Dankzegging aan Omroep Gelderland voor de perfecte uitzending met Judith Leenders, Ron Nienhuis over hun dochter, wraking en ernstige partijdigheid van door de Koningin benoemde rechters. Uitnodiging bekijk uitzending Omroep Gelderland, start afspelen op 09:28 - Interview Journaal Omroep Gelderland met Jan Hop over plakoorlog bij verkiezingen. Bekijk ook deze uitstekende uitzending van Omroep Gelderland http://rtvgelderlandarchief.nl/playlist.php?id=47196 start afspelen op 04:10.

(1000) Politicus Jan Hop opent discussie 11 september 2011:
"Kinderbeschermingsmaatregelen na verzonnen verhalen is fraude!
Ontvangen jeugdzorg gelden afkomstig uit dit soort fraude dient als heling te worden aangemerkt!"
In uitnodiging hoorzitting rechtbank MOET VERPLICHT naam behandeld rechter staan t.b.v. onderzoek! (574) (184) (581)

ACTIE! Boycot Koninklijke Shell. Help mee met de bevrijding van Anne-Marie uit rancuneuze jeugdzorg!
(802) Met de ABN dochter van Ron en Judith was niets aan de hand. Rapportages worden met (verzonnen verhalen) toegeschreven naar de gewenste jeugdzorg conclusies en hun dochter eindigt na zes jaar gesubsidieerde jeugdzorg bemoeienis in de kindergevangenis van Rentray Eefde met toestemming van door de Koningin benoemde kinderrechters. ACTIE! Rij Koninklijke Shell voorbij en tank ergens anders. Help mee aan de bevrijding van Anne-Marie uit rancuneuze jeugdzorg!

Censuur in Nederland ©
Groep Hop ©

 

 

Kenmerk organisatiecriminaliteit in de jeugdzorg: "Ouders kunnen geen bezwaar maken tegen een hulpverleningplan bij kinderbeschermingsmaatregelen. Een HVP is geen besluit gericht op rechtsgevolg"

(3) Geschiedenis 23 augustus 2007! Drie hoger beroepen met bijlagen tegen besluiten van de jeugdzorg ingeleverd bij Raad van State
Ouders met gezond verstand en een huis-, tuin- en keukenmentaliteit die in Gelderland met "jeugdzorg" en rioolrechtspraak van Arnhemse kinderrechters te maken krijgen weten niet wat hen overkomt! De start van de werkwijze van de jeugdzorg in Gelderland is niet alleen gebaseerd op "verzonnen verhalen" tegen ouders maar ook op het weghalen van kinderen met als grondslag "verzonnen verhalen" tegen de ouders waarbij de jeugdzorg er voor hun gemak steeds vanuit gaat dat door de koningin benoemde ernstig gedragsgestoorde rancuneuze INTEELT kinderrechters toch nergens naar kijken. Ouders zijn kansloos tegen ernstig gedragsgestoorde kinderrechters in Arnhem zo partijdig als de pest voor hun maatjes bij de jeugdzorg en RvdK.

Rechtspraak van door de koningin benoemde kinderrechters c.s. is uitsluitend gericht op het naaien van ouders, jatten van kinderen, het ongecontroleerd binnenhalen van gigantische hoeveelheden subsidie en andere geldstromen. De zorg in Nederland is daarmee ook onbetaalbaar geworden maar tegen hulpverleningsplannen en indicatiebesluiten bij kinderbeschermingsmaatregelen mag geen bezwaar worden gemaakt dus is in Nederland jeugdzorg niet kindgericht maar ook uitsluitend gericht op schaalvergroting.

Politicus Jan Hop opent discussie 11 september 2011:
"Kinderbeschermingsmaatregelen na verzonnen verhalen is fraude!
Ontvangen jeugdzorg gelden afkomstig uit dit soort fraude dient als heling te worden aangemerkt!"
In uitnodiging hoorzitting rechtbank MOET VERPLICHT naam behandeld rechter staan t.b.v. onderzoek!

812 De ernstig gedragsgestoorde kinderrechter Barrau is er zo eentje, een mooi smoeltje maar achter dat masker zal zij in onderonsjes buiten de hoorzittingen met de RvdK probleemloos ouders uit het gezag zetten (191009) niet alleen uit rancune maar om haar maatjes bij de RvdK en jeugdzorg terwille te zijn  t.b.v. geheime jeugdzorg operaties bijvoorbeeld in de zaak Nienhuis/Leenders op weg naar de gewenste schaalvergroting in de jeugdzorg.

Barrau is een rancuneuze kinderrechter en was niet blij met onderstaande drie hoger beroepen tegen haar uitspraken en ouders die zich maar bleven verzetten tegen het weghalen van hun dochter na verzonnen verhalen. Nou van harte gefeliciteerd kinderrechtertje Barrau met jouw kritiekloze werkwijze op de jeugdzorg en RvdK en het opsluiten van Anne-Marie Nienhuis door jullie in een kindergevangenis na vijf jaar zogenaamde jeugdzorghulpverlening gericht op schaalvergroting in Gelderland.

Ongelijk doorlooptijden steeds opnieuw voor de ouders van kinderen alweer een kenmerk organisatiecriminaliteit jeugdzorg. Wat waren de DOORLOOPTIJDEN van deze drie HOGER BEROEPZAKEN bij het rechtersleger als burgers tegen hun "jeugdzorg maatjes" durven procederen als kenmerk van rioolrechtspraak in Nederland bij kinderbeschermingsmaatregelen?

816 Betreft: Hoger beroep tegen BARRAU uitspraak 146281 / JERK 06-16511 van 30 mei 2007 (verzonden op 11 juni 2007) van de Arrondissementsrechtbank te Arnhem.

815 Betreft: Hoger beroep tegen BARRAU uitspraak 150472/JZ RK 07-8006 van 21 juni 2007 (verzonden op 12 juli 2007) van de Arrondissementsrechtbank te Arnhem.

817 Betreft: Hoger beroep tegen BARRAU uitspraak 151579 / JZRK 07-8012 van 21 juni 2007 (verzonden op 12 juli 2007) van de Arrondissementsrechtbank te Arnhem.

 

Rioolrechtspraak in Nederland en praktijkvoorbeelden van door de koningin benoemde rancuneuze kinderrechters.

Welke "rancuneuze en smerige praktijken" hebben BARRAU c.s. vervolgens uitgehaald UIT RANCUNE tegen Leenders/Nienhuis en Hop (500) hun procesvertegenwoordiger in deze hoger beroepen?

Antwoord 1 is bekend op 191009: 812. In een gezellig ONDERONSJE tussen Raad voor de Kinderbescherming en BARRAU worden Leenders/Nienhuis DOOR BARRAU UIT HET GEZAG gezet.

Antwoord 2 is bekend onder verwijzing naar de zaken Maria en Maxim Hop. De publicaties op internet over deze zaken worden hier als herhaald en ingelast beschouwd.

Gelooft u nu nog steeds dat het door de koningin benoemde rechtersleger in Nederland onpartijdig en onafhankelijk is?

ACTIE! Boycot Koninklijke Shell. Tank ergens anders als verzet van steeds meer burgers tegen rioolrechtspraak in Nederland en de onderonsjes van door de koningin benoemde rancuneuze INTEELT kinderrechters buiten de hoorzittingen om met RvdK en jeugdzorg.

Dank u wel.

Jan Hop

 

 

 

Hulpverleningsplan OTS (Plan van Aanpak) is niet op rechtsgevolg gericht. Geen besluit. Schriftelijke aanwijzingen kunnen op verzoek van belanghebbenden door de kinderrechter geheel of gedeeltelijk vervallen worden verklaard. (geen) proceskostenveroordeling.

LJN: BI8296, Centrale Raad van Beroep , 08/3647 WJZ + 08/3648 WJZ Print uitspraak
Datum uitspraak: 27-05-2009
Datum publicatie: 17-06-2009
Rechtsgebied: Sociale zekerheid
Soort procedure: Hoger beroep
Inhoudsindicatie: Hulpverleningsplan OTS is niet op rechtsgevolg gericht. Geen besluit. Schriftelijke aanwijzingen kunnen op verzoek van belanghebbenden door de kinderrechter geheel of gedeeltelijk vervallen worden verklaard. (geen) proceskostenveroordeling.
Uitspraak
08/3647 WJZ + 08/3648 WJZ

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[Appellanten], wonende te [woonplaats], (hierna: appellanten)

tegen de uitspraak van de kinderrechter als bestuursrechter van de rechtbank Arnhem van 30 mei 2007, 146281/JE RK 06-16511 (hierna: aangevallen uitspraak)

in het geding tussen:

appellanten

en

Stichting Bureaus Jeugdzorg Gelderland (hierna: Stichting)

Datum uitspraak: 27 mei 2009

I. PROCESVERLOOP

Namens appellanten heeft gemachtigde J. Hop Ermelo hoger beroep ingesteld.

De Stichting heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft, gevoegd met het onderzoek in het geding met reg. nrs. 08/3709 en 08/3713 WJZ, plaatsgevonden op 4 maart 2009. Appellanten zijn verschenen, bijgestaan door [gemachtigde]. De Stichting heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. I.J.M. Schepens, advocaat te Arnhem. Na de sluiting van het onderzoek ter zitting zijn de gevoegde zaken weer gesplitst. In het geding met reg. nrs. 8/3709 en 08/3713 WJZ, wordt afzonderlijk uitspraak gedaan.

II. OVERWEGINGEN

1. De Raad gaat uit van de volgende feiten en omstandigheden.

1.1. Appellanten hebben een dochter, [naam dochter], geboren [in] 1997. [naam dochter] is door de kinderrechter bij beschikking van 12 april 2006 met toepassing van artikel 1:254 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) voor de duur van een jaar onder toezicht gesteld van de Stichting. Tevens heeft de kinderrechter ten aanzien van [naam dochter] met toepassing van artikel 1:261 van het BW op 1 augustus 2006 een machtiging tot uithuisplaatsing verleend voor de duur van de ondertoezichtstelling.

1.2. Op 3 augustus 2006 heeft de Stichting in het kader van de ondertoezichtstelling een hulpverleningsplan OTS opgesteld.

1.3. Bij besluit van 6 september 2006 heeft de bezwaarcommissie van de Stichting het bezwaar van appellanten tegen dit hulpverleningsplan OTS niet-ontvankelijk verklaard op de grond dat een indicatiebesluit in het kader van een ondertoezichtstelling op de negatieve lijst van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) is geplaatst, zodat hiertegen geen bezwaar mogelijk is.

2.1. Appellanten hebben tegen dit besluit beroep ingesteld.

2.2. De Stichting heeft een verweerschrift ingediend, waarin het standpunt is ingenomen dat het hulpverleningsplan OTS niet op rechtsgevolg is gericht en derhalve geen besluit is in de zin van de Awb.

2.3. In verband met het herstellen van een bevoegdheidsgebrek heeft de Stichting het besluit van 6 september 2006 ingetrokken en bij brief van 26 maart 2007 vervangen door het besluit van 20 maart 2007, dat qua inhoud dezelfde strekking heeft als het besluit van 6 september 2006.

3. Bij de aangevallen uitspraak heeft de kinderrechter als bestuursrechter het beroep tegen het besluit van 6 september 2006 wegens het ontbreken van procesbelang niet-ontvankelijk verklaard. Het beroep tegen het besluit van 20 maart 2007 heeft de kinderrechter als bestuursrechter ongegrond verklaard op de grond dat het hulpverleningsplan OTS niet op rechtsgevolg is gericht en derhalve geen besluit is in de zin van artikel 1:3, eerste lid, van de Awb. De kinderrechter als bestuursrechter heeft aanleiding gezien om over te gaan tot een veroordeling in de proceskosten. De kinderrechter als bestuursrechter is niet gebleken van voor vergoeding in aanmerking komende proceskosten omdat geen sprake is van door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand als bedoeld in artikel 8:75 van de Awb en het Besluit proceskosten bestuursrecht (hierna: Bpb). Tenslotte is in de aangevallen uitspraak een bepaling omtrent griffierecht gegeven.

4. Appellanten hebben zich in hoger beroep gemotiveerd tegen deze uitspraak gekeerd, voor zover daarin het beroep tegen het besluit van 20 maart 2007 ongegrond is verklaard en geoordeeld is dat geen sprake is van door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. Naar de mening van appellanten is het hulpverleningsplan OTS wel op rechtsgevolg gericht en derhalve een besluit in de zin van artikel 1:3, eerste lid, van de Awb.

5. De Raad komt tot de volgende beoordeling.

5.1. Onder verwijzing naar zijn uitspraak van 29 april 2008 (LJN BD1113), r.o. 4.2.2 tot en met 4.2.4, stelt de Raad vast dat hij, gelet op de nauwe verwevenheid met (indicatie)besluiten die hun grondslag vinden in de Wet op de jeugdzorg (hierna: WJZ), bevoegd is kennis te nemen van het onderhavige hoger beroep, nu dit is gericht tegen een uitspraak van de kinderrechter als bestuursrechter inzake een in het kader van de ondertoezichtstelling opgesteld hulpverleningsplan.

5.2.1. Artikel 1, aanhef en onder f, van de WJZ bepaalt dat onder stichting, als bedoeld in de WJZ, wordt verstaan een stichting die een bureau jeugdzorg in stand houdt.

5.2.2. Ingevolge artikel 10, eerste lid, aanhef en onder b, van de WJZ heeft een stichting die een bureau jeugdzorg in stand houdt tot taak het, met uitsluiting van andere rechtspersonen en onverminderd artikel 254, tweede lid, van Boek 1 van het BW, uitoefenen van de taak, genoemd in artikel 257 van Boek 1 van het BW.

5.2.3. In artikel 257, eerste lid, van Boek 1 van het BW is bepaald dat de stichting, bedoeld in artikel 1, onder f, van de WJZ toezicht houdt op de minderjarige en zorgt dat aan de minderjarige en de met het gezag belaste ouder hulp en steun worden geboden ten einde de bedreiging van de zedelijke of geestelijke belangen of de gezondheid van de minderjarige af te wenden.

5.2.4. Artikel 13, derde lid, van de WJZ, bepaalt, voor zover hier van belang, dat tot een verantwoorde uitvoering van de taken, genoemd in artikel 10, eerste lid, onder a, b, c, en d, in ieder geval behoort dat de taken worden uitgevoerd op basis van een plan dat is afgestemd op de behoeften van de cliŽnt.

5.2.5. In artikel 43 van het Uitvoeringsbesluit Wet op de jeugdzorg zijn de vereisten opgenomen waaraan het hulpverleningsplan OTS als bedoeld in artikel 13, derde lid, van de WJZ moet voldoen. In het plan dient onder meer een beschrijving te worden gegeven van de doelen die met de ondertoezichtstelling worden nagestreefd en de wijze waarop deze doelen worden nagestreefd. Zo wordt, aldus de toelichting bij dit artikel (Stb. 2004, 73), vastgelegd wat de cliŽnt van een stichting bij de uitoefening van de ondertoezichtstelling mag verwachten. In het zevende lid van artikel 43 is bepaald dat het plan kan worden bijgesteld.

5.2.6. Tussen partijen is niet in geschil, en ook voor de Raad staat vast, dat het hulpverleningsplan OTS een plan is als bedoeld in artikel 13, derde lid, van de WJZ, afkomstig van de Stichting, dat strekt tot verantwoorde uitvoering van het in artikel 10, eerste lid, aanhef en onder b, van de WJZ genoemde toezicht (welk plan overigens onderscheiden moet worden van het in artikel 10, eerste lid, aanhef en onder g, van de WJZ bedoelde hulpverleningsplan, dat door de zorgaanbieder(s) moet worden opgesteld).

5.2.7. Het hulpverleningsplan OTS van 3 augustus 2006 waartegen appellanten bezwaar hebben gemaakt, omvat een ďbeschrijving van de situatie en problematiekĒ en een ďdoelstelling van de hulpverleningĒ in het kader van de ondertoezichtstelling van [naam dochter]. Met de kinderrechter als bestuursrechter is de Raad van oordeel dat dit plan niet op rechtsgevolg is gericht, maar een indicatief karakter heeft en een overzicht bevat van constateringen, problematiek en voorgenomen activiteiten. Het plan is naar de toekomst gericht en kan zonodig worden bijgesteld, het schept of wijzigt niet zelfstandige en rechtsverhouding en evenmin worden er in het plan verplichtingen in het leven geroepen die bij niet nakoming tot sancties (kunnen) leiden. Ook naar het oordeel van de Raad is derhalve geen sprake van een besluit in de zin van artikel 1:3, eerste lid, van de Awb.

5.5. Ten overvloede wordt hieraan nog het volgende toegezegd. Voor zover een hulpverleningsplan OTS opdrachten zou bevatten tot een handelen of nalaten betreffende de verzorging en opvoeding van een minderjarige die wel gekwalificeerd zouden moeten worden als te zijn gericht op rechtsgevolg, dienen dergelijke onderdelen van het plan te worden beschouwd als schriftelijke aanwijzingen als bedoeld in artikel 1:258, eerste lid, van het BW. Gelet op het bepaalde in artikel 1:259 van het BW kunnen dergelijke aanwijzingen op verzoek van belanghebbenden door de kinderrechter geheel of gedeeltelijk vervallen worden verklaard. De artikelen 1:258 en 1:259 van het BW zijn opgenomen in afdeling 4 van titel 14 van Boek 1 van het BW. Ingevolge artikel 8:5, eerste lid, van de Awb en onderdeel A, onder 3, van de bijlage bij de Awb kan geen beroep worden ingesteld tegen een besluit, genomen op grond van afdeling 4 van Titel 14 van Boek 1 van het BW. Ingevolge artikel 7:1 van de Awb kan tegen een dergelijk besluit ook geen bezwaar worden gemaakt.

5.6. Met betrekking tot het oordeel van de rechtbank over de proceskosten is de vraag in geschil of [gemachtigde] beroepsmatig rechtsbijstand verleent. Ter zitting van de Raad heeft [gemachtigde] desgevraagd verklaard dat hij zich bezighoudt met het indienen van klachten op het gebied van jeugdzorg, dat hij momenteel concreet drie zaken heeft waarin hij rechtshulp verleent dat hij enkel de reiskosten vergoed krijgt en dat hij zich sinds twee maanden beraadt op de vraag wat hij verder met zijn arbeidzame leven wil gaan doen. Gelet op deze verklaring en gezien deze omstandigheden is de Raad van oordeel dat sprake is van incidentele rechtshulp, die niet als beroepsmatig verleende rechtsbijstand als bedoeld in artikel 1, aanhef en onder a, van het Bpb kan worden aangemerkt. De kinderrechter als bestuursrechter heeft daarom steeds geen proceskostenveroordeling uitgesproken.

5.7. Uit hetgeen is overwogen in 5.2.1 tot en met 5.2.10 en in 5.6 volgt dat het hoger beroep geen doel treft en dat de aangevallen uitspraak, voor zover aangevochten, dient te worden bevestigd.

6. De Raad ziet ten slotte geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling in hoger beroep.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak voor zover aangevochten.

Deze uitspraak is gedaan door R.M. van Male als voorzitter en G.M.T. Berkel-Kikkert en J.N.A. Bootsma als leden. De beslissing is, in tegenwoordigheid van J. Waasdorp als griffier, uitgesproken in het openbaar op 27 mei 2009.

(get.) R.M. van Male.

(get.) J. Waasdorp.

NK

 

 

 

 

2.2.1. Het hulpverleningsplan is opgesteld in het kader van de ondertoezichtstelling van de dochter van [appellanten] en bevat een beschrijving van de situatie en problematiek van [appellanten] en hun dochter. Dit plan vindt zijn grondslag in artikel 13, derde lid, van de Wjz en wordt opgesteld ter uitvoering van de aan de stichting in de Wjz opgedragen taken. Gelet hierop en op de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep (hierna: de CRvB) van 29 april 2008 in zaak nr. 07/5227 (www.rechtspraak.nl, LJN: BD1113) die inhoudt dat dit college bevoegd is kennis te nemen van hoger beroepen tegen uitspraken inzake (indicatie)besluiten die hun grondslag vinden in de Wjz, is de CRvB de meest gerede rechter om te beoordelen of de rechtbank terecht tot de slotsom is gekomen dat het hulpverleningsplan geen besluit in de zin van artikel 1:3, eerste lid, van de Awb is. De Afdeling zal het hoger-beroepschrift en de daarbij behorende stukken dan ook met toepassing van artikel 6:15 van de Awb doorzenden aan de CRvB.

zaaknummer   200705259/1
datum van uitspraak   woensdag 4 juni 2008
tegen   de stichting Stichting Bureaus Jeugdzorg Gelderland
proceduresoort   Hoger beroep    
rechtsgebied   Kamer 3 - Hoger Beroep - Overige    
 
200705259/1.
Datum uitspraak: 4 juni 2008

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellanten], beiden wonende te Dieren,
appellanten,

tegen de uitspraak van de rechtbank Arnhem van 30 mei 2007 in zaak
nr. 146281 in het geding tussen:

[appellanten]

en

de stichting Stichting Bureaus Jeugdzorg Gelderland.

1. Procesverloop

Bij besluit van 6 september 2006 is het door [appellanten] (hierna: [appellanten]) bij de stichting Stichting Bureaus Jeugdzorg Gelderland (hierna: de stichting) gemaakte bezwaar tegen een hulpverleningsplan van 3 augustus 2006 (hierna: het hulpverleningsplan) niet-ontvankelijk verklaard.

Bij brief van 7 september 2006 hebben [appellanten] daartegen beroep ingesteld.

Bij besluit van 20 maart 2007 heeft de stichting het besluit van
6 september 2006 wegens een bevoegdheidsgebrek ingetrokken en op gelijke wijze beslist als bij laatstgenoemd besluit.

Bij uitspraak van 30 mei 2007, verzonden op 11 juni 2007, heeft de rechtbank Arnhem (hierna: de rechtbank), voor zover thans van belang, het door [appellanten] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak hebben [appellanten] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 24 juli 2007, hoger beroep ingesteld. De gronden zijn aangevuld bij brief van 22 augustus 2007.

De stichting heeft een verweerschrift ingediend.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 2 april 2008, waar [appellanten], bijgestaan door [gemachtigde], en de stichting, vertegenwoordigd door mr. I.J.M. Schepens en mr. A. Wasser, beiden in dienst van de stichting, waarvan eerstgenoemde tevens advocaat is, zijn verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Ingevolge artikel 37, eerste lid, van de Wet op de Raad van State, voor zover thans van belang, kunnen een belanghebbende en het bestuursorgaan bij de Afdeling hoger beroep instellen tegen een uitspraak van de rechtbank als bedoeld in afdeling 8.2.6 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb), tenzij tegen de uitspraak hoger beroep kan worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep, het College van Beroep voor het bedrijfsleven of het gerechtshof.

Ingevolge artikel 10, eerste lid, aanhef en onder b, van de Wet op de jeugdzorg (hierna: de Wjz), voor zover thans van belang, oefent de stichting de taak genoemd in artikel 257 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: het BW) uit.

Ingevolge artikel 13, derde lid, voor zover thans van belang, behoort tot een verantwoorde uitvoering van de taken, genoemd in

artikel 10, eerste lid onder b, in ieder geval dat de taken worden uitgevoerd op basis van een plan dat is afgestemd op de behoeften van de cliŽnt.

Ingevolge artikel 1:257, eerste lid, van het BW houdt de stichting toezicht op de minderjarige en zorgt dat aan de minderjarige en de met het gezag belaste ouder hulp en steun worden geboden teneinde de bedreiging van de zedelijke of geestelijke belangen of de gezondheid van de minderjarige af te wenden.

2.2. De Afdeling ziet zich gesteld voor de vraag of zij bevoegd is kennis te nemen van het door [appellanten] ingestelde hoger beroep, dat is gericht tegen het oordeel van de rechtbank over de niet-ontvankelijkverklaring van het door hen gemaakte bezwaar tegen het hulpverleningsplan.

2.2.1. Het hulpverleningsplan is opgesteld in het kader van de ondertoezichtstelling van de dochter van [appellanten] en bevat een beschrijving van de situatie en problematiek van [appellanten] en hun dochter. Dit plan vindt zijn grondslag in artikel 13, derde lid, van de Wjz en wordt opgesteld ter uitvoering van de aan de stichting in de Wjz opgedragen taken.

Gelet hierop en op de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep (hierna: de CRvB) van 29 april 2008 in zaak nr. 07/5227 (www.rechtspraak.nl, LJN: BD1113) die inhoudt dat dit college bevoegd is kennis te nemen van hoger beroepen tegen uitspraken inzake (indicatie)besluiten die hun grondslag vinden in de Wjz, is de CRvB de meest gerede rechter om te beoordelen of de rechtbank terecht tot de slotsom is gekomen dat het hulpverleningsplan geen besluit in de zin van artikel 1:3, eerste lid, van de Awb is.

De Afdeling zal het hoger-beroepschrift en de daarbij behorende stukken dan ook met toepassing van artikel 6:15 van de Awb doorzenden aan de CRvB.

2.3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. In dit verband wijst de Afdeling nog op haar tussen partijen gewezen uitspraak van heden in zaak nr. 200705254/1, waarin is overwogen dat [gemachtigde] niet kan worden aangemerkt als een beroepsmatige verlener van rechtsbijstand.

2.4. Onder de hiervoor geschetste omstandigheden ziet de Afdeling aanleiding te gelasten dat het voor de behandeling van het hoger beroep bij de Afdeling door [appellanten] betaalde griffierecht door de secretaris van de Raad van State wordt terugbetaald.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

I. verklaart zich onbevoegd om van het hoger beroep kennis te nemen;

II. gelast dat de secretaris van de Raad van State aan [appellanten] het door hen betaalde griffierecht ten bedrage van Ä 214,00 (zegge: tweehonderdveertien euro) voor de behandeling van het hoger beroep vergoedt.

Aldus vastgesteld door mr. W. van den Brink, voorzitter, en mr. C.W. Mouton en mr. P.B.M.J. van der Beek-Gillessen, leden, in tegenwoordigheid van mr. A.U. Kallan, ambtenaar van Staat.

w.g. Van den Brink w.g. Kallan
voorzitter ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 4 juni 2008

18-506.

 

 

Betreft: Hoger beroep tegen de uitspraak 146281 / JERK 06-16511 van 30 mei 2007 (verzonden op 11 juni 2007) van de Arrondissementsrechtbank te Arnhem.

 

 

Aan: De Raad van State,

Afdeling bestuursrechtspraak,

Postbus 20019,

2500 EA ís-Gravenhage

 

Dieren, 22 augustus 2007.

 

Geacht College,

Hierbij tekent gemachtigde J. Hop hoger beroep aan tegen de uitspraak 146281 / JERK 06-16511 van 30 mei 2007 (verzonden op 11 juni 2007) van de Arrondissementsrechtbank te Arnhem. De gronden voor het beroep zijn:

 

Overwegingen waartegen ik hoger beroep aanteken.

  

1.  Op blz. 2 staat de volgende overweging:

 

Overweging

 

De rechtbank stelt allereerst vast dat de inhoud van eisers bezwaarschriften van 26 november 2006 en 30 november 2006 gelijk is en dat de bezwaren gericht zijn tegen een indicatiebesluit van 30 november 2006. Niet in geschil is dat door verweerder op 30 november 2006 een definitief indicatiebesluit is genomen. Nu dat verweerder een definitief indicatiebesluit heeft genomen stelt de rechtbank vast dat eisers geen belang meer hebben bij beantwoording van de vraag of er sprake is van een conceptbesluit of dat er een definitief indicatiebesluit bij de brief van de gezinsvoogd van 21 november 2006 was gevoegd. Eisers hebben dientengevolge geen belang meer bij een beoordeling van verweerders besluit van 3 januari 2007. De rechtbank zal dan ook het beroepschrift voor zover gericht tegen het besluit van 3 januari 2007 niet ontvankelijk verklaren

 

Gronden voor beroep.

 

Er is sprake van een onbevoegd genomen besluit omdat het indicatiebesluit is genomen door de gezinsvoogd. Een gezinsvoogd is niet bevoegd indicatiebesluiten te tekenen. Er is sprake van ongewenste belangenverstrengeling welke in strijd met de wet op de jeugdzorg.  

De inhoud van eisers bezwaarschriften van 26 november 2006 en 30 november 2006 is niet gelijk.  

In het geschil is juist WEL dat door verweerder een definitief indicatiebesluit op 30 november is genomen eisers daardoor WEL belang meer hebben bij beantwoording van de vraag of er sprake is van een conceptbesluit of dat er een definitief indicatiebesluit bij de brief van de gezinsvoogd van 21 november 2006 was gevoegd.  

Bij de brief van 21 november 2006 was een ondertekend definitief indicatiebesluit van 30 november gevoegd en dat kan natuurlijk niet gelet op de datum.  

Het besluit van 30 november 2007 kent dus twee definitieve versies voorzien van handtekeningen waarbij de handtekeningen verschillen.  Eisers hebben dientengevolge WEL belang bij een beoordeling van verweerders besluit van 3 januari 2007.

 

Op grond van het vorenstaande zijn eisers van mening voldoende aannemelijk te hebben gemaakt dat eisers WEL belang hebben bij een beoordeling van verweerders besluit van 3 januari 2007 en dat verweerder onzorgvuldig handelen te verwijten valt.  

Op grond van het vorenstaande zijn eisers van mening voldoende aannemelijk te hebben gemaakt dat er sprake is van een onzorgvuldig besluit dan wel dat het besluit berust op een ondeugdelijke motivering en dat verweerder onzorgvuldig handelen te verwijten valt.  

Ik richt aan U daarom het verzoek deze overweging in de bestreden uitspraak te vernietigen en het bezwaarschrift van eisers alsnog ontvankelijk te verklaren.    

 

2.  Op blz. 2 staat de volgende overweging:

 

Overweging  

Voorts is de rechtbank van oordeel dat het onder rubriek 1 genoemde besluit van 28 maart 2007 is aan te merken als een besluit als bedoeld in artikel 6:18 van de Awb. Aangezien dit besluit niet tegemoet komt aan het beroep van eisers, wordt ingevolge artikel 6:19 van de Awb het beroep van eisers tegen het besluit van 9 januari 2007 mede geacht te zijn gericht tegen het besluit van 28 maart 2007.  

Nu verweerder blijkens het besluit van 28 maart 2007 het besluit van 9 januari 2007 heeft ingetrokken en de rechtbank niet gebleken is van een procesbelang van eisers bij beoordeling van het tegen het besluit van 9 januari 2007 gerichte beroep, moet het beroep tegen het besluit van 9 januari 2007 niet-ontvankelijk verklaard worden.

 

 

Gronden voor beroep.

 

Er is sprake van een onbevoegd genomen besluit omdat het indicatiebesluit is genomen door de gezinsvoogd. Een gezinsvoogd is niet bevoegd indicatiebesluiten te tekenen. Er is sprake van ongewenste belangenverstrengeling in strijd met de wet op de jeugdzorg.  

De inhoud van eisers bezwaarschriften van 26 november 2006 en 30 november 2006 is niet gelijk.  

In het geschil is juist WEL dat door verweerder een definitief indicatiebesluit op 30 november is genomen eisers daardoor WEL belang meer hebben bij beantwoording van de vraag of er sprake is van een conceptbesluit of dat er een definitief indicatiebesluit bij de brief van de gezinsvoogd van 21 november 2006 was gevoegd.  

Bij de brief van 21 november 2006 was een ondertekend definitief indicatiebesluit van 30 november gevoegd en dat kan natuurlijk niet gelet op de datum.  

Eisers hebben dientengevolge WEL belang bij een beoordeling van verweerders besluit van 9 januari 2007.  

Op grond van het vorenstaande zijn eisers van mening voldoende aannemelijk te hebben gemaakt dat eisers WEL belang hebben bij een beoordeling van verweerders besluit van 9 januari 2007 en dat verweerder onzorgvuldig handelen te verwijten valt.  

Op grond van het vorenstaande zijn eisers van mening voldoende aannemelijk te hebben gemaakt dat er sprake is van een onzorgvuldig besluit dan wel dat het besluit berust op een ondeugdelijke motivering en dat verweerder onzorgvuldig handelen te verwijten valt.  

Ik richt aan U daarom het verzoek deze overweging in de bestreden uitspraak te vernietigen en het bezwaarschrift van eisers alsnog ontvankelijk te verklaren.  

 

3.  Op blz. 2 staat de volgende overweging:

 

Overweging

 

Aan het bestreden besluit van 28 maart 2007 ligt het standpunt van verweerder ten grondslag dat het indicatiebesluit van 30 november 2006 geen besluit is in de zin van de Awb waartegen bezwaar gemaakt kan worden, aangezien deze beslissing is genomen in het kader van ondertoezichtstelling. Ten aanzien van een indicatiebesluit in het kader van een ondertoezichtstelling geldt dat deze op de negatieve lijst van de Awb is geplaatst, waardoor hiertegen geen bezwaar kan worden gemaakt noch beroep bij de bestuursrechter mogelijk is.  

Eisers kunnen zich hiermee niet verenigen en hebben zich op het standpunt gesteld dat ingevolge artikel 5, vijfde lid, van de Wet op de jeugdzorg wel bezwaar kan worden gemaakt tegen verweerders indicatiebesluit van 30 november 2006. Voorts hebben eisers aangevoerd dat er sprake is van een onzorgvuldig besluit dan wel dat het besluit berust op een ondeugdelijke motivering.

 

 

Gronden voor beroep.

 

Er is sprake van een onbevoegd genomen besluit omdat het indicatiebesluit is genomen door de gezinsvoogd. Een gezinsvoogd is niet bevoegd indicatiebesluiten te tekenen. Er is sprake van ongewenste belangenverstrengeling in strijd met de wet op de jeugdzorg.  

Het  besluit van 28 maart 2007 ligt en het indicatiebesluit van 30 november 2006 is WEL een besluit is in de zin van de Awb waartegen bezwaar gemaakt kan worden.  

Er is sprake van nieuwe wetgeving artikel 5.5 wet op de jeugdzorg. Met deze nieuwe wetgeving is de oude wetgeving vervallen en is de nieuwe wetgeving op het bestreden besluit van toepassing en is wel bezwaar en beroep mogelijk bij de bestuursrechter  

Eisers hebben zich op het standpunt gesteld dat ingevolge artikel 5, vijfde lid, van de Wet op de jeugdzorg wel bezwaar kan worden gemaakt tegen verweerders indicatiebesluit van 30 november 2006.  

Voorts hebben eisers aangevoerd dat er sprake is van een onzorgvuldig besluit dan wel dat het besluit berust op een ondeugdelijke motivering.  

Op grond van het vorenstaande zijn eisers van mening voldoende aannemelijk te hebben gemaakt dat er sprake is van een onzorgvuldig besluit dan wel dat het besluit berust op een ondeugdelijke motivering en dat verweerder onzorgvuldig handelen te verwijten valt.  

Ik richt aan U daarom het verzoek deze overweging in de bestreden uitspraak te vernietigen en bezwaarschrift van eisers alsnog ontvankelijk te verklaren.    

 

4.  Op blz. 4 staat de volgende overweging:

 

Overweging  

Bij beschikking van 12 april 2006 van de kinderrechter is betrokkene ondertoezicht gesteld en in augustus 2006 is betrokkene uithuis geplaatst. Op 21 november 2006 heeft verweerder een indicatiebesluit d.d. 30 november 2006 betreffende betrokkene naar eisers gezonden om hen in de gelegenheid te stellen hierop te reageren. Op 30 november 2007 heeft verweerder dit indicatiebesluit vastgesteld

 

 

Gronden voor beroep.

 

Er is sprake van een onbevoegd genomen besluit omdat het indicatiebesluit is genomen door de gezinsvoogd. Een gezinsvoogd is niet bevoegd indicatiebesluiten te tekenen. Er is sprake van ongewenste belangenverstrengeling in strijd met de wet op de jeugdzorg.  

De inhoud van eisers bezwaarschriften van 26 november 2006 en 30 november 2006 is niet gelijk.  

In het geschil is juist WEL dat door verweerder een definitief indicatiebesluit op 30 november is genomen eisers daardoor WEL belang meer hebben bij beantwoording van de vraag of er sprake is van een conceptbesluit of dat er een definitief indicatiebesluit bij de brief van de gezinsvoogd van 21 november 2006 was gevoegd.  

Bij de brief van 21 november 2006 was een ondertekend definitief indicatiebesluit van 30 november gevoegd en dat kan natuurlijk niet gelet op de datum.  

Eisers hebben dientengevolge WEL belang bij een beoordeling van verweerders besluit van 3 januari 2007.  

Op grond van het vorenstaande zijn eisers van mening voldoende aannemelijk te hebben gemaakt dat eisers WEL belang hebben bij een beoordeling van verweerders besluit van 3 januari 2007 en dat verweerder onzorgvuldig handelen te verwijten valt.  

Op grond van het vorenstaande zijn eisers van mening voldoende aannemelijk te hebben gemaakt dat er sprake is van een onzorgvuldig besluit dan wel dat het besluit berust op een ondeugdelijke motivering en dat verweerder onzorgvuldig handelen te verwijten valt.  

Ik richt aan U daarom het verzoek deze overweging in de bestreden uitspraak te vernietigen en het bezwaarschrift van eisers alsnog ontvankelijk te verklaren.  

Op grond van het vorenstaande zijn eisers van mening voldoende aannemelijk te hebben gemaakt dat   

 en dat verweerder onzorgvuldig handelen te verwijten valt.  

Ik richt aan U daarom het verzoek deze overweging in de bestreden uitspraak te vernietigen en bezwaarschrift van eisers alsnog ontvankelijk te verklaren.

 

5.  Op blz. 4 staat de volgende overweging:

 

Overweging  

Gelet op het vorenstaande stelt de rechtbank vast dat het hier gaat om een indicatiebesluit met betrekking tot een ondertoezicht gestelde cliŽnt. Dit indicatiebesluit is opgesteld in het kader van verweerders taak als bedoeld in artikel 257 van Boek 1, titel 14, afdeling 4 van het burgerlijk wetboek (hierna BW). Tegen een zodanige indicatiebesluit kan gelet op de uitdrukkelijke bedoeling van de wetgever blijkende uit de parlementaire geschiedenis en voornoemde wettelijke bepalingen ingevolgde artikel 8.5 van de Awb genoemde bijlage geen beroep worden ingesteld

 

 

Gronden voor beroep.

 

Er is sprake van een onbevoegd genomen besluit omdat het indicatiebesluit is genomen door de gezinsvoogd. Een gezinsvoogd is niet bevoegd indicatiebesluiten te tekenen. Er is sprake van ongewenste belangenverstrengeling in strijd met de wet op de jeugdzorg.  

Het is de uitdrukkelijke bedoeling van de wetgever dat op grond van artikel 5.5 Wet op de jeugdzorg juist wel bezwaar en beroep kan worden ingesteld.  

Het genomen besluit is genomen in strijd met 6 EVRM indien geen bezwaar- en beroep kan worden ingesteld en de stichting gedurende een ondertoezichtstelling achter elkaar indicatiebesluiten kan nemen zonder dat hiertegen bezwaar kan worden gemaakt en beroep kan worden ingesteld.  

Het genomen besluit is genomen in strijd met algemene rechtsbeginselen indien geen bezwaar- en beroep kan worden ingesteld en de stichting gedurende een ondertoezichtstelling achter elkaar indicatiebesluiten kan nemen zonder dat hiertegen bezwaar kan worden gemaakt en beroep kan worden ingesteld.  

Het genomen besluit is genomen in strijd met internationaal verdrag inzake de rechten van het kind indien geen bezwaar- en beroep kan worden ingesteld en de stichting gedurende een ondertoezichtstelling achter elkaar indicatiebesluiten kan nemen zonder dat hiertegen bezwaar kan worden gemaakt en beroep kan worden ingesteld.  

Op grond van het vorenstaande zijn eisers van mening voldoende aannemelijk te hebben gemaakt dat er sprake is van strijd met internationaal verdrag inzake de rechten van het kind, met de algemene rechtsbeginselen en in strijd met 6 EVRM en dat verweerder onzorgvuldig handelen te verwijten valt.  

 

6.  Op blz. 5 staat de volgende overweging:

 

Overweging  

Ingevolge de schakelbepaling artikel 7.1 van de Awb kan derhalve evenmin bezwaar worden gemaakt tegen een indicatiebesluit in het kader van een uithuisplaatsing van een ondertoezicht gestelde minderjarige. Naar oordeel van de rechtbank heeft verweerder dan ook terecht het bezwaar van eisers niet-ontvankelijk verklaard.

 

 

Gronden voor beroep.

 

Er is sprake van een onbevoegd genomen besluit omdat het indicatiebesluit is genomen door de gezinsvoogd. Een gezinsvoogd is niet bevoegd indicatiebesluiten te tekenen. Er is sprake van ongewenste belangenverstrengeling in strijd met de wet op de jeugdzorg.  

De inhoud van eisers bezwaarschriften van 26 november 2006 en 30 november 2006 is niet gelijk.  

In het geschil is juist WEL dat door verweerder een definitief indicatiebesluit op 30 november is genomen eisers daardoor WEL belang meer hebben bij beantwoording van de vraag of er sprake is van een conceptbesluit of dat er een definitief indicatiebesluit bij de brief van de gezinsvoogd van 21 november 2006 was gevoegd.  

Bij de brief van 21 november 2006 was een ondertekend definitief indicatiebesluit van 30 november gevoegd en dat kan natuurlijk niet gelet op de datum.  

Eisers hebben dientengevolge WEL belang bij een beoordeling van verweerders besluit van 3 januari 2007 en 9 januari 2007.  

Op grond van het vorenstaande zijn eisers van mening voldoende aannemelijk te hebben gemaakt dat eisers WEL belang hebben bij een beoordeling van verweerders besluit van 3 januari 2007 en 9 januari 2007en dat verweerder onzorgvuldig handelen te verwijten valt.  

Op grond van het vorenstaande zijn eisers van mening voldoende aannemelijk te hebben gemaakt dat er sprake is van een onzorgvuldig besluit dan wel dat het besluit berust op een ondeugdelijke motivering en dat verweerder onzorgvuldig handelen te verwijten valt.  

Ik richt aan U daarom het verzoek deze overweging in de bestreden uitspraak te vernietigen en het bezwaarschrift van eisers alsnog ontvankelijk te verklaren.  

 

7.  Op blz. 5 staat de volgende overweging:

 

Overweging  

Op grond van het bovenstaande is de rechtbank van oordeel, dat de stellingen van eisers tegen het bestreden besluit van 28 maart 2007 geen doel treffen. Het beroep dient dan ook in zoverre ongegrond te worden verklaard.

 

Gronden voor beroep.

 

Er is sprake van een onbevoegd genomen besluit omdat het indicatiebesluit is genomen door de gezinsvoogd. Een gezinsvoogd is niet bevoegd indicatiebesluiten te tekenen. Er is sprake van ongewenste belangenverstrengeling in strijd met de wet op de jeugdzorg.  

Op grond van het vorenstaande zijn eisers van mening voldoende aannemelijk te hebben gemaakt dat de stellingen van eisers tegen het bestreden besluit van 28 maart 2007 wel doel treffen en dat verweerder onzorgvuldig handelen te verwijten valt.  

Ik richt aan U daarom het verzoek deze overweging in de bestreden uitspraak te vernietigen en bezwaarschrift van eisers tegen besluit 28 maart 2007 alsnog gegrond te verklaren.  

Ik richt aan U daarom het verzoek deze overweging in de bestreden uitspraak te vernietigen en bezwaarschrift van eisers tegen besluit 3 januari 2007 alsnog ontvankelijk te verklaren.  

Ik richt aan U daarom het verzoek deze overweging in de bestreden uitspraak te vernietigen en bezwaarschrift van eisers tegen besluit 9 januari 2007 alsnog ontvankelijk te verklaren.  

Ik richt aan U daarom het verzoek deze overweging in de bestreden uitspraak te vernietigen en bezwaarschrift van eisers alsnog gegrond te verklaren.    

 

8.  Op blz. 5 staat de volgende overweging:

 

Overweging  

De rechtbank is evenwel niet gebleken van proceskosten nu geen sprake is geweest van een door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand als bedoeld in artikel 8.75 van de Awb en het Besluit proceskosten bestuursrecht

 

Gronden voor beroep.  

In de beschikking staat dat eisers, vertegenwoordigd zijn door J. Hop.  

Bezwaar- en beroepschriften zijn opgesteld door J. Hop.  

Op de hoorzitting rechtbank Arnhem zijn eisers door Hop bijgestaan.  

Op grond van het vorenstaande zijn eisers van mening voldoende aannemelijk te hebben gemaakt dat wel gebleken is van proceskosten nu er wel sprake is geweest van een door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand als bedoeld in artikel 8.75 van de Awb en het Besluit proceskosten bestuursrecht

Ik richt aan U daarom het verzoek deze overweging in de bestreden uitspraak te vernietigen en proceskostenveroordeling toe te wijzen.

 

 

Machtiging procesvertegenwoordiging. Ondergetekenden machtigen de heer J. Hop, Joubertstraat 24, 3851 DM Ermelo om haar/hem te vertegenwoordigen bij het instellen en verder behandelen van verzoekschriften, verweerschriften, bezwaarschriften, beroepschriften, aanvraag voorlopige voorzieningen en verzoek wraking kinderrechter zulks met het recht van vervanging.

 

 

Hoogachtend.

 

J. LEENDERS, de moeder belast met het gezag

R.J.C. NIENHUIS, de vader belast met het gezag

wonende Spoorstraat 31, 6953 BW Dieren, gemeente Rheden

 

handtekening                    `             handtekening

 

       

 

 

Conclusie.

 

Er is sprake van een onbevoegd genomen besluit omdat het indicatiebesluit is genomen door de gezinsvoogd. Een gezinsvoogd is niet bevoegd indicatiebesluiten te tekenen. Er is sprake van ongewenste belangenverstrengeling in strijd met de wet op de jeugdzorg.  

Nu op grond van vorenstaande is vast komen te staan dat de Stichting Bureaus Jeugdzorg Gelderland eisers in hun bezwaarschrift ontvankelijk hadden moeten verklaren verzoek ik u de bestreden uitspraak van de rechtbank op deze punten te vernietigen.  

Tevens verzoek ik u alle onderliggende besluiten van Stichting Bureaus Jeugdzorg Gelderland te vernietigen en hen op grond van artikel 8:73; 8:74 en 8;75 Awb te veroordelen tot betaling van alle door mij gemaakte kosten en schade.  

Ik richt aan U daarom het verzoek deze overweging in de bestreden uitspraak te vernietigen en bezwaarschrift van eisers tegen besluit 28 maart 2007 alsnog gegrond te verklaren.  

Ik richt aan U daarom het verzoek deze overweging in de bestreden uitspraak te vernietigen en bezwaarschrift van eisers tegen besluit 3 januari 2007 alsnog ontvankelijk te verklaren.  

Ik richt aan U daarom het verzoek deze overweging in de bestreden uitspraak te vernietigen en bezwaarschrift van eisers tegen besluit 9 januari 2007 alsnog ontvankelijk te verklaren.  

Ook verzoek ik u mij in dit hoger beroep in ieder geval te horen.

 

Tenslotte richt ik aan u het nadrukkelijk verzoek dit hoger beroep niet gevoegd of vermengd uit te spreken met andere hogere beroepen.

 

Gemachtigde  

J.Hop


 

Bijlagen:

 

Proforma hoger beroep 20 juli 2007  

Uitspraak 151579 / JZRK 07-8012 van 21 juni 2007 (verzonden op 12 juli 2007) van de Arrondissementsrechtbank te Arnhem 

Brief gezinsvoogd 21 november 2006  

Indicatiebesluit 30 november 2006  

Bezwaarschrift 26 november 2006 tegen indicatiebesluit 30 november 2006  

Bezwaarschrift 30 november 2006 tegen indicatiebesluit 30 november 2006

Beslissing op bezwaar 3 januari 2007  

Beslissing op bezwaar 9 januari 2007  

Beroepschrift 16 januari 2007

Nieuw besluit 28 maart 2007

Verweerschrift 21 februari 2007

Pleitnotities 10 mei 2007-08-22

 

 

(666) ACTIE! Boycot Koninklijke Shell. Help mee aan de bevrijding van Anne-Marie uit rancuneuze jeugdzorg!
Mijd andere Koninklijke organisaties probeer uw aankopen steeds ergens anders te doen
http://nl.wikipedia.org/wiki/Lijst_van_organisaties_met_het_predicaat_Koninklijk
Ahold is bijvoorbeeld Albert Heijn, ga dus lekker boodschappen doen bij andere supermarkten en mijd Albert Heijn
Als steeds meer burgers meedoen gaan prijzen ook dalen neemt uw koopkracht toe! Tankt u nu ergens anders?
(003) Judith Leenders en Ron Nienhuis tegen Staat der Nederlanden krijgt vervolg bij Europees Hof
(800) Judith Leenders, Ron Nienhuis over de ernstige partijdigheid van door de Koningin benoemde rechters
(801) Rancuneuze gezinsvoogd van Stichting Bureau Jeugdzorg Gelderland grondslag voor crisisuithuisplaatsing:
"Hoe verliep de eerste kennismaking tussen ABN meisje Anne-Marie en de rancuneuze SBJG gezinsvoogd?"
(802) Reden crisisuithuisplaatsing: "Anne-Marie genoot van haar vakantie op Nawaka waterkamp
(803) Verklaring directeur Piekschool na uithuisplaatsing: "Met Anne-Marie is niets aan de hand!"
(804) Verzonnen verhalen: "Gedragswetenschapper Zwartjes wil gaan toeschrijven naar een jeugdzorgconclusie"
(805) ACTIE! Boycot Scouting Nederland deze organisatie werkt mee aan uitlevering van kinderen aan jeugdzorg
(806) ACTIE! Boycot Basisschool De Vlinder in Dieren gemeente Rheden
(807) ACTIE! Boycot Raad voor de Kinderbescherming, raadsrapport niet sterk en overtuigend
(808) Onderonsjes buiten de hoorzittingen om: "Geheim overleg voor UHP Anne-Marie"
(809) Onderonsjes buiten de hoorzittingen om: "Geheim overleg over omgangsregeling Anne-Marie en haar ouders"
(810) Onderonsjes buiten de hoorzittingen om: "Geheim overleg over verlenging UHP Anne-Marie"
(811) Onderonsjes buiten de hoorzittingen om: "Geheim overleg over adequaat verweer tegen Hop"
(812) Onderonsjes buiten de hoorzittingen om: "Geheim overleg over schorsing ouders gezag"
(813) Onderonsjes buiten de hoorzittingen om: "Geheim overleg over opsluiting Anne-Marie in kindergevangenis"
(814) Onderonsjes buiten de hoorzittingen om: "Geheim overleg over verlenging opsluiting Anne-Marie in kindergevangenis"
(815) Raad van State: "Hoger beroep ouder tegen niet-ontvankelijk Wob-verzoek gegrond!
(816) Centrale Raad van Beroep: "Ouders mogen geen bezwaar maken tegen hulpverleningsplan bij CRvB
(817) Centrale Raad van Beroep: "Ouders mogen geen bezwaar maken tegen indicatiebesluiten jeugdzorg bij CRvB
(818) Openbaar Ministerie: "Jeugdige daders die Anne-Marie mishandelen worden niet vervolgd
(819) Basisschool De Vlinder Dieren beschuldigd ouders ten onrechte van kindermishandeling in geheim overleg
(820) Basisschool De Vlinder Dieren weigert ouders afschrift compleet schooldossier
(821) Basisschool De Vlinder Dieren, ouders ontdekken Arnhemse rechter zit in het Delta schoolbestuur
(822) SBJG gezinsvoogd geeft zich ten onrechte uit voor voogd/wettelijke vertegenwoordiger van Anne-Marie
(823) Geheim overleg tussen jeugdzorg en Gelderse Roos over onderzoek Anne-Marie
(824) Rancune jeugdzorg! Ouders worden uit gezag gezet na vervallen verklaarde SA-tjes
(825) Rancune jeugdzorg! Ouders worden uit gezag gezet na winnen procedure over briefadres
(826) Rancune jeugdzorg! Ouders worden uit gezag gezet omdat ze procederen tegen de jeugdzorg
(827) Geheim overleg Radboud Ziekenhuis Nijmegen met Gelderse jeugdzorg over Anne-Marie
(828) Politie niet dienstbaar aan ouders! Politiegeweld wordt ingezet bij jatten van kinderen
(829) Politie niet dienstbaar aan ouders! Politie Dieren weigert aangifte van ouders op te nemen!
(830) Politie niet dienstbaar aan ouders! Politie weigert ouders informatie over ongeval kind!
(831) Politie niet dienstbaar aan ouders! Politie achtervolgd ouders bij verkiezingsposters plakken!
(832) Politie niet dienstbaar aan ouders! Huiszoeking bij Nienhuis Leenders met acht man politie!
(833) Politie en OM weigeren ouders afschrift Justitieel Documentatie Register
(834) Politie niet dienstbaar aan ouders! Politie weigert aangifte van ontvoering Anne-Marie op te nemen
(835) Zinloos klagen bij Medisch Tuchtcollege in Zwolle met rechters in dit College
(836) Zinloos klagen bij Medisch Tuchtcollege in Den Haag met rechters in dit College
(837) Onderonsjes rechtspraak: Namenlijst rechters wrakingskamer die over hun collega beslissen
(838) Wraken kinderrechter kansloos voor ouders in Arnhem met Hop 1
(839) Wraken kinderrechter kansloos voor ouders in Arnhem met Hop 2
(840) Wraken kinderrechter kansloos voor ouders in Arnhem met Hop 3
(841) Wraken kinderrechter kansloos voor ouders in Arnhem met Hop 4
(842) Wraken kinderrechter kansloos voor ouders in Arnhem met Hop 5
(843) Wraken kinderrechter kansloos voor ouders in Arnhem
(844) Ongelijke doorlooptijden voor ouders regel bij kinderrechters
(845) Klagen tegen griffie rechtbank Arnhem is zinloos
(846) Klagen tegen de jeugdzorg Gelderland is zinloos
(847) Raad van State: "Ouders mogen geen bezwaar maken tegen besluiten RvdK"
(848) Onderaannemers in de jeugdzorg in de zaak Nienhuis/Leenders
(849) Honderden "hulpverleners" bemoeiden zich met Anne-Marie! Resultaat: Kindergevangenis!
(850) Gedragsgestoorde kinderrechter: "Slachtoffer loverboys wordt opgesloten daders gaan vrijuit!"
(851) VOORVRAAG: Bij oproep hoorzitting vraag naam kinderrechter met afschrift benoeming Koninklijk Besluit
(852) VOORVRAAG: Bij oproep hoorzitting vraag altijd om een openbare hoorzitting met voldoende toeschouwers
(853) VOORVRAAG: Bij oproep hoorzitting vraag altijd of je beeld en geluidsopnamen mag maken
(854) VOORVRAAG: Is bezwaar gemaakt tegen indicatiebesluit?
(855) VOORVRAAG: Is bezwaar gemaakt tegen plan van aanpak?
(856) VOORVRAAG: Is bezwaar gemaakt tegen hulpverleningsplan?
(857) VOORVRAAG: Bezwaarschrift tegen indicatiebesluit als verzoek door naar kinderrechter als verzet SA
(858) VOORVRAAG: Bezwaarschrift tegen plan van aanpak als verzoek door naar kinderrechter als verzet SA
(859) VOORVRAAG: Bezwaarschrift tegen hulpverleningsplan als verzoek door naar kinderrechter als verzet SA
(860) VOORVRAAG: Heeft u een compleet contactjournaal ontvangen?
(861) VOORVRAAG: Heeft u iedere 14 dagen om afschrift compleet contactjournaal gevraagd?
(862) Wraking kinderrechter direct nadat geweigerd wordt op een VOORVRAAG te beslissen!
(863) De gedragsgestoorde inteelt kinderrechter weigert u afschrift compleet dossier!
(864) De gedragsgestoorde inteelt kinderrechter: "Met alleen procederen is geen vooruitgang mogelijk!"
(865) Stockholmsyndroom: "Kinderen worden door jeugdzorg als boodschapper berichten voor ouders gebruikt"
(866) Stockholmsyndroom: "Kinderen worden door jeugdzorg tegen hun ouders opgezet"
(867) Stockholmsyndroom: "Kinderen worden opgesloten in kamertje paar vierkante meter zonder raam
(868) Stockholmsyndroom: Voor jeugdzorg onderzoek kind wordt omgangsregeling met ouders gefrustreerd!
(869) Stockholmsyndroom: Gezinshuisouders worden als pleegouders aangemerkt in procedures
(870) Stockholmsyndroom: De gezinsvoogd noemt zich ten onrechte voogd en wettelijk vertegenwoordiger kind
(871) Stockholmsyndroom: De gezinsvoogd noemt zich ten onrechte jeugdbeschermer
(872) Doelen SBJG indicatiebesluiten Anne-Marie 2006 op weg naar kindergevangenis 2011/2012
(873) Doelen SBJG indicatiebesluiten Anne-Marie 2007 op weg naar kindergevangenis 2011/2012
(874) Doelen SBJG indicatiebesluiten Anne-Marie 2008 op weg naar kindergevangenis 2011/2012
(875) Doelen SBJG indicatiebesluiten Anne-Marie 2009 op weg naar kindergevangenis 2011/2012
(876) Doelen SBJG indicatiebesluiten Anne-Marie 2010 op weg naar kindergevangenis 2011/2012
(877) Doelen SBJG indicatiebesluiten Anne-Marie 2011 op weg naar kindergevangenis 2011/2012
(878) Doelen SBJG indicatiebesluiten Anne-Marie 2012 in haar kindergevangenis Rentray Eefde gemeente Lochem
(879) Doelen SBJG hulpverleningsplan/plan van aanpak Anne-Marie 2006 op weg naar kindergevangenis 2011/2012
(880) Doelen SBJG hulpverleningsplan/plan van aanpak Anne-Marie 2007 op weg naar kindergevangenis 2011/2012
(881) Doelen SBJG hulpverleningsplan/plan van aanpak Anne-Marie 2008 op weg naar kindergevangenis 2011/2012
(882) Doelen SBJG hulpverleningsplan/plan van aanpak Anne-Marie 2009 op weg naar kindergevangenis 2011/2012
(883) Doelen SBJG hulpverleningsplan/plan van aanpak Anne-Marie 2010 op weg naar kindergevangenis 2011/2012
(884) Doelen SBJG hulpverleningsplan/plan van aanpak Anne-Marie 2011 op weg naar kindergevangenis 2011/2012
(885) Doelen SBJG "behandelplan" Anne-Marie 2012 in haar kindergevangenis Rentray Eefde gemeente Lochem
(886) Jeugdzorg in Nederland is knippen en plakken en het geld blijft ongecontroleerd binnenstromen!
(887) Volg het geld in de jeugdzorg: "Hoeveel kost de cursus een verkeersboete betalen?"
(888) Volg het geld in de jeugdzorg: "Jeugdzorg in Nederland is niet kindgericht maar gericht op schaalvergroting!"
(889) Volg het geld in de jeugdzorg: "Ieder jaar zijn steeds meer UHP kinderen nodig om targets begroting te halen!"
(890) Volg het geld in de jeugdzorg: "Ieder jaar zijn steeds meer UHP kinderen nodig om jeugdzorgbonussen te halen!"
(891) Een gestolen generatie, Aboriginal kinderen op grote schaal gejat voor staatsopvoeding in AustraliŽ
(892) Alweer een gestolen generatie, kinderen in Nederland op grote schaal gejat tbv staatsopvoeding/onroerend goed
(893) Alweer een gestolen generatie, kinderen in Nederland op grote schaal gejat tbv onderzoek medicijngebruik
(894) Alweer een gestolen generatie, ouders worden op steeds grotere schaal uit gezag gezet om controles te voorkomen
(895) Kinderrechters worden door de Koningin benoemd, zij is verantwoordelijk voor jatten van uw kind
(896) In de zittingzaal hangt een portret van de Koningin, zij is verantwoordelijk voor jatten van uw kind
(897) Bij de gratie Gods bij wetgeving en benoeming staatshoofd waaruit blijkt die gratie Gods?
(898) Politicus Jan Hop opent discussie 11 september 2011:
"Kinderbeschermingsmaatregelen na verzonnen verhalen is fraude!
Ontvangen jeugdzorg gelden afkomstig uit dit soort fraude dient als heling te worden aangemerkt!"
(899) Politieke discussie: Koningshuis afschaffen! (Leken)rechters benoemen door Parlement!
Burgers zelf hun staatshoofd=President laten kiezen!
(666) ACTIE! Boycot Koninklijke Shell. Help mee aan de bevrijding van Anne-Marie uit rancuneuze jeugdzorg!
Mijd andere Koninklijke organisaties probeer uw aankopen steeds ergens anders te doen
http://nl.wikipedia.org/wiki/Lijst_van_organisaties_met_het_predicaat_Koninklijk
Ahold is bijvoorbeeld Albert Heijn, ga dus lekker boodschappen doen bij andere supermarkten en mijd Albert Heijn
Als steeds meer burgers meedoen gaan prijzen ook dalen neemt uw koopkracht toe! Tankt u nu ergens anders?

 

Moderne media worden nu ook ingezet om Anne-Marie te bevrijden uit de jeugdzorg
(Twitter met Ron en Judith)
(Hyves site Ron en Judith)
(Facebook Ron en Judith)
(Stem Groep Hop Rheden) Vraag iedereen die u kent om op Ron en Judith (Groep Hop) te stemmen mbt verkiezingen gemeenteraad Rheden
Vraag iedereen die u kent of zij ondersteuningsverklaringen willen tekenen die in Rheden nodig zijn om mee te mogen doen met verkiezingen gemeenteraad
Kloppen nevenfuncties bestuurders BSC gemeenten A-B-C-D-E-F-G-H-I-J-K-L-M-N-O-P&Q-R-S-T-U-V-W-X-Y-Z
Waarom werden tot 2012 nergens bijbaantjes in het Centraal Stembureau en alle andere stembureaus opgegeven?
 

top
Censuur in Nederland ©
Stem Groep Hop in 2014
Politicus/redacteur/auteur: J. Hop, Joubertstraat 24, 3851 DM Ermelo. Plaats uitgave: Ermelo. Uitgever: J. Hop Ermelo.
Op alle websites Censuur in Nederland en Groep Hop is een "2012 disclaimer" van toepassing.
Procedures inzake belemmering vrijheid van meningsuiting tegen politicus/redacteur/auteur J. Hop Ermelo uitsluitend via rechtbank Zutphen
met gelijktijdig verzoek om beeld- en geluidsopnames te mogen maken van de complete hoorzitting t.b.v. publicatie op internet en/of andere media.