CENSUUR EN ORGANISATIECRIMINALITEIT IN NEDERLAND ©

1997-2014+ Diepe minachting voor het structurele probleem in de Nederlandse rechtspraak te weten de weerzinwekkende partijdigheid voor de overheid.

Groep Hop wil de pensioengerechtigde leeftijd verlagen naar 60 jaar. Alle gemeente belastingen afschaffen. Improductieve bureaucratie aanpakken. Kinderbeschermingsmaatregelen na verzonnen verhalen is weerzinwekkende fraude. Ontvangen gelden dienen als heling te worden aangemerkt. Bekijk ons programma? Als u ook genaaid bent/wordt door voor de overheid steeds partijdige rechtspraak, gemeente, jeugdzorg, RvdK of UWV stel u verkiesbaar voor de verkiezingen gemeenteraad 2018. Praktijkvoorbeeld. Het jatten van de recreatiewoning van een 71+ jarige gehandicapte burger die VOOR 1996 zelf zijn recreatiewoning heeft (af)gebouwd en er voor 1996 ook woonde dat wordt door niemand ter discussie gesteld wordt door Hop als organisatiecriminaliteit gemeente Ermelo en zeer ernstige mishandeling van een gepensioneerde burger aangemerkt. Groep Hop is wel TEGEN de discriminatie van Nederlanders tov buitenlanders.

Stem TEGEN organisatiecriminaliteit bij de overheid! Stem VOOR Groep Hop. Dank u wel voor uw aandacht. J. Hop.

 

 

De Betere Krant van Ermelo

Nieuwsberichten uit het Ermelo, lees verder

 

Stichting Bureau Jeugdzorg Noord-Brabant

bjz17151696 Stichting Bureau Jeugdzorg Noord-Brabant , Gabriel Metsulaan 1F, 5613 LC Eindhoven
bjz17151696 Advies & Meldpunt Kindermishandeling West- en Midden-Brabant, Fellenoordstraat 52, 4811 TJ Breda
bjz17151696 Advies & Meldpunt Kindermishandeling Oost-Brabant De Callenburgh 2, 5701 PA Helmond
OUDERS LET OP! Wat er ook gebeurt blijf altijd rustig en kalm en procedeer systematisch en procedureel.
Ga NIMMER met jeugdzorg in gesprek als u niet eerst over alle stukken beschikt.
Verwijs systematisch naar: Schending 6 EVRM, schending Equality of arms, schending HVRM Mc. Michael door SBJNB.
Bij een of meer van bovengenoemde schendingen van mensenrechten wijs op het artikel "Beesten" in de jeugdzorg.

 

 

 

Nog meer klachten GEGROND tegen Stichting Bureau Jeugdzorg Noord-Brabant

Meerdere klachten GEGROND ingediend namens ouders met Hop als gemachtigde bij de Interne klachtencommissie tegen Stichting Bureau Jeugdzorg Noord-Brabant

Bij de Interne Klachtencommissie

Klacht 9 hulpverleningsplan te laat opgesteld

Klacht 39 Juridische juiste naam gezinsvoogd onder brieven en besluiten van de Stichting

Klacht 48 Te gedetailleerd ingegaan op een ander kind in een rapport over een specifiek met naam genoemd kind

27 november 2000 Dhr. C.Pauw, voorzitter

 

 

 

Meerdere klachten GEGROND ingediend namens ouders met Hop als gemachtigde tegen Stichting Bureau Jeugdzorg Noord-Brabant bij de Provinciale klachtencommissie jeugdhulpverlening Noord-Brabant

PROVINCIALE KLACHTENCOMMISSIE JEUGDHULPVERLENING NOORD-BRABANT

Uitspraak van de Provinciale Klachtencommissie Jeugdhulpverlening Noord Brabant, verder te noemen De Provinciale Klachtencommissie inzake een geschil tussen mevrouw G. en de heer S. tegen de Stichting Jeugdzorg Noord-Brabant, verder te noemen de Stichting.

1. De ontvankelijkheid mevrouw G. en de heer S. in hun klacht.

Mevrouw G. en de heer S. zijn te beschouwen als belanghebbenden in de zin van de Provinciale Klachtenverordening Jeugdhulpverlening 1998.

Middels de brief d.d. 15 september 2000, met alle daarbij behorende en overige stukken hebben mevrouw G. en de heer S. zich gewend tot de Provinciale Klachtencommissie.

Mevrouw G. en de heer S. zijn tijdig in beroep gekomen en derhalve ontvankelijk in hun klacht.

2.Ingekomen stukken

De klacht van mevrouw G. en de heer S., namens hen ingediend door de heer Hop, d.d. 15 september 2000, met alle daarbij behorende en overige stukken.

3.    De feiten en het verloop van de gebeurtenissen

De Provinciale Klachtencommissie heeft gemeend, gelet op het feit dat de klachten zijn gericht tegen het niet op de juiste wijze volgen van voorgeschreven procedures en er dus sprake is van zogenaamde formele klachten, deze zaak zonder nadere mondelinge behandeling af te kunnen doen.

Mevrouw G. en de heer S. en de Stichting hebben, op verzoek van de Provinciale Klachtencommissie, daarmee ingestemd

Aan de Stichting is gevraagd op de bij de Provinciale Klachtencommissie ingediende klachten schriftelijk te reageren, aan welk verzoek door de Stichting bij brief , ontvangen op 17 oktober 2000, is voldaan.

4.    Standpunten van partijen

Mevrouw G. en de heer S. zijn van mening dat de Interne Klachtencommissie van de Stichting, verder te noemen de Interne Klachtencommissie, ten onrechte niet binnen twee weken na ontvangst van de klacht een datum voor een hoorzitting heeft vastgesteld en dat hierdoor de klachtenafhandeling onnodig wordt gerekt.

 

De Interne Klachtencommissie heeft, volgens mevrouw G. en de heer S. ten onrechte, medegedeeld niet binnen 6 weken na ontvangst van de klachten, op deze klachten een schriftelijke beslissing willen nemen. De Interne Klachtencommissie heeft mevrouw G. en de heer S. medegedeeld, dat daarvan uiterlijk 01 november 2000 sprake zal zijn, omdat eerste een bemiddelingspoging zal worden ondernomen. Tevens is er aan de kant van de Interne Klachtencommissie enige vertraging vanwege de aanstelling van een nieuwe secretaris. Mevrouw G. en de heer S. menen dat hier geen sprake is van een gegronde reden nu zij hebben medegedeeld op een bemiddelingspoging geen prijs te stellen en de wisseling van secretaris als interne aangelegenheid van de Interne Klachtencommissie moet worden beschouwd.

5. Beoordeling door de Provinciale Klachtencommissie

Op grond van de ingediende stukken alsmede de ingekomen schriftelijke stukken overweegt de Provinciale Klachtencommissie als volgt:

Klacht 1.2.3 en 4

Ingevolge artikel 48 lid 2 sub c van de Wet op de Jeugdhulpverlening, zoals uitgewerkt in artikel 13 lid 1 van de Interne Klachtenregering voor cliënten van Stichting Jeugdzorg Noord-Brabant, dient binnen zes weken na ontvangst van een klacht de Interne Klachtencommissie schriftelijk een uitspraak te doen over de gegrondheid van de klacht. Ingevolge lid 2 van dit artikel kan de termijn eenmaal met ten hoogste twee weken worden verlengd. De secretaris van de interne Klachtencommissie doet hiervan schriftelijk en met redenen omkleed mededeling aan de klager en aan degene over wie wordt geklaagd. De secretaris van de Interne Klachtencommissie heeft op 18 augustus 2000 de klachtbrief van de heer Hop, geschreven namens mevrouw G. en de heer S., ontvangen. Op 29 september 2000 verliep derhalve de termijn van 6 weken. De Interne Klachtencommissie heeft op 22 augustus 2000 een brief verzonden waarin zij vermeldt dat de termijn met twee weken zal worden verlengd en op 30 augustus 2000 een brief verzonden waarin zij vermeldt dat er voor 1 november 2000 schriftelijk uitspraak zal worden gedaan.

Op zichzelf is het voor te stellen dat de termijn niet loopt, of niet verder loopt, in het geval dat partijen over en weer instemmen met een bemiddelingspoging

Daarvan is in dit geval geen sprake. Aldus heeft de Interne Klachtencommissie niet voldaan aan de verplichting om binnen een termijn van 6 weken, dan wel 6 + 2 weken, uitspraak te doen. Daaraan doet niet af dat de Interne Klachtencommissie stelt problemen te hebben door het aanstellen van een nieuwe secretaris.

De Provinciale Klachtencommissie is om die reden van mening dat mevrouw G. en de heer S. terecht hebben geklaagd.

 

margin-left:0cm">Voor zover mevrouw G. en de heer S. klagen over het niet in acht nemen van regels door de Interne Klachtencommissie is de Provinciale Klachtencommissie daar van, vooralsnog, niet gebleken. Mevrouw G. en de heer S. zijn naar het oordeel van de Provinciale Klachtencommissie daarom niet ontvankelijk in hun klacht.

6. Uitspraak

De Provinciale Klachtencommissie is van oordeel dat:

de klachten met de nummers 1,2 en 4 gegrond zijn.

mevrouw G. en de heer S. in hun klacht onder nummer 3 niet ontvankelijk zijn.

Gegeven te Tilburg op 18 okober 2000,

door

mr P.A.J.Th. van Teeffelen mr H.S.M. Vogelaar

dhr. L. Koolman

Getekend door:

mr. H.S.M. Vogelaar

Ad informandum

Artikel 14 van de Provinciale Klachtenverordening Jeugdhulpverlening 1998 luidt:

1.    De uitvoerder of (gezins-) voogdij-instelling dient binnen uiterlijk 4 weken na ontvangst van de uitspraak van de provinciale klachtencommissie schriftelijk en gemotiveerd mede te delen of en zo ja welke maatregelen naar aanleiding van de uitspraak van de Provinciale Klachtencommissie genomen zijn of genomen zullen worden.

2.    Indien de provinciale klachtencommissie bij haar uitspraak aanbevelingen heeft opgenomen geeft de uitvoerder of (gezins-) voogdij-instelling in de in het eerste lid genoemde mededeling aan of en zo ja welke acties ondernomen zijn naar aanleiding van deze aanbevelingen.

3.    Indien het de betrokken uitvoerder of (gezins-)voogdij-instelling niet mogelijk is binnen de in het eerste lid genoemde termijn mededeling te doen van de te nemen maatregelen dient deze daarvan mededeling te doen aan de klager en aan de provinciale klachtencommissie onder vermeiding van de termijn waarbinnen het standpunt wel bepaald wordt.

 

 

 

PROVINCIALE KLACHTENCOMMISSIE JEUGDHULPVERLENING NOORD-BRABANT

Secretariaat:
Provincie Noord-Brabant
Afdeling zorg
Postbus 90151
5200 MC 's-Hertogenbosch

Uitspraak van de Provinciale Klachtencommissie Jeugdhulpverlening Noord-Brabant, verder te noemen de Provinciale Klachtencommissie inzake de klacht van mevrouw G. en de heer S. te Tilburg tegen de Stichting Jeugdzorg Noord-Brabant, verder te noemen de Stichting.

1. De ontvankelijkheid van mevrouw G. en de heer S. in hun klacht. De Provinciale Klachtencommissie beschouwt mevrouw G. en de heer S. als belanghebbenden in de zin van de Provinciale Klachtenverordening Jeugdhulpverlening Noord-Brabant 1998. Mevrouw G. en de heer S. hebbende heer Hop gemachtigd om namens hen op te treden. De interne klachtencommissie heeft op 27 september 2000 uitspraak gedaan. De Stichting heeft per brief van 7 december 2000 gereageerd op de uitspraak van de interne klachtencommissie. Bij brief van 10 januari 2001 heeft de heer Hop zich namens mevrouw G. en de heer S. binnen de termijn van 6 weken na de verzenddatum van de reactie (artikel 8 lid 1 van de Provinciale Klachtenverordening) gewend tot de Provinciale Klachtencommissie. Mevrouw G. en de heer S. zijn derhalve tijdig in beroep gekomen.

Mevrouw G. en de heer S. zijn derhalve ontvankelijk in hun klacht.

2. Ingekomen stukken:

- De klacht van de heer Hop namens mevrouw G. en de heer S. d.d. 10 januari 2001; - de uitspraak van de interne klachtencommissie van de Stichting d.d. 27 november 2000;

- de reactie van de Stichting op de uitspraak van de interne klachtencommissie d.d. 7 december 2000;

- de klacht zoals ingediend bij de interne klachtencommissie d.d. 22 augustus 2000; - de uitnodiging voor de hoorzitting van Stichting Jeugdzorg d.d. 10 oktober 2000;

- een brief van de Stichting Jeugdzorg d.d. 10 oktober 2000 over verlenging van de procedure; - formulier indicatiestelling door Stichting Jeugdzorg.

3. De feiten en het verloop van de gebeurtenissen

De heer Hop heeft zich per brief van 10 januari 2001 namens mevrouw G. en de heer S. tot de Provinciale Klachtencommissie gewend. Mevrouw G. is de moeder van J. en J. die onder toezicht staan van de Stichting Jeugdzorg. De kinderen zijn uit huis geplaatst.

Het secretariaat van de Provinciale klachtencommissie heeft de klacht op 22 januari per post ontvangen van het voormalige secretariaat dat gevestigd was bij het PON in Tilburg. Het secretariaat heeft klagers op 23 januari 2001 een ontvangstbevestiging gestuurd en verzocht om toezending van ontbrekende stukken. Op 1 februari 2001 heeft het secretariaat de heer Hop nogmaals verzocht om toezending van de stukken en heeft zij de termijn van 6 weken waarbinnen de Provinciale Klachtencommissie beslist opgeschort. Op 27 februari 2001 heeft de Provinciale Klachtencommissie de ontbrekende stukken ontvangen.

Op 20 maart 2001 heeft er een hoorzitting van de Provinciale Klachtencommissie plaatsgevonden. Hierbij waren de heer Hop en mevrouw G. aanwezig. Van de Stichting is bij de hoorzitting verschenen mevrouw Walhain-Van den Boogaard.

 

4. Klachten, standpunten van partijen en oordeel van de Provinciale Klachtencommissie De voorzitter van de Provinciale Klachtencommissie geeft aan dat de klacht die de heer Hop namens mevrouw G. en de heer S. heeft ingediend bestaat uit een totaal van 48 klachten. Deze klachten zijn allemaal door de interne klachtencommissie behandeld. In het belang van de goede procesorde heeft de Provinciale Klachtencommissie besloten om niet alle klachten te behandelen. De voorzitter stelt de heer Hop in de gelegenheid om samen met mevrouw G. te komen tot een selectie van 5 kernpunten van beroep.

De heer Hop is na overleg met mevrouw G. gekomen tot de volgende vijf klachten:

Klacht 1 (oorspronkelijke klacht 7):

Klacht 1 betreft het weigeren van inzage in het dossier door mevrouw G..

De heer Hop geeft dat mevrouw G. inzage in haar complete dossier is geweigerd. De klacht is echter door de interne klachtencommissie ongegrond verklaard. Mevrouw G. heeft een modelaanvraag ingediend voor inzage en hiervan een ontvangstbevestiging ontvangen. Vervolgens heeft zij niets meer gehoord.

Mevrouw Walhain zegt dat het gewoon mogelijk is om een eigen dossier in te zien. Dit betekent inzage in het complete dossier behoudens de werkaantekeningen van de gezinsvoogd. Zij zegt tijdens de hoorzitting toe een en ander uit te zoeken bij de Stichting.

Oordeel van de Provinciale Klachtencommissie:

Uit de stukken die mevrouw Walhain namens de Stichting heeft overlegd blijkt dat mevrouw G. op 15 januari 2001 bij de receptie van de vestiging in Tilburg een verzoek heeft afgegeven waarin zij vraagt om inzage in het dossier. Het verzoek betrof in totaal 26 zaken ingediend volgens een modelaanvraag van de heer Hop. De receptioniste heeft het formulier aangenomen en voor ontvangst getekend. Het formulier is vervolgens naar de gezinsvoogdijwerkster gestuurd.

Op 2 februari 2001 heeft de gezinsvoogdijwerkster met mevrouw G. gebeld en haar verteld waarom zij nog niet op het verzoek gereageerd had én dat zij op korte termijn vervangen zou worden. Op diezelfde dag heeft zij telefonisch contact gehad met de unitleider over het verzoek tot inzage. De unitleider heeft gezegd de prioriteit te leggen bij het aanmelden van J. en J. en het overdragen van de begeleiding. Het verzoek van mevrouw G. was volgens hem al grotendeels behandeld.

De Provinciale Klachtencommissie overweegt dat de Stichting binnen een redelijke termijn een verzoek tot inzage dient te beantwoorden. Naar analogie van artikel 4:13 van de Algemene wet bestuursrecht is de redelijke termijn in ieder geval verstreken wanneer binnen 8 weken na ontvangst van het verzoek geen antwoord is gegeven of een kennisgeving is uitgegaan binnen welke termijn wel een antwoord tegemoet gezien kan worden. Mevrouw G. heeft op 15 januari 2001 een verzoek ingediend tot inzage van het dossier. De unitleider heeft aangegeven prioriteit te geven aan andere zaken en tot op heden heeft mevrouw G. op dit punt geen enkele reactie van de Stichting ontvangen. De Provinciale Klachtencommissie is van oordeel dat hier sprake is van een fictieve weigering en verklaart de klacht gegrond.

Klacht 2 (oorspronkelijke klacht 21):

De Stichting heeft de partner van mevrouw G. ten onrechte niet als belanghebbende aangemerkt.

De heer Hop stelt dat de Stichting geen rekening heeft gehouden met het gegeven dat mevrouw G. al geruime tijd een stabiele relatie had. De rol van de heer S. is ten onrechte niet meegenomen in het PAR-onderzoek.

Mevrouw G. vertelt dat ze in januari 2000 is gaan samenwonen met de heer S.. Zij hadden toen al negen maanden een relatie. In april 2000 is vervolgens het PAR-onderzoek verricht.

De heer Hop is van mening dat alles veel te lang duurt.

Oordeel van de provinciale Klachtencommissie:

Tijdens de hoorzitting is naar voren gekomen dat moeder in januari 2000 is gaan samenwonen met haar partner met wie ze op dat moment al negen maanden een relatie had. In april 2000 is het PAR-onderzoek verricht. De partner van moeder is niet betrokken of gehoord in het onderzoek. De Provinciale Klachtencommissie is van mening dat de partner een essentieel onderdeel uitmaakte van het gezinssysteem en dat de situatie zodanig was dat de partner betrokken had dienen te worden in het PAR-onderzoek.

De Provinciale Klachtencommissie verklaart de klacht gegrond.

Klacht 3 (oorspronkelijke klacht 30):

Klacht 3 gaat over het hulpverleningsplan en het ontbreken van hulpverleningsdoelen.

De heer Hop stelt dat er niet tijdig een hulpverleningsplan is gemaakt. Als er geen hulpverleningsplan is betekent dit dat er ook geen hulpverleningsdoelen voor de lange en korte termijn zijn. Plaatsing in het pleegezin heeft plaatsgevonden zonder hulpverleningsdoelen.

Mevrouw Walhain geeft aan dat er inderdaad niet tijdig een hulpverleningsplan is opgesteld met als gevolg dat er geen hulpverleningsdoelen op papier stonden. Dit is zeer onzorgvuldig van de Stichting geweest.

Oordeel van de Provinciale Klachtencommissie:

De Provinciale Klachtencommissie is van oordeel dat deze klacht gegrond is.  

Klacht 4 (oorspronkelijke klacht 41):

De Stichting heeft ten onrechte mevrouw G. niet als beste opvoedingssituatie aangemerkt voor J..

De heer Hop stelt dat er met J. niets aan de hand was totdat zij in handen van de Stichting kwam. Moeder was degene die een probleem had en de reden dat de kinderen destijds onder toezicht en uit huis zijn geplaatst. Als er problemen met J. zijn geconstateerd na de ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing dan komt dat voor rekening van de Stichting en is dus des te meer reden om J. terug te laten keren naar moeder. De Stichting voert nu als argument aan dat "onveilige hechting" de reden is dat J. niet terug naar moeder kan. Maar deze "onveilige hechting" is de schuld van de Stichting.

Mevrouw Walhain geeft aan dat het feit dat de moeder momenteel stabiel is niet wil zeggen dat ze ook voor de kinderen kan zorgen. De kinderrechter heeft de Stichting niet voor niets een machtiging tot uithuisplaatsing gegeven. De gezinsvoogd kan nooit toezeggen dat de kinderen terug naar huis kunnen als blijkt dat de moeder één jaar stabiel is, maar moet de situatie op dat moment beoordelen en onderzoeken.

Mevrouw Walhain zegt toe een en ander uit te zoeken.

Oordeel van de Provinciale Klachtencommissie:

Uit de informatie die mevrouw Walhain het secretariaat van de Provinciale klachtencommissie namens de Stichting heeft toegestuurd blijkt het volgende (citaat):

Vanwege het "terugvallen" van moeder en de in het verleden herhaalde uithuisplaatsingen van de kinderen die hiervan het gevolg waren, is aan moeder gezegd dat zij eerst ten minste één jaar stabiel zou moeten zijn, dat wil zeggen zonder psychiatrische dagbehandeling, alvorens een terugplaatsing van kinderen overwogen zou worden. In het gezinsvoogdijplan wordt aangegeven dat er " ten minste sprake zou moeten zijn van een stabiele situatie bij moeder".

De Stichting schrijft ten onrechte dat J. geen hechtingsrelatie heeft met moeder.

De heer Hop heeft in hoger beroep onvoldoende aannemelijk gemaakt dat er wel sprake is van een hechtingsrelatie tussen J. en moeder. De interne klachtencommissie acht aannemelijk dat onvoldoende duidelijk is dat er sprake is van een hechtingsrelatie tussen moeder en J.. Voor de Provinciale Klachtencommissie staat allerminst vast dat er wel sprake is van een hechtingsrelatie.

 

 

COMPLOT tegen Hop, represaillemaatregelen jeugdzorg Noord-Brabant, RvdK en rechtbanken Den Bosch tegen Hop 

bjz17151696 Stichting Bureau Jeugdzorg Noord-Brabant , Gabriel Metsulaan 1F, 5613 LC Eindhoven
bjz17151696 Advies & Meldpunt Kindermishandeling West- en Midden-Brabant, Fellenoordstraat 52, 4811 TJ Breda
bjz17151696 Advies & Meldpunt Kindermishandeling Oost-Brabant De Callenburgh 2, 5701 PA Helmond
UITNODIGING U kunt GRATIS meehelpen door uitnodigingen te verspreiden om te beginnen in uw eigen netwerk, in flatgebouwen
met veel brievenbussen, in wachtkamers, voor de ingang van scholen, kinderdagverblijven, rechtbanken of buro jeugdzorg enz.
PERS Persberichten en aandachtsvestigingen! Wilt u meehelpen om aan deze informatie zoveel mogelijk bekendheid te geven?
123 Hop deelt folders uit voor de ingang van de rechtbanken in Den Bosch
574 COMPLOT tegen Hop, de betekenis van het woord COMPLOT
075 COMPLOT tegen Hop, represaillemaatregelen jeugdzorg Noord-Brabant, RvdK en rechtbanken Den Bosch tegen Hop
012 COMPLOT tegen Hop, rechtbank Den Bosch eist juridische stappen tegen Hop na publicaties op internet
134 Zorg dat u de omschrijving van een VERDACHTE uit uw hoofd kent en steeds adequaat toepast in communicatie met "jeugdzorg"
719 Zicht op de trucjes van "artiesten" in het "circus" Stichting Bureau Jeugdzorg Noord-Brabant
720 Trucje 1 van Poes "de Rat" *, weigering ontvangstbevestiging bij inleveren van procedures/stukken door ouder op kantoor jeugdzorg
720 Trucje 2 van Poes "de Rat" *, weigering inleveren van procedures/stukken door ouder op kantoor jeugdzorg
055 bjz17151696 Klacht gegrond tegen SBJNB verklaard door Provinciale Klachtencommissie wegens intimidatie van tienermoeder
055 bjz17151696 Contactjournaal: Eerste bonafide uitspraak door College Advies Justitiële Kinderbescherming?
056 bjz17151696 Contactjournaal: Tweede bonafide uitspraak Provinciale Klachtencommissie Noord-Brabant
060 bjz17151696 Contactjournaal: Zesde bonafide uitspraak Provinciale Klachtencommissie Noord-Brabant
198 13 klachten gegrond tegen SBJNB in eerste klachtronde bij de interne klachtencommissie met Hop als gemachtigde van klagers
674 19 klachten gegrond tegen SBJNB in twee klachtrondes bij interne en prov. klachtencommissie met Hop als gemachtigde van klagers
670 Opnieuw veel klachten gegrond tegen SBJNB in drie klachtrondes met Hop als gemachtigde van klagers
137 COMPLOT tegen Hop SBJNB tegen Hop bewijst werk jeugdzorg in Noord-Brabant is gebaseerd op verzonnen verhalen
680 COMPLOT tegen Hop Inzicht in de geheime VEDIVO onderonsjes over deskundige en lastige tegenstander Hop
052 COMPLOT tegen Hop Directeur SBJNB eist van Hop censuur op het indienen van klachten
051 COMPLOT tegen Hop Hop ten onrechte geweigerd als belangenbehartiger na VEDIVO COMPLOT tegen Hop
650 Vader Ad Smits: SBJNB presenteerde beleid aan de rechter terwijl SBJNB met mij nog moest kennismaken
505 Onderaannemers in de jeugdzorg
719 Zicht op de trucjes van "artiesten" in het "circus" Stichting Bureau Jeugdzorg Noord-Brabant
* Poes "de Rat" is een gefingeerde naam!

top
Censuur in Nederland ©
Stem Groep Hop in 2014
Politicus/redacteur/auteur: J. Hop, Joubertstraat 24, 3851 DM Ermelo. Plaats uitgave: Ermelo. Uitgever: J. Hop Ermelo.
Disclaimer 2013 en vrijwaring. Op alle websites Censuur in Nederland en Groep Hop is een "2013 disclaimer" van toepassing. Procedures inzake belemmering vrijheid van meningsuiting tegen politicus/redacteur/auteur J. Hop Ermelo uitsluitend via rechtbank Zutphen met gelijktijdig verzoek om beeld- en geluidsopnames te mogen maken van de complete hoorzitting t.b.v. publicatie op internet en/of andere media. Door mijn website te raadplegen accepteert u mijn vrijwaring. J. Hop streeft ernaar dat alle informatie op deze website correct is. J. Hop verleent ten aanzien van die informatie echter geen enkele garantie, noch kan J. Hop worden geacht een dergelijke garantie stilzwijgend te hebben verleend. J. Hop zal in geen geval aansprakelijk zijn voor schade van welke aard dan ook, waaronder directe, indirecte of gevolgschade, voortvloeiend uit of in verband met het gebruik of betreden van deze website.