Censuur in Nederland 1996-2014 ©. Databank met gratis informatie over overheid, bedrijfsleven, jeugdzorg, gemeente, milieu, onderwijs, rechtspraak, media, verkiezingen en politiek. Het doel van de website is kennis in gratis informatie en gratis informatie in kennis om te zetten. Lees eerst de uitgangsformule van mijn websites, daarna over het complot tegen politicus redacteur Hop 1996-2014. Denk eens na over de (voorspelbare) manier waarop de deskundige en daardoor lastige politiek actieve Hop door (rancuneuze) medewerkers van rechtbanken en bestuursorganen steeds opnieuw wordt aangepakt. (547) Denk verder na over wat er om u heen gebeurt en bespreek de inhoud van mijn websites binnen uw netwerk. Veel leesplezier. J. Hop Ermelo.

Referentie 1: Bron Memo Openbaar Ministerie Team Gevoelige Zaken over Hop 4 juni 2012 Daphne van der Kolk aan Ron Tenge Citaat: De heer Hop is een kinderbeschermingdeskundige die veel families en ouders bijstaat wanneer zij te maken krijgen met de Raad voor de Kinderbescherming en andere jeugdzorg instanties. Hij is van huis uit geen jurist of hulpverlener maar heeft in de loop der tijd veel ervaring opgedaan met dergelijke zaken. Daarbij laat hij zich zeer kritisch uit over deze instanties. Tevens is hij oprichter van de (gemeentelijke) politieke partij Groep Hop. Zie ter info de site www.burojeugdzorg.nl, geen website van BJZ, maar een domeinnaam geclaimd en ingevuld door de heer Hop.

Referentie 2: Bron Memo Openbaar Ministerie Landelijk Coördinerend officier van justitie Bovenregionaal Recherche Overleg (BRO) Teamleider Maatwerkzaken  over Hop 11 juni 2012 Citaat: Complicerende factor in het verhaal is dat de heer Hop een politiek zeer actieve persoon is. Citaat: Het Gevoelige Zaken Overleg (GZO) is voorstander van een frontale opsporingsactie op Hop oftewel halen en (als spraakzame "Don Quichot") doen bekennen en vervolgen. Peter van Hagen aan mr. R. Tenge en D. van der Kolk.

Referentie 3: Bron advocaat jeugdzorg op hoorzitting Hof van Discipline 150304: "Citaat: "De heer Hop was als voortrekker bezig het systeem lam te leggen. In eerste instantie werd in dit kader gebruik gemaakt van hinderlijke, maar wel legale middelen als het systematisch klagen en het systematisch om informatie vragen" Bron Regel 21, 22 en 23 Pleitnotities advocaat X .

Vraag iedereen die u kent in gemeenten waar Groep Hop © meedoet aan verkiezingen gemeenteraad 2014 vooral Groep Hop te stemmen.

Censuur in Nederland ©
Groep Hop ©

 

Complaint J. Hop Ermelo (The Netherlands) against the State of the Netherlands (Zutphen District Court) against three judges rejected the request objection to the United Nations Committee on Civil and Political Rights

Nederlands: 710     English: 712     German: 713     France: 714     Espana: 715     Russia: 716     Arabic: 717

De Zutphense (ver)hoormethode representatief voorbeeld van "corruptie coalities rechtbanken, Raad voor de Kinderbescherming en jeugdzorg" in Nederland

Uit het recht op een 'fair trial', zoals beschermd door artikel 6 EVRM, valt nog een aantal nadere procedurele garanties af te leiden. Deze hangen voor een deel samen met het beginsel van 'equality ofarms', het recht voor de in de (bestuurs)rechtelijke procedure betrokken burger om met 'dezelfde wapenen' als de overheid te kunnen procederen. Zo heeft het EHRM uit artikel 6 EVRM de positieve verplichting voor de rechter afgeleid om processtukken te verstrekken aan de klager. In de zaak Kerojarvi waren de klager, een oorlogsinvalide, bepaalde medische rapporten onthouden, waarop de rechterlijke beslissing over de mate van zijn invaliditeit en corresponderend recht op compensatie mede was gebaseerd. Op deze wijze had de klager volgens het EHRM niet ten volle kunnen participeren in de rechterlijke procedure en daarmee had hij geen eerlijk proces gehad.Z" In een andere zaak acht het Hof de onmogelijkheid voor de klager om op een deskundigenrapport te reageren in strijd met het recht op een eerlijk proces ex artikel 6 EVRM

 

 

Commission/Sub-Commission Team (1503 Procedure) Support Service Branch
Office of the High Commissioner for Human Rights Office of the High Commissioner for Human Rights
Palais des Nations Palais des Nations
CH-1211 Geneva 10, Switzerland CH-1211 Geneva 10, Switzerland

Ermelo, September 10, 2008.

Dear Sir / Madam,

 

Subject: COMPLAINT International Convenant on Civil and political Rights PART III

COMPLAINT in accordance with complaint procedures Fact Sheet no. 7

Page 26. Under the 1503 procedure, the Commission has the mandate to examine a consistent pattern of gross and reliable attested violations of human rights and fundamental freedoms ocurring in any country of the world. Any individual or group claiming to be the victim of such human right violations may submit a com,plaint, as may any other person or group with with direct and reliable knowledge of such violations.

COMPLAINT in accordance with Human Right Civil and Political Rights: The Human Rights Committee Fact Sheet n 15 (Rev) 1

Article 14.1: Everyone shall be entitled to a fair and public hearing bij a competent, INDEPENDENT and impartial tribunal established by law.

Article 14.3: (a) To be informed promptly and in detail in a language which he understands of the nature and cause of the charge against him

Article 14.3: (b) To have adequate time and facilities for the preparation of his defence

Article 14.4: (e) To examine, or have examined, the witnesses, against him and to obtain the attendence and examinatation of witnesses on his behalf under the same conditions as witnesses against him

Article 17: 1. No one shall be subjected to arbitrary or unlawful interference with his privacy, family, home or correspondence, nor to unlawful attacks on his honour and reputation. 2. Everyone has the right to the protection of the law against such interference or attacks

Article 19: 1. Everyone shall have the right to hold opinions without interference

THIS IS NO COMPLAINT to review the evaluation of facts and evidence by the national courts and authorities, NO review of the interpretation of domestic legislation

 

 

Previous.

This complaint was already received at your Office on 26 augustus 2008 in Dutch language and returned with a letter "With the compliments of the Office of the High Commisioner for Human Rights PLEASE WRITE IN ENGLISH. So today the complaint is posted again to you in ENGLISH

This complaint dated September 1, 2008 was already received at your Office on 5 september 2008 in ENGLISH language and returned with a letter "After careful consideration of the contents of your petion (communicatyion/complaint) we sincerely regret having to inform you that the Inited Nations Office of the Hight Commissioner for Human Rights is not in a position to assist you in the matter you raise, for the reasons indicated on the back of this letter: "The Human Rights Committee is not generally in a positions to review the evaluation of facts and evidence bij the national courts and authorities, nor can it review the interpretation of domestic legislation" along with Human Right Civil and Political Rights: The Human Rights Committee Fact Sheet n 15 (Rev) 1 and Complaint procedures Fact Sheet no. 7

FOR THE THIRD TIME I SEND YOU THIS COMPLAINT again and implemented your advise in two factsheets you send me:

Human Right Civil and Political Rights: The Human Rights Committee Fact Sheet n 15 (Rev) 1 

and 

Complaint procedures Fact Sheet no. 7

I propose to the United Nations that in the future when you return a complaint to a person with the request to write in English you also include these two fact sheets immediately.

 

1. Klager. Hierbij dient ondergetekende, J. Hop, Joubertstraat 24, 3851 DM Ermelo, The Netherlands een klacht in tegen de Staat der Nederlanden (The Netherlands) omdat de Staat der Nederlanden niet voldoen aan de verplichting een burger een eerlijk proces aan te bieden.

 

2. Ontvankelijkheid. Klager J. Hop is PERSOONLIJK het slachtoffer geworden van schending van een mensenrecht als voorwaarde voor een procedure bij het VN comité voor burgerlijke en politieke rechten.

 

3. De klacht wordt ingediend met als grondslag voor de klacht: Artikel 6 EVRM en artikel 14 BUPO sommen een aantal procedurele waarborgen op die eenieder moet genieten “bij het vaststellen van zijn burgerlijke rechten en verplichtingen” of “bij het bepalen van de gegrondheid van een tegen hem ingestelde strafvervolging”.

Deze waarborgen zijn:

  1. Het recht op een onafhankelijke en onpartijdige rechterlijke instantie. De onpartijdigheid van de rechter moet boven elke twijfel verheven zijn, omdat hij over anderen dient te oordelen.
  2. Het recht op een eerlijke en openbare behandeling van zijn zaak. Een eerlijke behandeling houdt ondermeer in dat de procedure op tegensprekelijke wijze verloopt.  Dit vereist dat de partijen kennis krijgen van alle argumenten en bewijsstukken die aan de rechtbank worden voorgelegd en dat zij hierover kunnen debatteren voor de rechtbank.
  3. Het recht op de behandeling van zijn zaak binnen een redelijke termijn.

Het vereiste van onafhankelijkheid en onpartijdigheid wordt bijzonder streng beoordeeld: “Justice must not only be done, it must also be seen to be done”.  Vooreerst moeten de rechterlijke organisatie en de rechtspleging zo zijn gestructureerd dat er in hoofde van de rechtzoekenden geen twijfel omtrent de onafhankelijkheid en onpartijdigheid van de rechterlijke instantie kan rijzen (objectieve of structurele onpartijdigheid).  Vervolgens mag de rechter niet persoonlijk vooringenomen zijn (subjectieve of persoonlijke onpartijdigheid) of zich onder druk laten zetten.

 

4.1 De klacht betreft een afgewezen verzoek wraking drie rechters Mr. R.A. Eskes, Mr. D. Vergunst en Mevrouw Mr. I.G.M.Th Weijers-van der Marck van de Rechtbank Zutphen, The Netherlands. 

4.2 Er is niet objectief recht gesproken, door de drie rechters van wie wraking werd verzocht. Zij hebben zich in hun oordeel laten leiden door de verkeerde belangen. Er is sprake van belangenverstrengeling. De drie rechters van wie wraking werd verzocht zijn alle drie belanghebbende in de zaak die deze drie rechters tegen klager J. Hop hebben behandeld. De gewraakte rechters waren RECHTSTREEKS BELANGHEBBENDEN in de zaak Rechtbank Zutphen tegen J. Hop omdat zij in hun functie als kinderrechter steeds te maken hadden met Hop als INTEGERE, DESKUNDIGE EN DAARDOOR LASTIGE TEGENSTANDER OP DE HOORZITTING.

en/of

4.3 Er is niet objectief recht gesproken, door de drie rechters van wie wraking werd verzocht. Zij hebben zich in hun oordeel laten leiden door de verkeerde belangen. Er is sprake van belangenverstrengeling. De drie rechters van wie wraking werd verzocht zijn alle drie belanghebbende in de zaak die deze drie rechters tegen klager J. Hop hebben behandeld en hebben alle drie geweigerd een schriftelijke aanklacht tegen J. Hop op papier te zetten. De gewraakte rechters waren RECHTSTREEKS BELANGHEBBENDEN in de zaak Rechtbank Zutphen tegen J. Hop omdat zij in hun functie als kinderrechter steeds te maken hadden met Hop als INTEGERE, DESKUNDIGE EN DAARDOOR LASTIGE TEGENSTANDER OP DE HOORZITTING.

en/of

4.4 Er is niet objectief recht gesproken, door de drie rechters van wie wraking werd verzocht. Zij hebben zich in hun oordeel laten leiden door de verkeerde belangen. Er is sprake van belangenverstrengeling. De drie rechters van wie wraking werd verzocht zijn alle drie belanghebbende in de zaak die deze drie rechters tegen klager J. Hop hebben behandeld en hebben alle drie geweigerd J. Hop afschrift van het onderhavige procesdossier te geven. De gewraakte rechters waren RECHTSTREEKS BELANGHEBBENDEN in de zaak Rechtbank Zutphen tegen J. Hop omdat zij in hun functie als kinderrechter steeds te maken hadden met Hop als INTEGERE, DESKUNDIGE EN DAARDOOR LASTIGE TEGENSTANDER OP DE HOORZITTING.

en/of

4.5 Er is niet objectief recht gesproken, door rechter Mr. D. Vergunst van wie wraking werd verzocht. Hij heeft zich in zijn oordeel laten leiden door de verkeerde belangen. Er is sprake van belangenverstrengeling bij het uitoefenen van nevenfuncties door rechter Mr. D. Vergunst De gewraakte rechters waren RECHTSTREEKS BELANGHEBBENDEN in de zaak Rechtbank Zutphen tegen J. Hop omdat zij in hun functie als kinderrechter steeds te maken hadden met Hop als INTEGERE, DESKUNDIGE EN DAARDOOR LASTIGE TEGENSTANDER OP DE HOORZITTING.

en/of

4.6 Er is niet objectief recht gesproken, door rechter Mr. D. Vergunst van wie wraking werd verzocht. Hij heeft zich in zijn oordeel laten leiden door de verkeerde belangen. Er is sprake van belangenverstrengeling bij het uitoefenen van politieke rechten. De gewraakte rechters waren RECHTSTREEKS BELANGHEBBENDEN in de zaak Rechtbank Zutphen tegen J. Hop omdat zij in hun functie als kinderrechter steeds te maken hadden met Hop als INTEGERE, DESKUNDIGE EN DAARDOOR LASTIGE TEGENSTANDER OP DE HOORZITTING.

en/of

4.7 De zaak Rechtbank Zutphen tegen J. Hop Ermelo had niet behandeld mogen worden door de Rechtbank Zutphen maar door een andere Rechtbank in Nederland

 

 

5.1 Er is niet objectief recht gesproken, door de drie rechters die op het verzoek wraking hebben beslist. Zij hebben zich in hun oordeel laten leiden door de verkeerde belangen. Er is sprake van belangenverstrengeling. De drie rechters die op het verzoek wraking hebben beslist zijn alle drie belanghebbende in de zaak die deze drie rechters tegen klager J. Hop hebben behandeld. De onderhavige zaak betreft immers een procedure Rechtbank Zutphen tegen J. Hop en klager is van mening dat een zaak waarin een rechtbank de aanklager en dus ook een rechtstreeks belanghebbende is niet over die procedure mag beslissen.

en/of

5.2 Er is niet objectief recht gesproken door de drie rechters en/of de President van de Rechtbank Zutphen (Uitzending Omroep Gelderland) , die ook op het verzoek wraking hebben beslist. De drie rechters en/of de President van de Rechtbank Zutphen hebben zich in hun oordeel laten leiden door de verkeerde belangen. Er is sprake van belangenverstrengeling. De President van de Rechtbank Zutphen heeft in een TV uitzending van Omroep Gelderland verklaart dat hij wetgeving wil laten aanpassen om wraking van een rechter door klager Hop en/of andere deskundige en daardoor voor de rechterlijke ambtenaren van de Rechtbank Zutphen lastige tegenstanders onmogelijk te maken.

en/of

5.3 De drie rechters en/of de President van de Rechtbank Zutphen (Uitzending Omroep Gelderland) die op het verzoek wraking hebben beslist frustreren een in de WET vastgelegd recht omdat hen dit niet uitkomt. 

en/of

5.4 De drie rechters en/of de President van de Rechtbank Zutphen (Uitzending Omroep Gelderland) die op het verzoek wraking hebben beslist zijn van mening dat een deskundige en daardoor lastige tegenstander geen mogelijkheden gegeven mag worden toepassing te geven aan een bij wet geregelde voorziening in het recht; nl een verzoek tot wraking.

en/of

5.5.0 De drie rechters en/of de President van de Rechtbank Zutphen (Uitzending Omroep Gelderland) die op het verzoek wraking hebben beslist laten de collegiale verhoudingen met de drie rechters waartegen een verzoek wraking was ingediend prevaleren boven een in de WET vastgelegd recht om een rechters te wraken terwijl:

5.5.1 - onomstotelijk vast staat dat de drie gewraakte rechters ZELF BELANGHEBBENDEN waren in de procedure tegen klager J. Hop.

5.5.2 - onomstotelijk vast staat dat de aanklacht tegen J. Hop in de procedure Rechtbank Zutphen tegen J. Hop voor de hoorzitting NIET op schrift was gezet zodat klager J. Hop geen tijd en faciliteiten heeft gehad om zijn verdediging goed voor te bereiden en/of zelf stukken in te dienen

5.5.3 - onomstotelijk vast staat dat in de procedure Rechtbank Zutphen tegen J. Hop klager J. Hop geen afschrift heeft gekregen van een COMPLEET procesdossier welk dossier alleen de drie rechters hadden die op de procedure Rechtbank Zutphen tegen J. Hop gingen beslissen in welke zaak deze drie rechters zelf belanghebbenden waren.

 

 

6. Onomstotelijk vast staat dat de drie rechters zelf rechtstreeks belanghebbenden waren in de procedure Rechtbank Zutphen tegen J. Hop en op de zaak wilden gaan beslissen zonder schriftelijke aanklacht tegen klager J. Hop op papier en zonder compleet procesdossier voor J. Hop voor de hoorzitting is het absoluut noodzakelijk in de onderhavige wraking ZEER STRIKT TE ZIJN en terwille van EIGEN BELANG en COLLEGIALE BELANGEN geen loopje te nemen met de WET. De Staat der Nederlanden niet voldoet aan de verplichting een burger een eerlijk proces aan te bieden

 

 

7.0 Er is sprake van "SMERIGE STREKEN" van de Rechtbank Zutphen tegen klager J. Hop waarbij de Rechtbank in strijd met geschreven recht handelt zoals wetten, verordeningen, algemene maatregelen van bestuur en dergelijke. Hierin zijn regels te vinden wat wel of niet mag. Het zijn dus dwingende gedragsregels die moeten worden nagekomen. Deze dienen niet alleen aan te geven hoe men zich moet gedragen, wat men te doen en te laten heeft, maar ook is het zo dat niet-naleving, aan overtreding ervan, bepaalde onaangename of schadelijke gevolgen zijn verbonden. Deze gedragsregels noemt men rechtsnormen, normen die zijn vastgelegd in het recht.

Kennelijk lukte het de Rechtbank Zutphen (na de Vedivo hetze tegen Hop (137) met als grondslag websites die niet van Hop waren) alleen van de INTEGERE, DESKUNDIGE en daardoor LASTIGE TEGENSTANDER J. Hop Ermelo te winnen met behulp van "smerige streken" waarbij al het geschreven recht en gedragsregels voor een "onpartijdige rechter" aan de kant werden gezet om Hop vervolgens in een oneerlijk rechtsproces zonder geschreven aanklacht op papier en zonder afschrift procesdossier aan te pakken om op die manier een INTEGERE, DESKUNDIGE en daardoor LASTIGE TEGENSTANDER op de hoorzittingen van de Rechtbank Zutphen kwijt te raken door rechters op die zaak te laten beslissen die steeds met Hop op de hoorzittingen kinderbeschermingsmaatregelen te maken hadden.

7.1 In de onderhavige klachtzaak zijn de drie gewraakte rechters RECHTSTREEKS BELANGHEBBENDEN in de procedure Rechtbank Zutphen tegen J. Hop (klager) in welke zaak ze zelf ook rechter zijn en ook in die zaak Rechtbank Zutphen tegen J. Hop hebben beslist zonder aanklacht op schrift voor J. Hop en zonder procesdossier voor J. Hop Artikel 6 EVRM en artikel 14 BUPO. De gewraakte rechters waren RECHTSTREEKS BELANGHEBBENDEN in de zaak Rechtbank Zutphen tegen J. Hop omdat zij in hun functie als kinderrechter steeds te maken hadden met Hop als INTEGERE, DESKUNDIGE EN DAARDOOR LASTIGE TEGENSTANDER OP DE HOORZITTING.

7.2 Om duidelijk te maken aan het Verenigde Naties comité voor burgerlijke en politieke rechten dat er sprake is van "smerige streken" van de Rechtbank Zutphen worden voorbeelden gegeven van dwingende gedragsregels In Nederland en hoe een rechter zich zou moeten gedragen.

Voorbeeld 1. Bron: Rechtspraak in Nederland. Uitgave: Raad voor de Rechtspraak, Den Haag oktober 2002.

1.1 Citaat pagina 3. Inleiding. Jarenlang gingen rechters gebukt onder een stoffig imago. Rechters waren oudere heren die, gehuld in zwarte jurken, de hele dag saaie wetboeken lazen. Wat zich buiten de rechtbank afspeelde, daar hadden rechters geen weet van. Dat beeld klopt al lang niet meer. Zo bestaat het RECHTERSLEGER tegenwoordig voor een aanzienlijk deel uit vrouwen. Daarnaast staat de moderne rechter midden in de samenleving. De rechter moet niet alleen de wet kennen maar ook goed weten wat er leeft onder de burgers. Zo ontstaat draagvlak voor zijn uitspraken.

1.2 Citaat pagina 4 regel 1,2,3 en 4. Algemeen Wat is rechtspraak. De rechter spreekt recht. HIJ NEEMT EEN ONPARTIJDIGE BESLISSING ALS TWEE PARTIJEN EEN CONFLICT HEBBEN.

Voorbeeld 2. Bron: Rechtspraak in Nederland. Uitgave Raad voor de Rechtspraak, Den Haag december 2004. Pagina 6 citaat: "Een belangrijke voorwaarde voor eerlijke rechtspraak is dat een rechter onafhankelijk is"

Voorbeeld 3. Leidraad voor de onpartijdigheid van de rechterlijke macht tot stand gekomen in opdracht van de Nederlandse Vereniging voor Rechtspraak en de vergadering van presidenten van rechtbanken en appèlcolleges Bron: www.burojeugdzorg.nl/480.htm Een citaat uit deze leidraad door de beroepsgroep zelf opgesteld: "Richtlijn voor de „onpartijdigheid van rechters”. Een citaat: „Een rechter zorgt er voor geen zaken te behandelen waarbij hij zodanig betrokken is dat zijn rechterlijke onpartijdigheid ter discussie zou kunnen komen te staan.”

Voorbeeld 4. De gemeente Noord-Oostpolder heeft burgemeester mr. W.L.F.C. ridder van Rappard en deze burgemeester heeft als een van zijn nevenfuncties de functie: "lid commissie Aantrekken Leden Rechterlijke macht". Vanuit de verordening commissie bezwaarschriften gemeente Noordoostpolder wordt de eis gesteld dat de voorzitter en de (plaatsvervangende) leden geen deel uit mogen maken of niet werkzaam zijn onder verantwoordelijkheid van een bestuursorgaan van de gemeente Noordoostpolder (artikel 2 vierde lid van de verordening). Verder mogen de leden niet deelnemen aan de behandeling van een bezwaarschrift indien daarbij hun onpartijdigheid in het geding kan zijn (artikel 13). Het is dus onaanvaardbaar dat een lid van de bezwaarschriftencommissie over een zaak gaat beslissen waarin hij/zij zelf een belanghebbende is.

Voorbeeld 5. Bij elke rechtbank zijn "rechters-commissarissen" aanwezig. De rechter-commissaris is belast met toezicht of een strafproces wel volgens de juiste procedure verloopt en hij heeft nog extra bevoegdheden. Een rechter-commissaris mag echter nooit rechtspreken in een zaak waarin hij ook rechter-commissaris is geweest, deze taak moet hij overlaten aan een van zijn collega-rechters.

Voorbeeld 6. Bron: Conferentie 16 maart 2001, congrescentrum "De Reehorst"Ede. Leergang recht. Klachtrecht, tuchtrecht, civiel recht, strafrecht; consequenties voor praktijk en beleid. Klachtrecht consequenties voor praktijk en beleid E. Roelofs - de Bruin. Door Mr. Paul te Horst, directeur Juridisch Adviesbureau Achterhoek/Warnsveld (Gld) 

6.1 Citaat pagina 4: Enkele juridische uitgangspunten van het klachtrecht. A. Onafhankelijkheid: De leden van de klachtencie zijn vanuit hun beroepsuitoefening niet bij de klacht betrokken. Ook niet bij het beleid van de instelling. ZIJ MOGEN GÉÉN DIRECT BELANG HEBBEN BIJ DE KLACHT, OF DE CONSEQUENTIES HIERVAN. 

6.2 Citaat pagina 18: "De voorzitter stuurt een klacht die aan de hiervoor geformuleerde eisen voldoet en bij het bevoegde college is ingediend naar degene tegen wie geklaagd wordt en vraagt hem of haar om een schriftelijke reactie"

6.3 Citaat pagina 18: "Beide partijen krijgen tijdens de procedure de beschikking over (kopieën van) de stukken."

Voorbeeld 7. Bron: Jaarverslag Provincie Noord-Brabant. Provinciale Klachtenverordening Jeugdhulpverlening Noord-Brabant 1998

Citaat pagina 10 eerste alinea: "De leden van de commissie mogen daarom niet verbonden zijn aan een voorziening, instelling of instantie die onder de werking van de verordening valt. Daarmee worden in ieder geval bedoeld mensen die een arbeidsverhouding met zo'n instelling hebben en bestuursleden van een instelling. BELANGRIJK IS IN IEDER GEVAL DAT ZELFS DE SCHIJN VAN BELANGENVERSTRENGELING VERMEDEN WORDT. Voorts mogen de leden niet verbonden zijn aan een organisatie die zich inzet voor de behartiging van jeugdigen en hun ouders, voogde, stiefouders, pleegouders in de jeugdhulpverlening, zoals de Stichting Rechtspleging in Familiezaken (SOR) of het Advies- en Klachtenbureau Jeugdhulpverlening (AJK). De leden mogen tenslotte ook niet in dienst zijn of bestuurder zijn van de provincie.

Voorbeeld 8. Dekenale adviezen Orde van Advocaten.

Bron: Orde van Advocaten in het arrondissement Zutphen mr. B.A.I. Baks, Deken 1 april 1996 inzake mr X/Hop Citaat: Zoals u zelf schrijft, treedt u op c.q. wenst u op te treden voor de heer X die met de voormalige echtgenote van de heer Hop -mevrouw X- is gehuwd. Uiteraard staat het u vrij om voor de heer X op te treden, echter niet tegen de heer Hop voor zover het daarbij gaat om kwesties die nog uit de echtscheiding voortvloeien. Vast staat immers dat u in het verleden voor de heer Hop in diens echtscheidingsprocedure contra mevrouw X bent opgetreden. Het staat u hierbij dan niet vrij ooit nog terzake van echtscheiding odf daarmee samenhangende kwesties TEGEN hem op te treden. Hier geldt immers aloude jurisprudentie volgens dewelke huwelijksmoeilijkheden van zo delicate en hoogst persoonlijke aard zijn, dat het een advocaat volstrekt verboden is ooit op te treden tegen zijn vroegere cliënt.  

Bron: BESLUIT 1 november 1996 Raad van Toezicht der Orde van advocaten in het arrondissement Zutphen Mr. J.H. Brouwer. Betreft: mr X/Hop. Citaat: Inmiddels heb ik kennis genomen van het dossier, meer in het bijzonder van uw brief (mr X) van 8 oktober jl. U geeft daarin aan dat het u enigszins vrijstaat om mevrouw X en haar kinderen op te treden en hun standpunt aan derden mee te delen. In ons gesprek heb ik u aangegeven een andere mening te zijn toegedaan. Ik verwijs allereerst naar de inhoud van de brief van mr. Baks van 1 april jl. waarin u bent verzocht te bevestigen dat u noch voor de heer X, noch voor mevrouw X tegen de heer Hop in echtscheidingskwesties of daarmee samenhangende geschillen zult optreden. Mr. Baks heeft ambtshalve optreden voorbehouden voorzover u daartoe niet bereid zou zijn. In uw reactie bij brief van 16 april 1996 geeft u aan op dat moment noch mevrouw X, noch de heer X in enige zaak tegen de heer Hop te begeleiden. Mr. Baks heeft u bij brief van 7 oktober 1996 verzocht hem mee te delen, waarom u hebt gemeend - ondanks zijn eerdere dekenale adviezen - niettemin opnieuw voor mevrouw X en haar kinderen te moeten optreden. Gelet op de geschetste voorgeschiedenis staat het u niet meer vrij om voor mevrouw X te (blijven) optreden. U heeft mij aangegeven uw bemoeienissen met onmiddellijke ingang als beëindigd te beschouwen en u heeft zich voorts bereid verklaard in de toekomst niet opnieuw voor mevrouw X op te treden indien de geschillen met de heer Hop, respectievelijk zijn huidige partner, te maken hebben met echtscheiding of daarmee samenhangende kwesties.

Voorbeeld 9. Bron www.burojeugdzorg.nl/114.htm 29 937 Wijziging van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren in verband met enkele aanvullingen op de regeling inzake de nevenbetrekkingen van rechterlijke ambtenaren en rechterlijke ambtenaren in opleiding gedurende de binnenstage. Citaat: "De onpartijdigheid en onafhankelijkheid van de rechterlijke macht vormt een van de essentiële verworvenheden van onze rechtsstaat. De verplichting tot melding, registratie en openbaarmaking van nevenbetrekkingen in Tweede Kamer, vergaderjaar 2004–2005, 29 937, nr. 3 5 artikel 44 Wrra komt voort uit de gedachte dat openbaarheid in het belang is van het vertrouwen in de (onpartijdigheid en onafhankelijkheid van de) rechterlijke macht. Uit vaste jurisprudentie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) met betrekking tot de onpartijdigheid van rechters vloeit voort dat er geen feiten of omstandigheden mogen zijn die, ongeacht de persoonlijke instelling van de rechter, twijfel wekken over de vraag of de rechter onpartijdig is. Er mag zelfs geen schijn van partijdigheid bestaan."

De Staat der Nederlanden gelet op, de door klager naar voren gebrachte bovenstaande NORM-voorbeelden, NIET voldoet aan de verplichting klager J. Hop een eerlijk proces aan te bieden. De gewraakte rechters waren RECHTSTREEKS BELANGHEBBENDEN in de zaak Rechtbank Zutphen tegen J. Hop omdat zij in hun functie als kinderrechter steeds te maken hadden met Hop als INTEGERE, DESKUNDIGE EN DAARDOOR LASTIGE TEGENSTANDER OP DE HOORZITTING. De rechters die op de wraking hebben beslist waren belanghebbenden in de zaak Rechtbank Zutphen tegen J. Hop.

Voorbeeld 10. Op 7 maart 2002 is de wet 'Dualisering gemeentebestuur' ingevoerd. Deze wet bracht een reeks van veranderingen met zich mee voor zowel de raad als het college van B en W. met als gevolg een duidelijke scheiding tussen de taken en bevoegdheden van de raad en het college. De raad bepaalt vooral de kaders waarbinnen het college het beleid ontwikkelt en uitvoert. Hieronder een opsomming van de belangrijkste wijzigingen:

De wethouder:

 

 

 

 

8.0 Toelichting en onderbouwing van de stelling dat J. Hop een INTEGERE, DESKUNDIGE en daardoor LASTIGE TEGENSTANDER is die de kinderrechters van de Rechtbank Zutphen graag kwijt wilden op de hoorzittingen kinderbeschermingszaken met als grondslag tien jaar praktijkervaring en praktijkvoorbeelden.

8.1 Beroepsethiek en mentale instelling J. Hop. Om burgers als gemachtigde/procesvertegenwoordiger in een emotioneel vaak kwetsbare en lastige situatie zoals kinderbeschermingsmaatregelen bij te staan in procedures tegen bestuursorganen en rechtersleger is een goede mentale instelling noodzakelijk. Het is van groot belang zowel geestelijk als mentaal opgewassen te zijn tegen de problemen waarmee de gemachtigde te maken kan krijgen. Omdat het optreden van de gemachtigde als een integere en daardoor lastige tegenstander vaak zal bestaan "uit het corrigeren van anderen" bijvoorbeeld na gewonnen klachtzaken en/of andere procedures zal dit optreden van de gemachtigde bij de ander kritiek en weerstand oproepen. Degene tegen wie opgetreden (vaak medewerkers RvdK en/of "jeugdzorg") wordt zal het optreden van de gemachtigde/procesvertegenwoordiger zien als een bemoeial en dit klemt des te meer omdat Hop erom bekend staat procedureel en systematisch te klagen en te procederen en om informatie te vragen. Systematisch om normen en gevaren te vragen om te kijken hoe de vergelijkingsmethode tot stand is gekomen.

8.2 Van een integere, deskundige en daardoor lastige gemachtigde/procesvertegenwoordiger kan worden verwacht dat hij zijn taak goed blijft uitvoeren, ondanks de weerstand tegen het optreden en de daaruit voortvloeiende negatieve invloeden. Dit klemt des te meer wanneer kritiek wordt geuit op de werkwijze van het rechtersleger in het verleden in zaken vaak gelinkt aan omgangsregelingen en later vaker in zaken gelinkt aan kinderbeschermingsmaatregelen. 

8.3 Hop is eerlijk, onkreukbaar en onomkoopbaar. In het verleden is Hop dan ook nimmer ingegaan op voorstellen van een tegenpartij, commissie of rechtersleger om klachten op maximaal een A4-tje in te dienen, niet steeds opnieuw dezelfde klachten tegen een beklaagde in te dienen, maximaal 5 klachten in te dienen en geen klachten meer in te dienen over afgifte van het contactjournaal gezinsvoogd. Deze mentaliteit van Hop in het belang van de burger die Hop bijstaat kwam Hop vaak duur te staan omdat Hop bij steeds meer instellingen in de jeugdzorg als gemachtigde werd geweigerd. Pas ingevoerde klachtwetgeving op verzoeken van de "jeugdzorg" aan het Parlement en de Minister zo snel mogelijk werd aangepast om een deskundige en daardoor lastige tegenstander uit te kunnen schakelen. Dit betekende dan ook gelijk het einde van alle Provinciale Klachtencommissies Jeugdzorg in Nederland.

8.4 Hop burgers is gaan adviseren GEEN KLACHTEN meer in te dienen maar is burgers gaan adviseren alleen maar te gaan procederen met een VERZOEK, BEZWAAR en BEROEP tegen de "jeugdzorg" en RvdK. Hierdoor wederom de Rechtbank Zutphen op zijn pad tegenkwam welke rechtbank Zutphen in eerste aanleg lang bleef weigeren op de ingediende beroepschriften te gaan beslissen met ook steeds meer kritiek van Hop op de ongelijke doorlooptijden die door de Rechtbank Zutphen gehanteerd worden bij verzoekschriften. De ergernis van de Rechtbank Zutphen jegens Hop die geen universitaire studie heeft doorlopen maar toch gelijk bleek te hebben met het indienen van beroepschriften met als grondslag Wob en artikel 5.5 Woj. werd hiermee alleen maar groter. Hierbij vond de Rechtbank Zutphen ook de complete "jeugdzorg" in Nederland als "maatje" tegen Hop want de advocaat van die beroepsgroep die tegen Hop werd ingezet beweerde op de hoorzitting bij de rechtbank Zutphen "dat als het indienen van een VERZOEK, BEZWAAR en BEROEPSCHRIFT bij kinderbeschermingsmaatregelen zou worden toegestaan het "hek van de dam zou zijn". Er spelen dus enorme (financiële) belangen bij zowel het rechtersleger en de "jeugdzorg" in Nederland om kost wat kost Hop uit te schakelen om het indienen van een VERZOEK, BEZWAAR en BEROEPSCHRIFT door burgers te voorkomen en kritiek op de ongelijke doorlooptijden van ingediende verzoekschriften en beroepschriften en hoger beroepen met als grondslag Wob en artikel 5.5 Woj.

8.4 De advocatuur over Hop: "Citaat: "De heer Hop was als voortrekker bezig het systeem lam te leggen. In eerste instantie werd in dit kader gebruik gemaakt van hinderlijke, maar wel legale middelen als het systematisch klagen en het systematisch om informatie vragen" Bron Regel 21, 22 en 23 Pleitnotities advocaat X overheid op de hoorzitting van het Hof van Discipline 150304." 

8.5 Daar komt nog bovenop dat de Staat graag van ieder kind een risico-analyse wil laten maken en de "jeugdzorg" in Nederland niet kindgericht is maar gericht is op schaalvergroting. Kritiek van Hop op de samenwerking rechtersleger, RvdK en "jeugdzorg" en werkafspraken over de INHOUD van verzoekschriften van de RvdK en "jeugdzorg" om kinderrechters in staat te stellen nog sneller verzoekschriften van bestuursorganen er door heen te jagen en steeds meer kinderen steeds sneller van OTS en UHP te voorzien is bij de kinderrechters van de Rechtbank Zutphen in het verkeerde keelgat gevallen. De beroepsgroep kinderrechters in Zutphen ontplofte toen Hop kritiek ging leveren op de kinderrechters van Zutphen dat ze beter op moesten letten en beter hun werk moesten gaan doen en moesten gaan controleren of de data op de rapporten van de jeugdzorg wel in overeenstemming was met de datum van faxverzoeken om spoeduithuisplaatsingen van kinderen en dat de beroepsgroep aan waarheidsvinding moest gaan doen en na moest gaan of de AANKLACHTEN VAN DE JEUGDZORG wel klopten en onderbouwd konden worden met FEITEN.

Voorbeeld 1. Bron: Rechtspraak in Nederland. Uitgave: Raad voor de Rechtspraak, Den Haag oktober 2002.

1.1 Citaat pagina 3. Inleiding. Jarenlang gingen rechters gebukt onder een stoffig imago. Rechters waren oudere heren die, gehuld in zwarte jurken, de hele dag saaie wetboeken lazen. Wat zich buiten de rechtbank afspeelde, daar hadden rechters geen weet van. Dat beeld klopt al lang niet meer. Zo bestaat het RECHTERSLEGER tegenwoordig voor een aanzienlijk deel uit vrouwen. Daarnaast staat de moderne rechter midden in de samenleving. De rechter moet niet alleen de wet kennen maar ook goed weten wat er leeft onder de burgers. Zo ontstaat draagvlak voor zijn uitspraken.

1.2 Citaat pagina 4 regel 1,2,3 en 4. Algemeen Wat is rechtspraak. De rechter spreekt recht. HIJ NEEMT EEN ONPARTIJDIGE BESLISSING ALS TWEE PARTIJEN EEN CONFLICT HEBBEN.

Kennelijk staan de rechters van de Rechtbank Zutphen nog NIET als moderne rechters midden in de samenleving en voelen de kinderrechters zich zo aangevallen door Hop dat wetgeving en normen voor een "onafhankelijke rechter" en "onafhankelijke rechtspraak" omdat dit hen in de zaak tegen Hop niet uitkomt voor alle zekerheid maar aan de kant wordt gezet om Hop uit te kunnen schakelen.

8.7 Praktijkvoorbeelden en uitspraken met J. Hop als gemachtigde tegen bestuursorganen in Nederland.

Algemene wet bestuursrecht Procederen met Hop tegen een bestuursorgaan
547 Hoger beroep Nienhuis/Leenders met Hop als procesvertegenwoordiger tegen "jeugdzorg" GEGROND bij Raad van State
JH3 J. Hop tegen gemeente Ermelo. Ermelo is niet verplicht detective te spelen. Rechter geeft Ermelo gelijk in weigering overzicht van alle financiële samenwerkingsverbanden op te stellen. Hop kreeg wel gelijk in zijn bezwaar tegen de late afhandeling van de zaak door de gemeente. Vraagje van Hop: "Is het eigenlijk niet vreemd dat een gemeente niet verplicht is een overzicht van alle financiële samenwerkingsverbanden op te stellen?"
   
De strijd om afgifte van contactjournalen geeft u een perfect inzicht in de jeugdzorg mentaliteit
070 Het artikel "kinderdieven" van Prof. Dr. A. de Swaan werd door Hop als grondslag gebruikt in strijd om afgifte contactjournaal
069 Oneerlijk rechtsproces bij klachtafhandeling! Klagers hadden geen stukken en geen contactjournaal
068 VEreniging DIrecteuren VOogdij-instellingen (Vedivo) wil bepalen wat rechters en burgers mogen lezen
067 Hetze tegen Hop! Stichting Bureau Jeugdzorg Utrecht weigert Hop na klagen over naam instelling en contactjournaal
335 Hetze tegen Hop! Brief Stichting Bureau Jeugdzorg Utrecht dat er geen afschrift van het contactjournaal wordt gegeven
130 Hetze tegen Hop! Stichting Bureau Jeugdzorg Limburg weigert afgifte contactjournaal en doet mee met hetze tegen Hop
066 Hetze tegen Hop! Stichting Jeugd en Gezin Noord-Holland weigert Hop "na aanzetten tot klagen over afgifte contactjournaal"
252 Hetze tegen Hop! Persbericht gezinsvoogdijinstelling over Hop in strijd om afgifte contactjournaal gezinsvoogd
251 Hetze tegen Hop! Brief gezinsvoogdijinstelling over Hop aan alle cliëntenorganisaties 
250 Steun voor Hop! Platform cliëntenorganisaties verheugt dat ouders actie voeren om afgifte contactjournalen
222 Complot tegen de rechtsstaat! De zaak Admiraal/Vermaas geeft direct inzicht in het belang burger bij contactjournaal
062 Hetze tegen Hop! AKJ en Veringmeier starten en verliezen kort geding tegen Hop bij rechtbankpresident mr. P.A. Offers
064 Oproep aan de gezinsvoogden: "Neem je eigen kinderrechter mee en ga demonstreren voor 200 miljoen extra
065 Hop voert actie met ouders en deelt folders uit bij ministeries en Parlement voor afgifte contactjournaal gezinsvoogd
063 Hop roept op niet meer te demonstreren in Den Haag na censuur in Nederland na demonstratie rechters gezinsvoogden
116 Hetze tegen Hop! Voorkeur voor gesubsidieerde klachtondersteuners bij provincie Flevoland, Gelderland, Overijssel
316 Hetze tegen Hop! Voorkeur voor gesubsidieerde klachtondersteuners bij provincie Zuid-Holland
220 Hetze tegen Hop! Beroepsverbod voor Hop in drie provincies na weigering Hop klachten op maximaal !4-tje in te dienen
061 Het HVRM arrest Mc Michael! Nederland schendt mensenrechten
053 Vedivo opent een helpdesk voor gezinsvoogdijinstellingen om hen bij te staan in hun strijd tegen Hop
055 Contactjournaal: Eerste bonafide uitspraak door College Advies Justitiële Kinderbescherming
056 Contactjournaal: Tweede bonafide uitspraak Provinciale Klachtencommissie Noord-Brabant
057 Contactjournaal: Derde bonafide uitspraak Provinciale Klachtencommissie Groningen
058 Contactjournaal: Vierde bonafide uitspraak Provinciale Klachtencommissie Zuid-Holland
059 Contactjournaal: Vijfde bonafide uitspraak Provinciale Klachtencommissie Rotterdam Haaglanden
060 Contactjournaal: Zesde bonafide uitspraak Provinciale Klachtencommissie Noord-Brabant
137 Memo Margriet Storms aan alle sectormanagers Bureau Jeugdzorg Amsterdam inzake Vedivo formulering om Hop te weigeren
054 Vedivo besluit tot afgifte van contactjournaal gezinsvoogd
137 Hetze tegen Hop! Vedivo leidt hetze tegen Hop met als grondslag Amerikaanse websites die NIET van Hop zijn
052 Hetze tegen Hop! Beroepsverbod voor Hop nu omdat hij weigert te stoppen met steeds dezelfde klachten in te dienen
051 Hetze tegen Hop! Klacht gegrond! Hop is ten onrechte geweigerd als belangenbehartiger van klagende burgers
050 Brief Platform Cliëntenorganisaties Familierecht aan Hop met de hoop dat Hop zijn werk zal voortzetten
084 Hetze tegen Hop! Advocaat jeugdzorg: "Hop moet bloeden" na de gewonnen strijd om afgifte contactjournaal
300 Liegen en bedriegen is de norm voor de werkwijze van de jeugdzorg om burgers te demoniseren en kapot te maken
020 Rene Diekstra: "Macht is recht! Wie meer macht heeft eigent zich ongestraft steeds meer rechten toe"
134 Hop adviseert burgers geen klachten meer in te dienen tegen de jeugdzorg maar bezwaarschriften op grond van 5.5 Woj
   
Verbetering uiterlijke kenmerken rechtspraak: RvdK moet zittingzaal samen met burgers betreden en verlaten
014

LMT RvdK is het met Hop eens dat vertegenwoordigers rvdK de zaal betreden en verlaten tegelijk met andere partijen

142 Gebruik voornaam raadsmedewerkers door kinderrechters op de hoorzitting na klacht van Hop bij de rechtbank Utrecht taboe
141 Na 29 maart 2000 worden de termijnen voor raadsonderzoek naar omgang en gezag nog steeds overschreden
144 Algemeen directeur Raad voor de Kinderbescherming vertrekt na klachten van Hop over belangenverstrengeling bij rechtbank Den Bosch
012 Medewerkers van de Raad voor de Kinderbescherming na project van Hop niet meer bij de kinderrechter aan tafel
   
Hop adviseert na tien jaar ervaring burgers GEEN KLACHTEN meer tegen de Raad voor de Kinderbescherming in te dienen
136 Eerste klacht Hop tegen RvdK ongegrond! Omgangsregeling vader en kinderen kan niet met beschikking worden afgedwongen
085 2006 Procederen met Hop tegen RvdK zet kinderen tegen ouders op "conflict over naleven van leeftijdsadequate regels"
357 Negen klachten gegrond! Moeder X met Hop als gemachtigde tegen Raad voor de Kinderbescherming Directie Zuid-West
667 Teveel klachten gegrond! Moeder X met Hop als gemachtigde tegen Raad voor de Kinderbescherming Directie Noord-West
666 2006 Klacht gegrond! Vader X met Hop als gemachtigde RvdK Lelystad verzoekt huisarts zijn informantenverklaring te wijzigen
168 Klacht gegrond! Hop dient 19 klachten in tegen de Raad voor de Kinderbescherming! Alle 19 klachten gegrond verklaard
298 Klacht gegrond! De zaak P. en perfecte klachtafhandeling door de directeur van de Raad voor de Kinderbescherming
209 Klacht gegrond! Raadonderzoeker vervangen na klacht over partijdigheid voor de moeder
208 Klacht gegrond! Onderzoek Raad voor de Kinderbescherming bij het Münchhausen syndroom by proxy
325 Klacht gegrond! Raadsrapport ten onrechte na een gegrond verklaarde klachtzaak niet vernietigd
606 Acht Klachten gegrond! Vader X met Hop als gemachtigde tegen Raad voor de Kinderbescherming Noord-West
321 Klacht gegrond! Raadsonderzoeker Raad voor de Kinderbescherming directie Oost partijdig tijdens raadsonderzoek
673 Klacht gegrond! Moeder X met Hop als gemachtigde tegen RvdK inzake "verificatie informantenverklaringen"
672 Klacht gegrond! Moeder X met Hop als gemachtigde. Gebezigde kwalificaties in schrijven aan rechtbank te veel toonzettend
688 Klacht gegrond! Vader X met Hop als gemachtige inzake lange duur onderzoek, geen bemiddeling, geen vlekkeloos onderzoek
   
Verbetering uiterlijke kenmerken rechtspraak: Hop breekt door verbod voor ouders inzage dossier heen
106 Hop uit Ermelo breekt bij de rechtbank Zutphen door weigering inzage rechtbankdossiers door gewone burgers heen
117 Klacht gegrond tegen griffier van het Gerechtshof Arnhem, een griffier moet de wet inzake inzage dossier kennen
143 Griffieformulier "Voogdij: De Moeder" op verzoek van Hop bij de griffie van de rechtbank Arnhem weggehaald
   
Klagen met Hop tegen GGD, GGZ, pedagogen en psychiaters
322 De zaak H. tegen GGZ Klacht gegrond Hop tegen psychiater van GGZ Assen, diverse klachten gegrond
195 Klacht gegrond! Geert van Spronsen met Hop tegen Mw Drs C. Snijder PAR pedagoog Amsterdam
687 Klacht gegrond met Hop als gemachtigde in de zaak P. tegen GGD Twente
195 Klacht gegrond! Geert van Spronsen met Hop tegen Mw Drs C. Snijder PAR pedagoog Amsterdam
   
Klagen met Hop tegen rechters en rechtbanken inzake onvolledige opgaven en verouderde registers nevenfuncties
390 Rechtbank 211004 President Arnhem heeft een klacht van Hop over onvolledige opgave bijbanen gegrond verklaard
607 Rechtbank Zutphen heeft klacht van Hop over een verouderd register nevenfuncties rechterlijke macht gegrond verklaard
   
Klagen met Hop namens minderjarigen en hun ouders tegen Justitiële Inrichtingen JJI
471 Keiharde toezeggingen directie JJI Harreveld in overleg met Hop tijdens schorsing zitting College Advies Justitiële Kinderbescherming
086 Bezwaarschrift Hop GEGROND inzake publicatie namen medewerkers overheid met hun telefoonnummer bij de overheid
   
Hop adviseert na tien jaar ervaring burgers GEEN KLACHTEN meer tegen "jeugdzorg" in te dienen
690 Het gevaar! De wetgever is er indertijd vanuit gegaan dat de gebrekkige toegang tot de kinderrechter zou kunnen worden gecompenseerd door een interne klachtenprocedure. Die route is echter voor de veelal in de duistere maatschappelijke jungle voortstrompelende justitiabelen niet gemakkelijk te vinden
300 De norm! "Citaat: "De heer Hop was als voortrekker bezig het systeem lam te leggen. In eerste instantie werd in dit kader gebruik gemaakt van hinderlijke, maar wel legale middelen als het systematisch klagen en het systematisch om informatie vragen" Bron Regel 21, 22 en 23 Pleitnotities advocaat X overheid op de hoorzitting van het Hof van Discipline 150304."
050 Alle klachten GEGROND in strijd om afgifte contactjournaal gezinsvoogd worden hier als herhaald en ingelast beschouwd
689 Max Wattimena! 12 klachten gegrond met Hop als gemachtigde van moeder X tegen Max Wattimena e.a. Bureau Jeugdzorg Amsterdam
137 Max Wattimena! Ongewenste dubbelfunctie medewerker gezinsvoogdij/lid interne klachtencommissie zichtbaar in hetze tegen Hop
693 bjz17151696 Klacht gegrond tegen SBJNB verklaard door Provinciale Klachtencommissie wegens intimidatie van tienermoeder
460 Klacht gegrond! Logtenberg tegen VVP inzake onderscheppen correspondentie aan klachtencommissie door directeur VVP
461 Klacht gegrond! Logtenberg tegen SBJG inzake onderscheppen correspondentie aan klachtencommissie door beleidsmedewerker
681 16 klachten gegrond tegen Stichting Jeugdzorg Groningen in twee klachtrondes met Hop als gemachtigde van klagers
204 VVP Klacht gegrond Voorziening Pleegzorg Flevoland had twee na wetgeving geen interne klachtencommissie
691 Geschiedenis! Klacht gegrond met Hop tegen Stichting Centrum voor Pleegzorg Rotterdam
694 Klacht gegrond met Hop tegen Stichting Bureau Jeugdzorg Stadsregio Rotterdam bij Provinciale Klachtencommissie
700 Geschiedenis! Klacht gegrond met Hop als gemachtigde tegen "niet-ontvankelijk" levert een definitie van "pleegouders" op
126 swsg44200840 Klacht gegrond tegen Stichting William Schrikker Groep  "Ouders ten onrechte geen hulpverleningsplan ontvangen"
669 Klacht gegrond tegen Stichting William Schrikker Groep  ONBEGRIJPELIJK na bijna een jaar OTS nog geen Plan van Aan pak gemaakt
198 Klacht gegrond tegen Stichting Jeugdzorg Noord-Brabant inzake intimidatie van tienermoeder
676 Procederen met Hop tegen SBJF! Van zes kinderen gaat de OTS eraf en daar waren ze bij SBJF niet zo blij mee
134 Hop adviseert burgers geen klachten meer in te dienen tegen de jeugdzorg maar bezwaarschriften op grond van 5.5 Woj
198  13 klachten gegrond tegen Stichting Jeugdzorg Noord-Brabant in eerste klachtronde met Hop als gemachtigde van klagers
674 19 klachten gegrond tegen Stichting Jeugdzorg Noord-Brabant in twee klachtrondes met Hop als gemachtigde van klagers
670 Opnieuw veel klachten gegrond tegen Stichting Jeugdzorg Noord-Brabant in drie klachtrondes met Hop als gemachtigde van klagers
678 Klachten van moeder X met Hop ingediend tegen Stichting Jeugdzorg Noord-Holland GEGROND verklaard tijdens Vedivo hetze
682 Klachten gegrond met Hop als gemachtigde van ouders tegen Stichting Bureau Jeugdzorg Zeeland
683 Klacht gegrond in de zaak J. met Hop als gemachtigde tegen Stichting Leger des Heils Welzijns- en Gezondheidszorg
684 Klacht gegrond in de zaak Z. met Hop als gemachtigde tegen Stichting Leger des Heils Welzijns- en Gezondheidszorg
685 Klacht gegrond in de zaak E. met Hop als gemachtigde tegen Stichting Leger des Heils Welzijns- en Gezondheidszorg
686 Klachten gegrond met Hop als gemachtigde tegen Bureau Jeugdzorg Zuid-Holland bij Provinciale Klachtencommissie
051 Vedivo hetze. Klacht van Hop GEGROND tegen beroepsverbod voor Hop op grond van websites die NIET van Hop zijn
668 Klacht gegrond! Directeur Jeugd en Gezin Noord-Holland ONBEVOEGD Hop te weigeren bij interne klachtencommissie (Vedivo hetze)
680 Geschiedenis! Strijd van Hop namens klagers tegen gezinsvoogdij om afgifte contactjournaal gezinsvoogd! "Jeugdzorg en VVP" dringen er bij de MINISTER op aan regelgeving (6) (Omroep Gelderland) voor interne klachtencommissies aan te passen om misbruik van klachtprocedures voor eigen doeleinden door derden (lees Hop) die zich als belangenbehartiger opwerpen om middels de klachten van individuele klagers "eigen programmapunten" (lees strijd van ouders met Hop als gemachtigde om afgifte contactjournaal gezinsvoogd) in stelling te brengen tegen te gaan
692 Censuur in Nederland Hop weigert maximaal 5 klachten in te dienen bij Provinciale Klachtencommissie Jeugdhulpverlening Noord-Brabant
211 Vedivo hetze tegen Hop betekende na strijd om afgifte contactjournaal einde van alle Provinciale Klachtencommissies in Nederland
006 Wraking van Hop ongegrond bij Rechtbank Zutphen krijgt een vervolg bij de Verenigde Naties met klacht van Hop
Omroep Gelderland: President Rechtbank Zutphen wil regelgeving voor wraking aanpassen om wraken kinderrechters te voorkomen
   
Werkwijze deel "jeugdzorg" deugt niet door INCOMPETENTIE en de weerzinwekkende werkwijze van deze beroepsgroep om kost wat kost door te blijven gaan op een ingeslagen weg ook al zijn er zeer ernstige fouten gemaakt. Om aan een stroom van GEGROND verklaarde klachten een einde te maken wordt op verzoek van "jeugdzorg" wetgeving aangepast voor "jeugdzorg" die NIET KINDGERICHT is en alleen maar uit is op schaalvergroting om steeds meer kinderen een staatsopvoeding te kunnen geven
070 Het artikel "Kinderdieven" uit 1997 wordt door J. Hop als grondslag voor ieder weerwerk tegen "jeugdzorg" gebruikt
300 "Citaat: "De heer Hop was als voortrekker bezig het systeem lam te leggen. In eerste instantie werd in dit kader gebruik gemaakt van hinderlijke, maar wel legale middelen als het systematisch klagen en het systematisch om informatie vragen" Bron Regel 21, 22 en 23 Pleitnotities advocaat X overheid op de hoorzitting van het Hof van Discipline 150304."
006 Beroepsverbod in 2007 voor Hop bij Rechtbank Zutphen na gebruik artikel "Kinderdieven" in procedures tegen "jeugdzorg"
220 Beroepsverbod voor Hop in 3 provincies na zijn weigering klachten tegen "jeugdzorg" op maximaal A4-tje in te dienen
137 Vedivo BESLUIT voor hetze tegen Hop in strijd om contactjournaal genomen in een achterkamertje zonder hoor en wederhoor
668 Klacht gegrond! Directeur Jeugd en Gezin Noord-Holland ONBEVOEGD Hop te weigeren bij interne klachtencommissie (Vedivo hetze)
067 Beroepsverbod voor Hop in de provincie Utrecht na record aantal gegrond verklaarde klachten tegen "jeugdzorg Utrecht"
052 Beroepsverbod voor Hop bij Stichting Jeugdzorg Noord-Brabant na enorme aantallen gegrond verklaarde klachten
121 bjz01099530 Beroepsverbod voor Hop. Stasi werkwijze in strijd met het negende gebod zonder hoor en wederhoor is representatief voor de werkwijze van de Stichting Bureau Jeugdzorg Friesland met als incompetente algemeen directeur mw. drs. B.A. Katee
121 bjz01099530 Algemeen directeur van Stichting Bureau Jeugdzorg Friesland mw. drs. B.A. Katee opnieuw in de fout met het onbevoegd weigeren van Hop als belangenbehartiger familie H. bij de Interne klachtencommissie Stichting Bureau Jeugdzorg Friesland
137 Beroepsverbod voor Hop in Amsterdam blijkt uit memo's die over Hop binnen de jeugdzorg worden rondgestuurd
130 Beroepsverbod voor Hop in de provincie Limburg na procedureel en systematisch klagen tegen "jeugdzorg Limburg"
677 Een Stasi werkwijze in strijd met het negende gebod zonder hoor en wederhoor is representatief voor de werkwijze van de interne klachtencommissie van de Stichting William Schrikker Groep met als voorzitter Mevrouw M. Moons
677 Een Stasi werkwijze in strijd met het negende gebod zonder hoor en wederhoor is representatief voor de werkwijze van de Stichting William Schrikker Groep met als directeur drs. K. Verwey, MMC
066 bjz34186307 Beroepsverbod voor J. Hop wegens "aanzetten tot klagen over afgifte contactjournaal" Een Stasi werkwijze in strijd met het negende gebod zonder hoor en wederhoor is representatief voor de werkwijze van de Stichting Jeugdzorg Noord-Holland met als directeur E.S.P. Oudejans
678 Een Stasi werkwijze in strijd met het negende gebod zonder hoor en wederhoor is representatief voor de werkwijze van de interne klachtencommissie van de Stichting Jeugdzorg Noord-Holland met als voorzitter H.R. Smits (Voorzitter), Mevrouw mr. A.B. Boukema (vice-voorzitter), Mevrouw drs. L. Rooijer (lid), Mevrouw M.A.C. Gouwenberg (Secretaris)
680 Geschiedenis! Strijd van Hop namens klagers tegen gezinsvoogdij om afgifte contactjournaal gezinsvoogd! "Jeugdzorg en VVP" dringen er bij de MINISTER op aan regelgeving (6) (Omroep Gelderland) voor interne klachtencommissies aan te passen om misbruik van klachtprocedures voor eigen doeleinden door derden (lees Hop) die zich als belangenbehartiger opwerpen om middels de klachten van individuele klagers "eigen programmapunten" (lees strijd van ouders met Hop als gemachtigde om afgifte contactjournaal gezinsvoogd) in stelling te brengen tegen te gaan
211 Vedivo hetze tegen Hop betekende na strijd om afgifte contactjournaal einde van alle Provinciale Klachtencommissies in Nederland
006 Wraking van Hop ongegrond bij Rechtbank Zutphen krijgt een vervolg bij de Verenigde Naties met klacht van Hop
Omroep Gelderland: President Rechtbank Zutphen wil regelgeving voor wraking aanpassen om wraken kinderrechters te voorkomen
   
Kenmerk werkwijze Rechtbank Zutphen is het hanteren van andere doorlooptijden voor verzoeken/beroepen ouders!
GHK 4 jaar OTS tot 310808! Dirkje Logtenberg-Dijkhof kandidaat Groep Hop verkiezingen 2010 levert stevig weerwerk tegen SGJ 
519 4 jaar OTS tot 310808! SGJ heeft geen bezwaarcommissie, Stichting Bureaus Jeugdzorg Gelderland wel!
426 4 jaar OTS tot 310808! Toelichting verzetschriften 1, 2, 3, 4 en 5 Logtenberg tegen SGJ/SBJG hoorzitting Rb Zutphen 300807
453 4 jaar OTS tot 310808! Geschiedenis! Beroepschrift Logtenberg gegrond maar beschikking is toch aanleiding voor verzetschrift 1
454 4 jaar OTS tot 310808! Geschiedenis! Beroepschrift Logtenberg gegrond maar beschikking is toch aanleiding voor verzetschrift 2
455 4 jaar OTS tot 310808! Geschiedenis! Beroepschrift Logtenberg gegrond maar beschikking is toch aanleiding voor verzetschrift 3
456 4 jaar OTS tot 310808! Geschiedenis! Beroepschrift Logtenberg gegrond maar beschikking is toch aanleiding voor verzetschrift 4
517 4 jaar OTS tot 310808! Geschiedenis! Beroepschrift Logtenberg gegrond maar beschikking is toch aanleiding voor verzetschrift 5
518 4 jaar OTS tot 310808! Geschiedenis! Beroepschrift Logtenberg gegrond bij bestuursrechter mevrouw J. Barrau rechtbank Arnhem
710 4 jaar OTS tot 310808! Alle verzetschriften Logtenberg GEGROND ingeleverd met Hop als procesvertegenwoordiger
   

 

 

9. Een van de gronden om Mr. Vergunst te wraken was vanwege zijn al zijn (gereformeerde) nevenfuncties. In de zaken met Hop als procesvertegenwoordiger ging het om procedures tegen de Stichting Gereformeerde Jeugdbescherming. Vergunst getuigt actief van zijn (gereformeerde) geloof en hij schrijft ook dat de elementen van zijn (gereformeerde) geloof een voor zijn omgeving merkbare ondertoon vormen voor zijn werkzaamheden. De wraking van Mr. Vergunst had dan ook GEGROND verklaart moeten worden omdat het hier ging om procedures met de Stichting Gereformeerde Jeugdbescherming (SGJ) als tegenpartij van ouders met Hop als procesvertegenwoordiger en de SGJ een direct belang had bij de uitschakeling van Hop als integere, deskundige en daardoor lastige tegenstander.

Dirk Vergunst, vice-president rechtbank Zuthphen
Mijn werkomgeving zie ik niet in de eerste plaats als een gelegenheid om actief te getuigen van mijn geloof. De kwaliteit van het werk staat centraal, zij het dat dit moet worden ingebed in een levenswandel van (collegiaal) dienstbetoon, naastenliefde en de één uitnemender achten dan de ander. Daarmee heb ik, eerlijk gezegd, mijn handen al meer dan vol. Ik hoop dat deze elementen voor mijn omgeving de merkbare ondertoon vormen van mijn werkzaamheden, zowel in de collegiale omgang als in de verhouding tot rechtzoekenden. Dat wil niet zeggen dat ik niet voor mijn overtuiging uitkom, integendeel. Verbazing over mijn geloof, zoals ik nogal eens tegenkom, treed ik tegemoet met verbazing over ongeloof: kijk naar de hemel, de bomen, je eigen handen en leg mij dan eens uit hoe het kan bestaan dat je slechts oog hebt voor het stoffelijke in plaats van voor het wonder. Dan ontstaat soms ook de ruimte voor de blijde boodschap van een God, Die van mensen wil houden, niet omdat ze zo lief zijn, maar omdat Hij liefde is.

Bron: Impact, Christen zijn in werk, relaties en samenleving 3e jaargang nr 3 juli 2002, De Gekke Henkie's?!

 
De Gekke Henkie's?!
Christen zijn op je werkplek. Betekent dat je werk zo goed mogelijk doen? Of de kans aangrijpen om niet-gelovige collega's het evangelie te vertellen? Tien personen plus een stelling: 'Christenen zouden meer uitgesproken moeten zijn in hun werk. Duidelijker getuigen, en helder hun mening geven over professionele en maatschappelijke vraagstukken. Het gaat niet alleen om goed handelen, christenen moeten een open en veel gelezen boek zijn'.


Nolda Griffioen, Operation Engineer Shell
Uitgesproken christen. Wat is dat? Betekent het dat ik dagelijks mijn buurman in de tram moet vragen 'Are you born again?' Betekent het angstvallig bewijzen dat ik ondanks mijn christenzijn toch professioneel ben?
Leven als kind van God is voor mij liefde voor mijn naaste, integriteit, luisteren en handelen. Uitgesproken christen zijn is subtiel. Ik bid God om wijsheid. Het gaat vaak fout. Ik krijg een vraag en beland in een discussie waarin ik verblind door verbale oorlogvoering niet bid of echt luister naar mijn opponent. Achteraf bid ik dan: 'God, waar was U?' Maar waar was ik?

Richard Doornbosch, beleidsmedewerker Ministerie van Financiën
Het is van belang te beseffen dat christenen geen monopolie hebben op naastenliefde. Ze zijn niet de enigen die een rechtvaardige samenleving nastreven. Natuurlijk moet je als christen allereerst gewoon je werk doen en niet de hele dag op een stoel gaan staan om het evangelie te verkondigen. Het geloof overal met de haren bijslepen, wekt meer irritatie dan dat het iets oplevert. De lunch of een biertje na het werk in de kroeg geeft mij vaak meer gelegenheid om uit te leggen wat het geloof voor mij betekent. Dus niet altijd en overal met het evangelie op het puntje van mijn tong. Maar hopelijk wel altijd aanspreekbaar en herkenbaar als christen.

Dirk Vergunst, vice-president rechtbank Zuthphen
Mijn werkomgeving zie ik niet in de eerste plaats als een gelegenheid om actief te getuigen van mijn geloof. De kwaliteit van het werk staat centraal, zij het dat dit moet worden ingebed in een levenswandel van (collegiaal) dienstbetoon, naastenliefde en de één uitnemender achten dan de ander. Daarmee heb ik, eerlijk gezegd, mijn handen al meer dan vol. Ik hoop dat deze elementen voor mijn omgeving de merkbare ondertoon vormen van mijn werkzaamheden, zowel in de collegiale omgang als in de verhouding tot rechtzoekenden. Dat wil niet zeggen dat ik niet voor mijn overtuiging uitkom, integendeel. Verbazing over mijn geloof, zoals ik nogal eens tegenkom, treed ik tegemoet met verbazing over ongeloof: kijk naar de hemel, de bomen, je eigen handen en leg mij dan eens uit hoe het kan bestaan dat je slechts oog hebt voor het stoffelijke in plaats van voor het wonder. Dan ontstaat soms ook de ruimte voor de blijde boodschap van een God, Die van mensen wil houden, niet omdat ze zo lief zijn, maar omdat Hij liefde is.

Mirjam Siesling, AIO faculteit Rechten - Universiteit Utrecht
Als christen heb je geen reden je levensstijl onder stoelen of banken te steken. Dat geldt niet alleen voor werksituaties, maar voor iedere dag en voor iedere omstandigheid. Ik probeer in mijn werk altijd zoveel mogelijk in gedachten te houden dat God mij heeft gemaakt met de talenten die ik heb. Die wil ik zo goed mogelijk gebruik ten opzichte van mijn naasten en tot eer van Hem.
Mijn directe collega's weten dat ik christen ben en ik kan er met hen open over spreken. Inhoudelijk heb ik niet direct te maken met levensbeschouwelijke problemen in mijn werk. Ik weet dat het ook anders kan. Iemand die hier heeft gewerkt, betrok veel van zijn christelijke opvattingen in zijn onderzoek. Het vermengen van persoonlijke meningen en objectief wetenschappelijk onderzoek werd hem niet in dank afgenomen. Ik vind het jammer dat daarover met hem blijkbaar niet van gedachten is gewisseld.

Johan Bac, rechterlijk ambtenaar in opleiding - Openbaar Ministerie in Utrecht
Jezus had zeer uitgesproken opvattingen, maar verloor nooit de mens uit het oog. Christenen met uitgesproken opvattingen en een beetje zendingsijver kunnen wel eens teveel het eerste benadrukken en het tweede teveel uit het oog verliezen. Als er iets is waar mijn niet-christelijke collega´s gevoelig voor zijn, is het wel dat vingertje dat oordeelt, zonder ooit te hebben geluisterd.
Daarnaast moeten we ook de hand in eigen boezem durven steken. Het veel beleden nastreven van een hoog professioneel niveau en een goede collegialiteit (helemaal mee eens overigens) is soms een schaamlap om een diep, wezenlijk gesprek uit de weg te gaan of een botsing der geesten te vermijden. Onlangs vroeg een collega nog of ik geen moeite heb met euthanasiemeldingen die ik op mijn bureau krijg. Ik heb hem uitgelegd wat ik ervan vond, maar het daarbij gelaten. Wellicht een mooie kans laten liggen.

Cor Verkade, docent en onroerendgoedontwikkelaar
Christenen voelen zich soms schuldig als ze aan collega's, buren of medestudenten niet de blijde boodschap verteld hebben; ze zijn daardoor verantwoordelijk voor het zielenheil van degenen die ze niet met de boodschap geconfronteerd hebben. Naar mijn overtuiging zijn christenen net zo goed verantwoordelijk voor het wél verspreiden van de blijde boodschap en de gevolgen die dat op heeft geroepen bij anderen (afkeer, verharding, walging).
We moeten zoeken naar de juiste plaats en wijze om het intiemste dat we hebben te delen met daartoe uitverkoren naasten. En wee de schreeuwers en de neuroten. Ook in deze geldt: 'Niet door kracht, noch door geweld maar door mijn Geest zal het geschieden.'

Esther Roeleveld, financial consultant
Als je het grootste gedeelte van de dag werkt, dan neem je je christenzijn mee naar het werk. Je kunt dit niet even van je af zetten op het moment dat je het kantoor binnenstapt, zoals je je jas op de kapstok hangt. In mijn christenzijn op m'n werk komt vakbekwaamheid op de eerste plaats. Daarbij probeer ik uit liefde tot God én ten dienste van de medemens en de samenleving te handelen. Ik geloof dat de waarde van je werk in de ogen van God gebaseerd is op de intentie waarmee het gedaan wordt. Dus getuigen door je werk goed te doen en met de juiste intentie!
Is God de motor achter je werk waardoor je een verschil wilt maken in het leven van anderen? Of gaat het eigenlijk toch om invloed, salaris en eigenbelang? Probeer je om open iedereen tegemoet te treden en niemand buiten te sluiten, ook die collega die je op het eerste gezicht niet mag en die zo saai lijkt?

Teunis van Kooten, advocaat en promovendus aan de Vrije Universiteit
In je werk zijn mijns inziens twee dingen belangrijk. Ten eerste moet je je werk gewoon goed doen. Dus niet tijdens werktijd dingen 'voor de kerk' regelen: daar prikt men feilloos doorheen. Ten tweede: (werk)afspraken met collega's nakomen en je daarin enigszins sociaal (ook niet al te soft overigens) opstellen. Neem het waarnemen voor anderen. Ofschoon er altijd op iedereen iets op- of aan te merken is, word jij daarop afgerekend. In gesprekken met collega's - bijvoorbeeld over het achterliggende weekend - kun je wat over je motieven vertellen, zonder iets op te dringen. Ook kun je aangeven - in mijn vak speelt dat nog regelmatig - waarom je een bepaalde zaak al dan niet aanneemt of daarin een bepaalde strategie kiest. Je kunt de feiten op een voor jouw cliënt gunstige wijze kleuren, maar hoever ga je daarin?

Léon Frantzen, directeur DKN Financial Consultants B.V.
Dr. D. Martyn Lloyd-Jones zei enkele decennia geleden: 'Ik word nooit moe te zeggen dat de kerk geen evangelische campagnes moet organiseren om buitenstaanders aan te trekken, maar zelf moet beginnen het christelijk leven in de praktijk te brengen.' In zijn boek Let the nations be glad schrijft J. Piper: 'Missions is not the ultimate goal of the church; worship is. Missions exists because worship doesn't.' Als ik deze twee verschillende uitspraken (die niets te maken schijnen te hebben met onze werkomgeving) loslaat op de stelling, dan kom ik uit bij de 'deugdenlijst' van Petrus (zie 2 Petrus 1:5-7). Bij naleving zal die tot godsvrucht leiden (vers 8). De nadruk ligt niet voor niets op een stuk ijver (vers 5). Het is een geschenk én een opdracht. Gód wil dingen in ons leven doen, sámen met ons. God verlangt ernaar in ons leven te werken. Verlangen wíj er wel naar?!

Justin de Jong, chirurg in opleiding
Christelijk opereren bestaat. Niet in het hanteren van het mes maar bij problemen die soms optreden aan het begin en einde van het leven. Het gewild zijn van ieder individu en geloof in het hiernamaals geven een extra dimensie aan je vak. In discussies met andersdenkenden heb je iets meer te melden dan 'wat is hiervan de kwaliteit' of 'hierna is alles toch afgelopen'. Je wordt een gekke Henkie gevonden, maar volledig geaccepteerd. Door open te zijn, zonder opdringerig te worden, en te laten zien waar je voor staat, kun je mensen nieuwsgierig maken naar de bron van gekke Henkie. God doet de rest.

 

 

10. President rechtbank Zutphen is een politiek tegenstander van Hop inzake onderwerp "lekenrechtspraak"

Macht is recht. Mr. G. Vrieze President van de Rechtbank Zutphen: "Opleiding en reflectie zijn aan een jury niet besteed.

10.1 Er is sprake van rancune van in ieder geval een te weten Mr. G. Vrieze President van de Rechtbank Zutphen of meer van de rechters tegen klager in de onderhavige zaak. Klager heeft kritiek op de rechtspraak en heeft als politiek standpunt "het invoeren van lekenrechtspraak" om de kwaliteit van de rechtspraak in Nederland te verbeteren. Mr. G. Vrieze President van de Rechtbank Zutphen  is een fervent tegenstander van het invoeren van lekenrechtspraak. 

10.2 Bron: Juridisch Dagblad 11 april 2008.

Van een onzer redacteuren

Vrieze ziet juryrechtspraak somber in: zonder motivering schuldig of onschuldig? 

Jury bevordert deskundigheid rechtspraak niet’. Dat zegt een beroepsrechter. Mr. G. Vrieze, president van de rechtbank Zutphen, zal in zijn speech tijdens de installatiebijeenkomst vandaag de lekenrechtspraak op de korrel nemen. In 'verschillende media' - de Rechtspraak houdt het altijd algemeen - zou de invoering van juryrechtspraak weer 'ns bepleit zijn, wánt dat zou democratisch zijn. Volgens Vrieze gaat democratie over wetgeving die voor iedereen geldt en niet over volksgerichten, waarschuwt hij alvast. Enfin, onderstaand kort z'n cri de coeur in het 'debat'. Zijn stelling luidt: Een jury is geen verbetering van de deskundigheid van de rechtspraak en vergroot ook het vertrouwen in de rechtspraak niet. De heer Vrieze:“Wat heeft de samenleving aan een jury die zonder motivering “schuldig” of “onschuldig” roept? De ingrijpende beslissingen die elke dag in de rechtszaal genomen worden hebben een gedegen uitleg nodig.” De heer Vrieze vindt wel dat de rechtspraak kan verbeteren: “Door te investeren in de deskundigheid van rechters als het gaat om het kritisch toetsen van allerlei soorten bewijsmateriaal. En om opener te staan voor de gedachte dat ook deskundigen van mening kunnen verschillen. Zo wordt er nu al geïnvesteerd in permanente opleiding, verbetering van het feitenonderzoek, een landelijke databank van gecertificeerde deskundigen en reflectie achteraf. Opleiding en reflectie zijn aan een jury niet besteed.”

10.3 Hoeveel geld moet de maatschappij nog in academisch opgeleide rechterlijke ambtenaren investeren indien deze beroepsgroep "deskundige" en daardoor lastige tegenstanders probeert uit te schakelen en dood te zwijgen door GEEN ONAFHANKELIJKE RECHTERS op een zaak te zetten, geen schriftelijke aanklacht op papier te zetten en geen afschrift procesdossier te verstrekken omdat dit de beroepsgroep niet uitkomt omdat een lastige tegenstander uitgeschakeld moet worden?

10.4 Dit klemt allemaal des te meer gelet op de uitspraak van Jeanne Dijkstra eindredacteur van Wegeners Ermelo's Weekblad bij de Raad voor de Journalistiek. Hoor en wederhoor. Citaat uit de uitspraak Raad voor de Journalistiek: "Verweerster benadrukt dat zij geen lid is van een politieke partij en volkomen neutraal is. Zij is al 15 jaar werkzaam voor Ermelo’s Weekblad en staat bekend als een betrouwbare verslaggever." Hoor en wederhoor. Citaat uit haar verweerschrift naar de Raad voor de Journalistiek: “Van alle kanten in Ermelo wordt de roep gehoord om deze politieke partij (Groep Hop) dood te zwijgen en ik ben er helaas achter gekomen dat dit waarschijnlijk waar is” schrijft mevrouw Jeanne Dijkstra eindredacteur van het Ermelo's Weekblad aan de Raad voor de Journalistiek.

10.5 Dit klemt allemaal des te meer omdat tijdens de laatste provinciale verkiezingen in Gelderland de verkiezingsposters van "Groep Hop" overal van de verkiezingsborden werden gehaald over overplakt om "Groep Hop"dood te zwijgen.

10.6 Macht is recht! Toelicht www.burojeugdzorg.nl/20.htm Van alle kanten wordt de roep gehoord en ook nu weer door de Rechtbank Zutphen gehonoreerd om klager J. Hop en de politieke groepering (Groep Hop) dood te zwijgen. De ongegrond verklaarde wraking van drie rechters van de rechtbank Zutphen zoals hierboven beschreven is het zoveelste bewijs dat geprobeerd wordt de integere, deskundige en daardoor lastige tegenstander en klager bij de VN J. Hop zoveel mogelijk te dwarsbomen en monddood te maken.

 

11. Het verzoek tot wraking van Vergunst werd afgewezen maar de wraking had wel gevolgen voor de vervolgprocedures in de zaak.  Rechter Vergunst werd wel vervangen in de betreffende zaak. Wat daarna zeer vreemd overkwam was dat dezelfde Rechter Vergunst  ineens fungeerde als persrechter en in deze zaak die eveneens als toeschouwer aanwezig was bij de zittingen die betrekking hadden op de gemeenschap waar dhr Vergunst ook lid van was.

 

12. De Rechtbank Zutphen past deze werkwijze niet incidenteel toe, er is sprake van een structurele werkwijze. Ook in de vervolgprocedure na de weigering van Dhr Hop pasten deze drie rechters dezelfde tactieken toe en negeerden het Mantovanelli arrest door verzoekers niet over alle ingediende stukken te laten beschikken. Tijdens een wrakingszitting van de betreffende rechter werd weer ontkend dat de Rechtbank de betreffende stukken niet had ontvangen terwijl een ontvangstbericht van de rechtbank in het bezit van verzoekers was. Het onderzoek naar de betreffende documenten werd uitgevoerd door de behandelend rechter dhr Eskes. Dit onderzoek duurde zo lang dat de uitslag welke van belang zou zijn voor andere bij de rechtbank aanhangige zaken. Een beroep op dit onderzoek mocht echter niet baten want de nieuwe behandelend rechter deed gewoon uitspraak in deze zaken. Het resultaat van het onderzoek was dat een 3 tal stukken toebehoorden aan een andere procedure terwijl de ingediende stukken 9 producties betrof.

 

13. De Rechtbank Zutphen verliest door deze werkwijze van haar rechters alsmede haar president haar geloofwaardigheid als onafhankelijke rechtbank. Van een rechtbank die wrakingen ongegrond verklaart maar wel overgaat tot het toepassen van hetgeen in de wraking is verzocht alsmede een President die zijn eigen frustratie uit op de televisie op bij wet genoemde rechtsmiddelen en daar klaarblijkelijk niet goed mee om kan gaan alsmede een rechtbank die zonder te voldoen aan de wettelijke vereisten een gemachtigde weigert alsmede een rechtbank die toelaat dat niet onafhankelijke rechters deelnemen aan zittingen, kan niet worden volgehouden dat zij nog geloofwaardig overkomt. Ergo er wordt afbreuk gedaan aan de onpartijdigheid van de rechterlijke macht wat zou moeten leidden tot grootscheepse schoonmaakacties.

 

 

14.1 Er is sprake van meten met twee maten door de rechtbank Zutphen.

14.2 De zaak Kerkgenootschap Leger des Heils tegen de gemeente Zutphen werd WEL door de rechtbank Zuthpen doorverwezen naar de rechtbank Almelo omdat bij deze zaak een medewerker van de Rechtbank Zutphen betrokken was.

meten met twee maten omdat

in de zaak Rechtbank Zutphen tegen J. Hop Ermelo NIET werd doorverwezen naar een andere rechtbank terwijl de Rechtbank Zutphen in de zaak Rechtbank Zutphen tegen J. Hop zelf drie kinderrechters van de Rechtbank Zutphen en de rechtbank Zutphen zelf belanghebbende waren. 

14.3 wetgeving citaat: Zij kan een bij haar aanhangig gemaakte zaak ter verdere behandeling verwijzen naar een andere rechtbank indien naar haar oordeel door betrokkenheid van de rechtbank behandeling van die zaak door een andere rechtbank gewenst is."" 

AFDELING  8.1.3

Verwijzing, voeging en splitsing

Art. 8:13. [Verwijzing] (8.1.3.1)
-1. De rechtbank kan een bij haar aanhangig gemaakte zaak ter verdere behandeling verwijzen naar de rechtbank waar een andere zaak aanhangig is gemaakt indien naar haar oordeel behandeling van die zaken door één rechtbank gewenst is. Zij kan een bij haar aanhangig gemaakte zaak ter verdere behandeling verwijzen naar een andere rechtbank indien naar haar oordeel door betrokkenheid van de rechtbank behandeling van die zaak door een andere rechtbank gewenst is.
-2. Een verzoek tot wijziging kan worden gedaan tot de aanvang van het onderzoek ter zitting.
-3. Indien de rechtbank waarnaar een zaak is verwezen, instemt met de verwijzing, worden de op de zaak betrekking hebbende stukken aan haar toegezonden.

14.4 In de zaak Kerkgenootschap Leger des Heils tegen de gemeente Zutphen werd WEL door de rechtbank Zuthpen doorverwezen naar de rechtbank Almelo LJN: BA2013,Voorzieningenrechter Rechtbank Almelo , 07 / 189 GEMWT AQ1 V

14.5 beschikking: De rechtbank Zutphen heeft met toepassing van het bepaalde in artikel 8:13, eerste lid, van de Awb het verzoek om voorlopige voorziening verwezen naar de voorzieningenrechter van de rechtbank Almelo

LJN: BA2013,Voorzieningenrechter Rechtbank Almelo , 07 / 189 GEMWT AQ1 V

Datum uitspraak: 30-03-2007

Datum publicatie: 02-04-2007

Rechtsgebied: Bestuursrecht overig

Soort procedure:Voorlopige voorziening

Inhoudsindicatie: In het onderhavige geding dient de vraag te worden beantwoord of onverwijlde spoed vereist dat het besluit van 31 januari 2007, gedeeltelijk gewijzigd bij besluit van 15 februari 2007, inhoudende het opleggen van een last onder dwangsom met betrekking tot overschrijding van expliciet gestelde geluidsnormen vanwege activiteiten vanuit het pand, wordt geschorst dan wel dat anderszins een voorlopige voorziening wordt getroffen. APV Zutphen, vrijheid van godsdienst.

Uitspraak RECHTBANK ALMELO
Sector bestuursrecht


Registratienummer: 07 / 189 GEMWT AQ1 V

uitspraak van de voorzieningenrechter als bedoeld in artikel 8:84 Algemene wet bestuursrecht d.d. 30 maart 2007

in het geschil tussen:

Kerkgenootschap het Leger des Heils,
gevestigd te Almere, verzoeker,
gemachtigde: mr. B.J.W. Walraven, advocaat te Rotterdam,

en

het College van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Zutphen,
verweerder.


Derde-belanghebbende: Stichting Adamanshuis, gevestigd te Zutphen.


1.  Besluit waarop het verzoek betrekking heeft
Besluit van verweerder d.d. 31 januari 2007 alsmede het hangende bezwaar gewijzigde besluit d.d. 15 februari 2007.


2.  Procesverloop
Naar aanleiding van bij verweerder binnengekomen klachten inzake geluid, veroorzaakt door de activiteiten die door verzoeker worden ontplooid in het pand Hagepoortplein 4A te Zutphen (hierna: het pand), hebben ambtenaren in dienst van verweerders gemeente controles en geluidsmetingen uitgevoerd. Bij brief van 22 mei 2006 heeft verweerder aan verzoeker meegedeeld dat binnen een termijn van één maand brassbands en andere activiteiten met versterkte muziek niet meer zijn toegestaan. Verweerder heeft voorts aangegeven dat hij overweegt gebruik te maken van zijn bevoegdheid tot het opleggen van een last onder dwangsom indien na het verstrijken van voornoemde termijn de geluidsnormen worden overschreden. Verzoeker is in de gelegenheid gesteld zijn zienswijze te geven. Bij brief van 14 juni 2006 heeft verzoeker een zienswijze gegeven. Bij brief van 11 juli 2006 heeft verweerder verzoeker meegedeeld dat, gelet op de gemaakte afspraken tussen hem en verzoeker, hij vooralsnog geen reden ziet om handhavend op te treden.
Bij besluit van 31 januari 2007 (primair besluit 1) heeft verweerder aan verzoeker een last onder dwangsom opgelegd inhoudende dat, kort samengevat, verzoeker een dwangsom verbeurt indien de in primair besluit 1 expliciet omschreven maximaal toegestane geluidsnormen worden overtreden. De begunstigingstermijn is gesteld op 1 februari 2007.

Hiertegen heeft verzoeker bij brief van 13 februari 2007 een bezwaarschrift ingediend. Gelijktijdig is aan de voorzieningenrechter van de rechtbank Zutphen verzocht een voorlopige voorziening te treffen inhoudende het schorsen van primair besluit 1.
Bij besluit van 15 februari 2007 (primair besluit 2) heeft verweerder de begunstigingstermijn van primair besluit 1 verlengd tot 1 mei 2007. Gelet op het bepaalde in artikel 6:19, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) wordt het bezwaarschrift van verzoeker geacht mede te zijn gericht tegen primair besluit 2.
Verweerder heeft de op de zaak betrekking hebbende stukken op 20 februari 2007 ingebracht.
Met toepassing van het bepaalde in artikel 8:13, eerste lid, van de Awb is het verzoek om voorlopige voorziening verwezen naar de voorzieningenrechter van deze rechtbank.
Verweerder heeft op 1 maart 2007 nadere stukken in het geding gebracht.

Openbare behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden ter zitting van 26 maart 2007 alwaar verzoeker zich heeft doen vertegenwoordigen door J.C.Y. van Vliet, J.N.J. Wisseborn en R.L.J. Keijzer, bijgestaan door zijn gemachtigde voornoemd. Verweerder heeft zich doen vertegenwoordigen door mr. F.B.M. van Aanhold en N. van Buitenen. Derde-belanghebbende heeft zich doen vertegenwoordigen door P. Will.


3.  Overwegingen

Kern van het geschil
Ingevolge artikel 8:81 van de Awb kan, indien voorafgaand aan een mogelijk beroep bij de rechtbank bezwaar is gemaakt, door de indiener van het bezwaarschrift aan de voorzieningenrechter van de rechtbank een voorlopige voorziening worden gevraagd. Bij de beoordeling van een zodanig verzoek dient te worden nagegaan of onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, het treffen van een voorlopige voorziening vereist. Voorzover deze toetsing meebrengt dat een oordeel wordt uitgesproken dat tevens het onderwerp van de bezwarenprocedure raakt, heeft dit oordeel een voorlopig karakter. Gelet hierop dient in het onderhavige geding de vraag te worden beantwoord of onverwijlde spoed vereist dat het besluit van 31 januari 2007, gedeeltelijk gewijzigd bij besluit van 15 februari 2007, inhoudende het opleggen van een last onder dwangsom met betrekking tot overschrijding van expliciet gestelde geluidsnormen vanwege activiteiten vanuit het pand, wordt geschorst dan wel dat anderszins een voorlopige voorziening wordt getroffen.

Gronden van bezwaar / voorlopige voorziening
Verzoeker stelt primair dat verweerder niet bevoegd is tot het opleggen van een last onder dwangsom. Ter onderbouwing van deze grief voert hij het volgende aan.
Ten eerste is de last primair gericht op het ongedaan maken van de overtreding van artikel 4.1.5 van de Algemene Plaatselijke Verordening van de gemeente Zutphen (APV). Dit artikel biedt geen bevoegdheid voor het stellen van nadere grenswaarden / geluidsnormen. Gelet hierop mag verweerder niet handhavend optreden tegen overschrijding van de door hem gestelde geluidsnormen. Subsidiair stelt verzoeker dat, indien aansluiting kan worden gezocht bij het Besluit woon- en verblijfsgebouwen milieubeheer, voorschrift 1.1.2, aanhef en b van de bijlage van dit Besluit deze aansluiting in casu verhindert. Immers, hierin staat verwoord dat bij het bepalen van geluidniveaus, het geluid ten behoeve van het oproepen tot het belijden van godsdienst of levensovertuiging of het bijwonen van godsdienstige of levensbeschouwelijke bijeenkomsten en lijkplechtigheden, alsmede geluid in verband met het houden van deze bijeenkomsten of plechtigheden, buiten beschouwing blijft.
Ten tweede worden alle activiteiten van verzoeker beschermd door artikel 6 van de Grondwet. Het eerste lid van dit artikel geeft de mogelijkheid tot het beperken van de vrijheid van godsdienst, echter alleen door middel van een formele wet. Beperking door middel van een - nader ingevulde - APV-bepaling voldoet hier niet aan. De door verweerder aangehaalde jurisprudentie ziet op de uitoefening van de vrijheid van godsdienst buiten gebouwen en besloten plaatsen zodat deze jurisprudentie in casu niet van toepassing is. Verzoeker verwijst voorts naar het in artikel 9 van het Europees Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens (EVRM) en artikel 18 van het Internationaal verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten (Ivbpr) neergelegde vrijheid van godsdienst.
Het opleggen van de last is voorbarig want er heeft nog geen overtreding plaatsgevonden.

Indien wordt geoordeeld dat verweerder wel bevoegd is tot het opleggen van onderhavige last, dan stelt verzoeker subsidiair dat het opnemen van grenswaarden en het bepalen dat overtreding van die grenswaarden tot verbeurte van een dwangsom leidt in één en hetzelfde besluit in strijd is met het rechtszekerheidsbeginsel. Voorts is er ten onrechte geen begunstigingstermijn opgenomen.

Ter zitting heeft verzoeker gesteld dat de last onduidelijk is, wat in strijd is met het rechtszekerheidsbeginsel.

Overwegingen van de voorzieningenrechter
Gelet op het bepaalde in artikel 125 van de Gemeentewet juncto de artikelen 5:21 en 5:32 van de Awb is verweerder eerst bevoegd tot het opleggen van een last onder dwangsom indien wordt gehandeld in strijd met een wettelijk voorschrift. Eerst en nadat is vastgesteld dat er van een dergelijke overtreding sprake is, dient bezien te worden of verweerder in redelijkheid van deze bevoegdheid gebruik heeft kunnen maken.

Ten aanzien van de bevoegdheid tot het opleggen van een last onder dwangsom merkt de voorzieningenrechter het volgende op.

Artikel 4.1.5, eerste lid, van de APV bepaalt dat het verboden is om toestellen of geluids- of lichtapparaten in werking te hebben of handelingen te verrichten op een zodanige wijze dat voor een omwonende of overigens voor de omgeving geluid- of lichthinder wordt veroorzaakt.
Het tweede lid van dit artikel bepaalt dat het college van het verbod ontheffing kan verlenen.
Het verbod geldt niet, voor zover artikel 2.4.16, de op de Wet milieubeheer gebaseerde voorschriften, de Wet geluidhinder, de Wegenverkeerswet 1994, de Zondagswet, het Wetboek van Strafrecht, de Luchtvaartwet, het Reglement verkeerstekens en verkeersregels 1990 of het Vuurwerkbesluit van toepassing zijn.

Tussen partijen is niet in geschil dat de in het pand ontplooide activiteiten niet kunnen worden aangemerkt als een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer en dat de in artikel 4.1.5, tweede lid, van de APV genoemde wetten niet van toepassing zijn. De voorzieningenrechter onderschrijft dit standpunt.

De term ‘geluidhinder’ is niet nader gedefinieerd in de APV. Om te kunnen beoordelen of er sprake is van geluidhinder heeft verweerder aansluiting gezocht bij de meetwijze en normen die gebruikelijk zijn bij vergunningplichtige bedrijven. In casu heeft verweerder aansluiting gezocht bij de normen uit het Besluit woon-, en verblijfsgebouwen milieubeheer en/of het Besluit horeca-, sport- en recreatieinrichtingen milieubeheer. Anders dan verzoeker stelt is deze handelwijze van verweerder toegestaan. De voorzieningenrechter verwijst in dit kader naar de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: de Afdeling) van 1 mei 2002, LJN AE2053. Nu verweerder slechts aansluiting heeft gezocht bij de normen uit voornoemde Besluiten (en verweerder de Besluiten niet integraal van toepassing heeft verklaard) staat de redactie van voorschrift 1.1.2, aanhef en onder b, van de bijlage bij het Besluit woon- en verblijfsgebouwen milieubeheer een dergelijke aansluiting niet in de weg. De voorzieningenrechter oordeelt dan ook dat verweerder, bij de nadere invulling van de term ‘geluidhinder’ in artikel 4.1.5 van de APV aansluiting heeft kunnen zoeken bij de geluidsnormen voor inrichtingen in de zin van de Wet milieubeheer. Nu er in casu sprake is van een nadere invulling van een reeds gestelde norm (in artikel 4.1.5 van de APV) en niet van een nieuwe normstelling, mist de grief van verzoeker hieromtrent feitelijke grondslag.

Verzoeker stelt dat alle activiteiten beschermd worden door de vrijheid van godsdienst, zoals dat is neergelegd in de Grondwet en internationale verdragen. Ten aanzien hiervan merkt de voorzieningenrechter het volgende op.

Artikel 6, eerste lid, van de Grondwet bepaalt dat ieder het recht heeft zijn godsdienst of levensovertuiging, individueel of in gemeenschap met anderen, vrij te belijden, behoudens ieders verantwoordelijkheid volgens de wet.
Het tweede lid van dit artikel bepaalt dat de wet ter zake van de uitoefening van dit recht buiten gebouwen en besloten plaatsen regels kan stellen ter bescherming van de gezondheid, in het belang van het verkeer en ter bestrijding of voorkoming van wanordelijkheden.

Gelet op de redactie van dit artikel kan dit grondrecht, mits niet uitgeoefend buiten gebouwen en besloten plaatsen, enkel worden beperkt door een formele wet zonder mogelijkheid van delegatie. Dit betekent evenwel niet dat alle activiteiten die worden ontplooid in het kader van de godsdienstbelijding in gebouwen en op besloten plaatsen deze bescherming ondervinden. De voorzieningenrechter verwijst hierbij naar de uitspraak van de Afdeling van 5 januari 1996, gepubliceerd in AB 1996, 179, waarnaar verweerder eveneens heeft verwezen. De stelling van verzoeker dat deze jurisprudentie in casu niet van toepassing is omdat deze uitspraak enkel en alleen ziet op godsdienstige bijeenkomsten in de openlucht (en dus ressorteert onder artikel 6, tweede lid, van de Grondwet), is niet juist. De Afdeling heeft in deze uitspraak in haar overwegingen expliciet verwezen naar artikel 6, eerste lid, van de Grondwet.

In deze uitspraak heeft de Afdeling bepaald dat de - met het recht op belijden verbonden - geluidsversterking een connex recht is, dat onderscheiden moet worden van het recht op belijden sec en dat daaraan ondergeschikt is. Dit connexe recht kan in beginsel worden beperkt door een gemeentelijke verordening zoals de APV. Hierbij dient het navolgende in acht te worden genomen:
a.  De beperking van het connexe recht op geluidsversterking houdt geen verband met de inhoud van het belijden.
b.  De beperking is noodzakelijk met het oog op de belangen die de wettelijke regeling waarop de beperking rust, beoogt te dienen en gaat niet verder dan met het oog op de bescherming van die belangen strikt nodig is.
c.  De beperking gaat niet zo ver dat van het connexe recht geen gebruik van betekenis overblijft.

De voorzieningenrechter dient te onderzoeken of de last voldoet aan deze door de Afdeling geformuleerde criteria.
De last, zoals deze is geformuleerd in primair besluit 1, luidt - in hoofdlijnen - als volgt (onderstrepingen aangebracht door de voorzieningenrechter):

I. Voor activiteiten in uw pand die te ver afstaan van het grondrecht of het daaraan connexe recht, zoals voorbereidende activiteiten in kerkgebouwen, waaronder het oefenen van zangkoren en (brass)bands gelden in de vermelde perioden van de dag als maxima de geluidsniveaus als onderstaand vermeld:

Tabel met A-normen.

Wanneer moet worden geconstateerd dat op enig moment niet aan dit onderdeel van deze last wordt voldaan, verbeurt u van rechtswege een bedrag van € 1.000,- per constatering van de overschrijding van de geluidsnormen, tot een maximum van € 10.000,-.

II. Voor activiteiten in uw pand die aan het grondrecht connexe rechten raken, zoals het recht op geluidsversterking, geldt:
1. In de vermelde perioden van de dag als maxima de geluidniveaus als onderstaand vermeld onder A.
2. In afwijking van het gestelde onder 1. is op alle zondagen en maximaal vijf feestdagen per kalenderjaar gedurende één eredienst een maximaal geluidsniveau toegestaan als onderstaand vermeld onder B.
3. In afwijking van het gestelde onder 1. en in aanvulling op het gestelde onder 2. is op maximaal acht dagen naar keuze per kalenderjaar een maximaal geluidsniveau toegestaan als onderstaand vermeld onder B gedurende één activiteit gedurende maximaal vier uren, mits hiervoor vooraf ontheffing is verleend op basis van artikel 4.1.5 APV.

Tabel met A-normen en B-normen.

Wanneer moet worden geconstateerd dat op enig moment niet aan dit onderdeel van deze last wordt voldaan, verbeurt u van rechtswege een bedrag van € 1.000,- per constatering van de overschrijding van de geluidsnormen, tot een maximum van € 10.000,-.

Ter zitting is gebleken dat deze last niet duidelijk is. Ook verweerders gemachtigden waren aanvankelijk onderling verdeeld over de reikwijdte van de last. Na uitleg van verweerders gemachtigden gaat de voorzieningenrechter ervan uit dat verweerder het navolgende heeft beoogd met de last.

Er wordt een onderscheid gemaakt tussen drie categorieën activiteiten.
Categorie 1 betreft activiteiten die rechtstreeks het grondrecht raken. Hieronder wordt verstaan: het houden van erediensten zonder geluidsversterking.
Categorie 2 betreft activiteiten die het recht op geluidsversterking (een aan het grondrecht connex recht) raken. Hieronder wordt verstaan: het versterken van het geluid tijdens erediensten.
Categorie 3 betreft activiteiten die te ver afstaan van het grondrecht of het connexe recht op geluidsversterking. Hieronder wordt verstaan: alle activiteiten, niet zijnde de erediensten.

De last ziet niet op categorie 1 zodat hiervoor geen maximaal toegestane geluidsnormen gelden. De last ziet daarentegen slechts op categorie 2 en 3.
Voor categorie 2 gelden op enkele, expliciet omschreven tijdstippen/situaties, de (hogere) B-normen. Dit betreft één eredienst op de zondagen en één eredienst op vijf feestdagen per kalenderjaar. Voorts kan ontheffing worden verleend voor één activiteit van maximaal vier uren op maximaal acht dagen per kalenderjaar. Voor de ‘extra’ erediensten gelden de (lagere) A-normen.
Voor categorie 3 gelden onverkort de (lagere) A-normen.

Verweerders gemachtigde heeft ter zitting een aantal voorbeelden gegeven ter verduidelijking van de reikwijdte van de last.
•  Het zingen (zonder microfoon) en het spelen van brassbands (niet versterkte muziek) tijdens erediensten ressorteert onder categorie 1, zodat hiervoor geen maximale geluidsnormen gelden.
•  Het bespelen van een elektrische gitaar (versterkte muziek) tijdens erediensten ressorteert onder categorie 2.
•  Het bespelen van een elektrische gitaar, het spelen van brassbands en het zingen (al dan niet met een microfoon) buiten erediensten ressorteert onder categorie 3.

De voorzieningenrechter merkt op dat de reikwijdte van de last hem eerst duidelijk is geworden nadat verweerders gemachtigde hierop een toelichting had gegeven en nadat voorbeelden waren besproken. Een dergelijk onduidelijke last is in strijd met het rechtszekerheidsbeginsel. Reeds hierom kan primair besluit 1 in bezwaar niet ongewijzigd worden gehandhaafd. In bezwaar zal verweerder de last zodanig moeten formuleren dat deze voor één uitleg vatbaar is en dat voor alle partijen, waaronder verzoeker en derde-belanghebbende, duidelijk is voor welke activiteiten welke normen gelden. De voorzieningenrechter merkt in dit kader eveneens op dat onduidelijkheid omtrent de reikwijdte van de last voorkomen kan worden door de termen ‘zoals’ en ‘waaronder’ niet meer te gebruiken maar expliciet te omschrijven op welke activiteiten de last ziet.

Ter zitting heeft verzoeker gesteld dat hij, om te kunnen voldoen aan de last, een groot aantal erediensten zoals begrafenisdiensten en huwelijksdiensten, niet meer kan houden, gelet op het maximaal toegestane aantal erediensten. Ten aanzien hiervan merkt de voorzieningenrechter op dat het houden van erediensten sec niet is beperkt. Erediensten, zonder geluidsversterking, ressorteren onder categorie 1 en hiervoor zijn geen geluidsnormen in de last opgenomen. De last ziet immers, voor wat betreft de erediensten, enkel op het versterken van het geluid tijdens deze erediensten.

Uit de last blijkt dat gedurende een aantal erediensten (één per zondag + één per vijf feestdagen per kalenderjaar) en gedurende acht activiteiten per kalenderjaar de ruimere B-normen gelden. Ter zitting is gebleken dat verzoeker meer erediensten houdt dan de hiervoor genoemde, zodat tijdens die ‘extra’ erediensten binnen de lagere A-normen moet worden gebleven. Het is de voorzieningenrechter niet duidelijk geworden of het voldoen aan de A-normen impliceert dat er tijdens dergelijke erediensten helemaal geen gebruik kan worden gemaakt van een microfoon. Indien dat het geval zou zijn, waardoor de voorganger de gelovigen alleen onversterkt mag toespreken, kan er sprake zijn van het schenden van het hiervoor genoemde a-criterium en/of c-criterium. Immers, om het recht om zijn geloof/levensovertuiging te belijden in gemeenschap met anderen te kunnen aanwenden, is vereist dat hij verstaanbaar is c.q. hij kan worden gehoord. Niet duidelijk is of de lagere A-normen hierin kunnen voorzien.

Gelet op vorenstaande kan de voorzieningenrechter niet beoordelen of de last in strijd is met de vrijheid van godsdienst, zoals dit is neergelegd in artikel 6 van de Grondwet.

Primair besluit 1 kan, vanwege de onduidelijkheid van de reikwijdte van de last en vanwege onduidelijkheid of bij erediensten waarbij aan de A-normen moet worden voldaan sprake is van schending van de godsdienstvrijheid, in bezwaar niet ongewijzigd in stand blijven. De voorzieningenrechter zal dit besluit dan ook schorsen tot 6 weken nadat verweerder een beslissing heeft genomen op het bezwaarschrift van verzoeker.

Met het oog op de wens tot finale geschilbeslechting zal de voorzieningenrechter de overige gronden eveneens bespreken.

Verzoeker stelt dat het opleggen van een last voorbarig is omdat er nog geen overtreding van de gestelde geluidsnormen heeft plaatsgevonden. Ten aanzien hiervan merkt de voorzieningenrechter op dat in de jurisprudentie de figuur van de preventieve last onder dwangsom wordt erkend (onder meer de Afdeling 25 januari 2006, AB 2006, 229). Een last kan preventief, dus voordat de in de last omschreven overtreding is begaan, worden opgelegd indien sprake is van een gevaar van overtreding van een concreet bij of krachtens de wet gesteld voorschrift die met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid zal plaatsvinden en indien die overtreding in het besluit kan worden omschreven met die mate van duidelijkheid die uit het oogpunt van rechtszekerheid is vereist.
In casu blijkt uit de stukken dat verzoeker niet bereid is afdoende akoestische maatregelen te treffen om te kunnen voldoen aan de gestelde geluidsnormen. Immers, verzoeker heeft slechts de bovenzaal rondom geïsoleerd en de isolatie van de grote zaal bestaat slechts uit isolerende beglazing. Voorts heeft verzoeker aan verweerder meegedeeld dat hij de activiteiten, waarbij met geluidsversterking wordt gewerkt, zal hervatten. De overtreding van de geluidsnormen zal dan ook met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid plaatsvinden.
Wanneer precies sprake is van een overtreding zal verweerder in de last duidelijk moeten aangeven.

Verzoeker stelt dat verweerder in de last onder dwangsom geen begunstigingstermijn heeft opgenomen. Deze grief is achterhaald nu verweerder in primair besluit 2 alsnog een begunstigingstermijn heeft opgenomen.

Resumerend oordeelt de voorzieningenrechter voorshands dat verweerder zich terecht bevoegd heeft geacht tot het opleggen van een last onder dwangsom. De last kan evenwel in bezwaar niet ongewijzigd in stand blijven wegens enerzijds onduidelijkheid van de reikwijdte van de last (schending van het rechtszekerheidsbeginsel) en anderzijds omdat op voorhand niet duidelijk is of er sprake is van strijd met de godsdienstvrijheid ex artikel 6 van de Grondwet. Bij de komende besluitvorming in bezwaar zal verweerder de last zodanig moeten redigeren dat de reikwijdte van de last voor alle partijen duidelijk is. Voorts zal verweerder moeten onderzoeken of bij erediensten, waarbij voldaan moet worden aan de A-normen, het gebruik van geluidsversterking door middel van een microfoon door de voorganger waardoor hij voor de aanwezige gelovigen verstaanbaar zal zijn, voldaan kan worden aan deze A-normen.

Gelet hierop is er aanleiding primair besluiten 1 en 2 te schorsen.

Gelet op het bepaalde in artikel 8:84, vierde lid, juncto artikel 8:75 van de Awb, acht de voorzieningenrechter het billijk verweerder te veroordelen in de kosten die verzoeker redelijkerwijs heeft moeten maken in verband met de behandeling van dit verzoek, zijnde de kosten van door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand (2 punten à € 322,-) en de reiskosten van de drie vertegenwoordigers van verzoeker voor het verschijnen ter zitting.

Beslist wordt derhalve als volgt.


4.  Beslissing
De voorzieningenrechter van de Rechtbank Almelo,

Recht doende:

-   wijst het verzoek om voorlopige voorziening toe en schorst primair besluiten 1 en 2 tot 6 weken nadat de komende beslissing op het bezwaar op de voorgeschreven wijze bekend is gemaakt;
-    veroordeelt verweerder in de door verzoeker gemaakte proceskosten, welke kosten worden bepaald op € 691,20 door de gemeente Zutphen te betalen aan verzoeker;
-    verstaat dat de gemeente Zutphen aan verzoeker het griffierecht ad € 285,- vergoedt.

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep open.

Aldus gegeven door mr. W.M.B. Elferink, in tegenwoordigheid van mr. A.E.M. Lever als griffier.

Afschrift verzonden op 30 maart 2007
AW

 

 

15. Hop heeft ontdekt dat Nederland kost wat kost probeert bezwaar- en beroepschriften tegen indicaties van kinderen MET ALLE BESCHIKBARE MIDDELEN ONDERDRUKKEN. Er zijn dus enorme financiële belangen om DE OUDERS VAN KINDEREN en J. HOP ALS DESKUNDIGE EN LASTIGE TEGENSTANDER uit te schakelen bij bezwaar- en beroepschriften tegen indicatiestellingen. 

Procedure ouders Logtenberg tegen Stichting Indicatie Stelling Zorg met Hop als procesvertegenwoordiger bij de Rechtbank Zutphen. Kenmerk nummer 06/1769 AWBZ 257. Er is sprake van ongelijke doorlooptijden en het vertragen van de afhandeling van beroepschriften van ouders tegen indicatiebesluiten beoordeling AWBZ indicaties voor langdurige zorg door zaken zo lang te rekken om tot niet-ontvankelijkheid te komen. Op de hoorzitting rechtbank Zutphen ontdekte Hop dat de gestelde norm voor een indicatiebesluit bij Bureau Jeugdzorg en/of Indicatiebesluit Stichting Indicatie Stelling Zorg dat de IQ norm voor een kind "EEN FICTIEF IQ CIJFER IS ZONDER WETENSCHAPPELIJKE ONDERBOUWING". De ontdekking van Hop heeft enorme consequenties voor kinderen en maken het verschil of een kind in een INRICHTING wordt opgesloten met een Indicatiestelling van Stichting Indicatiestelling Zorg of een op een andere manier zorg krijgt met een Bureau Jeugdzorg indicatiestelling.  Mr. K. Duyvendijk was een rechter die de voorlopige voorzieningen afwees om vervolgens de zaak net zo lang te laten liggen totdat het beroepschrift "niet-ontvankelijk" verklaard kon worden. 

Mr. K. Duyvendijk was een van de rechters van de Rechtbank Zutphen die de wraking van Hop ONGEGROND heeft verklaart en hij heeft ook een rol gespeeld in het vertragen van de afhandeling van voorlopige voorzieningen met beroepschrift tegen indicatiebesluit Stichting Indicatiestelling Zorg waar het SPECIFIEK GING OM HET IQ CIJFER dat kennelijk verzonnen is door een directeur en enorme consequenties heeft voor de verdere toekomst van een kind

339 Bron jeugdzorgbrigade citaat: "Het indicatieproces kan door een slimme opzet (o.m. onderscheid naar zwaarte van indicaties en beperking tot indicatiediagnostiek in plaats van behandeldiagnostiek sneller plaatsvinden"

339 Bron jeugdzorgbrigade citaat: "Een belangrijke aanbeveling uit de eerste rapportage was het schrappen van duizenden onnodige (her)indicaties, die slechts op bureaucratische gronden zouden moeten plaatsvinden. Dit zou veel onnodig werk en aanzienlijke kosten met zich hebben meegebracht. De ministeries van VWS en Justitie hebben de aanbeveling van de jeugdzorgbrigade voortvarend opgepakt. Het gevolg is dat naar schatting 10.000 indicaties minder behoefden te worden gesteld."

339 Bron jeugdzorgbrigade citaat: "d. Beperk de informatie tot wat absoluut nodig is voor een indicatie. Iedere handeling dient doelgericht te zijn voor het indicatieproces. Bedenk dat het binnen bureau jeugdzorg gaat om indicatiediagnostiek en niet om behandeldiagnostiek. Dat impliceert dat niet alle details en aspecten met betrekking tot de problematiek van de cliënt aan de orde hoeven te komen, maar alleen hetgeen nodig is om tot een indicatie te komen."

339 Bron jeugdzorgbrigade citaat: 10. Afstemming Wet op de jeugdzorg, Burgerlijk wetboek,"AWBZ en WGBO (Wet geneesk. behandelovereenkomst). Indien bureau jeugdzorg indiceert voor een AWBZ-instelling, is op grond van de WGBO instemming vereist van zowel de ouders als (vanaf 12 jaar) de minderjarige zelf. Onder toezicht geplaatste pupillen en/of hun ouders willen die instemming soms niet geven, waardoor de benodigde zorg niet, of slechts door inschakeling van de rechter, kan worden gegeven. Dit is merkwaardig gezienhet feit dat de rechter de jeugdige al onder toezicht heeft geplaatst. Daardoor wordt bureau jeugdzorg meer dan eens geconfronteerd met een niet of zeer moeilijk uitvoerbare taak voor minderjarigen die specifieke AWBZ-hulp nodig hebben. Dit probleem wordt veroorzaakt doordat de Wet op de jeugdzorg, BW, AWBZ en WGBO onvoldoende op elkaar zijn afgestemd. 

De volgende mogelijke oplossingsrichtingen zijn denkbaar:

a. aanpassing van de WGBO in die zin dat een uitzondering wordt gemaakt op het instemmingvereiste in geval van een ondertoezichtstelling (OTS) en een machtiging uithuisplaatsing in een AWBZ-instelling;

b. aanpassing van de Wet op de jeugdzorg in die zin dat in geval van uithuisplaatsing in een AWBZ-instelling het instemmingsvereiste van de WGBO wordt vervangen door de machtiging van de kinderrechter;

c. ontheffing van de ouder uit het gezag in geval geen instemming wordt verleend.

 

 

 

 

 

16. Wat doet de jeugdzorgbrigade en wie zitten er in de jeugdzorgbrigade?

LINKEN! Bron: Verzoek wraking citaat: "Dit klemt des te meer omdat met kinderrechters in Nederland werkafspraken met de jeugdzorg zijn gemaakt hoe de jeugdzorg verzoekschriften moeten indienen zodat de kinderrechter zo snel mogelijk op verzoekschriften van de jeugdzorg kan beslissen."

www.burojeugdzorg.nl/339.htm  Bron JEUGDZORGBRIGADE! 

Citaat: 17. Maak een landelijke afspraak met kinderrechters zodat verzoekschriften geen ’inhoudelijke’ informatie meer hoeven te bevatten (daarvoor wordt verwezen naar bijlagen) maar alleen nog zakelijke en juridische gegevens. Momenteel wordt een onderzoek uitgevoerd in het kader van Beter Beschermd waarin geïnventariseerd wordt welke informatie voor kinderrechters de meest relevante is om besluiten te kunnen nemen. De bevindingen worden eind juni ingebracht in het project over afstemming werkwijze in de keten, dat ook de informatie-uitwisseling wil verbeteren.

Samenstelling jeugdzorgbrigade

De jeugdzorgbrigade is als volgt samengesteld: Frank de Grave is voorzitter, Dick van Hemmen en Thijs Malmberg zijn leden van de brigade. De ondersteuning is in handen van Capgemini. Voor de eerste rapportage was Esther van Bostelen verantwoordelijk. Marian Louppen draagt verantwoordelijkheid voor de tweede en voor deze eindrapportage. De supervisie vanuit Capgemini ligt bij prof. dr. Caren A. van Egten.

De familie van der Vee zijn inwoners van de gemeente Nunspeet

Dick van Hemmen is burgemeester van de gemeente Nunspeet met de volgende nevenfuncties uit die periode:

Burgemeester Ir. D.H.A. van Hemmen
- Lid archiefcommissie Streekarchivariaat* nee
- Plv. afgevaardigde Algemeen Bestuur Recreatiegemeenschap Veluwe* nee
- Plv. gemachtigde naar vergadering van aandeelhouders NUON ENW* nee
- Plv. gemachtigde naar vergadering van aandeelhouders Vitens NV* nee
- Beschermheer Oranjevereniging Nunspeet* nee
- Beschermheer Harmonie Nunspeet* nee
- Lid stuurgroep Toekomst Waterketen Gelderland nee
- Lid College van Arbeidszaken van de VNG nee
- Lid CDA-royementscommissie nee
- Voorzitter Raad van Toezicht ROC-Flevoland onkostenvergoeding/vacatie
- Voorzitter Raad van Toezicht NAI (Nederlands Ambulance Instituut) onkostenvergoeding/vacatie
- Voorzitter Platform jeugdgezondheidszorg onkostenvergoeding/vacatie
- Voorzitter Raad van Toezicht Stichting TriAde onkostenvergoeding/vacatie
- Voorzitter stichtingsbestuur De Kubus, Centrum voor Kunst en Cultuur onkostenvergoeding/vacatie
- Lid Raad van Toezicht van Parc Spelderholt onkostenvergoeding/vacatie
- Voorzitter Spectrum Centrum Maatschappelijke Ontwikkeling Gelderland onkostenvergoeding/vacatie
- Lid Jeugdzorgbrigade onkostenvergoeding/vacatie

Bron: www.groephop.nl/nunspeet.htm 

Tijdens de provinciale verkiezingen werden overal de verkiezingsposters van Groep Hop van de verkiezingsborden afgehaald en overplakt.

Bron: www.groephop.nl/nunspeet1.htm 

 

 

 

17. Er is door Hop een rechtstreeks verband aangetoond tussen het uitschakelen van Hop en het onderdrukken van bezwaarschriften en beroepschriften van ouders tegen jeugdzorg besluiten en het werk van de jeugdzorgbrigade en het NIET aanbieden van een eerlijk proces aan Hop

Er is door klager gelet op het bovenstaande dus een rechtstreeks verband tussen het werk van de jeugdzorgbrigade om de positie van ouders van kinderen steeds verder uit te hollen en de hetze tegen Hop om Hop als lastige en geduchte tegenstander bij de rechtbank en politiek uit te schakelen en dood te zwijgen

Het werk van de jeugdzorg in Nederland is gebaseerd op een STASI WERKWIJZE IN STRIJD MET HET NEGENDE GEBOD ouders mogen geen bezwaar maken tegen besluiten van de jeugdzorg in Nederland en als ouders het niet eens zijn met besluiten jeugdzorg worden zij uit het gezag over hun kinderen ontheven

Er is door Hop ook met feiten onderbouwd wat de reden is geweest om Hop geen eerlijk proces aan te bieden. Hop moest met alle mogelijke middelen uitgeschakeld worden.

Als Hop iets overkomt dan is hij vermoord in opdracht van het rechtersleger om de gigantische financiële belangen in de jeugdzorg veilig te stellen en bezwaar- en beroepschriften van ouders tegen besluiten van de jeugdzorg, onder verwijzing naar bovenstaande FEITEN, kost wat kost te voorkomen

Het rechtersleger en de jeugdzorg hebben het klimaat geschapen om Hop kost wat kost uit te schakelen

 

 

18. CONCLUSIE. De Staat der Nederlanden niet voldoet aan de verplichting een burger een eerlijk proces aan te bieden. Onder verwijzing naar de gronden 1 tot en met 17 welke gronden hier als herhaald en ingelast worden beschouwd

De Staat der Nederlanden niet voldoet aan de verplichting een burger een eerlijk proces aan te bieden. Klager in strijd met artikel 6 EVRM en artikel 14 BUPO een aantal procedurele waarborgen op die eenieder moet genieten “bij het vaststellen van zijn burgerlijke rechten en verplichtingen” of “bij het bepalen van de gegrondheid van een tegen hem ingestelde strafvervolging” ten onrechte NIET heeft gekregen.

Klager heeft de volgende waarborgen NIET gekregen:

  1. Het recht op een onafhankelijke en onpartijdige rechterlijke instantie. De onpartijdigheid van de rechter moet boven elke twijfel verheven zijn, omdat hij over anderen dient te oordelen.
  2. Het recht op een eerlijke en openbare behandeling van zijn zaak. Een eerlijke behandeling houdt ondermeer in dat de procedure op tegensprekelijke wijze verloopt.  Dit vereist dat de partijen kennis krijgen van alle argumenten en bewijsstukken die aan de rechtbank worden voorgelegd en dat zij hierover kunnen debatteren voor de rechtbank.
  3. Het vereiste van onafhankelijkheid en onpartijdigheid wordt bijzonder streng beoordeeld: “Justice must not only be done, it must also be seen to be done”.  Vooreerst moeten de rechterlijke organisatie en de rechtspleging zo zijn gestructureerd dat er in hoofde van de rechtzoekenden geen twijfel omtrent de onafhankelijkheid en onpartijdigheid van de rechterlijke instantie kan rijzen (objectieve of structurele onpartijdigheid).  Vervolgens mag de rechter niet persoonlijk vooringenomen zijn (subjectieve of persoonlijke onpartijdigheid) of zich onder druk laten zetten.

De Staat der Nederlanden gelet op het bovenstaande, onderbouwd met FEITEN en VOORBEELDEN, niet voldoet aan de verplichting een burger in casu klager J. Hop Ermelo The Netherlands een eerlijk proces aan te bieden. 

The complainant requests that each complaint based on International Convenant on Civil and political Rights PART III

COMPLAINT in accordance with complaint procedures Fact Sheet no. 7

Page 26. Under the 1503 procedure, the Commission has the mandate to examine a consistent pattern of gross and reliable attested violations of human rights and fundamental freedoms ocurring in any country of the world. Any individual or group claiming to be the victim of such human right violations may submit a com,plaint, as may any other person or group with with direct and reliable knowledge of such violations.

COMPLAINT in accordance with Human Right Civil and Political Rights: The Human Rights Committee Fact Sheet n 15 (Rev) 1

Article 14.1: Everyone shall be entitled to a fair and public hearing bij a competent, INDEPENDENT and impartial tribunal established by law.

Article 14.3: (a) To be informed promptly and in detail in a language which he understands of the nature and cause of the charge against him

Article 14.3: (b) To have adequate time and facilities for the preparation of his defence

Article 14.4: (e) To examine, or have examined, the witnesses, against him and to obtain the attendence and examinatation of witnesses on his behalf under the same conditions as witnesses against him

Article 17: 1. No one shall be subjected to arbitrary or unlawful interference with his privacy, family, home or correspondence, nor to unlawful attacks on his honour and reputation. 2. Everyone has the right to the protection of the law against such interference or attacks

Article 19: 1. Everyone shall have the right to hold opinions without interference

against The Netherlands to be declared well founded.

Yours sincerely,

J. Hop

Joubertstraat 24, 3851 DM Ermelo, The Netherlands

 

Productions:

 
10 september 2008 Complaint J. Hop The Netherlands to the United Nations. Complaint is based on International Convenant on Civil and political Rights PART III articles 14,1, 14.3, 14.4, 17 and 19 and page 26 complaint procedures Fact Sheet No 7 (Rev. 1)
712

COMPLAINT in accordance with complaint procedures Fact Sheet no. 7

COMPLAINT in accordance with Human Right Civil and Political Rights: The Human Rights Committee Fact Sheet n 15 (Rev) 1

Article 14.1: Everyone shall be entitled to a fair and public hearing bij a competent, INDEPENDENT and impartial tribunal established by law.

Article 14.3: (a) To be informed promptly and in detail in a language which he understands of the nature and cause of the charge against him

Article 14.3: (b) To have adequate time and facilities for the preparation of his defence

Article 14.4: (e) To examine, or have examined, the witnesses, against him and to obtain the attendence and examinatation of witnesses on his behalf under the same conditions as witnesses against him

Article 17: 1. No one shall be subjected to arbitrary or unlawful interference with his privacy, family, home or correspondence, nor to unlawful attacks on his honour and reputation. 2. Everyone has the right to the protection of the law against such interference or attacks

Article 19: 1. Everyone shall have the right to hold opinions without interference

701   Production 1. Call Zutphen District Court for hearing without trial file for Hop in violation of Article 6 ECHR and 14 BUPO
702   Production 2. Letter J. Hop 15 oktober 2007 with a request to forward names of judges within 1 week after the date
703   Production 3. Mr. Letter Registrar October 18, 2007 with the names of the three judges: (25) Mr.. RA Eskes, (42) Mr. D. D. Vergunst (43) Mr. Madam. IGMTh Weijers-van der Marck Zutphen District Court that the case against Hop on 5 november 2007 at 09:30 hours deal
704   Production 4. Objection Hop three judges: (25) Mr.. RA Eskes, (42) Mr. D. D. Vergunst (43) Mr. Madam. IGMTh Weijers-van der Marck
705   Production 5. Letter Zutphen District Court to Hop which is informed that his request for disqualification should further motivate
706   Production 6. NO COPY process-verbal case number 89285 KGRK 07-665 Zutphen District Court hearing objection Hop avaible
707   Production 7. Pleitnotities Hop with detailed justification objection three judges: (25) Mr.. RA Eskes, (42) Mr. D. D. Vergunst (43) Mr. Madam. IGMTh Weijers-van der Marck Zutphen District Court that the case against Hop on 5 november 2007 at 09:30 hours deal
708     Production 8. Objection Hop 3 Zutphen court judges declared UNFOUNDED on 5 november 2007 zaaknr. 89285 KGRK 07-665 89285
709    History! Procedures Rb Zutphen against Hop hearing without trial file for Hop in violation of Article 6 ECHR and 14 BUPO
Omroep Gelderland 180608 Everything from the cabinet, informative TV broadcast over the objection of the childjudge
710 History! Complaint September 1 J. Hop Ermelo (Netherlands) v unfounded objection Zutphen District Court at the United Nations
711   This complaint was already received at your Office on 5 september 2008 in ENGLISH language and returned with a letter "After careful consideration of the contents of your petion (communicatyion/complaint) we sincerely regret having to inform you that the Inited Nations Office of the Hight Commissioner for Human Rights is not in a position to assist you in the matter you raise, for the reasons indicated on the back of this letter: "The Human Rights Committee is not generally in a positions to review the evaluation of facts and evidence bij the national courts and authorities, nor can it review the interpretation of domestic legislation" along with Human Right Civil and Political Rights: The Human Rights Committee Fact Sheet n 15 (Rev) 1 and Complaint procedures Fact Sheet no. 7
   

 

Handleiding procedureel weerwerk tegen verzonnen verhalen van jeugdzorg, RvdK, rechters, OM en gemeente:
003 De zes wetten van Hop, uitgangspunt in iedere procedure
080 De succesvolle tegenwerking van ouders door "jeugdzorg" bij kinderbeschermingsmaatregelen
123 Organisatiecriminaliteit. Hop: Kinderbeschermingsmaatregelen na verzonnen verhalen is fraude!
134 Zorg dat u de omschrijving van een verdachte goed kent en toepast!
007 U gaat systematisch werken en probeert jeugdzorgpersoneel uit te horen tijdens een gesprek
550 Model informatieverzoek justitieel informatieregister Info: (OM)
355 Model informatieverzoek politie
173 14-daags informatieverzoek school bij kinderbeschermingsmaatregelen
464 Model informatieverzoek school m.b.t. welzijn en ontwikkeling minderjarige
465 Model informatieverzoek school m.b.t. afschrift complete dossiers
102 Model informatieverzoek bureau jeugdzorg Info: (20)(815)
226 Model informatieverzoek bureau jeugdzorg, incl. verzoek OR, beëindiging UHP
575 Model informatieverzoek Voorziening voor Pleegzorg Info: (505)
110 Model informatieverzoek gemeente. Info: (623)
664 Model klacht geen ontvangstbevestiging binnen 14 dagen Info: (653)(470)
360 Model verweerschrift tegen verzoekschrift RvdK om OTS van uw kind
361 Model verweerschrift tegen verzoekschrift RvdK om machtiging uithuisplaatsing van uw kind
679 Handleiding voor ieder gesprek tussen ouder en gezinsvoogd de lijst Tielse Risicofactoren
643 Verzoek aan "jeugdzorg" beëindiging uithuisplaatsing (Vervolg met 663)
663 Verzoekschrift KIR beëindiging UHP binnen 14 dagen na beslissing op 643
103 Verweerschrift tegen verzoekschrift verlenging UHP "jeugdzorg"
696 Verweerschrift tegen verzoekschrift verlenging UHP en OTS "jeugdzorg"
645 Verzoekschrift opheffing OTS wegens gewijzigde omstandigheden
In Memoriam Gerrie van der V. 095 710
226 Verzoek aan "jeugdzorg" wijziging omgangsregeling (Vervolg met 245)
245 Verzoekschrift KIR wijziging omgangsregeling binnen 14 dagen na beslissing op 226
647 Bezwaarschrift tegen vooraankondiging schriftelijke aanwijzing (SA)
657 Verzoekschrift KIR binnen 14 dagen tegen beslissing schriftelijke aanwijzing (SA)
658 Checklist ouder bij procederen tegen de kinderrechter, jeugdzorg en RvdK
128 Modelklacht tegen "indicatiebesluit" jeugdzorg bij kinderbeschermingsmaatregel
659 Modelklacht tegen plan van aanpak gezinsvoogd
366 Modelklacht tegen hulpverleningsplan zorgverlener
640 Modelklacht tegen niet vermelden beroepsmogelijkheden onder besluit "jeugdzorg"
642 Modelklacht vaststelling omgangsregeling per email en niet met een besluit
639 Modelklacht tegen raadsrapport RvdK
641 Verzoek om kilometervergoeding bezoek kantoor jeugdzorg/kosten omgangsregeling
499 Klacht tegen weigering kilometervergoeding bezoek kantoor jeugdzorg/kosten omgangsregeling
227 Faxverzoek aan de kinderrechter direct faxen na ontvangst van een oproep hoorzitting
756 Faxverzoek aan de kantonrechter/politierechter direct faxen na ontvangst van een oproep hoorzitting
418 Vervang parkeerbedrijf door jeugdzorg en/of RvdK mbt de bewijslast
Kloppen de nevenfuncties bestuurders gemeente
Info Hop:A-B-C-D-E-F-G-H-I-J-K-L-M-N-O-P&Q-R-S-T-U-V-W-X-Y-Z
Welke kandidaten/bestuurders hebben niet opgegeven baantjes in de stembureaus verkiezingen gemeenteraad 2014?
Correcties, verbeteringen, aanvullingen internet informatie, procedureel weerwerk jeugdzorgindustrie
Contact Dhr. J. Hop Email: groephop@gmail.com

 

top
Censuur in Nederland ©
Stem Groep Hop in 2014
Politicus/redacteur/auteur: J. Hop, Joubertstraat 24, 3851 DM Ermelo. Plaats uitgave: Ermelo. Uitgever: J. Hop Ermelo.
Disclaimer 2013 en vrijwaring. Op alle websites Censuur in Nederland en Groep Hop is een "2013 disclaimer" van toepassing. Procedures inzake belemmering vrijheid van meningsuiting tegen politicus/redacteur/auteur J. Hop Ermelo uitsluitend via rechtbank Zutphen met gelijktijdig verzoek om beeld- en geluidsopnames te mogen maken van de complete hoorzitting t.b.v. publicatie op internet en/of andere media. Door mijn website te raadplegen accepteert u mijn vrijwaring. J. Hop streeft ernaar dat alle informatie op deze website correct is. J. Hop verleent ten aanzien van die informatie echter geen enkele garantie, noch kan J. Hop worden geacht een dergelijke garantie stilzwijgend te hebben verleend. J. Hop zal in geen geval aansprakelijk zijn voor schade van welke aard dan ook, waaronder directe, indirecte of gevolgschade, voortvloeiend uit of in verband met het gebruik of betreden van deze website.