GROEP HOP ©

De politieke groepering Groep Hop wil de discriminatie van Nederlanders t.o.v. buitenlanders wel aanpakken!

Groep Hop wil de weerzinwekkende partijdigheid van de rechtspraak in zaakjes van burgers tegen (personeel van) overheden wel aanpakken!

Groep Hop wil een VERBOD op de dubbelfunctie lid stembureau en kandidaat verkiezingen tijdens de verkiezingen gemeenteraad!

Groep Hop wil een VERBOD op knippen en plakken in verkiezingsformulieren tijdens de verkiezingen gemeenteraad!

Groep Hop wil een VERBOD op betalingen van LOSGELD aan de CDA PR commissie per gekozen raadslid om mee te mogen doen aan debat tijdens verkiezingen!

Groep Hop wil een VERBOD op betalingen aan de CDA PR commissie om mee te mogen doen aan debat tijdens de verkiezingen!

Groep Hop wil in 2018 meedoen met verkiezingen gemeenteraad in zoveel mogelijk gemeenten.

Dank u wel voor uw aandacht, bekijk ons programma en stem Groep Hop in 2018.

 

 

 

Raad van State: "Wraking commissie bezwaarschriften"

2.2.2. Anders dan [appellant] betoogt, vloeit uit artikel 7:13 van de Awb niet voort dat in een bezwaarschriftencommissie als bedoeld in die bepaling uitsluitend personen zitting mogen hebben die niet werkzaam zijn onder verantwoordelijkheid van het bestuursorgaan. Ook kan de enkele omstandigheid dat bepaalde leden in eerdere procedures waarin [appellant] betrokken is geweest, reeds zitting hebben gehad in de bezwaarschriftencommissie niet tot de conclusie leiden dat de bezwaarschriftencommissie in dit geval vooringenomen was en dat om die reden gehandeld zou zijn in strijd met artikel 2:4, eerste lid, van de Awb. Voor zover [appellant] heeft aangevoerd dat niet op de juiste wijze op het wrakingsverzoek is beslist, overweegt de Afdeling dat [appellant] - wat daarvan ook zij - hierdoor niet kan zijn benadeeld, nu de hiervoor genoemde omstandigheden geen grond zouden hebben kunnen vormen voor toewijzing van dat verzoek. Deze beroepsgrond faalt.

Wetgeving AWB, artikel 7:13 AWB. Hoofdstuk 7. Bijzondere bepalingen over bezwaar en administratief beroep
Afdeling 7.2. Bijzondere bepalingen over bezwaar. Artikel 7:13
1. Dit artikel is van toepassing indien ten behoeve van de beslissing op het bezwaar een adviescommissie is ingesteld:
a. die bestaat uit een voorzitter en ten minste twee leden,
b. waarvan de voorzitter geen deel uitmaakt van en niet werkzaam is onder verantwoordelijkheid van het bestuursorgaan en
c. die voldoet aan eventueel bij wettelijk voorschrift gestelde andere eisen.
2. Indien een commissie over het bezwaar zal adviseren, deelt het bestuursorgaan dit zo spoedig mogelijk mede aan de indiener van het bezwaarschrift.
3. Het horen geschiedt door de commissie. De commissie kan het horen opdragen aan de voorzitter of een lid dat geen deel uitmaakt van en niet werkzaam is onder verantwoordelijkheid van het bestuursorgaan.
4. De commissie beslist over de toepassing van artikel 7:4, zesde lid, van artikel 7:5, tweede lid, en, voor zover bij wettelijk voorschrift niet anders is bepaald, van artikel 7:3.
5. Een vertegenwoordiger van het bestuursorgaan wordt voor het horen uitgenodigd en wordt in de gelegenheid gesteld een toelichting op het standpunt van het bestuursorgaan te geven.
6. Het advies van de commissie wordt schriftelijk uitgebracht en bevat een verslag van het horen.
7. Indien de beslissing op het bezwaar afwijkt van het advies van de commissie, wordt in de beslissing de reden voor die afwijking vermeld en wordt het advies met de beslissing meegezonden.

Wetgeving AWB, 2:4 eerste lid AWB. Hoofdstuk 2. Verkeer tussen burgers en bestuursorganen. Afdeling 2.1. Algemene bepalingen. Artikel 2:4. 1. Het bestuursorgaan vervult zijn taak zonder vooringenomenheid. 2. Het bestuursorgaan waakt ertegen dat tot het bestuursorgaan behorende of daarvoor werkzame personen die een persoonlijk belang bij een besluit hebben, de besluitvorming beÔnvloeden.

 

 

 

Uitspraak 200704332/1 Datum van uitspraak: woensdag 18 juni 2008 Tegen: dijkgraaf en hoogheemraden van het hoogheemraadschap van Rijnland Proceduresoort: Eerste aanleg - meervoudig Rechtsgebied: Algemene kamer - Milieu - Bestuursdwang / Dwangsom 200704332/1. Datum uitspraak: 18 juni 2008 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak in het geding tussen: [appellant], wonend te [woonplaats], en dijkgraaf en hoogheemraden van het hoogheemraadschap van Rijnland, verweerders. 1. Procesverloop Bij besluit van 4 augustus 2006 hebben dijkgraaf en hoogheemraden van het hoogheemraadschap van Rijnland (hierna: dijkgraaf en hoogheemraden) een verzoek van [appellant] om toepassing van bestuurlijke handhavingsmiddelen met betrekking tot onder meer het lozen van verontreinigd hemelwater op de Treslongvijver te Hillegom afgewezen. Bij besluit van 11 januari 2007 hebben dijkgraaf en hoogheemraden het door [appellant] hiertegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Tegen dit besluit heeft [appellant] bij brief van 18 februari 2007, bij de Raad van State na doorzending door de rechtbank ’s-Gravenhage ingekomen op 22 juni 2007, beroep ingesteld. Dijkgraaf en hoogheemraden hebben een verweerschrift ingediend. De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 19 februari 2008, waar [appellant], in persoon, en dijkgraaf en hoogheemraden, vertegenwoordigd door mr. J. Lanting en M.C. Vissers, beiden werkzaam bij het hoogheemraadschap, zijn verschenen. 2. Overwegingen 2.1. De rechtbank ’s-Gravenhage heeft het beroepschrift ter behandeling doorgezonden voor zover het beroep betrekking heeft op de gestelde overtreding van de Wet verontreiniging oppervlaktewateren (hierna: de Wvo). 2.2. [appellant] betoogt dat zijn bezwaar tegen het besluit van 4 augustus 2006 niet door een onafhankelijke en onpartijdige bezwaarschriftencommissie is behandeld. Hiertoe voert hij in de eerste plaats aan dat de commissie gezien haar samenstelling niet onafhankelijk is van het bestuursorgaan. Voorts voert [appellant] aan dat enkele leden van de commissie reeds eerder negatief advies hebben uitgebracht over door hem ingediende bezwaarschriften. Daarnaast betoogt [appellant] dat een door hem ingediend verzoek tot wraking van enkele leden van de commissie ten onrechte is afgewezen, nu op dit verzoek niet door het volgens de Verordening behandeling bezwaarschriften Rijnland 2005 vereiste aantal leden is beslist. 2.2.1. In artikel 2:4, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) is bepaald dat het bestuursorgaan zijn taak zonder vooringenomenheid vervult. In artikel 7:13, eerste lid, van de Awb is bepaald dat dit artikel van toepassing is indien ten behoeve van de beslissing op het bezwaar een adviescommissie is ingesteld: a. die bestaat uit een voorzitter en ten minste twee leden, b. waarvan de voorzitter geen deel uitmaakt van en niet werkzaam is onder verantwoordelijkheid van het bestuursorgaan en c. die voldoet aan eventueel bij wettelijk voorschrift gestelde andere eisen. 2.2.2. Anders dan [appellant] betoogt, vloeit uit artikel 7:13 van de Awb niet voort dat in een bezwaarschriftencommissie als bedoeld in die bepaling uitsluitend personen zitting mogen hebben die niet werkzaam zijn onder verantwoordelijkheid van het bestuursorgaan. Ook kan de enkele omstandigheid dat bepaalde leden in eerdere procedures waarin [appellant] betrokken is geweest, reeds zitting hebben gehad in de bezwaarschriftencommissie niet tot de conclusie leiden dat de bezwaarschriftencommissie in dit geval vooringenomen was en dat om die reden gehandeld zou zijn in strijd met artikel 2:4, eerste lid, van de Awb. Voor zover [appellant] heeft aangevoerd dat niet op de juiste wijze op het wrakingsverzoek is beslist, overweegt de Afdeling dat [appellant] - wat daarvan ook zij - hierdoor niet kan zijn benadeeld, nu de hiervoor genoemde omstandigheden geen grond zouden hebben kunnen vormen voor toewijzing van dat verzoek. Deze beroepsgrond faalt. 2.3. [appellant] betoogt dat dijkgraaf en hoogheemraden zijn verzoek om het toepassen van bestuursrechtelijke handhavingsmiddelen ten onrechte hebben afgewezen. Volgens hem is artikel 1, eerste lid, van de Wvo overtreden, omdat zonder vergunning verontreinigd hemelwater is geloosd op de Treslongvijver. Dit water is afkomstig van de daken van enkele kantoorgebouwen en het bijbehorende parkeerterrein. 2.3.1. Dijkgraaf en hoogheemraden stellen zich op het standpunt dat artikel 1, eerste lid, van de Wvo niet is overtreden. Volgens hen was op grond van die bepaling geen vergunning vereist voor het lozen van afstromend hemelwater op de Treslongvijver, omdat dit water niet verontreinigd is. In dat verband achten zij onder meer van belang dat het in dit geval een betrekkelijk kleinschalig parkeerterrein met een lage verkeersintensiteit betreft waarbij geen uitloogbare materialen zijn toegepast. 2.3.2. Niet in geschil is dat met behulp van een werk hemelwater, afkomstig van daken van kantoorgebouwen en een parkeerterrein, is geloosd op de Treslongvijver. Ter beoordeling staat derhalve slechts of voor deze lozing ten tijde van het nemen van het bestreden besluit een vergunning als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Wvo was vereist. 2.3.3. Ingevolge artikel 1, eerste lid, van de Wvo is het verboden zonder vergunning met behulp van een werk afvalstoffen, verontreinigende of schadelijke stoffen, in welke vorm ook, te brengen in oppervlaktewateren. Ingevolge artikel 1.1, eerste lid, van de Wet milieubeheer wordt onder afvalstoffen verstaan: alle stoffen, preparaten of producten die behoren tot de categorieŽn die zijn genoemd in bijlage I bij richtlijn nr. 2006/12/EG van het Europees Parlement en de Raad van 5 april 2006 betreffende afvalstoffen, waarvan de houder zich ontdoet, voornemens is zich te ontdoen of zich moet ontdoen. Ingevolge deze bepaling wordt onder afvalwater verstaan: alle water waarvan de houder zich ontdoet, voornemens is zich te ontdoen of zich moet ontdoen. 2.3.4. Uit de stukken blijkt dat het afstromend hemelwater van het parkeerterrein en de daken van de kantoorgebouwen door middel van straatkolken en een afvoerleiding wordt verzameld en afgevoerd naar de Treslongvijver. De Afdeling ziet hierin een aanwijzing dat de exploitant van de kantoorgebouwen en het parkeerterrein zich van dit hemelwater ontdoet, zodat het moet worden aangemerkt als afvalwater. Voorts leidt de Afdeling onder meer uit artikel 10.30 van de Wet milieubeheer af, dat afvalwater volgens de wetgever dient te worden beschouwd als afvalstof. Het afstromend hemelwater moet derhalve - daargelaten de vraag of, en in welke mate, dit water al dan niet verontreinigd is - worden aangemerkt als afvalstof. Voor de directe lozing met behulp van een werk van dit hemelwater op het oppervlaktewater was daarom ten tijde van het nemen van het bestreden besluit een vergunning als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Wvo vereist. Gelet op het voorgaande zijn dijkgraaf en hoogheemraden er ten onrechte van uitgegaan dat artikel 1, eerste lid, van de Wvo niet is overtreden en dat zij niet bevoegd waren tot handhaving van deze bepaling. Het bestreden besluit berust in zoverre op een onjuiste uitleg van artikel 1, eerste lid, van de Wvo. Deze beroepsgrond slaagt. 2.4. Het beroep is gegrond. Het besluit van 11 januari 2007 komt voor vernietiging in aanmerking, voor zover dit besluit betrekking heeft op de bestuursrechtelijke handhaving van de Wet verontreiniging oppervlaktewateren. Bij het nemen van een nieuwe beslissing op bezwaar dienen dijkgraaf en hoogheemraden tevens te bezien of ten gevolge van de inwerkingtreding op 1 januari 2008 van het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer de vergunningplicht voor de onderhavige lozing is komen te vervallen. 2.5. Van proceskosten die voor vergoeding in aanmerking komen, is niet gebleken. 3. Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State Recht doende in naam der Koningin: I. verklaart het beroep gegrond; II. vernietigt het besluit van dijkgraaf en hoogheemraden van 11 januari 2007, kenmerk 06.32675, voor zover voor zover dit besluit betrekking heeft op de bestuursrechtelijke handhaving van de Wet verontreiniging oppervlaktewateren; III. gelast dat het hoogheemraadschap van Rijnland aan [appellant] het door hem voor de behandeling van het beroep betaalde griffierecht ten bedrage van € 143,00 (zegge: honderddrieŽnveertig euro) vergoedt. Aldus vastgesteld door mr. Th.G. Drupsteen, voorzitter, en mr. W.C.E. Hammerstein-Schoonderwoerd en drs. W.J. Deetman, leden, in tegenwoordigheid van mr. R. Teuben, ambtenaar van Staat. w.g. Drupsteen w.g. Teuben voorzitter ambtenaar van Staat Uitgesproken in het openbaar op 18 juni 2008 483.  

 

 

top
De website www.groephop.nl © is het eigendom van politicus, schrijver, journalist Dhr. J. Hop.
Plaats uitgave: Ermelo. Uitgever: Hop Ermelo. Disclaimer 2015 en vrijwaring. Op alle websites van Groep Hop is een 2015 disclaimer van toepassing. Procedures inzake publicatie van nieuwsfeiten, vrijheid van drukpers, belemmering vrijheid van meningsuiting, belemmering politieke activiteiten, gerechtvaardigde verdediging van Hop tegen improductieve bureaucratie en/of de voor de overheid vrijwel altijd partijdige rechtspraak in zaakjes van burgers (tegen personeel van) overheden uitsluitend via de rechtbank Gelderland met gelijktijdig verzoek om t.b.v. openbaarheid van de rechtspraak ook beeld- en geluidsopnames te mogen maken van de complete hoorzitting o.a. t.b.v. publicatie op bovengenoemde websites. Door mijn website te raadplegen accepteert u mijn vrijwaring. Hop streeft ernaar, op een integere wijze, dat alle informatie op de websites correct is. Hop verleent ten aanzien van die informatie echter geen enkele garantie, noch kan Hop worden geacht een dergelijke garantie stilzwijgend te hebben verleend. Hop zal in geen geval aansprakelijk zijn voor schade van welke aard dan ook, waaronder directe, indirecte of gevolgschade, voortvloeiend uit of in verband met het gebruik of betreden van deze website.