Ouders BOYCOT de Raad voor de Kinderbescherming! Openbare aanklachten van burgers tegen het beruchte bestuursorgaan Raad voor de Kinderbescherming (Ministerie van Justitie) in de volksmond nog veel beter bekend als Raad voor de Leugenbescherming en Raad voor de Kindermishandeling

Censuur in Nederland ©

Klop klop!

 

 

 

In de zaak Z. zijn in Hoger Beroep na weerwerk van vader tegen de RvdK en jeugdzorg alle beschikkingen ondertoezichtstellingen voor zijn drie kinderen vernietigt. Van belang is dat er geen klachten worden ingediend tegen de Raad voor de Kinderbescherming zodat er direct toegang is tot de bestuursrechter

(074) De D.J. Keur-norm. (31) Verzoeker heeft bij verweerder een klaagschrift ingediend. Er is derhalve niet voldaan aan het vereiste als bedoeld in art. 8:81 lid 1 Awb. Gelet hierop is het verzoek kennelijk niet­ ontvankelijk  

 

 

VERZOEK OM EEN VOORLOPIGE VOORZIENING EX ARTIKEL 8:81 AWB tegen ALLE verzoeken van de Raad voor de Kinderbescherming om kinderbeschermingsmaatregelen zoals een (voorlopige) ondertoezichtstelling of ontzetting ouderlijke macht

 

O Aan de Kinderrechter

te

....................................

Plaats en datum:

Geachte heer/mevrouw 

Voor de kinderen van ondergetekende werd op...................................................20056 j.l.. een verzoek ....................................................................................... gedaan door de Raad voor de Kinderbescherming vestiging ........................................................... welke blijkens het verzoek wordt onderbouwd door het rapport raadsonderzoek;

Ondergetekende is reeds een bezwaarprocedure gestart omdat het onderzoek niet voldoet aan de eisen van behoorlijk bestuur (strijdigheid met: beginsel van correcte bejegening, vooringenomenheid, zorgvuldigheid, professionaliteit, hoor en wederhoor, legaliteit). Deze bezwaarprocedure is gestart op ................................. Een kopie van het bezwaarschrift is is productie 1 bijgevoegd.

Voor ondergetekende en zijn/haar kinderen  betekent dit dat ingegrepen gaat worden in zijn/hun leven op verzoek van een bestuursorgaan terwijl er geen zorgvuldig onderzoek is gedaan door het bestuursorgaan Raad voor de Kinderbescherming.

Voor ondergetekende en zijn/haar kinderen betekent dit dat het bestuursorgaan in strijd handelt met het EVRM en het IVRK door een verzoek tot (voorlopige) OTS te doen terwijl het rapport niet de algehele toets de kritiek kan doorstaan.

Dit is de reden waarom verzoeker u verzoekt 

Een voorlopige voorziening te treffen in dier voege dat de werking van het rapport raadsonderzoek d.d. ...................................... 2006 wordt geschorst tot zes weken nadat de bestuursrechter ..................................................................heeft beslist zodat verzoeker in ieder geval niet op een onzorgvuldige wijze wordt aangetast in zijn recht op leven.  

Hoogachtend,

 

....................

 

 

Raad voor de Kinderbescherming. Uitspraak ex artikel 8:84 van de Algemene wet bestuursrecht Verzoeker heeft bij verweerder een klaagschrift ingediend. Er is derhalve niet voldaan aan het vereiste als bedoeld in art. 8:81 lid 1 Awb. Gelet hierop is het verzoek kennelijk niet­ ontvankelijk

RECHTBANK LEEUWARDEN Sector bestuursrecht

Uitspraak ex artikel 8:84 van de Algemene wet bestuursrecht

Reg.nr.: 05/1452

fuzake het geding tussen

X, wonende te B, verzoeker,

gemachtigde: Y, werkzaam bij

en

Raad voor de Kinderbescherming, verweerder.

Procesverloop

Bij verzoekschrift van 15 augustus 2005 heeft verweerder de kinderrechter verzocht verzoeker onder toezicht te stellen van de Bureau Jeugdzorg Friesland. De onderbouwing van dit verzoek staat in de raadsrapportage.

Verzoeker heeft tegen dit besluit bij verweerder een klacht ingediend. Tevens heeft verzoeker zich bij brief van 23 augustus 2005 tot de voorzieningenrechter gewend met het verzoek om op grond van art. 8:81 lid I Algemene wet bestuursrecht (Awb) bij wijze van voorlopige voorziening te bepalen dat de raadsrapportage wordt geschorst tot zes weken nadat verweerder op de klacht heeft beslist.

Behandeling van het verzoek op een zitting is gelet op art. 8:83 lid 3 Awb achterwege gebleven.

Motivering

Op grond van art. 8: 81 lid 1 Awb kan de voorzieningenrechter op verzoek een voorlopige voorziening treffen, indien tegen een besluit bij de rechtbank beroep is ingesteld dan wel, voorafgaand aan een mogelijk beroep, bezwaar is gemaakt of administratief beroep is ingesteld, indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.

Verzoeker heeft bij verweerder een klaagschrift ingediend. Er is derhalve niet voldaan aan het vereiste als bedoeld in art. 8:81 lid 1 Awb. Gelet hierop is het verzoek kennelijk niet­ ontvankelijk


De voorzieningenrechter ziet geen aanleiding voor het uitspraken van een proceskostenveroordeling

verklaart het verzoek niet- ontvankelijk.

 

Beslissing

De voorzieningenrechter:

Aldus gegeven door mr. DJ. Keur (31), voorzieningenrechter, en in het openbaar uitgesproken op 30 september 2005, in tegenwoordigheid van mr. M.A Jansen als griffier.

 

Tegen deze uitspraak kan geen rechtsmiddel worden aangewend.

Afschrift verzonden op:

- 7 OKT. 2005

Voor kopie conform Rechtbank leeuwarden sector Bestuursrecht

\(

 

 

AFSCHRIFT

Rechtbank

Sector civiel recht

afdeling jeugdrecht

Uitspraak              5 oktober 2005

Clusternummer: 5947 Zaaknummer: 71762

ONDERTOEZICHTSTELLING

BESCHIKKING

van de kinderrechter in de rechtbank te, gegeven in de zaak met betrekking tot de minderjarigen:

X, geboren op,

Y, geboren op,  en

Z, geboren op,

allen in de gemeente ?,

vader: XX,

moeder: YY,

gezag: ouders.

PROCESGANG

De raad voor de kinderbescherming (hierna te noemen: de raad) heeft op de in haar verzoekschrift gestelde gronden verzocht de ondertoezichtstelling van voornoemde minderjarigen uit te spreken. De raad heeft daarbij haar onderzoeksrapportage overgelegd.

Op 25 augustus 2005 is er via de raad een reactie van de heer XX ter griffie binnengekomen. Op 26 augustus 2005 is er via de raad een brief van Bureau Jeugdzorg ter griffie binnengekomen.

Op 7 september 2005 heeft de kinderrechter de zaak ter terechtzitting met gesloten deuren behandeld. Tijdens deze zitting heeft de heer XX de wraking voorgedragen van de behandelend kinderrechter. Bij uitspraak van de wrakingskamer van 12 september 2005 is het verzoek tot wraking afgewezen.

Tijdens de zitting op 20 september 2005 heeft de heer XX wederom wraking van de behandelend kinderrechter verzocht. Bij uitspraak van de wrakingskamer van 20 september 2005 is het verzoek tot wraking afgewezen.

De zaak is vervolgens inhoudelijk behandeld op 20 september 2005.

RECHTSOVERWEGINGEN

De raad heeft ter onderbouwing van zijn verzoek verwezen naar de overgelegde rapportage. Voorts heeft de raadsmedewerker benadrukt dat de situatie zoals deze (voorafgaand aan de melding aan de raad) door Bureau Jeugdzorg is aangetroffen zeer zorgelijk was. Er is in het verleden veel gebeurd en moeder haakte toen vaak af. Inmiddels is moeder in behandeling en zijn 2 kinderen weer bij haar thuis maar er is nog geruime tijd hulp en begeleiding nodig.


 

Uitspraak:              5 oktober 2005

C1usternummer: 5947 Zaaknummer: 71762

2

Volgens de raadsmedewerker is er slechts eenmaal rechtstreeks contact tussen de raad en vader geweest, daarna volgden klachtenprocedures en is de communicatie schriftelijk verlopen.

Moeder heeft ter zitting aangegeven dat zij al langer een gezinsvoogd wil hebben om haar en vader bij te staan in de communicatie over de kinderen en om over haar schouder mee te kijken. Bovendien zou een gezinsvoogd kunnen voorkomen dat vader de kinderen uit huis haalt. Moeder is op dit moment in Q in gezinstherapie en heeft er vertrouwen in dat zij op niet al te lange termijn de kinderen zelf met aanvullende hulp zal kunnen opvoeden. Eerst alleen Z en Y en daarna, als het mogelijk blijkt te zijn, ook X. Er zijn volgens moeder met behulp van maatschappelijk werk afspraken tussen haar en vader gemaakt over het verblijf en de omgang met de kinderen maar moeder heeft niet de garantie dat vader thuis is als zij het niet meer trekt. Wat betreft X is moeder van mening dat hij niet bij zijn vader kan wonen.

Vader is - kort samengevat - van mening dat de raadsrapportage ondeugdelijk en onvolledig is en dat deze daarom geen basis kan zijn voor een ondertoezichtstelling. Vader heeft 23 klachten bij de raad ingediend en daarop is nog niet beslist. De rapportage was ten tijde van de indiening al achterhaald en geeft een onjuist beeld van de huidige situatie. De raad heeft volgens vader ten onrechte niet gekeken naar de mogelijkheden die hij heeft om de kinderen zelf op te voeden als moeder daartoe niet in staat zou zijn en heeft miskend dat de ouders al een overeenkomst over het verblijf en de omgang van de kinderen hadden gesloten. Ook heeft de raad vader tijdens het onderzoek niet gekend in besluiten die over de kinderen werden genomen. Inmiddels zijn 2 van de 3 kinderen weer bij moeder thuis en is moeder in Q in therapie. Er zijn wel verschillen van mening maar de wil tot communicatie is bij beide ouders aanwezig. Volgens vader zal een onafhankelijke derde bij gesprekken over de kinderen aanwezig moeten zijn om communicatieproblemen te voorkomen.

De kinderrechter beoordeelt het verzoek als volgt. Het enkele feit dat vader klachten heeft    ingediend tegen de raadsrapportage, op welke klachten nog geen beslissing is gegeven, brengt naar het oordeel van de kinderrechter niet mee dat het verzoek van de raad niet in behandeling kan worden genomen. Het belang van de kinderen rechtvaardigt dat, indien de raad ernstige zorgen heeft over hun opvoedingssituatie, de kinderrechter zich hierover tijdens een zitting een (zonodig voorlopig) oordeel vormt. Tijdens de inhoudelijke behandeling worden de ouders in de gelegenheid gesteld om hun bezwaren tegen de rapportage, al dan niet onderbouwd met nadere bewijsstukken, toe te lichten zodat de kinderrechter deze bezwaren in de beoordeling kan betrekken.

Bij het nemen van de hieronder te geven beslissing heeft de kinderrechter zich grotendeels laten leiden door wat de ouders ter zitting hebben verklaard.

Vast staat dat de kinderen de afgelopen 2 jaar een zeer onrustige periode hebben meegemaakt. Moeder is ondanks het feit dat er veel hulpverlening in het gezin is geweest, regelmatig niet in staat geweest de kinderen op te voeden en vader heeft vaak moeten inspringen om moeder te ontlasten. Er waren veel problemen tussen de ouders, zowel ten aanzien van de opvoeding van de kinderen (met name X) en op het vlak van hun relatie.

De kinderrechter acht het in het belang van de kinderen dat er nu rust, structuur en continuïteit in hun leven komt. Een gezinsvoogdijmedewerker zou zowel vader als moeder kunnen ondersteunen en met hen nader te kijken naar wat het beste voor de kinderen is. Daarbij kan de gezinsvoogdijmedewerker de hulpverlening op een adequate wijze reguleren. De ouders zullen


 

Uitspraak:              5 oktober 2005

Clusternurnmer: 5947 Zaaknumrner: 71762

3

moeten werken aan hun onderlinge communicatie. Hierbij kan de gezinsvoogdijmedewerker een rol spelen.

Uit de overgelegde bescheiden en uit de verklaringen van de gehoorde personen blijkt naar het oordeel van de kinderrechter, dat de in artikel 1 :254 lid 1 BW genoemde gronden voor ondertoezichtstelling aanwezig zijn.

BESLISSING

De kinderrechter:

stelt de minderjarigen X, geboren op, Y, geboren op en Z, geboren op, allen in de gemeente ? met ingang van heden voor de duur van een jaar onder toezicht van de Bureau Jeugdzorg;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beslissing is gegeven te Leeuwarden door mr. J.G. de Bock (22), kinderrechter, en uitgesproken door mr. J.D.S.L. Bosch, kinderrechter, in tegenwoordigheid van de griffier ter openbare terechtzitting van 5 oktober 2005.

 

Van deze beschikking kan binnen 3 maanden hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te. Indien u in deze procedure bent verschenen start deze termijn op de dag van de uitspraak. Als u niet in de procedure bent verschenen kan de termijn op een latere datum beginnen. Volgens de wet bent u verplicht om voor het instellen van hoger beroep een advocaat in te schakelen. In verband met de beperkte termijn dient u zo spoedig mogelijk contact met uw/een advocaat op te nemen! De griffier,

 

 

Ouders BOYCOT de Raad voor de Kinderbescherming

Een boycot is, in de oorspronkelijke zin, het verbreken van (handels)relaties met een land, een bedrijf of een individu. In de brede zin is het ook een verzaking om iets te doen, bijvoorbeeld een verkiezing boycotten om een statement te maken. De redenen van een boycot kunnen van politieke aard zijn of dienen om een vorm van wraak uit te oefenen of iemand te isoleren. Het woord ontstond in Ierland, waar de hardvochtige Engelse rentmeester Charles Cunningham Boycott (1832–1897) zo door zijn pachters werd gehaat, dat zij hem in 1879 volledig isoleerden.

Bekende (oproepen tot) boycots in de geschiedenis zijn o.a.
- de oproep van de Indiase leider Mahatma Gandhi om geen Engelse producten te kopen.
- de Montgomery-busboycot die begon in 1955 en leidde tot het einde van de rassenscheiding in bussen.
- de olieboycot van OPEC-landen tegen westerse landen die Israël hadden bijgestaan in de Jom Kippoeroorlog, wat in 1973 leidde tot de oliecrisis,
- en de boycot van Zuid-Afrikaanse producten ten tijde van de apartheidspolitiek.
- de boycot van joodse winkels in Duitsland en Oostenrijk, tijdens en in de jaren voor de Tweede Wereldoorlog.
- Olympische Spelen 1956 in Melbourne vanwege de rol van de Sovjet-Unie in de Hongaarse opstand.
- de boycot van de Raad voor de kinderbescherming in Nederland na het ONDERONSJE met BARRAU om Leenders/Nienhuis uit het GEZAG te zetten.

 

CENSUUR IN NEDERLAND ©    Groep Hop ©    Boycot RvdK    NBG    BSC    Modelbrief 91    Modelbrief 465    Oorlog op de Veluwe: (340) (425) (459) (379)    Farizeeërs gesignaleerd!
Het verzet op internet begon op de Veluwe in 1997 (1) (16) en daar waren ze bij de rechtbank Zutphen niet zo blij mee. (12) (95) (710)
(Wraking, naam en nevenfuncties rechters)