Dat betekent dus dat prima lopende omgangsregelingen tussen ouders en kinderen worden stopgezet indien ouders NIET AKKOORD GAAN met uithuisplaatsing
van kinderen in de kindertehuizen van Stichting Lindenhout c.s.
Dat betekent dus dat gezinsvoogden zich ten onrechte voor voogden van kinderen uitgeven en als papegaaien rondkrijsen dat de ouders van een kind uit
het gezag zijn gezet en alle papegaaien bij scholen, onderzoekers, rechtbanken, politie, gemeente, ziekenhuizen die krijsen in een koor met elkaar mee!
Nou denkt u als burger misschien maar die Hop is ook veel te negatief over de jeugdzorg dat kan toch allemaal
niet in Nederland.
Precies dan hopen ze natuurlijk ook bij Stichting Lindenhout en met mooie PR praatjes wordt uw kind afgepakt.
Daarom nodigt Hop u uit de zaak Nienhuis/Leenders tegen SBJG en Stichting Lindenhout begrijpend te lezen.
Bron: J. Hop
(LINKE)N JEUGDZORG!!!!!!!!!!!!
s41052011
Stichting Lindenhout,
Heijenoordseweg 1, 6813GG Arnhem
AANDACHTSVESTIGING!
Aan ALLE burgemeesters, gemeentesecretarissen, raadsgriffiers en ambtenaren
gemeente of provincie in Nederland
Aan ALLE rechters in Nederland
Aan ALLE pleegouders
in Nederland
Aan ALLE medewerkers van scholen in Nederland
Aan ALLE medewerkers van ziekenhuizen in Nederland
Aan ALLE gedragsdeskundigen en psychologen in Nederland
Aan ALLE medewerkers van verzekeringsmaatschappijen in Nederland
Aan ALLE medewerkers van kindertehuizen, kindergevangenissen of andere
instellingen actief in de jeugdzorg
Aan ALLE politie agenten en hun leidinggevenden in Nederland
COMPETENTIE! Indien u personen
tegen komt bij OTS of VOTS die zich ten onrechte uitgeven voor de VOOGD wordt u
vriendelijk verzocht deze persoon GELIJK AAN TE HOUDEN en over te dragen aan het
BEVOEGD GEZAG voor een WAARHEIDSVINDING ONDERZOEK. Indien deze persoon zich
inderdaad ten onrechte heeft uitgegeven voor een VOOGD bij OTS of VOTS aangifte
tegen deze persoon te doen wegens "het vervullen van een beroep in valse
hoedanigheid" met het verzoek aan het BEVOEGD GEZAG deze persoon onverwijld
een BEROEPSVERBOD op te leggen om ooit nog met kinderen te werken om jeugdzorg
voor kinderen en hun OUDERS BELAST MET HET GEZAG VEILIGER te maken! (575)
(581) (101)
(124)
(LINKE)N JEUGDZORG!!!!!!!!!!!!
s41052011
Stichting Lindenhout,
Heijenoordseweg 1, 6813GG Arnhem
Het
gevaar! De jeugdzorg in Nederland is NIET KINDGERICHT maar gericht op
schaalvergroting
Wat is Care4 en welke rol speelt Care4 in
de organisatie van Lindenhout?
Een groep Deense jeugdzorgmanagers heeft onlangs een
kleine rondgang door Nederland gemaakt om kennis te nemen van de
ontwikkelingen in de Nederlandse jeugdzorg. Maandag 24 april deden zij daarbij
Lindenhout aan, als eerste organisatie in een reeks van vier. John Goessens
(regiomanager Arnhem Stad) had een programma voor hen samengesteld dat
zich voornamelijk oriënteerde op ambulante hulpvormen. Residentiële en
semi-residentiële modules zouden door collega's elders in het land worden
besproken.
Hoewel het toch jarenlang de gewoonte is geweest om
vanuit Nederland in Denemarken te kijken 'hoever ze daar al waren', viel het op
dat het Deense jeugdzorglandschap er uit ziet zoals het onze in het begin van de
jaren negentig. Veel kleine instellingen, met bijvoorbeeld 24 bedden of 20
stoelen.
De ambulante hulp valt onder verantwoordelijkheid van het Deense equivalent
van Bureau Jeugdzorg. Bij de schaalgrootte van Lindenhout hadden onze Deense
gasten wat gemengde gevoelens, maar zij zagen veel voordeel in het zelf
uitvoeren van ambulante hulp. Ze hebben geïnteresseerd geluisterd naar Tom
Tubbing en Jose Koster, die zich hadden voorbereid op een uiteenzetting over het
WIG (Uncalled for intervene: community based intensive youthsupport) en naar
Rene Goedhart die recht vanuit de praktijk onze 'emergency care' in het
spotlicht zette. In de middag wist Chantal Traa in rap Engels uit te leggen
welke rol Care4 speelt in onze organisatie.
John Goessens, die de dag had ingeleid met een
uitleg over het zorgstelsel en de Denen verder door de dag had geloodst, sloot
af met een geanimeerde discussie over verschillen en overeenkomsten tussen
de Deense en Nederlandse jeugdzorg. Hierbij bleek dat de Denen een
kindgerichte oriëntatie op zorg hebben, terwijl in Nederland een gezinsgerichte
oriëntatie meer aan de orde is.
(LINKE)N
JEUGDZORG!!!!!!!!!!!!
De jeugdzorg in Nederland is NIET KINDGERICHT maar gericht op
schaalvergroting
(LINKE)N
JEUGDZORG!!!!!!!!!!!!
Het
gevaar! De jeugdzorg in Nederland is NIET KINDGERICHT maar gericht op
schaalvergroting
De jeugdzorg in Nederland heeft
dus enorme financiële belangen bij het steeds sneller uithuis plaatsen van
kinderen om steeds meer onroerend goed te kunnen kopen en/of steeds meer
kindertehuizen te openen waar jeugdzorgpersoneel tegen gigantische bedragen (€
2.882,28 bruto per maand) kinderen mag gaan "opvoeden".
Advertentie gevonden 5 april
2008:
Het team 6-12 jaar van de
Regio Arnhem Stad biedt hulp aan jongeren tussen 6 en 12 jaar en hun
opvoeders. Hulpverleningsvarianten die ingezet kunnen worden zijn vormen van
intensief ambulante gezinshulp, pleegzorg en zelfstandigheidtraining.
In verband met uitbreiding
van het budget kunnen we in dit team een nieuw huis openen voor opvang van
jongeren. Daarom zoeken wij per zo spoedig mogelijk een:
GEZINSHUISOUDER VERVANGEND WONEN m/v
voor 36 uur per week, standplaats Arnhem
Wat houdt de functie
in?
De gezinshuisouder treedt in
een 24-uurssituatie, zeven dagen per week, op als plaatsvervangend
opvoeder/ouder. De gezinshuisouder biedt aan één of twee kinderen
hulpverlening in een zo alledaags mogelijke leefsituatie. De gezinshuisouder
woont daartoe samen met de eigen gezinsleden én de kinderen in een (gezins)huis,
dat door Lindenhout ter beschikking wordt gesteld.
Wat zijn de taken?
-
Begeleiden en
coachen van de opgenomen kinderen;
-
signaleren van
kansen en knelpunten in de ontwikkeling van de kinderen en deze vertalen
naar het hulpverleningsplan;
-
organiseren en
begeleiden van activiteiten ter bevordering van het behandelklimaat in
het gezin en de individuele ontwikkeling van de kinderen;
-
onderhouden van
contacten met ouders/het gezinssysteem en andere bij de kinderen
betrokken organisaties.
Wat vragen wij?
Wij vinden het belangrijk dat
medewerkers van Lindenhout vraaggericht, innovatief en ontwikkelingsgericht,
resultaatgericht en samenwerkingsgericht zijn. Daarnaast vragen wij:
- MBO werk- en denkniveau;
- sociale vaardigheden voor
het onderhouden van informatieve contacten met (pleeg)ouders, familie,
scholen, externe instanties en dergelijke;
- communicatieve
vaardigheden voor het in een gezinssituatie begeleiden van jeugdigen (met
een gedragsproblematiek), waarbij gedragscorrigerend en –controlerend
optreden van belang is;
- probleemoplossend
vermogen;
- een duidelijke,
consequente pedagogische structuur kunnen realiseren en daarbinnen op een creatieve
manier kunnen werken;
- mondelinge en
schriftelijke uitdrukkingsvaardigheden;
- kennis van en inzicht in
opvoedingstheorieën, gedragstherapeutische technieken en de gangbare
gedragsbeïnvloedinginstrumenten;
- ervaring in soortgelijk
werk strekt tot aanbeveling.
Wat bieden wij?
- Arbeidsvoorwaarden conform
de CAO Jeugdzorg. Salariëring conform schaal 8 van de salarisregeling
(minimaal € 1.940,94 en maximaal € 2.882,28 bruto per maand bij een
fulltime dienstverband);
- Lindenhout biedt onder
andere een eindejaarsuitkering van 8,3% (deels resultaatafhankelijk), een
spaarloonregeling, een levensloopregeling, studiefaciliteiten en
aantrekkelijke collectieve verzekeringen;
- voor de functie
gezinshuisouder geldt daarnaast 14% onregelmatigheidstoeslag,
slaapdienstvergoeding en een verhuiskostenvergoeding.
Informatie en
sollicitatie:
Informatie over de functie
kunt u op maandag tot en met donderdag verkrijgen bij Peter Bosma, teamleider,
telefoonnummer (026) 372 41 33.
Uw sollicitatie met
curriculum vitae kunt u tot 15 april 2008, onder vermelding van
referentienummer
AS-GZHSVW-01042008, mailen naar: arnhemstad@remove-this.lindenhout.nl,
t.a.v. mevrouw W. Conijn, regiosecretaresse.
Solliciteren per post kan
ook. Stuur uw schriftelijke sollicitatie met curriculum vitae, onder
vermelding van referentienummer AS-GZHSVW-01042008, naar:
Lindenhout, Regio Arnhem Stad / T.a.v. mevrouw W. Conijn/ Heijenoordseweg 1 /
6813 GG / Arnhem.
Interne kandidaten hebben in
de procedure voorrang boven externe sollicitanten.
Externe kandidaten krijgen bij aanstelling in eerste instantie een tijdelijke
arbeidsovereenkomst aangeboden.
(LINKE)N
JEUGDZORG!!!!!!!!!!!!
Ontwerp-Besluit tot wijziging
van het tijdelijk besluit uitkeringen jeugdzorg
Wij Beatrix, bij de
gratie Gods, Koningin der Nederlanden,
Prinses van Oranje Nassau, enz. enz. enz.
Op de
voordracht van Onze Minister voor Jeugd en
Gezin van ………, nr. ………, gedaan
mede namens Onze Minister van Justitie;
Gelet op
artikel 39, eerste lid, van de Wet op de
jeugdzorg;
De Raad van
State gehoord (advies van ………, nummer
………);
Gezien het
nader rapport van Onze Minister voor Jeugd
en Gezin van ………, uitgebracht mede namens
Onze Minister van
Justitie;
Hebben
goedgevonden en verstaan:
Artikel I
Het
Tijdelijk besluit uitkeringen jeugdzorg
wordt als volgt gewijzigd:
A
Artikel 2 komt te
luiden:
Artikel 2
1. De
uitkering bureau jeugdzorg bestaat uit de
som van de volgende bedragen:
a. een
bedrag voor de uitvoering van de taken,
bedoeld in artikel 10, eerste lid, onder a
tot en met d, van de wet, op basis van het
aantal minderjarigen waarvoor de stichting
deze taken heeft uitgevoerd in het jaar
voorafgaand aan het jaar waarvoor uitkering wordt verstrekt door vermenigvuldiging
met
de daartoe vastgestelde normbedragen, en
b. een
bedrag voor de uitvoering van de overige
wettelijke taken, dat overeenkomt met het
verschil tussen het bedrag dat de
provincies in het jaar voorafgaande aan de
inwerkingtreding van de wet ontvingen op
grond van artikel 13 van de Wet op de jeugdhulpverlening en het bedrag, bedoeld
in artikel 4, waarbij eerstbedoeld bedrag
wordt vermeerderd met een door Onze
Ministers vast te stellen bedrag, dat is
gerelateerd aan de uitvoering door de
stichting van de taak, bedoeld in artikel
5, tweede lid, onder b, van de wet, en de
uitvoering door de stichting van de taak, bedoeld in artikel 5 van de wet, voor zover
deze tot het tijdstip van inwerkingtreding van
de wet werd uitgevoerd door de raad voor de
kinderbescherming.
2. De
normbedragen worden terzake van het eerste
lid, onder a, per onderscheiden taak
vastgesteld bij regeling van Onze
Ministers.
3. Het
bedrag voor de uitvoering van de taken,
bedoeld in het eerste lid, onder a, kan
worden verminderd indien het derde lid van
artikel 2a van toepassing is.
B
Na artikel 2 wordt
een artikel ingevoegd,
luidende:
Artikel 2a
1. Onze
Ministers stellen het bedrag voor de
uitvoering van de taken, bedoeld in artikel
2, eerste lid, onder
a, als volgt vast:
a. de
voorlopige vaststelling door vermenigvuldiging van
het aantal minderjarigen waarvoor de
stichting in het tweede jaar voorafgaand
aan het jaar waarvoor de uitkering wordt
verstrekt, de taken, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder a, heeft uitgevoerd,
met
de vastgestelde normbedragen, en b. de
definitieve vaststelling door vermenigvuldiging van
het aantal minderjarigen waarvoor de
stichting in het eerste jaar, voorafgaand
aan het jaar waarvoor de uitkering wordt
verstrekt, de taken als bedoeld in artikel
2, eerste
lid, onder a, heeft uitgevoerd, met de
vastgestelde normbedragen.
2. Het
aantal minderjarigen, bedoeld in artikel 2,
eerste lid onder a, is het gemiddelde van
het aantal minderjarigen op de eerste dag
van elke kalendermaand met uitsluiting van
het aantal minderjarigen voor wie een persoon in dienst van een landelijke instelling
als bedoeld in artikel 104, eerste lid, van
de wet, de taak uitoefent, tenzij de
regeling waarbij het normbedrag of de
normbedragen worden vastgesteld anders
bepaalt.
3. Indien
blijkt dat bij de definitieve vaststelling,
bedoeld in het eerste lid, onder b, het
aantal minderjarigen zoals opgenomen in het
begrotingsdeel van het uitvoeringsjaar uit
het ontwerp van het uitvoeringsprogramma lager is dan de in het eerste lid onder
b genoemde aantallen, vindt de definitieve
vaststelling plaats op basis van de
aantallen zoals opgenomen in het ontwerp
van het uitvoeringsprogramma.
C
Artikel 8 komt te
luiden:
1. Onze
Ministers stellen de uitkering bureau
jeugdzorg, bedoeld in artikel 2, eerste
lid, behoudens voorzover deze betrekking
heeft op het bedrag bedoeld in artikel 4,
voorlopig vast uiterlijk dertien weken na
ontvangst van de aanvraag. De definitieve
vaststelling van de uitkering is uiterlijk dertien weken nadat de provincie de gegevens
als genoemd in artikel 2a, tweede lid,
heeft overgelegd. De provincie overlegt de
gegevens uiterlijk vóór 1 juni van het
uitvoeringsjaar.
2. Onze
Ministers stellen de uitkering zorgaanbod
als bedoeld in artikel 4 vast binnen
dertien weken na ontvangst van de aanvraag.
3. De
uitkeringen worden betaald in termijnen,
volgens bij regeling van Onze Ministers
vast te stellen schema.
Uit: Staatscourant
7 augustus 2007, nr. 150 / pag. 9 1
VWS
Ontwerp-besluit
wijziging Tijdelijk besluit uitkeringen jeugdzorg
D
In artikel
14 wordt “1 januari 2008” vervangen
door: 1 januari 2009.
Artikel II
Indien het
bij koninklijke boodschap van 22 juli 2004
ingediende voorstel van wet tot Aanvulling
van de Algemene wet bestuursrecht (Vierde tranche Algemene wet bestuursrecht) (
29 702) tot wet wordt verheven en in
werking treedt, vervalt artikel 12 van het
Tijdelijk besluit uitkeringen jeugdzorg.
Artikel III
Dit besluit
treedt in werking met ingang van 1 januari
2008.
Lasten en
bevelen dat dit besluit met de daarbij
behorende nota van toelichting in het
Staatsblad zal worden geplaatst.
….
De Minister voor
Jeugd en Gezin,
…
Nota van
Toelichting
1. Algemeen
Met de
invoering van de Wet op de jeugdzorg is
voor de uitkering bureau jeugdzorg voor het
gedeelte van de uitvoering van de taken als
bedoeld in artikel 10, eerste lid, onder a
tot en met d, van de Wet op de jeugdzorg tevens een financieringssystematiek tussen
het rijk en de provincies ingevoerd, die
voorzag in een t-2 financiering waarbij de
uitwerking voor een jaar werd bepaald door
de aantallen in het tweede jaar voorafgaand
aan de uitkering. Vanaf het moment van invoering van de Wet op de jeugdzorg kent
de jeugdsector periodes van groei. Hierdoor
werd van de provincies gevraagd om
tijdelijk een verschil in financiering te
overbruggen. Het kritiekpunt op deze wijze
van financiering is dat de provincies
onvoldoende financieel in staat zouden worden gesteld de Bureaus jeugdzorg adequaat
te subsidiëren bij aanhoudende groei.
Bovengenoemde berekeningswijze is in
verband met de groei nimmer toegepast. In
de afgelopen 2 jaren is de financiering
gebaseerd op het daaraan voorafgaande jaar
en niet aan het tweede jaar voorafgaand aan het jaar waarvoor de uitkering wordt
verzocht. In verband met de aanhoudende groei in de jeugdzorg is besloten de financieringswijze
in overeenstemming te brengen met de wijze
waarop de provincies in de 2 voorafgaande
jaren van middelen zijn voorzien. In het bestuurlijk overleg van 19 mei 2006 is besloten
om de wettelijke t-2 systematiek structureel
te wijzigen naar een systematiek van t-1
financiering. In onderhavige regeling wordt
deze financieringswijze neergelegd. Opgemerkt
wordt dat deze wijze van financieren alleen
betrekking heeft op de uitkering bureau
jeugdzorg voor het gedeelte van de
uitvoering van de taken als bedoeld in
artikel 10, eerste lid, onder a tot en met
d, van de Wet op de jeugdzorg. De wijze van
financiering van de overige wettelijke taken van het bureau jeugdzorg en de wijze
van financiering van het zorgaanbod blijft
ongewijzigd. Bovenstaande laat een beroep
op het in artikel 3 van het Tijdelijk
besluit uitkeringen jeugdzorg genoemde hardheidsclausule onverlet. In het Bestuurlijk
overleg van 6 september 2006 is
overeenstemming bereikt over de criteria
waarop een beroep op de hardheidsclausule
moet voldoen alvorens het rijk deze in
behandeling kan nemen. Voor
de goede orde wordt opgemerkt dat de
uitkering bureau jeugdzorg geen subsidie is
in de zin van de Algemene wet
bestuursrecht. Uitkeringen aan overheden
zijn immers uitgezonderd van het
subsidiebegrip. In artikel 9 van het Tijdelijk besluit uitkeringen jeugdzorg zijn
enkele bepalingen uit de Algemene wet
bestuursrecht van overeenkomstige
toepassing verklaard.
2. Artikelen
Artikel I
Artikel 2a, lid 1
De
doeluitkering wordt in twee trappen vastgesteld,
namelijk door een voorlopige en een
definitieve vaststelling. De voorlopige
vaststelling vindt uiterlijk dertien weken
na 1 oktober t-1 (artikel 8) plaats op
basis het in het tweede jaar voorafgaand
aan het jaar waarvoor de uitkering wordt
verstrekt (t-2) gerealiseerde volume. De definitieve vaststelling vindt in de loop
van het uitvoeringsjaar (dus het jaar t)
plaats op basis van de gerealiseerde productie
t-1 (voorzien van accountantsverklaring).
Bij de beschikking betreffende de
voorlopige vaststelling zal ten behoeve van
de door de provincies aan te leveren twaalfmaandsgemiddelden (t-1) een format
worden meegezonden.
Artikel 2a, lid 3
De
provincies dienen in hun uitvoeringsprogramma, in
het begrotingsdeel (artikel 32, lid 2,
onder c, Wet op de jeugdzorg), aan te geven
welk volume zij in het uitvoeringsjaar (t) aan het bureau jeugdzorg zullen subsidiëren.
De bureaus jeugdzorg kunnen aanspraak
ontlenen aan de in de uitvoeringsprogramma’s,
in het begrotingsdeel, opgenomen aantallen. Hierdoor worden de provincies gestimuleerd
zich
een oordeel te vormen over de te subsidiëren
capaciteit op basis waarvan vooraf
duidelijkheid kan worden gegeven aan het
bureau jeugdzorg over het subsidieniveau.
De aanpassing in het uitvoeringsjaar (t) kan nooit hoger zijn dan het volume dat
door provincies in het uitvoeringsprogramma, in
het begrotingsdeel, is opgenomen.
Artikel 8, lid 1
Binnen 13
weken na ontvangst van het
uitvoeringsprogramma – de aanvraag –
zal de doeluitkering voorlopig bepaald
worden op basis van de aantallen t-2 voor
wat betreft de maatregelen jeugdbescherming
en jeugdreclassering. Het
12-maandsgemiddelde t-1 wordt als bijlage
met de provinciale jaarrekening ingediend
in de loop van het uitvoeringsjaar. Vervolgens
zal uiterlijk 13 weken na ontvangst van
deze stukken de doeluitkering definitief
worden vastgesteld. Zoals in artikel 2a,
lid 3 is aangegeven zal hierbij het volume worden betrokken dat de provincies in
hun uitvoeringsprogramma’s hebben opgenomen.
Artikel 14
Ingevolge
artikel 14 van het Tijdelijk besluit
uitkeringen jeugdzorg vervalt dat besluit
met ingang van 1 januari 2008. Onderhavige
wijziging voorziet in een verlenging van de
werking van het Tijdelijk besluit
uitkeringen jeugdzorg door vaststelling van
de vervaldatum op 1 januari 2009. Deze
verlenging is noodzakelijk omdat er
Uit: Staatscourant
7 augustus 2007, nr. 150 / pag. 9 2
meer tijd
nodig is dan voorzien voor de uitwerking
van de nieuwe financieringssystematiek die
gericht is op de uitkering zorgaanbod als
genoemd in artikel 2, eerste lid, onder b.
Onder begeleiding van een onafhankelijke adviseur en in samenwerking met het Inter-Provinciaal
Overleg zijn de contouren van een nieuwe
financieringssystematiek inmiddels
uitgedacht. De verwachting is dat de nieuwe
financieringssystematiek per 1-1-2009 daadwerkelijk kan worden ingevoerd.
Artikel II
Artikel 12
wordt overbodig zodra de vierde tranche Awb
in werking treedt.
De Minister voor
Jeugd en Gezin,
…
Uit: Staatscourant
7 augustus 2007, nr. 150 / pag. 9 3
Stichting
Lindenhout