet onrechtmatig, ook niet als achteraf blijkt dat van mishandeling geen sprake was. Van een onrechtmatige melding van kindermishandeling is pas sprake indien blijkt dat er opzettelijk een valse beschuldiging van kindermishandeling is gedaan. Zelfs indien het zo zou zijn dat [gedaagde sub 1] c.s. een onjuiste melding van kindermishandeling zouden hebben gedaan, dan is niet gesteld of gebleken dat zij zulks opzettelijk hebben gedaan.

5.6. [eiser] c.s. zullen als de in het ongelijk te stellen partij hoofdelijk in de kosten van het geding worden veroordeeld.

6. De beslissing

De voorzieningenrechter:

wijst de vorderingen van [eiser] c.s. af;

veroordeelt [eiser] c.s. hoofdelijk, des dat de een betalende de ander zal zijn bevrijd, in de kosten van het geding, tot op heden aan de zijde van [gedaagde sub 1] c.s. begroot op ? 251,00 aan vast recht en ? 816,00 aan salaris procureur.

Dit vonnis is gewezen door mr. W.K.F. Hangelbroek, voorzieningenrechter, en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier mr. M. Postma op 15 augustus 2007.

 

 

 

Ambulant Meldpunt Kindermishandeling Algemene Maatregelen van Bestuur

"Besluit van 16 december 2004, houdende regels ter uitvoering van de Wet op de jeugdzorg (Uitvoeringsbesluit Wet op de jeugdzorg)

Paragraaf 8.  De taak het fungeren als advies- en meldpunt kindermishandeling

Artikel 50
1.De stichting legt de wijze waarop de herkenbaarheid en toegankelijkheid van een advies- en meldpunt kindermishandeling binnen het bureau jeugdzorg is georganiseerd, schriftelijk vast.
2.De stichting draagt er zorg voor dat het advies- en meldpunt kindermishandeling is aangesloten op het daartoe bestemde landelijke telefoonnummer.

Artikel 51
Een bij de stichting werkzame persoon die taken uitvoert van een advies- en meldpunt kindermishandeling is niet belast met de uitvoering van andere taken van de stichting betreffende een geval van kindermishandeling waarbij deze rechtstreeks betrokken was.

Artikel 52
Bij een advies- en meldpunt kindermishandeling is in ieder geval een arts werkzaam. Deze arts is deskundig op het gebied van kindermishandeling.

Artikel 53
Onverminderd artikel 27, draagt de stichting er zorg voor dat aan iedere betrokkene bij een advies, melding of onderzoek naar aanleiding van een melding bij het eerste contact informatie wordt verschaft over de procedure met betrekking tot een advies, melding of onderzoek, de verwerking van persoonsgegevens, met inachtneming van de artikelen 43, 53 en 54 van de wet, het recht op inzage in of afschrift van de hem betreffende bescheiden alsmede de wijze van behandeling van klachten. Als betrokkenen worden aangemerkt degene die advies vraagt, degene die een melding doet, degene op wie een melding betrekking heeft en degene die om informatie in het kader van een onderzoek naar aanleiding van een melding wordt verzocht.

Artikel 54
1.Een advies- en meldpunt kindermishandeling stelt binnen vijf dagen na ontvangst van een melding vast of de melding in onderzoek wordt genomen.
2.Een advies- en meldpunt kindermishandeling oordeelt binnen dertien weken na de vaststelling, bedoeld in het eerste lid, of en zo ja tot welke stappen de melding aanleiding geeft.
3.Onverminderd artikel 32 vindt besluitvorming omtrent een melding plaats door ten minste twee bij de stichting werkzame personen die taken uitvoeren van een advies- en meldpunt kindermishandeling.

Artikel 55
1.In dit artikel wordt onder persoonsgegeven verstaan hetgeen daaronder wordt verstaan in de Wet bescherming persoonsgegevens.
2.Een advies- en meldpunt kindermishandeling verstrekt aan degene op de persoonsgegevens betrekking hebben, inlichtingen over de herkomst van de persoonsgegevens die het naar aanleiding van een melding verkrijgt.
3.In afwijking van het tweede lid verstrekt het advies- en meldpunt kindermishandeling geen inlichtingen over de herkomst van persoonsgegevens die het naar aanleiding van een melding heeft verkregen indien:
a. een persoon die in een beroepsmatige, hulpverlenende of pedagogische relatie tot de minderjarige of zijn gezin staat, de persoonsgegevens naar aanleiding van een melding heeft verstrekt en het verstrekken van die inlichtingen:
1į.een bedreiging vormt of kan vormen voor de minderjarige of andere minderjarige leden van het gezin waartoe de minderjarige behoort;
2į.een bedreiging vormt of kan vormen voor die persoon of medewerkers van die persoon;
3į.leidt of kan leiden tot een verstoring van de vertrouwensrelatie met het gezin waartoe de minderjarige behoort;
b. het andere personen betreft dan die bedoeld onder a, behoudens voor zover zij daarvoor toestemming hebben gegeven."

 

 

 Centrum voor Jeugd en Gezin Toon de informatie over: In het 'oude' 'bestuursakkoord zijn afspraken gemaakt over de invoering van Centra voor Jeugd en Gezin (CJG). Alle gemeenten hebben een CJG vůůr uiterlijk 2012. -------------------------------------------------------------------------------- Financiering CJG vanaf 2012 Financiering CJG tot 2012 Hoofdlijnen CJG Voortgang CJG Wettelijke basis CJG Burgemeester kan opvoedingsondersteuning afdwingen Aanpak kindermishandeling Prenatale voorlichting Verwijsindex Risicojongeren Zorg- en Adviesteams -------------------------------------------------------------------------------- Financiering CJG vanaf 2012 Vanaf 2012 worden de financiŽle middelen via een nieuwe decentralisatie-uitkering binnen het gemeentefonds verstrekt: de decentralisatie-uitkering Centra voor Jeugd en Gezin. Deze wijziging is het gevolg van een eerdere afspraak met het Rijk dat bij een landelijke dekking van CJG de financiŽle middelen worden toegevoegd aan het gemeentefonds. De brede doeluitkering CJG vervalt vanaf 2012. Hieronder leest u wat dat betekent voor gemeenten. Meer informatie VNG-notitie over de decentralisatie-uitkering CJG (juli 2011) VNG-ledenbrief Decentralisatie-uitkering CJG (juli 2011) Decentralisatie-uitkering CJG, inclusief indicatieve verdeling over de gemeenten (juli 2011) (Rijksoverheid) -------------------------------------------------------------------------------- Financiering CJG tot 2012 Voor de periode 2008 t/m 2011 krijgen gemeenten geld via een Brede Doeluitkering CJG. Daarin zijn diverse bestaande subsidiestromen bijeen gebracht. Daarbij is een extra bedrag gevoegd oplopend tot € 100 miljoen in 2012. Elke gemeente kreeg in januari 2008 een meerjaren subsidiebeschikking. Jaarlijks komt daarbij een bedrag aan OVA middelen. In onderstaand overzicht staan per gemeente de bedragen genoemd. Overzicht bedragen per gemeente Voor de invoering van de verwijsindex en het digitaal dossier JGZ is een bedrag gestort in het gemeentefonds oplopend tot € 20 miljoen structureel in 2012. Zie verder de pagina Jeugdgezondheidszorg Daarnaast wordt van gemeente verwacht dat zij vanuit eigen middelen een bijdrage leveren aan de invoering van het CJG. Jaarlijks rapporteren gemeenten over de voortgang via een schriftelijk verslag volgens een vastgesteld format. Macrobedragen De BDU CJG Jaar 2008 Jaar 2009 Jaar 2010 Jaar 2011 Totalen Onderdeel 1 Tijdelijke specifiek uitkering jeugdgezondheidszorg (TRSU JGZ) € 190 € 190 € 190 € 190 € 760 Regeling prenatale zorg - € 6 € 6 € 6 € 18 Onderdeel 2 Regeling gezins- en opvoedondersteuning (G51) € 15 € 15 € 15 € 15 € 60 Regeling in kader Bestuursakkoord Opvoeden in de Buurt (G7) - € 13 € 13 € 13 € 39 Middelen preventief jeugdbeleid (Motie Verhagen) € 10 € 10 € 10 € 10 € 40 Extra middelen Kabinet € 21 € 46 € 71 € 100 € 238 Totale BDU CJG € 236 € 280 € 305 € 334 € 1.155 Meer informatie Gespecificeerde beschikking uitkering 2008 t/m 2011 VNG-bericht Verdeling BDU-middelen bekend (2007) MinisteriŽle Regeling CJG (2008) Circulaire minister Rouvoet (2008) Besluit Maatschappelijke ondersteuning Middelen prenatale voorlichting bekend OVA-middelen BDU CJG bekend -------------------------------------------------------------------------------- Hoofdlijnen CJG Over Centra voor jeugd en gezin, aanpak van kindermishandeling, digitalisering van de jeugdgezondheidszorg en de verwijsindex risicojeugd en de financiering zijn afspraken gemaakt in het vorige bestuursakkoord dat het Rijk en de VNG hebben gesloten. Het CJG is een netwerkorganisatie waarin het aanbod gebundeld is van prenatale voorlichting, Jeugdgezondheidszorg 0-19 jaar en Wmo-activiteiten (voorlichting, informatie en advies over opvoeden en opgroeien 0-23 jaar en beschikbare lichtpedagogische hulp). In elke gemeente komt minimaal ťťn laagdrempelige inlooppunt waar ouders en jeugdigen terecht kunnen met vragen. Daarbij kan desgewenst aangesloten worden op bestaande voorzieningen (consultatiebureau, gezondheidcentrum, brede school) . Er is minimaal een link met de zorg- en adviesteams rondom het onderwijs en bureau. Van gemeenten wordt verwacht dat zij de regie voeren op de jeugdketen. Voor een sluitende keten worden afspraken gemaakt met relevante instellingen, onder meer over signalering, netwerken en de coŲrdinatie van zorg. ICT ondersteuning Het CJG wordt met ICT ondersteund via: Digitaal dossier JGZ. Verwijsindex risicojongeren. Dit is een systeem dat signalering door instellingen in de jeugdketen ondersteunt. Gemeenten dienen hierop aan te sluiten direct of via een geautoriseerde lokale applicatie (Multisignaal, Vis2, Zorg voor Jeugd). Voorts wordt gewerkt aan de digitalisering van het CJG (E-CJG). VNG-ledenbrief Met onze ledenbrief informeren wij u over wat er van u als gemeente verwacht wordt, de beschikbare middelen en afspraken over cofinanciering, op welke ondersteuning u een beroep kunt doen, relevante ontwikkelingen in het onderwijsbeleid, de evaluatie jeugdzorg, de voorbereiding van de wet- en regelgeving( jeugdgezondheidszorg, centra voor jeugd en gezin) en VNG belangenbehartiging in dit kader. VNG-ledenbrief (2008) Vorig bestuursakkoord In het bestuursakkoord tussen Rijk en Gemeenten van 4 juni 2007 staan een aantal voor het jeugdbeleid belangrijke besluiten. Meer informatie Rapport Taakgroep Cie d'Hondt (2008) Bestuursakkoord (2007) -------------------------------------------------------------------------------- Voortgang CJG's Op 15 mei 2011 hebben 313 van de 421 gemeenten aangegeven te beschikken over een CJG volgens het basismodel. De resterende 108 gemeenten zijn in de laatste fase van de CJG-ontwikkeling. Zij hebben tot eind 2011 de tijd om een CJG te realiseren. Het overzicht van de stand van zaken van de CJG ontwikkeling laat zien dat alle 108 gemeenten zich in de implementatiefase bevinden. U vindt het overzicht en het basismodel in onderstaand nieuwsbericht. Stand van zaken CJG-ontwikkeling (VNG, mei 2011) -------------------------------------------------------------------------------- Wettelijke basis CJG In 2011 hebben alle gemeenten een CJG. Minister Rouvoet wil de inrichting van een CJG vastleggen in de Wet op de Jeugdzorg per 2012. Hij wil hiermee het voortbestaan van de CJG’s garanderen. De minister wil verder gemeenten verplichten sluitende afspraken te maken met organisaties over de ondersteuning van risicogezinnen en risicokinderen. In juni 2009 kwam minister Rouvoet met voorstel voor wijziging van de Wet op de jeugdzorg ‘in verband met gemeentelijke verantwoordelijkheid in de jeugdketen’. Meer informatie CJG aan parlement aangeboden (2009) Reactie VNG Brief van minister Rouvoet (2007) Factsheets CJG VNG-bericht Rouvoet wil wettelijke verankering CJG (2007) Alle kansen voor alle kinderen:programma 2007-2011 Brief Programma voor Jeugd en Gezin Factsheet CJG -------------------------------------------------------------------------------- Burgemeester kan opvoedingsondersteuning afdwingen Burgemeesters worden meer betrokken bij het dwingend opleggen van opvoedingsondersteuning als er sprake is van ernstige overlast of verloedering. Als de Raad voor de Kinderbescherming en een burgemeester het oneens zijn over de noodzaak van verplichte opvoedingsondersteuning, kan de burgemeester de Raad dwingen de zaak aan de kinderrechter voor te leggen. Het wetsvoorstel Herziening kinderbeschermings-maatregelen wordt waarschijnlijk begin 2009 bij de Tweede Kamer ingediend. Brief minister van BZK aan VNG (2008) Advies Raad van State -------------------------------------------------------------------------------- Aanpak Kindermishandeling Kindermishandeling is een ernstig maatschappelijk probleem. Recent onderzoek wijst uit dat de cijfers hoger liggen dan gedacht. Tenminste 107.200 kinderen waren in 2005 slachtoffer van kindermishandeling. Minister Rouvoet beschreef de aanpak van kindermishandeling in zijn plan ‘Kinderen veilig thuis’. De vier kerndoelen van dit actieplan zijn: 1. Voorkomen dat ouders hun kinderen (gaan) mishandelen 2. Signaleren van gevallen van kindermishandeling 3. Stoppen van de mishandeling 4. Beperken van schadelijke gevolgen van de mishandeling 35 centrumgemeenten Het Rijk heeft 35 centrumgemeenten gevraagd om de aanpak ervan te regisseren. Basis hiervoor is de RAAK-aanpak, ontwikkeld door de Reflectie- en Actiegroep Aanpak Kindermishandeling in vier proefregio’s en beschreven in een Handboek. Raakaanpak EssentiŽle ingrediŽnten van de Raak-aanpak zijn werken met een regionale meldcode en een gezamenlijke deskundigheidsbevordering op gebied van: signaleren gestructureerd beslissen professioneel handelen bij vermoedens van kindermishandeling realiseren van snelle en passende zorg Het is de bedoeling deze Raak-methodiek te integreren in de werkwijze van de Centra voor jeugd en gezin en te verbinden met de bestaande structuur voor de aanpak Huiselijk Geweld, waarvoor deze gemeenten al een coŲrdinerende rol hebben. Per centrumgemeente komt voor het aanstellen van een regiocoŲrdinator € 250.000 beschikbaar voor de periode 2008-2010. Ondersteuning NJi Het Nederlands jeugdinstituut (NJi) ondersteunt in deze periode met 7 adviseurs de regiocoŲrdinatoren bij de planvorming. Ook helpt het NJi met een scholingsplan voor professionals die met jeugdigen en gezinnen werken. Stuurgroep Aanpak Kindermishandeling De stuurgroep Aanpak Kindermishandeling bewaakt de voortgang van het actieplan ‘Kinderen Veilig Thuis’ van het programmaministerie voor Jeugd en Gezin. Ivo Opstelten is voorzitter van de stuurgroep. De Stuurgroep vindt dat het programmaministerie voor Jeugd en Gezin er goed in is geslaagd om kindermishandeling op de agenda te krijgen bij een breed scala aan organisaties. In het advies dat 19 februari 2009 is aangeboden raadt de Stuurgroep aan om hiermee door te gaan na de invoering van de verplichte meldcode. Meer informatie Kamerbrief minister Rouvoet : stand van zaken (2009) VNG-bericht: Kindermishandeling op de agenda (2009) Kamerbrief minitser Rouvoet: kinderen als getuigen (2009) Rouvoet en 35 gemeenten tekenen actieverklaring (2008) Nji.nl Raak methodiek Actieplan Kinderen Veilig Thuis Actieverklaring Aanpak Kindermishandeling Overzicht 35 centrumgemeenten Overzicht 7 adviseurs per regio/gemeente -------------------------------------------------------------------------------- Prenatale voorlichting Het CJG heeft ook de taak om in de prenatale fase aanstaande ouders te steunen. Vanaf 2009 zijn de AWBZ-middelen voor prenatale voorlichting opgenomen in de brede doeluitkering CJG. Gemeenten kunnen via prenatale voorlichting zorgen dat kinderen en ouders een goede start maken. In onderstaande folder wordt ingegaan op de inhoud, de rol van de gemeente, de aanpak en de financiering. Handreiking prenatale voorlichting Middelen prenatale voorlichting -------------------------------------------------------------------------------- Verwijsindex Risicojongeren (VIR) De landelijke verwijsindex (VIR) is een systeem voor signalering van risicojeugdigen. De VIR brengt risicomeldingen van hulpverleners, zowel binnen gemeenten als over gemeentegrenzen heen, bij elkaar en informeert hulpverleners onderling over hun betrokkenheid bij jongeren. Hulpverleners kunnen via de VIR elkaar informeren en hun activiteiten op elkaar afstemmen. In het vorig bestuursakkoord staat alle gemeenten aansluiten op de VIR in 2009. Het Rijk heeft specifieke wetgeving in voorbereiding om uitwisseling van gegevens mogelijk te maken en de aansluiting op de VIR te borgen. Website Verwijsindex met alle informatie, ook over aansluiting FinanciŽn Voor het EKD en de VIR wordt structureel een bedrag oplopend tot 20 miljoen in 2011 aan het gemeentefonds toegevoegd. Meer informatie VNG-bericht Groen licht voor VIR (2009) VNG standpunt over wetsvoorstel VIR (2009) VNG- bericht Wetsvoorstel VIR (2009) Verwijsindex.nl -------------------------------------------------------------------------------- Zorg- en Adviesteams Om ervoor te zorgen dat in 2011 alle scholen in het primair en voortgezet onderwijs en het mbo een Zorg- en adviesteam (ZAT ) hebben, wordt de zorg voor jongeren in en om de school wettelijk vastgelegd. Onderwijsinstellingen moeten straks samenwerken met organisaties uit de jeugdketen en ontwikkelings- en opvoedrisico's vroegtijdig signaleren en meldenDe volgende wetten worden aangepast: Wet op het primair onderwijs Wet op de expertisecentra Wet op het voortgezet onderwijs Wet educatie en beroepsonderwijs Meer informatie Brief aan de Tweede Kamer Nji Landelijk Steunpunt Zorg en Adviesteams Terug

 

 

 

Tot uw dienst. De frontale opsporingsactie jeugdzorg tegen ouders en het opzetten van kinderen door school en jeugdzorg tegen hun ouders


De jeugdzorg werkt NIET transparant, zal u altijd proberen te naaien met voor u geheime werkaantekeningen en voor u geheime "succesvolle tegenwerking" en voor u "geheime onderonsjes met kinderrechters buiten de hoorzittingen om". Het is essentieel om steeds systematisch en procedureel te werken om de "geheime werkaantekeningen" en de geheime "succesvolle tegenwerking" en voor u geheime "onderonsjes met kinderrechters buiten de hoorzittingen om" in uw zaak duidelijk zichtbaar te maken.
574 Kinderrechter pleegt zelfmoord en springt voor de trein in Utrecht
780 De Zaanse Verhoormethode in de jeugdzorg
80   Succesvolle tegenwerking van ouders door "jeugdzorg" bij kinderbeschermingsmaatregelen
6     Risicofactoren jeugdzorg, de weerzinwekkende partijdigheid van het rechtersleger voor jeugdzorg en RvdK
1000 U kruist steeds aan met welke kenmerken van organisatiecriminaliteit u te maken heeft
Werkwijze jeugdzorg Gelderland en politie: http://www.geenstijl.nl/mt/archieven/2012/03/video_jeugdzorg_en_politie_hou.html
177 En hoe ging het eigenlijk verder na het weghalen van die kinderen door "jeugdzorg"
547 Frontale opsporingsactie jeugdzorg tegen ouders, omschrijving complot
123 Geschiedenis! Hop deelt duizenden uitnodigingen uit voor ingang rechtbank Den Bosch
132 Zicht op exploitatie van uw kinderen door jeugdzorg. Volg de enorme geldstromen!
689 Zicht op exploitatie kinderen. Bij gelijke geschiktheid een allochtoon. Interculturele jeugdzorg, door Max Wattimena Stichting Bureau Jeugdzorg Agglomeratie Amsterdam (Omdat het werkgelegenheidsaspect bij deze projecten voorop staat, bestaat de kans dat de instromers niet al te veel affiniteit hebben met de jeugdzorg. Of dat men bij de werving voor het project nauwelijks eisen stelt aan het opleidingsniveau van de werkzoekenden, zoals in Amsterdam is gebeurd.)
s41052011 Zicht op exploitatie kinderen. Jeugdzorg in Nederland is niet kindgericht maar gericht op SCHAALVERGROTING!
189 Zicht op exploitatie kinderen. Salarissen overheidspersoneel
174 Geld en arbeidsproductiviteit. Geef jeugdzorg de controle over valuta en het maakt ze niet meer uit wie wetten maakt
217 Geld en arbeidsproductiviteit. Voorkom problemen, weg met de jeugdzorg maak geen schulden en leen geen geld
219 Media. Als je de gesubsidieerde leugens van de leugens maar vaak genoeg herhaald gaan mensen dat geloven
429 Media. Iedere Nederlander behoort de geschiedenis van de Omroepbijdrage te kennen
246 Media -
CDA - mentaliteit in Nederland RAMP voor kinderen/ouders die met "jeugdzorg"te maken krijgen
721 De gevaren van de rechtspraak in Nederland, door J. Hop
79 President rechtbank Maastricht: "Wie de zaken verdeeld kan de uitspraak beÔnvloeden"
7 U begint met systematisch werken, probeert jeugdzorgpersoneel uit te horen tijdens ieder gesprek
Inzicht in denk- en werkwijze "jeugdzorg" 72 73 97 122 339 388 436 437 445 481 545 549 600 602 617
108Handleiding voor ieder gesprek tussen ouder en gezinsvoogd
134 Zorg dat u de omschrijving van een verdachte goed kent en ook steeds opnieuw toepast!
101 Modelklacht tegen gezinsvoogd, geen vermelding beroepsmogelijkheden onder BESLUIT
3 De zes wetten van Hop, uitgangspunt in iedere procedure
145 Gemeente Ermelo (
CDA bestuur) praktijk voorbeeld zinloos klagen over onjuiste/geen ontvangstbevestiging
664 Model klacht geen ontvangstbevestiging binnen 14 dagen Info: (653)(470)
123 Organisatiecriminaliteit. Hop: Kinderbeschermingsmaatregelen na verzonnen verhalen is fraude!
550 Model informatieverzoek justitieel informatieregister Info: (OM)
355 Model informatieverzoek politie
173 14-daags informatieverzoek school bij kinderbeschermingsmaatregelen
464 Model informatieverzoek school m.b.t. welzijn en ontwikkeling minderjarige
465 Model informatieverzoek school m.b.t. afschrift complete dossiers
173 Iedere 14 dagen een informatieverzoek naar school bij kinderbeschermingsmaatregelen
403 Geld, school, Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO), geld en de geheime onderonsjes COMPLOT TEGEN OUDERS!
102 Model informatieverzoek bureau jeugdzorg Info: (20)(815)
226 Model informatieverzoek bureau jeugdzorg, incl. verzoek OR, beŽindiging UHP
575 Model informatieverzoek Voorziening voor Pleegzorg Info: (505)
110 Model informatieverzoek gemeente. Info: (623)
509 Model bezwaarschrift gemeente tegen uitschrijving kind van uw woonadres
311 Jeugdzorg en Raad voor de Kinderbescherming werken samen TEGEN OUDERS!
664 Model klacht geen ontvangstbevestiging binnen 14 dagen Info: (653)(470)
81 Klacht 81 ouder(s) tegen BESLUIT jeugdzorg=STICHTING om RvdK te verzoeken onderzoek te doen naar de opvoedingssituatie
385 Model klacht tegen BESLUIT RvdK om onderzoek te doen naar de opvoedingssituatie
497 U maakt bezwaar tegen het benaderen van informanten door de RvdK
339 Landelijke afspraak tussen jeugdzorg en kinderrechters: Verzoekschriften geen ’inhoudelijke’ informatie meer hoeven te bevatten!
227 Faxverzoek aan de kinderrechter direct faxen na ontvangst van een oproep hoorzitting
756 Faxverzoek aan de kantonrechter/politierechter direct faxen na ontvangst van een oproep hoorzitting
360 Model verweerschrift tegen verzoekschrift RvdK om OTS van uw kind
361 Model verweerschrift tegen verzoekschrift RvdK om machtiging uithuisplaatsing van uw kind
663 Verzoekschrift omgangsregeling bij KIR na BESLUIT jeugdzorg
636 Model verzoek om compleet afschrift contactjournaal jeugdzorg
255 Model klacht tegen BESLUIT weigering compleet contactjournaal jeugdzorg
637 Model verzoek om compleet afschrift contactjournaal RvdK
170 Model klacht tegen BESLUIT weigering compleet afschrift contactjournaal RvdK
639 Modelklacht tegen indicatiebesluit
642 Modelverzoek KIR om ieder onderdeel indicatiebesluit te toetsen
640 Modelklacht tegen Plan van Aanpak
366 Modelverzoek KIR om ieder onderdeel Plan van Aanpak te toetsen
641 Modelklacht tegen HVP Zorgverlener
499 Modelverzoek KIR om ieder onderdeel HVP Zorgverlener te toetsen
443 Modelklacht tegen gezinsvoogd PvA/indicatiebesluit naar KIR zonder inzichten
657 Verzoek KIR retour sturen PvA/indicatiebesluit zonder inzichten ouder
679 Modelverzoek wraking rechter meenemen naar iedere hoorzitting rechter en toetsen met info 457
658 Checklist ouder voor procederen bij de kinderrechter
263 Na (afloop) hoorzitting rechter levert u verzoek afschrift PV in bij de informatiebalie
384 Modelklacht tegen weigering afgifte proces-verbaal van de hoorzitting
124 Wraking Kamer van Toezicht Notarissen Zwolle met Hop GEGROND!
VOORVRAAG handelt de notaris in het belang van de burger of in belang van de belastingdienst?
Belasting vrijstelling voor een kind is ruim 48000 euro.
Belasting vrijstelling voor een pleegkind minder dan 5 jaar in het gezin is 2000 euro.
Waarom wordt in de praktijksituatie een pleegkind langer dan 5 jaar niet als kind aangemerkt?
Hoe wordt de juridische situatie van UHP kinderen met criteria en welke termijnen aangemerkt?
Hoe wordt de juridische situatie van kinderen aangemerkt als ouders uit het gezag zijn gezet?
Hebben kinderen recht op (kinds)deel erfenis als hun ouders uit het gezag zijn gezet?
Waarom zitten er vertegenwoordigers van de belastingdienst in de Kamers van Toezicht notarissen?
418 Vervang parkeerbedrijf door jeugdzorg en/of RvdK mbt de bewijslast
Rechtbanktraining waarheidsvinding: Kloppen de nevenfuncties bestuurders, gemeentesecretaris en griffier van uw gemeente?
Info Hop:A-B-C-D-E-F-G-H-I-J-K-L-M-N-O-P&Q-R-S-T-U-V-W-X-Y-Z
Welke kandidaten/bestuurders in uw gemeente hadden/hebben niet opgegeven baantjes in de stembureaus tijdens verkiezingen gemeenteraad om de uitslag te beÔnvloeden door zelf stemmen te tellen, stemmen van andere partijen op het stapeltje van de eigen partij te leggen en/of stemmen van andere partijen ongeldig te maken en/of nog even een praatje te maken in het stembureau om de kiezer vlak voor dat deze gaat stemmen te kunnen beÔnvloeden?
Tenslotte heeft u een kopie ontvangen van het contract dat is afgesloten tussen jeugdzorg en gemeente met daaronder welke namen en handtekeningen om de jeugdzorg over te dragen naar de gemeente en is dit contract in uw gemeente wel of niet in de gemeenteraad besproken? Indien neen, waarom niet?
Correcties, verbeteringen, aanvullingen internet informatie, procedureel weerwerk tegen de jeugdzorgindustrie
Contact J. Hop.

 

top
Groep Hop ©
Startpagina procedureel weerwerk tegen jeugdzorg, RvdK en bij de kinderrechter ©
De website www.groephop.nl is het eigendom van verzetsstrijder, politicus, schrijver, journalist Dhr. J. Hop, Joubertstraat 24, 3851 DM Ermelo.
Plaats uitgave: Ermelo. Uitgever: Hop Ermelo. Disclaimer 2014 en vrijwaring. Op alle websites van Groep Hop is een 2014 disclaimer van toepassing. Procedures inzake publicatie van nieuwsfeiten, vrijheid van drukpers, belemmering vrijheid van meningsuiting, belemmering politieke activiteiten, gerechtvaardigde verdediging van Hop tegen improductieve bureaucratie en/of voor de overheid vrijwel altijd partijdige rechtspraak tegen politicus, schrijver, journalist Hop uitsluitend via de rechtbank Gelderland met gelijktijdig verzoek om beeld- en geluidsopnames te mogen maken van de complete hoorzitting t.b.v. publicatie op bovengenoemde websites. Door mijn website te raadplegen accepteert u mijn vrijwaring. Hop streeft ernaar, op een integere wijze, dat alle informatie op de websites correct is. Hop verleent ten aanzien van die informatie echter geen enkele garantie, noch kan Hop worden geacht een dergelijke garantie stilzwijgend te hebben verleend. Hop zal in geen geval aansprakelijk zijn voor schade van welke aard dan ook, waaronder directe, indirecte of gevolgschade, voortvloeiend uit of in verband met het gebruik of betreden van deze website.