| Ouders BOYCOT de Raad voor de Kinderbescherming! Openbare aanklachten van burgers tegen het beruchte bestuursorgaan Raad voor de Kinderbescherming (Ministerie van Justitie) in de volksmond nog veel beter bekend als Raad voor de Leugenbescherming en Raad voor de Kindermishandeling |
Ouders tijdelijk geschorst uit ouderlijk gezag op verzoek Raad voor de Kinderbescherming om artsen in de gelegenheid te stellen over te gaan tot pijnbestrijding bij een kind
Haarlem, 119395/05-3985
Datum uitspraak: 13-12-2005
Rechtsgebied: Personen-en familierecht
Soort procedure: Eerste aanleg - enkelvoudig
Bij beschikking d.d. 2 december 2005 heeft de kinderrechter naar
aanleiding van een telefonisch spoedverzoek van de Raad van de
Kinderbescherming op grond van artikel 1:272 van het Burgerlijk
Wetboek de ouders tijdelijk geschorst in de uitoefening van het
gezag over hun twee maanden oude baby om de artsen in de
gelegenheid te stellen over te gaan tot pijnbestrijding bij het
kind. Omdat, gezien de spoedeisendheid van het verzoek, het
verhoor van de ouders niet kon worden afgewacht is direct op het
verzoek beslist en is conform de standaardprocedure in dit soort
zaken, de mondelinge behandeling van het verzoekschrift (bij
vervroeging) bepaald op 9 december 2005, teneinde partijen in de
gelegenheid te stellen te worden gehoord door de kinderrechter.
Uit hetgeen ter zitting aan de orde is gekomen is de kinderrechter
gebleken dat een op vrijdag 2 december 2005 gehouden bespreking
tussen de ouders en het ziekenhuis heeft geleid tot een ernstig
misverstand. Het ziekenhuis achtte het opvoeren van de
pijnstilling met het middel Dormicum noodzakelijk om de grote
onrust ten gevolge van de verslechterende toestand van de baby weg
te nemen. De ouders vreesden dat pijnbestrijding tot bespoediging
van het levenseinde van hun kind kon leiden en hebben daarom op
dat moment hun toestemming niet willen en kunnen geven. Een en
ander was aanleiding voor de ouders om een advocaat in de arm te
nemen en voor het ziekenhuis om de hulp van de Raad van de
Kinderbescherming in te roepen. Nadien heeft aanvulling op de
pijnstilling plaatsgevonden en ligt de baby onder lichte sedatie
aan de beademing. Van een comateuze situatie is geen sprake. Pas
ter zitting is aan de kinderrechter bekend geworden dat de ouders
en het ziekenhuis na het hiervoor vermelde gesprek, door
tussenkomst van de advocaten van de ouders en die van het
ziekenhuis, een overeenkomst hebben gesloten. In deze overeenkomst
is opgenomen dat de ouders instemden met de benodigde
pijnbestrijding en het ziekenhuis van zijn kant toezegde zich te
onthouden van ieder handeling die het overlijden van de baby kan
bespoedigen. De Raad van de Kinderbescherming heeft daarop zijn
verzoek ter zitting gewijzigd en gevraagd de schorsing van het
ouderlijke gezag te beëindigen. Bij deze stand van zaken en omdat
beide partijen ter zitting hebben uitgesproken dat een verandering
in het medisch beleid dat het normale te buiten gaat, altijd de
instemming van de ouders behoeft, is de door de kinderrechter
genomen maatregel die slechts zag op het bestrijden van pijn bij
het kind, niet langer noodzakelijk, zodat de maatregel per het
moment van de mondelinge behandeling is ingetrokken.
RECHTBANK
HAARLEM
Een boycot is, in de oorspronkelijke zin, het verbreken van (handels)relaties met een land, een bedrijf of een
individu. In de brede zin is het ook een verzaking om iets te doen, bijvoorbeeld een verkiezing boycotten om een statement te maken. De redenen
van een boycot kunnen van politieke aard zijn of dienen om een vorm van wraak uit te oefenen of iemand te isoleren. Het woord ontstond in Ierland, waar de
hardvochtige Engelse rentmeester Charles Cunningham Boycott (1832–1897) zo door zijn pachters werd gehaat, dat zij hem in 1879 volledig isoleerden.
Bekende (oproepen tot) boycots in de geschiedenis zijn o.a.
Troonrede 2010
Sector Familie-en Jeugdrecht
Schorsing ouderlijk gezag, voorlopige voogdij
zaak-/rekestnr.: 119395/05-3985
beschikking van de kinderrechter d.d. 13 december 2005
naar aanleiding van het verzoek van:
De Raad voor de Kinderbescherming
vestiging Haarlem,
verder te noemen: de Raad,
met betrekking tot de minderjarige:
naam: [het kind]
geboren: [dag] september 2005
moeder: [de moeder]
wonende te [woonplaats]
vader : [de vader]
wonende te [woonplaats]
gezag : ouders
Verloop van de procedure
Voor het verloop van de procedure verwijst de kinderrechter naar de
volgende stukken:
- de beschikking van deze rechtbank d.d. 2 december 2005 inzake de
schorsing ouderlijk gezag en de daarin vermelde stukken;
- de beschikking van deze rechtbank d.d. 2 december 2005 inzake de
voorlopige voogdij en de daarin vermelde stukken;
- de brief van de Raad d.d. 6 december 2005, met als bijlage een brief van
het VU medisch centrum d.d. 5 december 2005;
- de brief van mr. W.G. Verkruisen, raadsman van de ouders, d.d. 6
december 2005;
- het verhandelde ter terechtzitting op 9 december 2005 in
aanwezigheid van partijen, bijgestaan door hun raadslieden.
Bij beschikking d.d. 2 december 2005 heeft de kinderrechter naar
aanleiding van een telefonisch spoedverzoek van de Raad op grond van
artikel 1:272 van het Burgerlijk Wetboek de ouders tijdelijk geschorst in
de uitoefening van het gezag over hun twee maanden oude baby en is de
Stichting Bureau Jeugdzorg Agglomeratie Amsterdam, team Opperdan te
Zaandam belast met de voorlopige voogdij over de baby voor de duur van zes
maanden, met ingang van de datum van de beschikking.
De Raad had zijn telefonische verzoek aldus toegelicht dat het hier een
baby met een hoge dwarslaesie betrof die zodanig ernstige pijn leed, dat
de behandelend arts medisch ingrijpen noodzakelijk achtte om die pijn te
bestrijden. De ouders weigerden hiervoor hun toestemming te verlenen omdat
zij bang waren dat medicatie levensbeëindigend zou kunnen uitwerken.
Omdat, gezien de spoedeisendheid van het verzoek, het verhoor van de
ouders niet kon worden afgewacht is direct op het verzoek beslist en
conform de standaardprocedure in dit soort zaken, de mondelinge
behandeling van het verzoekschrift (bij vervroeging) bepaald op 9 december
2005, teneinde partijen in de gelegenheid te stellen te worden gehoord
door de kinderrechter.
Op 9 december 2005 heeft de kinderrechter het verzoek ter terechtzitting
met gesloten deuren behandeld, waarvan afzonderlijk proces-verbaal is
opgemaakt.
Hierbij zijn verschenen en gehoord:
- ouders, bijgestaan door mr. W.G. Verkruisen en mr. J.C. van
Driel;
- de Raad, vertegenwoordigd door mevrouw T. Duijn en mr. A.
Broekhoven, juriste bij de Raad;
- de Stichting Bureau Jeugdzorg Amsterdam, team Opperdan,
vertegenwoordigd door mevrouw J. Kok;
- het VU Medisch Centrum, vertegenwoordigd door prof. dr. W.P.F.
Fetter en mr. Smink.
Standpunten van partijen
Standpunt ziekenhuis
Van de zijde van het ziekenhuis is ter zitting naar voren gebracht dat de
baby omstreeks 18 november 2005 in toenemende mate moeite heeft gekregen
met de beademing die hem moet worden toegediend. Er is sprake van veel
slijmontwikkeling en van zogenaamde bradycardieën waarbij de
hartfrequentie gedurende enige tijd in ernstige mate afneemt. Deze
verslechterende situatie culmineerde in de nacht van 1 op 2 december 2005
erin dat de baby een zestal bradycardieën heeft gehad, waarbij de
hartfrequentie terugliep tot tien slagen per minuut en voor zijn leven
werd gevreesd. Door de toename van het aantal bradycardieën, tijdens
welke de baby intensief en belastend ingrijpen moet ondergaan om de
situatie te normaliseren, maakte de baby een zeer onrustige indruk en is
er volgens het ziekenhuis sprake van zichtbare angst en lijden.
Op vrijdag 2 december 2005 hebben de bij de behandeling betrokken artsen
een en ander met de vader besproken. Het ziekenhuis heeft daarbij de vader
voorgesteld i) de baby extra sederende medicijnen te geven (het middel
Dormicum) om de angst en het lijden van de baby te verlichten en ii) de
behandeling te beperken om het hem mogelijk te maken te overlijden.
Daarbij is volgens het ziekenhuis met de vader besproken dat het beperken
van de behandeling niet betekent dat de beademing zal worden gestaakt.
Omdat de vader geen toestemming wilde geven voor de hiervoor genoemde door
het ziekenhuis voorgestane medische stappen, is de Raad ingeschakeld om de
kinderrechter te verzoeken de ouders te schorsen in het ouderlijk gezag om
in elk geval tot verdere pijnbestrijding over te kunnen gaan.
Inmiddels ligt de baby onder lichte sedatie aan de beademing en is
aanzienlijk tot rust gekomen. Van een (diepe) comateuze situatie is geen
sprake.
Standpunt ouders
Van de zijde van de ouders is beaamd dat hun zoontje niet in een coma
verkeert, maar dat hij op dit moment rustig is en redelijk
“aanspreekbaar”. Zij kunnen zich echter niet vinden in de weergave van
de gebeurtenissen zoals van de kant van het ziekenhuis is verwoord.
Tijdens de gesprekken op 2 december 2005 met de behandelend artsen heeft
de vader begrepen dat hem werd gevraagd onmiddellijk in te stemmen met het
beëindigen van de behandeling van zijn kind. Toen hij hierop antwoordde
dat hij enige tijd nodig had om hier eerst met zijn vrouw overleg over te
voeren, werd van de kant van het ziekenhuis gereageerd met de opmerking
dat, indien hij niet zou instemmen, er een verzoek aan de Raad zou worden
gedaan om de ouders te schorsen in hun ouderlijk gezag.
Hierop hebben de ouders een advocaat in de arm genomen. Deze heeft nog
diezelfde dag een brief aan het ziekenhuis gestuurd, welke is doorgeleid
naar de advocaat van het ziekenhuis. Een en ander heeft erin geresulteerd
dat er van de zijde van het ziekenhuis een overeenkomst is opgesteld
waarin is opgenomen dat de ouders instemmen met de benodigde
pijnbestrijding en het ziekenhuis van zijn kant toezegt zich te onthouden
van iedere handeling die het overlijden van de baby zal kunnen
bespoedigen. Deze overeenkomst is op 2 december 2005 door beide partijen
ondertekend. De vader vult aan dat tot zijn onbegrip vervolgens bleek dat
het ziekenhuis intussen de Raad had benaderd en de ouders tijdelijk waren
geschorst in de uitoefening van hun ouderlijk gezag.
Gezien de door de ouders ondertekende overeenkomst ten behoeve van de
pijnbestrijding, zijn de ouders bang dat de door de kinderrechter
afgegeven maatregel kan leiden tot het beëindigen van de behandeling van
hun kind zonder dat zij daarbij worden betrokken.
De vader brengt daarbij nog naar voren dat de moeder en hij het in zoverre
met de behandelend artsen eens zijn dat hun kind bij ernstig hartfalen
niet gereanimeerd zal worden en zij het ook eens zijn met de aanvullende
pijnbestrijding in de vorm van Dormicum, maar zij benadrukken dat zij een
mogelijk overlijden van hun kind nog niet kunnen aanvaarden zolang hij
steeds weer laat zien hoe sterk hij is door weer op te krabbelen.
Standpunt Raad
De Raad heeft ter zitting geconcludeerd dat enerzijds geconstateerd kan
worden dat de grond – pijnbestrijding – aan zijn verzoek is ontvallen
gezien de overeenkomst die de ouders blijkbaar met het ziekenhuis hebben
gesloten en waarin de ouders verklaren bereid zijn mee te werken aan
pijnbestrijding bij hun kind. Tegelijkertijd zegt de Raad ter zitting te
hebben waargenomen dat er nog steeds strijd is tussen de ouders en het
ziekenhuis. Dit heeft ertoe geleid dat de Raad zijn verzoek in die zin
heeft gewijzigd, dat hij thans verzoekt de maatregel tot schorsing van de
ouders in het ouderlijk gezag te beëindigen, onder de voorwaarde dat de
ouders hun medewerking verlenen aan pijnbestrijding en normaal medisch
handelen, welk medisch handelen niet inhoudt medisch handelen dat leidt
tot het bespoedigen van het levenseinde.
Beoordeling
Uit hetgeen ter zitting aan de orde is gekomen is de kinderrechter
gebleken dat voormelde bespreking op vrijdag 2 december 2005 heeft geleid
tot een ernstig misverstand tussen de ouders en het ziekenhuis.
De kinderrechter begrijpt het standpunt van het ziekenhuis aldus dat het
opvoeren van de pijnstilling noodzakelijk was om de grote onrust ten
gevolge van de toegenomen bradycardieën bij de baby weg te nemen, maar
dat deze pijnbestrijding niet in direct verband bezien mag en kan worden
met het bespoedigen van het levenseinde van het kind.
De ouders vreesden daarentegen dat pijnbestrijding tot bespoediging van
het levenseinde van hun kind kon leiden en hebben daarom op dat moment hun
toestemming niet willen en kunnen geven.
Een en ander was aanleiding voor de ouders om een advocaat in de arm te
nemen en voor het ziekenhuis om de hulp van de Raad in te roepen. Nadien
heeft de noodzakelijke aanvulling op de pijnstilling plaatsgevonden en is
de baby tot rust gekomen.
De vraag welke lezing van de gesprekken op 2 december 2005 van de vader
met de behandelend artsen als juist moet worden gezien, kan in het midden
blijven. Immers, ter zitting is aan de kinderrechter bekend geworden dat
de ouders en het ziekenhuis het reeds op 2 december eens waren over het
opvoeren van de pijnbestrijding, gelet op de blijkbaar op die dag tussen
hen gesloten overeenkomst. Bij deze stand van zaken en gelet op het ter
zitting uitspreken van beide zijden dat een verandering in het medisch
beleid dat het normale te buiten gaat, altijd de instemming van de ouders
behoeft, is de door de kinderrechter genomen maatregel die slechts zag op
het bestrijden van pijn bij het kind, niet langer noodzakelijk.
Gelet op het ter zitting gewijzigde verzoek van de Raad zullen de ouders
per 9 december 2005 in het ouderlijk gezag worden hersteld en de
voorlopige voogdij worden beëindigd. Het verzoek van de Raad tot het
verbinden van voorwaarden aan de opheffing van de schorsing zal worden
afgewezen nu de wet hiertoe geen mogelijkheden biedt en ook overigens in
het belang van de baby daar geen gronden voor aanwezig zijn.
Beslissing
De kinderrechter:
Bekrachtigt de beschikkingen van 2 december 2005 voor wat betreft de
periode tot en met
8 december 2005.
Trekt in met ingang van 9 december 2005 de maatregel tot schorsing van de
ouders in het ouderlijk gezag en de voorlopige voogdij over het kind.
Wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. A. Stefels en in het openbaar
uitgesproken ter terechtzitting van 13 december 2005, in tegenwoordigheid
van mr. K. Hoogkamer als griffier.
Ouders BOYCOT het beruchte bestuursorgaan Raad voor de Kinderbescherming
- de oproep van de Indiase leider Mahatma Gandhi om geen Engelse producten te kopen.
- de Montgomery-busboycot die begon in 1955 en leidde tot het einde van de rassenscheiding in bussen.
- de olieboycot van OPEC-landen tegen westerse landen die Israël hadden bijgestaan in de Jom Kippoeroorlog, wat in 1973 leidde tot de oliecrisis,
- en de boycot van Zuid-Afrikaanse producten ten tijde van de apartheidspolitiek.
- de boycot van joodse winkels in Duitsland en Oostenrijk, tijdens en in de jaren voor de Tweede Wereldoorlog.
- Olympische Spelen 1956 in Melbourne vanwege de rol van de Sovjet-Unie in de Hongaarse opstand.
- de boycot van de Raad voor de kinderbescherming in Nederland na onderonsjes met BARRAU om Leenders/Nienhuis uit het gezag te zetten.
- de boycot van de Raad voor de Kinderbescherming in Nederland na onderonsjes met SBJNB om moeder D. uit het gezag te zetten
In Nederland rekent de jeugdzorg op medeplichtigheid van de RvdK om ouders met kritiek op de werkwijze van de jeugdzorg
in hun zaak zo snel mogelijk uit het gezag te zetten om kritiek van ouders op de jeugdzorg met deze werkwijze te onderdrukken.
Het beruchte bestuursorgaan Raad voor de Kinderbescherming heeft dan ook volkomen terecht in de volksmond de bijnamen
Raad voor de Leugenbescherming, Raad voor de Oudermishandeling en Raad voor de Kindermishandeling opgelopen.
Groep Hop eist per ouder tien miljoen euro schadevergoeding voor iedere ouder die procedeert tegen jeugdzorg
om vervolgens door RvdK en kinderrechters uit het gezag te worden gezet en een beroepsverbod voor de betrokken medewerkers van
jeugdzorg, Raad voor de Kinderbescherming en kinderrechters op welke zaken door een volksjury dient te worden beslist.
Wilt u meehelpen om de boycot Kinderbescherming bekendheid te geven?
UITNODIGING
U kunt GRATIS meehelpen door uitnodigingen te verspreiden om te beginnen in uw eigen netwerk, in flatgebouwen
met veel brievenbussen, in wachtkamers, voor de ingang van scholen, kinderdagverblijven, rechtbanken of buro jeugdzorg enz.
091
Verzoek om gemeentegarantie vingerafdrukken bij nieuw paspoort of identiteitskaart!
685
Leer zelf procederen! Dien een Wob verzoek (bestuurlijke) nevenfuncties van een burgemeester in bij meerdere gemeenten
102
Leer zelf procederen! Dien een of meer Wob verzoeken in bij Stichting Bureau Jeugdzorg Noord-Brabant
Troonrede 2009
Troonrede 2008
Troonrede 2007
Troonrede 2006
Troonrede 2005
Troonrede 2004
Troonrede 2003
Troonrede 2002
Troonrede 2001
Troonrede 2000
Troonrede 1999
Troonrede 1998
Troonrede 1997
Troonrede 1996
Troonrede 1995
Troonrede 1994
Troonrede 1993
Troonrede 1992
Troonrede 1991
Troonrede 1990
Troonrede 1989
Troonrede 1988
Troonrede 1987
Gezocht Troonredes 1986 en ouder