| Het doel van de website is kennis in gratis informatie en gratis informatie in kennis om te zetten. |
(602) WAARSCHUWING! Een valse melding kindermishandeling tegen ouders van een kind is NIET onrechtmatig!
De overheid doet dat onder meer door burgers in de gelegenheid te stellen om (desgewenst ook anoniem) melding te maken van (het vermoeden van) kindermishandeling. Het doen van zo'n melding is niet onrechtmatig, ook niet als achteraf blijkt dat van mishandeling geen sprake was. Van een onrechtmatige melding van kindermishandeling is pas sprake indien blijkt dat er opzettelijk een valse beschuldiging van kindermishandeling is gedaan.
5.5. Hierbij neemt de voorzieningenrechter in aanmerking dat de bescherming van de rechten van kinderen een zeer groot belang vertegenwoordigt, hetgeen zowel op nationaal als internationaal niveau in vele wetten en verdragen is vastgelegd, vanuit de perceptie dat kinderen een kwetsbare groep mensen vormen die extra bescherming verdient. Zo is de overheid verplicht om maatregelen te treffen die kinderen beschermen tegen mishandeling. De overheid doet dat onder meer door burgers in de gelegenheid te stellen om (desgewenst ook anoniem) melding te maken van (het vermoeden van) kindermishandeling. Het doen van zo'n melding is niet onrechtmatig, ook niet als achteraf blijkt dat van mishandeling geen sprake was. Van een onrechtmatige melding van kindermishandeling is pas sprake indien blijkt dat er opzettelijk een valse beschuldiging van kindermishandeling is gedaan. Zelfs indien het zo zou zijn dat [gedaagde sub 1] c.s. een onjuiste melding van kindermishandeling zouden hebben gedaan, dan is niet gesteld of gebleken dat zij zulks opzettelijk hebben gedaan.
|
||||||||||
|
|
||||||||||
|
||||||||||
|
|
||||||||||
|
|
||||||||||
|
|
||||||||||
|
||||||||||
|
vonnis |
Ambulant Meldpunt
Kindermishandeling Algemene Maatregelen van Bestuur
"Besluit van 16 december 2004,
houdende regels ter uitvoering van de Wet op de jeugdzorg (Uitvoeringsbesluit
Wet op de jeugdzorg)
Paragraaf 8. De taak het fungeren als advies- en meldpunt
kindermishandeling
Artikel 50
1.De stichting legt de wijze waarop de herkenbaarheid en toegankelijkheid van
een advies- en meldpunt kindermishandeling binnen het bureau jeugdzorg is
georganiseerd, schriftelijk vast.
2.De stichting draagt er zorg voor dat het advies- en meldpunt
kindermishandeling is aangesloten op het daartoe bestemde landelijke
telefoonnummer.
Artikel 51
Een bij de stichting werkzame persoon die taken uitvoert van een advies- en
meldpunt kindermishandeling is niet belast met de uitvoering van andere taken
van de stichting betreffende een geval van kindermishandeling waarbij deze
rechtstreeks betrokken was.
Artikel 52
Bij een advies- en meldpunt kindermishandeling is in ieder geval een arts
werkzaam. Deze arts is deskundig op het gebied van kindermishandeling.
Artikel 53
Onverminderd artikel 27, draagt de stichting er zorg voor dat aan iedere
betrokkene bij een advies, melding of onderzoek naar aanleiding van een melding
bij het eerste contact informatie wordt verschaft over de procedure met
betrekking tot een advies, melding of onderzoek, de verwerking van
persoonsgegevens, met inachtneming van de artikelen 43, 53 en 54 van de wet, het
recht op inzage in of afschrift van de hem betreffende bescheiden alsmede de
wijze van behandeling van klachten. Als betrokkenen worden aangemerkt degene die
advies vraagt, degene die een melding doet, degene op wie een melding betrekking
heeft en degene die om informatie in het kader van een onderzoek naar aanleiding
van een melding wordt verzocht.
Artikel 54
1.Een advies- en meldpunt kindermishandeling stelt binnen vijf dagen na
ontvangst van een melding vast of de melding in onderzoek wordt genomen.
2.Een advies- en meldpunt kindermishandeling oordeelt binnen dertien weken na de
vaststelling, bedoeld in het eerste lid, of en zo ja tot welke stappen de
melding aanleiding geeft.
3.Onverminderd artikel 32 vindt besluitvorming omtrent een melding plaats door
ten minste twee bij de stichting werkzame personen die taken uitvoeren van een
advies- en meldpunt kindermishandeling.
Artikel 55
1.In dit artikel wordt onder persoonsgegeven verstaan hetgeen daaronder wordt
verstaan in de Wet bescherming persoonsgegevens.
2.Een advies- en meldpunt kindermishandeling verstrekt aan degene op de
persoonsgegevens betrekking hebben, inlichtingen over de herkomst van de
persoonsgegevens die het naar aanleiding van een melding verkrijgt.
3.In afwijking van het tweede lid verstrekt het advies- en meldpunt
kindermishandeling geen inlichtingen over de herkomst van persoonsgegevens die
het naar aanleiding van een melding heeft verkregen indien:
a. een persoon die in een beroepsmatige, hulpverlenende of pedagogische relatie
tot de minderjarige of zijn gezin staat, de persoonsgegevens naar aanleiding van
een melding heeft verstrekt en het verstrekken van die inlichtingen:
1°.een bedreiging vormt of kan vormen voor de minderjarige of andere
minderjarige leden van het gezin waartoe de minderjarige behoort;
2°.een bedreiging vormt of kan vormen voor die persoon of medewerkers van die
persoon;
3°.leidt of kan leiden tot een verstoring van de vertrouwensrelatie met het
gezin waartoe de minderjarige behoort;
b. het andere personen betreft dan die bedoeld onder a, behoudens voor zover zij
daarvoor toestemming hebben gegeven."
Centrum voor Jeugd en Gezin Toon de informatie over: In het 'oude' 'bestuursakkoord zijn afspraken gemaakt over de invoering van Centra voor Jeugd en Gezin (CJG). Alle gemeenten hebben een CJG vóór uiterlijk 2012. -------------------------------------------------------------------------------- Financiering CJG vanaf 2012 Financiering CJG tot 2012 Hoofdlijnen CJG Voortgang CJG Wettelijke basis CJG Burgemeester kan opvoedingsondersteuning afdwingen Aanpak kindermishandeling Prenatale voorlichting Verwijsindex Risicojongeren Zorg- en Adviesteams -------------------------------------------------------------------------------- Financiering CJG vanaf 2012 Vanaf 2012 worden de financiële middelen via een nieuwe decentralisatie-uitkering binnen het gemeentefonds verstrekt: de decentralisatie-uitkering Centra voor Jeugd en Gezin. Deze wijziging is het gevolg van een eerdere afspraak met het Rijk dat bij een landelijke dekking van CJG de financiële middelen worden toegevoegd aan het gemeentefonds. De brede doeluitkering CJG vervalt vanaf 2012. Hieronder leest u wat dat betekent voor gemeenten. Meer informatie VNG-notitie over de decentralisatie-uitkering CJG (juli 2011) VNG-ledenbrief Decentralisatie-uitkering CJG (juli 2011) Decentralisatie-uitkering CJG, inclusief indicatieve verdeling over de gemeenten (juli 2011) (Rijksoverheid) -------------------------------------------------------------------------------- Financiering CJG tot 2012 Voor de periode 2008 t/m 2011 krijgen gemeenten geld via een Brede Doeluitkering CJG. Daarin zijn diverse bestaande subsidiestromen bijeen gebracht. Daarbij is een extra bedrag gevoegd oplopend tot € 100 miljoen in 2012. Elke gemeente kreeg in januari 2008 een meerjaren subsidiebeschikking. Jaarlijks komt daarbij een bedrag aan OVA middelen. In onderstaand overzicht staan per gemeente de bedragen genoemd. Overzicht bedragen per gemeente Voor de invoering van de verwijsindex en het digitaal dossier JGZ is een bedrag gestort in het gemeentefonds oplopend tot € 20 miljoen structureel in 2012. Zie verder de pagina Jeugdgezondheidszorg Daarnaast wordt van gemeente verwacht dat zij vanuit eigen middelen een bijdrage leveren aan de invoering van het CJG. Jaarlijks rapporteren gemeenten over de voortgang via een schriftelijk verslag volgens een vastgesteld format. Macrobedragen De BDU CJG Jaar 2008 Jaar 2009 Jaar 2010 Jaar 2011 Totalen Onderdeel 1 Tijdelijke specifiek uitkering jeugdgezondheidszorg (TRSU JGZ) € 190 € 190 € 190 € 190 € 760 Regeling prenatale zorg - € 6 € 6 € 6 € 18 Onderdeel 2 Regeling gezins- en opvoedondersteuning (G51) € 15 € 15 € 15 € 15 € 60 Regeling in kader Bestuursakkoord Opvoeden in de Buurt (G7) - € 13 € 13 € 13 € 39 Middelen preventief jeugdbeleid (Motie Verhagen) € 10 € 10 € 10 € 10 € 40 Extra middelen Kabinet € 21 € 46 € 71 € 100 € 238 Totale BDU CJG € 236 € 280 € 305 € 334 € 1.155 Meer informatie Gespecificeerde beschikking uitkering 2008 t/m 2011 VNG-bericht Verdeling BDU-middelen bekend (2007) Ministeriële Regeling CJG (2008) Circulaire minister Rouvoet (2008) Besluit Maatschappelijke ondersteuning Middelen prenatale voorlichting bekend OVA-middelen BDU CJG bekend -------------------------------------------------------------------------------- Hoofdlijnen CJG Over Centra voor jeugd en gezin, aanpak van kindermishandeling, digitalisering van de jeugdgezondheidszorg en de verwijsindex risicojeugd en de financiering zijn afspraken gemaakt in het vorige bestuursakkoord dat het Rijk en de VNG hebben gesloten. Het CJG is een netwerkorganisatie waarin het aanbod gebundeld is van prenatale voorlichting, Jeugdgezondheidszorg 0-19 jaar en Wmo-activiteiten (voorlichting, informatie en advies over opvoeden en opgroeien 0-23 jaar en beschikbare lichtpedagogische hulp). In elke gemeente komt minimaal één laagdrempelige inlooppunt waar ouders en jeugdigen terecht kunnen met vragen. Daarbij kan desgewenst aangesloten worden op bestaande voorzieningen (consultatiebureau, gezondheidcentrum, brede school) . Er is minimaal een link met de zorg- en adviesteams rondom het onderwijs en bureau. Van gemeenten wordt verwacht dat zij de regie voeren op de jeugdketen. Voor een sluitende keten worden afspraken gemaakt met relevante instellingen, onder meer over signalering, netwerken en de coördinatie van zorg. ICT ondersteuning Het CJG wordt met ICT ondersteund via: Digitaal dossier JGZ. Verwijsindex risicojongeren. Dit is een systeem dat signalering door instellingen in de jeugdketen ondersteunt. Gemeenten dienen hierop aan te sluiten direct of via een geautoriseerde lokale applicatie (Multisignaal, Vis2, Zorg voor Jeugd). Voorts wordt gewerkt aan de digitalisering van het CJG (E-CJG). VNG-ledenbrief Met onze ledenbrief informeren wij u over wat er van u als gemeente verwacht wordt, de beschikbare middelen en afspraken over cofinanciering, op welke ondersteuning u een beroep kunt doen, relevante ontwikkelingen in het onderwijsbeleid, de evaluatie jeugdzorg, de voorbereiding van de wet- en regelgeving( jeugdgezondheidszorg, centra voor jeugd en gezin) en VNG belangenbehartiging in dit kader. VNG-ledenbrief (2008) Vorig bestuursakkoord In het bestuursakkoord tussen Rijk en Gemeenten van 4 juni 2007 staan een aantal voor het jeugdbeleid belangrijke besluiten. Meer informatie Rapport Taakgroep Cie d'Hondt (2008) Bestuursakkoord (2007) -------------------------------------------------------------------------------- Voortgang CJG's Op 15 mei 2011 hebben 313 van de 421 gemeenten aangegeven te beschikken over een CJG volgens het basismodel. De resterende 108 gemeenten zijn in de laatste fase van de CJG-ontwikkeling. Zij hebben tot eind 2011 de tijd om een CJG te realiseren. Het overzicht van de stand van zaken van de CJG ontwikkeling laat zien dat alle 108 gemeenten zich in de implementatiefase bevinden. U vindt het overzicht en het basismodel in onderstaand nieuwsbericht. Stand van zaken CJG-ontwikkeling (VNG, mei 2011) -------------------------------------------------------------------------------- Wettelijke basis CJG In 2011 hebben alle gemeenten een CJG. Minister Rouvoet wil de inrichting van een CJG vastleggen in de Wet op de Jeugdzorg per 2012. Hij wil hiermee het voortbestaan van de CJG’s garanderen. De minister wil verder gemeenten verplichten sluitende afspraken te maken met organisaties over de ondersteuning van risicogezinnen en risicokinderen. In juni 2009 kwam minister Rouvoet met voorstel voor wijziging van de Wet op de jeugdzorg ‘in verband met gemeentelijke verantwoordelijkheid in de jeugdketen’. Meer informatie CJG aan parlement aangeboden (2009) Reactie VNG Brief van minister Rouvoet (2007) Factsheets CJG VNG-bericht Rouvoet wil wettelijke verankering CJG (2007) Alle kansen voor alle kinderen:programma 2007-2011 Brief Programma voor Jeugd en Gezin Factsheet CJG -------------------------------------------------------------------------------- Burgemeester kan opvoedingsondersteuning afdwingen Burgemeesters worden meer betrokken bij het dwingend opleggen van opvoedingsondersteuning als er sprake is van ernstige overlast of verloedering. Als de Raad voor de Kinderbescherming en een burgemeester het oneens zijn over de noodzaak van verplichte opvoedingsondersteuning, kan de burgemeester de Raad dwingen de zaak aan de kinderrechter voor te leggen. Het wetsvoorstel Herziening kinderbeschermings-maatregelen wordt waarschijnlijk begin 2009 bij de Tweede Kamer ingediend. Brief minister van BZK aan VNG (2008) Advies Raad van State -------------------------------------------------------------------------------- Aanpak Kindermishandeling Kindermishandeling is een ernstig maatschappelijk probleem. Recent onderzoek wijst uit dat de cijfers hoger liggen dan gedacht. Tenminste 107.200 kinderen waren in 2005 slachtoffer van kindermishandeling. Minister Rouvoet beschreef de aanpak van kindermishandeling in zijn plan ‘Kinderen veilig thuis’. De vier kerndoelen van dit actieplan zijn: 1. Voorkomen dat ouders hun kinderen (gaan) mishandelen 2. Signaleren van gevallen van kindermishandeling 3. Stoppen van de mishandeling 4. Beperken van schadelijke gevolgen van de mishandeling 35 centrumgemeenten Het Rijk heeft 35 centrumgemeenten gevraagd om de aanpak ervan te regisseren. Basis hiervoor is de RAAK-aanpak, ontwikkeld door de Reflectie- en Actiegroep Aanpak Kindermishandeling in vier proefregio’s en beschreven in een Handboek. Raakaanpak Essentiële ingrediënten van de Raak-aanpak zijn werken met een regionale meldcode en een gezamenlijke deskundigheidsbevordering op gebied van: signaleren gestructureerd beslissen professioneel handelen bij vermoedens van kindermishandeling realiseren van snelle en passende zorg Het is de bedoeling deze Raak-methodiek te integreren in de werkwijze van de Centra voor jeugd en gezin en te verbinden met de bestaande structuur voor de aanpak Huiselijk Geweld, waarvoor deze gemeenten al een coördinerende rol hebben. Per centrumgemeente komt voor het aanstellen van een regiocoördinator € 250.000 beschikbaar voor de periode 2008-2010. Ondersteuning NJi Het Nederlands jeugdinstituut (NJi) ondersteunt in deze periode met 7 adviseurs de regiocoördinatoren bij de planvorming. Ook helpt het NJi met een scholingsplan voor professionals die met jeugdigen en gezinnen werken. Stuurgroep Aanpak Kindermishandeling De stuurgroep Aanpak Kindermishandeling bewaakt de voortgang van het actieplan ‘Kinderen Veilig Thuis’ van het programmaministerie voor Jeugd en Gezin. Ivo Opstelten is voorzitter van de stuurgroep. De Stuurgroep vindt dat het programmaministerie voor Jeugd en Gezin er goed in is geslaagd om kindermishandeling op de agenda te krijgen bij een breed scala aan organisaties. In het advies dat 19 februari 2009 is aangeboden raadt de Stuurgroep aan om hiermee door te gaan na de invoering van de verplichte meldcode. Meer informatie Kamerbrief minister Rouvoet : stand van zaken (2009) VNG-bericht: Kindermishandeling op de agenda (2009) Kamerbrief minitser Rouvoet: kinderen als getuigen (2009) Rouvoet en 35 gemeenten tekenen actieverklaring (2008) Nji.nl Raak methodiek Actieplan Kinderen Veilig Thuis Actieverklaring Aanpak Kindermishandeling Overzicht 35 centrumgemeenten Overzicht 7 adviseurs per regio/gemeente -------------------------------------------------------------------------------- Prenatale voorlichting Het CJG heeft ook de taak om in de prenatale fase aanstaande ouders te steunen. Vanaf 2009 zijn de AWBZ-middelen voor prenatale voorlichting opgenomen in de brede doeluitkering CJG. Gemeenten kunnen via prenatale voorlichting zorgen dat kinderen en ouders een goede start maken. In onderstaande folder wordt ingegaan op de inhoud, de rol van de gemeente, de aanpak en de financiering. Handreiking prenatale voorlichting Middelen prenatale voorlichting -------------------------------------------------------------------------------- Verwijsindex Risicojongeren (VIR) De landelijke verwijsindex (VIR) is een systeem voor signalering van risicojeugdigen. De VIR brengt risicomeldingen van hulpverleners, zowel binnen gemeenten als over gemeentegrenzen heen, bij elkaar en informeert hulpverleners onderling over hun betrokkenheid bij jongeren. Hulpverleners kunnen via de VIR elkaar informeren en hun activiteiten op elkaar afstemmen. In het vorig bestuursakkoord staat alle gemeenten aansluiten op de VIR in 2009. Het Rijk heeft specifieke wetgeving in voorbereiding om uitwisseling van gegevens mogelijk te maken en de aansluiting op de VIR te borgen. Website Verwijsindex met alle informatie, ook over aansluiting Financiën Voor het EKD en de VIR wordt structureel een bedrag oplopend tot 20 miljoen in 2011 aan het gemeentefonds toegevoegd. Meer informatie VNG-bericht Groen licht voor VIR (2009) VNG standpunt over wetsvoorstel VIR (2009) VNG- bericht Wetsvoorstel VIR (2009) Verwijsindex.nl -------------------------------------------------------------------------------- Zorg- en Adviesteams Om ervoor te zorgen dat in 2011 alle scholen in het primair en voortgezet onderwijs en het mbo een Zorg- en adviesteam (ZAT ) hebben, wordt de zorg voor jongeren in en om de school wettelijk vastgelegd. Onderwijsinstellingen moeten straks samenwerken met organisaties uit de jeugdketen en ontwikkelings- en opvoedrisico's vroegtijdig signaleren en meldenDe volgende wetten worden aangepast: Wet op het primair onderwijs Wet op de expertisecentra Wet op het voortgezet onderwijs Wet educatie en beroepsonderwijs Meer informatie Brief aan de Tweede Kamer Nji Landelijk Steunpunt Zorg en Adviesteams Terug