Het
gevaar! School, jeugdzorg & Big
Brother is watching you! CDA-rechter
en MvJ Donner wil nu de vrijheid om het doen en laten
van de hele bevolking vast te leggen. Donner acht het misplaatst en
onverantwoord te zoeken naar de schuldigen in zaak Savannah!
1.
Op CIN site
wordt
uitgegaan van SAMENWERKING tussen MvJ, school,
jeugdzorg,
rechtersleger naar SCHAALVERGROTING jeugdzorg 124)
2. Rapporten van het Ministerie van Justitie Raad voor de
Kinderbescherming NIET GERICHT zijn op waarheidsvinding (345)
maar op mogelijkheden die partijen hebben om in een geschil een oplossing
te vinden waarbij de Kinderbescherming zonder zijwegen toeschrijft naar de
gewenste MvJ
conclusie (10)
(11)
3. Waarbij (jeugdige) daders die kinderen in elkaar blijven
slaan steeds VRIJUIT kunnen gaan (581)
4. Om slachtoffers van dit soort mishandeling op te sluiten
in kamertje
kindertehuis
van een paar vierkante meter zonder raam (177)
5. Waarbij GEZINSVOOGDEN die zich in valse hoedanigheid als VOOGDEN
voordoen steeds VRIJUIT kunnen gaan (101)
6. De school de betrokken ouders van het slachtoffer VALS gaat
beschuldigen van kindermishandeling tijdens groot overleg (575)
7. Zodat Christen-Unie Minister van Jeugd en Gezin steeds meer geld aan
"jeugdzorg" kan geven om burgers in de gaten te houden (624)
8. Om in onderonsjes met het rechtersleger steeds meer ouders UIT HET
GEZAG te zetten voor STAATSOPVOEDING van kinderen in Nederland (180) |
Censuur
in Nederland © |
Stockholmsyndroom
To
whom it may concern
Project
kinderbescherming niet meer bij rechter aan tafel
Project
strijd om afgifte contactjournaal gezinsvoogd
Project
bezwaar en beroep tegen besluiten jeugdzorg bij
kinderbeschermingsmaatregelen
Project
Wob 102, hoger beroep met Hop bij Raad van State tegen niet-ontvankelijk
bezwaarschrift Wob 102 GEGROND!
Project
Schriftelijke Aanwijzing
Project
BEZWAAR tegen Plan van Aanpak
Project
BEZWAAR tegen HVP zorgverlener
Project
beveiliging redacteur tegen overheid en rechtersleger
5 november 2007 Rechtbank Zutphen tegen Hop. Hop ontdekt kinderrechter is
rechter, aanklager en belanghebbende (95)
(710)
5 november 2009 - heden. Strijd om openbaarheid NAMEN (INHUUR) jeugdzorg
personeel (215) (262)
(303) (348)
(463) (441)
(445)
De
norm! Betere rechters in
Nederland kenmerken zich door waarheidsvinding
en niet als een PAPEGAAI de jeugdzorg
NAPRATEN!
bjz34186307
Stichting Bureau Jeugdzorg Noord-Holland, Kenaupark 30, Postbus 5247, 2000 CE
Haarlem
bjz34186307 Advies & Meldpunt
Kindermishandeling Noord-Holland, Rubenslaan 2, 1816 MK Alkmaar
Staan NAMEN vertegenwoordigers SBJNH
in
beschikkingen en PV hoorzittingen (262)
rechtersleger vermeld? Indien neen, waarom niet?
AANDACHTSVESTIGING!
Aan ALLE burgemeesters, gemeentesecretarissen, raadsgriffiers en ambtenaren
gemeente of provincie in Nederland
Aan ALLE rechters in Nederland
Aan ALLE pleegouders
in Nederland
Aan ALLE medewerkers van scholen in Nederland
Aan ALLE medewerkers van ziekenhuizen in Nederland
Aan ALLE gedragsdeskundigen en psychologen in Nederland
Aan ALLE medewerkers van verzekeringsmaatschappijen in Nederland
Aan ALLE medewerkers van kindertehuizen, kindergevangenissen of andere
instellingen actief in de jeugdzorg
Aan ALLE politie agenten en hun leidinggevenden in Nederland
COMPETENTIE! Indien u personen
tegen komt bij OTS of VOTS die zich ten onrechte uitgeven voor de VOOGD wordt u
vriendelijk verzocht deze persoon GELIJK AAN TE HOUDEN en over te dragen aan het
BEVOEGD GEZAG voor een WAARHEIDSVINDING ONDERZOEK. Indien deze persoon zich
inderdaad ten onrechte heeft uitgegeven voor een VOOGD bij OTS of VOTS aangifte
tegen deze persoon te doen wegens "het vervullen van een beroep in valse
hoedanigheid" met het verzoek aan het BEVOEGD GEZAG deze persoon onverwijld
een BEROEPSVERBOD op te leggen om ooit nog met kinderen te werken om jeugdzorg
voor kinderen en hun OUDERS BELAST MET HET GEZAG VEILIGER te maken! (575)
(581) (101)
(124) (232)
Macht is recht
Stichting
Jeugdzorg Noord-Holland deed ook mee aan de Vedivo hetze tegen Hop
Een Stasi
werkwijze in strijd met het negende gebod zonder hoor en wederhoor is
representatief voor de werkwijze van de Stichting Jeugdzorg Noord-Holland met
als directeur E.S.P. Oudejans
Een Stasi
werkwijze in strijd met het negende gebod zonder hoor en wederhoor is
representatief voor de werkwijze van de interne klachtencommissie van de
Stichting Jeugdzorg Noord-Holland met als voorzitter H.R. Smits (Voorzitter), Mevrouw mr.
A.B. Boukema (vice-voorzitter), Mevrouw drs. L. Rooijer (lid), Mevrouw M.A.C. Gouwenberg (Secretaris)
Klachten van
moeder X met Hop ingediend tegen Stichting Jeugdzorg Noord-Holland toch GEGROND
verklaard door interne klachtencommissie waarbij ook deze interne
klachtencommissie meedeed aan de Vedivo hetze tegen Hop
Overwegingen:
1a. De
commissie wil voorop stellen dat zij constateert dat de medewerkers van de SJGNH
gehandeld hebben conform het op dat moment geldende SJG-beleid, dat inhield dat
inzage in het contactjournaal in beginsel niet mogelijk was.
Het
is de commissie echter gebleken dat er op 11 december 2000 een besluit is
genomen door het bestuur van Vedivo, inhoudende dat vanaf 1 juni 2001
contactjournaals gehanteerd dienen te worden die zich lenen voor afgifte aan de
cliënt. Dit houdt feitelijk een scheiding in tussen het contactjournaal en de
persoonlijke werkaantekeningen van de gezinsvoogd. Voor de tussenfase dient in
voorkomende gevallen uit de geïntegreerde werkaantekeningen een
contactjournaal afgeleid te worden. De commissie kan niet anders dan concluderen
dat moeder, gelet op de wijzigingen van 11 december 2000, inmiddels een
hernieuwd verzoek tot inzage in het contactjournaal zou kunnen doen. De SJGNH
zou in dat geval een afgeleid contactjournaal dienen te vervaardigen.
De
commissie acht derhalve de klacht m.b.t. het contactjournaal gegrond.
1
b.
Uit het feit dat de reacties van moeder zijn opgenomen in het
definitieve rapport van 7 februari 2000 leidt de commissie af dat moeder het
conceptrapport hiervan heeft ontvangen. Uit de rapportages van 6 april en 31
juli 2000 is echter niet gebleken dat moeder in de gelegenheid is gesteld om een
reactie te geven, aangezien de visie van moeder niet is opgenomen in de
definitieve versie. De commissie acht derhalve deze klacht deels gegrond.
1
d. Voor zover het de periode van de ondertoezichtstelling betreft, is
moeder door middel van de blauwe folder op de hoogte gesteld van haar
beroepsmogelijkheden. Het is de commissie tijdens de hoorzitting echter gebleken
dat moeder bij deze klacht met name doelt op de periode van de (voorlopige)
voogdij. Over welke specifieke beslissingen moeder het heeft, is tijdens de
hoorzitting en uit de beschikbare stukken niet duidelijk geworden. De commissie
neemt aan dat de beroepsmogelijkheden van moeder tegen de uitspraak van de
voorlopige voogdij en tegen de gedwongen ontheffing zijn opgenomen geweest in de
beschikkingen terzake van de rechtbank. Dat neemt niet weg dat de commissie wel
aannemelijk acht dat het voor moeder onduidelijk is gebleven welke
beroepsmogelijkheden zij verder heeft gehad. Het feit dat er geen
voogdijfolder van de stichting beschikbaar is, heeft bijgedragen aan deze
onduidelijkheid. Daarmee acht de commissie deze klacht gegrond.
ADVIEZEN
AAN DIRECTIE:
De
commissie adviseert de directie van de SJGNH om de beslissing van de commissie
over te nemen.
In
de eerste plaats zou de commissie de directie willen aanbevelen de medewerkers
van de stichting te informeren over de beslissing ten aanzien van het
contactjournaal, zoals in december 2000 genomen door het bestuur van Vedivo.
Daarbij zou de commissie willen aanbevelen richtlijnen te ontwikkelen voor de
implementatie van deze beleidswijziging.
Vervolgens
zou de commissie de directeur willen aanbevelen medewerkers bekend te maken met
de richtlijnen die gelden in voogdijzaken, en daarbij een folder over de voogdij
te laten ontwikkelen die cliënten informatie geeft over datgene wat de
voogdijmaatregel inhoudt.
Tot
slot zou de commissie de aanbeveling willen doen te laten vaststellen hoe de
folder over financiële gevolgen van een uithuisplaatsing gehanteerd dient te
worden, zodat op de verschillende locaties van de SJGNH een zelfde handelswijze
wordt toegepast.
Haarlem 26 maart 2001
Interne klachtencommissie 26 maart 2001
H.R. Smits (Voorzitter)
Mevrouw mr. A.B. Boukema (vice-voorzitter)
Mevrouw drs. L. Rooijer (lid)
Mevrouw M.A.C. Gouwenberg (Secretaris)
Wie is mevrouw mr. A.B. Boukema? Is/was zij de
vice-voorzitter van de interne klachtencommissie Stichting Jeugdzorg
Noord-Holland en was/is zij griffier bij de rechtbank Amsterdam?
Uitspraak.
LJN BB6469, Rechtbank Amsterdam,
13/529140-05
Datum uitspraak: 25-10-2007
Datum publicatie: 25-10-2007
Rechtsgebied: Straf
Soort procedure: Eerste aanleg - meervoudig
Zaaknummers: 13/529140-05
Inhoudsindicatie:
De rechtbank heeft vandaag Izaan M. veroordeeld voor zijn aandeel in de
ontvoering van Claudia Melchers op 12 september 2005. De rechtbank acht
bewezen dat verdachte haar met anderen heeft gegijzeld en na haar
vrijlating heeft geprobeerd af te persen.
Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
Parketnummer: 13/529140-05
Datum uitspraak: 25 oktober 2007
op tegenspraak
VERKORT VONNIS
van de rechtbank Amsterdam, meervoudige strafkamer, in de strafzaak tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1956,
zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,
gedetineerd in het Huis van Bewaring “ ’t Schouw” te Amsterdam,
De rechtbank heeft beraadslaagd naar aanleiding van het onderzoek op de
terechtzitting van 11 oktober 2007.
1. Telastelegging
Aan verdachte is telastegelegd hetgeen staat omschreven in de dagvaarding
zoals deze ter terechtzitting is gewijzigd. Van de dagvaarding en de
vordering wijziging telastelegging zijn kopieën als bijlagen 1 en 2 aan
dit vonnis gehecht. De gewijzigde telastelegging geldt als hier ingevoegd.
2. Voorvragen
…
3. Het bewijs
De rechtbank acht ten aanzien van het onder 1 telastegelegde feit wettig
en overtuigend bewezen dat verdachte
in de periode van 12 september 2005 tot en met 15 september 2005 te
Amsterdam en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen,
opzettelijk [slachtoffer] wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en
beroofd gehouden, met het oogmerk anderen, te weten de familie en/of
vrienden van die [slachtoffer], te dwingen iets te doen, immers hebben
hij, verdachte en zijn mededaders, die [slachtoffer] in haar huis op de
[adres] op de grond gelegd en haar enkels en haar handen vastgebonden met
tape en haar mond afgeplakt met tape en een muts over haar hoofd getrokken
en haar een vuurwapen, athans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp
getoond en de kinderen van die [slachtoffer] laten plaatsnemen in een kast
en die [slachtoffer] laten stappen in een kist waarna deze kist werd
afgesloten en vervolgens die [slachtoffer] in deze kist in een auto
vervoerd naar vakantiepark Stroombroek, Landal Greenpark te Braamt en
voorts die [slachtoffer] tegen haar wil vastgehouden in een afgesloten
kamer in een vakantiehuisje van voornoemd park en die [slachtoffer]
geboeid en vastgebonden aan een bed met touw en die [slachtoffer] een
vuurwapen althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp getoond en in de
woning van die [slachtoffer] een brief achtergelaten waarin hij, verdachte
en zijn mededaders, losgeld (300 kilo cocaïne) hebben geëist in ruil
voor haar, [slachtoffer], vrijlating;
De rechtbank acht ten aanzien van het onder 2 telastegelegde feit wettig
en overtuigend bewezen dat verdachte
in de periode van 12 september 2005 tot en met 23 oktober 2005 te
Amsterdam en Rotterdam en Schiphol en elders in Nederland en inBrazilië,
ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en
in vereniging met een ander met het oogmerk om zich en een ander
wederrechtelijk te bevoordelen door bedreiging met geweld [slachtoffer] te
dwingen tot de afgifte van geldbedragen, toebehorende aan [slachtoffer]
en/of haar familie, [slachtoffer] heeft/hebben gegijzeld en voordat
[slachtoffer] werd vrijgelaten op 15 september 2005 heeft/hebben gezegd
dat haar, [slachtoffer], en/of haar kinderen iets zal worden aangedaan als
[slachtoffer] en/of haar familie niet geldbedragen, te weten allereerst
een geldbedrag van EURO 60.000 en/of EURO 50.000 en daarna een geldbedrag
van EURO 5 miljoen en/of EURO 3 miljoen, over zal/zullen gaan maken en/of
in contanten zal/zullen gaan overdragen en dat hij, verdachte, en/of zijn
mededader vervolgens bij [slachtoffer] na haar vrijlating per email
heeft/hebben aangedrongen over te gaan tot betaling en heeft/hebben
verwezen naar eerdere mededelingen dat [slachtoffer] en/of haar kinderen
iets zal worden aangedaan en via emailcontacten ontmoetingen heeft/hebben
gearrangeerd en afgesproken, te weten op 14 oktober 2005 en 19 oktober
2005 tussen [slachtoffer] en zijn, verdachtes, mededader om voornoemd geld
over te dragen en zijn, verdachtes, mededader telkens naar die
ontmoetingen is gegaan teneinde geld in ontvangst te nemen;
De rechtbank acht ten aanzien van het onder 3 telastegelegde feit wettig
en overtuigend bewezen dat verdachte
op 12 september 2005 te Amsterdam tezamen en in vereniging met een ander
opzettelijk [slachtoffer2] wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd
en beroofd gehouden, immers hebben hij, verdachte, en zijn mededader die
[slachtoffer2] in de woning van zijn buurvrouw [slachtoffer] op het adres
[adres], bedreigd met een pistool, althans een op een vuurwapen gelijkend
voorwerp en die [slachtoffer2] een pistool, althans een op een vuurwapen
gelijkend voorwerp, getoond en die [slachtoffer2] op de grond gelegd en
zijn enkels en zijn handen vastgebonden met tape en zijn mondafgeplakt met
tape en een muts over zijn hoofd getrokken en de muts afgeplakt met tape
en de polsen en enkels van [slachtoffer2] vastgemaakt met tie-rips aan een
ijzeren tafel;
Voorzover in de telastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn
deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in zijn verdediging geschaad.
Overwegingen ten aanzien van het onder 1 telastegelegde.
De raadsman heeft ter zitting ter zake van het onder 1 telastegelegde een
verweer gevoerd dat door de rechtbank als volgtis begrepen.
In de telastelegging wordt gesteld dat verdachte en zijn mededaders
[slachtoffer] van de vrijheid heeft/hebben beroofd en/of beroofd gehouden,
met het oogmerk (een) ander(en), te weten de familie van die
[slachtoffer], te dwingen iets te doen of niet te doen.
- Het gedeelte “dwingen iets niet te doen” wordt niet gedekt door een
feitelijke uitwerking, terwijl het feitelijke gedeelte voorts geen
handeling beschrijft van hetgeen waartoe de familie [slachtoffer] is
gedwongen.
- Het achterlaten van een brief waarin de eis is neergelegd dat de
ontvoerders 300 kg cocaïne eisen is, zo begrijpt de rechtbank althans het
verweer van de raadsman, geen verfeitelijking van het oogmerk “een ander
te dwingen iets te doen”.
- Daarnaast merkt de raadsman op dat met ‘anderen’ niet wordt bedoeld
[slachtoffer] zelf, terwijl [slachtoffer] zelf gedwongen zou worden iets
te doen. Een en ander leidt er naar het oordeel van de raadsman toe dat
slechts de wederrechtelijke vrijheidsberoving bewezen kan worden (artikel
282 Wetboek van Strafrecht) en niet de gijzeling (282a Wetboek van
Strafrecht).
De rechtbank overweegt ten aanzien van het onder 1 telastegelegde als
volgt.
Ten aanzien van het onderdeel “dwingen iets niet te doen” zal de
rechtbank verdachte vrijspreken nu dit niet kan worden bewezen.
De rechtbank is van oordeel dat het achterlaten in de woning van
[slachtoffer] van een brief waarin losgeld (300 kg cocaine) wordt geëist
een voldoende feitelijke omschrijving is van het onderdeel “een ander
dwingen iets te doen” .
Uit de feiten zoals deze zijn komen vast te staan blijkt dat het
aanvankelijke plan was de familie te dwingen losgeld (300 kg cocaïne) te
regelen in ruil voor de vrijlating van [slachtoffer]. Dat plan is
uitgevoerd door het slachtoffer mee te nemen uit haar woning, een brief
achter te laten waarin losgeld (300 kg cocaïne) werd geëist en het
slachtoffer in afwachting van die betaling vast te houden. De
omstandigheid dat het plan gaandeweg in zoverre is veranderd dat getracht
is om via de gegijzelde zelf aan geld te komen, doet er niet aan af dat
het delict zoals ten laste is gelegd kan worden bewezen. De rechtbank
verwerpt derhalve de verweren van de raadsman als hiervoor weergegeven.
Overwegingen ten aanzien van het onder 2 telastegelegde.
Ten aanzien van het onder 2 telastegelegde feit heeft de raadsman
aangevoerd dat voor de verweten gedraging, bestaande uit de bedreiging van
[slachtoffer] en haar kinderen teneinde de genoemde geldbedragen te
verkrijgen, welke plaatsvond voorafgaand aan de vrijlating, het wettig
bewijs ontbreekt dat deze bedreigingen zijn geuit. Tevens kunnen de
mailberichten van verdachte niet worden beschouwd als pogingen tot
afpersing waarbij zou worden gedreigd om [slachtoffer] of haar kinderen
iets aan te doen, omdat hierover als zodanig in de mailberichten niet
wordt gesproken. Er is dan ook geen sprake van de verweten afpersing,
zodat de verdachte hiervan moet worden vrijgesproken.
De rechtbank overweegt hierover als volgt.
Het slachtoffer [slachtoffer] heeft bij de politie het volgende verklaard:
“ik zei dat ik het niet kon volhouden en dat ik ervoor zou zorgen dat
geld betaald zou worden. (..) Hij zei dat hij ervan af wilde en we zouden
het op mijn manier gaan doen. Ik zei dat we een rekening zouden openen.
(..) Ik zou ervoor zorgen dat het geld op de rekening kwam en dat hij
gemachtigd zou worden op de rekening. We zouden een hotmail, een
e-mailadres aanmaken. Hij zei dat zij geld nodig hadden om op korte
termijn hier wegte komen en door de twee grote kerels die hij weg wilde
hebben. Die kerels waren er om mij bang te maken en zo zagen zij er ook
uit. Hij zei dat er nu weer gesproken werd om mij te verkopen, want in het
criminele circuit bestaan groepen die gegijzelden verkopen en dat die gaan
onderhandelen. Dat was volgens hem nu het plan. Hij zei dat ik na een jaar
nog niet terug zou zijn, 100 miljoen waard zou zijn en niet meer zou
leven. Ik vroeg hem hoeveel geld hij moest hebben op korte termijn. Hij
zei dat hij zestigduizend euro nodig had. (..) Ik zou dat geld dan in een
tas moeten meenemen en naar een kerk gaan. Hij zei dat er een vrouw zou
komen en die zou die tas meenemen. Vervolgens zei hij steeds maar dat ik
mijn belofte moest houden, want je kan een muur om je heen bouwen, maar we
komen achter je aan. Hij zei: “we zullen jou niet neerschieten, maar we
schieten je kinderen neer. We schieten iedereen neer van wie je houd. En
er is geen onderhandeling meer mogelijk. Die kleine zei dit, maar die
andere zei ook datik nooit meer veilig zou zijn en dat ik altijd over mijn
schouder moest kijken. Ik was wel bang.”(doorgenummerde bladzijde 278 en
verder)
In haar verklaring bij de rechter-commissaris op 5 april 2006 heeft
[slachtoffer] voorts verklaard dat de man die zij de prater noemt
[verdachte] heet en dat het de prater is geweest die met haar heeft
onderhandeld over de voorwaarden waaronder zij vrijgelaten kon worden. De
andere twee waren volgens haar wel op de hoogte van de afspraken. Dat
leidde zij af uit het feit dat de mannen benadrukten dat zij,
[slachtoffer], een deal moest maken (blz 4). In diezelfde verklaring (blz
6) vertelt zij dat de stille haar heeft gestimuleerd om een deal te
sluiten met de prater en dat de neger dat ook heeft gedaan. De stille
heeft daaraan toegevoegd dat zij anders nooit meer rustig over straat zou
kunnen lopen en altijd over haar schouder zou moeten kijken.
De verklaring van het slachtoffer wordt ondersteund door de verklaring van
de medeverdachte [medeverdachte1]. [medeverdachte1] heeft bij de
rechter-commissaris op 2 mei 2006 verklaard dat mevrouw [slachtoffer] niet
wist of zij het voor elkaar kon krijgen om aan 300 kg cocaïne te komen en
dat zij naar een andere oplossing wilde zoeken. Dat had ze al met
[verdachte] besproken zei ze. [medeverdachte1] heeft tegen haar gezegd dat
zij moest proberen een deal te maken zodat [verdachte] haar zou laten
gaan. Hij verklaart verder:
“Ik heb ook gezegd dat zij een serieuze deal moest maken. Ik zei dat
omdat hij geen lieve jongen is. Ik heb tegen mevrouw [slachtoffer] gezegd
dat zij een serieus voorstel moest doen aan [verdachte] omdat ik een
slechte ervaring met hem heb.”
Hoewel uit de verklaring van [medeverdachte1] niet blijkt dat
[medeverdachte1] tegen het slachtoffer daadwerkelijk heeft gezegd dat
verdachte ‘geen lieve jongen is’ of dat hij haar gezegd heeft dat hij
‘een slechte ervaring met hem heeft’, levert deze verklaring van
[medeverdachte1] wél het (steun)bewijs op voor de telastegelegde
bedreigingen.
De omstandigheid dat [medeverdachte1] en [medeverdachte2] wisselende
verklaringen hebben afgelegd, maakt in dit geval niet dat die verklaringen
op dit punt niet voor het bewijs kunnen worden gebruikt, omdat de
verschillen met name zien op de vraag of zij al dan niet vooraf op de
hoogte waren van het ontvoeringsplan en niet (zozeer) op wat in het huisje
tegen het slachtoffer is gezegd.
In de e-mails na haar vrijlating zijn geen rechtstreekse bedreigingen
geuit dat [slachtoffer] en/of haar kinderen iets zou worden aangedaan als
er niet met geld over de brug zou worden gekomen. Dit laat echter onverlet
dat verdachte [slachtoffer] in deze e-mails (onder meer doorgenummerde
bladzijde 861) heeft herinnerd aan de afspraak die zij eerder hadden
gemaakt. Ook dit levert bedreiging op als in de telastelegging omschreven.
De rechtbank is van oordeel dat de ten laste gelegde bedreigingen wettig
en overtuigend kunnen worden bewezen.
De raadsman heeft subsidiair aangevoerd dat het openen van het e-mail
account louter heeft plaatsgevonden om te trachten verdachte te laten
aanhouden, waarbij al duidelijk was dat nimmer een geldbedrag zou worden
betaald. De raadsman heeft geconcludeerd dat sprake is van een absoluut
ondeugdelijke poging, zodat verdachte moet worden vrijgesproken.
De rechtbank volgt de raadsman niet in dit verweer. In de eerste plaats
geldt dat het door verdachte gekozen middel om af te persen, te weten de
dreiging met geweld, een deugdelijk middel is. Verder geldt dat, anders
dan de raadsman kennelijk meent, het object, het slachtoffer
[slachtoffer], in dit geval eveneens vatbaar is gebleken. Het slachtoffer
heeft eerst onder dreiging meegewerkt aan het maken van een afspraak met
verdachte om haar vrijlating te bewerkstelligen en zij heeft na haar
vrijlating bij de politie uit angst niet direct de waarheid durven
vertellen. Hieruit volgt dat het gekozen middel bij het slachtoffer effect
heeft gehad, namelijk dat zij wel degelijk heeft nagedacht over de vraag
of zij haar afspraken met verdachte zou gaan nakomen Reeds hierom is
sprake is van een poging afpersing. De omstandigheid dat [slachtoffer]
korte tijd later niet langer van plan was daadwerkelijk geld aan verdachte
te verstrekken, kan aan het voorgaande niet meer afdoen.
De rechtbank acht voorts met betrekking tot het onder 2 telastegelegde
feit bewezen dat de verdachte dit feit heeft gepleegd met
[medeverdachte3].
De rechtbank grondt haar beslissing dat verdachte het bewezen geachte
heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn
vervat.
5. De strafbaarheid van de feiten
De bewezen geachte feiten zijn volgens de wet strafbaar. Het bestaan van
een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.
6. De strafbaarheid van verdachte
De rechtbank heeft kennis genomen van het op 2 oktober 2007 opgemaakte
rapport van Prof. dr. J.J. Baneke betreffende verdachte. De deskundige
heeft geconcludeerd dat de verdachte volledig toerekeningsvatbaar was ten
tijde van het plegen van het ten laste gelegde.
Er is ookoverigens geen omstandigheid aannemelijk geworden die de
strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.
7. Motivering van de straffen en maatregelen
De officier van justitie heeft bij requisitoir gevorderd dat verdachte ter
zake van de door haar onder 1, 2, en 3 bewezengeachte feiten zal worden
veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 (twaalf) jaren,
met aftrek van voorarrest.
De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van
het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de
persoon van verdachte, zoals van een en ander ter terechtzitting is
gebleken.
De rechtbank heeft bij de keuze tot het opleggen van een
vrijheidsbenemende straf en bij de vaststelling van de duur daarvan in het
bijzonder het volgende laten meewegen.
Mevrouw [slachtoffer] is slachtoffer geworden van een zeer ernstig
strafbaar feit. Zij is vanuit haar eigen woning ontvoerd waarbij zij is
vastgebonden, haar mond is afgeplakt met tape en waarbij haar een muts
over haar hoofd is getrokken. Ook is daarbij een vuurwapen getoond. Het
slachtoffer moest in een kist stappen die vervolgens werd afgesloten en
even later werd zij daarin vervoerd naar een huisje op een vakantiepark
waar zij tegen haar wil is vastgehouden. Haar kinderen waren op het moment
van de ontvoering in huis en zijn er getuige van geweest dat zij werd
vastgebonden en uit haar huis werd gehaald. In het huis waar het
slachtoffer is vastgehouden is zij geboeid en vastgebonden aan een bed
enwerd zij voortdurend bewaakt. In de kamer bevond zich ook een vuurwapen.
Het slachtoffer is bedreigd. Haar of haar kinderen zou iets worden
aangedaan als er niet veel geld zou worden betaald. Na de vrijlating werd
ook om dat geld gevraagd, waarbij verdachte haar heeft herinnerd aan de
gemaakte afspraken, en zijn afspraken gemaakt om deze betalingen te
verrichten.
De buurman van mevrouw [slachtoffer], de heer [slachtoffer2], is
slachtoffer geworden van vrijheidsberoving. Hij is vastgebonden en
geboeid, zijn mond is afgeplakt met tape en is er een muts over zijn hoofd
getrokken. Ook is er een vuurwapen getoond. Een mededader is opnieuw de
woning binnengegaan om het slachtoffer nog eens extra goed vast te binden
aan een ijzeren tafel waarna het slachtoffer in de woning is
achtergelaten. Gelukkig heeft hij zich kort nadien zelf kunnen losmaken
met hulp van één van de kinderen.
Hiermee is verder leed voorkomen.
De gijzeling is voor mevrouw [slachtoffer], haar familie en vrienden een
uitermate beangstigende en bedreigende ervaring geweest. Zij is zeer bang
geweest dat haar kinderen en buurman [slachtoffer2] om het leven waren
gebracht en zij heeft zelf ook doodsangsten uitgestaan. Pas na anderhalve
dag heeft zij uit de berichtgeving in de krant die zij onder ogen kreeg
kunnen opmaken dat haar kinderen en [slachtoffer2] nog in leven waren. Het
slachtoffer heeft de gijzeling ook als zeer vernederend ervaren. Voor de
jonge kinderen van het slachtoffer kan het traumatisch zijn geweest om te
zien dat hun moeder werd vastgebonden en weggehaald uit hun huis. De
familie van het slachtoffer heeft lange tijd in grote onzekerheid verkeerd
over haar lot. Ook na haar vrijlating is de situatie voor het slachtoffer
en haar familie zeer beangstigend geweest. Door de eis om geld en de
herinnering aan eerdere afspraken was er gedurende deze periode nog steeds
geen sprake van daadwerkelijke bewegingsvrijheid en veiligheid en leefde
men in angst. De gijzeling en de bedreigingen hebben het leven van het
slachtoffer en haar familie voorgoed veranderd. Zij denken in het leven
voor en na de ontvoering. In bepaalde situaties voelt het slachtoffer zich
nog steeds onveilig.
Ook de heer [slachtoffer2] heeft de ontvoering als zeer beangstigend en
bedreigend ervaren. Hij is lange tijd van slag geweest en zijn basale
gevoel van veiligheid is verdwenen. In zijn dagelijks werk is hij nog
steeds bang dat hij nog eens in een dergelijke bedreigende gewelddadige
situatie terecht zal komen.
Door het plegen van de feiten is er op grove wijze inbreuk gemaakt op de
persoonlijke levenssfeer van de slachtoffers in de eerste plaats, maar ook
van hun familie. De vrijheid en het zelfbeschikkingsrecht van personen is
een groot goed. Als gevolg van misdrijven als de onderhavige zullen bij
veel mensen gevoelens van onveiligheid sterker worden.
De rechtbank is van oordeel dat de bewezen feiten noodzaken tot het
opleggen van een gevangenisstraf van lange duur, vanwege het leed dat
verdachte heeft toegebracht aan de slachtoffers, hun familie en vrienden
en daarnaast vanwege de ernstige schade die door zijn daden aan de
rechtsorde is toegebracht.
De rechtbank acht de mogelijkheid niet uitgesloten dat verdachte zich
voordat hij het huis van het slachtoffer inging niet heeft gerealiseerd
dat hij geconfronteerd kon worden met de kinderen van het slachtoffer. De
rechtbank rekent hem echter aan dat hij, op het moment dat de kinderen op
de trap verschenen, de ontvoering niet heeft afgebroken, maar onverkort
zijn plannen heeft doorgezet en het slachtofferuit haar huis heeft
meegenomen. Ook in de uren daarna is verdachte niet tot inkeer gekomen.
Naar het oordeel van de rechtbank heeft verdachte een leidinggevende rol
gehad bij de uitvoering van de ontvoering. Toen bleek dat zijn neef
[medeverdachte4], die met het uitgewerkte plan voor de ontvoering was
gekomen en beschikte over de benodigde informatie, de financiering daarvan
niet rond kon krijgen, heeft verdachte het voortouw genomen. Hij heeft op
eigen initiatief mededaders [medeverdachte1] en [medeverdachte2] bij de
ontvoering betrokken. Hij heeft uit eigen en/of door hem geleende middelen
tickets gekocht voor hemzelf en deze [medeverdachte2] en [medeverdachte1].
Verder heeft hij diverse voor de ontvoering benodigde zaken geregeld,
zoals de reservering en betaling van het vakantiehuisje, de auto’s,
vermommingen, plastic, tape, etcetera. Hij heeft met [medeverdachte2] en
met name [medeverdachte1] de verdere gang van zaken vooraf tot op
detail-niveau voorbereid. Verdachte heeft daarbij geheel zonderbemoeienis
van zijn neef geopereerd. Hij heeft op diverse momenten heel bewust de
keuze gemaakt door te gaan met de ontvoering en de afpersing, ondanks dat
het plan niet zo liep als door hem met zijn neef besproken. Dat geldt niet
alleen voor het moment waarop hij, zoals hierboven is geschetst, werd
geconfronteerd met de plotselinge aanwezigheid van de kinderen, die voor
hem geen aanleiding waren de ontvoering te staken, maar ook voor het
moment waarop bleek dat hij geen contact kreeg met zijn neef. Ook toen
heeft hij niet ervoor gekozen de ontvoering te staken, maar is hij op
eigen houtje doorgegaan. Hij heeft besloten het plan in die zin te
veranderen dat het slachtoffer zou worden vrijgelaten met de afspraak dat
zij hem geldbedragen zou verstrekken. Ook na de vrijlating is verdachte in
Brazilië zonder enige betrokkenheid van zijn neef doorgegaan met het
trachten het slachtoffer af te persen.
De rechtbank weegt in het voordeel van verdachte mee dat hij openheid van
zaken heeft gegeven en spijt en berouw heeft getoond.
De rechtbank acht niet aannemelijk geworden dat verdachte de mededaders
[medeverdachte1] en [medeverdachte2] heeft gedwongen mee te doen aan de
ontvoering. Wel is sprake geweest van een afhankelijkheidsrelatie van de
mededaders ten opzichte van verdachte. Dit bepaalt naar het oordeel van de
rechtbank mede de strafmaat.
detentieomstandigheden
Verdachte heeft anderhalf jaar in Brazilië in uitleveringsdetentie
verbleven. Dit ondanks vele inspanningen van het Openbaar Ministerie om
verdachte in Nederland te krijgen. De lange duur is onder meer te wijten
aan de traagheid van de Braziliaanse autoriteiten bij de afwikkeling van
het verzoek. Ook de proceshouding van verdachte heeft de gang van zaken
niet bespoedigd. Hij heeft zich blijkens de diverse gevoerde verweren,
aanvankelijk verzet tegen uitlevering aan Nederland. Gelet op de
verklaring van verdachte over de dubieuze houding van zijn Braziliaanse
raadsman is verdachte zich mogelijk niet bewust is geweest van de gevolgen
van zijn opstelling. Deze gevolgen komen echter voor risico van de
verdachte. De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld
dat verdachte met zijn vertrek naar Brazilië het risico heeft genomen dat
hij daar in detentie zou worden genomen en hij, nu hij in Brazilië woont
en het land kent, op de hoogte moet zijn van de slechte
detentie-omstandigheden. De rechtbank onderschrijft dit standpunt.
Duidelijk en niet weersproken zijn de slechte detentieomstandigheden
waarin de verdachte in detentie in Brazilië heeft verbleven. Hij heeft
daar zeer vernederende en schokkende ervaringen moeten meemaken, zoals het
ongewild getuige zijn bij vele dodelijke verwurgingen van celgenoten.
Daarnaast heeft hij blootgestaan aan allerlei ziektes. Verdachte heeft
daar psychische problemen aan over gehouden en het is duidelijk dat hij
verdere hulp nodig heeft.
De voorgaande belangen en omstandigheden afwegend zal de rechtbank in dit
specifieke geval een lichte correctie op de strafmaat in het voordeel van
verdachte toepassen.
De rechtbank is van oordeel dat gelet op alle hiervoor genoemde
omstandigheden aanleiding bestaat om bij de straftoemeting af te wijken
van hetgeen door de officier van justitie is gevorderd.
8. Toepasselijke wettelijke voorschriften
De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 45, 47, 57, 282, 282a en
317 van het Wetboek van Strafrecht.
De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.
9. Beslissing
Verklaart bewezen dat verdachte het telastegelegde heeft begaan zoals
hiervoor in rubriek 3 is aangegeven.
Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is
telastegelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte
daarvan vrij.
Het bewezenverklaarde levert op:
Ten aanzien van het onder 1 bewezenverklaarde:
Medeplegen van gijzeling;
Ten aanzien van het onder 2 bewezenverklaarde:
Poging tot afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer
verenigde personen;
Ten aanzien van het onder 3 bewezenverklaarde:
Medeplegen van opzettelijk iemand wederrechtelijk van de vrijheid beroven
en beroofd houden.
Verklaart het bewezene strafbaar.
Verklaart [verdachte], daarvoor strafbaar.
Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 10 (tien)
jaren.
Beveelt dat de tijd die door veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van
deze uitspraak in verzekering, in voorlopige hechtenis en in detentie in
het buitenland ingevolge een Nederlands verzoek om uitlevering is
doorgebracht, bij de tenuitvoerleggingvan die straf in mindering gebracht
zal worden.
Dit vonnis is gewezen door
mr. M.W. van der Veen, voorzitter,
mrs. A.R.P.J. Davids en J.H.T Zimmerman, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. A.B. Boukema, griffier,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 25
oktober 2007.
De griffier en oudste rechter zijn buiten staat
dit vonnis te tekenen
Informanten:
bjz34186307
Stichting Bureau Jeugdzorg Noord-Holland, Kenaupark 30, Postbus 5247, 2000
CE Haarlem
bjz34186307 Advies &
Meldpunt Kindermishandeling Noord-Holland, Rubenslaan 2, 1816 MK
Alkmaar |
| 134 |
De
Staat beschuldigd in "jeugdzorg PR-campagnes" jaarlijks 107.000+
ouders van een kind van kindermishandeling. Wat
is de omschrijving van een VERDACHTE? |
| 081 |
De
norm 6 x ABBB! Bezwaarschrift tegen BESLUIT STICHTING de RVDK te
verzoeken onderzoek te doen naar opvoedingssituatie |
| 633 |
De
norm 6 x ABBB! Bezwaarschrift tegen BESLUIT Raad voor de
Kinderbescherming onderzoek te doen naar opvoedingssituatie |
| 262 |
Klopt
dictum beschikking? PV
ontvangen? (619) Staan
NAMEN vertegenwoordigers STICHTING in
beschikkingen en PV hoorzittingen vermeld? (435)
Kloppen ondertekeningsblokken Stichting? (518)
Waren de vertegenwoordigers STICHTING bevoegd? Wie was DE GRIFFIER? Is die
persoon BENOEMD als DE GRIFFIER? Stond naam rechter in uitnodiging
hoorzitting? (610)
Indien neen, waarom niet? |
| 514 |
Aandachtsvestiging
Wob 102 procedures tegen Stichting Bureau Jeugdzorg Noord-Holland
19 oktober 2009 procedure 09/3026 WOB V00 Leenders/Nienhuis tegen SBJNH
Rechtbank Haarlem NIET BEVOEGD en stuurt dossier met toepassing van art.
6:15 Awb door naar de Rechtbank Arnhem
Aandachtsvestiging
Wob 102
procedures tegen Stichting
Bureau Jeugdzorg Noord-Holland
Ouders let op!
(514) GRATIS
BEZWAARSCHRIFTEN tegen SBJNH besluiten op ALLE Wob102
verzoeken GRATIS op internet |
| 102 |
Zetel:
Haarlem
Mw. dr. L.B.J. Schmitz bestuurder SBJNH (Ondertekeningsblok Wob102)
Code (514)
091109
mw. drs. M.A.M. Barth, voorzitter RvT SBJNH Code (514)
091109
dhr. drs. H. Stellingsma, lid RvT SBJNH Code (514)
091109
mw. drs. J. van Vliet, lid RvT SBJNH Code (514)
091109
dhr. mr. B.B. Schneiders, lid RvT SBJNH Code (514)
091109
Bron: Wob 102 procedure(s) |
| 102 |
Bezwaarcommissie
Stichting Bureau Jeugdzorg Noord-Holland, Postbus 5247, 2000 CE Haarlem
Mw. G. Raateland, secretaresse BSC SBJNH
Drs. P. Ramaekers, voorzitter BSC SBJNH
Bron: Wob 102 procedure(s) |
| 294 |
Beslissingen
bezwaarcommissie Stichting Bureau Jeugdzorg Noord-Holland |
| 066 |
bjz34186307
Beroepsverbod voor J. Hop wegens "aanzetten tot klagen over afgifte
contactjournaal" Een Stasi werkwijze in strijd met het negende gebod
zonder hoor en wederhoor is representatief voor de werkwijze van de
Stichting Jeugdzorg Noord-Holland met als directeur E.S.P. Oudejans |
| 668 |
Klacht
gegrond! Directeur Jeugd en Gezin Noord-Holland ONBEVOEGD Hop te weigeren
bij interne klachtencommissie (Vedivo hetze) |
| 678 |
1.
Stasi werkwijze in strijd met negende gebod zonder hoor en wederhoor
representatief voor werkwijze interne klachtencommissie SBJNH met dhr.H.R.
Smits (Voorzitter), mw. mr. A.B. Boukema (vice-voorzitter), mw. drs. L.
Rooijer (lid), mw. M.A.C. Gouwenberg (Secretaris)
2. Klachten van moeder X met Hop ingediend tegen Stichting Jeugdzorg
Noord-Holland GEGROND verklaard tijdens Vedivo hetze |
| 127 |
1.
bjz34186307 Telegraaf 251198: "Wie helpt eigenlijk ouders in
nood?"
2. Hoeveel (gesubsidieerde) restaurants, scheepswerven, onroerend goed
bezit Stichting Bureau Jeugdzorg Noord-Holland? |
| |
|
| EERBETOON
aan
Judith Leenders en Ron Nienhuis Gem.
Rheden: "Hoger beroep Raad van State Wob-102 GEGROND!" |
| 547 |
Hoger
beroep GEGROND bij Raad van State tegen "niet-ontvankelijk"
bezwaarschrift tegen besluit op Wob102 sloeg in als een bom bij
NL-jeugdzorg |
| PRO |
Democratie
in Nederland! Deelname
Groep Hop aan provinciale verkiezingen Gelderland 2007. Hoeveel
artikelen zijn er over het Groep Hop programma en kandidaat Ron Nienhuis uit
Dieren gemeente Rheden verschenen in de lokale huis aan huis bladen in de
gemeente Rheden? Antwoord 0!
Vraag: Wie
zijn de moeder Judith Leenders en de vader Ron Nienhuis?
Antwoord: Uitzending Omroep
Gelderland) start afspelen van deze uitzending op 09:28
Vraag: Hoeveel personen zijn er na 3
jaar+ UHP van A. inmiddels betrokken bij deze zaak?
Antwoord:
MEER
DAN 164! (124)
Vraag:
In hoeveel KINDERTEHUIZEN heeft A. na haar UHP gezeten?
Antwoord: DRIE!
Cel 12 in het tweede kindertehuis was een kamertje van een paar
vierkante meter zonder raam! (177) |
| LIN |
Informant
Stichting Lindenhout: "Jeugdzorg in Nederland is NIET kindgericht
maar gericht op SCHAALVERGROTING" |
| 101 |
AANDACHTSVESTIGING!
Aan ALLE burgemeesters, gemeentesecretarissen, raadsgriffiers en
ambtenaren gemeente of provincie in Nederland
Aan ALLE rechters in Nederland
Aan ALLE pleegouders
in Nederland
Aan ALLE medewerkers van scholen in Nederland
Aan ALLE medewerkers van ziekenhuizen in Nederland
Aan ALLE gedragsdeskundigen en psychologen in Nederland
Aan ALLE medewerkers van verzekeringsmaatschappijen in Nederland
Aan ALLE medewerkers van kindertehuizen, kindergevangenissen of andere
instellingen actief in de jeugdzorg
Aan ALLE politie agenten en hun leidinggevenden in Nederland
Indien u personen tegen komt bij OTS of VOTS die zich ten onrechte
uitgeven voor de VOOGD wordt u vriendelijk verzocht deze persoon GELIJK
AAN TE HOUDEN en over te dragen aan het BEVOEGD GEZAG voor een
WAARHEIDSVINDING ONDERZOEK. Indien deze persoon zich inderdaad ten
onrechte heeft uitgegeven voor een VOOGD bij OTS of VOTS aangifte tegen
deze persoon te doen wegens "het vervullen van een beroep in valse
hoedanigheid" met het verzoek aan het BEVOEGD GEZAG deze persoon
onverwijld een BEROEPSVERBOD op te leggen om ooit nog met kinderen te
werken om jeugdzorg voor kinderen en hun OUDERS BELAST MET HET GEZAG
VEILIGER te maken! |
| 102.1 |
Dag
1, u levert SBJNH Wob verzoek 102.1 in.
Gratis bezwaarschrift tegen SBJNB besluit
Wob102.1 op site (514) |
| 102.2 |
Dag
2, u levert SBJNH Wob verzoek 102.2 in en noteert data vervolgprocedure in
chronologische volgorde (7) |
| 102.3 |
Dag
3, u levert SBJNH Wob verzoek 102.3 in en noteert data vervolgprocedure in
chronologische volgorde (7) |
| 102.4 |
Dag
4, u levert SBJNH Wob verzoek 102.4 in en noteert data vervolgprocedure in
chronologische volgorde (7) |
| 102.5 |
Dag
5, u levert SBJNH Wob verzoek 102.5 in en noteert data vervolgprocedure in
chronologische volgorde (7) |
| 102.6 |
Dag
6, u levert SBJNH Wob verzoek 102.6 in en noteert data vervolgprocedure in
chronologische volgorde (7) |
| 102.7 |
Dag
7, u levert SBJNH Wob verzoek 102.7 in en noteert data vervolgprocedure in
chronologische volgorde (7) |
| 102.8 |
Dag
8, u levert SBJNH Wob verzoek 102.8 in en noteert data vervolgprocedure in
chronologische volgorde (7) |
| 102.9 |
Dag
9, u levert SBJNH Wob verzoek 102.9 in en noteert data vervolgprocedure in
chronologische volgorde (7) |
| 102.10 |
Dag
10, u levert SBJNH Wob verzoek 102.10 in en noteert data vervolgprocedure
in chronologische volgorde (7) |
| 102.11 |
Dag
11, u levert SBJNH Wob verzoek 102.11 in.
Gratis bezwaarschrift tegen SBJNB besluit
Wob102.1 op site (514) |
| 102.12 |
Dag
12, u levert SBJNH Wob verzoek 102.12 in en noteert data vervolgprocedure
in chronologische volgorde (7) |
| 102.13 |
Dag
13, u levert SBJNH Wob verzoek 102.13 in en noteert data vervolgprocedure
in chronologische volgorde (7) |
| 102.14 |
Dag
14, u levert
SBJNH Wob verzoek 102.14 in en noteert data
vervolgprocedure in chronologische volgorde (7) |
| 102.15 |
Dag
15, u levert
SBJNH Wob verzoek 102.15 in en noteert data
vervolgprocedure in chronologische volgorde (7) |
| 102 |
Toelichting
op Wob-verzoeken 102! |
| 419 |
Problemen
met afhandeling/doorlooptijd
Wob 102? Stuur uw verzoek/besluit stichting per
post naar de redacteur? |
| STEM |
Kent
u burgers in Ermelo,
Rheden of Zoetermeer?
Wilt
u hen vragen of zij tijdens verkiezingen 2010 gemeenteraad Ermelo en/of
gemeenteraad Rheden en/of gemeenteraad Zoetermeer op kandidaten van Groep
Hop willen stemmen?
|
| STEM |
Stem
geen CDA, PVDA, VVD en GroenLinks in 2010 indien uw WOB 102
verzoek door de STICHTING of RVDK wordt afgepoeierd! Deze organisaties
blijven weigeren de door hen gehanteerde NORMEN, GEVAREN en
VERGELIJKINGSMETHODEN aan u openbaar te maken zodat u werkwijze en
bejegening van burgers aan een NORM kunt gaan toetsen
|
| |
|
top