| (95) Wraking ongegrond maar Hop bewijst kinderrechters in Nederland zijn RECHTERS, AANKLAGERS en BELANGHEBBENDEN |
Bijbanenregisters rechters vanaf 1997 te bekijken op internet
Complaint J. Hop Ermelo (The Netherlands) against the State of the Netherlands (Zutphen District Court) against three judges rejected the request objection to the United Nations Committee on Civil and Political Rights
Nederlands: 710 English: 712 German: 713 France: 714 Espana: 715 Russia: 716 Arabic: 717
De Zutphense (ver)hoormethode representatief voorbeeld van "corruptie coalities rechtbanken, Raad voor de Kinderbescherming en jeugdzorg" in Nederland
Uit het recht op een 'fair trial', zoals beschermd door artikel 6 EVRM, valt nog een aantal nadere procedurele garanties af te leiden. Deze hangen voor een deel samen met het beginsel van 'equality ofarms', het recht voor de in de (bestuurs)rechtelijke procedure betrokken burger om met 'dezelfde wapenen' als de overheid te kunnen procederen. Zo heeft het EHRM uit artikel 6 EVRM de positieve verplichting voor de rechter afgeleid om processtukken te verstrekken aan de klager. In de zaak Kerojarvi waren de klager, een oorlogsinvalide, bepaalde medische rapporten onthouden, waarop de rechterlijke beslissing over de mate van zijn invaliditeit en corresponderend recht op compensatie mede was gebaseerd. Op deze wijze had de klager volgens het EHRM niet ten volle kunnen participeren in de rechterlijke procedure en daarmee had hij geen eerlijk proces gehad.Z" In een andere zaak acht het Hof de onmogelijkheid voor de klager om op een deskundigenrapport te reageren in strijd met het recht op een eerlijk proces ex artikel 6 EVRM
Commission/Sub-Commission Team (1503 Procedure)
Support Service Branch
Office
of the High Commissioner for Human Rights Office
of the High Commissioner for Human Rights
Palais
des Nations Palais des Nations
CH-1211
Geneva 10, Switzerland CH-1211 Geneva 10, Switzerland
Ermelo, September 10, 2008.
Dear Sir / Madam,
Subject: COMPLAINT International Convenant on Civil and political Rights PART III
COMPLAINT in accordance with complaint procedures Fact Sheet no. 7
Page 26. Under the 1503 procedure, the Commission has the mandate to examine a consistent pattern of gross and reliable attested violations of human rights and fundamental freedoms ocurring in any country of the world. Any individual or group claiming to be the victim of such human right violations may submit a com,plaint, as may any other person or group with with direct and reliable knowledge of such violations.
COMPLAINT in accordance with Human Right Civil and Political Rights: The Human Rights Committee Fact Sheet n 15 (Rev) 1
Article 14.1: Everyone shall be entitled to a fair and public hearing bij a competent, INDEPENDENT and impartial tribunal established by law.
Article 14.3: (a) To be informed promptly and in detail in a language which he understands of the nature and cause of the charge against him
Article 14.3: (b) To have adequate time and facilities for the preparation of his defence
Article 14.4: (e) To examine, or have examined, the witnesses, against him and to obtain the attendence and examinatation of witnesses on his behalf under the same conditions as witnesses against him
Article 17: 1. No one shall be subjected to arbitrary or unlawful interference with his privacy, family, home or correspondence, nor to unlawful attacks on his honour and reputation. 2. Everyone has the right to the protection of the law against such interference or attacks
Article 19: 1. Everyone shall have the right to hold opinions without interference
THIS IS NO COMPLAINT to review the evaluation of facts and evidence by the national courts and authorities, NO review of the interpretation of domestic legislation
Previous.
This complaint was already received at your Office on 26 augustus 2008 in Dutch language and returned with a letter "With the compliments of the Office of the High Commisioner for Human Rights PLEASE WRITE IN ENGLISH. So today the complaint is posted again to you in ENGLISH
This complaint dated September 1, 2008 was already received at your Office on 5 september 2008 in ENGLISH language and returned with a letter "After careful consideration of the contents of your petion (communicatyion/complaint) we sincerely regret having to inform you that the Inited Nations Office of the Hight Commissioner for Human Rights is not in a position to assist you in the matter you raise, for the reasons indicated on the back of this letter: "The Human Rights Committee is not generally in a positions to review the evaluation of facts and evidence bij the national courts and authorities, nor can it review the interpretation of domestic legislation" along with Human Right Civil and Political Rights: The Human Rights Committee Fact Sheet n 15 (Rev) 1 and Complaint procedures Fact Sheet no. 7
FOR THE THIRD TIME I SEND YOU THIS COMPLAINT again and implemented your advise in two factsheets you send me:
Human Right Civil and Political Rights: The Human Rights Committee Fact Sheet n 15 (Rev) 1
and
Complaint procedures Fact Sheet no. 7
I propose to the United Nations that in the future when you return a complaint to a person with the request to write in English you also include these two fact sheets immediately.
1. Klager. Hierbij dient ondergetekende, J. Hop, Joubertstraat 24, 3851 DM Ermelo, The Netherlands een klacht in tegen de Staat der Nederlanden (The Netherlands) omdat de Staat der Nederlanden niet voldoen aan de verplichting een burger een eerlijk proces aan te bieden.
2. Ontvankelijkheid. Klager J. Hop is PERSOONLIJK het slachtoffer geworden van schending van een mensenrecht als voorwaarde voor een procedure bij het VN comité voor burgerlijke en politieke rechten.
3. De klacht wordt ingediend met als
grondslag voor de klacht: Artikel 6 EVRM en artikel 14 BUPO
sommen een aantal procedurele waarborgen op die eenieder moet genieten “bij
het vaststellen van zijn burgerlijke rechten en verplichtingen” of “bij het
bepalen van de gegrondheid van een tegen hem ingestelde strafvervolging”.
Deze waarborgen zijn:
Het vereiste van onafhankelijkheid en onpartijdigheid wordt bijzonder streng beoordeeld: “Justice must not only be done, it must also be seen to be done”. Vooreerst moeten de rechterlijke organisatie en de rechtspleging zo zijn gestructureerd dat er in hoofde van de rechtzoekenden geen twijfel omtrent de onafhankelijkheid en onpartijdigheid van de rechterlijke instantie kan rijzen (objectieve of structurele onpartijdigheid). Vervolgens mag de rechter niet persoonlijk vooringenomen zijn (subjectieve of persoonlijke onpartijdigheid) of zich onder druk laten zetten.
4.1 De klacht betreft een afgewezen verzoek wraking drie rechters Mr. R.A. Eskes, Mr. D. Vergunst en Mevrouw Mr. I.G.M.Th Weijers-van der Marck van de Rechtbank Zutphen, The Netherlands.
4.2 Er is niet objectief recht gesproken, door de drie rechters van wie wraking werd verzocht. Zij hebben zich in hun oordeel laten leiden door de verkeerde belangen. Er is sprake van belangenverstrengeling. De drie rechters van wie wraking werd verzocht zijn alle drie belanghebbende in de zaak die deze drie rechters tegen klager J. Hop hebben behandeld. De gewraakte rechters waren RECHTSTREEKS BELANGHEBBENDEN in de zaak Rechtbank Zutphen tegen J. Hop omdat zij in hun functie als kinderrechter steeds te maken hadden met Hop als INTEGERE, DESKUNDIGE EN DAARDOOR LASTIGE TEGENSTANDER OP DE HOORZITTING.
en/of
4.3 Er is niet objectief recht gesproken, door de drie rechters van wie wraking werd verzocht. Zij hebben zich in hun oordeel laten leiden door de verkeerde belangen. Er is sprake van belangenverstrengeling. De drie rechters van wie wraking werd verzocht zijn alle drie belanghebbende in de zaak die deze drie rechters tegen klager J. Hop hebben behandeld en hebben alle drie geweigerd een schriftelijke aanklacht tegen J. Hop op papier te zetten. De gewraakte rechters waren RECHTSTREEKS BELANGHEBBENDEN in de zaak Rechtbank Zutphen tegen J. Hop omdat zij in hun functie als kinderrechter steeds te maken hadden met Hop als INTEGERE, DESKUNDIGE EN DAARDOOR LASTIGE TEGENSTANDER OP DE HOORZITTING.
en/of
4.4 Er is niet objectief recht gesproken, door de drie rechters van wie wraking werd verzocht. Zij hebben zich in hun oordeel laten leiden door de verkeerde belangen. Er is sprake van belangenverstrengeling. De drie rechters van wie wraking werd verzocht zijn alle drie belanghebbende in de zaak die deze drie rechters tegen klager J. Hop hebben behandeld en hebben alle drie geweigerd J. Hop afschrift van het onderhavige procesdossier te geven. De gewraakte rechters waren RECHTSTREEKS BELANGHEBBENDEN in de zaak Rechtbank Zutphen tegen J. Hop omdat zij in hun functie als kinderrechter steeds te maken hadden met Hop als INTEGERE, DESKUNDIGE EN DAARDOOR LASTIGE TEGENSTANDER OP DE HOORZITTING.
en/of
4.5 Er is niet objectief recht gesproken, door rechter Mr. D. Vergunst van wie wraking werd verzocht. Hij heeft zich in zijn oordeel laten leiden door de verkeerde belangen. Er is sprake van belangenverstrengeling bij het uitoefenen van nevenfuncties door rechter Mr. D. Vergunst De gewraakte rechters waren RECHTSTREEKS BELANGHEBBENDEN in de zaak Rechtbank Zutphen tegen J. Hop omdat zij in hun functie als kinderrechter steeds te maken hadden met Hop als INTEGERE, DESKUNDIGE EN DAARDOOR LASTIGE TEGENSTANDER OP DE HOORZITTING.
en/of
4.6 Er is niet objectief recht gesproken, door rechter Mr. D. Vergunst van wie wraking werd verzocht. Hij heeft zich in zijn oordeel laten leiden door de verkeerde belangen. Er is sprake van belangenverstrengeling bij het uitoefenen van politieke rechten. De gewraakte rechters waren RECHTSTREEKS BELANGHEBBENDEN in de zaak Rechtbank Zutphen tegen J. Hop omdat zij in hun functie als kinderrechter steeds te maken hadden met Hop als INTEGERE, DESKUNDIGE EN DAARDOOR LASTIGE TEGENSTANDER OP DE HOORZITTING.
en/of
4.7 De zaak Rechtbank Zutphen tegen J. Hop Ermelo had niet behandeld mogen worden door de Rechtbank Zutphen maar door een andere Rechtbank in Nederland
5.1 Er is niet objectief recht gesproken, door de drie rechters die op het verzoek wraking hebben beslist. Zij hebben zich in hun oordeel laten leiden door de verkeerde belangen. Er is sprake van belangenverstrengeling. De drie rechters die op het verzoek wraking hebben beslist zijn alle drie belanghebbende in de zaak die deze drie rechters tegen klager J. Hop hebben behandeld. De onderhavige zaak betreft immers een procedure Rechtbank Zutphen tegen J. Hop en klager is van mening dat een zaak waarin een rechtbank de aanklager en dus ook een rechtstreeks belanghebbende is niet over die procedure mag beslissen.
en/of
5.2 Er is niet objectief recht gesproken door de drie rechters en/of de President van de Rechtbank Zutphen (Uitzending Omroep Gelderland) , die ook op het verzoek wraking hebben beslist. De drie rechters en/of de President van de Rechtbank Zutphen hebben zich in hun oordeel laten leiden door de verkeerde belangen. Er is sprake van belangenverstrengeling. De President van de Rechtbank Zutphen heeft in een TV uitzending van Omroep Gelderland verklaart dat hij wetgeving wil laten aanpassen om wraking van een rechter door klager Hop en/of andere deskundige en daardoor voor de rechterlijke ambtenaren van de Rechtbank Zutphen lastige tegenstanders onmogelijk te maken.
en/of
5.3 De drie rechters en/of de President van de Rechtbank Zutphen (Uitzending Omroep Gelderland) die op het verzoek wraking hebben beslist frustreren een in de WET vastgelegd recht omdat hen dit niet uitkomt.
en/of
5.4 De drie rechters en/of de President van de Rechtbank Zutphen (Uitzending Omroep Gelderland) die op het verzoek wraking hebben beslist zijn van mening dat een deskundige en daardoor lastige tegenstander geen mogelijkheden gegeven mag worden toepassing te geven aan een bij wet geregelde voorziening in het recht; nl een verzoek tot wraking.
en/of
5.5.0 De drie rechters en/of de President van de Rechtbank Zutphen (Uitzending Omroep Gelderland) die op het verzoek wraking hebben beslist laten de collegiale verhoudingen met de drie rechters waartegen een verzoek wraking was ingediend prevaleren boven een in de WET vastgelegd recht om een rechters te wraken terwijl:
5.5.1 - onomstotelijk vast staat dat de drie gewraakte rechters ZELF BELANGHEBBENDEN waren in de procedure tegen klager J. Hop.
5.5.2 - onomstotelijk vast staat dat de aanklacht tegen J. Hop in de procedure Rechtbank Zutphen tegen J. Hop voor de hoorzitting NIET op schrift was gezet zodat klager J. Hop geen tijd en faciliteiten heeft gehad om zijn verdediging goed voor te bereiden en/of zelf stukken in te dienen
5.5.3 - onomstotelijk vast staat dat in de procedure Rechtbank Zutphen tegen J. Hop klager J. Hop geen afschrift heeft gekregen van een COMPLEET procesdossier welk dossier alleen de drie rechters hadden die op de procedure Rechtbank Zutphen tegen J. Hop gingen beslissen in welke zaak deze drie rechters zelf belanghebbenden waren.
6. Onomstotelijk vast staat dat de drie rechters zelf rechtstreeks belanghebbenden waren in de procedure Rechtbank Zutphen tegen J. Hop en op de zaak wilden gaan beslissen zonder schriftelijke aanklacht tegen klager J. Hop op papier en zonder compleet procesdossier voor J. Hop voor de hoorzitting is het absoluut noodzakelijk in de onderhavige wraking ZEER STRIKT TE ZIJN en terwille van EIGEN BELANG en COLLEGIALE BELANGEN geen loopje te nemen met de WET. De Staat der Nederlanden niet voldoet aan de verplichting een burger een eerlijk proces aan te bieden
7.0 Er is sprake van "SMERIGE STREKEN" van de Rechtbank Zutphen tegen klager J. Hop waarbij de Rechtbank in strijd met geschreven recht handelt zoals wetten, verordeningen, algemene maatregelen van bestuur en dergelijke. Hierin zijn regels te vinden wat wel of niet mag. Het zijn dus dwingende gedragsregels die moeten worden nagekomen. Deze dienen niet alleen aan te geven hoe men zich moet gedragen, wat men te doen en te laten heeft, maar ook is het zo dat niet-naleving, aan overtreding ervan, bepaalde onaangename of schadelijke gevolgen zijn verbonden. Deze gedragsregels noemt men rechtsnormen, normen die zijn vastgelegd in het recht.
Kennelijk lukte het de Rechtbank Zutphen (na de Vedivo hetze tegen Hop (137) met als grondslag websites die niet van Hop waren) alleen van de INTEGERE, DESKUNDIGE en daardoor LASTIGE TEGENSTANDER J. Hop Ermelo te winnen met behulp van "smerige streken" waarbij al het geschreven recht en gedragsregels voor een "onpartijdige rechter" aan de kant werden gezet om Hop vervolgens in een oneerlijk rechtsproces zonder geschreven aanklacht op papier en zonder afschrift procesdossier aan te pakken om op die manier een INTEGERE, DESKUNDIGE en daardoor LASTIGE TEGENSTANDER op de hoorzittingen van de Rechtbank Zutphen kwijt te raken door rechters op die zaak te laten beslissen die steeds met Hop op de hoorzittingen kinderbeschermingsmaatregelen te maken hadden.
7.1 In de onderhavige klachtzaak zijn de drie gewraakte rechters RECHTSTREEKS BELANGHEBBENDEN in de procedure Rechtbank Zutphen tegen J. Hop (klager) in welke zaak ze zelf ook rechter zijn en ook in die zaak Rechtbank Zutphen tegen J. Hop hebben beslist zonder aanklacht op schrift voor J. Hop en zonder procesdossier voor J. Hop Artikel 6 EVRM en artikel 14 BUPO. De gewraakte rechters waren RECHTSTREEKS BELANGHEBBENDEN in de zaak Rechtbank Zutphen tegen J. Hop omdat zij in hun functie als kinderrechter steeds te maken hadden met Hop als INTEGERE, DESKUNDIGE EN DAARDOOR LASTIGE TEGENSTANDER OP DE HOORZITTING.
7.2 Om duidelijk te maken aan het Verenigde Naties comité voor burgerlijke en politieke rechten dat er sprake is van "smerige streken" van de Rechtbank Zutphen worden voorbeelden gegeven van dwingende gedragsregels In Nederland en hoe een rechter zich zou moeten gedragen.
Voorbeeld 1. Bron: Rechtspraak in Nederland. Uitgave: Raad voor de Rechtspraak, Den Haag oktober 2002.
1.1 Citaat pagina 3. Inleiding. Jarenlang gingen rechters gebukt onder een stoffig imago. Rechters waren oudere heren die, gehuld in zwarte jurken, de hele dag saaie wetboeken lazen. Wat zich buiten de rechtbank afspeelde, daar hadden rechters geen weet van. Dat beeld klopt al lang niet meer. Zo bestaat het RECHTERSLEGER tegenwoordig voor een aanzienlijk deel uit vrouwen. Daarnaast staat de moderne rechter midden in de samenleving. De rechter moet niet alleen de wet kennen maar ook goed weten wat er leeft onder de burgers. Zo ontstaat draagvlak voor zijn uitspraken.
1.2 Citaat pagina 4 regel 1,2,3 en 4. Algemeen Wat is rechtspraak. De rechter spreekt recht. HIJ NEEMT EEN ONPARTIJDIGE BESLISSING ALS TWEE PARTIJEN EEN CONFLICT HEBBEN.
Voorbeeld 2. Bron: Rechtspraak in Nederland. Uitgave Raad voor de Rechtspraak, Den Haag december 2004. Pagina 6 citaat: "Een belangrijke voorwaarde voor eerlijke rechtspraak is dat een rechter onafhankelijk is"
Voorbeeld 3. Leidraad voor de onpartijdigheid van de rechterlijke macht tot stand gekomen in opdracht van de Nederlandse Vereniging voor Rechtspraak en de vergadering van presidenten van rechtbanken en appèlcolleges Bron: www.burojeugdzorg.nl/480.htm Een citaat uit deze leidraad door de beroepsgroep zelf opgesteld: "Richtlijn voor de „onpartijdigheid van rechters”. Een citaat: „Een rechter zorgt er voor geen zaken te behandelen waarbij hij zodanig betrokken is dat zijn rechterlijke onpartijdigheid ter discussie zou kunnen komen te staan.”
Voorbeeld 4. De gemeente Noord-Oostpolder heeft burgemeester mr. W.L.F.C. ridder van Rappard en deze burgemeester heeft als een van zijn nevenfuncties de functie: "lid commissie Aantrekken Leden Rechterlijke macht". Vanuit de verordening commissie bezwaarschriften gemeente Noordoostpolder wordt de eis gesteld dat de voorzitter en de (plaatsvervangende) leden geen deel uit mogen maken of niet werkzaam zijn onder verantwoordelijkheid van een bestuursorgaan van de gemeente Noordoostpolder (artikel 2 vierde lid van de verordening). Verder mogen de leden niet deelnemen aan de behandeling van een bezwaarschrift indien daarbij hun onpartijdigheid in het geding kan zijn (artikel 13). Het is dus onaanvaardbaar dat een lid van de bezwaarschriftencommissie over een zaak gaat beslissen waarin hij/zij zelf een belanghebbende is.
Voorbeeld 5. Bij elke rechtbank zijn "rechters-commissarissen" aanwezig. De rechter-commissaris is belast met toezicht of een strafproces wel volgens de juiste procedure verloopt en hij heeft nog extra bevoegdheden. Een rechter-commissaris mag echter nooit rechtspreken in een zaak waarin hij ook rechter-commissaris is geweest, deze taak moet hij overlaten aan een van zijn collega-rechters.
Voorbeeld 6. Bron: Conferentie 16 maart 2001, congrescentrum "De Reehorst"Ede. Leergang recht. Klachtrecht, tuchtrecht, civiel recht, strafrecht; consequenties voor praktijk en beleid. Klachtrecht consequenties voor praktijk en beleid E. Roelofs - de Bruin. Door Mr. Paul te Horst, directeur Juridisch Adviesbureau Achterhoek/Warnsveld (Gld)
6.1 Citaat pagina 4: Enkele juridische uitgangspunten van het klachtrecht. A. Onafhankelijkheid: De leden van de klachtencie zijn vanuit hun beroepsuitoefening niet bij de klacht betrokken. Ook niet bij het beleid van de instelling. ZIJ MOGEN GÉÉN DIRECT BELANG HEBBEN BIJ DE KLACHT, OF DE CONSEQUENTIES HIERVAN.
6.2 Citaat pagina 18: "De voorzitter stuurt een klacht die aan de hiervoor geformuleerde eisen voldoet en bij het bevoegde college is ingediend naar degene tegen wie geklaagd wordt en vraagt hem of haar om een schriftelijke reactie"
6.3 Citaat pagina 18: "Beide partijen krijgen tijdens de procedure de beschikking over (kopieën van) de stukken."
Voorbeeld 7. Bron: Jaarverslag Provincie Noord-Brabant. Provinciale Klachtenverordening Jeugdhulpverlening Noord-Brabant 1998
Citaat pagina 10 eerste alinea: "De leden van de commissie mogen daarom niet verbonden zijn aan een voorziening, instelling of instantie die onder de werking van de verordening valt. Daarmee worden in ieder geval bedoeld mensen die een arbeidsverhouding met zo'n instelling hebben en bestuursleden van een instelling. BELANGRIJK IS IN IEDER GEVAL DAT ZELFS DE SCHIJN VAN BELANGENVERSTRENGELING VERMEDEN WORDT. Voorts mogen de leden niet verbonden zijn aan een organisatie die zich inzet voor de behartiging van jeugdigen en hun ouders, voogde, stiefouders, pleegouders in de jeugdhulpverlening, zoals de Stichting Rechtspleging in Familiezaken (SOR) of het Advies- en Klachtenbureau Jeugdhulpverlening (AJK). De leden mogen tenslotte ook niet in dienst zijn of bestuurder zijn van de provincie.
Voorbeeld 8. Dekenale adviezen Orde van Advocaten.
Bron: Orde van Advocaten in het arrondissement Zutphen mr. B.A.I. Baks, Deken 1 april 1996 inzake mr X/Hop Citaat: Zoals u zelf schrijft, treedt u op c.q. wenst u op te treden voor de heer X die met de voormalige echtgenote van de heer Hop -mevrouw X- is gehuwd. Uiteraard staat het u vrij om voor de heer X op te treden, echter niet tegen de heer Hop voor zover het daarbij gaat om kwesties die nog uit de echtscheiding voortvloeien. Vast staat immers dat u in het verleden voor de heer Hop in diens echtscheidingsprocedure contra mevrouw X bent opgetreden. Het staat u hierbij dan niet vrij ooit nog terzake van echtscheiding odf daarmee samenhangende kwesties TEGEN hem op te treden. Hier geldt immers aloude jurisprudentie volgens dewelke huwelijksmoeilijkheden van zo delicate en hoogst persoonlijke aard zijn, dat het een advocaat volstrekt verboden is ooit op te treden tegen zijn vroegere cliënt.
Bron: BESLUIT 1 november 1996 Raad van Toezicht der Orde van advocaten in het arrondissement Zutphen Mr. J.H. Brouwer. Betreft: mr X/Hop. Citaat: Inmiddels heb ik kennis genomen van het dossier, meer in het bijzonder van uw brief (mr X) van 8 oktober jl. U geeft daarin aan dat het u enigszins vrijstaat om mevrouw X en haar kinderen op te treden en hun standpunt aan derden mee te delen. In ons gesprek heb ik u aangegeven een andere mening te zijn toegedaan. Ik verwijs allereerst naar de inhoud van de brief van mr. Baks van 1 april jl. waarin u bent verzocht te bevestigen dat u noch voor de heer X, noch voor mevrouw X tegen de heer Hop in echtscheidingskwesties of daarmee samenhangende geschillen zult optreden. Mr. Baks heeft ambtshalve optreden voorbehouden voorzover u daartoe niet bereid zou zijn. In uw reactie bij brief van 16 april 1996 geeft u aan op dat moment noch mevrouw X, noch de heer X in enige zaak tegen de heer Hop te begeleiden. Mr. Baks heeft u bij brief van 7 oktober 1996 verzocht hem mee te delen, waarom u hebt gemeend - ondanks zijn eerdere dekenale adviezen - niettemin opnieuw voor mevrouw X en haar kinderen te moeten optreden. Gelet op de geschetste voorgeschiedenis staat het u niet meer vrij om voor mevrouw X te (blijven) optreden. U heeft mij aangegeven uw bemoeienissen met onmiddellijke ingang als beëindigd te beschouwen en u heeft zich voorts bereid verklaard in de toekomst niet opnieuw voor mevrouw X op te treden indien de geschillen met de heer Hop, respectievelijk zijn huidige partner, te maken hebben met echtscheiding of daarmee samenhangende kwesties.
Voorbeeld 9. Bron www.burojeugdzorg.nl/114.htm 29 937 Wijziging van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren in verband met enkele aanvullingen op de regeling inzake de nevenbetrekkingen van rechterlijke ambtenaren en rechterlijke ambtenaren in opleiding gedurende de binnenstage. Citaat: "De onpartijdigheid en onafhankelijkheid van de rechterlijke macht vormt een van de essentiële verworvenheden van onze rechtsstaat. De verplichting tot melding, registratie en openbaarmaking van nevenbetrekkingen in Tweede Kamer, vergaderjaar 2004–2005, 29 937, nr. 3 5 artikel 44 Wrra komt voort uit de gedachte dat openbaarheid in het belang is van het vertrouwen in de (onpartijdigheid en onafhankelijkheid van de) rechterlijke macht. Uit vaste jurisprudentie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) met betrekking tot de onpartijdigheid van rechters vloeit voort dat er geen feiten of omstandigheden mogen zijn die, ongeacht de persoonlijke instelling van de rechter, twijfel wekken over de vraag of de rechter onpartijdig is. Er mag zelfs geen schijn van partijdigheid bestaan."
De Staat der Nederlanden gelet op, de door klager naar voren gebrachte bovenstaande NORM-voorbeelden, NIET voldoet aan de verplichting klager J. Hop een eerlijk proces aan te bieden. De gewraakte rechters waren RECHTSTREEKS BELANGHEBBENDEN in de zaak Rechtbank Zutphen tegen J. Hop omdat zij in hun functie als kinderrechter steeds te maken hadden met Hop als INTEGERE, DESKUNDIGE EN DAARDOOR LASTIGE TEGENSTANDER OP DE HOORZITTING. De rechters die op de wraking hebben beslist waren belanghebbenden in de zaak Rechtbank Zutphen tegen J. Hop.
Voorbeeld 10. Op 7 maart 2002 is de wet 'Dualisering gemeentebestuur' ingevoerd. Deze wet bracht een reeks van veranderingen met zich mee voor zowel de raad als het college van B en W. met als gevolg een duidelijke scheiding tussen de taken en bevoegdheden van de raad en het college. De raad bepaalt vooral de kaders waarbinnen het college het beleid ontwikkelt en uitvoert. Hieronder een opsomming van de belangrijkste wijzigingen:
De wethouder:
8.0 Toelichting en onderbouwing van de stelling dat J. Hop een INTEGERE, DESKUNDIGE en daardoor LASTIGE TEGENSTANDER is die de kinderrechters van de Rechtbank Zutphen graag kwijt wilden op de hoorzittingen kinderbeschermingszaken met als grondslag tien jaar praktijkervaring en praktijkvoorbeelden.
8.1 Beroepsethiek en mentale instelling J. Hop. Om burgers als gemachtigde/procesvertegenwoordiger in een emotioneel vaak kwetsbare en lastige situatie zoals kinderbeschermingsmaatregelen bij te staan in procedures tegen bestuursorganen en rechtersleger is een goede mentale instelling noodzakelijk. Het is van groot belang zowel geestelijk als mentaal opgewassen te zijn tegen de problemen waarmee de gemachtigde te maken kan krijgen. Omdat het optreden van de gemachtigde als een integere en daardoor lastige tegenstander vaak zal bestaan "uit het corrigeren van anderen" bijvoorbeeld na gewonnen klachtzaken en/of andere procedures zal dit optreden van de gemachtigde bij de ander kritiek en weerstand oproepen. Degene tegen wie opgetreden (vaak medewerkers RvdK en/of "jeugdzorg") wordt zal het optreden van de gemachtigde/procesvertegenwoordiger zien als een bemoeial en dit klemt des te meer omdat Hop erom bekend staat procedureel en systematisch te klagen en te procederen en om informatie te vragen. Systematisch om normen en gevaren te vragen om te kijken hoe de vergelijkingsmethode tot stand is gekomen.
8.2 Van een integere, deskundige en daardoor lastige gemachtigde/procesvertegenwoordiger kan worden verwacht dat hij zijn taak goed blijft uitvoeren, ondanks de weerstand tegen het optreden en de daaruit voortvloeiende negatieve invloeden. Dit klemt des te meer wanneer kritiek wordt geuit op de werkwijze van het rechtersleger in het verleden in zaken vaak gelinkt aan omgangsregelingen en later vaker in zaken gelinkt aan kinderbeschermingsmaatregelen.
8.3 Hop is eerlijk, onkreukbaar en onomkoopbaar. In het verleden is Hop dan ook nimmer ingegaan op voorstellen van een tegenpartij, commissie of rechtersleger om klachten op maximaal een A4-tje in te dienen, niet steeds opnieuw dezelfde klachten tegen een beklaagde in te dienen, maximaal 5 klachten in te dienen en geen klachten meer in te dienen over afgifte van het contactjournaal gezinsvoogd. Deze mentaliteit van Hop in het belang van de burger die Hop bijstaat kwam Hop vaak duur te staan omdat Hop bij steeds meer instellingen in de jeugdzorg als gemachtigde werd geweigerd. Pas ingevoerde klachtwetgeving op verzoeken van de "jeugdzorg" aan het Parlement en de Minister zo snel mogelijk werd aangepast om een deskundige en daardoor lastige tegenstander uit te kunnen schakelen. Dit betekende dan ook gelijk het einde van alle Provinciale Klachtencommissies Jeugdzorg in Nederland.
8.4 Hop burgers is gaan adviseren GEEN KLACHTEN meer in te dienen maar is burgers gaan adviseren alleen maar te gaan procederen met een VERZOEK, BEZWAAR en BEROEP tegen de "jeugdzorg" en RvdK. Hierdoor wederom de Rechtbank Zutphen op zijn pad tegenkwam welke rechtbank Zutphen in eerste aanleg lang bleef weigeren op de ingediende beroepschriften te gaan beslissen met ook steeds meer kritiek van Hop op de ongelijke doorlooptijden die door de Rechtbank Zutphen gehanteerd worden bij verzoekschriften. De ergernis van de Rechtbank Zutphen jegens Hop die geen universitaire studie heeft doorlopen maar toch gelijk bleek te hebben met het indienen van beroepschriften met als grondslag Wob en artikel 5.5 Woj. werd hiermee alleen maar groter. Hierbij vond de Rechtbank Zutphen ook de complete "jeugdzorg" in Nederland als "maatje" tegen Hop want de advocaat van die beroepsgroep die tegen Hop werd ingezet beweerde op de hoorzitting bij de rechtbank Zutphen "dat als het indienen van een VERZOEK, BEZWAAR en BEROEPSCHRIFT bij kinderbeschermingsmaatregelen zou worden toegestaan het "hek van de dam zou zijn". Er spelen dus enorme (financiële) belangen bij zowel het rechtersleger en de "jeugdzorg" in Nederland om kost wat kost Hop uit te schakelen om het indienen van een VERZOEK, BEZWAAR en BEROEPSCHRIFT door burgers te voorkomen en kritiek op de ongelijke doorlooptijden van ingediende verzoekschriften en beroepschriften en hoger beroepen met als grondslag Wob en artikel 5.5 Woj.
8.4 De advocatuur over Hop: "Citaat: "De heer Hop was als voortrekker bezig het systeem lam te leggen. In eerste instantie werd in dit kader gebruik gemaakt van hinderlijke, maar wel legale middelen als het systematisch klagen en het systematisch om informatie vragen" Bron Regel 21, 22 en 23 Pleitnotities advocaat X overheid op de hoorzitting van het Hof van Discipline 150304."
8.5 Daar komt nog bovenop dat de Staat graag van ieder kind een risico-analyse wil laten maken en de "jeugdzorg" in Nederland niet kindgericht is maar gericht is op schaalvergroting. Kritiek van Hop op de samenwerking rechtersleger, RvdK en "jeugdzorg" en werkafspraken over de INHOUD van verzoekschriften van de RvdK en "jeugdzorg" om kinderrechters in staat te stellen nog sneller verzoekschriften van bestuursorganen er door heen te jagen en steeds meer kinderen steeds sneller van OTS en UHP te voorzien is bij de kinderrechters van de Rechtbank Zutphen in het verkeerde keelgat gevallen. De beroepsgroep kinderrechters in Zutphen ontplofte toen Hop kritiek ging leveren op de kinderrechters van Zutphen dat ze beter op moesten letten en beter hun werk moesten gaan doen en moesten gaan controleren of de data op de rapporten van de jeugdzorg wel in overeenstemming was met de datum van faxverzoeken om spoeduithuisplaatsingen van kinderen en dat de beroepsgroep aan waarheidsvinding moest gaan doen en na moest gaan of de AANKLACHTEN VAN DE JEUGDZORG wel klopten en onderbouwd konden worden met FEITEN.
Voorbeeld 1. Bron: Rechtspraak in Nederland. Uitgave: Raad voor de Rechtspraak, Den Haag oktober 2002.
1.1 Citaat pagina 3. Inleiding. Jarenlang gingen rechters gebukt onder een stoffig imago. Rechters waren oudere heren die, gehuld in zwarte jurken, de hele dag saaie wetboeken lazen. Wat zich buiten de rechtbank afspeelde, daar hadden rechters geen weet van. Dat beeld klopt al lang niet meer. Zo bestaat het RECHTERSLEGER tegenwoordig voor een aanzienlijk deel uit vrouwen. Daarnaast staat de moderne rechter midden in de samenleving. De rechter moet niet alleen de wet kennen maar ook goed weten wat er leeft onder de burgers. Zo ontstaat draagvlak voor zijn uitspraken.
1.2 Citaat pagina 4 regel 1,2,3 en 4. Algemeen Wat is rechtspraak. De rechter spreekt recht. HIJ NEEMT EEN ONPARTIJDIGE BESLISSING ALS TWEE PARTIJEN EEN CONFLICT HEBBEN.
Kennelijk staan de rechters van de Rechtbank Zutphen nog NIET als moderne rechters midden in de samenleving en voelen de kinderrechters zich zo aangevallen door Hop dat wetgeving en normen voor een "onafhankelijke rechter" en "onafhankelijke rechtspraak" omdat dit hen in de zaak tegen Hop niet uitkomt voor alle zekerheid maar aan de kant wordt gezet om Hop uit te kunnen schakelen.
8.7 Praktijkvoorbeelden en uitspraken met J. Hop als gemachtigde tegen bestuursorganen in Nederland.
| Algemene wet bestuursrecht Procederen met Hop tegen een bestuursorgaan | |
| 547 | Hoger beroep Nienhuis/Leenders met Hop als procesvertegenwoordiger tegen "jeugdzorg" GEGROND bij Raad van State |
| JH3 | J.
Hop tegen gemeente Ermelo. Ermelo is niet verplicht detective te spelen.
Rechter geeft Ermelo gelijk in weigering overzicht van alle financiële
samenwerkingsverbanden op te stellen. Hop kreeg wel gelijk in zijn bezwaar
tegen de late afhandeling van de zaak door de gemeente. Vraagje van Hop:
"Is het eigenlijk niet vreemd dat een gemeente niet verplicht is een
overzicht van alle financiële samenwerkingsverbanden op te stellen?" |
| De strijd om afgifte van contactjournalen geeft u een perfect inzicht in de jeugdzorg mentaliteit | |
| 070 | Het artikel "kinderdieven" van Prof. Dr. A. de Swaan werd door Hop als grondslag gebruikt in strijd om afgifte contactjournaal |
| 069 | Oneerlijk rechtsproces bij klachtafhandeling! Klagers hadden geen stukken en geen contactjournaal |
| 068 | VEreniging DIrecteuren VOogdij-instellingen (Vedivo) wil bepalen wat rechters en burgers mogen lezen |
| 067 | Hetze tegen Hop! Stichting Bureau Jeugdzorg Utrecht weigert Hop na klagen over naam instelling en contactjournaal |
| 335 | Hetze tegen Hop! Brief Stichting Bureau Jeugdzorg Utrecht dat er geen afschrift van het contactjournaal wordt gegeven |
| 130 | Hetze tegen Hop! Stichting Bureau Jeugdzorg Limburg weigert afgifte contactjournaal en doet mee met hetze tegen Hop |
| 066 | Hetze tegen Hop! Stichting Jeugd en Gezin Noord-Holland weigert Hop "na aanzetten tot klagen over afgifte contactjournaal" |
| 252 | Hetze tegen Hop! Persbericht gezinsvoogdijinstelling over Hop in strijd om afgifte contactjournaal gezinsvoogd |
| 251 | Hetze tegen Hop! Brief gezinsvoogdijinstelling over Hop aan alle cliëntenorganisaties |
| 250 | Steun voor Hop! Platform cliëntenorganisaties verheugt dat ouders actie voeren om afgifte contactjournalen |
| 222 | Complot tegen de rechtsstaat! De zaak Admiraal/Vermaas geeft direct inzicht in het belang burger bij contactjournaal |
| 062 | Hetze tegen Hop! AKJ en Veringmeier starten en verliezen kort geding tegen Hop bij rechtbankpresident mr. P.A. Offers |
| 064 | Oproep aan de gezinsvoogden: "Neem je eigen kinderrechter mee en ga demonstreren voor 200 miljoen extra |
| 065 | Hop voert actie met ouders en deelt folders uit bij ministeries en Parlement voor afgifte contactjournaal gezinsvoogd |
| 063 | Hop roept op niet meer te demonstreren in Den Haag na censuur in Nederland na demonstratie rechters gezinsvoogden |
| 116 | Hetze tegen Hop! Voorkeur voor gesubsidieerde klachtondersteuners bij provincie Flevoland, Gelderland, Overijssel |
| 316 | Hetze tegen Hop! Voorkeur voor gesubsidieerde klachtondersteuners bij provincie Zuid-Holland |
| 220 | Hetze tegen Hop! Beroepsverbod voor Hop in drie provincies na weigering Hop klachten op maximaal !4-tje in te dienen |
| 061 | Het HVRM arrest Mc Michael! Nederland schendt mensenrechten |
| 053 | Vedivo opent een helpdesk voor gezinsvoogdijinstellingen om hen bij te staan in hun strijd tegen Hop |
| 055 | Contactjournaal: Eerste bonafide uitspraak door College Advies Justitiële Kinderbescherming |
| 056 | Contactjournaal: Tweede bonafide uitspraak Provinciale Klachtencommissie Noord-Brabant |
| 057 | Contactjournaal: Derde bonafide uitspraak Provinciale Klachtencommissie Groningen |
| 058 | Contactjournaal: Vierde bonafide uitspraak Provinciale Klachtencommissie Zuid-Holland |
| 059 | Contactjournaal: Vijfde bonafide uitspraak Provinciale Klachtencommissie Rotterdam Haaglanden |
| 060 | Contactjournaal: Zesde bonafide uitspraak Provinciale Klachtencommissie Noord-Brabant |
| 137 | Memo Margriet Storms aan alle sectormanagers Bureau Jeugdzorg Amsterdam inzake Vedivo formulering om Hop te weigeren |
| 054 | Vedivo besluit tot afgifte van contactjournaal gezinsvoogd |
| 137 | Hetze tegen Hop! Vedivo leidt hetze tegen Hop met als grondslag Amerikaanse websites die NIET van Hop zijn |
| 052 | Hetze tegen Hop! Beroepsverbod voor Hop nu omdat hij weigert te stoppen met steeds dezelfde klachten in te dienen |
| 051 | Hetze tegen Hop! Klacht gegrond! Hop is ten onrechte geweigerd als belangenbehartiger van klagende burgers |
| 050 | Brief Platform Cliëntenorganisaties Familierecht aan Hop met de hoop dat Hop zijn werk zal voortzetten |
| 084 | Hetze tegen Hop! Advocaat jeugdzorg: "Hop moet bloeden" na de gewonnen strijd om afgifte contactjournaal |
| 300 | Liegen en bedriegen is de norm voor de werkwijze van de jeugdzorg om burgers te demoniseren en kapot te maken |
| 020 | Rene Diekstra: "Macht is recht! Wie meer macht heeft eigent zich ongestraft steeds meer rechten toe" |
| 134 | Hop adviseert burgers geen klachten meer in te dienen tegen de jeugdzorg maar bezwaarschriften op grond van 5.5 Woj |
| Verbetering uiterlijke kenmerken rechtspraak: RvdK moet zittingzaal samen met burgers betreden en verlaten | |
| 014 |
LMT RvdK is het met Hop eens dat vertegenwoordigers rvdK de zaal betreden en verlaten tegelijk met andere partijen |
| 142 | Gebruik voornaam raadsmedewerkers door kinderrechters op de hoorzitting na klacht van Hop bij de rechtbank Utrecht taboe |
| 141 | Na 29 maart 2000 worden de termijnen voor raadsonderzoek naar omgang en gezag nog steeds overschreden |
| 144 | Algemeen directeur Raad voor de Kinderbescherming vertrekt na klachten van Hop over belangenverstrengeling bij rechtbank Den Bosch |
| 012 | Medewerkers van de Raad voor de Kinderbescherming na project van Hop niet meer bij de kinderrechter aan tafel |
| Hop adviseert na tien jaar ervaring burgers GEEN KLACHTEN meer tegen de Raad voor de Kinderbescherming in te dienen | |
| 136 | Eerste klacht Hop tegen RvdK ongegrond! Omgangsregeling vader en kinderen kan niet met beschikking worden afgedwongen |
| 085 | 2006 Procederen met Hop tegen RvdK zet kinderen tegen ouders op "conflict over naleven van leeftijdsadequate regels" |
| 357 | Negen klachten gegrond! Moeder X met Hop als gemachtigde tegen Raad voor de Kinderbescherming Directie Zuid-West |
| 667 | Teveel klachten gegrond! Moeder X met Hop als gemachtigde tegen Raad voor de Kinderbescherming Directie Noord-West |
| 666 | 2006 Klacht gegrond! Vader X met Hop als gemachtigde RvdK Lelystad verzoekt huisarts zijn informantenverklaring te wijzigen |
| 168 | Klacht gegrond! Hop dient 19 klachten in tegen de Raad voor de Kinderbescherming! Alle 19 klachten gegrond verklaard |
| 298 | Klacht gegrond! De zaak P. en perfecte klachtafhandeling door de directeur van de Raad voor de Kinderbescherming |
| 209 | Klacht gegrond! Raadonderzoeker vervangen na klacht over partijdigheid voor de moeder |
| 208 | Klacht gegrond! Onderzoek Raad voor de Kinderbescherming bij het Münchhausen syndroom by proxy |
| 325 | Klacht gegrond! Raadsrapport ten onrechte na een gegrond verklaarde klachtzaak niet vernietigd |
| 606 | Acht Klachten gegrond! Vader X met Hop als gemachtigde tegen Raad voor de Kinderbescherming Noord-West |
| 321 | Klacht gegrond! Raadsonderzoeker Raad voor de Kinderbescherming directie Oost partijdig tijdens raadsonderzoek |
| 673 | Klacht gegrond! Moeder X met Hop als gemachtigde tegen RvdK inzake "verificatie informantenverklaringen" |
| 672 | Klacht gegrond! Moeder X met Hop als gemachtigde. Gebezigde kwalificaties in schrijven aan rechtbank te veel toonzettend |
| 688 | Klacht gegrond! Vader X met Hop als gemachtige inzake lange duur onderzoek, geen bemiddeling, geen vlekkeloos onderzoek |
| Verbetering uiterlijke kenmerken rechtspraak: Hop breekt door verbod voor ouders inzage dossier heen | |
| 106 | Hop uit Ermelo breekt bij de rechtbank Zutphen door weigering inzage rechtbankdossiers door gewone burgers heen |
| 117 | Klacht gegrond tegen griffier van het Gerechtshof Arnhem, een griffier moet de wet inzake inzage dossier kennen |
| 143 | Griffieformulier "Voogdij: De Moeder" op verzoek van Hop bij de griffie van de rechtbank Arnhem weggehaald |
| Klagen met Hop tegen GGD, GGZ, pedagogen en psychiaters | |
| 322 | De zaak H. tegen GGZ Klacht gegrond Hop tegen psychiater van GGZ Assen, diverse klachten gegrond |
| 195 | Klacht gegrond! Geert van Spronsen met Hop tegen Mw Drs C. Snijder PAR pedagoog Amsterdam |
| 687 | Klacht gegrond met Hop als gemachtigde in de zaak P. tegen GGD Twente |
| 195 | Klacht gegrond! Geert van Spronsen met Hop tegen Mw Drs C. Snijder PAR pedagoog Amsterdam |
| Klagen met Hop tegen rechters en rechtbanken inzake onvolledige opgaven en verouderde registers nevenfuncties | |
| 390 | Rechtbank 211004 President Arnhem heeft een klacht van Hop over onvolledige opgave bijbanen gegrond verklaard |
| 607 | Rechtbank Zutphen heeft klacht van Hop over een verouderd register nevenfuncties rechterlijke macht gegrond verklaard |
| Klagen met Hop namens minderjarigen en hun ouders tegen Justitiële Inrichtingen JJI | |
| 471 | Keiharde toezeggingen directie JJI Harreveld in overleg met Hop tijdens schorsing zitting College Advies Justitiële Kinderbescherming |
| 086 | Bezwaarschrift Hop GEGROND inzake publicatie namen medewerkers overheid met hun telefoonnummer bij de overheid |
| Hop adviseert na tien jaar ervaring burgers GEEN KLACHTEN meer tegen "jeugdzorg" in te dienen | |
| 690 | Het gevaar! De wetgever is er indertijd vanuit gegaan dat de gebrekkige toegang tot de kinderrechter zou kunnen worden gecompenseerd door een interne klachtenprocedure. Die route is echter voor de veelal in de duistere maatschappelijke jungle voortstrompelende justitiabelen niet gemakkelijk te vinden |
| 300 | De norm! "Citaat: "De heer Hop was als voortrekker bezig het systeem lam te leggen. In eerste instantie werd in dit kader gebruik gemaakt van hinderlijke, maar wel legale middelen als het systematisch klagen en het systematisch om informatie vragen" Bron Regel 21, 22 en 23 Pleitnotities advocaat X overheid op de hoorzitting van het Hof van Discipline 150304." |
| 050 | Alle klachten GEGROND in strijd om afgifte contactjournaal gezinsvoogd worden hier als herhaald en ingelast beschouwd |
| 689 | Max Wattimena! 12 klachten gegrond met Hop als gemachtigde van moeder X tegen Max Wattimena e.a. Bureau Jeugdzorg Amsterdam |
| 137 | Max Wattimena! Ongewenste dubbelfunctie medewerker gezinsvoogdij/lid interne klachtencommissie zichtbaar in hetze tegen Hop |
| 693 | bjz17151696 Klacht gegrond tegen SBJNB verklaard door Provinciale Klachtencommissie wegens intimidatie van tienermoeder |
| 460 | Klacht gegrond! Logtenberg tegen VVP inzake onderscheppen correspondentie aan klachtencommissie door directeur VVP |
| 461 | Klacht gegrond! Logtenberg tegen SBJG inzake onderscheppen correspondentie aan klachtencommissie door beleidsmedewerker |
| 681 | 16 klachten gegrond tegen Stichting Jeugdzorg Groningen in twee klachtrondes met Hop als gemachtigde van klagers |
| 204 | VVP Klacht gegrond Voorziening Pleegzorg Flevoland had twee na wetgeving geen interne klachtencommissie |
| 691 | Geschiedenis! Klacht gegrond met Hop tegen Stichting Centrum voor Pleegzorg Rotterdam |
| 694 | Klacht gegrond met Hop tegen Stichting Bureau Jeugdzorg Stadsregio Rotterdam bij Provinciale Klachtencommissie |
| 700 | Geschiedenis! Klacht gegrond met Hop als gemachtigde tegen "niet-ontvankelijk" levert een definitie van "pleegouders" op |
| 126 | swsg44200840 Klacht gegrond tegen Stichting William Schrikker Groep "Ouders ten onrechte geen hulpverleningsplan ontvangen" |
| 669 | Klacht gegrond tegen Stichting William Schrikker Groep ONBEGRIJPELIJK na bijna een jaar OTS nog geen Plan van Aan pak gemaakt |
| 198 | Klacht gegrond tegen Stichting Jeugdzorg Noord-Brabant inzake intimidatie van tienermoeder |
| 676 | Procederen met Hop tegen SBJF! Van zes kinderen gaat de OTS eraf en daar waren ze bij SBJF niet zo blij mee |
| 134 | Hop adviseert burgers geen klachten meer in te dienen tegen de jeugdzorg maar bezwaarschriften op grond van 5.5 Woj |
| 198 | 13 klachten gegrond tegen Stichting Jeugdzorg Noord-Brabant in eerste klachtronde met Hop als gemachtigde van klagers |
| 674 | 19 klachten gegrond tegen Stichting Jeugdzorg Noord-Brabant in twee klachtrondes met Hop als gemachtigde van klagers |
| 670 | Opnieuw veel klachten gegrond tegen Stichting Jeugdzorg Noord-Brabant in drie klachtrondes met Hop als gemachtigde van klagers |
| 678 | Klachten van moeder X met Hop ingediend tegen Stichting Jeugdzorg Noord-Holland GEGROND verklaard tijdens Vedivo hetze |
| 682 | Klachten gegrond met Hop als gemachtigde van ouders tegen Stichting Bureau Jeugdzorg Zeeland |
| 683 | Klacht gegrond in de zaak J. met Hop als gemachtigde tegen Stichting Leger des Heils Welzijns- en Gezondheidszorg |
| 684 | Klacht gegrond in de zaak Z. met Hop als gemachtigde tegen Stichting Leger des Heils Welzijns- en Gezondheidszorg |
| 685 | Klacht gegrond in de zaak E. met Hop als gemachtigde tegen Stichting Leger des Heils Welzijns- en Gezondheidszorg |
| 686 | Klachten gegrond met Hop als gemachtigde tegen Bureau Jeugdzorg Zuid-Holland bij Provinciale Klachtencommissie |
| 051 | Vedivo hetze. Klacht van Hop GEGROND tegen beroepsverbod voor Hop op grond van websites die NIET van Hop zijn |
| 668 | Klacht gegrond! Directeur Jeugd en Gezin Noord-Holland ONBEVOEGD Hop te weigeren bij interne klachtencommissie (Vedivo hetze) |
| 680 | Geschiedenis! Strijd van Hop namens klagers tegen gezinsvoogdij om afgifte contactjournaal gezinsvoogd! "Jeugdzorg en VVP" dringen er bij de MINISTER op aan regelgeving (6) (Omroep Gelderland) voor interne klachtencommissies aan te passen om misbruik van klachtprocedures voor eigen doeleinden door derden (lees Hop) die zich als belangenbehartiger opwerpen om middels de klachten van individuele klagers "eigen programmapunten" (lees strijd van ouders met Hop als gemachtigde om afgifte contactjournaal gezinsvoogd) in stelling te brengen tegen te gaan |
| 692 | Censuur in Nederland Hop weigert maximaal 5 klachten in te dienen bij Provinciale Klachtencommissie Jeugdhulpverlening Noord-Brabant |
| 211 | Vedivo hetze tegen Hop betekende na strijd om afgifte contactjournaal einde van alle Provinciale Klachtencommissies in Nederland |
| 006 | Wraking van Hop ongegrond bij Rechtbank Zutphen krijgt een vervolg bij de Verenigde Naties met klacht van Hop |
| Omroep Gelderland: President Rechtbank Zutphen wil regelgeving voor wraking aanpassen om wraken kinderrechters te voorkomen | |
| Werkwijze deel "jeugdzorg" deugt niet door INCOMPETENTIE en de weerzinwekkende werkwijze van deze beroepsgroep om kost wat kost door te blijven gaan op een ingeslagen weg ook al zijn er zeer ernstige fouten gemaakt. Om aan een stroom van GEGROND verklaarde klachten een einde te maken wordt op verzoek van "jeugdzorg" wetgeving aangepast voor "jeugdzorg" die NIET KINDGERICHT is en alleen maar uit is op schaalvergroting om steeds meer kinderen een staatsopvoeding te kunnen geven | |
| 070 | Het artikel "Kinderdieven" uit 1997 wordt door J. Hop als grondslag voor ieder weerwerk tegen "jeugdzorg" gebruikt |
| 300 | "Citaat: "De heer Hop was als voortrekker bezig het systeem lam te leggen. In eerste instantie werd in dit kader gebruik gemaakt van hinderlijke, maar wel legale middelen als het systematisch klagen en het systematisch om informatie vragen" Bron Regel 21, 22 en 23 Pleitnotities advocaat X overheid op de hoorzitting van het Hof van Discipline 150304." |
| 006 | Beroepsverbod in 2007 voor Hop bij Rechtbank Zutphen na gebruik artikel "Kinderdieven" in procedures tegen "jeugdzorg" |
| 220 | Beroepsverbod voor Hop in 3 provincies na zijn weigering klachten tegen "jeugdzorg" op maximaal A4-tje in te dienen |
| 137 | Vedivo BESLUIT voor hetze tegen Hop in strijd om contactjournaal genomen in een achterkamertje zonder hoor en wederhoor |
| 668 | Klacht gegrond! Directeur Jeugd en Gezin Noord-Holland ONBEVOEGD Hop te weigeren bij interne klachtencommissie (Vedivo hetze) |
| 067 | Beroepsverbod voor Hop in de provincie Utrecht na record aantal gegrond verklaarde klachten tegen "jeugdzorg Utrecht" |
| 052 | Beroepsverbod voor Hop bij Stichting Jeugdzorg Noord-Brabant na enorme aantallen gegrond verklaarde klachten |
| 121 | bjz01099530 Beroepsverbod voor Hop. Stasi werkwijze in strijd met het negende gebod zonder hoor en wederhoor is representatief voor de werkwijze van de Stichting Bureau Jeugdzorg Friesland met als incompetente algemeen directeur mw. drs. B.A. Katee |
| 121 | bjz01099530 Algemeen directeur van Stichting Bureau Jeugdzorg Friesland mw. drs. B.A. Katee opnieuw in de fout met het onbevoegd weigeren van Hop als belangenbehartiger familie H. bij de Interne klachtencommissie Stichting Bureau Jeugdzorg Friesland |
| 137 | Beroepsverbod voor Hop in Amsterdam blijkt uit memo's die over Hop binnen de jeugdzorg worden rondgestuurd |
| 130 | Beroepsverbod voor Hop in de provincie Limburg na procedureel en systematisch klagen tegen "jeugdzorg Limburg" |
| 677 | Een Stasi werkwijze in strijd met het negende gebod zonder hoor en wederhoor is representatief voor de werkwijze van de interne klachtencommissie van de Stichting William Schrikker Groep met als voorzitter Mevrouw M. Moons |
| 677 | Een Stasi werkwijze in strijd met het negende gebod zonder hoor en wederhoor is representatief voor de werkwijze van de Stichting William Schrikker Groep met als directeur drs. K. Verwey, MMC |
| 066 | bjz34186307 Beroepsverbod voor J. Hop wegens "aanzetten tot klagen over afgifte contactjournaal" Een Stasi werkwijze in strijd met het negende gebod zonder hoor en wederhoor is representatief voor de werkwijze van de Stichting Jeugdzorg Noord-Holland met als directeur E.S.P. Oudejans |
| 678 | Een Stasi werkwijze in strijd met het negende gebod zonder hoor en wederhoor is representatief voor de werkwijze van de interne klachtencommissie van de Stichting Jeugdzorg Noord-Holland met als voorzitter H.R. Smits (Voorzitter), Mevrouw mr. A.B. Boukema (vice-voorzitter), Mevrouw drs. L. Rooijer (lid), Mevrouw M.A.C. Gouwenberg (Secretaris) |
| 680 | Geschiedenis! Strijd van Hop namens klagers tegen gezinsvoogdij om afgifte contactjournaal gezinsvoogd! "Jeugdzorg en VVP" dringen er bij de MINISTER op aan regelgeving (6) (Omroep Gelderland) voor interne klachtencommissies aan te passen om misbruik van klachtprocedures voor eigen doeleinden door derden (lees Hop) die zich als belangenbehartiger opwerpen om middels de klachten van individuele klagers "eigen programmapunten" (lees strijd van ouders met Hop als gemachtigde om afgifte contactjournaal gezinsvoogd) in stelling te brengen tegen te gaan |
| 211 | Vedivo hetze tegen Hop betekende na strijd om afgifte contactjournaal einde van alle Provinciale Klachtencommissies in Nederland |
| 006 | Wraking van Hop ongegrond bij Rechtbank Zutphen krijgt een vervolg bij de Verenigde Naties met klacht van Hop |
| Omroep Gelderland: President Rechtbank Zutphen wil regelgeving voor wraking aanpassen om wraken kinderrechters te voorkomen | |
| Kenmerk werkwijze Rechtbank Zutphen is het hanteren van andere doorlooptijden voor verzoeken/beroepen ouders! | |
| GHK | 4 jaar OTS tot 310808! Dirkje Logtenberg-Dijkhof kandidaat Groep Hop verkiezingen 2010 levert stevig weerwerk tegen SGJ |
| 519 | 4 jaar OTS tot 310808! SGJ heeft geen bezwaarcommissie, Stichting Bureaus Jeugdzorg Gelderland wel! |
| 426 | 4 jaar OTS tot 310808! Toelichting verzetschriften 1, 2, 3, 4 en 5 Logtenberg tegen SGJ/SBJG hoorzitting Rb Zutphen 300807 |
| 453 | 4 jaar OTS tot 310808! Geschiedenis! Beroepschrift Logtenberg gegrond maar beschikking is toch aanleiding voor verzetschrift 1 |
| 454 | 4 jaar OTS tot 310808! Geschiedenis! Beroepschrift Logtenberg gegrond maar beschikking is toch aanleiding voor verzetschrift 2 |
| 455 | 4 jaar OTS tot 310808! Geschiedenis! Beroepschrift Logtenberg gegrond maar beschikking is toch aanleiding voor verzetschrift 3 |
| 456 | 4 jaar OTS tot 310808! Geschiedenis! Beroepschrift Logtenberg gegrond maar beschikking is toch aanleiding voor verzetschrift 4 |
| 517 | 4 jaar OTS tot 310808! Geschiedenis! Beroepschrift Logtenberg gegrond maar beschikking is toch aanleiding voor verzetschrift 5 |
| 518 | 4 jaar OTS tot 310808! Geschiedenis! Beroepschrift Logtenberg gegrond bij bestuursrechter mevrouw J. Barrau rechtbank Arnhem |
| 710 | 4 jaar OTS tot 310808! Alle verzetschriften Logtenberg GEGROND ingeleverd met Hop als procesvertegenwoordiger |
9. Een van de gronden om Mr. Vergunst te wraken was vanwege zijn al zijn (gereformeerde) nevenfuncties. In de zaken met Hop als procesvertegenwoordiger ging het om procedures tegen de Stichting Gereformeerde Jeugdbescherming. Vergunst getuigt actief van zijn (gereformeerde) geloof en hij schrijft ook dat de elementen van zijn (gereformeerde) geloof een voor zijn omgeving merkbare ondertoon vormen voor zijn werkzaamheden. De wraking van Mr. Vergunst had dan ook GEGROND verklaart moeten worden omdat het hier ging om procedures met de Stichting Gereformeerde Jeugdbescherming (SGJ) als tegenpartij van ouders met Hop als procesvertegenwoordiger en de SGJ een direct belang had bij de uitschakeling van Hop als integere, deskundige en daardoor lastige tegenstander.
Dirk Vergunst, vice-president rechtbank Zuthphen
Mijn werkomgeving zie ik niet in de eerste plaats als een gelegenheid om actief
te getuigen van mijn geloof. De kwaliteit van het werk staat centraal, zij het
dat dit moet worden ingebed in een levenswandel van (collegiaal) dienstbetoon,
naastenliefde en de één uitnemender achten dan de ander. Daarmee heb ik,
eerlijk gezegd, mijn handen al meer dan vol. Ik hoop dat deze elementen voor
mijn omgeving de merkbare ondertoon vormen van mijn werkzaamheden, zowel in de
collegiale omgang als in de verhouding tot rechtzoekenden. Dat wil niet zeggen
dat ik niet voor mijn overtuiging uitkom, integendeel. Verbazing over mijn
geloof, zoals ik nogal eens tegenkom, treed ik tegemoet met verbazing over
ongeloof: kijk naar de hemel, de bomen, je eigen handen en leg mij dan eens uit
hoe het kan bestaan dat je slechts oog hebt voor het stoffelijke in plaats van
voor het wonder. Dan ontstaat soms ook de ruimte voor de blijde boodschap van
een God, Die van mensen wil houden, niet omdat ze zo lief zijn, maar omdat Hij
liefde is.
Bron: Impact, Christen zijn in werk, relaties en samenleving 3e jaargang nr 3 juli 2002, De Gekke Henkie's?!
| De Gekke Henkie's?! |
|
Christen zijn op je werkplek. Betekent dat je werk zo goed mogelijk doen? Of de
kans aangrijpen om niet-gelovige collega's het evangelie te vertellen? Tien
personen plus een stelling: 'Christenen zouden meer uitgesproken moeten zijn in
hun werk. Duidelijker getuigen, en helder hun mening geven over professionele en
maatschappelijke vraagstukken. Het gaat niet alleen om goed handelen, christenen
moeten een open en veel gelezen boek zijn'.
Richard Doornbosch, beleidsmedewerker Ministerie van Financiën
Dirk Vergunst, vice-president rechtbank Zuthphen
Mirjam Siesling, AIO faculteit Rechten - Universiteit Utrecht
Johan Bac, rechterlijk ambtenaar in opleiding - Openbaar Ministerie in Utrecht
Cor Verkade, docent en onroerendgoedontwikkelaar
Esther Roeleveld, financial consultant
Teunis van Kooten, advocaat en promovendus aan de Vrije Universiteit
Léon Frantzen, directeur DKN Financial Consultants B.V.
Justin de Jong, chirurg in opleiding
|
10. President rechtbank Zutphen is een politiek tegenstander van Hop inzake onderwerp "lekenrechtspraak"
Macht is recht. Mr. G. Vrieze President van de Rechtbank Zutphen: "Opleiding en reflectie zijn aan een jury niet besteed.
10.1 Er is sprake van rancune van in ieder geval een te weten Mr. G. Vrieze President van de Rechtbank Zutphen of meer van de rechters tegen klager in de onderhavige zaak. Klager heeft kritiek op de rechtspraak en heeft als politiek standpunt "het invoeren van lekenrechtspraak" om de kwaliteit van de rechtspraak in Nederland te verbeteren. Mr. G. Vrieze President van de Rechtbank Zutphen is een fervent tegenstander van het invoeren van lekenrechtspraak.
10.2 Bron: Juridisch Dagblad 11 april 2008.
Van een onzer redacteuren
Vrieze ziet juryrechtspraak somber in: zonder motivering schuldig of onschuldig?
Jury bevordert deskundigheid rechtspraak niet’. Dat zegt een beroepsrechter. Mr. G. Vrieze, president van de rechtbank Zutphen, zal in zijn speech tijdens de installatiebijeenkomst vandaag de lekenrechtspraak op de korrel nemen. In 'verschillende media' - de Rechtspraak houdt het altijd algemeen - zou de invoering van juryrechtspraak weer 'ns bepleit zijn, wánt dat zou democratisch zijn. Volgens Vrieze gaat democratie over wetgeving die voor iedereen geldt en niet over volksgerichten, waarschuwt hij alvast. Enfin, onderstaand kort z'n cri de coeur in het 'debat'. Zijn stelling luidt: Een jury is geen verbetering van de deskundigheid van de rechtspraak en vergroot ook het vertrouwen in de rechtspraak niet. De heer Vrieze:“Wat heeft de samenleving aan een jury die zonder motivering “schuldig” of “onschuldig” roept? De ingrijpende beslissingen die elke dag in de rechtszaal genomen worden hebben een gedegen uitleg nodig.” De heer Vrieze vindt wel dat de rechtspraak kan verbeteren: “Door te investeren in de deskundigheid van rechters als het gaat om het kritisch toetsen van allerlei soorten bewijsmateriaal. En om opener te staan voor de gedachte dat ook deskundigen van mening kunnen verschillen. Zo wordt er nu al geïnvesteerd in permanente opleiding, verbetering van het feitenonderzoek, een landelijke databank van gecertificeerde deskundigen en reflectie achteraf. Opleiding en reflectie zijn aan een jury niet besteed.”
10.3 Hoeveel geld moet de maatschappij nog in academisch opgeleide rechterlijke ambtenaren investeren indien deze beroepsgroep "deskundige" en daardoor lastige tegenstanders probeert uit te schakelen en dood te zwijgen door GEEN ONAFHANKELIJKE RECHTERS op een zaak te zetten, geen schriftelijke aanklacht op papier te zetten en geen afschrift procesdossier te verstrekken omdat dit de beroepsgroep niet uitkomt omdat een lastige tegenstander uitgeschakeld moet worden?
10.4 Dit klemt allemaal des te meer gelet op de uitspraak van Jeanne Dijkstra eindredacteur van Wegeners Ermelo's Weekblad bij de Raad voor de Journalistiek. Hoor en wederhoor. Citaat uit de uitspraak Raad voor de Journalistiek: "Verweerster benadrukt dat zij geen lid is van een politieke partij en volkomen neutraal is. Zij is al 15 jaar werkzaam voor Ermelo’s Weekblad en staat bekend als een betrouwbare verslaggever." Hoor en wederhoor. Citaat uit haar verweerschrift naar de Raad voor de Journalistiek: “Van alle kanten in Ermelo wordt de roep gehoord om deze politieke partij (Groep Hop) dood te zwijgen en ik ben er helaas achter gekomen dat dit waarschijnlijk waar is” schrijft mevrouw Jeanne Dijkstra eindredacteur van het Ermelo's Weekblad aan de Raad voor de Journalistiek.
10.5 Dit klemt allemaal des te meer omdat tijdens de laatste provinciale verkiezingen in Gelderland de verkiezingsposters van "Groep Hop" overal van de verkiezingsborden werden gehaald over overplakt om "Groep Hop"dood te zwijgen.
10.6 Macht is recht! Toelicht www.burojeugdzorg.nl/20.htm Van alle kanten wordt de roep gehoord en ook nu weer door de Rechtbank Zutphen gehonoreerd om klager J. Hop en de politieke groepering (Groep Hop) dood te zwijgen. De ongegrond verklaarde wraking van drie rechters van de rechtbank Zutphen zoals hierboven beschreven is het zoveelste bewijs dat geprobeerd wordt de integere, deskundige en daardoor lastige tegenstander en klager bij de VN J. Hop zoveel mogelijk te dwarsbomen en monddood te maken.
11.
Het verzoek tot wraking van Vergunst werd afgewezen maar de wraking had wel
gevolgen voor de vervolgprocedures in de zaak. Rechter Vergunst werd wel
vervangen in de betreffende zaak.
Wat daarna zeer vreemd overkwam was dat dezelfde Rechter Vergunst ineens
fungeerde als persrechter en in deze zaak die eveneens als toeschouwer aanwezig
was bij de zittingen die betrekking hadden op de gemeenschap waar dhr Vergunst
ook lid van was.
12.
De Rechtbank Zutphen past deze werkwijze niet incidenteel toe, er is sprake van
een structurele werkwijze.
Ook in de vervolgprocedure na de weigering van Dhr Hop pasten deze drie rechters
dezelfde tactieken toe en negeerden het Mantovanelli arrest door verzoekers niet
over alle ingediende stukken te laten beschikken. Tijdens een wrakingszitting
van de betreffende rechter werd weer ontkend dat de Rechtbank de betreffende
stukken niet had ontvangen terwijl een ontvangstbericht van de rechtbank in het
bezit van verzoekers was. Het onderzoek naar de betreffende documenten werd
uitgevoerd door de behandelend rechter dhr Eskes. Dit onderzoek duurde zo lang
dat de uitslag welke van belang zou zijn voor andere bij de rechtbank aanhangige
zaken. Een beroep op dit onderzoek mocht echter niet baten want de nieuwe
behandelend rechter deed gewoon uitspraak in deze zaken. Het resultaat van het
onderzoek was dat een 3 tal stukken toebehoorden aan een andere procedure
terwijl de ingediende stukken 9 producties betrof.
13. De Rechtbank Zutphen verliest door deze werkwijze van haar rechters alsmede haar president haar geloofwaardigheid als onafhankelijke rechtbank. Van een rechtbank die wrakingen ongegrond verklaart maar wel overgaat tot het toepassen van hetgeen in de wraking is verzocht alsmede een President die zijn eigen frustratie uit op de televisie op bij wet genoemde rechtsmiddelen en daar klaarblijkelijk niet goed mee om kan gaan alsmede een rechtbank die zonder te voldoen aan de wettelijke vereisten een gemachtigde weigert alsmede een rechtbank die toelaat dat niet onafhankelijke rechters deelnemen aan zittingen, kan niet worden volgehouden dat zij nog geloofwaardig overkomt. Ergo er wordt afbreuk gedaan aan de onpartijdigheid van de rechterlijke macht wat zou moeten leidden tot grootscheepse schoonmaakacties.
14.1 Er is sprake van meten met twee maten door de rechtbank Zutphen.
14.2 De zaak Kerkgenootschap Leger des Heils tegen de gemeente Zutphen werd WEL door de rechtbank Zuthpen doorverwezen naar de rechtbank Almelo omdat bij deze zaak een medewerker van de Rechtbank Zutphen betrokken was.
meten met twee maten omdat
in de zaak Rechtbank Zutphen tegen J. Hop Ermelo NIET werd doorverwezen naar een andere rechtbank terwijl de Rechtbank Zutphen in de zaak Rechtbank Zutphen tegen J. Hop zelf drie kinderrechters van de Rechtbank Zutphen en de rechtbank Zutphen zelf belanghebbende waren.
14.3 wetgeving citaat: Zij kan een bij haar aanhangig gemaakte zaak ter verdere behandeling verwijzen naar een andere rechtbank indien naar haar oordeel door betrokkenheid van de rechtbank behandeling van die zaak door een andere rechtbank gewenst is.""
AFDELING 8.1.3
Verwijzing, voeging en splitsing
Art. 8:13. [Verwijzing] (8.1.3.1)
-1. De rechtbank kan een bij haar aanhangig gemaakte zaak ter verdere
behandeling verwijzen naar de rechtbank waar een andere zaak aanhangig is
gemaakt indien naar haar oordeel behandeling van die zaken door één rechtbank
gewenst is. Zij kan een bij haar aanhangig gemaakte
zaak ter verdere behandeling verwijzen naar een andere rechtbank indien naar
haar oordeel door betrokkenheid van de rechtbank behandeling van die zaak door
een andere rechtbank gewenst is.
-2. Een verzoek tot wijziging kan worden gedaan tot de aanvang van het onderzoek
ter zitting.
-3. Indien de rechtbank waarnaar een zaak is verwezen, instemt met de
verwijzing, worden de op de zaak betrekking hebbende stukken aan haar
toegezonden.
14.4 In de zaak Kerkgenootschap Leger des Heils tegen de gemeente Zutphen werd WEL door de rechtbank Zuthpen doorverwezen naar de rechtbank Almelo LJN: BA2013,Voorzieningenrechter Rechtbank Almelo , 07 / 189 GEMWT AQ1 V
14.5 beschikking: De rechtbank Zutphen heeft met toepassing van het bepaalde in artikel 8:13, eerste lid, van de Awb het verzoek om voorlopige voorziening verwezen naar de voorzieningenrechter van de rechtbank Almelo
LJN: BA2013,Voorzieningenrechter Rechtbank Almelo , 07 / 189 GEMWT AQ1 V
Datum uitspraak: 30-03-2007
Datum publicatie: 02-04-2007
Rechtsgebied: Bestuursrecht overig
Soort procedure:Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie: In het onderhavige geding dient de vraag te worden beantwoord of onverwijlde spoed vereist dat het besluit van 31 januari 2007, gedeeltelijk gewijzigd bij besluit van 15 februari 2007, inhoudende het opleggen van een last onder dwangsom met betrekking tot overschrijding van expliciet gestelde geluidsnormen vanwege activiteiten vanuit het pand, wordt geschorst dan wel dat anderszins een voorlopige voorziening wordt getroffen. APV Zutphen, vrijheid van godsdienst.
Uitspraak RECHTBANK ALMELO
Sector bestuursrecht
Registratienummer: 07 / 189 GEMWT AQ1 V
uitspraak van de voorzieningenrechter als bedoeld in artikel 8:84 Algemene
wet bestuursrecht d.d. 30 maart 2007
in het geschil tussen:
Kerkgenootschap het Leger des Heils,
gevestigd te Almere, verzoeker,
gemachtigde: mr. B.J.W. Walraven, advocaat te Rotterdam,
en
het College van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Zutphen,
verweerder.
Derde-belanghebbende: Stichting Adamanshuis, gevestigd te Zutphen.
1. Besluit waarop het verzoek betrekking heeft
Besluit van verweerder d.d. 31 januari 2007 alsmede het hangende bezwaar
gewijzigde besluit d.d. 15 februari 2007.
2. Procesverloop
Naar aanleiding van bij verweerder binnengekomen klachten inzake geluid,
veroorzaakt door de activiteiten die door verzoeker worden ontplooid in
het pand Hagepoortplein 4A te Zutphen (hierna: het pand), hebben
ambtenaren in dienst van verweerders gemeente controles en geluidsmetingen
uitgevoerd. Bij brief van 22 mei 2006 heeft verweerder aan verzoeker
meegedeeld dat binnen een termijn van één maand brassbands en andere
activiteiten met versterkte muziek niet meer zijn toegestaan. Verweerder
heeft voorts aangegeven dat hij overweegt gebruik te maken van zijn
bevoegdheid tot het opleggen van een last onder dwangsom indien na het
verstrijken van voornoemde termijn de geluidsnormen worden overschreden.
Verzoeker is in de gelegenheid gesteld zijn zienswijze te geven. Bij brief
van 14 juni 2006 heeft verzoeker een zienswijze gegeven. Bij brief van 11
juli 2006 heeft verweerder verzoeker meegedeeld dat, gelet op de gemaakte
afspraken tussen hem en verzoeker, hij vooralsnog geen reden ziet om
handhavend op te treden.
Bij besluit van 31 januari 2007 (primair besluit 1) heeft verweerder aan
verzoeker een last onder dwangsom opgelegd inhoudende dat, kort
samengevat, verzoeker een dwangsom verbeurt indien de in primair besluit 1
expliciet omschreven maximaal toegestane geluidsnormen worden overtreden.
De begunstigingstermijn is gesteld op 1 februari 2007.
Hiertegen heeft verzoeker bij brief van 13 februari 2007 een
bezwaarschrift ingediend. Gelijktijdig is aan de voorzieningenrechter van
de rechtbank Zutphen verzocht een voorlopige voorziening te treffen
inhoudende het schorsen van primair besluit 1.
Bij besluit van 15 februari 2007 (primair besluit 2) heeft verweerder de
begunstigingstermijn van primair besluit 1 verlengd tot 1 mei 2007. Gelet
op het bepaalde in artikel 6:19, eerste lid, van de Algemene wet
bestuursrecht (Awb) wordt het bezwaarschrift van verzoeker geacht mede te
zijn gericht tegen primair besluit 2.
Verweerder heeft de op de zaak betrekking hebbende stukken op 20 februari
2007 ingebracht.
Met toepassing van het bepaalde in artikel 8:13,
eerste lid, van de Awb is het verzoek om voorlopige voorziening verwezen
naar de voorzieningenrechter van deze rechtbank.
Verweerder heeft op 1 maart 2007 nadere stukken in het geding gebracht.
Openbare behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden ter zitting van
26 maart 2007 alwaar verzoeker zich heeft doen vertegenwoordigen door
J.C.Y. van Vliet, J.N.J. Wisseborn en R.L.J. Keijzer, bijgestaan door zijn
gemachtigde voornoemd. Verweerder heeft zich doen vertegenwoordigen door
mr. F.B.M. van Aanhold en N. van Buitenen. Derde-belanghebbende heeft zich
doen vertegenwoordigen door P. Will.
3. Overwegingen
Kern van het geschil
Ingevolge artikel 8:81 van de Awb kan, indien voorafgaand aan een mogelijk
beroep bij de rechtbank bezwaar is gemaakt, door de indiener van het
bezwaarschrift aan de voorzieningenrechter van de rechtbank een voorlopige
voorziening worden gevraagd. Bij de beoordeling van een zodanig verzoek
dient te worden nagegaan of onverwijlde spoed, gelet op de betrokken
belangen, het treffen van een voorlopige voorziening vereist. Voorzover
deze toetsing meebrengt dat een oordeel wordt uitgesproken dat tevens het
onderwerp van de bezwarenprocedure raakt, heeft dit oordeel een voorlopig
karakter. Gelet hierop dient in het onderhavige geding de vraag te worden
beantwoord of onverwijlde spoed vereist dat het besluit van 31 januari
2007, gedeeltelijk gewijzigd bij besluit van 15 februari 2007, inhoudende
het opleggen van een last onder dwangsom met betrekking tot overschrijding
van expliciet gestelde geluidsnormen vanwege activiteiten vanuit het pand,
wordt geschorst dan wel dat anderszins een voorlopige voorziening wordt
getroffen.
Gronden van bezwaar / voorlopige voorziening
Verzoeker stelt primair dat verweerder niet bevoegd is tot het opleggen
van een last onder dwangsom. Ter onderbouwing van deze grief voert hij het
volgende aan.
Ten eerste is de last primair gericht op het ongedaan maken van de
overtreding van artikel 4.1.5 van de Algemene Plaatselijke Verordening van
de gemeente Zutphen (APV). Dit artikel biedt geen bevoegdheid voor het
stellen van nadere grenswaarden / geluidsnormen. Gelet hierop mag
verweerder niet handhavend optreden tegen overschrijding van de door hem
gestelde geluidsnormen. Subsidiair stelt verzoeker dat, indien aansluiting
kan worden gezocht bij het Besluit woon- en verblijfsgebouwen
milieubeheer, voorschrift 1.1.2, aanhef en b van de bijlage van dit
Besluit deze aansluiting in casu verhindert. Immers, hierin staat verwoord
dat bij het bepalen van geluidniveaus, het geluid ten behoeve van het
oproepen tot het belijden van godsdienst of levensovertuiging of het
bijwonen van godsdienstige of levensbeschouwelijke bijeenkomsten en
lijkplechtigheden, alsmede geluid in verband met het houden van deze
bijeenkomsten of plechtigheden, buiten beschouwing blijft.
Ten tweede worden alle activiteiten van verzoeker beschermd door artikel 6
van de Grondwet. Het eerste lid van dit artikel geeft de mogelijkheid tot
het beperken van de vrijheid van godsdienst, echter alleen door middel van
een formele wet. Beperking door middel van een - nader ingevulde -
APV-bepaling voldoet hier niet aan. De door verweerder aangehaalde
jurisprudentie ziet op de uitoefening van de vrijheid van godsdienst
buiten gebouwen en besloten plaatsen zodat deze jurisprudentie in casu
niet van toepassing is. Verzoeker verwijst voorts naar het in artikel 9
van het Europees Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens (EVRM)
en artikel 18 van het Internationaal verdrag inzake burgerrechten en
politieke rechten (Ivbpr) neergelegde vrijheid van godsdienst.
Het opleggen van de last is voorbarig want er heeft nog geen overtreding
plaatsgevonden.
Indien wordt geoordeeld dat verweerder wel bevoegd is tot het opleggen van
onderhavige last, dan stelt verzoeker subsidiair dat het opnemen van
grenswaarden en het bepalen dat overtreding van die grenswaarden tot
verbeurte van een dwangsom leidt in één en hetzelfde besluit in strijd
is met het rechtszekerheidsbeginsel. Voorts is er ten onrechte geen
begunstigingstermijn opgenomen.
Ter zitting heeft verzoeker gesteld dat de last onduidelijk is, wat in
strijd is met het rechtszekerheidsbeginsel.
Overwegingen van de voorzieningenrechter
Gelet op het bepaalde in artikel 125 van de Gemeentewet juncto de
artikelen 5:21 en 5:32 van de Awb is verweerder eerst bevoegd tot het
opleggen van een last onder dwangsom indien wordt gehandeld in strijd met
een wettelijk voorschrift. Eerst en nadat is vastgesteld dat er van een
dergelijke overtreding sprake is, dient bezien te worden of verweerder in
redelijkheid van deze bevoegdheid gebruik heeft kunnen maken.
Ten aanzien van de bevoegdheid tot het opleggen van een last onder
dwangsom merkt de voorzieningenrechter het volgende op.
Artikel 4.1.5, eerste lid, van de APV bepaalt dat het verboden is om
toestellen of geluids- of lichtapparaten in werking te hebben of
handelingen te verrichten op een zodanige wijze dat voor een omwonende of
overigens voor de omgeving geluid- of lichthinder wordt veroorzaakt.
Het tweede lid van dit artikel bepaalt dat het college van het verbod
ontheffing kan verlenen.
Het verbod geldt niet, voor zover artikel 2.4.16, de op de Wet
milieubeheer gebaseerde voorschriften, de Wet geluidhinder, de
Wegenverkeerswet 1994, de Zondagswet, het Wetboek van Strafrecht, de
Luchtvaartwet, het Reglement verkeerstekens en verkeersregels 1990 of het
Vuurwerkbesluit van toepassing zijn.
Tussen partijen is niet in geschil dat de in het pand ontplooide
activiteiten niet kunnen worden aangemerkt als een inrichting in de zin
van de Wet milieubeheer en dat de in artikel 4.1.5, tweede lid, van de APV
genoemde wetten niet van toepassing zijn. De voorzieningenrechter
onderschrijft dit standpunt.
De term ‘geluidhinder’ is niet nader gedefinieerd in de APV. Om te
kunnen beoordelen of er sprake is van geluidhinder heeft verweerder
aansluiting gezocht bij de meetwijze en normen die gebruikelijk zijn bij
vergunningplichtige bedrijven. In casu heeft verweerder aansluiting
gezocht bij de normen uit het Besluit woon-, en verblijfsgebouwen
milieubeheer en/of het Besluit horeca-, sport- en recreatieinrichtingen
milieubeheer. Anders dan verzoeker stelt is deze handelwijze van
verweerder toegestaan. De voorzieningenrechter verwijst in dit kader naar
de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State
(hierna: de Afdeling) van 1 mei 2002, LJN AE2053. Nu verweerder slechts
aansluiting heeft gezocht bij de normen uit voornoemde Besluiten (en
verweerder de Besluiten niet integraal van toepassing heeft verklaard)
staat de redactie van voorschrift 1.1.2, aanhef en onder b, van de bijlage
bij het Besluit woon- en verblijfsgebouwen milieubeheer een dergelijke
aansluiting niet in de weg. De voorzieningenrechter oordeelt dan ook dat
verweerder, bij de nadere invulling van de term ‘geluidhinder’ in
artikel 4.1.5 van de APV aansluiting heeft kunnen zoeken bij de
geluidsnormen voor inrichtingen in de zin van de Wet milieubeheer. Nu er
in casu sprake is van een nadere invulling van een reeds gestelde norm (in
artikel 4.1.5 van de APV) en niet van een nieuwe normstelling, mist de
grief van verzoeker hieromtrent feitelijke grondslag.
Verzoeker stelt dat alle activiteiten beschermd worden door de vrijheid
van godsdienst, zoals dat is neergelegd in de Grondwet en internationale
verdragen. Ten aanzien hiervan merkt de voorzieningenrechter het volgende
op.
Artikel 6, eerste lid, van de Grondwet bepaalt dat ieder het recht heeft
zijn godsdienst of levensovertuiging, individueel of in gemeenschap met
anderen, vrij te belijden, behoudens ieders verantwoordelijkheid volgens
de wet.
Het tweede lid van dit artikel bepaalt dat de wet ter zake van de
uitoefening van dit recht buiten gebouwen en besloten plaatsen regels kan
stellen ter bescherming van de gezondheid, in het belang van het verkeer
en ter bestrijding of voorkoming van wanordelijkheden.
Gelet op de redactie van dit artikel kan dit grondrecht, mits niet
uitgeoefend buiten gebouwen en besloten plaatsen, enkel worden beperkt
door een formele wet zonder mogelijkheid van delegatie. Dit betekent
evenwel niet dat alle activiteiten die worden ontplooid in het kader van
de godsdienstbelijding in gebouwen en op besloten plaatsen deze
bescherming ondervinden. De voorzieningenrechter verwijst hierbij naar de
uitspraak van de Afdeling van 5 januari 1996, gepubliceerd in AB 1996,
179, waarnaar verweerder eveneens heeft verwezen. De stelling van
verzoeker dat deze jurisprudentie in casu niet van toepassing is omdat
deze uitspraak enkel en alleen ziet op godsdienstige bijeenkomsten in de
openlucht (en dus ressorteert onder artikel 6, tweede lid, van de
Grondwet), is niet juist. De Afdeling heeft in deze uitspraak in haar
overwegingen expliciet verwezen naar artikel 6, eerste lid, van de
Grondwet.
In deze uitspraak heeft de Afdeling bepaald dat de - met het recht op
belijden verbonden - geluidsversterking een connex recht is, dat
onderscheiden moet worden van het recht op belijden sec en dat daaraan
ondergeschikt is. Dit connexe recht kan in beginsel worden beperkt door
een gemeentelijke verordening zoals de APV. Hierbij dient het navolgende
in acht te worden genomen:
a. De beperking van het connexe recht op geluidsversterking
houdt geen verband met de inhoud van het belijden.
b. De beperking is noodzakelijk met het oog op de belangen die
de wettelijke regeling waarop de beperking rust, beoogt te dienen en gaat
niet verder dan met het oog op de bescherming van die belangen strikt
nodig is.
c. De beperking gaat niet zo ver dat van het connexe recht geen
gebruik van betekenis overblijft.
De voorzieningenrechter dient te onderzoeken of de last voldoet aan deze
door de Afdeling geformuleerde criteria.
De last, zoals deze is geformuleerd in primair besluit 1, luidt - in
hoofdlijnen - als volgt (onderstrepingen aangebracht door de
voorzieningenrechter):
I. Voor activiteiten in uw pand die te ver afstaan van het grondrecht of
het daaraan connexe recht, zoals voorbereidende activiteiten in
kerkgebouwen, waaronder het oefenen van zangkoren en (brass)bands gelden
in de vermelde perioden van de dag als maxima de geluidsniveaus als
onderstaand vermeld:
Tabel met A-normen.
Wanneer moet worden geconstateerd dat op enig moment niet aan dit
onderdeel van deze last wordt voldaan, verbeurt u van rechtswege een
bedrag van € 1.000,- per constatering van de overschrijding van de
geluidsnormen, tot een maximum van € 10.000,-.
II. Voor activiteiten in uw pand die aan het grondrecht connexe rechten
raken, zoals het recht op geluidsversterking, geldt:
1. In de vermelde perioden van de dag als maxima de geluidniveaus als
onderstaand vermeld onder A.
2. In afwijking van het gestelde onder 1. is op alle zondagen en maximaal
vijf feestdagen per kalenderjaar gedurende één eredienst een maximaal
geluidsniveau toegestaan als onderstaand vermeld onder B.
3. In afwijking van het gestelde onder 1. en in aanvulling op het gestelde
onder 2. is op maximaal acht dagen naar keuze per kalenderjaar een
maximaal geluidsniveau toegestaan als onderstaand vermeld onder B
gedurende één activiteit gedurende maximaal vier uren, mits hiervoor
vooraf ontheffing is verleend op basis van artikel 4.1.5 APV.
Tabel met A-normen en B-normen.
Wanneer moet worden geconstateerd dat op enig moment niet aan dit
onderdeel van deze last wordt voldaan, verbeurt u van rechtswege een
bedrag van € 1.000,- per constatering van de overschrijding van de
geluidsnormen, tot een maximum van € 10.000,-.
Ter zitting is gebleken dat deze last niet duidelijk is. Ook verweerders
gemachtigden waren aanvankelijk onderling verdeeld over de reikwijdte van
de last. Na uitleg van verweerders gemachtigden gaat de
voorzieningenrechter ervan uit dat verweerder het navolgende heeft beoogd
met de last.
Er wordt een onderscheid gemaakt tussen drie categorieën activiteiten.
Categorie 1 betreft activiteiten die rechtstreeks het grondrecht raken.
Hieronder wordt verstaan: het houden van erediensten zonder
geluidsversterking.
Categorie 2 betreft activiteiten die het recht op geluidsversterking (een
aan het grondrecht connex recht) raken. Hieronder wordt verstaan: het
versterken van het geluid tijdens erediensten.
Categorie 3 betreft activiteiten die te ver afstaan van het grondrecht of
het connexe recht op geluidsversterking. Hieronder wordt verstaan: alle
activiteiten, niet zijnde de erediensten.
De last ziet niet op categorie 1 zodat hiervoor geen maximaal toegestane
geluidsnormen gelden. De last ziet daarentegen slechts op categorie 2 en
3.
Voor categorie 2 gelden op enkele, expliciet omschreven
tijdstippen/situaties, de (hogere) B-normen. Dit betreft één eredienst
op de zondagen en één eredienst op vijf feestdagen per kalenderjaar.
Voorts kan ontheffing worden verleend voor één activiteit van maximaal
vier uren op maximaal acht dagen per kalenderjaar. Voor de ‘extra’
erediensten gelden de (lagere) A-normen.
Voor categorie 3 gelden onverkort de (lagere) A-normen.
Verweerders gemachtigde heeft ter zitting een aantal voorbeelden gegeven
ter verduidelijking van de reikwijdte van de last.
• Het zingen (zonder microfoon) en het spelen van brassbands
(niet versterkte muziek) tijdens erediensten ressorteert onder categorie
1, zodat hiervoor geen maximale geluidsnormen gelden.
• Het bespelen van een elektrische gitaar (versterkte muziek)
tijdens erediensten ressorteert onder categorie 2.
• Het bespelen van een elektrische gitaar, het spelen van
brassbands en het zingen (al dan niet met een microfoon) buiten
erediensten ressorteert onder categorie 3.
De voorzieningenrechter merkt op dat de reikwijdte van de last hem eerst
duidelijk is geworden nadat verweerders gemachtigde hierop een toelichting
had gegeven en nadat voorbeelden waren besproken. Een dergelijk
onduidelijke last is in strijd met het rechtszekerheidsbeginsel. Reeds
hierom kan primair besluit 1 in bezwaar niet ongewijzigd worden
gehandhaafd. In bezwaar zal verweerder de last zodanig moeten formuleren
dat deze voor één uitleg vatbaar is en dat voor alle partijen, waaronder
verzoeker en derde-belanghebbende, duidelijk is voor welke activiteiten
welke normen gelden. De voorzieningenrechter merkt in dit kader eveneens
op dat onduidelijkheid omtrent de reikwijdte van de last voorkomen kan
worden door de termen ‘zoals’ en ‘waaronder’ niet meer te
gebruiken maar expliciet te omschrijven op welke activiteiten de last
ziet.
Ter zitting heeft verzoeker gesteld dat hij, om te kunnen voldoen aan de
last, een groot aantal erediensten zoals begrafenisdiensten en
huwelijksdiensten, niet meer kan houden, gelet op het maximaal toegestane
aantal erediensten. Ten aanzien hiervan merkt de voorzieningenrechter op
dat het houden van erediensten sec niet is beperkt. Erediensten, zonder
geluidsversterking, ressorteren onder categorie 1 en hiervoor zijn geen
geluidsnormen in de last opgenomen. De last ziet immers, voor wat betreft
de erediensten, enkel op het versterken van het geluid tijdens deze
erediensten.
Uit de last blijkt dat gedurende een aantal erediensten (één per zondag
+ één per vijf feestdagen per kalenderjaar) en gedurende acht
activiteiten per kalenderjaar de ruimere B-normen gelden. Ter zitting is
gebleken dat verzoeker meer erediensten houdt dan de hiervoor genoemde,
zodat tijdens die ‘extra’ erediensten binnen de lagere A-normen moet
worden gebleven. Het is de voorzieningenrechter niet duidelijk geworden of
het voldoen aan de A-normen impliceert dat er tijdens dergelijke
erediensten helemaal geen gebruik kan worden gemaakt van een microfoon.
Indien dat het geval zou zijn, waardoor de voorganger de gelovigen alleen
onversterkt mag toespreken, kan er sprake zijn van het schenden van het
hiervoor genoemde a-criterium en/of c-criterium. Immers, om het recht om
zijn geloof/levensovertuiging te belijden in gemeenschap met anderen te
kunnen aanwenden, is vereist dat hij verstaanbaar is c.q. hij kan worden
gehoord. Niet duidelijk is of de lagere A-normen hierin kunnen voorzien.
Gelet op vorenstaande kan de voorzieningenrechter niet beoordelen of de
last in strijd is met de vrijheid van godsdienst, zoals dit is neergelegd
in artikel 6 van de Grondwet.
Primair besluit 1 kan, vanwege de onduidelijkheid van de reikwijdte van de
last en vanwege onduidelijkheid of bij erediensten waarbij aan de A-normen
moet worden voldaan sprake is van schending van de godsdienstvrijheid, in
bezwaar niet ongewijzigd in stand blijven. De voorzieningenrechter zal dit
besluit dan ook schorsen tot 6 weken nadat verweerder een beslissing heeft
genomen op het bezwaarschrift van verzoeker.
Met het oog op de wens tot finale geschilbeslechting zal de
voorzieningenrechter de overige gronden eveneens bespreken.
Verzoeker stelt dat het opleggen van een last voorbarig is omdat er nog
geen overtreding van de gestelde geluidsnormen heeft plaatsgevonden. Ten
aanzien hiervan merkt de voorzieningenrechter op dat in de jurisprudentie
de figuur van de preventieve last onder dwangsom wordt erkend (onder meer
de Afdeling 25 januari 2006, AB 2006, 229). Een last kan preventief, dus
voordat de in de last omschreven overtreding is begaan, worden opgelegd
indien sprake is van een gevaar van overtreding van een concreet bij of
krachtens de wet gesteld voorschrift die met aan zekerheid grenzende
waarschijnlijkheid zal plaatsvinden en indien die overtreding in het
besluit kan worden omschreven met die mate van duidelijkheid die uit het
oogpunt van rechtszekerheid is vereist.
In casu blijkt uit de stukken dat verzoeker niet bereid is afdoende
akoestische maatregelen te treffen om te kunnen voldoen aan de gestelde
geluidsnormen. Immers, verzoeker heeft slechts de bovenzaal rondom geïsoleerd
en de isolatie van de grote zaal bestaat slechts uit isolerende beglazing.
Voorts heeft verzoeker aan verweerder meegedeeld dat hij de activiteiten,
waarbij met geluidsversterking wordt gewerkt, zal hervatten. De
overtreding van de geluidsnormen zal dan ook met aan zekerheid grenzende
waarschijnlijkheid plaatsvinden.
Wanneer precies sprake is van een overtreding zal verweerder in de last
duidelijk moeten aangeven.
Verzoeker stelt dat verweerder in de last onder dwangsom geen
begunstigingstermijn heeft opgenomen. Deze grief is achterhaald nu
verweerder in primair besluit 2 alsnog een begunstigingstermijn heeft
opgenomen.
Resumerend oordeelt de voorzieningenrechter voorshands dat verweerder zich
terecht bevoegd heeft geacht tot het opleggen van een last onder dwangsom.
De last kan evenwel in bezwaar niet ongewijzigd in stand blijven wegens
enerzijds onduidelijkheid van de reikwijdte van de last (schending van het
rechtszekerheidsbeginsel) en anderzijds omdat op voorhand niet duidelijk
is of er sprake is van strijd met de godsdienstvrijheid ex artikel 6 van
de Grondwet. Bij de komende besluitvorming in bezwaar zal verweerder de
last zodanig moeten redigeren dat de reikwijdte van de last voor alle
partijen duidelijk is. Voorts zal verweerder moeten onderzoeken of bij
erediensten, waarbij voldaan moet worden aan de A-normen, het gebruik van
geluidsversterking door middel van een microfoon door de voorganger
waardoor hij voor de aanwezige gelovigen verstaanbaar zal zijn, voldaan
kan worden aan deze A-normen.
Gelet hierop is er aanleiding primair besluiten 1 en 2 te schorsen.
Gelet op het bepaalde in artikel 8:84, vierde lid, juncto artikel 8:75 van
de Awb, acht de voorzieningenrechter het billijk verweerder te veroordelen
in de kosten die verzoeker redelijkerwijs heeft moeten maken in verband
met de behandeling van dit verzoek, zijnde de kosten van door een derde
beroepsmatig verleende rechtsbijstand (2 punten à € 322,-) en de
reiskosten van de drie vertegenwoordigers van verzoeker voor het
verschijnen ter zitting.
Beslist wordt derhalve als volgt.
4. Beslissing
De voorzieningenrechter van de Rechtbank Almelo,
Recht doende:
- wijst het verzoek om voorlopige voorziening toe en schorst
primair besluiten 1 en 2 tot 6 weken nadat de komende beslissing op het
bezwaar op de voorgeschreven wijze bekend is gemaakt;
- veroordeelt verweerder in de door verzoeker
gemaakte proceskosten, welke kosten worden bepaald op € 691,20 door de
gemeente Zutphen te betalen aan verzoeker;
- verstaat dat de gemeente Zutphen aan verzoeker
het griffierecht ad € 285,- vergoedt.
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep open.
Aldus gegeven door mr. W.M.B. Elferink, in tegenwoordigheid van mr. A.E.M.
Lever als griffier.
Afschrift verzonden op 30 maart 2007
AW
15. Hop heeft ontdekt dat Nederland kost wat kost probeert bezwaar- en beroepschriften tegen indicaties van kinderen MET ALLE BESCHIKBARE MIDDELEN ONDERDRUKKEN. Er zijn dus enorme financiële belangen om DE OUDERS VAN KINDEREN en J. HOP ALS DESKUNDIGE EN LASTIGE TEGENSTANDER uit te schakelen bij bezwaar- en beroepschriften tegen indicatiestellingen.
Procedure ouders Logtenberg tegen Stichting Indicatie Stelling Zorg met Hop als procesvertegenwoordiger bij de Rechtbank Zutphen. Kenmerk nummer 06/1769 AWBZ 257. Er is sprake van ongelijke doorlooptijden en het vertragen van de afhandeling van beroepschriften van ouders tegen indicatiebesluiten beoordeling AWBZ indicaties voor langdurige zorg door zaken zo lang te rekken om tot niet-ontvankelijkheid te komen. Op de hoorzitting rechtbank Zutphen ontdekte Hop dat de gestelde norm voor een indicatiebesluit bij Bureau Jeugdzorg en/of Indicatiebesluit Stichting Indicatie Stelling Zorg dat de IQ norm voor een kind "EEN FICTIEF IQ CIJFER IS ZONDER WETENSCHAPPELIJKE ONDERBOUWING". De ontdekking van Hop heeft enorme consequenties voor kinderen en maken het verschil of een kind in een INRICHTING wordt opgesloten met een Indicatiestelling van Stichting Indicatiestelling Zorg of een op een andere manier zorg krijgt met een Bureau Jeugdzorg indicatiestelling. Mr. K. Duyvendijk was een rechter die de voorlopige voorzieningen afwees om vervolgens de zaak net zo lang te laten liggen totdat het beroepschrift "niet-ontvankelijk" verklaard kon worden.
Mr. K. Duyvendijk was een van de rechters van de Rechtbank Zutphen die de wraking van Hop ONGEGROND heeft verklaart en hij heeft ook een rol gespeeld in het vertragen van de afhandeling van voorlopige voorzieningen met beroepschrift tegen indicatiebesluit Stichting Indicatiestelling Zorg waar het SPECIFIEK GING OM HET IQ CIJFER dat kennelijk verzonnen is door een directeur en enorme consequenties heeft voor de verdere toekomst van een kind
339 Bron jeugdzorgbrigade citaat: "Het indicatieproces kan door een slimme opzet (o.m. onderscheid naar zwaarte van indicaties en beperking tot indicatiediagnostiek in plaats van behandeldiagnostiek sneller plaatsvinden"
339 Bron jeugdzorgbrigade citaat: "Een belangrijke aanbeveling uit de eerste rapportage was het schrappen van duizenden onnodige (her)indicaties, die slechts op bureaucratische gronden zouden moeten plaatsvinden. Dit zou veel onnodig werk en aanzienlijke kosten met zich hebben meegebracht. De ministeries van VWS en Justitie hebben de aanbeveling van de jeugdzorgbrigade voortvarend opgepakt. Het gevolg is dat naar schatting 10.000 indicaties minder behoefden te worden gesteld."
339 Bron jeugdzorgbrigade citaat: "d. Beperk de informatie tot wat absoluut nodig is voor een indicatie. Iedere handeling dient doelgericht te zijn voor het indicatieproces. Bedenk dat het binnen bureau jeugdzorg gaat om indicatiediagnostiek en niet om behandeldiagnostiek. Dat impliceert dat niet alle details en aspecten met betrekking tot de problematiek van de cliënt aan de orde hoeven te komen, maar alleen hetgeen nodig is om tot een indicatie te komen."
339 Bron jeugdzorgbrigade citaat: 10. Afstemming Wet op de jeugdzorg, Burgerlijk wetboek,"AWBZ en WGBO (Wet geneesk. behandelovereenkomst). Indien bureau jeugdzorg indiceert voor een AWBZ-instelling, is op grond van de WGBO instemming vereist van zowel de ouders als (vanaf 12 jaar) de minderjarige zelf. Onder toezicht geplaatste pupillen en/of hun ouders willen die instemming soms niet geven, waardoor de benodigde zorg niet, of slechts door inschakeling van de rechter, kan worden gegeven. Dit is merkwaardig gezienhet feit dat de rechter de jeugdige al onder toezicht heeft geplaatst. Daardoor wordt bureau jeugdzorg meer dan eens geconfronteerd met een niet of zeer moeilijk uitvoerbare taak voor minderjarigen die specifieke AWBZ-hulp nodig hebben. Dit probleem wordt veroorzaakt doordat de Wet op de jeugdzorg, BW, AWBZ en WGBO onvoldoende op elkaar zijn afgestemd.
De volgende mogelijke oplossingsrichtingen zijn denkbaar:
a. aanpassing van de WGBO in die zin dat een uitzondering wordt gemaakt op het instemmingvereiste in geval van een ondertoezichtstelling (OTS) en een machtiging uithuisplaatsing in een AWBZ-instelling;
b. aanpassing van de Wet op de jeugdzorg in die zin dat in geval van uithuisplaatsing in een AWBZ-instelling het instemmingsvereiste van de WGBO wordt vervangen door de machtiging van de kinderrechter;
c. ontheffing van de ouder uit het gezag in geval geen instemming wordt verleend.
16. Wat doet de jeugdzorgbrigade en wie zitten er in de jeugdzorgbrigade?
LINKEN! Bron: Verzoek wraking citaat: "Dit klemt des te meer omdat met kinderrechters in Nederland werkafspraken met de jeugdzorg zijn gemaakt hoe de jeugdzorg verzoekschriften moeten indienen zodat de kinderrechter zo snel mogelijk op verzoekschriften van de jeugdzorg kan beslissen."
www.burojeugdzorg.nl/339.htm Bron JEUGDZORGBRIGADE!
Citaat: 17. Maak een landelijke afspraak met kinderrechters zodat verzoekschriften geen ’inhoudelijke’ informatie meer hoeven te bevatten (daarvoor wordt verwezen naar bijlagen) maar alleen nog zakelijke en juridische gegevens. Momenteel wordt een onderzoek uitgevoerd in het kader van Beter Beschermd waarin geïnventariseerd wordt welke informatie voor kinderrechters de meest relevante is om besluiten te kunnen nemen. De bevindingen worden eind juni ingebracht in het project over afstemming werkwijze in de keten, dat ook de informatie-uitwisseling wil verbeteren.
Samenstelling jeugdzorgbrigade
De jeugdzorgbrigade is als volgt samengesteld: Frank de Grave is voorzitter, Dick van Hemmen en Thijs Malmberg zijn leden van de brigade. De ondersteuning is in handen van Capgemini. Voor de eerste rapportage was Esther van Bostelen verantwoordelijk. Marian Louppen draagt verantwoordelijkheid voor de tweede en voor deze eindrapportage. De supervisie vanuit Capgemini ligt bij prof. dr. Caren A. van Egten.
De familie van der Vee zijn inwoners van de gemeente Nunspeet
Dick van Hemmen is burgemeester van de gemeente Nunspeet met de volgende nevenfuncties uit die periode:
Burgemeester Ir. D.H.A. van
Hemmen
- Lid archiefcommissie Streekarchivariaat* nee
- Plv. afgevaardigde Algemeen Bestuur Recreatiegemeenschap Veluwe* nee
- Plv. gemachtigde naar vergadering van aandeelhouders NUON ENW* nee
- Plv. gemachtigde naar vergadering van aandeelhouders Vitens NV* nee
- Beschermheer Oranjevereniging Nunspeet* nee
- Beschermheer Harmonie Nunspeet* nee
- Lid stuurgroep Toekomst Waterketen Gelderland nee
- Lid College van Arbeidszaken van de VNG nee
- Lid CDA-royementscommissie nee
- Voorzitter Raad van Toezicht ROC-Flevoland onkostenvergoeding/vacatie
- Voorzitter Raad van Toezicht NAI (Nederlands Ambulance Instituut)
onkostenvergoeding/vacatie
- Voorzitter Platform jeugdgezondheidszorg onkostenvergoeding/vacatie
- Voorzitter Raad van Toezicht Stichting TriAde onkostenvergoeding/vacatie
- Voorzitter stichtingsbestuur De Kubus, Centrum voor Kunst en Cultuur
onkostenvergoeding/vacatie
- Lid Raad van Toezicht van Parc Spelderholt onkostenvergoeding/vacatie
- Voorzitter Spectrum Centrum Maatschappelijke Ontwikkeling Gelderland
onkostenvergoeding/vacatie
- Lid Jeugdzorgbrigade onkostenvergoeding/vacatie
Bron: www.groephop.nl/nunspeet.htm
Tijdens de provinciale verkiezingen werden overal de verkiezingsposters van Groep Hop van de verkiezingsborden afgehaald en overplakt.
Bron: www.groephop.nl/nunspeet1.htm
17. Er is door Hop een rechtstreeks verband aangetoond tussen het uitschakelen van Hop en het onderdrukken van bezwaarschriften en beroepschriften van ouders tegen jeugdzorg besluiten en het werk van de jeugdzorgbrigade en het NIET aanbieden van een eerlijk proces aan Hop
Er is door klager gelet op het bovenstaande dus een rechtstreeks verband tussen het werk van de jeugdzorgbrigade om de positie van ouders van kinderen steeds verder uit te hollen en de hetze tegen Hop om Hop als lastige en geduchte tegenstander bij de rechtbank en politiek uit te schakelen en dood te zwijgen
Het werk van de jeugdzorg in Nederland is gebaseerd op een STASI WERKWIJZE IN STRIJD MET HET NEGENDE GEBOD ouders mogen geen bezwaar maken tegen besluiten van de jeugdzorg in Nederland en als ouders het niet eens zijn met besluiten jeugdzorg worden zij uit het gezag over hun kinderen ontheven
Er is door Hop ook met feiten onderbouwd wat de reden is geweest om Hop geen eerlijk proces aan te bieden. Hop moest met alle mogelijke middelen uitgeschakeld worden.
Als Hop iets overkomt dan is hij vermoord in opdracht van het rechtersleger om de gigantische financiële belangen in de jeugdzorg veilig te stellen en bezwaar- en beroepschriften van ouders tegen besluiten van de jeugdzorg, onder verwijzing naar bovenstaande FEITEN, kost wat kost te voorkomen
Het rechtersleger en de jeugdzorg hebben het klimaat geschapen om Hop kost wat kost uit te schakelen
18. CONCLUSIE. De Staat der Nederlanden niet voldoet aan de verplichting een burger een eerlijk proces aan te bieden. Onder verwijzing naar de gronden 1 tot en met 17 welke gronden hier als herhaald en ingelast worden beschouwd
De Staat der Nederlanden niet voldoet aan de
verplichting een burger een eerlijk proces aan te bieden. Klager
in strijd met artikel 6 EVRM en artikel 14 BUPO een aantal procedurele waarborgen op die eenieder moet genieten “bij
het vaststellen van zijn burgerlijke rechten en verplichtingen” of “bij het
bepalen van de gegrondheid van een tegen hem ingestelde strafvervolging” ten
onrechte NIET heeft gekregen.
Klager heeft de volgende waarborgen NIET gekregen:
De Staat der Nederlanden gelet op het bovenstaande, onderbouwd met FEITEN en VOORBEELDEN, niet voldoet aan de verplichting een burger in casu klager J. Hop Ermelo The Netherlands een eerlijk proces aan te bieden.
The complainant requests that each complaint based on International Convenant on Civil and political Rights PART III
COMPLAINT in accordance with complaint procedures Fact Sheet no. 7
Page 26. Under the 1503 procedure, the Commission has the mandate to examine a consistent pattern of gross and reliable attested violations of human rights and fundamental freedoms ocurring in any country of the world. Any individual or group claiming to be the victim of such human right violations may submit a com,plaint, as may any other person or group with with direct and reliable knowledge of such violations.
COMPLAINT in accordance with Human Right Civil and Political Rights: The Human Rights Committee Fact Sheet n 15 (Rev) 1
Article 14.1: Everyone shall be entitled to a fair and public hearing bij a competent, INDEPENDENT and impartial tribunal established by law.
Article 14.3: (a) To be informed promptly and in detail in a language which he understands of the nature and cause of the charge against him
Article 14.3: (b) To have adequate time and facilities for the preparation of his defence
Article 14.4: (e) To examine, or have examined, the witnesses, against him and to obtain the attendence and examinatation of witnesses on his behalf under the same conditions as witnesses against him
Article 17: 1. No one shall be subjected to arbitrary or unlawful interference with his privacy, family, home or correspondence, nor to unlawful attacks on his honour and reputation. 2. Everyone has the right to the protection of the law against such interference or attacks
Article 19: 1. Everyone shall have the right to hold opinions without interference
against The Netherlands to be declared well founded.
Yours sincerely,
J. Hop
Joubertstraat 24, 3851 DM Ermelo, The Netherlands
Productions:
| 10 september 2008 Complaint J. Hop The Netherlands to the United Nations. Complaint is based on International Convenant on Civil and political Rights PART III articles 14,1, 14.3, 14.4, 17 and 19 and page 26 complaint procedures Fact Sheet No 7 (Rev. 1) | |
| 712 |
COMPLAINT in accordance with complaint procedures Fact Sheet no. 7 COMPLAINT in accordance with Human Right Civil and Political Rights: The Human Rights Committee Fact Sheet n 15 (Rev) 1 Article 14.1: Everyone shall be entitled to a fair and public hearing bij a competent, INDEPENDENT and impartial tribunal established by law. Article 14.3: (a) To be informed promptly and in detail in a language which he understands of the nature and cause of the charge against him Article 14.3: (b) To have adequate time and facilities for the preparation of his defence Article 14.4: (e) To examine, or have examined, the witnesses, against him and to obtain the attendence and examinatation of witnesses on his behalf under the same conditions as witnesses against him Article 17: 1. No one shall be subjected to arbitrary or unlawful interference with his privacy, family, home or correspondence, nor to unlawful attacks on his honour and reputation. 2. Everyone has the right to the protection of the law against such interference or attacks Article 19: 1. Everyone shall have the right to hold opinions without interference |
| 701 | Production 1. Call Zutphen District Court for hearing without trial file for Hop in violation of Article 6 ECHR and 14 BUPO |
| 702 | Production 2. Letter J. Hop 15 oktober 2007 with a request to forward names of judges within 1 week after the date |
| 703 | Production 3. Mr. Letter Registrar October 18, 2007 with the names of the three judges: (25) Mr.. RA Eskes, (42) Mr. D. D. Vergunst (43) Mr. Madam. IGMTh Weijers-van der Marck Zutphen District Court that the case against Hop on 5 november 2007 at 09:30 hours deal |
| 704 | Production 4. Objection Hop three judges: (25) Mr.. RA Eskes, (42) Mr. D. D. Vergunst (43) Mr. Madam. IGMTh Weijers-van der Marck |
| 705 | Production 5. Letter Zutphen District Court to Hop which is informed that his request for disqualification should further motivate |
| 706 | Production 6. NO COPY process-verbal case number 89285 KGRK 07-665 Zutphen District Court hearing objection Hop avaible |
| 707 | Production 7. Pleitnotities Hop with detailed justification objection three judges: (25) Mr.. RA Eskes, (42) Mr. D. D. Vergunst (43) Mr. Madam. IGMTh Weijers-van der Marck Zutphen District Court that the case against Hop on 5 november 2007 at 09:30 hours deal |
| 708 | Production 8. Objection Hop 3 Zutphen court judges declared UNFOUNDED on 5 november 2007 zaaknr. 89285 KGRK 07-665 89285 |
| 709 | History! Procedures Rb Zutphen against Hop hearing without trial file for Hop in violation of Article 6 ECHR and 14 BUPO |
| Omroep Gelderland 180608 Everything from the cabinet, informative TV broadcast over the objection of the childjudge | |
| 710 | History! Complaint September 1 J. Hop Ermelo (Netherlands) v unfounded objection Zutphen District Court at the United Nations |
| 711 | This complaint was already received at your Office on 5 september 2008 in ENGLISH language and returned with a letter "After careful consideration of the contents of your petion (communicatyion/complaint) we sincerely regret having to inform you that the Inited Nations Office of the Hight Commissioner for Human Rights is not in a position to assist you in the matter you raise, for the reasons indicated on the back of this letter: "The Human Rights Committee is not generally in a positions to review the evaluation of facts and evidence bij the national courts and authorities, nor can it review the interpretation of domestic legislation" along with Human Right Civil and Political Rights: The Human Rights Committee Fact Sheet n 15 (Rev) 1 and Complaint procedures Fact Sheet no. 7 |
Einde klacht Hop naar UN!
| Wraking van rechters wegens objectieve partijdigheid! Kinderrechters overleggen met jeugdzorg buiten hoorzitting om! | |
| JH | Wie is Jan Hop? Antwoord: Bekijk uitzending Omroep Gelderland start afspelen uitzending op 09:28 over wraken rechters |
| 710 | Lachwekkend! Kinderbescherming zit niet meer bij rechter aan tafel. (1) (12) Lachwekkend! Nu bellen deze vertegenwoordigers van de Staat met de kinderrechter buiten de hoorzitting om voordat een verzoek wordt ingediend! (101) (124) (180) Lachwekkend! UN heeft nog steeds niet op klacht van Hop tegen Nederland beslist als representatief voorbeeld van "corruptie van coalities" tussen UN en Nederland waarbij wraking van rechters die zaak behandelen waarin zij zelf belanghebbenden zijn door de Verenigde Naties wordt afgedekt! (95) |
| 653 | 1.
Klacht naar President rechtbank geen ontvangstbevestiging binnen 14 dagen
van ingeleverde procedure bij rechtbank 2. Klacht naar President rechtbank geen NAMEN RECHTERS in oproep vermeld |
| 500 | TO WHOM IT MAY CONCERN! Hop bewijst dat rechtbanken en jeugdzorg overleggen in welke zaak Hop procesvertegenwoordiger is! |
| 621 | Het is essentieel een wrakingsverzoek van een rechter steeds in een hoger beroep op te nemen |
| 435 | Klopt de feitelijke chronologische weergave hoorzitting in het PV na WRAKING (605) van een rechter? |
| 164 | Staat in PV en beschikking welke personen zijn geweigerd bij hoorzitting achter gesloten deuren met motivatie rechtbank? |
| 605 | Wraking kinderrechter omdat de kinderrechter weigert op hoorzitting eerst op de VOORVRAGEN te beslissen |
| 610 | IDENTIFICATIEPLICHT RECHTER! Wraking rechter omdat de rechter weigert om haar/zijn naam te vertellen |
| 611 | Wraking KIR vertegenwoordiger BJZ/RVDK blijft voor/tijdens schorsing/na hoorzitting bij kinderrechter zitten |
| 095 | Wraking ongegrond maar Hop bewijst kinderrechters in Nederland zijn RECHTERS, AANKLAGERS en BELANGHEBBENDEN |
| 621 | Rechter rechtbank Zutphen heeft geen vertrouwen in collega rechters en wraakt drie rechters |
| 489 | Wraking 1, Nienhuis/Leenders WRAKEN kinderrechter met Hop als procesvertegenwoordiger |
| 173 | Wraking 2, Nienhuis/Leenders WRAKEN kinderrechter met Hop als procesvertegenwoordiger |
| 247 | Wraking 3, Nienhuis/Leenders WRAKEN kinderrechter met Hop als procesvertegenwoordiger |
| 254 | Wraking 4, Nienhuis/Leenders WRAKEN kinderrechter met Hop als procesvertegenwoordiger |
| 226 | Wraking 5, Nienhuis/Leenders WRAKEN kinderrechter met Hop als procesvertegenwoordiger |
| 004 | Wraking, Struyck wraakt kinderrechter met Hop als procesvertegenwoordiger |
| 338 | Advocaat Laura Dekker vindt kinderrechter ook partijdig en wraakt de kinderrechter! |
| 718 | Waarom zaten wethouders, raadsleden, andere kandidaten in stembureaus verkiezingen gemeenteraad 2010 met stemhokjes zonder gordijn? |
Verkiezingen en verkiezingsformulieren in Nederland, problemen met partijdige rechter? U kunt ook meedoen met de provinciale verkiezingen 2011!